7 minute read

VDL ETG: Precisieindustrie vraagt méér dan kunststukje

De afgelopen twintig jaar heeft de Nederlandse precisie-industrie vooral kunnen groeien op basis van competenties, dankzij technologische kennis en maakervaring. De komende twintig jaar zullen veel meer in het kader staan van innovatie anders dan technische, zeggen Hans Priem en Ton Peijnenburg van VDL ETG. Het leveren van een kunststukje alleen volstaat niet meer. Om internationaal aansluiting te blijven houden, zijn bijvoorbeeld standaardisatie, digitalisering en businessinnovatie in het hele ecosysteem nodig.

Hans Priem: “We moeten niet meer in trucjes denken maar in samenwerking om dingen op een slimmere manier te maken”

Het Nederlandse precisie-ecosysteem staat internationaal hoog aangeschreven. Het select groepje bedrijven van begin deze eeuw is verbreed. Dat herkennen en erkennen ook buitenlandse OEM’ers. Zij zien de Nederlandse precisie-industrie als een partij die over veel competenties beschikt als het gaat om precisie-verspanen en het ontwikkelen en bouwen van complexe mechatronische systemen. “Langzaam zie je echter andere dingen dan alleen precisie belangrijk worden”, zegt Hans Priem, Business Manager VDL ETG. Hoe je met klanten omgaat, de businessmodellen, samenwerking. “Innovatie van business / samenwerkingsmodellen is iets waarin we nog een slag kunnen maken.” Net als schaalgrootte, valt Ton Peijnenburg hem bij, adjunct-directeur bij VDL ETG Technology & Development. Met 3500 medewerkers wereldwijd is VDL ETG voor Nederlandse begrippen groot.

Nieuwe concurrenten met ander DNA

Amerikaanse en Aziatische contract manufacturers komen met name uit de elektronica-industrie. Standaardisering zit in hun DNA; ze hebben inkoop gecentraliseerd en in hun supply chain gestandaardiseerd. Bovendien hebben ze hun ecosysteem digitaal gekoppeld, waardoor orders en andere informatie snel door de hele keten gestuurd kunnen worden. De combinatie van schaalgrootte, standaardisatie én digitale ontsluiting, stelt deze bedrijven in staat om flexibel te reageren. Stilaan bewegen deze contract manufacturers richting de markten waarin de Nederlandse precisieindustrie succesvol is. Vooral nu in de B2B markt kostendruk toeneemt, vraagt dit om alertheid en businessinnovatie. Ton Peijnenburg: “Als contract manufacturer concurreren wij, vanuit onze achtergrond als machinefabriek, vooral met vakmanschap in ons DNA. Ons ecosysteem is gefragmenteerd en minder gestandaardiseerd; informatie kan minder gemakkelijk uitgewisseld worden. Wij leunen heel sterk op vakmanschap. Dat blijft nodig, maar de precisie-industrie vraagt de komende jaren om méér dan alleen een kunststukje. Om competitief te blijven, moeten we het ecosysteem anders gaan organiseren.” Daar zit de grote uitdaging voor de Nederlandse precisie-industrie. De Nederlandse precisieindustrie loopt voorop als het om het ontwikkelen en bouwen van extreem hoogwaardige componenten en systemen gaat; net als bij de integratie hiervan in machines. Waar de sector achterop dreigt te raken, is de toelevering van reguliere onderdelen voor deze systemen. Dit heeft onder andere te maken met het gebrek aan standaardisatie en digitalisering. En dat zet de concurrentiepositie van de hele precisie-industrie onder druk.

Hans Priem, Business Manager VDL ETG: “De concurrentie zit niet in de regio, maar ver weg in het buitenland, daar moeten we ons op richten.”
De platformen zoals 3D Hubs slagen erin om de capaciteit van het aangesloten machinepark zeer efficiënt te benutten, doordat ze digitaal volledig geïntegreerd zijn. 

Industrie 4.0

In het huidige ecosysteem wordt dit nog ‘gecompenseerd’ door de Tier 1-suppliers. Hans Priem: “In onze regio help je elkaar. Veel van de bedrijven zitten in de supply chain van grote contract manufacturers. Wij hebben elkaar nodig. Als het voor het hele ecosysteem onder de streep iets oplevert, is het goed als het ene bedrijf compenseert voor het andere.” Compenseren hoeft niet altijd te betekenen dat je een hogere cost for value accepteert. Het kan ook om compenseren in digitale zin gaan, bijvoorbeeld dat bedrijven accepteren dat bepaalde informatie niet digitaal uitgewisseld kan worden doordat nog niet de hele keten digitaal ontsloten is. Uiteindelijk werkt ook dat kostenverhogend. “In het licht van de mondiale trends is dit uiteraard eindig”, zegt Hans Priem. De opmars van de digitale platformen, zoals 3D Hubs, of volledig gedigitaliseerde bedrijven, zoals 24/7Tailorsteel, zet druk op dit model. De platformen slagen erin om de capaciteit van het aangesloten machinepark zeer efficiënt te benutten, doordat ze digitaal volledig geïntegreerd zijn. Ton Peijnenburg vindt het de moeite waard om te kijken wat de precisie-keten kan leren van deze platformen en te onderzoeken hoe de krachten gebundeld kunnen worden om de huidige supply chain digitaal te ontsluiten. Want eerlijk is eerlijk: hij wil de huidige toeleveranciers graag aan boord houden. “Bij deze toeleveranciers zit vaak veel kennis en flexibiliteit. En voor specialisatie blijft altijd plaats.” Hij realiseert zich echter dat de implementatie van Industrie 4.0, wat voor VDL ETG al een behoorlijke uitdaging is, voor deze maakbedrijven een nog grotere kluif is. “We moeten dit daarom samen doen om de volgende stap te zetten. Want we hebben elkaar nodig.”

