Skip to main content

Neohumanisme 2

Page 1

BelgiĂŤ - Belgique

LVSV

GENT EST

PB - PP

BC 31407

1930

NEOHUMANISME

2e kwartaal 2013-2014 Afzendadres - Verantwoordelijke uitgever Dimitri Sonck Gravenplein 8, 1770 Liedekerke Afgiftekantoor Stapelplein Gent 4 edities per jaar P91 11 96


INHOUD VISIE

37 Jeugdwerkloosheid

6 De rol van Kapitaal in onze samenleving

Nele Van Parys (Comac) Timon Lesage (LVSV)

Thomas Vergote

9 Individuele soevereiniteit

GLAD YOU ASKED

Jonathan Peck

14 No money no fashion Marylène Madou

33 Wat is natuurrecht

Lode Cossaer

16 Noblesse oblige, n’est-ce pas? Thomas Buyse

HET LEZEN WAARD 49 Why Liberty? Simon van Poucke

19 De kapitalistische wortels van Venetië Filip Batselé

COLUMN

24 De ontologie van sociale processen

Lode Cossaer

59 Inconsistentie in het verhaal van Bart Eeckhout Dries Glorieux

28 Onzekerheid, fragiliteit en de staat Maarten Wegge

VERSLAGEN

42 Ontwikkelingshulp and the pretence of knowledge Dimitri Van den Meerssche

55 LVSV-activiteiten

VARIA

44 Drie linkse mythes ontkracht Philippe Baert 47 Doorgeschoten politieke correctheid

DISCUSSIE

Pieter-Jan Van De Weghe

51 Gas-boetes en camera’s - leemtes in onze constitutie

3 Voorwoord 4 Editoriaal 40 Ereleden 32 Blauwe bibliotheek 23 Het bestuur

Jitte Akkermans

REDACTIE

Hoofdredacteur Timon Lesage Redactie: Filip Batselé Lay-out Timon Lesage Stijn D’Hondt Jonathan Peck Fabrizio Terrièrre Dimitri Sonck Neohumanisme, 77ste jaargang, academiejaar 2013-2014, 2e editie, Redactie: Timon Lesage, redactie@lvsvgent.be

2


Dimitri Sonck Voorzitter LVSV Gent

Voorwoord Dimitri Sonck Beste lezers,

van Liberty in North Korea. Als liberalen hebben wij een onwankelbaar vertrouwen in echte, vrijwillige Intussen is het alweer december en loopt het semes- solidariteit en verkondigen dit ook in bijna alle debatter stilaan ten einde. Dat betekent natuurlijk ook dat ten, discussies en teksten. Maar nu was het in onze de blokperiode voor de deur staat. Omdat we weten ogen tijd om concreet actie te ondernemen en onze dat dit een zware periode is voor iedere student, woorden om te zetten in daden. Daarom organibrengen we jullie allemaal het gloednieuwe Neo’tje seerden we op 11 oktober dan ook onze benefietacom verfrissing te brengen in donkere blokdagen. tie ten voordele van LiNK, een non-profitorganisatie die zich bekommert om mensenrechten en vrijheid in Maar ook wie reeds van de auditoriumzitjes is Noord-Korea. Een betekenisvoller doel, namelijk het verlost, heeft er belang bij deze editie te doorbladeren. ondergraven van een collectivistische en totalitaire LVSV Gent is zoals altijd druk aan het werk geweest staat, konden wij ons als liberalen niet indenken. om het semester te vullen met boeiende activit- Dankzij de steun van vele leden en ook bestuursleden eiten, waarover jullie kunnen lezen in de verslagen. uit andere afdelingen, alsook onze sponsors, zijn we Zo kregen we niet alleen Marc Cools en Tim erin geslaagd ongeveer 1800 euro in te zamelen, voldoEvans over de vloer, ook ons traditionele open- ende voor LiNK om een Noord-Koreaanse vluchteling ingsdebat was dit jaar een voltreffer. Met een uit het land te smokkelen en een nieuw leven te geven. zo goed als bomvol Auditorium Leon De Meyer en een geanimeerd debat tussen topgasten Dus wanneer ik dit Neo’tje doorblader, kan ik mij als zoals Koen Geens, Alexander De Croo, en John LVSV’er warmen aan wat ik zie en lees, ondanks de Crombez, mogen onze Politiek Secretarissen kille vooruitzichten van de examens. Ik wens jullie trots zijn op hun voortzetting van deze traditie. allemaal hetzelfde toe. De meest opvallende activiteit was dit semes ter zonder twijfel onze casinoavond ten voordele

3


Timon Lesage Hoofdredacteur LVSV Gent

Editoriaal Timon Lesage “Neo-humanisme, omdat wij vol ontzag neerbuigen over elken kleinen mensch. hem zoo grootsch voelen in zijn, dagelijkschen slenter en banalen kommer, alleen omdat hij mensch is, Neo-humanisme omdat wij hem willen losmaken uit de transcendentale illusie, en hem doen beseffen dat alleen in hemzelf geluk te zoeken is, in eigen waarde en goedheid, Neo-humanisme opdat hij zou inzien dat adel niet groeit uit macht of geldaristokratie, maar uit stille kultuur. Neo-humanisme opdat man en vrouw eerlijk tegenover malkaar zouden staan, met gelijke rechten, maar ook gelijke plichten, Neo-humanisme opdat alle volkeren tot het bewustzijn komen, dat zij deel uitmaken van één groote humaniteit.

comparatieve analyse met vroegere manifesten dringt zich op.Want wat lezen we in die wervende documenten, bij de oprichting van de PVV in 1972 die eindelijk een ethisch progressief luik toevoegde aan de Vlaamse liberalen, bij het congres van 1980 in Kortrijk waar een zekere Guy Verhofstadt amok maakte, in de Burgermanifesten van Verhofstadt? Pleidooien voor het individu en voor vrijheid: “Dit brengt ons op het terrein van de verantwoordelijkheid, die in liberale optiek onveranderlijk en onverbrekelijk verbonden is met het genot van de vrijheid. Daarom weigert een liberaal principieel zijn lotsbestemming in de handen te leggen van de Staat of van enige andere gemeenschapsstructuur.” Wat betreft de vrije markt, in tijden van olieschokken en crisis:

Wij gelooven in de humanistische roeping van de demokratie over heel de wereld.”

“Wanneer wij thans een economische crisis meemaken, dan is dit niet zozeer te wijten aan een falen van het marktmechanisme maar wel aan een falen van de overheid dit mechanisme naar behoren te laten werken”.

Ziehier de aanhef van de allereerste editie van dit magazine, 77 jaar voor de redactie van dit jaar zich weer alle moeite van de wereld getroost heeft om u een kwalitatieve publicatie aan te bieden. Het toont perfect aan dat de liberale waarden (ondanks onze soms ellenlange discussies) eigenlijk heel simpel zijn. Respect voor iedereen, het geluk vind je in jezelf en niet in een of andere gemeenschap.Het is dan ook zeer jammer te moeten vaststellen dat dé partij in Vlaanderen die het liberalisme claimt, de Open VLD,

Beide quotes komen uit het Manifest van Kortrijk. En ook in de Burgermanifesten komen revolutionaire ideeën als het recht om uit de staat te stappen, stringente veroordelingen van het cliëntelisme en corporatisme. Het vloekt soms met wat we in de Toekomstverklaring voor de kiezen geworpen krijgen: “De vrije markt is op haar best met een duidelijke scheidsrechter, met een sterke legitimiteit”. Als de financiële crisis iéts aangetoond heeft, is dat

Een consequent liberaal en hoopgevend manifest kan heel wat mensen op de been brengen, zoals in het verleden werd bewezen. langzaamaan wegkruipt van deze essentiële zaken. In de aanloop naar de (moeder aller) verkiezingen van 2014 houden alle grote partijen congressen die de ideologische violen stemmen. Een voorproefje hierop bij de Vlaamse liberalen is de “Toekomstverklaring” die onlangs de wereld ingestuurd werd. Een 4

de “duidelijke scheidsrechter met een sterke legitimiteit” de banken aanspoorde in een doldrieste hypothekenrace en daarmee impliciet zijn lot met de financiële instellingen en schaduwbanken verbond. Een waanzinnige moral hazard. Een vrije markt wenst de OVLD in 2014, hoera! Maar dan wel me-


teen ook een scherprechter om de mechanismen die een vrije markt onderpinnen te ondergraven. Om dan binnen x aantal jaren, bij de volgende door de Staat veroorzaakte schok, opnieuw de vrije markt met de vinger te wijzen? Met meer regulering tot gevolg? Ook de systematische uitholling van het recht op privacy wordt gerechtvaardigd, immers “nieuwe technologieën en datamining software mogen met respect voor de privacy gebruikt worden in de strijd

werd de immigratiestop bepleit. Enkel in het vierde Burgermanifest werd legale economische migratie als wenselijk gezien. Natuurlijk is dit cherry picking en is niet alles kommer en kwel. Wie aan politiek doet, zit noodzakelijk in het paradigma van er het maximale proberen uit te halen. Een probleem stelt zich wanneer dit wheelen en dealen van de praktijk doorsijpelt in de ideologie.

Dat de staat de enige actor is die de grenzen van wat “misdadig” of “crimineel” is naar believen kan oprekken, ziet de VLD niet als problematisch. tegen de misdaad“. Dat de staat de enige actor is die de grenzen van wat “misdadig” of “crimineel” is naar believen kan oprekken, ziet de OVLD niet als problematisch. Ten onrechte. Verder lezen we, vlak na het kopje “fundamenteel geloof in de mensenrechten”,

Die ideologie legt zich dan neer bij het status-quo en streeft enkel nog minimale aanpassingen na. Het durft niet langer radicaal te zijn. Wat overblijft is een veel te braaf en veel te weinig wervend document. Een consequent liberaal en hoopgevend manifest

dat open grenzen een “naïeve politiek” zijn en leiden tot “sociale catastrofes en oneerlijke concurrentie”. Pijnlijk. De praktijk waarbij een natiestaat een arbitraire claim legt op een lap land en de ondernemingszin van eenieder die ongewenst is op dit stuk grond bestraft als ordinaire criminelen wordt dus gerechtvaardigd. Dura lex sed lex, dacht de OVLD, en ze hervormde niet de sociale zekerheid maar past blindelings een inhumane wet toe. Heel wrang leest dan de laatste zin: “we blijven strijden tegen illegale immigratie”. Het is een thema waar de Vlaamse liberalen al langer mee worstelen, ook in eerdere congressen

kan heel wat mensen op de been brengen, zoals in het verleden werd bewezen. Er is echter weinig hoop om te veronderstellen dat de congresteksten iets dergelijks zullen zijn. Gelukkig is er nog altijd het LVSV en het Neohumanisme, die op de barricades staan voor een maatschappij die uitgaat van het individu en niets anders. De vele kwalitatief hoogstaande teksten in deze editie vertolken deze visie. Het is dan ook met enige trots dat de redactie Neohumanisme twee van dit jaar loslaat op de wereld. Veel leesplezier! 5


Thomas Vergote Publications Officer MRI

Visie

De rol van kapitaal in onze samenleving Thomas Vergote In deze tekst geeft Thomas, ex-LVSV Gent, zijn visie weer op hoe belangrijk kapitaal is voor onze samenleving. Op vier december geeft Thomas een lezing over kapitaal, interest en crisis in het Liberaal Archief. In de meeste hedendaagse economische vraagstukken heeft kapitaal een sleutelrol. Toch wordt kapitaal vaak onduidelijk en onvoldoende gedefinieerd en bestaan er heel wat misverstanden over de rol van kapitaal voor onze welvaart. In deze tekst worden een aantal belangrijke kenmerken van kapitaal toegelicht.

zijn enkel die middelen waarvoor uitsluitend originele natuurlijke middelen en arbeid bij de productie gebruikt worden, waarvoor geen kapitaal gebruikt wordt. Voorbeelden zijn gering, zelfs een primitieve jager-verzamelaar gebruikt kapitaalgoederen om zijn voedsel te verkrijgen: een speer bijvoorbeeld, of een zak om zijn geplukte bessen naar zijn familie terug te brengen. Wat is kapitaal? Een belangrijk aspect van kapitaal is dat het heteroUiteraard moet eerst duidelijk zijn wat begrepen geen is en moet onderhouden worden. Niet ieder wordt onder kapitaal, voor we verder kunnen. Kapita- stuk kapitaal kan door een ander vervangen worden, al heeft namelijk veel betekenissen, de ene al duideli- integendeel, sommige machines zijn bijvoorbeeld jker dan de andere. Kapitaal refereert vaak naar de erg specifiek en kunnen maar in één productieproces financiële middelen die iemand ter beschikking ingezet worden. Als er dus verkeerdelijk geïnvesteerd

Hieruit volgt een belangrijke les: kapitaal kan pas geaccumuleerd worden als er meer gespaarde middelen beschikbaar zijn dan nodig om de huidige kapitaalstructuur te onderhouden door herinvesteringen. heeft, m.a.w. vermogen, of zelfs gewoon een grote som geld. Er is ook intellectueel en cultureel kapitaal waarvan de betekenis enorm ruim is en dan ook vaak weinig bruikbaar. In de economische wetenschap is kapitaal echter gedefinieerd als middelen om productie van consumptiemiddelen mogelijk te maken, zonder zelf rechtstreeks voor consumptie in te staan. Het gaat dus over machines, gebruiksmiddelen, half afgewerkte producten enz. In een moderne complexe economie worden bijna alle consumptiegoederen geproduceerd met de hulp van kapitaal. Het 6

is in een kapitaalgoed, kan dat niet zomaar voor een ander productieproces ingezet worden… Technologie en kapitaal als bouwstenen voor welvaart Hoe komt het dat de menselijke populatie in de laatste 300 jaar zo explosief kon groeien en tegelijkertijd telkens onder beter omstandigheden kon leven? Naast een culturele liberale omwenteling speelde technologie en kapitaalaccumulatie hierin een enorme rol. De culture revolutie (zie hiervoor


Bourgeois Dignity – Deidre McCloskey) maakte zowel innovatie als kapitaalaccumulatie mogelijk door een positiever aanzien van ondernemers, handelaars en kapitalisten. Het mag duidelijk zijn dat innovatie uiteraard zorgt voor meer mogelijkheden en een uitzicht op grotere welvaart. Technologie is echter niet voldoende. Stel je voor dat Robinson Crusoe, een wetenschapper die de technologische sleutel heeft tot oneindige welvaart, alleen en zonder middelen op een onbewoond eiland belandt. Robinson zal zich uiteraard moeten behelpen, en zal noch de tijd, noch de middelen hebben om zijn innovatie in de praktijk om te zetten. Hij zal zelfs de tijd niet hebben om gewassen te planten of vee te kweken, want hij zal bijna al zijn energie moeten spenderen aan het vinden van eten om de dag door te komen. Hij kan zijn technologie pas in de praktijk omzetten als hij productief genoeg is en dus voldoende kapitaal ter beschikking heeft om zich aan zijn innovatie te wijden. Hetzelfde geldt uiteraard voor de wijdere samenleving. Kapitaalaccumulatie is noodzakelijk om innovatie in de praktijk om te zetten en tot op de dag van vandaag staan de wetenschappelijke mogelijkheden een stuk verder dan de economische. De technologie voor het opwekken van energie uit hernieuwbare bronnen mag dan al ver genoeg staan om aan de wereldwijde energievraag te voldoen, dat betekent nog niet dat het economisch mogelijk is, laat staan wenselijk. Met talrijke voorbeelden als deze worden we dagdagelijks geconfronteerd. Kapitaal, tijd en interest Laat ons terugkeren naar Robinson Crusoe. Robinson heeft in het begin van zijn overlevingsstrijd op het onbewoond eiland geen middelen ter beschikking en moet zich behelpen met het vangen van vissen. Stel dat hij dagelijks twee vissen kan vangen en onmiddellijk opeet om te overleven: alles wat hij ‘produceert’, consumeert hij onmiddellijk. Hij werkt letterlijk om te overleven zonder enige marge. Om zijn visvangst te verbeteren wil hij een net gebruiken. Hij denkt een volle dag nodig te hebben om het net te maken. Het zou onverstandig zijn om zomaar een dag niets te eten om aan het net te werken, dat zou zijn verzwakte lichaam niet aankunnen. Hij denkt drie dagen lang slechts anderhalve vis te eten, waarna hij op de vierde dag genoeg gespaard (S) heeft om een dag niet te eten. Op dat moment investeert (I) hij zijn gespaarde vis om het net te maken: S =

I. Het net is het resultaat van de investeringen en kan niet rechtstreeks geconsumeerd worden, maar kan gebruikt worden om consumptiegoederen (vis) te maken, het net is een kapitaalgoed. Merk hier de factor tijd: om méér te kunnen produceren moet eerst een langere weg afgelegd worden om het kapitaal te produceren. Het net laat hem toe 3 vissen per dag te vangen in plaats van 2. Voldoende om niet iedere dag vis te vangen, maar in plaats daarvan te sparen en te investeren wanneer nodig. Hieruit volgt een belangrijke les: kapitaal kan pas geaccumuleerd worden als er meer gespaarde middelen beschikbaar zijn dan nodig om de huidige kapitaalstructuur te onderhouden door herinvesteringen. Als er meer gespaard wordt dan het evenwichtsniveau doet men aan kapitaalaccumulatie, als er minder gespaard wordt, treedt kapitaalconsumptie op. In dat laatste geval worden middelen die nodig zijn om kapitaal te onderhouden geconsumeerd waardoor het kapitaal uiteindelijk verloren gaat. Stel bijvoorbeeld dat een landbouwer 10% van zijn graan ieder jaar aan de kant legt om het volgende jaar te zaaien voor een nieuwe oogst. Als de landbouwer in de plaats beslist van alle graan te consumeren zal er het

jaar nadien geen graan meer zijn om te zaaien, het kapitaal, hier dus het zaad, werd geconsumeerd en de bestaande productie kon niet worden voortgezet. De eerste die tijd identificeerde als de cruciale factor in het productieproces was Oostenrijkse econoom Eugen Böhm-Bawerk. Tot dan was de algemene aanname dat de inkomsten uit de drie productiefactoren land (natuur), arbeid en kapitaal respectievelijk huur, 7


loon en interest waren. Kapitaal is echter geen onafhankelijke productiefactor merkte Böhm-Bawerk op, kapitaal wordt eveneens geproduceerd uit de primaire factoren arbeid en land. De productie van kapitaal genereert dus inkomsten voor de primaire factoren, maar vaak is er een marge tussen de productiekost van kapitaal en de toegevoegde waarde dat het kapitaalgoed genereert. De reden voor deze marge is dat een kapitaalgoed pas kan geproduceerd worden als er eerst gespaard werd. Sparen is echter niet gratis, aangezien iedereen algemeen ongeduldig is: als potentiële investeerders hun middelen steeds ter beschikking kunnen hebben om te consumeren, waarom zouden ze die dan investeren om kapitaal te creëren als ze er niets mee winnen? Uiteraard doen investeerders dat niet, ze eisen een vergoeding voor hun wachttijd en die vergoeding is interest. Interest

tot de toegevoegde waarde van hun arbeid effectief tot inkomsten leidt en als er iets mis loopt moeten ze hun loon niet terug betalen. Om dit beter te plaatsen kunnen we bijvoorbeeld iets naderbij kijken naar de farmaceutische industrie. Voor veel medicijnen neemt de ontwikkeling jaren in beslag. Miljoenen euro’s moeten worden geïnvesteerd om het onderzoek voort te zetten. Die middelen gaan niet alleen naar machines en chemische middelen, maar ook naar de werknemers. De kapitalisten verdienen dan wel een interest op hun investering als het medicijn succesvol op de markt wordt gebracht, maar de werknemers moesten zich niet aantrekken van het tijdselement van de investering, noch van het risico. Als we interest wegdenken uit het economische systeem, dan kan deze, voor alle partijen voordelige situatie niet meer optreden.

Interest heeft niet alleen een economische functie, maar komt ook tot stand omdat kapitalisten een belangrijke dienst verzorgen waarvan werknemers de vruchten plukken. Conclusie In dit kort essay werd een overzicht gegeven van een aantal belangrijke kenmerken van kapitaal. Een goed begrip van de functie van kapitaal vormt Kapitaal als middel van uitbuiting de sleutel tot het beantwoorden van een aantal Interest is van oudsher een sterk gecontesteerde belangrijke maatschappelijke vragen, zoals welke vorm van inkomsten omdat zogenaamd geen inspan- inkomsten verantwoord en rechtvaardig zijn en hoe ningen van de kapitalist nodig zijn om interest te ver- welvaart tot stand komt. Kapitaalaccumulatie is een krijgen. Karl Marx noemde de inkomsten van de kapi- bouwsteen van onze welvaart en interest is de vertalisten de ‘meerwaarde’ van de arbeid. Kapitalisten goeding voor investeringen die de welvaartsgroei kunnen dus onterecht een gedeelte van de vruchten mogelijk maken. Kapitaal en interest vormen ook van de arbeiders ‘stelen’ en gebruiken aldus hun de basis voor (onder andere) de Oostenrijkse conmachtpositie om de arbeidersklasse uit te buiten. junctuurtheorie. Conjunctuurtheorie verdient een Böhm-Bawerk toonde in zijn monumentale werk aparte behandeling, maar het kan hier alvast gezegd echter aan dat interest niet alleen een economische worden dat interest een prijs is en prijsverstoringen functie heeft, maar ook tot stand komt omdat kapi- altijd tot onevenwichten leiden. De rol van kapitaal talisten een belangrijke dienst verzorgen waarvan is in een complexe economie dermate groot dat het werknemers de vruchten plukken. De kapitalist staat verstoren van de interest enorme gevolgen heeft. namelijk in voor, ten eerste, het voorschieten van We gaan er dan ook beter erg voorzichtig mee om. middelen en ten tweede, het risico van de onderneming. Arbeiders moeten niet wachten op hun loon is dus de prijs voor tijd en regelt de vraag en het aanbod van investeerbare middelen, een vrij gevormde interest (zonder invloed van centrale banken).

