Page 1

driemaandelijks tijdschrift over industriële automatisering en aandrijftechniek

SEPTEMBER 2018 NR 213

DOSSIER

‘The Smart Factory, Digitaal Produceren’

p7 – ‘Dé Industrie 4.0 fabriek bestaat niet’

Driemaandelijks tijdschrift van InduMotion vzw – 48e jaargang September - oktober - november 2018. Afgiftekantoor Turnhout – P309959

p14 – Ministers Crevits en Muyters openen T2-campus in Genk p29 – Françoise Chombar, CEO van Melexis, pleit voor gendergelijkheid en geïntegreerde STEM-richtingen


ROBOTTRACKS

“De robottracks van Vansichen Lineairtechniek geven het bereik van de robots een extra dimensie en zijn geschikt voor de robots van de voornaamste fabrikanten. Onze grootste troef is het ontwikkelen en produceren van tracks op basis van uw specifieke noden. Dankzij onze jarenlange ervaring kunnen we voor een brede waaier aan toepassingen een oplossing bedenken.�

Vansichen Lineairtechniek Herkenrodesingel 4/3 B-3500 Hasselt

+32 (0) 11 37 79 63 info@vansichen.be www.vansichen.be


EDITO DOOR HUGUES MAES VOORZITTER INDUMOTION

Data zullen ons beroepsprofiel veranderen Elk bedrijf beschikt vandaag de dag over een enorm volume aan data. De echte waarde ervan wordt pas duidelijk wanneer deze ‘big data’ worden omgevormd tot intelligente of ‘smart data.’ Die data geven het bedrijf een beter inzicht in het verloop van alle productieprocessen. Meten is weten en met de juiste informatie kan het management de kwaliteit van de besluitvorming – en bijgevolg ook van de operationele efficiëntie – verhogen. Transparante processen laten toe om de juiste beslissingen te nemen op het vlak van planning en de optimalisatie van industriële maakprocessen. De sleutel voor dit meten is het Internet of Things (IoT) waarmee mensen en machines worden verbonden.

‘Kennisinstellingen en opleidingscentra moeten investeren in de nieuwste technologieën.’ Communicatie – digitale verbondenheid – is dus cruciaal. De grote spelers in de markt noemen dit de ‘connected enterprise’ (Rockwell Automation) of de ‘digital factory’ (Siemens). Zij willen de bedrijven helpen met het ontginnen (lees: verzamelen en interpreteren) van die data. Siemens werkt hierbij met een ‘digital twin’, een softwarematige identieke kopie van een fabriek waardoor je simulaties kan maken voor de gebruikte of toekomstige productieprocessen. Een digital twin van de fabriek laat toe om design, assets en meetgegevens in real time,

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

tijdens het functioneren en het onderhoud te combineren, en op die manier waarde te creëren over de volledige levenscyclus van de fabriek – van geïntegreerde engineering tot geïntegreerde operations, predictief onderhoud en service. Onheilsprofeten beweren dat die digitalisering en automatisering ervoor zullen zorgen dat er jobs verdwijnen. Automatisering moet je echter bekijken op het niveau van je dagelijkse activiteiten, niet op het niveau van een job. Het internationale onderzoeksbureau McKinsey stelde recent verrassend vast dat je in feite maar 5 procent van de jobs volledig kan automatiseren. Voor de rest – dat is dus 95 procent! – is er toch nog een vorm van menselijke inbreng nodig. Bij die jobs kan een deel worden geautomatiseerd waardoor de betrokkene meer tijd heeft voor andere, meer interessante taken. Neen, wij denken niet dat er massaal banen zullen verdwijnen, maar onze jobinhoud zal wél veranderen. Medewerkers zullen moeten voldoen aan een ander beroepsprofiel. Kennisinstellingen en opleidingscentra moeten dan ook investeren in de nieuwste technologieën zodat werknemers zijn voorbereid op hun nieuwe taken. InduMotion is dan ook verheugd dat dit besef bij de overheid is doorgedrongen. Dat blijkt uit de opening in Limburg van de nieuwe T2-campus in Genk waar studenten en werkzoekenden worden opgeleid voor de ‘Factory of the Future.’ Elke CEO of manager zal met de impact van de digitalisering moeten rekening houden. Geen enkele industrie en geen enkele taak of job zal aan de digitaliserings- en automatiseringsgolf ontsnappen. Denk hierover na met uw team en reageer adequaat, want uw concurrenten zullen het effect en de invloed van de digitalisering wél beseffen.

3


THIS IS EFFICIENCY Continuous Position Sensing

Constante positiebepaling Geen wijziging aan de actuator nodig 5 maten met een detectiebereik van 32-256mm Veel toepassingen vereisen meer van de actuator dan alleen de detectie van het einde van een slag, maar traditionele methoden van continue detectie zijn duur en moeilijk te implementeren. Parker’s CPS-serie van de P8S-sensorfamilie maakt snelle, eenvoudige, nauwkeurige en contactloze positiedetectie van een zuiger mogelijk. Deze kan worden geïnstalleerd op een standaard lineaire actuator en biedt een uitstekende prijs-kwaliteitsverhouding. parker.nl

0295AutomationMag_CPS_NL.indd 1

31-08-18 09:06


COLOFON

INHOUD

INDUMOTION InduMotion vzw is de beroepsfederatie voor bedrijven gespecialiseerd in industriële automatisering en aandrijftechnieken (elektrisch, hydraulisch, mechanisch en pneumatisch), die als producent, officiële invoerder of verdeler op de Belgische markt actief zijn. Lid van het Europees comité CETOP. vzw InduMotion Villalaan 83 – 1190 Brussel BTW BE0431 258 733 Secretariaat: Gerda Van Keer, tel. +32 471 20 96 73 gerda.vankeer@indumotion.be info@indumotion.be RAAD VAN BESTUUR Hugues Maes (SMC Pneumatics): Voorzitter Bart Vanhaverbeke (Voith Turbo) : Ondervoorzitter Marcel De Winter (Service-Hydro): Secretaris Jeroen Dieusaert (Bosch Rexroth): Penningmeester Geert Heyvaert (MGH): Bestuurder Guy Mertens (Act in Time): Bestuurder Luc Roelandt (Stromag): Bestuurder Jo Verstraeten (Festo): Bestuurder

P3 EDITO Data zullen ons beroepsprofiel veranderen

TOEZICHTHOUDERS Adriaan De Potter (Protec) Maciej Szygowski (Doedijns Fluid Industry)

P5 INHOUD

LEDEN 2018 ABB (Asea Brown Boveri) – ABFlex Group – Act in Time – Asco – Atelier Du Nord – ATB Automation – Atlas Copco Compressors – AVD Belgium – Aventics – AZ Hollink Belgium – Bauer Gear Motor – Bege Aandrijftechniek – Boekholt – Boge Compressors – Bosch Rexroth – CC Jensen – CET Motoren – Clippard Europe – Compair Geveke – CQS Technologies – Dana Brevini Benelux – Delta Rubber Industries – Doedijns Fluid Industry – EFC – Eriks – Euregio Hydraulics – Esco Drives – Festo Belgium – Focquet – Gates Europe – Gearcraft – Habasit – Hansen Industrial Transmissions (Sumitomo) – Hupico – Hydac – Hydraulic Assistance – Hydraumec International – Hydrauvision – Hydro Tools – igus – Ingersoll Rand Benelux – IPAR Industrial Partners – K-Flex – KTR Benelux – LDA – LM Systems – Luteijn Hydraulics – Manuli Fluiconnecto – Metal Work – MGH – Motoren Francoys – Motrac Hydraulics – NORD Drivesystems – Norgren/IMI-Precision – Optibelt – Pall Belgium – Parker Hannifin Benelux – PEC – Poclain Hydraulics – Protec – Rem-B – Renold PLC – Rittal – Rotero Belgium – Service Hydro – SEW-Eurodrive Belux – Siemens – SKF Belgium – SMC Pneumatics – Stäubli – Stromag – Tas L & Co – Testo – Vameco – Van De Calseyde – Van Houcke – Vansichen – VB Parts Hydraulic – Vermeire Motion – Vialec – Voith Turbo – WEG Benelux – Wittenstein – WTS Hydraulics – Yaskawa Europe

P7 DOSSIER ‘The Smart Factory, Digitaal Produceren’ P12 Digitalisering stimuleert ontwikkeling virtuele sensoren P14 INTERVIEW Fons Leroy en André Jodogne:

P20 CASE STUDY IOT: Hoe een professor het Internet

LAY-OUT Ruth Vanvelthoven

REDACTIE redactie@automation-magazine.be www.automation-magazine.be

De advertenties en artikelen in Automation Magazine worden ter goedkeuring voorgelegd aan het redactiecomité.

ADVERTEREN Jean-Charles Verwaest, tel. +32 475 44 57 91 publiservice@automation-magazine.be

Alle advertenties die betrekking hebben op technieken en producten voor industriële automatisering komen in aanmerking voor publicatie.

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Hugues Maes vzw InduMotion Villalaan 83 – 1190 Brussel info@indumotion.be www.indumotion.be

De artikelen en nieuwsberichten zijn door de redactie geselecteerd. Zij verschijnen gratis en bevatten geen publiciteit. De auteurs zijn verantwoordelijk voor hun teksten.

REDACTIECOMITE Ing. René Decleer, Marcel De Winter, Hugues Maes, Guy Mertens, Patrick Polspoel, Ing. Roger Stas, Maxime Vansichen. SECRETARIAAT Gerda Van Keer, tel. +32 471 20 96 73 gerda.vankeer@indumotion.be info@automation-magazine.be REALISATIE Magenta Uitgeverij Designcenter De Winkelhaak Lange Winkelhaakstraat 26 2060 Antwerpen info@magenta-uitgeverij.be

OPLAGE 8.300 ex. NL + 2.700 ex. FR

Automation Magazine wordt uitgegeven door InduMotion vzw. Een abonnement op dit vaktijdschrift is gratis en u kan dit aanvragen via het InduMotion secretariaat: gerda.vankeer@indumotion.be. Conform de Europese GDPR-wetgeving stellen wij u in kennis dat Automation Magazine hiervoor uw naam, bedrijf (optioneel) en adres bewaart. Deze informatie wordt nooit met derden gedeeld. U kan uw gegevens altijd via Gerda Van Keer opvragen en laten aanpassen of verwijderen.

of Things aan zijn studenten uitlegt

P22 INTERVIEW Tom Dieusaert, ‘Computer Crash’

AUTOMATION MAGAZINE Automation Magazine is een driemaandelijkse uitgave van de beroepsfederatie InduMotion vzw. Het verschijnt in maart, juni, september en december.

‘Digitaal is onze nieuwe moedertaal’

waarschuwt voor te groot geloof in automatisering

P25 Eerste editie van Techfestival SuperNova P26 AGORIA Technologische industrie blijft zwaar investeren P27 Nieuw bestuur bij InduMotion P28 INTERVIEW Françoise Chombar, CEO van

chipfabrikant Melexis, pleit voor gendergelijkheid

en geïntegreerde STEM-richtingen

P33 FESTO: Thomas More kiest voor CP Factory P35 WEG-technologie zorgt voor minder blootstelling

aan schadelijke en giftige stoffen in laboratoria

P36 Limburgs familiebedrijf Vansichen bouwt grootste

FANUC robottrack met capaciteit van 2.300 kilo

P39 ‘Oudere’ ingenieurs zoeken een stageplaats

Automation Magazine paraît aussi en français.

P41 PRODUCTEN

© InduMotion 2018

P45 TECHTELEX

Coverfoto © Mine Dalemans, vlnr: Minister Hilde Crevits, minister Philippe Muyters, InduMotionvoorzitter Hugues Maes, gedelegeerd bestuurder VDAB Fons Leroy, VDAB-projectleider André Jodogne.

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

P46 AFSLUITER 5


‘DÉ INDUSTRIE 4.0 FABRIEK BESTAAT NIET’ ‘Ik zie niet in wat de voordelen zijn van digitalisering voor onze productie’, ‘ik weet niet hoe ik er aan moet beginnen’, ‘we hebben er geen budget voor …’ De redenen die opgegeven worden om digitalisering voor zich uit te schuiven zijn even divers als talrijk. En dat is zonde, want het kan voor quasi elk bedrijf een paar stappen voorwaarts betekenen en dit op meerdere vlakken in de bedrijfsvoering.

6


DOSSIER DIGITAL FACTORY DOOR SAMMY SOETAERT

MARITIEME HYDRAULICA, PNEUMATICA EN AANDRIJVINGEN De zeeschepen die de oceanen bevaren zijn geëvolueerd naar drijvende fabrieken waar processen moeten worden gecontroleerd en geoptimaliseerd. Industrie 4.0 doet zijn intrede in de maritieme wereld, iets wat u in het vorige nummer 211 van Automation Magazine reeds kon lezen in het interview met Maintenance Manager Danielle Lammens van rederij Exmar. Hoe staat het met hydraulica, pneumatica en aandrijvingen aan boord? Maatwerk met pneumatica zorgt voor veilige en efficiënte containerschepen. Automation Magazine brengt u met een case study van Aventics het verhaal van een evoluerende techniek die de bemanning dagelijks helpt veilig de zeeën te bevaren. Voorts laten we u kennismaken met Izaäk Luteijn die in 2003 startte met het verlenen van service voor hydraulica in machines en installaties. Zijn eigen engineeringsdienst voert in de maritieme sector opmerkelijke projecten uit. Dankzij nieuwe vismethodes zit er ook veel hydraulica in nieuwbouw vissersschepen: hydromotoren, besturingen, ventielen, flyshootlieren, … Tot slot is er het bedrijf Laminaria uit Oostende. Een buitenbeentje op zoek naar een ‘groene’ energiebron. Bij hernieuwbare energie denken we spontaan aan zonnepanelen en windmolens. Toch is ook energie uit de zee onuitputtelijk, maar waarom breekt golfslagenergie dan niet door?

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

7


E

en sportschoenenfabrikant had vroeger 18 maanden nodig om een nieuw model te ontwikkelen. Vandaag verkopen ze unieke én aan de morfologie van de klant aangepaste loopschoenen, waarbij de productie verzorgd wordt door advanced robotics en 3D technieken. De wachttijd van deze manier van werken? Eén luttele week, voor een volledig klantspecifiek product. Een tweede voorbeeld is Atlas Copco, dat zich profileert als een leverancier van luchtzekerheid, niet als een machineleverancier. Ook het bedrijf Vyncke is een goed voorbeeld van het ontwikkelen van een nieuw businessmodel. Vroeger verkocht dit bedrijf haar hoogwaardige branders aan klanten wereldwijd, maar eens het aankoopproces afgerond, was er nog weinig interactie tussen beide. Vandaag volgt het bedrijf de efficiëntiegraad van hun biobranders wereldwijd op, een service die ze kunnen delen met de betrokkenen. Dat levert het bedrijf niet alleen een permanente relatie op met de klant, het laat ook toe om voortdurend data binnen te krijgen over de prestaties van hun installaties. Die informatie kunnen ze dan weer gebruiken om hun machines nog beter te maken. De motor van dit alles? Digitalisering. VIER CLUSTERS Bedrijven die nog terughoudend zijn zouden weleens snel met de neus op de feiten gedrukt kunnen worden, want de veranderingen voltooien zich in een razendsnel tempo. We vroegen aan Siemens – vertegenwoordigd door Bart Demaegdt (Digital Enterprise Team Coordinator) en Thierry Van Eeckhout (Vice President Sales Siemens Digital Factory – Process Industries and Drives) hoe zij dit ervaren. Bart Demaegdt: ‘Er zijn vandaag heel wat veranderingen aan de gang in de verwachtingen van eindklanten en dat vertaalt zich ook in aangepaste eisen voor de

8

industrie. Ik zie een viertal clusters in die nieuwe noden. Zo staat de ‘from idea to shelf’-time gigantisch onder druk, de tijd die nodig is tussen de creatie van een idee tot de effectieve verkoop op de markt. Klanten willen geen maanden meer wachten op een product.’ ‘Mass customisation is de volgende pijler. De batchsizes worden almaar kleiner, omdat klanten een gepersonaliseerd product willen. Tegelijkertijd mag de productiesnelheid daar niet onder leiden. Kwaliteit laat ons toe ons te onderscheiden ten opzichte van landen of regio’s die daar minder de focus op leggen. Efficiëntie is een zeer breed thema. Het gaat niet enkel om de efficiëntie van machines of componenten, maar ook om personeelsefficiëntie en systeemefficiëntie. De vraag die hier speelt is: hoe pas ik mijn productieproces aan zodat het klaargestoomd is om unieke producten te maken? De technologieën die vandaag beschikbaar zijn, kunnen ingezet worden op één van deze thema’s.’ STEL DE JUISTE DOELEN VOOROP ‘Hoe begin ik eraan?’, is een vraag die vaak wordt gesteld. Thierry Van Eeckhout geeft ons enkele bruikbare tips: ‘De zin die aan deze vraag vooraf gaat luidt veelal ‘Ik wil mijn installatie Industrie 4.0 maken’. Wel, dé Industrie 4.0 installatie bestaat niet. Het mag geen doel op zich zijn. De echte doelen die moeten worden gesteld zijn KPI’s, zoals een productiviteitsverhoging, een kwaliteitsverbetering of een kortere time-to-market.’


DOSSIER ‘Deze puzzel zal voor iedereen anders zijn. Een goed voorbeeld is Foxconn, de producent van de iPhone. Het productieproces van hun telefoonbehuizing verliep in de beginjaren van de iPhone via het persen van gsm’s. Een nieuw model ontwikkelen duurde toen meerdere maanden, want er moesten telkens nieuwe mallen worden ontwikkeld. Vandaag worden die componenten gefreesd, waardoor een wijziging in het design onmiddellijk via de software kan worden ingevoerd in de 10.000 CNCmachines. Voor hen was dat een prima oplossing, maar niet iedereen heeft dezelfde noden. De invloed van digitalisering is afhankelijk van de sector waar je in zit en zelfs binnen sectoren kunnen de verschillen nog enorm zijn.’ ‘De uitdagingen van bijvoorbeeld een vleesfabrikant kunnen heel anders liggen dan die voor een zuivelproducent. De graad van automatisering kan verschillen tussen sectoren, de levenscyclus kan anders zijn, de competitiviteit in een markt kan volledig anders liggen, … Het kan ook dat binnen een sector één bedrijf zich richt op kwaliteit, terwijl een ander eerder op prijs speelt. Ook dat leidt dan weer tot verschillen in de noden.’

