BelgiĂŤ - Belgique PB - PP
BC 31407
NEOHUMANISME
3e kwartaal 2015-2016 Afzendadres - Verantwoordelijke uitgever Thomas Buyse Mgr.Stillemansstraat 9 Sint-Nikaas Afgiftekantoor Stapelplein Gent 4 edities per jaar P91 11 96
INHOUD
VISIE 5 Et pour les français la même chose? Sander Casier 8 De terugkeer van Voltaire Vince Liégeois 16 Over democratische besluitvorming Dries Glorieux
LUSTRUMNEO (35-75) VARIA
3 Voorwoord 4 Editoriaal 15 Bestuur 21 Ereleden 76 Sponsorts
23 Cryptowars 2.0 Jonathan Peck
INTERVIEW 32 John Allemeersch
Het Neohumanisme is een forum voor discussie over politiek, economie, filosofie en alles wat binnen de liberale beweging gezegd moet worden. Wie een artikel wil schrijven; neem contact op met redactie@lvsvgent.be!
REDACTIE Hoofdredacteur Vince Liégeois Redactie: Jonathan Peck Lay-out Vince Liégeois Timon Lesage Mats Cuvelier Stijn D’hondt
2
Thomas Buyse Voorzitter LVSV Gent
Voorwoord Thomas Buyse Wanneer Koning Winter het land verlaat en de eerste voorzichtige lentebloesems zich schuchter laten opmerken, dan weet u wat u te doen staat. U moet namelijk meteen de allernieuwste editie van het Neohumanisme van uw salontafel grissen en neerploffen in uw zetel. Wanneer u deze Neo ter hand neemt, zal u merken dat er iets anders is. Hij ziet er een beetje anders uit. U meent zelfs dat hij een beetje anders ruikt. Wel, ik kan u alvast gerust stellen. Deze uitgave is inderdaad anders dan alle andere. Het Neohumanisme is namelijk net als onze teerbeminde studentenvereniging jarig. 85 kaarsjes voor het LVSV en 80 kaarsjes voor het Neohumanisme. Uw favoriete tijdschrift is ditmaal niet alleen gevuld met opiniestukken en duidingsteksten van onze jeugdige enthousiaste garde, maar ook met de teksten en artikels waar al een laagje stof op lag. Onze redactie is namelijk onze archieven ingedoken en op zoek gegaan naar de artikels en opiniestukken die volgens hen onze geschiedenis kenmerken. Ik stel dan ook voor dat u zich door de ideologische rivieren waadt die het LVSV de afgelopen decennia hebben vorm gegeven. Dat het een boeiende historische wandeling wordt langsheen roem
3
rijke figuren en spitante schrijfsels staat buiten kijf. De pen van het LVSV is namelijk altijd vlijmscherp geweest. Daarnaast moet ik ook toegeven dat het me enorm pleziert om te zien hoe het LVSV tot de dag van vandaag is trouw gebleven aan haar oorspronkelijk doel. De LVSV’ers van toen en nu beogen nog steeds hetzelfde objectief. We streven er namelijk nog steeds naar om de liberale ideologie in al haar facetten uit te diepen, te ontdekken en te verspreiden. De rol die het Neohumanisme daarin gespeeld heeft, mag zeker en vast niet onderschat worden. Het is altijd een platform geweest voor studenten, ereleden, academici en zo nu en dan eens een politicus om hun ongezouten mening en visie weer te geven. Censuur is ons daarin steeds onbekend geweest. Ik stel voor dat u nog wat verder wegzakt in uw fauteuil en onmiddellijk begint met de teksten die we u hier hebben voorgeschoteld. Ik hoop ten slotte dat u zich zal laten inspireren en u zal laten overvallen door een gevoel van ontzag. Ontzag en eerbied voor de honderden auteurs die doorheen de voorbije 80 jaar hun bijdrage leverden aan het Neohumanisme. Het blad van de vrijheid.
Vince Liégeois Hoofdredacteur LVSV Gent
Editoriaal Vince Liégeois “ Neo-humanisme, omdat wij vol ontzag neerbuigen over elken kleinen mensch, hem zo grootsch voelen in zijn dagelijkschen slenter en banalen kommer, alleen omdat hij mensch is. Neo-humanisme omdat wij hem willen losmaken uit de transcendentale illusie, en hem doen beseffen dat alleen in hemzelf geluk te zoeken is, in eigen waarde en goedheid. Neo-humanisme opdat hij zou inzien dat adel niet groeit uit macht of geldaristokratie, maar uit stille kultuur. Neo-humanisme opdat man en vrouw eerlijk tegenover malkaar zouden staan, met gelijke rechten, maar ook gelijke plichten. Neo-humanisme opdat alle volkeren tot het bewustzijn komen, dat zij deel uitmaken van één groote humaniteit. “
nele auteur bij te krijgen, de andere teksten werden door iemand van het praesidium zelf van commentaar voorzien. U zult ook zien dat een aantal van de namen van de auteurs u bekend zullen voorkomen, zoals wijlen Albert Claes (Het Laatste Nieuws), UGent-professor Marc De Vos, Europees parlementslid Philippe De Backer en Vlaams parlementslid Matthias De Clercq.
Maandenlang ben ik bezig geweest met het lezen van alle Neo’tjes en het analyseren van de geschiedenis van het Neohumanisme. Het deed deugd om te lezen hoe het LVSV maar al te vaak haar gelijk had gekregen, zoals bijvoorbeeld over totalitaire regimes, euthanasie en abortus. Anderzijds had het ook wel iets mistroostigs, melancholisch haast. Een zeker gevoel van leegte en respect overviel mij namelijk bij het lezen van vele spannende avonturen, zaken waar Dit waren de eerste woorden die ooit in het Neo’tje we na 80 jaar nog altijd voor strijden en ook de vele gepubliceerd werden en u kunt ze in deze lustrumedi- bekende en minder bekende namen die ik opmerkte tie ook terugvinden op de voorkaft van het Neo’tje, bij onze voorgangers. Het deed me maar al te vaak dentezamen met de eerste pagina van de eerste Neo- ken aan een bekende strofe uit het studentlied Gaudehumanisme uit onze geschiedenis. Doorheen de ges- amus Igitur: “Ubi sunt qui ante nos? In mundo fuere?” chiedenis van het Neohumanisme werd deze tekst (“Waar zijn onze voorgangers? Waar ter wereld?”). meermaals terug gepubliceerd, zoals ondermeer in het eerste Neo’tje na de Tweede Wereldoorlog en ook In het eerste gedeelte van deze Neohumanisme toen het Neo’tje na het meer studentikoze Kruimeltje komt u ook nog visieteksten van onze bestuursterug het studentenblad van LVSV Gent werd. In de leden tegen, over democratie, cryptowars, lustrumeditie van 80 jaar Neohumanisme en 85 jaar Voltaire en de Franse presidentsverkiezingen LVSV Gent, kon deze tekst uiteraard ook niet ontbreken. volgend jaar. Ook een interview met John Allemeersch, uitbater van ‘t Genoegen, het studentenAls hoofdredacteur was de grote eer, alsook de zware café van LVSV Gent, kunt u in dit stuk terugvinden. taak aan mij om de lustrumneo in elkaar te steken. Hiervoor ging ik in de archieven van het Liberaal Archief Als laatste zou ik nog graag mijn conclusie toevoeop zoek naar de beste teksten uit de geschiedenis van gen van het maandenlang doornemen van Neo’tjes. het Neohumanisme. We beslisten om telkens de belan- Tussen alle onzekerheid, en het gevoel van hopegrijkste tekst per decennium te verkiezen, wat we mees- loosheid, dat ik vaak had bij het lezen van de LVSV tal ook gedaan hebben. De enige uitzondering hierop standpunten, door ben ik er meer van ooit van overvormt de periodes 1940-1949 en 2000-2009, waar ik tuigd dat hoe slecht het er in de toekomst op vlak van mezelf genoodzaakt vond twee teksten te selecteren. beleid misschien aan toe zal gaan, het LVSV er altijd zal zijn. Het LVSV zal altijd op de barricaden staan, Het lustrumgedeelte van deze Neohumanisme is het voor meer vrijheid, voor menselijkheid, voor de open tweede gedeelte. Voor een aantal van de teksten slaag samenleving, voor het liberalisme en voor zoveel meer. den we erin er een persoonlijke noot van de origi4
Sander Casier Politiek secretaris LVSV Gent
Visie
Et pour les Français la même chose? Sander Casier Politiek secretaris en student politieke wetenschappen Sander Casier bespreekt de Franse presidentsverkiezingen die volgend jaar plaatsvinden. Hij bespreekt niet alleen de presidentsverkiezingen, maar ook het huidige politieke landschap in Frankrijk, waar helaas liberalisme blijkt te ontbreken en die voor grote vraagstukken staat na de aanslagen in Parijs van het najaar 2015 In 2015 liepen wereldleiders nog verenigd zij aan zij in Parijs tegen een afschuwelijke vijand, het extremisme van eender welke oorsprong. Lovende woorden en enorme eenheid. Nu dat al weer een tijdje geleden is, dreigt Frankrijk echter de foute weg op te gaan. Links is in vrije val, rechts ziet zich verplicht naar het extreme te moeten trekken en FN lacht in zijn vuistje. En een echt liberaal antwoord zal uitblijven. Wat schenkt de toekomst voor de fransen?
de poging om een zware terroristische dreiging aan te pakken, het is onze op één na belangrijkste handelspartner (15% van Belgische export) etc. Het is toch minstens het vernoemen waard wie daar de leiding zal nemen. Bovendien zijn er ook in Frankrijk enkele opmerkelijke figuren die een poging gaan wagen1.
Politici die de Rue du Faubourg Saint-Honoré nummer 55 (Elysée) willen betreden, moeten eerst enAlle mensen met iet of wat interesse in de politiek kele obstakels overwinnen. Zo moet men om zich op het publieke forum weten wat het najaar van verkiesbaar te kunnen stellen de lokale, regio2016 brengt; een nieuwe Amerikaanse presi- nale en/of nationale afgevaardigden overdent, nummer 45. En dat staat los van hun kennis tuigen, lees hun kandidatuur laten onderteover de effectieve werking van politieke, in- kenen. Zo’n 0.025%, of 500/+-40000. En daarna ternationale of nationale instellingen en hun moet één van die kandidaten een absolute achterkamerpolitiek. Want het is nu eenmaal zo dat meerderheid behalen. Door die zware vereiste ziet bij het grote publiek de waan van de dag heerst, men in de praktijk vaak dat een tweede ronde mede mogelijk gemaakt door allerlei mediakanalen. nodig is, waarin de twee topkandidaten man tegen man komen te staan. Een systeem dat er in Het is door die tunnelvisie dat men dreigt andere belangrijke items te vergeten. Tot die categorie 1 In de analyse die volgt spreek ik enkel over hoort zeker de opkomende Franse presidentsverk- de drie noemenswaardige partijen. En laat ik voor het iezing. Volledig onterecht in dit geval. Want Frankrijk gemak partijen als de ecologisten (verspreid over is een permanent lid van de Veiligheidsraad, er verschillende partijen) of de Parti de Gauche van is het vluchtelingenkamp aan de Belgische grens, Jean-Luc Mélenchon buiten beschouwing. 5
2002 voor zorgde dat Jean-Marie Le Pen geen president werd. Eenmaal verkozen is men president voor vijf jaar12.
tot die van een ware volkspartij. Laat het nu net die oud-president zijn die de teugels nog steeds strak in handen heeft. De zoon van een Hongaarse immigrant is reeds enige tijd in campagnemodus. Schreef Op dit moment, min of meer een jaar voor de een boek, toert rond op het platteland ‘zonder pers’ eerste ronde, treden de kandidaten naar voren. (tenzij diegene die hij zelf kiest) en is op zijn brits simEn daar zitten veel opvallende namen tussen. pelweg omnipresent als een echte schaduwpresident. Bovendien wordt hij geholpen door het feit Bij de PS, die vandaag de president levert, dat hij echt overal behandeld wordt als een popster. heerst er veel onduidelijkheid. Dat komt omdat de huidige president, François Hol- Hij is dé topkandidaat uit dat kamp, maar heeft lande, onduidelijk is over zijn kandidatuur ook een zeker duister randje. Zijn campagne
Op dit moment, min of meer een jaar voor de eerste ronde, treden de kandidaten naar voren. En daar zitten veel opvallende namen tussen. om voor een tweede ambtstermijn te gaan. Hij koppelt immers zijn deelname aan de werkloosheidssituatie in zijn land eind dit jaar. Vager kan niet. Mogelijks brengt hij hierdoor anderen binnen zijn partij aan het twijfelen. De enige echte concurrent binnen de partij, die de immens impopulaire Hollande hopeloos achter zich laat in de peilingen, is Manuel Valls. Mocht de sinds 2014 aangeduide eerste minister de handschoen opnemen tegen zijn eigen ‘baas’ zou dat wel nog eens voor vuurwerk kunnen zorgen binnen de schoot van zijn regering23. Binnen deze partij is het dus nog redelijk duidelijk, maximum twee serieuze kandidaten. Al weet men natuurlijk nooit. Dat is alvast voor les Républicains net iets anders. Het UMP van Nicolos Sarkozy veranderde vorig jaar
zou elk moment kunnen ineenstuiken. Het zwaard van Damocles hangt al een tijdje boven zijn hoofd te bengelen. Reden? Hij is officieel in staat van beschuldiging gesteld in een zaak over illegale financiering van de campagne uit 2012. Is dit nog niet opgelost of wordt hij veroordeeld tegen het einde van dit jaar, wanneer de voorverkiezingen worden gehouden, is hij natuurlijk kansloos. Wie de tweede plaats binnen de republikeinen bekleedt, hebben u en ik het raden naar. Er staat namelijk een allegaartje klaar. Een greep uit de aanbieding: François Fillon, Alain Juppé, Jean-François Copé, Hervé Mariton, Nadine Morano, Frédéric Lefebvre, Jean-Frédéric Poisson en Bruno Lemaire. Die eerste twee zijn oude vossen en oud-ministers. Allebei dragen ze ook een onmenselijk saai imago met zich mee. Wat in Trump-tijden normaal gezien desastreus is voor de verkiesbaarheid.
De derde in rij is een verhaal apart. Jean-François Copé, 2 Tot in 2000 was dit nog zeven jaar. Na een ref- tevens oud-minister, moest in 2014 ontslag nemen erendum veranderde dit en zo daalde het risico op als voorzitter van het toenmalige UMP. De aanleidcohabitation, omdat de ambtstermijn sinds dan over- ing was de zaak Bymaglion (zie hierboven, dezelfde eenkwam met de legislatuur van het parlement (Sénat zaak die Sarkozy teistert), maar bleef nadien actief en Assemblée). op de achtergrond. Om dan eind vorig jaar terug 3 Alhoewel hij een herstructurering van de re- te komen in een slecht geënsceneerde gering in februari van dit jaar nog overleefde. 6
beweging. Met het motto: ‘J’ai changé’, hij wou weg van de media. Schreef vervolgens een boek, kondigde zijn kandidatuur aan en verscheen sindsdien in zowat alle politieke TV- en radioprogramma’s.... Ook Nadine Morano is geen onbesproken blad. De ‘vrouw van het volk’ zit in de verkeerde partij. Vorig jaar deed ze op TV de uitspraak: ‘La France est un pays de race blanche’. Nadien week ze hier geen millimeter meer van af. De vrouw is ongelofelijk doorzichtig. Ze is verkiesbaar in dezelfde regio als Marine Le Pen en doet er dan ook alles aan om niet achter te blijven. Met haar discriminerend discours trekt ze volop de kaart wij/zij, zo benadrukt ze steeds dat het onze dorpen zijn waar asielzoekers worden toegelaten. En het daarop zij zijn die ons overspoelen en worden onze daklozen slechter behandeld. Het klinkt op papier misschien niet zo erg, maar beluister haar discours en oordeel gerust zelf14.
vader Le Pen, en de nieuwe generatie, dochter Le Pen. Daartussen zweeft dan het nichtje, Marion Maréchal-Le Pen. Een uiterst populair figuur in het zuidelijke Provence-Alpes-Côte d’Azur15. Zij lijkt wel een tandem aan te zijn gegaan met haar tante. De strijd draaide vooral om de strategie. De erevoorzitter en intussen buitengekieperde Jean-Marie wil een hard discours tegen alles wat niet Frans is. Zijn dochter focust zich meer op het verbreden van de basis door zich te focussen op de Europese Unie en de ‘corrupte’ politieke klasse. Nadat hij uit de partij werd gezet door zijn dochter dreigde hij een nieuwe partij te stichten en lijkt zijn relatie met zijn dochter nooit meer goed te zullen komen. Het Front National is en blijft een éénvrouws(/familie)partij. Om die reden is het hoogst waarschijnlijk dat er geen tweede kandidatuur zal volgen. Nu de rust intern is teruggekeerd, is Marine dan ook gestart met de campagne. Met de focus op monetaire en economische soevereiniteit.
Voor les Républicains is het dus te hopen dat er nog een wit konijn uit de hoed springt om positieve, Het mag duidelijk zijn dat, net als in de Verenistimulerende concurrentie aan te gaan met Sarkozy. gde Staten, van vele deelnemers een hoek af zal zijn. Verschillend is wel dat het normaal gezien zal Voor de derde en laatste kanshebbende partij, het Front uitdraaien op een driestrijd tussen Valls-Sarkozy-Le National, is het beeld verdeeld. De interne situatie ziet Pen, op twee voorwaarden. Eén. Hollande krijgt er op het eerste zicht rampzalig uit, een ware famili- de kar niet gekeerd en blijft in de marge rommelebeleving. Aan de andere kant hebben ze uitzonder- en. Twee. Sarkozy krijgt intern geen verassend sterke lijk goed gepresteerd tijdens de verkiezingen in 2015. tegenstander en raakt verlost van de zaak Bymaglion. Aan het begin van het jaar haalden ze 25% bij de re- On verra bien. gionale verkiezingen (departementaal). En enkele maanden later bleek uit de eerste ronde dat ze enkele regio’s (bestaande uit verschillende departementen) gingen binnenhalen. Maar toen zagen de mensen het nationalistische gevaar, steeg de participatiegraad in de tweede ronde en haalde ze uiteindelijk geen enkele regio binnen. Het familiebedrijf FN kent een niet zo rooskleurige interne situatie. Er woedde een Behaalde 41% tijdens de eerste ronde van de echte open oorlog tussen de oude generatie, 5 regionale verkiezingen van vorig jaar. Evenveel als haar 4 Bijvoorbeeld over het dorpje Tantonville. tante in het Noorden. 7
Vince Liégeois Hoofdredacteur LVSV Gent
Visie
De terugkeer van Voltaire Vince Liégeois Hoofdredacteur Vince Liégeois heeft het over de bekende Franse filosoof Voltaire. Hij legt uit waarom de ideeën van Voltaire, de filosoof van de verdraagzaamheid en de vrije meningsuiting vandaag de dag zo actueel zijn, met ISIS enerzijds en fascistische bewegingen en ideeën anderzijds. Ook geeft hij een krachtig overzicht van de bekendste werken van Voltaire. De filosoof van de achttiende eeuw. De filosoof van de Franse Revolutie. De filosoof van de rede. De filosoof van de verdraagzaamheid. De filosoof van de vrijheid van meningsuiting. Het zijn maar een paar van de lofnamen die men gebruikt om de Franse filosoof Voltaire aan te duiden. Toch blijft Voltaire ondanks al deze mooie bijnamen binnen LVSV Gent toch een filosoof die amper aan bod komt tijdens cafédiscussies in ‘t Genoegen en de Sunset, veel liever halen we de denkers van de Engelse School aan, alsook de Oostenrijkse en de Chicago-School. Dat kan men zeker eigenaardig noemen, terwijl er op dit moment geen enkele filosoof actueler - toch zeker op maatschappelijk vlak - en belangrijker is dan Voltaire.
geboortenaam te gebruiken - heeft doorheen zijn leven vele werken geschreven. Omdat het echter onmogelijk is om al deze werken in één artikel te bespreken, zal ik enkel de - in mijn ogen - vijf belangrijkste werken van Voltaire bespreken, met name; Le fanatisme ou Mahomet le Prophète, Verhandeling over de verdraagzaamheid, Candide of het Optimisme, Zadig en het Filosofisch Woordenboek.
Godsdiensttolerantie en vrije meningsuiting
Voltaire werd aan het eind van de 17e eeuw geboren in Parijs, waar hij later ook school zou lopen. Na zijn schoolcarrière begon hij als theaterscenarist en regisseur te werken in aristocratische kringen. Hij verkreeg hiermee zeer veel bekendheid en zou dit ook voor de rest van zijn leven - zij het op het einde iets minder - zou blijven doen.
De relevantie van Voltaire bevindt zich voornamelijk op het vlak van geloofsextremisme en onverdraagzaamheid. Met het oog op de vele terreuraanslagen van de afgelopen tijd door in het bijzonder ISIS en de haat die deze acties enerzijds en de vluchtelingencrisis anderzijds voortbrengen, is al direct duidelijk waarom het interessant is eens dieper in te gaan op de ideeën en het werk van Voltaire. Voltaire - of François-Marie Antoinette, om zijn 8
Vooraleer ik echter begin met mijn inhoudelijke en literaire analyse van het werk van Voltaire, acht ik het eerst nodig iets dieper in te gaan op de persoonlijkheid van Voltaire en zijn levensloop, alsook wat we bij andere auteurs over Voltaire terugvinden.
Ondanks dat hij veel vrienden had binnen de rijke aristocratie was Voltaire - qua persoonlijkheid - enorm ongeliefd bij zowel de hoge als lage Franse adel. Voltaire - die zelf
David Hume zei over Voltaire: “Wherever Voltaire goes, goes the center of the Enlightenment.” van jongs af aan hard tegen het idee van de adel was geweest (hij vond dat alle mensen gelijkwaardig geboren moesten worden en de adellijke jongeren waren doorheen zijn jeugd pestkoppen geweest) - deed de emmer echter overlopen toen hij in 1716 een compleet uit de lucht gegrepen verhaal publiceerde waarin hij vertelde dat de Hertog van Orléans een incestueuze relatie met zijn dochter had. Voor deze laster werd hij uiteindelijk voor elf maanden in de Bastille gesmeten. Nadat hij echter was vrijgekomen beledigde hij een andere Franse edelman en werd in 1726 hij bijgevolg verbannen. Drie jaar lang verbleef Voltaire bijgevolg in Engeland, alwaar hij erg onder invloed kwam te staan van de liberale gedachten van de Engelse School - in het bijzonder John Locke - en zich ook meer en meer in de natuurwetenschappen ging interesseren onder invloed van niemand minder dan Isaac Newton zelf. Deze periode van ballingschap zorgde niet alleen voor de liberale onderbouwing van Voltaire maar ook dat hij vanaf nu extreem kritisch te werk zou gaan. Het newtonianisme zorgde er namelijk voor dat hij kritischer tegenover de Kerk ging staan vanwege hun niet-wetenschappelijke verklaringen (zoals bijvoorbeeld over het geocentrisme en de taaldifferentiatie) en zou hij ook niet meer als voorheen teksten schrijven die louter op geruchten gebaseerd waren. Uiteindelijk zou hij in zijn werk Poème sur la loi naturelle zelfs de uitspraak doen “Vooroordelen zijn de argumenten van dwazen”1. Ook de betere democratie en scheiding van kerk en staat van Groot-Brittannië lieten een sterke indruk na op Voltaire.
hij ook lange tijd een affaire zou hebben. Gedurende zijn verblijf bij de Markiezin van Châtelet schreef hij ook het zeer bekende toneelstuk; Le fanatisme, ou Mahomet le Prophète. Ook het filosofische werk Zadig schreef hij in deze periode. In 1946 werd Voltaire binnengelaten op de Académie française en in 1749 ging hij, na het overlijden van Emilie du Châtelet, in Potsdam aan het hof van Frederik De Grote wonen. Nadat hij echter daar de boel serieus op stelten had gezet en meermaals een aanvaring had gehad met Frederik De Grote, zocht hij in 1755 zijn toevlucht in Genève, alwaar hij 1759 zijn bekendste werk Candide of het Optimisme schreef. De Geneefse overheid vond dit werk echter - net zoals zelfs Jean-Jacques Rousseau - zodanig verderfelijk dat Voltaire uiteindelijk weer in Frankrijk ging wonen in 1759, in het dorpje Ferney. Daar schreef hij het werk Essai sur le moeurs, waarin hij zei dat overheden en machtshebbers doorheen de geschiedenis enkel oorlog, armoede en ellende hebben veroorzaakt. Een bekend citaat uit dit werk is: “Alle moordenaars worden gestraft behalve als ze hun misdaden in vereniging en onder trompetgeschal plegen”. In Ferney kreeg Voltaire ook veel bezoek van andere verlichte filosofen zoals Denis Diderot, Jean le Rond d’Alembert, David Hume en zelfs Casanova. David Hume zei over Voltaire: “Wherever Voltaire goes, goes the center of the Enlightenment”.
Later schreef Voltaire nog Verhandeling over de verdraagzaamheid, ter verdediging van Jean Calas. Ook In 1729 keerde hij uiteindelijk terug naar Frankrijk, liet hij de Italiaanse Verlichting - of Illuminismo waar hij in Parijs ging wonen. Daar schreef hij zijn - uit zijn landsgrenzen treden door verscheidene nieuwe inzichten op in de Lettres Philosophique. juridische werken van Cesare Beccaria te vertalen. De komende jaren werd Voltaire goed bevriend met Frederik de Grote, koning van Pruisen, en Emilie du In 1965 schreef hij dan het werk waaraan hij Châtelet, bij wie hij lange tijd verbleef en met wie tien jaar lang gewerkt had: het Filosofisch Woordenboek. Hierin gaf Voltaire in alfabetische 1 Origineel: “Les préjugés sont la raison des sots.” 9
volgorde kritiek op zeer veel ethische en theologische dogma’s. Hij gaf dit in het begin echter uit onder een pseudoniem en toen zijn goede vriend Denis Diderot, die ondanks dat hij zelf een verlicht filosoof was dit werk veel te revolutionair vond, vroeg of Voltaire dit geschreven had - Diderot herkende de schrijfstijl van de Académie française - ontkende Voltaire dit met kracht en beweerde het zelf een verdorven boek te vinden. Toen hij uiteindelijk de verantwoordelijkheid voor het schrijven van het boek op zich nam verloor hij hier veel vrienden mee en werd hij publiekelijk afgeschilderd als een verzuurde oude persoonlijkheid. Voltaire zou nog wel populair blijven als toneelschrijver en werd bij zijn dood in 1778 in het Pantheon van Frankrijk begraven.
atisme en vrijheid van meningsuiting. Het toneelstuk zelf is echter nooit vertaald naar het Nederlands, daarom zal ik de Engelse benaming van het toneelstuk - Mahomet - gebruiken. Ten opzichte van de andere vier werken die ik zei te gaan bespreken, heeft dit werk vandaag de minste maatschappelijke relevantie. Toch was het werk buitengewoon actueel in de achttiende eeuw, zeker voor Voltaire zelf. Het was ook de eerste keer dat Voltaire erin slaagde een toneelstuk te maken over twee thema’s waar hij als filosoof later zo bekend om zou staan: vrijheid van meningsuiting en godsdiensttolerantie.
Hoewel het hoofdpersonage Mahomet een fonetisch anagram is van Mohammed - de profeet van de Islam - is het werk niet louter tegen de Islam gericht. Alle monotheïstische godsdiensten, Le fanatisme, ou Mahomet le Prophète en in bijzonder het Christendom, worden geviseerd. Mahomet was bovendien ook de naam Le fanatisme, ou Mahomet le Prophète, was een van een personage die in het Oude Testament als toneelstuk dat Voltaire schreef over godsdienstfana- een goede en foutloze gelovige wordt beschreven.
10
Het verhaal Mahomet is echter wel een toespeling op het leven van de profeet Mohammed, meer bepaald op het moment dat Mohammed besliste iedereen die kritisch was tegenover de Islam te laten vermoorden, wat Mahomet ook doet. Het geloofsfanatisme wordt in het toneelstuk Mahomet bovendien zo erg, dat Mahomet het geloofsfanatisme misbruikt om Seid, de minnaar van Palmira, het meisje dat hij tot zijn vrouw wil maken, onder valse argumenten van ketterij laat vermoorden. Uiteindelijk eindigt het verhaal voor Mahomet zelf in een tragedie omdat Palmira liever voor zelfmoord kiest dan voor een leven dat door de god van Mahomet bepaald moet worden. Alle critici die in Mahomet aan bod komen vertonen sterke gelijkenissen met Voltaire zelf, Voltaire laat één van hen zelfs één van de citaten waarvoor hij zelf bekend staat tegen Mahomet zeggen: “Als God ons gemaakt heeft naar zijn evenbeeld, hebben we hem dat flink betaald gezet.”
Het verhaal is het levensverhaal van de fictieve persoon Zadig, een filosoof uit Babylonië. Het verhaal begint met hoe hij vaak verliefd werd maar zijn liefde zich nooit kon manifesteren omdat machtigere mensen dan hij oog hadden op het meisje waar hij op verliefd was, of nog omdat het meisje omwille van godsdienstige redenen (andere godsdienst of celibaat) niet met hem kon trouwen. Deze ervaringen vormden Zadig tot een kritisch filosoof ten opzichte van godsdienst en machthebbers, wat deels overeenkomt met het begin van de levensloop van Voltaire zelf. Maar Zadig komt uiteraard hierdoor in aanvaring met het strenge geloof en moet dus vluchten. Hiervoor moet hij zijn nieuwe liefde Astarté achterlaten, die wordt gevangen door de machthebbers, dezelfde personen die hem vroeger in de weg stonden. Zij openen daarop de jacht op Zadig.