8


Jonathan Peck Webmaster LVSV Gent

Visie

Individuele soevereiniteit Jonathan Peck Bestuurslid Jonathan onderzoekt de argumenten die vaak aangehaald worden bij het legitimeren van inbreuken op onze individuele soevereiniteit door de staat. Aan de meer extreme kant van het liberale spectrum bevindt zich een filosofie genaamd het voluntarisme, wier kerngedachte inhoudt dat vrije wil steeds een noodzakelijke voorwaarde is voor moreel gedrag; alle initiatie van geweld wordt immoreel geacht. Voluntarisme kan men bijgevolg ook zien als een ideologie die zich uitermate strikt aan het non-agressieprincipe houdt. In dit artikel bespreek ik een van de meest controversiële gevolgen van deze filosofie, namelijk individuele soevereiniteit: de idee dat een gecentraliseerde overheid zich inherent schuldig maakt aan de initiatie van geweld en zodoende afgeschaft moet worden.

om toestemming zou vragen, een weigering van dit contract zou beantwoorden met onmiddellijke uitwijzing (wat ironisch genoeg opnieuw een impliciet contract ter bevestiging van autoriteit vereist). De allereerste vraag die dus in het hoofd springt, is hoe zo’n overeenkomst gelegitimeerd kan worden als ze ten eerste niet berust op vrijwillige instemming en ten tweede opgelegd wordt met een (figuurlijk?) pistool tegen de slaap. Waarom heeft een staat de facto het recht haar regels op te leggen aan iedereen die zich binnen een zeker gebied begeeft? Het makkelijkste antwoord is het meest pragmatische: omdat het kan. Een staat beschikt traditioneel

Bemerk echter dat de overheid in kwestie eveneens bestaat uit mensen die dus evenzeer vatbaar zijn voor die catastrofale zwakte, zodanig dat een overheid uiteindelijk zowel zichzelf als haar bevolking zou moeten uitroeien. Het impliciete contract Wanneer wij ons afvragen hoe onze relatie als burger ten opzichte van de staat tot stand komt, dan kunnen we niet anders dan constateren dat dit impliciet gebeurt: het is altijd zo dat men onder het gezag van een staat valt zodra men een bepaald land betreedt. De overheid claimt in feite elk individu binnen een zekere straal automatisch als haar rechtssubject, en gaat ervan uit dat zij haar wetten aan hen mag opleggen (met alle nodige middelen); in geen enkel land wordt men eerst gevraagd akkoord te gaan met één of ander contract dat de staat expliciet deze bevoegdheden toekent. Daarenboven vermoed ik dat elke overheid die toch

over een dermate groot wapenarsenaal dat zij menig burgerprotest plat kan stampen nog voordat het uitgroeit tot een echte bedreiging. Het behoeft geen discussie dat deze vorm van redeneren (een ad baculum in het jargon) niet als geldig wordt aanschouwd in eender welke kring die argumentatie serieus neemt. Daarnaast is dit niet te stoelen op het non-agressieprincipe, aangezien het erop neerkomt dat macht gelijk geeft. Een eerste echt argument is dat dit een noodzakelijke manier van werken is, omdat anders niemand akkoord zou gaan met het contract en er totale chaos zou heersen in de vorm van constante burgeroorlogen en een puur recht van de sterkste. Aan de ba9


sis van deze stelling ligt de aanname dat mensen in toom moeten gehouden worden omdat ze anders veranderen in beesten die elkaar zullen verslinden. Laten we veronderstellen dat dit klopt: zonder een machtige overheid die hen onderdrukt, moorden mensen elkaar uit. Bemerk echter dat de overheid in kwestie eveneens bestaat uit mensen die dus evenzeer vatbaar zijn voor die catastrofale zwakte, zodanig dat een overheid uiteindelijk zowel zichzelf als haar bevolking zou moeten uitroeien (zeker als men in acht neemt dat de overheid de meeste macht in handen heeft). Ik zie slechts twee manieren om dit probleem op te lossen:

van de Ideale Staat, en dat is al zo rigoureus onderuit gehaald dat ik mij er niet mee bezig zal houden. We kunnen ook beweren dat een staat eigenaar is van de geografische zone waarover zij haar gezag claimt, zodanig dat het impliciete contract verantwoord wordt door pure eigendomsrechten.

Dit legitimeert echter niet alles wat een staat over het algemeen doet: de traditionele liberale visie op eigendomsrechten impliceert immers geen monopolie op geweld (een discussie over eigendomsrechten valt buiten het bereik van dit artikel, dus nemen we de courante visie als norm). Als de staat eigenaar 1. Men voert controles uit op de overheid; zou zijn van de regio die zij claimt, dan zou zij nog 2. Men stelt dat de overheid bestaat uit een steeds geen recht hebben geweld te initiÍren tegen elite die altijd beschaafd blijft ongeacht hoe anderen die geen fysieke bedreiging vormen. Over veel macht en hoe weinig controle zij krijgt. heden doen dit echter met de regelmaat van de klok: volkomen onschadelijke personen worden vaak De eerste optie kan nog steeds niet ontsnappen aan genoeg hardhandig afgestraft zonder echte provocahet probleem dat deze controle door mensen moet tie (ik ga ter ondersteuning van deze stelling enkel gebeuren, zodanig dat dit op termijn ook ten onder maar zeggen dat men af en toe eens een krant moet gaat aan corruptie. De controleurs moeten immers in lezen of buiten moet komen). Bovendien is de eigenzekere zin meer macht hebben dan de overheid, het- domsclaim van de overheid uitermate dubieus: zij geen nog een controlemechanisme zou vereisen, en poneert gewoon haar recht op het land, tezamen met zo verder ad infinitum. Men zou daarop kunnen zeg- haar monopolie op het gebruik van geweld. Normaal gen dat de controleurs via een soort van checks and gesproken kan eigendom slechts verworven worden balances elkaar in het oog moeten houden en cor- op twee manieren: door het goed in kwestie als eerruptie wederzijds bestrijden. Maar als de mens inhe- ste te exploiteren of door het te krijgen van de vorige rent zo corrupt is, wat houdt er hen dan tegen om via eigenaar. Ten eerste zitten we hier met een bewijslast: uitgebreide politieke spelletjes en complotten de integriteit van dat systeem alsnog te ondermijnen? Uit onze aanname volgt namelijk dat mensen continu er alles aan zouden doen om de samenleving te destabiliseren, dus op enige goede wil mogen we niet rekenen. De tweede optie alludeert naar Plato’s concept 10


het is aan de mensen die het recht opeisen om aan te tonen dat zij dit effectief bezitten, en ik zie niet in hoe de overheid dit geloofwaardig kan doen (zij doet hier zelf trouwens geen enkele poging toe). Ten tweede mogen we ons afvragen waarom het opleggen van arbitraire regels over een bepaalde lap grond exclusief het recht van de overheid zou zijn. Wat maakt de staat zo speciaal dat enkel zij haar eigendomsrechten mag uitbreiden met een geweldmonopolie? We moeten ook de idee in overweging nemen dat de autoriteit van een staat gelegitimeerd wordt door de instemming van de burgers, aangezien dit een populaire opinie is. Dit verwijst uiteraard naar de democratie, en gaat uit van het ideaalbeeld dat men via een democratisch kiesproces tot algemeen aanvaardbare normen komt. Laten we alle praktische aspecten negeren en ervan uitgaan dat wij in een perfecte democratie leven, hoe komen de wetten dan tot stand? Via consensus van de meerderheden die de kiesdrempel gehaald hebben; de meningen van minderheden worden helemaal uitgesloten tenzij een aanzienlijk aantal mensen uit de verkozen meerderheden tegelijk voldoende sympathie én voldoende invloed hebben om met hen rekening te houden. Aan de grondslag van de democratie liggen de aannames dat maatschappijen

Merk tot slot ook op dat er dankzij dat fameuze geweldmonopolie principieel niets is wat een staat tegenhoudt te doen wat haar goed dunkt: aan de bevolking is immers geen recht op verdediging zomaar gegund; het bestaat slechts (met veel geluk) bij gratie van de overheid (en meestal dan nog in zeer beperkte mate). Het vormt ook een flagrante schending van het non-agressieprincipe, want in simpele termen komt dit monopolie gewoon neer op de stelling dat de staat geweld mag initiëren wanneer zij dat goed vindt, zonder dat er echte reden voor moet bestaan en zonder dat iemand erover mag klagen (althans, toch niet klagen op een manier die effectief verandering kan teweegbrengen). Door aan “haar” burgers het recht op verdediging te ontzeggen, ontkent de overheid ook onmiddellijk het eerder aangehaalde principe van autonomie, dat stelt dat iedereen eigenaar is van zijn eigen leven. Zelfs al gunnen wij aan de voorstanders van het huidige systeem dat de overheid nooit (te) corrupt wordt en/of dat zij gelegitimeerd eigenaar is van het land in kwestie, dan nog is haar geweldmonopolie niet te verdedigen op liberale gronden. Het grote pijnpunt is het feit dat het om een monopolie gaat: wij zijn allen verplicht de wetten op te volgen die de staat dicteert, “of anders … !”. Concurrentie is hier

in staat zijn tot een serieuze consensus te komen én dat een dergelijke mening, die per definitie toebehoort aan de meerderheid, een dwingend karakter heeft voor de gehele bevolking. Met andere woorden: sommige mensen worden verplicht hun leven te gaan leiden volgens de regels van anderen met wie zij het fundamenteel oneens kunnen zijn, zonder mogelijkheid tot klagen (men luistert immers enkel maar naar de klachten van een grote massa), louter omdat hun opinie niet populair genoeg is. Naast het feit dat dit een populistische drogreden is en dus argumentatief gezien geen enkele steek houdt, druist het lijnrecht in tegen één van de pilaren van het liberalisme, namelijk dat mensen eigenaar zijn van hun eigen leven. De democratie vervangt dit principe door het axioma dat de massa eigenaar is van ieders leven.

niet mogelijk: alle macht is gecentraliseerd en het wordt gezien als een daad van terrorisme om dit juk te proberen afwerpen.

Cynici zouden nu opmerken dat, in plaats van één enkele centrale instantie het recht te geven het non-agressieprincipe willekeurig te overtreden, we dat nu gegeven hebben aan een hele hoop private bedrijven en zodoende het probleem vermenigvuldigd hebben.

Vrije-marktanarchie Een laatste argument dat men zou kunnen aanwenden op dit punt, is of er dan een betere manier is om orde te handhaven. Kan een vredevolle samenleving bereikt worden zonder dat er een gecentraliseerde organisatie met een geweldmonopolie aan het hart ervan zit? Het antwoord dat het voluntarisme hierop geeft, is een zogenaamde vrije-marktanarchie. Als we aannemen dat geweldmonopolies niet moreel te verantwoorden zijn, komt onmiddellijk het idee van concurrentie naar boven: er zouden dan verschillende “beschermingsagentschappen” kun11


nen bestaan die elk een bepaald recht op geweld claimen in naam van hun klanten. Cynici zouden nu opmerken dat, in plaats van één enkele centrale instantie het recht te geven het non-agressieprincipe willekeurig te overtreden, we dat nu gegeven hebben aan een hele hoop private bedrijven en zodoende het probleem gewoon vermenigvuldigd hebben. Het verschil zit hem echter in het feit dat een staat niet onderhevig is aan concurrentie, terwijl dit voor de beschermingsagentschappen wel het geval is. Deze organisaties zouden het zich niet kunnen veroorloven te veranderen in dictators over hun klanten, want dan zouden ze helemaal geen klanten meer hebben. De mensen zouden zich noodgedwongen aansluiten bij concurrerende agentschappen (of zelf dergelijke agentschappen oprichten), waardoor de dictators voor een keuze komen te staan: ofwel een oorlog starten, ofwel hun beleid aanpassen. Als ze kiezen voor oorlog hebben ze af te rekenen met alle andere beschermingsagentschappen, vermits die nu een gouden kans in de schoot geworpen krijgen om te bewijzen wat voor integere en betrou-

wbare dienst ze leveren (het opruimen van gestoorde fanatiekelingen is altijd mooie reclame). Sommigen zouden problemen hebben met dit systeem op basis van het feit dat men nu gerechtigheid moet kopen. Registratie bij een beschermingsagentschap zou uiteraard geld kosten, en als men de rekeningen niet kan betalen, krijgt men geen service. Wat we hier over het hoofd zien, is dat we bij een centrale overheid eveneens moeten betalen voor de dienst: dat heet dan “belasting”, en het is om twee redenen erger dan de kosten voor een beschermingsagentschap. Ten eerste zijn belastingen niet vrijblijvend: wie niet betaalt, wordt niet simpelweg uit de organisatie gezet; men wordt gevangengezet, bestolen, geslagen en geridicu12

liseerd totdat de machthebbers hun lol hebben gehad. Als we ten tweede de macht van de overheid combineren met het dwingend karakter van haar belastingen, is het niet moeilijk in te zien dat er weinig motivatie is om de belastingen laag te houden. Merk op dat beide problemen zich zelfs niet zouden voordoen als we beschermingsagentschappen hadden: wie niet betaalt, zou eenvoudigweg geen bescherming meer krijgen. Daarenboven zouden de prijzen onderhevig worden aan de marktwerking, zodat ze niet arbitrair de hoogte in kunnen schieten. Maar wat met mensen die geen agentschap kunnen betalen? Krijgen zij dan geen enkele bescherming tegen overtredingen van hun rechten? Dit zou inderdaad een krachtig tegenargument zijn, ware het niet dat er zo goed als overal ter wereld goede doelen en vzw’s bestaan. Is het zo hoog gegrepen om te stellen dat er ook beschermingsagentschappen zouden zijn die hun diensten gratis of in ruil voor niet-geldelijke wederdiensten aanbieden aan bepaalde personen, overwegende dat er al soortge-

lijke organisaties bestaan voor de bescherming van dieren en het voorzien van onderdak aan daklozen? Dat er zoveel goede doelen bestaan, is volgens mij een sterke aanwijzing dat armen niet aan hun lot zouden worden overgelaten in een vrije-marktanarchie. Welk goed doel zou belangrijker zijn en meer aandacht trekken dan dit? Ik weet dat ik het alleszins zou steunen. Het belangrijkste bezwaar heb ik tot het laatste gespaard: wat als mensen die aangesloten zijn bij verschillende beschermingsagentschappen met elkaar in conflict komen? Hoe bemiddelen de agentschappen dit dan? De meeste tegenstanders springen tot de conclusie dat dit onmiddellijke guerilla tot gevolg heeft. In zijn boek The Machinery of Freedom


behandelt David Friedman dit onderwerp uitvoerig, en ik zou het geenszins volledig recht kunnen aandoen in een artikel van vijf bladzijden. Kort gesteld gaat zijn theorie uit van de heel simpele premisse dat oorlog duur is (natuurlijk niet alleen op financieel vlak), en dat daardoor geen enkel beschermingsagentschap ertoe geneigd zou zijn. In plaats daarvan zou men opteren voor arbitrage, een systeem van particuliere rechtspraak dat al in de praktijk succesvol wordt gehanteerd bij bepaalde geschillen. Hierbij gaan beide beschermingsagentschappen akkoord hun probleem voor te leggen aan een neutrale arbiter, en erkennen ze diens besluit als bindend. Een voor de hand liggende vraag is nu welke autoriteit de agentschappen ertoe dwingt zich te houden aan de uitspraak van zo’n arbiter. Het antwoord grijpt terug op de hele reden achter arbitrage: het feit dat het alternatief een burgeroorlog is, en dat geen enkel beschermingsagentschap dat de marktwerking hoopt te overleven het zich kan veroorloven zo’n extreem conflict aan te wakkeren; ze zouden simpelweg failliet gaan. Persoonlijke secessie Ik ga niet de schijn ophouden dat een vrije-marktanarchie een panacee is; beslist niet. Op globaal vlak vormen alle menselijke maatschappijen immers een vrije-marktanarchie: de verschillende staten kan men zien als verschillende beschermingsagentschappen die met elkaar concurreren via de grootte van hun

bevolking (i.e. hun klantenbestand) en hun economische welvaart. Het is duidelijk dat dit systeem zijn zwakke punten heeft: oorlog is zeker niet uitgesloten ondanks alle economische en rationele bezwaren, en eerlijke concurrentie (in welke zin van het woord dan ook) is geregeld ver te zoeken. Trekken we de analogie nog verder door, dan is het maar de vraag welke gruwel de tegenhanger zou zijn van een wereldoorlog in een vrije-marktanarchie. Ik kan nu het klassieke argument aanhalen dat geen enkel systeem perfect is, maar dat is voor mij niet van tel. Persoonlijk hecht ik slechts waarde aan de observatie dat, zelfs met alle zwaktes die eraan inherent zijn, een vrije-marktanarchie goed genoeg kan werken. Het is onvermijdelijk dat in een wereld met zo’n grote bevolking als de onze er probleemgebieden zullen zijn en er nooit totale vrede zal heersen, maar dat is geen fout van het voluntarisme; die fout ligt bij onszelf, en geen enkele filosofie zal daarin ooit verandering brengen. Ik ben bereid ook de slechte gevolgen te aanvaarden van deze ideologie, eenvoudigweg omwille van de vrijheid die ermee gepaard gaat. Het paradoxale aan vrijheid is dat we de problemen die zij teweegbrengt niet kunnen oplossen door haar in te perken, maar enkel door haar uit te breiden.

13


Marylène Madou Bestuurslid LVSV Gent

Visie

No money no fashion Marylène Madou Versmacht commercieel denken het creatief brein? Over investeren in de mode-industrie Een ontwerper is eerst en vooral een creatief mastermind. Een vaak wispelturig, vurig wezen dat overloopt van ideeën. Een emotiedier. Rationeel denken komt hier zelden bij te pas. Beginnende ontwerpers met pure ondernemerszin zijn jammer genoeg dun gezaaid en de professionalisering van de ontwerperswereld holt maar traag achter de rest aan. Een van de grote oorzaken hiervan is het feit dat een ontwerper zelden graag samenwerkt met een business partner en het lak aan kennis bij investeerders. Die beperken zogezegd de creativiteit en vrijheid en bekijken alles vanuit een commercieel oogpunt, maar is dat wel zo?

totypes. Simpelweg een sample collectie. Wanneer een producent geïnteresseerd is in dit prototype gaat het – wanneer we een ideaal traject volgen – per zes maanden. De productie stijgt bij een goede verkoop dus maar 2 maal per jaar. Bijkomend is dat de investering in de prototypes pas ruwweg terugverdiend wordt na de derde of vierde opvolgende collectie, naargelang de prototypes. De stoffen voor een sample collectie kosten namelijk minimum dertig procent meer dan anders, gezien de kleine oplage. Hetzelfde met de productie. Een investeerder moet hierdoor zeer lang wachten op mogelijke winst. Het risico ligt hiervoor bij de producent. WanFinanciering is jammer genoeg hét knelpunt in de neer de consument afknapt en de productie dus niet modewereld. Belangrijkste oorzaak hiervan is een stijgt of in het ergste geval zakt, snijdt de producent wederzijds tekort aan kennis. Banken en investeer- de ontwerper af, gezien de hoge productiekost. ders informeren zich niet over mogelijke investerin- Lichtpuntje in dit alles is dat de verkoop in de indusgen in de modewereld en ontwerpers hebben in het trie in stijgende lijn gaat en investeren dus ook op algemeen een compleet lak aan financiële interesse. kleinere schaal interessant wordt. We spreken over Investeringen zijn daarenboven zwaar. Een startende pop-upshops, online verkoop en united designers – ontwerper heeft nood aan een kleine 30.000 euro, ontwerpers die in kleine groepjes investeren in kleine variërend naar 500.000 euro in het luxe-segment. oplages, gezamenlijk verkopen en gezamenlijk marEen modeontwerper heeft al bij al 3 tot 10 keer méér keting voeren. Zo is er meer ruimte om te groeien. investering nodig dan in iedere andere sector.

Voor een oplossing van dit investeringsprobleem wordt in dit wereldje maar al te vaak love money aangesproken: vrienden, fans, familie investeren in kleine beetjes in je meesterwerkjes die je maar al te graag aan de man wil brengen als jong, creatief veulen.

Een tweede oorzaak is dat investeren in een beginnende ontwerper een groot risico met zich mee brengt. Wanneer je investeert in een startende designer, investeer je in pasmodellen. Katoenen pro14

Voor een oplossing van dit investeringsprobleem wordt in dit wereldje maar al te vaak love money aangesproken: vrienden, fans, familie investeren in kleine beetjes in je meesterwerkjes die je maar al 14


te graag aan de man wil brengen als jong, creatief veulen. En dit is misschien nog niet eens een slechte oplossing, maar als het er op aankomt wil je vooral een goede business partner, of je eigen business partner zijn. Maar waarom blijft dit dan zo’n gevoelig

binnen je opleiding. Het economische wordt totaal genegeerd en men focust volledig op het creatieve brein dat oh zo cliché overloopt van emotie. Zou het niet logisch zijn dat je na vier jaar academisch knippen, plakken en kleuren weet hoe je dit meesterwerk

Er is een ongelooflijk gebrek aan professionalisering binnen iedere designrichting in België. punt bij startende designers? Feit is dat bijna de helft van de beginnende ontwerpers failliet is binnen de vijf jaar. Dit probleem ligt niet enkel bij de investeerders, maar naar mijn mening nog meer bij de ontwerpers zelf en als we een stap verder gaan: scholing. Er is een ongelooflijk gebrek aan professionalisering binnen iedere designrichting in België. Niet alleen wordt een ontwerper nog altijd eerder “kunstenaar” dan “ondernemer” genoemd; er is geen ruimte om je als ontwerper ook als ondernemer te ontplooien

dient te verkopen? Maar dan spreken we jammer genoeg de duivel des kapitalisme aan. Natuurlijk is het makkelijk alle ontwerpers over dezelfde kam te scheren - ik quoteer Christian Wijnants - “Fashion is a business, het creatieve is belangrijk, maar fashion is a business”. Verloochenen we onszelf als ontwerper dan niet met dit soort uitspraken? Moet iedere ontwerper zich ook ondernemer noemen? Nee, ieder creatief proces is anders, maar de focus mag absoluut regelmatiger verschoven worden van potlood en papier naar businessplan.

