NEOHUMANISME
2e kwartaal 2017-2018 Afzendadres - Verantwoordelijke uitgever Mats Cuvelier Vogelzangdreef 3 Oostende Afgiftekantoor Stapelplein Gent 4 edities per jaar P91 11 96
INHOUD
VISIE
OPINIE
7 #MeToo 5 De strijd tegen houtpellets is slecht voor het milieu Fabienne Van Buynder Bill Wirtz
11 Betoog voor een wereldwijde instantie voor de bescherming van de natuur en het klimaat Max De Schryver 19 Dierenrechten (h) Anthony G. Desmet
24 Vrije wil Arno Couwenbergh & Michiel Vervliet 26 Wat zijn natuurrechten? (h) Lode Cossaer 30 Literatuur, natuur en liberalisme Vince Liégeois
38 De Europese landbouwpolitiek (h) Frank Vervaecke
43 “Universele” mensenrechten Wouter Goemaere
VERSLAGEN 9 LVSV kampeert (h) Jan Rolders 16 Openingsdebat LVSV Calvo vs De Croo Wouter Goemaere
VARIA
3 Voorwoord 4 Editoriaal 8 Bestuur 18 Ereleden 46 Foto’s 48 Sponsors
Het Neohumanisme is een forum voor discussie over politiek, economie, filosofie en alles wat binnen de liberale beweging gezegd moet worden. Wie een artikel wil schrijven; neem contact op met redactie@lvsvgent.be!
REDACTIE
Hoofdredacteur: Vince Liégeois Redactie: Wouter Goemaere Lay-out: Vince Liégeois Mats Cuvelier Arno Couwenbergh Michiel Vervliet Max De Schryver
2
Mats Cuvelier Voorzitter LVSV Gent
Voorwoord Mats Cuvelier Beste lezer,
de toekomst van het LVSV zullen verzekeren. Het liberalisme heeft u en hen nodig om te strijd voor een vrije De tijd waarin ochtenden op ijzel rijmen breekt op- toekomst door te zetten. De uitdagingen blijven zich nieuw aan. Vooraleer we echter gezellig de boeken in immers aandienen – de staat blijft ons bespiedden, duiken en het onstuimige studentenleven even pau- zaken verbieden en zichzelf van uw geld bedienen. zeren, blik ik graag terug op een volmaakt semester. Immers, de onmacht van het gezag om een aantal elOpnieuw mocht LVSV Gent zich de onbetwiste koning ementaire rechten te vrijwaren lokt ondertussen een van het openingsdebat kronen aan de Gentse univer- gevaarlijke tegenbeweging op straat. Herhaaldelijke siteit. Meer dan zeshonderd studenten, sommigen op rellen en vandalisme in Brussel en de lustige krakers in de trappen gezeten, aanschouwden een amicaal debat Gent geven zuurstof aan de ongure typen aan de rechtussen Alexander De Croo en Kristof Calvo. Het politiek terzijde die op steeds meer begrip kunnen rekenen van secretariaat wist ook daarna een succesvolle reeks lez- oprecht verontruste burgers. Darya Safai kwam bij ons ingen neer te zetten die vaak tot intense debatten leid- getuigen over de aanhoudende onderdrukking van de den en vele studenten voor de eerste maal naar het vrouw door religieuze en sociale druk binnen onze liberale democratie. Er is duidelijk nog genoeg werk aan LVSV wisten te lokken. de winkel. Daarnaast maakten we er werk van om LVSV Gent opnieuw beter onder de studenten te brengen. Geregeld Op de lange termijn wacht ons echter nog een grotere genoten onze bestuursleden van activiteiten bij ande- uitdaging. Deze editie van Neohumanisme is dan ook re verenigingen en werden nieuwe contacten gelegd. gewijd aan het klimaatprobleem en onderzoekt welke Ook bezochten we de zusterverenigingen aan de an- antwoorden het liberalisme kan bieden. Ik hoop dat dere universiteiten en werkten we voor de eerste maal u zich alvast opwarmen aan met deze Neo en bedank samen met European Students for Liberty, waar prose- graag mijn bestuur voor de inspanningen en fijne monior Sander Casier thans de regionale afdeling leidt. Fi- menten van de voorbije maanden. naal praten we ook met het LVV en het Willemsfonds. Het verheugt me dan ook enorm om te zien dat deze LVSV Gent wenst u nog prettige feestdagen en een sucinspanningen worden beloond, niet enkel met de cru- cesvolle examenperiode! ciale steun die we van u hebben ontvangen maar ook met de aanwerving van tien ambitieuze aspiranten die Tot volgend jaar!
3
Vince Liégeois Hoofdredacteur LVSV Gent
Editoriaal Vince Liégeois De tweede Neohumanisme van dit jaar. Dat, beste lezers, staat gelijk aan een aantal vaste gewoonten: allereerst wens ik u vrolijke feestdagen en ten tweede wens ik de studenten onder u veel succes tijdens de examens. De tragedie van het studentenleven; de feestdagen, iedereen viert feest en de student moet maar leren en stressen. Ook het LVSV verdwijnt bijgevolg een goede maand van de radar, zij het niet zonder u de nodige lectuur te geven.
het liberalisme in relatie tot natuur te schetsen. We halen ook weer een aantal oude teksten boven; twee van een recenter verleden en twee die al iets ouder zijn, om zo ook de relatie natuur-liberalisme binnen de geschiedenis van onze eigen vereniging te kunnen onderzoeken. Ook op de actualiteit spelen we in met een tekst over de #MeToo-beweging door aspirant-bestuurslid Fabienne van Buynder. Verder vindt u ook nog het verslag van het Openingsdebat door Wouter Goemaere.
Deze Neohumanisme kent ook een thema, met name “natuur en liberalisme”. Dit is een gewoonte die we sinds vorig jaar zijn begonnen, u herinnert zich misschien nog dat het thema vorig jaar “terrorisme en geweld” was. Waarom echter natuur? Een zeer goede vraag. Allereerst vond ik het zelf als hoofdredacteur belangrijk in te spelen op een thema dat relatief weinig aan bod komt in ons studententijdschrift – wat mijn zoektocht naar vroegere teksten over natuur en milieu
Een andere reden dat we voor deze Neohumanisme deze “denkoefening” uitvoeren is omdat het ons belangrijk lijkt van tijd tot tijd eens te reflecteren op onze ideologie, wat zeker nodig is. Tot mijn spijt hoorde ik zo onlangs “liberalen” klagen over de #MeToo-beweging, wat ik niet kon geloven. Voor mij is de #MeToo-beweging juist een symbool van zelfemancipiëring buiten de Staat, daar de Staat hier niets mee te maken heeft. Fabienne zegt het zeer mooi in haar tekst:
We moeten duidelijk stellen wat liberalisme is, niet alleen voor ons LVSV’ers en liberalen, maar ook voor de wereld, anders kunnen we nu al beter opgeven met het streven naar een liberale samenleving!
ook aantoonde – en ten tweede omdat – en daarin werd ik tot mijn grote vreugde sterk in gesteund door de rest van de kern – het belangrijk is de relatie tussen natuur en liberalisme te onderzoeken, zeker als het aankomt als problemen zoals CO2-vervuiling en het gat in de Ozonlaag. Ik zei het in de vorige Neo reeds: “We moeten zien dat als we de mensen met liberalisme een mooie samenleving beloven, het ook een mooie samenleving is en niet de hel op aarde bezorgen.”
jij bepaalt zelf waar je grenzen zijn en waar die overschreden worden! We moeten duidelijk stellen wat liberalisme is, niet alleen voor ons LVSV’ers en liberalen, maar ook voor de wereld, anders kunnen we nu al beter opgeven met het streven naar een liberale samenleving!
Op de voorkaft vindt u deze keer het schilderij Dejeuner sur l’herbe van Manet. Het schilderij is een typisch naturalistisch schilderij en toont de mens in de en in zijn (in dit geval haar ) natuur. Ze leek me De teksten in deze Neo spelen veelal op twee velden: zeer geschikt om als voorkaft te gebruiken, temeer enerzijds zijn er teksten die zich met het milieuprob- daar oud-nationaal voorzitter Jan-Alexander Nédéé leem bezighouden, waaronder de tekst van secretar- mij vorig jaar in een dronken bui vertelde dat hij is Max De Schryver (die ik u ten zeerste aanraad!) en meer” bloot” in de Neo wou. Wel Nédée, bij deze… gastauteur Bill Wirtz van European Students for Liberty. Anderzijds hebben we ook wat teksten die ingaan Dan rest mij enkel nog u veel leesplezier te wensen! op de menselijke natuur en de natuurtoestand van de mens, zo schreef het politiek secretariaat een tekst over vrije wil en probeerde ikzelf een geschiedenis van 4
Bill Wirtz Hoofdredacteur Speak Freely
Visie
De strijd tegen houtpellets is slecht voor het milieu Bill Wirtz
Bill Wirtz, Beleidsanalist van het Consumer Choice Center en hoofdredacteur van Speak Freely, de blog van European Students for Liberty, schrijft een tekst over het probleem van bosbeheer en industrie, waarbij hij in het bijzonder het verbruik van houtpellets en de voordelen ervan bespreekt. In hun campagne voor duurzame ontwikkeling keert een aantal NGO’s zich tegen het gebruik van houtpellets als biobrandstof. Organisaties als Biofuelwatch voeren de druk op officials van de EU op om welbewust biobrandstof uit te sluiten uit 2020 RED – Renewable Energy Directive (de EU-richtlijn voor duurzame energie). 115 groepen uit 43 verschillende landen hebben voor Biofuelwatch de petitie aan de EU getekend. Deze milieugroepen willen aandacht voor het feit dat het gebruik van biomassa in landen als de Verenigde Staten substantieel bijdraagt aan vervuiling en ontbossing.
De houtpelletsector draagt bij aan landbouw- en regionale economieën door de werkgelegenheid en de waarde die de sector creëert in de EU-28 (in 2014 waren in de EU ongeveer 500.000 mensen direct of indirect werkzaam in de bio-energiesector).
Houtpellets zijn een essentieel onderdeel van de energiemix en voorzien Europa en het Verenigd Koninkrijk van de noodzakelijke duurzame energie. Anders dan NGO’s als Biofuelwatch beweren, zijn houtpellets minder vervuilend dan fossiele brandstoffen als olie en kolen. Volgens de Biomass Suppliers List (BLS, lijst van Houtpellets worden vervaardigd van samenge- biomassaleveranciers), produceren bosgebieden op perste biomassa, meestal houtafval uit bossen, het vasteland van Europa tussen de 5 en de 15 gCO2e/ snoeiafval, boomtakken en hout van lage kwalite- MJ aan CO2-emissies. Als we die cijfers vergelijken met it dat nergens anders voor gebruikt kan worden. de gegevens van alle andere vormen van energieproductie, blijkt biomassa uit hout verreweg het beste In 2015 was het houtpelletverbruik in de EU-28 alternatief, want bij fossiele brandstoffen zien we 61 opgelopen tot 20,3 miljoen ton, 6% van het to- gCO2e/MJ voor gas en 124 gCO2e/MJ voor kolen. tale vaste-biomassaverbruik in Europa. De EU produceerde 14,1 miljoen ton pellets, 70% van de Milieu-activisten hebben in hun strijd tegen houtpellets vraag. De overige pellets voor EU-verbruik komen nog een tweede mythe de wereld in geholpen, namelijk vooral uit de Verenigde Staten (meer dan 26% van dat de ontbossing toeneemt. En weer is die vrees ongede vraag). (European Biomass Association, 2015) grond. Landeigenaren en producenten slaan de handen ineen om houtkap duurzaam te maken. In het zuidoost5
Houtpellets zijn bondgenoten in de strijd tegen de vervuiling en met behulp van die pellets kan Europa in de wereldwijde strijd tegen de klimaatverandering voldoen aan haar verplichting om de CO2-uitstoot te verlagen. en van de VS is herbebossing een natuurlijk fenomeen, en veel landeigenaren herplanten ook bomen.
‘De houtpelletindustrie biedt een duurzame bron voor CO2-arme energie en dat is zowel voor Amerikanen als voor Europeanen van groot belang. Maar voor de 1 milDe producenten van industriële houtpellets maken joen werknemers in de bosbouwindustrie in het zuiden voor de productie van hun pellets gebruik van bos- van de VS betekent deze industrie nog veel meer.’ bouwafval of hout van lage kwaliteit. De bossen in kwestie worden nooit alleen maar gekapt als grond- Houtpellets zijn bondgenoten in de strijd tegen de stof voor industriële houtpellets. De productie van vervuiling en met behulp van die pellets kan Europa houtpellets is een nevenindustrie die werkt met bos- in de wereldwijde strijd tegen de klimaatverandering bouwmaterialen waar verder vaak geen markt meer voldoen aan haar verplichting om de CO2-uitstoot te voor is, bijvoorbeeld snoeimateriaal of houtvezels. verlagen. Niet steeds meer regelgeving in de energiemarkt, niet de keuzevrijheid van de consument verkleinIn september 2016 heeft de gouverneur van de en, maar ‘best practices’-concurrentie aanmoedigen Amerikaanse staat Arkansas een open brief geschreven aan de voorzitter van de Europese Com- URL:< https://wirtzbill.com/about/> . missie, Jean-Claude Juncker, en uitgelegd hoe belangrijk houtpellets zijn voor de EU-doelstellingen met betrekking tot duurzame energie.
6
Fabienne Van Buynder Aspirant-bestuurslid LVSV Gent
Opinie
#Metoo Fabienne Van Buynder Jawel, reeds in deze Neo een tekst van één van onze aspiranten; Fabienne van Buynder. Fabienne schrijft een kort opiniestuk over de #MeToo-beweging; het belang, de impact van social media en de vragen die zij zichzelf daarover stelt. De kracht van sociale media is dat informatie zich razendsnel verspreidt en dat eenieder voor zichzelf kan beslissen wat hij of zij met die informatie doet. Dat effect is overduidelijk gebleken toen actrice Alyssa Milano een tweet de wereld instuurde waarbij ze vrouwen vroeg de hashtag #metoo te gebruiken als ze reeds in contact waren gekomen met seksueel misbruik of seksuele intimidatie. In een mum van tijd werden persoonlijke ervaringen massaal gedeeld op sociale media.
altijd een kwestie van gezond verstand, intuïtie, buikgevoel: Iets wat blijkbaar ofwel minimaal aanwezig is, ofwel maximaal genegeerd wordt.