De rest van het verhaal handelt over de moeHet werk wordt op heden door literatuurcritici als een ilijke weg die Zadig aflegt en waarbij hij meerzeer goed toneelstuk beschouwd omdat hij erin slaag- maals gevangen wordt genomen en ook meermaals de het stuk te doorspekken met maatschappijkritiek, ontsnapt. Uiteindelijk komt hij terug met Astarté in wat niet steeds eenvoudig is voor een toneelstuk. aanraking. Daarop slaagt Zadig erin om, na de dood Goethe zou uit Mahomet ook veel inspiratie uit halen van de koning, zelf koning te worden en met Astarté voor Die leiden des jungen Werthers. Voltaire zelf zal te trouwen. Zadig zal als een rechtvaardige koning hier uiteindelijk Zwitserland voor moeten ontvluchten. regeren en door geloofsvrijheid en het tegengaan van Zijn toneelstuk werd in vele zalen verboden. Jar- machtsmisbruik welvaart onder de bevolking creeëren. en na de dood van Voltaire probeerde zelfs Napoleon nog deze werken te laten verdwijnen omdat Zadig zal uiteindelijk het minst omstreden werk worden er te veel gelijkenissen zaten in de manier waa- van Voltaire12 maar zal wel een grote invloed hebben rop Mahomet en Napoleon aan de macht kwamen. op de Duitse Sturm und Drangbewegung. Net als hen zal Voltaire namelijk het gegeven van liefde gebruiken Zadig om voor meer vrijheid en individualisme te pleiten, wat er net zoals bij de Sturm und Drangbewegung Vijf jaar na Le fanatisme, ou Mahomet le Prophète voor zorgt dat Voltaire - in tegenstelling tot bijvoorschreef Voltaire de roman Zadig ou la Destinée, in beeld Locke en Rousseau - niet vanuit het hoofd, het Nederlands vertaald als Zadig. Het werk was maar vanuit het hart voor meer individualisme pleit. een verdere uitdieping van Voltaire’s geloofscriticisme en werd het werk waarin Voltaire’s Omdat het boek als een roman geschreven afkeer voor absolute machthebbers het sterkst was, bereikte het veel mensen die zich niet zonaar voor zou komen. Literair gesproken worden zeer met filosofie en politiek bezighielden, en Zadig, Candide of het optimisme en het Filosofisch dan vooral de hooggeplaatste dames en heren Woordenboek als zijn belangrijkste werken gezien. 2 Van de werken die in dit artikel besproken worden, welteverstaan. 11
van de burgerij. Hierop begonnen ook zij werken te lezen van andere Franse filosofen zoals Rousseau en Diderot en is dit dus misschien ook het werk dat als breekijzer een belangrijk aandeel heeft gehad in het tot stand komen van de Franse Revolutie. Candide of het optimisme Candide ou l’optimisme, in het Nederlands meestal vertaald als Candide of het optimisme of anders gewoon Candide, wordt beschouwd als het belangrijkste werk van Voltaire. Candide of het optimisme is een filosofisch en satirisch verhaal waarin Voltaire alweer kritiek levert op de religie, maar vooral bekend is geworden omdat het een satire was op de optimistische levensvisie van Gottfried Wilhelm Leibniz. Het verhaal zelf is een allegorie op het Bijbelboek Genesis, met Candide, Cunégonde, Pangloss en de Baron als personificaties van Adam, Eva, Lilith13 en God. Candide leidt zijn leven met vallen en opstaan en is op sommige momenten heel rijk en dan weer heel arm, maar telkens blijft zijn leermeester herhalen dat dit “de beste van alle mogelijke werelden is”. Tegen het einde van het verhaal ontdekken Candide en Cunégonde El Dorado en worden zij steenrijk. Ze spelen deze rijkdom echter kwijt wegens dom beheer en slecht advies van Pangloss. Dit is ook het moment waarop Candide finaal tot de conclusie komt dat het wereldbeeld en filosofische gedachtegoed van zijn leermeester Pangloss fout is en hij zich bekeert tot een Voltairiaanse filosofie.
Voltaire. Allereerst moeten we opmerken dat Voltaire geen optimistisch wereldbeeld voorstond. Zijn gedachten hadden dus geen betrekking op zijn mensbeeld en hij stond dus geen pessimistisch mensbeeld voor zoals Thomas Hobbes. Het wereldbeeld van Voltaire was bovendien ook niet onveranderlijk: Voltaire weigerde te geloven dat dit de best mogelijke wereld was om in te leven zolang er zoveel macht lag bij een elite, zolang er zo weinig vrijheid was en zolang religie van dergelijk belangrijk was. Verhandeling over de verdraagzaamheid Het minst bekende van de besproken werken van Voltaire maar misschien wel het meest belangrijke is Traité sur la tolerance, in het Nederlands vertaald als Verhandeling over de verdraagzaamheid. Hierin behandeld Voltaire de executie van de protestant Jean Calas, die zonder enig bewijs veroordeeld werd voor de moord op zijn zoon. Hij werd hiervan ‘verdacht’omdat hij protestant was en zijn zoon katholiek wou worden.
Voltaire beschuldigde hier de Franse staat van het voeren van een radicale godsdienstpolitiek. Voltaire’s afkeer van vooroordelen, geloofsfanatisme en zijn betoog m.b.t. een scheiding van kerk en staat komen hier sterk tot uitdrukking. Voltaire bouwt een ijzersterk betoog op voor Calas, die ter dood veroordeeld was toen Voltaire aan dit werk begon en helaas geëxecuteerd werd vooraleer het werk afgeraakte. Argumenten die Voltaire aanhaalt ter verdediging van Calas zijn onder meer dat hij altijd een liefhebbende vader was geweest, nooit eerder agressie of haat toonde wegens anVoltaire’s visie op het optimistisch maatschappi- dersgelovigen en dat er geen mogelijkheid was dat jbeeld zet hem uiteraard recht tegenover Jean- Calas sterk genoeg was zijn zoon te vermoorden, die Jacques Rousseau, die een optimistischer mensbeeld zelf een sterke jongeman was. Hij beargumenteert voorstond. Als men de geschiedenis van Voltaire en hier voor het eerst ook de geloofsverdraagzaamheid Rousseau nauwgezet bestudeert ziet men dat met elementen uit zowel de Bijbel, Koran als Thora. deze twee het inderdaad vaak met elkaar oneens waren en wel eens voor een debat durfden zorgen. Dit werk had bij het uitkomen enorm veel succes omdat het erg actueel was en ook haast als een echte Er moeten echter een heel aantal kantte- thriller was geschreven. De onderbouwing en schrikeningen gemaakt worden bij de filosofie van jfstijl in dit werk tonen duidelijk de invloeden van Cesare Beccaria, jurist en verlicht filosoof uit Ital3 Slang uit het bijbelverhaal, in Candide ook de ië. Nog nooit had Voltaire zo’n duidelijke oproep personificatie van Leibniz. 12
edaan voor een scheiding van kerk en staat en nergens pleit te hij sterker voor geloofstolerantie en vrijheid van meningsuiting. Het bijzondere aan dit werk is dat Voltaire een zeer precieze casus bespreekt die tot op vandaag relevant blijft en vaak als voorbeeld voor vele liberale ideeën gebruikt kan worden. Het Filosofisch Woordenboek Het meest omstreden werk van Voltaire is ongetwijfeld zijn Dictionaire philosophique of Filosofisch
verbazend is dit echter niet als men weet dat Voltaire voordat hij het Filosofisch Woordenboek uitgaf ook nog een kerk liet oprichten voor God. Opmerkelijk is trouwens dat naast Voltaire ook Locke en Spinoza tegen atheïsme waren en dat ze dus - ondanks voor een scheiding van kerk en staat te zijn - niet voor vrijheid van denken waren. Voltaire zou door dit werk uiteindelijk heel veel vrienden verliezen, zoals bijvoorbeeld Denis Diderot en in hoge kringen, de pers en vele
Ik ben ervan overtuigd dat, mocht Voltaire vandaag de dag geleefd hebben, hij samen met het LVSV op de barricaden zou staan om voor meer vrijheid en liberalisme te pleiten. Woordenboek. Omwille van die reden noemt Dirk Verhofstadt dit boek zelfs het belangrijkste boek van Voltaire in zijn Liberale Canon. Voltaire zelf werkte tien jaar lang aan dit boek, dat tevens het dikste boek van zijn persoonlijke canon is. Voltaire voelde zelf reeds dat dit boek controversieel zou worden en publiceerde het zonder vermelding van de auteur noch uitgever. Deze anonimiteit gaf Voltaire de kans om “zonder problemen” reclame te maken voor het boek. Voltaire bespreekt in het Filosofisch Woordenboek op alfabetische volgorde alle religieuze dogma’s uit zijn tijd, van de Islam tot het Hindoeïsme, van de Thora tot de Bijbel. Heel vaak confronteert hij religieuze geschriften met tegenargumenten uit diezelfde geschriften en beschuldigd hij vele religies ervan niet zuiver te zijn wat hun geloof betreft. In tegenstelling tot Dante in zijn Divina Commedia doet hij dit echter niet om voor een strenger geloof te pleiten maar om voor meer individuele vrijheid en geloofsvrijheid te pleiten. Enkele thema’s die Voltaire hier bijvoorbeeld bespreekt zijn biecht, de erfzonde, Jezus, schoonheid en de menselijke ziel.
werken die als een reactie hierop werden geschreven afgeschilderd worden als een verzuurd, oud mannetje. Anderzijds geeft het Voltaire zelf ook wel meer het embleem van “filosoof van de vrijheid van meningsuiting”. Heden ten dage heeft het werk zelf echter veel van zijn relevantie verloren omdat men wel nog een goede kennis van de theologische thema’s moet hebben, wat vandaag veel minder het geval is. Voltaire anno 2016 Goethe zou later over Voltaire zeggen dat hij de oude banden van de mensheid had losgemaakt en zou net als zo vele andere filosofen, liberalen en historici zeggen dat Voltaire de eigenlijke aanstichter was van de Franse revolutie. Het mag niemand verbazen dat de uitspraak “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.”14 aan hem wordt toegeschreven. Ook vandaag de dag, met xenofobische praat rond de vluchtelingen en de opkomst van bewegingen als Pegida en het succes van mensen als Trump enerzijds en de aanslagen door
Voltaire zet zich in dit werk echter sterk af Oorspronkelijk “Je hais vos idées, mais je me van het atheïsme, dat hij als verderfelijk be- 1 schouwd en vergelijkt met het nihilisme. Zo ferai tuer pour que vous ayez le droit de les exprimer.” Wordt mogelijks onterecht aan Voltaire toegeschreven. 13
ISIS en Al Qaeda anderzijds, blijft Voltaire een filosoof met een onwaarschijnlijke relevantie. Het mag geen wonder zijn dat de Fransen na de aanslagen op Charlie Hebdo in 2015 begonnen met posters van Voltaire te plakken en cartoons van Voltaire te tekenen.
het Vlaams Belang zou hij dan weer zijn uitgevlogen in redevoeringen vergelijkbaar met In Catilinam van Cicero of literaire werken zoals zijn eigen Verhandeling over de verdraagzaamheid. Ik ben er zelfs van overtuigd dat Donald Trump in een samenleving waarin Voltaire leefde niet had moeten proberen Na mijn analyse van het werk en leven van Voltaire om president te worden, want het zou niet gelukt zijn. ben ik ervan overtuigd dat mocht Voltaire vandaag de dag geleefd hebben, hij samen met het LVSV en Ik hoop dat ik met dit artikel het debat rond de ideeĂŤn vele andere mensen op de barricaden zou staan om van Voltaire en zijn relevantie toch op zijn minst weer voor meer vrijheid en liberalisme te pleiten. Ik twijfel geĂŻntroduceerd heb in LVSV-kringen en ik hoop er niet aan dat Voltaire aan ISIS zou hebben wil- dat wij ooit met het LVSV zullen kunnen veroorzaklen bewijzen - en er bovendien ook in geslaagd en wat Voltaire met zijn werk realiseerde, om een zou zijn! - dat de pen machtiger is dan het zwaard. laatste keer naar de Franse revolutie te verwijzen. Tegenover organisaties als Pegida, de Ku Klux Clan en
14
Bestuur LVSV Gent 2015-2016
15
Voorzitter thomas buyse
Politiek Secretaris Timon Lesage
Politiek Secretaris Sander Casier
Penningmeester Dries Glorieux
Hoofdredacteur Vince Liégeois
Secretaris Anthony G. Desmet
Webmaster Jonathan peck
PR Arno Couwenbergh
Activiteiten Stijn D’hondt
Sponsoring jan-alexander nédée
Sponsoring Jasper janssens
Bestuurslid megi rroku
Bestuurslid Mats Cuvelier
Bestuurslid Edouard Dumolin
Bestuurslid Lieven Tavernier
Aspirant-bestuurslid Bas De Haes
Aspirant-bestuurslid Joachim Vlaeminck
Aspirant-bestuurslid louis Vanhoeck
Aspirant-bestuurslid Michiel Vervliet
Aspirant-bestuurslid Mathijs Casier
Dries Glorieux Penningmeester LVSV Gent
Visie
Over democratische besluitvorming Dries Glorieux Penningmeester Dries Glorieux bespreekt de democratie. Hij legt uit waarom democratie belangrijk is, maar weergeeft ook waarom we altijd over het concept van democratie moeten blijven nadenken. Ook geeft hij een paar algemene problemen alsook persoonlijke overpeinzingen jegens het idee van democratie weer. Bij het lezen van de titel van dit artikel vraagt u zich mogelijks af waarom er moeite gedaan wordt om een artikel te schrijven over democratie? Weerspiegelt de aanwezigheid van een democratisch politiek systeem in de westerse wereld niet het spreekwoordelijke einde van de (politieke) geschiedenis? Had Churchill het decennia geleden al niet bij het rechte eind toen hij zei dat “Democracy is the worst form of government, except for all those other forms that have been tried from time to time.”?
Een deel van het ongenoegen valt zeker toe te schrijven aan de impact die de globale economische en financiële crisis tot op de dag van vandaag nog altijd uitoefent op nationale democratieën en hun reactie op deze crisis. In dergelijke omstandigheden mag het niet verwonderen dat de debatten en beleidskeuzes iets meer ideologisch geladen zijn dan anders het geval is. De gemaakte keuzes zullen immers minstens gedeeltelijk ingegeven zijn door verschillende analyses van wat er nu eigenlijk is misgelopen in 2007-2008. Onder normale Dat democratie het beste politieke systeem is van omstandigheden is dit ook geen probleem, integenalle andere mogelijkheden en dat het een goede deel zelfs. We verwachten immers van een democrazaak is dat we in een democratische staat leven sta- tisch systeem dat het ons op zijn minst een alterat buiten kijf maar dat ontslaat ons niet van de plicht natief voorschotelt waarover we kunnen discussiëren om te blijven nadenken over deze vorm van besluit- en waarop we kunnen stemmen bij verkiezingen. vorming. Dat is meteen ook de bedoeling van dit artikel. Waarom dan precies nu een artikel over Dat de winnaar(s) van deze verkiezingen niet aldemocratie? De timing van het artikel is deels toeval- tijd onze mening delen lijkt voor de hand liggend lig maar is ook nu geschreven omdat er de laatste en is evenmin een reden tot bezorgdheid in een dejaren, meer dan gewoonlijk, ongenoegen is over de mocratische samenleving. Indien er ontevredenheid is politieke stand van zaken in België. Enerzijds hoort over het gevoerde beleid kunnen partijen via sterk men dat het neoliberalisme hoogtij viert en anderzi- oppositiewerk na de volgende verkiezingen missjds is alles de schuld van de sossen. Voor elk wat wils chien wel hun visie en ideeën in de praktijk omzetten. dus en regering en oppositie laten geen kans onbenut om hun versie van ‘de feiten’ in de verf te zetten. De opzet van dit artikel is evenwel niet om een exhaustieve opsomming te geven van externe 16
factoren die de werking van een democratisch politiek systeem kunnen verstoren. De bedoeling is om te argumenteren dat een deel van de ontevredenheid die leeft over democratie/democratische besluitvorming het gevolg is van elementen die vervat zitten in het concept democratie zelf en dus altijd zullen aanwezig zijn ongeacht de omstandigheden waarin een democratisch systeem werkzaam is.
relevant facts necessary to secure coordination between the multitude elements that form a complex economic system. However, it is precisely the cognitive inability of such a group to access the constantly changing circumstances of individuals and firms that prevents conscious coordination of this type.”(Pennington, 2003, p. 727).
Met andere woorden de kennis die nodig zou zijn om Het eerste fundamentele probleem in democratie ideeën top down succesvol te implementeren kan lijkt van een dubbele aard te zijn: ten eerste zijn de simpelweg niet gecentraliseerd worden in één of ideeën die verschillende partijen/groepen/... aan- een aantal besluitvormingsorganen. Dus ongeacht hangen in de meeste gevallen tegenovergesteld welke ideeën de ideeënstrijd in een democratie winen bijgevolg onverenigbaar. Ten tweede worden nen, er zullen altijd problemen zijn in het uitvoeren van deze ideeën bovendien top down geïmplemen- beleid gebaseerd op deze ideeën. Een tegenargument teerd met een beperkte periode om te zien of zou kunnen zijn dat het succes van een bepaalde overze werken. Men kan dan bovendien nog eens dis- heid (alweer: succes op welke criteria?) zal beloond of cussiëren over de maatstaven waarmee het suc- afgestraft worden door het electoraat en er op deze ces van het beleid zou moeten gemeten worden. manier wel een test gebeurt. Dit argument gaat ervan uit dat voordelen en nadelen van een gevoHet top down implementeren van beleid op ba- erd beleid duidelijk te onderscheiden vallen en dat een sis van verkozen ideeën tijdens verkiezingen heeft meerderheid van de bevolking dit ook als nadeel erkent echter een significant gebrek: deze democratische en bijgevolg hun stem zal uitbrengen tegen het beleid. vorm van besluitvorming wordt namelijk inherent gekenmerkt door onwetendheid. Op zich is dit Tegenover dit top down democratisch besluitvormgeen verwijt omdat onwetendheid een basisconditie ingsproces kan men het gedecentraliseerde prois van elk menselijk handelen en iedereen erdoor ces van besluitvorming op basis van marktbeperkt is. Wat de combinatie van onwetendheid en prijzen plaatsen. De participanten in beide
Dat democratie het beste politieke systeem is van alle andere mogelijkheden en dat het een goede zaak is dat we in een democratische staat leven staat buiten kijf maar dat ontslaat ons niet van de plicht om te blijven nadenken over deze vorm van besluitvorming. een systeem van democratische besluitvorming zo potentieel gevaarlijk maakt is dat het vaak omwille van deze onwetendheid onmogelijk is om via een top down manier de verkozen ideeën te ‘ testen’ zonder potentieel zware schade aan te richten. De reden hiervoor is de volgende:
vormen vertrekken wel van hetzelfde idee, namelijk het aanbieden van een alternatief voor het bestaande dat volgens hen beter aansluit bij de voorkeuren van hun doelpubliek (kiezers en klanten) om zodoende hun doelstelling te kunnen realiseren (verkozen worden en winst realiseren). Daar eindigt de overeenkomst ongeveer, van groter belang zijn de verschillen tussen deze twee vormen.
“For a planning mechanism to achieve an equivalent level of coordination would require an organized group to be consciously aware of all the Het belangrijkste verschil betreft het omgaan 17
met de reeds vermelde onwetendheid. Het voordeel anderen kan een producent simpelweg beslissen om van prijzen is dat de informatiebehoefte voor de productie van dat ene product stop te zetten. Bij het nemen van beslissingen geminimaliseerd wordt: verkiezingen beschikt de kiezer over één stem voor een volledig verkiezingsprogramma van “In markets, however, the constant process of feed- een partij waardoor het moeilijker is om te ontback embodied in the changing structure of rel- waren welke voorstellen effectief gesmaakt worden ative prices facilitates a process of mutual en welke niet. Deze situatie wordt verergerd door adjustment between people who never actually de aard van verkiezingen: bij verkiezingen (afhankemeet and cannot know in sufficient detail the precise lijk van het verkiezingssysteem) is het alles of niets, circumstances of others.” (Pennington, 2003, p. 729). een partij zal deelnemen aan de macht of niet. Zelfs in proportionele systemen waar er coalities worden Bovendien is een veel selectievere besluit- gevormd en er verschillende partijen verschillenvorming mogelijk aangezien goederen en dien- de posten zullen bemannen moet er een regeeraksten kunnen worden slecht bevonden zonder koord afgesloten worden dat bepaalt welke keuzes dat dit een weerslag heeft op andere goederen zullen gemaakt worden in welk domein waardoor de en diensten van dezelfde producent. Bij ver- verkozen partijen toch geen volledige vrijheid heblies op één bepaald product maar winst op alle ben. Bovendien zal men geen verliezende partij
18
in de regering opnemen enkel en alleen omdat de voorbije jaren effectief is gevoerd. deze partij volgens het grootste deel van de bevolking het beste standpunt heeft over één bepaald thema. Waar de markt dus evolutionair werkt via het continue testen en aanpassen waardoor proDe mix van onwetendheid en een democratisch ducten van verschillende producenten simulta-
Het top down implementeren van beleid op basis van verkozen ideeën tijdens verkiezingen heeft echter een significant gebrek: deze democratische vorm van besluitvorming wordt namelijk inherent gekenmerkt door onwetendheid.
besluitvormingssysteem zorgt dus zowel aan de input als aan de output kant voor significante problemen:
an naast elkaar kunnen bestaan indien ze goed worden bevonden en anderen kunnen worden stopgezet is democratische besluitvorming maar al te vaak “Election margins reveal information about social een ‘ package deal’ die niet verkozen alternatieven a satisfaction with the aggregate effects produced priori uitsluit en waar er slechts om de paar jaar by the incumbent party’ s policy bundle, but vot- hopelijk verandering in kan komen. Een gelijkaardig ers’ evaluations of the individual policies com- probleem stelt zich bij de aflossing van de wacht als prising the bundle cannot be disaggregated from een andere partij dan inderdaad het stuur overneemt. the signal the election margin communicates to In een dergelijke situatie is het nog maar de vraag welke a party. This makes it difficult for parties to use elec- delen er van het beleid van een vorige regering zullen tion margins to determine how to allocate resourc- overgenomen worden door een nieuwe regering, es among the individual policies they produce, a ongeacht of de kiezers dit goed of slecht vonden. problem that exists independently of the difficulty of collecting costly information that exists but can- Het tweede fundamentele probleem van not be known in its entirety.” (Decanio, 2014, p. 644). democratie is dat, zoals al aangehaald in het begin, het een ‘ clash van ideeën’ zou moeten zijn Hierop doorgaand kan men opmerken dat de waaruit het beste idee naar voren komt en verrichting van de causaliteit in de tegenovergestelde volgens ook uitgevoerd wordt. Dit idee steunt richting loopt: in een marktproces zullen bedrijven op een aantal sterke aannames: een eerste producten/variëteiten van producten produceren op aanname is dat er wordt van uitgegaan dat alle ideeën basis van een inschatting van wat de voorkeuren eenzelfde kans zullen krijgen om hun waarde te bevan de consument zijn, waarna de consumenten zich wijzen, iets wat toch niet bepaald het geval is in de uitspreken over deze producten door middel van het praktijk. Bovendien zouden deze ideeën allemaal even al dan niet (massaal) aankopen van deze producten. goed moeten kunnen gearticuleerd worden zodat er Bij verkiezingen daarentegen beschikt de kiezer niet geen idee is dat de voorkeur krijgt enkel en alleen enkel over slechts één stem die ondeelbaar is omwille van een betere retorische uiteenzetting en niet over een bepaalde som geld die hij/zij want inhoud primeert toch nog altijd op presentatie. kan opsplitsen naargelang waaraan hij/zij het wil besteden maar moeten de kiezers hun voorkeur Een volgende aanname is dat politici zelf een voldoende laten blijken nog voor het beleid effectief gepro- voordeel hebben bij het uiten van een grote diversiteit duceerd is. Bij verkiezingen vraagt men dus aan van meningen. Intuïtief valt hieraan te twijfelen kiezers om zich uit te spreken over de hypothe- want waarom zou een politicus ideeën verkondigen tische kans dat andere partij(en) het in de toekomst die slechts bij een klein deel van de bevolking bijval vinbeter zullen doen (welke criteria?) dan het beleid dat den? Er zijn altijd politici die het uit principe zullen doen 19
maar de vraag is maar of deze ooit verkozen zullen worden laat staan invloedrijk zijn? Het meest logische voor politici zou zijn om meningen te verkondigen die door een breed deel van de bevolking worden gedragen (in politieke termen spreekt men in dit verband vaak over het ‘centrum’ ). Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dit ook, getuige de bijdragen uit de discipline van ‘Public Choice’ en de paradox van Condorcet en Arrow’s ‘Impossibility Theorem’ in verband met stemmen bij verkiezingen. Nog een aanname is dat eenmaal partijen verkozen zijn ze deze ideeën ook effectief gaan implementeren. Is het echter mogelijk om elk standpunt/ belofte/idee uit te voeren tijdens de regeerperiode? Vanaf wanneer ‘ verraadt’ een partij zijn idealen, na eenmaal iets niet uit te voeren? Na tweemaal? Is het nota bene wenselijk dat partij(en) alles uitvoeren dat in hun programma staat? Tenslotte hebben partijen, omwille van de aanwezigheid van onwetendheid, na verkiezingen een significante speelruimte om alsnog beslissingen te ne-
20
men die ofwel ingaan tegen de eigen standpunten of geen bijval vinden bij een groot deel van de bevolking. In tegenstelling tot gedecentraliseerde beslissingsprocedures zoals de markt kan hier slechts in uitzonderlijke gevallen verandering in worden gebracht. De overheid die ten val wordt gebracht door interne onenigheid of externe druk is zeker het meest prominente voorbeeld doch daarmee zijn de problemen niet altijd van de baan zoals België in 2010 mocht ervaren. Wederom in tegenstelling tot de situatie op de markt waar het wegvallen van één bedrijf geen verregaande implicaties hoeft te hebben voor het functioneren van een volledige sector. Referenties Pennington, M. (2003). Hayekian Political Economy and the Limits of Deliberative Democracy. Political Studies, 51(4), 722-739. DeCanio, S. (2014). Democracy, the market, and the logic of social choice. American Journal of Political Science, 58(3), 637-652.
Ereleden LVSV Gent 2015-2016 Wim Aerts Oud-voorzitter LVSV Gent Oud-voorzitter Jong VLD Daniel Bacquelaine Minister van Pensioenen (MR)
Sven Gatz Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel Sonja Helleputte Gemeenteraadslid Sint-Martens-Latem (Open Vld)
Louis Bril Gewezen volksvertegenwoordiger (Open Vld)
Egbert Lachaert Federaal volksvertegenwoordiger (Open Vld) Oud-voorzitter LVSV Nationaal
Pieter Coene Oud-politiek secretaris LVSV Gent
Vincent Laroy Schepen Lovendegem-Vinderhoute (Open Vld)
Philippe De Backer Europees parlementslid (Open Vld)
Elisabeth Matthys Oud-bestuurslid LVSV Gent
Alexander De Croo Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Post en Telecom
Arno Morsa Oud-bestuurslid LVSV Gent
Herman De Croo Gewezen Partijvoorzitter (Open Vld) Minister van Staat Gewezen Kamervoorzitter Vlaams volksvertegenwoordiger Peter Dedecker Federaal volksvertegenwoordiger (N-VA) Karel De Gucht Minister van Staat Mieke De Regt Oud-voorzitter PFK Marc De Vos Hoogleraar UGent/VUB Algemeen Directeur Itinera Institute Erwin Devriendt Oud-voorzitter LVSV Gent Algemeen Directeur vzw Solidariteit voor het Gezin Mattias De Vuyst Oud-politiek secretaris LVSV Gent 21
Annemie Neyts Minister van Staat Christophe Peeters Schepen Gent (Open Vld) Hans Pijpelink Oud-regiovoorziiter Open Vld Waasland Romeo Rau Voorzitter Open Vld Nieuwpoort Michiel Rogiers Oud-voorzitter LVSV Nationaal Gilbert Strumane Ereschepen De Pinte Bruno Teirlynck Oud-bestuurslid LVSV Gent Fabrizio Terrière Oud-penningmeester LVSV Gent
Ereleden LVSV Gent 2015-2016 Bart Tommelein Staatssecretaris voor Sociale Fraude, Privacy en Noordzee Annemie Turtelboom Vlaams Minister van Begroting, FinanciĂŤn en Energie Jean Van Beneden Oud-voorzitter LVSV Gent Carina Van Cauter Federaal volksvertegenwoordiger (Open Vld)
Lawrence Vanhove Oud-voorzitter LVSV Gent Julie Van Pee Oud-bestuurslid LVSV Gent Simon Van Poucke Voorzitter PFK Gent Secretaris MRI Matthijs Verschraegen
Pieter en Leen Van Den Broeck-Holvoet
Geert Versnick Gedeputeerde provincie Oost-Vlaanderen (Open Vld)
Maarten Vanderstichele Penningmeester Jong VLD
Wietse Verwimp Oud-politiek secretaris LVSV Gent
Guy Vanhengel Brussels Minister van FinanciĂŤn, Begroting, Externe Betrekkingen
Patrice Viaene Oud-voorzitter LVSV Gent
22
Jonathan Peck Webmaster LVSV Gent
Visie
Cryptowars 2.0 Jonathan Peck Webmaster en masterstudent informatica Jonathan Peck bespreekt de “Cryptowars”. Hij geeft weer hoe een aantal belangrijke politici tegenover internet en de cryptowars staan. Als specialist ter zake geeft hij de juiste achtergrondinformatie bij dit thema, alsook de historische context om tot een zeer scherpe conclusie te komen. “We’re losing a lot of people because of the internet. We have to see Bill Gates and a lot of different people that really understand what’s happening. We have to talk to them about, maybe in certain areas, closing that internet up in some ways. Somebody will say, ‘Oh freedom of speech, freedom of speech.’ These are foolish people.” Donald Trump
“It doesn’t do anybody any good if terrorists can move toward encrypted communication that no law enforcement agency can break into before or after.” Hillary Clinton
Er is geen twijfel mogelijk: de cryptowars zijn terug. Overheden overal ter wereld proberen wanhopig middelen en redenen te vinden om encryptie te bre“In our country, do we want to allow a means of com- ken, te verzwakken of zelfs ronduit te verbieden. munication between people which, even in extre- Deze ontwikkeling is wellicht gestimuleerd door twee mis, with a signed warrant from the home secretary factoren: enerzijds is het gebruik van encryptie fors personally, that we cannot read? [...] The question toegenomen sinds de revelaties van Edward Snowden; remains: are we going to allow a means of commu- anderzijds is er de Islamitische Staat, dat een internications where it simply is not possible to do that? nationale terroristische dreiging vormt. Men is over My answer to that question is: no, we must not.” het algemeen bang voor een “going dark” fenomeen, David Cameron waar overheden door de massale opkomst van encryptie nietlanger in staat zouden zijn om potentiële “There’s no doubt that the use of encryption is terroristen te identificeren, tegen te houden en te part of terrorist tradecraft now because they un- bestraffen. Deze angsten zijn geenszins nieuw: ze zijn derstand the problems we have getting court or- een verderzetting van de eerste zogenaamde “crypders to be effective when they’re using these mobile towars” van de jaren ‘90, toen de Verenigde Staten messaging apps that are end-to-end encrypted.” met gelijkaardige bekommernissen zaten envrijwel James Comey identieke maatregelen voorstelden. In dit artikel zal ik de cryptowars toelichten en becommentariëren.