‘Je levert geen machines meer, maar zekerheid aan je klant.’ Bart Demaegdt pikt in: ‘Een ander voorbeeld van dat verschil is de situatie tussen de chemie- en de automotive. Bij die laatste verandert het productieproces om de 5 à 7 jaar, waarbij alle technologie kan herbekeken worden. In de chemie worden de procesinstallaties ontworpen voor een levenscyclus van 30 à 40 jaar. Dan is het logisch dat die laatste enkel technologie zullen gebruiken die zijn waarde al een aantal jaren bewezen heeft. Hun kijk op digitalisering is dus compleet anders.’ ‘ER BESTAAT GEEN BESTELNUMMER VOOR EEN INDUSTRIE 4.0 FABRIEK’ Maar hoe kom je dan precies te weten wat er in uw specifieke situatie mogelijk is? Hoe ga je best te werk om dit te implementeren? Bart Demaegdt: ‘In zee gaan met een partner die de specifieke sector kent is een eerste stap. Deze partner zal je eerst grondig doorlichten om te zien waar het bedrijf staat op meerdere thema’s zoals data en security. Belangrijk in deze benadering is dat je uitgaat van je eigen situatie. Stel vervolgens concrete doelen voorop, dit zijn de KPI’s waarop je goed wil scoren: een snellere machine, hogere kwaliteit, betere energieefficiëntie. Focus op wat er momenteel echt mogelijk is. Maar tegelijkertijd moet je ook al een roadmap op langere termijn uittekenen, want als je in de beginfase de verkeerde weg inslaat kan dat later nefaste gevolgen hebben, omdat je bijvoorbeeld bepaalde modules niet meer kan toepassen door verkeerde keuzes uit het verleden.’ AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

‘De essentie blijft: hoe kun je het vandaag beter doen dan gisteren op de KPI’s (Key Performance Indicator) die je vooropstelde? Vervolgens bekijken we welke technieken je vandaag al kan inzetten om dat doel te bereiken. Dat zijn géén projecten met een looptijd van pakweg twee jaar, want tegen dan is de situatie weer helemaal veranderd.’ DIGITAL TWIN Bart Demaegdt: ‘Ondanks de geschetste verschillen tussen bedrijven kunnen we het digitalisatieverhaal opdelen in drie hoofdgroepen: hergebruik van data, virtuele simulatie ter validatie en het transformeren van data. Die drie groepen kun je in elke sector toepassen, weliswaar aangepast aan de situatie. Belangrijk is dat digitalisering niet verengd wordt tot één topic. Zo wordt Industrie 4.0 vaak gelijkgesteld met IIoT (Industrial Internet of Things). Maar dat laatste is maar een fractie daarvan. Wie alleen daarop focust, zal misschien enkele procenten winnen maar zal elders ongetwijfeld kansen laten liggen omdat hij niet het volledige digitale plaatje bekijkt.’ ‘De implementatie moet gebeuren over de volledige waardeketen. De zogenaamde ‘Digital Twin’ – een softwarematige identieke kopie van uw productieverloop – is hier een zeer belangrijk instrument, want die kan veel breder ingezet worden dan aangenomen wordt. Vaak wordt die enkel als designhulp bekeken, maar het concept kan tijdens de complete levenscyclus gebruikt worden. Zo kan de inbedrijfstelling sneller verlopen dankzij virtual commissioning, maar het kan verder ook ingezet worden bij operatortraining, foutzoeken, retrofitting en change management.’ ‘Simulatie op zich is geen nieuwe techniek, het bestaat al jaren. Wél nieuw is de interactie met automatisering. Het herinzetten van je data in een loop is hierbij de echte vooruitgang. Het gaat niet enkel om een model dat enkel in de virtuele wereld bestaat, het komt echt tot leven. Dankzij communicatie met de software van de controller en met de hardware kan je zo een zeer waarheidsgetrouw model creëren. De informatie zorgt ervoor dat het model zichzelf voortdurend verbetert.’ 9


‘Het concept vermijdt ook dat afdelingen naast elkaar werken. Het gebeurt nog veel dat productontwikkeling, IT, operations en maintenance als gescheiden disciplines worden bekeken en de data overhevelen aan de volgende discipline. Op de duur heb je meerdere versies en wordt er naast elkaar gewerkt. Met een Digital Twin en een centraal data management backbone (ook wel Digital Thread genoemd) is dat uitgesloten.’ SIMULATIE VAN COMPONENT TOT PLANT Bart Demaegdt: ‘Simulatie is een zeer krachtig instrument om een machine of zelfs compleet systeem te optimaliseren. Je kan bekijken of je componenten goed gedimensioneerd zijn, hoe het zit met je energie-efficiëntie, hoe de mechatronische componenten samenwerken, welke snelheid en output je mag verwachten, … Op systeemniveau kan je heel je productielijn en zelfs heel je plant in kaart te brengen. Stel dat je nadenkt over robotisering, dan kan je meteen de gevolgen zien als je in een productielijn twee robots plaatst. Of wat de impact is om ergens een persoon extra in te schakelen.’ ‘Een Digital Twin begint met het in kaart brengen van je eindpunt. Niet alles hoeft daarvoor gemodelleerd te worden, enkel wat relevant is om je eindpunt te bereiken. Eens dat doel bereikt is, kan je je richten op een nieuw probleem. Op de duur wordt je Digital Twin zo steeds verder afgestemd en steeds realistischer. Omdat alle actoren tegelijkertijd de wijzigingen zien, wordt er ook veel tijd uitgespaard. De automatiseringsingenieur kan meteen ingrijpen als er een wijziging in de mechanica doorgevoerd wordt die problemen kan opleveren. Als dat pas in de reële wereld zou vastgesteld worden, zou de kostprijs van de aanpassing een veelvoud zijn van wat dat kost in een virtuele setting. Eens je model geperfectioneerd is kan je het ook inzetten voor condition monitoring, want zodra iets in de reële wereld afwijkt van je Digital Twin gaan de alarmklokken luiden. Dat is net het grote verschil met pakweg 10 jaar geleden. Digitalisering zorgde ervoor dat een Digital Twin veel verder kan gaan dan enkel maar simulatie.’ VOORBEELD BIJ GSM ASSEMBLAGE ‘Een voorbeeld van deze manier van werken vinden we in deze toepassing, een machine die gsm’s assembleert. De bedieningsknoppen worden via twee assemblage robots erop geplaatst, het transport van de telefoons verloopt via het multicarrierprincipe van Festo. Deze 10

multicarrier bestaat uit meerdere karretjes die apart kunnen geïdentificeerd worden. Zo kunnen de producten die de karretjes vervoeren onderworpen worden aan specifieke behandelingen. Het resultaat is dat op één systeem toch zeer unieke producten kunnen geproduceerd worden. In dit geval was één van de vereisten van de klant een beperkte ‘time to market’. Daarom gebeurde de mechanische en elektrische engineering parallel naast elkaar. De mechanische ontwikkeling gebeurde in China, terwijl de softwareprogrammering tegelijkertijd in Duitsland plaats vond. De tools van vandaag -controllers, software, sensors- laten toe om de mechanische prestaties en het testen van de automatisering volledig in een virtuele omgeving te realiseren.’ ‘In dit geval zijn de robots geprogrammeerd via de PLC, zo wordt robotics verzoend met motion en safety. In een volgende toekomstige stap zouden de robots zelflerend kunnen gemaakt worden, waarbij ze op basis van de designtekeningen zélf op zoek gaan naar de best mogelijke manieren om hun taak uit te voeren. Die systemen komen er binnen afzienbare tijd ook aan, dus daar kan al rekening mee gehouden worden.’ Thierry Van Eeckhout: ‘We zullen stilaan een verschuiving zien in de relatie tussen bedrijven en hun automatiseringspartners. Ik geef het voorbeeld van een koekjesfabriek. Hun corebusiness is het valoriseren van het recept van hun product, niét het beheersen van de meest recente verpakkingstechnologie. De huidige manier van werken – de klant bestelt een machine, de machine wordt geleverd en de leverancier geeft nog een zekere tijd service – zal vervangen worden door een performance based systeem. Je levert geen machines meer, maar zekerheid aan je klant. En een Digital Twin kan daarbij een duidelijke meerwaarde bieden.’ https://www.siemens.com/businesses/be/nl/digitalfactory.htm

stap-voor-stap - Ga in zee met een automatiseringspartner die het complete plaatje ziet en aandacht heeft voor de specifieke eigenschappen van uw sector. - Stel uzelf de vraag wat u concreet meteen wil bereiken, maar denk ook aan de lange termijn. - Stel uzelf de vraag waar uw bedrijf staat qua maturiteit in concepten als veiligheid, data en cybersecurity. - Werk samen een concreet stappen-/integratieplan uit. - Communiceer open en duidelijk met het personeel. - Hou steeds het einddoel voor ogen.


DOSSIER DIGITALE OPLEIDING LAAT HART VAN MACHINE ZIEN

De deelnemer moet een virtuele reparatie uitvoeren aan een haperende tandwielkast.

In een digitale fabriek kan je met software volop productieprocessen simuleren, maar je kan ook uw opleiding(en) digitaliseren. Tijdens de duobeurs Maintenance / Pumps & Valves 2018 demonstreerde MGH hoe virtuele realiteit (VR) wordt ingezet om de werking van machines beter te leren kennen. Maintenance & Gears Heyvaert (MGH) is een bekend revisiebedrijf en tandwielspecialist, maar geeft ook opleidingen omtrent inspecties en onderhoud op tandwielkasten en reminstallaties op containerterminals. Het bedrijf maakt daarvoor gebruik van virtual reality. Zo moeten deelnemers met een VR-bril een ‘virtuele reparatie’ uitvoeren aan een haperende tandwielkast. ‘Als partner wil MGH zijn klanten ook helpen met opleidingen en een betere bewustwording van de kritische punten van tandwielkasten en remmen’, legt Harald Heyvaert uit. ‘Wij doen dit zowel intern bij klanten als extern voor alle geïnteresseerden. VR zorgt ervoor dat de opleiding aangenaam en leerrijk is. Door de virtuele ervaring kunnen de deelnemers zien wat er in een tandwielkast gebeurt. We gebruiken hiervoor een 3D-model van een tandwielkast die door ons op maat werd gemaakt voor de hijswerkkraan van een klant.’ ‘Voor bijna iedereen is de werking van zo’n tandwielkast

een ‘black box’, maar via VR kan je alle componenten zien en de werking ervaren’, vertelt Harald Heyvaert. ‘Condition monitoring geeft een signaal dat er een probleem is op een lager van een tussenas. Dan hebben we twee scenario’s uitgewerkt: de installatie wordt afgezet, het lagerdeksel losgemaakt, de bovencarter gedemonteerd en de versleten lager eruit gehaald en vervangen. Als blijkt dat de oorzaak van het probleem een vochtophoping is, dan kan er eventueel een MGH breather worden geplaatst. Ons tweede scenario is voor gevorderden, want in deze situatie gaan we naast de lager ook de as en het tandwiel vervangen.’ ‘In onze opleiding worden het doel en de opbouw van tandwielkasten beschreven, waarna we de meest voorkomende RCFA – root cause failure analysis – op tandwielkasten belichten om zo over te gaan tot preventief, predictief en pro-actief onderhoud. Samen met onze klanten willen we er immers voor zorgen dat er geen ongeplande stilstanden zijn ten gevolge van falende tandwielkasten. Je doet dit door een correcte en goede revisie, een opvolging door visuele inspectie en condition monitoring en de bewustwording hoe tandwielkasten functioneren, met RCFA gebaseerd op de specifieke sector van een klant’, besluit Harald Heyvaert. www.mgh.be

smart plastics

Voorkom ongeplande stilstandtijd

Bezoek ons: TIV Hardenberg – Hal 5 Stand 545 Bekijk de video "Industrie 4.0 – Preventief onderhoud" op igus.be/smartplastics B(NL)-1131-smart plastics 190x60M.indd 1

Industrie 4.0: slimme kunststoffen elimineren stilstandtijden. Intelligente producten geven tijdig een onderhoudswaarschuwing en kunnen in preventieve onderhoudswerkzaamheden geïntegreerd worden. Met hen verhoogd men de beschikbaarheid van installaties en onderhoudskosten verminderen. igus.be/smart-echain plastics for longer life

®

Tel. 03-330 13 60 info@igus.be 27.08.18 18:03


DIGITALISERING STIMULEERT ONTWIKKELING VIRTUELE SENSOREN Dat data onze industrie in een snel tempo veranderen, is een open deur intrappen. Het is zaak om de commerciële hypes te onderscheiden van de innovaties die wel een échte toegevoegde waarde betekenen. In die laatste categorie horen virtuele sensoren thuis. Op basis van data – en niet van een fysieke meting – zijn ze in staat om een eenheid te bepalen. Door innovaties in dataverwerking worden ze steeds performanter.

De meetkwaliteit van fysieke sensoren is niet altijd even consistent. Niet dat we hier naar de fabrikanten van die componenten een steen willen gooien, want over het algemeen is hun technologie prima geschikt om haar taak uit te voeren. Maar er zijn nu eenmaal omstandigheden waarin het niet evident, niet wenselijk of zelfs onmogelijk is om dat te doen: • De omstandigheden van de applicatie bemoeilijken een correcte meting. Soms zijn de omstandigheden van die aard (vervuiling, hitte, vocht,…) dat een fysieke sensor meteen stuk gaat of tot een onnauwkeurige meting leidt. Die omstandigheden doen zich voor in de voedingsnijverheid, metallurgie, chemie, papierindustrie … • Fysieke sensoren kunnen last hebben van lange meetvertragingen. Ze kunnen ook verkeerde metingen in de eerste minuten produceren na het opstarten. • Er zijn gevallen waarin enkel een destructieve meting mogelijk is met fysieke sensoren. Er moet met andere woorden beschadiging aangebracht worden aan het te meten stuk. • Er zijn grootheden die sowieso niet of moeilijk kunnen gemeten worden met een fysieke sensor.

De meetresultaten van een validatietest voor een virtuele krachtsensor uit de robotica. In het blauw staat de theoretisch berekende waarde, in het rood wat een reële sensor mat en in het groen het resultaat van de virtuele sensor. Ook in een tweede test lopen de resultaten gelijk. 12

• De meetresultaten moeten geanalyseerd worden door een labo. Het werken met externe partijen kan ook vertraging veroorzaken die u niet in de hand hebt. Bovendien kunnen de kosten snel oplopen. • De productie leidt vertraging door de meting, omdat ze niet verder kan voor de meetgegevens bekend zijn. • De meetsensor valt te duur uit in de applicatie. • Fysieke sensoren hebben onderhoud nodig. DATA ALS MEETBASIS In deze gevallen kan bekeken worden of een virtuele sensor (ook soft-, proxy- of surrogate sensor genoemd) ingeschakeld kan worden. Het virtuele slaat er in dit geval op dat er gewerkt wordt op basis van computermodellen die de output van een fysieke sensor voorspellen. Die computermodellen baseren zich daarvoor op andere data uit andere locaties in het proces. Die dataverzameling kan diverse vormen aannemen: metingen van andere sensoren (die wel probleemloos kunnen meten), machinedata, informatie uit databanken en historische data die met


DOSSIER behulp van machine learning worden omgevormd in het correct voorspellen van het verloop van de grootheid. Om al deze ruwe data geschikt te maken om tot een correcte inschatting te leiden is evenwel nog een getrapt proces nodig. Dat bestaat uit meerdere stappen: importeren, schoonmaken en filteren Het importeren betreft het verzamelen van alle relevante databases en deze geschikt maken voor verdere verwerking. Het schoonmaken en filteren is het corrigeren van fouten in de meetgegevens, zoals ontbrekende data en het elimineren van overbodige informatie, zoals ruis en outliers. Die laatste zijn meetwaardes die heel ver van de andere waardes liggen, waardoor ze een vertekend beeld geven van de werkelijkheid. Eens de databases klaar zijn voor gebruik kunnen verschillende soorten machine learning algoritmen op de data losgelaten worden om op basis hiervan computermodellen te ontwikkelen. Het valideren behelst dan tenslotte het aftoetsen of de meetdata volgens de modellen wel degelijk de realiteit weerspiegelen. Indien niet, kan het nodig zijn om de hele oefening te herwerken en eventuele factoren bij te voegen, weg te laten of te verfijnen. Zeer belangrijk – en weleens over het hoofd gezien – is te beseffen dat dit een continue proces is, ook al heeft het de validering doorstaan. Een productieproces evolueert voortdurend en die evoluties lijken ook steeds sneller te gaan en kan zich anders gaan gedragen dan op het moment dat de oorspronkelijke virtuele sensor gemaakt werd. Daarom kunnen de prestaties van de sensor beter voortdurend gemonitord worden. De resulterende meetwaarden kunnen gecommuniceerd worden met externe partijen, zoals bijvoorbeeld een PLC. Ook kan op basis van deze uitkomst een waarschuwing of rapportering geformuleerd worden via e-mailnotificatie of SMS. TWEE PRAKTIJKVOORBEELDEN 1. PAPIERSTERKTEMETING Een vaak gebruikte toepassing van virtuele sensoren is het vermijden van destructieve labotesten. Een papiersterktetest is hier een prima voorbeeld van. Om de papiersterkte te meten was in een bedrijf enkel een destructieve meting mogelijk, waarbij door geregelde bemonstering de sterkte telkens moet gecontroleerd worden. Via virtual sensing worden meerdere proceseigenschappen zoals onder andere de dikte van het papier, de loopsnelheid van de machine, de druk en temperatuur gemeten. Door deze data in een model te gieten, kan een benadering gemaakt worden van de sterkte die zou gemeten worden in het labo via een destructieve test. Door die resultaten ook nog eens te vergelijken met historische meetresultaten die onder dezelfde omstandigheden verkregen werden, kan zo een zeer accuraat resultaat behaald worden. Andere grootheden die in de papierindustrie gemeten kunnen worden zijn onder andere vochtgehalte, het gramgewicht en sterkte van het papier. AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

2. OLIETEMPERATUURMETING AANDRIJVING Bij aandrijvingen is een stijgende olietemperatuur één van de factoren die wijst op mogelijke problemen zoals te veel wrijving, overbelasting of uitlijningsproblemen. Er zijn evenwel heel wat applicaties waar heel wat aandrijvingen met beperkt vermogen ingezet worden op een beperkte ruimte. Denk bijvoorbeeld aan transportbanden in luchthavens. Al die aandrijvingen voorzien van sensoriek is prijstechnisch niet interessant, dus keken ingenieurs naar alternatieve oplossingen. Door gegevens vanuit de frequentieregelaar, zoals de geleverde stroom, de spanning en de snelheid samen te brengen kan de olietemperatuur op dat moment worden afgeleid. Bij de validatietests bleek de berekende olietemperatuur quasi gelijklopend te zijn met de reële temperatuurcurve. De moeilijkheid lag er hier in om de validatie rond te krijgen voor elk mogelijk belastingspatroon. AANDACHTSPUNTEN Het gebruik van data om een virtuele sensor te creëren is een zeer interessante evolutie, omdat het toelaat om grootheden te meten die met de traditionele sensoriek onmogelijk of moeilijk blijken na te gaan – zij het om financiële of technische redenen. Het proces is evenwel vatbaar voor enkele valkuilen. Alles begint met de kwaliteit van de dataset. Niet enkel moeten de juiste datasets geselecteerd worden, ook de inhoud moet kwalitatief in orde zijn. Een voorbeeld van een fout is dat men datasets gebruikt waarvan de samplingtijd (de tijdspanne waarin men een grootheid meet) te kort is om in te zetten voor uitspraken op langere termijn. De temperatuur van een pomp die buiten staat, zal mee variëren volgens de seizoenen. Als de sampletijd dan beperkt werd tot 1 maand, dan weet je dat het moeilijk wordt om uitspraken te doen over een langere periode. Een tweede valkuil is de kostprijs. Voor bepaalde applicaties kan het duurder uitvallen om een virtuele sensor te creëren. Bij de aandrijvingen uit het tweede voorbeeld wordt de kostprijs gedrukt omdat de producent ze op al haar aandrijvingen kan toepassen. Voor een stand-alone aandrijving wegen de ontwikkelingskosten misschien niet op tegen de kost van een traditionele sensor. 13


Ministers Hilde Crevits (Onderwijs) en Philippe Muyters (Werk) openen nieuwe T2-campus in Genk

‘DIGITAAL IS ONZE NIEUWE MOEDERTAAL’ De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) investeert zwaar in een state-of-the-art opleidingscentrum in Limburg. De T2-campus op de oude mijnterreinen van Waterschei wordt het nieuwe epicentrum waar werknemers gevormd worden voor een job in de ‘Factory of the Future.’ ‘We moeten meer investeren in levenslang leren’, zeggen Fons Leroy en André Jodogne.

