Automation Magazine nr 203 (NL)

Page 1

driemaandelijks tijdschrift over industriële automatisering en aandrijftechniek

maart 2016 NR 203

DOSSIER kwaliteit

Driemaandelijks tijdschrift van FIMOP & Belgitrans - 46e jaargang Maart-april-mei 2016, Afgiftekantoor Turnhout - P309959

‘Kwaliteit zit in lucht, olie en motoren’

p19 - Op zoek naar fusienaam voor Belgitrans en FIMOP p33 - Inge Lefevre (L&D Jet Techniek) ziet groeikansen in medische industrie en vliegtuigbouw p38 - Indumation Netwerk Event 2016 smaakt naar meer


See more of our thinking and the advantages it delivers Call +32 (0) 2-333 44 11 or email belgium@imi-precision.com www.imi-precision.com

Engineering GREAT Solutions


edito door Jo Verstraeten voorzitter fimop

Kwaliteit maakt het verschil In 1987 publiceerde H. James Harrington, kwaliteitsexpert bij IBM, zijn boek over de gevolgen van lage kwaliteit: ‘Poor-Quality Cost.’ Hierin beschrijft hij in eenvoudige bewoordingen hoe je een systeem opzet om de kost van lage kwaliteit op te sporen en te elimineren. Op de vraag echter hoeveel men moet investeren om bij het maken van producten het beoogde kwaliteitsniveau te bereiken, klinkt vaak het algemene antwoord: ‘zo veel als nodig en zo weinig als mogelijk.’ Aan kwaliteit hangt altijd een prijskaartje, en het is dan de vraag welk evenwicht het bedrijf vindt tussen de productiekost en de uiteindelijke verkoopprijs (en de hieraan verbonden winstmarge) van een geleverd product of dienst.

‘Welk evenwicht vindt het bedrijf tussen productiviteit en uiteindelijke verkoopprijs?’

In een fabrieksomgeving moet men denken op lange termijn. Kwaliteit is hier een belangrijke verantwoordelijkheid van de engineering. Een goed doordacht en kwalitatief ontwerp vertaalt zich in een lange levensduur van de machine en haar onderdelen, in productiezekerheid en in een laag energieverbruik. Eigenschappen die bij de aankoop van een machine zorgvuldig moeten worden onderzocht.

Daarnaast is er de kwaliteit van het gebruik en het onderhoud. Op welk kwaliteitsniveau de installatie onderhouden om optimaal in functie te blijven? Een efficiënt gebruik van perslucht, de olie in machines controleren én analyseren, en de keuze van het juiste aandrijfsysteem. Dit zijn belangrijke factoren die nodig zijn om kwaliteitsvol en duurzaam te kunnen produceren. Automation Magazine geeft u in het themadossier van dit nummer graag een overzicht van hoe u de kwaliteit bij machinegebruik kan controleren én verhogen. Kwaliteit betaal je, maar maakt uiteindelijk wel degelijk het verschil. In het artikel over de Duitse Automatica-beurs in München leest u dat de ‘robotdichtheid’ in China spectaculair is gestegen. En dit in een land waar er een overschot is aan goedkope werkkrachten! Een hoge loonfactor zoals in België is er niet doorslaggevend in de productiekost en toch schakelen ook de Chinezen over op machines. Waarom? De reden hiervoor is dat robots efficiënter en kwaliteitsvoller produceren en de Chinezen hebben goed begrepen dat in deze almaar kritischere, transparante en moderne wereld kwaliteit vaak op de eerste plaats komt. Ook u wil het maximum uit een fabrieksmachine halen. Daarom is de kwaliteitsfactor bij machines en onderhoud een aandachtspunt dat bovenaan ieders lijstje moet staan. Van CEO tot arbeider.

automation magazine maart 2016

3


colofon

7

FIMOP Belgische vereniging van fabrikanten, invoerders en verdelers van materiaal voor industriële hydraulica, pneumatica, automatisatie en aanverwante technieken. Lid van het Europees comité CETOP.

BELGITRANS Belgische beroepsvereniging voor industriële aandrijftechnieken: mechanisch, elektrisch, mechatronisch en hydrodynamisch.

vzw FIMOP Louizalaan 500 – 1050 Brussel tel. +32 471 20 96 73 info@fimop.be www.fimop.be

vzw BELGITRANS Villalaan 83 – 1190 Brussel tel. +32 2 534 15 15 info@belgitrans.be www.belgitrans.be

RAAD VAN BESTUUR Jo Verstraeten: Voorzitter Marcel De Winter: Secretaris Jeroen Dieusaert: Penningmeester Hugues Maes: Bestuurder Paul Vermeiren: Bestuurder Jean-Pierre Vanderkelen: Bestuurder Yves Meulenijzer: Bestuurder

RAAD VAN BESTUUR Geert Heyvaert (MGH) Dieter Van Schoors (Siemens) Luc Van Hoylandt (Act in Time) Luc Roelandt (GKN Stromag Benelux) Bart Vanhaverbeke (Voith Turbo) Dick Ter Welle (Hansen Industrial Transmissions)

TOEZICHTHOUDERS Adriaan De Potter (Protec) Maciej Szygowski (Doedijns Fluidap)

TOEZICHTHOUDERS Marc Goos (Transmo)

LEDEN 2016 Abflex Group – Asco Numatics Benelux – Atlas Copco Compressors – Aventics – Boge Compressors – Bosch Rexroth – Brevini Fluid Power – Burkert Contromatic – Clippard Europe – CQS Technologies – Compair Geveke – Doedijns Fluidap – Donaldson Ultrafilter – EFC – Eriks – Euregio Hydraulics – Festo Belgium – Fluidtech – Gates Europe – Hansa-Flex – Hydac – Hydraulic Assistance – Hydraumec International – Hydrauvision – Hydro Tools – Ingersoll Rand Benelux – IPAR Industrial Partners – K-Flex – Manuli Fluiconnecto – Motrac Hydraulics – Norgren – Pall Belgium – Parker Hannifin – Pirtek Benelux – Poclain Hydraulics – Protec – Rem-B – Service Hydro – SMC Pneumatics – Stäubli – Testo – Van De Calseyde – VB Parts Hydraulic – Vameco – Vansichen – Vermeire Motion – WTS Hydraulics

LEDEN 2016 ABB (Asea Brown Boveri) – Act in Time – ATB Automation – AVD Belgium – AZ Hollink Belgium – Bauer Gear Motor – Bege Aandrijftechniek – Brammer – Brevini Benelux – CET Motoren – Defawes – Eriks – Esco Drives – Gearcraft – GKN Stromag Benelux – Habasit Belgium – Hansen Industrial Transmissions – KTR Benelux – MGH – Motoren Francoys – Optibelt – Renold PLC – Rotero Belgium – SEW-Eurodrive Belux – Siemens – SKF Belgium – Tas L & Co – Transmo – Van Houcke – Vialec – Voith Turbo – WEG Benelux – Yaskawa Europe

AUTOMATION MAGAZINE Automation Magazine is een driemaandelijkse uitgave van de beroepsverenigingen FIMOP en Belgitrans. Het verschijnt in maart, juni, september en december. REDACTIE redactie@automation-magazine.be www.automation-magazine.be ADVERTEREN Jean-Charles Verwaest, tel. +32 475 44 57 91 publiservice@automation-magazine.be VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Jo Verstraeten vzw FIMOP Louizalaan 500 – 1050 Brussel info@fimop.be www.fimop.be REDACTIECOMITE Ing. René Decleer, Ludo De Groef, Hugues Maes, Patrick Polspoel, Luc Van Hoylandt, Jo Verstraeten (Voorzitter), Ing. Roger Stas, Daniel Tytgat SECRETARIAAT Gerda Van Keer, tel. +32 471 20 96 73 gerda.vankeer@fimop.be info@automation-magazine.be

4

REALISATIE Magenta Uitgeverij Designcenter De Winkelhaak Lange Winkelhaakstraat 26 2060 Antwerpen info@magenta-uitgeverij.be

29

32

LAY-OUT Ruth Vanvelthoven OPLAGE 8.000 ex. NL + 3.000 ex. FR De advertenties en artikelen in Automation Magazine worden ter goedkeuring voorgelegd aan het redactiecomité. Alle advertenties die betrekking hebben op technieken en producten voor industriële automatisering komen in aanmerking voor publicatie. Alle artikelen en nieuwsberichten zijn door de redactie geselecteerd. Zij verschijnen gratis en bevatten geen publiciteit. De auteurs zijn verantwoordelijk voor hun teksten. Automation Magazine paraît aussi en français. FIMOP 2016

©

36

19


inhoud

7

‘Als gebruiker zijn er op kwaliteitsgebied drie cruciale factoren die ervoor zorgen dat uw machine optimaal én langdurig blijft presteren: lucht, olie en een goede motor.’

19

‘Een fusie tussen Belgitrans en FIMOP zal zorgen voor schaalvergroting – met minder kosten – waardoor we onze leden een betere service kunnen geven.’

P3 EDITO: ‘Kwaliteit maakt het verschil.’ P4 INHOUD P7 DOSSIER KWALITEIT: Kwaliteit zit in lucht, olie en motoren. P19 Op zoek naar een fusienaam voor FIMOP en Belgitrans.

27

‘Om het verbruik op gebied van pneumatica te doen dalen, was voor Unilever de visualisering en meetbaarheid van het persluchtverbruik van groot belang.’

30

‘Bij waterstraalsnijden moet je niet vrezen voor een ‘fiber break out’ op de contouren, noch voor een afzetting van koolstofstof op de elektrische verbindingen.’

36

‘België heeft 171 robots per 10.000 werknemers en is daarmee een hoog geautomatiseerd land.’

automation magazine maart 2016

P20 SMC Pneumatics, Siemens, FANUC en SICK investeren in Technology Truck. P22 WEBSITE: ‘Zonder goede basis krijg je geen golfslag.’ P24 Hoffmann-Metalcare levert innovatieve zaagstraat en perslijn. P27 Een Magnum aan genot met een kleiner verbruik. P29 AGORIA: Verbetering in Production, Technology & Mechatronics houdt aan. P30 INTERVIEW: ‘Snijden met water en zand, zo is ook de Grand Canyon ontstaan.’ P36 AUTOMATICA: Robotdichtheid in België groter dan in Nederland. P39 Succesvol INE 2016 smaakt naar meer. P41 PRODUCTEN P45 TECHTELEX P46 OPINIE: ‘Kwaliteit, een evolutie in ideeën.’

5


Motors | Automation | Energy | Transmission & Distribution | Coatings

CFW500 Machinery Drives One CSD, endless possibilities. The CFW500 has advanced technology Plug & Play options, developed for fast commissioning, providing great flexibility and competitive advantage while offering excellent performance and reliability. Designed for exclusively industrial or professional use, it is perfect for OEM, system integrators, panel installers and end users providing benefits from the added value. • • • • • •

Smartphone Smart Probes Smart work

Compatible - wide range of accessories Flexible - application functions Robust - 150% overload for one minute Efficient - streamlines operation and performance Reliable - 100% are tested with load at the factory Integrable - Fieldbus networks

Testo Smart Probes: Compacte en professionele meettoestellen van Testo kwaliteit met bediening via Smartphone Gratis testo Smart Probes App

Transforming energy into solutions.

testo NV • Industrielaan 19 • 1740 Ternat Tel. 02/582 03 61 • info@testo.be

www.weg.net

NL.indd 1

2/29/2016 5:21:17 PM


Dossier WOORD Alfons Calders | BEELD Automation Magazine

Drie belangrijke aandachtspunten op het gebied van kwaliteit bij machinegebruik

KWALITEIT ZIT IN LUCHT, OLIE EN motoren Machines zijn gemaakt om te blijven draaien, elke minuut stilstand kost geld. Als gebruiker zijn er op kwaliteitsgebied drie cruciale factoren die ervoor zorgen dat uw machine optimaal én langdurig blijft presteren: lucht, olie en een goede motor. Daarom in dit dossier een overzicht van deze aandachtspunten. Een efficiënt gebruik van perslucht, de olie in machines controleren én analyseren, en de keuze van het juiste aandrijfsysteem. Het zijn drie factoren die nodig zijn om kwaliteitsvol te kunnen produceren. Belangrijke kwaliteitseisen voor elke installatie, ook voor een hydraulisch systeem, zijn haar beschikbaarheid, betrouwbaarheid en onderhoudsvriendelijkheid. Kwaliteit is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de engineering. Een goed doordacht en kwalitatief ontwerp vertaalt zich in een lange levensduur van de machine en haar onderdelen, in productiezekerheid en in een lager energieverbruik.

automation magazine maart 2016

Zijn alle motoren identiek te noemen op gebied van kwaliteit? Waar zitten de verschillen en waar dient men op te letten bij de aankoop van een motor? De juiste keuze voor een aandrijfmotor is uiteraard afhankelijk van het soort toepassing en de specifieke eisen die aan de motor gesteld worden. Toch zijn er algemeen bepaalde parameters waarop men kan letten bij de keuze van de optimale motor. Daarnaast is er de kwaliteit van het onderhoud. Welk kwaliteitsniveau moet de installatie houden om optimaal in functie te blijven? Automation Magazine geeft u in dit dossier graag een overzicht van hoe je de kwaliteit bij machinegebruik kan controleren én verhogen. 7


PERSLUCHT

PERSLUCHTKWALITEIT VOOR INDUSTRIËLE TOEPASSINGEN De productie-efficiëntie hangt in hoge mate af van het goed functioneren van de machine en het goed functioneren van de aandrijving. Bij perslucht als belangrijke aandrijver moet gekeken worden naar haar kwaliteit. Zeker omdat perslucht ter plaatse wordt gemaakt met lokale grondstof, de omgevingslucht.

De kwaliteit van de perslucht wordt via een klassensysteem vastgelegd in de ISO 8573-1:2010. Maar het is de toepassing die bepaalt welke klasse men zal implementeren. Perslucht en zijn contaminatiebronnen De kwaliteit van de perslucht is functie van het gehalte aan storende elementen die ze bevat. Het gaat dan om vaste vuildeeltjes, vloeibare of dampvormige olierestanten, waterdruppels en waterdamp, microorganismen, eventueel vervuilende gassen ... Een groot deel hiervan wordt door de compressor met de omgevingslucht aangezogen. Denk ook aan aangezogen uitlaatgassen die CO, CO2, NOx bevatten. De ganse persluchtinstallatie kan eveneens zorgen voor vervuiling (en filtert er ook belangrijke delen uit). Zo voegen oliegesmeerde compressoren kleine hoeveelheden olie toe onder de vorm van vloeistof, aerosol en damp. De drukstijging en de nakoeling zorgen voor het omzetten van aanwezige waterdamp in vloeibaar water en wateraerosol.

Belangrijke stap is ‘meten is weten.’ Daarom beschrijft de rest van de norm – ISO 8573-2 tot 9 - de richtlijnen voor het meten van de contaminanten in de perslucht. De norm verwijst ook naar de gespecialiseerde normen zoals ISO12500 (voor filters) of ISO 7183 (specificaties en testmethodes voor drogers in persluchtinstallaties).

ISO 8573-2, Compressed air — Part 2: Test methods for oil aerosol content ISO 8573-3, Compressed air — Part 3: Test methods for measurement of humidity ISO 8573-4, Compressed air — Part 4: Test methods for solid particle content ISO 8573-5, Compressed air — Part 5: Test methods for oil vapour and organic solvent content ISO 8573-6, Compressed air — Part 6: Test methods for gaseous contaminant content ISO 8573-7, Compressed air — Part 7: Test method for viable microbiological contaminant content

Niet te onderschatten contaminatiefactoren zijn de persluchtketel en het verdelingsnet. Onder invloed van water en olie krijgt men roest en zgn. ‘pipescale.’ En door condenswater en warmte groeien de micro-organismen. Deze vervuiling bepaalt mee de uiteindelijke persluchtkwaliteit aan de verdeelpunten.

ISO 8573-8, Compressed air — Part 8: Test methods for solid particle content by mass concentration

Persluchtcontaminatie definiëren Iedere toepassing zal zijn zuiverheidseis stellen. Om deze zuiverheid te kunnen definiëren (en bewijzen), is er de ISO 8573-1:2010 norm. De eerste versie dateert van 1991, de geldende is van 2010. Deze norm deelt de perslucht op in zuiverheidsklassen in relatie tot drie factoren: de aanwezige vaste deeltjes, water en olie in vloeistof en gasvorm.

Volgens de norm moet de persluchtkwaliteit worden weergegeven als: ISO 8573-1:2010 [A:B:C].