Seksuele intimidatie en seksueel misbruik zijn beiden zulke principes. Toch is er volgens mij nog een zekere nuance noodzakelijk tussen beiden. Ondanks dat ik ervan overtuigd ben dat je niet voor een ander kan beslissen waarbij hij of zij zich oké bij voelt, stel ik me de vraag of men soms niet overdrijft. Waar ligt de grens De gigantische respons wijst op de omvang van het tussen een seksueel getint mopje, seksuele intimidatie probleem. Seksueel misbruik wordt tot op de dag van en seksueel misbruik? Zelf kom ik als jonge vrouw heus vandaag te weinig aux sérieux genomen. Daardoor wel eens in aanraking met onaangename ervaringen, wordt er veel getolereerd en wordt de schuld soms bij maar om dan effectief te stellen dat ook ik reeds slachtoffer ben geweest van seksuele intimidatie of dergelihet slachtoffer zelf gelegd. jke… Ik weet het niet. Again, het blijft een subjectieve Laat wel één ding duidelijk zijn: seksueel misbruik is kwestie. Maar ik weiger te geloven dat in elk gedeeld een subjectief gegeven. Wat voor de één een onbenul- verhaal enkel waarheid schuilt. Als het wél zo is, ligheid is, kan voor de ander een traumatische ervar- vraag ik me af ik wat voor een maatschappij wij leven. ing zijn. Het is niet aan een ander om te beslissen wat seksueel misbruik voor iemand inhoudt. Met andere woorden: Het is niet aan een ander om te beslissen waar iemand zich al dan niet oké bij voelt. Het al dan niet weten hoe ver je kan gaan is naar mijn mening nog 7
Bestuur LVSV Gent 2017-2018
8
Voorzitter Mats Cuvelier
Politiek Secretaris Arno Couwenbergh
Politiek Secretaris Michiel Vervliet
Hoofdredacteur Vince LiĂŠgeois
Penningmeester Joachim Vlaemminck
Secretaris Max De Schryver
Webmaster Louis Vanhoeck
PR Aissa Wambeke
Activiteiten Bas De Haes
Sponsoring Mathijs Casier
Sponsoring Paulien Van Audenaerde
Bestuurslid Rein De Vries
Bestuurslid Wouter Goemaere
Bestuurslid RĂŠmi De Cock
Jan Rolders Oud-bestuurslid LVSV Gent 1946
Verslag
LVSV kampeert Jan Rolders De eerste tekst die we herpubliceren is er één van Jan Rolders uit 1946. Hij brengt hier een verslag uit van het kampeerweekend van LVSV Gent (aka het bestuursweekend van indertijd) en schrijft op een geweldig vlotte en amusante manier over de band met de natuur en de ervaringen van de LVSV’ers daar. ONZE lezers zullen zich waarschijnlijk nog herinneren hoe in het laatste nummer van Neohumanisme , een jong enthousiast in een gloedvol artikel, dat practisch de geheele plaatsruimte van dat nummer opeiste, een geestdriftig, historisch relaas ten beste gaf van de deugden en de geneugten der jaarlijkse liberale kampeerdagen. Als bezadigde menschen hebben wij natuurlijk eerst onze vinger In de wonde willen leggen, in casu zijn wij in Augustus naar Hamoir s/Ourthe getrokken, waar dit jaar het Vle Liberale Jeugdkamp was opgericht, grootsche avonturen tegemoet. Weet niet of je ooit de Ourthe bezocht hebt. Dat is een snelvlietende rivier die haren grilligen loop slingert tusschen groene welden en steile bergrotsen. (Cf. Atlas van België) Op een dier hoogten, midden een prachtige natuur gelegen, bood ons kamp reeds van ver een schitterende aanblik: een echt indianendorp, een 100 tenten in prachtige orde gerangschikt rond het kampvuur. Boven deze kolonie wapperde fier een machtige, blauwe vlag, die ver in de ronde aan iedereen vertelde dat hier op dit plekje Waalschen grond, 500 jonge, VRIJE menschen kameraadschappelijk samenleefden. Acht dagen lang, en wat vielen ze kort, hebben wij, een groepje LVSV’ers daar ons best gedaan de eer van de Gentsche studentenschap hoog te houden. Gedurende 8 dagen hebben wij hier, onbekommerd, ver van alle boeken, los van
elke examensleur, geleefd tussen menschen met eenzelfde ideaal als het onze, die wij begrepen en die ons verstonden. Hier hebben wij enkele oude vrienden teruggevonden en er vele nieuwe gemaakt. Hier zijn we een hart onder de riem gestoken, hier hebben wij plots een nieuw en onbeperkt vertrouwen in de toekomst voelen in ons komen, omdat wij, na-oorlogse jongeren, die van de liberale partij niet veel meer meegemaakt hadden dan een smadelijke verkiezingsnederlaag, hier eindelijk gezien en beleefd hebben waar wij ondanks alles nooit aan getwijfeld hadden: dat een liberale vergadering niet per definitie een verzameling oude menschen, mijmerend over een glorierijk maar uitstervend verleden of droge zakenmannen beteekent, dat de liberale leer niet een oude, afgedane, uitsluitend 19e-eeuwse mislukking is, dat er wel degelijk een frissche en krachtige jeugd in België bestaat die liberaal is omdat ze nu eenmaal niet anders kan, die liberaal is omdat ze er heilig van bewust is dat de individueele persoonlijkheid werkelijk een scheppende waarde is die onmogelijk kan uitgeschakeld worden zonder aan het leven zelf zijn eigenlijke essentie te onttrekken. In de kalmte van die zomeravonden, Limburgers, Vlamingen, Walen en Brusselaars tusschen mekaar geschaard rond een fascinerend kampvuur, gewiegd door de tokkelende tonen der banjo’s hebben wij diep In ons en voor altijd duidelijk beseft de betekenis van solidariteit en vrijheid, wat het beduidt. een persoonlijkheid te zijn In een sociaal leven. En met een gevoel van zelfvoldane 9
fierheid hebben we eens opgeblikt naar onze eigen vlag die in deze paar jaren reeds zoveel meegemaakt heeft, gedoopt als zij is in het bier der toonzittingen en waaraan we nu blij zijn nooit getwijfeld te hebben. De reusachtige tent van het LVSV die, kwestie volume, schijnbaar voor een 15 man berekend is doch waar zelden drie menschen tegelijkertijd in geweest zijn, is tevens een staaltje van comfort-architectuur : twee ingangen die iedereen moeten voldoening schenken: één voor de geheelonthouders waarboven statig de woorden “nuchter blijven” prijken, de andere met als devies “No water” voor de onkreukbaren. Daarnaast een miniatuur- éénpersoonstent, waarvoor Roza rond het middaguur erg blankesquaw-achtlg doet, terwijl Firmin een fanatieke jacht naar op zoetigheid verlekkerde wespen doorvoert. Een markante figuur, zoo kwantitatief als kwalitatief, uit onze kleine kolonie was naar aller opinie de Pulle met zijn “groote mulle”. Zijn log lijf besloeg practisch de helft der plaatsruimte in onze tent en de toestand werd gewoon onhoudbaar wanneer hij plots midden in den nacht luidop begon te droomen over zijn examen en daarbij over niets anders sprak dan anatomie. Een vak waarvoor hij een speciale voorliefde schijnt te hebben.
in Hamoir te komen verbroederen. Edgar Nordlohne, John Kasteel en Fred Coster zijn terug naar Holland vertrokken als groote vrienden van het LVSV en vast besloten het niet bij dit eerste contact te laten. Spijtig dat de tijd daer zo vreeselijk snel voorbijging, want telkens opnieuw, in gezelschap van deze nieuwe vrienden ontdekten we andere nieuwe problemen die we met hen breedvoerig hadden willen bespreken. De ongelukkige nogal frekwente regenbuien hebben we tenslotte toch weten benutten om, tusschen en frissche zwempartij in het koude Ourthewater, een lange wandeling door de Ardennenwouden of een afmattende danspartij, bepaalde kwesties te beschouwen in het licht der verschillende mentaliteit van twee buurstaten, om plannen te maken voor een uitgebreider internationaal contact in de toekomst tusschen jonge Liberalen uit alle landen.
Ja, dat waren nog eens knullen, die Hollanders. Wat die mannen zooal konden verzetten per maaltijd: 2 dozen “stewed-meat” per man (ik kan het woord zelf nog niet meer zien), daarbij een gesoigneerd biefstukje vaan heel blad vleesschzegels, om dan nog “effe te eindigen met een blikkie leverpastij”. Dat is geen maag meer dat die mensen hebben! 3 sympathieke kwasten, maar bier drinken moeten ze nog leeren. Ben echt tevreden dat wij hun uitdaging hebben Een die we maar zelden in onze tent gezien hebben is aangenomen eens naar Holland te gaan zien hoe lang de Frans. François pour les dames: rond het uur der wij stand zullen houden als zij ons “oude klare” gaan maaltijden zag men hem voortdurend met zijn eet- voortzetten. Zullen die heertjes “effe” mores leeren. gerief naar de eene of andere gastvrije damestent trekken waar hij zich als een pacha liet bedienen. Voor de meesten van deze groep LVSV’ers golden deze dagen als een eerste kennismaking met een liberaal De Jean heeft zich gedurende die week als een vurig jeugdkamp. Geen enkel heeft het zich beklaagd de vercinema-enthousiast veropenbaard: elken avond plaatsing gedaan te hebben. De Liberale Jonge Wachtzonder uitzondering is hij naar de eenige bioskoopzaal en van Brugge en Luik halen alle eer van hun werk, zij van Hamoir getrokken, de film moet daar bijzonder in- zorgden voor een organisatie die onder alle oogpunten teressant geweest zijn. Onze voorzitter zoals altijd doet een volledig succes werd. In de eerste plaats houden zeer geleerd en spreekt over niets anders dan roode wij eraan den h. Goegebeur te bedanken voor de vaderen witte bloedlichaampjes en de nadeelige werking lijke zorgen die hij aan onze LVSV-kolonie gewijd heeft. van alkohol op de cellen van het centraal zenuwstelsel. Van nu af staat ons besluit vast: volgend jaar Onder de aanwezigen hadden wij eveneens het gen- doen we mee in Oost-Duinkerke en daar oegen een drietal studenten uit Rotterdam te ont- moet het LVSV de sterkste afvaardiging zijn. moeten die spontaan de uitnodiging van het LVSV hadden aanvaard, met Belgische liberale jongeren 10
Max De Schryver Secretaris LVSV Gent
Visie
Betoog voor een wereldwijde instantie voor de bescherming van de natuur en het klimaat Max De Schryver Secretaris Max De Schryver pleit voor een globale organisatie die moet instaan voor de bescherming van de natuur en het milieu. Hij weegt dit idee af aan het liberale gedachtengoed en verzoekt op pragmatisch vlak niet alleen de vele mogelijkheden, maar ook de obstakels te bespreken.
De problematiek
zal zijn van onze beslissingen zonder ons te treffen met natuurrampen en dergelijke meer. Is dit erg? Voor ons draait de wereld toch om mensen? Dit klopt uiteraard. Er is echter een probleem in deze redenering. Als mens kunnen wij namelijk niet overleven, floreren zonder een gezonde natuur, zonder een goed milieu. Dit is simpelweg een louter feitelijke vaststelling. Wij hebben als mens belang bij het bestaan van de natuur. Wij halen hier onze mogelijkheid tot leven uit. Vervolgens is het voor ons ook relevant om het belang van de natuur mee te rekenen in onze beslissingsprocessen omdat het een onderdeel is van ons eigen belang en ieder mens dient zijn eigen belang na te streven.
Het grootste probleem is dat de mensheid in het verleden bij het maken van regels (of bij het zich onthouden van het maken van regels) altijd enkel gefocust heeft op de mens. Al het overige hebben wij zeer dikwijls buiten beschouwing gelaten. We hebben de meningen van mensen behandelt zonder te luisteren naar zij die geen stem hebben. De natuur, het milieu en het klimaat hebben namelijk geen stem. Zij kunnen ons niet altijd duidelijk maken wat de impact
Nu we gesteld hebben dat de natuur een belang heeft dat onderdeel is van het belang van elke mens is de vraag natuurlijk hoe we dit belang van de natuur kunnen verdedigen. We kunnen bij het maken van wetgeving, verdragen ‌ moeilijk ‘de natuur’ uitnodigen om mee te komen zitten aan de onderhandelingstafel. Dit is gewoonweg onmogelijk. Moeten wij dan niet iemand aanstellen die de positie van de natuur komt verdedigen. Moeten wij diegene die zijn eigen belang
De vervuiling van het milieu is iets wat vandaag de dag niet meer weg te denken is uit de actualiteit. Het is een probleem dat ons allen aanbelangt en waar we eigenlijk allemaal door getroffen (zullen) worden. Het behoeft geen nadere uitleg dat het dan ook relevant is om dit probleem in ogenschouw te nemen en te analyseren wat er eventueel beter kan en waar we als individu rekening mee dienen te houden. In dit artikel vraag ik mij af waarom het individu deze problemen niet zal kunnen oplossen, wat we hieraan kunnen doen en waarom dit gerechtvaardigd en mogelijk is.
11
niet kan verdedigen niet een stem geven, zeker als dit in het voordeel is van ons allen? De instantie die de belangen van den natuur verdedigd heeft een zeer uitgebreid en sterk mandaat daar hij niet enkel het klimaat probeert te beschermen, maar tevens elke individu op deze planeet. Aldus zal het een zeer groot onderhandelingsgewicht hebben in het besluitnemingsproces.
Vooreest dienen we vast te stellen dat klimaatvervuiling een mondiaal probleem is. Dit betekent dat de gedragingen van iemand in AustraliĂŤ effect kunnen hebben op mijn levensbeleving hier in BelgiĂŤ. Dit enorme schaalprobleem zorgt ervoor dat ik onmogelijk mijn belangen kan verdedigen want dan zou ik mij continu moeten informeren over wat er op de hele wereld aan het gebeuren is en dat is gewoonweg praktisch onWaarom een dergelijke instantie? mogelijk. Ik zou geen leven meer kunnen leiden naast het vaststellen van dit soort feiten. De praktische onWaarom dienen wij een instantie te creĂŤren die onze mogelijkheid om mijn belangen die op vele plaatsen belangen zal vertegenwoordigen? Waarom kunnen wij tegelijkertijd geschonden worden te gaan verdedigen dit als individu niet gewoon zelf doen? De mens kan toch zorgen voor een eerste argument voor de creatie van zelf ook initiatief nemen en als zijn belangen geschon- een instantie die zich continu bezig zal houden met den worden dan kan hij hier toch tegen optreden. Wel het monitoren en bundelen van de gedane inbreuken. dit is zeer moeilijk en hier zijn een aantal redenen voor. Een tweede reden is dat het effect van een individu
12
We kunnen bij het maken van wetgeving, verdragen … moeilijk ‘de natuur’ uitnodigen om mee te komen zitten aan de onderhandelingstafel. Dit is gewoonweg onmogelijk.
dikwijls ook redelijk klein is als we dit gaan bekijken op wereldschaal. Als een bedrijfsleider beslist om ergens een waardevol bos te gaan kappen om daar zijn bedrijfsuitbreiding te kunnen realiseren dan is dat een schending van mijn milieubelang, maar de impact op het wereldklimaat hiervan is redelijk beperkt. Enkel de samenloop van duizenden schendingen zorgt voor een grote verandering. Dit betekent dat zelfs al zou ik in staat zijn om alle schendingen van mijn belangen vast te stellen, dan noch zouden mijn klachten mij zodanig weinig opleveren dat de vergoeding die ik krijg voor de gedane inbreuken niet zouden opwegen tegen de kosten die ik hiervoor diende aan te gaan. Als er een mondiale instantie is die de inbreuken wereldwijds gaat behandelen kan zij zaken bundelen en hiervoor een grotere claim indienen zodanig dat er wel rendement is en dat er wel degelijk vergoed/ gesanctioneerd kan worden op een effectieve basis.
geboren is reeds opkomt voor zijn eigen belangen, dat is gewoon te belachelijk voor woorden. Aldus is het hier wederom aangewezen om via een wereldwijde instantie deze toekomstige kosten nu reeds aan te rekenen aan de verkwisters zodanig dat de mensen die de problemen veroorzaken ook voor de problemen opdraaien. Hoe is die instantie opgebouwd?