23
Achtergrond
gekarakteriseerd wordt: in de media bedoelt men met “encryptie” steevast enkel de component vertrouweliAllereerst zal ik de lezer die niet bekend is met de jkheid, terwijl men integriteit en authenticatie volledig precieze betekenis van “encryptie” de nodige achter- negeert (ondanks het feit dat dit misschien zelfs belangrigrond proberen verschaffen. Het moet gezegd worden jkere aspecten zijn dan vertrouwelijkheid in vele gevaldat cryptografie een heel breed domein is, en ik kan len).De technische details van deze componenten laat ik hier zeker niet ingaan op details, maar een kort over- achterwege. Het enige wat de lezer zou moeten weten, zicht is wel op zijn plaats. Cryptografie dient over is dat ze allemaal vertrouwen op geheime “sleutels”: het algemeen volgende doeleinden in de praktijk: • Vertrouwelijkheid wordt bereikt door een • Vertrouwelijkheid. De garantie dat en- boodschap te vervormen volgens een bepaald alkel de gewenste bestemmeling een bepaalde goritme op basis van een geheime sleutel zodat het boodschap kan lezen. De toepassingen van vertrouwel- resulterend bericht eruit ziet als pure nonsens. Enijkheid zijn legio: elke zichzelf respecterende website kel personen die de correcte sleutel hebben, kunnen zal het wachtwoord van uw account versleutelen zodat de originele boodschap herstellen. Het algoritme en niemand het zomaar kan lezen; de bank bewaart uw de sleutel worden zo geconstrueerd dat het gokken financiële gegevens in een versleutelde databank zo- van de sleutel louter op basis van de versleutelde dat criminelen die de bank hacken er niet zomaar mee tekst statistisch gezien enorm veel tijd zou vereisen. kunnen gaan lopen; als u uw e-mails leest, dan worden die naar uw computer gestuurd over een versleutelde • Integriteit wordt bereikt door een boodschap verbinding zodat niemand zomaar kan meelezen; etc. digitaal te “ondertekenen”. Dit komt neer ophet berekenen van een speciaal getal, een hash, op basis van • Integriteit. Garanderen dat onbevoegde parti- het bericht, en deze hash te encrypteren met een gejen niet in staat zijn een boodschap te vervalsen heime sleutel (deze techniek heet HMAC). De encrypzonder dat men dit kan detecteren. Opnieuw kan tie van de hash is de digitale handtekening. De encrypmen zich makkelijk een breed scala aan toepassingen tie is zodanig gemaakt dat iedereen kan verifiëren dat voor integriteit inbeelden: banktransacties en e-mails de handtekening klopt, maar enkel de persoon die de mogen uiteraard niet vervalst worden; updates voor geheime sleutel bezit kan de correcte handtekeningen software en downloads van allerlei bestanden moet- ook effectiefaanmaken. Indien het bericht gewijzigd en ook beschermd zijn tegen kwaadwillenden die mal- is door onbevoegden (die de sleutel niet bezitten en ware op uw systeem zouden willen installeren; etc. dus geen geldige handtekeningen kunnen produceren), dan zal de handtekening niet meer overeen• Authenticatie. Ervoor zorgen dat men zich stemmen met het bericht en detecteert men fraude. niet kan uitgeven voor iemand anders.Authenticatie wordt hevig gebruikt in het bankwezen, waar •Het mechanisme voor integriteit kan men ook gebruikmen zeker moet zijn van uw identiteit vooraleer en voor authenticatie: men voorzieteen boodschap hier men toegang verschaft tot uw rekeningen (vandaar eveneens van een digitale handtekening. Iedereen kan dat bakje waar u codes moet ingeven). Het wordt in nagaan dat enkel de persoon die in het bezit is van een mindere mate gebruikt voor e-mails, om de commu- specifieke geheime sleutel de handtekening gemaakt nicerende partijen te overtuigen van elkaars iden- kan hebben. Men gaat ervan uit dat de sleutel niet gestotiteit. De blockchain van Bitcoin gebruikt authen- len is, zodat er een correspondentie ontstaat tussen ticatie om bitcoins toe te wijzen aan hun eigenaar. geheime sleutels en individuen. Zo kan men een identiteit verbinden met een sleutel en fraude tegengaan. Uit deze opsomming blijkt al onmiddellijk dat cryptografie in de populaire media veel te nauw Het moge duidelijk zijn dat cryptografie veel meer 24
toepassingen heeft dan enkel maar geheime boodschappen versturen naar terroristen of kinderporno verbergen voor de autoriteiten. Cryptografie is nodig, niet om te verbergen dat men iets aan het mispeuteren is (zoals de karikatuur die vele overheden schetsen u zou doen geloven), maar om mensen te beschermen tegen kwaadwillenden die hun gegevens willen stelen of wijzigen voor hun eigen doeleinden. Zonder cryptografie zou iedereen uw e-mails kunnen lezen, uw bankgegevens kunnen onderscheppen en uw identiteit stelen. Dit is niet zozeer een probleem omdat u misschien dingen verbergt die anderen niet te weten mogen komen omdat ze schaamtelijk of illegaal zijn, maar omdat mensen die dergelijke gegevens over u in handen krijgen, u ernstige schade kunnen berokkenen. Het nut en belang van sterke cryptografie staat gewoon25
weg buiten kijf, laat dat absoluut kristalhelder zijn. Historische context Commerciële cryptografie is pas in de vroege jaren ‘90 technisch doenbaar geworden. Cryptografie bestond uiteraard al millenia (Julius Caesar gebruikte cryptografie voor vertrouwelijkheid in zijn militaire communicatie), maar tot eind de jaren ‘80 bleef dit grotendeelsweggelegd voor militaire toepassingen en grote bedrijven zoals banken die dit echt nodig hadden. Dit kwam in de eerste plaats doordat asymmetrische cryptografie (de soort die men nodig heeft om veilig te communiceren over het internet) pas werd uitgevonden rond 1982 in het baanbrekende werk van Shafi Goldwasser en Silvio Micali, maar zeker ook doordat
computers destijds niet gericht waren op de gewone consument. Inderdaad, de jaren ‘90 worden vaak gekenmerkt door de zogenaamde “PC revolution” omdat toen het idee van een persoonlijke computer mainstream werd dankzij de toegenomen gebruiksvriendelijkheid van computers en de steeds relevantere toepassingen die deze technologie had in het dagelijkse leven, met name door de commercialisering van het internet (dat voordien in handen was van DARPA, een onderdeel van het Amerikaans leger, maar in de jaren ‘80 vrijgegeven werd aan het publiek). De simultane opkomst van commerciële cryptografie en pc’s is moeilijk af te doen als toeval. Het woord “revolutie” impliceert ook dat dit een plotselinge shift was waar niemand echt op was voorbereid. Overheden, in het bijzonder de overheid van de Verenigde Staten (waar deze revolutie immers begonnen was), wisten niet hoe ze moesten omgaan met deze nieuwe technologieën. Het fenomeen van “going dark” was een alomtegenwoordige vrees binnen de kringen van de NSA, FBI, CIA en de gewone politie.
vergadering om deze problemen aan te kaarten. Het resultaat was een beroemd rapport, The Risks of Key Recovery, Key Escrow, and Trusted Third-Party Encryption, gepubliceerd op 27 mei 1997. Elf grote namen hadden hieraan meegewerkt, waaronder twee van de figuurlijke vaders van de moderne cryptografie: Whitfield Diffie en Ronald Rivest. Hun conclusies laten weinig aan de verbeelding over: Key recovery systems are inherently less secure, more costly, and more difficult to use than similar systems without a recovery feature. The massive deployment of key recovery based infrastructures to meet law enforcement’s specifications will require significant sacrifices in security and convenience and substantially increased costs to all users of encryption. Furthermore, building the secure infrastructure of the breathtaking scale and complexity that would be required for such a scheme is beyond the experience and current competency of the field, and may well introduce ultimately unacceptable risks and costs.
Cryptografie is nodig, niet om te verbergen dat men iets aan het mispeuteren is, maar om mensen te beschermen tegen kwaadwilligen die hun gegevens willen stelen of wijzigen voor hun eigen doeleinden Het is in dit klimaat van paniek en paranoia over het misbruik van cryptografie en de potentiële castratie van ordehandhaving door haar uiterst snelle adoptie in nagenoeg alle commerciële software dat de eerste cryptowars het licht zagen: de Amerikaanse overheid begon te pushen voor wetgeving die zogenaamde “key escrow systems” verplicht zouden maken in alle gebieden waar cryptografie van tel was. Het idee was dat men de geheime sleutels die gebruikt worden voor cryptografische doeleinden zou opslaan in een gecentraliseerde databank waar ordehandhavers (mits bezit van een geldig bevel) toegang toe zouden krijgen. Dit zou de overheid toegang verschaffen tot alle beveiligde data die op deze sleutels vertrouwt, maar zou (intheorie althans) legitieme gebruikers van cryptografie nog steeds de volle bescherming verlenen. De cryptografische gemeenschap was het daar echter helemaal niet mee eens en eind januari 1997 hield een grote groep experts een 26
Wanneer zo goed als alle experts op het vlak van cryptografie tot deze conclusies komen, mag men ervan uitgaan dat de discussie besloten is. De Verenigde Staten zagen af van hun pogingen om key escrow systems in te voeren en de cryptowars werden circa 2005 “gewonnen” verklaard door de cryptografische gemeenschap. Men zou het een overwinning voor privacy en mensenrechten noemen. Tot Edward Snowden op het toneel verscheen, uiteraard. De nieuwe cryptowars In 2013 begon Edward Snowden (onder het pseudoniem Citizenfour), die tot dan toe werkte bij de NSA, met het systematisch lekken van gevoelige documenten die onthulden dat de VS na de eerste cryptowars slechts publiekelijk was gestopt met pogingen tot het ondermijnen van cryptografie; achter de schermen was men gewoon van tactiek
veranderd: in plaats van via de “front door” te gaan via key escrow systems, was de NSA al enkele jaren in het geheim bezig met het grootste internationale surveillance netwerk aller tijden uit te bouwen. Het bleek dat de NSA niet alleen in volstrekte illegaliteit communicaties van Amerikaanse burgers aftapte, maar ook verantwoordelijk was voor het verzwakken van cryptografische protocollen die opgenomenwerden in de standaarden van NIST (National Institute of Standards and Technology, de organisatie waarop iedereen vertrouwt voor het publiceren van betrouwbare technologische standaarden, in het bijzonder voor cryptografische protocollen), het clandestien planten van achterpoortjes in cryptografische toestellen die verkocht werden binnen en buiten de VS en zelfs het ronduit hacken van bepaalde organisaties en bedrijven. Veel van deze operaties werden uitgevoerd door bedrijven te dwingen mee te werken met de NSA en hen te verbieden ook maar iets van ruchtbaarheid te verlenen aan deze “onderhandelingen” (zogenaamde gag orders). Als kers op de taart werkte de NSA hierin overigens niet alleen: andere inlichtingendiensten zoals GCHQ hebben hun medewerking verleend om dit alles mogelijk te maken. George Orwell zelf had dit in zijn ergste nachtmerries niet kunnen zien aankomen. Wat volgde was uiteraard een shitstorm van ongeziene proporties die tot op de dag van vandaag (en wellicht nog gedurende vele jaren) haar gevolgen laat zien. Een van die gevolgen is dat de cryptografische gemeenschap natuurlijk op haar achterste poten staat en relevanter dan ooit is geworden, nu iedereen zich dankzij de doorgedreven integratie van technologie in onze dagelijkse levens permanent bekekenvoelt. We leven vandaag in een tijd waar elk individu zich volkomen terecht kan afvragen of de NSA zijn banktransacties onderschept, zijn e-mails leest of zelfs op de hoogte is van zijn persoonlijke seksuele fetishes. Het is een voyeurisme dat de ergste veroordeelde stalker zou doen blozen.
telde communicatie te garanderen die de makers zelf niet eens kunnen kraken (zogenaamde “end-to-end encryption”), is in de laatste jaren ook enkel maar toegenomen. Er zijn tevens verschillende browserextensies (zoals HTTPS Everywhere) die surfen enkel maar over een beveiligde HTTPS-verbinding toelaten. Post-Snowden wil iedereen alles altijd encrypteren, en dat wekt uiteraard dezelfde zorgen op bij overheden als twintig jaar geleden gedurende de eerste cryptowars, zeker (misschien zelfs vooral) dankzij de toegevoegde dreiging van ISIS. Men spreekt opnieuw van achterpoortjes, zwakkere encryptie of zelfs het geheel verbannen van encryptie. We kunnen stellen dat we sinds 2013 verwikkeld zijn in een nieuwe cryptowar waar overheden opnieuw ten strijde trekken tegen cryptografie. Uiteraard bleef een reactie van de cryptografische gemeenschap niet uit: deze keer kwamen vijftien expertsvan het veld samen, waarvan velen meegewerkt hadden aan het eerste rapport van 1997, om weer een analoog verslag te publiceren. Het resultaat is Keys Under Doormats: Mandating insecurity by requiring government access to all data and communications, gepubliceerd op 6 juli 2015. Opnieuw zijn hun conclusies genadeloos:
We have found that the damage that could be caused by law enforcement exceptionalaccess requirements would be even greater today than it would have been 20 years ago. In the wake of the growing economic and social cost of the fundamental insecurity of today’s Internet environment, any proposals that alter the security dynamics online should be approached with caution. Exceptional access would forceInternet system developers to reverse “forward secrecy” design practices that seek to minimize the impact on user privacy when systems are breached. The complexity of today’s Internet environment, with millions of apps and globally connected services, means that new law enforcement requirements are likely to introduce En mensen pikken het natuurlijk niet. Naar aanleiding unanticipated, hard to detect security flaws. Beyond van het Snowden-debacle is encryptie populairder dan these and other technical vulnerabilities, the prospect ooit: grote bedrijven zoals Google en Apple gebrui- of globally deployed exceptional access systems raisken het feit dat ze alles encrypteren nu zelfs als een es difficult problems about how such an environment verkooptechniek in hun advertenties en statements. would be governed and how to ensure that such sysHet aantal chatapplicaties dat claimt volledig versleu- tems would respect human rights and the rule of law. 27
Bovendien kunnen we nu achteruitblikken: een van de meest gehoorde argumenten tijdens de eerste cryptowars was het idee dat overheden zelfs geen legitieme surveillance meer zouden kunnen uitvoeren, het “going dark” fenomeen dat in deze tweede cryptowars overigens sterker beklemtoond wordt dan voorheen (het is zelfs het hoofdargument van de FBI). Dit wordt ook behandeld in het rapport: “Another important lesson from the 1990’s is that the decline in surveillance capacity predicted by law enforcement 20 years ago did not happen. Indeed, in 1992, the FBI’s Advanced Telephony Unit warned that within three years Title III wiretaps would be useless: no more than 40% would be intelligible and that in the worst case all might be rendered useless.” The world did not “go dark.” On the contrary, law enforcement has much better and more effective surveillance capabilities now than it did then.
gebruikers niet doenbaar of wenselijk. Dit komt vooral doordat deze data nodig is voor het correct functioneren van de diensten en dus niet versleuteld kan worden. • Het hele software-ecosysteem is gefragmenteerd: er is veel meer coördinatie en standaardisatie nodig vooraleer encryptie wijdverspreid en diepgaand genoeg kan worden om de versleutelde data hermetisch af te sluiten van de rest van de wereld. • Het Internet of Things (IoT) biedt uitgebreide mogelijkheden tot surveillance die niet tegengehouden worden door encryptie. Niet alleen omdat veiligheid in de wereld van IoT een absolute grap is op dit moment (en wellicht in de toekomst des te meer), maar ook omdat gebruikers onmogelijk controle kunnen hebben over alle toestellen die data over hen uploaden naar het internet. • Metadata wordt niet versleuteld en zal allicht nooit versleuteld worden omdat deze data nodig is voor het correct functioneren van veel applicaties. De hoeveelheid nuttigeinformatie die men uit metadata kan halen, is niet te onderschatten.
Inderdaad, er is een gans ander rapport toegewijd aan het probleem van “going dark”: Don’t Panic: Making Progress on the “Going Dark” Debate werd gepubliceerd op 1 februari 2016 en is geschreven door drie experts, waarvan één (Bruce Schneier) aan beide rapporten over de cryptowars heeft Naast de argumenten die we hierboven bespromeegewerkt. Hun bevindingen daar zijn als volgt: ken hebben, moeten we uiteraard ook nog het meest overduidelijke probleem aankaarten met Although we were not able to unanimously agree upon het verzwakken van commerciële encryptie: the scope of the problem or the policy solution that would strike the best balance, we take the warnings of Als commerciële encryptie verzwakt wordt the FBI and others at face value: conducting certain types door de overheid, dan gaan criminelen geen of surveillance has, to some extent, become more diffi- commerciële encryptie meer gebruiken. cult in light of technological changes. Nevertheless, we question whether the “going dark” metaphor accurate- Dit punt kan volgens mij niet genoeg beklemtoond ly describes the state of affairs. Are we really headed to worden. Cryptografie is een wetenschap, en de wetena future in which our ability to effectively surveil crimi- schappers die erin actief zijn, publiceren hun bevinnals and bad actors is impossible? We think not. [...]We dingen openlijk op het internet, in wetenschappeliargue that communications in the future will neither be jke tijdschriften en in boeken. Het is triviaal om naar eclipsed into darkness nor illuminated without shadow. een boekenwinkel te gaan en een boek over cryptografie te kopen dat exact beschrijft hoe bepaalde Hun argumentatie kan ik kort samenvatten: cryptografische systemen moeten worden geïmplementeerd. Het is triviaal om naar websites zoals arX• Voor de meeste bedrijven die communicatiedien- iv, ACM of IEEE te gaan en papers op te zoeken over sten leveren, is het encrypteren van alle data van hun cryptografie. Een simpele zoekopdracht op Google 28
geeft daarbovenop nog eens talloze blogs van onderzoekers in de cryptografische gemeenschap die men kan volgen (zoals Bruce Schneier en Brian Krebs). Mensen die slim genoeg zijn, kunnenzelfs hun eigen cryptografische schema’s uitvinden. Het draait hier immers in essentie gewoon om wiskunde, zodat cryptografie verbannen gelijk staat aan wiskunde verbannen,
cryptowars. De FBI is erin geslaagd de iPhone van Farook te bemachtigen, maar die is versleuteld met een wachtwoord dat de FBI hoogstwaarschijnlijk niet zal kunnen kraken: Farook heeft namelijk de functie “Erase Data” ook ingeschakeld, waardoor na tien verkeerde pogingen alle data op de iPhone zal worden gewist. De FBI is dus in het bezit van een potentieel
hetgeen natuurlijk compleet ridicuul is. Hoe kan men iets verbannen wat iedereen met pen, papier en een brein gewoon thuis kan doen? Niemand wordt overigens veiliger van een overheid die de commerciële cryptografie verzwakt die haar burgers moeten gebruiken, integendeel: de enige winnaars van dit absurd circus zijn de criminelen waartegen de overheid ons net beweert te beschermen. Die criminelen zullen namelijk gewoon hun eigen, sterke (illegale) cryptografie gebruiken terwijl ze de belangrijke systemen waarop onschuldige burgers dagelijks vertrouwen kunnen hacken omdat de overheid alle veiligheid compleet verwijderd heeft. Als men veiligheid echt serieus neemt, dan is er absoluut geen excuus voor zwakkere cryptografie. Cryptografie kan nooit sterk genoeg zijn.
cruciaal stuk bewijsmateriaal, waar ze echter geen gebruik van kunnen maken door de sterke cryptografiedie Apple heeft geleverd. In een wanhoopsdaad heeft de FBI een gerechtelijk bevel verkregen dat Apple dwingt om “reasonable technical assistance” te verlenen dat onder andere volgende eisen omvat:
Mensen die slim genoeg zijn, kunnen zelfs hun eigen cryptografische schema’s uitvinden. Het draait hier immers in essentie gewoon om wiskunde, zodat cryptografie verbannen gelijk staat aan wiskunde verbannen, hetgeen natuurlijk compleet ridicuul is.
Muh terrorism Wellicht herinneren velen zich nog de terroristische aanval in San Bernardino, Californië op 2 december 2015. De San Bernardino County Department of Public Health organiseerde toen een feestje en training event voor haar werknemers. Twee individuen, Syed Rizwan Farook en Tashfeen Malik, gewapend met semi-automatische pistolen en geweren, openden het vuur op de aanwezigen en slaagden erin 16 van de ongeveer 80 aanwezigen te doden, met nog 24 gewonden.
1. Apple zal “redelijke technische hulp” verlenen om toegang te verkrijgen tot de data op het toestel. 2. Deze “redelijke technische hulp” zal de auto-erase functie omzeilen, de FBI toelaten het wachtwoord te kraken en dit zo snel mogelijk. 3. De “redelijke technische hulp” zal deze doeleinden bereiken door herbruikbare software te installeren op de iPhone die de veiligheidsfuncties uitschakelt. In essentie eist de FBI simpelweg dat Apple een softwareprogramma maakt dat hen in staat zou stellen om elke iPhone van eender wie te kraken. Hun motivatie daarvoor is hier specifiek de aanslag in San Bernardino, en ze schilderen cryptografie af als de grote boosdoener die hen belemmert hun legitieme job uit te voeren. Tim Cook, CEO van Apple, heeft gereageerd op dit bevel met een open brief waarin hij het standpunt van de FBI uitdaagt en weigert op hun bevel inte gaan, een legendarisch precedent voor een Amerikaans bedrijf:
Naast het feit dat deze shoot-out weer het voorspelbare politieke debat omtrent wapenbezit The United States government has demanded that Apdeed opflakkeren, is het recentelijk (17 febru- ple take an unprecedented step which threatens the seari 2016) relevant geworden in het kader van de curity of our customers. We oppose this order, which has 29
implications far beyond the legal case at hand. This moment calls for public discussion, and we want our customers and people around the world to understand what is at stake. [...] We have great respect for the professionals at the FBI, and we believe their intentions are good. Up to this point, we have done everything that is both within ourpower and within the law to help them. But now the U.S. government has asked us for something we simply do not have, and something we consider too dangerous to create. They have asked us to build a backdoor to the iPhone.Specifically, the FBI wants us to make a new version of the iPhone operating system,circumventing several important security features, and install it on an iPhone recovered during the investigation. In the wrong hands, this software — which does not exist today — would have the potential to unlock any iPhone in someone’s physical possession.The FBI may use different words to describe this tool, but make no mistake: Buildinga version of iOS that bypasses security in this way would undeniably create a backdoor. And while the government may argue that its use would be limited to this case, there is no way to guarantee such control. [...] The government suggests this tool could only be used once, on one phone. But that’s simply not true. Once created, the technique could be used over and over again, on any number of devices. In the physical world, it would be the equivalent of a master key, capable of opening hundreds of millions of locks — from restaurants and banks to stores and homes. No reasonable person would find that acceptable. [...] While we believe the FBI’s intentions are good, it would be wrong for the government to force us to build a backdoor into our products. And ultimately, we fear that this demand would undermine the very freedoms and liberty our government is meant to protect. Ik heb hopelijk al voldoende beargumenteerd waarom het verzwakken van cryptografie, hier in het bijzonder die van de iPhone, een slecht idee is. De terminologie in het gerechtelijk bevel van 30
de FBI is dus foutief: de assistentie die men verwacht van Apple is niet “redelijk”, en het is moeilijk om die tekst niet op te vatten als één of andere droge satire. Men gebruikt de term “redelijk” terwijl men de meest absurde onredelijk eisen stelt! De FBI gebruikt deze terreuraanval als een excuus om essentiële cryptografie te ondermijnen en iedereen onveilig te maken. Of dit nu te wijten is aan incompetentie omdat ze de brede implicaties van deze nonsens niet bevatten of aan een voyeuristische machtsgeile wanhoopsdaad (of een combinatie van de twee), laat ik in het midden; het is ook niet relevant. Inderdaad, elke terreurdaad is vreselijk en die in San Bernardino is geen uitzondering. Dit geeft echter niemand, in het bijzonder de FBI niet, carte blanche om belachelijk disproportionele maatregelen te treffen en mensenrechten uit het raam te gooien. Apple zou toegang kunnen verschaffen tot de data op de bewuste iPhone op de manier dat de FBI eist; dit zou echter, zoals Cook uitwijst in zijn brief en ik ook al uitgelegd heb in het voorgaande, uitermate brede onwenselijke implicaties hebben: • Iedereen die toegang verkrijgt tot deze software zou in staat zijn elke iPhone te kraken ongeacht de bescherming die de eigenaar heeft ingesteld. Alle data op uw iPhone zou met andere woorden de facto publiek zijn, alle wettelijke garanties op privacy ten spijt. • Er is geen enkele manier om te garanderen dat deze techniek niet misbruikt wordt. Zelfs al is men zo naïef om te geloven dat de overheid dit niet zou misbruiken (een positie die eerder grenst aan het waanzinnige), dan is er nog steeds geen garantie dat criminelen, de terroristen waartegen wij zogezegd worden beschermd, dit niet zouden misbruiken. Keer op keer is al gebleken dat wanneer een bedrijf een backdoor installeert in hun software, criminelen dit uiteindelijk ontdekken en weten uit te buiten. Dit is een feit waar iedereen binnen de cryptografische gemeenschap het eens over is. Zelfs in zaken van terreur bestaat er zoiets als proportionaliteit: het is niet omdat terroristen cryptografie gebruiken om zich te bescher-
men, dat men cryptografie moet verbannen. Dat is even absurd als stellen dat men zuurstof moet verbannen omdat terroristen ook moeten ademhalen. Wat de FBI vraagt is niet redelijk en zou een extreem gevaarlijk precedent zetten. Conclusie
deftige cryptografische schema’s is open en toegankelijk voor iedereen. Als men dus commerciële cryptografie zou verbannen of afzwakken, dan zouden er sowieso onmiddellijk illegale alternatieven opduiken om deze leemte te vullen. Controle op deze illegale alternatieven is onmogelijk om dezelfde redenen dat conrole op software-piraterij zo’n ongelooflijke farce is.
Tegenstanders van sterke encryptie, zoals David Cameron, Hillary Clinton, Donald Trump en de gehele FBI, geven als sterkste argument vaak dat encryptie levens in gevaar brengt: terroristen versleutelen hun communicaties zodat men hun boosaardige plannen niet kan onderscheppen en verijdelen, criminelen versleutelen hun laptops en gsm’s zodat men cruciaal bewijsmateriaal niet kan bemachtigen, etc. Vandaar de nieuwe cryptowars: men stelt opnieuw voor om banden te leggen aan commerciële cryptografie, om het te verzwakken of zelfs geheel te verbieden. In dit artikel heb ik (hopelijk overtuigend) aangetoond waarom dit plan absurd is, om verschillende redenen die ik hier nog eens duidelijk op een rijtje zet, want men kan ze blijkbaar niet genoeg benadrukken:
3. Elke verzwakking van cryptografie houdt een onaanvaardbaar risico in. Bovendien zijn de voorgestelde maatregelen (in de mate waarin men de vage taal van onwetende politici tenminste concreet kan interpreteren) inherent onveilig.
1. Cryptografie is veel te belangrijk om te verzwakken of te verbieden. Het dient veel te veel legitieme en essentiële doeleinden, waaronder het beschermen van uw financiële gegevens en uw private communicaties over het internet. Het kan zelfs levens redden. Het is even redelijk om zuurstof te verbieden omdat criminelen moeten ademhalen. Er bestaat ook geen manier om cryptografie “net zwak genoeg” te maken zodat enkel overheden het kunnen kraken maar criminelen niet;dat is het equivalent van de aanwezige zuurstof in de lucht “net genoeg te verdunnen” zodat enkel criminelen stikken maar brave mensen blijven leven.
Als we hier één les uit kunnen trekken, is het net dat cryptografie zelfs nog helemaal niet sterk genoeg is. Alle pogingen om cryptografie te verzwakken vloeien ofwel voort uit slecht geïnformeerde fear mongering ofwel uit een politieke voyeuristische perverse agenda die het bespioneren van onschuldige burgers makkelijker wil maken. Hoe dan ook, het mag stilaan tijd worden om de cryptowars voor eens en altijd te beslechten, liefst in het voordeel van de rede.
2. De voorgestelde maatregelen zouden ineffectief zijn. De theorie achter de implementatiesvan nagenoeg alle trole op software-piraterij zo’n ongelooflijke farce is.
31
4. Het “going dark” fenomeen is pure nonsens. Sterke commerciële cryptografie bestaat al enkele decennia en het tegendeel is net gebleken: overheden hebben tegenwoordigmeer middelen dan ooit om zowel hun eigen burgers als die van andere landen (al dan niet legaal) te bespioneren. Als terroristen dankzij cryptografie aan het gerecht weten te ontsnappen, ligt de oorzaak dus bij de incompetentie van de inlichtingendiensten en niet bij het bestaan van cryptografie.