Binnen de norm worden geen kwaliteitsklassen opgesteld voor microbiologische contaminanten. In sommige zeer specifieke toepassingen zoals medische perslucht of lucht in contact met farmaceutische en voedingsproducten kent men wel een definiëring voor ‘steriele perslucht.’ De luchtkwaliteit wordt onafhankelijk van de locatie in het persluchtsysteem opgegeven.

8

ISO 8573-9, Compressed air — Part 9: Test methods for liquid water content

Hierbij is A de zuiverheidsklasse voor de aanwezige partikels. Voor de kwaliteitsklassen van 0 tot 6 wordt gerekend met het aantal deeltjes per m3, waarbij de deeltjes worden opgedeeld in drie groottes: tussen 0,1 μm en 0,5 μm, tussen 0,5 μm en 1,0 μm en tussen 1,0 μm en 5,0 μm. Grotere deeltjes moeten sowieso uitgefilterd worden. Kleinere deeltjes worden als onmeetbaar beschouwd. Voor de klasse 0 moet de gebruiker en/of de persluchtleverancier in zijn specificaties zelf de hoeveelheid per deeltjesgrootte opgeven. Voor de klassen boven de 6 wordt gerekend met totaal gewicht van de deeltjes in mg/m3.


Dossier B is de zuiverheidsklasse voor vochtgehalte en vloeibaar water, uitgedrukt in °C-drukdauwpunt of voor de klassen hoger dan 6 in gr/m3. De derde factor, C, is de concentratie van de totale aanwezigheid van olie (vloeistof, aerosol en in dampvorm), uitgedrukt in mg/m3, opgedeeld in 5 klassen. Hierbij moet duidelijk rekening gehouden worden met de oliedampen en/of geuren die met mechanische filters niet te verwijderen zijn, maar met actiefkoolfilter geadsorbeerd kunnen worden of omgezet met een katalysator in C02 en H2O. Ook voor B en C moet de fabrikant en/of de gebruiker die klasse 0 pretendeert en/of eist in zijn specificaties de hoeveelheden opgeven, gemeten volgens de juiste ISO8573-subnorm, waarbij deze waarden natuurlijk lager moeten zijn dan het minimum van klasse 1, maar beter dan wat nog meetbaar is. (Klasse 0 betekent dus nooit ‘vrij van A,B of C.’) De waarden van A,B en C moeten opgegeven zijn in de referentiecondities: luchttemperatuur 20°C, absolute luchtdruk is 100 kPa (1 bara) en voor de zuiverheidsklasse van water: het drukdauwpunt in °C. Zoveel als nodig, zo weinig als mogelijk De persluchtinstallatie en het persluchtonderhoud bepalen de kwaliteit, maar ook de uiteindelijke prijs van de perslucht. Hoe betere persluchtkwaliteit of hoe beter men de kwaliteit gegarandeerd wil, hoe duurder de luchtbehandeling, de filters, de compressor, het leidingwerk moet zijn. Op de vraag welke persluchtbehandeling men dus zal voorzien, is het algemeen antwoord dan ook steeds: ‘zo veel als nodig is en zo weinig als mogelijk is.’ Dat betekent concreet: de juiste kwaliteitsklasse die voldoet voor de toepassing. Stuur- en aandrijflucht voor het bedienen van controlekleppen, cilinders, grippers ... verdragen meestal wel wat vervuiling. Toch moeten we hier voldoende kwaliteitslucht voorzien waardoor corrosie en verstoppingen minder snel voorkomen.

automation magazine maart 2016

Vroeger werd gezegd dat voor dergelijke componenten een (heel klein) beetje olie geen probleem zou opleveren. Leveranciers van persluchtcomponenten adviseren toch minimaal ISO 8573-1:2010 [7:4:4]. Deze kwaliteitsnorm kan bereikt worden met een centrale koeldroger, met olievanger en met goede deeltjesfilters (40 µm). Pneumatische toepassingen in koude omgevingen vragen meestal klasse 3 of 2 voor het watergehalte. Drukdauwpunten van -20°C en lager worden bekomen met adsorptiedrogers. Deze droger vragen op hun beurt efficiënte ontoliërs stroomopwaarts en mechanische nafilters stroomafwaarts waardoor de klasse C voor olie vanzelf ook 1 of 2 wordt en de klasse A voor stofdeeltjes op 3 of 4 . De kwaliteit van ‘process-lucht’ wordt bepaald door de aard van het proces. Veelal gaat het hier om A=1 of 2 / B= 1 , 2 of 3 / C = 1. Perslucht die direct met de mens (ademlucht of medische lucht in operatiekamers) of met grondstoffen in de farmacie, de voeding- of de drankenproductie in contact komt, mag deze niet contamineren. Dat geldt eigenlijk ook in toepassingen waar de perslucht in de omgeving wordt geloosd. In die omgeving werken mensen en deze zijn niet gediend met permanente luchtvervuiling, hoe gering ook. Hier is de stelregel: gebruik de best mogelijke kwaliteitsklasse, dus klasse 1 of 0 voor een of meerdere contaminaties. In de norm staat niet welke klasse voor welke toepassing geschikt is. Hiervoor zijn er toepassingsspecifieke normen (zie VDMA- en BCAS-publicaties of specifieke ‘code of practice’-publicaties voor de voedingsindustrie (HACCP) , nationale en internationale normen voor ademlucht (EN12021à en Technical Hospital Memoranda of European Pharmacopoeia voor medische lucht). Zo veel als nodig, maar wel bij de nodige gebruiker Als de perslucht van de ‘gebruiker’ een lage kwaliteitsklasse moet hebben, dan start dat bij de compressor, of beter gezegd de combinatie compressor–

9


bron: Parker domnick hunter, Elneo, Geveke

persluchtbehandeling. U moet dan kijken naar de specificaties die de fabrikant opgeeft voor zowel de factoren A, B en C. Maar bekijk ook de rest van de installatie tussen persluchtopwekking en het verbruikspunt, inclusief uw onderhoudsplan. Dikwijls is het aangewezen te werken met decentrale persluchtcentrales of met extra zuivering – denk aan specifieke filtercascades – juist voor de cruciale gebruiker(s). Hierbij weer: ga niet hoger in zuiverheid dan wat nodig is. Ook zuivering heeft zijn prijs. Via decentralisatie van persluchtzuivering schakelt men de (sluipende) contaminatie van het (in tijd verouderend) persluchtnet uit. Het maakt dan ook de persluchtkwaliteit beheersbaarder aan een lagere onderhoudskost. Men moet wel denken aan de drukval die zuivering met zich kan meebrengen, waarbij men bij ‘droge’ filters de drukval moet nemen bij (quasi) gesatureerde filter. Bij natte filters blijft de drukval constant. En vergeet niet: drukval betekent energiedus geldverlies! De installatie, maar ook het onderhoud ervan is cruciaal Natuurlijk start zuiverheid bij de engineering en de opbouw van de installatie: het definiëren van de compressor (olievrij of niet), van de luchtbehandeling (filters, water- en olieafscheider,droger) ... Stelregel één is dus dat de door de compressor aangezogen lucht zo weinig mogelijk gecontamineerd is. Om energetische redenen is het tevens nuttig om zo koud mogelijke lucht aan te zuigen. Elke 10°C zal ongeveer 3 procent energiebesparing opleveren. Dan zijn er de specifieke 10

Filter cascade om compliance te zijn met ISO 8573-1:2010 [1:4:1] (bijvoorbeeld voor perslucht die in contact komt met niet-vaste voedingsbestanddelen) versus filtercascade om compliance te zijn met ISO 8573-1:2010 [1:2:1] (bijvoorbeeld voor perslucht die in contact komt met de verpakking van vaste voedingswaren) (bron: Festo) Opmerking: aktiefkoolfilters zijn doorgaans ook efficiënte stoffilters (0,01 tot 1 micron)


Dossier oplossingen in functie van de kwaliteitseisen. Buizen in roestvast staal of aluminium zijn duurder dan staal, maar zij verminderen de risico’s op contaminatie. Denk hierbij ook aan de installatie van de nodige condenspotten om vloeistoffen af te voeren vóór de perslucht bij de gebruiker aankomt. Ook exploitatie zelf is belangrijk. Zoals het in het oog houden van factoren die de persluchttemperatuur doen stijgen. Want een hogere persluchttemperatuur werkt de ontwikkeling van microbiologie in de persluchtzuiveringsinstallatie in de hand. En hoe hoger de temperatuur hoe meer oliedampen ontstaan die niet door de klassieke filters worden tegen gehouden. Even cruciaal is het onderhoud van de installatie. Onderhoud maakt het beheersen van het ganse persluchtproductieproces ook op langere termijn mogelijk. Denk ook aan de filters, want hun saturatieniveau bepaalt mee het drukverlies in het leidingnet en in geval van koolstofadsorbers het gehalte aan oliedampen in de achterliggende leidingen! Kwaliteit is meer dan persluchtsamenstelling Bijkomend aan de luchtsamenstelling moet – in het kader van de kwaliteit van de persluchtinstallatie – ook gekeken worden naar de persluchtdruk. Om energetische redenen moet men trachten deze zo dicht mogelijk te laten aansluiten aan de nood van de gebruiker. De meeste componenten komen toe met 5 bar (6 bara) en een net op 7 à 8 bar (8 à 9 bara) is dan ook meestal de norm. Belangrijk is dus om de ideale drukinstelling van alle machines te bepalen en in te stellen. Ook zorgen dat operatoren deze instelling niet kunnen wijzigen, bijvoorbeeld door het plaatsen van beschermkapjes over de draaiknop van de drukregelaar.

automation magazine maart 2016

Sommige strikte toepassingen vergen hoge druk. Deze exceptionele punten kunnen dan ook beter door specifieke compressoren of door lokale boosters worden bediend. En voor grote hoeveelheden perslucht op lagere druk kan men er beter een blower inzetten. Auteurs: Alfons Calders in samenwerking met Roger Stas, Jan Smets (Atlas Copco), Jef Goossens (BOGE), Johan Nooijen / Norbert Buysse (Geveke), André Baume (Elneo) en Hugues Maes (SMC Pneumatics). www.atlascopco.com www.boge.be www.compair-geveke.be www.elneo.com www.festo.be www.parker.com www.smcpneumatics.be

10 TIPS VOOR BETERE PERSLUCHTKWALITEIT Patrick Gijbels, technical trainer bij SMC Pneumatics in Wommelgem, geeft tien tips voor een betere persluchtkwaliteit: 1. Installeer een automatische heavy duty condensaflaat onder het persluchtreservoir. 2. Installeer een koeldroger voor binnentoepassingen en adsorptiedrogers voor buitentoepassingen. 3. Installeer hoofdleidingen met een hellingsgraad van 1 procent en installeer regelmatig condenspotten. 4. Isoleer metalen leidingen die zich buiten bevinden en installeer een waterafscheider daar waar leidingen van buiten naar binnen komen. 5. Maak aftakkingen vanuit de hoofdleiding met een zogenoemde ‘zwanehals aftakking.’ 6. Verwissel filterpatronen als: - ze vuil zijn of - er een drukval van 0,05 MPa over het filter ontstaat of - om de 2 jaar 7. Installeer enkel dieptefilters wanneer nodig voor de applicatie en installeer altijd klassieke filters ervoor. 8. Installeer in elke luchtverzorgingsset een drukregelaar, stel de druk zo laag mogelijk in en neem maatregelen zodat deze druk niet meer kan worden aangepast. 9. Installeer geen olienevelaar bij nieuwe machines, enkel voor zware toepassingen en persluchtgereedschap. 10. Indien luchtverzorging met olienevelaars, hou deze gevuld met olie en vul regelmatig bij.

11


HYDRAULICA

KWALITEIT VAN HYDRAULISCHE SYSTEMEN: DAAR MOET AAN GEWERKT WORDEN Hydraulica is belangrijk als grote krachten nodig zijn en/of als het compact (dikwijls mobiel) moet zijn. Belangrijke kwaliteitseisen voor elke installatie, ook voor een hydraulisch systeem, zijn haar beschikbaarheid, betrouwbaarheid en onderhoudsvriendelijkheid.

absoluut niet aanvaard. Want dit betekent inactiviteit van werklui en dat kost handenvol geld. Maar welke punten zijn dan cruciaal om te kunnen spreken over kwaliteitsvolle hydrauliek? We zetten er een aantal voor u op een rijtje, als start voor uw eigen diagnose-denken.

Kwaliteit is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de engineering. Een goed doordacht en kwalitatief ontwerp vertaalt zich in een lange levensduur van de machine en haar onderdelen, in productiezekerheid en in een lager energieverbruik. Daarnaast is er de kwaliteit van het onderhoud. Hier spreekt men over ‘Total Productive Maintenance’ (TPM): welk kwaliteitsniveau moet de installatie houden om optimaal in functie te blijven? De tijd dat lekkende cilinders algemeen werden aanvaard, is al lang voorbij. Milieuvervuiling is ‘not done’. Maar ook ‘onverwachte stilstanden’ worden – zelfs van een klein schaarliftje of hydraulische platformen op vrachtwagens –

Engineering en onderhoud: samen de basis voor een kwalitatieve hydrauliek

Kwaliteit is dus een zaak van de engineering, gekoppeld aan de wijze waarop achteraf het onderhoud gebeurt. Het gaat – simpelweg gezegd – om het aangepast zijn van de componenten en van de opbouw aan de taak die de installatie moet doen. Dat juist kiezen van componenten lijkt evident, maar er wordt regelmatig tegen gezondigd. Een evident voorbeeld: een te kleine hydraulische motor kan zorgen dat de installatie lichter en mobieler is, een mooi verkoopargument (en een kleinere motor is bij onderhoud ook veel gemakkelijker in te bouwen, zeker als het een compacte

Een impressie van een reinheidsmeting bij een hydraulische power pack. Door het bepalen van de oliereinheid voor opstarten van de power pack kan veel ellende worden voorkomen. Tevens geeft het de klant een goed inzicht onder welke condities het systeem is opgestart en wordt geleverd.

installatie is). Maar een té lichte aandrijfinstallatie hypothekeert de levensduur, zal het op kritische momenten laten afweten ... Een ander gekend voorbeeld: de kostprijs van filters ligt gemiddeld rond de ± 1 procent van een hydraulische machine, maar daar wordt toch op bespaard, zowel bij nieuwbouw als bij onderhoud. U kent het recept van de inkoper: ‘deze is goedkoper en volgens de specificaties hetzelfde als wat origineel is voorgeschreven.’ Maar iedereen in de branche weet – of zou moeten weten – dat 80 procent van de defecten van de hydraulisch aandrijving toe te schrijven is aan vervuilde hydraulische olie, zeker in het eerste levensjaar van de machine. En een filter die slecht werkt of doorslaat kan u zuur opbreken. En wat met het ‘oliemanagement in functie van de (buiten)temperatuur’? Zeker voor buiteninstallaties is in de koude periodes het op een minimum temperatuur brengen van de olie geen overbodige luxe. En ook wat aandacht voor de oliekoelers zodat – zelfs als de installatie in de zon staat – té hoge olietemperaturen worden vermeden. En aandacht voor het meten van het vocht in de olie ... Ook onderschat in hydraulische installaties zijn de (kwaliteit van de) flexibele verbindingen. Deze staan voortdurend onder druk, dikwijls een wisselende druk. En deze zware mechanische belasting – zeker bij verkeerde keuzes in slangen – leidt op termijn tot slijtage en mogelijk een breuk. En last-but-not-least voorzie voldoende indicatoren in uw hydraulische systemen. Hierbij o.a. evidenties zoals niveaumetingen (met alarm)

12


Dossier op het oliereservoir. Maar ook stuurkleppen met positiedetectie, motoren met tachymeter, cilinders met positiedetectie, filters met elektrische vervuilingsgraadindicator, debietmeters en drukmetingen op kritische punten van de leidingen (niet enkel de werkdruk, ook de piekdruk) en ... voldoende temperatuurmetingen. Automatiseer niet enkel uw installatie, ook uw predictieve controle op de kwaliteit van de installatie. Inclusief alle mogelijke analyses, zoals evoluties op druk- en temperatuurstijgingen, elektriciteitsverbruik ... Bekijk niet enkel de ‘normale’/’verwachte’ evoluties, maar ook abnormale afwijkingen en wijziging in trends (die wijzen op fouten in de werking, maar soms ook op fouten in apparatuur). Een voorbeeld: neem een hydraulisch klemsysteem met een hydraulisch systeem dat 180 bar moet leveren. Natuurlijk zal bij 150 bar alarm worden gegeven, maar wat als de sensor 250 bar zou aangeven. Hoe moet die meting geïnterpreteerd worden? Hoe moet dan gereageerd worden? Een kwaliteitsvol geautomatiseerd controlesysteem op de werking van de installaties zal de beschikbaarheid van uw installatie doen stijgen. En het helpt u besparen op de werkuren van uw onderhoudsmensen: minder controlerondes, tijdige waarschuwingen die stilstanden vermijden of overbodig maken en ... inplanbare reparaties. Maar vergeet niet: meten is enkel weten als u juist interpreteert! Olie, de moeilijke keuze