15


Thomas Buyse Bestuurslid LVSV Gent

Visie

Noblesse oblige Thomas Buyse Een analyse van de huidige machtspositie van de adel. “De Koning heeft het recht adeldom te verlenen, zonder ooit enig voorrecht daaraan te mogen verbinden.”, zo luidt artikel 113 van de Belgische Grondwet. Het deeltje “zonder enig voorrecht” doet vermoeden dat er hoegenaamd geen privileges bestaan voor de edellieden. Op het predicaat of de titel na zou er dus geen verschil mogen bestaan tussen een edelman en een doorsnee persoon met ordinair rood bloed. De realiteit strookt toch niet geheel met wat hierboven staat neergepend. Zo is er in België een familie die omwille van haar afkomst en haar titel het Staatshoofd mag leveren. Het voorbeeld van het Huis Saksen-Coburg und Gotha kent iedereen, maar er zijn nog vele andere voorbeelden waar er een verdacht verband bestaat tussen een persoons familiale achtergrond en diens machtspositie. In wat volgt, is er telkens een korte optekening van de macht van de adel in een specifiek land. Een belangrijke voetnoot hierbij is dat ik niets aanklaag, ik kaart enkel aan. Ook blijft het bij slechts een summiere samenvatting. Bibliotheken volstaan niet voor alle verhalen en details. De Lage Landen In het kleine België wordt traditioneel in de periode rond de Nationale Feestdag de adeldom verleend aan een aantal mensen die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt. Dit kan op politiek vlak zijn, maar ook op humanitair of wetenschappelijk vlak. Het gaat hier om een persoonlijke titel die verdwijnt, wanneer de drager ervan komt te sterven. Het is een bewijs van het respect en de eer die volgens de Koning (lees: de Minister van Buitenlandse Zaken en de Adviescommissie voor de adellijke gunsten) 16

en volgens de Natie aan een persoon toekomt. Zo kreeg Prof. Em. Dr. François Englert de titel baron; voortaan is het dus Prof. Em. Dr. François baron Englert. Natuurlijk zijn dit mensen met rood bloed die omwille van hun status opgenomen worden in de adel. Maar er zijn ook Belgen die in volle adeldom geboren zijn en beschikken over zeer prestigieuze beroepen en dagtaken. Denk maar aan de veelheid aan ambassadeurs die ons land rijk is. Vele van die topdiplomaten zijn van geboorte van blauwen bloede, dat merk je aan hun mooie, sierlijke en vooral lange familienamen. Maar hoe geraken die aristocraten aan die posities die gecontroleerd worden door een democratisch verkozen orgaan, waarvan de overgrote meerderheid gewone stervelingen zijn? Het antwoord is simpel: connecties. Waar men die connecties opdoet? Daar spreek ik me niet over uit, het zou gissen zijn. Maar kwatongen wijzen met beschuldigende vinger naar de Loge, maar ook naar enkele exclusieve en enorm gesloten private clubs. Het bekendste voorbeeld van zo’n exclusieve club is de vermaarde Cercle Royal Gaulois. Een club te midden van het Brusselse Warandepark. Verstopt achter de bomen vindt men een statig clubhuisje terug met daarin wondermooie salons en fabelachtige balzalen. Zo’n salons zijn de ideale plek voor aristocraten om een theetje te nuttigen met menig salonsocialist. Natuurlijk mogen we niet vergeten dat er ook de


hoge adel is die zich niet hoeft te verlagen tot vulgair lobbywerk. De adel is er bij het ontstaan van België in geslaagd om meteen heel wat burgerlijke en economische vrijheden in de Grondwet te laten opnemen. Die vrijheden zorgden ervoor dat menig edelman zich kon settelen in private ondernemingen van allerlei aard: zware industrie, nieuwe technologieën, maar vooral het bankwezen. En dan onze noorderburen, de Nederlanders. Is de adel daar dan wel uitgestorven? Je zou het op het eerste zicht denken, er is namelijk sinds 1994 de Wet op de adeldom. Die wet stelt dat niemand, onder geen enkele omstandigheid, nog tot de adel kan verheven worden. Het is een verwoede poging om de macht uit de handen van de adel te halen, maar het blijkt weinig effect te hebben. Ook in Nederland is er een koningshuis en worden er jaarlijks vele nieuwe baronnetjes en gravinnetjes geboren. De jonge edellieden hebben zelfs een vereniging opgericht die zich bezighoudt met het organiseren

hele verzameling adel in Groot-Brittanië). En dan de enige echte David Cameron. Het is door weinigen geweten, maar hij is een afstammeling van koning William IV, via een buitenechtelijk kind bij één van diens minnaressen. Zelf draagt hij dan wel geen titel, maar hij heeft toch maar mooi koninklijk DNA. Voorts zijn er genoeg andere voorbeelden: politici, militairen, ondernemers, bankieren, hoge ambtenaren, enz. De vraag waarom hier zoveel edelen zoveel macht hebben, is makkelijk te beantwoorden. De adel is er namelijk nooit of amper in vraag gesteld. In tegenstelling tot Frankrijk of België heeft het Verenigd Koninkrijk nooit een revolutie of een grote omwenteling gekend, die werd ingegeven door Verlichtingsidealen. Bovendien hield de standenmaatschappij in het Verenigd Koninkrijk lang genoeg stand om de adel van haar geprivilegieerde positie te voorzien. Er werd natuurlijk ook gretig gebruik gemaakt van de macht die de adel werd toebedeeld via het Britse Hogerhuis.

De adel creëerde een land binnenin het VK, een land vol tradities en gebruiken. van fijne feestjes, culturele excursies en natuurlijk ook een debutantenbal, een bal waar je als jonge edelman je toekomstige echtgenote kan weten te ontmoeten. Voorts is de situatie vergelijkbaar met die in België. De adel zoekt bescherming en macht bij de verkozenen des volks. Bovendien zijn er heel wat adellijke families die grote belangen hebben in enkele Nederlandse multinationals (bijvoorbeeld KLM, Royal Dutch Shell, etc). The realm of Lady Brittania Engeland en bij uitbreiding het Verenigd Koninkrijk is hét aristocratische land bij uitstek. Het is dan ook een publiek geheim dat de Britse adel en patriciaat tot de machtigste ter wereld behoren. Voorbeelden zijn er meer dan genoeg. Denk maar aan het House of Lords, de tweede kamer van het Britse parlement waar je je stoeltje erfde. Maar ook de families van vele politici behoren tot de zogenaamde peerage (kortweg de

De adel creëerde een land binnenin het VK, een land vol tradities en gebruiken. Een land gevuld met jachtpartijen, landerijen, oudgeldsporten, familiewinkeltjes, exclusieve clubs, scholen en universiteiten. Een wereldje dat de oude normen en waarden telkens doorgeeft aan de nieuwe generatie opdat ze klaar zijn om ooit hun zeteltje in de House of Lords of in de Raad van bestuur van het familiebedrijf op te eisen en vandaaruit het land te besturen. Dit systeem leeft voort tot op de dag van vandaag. In het VK is iedereen zich welbewust van het feit dat de adel bestaat en waar ze zich ophouden. Ze maken simpelweg bijna een deel uit van het dagelijkse leven. Dit in tegenstelling tot België, waar we wel van hun bestaan afweten, maar ze toch nog steeds tot de verbeelding spreken. La République Française In augustus 1789 was het mooie, zorgeloze liedje van de adel in het Ancien Régime uitgezongen. Het feodale systeem, de adel, en al haar privileges werden prompt afgeschaft. Wapenschilden en alle andere tekens of verwijzingen naar de macht van de adel werden bij kracht van wet verwijderd uit het straatbeeld en uit het collectief geheugen. Edelen werden ont17


hoofd en hun bezittingen werden verbeurdverklaard en leeggeplunderd. Adellijke familiegraven werden vernield en de rustende edelen werden gedumpt in massagraven. Vele edellieden ontvluchtten Frankrijk met alle bezittingen die hun lakeien konden dragen naar Duitsland, Engeland, maar vooral Zwitserland. Enkele decennia later kwam Napoleon aan de macht en die deelde weer gretig adellijke titels uit aan iedereen die hem complimenteerde over zijn schoenen. Vandaag worden adellijke titels opnieuw erkend en beschermd in Frankrijk, er worden uiteraard geen nieuwe titels meer gegeven en ook worden er geen voordelen en andere privileges meer aan gekoppeld. Het doel van de revolutionairen om de macht voor eens en voor altijd uit de handen van de adel te houden is slechts voor heel even verwezenlijkt. De verjaagde adel kwam namelijk terug om het familiebezit op te eisen en in haar glorie te herstellen. En nu, hoe zit het nu? De adel in Frankrijk is op het eerste zicht onbestaande, op hier en daar een honderd jaar oud gravinnetje na. In tegenstelling tot wat

schild vergeten. Een naam die menig complottheoreticus doet smelten. De de Rothschilds zijn gekend voor hun excellente en vaak uiterst prijzige wijnen, maar ook voor hun politieke gelobby en misschien wel het meest voor hun bankenimperium. Er wordt wel eens gezegd dat de familie de Rothschild indirect meer dan de helft van ‘s werelds bank- en verzekeringswereld controleert. PEIS EN VREE OF KOMMER EN KWEL? De macht van de adel in onze regionen mag niet onderschat worden, maar zeker ook niet overschat. Sommige adellijke families hebben inderdaad veel macht, maar er zijn ook tal van gewone bourgeois families die ontzaglijk rijk en machtig zijn. Bovendien is voor vele edelen hun naam en

De alom gekende Nicolas Sarkozy heet eigenlijk Nicolas Paul Stéphane Sarközy de Nagy-Bocsa. we zouden verwachten in het republikeinse Frankrijk is de adel alles behalve dood. De alom gekende Nicolas Sarkozy heet eigenlijk Nicolas Paul Stéphane Sarközy de Nagy-Bocsa. Jawel, Nicolas is van adel. Hongaarse adel om precies te zijn. Monsieur Sarkozy is niet de enige blauw bloeder die wraak neemt op de revolutionairen door zo machtig zijn. Zo zijn tal van CEO’s in grote Franse multinationals van adel. Laten we echter ook vooral niet het Huis de Roth-

18

familiepatrimonium een enorme last om te torsen. Het onderhoud van een kasteel, de antieke kasten, de schilderijen en de landerijen kost de dag van vandaag immens veel geld. De edellieden hebben dus de keuze: gebukt gaan onder enorme financiële lasten of de hele boel verkopen. Maar geef toe, niemand wil toch iets dat al 400 jaar in de familie is zomaar van de hand doen. Het is familiebezit en jij bent van adel, gedraag je er dus ook naar. Kortom, noblesse oblige.


Filip Batselé Secretaris LVSV Gent

Visie

De kapitalistische wortels van Venetië Filip Batselé Bestuurslid Filip levert opnieuw de historische toets: wat kan de steile opgang en val van het Venetiaanse model ons vandaag nog leren? Wie vandaag rondloopt in Venetië, ooit de grootse stad van Marco Polo, vindt er ongetwijfeld de volgende zaken: toeristen, toeristen en meer toeristen. Toch was dat niet altijd zo: heden ten dage is het trendy Milaan van Silvio “Bunga Bunga” Berlusconi misschien wel de economische hoofdstad van Italië, maar ooit scheen de ster van Venetië veel feller dan die van haar Lombardijse buur. Hoe kwam het dat een onbenullig eilandengroepje zoveel macht kon krijgen in het Europa van de jaren 1000 tot bijna 1500? From zero to hero Niets uit de vroege Venetiaanse geschiedenis wees erop dat de stad een mooi leven beschoren zou zijn. De origines van de stad liggen in een verzameling kleine eilandjes die zichzelf wilden beschermen tegen Lombarden, Hunnen en consoorten, die er in de 5de eeuw een sport van maakten om de resten van het West-Romeinse Rijk te plunderen. De vroege Venetianen waren dan ook maar wat blij toen bleek dat ze onder de beschermende hand van Byzantium konden leven. De economie was in die tijden gebaseerd op het overzetten van mensen per boot, vissen en het exporteren van zout naar de (kleine) Italiaanse buren. De hulp van Byzantium bleek later de beste manier om Venetië klaar te stomen voor een belangrijke

internationale rol. Toen het Exarchaat Ravenna, zoals het Italiaanse stukje Byzantijnse Rijk werd genoemd, op de rand van de afgrond stond, zag Venetië zich sterk genoeg om een eigen rol te gaan spelen. Doordat ze altijd al tot de zee gedwongen was, had ze zich door de constructie van havens alvast wat groter gemaakt. In 726 werd Ursus, met goedkeuring van de bazen uit Byzantium, als eerste Doge van Venetië benoemd. (Doge is een Venetiaanse verbastering van het Latijnse woord “dux” ofwel leider). Rond 800 kreeg Venetië dan ook de facto onafhankelijkheid. Dat de geschiedenis de lagunestad gunstig gezind was, mag blijken uit die onafhankelijkheidsdatum. Rond die tijd zag het Europese continent geleidelijk aan weer het licht, nadat het grotendeels in verval lag tussen het einde van het WRR en de opkomst van Karel De Grote. Maar hoe zou een kleine havenstad, die weinig natuurlijke rijkdommen had, bijna geen economisch hinterland om te exploïteren of een bevolking die groot genoeg was om zich te meten met de Europese grootmachten van die tijd, ooit groot worden? Het antwoord: via een rudimentaire vorm van kapitalisme. In de eerste eeuwen na haar onafhankelijkheid kon Venetië, via een gehoorzame politiek ten opzichte van de Byzantijnse buur,

Door een proces dat bekend staat als “La Serrata” wist de aristocratie de plekjes in de belangrijke raden zo goed als erfelijk te maken, waardoor er een einde kwam aan de doorstroming van nieuw talent naar de politieke rangen.

19


steeds meer concessies van haar afdwingen, zodat ze in 1082 via de Gouden Bulle uiteindelijke tolvrije toegang tot het Byzantijnse rijk kreeg. Rond 1050 had de stad al een inwonersaantal van 45.000, wat gradueel zou stijgen toen haar grootste innovaties volledig doorbraken, in het bijzonder het commenda-systeem.

nam...). De Arabische wereld was rond het jaar 1000 misschien wel het meest ontwikkelde gebied op de aardbol, omdat het contact had met zowel China, India, Europa als Afrika. Ter illustratie: op gebied van intercontinentale handel hield datzelfde West-Europa zich op dat moment enkel bezig met de export van slaven en zwaarden naar Oost-Europa en Een primitieve joint stock company het Midden-Oosten, niet meteen de meest kapitaalEen korte definitie van het commenda-, ofwel col- sintensieve producten. Alleszins stonden de Arabielegantia-systeem dringt zich ten eerste op. Kort ren wel open voor handelscontracten allerhande; de gezegd was het een overeenkomst waarbij een profeet Mohammed himself was bijvoorbeeld een investeerder (de socius stans) fondsen gaf aan een handelaar. Het Commenda-systeem werd dan ook reizende partij (de socius procertans) die op han- vanaf het einde van de 8ste eeuw geëxporteerd naar delstocht ging. De investeerder droeg het risico dat Venetië via haar contacten met de Levant, maar alle wanneer de reis mislukte, – een reële optie in de Arabische ideeën werden pas volledig doorgegeven middeleeuwse wereld – hij het verlies moest dragen, toen de paus aan het einde van de 11de eeuw het echter bij een geslaagde reis was hij gegarandeerd tijd vond voor een kruistocht of zeven. Vandaar ook

van een grote winst (zeker gezien het grote verschil tussen de aankoopprijzen van goederen in de Levant en de verkoopprijs op de West-Europese markt, waar “globalisering” totdantoe bijna beperkt was tot de jaarmarkten van de Champagne). Concreet waren er twee mogelijkheden: ofwel leverde de socius procertans 100% van de investeringen en maakte hij kans op 75% van de winst, ofwel 67% en kreeg hij 50%.

dat woorden zoals douane, tarief, risico en opslaghuis puur overgenomen zijn uit het Arabisch.Een gemakkelijke kritiek zou dan kunnen dat het Commendasysteem simpelweg de kapitalist, die vuile socius stans, ten goede zou komen. Dat was echter compleet fout: er was geen volledige scheiding tussen kapitaal voor de ene en arbeid door de andere. De reizende partij genoot van de vrijheid die ontstond door het ontbreken van handelsbarrières in het Byzantijnse Blijft wel de vraag waar dat Commenda-systeem Rijk. Zo kon hij meerdere reizen tegelijk ondernemen, ergens vandaan komt. Ook al zijn historici niet geheel ondertussen ook zelf mensen aanstellen en tegelijk zeker over haar origines, de meeste bronnen lijken leningen aan anderen toestaan. Zo kunnen we uit de te wijzen naar de Islamwereld (die het weliswaar annalen zien dat zeer veel mensen, die nochtans zelf op haar beurt misschien uit andere tradities over- van lage afkomst waren, vlug in de bovenste regionen 20


van de Venetiaanse maatschappij terechtkwamen. Ook pauselijke verboden op handel met de Arabieren lachten de Venetianen (en hun Genuese collega’s) vlotjes weg. De incentive tot winst was sterker dan de macht van de paus, die zijn moreel gezag weliswaar wat ondermijnd zag door het gesjacher met aflaten.

lijk en masse hun geld in het encommenda systeem steken. Doordat Venetië op die manier economisch zelfvoorzienend was, had het ook minder nood om dat stelsel naar de buitenwereld te exporteren. Het grootste verschil lag er dus in dat meer Venetianen een deel van de koek in de wacht konden slepen.

De betere economische instellingen zorgden dus voor een gevulde schatkist in Venetië, maar de sleutel van de kist werd jammer genoeg nog te veel vastgehouden door enkele aristocratische handen. Niet de eerste, maar wel de beste Was Venetië dan de eerste stadstaat die met zulke lumineuze ideeën kwam? Zaten de heren in Genua, Milaan of Firenze dan maar wat te kuieren in de stad? Neen, zeker niet. Weinig van de Venetiaanse ideeën zijn dan ook erg origineel. Zoals al aangetoond, kwamen zowel het commenda-systeem als verschillende andere begrippen overgewaaid uit de Arabische wereld. Er zijn echter tal van andere voorbeelden te geven. Gouden munten? Lange tijd niet nodig geacht in Venetië, men ging ze liever halen in Byzantium. Die gouden solidus was goed, totdat hij begon te depreciëren. Men ging dan maar kijken in Italië en zag dat Genua en Firenze ondertussen ook munten sloegen, dus kon men evengoed een eigen Venetiaanse dukaat lanceren. Naar Firenze, niet toevallig ook een republiek, werd overigens wel meer gekeken. Zowel dubbel boekhouden, holdings als cheques waren veel eerder te vinden aan de oevers van de Arno dan aan de Adriatische Zee. Waarom gaat dit stuk dan over Venetië en niet over haar buren? Daar bestaan verschillende goede redenen voor. Alhoewel Genua een grote kanshebber was, was de geschiedenis deze stad minder gunstig gezind. Ze kon slechts bijna 300 jaar na Venetië haar (bijna-)onafhankelijkheid verzekeren, vertrok vanuit een moeilijke positie met vele concurrenten en bleek uiteindelijk het kleinere broertje van Venetië. Voor Firenze zijn de redenen economischer van aard. Alhoewel ook deze stad pre-kapitalistische trekjes vertoonde, was haar maatschappij corporatiever dan die van de Venetianen. Ze werd gedomineerd door enkele grote spelers, terwijl de Venetianen letter-

De politieke motor van Venetië...en haar sputtering Nu we het economische verhaal achter Venetië hebben bekeken, moeten we nog zien welke politieke factoren dit proces konden faciliteren. De belangrijkste functie binnen de Republiek was overduidelijk die van de Doge. Dit was normaal gezien een levenslange functie, die weliswaar niet erfelijk was, zodat men niet met de problemen van zwakke koningen uit Europa zat. Ook waren de Venetianen misschien wel de eerste die de regel van de bijzondere meerderheid gebruikten om hun Doge te kiezen, waardoor factionalisme onder aristocraten grotendeels werd beperkt. Wat echter belangrijker was, is het feit dat door dat commenda-systeem nieuwe rijken gemakkelijker in het systeem geraakten. Hierdoor erodeerde de macht van de Doge gemakkelijk en werd hij al gauw onderworpen aan een systeem van checks and balances. Daardoor kreeg men onder andere de vorming van een Ducale Raad, een Grote Raad en verschillende collegia. Die werden weliswaar gedomineerd door de aristocratie maar lieten, veel meer dan in andere Europese maatschappijen van die tijd, veel ruimte voor nieuwe rijken. Als er echter één ding is dat rijken niet leuk vinden, is het wel hun geld verliezen. Dat is echter inherent aan een kapitalistisch systeem, waarbij er door creative destruction steeds nieuwe ideeën kunnen bovenkomen die de oude vervangen en voor verbetering zorgen. Voor de “oude rijken” van dat moment is het dan ook steeds de kunst om de overheid naar haar wil te kunnen buigen, wat in Venetië niet anders lag. Hier ligt dan ook de oorsprong van de sputtering van 21


het Venetiaanse systeem, het begin van het einde van haar rol als een grote wereldmacht. Door een proces dat bekend staat als “La Serrata” wist de aristocratie de plekjes in de belangrijke raden zo goed als erfelijk te maken, waardoor er een einde kwam aan de doorstroming van nieuw talent naar de politieke rangen. Enkel in gevallen van uiterste nood, zoals oorlogen, werden er nog occasioneel nieuwelingen toegelaten tot de Raden. Op korte termijn was dit nog geen probleem, maar op langere termijn liep het hele systeem van Venetië zo vast. De stad bleef weliswaar gedurende haar hele bloeitijd een aristocratische samenleving, maar was de eerste Europese staat die zo dicht bij wat we nu als een democratie zouden bestempelen kwam. Een intern probleem Critici van deze visie zullen geregeld andere redenen halen om het verval van de Venetiaanse Republiek aan te duiden. De opkomst van het Ottomaanse Rijk wordt dan vaak aangehaald, maar zoals al eerder gezegd waren pauselijke verboden (en soms zelfs oorlogen) nauwelijks een reden om de handel te stoppen. Een andere favoriet is de verwijzing naar het begin van de handel rond Kaap de Goede Hoop, waardoor Venetië overbodig zou zijn geworden. Deze visie is echter historisch incorrect. Alhoewel de Portugezen weliswaar probeerden om de Venetianen buiten de specerijenhandel te houden, die boomde vanaf de 15de eeuw, lukte dit ze niet. Ze slaagden er nooit in om tegelijk de Rode Zee en de Perzische Golf af te sluiten, waardoor de Venetianen altijd wel op de één of andere manier aan hun pepertjes en andere specerijen geraakten. Ook hielp het dat er vrijwel geen betere alternatieven waren dan Venetië, tegen dan slechts een schim van haar vroegere, kapitalistischere zelf. Germaanse handelaren in de stad kregen meer en meer restricties op hun handelen, maar hadden op dat moment nog geen ideale alternatieven. Dat alles veranderde grotendeels met de opkomst van de Hanseatische Liga en later met de opkomst van Antwerpen en 22

Londen. Vooral deze laatste twee zouden illustratief zijn voor de val van Venetië. Een van de zaken waarmee Venetië traditioneel kon pronken, was de kwaliteit van haar producten. Dit was echter geen beslissing die er via een vrijemarktproces kwam, maar wel door zware regulatie van de Venetiaanse gilden, aan de top gedomineerd door aristocraten. De Engelsen, die rond deze tijd politiek veel meer vrijheden genoten dan de meeste andere Europeanen, hadden geen last van deze restricties. Zij maakten lagere kwaliteit, verkochten deze ook aan een lagere prijs en gingen in sommige gevallen zelfs zo ver dat ze gewoon Venetiaanse logo’s op hun kledij aanbrachten, een praktijk waar sommige Chinezen nu nog jaloers op zouden zijn. Door de strikte regulatie kon Venetië niet meer reageren op deze concurrentie en verloor de stad in de zestiende en zeventiende eeuw meer en meer van haar prestige, waarna de restjes in 1797 door de aanstormende Napoléon werden opgeplukt. Conclusie Het verhaal van Venetië moet in de eerste plaats een les zijn voor verscheidene landen vandaag de dag, zoals China of Myanmar. In China kent men sinds de jaren ’80 weliswaar verregaande economische liberalisering, maar deze gaat niet gepaard met politieke vrijheden. In Myanmar overheerste een militaire kaste het land dertig jaar met harde hand, waarna nu een periode van democratisering lijkt te komen, maar waarbij de generaals een serieuze parlementaire (meerderheids) stok achter de deur houden. De betere economische instellingen zorgden dus voor een gevulde schatkist in Venetië, maar de sleutel van de kist werd jammer genoeg nog te veel vastgehouden door enkele aristocratische handen. Zodra deze kist werd gemonopoliseerd door een kleinere groep aristocraten, viel de hele constructie in duigen. Daardoor is Venetië nu voor Japanners een mooie attractie, maar voor ons een voorbeeld van hoe het niet moet.


