NEOHUMANISME
4e kwartaal 2017-2018 Afzendadres - Verantwoordelijke uitgever Mats Cuvelier Vogelzangdreef 3 Oostende Afgiftekantoor Stapelplein Gent 4 edities per jaar P91 11 96
INHOUD
VISIE
8 Een afscheid en een startpunt Michiel Vervliet
5 Een geelzwarte vlag op een rode planeet Bas De Haes
16 Lang leve de hippies! Vince Liégeois
IN MEMORIAM
5 Guy Schrans (1937-2018) Liberales
AFSCHEID 6 Afscheidsbrief Arno Couwenbergh
VARIA 3 Voorwoord 4 Editoriaal 7 Bestuur 15 Ereleden 30 Foto’s 32 Sponsors
Het Neohumanisme is een forum voor discussie over politiek, economie, filosofie en alles wat binnen de liberale beweging gezegd moet worden. Wie een artikel wil schrijven; neem contact op met redactie@lvsvgent.be!
REDACTIE
Hoofdredacteur: Vince Liégeois Redactie: Wouter Goemaere Lay-out: Vince Liégeois Mats Cuvelier Arno Couwenbergh Michiel Vervliet Max De Schryver
2
Mats Cuvelier Voorzitter LVSV Gent
Voorwoord Mats Cuvelier Beste lezers, kersverse bestuursleden en uitgezwaaide anciens, Voor je het goed en wel beseft is er weer een jaar gepasseerd. Ditmaal doet het me toch net iets meer, gezien dit academiejaar niet alleen een buitengewoon rijk gevulde afsluiter betekende van mijn studies, maar ook van mijn tijd bij ons beminde LVSV. Ik schrijf deze afscheidstekst met zicht op het bruisende New York, waar ik ondertussen een vervolg aan het studentenleven aan het breien ben. Toch blik ik graag terug op mijn voorzitterschap en geef ik een aantal lessen mee. Het Hoog Banier staat mij hierin bij. Vooruitgang komt niet vanzelf. Het eist het beste van onszelf. Het LVSV moet het hebben van strevers die hun plan kunnen trekken. Slechts als ieder lid steeds beter wil doen, raakt de ploeg vooruit. Het voorbije jaar heb ik gezien hoe persoonlijk initiatief ons vooruithielp. Initiatief om meer gedetailleerde verslagen te schrijven, initiatief om meer volk te trekken, initiatief om nog een uurtje langer te blijven hangen of nog een pintje meer te drinken. Maar soms komt het niet vanzelf. Dan is het belangrijk om geduld te hebben en niet te snel zelf alles te trekken. Maar wacht ook niet te lang — voor je het weet moet je op een uur tijd een subsidieverslag schrijven. Ruimer horizonten roepen ons. LVSV blijft een plek voor mensen die verder kijken dan dit jaar, mensen met grootse plannen en vol ambitie. Dat moet zo blijven. Het student zijn is echter een tijdelijke aangelegenheid. Het is mogelijk om veel te putten uit je studententijd maar dat heeft slechts zin als je weet waar je naartoe wil. Het LVSV biedt enorme kansen om contacten te leggen en sterke vriendschappen te smeden. Ook na de studies dienen LVSV’ers voor elkaar uit te kijken. Deze wereld is vaak slechts een grote plek met kamers waar mensen binnen en buiten stappen. Gebruik het LVSV om de mensen te leren kennen die deze deuren doen opengaan.
Ons vrije woord is klaar te horen waar anderen in verdeeldheid zijn. Het LVSV moet blijven durven om luid te zijn. Stelling innemen was nog nooit zo makkelijk; het goed doen was nog nooit zo moeilijk. Tussen het strijdgewoel van de extremisten op linker- en rechterzijde houden wij het hoofd koel. Soms misschien te koel. We zijn een groep mensen die graag in boeken duikt en meningsverschillen tot in het abstracte uitspit. Een goede band met het LVV, Liberales, LVSV-afdelingen en hun alumni versterkt onze stem en scherpt onze overtuiging. Aan de nieuwe garde om die banden te onderhouden en de brug naar de bredere opinie te bouwen. Aan de unief, online, in de Neo en in de kranten. Tot slot dien ik nogmaals te benadrukken hoe trots ik ben op de nieuwe koppen die deel uitmaken van de ploeg van 18-19. Als uitgaand voorzitter is het even moeilijk om de teugels toe te vertrouwen aan zoveel nieuwe gezichten. Aan hen behoort echter de toekomst van het LVSV en ik wens hen daarin veel succes. Ook wil ik alle LVSV’ers bedanken met wie ik de voorbije drie jaar fijne momenten heb beleefd. Van en met hen heb ik zoveel geleerd en zonder hen kan ik mijn tijd aan de unief niet meer voorstellen. Ik ben trots op wat we hebben verwezenlijkt en ben benieuwd naar wat nog komen zal. Pro libertas semper, semper LVSV!
3
Vince Liégeois Hoofdredacteur LVSV Gent
Editoriaal Vince Liégeois Mijn allerallerliefste lezers, hier is hij dan, mijn allerlaatste Neohumanisme. Het is iets eigenaardigs, al drie jaar lang spreek ik u aan als “liefste/beste lezers”, maar wanneer ik mij het exacte lezerspubliek van dit studententijdschrift probeer in te beelden, bent u steevast gezichtsloos. Waarschijnlijk omdat ik het bereik van ons dierbaar studententijdschrift veel groter inschat dan het in werkelijkheid is. Of anders omwille van een soort van “schrijversangst”, bang dat u mijn voorwoord en andere teksten – misschien zelfs het Neohumanisme – niet goed genoeg gaat vinden.
nen de Vlaamse liberale beweging, overgenomen.
Op de voorkaft van deze Neohumanisme vindt u het schilderij Vrijheid leidt het volk van Eugène Delacroix terug. Toen oud-hoofdredacteur Timon Lesage mij iets meer dan drie jaar geleden voorstelde om hoofdredacteur te worden, was deze voorkaft één van de ideeën die ik had voor het Neohumanisme, wat ik bijgevolg ook tegen Timon zei. U raadt al wat er is gebeurd; Timon ging er zelf mee lopen. De trekzak, zou penningmeester Joachim Vlaemminck zeggen. Dat is nu ondertussen echter een goede drie jaar en 13 Neo’s geleden. Velen van u ken ik uiteraard wel. Een groot aantal Daarom vind ik het nu persoonlijk wel lang genoeg onder u zal ik zonder meer als vrienden durven be- geleden en gebruik ik dan ook eindelijk dit geweldstempelen, en ik hoop dat diegenen onder u dat ige kunstwerk als voorkaft van ons Neohumanisme. wederzijds ook kunnen doen. Een ander aanzienlijk aantal zal ik zonder twijfel ook kennen van gezicht – De allerlaatste zinnen van mijn allerlaatste voorwoord van op televisie of in de krant bijvoorbeeld – en van- naderen nu, graag zou ik deze voor de veranderwege de faam van de persoon in kwestie. Mocht er ing richten naar één persoon, met name de toevoor de rest onder u nog iemand zijn die ik niet ken komstige hoofdredacteur ofwel Wouter Goemaere: of voor wie ik na drie jaar alsnog uit de lucht kom “Beste Wouter, graag zou ik je enkele woorden van gevallen, dan is dat ten zeerste een gemiste kans. hoop toespreken, zowel betreffende je nieuwe functie als betreffende de toekomst van onze maatschappij. Uw waardering en evaluatie van mij is trouwens ook Maar ergens vrees ik dat dit ten dele valse hoop zou een thema dat aangesneden wordt in deze Neo, met zijn: de Neo lay-outen is vaak hard werk; nachten niet name in mijn afscheidsbrief. Want, beste lezers, zoals u slapen en moeilijkheden hebben met details. Hetzelfweet is de vierde Neohumanisme steevast ook de Neo- de geldt voor het vinden en verbeteren van teksten, je humanisme van de afscheidsteksten. Buiten de afsche- wilt niet weten hoe vaak ik nog spelfouten terugvind idstekst van mij zal u in deze Neo ook nog een afsche- in eerdere edities van ons studententijdschrift. Het idswoord vinden van politiek secretarissen Michiel gaat echt hard werk zijn soms, maar ik geloof ook dat Vervliet en Arno Couwenbergh, die laatste dit jaar de dit de enige manier is, ja, zelfs de juiste manier. En“Nestor” van onze vereniging. Ik raad u ten zeerste aan kel door echt door te zetten, beter te willen doen en om al deze afscheidsteksten te lezen, daar ze allemaal onze grenzen te willen verleggen kunnen we werkelijk geweldig interessant zijn. Enkel mijn eigen afscheid- vooruitgang en verbetering bereiken. Enkel wij kunbrief is misschien een beetje overdreven, maar u kent nen onszelf vrij maken! Mijn beste Wouter, als ik je mij, ik kon mijn gevoelens weer eens niet de baas. één wijsheid mag meegeven laat het deze zijn: hoe hard of moeilijk het soms ook moge zijn, blijf telkens Voor de rest vindt u ook nog een gewone visi- doorzetten. Waag wat gewaagd moet worden!” etekst in deze Neo. Toekomstig voorzitter Bas De Haes schreef een tekst over anarchokapitalisme Mijn beste ereleden, mijn hooggeacht bestuur, mijn dien ruimtevaart. Ook hebben we het in memori- erbare voorzitter: mijn pen valt nu voor uw voeten neer. am van Liberales (www.liberales.be) ter ere van Het was een eer en genoegen uw hoofdredacteur te Prof. Dr. Guy Schrans, jarenlang een boegbeeld bin- mogen zijn geweest. Voor altijd de uwe, voor altijd vrij. 4
In memoriam
Guy Schrans (1937-2018) Eind maart moest het liberalisme afscheid nemen van Prof. Dr. Guy Schrans, een belangrijke figuur voor het Vlaams liberalisme en de stad Gent. Doorheen zijn leven is professor Schrans bijzonder actief geweest binnen de UGent en het Liberaal Archief. Onderstaande “In memoriam” werd geschreven door Liberales (URL: < www.liberales.be >) Met droefheid melden wij u het overlijden van em. boeken – vaak met de steun van het Liberaal Archief uitgegeven – tonen zijn passie voor lokale geschieprof. dr. Guy Schrans. denis, maar ook zijn parate feitenkennis en eruditie. Guy Schrans studeerde rechten aan de Gentse univer- Als voornaamste titels onthouden we Vrijmetselaars siteit en aan de Harvard University. Hij was advocaat, te Gent in de XVIIIde eeuw en Tussen burgerpak en hoogleraar handels- en financieel recht aan de uni- blauwe kiel. Sociaal-liberalen te Gent 1789-1914, versiteit van Gent en assessor bij de Raad van State. twee boeken die van blijvend belang zullen zijn voor het bestuderen van de Gentse (liberale) geschiedenis. Gedurende een korte periode (van april 1977 tot december 1978) was Guy Schrans volksvertegen- Guy Schrans overleed op dinsdag 27 maart woordiger voor het arrondissement Gent-Eeklo. Van 2018. Zijn begrafenis had plaats op woensdag 1970 tot 1984 zetelde hij in de Gentse gemeenter- 4 april 2018 om 11 uur in de Protestantse Kerk, aad. Hij zal ook herinnerd worden als de oprichter hoek Brabantdam en St.-Kristoffelstraat te Gent. van PRAGMA, een politieke denktank waarin gedisLiberales < http://www.liberacussieerd werd over de toekomst van het liberalisme. Bron: les.be/teksten/2018/3/29/in-memoriGuy Schrans was een getalenteerd spreker die zijn am-guy-schrans-1937-2018 > toehoorders kon enthousiasmeren, zowel tijdens zijn cursussen als op diverse politieke fora. Als Gents politicus stond hij destijds aan de start van een veelbelovende carrière. Maar Guy Schrans koos uiteindelijk voor een leven buiten de actieve politiek. Van 1999 tot 2017 was hij secretaris van de raad van bestuur van het Liberaal Archief, een functie die hij om gezondheidsredenen neerlegde. Hij was evenwel nog steeds lid van de algemene vergadering. Na zijn emeritaat legde hij zich toe op het schrijven, vooral over zijn geboortestad Gent en over onderwerpen als de vrijmetselarij en het liberalisme. Zijn 5