Hoog bezoek in Genk op donderdag 30 augustus, want Vlaams minister Philippe Muyters (Werk) en diens collega Hilde Crevits (Onderwijs) openden op de oude Waterschei-mijnsite aan het Thor Park de gloednieuwe T2-campus. Minister Crevits feliciteerde alle betrokken partners en citeerde een uitspraak van Nelson Mandela: ‘Onderwijs is het machtigste wapen om de wereld mee te veranderen.’ De drie initiatiefnemers van de technologiecampus T2 (T2 staat voor Talent & Technologie) zijn VDAB Limburg, 14

SYNTRA-Limburg en Stad Genk. Ook de Vlaamse overheid, Europese fondsen en SALK (Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat) ondersteunen het project op de oude mijnsite. In totaal wordt 57 miljoen euro geïnvesteerd in de T2-campus. ‘Dit is de slimste 24.000 m² van België’, klinkt het trots. ‘T2-campus staat symbool voor hoe je werknemers van de toekomst kan vormen’, zeggen Fons Leroy en André Jodogne. Fons Leroy leidt sinds 2005 de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Hij is


OPENING T2-CAMPUS DOOR JEAN-CHARLES VERWAEST - BEELD MINE DALEMANS

auteur van een groot aantal artikels en boeken over arbeidsmarktbeleid, werkgelegenheid en werkloosheid. André Jodogne is voor de VDAB één van de drijvende krachten achter het opstarten van de T2-campus op de oude mijnterreinen. De unieke campus zal scholieren, studenten, werknemers, werkzoekenden en uiteraard ook ondernemers opleiden in de technologieën van de toekomst. ‘Hier gaan we de opleidingen voorzien voor de jobs van morgen’, legt André Jodogne uit. ‘InnovatHor’, lees je op zijn businesskaartje met een verwijzing naar de Thor site. ‘T2-campus zal geen klassiek onderwijs bieden, maar erg praktijkgerichte opleidingen in de nieuwste technologieën.’ Fons Leroy beaamt: ‘De campus moet eruitzien als een Fabriek van de Toekomst, en niet als een school.’ Volgens Leroy en Jodogne zal de digitalisering een impact hebben op alle beroepen, en in alle sectoren. ‘In de industrie van de toekomst zit iedereen in een transitie. We zullen werken in een co-botiserende relatie, een mens-machine relatie. Wanneer deze machines door artificiële intelligentie (AI) slimmer worden dan moet je voor een succesvolle samenwerking die taal ook verstaan. Net zoals we als kind Nederlands leren spreken en zinnen leren vormen, moeten we dit ook digitaal kunnen. In de Industrie 4.0 is digitaal onze nieuwe moedertaal’, aldus Fons Leroy. ‘Het onderwijs moet volop inzetten op 21ste-eeuwse competenties’, vindt de VDAB-baas. ‘Dat gaat over digitalisering en robotisering, omgaan met verandering, met diversiteit, … Dat heb je in elke job nodig. Onderwijs moet mensen wendbaar en weerbaar maken. Big Data, IoT, robotisering, … de werknemer van de toekomst zal veel technologische veranderingen meemaken.’ Fons Leroy waarschuwt dat het tekort aan technische beroepsprofielen op de Vlaamse arbeidsmarkt niet zal verminderen. ‘Algemeen zal de krapte aanhouden, op dit moment komen er voor elke 100 personen die met pensioen gaan, er slechts 82 nieuwe werknemers op onze arbeidsmarkt bij. We hebben hoogdringend mensen met technologische skills nodig.’ ‘Er is in Vlaanderen veel potentieel. Wij zijn hoog opgeleid, maar we moeten meer een Rode Duivels-ambitie tonen’, vinden Leroy en Jodogne.

met techniek. Voor jongeren van 11-14 jaar is er ook een kennismakingsprogramma en het derde echelon helpt de jeugd van 16-17 jaar een bewuste beroepskeuze te maken.’ De T2-campus maakt deel uit van het netwerk van VDAB-opleidingscentra, Er zijn er een zestigtal in Vlaanderen, maar Waterschei is nu de modernste. De VDAB is er verantwoordelijk voor de toeleiding van werkzoekenden naar de campus. Er is een dagelijkse capaciteit van 1.300 ‘trainees’ en die term wordt opzettelijk gebruikt omdat de doelgroep zo breed mogelijk is opgevat en er zo geen onderscheid wordt gemaakt tussen leerlingen, werkzoekenden en werknemers. Ook voor Patrick De Locht, business developer bij SYNTRA-Limburg en tevens ‘InnovatHor’ op T2, verloopt de samenwerking tussen de verschillende partners uitstekend. ‘Het idee voor de T2-campus is ontstaan vanuit de drie partners: VDAB, onderwijs en SYNTRA-Limburg. Elk was op zoek naar een grotere

Op de T2-campus zijn er 11 TECHlabs en 80 leslokalen. Fons Leroy: ‘Bekijk de campus als een technologisch Bobbejaanland! Het is zeker geen Bokrijk.’ (glimlacht) Hij zag een gelijkaardig project in Zuid-Korea, waar je op JobWorld, een hoogtechnologisch attractiepark – met onder meer Virtual Reality en Augmented Reality – alle beroepen kan uitoefenen. ‘Ze hebben in Zuid-Korea drie verschillende educatieve niveau’s. Kinderen vanaf 3 jaar komen in een belevingsruimte spelenderwijs in contact AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

15


lesruimte. Door onze krachten te bundelen konden we 1 grote mooie campus bouwen. SYNTRA groepeert hier nu de verschillende technologische afdelingen die er waren in Hasselt, Tongeren, Genk/Winterslag en Neerpelt. De technische sectoren elektro, energie, HVAC (heating, ventilation & air conditioning) en bouw worden in de T2-campus gecentraliseerd.’

‘Dit is dé ontmoetingsplaats in Vlaanderen tussen scholen en het bedrijfsleven.’ Op de nieuwe campus worden meer dan 350 TECHopleidingen georganiseerd. Dat gebeurt door ervaren trainers van zowel SYNTRA als VDAB. Er is ook zwaar geïnvesteerd in technische apparatuur. Zo kozen de partners voor een SMC SIF-400 trainingsmodule (zie kaderstuk) om alle Industrie 4.0 technologie te demonstreren. Voorts werd een smart grid trainingsinstallatie aangekocht van het Duitse techbedrijf Lucas-Nülle, is er een volledig uitgerust CNC-lab, een 3D metaalprinter van Sirris en stelde het sectorfonds van kunststofproducenten voor 1,3 miljoen euro aan diverse kunststofbewerkingsmachines ter beschikking. ‘Er zijn vier grote labs beneden: voor elektro (residentieel, industrieel en automatisering), new energy (koeltechnieken, warmtepompen, brandertechnieken, CV/sanitair), new materials (kunststofbewerkingstechieken in samenwerking 16

met PlastiQ, de sectororganisatie van de kunststofverwerkende nijverheid) en een lab bouw (metselen, vloeren, tegelen, dakwerken, BIM bouw en boven zijn er de labs ICT, gaming en foto-, videoen geluidsstudio’s’, legt Patrick De Locht uit. ‘Onze doelgroep is heel breed. Het gaat om jongeren die hier 2 of 3 dagen voltijds les volgen en de rest van de week leren op de werkplek, maar we hebben ook studenten met een volledige dagopleiding en werkzoekenden die gestuurd zijn door de VDAB of mensen die een carrièreswitch overwegen of willen bijscholen. Voorts zijn er onze trajecten in het avondonderwijs.’ Voor minister van Werk Philippe Muyters staat het vast dat dit unieke concept voor herhaling vatbaar is en dat in Roeselare eveneens een dergelijk opleidingscentrum zal worden uitgebouwd. ‘Dit is dé ontmoetingsplaats in Vlaanderen tussen scholen en het bedrijfsleven’, aldus collega Hilde Crevits. Patrick De Locht: ‘Wij gaan nu op zoek naar de TECHtalenten – heren én dames – die de capaciteiten – lees: talenten hebben – maar hier nooit of nauwelijks voor zijn opgeleid. We hebben diverse opleidingstrajecten uitgewerkt, gebaseerd op de vaardigheden die de markt vraagt. T2-campus zal in Limburg een grote meerwaarde bieden voor alle werkzoekenden of mensen die zich willen omscholen.’ www.vdab.be www.syntra-limburg.be www.t2-campus.be


SMC bundelt Industrie 4.0 in SIF-400 trainingsmodule SIF staat voor Smart Innovative Factory en 400 voor Industrie 4.0. De Japanse multinational SMC Pneumatics is wereldmarktleider op het gebied van pneumatica en investeert veel in R&D en de opleiding van jongeren. Het SIF-400 trainingssysteem van SMC omvat een slimme fabriek waar alle nieuwe technologieën aan bod komen: Industrial Internet of Things (IIoT), OPC UA, koppeling van webshop aan productie, robots, cobots en mobiele robots (AGV’s), cloud-toepassingen, MES & ERP beheerssysteem, RFID, preventief en predictief onderhoud, de koppeling van ICT naar industrie ... Concreet kan met de SIF-400 een productielijn worden opgezet met een keuze van producten via webshop, afvullen van houder, opslag van producten, labelen en markeren van houders, inpakken en stockeren van houders, afleveren van gewenste producten, recyclage en het beheer van de productie. De trainingsmodule heeft een brede doelgroep zoals onderhoudselektriciens, onderhoudsmecaniciens, technische operatoren, studenten en leerlingen in technische richtingen en werknemers en werkgevers uit de industrie. ‘SMC is wereldwijd een grote speler met veel expertise op het vlak van Industrie 4.0’, verklaart André

Jodogne de keuze van T2-campus voor het systeem van de Japanse pneumaticaspecialist. ‘SMC is ook de gangmaker van de Techtruck – een project met Siemens, FANUC en Sick – die in Vlaanderen scholen aandoet om leerlingen te laten kennismaken met de Factory of the Future.’ ‘De SIF-400 opstelling situeert zich ook op het niveau van onze leerlingen en werkzoekenden, andere proefopstellingen in de markt zijn meer op het niveau van professionele bachelors. Voorts is het voor ons cruciaal dat alle facetten van Industrie 4.0 in de opstelling aanwezig zijn. Ook de ondersteuning door SMC vinden we belangrijk. Het gaat echt om een begeleiding op maat.’ ‘Dat de SIF-400 kan gebruikt worden door verschillende mensen tegelijk is eveneens een pluspunt. Zelfs tot groepen van 20 personen kunnen deelnemen, maar gemiddeld zal de module gebruikt worden door 8 tot 10 personen per project. Dit totaalpakket maakt de SIF400 uniek. Het is niet evident om dit allemaal zelf te ontwikkelen – financieel en technisch – en daarom doen we graag een beroep op de expertise van SMC’, besluit André Jodogne. www.smctraining.com

Het paradepaardje van de T2campus: de SIF-400 van SMC. AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

17


Thor Park geeft Limburg economische boost

De campus moet een antwoord zijn op piekende vraag naar technisch geschoolde mensen op de arbeidsmarkt. ‘Er staan nu al 20 procent meer vacatures open dan een jaar geleden’, aldus Tinne Lommelen, directeur van VDAB Limburg. Ook Dirk Vanstipelen, directeur SYNTRA-Limburg beaamt: ‘Het aantal starters in de technologiesector neemt sterker toe in Limburg dan in de rest van het land. In 2017 was 38 procent van alle starters in Limburg een TECHstarter. De vraag naar technische beroepsprofielen is dan ook hoog.’

De gloednieuwe T2-campus maakt deel uit van Thor Park, een voormalige mijnsite die nu door de stad Genk wordt ontwikkeld tot een omvangrijk ontwikkelingsproject waar technologie, energie en innovatie centraal staan. Het technologiepark zal een oppervlakte van 93 hectare hebben. SALK, het plan dat Limburg na de sluiting van Ford Genk er bovenop moet helpen, ondersteunt het project. Voorts werken in Thor Park ruim 100 technologiebedrijfjes samen met SYNTRA, VDAB en de scholen.

Volgens de Genkse burgemeester Wim Dries – zelf van opleiding bachelor Elektronica – wordt de T2campus de motor van het hele Thor Park. ’Dit brengt een nieuwe dynamiek in onze stad. Wij zetten met Genk sterk in op techniek en technologie en vormen hier arbeidsklare krachten. We doen dit voor de jongeren van Genk, want we versterken hiermee onze scholen. Deze campus zorgt ook voor een cross-over tussen studenten en ondernemerschap, dat is goed voor hun attitude en onze economie.’ Op termijn moet Thor Park werk bieden aan zo’n zevenduizend mensen. Dat is dubbel zoveel als er in de mijn van Waterschei aan de slag waren vlak voor die in 1987 werd gesloten.

powerful motion

Drive and Motion Technologies

®

Dana Off-Highway brengt u verder Als totaalleverancier van custom-made transmissiesystemen, ontwerpt en produceert Dana SAC Benelux een compleet assortiment van zowel mechanische transmissies, hydraulische en elektrische Brevini componenten als ook de kwaliteitsaandrijfsystemen van Spicer. Door de integratie van de diverse technologieën en toepassingen, zorgen wij voor de krachtige beweging die u verder brengt. Dana SAC Benelux +31 172 42 80 80 | benelux@dana.com | www.dana-sac-benelux.nl


Motors | Automation | Energy | Transmission & Distribution | Coatings

MGH HOUDT UW AANDRIJVINGEN IN TOPCONDITIE! MGH HOUDT UW AANDRIJVINGEN IN TOPCONDITIE!

A DRIVE SOLUTION FOR EVERY APPLICATION

MGH is de partner die de industrie draaiende houdt dankzij haar merkonafhankelijke totaaloplossingen MGH is de partner die de industrie draaiende houdt voor zware elektromechanische aandrijfgroepen! dankzij haar merkonafhankelijke totaaloplossingen voor zware elektromechanische aandrijfgroepen!

Maintenance Beurs Antwerpen 21-22/03 Bezoek ons op stand D3000 Welcome Area – Code 10093 Maintenance Beurs Antwerpen 21-22/03 Herstel een tandwielkast in onze MGH Virtual Repair shop Bezoek ons op stand D3000 Welcome Area – Code 10093 Herstel een tandwielkast in onze MGH Virtual Repair shop Servicecenter Antwerpen ServicecenterMachelen Machelen & & Antwerpen TelT.24/7: +32 (0)2 (0)2753 75300004040 24/7: +32 Servicecenter Machelen & Antwerpen info@MGH.be www.MGH.be info@MGH.be -- www.MGH.be

Tel 24/7: +32 (0)2 753 00 40 info@MGH.be - www.MGH.be

Maak van uw vertalingen een krachtige troef WEG Variable Speed Drives High performance, energy efficient solutions when speed variation is required for threephase induction motors. From mini and mico drives through to industrial general purpose drives and those designed specifically for HVAC applications. WEG has a variable speed drive for every application.

Uw technische documentatie is onlosmakelijk verbonden met uw product. Ze staat garant voor een optimaal en veilig gebruik. Internationale richtlijnen verplichten u deze documentatie voortdurend bij te werken. Daarom kiest u het best voor een betrouwbare partner die weet wat er voor u op het spel staat. Tradas helpt u graag verder. • • •

30 jaar expertise Meertalig projectmanagement Geavanceerd vertaalproces (coherent terminologiebeheer, kostenbesparing, dtp voor al uw publicaties, gevoelig ingekorte leveringstermijnen)

Neem contact op met Tradas, met de vermelding “kennismakingsaanbod Automation Magazine”. U geniet van een uitzonderlijke korting van 10% op uw eerste vertaalproject. Tradas nv

T.a.v. mevrouw Krista Suys, Customer Service Director Marcel Thirylaan 79 - 1200 Brussel - Tel. +32 2 340 94 50

For more information: 067 88 84 20 or www.weg.net

kennismaken@tradas.com • www.tradas.com

Language solutions


HOE EEN PROFESSOR HET INTERNET OF THINGS AAN ZIJN STUDENTEN UITLEGT Prof. dr. Thomas Pospiech, docent productie en procesmanagement aan de Heilbronn University of Applied Sciences in Duitsland, vertelt over de ‘IoT-box’ die hij heeft ontwikkeld om studenten die het college automatiseringstechniek volgen een praktische inleiding te geven op het Internet of Things (IoT).

meer genoeg is. Je hebt meerdere CPU’s nodig. En die hebben OPC UA nodig om met elkaar te kunnen communiceren. Dat is het eerste. Daarnaast zijn er de netwerkverbindingen met de bovenliggende systemen (MES-niveau, ERP-niveau etc.). Met OPC UA kun je het veldniveau verbinden met SAP (of een cloud) en kun je de verschillende controllers met elkaar verbinden.’