Interview
John Allemeersch Sinds begin dit academiejaar is ‘t Genoegen het nieuwe studentencafé van LVSV Gent. Altijd op post in ‘t Genoegen is de sympathieke café-eigenaar en barman den John Allemeersch. Hoog tijd dus om deze beatlesachtige barman eens een paar vragen te stellen voor het Neo’tje. ‘t Genoegen John, hoe lang bestaat ‘t Genoegen inmiddels al? Ikzelf ben uitbater van dit café sinds 2003, maar het café zelf bestaat al sinds eind jaren negentig. Ik was hier zelf - vooraleer ik cafébaas werd - vaste klant. In het begin dat ik hier kwam draaide de uitbater pure rockmuziek, wat veel succes opleverde bij de mensen die van die muziekstijl en misschien zelfs levensstijl hielden. Na verloop van tijd schakelde de cafébaas echter over op meer commerciële muziek, wat het eerste jaar vrij veel succes had. Het tweede jaar draaide dit echter slecht uit; de oorspronkelijke klanten kwamen niet meer omdat ze doorhadden dat ‘t Genoegen niet meer hetzelfde was en omdat het café toen zo weinig volk aantrok kwamen de mensen van de commerciële muziek ook niet meer. Ik heb dan het café overgenomen omdat ik onder meer aan de vorige cafébaas wou bewijzen dat een “rockcafé” wel aantrek had. En met succes, hoe slaag je er trouwens in om zo goed stand te houden, hier in de Overpoort? Wel, ik denk dat het zo goed gaat omdat ‘t Genoegen het enige nog bestaande bruin café van de Overpoort is, zeker sinds het sluiten van de BoomBoom (vorig studentencafé van LVSV Gent, nvdr). In een bruin café kunnen mensen nog gewoon met elkaar spreken en nieuwe mensen ontmoeten zonder dat je keihard moet roepen en niet verstaat wat de andere persoon zegt, zoals in vele andere cafés en fuiftent32
en het geval is. Gecombineerd met de mensen die we aantrekken met onze rockmuziek, het LVSV Gent en de mensen van de studentenvereniging die hier vorig jaar lid waren en ook nog wel eens komen, is dat een echte succesformule (LVSV Gent is gewoonweg een succesformule, nvdr). Ook de verzoekjesavonden op maandagavond en de andere activiteiten die we met ‘t Genoegen organiseren trekken wel wat volk. Tegenwoordig zijn er ook meer Fakbars in Gent, hoe sta je daar tegenover? Inderdaad, vroeger was er enkel de Yucca die nog steeds wordt uitgebaat door de economiestudenten maar nu is er ook de Delta van VTK Gent. De Delta loopt momenteel inderdaad goed, maar toch heb ik er mijn twijfels bij of ze wel zullen blijven standhouden. Economiestudenten zijn er namelijk op getraind om te werken met zaken als verwachte inkomsten en uitgaven en studeren om bedrijven te leiden, ik vraag me ten sterkste af of het VTK daar ook zo goed in zal zijn. Bovendien zijn er tegenwoordig ook klachten betreffende teveel lawaai vanuit de studentenhomes, en het enige nieuwe aan de Overpoort is de Delta, die “toevallig” ook in de straat van de homes gelegen is. Wat is het zotste dat je tot nog toe hebt meegemaakt als cafébaas? Wil je een boek? - lacht - Ik heb in ‘t Genoegen al veel zotte dingen meegemaakt, maar het allerzotste was wel toen ik eens een kruk naar mijn hoofd kreeg
Muziek Je zei daarnet dat muziek heel belangrijk voor je was, met welk nummer zou je het LVSV vergelijken? Haha, daar heb ik zeker nog nooit over nagedacht. Maar als ik dan toch echt een keuze moet maken kies ik - ondanks mijn voorliefde voor de rockcultuur - het liedje Liberté van Sandra Kim. Het is niet dat ik dat zo’n goed nummer vind, verre van zelfs, maar het beschrijft wel het gedachtegoed van LVSV Gent en heeft ook een bijzondere betekenis voor mij, het was namelijk het eerste nummer waar ik ooit een plaat van heb gekocht. Interessante vraag misschien: wat versta je precies onder rock? Rock is veel, van Nirvana tot Bryan Adams. Rock is eigenlijk heel moeilijk te beschrijven, maar Summer of 69 van Bryan Adams is bijvoorbeeld ook rock. Niet dat ik het daarom een goed nummer vind, zij het alleen maar omdat het gewoon te veel gedraaid wordt. Ik wil ook wel eens andere liedjes draaien dan rock, wat ik eigenlijk zelfs regelmatig doe, maar als ik iedere dag naar 10000 luchtballonnen van K3 moet luisteren word ik gewoon zot (wie niet, nvdr). LVSV en Studententijd gesmeten. Het was net zoals nu kermis en twee manen kwamen in zwaar beschonken toestand hier binnen. Ze deden al direct moeilijk door onder meer niet direct voor hun bier te willen betalen. Later op de avond lieten ze ook nog een glas achter de toog vallen en sloegen ze het kleingeld uit de handen van een klant. Niet veel later - na hen tevergeefs proberen weg te krijgen - kreeg ik dan een kruk naar mijn hoofd gegooid, gelukkig raakte die de pilaar en niet mij. Toen zijn ze gewoon vertrokken. De politie heb ik niet gebeld, ze komen toch 30 minuten te laat en bovendien wist ik hun namen niet.
Heb je zelf nog gestudeerd? Ja, ik heb hier in Gent Afrikaanse Talen en Culturen gestudeerd aan de Blandijnberg. Uiteindelijk heb ik daar later niet veel mee gedaan, de jobs in die sector waren en zijn dan ook niet dik gezaaid. Ik heb nog wel even in de toeristische sector en voor het ministerie van cultuur gewerkt, maar daarna ben ik meer gaan draaien als DJ waarna ik uiteindelijk cafébaas geworden ben.
Was je toen erg actief bezig met het studentikoze aspect van het studentenleven? Verbazend genoeg niet nee. Ik zat wel in de studentenvereniging voor Afrikaanse Talen en Culturen, OAK Laatste vraag over ‘t Genoegen: wat versta je precies (Oosterse Afrikaanse Kring), ik ben er zelfs vice-praeses onder ‘t Genoegen? geweest. OAK was echter buitengewoon onorthodox, Geloof het of niet, maar daar heb ik nooit echt over nagezo hielden we geen cantussen of bierbowlings en haddacht. Ik vind het alleszins wel een mooie naam, zeker den we zelfs geen linten. We hielden wel veel lezingen, voor een café als dit waar sfeer een belangrijke rol speel. uitstapjes en af en toe eens een feestje, maar waren Ik vertaal het ook wel eens graag naar het Frans: le Plaisir. 33
Een vraag die een heel aantal LVSV’ers zich stellen: waarom Bavik? Aah, het is Bavik of niets. Mijn eigen mening over Bavik ga ik wijselijk in het midden houden. Maar de lever‘t Genoegen is sinds begin dit academiejaar het stu- ancier van mijn café is Bavik, die zelf nog wat andere dentencafé van LVSV Gent. Hoe zou je het LVSV als brouwerijen bezitten en ook contracten hebben met cafévolk beschrijven? de Duvel brouwerij. Ikzelf kan dus naast Bavik enkel Het valt vanuit mijn standpunt van cafébaas hard serveren wat mijn leverancier in aanbieding heeft, op dat het LVSV een studentenvereniging is die zich zoals bijvoobeeld ‘t Augustijntje dat wel veel aantrek toespitst op het politieke en filosofische aspect, zeker heeft. Desondanks dat zijn bijna nergens op de Overin vergelijking met de vorige studentenverening die poort de pintjes zo goedkoop als hier, terwijl we hier hier haar heimat had. De LVSV’ers komen meestal af na maar één studentenvereniging hebben die eerlijk een lezing om nog wat na te praten en hier een pintje gezegd ook niet de grootste is (wel de beste, nvdr.) te drinken, maar over het algemeen blijven slecht een paar LVSV’ers langer, hoewel zij over het algemeen ook snel doorgaan (LVSV’ers zijn snelle mensen, nvdr). voor de rest totaal niet studentikoos. Heden ten dage is dat wel veranderd bij OAK, ik zie ze hier regelmatig - met linten nu - zelfs eens passeren.
Enkele LVSV’ers die dansen op de muziek van DJ John tijdens de lustrumviering in december.
34
LUSTRUMEDITIE
* In de heruitgegeven teksten is de toenmalige spelling gehanteerd. De redactie is bijgevolg niet veranwoordelijk voor spellingsfouten in deze teksten. 35
1936-1937 2e editie 1936-1939
Yolande De Busscher Ex-lid LVSV Gent
1936-1939
Waarom studentin zijn? Yolande De Busscher In het tweede jaar van het Neohumanisme schreef een vrouwelijk LVSV lid genaamd Yolande De Busscher een aantal teksten over vrouwenemancipatie, gelijkheid van man en vrouw en feminisme. Deze destijds zeer actuele tekst over vrouwelijke studenten aan de UGent wordt ingeleid door LVSV-bestuurslid Megi Rroku De geschiedenis van vrouwenemancipatie is er één van vallen en opstaan tot ze na de Tweede Wereldoorlog in een stroomversnelling terechtkomt met ondermeer het stemrecht voor vrouwen in 1948. Binnen het liberalisme en dus uiteraard ook binnen het LVSV is gelijkheid van man en vrouw altijd één van de belangrijkste basisbeginselen voor een open en liberale samenleving geweest, denk bijvoorbeeld aan de bekende liberale filosofe Simone Veil met onder andere haar boek Elles sont 300.000 chaque année. Zelfs vandaag de dag is gelijkheid tussen man en vrouw nog altijd niet wat het moet zijn, niet alleen in landen als Iran maar ook bij ons zijn er nog heel wat problemen hieromtrent. Het mag niemand verbazen dat het LVSV in de jaren dertig de grote voorstander was van meer vrouwen aan de universiteit, zij het alleen al om meer gelijkheid te bekomen tussen man en vrouw en om meer vrouwelijk schoon aan de universiteit te hebben. Voor het LVSV spreekt in deze tekst Yolande De Busscher, één van de vrouwelijke leden van LVSV Gent destijds, die trouwens vandaag helaas ook niet zo dik gezaaid zijn. De Busscher schreef voor het LVSV in totaal twee teksten: één over vrouwelijke studenten en één over feminisme, waardoor we kunnen zeggen dat ze toch wel in het rijtje van liberale feministen past. Ze geeft in deze tekst een mooi - kort maar bondig - beeld over de sociale rol van de vrouw doorheen de geschiedenis en probeert ook uit deels uit te leggen hoe het vanaf toen verder moet. Maar waarheen toch loopt elken morgen die schaar den man, soms als satellite, maar meestal als echte, jonge vrouwen? Zij Ioopen en loopen nog, vlug en parasite. Haar eenig doel in het leven kwam hivlugger. Zij stappen op het gesaccadeerde rythme erop neer : de neigingen van den man uitbuiten. van het universeel refrein van het moderne leven. De moderne Eva staat hier toch heel wat hooger. Zij Ook de vrouwen van onze periode weten het, moet niet meer angstig uitkijken om een <onderdak> te «time is money» geld is brood. Brood telt in het lev- vinden. De studentin is geen volgelinge van het vroegeen. Ook de vrouw van onzen tijd heeft het besef re poppenhuisje, niet het zangvogeltje van den man. te moeten verdedigen eigen leven en eigen haard. Een paar gaan naar de fabriek. toe, een andere gaat Is het misschien niet revoltant, niet barbaarsch, dat in zich opsluiten in het kantoor; een derde, draagt onze zoogezegde fijn beschaafde XXste eeuw nog dikwieen boekentasch onder den arm : Zij is studentin. jls alleen die koude nuchtere berekeningen tot grondslag moeten dienen van <De Daad> in ‘s menschen levDe vroegere vrouw was, weleens de luxe pop. Was en. Maar al te vaak moeten de met hoop zwaar beladen zij dat niet, dan leefde zij toch zeker in functie van gevoelens van een twintigjarige vrouw het onderspit del36
ven voor een ijskoude materieele Ievensbeschouwing. Dat alles kan niet anders dรกn ondermijnend werken.
De intellectueele vrouw man werken aan hun
Spontane keuze was uitgesloten. De studentin betracht zelfkultuur, zij het dan niet altijd met het oog op eigen wetenschappelijke vorming, dan toch m verband met eigen kring en gemeenschap. Zij wil zich opwerken tot het niveau van een intellectueele. Met het oog op de spontane vereeniging met den man naar haar keus, vrij tegenover het leven en de maatschappij staan. Zij wil zich bewegen: In dezelfde intellectueele atmospheer, wat tot hiertoe voor haar slechts uitzonderlijk te bereiken was. De vroegere vrouw kon zich moeilijk inleven in den gedachtenkring van haar man. Hij bewoog zich op een terrein waarvoor zij niet het minst vatbaar was bij gebrek aan kultuur. Misschien moest zij even glimlachen om zijn studie; zij beschouwde wellicht de daaraan bestede uren als een verwijdering, soms als een vergeten van haar bestaan.
Samen buigen zij zich over het zieke menschenlichaam en samen zullen zij zich geen moeite sparen om ook maar het laatste redmiddel aan te wenden. Ja hun vorming moge zelfs uiteenloopend zijn, de intellectueele vrouw blijft dan toch op het niveau van den man; zij blijven malkaar begrijpen.
En hoe kan het dan dat zij, die bestemd zijn om te groeien in een zoover mogelijk gaande verfijning van hun twee naast malkaar bestaande individualiteiten, hun doel bereiken, dat tusschen hen zich geen niet te overbruggen lacune vormt? Dat de persoonlijkheid van de vrouw bij deze antithese meer dan eens ten onder ging, hoeft niet verder verklaard.
En ook de sociale rol van de vrouw langer nog te willen negeeren gaat niet op. Zij ook kan de roeping voelen mee te werken aan het vormen van geestesvrijheid en zelfbewustheid in de maatschappij. En dat kan zij toch maar alleen door eerst zich zelf te ontwikkelen.
37
wil naast den beider levenstaak.
En eens afgestudeerd is zij ook meer bekwaam de jongeren op te leiden. Zij kan hen wapenen tegen de menige moreele en physische behoeften welke zich in het dagelijksche leven voorpoen. Zij zullen door haar zoo gevormd worden dat wanneer het leven hen al te hard heeft behandeld, zij toch in zichzelf -kunnen terugkijken, een oogenblik misschien aarzelen, om dan toch met vastberadenheid, zich weer te scharen in de rij van hen die verder willen.
1939-1940 4e editie 1940-1949
Albert Claes Oud-voorzitter LVSV Gent
1940-1949
De arbeider in totalitaire landen: fascistisch Italië Albert Claes Kenmerkend voor de beginjaren van het Neo’tje was dat totalitaire regimes zoals Italië en Duitsland maar al te vaak aangevallen werden. Dit deed ook Albert Claes in de 4e Neohumanisme van 1939-1940, die bovendien nog eens letterlijk aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog verstuurd werd. Penningmeester Dries Glorieux schreef voor deze tekst het voorwoord. In deze tekst, geschreven vlak voor de oorlog, praat Albert Claes over de specifieke structuur van het Italiaans fascisme. Daar waar het volgens Claes aanvankelijk slechts ‘ empirisch’ was (zonder specifieke ideologische grondslag), verkreeg het door de specifieke omstandigheden in Italië een autoritaire insteek. Deze autoritaire neiging van het Italiaans fascisme komt volgens Claes tot uiting in de invulling van het concept ‘ corporatisme’ : “In Italië zijn het echter integendeel organen die een grootere staatstusschenkomst in handel en nijverheid moeten bewerken.” Met andere woorden het fascisme heeft in de Italiaanse context een sterke centraliserende reflex waarbij privaat eigendom echter wel bleef bestaan. In de tekst gaat hij, voor de Neo’ tjes uit die tijd, uitgebreid in op de corporatistische en syndicalistische structuren van Italië en geeft hij soms een vergelijking met België. Het onderwerp van de tekst ligt in de lijn van wat in de eerste jaren vaak in Neohumanisme werd gepubliceerd, namelijk teksten over zowel extreem-links als extreem-rechts en weerspiegelt de dwarse houding die het LVSV reeds toen aannam. Dit is de reden waarom deze tekst opnieuw is opgenomen in de lustrumeditie ter ere van de 80e verjaardag van Neohumanisme. Historiek
‘t privaat initiatief1, wat naast het corporatisme een vorm van Syndikalisme in ‘t leven riep met zeer ge«Le Fascisme nacquit d’un besoin d’action et fut ac- mengd karakter. En inderdaad, privaat initiatief wordt tion» (Muss.) Het Fascisme is eerst en vooral empirisch: hoog gesteld, niet om zichzelf, maar enkel omdat het gedurende de eerste jaren van zijn aktie, had het fe- de meeste effektieve faktor schijnt tot bevordering van itelijk geen ideologischen grondslag. Zijn latere struk- den staat. Van zoodra het dus niet tot bevordering van tuur en ideologie zijn meestal te verklaren door de den staat strekt, moet het worden ingetoomd: daarom omstandigheden. De zwakke regeering van Giolotti, de zullen de syndikaten zoodanig ge-enkadreerd worden felheid van ‘t It. nationalisme, ook wel Sorel’s «théorie dat het privaat initiatief er volledig onschadelijk wordt. de la violence» gaf het een sterk autoritaire tendens, wat in hetgeen ons aanbelangt vooral tot uiting komt 1 Carta di Lavoro 7: «L’état corporatif considère in den bouw van ‘t lt. Corporatisme. Doch uit reaktie l’irutiative privée dans Ie domaine de la production tegen de opvattingen van socialisten en kommuniscomme l’instrument Ie plus efficace dans l’intérêt de la ten ging men terzelvertijd groot belang hechten aan nations. 37
In tegenstelling met Rusland was de arbeidersbeweging sterk in Italië, zoodat zij nog lang na de «marsch op Rome» (1921) bestand bleef. Een heftige strijd leverde zij, waarvan de meest gekende episode de moord op Matteotti was. De Carta di Lavoro (1925) durfde ze niet afschaffen maar ontnam haar alle rechten. zoodat de It. «C.G.T.» moest besluiten tot ontbinding van haar organismen op 4-1-1927. De Carta di Lavoro is vooral van groot belang voor het Fasc. Syndikalisme. Aan den corporatieven opbouw werd nog lang voortgewerkt : een eerste belangrijke stap werd gesteld met de wet van 30-3-1930, en vooral met de wet van 5-2-1934; in feite wordt er nog aan voortgewerkt.
1) Dit S. alleen heeft vertegenwoordigers in de hoogere syndikaIe organen; 2) Recht kollektieve arbeidskontrakten te sluiten bindend voor alle leden van het beroep; 3) Recht rechtsgeding in te spannen gegrond op die kol. arbeidsk.; 4) Recht een syndikale kotisatie op te leggen aan alle leden van het beroep.
Corporatisme heeft In Italië een andere beteekenis dan Grondslag bij ons. Bij ons is het grootendeels een soort reaktie tegen het etatisme met het doel een zekere territoriHet Syndikaat is ingericht op basis van ale autonomie samen met in zekere mate zelfhet beroep, de Corporatie op basis van het produktie- bestuur van de corporaties. Familie, streek, beroep proces. worden beschouwd als natuurlijke krachten die de staat eerbiedigen moet. In Italië zijn het echter in«Le S. répond aux exigences de toute catégorie profes- tegendeel organen die een grootere staatstusssionnelle en ce qu’elle prend part au processus de distribu- chenkomst in handel en nijverheid moeten bewtion de la richesse. La Corporation a pour objet de régler erken. Rosenstock-Franck konstateerde dat geheel les rapports entre les différentes catégories profession- de ekonomische politiek van Italië in feite nelles, en ce qu’elles prerinent part au procès de forma- niets anders is dan een banaal protektion du revenu dans un secteur donné de l’économie». tionisme en dat wat men Corporatisme Het S. is dubbel gebouwd met paralleele orvanen voor noemt, niets anders is dan een vorm van socialisatie werkgevers en werknemers; de C. is gemengd. Het der ondernemingsverliezen. S. vertoont in beginsel een demokratische struktuur, de C. is beslist autoritair ingericht, is feitelijk een staatsor- Struktuur gaan Een S. bestaat de facto van zoodra hij 1/10 van de werknemers of werkgevers van de overeenstem- De lokale beroepssyndikaten vormen provinmende beroepskategorie omvat, en indien de leiding ciale en deze laatste Nationale Federaties. Aldus blijk geeft van goede materieele en moreele (lees: ni- zijn er, wat de arbeidgevers betreft, 45 Federaties die de et-antifascistische) gezindheid en de statuten zekere Industrie aanbelangen, 4 voor den Landbouw, 37 voor voorwaarden bevatten. Om echter de jure te bestaan Handel en 13 voor Krediet en Verzekeringen. Voor wat moet het door ministerieel dekreet worden erkend, de arbeidnemers betreft, zijn er onderscheidelijk 29, en wettelijk mag die erkenning slechts aan één enkel 4, 5, 4. Dan zijn er nog 22 Nat. Federaties voor Vrije S. per beroepskategorie gegeven worden. Zoolang het beroepenen Kunstenaars. Deze onderscheidelijke FedS. niet erkend is kan het feitelijk geen rol spelen, en de eraties vormen dan Nationale Conferenties, 4 voor erkenning brengt het onder administratieve voogdij. de Arbeidgevers, Industrie. Landbouw, Handel, KrediAls vergelding krijgt het erkende S. vertegenwoordig- et en Verzekering, dezelfde vier voor Arbeidnemers ingsrecht van alle werkgevers of werknemers, gesynd- en één voor Vrije Beroepen en Kunst, samen dus 9. ikeerd of niet, van het overeenstemmend beroep. Die vertegenwoordiging houdt in: 39
De Corporaties worden samengesteld bij dekreet van de Regeering. Tot hiertoe zijn er 22, overeenstemmend met de belangrijkste produktietakken. leder van hen bevat een gelijk aantal van hooger hand aangewezen vertegenwoordigers van de ‘ationale Syndikale Federatie, die in die produktietak belang hebben, drie vertegenwoordiger’ der Fase. partij, alsook vertegenwoordigers van verschillende publiekrechtelijke instellingen. Als opdracht hebben zij : 1) het bijleggen van syndikale konflikten bewerken, wat kan gaan tot reglementatie van de arbeidsvoorwaarden. 2) een algemeene konsultatieve bevoegdheid in ekonomische problemen. Daarnaast bestaat een Nationale Corporatieraad met 7 sekties (industrie, landbouw, handel, vervoer te lande, vervoer ter zee en in de lucht, krediet, vrije beroepen) waarin benoemd worden vertegen woordigers van de Syndikale Confederaties,en die vooral konsultatief is in sociale en ekonomische problemen. Eindelijk werd de politieke Kamer van Volksvertegenwoordigers vervangen door een Nationale Beroepsvertegenwoordiging. De Nationale Syndikale Confederaties, alsook zekere publiekrechtelijke instellingen, stellen 1000 kandidaten voor. Dan worden 400 effektieve kandidaten verkozen door den «Grooten Fascistische Raad» onder die 1000 of er buiten. Voor die laatste kandidatenlijst wordt door het kiezerskorps «en bloc» met ja of neen gestemd. Effektief voor de verdediging van de belangen van het kiezerskorps kunnen zulke verkiezingen zeker niet zijn,vermits het in algemeenen regel voorkomt voorkomt dat alzoo een reeder van Genua de verkiezing van een Fasc. sekretaris van Palermo moet goedkeuren, een boer uit Zuid-Italië die van een bankier in Milaan, enz. Voor wat vertegenwoordiging van de verschillende beroepen betreft: men hoeft slechts een paar statistieken in handen te nemen om te zien dat die grootendeels vervalscht worden. De bevoegdheid der Nat. Beroepsvertegenwoordiging is toch ook meer theoretisch dan wat anders. Van de 911 40
kandidaten aan de Beroepsvertegenwoordiging voorgelegd van 28-11-1929 tot 4-3-1932 werden er 762 (80 %) aanvaard zonder eenige diskussie, en de diskussie bij de 149 andere beperkte zich in ‘r algemeen bij hoogdaverende lofredenen over het ministerieel initiatief. Dit was trouwens het doel van Mussolini bij de inrichting ervan zooals blijkt uit zijn verklaring over de verkiezingen en zijn rede van 8-12-1928: «Nous sommes mathématiquement certains du succès. Le plébiscite prendra place dans une atmosphère d’absolue tranquilité; nous n’excercerons ni artifice ni pression. Mais je vous rappelle que si une Révolution peut con entir à être homologuée par un plébiscite, elle ne saurait en tout cas être interrompue par lui.» Werking In feite wordt in Italië de sociale toestand van den arbeider, gesyndikeerd of niet, behandelt door de kollektieve overeenkomst door het Synd. van zijn beroep gesloten. Iedereen erkent dat kollektieve arbeidersovereenkomsten groote voordeelen hebben, maar de moeilijkheid ligt in de toepassing, die over het algemeen een verplichtend karakter heeft, wat inhoudt afzien én van de konttaktenvrijheid én van de Synd. vrijheid: d.w.z. vooreer t, dat elke arbeider gehouden is door de konventie in zijn naam aangegaan door het S. zonder er te kunnen van ontslagen zijn door uit het S. te treden; tweedens, het volstrekte gelden van de konventie in een bepaald beroep, zelf tegenover derden. Vandaar afschaffing van het recht op werkstaking en instelling van verplichtende arbitrage. Welnu, feitelijk is werkstaking een middel tot onderzoek van de ekonomische mogelijkheden van de onderneming, middel dat door arbitrage niet kan vervangen worden, aangezien noch Corporatie noch Arbeidsgerecht over de noodige elementen beschikken kunnen om b.v. den kostprijs te berekenen. Ook is de oplossing in Italië feitelijk steeds politisch: 1) De Syndikale leiders zijn vertegenwoordigers der partij, vooral de secretaris (S). 2) De rechters zijn herroepbaar telkens wanneer zij in een situatie komen te staan niet overeenkomstig met de politieke doeleinden van de regering.
1945-1946 1e editie 1940-1949
Praesidium LVSV Gent 1945-1946
1940-1949
Slaet opten trommele LVSV Gent Eén van de meest memorabele teksten uit de geschiedenis van het Neohumanisme en LVSV Gent is ongetwijfeld de Slaet Opten Trommele die in het eerste Neo’tje na de Tweede Wereldoorlog gepubliceerd werd. Het voorwoord voor deze tekst werd geschreven door voorzitter Thomas Buyse. In januari 1945 ging het Neohumanisme haar vijfde jaargang in. Maar de mooie verjaardag van ons magazine was niet het enige dat de studenten en LVSV’ers van die tijd bezig hield. 1945 staat in ons collectief geheugen namelijk gelijk aan het einde en het begin. Het einde van vijf lange jaren van bloedvergieten, repressie, pijn, verdriet, leed en bezetting. Maar ook het begin van een nieuwe en moderne tijd. Een tijd waarin alles mogelijk lijkt, waarin technologische vooruitgang geen grenzen meer kent, maar vooral een tijd van vrede en zorgeloosheid. Tenminste daar leek het toch op. Hoewel de meesten geloofden in de goednieuwsshow waren de LVSV’ers alweer druk in de weer om ideologische taak te vervullen, namelijk stilstaan bij de uitdagingen die hen te wachten stonden. In het artikel “Slaet op ten trommele” van de eerste editie van 1945 laten de auteurs er geen twijfel over bestaan. Hetgeen gebeurd is, kan en mag zich nooit meer herhalen. Om dit te vermijden moeten de democratie en haar Verlichte waarden grondig herzien en vervolgens sterk verankerd worden en hierbij moet het liberalisme het voortouw nemen. Het LVSV maakt duidelijk dat dit een taak is voor iedereen die vrijheid en solidariteit hoog in het vaandel draagt. In het artikel wordt kort duidelijk gemaakt waar het LVSV anno 1945 voor staat. Hierbij wordt onder andere gepleit voor een sterkere sociale evolutie en solidariteit. Daarnaast valt het ook op dat voor de toenmalige liberale studenten – in tegenstelling tot vandaag – de Vlaamse identiteit nog een belangrijk element was van hun programma. Volgens de tekst gedogen ze geen inperking of reactie tegen de Vlaamse taal en rechten. Ten slotte worden ook het vrij onderzoek en vrij onderwijs naar voren geschoven als “programmapunten”. Het artikel wordt afgesloten met een oproep naar alle studenten die op een constructieve manier willen meewerken aan een “gezond en vrij land”. Hun plaats was namelijk bij het LVSV. De LVSV’ers maken het meer dan duidelijk dat wie anno 1945 wilden meedenken en meewerken aan de heropbouw van een verwoest land maar 1 ding te doen stond. Wie wilde vechten voor een gezond en een vrij België werd lid van het Liberaal Studentenverbond.
41
Gedurende de bezetting hebben wij gedroomd dat na de bevrijding schrikbewind, dwang. reactie. geestdrijverij en eigenbelang nooit meer zouden opduiken, hebben wij gedroomd dat alle menschen van goeden wil onweerstaanbaar eendrachtig zouden zijn opgekomen voor vrijheid en solidariteit. Wij droomden, eilaas! En toch is de groote massa, alhoewel misleid, gehecht aan mogelijkheden en waarhorgen waar zij recht op heeft: door huichelaars op sleeptouw genomen weet zij niet hoe die te verwerven. Het is hoog tijd dat de democratie zich verdedigt ĂŠn tegen reactionnairen ĂŠn tegen onruststokers. Het Liberalisme, niet in de beteekenis van het oude economische leerstelsel maar in die van de steeds zichzelf hernieuwende evolutie, de basis van de democratie moet hier de leiding nemen. De jeugd denke niet dat een oude noodzakelijk afgetakelde beginselen
42
naam dekt.
Wij strijden voor een vooruitstrevend, breed maatschappelijk Liberalisme. Wij vereenigen derhalve al degenen die in volle vrijheid met eerbied voor de rechten van den mensch de sociale evolutie willen bespoedigen in een geest van solidariteit: wij willen de vrijheid voor elke aanranding vrijwaren en geen reactie gedoogen tegen de Vlaamsche taal en rechten. wij staan het officieel onderwijs en het vrij onderzoek voor. Wij vechten voor de belangen der universitairen, voor, tijdens en na hun studies. Ons programma, hier slechts bondig samengevat, stelt de poort wijd open voor allen die bezield zijn om waardigen, vaderlandslievenden vrijheidszin, bewust van hun verantwoordelijkheid tegenover medeburgers en Staat, mede te werken tot den opbouw van een gezond en vrij land. Meer hoefte
dan aan
ooit heeft het land bejeugd, kracht en idealisme.