En waar we in feite niet moeten over praten is de keuze van de juiste hydraulische olie. Alhoewel, hiertegen wordt dikwijls gezondigd. Denk maar aan eisen betreffende de voedselveiligheid, brandveiligheid en het milieurisico. Dan is het natuurlijk een open deur instampen om te zeggen dat de olie dient om druk/kracht over te brengen en dat ze dus voor de toepassing voldoende weerstand moet hebben automation magazine maart 2016

De montage van een beluchtingsfilter op een hydraulische power pack. Door de juiste keuze van een goede beluchtingsfilter kunnen veel problemen worden voorkomen. (Op de achtergrond twee retour filters die makkelijk toegankelijk zijn voor een eenvoudige montage.)

tegen afschuiving. Ook dikwijls ‘vergeten’ is dat deze hydraulische olie moet zorgen voor de interne smering. De olie moet een koud opstarten mogelijk maken en opgewarmd moet ze voldoende smerend gedrag geven zonder té lopend zijn. Dikwijls wordt te weinig gekeken naar de aanzuigverliezen. Het is iedereen duidelijk dat de meest belangrijke factor bij de keuze van kwaliteitsvolle olie de viscositeit is. De gekozen olie moet aangepast zijn aan de spelingen in de machine. Te dikke olie (wat vooral moet bekeken worden bij opstarttemperatuur) geeft drukverlies of functieverlies als de spelingen zeer klein zijn. Te dunne olie (en dat moet bekeken worden bij sterk belaste installatie, als de olietemperatuur het hoogst is) geeft te weinig smering, vergroot de slijtage exponentieel én riskeert weg te vloeien door de dichtingen (en lekken moeten om milieuredenen echt vermeden worden). Een goede smeerfunctie betekent: olie met goed smeervermogen, aangepaste viscositeit, droog (watervrij), en gebruikt binnen zijn temperatuurgebied. Constructief werken tegen olievervuiling

Het volgend aandachtspunt is om reeds in de machineconstructie de

factoren bekijken die helpen bij het voorkomen van olievervuiling. Dat zijn, naast de voornoemde filters en waterafscheiders, ook de ‘afschermingen’ van de olie van externe vervuiling. Denk ook aan de ‘verborgen’ plekken zoals motor- en cilinderassen: voorzie hier de nodige sensoring (cfr. de Simmerring-sensor) om slijtage en de gevolgen hiervan tijdig te detecteren. Inadequate afscherming van het systeem van de buitenwereld en onzorgvuldig aanbrengen van afschermingen en bijhorende sensoring tijdens de onderhoudswerken – samen met inadequate en slecht gereinigde filters – nemen tot 80 procent van de vervuiling voor hun rekening. Bij opbouw van de installatie moet er dus veel aandacht gaan naar gemakkelijk installeerbare afschermingen en naar het gemakkelijk kunnen vervangen van filters. Ook dat bij het reinigen de vervuiling niet van de filterruimte verplaatst naar de olie. Bij dit ‘vervuilingsverhaal’ moet gewezen worden op het belang van het oliereservoir. Dat oliereservoir is meer dan een bak olie met een dop. Het heeft o.a. een temperatuursnivelerende/ koelende werking op de olie (wat 13


kan worden verbeterd met de nodige slingerschotten). In het kader van olievervuiling moet er meer aandacht gaan het ‘ademen van de olie’ in het oliereservoir. Zelfs op dure installaties wordt hiervoor vaak niet meer dan een ‘ademende’ vuldop gebruikt met een sponsje erin als filtermateriaal. Bij niveau-wisselingen in de tank (bij temperatuurwisselingen als de olie uitzet, krimpt ..., maar nog meer door cilinders in het hydraulisch circuit die in- en uitschuiven ...) wordt hierlangs buitenlucht aangezogen of lucht terug uitgestoten. Het reservoir ademt, zegt men. Staat de machine echter in een vuile omgeving, dan wordt het aanwezige stof/vocht continue de tank ingezogen. Dit is een meer dan onderschatte vervuilingsbron! Als beluchtingsfilter kan men best een conditioner plaatsen. Deze haalt het vocht/condens uit de lucht bij het ademen van de olie.

van de beschikbaarheid van de installaties doordat er minder stilstanden voorkomen. Hierin heeft de onderhoudsafdeling en haar politiek rond preventief en predictief (voorspellend) onderhoud natuurlijk ook een belangrijke rol. Preventief onderhoud begint bij een ‘banale’ visuele inspectie van de installatie: is er geen scheurvorming in flexibels, is er geen olie op plaatsen waar het niet hoeft, aandacht geven voor verandering in het machinegeluid, het lawaai tijdens de werking van de machine, warmte ontwikkeling waar u het niet verwacht ... Ook belangrijk is een regelmatige analyse van het elektrisch verbruik van de hydraulische aandrijving: verstoppingen, storende slijtage kan de weerstand bij bewegen verhogen en dan is er meer kracht, dus meer elektriciteit nodig om de hydrauliek te bewegen.

‘Preventief onderhoud begint bij een ‘banale’ visuele inspectie.’

Een andere optie om olievervuiling permanent onder controle te houden, is de offline filtratie/ purificatie van de olietank. Wanneer deze correct is opgesteld moet voor het onderhoud en/of wisselen van het element de productiemachine niet worden stilgelegd. De offline filtratie heeft een bepaalde kost, doch eens geïnstalleerd heeft deze zeker zijn functie bij grotere reservoirs en is de kost van het te wisselen element vaak beperkt. En het verlengt de levensduur van de olie, waardoor voorkomen wordt dat vele duizenden liters olie moeten worden afgevoerd. Predictief onderhoud begint bij aandacht voor olie- en filtervervuiling

Deze online purificatie is zeker een belangrijke stap binnen ‘Total Productive Maintenance’, onderhoud gericht op het verhogen 14

En dan weer het olie- en filterverhaal. Olie, ook hydraulische olie, is tijdens zijn gebruik onderhevig aan een reeks contaminatie- en degradatieverschijnselen. Deze degradatie kan leiden het vastlopen door te weinig smeren van (stuur)componenten zoals stuurschuiven en – in extremis – van hydraulische motoren, pompen, kleppen, cilinders ... Vervuiling leidt tot abrasieve schade intern in componenten en verstoppingen van stuurschuiven, e.d. Regelmatige controle op de zuiverheid en de kwaliteit van de olie is een onvermijdelijk onderdeel van het behoud van een kwaliteitsvolle hydrauliek. Maar deze analyse gaat verder dan ‘kijken of vervangen van de olie al nodig is’. Analyse van een correct genomen staal, dat representatief is

voor het hele circuit, geeft namelijk niet enkel een nauwkeurig beeld van de conditie van zowel de olie. Ze geeft ook indicaties van opkomende problemen ergens in de machine. De componenten die in de vervuiling zitten, bevatten een schat aan informatie over de interne toestand van de gehele machine. Hiermee evolueert olieonderzoek van ‘preventie’ (tijdig vervangen wegens een te hoge contaminatie) naar proactief beleid (het opsporen van de oorzaken van de olieverontreiniging), wat slijtage en stilstandtijden doet verminderen. Tevens bevat een filterelement dat vervangen wordt een bron aan informatie van wat er zich in het systeem heeft afgespeeld gedurende de levensduur van het filterelement. Helaas verdwijnt deze informatie in 99 procent van de gevallen samen met het element in het vuilnisvat. Predictief onderzoek van olie én ook het goed onderhouden van machines vergt dan ook de kennis van de installatie, van de knelpunten en zwakke punten van hydraulische systemen ... Met andere woorden: hier is de nodige opleiding belangrijk – niet enkel van de servicemensen, maar ook van de operatoren. Aankomende fouten moeten worden opgemerkt. Hierbij is er aandacht voor de installatie nodig: oog voor verandering van geluiden, zien van scheurtjes in leidingen, van lekkende cilinders, opletten op een tragere opstart, een vertragen van de werking van de machine ... Kwaliteit behouden is in belangrijke mate echt oog hebben voor uw hydraulische installatie. Auteurs: Alfons Calders in samenwerking met René Decleer, hydraulicaspecialist, Marcel De Winter van Service Hydro, Ward Brouwer van WTS Hydraulics en Ivo Willemsen van Motrac Hydraulics. www.hydro.be www.motrac-hydraulics.com www.wts-hydraulics.be


Dossier MOTOREN

HOE HERKEN JE EEN KWALITEITSVOLLE MOTOR? Alle motoren die in Europa geleverd worden, dienen te voldoen aan diverse regelgevingen, zoals de CEnormering, de IEC60034-30-1 normering, etc. Zijn alle motoren dan identiek te noemen op gebied van kwaliteit? Waar zitten de verschillen en waar dient men op te letten bij de aankoop van een motor? Wat is de juiste keuze van een motor? De juiste keuze voor een aandrijfmotor is uiteraard afhankelijk van het soort toepassing en de specifieke eisen die aan de motor gesteld worden. Toch zijn er algemeen bepaalde parameters waarop men kan letten bij de keuze van de optimale motor. 1. De isolatieklasse/ opwarmingsklasse

Motoren worden vervaardigd volgens een bepaalde isolatieklasse, meestal is dit klasse F. Dit betekent dat de motor intern 155째C mag bereiken. De opwarmingsklasse van de motor bepaalt dan de werkelijke temperatuurstijging van de motor onder vollast bij Tomg = 40째C. Dit kan 80째C zijn (opwarmingsklassse B, of delta T = 80K) of 105째C (opwarmingsklassse F of delta T=105K). Hieruit volgt dan een welbepaald thermisch beeld van de motor. Men spreekt van F/B of F/F curve. De opwarmingsklasse wordt op de naamplaat vermeld, zeker als deze lager is dan de isolatieklasse. Het spreekt voor zich dat motoren met F/B curve veel meer thermische reserve hebben dan de motoren met een F/F curve. Dit heeft dan uiteraard ook een directe invloed op de levensduur van de motor, zowel naar veroudering van vernis en levensduur van de lagers enerzijds, en naar overbelastbaarheid van de motor anderzijds. automation magazine maart 2016

Wanneer men gebruik maakt van een aansturing via VFD (Variable Frequentie Drive), dan zal er een extra opwarming ontstaan in de motor als gevolg van harmonischen, zodat hierdoor een thermische reserve van de motor een must is. Indien deze niet aanwezig is (F/F of S.F.=1) dient men de motor te deraten (ongeveer 5%). Stel u wenst een 110kW motor te installeren met VFD, een motor met opwarmingsklasse B zal probleemloos 110kW kunnen leveren, een motor met op opwarmingsklasse F zal slechts 105kW kunnen leveren. De thermische reserve kan ook uitgedrukt worden in een service factor deze zit meestal tussen de 1,00 en de 1.25 en kan men ook op de naamplaat terugvinden.

Het type lager is een tweede belangrijke parameter. Hier onderscheidt men levenslang gesmeerde lagers en nasmeerbare lagers (open lagers). Voordeel is dat bij motoren met nasmeerbare lagers, de levensduur van deze lagers meestal langer is (mits correct naleven van de smeerintervallen). Controleer dus zeker bij grotere motoren (bvb 45kW) of de geselecteerde motor smeernippels heeft. Bij kleinere motoren ziet men dan weer meestal levenslang gesmeerde lagers, die weinig preventief onderhoud vragen. Een derde belangrijke parameter is natuurlijk de kwaliteit (merk) van het gebruikte lager. Tot slot kan de keuze van een speciaal lager ook de levensduur

2. De grootte en type lagers

De grootte van de lagers is een zeer belangrijke parameter voor de levensduur van de motor. Niet enkel de diameter, maar ook de breedte van het lager zijn hierbij belangrijk. Een 6308 lager is breder en dus sterker dan een 6207 lager. Daar in normale omstandigheden de grootste kracht op het voorste lager komt (D.E.), is dit lager dan ook het grootste.

15


sterk bepalen, dit afhankelijk van de toepassing. Bijvoorbeeld bij riemoverbrenging kan het nuttig zijn om een rollager te overwegen aan D.E. Hiervoor kunt u best contact opnemen met uw motorleverancier die de nodige berekeningen kan uitvoeren. Maar ook bij verticale montage van motoren, waterrijke omgevingen, hoge temperaturen, … vereisen aandacht op lagerkeuze. Grotere motoren (vanaf 90kW) aangedreven met een VFD, vereisen dan weer een geïsoleerd lager om stroomdoorgang door de lagers te vermijden. Sommige motoren zijn dan weer uitgevoerd met een geïsoleerde flens, wat als voordeel heeft dat het duurdere slijtstuk (geïsoleerde lager) vermeden wordt, en een standaard lager gebruikt kan worden. 3. Specifieke eisen aan motoren afhankelijk van de toepassing

Tot slot zijn er ook diverse maatregelen (opties) die men kan verwachten van motoren onder bepaalde, specifieke omstandigheden. Enkele voorbeelden hiervan zijn: bij een agressieve omgeving: epoxycoating. bij vochtige omgeving: tropicalisatie, verwarmingsband, 2RS lagers,

RVS bouten en moeren, labyrinth dichtingen, IP66, condensatiegaten (bij bepaalde merken wordt dit standaard voorzien). Bij hoge omgevingstemperatuur Isolatieklasse H (180°C), hoge temperatuurlagers. Bij extreme asbelasting specifieke lagers (zie hierboven). Deze opties kunnen ook een grote meerwaarde betekenen op de levensduur van de motor.

Een berekening van de TCO (Total Cost of Ownership) is zeker aan te raden, en paybacks van minder dan 1 jaar zijn zeker geen uitzondering.

4. Rendement van de motor

Het rendement van motoren is, los van de levensduur van de motor, één van de belangrijkste pijlers bij de keuze van een motor. Zo bestaat in standaard asynchrone motoren 4 verschillende klassen, nl. IE1 – IE2 – IE3 en IE4. In Europa zijn, volgens de Europese richtlijn 640/2009/EC ivm energie efficiëntie van elektrische motoren, volgende verplichtingen van kracht: Vanaf 1/01/2015: Vermogens tussen 7.5 – 375kW: verplicht minimaal IE3 - IE2 enkel nog mogelijk indien gevoed met een VFD. Vanaf 1/01/2017: Vermogens tussen 0.75 – 375kW: verplicht minimaal IE3 - IE2 enkel nog mogelijk indien gevoed met een VFD. Deze richtlijnen impliceren de standaard asynchrone motoren in 2 tot 6 polige uitvoering en onder welbepaalde omschrijvingen.

Welke testen kan je doen om te weten dat de motor kwaliteitsvol is?

Om na te gaan of een motor al dan niet kwaliteitsvol is, zijn er een aantal parameters die je kan controleren: het geluidsniveau, de isolatieweerstand (Meggertest), de meting van de nullaststroom en het trillingsniveau. Geluidsniveau Standaard motoren moeten overeenstemmen met de IEC 60034-9 norm. De metingen worden uitgevoerd op een afstand van 1 meter en bij onbelaste toestand. Onderstaande tabel geeft de geluidsdrukniveaus weer waar 50Hz motoren moeten aan voldoen. Meet men hogere waarden dan vermeld in bovenstaande tabel, dan komt dit door een minder efficiënt ontwerp van het koelsysteem van de motor (zoals koelventilator, ventilatorkap). 16

Los van deze Europese wetgeving (MEPS), wordt de keuze van het rendement van een motor bepaald door volgende factoren: belastingsgraad, werktijd (uren/ jaar), energiekost, al dan niet VFDtoepassing.

5. Mechanische sterkte

Een solide behuizing uit sterk materiaal garandeert een hoge mechanische sterkte die noodzakelijk is in zeer kritische toepassingen. Motoren met volle voet geven tevens een hoger sterkte en laten een gemakkelijke uitlijning en installatie toe.


GELIJK OF TOT - 2 50 100 500

WAARDES ISOLATIE MINDER DAN WEERSTAND 2 GEVAARLIJK 50 SLECHT 100 PROBLEEM 500 GOED1) 1000 ZEER GOED

HOGER DAN 1000

Meggertest De isolatieweerstand van een motor kan men uitmeten met een megger of isolatietester. De gemeten waarde moet bij een testspanning van 500V of 1000V DC zeker hoger liggen dan 500MOhm en dit voor een nieuwe motor. Lager dan 100MOhm kan men beschouwen als een probleem en wijst op aanwezigheid van vocht in de motor. Zie ook bovenstaande tabel. Nullaststroom Naast het checken van de isolatieweerstand kunnen we nog de volgende eenvoudige elektrische tests uitvoeren om na te gaan of de motor kwaliteitsvol is. 1) Weerstandsmeting door middel van een milli-ohm meter. De weerstand van de 3 fasen U,V en W moeten identiek zijn aan elkaar.