Arno Couwenbergh Politiek secretaris LVSV Gent
Afscheid
Afscheidsbrief Arno Couwenbergh Arno Couwenberg, de ancien van het huidige bestuur - zo noemt hij zichzelf toch in deze afscheidsbrief - zet in onderstaande tekst zijn vijf(!) jaren als LVSV’er op een rijtje. Arno was achtereenvolgend aspirant-bestuurslid, bestuurslid, PR-verantwoordelijke, secretaris en politiek secretaris. Het is bizar om er zelfs nog maar over na te denken, laat staan dat het al doordringt. Mijn tijd bij het LVSV zit erop. Vier mooie, verrassende jaren aan herinneringen rijker, verlaat ik de leerschool die het LVSV voor mij was. Leren hoe we moeten omgaan met uitdagende of controversiële ideeën. Leren open staan voor anderen en dan vooral leren luisteren naar elkaar. Degenen die me kennen, weten dat ik wel wat last heb (gehad) met luisteren. Het LVSV schept net de ruimte voor iedereen om op die manier te groeien. We worden uitgedaagd om uit onze schelp te komen. Niet enkel op intellectueel vlak maar ook op persoonlijk vlak. In het begin word je overweldigd met namen en stromingen waar je nog nauwelijks van hebt gehoord. Mises, Hayek, Rawls, Rothbard, Nozick enzovoort. Je denkt bij jezelf dat je er nooit in zal slagen om er iets van te snappen. Maar dan ben je plots “ancien” en vraag je je af, waar de tijd naartoe is dat je het jongste bestuurslid was. Vele handen maken licht werk. Maar bij het LVSV maken vele vrienden veel plezier. Geen enkele dis6
cussie zal ooit uit de hand lopen omdat je vertrekt vanuit wederzijds respect en vriendschap. De waarde daarvan apprecieer je des te meer in het tijdperk van fake news en post-truth. Waar emotie als wapen wordt ingezet en respect een schaars goed is geworden. De missie van het LVSV is niet gewijzigd. We streven nog steeds voor een vrijere en betere wereld. Dit streven neemt elk van ons mee uit het LVSV. Elk zet de lijn voort en probeert op zijn eigen manier de wereld een beetje dichter bij dat doel te brengen. Tenslotte, als “ancien” mag je al eens wat raad geven aan de volgende generatie LVSV’ers. Koester wat jullie hebben. Het LVSV is een bijzondere plek waar kennis, groei en vriendschap elkaar ontmoeten (wie weet ook wat liefde). Ooit gaan jullie ook de vreselijke taak krijgen om deze afscheidsbrief te schrijven. Dezelfde moeite hebben om de dankbaarheid op papier te zetten. Om dan te beseffen dat het toch voorbij is. Maar ook anciens blijven LVSV’ers. Liberas vincit omnia.
Bestuur LVSV Gent 2017-2018
Voorzitter Mats Cuvelier
Politiek Secretaris Arno Couwenbergh
Politiek Secretaris Michiel Vervliet
Hoofdredacteur Vince LiĂŠgeois
Penningmeester Joachim Vlaemminck
Secretaris Max De Schryver
Webmaster Louis Vanhoeck
PR Aissa Wambeke
Activiteiten Bas De Haes
Sponsoring Mathijs Casier
Sponsoring Paulien Van Audenaerde
Bestuurslid Rein De Vries
Bestuurslid Wouter Goemaere
Bestuurslid RĂŠmi De Cock
7
Michiel Vervliet Politiek secretaris LVSV Gent
Afscheid
Een afscheid en een startpunt Michiel Vervliet Ook van politiek secretaris Michiel Vervliet nemen we dit jaar afscheid. Michiel beschrijft in zijn afscheidstekst de betekenis van het LVSV voor hemzelf en het belang van onze vereniging voor de maatschappij en de wereld. Michiel was bij onze studentenvereniging achtereenvolgend aspirant-bestuurslid, bestuurslid en politiek secretaris. Vijf jaar universiteit, waarvan de helft als bestuurslid van het LVSV, zijn werkelijk voorbijgevlogen. Op 30 september 2015 woonde ik voor het eerst een activiteit bij: het openingsdebat van het academiejaar ’15’16. Mijn eerste kennismaking met het LVSV viel goed mee. Na afloop van het debat ging ik nog mee naar ’t Genoegen, dat toen net de eer te beurt was gevallen om te dienen als nieuwe stamcafé van LVSV Gent. Het kwam die avond niet echt bij me op dat ik twee jaar later zelf op zoek zou mogen gaan naar gasten voor het openingsdebat ’17-’18 voor diezelfde vereniging. Mijn aanwezigheid op dat openingsdebat was uiteraard niet toevallig. Net als zovelen bleef ik een beetje op mijn honger zitten aan de universiteit, en dan zeker in de opleiding rechten. Politiek interesseerde me ook, maar noch het linkse, noch het rechtse discours spraken me aan. Een ideologie die het individu centraal stelt, dat leek toch wat meer doordacht. Daarnaast was een zekere afkeer van regulering en overheid me al niet meer vreemd. Als rechtenstudent word je bijna dagelijks geconfronteerd met de enorme hoeveelheid regelgeving die onze levens beheerst. Dit zorgt enerzijds voor een compleet gebrek 8
aan intellectuele uitdaging binnen onze opleiding, en drukt je anderzijds met de neus op de feiten: onze overheden nemen teveel taken op zich. Misschien is dit wel één van de verklaringen waarom net rechtenstudenten vaak hun heil komen zoeken bij het LVSV. De mate waarin overheden zich een weg hebben gereguleerd in onze levens, toont ook de relevantie van onze vereniging aan. Het blijft van belang om te hameren op het recht om je eigen keuzes te maken, om dat recht te verdedigen en ons af te zetten tegenover hoe onze samenleving er op dit moment uitziet. Aan de universiteit is er nauwelijks nog ruimte om buiten die bestaande structuren te treden. Gelukkig is net dat de kern van wat wij doen. Een overheidsbeslag van +50% is met andere woorden niet de enige manier om een welvarende samenleving te creëren, integendeel. We moeten echter ook erkennen dat het goed leven is in België als liberaal. We kennen een sterke liberale democratie en rechtsstaat, zonder welke van een vrije samenleving geen sprake kan zijn. Meer en meer worden we geconfronteerd met het feit dat dit niet vanzelfsprekend is. In de Verenigde Staten en in de Eu-
been te brengen, vooral tijdens het eerste semester. En dat is toch echt geen sinecure als politiek-filosofische studentenvereniging. Uit de Facebook-reacties op onze evenementen denk ik te kunnen afleiden dat er onder studenten nog wel een (beperkte) interesse is voor actuele maatschappelijke onderwerpen, maar voor velen blijkt die interesse dan toch niet sterk genNa een periode als aspirant en een jaar als bestuurs- oeg om effectief de stap te zetten naar ĂŠĂŠn van onze lid zonder functie vanwege een Erasmus-uitwissel- activiteiten. Tenslotte kregen we dit jaar ook te making, werd ik vorig jaar gevraagd om samen met Arno en met een nieuwe concurrent uit onverwachte hoek. de functie van politiek secretaris waar te nemen. Misschien dat het LVSV haar politieke onafhankeliIk was toch enigszins overdonderd door dit voors- jkheid in deze strijd nog iets beter in de verf kan zetten. tel: plots zou ik medeverantwoordelijk zijn voor de core business van onze vereniging. Achteraf gezien Dit is evenwel een taak die is weggelegd voor een toeben ik vooral dankbaar. Het was een enorm boe- komstige bestuur. Mijn tijd bij het LVSV zit erop. Het iend en leerrijk jaar, al waren er ook momenten van is uiteraard een afscheid, maar tegelijk voelt het aan frustratie en teleurstelling. Zowel Arno als ik hadden als een startpunt, een eerste etappe die is gereden op daarnaast gekozen voor een zwaarder curriculum de lange weg van persoonlijke ontwikkeling en van een dan normaal, wat het er niet makkelijker op maakte. streven naar meer vrijheid. Ik geloof dat mijn periode hier de perfecte basis vormt voor een leven dat toch Toch vind ik dat we tevreden mogen terugkijken op ook altijd een beetje in het teken zal staan van dat sthet afgelopen werkingsjaar. Het openingsdebat was reven, en ik hoop dat het LVSV die belangrijke rol nog een onverdeeld succes, en ook daarna is het ons nog lang kan blijven spelen voor talloze mensen na mij. enkele keren gelukt om een aanzienlijk publiek op de ropese Unie komen leiders aan de macht die knabbelen aan de fundamenten van de liberale democratie. Daarbuiten verstrakken autoritaire leiders hun greep op instellingen en onderdanen meer en meer. We moeten ons hiervan bewust zijn, en niet alleen omdat een gelijkaardige evolutie zich hier voor zou kunnen doen.
Michiel (links) na zijn verkiezing als aspirant-bestuurslid 9
Bas De Haes Activiteitenverantwoordelijke LVSV Gent
Visie
Een geelzwarte vlag op een rode planeet Bas De Haes Activiteitenpraeses en toekomstig voorzitter Bas De Haes waagt zich aan een hypothetisch experiment met het anarchokapitalisme. Hij gaat na hoe een anarchokapitalistische samenleving op een vredelievende manier tot stand kan komen als men ruimtevaart en ruimtekolonisatie in overweging neemt. Ons land, onze waarden De samenlevingsvorm waarin we leven vormt onze alledaagse realiteit. Niemand wordt op een dag wakker en is plots totaal verbijsterd over de manier waarop we onze omgeving en onszelf organiseren en vormgeven. Het is een realiteit die we vrijwel meteen, na onze geboorte, als normaal beginnen ervaren. Hoewel we het gewoon zijn om in deze status quo te leven is het onze natuurlijke reflex om vragen te stellen en problemen te identificeren rondom ons. We vergelijken onze situatie met andere landen en andere periodes in onze geschiedenis. Dit zorgt ervoor dat, sinds de eerste mensen zich kritisch konden opstellen, allerlei filosofen doorheen de tijd deze reflex aangewend hebben om alternatieve samenlevingsvormen voor te stellen. Veel van deze alternatieve samenlevingsvormen werden uitgewerkt tot heuse ideologieën die op alle mogelijke kritiek een antwoord kunnen formuleren steunend op sterke, onderliggende theorieën. Evolutie
bij het ontwikkelen van dergelijke theoretische samenlevingsvormen. Eén van de grootste problemen met veel alternatieve samenlevingsvormen is dat ze moeilijk (rechtstreeks) toegepast kunnen worden in de complexe realiteit. Een hedendaagse samenlevingsvorm steunt namelijk op ideologische fundamenten met een achterliggende historische context. Deze kunnen niet zomaar omver geworpen worden. Daarbij komt ook de vraag of de nieuwe vorm wel sociaal wenselijk is en door iedereen geaccepteerd zal worden. Als antwoord op dit probleem formuleren veel theoretische samenlevingsvormen een overgangsmethode om van de ‘oude’ maatschappij naar een nieuwe en betere te evolueren. Zo voorziet het (orthodox) marxisme bijvoorbeeld een socialistische revolutie steunend op een klassenstrijd die de kapitalistische orde omver zal werpen om zo een perfect socialistische staat te vormen. Het etnisch nationalisme aan de andere kant gaat uit van een, al dan niet kunstmatig geïnduceerde, plotse raciale bewustwording waarbij etnische groepen een drang voelen om te segregeren, al dan niet gepaard met een ‘rassenoorlog’.
