Page 1

12. Coverstory

tekst Malini Witlox en Mathijs Sukel Illustraties Bas van der Schot

(Onder)wijzer via internet veni, vidi, video

Videocolleges, MOOC’s en web based learning: dankzij ICT zijn de mogelijkheden voor nieuwe onderwijsmethodes inmiddels legio. Toch is er nog maar weinig echt veranderd, stellen Hans van Driel en Gerwin Pols. Hun ideaal: niet langer de docent die zijn kennis statisch overdraagt aan braaf luisterende studenten, maar veel meer interactie tussen beiden met behulp van moderne technologie.

W

ie de geschiedenisboeken over onderwijs erop naslaat, komt steeds dezelfde plaatjes tegen. 1901: een foto van een overvolle klas, de scholieren in hun mooiste kleding, aandachtig luisterend naar de meester die voor het schoolbord staat. Anno 2013 zijn de plaatjes nagenoeg hetzelfde. De kleding en kapsels zijn weliswaar anders, en nu liggen er tablets en netbooks op tafel, maar nog steeds staat de leraar centraal. Ook op Tilburg University.

Het is vreemd dat het onderwijs nog zo ouderwets is ingericht, meent Hans van Driel, zelfbenoemd onderwijsvernieuwer en vice-decaan Onderwijs. “Kijk naar diensten als Spotify. Consumenten wachten niet meer af wat dj’s draaien, maar creëren hun eigen afspeellijsten. De samenleving is veranderd, maar het onderwijs is gelijk gebleven. Nog altijd is het onderwijssysteem aan de TiU top down, terwijl het ook bottom up zou kunnen zijn.”

Gekozen voor contactonderwijs “De universiteit heeft destijds in haar onderwijsstrategie gekozen

Gamification de toekomst?

Univers 16 mei 2013

Onderwijs in spelvorm is binnen drie jaar een didactische methode waar universiteiten gebruik van maken. Dat voorspelt het New Media Consortium (NMC), een internationaal verbond van experts gericht op de integratie van onderwijs en technologie. Gamification is een begrip dat steeds vaker opduikt als het om vernieuwende onderwijsmethoden gaat, maar wat is het precies? “Gamification is het toepassen van spelelementen in het onderwijs, waarbij de

voor contactonderwijs, omdat ze het belangrijk vond dat studenten en docenten real life met elkaar interacteerden. De instelling geloofde niet in studiesucces op basis van (gedeeltelijk) afstandsonderwijs”, verklaart ICT- en onderwijscoördinator Cas Egelie. “Dat betekent dus dat studenten veel op de campus en in de collegezalen aanwezig zijn.” Grote investeringen in nieuwe leermethoden, waarbij gebruik wordt gemaakt van bijvoorbeeld video of internet, zijn daarbij (nog) niet gedaan. Evengoed heeft een deel van de docenten nieuwe leermethoden als bijvoorbeeld videocolleges al wel omarmd, zegt Egelie. “Momenteel zijn er tussen de 125 en 150 docenten die op de een of andere manier gebruik maken van video in hun didactische methode”. Daarvoor is er mobiele opnameapparatuur beschikbaar, net als een studio in gebouw P. “Er is dus zeker wel geïnvesteerd in technologie, maar we hebben nog veel te weinig geinvesteerd in onze docenten om er daadwerkelijk gebruik van te maken op een innovatieve manier”, zegt Egelie. Daarbij heeft CvB-voorzitter Koen Becking al een paar keer laten vallen een voorstander te zijn van de inzet van technologie in het onderwijs. Maar het is voorlopig afwachten hoeveel van die ambitie is terug te zien in het nieuwe strategische plan.

moeilijkheidsgraad oploopt van eenvoudig tot complex”, licht docent levensbeschouwing en game designer Johan ter Beek toe. Goede didactische spellen maken volgens hem gebruik van “een perfecte balans tussen vaardigheden en uitdagingen, waardoor studenten in een flow terecht komen.” De beroemde Psycholoog Mihály Csíkszentmihályi stelt hierover: “Flow is een mentale toestand waarin iemand activiteiten uitvoert waarbij hij energiek is, volledig gefocused op zijn taak, betrokken en plezier heeft.” Ter Beek: “Dit zorgt ervoor dat studenten op de


Coverstory .13

Student met content Als het aan Gerwin Pols – Education Support (LIS) – ligt zijn die ambities stevig. Tegelijkertijd roept hij op alvast de bestaande mogelijkheden beter te benutten. “Kijk naar de inrichting van Blackboard, die is heel traditioneel. De docent zet er materiaal op, de student kan dit lezen, maar er zelf nauwelijks iets aan toevoegen. Zo is er weinig interactie. Laat studenten zelf ook met eigen content komen. Degene die voor de collegezaal staat, is niet meer degene met alle kennis, die tijd is voorbij.”