UITSTEKEND 2) Het meten van de stroom bij onbelaste toestand. De nullaststromen van de 3 fasen moeten identiek zijn en overeenstemmen met de nullaststroom vermeld in de technische specificaties van de motor. Trillingsniveau De motoren moeten voldoen aan de IEC 60034-14 norm, graad A. In deze norm staan de trillingslimieten en de testcondities vermeld waarbij een nieuwe motor moet aan voldoen. Ook rekening houdende met bouwgrootte, type ophanging en trillingsgraad A of B. Zie onderstaande tabel. Zijn de trillingswaarden hoger dan de waarden weergegeven in de tabel, wijst dit op een onnauwkeurige uitbalancering van de rotor.

Met dank aan de auteurs Lieven Terryn, application engineer CET Motoren - Eriks, en Olivier Courtois, quality manager bij CET Motoren - Eriks. www.cetmotoren.be automation magazine maart 2016

17


krachtige beweging Planetaire aandrijving, hydrauliek en lieren

Brevini Group Benelux brengt u verder Wij bieden een compleet product- en kennisportfolio op het gebied van aandrijving en hydraulica. Door voortdurende innovatie garanderen wij duurzame en betrouwbare producten die voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen. Zo zorgt Brevini Group Benelux dat u krachtig in beweging blijft. benelux@brevini.com / +31 172 47 64 64 / www.brevini.nl

siemens.com/sirius-act

Help! De montage van drukknoppen is veel te complex... Met SIRIUS ACT is het installeren van drukknoppen kinderspel Dankzij het innovatieve klikconcept monteert u de componenten met slechts één hand en zonder gereedschap. Bovendien wordt de montagetijd aanzienlijk verkort door de in de houder geïntegreerde 100 % betrouwbare draai­ beveiliging. Hierdoor volstaan gewone doorboringen zonder inkeping als montageopening.

Klinkt als iets voor u? Dankzij de standaard IP69K­beschermingsgraad is SIRIUS ACT de perfecte oplossing voor tal van toepassingen. Neem een kijkje op www.siemens.com/sirius-act.


FIMOP/BELGITRANS

OP ZOEK NAAR FUSIENAAM VOOR FIMOP EN BELGITRANS

Belgitrans en FIMOP werken aan een fusie en voor deze vereniging wordt een nieuwe naam en logo gezocht. Alle voorstellen van FIMOP en Belgitransleden zijn welkom en indien er een idee wordt geselecteerd wint de indiener hiermee een iPad Mini. De leden van FIMOP bezochten begin december naar aanleiding van hun jaarvergadering het vernieuwde WOI-museum In Flanders Fields in Ieper. Voorzitter Jo Verstraeten (Festo) verwelkomde alle leden en had voor hen een klein Sinterklaas-geschenk. Na het bezoek onder leiding van een gids, kregen alle deelnemers in het Novotel een overzicht van de financiën van FIMOP en de activiteiten in 2016. ‘Een fusie tussen FIMOP en Belgitrans zal zorgen voor schaalvergroting – met minder kosten – waardoor we onze leden een betere service kunnen geven’, zei voorzitter Jo Verstraeten tijdens de vergadering. ‘Voorts willen we extra leden aantrekken en met meer dan 80 bedrijven die zich verenigen hebben we ook een grotere impact in onze sector. De winst kunnen we herinvesteren in activiteiten met een hogere toegevoegde waarde voor al onze leden.’ ‘Alle bedrijven – groot en klein – moeten bij de nieuwe vereniging aan bod kunnen komen’, benadrukte Belgitrans-voorzitter Geert Heyvaert (MGH). De leden zullen in de loop van 2016 vergaderen over de indeling van de verschillende technologieën die ze onder de paraplu van de nieuwe organisatie willen steken. Na de vergadering in het Novotel volgde een netwerkreceptie. De dag werd afgesloten met het bijwonen van de Last Post aan de Menenpoort.

automation magazine maart 2016

Voor de leden van Belgitrans en FIMOP werd op 2 maart in het Holiday Inn Brussels Airport ook een ontbijtmeeting georganiseerd. Iedereen kreeg tijdens een uitgebreid ontbijt de gelegenheid om met collega-leden te netwerken. Er waren drie break-out sessies over actuele onderwerpen. Zo luisterden de deelnemers naar Veerle Van Aken over ‘Social Media: een praktijkvoorbeeld Hoe pakt Automation Magazine dit aan?’, Veerle Michiels van SD Worx met ‘Taxshift: wat betekent dit concreet voor ons?’ en Patrick Slaets van Agoria besprak de actuele conjunctuur/vooruitzichten in 2016. www.belgitrans.be www.fimop.be

IN MEMORIAM WILLY HEYVAERT

Belgitrans en FIMOP vernamen het overlijden van Willy Heyvaert (14/08/1957 – 5/12/2015). Willy Heyvaert startte zijn carrière bij Sempress. Na de overname door Parker-Hannifin is hij verkoopdirecteur geworden bij Service Hydro. Iedereen kende Willy vanwege zijn doorgedreven professionalisme, doorspekt met veel humor. Hij genoot van het leven en iedereen mocht hierin delen. Willy vocht tot de laatste snik tegen een slepende ziekte. Wij bieden zijn echtgenote Kristine Sas en de familie onze oprechte deelneming aan.

19


SMC PNEUMATICS, SIEMENS, FANUC EN SICK INVESTEREN IN TECHNOLOGY TRUCK SMC Pneumatics, Siemens, FANUC en SICK investeren in een ‘technology trailer’ die tijdens de schooljaren 2016-2020 in Vlaams-Brabant en Brussel 25 scholen aandoet om de leerlingen kennis te laten maken met de ‘Factory of the Future.’ Het samenwerkingsakkoord tussen de vier bedrijven en het RTC Vlaams-Brabant en RTM Vlaams-Brabant werd ondertekend op INE 2016. Alleen maar tevreden gezichten op de stand van SMC Pneumatics tijdens het Indumation Network Event (INE) 2016 op 18 februari in de Leuvense Brabanthal. Daar ondertekenden vier bedrijven een samenwerking met het Regionaal Technisch Centrum (RTC) Vlaams-Brabant en het Regionaal Tewerkstellingsfonds voor arbeiders van de Metaalverwerkende nijverheid (RTM) Vlaams-Brabant. Het resultaat is dat een speciale technologietruck de volgende vier jaar 23 technische scholen in VlaamsBrabant en 2 scholen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal bezoeken om de leerlingen te onderwijzen in de recentste Industrie 4.0-technologieën. Managing director Hugues Maes van SMC nodigde voorzitter Urbain Lavigne van de vzw RTC VlaamsBrabant en Ria Van Eyck, coördinator van de vzw RTM Vlaams-Brabant, uit voor de ondertekening en het contract werd bezegeld met een handdruk en een glaasje champagne. Voorzitter Urbain Lavigne toonde zich verheugd over de samenwerking. ‘Dit is een winwinsituatie. Wij hebben de bedrijven nodig om leerlingen up-to-date te houden en zij verwachten afgestudeerden die goed zijn opgeleid.’ ‘Voorts wordt de opleiding gegeven door specialisten, met de laatste knowhow. Onze leerkrachten doen hun best, maar kunnen onmogelijk op de hoogte zijn van de nieuwste technologische ontwikkelingen. Zij hebben ook geen budget om dergelijk materiaal aan te kopen. Dit mobiele klaslokaal met de recentste technologieën is voor ons een grote stap vooruit.’ Ria Van Eyck knikt instemmend: ‘Het concept door SMC uitgewerkt, past perfect in de structuur en doelstellingen van RTM. Het is belangrijk dat we een brede doelgroep hebben: techniekleerlingen en werkzoekenden onder de 26 jaar.’ Projectleider Filip Van Horenbeeck van initiatiefnemer SMC Pneumatics is blij dat het startschot is gegeven. SMC heeft ervaring met educatieve projecten want de Japanse multinational organiseerde eerder al het opleidingstraject ‘Bouw je eigen Pick & Place unit’, met als doelgroep leerlingen van de derde graad MechanicaElektriciteit die als eindwerk een ‘pick & place unit’ moesten bouwen. Voorts lanceerde SMC de wedstrijd ‘Test je Talent voor Techniek.’ 20

RTM-coördinator Ria Van Eyck, managing director SMC Hugues Maes en RTC-voorzitter Urbain Lavigne zijn tevreden met het samenwerkingsakkoord. ‘Er is in de industrie een grote vraag naar goed opgeleide medewerkers. Wij zijn blij dat we met de andere leveranciers, RTC en RTM erin zijn geslaagd om dit technisch bijzondere project op te starten’, aldus Filip Van Horenbeeck. ‘We gaan ervoor zorgen dat de volgende vier jaar leerlingen en jonge werklozen industriële automatisatie op een andere manier gaan bekijken. SMC staat bekend voor zijn innovatieve producten en we zijn blij dit te kunnen doortrekken naar het onderwijs.’ Elke technische school in Vlaams-Brabant krijgt tijdens elk schooljaar deze trailer met een unieke didactische opstelling op bezoek en dit telkens vier schooldagen lang. Ook het weekend is inbegrepen zodat als scholen een schoolfeest of open dag organiseren, ouders en familie de technologietruck kunnen bezoeken. Een technical trainer van SMC geeft de opleidingen en zal hiervoor worden bijgeschoold door de partners Siemens, FANUC en SICK. ‘SMC verbindt zich om de volgende vier jaar in totaal 480 dagen opleidingen te geven. Dat zijn dertig weken per schooljaar. Voorts worden via de VDAB ook werkzoekenden onder de 26 jaar opgeleid, dit telkens voor een traject van vijf weken’, verduidelijkt Filip Van Horenbeeck. Ook Karin Wauters – die voor het RTC Vlaams-Brabant de concrete uitwerking van het project op zich nam – is verheugd dat na zes maanden hard werken het project rond is. ‘Wij hebben de noden van de bedrijven in Vlaams-Brabant geïnventariseerd en gepolst of de scholen interesse hadden. Omdat we vroeger reeds met SMC succesvol hebben samengewerkt was ons vertrouwen groot.’


OPLEIDING de regio Vlaams-Brabant. Indien andere regio’s later interesse tonen, willen we dat graag ook naar hen uitrollen. Het is belangrijk dat scholen kennismaken met nieuwe technologieën.’ Jan Van Hoof, commercieel directeur bij sensorbedrijf SICK, vindt de trailer een unieke opportuniteit om up-todate technologie naar de middelbare technische scholen te brengen. ‘Wij participeren met visietechnologie, RFID, sensortechnologie en veiligheid. Alle deelnemende leveranciers vullen elkaar hier aan. Er wordt een werkende installatie afgeleverd. Dat is echt uniek: dat verschillende technologieën samenkomen én in actie worden getoond aan de jongeren, dit onder begeleiding van een trainer.’ Managing director Hugues Maes (SMC Pneumatics) en RTC-voorzitter Urbain Lavigne ondertekenen de overeenkomst. ‘Deze technologietruck heeft een echte meerwaarde voor onze scholen. Hun klaslokalen zijn veelal te klein voor al dat technische materiaal en de opstelling zou tijd vergen. Daarom kwamen we op het idee de didactische opstelling mobiel te maken. Een opleidingsweek loopt van donderdag tot en met dinsdag. Op woensdag wordt de truck telkens verplaatst. Er zijn 9 workshops en de scholen bepalen zelf bij de inschrijving welke opleidingsmodule ze wensen en voor welke doelgroep dit is. Het maximum aantal leerlingen dat gelijktijdig een opleiding kan volgen is 14 en de school voorziet telkens een begeleidende leerkracht’, weet Karin Wauters. De industriële partners zijn tevreden over het project en hun deelname. ‘Wij zijn hiermee niet aan ons proefstuk. Siemens werkt al vele jaren samen met het onderwijs, dat is een bewuste politiek’, benadrukt Thierry Van Eeckhout, sales director bij Siemens. ‘Wij ondersteunen technische opleidingen bij jongeren. Het verschil met andere projecten is hier de flexibiliteit. De trailer is verplaatsbaar en zo kan je verschillende scholen bezoeken en een grotere doelgroep bereiken.’ Francis Gheldof, bij Siemens bevoegd voor educatieve projecten, beaamt: ‘Dit is een erg zinvol project voor

automation magazine maart 2016

‘Innovatie is de toekomst’, aldus general manager Paul Ribus van robotfabrikant FANUC. ‘Het is een fout beeld dat we later alleen met robots zullen werken. Automatisatie en robots zijn de toekomst, maar mensen zijn en blijven nodig. Wij hebben mensen nodig die meedenken met die processen en daarvoor openstaan. Weinig scholen hebben een budget voor een robot. Door deze trailer komen de jongeren in aanraking met robottechnologie en gaan ze ook in die richting denken.’ Er wordt nu volop gewerkt aan de bouw van de hightech trailer – de onderdelen zijn door de vier partners aangeleverd en worden geassembleerd in Spanje – waarna de gloednieuwe ‘Technology Truck’ naar België wordt gebracht om officieel op 26 mei te worden voorgesteld tijdens de RTC certificatieplechtigheid en het event Brabant GIP’t bij de VDAB in Heverlee. Vervolgens wordt de technologietruck vier jaar lang, tijdens de schooljaren 2016-2020, ingezet voor alle leerlingen van de derde graad beroeps-, technisch, deeltijds- en het bijzonder secundair onderwijs uit de provincie Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. www.fanuc.eu www.rtcvlaamsbrabant.be www.rtmvlaamsbrabant.be www.sick.be www.siemens.be www.smcpneumatics.be

21


‘ZONDER GOEDE BASIS KRIJG JE GEEN GOLFSLAG’ EC=MC is geen formule van Einstein, maar wel de afkorting voor ‘Every Company is a Media Company.’ Oud Financial Times-journalist Tom Foremski lanceerde deze slogan vijf jaar geleden en zijn woorden zijn nog altijd actueel. Ook Automation Magazine is gestart met een social account op Facebook, LinkedIn en Twitter. Door de kracht van het internet kan je nu als merk of bedrijf zelf met eigen middelen je doelgroep rechtstreeks bereiken. Tom Foremski was jarenlang correspondent voor Amerikaanse en internationale kranten, waaronder de Financial Times, over alles wat met media en technologie te maken had in Silicon Valley. In 2004 gaf hij zijn job als journalist op om full-time te kunnen bloggen. Foremski blijft hameren op het feit dat elk bedrijf moet ‘denken als een uitgever.’ Het internet geeft als communicatieplatform iedereen de kans om zijn/haar boodschap zelf en rechtstreeks te verspreiden naar de geschikte doelgroep. Iedereen weet inmiddels hoe belangrijk het is om als bedrijf een goede website te hebben. Om die website en uw boodschap of producten bekend te maken, kan je social media gebruiken en ‘ambassadeurs’ die hieraan meehelpen. Veerle Van Aken heeft vijf jaar voor Automation Magazine gewerkt en kent de industriesector. In het kader van haar afstudeerproject ‘Social Media Optimization’ startte ze als vrijwilligster de social media accounts op voor Automation Magazine. Zowel bij INE 2016 op 18 februari in de Leuvense Brabanthal als tijdens de FIMOP-ontbijtvergadering op 2 maart in de

22

Holiday Inn Brussels Airport gaf Veerle Van Aken een uiteenzetting over het gebruik van social media. Op INE 2016 vergaderde Veerle drie keer met telkens een klein groepje ‘ambassadeurs.’ Namen onder meer deel: Jean-Pierre en Jeroen Van Der Kelen (testo), Tom Van Loy (Festo), Jeroen Dieusaert (Bosch Rexroth), Stéphanie Van den bossche (SMC Pneumatics), Jeroen Pishoudt (MGH), Ludo De Groef (Esco Couplings), Luc Van Hoylandt (Act in Time), Ellyne Temmerman (ABB) en Steven Cassiers (Siemens). Details met een groot effect ‘Heel wat mensen hebben schrik dat ze teveel moeten doen en dat social media veel van hun tijd zal opslorpen’, vertelt Veerle. ‘Ik stel hen gerust dat je met één muisklik berichten kunt delen en dat alles op een efficiënte manier kan worden georganiseerd. Voorts zijn het vaak kleine details die een groot effect kunnen hebben. Bijvoorbeeld op uw LinkedIn-profiel onder ‘Experience’ vermelden dat je ‘Ambassador’ bent van Automation Magazine, of van FIMOP en/of Belgitrans.’ Veerle legde aan alle deelnemers uit hoe content op een makkelijke manier kan worden gedeeld. ‘Zonder goede basis, krijg je geen golfslag. Het is de bedoeling dat je met één post of tweet via je netwerk zoveel mogelijk mensen bereikt. Een goede tweet gaat weken mee!’ Ze demonstreerde dit onder meer met Dialogfeed, via een gratis proefabonnement dat Automation Magazine kreeg aangeboden. Een ‘social wall’ geeft hier meteen een overzicht van alle accounts van Automation Magazine en het actuele nieuws daarop.