Er zijn een aantal problemen die van nature opduiken Het anarchokapitalisme daarentegen voorziet een 10
iets minder ‘brute’, en iets ‘subtielere’ overgangsmethode. De algemene consensus bij deze ideologie is dat het anarchokapitalisme zich enkel geleidelijk aan kan ontwikkelen als logische extensie van onze huidige kapitalistische samenlevingsvorm gepaard met een afnemende overheidsinterventie in de vrije markt. Ik geloof echter dat er een andere (haalbare) mogelijkheid bestaat om een anarchokapitalistische maatschappij op te richten die aan een sneller tempo kan evolueren en zelfs waarschijnlijk lijkt binnen huidige internationale verdragen en bredere economische context. Een geelzwarte vlag Om deze oprichting wat te staven, begin ik best even met een korte schets van het anarchokapitalisme. Bij het ontleden van deze term, valt meteen op dat het
om een samenstelling gaat van twee filosofische concepten, namelijk ‘anarcho’ afgeleid van ‘anarchisme’ en ‘kapitalisme’. Het lexicaal morfeem ‘anarcho’ duidt op het idee dat er geen overheid aanwezig is. Er is dus geen enkele vorm van opgelegde autoriteit waarmee men niet vrijwillig ingestemd heeft. Dit principe van consensueel handelen is zeer heilig voor anarchisten. Zij accepteren geen enkele vorm van macht die zomaar aan hen wordt opgedragen. Dit betekent concreet dat er geen regeringen en logischerwijze ook geen landen kunnen bestaan in de huidige zin van het woord. Dan komt natuurlijk de vraag over hoe een samenleving georganiseerd moet worden. Want als er geen overheden zijn om alles in goede banen te begeleiden en de orde te bewaren, mondt de wereld dan niet uit in totale chaos? Dit is een belangrijke vraag waarop verschillende anarchistische stromingen andere antwoor-
11
Het anarchokapitalisme moet kunnen opereren in een bredere setting zonder overheidsinterventie. Dus als geen enkele locatie geschikt is op deze aardbol, wat dan?
den bieden. Het anarchosyndicalisme bijvoorbeeld ziet de vakbond als de ultieme organisator. Zij geloven dat vakbonden, waarbij men zich vrijwillig aansluit, de ultieme wapens vormen om sociale en economische wanorde tegen te gaan. Bij het anarchokapitalisme biedt de term ‘kapitalisme’ de oplossing. Kapitalisme duidt hier niet op louter consumentisme en materialisme, maar eerder op een volledig vertrouwen in de werking van de vrije markt. Dit betekent dat het anarchokapitalisme de vrije markt als de beste en enige organisatiestructuur ziet voor de samenleving. De organisatie van de maatschappij wordt dus niet in handen gelegd van personen of concrete organisaties, maar in de onbelemmerde vrije markt met de onderliggende wet van vraag en aanbod. Dit betekent concreet dat elke maatschappelijke beslissing een wisselwerking is tussen de beslissingsnemer en zijn omgeving. Om mensen tevreden te houden en dusdanig de vraag te behouden, moet men immers een gepast aanbod voorzien en omgekeerd. Dit resulteert telkens in een marktevenwicht en zorgt ervoor dat alle beslissingen conform gebeuren met de wens van een concrete of bredere doelgroep. Om misbruik tegen te gaan hanteert het anarchokapitalisme één belangrijk principe: ‘Het Non-agressie Principe’ (of kortweg ‘NAP’). Dit principe houdt in dat geen enkele handeling iemand of iemands eigendom mag schaden zonder diens toestemming. Ook gekend onder het principe dat iemands vrijheid stopt waar die van iemand anders begint.
Het probleem met het evolueren naar een nieuwe samenlevingsvorm is dat inwoners binnen een bestaande maatschappij op een bepaald geografisch gebied niet meteen happig zijn op het aannemen van een nieuwe sociale werkelijkheid die haaks staat op hun status quo. Dit is begrijpelijk aangezien elke huidige samenleving door zijn bevolking als de correcte maatstaf wordt ervaren. Een oplossing hiervoor is op zoek gaan naar een geografische setting waar geen enkele samenlevingsvorm actief is. Dit is echter een zeer moeilijke opdracht aangezien bevolkingsgroepen elk hoekje van deze planeet ingepalmd hebben en doorheen de geschiedenis een territorium afgebakend hebben waar ze hun culturele stempel op hebben gedrukt. De weinige geografische locaties waar geen (definitieve) territoriale claims zijn (bv. Bir Tawil) vormen ook geen optie omdat het anarchokapitalisme moet kunnen opereren in een bredere setting zonder overheidsinterventie. Dit is onmogelijk in onze geglobaliseerde wereldeconomie. Dus als geen enkele locatie geschikt is op deze aardbol, wat dan?
Een logische reflex is om meteen buiten onze dampkring te zoeken. Ons universum is namelijk gevuld met allerlei planeten zonder bestaande samenlevingen waar geen territoriale claims gelden. Natuurlijk verloopt het stichten van een samenleving op een andere planeet niet zonder problemen. Momenteel bezitten we simpelweg de mogelijkheden niet om een andere planeet te ‘koloniseren’. Zowel technisch, logistiek als Het naleven van het NAP en het ontbreken van enige economisch is het vandaag de dag praktisch onmogelivorm van overheidsinterventie in de vrije markt vor- jk om personen naar een andere planeet te vervoeren men dus de fundamenten van een succesvolle anar- en deze samenleving in stand te houden. Toch zijn er chokapitalistische samenleving. wetenschappelijke en economische initiatieven die dit op termijn trachten waar te maken, waarvan de meeste Waar? één cruciaal punt met elkaar gemeen hebben: Mars. Na deze schets van het anarchokapitalisme heb ik de Een rode planeet mogelijkheid om mijn idee voor een reële overgang naar een anarchokapitalistische samenleving beter te De interesse voor Mars als mogelijke bestemming voor schetsen. interplanetaire exploratie is de laatste decennia enorm 12
gegroeid. Momenteel zijn er verschillende organisaties die met elkaar de strijd aan gaan om als eerste Mars te veroveren. Dit is niet verwonderlijk aangezien Mars een ontzettend goede kandidaat blijkt te zijn voor exploratie en uiteindelijk kolonisatie. Als buurman van de Aarde vormt Mars de ultieme eerste stap voor een echte interplanetaire exploratie. Daarbij zijn er verschillende, weliswaar extreem theoretische, wetenschappelijke manieren om het levenloze, onvergefelijke landschap van Mars om te toveren tot een iets mensvriendelijkere staat door middel van ‘terraforming’. Er zijn ook grote economische beweegredenen om als eerste een voet te zetten op de rode planeet. Zoals alle grondstoffen die onder het Marsoppervlak ontgonnen kunnen worden en ook de mogelijkheid tot het uitbouwen van een interplanetair distributienetwerk. Eén van de grote spelers die een sterke interesse vertoond in Mars is SpaceX, een privaat Amerikaans bedrijf met een focus op ruimtetransport. SpaceX, onder leiding van Elon Musk, wil van de mens een interplanetair wezen maken en heeft hier concrete plannen voor ontworpen met hun ‘making life interplanetary’ initiatief. Concreet willen ze vanaf 2022 energie- en mijninfrastructuren en de nodige voorzieningen voor een eerste reisnetwerk plaatsen. Mars lijkt dus bij nader inzien een reële kandidaat voor het uitbouwen van een nieuwe samenleving. Dit brengt ons bij een nieuw probleem: als er zo een grote interesse bestaat in het ‘koloniseren’ van Mars, en dit effectief mogelijk wordt in de nabije toekomst, hoe kunnen we garanderen dat de uiteindelijke samenlevingsvorm anarchokapitalistisch is? Het antwoord hierop is tweeledig en steunt enerzijds op een internationaal verdrag afgesloten in 1979 en anderzijds op de sterke opkomst van de private ruimtesector. Het maanverdrag De ‘Overeenkomst ter regeling van de activiteiten van Staten op de maan en andere hemellichamen’ is een multilateraal verdrag uit 1979 dat onder meer stelt dat geen enkele staat territorium mag claimen op andere hemellichamen en alle soevereiniteit overgedragen wordt aan de internationale rechtsorde. Alhoewel in
praktijk verschillende belangrijke, grote ruimtelijke exploratie spelers, waaronder de VS, Rusland en verschillende landen die samenwerken onder ESA, het verdrag niet hebben ondertekend, geeft het verdrag duidelijk weer dat de internationale rechtsorde territoriaal grondgebied op andere hemellichamen niet zal erkennen. Dit zorgt ervoor dat interplanetaire kolonies zich in een constante staat van conflict over soevereiniteitsdisputen zullen bevinden met zeer nefaste gevolgen voor onder meer economische exploratie, het uitbouwen van distributienetwerken en het opzetten en veiligstellen van een (permanente) bevolking. Een mogelijke oplossing hiervoor is de kans geven aan private bedrijven om zich te ontfermen over andere hemellichamen. Een privaat bedrijf op Mars valt immers niet onder het maanverdrag, aangezien dit enkel betrekking heeft op staten. De private sector heeft dus vrij spel om hemellichamen te veroveren. De private ruimtesector In de laatste decennia is de private ruimtesector aan het opkomen. Ruimtevaart, iets wat vroeger enkel was weggelegd voor overheden, wordt nu voor een groot deel overgenomen door private bedrijven met grote economische successen. De redenen hiervoor zijn vrij eenvoudig. Na het einde van de ‘space race’ tussen de VS en de Sovjet Unie begon het budgettair aandeel van overheden voor ruimtevaart te minderen en werd er voornamelijk gefocust op communicatieve en militaire ruimteapplicaties. Grote overheidsinvesteringen in ruimtevaart kregen een lagere prioriteit en innovatiedrang nam af. Private bedrijven, voornamelijk SpaceX, brachten hier verandering in met hun missie om de kostprijs van earth-to-orbit transport te verminderen. SpaceX boekte hier grote vooruitgang in door recycleerbare raketten te ontwikkelen die meermaals gebruikt konden worden in plaats van ze te laten neerstorten in de oceaan zoals voordien de norm was. We bemerken een trend waarbij overheden hun ruimtetransport uitbesteden aan private bedrijven omdat ze kost efficiënter zijn, wat meteen resulteert in nog lagere budgettaire overheidsuitgaven. Als we deze evolutie doortrekken, gepaard met gepubliceerde innovatieve plannen in de private sector, kunnen we besluiten dat de private sec13
tor de beste methode is om ruimtevaart te organiseren. Ideale spelers
evolueren en op grotere schaal toegepast kan worden dan wanneer het in handen blijft van overheden.