Kritische reflectie “Het onderwijs is blijven hangen in de fase van kennisoverdracht”, beaamt Van Driel. “We gooien wat handboeken de collegezaal in, studenten krijgen drie of vier jaar theorie en aan het einde doen ze vaak voor de eerste keer zelf onderzoek.” Maar studenten zijn volgens hem slim genoeg om ook buiten de campus aan kenniswerving te doen. “Dankzij videocolleges, TedX en MOOC’s (Massive Open Online Courses) kun je ze alles laten bekijken. In de collegezaal zet je de volgende stappen. Daar heb je de docent voor nodig. Kritische reflectie, kijken hoe je de ken-

toppen van hun kunnen presteren.” Volgens hem juichen onderwijsvernieuwers gamification dan ook toe. Zelf gaat hij nog een stap verder. In plaats van games als enkelvoudig instrument in te zetten pleit hij voor een complete opleidingstructuur in de vorm van een spel. “De huidige generatie heeft onderwijsstructuren en -technieken nodig die passen bij deze tijd. Dus structuren die belonen in plaats van bestraffen en die differentiatie bieden in plaats van beperkingen.” Onderwijs in spelvorm biedt dat allemaal volgens hem. “Leerlingen en studenten kunnen zelf

nis kunt verwerken en toepassen. De activerende werkvormen die we bij Geesteswetenschappen hanteren, vormen een goed voorbeeld van modern onderwijs.” Maar hoe krijg je studenten medeverantwoordelijk voor hun onderwijs? Pols: “In hun privéleven zijn studenten wel heel creatief. Ze hebben een eigen blog, zijn actief op Twitter, maken foto’s en video’s en delen dit online. Maar het huidige onderwijssysteem waarbij de docent doceert en de student luistert, slaat creativiteit dood en zorgt ervoor dat ze muisstil op hun stoel zitten.”

Rollen omdraaien Een concept dat de rollen omdraait is ‘flip the classroom’. Binnen dit concept wordt het frontale college (docent geeft uitleg van de stof) opgenomen en bekijken studenten de stof, waar en wanneer ze maar willen, voorafgaand aan het fysieke college. Pols: “Het college gebruik je dan om de discussie aan te gaan met de student, actualiteiten te betrekken en verbanden te leggen met onderzoek. Dit sluit aan bij onderwijsintensivering en de wens om studenten meer te betrekken bij hun onderwijs.” →

hun weg kiezen en naar een doel toe werken. Daarbij sluit het heel goed aan bij de motivatie van mensen waarom ze iets willen bereiken. Denk aan competitief zijn, status verwerven en samenwerken.” Toch kent ter Beek nog geen universiteiten die gamification inzetten als didactische methode. Het is een schot voor open doel wat hem betreft. “Het geeft studenten vrijheid en autonomie en een lesmodel dat aansluit bij de huidige generatie van het keuzemodel. De eerste universiteit die hiervoor kiest, is spekkoper.”

Univers 16 mei 2013


14. Coverstory

(Onder)wijzer via internet Van Driel kiest bij zijn eigen vak ‘Mediawijsheid’ wel voor interactie. Studenten kunnen zelf lesmateriaal aandragen, schrijven blogs en beoordelen elkaars werk. Hoewel vooruitstrevend, valt dit niet bij iedere student in goede aarde. “Mijn cursusevaluaties zijn heel extreem. Veertig procent is positief en zestig procent negatief.” Volgens de vice-decaan bewijst dit dat er een omslag in denken nodig is. “We leiden middelbare scholieren zo op, dat ze geleerd wordt de leraar te imiteren: ‘Zeg mij wat ik moet doen’. Zo komen de studenten hier binnen, waar wij hen zouden moeten leren om het zelf te doen.”