WEBSITE Veerle Van Aken: ‘De missie met onze social media is drieledig: informatie voeden door de accounts te voorzien van relevante inhoud, expertise overbrengen en technische opleidingen promoten, opdrachten die ook in de statuten staan van FIMOP en Belgitrans.’ ‘Wat we niet doen is productinformatie delen. FIMOP en Belgitrans hebben samen 85 leden en je kan niet iedereen dezelfde aandacht schenken. Om te vermijden dat leden té prominent aanwezig zijn op de Automation Magazine accounts gaan we geen producten delen, maar natuurlijk wel relevant nieuws over die bedrijven.’ Berichten posten in eigen moedertaal Volgens Veerle worden de sociale media almaar belangrijker omdat de gebruikers – en zeker de jongere generatie – niet meer naar Google surft om iets op te zoeken, maar de search-functie gebruikt van het kanaal waar men op dat moment op aanwezig is, zoals Facebook, Twitter en LinkedIn. Dus kan je maar beter als bedrijf op die kanalen aanwezig zijn. De pagina’s van de accounts zijn tweetalig opgesteld, maar voorlopig zijn er vooral veel Nederlandstalige berichten gepost. De afspraak voor de social accounts van Automation Magazine is dat iedereen een bericht post in zijn eigen moedertaal. Opvallend zijn ook de vele Engelstalige (re)tweets, dit komt omdat wereldwijd door bedrijven vooral in het Engels wordt gecommuniceerd over industriële automatisatie. Automation Magazine is inmiddels ook gestart met een tweetalige nieuwsbrief, die elke donderdag wordt uitgestuurd. U kan zich hierop abonneren door u in te schrijven via de website. Je moet daarvoor in de rechterkolom de titel ‘nieuwsbrief’ aanklikken. Zo blijft u wekelijks als eerste op de hoogte van alle nieuwtjes uit de sector van de industriële automatisatie. In de toekomst wil Automation Magazine ook starten met een YouTube-kanaal, omdat bewegende beelden op internet almaar belangrijker worden. Na Facebook is YouTube (eigendom van Google) bij de jeugd het meest bezochte internetkanaal.

De Automation Magazine-accounts zijn: Twitter: @AutomationM Facebook: www.facebook.com/AutomationMagazineBE LinkedIn: www.linkedin.com/grps/ Automation-Magazine-Belgium-8460455/about

automation magazine maart 2016

23


HOFFMANN-METALCARE LEVERT INNOVATIEVE ZAAGSTRAAT EN PERSLIJN Verspanende en niet-verspanende techniek komen fraai samen in het productieproces van koffiezetapparatenproducent Technivorm. Een compleet nieuwe perslijn en zaagstraat met magazijn zorgen bij dit bedrijf voor een verhoogde efficiëntie en grotere productieaantallen. Hoffmann-Metalcare uit het Nederlandse Zwijndrecht leverde beide lijnen.

Een nieuwe zaagstraat en perslijn – beide geleverd door Hoffmann-Metalcare – vormen het hart van die innovatie.

Het Nederlandse Technivorm is gespecialiseerd in het ontwerpen en de productie van filterkoffiezetapparaten onder de naam Moccamaster. Het bedrijf is al meer dan 50 jaar actief op de consumenten- en zakelijke markt met kleine en grote apparaten. Apparaten waarvoor niet alleen de bijzondere vormgeving, maar ook de hoge kwaliteit kenmerkend zijn.

Om de productie te verhogen, diende de zaagcapaciteit te worden verbeterd. Het betreft twee vitale onderdelen van het koffiezetapparaat: de horizontale basis en de verticale kolom die de behuizing vormen voor de elektrische componenten. Beide delen bestaan uit een geëxtrudeerd aluminium profiel met een wanddikte van 2 mm. Een deel van de producten is geanodiseerd; een deel gecoat. De dikte van het materiaal en de hoge kwaliteitseisen die aan de afwerking van de zichtdelen worden gesteld, vergen het nodige van de zaagmachine en van de aanvoer van het materiaal.

De productie hiervan is – net als de ontwikkeling en service – geconcentreerd in Amerongen. Hier worden op jaarbasis zo’n 450.000 koffiezetapparaten gemaakt, die hun weg vinden over de gehele wereld. Recent investeerde het bedrijf in de volgende stap op weg naar 500.000 toestellen. Hiertoe werden delen van het productieproces vernieuwd en geautomatiseerd.

Horizontaal aanvoermagazijn van Pressta-Eisele Met de nieuwe zaagstraat wist Hoffmann-Metalcare twee vliegen in één klap te slaan: een hogere productiesnelheid en een betere kwaliteit en daarmee een verbeterde efficiënte van het zaagproces. De zaagstraat die het bedrijf engineerde omvat een horizontaal

24


case study

aanvoermagazijn van Pressta-Eisele uit Duitsland voor opname van de te zagen profielen. De minimale profiellengte bedraagt daarbij 2.700 mm; de maximale lengte 6.700 mm. Het magazijn wordt aangedreven door een 0,55 kW-motor en tandriemen. De maximale aanvoersnelheid die kan worden bereikt is 4 m/min.

De pers is geleverd met een Strega rollenaanvoerapparaat voor bandbreedtes van 25 - 250 mm en banddikten van 0,4 - 2,0 mm. Voor de aandrijving zorgt een 4 kW-motor. Eveneens van Strega is de bijbehorende gecombineerde afwikkelhaspel en bandrichtmachine. De motorische aandrijving met overbrenging vindt plaats via rechte tandwielen met dubbele kettingaandrijving. De aandrijving is zelfregelend via een frequentieomvormer.

‘De volautomatische cirkelzaagmachine is voorzien van een slim aanvoerprincipe.’

De automatisering van het persproces vindt plaats met een Unidor procesautomatiseringssysteem. Deze omvat onder meer de compactPress smartline; een industriële PC voor procesvisualisering en bediening, de compactPRESS basissoftware en softCONTROL gereedschapbewaking, inclusief I/O’s. De gehele perslijn (pers, aanvoerlijn en persautomatisering) is door Hoffmann-Metalcare centraal in een gecombineerde lessenaarkast voor de perslijn geplaatst. De inzet van zaagstraat en perslijn heeft niet alleen geleid tot meer efficiëntie, maar zorgt nu ook voor meer rust in de productieomgeving.

Vanuit het magazijn worden de profielen aangevoerd naar een volautomatische cirkelzaagmachine – eveneens van fabrikaat Pressta-Eisele. Om de kans op beschadigingen tijdens het zaagproces te minimaliseren, is de automaat voorzien van een slim aanvoerprincipe met elektronische materiaalaanvoer, horizontale en verticale spaninrichting aan de aan- en afvoerzijde en automatische zaagsnedeverbreding. Deze laatste zorgt ervoor dat het zaagblad bij de teruggaande beweging volledig vrij is en geen bramen veroorzaakt of de coating beschadigt. De zaagstraat werd geleverd met onder meer een spaanafzuiginstallatie, transportband en Simatic S7300 besturing. Met de nieuwe zaagstraat konden twee bestaande zaagmachines worden vervangen.

www.hoffmann-metalcare.nl

Perskracht van 1.000 kN en werksnelheid van 35-38 sl/min Naast de ontwikkeling en aanschaf van de zaagstraat moest Hoffmann-Metalcare ook de capaciteit van de persen verhogen. De geleverde oplossing bestaat uit een lijn met een Omera-Ross mechanische C-framepers. Hiermee worden alle (roestvast) stalen onderdelen waaronder de warmhoudplaat, uit bandstaal vervaardigd. De pers heeft een perskracht van 1.000 kN en een werksnelheid van 35-88 slagen per minuut. De machine is voorts uitgevoerd met automatische centrale omloopsmering en dubbel veiligheidsventiel voor de sturing van de rem-koppelingseenheid. automation magazine maart 2016

25


Perslucht besparen

U wil energie besparen? U wil data verzamelen van uw productie? Wij hebben de eerste eenvoudige oplossing voor u.

Uniek op de markt: de energiebesparingsmodule MSE6-E2M Voor een slimme daling van energieverbruik in persluchtinstallaties. Auto on/off van uw installatie. Monitoring en melding van drukvallen dankzij ge誰ntegreerde druk- en debietmeters. Bewaking van installaties via Profibus en Profinet.

www.festo.be/MS


CASE STUDY

Een Magnum aan genot met een kleiner verbruik

Maatregelen voor energiebesparing staan bij de wereldgroep Unilever centraal in de bedrijfsfilosofie. In een installatie voor de productie van Magnumijs beperkt het bedrijf nu aanzienlijk het persluchtverbruik met de nieuwe energie-efficiënte module MSE6-E2M van Festo. Op gebied van pneumatica biedt het gebruik van innovatieve ontwikkelingen de mogelijkheid het energieverbruik en dus ook de kosten te doen dalen. Sinds kort reduceert de energie-efficiënte module MSE6E2M in de productiehal van Unilever in Heppenheim (Duitsland) het persluchtverbruik van een productieinstallatie van Magnum-ijs. De fabriek is een hoofdproductieplaats van Unilever voor consumptie-ijs. Daartoe horen de producten van de bekende merken Magnum, Nogger, Vienetta en Cremissimo. Eén (van de vijf ) Magnum-productieinstallaties produceert meer dan 20.000 ijslolly’s per uur. Dat vergt veel energie. Om het verbruik op gebied van pneumatica te doen dalen, was voor Unilever de visualisering en meetbaarheid van het persluchtverbruik van groot belang. ‘Op dit gebied waren we tot dusver blind’, zegt Alexander Hemmerich, Automation Engineer Unilever. ‘Lucht is niet zichtbaar, het valt niet onmiddellijk op wanneer het verbruik hoog is.’ Zelfstandig specifieke patronen herkennen ‘De energie-efficiënte module van Festo gaf ons de kans te zien wat we tijdens de werking van een installatie verbruikten’, legt Hemmerich uit. ‘Bijkomend konden we vaststellen, dat de nood aan perslucht zich ontwikkelt wanneer we aparte verbruikers uitschakelen. Zo waren we in staat lekkages en onnodig verbruik te lokaliseren en uit te schakelen.’ Door de automatische persluchtafsluiting in stand-by-modus van de MSE6E2M kon worden vastgesteld hoe snel de installatie leegloopt. Daartoe meldt de energie-efficiënte MSE6-E2M een snelle drukval boven het gemiddelde onmiddellijk aan de installatiesturing. automation magazine maart 2016

Tegelijkertijd verhindert de automatische persluchtafsluiting een verder persluchtverbruik bij een stilstand van de installatie. Dankzij onboard intelligence herkent de MSE6-E2M zelfstandig, aan de hand van voor de werking van de persluchtinstallaties specifieke patronen, wanneer een installatie zich in productie bevindt of wanneer ze stilstaat. Bij Unilever heeft men alvast voor de alternatieve mogelijkheid gekozen, de MSE6-E2M via de installatiesturing te bedienen. Zo komen alle informatiekanalen centraal samen. De MSE6-E2M is via profibus in de machinesturing verbonden en wisselt zo regelmatig belangrijke parameters zoals debiet, druk en verbruik uit. De module wordt eenvoudig bediend via boordpaneel. ‘Met de energie-efficiënte module van Festo konden we stap voor stap ons persluchtverbruik aan de Magnum-productieinstallatie verminderen. De profibusverbinding biedt ons net bij het omstellen van onze installaties het voordeel dat we geen bijkomende leidingen moeten trekken’, besluit Alexander Hemmerich. www.festo.be

De energie-efficiënte module MSE6-E2M controleert en regelt volautomatisch de persluchtverzorging in nieuwe en bestaande installaties. Net zoals de start-stop-automatica in de auto herkent de intelligente MSE6-E2M een stand-by functie en sluit de persluchtverzorging automatisch af. Zo daalt het persluchtverbruik tijdens de installatiestilstanden en -pauzes tot nul. Daarnaast maakt de MSE6-E2M lekkagemeting mogelijk, omdat hij een te snel dalen van de druk tijdens stilstandtijden aan de installatiegebruiker meldt. 27


visitekaartje van uwMASCHINE machine DIEHet VISITENKARTE IHRER Dasweb-panel Web-Panele!DISPLAY e!DISPLAY 7300T 7300T Het

Halle 7, Stand 130/230/330

e!DISPLAY is het performante HMI-display voor webgebaseerde toepassingen. a

Beschikbaar in vier beeldschermgroottes, past e!DISPLAY ook in uw applicatie. a

Sensoren in het frontpaneel zorgen voor veiligheid en energie-efficiëntie. a

Het flexibele bevestigingsconcept versnelt en vereenvoudigt de montage. www.wago.com/edisplay info-be@wago.com • www.wago.be


agoria Verbetering in Production Technology & Mechatronics houdt aan

Conjunctuurklimaat technologische industrie blijft goed

De bedrijvigheid in de sector Production Technology & Mechatronics (PTM) is in het derde kwartaal van 2015 opnieuw toegenomen. Met een omzetgroei van 2% gaat het om het tweede kwartaal op rij waarin betere resultaten worden geboekt. Het verschil op jaarbasis is opnieuw positief geworden en bedraagt 5,7% (grafiek 1). Deze vooruitgang is te danken aan de deeltakken pompen & accessoires, tandwielen & transmissies, industriële ovens, textielmachines en gereedschapsmachines. Voor landbouwmachines, uitrusting voor de voedingsindustrie en industriële automatisering liet de industriële omzet dan weer een daling optekenen t.o.v. het derde kwartaal van 2014. Voor de volgende maanden wordt verwacht dat de bedrijvigheid van PTM verder zal toenemen. De onbeslistheid van de ondernemingen m.b.t. de soliditeit van het conjunctuurklimaat is nog niet helemaal verdwenen, maar uit de recentste conjunctuurenquêtes komt wel een merkelijk gunstiger verloop naar voren. Zo is de NBB-barometer voor mechatronica de afgelopen maanden enkele punten gestegen (grafiek 2).

Ondanks een daling van vijf punten blijft de NBBbarometer voor de technologische industrie in januari 2016 op een hoog peil. Na de piek die in december 2015 werd bereikt (sinds april 2011), wordt nl. teruggekeerd naar een waarde die vergelijkbaar is met die van november. Dat betekent dat de bedrijfsleiders in onze sectoren het huidige conjunctuurklimaat nog steeds redelijk gunstig beoordelen. De individuele indicatoren gaan verschillende richtingen uit. Zo zijn de beoordeling van de voorraad en de vraagvooruitzichten verbeterd. Wat die twee indicatoren betreft wordt de tendens van de voorbije twaalf maanden gevolgd en wordt begin 2016 een vrij gunstig peil bereikt t.o.v. de vorige jaren. Het orderboek wordt dan weer minder positief beoordeeld in januari. Niettemin wordt nog altijd het niveau van november gehaald, waardoor nauw wordt aangeleund bij de waarden die sinds mei 2015 worden genoteerd. Ten slotte is ook de indicator van de werkgelegenheidsvooruitzichten in januari verslechterd. Hoewel het gaat om de tweede terugval op rij bevindt deze indicator zich nog altijd op een hoog niveau in vergelijking met de laatste jaren.

Grafiek 1: Verloop van de omzetcijfers van Production Technology & Mechatronics

SAVE THE DATE: FORECAST EVENEMENT 6 SEPTEMBER 2016

In de bovenstaande grafiek duidt de blauwe lijn de evolutie aan van de activiteit. Hiervoor wordt het jaar 2008 als basis (100) genomen. De rode balken geven de evolutie van de omzet aan van een bepaald kwartaal t.o.v. het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Grafiek 2: NBB-barometer voor Mechatronica

Op 6 september organiseert Agoria een Forecast evenement. U komt er de laatste informatie te weten over een aantal economische indicatoren en u verneemt er ook de vooruitzichten van economische specialisten uit de bankwereld. In verschillende break-out sessies geven afgevaardigden van verschillende sectorfederaties toelichting bij de evolutie in hun specifieke markten zoals chemie, voeding, bouw en de technologische industrie. In een tweede reeks van break-out sessies wordt dieper ingegaan op thema’s zoals lonen, grondstoffen en inflatie. Reserveer 6 september alvast in uw agenda!