Ten slotte is het de bedoeling van elke bedrijf om ideEen belangrijk principe is dat bedrijven, volgens de ale leefomstandigheden te creëren om personeel/ vrijemarktwerking, de meest gunstige situatie zullen bevolking aan te trekken en te behouden. Voornamelitrachten te creëren om zich economisch te ontwikkel- jk dit leef-aspect vind ik een belangrijk gegeven. en eenmaal ze slagen in hun doel om Mars te bereiken. Concreet heeft dit enkele gevolgen: ten eerste houdt dit Anarchokapitalistisch leven op Mars in dat er een competitieve omgeving wordt gecreëerd waarbij bedrijven zo efficiënt mogelijk een handel- In eerste fase zou Mars voornamelijk een plaats zijn met snetwerk willen uitbouwen zonder diplomatieke prob- louter economische doeleinden (mijnbouw, distributie, lemen. Wanneer staten dit distributienetwerk zouden R&D) waarvoor voornamelijk gespecialiseerde peruitbouwen onder het maanverdrag, zal dit leiden tot soneelsleden zullen worden aangetrokken. Dit betekeen inefficiënt netwerk waarbij elke staat een eigen ent dat er een situatie ontstaat waarbij grote bedrijven netwerk wil controleren en vanwege de inherent con- de enige spelers zijn met een bevolking die in dienstflictueuze relaties de samenwerking met andere staten verband werkt voor deze bedrijven. In deze fase is alle uit de weg gaat. Staten zouden dus vanaf het aardop- benutte grond dus eigendom van grote bedrijven die pervlak tot het Marsoppervlak een eigen netwerk willen zich ontfermen over personeel die gebruik maken van beheren, beveiligen, ontwikkelen en afschermen van ri- die grond om tijdelijk te wonen en te werken. Wanneer valen. De private sector daarentegen zou, analoog met Mars zich beter begint te ontwikkelen en de nood zich distributienetwerken hier op Aarde, de samenwerking ontwikkelt om andere sectoren op te starten (bv. toeraangaan om zo kost efficiënt mogelijk te handelen. isme), ontstaan er nieuwe kansen om mee te stappen in deze ontwikkeling en worden nieuwe eigendommen Ten tweede zou technologische innovatie een stuk voor verschillende doeleinden verworven. Zo ontstaat sneller verlopen binnen de private dan binnen de er een complexere situatie waarbij eigendommen als publieke sector vanwege het natuurlijke karakter van kleinere onafhankelijke percelen met elkaar interagbedrijven om te innoveren zonder rekening te moeten eren in een vrije markt setting. Wanneer Mars zich ten houden met budgettaire restricties en een trage bureau- slotte volledig ontplooid als reisbestemming en er een cratie. Dit zorgt ervoor dat de technologie om Mars te migratiedrang ontstaat, kunnen we spreken over een veranderen naar een gunstigere situatie veel sneller zal eerste succesvolle anarchokapitalistische samenleving.
14
Ereleden LVSV Gent 2017-2018
Wim Aerts Oud-voorzitter LVSV Gent
Elisabeth Matthys Oud-bestuurslid LVSV Gent
Thomas Buyse Oud-voorzitter LVSV Gent
Brandaan Mombaers Oud-politiek secretaris LVSV Leuven
Sander Casier Oud-voorzitter LVSV Gent
Arno Morsa Oud-bestuurslid LVSV Gent
Mick Daman Voorzitter Open Vld Gent
Jonathan Peck Oud-webmaster LVSV Gent
Maarten De Bousser Oud-politiek secretaris LVSV Gent
Christophe Peeters Schepen Gent (Open Vld)
Alexander De Croo Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Post en Telecom Herman De Croo Gewezen partijvoorzitter Open Vld Gewezen kamervoorzitter Vlaams volksvertegenwoordiger
Romeo Rau Voorzitter Open Vld Nieuwpoort
Karel De Gucht Oud-Europees Commissaris voor België
Claire Tillekaerts CEO Flanders Investment & Trade
Edouard Dumolin Oud-bestuurslid LVSV Gent
Bart Tommelein Viceminister-President en Vlaams Minister van Financiën, Begroting en Energie
Erwin Devriendt Oud-voorzitter LVSV Gent Sven Gatz Vlaams Minister van Media, Brussel, Jeugd en Cultuur Dries Glorieux Oud-politiek secretaris LVSV Gent Egbert Lachaert Federaal volksvertegenwoordiger (Open Vld)
Gwendolyn Rutten Voorzitter Open Vld Martine Taelman Senator (Open Vld)
Guy Vanhengel Brussels Minister van Financiën en Begroting Lawrence Vanhove Oud-voorzitter LVSV Gent Geert Versnick Gedeputeerde provincie Oost-Vlaanderen
15
Vince Liégeois Hoofdredacteur LVSV Gent
Afscheid
Lang leve de hippies! Vince Liégeois Ook hoofdredacteur Vince Liégeois pent zijn afscheid van het LVSV neer. Hij bespreekt zijn eigen geschiedenis bij het LVSV, wat het LVSV en liberalisme voor hem betekenen en hij besteedt in het bijzonder aandacht aan het Neohumanisme. Vince was eerst aspirant-bestuurslid en daarna drie jaar lang hoofdredacteur. Ik had altijd gedacht dat ik er na vier jaar wel klaar voor zou zijn, om afscheid te nemen van het LVSV en voor mijn geliefde Neo een afscheidstekst neer te pennen. Maar niets is minder waar. Nochtans ben ik als hoofdredacteur meer dan wie dan ook geconfronteerd geweest met het aspect van afscheid nemen van het LVSV. Iedere vierde Neo moest ik op zoek gaan naar afscheidsteksten, deze verbeteren en lay-outen. Dat doet je bijgevolg ook nadenken over je eigen (uiteindelijke) afscheid en wat je in je afscheidstekst zou schrijven, waar je aan zou terugdenken. Het is eigenlijk een beetje als staren naar de eeuwige duisternis, in de onvermijdelijke afgrond, en je daar meer dan wie dan ook op kunnen voorbereiden. Maar als het moment dan eindelijk daar is, merk je dat je er totaal niet klaar voor bent en je hart langzaam breekt als het nakende afscheid nadert.
maere het mij zal moeten vergeven als ik uit macht der gewoonte hem in het midden van de nacht wakker bel om te vragen hoe het met de Neo – ondertussen niet meer mijn Neo (oh, all the feels!) – gesteld is. Ik herinner mij dat oud-politiek secretaris Siemon Aelbrecht het leven als LVSV’er ooit omschreef als “opstaan en gaan slapen met het LVSV”. Voor een aantal functies binnen het LVSV – hoofdredacteur, politiek secretaris, voorzitter, penningmeester – mag dat citaat ook vrij letterlijk genomen worden. Wat de Neo betreft ging dat dan meestal over “nachtje door doen” en de Neo in één of twee nachten lay-outen. opstaan en gaan slapen kwamen daar dus vaak niet eens bij kijken.
Mats Cuvelier hintte onlangs naar hetzelfde toen hij zei dat het moeilijk was om zich zijn studententijd zonder “Ik had niet gedacht dat jij ooit als hoofdredacteur ging het LVSV voor te stellen. Hoewel ik zelf echter wel genstoppen”, zei bestuurslid Louis Vanhoeck tijdens de oeg zaken buiten het LVSV gedaan heb in mijn vrije tijd laatste raad van bestuur tegen mij. Hoewel ik zelf altijd hier in de mooie Arteveldestad, is dat wat mij betreft wel heb vastgehouden aan het idee om er na drie jaar ook een waarheid. Het LVSV heeft mijn leven hier in mee op te houden als hoofdredacteur, lijkt het mijzelf Gent – en daar kom ik later op terug – significant leuker ook irreëel dat het einde nu al daar is. Het voelt boven- en zinvoller gemaakt, of het nu over de vriendschappen dien ook veel te snel aan, in mijn hoofd lijkt het alsof gaat of over de inhoudelijke debatten, mijn studentenik nog zeker 20 jaar lang Neo’s moet lay-outen. Kort leven zou nooit hetzelfde zijn geweest zonder het LVSV. samengevat vrees ik dat mijn opvolger Wouter Goe16
In mijn opzicht is het moeilijkste aan dit einde dat het LVSV gewoon te mooi is om afscheid van te nemen. Je moet echt wel karakter hebben om dat te kunnen doen eigenlijk; om ondanks de mooie herinneringen, ondanks de trots die je hebt om van deze vereniging deel uit te maken, afscheid te durven nemen. Het zijn deze sterke gevoelens die mij bijgevolg meer dan ooit doen beseffen wat voor een geweldige vereniging het LVSV wel niet is en wat voor een glorierijke toekomst onze vereniging tegemoet zal gaan met het nieuwe bestuur.
Ik werd direct in de vereniging betrokken, direct door iedereen als vriend beschouwd en aangesproken – hoewel Philippe Baert, Timon Lesage en Jonathan Peck mij soms liever als een soort liberale padawan zagen – en maakte in mijn eerste twee weken direct een aantal van de strafste verhalen uit de LVSV-geschiedenis mee: Niek die ineens een bestuursvergadering verliet en vergat om terug te komen, Jasper die plots een spoedafspraak had bij de tandarts en PJ Van De Weghe die zijn identiteitskaart was kwijtgespeeld en ergens was
De blandino Ik kan mij mijn eerste dag bij het LVSV nog levendig herinneren. Ik had mij kandidaat gesteld als aspirant-bestuurslid (leuk weetje: voor de eerste maar ook enigste keer in mijn LVSV-carrière had ik toen een deadline gemist: de kandidaturen moesten eind januari binnen zijn en de mijne had ik pas op 5 februari verzonden) en de verkiezingen gingen net door buiten Gent, in Merelbeke, waar de ouders van toenmalig bestuurslid en seksbom van het LVSV Megi Rroku een pizzeria hadden. Ik zou nu een hele lofzang kunnen afsteken over de pizza’s van Megi haar ouders, maar voor deze afscheidsbrief is het vooral belangrijk om te weten dat ik toen met de fiets naar Merelbeke moest fietsen om mogelijks (niet) aangenomen te worden als aspirant. Heel het bestuur keurde mijn kandidatuur gelukkig goed. Er was maar één iemand die zich onthouden had, Philippe Baert, die nog twijfels had. Ik hoop dat deze bij hem wel verdwenen zijn na mijn drie jaar lange werk als hoofdredacteur. Zo niet zou dat mij toch serieuze twijfels geven over mijn afgelopen carrière als LVSV’er.