Studenten van heden, intellectuelen van morgen, uw plaats is bij ons!
1955-1956 3e editie 1950-1959
Redactie LVSV Gent 1955-1956
1950-1959
Het honderdste nummer van “Neohumanisme” Redactie Een artikel over de honderdste editie van het Neohumanisme kan uiteraard niet ontbreken is de lustrumneo. Destijds schreef de toenmalige redactieraad hier een woordje uitleg bij, compleet met het doel en geschiedenis van het Neohumanisme. Huidig hoofdredacteur Vince Liégeois verzorgt in deze lustrumeditie het voorwoord. In 1956 stond het 20 jarig bestaan van ons studentenblad gelijk aan de honderdste editie ervan. Het doet uiteraard de vraag reizen de hoeveelste editie deze huidige Neohumanisme is. Helaas zal het antwoord daarop ons nooit bekend zijn, niet alle Neo’tjes werden doorheen de geschiedenis bewaard en ook hebben we geen idee hoeveel Neo’tjes er per jaar werden uitgegeven; soms maar twee maar soms wel tien, heden ten dage houden we het bij vier kwaliteitsvolle en goed gevulde Neo’tjes per jaar. Ook een inactieve periode van LVSV Gent en het studentikoze tijdschrift Kruimels, dat even ter vervanging van het Neohumanisme diende, bemoeilijken het bemachtigen van de correcte gegevens. Ondanks dat in 1956 zelfs mijn vader nog niet geboren was had ik toch graag een persoonlijke noot bij dit artikel geschreven. Niet zo lang geleden had ik in het Liberaal Archief namelijk het voorrecht het laatst overgebleven exemplaar van de allereerste Neo (degene op de voorkaft van deze uitgave) te bezichtigen. Het gevoel dat mijzelf toen overviel, kan ik met geen woorden beschrijven, maar kan ik misschien het beste vergelijken met de Duitse Sturm und Drang bewegung: namelijk een storm van emoties. Het deed me ook, net als dit artikel, stilstaan bij filosofische vragen die we met het LVSV echter nooit behandelen: met vragen als wat is ons levensdoel en onze “legacy”, mogelijks lacht u nu omdat het zo banaal klinkt, maar toch kan ik niet stoppen met mezelf te verwonderen wat deze generatie LVSV’ers, met haar liberale gedachtegoed later voor impact zal hebben op onze samenleving. De geschiedenis van het Neohumanisme is er een om trots op te zijn, we zijn één van de oudste studentenbladen van de Universiteit van Gent en haalden vele thematieken aan doorheen onze geschiedenis. Het aantal bekende namen dat u bij auteurs tegen kan komen is ongelooflijk groot: Guy Verhofstadt, Marc De Vos en Philippe De Backer zijn maar enkele van de vele bekende namen. Hetzelfde kan gezegd worden over de hoofdredacteurs: Fientje Moerman, Karel Poma en Dirk Verhofstadt zijn ongetwijfeld ook namen die u bekend voorkomen. Studenten komen en studenten gaan, alleen het Neohumanisme blijft bestaan. 43
Slaet opten trommele OMSTREEKS 1930, het jaar van des tichting van het Liberaal Vlaams Studenten Verbond was de mentaliteit aan de pas vernederlandste Gentse universiteit er een van wantrouwen t.o.v. de liberale studenten verenigd in de <<Gé liberale>>, die sinds Jaren openlijk uitkwam voor de <<Gand Français>>. De democratisering van het hoger onderwijs had de Gentse hogeschool toegankelijk gesteld voor jongens uit bredere volkslagen en komend uit het gezond gebleven gedeelte van het Vlaamse land. Verontwaardigd het liberalisme te horen verdedigen in een taal die het volk niet begreep, richtten enkele Vlaamsgezinde liberalen uit reactie tegen dit voortwoekerend franskiljonisme het. Liberaal Vlaams Studenten Verbond op.
en waarin aan ieder mens zedelijke rechten gewaarborgd worden en de uitoefening ervan verzekerd wordt. Zodoende worden de persoonlijke vrijheden van de mens beschermd en wordt aan de mens een deel van de verantwoordelijkheid van de staatsinrichting gegeven. Zij wensten ook de economie een humanistische grondslag te geven. Om dit te bereiken stonden zij een deconcentratie van de economische machten voor o.a. door de uitvaardiging van anti-trust wetten. Zij wensten de rol van de staat herleid te zien tot die van economisch toezichtsorgaan. Geen eeuwig geldende waarheid
Het Neohumanisme betekende voor hen tevens dat zij geen algemeen eeuwig geldende waarheid omtrent de wereld, het leven en de mens wensten te aanvaarden maar in alle nederigheid de betrekkelijkheid van de menselijke kennis erkenden. Zijn opvattingen toetsen “ Vijf jaar lang hebben wij dag aan dag gestreden om aan de werkelijkheid, zijn fouten inzien, nooit overtueen plaats te veroveren in de Vlaamse studentenw- igd dat er maar één waarheid bestaat. indien deze niet ereld. De lustrumfeesten van verleden jaar bewijzen op redelijke wijze is bewezen en altijd de mens vedat onze strijd niet nutteloos geweest is, dat wij ons rantwoordelijk stellen voor de daden die hij in doel bereikt hebben. Nu eerst kan onze werking naar volle vrijheid heeft gesteld: dàt is humanisme. buiten beginnen... ” Dat de vrouw naast de man over gelijke rechten en Dit schreef de kleine kern Vlaamse liberale studenten bij gelijke plichten moet beschikken in onze moderne de aanvang van het sindsdien beroemd geworden man- maatschappij was voor de LVSV-ers een programmaifest Slaet optenTrommele dat op de voorpagina van punt, dat aanleunde bij de humanistische ontvooghet eerste nummer van het Neohumanisme verscheen. dingsbeweging.Talrijke voorbeelden wijzen op de staat van minderwaardigheid tot de welke de vrouw nog Het was in december 1936. Frans De Hondt was toen elke dag wordt veroordeeld. Dit schijnt een van de voorzitter van het L.V.S.V. Alb. Claes, Alb. Maertens, H. middeleeuwse vooroordelendie het diepst in de geest Van Snick, Raym. Wostljn en Jan Geys waren de der mannen (en soms der vrouwen) is blijven worteleerste redacteurs van het nieuw studentenblad, en. Zelfs professoren en intellectuelen meenden om dat voortaan het orgaan van het L.V.S.V. zou worden. allerlei redenen, die in feite louter op het geslachtsverHet Neohumanisme was voor hen een symbool, een schil berusten, dat de vrouwondergeschikt moet zijn aanduiding van hun modern en sociaal liberalisme. aan de man. Het politiek humanisme zagen zij het best verwezenlijkt in de parlementaire democratie, een politiek systeem dat gegrondvest is op de decentralisatie en deconcentratie van de bestuurlijke macht.
44
“De liberale zaak in Vlaanderen zal Vlaams zijn, of ze zal niet zijn”: Dit was een slagzin die voor de L.V.S.V.ers een diep humanistische betekenis had. Zij vatten het liberalisme steeds op als de beweging die aan de voorspits staat van de strijd voor meer menselijkheid,
voor gelijkwaardigheid van alle volkeren en rassen, van alle individuen. Het kon niet anders of de strijd voor de Vlaamse mens moest voor hen integrerend deel uitmaken van de liberale strijd, van de humanistische strijd. Deze Vlaamse Beweging inschakelen in de Europese beweging behoorde tevens tot de humanistische taak van het L.V.S.V. Immers, een democratische, een bevrijdende beweging, zoals de Vlaamse er nu eenmaal een diende te zijn moest aanleunen bij iets hoger, iets supranationaal, wilde zij niet stranden op het onvruchtbaar nationalisme, die kwaal die aan onze tijdgenoten zoveel schade heeft berokkend.
Dat in 1936 andere vraagstukken werden aang esneden dan in 1956 is begrijpelijk. Nochtans, zo wij de verschillende jaargangen overschouwen, stellen wij vast, dat Neohumanisme trouw is gebleven aan de gedachten die de stichters bezielden. Het mag als een erepunt beschouwd worden, dat het humanisme, dat bij de stichting van het blad iets nieuws inluidde, thans, honderd nummers later, doorgedrongen is ook buiten de universiteit in liberale en zelfs andere middens.
Een blik in het verleden
Ongetwijfeld heeft ons blad daaraan in ruime mate bijgedragen. Wij beseffen goed, dat onze taak niet voltooid is. Wel integendeel. Want:
Thans liggen honderd nummers van Neohumanisme achter ons.
“WIJ GELOVEN IN DE HUMANISTISCHE ROEPING VAN DE DEMOCRATIE OVER HEEL DE WERELD�
Enkele bekende oud-hoofdredacteurs: Karel Poma, Dirk Verhofstadt en Fientje Moerman
45
1960-1961 2e editie 1960-1969
Guy Gysens Oud-voorzitter LVSV Gent
1960-1969
Marxisme in het gedrang Guy Gysens De eerste veertig jaren van het Neohumanisme worden gekenmerkt door enerzijds harde teksten tegen totalitaire regimes, maar nog meer (en uiteraard nauw samenhangend met die eerste) tegen het marxisme. Guy Gysens, die trouwens ook in de top tien van meest gepubliceerde auteurs staat, schreef hier een goede tekst over. Het voorwoord wordt in deze verzorgd door politiek secretaris Sander Casier. Wegens de lengte van het artikel van Guy Gysens, kunnen we helaas slechts het eerste deel publiceren. Guy Gysens schreef zijn artikel in 1961,een ideologisch heel wat minder complexe tijd. Het tweede deel van de twintigste eeuw werd namelijk getekend door een duel tussen het liberale Westen en de communistische Sovjet-Unie. Wat een wereld van verschil met de huidige chaos in het Midden-Oosten. Daar is absoluut geen sprake van een tweestrijd. In essentie maakt de auteur een mooie analyse van een achterhaalde ideologie, een kunde die vandaag niet voldoende wordt aangeleerd in een universitaire richting. Logischerwijze dienen de politiek-filosofisch verenigingen, zoals onze mooi vereniging, naar voren te treden daar waar onze Alma Mater in gebreke blijft. De toen nog maandelijkse Neo’s namen die rol duidelijk maar al te graag op zich. Eenmaal u door de wollige taal breekt en u, uw kennis van het Frans en Duits hebt bovengehaald, blijft een goed onderbouwde tekst over. Dan ziet u dat Guy Gysens het communistische idee aanvalt met argumenten vanuit de praktijk, maar ook vanuit een meer intellectuele benadering. Daarbij moet vooral het historisch materialisme eraan geloven. Hij gebruikt daarvoor onder andere de woorden van de franse filosoof Jean-Paul Sartre: “ Son (de marxist) unique but est de faire entrer les évènements, les personnes ou les actes considérés dans les moules préfabriqués.” Als een volwaardig politiek filosoof rijt hij het communisme stelling na stelling uiteen. Zo moet duidelijk worden dat de geschiedenis helemaal niet liep zoals de communistische basiswerken voorspelden. Zo werd bijvoorbeeld de tweedeling proletariaat /bezitters door een diversificatie aan de kant van de proletariërs teniet gedaan. Noch werd het communisme ergens ingevoerd na een industriële evolutie zoals voorspeld. En waar is de beloofde eindcrisis? Tegelijkertijdbevat de tekst ook een belangrijke waarschuwing. Die houdt in dat, zoals Von Mises meermaals verkondigde, het kapitalisme met een structureel probleem kampt. Het wordt namelijk volledig 46
verkeerd begrepen. Mensen teem, maar in feit leven we faalt (zoals ook de recente en dat het kapitalisme faalt.
denken namelijk dat we leven in een volledig vrij marktsyste midden van economische interventionisme. Wanneer dat systeem geschiedenis duidelijk maakt) lijkt de publieke opinie te denkEn vervolgens slaan we doodleuk de weg in naar meer interventionisme.
Dus beste medeliberalen, lees deze tekst en onthoud z’n wijze raad. “Wij leven in een tijdperk, waarin alle we- imperialistische en propagandistische doeleinden gen naar het communisme leiden.” die ons met evenveel afschuw vervullen als de eniMolotov ge-al-waarheden die in onzalige termen door Goebbels en co werden uitgebraakt. BeklagenswaarMaskenfest der ideologiën dige objectiviteit: “In zoverre een bespreking in het gespecialiseerde orgaan “Geschiedenis van WILHELM ROPKE schijnt het bij het rechte eind gehad het onderwijs” aangaande het boek “La deuxième te hebben toen hij opmerkte, dat onze wereld vrwerd guerre mondiale” in de bekende serie “Recherchtot een reuze “Maskenfest der Ideologiën”. Spijtig gen- es Internationales à la lumière du marxisme””. oeg weten wij echter praktisch nooit welke werkelijkheid achter deze woordvermommingen schuil gaan. Geachte lezer, u las wel degelijk “à la lumière du marxisme”! Zulke kritieken aangaande studies, opgeOnder deze ideologiën dient voorzeker het marxisme vat volgens de historisch-materialistische methode, genoemd. Het is immers geen zeldzaamheid meer, zijn verre van zeldzaam. En dan gewagen wij nog niet iemand te ontmoeten die zich marxist noemt of zijn van “de verveeldheid van de marxistische kritiek wanpublikaties of zijn handelswijze als marxistisch bes- neer de staat voor de esthetische beoordeling van tempelt. Kenschetsend mag daarvoor zeker Frankrijk een kunstwerk dat als zodanig wordt beschouwd. Zo genoemd. Bestaat hier misschien een reden toe? R. schreef professor R. Mortier (VUB) in een recent arAron wees in dit verband op het feit, dat geen geest tikel aangaande de publicaties van de bekende marxzo lijdt onder het verlies van de universaliteit als de isten I.K. Luppol en H. Lefebre, die beiden Diderot Franse. Dus zou het oordeel bijvoorbeeld dat J. P. Sar- marxistisch behandelden. Mortier vervolgde: “Ontre, ondanks zijn kritische houding, het niet kun nen getwijfeld is Diderot een democratische en hervormstellen zonder een allesomvattend stelsel, niet geheel ingsgezinde burger, is hij een godloochenaar en een van zijn waarde ontbloot zijn! Zelfs een niet volle- materialist, maar hij is het op een wijze, die zijn sodig reine of afgetakelde kerk zou reeds volstaan.... ciale afkomst niet zou kunnen uitleggen. En ligt hem het essentiële juist niet die nuance die maakt dat hij Maar laat ons toe de vraag te stellen : “Vormt het marx- Diderot is en niet Raynal, La Mettrie of Naigeon?” isme, ja zelfs vor hen, die niet systeemloos kunnen leven of sterven, wel degelijk het uitverkoren soelaas?” Tot een zelfde conclusie kwam J.P. Sartre, aangaande de ongeschiktheid en de verre van alles verklar“Toute pensée qui justifie réellement I’univers ende methode van Marx in zijn “Question de meths’avilit dès qu’elle est autre chose qu’ un espoir.“ ode”. Wij citeren: “Le marxisme contemporain montre A. Malraux par exemple que le realisme de Flaubert est en rapport de symbolisation réciproque avec l’évolution soHet is voor ons allen een beeld - een stellig beeld ciale et politique de la petite bourgoisie du Second - van een verwrongen en gedwongen waarhe- Empire. Mais il ne montre jamais la genèse de cette id met geschonden gelaat: het is een verhaal ge- réciprocité de prespective. Nous ne savons ni pourworden waarin de waarheid naar onze begrippen quoi il a écrit ces livres plutôt que ceux de Duranty werd verkracht om dienstig gemaakt te worden aan ou des Concourt. Le marxisme situe mais ne fait plus 47
jamais rien decouvrir.”
het staatssysteem, dat zij zelf hadden uitgebouwd.
Wat kan onze reaktie anders wesen na de lektuur van deze fragmenten dan eens meewarrig het hoofd schudden aangaande de zo genoemde, onfellbare historisch-materialistische periode.
Zijn logische analyse is niet weerlegd geworden. Het kommunisme zou uit een industriële revolutie ontstaan, maar werd slechts toegepast daar waar geen revolutie tot stand kwam. Hoe dan het beoogde doel bereiken? Hoe zou de arbeidersklasse in 1917 de macht in handen hebben kunnen nemen in een Rusland, dat praktisch niet geïndustrialiseerd was en bijgevolg de arbeidersklasse van bijkomstig belang was? Vermits aldus geen socialistische staat tot stand zou komen in het voordeel van praktisch onbestaande klasse, waren de revolutionairen - hetgeen Marx niet voorzag - tot oprichting voor eigen behoud verplicht van de bureaucratie. Zolang dus de industrialisatie niet voltooid is heeft ze een bestaansreden. Maar erna? Staan wij niet voor hetzelfde probleem van het opkomend kapitalisme is de XIXe eeuw? Dus strijd tussen de zogenaamde nieuwe klasse der arbeiders en bureaucraten.
Sartre konkludeerde terecht ergens in zijn lijvige studie “Critique de raison dialectique” toen hij wees op het feit dat de marxist “son unique but est de faire entrer les evenements, les personnes ou les actes consideres dans les moules préfabriques.” Wij hoeven hier niet te wijzen dat hij zinspeelt op de grote abstracties, als kapitalisme, bourgeoisie, imperialsme, termen waarmee men alles meent op te lossen en uit te kafferen, terwijl het in feite holklinkende nietszeggerij is.
Nog lang zouden wij bedenkingen kunnen blijven opperen bij deze gebrekkige kennistheorie, die toch de grootste zwakte vormt van het marxisme, maar volledigheidshalve moeten wij ook even stil- Dit alles als gevolg van een vergissing van Marx staan bij de politieke realisatie van het marxisme. K. want toen hij een gelijkenis meende te onderscheiden tussen de dialectiek van de kategorieën Vele grote marxisten zijn door hun eigen systeem en deze van de maatschappij, was hij gerust. Het geelimineerd geworden. Zo waren er op het XVIIde kapitalisme zou zich noodzakelijk zelf doden. Jampartijcongres (1934) 40,3 t.h. van de gedelegeerden merlijk maakte hij van zijn postulaat een zekerhereeds kommunistisch partijlid van voor de oktoberrev- id. Zo merkte Kropotkin, tot grote woede van Marx, olutie. In 1939 bedroeg dat nog 5 t.h.. Zijn deze cijfers reeds in de beginne op dat deze noodzakelijkheid niet sprekend? Nooit zouden wij er achter de laatste slechts een opvatting, een gezichtspunt betekende. overpeinzingen van hen voor wie Lenins woorden “Il s’agit de mitrailleuses pour les gens qui s’appelent De meest geïndustrialiseerde landen zouden het langst chez nous mensjeviks et socialistes révolutionnaires.” afkerig blijven van het kommunisme, dat aldus slechts de werkelijkheid werden, hebben kunnen komen, indien steppen voor zich open zag. De geschiedenis trad Kropotwij niet Djilas “new class” aan schrijnen bewijs bezaten. kins opvatting bij, want de revolutie ontstond niet zoals geprofeteerd werd, bij het einde van de dialektiek van Milovan Djilas, die niet alleen universiteitsprofessor het kapitalisme, maar veeleer juist in het omgekeerde. was maar tevens ook compagnon van Tito, liet op Wie zou immers in China of in Rusland de revolutie als een gegeven ogenblik alle eerbetuigingen ter zijner de laatste fase van de industrialisatie durven noemen? ere varen om door zijn beschouwingen in het prison te belanden. Gelukkig kon zijn schrijven het Westen Als gevolg van deze schromelijke vergissing nam de bereiken. Het omvat geen bittere verwijten aan het communistische partij de rol van proletariërs over. Spiadres van Tito, zoals Kroutchev zijn voorganger Stalin jtig genoeg bleef het niet bij een vervanging, want al te lijf ging, om het systeem toch maar vrij te pleiten vlug werd het een identificeren. Gingen de vroegere en te kunnen blijven behouden. Djilas zag Tito, zoals heersers anders te werk om hun machtspositie te vertrouwens zichzelf, veeleer als een slachtoffer van antwoorden? 48
1975-1976 6e editie 1970-1979
Onbekend Oud-bestuurslid? LVSV
1970-1979
Rechten van de mens: Joden en Palestijnen Auteur Onbekend In het academiejaar 1975-1976, één van de meest glorierijke jaren uit de geschiedenis van zowel het LVSV als het aan haar verbonden tijdschrift, verscheen iedere maand een tekst over mensenrechten. Wij kozen voor de lustrumneo, vanwege de actualiteit, de tekst over Joden en Palestijnen eruit. Inleiding wordt gegeven door bestuurslid en student rechten Mats Cuvelier. De jaargang 1975-1976 van Neohumanisme werd maandelijks een bijdrage gewijd aan de mensenrechten. Het onderstaand artikel behandelt een onderwerp dat sindsdien nooit uit de actualiteit verdween en waarrond de publieke opinie immer verdeeld bleef. De tekst verdient een vermelding in deze editie van Neohumanisme omdat ze blijk geeft van de vrijmoedige toepassing van liberale principes op een uiterst verhitte kwestie. Anderzijds wordt de lezer een unieke kans geboden om een hedendaagse problematiek te kunnen herbeleven vanuit het verleden. Dat is enkel mogelijk dankzij de auteur, die zijn werk voorziet van een uitvoerige onderbouwing. De Joods-Palestijnse kwestie wordt in onderstaand artikel geschiedkundig en politiek geanalyseerd door een nobele onbekende, al vermoeden we dat wijlen Rudy Van Quaqebeke achter deze tekst zit. De auteur toont begrip voor het Joodse gedachtengoed in het licht van ‘het collectieve litteken’ van de tweede wereldoorlog, maar duidt evenzeer op incoherenties in de religieuze argumenten die het zionisme schragen. Ook de laakbare rol van het Verenigd Koninkrijk in de Joods-Palestijnse kwestie wordt belicht, dewelke in 1975 nog niet volledig onderkend werd. Ook de ondergeschikte positie van de Palestijnen binnen de Joodse samenleving wordt beschreven, hoewel de auteur ook oog heeft voor de vijandige bejegening van inwijkelingen door de reeds gevestigde joden. Ten slotte wordt een nauwkeurige opsomming gemaakt van Israëlische stappen om Palestijnse gebieden te verkrijgen. Deze politiek, vaak als ‘een historisch recht’ zorgde ervoor dat, in de woorden van de auteur, de Palestijnen verwerden tot ‘Een volk zonder land voor een land zonder volk’. Het artikel wordt gekenmerkt door een kritiek voor religieuze rechtvaardigingen langs beide zijden in de besproken kwestie. De klemtoon op het verzet tegen religie en geloofsextremisme kenmerkte LVSV Gent in de periode medio jaren ‘70. Dit was immers een tijd waarop West-Europa voor het eerst kennis begon te maken met religieus en ideologisch geïnspireerd terrorisme. In 1972 vonden 11 Israëlische atleten in het bloedbad op de Olympische spelen in München. Het PLO, de Rote Armee Fraktion, de IRA en anderen zaaiden paniek en verderf. In deze tijden houdt LVSV Gent het hoofd koel en blijft het haar principes verdedigen. Ook weet de auteur de humane kant van het liberalisme te belichten. Immers, de rode draad doorheen de tekst is de afkeuring van de ongelijke behandeling van verschillende bevolkingsgroepen. De motieven hiervoor worden door de auteur gevonden in geschiedenis, politiek en religie. Net deze mix van onderwerpen zorgt voor de blijvende relevantie van dit artikel en verklaart zijn opname in deze Lustrumeditie. 49
Wie als Jood geboren wordt heeft het moeilijk in het leven. Wie als Jood in de Sovjet-Unie geboren wordt , heeft het nog een beetje moeilijker. Als deze dan de moed opbrengen om een aanvraag tot emigratie in te dienen, worden ze als zieken behandeld, uit de werkkring gesloten en geïsoleerd van vrienden. Na jaren belanden ze ten slotte in Israel, in één van de nieuwe steden in bezet gebied. Waar ze zich in Rusland voor “Jid” moesten laten uitschelden, heten ze nu in hun beloofde rand “vuile Rus”. Het Zionisme Het zionisme is een beweging en een ideologie die voor alle Joden ter wereld of voor een groot gedeelte ervan een koloniale staat wil vestigen. Zijn stichter Th. Herzl. (°1860) verdedigde zijn ideeën in zijn boek “De Joodse Staat”, hij stelde erin voor een nationaal tehuis te vestigen in Argentinië, Oeganda of Palestina. Omdat het zionisme voorzag dat meer mensen zich achter de mythe Palestina zouden stellen, viel de keuze op Palestina, voorgesteld als een land zonder volk voor een volk zonder land. De alomtegenwoordigheid van het antisemitisme is voor de Joden een rechtvaardiging van hun ideologie. Het antisemitisme is naar hun mening eeuwig, en zal pas verdwijnen als de Joden hun eigen staat zullen uitbouwen. Ook de “historische en messiaanse rechten” op Palestina zijn voor de zionisten een argument ter rechtvaardiging van hun ideologie. Wat houdt dit in? Zijn alle huidige Joden afstammelingen van het Hebreeuwse volk dat zo’n 2000 jaren geleden in Palestina woonde?
Historische achtergrond Korte tijd na de dood van Herzl kwamen veel Joodse famillies naar het beloofde land, voornamelijk uit het Oosten, uit Rusland. In zeer slecht omstandigheden begonnen zijn het land te cultiveren en op een zandheuvel voor Jaffe werd in 1909 Tel Aviv gesticht. Binnen tien jaar tijd waren ze reeds met 40.000 mensen. In 1917 volgde de beroemde Balflour-declaration waarbij Engeland zich akkoord verklaart een nationaal tehuis voor het joodse volk te stichten in Palestina, waarbij ik citeer “... vanzelfsprekend niets mag worden ondernomen wat de burgerlijke en godsdienstige rechten van niet-joodse gemeenschappen in Palestina zou kunnen schaden...” Het verzet van de Arabieren laait op: zij willen niet in een joodse staat wonen en zij protesteren tegen de Palestinapolitiek van Engeland. Er beginnen bloedige gevechten; niettemin gaat de emigratie onverminderd voort. In 1936 begint de terreur in Palestina een georganiseerde vorm te krijgen. In deze situatie kapituleert Engeland voor de Arabieren, door de uitgifte van een witboek. Het bepaalt dat voor de komende vijf jaar nog slechts 75.000 joden mogen binnenkomen; het zionistencongres van 1939 verwerpt het volledig. Wereldoorlog II is een catastrofe voor de Joden. Het aantal joodse slachtoffers van het nationaal socialisme bedraagt bijna vijf miljoen. Weinigen zijn kunnen ontkomen en bereikten onder het dreigende gevaar van de Nazi’s en Engeland het Beloofde Land.
Intussen gaan de gevechten tussen Joden en Arabieren onverminderd voort. De VN wil Palestina verSommigen wel, andere zijn tot het judaïsme bekeerd. delen terwijl Engeland zich terugtrekt. Op 14 mei Deze laatste rechtvaardigingsgrond klopt niet hele- 1948 roept David Ben Goerion de nieuwe staat Ismaal. De Bijbelse beloften zouden het zionisme het raël uit en de dag daarop is het oorlog. Vijf Arabische recht geven in Israël een staat te vestigen. Zelfs indien legers vallen de Joden aan. De Palestijnen vluchtwij zouden aannemen dat religieuze beloften in onze en naar naburige landen en Israël wint het pleit. wereld kracht van wet bezitten, dan nog klopt deze argumentatie niet. Indien Palestina werd toegeze- Vanaf 1950 wordt de wet van de “terugkeer” van kracht: gd, dan werd zij dit aan alle zonen van Abraham, dus iedere Jood is gerechtigd naar Israël te emigreren. In 1967 ook aan de Arabieren. Hieruit blijkt dat het zionisme slaagden de Israëllieten erin op zes dagen tijd een geeen vorm is van eng nationalisme en zelfs van het zamelijke aanval van Egypte, Jordanië en Syrië af te slaan antisemitisme tegenover zowel Joden als arabieren. en zelfs een enorm grondgebied te veroveren. Sindsdien staat het vast, de Joden hebben een eigen staat. 50
De Joden in Rusland, en de Russische Joden in Israël Terwijl in de 19e eeuw in het Westen de vrijheidsstorm het leven van de Joden langzamerhand verbeterde, bleven in het Oosten de Joden verstoken van elk humanitair recht. Voorbeelden hiervan zijn te vinden bij de vleet. In 1827 schreef tsaar Nicolas I de 25-jarige dienstplicht voor, voor Joden. In 1881 kwam het in Warschau tot vervolgingen en uitmoordingen. Dit alles leidde naar massale volksbewegingen en -verhuizingen. In alle hoofdsteden van Europa duiken hele scharen uitgehongerde, verpauperde gestalten op, van Stockholm tot Lissabon. In Berlijn en Wenen ontmoeten zij een afwijzende houding.
aureool van martelingen natuurlijk dat ze alle rechten hebben. Laten we hierbij even een veteraan aan het woord (uit een interview door reporters uit Le Monde): “Wat wil je, wij moeten dit land opbouwen met wat we hebben en wat hier komt aanwaaien. En uit de USSR krijgen we nou niet precies de elite aangeleverd. Bovendien is het verdomd moeilijk bij ons elke Rus werk te geven in dezelfde sektor als die waarin hij ginds zat. Wij verdrinken langzamerhand in super-specialisatie, voeg daarbij de puriteinse vorming, het collectivistische litteken - sic - en het gebrek aan verantwoordelijkheidszin, en je krijgt een ernstge kloof tussen Russen en Sabras”. En daartegenover de visie van een immigrant: “Alle ‘Alyas’ (=immigranten) leven in hun eigen kring. Russen met Russen, Amerikanen met Amerikanen, Tunesiërs met Tunesiërs. En de Sabras behandelen ons natuurlijk als dusdanig, in hun kranten, in geheel hun superieure houding van ze. De Georgiers vormen nu een kaste apart. Wij worden als primitieven behandeld, omdat wij uit de USSR komen en je daar - in hun optiek - per definitie afgestompt en gefrustreerd moet uitkomen. Ik ben van één ding zeker: als morgen de Arabische bedreiging wegvalt is Israël overmorgen een door onderlinge twisten verdeelde staat. Iedereen wil de ander uitschakelen.”