Contact Alain Wayenberg, Business Group Leader Industrial Automation alain.wayenberg@agoria.be www.agoria.be automation magazine maart 2016

29


Burgerlijk ingenieur Inge Lefevre leidt L&D Jet Techniek.

30


INTERVIEW WOORD Jean-Charles Verwaest | BEELD Automation Magazine

Inge Lefevre van L&D Jet Techniek ziet groeikansen in medische industrie en vliegtuigbouw

‘SNIJDEN MET WATER EN ZAND, ZO IS OOK DE GRAND CANYON ONTSTAAN’ L&D Jet Techniek uit Diest investeerde recent in een nieuw gebouw en een hybride waterstraalsnijder- en frezer met een dubbele 5-assige kop. Bedrijfsleidster Inge Lefevre ziet veel potentieel in snijwerk voor de medische industrie en de vliegtuigbouw. Inge is ondernemer, ingenieur én vrouw, wat in dit land een driedubbele handicap lijkt. Toch overwint ze met haar daadkracht elk obstakel. Inge Lefevre is reeds dertien jaar eigenaar en managing director van L&D Jet Techniek in Diest. Haar vader Roland Lefevre startte met het bedrijf in 1994 na een succesvolle carrière bij onder meer busbouwer Van Hool. ‘Mijn vader was 50 jaar toen hij met L&D begon. Hij had op dat moment twee studerende kinderen aan de universiteit. Het was financieel dus een groot risico, maar hij geloofde sterk in de voordelen van waterstraalsnijden’, vertelt Inge Lefevre. automation magazine maart 2016

Waterstraalsnijden kan gebruikt worden voor het vormgeven en/of bewerken van alle soorten materiaal: van staal, aluminium en titanium tot carbon, rubber, plastiek, schuim, marmer, hout of glas. L&D Jet Techniek is ook gespecialiseerd in ultra high pressure snijden, waarmee je sneller, dikker (meer dan 250mm) en accurater kan snijden. Voorts maakt L&D met microwaterjet-technologie ook heel kleine gaatjes (0,3mm). ‘Wij maken zelf niets, maar zorgen voor toegevoegde waarde’, klinkt het. 31


waterstraalsnijmachine. ‘Die machine is even oud als ons zoontje. Twee weken na de geboorte werd ze hier bij ons geleverd. Je mag raden waar ik toen was’, glimlacht ze. Inge Lefevre behaalde aan de KU Leuven het diploma van burgerlijk werktuigkundig elektrotechnisch ingenieur. ‘In mijn tijd had je nog ingangsexamens voor vijf wiskundevakken. Er waren amper vrouwen in de aula en ik herinner me dat één van de professoren in de eerste les luidop zei: alle vrouwen die vandaag aanwezig zijn, zitten hier niet op hun plaats! Echt om je psychologisch te breken.’

De L van L&D Jet Techniek staat voor Lefevre, de D voor Desmet, de achternaam van Inge’s moeder. ‘Mijn moeder is verpleegster van opleiding. Ze heeft zich later omgeschoold en deed de administratie en boekhouding.’ Ook Inge heeft een meewerkende echtgenoot. Een gelukkig toeval: haar man heet Gert Dillen en dus moest de D in de bedrijfsnaam niet worden vervangen. ‘Gert werkte als ingenieur bij L&D nog voor ik hier startte. Hij doet alle programmatie van de machines en de productbegeleiding. Zelf help ik mee aan de productieplanning, doe ik het personeelsbeleid, de klantencontacten, offertes, facturatie, financieel beheer, enz …’ Inmiddels heeft het echtpaar twee kinderen en lukt de combinatie gezin en bedrijf steeds beter. In de centrale hal van het bedrijf wijst Inge op een enorme

L&D Jet Techniek beschikt als enige in de Benelux over een hybride snijmachine met 5-assige kop voor het waterstraalsnijden en een 5-assige freeskop.

32

‘Vroeger werd je als vrouw in de industrie echt wel in een kastje gestoken. Gelukkig is dat aan het keren, vind ik. De nieuwe generatie is veel meer open en doorbreekt het klassieke rollenpatroon. Het is niet meer automatisch mama aan de vaat. Overal heb je tweeverdieners en zorgt ook de vrouw voor brood op de plank. De man is evenveel verantwoordelijk voor de opvoeding én het onderhoud van het huis.’ De oudere broer van Inge had geen interesse in de familiebusiness. ‘Hij snijdt ook, maar dan in mensen: mijn broer is vaatchirurg. Ikzelf ben altijd erg geïnteresseerd geweest in wat mijn vader deed. Al op 15-jarige leeftijd ging ik met hem mee naar de EuroBLECH beurs in Hannover. Het fascineert mij dat je met een waterstraal en fijne zandkorrels blokken beton of marmer kapot kunt zagen. Zo is ook de Grand Canyon ontstaan, na miljoenen jaren uitgeschuurd door zand en water. Wij doen hier hetzelfde, maar een stuk sneller.’ (lacht) Mannelijk ingenieursbastion Inge Lefevre liep na haar studies stage bij laserbedrijf Bystronic in Zwitserland en kreeg er een contract. Vier jaar heeft ze er gewerkt. ‘Ik reisde rond in Europa voor


de installatie, reparatie en opleiding voor de industriële lasersnijmachines van Bystronic. Omdat ik als enige Nederlands sprak, kreeg ik de Benelux onder mijn hoede.’ Inge heeft altijd moeten opboksen tegen het ‘mannelijk ingenieursbastion.’ ‘Ik heb in fabrieken mannen gehad die weigerden om met een vrouw over techniek te spreken. Of ik werd opgeroepen voor een machinestoring en ze wilden me eerst niet binnenlaten. Pas nadat ik de machine had hersteld, draaiden ze bij. Anno 2016 krijg ik nog telefoons op L&D en wordt er naar een man gevraagd voor een technische uitleg. Met veel plezier geef ik die uitleg dan zelf.’ Vader Roland gaf in 1998 zijn dochter de raad toch al bij hem te komen werken. ‘Met het oog op een overname zei hij me dat er een periode van minstens vijf jaar nodig was om het bedrijf en de sector goed te leren kennen.’ In

‘Ik heb in fabrieken mannen gehad die weigerden om met een vrouw over techniek te spreken.’ januari 1999 kwam Inge bij L&D aan boord en in 2004 kocht ze het bedrijf over. Roland Lefevre steunde zijn dochter met de uitbouw tot 2010, maar is nu niet meer actief. ‘Maar hij blijft vanzelfsprekend wel gebeten door nieuwe technieken en is enorm geïnteresseerd in onze recentste investering.’ Vader Roland Lefevre begon in 1994 met één machine en het jaar nadien volgde reeds een tweede aankoop. Hij bouwde het bedrijf stelselmatig uit door te investeren in de nieuwste technologie. Zo werd in 2001 een 5-assige waterjet gekocht met een werkbereik van 6 op 4 meter en een koers op de Z-as van 1.450 mm. Die snijmachine was toen de grootste in de Benelux. Momenteel werken er 18 mensen bij L&D Jet Techniek en draaide het bedrijf in 2015 een omzet van 2,5 miljoen euro. In 2002 verhuisde L&D Jet Techniek naar de nieuwe site op het Industrieterrein II in Diest. Inge Lefevre zet de strategie van innovatie voort: in 2006 verving ze de oudste L&D waterstraalsnijmachine door een 12-koppig exemplaar waarmee L&D toen het enige bedrijf in Europa was met een meerkoppige abrasief waterstraalsnijmachine. Hiermee kan men nietstandaard geperforeerde en grotere series dikke platen snijden. ‘Innovatie is cruciaal. Zo blijf je de concurrentie technologisch een stapje voor.’ Inge Lefevre maakt deel uit van een werkgroep verbonden aan de Duitse universiteiten van Ulm en Hannover waarmee ze automation magazine maart 2016

Met water worden kunststofprofielen gesneden.

33


de allernieuwste snijtechnieken opvolgt. Inge werkt ook mee aan de Europese norm voor het 2D en 3D-waterstraalsnijden. ‘We testen voor fabrikanten graag als eerste hun nieuwe prototypes uit’, legt Inge uit. Ze geeft als voorbeeld dat L&D destijds de ultrahogedrukpomp van 6.000 bar introduceerde. ‘Inmiddels zoekt men naar oplossingen om nog voorbij de grens van 6.000 bar te gaan. Polymeren moeten voorkomen dat het water door de compressie bevriest. De dichtingen in de pompen kunnen dat echter voorlopig nog niet aan. Techniek is continu in beweging, dus je moet alert zijn.’ Zware industrie en machinebouwers krijgen klappen De klantenportefeuille van L&D is groot en divers. In de vergaderzaal van het bedrijf staan achteloos in een hoekje een aantal voorbeelden van snij-opdrachten die L&D Jet Techniek doorheen de jaren uitvoerde. Inge neemt een cirkel in messing vast en als ze ermee draait komt een wereldbol met daarin het bekende vlinderlogo van Tomorrowland tevoorschijn. Eén van de vele decoratie-opdrachten. Net zoals het oosterse embleem in aluminium voor de enorme toegangspoorten van de ambassade van Qatar in Brussel. Tegen de muur staat een houten stuk parketvloer waarop Inge laat zien dat het patroon – met vele ingelegde houtsoorten – werd uitgesneden door haar bedrijf. ‘Zo heb ik er destijds veel gemaakt, allemaal voor een klant die actief was in de bouw van luxejachten. Het snijwerk in de houten vloeren is toen allemaal door ons uitgevoerd.’

Het neusje van de zalm bij L&D Jet Techniek is nu de nieuwe hybride dubbelkopsmachine. ‘Ze werd net voor Kerstmis geleverd, maar zonder grote rode strik’, glimlacht Inge. ‘Voor mijn echtgenoot is dit nieuw speelgoed. Het zijn drukke tijden voor hem omdat alles moet worden geprogrammeerd.’ Zelf gaat Inge bij klanten langs om hen uit te leggen wat de mogelijkheden zijn van de nieuwe machine.

‘Er is nog veel Belgische knowhow in de medische industrie en vliegtuigbouw.’ ‘Vroeger kwam 80 procent van onze omzet van Belgische machinebouwers. Nu is dat met minstens 20 procent gezakt.’ De zware industrie en machinebouwers krijgen klappen. Bedrijven sluiten of verhuizen naar het buitenland. ‘We hebben hier een zeer zware handicap inzake sociale lasten en verloning. Toch is er nog veel Belgische knowhow in de medische industrie en de vliegtuigbouw.’ In deze laatste twee sectoren ziet Inge Lefevre wel nog veel potentieel. ‘Je ziet de opkomst van carbon, composietmaterialen en glasvezelversterkte kunststoffen. Allemaal lichtere materialen, ook in brilmonturen en fietskaders. Carbon is niet eenvoudig te bewerken, maar met een waterstraalsnijder is er geen probleem, ook bij geweven of geperste structuren. Bij waterstraalsnijden moet je niet vrezen voor een ‘fiber break out’ op de contouren, noch voor een afzetting van koolstofstof op de

Inge Lefevre werkt voor een divers cliënteel: ook Tomorrowland kwam bij haar aankloppen.


elektrische verbindingen. En bij het snijden van carbon is de snede glad en braamvrij. Alles gaat ook heel snel, we snijden tot bijna 2 m carbon per minuut. Omdat er geen verhitting is, treden er geen vervormingen op.’ Volgens Inge Lefevre zijn er wel twee beperkingen: ‘Bij carbon materialen en gelamineerde materialen kunnen we met water geen gaten maken t.g.v. delaminatie , voorts is de waterstraal zo krachtig dat ze volledig door het materiaal heen snijdt.’ Daarom investeerde L&D in de nieuwe hybride snijmachine met 5-assige kop voor het waterstraalsnijden en een 5-assige freeskop met een vermogen van 36 kW en 24000rpm, zwaar genoeg om alle noodzakelijke freesbewegingen uit te voeren zoals boren en tappen. ‘Met deze hybride machine kunnen we een startgat voorboren en dan snijden. De freeskop wordt gebruikt voor kleine gaten voor te boren en slots en verdiepingen uit te frezen. In dezelfde opspanning worden daarna de overige contouren uit het carbonstuk gehaald.’ Met deze machine kunnen we totaaloplossingen aanbieden voor het vormgeven en bewerken van alle mogelijke kunststoffen, composietmaterialen en aluminium. Oplossingen in 1 instelling: tijdbesparend en kwalitatief hoogstaand. Vorige week hebben we nog een onderdeel van een zeilmast bewerkt. 100 mm dikke carbon: eerst contour gesneden en vervolgens gaten geboord en kamers gefreesd. Als onze klant dat zelf manueel moet bewerken, zou hij minimum twee dagen nodig hebben gehad. Wij klaarden de klus in 3 uurtjes.’ Een freesmachine met waterstraalsnijkop Zo heeft L&D een antwoord voor alle beperkingen en kan men aan klanten een oplossing voorstellen in één fixture en dat bespaart tijd en geld. ‘Klanten hebben geen geduld meer. Iedereen is voorzichtiger en stelt grote beslissingen uit. Maar als de knoop dan wordt doorgehakt, moet alles heel vlug gaan en moet het gisteren zijn geleverd. Dat vraagt een enorme flexibiliteit van ons personeel: maanden moeten ze overuren doen, en in andere periodes is er economische werkloosheid.’ De hybride machine werd gebouwd door de Italiaanse fabrikant CMS. De Italianen vertrokken als basis van een freesmachine waar een waterstraalsnijkop werd opgezet. Dat de basis een freesmachine is blijkt ook uit het feit dat de carbonstukken op een bewerkingstafel worden opgespannen en niet op een waterbed. ‘Ook bij Boeing staat zo’n machine, dat gaf ons vertrouwen. Wij zijn de enige in de Benelux die nu over zo’n machine beschikken.’ Inge Lefevre wilde voor de machine ook een nieuw gebouw. ‘Zo kunnen we geklimatiseerd werken en ik wilde onze nieuwe waterstraalsnijder weg uit het lawaai en de stofhinder van de andere machines.’ De realisatie automation magazine maart 2016

Inge en haar echtgenoot Gert hebben de taken onderling goed verdeeld.

van dat nieuwe gebouw van 417 m² met deels twee verdiepingen was geen sinecure. Inge wijst op een foto met plattegrond van haar bedrijf en je ziet achter de gebouwen een groot stuk grond tot aan de E314-autostrade. ‘We wilden daar bouwen en hebben samen met Voka hemel en aarde bewogen om een toestemming te krijgen.’ De Vlaamse wetgeving stipuleert echter dat je 30 meter van de gracht van de autostrade moet blijven. ‘Maar om dan je bedrijf meteen volledig te verhuizen, dat is een té grote investering. Ergens een tweede magazijn zetten is ook moeilijk, want je kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Inge Lefevre had het geluk een buurman te hebben – het Kempens Heftruckbedrijf (KHB) – met veel gezond verstand. ‘Ik kreeg van hen de toestemming om te bouwen tot op onze scheidingslijn. De brandweer van Diest gaf hiervoor groen licht. Wat de toekomst brengt zien we wel, maar als de overheid zegt dat bedrijven werkgelegenheid moeten creëren, zou het wel opportuun zijn om bepaalde stroeve wetgevingen aan te passen. Het klimaat in ons land is niet echt ondernemersgezind.’ Inge zou haar twee kinderen niet meteen aanraden een eigen zaak te starten. ‘Maar ja, het bloed kruipt vaak waar het niet gaan kan. Zelf ga ik graag uitdagingen aan want als je eigen projecten tot een goed einde brengt, dan geeft dat enorm veel voldoening. Wanneer een school me vraagt om ergens voor de klas een uitleg te geven over ondernemerschap, dan doe ik dat altijd. België heeft nood aan ondernemers. Zij doen onze economie draaien’, besluit Inge Lefevre. www.lendwaterjet.be 35


ROBOTDICHTHEID IN BELGIË GROTER DAN IN NEDERLAND Het beursgebouw van de Beierse stad München wordt van 21 tot en met 24 juni opnieuw ingepalmd door het tweejaarlijkse Automatica. Hier zie je de nieuwste trends in robotica en automatisatie. De bezoekersaantallen en lijst van deelnemers bewijzen dat Automatica is uitgegroeid tot één van de belangrijkste robotbeurzen wereldwijd. ‘Robots fascineren mensen, ze zijn veel meer sexy dan een stapel elektronische onderdelen. De media hebben dan ook altijd veel aandacht voor ons’, verklaart Armin Wittman, Exhibition Group Director bij organisator Messe München, een deel van het succes van Automatica. Automatica heeft in het Duitse beurslandschap een bijzondere plaats ingenomen, want hoewel er voor de automatiseerder genoeg evenementen zijn, is Automatica de enige beurs met een sterke focus op robotica, machine vision en handling. De beurs is dankzij een grote vertegenwoordiging van de automobielindustrie bekend geworden om haar grote robotica-aanbod. De cijfers van Automatica zijn indrukwekkend. Zo waren er in 2014 bijna 34.500 bezoekers, afkomstig uit meer dan honderd landen. ‘We hadden toen 724 deelnemers uit 42 landen en de beursoppervlakte bedroeg 55.000 vierkante meter’, aldus Armin Wittman. Voor de 2016-editie verwacht de organisatie nog beter te doen.

