BelgiĂŤ - Belgique PB - PP
LVSV
GENT EST
Liberaal Vlaams StudentenVerbond
BC 31407
1930
NEOHUMANISME
1e kwartaal 2013-2014 Afzendadres - Verantwoordelijke uitgever Dimitri Sonck Gravenplein 8, 1770 Liedekerke Afgiftekantoor Stapelplein Gent 4 edities per jaar P91 11 96
Neohumanisme, 77ste jaargang, academiejaar 2013-2014, 1e editie, Redactie: Timon Lesage, redactie@lvsvgent.be 1
INHOUD Visie 6 Meta-ethiek van de vrijheid Jonathan Peck 10 Kwaliteitsjournalistiek en haar
23 Lessen uit Lissabon Filip Batselé
48 Secundair onderwijs Niek Van Kerckvoorde
Verslagen
27 Quid N-VA? Philippe Baert
50 Verslag IHS summer course
toekomst
Timon Lesage
30 Bezwaren tegen anarchisme Stijn D’Hondt
15 Morele argumenten voor een
vrije markt
Dimitri Sonck
37 Anarchisme: de laatste stap? Maarten Wegge
20 Startup cities Rémy Bonnaffé
41 De vrije wil Pablo Tenret
Varia 3 Voorwoord 4 Editoriaal 35 Ereleden 19 Bestuur 5 Casinoavond 26 Blauwe bibliotheek 30 LVSV Gent zoekt sponsors!
REDACTIE Hoofdredacteur: Lay-out:
Timon Lesage Timon Lesage
Redactie:
LVSV 2
Filip Batselé Stijn D’Hondt Jonathan Peck Dimitri Sonck Fabrizio Terrière
GENT EST
1930
Dimitri Sonck Voorzitter LVSV Gent
Voorwoord Dimitri Sonck Jullie hebben het intussen waarschijnlijk al gemerkt: LVSV Gent krijgt vanaf dit academiejaar een volledig nieuw gezicht. Niet alleen is dit het jaar waarin een bijna volledig nieuwe generatie bestuursleden zich mag bewijzen, maar dit is ook het jaar waarin we LVSV Gent katapulteren naar de toekomst. We beginnen dit werkingsjaar dus met heel veel jonge mensen, nu de laatsten van de vorige generatie zich hebben begeven naar de onsterfelijke roem van de LVSV-geschiedenis. Ook voor mij persoonlijk lijkt het alsof ik onlangs pas het LVSV inrolde, maar toch sta ik hier nu. Na de fantastische ervaringen als Politiek Secretaris, stemt het me weemoedig nu al aan mijn laatste jaar in deze prachtige vereniging te moeten beginnen. Toch ben ik gelukkig en hoopvol, want dit piepjonge bestuur barst van ambitie ĂŠn talent. En het is een waar plezier om met zulke mensen te mogen samenwerken.
pronkstuk en onze aanwezigheid op Facebook in een stijlvol nieuw kleedje gestoken. Onze moderne huisstijl zal over de hele lijn worden doorgetrokken zodat LVSV Gent makkelijk herkenbaar wordt voor iedereen.Daarnaast werken we ook op andere vlakken aan vernieuwing. Zo willen we studentenactivisme naar een heel ander niveau tillen. Onze casinoavond ten voordele van de non-profit Liberty in North Korea is daar een mooi voorbeeld van. We hopen dat jullie allemaal met ons deze richting uit willen, en dat we jullie dus in grote getalen mogen verwachten op 11 oktober in de prachtige zalen van Club of Flanders! Natuurlijk kan dit jong geweld enkel door Gent razen omdat we voortbouwen op een mooie basis. Die fundamenten verliezen we dus absoluut niet uit het oog, integendeel: de trots van het LVSV, ons openingsdebat, zal op 1 oktober ongetwijfeld voor vuurwerk zorgen! Pin die datum dus maar vast.
De knappe koppen, die hebben we dus al. Maar ook Wij staan alvast te popelen om te beginnen de uitstraling van LVSV Gent kreeg een likje verf. aan een geslaagd werkingsjaar. Tot binnenkort! We hebben onze website omgetoverd tot een waar
3
Timon Lesage Hoofdredacteur LVSV Gent
Editoriaal Timon Lesage Opnieuw wenkt een nieuw academiejaar voor het LVSV Gent en haar sympathisanten, die weer kunnen rekenen op tal van activiteiten. De essentie van het LVSV zal ook door dit verjongd bestuur met enthousiasme uitgedragen worden: discussiëren en nadenken over alle mogelijke thema’s. En deze bespiegelingen zijn meer dan ooit nodig. Het liberalisme waar het LVSV voor staat dreigt namelijk een marginale ideologie te worden – in de publieke opinie vinden we vandaag slechts zeer weinig consequente voorvechters van de individuele vrijheid meer. En ook bij het grote publiek zijn er zorgwekkende tendensen waar te nemen – steeds meer en meer gaan mensen er mee akkoord dat de zaken collectivistisch aangepakt worden, dat het uitgangspunt niet langer het soeverein individu is. Blijkbaar hebben mensen het nodig om verknecht te worden. In “De Gebroeders Karamazov” laat Dostojevski Jezus zelf op aarde verschijnen, die meteen door een me-
Liefst nog wensen ze dat iedereen voor hetzelfde knielt, en ze zijn bereid hiervoor elkaar de kop in te slaan. De Kerk verschaft hen deze afgoden om voor te knielen: “Maar weet wel dat juist nu de mensen er meer dan ooit van overtuigd zijn dat ze volkomen vrij zijn en intussen hebben ze die vrijheid aan ons afgestaan, eerbiedig aan onze voeten gelegd.” Het verschaft ons tot op vandaag inzicht in een wereld waarin ik me maar moeilijk kan verplaatsen: één waarin mensen ziekelijk graag vrijheid uit handen geven, bang zijn voor de verantwoordelijkheid die er mee gepaard gaat. Het leidt tot een verontrustende reflex naar collectivisme. Het is ook tegen deze desinteresse, deze vrijwillige slavernij waartegen het LVSV moet strijden. Reden te meer dus om te blijven nadenken, om te blijven discussiëren. Het Neohumanisme zal ook in
“Liefst nog wensen ze dat iedereen voor hetzelfde knielt, en ze zijn bereid hiervoor elkaar de kop in te slaan.” nigte omstuwd wordt. Die massa wijkt echter uiteen als een kardinaal geïrriteerd tussenkomt en Jezus laat opsluiten. Woedend leest deze grootinquisiteur Jezus de les: waarom bemoeide hij zich nog, waarom intervenieerde hij nog? Volgens de grootinquisiteur van Sevilla had Jezus namelijk een veel te hoge dunk van de mens. Iedereen lief hebben, voor de volle 100% schuldig zijn en lijden voor de zonden van elke andere mens moest leiden tot de verheffing, tot de zaligmaking, de universele eenwording. Naïef, volgens de Grootinquisiteur. Het vereist van de mensen vrijheid, het nemen van verantwoordelijkheid, het maken van keuzes. Een verpletterende opdracht die ze niet aankunnen. Volgens de Grootinquisiteur, die hier de Kerk vertegenwoordigt, hebben de mensen het nodig om te knielen voor iets, om te sidderen van angst voor iemand die hun superieur is (een Leviathan?). 4
deze jaargang daartoe een instrument blijven. Ook deze editie telt weer tal van visieteksten die nadenken over de rol van het individu. Twee van deze teksten zijn de naschokken van onze discussieavond over anarchisme van vorig academiejaar, waar bleek dat Stijn en Maarten er sterk uiteenlopende meningen op nahouden. Verder onderzoekt bestuurslid Jonathan Peck de logica die achter ethiek schuilt, werkt onze voorzitter een aantal morele argumenten voor een vrije markt uit en leveren ook anderen sterke teksten af. Op de cover van Neohumanisme 1 staat een jonge Turkse activist die een boek voorleest aan de oproerpolitie – een krachtig beeld, die de wens naar vrijheid uitdrukt. Het LVSV strijdt mee, hopelijk ook met uw hulp. Het bestuur zal er alvast alles aan doen – getuige hiervan is alvast het werk van de redactie om u opnieuw een hoogstaand Neo’tje te bezorgen!
LVSV Gent presents: Casinoavond t.v.v. LiNK! Vrijdag elf oktober organiseert het LVSV een casinoavond met receptie ten voordele van Liberty in North Korea (LiNK). LiNK is een beweging die zich bekommert om het lot van de Noord-Koreanen. De focus wordt verplaatst van het verbaal gekletter op het hoogste politieke niveau naar het lijden van de doorsnee Koreaan, die vastzit in een achtergestelde en repressieve samenleving. Het zijn die mensen die LiNK het land helpt ontvluchten en begeleidt in hun nieuw leven, vaak in de USA of Zuid-Korea. Onder meer Joseph Kim ontsnapte zo op zijn zestiende naar China en later met hulp van LiNK naar de USA, waar hij een nieuw bestaan kon opbouwen. Vandaag studeert Joseph Kim verder en sprak hij op TED Global 2013. Het is maar een van de vele verhalen die het werk van LiNK bevattelijk maken: mensen redden, in de hoop dat deze gelukkigen ooit Noord Korea zelf kunnen veranderen. En u kan deel uitmaken van die verandering. Daarom willen wij u graag uitnodigen op onze benefietavond, die doorgaat op 11 oktober vanaf 20u in de Club of Flanders in Gent. U betaalt 22 euro als inschrijvingsgeld, vergezeld door een receptie met hapjes en drankjes.
Daarnaast kan u ook een donatie maken ten voordele van LiNK samen met uw inschrijving of op de avond zelf. U ontvangt gratis een aantal chips om mee te spelen. Deze dienen dus niet als inzet, en iedereen krijgt hetzelfde aantal ongeacht of u een donatie maakt of niet. Er zijn geen geldprijzen te winnen, maar u kan op het einde van de avond met uw gewonnen gratis chips bieden op een aantal mooie prijzen. U kan zich inschrijven door te mailen naar secretariaat@lvsvgent.be. Wanneer u de overschrijving van €22 met vermelding van uw naam en ‘casinoavond’ heeft gemaakt op het rekeningnummer BE22 0013 4843 0847, is uw inschrijving bevestigd. Ook indien u niet aanwezig kan zijn, kan u ons toch nog steunen door middel van een vrije gift op ditzelfde rekeningnummer. Indien u ons zou willen sponsoren met uw bedrijf, aarzel dan niet contact met ons op te nemen. Help ons en via ons LiNK om één mens te redden, die misschien ooit zijn land helpt te bevrijden en op te bouwen. Want voor elke Noord-Koreaan die LiNK redt, leven er nog steeds tienduizenden in armoede en angst.
5
Jonathan Peck Webmaster LVSV Gent
Visie
Meta-ethiek van de vrijheid Jonathan Peck
In dit artikel onderzoekt Jonathan of een algemeen geldende ethiek überhaupt wel mogelijk is. Vervolgens worden de implicaties van een dergelijke denktrant nagegaan.
Ah, Love! could thou and I with Fate conspire To grasp this sorry Scheme of Things entire! Would not we shatter it to bits - and then Re-mould it nearer to the Heart’s Desire!
(Edward Fitgerald, The Rubaiyat)
Er is een fundamentele dichotomie die de menselijke geest continu kwelt: het verschil tussen hoe de wereld is en hoe de wereld zou moeten zijn. Dit probleem komt niet uit de lucht gevallen; het is het gevolg van het feit dat we op basis van onze percepties van de realiteit mettertijd een levensdoel ontwikkelen, dat aanleiding geeft tot die normatieve visie op de werkelijkheid. Ons levensdoel is immers per definitie iets wat we willen bereiken (veelal koste wat kost), en dus hebben we een raamwerk nodig waarin dit doel ook effectief bereikt kan worden. Bijgevolg wordt het een missie (voor sommigen misschien zelfs een ware kruistocht) om de realiteit te forceren in dit paradigma dat wij ethiek zijn komen te noemen. Ethiek is volgens mij niets anders dan een soort Kuhniaans paradigma dat aan de basis ligt van een persoonlijke teleologie die essentieel is voor het menselijk geluk. Dit idee heeft een aantal belangrijke implicaties die ik hoop te verkennen in dit artikel. Ethiek als noodzakelijk irrationeel
6
Een van de belangrijkste punten die ik wil maken in deze tekst, is de notie dat ethiek fundamenteel irrationeel is. Daartoe moge het allereerst duidelijk zijn dat mensen geen inherent rationele wezens zijn: rationaliteit is mijns inziens een gevolg van opvoeding, niet van spontane ontwikkeling. Het is een gedragscode gestoeld op het axioma dat we altijd moeten handelen naar wat (speltheoretisch) het beste is voor onze overlevingskansen. Nu is het volgens mij evident dat dit niet is hoe mensen in de praktijk werken: wij zijn heel de tijd irrationeel in meer of mindere mate, ongeacht onze opvoeding, en doen vaak genoeg stomme dingen die uiteindelijk een negatieve impact op ons leven hebben, ook al was die uitkomst perfect te voorspellen. Vervolgens observeer ik dat niets ons dwingt een rationele levenswijze te adopteren. Het paradigma dat we komen te accepteren, is het natuurlijk product van een combinatie tussen opvoeding en eigen ondervinding. Hierdoor kan geen enkel rationeel argument irrationele mensen ertoe verplichten rede te gehoorzamen, omdat zij er simpelweg voor gekozen hebben er niet naar te luisteren. Het enige wat dus een irrationeel persoon rationeel kan maken (en omgekeerd), is hun eigen vrije keuze gebaseerd op subjectieve evaluaties van voor- en nadelen. Men kan uiteraard heel veel praktische voorbeelden geven van de manier waarop de rede onze levenskwaliteit verhoogd heeft (en ik zal één van de laatste person-
Jonathan Peck Webmaster LVSV Gent
en zijn om dit nut te ontkennen), maar dergelijke argumenten zijn cirkelredeneringen: men tracht via rationele discussie aan te tonen dat de rede correct is, waarbij dus reeds verondersteld wordt dat zulke argumenten steek houden. Er kan geen strikt rationele onderbouwing zijn voor rationeel gedrag, omdat men de rede al moet geaccepteerd hebben om overtuigd te kunnen worden door die argumenten (de gelijkenissen met religieus geloof zijn treffend). Het maakt dus niet uit of wij onze ethiek al dan niet rationeel ontwikkelen, het feit volgt nu dat ons levensdoel nooit een rationele basis kan hebben. Voor een rationeel doel zal er immers altijd een achterliggende irrationele verklaring zijn waarom we net die keuze gemaakt hebben. Dit argument heeft veel bredere implicaties dan slechts de meta-ethische die ik hier bespreek, maar daar ga ik nu niet dieper op in. Incommensurabiliteit van ethische systemen We geven niet allemaal dezelfde betekenis aan onze percepties: wat voor één iemand van cruciaal belang is in het leven, is voor een ander volslagen irrelevant. Dit punt is misschien enorm triviaal voor iedereen met een beetje mensenkennis, maar het meta-ethisch belang ervan mag volgens mij niet onderschat worden. De conclusie die ik eruit trek, is namelijk dat alle ethische systemen incommensurabel zijn, d.w.z. dat ze niet met elkaar vergeleken kunnen worden op zo’n manier dat men objectief kan beslissen welk systeem beter is. We baseren onze ethiek immers noodzakelijkerwijs op concep-
ten die we belangrijk achten, en onze redenen daartoe zijn (zoals hierboven aangetoond) uiteindelijk irrationeel. Dat ����������������������������������� ethiek gebouwd wordt op subjectieve funderingen impliceert dat we het vergelijken van ethische systemen analoog kunnen stellen aan het vergelijken van, bijvoorbeeld, favoriete kleuren. Is oranje een betere favoriete kleur dan groen? Is abortus goed of slecht?Deze vragen hebben gemeenschappelijk dat hun antwoord steevast vertrouwt op wat wij persoonlijk belangrijk vinden in het leven, hetgeen neerkomt op een zuiver subjectieve voorkeur zonder inherente rationele of dwingende verklaring. Zij die bijvoorbeeld proabortus zijn, halen meestal aan dat elk menselijk wezen (en hier dus specifiek de vrouw) volledige controle zou moeten hebben over zijn of haar eigen lichaam; de tegenstanders van abortus geven over het algemeen prioriteit aan het leven van het ongeboren kind. Welk standpunt men verkiest, hangt enkel en alleen af van wat men zelf het belangrijkste vindt, want de verklaring is uiteindelijk irrationeel. Er is geen universeel geldige, dwingende rationele reden waarom één bepaald standpunt superieur is, en dit gaat volgens mij op voor ieder ethisch probleem. ������������� Deze redenering zou iedereen in feite in staat stellen eender welk ethisch debat kort te sluiten door eenvoudigweg te zeggen dat de positie van de tegenstander slechts zijn of haar opinie is en dus niet belangrijk. In de praktijk zullen mensen dit echter niet
“Alle ethische systemen zijn incommensurabel d.w.z. dat ze niet met elkaar vergeleken kunnen worden op zo’n manier dat men objectief kan beslissen welk systeem beter is.” 7
Jonathan Peck Webmaster LVSV Gent
vaak doen (althans niet met zo weinig woorden), omdat de paradigma’s die we aanwenden om schijnbaar correcte punten te maken, vrij vaak overlappen. Er is voldoende consensus over een brede waaier aan logische concepten om zinvolle discussie mogelijk te maken met een aanzienlijk aantal mensen, ondanks het feit dat hun ethiek incommensurabel is en dus fundamenteel een kwestie van persoonlijke voorkeur. Dat de fundamenten subjectief zijn, hoeft niet in te houden dat er niet objectief gediscussieerd kan worden over de implicaties ervan in de context van het gepaste paradigma. Ethiek in crisis Men zou de psychologische piste verder kunnen verkennen om tot een mogelijke verklaring te komen waarom mensen zich vaak persoonlijk aangevallen schijnen te voelen indien anderen zich niet houden aan hun ethiek. Doordat ons ethisch paradigma tot stand komt via subjectieve evaluaties van concepten die een persoonlijk belang dragen, wordt het uiteindelijk product eveneens van persoonlijk belang. Een vermeende “aanval” op onze eigen ethiek ziet men dus als een aanval op onze hoogsteigen persoon, op alles wat we dierbaar vinden. Tenminste, dat is mijn
Het is duidelijk dat deze problemen alleen maar gevonden en opgelost kunnen worden door praktische toepassing van onze morele code op het dagelijkse leven. Op die manier belanden we in een potentiële morele crisis: de praktijk kan aantonen dat de code onvolledig, onhandig of beide is. Hier zijn hoofdzakelijk twee mogelijke reacties op: we kunnen ontkennen dat de crisis bestaat of we kunnen proberen onze code aan te passen. De eerste optie leidt tot een cognitieve dissonantie, een psychologisch concept vergelijkbaar met doublethink uit Orwells Nineteen Eighty-Four. De tweede optie is meestal heel intimiderend vermits de persoon in morele crisis geen betrouwbare ethische leidraad meer heeft en dus genoodzaakt is nogal te “tasten in het duister”. Dit kan aanleiding geven tot een veel zwaardere existentiële crisis, als blijkt dat het levensdoel op zich niet met de praktijk verzoenbaar is. De nietigverklaring van hun levensdoel kan velen ertoe brengen zelfmoord te plegen of op zijn minst in een depressie te verzakken, omdat ze geen plausibel idee meer hebben over hoe de wereld zou moeten zijn en wat hun plaats erin is. De enige manier om een existentiële crisis op te lossen, is door een nieuw levensdoel te verzinnen. Aangezien dit doel de ba-
“De fundamentele irrationaliteit van ethiek stelt ons in staat eender welk willekeurig excuus te gebruiken als geldige verantwoording voor ons gedrag, en de incommensurabiliteit zorgt ervoor dat we nooit moeten luisteren naar andermans argumenten.” hypothese. Het doet de vraag rijzen hoe mensen omgaan met contradicties of crises in hun paradigma’s. Het ethisch systeem dat wij voor onszelf opstellen, botst noodzakelijkerwijs met twee epistemologische problemen:
sis was voor heel het ethisch systeem, komt hierdoor een grote paradigmaverschuiving tot stand die een incommensurabele nieuwe morele code zal creëren. Ik denk dat we veilig mogen stellen dat mensen die existentiële crises overleven, “veranderd” zijn in de zin dat ze de wereld niet langer op dezelfde manier bekijken. De ervaring is wellicht analoog aan 1. Onvolledigheid: we kunnen niet op voorhand een Aristotelische katharsis, daar het gehele (ethisalle nodige regels weten voor het bereiken che) wereldbeeld omvergeworpen en vervangen is. van ons levensdoel; 2. onhandigheid: er kunnen uitzonderingen op Libertinisme de regels bestaan, of de regels kunnen onmogelijk te volgen zijn. Al het voorgaande brengt een filosofie tot stand die men libertinisme noemt. Deze ideologie kunnen we
8
Jonathan Peck Webmaster LVSV Gent
zien als libertarisme zonder het non-agressieprincipe: het individu bezit absolute vrijheid die geen enkele begrenzing kent op de wetten van de natuur na. In de praktijk zijn we allemaal libertijnen: we hebben allen de capaciteit te doen wat we willen zover de natuurwetten dit toestaan (wetten die we ook kunnen manipuleren om elkaars vrijheid in te perken). De fundamentele irrationaliteit van ethiek stelt ons in staat eender welk willekeurig excuus te gebruiken als geldige verantwoording voor ons gedrag, en de incommensurabiliteit zorgt ervoor dat we nooit moeten luisteren naar andermans argumenten. Samen vormen deze conclusies mijns inziens tegelijk onze grootste vloek en onze grootste zegen: we zijn meesters van ons eigen leven, enkel ondergeschikt aan het universum zelf, maar tegelijk in staat ons meester te maken van het leven van anderen of bepaalde aspecten daarvan.