Na de revolutie in 1917 kwam er een lichte verbetering in de situatie en na de oorlog zien we dat een groot percentage van de intellectuelen in de USSR Joden zijn. (Het internationale Jodendom heeft steeds een ongewoon hoog aantal intellektuelen voortgebracht). De Joden die nu uit de USSR wegtrekken zijn voor een groot deel geen gewone arbeiders en betekenen een enorme “brain drain”, een exodus van niet te onderschatten Joodse intellekt. Dit alles bracht mee dat Joodse werkers tegenover hun Russische collega’s zwaarder, langer en met minder faciliteiten moesten werken; ook omdat na de zesdaagse oorlog van 1967 de situatie fel was verscherpt en de Joden verplicht werden in het openbaar verklaringen tegen Israël af te leggen. En de Palestijnen... Ondertussen zijn er reeds verschillenden uitgeweken naar Israël, met evengoed een bureaucratie, met een zekere ongeorganiseerdheid, een door de zon verbrand dor land. Een groot probleem bestaat hier met de integratie van de nieuw ingewekenen. Vooreerst is er de taalbarrière en het verschil in temperament; ook de huisvesting brent een probleem met zich mee. 80% van de ingeweken Russische Joden leeft en wroet in de slecht aarde van de bezette, gevaarlijke gebieden. Zij worden zelfs gediscrimineerd door de Sabras. De Sabras (=veteranen) zijn immers een nieuw soort Joden: zij hebben nooit ghetto’s, vervolgingen of antisemitisme gekend, hebben zich nooit vreemden gevoeld in het land waar ze geboren werden. Immigranten, zo zeggen de Sabras, denken met hun 51
Ongeveer een drie maanden geleden heeft de Israëlische regering “het plan voor de herverdeling van de gronden” aan de joodse burgers goedgekeurd. Het plan draagt als ondertitel: “operatie om gronden te redden”. Het stelt een massale inplanting van Joden (meestal Oosterse) in het noorden (Galilea) en in het Zuiden (Negev) voorop. Door de vestiging van nieuwe Joodse kolonies wil men de bevolkingsverhoudingen in deze gebieden (nu 48% Palestijnen en 52% Joden) verbeteren. Tot in 1948 (oprichting van de staat Israël) bezaten de Joden slecht 6% van de gronden. Van toen af is men begonnen op religieuze en historische basis meer Palestijnse grond in te palmen.
Sinds 1947 vluchtten de Palestijnen naar de naburige landen. Vooral naar Libanon en Jordanië, waar ze vlak bij de Israëlitische grenzen wachten op een mogelijke terugkeer naar hun dorpen. Aldus was het voor de Israelis niet moeilijk hun gronden aan te slaan en weg te schenken aan nieuwkomers. Sinds 1949 werden een reeks wetten uitgevaardigd die sterk geleken op de legalisatie van een volksdiefstal.
werd aldus een land zonder volk voor een volk zonder land. De huidige situatie van de Palestijnen werd het best weergegeven op de Wereldkonferentie van Kristenen voor Palestina. De konferentie ging door in de Geneefse universiteit in januari 1974 en had De Rechten van de Mens in bezet Palestina als thema meegekregen. Recht uit de gevangenis is daar de jonge Palestijnse publicist Fawzi-El-Asmar komen getuigen dat er nog veel moet veranderen voor Israël als een a. Artikel 125 van de besluitwet van 1949 over de rechtstaat zal kunnen opgenomen worden in de klub “Emergency Regulations”. Dit artikel gaf aan de mili- van beschaafde landen. “Wij zijn niet eens tweedertaire gouverneur de toelating om bepaalde gebieden angsburgers in Israël, zegt liever derderangs. Dat heb onder zijn bevoegdheid te brengen. De toegang tot ik zelf niet uitgevonden, dat komt van joodse vriendeze gebieden werd dan voorbehouden aan de houd- den van mij die bij de beweging van de Black Panthers ers van bepaalde pasjes, toegepast om de terugkeer zijn. Zij, de oosterse Joden, zijn de tweederangs, dan van de weggevluchtte Palestijnen te verhinderen. komen wij, en dan komen de Palestijnen in de bezette gebieden. Ik kan u verzekeren dat ik geen prettige jeub. De wet op de veiligheidszones van 1949. Heeft gd achter de rug heb. Onze buurt heette gewoon het hetzelfde principe als het voorgaande punt maar getto. (Zie Neohumanisme, 2e jaargang, nummer 2). op ruimere schaal. Deze wet werd toegepast op het dorp Irkit. Golde Meir hierover: “Gans deze Tot slot nog een stukje uit een interview van The kwestie is niet juridisch, het is ons historisch recht New York Times met de huidige Israëlische president op de grond van Israël dat hier ter sprake komt.” Rabin. TNT: “Is Israël door al de voorbije gevechten niet een soort Sparta geworden in de plaats van c. De wet van 1950 over de goederen van de afwezige een demokratische, socialistische maatschappij die eigenaars. Deze wet raakte natuurlijk in de eerste plaats jullie steeds beoogden?” Rabin: “Door dat we ons de Palestijnen die weggevlucht of weggedreven door de moeten bewapenen kunnen we niet doen wat we Israëlische legereenheden aan de grenzen zetten. Doch zouden willen doen. Dat is een feit. Maar zolang er ook de gronden van de WAKF (= muzelmaanse gemeen- een buitenlandse dreiging is blijven de Israëlis één. schap) die sommige personen na hun dood aan God opdragen. Israël heeft zich al deze goederen toegeëigend, denkelijk omdat zij God ook als afwezig beschouwen. d. De wet over het verwerven van de gronden van 1952. Idem als de voorgaande maar met meer bevoegdheden aan de politie. e. De prescriptiewet van 1958 en de vierde wet op het Arabisch braakland. Laat de minister toe Arabisch braakland in bezit te nemen wanneer hij ervan overtuigd is dat de eigenaar de uitbating niet begonnen is of niet voorzet. Door al deze wetten veranderde meer dan twee miljoen Dunham (één D = 100m²) van eigenaar. Palestina 52
1989-1990 1e editie 1980-1989
Praesidium LVSV Gent 1989-1990
1980-1989
LVSV standpunt Abortus LVSV Gent Het kan natuurlijk niet anders dan dat het LVSV op de barricaden heeft gestaan voor de abortuswetgeving. In deze tekst van 1989, rond de tijd van de wet Lallemand-Michielsen, neemt LVSV Gent een liberaal en kritisch standpunt in omtrent het gegeven van de Abortuswet. De inleiding voor deze tekst werd door secretaris Anthony Desmet verzorgt. Een gewichtige liberale vrouw die op handen gedragen werd en zich bovendien nog eens bezighield met medische aangelegenheden is niets nieuws. Lucienne Herman-Michielsens was een ex-LVSV’er en diende de liberale zaak als ondervoorzitter en lid van de Neohumanisme-redactie van 1948 tot 1950, de tijd van o.m. Willy De Clercq en Leon De Meyer. Vanwege haar rechtenstudies, liberale vorming en huwelijk sens ideaal geplaatst om de arbortuswetgeving kritisch
met een dokter was onder het licht te
Michielhouden.
Haar intentie was dan ook in de eerste plaats het depenaliseren en het maatschappelijk aanvaardbaar maken van abortus indien deze aan bepaalde criteria voldeed. Ten tweede koppelde ze dit dossier aan een uitgebreide preventiepolitiek, inclusief een functionele voorlichtingscampagne en een liberalisering van de verkoop van voorbehoedsmiddelen. Een derde punt betrof het democratiseringsaspect. Abortus was uit de strafwet gehaald in bepaalde buurlanden zoals het Verenigd Koninkrijk, waardoor de Belgische rijkere klasse reeds makkelijker toegang had tot abortus. Vanwege de vele invalshoeken leidt een onderwerp zoals abortus zelfs tussen liberalen tot hevige discussies. In dit artikel uit 1989 wordt op kordate wijze kritiek geuit op het voorstel dat voor het LVSV toen niet ver genoeg ging.
53
Het wetsvoorstel Lallemand/Herman Michielsens gaat niet ver genoeg. Het LVSV wil de abortusproblematiek niet zo eng zien als in het wetsvoorstel wordt voorgedaan. Doelstelling is eerst en vooral de vruchtafdrijving als misdrijf te zien verdwijnen. Art. 348 van het str. W. moet uit het strafwetboek gehaald worden. Er mag i.v.m. abortus geen criminele sfeer meer worden geweven. Dit betekent geenszins een volledige legalisering van Abortus.
Geen halve maatregelen maar degelijke informatie. Daarom stellen wij als alternatief voor: de aanstelling van een geneesheer die de abortusgevallen apart bestudeert. Het is iemand met sociale inzichten die bij voorkeur ook psychiater is. Deze persoon staat onder directe controle van de Orde der Geneesheren. Deze voert reeds zoals het vandaag het geval is een tuchtcontrole. Hij beoordeelt het abortusdossier aan de hand van een medisch sociaal criterium. Zoals: toestand van de moeder, van het kind, verkrachting (ook tijdens het huwelijk!),...
Abortus is een medische ingreep en vereist een medische beoordeling. Men kan in zo een morele zaak Voor het LVSV is dit de enige uitweg naar een aborzeker geen financiele motieven opwerpen. In dit ver- tuspolitiek die maatschappij gebonden is i.p.v. vanband wordt er op gewezen dat een nieuwe politiek daag waar vervolgingen willekeurig gebeuren. i.v.m. voorbehoedsmiddelen moet gevoerd worden.
Lucienne Herman-Michielsens
54
1990-1991 4e editie 1990-1999
Marc De Vos Oud-voorzitter LVSV Gent
1990-1999
Europese Gemeenschap: geschiedenis en toekomst Marc De Vos Over geen enkel ander thema lagen binnen het LVSV doorheen de geschiedenis de meningen meer uiteen dan over Europa. Voor uw lustrumneo selecteerden we een tekst van het begin van de jaren 90 van de hand van Marc De Vos, prosenior van LVSV Gent. Marc De Vos zelf, heden ten dage voorzitter van Itinera en professor aan de UGent, was bereid gevonden om zelf een persoonlijke noot bij zijn toenmalige tekst te schrijven. Voor dit ‘lustrumneohumanisme’ werd mij gevraagd terug te blikken op de bijdrage van een jonge man met dezelfde naam als mezelf, die in 1991 de volgende boude woorden schreef: “Europese integratie is een irreversibel en continu proces. (…) De verwezenlijking van de Europese superstaat; van de Europese economische, financiële, monetaire, politieke en militaire entiteit, is onafwendbaar. Maar misschien zal dat het werk zijn van een nieuwe generatie.” Die volgende generatie is nu al een tijdje aan de macht. Ze heeft Europa en de Europese Unie tot op de rand van de implosie gebracht. Bij het schrijven van deze regels vermoedt de auteur, intussen een kwarteeuw ouder en zelfs een stukje wijzer, dat de voorspelling van zijn jeugdige zelf jeugdige overmoed was. Ze werd natuurlijk gemaakt in een andere tijd en voor een ander Europa. Het communisme was net gesneuveld, de smaak van de Westerse suprematie – geworteld in de liberale rechtsstaat, de markteconomie en de sociaaldemocratische welvaarsstaat – was zoet, Europa stond op de drempel van een eengemaakte markt, de Europese Unie was slechts twaalf West-Europese landen klein en ze heette nog geen Unie maar een Gemeenschap met veel minder politieke ambities dan de latere Unie. Op het navolgende traject van uitbreiding, verbreding en uitbouw naar een Europese Unie met federale aspiraties, doch zonder equivalente federale structuur voor politieke beslissingen, gekoppeld aan een enorme geografische expansie naar Oost-Europese landen zonder rechtsstaattraditie of markteconomie, zou Europa zichzelf in de vernieling rijden. De roes werd hybris. De afscheidnemende Europese leiders, in het bijzonder het Frans-Duitse koningskoppel Mitterrand-Kohl, konden de Europese Unie en de euro nog concipiëren als een historische noodzaak die op historische verstandhouding zou kunnen teren. De geschiedenis ging met hen op pensioen. De volgende generatie kon zonder spontane eendracht niet terugvallen op structuren en beslissingsprocessen om problemen op te lossen. De maakt van elk probleem een crisis en van elke crisis een ramp.
55
Vijfentwintig jaar later hangt de Europese Unie aan een zijden draadje dat misschien al bij het verschijnen van deze bijdrage kan afgeknapt zijn. Eurocrisis, Oekraïne, vluchtelingen, Brexit: de vier ruiters van de Apocalyps galopperen maar door. Opgeven, staat gelijk met afgang. Oplossen, betekent ofwel een kwantumsprong vooruit in Europese integratie, ofwel de klok een paar decennia terugdraaien, de Unie fors afslanken en de geest van Europese desintegratie uit de fles laten. Tussen beide polen leeft het permanente Europese circus van topontmoetingen, compromissen en bureaucratisering, tegen een achtergrond van verval, vervreemding en populisme. We hebben het moment bereikt waarin de kostprijs daarvan de opbrengst overtreft: doping voor de onheilsruiters, trage zelfmoord voor Europa. Adam Smith wist: “There is a great deal of ruin in a nation”. Natiestaten hebben inderdaad veel bindweefsel. Maar De Europese Unie is geen natie, zoveel is intussen wel duidelijk. Wat op het spel staat, is ook niet alleen het lot van de Europese Unie, maar tevens de geopolitieke positie voor heel West-Europa in de 21ste eeuw. De Europese Unie die gemaakt werd om West-Europese landen te verenigen, Duitsland te domesticeren en Europa een mondiale speler te maken, is nu bezig West-Europese landen te verdelen, Duitsland ‘boven alles’ te plaatsen en Europa mondiaal te ridiculiseren. Onderschat ook niet het effect van de permanente Europese crisis op de demos in de lidstaten. Als Europa blijft aanmodderen, in het bijzonder met de Griekse eurotragedie en met de obscene mismeestering van de vluchtelingencrisis, zal dat niet weinig weifelende Britten doen kiezen voor de exit. Als de georganiseerde economische stilstand van permanente schuldversmachting de bevolkingen in Zuid-Europa blijft knevelen, verdampt elke legitimiteit van Brussel en verliest Europa een deel van de jongere generatie die zowel politiek als economisch haar toekomst is. Als Europa met zichzelf blijft knoeien en in de knoop blijft liggen, hoe kan het vergrijzende continent dan de ongeziene beschavingsuitdaging aangaan om een grote en jonge massa slecht geïntegreerde of gemarginaliseerde immigranten – in het bijzonder moslimjongeren – tot dynamische Europese burgers te laten versmelten? Vijfentwintig jaar geleden twijfelde alleen een fin-de-carrière Margaret Thatcher aan de politieke toekomst van de latere Europese Unie. Haar instincten waren niet profetisch, maar Brits-conservatief. Ze projecteerden een nationalistische visie op een post-nationalistisch ideaal. Het ideaal is weg en komt, behoudens een nieuwe collectief oorlogs- of milieutrauma, niet meer terug. Ofwel kiezen we rationeel voor een andere Europese Unie, ofwel vernielen we de Unie van binnenuit. Voor mij moet de Europese Unie meer belangrijke dingen doen en minder onbelangrijke. Tenzij we de Euro opgeven, moeten we alle institutionele hefbomen voor het beheren van een muntunie hebben, inclusief gemeenschappelijk schuldbeheer en transparante transfers. Tenzij we van het Europese grondgebied een chaos willen maken, moeten we echte en bewaakte gemeenschappelijke grenzen en een gemeenschappelijke immigratie- en asielpolitiek hebben. Tenzij we steevast de poedel van de VS, de boksbal van Rusland en de speelbal van China willen zijn, moeten een gemeenschappelijk leger en een gemeenschappelijk buitenlands beleid en veiligheidsbeleid hebben. Voor al die belangrijke dingen kan Europa echt meerwaarde bieden, naast de evidentie van een grote en open economische markt. Voor veel andere en kleinere dingen zouden we Europa beter vergeten, zolang het niet als een democratische natiestaat kan functioneren. Het is redelijk onzinnig dat meer dan zestig procent van alle nationale regulering uit EU-gebouwen in Brussel komt. Het moet mogelijk zijn om een operatie deregulering te koppelen aan een operatie federalisering. Dat vergt alleen de toepassing van wat zo mooi in de Europese basisverdragen staat maar al te vaak dode letter blijft: subsidiariteit.
56
Het dilemma is dat we er nooit zullen toe komen de Europese Unie heruit te vinden zolang ze in crisismodus leeft, terwijl de crisisperiode zelf intussen steeds meer een Europees infarct dan een Europese catharsis lijkt voor te bereiden. De Europese integratiegedachte is collateral damage van de Europese crisis. Ik denk nog altijd dat een meer uitgebouwde Europese staat onafwendbaar is. Maar misschien is dat niet meer voor een volgende generatie, maar eerder voor een volgende eeuw. Historische ontwikkeling van de Europese samenwerking
bij de kolen- en staalindustrie van de B.D.R., Frankrijk, Italië, België, Nederland en Luxemburg onder het gezag werd geplaatst van een onafhankelijke Hoge De eerste significante stappen in de West-Europese Autoriteit. Het succes van de E.G.K.S. inspireerde een samenwerking worden gezet onmiddelijk na W.O.II, werkelijk ‘functionele integratie euforie’. Op 27 mei dit met als doel verdere oorlogen te vermijden en de 1952 werd het verdrag voor de oprichting van een getaande macht van het vernietigde Europa te con- Europese Defensie-gemeenschap ondertekend. De solideren en restaureren. Bijeenkomsten over een oprichting van een Europese Politieke Gemeenschap vereniging van Europa werden gehouden. In 1946 riep werd voorbereid. In augustus 1954 weigerde evenwel Winston Churchill tijdens een manifestatie in Zurich op het Franse Parlement het defensieverdrag te bekrachtot de vorming van “De Verenigde Staten van Europa.” tigen. Daarmee kwamen ook de plannen voor de politieke integratie te vervallen. Op voorstel van de BenAls één van de voorwaarden voor de Marshall-hulp elux (o.l.v. Paul-Henri Spaak) werd op de Conferentie werd in 1948 de Organisatie voor Europese Econ- van Messina (d.d. juni 1955) beslist de integratie of omische Samenwerking (O.E.E.S.) opgericht, in economisch vlak verder te zetten. Er werd besloten 1961 vervangen door de Organisatie voor Eu- over te gaan tot de oprichting van de Europese Econropese Samenwerking en Ontwikkeling (O.E.S.O.). omischd Gemeenschap (E.E.G.) en de Europese Gemeenschap van Atoomenergie (EURATOM). De verIn een poging werk te maken van een federatief Eu- dragen daartoe werden op 25 maart 1957 te Rome ropa werd in 1949 de Raad van Europa opgericht, ondertekend. De oorspronkelijke verdragstraten warmet als doel het streven naar een grotere sta- en Frankrijk, West-Duitsland, Italië en de Benelux. Op 1 atkundige eenheid, naar sociale, culturele, ad- januari 1973 traden Denemarken, Ierland en Groot-Briministratieve en juridische samenwerking (art. tannië toe en op 1 januari 1986 Spanje en Portugal. 1 van het Verdrag van Londen van 5 mei 1949). Het Verdrag van Rome m.b.t. de E.E.G. bevat ambiHet federale ideeëngoed kon in de Raad evenwel tieuze, bijna hoogdravende bewoordingen, in het licht niet worden verwezenlijkt. Integratie op functionele waarvan Mrs. Tatchers obsessie m.b.t. behoud van basis bleek de uitkomst. Kernmerkend hierbij is dat de nationale soevereiniteit tot achterhaald gezwans dit gebeurde in het kader van supranationale organ- wordt gereduceerd. Zo stelt het verdrag dat “de geisaties, hetgeen o.m. een soevereiniteitsopdracht meenschap tot taak heeft, door het instellen van een impliceert. Na W.O.II werd de idee van een sterke gemeenschappelijk markt en door het geleidelijk nader isolatie van Duitsland (en Italië) afgewezen. West-Duit- tot elkaar brengen van het economisch beleid van de sland was de noodzakelijke buffer t.a.v. het Oost- lidstaten, te bevorderen de harmonische ontwikkeling blok en diende dus opnieuw als volwaardige partner van de economische activiteiten binnen de gehele Gete worden behandeld. Dit betekende evenwel het meenschap, een gestadige en evenwichtige expansie opheffen van geallieerd toezicht op Duitse zware in- (...) en nauwere betrekkingen tussen de in de gemeendustrie, wat gelet op de ervaringen tijdens W.O.II schap ‘verenigde staten’. Het belangrijkste doel van de niet onverdeeld enthousiast werd begroet. Overeen- verdragstaten (waaronder dus N.B. sinds 1973 ook het komstig de Schumandeclaratie van 9 mei 1950 werd Verenigd Koninkrijk) was ‘door gemeenschappelijk opop 18 april 1951 het E.G.K.S. Verdrag gesloten waar- treden de economische en sociale vooruitgang van hu57
n landen te verzekeren en daardood de barrières die Europa verdeeld houden te verwijderen.’ De verdragspartijen dachten met name tegen uiterlijk eind 1969 een gemeenschappelijk markt tot stand te brengen (art.8). In de loop van de jaren ‘70 raakte de Europese integratie echter in de versukkeling. De idealisten van de beginjaren waren verdwenen en vervangen door kortzichtige dogmatici. De economische wereldcrisis veroorzaakte bij de verdragstaten een protectionistische nationale reflex. Zo kwamen bijvoorbeeld de al in 1909(!) vastgelegde plannen voor economische en monetaire unie op de helling te staan. Slechts in het begin van de jaren ‘80 kwam de gemeenschap uit de verlammende verdrukking van chauvinisme en protectionisme. De idee dat een vrije interne markt de sleutel was voor economisch herstel drong langzaam bij de politici door. De Europese top van maart 1985 te Brussel leidde tot concrete resultaten. De regeringsleiders spraken zich uit voor het voltooien en realiseren van een vrije binnenmarkt tegen 31 december 1992 en vroegen de commissie het pad te effenen. Binnen enkele maanden publiceerde deze het befaamde Witboek, dat op de top van Milaan door de regeringsleiders werd aanvaard als leidraad voor de voltooiing van de interne markt. Nog geen zes maand later werd in Luxemburg de Europese Akte aanvaard. De Europese Akte De Europese Akte is de formele grondslag van de 1992-operatie. Dit belangwekkend document bevat enkele substantiële innovaties die ik, zonder exhaustiviteit te poneren, hierna kort vermeld.
wettelijke en bestuursrechterlijke bepalingen die nog geen voorwerp van harmonisatie zijn geweest (art. 19). b. In de tweede plaats wordt de E.G.-besluitvorming veranderd en versneld, daarmee de impasse doorbrekend die was ontstaan door het Compromis van Luxemburg, waarin Frankrijk verkreeg (i.e. Charles De Gaulle) dat elk land in de E.G. een vetorecht had m.b.t. vitale belangen, wat in de praktijk betekende dat dat over een groot aantal ontwerpen stemming bij meerderheid plaatsvindt, o.m. ten aanzien van de interne markt, onderzoeksprogramma’s, transport, milieu. In vele belangrijke domeinen echter blijft unanimiteit vereist. Dit is o.m. zo bij het verkeer van personen, rechten en belangen van werknemers en de belastingwergeving. c. Daarnaast legt de Akte de grondslag voor een verdere Europese samenwerking en integratie binnen het kader van de E.G., waardoor de gemeenschap een werkelijke ‘economische en politieke samenwerking’ is geworden. Een nieuw hoofdstuk ‘samenwerking bij economisch en monetair beleid’ werd aan het Verdrag van Rome toegevoegd. Daar stelt art. 104 dat ‘iedere lidstaat het economisch beleid voert dat noodzakelijk is om een evenwichtige betalingsbalans te verzekeren en het vertrouwen in zijn valuta te handhaven, daarbij zorgend voor een hoge graad van werkgelegenheid en een stabiel prijspeil. Daarnaast is de sociale politiek tot onderwerp van het E.G. beleid gemaakt.
d. De Akte formaliseerde eveneens de bestaande Europese politieke samenwerking (E.P.S.). De behoefte tot samenwerking op het internationale politieke vlak manifesteerde zich geleidelijk binnen de E.G. Aanvankelijk zonder verdragsbasis is het systeem van de a. Voor wat betreft de 1992-aktie stelt art. 13 van de E.P.S. gegroeid. Deze praktijken werden dus nu a.h.w. Akte dat de ‘gemeenschap maatregelen vaststelt die vastgelegd. De verdragspartijen streven ernaar geertoe bestemd zijn de interne markt geleidelijk tot meenschappelijk een Europees buitenlands beleid te stand te brengen in de loop van een periode die eindigt formuleren en te voeren, gebaseerd op informatie en op 31 december 1992. Ter consolidering van dit objec- overleg, ten einde te waarborgen dat de gezamelijke tief, schrijft de akte bovendien voor dat de Commissie invloed zo doeltreffend mogelijk wordt uitgeoefend. tweemaal, voor 31 december van resp. 1988 en 1990, Zelfs de veiligheid en defensie wordt exliciet in de een verslag over de voortgang aan de Raad stuurt. Daar- E.P.S. inbegrepen. De idee van de grondleggers van naast gaat de commissie in de loop van 1992 met elke de Europese integratie om via economische samenlidstaat over tot een inventarisering van de specifieke werking tot een politiek en militair geheel te komen 58
komt hiermee eindelijk dichterbij.