36

‘Dit is de zevende keer dat we de beurs organiseren – we zijn gestart in 2004 – en we breiden opnieuw uit met een extra hal (van 5 naar 6) naar in totaal 66.000 vierkante meter. Inmiddels noteerden we het hoogste aantal boekingen sinds de start want deze keer zullen er 850 exposanten zijn.’ Robotica is kern van de vierde industriële revolutie Armin Wittman ziet een aantal trends in de sector: ‘Robots maken automatisatie nu ook interessant voor kleine bedrijven. Je ziet ze dan ook in alle productiesectoren opduiken. Alles kan op maat worden geleverd. Ook de veiligheidsfactor is aangepast, robots zitten niet meer in een kooi. De competitie speelt zich af op wereldvlak met een enorme drive naar innovatie.’ Robotica is volgens Wittman de kern van de vierde industriële revolutie. ‘Industrie 4.0 was bij ons eerst een marketingwoord, maar is nu wel degelijk een sterk merk met concrete inhoud. De smart factory is een feit. ‘Software eats the industry’, zegt men en in die digitalisering van software zit het grootste potentieel voor automatisatie.’ Automatica heeft daarom een ‘trade fair in de trade fair’ met IT2Industry, een speciale showcase met nadruk op softwareontwikkeling, cruciaal voor aansturen van robots.


AUTOMATICA Worldwide annual supply of industrial robots 2000 - 2018*

‘In 2014 werd wereldwijd een record van 230.000 robot units verkocht, een stijging van 29 procent met het jaar ervoor.’

forecast*

Bron: IFR World Robotics 2015

Annual supply of industrial robots largest markets 2010 - 2014

Armin Wittman ziet voorts de grens tussen industriële robots en service-robots vervagen. ‘In dat laatste segment gaat enorm veel R&D geld om. De grote industriële robotbouwers springen mee op de kar. Robots bij ons thuis of in de zorgsector, dat is een markt met een groot potentieel.’ ‘De visie van Automatica is aan de bezoekers laten zien dat je door automatisatie goedkoper, sneller en aan een hogere kwaliteit kan produceren. Wij willen exposanten en bezoekers inspireren zodat ze nieuwe ideeën opdoen en contacten leggen.’ De drie grootste presentatiegroepen op de beurs gaan over integrated assembly solutions, industrial robotics en machine vision. Er zijn ook tal van interessante sprekers en conferenties, waaronder keynote speakers van Google Robotics en Amazon Robotics. Uit ons land nemen de organisaties EUnited Robotics en euRobotics AISBL (beiden uit Brussel), alsook het robotsoftwarebedrijf Intermodalics uit Heverlee deel aan de beurs. In 2014 wereldwijd 230.000 robots verkocht Recente cijfers van de Duitse ingenieursvereniging VDMA en de International Federation of Robotics (IFR World Robotics 2015) tonen de wereldwijde, explosieve verkoop van robots aan (zie grafiek 1). In 2014 werd wereldwijd een record van 230.000 robot units verkocht, automation magazine maart 2016

een stijging van 29 procent met het jaar ervoor. De IFR verwacht tot 2018 een jaarlijkse groei van 15 procent, wat inhoudt dat in 2018 er bijna 400.000 robots zullen worden verkocht, twee keer zoveel als in 2014. De nieuwe cijfers tonen ook aan dat China bezig is met een inhaaloperatie. ‘Zeventig procent van alle robots wereldwijd worden gekocht door vijf landen: China, Japan, de Verenigde Staten, Korea en Duitsland’, weet Armin Wittman. ‘Vijf jaar geleden stond China helemaal niet in die lijst, maar nu staat dat land als robotmarkt op de eerste plaats, dit door een toename van 56 procent (57.000 units geïnstalleerd in 2014). Er wordt verwacht dat tegen 2018 eenderde van alle robots ter wereld in China werkt.’ (zie grafiek 2) ‘China investeert in robots omdat ze door de éénkindpolitiek een verouderde bevolking hebben, hun lonen stijgen en de werkomstandigheden zijn vaak niet goed. Robots kennen geen werkdruk en produceren een hoge kwaliteit’, verduidelijkt Bram Vanderborght, professor Robotics aan de VUB. Het zijn vooral de automotive sector (sinds 2010 met gemiddeld 27 procent groei), de electronica sector en de metaalindustrie die robots afnemen (zie grafiek 3). Robots zijn flexibel en werken kwaliteitsvol. Dit wordt het tijdperk van de ‘smart factory’ met maatwerk aan 37


Estimated worldwide annual supply of industrial robots at year-end by main industries 2011 - 2014

‘Als wereldwijd de gemiddelde robotdichtheid op 66 robots per 10.000 werknemers ligt, dan staat België op de zesde plaats ter wereld, nog voor de Verenigde Staten.’

Bron: IFR World Robotics 2015

Number of multipurpose industrial robots (all types) per 10.000 employees in the manufacturing industry 2014

de kost van massaproductie. De IFR ziet voorts almaar meer ‘human-robot collaboration.’ De robot wordt cobot, collega van de mens. Robots worden vereenvoudigd, worden mobiel en krijgen 2 armen. België doet het overigens niet slecht inzake robotisatie (zie grafiek 4). Als wereldwijd de gemiddelde robotdichtheid op 66 robots per 10.000 werknemers ligt, dan staat ons land op de zesde plaats ter wereld, nog voor de Verenigde Staten en ook Nederland dat pas 15de is met een gemiddelde van 107 robots. Korea staat op nummer een, gevolgd door Japan. België heeft 171 robots per 10.000 werknemers en is daarmee een hoog geautomatiseerd land. In 2014 zijn in België 484 units verkocht, een stijging van 2 procent in vergelijking met 2013. Nederland scoort hier wel beter met de aankoop in 2014 van 1.243 units, een stijging met 38 procent in vergelijking met 2013. In ons land zijn zo’n 8.000 robots actief, wat wereldwijd goed is voor een 20ste plaats. ‘De hoge automatisatie in België komt door onze autofabrieken, een industrie waar vanouds veel robots worden ingezet. Dat staat bij ons nu wel onder druk, omdat we een aantal van die autoproducenten kwijt zijn, zoals Ford Genk’, reageert professor Vanderborght. ‘Robotisatie maakt ons land en Europa wél terug interessant als productiegebied. Wij zijn niet meer louter een kennismaatschappij, wat door onze hoge loonkost lang is voorgehouden. Robots worden gespecialiseerder 38

en goedkoper. De uitdaging is om ze in onze Vlaamse KMO’s te kunnen gebruiken. Zo kunnen we hier toch blijven produceren, wat ook veel duurzamer is’, besluit professor Vanderborght. Automatica vindt plaats van 21 tot en met 24 juni 2016 in de Messe München. Gelijktijdig kan je met uw toegangsticket op hetzelfde terrein ook het event IT2Industry (over Industrie 4.0) en de beurzen Intersolar Europe en ees Europe (Europa’s grootste beurs inzake batterijen en energieopslag) bezoeken. www.ifr.org www.vdma.org

AUTOMATICA

7th International Trade Fair for Automation and Mechatronics 21 tot en met 24 juni 2016 Messe München Ingang Oost, van 09:00 tot 17:00 uur Tel. +49 89 949-11538 info@automatica-munich.com www.automatica-munich.com www.facebook.com/AUTOMATICAfair www.twitter.com/AUTOMATICAfair www.youtube.com/AUTOMATICAmunich


INE 2016

TWEEJAARLIJKS iNDUMATION NETWORK EVENT (INE 2016) SMAAKT NAAR MEER

De tweede editie van Indumation Network Event, afgekort INE 2016, was met 1.086 VIP-genodigden een groot succes. Bijna 20 procent van de bezoekers is bedrijfseigenaar en 24,4 procent CEO of managing director. Dertien procent van de genodigden is Franstalig. De Leuvense Brabanthal was op donderdag 18 februari stemmig aangekleed voor het tweejaarlijkse INE en de sfeerverlichting zorgde voor de juiste ambiance zodat 91 deelnemende bedrijven en organisaties hun klanten en gasten optimaal konden ontvangen. De deelnemers waren ook allemaal heel enthousiast over de vlotte opstelling van de beschikbare boxen. In tegenstelling tot grote beurzen - waar vaak dagen aan een stand wordt gebouwd - was alle infrastructuur aanwezig en moesten de participerende bedrijven enkel zorgen voor eigen banners en publiciteitsmateriaal. Festo viel daarbij het meest op door een ‘zingende’ service-robot (zie foto) op hun stand.

© Veerle Van Aken

De eerste editie van INE trok destijds 750 gasten. Terwijl klassieke beurzen minder opkomst noteren, heeft een evenement als INE 2016 wél nog succes omdat mensen

gevoelig zijn voor ‘beleving.’ Het netwerkevent was alleen toegankelijk met een persoonlijke uitnodiging en dat zorgde voor een zekere exclusiviteit. ‘Dit event heeft een hoge kwaliteit want het zijn de deelnemende bedrijven zélf die de bezoekers persoonlijk uitnodigen. Men komt hier naar toe met zijn partner om in een gemoedelijke sfeer bij te praten’, aldus Mario Dejaegher van organisator Invent Media. De organisatie zorgde bij de indeling voor veel rustpunten in de hal - dit in vergelijking met de vaak strakke aankleding van gewone beurzen - en met verschillende kleuren en decors was de Brabanthal onderverdeeld in een red box, een black box, een fusion box en blue box. Ondanks de overrompeling was het nergens drummen en had iedereen voldoende plaats om op een vlotte manier kennis te maken met alle standen. Een aandachtspunt voor de organisatie is dat door de grote opkomst de cateraar halverwege de avond door zijn voorraad hapjes zat. Een bewijs dat het culinaire aspect een belangrijke troef is van het INE-concept. Het succesvolle netwerkevent smaakt duidelijk naar meer! www.networkevent.be

automation magazine maart 2016

39


www.smcpneumatics.be

AirMaS® van SMC Pneumatics Minder energieverbruik en efficiënter produceren Vier keer minder zorgen met AirMaS®... • Minder compressorbelasting • Minder drukschommelingen in de fabriek • Minder onnodige vraag • Minder verspilling van perslucht AirMaS® beperkt het energieverbruik van de compressor door de persluchttoevoer onder controle te houden. AirMaS® zorgt voor een efficiënt productieproces. Door lokaal perslucht te bufferen, blijft het drukniveau in het leidingnet stabiel. Ook als meerdere machines een hogere toevoer van perslucht nodig hebben. Slimme sensoren houden druk en flow in leidingnet en proces in de gaten. Zo worden pieken voorkomen. Een unieke beheeroplossing, eenvoudig te installeren bij of in een machine én op fabrieksniveau. Zonder ingrijpende mechanische veranderingen!

Worldwide leading experts in pneumatics

Uit voorraad! Membraanaccumulatoren, balgaccumulatoren en accessoires

MGH, houdt uw aandrijvingen in topconditie! Avec MGH, vos transmissions aux mieux de leur forme!

MGH is dé partner die de industrie draaiende houdt dankzij haar merkonafhankelijke totaaloplossingen voor zware elektromechanische aandrijfgroepen! MGH est le partenaire qui maintient l’industrie en mouvement grâce à ses solutions totales et marques indépendantes pour les groupes d’entraînement électromécaniques de puissance

Meer info? Verdeler voor België Hagbenden 39 A - B-4731 EYNATTEN Tel. 32 (0) 87 858 858 - Fax 32 (0) 87 858 859 info@euregiohydraulics.be www.euregiohydraulics.be - www.eh-business.be

Machelen Rittwegerlaan 2B - 1830 Machelen Antwerp Luithagen haven 2 Unit K - 2030 Antwerp Tel : +32 (0)2 753 00 40 Fax : +32 (0)2 753 00 49 info@MGH.be - www.MGH.be


producten

WAGO’S NIEUWE e!DISPLAY 7300T

De e!DISPLAY 7300T web-panels zijn de nieuwe displays van WAGO voor web-gebaseerde toepassingen. e!DISPLAY is zowel geschikt voor de weergave van visualisaties uit de CODESYS 2-ontwikkelingsomgeving alsook uit de moderne engineering-software e!COCKPIT (gebaseerd op CODESYS 3). De stijlvolle web-panels worden net zoals de WAGO controllers via het Web-Based-Management geconfigureerd. Bij het programmeren met e!COCKPIT staat nieuwe techniek zoals HTML5 ter beschikking. Een Java-Runtime voor de web-visualisatie van CODESYS 2 is ook aan boord. Het web-panel is in vier grootten – 4,3“, 5,7‘‘, 7,0‘‘ en 10,1‘‘ – verkrijgbaar en vandaar voor vele applicaties geschikt. e!DISPLAY 7300T beschikt over een resistief touch-screen, geflankeerd door drie status-LED’s die de bedrijfstoestand aantonen en feedback geven omtrent de bediening. De configuratie en inbedrijfsname, bijvoorbeeld het verbinden met één of meerdere WAGO controllers, is via een grafische gebruikersinterface snel en eenvoudig mogelijk. Een geïntegreerde naderingssensor wekt het e!DISPLAY zelfstandig uit de energiebesparende stand-by-functie op, zodra de gebruiker het display benadert. Dezelfde sensoren registreren bovendien de actuele lichtsterkte en stellen overeenkomstig de helderheid van het display automatisch bij. Als alternatief kan de helderheid ook handmatig worden aangepast via toetsen direct op het frontpaneel. www.wago.be

automation magazine maart 2016

SLIM ENERGIEVERBRUIK MET MSE6-E2M VAN FESTO

De nieuwe energiebesparingsmodule MSE6E2M van Festo maakt energiebesparing in persluchtsystemen zeer eenvoudig. Deze intelligente luchtverzorgingseenheid controleert en regelt werkingsparameters in nieuwe en oude installaties volledig automatisch. De energiebesparingsmodule MSE6-E2M, of E2M in het kort, kan veel meer dan een traditionele verzorgingseenheid. Door actief tussen te komen in de persluchttoevoer, meer specifiek gedurende machinestilstand, kan het persluchtverbruik worden verminderd. Tegelijkertijd wordt door de controle van de belangrijkste parameters zoals flow en druk de procesbetrouwbaarheid verhoogd. Deze nieuwe module bewijst niet alleen zijn efficiëntie in nieuwe, energiezuinige machines dankzij zijn uitgang voor de PLC, maar kan ook effectief gebruikt worden als eenvoudige retrofit in oudere installaties waarvan het energieverbruik aan banden moet gelegd worden. De parameters van de module kunnen ingesteld worden via Profibus, Profinet of via een HMI (Human Machine Interface). De gebruiker kan snel en eenvoudig parameters instellen waarmee de module kan uitmaken of de machine in kwestie in productie, dan wel in stilstand is. Tijdens de stilstand wordt de persluchttoevoer naar de machine afgesloten, waardoor alle persluchtverliezen vermeden worden. Het werkingsprincipe is gelijkaardig aan het start/stop-systeem in de recente wagens, waarmee energieverspilling wordt tegengegaan. Zodra de E2M in stilstandmodus gaat, controleert hij de installatie op lekken. Als de energiebesparingsmodule een drukval registreert die de ingestelde parameters overschrijdt stuurt hij een alarm naar het controlesysteem. www.festo.be