Een instantie die zo’n grote impact zal hebben op de wereldpolitiek dient natuurlijk met voldoende nauwkeurigheid en zorgvuldigheid in elkaar gestoken te worden. Het dient gestructureerd te zijn zodat het werkelijk de belangen van elk individu behartigd en niet tot een of ander zinloos instituut wordt gedegradeerd. Het dient democratische elementen te bevatten maar ook voldoende efficiënt te zijn opdat het werkelijk iets kan betekenen in de politiek. Het dient tot slot uiteraard over een controleEen derde en laatste argument dat ik hier wil be- mechanisme te beschikken die de beslissingen gaat handelen in het voordeel van de oprichting van een bekijken in het licht van de doelstellingen. Dit contrwereldwijde milieubeschermingsinstantie is het argu- olemechanisme dient er ook voor te zorgen dat iement dat er in het kader van klimaatvervuiling steeds dereen zich houdt aan de afspraken en beslissingen. rekening dient worden gehouden met het uitgesteld effect. Wanneer ik vandaag verbrandingsovens ga in- Kan een dergelijk iets wel werken? Kan een niet-natiostalleren die zeer veel CO2 uitstoten dan heeft dat niet nale instantie zijn beslissingen wel op een efficiënte direct een effect op het klimaat. Dit duurt een tijd. Je manier laten afdwingen op nationaal niveau? Dit is een zou kunnen zeggen dat de natuur een soort van buffer zeer terechte vraag en een probleem waarmee zeer heeft ingewerkt. Wat je doet heeft niet onmiddellijk veel huidige internationaalrechtelijke instantie mee te effect. Dit betekent dat je niet direct rekenschap dient kampen hebben. We zien echter ook dat het af en toe af te leggen van je daden. Door mijn CO2 uitstoot zal wel wil lukken. Neem als voorbeeld de Europese Unie. de aarde niet onmiddellijk 10 °c opwarmen, dit neemt Deze regionale organisatie heeft zichzelf een stukje eerder jaren en misschien wel generaties in beslag. Het soevereiniteit die de lidstaten oorspronkelijk bezatten is echter niet eerlijk om de kost van jouw beslissingen zonder pardon toegeëigend. Hierdoor dienen de lidstatdoor te rekenen aan een toekomstige generatie want en simpelweg te accepteren dat ze niet meer over alles zij hebben hier niet vrijwillig voor gekozen. Er is geen zelf kunnen beslissen. We zien dan dat deze Unie ook enkele rechtvaardiging voor een dergelijke werkwi- in staat is om krachtdadig op te treden indien er gevaar jze. Je dient als mens de verantwoordelijkheid van je bestaat de zijn beslissingen naast zich neergelegd zulbeslissingen te dragen ongeacht wat dit voor jou zal len worden. Ik zal dit illustreren met een voorbeeld. kosten. We kunnen moeilijk verwachten dat een toekomstige generatie die nu misschien nog niet eens In 2007 heeft een instantie van de Europese Unie, 13
met name de Europese Commissie het Puszcza Bialowieska gebied in Polen toegewezen als een gebied met ‘gemeenschapswaarde’ als gevolg van de aanwezigheid van waardevolle natuurlijke habitats en waardevolle habitats van dieren en bepaalde soorten vogels. Dit deed ze in overeenstemming met de Habitat-richtlijn van de Europese Unie. Dit gebied werd vervolgens ook nog eens een speciale bescherming toegewezen op basis van de Vogel-Richtlijn . Deze beschermde zone kwam in gevaar door een mogelijke beslissing van de Poolse Overheid. Zij wensten over te gaan tot kapping van een zeer groot gebied van dit waardvol beschermde stuk natuur. De Commissie heeft de Poolse Staat aangeklaagd bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (vanaf nu Hof) en vraagt om dit tegen te houden. Het Hof heeft bij zij beschikking van 20 november 2017 Polen opgedragen om het bos niet te kappen (dit totdat ze een definitieve beslissing velt) zodanig dat het EU-recht niet geschonden zal worden. Als Polen deze beslissing naast zich neerlegt zal het een boete van 100.000 euro per dag dienen te betalen, wat nu toch ook niet niks is. Het Hof rechtvaardigt dit besluit door te wijzen op het preventie-beginsel. Het Hof wilt niet dat Polen iets doet wat later dan afgekeurd zou worden zodanig dat men de gedane zaak dient te herstellen. Het Hof is wijselijk van oordeel dat men beter kan voorkomen dan genezen (zie hierover verder meer). Aldus is aangetoond dat er door niet-nationale instanties toch ook krachtig kan opgetreden worden en dat het creëren van een mondiale natuurbeschermingsorganisatie niet van in het begin een verloren zaak is.
zoals bijvoorbeeld ook in de Europese Unie gebeurd. Vervolgens dient er ook gewezen te worden op de reeds bestaande akkoorden en uitgewerkte principes in het hedendaags internationaal recht. In het internationaal recht is men reeds meer en meer beschermende maatregelen gaan nemen in het kader van klimaatverandering. In 1992 is men een stapje verder gegaan door de Verklaring van Rio de Janeiro inzake milieu en ontwikkeling. Toen zijn meer dan 100 staten bijeengekomen om te discussiëren over de toekomst van de wereld. Men heeft toen ook Agenda 21 geproduceerd, wat een veelomvattend plan was voor oproep tot actie voor de ‘further development of international law on sustainable development, giving special attention to the delicate balance between environmental and developmental concerns’. Deze top heeft in zijn verklaring 27 principes uitgedacht over de duurzame ontwikkeling van de planeet. Later werden er nog andere verklaringen gesloten die dit verder uitwerkten. Deze principes zijn zeer interessant en bevatten eigenlijk de main-core van het recht waaraan de milieubeschermingsinstantie in eerste orde aan zal moeten toetsen. In tweede orde zal er dan getoetst moeten worden aan internationale akkoorden en in voorkomend geval aan regelgeving gemaakt door de milieubeschermingsinstantie zelf.
Om kort te illustreren zal ik de belangrijkste principes even aanhalen zodanig dat de lezer zich kan visualiseren wat ik met het voorgaande eigenlijk in concreto bedoel. Het belangrijkste, reeds aangehaalde principe, Het recht is het preventie-beginsel. Dit principe houdt in dat acties dikwijls grote gevolgen kunnen hebben en dat herDe vraag die ik mij dan ook nog wil stellen is waaraan stellingen achteraf meestal nooit toereikend genoeg deze organisatie dan moet toetsen. Want ‘in het belang zijn. Het is daarom beter voorkomen dan genezen. Het van het milieu’ is wel degelijk een zeer vaag begrip. Internationaal Gerechtshof verklaarde ook het volgenEerst en vooral ben ik ervan overtuigd dat de staten de: “The Court is mindful that, in the field of environmenverdere invulling zullen geven aan dit begrip door het tal protection, vigilance and prevention are required on sluiten van akkoorden en beschermende maatregelen account of the often irreversible character of damage
We kunnen moeilijk verwachten dat een toekomstige generatie die nu misschien nog niet eens geboren is reeds opkomt voor zijn eigen belangen, dat is gewoon te belachelijk voor woorden. 14
to the environment and of the limitations inherent in the ald zou het zijn: gebruik je eigendom op een wijze die very mechanism of reparation of this type of damage.” geen schade toebrengt aan dat van een ander. Ook dit principe is genoemd door het Internationaal GerechtHet volgende beginsel dat ik graag kort wil illustreren shof: “The existence of the general obligation of States en dat toch ook zeer belangrijk is, is het voorzorgsbe- to ensure that activities within their jurisdiction and ginsel. De Verklaring van Rio van 1992 vermeld het control respect the environment of other States or of volgende in principe 15: “In order to protect the envi- areas beyond national control is now part of the corronment, the precautionary approach shall be widely pus of international law relating to the environment.” applied by states according to their capabilities. Where there are threats of serious or irreversible damage, Aldus zien we dat het internationaal recht reeds over lack of full scientific certainty shall not be used as a een aantal instrumenten beschikt die de creatie van reason for postponing costeffective measures to pre- een wereldwijde milieubeschermingsinstantie kunnen vent environmental degradation.” Dit beginsel betek- vergemakkelijken. Naar mijn mening zie ik weinig reden ent eigenlijk dat wanneer er onzekerheid is over het om iets dergelijks dan ook niet te proberen aangezien risico van bepaalde acties, men hier voorzichtig di- ik denk dat dit in het voordeel van ons allen zou spelen. ent te handelen en zijn voorzorgen dient te nemen. Ik ben dan ook aan mijn conclusie gekomen waarin ik Een ander beginsel dat het vermelden waard is, is het wil benadrukken dat de creatie van een wereldwijde in mijn ogen essentiële beginsel van ‘de vervuiler beta- internationaalrechtelijke instantie ter bescherming ald’. De algemene opinie hierover is echter dat het een van de natuur en het klimaat moreel te verantwoorsoort leidraad is, maar geen principe dat een gewoon- den is aangezien het individu omwille van redenen terechtelijke status heeft bereikt. Het zou te vaag en on- van schaalproblemen, te kleine impact en uitgesteld duidelijk zijn. Dit lijkt mij een redelijk achterhaalde opin- effect niet over de mogelijkheid beschikt om de belanie aangezien het toch zeer duidelijk is dat diegene die gen van de natuur en aldus ook zijn eigen belangen te vervuilt, voor zijn vervuiling dient op te draaien. In het verdedigen. Vervolgens zie ik geen reden waarom een kader van het huidige internationaal recht is dit princi- dergelijke instantie niet zou kunnen werken aangezien pe echter moeilijker afdwingbaar, maar wanneer er een er voorbeelden zijn van huidige instellingen die ook milieubeschermingsinstantie in het leven zou geroep- krachtdadig kunnen optreden. Bezwaren waarin men en worden denk ik dat zij dit principe met uiterste nau- verklaart dat een dergelijk project praktisch onmogeliwkeurigheid dient toe te passen omdat je enkel diegene jk is en dat het een te ingrijpende verandering zou zijn die voor een bepaalde actie gekozen heeft kunt laten kunnen van tafel gewezen worden door te verwijzen opdraaien voor de daaruit voortvloeiende gevolgen. naar de reeds bestaande internationaalrechtelijke instrumenten die men simpelweg kan toepassen. Ik ben Het laatste beginsel dat ik hier zal bespreken is het aldus van oordeel dat de creatie van de hierboven ‘sic utere tuo ut alienum non laedas’-principe. Verta- beschreven instelling noodzakelijk en mogelijk is.
15
Wouter Goemaere Bestuurslid LVSV Gent
Verslag
Openingsdebat LVSV Calvo vs De Croo Wouter Goemaere Bestuurslid Wouter Goemaere schreef een kort verslag over het openingsdebat van LVSV Gent met Alexander De Croo en Kristof Calvo. Aan allen die aanwezig waren, proficiat! Aan allen die van de politiek, de drugskartels, de multinationals, enz. niet aanwezig waren, ziehier het Neo-verslag van het Het ICIJ waardeert niet enkel onze financiële steun, maar vooral onze “public support for their cause” grote LVSV Gent Openingsdebat! LVSV Gent heeft net zoals de andere afdelingen het jaar geopend met een uiterst geslaagd openingsdebat! Dit jaar waren Alexander De Croo en Kristof Calvo uitgenodigd om elkaar te bekampen onder het toeziend oog van moderator prof. Dr. Nicolas Bouteca. Men stroomde van het Gentse heinde en verre toe om dit kamp te aanschouwen tot niet alleen de zitplaatsen, maar ook de trappen goed gevuld waren van auditorium 5, B, Jeanne Wiemer? De benaming is dit jaar veranderd, alleszins het grootste auditorium van de Blandijn! Voorzitter Mats Cuvelier nam als eerste het woord met een korte voorstelling van onze vereniging. Hierna gaf hij de microfoon door aan een vertegenwoordiger van het International Consortium of Investigative Journalists, aan wie wij dit jaar onze subsidies schenken. Door het uitbouwen van een internationaal netwerk van onverschrokken journalisten gaan zij op onderzoek binnen de onderwereld 16
Vervolgens trapte de moderator het debat op gang met een aantal dilemma’s. Om het vuur in beide politici al wat aan te wakkeren speelde hij de kaarten van integratie, Catalonië, coalitieplannen voor ’t Stad en de begroting. De eerste kleine ‘steek’ kwam van Calvo met een commentaar op de begrotingspolitiek: “Het lijkt soms alsof K3 wel de soundtrack is van de begrotingsakkoorden: Hocus pocus, iedereen kan toveren.” Helaas, onze relatief jonge politici bleken reeds te ervaren en ook te goede vrienden om het vuur hoog te doen oplaaien. De meningen verschilden, maar voldoende nuance bracht hen weer wat dichter bij elkaar. Het debat werd verdergezet met een hele reeks open vragen voor onze gasten. Het ging onder meer over een vermogenswinstbelasting als eventuele oplossing voor het begrotingstekort. De Croo begon zijn betoog met een kritiek op de laatste vijftig jaar (linkse) politiek, waar voor elk probleem een nieuwe belasting
moest worden uitgevonden. De lasten op kapitaal zijn bij ons al de derde hoogste van Europa. Een extra taks gaat er voor hem echt niet door. Gelukkig dat de groenen er nog zijn, “want uw partij ziet voor elk probleem een nieuwe oplossing!”, aldus De Croo. Calvo kon deze lapsus wel smaken en het publiek had er ook van genoten. Deze hartelijkheid tussen het publiek, Calvo en De Croo is een uitstekende illustratie van de toon van het debat. Harde uithalen en bittere strijd waren hier niet aan de orde, openheid, samenwerking en vooruitgangsoptimisme daarentegen wel.
Calvo. De manier waarop we die identificatie van de Soedanese vluchtelingen organiseerden is ons opgelegd door het internationaal recht volgens de vice-eersteminister, plus ze is ook gerechtvaardigd gezien zij geen asiel wensen aan te vragen in ons land. Calvo, daarentegen, vindt het onverantwoord dat we de geheime dienst van het beruchte Soedanese regime inschakelden om gevluchte Sudanese burgers te identificeren en terug te sturen naar het land waar absolute willekeur heerst en foltering niet abnormaal is.
Samengevat, het debat was een uitstekend succes Een scala van thema’s kwam nog aan bod zoals het waar zowel Calvo als De Croo met veel respect voor klimaat, de aankoop van gevechtsvliegtuigen, het elkaar in discussie traden, zonder te buigen voor poptwittergebruik van politici, diversiteit, het lot van ulisme en dwaze one-liners. Het was een echt voorde Soedanese vluchtelingen… Vooral bij het laatst- beeld van volwassen politiek in tijden waar botte, ongenoemde onderwerp zag je een verschil tussen de genuanceerde uitspraken het voornaamste middel zijn meer down-to-earth, TINA-approach van De Croo en om tweedracht te zaaien en stemmen te veroveren. de meer idealistische en standvastige houding van
17
Ereleden LVSV Gent 2017-2018
Wim Aerts Oud-voorzitter LVSV Gent
Elisabeth Matthys Oud-bestuurslid LVSV Gent
Thomas Buyse Oud-voorzitter LVSV Gent
Brandaan Mombaers Oud-politiek secretaris LVSV Leuven
Sander Casier Oud-voorzitter LVSV Gent
Arno Morsa Oud-bestuurslid LVSV Gent
Mick Daman Voorzitter Open Vld Gent
Jonathan Peck Oud-webmaster LVSV Gent
Maarten De Bousser Oud-politiek secretaris LVSV Gent
Christophe Peeters Schepen Gent (Open Vld)
Alexander De Croo Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Post en Telecom Herman De Croo Gewezen partijvoorzitter Open Vld Gewezen kamervoorzitter Vlaams volksvertegenwoordiger
Romeo Rau Voorzitter Open Vld Nieuwpoort
Karel De Gucht Oud-Europees Commissaris voor België
Claire Tillekaerts CEO Flanders Investment & Trade
Edouard Dumolin Oud-bestuurslid LVSV Gent
Bart Tommelein Viceminister-President en Vlaams Minister van Financiën, Begroting en Energie
Erwin Devriendt Oud-voorzitter LVSV Gent Sven Gatz Vlaams Minister van Media, Brussel, Jeugd en Cultuur Dries Glorieux Oud-politiek secretaris LVSV Gent Egbert Lachaert Federaal volksvertegenwoordiger (Open Vld)
18
Gwendolyn Rutten Voorzitter Open Vld Martine Taelman Senator (Open Vld)
Guy Vanhengel Brussels Minister van Financiën en Begroting Lawrence Vanhove Oud-voorzitter LVSV Gent Geert Versnick Gedeputeerde provincie Oost-Vlaanderen
Anthony G. Desmet Oud-secretaris LVSV Gent
Visie
Dierenrechten Anthony G. Desmet De volgende tekst die we bovenhalen is een tekst van oud-secretaris en penningmeester Anthony G. Desmet die voor ons destijds de idee van dierenrechten eens onder de loep nam. Relatie mens-dier: over dierenrechten Filosofen hebben doorgaans vermeden om te erkennen dat dieren rechten zouden hebben. Redenen zijn waarschijnlijk dat deze erkenning verstrekkende limiterende gevolgen voor de mens kan hebben of dat het voor velen tegen het gezond verstand in gaat dat we rekening zouden moeten houden met de rechten van heel simpele organismen. Tijden veranderen echter. Het is misschien niet de grootste maatschappelijke discussie, maar dierenwelzijn heeft een plaats in onze maatschappij. In deze tekst zal ik een persoonlijke visie op dierenrechten trachten weer te geven. Waarom dieren al dan niet rechten hebben, wat deze rechten inhouden en wat de implicaties hiervan zijn. Een eenduidig antwoord is er niet, zeker omdat aan de grond een ethische kwestie ligt. Vooreerst bespreek ik de relatie mens en dier, dierenrechten en enkele problemen hierbij. Uit mijn conclusie, het toekennen van dierenrechten, vloeien enkele problemen voort, welke ik vervolgens zal bespreken. Tot slot bespreek ik het doden en houden van dieren. Ik wil er tenslotte op wijzen dat het dierenrijk zeer divers is. Ik zal in dit stuk dan ook gemakkelijkheidshalve gebruik maken van algemeenheden. Er zijn immers zoveel nuances aan te brengen dat je al snel afdwaalt van een discussie over de kern.