Bestuur LVSV Gent 2013-2014

Voorzitter: Dimitri Sonck

Politiek Secretaris Stijn D’Hondt

Politiek Secretaris Rémy bonnaffé

Penningmeester: Fabrizio Terrière

Hoofdredacteur Timon lesage

PR Justin Vanderheyden

Secretaris Filip batselé

Webmaster Jonathan peck

Sponsoring Simon van poucke

Activiteiten Niek Van KERCKVOORDE

Bestuurslid Thomas Buyse

Bestuurslid Philippe baert

Bestuurslid Dries glorieux

Bestuurslid marylène madou

Bestuurslid pieterjan debyser

23


Lode Cossaer Voorzitter MRI

Visie

De ontologie van sociale processen Lode Cossaer Lode Cossaer van het Murray Rothbard Instituut onderzoekt welke kaders het menselijk handelen het best kunnen structureren. “Ontologie is de filosofische studie van de natuur van het zijn, het worden, het bestaan of de realiteit.”

leving waarbinnen ik me begeef?) Wat is dan de ontologie van de samenleving? Waaruit bestaat ze? Eenvoudig gezegd kan je zeggen dat de samenleving de Deze tekst heeft één belangrijk doel. Er wordt een verzameling is van alle gevolgen, zowel bedoelde als erg ruwe schets voorgesteld om de lezer te trak- onbedoelde, van handelingen (en regels waarbinnen teren op een inleiding op de moderne tak van de deze handelingen gebeuren). Of deze processen nu filosofie, met name de sociale ontologie. We politiek, sociaal, economisch, cultureel of familiaal doen dit om een basisbegrip te introduceren om zijn: de uitkomst van deze processen (zowel op elk de samenleving te begrijpen als conglomeraat specifiek punt in de tijd, als over een hele periode van sociale processen. Op basis hiervan wordt heen) is waar we de verzamelterm ‘samenleving’ de lezer dan uitgedaagd: wat is jouw (impliciete) op plakken. Als de samenleving inderdaad het best sociale ontologie en is jouw politieke filosofie wel kan begrepen worden als de gevolgen van handelindegelijk in staat om de samenleving te verbeteren? gen binnen regels - kort gezegd: sociale processen dan verschuift de ontologische vraag naar een lager De Samenleving en Sociale processen niveau: wat is de ontologie van sociale processen? ‘Er is niet zoiets als de samenleving’, is een vrij vertaalde politieke slogan van wijlen Margaret Thatcher. Hoe veroorzaken sociale processen, het interageOnafhankelijk van het genuanceerdere punt dat ze ren van een pluraliteit aan actoren met individuele trachtte te maken, is er echter een duidelijke ma- doelen binnen een set van formele en/of informele nier waarop deze uitspraak zowel zinnig als onzinnig regels, de gevolgen die ze hebben? De ultieme ver-

Hoe komen we tot sociale processen die individuen betere incentives geven om positieve gevolgen te hebben voor de uitdaging en toegang geven tot betere kenniscreërende en kennisverwerkende procedures? is. De samenleving is duidelijk geen geünificeerde actor, maar die term die we gebruiken om een groep van mensen, organisaties en processen af te lijnen. (Waarbij het niet duidelijk is waar de ene samenleving begint en de andere eindigt: is Antwerpen, Vlaanderen, België of Europa de samen24

klaringsfactor is terug te vinden op het individuele niveau: mensen handelen. Dit is niet de ontkenning dat er groepen zijn, maar wel de aanvaarding dat groepen het best geanalyseerd en geconceptualiseerd worden als een verzameling van individuen die op een bepaalde wijze wederzijdse handelingen be-


grijpen als zijnde onderdeel van een coherente groep, onafhankelijk van hoe die groep ingevuld wordt. Als antropologisch uitgangspunt nemen we het idee van een homo agens, i.e. het idee dat mensen doelen hebben, middelen gebruiken, mogelijkheid tot leren hebben, en dus een (breed genomen) correct idee hebben van de doel/middel relatie die ze trachten te bereiken, maar ook in staat zijn tot fouten. In de woorden van Pete Boettke: ‘People are capable, but fallable’. We doen hierbij geen uitspraken over de meer inhoudelijke invulling van mensen hun doelen. We zijn, als groep, in staat tot religieuze, altruïstische, empathische, egoïstische, verruimende, spirituele, amicale en zoveel meer doelen en intenties. De specifieke inhoud is echter niet zo relevant voor een algemeen begrip van de werking van sociale processen. Belangrijker is de focus dat mensen handelen binnen een set van (wat zij percipiëren als) regels. Regels is hierbij een neutrale term: ook criminelen functioneren binnen regels, maar proberen de gevolgen van wat zij ervaren en kennen als de normale regels van sociale handelingen te ontwijken, i.e. proberen (doorgaans) niet bestraft te worden.

Deze redenering - tot dusver - is waardenvrij en is relevant voor alle vormen van emergente ordes, zowel de ‘positieve’ als de ‘negatieve’ varianten. In de mate van het mogelijke is de taak van de normatieve denkkaders - ‘politieke filosofie’ - om te beargumenteren welk kader van regels we nodig hebben.

Een kleine caveat hierbij is dat een politieke filoRegels zorgen voor een kader waarbinnen mensen sofie natuurlijk niet alleen een analytisch kader handelen, op twee verschillende niveaus. heeft, gebaseerd op een geïnformeerd idee van inzichten uit de sociale wetenschappen, maar ook 1. Ze creëren de incentives op basis waarvan een ethische kant, gebaseerd op een coherent idee mensen handelen, daar ze een kader vormen van morele intuïties, redeneringen en rechtvaar waarbinnen mensen een redelijke digheidstheorieën. We focussen ons hier echter inschatting kunnen maken van de gevolgen op de sociaalwetenschappelijke kant van de bear van hun handelingen. gumentering voor een specifiek normatief ideaal. 2. Ze zorgen voor een kennismechanisme (sommigen beter, anderen slechter) op basis Om, wat gezegd is tot nu toe, kort en bondig waarvan mensen geïnformeerd kunnen samen te stellen: mensen handelen op basis van de worden om handelingen kunnen stellen. incentives die ze hebben (intern of extern) & kennis. Deze incentives en kennis worden gevormd door het Kortom: regels creëren aan de ‘input’ zijde van het geheel van (formele en informele) regels die ze aanhandelende individu (1) incentives en (2) kennis, treffen en door de morele impulsen die ze hebben. op basis waarvan handelingen uitgevoerd worden. Dit is een sociaal proces, en de uitkomsten daarSociale orde wordt dan, uiteindelijk, gevormd door van worden gedetermineerd door de inputs. Als er het emergente systeem van handelingen van in- dus iets ‘misgaat’ met sociale processen - als we de dividuen die zich binnen een kader van regels be- uitkomsten eerder interpreteren als een negatieve wegen, waarbij dit kader incentives creëert om be- spontane orde - dan moeten we ons dus niet voorpaalde handelingen te stellen en de informatie om namelijk focussen op een gemoraliseerd idee van de handelingen (min of meer) geïnformeerd te maken. individuen (‘de individuen zijn slecht/goed’), maar 25


wél op de kennis waartoe ze toegang hebben en de incentives die hun handelingen vormgeven. (Natuurlijk helpt het om een moreel bewonderenswaardig persoon te zijn en helpt het niet om een moreel lakenswaardig persoon te zijn, maar ons daartoe beperken is een simplistische en onwetenschappelijke benadering van de sociale werkelijkheid.) De normatieve vraag die uit dit analytisch framework volgt is derhalve: welke politieke filosofie creëert de ruimte voor een groep van (formele en informele) regels dat (1) incentives creëert dat

in ‘de banaliteit van het kwaad’ of in de gebeurtenissen in de Abu Ghraib gevangenis. (Waar relatief normale en gewone Amerikaanse soldaten gevangenen hebben mishandeld.) Kort gezegd: de sociale processen waarbinnen mensen handelen zorgen voor de uitkomsten (goed of slecht), dus als we een samenleving willen verbeteren moeten we ons niet focussen op het creëren van ‘goede’ of ‘slechte’ mensen (alhoewel dat dit zeker ook een onderdeel is), maar vooral op het zoeken naar goede sociale processen.

Private eigendom en contractuele vrijheid creëren het emergent marktproces waar, als je winst maakt, die kan houden en waar als je verlies maakt, je geresponsabiliseerd wordt om van plan te veranderen.

mensen op een positieve manier bijdragen aan de emergente orde die de samenleving is en (2) mechanismen creëert dat mensen nuttige en goede informatie kunnen creëren en (geïncentiviseerd worden om te) gebruiken om handelingen te stellen. De Normatieve Uitdaging De uitdaging voor elke normatieve denker - van socialist tot liberaal - is: hoe gaan jouw voorstellen ‘de samenleving’ verbeteren? We kunnen deze vraag nu duidelijker stellen door ze te hervertalen in bovenstaand denkkader: hoe gaan jouw voorstellen bijdragen tot het creëren van sociale processen die individuen (1) (betere) incentives geven om positieve gevolgen te hebben voor de uitdaging en/of (2) toegang geven tot betere kenniscreërende en kennisverwerkende procedures? Het Liberale Antwoord Vermits dit een artikel is voor het LVSV kan er ook nog Mensen zijn de handelende actor binnen sociale kort de ‘liberale’ reactie uitgelegd worden. Liberalen processen, maar heel gelijkaardige mensen, binnen menen dat een grote nadruk op private eigendom, verschillende kaders, kunnen duidelijk verschillende contractuele vrijheid en een overheid waarbij er uitkomsten hebben. Om een radicaal voorbeeld te checks and balances zijn zal leiden tot (grosso modo) geven als illustratie: het Stanford Prison Experiment positieve uitkomsten. Private eigendom en contracnam relatief normale en eenvoudige jonge man- tuele vrijheid creëren het emergent marktproces nen en veranderde, door de formele en informele waar, als je winst maakt, die kan houden en waar als je regels van het experiment, deze in redelijk sadistische verlies maakt, je geresponsabiliseerd wordt om van ‘gevangenisbewakers’. Ondanks dat er redelijk veel plan te veranderen. Dit is het ‘liberale’ antwoord op kritiek valt te uiten op de uitkomst en vorm van dit het incentive probleem, als geïdentificeerd door de specifieke experiment, zijn er ook gelijkaardige ana- bovenstaande sociale ontologie. Dit marktproces lyses mogelijk zoals de theorie van Hannah Arendt creëert anderzijds een prijsmechanisme waarbij prij26


zen functioneren als effectieve kennissubstituten. Een onderneming of individu hoeft niet een wijde kennis te hebben van alle mogelijke gebeurtenissen en toestanden van andere individuen en ondernemingen; maar enkel een redelijke inschatting en kennis van de prijzen die individuen en ondernemingen vragen voor de diensten en goederen die ze verkopen, als wel als de prijzen die ze bereid zijn te vragen. Dit is het antwoord op de kennisprobleem vereiste van de sociale ontologie van sociale processen. Vermits dit geen tekst is om deze processen uitgebreider uit te leggen zullen we het hier bij houden. Wie meer wilt lezen, kan het boekje ‘Why Liberty’ verkrijgen bij het LVSV, waar vooral hoofdstuk 11 meer ingaat op het zogenaamde kennisprobleem en het liberale antwoord daarop. De uitdaging

echter voor iedereen die zich bezig houdt met politieke filosofie is om zijn normatieve voorstellen te herschrijven in termen van de bovenstaande sociale ontologie: waarom creëren jouw regels betere incentives (intern en/of extern) en waarom creëren jouw regels zowel betere toegang tot effectieve kennis en beter gebruik van kennis in het maken van beslissingen? De voornaamste reden van deze tekst is om het debat te verschuiven van een ideologische discussie waarbij uitkomsten worden gecontrasteerd - ‘liberalisme leidt tot armoede!’, ‘nee, socialisme leidt tot armoede!’ - naar een inhoudelijke discussie over sociale processen: waarom is een samenleving die onder jouw regels functioneert beter dan een samenleving die onder mijn (idee van goede) regels functioneert?

27


Maarten Wegge Academic director MRI

Visie

Onzekerheid, fragiliteit en de staat Maarten Wegge Wie deze discussie volledig wil doorgronden, moet ondertussen al drie Neo’tjes bij de hand nemen. Op basis van het verslag van onze debatavond rond anarchisme in Neohumanisme 4 2012-2013 verschenen er nl. al teksten van Stijn en Maarten in Neohumanisme 1 2013-2014. Het debat spitst zich vooral toe op de rationaliteit van mensen en speltheorie. Stijn D’Hondt schreef in de vorige editie van dit blad een artikel waarin hij argumenteert waarom hij ‘een staatloze samenleving onwenselijk zou vinden’ en hij, ‘per consequentie, enige vorm van overheid noodzakelijk vindt’. Hoewel hij een aantal interessante en belangrijke argumenten opwerpt, is die conclusie niet helemaal waterdicht.

mensen vaak enkel op de korte termijn denken, de toekomst niet of slecht inschatten, de lange termijn dus volledig of grotendeels buiten beschouwing laten en bijkomstig vaak fouten maken, lijkt me een zeer goede benadering van hoe beperkt mensen zijn (voor een uitgebreidere behandeling van de beperktheid van mensen en hoe we de mens dus moeten benaderen in theorievorming, verwijs ik naar de tekst die ik voor De menselijke natuur de vorige editie van Neohumanisme had geschreven). Net als in zijn stuk in de laatste Neohumanisme van Daarnaast vermeldt Stijn nog aspecten van de menvorig academiejaar, wijst Stijn op aspecten van wat selijke natuur, namelijk: “mensen zullen steeds in hij dan ‘de menselijke natuur noemt’, waarin we een hun eigenbelang macht willen verwerven, en daarbij aantal uitgangspunten kunnen vinden voor wat hij het algemeen belang terzijde schuiven.” Hieruit volgt

Hoe zorgen we er dan voor dat de fouten die mensen maken op basis van de beperkte kennis die ze hanteren en de beperkte doelen die ze nastreven toch geen enorme problemen opleveren voor een hele samenleving, of zelfs de hele wereld?

dan de noodzakelijkheid van een staat noemt. Hij gebruikt hierbij het voorbeeld van de Amerikaanse gezondheidszorg en het probleem van de grote groep onverzekerden: “De logica van de mens beperkt zich meer dan eens tot het heden, zonder de gevolgen in de toekomst in te schatten, laat staan er rekening mee te houden.” Verder stelt hij: “Had diezelfde burger namelijk in de tijd kunnen terugkeren, had hij allicht geen twee keer moeten nadenken om een verzekering te nemen.” Deze stelling, namelijk dat 28

dan, volgens hem, dat, “net omdat de mens inherent op zoek is naar macht, er altijd wel een overheersende speler op het toneel zal verschijnen, die een geweldsmonopolie weet te verwerven.” Hij stelt zich ook de vraag of er ooit een mogelijkheid is voor een heuse paradigmashift, die nodig is om van het huidige statelijke structuren over te gaan naar niet-statelijke instituties en organisaties: “Daarnaast acht ik de kans klein dat we ooit in een anarchistische samenleving terechtkomen: er is simpelweg geen pu-


op te lossen, namelijk winst en verlies. Wanneer iemand in het marktproces een vergissing begaat, kunnen we dankzij de maatstaf van winst en verlies opmaken wat die fout was (hoewel dat niet altijd zo gemakkelijk is, kunnen we door de quasi continue iteratie van het marktproces achterhalen wat de precieze fout was) en proberen daar een verandering aan te brengen om die fout niet opnieuw te Mensen maken fouten, so what? Ik sluit me aan bij de stelling dat mensen fouten maken. Dit betekent dat het marktproces, omdat maken. De vraag die we ons moeten stellen is, hoe participanten winst of verlies kunnen maken, een moeten we met die beperkte mensen omgaan. Hoe incentive geeft om te leren. Het marktproces is in kunnen we ervoor zorgen dat de fouten die mensen die zin dus ook een verderschrijdend leerproces. maken, zo goed mogelijk opgelost kunnen worden, Enorm belangrijk hier is dat we een verderschrijdend proces hebof zo weinig moben, waarbij begelijk systemische slissingen gemaakt problemen of riworden door een sico’s opleveren. enorme veelheid Als mensen (bijna) aan participanaltijd op de korte ten, waardoor er termijn denken, de tegelijkertijd enorm lange-termijn riveel acties ondersico’s onvoldoende nomen worden en of slecht kunnen er dus ook enorm inschatten, hoe zorveel gebeurtenisgen we er dan voor sen zijn waaruit dat de fouten die ze we kunnen leren. maken op basis van Enkel wanneer een de beperkte kennis significant deel van die ze hanteren en de beslissingen die de beperkte doelen gemaakt worden die ze nastreven (namelijk enkel die op de korte, maar niet die op lan- (en dus economische acties ondernomen worden) in ge termijn), toch geen enorme problemen opleveren het marktproces, fout blijken te zijn, verwachten we dus systeem-risico’s. Jij en ik die een foute inschatting voor een hele samenleving, of zelfs de hele wereld. maken, hebben een minieme invloed op het marktDit is, in feite, een restatement van de vragen die N. proces, wanneer we echter een enorme golf zien van Taleb probeert te beantwoorden, namelijk, welke slechte beslissingen (denk bijvoorbeeld aan slechte systemen zijn fragiel en welke zijn anti-fragiel. Of, investeringen die deel uitmaken van een boom-bust hoe kunnen we ervoor zorgen dat als iemand een cycle) spreken we van systeem-risico’s. In die zin fout maakt, zich vergist over wat de ‘juiste’ actie is kunnen we ‘de’ economie zien als een anti-fragiel sysom te ondernemen, er niet voor zorgt dat een vol- teem: niet alleen zorgen de incentives van het marktledig systeem instort, of een probleem in één sfeer proces ervoor dat enkel een manipulatie van het van het handelen, niet alle sferen van het handelen prijsmechanisme (dat ons de maatstaf van winst en verlies geeft) een systeem-risico oplevert, het kan ontin gedrang brengt. zettend goed omgaan met het realistische probleem Economen wijzen er dan op dat marktwerking van de neiging tot fouten maken dat waarschijnlijk een mechanisme heeft dat de fouten die mensen effectief deel uitmaakt van de menselijke natuur. maken (als consument, producent, werknemer en/of werkgever) beoordeelt en dus ook probeert Dit gaat niet op wanneer we spreken over overhebliek draagvlak voor. Evenmin denk ik dat dat draagvlak er ooit komt, gelet op de menselijke natuur van onverschilligheid en een drang naar zekerheid.” Mensen streven naar zekerheid en, zo stelt Stijn het voor, een anarchistische samenleving zou er één zijn die gekenmerkt wordt door méér onzekerheid.