moesten beschermen tegen vernietiging en anderzijds konden koesteren op onze eigen manier? Als het nooit werd bedreigd, dan zou het een banaal goed zijn zoals in Brave New World. Als we het niet konden beleven op onze eigen manier, dan zouden we er nooit plezier of persoonlijke voldoening uit kunnen halen (tenminste, niet zonder het plezier van een ander ervoor op te offeren). Bij deze wil ik mijn eigen versie geven van een citaat van Henri Bergson: «On pourrait dire que tout philosophe a deux philosophies, la sienne et celle du libertinage.» We bezitten allemaal de libertijnse absolute vrijheid, maar we hebben allemaal persoonlijke, irrationele, incommensurabele filosofieën die bepalen hoe wij vinden dat die vrijheid aangewend dient te worden. We kunnen discussiëren en debatteren met elkaar zoveel we willen over onze ethische
“De absolute vrijheid die wij bezitten is een conditio sine qua non voor een betekenisvol bestaan.” Ik ben ervan overtuigd dat, zelfs rekening houdend met de grote misdaden van het verleden (en heden), deze absolute vrijheid die wij bezitten een echte sine qua non is voor een betekenisvol bestaan. Welke waarde zou het leven immers hebben als het niet iets was wat we enerzijds
standpunten, maar totale consensus zal er nooit zijn. De mensheid zal volgens mij nooit onder één filosofische banner verenigd staan, precies omdat het al lemaal uiteindelijk neerkomt op wat het individu wil, niet wat de rest wil. Dat is mijn paradigma, tenminste.
Drankcenter LDW is al enkele jaren LVSV-sponsor en heeft ons dan ook al vele onvergetelijke avonden bezorgd met haar uitgebreid bierenaanbod - denk maar aan de streekbierenavond! Onze vereniging kan LDW dan ook ten zeerste aanprijzen als partner voor al uw feestmateriaal en drankaankopen. 9
Timon Lesage Hoofdredacteur LVSV Gent
Visie
Kwaliteitsjournalistiek en haar toekomst Timon Lesage
Waarin de auteur enkele belangrijke problemen ziet met wat het hoogstaand mediaaanbod zou moeten zijn.
Voor de laatste der Mohikanen die zijn informatie nog uitsluitend uit onze vaderlandse media haalt, zijn het voorwaar barre tijden. Van de uitvoerige berichtgeving over de nieuwe krasloten met Astrid Bryan tot ijsbeertjes in de zoo, er mag meer verwacht worden van pakweg De Standaard Online. Kritiek op kwaliteitskranten is niet nieuw. Vaak gaat die echter over een vermoede politieke kleur, eerder dan over de recente verbijstering over emo-verhaaltjes en irrelevante thema’s. Als masterstudent journalistiek ben ik vanzelfsprekend niet doof voor het gemor in mijn omgeving en heb ik ook zelf bedenkingen bij de richting die onze kwaliteitspers uitgaat. Een analyse van de vraag- en aanbodzijde van het hoogverheven en
verschillende titels tot een vijftal gereduceerd hebben is hier geen plaats. Toch is de uitkomst van dit proces de moeite waard, om zo beter te begrijpen waarom wie met wie samenwerkt. Tot enkele maanden geleden deelden drie grote mediagroepen de lakens uit. Concentra, het vroegere RUG (Regionale Uitgeversmaatschappij), bundelde verschillende regionale kranten (Het Belang van Limburg, Gazet van Antwerpen), naast ook audiovisuele participaties en nevenactiviteiten (TV Limburg en de zender Acht). De niet leefbare schaal waarop Concentra opereerde dreef hen echter in de armen van Corelio in wat de allerlaatste consolideringsoperatie is in het Vlaamse medialandschap – er bestaan dan ook simpelweg
efemere ideaal dat kwaliteitsjournalistiek is dringt zich op. Daartoe beschouwen we eerst kort de structureel-economische aspecten ergo de eigendomsstructuren van ons huidig medialandschap, daarna beschouwen we die mediaproducten die kwaliteit claimen, waarna we een kritische evaluatie maken m.b.t. de toekomst.
slechts twee mediagroepen meer. Enerzijds het nieuwbakken Mediahuis, de resultante van de samenwerking tussen Corelio en Concentra die in de marge van de berichtgeving hierrond echter al snel werd gezien voor wat het is: een verkapte overname door Corelio, eerder dan een bundeling van de krachten. Corelio is hoe dan ook het zwaargewicht in de nieuwe groep. In 1976 onder impuls van André Leysen opgericht als VUM (Vlaamse Uitgeversmaatschappij) uit de as van de ter ziele gegane De Standaard-groep, is Corelio uitgegroeid tot een nationale speler. Onder meer De Standaard, Het Nieuwsblad/De Gentenaar,
“Een analyse van de vraag- en aanbodzijde van het hoogverheven en efemere ideaal dat kwaliteitsjournalistiek is dringt zich op.”
Structuur van het Vlaamse medialandschap Over de uitvoerige consolideringsbewegingen en concentratiegolven die het aanbod van tientallen 10
Timon Lesage Hoofdredacteur LVSV Gent
recent verkochte belangen in de Waalse pers en verschillende audiovisuele initiatieven zitten in het omvangrijke aanbod. Het participeert o.a. voor 1/3 in De Vijver (holding boven Humo, Vier, Vijf, Woestijnvis..) en kende tot enkele jaren geleden een fel bekritiseerde samenwerking met VRT via de reclameregie van onze publiek omroep – de VAR (Vlaams Audiovisuele Regie), nu dus stopgezet. Deze aanwezigheid op alle vlakken waar informatie verkocht wordt brengt hen geregeld in botsing met die andere speler in het nu polaire medialandschap: het (bescheiden) media-imperium van de Van Thillos (foto: Christian van Thillo). De Persgroep omvat De Morgen, De Tijd (samen met Waalse zusterkrant L’Echo in Mediafin, een 50/50 joint venture van De Persgroep en het Waalse mediazwaargewicht Rossel), Het Laatste Nieuws, een belangrijk deel van de Nederlandse dagbladmarkt, is voor de helft eigenaar van de VMMa (de holding die VTM, JIM, 2BE en Vitaya overkoepelt en waarvan de aandeelhoudersstructuur door de uitstap sinds 1987 van zowat alle dagen weekbladen gereduceerd werd tot Roularta en De Persgroep) en bezit ook Dag Allemaal, Joepie en
ken: De Morgen, De Standaard en De Tijd. Interessant is het om op te merken dat De Morgen en De Tijd, van oorsprong respectievelijk een (militant) socialistisch blad en een neutraal blad, nu in één groep zitten en dan ook samenwerken voor financiële informatie (overigens ook een lucratieve business). Deze kranten bieden hun content, gesmeed in de hoofden van haar menselijk kapitaal, nog steeds voornamelijk fysiek aan. Enkel De Tijd/L’Echo heeft 1/3 van zijn klanten digitaal weten te krijgen. En dit aanbod is soms van bedenkelijk niveau. De Tijd geniet een zeer sterke reputatie en is vandaag zeer winstgevend maar haar focus op financieel-economisch nieuws laat een lacune na waar DS en DM niet in springen. De Morgen kan haar socialistische verleden (ondanks verschillende faillissementen en incarnaties in de jaren 80-90 een rechtstreekse erfgenaam van het militante blad Vooruit) slechts moeilijk van zich af schudden en serveert soms plat populisme (hierbij is er trouwens een sterke correlatie die naar causaliteit neigt met de aanwezigheid van een zekere Yves Desmet). Ook De
verschillende radiozenders waaronder Joe FM en QMusic.
Standaard levert elke dag een krant op waar ik wel graag doorblader maar uiteindelijk niet aan de standaarden voldoet die ik elders zie. Vaak wordt de fond van de kwestie slechts rakelings aangeraakt, scheert men erlangs op weg naar de soms nietszeggende actualiteit. Een dagblad verwijten zich met de waan van de dag bezig te houden is misschien wat vreemd, maar toch zie ik nog veel meer mogelijkheid tot diepgang
Stand van zaken - kwaliteit in Vlaanderen Na deze vogelvlucht destilleren we uit dit alles drie kranten van enig journalistiek allooi, die op een goeie dag wel eens aan kwaliteitsjournalistiek doen den-
11
Timon Lesage Hoofdredacteur LVSV Gent
in de berichtgeving van DS. De media moet een raam op de samenleving zijn, waaruit ze haar impulsen en wensen krijgt. Het is echter maar de vraag of de media een afspiegeling zijn van de samenleving of vice versa. In mijn opinie is de balans vervaarlijk aan het overhellen, turen de mediabonzen door het troebele glas en ontwaren ze ten onrechte bij het hele publiek een brandende interesse naar de scheiding van Astrid Bryan en de vestimentaire keuzes van Michelle Obama. Digitaal is de situatie nog veel ernstiger waar samenwerkingen DM-HLN en DS-Het Nieuwsblad leiden tot redacties die ons pogen te boeien met filmpjes over Justin Bieber, waggelende ijsbeertjes en het recycleren van ‘hilarische’ YouTube-compilaties. Hoewel ik niet wil vervallen in het anekdotische
de Vlaamse media, één die hen meesleurt richting het onvermijdelijke: online content. De toekomst voor gelijk welke krant en dus ook voor kwaliteitsjournalistiek ligt volgens mij online. De Vlaamse pers kent echter een zeer ambigue relatie m.b.t. de digitalisering van het nieuwsaanbod. De Vlaamse (en Nederlandse) dagbladmarkt houdt relatief (t.a.v. buurlanden of over de plas) goed stand, maar ook hier dalen de krantenoplages (sinds 2000 met 200.000 alleen al) en staan de klassieke inkomstenstructuren onder druk. Nog niet genoeg echter om de overstap te maken. Het dralen van de kranten om een volwaardig online aanbod te verzorgen dateert al van de beginjaren van online nieuws. De eerste digitale nieuwssites
hoor ik rond mij meer en meer frustraties over dit soms ondermaatse aanbod. Er wordt soms terecht en soms onterecht verwezen naar het groene gras aan de overkant, maar over het algemeen constateer ik een bloedarmoede in het aanbod van kwaliteitsvolle content, een aanbod die de vraag niet meer vervult. Dus: wat kan beter? Is er een markt voor onderzoeks- en kwaliteitsjournalistiek en zoja, houdt die stand in een zich digitaliserende omgeving?
waren replica’s van de papieren krant. Volledig gratis en weinig aantrekkelijk voor adverteerders werden ze lang genegeerd. Het heeft ervoor gezorgd dat de klassieke spelers op snelheid gepakt zijn door nieuwe initiatieven: in het buitenland bv. is The Huffington Post, volledig online, ondertussen een ijzersterk merk en biedt het via samenwerkingsakkoorden in een resem landen nieuws aan. Het is net als het ook succesvolle Business Insider een zgn. aggregator, het bundelt content die voornamelijk van andere kranten komt. Ook Buzzfeed past deze tactiek toe en gaat een stapje verder: honderden journalisten focussen daar op het amalgaam dat de nieuwe nieuwsconsumptie is: beschouwingen over het rechtssysteem afgewisseld met kattenvideo’s en foto’s van huisdieren. Met tientallen miljoenen gebruikers zijn dit soort sites in toenemende mate de primaire informatiebron voor vele social networkers. Deze wake-up call, samen met de limieten aan de schaalvergrotingen, synergieën en besparingsrondes m.b.t. het klassieke papieren product , dwongen ook onze traditionele kranten tot het opnieuw onder de loep nemen van hun digitale bastaardkind. De kwaliteitskranten, die extra hard worden getroffen door de abonnementsachteruitgang (waarvan ze sterker afhankelijk zijn door een kleinere proportie van de losse verkoop in
“Er wordt soms terecht en soms onterecht verwezen naar het groene gras aan de overkant, maar over het algemeen constateer ik een bloedarmoede in het aanbod van kwaliteitsvolle content, een vraag niet meer vervult.”
Mogelijkheden Het is daarbij belangrijk om eerst de realiteitszin achter de eisen en klachten in de vorige paragraaf te onderzoeken: bestaat er wel een markt voor moeizaam samengestelde, soms moeilijk verteerbare journalistiek in dit land(sdeel)? Het is mijn volste overtuiging van wel. Hoewel de kwaliteitskranten in de ons omliggende landen (Le Monde, Le Figaro, The Telegraph, Financial Times, NRC Handelsblad, Frankfurter Allgemeine Zeitung, …) natuurlijk een groter doelpubliek hebben, ben ik er van overtuigd dat ook in Vlaanderen een markt is voor serieuze journalistiek. Onder meer Apache toont aan dat er vraag is naar content die onder het oppervlakte duikt. Deze nieuwssite geeft ook de marsrichting aan voor 12
Timon Lesage Hoofdredacteur LVSV Gent
hun totale verkoop) worden genoopt tot paywalls. De introductie van DS Avond betekent dat een deel van DS Online achter slot en grendel gaat, de toegangssleutel verkrijgt men pas na het financieel over de brug komen. De Tijd is al langer zowat volledig digitaal. Het convergeert met de evoluties in het buitenland, waar men zoals gewoonlijk een stapje verder staat. Ruport Murdoch, de laatste mediatycoon, was eerst voorstander van een volledig gratis online aanbod. Zoals wel vaker gebeurt zijn de bekeerlingen echter de meest rabiate voorstanders van wat ooit hun schrikbeeld was: een betalende, online site. Onder meer de New York Times heeft een volledig betalend aanbod. In de Panorama-uitzending “Stop de persen” (05/09) wordt de mate aangetoond waarin men in het buitenland al volop doordrongen is van dit nieuwe businessmodel: waarvoor willen mijn klanten online betalen en hoe verloopt vervolgens het recycleren/transformeren van de klassieke journalistieke praktijken om dit nieuwe digitale, betalende aanbod te creëren? De zoektocht naar digitale abonnees is echter, zoals Peter Vandermeersch (jarenlang algemeen hoofdredacteur bij Corelio en nu bij NRC Handelsblad) het prozaïsch verwoordt, als de “slager die vijftien jaar zijn biefstuk gratis aanbood en
er nu geld voor vraagt”. Toch zal de paradigm shift zich ook in Vlaanderen moeten voltrekken -als het regent in het buitenland, druppelt het in Brussel-. Voor kwaliteitscontent zal in toenemende mate moeten betaald worden, wat de sector de ademruimte zal geven om opnieuw aan journalistiek te gaan doen. De antipode van deze evolutie is trouwens het gratis model van The Guardian. Met vierhonderd online journalisten kiest het voluit de vlucht vooruit. De focus op gratis onderzoeksjournalistiek (NewsoftheWorld-afluisterschandaal, Bradley Manning, Snowden..) heeft haar een ijzersterke reputatie en een diep rood kleurende resultatenrekening opgeleverd. De cashreserves worden er in ijltempo doorgejaagd. De toenemende shift naar een betalend businessmodel kan dus niet uitblijven. Hoewel ook ondergetekende graag door een krant bladert, verrast wordt en zijn krant als metgezel beschouwt (wat Karin Raeymaeckers de “socius-functie” noemt) is de papieren krant zoals die nu bestaat ten dode opgeschreven. Ondanks de hopelijk niet noodlottige zelfingenomenheid en verkeerde perceptie van de Vlaamse mediabonzen m.b.t. de positie van de papieren krant in haar pro-
Het favoriete plekje van elke boekenliefhebber bevindt zich op de Kouter 113 in Gent en op het Ladeuzeplein 12 in Leuven!
13
Timon Lesage Hoofdredacteur LVSV Gent
ductlevenscyclus die duidelijk naar voren kwam in de Panorama reportage, ondanks de status van de Lage Landen als het al bij al moedig stand houdende dorp uit Asterix en Obelix tegen de Romeinse digitaliseringsgolf die hen overspoelt, moeten we willens nillens digitaal. De Amerikaanse keldering in de klassieke kranten van de circulatie (40%) en tewerkgestelde journalisten (33%) zal ook hier navolging krijgen. Er is dus potentie voor de digitale krant, maar ze zal eerst enkele hordes moeten nemen. Naar een combinatie van het oude en het nieuwe Voorlopig werken veel van de nieuwe initiatieven als buzzfeed nl. op een ‘starve the losers’ mentaliteit: wat populair is wordt razendsnel opgepikt en
als het moeizame proces van de productie van een papieren krant, met alle erbij horende kosten wegvalt. Concreet zie ik voor kwaliteitsjournalistiek twee mogelijkheden. Een eerste optie zijn nieuwe intiatieven. Het al eerder vernoemde Apache houdt zich staande en ook Médiapart, een Franse online nieuwssite, speelt een rol in de Franse publieke opinie met haar onderzoeksjournalistiek. Dergelijke projecten kunnen gesteund worden door de Britse non-profit organisatie Centre for Investigative Journalism (CIJ), die journalisten de theorie en methodologie van onderzoeksjournalistiek bijbrengt. Deze organisatie stond ook aan de wieg van The Bureau of Investigative Journalism, opnieuw een non-profit nieuwsorganisatie. Ook ProPublica functioneert op min of
Deze combinatie moét leiden tot een online initiatief dat de fakkel overneemt van de ernstige kranten. naar de top van de site gepusht, de doodsteek voor elk journalistiek hoogdrempelig stuk. Hierboven is echter voldoende beargumenteerd dat er een markt is voor kwaliteitsjournalistiek, een markt die m.i. aangeboord kan worden indien de mogelijkheden van dit soort technieken wordt ingezien. Een focus op wat gelezen wordt en wat niet hoéft niet populariserend en vulgariserend te zijn. Integendeel: dit soort technologie kan er net voor zorgen dat er een shift gebeurt van wat DS online vandaag is, een poging om het meeste clicks binnen te halen door de laagste gemene deler aan te spreken, naar een site die veel gerichter te werk gaat. Het kan leiden tot een aantrekkelijker, gepersonaliseerd aanbod, een gerichte advertentie en zo een boost geven aan de twee klassieke pijlers in de inkomstenstructuur. Dit, in combinatie met de traditionele rol van een journalist als gatekeeper die probeert de overvloed aan informatie te filteren voor zijn publiek (of zoals Peter Vandermeersch het nogal paternalistisch verwoordt: “wat een lezer moet weten, niet wat hij wil weten”) biedt perspectieven voor onderzoeksjournalistiek, zeker 14
meer dezelfde wijze (beide claimen ‘onderzoeksjournalistiek in het algemene belang’ en verkopen hun teksten aan andere mediaspelers of stellen die beschikbaar aan hun partners). Het toont aan dat mijn betoog niet blind optimistisch is of uitgaat van een te hoopvol technologisch determinisme; het internet kan een uitweg bieden aan “long-form journalism” of “investigative journalism”. Een tweede weg die in deze nieuwe context bewandeld kan worden is een comeback van de oude garde, waarbij kranten hun online product serieuzer nemen. De combinatie van een markt voor gedegen content en het aanwenden van de nieuwe digitale mogelijkheden moét leiden tot een online initiatief dat, bevrijd van distributie- en drukkerskosten, de fakkel overneemt van de ernstige kranten. Het kan. Het moet. (Opmerking: het meeste van het hier aangehaalde kan niet getraceerd worden tot een bepaalde bron. Mijn interesse voor alles wat het journalistieke proces te maken heeft, gecombineerd met mijn studies, leverde de grondstof voor dit artikel.)