Dieren en mensen Net zoals de mens hebben dieren binnen hun soort relaties en interacties. Dit is een noodzaak omwille van de voortplanting, maar kan ook ruimer bekeken worden en vergelijkbaar zijn met sociale interactie bij mensen. Daarnaast bestaan interacties en relaties tussen dieren van verschillende soorten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uiting van bezit: een vogel die zijn territorium al fluitend afbakent en hierbij ook andere vogels dan zijn eigen soort wil weg houden. In zekere zin kan je hier stellen dat deze vogel een begrip heeft van eigendomsrecht. Mensen doen ook aan interactie met andere dieren, al is er een belangrijk verschil. Als wijdverspreid zoogdier dat zijn omgeving maximaal tracht te benutten treden we in (directe) interactie met zowat alle andere diersoorten op aarde, al dan niet met verstrekkende gevolgen. Als mens hebben we onderling een complex communicatiesysteem waarmee we onze rechten kunnen afdwingen. Maar ten aanzien van dieren is dit vaak waardeloos. Omdat dieren zich niet bewust zijn van ons rechtssysteem, overtreden ze het. Een mogelijk voorbeeld hiervan is een vogel die een kersenoogst gaat stelen of een egel die zonder toestemming je eigendom betreedt.
19
Voor sommigen is dit een goede reden om het (mogelijk) bestaan van dierenrechten te ontkennen of sterk te nuanceren.
argument toch gebruiken leidt het, als gevolg van onze machtspositie, eerder tot dierenrechten dan de ontkenning ervan.
Dit is echter een uiting van speciesisme, waarbij dierenrassen met elkaar worden vergeleken en hoger of lager gesteld en gediscrimineerd. Het is een eerder negatieve term die er vaak op neerkomt dat de mens boven de dieren staat.
Hebben dieren rechten?
Deze notie zit ingebakken in veel culturen, zo schiep God de mens naar zijn evenbeeld en stelde Hij hem boven de dieren. Moslims moeten handelingen vermijden die hen op dieren doen lijken. Vanuit persoonlijk oogpunt vind ik speciesisme een achterhaald en weinig bruikbaar concept op grond van zowel interne als externe redenen. Intern scoort bij de mens bijvoorbeeld de Aziatische man significant hoger op intelligentietesten dan de zwarte maar toch vindt
Of dieren rechten hebben is net zozeer een hol begrip als de rechten die mensen hebben. Rechten bestaan en rechten bestaan niet, het is een begrip dat we aan elkaar toekennen en afdwingen. Als dieren rechten zouden hebben is dat louter omdat we die hen toekennen, net zoals we dat voor elkaar doen. Het is ook heel moeilijk om een rationeel argument te vinden dat dieren rechten zouden hebben. Voor dieren hebben we dan nog het reeds eerder vermelde probleem dat ze niet communiceren op het hetzelfde niveau als de mens: als ze rechten hebben zullen we hen dat moeilijk kenbaar kunnen maken.
Er zijn dus al meteen twee grote redenen om dieren rechten te geven: het empathiegevoel en een voorzorgsmotief. niemand dat ze verschillende rechten moeten hebben. Een extremere illustratie: mentaal gehandicapte mensen hebben ook rechten. Belangrijk is dat het extern vergelijken van diersoorten ook moeilijk is. Er zijn talloze kleine testen waar mens en dieren afzonderlijk in kunnen winnen. Communicatie tussen dieren onderling kan even complex zijn als die van mensen. Waar de mens wel verschilt, is dat hij overal kan gedijen en hij zijn omgeving kan beĂŻnvloeden als geen enkel ander dier. Er zijn dieren met een essentiĂŤle functie voor deze wereld, bijvoorbeeld insecten. Insecten zullen echter nooit van de ene dag op de andere de mogelijkheid hebben collectief hun gedrag te veranderen. De mens kan dat wel en op een heel effectieve wijze. Hoe dan ook: of je speciesisme nu aanvaardt of niet, het vergelijken van rassen onderling is enorm complex. Het is naar mijn mening een weinig bruikbaar instrument in de dierenrechtendiscussie. Mocht je het 20
Het valt wel te bezien in hoeverre dit nodig zou zijn: mocht een dier zijn rechten al kennen, het kan moeilijk protesteren tegen een schending ervan. In onze huidige maatschappij hebben we hier reeds een oplossing voor: dierenrechtenorganisaties of overheden die dierenrechten afdwingen. Gegeven dat ze bestaan kunnen dierenrechten perfect los van mensenrechten afgedwongen worden. Zo hadden de nazi’s reeds vergevorderde dierenrechten. Wetten die nog steeds, in aangepaste, vorm gelden in Duitsland. Voor bepaalde bevolkingsgroepen waren de rechten toen echter een heel stuk minder. Net zoals mensenrechten, zijn dierenrechten gestoeld op ethiek. We ordenen onze onderlinge interacties gebaseerd op het feit dat we een ander niet aandoen waarvan we niet willen dat een ander het ons aandoet. Een vorm van empathie. Empathie is de vaardigheid om je in te leven in de
gevoelens en ervaringen van anderen. Niet ieder mens ervaart empathie op dezelfde manier. Het is een heel divers gegeven dat verder gaat dan veel of weinig empathie hebben, en zoals het nazi-voorbeeld aantoont, meerdere dimensies heeft. Zo zullen sommigen meer empathie voelen voor een kindje in armoede dan een oude man in armoede terwijl dat bij anderen omgekeerd zal zijn. Zo kunnen we ook voor dieren empathie voelen in verschillende graden. Hier volstaat echter de beschrijving die over “inleven” spreekt, niet. Ik beschouw het eerder als het projecteren van eigen gevoelens op een ander organisme. Het onderscheid is dat we ons eigen menselijke ervaringset in het dier plaatsen in plaats van ons in te leven in het dier. Ons inleven in dieren is iets wat we onmogelijk kunnen, al was het maar omwille van fysiologische verschillen.
Planten hebben ook gevoelens Vleesproductie vraagt algemeen gezien veel meer grondstoffen dan andere voedselvormen, maar los van het ecologische aspect eten vegetariërs en veganisten vaak geen vlees vanwege het dierenleed dat gekoppeld is aan vleesconsumptie. Ze eten producten waar geen dieren voor moesten sterven. Vleesproducten vervangen ze vaak door producten van plantaardige oorsprong.
Uit voorgaande komen volgens mij al twee grote redenen naar voor om dieren rechten te geven: het empathiegevoel dat een basis vormt van ons recht enerzijds en anderzijds een voorzorgsmotief. We kunnen namelijk onmogelijk exact weten hoe een organisme leven ervaart en de pijn die we veroorzaken door onze handeling.
Andere voorbeelden zijn er in de vorm van bomen die met elkaar communiceren door mineralen af te geven via hun wortels.
Planten zijn echter evenzeer complexe wezens die in interactie staan met hun omgeving en reageren op specifieke impulsen. Gekende experimenten die in de jaren ’60 vaststelden dat planten, net zoals mensen, op pijn reageren zijn inmiddels achterhaald. Maar recenter onderzoek heeft vastgesteld dat planten wel degelijk uitgebreid met elkaar kunnen communiceren René Descartes argumenteerde in de 17e eeuw dat en reageren op impulsen. Van individuele afstootdieren geen bewustzijn hebben en bijgevolg geen pijn mechanismes tot heuse communicatienetwerken kunnen ervaren. De aanwezigheid van pijn bij dieren en binnen of tussen soorten. ook bij mensen, kan niet met zekerheid worden vastgesteld, maar ze kan worden afgeleid uit fysische en De geur van vers gemaaid gras kent iedereen wel. Wat gedragsmatige reacties. Momenteel neemt men aan sommigen een nasale verwenning vinden is misschien dat alle gewervelden pijn kunnen voelen en dat bepaal- niet meer of minder dan een hulpkreet van je vers de ongewervelden, zoals octopussen en schaaldieren, gescalpeerde grassprietjes. Het is niet altijd merkbaar dat ook doen. Voor andere dieren en ook voor planten voor ons, maar uit onderzoek is gebleken dat bloeis het aantonen van pijn onmogelijk voor de huidige men gassen uitstoten als je hun bladeren afknipt of stand van de wetenschap. komkommers lawaai maken als ze ziek zijn.
Is dieren eten verantwoord? Als je erkent dat dieren rechten hebben, of het nu uit empathie, uit voorzorg of gewoon omdat je vindt dat we rechten moeten toekennen omdat we dat onderling ook doen, rijzen er een hele hoop concrete vragen. De voornaamste is misschien wel of het verantwoord is om dieren te eten. In kort is mijn antwoord daarop ja.
Dat planten dergelijk gedrag vertonen is helemaal niet verwonderlijk, survival of the fittest geldt ook voor hen en als je jezelf niet kan verplaatsen, moet je nu eenmaal alternatieven vinden om te overleven. Planten kunnen dus ook “gevoelens” hebben en zijn al helemaal niet de “stomme” levenloze organismen waarvoor we ze aanzien. Het vegetarische argument kunnen we uit praktische overwegingen moeilijk consequent volgen. Dan zouden we immers verhongeren.
21
Dieren eten elkaar op, vaak op wredere manieren dan dat mensen het doen. Dus als mens dieren eten is dit natuurlijk gedrag en moreel verantwoord.
dieren ongetwijfeld een stressvolle, angstige ervaring. En belangrijke kanttekening die we hierbij moeten maken, zijn de effecten van stres.
Langs de andere kant, het is niet omdat het natuurlijk gedrag is dat het verantwoord is. Er zijn dieren die doden uit noodzaak en niet verder maar er zijn er ook talloze die schadenfreude halen uit de dood van anderen. Een kat die vogeltjes vangt of drastischer, zeeotters die baby zeehondjes verkrachten tot ze verdrinken komen voor in het dierenrijk, maar dat maakt het nog niet verantwoord.
Bij een jachtpartij, door een willekeurig roofdier, in de natuur ervaart het opgejaagde dier stress, stress die ervoor zorgt dat het dier zich verzet tot het uiterste om te blijven leven. Hierbij worden pijnsignalen onderdrukt en ziet het dier bijgevolg niet zoveel af van het daadwerkelijke doden. De wreedheid in de natuur wordt bijgevolg gereduceerd tot een schijnbare wreedheid.
Dieren doen dus elkaar evenzeer dingen aan die wij als mensen verwerpelijk vinden, dat lijkt me echter geen goed argument om dierenrechten te ontkennen. In het mensdom kennen we ook rechten toe aan anderen die bewust rechten van mensen verwerpen: moordenaars, terroristen, pedofielen, ook hen geven we nog een eerlijk proces en hun rechten dienen nog gerespecteerd te worden. Ze zijn niet zomaar vogelvrij. Slachten Met betrekking tot het doden van dieren bestaat er in de EU reeds een soort algemene consensus. Richtlijnen leggen de nadruk op het zoveel mogelijk beperken van angst, lijden en pijn. Bedwelmen is zo ook vaak verplicht al zijn er uitzonderingen voor ritueel slachten in bepaalde godsdiensten. Praktijk en theorie zijn echter verschillende zaken. Zo is de trip naar het slachthuis van vele dieren, de aankomst in de slachtkamer en de slachting zelf voor veel
22
Hoe slachten dan daadwerkelijk moet gebeuren is door discussie vatbaar. Stressniveau kan correleren met pijntolerantie, dus zou pijnloos slachten heel stressvol georganiseerd moeten worden voor bepaalde dieren. Langs de andere kant zien dieren ook veel af van stress, ideaal zou een methode zijn waarbij beiden sterk gereduceerd worden.Zo zou het slachten van vee op de boerderij in plaats van in een veraf gelegen slachthuis bijvoorbeeld een goed idee zijn om de stress te reduceren. Een ander praktijkvoorbeeld is visvangst. Het in een net vasthangen achter een boot, dicht tezamen getroept zitten en vervolgens op het droge getrokken worden lijkt me onmogelijk een stressloze ervaring. Om nog maar te zwijgen over het doden zelf, wat eigenlijk niet gebeurt. Vissen worden vaak gewoon in het ruim of de vriezer geplaatst. Je zal maar een kreeft of garnaal wezen en levend in de vriezer worden gegooid.