41


NIEUWE SINUMERIKFUNCTIES

NAUWKEURIG EN TRAPLOOS REGELEN MET ITVH VAN SMC

SMC komt met de nieuwe ITVH (een elektro-/ pneumatisch reduceerventiel), dat voldoet aan markteisen zoals druktesten of lektesten. De nieuwe ITVH maakt deel uit van de bestaande ITV Serie elektro-/pneumatische reduceerventielen van SMC en is geschikt voor hogedrukprocessen zoals autogeenlassen en snijden. De ITVH is ontworpen voor het regelen van hogedrukapplicaties en kan gebruikt worden voor het regelen of vasthouden van een inert gas of perslucht. De ITVH is geschikt tot een maximale druk van 3.0MPa en regelt traploos tussen 0.2 tot 2.0MPa. Ondanks de geschiktheid voor hogedruk, werkt de ITVH zeer efficiënt en verbruikt slechts 3W. Mede door het compacte design en het gewicht van slechts 630 gram kan het reduceerventiel ook in kleine ruimten of op snel bewegende delen worden toegepast. www.smcpneumatics.be

NIEUWE TAL-SERIE VAN LEROY-SOMER

Siemens biedt nieuwe functies voor een nog grotere machinenauwkeurigheid met zijn softwareversie 4.7 voor Sinumerik Operate. Het voordeel voor de gebruiker: de nieuwe software-ondersteunde functies verhogen de bewerkingsnauwkeurigheid en verbeteren de productiviteit van de machine. Zo kan dankzij het Sinumerik Auto Servo Tuning-algoritme de machinedynamiek worden geoptimaliseerd, zodat control loop parameters en dempingsfilters automatisch kunnen worden berekend en aangepast voor aandrijfoptimalisering. Wanneer flexibele productie tot wijzigingen in de massa van werkstukken, werktuighouders of werktuigen op een machine leidt, kunnen de parameters voor het verhogen van de productiviteit en kwaliteit worden aangepast via Auto Servo Tuning. Met de recentste softwareversie 4.7 voor Sinumerik Operate kan het algoritme direct via het CNC-programma op de Sinumerik 840D sl worden geactiveerd. Telkens wanneer de verwerkingsparameters wijzigen, vindt daardoor een optimalisering tussen de verwerkingsstappen plaats. www.siemens.com

Leroy-Somer Electric Power Generation, een divisie van Emerson en wereldwijd toonaangevende producent van industriële generatoren, presenteert de Leroy-Somer TAL. Dit is een nieuwe serie producten voor de commerciële/industriële standby-markt. De TAL serie bestrijkt een vermogensbereik van 10 tot 1000 kVA/kW met zes verschillende producten: TAL 040, TAL 042, TAL 044, TAL 046, 047 en TAL TAL 049. De TAL producten profiteren van de bewezen technische knowhow van Leroy-Somer en bieden superieure betrouwbaarheid en duurzame prestaties. De serie profiteert bovendien van engineering inspanningen die hebben geresulteerd in een compact ontwerp, eenvoudige installatie en optimale elektrische prestaties. De TAL serie werd geïntroduceerd tijdens de Middle East Electricity (MEE) van 1 tot 3 maart in Dubai. www.emersonindustrial.com 42


producten

PARKER AUTOMATION CONTROLLER (PAC)

ATB AUTOMATION VERTEGENWOORDIGT ESTUN

ATB Automation uit Sint-Pieters-Leeuw is sedert 1 januari 2016 de Beneluxvertegenwoordiger van Estun. Estun ontwikkelt en fabriceert servoaandrijvingen. Deze servoaandrijvingen kunnen eventueel toegepast worden in combinatie met trio motion controllers, eveneens vertegenwoordigd door ATB Automation. In 2015 hebben de besturingsspecialisten van ATB Automation diverse testen gedaan en zijn al enkele systemen met Estun succesvol bij klanten in de Benelux in bedrijf genomen. Naast de gerenommeerde Europese merken bestaat in diverse markten in de Benelux de behoefte aan lowcost compacte servosystemen. Voorbeelden zijn de landen tuinbouw, houtbewerkingsmachines, laboratorium pick-and-place of handlingsystemen. De Estun servoaandrijvingen zijn voordelig omdat Estun kritisch kijkt naar de kostprijs van componenten, door bijvoorbeeld gebruik te maken van incrementele encoders of absoluut encoders met een batterij. Estun is voor ATB Automation een uitbreiding voor de nieuwe markten naast de Stöber servoaandrijvingen, geschikt voor markten met hoge eisen. Het programma Estun servoaandrijvingen bestaat uit een uitgebreide reeks servomotoren met vermogens van 50 Watt met voorflens vierkant van 40 mm en tot 22 kW met een voorflens van 280 mm. De motoren zijn verkrijgbaar met incrementele encoders of 17 bits absoluut encoders met batterij. www.atbautomation.eu

automation magazine maart 2016

De PAC high-performance multi-axis automation controller werd ontworpen voor de meest veeleisende toepassingen in de industriële markt. Voordelen van deze PAC zijn een industrie standaard programmering, een krachtige real-time motion controller, een standaard ingebouwde netwerkconnectiviteit en visualisatie opties, en deze controller is eenvoudig te integreren in lokale netwerken De gratis beschikbare Parker Automation Manager software biedt ingenieurs de mogelijkheid om slimmer en efficiënter dan ooit te werken met IEC 61131-3 programmeertalen en PLCopen motion control functieblokken. De PAC wordt standaard geleverd met: • OPC-server • Modbus TCP • EtherCAT • Dubbele LAN aansluiting • Opties voor Ethernet/IP, Profinet, Profibus www.parker.com/be

ZELF STIKSTOF MAKEN UIT PERSLUCHT: VEILIG, EENVOUDIG EN SCHOON

Stikstof wordt vooral gebruikt als een zuiver, droog, inert gas. De toepassingen zijn divers. De NITROSource stikstofgeneratoren van Parker produceren stikstof uit bestaande industriële compressoren, direct bij het verbruikspunt. De NITROSource stikstofgeneratoren van Parker bieden een betrouwbaar, veilig en kosteneffectief alternatief voor traditionele stikstofvoorzieningen zoals flessengas of vloeibaar stikstof. De gewenste zuiverheid is door de gebruiker zelf te bepalen. Zo ook de benodigde capaciteit. De NITROSource van Parker is gecertificeerd en voldoet daarmee aan internationale standaarden als FDA en EIGAspecificaties. De stikstofgeneratoren zijn toepasbaar in tal van industrieën zoals chemie, farmacie, laboratoria, hittebehandeling, voedingsmiddelen, elektronica, transport, olie- & gas en lasersnijden. CompAir Geveke adviseert over en voorziet tevens in veilige, energetisch efficiënte perslucht-voorzieningen. Daarnaast kan CompAir Geveke ook de kwaliteit van de perslucht periodiek of continu controleren. www.compair-geveke.be

43


Samen en vandaag, kunnen we de machines van de toekomst creëren

Parker Automation Controller High-performance multi-axis automation controller Belangrijkste eigenschappen van de PAC:

• voor de meest veeleisende toepassingen in de industriële markt • industrie standaard programmering • krachtige real-time motion controller • eenvoudig te integreren in locale netwerken • gratis beschikbare Parker Automation Manager software • standaard geleverd met OPC-server, Modbus TCP, EtherCAT, Dubbele LAN aansluiting

www.parker.com/be parker.belgium@parker.com Parker Hannifin BeLux SPRL

SYSTEM INTEGRATION LIFE SCIENCES

Hydraulics System integration Power units Repairs/Overhaul Maintenance contracts Oil management Accumulators Pneumatics

MOBILE OFF ROAD

OIL & GAS

CHEMICALS & PETROCHEMICALS FILTRATION

TRANSPORTATION

Boterhamvaartweg 2 2030 Antwerpen service.hydro@hydro.be T. +32 3 546 40 80 www.hydro.be

Ontdek ons breed gamma producten en systeemoplossingen: 9 technologiëen vanuit één leverancier!

www.parker.com/be

The added value to Hydraulics/Pneumatics INDUSTRIAL

MARITIME RENEWABLE ENERGY

PARKERSTORE DISTRIBUTION


techtelex

WEG AUTOMATION heeft CET Motoren uit Moorsele herbenoemd tot service partner. Hiermee versterkt CET Motoren de 24/7 service naar zijn klanten bij de verkoop van het complete WEG-gamma, van eenvoudige tot high-end VFD’s, IP20 tot IP66 alsook het uitgebreide gamma aan softstarters. CET MOTOREN is sinds 2013 onderdeel van de Eriks groep. (www.cetmotoren.be) SMC PNEUMATICS – met een Europees distributiecentrum in Wommelgem – neemt dit voorjaar in Eindhoven een modern en multifunctioneel technologiecentrum in gebruik. Dit SMC Technology Center zal zijn diensten vooral aanbieden aan de snelgroeiende high-tech klantenkring van SMC in Zuid-Nederland. Op één locatie brengt het bedrijf meerdere diensten onder één dak om effectief te kunnen reageren op klantwensen, onder meer uit de lokale elektronicamarkt. Zo verhuist de afdeling assemblage van Amsterdam naar Eindhoven, om daar de assemblage van ventieleilanden en lokale specials – ook in een cleanroomomgeving – te gaan verzorgen. Bovendien wordt er gestart met producttrainingen en met onderhoud en service van SMC’s thermo chillers voor onder meer FEI. De vestiging van het SMC Technology Center Eindhoven nabij de High Tech Campus sluit aan op een trend om, naast de sales, ook de industriële dienstverlening dichter bij de klant te concentreren. (www. smcpneumatics.be) BECKHOFF AUTOMATION verhuisde zijn Hasseltse hoofdkantoor naar het ‘Klaverblad’ autostrade knooppunt in Lummen. In de nieuwe vestiging aan de Klaverbladstraat 11 B kunnen bezoekers kennismaken met het volledige Beckhoff automatiseringsgamma. (www.beckhoff.be) ACT IN TIME heeft een nieuwe eigenaar. Pieter Van Overbeke is de nieuwe eigenaar/zaakvoerder van Act in Time. Luc Van Hoylandt ondersteunt de nieuwe eigenaar als consultant. (www.actintime.be) THE GENE HAAS FOUNDATION steunt het Bernardustechnicum in Oudenaarde met een cheque van 13.310 euro (zie foto) waardoor voor de studierichting onder meer 30 Samsung tablets zijn aangekocht. De tablets zorgen voor een extra professionele didactische ondersteuning binnen de studierichting mechanische vormgevingstechnieken. Zo heeft het Bernardustechnicum in zijn werkplaats HTEC (Haas Technical Education Center) op de campus Gelukstede een zevental machines van het merk Haas waarmee alle leerlingen uit het studiegebied het computergestuurd verspanen kunnen oefenen. Gene Haas is de zaakvoerder van een groot Amerikaans machineproducent in computergestuurde verspaningsmachines. Hij steunt studenten wereldwijd om een opleiding mechanica te volgen. PROTEC, al 20 jaar actief in automatisatie, is dit jaar gestart in een nieuw atelier. Begin 2016 verhuisde Protec naar het nieuwe adres Damstraat 19F, op het bedrijventerrein Braakkakker in Wetteren. (www.protec. be) YASKAWA vierde zijn honderdjarig bestaan. In 1915 startte Yaskawa als producent van elektrische aandrijvingen. De Japanse multinational introduceerde technologische innovaties zoals de super synchrone motor, de Motoman L10 robot en de Matrix converter. Yaskawa haalt een omzet van 3 miljard euro en ziet in de toekomst – naast de bouw van industrierobots – een grote markt voor service-robots. (www.yaskawa.eu.com) FLAM3D, voluit Flanders Additive Manufacturing and 3D printing Ecosystem, is de nieuwe vzw die op 9 februari is opgericht door een aantal Vlaamse bedrijven en onderzoeksinstellingen actief in de 3D-printing. Voorzitter van de vzw is Kurt Hensen (T&M Solutions) en hij legt uit dat er in Vlaanderen inzake 3D-technologie méér kan worden gerealiseerd als er in de sector door bedrijven en onderzoeksinstituten wordt samengewerkt. Flam3D zal ook als spreekbuis van de sector fungeren naar de overheid. Inmiddels zijn al een dertigtal bedrijven en instellingen aangesloten. (www.flam3d.be)

Het Bernardustechnicum ontving 13.310 euro van The Gene Haas Foundation. automation magazine maart 2016

45


opinie door Ir. ALFONS CALDERS

Kwaliteit, een evolutie in ideeën Het is verwonderlijk hoe de inhoud van het woord ‘kwaliteit’ permanent evolueert. Geen dertig jaar geleden was kwaliteit synoniem met ‘vakmanschap’, iets zo maken dat het – bij wijze van spreken – eeuwen mee ging. Inmiddels is het een veel ruimer begrip. Zo’n twintig jaar geleden lag het accent op kwaliteit in de productie op: ‘van de eerste keer juist.’ Met andere woorden: zorg dat eindcontrole en rework overbodig is. Vervolgens werd kwaliteit ‘juist goed genoeg.’ Een volledig systeem werd opgezet van ontwerp tot bij het gebruik door de klant om ‘alleen te leveren wat waarde heeft voor de klant.’ Kwaliteit als synoniem van ‘laagste total cost of ownership.’ Voorts kennen we inmiddels het begrip kwaliteit ook als ‘bedrijfsfilosofie’: alle stakeholders tevreden stellen (aandeelhouders, personeel, buurtbewoners, milieu...). Vandaag is kwaliteit eerder synoniem met ‘maximaal de klant behagen.’ Waarbij de klant – minstens in consumptieartikelen – niet enkel uw, maar ook alle concurrerende internetsites bestudeert. Waarbij de klant ‘mondig’ is via websites van derden of ... via uw eigen online appreciatiebulletin. Prijs is de eerste selectiefactor: waarom meer betalen dan nodig? Kwaliteit in de oude zin – iets functioneel correct aanleveren – wordt een conditio sine qua non. Te snel falende producten worden namelijk openbaar ‘op internet’ afgestraft. En dit binnen een superkorte ‘reactietermijn.’ Hét breekpunt voor consumenten en bedrijven is ook meer en meer de levertermijn geworden. ‘Vandaag besteld, morgen geleverd!’, is geen slogan meer van de brievenpost alleen. Het is dé realiteit in alle webshops. En bedrijven stellen dezelfde eis betreffende hun wisselstukken. Om bij de leverancier/groothandelaar van producten geen geldopslorpende stocks te moeten houden, wordt de volgende stap inzake ‘Nu besteld, binnen 24 uur geleverd!’ deze van ‘Industrie 4.0’, een supersnelle productie van één stuk direct uit grondstoffen. En dus maar dromen 46

van het 3D-printing fenomeen: uw onderdeel meteen gemaakt vanuit de CAD-file. Waarom binnenkort niet bij u thuis, in uw onderhoudsafdeling? Mooi, maar optimistisch. Het pijnlijke neveneffect is de ‘flexibiliteit’ die dit vergt. Niet enkel van bedrijven, maar ook van hun werknemers. Meer en meer werk valt buiten de ‘normale werkuren’, zoals nacht- en weekendwerk. We willen allemaal binnen 24 uur onze bestelling ontvangen, maar de meesten zijn overdag – wanneer de pakjesdiensten leveren – niet thuis.

‘Te snel falende producten worden namelijk openbaar ‘op internet’ afgestraft.’

Alhoewel ... er is door de flexibilisering in de werktijden altijd wel iemand in de omgeving van de geadresseerde die op dat moment thuis is. En de pakjesdiensten maken daar gretig gebruik van om er alle pakjes van de buurt neer te droppen en overal in de bussen van de buren een briefje te steken met info waar de pakjes zijn afgeleverd. Deze werkwijze is dé innovatie om de kwaliteitseis van een snelle levering te halen! En dus moeten we ons misschien geen zorgen maken om de kwaliteit van het maatschappelijk samenleven. We kunnen misschien niet meer samen op café en voetbal wordt een iPad-gebeuren tussen twee workshifts, maar hoe meer er via internet wordt besteld, hoe beter we onze buren leren kennen ... Terug dus naar het dorpsgevoel van vroeger: iedereen kent binnenkort terug zijn geburen. Iedereen zegt goedendag en houdt elkaars huis in het oog. Allemaal nodig om geleverde pakjes te kunnen afhalen. Gaan we zo terug naar een kwaliteitsvol community-gevoel in onze buurt? Zo zie je maar dat het begrip kwaliteit permanent aan herbronning toe is.


www.fimop.be www.automation-magazine.be

www.belgitrans.be www.automation-magazine.be

pr tec Partner in automation

VANSICHEN

L I N E A I R TE CH NI E K


VERMEIRE TRANSMISSIONS + 32 (0)87 32 23 60 info@vermeire.com www.vermeire.com

VERMEIRE AANDRIJVINGEN + 32 (0)9 222 57 61 gent@vermeire.com www.vermeire.com

VERMEIRE SARL + (352) 26 52 13 01 info@vermeire.com www.vermeire.com

SERAX TRANSMISSIONS 0 825 827 124 serax@vermeire.com www.serax.fr