Dimitri Sonck Voorzitter LVSV Gent
Visie
De vrije markt zonder masker Dimitri Sonck
Vaak wordt de vrije markt voorgesteld als onpersoonlijk en hardvochtig. In deze visietekst wordt uitgelegd welke interpersoonlijke relaties achter de vrije markt schuilen en waarom deze niet inhumaan hoeven te zijn (en integendeel zelfs het fundament vormen van menselijke interactie). De vrije markt zonder masker De hedendaagse Westerse wereld leeft in een gemengde markteconomie. Het grootste deel van de politieke leiders zal inderdaad niet ontkennen dat de markt een gezonde basis is om een economie op te baseren. Maar volgens hen is de markt op zichzelf niet voldoende. Als we de burgers aan hun lot overlaten in een jungle van genadeloos en ongebreideld kapitalisme, klinkt het, zal het sociale aspect van de samenleving onverbiddelijk weggevaagd worden. Daarom moet de overheid tussenkomen. Om de zwaksten te beschermen. Om uitbuiting een halt toe te roepen. Kortom: om het kapitalisme een menselijk gezicht te geven. Maar is dat echt nodig? Is het echt zo dat de sociale relaties tussen mensen in een vrije markt noodzakelijkerwijze afbrokkelen? De markt en moraliteit
meest onaangename, hebzuchtige persoon een productief lid van de samenleving kan worden: de enige manier om zich te verrijken is door meerwaarde te creëren voor de mensen rondom hem. Het diepgewortelde wantrouwen jegens de vrije markt spruit voort uit die vaststelling. De positieve incentivestructuur wordt overschaduwd door het visioen van een kille, vijandige samenleving, waar mensen enkel uit zijn op geld in een mallemolen van hebzucht en onverschilligheid. De markt breekt dus diepgaande sociale relaties af, waarbij mensen niet meer “goed” handelen omwille van de morele waarde van die handeling, maar omdat het hen persoonlijk voordeel oplevert. Vele mensen uiten om die reden morele bezwaren tegen de ongehinderde vrije markt. Dat ligt aan de opvatting over moraliteit die sceptici erop nahouden. Goed handelen kan volgens velen enkel echt waardevol zijn als men dit doet uit een plichtsbesef van wat het goede is. Wanneer identiek dezelfde handeling zou voorgeschreven worden, niet door plichtsbesef, maar door de voordelige uitkomst van diegene die handelt, verliest die handeling een groot deel van haar waarde. Ze is als het ware besmeurd met het stinkende slijm van het egoïsme en bijgevolg waardeloos.
Iedereen kent het klassieke argument voor de markteconomie, ontwikkeld door de Schotse filosoof Adam Smith. Individuen die optreden in de markt voor hun weloverwogen eigenbelang, dienen onrechtstreeks – en meestal onbedoeld – de belangen van ontelbare anderen rondom hen. In een markteconomie biedt Twee opvattingen over moraliteit dit individu namelijk goederen of diensten aan waar anderen naar verlangen. Het is daarom dat zelfs de Hoe moeten we omgaan met deze kritiek van markts-
15
Dimitri Sonck Voorzitter LVSV Gent
ceptici? Onder andere de Amerikaanse econoom Dwight. R. Lee maakt, opnieuw op basis van Adam Smith, een waardevol onderscheid tussen “mundane” en “magnanimous” morality, dat we hier ietwat onnauwkeurig zullen vertalen als “alledaagse” en “groothartige” moraliteit. Wanneer sceptici het hebben over het gebrek aan moraliteit van de vrije
wordt volgens Smith dus eigenlijk al voldaan wanneer je “gewoon stilzit en absoluut niets doet”. Twee werelden De vrije markt wordt dus afgerekend op het ge-
“De positieve incentivestructuur wordt overschaduwd door het visioen van een kille, vijandige samenleving, waar mensen enkel uit zijn op geld in een mallemolen van hebzucht en onverschilligheid.” markt, hebben zij het over het gebrek aan die laatste. Groothartige moraliteit wordt volgens Lee gekenmerkt door de doelbewustheid van de handeling, de persoonlijke opoffering die ermee gepaard gaat, en de duidelijk aan te wijzen begunstigden van die handeling. Een handeling is op deze manier enkel moreel wanneer iemand ze met doelbewust opzet onderneemt. Daarnaast moet ze ook gepaard gaan met een opoffering; de grootte van het offer weegt niet zelden zelfs meer door dan het opgeleverde voordeel voor de begunstigde. Onze opvattingen over moraliteit zijn doordrongen met dit beeld. Het is volledig uit den boze om zelf voordeel of winst te halen uit je handelen. Het wordt duidelijk dat moreel handelen hier net zoals de economie volgens velen een ‘zero-sum game’ is; als één iemand zich verrijkt, is dit enkel mogelijk ten koste van een ander. Daarom uiten we massaal bewondering voor de goede ziel die zijn leven spendeert aan het verzorgen van armen, maar hebben velen enkel giftige woorden voor de ondernemer die zichzelf verrijkt – terwijl hij nochtans honderden, vaak zelfs duizenden mensen een weg uit de armoede biedt. Maar er bestaat dus ook een andere vorm van moraliteit. Deze alledaagse moraliteit is het spiegelbeeld van het voorgaande, en wordt negatief ingevuld. Klassieke liberale grondregels zoals het non-agressieprincipe en respect voor eigendomsrechten vallen hieronder. Adam Smith omschrijft dit als ‘mere justice’. Aan deze voorschriften van ‘mere justice’ 16
brek aan grootmoedigheid. De wereld zou een plek moeten zijn waar mensen geven om elkaar in plaats van een ijzige vlakte van onverschilligheid. Dat laatste is zeker en vast waar, maar de grote vraag is of de marktwerking dit ideaal wel in de weg staat, of het juist mogelijk maakt dit ideaal na te streven. Het is belangrijk in te zien dat beide vormen van moraliteit hun eigen werkingssfeer hebben – en dus ook hun eigen beperkingen. In de intiemere kringen van het individu, zoals vrienden en familie, wordt verwacht dat we niet gewoon handelen uit puur eigenbelang. De ‘mere justice’ van Smith is hier niet voldoende. Onze interactie met mensen uit deze intieme kring is gebaseerd op wederkerigheid en vertrouwen. Dat hoeft ook niet te verbazen: door onze langetermijnrelaties met deze mensen kunnen we het ons veroorloven om het persoonlijk voordeel van een bepaalde handeling uit te stellen naar een ander moment in de toekomst. Anderzijds hebben we voortdurend lossere, meer vrijblijvende contacten met mensen die zich niet in onze intieme levenssfeer bevinden. De verkoper in de winkel, de taxichauffeur en de kok in het restaurant zijn mensen waarmee we vaak slechts eenmalig en kortstondig mee interageren. Met vele tienduizenden mensen hebben we zelfs maar heel indirecte relaties. Onze omgang met deze mensen is dus logischerwijze fundamenteel verschillend van die met mensen die we persoonlijk kennen.
Dimitri Sonck Voorzitter LVSV Gent
Hoe verzoenen we nu deze twee soorten relaties? En welke moraliteit moeten of kunnen we erop toepassen? Het wordt duidelijk dat we de zware verplichtingen van groothartige moraliteit niet kunnen toepassen op onze uitgebreide levenssfeer. Ten eerste is het aantal mensen waar we oprecht en diep om kunnen geven noodzakelijkerwijze zeer beperkt in vergelijking met het aantal mensen waar we indirect maar
hulp en bijstand, daar waar we er anders nooit aan gedacht zouden hebben deze vreemden te helpen (al was het maar omdat we niet eens wisten dat ze bestonden). Zo vereist een verzekering niet dat iedereen elkaar kent en diep om elkaar geeft, terwijl ze er wel voor zorgt dat we elkaar uit de nood helpen. De vrije markt stelt ons dus in staat om op een harmonieuze wijze om te
“Zelfs al zouden onze harten overlopen van oprechte liefde voor volstrekte vreemden, zouden we zonder de marktwerking machteloos zijn om deze onbekende geliefden te helpen.” productief mee interageren. Het is niet alleen onmogelijk om op deze manier te geven om volstrekte vreemden aan de andere kant van de wereld, het zou ook al onze intieme relaties uithollen en doen instorten. De kosten (in de brede zin) die gepaard gaan met dergelijke intieme relaties laten immers slechts een beperkt aantal ervan toe. Wanneer we onze beperkte tijd en energie zouden moeten spenderen aan het cultiveren van duizenden intieme relaties, zouden we daar grandioos in falen.
gaan met zowel onze eigen onwetendheid als met de zuinigheid van onze harten. Vrije markten maken warme nesten
Het is niet alleen zo dat de markt het ons mogelijk maakt om sociale relaties van verschillende intensiteit aan te gaan waar zij anders niet zouden kunnen bestaan. De vrije markt is ook het kader waarbinnen we de meest waardevolle intieme relaties kunnen onderhouden met onze naasten. In een markteconoTen tweede steekt ook hier het alom gekende ken- mie zijn familieleden minder economisch afhankelijk nisprobleem de kop op. Zelfs al zouden onze harten van elkaar. We kunnen dat aspect van ons leven als overlopen van oprechte liefde voor volstrekte vreem- het ware ‘outsourcen’ naar anderen in de samenden, zouden we zonder de marktwerking machteloos leving waar we een minder hechte relatie mee hebzijn om deze onbekende geliefden te helpen. Het is ben. Dit heeft tot gevolg dat de ‘economische druk’ immers onmogelijk om alle relevante informatie en op relaties binnen een familie afneemt. Terwijl men kennis te verzamelen over de specifieke noden van vroeger zijn kinderen zo vroeg mogelijk op het veld miljoenen mensen over de hele wereld. Zonder het liet werken omdat het gezin anders niet voldoende te prijsmechanisme dat ontstaat uit de markt om ver- eten had, kunnen we door economische vooruitgang splinterde kennis over allerlei omstandigheden te op andere wijze in ons onderhoud voorzien – en dat in bundelen, bestaat er geen manier om te weten wel- samenwerking met al die miljoenen vreemden over ke middelen op welk moment het meest nodig zijn heel de wereld waarvan we het grootste deel nooit op een bepaalde plek. Onze harten zouden breken in zullen ontmoeten of kennen. Dat betekent dat er tijd wanhoop bij het zien van onze onmacht om elkaar te vrijkomt die we kunnen besteden aan diepgaandere relaties met onze familieleden. Er is ruimte om het helpen, al onze goede bedoelingen ten spijt. contact met de leden van onze intieme levenssfeer Maar toch leven we in relatief stabiele harmonie met uit te diepen, juist omdat die andere, bredere sfeer miljoenen vreemden en gaan we dagelijks ontelbaar van onpersoonlijke markttransacties bestaat. veel productieve samenwerkingen met hen aan. Vele mensen vergeten dat het de marktwerking is die deze Het menselijk gezicht van het kapitalisme voordelige samenwerking mogelijk maakt. Dankzij de marktwerking ontstaan er systemen van wederzijdse We hebben gezien dat de afkeer van de marktwerk17
Dimitri Sonck Voorzitter LVSV Gent
ing voor een groot deel veroorzaakt wordt door de focus op één soort moraliteit. Die exclusieve focus geeft een vertekend beeld van de sleutelrol van onpersoonlijke markttransacties. We kunnen onmogelijk de moraliteit die onze intieme en noodzakelijkerwijze beperkte levenssferen beheerst projecteren op de rest van de wereld. Dat is niet alleen onmogelijk door het feit dat mensen niet in staat zijn om op dergelijke schaal zo diep te geven om mensen die ze
Deze inzichten zijn echter geen vrijgeleide voor apathie. Natuurlijk is het bewonderenswaardig dat mensen zich onzelfzuchtig inzetten voor het welzijn van anderen. Sterker nog, de reden waarom liberalen zoveel vertrouwen hebben in individuele vrijheid en verantwoordelijkheid, is juist omdat zij ervan overtu igd zijn dat individuen en de gemeenschappen waar ze deel van uitmaken wel degelijk
“De vrije markt is ook het kader waarbinnen we de meest waardevolle intieme relaties kunnen onderhouden met onze naasten.” niet kennen, maar ook omdat we nooit de noodzakelijke kennis daartoe kunnen bezitten. De vrije markt zorgt ervoor dat we alsnog voordelige relaties kunnen aangaan met miljoenen vreemden waar we onmogelijk zoveel om kunnen geven, en dat we zo vreedzaam kunnen samenwerken. Daarenboven maakt de markt het mogelijk om onze bestaande intieme relaties meer diepgang te geven door de toenemende welvaart en vrijheid die ermee gepaard gaat.
18
oprecht kunnen geven om het lot van anderen. Maar liberalen zien ook in dat dit op zichzelf genomen geen voldoende basis is om een duurzaam welvarende samenleving op te bouwen. Het zijn de onpersoonlijke transacties in de vrije markt die ons die basis geven. De vrije markt heeft geen overheden nodig om haar een menselijk gezicht te geven. De vrije markt zonder masker is inherent menselijk.
Het bestuur
Voorzitter: Dimitri Sonck
Politiek Secretaris Stijn D’Hondt
Politiek Secretaris Rémy bonnaffé
Penningmeester: Fabrizio Terrière
Hoofdredacteur Timon lesage
PR Justin Vanderheyden
Secretaris Filip batselé
Webmaster Jonathan peck
Sponsoring Simon van poucke
Activiteiten Niek Van KERCKVOORDE
Bestuurslid Thomas Buyse
Bestuurslid Philippe baert
Bestuurslid Dries glorieux
Bestuurslid marylène madou
Bestuurslid pieterjan debyser
19
Rémy Bonnaffé Politiek secretaris LVSV Gent
Visie
Startup cities Rémy Bonnaffé
Vele liberalen dromen van een opt-out uit de samenleving, een mogelijkheid om te ontsnappen aan het geweldmonopolie van de staat. Woningcorporaties in private handen vormen een dergelijk alternatief, maar de regering van Honduras besloot onlangs een stap verder te gaan en zogenaamde “model cities” op te richten. Startup cities: een speelterrein voor liberalen Waarom kunnen we geen stad bezitten op dezelfde manier zoals we een bedrijf bezitten? Eerst en vooral kan je al geen aandelen kopen van steden. In tegenstelling tot een bedrijf bestaat een stad niet uit een groep aandeelhouders die elk een fractie vertegenwoordigen van de belangen van het bedrijf in zijn geheel. Steden werken zo niet. In plaats van aandeelhouders hebben steden inwoners die stemmen. In plaats van investeerders worden steden gefinancierd door belastingen en schulden. In de plaats van winst beloven steden bepaalde publieke goederen. En wat als steden failliet gaan? In plaats van het veld te ruimen voor betere alternatieven blijven ze aanmodderen. Mensen die een gebouw hebben in een stad - zoals huizen en bedrijven - komen het meest overeen met de aandeelhouders van een bedrijf. Toch is er een cruciaal verschil. Ze hebben geen deel in de belangen van de stad in zijn geheel. Niemand is eigenaar van een stad. Ook niet voor een fractie. Dan moeten we
ook niet opkijken als veel steden, zoals bezitloze zaken, last hebben van diefstal, misbruik, weinig innovatie en verwaarlozing. Hoe kunnen ze deze zaken verbeteren? Hier kan de publieke sector, net zoals bij andere zaken, veel leren van de private sector. Als men stilstaat bij de vergelijking tussen een private werkplaats en een stad, merkt men dat de gelijkenissen groter zijn dan men zou verwachten. Grote winkelcentra hebben eigen straten, regels en vaak een eigen ordehandhaving. Grotere appartementen kunnen bijvoorbeeld ook een organisme vormen dat een sterke gelijkenis met steden heeft. Daar heb je een combinatie van eigenaars die hun eigen appartement in eigendom hebben, en waarbij de gemeenschappelijke zaken zoals de lift, een zwembad, enzovoort in mede-eigendom zijn van alle inwonenden. Deze appartementen hebben ook allemaal eigen regels, die worden gekozen door de raad van bestuur van dat appartement waar alle inwoners een aandeel hebben van de stemmen. De meeste van dergelijke private (werk)plaatsen of bedrijven imiteren echte
“Het voordeel van een dergelijke constructie is dat de incentives van de inwoners of werknemers parallel lopen met deze van het bedrijf of werkplaats in zijn geheel.” 20
Rémy Bonnaffé Politiek secretaris LVSV Gent
steden op een kleinere schaal, met gangen in plaats van straten en bazen of een raad van bestuur in plaats van politici. Toch bieden bepaalde werkplaatsen een stevige concurrentie voor steden op het vlak
onderscheidt van een ‘normale’ stad is dat deze laatste wordt bestuurd door een gemeenteraad en verkozen politici, en dat ons voorbeeld volledig
“Model cities sluiten een overeenkomst met de overheid en blijven een deel van Honduras, maar zijn voortaan autonome entiteiten met onafhankelijke rechtbanken en een eigen jurisdictie.”