17
wakker geworden waar hij dat liever niet gedaan had. Ik had ook al direct een bijnaam: de “blandino”. Filip Batsele en Timon Lesage beschouwden mij graag als de enige blandino in de geschiedenis van het LVSV – hoewel ik als specialist betreffende onze geschiedenis echter weet dat dat niet zo is – en tot op vandaag blijft die bijnaam en connotatie mij achtervolgen. Voor de rest behoorde ik samen met Nédée en Jasper ook tot het clubje der Antwerpenaren, een groepje dat binnen ons bestuur immer klein zou blijven en regelmatig het onderwerp was van vriendschappelijke spot. Mijn hart is dus ook vervuld van vreugde in de wetenschap dat Bas De Haes, een mede-Antwerpenaar, de nieuwe voorzitter wordt. Antwerpen boven. Zoals u weet slaat de term “blandino” voornamelijk op studenten van de extreme linkerzijde, waar ik mijzelf liefst – zeker na dit academiejaar – zo ver mogelijk van distantieer. Gezien dit nu echter mijn laatste tekst als LVSV’er met een functie is (en het doet echt pijn om dat neer te schrijven) vind ik het echter noodzakelijk om er toch op te wijzen dat de idee dat de Blandijnberg vol zit met “linkse kameraden” een zwaar vooroordeel is. Uit eigen ervaring en mijn eigen vriendengroep onder de loep nemende weet ik dat het merendeel van de “blandino’s” meer richting het liberalisme neigt, waarmee ik doel op individuele vrijheid, geen overheid die alles regelt, een relatief ongereguleerde vrije markt, etc.. Het is zo dat er onder mijn vrienden nu wel twee communisten en twee socialisten zitten, maar ik herhaal dat dit een zware minderheid is. Feit is dat er – procentueel gesproken – meer COMAC en ALS-leden aan de Blandijnberg studeren dan dat je er in de Universiteitsstraat of aan de Hoveniersberg zal tegenkomen, maar toch is en blijft het voornamelijk een stereotype. Nu ik eindelijk deze misvatting uit de wereld heb kunnen helpen lijkt het mij toch noodzakelijk om de titel van mijn afscheidstekst uit te leggen; “Lang leve de hippies”. Ik weet dat ik met deze titel een aantal oud-bestuursleden zoals Dumo en Thomas Buyse waarschijnlijk reeds de bomen heb ingejaagd, maar voor een groot deel is ze echter ironisch bedoeld, enerzijds met betrekking tot mijn mooie bijnaam en anderzijds een 18
beetje spottend met betrekking tot de linkse studentenverenigingen die we dit jaar weer gezien hebben. Maar er zit ook wel een boodschap in, daar ik geloof dat we altijd wel iets kunnen opsteken van eender welke filosofie, eender welke gebeurtenis of eender welke persoon. Een idee dat ook zeer verspreid was binnen ons bestuur dit jaar: in de Neo woog Arno Couwenbergh zo bijvoorbeeld de incompatibilisten met het liberalisme af, een oefening die ik bijgevolg nadeed met Nietzsche en het nihilisme en Mats Cuvelier met de postmodernisten. Maar wat kunnen we dan precies leren van de “hippies van de Blandijnberg”? Ik geloof niet meteen dat we iets van hen kunnen opsteken met betrekking tot hun ideologie, zeker niet. Ook niet met betrekking tot mode, vooraleer we morgen allemaal zonder schoenen en met groen haar rondlopen, gewezen PR-verantwoordelijke Marylène Madou zou het mij niet in dank afnemen. Eerder wat betreft hun “manier van leven”. Het valt mij op dat er op de “Trapbla” nogal wat makkelijker met het leven gelachen wordt dan dat wij dat doen. Ik zeg zeker niet dat wij nooit lachen – de grappigste herinneringen uit mijn studententijd zijn te danken aan het LVSV, en dan in het bijzonder aan Jasper Janssens, Stijn D’Hondt en Mathijs Casier – maar soms focussen we te veel op carrières en succes (hoeveel LVSV’ers willen wel niet doctoreren, magistraat worden of een internationale carrière uitbouwen?), en vergeten we af en toe eens stil te staan bij de kleine dingen in het leven, vergeten we te genieten. “Hakuna matata”, om mijn favoriete disneyfilm te citeren. Soms lopen we te veel met een resting bitch face rond. Als je vergeet te lachen en niet de tijd neemt om af en toe eens stil te staan ben je voor je het weet drie jaar hoofdredacteur geweest en is het allemaal al voorbij. Het LVSV Elk afscheidnemend bestuurslid vertelt – zij het op de bestuursverkiezing, zij het in zijn of haar afscheidstekst – ook altijd wat het LVSV voor hem of haar betekende. Dit heeft mij altijd een onmogelijke taak geleken en ik kan u nu ook zeggen dat het daadwerkelijk zo is. Het LVSV heeft voor mij zodanig veel betekend, is voor mij zo belangrijk geweest, dat het onmogelijk is om alles
“Vadite ad superos! Transite ad inferos!” zongen we zo vaak op cantussen en andere gelegenheden, maar misschien waren we al die tijd al in superos; bij het LVSV en bij elkaar. in een tekst op te schrijven. Niet noodzakelijk we- iseerde studentikoze vrijheid die uiteindelijk vooral uit gens plaatsgebrek, maar omdat ik persoonlijk geloof eenzaam op kot films en series kijken bleek te bestaan. dat we sommige dingen en gevoelens gewoon niet kunnen beschrijven, en dat is voor mij juist het LVSV. En dan was daar het LVSV, als water in de woestijn, als een soort dwaallicht uit de hemel dat de weg ging “No apter metaphor having been found for certain leiden. Het LVSV daagde mij op intellectueel vlak uit om emotional colours, I assert the Gods exist”, schreef mij meer in allerlei zaken te verdiepen en om het beste Ezra Pound ooit. Pound poogde hiermee een ant- van mijzelf te geven. Onze vereniging gaf mij meer zin woord te geven op de hermeneutisch-mythologische – ja, zelfs goesting – om elke week weer de trein te nevraag waarom mensen in god(en) geloofden. Hij gaf men naar Gent en ze gaf ook mijn universitaire carrière daarbij de interpretatie dat hetgeen wij onder goden nieuwe impulsen, enerzijds door de uitdagingen die mij verstaan gewoon gevoelens zijn die wij als mensen er- gesteld werden en anderzijds omwille van de simpele varen maar die we amper kunnen bevatten. Gevoel- redenering “geen student meer is geen LVSV’er meer”. ens die ons soms zelfs onsterfelijk doen voelen. Beter kan ik het LVSV ook niet beschrijven; voelen wij ons Het LVSV zette mij ertoe aan om alles in twijfel te als studenten immers niet allemaal onsterfelijk? trekken en kritisch over alles te durven nadenken. Waren we niet de goden van het Kramersplein, ja, Stomme vragen of antwoorden bestonden niet, zolzelfs de goden van de vrijheid!? “Vadite ad superos! ang je maar open stond voor nieuwe kennis. Het LVSV Transite ad inferos!” zongen we zo vaak op cantus- maakte mij een meer open en welbespraakt persoon. sen en andere gelegenheden, maar misschien waren Een persoon die kritisch was en geleerd had altijd het we al die tijd al in superos; bij het LVSV en bij elkaar. beste van zichzelf te geven en om niet altijd direct tevreden te zijn. Als je een 19/20 had gehaald was Ik zei in mijn inleiding al dat het LVSV mijn studenten- er altijd wel die LVSV’er die 20/20 had. Though life. leven significant leuker en interessanter maakte. Het is ook mijn overtuiging dat het LVSV mij tot een betere Daarom ben ik er ook van overtuigd dat ik dankzij het student en een betere persoon heeft gemaakt. Zoals LVSV een betere student geworden ben, enerzijds vele eerstejaarsstudenten vond ik mijzelf in mijn eerste dankzij die interne concurrentie die er altijd heerst – jaar aan de universiteit verdwaald in een donker woud. en die Marylène Madou bij momenten misschien wel Een woud dat nogal koud een eenzaam was – zeker en terecht afschilderde als een “machocultuur” – en door vast voor iemand die in een ver verwijderde stad ging alle vaardigheden die ze me bijbracht. Als ik geen hoofstuderen waar men een dialect sprak dat niet het zi- dredacteur was geweest had ik nooit de papers en thejne was – en waar je maar moeilijk uit kon geraken: sissen kunnen schrijven die ik vandaag de dag schrijf. de opleiding die niet zo interessant leek als gedacht – Als ik niet naar al die lezingen was gekomen had ik nooit wat in de loop der jaren echter helemaal omdraaide -, zo vaak het woord genomen in discussies tijdens letterschoolwerk dat zwaar en saai was en de vooraf geïdeal- kundige vakken. Zonder de interne discussies en vraag-
Zoals vele eerstejaarsstudenten vond ik mijzelf in mijn eerste jaar aan de universiteit verdwaald in een donker woud. En dan was daar het LVSV, als water in de woestijn. 19
stukken was ik nooit de kritisch denkende student/ wetenschapper geweest die ik vandaag de dag ben.