Professor Pospiech, hoe is het idee voor de IoT-box ontstaan? ‘Een andere professor benaderde me met het idee om een lezingenreeks te beginnen over het onderwerp Industry 4.0. Ik heb toen besloten me te concentreren op IoT- en bussystemen binnen de industriële praktijk, met deze vraag in gedachten: wat kan ik direct in een collegezaal aan de studenten uitleggen? En vooral: wat kan ik laten zien! IoT betekent letterlijk ‘Internet der dingen’ en daarom was mijn doel om elk elektrisch ‘ding’ op internet te zetten, zelfs een eenvoudige gloeilamp. Dit leidde tot het idee om heel wat componenten samen in een kleine ruimte te brengen. Om deze onderdelen IoT in een draagbare doos (‘box’) te kunnen illustreren, dan is Open Platform Communications Unified Architecture (OPC UA) onvermijdelijk. Daarom ging ik er meer gedetailleerd naar kijken: welke PLC van welke fabrikant werkt met OPC UA? Maar ook: hoe werkt de inbedrijfstelling in de praktijk? Ik heb niet de tijd om anderhalf uur te besteden aan het configureren van het systeem. Ik moet binnen 15 minuten aan iemand kunnen overbrengen welke parameters moeten worden ingesteld en daarna moet het werken.’

Industrieel Ethernet bestaat al met verschillende vaste standaarden. Waarom heb ik dan ook OPC UA nodig? ‘OPC UA werkt ook als communicatieprotocol op de bestaande Ethernet-hardware. Het wordt echter vooral gebruikt om controllers met elkaar en met het pc-niveau te verbinden. Het mag daarom niet worden verward met protocollen zoals Profinet, Powerlink enz., die vooral zijn bedoeld om actuatoren binnen microseconden aan te sturen. Op dit moment kan OPC UA dit niet. Met de aanstaande uitbreiding naar OPC UA TSN, die hopelijk beschikbaar is over ongeveer een jaar of twee, wordt het dan ook mogelijk om stations in realtime aan te sturen.’

Huidige productiemachines zijn zo flexibel en leveren zulke hoge prestaties dat één controller alleen niet

Prof. Thomas Pospiech (midden) en zijn IoT ‘out-of-the’-box: studenten werken met de box en doen hiermee ervaring op met het IoT. 20

Dan komen we nu terecht bij MQTT. Wat was de reden voor de integratie? ‘Dat is een totaal andere wereld. Het komt eigenlijk voort uit berichtenservices zoals Twitter. Het doel is om gegevens of informatie snel over te brengen naar ergens anders, zonder een grote protocoloverhead. OPC UA, bijvoorbeeld, heeft een vrij grote overhead met beveiligingsmechanismen, objecten etc. MQTT gaat helemaal over de inhoud van het bericht, dat wil zeggen over de individuele waarden. Waar het bericht wordt gemaakt, daar heb ik geen krachtige CPU nodig. Die kan een batterijback-up hebben. Een sensor verzendt bijvoorbeeld individuele waarden naar een broker


CASE STUDY IOT (een centrale ontvanger), die vervolgens de berichten herverdeelt naar de ‘belanghebbende partijen’. De functionaliteit en topologie van MQTT zijn volledig anders dan die van bijvoorbeeld OPC UA. Het voordeel is dat als ik ergens een sensor heb en ben geïnteresseerd in de waarden ervan, ik geen kabels hoef te leggen en geen krachtige CPU nodig heb. In plaats daarvan kan ik eenvoudig de gegevens via het mobiele netwerk naar mij laten verzenden. Ik verwacht dat binnen een paar jaar sensorfabrikanten MQTT of een soortgelijke functionaliteit standaard in de sensormodule inbouwen.’ Een andere component en gebruikersinterface die u in de box hebt opgenomen is Alexa, de EchoDot van Amazon. ‘Ja, Alexa, mijn vriendin (lacht). Het is gewoon een manier om het voor studenten gemakkelijker te maken de complexiteit van het hele ding te begrijpen en hen een beetje te motiveren. Het voordeel is dat de spraakherkenning erg goed is. Ik gebruik Alexa daarom om uit te leggen aan studenten hoe gegevens worden gegenereerd, hoe die hun weg vinden van de sensor naar de cloud en wat ermee kan worden gedaan - big data, voorspellend onderhoud enz… Het hele ding werkt als volgt: bijvoorbeeld een temperatuursensor is gekoppeld aan de Omron-controller. Met MQTT stuur ik dan de huidige temperatuurwaarde naar de cloud, om de seconde. Nu zijn de gegevens beschikbaar in een Excel-spreadsheet of een database. Maar als Alexa mijn vraag over de huidige temperatuur moet kunnen beantwoorden, moet ik een vaardigheid in de cloud programmeren. Die vaardigheid bestaat niet als zodanig en kan nergens worden gekocht of gedownload. Dan heb ik dus studenten al gemotiveerd om de gegevens in de cloud beter te bekijken en te bedenken hoe deze kunnen worden overgedragen naar Alexa.’ ‘Industry 4.0 betekent ook dat automatiseringstechnologie en informatietechnologie met elkaar worden gecombineerd. Eerst moet de OmronCPU toegang hebben tot de gegevens — dit is nog grotendeels automatisering. Als Alexa die gegevens echter moet kunnen interpreteren, heb ik heel andere programmeertalen en heel andere achtergrondkennis nodig. Dankzij de mogelijkheid om Alexa te programmeren om de gegevens uit de cloud of rechtstreeks van de Omron-controller via MQTT op te halen, kan ik studenten met beide werelden laten kennismaken. Dit werkt zo goed dat ik me afvraag of er in de toekomst industriële toepassingen met deze technologie zullen zijn. Je moet gewoon open zijn en je oogkleppen afdoen. Natuurlijk mogen de beveiliging van gegevens en informatie niet worden genegeerd. Door het samenvoegen van automatiserings- en informatietechnologie en de daaruit voortvloeiende mogelijkheden, raakt de klassieke automatiseringspiramide steeds meer vervormd.’ Wat betekent volgens u deze verandering voor fabrikanten zoals Omron? ‘Ik volg de Programmable Logic Controller-markt al AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

Detail van de box: comwpact en krachtig: de multifunctionele 64-assige machinecontroller NJ501 van Omron. Controller, motion control, robotica, MQTT en OPC/UA zijn allemaal inbegrepen.

jaren, ongeveer vanaf de eeuwwisseling. Bijna elk jaar verbeteren leveranciers de prestaties van hun controllers en dat zie je terug in de mogelijkheden om zeer complexe functionaliteiten en toepassingen te realiseren, jaar na jaar. De truc is nu dat de ontwikkelomgeving (wat het werkinstrument van de automatiseringsingenieur is) deze complexe functionaliteiten transparant en zo eenvoudig mogelijk moet reproduceren voor een efficiënte (en voor de industrie economische) implementatie. Er zijn systemen waarvan ik de procedure voor de juiste implementatie gewoon niet kan begrijpen, en dan heb ik een probleem.’ ‘Als wij ons nu voorstellen dat als gevolg van Industry 4.0 nieuwe functionaliteiten of functionaliteiten die niet eigen zijn aan de automatiseringstechnologie, worden toegevoegd aan de IT-wereld, dan wordt de situatie er waarschijnlijk niet beter op. Industry 4.0 zal erg kostbaar worden omdat arbeidsuren voor industriële projecten beperkt en duur zijn. Omron is een van de leveranciers die de integratie van geavanceerde functies zoals MQTT verkennen. En vooral in termen van bruikbaarheid ben ik positief over Omron: de Sysmac Studioontwikkelomgeving is zeer intuïtief, zodat ik de gewenste functies zonder al te veel inspanning kan uitvoeren.’ Hoe is de IoT-box ontvangen door de studenten? ‘De box is er nog niet zo lang, feitelijk pas sinds één semester. Maar ik kan u een klein succesverhaal vertellen. Na een lezing hebben acht studenten mij op eigen initiatief benaderd en me gevraagd of we het onderwerp privé buiten de universiteit verder konden uitdiepen. Dat is iets wat zelden gebeurt. Ze vonden het zo leuk dat we een werkgroep hebben opgericht die nog steeds loopt. Wij komen ten minste eenmaal per twee weken bijeen om ideeën uit te wisselen, samen kleine modules te bouwen enz… Voor mij is dit het grootste bewijs dat ik de belangstelling van studenten in de IoT-box heb gewekt.’ 21


‘COMPUTER CRASH’ WAARSCHUWT VOOR TE GROOT VERTROUWEN IN TECHNIEK EN AUTOMATISERING Passagiersvliegtuigen zullen in de toekomst geen beroep meer doen op een co-piloot. Dankzij de vooruitgang die op technologisch vlak wordt geboekt zal straks één enkele piloot in de cockpit volstaan om de veiligheid van het vliegtuig te waarborgen. Zo willen vliegtuigmaatschappijen het globale pilotentekort opvangen en de ticketprijs laag houden. Maar hoeveel vertrouwen mogen we hebben in onze technologie? verklaringen dat “de piloten te hoog gevlogen waren” klonken raar. Het wekte mijn interesse’, vertelt Tom Dieusaert.

In een digitale fabriek zijn het producten, maar in de vliegtuigsector worden er mensenlevens toevertrouwd aan de computer. Momenteel vliegen toestellen al 95 procent van de tijd op de autopiloot. Wanneer passagiers na een geslaagde landing applaudisseren, doen ze dat meestal voor een computer. In de toekomst zullen er waarschijnlijk onbemande toestellen volgen, die volautomatisch vliegen en van op de grond worden bestuurd. Journalist Tom Dieusaert las enkele artikelen over de crash met de Airbus 330 van Air France in 2009 en wilde weten wat er nu juist gebeurd was. Het inspireerde hem voor het schrijven van zijn nieuwe boek ‘Computer Crash.’ ‘Men sprak van een “stall” en bevroren snelheidsmeters en dat waren begrippen die ik als leek in de luchtvaart niet goed snapte. Want hoe kon een gesofisticeerd vliegtuig zomaar uit de lucht vallen? De 22

‘Toen ik via via hoorde dat er een probleem was met de automatisering wist ik dat er hier een interessant journalistiek thema inzat, omdat ik er nog niets eerder over had gelezen. De toenemende automatisering en de risico’s hiervan is een onderwerp dat alleen maar actueler zal worden in de toekomst. Het viel me achteraf wel op, dat het thema van mens versus machine ook al aanwezig was in mijn vorig boek ‘De laatste rit van de kever.’ Dat was een reisverhaal in een oude auto die nog volledig mechanisch was en manipuleerbaar, dit in tegenstelling tot de moderne machines die computergestuurd zijn en waar de mens geen impact meer op heeft.’ Is het vertrouwen dat de mens in techniek heeft niet te groot? ‘Wat mij interesseert is de verhouding tussen de vooruitgang van de technologie en de verbetering van de levenskwaliteit, want dat is toch waar het uiteindelijk om draait. Op zich is technologie neutraal maar men moet kijken hoe en door wie die gebruikt wordt. Als je kijkt naar de luchtvaart, die sector is ongelooflijk gegroeid en je ziet hoe enkele captains of industry daar op inspelen, een low-cost maatschappij uit de grond stampen en miljarden verdienen, maar helaas de ecologische kost niet betalen. Anderzijds zie je ook dat door de massificatie van het vliegen, de automatisering belangrijker wordt. Voor bijvoorbeeld Ryanair zou het veel beter zijn om onbemande vliegtuigen te hebben dan te investeren in lastige piloten die staken. Ofwel ga je een half miljoen


INTERVIEW extra piloten opleiden het komende decennium ofwel ga je meer automatiseren. Maar als je te ver automatiseert bestaat de kans dat je de controle verliest. Samenvattend denk ik dat het probleem niet is dat de techniek het zal laten afweten, maar dat we er de controle over gaan verliezen. Een beetje zoals in de Sci-Fi novels. Of zoals in de cockpit van de fatale Air France vlucht waar men zich afvroeg: Wat is de machine aan het doen?’ Zie je nog andere sectoren waar dit gevaar groot is? ‘De gebruiker zal altijd voor het gemak en de kost kiezen. Als iets betaalbaar wordt – ik denk aan een zelfrijdende auto – zullen de mensen dat kopen. Na een initiële leerfase, zoals nu gebeurt met de crashes van Tesla’s wegens een onbetrouwbare automatische piloot, zullen deze machine’s beter en beter worden en we zullen uiteindelijk tot minder ongelukken komen dan vandaag op onze wegen. Het verkeer zal relatief veiliger worden maar er zullen accidenten plaatsvinden die te wijten zijn aan vastlopende computers. Het valt te bezien of de producenten van deze voertuigen ook de fouten gaan toegeven of ze gaan afwentelen op de operators.’ Denk je nu tweemaal na vooraleer je zelf het vliegtuig neemt? ‘Een piloot van een Boeing 777 vertelde me onlangs dat de mens twee grote angsten heeft: in een vliegtuig stappen en in het openbaar spreken. Er is inderdaad iets onnatuurlijks aan in die cabine te stappen en alle controle aan een ander over te laten. Ik denk dat iedereen wel min of meer een beetje vliegangst heeft. Maar hoe meer je vliegt en hoe meer je er over leest, hoe meer je begrijpt hoe dat een vliegtuig vliegt, hoe normaler dit wordt. Zelfs als er iets misgaat zijn er nog allemaal protocols aan boord om veilig te landen.’

‘Ik ben zelf door een vriend onlangs een paar keer uitgenodigd om met een klein sportvliegtuigje te gaan vliegen en dat is toch een heel andere ervaring. Wat ik heel positief vond is dat je een veel beter zich hebt rondom je. Een grappige anekdote is dat we te laat terugvlogen naar de basis en dat het al bijna donker was en het vliegtuig niet op instrumenten (maar op zicht) kon landen. Het was valavond en de piste was minder zichtbaar. Maar goed, de piloot had er alle vertrouwen in en dat is toch fundamenteel. Je gaat er van uit dat de man/vrouw achter de knoppen weet wat die aan het doen is en een plan B heeft. Ik kan me voorstellen dat vele mensen van onze generatie dat vertrouwen in een computer niet hebben.’ Wat moet er uit uw boek worden geleerd? Hoe kan je herhaling voorkomen? ‘Dat staat in het laatste hoofdstuk van het boek. We zitten nu in een overgangsfase van manuele luchtvaart naar automatische onbemande vlucht en het nadeel is dat vele piloten niet meer bedreven zijn om het commando over te nemen. Plus ze hebben ook een te groot geloof in de automatisering. Ze “denken” niet meer. Loss of situational awareness heet dat. Daar zijn een paar voorbeelden van zoals het accident van Asiana in San Francisco, Emirates in Dubai of Turkish Airlines in Amsterdam. De enige oplossing is een betere training en meer supervisie van de autoriteiten. Het publiek zou ook mogen op de hoogte gesteld worden van deze nadelige evolutie voor de veiligheid. Maar het is toch iets wat ik gemerkt heb met mijn boek: veel mensen zien vliegen als een magisch gebeuren en zeggen: al die details die wil ik liever allemaal niet weten.’ Tom Dieusaert, ‘Computer Crash – Wanneer boordtechnologie faalt.’ Bitbook Uitgeverij (www.bitbook.be) ISBN 978 9 082 75771 2

De cockpit van een Airbus A319 van de Europese vliegtuigbouwer Airbus.

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

23


We help move man’s most marvellous machines

Detecteren. Inschakelen. Rapporteren. Tellen. Controleren. Dit is onze nieuwste technische ontwikkeling: de M / 50-eindschakelaar met IO-Link-mogelijkheid. Een solid-state magnetische schakelaar die voldoet aan IEC 61131-9 en die zonder beperking werkt met alle Norgren IMI-actuators. Met zijn statusbewaking, twee LED’s en een 5 m lange kabel (of optionele M8-connector) is hij ingenieus veelzijdig. Een slimmere en eenvoudigere oplossing om uw bewegende machines van begin tot eind onder controle te houden.