Angst om te delen Wereldwijd zetten universiteiten steeds meer lesmateriaal online. Tilburg University is vooralsnog terughoudend met het online publiceren van haar lesmateriaal. Er staan momenteel 2.463 videocolleges, 1.348 uur aan materiaal, online maar dat wordt niet gedeeld met de buitenwereld. Als het aan Van Driel en Pols ligt, verandert dat. “Er is nu te veel angst. Dat heeft te maken

Dr. Bob - van docent tot online prijswinnaar Het begin van de film werkt op de lachspieren. Een volwassen man zit in een roze trui achter een grote box met het Lego-logo. Zijn hoofd komt er net bovenuit. Op tafel liggen ook enkele kleine kartonnen Lego-doosjes en wat losse gekleurde legoblokjes. Vrolijk spreekt hij zijn publiek toe. Het zou een scene uit Jiskefet kunnen zijn, maar we kijken niet naar Kees Prins of Michiel Romeyn, maar naar Bob van den Brand, universitair hoofddocent Accountancy. “Met dit filmpje wil ik studenten uitleggen hoe een productieproces eruit ziet. De legoblokjes zijn de grondstoffen. Die gaan in de machine (de gele doos) en daar komt dan een eindproduct uit, de verpakte lego.” Het lijkt wat kinderachtig om universitaire studenten met lego economische principes uit te leggen, maar de videocolleges van Van den Brand Univers 16 mei 2013

met kwetsbaarheid, maar ook met het verdienmodel. Je krijgt van de overheid geld per ingeschreven student. Als mensen via MOOC’s of videocolleges kennis vergaren, krijg je daar niets voor”, legt Van Driel uit. Wat hem betreft zet TiU die angst om in trots. “Laat zien waar je goed in bent en dat je voor dit soort lessen naar Tilburg moet komen.”

Enorm tegengesputterd Pols was tot 2010 bij de Technische Universiteit Delft actief als adviseur ICT en educatie. De universiteit werkt daar ook aan het opnemen van colleges. “Er werd eerst enorm tegengesputterd door docenten. Vooral de angst om op video vastgelegd te worden speelde een grote rol. Uiteindelijk was het een succes en ging de TU Delft zelfs een stap verder door OpenCourseWare en MOOC’s aan te bieden. Het levert misschien geen geld op, maar je komt zo wel op een effectieve manier in contact met wetenschappers in het veld.”

zijn een groot succes. Met zijn weblectures, de zogenoemde i-STAR-methode, won hij al heel wat prijzen. De methode bestaat uit vijf onderdelen. Interactive web lectures: korte stukjes hoorcollege met sheets, Snippet practice: korte web tutorials met opgaven en cases, Try & test: opdrachten om de kennis te testen met feedback in de vorm van een korte web lecture, Ask questions: een live spreekuur met chat-functie en Results: Live streamings van tentamenuitslagen. Van den Brand begon in 2009 met het videoproject. Momenteel zijn er 120 filmpjes beschikbaar. Het materiaal voor semester Accounting 1 trok maar liefst 57.000 views en werd 10.700 uur bekeken. Het aantal studenten dat voor Accounting slaagt, steeg van 57 procent naar 78 procent. Ook steeg de tevredenheid over het vak en halen studenten betere cijfers. “Dat zijn bijkomende effecten die ik nooit verwacht had, maar die

wel enorm mooi zijn. Waar ik vooral trots op ben, is dat andere docenten zoals Martin van Tuijl, Peter de Goeij, en Bas van Groezen nu ook met de videocolleges zijn gestart. In het begin deden veel docenten er lacherig over. Ze vroegen zich af of het wel wetenschappelijk was. Maar er gaan steeds meer collega’s overstag. Je stelt je als docent wel kwetsbaar op door zo’n filmpje te maken, maar dat vind ik niet erg. Het grote probleem bij onderwijs in Nederland is dat we niet kritisch met elkaar meekijken. Je wordt er alleen maar beter van als je feedback krijgt.” Van den Brand is sinds kort ook het gezicht van de website economievoorjou.nl. Deze website, mede opgericht door Tilburg University, gaat vwo- en havoleerlingen helpen met de voorbereiding op hun economie en M&O examen. Als Dr. Bob beantwoord Van den Brand alle prangende vragen.

Veni, vidi, video  

Univers Magazine, 16 mei 2013. www.universonline.nl Uitgeverij: Tilburg University. Co-auteur: Malini Witlox

Veni, vidi, video  

Univers Magazine, 16 mei 2013. www.universonline.nl Uitgeverij: Tilburg University. Co-auteur: Malini Witlox

Advertisement