29


den: het gebrek aan een deftig alternatief feedbackmechanisme zoals het prijsmechanisme en dus ook een gebrek aan de maatstaf van winst en verlies, zorgt ervoor dat we enkel een zeer rudimentair leerproces hebben. Wanneer Stijn dus stelt dat, bijvoorbeeld, een goed systeem van eigendomsrecht en contractrecht, dat evolueerde uit de interactie tussen mensen, en niet door de interventie van een overheid, “op termijn allicht tot een bevredigende oplossing zou kunnen komen”, draait hij het argument om. Op één of andere manier hebben overheden meer kennis tot hun beschikking, denken zij wel op de lange termijn, zou er een beter mechanisme zijn dat

risico’s. Niet enkel is de overheid een enorme vermindering van beslissingscentra ten opzichte van de marktwerking, de kennis die ze tot haar beschikking zou hebben is van noodzakelijkerwijze kleiner en van beduidend slechtere kwaliteit (cf. het kennisargument van F.A. Hayek). Wanneer we niet, zoals in het marktproces, iedereen beslissingen laten maken en een maatstaf aanreiken om fouten te proberen verzachten of op te lossen, maar één beslissing voor een bepaald territorium laten gelden, waarbij die beslissing op een zeer beperkte kennis gefundeerd is, wat gebeurt er dan als die beslissing fout is? In plaats van een probleem voor enkel de marktparti-

De overheid lijdt aan belangrijke problemen die haar nog gevoeliger maken voor fouten en systeem-risico’s. leren ondersteunt of in de hand werkt en/of kunnen zij wél in het algemeen belang werken. Dit in tegenstelling tot wat hij stelt wat de ‘menselijke natuur’ zou zijn. Wanneer mensen dus als mensen handelen, zijn ze enorm beperkt, mensen die als ‘beleidsmaker’ ageren, zouden minder of geen fouten maken. Een Verlichte klasse? Stijn beweert dus dat overheden een sneller en/of beter antwoord kunnen formuleren op bepaalde problemen. Zo zouden ze transactiekosten kunnen verlagen op een manier die ‘loutere’ marktwerking niet zou kunnen. Een argument hiervoor blijft echter uit, wat is dan de specifieke reden dat beleidsmakers minder fouten zouden maken? Waar halen ze meer kennis dan de kennis die gegenereerd en gebruikt wordt in het marktproces? Waarom zouden beleidsmakers wél op de lange termijn kunnen denken en ageren (ook al beweren politieke wetenschappers en economen het omgekeerde, namelijk dat de incentives van het politieke proces leiden tot een zeer extreem korte-termijn denken)?

cipant, zien we dan een fout die noodzakelijkerwijze haar weerslag heeft op alle burgers, zo niet een nog grotere groep mensen (denk bijvoorbeeld aan de implosie van de Amerikaanse huizenmarkt, die haar globale effecten nog altijd laat voelen). De fouten die beleidsmakers maken, hebben niet enkel de neiging om omvangrijker te zijn, ze kunnen ook het hele ‘systeem’ of de hele samenleving in gedrang brengen. In die zin is een overheidssysteem er één dat gekenmerkt wordt door fragiliteit, waarbij vergissingen of fouten enorme gevolgen kunnen hebben (dit betekent niet dat vergissingen of fouten in het marktproces géén enorme gevolgen kunnen hebben, enkel dat de probabiliteit daarvan, ceteris paribus, veel kleiner is).

In het licht van deze vergelijking, kunnen we ook dieper ingaan op de stelling van Stijn over onzekerheid als deel van de menselijke natuur. Hoewel niemand zou beweren dat het afschaffen van de staat, de gewelds-monopolist over een bepaald territorium, géén paradigmashift zou zijn, kunnen we ook niet Belangrijker nog, waarom zouden de mensen die par- handhaven dat dit een toename in onzekerheid met ticiperen in het politieke proces (of de politieke elite), zich mee hoeft te brengen (noodzakelijkerwijze). Als opeens boven de menselijke neiging van het streven we, zoals ik hier probeer duidelijk te maken, uitgaan naar meer macht en eigenbelang staan? Tenzij we van de aspecten van de menselijke natuur die Stijn ervan zouden uitgaan dat politieke elites één of andere formuleerde, met een bijzondere focus op de menseVerlichte klasse zouden zijn, die boven de menselijke lijke neiging tot fouten maken én een analyse maken natuur staan, lijkt me dat argument moeilijk te maken. van de overheid als zijnde een systeem dat leidt aan De overheid lijdt aan belangrijke problemen die meer systeem-risico’s dan vrijwillige interactie, kunhaar nog gevoeliger maken voor fouten en systeem- nen we dan echt stellen dat een overheidssysteem 30


leidt tot meer zekerheid en een staatloze samenleving leidt tot meer onzekerheid? Noodzakelijk kwaad? Voor veel liberalen geldt dat ze de staat als een noodzakelijk kwaad beschouwen. Stijn geeft hier ook een specifiek argument voor: “Ik denk wel degelijk dat het verlangen naar macht een intrinsiek menselijk concept is, en dat bewegingen richting centralisatie van de macht nooit een loutere optelsom zijn van toevalligheden. Ik vrees dat we bijgevolg te maken hebben met een noodzakelijk kwaad: net omdat de mens inherent op zoek is naar de macht, zal er altijd wel een overheersende speler op het toneel verschijnen, die een geweldsmonopolie weet te verwerven.” Of nog concreter, “zou je slechts kunnen spreken van een theoretische en slechts tijdelijke scheidingslijn tussen een monarchie en een anarchie. In werkelijkheid zullen staten in een mum van tijd weer werkelijkheid zijn.” Het mag duidelijk zijn dat ik het argument van Stijn

niet volg wanneer hij stelt dat de overheid ‘noodzakelijk’ is. Ik probeerde in die zin in deze tekst te argumenteren waarom er een vergissing wordt gemaakt wanneer mensen stellen dat overheden bepaalde problemen of uitdagingen beter aan zouden kunnen gaan dan andere systemen. Verder durf ik stellen dat wat hij de ‘noodzakelijkheid’ van de staat noemt, eerder neerkomt op de ‘onafwendbaarheid’ van de staat. Dat een anarchische samenleving zou evolueren naar een waarin er wél een staat is, maakt de staat onafwendbaar, niet noodzakelijk. Ook met deze stelling heb ik problemen: ook dit gaat in op de fragiliteit en anti-fragiliteit van een samenleving. Niet elke staat is even fragiel als de andere, niet elke samenleving gebaseerd op vrijwillige interactie is even antifragiel als de andere. Ik zou echter wel stellen dat, ceteris paribus, een systeem dat méér anti-fragiel is dan een ander, minder snel of waarschijnlijk zal evolueren dan een ander. Met andere woorden, tenzij er goede argumenten zijn waarom een anarchische samenleving fragieler zou zijn dan een statelijke samenleving, lijkt die evolutie minder, niet meer, plausibel.

31


Blauwe bibliotheek Vanaf dit jaar wil het bestuur van LVSV Gent zijn collectie boeken ook openstellen naar de eigen leden toe, om zo nog beter het liberale gedachtegoed te kunnen verspreiden. Boeken kunnen voor een periode van 4 weken worden uitgeleend en dit is volledig gratis voor leden! Aan niet-leden vragen we een waarborg van 10 euro. Boeken kunnen ontleend worden door dit op een activiteit te vragen aan een bestuurslid, of door een mail te sturen naar secretariaat@lvsvgent.be. In deze lijst vind je alvast enkele van onze toppers, maar aarzel niet om de volledige lijst te vragen.

The Mystery of Capital - Hernando De Soto The Road to Serfdom - Friedrich von Hayek Economy and Virtue - Friedrich von Hayek The limits of State Action - Willem von Humboldt Cold intimacies: The making of emotional capitalism - Eva Ilouz Second Treatise on Government - John Locke On Liberty - John Stuart Mill Wat heeft de overheid met ons geld gedaan? - Murray Rothbard De vrijheid van de wil - Arthur Schopenhauer The wealth of Nations - Adam Smith Red De Vrije Markt: De terugkeer van Milton Friedman - Van Overtveldt Johan The Euro – the Beginning, the Middle ... and the End? - Philip Booth De Perfecte Storm - Koen Schoors/Gert Peersman Money, bank credit and economic cycles - Jesus Huerta de Soto End the fed - Ron Paul De open samenleving - Karl Popper Fraud, why the great recession (DVD) - Amagifilms 32


Lode Cossaer President MRI

Visie

Wat zijn natuurrechten? Lode Cossaer In onze GYA! wordt een belangrijk liberaal thema op een bevattelijke manier uitgelegd. Deze editie focussen we op natuurrechten. Binnen liberale kringen wordt er soms gegoocheld met de term ‘natuurrechten’ of ‘rechten’ in zijn geheel. Maar wat wordt hier nu mee bedoeld? Het moge duidelijk zijn dat hier niet zoiets bedoeld wordt als de Universele of Europese verklaring van de rechten van de mens. Dit zijn twee politieke documenten, die in weze neerkomen op intentieverklaringen van overheden om bepaalde doelstellingen na te streven. Het UVRM en EVRM zijn opgesteld door politici, en als dusdanig afgekondigd. Het is geen analyse op basis van de natuur van de mens

Tenzij iemand een absolute nihilist is - en vindt dat eender wat mogelijk moet zijn (als je maar genoeg kracht hebt), dan gelooft zo’n persoon in een ordenend principe van de samenleving dat sommige handelingen verbiedt. Dit ordenend principe is wat het Recht genoemd wordt. Natuurlijk betekent zo’n ordenend principe van verboden (om anderen niet te schenden) niet dat het altijd en overal duidelijk is wat het principe van het Recht vereist. Daarom dat een samenleving instituties nodig heeft om het Recht te ontdekken - zoals rechtbanken, waar rechters oordelen maken of er Recht geschonden is of niet.

Indien rechten eenvoudig geschonden kunnen worden, zonder een vorm van compensatie, dan wordt het immers moeilijk om nog over ‘rechten’ te spreken in plaats van ‘tijdelijk door de overheid toegekende privileges’.

en welke claims (vis-à-vis andere mensen) hieruit zouden volgen. Dit betekent niet per se dat de inhoud van het UVRM en EVRM (volledig) onzinnig is, alleen dat deze geen goede bron zijn voor de aard, de vorm en oorsprong van wat een recht is.

Betekent het statuut van recht dat het schenden daarvan altijd, alles bij elkaar genomen, verboden behoort te worden? De typische benadering is de volgende: stel dat de wereld zou vergaan, tenzij een bepaald recht van jou geschonden zou worden, dan stelt deze traditie dat dit soort noodgevallen Op een heel fundamenteel niveau zijn rechten betekent dat jouw recht geschonden kan worden, morele claims. Indien een persoon een recht heeft, in zoverre om deze catastrofe te vermijden. Op het dan begaat men een onrecht als men dit recht moment dat deze dreiging verdwijnt, behoort jouw schendt. Een typisch voorbeeld, dat relatief oncon- recht dan wel in ere hersteld te worden (en misschien troversieel is, is het idee dat je mensen niet behoort behoor je zelfs een schadevergoeding te krijgen voor te martelen. Martelen is slecht en mensen heb- het schenden van jouw recht). Rechten zijn dus geen ben een recht om niet gemarteld te worden. En als absoluut verbod op handelingen, maar betekenen iemand dan wel gemarteld wordt, dan begaat die wel dat indien ze geschonden worden, er een vorm martelaar onrecht. Gelijkaardige argumenten gaan van compensatie mogelijk moet zijn. Indien rechten op over diefstal, moord, verkrachting en dergelijke. eenvoudig geschonden kunnen worden, zonder een 33


vorm van compensatie, dan wordt het immers moei- (Zie mijn andere tekst in deze Neohumanisme lijk om nog over ‘rechten’ te spreken in plaats van genaamd ‘Sociale Ontologie van Sociale Processen’.) ‘tijdelijk door de overheid toegekende privileges’. Mijn persoonlijke interpretatie is dat deze tegenWaar komen deze (natuur)rechten vandaan? Bin- stelling (die sommigen zien) eerder artificieel is: nenin de liberale traditie zijn er een aantal diverse, is het niet ergens logisch dat mensen respecteren geopperde mogelijkheden. Het feit dat mensen als mensen - of zoals de ‘natuurlijke’ wezens dat ze rationele wezens zijn, die middelen gebruiken om zijn (namelijk wezens die in staat zijn tot plannen,

doelen te bereiken, en de daaruitvolgende implicatie dat mensen wezens zijn die conceptueel kunnen begrijpen wat ze anderen wel (en niet) behoren aan te doen is er een. Dit idee focust op de mens als handelend wezen dat (schaarse) middelen incorporeert in zijn plannen. Als we dan proberen mensen te respecteren, behoren we hen als handelend individu te respecteren, wat ipso facto ook betekent dat we hun geclaimde middelen behoren te respecteren (die middelen zijn immers een gevolg van hun handelingen). Als je mensen hun middelen niet respecteert, dan respecteer je hen als persoon niet, en dan bega je onrecht. Een ander idee is dat rechten (deels) gerechtvaardigd worden door de positieve gevolgen die ze hebben. Mensen hebben (deels) recht op vrijheid van meningsuiting, private eigendom en een eerlijk proces omdat deze zaken ook positieve gevolgen hebben voor de samenleving in zijn geheel. 34

het gebruiken van middelen, het respecteren en niet-respecteren van anderen) - ook zal leiden tot goede gevolgen voor de samenleving in zijn geheel? Soms wordt er al eens geopperd dat rechten niets meer zijn dan collectief of politiek afgesproken regels. Een recht, in dit idee, is niet meer dan wat de overheid (of welke politieke orde dan ook) jouw wilt (trachten te) garanderen. Alhoewel dat deze opvatting op zich coherent is, is het nog maar de vraag wat dan nog het intellectuele verschil is tussen politieke privileges aan de ene kant, en een recht aan de andere kant. Het idee dat een morele claim - een claim op dat iets behoort zo te zijn – berust op de welwillendheid van zij die de macht hebben in de samenleving, lijkt mij zowel onwaar, als onwenselijk. Wensen zo’n mensen werkelijk te claimen dat wat behoort (uitsluitend) gedefinieerd is door wat het politieke bestek wel en niet doet? Het lijkt me onwaar, omdat politieke entiteiten - zelfs


als ze democratisch zijn - zich kunnen vergissen. We hopen dat wat het politieke doet ook het rechtvaardige is, maar daar zijn geen enkele garanties toe. (We hopen die garanties te creëren door goede instituties te bouwen, maar niets menselijk is waterdicht.) Je zou kunnen definiëren dat alles wat bepaald wordt door politiek ook het rechtvaardige is, maar dan zou de vraag gesteld moeten worden: met welk argument kan je die opvatting rechtvaardigen? Los van de concrete interpretatie van wat rechten zijn, zijn rechten een theorie van waar mensen recht op hebben, waar ze morele claims op hebben die indien hen die ontzegd worden, betekenen dat er onrecht gaande is. Liberalen claimen dat ze een onderdeel zijn van de natuurrechtstraditie want enkele prominente auteurs - Cicero, Francisco de Vitoria, Pufendorf, Grotius, Locke, Von Humboldt - hebben een rechtstheorie geopperd met relatief liberale conclusies. (Iemand als Hobbes zijn rechts-

rie te hebben. Het is opvallend dat het overduidelijk de liberale traditie is die een prominente moderne natuurrechtstheorie heeft uitgewerkt. Een reden hiervoor zou zijn dat alternatieve rechtstheorieën (zoals degene waarbinnen de Europese en Universele verklaringen vallen) niet zozeer een natuurrechtstheorie zijn, maar eerder een burgerrechten theorie, i.e. welke rechten hebben mensen als burgers van een politieke orde, of een geordend politiek systeem (geordend door de politieke elite en haar wetten). De oorspronkelijke (en de moderne, liberale, seculiere) natuurrechtstraditie focust zich echter op het idee dat ideeën pre-politiek zijn, i.e. dat mensen met deze rechten aan het samenlevingsproces deelnemen, maar dat dit samenlevingsproces niet het recht heeft deze rechten te miskennen. We vinden het relatief oncontroversieel dat het recht om niet mishandeld te worden niet verdwijnt als je deelneemt aan de samenleving, maar waarom zou

Het liberalisme verdedigt een theorie die mensen neemt als wezens die rechten hebben, los van wat een politieke elite of politiek systeem zou zeggen of afdwingen.

theorie, alhoewel er daar ook liberale elementen in zitten, is al wat meer uit het liberale spectrum.) In het moderne spectrum hebben we iemand als Frank van Dun, Loren Lomansky en Murray Rothbard die allemaal een idee hebben van een moderne, seculiere opvatting van wat het is om een natuurrechtstheo-

het recht op eigendom (of om je eigendom niet te laten wegnemen zonder je toestemming) verdwijnen wanneer we wel deelnemen aan de samenleving? Beide tradities kunnen echter bekritiseerd worden vanuit een bepaalde hoek. De vraag die we kunnen stellen aan de natuurrechtstraditie is, bijvoor35


beeld: zelfs als er bepaalde rechten van nature zijn (die nooit rechtmatig geschonden kunnen worden), is er dan niet zoiets als (politieke) rechten die wel degelijk bepaald worden door het politieke? En, langs de andere kant, de vraag voor de politieke burgerrechtentraditie is: zijn er dan geen rechten die pre-politiek zijn? Die absoluut niet afhankelijk zijn van enige vorm van politieke orde? De volgende keer dat er over rechten gediscussieerd wordt, lijkt me dit een zinnigere discussie dan de discussie over of er überhaupt zoiets bestaat als rechten, of zelfs pre-politieke rechten. Het antwoord op beide zaken lijkt me ja. De verdere uitdaging voor zij die argumenteren voor politiek contingente burgerrechten is om dan te beargumenten vanwaar deze rechten dan komen, en hoe dat (bepaalde) politieke ordes dan impliceren dat mensen deze rechten krijgen. (In een politieke burgerrechtenconceptie moet je wel degelijk spreken over het feit dat mensen bepaalde rechten krijgen, vermits deze rechten afhankelijk zijn van het politiek systeem. In een natuurrechtstraditie is de vraag niet op basis van wat mensen rechten krijgen, maar op basis van wat ze rechten hebben (en welke rechten dit dan zouden zijn)..) Het liberalisme (of in ieder geval, de liberale rechtstraditie) verdedigt een theorie die mensen neemt als wezens die rechten hebben, los van wat een

36

politieke elite of politiek systeem zou zeggen of afdwingen. Locke (bijvoorbeeld) beargumenteerde dat deze pre-politieke rechten uiteindelijk een rechtvaardiging gaven aan een bepaald idee van ‘civil government’. Nozick beargumenteerde, gelijkaardig, dat deze rechten uiteindelijk betekenden dat enkel een minimale nachtwakersstaat gerechtvaardigd is. Murray Rothbard en Frank van Dun (met relatief verschillende natuurrechtsargumenten) verdedigen de stelling dat de moderne staat, die immers het recht claimt om het natuurrecht as such te schenden, en zelf wenst op te treden als ordenend principe door middel van wetgeving, altijd in zijn geheel onrechtvaardig is. Zij die deze natuurrechtelijke argumentatie van liberalisme willen bekritiseren doen er goed aan om deze argumenten te bestuderen, en te bekritiseren op hun inhoudelijke argumenten en niet zozeer de conclusies of de werkwijze as such afwijzen. De werkwijze - om pre-politieke rechten trachten te ontdekken - is immers de methode om recht en onrecht vast te stellen los van wat het politiek systeem bepaalt. Tenzij je een theorie wilt (die intellectueel betwijfelbaar is, zoals hierboven argumenteert) die al wat behoort en niet behoort uitsluitend wilt laten definiëren door het politieke proces, dan zit je in de (heel) brede traditie van het natuurrecht. En daar staat, toevallig of niet, de liberale traditie heel sterk.


Debat jeugdwerkloosheid Timon Lesage vs. Nele Van Parys

Discussie is er binnen de liberale beweging genoeg. Toch is het belangrijk ook met andere ideologieën in debat te gaan. In deze editie zetten we bestuursleden van Comac en LVSV tegenover elkaar.

Nele Van Parys, vice-voorzitter Comac.

Europa zit in een diepe crisis. De kloof tussen rijk en arm is nog nooit zo groot geweest. Bijna 25% van de Europese bevolking loopt het risico op armoede. De werkloosheidscijfers stijgen aan een razend tempo. De jeugdwerkloosheid doet hier nog een schepje bovenop en stijgt nog sneller dan de algemene cijfers. De crisis treft de jongeren hard en de meest kwetsbare groep daarvan is deze zonder diploma. Maar ook jongeren die wel gestudeerd hebben, hebben steeds meer moeite met het vinden van een job. Vaak werken ze onder hun niveau en gaan ze jarenlang van de ene interimjob naar de andere. Volgens Comac zal dit probleem niet opgelost raken zolang we de oplossingen blijven zoeken in een systeem van meer concurrentie en winstmaximalisatie. Sinds de financieel-economische crisis zagen we de werkloosheidscijfers spectaculair stijgen. Cijfers die voordien al niet rooskleurig waren. Volgens cijfers van de Europese Commissie is meer dan één op vijf (of 22,4%) van de jongeren in ons land werkloos. Waar het beleid er dus voor zou moeten zorgen dat de werkloosheid daalt en de koopkracht van de bevolking stijgt, zien we de omgekeerde evolutie. De Europese Unie reageert zeer opmerkelijk op de crisis. Men kiest uitgesproken voor besparingen als

oplossing voor de financiële crisis. Overheden krijgen strenge normen opgelegd: veel bijkomende overheidsschulden zijn uit den boze. Het beste dat Europa wist te doen was in juni een plan van 6 miljard op tafel leggen om jongerenwerkloosheid aan te pakken. Een pleister op de wonde als je tegelijk eist van landen om het veelvoud daarvan te besparen in een periode dat de economie al in het slop zit. We zitten in een economische crisis waarbij fabrieken als Ford Genk sluiten en duizenden werkenden op straat komen te staan. Naast die individuele drama’s betekent dit ook, zeker in de rest van Europa, dat de koopkracht keldert. Met sociale bloedbaden in de industrie en private sectoren aan de ene kant en dalende koopkracht en consumptie aan de andere kant, besluit men in Brussel dat het opportuun is om hetzelfde door te voeren bij de overheden. ‘Afslanking’ van de overheid met massale afvloeiingen en Griekse toestanden waar menig ontwikkelingslanden niet langer jaloers op zijn als gevolg. En deze keer hoef je het niet alleen van Marxisten of ander links gespuis te horen. Door de Paul De Grauwe’s van deze wereld en ook uit, houd u vast, Washington komt kritiek op deze neoliberale waanzin. 37


In landen als Spanje en Griekenland heb je volgens de OESO een jongerenwerkloosheid die meer dan 50% bedraagt, hallucinant. Een verloren generatie. Dit zijn jongeren die jarenlang in onzekere situaties leven terwijl ze hun leven zouden moeten kunnen opbouwen. Werkloosheid is, in tegenstelling tot wat sommige ons willen doen geloven, geen luxepositie. Hier vindt men de grootste groep depressieven. Dit is ook niet verwonderlijk wanneer je telkens opnieuw bij een sollicitatie te horen krijgt dat je niet goed genoeg bent. Hier wordt er nog een schepje bovenop gedaan door je af te schilderen als een profiteur.Het leeuwendeel van deze mensen wil een job, gelukkig. Gezien de vergrijzing, verouderde infrastructuur, gebrek aan kinderopvang en onderwijs is er genoeg werk aan de winkel. Maar voor deze jobs moeten we niet rekenen op de bedrijven. Het doel van het bedrijf is winst maken, geen jobs creëren. En uit pensioenen haal je nu eenmaal niet zoveel winst. Daarbij zien we ook dat

als een bedrijf door herstructureringen met minder mensen hetzelfde werk kan doen, ze dit niet zal laten. Hetzelfde geldt voor, bijvoorbeeld, belastingen: als ze massaal belastingen kan ontwijken door gebruik te maken van belastingparadijzen of notionele interestaftrek zal ze dit ook niet laten. De duizend meest winstgevende bedrijven in België betaalden afgelopen jaar overigens de volle 6,17% belastingen. Nochtans is dit hét voorbeeld van de solidariteit die we moeten afdwingen: iedereen die zijn steen bijdraagt om werkelijk samen te strijden tegen jeugdwerkloosheid. En dat gaat nu eenmaal niet goed onder een concurrentieel systeem. Zodra er één speler niet meedoet, krijgt hij een voordeel ten opzichte van de ander en riskeer jij weggeconcurreerd te worden. Dit is de logica van het systeem dat we gekozen hebben. Daarom ijvert Comac voor een ander economisch systeem, waar niet de concurrentie maar de solidariteit voorop staat.