van grootte en de diensten die ze aanbieden. Zo heb je in de Bronx in New York een woningproject, genaamd ‘Co-op City’ (foto). Dit is het grootste project in de wereld op vlak van woningcorporatie met 55.000 inwoners. Het boeiende hieraan is dat dit hele stuk grond toebehoort aan een bedrijf. Dit bedrijf leaset de appartementen verder door aan de bewoners. De bewoners zijn op hun beurt eigenaar van de corporatie, in de vorm van aandelen. Dit specifieke voorbeeld is gigantisch groot. Zo heeft het bijvoorbeeld scholen, een eigen ordedienst met honderd agenten, en ga zo maar door. Dit is dus zonder meer een stad. Het enige wat dit
bestuurd wordt door Marion Scott Real Estate, een bedrijf. Deze voorbeelden hebben allemaal één gemeenschappelijke eigenschap: de bedrijven of organismen zijn eigendom van dezelfde groep die ze gebruikt. Elk van deze gebruikers vertegenwoordigt een deel in het belang van het organisme in zijn geheel. Het voordeel van een dergelijke constructie is dat de incentives van de inwoners of werknemers parallel lopen met deze van het bedrijf of werkplaats in zijn geheel. Dit is natuurlijk één bepaalde vorm om steden te organiseren. De vraag blijft echter nog op welke manier zo’n dergelijk systeem geïmplementeerd kan worden. Een 21
Rémy Bonnaffé Politiek secretaris LVSV Gent
mogelijk antwoord is het geven van een verregaande autonomie aan steden om innovatie in dergelijke zaken aan te moedigen en concurrentie tussen steden onderling te vergroten. Deze autonomie is trouwens iets wat vroeger sterk aanwezig was. Steden in de latere middeleeuwen hadden een grote autonomie. Steden, zoals Gent in 1191, hadden een eigen recht (“stadsrecht breekt landsrecht”), eigen organen in het bestuur en voor de rechtspraak. Die steden hadden een contract met de keizer waarin was opgenomen welke rechten deze steden en hun inwoners hadden. Hoe konden deze steden dergelijke privileges afdwingen? Een heel groot deel van het economische leven gebeurde nu eenmaal binnen die steden waardoor de keizer een groot belang had om deze steden mee op zijn kar te krijgen. Vandaag is dit niet anders. Tokyo was de eerste stad die 20 miljoen inwoners bereikte. Vandaag leven er tientallen miljoenen inwoners in Mumbai en Shanghai. De helft van de mensen leeft in steden en de grootste 100 steden samen vertegenwoordigen zo’n 30% van de wereldeconomie. Dat creëert al een mooie basis om autonomie af te dwingen van (supra-) nationale instellingen. Want vandaag leven we natuurlijk in een heel andere wereld dan in de late middeleeuwen. Naties vormen nu de hoekstenen en daarbovenop zien we de evolutie van supranationale instellingen zoals de Europese Unie maar ook bijvoorbeeld ASEAN (Association of Southeast Asian Nations). Die zorgen er immers voor dat de grenzen van één bepaalde overheid groter worden zodat differentiatie in de kiem wordt gesmoord. Honduras is een land dat het belang van deze utonomie heeft ingezien en waar er nu boeiende
22
evoluties bezig zijn. Honduras is namelijk een land dat heel sterk lijdt onder de war on drugs, met veel criminaliteit tot gevolg en een corrupte regering. Veel oplossingen werden tevergeefs geprobeerd. Nu hebben zij hun volledige grondwet herzien zodat het mogelijk is om ‘model cities’ te gaan oprichten. Deze gebieden sluiten een overeenkomst met de overheid en blijven een deel van Honduras, maar zijn voortaan “autonome entiteiten met onafhankelijke rechtbanken en een eigen jurisdictie”. Dit laatste is heel belangrijk aangezien zij zo een eigen rechtsmacht hebben, en dat Honduras niet zonder toestemming dit gebied mag betreden om bijvoorbeeld arrestaties uit te voeren. Ze kunnen daarnaast - mits ze voorzien in bepaalde basisrechten - eigen wetten stemmen, budgeten opstellen, een belastingtarief vastleggen, enzovoort. Waarom komt Honduras met een dergelijke oplossing? Ze hopen om zo investeerders te lokken die innovaties kunnen doorvoeren waarbij de incentives van de inwoners parallel lopen met de stad. Hieruit hopen ze te leren. De voorbeelden die we zien in de private sector waarbij de incentives van de inwoners of werknemers parallel lopen met deze van het bedrijf of werkplaats in zijn geheel tonen ons hoe dit zeer positief kan werken voor een gemeen goed, zoals een stad in zijn geheel. Enkel door de steden meer autonomie te geven zullen ondernemers meer ademruimte krijgen om dergelijke innovaties aan te nemen.
Filip Batselé Secretaris LVSV Gent
Visie
Lessen uit Lissabon Filip Batselé
Uruguay heeft als eerste land ter wereld besloten om de productie,verkoop en consumptie van cannabis te legaliseren, ondanks zware druk vanuit conservatieve hoek. Met een dergelijk beleid en de mogelijke implicaties heeft Europa al ervaring: bijna twaalf jaar geleden was Portugal de trendsetter op het Europese continent, toen het een decriminalisering doorvoerde van bepaalde drugsmisdrijven. From Salazar with love De Portugese drugspolitiek kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht gevallen. Om de origines van het drugsprobleem in het Iberische land te zien, moeten we terugkeren naar de tijd van Antonio Salazar, eerste minister van Portugal tussen 1932 en 1968, met een hoge score op de dictatoriale schaal. Salazar hield met
ter – o verrassing – ook niet de verhoopte oplossing bleek te zijn. Al snel ontstond dan ook een parlementaire democratie, gedomineerd door drie partijen: socialisten, sociaal-democraten – in feite schapen in wolvenkleding, want de sociaal-democraten van Portugal voeren al jarenlang een centrumrechtse koers – en een rechts-populistische volkspartij. Ondertussen kregen de Portugese kolonies hun onafhankelijkheid
“Had de rechterflank gelijk, toen ze beweerde dat Lissabon anno 2013 het Amsterdam van Zuid-Europa ging worden en het land van Hendrik De Zeevaarder voortaan met een joint in de hand door het leven ging? Kortweg: nee.” zijn União Nacional (een nationalistische, corporatistische en deels fascistische partij) Portugal decennialang in een sfeer van repressie en protectionisme. Dit alles paste in zijn Estado Novo politiek, waarbij het lot van Angola, Mozambique en de diverse eilandengroepen die nog in de Portugese koloniale portefeuille zaten, gekoppeld werd aan het lot van het Portugese thuisland. Na de machtsovername door Salazars opvolger Marcelo Caetano, een wat kleurloze professor, kwam het land in opstand. Dit leidde tot de Anjerrevolutie van 1974. Portugal, compleet verpauperd en afgesneden van de wereld, kende eventjes een opstoot van marxistische gedachten, die ech-
en brachten de vele landgenoten die thuiskwamen van koloniale avonturen, grote hoeveelheden drugs mee. Ook de drugsgolven die Europa overspoelden in de jaren ‘80 en ‘90, gecombineerd met de repressieve aanpak van de verschillende regeringen, zorgde ervoor dat de drugsvlek enkel maar uitbreidde. Aan het begin van de 21ste eeuw stond Portugal dan ook met 100.000 mensen die onder de zwaardere categorieën van drugsverslaving vielen. Tel daarbij de hoogste ratio van HIV besmettingen over de gehele EU, veroorzaakt door vervuilde naalden, en men zat men de handen in de donkere haren. 23
Filip Batselé Secretaris LVSV Gent
Speak softly and don’t carry a big stick Anno 2000 hadden de Portugezen dus twee keuzes: ofwel verscherpten ze, zoals de VS en vele Westerse naties geregeld verkiezen, de drugswetgeving, dan wel ging men nadenken over een decriminalisering of zelfs een volledige depenalisering. Alhoewel de commissie die hiertoe werd opgezet al gauw dacht aan een volledige legalisering van softdrugs, bleek deze optie zo goed als onmogelijk, vanwege het keurslijf van Europese en internationale regels waarin Portugal gekneld zat. De grootste consensus, op
dicus zetelen. De bedoeling is dat mensen die betrapt worden met kleine hoeveelheden, zich binnen de 72 uren melden bij zo’n commissie. Daar probeert men zo weinig mogelijk de sfeer van een rechtbank op te wekken, om zo niet de indruk te wekken dat het om een “straf” gaat. Deze commissie maakt dan een onderscheid naargelang de overtreder een recreationeel gebruiker is, dan wel een duidelijk voorbeeld van een verslaafde. In het eerste geval gaat men bij een eerste keer bijna nooit iets doen, na herhaalde inbreuken kan men iemand hoogstens
“Maar daar waar het drugsbeleid niet zozeer gericht was op het terugdringen van drugs op absolute schaal, heeft het des te beter zijn effect bewezen in zijn werkelijke bedoeling: het terugdringen van HIV-verspreiding, drugs bespreekbaar maken en een stijging van het aantal mensen dat zich vrijwillig laat interneren.” de Volkspartij na, werd dan ook gevonden in een decriminalisering van drugs. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier om een gedeeltelijke decriminalisering. Drugsdealers riskeren nog altijd een criminele straf, maar mensen die betrapt worden met een hoeveelheid drugs die overeenkomt met een tiendaagse consumptie of minder – in casu bv. 25 g marihuana of 5 g hasj – krijgen hooguit een administratieve sanctie, ve rge l i j k b a a r met een parkeerboete. Samen met de decriminalisering werden zogenaamde “ontmoedigingscommissies” opgericht in elk van de 18 Portugese districten, waarin normaal gezien een advocaat, een sociale werker en een psycholoog of me24
“veroordelen” tot een kleine boete of enkele dagen gemeenschapsdienst. Ook blijft de privacy tijdens deze procedures zo veel als mogelijk gewaarborgd. Voor verslaafden wordt erin voorzien dat ze zich kunnen laten opnemen, maar men probeert zo veel als mogelijk de nadruk op vrijwilligheid te leggen. Het grote voordeel is dat, doordat men het sociale stigma van een strafrechtelijke veroordeling vreest, veel meer mensen geneigd zullen zijn om vrijwillig in behandeling te gaan. En de resultaten? Twaalf jaar na de wetgeving, is er, mede door de internationale interesse in het Portugese experiment, ondertussen
Filip Batselé Secretaris LVSV Gent
empirisch materiaal genoeg om aan te tonen wat de wetgeving nu werkelijk veranderde. Had de rechterflank gelijk, toen ze beweerde dat Lissabon anno 2013 het Amsterdam van Zuid-Europa ging worden en het land van Hendrik De Zeevaarder voortaan met een joint in de hand door het leven ging? Kortweg: nee. Dit effect is aantoonbaar op twee fronten. Qua gebruik van drugs in “absolute termen”, is Portugal geen weedland geworden. Over het algemeen is het drugsgebruik in absolute termen min of meer gelijk
wel toelaat, is om drie interessante conclusies te trekken. Ten eerste wordt definitief aangetoond dat een versoepeling van de drugswetgeving niet leidt tot massaal gebruik ervan. Ten tweede blijkt dat zulke aanpak vooral effecten heeft voor de zwaardere druggebruikers, die op deze manier op een efficiëntere manier geholpen kunnen worden. Tot slot toont het ook aan dat het mogelijk is om, als regering, de drugsproblematiek op een pragma-
“Ten eerste wordt definitief aangettond dat een versoepeling van de drugswetgeving niet leidt tot massaal gebruik” gebleven. Daarbij moet dan nog worden gerekend dat doordat het sociale stigma rond drugs grotendeels verwijderd is, mensen in dergelijke enquêtes eerder geneigd gaan zijn om een eerlijk antwoord te geven. Maar daar waar het drugsbeleid niet zozeer gericht was op het terugdringen van drugs op absolute schaal, heeft het des te beter zijn effect bewezen in zijn werkelijke bedoeling: het terugdringen van HIV-verspreiding, drugs bespreekbaar maken en een stijging van het aantal mensen dat zich vrijwillig laat interneren. Op die vlakken zeggen de cijfers meer dan genoeg: daar waar in 1999 slechts 6040 mensen in behandeling waren, steeg dit in 2003 al tot 14877 en verder tot 24000 in 2008. Data toont aan dat dit niet komt doordat er meer mensen verslaafd geraken, maar juist doordat men zelf vlugger hulp wil zoeken. Verder daalde ook de straatprijs van drugs, waardoor ook het illegaal handelen in drugs minder interessant gemaakt is. Tot slot blijkt Lissabon ook nog niet zo populair te zijn als Amsterdam, want 95% van de drugszaken worden gepleegd door Portugezen zelf. Geen wondermiddel
tischere, innovatievere manier op te lossen dan in vele andere Westerse landen, waar men nog steeds geen consistent beleid heeft uitgewerkt, maar integendeel vaak de rechtszekerheid verlaagt door nu wel dan niet een onofficieel gedoogbeleid te voeren. Natuurlijk kan het ook beter, zoals president José Mujica van Uruguay deze zomer aantoonde. Via de zogenaamde marihuana-wet wordt het mogelijk om zelf een (beperkte) hoeveelheid cannabis te produceren, zelf te gebruiken of te kopen in door de overheid erkende apotheken. Maak je echter geen illusies: de wetgeving blijft beperkt tot marihuana, de overheid krijgt een serieuze vinger in de pap te roeren bij de distributie van de drugs en, tot grote spijt van de liefhebbers, geldt de wet enkel voor Uruguayanen. Deze wetgeving staat in schril contrast met de VS, waar recente cijfers aantoonden dat ongeveer de helft van de mensen die in een federale gevangenis zitten, daar zit voor een drugsmisdrijf. Daar zitten ze, voor wat in de meeste gevallen “crimes without a victim” zijn tussen brandstichters, moordenaars en dieven. Eén voordeel: ook president Obama zit met enkele bijtende luizen in zijn pels, sinds de staten Washington en Colorado in recente referenda ook voor een legalisering van marihuana kozen.
Ondanks alles, is het Portugese model geen wondermiddel. Voor vele liberalen zal het ongetwijfeld (en deels ook terecht) een beleid zijn dat bijlange niet ver genoeg gaat, omdat de staat nog steeds Er is dus nog een lange weg te gaan, maar de een actieve rol speelt en drugs an sich nog steeds eerste bemoedigende stappen zijn alvast gezet. niet volledig geaccepteerd worden. Wat het model 25
Blauwe bibliotheek Vanaf dit jaar wil het bestuur van LVSV Gent zijn collectie boeken ook openstellen naar de eigen leden toe, om zo nog beter het liberale gedachtegoed te kunnen verspreiden. Boeken kunnen voor een periode van 4 weken worden uitgeleend en dit is volledig gratis voor leden! Aan niet-leden vragen we een waarborg van 10 euro. Boeken kunnen ontleend worden door dit op een activiteit te vragen aan een bestuurslid, of door een mail te sturen naar secretariaat@lvsvgent.be. In deze lijst vind je alvast enkele van onze toppers, maar aarzel niet om de volledige lijst te vragen.
The Mystery of Capital - Hernando De Soto The Road to Serfdom - Friedrich von Hayek Economy and Virtue - Friedrich von Hayek The limits of State Action - Willem von Humboldt Cold intimacies: The making of emotional capitalism - Eva Ilouz Second Treatise on Government - John Locke On Liberty - John Stuart Mill Wat heeft de overheid met ons geld gedaan? - Murray Rothbard De vrijheid van de wil - Arthur Schopenhauer The wealth of Nations - Adam Smith Red De Vrije Markt: De terugkeer van Milton Friedman - Van Overtveldt Johan The Euro – the Beginning, the Middle ... and the End? - Philip Booth De Perfecte Storm - Koen Schoors/Gert Peersman Money, bank credit and economic cycles - Jesus Huerta de Soto End the fed - Ron Paul De open samenleving - Karl Popper Fraud, why the great recession (DVD) - Amagifilms
26
Philippe Baert Bestuurslid LVSV Gent
Visie
Drie Vlaams-nationalistische mythes doorprikt Philippe Baert
Bestuurslid Philippe Baert ziet heel wat problemen met de koers die de N-VA vaart. Onder andere de claim op “liberalisme” wordt kritisch geanalyseerd.
1. N-VA is een “liberale” partij Allereerst, N-VA is een nationalistische partij, wat maakt dat deze ideologisch lijnrecht tegenover het liberalisme komt te staan; het liberalisme gaat er immers van uit dat elk individu als een doel op zich moet behandeld worden en de instituties het indi-
Ten tweede, waar liberale denkers - voortbouwend op het humanistische denken en de Verlichting - de nadruk leggen op de goede inborst van het individu (ook wetenschappelijk lijkt het ondertussen ondubbelzinnig bewezen dat de mens door de aanwezigheid en werking van een hoge concentratie aan spiegelneuronen van nature uit een sterk em-
“Waar liberale denkers - voortbouwend op het humanistische denken en de Verlichting - de nadruk leggen op de goede inborst van het individu hangt een conservatie partij als N-VA een deterministisch mensbeeld aan.” vidu dienen , niet omgekeerd. Nationalisten daarentegen stellen dat de samenleving geen optelsom van individuen is, maar de gemeenschap als één homogeen geheel boven dat individu staat en deze laatste daar dus logischerwijze aan ondergeschikt is. Waar liberalisme resulteert in een uitgebreide reeks afdwingbare mensenrechten en een beperkte staat, staan bij het nationalisme alle deuren open naar een gigantisch staatsapparaat; het hoeft dan ook niet te verwonderen dat het overheidsbeslag en de regelzucht van het Vlaamse niveau - waar N-VA in de meerderheid zit - de laatste jaren explosief is toegenomen…
pathisch wezen is), hangt een conservatie partij als N-VA een deterministisch mensbeeld aan. Met andere woorden: volgens hen is de mens van nature uit slecht en dient hij door de samenleving “beteugeld” te worden. Bovendien kan in een conservatieve levensvisie - zoals Bart De Wever die aanhangt - iemands afkomst niets anders dan ook diens toekomst bepalen. N-VA, la nouveau CVP Feodalité est arrivée… Op economisch vlak reflecteert een dergelijk uitermate pessimistisch mensbeeld zich in een zeer sterk wantrouwen tegenover de vrije markt (wat in 27
Philippe Baert Bestuurslid LVSV Gent
feite een weerspiegeling is van de creativiteit van het individu) en een hoge mate van economische regelzucht en corporatisme, zoals het beleid van N-VA in de Vlaamse regering zeer duidelijk aangetoond heeft. Ook op dit vlak staat het gedachtengoed van een partij als N-VA dus haaks op het liberalisme, dat uitgaat van individuele creativiteit en een groot vertrouwen stelt in de zelfontplooi-
grote vraag natuurlijk : is wat Vlaanderen doet efficiënter, in het voordeel van die burger? Laat ons duidelijk zijn dat dit allesbehalve het geval is: Ten eerste is onze staatsstructuur met elke staatshervorming (staatsvermeerdering zou misschien een meer accurate term zijn) alleen maar complexer en uitzichtlozer geworden omdat het voor de over-
“Vandaar dat de enige juiste staatsstructuur diegene is, die in plaats van de instellingen of het staatsbelang, het individu centraal stelt en op een zo rationeel mogelijke manier tracht om te gaan met de vraag van op welke schaal we welke problemen het beste kunnen aanpakken.” ing van het individu en daarom zo veel mogelijk economische vrijheid als moreel goed beschouwt.