Is dieren houden verantwoord? Dieren bejagen, doden en eten is één ding, maar als mens zijn we kampioen in dieren houden. Zowat elke diersoort op aarde hebben we getemd, in een kooitje, in een aquarium of achter een omheining geplaatst. Sommige soorten (honden, melkkoeien..= hebben we zodanig getransformeerd dat ze afhankelijk zijn geworden van de mens. Het houden van dieren is vaak, terecht, omstreden. Er bestaan echter richtlijnen waarin het houden van een dier geen afbreuk doet aan het dier-zijn. Het komt erop neer dat dieren houden toegestaan is, zolang er geen conflicten zijn met het natuurlijk gedrag van het dier en dat het zijn cognitieve vaardigheden vrij moet kunnen ontwikkelen. Voor dierenwelzijn in gevangenschap worden vaak 5 basisvrijheden gegeven als richtlijn. Kort zijn deze: 1. Vrij van dorst, honger en onjuiste voeding; 2. Vrij van fysiek ongerief; 3. Vrij van pijn, verwonding en ziektes; 4. Vrij van angst en chronische stress; 5. Vrij om hun natuurlijke gedrag te vertonen. Vooral deze laatste is een belangrijke. Gevangenschap kan, zolang het geen inbreuk pleegt op het natuurlijke gedrag. Afgezien van het feit dat natuurlijk gedrag niet altijd eenduidig te definiëren valt, zijn volgens deze regels bepaalde dieren makkelijker te houden dan andere en zijn er dieren mogelijk helemaal niet te houden. Vanuit praktisch dierenrechtenstandpunt zijn de makkelijkste dieren om te houden dan misschien wel insecten. Langs de andere kant kan je aan natuurlijk gedrag een ruime invulling geven en zeker in combinatie met de eerdere punten hoeven we niet bang te zijn dat dieren in se ongelukkig zouden zijn in gevangenschap, of dat landbouw terug een achtergesteld proces wordt. Dieren zijn op een andere manier gevoelig voor technologie, ze bekijken het misschien rationeler dan mensen. Koeien gaan met veel plezier in een propere verwarmde stal staan of met plezier naar de volautomatische 24/24 melkmachine. Iets wat in de natuur niet bestaat. Effecten van technologie die het dierenwelzijn bevor-
deren zijn meetbaar, bijvoorbeeld economisch door beter vlees ten gevolge van minder stres, beter voedsel of verhoogde melkproductie. Ethische conflicten zijn er echter altijd. Zoo’s die bedreigde diersoorten houden en proberen redden bijvoorbeeld. Al wie reeds een bezoekje bracht aan het leeuwenverblijf weet dat zoiets onmogelijk natuurlijk gedrag kan simuleren. De dieren zijn niet verrukt van blijdschap noch staan hun ogen vol vuur. Conclusie Of dieren al dan niet rechten hebben, het zal altijd een ethische discussie blijven. De invulling hiervan is evenmin eenduidig. Er zijn redelijk wat argumenten om dierenrechten toe te kennen, ook vanuit historisch oogpunt. Op lange termijn lijkt dat een win-win situatie voor beide partijen net zoals dat bij mensen ook zo is. Het zou echter naïef zijn om te denken dat dierenrechten ons als mens geen nadeel kunnen berokken, integendeel. Net zoals een monopolie doorbreken nadelen heeft voor de monopolist of slavernij afschaffen nadelen had voor de slavendrijver. Als liberaal zijn dierenrechten misschien wel een uitgelezen taak voor een beperkte overheid of voor dierenrechtenorganisaties. Welke rechten we dieren concreet geven hangt natuurlijk af van onze interacties met dieren. Ik heb me in dit stuk beperkt tot het eten en houden van dieren, maar er zijn er natuurlijk nog talloze anderen. Een leuke discussie is misschien wel die van eigendomsrechten: mensen verdelen het beschikbare land onderling door eigendomsrechten, dieren delen datzelfde land in territoria in. Of juist niet. Tot slot leven we allemaal in een ecosysteem, waardoor onze rechten verbonden zullen zijn. Dierenrechten en mensenrechten hebben betrekking op land en planten of andere organismen, misschien moeten we dan wel nadenken over het concept organismerechten? Ook is het verschil tussen een dier en plant veel kleiner dan vaak aangenomen.
23
Michiel Vervliet Politiek secretaris LVSV Gent
Arno Couwenbergh Politiek secretaris LVSV Gent
Visie
Vrije wil Arno Couwenbergh & Michiel Vervliet Het politiek secretariaat, bestaande uit rechtenstudenten Michiel Vervliet en Arno Couwenberg - die laatste ondertussen de Nestor van onze vereniging - maakten van het thema natuur gebruik om de vrije wil nog eens te bespreken, waarbij ze bijzonder veel aandacht schenken aan de incompatibilisten en hun ideeën. Deze Neo met als thema “natuur” biedt een uitgelezen kans om eens de vrije wil aan te snijden. Uiteindelijk vormt de vrije wil van de mens, gekoppeld aan individuele verantwoordelijkheid, één van de hoekstenen van het liberalisme. Maar hebben mensen wel zoiets als een vrije wil? En indien neen, tast dit dan het liberalisme fundamenteel aan? Deze vragen worden behandeld aan de hand van de theorie van de harde incompatibilisten. Vóór de uitgangspunten van de harde incompatibilisten aan te snijden, nemen we even een zijsprong naar een aantal opmerkingen. Ten eerste denken veel mensen te weten wat vrije wil is want uiteindelijk voelt iedereen zich toch vrij om deze of gene beslissing te nemen. Het is toch uiteindelijk onze beslissing om ’s ochtends brood of cornflakes te eten? Toch weten we ook dat een gevoel niet noodzakelijk overeenstemt met de realiteit. Het is niet omdat we ons vrij voelen in onze beslissingen dat we ook werkelijk een vrije wil hebben. Ten tweede is het hebben van een vrije wil niet gelijk aan het vermogen hebben om ander gedrag te stellen. Het is niet omdat iemand zich anders zou kunnen hebben gedragen dat die ook vanuit een vrije wil heeft gekozen om een bepaald gedrag te stellen. Het uitoefenen van vrije wil gaat niet over het hebben van mogelijkheden maar over de bewuste keuze uit 24
die mogelijkheden. Ten slotte staat het bewust zijn van onze keuzes niet gelijk aan vrije wil. Want er zijn ook keuzes die onbewust groeien. De relevante vraag wordt dan of de mens bewuste beslissingen kan maken die niet ingegeven worden door onbewuste beslissingen en dus een uiting zijn van vrije wil. Nu volgt een overzicht van de drie premisses van de harde incompatibilisten. De meeste stromingen aanvaarden eerst en vooral dat indien causaal determinisme waar is, dat alternatieve opties en broncontrole uitgesloten zijn. Dit betekent dat als ons gedrag volgt uit een externe oorzaak en elk gedrag bepaald wordt door de voorafgaande toestand van het subject dan zijn er geen alternatieve gedragingen of keuzes mogelijk en is er geen broncontrole door het subject. Dus als alle gedrag causaal bepaald wordt door de voorgaande toestand (causaal deterministisch) dan zijn er geen alternatieve keuzes mogelijk of controle van het subject over keuzes. De tweede premisse stelt dat alternatieve keuzes of broncontrole noodzakelijk zijn voor vrije wil en verantwoordelijkheid. Vrije wil vereist het hebben van alternatieve keuzes of controle over de keuze die gemaakt wordt. Zonder alternatieven kan er moeilijk sprake zijn van een vrije keuze want er was maar één optie. En
zonder controle vanuit het subject over de keuze kan een subject geen vrije wil uitoefenen. Mensen mogen dan wel het vermogen hebben om ‘verantwoordelijkheid te nemen’ en ‘handelingen te vermijden’ maar dit is niet voldoende voor vrije wil. Het gevoel van verantwoordelijkheid verschilt danig van werkelijk verantwoordelijk zijn. De volgende situatieschets zal dit concept wat verduidelijken. Stel, er is een dame Lafayette in de 18e eeuw in België die getrouwd is met een man. In deze periode hadden dames niet bepaald gelijke rechten als mannen, meer nog voor het merendeel van hun acties waren ze afhankelijk van mannen. Laten we aannemen dat meneer Lafayette een aangename man is, ver zijn tijd vooruit die mevrouw Lafayette haar gang laat gaan. Hij legt haar geen strobreed in de weg waardoor ze vrij is om te doen wat ze wil. Mevrouw Lafayette is een verwoed naaister en doet niets liever. Haar man stimuleert haar in haar passie. Maar meneer Lafayette zou op elk moment mevrouw kunnen verplichten om te naaien en hij zou dit ook doen als het haar passie niet was. Is mevrouw Lafayette wel effectief vrij dan? Ze is enkel vrij voor zover haar man zo aardig is om haar die vrijheid te gunnen want uiteindelijk kan hij die vrijheid meteen afnemen. Vrijheid bij gratie van de ander is geen echte vrijheid. Een wil is niet vrij als je geen alternatieven hebt zoals mevrouw Lafayette want ze had niets anders kunnen doen dan naaien en had geen controle over die keuze.
van een causaal verband tussen die hersenactiviteit en de gemaakte keuze waardoor er geen a-causale gebeurtenissen in onze hersenen plaatsvinden. Toeval vormt ook een populair tegenargument in de zin dat toeval ook een factor speelt in gedrag waardoor de causaliteit wat wordt weggenomen. Echter dit heeft geen impact op de vraag naar vrije wil of verantwoordelijkheid want toeval kan nooit lijden tot broncontrole.
Deze drie onderling consistente premissen zijn dus nog niet overtuigend gefalsifieerd. Dus moeten ze aangenomen worden als waar wat betekent dat mensen geen vrije wil hebben. Op het eerste zicht kan verantwoordelijkheid voor daden slechts werken voor zover mensen vrije wil hebben. Het lijkt erop dat verantwoordelijkheid als filosofisch concept daarom geen grond meer heeft. Dit staat op gespannen voet met ons gevoel van vrijheid en drang naar zingeving. Zingeving lijkt maar mogelijk indien vrije wil bestaat maar het erkennen van het niet bestaan van vrije wil kan net bevrijdend werken eens aanvaard maar dat is voer voor een ander artikel. Los van de filosofische gevolgen hoeft het voorgaande niet te betekenen dat het concept verantwoordelijkheid geen nut heeft in een maatschappij. Menselijk gedrag wordt gestuurd door voorgaande gebeurtenissen en volgt uit die toestand. Net daarom is het nuttig om met verantwoordelijkheid te werken omdat het de grondslag legt voor gedrag en de basis vormt voor menselijke omgang. Dus het concept verantwoordelijkheid op zich veroorzaakt ook gedrag en laat dat net de liberale wens zijn. Menselijk gedrag dat De derde en laatste premisse houdt in dat de alter- wordt gestuurd door vrijheid en verantwoordelijkheid. natieven voor causaal determinisme ofwel uitgesloten zijn ofwel irrelevant. Met andere woorden enkel Mensen hebben geen vrije wil maar zoals dit arcausaal determinisme verklaart de werkelijkheid. De tikel uiteenzet hoeft dat geen impact te hebben tegenstanders van deze meest bekritiseerde prem- op de hoekstenen van het liberalisme. Het stisse werpen steevast op dat er ook a-causale gebeur- reven naar een betere maatschappij via vrijhetenissen bestaan die geen of een onvolledige causale id en verantwoordelijkheid blijft verdergaan. geschiedenis hebben. Dat er zaken zijn die niet louter uit een oorzakelijk verband volgen. Echter neurowetenschappelijk onderzoek toont aan dat zogenaamd vrije keuzes reeds voorspeld kunnen worden op basis van hersenactiviteit tot 8 seconden vóór het moment dat mensen aangeven hun keuze gemaakt te hebben. Dit lijkt te wijzen op de aanwezigheid 25
Lode Cossaer Oud-voorzitter Ifese
Visie
Wat zijn natuurrechten? Lode Cossaer Deze tekst is een tekst van oud-Ifese voorzitter en oud-LVSV bestuurslid Lode Cossaer die tegenwoordig in de wijsbegeerte doctoreert. Vanuit zijn interesse en kennis besprak hij een aantal jaar geleden de “natuurrechten”. Binnen liberale kringen wordt er soms gegoo- iemand dan wel gemarteld wordt, dan begaat die cheld met de term ‘natuurrechten’ of ‘rechten’ in martelaar onrecht. Gelijkaardige argumenten gaan zijn geheel. Maar wat wordt hier nu mee bedoeld? op over diefstal, moord, verkrachting en dergelijke. Tenzij iemand een absolute nihilist is - en vindt Het moge duidelijk zijn dat hier niet zoiets bedoeld dat eender wat mogelijk moet zijn (als je maar gewordt als de Universele of Europese verklaring van de noeg kracht hebt), dan gelooft zo’n persoon in een rechten van de mens. Dit zijn twee politieke documen- ordenend principe van de samenleving dat sommiten, die in weze neerkomen op intentieverklaringen van ge handelingen verbiedt. Dit ordenend principe is overheden om bepaalde doelstellingen na te streven. wat het Recht genoemd wordt. Natuurlijk betekent Het UVRM en EVRM zijn opgesteld door politici, en als zo’n ordenend principe van verboden (om anderen
Indien rechten eenvoudig geschonden kunnen worden, zonder een vorm van compensatie, dan wordt het immers moeilijk om nog over ‘rechten’ te spreken in plaats van ‘tijdelijk door de overheid toegekende privileges’. dusdanig afgekondigd. Het is geen analyse op basis van de natuur van de mens en welke claims (vis-à-vis andere mensen) hieruit zouden volgen. Dit betekent niet per se dat de inhoud van het UVRM en EVRM (volledig) onzinnig is, alleen dat deze geen goede bron zijn voor de aard, de vorm en oorsprong van wat een recht is.
niet te schenden) niet dat het altijd en overal duidelijk is wat het principe van het Recht vereist. Daarom dat een samenleving instituties nodig heeft om het Recht te ontdekken - zoals rechtbanken, waar rechters oordelen maken of er Recht geschonden is of niet. Betekent het statuut van recht dat het schenden daarvan altijd, alles bij elkaar genomen, verboden behoort Op een heel fundamenteel niveau zijn rechten te worden? De typische benadering is de volgende: stel morele claims. Indien een persoon een recht heeft, dat de wereld zou vergaan, tenzij een bepaald recht dan begaat men een onrecht als men dit recht van jou geschonden zou worden, dan stelt deze traditie schendt. Een typisch voorbeeld, dat relatief oncon- dat dit soort noodgevallen betekent dat jouw recht getroversieel is, is het idee dat je mensen niet behoort schonden kan worden, in zoverre om deze catastrofe te te martelen. Martelen is slecht en mensen heb- vermijden. Op het moment dat deze dreiging verdwijnt, ben een recht om niet gemarteld te worden. En als behoort jouw recht dan wel in ere hersteld te worden 26
(en misschien behoor je zelfs een schadevergoeding te krijgen voor het schenden van jouw recht). Rechten zijn dus geen absoluut verbod op handelingen, maar betekenen wel dat indien ze geschonden worden, er een vorm van compensatie mogelijk moet zijn. Indien rechten eenvoudig geschonden kunnen worden, zon-
middelen zijn immers een gevolg van hun handelingen). Als je mensen hun middelen niet respecteert, dan respecteer je hen als persoon niet, en dan bega je onrecht. Een ander idee is dat rechten (deels) gerechtvaardigd worden door de positieve gevolgen die ze
der een vorm van compensatie, dan wordt het immers moeilijk om nog over ‘rechten’ te spreken in plaats van ‘tijdelijk door de overheid toegekende privileges’.
hebben. Mensen hebben (deels) recht op vrijheid van meningsuiting, private eigendom en een eerlijk proces omdat deze zaken ook positieve gevolgen hebben voor de samenleving in zijn geheel. Waar komen deze (natuur)rechten vandaan? Bin- (Zie mijn andere tekst in deze Neohumanisme nenin de liberale traditie zijn er een aantal diver- genaamd ‘Sociale Ontologie van Sociale Processen’.) se, geopperde mogelijkheden. Het feit dat mensen rationele wezens zijn, die middelen gebruiken om Mijn persoonlijke interpretatie is dat deze tegendoelen te bereiken, en de daaruitvolgende impli- stelling (die sommigen zien) eerder artificieel is: catie dat mensen wezens zijn die conceptueel kun- is het niet ergens logisch dat mensen respecteren nen begrijpen wat ze anderen wel (en niet) behoren als mensen - of zoals de ‘natuurlijke’ wezens dat ze aan te doen is er een. Dit idee focust op de mens als zijn (namelijk wezens die in staat zijn tot plannen, handelend wezen dat (schaarse) middelen het gebruiken van middelen, het respecteren en incorporeert in zijn plannen. Als we dan proberen men- niet-respecteren van anderen) - ook zal leiden tot sen te respecteren, behoren we hen als handelend indi- goede gevolgen voor de samenleving in zijn geheel? vidu te respecteren, wat ipso facto ook betekent dat we hun geclaimde middelen behoren te respecteren (die Soms wordt er al eens geopperd dat rechten niets 27
meer zijn dan collectief of politiek afgesproken regels. Een recht, in dit idee, is niet meer dan wat de overheid (of welke politieke orde dan ook) jouw wilt (trachten te) garanderen. Alhoewel dat deze opvatting op zich coherent is, is het nog maar de vraag wat dan nog het intellectuele verschil is tussen politieke privileges aan de ene kant, en een recht aan de andere kant. Het idee dat een morele claim - een claim op dat iets behoort zo te zijn – berust op de welwillendheid van zij die de macht hebben in de samenleving, lijkt mij zowel onwaar, als onwenselijk. Wensen zo’n mensen werkelijk te claimen dat wat behoort (uitsluitend) gedefinieerd is door wat het politieke bestek wel en niet doet?
maar dan zou de vraag gesteld moeten worden: met welk argument kan je die opvatting rechtvaardigen?