Timon Lesage, hoofdredacteur LVSV Gent

Jeugdwerkloosheid is vanzelfsprekend een ernstig probleem. Niet alleen betekent het een verschraling van de arbeidsmarkt als nieuwe generaties niet aan de bak komen, het houdt ook reële gevaren in voor een ‘verloren generatie’, zoals in verschillende landen die het hardst getroffen zijn door de financiële crisis, of een brain drain – het aantal immigranten in London uit Spanje, Griekenland en Italië neemt sterk toe. Zoals zo vaak maken liberalen en socialisten/communisten dezelfde probleemanalyse. Zoals altijd zullen socialisten die echter toeschrijven aan te veel markt waar die in realiteit compleet verstoord is. Dit kort opinie38

stuk licht toe waar het fout gaat op de arbeidsmarkt. Een eerste oorzaak van jeugdwerkloosheid is de financiële crisis. De conclusie dat een door en door rot kapitalistisch systeem, gedreven door winstmaximalisatie, almaar afslankt (laat staan dat het nieuwe, jeugdige werklozen aantrekt), lijkt vanzelfsprekend voor sommigen. Dit soort gratuite beschuldigingen gaan echter voorbij aan het feit dat er geen vrije markt was en is. Belangrijkste katalysator voor de financiële crisis was het pushen van hypotheekverstrekkers door de Amerikaanse overheid om almaar


meer leningen te verstrekken. Een en ander kaderde in de opzet om het percentage mensen dat een huis in eigendom heeft gevoelig op te drijven. Dit beleid sleutelt echter aan de incentivestructuur: door een lage rente en het pushen van goedkope (toxische) kredieten investeerden massaal veel mensen, ongeacht of deze investering wel de juiste zet op het juiste moment was. Koppel dit aan een collusie tussen banken en overheid en er ontstaat een moral hazard – iedereen doet maar wat aangezien de gevolgen (kosten) toch op een ander zijn rekening worden geschreven indien het fout gaat. In casu de belastingsbetaler. De gevolgen van het doorprikken van deze bubbel laten zich tot op de dag van vandaag voelen. Bovendien versterkte de crisis door kunst-en vliegwerk bij de begrotingen (denk Griekenland) dat plots aan het licht kwam en schulden in de Europese Unie. De financiële crisis zorgt voor een last in, first out beleid bij de bedrijven. Diegene die dit echter aan de vrije markt wijt heeft een verregaande fantasie.

vallen bij de jongste, laatst aangeworven werknemers.

Ten slotte is er ook een fundamentele mismatch tussen de competenties waar bedrijven om vragen (schreeuwen) en de vaardigheden van afgestudeerden uit ons hoger onderwijs. De collectivisering van de kosten van ons onderwijs verstoort incentives. Wie slechts 5à-600 euro moet betalen denkt al snel eens aan een jaartje lanterfanten. De kost voor de samenleving in verloren subsidies en de opportuniteitskost (elk jaar gestudeerd is een jaar niet gewerkt) hiervan is echter groot. Bovendien zorgt dit lage inschrijvingsgeld ervoor dat er geen incentive is om te kiezen voor opleidingen die nodig zijn. Een universitair diploma staat mooi en is een intellectuele verrijking, maar een pervers effect van subsidies is dat mensen geen desincentive hebben om zich in te schrijven in richtingen waar haast niemand om vraagt. Zo studeren in Amerika (een gesubsidieerd onderwijssysteem!) elk jaar evenveel psychologen af als er werken in de volledige markt. Opnieuw: een geprivatiseerd Bovendien kennen de landen die het hardst kampen onderwijs betekent dat de ware kostprijs voor een met jeugdwerkloosheid een zeer rigide arbeidsmarkt. richting betaald wordt. De vrije markt kan dan helend Een starre, kapot gereguleerde markt maakt het niet werken en de vraag en het aanbod weer samenbrenaantrekkelijk voor bedrijven om mensen aan te wer- gen – het zijn oude geliefden, Jacques Brel zong er ven. Het land met een van de grootste jeugdwerkloos- al over. Een direct gevolg is minder werkloosheid. heidsproblemen ter wereld, Zuid-Afrika, heeft dan Zo zijn veel van de ogenschijnlijke “oplossinook één van de meest inefficiënte arbeidsmarkten. gen” voor de jeugdwerkloosheid (stimuleringsIn verschillende Zuid-Europese landen is er eveneens programma’s, meer overheid om werk te garaneen weinig flexibele arbeidsmarkt, die het vaak moei- deren..) eigenlijk een deel van het probleem en lijk maakt oudere werknemers te ontslaan. Gevolg: de oorzaak. Dit op tijd inzien kan het tij keren. bedrijven werven slechts weinig aan en de ontslagen

39


Ereleden LVSV Gent 2013-2014 Vincent Laroy OpenVLD fractievoorzitter Lovendegem-Vinderhoute

Eveline Van Den Abeele Oud-bestuurslid LVSV Gent

Annemie Turtelboom Minister van Justitie

Egbert Lachaert Gemeenteraadslid Merelbeke

Ivan Sabbe Vlaams parlementslid

Siemon Aelbrecht Oud-penningmeester LVSV Gent

Thomas Vanthournhout Oud-vicevoorzitter LVSV Gent

Michiel Rogiers Oud-voorzitter LVSV Oud-bestuurslid LVSV Gent

Christophe Peeters Schepen Gent Stephanie D’Hose Gemeenteraadslid Gent Erna Pissens Gemeenteraadslid Lebbeke Mieke De Regt Oud-voorzitter PFK Lawrence Vanhove Oud-voorzitter LVSV Gent Erwin Devriendt Oud-voorzitter LVSV Gent Arno Morsa Oud-bestuurslid LVSV Gent Geert Versnick Gedeputeerde provincie Oost-Vlaanderen Matthias Laevens Oud-penningsmeester LVSV Gent Gilbert Strumane Ereschepen De Pinte Michael Daman

Philippe De Backer EU-parlementslid 40

Sas Van Rouveroij Vlaams parlementslid Annick De Ridder Vlaams parlementslid OpenVLD Pamela De Groote Lid RvB Jong VLD Wietse Verwimp Oud politiek secretaris LVSV Gent Rudi De Kerpel Ondernemer Thomas Vergote Oud-bestuurslid LVSV Gent Martine Taelman Senator OpenVLD Franc Bogovic Oud-voorzitter LVSV Karel Vincent Oud-penningmeester LVSV Gent Alexander De Croo Minister van Pensioenen Sabien Lahaye-Battheu Parlementslid OpenVLD


Ereleden LVSV Gent 2013-2014

Guy Verhofstadt Europees parlementslid

Boudewijn Bouckaert Vlaams parlementslid

Patrice Viaene Oud-voorzitter LVSV Gent Thibault Viaene Oud-voorzitter LVSV Gent

Bart Tommelein Federaal parlementslid

Pieter Coene Oud politiek secretaris LVSV Gent

Hans Pijpelink Lid RvB Jong VLD

Luc Van Biesen Federaal Parlementslid

Karel Poma Minister van Staat

Herman De Croo Federaal Parlementslid

Marc De Vos Hoogleraar UG/VUB Algemeen directeur Itinera Institute

Guy Vanhengel Brussels Minister van FinanciĂŤn, Begroting, Openbaar Wim Aerts ambt en Externe betrekkingen Oud-voorzitter LVSV Gent en Jong VLD

Annemie Neyts Minister van Staat

Mattias De Vuyst Oud politiek secretaris LVSV Gent

Gwendolyn Rutten Voorzitter OpenVLD

Karel De Gucht Europees Commissaris voor Handel

Mathias De Clercq Gents Eerste Schepen van Haven, Economie en Ondernemen

Bruno Teirlynck Oud-Bestuurslid LVSV Gent

Rau Romero Voorzitter OpenVLD Nieuwpoort

Lorenzo Terrière Oud-bestuurslid LVSV Gent

LVSV

GENT EST

1930 41


Dimitri Van den Meerssche Ex-bestuurslid LVSV

Visie

Ontwikkelingshulp and the pretence of knowledge Dimitri Van den Meerssche Ex-politiek secretaris Dimitri Van den Meerssche bestudeert al lang ontwikkelingshulp en vooral de foute aanpak ervan. Het zijn spannende tijden in de wereld van de ontwikkelingssamenwerking. Op talrijke fora wordt druk onderhandeld over de inhoud en richting van de post-2015 millenniumdoelstellingen. Deze onderhandeling (of liever, heronderhandeling) zal ongetwijfeld een nieuw tijdperk van politieke goodwill en cijferfetisjisme inluiden. Economen en ontwikkelingsiconen in de voetsporen van

Het is echter van cruciaal belang om de gebrekkigheid aan te kaarten van gecentraliseerde en wetenschappelijke kennis in een proces van economische of sociale ontwikkeling. In deze opinie wil ik een conceptueel economisch argument aankaarten dat essentieel is in het falsifiëren van de ontwikkelingsdoctrine. Eerst en vooral is het noodzakelijk te wijzen op de universele gebrekkigheid van macro-econo-

Het is duidelijk dat een allocatiemechanisme van schaarse goederen dat geen rekening houdt met individuele kennis en preferenties per definitie tot suboptimale resultaten zal leiden. Jeffrey Sachs en Bono hebben het jammerlijke geloof gevoed dat ontwikkeling bedacht kan worden en uitgeschreven in een marmeren conferentieruimte in de stratosfeer van New York City. Die logica is zo oud als de ontwikkelingsmachine zelf. Al in 1949 speechte Amerikaanse president Truman dat “humanity possesses the knowledge and the skill to relieve the suffering of these [poor] people.” Dat onderliggende geloof in wetenschappelijke kennis is nog steeds dominant in de ontwikkelingsdoctrine. Daarom spreken we over ontwikkelingshulp in termen van een morele plicht, of een doctrine van rechtvaardigheid. Het is logisch dat een doctrine die vertrekt van de capaciteit om duurzame groei te bedenken, het ontbreken van die groei slechts kan wijten aan slechte wil of gebrekkige financiering. Bono vat dit geloof mooi samen: “we have the cash, we have the drugs, we have the science -- but do we have the will?” 42

mische modellering. Ontwikkelingseconomie wordt vandaag gedomineerd door de school van Jeffrey Sachs, één van de voornaamste aanstokers van de millenniumdoelstellingen. Het vertrekpunt van zijn analyse is dat ontwikkelingslanden zich in een armoedeval bevinden. Vertrekkend vanuit een klassieke Keynesiaanse logica, behelst de armoedeval een situatie van uitblijvende binnenlandse investering omwille van een gebrek aan binnenlands spaargeld. Zonder spaargeld kan niet geïnvesteerd worden, waardoor geen jobs ontstaan, geen kapitaal wordt geaccumuleerd en geen spaarboekjes gevuld, zo wordt geargumenteerd. De taak van ontwikkelingshulp is dan, grof geschetst, om het hiaat te vullen tussen binnenlands spaargeld en noodzakelijke investeringen (de zogenaamde investment gap) om een proces van spontane economische groei te activeren. Dit staat bekend als de big push: een klassiek concept in de ontwikke-


lingseconomie. Het geloof is dat de economie na deze aanvaard), dan is het duidelijk dat een allocatiemepush zelfvoorzienend en accumulerend zal werken. chanisme van schaarse goederen dat geen rekening houdt met individuele kennis en preferenties per defiOnmiddellijk wordt duidelijk dat deze theo- nitie tot suboptimale resultaten zal leiden. Dit is exact rie vertrekt vanuit een premisse van onfeilbare waarom de huidige ontwikkelingsdoctrine nooit tot gecentraliseerde economische kennis. Ontwik- duurzame economische groei kan leiden: ze mist de kelingsarchitecten moeten immers niet enkel gedecentraliseerde waardenschaal die economische abstracte economische parameters als investment gap productiefactoren naar hun hoogste sociale nut leiden. kunnen kwantificeren (wat letterlijk een inzicht vereist in het totale investeringsbudget dat zou Concluderend wil ik onderstrepen dat deze opinie leiden tot geëmancipeerde economische groei), ze niet ingaat op de gebrekkigheden die aangekaart moeten ook in staat zijn het ontwikkelingsbudget toe kunnen worden redenerend vanuit de dominante te wijzen naar sectoren die een minstens evenwaar- economische doctrine. Zo zou gewezen kunnen dige productiviteit genereren als de investeringen die worden op inflatoire effecten van ontwikkelingsuitgevoerd worden door de bevolking in het ontwik- hulp, distorties van de betalingsbalans of crowdingkelingsland. Dat is – excuse my French – waanzin. out effecten ten aanzien van lokale activiteit. Deze kritiek zou echter voorbij gaan aan de essentie: Wat de ontwikkelingsdoctrine nodig heeft is een ontwikkelingshulp faalt omdat de academische heroriëntering naar het economische potentieel, de arrogantie van Westerse “experten” de deur heeft lokale waardenschaal en de oneindige gedecentra- gesloten voor de lokale oneindigheid aan kennis, liseerde kennis van de honderden miljoenen indivi- die werkelijk kan leiden tot duurzame vooruitgang. duen die ze adresseren. Iedereen die ooit al voet op Daarom mag deze opinie niet gelezen worden als de rode Afrikaanse aarde heeft gezet, weet dat het pleidooi voor economische efficiëntie, het is een

continent rijk is aan economische incentives en enorme economische activiteit. Ieder individu dat bijdraagt aan dat proces bezit unieke kennis over zijn mogelijkheden, zijn verlangens en die van zijn onmiddellijke omgeving. Deze kennis is essentieel om tot efficiënte economische beslissingen te komen. Wanneer we aannemen dat economische efficiëntie (een asymptotische utopie) de situatie is waar elke productiefactor wordt ingezet op de plek waar die zijn hoogste marginale nut dient, en we nemen aan dat marginaal nut op een subjectieve manier wordt ingevuld (beide assumpties zijn terecht algemeen

pleidooi voor menselijkheid en individualiteit, voor een beëindiging van intellectueel post-kolonialisme en voor een activering van de sociale rijkdom die het Afrikaanse continent omvat. Om mijn pleidooi voor intellectuele bescheidenheid te onderstrepen wil ik deze opinie afsluiten met de wijsheid van een ander: “To act on the belief that we possess the knowledge and the power which enable us to shape the processes of society entirely to our liking, knowledge which in fact we do not possess, is likely to make us do much harm”. (F.A. Hayek). 43


Philippe Baert Bestuurslid LVSV

Visie

Drie linkse mythes ontkracht Philippe Baert Bestuurslid Philippe Baert neemt enkele vaak gehoorde linkse fallacies onder de loep. 1) De financiële crisis is veroorzaakt door een bende hebzuchtige bankiers en een gebrek aan regulering door de overheid Een vreemde redenering aangezien er van een vrije markt hoe dan ook geen sprake was: I. De Amerikaanse overheid stond via semi-publiekprivate bedrijven als de Federal National Mortgage Association (Fanny Mae) en het aanverwante Federal Home Loan Mortgage Corporation (Freddy Mac), garant voor de risicovolle leningen die banken (bij wet verplicht) moesten verstrekken aan mensen van wie ze wisten dat ze dat eigenlijk nooit konden terugbetalen. Dit alles maakte onderdeel uit van de sociale politiek van de regering Bush. Deze leningen werden samengeplaatst en via allerhande derivaten wereldwijd verhandeld aan andere banken. Vermits deze leningen gewaarborgd werden door de Ameri-

waarde op huizen jaarlijks een mooi rendement verschafte. Alleen barste de zeepbel op de vastgoedmarkt op een gegeven moment en dan was het hek compleet van de dam… en de overheidswaarborgen? Die konden uiteraard nooit nagekomen worden aangezien deze zodanig hoog waren opgelopen. Fanny Mae en Freddy Mac gingen dan ook al snel overkop… II. De Amerikaanse overheid dwong de Federal Reserve gedurende jaren om de rente zeer laag te houden door massaal geld bij te printen om op die manier goedkoop geld te kunnen lenen om de oorlogen in Irak en Afghanistan makkelijker te financieren en tevens de economie kunstmatig aan te zwengelen. Het grote probleem is dat er door een centrale bank kunstmatig laag gehouden rente grote misallocaties op de markt ontstaan en bedrijven foute investeringskeuzes maken (de rente is in feite een weergave van de verhouding beschikbaar kapitaal om te lenen t.o.v.

Het grote probleem is dat er door een centrale bank kunstmatig laag gehouden rente grote misallocaties op de markt ontstaan en bedrijven foute investeringskeuzes maken. kaanse overheid kregen ze een Triple A rating mee, ook al waren ze in feite zeer risicovol. Bankiers gingen er echter vanuit dat er zich geen problemen konden stellen; de achterliggende redenering was de volgende: “het risico is weliswaar groot, maar de overheid staat er toch garant voor dus kan het niet op voor ons, en bovendien, als de klant zijn lening niet meer kan betalen, kan de bank nog altijd het huis verkopen.” Zolang de vastgoedmarkt boomde zou er dus geen probleem zijn en bleek dit zelfs een zeer winstgevende operatie aangezien de meer44

het gevraagd kapitaal om te lenen) met als gevolg dat vraag en aanbod alsmaar verder uit elkaar groeien en er op een gegeven moment een zeer grote recessie ontstaat. De oplossing om dit te vermijden is dan ook geen interventie van de ECB of FED meer, maar een vrije rente bepaald door de situatie op markt en een terugkeer naar een vaste goudstandaard zodat er niet meer onbeperkt geld kan worden bij geprint. Dit laatste veroorzaakt op termijn immers hoe dan ook een gigantische muntontwaarding met alle catastrofale gevolgen van dien. Niet in het minst het risico op


hyperinflatie zoals in het Duitsland van begin jaren 30. III. Besluit: Overheden hebben zich jarenlang massaal in de schulden gestoken en hebben dat voor een groot deel weten te financieren door goedkoop krediet, dat ze van banken kregen in ruil dat deze laatste zich een alsmaar groter monopolie mochten verwerven. In een werkelijke vrije markt zou het dan ook compleet onmogelijk geweest zijn dat een bank een vermogen zou verwerven dat maar liefst 10 keer groter is dan het BNP van het land waarin ze gevestigd is… 2) Europa heeft zichzelf in de nasleep ervan kapot bespaard met alle tragische gevolgen van dien I. De overheden hebben zich kapot bespaard, hoezo? Ten eerste ligt het totaal aan overheidsuitgaven in landen als de Verenigde Staten, België, Italië en Frankrijk in 2013 hoger dan in 2008. Ten tweede: veel overheden hebben inderdaad - noodgedwongen - hun begrotingstekorten afgebouwd, maar dit in de eerste plaats door de belastingen sterk te verhogen (1). Misschien dat het dan ook aan die verhoogde belastingsdruk te wijten is dat de economische vraag sterk afneemt, bedrijven massaal overkop gaan, overheidsinkomsten inkrimpen, werkloosheid en armoede toenemen,... Vandaar dat liberalen vin-

Griekenland is dat veel besparingen te snel doorgevoerd zijn, maar dat neemt niet weg dat er voor de Grieken weinig anders opzat dan ze te slikken. Dat de gevolgen hoe dan ook pijn gingen doen wisten we allemaal. Je kunt echter als overheid niet eeuwig schulden blijven maken en leven op krediet. Dat is net hetzelfde als iemand die tv’s en andere dure spullen koopt die hij eigenlijk niet kan betalen maar telkens z’n Visa kaart gebruikt... tot hij dan aan z’n limiet zit en op het einde de rekening gepresenteerd krijgt. 3) De economie is als een motor die moet aangezwengeld worden en centrale planning is het beste middel om de processen die aan de basis liggen te coördineren en zo tot een “rechtvaardig” systeem te komen. I. De economie is integendeel (zoals John Mayard Keynes en zovele anderen na hem beweerden) geen motor die moet worden aangezwengeld door het kunstmatig stimuleren van de vraag want dit leidt net tot gigantische zeepbellen zoals we er ontelbare hebben gezien en waarvan de financiële en economische crisis van de afgelopen jaren het zoveelste bewijs is. Een duurzame economische groei daarentegen, die kan enkel gecreëerd worden door wat