grote meerderheid aan bevoegdheden gebaseerd is op de techniek van de zogenaamde “gedeelde exclusieve bevoegdheden”, wat zoveel betekent 2. Wat Vlaanderen zelf (lees: zonder de Walen) doet, als “elke overheid is op den duur voor alles wel doet het beter een beetje bevoegd, maar niemand weet eigenlijk nog tot waar de bevoegdheid van welke overheid Wie het discours van de N-VA van naderbij bekijkt, kan juist reikt”. Of kan iemand mij vertellen in wiens niets anders dan vaststellen dat zij een ultranational- belang het is dat een auto federaal wordt ingeistisch wij tegen zij verhaal schetsen dat in grote lijnen schreven en de schouwing Vlaams gebeurt? Of in te herleiden valt tot: “het is allemaal de schuld van de wiens belang minderjarigen door federale rechters Walen en zonder hen zal het beter gaan...” Doet dit gesanctioneerd worden en de bijstand aan deze niet verdacht veel denken aan een bepaalde retoriek minderjarigen Vlaams gebeurt? Niet alleen creëer uit de jaren 30? Bovendien fungeert al dat commu- je zo vaak dubbel werk, bovendien loopt de comnautaire gehakketak als een ideale excuustruus om municatie tussen de verschillende overheden vaak de echte problemen binnen onze samenleving uit het hopeloos mank en stroef. En daar is niemand mee politieke daglicht te plaatsen; voor alle duidelijkheid: gediend, de minderjarige om wie het allemaal draait een staatshervorming meer of minder zal de ver- in mijn laatste voorbeeld nog het minste van al… grijzing niet oplossen, noch de hoge werkloosheid; Ten tweede, als deze Vlaamse regering dan daadlaat staan de torenhoge loonkosten veroorzaakt werkelijk alle middelen in handen heeft, speelt het door het te grote overheidsbeslag en belastingdruk. liever de zwarte piet door naar het federale niveau, Integendeel: met elke staatshervorming creëren dan haar bevoegdheden optimaal te benutten, laat we instellingen dubbel en wordt de concurrentie- staan het probleem op te lossen. Neem nu de probdrift tussen de verschillende beleidsniveaus om het lematiek van de hoge loonkosten: terwijl Vlaanderen zwaartepunt te worden (lees: de grootste) alleen amper gebruik maakt van de fiscale autonomie die maar groter. Het is dan ook maar weinig verbaz- ze heeft (via het systeem van op- en afcentiemen ingwekkend dat sinds de jaren ’80 ons overheids- op de personenbelasting) staat ze wel moord en beslag alleen maar groter en groter is geworden. brand te schreeuwen voor nog meer fiscale autonoAls we de liberale gedachte volgen dat de instellingen mie en wijst ze liever met de vinger naar het federale de burger moeten dienen en niet omgekeerd, is de niveau om werkenden en bedrijven te ontlasten dan 28
Philippe Baert Bestuurslid LVSV Gent
zelf enige inspanning te leveren. Bovendien krijgt Vlaanderen er door de 6e staatshervorming voor ongeveer 20 miljard euro aan bevoegdheden bij, dus zou men toch denken dat er mogelijkheden genoeg zijn om enige lastenverlaging door te voeren? Alleen vrees ik dat de doorwijsreflex en blokkeringsdrift er bij bepaalde politici net iets te veel zit ingebakken… Een derde vaststelling die ik moet maken, is dat men op Vlaams niveau zeer goed bezig is een miniatuurversie uit te bouwen van alles wat diezelfde mensen aan de Belgische staat hekelen: terwijl op federaal niveau de laatste jaren het aantal ambtenaren gevoelig daalde, steeg dat aantal op Vlaams niveau alleen maar spectaculair. Daarenboven pompt men liever geld in logge instellingen dan op de individuele behoeften in te spelen. Neem nu gehandicaptenzorg, nog zo een schoolvoorbeeld van goed Vlaams bestuur: hoe veel geld men ook pompt in de zorginstellingen, hoe langer de wachtlijsten desondanks worden en en hoe groter de individuele nood naar zorg op maat wordt. Dan zwijgen we nog van de hele onderwijssoap, waar de regeringspartijen na eindeloos gepalaver tot een overeenkomst kwamen waar men zich al ernstige vragen bij kan stellen, om dan vervolgens tijdens de plenaire vergadering te moeten vaststellen dat N-VA aan Villa Politica doodleuk het tegenovergestelde komt verkondigen van wat er in de regering juist was afgesproken. Kortom, wat Vlaanderen doet, doet het eerder niet dan wel, laat staan beter; de zogenaamde kracht van verandering kan je dan ook niet beter samenvatten als: “luister naar mijn woorden federaal, kijk niet naar mijn daden Vlaams.” Of om Matthias De Clercq verder te citeren: “Het N-VA verhaal is als drijfzand; het oogt misschien solide, maar als samenleving zak je er in weg.” 3. N-VA staat voor een onafhankelijk Vlaanderen binnen een sterk Europa Vlaamse onafhankelijkheid – want dat is de enige
juiste betekenis van confederalisme – komt in feite op niet meer of minder neer dan de Vlamingen - hoofdaandeelhouders van de NV België - laten opzadelen met de rekening en een gebied van amper 6 miljoen mensen op zichzelf laten terugplooien in een geglobaliseerde wereld van 7 miljard. Pure waanzin, laat staan dat daar ook maar iemand beter van wordt. De grote paradox is dat N-VA beweert een confederaal (lees: onafhankelijk) Vlaanderen te wensen in het kader van een sterk Europa. Geheel in navolging van August Vermeylen, boegbeeld van de Vlaamse Beweging aan het begin van de 20e eeuw, luidt dit dan dat men “zich eerst Vlaming moet voelen om Europeër te worden”. Dan kan men zich toch de vraag stellen hoe men in hemelsnaam vanuit een dergelijke gesloten nationalistische instelling, die uitgaat van homogene bevolkingsgroepen, pro Europees kan zijn. Of om het met de woorden van de Puruaanse schrijver Mario Vargas Llosa te zeggen: “nationalisme, met zijn schone schijn – vlaggen, volksliederen, uniformen – betekent op korte of op lange termijn altijd een terugkeer naar een bekrompen geest en een verdraaiing van universele waarden.” Kortom: (met moeite) kijken tot over de kerktoren en niet verder… Allereerst, als men al niet bereid is met de Walen solidair te zijn, hoe zou men dan in hemelsnaam plots wel probleemloos met pakweg de Grieken of de Portugezen solidair kunnen zijn? Ten tweede, hoe kan men vanuit een dergelijke “Vlaamse” overtuiging vertrekkende, hoegenaamd voorstander zijn van de interne markt, laat staan dat men voorstander kan zijn van economische vrijheid en vrijhandel tout court als men het eigen volk als een homogeen geheel beschouwt en alles wat daar buiten valt, wantrouwt of zelfs verafschuwt? Dit kan toch tot niets anders dan een gesloten, protectionistisch economisch systeem leiden? Laat staan dat men dan vanuit een dergelijke gedachte ooit in staat zou kunnen zijn om een economische en politieke unie uit te bouwen waar men de staatsraison van de 29
Philippe Baert Bestuurslid LVSV Gent
“republiek Vlaanderen” ooit zou kunnen overstijgen en er de gemeenschappelijke belangen van de 500 miljoen Europeanen op zou kunnen laten primeren? Of om het met de woorden van Karel De Gucht te zeggen: “Ik vrees dat het politiek cultiveren van identiteit vooral gemeenschappen verdeelt en ethisch burgerschap ondermijnt; vanuit een nationalistisch politiek concept – of dat nu volks, Frans, Duits, conservatief, progressief of gezond nationalisme genoemd wordt, maakt niet veel uit – kan je nooit tot het uitbouwen van een Europese politieke ruimte komen, nooit.” Overigens vrees ik dat al wie de identiteit van een individu herleidt tot diens zogenaamde nationaliteit, volledig voorbijgaat aan de eigenheid van dat individu en de realiteit van vandaag: ten eerste is de identiteit van een individu veel meer dan louter zijn nationaliteit of origine - iets waar hij zelf geen enkele verdienste in heeft, laat staan bewust voor gekozen heeft - en ten tweede is de realiteit van vandaag overduidelijk dat we in een pluralistische, multiculturele samenleving leven, waarin– of je dat nu leuk vindt of niet –
de wereld een geglobaliseerd dorp is geworden en waarin samenlevingen bestaan uit een mix van allerlei mensen met een totaal verschillende achtergrond, identiteit, interesses, levenswijze,… Homogene bevolkingsgroepen bestaan dus niet, laat staan dat ze ook wenselijk zouden zijn; het zijn immers net samenlevingen gekenmerkt door een zekere wereldopenheid die doorheen de geschiedenis een zeer grote welvaart kenden … Vandaar dat de enige juiste staatsstructuur diegene is, die in plaats van de instellingen of het staatsbelang, het individu centraal stelt en op een zo rationeel mogelijke manier tracht om te gaan met de vraag van op welke schaal we welke problemen het beste kunnen aanpakken. Een dergelijk doorgedreven federalisme, “vertrekkend vanuit het Europese parlement en gaande tot in de gemeenteraad van Poelkapelle” is echter heel wat anders dan een koepel van natiestaten gefundeerd op een homogene identiteitsbeleving zoals nationalisten ons o zo graag willen zien.
LVSV Gent zoekt sponsors! Het liberalisme ligt onder vuur. Wilt u LVSV Gent helpen het liberalisme uit te leggen in al zijn schakeringen? Wilt u helpen de kritische geest van de studenten in Gent te prikkelen? Is uw studententijd al lang vervlogen maar denkt u nog met nostalgie terug aan die spannende periode? Steun ons dan als erelid of sponsor zodat we de traditie van het LVSV kunnen voortzetten. Daar heeft iedereen baat bij, ook u. Met uw steun kan onze bloeiende vereniging een actieve speler blijven in en ver rond Gent. Bovendien geeft het u de mogelijkheid uzelf of uw bedrijf in de kijker te zetten bij onze leden en ereleden. Wij bieden verschillende sponsorformules, gaande van hoofdsponsor tot kleine sponsor, eventsponsor van onze benefietavond of sponsor van ons openingsdebat. Elke sponsor van LVSV Gent wordt met naam, logo en link vermeld op onze site naam, logo en link vermeld op onze site en in de wekelijkse nieuwsbrief. Daarnaast krijgt u advertentieruimte in ons magazine Neohumanisme (4 x 250 stuks per jaar) en op de slideshow die we elke activiteit, ook op het openingsdebat, laten lopen. 30
Voor €75 bent u al sponsor van LVSV Gent, ook formules met meer voordelen of op maat van uw bedrijf zijn mogelijk. Als erelid wordt uw naam als dank opgenomen in de ereledenlijst op onze site en in ons magazine Neohumanisme (indien gewenst). Als erelid krijgt u de 4 edities van het Neohumanisme gratis in de bus, kan u per mail op de hoogte gehouden worden van onze activiteiten, waarop u ook welkom bent, en heeft u stemrecht op de bestuursverkiezing. De minimumbijdrage als erelid is €35, maar meer is welkom. We kunnen iedere euro goed gebruiken. Uw bijdrage kan overgeschreven worden naar rekeningnummer 001-3484308-47 (LVSV Gent Kramersplein 23, 9000 Gent). Uw steun wordt zeer gewaardeerd. Voor meer informatie, raadpleeg onze sponsorbrochure op lvsvgent.be/sponsoring. Met al uw vragen kan u terecht bij onze sponsorverantwoordelijke Simon Van Poucke via sponsoring@lvsv.be of 0487/22.94.69.
Stijn D’Hondt Politiek secretaris LVSV Gent
Visie
Bezwaren tegen anarchisme Stijn D’Hondt
Stijn heeft al langer bedenkingen bij anarchisme. In dit artikel beargumenteert hij dat het theoretisch soms mooi klinkende anarcho-kapitalisme in de praktijk niet werkt. Hoewel dit in het Gentse allicht moet genuanceerd worden, is het algemeen geweten dat menig LVSV’er wel eens dweept met het anarchisme: een samenleving waar alle menselijke interacties gebaseerd zijn op horizontale relaties en waar per definitie geen plaats is voor een overheid met geweldsmonopolie. Ondanks het feit dat ik weet dat er tonnen principiële bezwaren bestaan tegen een overheid tout court, zal ik in dit artikel toch een poging ondernemen om uit te leggen waarom ik een staatloze samenleving onwenselijk zou vinden en ik per consequentie enige vorm van overheid noodzakelijk vind.
morgen geen haar op z’n tanden; hij verkrijgt een grond om aan de mouw van de rechter te trekken. Dat de staat het volk in slaap wiegt, betekent daarentegen niet dat zonder staat iedereen in staat zou zijn om zijn eigen boontjes te doppen. Ik ben ervan overtuigd dat er wel degelijk iets bestaat als ‘goede’ duwtjes in de rug van de overheid uit.
Neem nu de Amerikaanse gezondheidszorg. Tot voor kort kon je als Amerikaan perfect kiezen om al dan niet een hospitalisatieverzekering af te sluiten. Resultaat: 20- of 30-jarigen met een bescheiden inkomen achtten het niet nodig om een verzekering af te sluOver uitgangspunten iten. Immers, zo lang je op dit moment gezond bent lijkt er geen probleem. Dat een dergelijke verzekering Elke ideologie heeft (expliciet dan wel impliciet) een levensreddend kan zijn, daar komt niet iedereen op. uitgangspunt dat zowat de rode draad vormt doorheen De logica van de mens beperkt zich meer dan eens al haar strijdpunten. Waar het socialisme of eender tot het heden, zonder de gevolgen in de toekomst in welke etatistische ideologie uitgaat van een beeld te schatten, laat staan er rekening mee te houden. van de mens die voortdurende ondersteuning nodig In het zonet beschreven geval lijkt het me wel degelijk heeft en eigenlijk onbekwaam is om voor zichzelf te gerechtvaardigd dat er een overheid is die een verplizorgen, gaat het anarchisme uit van een Übermensch chting oplegt tot het afsluiten van een hospitalisatievdat in staat zou moeten zijn alles van A tot Z te regelen. erzekering, desgevallend met het opleggen van een Akkoord, in het rode bastion genaamd België worden bepaalde basisdekking. Had diezelfde burger namelijk mensen systematisch tam gemaakt door de staat. in de tijd kunnen terugkeren, had hij allicht geen twee Stilzitten in elke mogelijke zin van het woord wordt keer moeten nadenken om een verzekering te nemen. op termijn zelfs beloond. Waarom zou ik nog moeite Het klassieke pragmatische tegenargument voor doen om te onderhandelen over contractuele voor- dergelijke regulering luidt dat prijsafspraken in waarden, als de wet nagenoeg alles op dwingende de hand zullen worden gewerkt en dat concurwijze vastlegt? Neen, wie vandaag door z’n eigen rentie bijgevolg geen kans zal krijgen. In de prakonvoorzichtigheid om de tuin wordt geleid, krijgt tijk is er in België echter geen enkel concurren31
Stijn D’Hondt Politiek secretaris LVSV Gent
tieverschil tussen pakweg een autoverzekering (wettelijk verplicht) of een brandverzekering (niet wettelijk verplicht). Dergelijke argumenten lijken mij dan ook vaak voorbarig en niet gefundeerd. Kortom, bij sommige kwesties van leven en dood mag de overheid zich naar mijn mening in de plaats stellen van de opportuniteitsbeoordeling van de burger; zeker gelet op het feit dat de burger een dergelijke keuze zelf had kunnen maken, had hij in staat geweest diezelfde rationele afweging te maken in het verleden.
zouden er enkele tienduizenden soorten eigendomsrechten parallel bestaan hebben. Uiteindelijk heeft de staat alle eigendomsrechten samengebracht en geüniformeerd. Gevolg: een spectaculaire welvaartsstijging. Immers, het was nu mogelijk om te investeren in vastgoed duizend km. verder. De investeerder had nu veel meer zekerheid dan vroeger: hij wist exact wat het eigendomsrecht in kwestie inhield. Er moesten niet langer nodeloze kosten gespendeerd
“Waar het socialisme of eender welke etatistische ideologie uitgaat van een beeld van de mens die voortdurende ondersteuning nodig heeft en eigenlijk onbekwaam is om voor zichzelf te zorgen, gaat het anarchisme uit van een Übermensch dat in staat zou moeten zijn alles van A tot Z te regelen.” Over rechtssystemen
worden aan het achterhalen van de verschillen tussen eigendomsrecht X uit Los Angeles en eigendomsrecht Enige vorm van marktwerking tussen rechtssyste- Y uit San Francisco (zogenaamde transactiekosten). men is volgens mij wel degelijk wenselijk: concurren- Terwijl men bovenstaande situatie kan nuanceren tie tussen regels kan immers zorgen voor een beweg- door een gebrek aan causaliteit aan te wijzen (de ing van ‘creatieve destructie’ op de ‘juridische markt’. industriële revolutie kan evenzeer een uniformering van het recht in de hand hebben gewerkt), valt In die drang naar concurrentie mogen we echter het mijns inziens moeilijk te ontkennen dat een niet uit het oog verliezen dat we eeuwenlang tijden dergelijke snelheid van welvaartsstijging nooit ging hebben gekend waar de transactiekosten gewoon te mogelijk zijn geweest met loutere marktprocessen. hoog waren om deftig zaken te kunnen doen. In tijden De case van Californië, eigendomsrechten en waar de staat slechts weinig grip had op het rechtssys- transactiekosten, kan overigens evengoed toeteem, en het gewoonterecht alomtegenwoordig was, gepast worden op het contractenrecht en het dreef het gros van de bevolking gewoon handel met vennootschapsrecht. Het is volgens mij niet toz’n dorpsgenoten. Het recht was te versnipperd om evallig dat de industriële revolutie pas op volle met ‘vreemde rechtsstelsels’ handel te drijven. Dit toeren begon te draaien, toen juridisch de mohad als gevolg dat we een graad van welvaart kend- gelijkheid ontstond om slechts een deel van je veren die te vergelijken is met hedendaagse ontwik- mogen aan de ondernemingsrisico’s bloot te stellen. kelingslanden met een gebrekkig rechtssysteem. Kortom, ik ben ervan overtuigd dat het instellen van De meest frappante illustratie die voor mij het belang bepaalde juridische kaders een taak is die de staat van een goed werkend rechtssysteem aantoont, is te best voor zijn rekening neemt. Hoewel markten op vinden in H. De Soto’s boek The mystery of capital. termijn allicht ook tot een bevredigende oplossing Daar beschrijft de auteur de situatie in 19-eeuws Cal- zouden kunnen komen (bvb. bedrijf A erkent de eiifornië, toen de VS nog slechts een ontwikkelingsland gendomsrechten die bedrijf B afdwingt, bedrijf A en was. In de tijd van de cowboys en indianen had ieder bedrijf B fusioneren, ...), lijkt het me nutteloos om dorp wel z’n eigen eigendomsrecht. Naar schatting dergelijke hypothetische marktontwikkelingen af 32
Stijn D’Hondt Politiek secretaris LVSV Gent
te wachten voor zaken als het eigendomsrecht en het contractenrecht: deze worden in de westerse maatschappij toch als betrekkelijk homogeen aanzien. Over het milieu Ik geloof wel degelijk dat de feiten zoals ze vandaag voorliggen genoeg zeggen over het feit dat onze planeet aan het opwarmen is. Of de mens daar iets mee te maken heeft laat ik in het midden. Either way vind ik het toch wenselijk dat we enige vorm van propere lucht hebben. Het probleem is dat de exploitatie van de dampkring een groot gevaar inhoudt van een tragedy of the commons. Bedrijven kunnen normaliter zonder enig gevolg schadelijke stoffen uitstoten. De externe kosten zijn immers toch niet voor hun rekening. Anders is de realiteit vandaag, nu er – hoofdzakelijk per verdrag – zware uitstootrestricties werden opgelegd. Op die manier wordt het probleem van niet-toerekenbaarheid van de hoger beschreven externe kosten toch enigszins opgelost. Welke plaats hebben dergelijke maatregelen nu in een anarchistische samenleving? Dat lijkt me toch een groot vraagteken. Wie zal in z’n eigen voeten willen schieten en vrijwillig zijn uitstoot beperken? Niemand. Het komt me voor dat milieuregulering in
gebrek van de mogelijkheid om universele maatregelen te nemen, scheppen volgens mij problemen binnen een anarchie. Veel verder dan wat lobbywerk bij bedrijven zou men allicht niet komen. Milieuproblemen oplossen door een mentaliteitswijziging lijkt me bovendien haast onmogelijk: uit studies blijkt dat onze publieke opinie over de urgentie van milieumaatregelen in feite haast niets veranderd is in vergelijking met een 50-tal jaren geleden; dit ondanks de inflatie aan sensibiliseringscampagnes en NGO’s die zich met milieu bezighouden. Over democratie, public choice en overheidsinflatie Een vaak aangehaald argument van anarchisten is dat anarchisme de enige ideologie is die resistent is tegen – what’s in a name – overheidsinflatie. Elke vorm van overheid, gaande van een minarchie tot een quasi-communistische staat, zou uiteindelijk uitdraaien op een donkerrood gedrocht waar niemand op zat te wachten. Inderdaad, los van de utilitaristische discussie, zou iedereen allicht tekenen moest anarchie stabieler zijn dan etatisme. Dit argument pro anarchisme gaat volgens mij echter niet op. Ja, de public choice school toont ons aan dat je in een parlementaire democratie mechanismen hebt die systematisch de overheid uitbreiden. Die logica is echter gebaseerd op de
“Bijgevolg zou je slechts kunnen spreken van een theoretische en slechts tijdelijke scheidingslijn tussen een minarchie en een anarchie. In werkelijkheid zullen staten in een mum van tijd weer werkelijkheid zijn.” werkelijkheid enkel kan worden ingevoerd met een groot pistool tegen de slaap van de uitstoters (lees: een geweldsmonopolie). Om iets te doen aan de aantasting van de ozonlaag moet je bovendien over de landsgrenzen heen werken – lucht kent geen grenzen. Zowel het probleem van afdwingbaarheid als het
menselijke natuur: mensen (in casu politici) zullen steeds in hun eigenbelang macht willen verwerven, en daarbij het algemeen belang terzijde schuiven. Nu, die logica kan je volgens mij evengoed doortrekken naar een situatie zonder parlementaire democratie. Stel dat we ooit in een maatschap33
Stijn D’Hondt Politiek secretaris LVSV Gent
pij zonder geweldsmonopolie terecht komen, dan zal het volgens mij niet lang duren vooraleer “veiligheidsorganisaties” A en B een kartel vormen en de macht grijpen. Een dergelijke beweging heeft zich reeds doorheen de hele wereldgeschiedenis voorgedaan. Kijk maar naar de tribale Germanen die uiteindelijk allemaal onder Europese vorsten kwamen te staan in de middeleeuwen. Kijk maar naar het voorbeeld van Californië en de eigendomsrechten.