Los van de concrete interpretatie van wat rechten zijn, zijn rechten een theorie van waar mensen recht op hebben, waar ze morele claims op hebben die indien hen die ontzegd worden, betekenen dat er onrecht gaande is. Liberalen claimen dat ze een onderdeel zijn van de natuurrechtstraditie want enkele prominente auteurs Cicero, Francisco de Vitoria, Pufendorf, Grotius, Locke, Von Humboldt - hebben een rechtstheorie geopperd met relatief liberale conclusies. (Iemand als Hobbes zijn rechtstheorie, alhoewel er daar ook liberale elementen in zitten, is al wat meer uit het liberale spectrum.) Het lijkt me onwaar, omdat politieke entiteiten - In het moderne spectrum hebben we iemand als Frank zelfs als ze democratisch zijn - zich kunnen vergissen. van Dun, Loren Lomansky en Murray Rothbard die alWe hopen dat wat het politieke doet ook het recht- lemaal een idee hebben van een moderne, seculiere vaardige is, maar daar zijn geen enkele garanties opvatting van wat het is om een natuurrechtstheorie toe. (We hopen die garanties te creëren door goede te hebben. Het is opvallend dat het overduidelijk de li-
Het liberalisme verdedigt een theorie die mensen neemt als wezens die rechten hebben, los van wat een politieke elite of politiek systeem zou zeggen of afdwingen.
instituties te bouwen, maar niets menselijk is waterdicht.) Je zou kunnen definiëren dat alles wat bepaald wordt door politiek ook het rechtvaardige is, 28
berale traditie is die een prominente moderne natuurrechtstheorie heeft uitgewerkt. Een reden hiervoor zou zijn dat alternatieve rechtstheorieën
(zoals degene waarbinnen de Europese en Universele verklaringen vallen) niet zozeer een natuurrechtstheorie zijn, maar eerder een burgerrechten theorie, i.e. welke rechten hebben mensen als burgers van een politieke orde, of een geordend politiek systeem (geordend door de politieke elite en haar wetten). De oorspronkelijke (en de moderne, liberale, seculiere) natuurrechtstraditie focust zich echter op het idee dat ideeën pre-politiek zijn, i.e. dat mensen met deze rechten aan het samenlevingsproces deelnemen, maar dat dit samenlevingsproces niet het recht heeft deze rechten te miskennen. We vinden het relatief oncontroversieel dat het recht om niet mishandeld te worden niet verdwijnt als je deelneemt aan de samenleving, maar waarom zou het recht op eigendom (of om je eigendom niet te laten wegnemen zonder je toestemming) verdwijnen wanneer we wel deelnemen aan de samenleving? Beide tradities kunnen echter bekritiseerd worden vanuit een bepaalde hoek. De vraag die we kunnen stellen aan de natuurrechtstraditie is, bijvoorbeeld: zelfs als er bepaalde rechten van nature zijn (die nooit rechtmatig geschonden kunnen worden), is er dan niet zoiets als (politieke) rechten die wel degelijk bepaald worden door het politieke? En, langs de andere kant, de vraag voor de politieke burgerrechtentraditie is: zijn er dan geen rechten die pre-politiek zijn? Die absoluut niet afhankelijk zijn van enige vorm van politieke orde? De volgende keer dat er over rechten gediscussieerd wordt, lijkt me dit een zinnigere discussie dan de discussie over of er überhaupt zoiets bestaat als rechten, of zelfs pre-politieke rechten. Het antwoord op beide zaken lijkt me ja. De verdere uitdaging voor zij die argumenteren voor politiek contingente burgerrechten is om dan te beargumenten vanwaar deze rechten dan komen, en hoe dat (bepaalde) politieke ordes dan impliceren dat mensen deze rechten krijgen. (In een politieke burgerrechtenconceptie moet je wel degelijk spreken over het feit dat mensen bepaalde rechten krijgen, vermits deze rechten afhankelijk zijn van het politiek systeem. In een natuurrechtstraditie is de vraag niet op basis van wat mensen rechten krijgen, maar op basis van wat ze rechten
hebben (en welke rechten dit dan zouden zijn)..) Het liberalisme (of in ieder geval, de liberale rechtstraditie) verdedigt een theorie die mensen neemt als wezens die rechten hebben, los van wat een politieke elite of politiek systeem zou zeggen of afdwingen. Locke (bijvoorbeeld) beargumenteerde dat deze pre-politieke rechten uiteindelijk een rechtvaardiging gaven aan een bepaald idee van ‘civil government’. Nozick beargumenteerde, gelijkaardig, dat deze rechten uiteindelijk betekenden dat enkel een minimale nachtwakersstaat gerechtvaardigd is. Murray Rothbard en Frank van Dun (met relatief verschillende natuurrechtsargumenten) verdedigen de stelling dat de moderne staat, die immers het recht claimt om het natuurrecht as such te schenden, en zelf wenst op te treden als ordenend principe door middel van wetgeving, altijd in zijn geheel onrechtvaardig is. Zij die deze natuurrechtelijke argumentatie van liberalisme willen bekritiseren doen er goed aan om deze argumenten te bestuderen, en te bekritiseren op hun inhoudelijke argumenten en niet zozeer de conclusies of de werkwijze as such afwijzen. De werkwijze - om pre-politieke rechten trachten te ontdekken - is immers de methode om recht en onrecht vast te stellen los van wat het politiek systeem bepaalt. Tenzij je een theorie wilt (die intellectueel betwijfelbaar is, zoals hierboven argumenteert) die al wat behoort en niet behoort uitsluitend wilt laten definiëren door het politieke proces, dan zit je in de (heel) brede traditie van het natuurrecht. En daar staat, toevallig of niet, de liberale traditie heel sterk.
29
Vince Liégeois Hoofdredacteur LVSV Gent
Visie
Literatuur, natuur en liberalisme Vince Liégeois Hoofdredacteur en student Taal- en Letterkunde Vince Liégeois onderzoekt de relatie tussen natuur en liberalisme doorheen de geschiedenis, waarbij hij in het bijzonder stilstaat bij de relatie en het belang van de literatuur daarin. Op die manier poogt hij aan te tonen dat de natuur wel degelijk belangrijk is voor het liberalisme. “[…]Freude trinken alle Wesen an den Brüsten der Natur: Alle Guten, alle Bösen folgen ihre Rosenspur.“- Friedrich Schiller – „Vreugde laven alle schepsels aan de borst van de natuur: alle goeden, alle slechten volgen in haar rozenspoor.” Weinige gedichten uit de Duitse literatuur zijn zo moeilijk en zelfs zo raar te vertalen als het gedicht Ode an die Freude van Friedrich Schiller, dat vandaag de dag vooral bekend staat vanwege de Negende Symphonie van Ludwig von Beethoven (aka het Europese Volkslied). Het gedicht kenmerkt zich door veel figuurlijk taalgebruik, metaforen en gelijkenissen, evenals een grote dosis “vage” symboliek, wat ervoor zorgt dat sommige woordgroepen en uitdrukkingen moeilijk te vertalen zijn en nog steeds een hevig punt van discussie vormen bij vertalers en literatuurwetenschappers. Een voorbeeld: “Freude schöner Götterfunken, Tochter aus Elysium. Wir betreten feuertrunken, himmlische dein Heiligtum” => „Vreugde, schone ,godenvonken’, dochters aan het Elyssee. Wij betreden ‘vuurdronken’, nu uw hemels heiligdom.“ Onnodig om erop te wijzen dat er voor dit gedicht verschillende (omstreden) vertalingen bestaan; niet voor niets zingen kinderen aan onze school daarom ook een andere tekst gebaseerd op deze symfonie van Beethoven, namelijk het Vredeslied. Schiller erkent in dit gedicht de natuur als één 30
van de voornaamste bronnen van vreugde. Het natuurmotief is doorheen de kunst- en literatuurgeschiedenis altijd een centraal motief geweest. Ten tijde van Schiller (18e-19e eeuw) gold de natuur echter als het symbool van vrijheid en vreugde – en men verbond beiden hierdoor ook met elkaar -, wat verscheidene literatuurwetenschappers vandaag de dag ook beschouwen als de “traditionele” symbolische functie van de natuur. Voor deze Neo – die gewijd is aan het thema “liberalisme en natuur” – leek het mij als hoofdredacteur en student Taal- en Letterkunde dan uit ook interessant om beide thema’s vanuit dit oogpunt samen te brengen en te onderzoeken. In deze Neohumanisme vindt u namelijk al een aantal teksten terug die het thema van natuur en leefmilieu behandelen, maar niet zozeer de directie relatie tussen vrijheid en natuur, hoewel in mijn ogen vrijheid zich nergens beter uit dan in de natuur en zelfs het beginpunt vormt van onze filosofie. “Wij hebben als mens belang bij het bestaan van de natuur. Wij halen hier onze mogelijkheid tot leven uit,” verwoorde secretaris Max De Schryver het reeds in deze Neo. Ik hoop u in deze tekst te kunnen aantonen dat natuur voor ons liberalen niet alleen gelijk mag staan aan “een gezond leefmilieu” en zeker niet met het idee van “een probleem voor het kapitalisme”, veel leesplezier.
De Klassieke Oudheid
“basiselementen”: water, aarde, lucht en vuur. Zo dacht Thales van Milete bijvoorbeeld dat water het oereleVoor dit artikel maak ik mijn eerste tijdsprong naar de ment was. Ook dacht hij dat de Aarde plat was en op Klassieke Oudheid, om de filosofen Epikurus, Lucretius water dreef. Anaximenes daarentegen geloofde dat en Epictetus te bespreken, drie filosofen die vele ges- lucht het oerelement was. Omdat deze filosofen loutchiedkundigen en ideologici zien als de “liberalen van er en alleen natuurelementen als de Oerstof erkendde Oudheid”. Niet voor niets zijn Epikurus en Lucretius en noemt men hen bijgevolg de natuurfilosofen. Na dan ook de eerste twee personen over wie Dirk Ver- een tijdje werden deze theorieën echter uitgebreider hofstadt in zijn boek De Liberale Canon komt te spre- en gecompliceerder: van Herakleitos die bearguken. Deze Griekse filosoof (Epikurus) en zijn Romeinse menteerde dat alles constant in beweging was (zoals “navolgers” (Lucretius en Epictetus) hun filosofie han- vuur) tot Pythagoras die in wiskunde de oerstof zag. delde vooral over de mens, geluk, natuur en de goden. In het hellenisme ontstond dan de idee van “atomAlle drie deze filosofen waren atomisten. Lucretius en isme”. Wat was dit atomisme nu precies? De atomisten Epictetus erfden dit idee van Epikurus, die het idee op gingen ervan uit dat alle stoffen waren opgebouwd uit zijn beurt had overgenomen van Demokritus, een an- ontelbare en minuscule eenheden, met name atomen. dere Griekse filosoof die men tot de “natuurfilosofen” Dit bleek later ook te kloppen, hoewel er natuurlijk rekende. In de Klassieke Oudheid zochten deze natu- nog kleinere eenheden bestaan, zoals neutronen en urfilosofen naar het oerelement of de archè (ἀρχή), protonen. Alweer is “atomisme” een vage term en het element waaruit alle andere elementen en zaken kunnen we weer spreken over verschillende soorten op aarde zouden zijn ontstaan, al dan wel of niet met “atomisme”: vroeg-atomisme, laat-atomisme, het hulp van de Goden. De eerste filosofen die hierover atomisme van Demokritus, Epikurus,… Onze ‘goede spraken gingen echter enkel uit van één van de vier vriend’ Karl Marx schreef zijn doctoraatsthesis zelfs
31
s over de verschillen tussen deze laatste twee. Het is – for the sake of the argument – echter niet belangrijk al te diep op dit atomisme in te gaan, laat staan op de details waar de verschillende stromingen in verschillen. Epikurus (341-270 v.C.) neemt deze theorie dus over, maar breekt echter volledig met zijn voorgangers door zijn godsbeeld: volgens Epikurus hadden de goden geen invloed meer op het dagelijkse leven en konden zij niet langer ingrijpen. Wat dan exact de relatie was tussen de Goden en atomen is niet duidelijk omdat zijn werk verloren ging, we kunnen daar dus alleen maar naar gissen. Maar dit idee is wel belangrijk om goed te begrijpen. Voor Epikurus had bidden tot de goden geen zin meer en hij vond het idee al helemaal belachelijk als het ging om zaken die je makkelijk zelf kon doen of de logica zelve waren. Bovendien was de vrijheid van de mens niet meer afhankelijk van de Goden, maar enkel van de samenleving en de natuur, een idee dat al eerder werd uitgedragen door Sokrates, die hiervoor de gifbeker moest drinken. Maar – hoewel vrijheid niet meer afhankelijk was van de Goden – toch was voor Epikurus de vrijheid niet gegeven; de vrijheid hing voor hem samen met geluk; je moest ze verdienen en ervoor werken om ze te behouden! Vrijheid was bij hem ook een spiritueel en niet-materieel gegeven: het was veel makkelijker om vrij te zijn van geest dan om werkelijk vrij te zijn in de reële wereld, dit blijkt ook uit een aantal citaten van hem die een afkeer van materialisme vertoonden: “Dat wat men heeft moet men niet bederven door te verlangen naar wat men mist, maar bedenken dat ook het verkregene tot onze wensen behoorde.” Ook vandaag de dag situeert men het liberalisme en individualisme als “spirituele” filosofieën, terwijl socialisme en marxisme materialistisch gericht zijn (denk bijvoorbeeld maar aan de marxistische theorie van Adorno). Het was volgens hem ook dom om mythologische en magische verklaringen te zoeken achter natuurfenomenen, gezien deze louter in en door de natuur zelf ontstonden. De enige manier dat de mens zich hiertegen kon verzetten en gelukkig kon zijn was door altijd hard te werken en je best te blijven doen, wat samen met zijn godsbeeld en logi32
ca (=atomisme) de basis vormde van het epicurisme. Omwille van deze “extreme” zoektocht naar het geluk en het verwerpen van de Goden zou de Kerk in de Middeleeuwen bijgevolg grote delen van zijn werk verbannen en verbanden, met als gevolg dat we vandaag de dag vooral door werken van zijn volgers en andere filosofen (zoals Lucretius) weten wat Epikurus zijn filosofie was. Het is echter nog zeer belangrijk om te weten dat Epikurus, hoewel hij redelijk vernieuwend was en het nodige aantal ideeën overboord gooide, nog steeds een zekere invloed bezat van de natuurfilosofen. Hoewel hij geen natuurelement als de archè erkent, is het voor Epikurus en zijn filosofie wel van centraal belang – tevens door zijn afkeer van de mythologische oorsprongsmythe – dat men beseft dat de samenleving er niet altijd was, en dat de mens en natuur oorspronkelijk één waren of toch op zijn minst deel van één en hetzelfde geheel. Epikurus noemt dit de “natuurtoestand” van de mens en voor hem was hier de menselijke natuur uit gemaakt, een menselijke natuur die zocht naar veiligheid en geluk, als dusdanig verantwoorde Epikurus zijn genotsleer. Het werk van Epikurus zal voornamelijk een grote weerslag kennen bij de Romeinen. Deze invloed zien we voornamelijk bij Lucretius en Epictetus. Lucretius (99-15 v.C.) schrijft zijn meesterwerk De Rerum Natura (Over de Natuur der Dingen) over het verloren gegane werk van Epikurus, waarbij hij een lofzang over Epikurus schrijft en hem enerzijds voorstelt als een soort Messias en anderzijds als zijn leermeester. In dit werk, bestaande uit zes boeken, geeft Lucretius een uitgebreide geschiedenis van de natuurfilosofie en het atomisme van Epikurus. Bijzonder belangrijk voor Lucretius is de logica waarmee Epikurus in zijn werken redeneert. Bij de Romeinen, waar filosofie en prewetenschap belangrijker waren geworden en retoriek een belangrijke plaats had in het maatschappelijke debat, was bijgevolg de logica veel belangrijker geworden. Lucretius erkende door deze logica dat het onmogelijk was dat de Goden nog konden ingrijpen in het leven van de mensen en hij kent zelfs een negatieve positie toe aan godsdienst: “Tot zoveel kwaad heeft de godsdienst kunnen overreden”, en als één van de eersten
Voor Epikurus was de vrijheid niet gegeven; de vrijheid hing voor hem samen met geluk; je moest ze verdienen en ervoor werken om ze te behouden! zal hij in religie een ondermijning van de “menselijke vrijheid” zien. Deze logica die door Lucretius onderschreven wordt zal later zeer belangrijk zijn voor de herontdekking van Epikurus en het epicurisme, gezien filologen en filosofen gedurende het humanisme en de verlichting zullen blijven zoeken naar de “logica”.