est, hoewel ik zeer tevreden ben over wat we uiteindelijk met ons studententijdschrift bereikt hebben. Tal van studentenverenigingen besloten de afgeIk zie hierin ook de invloed van onze filosofie. We zijn er lopen jaren om geen energie meer te steken in het allemaal immers van overtuigd dat elke persoon zelf een maken van een studententijdschrift, met als gevolg zeer grote invloed heeft op het bepalen van zijn of haar dat deze of volledig verdwenen of de naam studeneigen geluk. Het kan zeker zijn dat de nodige ellende en tentijdschrift onwaardig zijn geworden. Dit zouden miserie je kan overkomen, maar uiteindelijk ben jij het we met het LVSV echter nooit hebben toegelaten zelf die ondanks alles bepaald wat je doet, welke kant en we zijn dan ook werk blijven steken in onze Neo, je uitgaat. Niemand anders dan jij kan beslissen om ter- wat maakt dat ons studententijdschrift vandaag de ug recht te kruipen en terug te vechten. In dat opzicht dag tot de betere magazines van de UGent behoort. zijn we ook wel een beetje “no bullshit”-personen. We hebben niet al te veel op met excuses, uitvluchten en Bijzonder effectief betreffende de eeuwige wil voor dergelijke. Al is je prof nog zo streng of al is je exam- verbetering van het LVSV is de jaarlijkse bestuurswissel. en nog zo moeilijk, uiteindelijk ben jij het die ervoor Het is ongelooflijk om te zien hoe andere personen, die moet zorgen dat je erdoor bent. Zo denkt de LVSV’er. vaak slechts 2 of 3 jaar jonger zijn, op zeer korte tijd een toekomstvisie voor het LVSV kunnen vormen, probleHet LVSV heeft voor haar leden ook altijd hoge morele empunten kunnen zien en aan de hand van positieve waarden geïmpliceerd. Langs de ene kant komen nieu- kritiek naar verbetering gaan zoeken. Zo herinner ik mij we leden en aspiranten reeds binnen met een uitge- dat ik tijdens mijn eerste jaar als hoofdredacteur voorbreid kader aan morele waarden en langs de andere stelde om interviews te gaan doen voor de Neo en een kant versterkt het LVSV deze en vult ze deze aan met persoon binnen het bestuur me vroeg: “Je gaat toch niet heel wat liberale en individualistische morele princi- te veel moeite doen zeker!?” Vandaag de dag zou zo’n pes. Altijd je best doen en steeds beter willen worden uitspraak ondenkbaar zijn geweest binnen de werking. zijn daar goede voorbeelden van. Andere waarden zijn onder andere het respecteren van de vrijheid van ande- Wat betreft de evolutie van onze vereniging de afre mensen, het openstaan voor andere argumentatie gelopen twee jaar denk ik dat dit in het bijzonder en het bestrijden van alle vormen van incorrectheid. het werk is geweest van de twee laatste voorzitters, Sander Casier en Mats Cuvelier, die altijd bereid warDit straalt ook sterk af op het LVSV zelf. Als verenig- en om mee te helpen, de pijnpunten van de vereniing hebben we nooit graag gepolariseerd en steeds ging doorzagen en in tegenstelling tot voorgaande het verstandige – doch soms stille – midden van het voorzitters niet in hun ivoren toren bleven zitten. Men politiek-filosofische studentenleven betekend, zonder zei vroeger nogal eens dat je “aan een voorzitter een daar iets van eigenheid of idealen voor in te boeten. goede vriend verliest”, daar een aantal voorzitters wel Ook het idee om steeds beter te willen worden is als eens uit de hoogte durfden gaan doen en vaak het vereniging heel sterk aanwezig. Als het openingsdebat onderwerp waren van spot of kritiek. Dit gevoel heb niet goed genoeg is moet een nieuw platform voor- ik echter nooit gehad bij zowel Sander als Mats, die zien worden, als iets niet goed functioneert binnen immer dezelfde personen bleven, ook als voorzitter. de werking wordt er naar oplossingen voor dat probleem gezocht en al was het Neohumanisme een goed De vriendschap studententijdschrift, het kon maar beter het beste studententijdschrift van Gent zijn, zo niet van België. Dit brengt mij dan ook bij het volgende thema, en misschien wel het belangrijkste thema dat ik hier Ik vrees nu wel dat mijn niet-aflatende strijd met het moet bespreken: de vriendschap. Buiten alle kennis studentenblad Schamper tevergeefs zal zijn gewe- en vaardigheden die onze studentenvereniging mij gaf, 20
verschafte ze me ook een hele nieuwe vriendenkring, Er zijn ook teveel LVSV’ers om bij naam te noemen in vol met personen die dezelfde (filosofische) instelling deze tekst, daar zou ik een speciale editie van het Neodeelden en die allemaal hoge doelen nastreefden. humanisme voor nodig hebben. Vandaar dat ik in deze tekst vijf personen bij naam vermeld en uitvoerig zou Ik ben er ook heilig van overtuigd dat juist deze vriend- willen danken, daar ieder van hen een belangrijke invschap het LVSV maakt tot wat het vandaag de dag is. loed op mij heeft gehad, in het bijzonder met betrekIk heb ook – en andere oud-bestuursleden hebben dat king tot onze ideologie en onze studentenvereniging. maar al te vaak bevestigd – vaak gezegd dat het LVSV nooit had kunnen werken als politieke partij. Enerzijds De eerste persoon die ik moet bedanken is ongetwinatuurlijk omdat we als vereniging pluralistisch ingesteld jfeld Timon Lesage, mijn voorganger als hoofdredaczijn, maar anderzijds ook omdat je in politieke partijen teur en in dat opzicht ook een beetje mijn leermeester nooit zo’n vriendschapsbanden aantreft als binnen het in mijn métier van de afgelopen drie jaar. Nadat ik LVSV. Dat maakt dat je langs de ene kant een reusachtig – in een opwelling – aan toenmalig politiek secresterke band hebt, maar langs de andere kant ook dat je taris Philippe Baert had laten vallen dat ik misschien al eens “goed kwaad” op elkaar kan zijn. Het is maar al wel hoofdredacteur wou worden, deed Timon er alte vaak gebeurd dat ik om één of andere reden serieus les aan om mij te overtuigen de functie op mij te nevan mijn tak heb gemaakt tegen Mats, Sander of zelfs men, hoewel hij daar achteraf gezien misschien niet tegen het hele bestuur, of dat Mats of Sander kwaad zo veel moeite voor nodig heeft gehad. Hij was daawaren op mij. Dat maakt ons ook zo’n goede vrienden rbij wel altijd open en eerlijk over alles: dat de Neo en zo’n goede studentenvereniging; dat je eens goed ook heel veel werk en slapeloze nachten betekende, kwaad kan zijn maar daarna elkaar dat ook direct kan met soms ook weinig inzet en begrip van het bestuur. vergeven. Zo verbeter je jezelf en je studentenvereni- Timon werd het jaar daarna politiek secretaris en daarging. In een politieke partij is zoiets onmogelijk, daar door kon ik in mijn eerste jaar als hoofdredacteur ook houdt de persoon waarop je kwaad geworden bent nog vaak bij hem terecht met vragen en problemen. voor de rest van zijn of haar leven een grudge tegen je. Een andere persoon van diezelfde generatie die ik moet De interne concurrentie en filosofische band die je bedanken is Jonathan Peck, die drie jaar lang de functie hebt met mede-LVSV’ers maakt hen ook tot een spe- van webmaster uitoefende. Jonathan is voor mij altijd ciaal soort vrienden, die je bijna nergens anders ter- een voorbeeld geweest, tot op vandaag de dag bewonugvindt. Het is moeilijk voor elke LVSV’er om buiten der ik nog steeds zijn filosofische onderbouw, sterke het Liberaal Archief same minded people te vinden, teksten en carrière als informaticastudent (Jonathan en het is zelfs moeilijk om mensen met een gelijkaar- doctoreert ondertussen). Samen met Philippe Baert en dige ambitie of zulke ambitieuze levensdoelen te tref- Timon Lesage was hij een van de personen die me in mijn fen. Als ik dus zeg dat het LVSV mij een betere student allereerste jaar de filosofische kant van onze ideologie heeft gemaakt, is dat in de eerste plaats eigenlijk te leerde ontdekken. Nog steeds bespeur ik duidelijk de danken aan de fantastische vrienden die ik doorheen invloed van Jonathan op mijn filosofie; in het bijzonder de loop der jaren in ons bestuur gemaakt heb. Let op, de neiging om het liberalisme af te toetsen aan andere ik zal niet zeggen dat ik met mijn mede-bestuursleden filosofieën en verscheidene wetenschappen. Ik heb ook geen pintje kon gaan drinken of niet bij hen terechtkon altijd geprobeerd de teksten en kennis van Jonathan voor zoiets delicaat als bijvoorbeeld liefdesproblemen. te evenaren, maar ondanks dat vele bestuursleden Aissa Wambeke zou het mij nooit vergeven mocht ik mij de afgelopen twee jaar vertelden dat mijn teksten zoiets beweren (in zoverre zij zelf natuurlijk niets met “buitengewoon” waren, vrees ik zelf toch dat ik het die liefdesproblemen te maken had), maar vooral legendarische niveau van Jonathan nooit heb bereikt. die filosofische en toekomstgerichte band maakt de vriendschappen juist speciaal en eigen aan het LVSV. Onze interpretatie van het liberalisme had niet verder 21
uit elkaar kunnen liggen, maar toch verdient Jan-Alexander Nédée – gewoon Nédée voor de vrienden – ook een plaats in dit lijstje. Nédée belichaamt namelijk beter dan wie dan ook het vriendschappelijke en studentikoze aspect van onze vereniging. Nédée is altijd iemand geweest die zeer goed kon relativeren, waar het andere mensen binnen onze vereniging soms aan ontbrak. Hij was ook altijd bereid om met alles te gaan helpen: als er naar de Ardennen gereden moest worden voor het Bestuursweekend of iemand zich moest opofferen om in het Nationaal bestuur te gaan zitten was Nédée altijd daar. Nédée fungeerde ook een beetje als de “interne” leider van het groepje Antwerpenaren binnen het LVSV, bestaande uit hem, Jasper Janssens, Bas De Haes en mijzelf, wat op een eigenaardige manier ook tot een sterke band leidde.
Misschien wel de belangrijkste persoon die ik hier moet bedanken is Mats Cuvelier, mijn compagnon de route. Allebei zitten we al even lang in LVSV Gent – doch ik het eerste jaar als aspirant en Mats als gewoon lid – en samen hangen we ook ons bestuurslint voorgoed aan de kapstok. Mats is doorheen de jaren niet alleen een goede vriend geworden, maar ook een soort van broer. Ik kon mezelf dus geen betere voorzitter dan hem hebben gewenst in mijn laatste jaar. Dit maakt ook dat wij – wat betreft ons beeld van het liberalisme – een zeer grote wederzijdse invloed op elkaar hebben gehad, ondanks dat we niet allebei dezelfde vorm van liberalisme (doch één dat gelijkaardig is) nastreven. Ik kan hierbij natuurlijk alleen maar voor mezelf spreken, maar toch denk en hoop ik dat ook Mats hetzelfde kan zeggen. Allebei onderbouwen we onze
Vince Liégeois (rechts) bij de uitreiking van de Frans D’hondt-prijs tijdens de “80-jaar Neohumanisme” lezing in 2016 22
filosofie bijvoorbeeld mede met andere filosofieën en vinden we wetenschappelijkheid belangrijk. Ook retoriek en het methodologisch verantwoorden van argumenten staan bij ons beiden centraal. Zonder Mats zou het LVSV voor mij nooit hetzelfde geweest zijn.