De economie is integendeel geen motor die moet worden aangezwengeld door het kunstmatig stimuleren van de vraag want dit leidt net tot gigantische zeepbellen.

den dat het misschien eerder tijd is – nu we in België een overheidsbeslag bereikt hebben van maar liefst 54% van het BNP - om de staat te ontvetten in plaats van nog meer kapot te reguleren en nog meer schulden te maken op kap van de volgende generaties? II. Wat Griekenland betreft, je kan er niet buiten dat dit land jaren boven zijn stand geleefd heeft en daar nu de factuur voor heeft gekregen. De beste optie voor het land zelf was wellicht het zoals Argentinië in 2002 laten failliet gaan zodat het van al zijn schulden zou verlost zijn en een nieuwe doorstart kon maken. Alleen was dat geen optie omdat dan de hele Eurozone zou kunnen crashen, inclusief de financiële instellingen bij wie ze geleend hadden (zoals ook Dexia) en dan waren veel onschuldige (pensioen)spaarders zeker hun geld kwijt geweest. Het grote probleem in

gezinnen en bedrijven op zij zetten om te sparen: door te sparen zal er een aanbod ontstaan aan investeringskapitaal, waardoor er kan geïnvesteerd worden in nieuwe technologieën, wetenschap, innovatie,... en een economie kan groeien. Groei leidt tot meer werk, meer werk leidt tot een hoger inkomen, een hoger inkomen leidt tot meer consumptie, meer consumptie leidt tot een hogere vraag aan consumptiegoederen en een hogere welvaart. II. Het kennis coördinatieprobleem, zoals uitvoerig omschreven door de Oostenrijkse econoom Friedrich August Von Hayek, maakt duidelijk waarom centrale planning nooit kan werken en integendeel de maatschappelijke welvaart sterk afremt. Dit omdat men simpelweg niet in staat is om alle beschikbare kennis in een maatschappij te bundelen 45


op één centrale locatie of bij één persoon of groep van personen omdat de kennis waarover elk individu beschikt geen statisch gegeven is, maar voortdurend onderhevig is aan continu wijzigende omstandigheden. Bovendien wordt kennis op een empirische manier vergaard, wat vaak op een onbewuste manier gebeurt en daardoor in vele gevallen niet zo maar kan doorgegeven worden. Hierdoor is het volstrekt onmogelijk om de “optelsom” van de beschikbare individuele kennis te maken. Laat staan dat het mogelijk zou zijn dat één enkel individu of een groep van individuen in staat zou kunnen zijn om al deze beschikbare kennis allemaal te kunnen verwerken en in concrete ideeën uit te werken. Het is daarentegen het prijsmechanisme dat het beste in staat is om de verschillende individuele kennis te weerspiegelen. Dit in de uiteindelijke prijs van een goed, waardoor het vraag en aanbod op elkaar kan doen afstemmen. Koppel dit aan de inzichten van James Buchanan en de public choice school, die duidelijk maken dat een overheid geen altruïstische weldoener is, maar integendeel gewoonweg de optelsom is van verschillende individuen die elk hun eigen be-

lang nastreven en je bovendien ook rekening houdt met een aantal sociaalpsychologische verschijnselen als “ingroepfavoritisme” en “de sociale identiteitstheorie”² en dan weet je dat als een overheid zich buiten haar kerntaken begeeft en zich teveel met het economische leven gaat inmengen je binnen de kortste keren met een tot op het bot corrupte en vreselijk inefficiënte boel zit en dan is een zogenaamd rechtvaardige en welvarende samenleving wel heel ver weg… III.Rechtvaardigheid; daar heb je het: een begrip dat de linkerzijde vandaag maar al te graag aanhaalt in haar discours en doorheen de geschiedenis al zo vaak misbruikt heeft om meer staatsinterventie te legitimeren met alle dramatische gevolgen van dien; denk maar aan de massale landonteigeningen van de Oekraïense boeren onder Stalin en de massale hongersnood en sterfte die er in de ganse USSR op volgden. Betekent rechtvaardigheid trouwens in de eerste plaats niet “aan elkeen datgene toekennen wat hem toebehoort” en heeft het met andere woorden geen overduidelijke individualistische connotatie?

Voetnoten 1 Denk in België maar aan de extra belastingen op bedrijfswagens en de verhoogde accijnzen op tabak, alcoholische dranken en fossiele brandstoffen… Denk in België maar aan de extra belastingen op bedrijfswagens en de verhoogde accijnzen op tabak, alcoholische dranken en fossiele brandstoffen… 2 Deze theorie stelt dat mensen vaak ageren in functie van hun lidmaatschap aan sociale categorieën. Aangezien mensen streven naar een positieve sociale identiteit willen ze een gevoel van zelfwaardering ontlenen aan de groepen waartoe ze behoren en gaan ze deze dan ook bewust en onbewust bevorderen tegenover andere groepen. Bronnen/ aanbevolen literatuur Fraud: Why the Great Ression? Tuur Demeester – De belangrijkste geschiedenisles die je nooit kreeg Friedrich Von Hayek – The Use Of Knowledge In Society

46


Pieter-Jan Van De Weghe Lid LVSV Gent

Visie

Doorgeschoten politieke correctheid Pieter-Jan Van De Weghe De recente heisa rond zwarte Piet - maar dan in een theoretisch-historisch kader. Een oude pedofiele man en twee zielige negerslaven, schamen we onszelf niet dat we al die jaren hebben gelachen met verkrachte kinderen en dat we slavernij van de Afrikaanse bevolking goedkeuren? Volgens een VN-rapport niet, dat stelt zelf dat we het Sinterklaasfeest moeten afschaffen wegens te racistisch. Een sterk staaltje politieke correctheid. Van deze gebeurtenis wil ik dan ook gebruikmaken om de geschiedenis van het politiek correcte denken even uit de doeken te doen.

maar daarover later meer). Horkheimer besefte dat een economisch marxisme de voordelen van het kapitalisme niet kon overtreffen, en als reactie daarop schreef hij zijn “ kritische theorie�. De kritische theorie is in feite een voortzetting van het marxisme in combinatie met de psychoanalyse van Freud. Zijn werk legde dus de nadruk op de culturele factoren in de ideologie van het kapitalisme. Eenvoudig gesteld kwam zijn theorie er in essentie op neer dat in een kapitalistisch economisch systeem

Volgens Horkheimer had men dus niet enkel een politieke revolutie nodig om het kapitalisme omver te werpen, maar een sociale en culturele revolutie om de Westerse cultuur omver te werpen. Het verhaal start bij het eigenlijke verlies van het economisch marxisme. Karl Marx had voor ogen dat arbeiders uit Europa zich zouden verzamelen en een revolutie zouden veroorzaken. Niets was minder waar en WOI heeft ons geleerd dat arbeiders aller landen zich tegen elkaar keerden in plaats van met elkaar ten strijde te trekken.Een probleem manifesteerde zich dus voor marxistische denkers in het interbellum, hoe moest men hun marxistische theorie overbrengen op de Westerse bevolking? Het antwoord op deze vraag was een cultureel marxisme in de plaats van een economisch marxisme. De eerste persoon die hiermee op de proppen kwam was Max Horkheimer, leider van de FrankfĂźrter Schule (dit is een sociologische en filosofische stroming die zich laat leiden door de kritische theorie en het wetenschapspositivisme wil ontmaskeren, 47


enkel de “working class” onderdrukt wordt en in de Westerse cultuur iedereen onderdrukt wordt (een wezenlijk verschil dus).Volgens Horkheimer had men dus niet enkel een politieke revolutie nodig om het kapitalisme omver te werpen, maar een sociale en culturele revolutie om de Westerse cultuur omver te werpen. Die kritische theorie gaf aanleiding tot een relletje omdat bijvoorbeeld een homokoppel stereotiep staat afgebeeld op een cartoon of wat we nu meemaken het zogenaamde racisme omwille van “ de zwarte piet ” bij een Sinterklaasfeest. Een ander begrip dat in deze context cruciaal is om uit te leggen en ook geïntroduceerd wordt in de kritische theorie van Horkheimer is de term Repressieve Tolerantie, een begrip uitgewerkt door Herbert Marcuse. Repressieve tolerantie is het tolereren van meningen die “objectief onjuist” zijn, dit onder het mom van vrijheid van meningsuiting. Zo stelt hij dat onze

48

democratie en het kapitalisme in feite totalitaire systemen zijn en dat het daarom toegestaan is om ondemocratische middelen te gebruiken om repressieve tolerantie te doorbreken. Repressieve tolerantie is in zijn opzicht dus geen tolerantie maar een middel om niet-tolerante ideeën te bestrijden. Marcuse wou zou de vrijheid in het Westen verdacht maken, en dat mogen we niet toelaten! Laten we onszelf dus niet vangen, het degoutante politieke correcte denken is de grootste inbreuk op ons recht tot vrije meningsuiting. PS: Ja ik ben pro homo-huwelijk, Ja ik ben tegen onderdrukking van de vrouw, Ja ik heb afrikaanse kennissen en vrienden en supporter evenveel voor Moussa Dembele als voor Thomas Vermaelen. Maar ja: ik wil nog steeds mijn klein neefje in de zak steken tijdens Sinterklaas- familiefeestjes.


Simon van Poucke Sponsoring LVSV Gent

Boekverslag “Why Liberty?” Als LVSV-ers hopen wij op een vrijere samenleving. Maar wat is vrijheid? Waarom is vrijheid belangrijk? Bestaat er zo iets als te veel vrijheid? Het liberalisme biedt mogelijke antwoorden op deze vragen en die antwoorden worden mooi verwoord in Why Liberty. Daarnaast willen vele LVSV’ers ook anderen laten kennismaken met het liberalisme. We willen tonen dat marxisme, socialisme, conservatisme en dergelijke niet alle antwoorden bieden en dat het liberalisme zowel rijk als zeker ook arm een beter leven wil geven. Dit boekje reikt vele argumenten en pistes aan die ons daarbij kunnen helpen. Why Liberty is een aanrader voor iedereen. Voor wie nog groen is achter de oren en het liberalisme nog maar net ontdekt heeft, is het een goed startpunt in de zoektocht naar waar je zelf voor staat. Ook wie al meer kennis vergaard heeft over het liberalisme doet er goed aan boekjes als dit eens door te nemen. Het is altijd goed de fundamenten van onze ideologie eens op een luchtige, goed verwoorde en enthousiasmerende manier verwoord te zien. Vele discussies gaan over de kern van onze ideologie. Hoe beter geïnformeerd en vooral ook hoe geanimeerder je die kern kan verwoorden, hoe beter je argumenten zullen bijblijven. Dit boekje biedt interessante voorbeelden en denkpistes die je daar zeker bij kunnen helpen.

iedereen in dit boekje iets opmerkelijks, verfrissend of zelfs totaal nieuw zal tegenkomen. Er zijn auteurs die een algemeen onderwerp behandelen, waar anderen inzoomen op specifieke onderwerpen. Toch slagen ze er allen in om zowel toegankelijk als aangenaam om lezen te zijn, volledig in de SFL traditie. Zoals steeds heeft ook Tom Palmer enkele bijdragen geleverd. Een van de eerder algemene teksten is van zijn hand en handelt over de geschiedkundige origine en de filosofische structuur van het liberalisme. Het biedt samen met zijn opener ‘Why be libertarian?’ een toegankelijk overzicht van de basis van onze ideologie. Hier geeft Palmer ook aan waarom quasi overal de term “libertarianism” gebruikt wordt in plaats van “liberalism”. Zoals de meesten wel weten, omvat de term “liberalism” in de VS slechts links-liberalisme, terwijl de meeste essays het klassiek liberalisme bedoelen. In zijn laatste tekst gaat Palmer dieper in op de staat en waar ze vandaan komt. Dankzij het liberalisme zijn staten al iets meer onderworpen aan regels, maar deze strijd moet nog verder gezet worden. Zijn afsluiter zorgt dat elke thema dat in een inleiding tot de ideeën van vrijheid vermeld moeten worden, opgenomen is.

Een van de specifiekere teksten is geschreven door Lode Cossaer en Maarten Wegge van het Murray RoDe schrijvers van dit Why Liberty zijn allen bijna full- thbard Instituut. Zij geven ons meer uitleg over het time bezig met het verdedigen van het liberalisme. kennisprobleem, spontane orde en de vrije markt Zo is de samensteller Tom G. Palmer, ons allen ge- in het algemeen. Hun schrijfstijl is vlot en ze geven kend als een zeer geëngageerde liberaal die onder enkele zeer goede, kernachtig geformuleerde argumeer ook After the Welfare State en The Morality of menten. Af en toe wordt het wel wat rommelig; de Capitalism samenstelde en de rest van de auteurs auteurs willen dan ook terecht zeer veel uitleggen.

Liberalisme daarentegen verwerpt collectivisme, gaat vooral over leven en laten leven en het respecteren van de vrijheid van iedereen en is daarmee noch volledig links, noch volledig rechts. vooral leden van Students For Liberty. Daardoor zijn de teksten zeer vlot geschreven en lopen ze over van enthousiasme. Ze zetten echt aan tot het verdedigen van onze prachtige ideologie. Daarnaast zorgt de verscheidenheid aan onderwerpen en invalshoeken dat

Hoewel ze er uiteraard niet in slagen alle argumenten in de diepte uit te werken, is dit een goede inleiding. Een andere aanrader is ‘The Times, they are a-changing’ van SFL Board Member James Padilioni Jr. over 49


‘Libertarianism as Abolitionism’. Deze tekst is zeer hoopgevend en activerend. De campagne tegen slavernij was lang en moeilijk, maar uiteindelijk toch succesvol. Deze belangrijke strijd voor vrijheid kan ons als voorbeeld dienen en ons hoop geven dat ook onze strijd succesvol kan zijn, hoeveel weerstand we ook ondervinden. Een andere belangrijke liberale verwezenlijking die Padilioni aanhaalt, is gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Ook hier was er veel weerstand maar heeft vrijheid toch overwonnen. Dankzij het liberalisme is de maatschappij de voorbije eeuwen al veel vrijer geworden. Als we er samen voor gaan, kunnen we deze positieve trend verder zetten.

dat liberalisme niet past in het links-rechts spectrum. Hij toont aan op beide extremen van dat spectrum, communisme en fascisme, de macht van de staat zeer belangrijk wordt en dat beide een moraliserend aspect hebben. Liberalisme daarentegen verwerpt collectivisme, gaat vooral over leven en laten leven en het respecteren van de vrijheid van iedereen en is daarmee noch volledig links, noch volledig rechts. Liberalisme is bijvoorbeeld, zoals gezegd, links in zijn openheid naar andere culturen en religies, maar rechts in zijn streven naar een vrijere economie.

Why Liberty biedt voor ieder wat wils. De thema’s zijn soms verassend en immer leerrijk. Er zijn teksten over Why Liberty biedt vele paden die we kunnen bewan- geschiedenis, filosofie, economie, de staat en zelfs delen om vrijheid te promoten. De auteurs erken- over kunst en de wisselwerking met vrijheid. De ene nen dat er vele verschillende invalshoeken mogelijk auteur wil vooral activeren, zoals John Stossel, bezijn, afhankelijk van je premissen, van je kennis, van kend van zijn show op Fox, in ‘There ought nót to be a je omgeving of van de reden waarom je vrijheid wil law’. Anderen willen vooral een coherent denkkader uitdragen. Het liberalisme laat deze verscheiden- opbouwen en argumenten bieden zoals Maarten en heid als geen ander toe. De founding father van SFL Lode. Alle teksten zijn relatief kort en je kan dit boekAlexander McCobin merkt terecht op: “Libertarian- je dus perfect tussendoor eens ter hand nemen. Alle ism is no ideology of life or love or metaphysics or bijdragen zijn geschreven met een duidelijk doel: acreligion or art or value, although it’s certainly compa- tiveren. We moeten onze rechten beschermen en de tible with an infinite variety of such philosophies” De rechten die zijn uitgehold, terugkrijgen. Het liberalistekst van Clark Ruper over ‘Libertarianism as radical me is in de hele wereld aan een opmars bezig is. Dit is centrism’ sluit hier mooi bij aan. Hij argumenteert het moment om samen te vechten voor onze vrijheid.

50


Jitte Akkermans Voorzitter Liberale Jongeren Mechelen

Visie

GAS-boetes en camera’s - de leemtes in onze constitutie Jitte Akkermans Jitte bespreekt hoe een overcriminalisering van allerlei handelingen onze rechten systematisch uitholt. De tekst gaat ook in op hoe we deze overijver kunnen tegengaan en definitief aan banden leggen. (i) Inleiding Opbouw – In dit artikel bespreken we eerst wat inefficiëntiemechanismes zijn om vervolgens na te gaan of deze een oplossing kunnen bieden op actuele problemen. Zowel de wildgroei aan camera’s als de wildgroei aan gesanctioneerde gedragingen, vloeien m.i. namelijk voort uit leemtes in de rechtstatelijke bescherming. Als we de constitutionele leemtes opvullen, zouden misbruiken weer de kop ingedrukt kunnen worden.

dienstverleners ons terroriseren, is hun impact op ons leven beperken ongeacht de vermeende goede bedoelingen van de beleidsmakers in die dienstverlener. Godsvrede – In de 10de en 11de eeuw werd Europa na het uiteenvallen van het rijk van Karel de Grote verscheurd door oorlog. Met de Pax Dei (godsvredebeweging) trachtte de kerk dat geweld een halt toe te roepen. Edellieden werden via het Pauselijke gezag gedwongen om een eed af te leggen waarin ze aanga-

Zowel de wildgroei aan camera’s als de wildgroei aan gesanctioneerde gedragingen, vloeien m.i. namelijk voort uit leemtes in de rechtstatelijke bescherming. (ii) Inefficiëntiemechamismes Inefficiëntiemechanismes – Moeilijk te mijden dienstverleners (zoals militaire, politionele en justitiële dienstverleners) worden historisch gezien sterk aan banden gelegd. Omdat ze moeilijk te mijden zijn, proberen we de impact die ze hebben op het leven van mensen tot een minimum te beperken. Het inefficiëntiemechanisme werkt enkel als men zowel beleid ten goeden als ten kwaden aan banden legt. Immers, vanuit het perspectief van degene die beleid voert, is het beleid altijd ten goeden. Hij zou dan ook nooit beperkt zijn wanneer de beperkingen op zijn beleid enkel gelden wanneer hij meent dat hij iets slecht doet. De manier waarop we verhinderen dat deze

ven geen geweld te plegen tegen geestelijken. Die eed werd systematisch uitgebreid met vrouwen, kinderen, pelgrims, kooplieden, reizigers en boeren. Ongewapende personen aanvallen, vee meenemen, boeren of kooplieden gevangen zetten en huizen en geld afnemen werden eveneens verboden. In die omstandigheden kon het leven zich rustig hervatten omdat de voorwaarden van de godsvrede heersers dwong hun oorlog vooral te voeren tussen militairen, waardoor de rest van de bevolking minder sterk beïnvloed werd door de militaire dienstverleners hun acties. Een moderne variant van de Godsvredebeweging vinden we terug in de conventies van Genève (1864, 1906, 1929, 1949 en 1951) en hun aanvullende protocollen 51


(1977, 1977 en 2005) die o.a. de verzorging op slag- duiken bij de gasboetes en camera’s. velden en behandeling van krijgsgevangenen regelen evenals de bescherming van burgers in oorlogstijd. (iii) Gasboetes Wildgroei – De gasboetes hebben al heel wat stof Grondrechten en fundamentele principes van orga- doen opwaaien. Steeds meer handelingen worden nisatie – Niet alleen het pauselijke gezag creëerde via deze procedure administratief beboet. In Mecheinstituties die als inefficiëntiemechanismes zouden len bijvoorbeeld verdubbelde het aantal gasboetes dienen voor moeilijk te mijden dienstverleners. Ook tussen 2007 en 2011. Bij die gasboetes spelen twee de constituties zouden die dienstverleners sterk aan ergernissen. Een eerste heeft te maken met de scheibanden leggen. Zo werden de Engelse monarchen ding der machten (en is net iets gecompliceerder dan stapsgewijs aan banden gelegd door documenten men het meestal voorstelt; en ga ik wegens de bezoals de Magna Carta (1215), Habeas Corpus en The perkte omvang van dit artikel niet verder bespreken). Bill of Rights. De Magna Carta zou ondermeer bepa- Een tweede gaat om het feit dat er een wildgroei is len dat de koning slechts belastingen kan heffen na aan beboetbare handelingen. overleg met zijn raad, de interne autonomie van de

Het is een dom idee de infrastructuur van een dictatuur aan te leggen en daarna een kaarsje te branden dat dit niet leidt tot misbruiken.