Naar mijn mening reproduceert en becommentarieerd Lucretius hoofdzakelijk het werk van Epikurus, hoewel hij het natuurmotief meer in de verf zet, zij het louter door de titel van zijn werk. Wat ik echter zeer belangrijk vind bij Lucretius is dat hij dieper ingaat op de natuurtoestand van Epikurus. Lucretius erkent namelijk dat de mensheid zeer hard is geëvolueerd vanaf zijn “natuurfase”, waar hij zowel positieve als negatieve gevolgen in ziet. Positieve gevolgen zijn bijvoorbeeld landbouw en veiligheid, terwijl negatieve gevolgen bijvoorbeeld moord en oorlogsvoering zijn. Deze dichotomie zal later in de verlichting nog zeer belangrijk worden. Een andere filosofische stroming die het streven naar geluk onderzocht en idealiseerde waren de stoïcijnen. De stoïcijnen ofwel stoa waren een aantal Griekse en Romeinse filosofen. De bekendste onder hen waren Seneca, de leermeester van Nero, Epictetus en Marcus Aurelius, de latere keizer van Rome. Deze stroming ontstond gedurende het hellenisme, waarin ook Epikurus leefde en waarin de relatie mens, geluk en samenleving een centraal motief was in de toenmalige filosofie. Een belangrijk uitgangspunt voor het bereiken van geluk was voor de stoïcijnen de relatie met de natuur en “leven in overeenstemming met de natuur”. De mens die erin zou slagen als dusdanig te leven, gelukkig en met respect voor de andere mensen en de natuur, zou dan leven volgens de “stoïsche wijze”, het ideaalbeeld dat de stoïcijnen nastreefden. Omwille van deze reden zal Epictetus (50- 130 n.C.) zich bijzonder interesseren in Epikurus en zijn ideeën over de menselijke vrijheid. Het is mogelijk dat ook Lucretius een invloed had op Epictetus, doch dat
valt moeilijk te bewijzen en kunnen we niet weten. Epictetus zou in zijn werken de natuur nog positiever connoteren dan Epikurus en Lucretius, net zoals zijn filosofie in het algemeen. Epictetus, die namelijk zelf een zeer goed leerkracht was, zag in de natuur en het leven juist een leermeester. En al konden zaken als droogte of een insectenplaag nog zo zwaar zijn, Epictetus zag hen juist als levenslessen.
Epictetus introduceert ook als één van de eerste filosofen ooit de idee van vrije wil of “wilsbesluit” (Prohairesis), wat hem zeer belangrijk maakt voor de geschiedenis van het liberalisme. Hij zal de vrijheid verder onderzoeken (“Niemand is vrij die niet zichzelf de baas is”), net als de menselijke interpretatie van de werkelijkheid. Zeer interessant is ook zijn werk Over Vrijheid, dat ik u ten zeerste aanraad. Hoewel Epictetus in mijn ogen een relatief onbekend filosoof is vindt u hierin de grondslagen van de stoa en het leest zeer vlot. Ook de logica van de retoriek en Epikurus beïnvloedden hem zeer hard. Vandaar dat zijn “stoïsche” levenswijze gekenmerkt werd door eenvoud: net zoals Epikurus geloofde Epictetus dat het merendeel van de problemen die de mens heeft door de mens zelf worden gemaakt. Als laatste is het misschien nog interessant om toe te voegen dat Epictetus op sommige vlakken zijn tijd ver vooruit was, zo geloofde hij bijvoorbeeld niet in nationaliteiten: “Wie Socrates vroeg, tot welke nationaliteit hij behoorde, kreeg niet ten antwoord: `Ik ben een Athener’, maar: `Ik ben een burger der wereld.’” Rousseau, Montesquieu en de verlichting De ideeën van al deze filosofen zullen gedurende de Middeleeuwen “vergeten” worden omwille van verschillende oorzaken, zoals de oppressie van de Kerk en algemene ongeletterdheid. Pas in de Late Middeleeuwen ofwel het Herfstij der Middeleeuwen (Cf. Huizinga) zullen zij stilaan maar zeker beginnen terug te keren. Het is dankzij het opkomen van de filologie, met 33
name Lorenzo Valla en Francesco Petrarca, dat ze weer zonder een aantal filosofen van de Franse School zullen daarbij terugkeren naar de idee van de natuurtoegelezen zullen worden. stand van de mens. Vergelijk volgende twee citaten: De filologen zullen hiermee de aanzet geven tot het humanisme. Zij zullen terug antieke teksten begin lezen “De mens wordt vrij geboren en overal bevindt hij zich en deze vertalen en onderzoeken. Vooral in Italië zal in ketenen.” Rousseau deze beweging zich zeer sterk manifesteren. Voordien - waren buiten de christelijke filosofieën enkel bepaalde onderdelen van de filosofie van Plato en Aristoteles “In de natuur was de mens vrij en gelijk, het is slechts gekend, zij het niet hun politieke en “heidense” ideeën de samenleving die hem anders maakt.” Montesquieu (cf. Neoplatonisme). Het neoplatonisch idee van de - dood als het ultieme einde en als de ultieme vijand zullen de vroeg-humanisten terugvinden bij Epikurus Zowel Rousseau als Montesquieu spreken hierover en Lucretius met hun ideeën over het leven en geluk. de natuurtoestand van de mens, die ze als een oorHieruit zullen in de literatuur de ideeën van Carpe spronkelijk vrije en gelijke toestand afbeelden. Mondiem (“pluk de dag”), Memento mori (“gedenk te ster- tesquieu zegt expliciet dat het de samenleving is die ven”) en tempus fugit (“tijd vliegt”) hun intrede doen, onvrijheid en ongelijkheid veroorzaakt, terwijl Rousen met name voornamelijk in Italië bij bijvoorbeeld seau – die dezelfde mening was toegedaan – echFrancesco Petrarca en Lorenzo de Medici, hoewel ook ter de algemene beeldspraak “in ketenen” gebruiShakespeare hier sterk door zal worden beïnvloedt. kt, wat een verwijzing is naar de allegorie van Plato. Na het humanisme volgt dan de verlichting, een explosie van het kritisch menselijk denken. De verlichtingsfilosofen zullen terug over alles beginnen na te denken en alles in twijfel beginnen trekken: de mens, de samenleving, de kosmos, de natuur,… In het bij34
Interessant is echter dat Rousseau zegt dat de mens vrij geboren wordt. Bedoelt hij hiermee dat de natuurtoestand niet iets uit een ver verleden is? Nee, het is iets gecompliceerder dan dat. Elk kind dat geboren wordt in deze wereld bevindt zich in theorie in de natuurtoe-
stand. Maar elk kind wordt echter al direct beïnvloedt door de samenleving en de staat, waardoor hij zich nooit volledig in de natuurtoestand kan bevinden. Wat dan met baby’s? Rousseau beargumenteerde dat baby’s geen of alleszins te weinig geestelijk en lichamelijk vermogen hadden om zich in een vrije of gelijke natuurtoestand te bevinden, zij bevinden zich dus in een soort “prenatuurlijke en premaatschappelijke” toestand. Op deze relatie van kinderen en de natuurtoestand gaat Rousseau dieper in in zijn werk Émile ou l’éducation. Hierin staat hij – in tegenstelling tot Thomas Hobbes – een positief kindbeeld voor, daar kinderen zich het dichtst bij de oorspronkelijke natuurtoestand van de mens bevinden. Volgens Rousseau zijn kinderen dan ook van nature goed. Dit positief kindbeeld van Rousseau kadert in zijn groter positief mensbeeld, dat later nog van invloed zal zijn op filosofen als Karl Popper. Ironisch genoeg worden deze uitspraken van Montesquieu en Rousseau niet alleen door ons, individualisten en liberalen, benut, maar ook marxisten gebruiken hun citaten om hun ideologie te verantwoorden, daar beiden ook zeiden dat de mens in de natuur gelijk was. Volgens de marxistische interpretatie is het bijgevolg het idee van geld en winst maken dat ongelijkheid veroorzaakt. In het bijzonder Rousseau is bij hen populair, daar ze zo hun mensbeeld als een positief mensbeeld kunnen verantwoorden. Deze interpretatie is voor mij – zeker wat het mensbeeld betreft – fundamenteel onwaar: Een positief mensbeeld bestaat uit vertrouwen, medeleven, vrijheid en vreugde, of kortweg “mens-zijn”, en niet uit wantrouwen, jaloezie en de idee dat mensen enkel in eigenbelang denken en op winst en geld belust zijn.
houd, de nood voor voedsel, de nood voor het andere geslacht etc. Daarnaast erkende Montesquieu dat er wetten waren buiten de natuur, die logisch en nuttig waren, maar ook erkende hij dat dit heel vaak niet het geval was, daarom dat hij in zijn boek om politieke vrijheid te bewerkstelligen een scheiding der machten bepleit. Rousseau en zeker en vast Montesquieu hadden ook een zeer grote invloed op heel wat Italiaanse filosofen – Frans was bovendien de taal van de verlichting. Eén van die filosofen was Cesare Beccaria. Beccaria zal in zijn Dei Delitti e delle Penne (Over Misdaden en Straffen) een rechtssysteem uitwerken aan de hand van de natuurtoestand van voornamelijk Montesquieu, maar ook Rousseau. Zo argumenteert hij dat de doodstraf de meest onnatuurlijk straf mogelijk is en bijgevolg barbaars is. Naar het rechtssysteem van Beccaria zal later ons rechtssysteem gemaakt worden. Ook bij John Locke vinden we deze invloed terug, wat ook duidelijk blijkt uit het rechtssysteem dat hij in zijn Two Treatises of Government voorstaat. Natuur als symbool van vrijheid Ook bij de kunstzinnige tegenhanger van de verlichting, de romantiek – en later kunst en literatuur in het algemeen – zullen natuur en vrijheid altijd sterk samenhangen. In het algemeen zullen veel ideeën van de verlichting haar weerklank vinden in de romantiek, zoals ook vandaag de dag films en boeken nog steeds een zeker beeld schetsen van de manier waarop we leven.
In hun boek Literarischer Symbole zeggen Günter Butzer en Joachim Jacob dat de natuur een plaats van vrijheid is, waarbij zowel deze vrijheid als het geluk positief geconnoteerd worden. De natuur is bij hen ook een De natuurtoestand en de wet mysterieus iets (een oord der geheimen), maar staat in de eerste plaats symbool voor de oorsprong en de vriBijzonder interessant bij Montesquieu daarentegen is jheid: ze omschrijven de natuur als een terugkeer van dat hij niet alleen over natuurtoestand spreekt, maar het wezenlijke van het menselijke leven, ver weg van ook over natuurwetten, iets wat Rousseau ook al in de civilisatie en van corruptie (Butzer/Jacob 2008: 410) iets vagere en mindere mate doet. In zijn werk De l’esprit des lois (Over de Geest van Wetten), zegt hij dat De band met Rousseau, Montesquieu en Epikurus er oorspronkelijk de natuurwetten waren, zoals zelfbe- voor hen is hier dus zeer duidelijk. Het is inderdaad 35
zo dat natuur vandaag de dag in de literaire symboliek hoofdzakelijk verankerd staat als een symbool van enerzijds vrijheid en anderzijds van mystiek. We kunnen echter niet met zekerheid zeggen waarom; we kunnen teruggrijpen naar Epikurus en dergelijke, maar het idee achter symboliek is dat de conventionaliteit erachter vaak zeer moeilijk te reconstrueren is. Een voorbeeld is de symbolische betekenis van een duif als het teken van vrede. Waarom is dat? Waarom gebruiken we bijvoorbeeld duiven op bruiloften? We weten dat in de Bijbel Noach een duif eropuit stuurt om land te zoeken en hoewel dat zeker een invloed heeft op de huidige betekenis weten we niet waarom men in de Bijbel een duif gebruikt. De analyse is nog veel gecompliceerder en gaat bijvoorbeeld in op het feit dat duiven kunnen vliegen en tot de vogelsoort behoren, maar het is onnodig daar nu verder op in te gaan.
zij toch ook gevoelens heeft voor Werther. De stemming wordt in het boek steeds triester en triester en op het einde zegt Werther dat hij niet meer in deze wereld wil leven en pleegt hij zelfmoord. Goethe schetst hier mee hoe ongelijk en onmeritocratisch de samenleving destijds was, daar Albert – de verloofde van Lotte – rijk is en een hogere stand geniet dan Werther. Het boek had een enorme weerklank bij de lezers, en dan voornamelijk jongeren. Vele jongeren pleegden zelfmoord en daardoor werd het boek zelfs even verboden. Een jongere Vince las ooit het boek en moest toch ook wel een traantje wegpinken.
De natuur wordt niet alleen positief voorgesteld bij Goethe, maar staat ook lijnrecht tegenover de samenleving als inderdaad een plaats van gelijkheid en geestelijke en spirituele vrijheid. Dit natuurmotief zal in verschillende andere werken en gedichten van Goethe In het bijzonder in de Romantiek en met name in terugkeren (denk maar aan Wanderers Nachtlied en het de Duitse Sturm- und Drangbewegung (een beweg- Egmontgedicht) en telkens een centrale rol spelen en ing die grote aanhanger was van het individualisme) min of meer positief geconnoteerd worden, met meestal komt dit idee terug. Ze stonden meritocratische ook aandacht voor één of andere “symbolieke” vrijheid. gelijkheid en vrijheid voor en terugkerende moti- Het tweede voorbeeld is een ander gedicht van Friedeven in hun werken waren de natuur, de vrijheid en rich Schiller: vooral de liefde. De bekendste namen onder hen zijn Goethe, Herder en Schiller, van wie het citaat aan „In des Herzens heilig stille Räume het begin van dit artikel komt. Hun literatuur wordt Mußt du fliehen aus des Lebens Drang, vaak gezien als de doorbraak en ook het hoogtepunt Freiheit ist nur in dem Reich der Träume, van de Duitse literatuur. Hier vergelijk ik twee citat- Und das Schöne blüht nur im Gesang.“ en/tekstfragmenten voor u om dat aan te tonen. De eerste is er één van niemand minder dan Goethe zelf: „Heilig stille Räume“ staat hier gelijk aan „de natuur“, die weeral positief geconnoteerd wordt. Dit is een “Hab ich mich nicht an denen ganz wahren Ausdrücken zeer typisch gedicht van de Sturm- und Drang, het der Natur, die uns so oft zu lachen machten, so wenig woordje “Drang” geeft dat duidelijk ook aan. Ook over lächerlich sie waren, selbst ergötzt!“ („Heb ik dan niet vrijheid spreekt Schiller in dit gedicht: “Freiheit ist nur van het ware gelaat van de natuur, die ons zo vaak aan in dem Reich der Träume”. Schiller zoekt wel naar vrihet lachen maakte, hoe weinig lachrijk zij ook was, jheid, maar kan die in deze wereld – op dat moment zo genoten!”) (Die Leiden des jungen Werthers: 9). – niet vinden. Voor hem bestaat vrijheid dus alleen in het dromenrijk, wat de vrijheid weeral een spiritueel De natuur wordt hier duidelijk zeer positief voorg- en niet materieel gegeven maakt. esteld, een beetje mysterieus, maar positief. Net zoals bij het eerste citaat van Schiller is de natuur hier een Wordt natuur altijd positief neergezet in de literatuur bron van vreugde. Het verhaal van Werther is een en is natuur altijd gelijk aan vrijheid? Het antwoord dazeer grote tragedie: Werther is verliefd op een meisje, arop is nee, maar dan spreekt men wel iedere keer van Lotte, die echter al aan een ander beloofd is, hoewel een “onorthodox gebruik” van het natuurmotief en 36
Dat is wat de natuur voor mij is: een spiegel van onze vrijheid, van onszelf en hoe de wereld zou moeten zijn.
speelt deze toch heel vaak op vrijheid in. Een voorbeeld hiervan is de Duitse Vormärz-beweging, met auteurs als Georg Büchner. De Vormärz waren Duitse auteurs in de eerste helft van de 19e eeuw, velen van hen streefden naar de Duitse eenmaking en onafhankelijkheid en hun literatuur wordt hier ook door gekenmerkt.
dere Pirandello en Verga.