Engineering GREAT Solutions

Stel je eens voor wat we nog meer voor je kunnen doen ... Bezoek: www.mostmarvellousmachines.com

SYSTEM INTEGRATION LIFE SCIENCES

Hydraulics System integration Power units Repairs/Overhaul Maintenance contracts Oil management Accumulators Pneumatics

MOBILE OFF ROAD

OIL & GAS

CHEMICALS & PETROCHEMICALS FILTRATION

TRANSPORTATION

Boterhamvaartweg 2 2030 Antwerpen service.hydro@hydro.be T. +32 3 546 40 80 www.hydro.be

Ontdek ons breed gamma producten en systeemoplossingen: 9 technologiëen vanuit één leverancier!

www.parker.com/be

The added value to Hydraulics/Pneumatics INDUSTRIAL

MARITIME RENEWABLE ENERGY

PARKERSTORE DISTRIBUTION


SUPERNOVA

EERSTE EDITIE VAN TECHFESTIVAL SUPERNOVA

In Antwerpen kan je van 27 tot 30 september de eerste vliegende auto ter wereld bewonderen. Initiatiefnemers Jürgen Ingels en Pascal Cools lanceren in de Scheldestad het nieuwe technologiefestival SuperNova. Het hele Antwerpse Eilandje, van het Felix Pakhuis en het MAS tot aan de Waagnatie, zal in het teken staan van de nieuwste technologieën. Jürgen Ingels is de bekendste techondernemer van ons land. Na de succesvolle verkoop van zijn internetbetalingssysteem Clear2Pay besloot Ingels zijn geld te investeren in jonge techbedrijven. Pascal Cools leidt Flanders DC (Flanders District of Creativity) een vzw die in opdracht van de Vlaamse overheid creatieve ondernemers ondersteunt. Inspiratie voor het SuperNova event komt uit het buitenland waar je bijvoorbeeld in Austin (Texas) het populaire start-up festival South by Southwest hebt. Voorts is er Slush in het Finse Helsinki en de Web Summit, eerst vijf keer in Dublin en sedert 2016 in Lissabon, goed voor zo’n 70.000 deelnemers. Op de nieuwe SuperNova Tech Fair in Antwerpen demonstreren bijna honderd bedrijven de recentste evoluties op het gebied van artificiële intelligentie (AI), big data en machine learning, gezondheid, gaming, industrial internet and Internet of Things. Je kan tijdens SuperNova uw eigen robot programmeren, VR voor chirurgie ervaren, een 3D printout van jezelf laten maken … De bekendste gastsprekers op het conferentie gedeelte van het festival zijn futuroloog Ray Kurzweil, Biz Stone (medestichter van Twitter, Medium en Jelly), marketinggoeroe Seth Godin, neurowetenschapster Vivianne Ming en Philip Inghelbrecht, stichter van Shazam. SuperNova legt de nadruk op contacten tussen investeerders en scale-ups, veelbelovende techbedrijven die na vijf jaar een mooie omzet draaien maar groeigeld nodig hebben. Jürgen Ingels: ‘Doel is grote investeringsfondsen aantrekken en een ecosysteem uitbouwen van alle spelers in die digitale wereld, zodat AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

ze elkaar leren kennen en kunnen versterken. Zakendoen vandaag is samen dingen realiseren. We willen een techcommunity samenbrengen en zo een multiplicator effect krijgen.’ De nieuwe economie is volgens Ingels en Cools samenwerken: met uw klanten, leveranciers, … Ja, zelfs met uw concurrenten. Pascal Cools: ‘Co-creatie is een belangrijke manier om onze regio op de kaart te zetten. We weten nu al dat 99 procent van de nieuwe technologieën niet in Vlaanderen zal worden ontwikkeld, daarom moeten we ons inschakelen in wereldwijde netwerken en zo meerwaarde leveren.’ Op donderdag 27 en vrijdag 28 september 2018 is het SuperNova event er voor de professional, op zaterdag 29 en zondag 30 september kan het grote publiek gratis deelnemen aan het festival. ‘We willen aan het grote publiek tonen wat er in Vlaanderen leeft op het vlak van innovatie’, klinkt het. SuperNova is tijdens het weekend gratis toegankelijk. Je ziet er de eerste vliegende auto ter wereld, je kan een ritje maken in een zelfrijdende bus, er is een havenpaviljoen van 30 op 30 meter dat op dok zal drijven met een 360° film van de haven van de toekomst, je bezoekt er de supermarkt van de toekomst, er is kleding uit materiaal dat je nooit moet wassen, je ziet robots, cobots en drones. In totaal zijn er 120 verschillende demo’s. Tijdens SuperNova is er ook een jobprogramma. Vacatures bij techbedrijven in België zijn moeilijk in te vullen door een tekort aan software-ingenieurs. Ons land heeft tegen 2020 nood aan 7.000 data-specialisten. ‘We willen jongeren inspireren en laten zien wat je met technologie kan doen. Alles digitaliseert. We staan nog maar aan de start van die nieuwe wereld. Ook voor 40 – 50 jarigen die zich willen heroriënteren. Twee jaar in een digitaal bad en je kan aansluiting vinden.’, aldus Jürgen Ingels. Techfestival SuperNova, 27 tot 30 september 2018, Eilandje – Antwerpen. www.supernovafest.eu 25


AGORIA

TECHNOLOGISCHE INDUSTRIE BLIJFT ZWAAR INVESTEREN De vraag naar nieuwe uitrusting blijft groot in de technologische industrie. Dit wordt verklaard door de aanhoudende groei van de bedrijvigheid en de vooruitzichten voor 2018 die gunstig blijven. Daardoor zouden de investeringen in onze sectoren opnieuw oplopen tot 4,2 miljard euro, waarmee het recordniveau van 2017 zou worden geëvenaard. GUNSTIG INVESTERINGSKLIMAAT De omzet van de technologische industrie is aan het begin van het jaar blijven klimmen. In het eerste kwartaal lieten de meeste sectoren een stijging optekenen die vergelijkbaar is met hun gemiddelde in 2017. De ondernemingen blijven ook gunstig gestemd over hun conjunctuur. Bijgevolg blijft de benuttingsgraad van de bestaande uitrusting op een hoog peil, net zoals de behoefte aan nieuwe capaciteit.

In de metaal excl. staalindustrie en de sector metaalproducten zouden de investeringen daarentegen met 1% à 2% teruglopen. In de automobiel ten slotte veroorzaakt de voltooiing van verschillende grote plannen een terugval van zo’n 14%.

Tabel: Investeringen in de technologische industrie

(materieel & immaterieel, excl. R&D; mio euro; btw-gegevens)

CONSOLIDATIE OP HET RECORDNIVEAU VAN 2017 In die context, en op basis van de jongste najaars- en voorjaarsenquête van de NBB en Agoria, verwachten we dat de investeringen van de technologische industrie zullen consolideren op 4,271 miljard euro, d.i. het peil dat in 2017 werd bereikt. In de sectoren ICT-diensten, elektro, machinebouw en telecom zouden de investeringen 2% tot 5% hoger uitkomen dan in 2017.

Contact Alain Wayenberg, Business Group Leader Industrial Automation, alain.wayenberg@agoria.be, www.agoria.be

Workshop IO-Link, De sleutel naar de toekomst op 20 september Antwerpen

wereldwijd beschikbaar als internationale standaard volgens IEC 61131-9. Sindsdien is het aantal bedrijven dat de keuze maakte voor IO-Link snel toegenomen

IO-Link Group Belgium en Agoria organiseert op 20 september 2018 de eerste Nederlandstalige editie van een reeks van workshops rond de IO-Link Technologie. Op een halve dag komt u alles te weten over de voordelen, de implementatie en de kracht van de IO-Link technologie die het antwoord is van de sensor en actuator leveranciers op industrie 4.0 en je productie een nieuwe boost geeft. Naast een theoretische uiteenzetting kan u ook in live-demo’s alles over IO-Link ontdekken. WAT IS IO-LINK?

IO-Link is een fabrikant-onafhankelijke, Point-toPoint interface voor de aansluiting van actuatoren en sensoren. Het is geen busverbinding, maar een veldbus-onafhankelijk communicatiesysteem dat eenvoudig te integreren is in elk gangbaar bussysteem. Sinds september 2013 is IO-Link

26

Grijp dus nu je kans om op één namiddag om alles over de vernieuwende IO-link technologie te ontdekken en in details te begrijpen. Eén namiddag waar je de 14 belangrijkste IO-Link leveranciers kan ontmoeten. Eén namiddag om te weten te komen hoe u uw voordeel kan doen door deze IO-Link technologie vandaag reeds te gebruiken en in te zetten en zo automatisch uw bedrijf klaar te maken voor de toekomst. BluePoint Antwerpen, Filip Williotstraat 9, 2600 Berchem - T +32 (0)3 280 45 11 INSCHRIJVEN: https://www.io-link.be/events/registreer/workshopsio-link-de-sleutel-naar-de-toekomst


INDUMOTION

NIEUW BESTUUR De beroepsorganisatie InduMotion heeft voor de volgende twee jaar een nieuw bestuur gekozen. De leden brachten een bezoek aan brouwerij Palm in Steenhuffel. Tijdens de ledenvergadering van InduMotion werd een nieuwe raad van bestuur gekozen. De bestuursleden Jeroen Dieusaert (Bosch Rexroth) en Geert Heyvaert (MGH) stelden zich niet meer verkiesbaar en werden voor hun inzet door voorzitter Hugues Maes gehuldigd. Het nieuwe bestuur bestaat uit (in alfabetische volgorde): Vincent De Cooman (Wittenstein), Marcel De Winter (Service Hydro), Hugues Maes (SMC Pneumatics), Guy Mertens (Act in Time), Luc Roelandt (Stromag), Bart Vanhaverbeke (Voith Turbo) en Jo Verstraeten (Festo). OPROEP VOOR INDUMATION Organisator Karl D’haveloose van de tweejaarlijkse INDUMATION beurs - de vijfde editie wordt gehouden van 6 tot 8 februari 2019 in Kortrijk Xpo - hield tijdens de ledenvergadering een uiteenzetting over het nieuwe thema ‘Connectivator’ (connect, integrate, innovate) van de beurs. Karl D’haveloose stelde een interessante formule met een InduMotion groepsstand voor. De volgende vergadering van InduMotion is de jaarlijkse ‘Automation Day’ en gaat door op 3 oktober in het Antwerpse Havenhuis. www.indumotion.be

Innovatiecongres GO! en Siemens

Op vrijdag 12 oktober 2018 kom je hier bij Siemens in Huizingen meer over te weten. In een uitdagende keynote schetst Bart Demaegdt, Digitalization Technology Manager Siemens een beeld van wat ons de komende jaren nog te wachten staat. Daarna kan je in een aantal workshops meer te weten komen hoe we dit vertalen naar het onderwijs van nu.

Alles voor uw Assemblage Automatisatie Meer dan 10 000 onderdelen. NIEUW: het 24 V mechatronica programma. schunk.com/equipped-by

Wil je meer weten over wat de toekomst nog in petto heeft en hoe jij je leerlingen hierop kan voorbereiden? Schrijf dan zeker in! De doelgroep is iedereen die zijn leerlingen (basis en secundair onderwijs) wil voorbereiden op de toekomst. Meer info op: http://pro.g-o.be/kalender/ detail/4144/7217 Jens Lehmann, Duitse doelmanlegende, sinds 2012 SCHUNK-Merkambassadeur, voor nauwkeurig grijpen en veilig spannen. schunk.com/Lehmann

© 2018 SCHUNK GmbH & Co. KG

Nooit eerder waren er zo veel ingrijpende technologische veranderingen op zo’n korte tijd als nu. Tijd om stil te staan bij de uitdagingen van deze evoluties op het onderwijs van de toekomst. Hoe kunnen scholen inspelen op deze snelle veranderingen? Hoe moeten we leerlingen vandaag voorbereiden op een hoogtechnologische toekomst?


Françoise Chombar, CEO van chipfabrikant Melexis, pleit voor gendergelijkheid en geïntegreerde STEM-richtingen

‘GENDERGELIJKHEID: ER IS NOG EEN GIGANTISCH ONBENUT POTENTIEEL’

Françoise Chombar voorzitster STEM-platform (Science, Technology, Engineering, Mathematics) 28


INTERVIEW DOOR JEAN-CHARLES VERWAEST

Françoise Chombar is sinds 2016 voorzitster van het STEMplatform (Science, Technology, Engineering, Mathematics), dat jongeren aanmoedigt om te kiezen voor een wetenschappelijke en technologische studierichting. Ze maakt zich zorgen over de povere instroom van jongeren die techniek of wetenschappen studeren. Françoise Chombar is medeoprichtster en CEO van Melexis, een wereldspeler op het vlak van elektronica voor de auto-industrie. Melexis heeft in ons land een vestiging in Ieper en in Tessenderlo. Het bedrijf is actief in 14 landen, heeft 1.500 medewerkers in dienst en haalde vorig jaar een omzet van 512 miljoen euro. De belangrijkste groeimotoren voor Melexis zijn momenteel temperatuursensoren, embedded lighting (sturen onder andere LED’s aan waarvan je de kleur en intensiteit kunt aanpassen) en magnetische sensoren. In feite kan je zeggen dat in elke nieuwe wagen gemiddeld tien chips en sensoren van Melexis zitten want 89 procent van de chips die Melexis produceert wordt verwerkt in auto’s. De rest is terug te vinden in witgoed, slimme gebouwen en robots. Françoise Chombar groeide op in het West-Vlaamse Wevelgem en is van opleiding licentiaat Tolk EngelsSpaans-Nederlands. ‘Ik ben een kind van mijn tijd. Op school was ik goed in Latijn en Grieks en dus ging ik talen studeren. Nochtans metselde ik muurtjes en bouwde ik graag maquettes. Maar voor een meisje was techniek toen niet meteen de juiste richting. Men spoort meisjes minder aan om te kiezen voor technische richtingen en helaas is dat nog altijd het geval.’ Niet dat ze van haar studiekeuze spijt heeft. ‘Nee, want ik kan zaken vanuit een ander perspectief bekijken. Diversiteit is net goed voor een team. Verschillende invalshoeken zien, zal leiden tot betere oplossingen en service voor onze klanten. In diversiteit schuilt een grote kracht.’ Françoise is getrouwd met ondernemer Rudi De Winter, CEO van chipfabrikant X-Fab. Ze ging na haar studies aan de slag bij een producent van textielmachines in Kortrijk, maar volgde later haar echtgenoot naar Duitsland waar ze werkten bij Elmos Semiconductors, een producent van halfgeleiders. Daar leerden ze Roland Duchâtelet kennen en het drietal startte in 1989 de voorloper van Melexis op. ‘Die naam is in 1996 – een jaar voor onze beursgang – door onze werknemers zelf gekozen. We waren toen met zo’n 150 mensen. Het moest een naam zijn die op het internet nog niet voorkwam. Over een aantal voorstellen werd democratisch gestemd. Melexis haalde de meeste stemmen en staat voor Micro Electronics Integrated Solutions.’ AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

Dertig jaar later is Melexis wereldwijd de vierde speler op het vlak van sensoren voor de auto-industrie, na Bosch, Infineon en NXP. Beleggers kennen het beursgenoteerde bedrijf goed, want uitgezonderd in de crisisjaren 2008-2009 kon Melexis jaarlijks dubbele groeicijfers voorleggen. De drie stichters hebben samen nog 54 procent van de aandelen in handen, goed voor een geschat vermogen van 1,8 miljard euro. RODE DRAAD In april kreeg Françoise Chombar in New York de Global Prize for Women Entrepreneurs, een onderscheiding als beste vrouwelijke ondernemer ter wereld. Ze leidt Melexis nu reeds 15 jaar als CEO, maar ze is haar job nog niet beu. ‘Er zijn nog voldoende uitdagingen. Er zijn altijd nieuwe zaken waar we oplossingen voor moeten vinden en dat blijft mij boeien.’ Op de website van Melexis staat uitgelegd dat het bedrijf ambassadeur is voor de STEM-richtingen, cruciaal voor de toekomst van onze economie en maatschappij. Een citaat van wijlen Stephen Hawking op de site geeft aan dat ingenieurs de grote wereldproblemen kunnen/zullen oplossen. ‘How will we feed an ever growing population, provide clean water, generate renewable energy, prevent and cure diseases and slow down global climate change? Science and technology will provide the answers to these questions. It will take people, human beings with knowledge and understanding, to implement these solutions’, aldus de geniale Britse wiskundige. Dat is ook de rode draad in het ondernemersavontuur van Françoise Chombar. ‘Onze chips maken auto’s zuiniger, veiliger en comfortabeler. Als bedrijf wil Melexis ook bijdragen tot een betere wereld door onze mensen kansen te geven. Zo kunnen ze bij Melexis hun competenties ontwikkelen. Ze krijgen hiervoor een grote autonomie.’ Het gebrek aan technisch geschoolden in ons land baart Françoise Chombar zorgen. ‘Te weinig jongeren kiezen voor technische en technologische beroepen. In België zijn er per duizend inwoners slechts 14 mensen technisch-wetenschappelijk geschoold, in Ierland bijvoorbeeld ligt dat aantal op het dubbele.’ België bengelt helemaal onderaan de lijst. Van de meer dan dertig OESO-landen staan wij op de vierde laatste 29


plaats. ‘Nochtans zal de technologie in onze wereld nog vermeerderen. Technologie is niet meer weg te denken in ons leven en dat zal exponentieel alleen nog maar versterken. We kunnen het ons als maatschappij dan ook niet veroorloven dat er nog teveel jongeren richtingen volgen waar techniek niet aan bod komt. We moeten bij onze hele bevolking de ‘digitale skills’ ontwikkelen. Mensen mogen geen schrik hebben van technologie.’ CONNECTIE ‘Wij adviseren met het STEM-platform om te kiezen voor een geïntegreerde aanpak’, vertelt Françoise Chombar. ‘Leerlingen moeten samenwerken over de wetenschappelijke vakken heen. Er moet in ons onderwijs meer connectie zijn tussen vakken zoals wiskunde, chemie, fysica … Hoe gebruik je deze leerstof in de echte wereld? Hoe relevant is dat voor de maatschappij? Kinderen zijn leergierig, maar het moet hen interesseren en dat doe je door te connecteren met hun leefwereld.’ ‘Kinderen worden tot STEM aangetrokken als ze de maatschappelijke relevantie ervan inzien. Dat is geen nieuwe vaststelling, maar een universele eigenschap. De Franse onderwijzer en pedagoog Célestin Freinet heeft daarop zijn onderwijsvernieuwend project uit de jaren ’20 gebaseerd. Vertrek van de eigen leefwereld van de kinderen. Mijn drie kinderen hebben hun lager onderwijs gevolgd in een Freinet-school. Als je kinderen iets leert, moeten ze kunnen zien wat je met die kennis kan doen. Voor kinderen uit boerenfamilies maakte Freinet bijvoorbeeld wiskunde concreet door hen te laten berekenen hoeveel broden je kon bakken met een bepaalde hoeveelheid bloem.’ ‘Voorts is er hier een gigantisch onbenut potentieel.’ Françoise Chombar doelt daarmee op het feit dat amper een kwart van de technologisch geschoolden vrouwelijk is. ‘Een gigantische bron van onontgonnen talent. De verdeling jongens-meisjes zit absoluut niet goed. Op dat vlak scoren we in de OESO statistieken nóg slechter. De 30

meisjes zitten nu aan amper 20 procent, terwijl dat 50 procent zou moeten zijn.’ ‘Er was een tijd dat vrouwen in het bedrijfsleven vooral in de administratie en communicatie werden ingezet. De keuze voor een technisch beroep voor meisjes is nog altijd niet evident. Meisjes zullen zich in het algemeen ook meer interesseren in het welzijn van de mens en het milieu. Wat kunnen ze doen voor de mens en omgeving? De wens bij te dragen aan de maatschappij, om er iets goeds voor te doen, overheerst. Dat blijkt ook uit de studies van het ROSE project (ROSE: the Relevance Of Science Education). Meisjes hebben een relevante en rechtstreekse link nodig naar het welzijn van mensen en onze maatschappij.’ ‘Bijvoorbeeld: meisjes die wiskunde-wetenschappen studeren, moeten een studiekeuze maken tussen bijvoorbeeld burgerlijk of industrieel ingenieur aan de ene kant of geneeskunde of bio-ingenieur aan de andere kant. Opvallend: ze kiezen makkelijker voor geneeskunde of bio-ingenieur omdat de link met de maatschappij hier veel duidelijker is. Ik zeg hen dan dat ze als ingenieur via robotica exponentieel veel meer mensen kunnen helpen dan dat ze dat ooit zouden kunnen doen als individuele arts.’ ‘Ik geef hen dan de link naar de website Brubotics van de VUB en hun fantastische werk op het gebied van robotica zodat verlamde personen terug kunnen lopen met een hightech exoskelet. Ook cybersecurity, proper drinkwater, klimaatopwarming, … dat zijn allemaal concrete problemen waarop we een antwoord moeten vinden. En het is met STEM-opgeleiden dat we deze problemen gaan oplossen!’ Françoise Chombar breekt ook een lans voor gendergelijkheid. ‘Het is opvallend dat in landen waar de status van de vrouw niet zo fantastisch is – bijvoorbeeld India, Bangladesh, China … – jonge vrouwen kiezen voor het


ingenieursberoep met de motivatie om zo hun positie te verbeteren en onafhankelijk te worden. In die landen kiezen nu een veel groter aantal meisjes voor technologische beroepen dan bij ons in het Westen.’ ‘Ook speelt hier de economische genderkloof – die nog groter is en we ook moeten dichten – een belangrijke rol. We moeten dit samenkoppelen. Een grote instroom van vrouwen in STEM is nodig voor onze economie en maatschappij. Want mogelijk zal hierdoor misschien in 1 generatie de economische genderkloof financieel worden gedicht. De wereld zal dan veel beter af zijn, waar wachten we op?’ In de toekomst ziet Françoise Chombar een oprukkende ‘elektrificatie’, vooral omdat dit veel duurzamer is. Grondstoffen moeten efficiënter en meer milieuneutraal worden aangewend. Ook ziet ze de automatisering en robotisering – met het gebruik van artificiële intelligentie – een opgang maken in alle sectoren. In de automotive evolueert dit naar zelfrijdende wagens, ‘robots’ waardoor er voor de gebruiker(s) meer tijd vrijkomt.