van anarchie in te slaan, denk ik dat er zeker evenveel weerleggingen voor bestaan, waarvan ik in dit artikel enkele vrij pragmatische punten uiteen heb gezet. Daarnaast acht ik de kans klein dat we ooit in een anarchistische samenleving terechtkomen: er is simpelweg geen publiek draagvlak voor. Evenmin denk ik dat dat draagvlak er ooit komt, gelet op de menselijke natuur van onverschilligheid en een drang naar zeker-
“Verlangen naar macht is een intrinsiek menselijk concept en bewegingen richting centralisatie van de macht zijn nooit een loutere optelsom van toevalligheden” Ik denk wel degelijk dat het verlangen naar macht een intrinsiek menselijk concept is, en dat bewegingen richting centralisatie van de macht nooit een loutere optelsom zijn van toevalligheden. Ik vrees dat we bijgevolg te maken hebben met een noodzakelijk kwaad: net omdat de mens inherent op zoek is naar macht, zal er altijd wel een overheersende speler op het toneel verschijnen, die een geweldsmonopolie weet te verwerven. Aldus ben ik ervan overtuigd dat een anar chistische samenleving minstens even la biel is als een samenleving met overheid. Conclusie: divergerende ideologie, convergerende praktijk Terwijl er genoeg pro argumenten bestaan om de weg
34
heid. Het gros van de mensen kan het feitelijk weinig schelen in wat voor maatschappij we leven, zo lang alles maar ‘ok’ is. Een overheid, los van welke geur of kleur die nu mag hebben, draagt bij tot dat gevoel van controle. Om het met de woorden van Daenerys Targaryen te zeggen: “People learn to love their chains.” Moest de dag toch komen dat er geen overheid meer is, dan lijkt een toestand van anarchie me geen lang leven beschoren. Uiteindelijk zal het volk toch weer gemakzuchtig willen settelen voor één rechtssysteem, één politiesysteem binnen één gebied. Bijgevolg zou je slechts kunnen spreken van een theoretische en slechts tijdelijke scheidingslijn tussen een minarchie en een anarchie. In werkelijkheid zullen staten in een mum van tijd weer werkelijkheid zijn. Divergerende ideologie, convergerende praktijk.
Ereleden 2013-2014 Erna PISSENS Gemeenteraadslid Lebbeke
Jozef VANDENBOSSCHE Oud voorzitter LVSV en ere-voorzitter oudledenbond
Dirk DAWYNDT Schepen Koksijde
Bart TOMMELEIN Fractievoorzitter Open VLD Senaat
Henri HOUTSAEGER Erevoorzitter K.V.V. COXYDE
Karel POMA Minister van Staat
Gilbert STRUMANE Ereschepen De Pinte
Matthias LAEVENS
Notaris Anne PEDE BVBA
Pieter COENE
Philippe DE BACKER EU-Parlementslid
Philippe COLLE Hoogleraar VUB, Gedelegeerd Bestuurder Assuralia
Thomas VANTHOURNOUT Oud Vicevoorzitter LVSV Gent
Sabien LAHAYE-BATTHEU Federaal Parlementslid Open VLD
Eveline VAN DEN ABEELE Oud Bestuurslid LVSV Gent
Jurgen VANDEWALLE Oud Bestuurslid
Vincent LAROY Gwendolyn RUTTEN Open VLD fractievoorzitter Lovendegem-Vinderhoute Voorzitter Open VLD Herman DE CROO Minister van Staat
Martine TAELMAN Senator
Erwin DEVRIENDT Oud Voorzitter LVSV Gent
Karel VINCENT Oud Penningmeester LVSV Gent
Bart TEIRLYNCK
Hans PIJPELINK
Romeo RAU Voorzitter Open VLD Nieuwpoort
Karel DE GUCHT Eu-Commissaris
Egbert LACHAERT Ingrid CNUDDE Voorzitter Open VLD Eine-Huurne-Mullem
Annemie NEYTS - UYTTEBROECK Europees Parlementslid Wietse VERWIMP Oud-Pol.Secretaris
Advocatenkantoor Ives FEYS BVBA Voorzitter open VLD Koksijde
Christophe PEETERS Schepen Gent
35
Ereleden 2013-2014 T. Mouctar BAH
Wim AERTS
Patrice VIAENE Oud-Voorzitter LVSV Gent
Clair YSEBAERT Voorzitter LVV
Thibault VIAENE Oud-Voorzitter LVSV Gent
Elisabeth MATTHYS Oud Bestuurslid LVSV Gent
Thomas VERGOTE Oud Bestuurslid LVSV Gent
Marc DE VOS Hoogleraar UG/VUB, algemeen directeur Itinera Institute
Mathias DE CLERCQ Oud Bestuurslid LVSV Gent Jonas VEYS Besturslid LVSV Leuven Lode COSSAER
Maarten DE BOUSSER Oud Politiek -Secretatis LVSV Gent Steven KEIRSE Oud voorzitter LVSV Gent
Mieke DE REGT
Lawrence VANHOVE Oud voorzitter LVSV Gent
Ludovic VILAIN Oud penningmeester LVSV Gent
Siemon AELBRECHT Oud penningmeester LVSV Gent
Jeroen DE METS
Drankcenter LDW is al enkele jaren LVSV-sponsor en heeft ons dan ook al vele onvergetelijke avonden bezorgd met haar uitgebreid bierenaanbod - denk maar aan de streekbierenavond! Onze vereniging kan LDW dan ook ten zeerste aanprijzen als partner voor al uw feestmateriaal en drankaankopen. 36
Maarten Wegge Academic director MRI
Visie
Anarchisme, de laatste stap? Maarten Wegge
Maarten leidde afgelopen academiejaar een discussieavond over anarchisme in, georganiseerd door LVSV Gent i.s.m. het Murray Rothbard Instituut. Die avond kwamen enkele fundamentele meningsverschillen aan het oppervlakte. Deze tekst is een recht van antwoord n.a.v. het verslag over de discussieavond dat geschreven werd door politiek secretaris Stijn D’Hondt. Dinsdag 16 april van het afgelopen academiejaar had ik het genoegen op de gezamenlijke activiteit van het Gentse Liberaal Vlaams Studentenverbond en het Murray Rothbard Instituut een korte lezing
we het kunnen hebben over life, liberty and property. Vaak beschouwd als de grote voortrekkers van deze variant van liberalisme, kunnen we daarbij verwijzen naar Murray Rothbard1 (die zijn theorie stoelde op
“Stellen dat liberale anarchisten, wanneer ze verder bouwen op bekende en fundamentele theorieën voor alle varianten van liberalisme, foute uitgangspunten hanteren, betekent dan ook dat alle vormen van liberalisme aan deze fouten lijden.” te mogen geven over anarchisme. Voor de goede verstaander, het betrof hier een korte inleiding in een specifiek argument voor anarchisme, geworteld in de brede liberale traditie. Net als Stijn D’Hondt, die in de laatste Neohumanisme van dat jaar (jaargang 76, 4de kwartaal) een verslag schreef over deze activiteit, vond ik dit een geslaagde avond: de discussie die op mijn korte inleiding volgde was vaak gepassioneerd en raakte aan een aantal fundamentele vraagstukken. Jammer genoeg moet ik, uit wat Stijn had geschreven, vaststellen dat een aantal misverstanden overeind zijn gebleven. Sta me dan ook toe deze kort toe te lichten. Belangrijk voor wat ik in april probeerde duidelijk te maken, is dat liberaal anarchisme (ook wel anarchokapitalisme of marktanarchisme) vertrekt van bekende uitgangspunten, kort samengevat zouden
het consequent toepassen van het natuurrecht) en David Friedman2 (een utilitair argument dat stelt dat vrijwillige interactie, zoals die op de markt, veel, zo niet alles, beter kan dan wanneer een overheid ze zou proberen te doen). Hoewel deze denkers een heel belangrijke basis hebben gelegd voor het moderne liberaal anarchisme (ze waren allesbehalve de eersten die op deze ideeën kwamen), zijn dit argumenten die iedereen die een beetje bekend is met liberalisme als vertrouwd zullen overkomen. Om deze reden koos ik ervoor om, in plaats van het lauwtjes herkauwen van bekende stellingen, de nadruk te leggen op een sociaalwetenschappelijke benadering, waarbij de nadruk lag op het kennisprobleem en een institutionele analyse van zowel de staat als vrijwillige interactie. 37
Maarten Wegge Academic director MRI
Ook dit kan sommigen als oude koek overkomen: het kennisprobleem werd door F.A. Hayek al in 19453 aangeduid als een belangrijke hinder voor staatsorganisatie van de economie en, hoewel dit pas relatief recent terug in zwang raakte, wordt institutionele analyse beschouwd als de traditie waarin Adam Smith en Max Weber werkten (bezwaarlijk kleine jongens te noemen, voor zowel liberalen als sociale wetenschappers). Kort samengevat focuste ik mijn discours op een aantal vragen die draaiden rond coöperatie en coördinatie: 1) Welke instituties (formele en informele regels, normen en mechanismen in een samenleving) leiden tot coöperatie en coördinatie? 2) Welke instituties ondersteunen coöperatie en coördinatie? 3) Welke instituties kunnen omgaan met evolutie of verandering in een samenleving? Opnieuw, het uitgangspunt hierbij is dat van het kennisprobleem: voor sociaal-economische orde is communicatie en productie van kennis een fundamenteel vraagstuk. Dat wil zeggen, zonder een mechanisme dat hiervoor zorgt, wordt het erg moeilijk samen te werken met anderen, of zelfs je acties te coördineren met anderen. Het mag ook duidelijk zijn voor de lezers van dit blad dat coördinatie en coöperatie essentieel is om bepaalde doeleinden te kunnen bereiken of zelfs om op een betekenisvolle manier te kunnen spreken van samenleven of een
verder dat dit niet zo is bij systemen die gebaseerd zijn op dwang (zoals elke staatsvorm, per definitie). Daarmee wordt dan bedoeld dat zelfs in een democratisch regime, de kennis die gecommuniceerd wordt in interactie van een beduidend lager niveau is (of zelfs flagrante verkeerde kennis is), dan wanneer dit wordt overgelaten aan vrijwillige mechanismen4. Dit betekent dat, waar vrijwillige interactie, dankzij het feedbackmechanisme voor (onder meer) kennis, tot een proces leidt van trial-and-error, dit niet zo is voor interactie in systemen gebaseerd op dwang of onvrijwilligheid (waaronder we zelfs de zachtste en meest inclusieve vorm van democratie moeten categoriseren). Op de lange termijn worden zo fouten herhaald, verergerd en uitvergroot. Dit betekent dat we erg sceptisch moeten zijn over de rol die een staat kan spelen in de drie vragen die ik hiervoor aanhaalde, maar ook dat het scepticisme voor het concept ‘anarchie’ misschien niet helemaal gegrond is. Uiteraard is hiermee de kous niet af. De grote tegenstelling die ik maakte was die tussen instituties gebaseerd op dwang versus die gebaseerd op vrijwilligheid. Dat betekent natuurlijk niet dat alle problemen zomaar de wereld uit zouden zijn wanneer instituties een vrijwillig karakter vertonen, of zelfs dat dat mogelijk is. Eerder, hiermee wordt bedoeld dat dankzij deze instituties betere oplossingen kunnen evolueren op heel wat problemen, net omdat ze het mogelijk maken om gebruik te maken van meer kennis die in de samenleving bestaat, of die kennis
“Dit betekent dat, waar vrijwillige interactie, dankzij het feedbackmechanisme voor kennis, tot een proces leidt van trial-anderror, dit niet zo is voor interactie in systemen gebaseerd op dwang of onvrijwilligheid (waaronder we zelfs de zachtste en meest inclusieve vorm van democratie moeten categoriseren).” samenleving. (Oostenrijkse) Economen verwijzen daarbij maar wat graag naar het prijsmechanisme: meer dan enkel het aanbieden van incentives, zorgen prijzen er ook voor dat kennis gecommuniceerd en verbeterd kan worden. Het argument gaat dan 38
zelfs uit te breiden, via een proces van trial-and-error. Stijn maakte in zijn verslag echter een belangrijk bezwaar: “Opvallend in heel deze discussie is het grotendeels hypothetische karakter: anarchie is nog niet echt getest op zijn merites. Toch bestaan er
Maarten Wegge Academic director MRI
voor mij enkele onmogelijk oplosbare bezwaren die van mij allicht niet snel een anarchist zullen maken. Ik geloof bvb. niet in de vooronderstelling van een übermensch (sic) die altijd op alles voorzien is; dit is volgens mij wel iets waar een anarchie impliciet van uitgaat.” Nu wil ik niet teveel woorden vuilmaken aan de merkwaardige woordkeuze die mr. D’Hondt hier maakte. Het moet toch gezegd dat übermensch niet gedefinieerd wordt zoals hij dat doet (noch in de Nietzscheaanse, noch de nationaal-socialistische of sociaal-darwinistische variant), waardoor dit taalgebruik een zeer twijfelachtig niveau heeft, als het niet een zeer gratuite (en nogal platte) uithaal was, van een niveau dat ik niet gewend ben van het LVSV. Misschien was het zijn intentie, misschien raakte hij hier onbedoeld aan een belangrijk aandachtspunt, namelijk, wat zijn de assumpties over het individu die in dit soort theorieën worden gehanteerd? Ik herhaal hier dus maar wat graag wat ik op de bewuste lezing had gebruikt als assumptie, namelijk die van het individu als ‘radically ignorant’ of radicaal onwetend. Deze vooronderstelling hangt erg dicht samen met de theorie van het kennisprobleem, namelijk, we gaan ervan uit dat een individu ontzettend veel niet weet, meer zelfs, dit concept hanteert meta-onwetendheid, waarmee bedoeld wordt dat het individu van heel wat dingen zelfs niet weet dat hij/zij het niet weet (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de assumptie die neo-klassieke economen maken: complete kennis of complete relevante kennis). Dit betekent dat we ervan uitgaan dat mensen fouten kunnen maken, meer zelfs, het betekent logischerwijze dat veel mensen veel fouten zullen maken. Je kan bezwaren maken tegen deze assumptie (andere schakeringen van vooronderstellingen over de kennis die individuen hebben en gebruiken bestaan; zoals ‘rational ignorance’ en ‘rational irrationality’), de merite hierbij is dat we zo weinig mogelijk veronderstellen over het individu (namelijk we gaan niet uit van individuen met enorm veel kennis en een bijna bovenmenselijk
vermogen om kennis te vergaren en gebruiken, wél integendeel). Verder gebruikte ik ook een, wat dan heet, ‘thin concept’ wanneer het gaat over intenties: ik ga niet uit van goede noch slechte intenties, eerder die van het ‘probleem-oplossend’ individu’ of de ‘homo agens’ (waarbij ook rationaliteit als beperkter wordt beschouwd dan bij de hyperrationele egoïstische homo economicus). Hoe meer we veronderstellen, hoe vaker we zullen vaststellen dat de theorie gaten vertoont. Stijn heeft dus gelijk wanneer hij stelt dat hij niet gelooft in een vooronderstelling over het individu dat “altijd op alles voorzien is.” Een theorie die daarvan uitgaat zal snel belangrijke fouten en vergissingen begaan. Echter, ik heb expliciet een andere assumptie gemaakt. Dit neemt niet weg dat een korte inleiding en theoretisch abstracte redeneringen niet altijd goed samengaan. De tegenstelling die hier gemaakt moet worden is die tussen ‘utopisch anarchisme’ en ‘analytisch anarchisme’. Utopisch anarchisme begaat de fout assumpties te maken over zowel de kennis die mensen hebben en gebruiken en de intenties van mensen. Meer zelfs, vaak vinden we hier zaken terug zoals een ‘wereld zonder schaarste’ of het ‘getransformeerde individu’ (bij dit laatste wordt dan gesteld dat mensen, zo niet de samenleving, maakbaar zouden zijn). Analytisch anarchisme, echter, is een onderzoeksagenda in de sociale wetenschappen, waarbij beperkte en bescheiden assumpties gehanteerd (moeten) worden: beperkte mensen, zowel op het vlak van kennis en intenties. Het gaat niet op een theorie voor te stellen op basis van individuen die alle kennis hebben en kunnen gebruiken en énkel goede intenties hebben. Beter is het dan om bijvoorbeeld de route te nemen die ‘robust political economy’ doet, economen van deze strekking gaan uit van ‘niet-ideale’ assumpties over zowel kennis als motivaties. Dit gaat ook in op het bezwaar dat Stijn maakte, wat betreft het “hypothetische karakter” van de discussie: het gaat 39
Maarten Wegge Academic director MRI
hier over een onderzoeksagenda of de ontwikkeling van theorieën. “Anarchie is nog niet echt getest op zijn merites” raakt hier dus kant noch wal. Verder is het belangrijk om nog eens te benadrukken dat dit niet het aanreiken van oplossingen voor bepaalde problemen betreft, maar het aanreiken van een manier om volwaardige oplossingen voor bepaalde problemen mogelijk te maken. De bezwaren die mr. D’Hondt dus uit, kunnen terecht zijn. Misschien gaat liberaal anarchisme, gebaseerd op de onderzoeksagenda van analytisch anarchisme, effectief impliciet uit van bepaalde foute veronderstellingen. Het probleem hierbij is
dan wel dat dezelfde argumenten (en expliciete en al dan niet impliciete assumpties) het hele historische en moderne liberale oeuvre doorkruisen. Stellen dat liberale anarchisten, wanneer ze verder bouwen op bekende en fundamentele theorieën voor alle varianten van liberalisme, foute uitgangspunten hanteren, betekent dan ook dat alle vormen van liberalisme aan deze fouten lijden. De vraag wordt dan welke merite liberalisme als visie op de samenleving nog overhoudt, niet of er iets zit in de argumenten voor anarchisme.