Slachtofferloze misdrijven – Het vervelendste is dat ook slachtofferloze handelingen beboet worden en men aldus elke handeling kan gaan beboeten. Enkel de verbeeldingskracht is nog een rem op het aantal beboetbare handelingen. In mijn thuisstad, Mechelen, kan je zelfs een gasboete krijgen als je een fuif in gesloten ruimte niet drie weken op voorhand hebt gemeld. Ook een geopende alcoholfles na middernacht, levert u een gasboete op. Dat is pestgedrag ten aanzien van jongeren en nachtwinkels. Zolang die persoon (met of zonder geopende fles) geen schade (incl. geluidshinder) veroorzaakt, is er niemand die daar last van heeft. Een ander voorbeeld is wildplassen. Een stevig aandeel van de gasboetes in Relevantie – De twee historische voorbeelden moe- Mechelen wordt uitgeschreven voor dat fenomeen. ten helpen te begrijpen hoe we traag maar zeker een Als dat tegen bijvoorbeeld een gebouw is, is dat praxis hebben ontwikkeld om via een (religieuze of inderdaad schadelijk. Maar wanneer u in een constitutionele) traditie de verwoestende impact, openbaar groenperk of waterloop een plasje doet, die bepaalde organisaties op ons hebben, tot een heeft niemand daar eigenlijk last van zolang u zich minimum te beperken. Wie meer wil lezen over deze bescheiden opstelt. De lijst van het soort gekkigheden mechanismes, kan ik doorverwijzen naar een artikel die men bestraft en die de pers halen wordt steeds dat in de blauwzuur (het ledenblad van LVSV Brus- langer. Recente hervormingen in Mechelen verandesel) verscheen op 15 november 2013 en waar ik veel ren overigens geheel niets ter zake. De gasboetes die uitgebreider inga op hoe we inefficiëntiemechanis- men schrapte werden in de praktijk nooit uitgedeeld. mes moeten begrijpen vanuit theoretisch oogpunt en hoe we er best mee omgaan. Hierna bekijken we Leemte – Waar we nu al het adagium nullum crimen, hoe de verfijning van het bestaande inefficiëntieme- nulla poena sine lege kennen, lijkt er een nood aan chanismes van een grondwettelijke orde mogelijk een toevoeging te bestaan. Ook zonder slachtofeen oplossing zou bieden voor de problemen die op- fer zou er geen misdrijf en straf mogen zijn. Deze Kerk gerespecteerd moest worden en de burgerlijke vrijheden gerespecteerd diende te worden. De writ of Habeas Corpus van zijn kant geeft elkeen, die gearresteerd of in hechtenis zit, de kans om voor de rechter te komen, de redenen voor zijn arrestatie of hechtenis te laten beoordelen door die rechter en ook een vordering tot aansprakelijkheid in te stellen voor onrechtmatige opsluiting en mishandeling. De Bill of Rights tot slot zou de soeverein o.a. verbieden om unilateraal rechtbanken te vestigen, rechter te spelen, belastingen te heffen, een permanent leger te behouden en in vredestijden in stand te houden en wapens die tot zelfverdediging dienen te bannen.

52


beperking op het overheidshandelen werd reeds voorgesteld door John Stuart Mill in On Liberty en heeft vandaag nog niks aan zijn actualiteitswaarde verloren. Zo lang een overheid handelingen aan banden kan leggen die anderen niet schaden, zullen politici steeds geneigd zijn om bij elk probleem dat ze zien, gerelateerde handelingen te gaan verbieden en kent hun regeldrift geen beperkingen. Andere rechtsdomeinen – De overcriminalisering beperkt zich niet tot de regeldrift van de steden en gemeentes. Zo heeft men bijvoorbeeld bijna het gehele arbeidsrecht gecriminaliseerd. Het onbedoelde perverse effect hiervan is dat bijna elkeen strafbare overtredingen begaat, maar het de vervolgende instanties zijn die kiezen wie ze vervolgen en wie aldus wel en niet bestraft zal worden. Dit betekent dat de willekeur via de achterdeur weer is binnengeslopen:

gemeenteraad. Het is tijd dat we dat principe in onze grondwettelijk orde inschrijven of interpreteren. Enkel dat voorkomt misbruik op alle niveaus. (iv) Camera’s Big Brother – Een andere trend, die eveneens sterk aanwezig is in mijn thuisstad en die me zorgen baart, zijn de camera’s. Camera’s vindt men in Mechelen werkelijk op elke plek. Zo zijn er camera’s die aan alle invalswegen nummerplaten screenen. Daarnaast hebben we op de patrouillewagens van de Mechelse politie ook camera’s staan. Maar ook in (schijnbare) lantaarnpalen of op politievesten vindt u in Mechelen camera’s. De gegevens worden vergeleken, geanalyseerd en verwerkt. Als de Mechelse overheid u wil opsporen, kunt u geen kant meer uit. Dat machtsonevenwicht tussen de overheid en de burgers creëert ernstige ge-

elkeen kan het onderwerp van bestraffing zijn en de varen omdat de overheid dan almachtig wordt. vervolgende instanties bepalen wie ze er uit pikken. Voorstel – De politie en het strafrecht dreigen een bron van overlast te worden. Onschuldige burgers moet men uit de tentakels van de overheid houden. Die hebben het recht met rust gelaten te worden. Alle slachtofferloze handelingen zouden niet langer strafbaar mogen worden gesteld, noch door de nationale wetgever, noch door de

Onafhankelijkheid – Er zijn twee manieren waarop de overheid overtreders kan opsporen. Oftewel betuurt ze alle burgers en gaat ze zelfs actief iedereen vervolgen. In dat geval kan ze regels afdwingen waarvoor geen enkele steun bij de bevolking is. Een alternatief is dat de overheid (of het slachtoffer) pas na het indienen van een klacht en op basis van ooggetuigen 53


en materiële bewijzen overgaat tot vervolging. In dat systeem is de overheid afhankelijk van een minimale medewerking van de burgers. De meeste burgers zouden zich op de Leuvense ring niet bezighouden met het melden van personen die de toegelaten snelheid overtreden, behalve wanneer ze hen daardoor schaden (bijvoorbeeld bij een botsing). De flitspalen van de overheid maken het mogelijk daar absurde snelheidsregels te handhaven en treffen vaak onwetende burgers die geen vlieg iets misdoen. Informatie is macht – De overheid tracht met behulp van haar geweldsmonopolie haar regels op te leggen. Als dat haar doelstelling is, moet men zich afvragen of het wel een aantrekkelijk idee is dat die overheid ook alwetend zou worden. Volgens Lord Acton corrumpeert macht en corrumpeert absolute macht absoluut. Aangezien informatie een bron van macht is en versterkte mogelijkheid van controle geeft, verzetten we ons dan ook maar beter tegen het preventief inzamelen van informatie over personen die niet van een misdrijf beschuldigd zijn. Het is beter te leven met de risico’s van de vrijheid dan met die van een controlesamenleving. Oost-Europa – In Oost-Europa is men zich sterk bewust van de gevaren van een overheid die u bespiedt. Hun grondwettelijke ordes reageren dan ook bijzonder assertief wanneer de wetgever tracht informatie over de burgers in te zamelen. In 2010 vernietigden de Grondwettelijke Hoven van Duitsland, Roemenië en Bulgarije dan ook de omzettingswetgeving van de Europese datarichtlijn. Ze beschouwden de willekeurige opslag van communicatiegegevens als een schending van het recht op privacy. Voorstel – De overheid zou niet zomaar al haar burgers mogen bespieden, maar slechts diegene die ze in beschuldiging heeft gesteld. Hoewel bepaalde voordelen geboekt kunnen worden in een samenleving waar de overheid totale controle heeft, weegt dit niet op tegen de risico’s van misbruik. Het is een dom idee de infrastructuur van een dictatuur aan te leggen en daarna een kaarsje te branden dat dit niet leidt tot misbruiken. (v) Conclusie Samenvatting – De overheid is een dienstverlener die moeilijk te mijden is. Daarom kan ze een uiterst ver54

woestend effect hebben op het leven van mensen. Dat probleem is weerkerend, waardoor we voor het aanpakken van de actuele uitdagingen een blik terug kunnen werpen om te kijken welke mechanismen ons in het verleden hebben geholpen. Inefficiëntiemechanismes in het algemeen en constitutionele regels in het bijzonder hebben ons meermaals uit de nood geholpen. De problemen die opduiken bij de gasboetes en camera’s zijn symptomen van een veel dieper probleem van constitutionele lacunes. Het zou nuttig zijn algemene constitutionele regels te ontwikkelen. Slachtofferloze handelingen mogen niet bestraft worden en de overheid mag geen preventieve inzameling van informatie doen. Ter uitleiding – De constitutionele orde is een instrument dat men ontwikkelt als de natie nuchter is voor wanneer ze dronken zal zijn. Het zou moeten vertrekken van de idee dat elke bevoegdheid, elk instrument dat de machthebber zichzelf vandaag toe-eigent, ook zou kunnen gehanteerd worden door elke willekeurige partij die in de toekomst aan de macht zou komen (vertrouwt u bijvoorbeeld het Vlaams Belang met de bevoegdheid om het even wat strafbaar te stellen of met de infrastructuur van de dictatuur die de camera’s zijn?). Waar bepaalde voordelen verloren gaan bij het gebruik van inefficiëntiemechanismes, voorkomt men eveneens het grootste kwaad. Ik heb alvast liever de risico’s van onze vrije samenleving dan die van de controlesamenleving.


Verslagen en sfeerbeelden Zoals de traditie het voorschrijft, opende LVSV Gent haar werkingsjaar met het traditionele openingsdebat in het Universiteitsforum. De sprekers voor dit jaar waren Koen Geens (CD&V), John Crombez (SP.A), Alexander De Croo (Open VLD), Steven Vandeput (N-VA), Stefaan Van Hecke (Groen), Tom De Meester (PVDA) en Marc De Vos (Itinera). Het debat werd in goede banen geleid door Dave Sinardet. In een eerste thema werd vooral gepeild naar de verschillende meningen over de regering Di Rupo I. Dat de breuklijnen tussen oppositie en regering al vlug bovenkwamen, mocht duidelijk blijken. Een erg actieve Koen Geens probeerde al vlug op het debat te wegen en de kritieken van Steven Vandeput te weerleggen. Daar waar N-VA vooral sprak over een belastingsregering, leek PVDA juist de tegenovergestelde

redenering te maken. Tussen al dit geweld merkte een nuchtere Marc De Vos op dat de grootste verdienste die hij zag in Di Rupo I, haar bestaan was. Na een pittig debat was er uiteraard nog tijd voor een vragenronde. Daaruit bleek dat onder de studenten zowel het milieu, de pensioenen als de GAS-boetes erg leefden. Vandeput maakte een minder gesmaakt betoog toen hij probeerde om GAS te verantwoorden, terwijl Koen Geens zijn verbazing uitsprak over het feit dat zovele jongeren zo bezorgd waren om de pensioenen. In ieder geval was het een geslaagde avond, waarbij we erin slaagden om meer dan 800 studenten naar het UFO te lokken. LVSV Gent wil dan ook alle aanwezigen erg bedanken!

Al even traditiegetrouw was de volgende activiteit: met Liberalisme Quid trapt het LVSV elk jaar de échte debatten af. Na een woordje van de voorzitter over de roemrijke geschiedenis van het LVSV en enkele actuele misconcepties rond liberalisme, namen de collega’s van het Murray Rothbard Institutuut het even over om het te hebben over de fundamenten van het liberalisme - maximale vrijheid. Daarna konden de leden zelf aan de slag. De discussies barstten los. In kleinere groepjes konden de (nieuwe) leden onder

lichte begeleiding van bestuursleden discussiëren alsof het een lieve lust was. De thema’s in de verschillende groepjes lagen ver uit elkaar, maar ingegeven door de actualiteit bleken migratie, minimumlonen en toplonen van CEO’s hete hangijzers te zijn. Geconfronteerd met kritische vragen kregen de leden onmiddellijk de gelegenheid om hun visie bij te vijlen of bevestigd te zien door gelijkgestemden.

55


Het blijft in het LVSV natuurlijk niet alleen bij daden. Overtuigd van de kracht die kan uitgaan van filantropische organisaties en vrijwillige steun aan mensen in nood, organiseerde het LVSV op elf oktober een casinoavond ten voordele van

Liberty in North Korea (LiNK), een organisatie die Noord-Koreanen het land uit smokkelt. We zamelden voldoende geld in om één Noord-Korean te redden - meer dan gelijk welke internationale onderhandelingen of sancties hebben bereikt.

De eerste lezing van het jaar werd verzorgd door prof Ruddy Doom, verbonden aan de UGent waar hij de vakgroep Derde Wereld oprichtte. In zijn gekende stijl stak professor Doom niet meteen van wal met wat er anno 2013 in de Arabische landen concreet aan de gang is maar begon zijn lezing met te analyseren hoe wij in het Westen naar deze conflicten kijken en wat de achterliggende historische feiten en omkadering zijn. Een absolute must om een dieper inzicht te krijgen in de hedendaagse ontwikkelingen zo blijkt. Professor Doom stelde dat ons beeld van het Midden-Oosten een mentale constructie is waarbij de gebeurtenissen die er gaande zijn worden geïnterpreteerd in overeenstemming met ons eigen (westers) wereldbeeld. Dit werd door professor Doom geïllustreerd door aan te tonen dat we bij het bekijken en beoordelen van de revoluties in de Arabische wereld steeds de Franse en Russische revoluties als referentiepunt hanteren. Deze manier van denken is volgens hem te optimistisch omdat we daarmee bijvoorbeeld de miljoenen Egyptenaren over het hoofd zien die op de Moslimbroeders gestemd hebben.

Een pleidooi dus voor een nuchtere kijk op de gebeurtenissen want “het gaat om mensen, politiek, en niet om geestesconstructies”. Met deze kanttekeningen in het achterhoofd gingen we over naar de huidige situatie in de Arabische wereld. Hier introduceerde professor Doom twee centrale concepten die hij zou gebruiken om aan te tonen dat de crisis in vele Arabische landen en de (westerse) reactie erop ook maar feilbaar mensenwerk zijn! Het eerste concept was ‘early warning’: dit was bedoeld om vroegtijdig te kunnen signaleren wanneer een situatie uit de hand zou lopen. Wegens geldgebrek is dit nooit echt een succes geweest en is dan ook een stille dood gestorven. Hierna ging hij over naar het tweede concept, ‘responsibility to protect’, ook gekend onder de afkorting ‘R2P’. Dit concept bestaat uit twee delen: enerzijds het recht van staten en anderzijds het recht van volkeren. Dit concept werd in 2006 opgenomen in een resolutie van de Veiligheidsraad waardoor ‘R2P’ een potentiële manier werd om tussenbeide te komen in interne aangelegenheden

56


van een staat zonder de toestemming van de regering! Dit concept kende zijn eerste toepassing (en tegelijkertijd ook zijn doodsteek) in Libië. professor Doom ging in detail in op hoe ‘R2P’ daar zodanig werd uitgestrekt dat het voor de komende jaren alle betekenis verloren heeft! Bovendien heeft het gezichtsverlies van ‘R2P’ ook gevolgen voor de kwestie Syrië. China en Rusland, als twee van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, voelden zich immers gepakt door de onverwachte gevolgen die de implementatie van ‘R2P’ in Libië met zich meebracht. Dan gingen we over naar het land die de laatste maanden niet uit het nieuws weg te slaan is: Syrië! Wederom begon de professor met een historische schets en vulde dit aan met een korte uitleg over de etnisch/religieuze toestand in Syrië maar

Onze eerste internationale spreker kwam naar het Liberaal Archief met heel wat adelbrieven op zak. Evans is al meer dan 20 jaar actief in de healthcare sector en pleitte vanuit zijn vakgebied gepassioneerd voor een private ziekenzorg. De lezing legde de nadruk op de historische evolutie van de gezondheidszorg. Oorspronkelijk was gezondheidszorg immers geen publiek goed. Niet de overheid, maar wel de particulier lag aan de basis van gezondheidszorg. Naar analogie kan deze redenering op het wegennet worden toegepast. Aanvankelijk werden wegen immers uitgebaat

ook in de islam in het algemeen. Opmerkelijk was wederom de gematigde toon die de professor aannam; de vurige oproepen voor interventie die men soms waarneemt in de media zijn duidelijk niet aan professor Doom gespendeerd! Zijn nuchtere analyse die hij de hele avond gehanteerd had werd immers gewoon doorgetrokken naar de kwestie Syrië: “Laat ze het onder elkaar maar uitvechten, en als ze alle twee in de koorden hangen dan kunnen ze misschien babbelen met elkaar!” mochten we onder andere noteren. Ook The Economist stelde onlangs dat een “mutually hurting stalemate”, naast change in leadership, een van de meest efficiënte manieren is om een burgeroorlog te beëindigen. Een vurig pleidooi tégen interventionisme dus en genoeg stof om over na te denken in stamcafé de Boom Boom.

en onderhouden door gemeenschappen. Ook daar zorgde niet de overheid, maar de concurrerende particulier voor innovatie in de vorm van bijvoorbeeld straatverlichting of wegverharding. Terwijl gezondheidszorg vroeger aan de vrije markt onderhevig was, is er vandaag een medisch monopolie van de staat. Dit betekent dat de staat definieert wat gezondheidszorg is en ook bepaalt wie geneeskunde kan uitoefenen. Gezondheidszorg geniet het wettelijk voorrecht van een publiek goed. De inspanning om in de vrije markt competitief te zijn, wordt bijgevolg overbodig. 57


Het medisch monopolie begon toen zogenaamde ‘medical gentlemen’ de opleiding tot geneesheer aan banden legden. Evans fulmineerde dat geneeskunde zo het privilege van een selecte groep werd, die er alles aan deed om het mystieke karakter van geneeskunde te bewaren. Deze evolutie werd versterkt doordat ook het adverteren voor geneesmiddelen in een aantal landen illegaal werd gemaakt, zodoende de informatie voor de consument te limiteren, waardoor er asymmetrische kosten verbonden zijn aan het verkrijgen van informatie. Momenteel berust alle gezondheidszorg nog steeds op nationale door de staat gedomineerde monopolies. Dat is onverantwoordelijk, zet niet aan tot ondernemerschap, zorgt voor gebrekkige informatie door zowel dokters als via geneesmiddelen. Geneesmiddelenmerken zijn immers niet overal toegelaten. Tim Evans hamerde op het herkennen van een brand en illustreerde dit door wild gezwaai met zijn iPhone. Een merk zorgt ervoor dat de klant op het product kan vertrouwen en de producent een reputatie met zijn product kan opbouwen. Met een vrije markt kan curatieve geneeskunde een nieuwe dimensie krijgen. Terwijl staten genezen interpreteren in de zin van helen nadat men ziek wordt, kunnen er privaat antwoorden gezocht worden naar het genezen voor men ziek wordt en misschien zelfs naar het eeuwige leven.

Hij sloot zijn betoog af door nog een misverstand uit de wereld te helpen met betrekking tot het onderscheid tussen marktfaling en ‘state failure’. Vandaag zegt men vaak dat gezondheidszorg faalt in landen zoals Amerika, ook al is er sprake van een private gezondheidszorg die volgens de principes van de vrije markt werkt. Nochtans is daar eigenlijk geen volledig vrije markt, en is de reden waarom gezondheidszorg dus niet naar behoren werkt niet bij de markt, maar wel bij de staat te vinden. Tim Evans deed ons in ieder geval nadenken over de vrije markt in een sector die door de overheid geclaimd wordt - vaak met desastreuze gevolgen.

Het inhalen van de schade op studentikoos vlak gebeurde tot slot op de streekbierenavond! 58


Dries Glorieux Bestuurslid LVSV Gent

Column In zijn opiniestuk van 19 oktober trekt Bart Eeckhout van de krant De Morgen van leer tegen wat hij identificeert als ‘rauw individualisme’. Basis voor zijn betoog? Volgens onderzoek uitgevoerd door Mark Elchardus, socioloog aan de VUB, is een grote groep Vlamingen ervoor gewonnen dat als er moet bespaard worden in de gezondheidszorg, dit het best kan gebeuren bij ouderen, terminaal zieken en mensen met een ongezonde levensstijl. Een kwalijke evolutie volgens Eeckhout die de zware woorden niet schuwt wanneer hij stelt dat dit doet blijken van een “vernauwde blik op burgerschap en samenleving” die nefast is voor het “wezen van solidariteit zelf”.

vragen bij stellen wordt dan gezien als een ‘vernauwde blik op burgerschap en samenleving’. De schijnbare oplossing hiervoor kan men ook lezen bij Eeckhout: “Wat deze samenleving wel ontbeert, is een beetje burgerschapspedagogie” en “we moeten niet alles op het onderwijs willen afwentelen, maar het zou geen kwaad kunnen mocht ook kennis van het begrip solidariteit in dat vak opgenomen worden” . Zijn visie op solidariteit is tevens behoorlijk statisch. Solidariteit krijgt een louter monetaire invulling terwijl er meer dan genoeg vormen van solidariteit bestaan die ten eerste geen geld behoeven en die ten tweede vrijwillig tussen personen onderling wordt gerealiseerd (zonder de staat als intermediaire In deze reactie zal ik wat dieper ingaan op de argu- actor). Het is al vaak gezegd maar ik zal het nogmaals menten en redeneringen die in het opiniestuk naar herhalen: het verplicht betalen van een bepaalde som voren komen en pogen aan de sociale zekerheid aan te tonen dat hij op een ontheft individuen niet van paar argumenten de bal een vrijwillige inzet voor misslaat. Een eerste opanderen, voortkomend merkelijk iets is de quasi uit een optimistisch automatische link die door mensbeeld en het gede auteur wordt gelegd loof dat een overheid tussen het concept ‘solidaniet de exacte situatie en riteit’ en het systeem van noden van elke hulpbede sociale zekerheid. De hoevende kan kennen. sociale zekerheid is nu net Er zullen inderdaad moeihet voorbeeld ‘par excellijke en scherpe keuzes lence’ van een systeem dat moeten gemaakt worden werkt door verplichte bijom de sociale zekerheid dragen van burgers ongebetaalbaar te houden, en acht of ze hiermee akkoord de zwaksten uitsluiten, zogaan of niet. Zelfs als de als Eeckhout zegt, is nooit samenleving zou bestaan een goed idee geweest uit een grote groep ‘rau. De discussie zal echter we individualisten’ zou de veel fundamenteler moesociale zekerheid kunnen ten gevoerd worden dan blijven functioneren. Tetot nu toe het geval is gegenover het verplichte kaweest. Bart Eeckhout gaat rakter van de sociale zekerheid staat het be- immers maar al te makkelijk voorbij aan de ontgrip solidariteit, een begrip dat steunt op een nuchterende conclusie waar we anno 2013 mee welbepaalde impliciete veronderstelling: vrijwillig- geconfronteerd worden: hoe is het mogelijk dat we, heid. Immers, als je een bijdrage verplicht maakt zal ondanks de verplichting om bij te dragen en de steeds je altijd mensen onderwerpen aan arbitraire normen groter wordende bedragen die we moeten bijdragen, en waarden die door anderen gesteld zijn. Je daar dan in deze onhoudbare situatie zijn terechtgekomen? 59


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Neohumanisme 2 by LVSV Gent - Issuu