verschillen allemaal het grootste begrip hadden voor elkaar, net als een supersterke vriendschapsband. Ook had je diegenen die het liberalisme vooral vanuit een filosofisch en theoretisch kader benaderden, zoals Mats, Wouter en mezelf, en diegenen die een meer pragmatische benadering Als laatste moet ik Wouter Goemaere bedanken, hadden, zoals Max De Schryver en Mathijs Casier. mijn opvolger. Wouter zal vanaf volgend jaar de taak op zich nemen om het Neohumanisme vier keer per Na vier jaar durf ik echter nog steeds het liberalisme jaar op te stellen. Ik spreek recht uit mijn hart wan- niet te definiëren. Maar ikzelf zie dat juist meer als een neer ik zeg dat ik er het volste vertrouwen in heb dat vorm van wijsheid dan als een zwakte of een zwart hij dat supergoed zal doen en de Neo’s naar nieuwe gat, en ook als het antwoord van een echte LVSV’er hoogten zal begeleiden. Het afgelopen jaar had ik de en taalkundige volgens mij. Zelfs wat betreft mijn eieer hem in te leiden in de functie van hoofdredacteur gen oriëntatie binnen het liberale kader durf ik moeen gedurende mijn Erasmus heeft hij ook een aantal ilijk uitspraken te doen. Mocht ik mijzelf echt moeten taken – zoals het verzamelen van teksten en het leiden situeren binnen dit kader dan zou ik mijzelf voornamelivan de redactieraad – op zich genomen. Wouter was jk binnen het laissez-fairekapitalisme en libertarisme hierin immer zeer stipt, hard werkend en leergierig. kaderen, met dus een klein-overheidsbestel, grote Mogen samenwerken met Wouter vormde dit jaar individuele vrijheid en een haast ongereguleerde vriook een soort van vernieuwing wat betreft mijn func- je markt, hoewel ik ook wel sympathieën voor zowel tie, wat ervoor zorgde dat ik mijn aandacht voor de het anarchokapitalisme als neoliberalisme heb gehad. Neo niet verloor en waardoor ik dankzij Wouter een geweldig laatste jaar in het bestuur had. Mocht u dus Ik kan met betrekking tot mijn LVSV-carrière echter vinden dat de Neo dit jaar kwaliteitsvol en zeer goed wel drie verschillende fases in mijn liberaal denken in orde was, is dat grotendeels aan Wouter te danken. onderscheiden, een extreem-filosofische fase, een wetenschappelijk-academische fase en tot slot een Zoals ik eerder al schreef zou het onmogelijk zijn retorische fase. De extreem-filosofische fase besloeg om meer personen te bedanken; ik denk daarbij in mijn aspirantschap en eerste jaar als hoofdredacteur de eerste plaats aan Aissa Wambeke, de babe van en betekende eigenlijk mijn radicale onderdompelhet LVSV, Philippe Baert, Sander Casier en Dries Glo- ing in het filosofisch liberalisme, waarbij zoals gezegd rieux, die net als vele anderen in deze tekst ook nog Philippe, Timon en Jonathan een grote rol speelden, een dankwoord verdiend hadden. Maar ik hoop net als Pieter-Jan, Filip en Dries. Hoewel ik binnenkwam dat ieder bestuurslid die ik doorheen mijn carrière als gematigd liberaal en grote fan van Guy Verhofstadt, ben tegengekomen weet dat mijn geluk hun namen waren deze beide kenmerken in minder dan een jaar draagt en dat ik hen voor altijd in mijn hart heb. tijd helemaal verdwenen. De aanpak van het bestuur van destijds – dat zeer sterk de Oostenrijke School Liberalisme quid? aanhing – was om de nieuwe bestuursleden tot in het extreme onder te dompelen in het liberalisme, haar fiDe filosofische component van onze vereniging die al losofen en vooraanstaande werken. Het gevolg hiervan haar leden verbindt is natuurlijk onze pluralistische was dat een aantal bestuursleden bij momenten zeer benadering van het liberalisme, individualisme en ka- belezen waren in het liberalisme, maar dat de nodige pitalisme. Doorheen de jaren heb ik dan ook vriend- kritische reflectie of pragmatische toepassing ontbrak. schappen opgebouwd met verscheidene soorten liberalen, van anarchokapitalisten zoals Timon en Philippe Vandaar dat voor mij de tweede periode, ofwel wetentot links-liberalen zoals Wouter, die desondanks die schappelijk-academische fase zo belangrijk is geweest. 23
Wat het liberalisme betreft is mij altijd een uitspraak van Timon Lesage bijgebleven, die zei nooit een “volledigere, consequentere of wetenschappelijkere ideologie” te hebben gezien dan het liberalisme. Deze periode is over het algemeen mijn derde jaar als LVSV’er (tweede jaar als hoofdredacteur), waarbij mijn universitaire studie interessanter werd – meer zelfstandig onderzoek, kritische reflectie en interessantere thema’s – en ik mijzelf hogere academische doelen stelde. Ook werd een meer down-to-earth liberalisme aangehangen binnen de vereniging en kwamen er een heleboel klassiek-liberalen en hayekianisten bij. Gedurende dat academiejaar begon ik kritischer te reflecteren over onze ideologie en stelde ik wetenschappelijkheid ook boven onze idealen, wat ik ook vandaag de dag nog steeds doe. Dit wil echter niet zeggen dat ik minder liberaal geworden ben, integendeel; als je alle ideologieën afweegt tegen verscheidene wetenschappen en hun wetenschappelijke onderbouw analyseert zal je zien dat het liberalisme er het beste uitkomt. Met principes als vrijheid van meningsuiting, scheiding van Kerk en Staat en individuele vrijheid is een liberale samenleving ook de perfecte samenleving om op een grenzeloze manier aan wetenschap te doen. Verscheidene analyses binnen zowel de taal- als letterkunde bewijzen dit ook: het “beste” – hoewel ik het als taalkundige niet verantwoord vind om die term te gebruiken – beleid voor taaldiversiteit in een natie is zo bijvoorbeeld een liberaal plurilinguïsme en/of pluricentrisme. Wat de letterkunde betreft heb ik al vaak in de Neo bewezen dat verscheidene werken – zoals Nathan der Weise en die Leiden des jungen Werthers – op een positieve manier vanuit het liberalisme te interpreteren zijn en veel auteurs een positief individualistisch wereldbeeld voorstonden. Deze wetenschappelijke onderbouw betekende voornamelijk een kritischere reflectie over ideeën zoals een regelloze vrije markt en de privatisering van overheidsinstellingen zoals onderwijs en openbaar vervoer, wat in mijn ogen ook wel een noodzaak is als je zulke ideeën wilt voorstaan. Voor de rest betekende deze filosofische onderbouw ook een invloed van verschillende andere ideolo24
gieën: via Italiaanse Letterkunde kwam ik zo in aanraking met het epicurisme en neoplatonisme (in het bijzonder bij Petrarca en Boccaccio) en via Duitse Letterkunde met het modern nihilisme (in het bijzonder Friedrich Nietzsche), de Sturm- und Drangbewegung (i.h.b. Goethe, Herder en Schiller) en de Jugendstil (i.h.b. Frank Wedekind). Andere invloeden waren onder andere de Stoa, het spinozisme en het filosofisch naturalisme. Deze interdisciplinariteit werd versterkt door een veelzijdig bestuur en door Jonathan, Arno en Mats, die zoals gezegd ook op een zeer pluralistische en open manier met hun idealen omgingen. De laatste en derde periode speelde zich dan voornamelijk dit jaar en gedurende het tweede semester van vorig werkingsjaar af, namelijk de retorische periode. Vooral Mats speelde hierin een belangrijke rol en ik denk weeral dat wij elkaar hierin wederzijds beïnvloed hebben. Beiden vonden we het belangrijk dat je alles wat je zei retorisch en wetenschappelijk kon verantwoorden en dat ook op een aangename manier kon brengen. Iets wat ook één van mijn kernpunten was met betrekking tot het Neohumanisme. Dit deed ons allebei ook (tijdelijk) afdrijven van bepaalde (extreem-)liberale ideeën, zoals private justitie of een privaat leger, daar we zulke discussies vandaag de dag verre van relevant achtten – zij het misschien als filosofische denkoefening – en we zo ook veel te extreem zouden overkomen. In het bijzonder zetten we ons ook af tegen Murray Rothbard, wiens werk Man, Economy and State we retorisch niet onderbouwd en te simplistisch vonden (ik moet hierbij wel opmerken dat zowel Mats als ik nooit echt aanhanger zij geweest van deze ideeën). In het bijzonder omdat hij maar al te vaak de Nazistaat aanhaalde als voorbeeld voor een corrupte staat, zonder nuances of andere voorbeelden te geven. Deze vorm van reflecteren gaven we ook mee aan de talrijke aspiranten die onze vereniging dit jaar telde. Bijgevolg gingen we ook een pluralistischere en hu-
manere koers varen met onze vereniging, waarmee we allebei een oude ergernis aanpakten. Zo herinner ik mij dat er ooit de vraag was of we Philippe De Backer zouden feliciteren met zijn mandaat als staatssecretaris, en daar de commentaar op kwam dat hij filosofisch niet meer bij ons hoorde. Zowel Mats als ik hebben ons daar destijds zeer kwaad in gemaakt, daar we allereerst een pluralistische vereniging waren (met dus ook conservatief-liberalen en links-liberalen) en anderzijds daar Philippe De Backer altijd bereid is geweest lezingen te komen geven voor onze vereniging. Kort samengevat was de groei van dit retorisch besef zowel voor mij als voor onze vereniging in mijn ogen een goede – ja, zelfs noodzakelijke – zaak.
Zoals ik eerder al liet vallen zal dit dan ook het allermoeilijkste afscheid voor mij zijn. Drie jaar lang hield ik mij bezig met het zoeken, schrijven en verbeteren van teksten, het lay-outen van de Neo en de praktische organisatie die hierbij kwam kijken. Ik kan u verzekeren dat er de afgelopen jaar geen dag voorbij is gegaan dat ik niet aan het Neohumanisme heb gedacht.
Ik geloof ook dat de job van hoofdredacteur hierin anders is dan de andere functies binnen het bestuur. Als je als politiek secretaris of activiteitenverantwoordelijke een evenement organiseert en dit is afgelopen, blijft daarvan enkel de herinnering over. Bij het Neohumanisme blijft echter ook het tijdschrift zelf, het materiele over, dat je eeuwig kan blijven uitpluizen en eeuwig kan Hoewel ik eerder zei dat ik het liberalisme niet durf te bewaren. Eén van mijn favoriete gevoelens de afgedefiniëren, is mij wel altijd een uitspraak van Timon lopen drie jaar was ook het werkelijke vasthouden van Lesage bijgebleven. Deze gaf in zijn afscheidswoord de Neo en het zien van het uiteindelijke resultaat, dat bij twee jaar geleden een – naar mijn mening - sublieme wijze van spreken bloed, zweet en tranen gekost had. beschrijving van onze filosofie, waarin hij zei dat hij nooit een “volledigere, consequentere of weten- Een herinnering die me nog altijd kippenvel bezorgt schappelijkere ideologie” had gezien dan het liberal- is het moment waarop ik de allereerste Neo ooit isme. Nu ik zelf bij de laatste pagina van dit avontu- mocht vasthouden. Tezamen met toenmalig penningur aangekomen ben, denk ik met een glimlach terug meester Dries Glorieux moest ik voor de lustrumneo aan Timon’s uitspraak, en het vervult mijn hart van een event organiseren in het Liberaal Archief, waarvreugde dat ook ik dezelfde conclusie ben toegedaan. bij toenmalig verantwoordelijke Luc Pareyn ons maar al te graag hielp. Nadat we een keer een vergaderDe Neo ing hadden gehad leidde hij mij en Dries ook gepassioneerd rond doorheen heel het Archief. Dan kwam Pagina’s, dat brengt mij onvermijdelijk bij mijn stok- het moment dat we bij de zoveelste archiefdoos aankpaardje en mijn grootste bekommernis van de afge- wamen, waar de eerste edities van dit studententijdlopen drie jaar: de Neo. De woorden “stokpaardje” schrift (uit 1936!) inzaten. Het beeld is voor eeuwig en “bekommernis” doen ons – “mijn” - studententi- op mijn netvlies gebrand: het was één enkele pagijdschrift af in waarde, en al zeker voor mij persoon- na, het tijdschrift hing niet meer aan elkaar, vergeeld lijk. Doorheen de jaren ben ik – hoe raar het ook papier met kreukjes en scheuren in en op dat blad moge klinken – de Neo meer en meer als een soort stonden de bekende regels over het Neohumanisme: van kindje gaan zien. Alle Neo’s die ik ooit gelay-out heb – plus een paar andere – liggen ook Neo-humanisme, omdat wij vol ontzag neerbuigen allemaal vlak naast mijn bed thuis. Dedidaction. over elken kleinen mensch, hem zo grootsch voelen in zijn dagelijkschen slenter en banalen kommer, alleen
Ik heb vaak de irreële wens geuit de allereerste LVSV’ers te ontmoeten en hen de hand te drukken. Toen ik destijds het Neohumanisme uit 1936 vasthield, voelde dat ook zo. 25
een indrukwekkende geschiedenis had, wat er op het spel stond en waarvoor we het deden. Je kan je Neo-humanisme omdat wij hem willen losmaken uit niet voorstellen hoe klein je je op dat moment voelt, de transcendentale illusie, en hem doen beseffen dat zeker als juist jij hoofdredacteur bent. Ik heb vaak alleen in hemzelf geluk te zoeken is, in eigen waarde de irreële wens geuit de allereerste LVSV’ers te ontmoeten en hen de hand te drukken. Toen ik destijds en goedheid. het Neohumanisme uit 1936 vasthield, voelde dat Neo-humanisme opdat hij zou inzien dat adel niet groe- ook zo. Het was alsof ik het tijdschrift langs een kant it uit macht of geldaristokratie, maar uit stille kultuur. vasthield en het toenmalige bestuur de andere kant vasthad. Die Neo symboliseerde voor mij een soort Neo-humanisme opdat man en vrouw eerlijk tegenover van verbinding met die generatie, alsook een herinmalkaar zouden staan, met gelijke rechten, maar ook nering van het belang van onze strijd. Het heeft weinig gescheeld of ik was op dat moment flauwgevallen. gelijke plichten. omdat hij mensch is.