Het favoriete plekje van elke boekenliefhebber bevindt zich op de Kouter 113 in Gent en op het Ladeuzeplein 12 in Leuven!
40
Pablo Tenret Lid LVSV Gent
Visie
Over vrije wil en verantwoordelijkheid Pablo Tenret
In vele filosofische contemplaties komt al eens het concept van ‘vrije wil’ voor. In dit artikel wordt de houdbaarheid van deze ‘vrije wil’ onderzocht. De auteur gaat uit van een gedetermineerde wil en beschouwt ook de implicaties hiervan. De vrije wil is een illusie. Hoewel dit geen ‘nieuw’ idee is, is het wel één dat ten gevolge van de ontwikkeling van de hersenwetenschap in opmars is. Het is ook een idee dat bij velen een instinctief protest oproept. “Natuurlijk is mijn wil vrij!” Dat het tegendeel mogelijk zou zijn lijkt in te druisen tegen een diepgeworteld buikgevoel en ons gevoel van identiteit. Als wij niet over een vrije wil zouden beschikken, kunnen wij dan nog wel verantwoordelijk gesteld worden voor onze handelingen? Hebben onze handelingen nog wel een betekenis? Het is de opzet van deze tekst te beargumenteren dat er inderdaad geen ruimte is voor een “vrije” wil binnen onze huidige kennis en begrip van de werkelijkheid, maar dat dit in geen geval de gevolgen moet hebben die daar vaak aan verbonden worden, nl. een gebrek aan persoonlijke verantwoordelijkheid of een betekenisloosheid van het bestaan. De kloof tussen wenselijkheid en werkelijkheid Voor we beginnen, wil ik graag eerst even ingaan op het belang niet te argumenteren voor iets omwille van het feit dat men het een aangename gedachte vindt dat dit bestaat, dat het ondraaglijk zou zijn moest dit niet het geval zijn of dat dit tot onwenselijke gevolgen zou leiden. Hoewel ik zeker niet ontken dat het aanvaarden van het niet-bestaan van een vrije wil geen evidente zaak is en men dit niet makkelijk kan verwerken, mag dit geen rol spelen in de argumentatie voor het daadwerkelijk bestaan
van de vrijheid van de wil. Of iets nu wenselijk is of niet, dit heeft geen enkele invloed op de juistheid van een bepaalde claim. Dit moet men steeds in het achterhoofd houden. Uitspraken als “We hebben een vrije wil, want anders zou niks nog betekenis hebben” of “We hebben een vrije wil want anders kunnen mensen niet verantwoordelijk meer worden geacht voor hun daden” zijn dus niet relevant bij de discussie over het bestaan van de vrije wil. Een vrije wil, wat is dat eigenlijk? Wie wil praten over het niet-bestaan van een vrije wil, moet beginnen met dit begrip te definiëren. Hier stelt zich meteen het eerste probleem. Hoe kan men het buikgevoel omtrent onze “vrijheid” van wil duidelijk vastleggen? Laten we een poging wagen. De term “vrij” in de vrije wil slaat op onze mogelijkheid om als individu een keuze te maken tussen verschillende mogelijke opties op een manier die ongebonden is van externe impulsen. Men kan weliswaar externe invloeden ondervinden, maar de finale keuze is vrij. Dit lijkt mij een werkbare omschrijving van wat meestal onder het begrip “vrije wil” wordt begrepen. Terzijde moet er worden opgemerkt dat in deze tekst geenszins wordt beweerd dat mensen niet beschikken over een wil tout court. Dit wordt niet gezegd. Het is inderdaad zo dat mensen handelingen stellen met bepaalde intenties. Hoewel deze niet altijd even duidelijk of eenduidig zijn, impli41
Pablo Tenret Lid LVSV Gent
ceert dit niet dat we niet beschikken over een werkelijkheid in grote mate een wil en de capaciteit om doelbewust te handelen. rol spelen, maar houdt vol dat er toch, wanneer het erop aankomt, iets is dat werkelijk vrij beslist. Een “scheppend Waar zit de vrijheid? moment”, als het ware. Het is uiteraard eenieder Terug naar de vrije wil dan. Nu we over een defini- zijn goed recht om hierin te geloven, net zoals men tie beschikken, kunnen we deze nader onderzoeken. mag geloven in een onzichtbare God, een vliegend De hoofdvraag werpt zich op: waar zit de vrijheid spaghetti-monster of om het even welke andere binnen de vrije wil? Bestaat er ruimte voor dit mo- onbewijsbare bewering. Indien men dit doet verment van ongebonden keuze, los van externe im- laat men echter het terrein van de wetenschap en pulsen? Ons huidige inzicht in hoe de werkelijkheid de logica en komt men op een quasireligieus terfunctioneert dicteert dat alles onderworpen is aan rein terecht: men kiest ervoor ergens in te geloven, fysische processen, waarbij actie en reactie elkaar zonder dat dit logisch onderbouwd kan worden. voortdurend opvolgen in een eindeloze stroom van gebeurtenissen. A volgt op B en wordt hier ook Dit inroepen van een “extra” iets dat ons toch vrij door veroorzaakt. Er is met andere woorden sprake maakt, een soort immateriële tussenkomst, vertoont van causaliteit. Wanneer we een rijtje maken van een sterke gelijkenis met de “god of the gaps”-argu-
“De vorming van onze wil is evenzeer onderhevig aan fysisch gedetermineerde causale processen.” mentatie die vaak gehanteerd wordt door creationisten of de verkondigers van intelligent design. Zolang de wetenschap er niet in slaagt om iets volledig te verklaren, wijst men op deze onvolledigheid in onze kennis en zegt men: “Er is geen nood om dit te verklaren, God heeft hiervoor gezorgd”. Wanneer de Wij leven dus allen in een fysische werkelijkheid die wetenschap er dan toch toe komt om dit voorheen gedetermineerd is door causale processen. Indien onbegrepen fenomeen te verklaren, verschuift het we dit aanvaarden, waar dan bestaat er nog ruimte argument zich naar iets anders waarvoor nog geen voor vrijheid in de zin van een werkelijke ongebon- wetenschappelijke verklaring bestaat, enzovoort. De denheid in onze keuzes? De vorming van onze wil is gaten in onze kennis worden steeds kleiner, en zo heeft immers, indien we het bovenstaande consequent to- God steeds minder gaten om zich in te verstoppen. epassen, evenzeer onderhevig aan fysisch gedetermineerde causale processen. Wie volhoudt dat er een In dezelfde zin kan het dualistische argument of vrijheid van wil is, heeft nood aan een methode om de verdediging van een vrije wil worden geduid. toch aan deze gedetermineerdheid te ontsnappen. Vroeger, voor de opkomst van de hersenwetenschap, was het makkelijker om te geloven in een vrije wil: de werking van onze hersenen was een mysterie voor De dualistische uitvlucht ons en achter deze veil of ignorance konden we onze Sommigen slagen hierin door zich op een dualistisch ingebakken assumpties omtrent een ziel of een vrije kkelijk volhouden. Naarmate de hersenwetenwereldbeeld te beroepen. Hoewel hiervan meerdere wil ma������������������������������������������� schap echter steeds meer inzicht krijgt in de werkinvullingen bestaan, komt het er op neer dat men iets inroept dat buiten deze fysische werkelijkheid ing van onze hersenen, lijkt er steeds minder ruimte speelt (een ziel?) en niet onderhevig is aan de ho- te bestaan voor onze vrijheid van wil. Onze innerliger beschreven processen. Men aanvaardt vaak jke werkingsprocessen worden in toenemende mate weliswaar dat deze processen van onze fysische gedemystificeerd en onze vrijheid komt in het nauw. dominoblokjes en aan het eerste een tik geven, valt deze om tegen de 2de, die omvalt tegen de 3de, enzovoort. Er is ook sprake van een gedetermineerdheid. We weten dat als we een baksteen tegen een raam gooien met voldoende kracht, dit raam zal breken.
42
Pablo Tenret Lid LVSV Gent
Kortom: als we aanvaarden dat we leven in een causaal gedetermineerde realiteit, dan lijkt er, behalve ons eigen buikgevoel, geen enkele reden te zijn om te geloven dat deze causale gedetermineerdheid niet meer zou spelen binnen onze eigen hersens, wanneer we zelf beslissingen nemen. Wie pleit voor een vrije wil, zegt in feite dat binnen onze hersenen de natuurwetten plotseling zouden ophouden te werken zoals ze daarbuiten doen. Een opmerkelijk standpunt, dat moeilijk vol te houden lijkt. Een ander argument dat je vaak hoort is dat ons “be-
wustzijn” niet te verklaren zou zijn volgens de gewone wetten van de natuur. Wie zich echter bewust is van de ontwikkeling van de menselijke soort vanuit het oogpunt van de evolutietheorie, kan het bewustzijn wel degelijk duiden. Bewustzijn is een evolutionair emergent fenomeen, dat ontstaan is ofwel omdat het een evolutionair voordeel biedt, ofwel omdat het hier een bijkomstig effect van is. Een soort die in staat is om het gedrag van andere wezens te voorspellen, beschikt over een evolutionair voordeel aangezien het zijn gedrag hierop kan afstemmen. De manier waarop men deze gedragingen kan voorspellen wordt wel eens de “theory of mind” genoemd: men modelleert in zijn eigen hoofd de gedachtegang en het beslissingsproces van het andere wezen. Mensen beschikken over spiegelneuronen in hun hersenen die hen in staat stellen om op deze manier inzicht te krijgen in de denkpatronen van anderen. In feite gaat het hier om een voortdurend feedbackproces, waarbij wezens die hier beter in slaagden een grotere overlevingskans hadden. De mogelijkheid om dit op een gesofisticeerde wijze te doen vormt uiteraard een evolutionaire troef. Deze theory of mind is een
sterke kandidaat als gedeeltelijke verklaring voor de ontwikkeling van ons bewustzijn. Dit alles om te illustreren dat het absoluut niet zo is dat het ontstaan van ons “bewustzijn” een of ander mystiek iets is dat niet te verklaren valt vanuit onze huidige kennis. Hoewel er uiteraard nog zaken zijn die niet volledig uitgeklaard zijn, moeten we deze “gaps of knowledge” niet gaan opvullen met de magische oplossing van “de vrije wil” of een “ziel”. We beschikken over een emergent bewustzijn dat volgt uit de principes van de evolutieleer.
Een biologische rekenmachine In essentie vormt onze wil zich dus door de verwerking van externe impulsen binnen onze hersenstructuur, mede beïnvloed door onze genetische, hormonale en biologische make-up. Het resultaat van dit verwerkingsproces zijn onze beslissingen. Op een bepaalde manier zou je ons dus kunnen zien als een soort biologische “rekenmachines”, met die nuance dat het hier gaat om een voortdurend veranderlijk proces dat getuigt van een enorme complexiteit. Deze complexiteit onderkennen impliceert echter niet dat de aard van dit proces niet gebaseerd kan zijn op simpele principes, namelijk de natuurwetten. Beweren dat onze hersenprocessen niet vrij zijn is niet meer dan een logische extrapolatie van deze gekende basisprincipes. Soms hoor je wel eens een argument in de trend “mensen kunnen van gedachte veranderen, dus ze hebben een vrije wil”. Hiermee gaat men echter voorbij aan het dynamische karakter van onze hersenen en ons beslissingsproces. Onze hersenen maken immers niet simpelweg “één beslissing” maar zijn onderhevig aan een stream of conscious43
Pablo Tenret Lid LVSV Gent
ness, waarbij zowel de externe impulsen als onze hersenen zelf voortdurend in staat van flux zijn. Het is dan ook perfect mogelijk dat, indien men de dimensie “tijd” aan het beslissingsproces toevoegt en rekening houdt met verander��������������� ende input-factoren, dit ertoe kan leiden dat iemand zijn aanvankelijke beslissing zal veranderen. Dit impliceert echter geen vrijheid in de zin van “ongebondenheid van de fysische werkelijkheid”, maar wel een werking van het feedbackmechanisme dat inherent is aan ons beslissingsproces. Change the information, and you change the outcome. Dit impliceert geen vrije wil. Dat is fundamenteel niet verschillend van zeggen dat als 2+2= 4 en je verandert de parameters naar 2+3, het dan «vrijheid» impliceert dat de uitkomst dan plots 5 is. Uiteraard is dit niet het geval.
Een mooie uitspraak om dit te illustreren is dan ook “the smallest possible accurate prediction model for the weather is the weather itself”. Indien men dit probeert te simplifiëren en abstractie maakt van bepaalde input-gegevens (zoals de vlinder die met zijn vleugels slaat), zal men vroeg of laat worden geconfronteerd met afwijkende uitkomsten aangezien men geen rekening heeft gehouden hiermee. Dit is bovendien dezelfde reden waarom economische voorspellingsmodellen regelmatig falen: zij miskennen de fundamentele complexiteit van de werkelijkheid. De chaostheorie doet zijn werk.
Bij de vorming van onze wil is het niet anders: mensen verwerken voortdurend een enorme hoeveelheid van externe impulsen. Uitgaande van de chaostheorie Is die wil dan ook voorspelbaar? kan zelfs het kleinste verschil in input op termijn een merkbaar andere output (=beslissing) genereren. Dit We kunnen dus concluderen dat er, vanuit ons hui- impliceert dat het, zonder over al deze informatie te dig begrip van de werkelijkheid, geen ruimte lijkt beschikken, niet mogelijk is om de beslissingen of de
In essentie vormt onze wil zich dus door de verwerking van externe impulsen binnen onze hersenstructuur, mede beïnvloed door onze genetische, hormonale en biologische make-up. te zijn voor een echte vrije wil. Impliceert dit dan ook dat de wil van anderen te “voorspellen” valt, aangezien deze toch gedetermineerd is? Om hierop een antwoord te geven moeten we ons even verdiepen in de chaostheorie en de kwantummechanica (meer specifiek: het onzekerheidsprincipe). De chaostheorie is een concept dat gaat over de werking van dynamische systemen. Kort gezegd betekent het dat zelfs een minuscule verandering in je beginfactoren op termijn tot zeer andere uitkomsten zal leiden. Het kleinste detail is van belang voor het bepalen van de potentiële uitkomst. Een mooi voorbeeld hiervan is het weer, en de moeilijkheid die men heeft om het weer op een langere tijd te voorspellen. Zelfs een ongelooflijk kleine gebeurtenis zoals een vlinder die met zijn vleugels klapt heeft een impact op het weer en zal dit, wanneer er genoeg tijd verstrijkt, op een merkbare manier beïnvloeden. 44
wil van een andere ooit met 100% zekerheid te voorspellen. Het is weliswaar mogelijk om bepaalde inschattingen te maken en de ene beslissing waarschijnlijker te achten dan de andere, maar zonder over alle mogelijke input-informatie te beschikken die een rol speelt bij iemand zijn beslissing, zal de wil van een ander nooit volledig voorspelbaar zijn. Is het dan theoretisch mogelijk om over al deze inputfactoren te beschikken? Om elke mogelijke impuls ten aanzien van onze hersenen te kennen? Dit brengt ons bij het 2e relevante concept: het onzekerheidsprincipe uit de kwantummechanica, ook wel gekend als het Heisenberg-principe. Zonder al te diep hier op in te gaan, zal ik kort uitleggen waarom dit principe relevant is voor de theoretische voorspelbaarheid van de wil. Het onzekerheidsprincipe stelt dat het onmogelijk is om zowel de positie als de snelheid van een deeltje tegelijkertijd te kennen. Ofwel weet
Pablo Tenret Lid LVSV Gent
men de precieze positie van een deeltje, ofwel de snelheid. Men kan niet beide tegelijkertijd kennen.
nele wil”, zonder dat dit discours op een betekenisvolle wijze hoeft aangepast te worden. We kunnen rationaliteit Dit impliceert dat het, zelfs op theoretisch vlak, noo- omschrijven als consistent handelen op basis van it mogelijk zal zijn om met volledige zekerheid ie- de rede in combinatie met de subjectieve waardmand zijn beslissingen op voorhand te voorspellen. ering van doelstellingen én middelen. Hierbij vindt Chaostheorie leert ons dat zelfs het kleinste detail ideevorming en handelen plaats op basis van feiten, van belang is en het onzekerheidsprincipe toont met kennis van oorzaak en gevolg en zijn de veraan dat we onmogelijk over alle relevante informa- wachte baten groter dan de verwachte kosten. Deze tie kunnen beschikken. Samen tonen zij aan dat de definitie sluit mooi aan op het systeem van incenfundamentele complexiteit van de werkelijkheid tivisering en responsabilisering hierboven en vereist nooit een volledige voorspelbaarheid of zelfs maar geenszins een fysische ongedetermineerdheid. Ze een principiële kenbaarheid van de wil zal toelaten. laat echter nog steeds betekenisvolle keuzes toe en een inspelen op relevante informatie en verwachtAls de vrije wil niet bestaat, kunnen we dan nog wel ingen omtrent de gevolgen van onze handelingen. verantwoordelijk zijn? Een subtieler dualisme In het begin van deze tekst vermeldde ik dat er volgens sommigen nood is aan de vrije wil om Mensen die van oordeel zijn dat het niet beschikmensen verantwoordelijk te kunnen achten voor ken over een vrije wil impliceert dat mensen niet hun daden. Dit is niet noodzakelijk het geval. verantwoordelijk mogen worden gesteld, lijken miHet meest voor de hand liggende argument pro het jns inziens een subtielere vorm van dualisme te blijven hanteren van een concept van persoonlijke hanteren, al dan niet onbewust. Het zou niet “rechverantwoordelijkheid voor mensen wiens wil fysisch tvaardig” zijn om mensen die niet over een vrije wil gedetermineerd is, is uiteraard het incentiverings- beschikken te onderwerpen aan een rechtssysteem mechanisme dat inherent is aan verantwoordeli- dat hun verantwoordelijk acht voor hun daden. Maar jkheid. Als we aanvaarden dat de wil wordt gevormd laten we hier even over nadenken. Fysische gedeterdoor de verwerking van verschillende inputs, dan zal mineerdheid is een empirisch, wetenschappelijk gede verwachte reactie van de samenleving uiteraard geven gegrond in de materiële werkelijkheid. Recheen relevante factor zijn bij de totstandkoming van tvaardigheid is echter een menselijk gegeven, dat deze wil. Indien een persoon overweegt om handelin- handelt over intermenselijke waarden en interacties. gen te stellen die nefaste gevolgen kunnen hebben Het gaat niet zomaar op om een concept uit het ene voor anderen, dan spreekt het voor zich dat een sys- veld zomaar binnen te brengen binnen het andere en teem waarbij hij zelf ook een kost zal ondervinden daar allerlei gevolgen aan te verbinden en verbanden hierdoor wenselijk is. Het is geenszins zo dat een fy- te leggen, zonder deze nader te onderzoeken. Laten sisch gedetermineerde wil impliceert dat responsabi- we de onderliggende assumpties die tot deze geliserende en incentiviserende systemen hun waarde dachtesprong leiden dan ook proberen te ontdekken. of hun nutsfunctie verliezen, integendeel. Moral hazard blijft even sterk spelen. Wie de wilsvorming Eén van de assumpties lijkt het idee te zijn dat men ziet als een complexe fysische rekensom heeft er niet “zelf” heeft gekozen. Dit is de reden dat ik sprealle belang bij om de data input zo te beïnvloeden ek over een subtieler dualisme: mensen maken een dat deze aanleiding geeft tot wenselijke resultaten. onderscheid tussen “the world out there” en “ikzelf”, maar dit strekt zelfs zover dat we ergens het Een rationele wil, geen vrije wil gevoel hebben dat onze hersenen geen volledige weerspiegeling zijn van onze eigen persoon. Zeker, ze In feite is het zo dat waar men in veel gevallen de zijn de noodzakelijke hardware waarop we draaien, term “vrije wil” hanteert, men dit perfect kan ver- maar wijzelf zijn toch “iets meer”. Daarom duikt de vangen door de term “rationaliteit” of een “ratio- reactie op, wanneer men wordt geconfronteerd met 45
Pablo Tenret Lid LVSV Gent
een fysisch gedetermineerde wil: “maar dan ben ik toch niet meer verantwoordelijk voor mijn daden en keuzes!”. Maar dat concept van “ik”, dat men hierin al dan niet bewust hanteert, klopt niet. Zelfs al weten we dat we eigenlijk gewoon onze hersenen zijn, toch hebben we de neiging om een valse dichotomie te creëren tussen die hersenen en onszelf. Logisch gezien valt dit echter niet vol te houden.