KBox Family

IoT GATEWAYS/ EMBEDDED BOX PC

// KBox C-Series for control, inspection, data collection

// KBox A-Series with gateway functions for control & process optimization on-site

‘Bij Melexis hebben we vier scenario’s uitgewerkt waarop we onze strategie kunnen baseren. Op basis van een aantal indicatoren kunnen we dan onze bedrijfsdoelen aanpassen. Het meest optimistische model stelt dat we binnen tien jaar voor de helft met volledig elektrische wagens rijden, een ander scenario ziet een grote groei van hybride wagens met een zuinige verbrandingsmotor.’ De zelfrijdende auto is geen fantasie meer. ‘Hoe meer micro-elektronica in de wagen, hoe beter voor ons’, klinkt het. Françoise Chombar: ‘Maar wat als mensen veel meer in steden wonen en er andere vormen van mobiliteit ontstaan? Vormen die we nu nog niet kennen?’ Is er een raad die Françoise wil geven aan meisjes die ingenieur willen worden? ‘Ja, ga ervoor! Als je interesse hebt in wetenschap en techniek kies hier dan voor. Je hebt hiermee de beste kans op werk en je kan echt alle richtingen uit. Je werk zal ook een verschil maken voor onze maatschappij. En ook belangrijk: verkies na afstuderen operationele functies boven ondersteunende’, besluit Françoise Chombar. www.melexis.com www.brubotics.be Eurostat statistieken STEM: http://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show. do?dataset=educ_uoe_grad04&lang=en OESO statistieken STEM: http://www.oecd.org/education/education-at-aglance-19991487.htm ROSE project: https://roseproject.no/

// KBox B-Series for high-end computing in a small footprint

Kontron’s KBox family offers intelligent gateways for IoT edge applications including fieldbus connectivity. For control,inspection and data collection tasks on the factory floor powerful and maintenance-free Box PCs with a maximum of flexibility and expansion capabilities are provided. The KBox family is certified for Microsoft Azure IoT Edge and enables scalable edge computing solutions from the sensor to the cloud. www.kontron.com

an S&T company


Industrie 4.0 Train jezelf met de fabriek van de toekomst

Op weg naar de industrie van de toekomst Festo begeleidt deze transformatie in de productie door op drie essentiĂŤle pijlers te steunen: - Nieuwe technologieĂŤn, - Mens-machine-interactie, - Training en menselijke vaardigheden. De Festo Didactic Cyber-Physical Factory (CP-Factory) is een perfect voorbeeld van hoe je een genetwerkte, modulaire en uitbreidbare fabriek in de praktijk kunt brengen om zo een volledige productieketen te simuleren. Ga voor meer informatie naar www.festo-didactic.com/be-nl


FESTO

THOMAS MORE KIEST VOOR CP FACTORY VAN FESTO

De studenten van Campus De Nayer van de Thomas More Hogeschool in Sint-Katelijne-Waver gebruiken tijdens hun opleiding de CP Factory van pneumaticaspecialist Festo om zo vertrouwd te geraken met alle facetten van Industrie 4.0. Het is voor de onderwijsinstellingen in ons land een hele uitdaging om studenten te vormen zodat ze écht klaar zijn voor het bedrijfsleven. De technologische evoluties volgen elkaar zo snel op dat het financieel en educatief het niet gemakkelijk is om onze jeugd met de juiste technische apparatuur op te leiden voor een job in een ‘Factory of the Future.’ Internet of Things (IoT) zorgt er in de toekomst voor dat in fabrieken alle machines, producten en diensten op één netwerk zijn aangesloten. Dat netwerk zal voortdurend informatie delen voor een optimale productie, voorspelbaar onderhoud en massaproductie op maat. Machines en robots of cobots zullen digitaal laten weten wat ze nodig hebben: nieuwe grondstoffen, verse olie, meer perslucht, een grondige onderhoudsbeurt … Een gedigitaliseerde fabriek heeft tal van voordelen, zoals een hogere efficiëntie, meer productiviteit en flexibiliteit, wat zal leiden tot kostenbesparingen en meer rendement. Een hoge graad van digitalisering en automatisering zal de Europese maakindustrie concurrentieel houden tegenover de rest van de wereld.

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

Industrie 4.0 heeft ook een grote impact op de opleiding van de ‘werknemer van de toekomst.’ De Thomas More Hogeschool wil studenten dan ook vertrouwd maken met de nieuwste technologische ontwikkelingen. De digitalisering van de industrie en de productieprocessen die worden gebruikt vereisen immers een andere manier van werken en dat heeft zijn impact op de ‘skills’ van de werknemers in de toekomst. Studenten zullen zich moeten bekwamen in het analyseren en interpreteren van data, en het integreren van componenten of subsystemen – via technische communicatienetwerken – in een groter productiegeheel. Thomas More wil hierop inzetten voor hun opleiding Elektromechanica. De Campus De Nayer gaat hiervoor in zee met het Duitse bedrijf Festo. Na een grondig marktonderzoek besliste de hogeschool om de modulaire productieketen CP Factory van Festo Didactic aan te kopen. De parameters die werden onderzocht waren: prijs, kwaliteit, betrouwbaarheid, service en uitbreidbaarheid naar een groot opleidingsaanbod. Festo kwam als de beste keuze uit de bus. In juni 2017 werd de basisconfiguratie van de CP Factory aan de hogeschool geleverd. ‘Wij zochten méér dan louter didactisch materiaal’, verklaart Jimmy Bauwens – opleidingsmanager Elektromechanica bij Thomas More – de keuze voor Festo. ‘De CP Factory van Festo situeert zich tussen 33


aankoop van twee modules en in januari 2018 is daar de magazijn-module bijgekomen. De volgende persmodule wordt nu geleverd in oktober. Dat modulair opbouwen heeft ook als voordeel dat je uw aankoopkosten kunt spreiden’, weet Jimmy Bauwens. ‘Na één jaar gebruik moeten we zeggen dat de CP Factory al onze verwachtingen heeft ingelost. De studenten krijgen hiermee een zicht op het volledige productieproces in een fabriek en leren bijvoorbeeld orders ingeven in het MES-systeem. Dat systeem zorgt ervoor dat de studenten op een duidelijke manier de functionaliteiten kunnen begrijpen en hierdoor is een visuele opvolging van het proces mogelijk.’

didactisch schoolmateriaal bestemd voor opleidingen en het professionele materiaal dat daadwerkelijk in de industrie wordt gebruikt. Het sluit dus heel goed aan bij wat onze studenten later in de industrie nodig hebben om een fabriek te laten draaien. Ons doel is studenen af te leveren die meteen op de werkvloer inzetbaar zijn.’ ‘Voorts heeft Festo een bewezen track-record. De Duitse hogescholen en universiteiten gebruiken de CP Fatcory in hun opleidingen en het materiaal heeft zijn kwaliteit dus bewezen. Door het kostenplaatje kopen we de CP Factory aan in fases en na elke levering is er een opleiding van twee tot drie dagen door technici van Festo. Hun service en de begeleiding zijn optimaal.’ De CP Factory van Festo kan gradueel worden uitgebouwd naar de eigen opleidingswensen. ‘Alles is koppelbaar. We zijn midden vorig jaar gestart met de

Opgebouwd zoals een moderne productiefabriek De vierde industriële revolutie zal zich kenmerken door de integratie van Cyber Physical-systems. Zo komt de CP Factory van Festo aan zijn afkorting CP. Dankzij het internet zullen in de fabriek mensen en machines aan elkaar worden gelinkt. Dit zal een grote invloed hebben op de productieprocessen, maar ook op studenten, arbeiders en operatoren die levenslang zullen moeten leren. Festo Didactic ontwierp een trainingssysteem dat is opgebouwd naar analogie van een moderne productiefabriek. Elk station van de CP Factory is modulair en vertegenwoordigt een belangrijk onderdeel van industriële productie. Alle

34

De technologie evolueert zo snel dat scholen continu moeten investeren in nieuw opleidingsmateriaal en dat is een dure zaak. In het onderwijs gaan dan ook stemmen op om studenten op stage te sturen bij bedrijven en die stages een integraal onderdeel van het lessenpakket te laten uitmaken. In landen als Nederland, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland gaan de bedrijven zelfs nog een stapje verder en openen ze hun deuren om aan de studenten de laatste nieuwe technologieën te leren. Thomas More is ook van plan om de CP Factory in te zetten voor de bijscholing van geïnteresseerden buiten de school. Met deze navorming voor externen wil de hogeschool uitgroeien tot een opleidings- en kenniscentrum voor Industrie 4.0. Voorts kan dit extra inkomsten genereren die de hogeschool kan gebruiken voor de uitbouw met andere modules van de CP Factory. ‘Inderdaad, we hebben contacten met verschillende bedrijven uit onze industrie die de testopstelling willen gebruiken om hun mensen kennis te laten maken met alle nieuwigheden van Industrie 4.0’, besluit Jimmy Bauwens. www.thomasmore.be www.festo-didactic.com

onderscheiden productiestappen komen aan bod en kunnen desgewenst worden gecombineerd tot één grote productiefaciliteit die een hele fabriek voorstelt en die vanuit een MES-systeem wordt aangestuurd. Hierop kunnen studenten zich dan bekwamen in specifieke onderdelen zoals energiemonitoring, Near Field Communication, RFID, visiesystemen …


WEG

WEG-TECHNOLOGIE ZORGT VOOR MINDER BLOOTSTELLING AAN SCHADELIJKE EN GIFTIGE STOFFEN IN LABORATORIA Het nationaal centrum voor natuurkundige en technologische wetenschappen, een geavanceerd R&D-centrum in Vilnius, Litouwen, heeft de rookgaskappen van zijn laboratorium uitgerust met regelaandrijvingen van WEG om de blootstelling aan gevaarlijke of giftige uitwasemingen, dampen en stoffen te beperken. Het nationaal centrum voor natuurkundige en technologische wetenschappen (NCPTS, National Centre for Physical and Technological Sciences) is een wetenschappelijk R&D-centrum van 25.000 m² dat begin 2016 werd geopend in het Litouwse Vilnius. Dit ambitieuze project werd opgezet door de universiteit van Vilnius en zijn vier partners - Vilnius Gediminas Technical University, Semiconductor Physics Institute, Institute of Chemistry en Institute of Physics met als doel de oprichting van een ultramoderne wetenschappelijke onderzoeksfaciliteit van wereldklasse. Het NCPTS focust zich op drie onderzoeksgebieden: lasertechnologie, materiaalwetenschap en nanotechnologie, halfgeleiderfysica en elektronica. Om de kwaliteit van zijn wetenschappelijk onderzoek en zijn experimenten te optimaliseren en ook om de veiligheid van zijn werknemers te garanderen, heeft het centrum de rookgaskappen (ook afzuigkasten genoemd) van zijn laboratoria uitgerust met regelaandrijvingen (VFD’s) van WEG. Deze afzuigsystemen zorgen voor ventilatie en verminderen zo de blootstelling aan gevaarlijke of giftige uitwasemingen, dampen en stoffen. Het NCPTS-complex is 25.000 m² groot en telt 250 laboratoria, met 150 VFDeenheden van WEG geïnstalleerd in rookgaskappen in 121 kamers.

De VFD’s bieden standaard een interne RFI-filter, prestaties met lage harmonische vervorming, soft PLC-functies, een geavanceerde PID-regeling en een interne coating, met daarnaast de mogelijkheid om te communiceren via allerlei protocollen, inclusief BACnet MS/TP, Metasys N2 en Modbus-RTU. De CFW11-regelaandrijvingen (voor vermogensniveaus van 1,1 tot 630 kW) kunnen perfect worden gebruikt voor zowel motoren met permanente magneet als voor inductiemotoren. Deze aandrijvingen zijn uitgerust met nieuwigheden zoals de Vectrue Technology®, waarmee de WEG-omvormers technieken zoals V/F, sensorloze vectorregeling, VVW en vectorcontrole (met codeur encoder) kunnen combineren – in een enkel product. Dit maakt het niet alleen mogelijk om de productiviteit te verhogen, maar geeft ook rendementen van meer dan 97%. Andere CFW11-innovaties zijn Optimal Braking®, een speciale remmethode in vectorcontrolemodus die een doeltreffend alternatief vormt voor het gebruik van remweerstanden, en Optimal Flux®, een procedé dat technologie die komaf maakt met de behoefte aan autonome ventilatie of overdimensionering van de motor in toepassingen met constante koppelbelasting bij lage snelheid en dus ruimte en kosten bespaart. W.B.I.S, de officiële verdeler van WEG in Litouwen, stond in voor de levering en de installatie van de VFD’s. De door deze firma gekozen VFD’s beantwoorden optimaal aan de vereisten van elke applicatie. In nauwe samenwerking met de WEG-fabrieken in Brazilië heeft W.B.I.S. ook negen cleanrooms gebouwd, conform de klassevereisten van ISO 5, ISO 6 en ISO 7. www.weg.net

Rekening houdend met de individuele onderzoeksgebieden en de vereisten van elk laboratorium, werden er drie verschillende VFD-modellen van WEG ingebouwd: CFW501, CFW701 en CFW11, met levering van uitbreidingsmodules die voor een nog ruimere toepasbaarheid van de apparatuur zorgen. De WEG-regelaandrijvingen CFW501 (vermogensniveaus van 0,18 tot 7,5 kW) en CFW701 (1,1 tot 132 kW) zijn specifiek ontworpen voor gebruik met asynchrone motoren in bijvoorbeeld toepassingen voor luchtkwaliteit en airconditioning. AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

35


Limburgs familiebedrijf bouwt grootste FANUC robottrack met capaciteit van 2.300 kilo

VANSICHEN LINEAIRTECHNIEK 25 JAAR RECHTLIJNIG IN BEWEGING Vansichen Lineairtechniek werd in 1993 opgericht door Maxime Vansichen. Het bedrijf verkoopt lineaire componenten van grote fabrikanten in BelgiĂŤ en Luxemburg. Vervolgens werd ook gestart met maatwerk en de onderneming verhuisde naar een kantoorgebouw aan de Herkenrodesingel in Hasselt. Een gesprek met Maxime Vansichen en zijn zonen Pieter en Thomas die als nieuwe generatie klaarstaan om het familiebedrijf te internationaliseren.

De familie Vansichen: Maxime Vansichen, zijn echtgenote Vera en zonen Pieter en Thomas.

36


VANSICHEN LINEAIRTECHNIEK

Een AT35-C track gebouwd voor FANUC Robotics.