Neo-humanisme opdat alle volkeren tot het bewustzijn komen, dat zij deel uitmaken van één groote humaniteit. Een onbeschrijflijk gevoel overviel mij op dat moment. Enerzijds was het een gevoel van genegenheid, eerbied en verwondering, anderzijds een gevoel van druk en verantwoordelijkheid. Het was alsof ik meer dan ooit besefte dat ons studententijdschrift
26
Die lustrumneo was dat jaar ook mijn grote project. Elke dag nam ik verschillende Neo’s uit het verleden door, selecteerde ik goede teksten en maakte zo stilaan maar zeker een inhoudelijke en formele analyse van ons studententijdschrift doorheen haar 80-jarige geschiedenis. Het was een ongelooflijk leerrijke ervaring, die mij op verscheidene vlakken veel bijbracht, in het bijzonder wat betreft onze
rijke geschiedenis. Wat mij vooral bijblijft uit deze periode is de inzet van iedereen: vele bestuursleden werkten mee aan verschillende teksten en dergelijke, wat deze speciale editie dan ook zo geslaagd maakte. De Neo zou uiteindelijk 76(!) pagina’s lang zijn en voor de gelegenheid ook in kleur gedrukt. Tot op vandaag de dag ontvang ik nog steeds complimentjes over deze editie, en iedere keer ik deze mag ontvangen wordt mijn geest telkens weer van trots vervuld. Een andere interessante nieuwigheid dat jaar waren de verschillende interviews die we gingen afnemen, zoals onder andere met Dirk Verhofstadt en Johan Braeckman. Vorig jaar was dan weer een “normaal” jaar met betrekking tot het Neohumanisme, wat voor mijzelf betekende dat ik in mijn persoonlijk leven meer tijd had voor andere dingen en wat er ook voor zorgde dat ik meer aandacht aan het formele en orthografische niveau van de Neo kon geven. Wel stelden we de traditie in dat we iedere tweede Neo een speciaal onderwerp zouden hebben waarover we gingen schrijven: vorig jaar was dat “religie, verdraagzaamheid en terrorisme” en dit jaar “liberalisme, natuur en leefmilieu”. Men vraagt mij wel eens of ik nooit spijt heb gehad dat ik altijd hoofdredacteur ben gebleven, en of ik nooit een andere functie gewild had. Ik heb altijd gezegd dat ik altijd met het grootste plezier hoofdredacteur ben geweest, daar ben ik vandaag de dag nog steeds van overtuigd. Het was zeker niet altijd even leuk en ik heb zowel de Neo als ons bestuur bij momenten echt vervloekt. Een Neo maken vlak voor de examens is zo bijvoorbeeld echt geen pretje, maar het resultaat dat je uiteindelijk ziet en in je handen houdt is echt wel de moeite waard en het perfecte middel tegen existentiële crisissen in het midden van de examens. Ik zal zeker niet ontkennen dat ik mij nooit afgevraagd heb hoe het zou zijn geweest om politiek secretaris of voorzitter te zijn, maar ik zie dat meer als een logische vraag, zoals de vraag hoe het zou zijn om een andere opleiding te volgen of in een andere stad te wonen. Meer een kwestie van nieuwsgierigheid dus. Ik geloof ook niet dat ik ooit een betere voorzitter had kunnen zijn dan Sander of Mats. Daarenboven was
met mijn Erasmus ook niet echt een andere functie als hoofdredacteur mogelijk en waren schrijven en dit studententijdschrift altijd – en zeker de afgelopen jaren – eerder mijn talenten en mijn grote passie. Na verloop van tijd ga je je ook wel aan de kleinere dingen ergeren: deadlines die niet nageleefd worden, te weinig teksten, etc.. En weeral, hoe beter en ervarener de hoofdredacteur, hoe lichter men die deadlines ook gaat nemen, één van de keerzijden van echt kameraadschap. Maxim Tylleman had mij daar bij het begin van mijn tweede jaar als hoofdredacteur ook voor gewaarschuwd; dat je functie steeds minder origineel en leuk wordt. In dat opzicht was ik dus ook blij dat ik dit jaar Wouter had om mij te helpen. Tezamen met mijn Erasmus zorgde hij ervoor dat de Neo geen vervelende taak werd voor mij en het juist extra leuk en uitdagend bleef. Dat ik na drie jaar kan afsluiten met titels en bijnamen zoals “Keizerhoofdredacteur” en “God van de Neo”, doet me plezier, maar ik zie mezelf echter genoodzaakt niet al te triomferend te zijn wat betreft de afgelopen drie jaar. Ik geloof zelf dat ik het inderdaad wel goed gedaan heb de afgelopen drie jaar, maar er is zeker nog werk aan de winkel. De afgelopen decennia hebben studententijdschriften zeer hard aan waarde en aan belang ingeboet binnen het studentenleven. Wat dat betreft hebben we met het Neohumanisme goed standgehouden, met speciale edities, interessante teksten en telkens goedgevulde Neo’s. Ook de mooie layout van de Neo draagt hier zeker in bij en maakt ons tot één van de betere studententijdschriften. Deze lay-out is grotendeels ook het werk van Timon Lesage, die het huidige format vorm gaf, en zijn voorgangers Simon van Poucke en Remy Bonaffé. De speciale edities – in het bijzonder de lustrumeditie – en nieuwe rubrieken zoals “de Filosoof Verlicht” en de interviews gaven de Neo ook nieuwe vitaliteit en toonden haar dynamische karakter. Ook de polemiek over vrije wil en universele rechten van het afgelopen jaar werd zeer positief ontvangen. Ikzelf was ook zeer blij door de samenwerking met Liberales, waarvan we een aantal teksten publiceerden en die ook een aantal teksten van ons overnamen in hun nieuwsbrief. Het lijkt mij een zeer goede zaak dat we tegenwoordig de instelling hebben dat we met organisaties als Liberales en het LVV 27
gemeenschappelijke waarden hebben, in plaats van te focussen op de (kleine) ideologische verschillen. Ik geloof ook dat deze samenwerking onszelf als vereniging – zo ook ons studententijdschrift – meer input, waarde en relevantie kan geven, wat mijn inziens zal leiden tot een grotere verspreiding van het filosofisch liberalisme in Vlaanderen. Ik maak hierbij echter een uitzondering voor verenigingen zoals Libera!, die in mijn ogen een rechts-conservatieve koers aanhangen en niets meer met het liberalisme gemeen hebben. Alweer zie ik hier een samenwerking met de andere liberale verenigingen en denktanks als een cruciaal iets, alleen samen kunnen we het echte liberalisme van het valse liberalisme onderscheiden en uitzuiveren. We keren nu echter terug naar de dynamiek en variatie binnen de Neo; het is nodig dat deze nog meer uitgediept wordt, voor de gewone student blijven we immers niet relevant. We moeten ook nog meer inzetten op het aanwakkeren van talent en schrijverscapaciteiten binnen het bestuur, ondanks dat we daar de afgelopen jaren al veel werk van maakten. De Neo is in mijn ogen in de eerste plaats altijd een leerschool geweest – zeker voor mijzelf – en dat besef is soms te weinig aanwezig bij het bestuur zelf. Verscheidene oud-bestuursleden hebben in het verleden prijzen gewonnen voor papers, uitmuntende dissertaties geschreven of zijn geselecteerd geraakt voor doctoraats- of uitwisselingsprogramma’s. Ikzelf heb dit altijd als een vrucht van de Neo gezien, wat Dries Glorieux – die vorig jaar in Canada een prijs kreeg voor zijn paper The debate about key-currencies: an Austrian prespective – mij ook daadwerkelijk zo zei; namelijk dat de Neo – en het LVSV in het algemeen – hem leerde schrijven. Hetzelfde geldt voor Mats, die toegelaten werd aan een universiteit in de Verenigde Staten dankzij zijn tekst over Foucault en de postmodernisten die hij dit jaar in de Neo geschreven had.
Het is dus hoofdzaak om dit besef ook onder het bestuur te verspreiden: teksten schrijven is niet alleen goed voor de Neo, maar ook (en vooral) voor jezelf. Ik geef toe dat dit besef ook te weinig aanwezig geweest is bij mezelf, daar ik mezelf vaak de vraag stelde “hoe schrijven we veel en kwaliteitsvolle teksten voor de Neo?” en te weinig – en ook te laat – de vraag “waarom zouden we teksten schrijven voor de Neo?”. We moeten de Neo dus meer als een oefening gaan zien, mindere teksten moeten zeker in de Neo kunnen staan en talent moet gestimuleerd worden. Als we nooit oefening toelaten, zullen goede teksten bijgevolg ook stilaan verdwijnen, dat moeten we absoluut voorkomen. LVSV forever “Dream big, live big, love big”, dat is hoe ik de afgelopen twee jaar mijn kandidatuur voor de functie van hoofdredacteur aanvatte. Het lijkt mij bijgevolg ook logisch om het laatste stuk van deze afscheidsbrief met dezelfde woorden te beginnen. Het citaat zelf heb ik van een reclamespotje – hoewel ik niet meer weet waarover deze exact ging – en is dus geen zwaarbeladen filosofische of literaire uitspraak, zoals u van mij misschien wel gewoon bent. Deze uitspraak deed mij altijd heel hard denken aan het LVSV: allemaal dromen we wel van iets groots en stellen we doelen, zowel op persoonlijk als maatschappelijk vlak, allemaal genieten we graag van het leven en tenslotte was de liefde en vriendschap wanneer we samen waren altijd ongelooflijk sterk. Het doet echt pijn om dit allemaal op te geven, maar de herinneringen blijven eeuwig bestaan, net als de liberale en individualistische waarden die het LVSV mij heeft bijgebracht. Ook in alle andere vaardigheden die ik dankzij het LVSV verworven heb zal ik onze vereniging en al mijn dierbare vrienden blijven herinneren. Waar
“Still round the corner there may wait, a new road or a secret gate.” - J.R.R. Tolkien -
28
het pad dat ik in de toekomst zal nemen ook naartoe mag leiden, altijd zal de idee van vrijheid bij me blijven, altijd zal ik mijzelf de vraag blijven stellen of het LVSV trots zou zijn op mij en hoe het onze vereniging nog vergaat. Wanneer ik terugkijk zal ik in gedachten altijd ons studentenlied horen, als een glorierijk triomflied. Wanneer ik terugkijk zal ik altijd bekende gezichten zien, voor welke ik ongelooflijk veel respect heb, zal ik mij glorierijke dagen herinneren, een studententijdschrift zoals geen ander en een vriendschap die niet te beschrijven valt. En ja, misschien slaag ik er zo wel in om een glimp te krijgen van de zin van het leven. Wie weet.
Beste lezer, drie jaar lang heb ik mijn onvoorwaardelijke loyaliteit aan dit studententijdschrift en het LVSV gegeven. Maar de avond valt nu, en zo eindigt deze dag. Mijn taak zit erop. Sta mij toe af te sluiten met een Duits gedicht, over de vrijheid en de schoonheid van het leven, dat mij nu meer dan ooit aan onze vereniging doet denken. “In des Herzens heilig stille Räume Mußt du fliehen aus des Lebens Drang, Freiheit ist nur in dem Reich der Träume, Und das Schöne blüht nur im Gesang.“
De intussen beroemd geworden “Lustrumneo” uit 2015-2016, ter ere van 85-jaar LVSV en 80-jaar Neohumanisme 29
Sfeerfoto’s Bestuursverkiezing (17 mei 2018) Het nieuwe bestuur van LVSV Gent.
Het nieuwe bestuur tezamen met de afscheidnemende “oude garde”.
30
Laatste Raad van Bestuur (14 mei 2018) De laatste bestuursvergadering vond zoals ieder jaar plaats op cafĂŠ in plaats van in het Liberaal Archief.
Tentoonstelling 200 jaar UGent (met LVSV nationaal)
Ter ere van haar 200-jarig bestaan organiseerde onze universiteit in samenwerking met het STAM een historieke tentoonstelling. Ook wij kwamen langs.
31