prijspolitieken, veiligheidsvoorschriften,... die tegen 31 december 1992 dient gerealiseerd. Uniformisere. Tenslotte verkrijgt het Europese Parlement (E.P.) ing en harmonisering bieden financieel-economisch een reële, zij het geringe bevoegdheidsuitbreiding. enorme perspectieven. Het Cecchini-rapport stelZo bijvoorbeeld verwerft het impliciet een vergaand de dat de kost van de grenskontroles alleen jaarlijks ammenderingsrecht en dit via de volgende proce- al 8 à 9 miljard Ecu bedraagt. De bedrijven zouden dure. Een groot aantal initiatieven van de commissie door de belemmeringen een omzetverlies lijden tusworden twee maal door het parlement behandeld. sen 4v5 en 15 miljard Ecu. De opheffing van alle barBij een eerste lezing gaat het voorstel voor advies rières zou leiden tot een ongekende impuls voor de naar het E.P. Nadat de Raad t.a.v. voorstel en advies economie: daling van het algemeen kostenniveau, een standpunt inneemt gaat dit voor de tweede lez- economische groei tussen 3,5 en 7%, stijging van de ing naar het E.P. dat het standpunt kan aannemen, werkgelegenheid met minimaal 8 miljoen banen. verwerpen of ammenderen. De ammendementen worden eerst aan de commissie voorgelegd. Niet b. Het Witboek zelf bestaat in wezen uit twee gedeelten. door de commissie aangenomen ammendementen Vooreerst een ideologisch deel, welhaast een geloofskunnen nog alsnog door de Raad mits unanimiteit belijdenis, waarin de commissie in hoogdravende taal worden aangenomen. Voor de verwerping van am- betoogt waarom de voltooiing van de vrije markt esmendementen die het E.P. aannam met een absolute sentieel is voor de toekomst van Europa. Het beleidsmeerderheid van minimaal 260 stemmen is in de raad matig deel voorziet enerzijds in een verplaatsing van eenparigheid vereist. Daarnaast heeft het E.P. een uit- handel- en transportcontroles (die nu nog aan de grengebreider begrotingsrecht verworven en behield het zen plaatsgrijpen) en anderzijds in een harmonisatie haar politiek toezicht en vragenrecht. Last but not least en coördinatie van voorschriften en regels. De stratekreeg het ook via de Akte een vetorecht toebedeeld gie die daarbij gevolgd wordt moet snelle vooruitgang t.a.v. overeenkomsten met vreemde mogendheden. mogelijk maken. Overeenkomstig het arrest Cassis de Dijon van het Europees Hof van Justitie volgt de comHet Witboek missie in de regel het principe van de wederzijdse erkenning, t.t.z. dat ‘indien een product in een lidstaa. Zoals gezien was een gemeenschappelijke markt at conform de wetten is vervaardigd, er geen reden is van bij het Verdrag van Rome in 1957 een belangri- waarom het niet in de gehele gemeenschap zou worden jke doelstelling van de E.E.G. Het Witboek en ‘1992’ verkocht’. Belangrijk is ook het voorkomen van nieuwe betreffen enkel de voltooiing van deze doelstelling. belemmeringen. Sinds 1985 dienen alle maatregelen Een belangrijke intermediaire stap was de opricht- inz. technische specificaties aan de commissie voorgeing van een gemeenschappelijke douane-unie op legd waardoor een stille harmonisatie tot stand komt. 1 januari 1968, met als doel het elimineren van (financiele) douaneheffingen en kwantitatieve belem- In het Witboek vinden we een lange opsomming meringen (quota). Logisch gevolg hiervan betrof van concrete barrières. In 286 punten geeft het Witde invoering van gemeenschappelijke import- en boek aan hoe en wanneer allerlei materiële, techexporttarieven aan de buitengrenzen van de E.G. nische en fiscale belemmeringen dienen opgeheven om tot een vrije binnenmarkt te geraken. De belanDaarnaast bleven evenwel talloze financiele, econo- grijkste domeinen betreffen veterinaire en fytosanmische en handelsbelemmeringen bestaan. Het be- itaire voorschriften, het personenverkeer, de techtrof hier vooral technische en andere voorschriften nische handelsbelemmeringen, het vrij verkeer van m.b.t. de veiligheid; de gezondheid van mens, plant werknemers en zelfstandigen, van diensten, vervoof dier; het milieu en de bescherming van de con- er en verkeer, vennootschapsrecht en samenwerksument. Het is de verwijdering van deze ridicule en ing van fiscale belemmeringen (t.t.z. BTW en accischizofrene diversiteit van normen, standaarden jnzen). Bij de uitvoering van het Witboek is inmiddels 59
een forse vertraging opgetreden, vooral bij de Raad van ministers. In het volgende punt worden een aantal belangrijke elementen van de realisatie behandeld. De realisatie van het Witboek a. Persoonscontrole aan de binnengrenzen: In principe dienden de persoonscontroles aan de grenzen tussen de E.G. landen opgeheven sinds 1988. Dat dit niet het geval is komt door fenomenen zoals drugsbeleid, terrorisme en immigratie niet gemeenschappelijk geregeld zijn. Juist in deze domeinen hebben de twaalf zich met name formeel alle rechten voorbehouden. De commissie is evenwel van oordeel dat controle aan de binnengrenzen voor deze veiligheidsaspecten niet noodzakelijk is. De oplossing zou moeten gevonden worden in betere samenwerking, coördinatie van wetgeving en verscherping van controles aan de buitengrenzen. Voor wat betreft het vrij verkeer van beroepspersonen ligt het grootste probleem op het vlak van de onderlinge erkenning en waardering van diploma’s. Het Witboek stelt expliciet dat tegen 1992 het volledig vrije verkeer van werknemers en zelfstandigen dient gerealiseerd. Ook hier tracht men het principe van ‘wederzijdse erkenning’ te volgen, wat gezien de diversiteit in de opleidingseisen niet evident is. Die wederzijdse erkenning geldt nu, onder voorbehoud van stage of bekwaamheidstest, voor universitaire diploma’s en beroepsopleidingen van minimaal 3 jaar. b. Vervoer over de weg
zoals verschillen in belastingen, accijnzen en veiligheidsvoorschriften. Zo is het de bedoeling het vaste landelijke belastingbedrag te vervangen door een belasting berekend a rato van het aantal verreden kilometers. c. Luchtverkeer De luchtvaart behoort over de gehele wereld tot de zwaarst geregelde sectoren van het bedrijfsleven. Tarieven, frequenties, vliegtuigen, alles dient door overheidsinstanties goedgekeurd. Sinds 1984 wordt binnen Europa op verdragsrechterlijke basis aan deregulering gedaan. Uiteindelijk zullen praktijken zoals tariefafspraken en verdeling van de opbrengst worden verboden. d. Kapitaalverkeer De liberalisatie van het kapitaalverkeer was reeds een belangrijke formele doelstelling in het Verdrag van Rome en verkrijgt ook in het Witboek grote prioriteit: ‘het financiele aspect kan bij het niet tot stand brengen van de interne markt niet buiten beschouwing blijven (...) de monetaire stabiliteit is van essentiële voorwaarde voor de goede werking en ontwikkeling van de interne mark (...) het openstellen van kapitaal- en geldmarkten is een stimulans voor de ontwikkeling van de gemeenschap’. Drie elementen zijn hier van groot belang: de European Currency Unit (Ecu), Het Europees Monetair Stelsel (E.M.S.) en de plannen voor een Economische en Monetaire Unie (E.M.U.). d.1. Ecu
Als een economische gemeenschap had de E.E.G. vanaf de start behoefte aan een onderlinge rekeneenheid. Voor het (grensoverschrijdend) verkeer van goederen In 1950 werd op de waarde van het goudgewicht van bestaat er sinds 1 januari 1988 een uniform reglement, de toen vaste dollar. Na het vrijlaten van de wisselkodaar waar er vroeger liefst 70 verschillende formulie- ersen ontstond een behoefte aan een vaster R.E. en in ren waren. Tijdens de Transportraad van juni 1988 is 1975 werd de Europese Reken Eenheid ingevoerd. Met principieel overeengekomen dat het wegtransport de introductie van het E.M.S. op 13 maart 1979 werd vrij zal zijn van 1 januari 1993. Dit betekent o.m. de de E.R.E. omgedoopt tot de Ecu. De Ecu is een mandmogelijkheid van cabotage (i.e. binnenlands vervo- valuta. Op basis van een aantal economische factoren er door buitenlandse rijder), wat nu vaak verboden wordt het aandeel van de twaalf nationale valuta’s is en aldus heel wat verspilling veroorzaakt. De lib- vastgesteld. De Ecu is dus het gewogen gemiddelde eralisering van het goederenvervoer impliceert de van de afzonderlijke nationale munten en alsdusdanig opruiming van concurrentieverstorende elementen veel stabieler dan deze. Het betreft in de eerste plaats 60
een munt voor begrotingen en transacties van de Europese instellingen, maar haar gebruik kent daarnaast een enorme voortgang op allerlei domeinen. Voor handel en kapitaalverkeer is de stabiliteit in koers en rente in combinatie met de spreiding van het koersrisico over de diverse Europese munten de belangrijkste drijfveer om de Ecu te hanteren. d. 2. E.M.S. Het E.M.S. - in werking getreden op 13 maart 1979 heeft principieel tot doel stabielere wisselkoersen tot stand te brengen. Dit impliceert dat de lidstaten zich vastleggen hun financieel en monetair beleid beter op elkaar af te stemmen. Daartoe worden spilmunten van de deelnemende munten vastgelegd waarvan deze op de internationale valutamarkt maximun 2,25% (naar boven/beneden) mogen afwijken. Schiet de koers doorheen die ‘bandbreedte’ dan grijpen de centrale banken in. Het E.M.S. heeft haar vruchten afgeworpen. De wisselkoersverhoudingen binnen en tussen deelnemende landen zijn minder aan fluctuaties onderhevig. d. 3. E.M.U. De E.M.U. wordt door velen terecht gezien als noodzakelijk voor het succesvol realiseren van de interne markt. Een dergelijke unie impliceert de oprichting van een Europese Centrale Bank. Dit alles betekent echter wel een zeer belangrijke soevereiniteitsopdracht: het gehele financieel-economisch beleid, inclusief de begrotingsproblematiek wordt Europese materie. (Zo zal bijvoorbeeld België haar enorm begrotingsdeficiet drastisch moeten inkrimpen. De begroting van 1990 getuigt in dit perspectief van een ontstellend gebrek aan visie en toekomstgerichtheid). Om die reden hebben jarenlange onderhandelingen de E.M.U. niet veel verder gebracht. Op de Europese top van juni 1988 werd een werkgroep opgesteld die de realisatie van de E.M.U. moest onderzoeken. Resultaat was het zogenaamde ‘Plan Delors’ dat voorziet in de geleidelijke verwezenlijking van de E.M.U. via vier fasen. Maar de weg is nog lang en met name uit Britse hoek is er principieel verzet. De Britse regering blijft koppig hameren op nationale soevereiniteit en weigert vooralsnog in te stemmen zich principieel tot de 61
realisatie van een eenheidsmunt te verbinden. e. BTW en accijnzen De BTW werd oorspronkelijk ingevoerd als een Europese belasting maar is geëvolueerd tot een ware Gordiaanse knoop van tarieven en indelingen. Het huidige systeem van BTW-verrekening is een belangrijk reden voor het voortbestaan van grenscontroles: de BTW komt toe aan de staat waar het product wordt geconsumeerd en grenscontroles zijn essentieel voor de berekening. De commissie heeft in 1987 een voorstel gedaan om de verschillen te reduceren via een systeem van twee bandbreedtes: een hoge tarief tussen 14% en 19% en een lage tarief variërend van 4% tot 9%. Voor de accijnzen, i.e. heffingen op alcohol, wijn, bier, tabak, e.d., gaat de commissie wel uit van een eenheidstarief voor de gehele E.G. Het is zo goed als zeker dat de hier geschetste problematiek pas na 1992 haar beslag zal krijgen. Probleem daarbij is dat voor BTW en accijnzen nog steeds unanimiteit in de minsterraad vereist is. De Britse suggestie om de grenzen gewoon vrij te laten en de harmonisering automatisch te laten plaatsgrijpen lijkt me hier een bruikbaar alternatief. Zij leidt evenwel tot een verlegging van handelsstromen die sommige lidstaten honderden miljarden per jaar kosten en lijkt alsdusdanig moeilijk te realiseren. De overheidsinstanties De markt van de overheidsbedrijven als afnemer of odrachtgever is tot op heden een zeer gesloten markt. Elke overheid laat zijn werk het liefst verrichten door een eigen bedrijf. Op Europese schaal betreft het hier een markt van jaarlijks zeker 530 miljard Ecu. Het openbreken van deze overheidsmarkt is lang geleden geprobeerd. Twee E.G. richtlijnen werden daaromtrent uitgevaardigd, maar deze werden omzeild door de lidstaten. De overheidsopdrachten betreffen vaak zaken als telecommunicatie, energiewinning en milieubeheer. Het gebrek aan concurrentie in deze terreinen leidt tot inefficiëntie, slecht managment en onvoldoende produk-
tieontwikkeling en innovatie. De vrijmaking van ligt de grondslag van het actuele schoorvoetende en deze markt zou volgens hen Cecchini-rapport een halfslachtige integratieproces. De huidige generatie kostenbesparing van 11 miljard Ecu opleveren. van politici - vooral in het Verenigd Koninkrijk - leeft nog teveel met de herinnering van WOII en de postConclusie bellum periode om drastische maatregelen te nemen. De verwezenlijking van een Europese superstaat: van Europese integratie is een irreversible en continu de Europese economische, financiĂŤle, monetaire, poliproces. Eenheidswording impliceert ipso facto af- tieke en militaire entiteit is onafwendbaar. Maar missbouw van nationale soevereiniteit. Juist in deze kost- chien zal het het werk zijn van een nieuwe generatie. bare soevereiniteit, door de diverse lidstaten in de turbulente geschiedenis van Europa ten koste van vele mensenlevens en verschrikkingen verworven,
Een aantal oud-LVSV’ers (waaronder Willy De Clercq, Guy Verhofstadt en Philippe De Backer slaagden erin carrière te maken in het Europees Parlement en de Europese Commissie
62
2002-2003 4e editie 2000-2009
Mathias De Clercq Oud-voorzitter LVSV Gent
2000-2009
Pleidooi voor migrantenstemrecht Mathias De Clercq Toen binnen de liberale partij de discussie omtrent het migrantenstemrecht losbarste, was het LVSV er om de weg te wijzen. Op het congres en ook in ons dierbaar studententijdschrift pleitte het LVSV voor migrantenstemrecht. Mathias De Clercq schreef en sprak toen in naam van het LVSV, zijn tekst kreeg tegenreacties en medereacties van oa. Boudewijn Bouckaert en Dirk Verhofstadt. Voor de lustrumneo wilde Mathias De Clercq hier meer achtergrond informatie bij geven. Op 7 februari 2004 was ik als voorzitter van het LVSV-Gent aanwezig op het beruchte congres van de VLD waarin gediscussieerd werd over het migrantenstemrecht. Onder impuls van enkele conservatieve mandatarissen zoals Hugo Coveliers en Jean Marie Dedecker, en ondersteund door de Jong VLD werd in een resolutie aangedrongen dat het congres zich niet alleen zou uitspreken tegen het migrantenstemrecht, maar dat dit dossier ook terug op de regeringstafel zou komen wat het einde kon betekenen van de tweede paarse regering onder leiding van eerste minister Guy Verhofstadt. Uiteindelijk werd na een indrukwekkende toespraak van mijn grootvader Willy De Clercq deze resolutie door 82,9 procent van de ruim 1.800 aanwezigen weggestemd. Wat echter weinigen weten is dat er ook een kleine groep voorstanders van het stemrecht voor migranten aanwezig waren en hun stem lieten horen. Zelf verdedigde ik dit principe met verwijzing naar het liberale adagium ‘No taxation, without representation’. Bij de stemming verklaarden twaalf personen zich voorstander, onder meer Annemie Neyts, Dirk Verhofstadt en een aantal leden van het LVSVGent. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat dit standpunt het enige consequente liberale standpunt was. We leven in een almaar meer gemondialiseerde omgeving. De tijd waarin men levenslang in zijn geboortedorp bleef wonen is al lang voorbij. Meer en meer zien we ook dat mensen niet in hun vaderland blijven. In Europa is er, gelukkig, een vrij verkeer van personen, maar we zien dat ook mensen van andere continenten hier komen wonen. Deze mensen ontzeggen we een van de democratische basisrechten, namelijk het mee kunnen beslissen over wat er gebeurt met de samenleving waarin zij leven. Pleiten voor het migrantenstemrecht is pleiten voor de 63
loskoppeling van stemrecht en nationaliteit. Waarom zouden we dit doen? Daarvoor moeten we teruggaan op wat stemrecht eigenlijk is: de mogelijkheid om rechtstreeks of onrechtstreeks mee te beslissen over de regels die van toepassing zijn op iedereen die deel uitmaakt van de gemeenschap waarbinnen je leeft. Een vreemdeling die in een andere gemeenschap komt leven wordt onderworpen aan de regels van die gemeenschap. Als die persoon zich aan die regels houdt (waartoe hij verplicht is, wil hij niet tot een gevangenisstraf veroordeeld worden of het land uitgezet worden), en ook voor het overige volop
deelneemt aan het leven binnen die gemeenschap, o.a. door het betalen van belastingen, het actief op zoek gaan naar werk of door op vrijwillige basis binnen die gemeenschap te helpen, moet hij ook dezelfde rechten krijgen als elke andere inwoner. Het aloude ‘No taxation without representation’-principe. Het is zeer discriminerend om personen dezelfde plichten op te leggen, maar ze de bijhorende rechten te ontzeggen en dat op basis van iets als nationaliteit. Die nationaliteit is immers niet bepalend voor de eigenheid van een persoon. Een mens wordt bepaald door zijn karakter, zijn voorkeuren, zijn talenten en nog zo veel meer, maar niet door zijn nationaliteit. Statistisch kun je bepaalde uitspraken doen over de kenmerken van iemand met een bepaalde nationaliteit, maar bij een concreet iemand kunnen die kenmerken totaal verschillen. En op basis van statistieken mensen bepaalde rechten ontzeggen is ten zeerste inhumaan.
en afhangen van hoe wij zouden behandeld worden in hun land, maar we moeten van onze eigen maatstaven uitgaan. Het zou pas erg zijn als we onze democratische waarden zouden laten bepalen door de situatie onder minder democratische regimes. Andere, xenofobe, tegenstanders waarschuwen ons dat migranten hier de macht zouden overnemen en hun visies aan de autochtonen opleggen. De ganse discussie gaat echter over een zodanig kleine groep mensen, dat dat gevaar er zeker niet in zit. Bovendien blijkt uit voorbeelden in andere landen dat de invoering van het migrantenstemrecht nagenoeg geen invloed heeft op de verkiezingsresultaten. Dat het slechts om een kleine groep gaat, misbruiken sommigen dan weer om de discussie te vermijden. Het gaat inderdaad om een kleine groep en het is een symbooldossier, maar dat zegt op zich niets. Het is net de taak van liberalen om ook de rechten van kleine groepen te verdedigen. Hoe kun je de rechten van het individu respecteren, als je ook niet de rechten van minderheden verdedigt?
Nationaliteit is niet meer dan een nietszeggende titel. Iemand die nu in Canada of Indonesië woont, maar morgen naar Gent migreert, maakt na verloop van tijd geen deel meer uit van de Canadese of Indonesische gemeenschap, maar Trouwens, het stemrecht voor migranten bestaat van de Europese, Belgische, Vlaamse en Gentse. al gedeeltelijk. Onderdanen van een EU-lidstaat die hier komen wonen hebben al gemeentelijk stemTegenstanders vinden dat zij die het stemrecht wil- recht. Migranten uit andere landen daarentegen niet. len maar de nationaliteit moeten aannemen, temeer Nochtans kan het gebeuren dat die al veel beter en omdat dat tegenwoordig toch zo moeilijk niet meer langer deel uitmaken van onze gemeenschap, dan is door de snel-Belg-wet. Ten eerste hebben wij daar- een EU-burger die hier misschien nog maar net vernet proberen uitleggen waarom wij die nationalite- blijft. We gaan er dus precies van uit dat migranten it niet belangrijk vinden en zien wij dus ook niet in per definitie geen deel kunnen uitmaken van onze waarom dat nodig zou zijn. Ten tweede zijn er mensen samenleving. Dat lijkt dan gebaseerd te zijn op het feit die hun oorspronkelijke nationaliteit willen behoud- dat migranten veelal een andere levensbeschouwelien omdat ze na een aantal jaren willen terugkeren jke visie hebben. Maar hebben we zo lang gevochtof omdat ze in sommige gevallen hun land niet meer en voor de uitbouw van een seculiere staat om dan zouden binnenmogen om bijvoorbeeld hun familie te mensen rechten te ontzeggen op basis van godsdienst? bezoeken. Bovendien zijn die tegenstanders ook meestal diegenen die de nationaliteitsverwerving moeil- Migranten zouden onvoldoende kennis van het Belijker willen maken. Erg consequent zijn die dus niet. gische staatsbestel en de binnenlandse politiek hebben, om een bewuste keuze te maken. Maar is Een ander argument dat regelmatig terugkeert, is dat dat wel zo? Zouden zij zich ook niet informeren als als wij in pakweg Marokko zouden gaan wonen, we ze zo’n belangrijke keuzes zouden mogen maken? daar ook geen stemrecht zouden krijgen. We mogen onze behandeling van vreemdelingen echter niet lat- Ook in de ganse integratiepolitiek kan het migranten64
stemrecht een positieve rol spelen, zonder dat we er nu ook weer alle heil moeten van verwachten. Momenteel wordt de discussie rond dit onderwerp grotendeels boven de hoofden van de migranten gevoerd. Door hen stemrecht te geven worden de politici verplicht effectief rekening te houden met hun verzuchtingen en iets te doen aan de problemen die zich voor migranten stellen. In een aantal steden zijn er ganse wijken waar bijna geen enkele stemgerechtigde woont. Hoeft het dan te verbazen dat allerhande problemen zoals verkrotting, verloederde straten en de onveiligheid die er soms heerst niet altijd aangepakt worden?
moet kunnen stemmen op wie hij wil. Ook op zichzelf. Migranten moeten zich dus ook verkiesbaar kunnen stellen. Dat laatste kan op bepaalde niveaus echter wel enige complicaties met zich meebrengen. Vertegenwoordigers op internationaal niveau zouden zo een andere nationaliteit kunnen hebben dan die van het land dat ze vertegenwoordigen. Op zich is dat niet erg. Het is immers niet de nationaliteit die er voor zorgt dat iemand zijn land kan vertegenwoordigen, maar het feit dat die persoon rechtstreeks of onrechtstreeks door de bevolking van zijn land verkozen werd om die taak uit te oefenen. Tegenover landen die de logica hierachter niet volgen zou dat het gewicht van de vertegenMigranten zouden meer betrokken worden in het woordiging echter wel kunnen verminderen. Naast de maatschappelijk debat. Ze zouden ook beter begrijpen toelating aan migranten om zich verkiesbaar te stelwat de oorspronkelijke inwoners denken en willen. Want len, houdt dat ook in dat in de verkiesbaarheidsvoordat is net democratie: door het debat een probleem waarden voor federale en deelstaatparlementen de vanuit verschillende perspectieven bekijken en tot een leeftijd van 21 jaar in de stemgerechtigde leeftijd moet goede oplossing komen. Nu moeten migranten zich daar veranderd worden. Dit uiteraard ook voor Belgen. niets van aantrekken, ze kunnen toch geen keuze maken. Het stemrecht voor migranten moet uiteraard niet verWas het migrantenstemrecht vroeger reeds ingevo- leend worden aan de eerste de beste die voor korte erd, hadden de gewone partijen misschien al meer duur in ons land terechtkomt. Het moet enkel toegekrekening gehouden met de verzuchtingen van de end worden aan zij die bestendig in onze gemeenschap migranten. De migranten hadden zich misschien al verblijven. Wie hier op reis is, of hier slechts een korte meer ge誰dentificeerd met die gewone partijen en periode vertoeft, moet slechts tijdelijk voldoen aan de misschien had een fenomeen als de AEL van Dyab plichten van ons land en kan dan ook moeilijk het recht Abou Jahjah dan zoveel aandacht (en aanhang, opeisen om mee te beslissen wat die blijvende plichthoewel die waarschijnlijk toch niet al te groot is) niet en dan precies zijn. Daarom moet naast het belastinggekregen. Dat zou zowel voor de migranten, als voor plichtig zijn ook voldaan worden aan de eis hier volde strijd tegen extreem-rechts beter geweest zijn. doende lang te verblijven. Het lijkt logisch om de duur Het spreekt voor zich dat het stemrecht voor mi- van een legislatuur voorop te stellen als minimumvergranten een recht moet zijn, geen plicht. Enkel zo blijfsduur om van het stemrecht te mogen genieten. zorgt men er voor dat als migranten gaan stemmen, In deze discussie wordt het tijd dat de liberalen eindelizij dat doen omdat zij willen deelnemen aan onze jk eens voor hun mening uitkomen en het migrantendemocratie en een bewuste keuze maken. Als zij dan stemrecht in hun programma opnemen. Een partide moeite doen om naar het stembureau te trekken, jprogramma moet uitgaan van de kracht van de eigen geldt dat als een voldoende voorwaarde om te mogen ideologie en moet geen weerspiegeling zijn van een stemmen. Hetzelfde geldt uiteraard voor diegenen marktonderzoek bij de kiezers. Liberalen moeten om die de Belgische nationaliteit hebben en dus moet hun programma te bepalen zich niet wegsteken achter ook voor hen de opkomstplicht afgeschaft worden. wat de meerderheid van de bevolking zou willen. Liberalen moeten opkomen voor het migrantenstemrecht en Als het hier over stemrecht gaat, gaat het zow- aan de bevolking uitleggen waarom. Liberalen dienen, el over actief als passief stemrecht. Het gaat hun eigen principes respecterend, voor het migrantenniet op mensen wel te laten stemmen, maar stemrecht te pleiten en zich niet, ingegeven door eleczich niet verkiesbaar te laten stellen. Wie mag stemmen, torale overwegingen, in allerlei bochten te wringen. 65
2003-2004 2e editie 2000-2009
Philippe De Backer Ex-politiek secretaris LVSV Gent
2000-2009
BaMa: een gemiste kans! Philippe De Backer Wanneer er in het universiteitsleven van de student veranderingen plaatsvinden, heeft het LVSV hier uiteraard ook een mening over. Toen de nieuwe BaMa-regeling werd doorgevoerd zat Philippe De Backer, bestuurslid van LVSV Gent, in de Raad van Bestuur van de UGent, hij gaf bijgevolg in de Neo zijn liberale visie van de zaken. Meer dan tien jaar later schrijft hij ook de persoonlijke noot voor de lustrumeditie. Van gemiste kans naar opportuniteit. Toen ik in 2004 de tekst ‘BAMA - Een gemiste kans’ schreef was ik een van de vier studenten in de raad van bestuur van de UGent en een actief lid van het LVSV. De tekst is een neerslag van een speech die ik In 2004 uitsprak bij de opening van het academiejaar. De Universiteit Gent zat in het midden van de grootste onderwijshervorming van de laatste 50 jaar. Vanop de eerste rij kon ik als studentenvertegenwoordiger meemaken hoe de bachelor-master structuur werd ingevoerd in België. Het was mijn eerste kennismaking met de impact van Europese beslissingen op ons dagelijks leven. De BAMA hervorming leidde tot het herschikken van opleidingen en het opnieuw opdelen van de oude kandidaturen en licenties. Een uitgelezen gelegenheid om ook de curricula van de verschillende opleidingen op te frissen en te focussen op de toekomst. De oprichting van associaties, samenwerkingsverbanden tussen hogescholen en universiteiten, was een logisch gevolg van het verdwijnen van onderwijsschotten. In Vlaanderen gebeurde dit echter volgens de klassieke levensbeschouwelijke breuklijnen, en tegen elke logica in niet volgens regionale samenwerking. Tegelijk werd ook de studentenvertegenwoordiging aangepakt. Het Leuvens model - met een studentenraad die mensen aanduidde in de Raad van Bestuur van de universiteit - had daarbij de overhand in het eerste voorstel van de minister, de liberale Marleen Vanderpoorten. Het Gentse model - met rechtstreekse verkiezingen van studentenvertegenwoordigers - werd eerst niet weerhouden. Dat konden we natuurlijk niet laten gebeuren. De tekst blijft ook na al die jaren overeind. Een pleidooi voor excellentie in het onderwijs - zeker het hoger onderwijs - blijft nodig. Onze universiteiten zakken elk jaar verder weg in de rankings, enkele uitzonderingen te na gesproken. De samenwerking tussen de beste proffen en onderzoekers binnen de structuren van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie en IMEC werpt wel zijn vruchten af. Deze instellingen staan voor kwaliteit en kunnen daarmee ook toponderzoekers en bedrijven van over heel de wereld aantrekken. Maar ze staan ook dicht bij de markt en slagen er dus ook sneller in nieuwe ontdekkingen te vertalen naar hun studenten. De BAMA hervorming heeft dit streven naar excellentie niet doorgetrokken. Europa blijft achterop hinken 66
als het aankomt op de top van de Amerikaanse en ondertussen ook Aziatische universiteiten. De Ugent heeft dit ingezien en is aan een inhaalbeweging bezig. De link met Korea is daar een goed voorbeeld van. Het toont ook aan dat zelfs in onderwijs de globalisering onverminderd verder gaat. In mijn speech had ik ook aandacht voor Erasmus, met een pleidooi dat elke student op Erasmus zou moeten gaan. Dit is nog geen werkelijkheid geworden, maar Erasmus zit wel in de lift. Bijna 300.000 studenten nemen ondertussen jaarlijks deel. Het programma werd ook uitgebreid naar stages, leerkrachten en professoren en ondernemers. Vanuit het parlement ondersteunde ik ook amendementen om de funding voor Erasmus op te drijven. Het is belangrijk dat jongeren echt de meerwaarde van een tijd aan een andere universiteit studeren leren kennen. LVSV Het LVSV ging door een zeer actieve periode in 2004. Met Mathias De Clercq als voorzitter en blauwe broeders Jules van Rie en Wim Aerts organiseerden we debatten en gespreksavonden. We schreven ook een manifest, pleidooi voor consequent liberalisme. Vandaag nog altijd brandend actueel en een goeie leidraad voor een nieuwe regeringsvorming in 2019. Ik was ook de enige met een auto en was dan ook altijd chauffeur van dienst om LVSV afdelingen in andere steden te bezoeken. Tijdens onze studententijd waren onze dagen (en avonden) dus al rijkelijk gevuld met politiek. Het LVSV schept vriendschapsbanden voor het leven. Vele LVSV’ers zoeken elkaar nog op. En het is altijd een schitterend weerzien. Het LVSV legt ook de basis van je politieke denken. De debatten en boeken die je leest geven je een politiek kader dat je nooit meer kwijt geraakt. En dat enorm van pas komt als kompas als je in de actieve politiek terecht komt. Consequent liberaal handelen en denken is cruciaal als je in de politiek overeind wil blijven. Daarbovenop kwam voor mij dus mijn engagement in de raad van bestuur. Onder het rectorschap van Prof. De Leenheer mocht ik als student de universiteit mee besturen. Benoemingen van professoren, heikele bouwdossiers en heroïsche gevechten over de begroting en de indexering van de prijzen in de studentenresto’s passeerden de revue. Altijd met een liberale insteek probeerden we de besluitvorming aan de universiteit te beïnvloeden. We kregen een eigen studentenhuis ‘De Therminal´ en deelden pamfletten uit tegen de staking van personeel van de resto’s. Dit engagement bracht me ook mijn eerste bestuurservaring. Compromissen maken, dossiers doen kantelen of bewegen en mensen in de raad overtuigen van het gelijk van de studenten. Europa In tegenstelling tot anderen was ik niet voorbestemd voor de politiek. Ik studeerde biotechnologie en zocht mijn carrière in de private sector. Een durfkapitaalfonds in Luxemburg was mijn leerschool van de vrije markt in de praktijk. Risico nemen, lukken en mislukken, markten openen en innovatie tot bij de patiënt brengen. Het opende mijn ogen voor de praktische kant van onze theoretische traktaten. De bureaucratie, de versnippering van bevoegdheden, de overbelasting, de starheid van ons systeem. De wereld van de gezondheidszorg en de biotechnologie is sneller in beweging dan ooit. Maar onze overheden blijven blind en onaangepast aan deze trend. We blijven vastzitten aan een oude economie, een starre arbeidsmarkt en een sociaal systeem dat een grote rem zet op vooruitgang. Mijn tijd in de privé sector bracht me ook de passie bij om toch een aantal zaken te veranderen. Toen ik in 2011 de kans kreeg om naar het Europees parlement te gaan, heb ik niet getwijfeld. Ook bij het LVSV was Europa een van de grote debatten. Verbreding of verdieping? Dat was toen de vraag. Steevast kwamen we uit op een verd67
ieping van de Unie. Om de focus te leggen op haar kerntaken en een duidelijke strategie voor verdere integratie te hebben. Anno 2016 is ook dit nog actueel. De gevolgen van de financiële crisis, debatten over sociale dumping en de Brexit hebben ons gelijk als studenten alleen maar bevestigd. Europa zal dieper moeten integreren rond haar kerntaken. Toch is het nodig om het meest unieke politieke project uit de 20ste eeuw te blijven verdedigen, maar ook de 21ste eeuw binnen te brengen. De barrières op de interne markt moeten weg. Energie en digitale markt moeten verder integeren, maar moeten vooral een markt worden zonder subsidies of overheidsinmenging. Waar creativiteit, connectiviteit en investeringen elkaar vinden. De BAMA hervorming was een van de eerste Europese veranderingen die mensen echt zagen. Maar de eenmaking was een chapeau boven nationale systemen, zoals wel vaker in Europese beslissingen. Maar honderduizend studenten maakten er gebruik van. Hopelijk draagt dit bij tot een generatie die het belang van Europa ziet en die bereid is verder te vechten voor dit wonderlijke project. De Bolognaverklaring, die de eenmaking van de Europese onderwijs- en onderzoeksruimte beoogt, heeft de laatste maanden concreet vorm gekregen. Onze universiteit heeft bij deze concretisering reeds goed werk geleverd en soms zelfs een voortrekkersrol gespeeld. De vorming van een pluralistische associatie is daar een bewijs van. Toch worden zowel binnen onze universiteit als binnen het Vlaamse onderwijslandschap een aantal kansen niet benut. Meer bepaald op het vlak van onderwijs, internationalisering en studentenparticipatie.
studenten een voortrekkersrol te laten vervullen. Het is onmogelijk om elke universiteit of hogeschool een breed scala van afstudeermogelijkheden te laten aanbieden. Dit staat een efficiënt gebruik van middelen in de weg. De toegang tot onderwijs moet zo breed mogelijk gelaten worden, dit om zoveel mogelijk mensen een gelijke kans te geven op degelijk onderwijs. Dit neemt niet weg dat de universiteit ook een selectie is van die krachten die intellectueel over meer capaciteiten beschikken. Dit zou tegelijk de enige selectie moeten zijn die een universiteit doorvoert. Hoogstaand onIn de eerste plaats vereist Bologna een hervorming van derwijs kan alleen gevoed worden door hoogstaand de onderwijsprogramma’s. Met de invoering van de onderzoek. Meer en meer (top)onderzoekers zoekbachelor’s en de masters moest ook een fundamenteel en hun heil in het buitenland en laten het Europees herdenken van de onderwijstrajecten plaatsvinden. Te onderzoek achter zich. Zij genieten in Amerika en Japan veel wordt er echter gedacht aan het veiligstellen van de betere voorwaarden en omstandigheden. Het wordt eigen middelen en fundamenteel vernieuwen is volgens dringend tijd dat Europa en Vlaanderen bijbenen. professoren al helemaal niet aan de orde. Het behoud- Een inspanning van 3% van het BBP dat naar onderen van de vele verschillende afstudeerrichtingen is hier zoek gaat is een eerste stap maar mag geen eindpunt tekenend. Men stelt zich tevreden met de status quo. zijn. Als men steeds spreekt over de kennismaatschappij van morgen moet deze vandaag gevoed worden Ook op het niveu van de VLIR heeft men nagelat- met voldoende financiële en logistieke middelen. en een rationalisering door te voeren. Men heeft nagelaten over te gaan tot het oprichten van ken- Bij gans deze onderwijshervorming staniscentra die onze kenniseconomie in de toekomst at dus zeker niet altijd de student, de toekunnen voeden. Elke universiteit had moeten ter- komst of de kwaliteit van het onderwijs voorop. ugvallen op specifieke onderwijs- en onderzoeksprogramma’s, verschillend voor elke instelling, en in deze De universiteit, en bij uitbreiding de associatie, moet gebieden een toppositie op wereldniveau moeten flecibele onderwijstrajecten durven aanbieden en beogen. Op deze manier is het mogelijk om topstu- daarbij gebruik maken van de nieuwste technolodenten op te leiden en ook een volgende generatie gieën. Hier is met de Elektronische Leeromgeving 68
een eerste aanzet gegeven. Dit project moet zeker verder uitgebouwd en ondersteund worden. De universiteit moet ook kunnen en durven inspelen op de laatste innovaties die plaatsvinden binnen de associatie, de industrie en de maatschappij. Het hoger onderwijs in Vlaanderen is dikwijls te star georganiseerd, wat het incorporeren van nieuwe ideeën vanuit het onderwijs in het onderzoek moeilijk maakt. Dit levert ons dikwijls een handicap op ten opzichte van het buitenland. Het adiagum “survival of the fittest”, toegepast op de associaties, betekent immers niet het overleven van de grootste, maar overleven van diegene die het best aangepast en voorbereid is op de toekomst.
laten halen uit een buitenlandse ervaring. De ganse Santander Groep dreigt echter deze boot te missen. Want naast samenwerking brengt een eengemaakte onderwijsruimte ook concurrentie met zich mee. Competitie kan gezond zijn, zolang ze zich beperkt tot de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Om eerlijke concurrentie mogelijk te maken op dit vlak, moeten alle instellingen, ten minste binnen hetzelfde taalgebied, kunnen strijden met gelijke wapens. Het is hier dat de overheid zijn kerntaak in het aanbieden van democratisch, kwaliteitsvol en pluralistisch onderzoek te vervullen heeft.