De hoofdactiviteit van Vansichen Lineairtechniek is de verkoop van standaard componenten voor de lineairtechniek. Omdat het familiebedrijf werkt met verschillende fabrikanten kan een klant kiezen uit het meest complete gamma componenten voor lineaire bewegingen. Maxime Vansichen: ‘Bovendien leveren we een toegevoegde waarde, want wij passen de componenten ook aan naar de wensen van de klant. Ons succes zit in het feit dat we onze klanten een heel gamma aanbieden én combineren van partners zoals Bahr, Winkel, Rollon, Hiwin, Atlanta … Wij gaan zelfs een stap verder met onze PCG’s en KK-modules; voor de problemen die deze door ons zelf ontwikkelde producten oplossen, was er destijds geen aanbod op de markt.’ ‘Ik ben in 1993 gestart – heel klassiek in mijn garage (lacht) – en de machinebouw in Duitsland ging toen door een dal. Dat speelde in mijn voordeel want zo kon ik grote spelers in de lineairtechniek overtuigen met mij in zee te gaan’, vertelt Maxime Vansichen over zijn beginjaren. ‘Ik bracht alle principes van de lineairtechniek bij elkaar en verkocht hier hun producten op commissiebasis. In feite een uniek concept, maar de Belgische markt is klein en ik kreeg het vertrouwen van de grote spelers. Een vertrouwen dat 25 jaar later nog steeds intact is.’ ‘Later heb ik al mijn leveranciers ervan kunnen overtuigen om die commissiecontracten om te zetten in handel en factureerden we zelf. Vanaf de eerste dag heb ik dat gedaan met kredietverzekering om zo mijn risico’s in te dekken. In 2005 zijn we dan gestart met eigen projecten op maat. Grotere structuren met geleidingen erop en zo ben ik in het robotverhaal terechtgekomen.’ Volgens Maxime Vansichen mogen Belgische bedrijven vaak trotser zijn op hun eigen kunnen. Maxime weet AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

welke waarden hij wil uitdragen met Vansichen ‘Wij leveren de hoogste graad van dienstverlening rond producten van lineairtechniek. Het belang van de klant staat altijd centraal bij ons’, klinkt het zelfverzekerd. De leveranciers zijn zich daar ook van bewust. ‘Bij een aantal van onze leveranciers staan we in de top vijf – voor een klein gebied als België en Luxemburg – van exportomzet voor hun producten. Die positie geeft ons de kracht om onze klanten te helpen, want we hebben een goede band met onze leveranciers om eventuele problemen op te lossen.’ Sinds 2017 werken de twee zonen van Maxime in het bedrijf. Eerst Thomas en dan enkele maanden later Pieter. De zonen moesten van hun vader wel eerst professionele ervaring opdoen buiten het bedrijf. ‘Zo hebben ze de kans gekregen om hun eigen, frisse kijk te ontwikkelen.’ Thomas studeerde Financiën- en Verzekeringswezen aan de KHLIM in Diepenbeek en werkte als zakenbankier bij de ING. Hij zal de taken van zijn moeder Vera overnemen: administratie, HR, boekhouding en 37


deze track – een zevende as – kan 2.300 kilo tillen aan de pols. Hiermee is hij de één van de grootste robots ter wereld. ‘Uniek aan onze tracks is dat de robot altijd aan honderd procent kan blijven werken terwijl hij wordt voortbewogen op de track’, aldus Maxime Vansichen. Het project zal in het eerste kwartaal van 2019 operationeel zijn. Eveneens gloednieuw is de catalogus die Vansichen heeft gemaakt met tracksystemen voor quasi alle FANUC robottypes. Vansichen is als innovatief bedrijf ook betrokken bij andere bijzondere projecten zoals de bouw van de grootste mobiele 3D-printer ter wereld, retrofitaanpassingen bij verouderde machines en zelfs bewegende zwembadvloeren. In samenwerking met het VLAIO investeert het bedrijf ook continu in Onderzoek & Ontwikkeling. marketing. Oudere broer Pieter is van opleiding industrieel ingenieur, studeerde in het buitenland en behaalde ook een Master Management. Hij werkte als projectleider bij Atlas Copco Airpower in het Chinese Wuxi en was vervolgens actief voor Howden in Schotland en Nederland. Pieter heeft een uitgesproken interesse voor het operationele aspect van het bedrijfsleven. ‘De technische kant van onze business interesseert mij heel erg en ik hou van de uitdagingen die projecten met zich meebrengen. Ook de bedrijfsvoering en vooral de B2B wereld boeien mij.’ De samenwerking met zijn jongere broer verloopt uitstekend. ‘In feite lopen we elkaar niet in de weg want we hebben elk onze domeinen’, reageert Thomas. Vansichen Lineairtechniek breidde inmiddels uit naar twee kantoorverdiepingen aan de Hasseltse Herkenrodesingel. Het bedrijf is een ‘one-stopshop’ geworden waar technici de engineering doen en plannen uittekenen die door partners worden gerealiseerd. Vansichen houdt daarbij het volledige projectmanagement stevig in handen. ‘Indien een klant voor bepaalde lineaire applicaties geen standaardoplossingen in de markt kan vinden, zal Vansichen Lineairtechniek alle benodigde componenten speciaal op maat ontwikkelen’, zegt Pieter Vansichen. Na de engineering zullen technici van Vansichen of onderaannemers het lineaire gedeelte van de machine of installatie bouwen. Vansichen gelooft hierbij sterk in ‘co-creation’, om zo met de klant tot de beste oplossing te komen. ‘Uiteindelijk gaat het erom de bekommernissen van de klanten te erkennen, ze te begrijpen en hen een passende oplossing aan te bieden’, vult Maxime Vansichen aan. Vansichen Lineairtechniek is in ons land ook de grote specialist voor de bouw van robottracks voor verscheidene robotfabrikanten waarvan FANUC Robotics de voornaamste is. Opmerkelijk: Vansichen ontwikkelt momenteel voor FANUC een robottrack en 38

Pieter en Thomas willen Vansichen op een gestructureerde manier verder internationaliseren. ‘Vooral in landen met een hoger kwaliteitsniveau en dezelfde zakenmentaliteit. Daar zien we nog heel wat potentieel’, zeggen de twee broers. ‘Wij verkopen onze producten en projecten al sinds 2013 internationaal’, vertelt Maxime Vansichen. ‘Inmiddels zijn we geregeld actief in heel West-Europa, met landen als Nederland, Duitsland, het VK, Frankrijk, Oostenrijk en Denemarken. Dit is vooral te danken aan Belgische bedrijven die daar een vestiging of een project hebben. Vandaag halen we 20 procent van onze omzet uit export. Tot in de VS, China, Maleisië en Thailand zijn er robottracks en lineaire systemen van ons geïnstalleerd.’ Voor de interessante Scandinavische markt heeft het Limburgse familiebedrijf recent een samenwerkingsovereenkomst getekend met het Zweedse Aratron AB. Dat bedrijf is voortaan de exclusieve dealer van Vansichen Lineairtechniek in Zweden. Aratron, gespecialiseerd in lineaire onderdelen en systemen, neemt de KK-modules, manipulators en robottracks van Vansichen Lineairtechniek in zijn productgamma op. ‘Hun aanbod lag vooralsnog in de lichtere en kleinere aluminium systemen en tracks. Door onze samenwerking kan Aratron nu een compleet gamma lineaire systemen aanbieden’, legt Pieter Vansichen uit. Aratron maakt deel uit van het beursgenoteerde Addtech. De groep telt zo’n 120 bedrijven en is actief in 20 landen. Na 25 jaar past een evaluatie en die is positief. Vansichen heeft in de niche van de lineairtechniek een sterke en betrouwbare reputatie opgebouwd. ‘Ik ben vooral trots op de combinaties van onze verschillende producten. Wij kunnen combinaties maken die niet in de markt bestaan. Met Vansichen Lineairtechniek tonen we dat je in de Vlaamse maakindustrie als klein familiebedrijf succes kunt hebben met eigen knowhow en projecten’, besluit Maxime Vansichen. www.vansichen.be


OPROEP VDAB

‘OUDERE’ INGENIEURS ZOEKEN EEN STAGEPLAATS Er zijn 205.977 werkzoekenden in Vlaanderen en nog nooit was dat cijfer zo laag. Enigszins verrassend bevinden zich onder die werkzoekenden een aantal oudere ingenieurs. Door het WINWIN-project krijgen deze werkzoekende ingenieurs via een doorgedreven bijscholing de kans hun kennis en skills een ‘update’ te geven en dit met behoud van hun werkloosheidsuitkering. VDAB zoekt voor deze ingenieurs stageplaatsen. Ingenieur is een klassiek knelpuntberoep en het tekort neemt in Vlaanderen dramatische vormen aan. Het is een paradox dat ondanks dit tekort op onze arbeidsmarkt er toch een aantal ingenieurs zijn die geen job vinden. Volgens de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) kwamen er tussen juli 2017 en juni 2018 in totaal 636 vacatures binnen voor ‘Expert onderzoek en ontwikkeling in de industrie.’ In juni 2018 stonden er nog 176 vacatures open. Tegelijk zijn er ook 382 werkzoekenden die op zoek zijn naar een job als ingenieur. Dat oudere ingenieurs werkloos blijven, komt omdat hun kennis niet meer up-to-date is of omdat ze te duur zijn geworden, of er was een té lange inactiviteit door een tijdelijke uitstap uit het beroep. Als een ingenieur enige tijd werkloos is, stellen toekomstige kandidaat-werkgevers zich vragen bij die lacune in de beroepsloopbaan, meer nog dan bij andere sollicitanten. Om deze ingenieurs terug aan werk te helpen, is er de WINWIN-formule waarbij de betrokkenen een innovatiestage kunnen volgen in een Vlaams bedrijf. Ze doen dit met behoud van hun uitkering en onder begeleiding van één van de vijf Vlaamse universiteiten. Vlaams minister van Werk Philippe Muyters, rector van de KU Leuven Luc Sels en gedelegeerd bestuurder van de VDAB Fons Leroy stelden het WINWIN-proefproject in september 2017 voor. Jaarlijks worden een aantal kandidaten geselecteerd voor de stages. ‘We hebben vandaag élk talent nodig om onze Vlaamse economie mee aan de top te houden’, reageert minister Philippe Muyters. ‘Om de ideale match tussen werkzoekenden en vacatures te maken, moeten we daarom samenwerken: bedrijven, onderwijs én VDAB. Met het WINWIN-project zorgen we er dankzij de samenwerking met die bedrijven en universiteiten voor dat langdurig werkloze ingenieurs opnieuw aansluiting krijgen bij de ontwikkelingen in hun branche.’ VDAB-projectverantwoordelijke Giovanni Pauwels: ‘De werkzoekende ingenieurs volgen een stage in een bedrijf en tijdens deze periode krijgen ze ook aan de universiteit een bijscholing via aangepaste modules. De deelnemers worden tijdens hun traject begeleid door een universiteitscoach en een bedrijfsmentor.’ AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

‘De meerwaarde van dit initiatief is dat de deelnemende ingenieurs hun competenties kunnen bijschaven en andere talenten kunnen ontdekken. Meestal was hun werk zeer technisch-specifiek. Ze hebben zoveel competenties opgebouwd, maar ze zien dit zelf niet. Ze blijven kijken naar de niche waarin ze jarenlang hebben gewerkt. Voor de bedrijven is dit een unieke opportuniteit om deze talentvolle mensen in te schakelen en ze te beoordelen op hun echte kennen en kunnen. Waarna er voor hen hopelijk een nieuwe start kan worden gerealiseerd.’ Voor de ingenieurs lag de deadline voor aanmelding bij VDAB op 15 augustus, maar kandidaten mogen zich blijven melden. Voor de stageplaatsen in de bedrijven wordt er gemikt op een startdatum tussen oktober 2018 en februari 2019. VDAB zoekt hier bedrijven met uitdagende projecten voor deze ingenieurs. De bedrijven zorgen dan voor een inhoudelijke begeleiding zonder verdere verplichtingen. ‘De onbezoldigde bedrijfsstage heeft een open startdatum en duurt 12 tot 16 weken met een aanwezigheid in het bedrijf van minimum drie dagen per week. Uit ervaring weten we dat het aantal bedrijven dat zich aanmeldt groter is dan de groep van ingenieurs-deelnemers, maar de aangeboden stageplaatsen worden gedeeld met de universiteiten die deze contacten opnemen in hun lijst voor stages voor jonge ingenieurs die een postgraduaat doen’, besluit Giovanni Pauwels. www.winwinproject.be Contact: giovanni.pauwels@vdab.be (gsm: 0499/98.99.59) 39


UIT VOORRAAD! MEMBRAANACCUMULATOREN, BALGACCUMULATOREN EN ACCESSOIRES

HIT YOUR TARGET! WWW.AUTOMATION-MAGAZINE.BE

Meer info? Verdeler voor België

HET GROOTSTE EN MEESTGELEZEN VAKBLAD OVER AANDRIJFTECHNIEKEN EN AUTOMATISATIE IN BELGIË.

Hagbenden 39 A - B-4731 EYNATTEN Tel. 32 (0) 87 858 858 - Fax 32 (0) 87 858 859 info@euregiohydraulics.be www.euregiohydraulics.be - www.eh-business.be

LE MAGAZINE SUR LES TECHNIQUES D’ENTRAÎNEMENT ET D’AUTOMATISATION

Mitsubishi Electric e-F@ctory: transparant, flexibel en veilig de goede keuze voor IoT en Industry 4.0

découvrez plus sur : www.esco.be ou appelez-nous au : : 02 717 64 60

LE PLUS LU EN BELGIQUE.


PRODUCTEN

SIMOTICS XP CHEMSTAR

Simotics XP Chemstar is een specifiek systeem van Siemens voor de chemische en petrochemische industrie en voor de olie- en gasindustrie. Deze nieuwe laagspanningsmotoren worden aangeboden met vooraf geconfigureerde, op de industrie afgestemde optiepakketten die toegespitst zijn op de specifieke behoeften van de procesindustrie. Voordelen voor de klant zijn onder meer snelle, eenvoudige processen, gestandaardiseerde componenten en lage levenscycluskosten. Deze motoren zijn bijzonder betrouwbaar, zelfs in extreme omstandigheden en in een potentieel explosieve omgeving, en zijn exact ontworpen om aan de specifieke behoeften van de industrie te voldoen. Explosiebestendige laagspanningsmotoren van Simotics XP Chemstar worden gebruikt in machines en toepassingen zoals pompen, compressoren, ventilatoren en extrusie-, meng- en scheidingsmachines. Voortbouwend op vele tientallen jaren ervaring en expertise in explosiebeveiliging heeft Siemens zijn klassieke Chemstar-productenreeks voorzien van de eigenschappen van zijn beproefde Simotics XP-platform van laagspanningmotoren. De nieuwe generatie motoren is beschikbaar in een vermogensspectrum van 0,25 tot 500 kilowatt (kW) en een ontstekingsbeveiliging voor de zones 1, 2, 21 en 22 in Ex db, Ex eb, Ex ec, Ex tb en Ex tc. www.siemens.com/simotics-xp

DRAADLOOS VELDBUSSYSTEEM VAN SMC

SMC heeft een draadloze veldbuseenheid gelanceerd, de EX600-W. De nieuwe veldbus biedt klanten een gedecentraliseerde oplossing die compatibel is met Ethernet/ IP™, bestand is tegen elektrische ruis en zelfs in de zwaarste industriële omgevingen betrouwbaar is. De EX600-W is de nieuwste innovatie van SMC. Ze biedt fabrieksoperatoren een exclusief draadloos en gedecentraliseerd veldbussysteem, waarmee zowel digitale als analoge signalen en pneumatische producten kunnen worden beheerd. Door gebruik te maken van de begrensde ISM-band met hoge frequentie voor industriële, wetenschappelijke en medische toepassingen, wordt de EX600-W niet beïnvloed door andere fabrieksgeluiden. Belangrijk is ook dat operatoren die in zware omgevingen werken, zoals auto- en laswerkplaatsen, kunnen steunen op betrouwbare communicatie. Frequentieverspringing voorkomt immers interferentie van andere draadloze apparatuur en gegevensversleuteling verhindert ongeautoriseerde toegang. Bovendien is dit systeem draadloos, waardoor er minder kabels en connectoren nodig zijn en de installatie-, aanpassings- en onderhoudstijden tot een minimum worden beperkt. Het risico op ontkoppeling en circuitbreuk is ook beduidend kleiner, waardoor de prestaties en de productiviteit verbeteren. De EX600-W biedt ook grotere operationele flexibiliteit omdat hij vrijwel overal kan worden geplaatst. Dit is ideaal wanneer wordt gewerkt met bewegende onderdelen, zoals draaitafels en robotarmen. www.smcpneumatics.be AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

UNIFLEX HM 665 MET CONTROL C.2

Met zijn persen voor vernieuwende HM flexibele buizen opent Uniflex nieuwe mogelijkheden voor deze sector. Deze productiepers met glijlagertechnologie maakt gebruik van Control C.2 sturing. De pers HM 665 is het schoolvoorbeeld van de hoge productiviteit, de ergonomie, de kwaliteit en de lange levensduur van deze hydraulische persen. Dankzij de bijzondere maakwijze, heeft deze pers een opening van meer dan 180 mm en een opening zonder persbekken van 580 mm diameter. De machine kan op deze manier industriële slangen produceren tot 12’’ diameter met ANSI flensen en buisverbindingen tot 16” diameter zonder dat het persbekken dient weggenomen te worden. Het vaste persbekken in positie 6h en het hoofdpersbekken met 250 mm lengte vergemakkelijken de positionering van de te bewerken stukken. Naast flexibele slangen, kan je met deze pers ook wapeningsijzer, metaalkabels en kabels en draadbekledingen waarvan de industriële toepassing een spankracht van 6.000 kN vereist. Deze pers maakt gebruik van Control C.2, een optimale sturing speciaal ontwikkeld door Uniflex, die haar degelijkheid al veelvuldig bewezen heeft. www.uniflex.de

41


PRODUCTEN

IGUS KABELRUPSCONCEPT MET DYNAMISCHE PENNEN

Of het nu gaat om high-tech of low-tech toepassingen, igus onderzoekt constant nieuwe kabelrups-oplossingen om te voldoen aan de speciale wensen van industriële toepassingen op het gebied van flexibiliteit, betrouwbaarheid en kostenbesparing. Daarom heeft motion plastics specialist igus de lokchain ontworpen, een nieuw concept dat bestaat uit een kabelrups met automatisch verlengende pennen en een compacte geleidegoot, voor de dynamische geleiding van kabelrupsen. Hierdoor is hangend, verticaal of zijwaarts gebruik van het systeem mogelijk, met of zonder laterale versnelling. Zelfs lange rijwegen met een bewegende onderloop zijn mogelijk, door de lokchain te fixeren in de bovenste loopgoot. Het systeem kan ook worden gebruikt in verticale en/of roterende toepassingen. De lokchain is bijvoorbeeld een voor de hand liggende keuze tijdens toepassing in de compacte ruimte van roterende C-arm röntgen-scanners. De flexibiliteit van deze kabelrups biedt de gebruiker de kans om volledig nieuwe machines te ontwikkelen. Het basisprincipe van lokchain is eenvoudig: in de schakelzijkant geïntegreerde pennen welke de rups stevig in de geleidegoot houden. Wanneer de schakel in een radius wordt gebogen, trekt de pen automatisch naar binnen en komt de kabelrups los van zijn geleiding. Wanneer de rupsschakel weer in de geleidegoot, dan wordt de pen langer en klemt de rups zich automatisch weer vast in de geleidegoot. Dit elimineert de noodzaak van kostbare geleidegootsystemen. Op deze manier bespaart de machinebouwer geld. www.igus.be

NIEUW FLEX I/O PLATFORM VAN ALLEN-BRADLEY

Rockwell Automation heeft de nieuwe Allen-Bradley FLEX 5000 I/O platform geïntroduceerd, waarmee slimmere, productievere en flexibelere industriële automatiseringsoplossingen kunnen ontworpen worden. Dankzij de highspeed communicatie en de grotere bandbreedte kan het platform grotere hoeveelheden data met de controller uitwisselen. Zo kunnen toekomstbestendige controlesystemen voor de ‘Connected Enterprise’ ontwikkeld worden. Het nieuwe platform is gebouwd op een 1 Gigabitarchitectuur die Device Level Ring (DLR), lineaire en sterconfiguraties ondersteunen. Een toekomstige release zal ook het Parallel Redundancy Protocol (PRP) voor een redundant netwerkontwerp ondersteunen. Ook OEM’s en SKID-bouwers kunnen de nieuwe FLEX 5000 I/O modules gebruiken om de productiviteit te verbeteren. De engineeringstijd wordt verkort dankzij een eenvoudiger ontwerp en een vereenvoudigde bedrading. De installatie van de modules is gemakkelijker door een flexibel ontwerp dat zowel verticale als horizontale montage mogelijk maakt. Modules kunnen zowel via koper of fiber met de controllers communiceren. De modules zijn ontworpen voor gebruik in zware omstandigheden zoals Arctische kou bij oliewinning of enorme hitte in de mijnbouw. De modules zijn geschikt voor gebruik bij omgevingstemperaturen van - 40 tot + 70 graden Celsius. www.rockwellautomation.com 42