Standaardisatie en samenwerking

Een eerste stap om tot consolidatie in de sector te komen, is standaardisatie van dataformaten voor het uitwisselen van gegevens, denk bijvoorbeeld aan de verdere uitrol van Model Based Definition.

Ton Peijnenburg, adjunct-directeur bij VDL ETG Technology & Development: “Om competitief te blijven, moeten we het ecosysteem anders gaan organiseren.”
Ton Peijnenburg: “We moeten de kennis van kleinere toeleveranciers behouden zonder dat het ten koste van de concurrentiepositie van het ecosysteem gaat”

Ton Peijnenburg ziet hierin de sleutel voor de verdere digitalisering. Want als er standaarden komen voor data-uitwisseling, kan de digitalisering makkelijker door het hele ecosysteem gaan. “De industrie moet collectief afspraken maken over een open operability standaard, zodat we data-uitwisseling kunnen stroomlijnen.” De toeleveringsindustrie moet daar de ontwikkelaars van CAD- en PLMsoftware op aanspreken, terwijl grote OEM’ers bereid moeten zijn om uit hun comfortzone te komen. “De auto- en vliegtuigindustrie hebben dit probleem opgelost.” Waarom zou je dan het wiel opnieuw willen uitvinden? “Standaardisatie gaat gemakkelijker als mensen over hun eigen schaduw heen kijken,” merkt Hans Priem op. Daarnaast moet de samenwerking explicieter worden, vult hij aan. De scanner van ASML - een van de meest complexe systemen geëngineerd door mensen - is een goed voorbeeld van wat mogelijk is als er in het ecosysteem wordt samengewerkt. De manier waarop de sector enkele jaren geleden gereageerd heeft op de brand bij ProDrive, is een ander voorbeeld. Hans Priem: “Uiteindelijk staan we er voor elkaar. De concurrentie zit niet in de regio, maar ver weg in het buitenland, daar moeten we ons op richten.”

Innovatiemodel voor het mkb

Wat ook anders opgepakt kan worden, is de manier van innoveren door de kleinere spelers in het ecosysteem. Kleinere bedrijven investeren minder snel in een promovendus omdat ze dan een significant commitment aangaan zonder direct aantoonbaar  voordeel. In High Tech Systems-verband wordt daarom gekeken of het mogelijk is dat meerdere bedrijven een consortium vormen om zo’n promovendus aan te nemen. Het probleem daarbij is hoe om te gaan met Intellectual Property. Een oplossing die juridisch moeilijk ligt, maar die voor Ton Peijnenburg (die naast zijn baan bij VDL ETG een deeltijdaanstelling bij TU Eindhoven heeft), werkbaar kan zijn, is IP bij de regio onder te brengen. “Als je mee investeert, mag je het IP gebruiken. Zo houden we de kennis in de regio.”  Een voorbeeld hiervan is te vinden in de manier waarop de Zwitserse horloge-industrie samenwerkt met de universiteit van Lausanne. Hans Priem: “Daar profiteert de totale industrie mee van de onderzoeksprogramma’s. Iedereen kan uit die kennis putten.”

Pro-actieve rol

De ontwikkeling die VDL ETG de laatste tien jaar heeft doorgemaakt, illustreert de cultuurverandering in de high tech en precisieindustrie. De reactieve cultuur in het DNA van een contract manufacturer maakt meer en meer plaats voor pro-actief meedenken. “Daarom zijn we gegroeid”, meent Hans Priem. De Tier 1-toeleveranciers kunnen juist daarmee hun meerwaarde voor OEM’ers bewijzen. Want ze brengen oplossingen uit andere sectoren mee. Daarom vindt hij een duidelijke technology roadmap noodzakelijk. Daarbij moet je het TRL-niveau (Technology Readiness Level) niet relateren aan de opportuniteiten van dit moment maar aan de mogelijkheden die je ziet om de technologie ook elders in te zetten. “Dan heb je multipliers. Designers construeren op basis van wat wij denken. Als contract manufacturer hebben wij vóór op de OEM’ers dat we met meerdere segmenten praten.” Versterken van de samenwerking betekent voor hem dat niet iedereen dezelfde rol moet willen vervullen. Hans Priem: “Het is niet realistisch dat wij vanwege onze schaalgrootte zeggen dat we goed zijn in alles. Iedereen heeft een andere rol. Als je dat herkent en erkent, dan hebben we een wereld te winnen.” Want in de komende decennia gaat het er niet meer zozeer om, om een nog betere vacuümkamer te ontwikkelen en te bouwen. “We moeten niet meer in trucjes denken maar in samenwerken om dingen op een slimmere manier te maken.”

Standaardisatie van dataformaten voor gegevensuitwisseling de sleutel voor noodzakelijke digitalisering van het precisie-ecosysteem

Op de foto meerdere vessels op een rij in de cleanroom van VDL ETG Eindhoven.