Een gelijke financiering van alle Vlaamse universiteiten is dus een must en een aloude eis van zowel de stuBologna brengt ook een grotere samenwerking tus- denten als het bestuur van onze instelling. Enkel dan sen Europese universiteiten met zich mee, wat vanzelf is een objectieve vergelijking mogelijk. En enkel dan leidt tot een grotere studentenmobiliteit. Het voor- zullen er ook in de toekomst in Gent studenten blijven stel om studenten gedurende minstens 1 semester afstuderen met een degelijk diploma. Enkel dan kan de naar het buitenland te sturen, juichen wij toe. Maar universiteit het levenslang leren aantrekkelijk houden. heeft men wel voldoende nagedacht over de conse- De Vlaamse Overheid mag hier niet langer de kop in quenties? Moeten studenten, die niet over de mid- het zand steken en moet met duidelijke antwoorden delen beschikken om mee te stappen, onder de kerk- komen. Het verschil in basisfinanciering tussen Leuven toren blijven studeren? Het verhogen en meedragen en Gent is niet langer te verantwoorden en stelt de Genvan studiefinanciering over de grenzen heen is hier tse studenten systematisch achteruit. Het zorgt ervoor slechts een eerste stap op weg naar een oplossing. dat de investeringen in onderwijs en infrastructuur ver achter blijven ten opzichte van andere universiteiten. Een recente studie toont aan dat de vereisten om een studiebeurs te bekomen te streng zijn en Daarnaast moet de universiteit, en in het bijzonder de beurs die men verkrijgt veel te laag. Dit maakt wijzelf, de studenten, waken over verdere democradat er nog steeds een socio-economische drem- tisering van ons hoger onderwijs. Wij willen er dan pel is tot het universitaire onderwijs. Een funda- ook voor pleiten om alle institutionele obstakels, die menteel herdenken van het beurzensysteem dringt op dit moment nog aanwezig zijn in de toegang tot zich dus op. Een analogie met de ideeën van Vivant, hoger onderwijs, weg te werken. Toelatingsexamens, met een studieloon, biedt zich hier misschien aan. op welk niveau ook, moeten weggewerkt worden, zeker in de nieuwe BAMA structuren. Nooit kunnen Het verplicht naar het buitenland sturen van stu- teveel studenten naar de universiteit komen. Hoe grotdenten is ook alleen mogelijk als de universiteit er het recruteringsveld, hoe groter de kans op openmeer inspanningen doet om samenwerkingsver- baring van de beste en zelfs uitzonderlijke krachten. banden op te zetten met buitenlandse instellingen Het zou ongeoorloofd zijn in het kader van de BAMA van verhoogde kwaliteit. Samenwerking kan alleen de weg naar de universiteit niet volledig open te makworden afgedwongen als de eigen instelling ook on- en. Er moet een oplossing gevonden worden voor de derwijs en onderzoek van het hoogste niveau aan- contigentering van de artsen en specialisten. Het kan biedt. Het vereist doorgedreven uitwisselingspro- niet zo zijn dat een (verkeerd) beleid en een grotere gramma’s, die niet beperkt blijven tot Europa, en staatsinmenging in een vrij beroep moet leiden tot gepaste begeleiding om studenten het maximale te een afsluiten van een bepaald studiegebied. Alle 69
studies tonen aan dat er in de nabije toekomst een tekort aan artsen zal zijn. Men vervalt in Nederlandse situaties als men het huidig gevoerde beleid niet bijstelt. Het systeem van een planeconomie werkt nu eenmaal niet. Laat iedere student zijn studierichting kiezen, zonder belemmering. Het spel van de vrije markt zal de rest wel oplossen. Ook hier moet de VLIR zijn verantwoordelijkheid nemen en de protectionistische maatregelen die gestuurd wordt vanuit een bepaalde kleine groep artsen terugschroeven.
verschuldigd zijn.
Alhoewel het voorliggend decreet (misschien) een verbetering is voor studenten aan vele instellingen (met name deze met katholieke inslag) betekent dit, volgens mij, een achteruitgang voor de studenten aan de Universiteit Gent. Immers, bij elke belangrijke beslissing zit op dit moment een studentenvertegenwoordiger aan tafel. Ik wil dan ook pleiten voor een amendering van het voorliggend decreet zodat de studentenparticipatie aan de Gentse universiteit, zoals Herbij wil ik ook, en vooral, de studentenpartic- op heden gekend, kan blijven bestaan. De studenipatie en meer in het bijzonder het participatie- teninspraak is aan geen enkele instelling zo groot als decreet aanhalen. In Gent kennen wij een jaren- in Gent, en dit zonder de aanwezigheid van een stulange traditie van studenteninspraak op de meest dentenraad zoals beschreven in het decreet (de vastdemocratische manier namelijk rechtstreeks stelling in het veld is trouwens dat men terugkomt verkozen studenten in de hoogste bestuursorganen. van raden en teruggrijpt naar rechtstreekse verkiezingen, kijk bv. naar de samenstelling van jeugdraden). Gent heeft ook op dit vlak een voortrekkersrol gespeeld en studenteninspraak van in het begin au se- De aanduiding van studenten in bestuursorganen rieux genomen. Andere instellingen hebben Gent door de studentenraad brengt volgens mij aan de Unihierin nooit gevolgd. De speciale positie van de Gen- versiteit Gent alleen verwarring, problemen en een tse studenten wordt echter op schandelijke wijze verminderde inspraak van studenten met zich mee. miskend door het participatiedecreet. De oprichting van een studentenraad, zoals beschreven in het de- Ten eerste wordt een vorm van getrapte democratie creet, betekent voor Gent een stap achteruit en een ingevoerd, waar nu een systeem van rechtstreekse capitulatie aan andere conservatieve instellingen. democratie aanwezig is. Men maakt dus een tussenniveau in de aanduiding van studentenvertegenMet het voorliggend participatiedecreet komt woordigers, alsook in de communicatie naar de brehier verandering in. Als uitgaanspunt van dit de- de studentengemeenschap toe. Mijn inziens is het creet wordt een studentenraad vooropgesteld. logisch dat iemand die door de ganse studentengeDeze raad wordt verkozen, ofwel door de ganse stu- meenschap als vertegenwoordiger naar voor wordt dentengemeenschap, ofwel aangeduid via de ver- geschoven verantwoording is verschuldigd tegenover schillende faculteiten en departementen. Deze zijn kiespubliek en niet tegenover een kiespubstudentenraad krijgt een aantal bevoegdheden (ad- liek bijgemaakt, artificieel orgaan. Dit zou trouwens viesbevoegdheid, beraadslagingsbevoegdheid, en tot schizofrene situaties aanleiding kunnen geven. een raadpleegbevoegdheid) als in de bestuursorganen geen 10% van de leden bestaat uit studenten. De studentenvertegenwoordiger zal ook de standAls er wel studenten zetelen in bestuursorganen, dan punten waarme hij verkozen is geraakt moetworden deze afgevaardigd door de studentenraad. en aanpassen aan de wil van de studentenraad. De individuele inbreng en de diversiteit van Voor de universiteit Gent betekent dit dus dat stu- de studentengemeenschap gaat dus verloren. denten in de Raad van Bestuur niet langer rechtstreeks verkozen worden door de ganse stu- Ten tweede leidt een studentenraad tot coalitievormdentengemeenschap, maar aangeduid door de ing tussen studenten bij de aanduiding van stustudentenraad, waar zij ook vertegenwoordiging aan dentenvertegenwoordigers in de bestuursorganen. 70
De wil van de kiezer kan dus manifest genegeerd worden als de studentenraad autonoom kan beslissen wie het naar bestuursorganen stuurt. Dit creëert ook enorm veel onduidelijkheid voor de kiezers want men weet niet welke verkozene waar terecht zal komen.
Mevrouw de minister,
Als studenten vinden en denken wij dat het uw taak is, als minister en als liberaal, om de parcipatieve en rechtstreekse democratie mogelijk te maken en aan te moedigen. Dit kan door het model van studentenJe maakt ook “beroeps studentenvertegenwoor- participatie, zoals gekend in Gent, als een optie in te digers” die absoluut geen affiniteit hebben met schrijven in het decreet. De door de hele studentengewat er bij studenten leeft omdat ze met de ge- meenschap rechtstreeks verkozen studentenvertegenwone student geen contact hebben. Ze lopen im- woordiger moet kunnen blijven bestaan en heeft een mers zelf steeds van de ene commissie naar de an- veel groter draagvlak dan de vertegenwoordiger die dere. Men ziet dit verschijnsel al opduiken bij VVS. door de verkozen studentenraad wordt aangeduid. Dit niet alleen voor de Universiteit Gent, maar ook in de VVS erkent geen studentenvertegenwoordigers, en- hoop dat aan andere instellingen, eindelijk, een volkel studentenraden en dit ongeacht de manier waar- waardige studenteninspraak mogelijk wordt. op deze worden samengesteld. Een overkoepelende vereniging van studenten is een noodzaak, een Geachte aanwezigen, vereniging van beroeps studentenvertegenwoordigers en niet legitieme studentenraden alles behalve! De universiteit heeft in de maatschappij een voorbeeldfunctie te vervullen. Zij moet dan ook een Het installeren van eens studentenraad is een toonbeeld zijn van democratie en transparantie. rede om het studentenpubliek niet in te lichten Inspraak van alle geledingen binnen de Universiaangezien rapportering aan een select clubje van teit, zo wordt elke dag bewezen, sluiten efficiënt studentenvertegenwoordigers volstaat en de in- en goed bestuur zeker niet uit, wel integendeel. druk gewekt wordt dat men met de basis aan het communiceren is. Men installeert dus opnieuw een Zoals u gemerkt hebt ging deze speech niet over Napotussenniveau in de communicatie met studenten. leon. Trouwens, elke Napoleon kent zijn Waterloo. Het is daarom dat de universiteit zijn voortrekkersrol, voldoHet decreet maakt ook te weinig het onder- ende ondersteund, moet durven blijven spelen, zowel scheid tussen hogescholen en universiteiten, op het vlak van onderwijs, internationalisering en niet in waar de inspraakcultuur, de tijspanne dat een stu- de laatste vraag op het vlak van studentenparticipatie. dent aan een instelling aanwezig is en de achterban fundamenteel van elkaar kunnen verschillen.
71
2010-2011 3e editie 2010-heden
Lawrence Vanhove Oud-voorzitter LVSV Gent
2000-2009
Liberalen en vakbonden Lawrence Vanhove Geen enkel thema is doorheen de geschiedenis van ons studententijdschrift zoveel aangevallen geweest als de vakbonden, van het begin tot het einde, ongeacht welke liberale stroming, de vakbonden zullen nooit onze beste vrienden zijn. In uw lustrumneo, met bijbehorende commentaar een tekst hierover van Lawrence Vanhove Beste liberale vrienden, jullie selecteerden voor de lustrumneo een tekst van mijn hand, alleszins bij deze bedankt om mijn ego te strelen: het Neo’tje is een magazine waar we oprecht trots op mogen zijn, jaar na jaar gevuld met kwalitatieve teksten. M.i. zijn er in de 85-jarige geschiedenis zeker scherpere teksten verschenen dan hetgeen ik neerpende. De keuze viel voor een opiniestuk dat ook taalkundig misschien niet het sterkste was, maar wel typerend is voor de tijdsgeest waarbinnen mijn generatie destijds opereerde. Vandaag is de overheersende opinie in het debat omtrent belangengroepen en vakbonden behoorlijk verschoven, dit in een richting die meer aansluit bij hetgeen waar wij destijds naar streefden. Destijds echter was onze visie niet evident. Een uitloper van onder meer dit opiniestuk (ik vermoed zelfs dat een tekst in die context in hetzelfde neo’tje gepubliceerd werd), was onze actie ‘België 2030’. Met deze actie wouden we de onhoudbaarheid van het huidige bestel aankaarten en de machtsstructuren blootleggen die doorbroken dienden te worden. Het was pas een jaar later, met een pleidooi van Nick Roskams dat door zo’n 12.000 generatiegenoten ondertekend werd, dat onze visie doorbrak en de weg baande voor een algemeen draagvlak voor sociale hervormingen. Valse tegenstelling Het hoofddoel destijds was om de valse dichotomie tussen arbeid en kapitaal, en dus tussen werknemers en werkgevers, te ontkrachten. Hoewel van nature uit bepaalde werkgeversstandpunten meer zullen overlappen met het liberale gedachtengoed dan de standpunten van zogenaamde werknemersvertegenwoordigers, verzetten liberalen zich steeds tegen de machtspositie van élke belangengroep in het sociaaldemocratische bestel. Natuurlijk is het goed dat werknemers zich verenigen en op die manier macht uit kunnen oefenen, maar het is de geïnstitutionaliseerde rol en de algemene bindend verklaring waar liberalen toch kritisch naar moeten kijken. Dit geldt evenzeer voor de werkgevers die vaak protectionistisch en corporatistisch tewerk gaan, en maar al te vaak angst hebben voor disruptie, in plaats van het in de armen te sluiten. Iets wat ik toen niet kon voorzien, en wat de valse dichotomie verder op de helling zet, is dat we spoedig richting p2p-economie & deeleconomie aan het evolueren zijn. De hiërarchische verhouding tussen werkgever en werknemer verdwijnt nog meer, mensen gaan tijdelijke samenwerkingsverbanden aan en delen kapitaal met 72
elkaar. Des te meer hebben we nood aan een grondige hervorming om plaats te maken voor die samenleving van te toekomst. Misschien kan een controversieel standpunt als het basisinkomen een compromis vormen tussen het huidige status-quo en de vrijheid die wij nastreven, om zo de weg te banen naar een flexibeler en innovatievere samenleving. Culturele elite Het grootste weerwerk op onze visie kregen we destijds niet van onze politieke tegenstanders, maar van een voorbeeld van privilege bij uitstek: de culturele elite. Nooit ga ik vergeten hoe toenmalig politiek secretaris Dimitri Van den Meerssche tijdens een debat in de Vooruit met een briesende Dominique Willaert te maken kreeg. Stiekem een beetje opgelucht dat ik, door een examen eerder die dag, zelf niet in het panel zat, moest Dimitri een woeste wildeman aanhoren die hem uitschold voor ‘bourgeois fils à papa’ en de zaal opriep het debat te boycotten omdat hij vond dat een liberaal niet het woord diende te krijgen. Iemand die de machtspositie van vakbonden in vraag stelde, bracht uiteindelijk ook zijn geprivilegieerde positie als artistiek leider van een gesubsidieerd theatergezelschap in gevaar. Die anekdote is voor mij het voorbeeld bij uitstek dat we onze pijlen niet moeten richten op één type belangengroep, maar tegen al diegenen die de macht van de wet en het geld van de belastingsbetaler gebruiken om hun positie te bestendigen. Gezonde argwaan Het open-ended karakter van onze ideologie maakt het niet altijd makkelijk om anderen te overtuigen, laat staan ‘zieltjes te winnen’. We hebben geen passe-partout antwoord klaarliggen, of brengen geen verhaal van een ‘Deus-ex-machina’ die ieder probleem kan oplossen en voorkomen. Mijn boodschap is, om met anderen mee te denken, we delen uiteindelijk meer met ‘links’ dan we soms zelf durven toegeven. Het klinkt misschien ironisch voor beide kanten, maar wat ons bindt is een ‘antiautoritair’ sentiment. Eigenlijk kan je concluderen dat liberalen een natuurlijke argwaan moeten hebben voor alle vormen van machtsconcentraties. Zo moeten we iedere keer nagaan of een ‘artificiële oorzaak’ aan de basis ligt van deze positie. Is er sprake van lobbywerk, zijn er bepaalde (intellectuele eigendoms)rechten in het spel, speelt het bedrijf of de organisatie onder een hoedje met de politiek of kortom: is er een oorzaak buiten de marktwerking om, waardoor deze positie bestaat? In alle gevallen dient een liberaal kritisch te zijn, en een speelveld na te streven waarbinnen geen enkele machtspositie geconsolideerd kan worden. Veel leesplezier, en blijf strijden voor het vrije woord! Op vrijdag 4 maart 2011 was het weer zover, we feit dat deze vakbond zichzelf als liberaal bestemmochten ons in geheel België weer verheugen op een pelt noch om de inhoud van het IPA te behandelen nationale stakingsactie. De busreiziger bleef (letterli- maar om een kort overzicht te geven van de liberale jk) in de kou staan, die langverwachte boekbestelling visie op vakbonden en belangengroepen ‘tout court’. via Amazon zou pas de volgende week aankomen en werkwilligen werden aan de deur opnieuw met Dwang geweld tegengehouden door lamgezopen vakbondslui. Een staking zoals een ander dus. Deze staking- Eerst en vooral is het belangrijk te benadrukken dat sactie werd georganiseerd door de socialistische en liberalen, in tegenstelling tot wat vaak beweerd en de zogenaamde liberale vakbond als reactie op het propageerd wordt door respectievelijk de ideologische (min-of-meer onverkort) uitvoeren van het Interpro- wordt door opponenten en de pseudo-liberalen, evenfessioneel akkoord (IPA) door de regering dat eerder zeer negatief staan tegenover de macht die de werkdoor de regering dat eerder door deze geversorganisaties hebben als dat we de perverse 2 vakbonden verworpen werd, Het doel van deze machtspositie van de werknemersorganisaties veroortekst is niet om in te gaan op het m.i. schandelijke delen. Het lijkt mij daarom ook beter om te spreken 73
van belangengroepen dan van vakbonden. Immers is de term ‘vakbond’, die nochtans een verzamelnaam is voor alle verenigingen die de zogenaamde collectieve belangen van bepaalde groepen behartigen, in het dagdagelijks taalgebruik synoniem geworden voor de werknemersorganisaties. Het is dus niet zo dat liberalen ‘de belangen van de werkgevers’ behartigen, en zodoende organisaties als Unizo en het VBO steunen. Het is immers zo dat ondanks het feit dat hun opinies uit eigenbelang niet zelden overeen zullen komen met liberale pleidooien voor lagere belastingen, een flexibele arbeidsmarkt en dergelijke meer, de werkgeversorganisaties vaak pleiten voor subsidiëring, protectionistische maatregelen en andere anti-liberale maatregelen. Ook is het zo dat deze organisaties mee aan tafel zitten bij het bedisselen van collectief bindende afspraken die een totale negatie betekenen van de individuele vrijheid die het liberalisme voorstaat. Dit brengt ons bij het belangrijkste probleem dat wij hebben met belangengroepen, i.e. dat ze bepaalde algemeen bindende besluiten en/of wetgeving tot stand kunnen brengen die van toepassing zijn op mensen die geen lid zijn van deze organisaties en niet akkoord gaan met de bekomen beslissing. Dit alles onder het mom van de ‘bescherming van de werknemer’. Vaak is het echter zo dat een maatregel bekomen door de vakbonden wel voordelig is voor diegenen die reeds een job hebben, maar nadelig is voor diegenen zonder job. In economische termen wordt dit de “insider-outsider theorie” genoemd. Een voorbeeld hiervan is het (verhogen van) het minimumloon. Indien men bijvoorbeeld een algemeen minimumloon invoert op 1000 euro, en iemand voorheen 950 euro verdiende, zal die effectief op korte termijn 50 euro meer verdienen (op lange termijn wordt hij waarschijnlijk ontslaan op basis van de hierna vermelde afweging die de werkgever zal maken). Een ander die geen job heeft en normaal gezien 900 euro zou kunnen verdienen zal echter hoogstwaarschijnlijk niet meer aan een job geraken, een job geraken, immers: het bedrijf maakt de afweging tussen de kosten en de baten voor het aanwerven van het nieuwe personeelslid en komt tot de conclusie dat de kost te hoog is om de aanwerving te rechtvaardigen. Het minimumloon, hoewel gestoeld op nobele intenties, heeft dus als ongewild pervers 74
effect dat het werkloosheid creëert. Dit voorbeeld kan je naar heel wat andere maatregelen doortrekken, het is immers niet meer dan normaal dat men over het algemeen makkelijker tot een akkoord zal komen (en er dus werkgelegenheid zal zijn) als 2 partijen hun voorwaarden moeten overeenkomen dan als een andere partij (de overheid/belangengroepen) haar bijkomende voorwaarden gaat stellen, immers zal ‘hetgeen overlapt’ logisch gezien altijd kleiner zijn als er met meer factoren rekening dient gehouden te worden. Een oplossing voor de onrechtvaardige situatie dat men zich zou moeten schikken naar afspraken waarmee men het niet eens is, is om te werken met een ‘derdenbeding’ of een variant op de lastgeving, dit kan bindend zijn voor leden van de vakbond en onderhevig zijn aan het akkoord van de niet-leden. Het komt er op neer dat je jezelf door lid te zijn van de vakbond akkoord verklaard met het feit dat men in jouw naam een akkoord gaat onderhandelen. Het blijft daarnaast mogelijk, indien de belangengroepen dit overeenkomen natuurlijk, dat je als niet-lid de keuze krijgt om al dan niet akkoord te gaan met de maatregel en je dus bv. het hoger loon of pakweg een betere arbeidsvoorwaarde accepteert. Het huidige systeem met de IPA’s, paritaire comités en dergelijke meer kan uit liberaal perspectief dus in principe blijven bestaan (al dringt een vernieuwing/hervorming zich op vele vlakken natuurlijk wel op) met als fundamentele verschil dat de akkoorden niet algemeen bindend mogen verklaard worden. Economische consequenties Een ander belangrijk aspect zijn de gevolgen op economisch vlak die ontstaan uit de activiteiten van de vakbonden in de huidige constellatie. Een eerste voorbeeld dat ik reeds eerder in deze behandeld heb is de desastreuse impact van (het verhogen van) de minimumlonen. Zoals ik reeds aangetoond heb veroorzaken minimumlonen werkloosheid en komen ze dus alleen een bepaalde groep werkenden ten goede, in plaats van de minstbedeelden ten goede te komen. Een fenomeen dat hier nauw mee samenhangt is de automatische loonindexering, hierop ga ik ook niet diep op ingaan aangezien Thomas Vanthournout hierover een uitgebreidde beschouwing over geeft.
Mijns inziens is het belangrijkste negatieve gevolg van deze automatische loonindexering dat ze in feite over het algemeen een vicieuze cirkel in gang zet: de koopkracht neemt wel degelijk toe op korte termijn, op lange termijn heeft ze echter geen gevolgen. Immers: de hogere loonkost wordt door de werkgevers verrekend in de prijs van hun producten, waarop de prijzen van die producten stijgen. Dit alles terwijl men zonder een automatische loonindexering bij een tijdelijke daling van de koopkracht en bijgevolg de daling van de verkopen genoodzaakt zou zijn de prijzen te verlagen om hun producten aan de man te brengen en zodoende de prijzen zouden stabiliseren. Indien er sprake zou zijn van een échte daling van de koopkracht dan gaat men toch over op loononderhandelingen, waarin de vakbonden (zie eerder deze tekst) m.i. wel degelijk een rol te spelen hebben. Door over te schakelen op deze werkwijze die in quasi geheel Europa gehanteerd wordt zorgt men ervoor dat België z’n concurrentiekracht tav de omringende landen niet verder verliest. Daarnaast kan men beter inspelen op de situatie van elk afzonderlijk bedrijf of sector. Een laatste probleem is dat belangengroepen vandaag de dag allerhande subsidies- en marktbarrières kunnen bekomen. We zien het flagrantste voorbeeld in de landbouwsubsidies bekomen door organisaties zoals de Boerenbond die zoals iedereen wel weet schrijnende gevolgen in Afrika teweeg brengen. Het verhaal is eenvoudig: doordat ‘onze’ boeren stevige subsidies krijgen is is er een gigantisch overschot aan landbouwproducten dat gedumpt wordt in Afrika. Hiermee kunnen Afrikaanse boeren onmogelijk concurreren waardoor er geen middenklasse kan ontstaan, wat nochtans primordiaal is voor het ontwikkelen van hun economie. Gelijkaardige voorbeelden in allerhande andere facetten van onze economie zijn legio. We kunnen hierbij denken aan de zogenaamde ‘notionele intrestaftrek’ die bekomen werd door gelobby van onder meer het VBO, dat eigenlijk een disciminatie is ten koste van de kmo’s ten voordele van grote ondernemingen. Liberalen zouden hierin pleiten voor een algemene belastingsverlaging (of afschaffing?) waarin iedere onderneming door de overheid gelijk behandelt zou worden. Wederom een voorbeeld dat illustreert waarom liberalen zich niet scharen achterdeter de standpunten van de werkgeversorganisaties. 75
Hoe dan wel? Waar en hoe hebben de belangengroepen (en dan vooral de vakbonden) dan wél een rol te spelen? Volgens mij kunnen we hierop kort antwoorden. Eerstens zou men, zoals ik eerder beschreef, bij loononderhandelingen een nuttige rol kunnen spelen als onderhandelaar voor hun leden en diegenen die het loonakkoord willen aanvaarden. Voor de werkgever zorgt dit voor een lagere onderhandelingskost, de werknemer heeft op zijn beurt een sterkere onderhandelingspositie dan als hij alleen onderhandelt. Deze werkwijze is dus is zowel voor de werknemer als de werkgever nuttig, ondanks het feit de monopolistische aard van deze organisaties verdwenen is. Ten tweede zou men m.i. (opnieuw) een nuttige rol kunnen spelen als coöperatieve organisaties, Marxisten vergeten vaak dat coöperatieven net alleen kunnen bestaan binnen een kapitalistische context. Het principe is simpel: iedereen die lid is van de vakbond is lid van de coöperatieve (of kan lid worden van de coöperatieve) en is als het ware ‘aandeelhouder’ van deze onderneming. Producten worden dan aangekocht en verkocht aan de leden aan de prijs die de werkingskost dekt. Deze coöperatieven zijn niet alleen goed voor de leden, ze zorgen dat er een dynamiek ontstaat op de markt om producten goedkoper aan te bieden, immers: indien de prijzen ‘te hoog’ blijven dan zullen de coöperatieven hierop inspelen en mensen lid worden van deze organisaties. Deze verenigingen zonder winstoogmerk concurreren dus met de bedrijven die wel een winstmotief hanteren en optimaliseren bijgevolg het marktproces. Een laatste rol die de vakbond m.i. moet spelen is die van actiegroep. Bij flagrante schendingen van het arbeidscontract, een/meerdere arbeidsvoorwaarde(n) en dergelijke meer heeft men vanzelfsprekend het recht om te staken, echter is het van fundamenteel belang dat de vakbond aansprakelijk kan gesteld worden indien ze dit stakingsrecht ten onrechte heeft benut. Deze beoordeling ex post is alleen mogelijk in het geval dat deze organisaties een rechtspersoonlijkheid aannemen. Pas dan kan een vakbond op een geloofwaardige manier matschappelijke problemen.