vatbaarheid indien iemand geestesgestoord is of iemand nog geen leeftijd heeft bereikt waarop hij werkelijk besef zou hebben van zijn daden. In deze situaties aanvaarden we dat deze persoon geen of slechts op onvoldoende wijze is kunnen overgaan tot een rationele inschatting van de gevolgen van zijn daden en dat het dan ook zinloos is om het systeem van incentivisering door een bestraffing uit Wie kan men anders verantwoordelijk stellen? De het klassieke schuldstrafrecht te hanteren. Een anexterne factoren die een rol hebben gespeeld bij der voorbeeld vormt de onweerstaanbare dwang als de totstandkoming van de wil van het individu? Het schulduitsluitingsgrond, die in sommige situaties begaat hierbij om een veelheid van factoren die niet al- schreven wordt als “uitschakeling van de vrije wil”. lemaal te bepalen zijn en in vele gevallen informatie In essentie komt het er hierbij op neer dat er een zijn die men niet zomaar aansprakelijk “kan” stellen uitschakeling is gebeurd van het normale rationele wegens hun niet-menselijk karakter. Het is logisch keuzeproces, eerder dan dat de “vrije” wil is uitgeom de verantwoordelijkheid te leggen bij die entit- schakeld. We aanvaarden in dit geval een inputsfaceit waar de externe informatie tot haar wilsvorming tor in het beslissingsproces die zo sterk aanwezig komt onder invloed van de verwerking door de in- was dat deze geen andere uitkomst qua handelterne hersenstructuur. De nexus van het beslissing- ing toeliet. Hieraan verwant is de “uitlokking”: dit sproces zijn onze hersenen en onze hersenen, dat vormt geen schulduitsluitingsgrond, maar wel een zijn wijzelf. Het gaat hier dus niet om 1 of andere aanleiding tot strafvermindering. Ook hier is er dus vreemde externe entiteit die voor ons kiest. Neen: enig begrip voor het doorwegen van dit element dat onze keuzes, handelingen, blijven de onze. En zij een uitlokking vormde in het wilsvormingsproces. blijven in enige mate gestoeld op een rationele af- U merkt het: ons strafrecht houdt wel degelijk al weging van verwachte gevolgen, kosten en baten. rekening met de hypotheses waar de incentivisering door middel van het verantwoordelijk stellen en
“Het meest voor de hand liggende argument pro het blijven hanteren van een concept van persoonlijke verantwoordelijkheid voor mensen wiens wil fysisch gedetermineerd is, is uiteraard het incentiveringsmechanisme dat inherent is aan verantwoordelijkheid.” Volledige rationaliteit? Dit alles impliceert natuurlijk niet dat onze wilsvorming zuiver bestaat uit een rationele objectieve afweging van kosten en baten. Er zijn zeker situaties waarbij deze rationaliteit in keuzes niet of slechts gedeeltelijk functioneert. Het is in deze gevallen dan ook dat ons huidige rechtssysteem uitzonderingen op een volledig verantwoordelijkheidsconcept zal toelaten, met goede redenen. Zo hanteren we gronden van niet-toerekenings46
straffen geen zin zou hebben. Dit blijf bovendien even sterk mogelijk wanneer we het concept van de vrije wil vervangen door een concept van rationaliteit. Géén sociale gedetermineerdheid Na deze tekst zullen sommigen zich misschien de vraag stellen: als de afwezigheid van een werkelijk vrije wil zo weinig gevolgen moet hebben, waarom doet dit er dan toe? Waarom zo’n hele tekst neerpennen?
Pablo Tenret Lid LVSV Gent
Eén van de redenen is het feit dat de (meest aannemelijke) waarheid ook haar rechten heeft. Bovenstaande visie op de gedetermineerdheid van de wil lijkt te kloppen. Een intellectueel eerlijke instelling aanhouden betekent dat men bepaalde vaststellingen niet uit de weg gaat, zelfs al zijn zij minder aangenaam om te aanvaarden.
te kiezen als “de” oorzaak, de boosdoener, de enige bepalende factor.
Chaostheorie toont aan dat er sprake is van een ontelbare hoeveelheid van relevante factoren die allen van tel zijn bij de wilsvorming. Het onzekerheidsprincipe toont aan dat deze factoren nooit allemaal gekend zullen kunnen zijn. WilsvoorspellEen tweede eveneens belangrijke reden is om zich ing is dus onmogelijk, en perfecte kennis van alle te wapenen tegen zij die spreken over een sociale factoren die tot de vorming van een wil hebben gedetermineerdheid en dit als argument hanteren om geleid de facto ook. Men kan hier spreken over een af te stappen van het verantwoordelijkheidsconcept soort “kennisproblematiek”, waarbij zij die bewbinnen ons strafrechtsysteem. De kans bestaat eren dat iemand zijn wil “sociaal” gedetermineerd dat,��������������������������������������������� naar aanleiding van de opmars van de hersen- zou zijn of door 1 of andere factor, voorbij gaan wetenschap, het debat over de gedetermineerd- aan de fundamentele complexiteit van het bestaan. heid van de wil in de toekomst meer op de voorgrond zal treden. Het is dan ook van belang dat Conclusies? men hierop kan inspelen en bekend is met de ar-
“Het is verkeerd om één enkele factor uit te kiezen bij de vorming van de wil en deze uit te kiezen als “de” oorzaak, de boosdoener, de enige bepalende factor.” gumenten van zij die deze wetenschappelijke vaststelling trachten te gebruik voor meer interventionisme, omdat zij fysische gedetermineerdheid gelijk trachten te stellen met sociale gedetermineerdheid. Volgens het sociaal determinisme bepaalt de sociale omgeving van een individu volledig zijn visies en ideeën en daarom zijn handelen. Alles waarop een mens zijn beslissingen kan baseren, is ingegeven door zijn omgeving. Dit vormt dan ook vaak een aanleiding om het concept van verantwoordelijkheid binnen een rechtssysteem in vraag te stellen. Hierbij gaat men echter voorbij aan enkele essentiële punten. Ten eerste is er het feit dat de sociale omgeving uiteraard een deel vormt van de inputs die een rol spelen binnen het verwerkingsproces waarbij de wil wordt gevormd, maar dat dit geenszins de enige factor van belang is. De interne hersenstructuur, bepaald door de genetische basis van de individu, alsook de ervaringen tijdens zijn levensloop, zullen evenzeer een invloed uitoefenen op de vorming van de wil. Het is verkeerd om één enkele factor uit te kiezen bij de vorming van de wil en deze uit
De vrije wil is een illusie, zo blijkt. Toch hoeft er niet zo veel te veranderen. Het is niet omdat de intellectuele eerlijkheid gebiedt om deze stelling te aanvaarden, dat dit een reden moet zijn om verantwoordelijkheid te ontkennen of te beweren dat het leven geen waarde meer heeft. Integendeel: het feit dat wij wezens zijn die gegrond zijn in de materiële werkelijkheid maakt ons niet minder bijzonder of uniek. De menselijke soort kan gezien worden als een ode aan de bottom-up en aan de complexiteit van het bestaan. Ze is het prachtige resultaat van hoe het mechanisme van feedbackloops inherent aan het evolutieproces geresulteerd heeft in een wezen dat op zeer complexe wijze keuzes kan maken en andere wezens modelleren in haar geest. Bovendien is het zich zelfs bewust van zijn eigen bestaan in deze wereld. Het heeft de capaciteit tot zelfreflectie. Dat dit alles geen evidente waarheid is om te verwerken, dat is begrijpelijk. Maar ons ogen ervoor sluiten lijkt mij geen verkieslijke optie.
47
Niek Van Kerckvoorde Activiteiten LVSV Gent
Visie
Secundair onderwijs Niek Van Kerckvoorde
Waarin een analyse gemaakt wordt van hoe ons secundair onderwijs zou moeten functioneren.
Wat elke leerling nodig heeft, is onderwijs op maat. Dat is nodig om jongeren maximaal hun interesses, talenten en persoonlijkheid te laten ontplooien. Alleen met onderwijs op maat laten we onze jongeren toe om zelfstandige en verantwoordelijke individuen te worden die optimaal kunnen deelnemen aan de samenleving. Dit is een minimumvereiste voor het onderwijs. Jongeren zijn echter zeer verschillend. Jongeren hebben niet alleen verschillende talenten en interesses, maar de leeftijd waarop deze tot uiting komen en optimaal ontwikkeld kunnen worden, verschilt van persoon tot persoon. Dit heeft tot gevolg dat niet iedere leerling op dezelfde leeftijd in staat is om te kiezen welke richting ze moeten uitgaan om tegemoet te komen aan hun talenten en interesses. Velen gaan ervan uit dat scholen mechanische systemen zijn waarbij er lineaire causaliteit is tussen factoren. Dit is een verkeerd paradigma. Onderwijs is een organisch systeem met causale lussen. Dit houdt in dat de waarheid van vandaag morgen achterhaald 48
is en het bijgevolg niet mogelijk is om de one best way of organization te vinden. Bovendien zijn scholen open systemen en staan ze in contact met hun omgeving. De school en haar omgeving interageren constant met elkaar. Hierdoor ontstaat er een constante informatiestroom heen en weer. Dit alles maakt het mogelijk dat er feedback heen en weer is. Hierdoor kunnen scholen zich aanpassen aan wijzigende omgevingsfactoren en wijzigende maatschappelijke vragen. Scholen zijn, o.a. via de scholengemeenschap en de koepels, ook in staat om informatie uit de academische wereld op te vangen en te implementeren wanneer dit de school ten goede komt. Op zich verschilt een school niet veel met elke andere organisatie. Deze moeten ook inspelen op wijzigende omgevingsfactoren en wijzigende maatschappelijke vragen en ze zijn hier meestal vrij succesvol in. Een school is en blijft een organisatie waarin input door middel van processen tot output en outcome leidt. Cruciaal in dit model is de terugkoppel-
Niek Van Kerckvoorde Activiteiten LVSV Gent
ing of feedback. Door middel van deze feedback is het mogelijk om fouten te detecteren en hierop in te spelen. We zijn er ons van bewust dat dit proces niet elke fout kan detecteren en niet direct voor elke fout de beste oplossing kan vinden. Dit is een proces van trial and error, maar dit is wel het beste systeem dat gehanteerd kan worden. Een minister die oplegt hoe een school zich moet organiseren is hier geenszins een verbetering op, wel integendeel. Door allerlei decreten worden scholen herleid tot gesloten en bureaucratische organisaties die misschien wel nog informatie kunnen opvangen, maar deze niet meer kunnen implementeren door de te rigide structuren. Hoewel alle decreten pogen om het onderwijs vooruit te helpen, doen ze net het tegenovergestelde. Ze belemmeren elke vorm van innovatie en creativiteit en belemmeren dat scholen zelf oplossingen kunnen vinden voor de problemen waarmee zij en hun omgeving te kampen hebben.
ervoor zorgen dat de talenten van alle leerlingen worden herkend en erkend, dat alle leerlingen nieuwe interesses kunnen ontwikkelen en dat alle leerlingen hun talenten en interesses maximaal kunnen ontplooien, en daarbij competenties en waarden verwerven waardoor ze een open en sterke persoonlijkheid ontwikkelen, naar eigen kunnen verantwoordelijk deelnemen en naar eigen kunnen bijdragen aan het maatschappelijk leven en met kans op succes verder leren, werken en leven.’ Deze doelstelling heeft als voordeel dat elke leerling voorbereid wordt op zijn toekomst volgens zijn eigen mogelijkheden. Vervolgens maakt de school een plan van aanpak op dat niet meer of niet minder doet dan een realistische weg schetsen naar het doel. Om erkend te worden, dit wil zeggen erkende diploma’s te mogen uitreiken, moet dit plan goedgekeurd worden door de overheid.
Velen gaan ervan uit dat scholen mechanische systemen zijn waarbij met lineaire causaliteit tussen factoren. Dit is een verkeerd paradigma. Onderwijs is een organisch systeem met causale lussen.
Onderwijsbeleid moet dan ook niet gevoerd worden door de minister van Onderwijs, maar wel door de scholen. Schoolbesturen mogen niet gereduceerd worden tot de marionetten van de minister. Zij staan dicht bij de praktijk en weten dus beter dan wie dan ook wat de lokale maatschappelijke vragen zijn en hoe ze moeten inspelen om de omgeving. Op korte termijn zou het onderwijs er als volgt moeten uitzien. Om scholen beleid te laten voeren is het belangrijk dat ze maximale autonomie verwerven. Dit kan door scholen die erkend willen worden enkel een doel op te leggen, noem het een resultaatsverbintenis. Dit doel zou slechts in zeer algemene termen geformuleerd worden en het moet behaald zijn op de leeftijd van 18 jaar. Men werkt dus noch met opdelingen in basis- en secundair onderwijs, noch met opgelegde graden. Een mogelijk doel kan zijn: de school moet
De financiering van onderwijs moet niet meer gaan naar de school, maar naar de leerling. Leerlingen kopen hun onderwijs bij de school. Hierdoor moeten scholen kwaliteit bieden om leerlingen aan te trekken en kunnen scholen het bedrag dat ze ontvangen naar eigen inzicht besteden. Leerkrachten zijn dus geen ambtenaren die betaald worden door de overheid en er zijn ook geen geoormerkte middelen voor infrastructuur en dergelijke. Om de kwaliteit van de scholen na te gaan zou een systeem van ratingagencies een goede oplossing zijn. Zij beoordelen de verschillende scholen en geven vervolgens een score of kwaliteitslabel. Op die manier weten ouders welke scholen kwaliteit bieden. Op die manier worden goede scholen beloond met leerlingen en met financiĂŤle middelen. 49
Rémy Bonnaffé Politiek secretaris LVSV Gent
Verslag Institute for Humane Studies Summer course Rémy Bonaffé Je hebt een passie. Dan heb je er toch alles voor over om in het buitenland, samen met andere mensen die even gepassioneerd zijn over dit onderwerp, te leren? Want dat is uiteindelijk waar deze Summer Schools op neerkomen. Een tijdje geleden hoorde ik van een vriend en mede-LVSV’er dat er zoiets bestond als ‘The Institute for Humane Studies’. Deze organisatie spendeert jaarlijks zo’n miljoen dollar om studenten scholarships aan te bieden in het binnen- en buitenland. Of zoals zij het zelf beschrijven: “The mission of IHS is to support the achievement of a freer society by discovering and facilitating the development of talented students, scholars, and other intellectuals who share an interest in liberty and in advancing the principles and practice of freedom”. Zij geven dus studenten over de hele wereld de kans om in het buitenland meer te leren over hun passie: een vrije(re) maatschappij. Na het schrijven van twee essays, waaronder één over het al dan niet legaliseren van drugs, en een verdere motivatie werd ik aanvaard om een week aan de Chapman University in Californië deel te nemen aan deze Summer School.
voor de vrijheid. Deze interesse onderscheidt zich echter wel van een andere interesse in die zin dat een volledig framework aangeboden wordt over hoe je naar de maatschappij kijkt, hoe je deze maatschappij het best inricht en je beeld ten opzichte van de mens. Als je op zo’n niveau overeenkomt heb je meteen een heleboel zaken om over te praten. Als je dan op datzelfde moment wordt uitgedaagd door professoren om over bepaalde controversiële onderwerpen na te denken, dan heb je de perfecte mix. Het is ook een enorme verademing om te kunnen praten over onderwerpen zoals kapitalisme, de vrije markt, natuurrechten, utilitarisme en de politiek zonder jezelf in te houden omdat je weet dat je de mensen verveelt.
Waar ik het meest onder de indruk van was en wat ik hoofdzakelijk heb opgestoken van deze ervaring is weten en voelen dat er een beweging op gang is, vooral vanuit jongere generaties, waarbij het liberalisme nauw aan het hart ligt. Wat mij ook enorm is opgevallen is hoe georganiseerd deze beweging is. Kijk alleen al naar The Institute for Humane Studies. Zij hebben een miljoen dollar per jaar aan budget, Ik wist aanvankelijk helemaal niet wat ik mocht ver- verzameld via donaties, om een idee te verspreiden wachten, wat het niveau ging zijn, de mensen die ik door studenten over heel de wereld te laten samendaar ging ontmoeten. Het was voor mij al bijzonder komen. Studenten die allemaal een enorme honger indrukwekkend om in de States een week les te vol- hebben om van deze kans gebruik te maken. Dat is gen van Amerikaanse professoren in de rechten, hier in België onmogelijk. De vragen die ik kreeg over economie en filosofie over zaken die mij enorm in- deze summer school bewijzen dat het best: “hoe, dat teresseren. Het is dan ook weinig boeiend om hier is niet met de universiteit”? Academische lessen voleen waslijst aan onderwerpen op te schrijven die we gen over iets wat je interesseert buiten een onderallemaal besproken hebben. In feite gaat het daar wijzende instelling is hier vreemd. Daar is dat wel de ook niet om. Een boek lezen over een onderwerp kan norm. De promotie van ideeën hier is niet echt couje gemakkelijk zelf doen en dat was dus niet het hoog- rant. In vergelijking met de Verenigde Staten zijn wij tepunt van deze Summer School. Wel wil ik proberen echt wel grijze muizen. Hebben wij in België echt grote neerschrijven wat voor een buitengewone ervaring groepen die als bestaansreden het promoten van een dit was. Je zit daar, in de Verenigde Staten, aan een gi- bepaald idee hebben? Ja, de vakbonden, en zelfs dat gantische universiteit in het midden van het zonnige valt te betwijfelen… Het is iets wat we moeilijk in BelCalifornië, op zo’n uur rijden van Los Angeles. Je zit er gië (of Europa) gaan kunnen veranderen, aangezien met een tachtigtal mensen van over heel de wereld: dat niet in ons DNA zit, maar het maakt mijn fasciAmerikanen, Britten, Zweden, Indiërs, Russen, Cana- natie voor de Verenigde Staten alleen maar groter. dezen, Brazilianen, en ga zo maar door. Wat het allemaal zo buitengewoon maakt is dat elk van deze Naast deze observatie heeft deze ervaring mijn vollemensen, ongeacht hun nationaliteit of verschillende dige overtuiging over mens en maatschappij bevesachtergrond, eenzelfde passie delen, namelijk deze tigd. Het liberalisme is een ongelofelijk rijke ideologie. 50
Rémy Bonnaffé Politiek secretaris LVSV Gent
Niet alleen in haar literatuur, maar ook in haar mensen en geschiedenis. Als je daarin een week wordt ondergedompeld en continu ge’challenged’ wordt om je idealen zowel zelf te bekritiseren als te verdedigen,
dan kom je er aan het eind van de rit wel sterker uit. En dat is de reden waarom, als je erin geïnteresseerd bent, je een dergelijke kans niet mag laten liggen.
51
52