NIEUWE CONFIGURATOR VAN FESTO BESPAART TIJD EN GELD

Van handbediende tot geautomatiseerde procesafsluiters, de nieuwe configurator voor de procesafsluiters van Festo maakt het selecteren van de optimale oplossing een kinderspel. Selecteer eenvoudig enkele parameters en de configurator zal onmiddellijk de juiste combinaties voorstellen, waardoor de engineering in de procesindustrie snel, betrouwbaar en gemakkelijk wordt. De configurator voor de procesafsluiterseenheden vereenvoudigt de engineering- en inkoopprocessen aanzienlijk. De tool zorgt voor een snel en succesvol projectbeheer door rekening te houden met alle relevante factoren: van het initiële zoeken naar producten tot de configuratie, de dimensionering, de documentatie en het bestellen en leveren van de kant-en-klare procesafsluiterseenheid, alles is gecombineerd in één tool. De geconfigureerde procesafsluiterseenheden zijn op maat gemaakt en klaar om te installeren, alle componenten zijn perfect op elkaar afgestemd: de vlinderkleppen, de kwartslag actuatoren, de stuurventielen, de sensorboxen, de positioners, de adapter kits en de handbediende hendels. Wat u ook zoekt, of het nu gaat om het gemak van manueel aangedreven combinaties, een eenheid met stuurventielen en een sensorbox, of een eenheid met een positioner: u kiest eenvoudig de vereiste parameters in het invoermenu en de configurator stelt de juiste oplossing voor. Samen met de voorgestelde oplossing creëert de configurator een bestel-ID voor de volledige combinatie, die kan gebruikt worden voor het plaatsen van toekomstige bestellingen. Er zijn ook voordelen op vlak van de documentatie omdat de CAD-gegevens voor de volledige module kunnen worden gedownload in overeenstemming met de configuratie. www.festo.com/kvza


PRODUCTEN

WEG LANCEERT EEN KRACHTIGE UITBREIDING VOOR DE W60-MOTORREEKS

WEG, een van ‘s werelds toonaangevende fabrikanten van motoren aandrijftechnologie, heeft zijn W60-motorreeks uitgebreid. Deze heeft nu een vermogensbereik van 500-16.000 kW bij een frequentie van 50 of 60 Hz. De driefasige inductiemotoren zijn ontworpen voor een spanningsbereik van 2300 tot 13.800 V en zijn beschikbaar in framegroottes van IEC 450 tot IEC 1000 (NEMA 7000 tot 1600). De W60-lijn is bedoeld voor industriële toepassingen zoals compressoren, pompen en ventilatoren en biedt dan ook een hoog performantieniveau en een grote bedrijfszekerheid, zelfs in de meest ongunstige werkomstandigheden. De W60 wordt vooral gebruikt in de olie- en gassector, in de mijnbouw, voor het opwekken van elektrische energie in krachtcentrales, bij de productie van cement en ook voor water- en afvalwatertoepassingen. www.weg.net

MITSUBISHI ELECTRIC E-F@CTORY

Smart Industry, Internet of Things, of Industry 4.0 wordt door velen beschouwd als de vierde industriële revolutie. Mitsubishi Electric is als wereldwijd leverancier van automatiseringsoplossingen, in samenwerking met diverse Europese brancheorganisaties zoals VDMA en ZVEI, actief betrokken bij de ontwikkeling hiervan. Mitsubishi Electric loopt voorop bij de ontwikkeling van flexibele oplossingen voor Smart Industry. Zo introduceerde het bedrijf vijf jaar geleden de MES IT-interface module, een module die ‘time-stamped’ productiedata synchroniseert met o.a. SQL, Oracle of Access databases . Tevens is deze functionaliteit beschikbaar op de nieuwste generatie HMI bedieningspanelen. Hiermee is het met minimale kosten en moeite mogelijk om vanuit zowel bestaande als nieuwe installaties (ook van andere fabrikaten) data op hoger liggende systemen direct beschikbaar te stellen. Ook het recent geïntroduceerde iQ-R besturingssysteem heeft een geïntegreerde database en is in staat om daarin data te schrijven en te verwerken. Het is hierbij mogelijk om het systeem direct op het basisrack uit te breiden met Motion controllers en Robot controllers. Hiermee vindt de aandrijving en besturing plaats vanuit één, flexibel systeem met geïntegreerde database en supersnelle dataoverdracht. Met behulp van de transparante communicatiemogelijkheden en de uitgebreide beveiligingsmogelijkheden zijn deze oplossingen perfect geschikt voor het ‘Internet of Things’. Onlangs kondigde Mitsubishi de deelname van SAP in de e-factory Alliance aan. Dankzij deze samenwerking kunnen de automatiseringsoplossingen van Mitsubishi op natuurlijke wijze worden geïntegreerd in het Cloudplatform van SAP. Het gebruik van de Internet of Things (IoT) -functies van de SAPsoftware maakt gegevensoverdracht op een transparante, flexibele en veilige manier mogelijk. www.esco.be

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

ACT IN TIME: POSITIONEREN KAN NU OOK OVER IO LINK

Tot nu werd IO-Link vooral door sensorfabrikanten gebruikt, maar waarom deze eenvoudige methode ook niet toepassen om de machine-instellingen te automatiseren? De ‘peer-to-peer connection’ kan gebruikt worden om de actuatoren te controleren en via één of enkele Gateways kan het geheel aan eender welke ‘hogere’ veldbus aangesloten worden. Zowel actuatoren als sensoren via dezelfde IO-Link communicatie verbinden, vereenvoudigt de inbedrijfname en levert een belangrijke besparing op. Halstrup-Walcher, in België vertegenwoordigd door Act in Time, is pionier in het aanbieden van intelligente actuatoren met verschillende veldbussen en heeft dit nu naar een volgend niveau gebracht door IO link aan de mogelijkheden toe te voegen. In feite is IO-Link geen echte veldbus maar enkel een doorgeefluik naar de driver zelf. De positioneersystemen zelf bieden optimale ondersteuning voor snelle en nauwkeurige positioneertaken waarbij ook de zogenaamde ‘time stamp’ wordt ondersteund. Dit garandeert dat een wijziging van instelling exact op het juiste ogenblik start, onafhankelijk van de snelheid van communicatie. Dit is bijzonder nuttig voor een synchrone werking met de rest van de machine. De aansluiting van de IO link gebeurt met een enkele M12 connectie waarbij de kabel zelfs niet afgeschermd dient te zijn. Zowel de communicatie als de voeding worden hiermee verbonden. Meer informatie via sales@actintime.be

43


MindSphere Het cloudgebaseerde, open IoT-besturingssysteem siemens.be/mindsphere – mindsphere.io

Elke machine en elk systeem in uw bedrijf bevat een schat aan informatie en nog te ontdekken voordelen. Met MindSphere kan u deze kostbare informatie omzetten in productieve bedrijfsresultaten. Door uw machines en fysieke infrastructuur met de digitale wereld te verbinden, creëert MindSphere krachtige industriële apps met geavanceerde analysetools en digitale diensten die de productiviteit en efficiëntie van uw bedrijf naar een hoger niveau tillen. MindSphere biedt u: • Snellere ontwikkeling van krachtige industriële oplossingen voor het Internet of Things (IoT) • Open Platform as a Service (PaaS) met toegang tot Native Cloud-ontwikkeling (identiteits- & toegangsbeheer) • Uitgebreide apparaat-, bedrijfs- en databaseconnectiviteit • Krachtige industrieoplossingen met geavanceerde analysetools • De gecombineerde schaalbaarheid van Siemens als de nr. 1 op het vlak van automatiseringsdiensten en Amazon Web Services als de nr. 1 op het vlak van clouddiensten.


TECHTELEX Dana koopt meerderheidsbelang TM4 en heeft daardoor een compleet E-drive programma. Dana Incorporated zit niet stil en op strategisch vlak is het bedrijf bezig om de meest volledige aanbieder te worden op het gebied van industriële voortbeweging. Dana is een wereldleider in zeer technische oplossingen voor het verbeteren van de efficiëntie, prestaties en duurzaamheid van (elektrische) voertuigen en machines. Om haar E-Drive programma compleet te maken heeft Dana een meerderheidsbelang ingenomen bij het Canadese TM4, producent en ontwikkelaar van motoren, power inverters en control systems voor elektrisch aangedreven voertuigen, geschikt voor de automotive, de marine en de maritieme industrie. (www.dana.com en www.tm4.com) Het event Maintenance of Aging Assets op 2 oktober 2018 in Spijkenisse is een praktijk & netwerkdag die u helpt bij het maken van keuzes als het gaat om vervanging, levensduurvoorspellingof verlenging en het investeren in assets. De deelnemers krijgen kennis en inzicht van anderen uit de industrie door middel van praktijkcases die je kan toepassen binnen uw eigen werkzaamheden. Wat komt er aan bod? Het inschatten en plannen van investeringen inzake levensduurverlenging, vervanging, waardevermindering & afschrijving van assets. Het gebruik van data en innovatieve oplossingen ter optimalisatie van assetinformatie, conditiebepaling en risico’s. En tot slot een succesvolle samenwerking in de keten: overheid, asset-owners en contractors. (https://iir.nl/events/maintenance-of-aging-assets) De Zweedse multinational SKF verkoopt zijn afdeling lineairtechniek SKF Motion Technologies aan investeringsmaatschappij Triton voor 310 miljoen dollar. De overnamedeal zou tegen het einde van dit jaar zijn afgerond. Bij SKF Motion Technologies werken zo’n 1.200 mensen.Opvallend: Triton verkocht begin dit jaar zijn participatie in pneumaticaspecialist Aventics aan Emerson voor een bedrag van 527 miljoen euro. Triton, een Duits-Scandinavische investeringsmaatschapij, nam in 2013 Aventics over van Bosch Rexroth. Na ruim 4 jaar werd Aventics verkocht aan de divisie Automation Solutions van Emerson. Met die oorlogskas lijfde Triton nu SKF Motion Technologies in. (www.skf.com) Empack is het grootste B2B event voor de verpakkingssector en België en vindt plaats op 3 en 4 oktober 2018 in Brussels Expo. De verpakkingsen voedingssector gaan hand in hand want meer dan 20 procent van de bezoekers van Empack komt uit de voedingsindustrie. Net daarom werkt de beursorganisatie samen met experten om het seminarieprogramma naar een hoger niveau te tillen. Zoals elk jaar levert Pack4Food zijn bijdrage aan het seminarieprogramma op Empack, maar dit jaar zetten ook Fevia (de federatie van de Belgische voedingsindustrie) en Flanders’Food (speerpuntcluster agrovoeding) hun schouders onder het seminarie. Op woensdag 3 oktober wijdt Fevia een volledig programma aan ‘Design for Recycling.’ Want er staan de voedingsindustrie heel wat uitdagingen te wachten op het vlak van verpakkingen. De recyclagecijfers, zeker van plastic verpakkingen, moeten omhoog. Op de tweede beursdag delen Pack4Food en Flanders’Food hun kennis over Industrie 4.0 en smart packaging. Zo leert u meer over de voedingsverpakking van de toekomst en het project Terafood en de ontwikkeling van een intelligente verpakkingssensor. (www.empack.be) Het Antwerpse luchtvaartbedrijf The Aviation Factory heeft de activiteiten van de Nederlandse nichetouroperator TradeFairs overgenomen. Al meer dan 20 jaar brengt TradeFairs zakenmensen uit specifieke sectoren naar vakbeurzen in Bologna, München, Neurenberg of naar bijvoorbeeld de IT-beurs Cebit in Hannover of de tweejaarlijkse offshore-beurs ONS in het Noorse Stavanger. The Aviation Factory is marktleider in de Benelux inzake het organiseren van luchtvervoer op maat. De groep omvat Vizion Air, de eerste Belgische boutique airline, Vintage Flights dat warbirds zoals de legendarische P51 Mustang verhuurt, en Zeus.aero dat cargovluchten organiseert. Het operationeel centrum van TradeFairs verhuist nu naar Antwerp Airport. The Aviation Factory heeft kantoren in Nederland, Frankrijk, Spanje en Portugal. (www.the-aviation-factory.com) Sinds 1 juli 2018 opereren Brevini Nederland B.V. (Dana Brevini Benelux) en Brevini Fluid Power B.V. als één bedrijf onder de naam Dana SAC Benelux B.V. Dana, zelf sterk in aandrijfassen en bekend van het wereldmerk Dana Spicer, zocht versterking op twee vlakken, namelijk de industriële markt en een aanvullend producten portfolio. Brevini was daarbij de perfecte match, als top 3 van de markt in Europa op het gebied van aandrijfsystemen en componenten op zowel mechanisch, conventioneel als hydraulisch gebied. In het afgelopen jaar kreeg een en ander vorm en er ontstonden twee divisies: Dana Spicer Drivetrain Systems en Dana Brevini Motion Systems. Dana Brevini Benelux speelde in de groei een grote rol. Het filiaal blijft het verkoopkantoor van de Benelux en ook de spareparts van NoordEuropese landen worden geleverd vanuit het Service en Assembly Center (SAC) in Alphen aan den Rijn. (www.dana.com) PTC en Rockwell Automation hebben een strategische samenwerkingsovereenkomst gesloten en Rockwell Automation koopt voor 1 miljard dollar aan aandelen in PTC. De samenwerking tussen PTC en Rockwell Automation stelt beide bedrijven in staat om een beroep te doen op elkaars personeel, technologie, expertise en marktaanwezigheid. Er zal onder meer sprake zijn van technische samenwerking en gezamenlijke marketinginitiatieven. Meer in het bijzonder zijn PTC en Rockwell Automation overeengekomen om hun smart factory-technologieën te integreren. Zo zullen het bekroonde IoT-platform ThingWorx®, de industriële connectiviteitsoplossing Kepware® en het augmented reality (AR)-platform Vuforia® van PTC worden gecombineerd met de platforms voor industriële automatisering van Rockwell Automation, zoals FactoryTalk® MES, FactoryTalk Analytics en Industrial Automation. (www.rockwellautomation.com)

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2018

45


AFSLUITER Speakers’ Corner voor experts uit de techniek.

DIGITALE TECHNOLOGIE IS KLAAR, NU MOETEN WE AAN DE SLAG! De impact van digitalisering op maatschappij, economie en industrie verandert onze wereld onherroepelijk. Bedrijven die vandaag geen werk maken van hun digitale transformatie, worden ooit genadeloos voorbijgestoken. Toch blijft de drempel om effectief van start te gaan vaak groot. Onder het motto ‘scale small, act fast’, pleit Siemens voor een slimme, gefaseerde aanpak, in lijn met de bedrijfsdoelstellingen. Elk digitaliseringsproject start met data: het ontginnen van informatiestromen en het omzetten naar ‘smart data’. Die transformatie biedt niet alleen opportuniteiten om (productie)processen te optimaliseren, maar zorgt ook voor meer transparantie, kwalitatievere besluitvorming en hogere operationele efficiëntie. Bovendien opent digitale transformatie in heel wat bedrijven de deur naar compleet nieuwe businessmodellen. Denk maar aan de opmars van servitization, waarbij productverkoop plaats ruimt voor diensten – vaak volgens een pay per use-model.

‘Zolang digitalisering geen onmiddellijke bedreiging vormt voor de business, wordt de boot afgehouden.’

ANGST VOOR VERANDERING Over het belang en de mogelijkheden van digitalisering is al onnoemelijk veel gezegd en geschreven. Ook de technologie staat ondertussen op punt. Maar als het op het eigenlijke implementeren aankomt, nemen heel wat bedrijven toch nog een afwachtende houding aan. De reden is simpel: digitalisering schrikt af, omdat het te vaak voorgesteld wordt als een gigantisch project. De business zou zogezegd onherkenbaar veranderen en het prijskaartje is navenant. Het resultaat? Zolang digitalisering geen onmiddellijke bedreiging vormt voor de business, wordt de boot afgehouden.

PERSOONLIJK TRAJECT Het idee dat een digitale transformatie van vandaag op morgen de complete organisatie overhoop moet gooien, is echter een misvatting. Integendeel: kleine stappen zetten richting digitalisering, met de strategische lange termijn doelen van het bedrijf als leidraad, is niet alleen eenvoudiger, maar ook duurzamer. Elke organisatie heeft namelijk zijn eigen specifieke digitaliseringstraject. Een grondige analyse van de huidige situatie - de zogenaamde ‘maturity check’ - , aandacht voor het opleiden van medewerkers, en een hernieuwde focus op intern en extern samenwerken – in een ecosysteem, bijvoorbeeld – zijn daarbij essentieel. Kortom: een persoonlijk traject op maat, met duidelijke doelstellingen en een overeenkomstig prijskaartje maken dat digitalisering in ieders bereik komt. En dat is maar goed ook: wie morgen nog relevant wil zijn, maakt beter vandaag nog werk van een gedegen en doordachte digitale transformatie. Thierry Van Eeckhout Vice President Sales Siemens Digital Factory – Process Industries and Drives 46


ATB Automation Mechanics Motion Control

VANSICHEN

L I NE A I RT E C HNI E K


Expertise – Passion – Automation

Minder is echt meer

EX600-W, draadloze seriële interface Uw voordelen met de SMC seriële interface: • Minder kabels en connectoren, minder installatie en onderhoud, minder kans op breuken en uitschakeling • Realiseer volledig betrouwbare interferentiebestendige communicatie • Overal inzetbaar

Introduceer flexibiliteit in uw machines -

Eenvoudige aanpassing van de layout en snelle aansluiting. Ontdek het zelf met de EX600-W serie: minder is echt meer. https://www.smc.eu/resources/videos/EX600-w_nl_BE.mp4 www.smcpneumatics.be

Automation Magazine nr 213 (NL)  

Automation Magazine is in België de marktleider voor informatie over industriële automatisering en aandrijftechniek.

Automation Magazine nr 213 (NL)  

Automation Magazine is in België de marktleider voor informatie over industriële automatisering en aandrijftechniek.