De naturalisten gaan deze waarheid ook zoeken, en geloven dat men deze waarheid enkel in de natuur kan vinden. Een belangrijke poëet voor hen was daarom ook de Amerikaan Henry David Thoureau. Hij wou de natuur intrekken en daar voor een tijd levBij hen is de mens noch in de samenleving, noch in en, om te zien of de natuur hem niet kon leren wat de natuur vrij. Beiden hebben negatieve effecten op het leven moest doen, opdat hij niet op zijn sterhet welzijn van de mens en hun literatuur is daardoor fbed zou moeten ontdekken dat hij niet geleefd had. ook gekenmerkt door een donkerdere en meer som- Om die reden trok anderhalf jaar geleden de Limburgbere stemming. Hiermee willen ze echter aantonen er Thomas De Gregorio de natuur in, dat is, hij ging dat de mens moet vechten voor de vrijheid (=Duitse op zichzelf leven in een caravan en voorzag zichzelf onafhankelijkheid), en dat deze niet te vinden is of ge- op natuurlijke manier van voedsel etc. (URL: < http:// geven wordt door de natuur. Het natuurmotief hangt www.hbvl.be/cnt/dmf20160727_02402077/hassehier dus nog steeds sterk samen met vrijheid, doch zij laar-32-wil-een-jaar-over-leven-in-caravan-op-weide>) het totaal tegenovergesteld aan haar normale functie. Binnen dit naturalisme kan men nog een aantal subMen kan daarbij ook nog het onderscheid maken tussen stromingen onderscheiden afhankelijk van land tot “conventionele symboliek” en “arbitraire symboliek”. land en thema tot thema: zo waren er bijvoorbeeld Conventionele symboliek is symboliek die erom gebrui- ethisch naturalisme (met G.E. Moore als belangrijkste kt wordt om symbolisch te zijn, terwijl arbitraire sym- naam) en evolutionair naturalisme, dat zich concenboliek eerder door toeval en logica ontstaat, zo is het treerde op de ideeën van Darwin. logischer om vrijheid met natuur en de buitenwereld te associëren dan met een school of gevangenis. Ook is het Liberalisme en natuur mogelijk om symboliek niet te gebruiken. Zo is de Harry Potter-boekenreeks van Rowling een zeer symbolische Het moge duidelijk zijn, niet alleen is de band tussen reeks, maar vind je hier geen natuursymboliek in terug. liberalisme en natuur doorheen de gehele geschiedenis sterk geweest, het is de natuur waarin niet alleen Het naturalisme wij als mens, maar ook wij als liberalen onze oorsprong vinden. Terwijl de samenleving vaak geconfronteerd Als laatste interessante beweging betreffende de nat- wordt met corruptie, schandalen en oorlog zullen we uuridee is er dan nog de filosofische stroming die men in de natuur altijd rust, vrijheid en harmonie kunnen het naturalisme noemt in de tweede helft van de 19e vinden. Dat is ook wat ik u probeerde aan te tonen eeuw. Deze stroming zal verder gaan op de natuu- in deze tekst. Daar waar wij als liberalen teveel instirideeën van de Franse School maar zal zich langs de tuties, te veel orde en te veel regels – terecht – als een andere kant ook laten beïnvloeden door de literaire en belemmering van de individuele vrijheid zien, vinden kunstzinnige naturalistische stromingen die reeds aan we deze wel terug in de natuur: in de natuur is alles het begin van de 19e eeuw ontstonden en waaronder in harmonie, er zijn geen regels en geen chaos, op zijn men onder meer het realisme kan rekenen. Deze stro- eigen manier is de natuur de wereld zoals ze zou moetmingen hadden niet zozeer een band met de natuur, en zijn. En dat is wat de natuur voor mij is: een spiegel maar zochten allemaal op hun eigen manier naar de van onze vrijheid, van onszelf en hoe de wereld zou waarheid, denk maar aan het verisme met onder an- moeten zijn. 37
Frank Verhaecke Oud-bestuurslid LVSV Gent
Visie
De Europese landbouwpolitiek Frank Vervaecke De laatste tekst die we voor u uit de archieven hebben bovengehaald is er één van het academiejaar 1984-85, geschreven door Frank Vervaecke. De tekst handelt over het GLB en de Europese landbouwpolitiek in het algemeen. We hebben de tekst gekozen omdat het ons interessant lijkt eens te zien hoe het LVSV vroeger over natuur en milieu nadacht. Afbeeldingen en grafieken uit de oorspronkelijke tekst waren helaas niet leesbaar en/of kopieerbaar. Waarom? a)
Waarom een landbouwbeleid?
Elk land is om verschillende redenen gedwongen om een landbouwpolitiek te voeren. De landbouw beantwoordt immers aan een elementaire en permanente behoefte van de verbruiker: voedsel. Zowel sterk afhankelijk van klimatologische als biologische verschijnselen is het aanbod van landbouwprodukten echter aan grote schommelingen onderhevig. Het kan een grote invloed op de prijzen hebben, met nadelige gevolgen voor de verbruiker bij zeer hoge prijzen, of voor de landbouw-producent, bij een ineenstorting van de markt. Het aanbod van de landbouwprodukten, evenals vraag, sterk inelastisch. Bovendien is de wet van Engels, m.a.w. de daling van de relatieve consumptie-uitgaven naarmate de levensstandaard stijgt, een zeer belangrijk gegeven bij het voeren van een landbouwpolitiek.
die op eigen boden worden geproduceerd, zodat men, zij het niet volledig, dan toch grotendeels zelfvoorzienend is en niet te veel op invoer aangewezen is. Voor 9 miljoen mensen in het Europa der Tien, vormt de “edele Aarde” de voornaamste bron van inkomsten. Deze inkomsten gaan omhoog met de technische voortuitgang en de verbetering van de produktiviteit, maar zij hebben die altijd de ontwikkeling van de andere economische sectoren gevolgd. De overheid heeft dus dikwijls de neiging om in te grijpen in die landbouw, teneinde de markten te steunen en de produktiestructuren te verbeteren. b) leid?
Waarom een gemeenschappelijk landbouwbe-
De discrepanties tussen de percentages van de in deze sector werkzame beroepsbevolking, haar aandeel Een landbouwbeleid kan ook uit strategische overwe- in het BNP, de produktiviteit, de prijzen; de structugingen gevoerd worden: het veilig stellen van de pro- ur, enz., gaf de aanleiding tot uiteenlopende vormen duktie van de voor de voeding bestemde produkten, van landbouwpolitiek in Europa. Het handhaven hi-
38
ervan zou een ernstige bekommering betekenen voor de verwezenlijking van de gemeenschappelijke markt en een volledige integratie van de verscheidene Lid-staten. Een Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) was in Europa dan ook onvermijdelijk
De gemeenschappelijk marktordeningen kunnen worden onderverdeeld in vier belangrijke types: • Prijssteun: marktordeningen van dit type gelden voor meer dan 70% van de produktie. • Bescherming aan de buitengrenzen: geldend voor ongeveer 25% van de produkten. De landbouw zelf is bovendien zeer verschil- • Aanvullende steun bij de produktie: slechts lend ingesteld, België en Nederland zijn tradi- voor 2,5% van de profuktie. tioneel sterk uitvoer-gericht; Frankrijk en Duit- • Forfaitaire steun per hectare of naargelang de sland zijn meer autarkisch ingesteld. Een GLB geproduceerde hoeveelheid: voor 0,6% van de produkwas en is dus noodzakelijk op het eerste zicht. tie. Het Gemeenschappelijk landbouwbeleid a) Algemene bepalingen van het Verdrag van Rome Een artikel van het Verdrag van Rome omschrijft de vijf fundamentele doelstellingen voor de gemeenschappelijke politiek m.b.t. de landbouw: de productiviteit doen toenemen, een redelijke levensstandaard aan de landbouwbevolking verzekeren, de markten stabiliseren, de voorziening veilig stellen, redelijke prijzen bij de levering aan verbruikers verzekeren. . Deze doelstellingen moesten middels drie principes verwezenlijkt worden: - De eenheid van de markt - De communautaire preferentie - De financiële solidariteit
Naarmate de marktordeningen in werking traden, kwamen de prijzen van de produkten in de Lid-staten dichter bij elkaar; tenslotte waren er alleen nog gemeenschappelijke prijzen. De raad van de ministers stelt elk jaar, op voorstel van de Commissie, deze gemeenschappelijk prijzen voor het komende verkoopseizoen valt. De prijzen verschillen naargelang de produkten en de garanties die men wenst te bieden. Er zijn streefprijzen (richtprijs of oriëntatieprijs genoemd, naargelang het produkt), die binnen de Gemeenschao gelden; en prijzen die gelden als bescherming tegenover derde markten (drempelprijs, sluisprijs). Daarnaast zijn er interventieprijzen, basisprijzen en bodem- of ophoudprijzen
In dit systeem van prijzen geldt dan nog een regeling met restituties en heffingen, ter beveiliging tegen goedkope invoer uit Derde landen en om een De GLB blijkt dus zowel marktgericht als structuurger- minimum bevoorrading in Europa te verzekeren. icht te zijn. Feitelijk is er, zoals soms wel eens beweerd wordt, b) Markt- en prijsbeleid geen hermetische afsluiting van de wereldmarkt; wel is er een bescherming tegen de schommelinTot heden vallen slechts drie produkten, te weten gen en de lage prijzen op de wereldmarkt. Bovendschapenvlees, alcohol en aardappelen, niet onder de ien zijn vele preferenties toegekend geworden aan GLB en zijn ze dus nog onder nationale bevoegdheid. verschillende ontwikkelingslanden, zodat het sysAlle andere landbouwproducten vallen onder gemeen- teem van prijzen voor deze landen niet geldig is. schapsvoorschriften, die niet noodzakelijk allen uniform zijn. c) Sociaal-structureel beleid Eén van de doelstellingen van het Verdrag van Rome is een bevredigende mate van economische efficiency 39
lang op zich wachten: top op heden zijn slechts drie richtlijnen uitgevaardigd i.v.m. dit beleid. Zij moeten de basis vormen van een verdere uitdieping. Maar het structuurbeleid is niet alleen van recentere datum, ook het begin van de economische recessie, dat samenviel met het begin van de toepassing van de drie basisrichtlijnen, heeft de uitvoering ongunstig beïnvloed. Bovendien is de uitvoering op bijzondere moeilijkheden gestoten in de mediterrane gebieden van de Gemeenschap, waar een zeer hoog percentage van de beroepsbevolking in de landbouw werkt, waar een Het Plan Mansholt (memorandum 1980) voor- grote verborgen werkloosheid heerst en waar de arzag hiervoor steunmaatregelen voor het ra- beidsproduktiviteit en de inkomens uiterst laag zijn. tionaliseren van landbouwbedrijven, voor het De financiering van de GLB stimuleren van de bedrijfsbeëindiging door oude d) landbouwers en voor scholingsprogramma’s voor degenen die in de landbouw wilden blijven, evenals De landbouwuitgaven beslaan ongeveer 2/3 van het voor zij die een ander beroep wilden uitoefenen. Europese budget. Dit is zeer veel, maar geeft een overtrokken beeld. Ten eerste is de GLB de enige echte geDe uitwerking van het structuurbeleid laat echter meenschappelijke politiek van de EG. Bovendien zijn in de EG-landbouw. Dit vereist een structurele ontwikkeling zowel in als buiten de landbouw: een algemene economische groei waardoor buiten de landbouw nieuwe arbeidsplaatsen worden geschapen; een dynamische regionale ontwikkeling om een infrastructuur tot stand te brengen waarbinnen het economische, sociale en culturele leven kan bloeien; omschakeling van/ of beroepsopleidingen voor landbouwers; vergroting van de landbouwbedrijven; verbetering van de individuele of collectieve produktiemiddelen in de landbouw.
40
alle uitgaven, EG-uitgaven, en worden ze niet zoals bij andere EG-politieken (Bv. het industrieel beleid) via de nationale begrotingen verrekend. Dit hoge cijfer is dus eigenlijk een scheeftrekking van de situatie, maar toch zijn deze uitgaven als hoog te bestempen (Cf. infra). De financiering zelf van de EGB gebeurt via het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL). 1. Uitgaven De uitgaven van de afdeling Garantie, maken 90 à 95% uit van de totale uitgaven. Het zijn uitgaven die voortspruiten uit het beleid, en meer bepaald het markt- en prijsbeleid, zoals bijv. de interventies, de restituties bij uitvoer, de monetaire compenserende bedragen (cf. infra). De uitgaven van de afdeling Oriëntatie zijn uitgaven (ongeveer 600 min ERE in ’82) ter toepassing van het structuurbeleid: meestal betreft het hier de financiering van individuele projecten ter verbetering van de afzet- en produktiestruktuur. De sectoren graan-rijst-zuivel nemen 45% van de uitgaven voor zich, en geven een trendmatige daling te zien. Dit grote aandeel is het gevolg van een grote invloed van het klimaat en van de situatie op de wereldmarkt. 2. Inkomsten Het EOGFL wordt sinds 1975 volledig gefinancierd via de begroting van de EG. De middelen daarvoor bestaan uit douaneheffingen, landbouwheffingen en sinds 1978 één procent (maximum) van de door de Lid-staten opgelegde BTW. Evalutatie van het GLB De bevoorrading is verzekerd geworden en Europa heeft geen tekort meer gekend sinds het GLB. Het handhaven van redelijke verbruikersprijzen kon voor het merendeel van de produkten verzekerd blijven. Gemiddeld zijn de aan de producent betaalde prijzen voor landbouwprodukten met 8,5% per jaar gestegen tussen 73’ en 79’, terwijl de prijzen voor voedingsmiddelen met 11% gestegen zijn. Eveneens is er een stabiliteit op de markt verwezenlijkt: in de loop van de
laatste 15 jaar zijn de Europese prijzen weinig of niet beïnvloed door de wereldmarkt en Europa heeft dus ook geen last gehad van de enorme prijsstijging van suiker en granen in 74’ en 75’. Daartegenover staat dat de Europese politiek een weerslag gehad heeft op het vlak van productie en zo in bepaalde sectoren overschotten teweeg gebracht heeft. Deze werkt men weg met middelen die over het algemeen duur en niet populair zijn. Sommige van deze overschotten zijn een gevolg van de conjunctuur, ze hangen samen met het wisselvallig karakter van de landbouwactiviteiten die voor een groot deel afhangen van de weersomstandigheden. Maar andere overschotten hebben een structurele oorzaak. Aldus moet het EOGFL ieder jaar de opslag en de afzet van belangrijke hoeveelheden zuivelproducten financieren. Hiervoor moet uiteraard een adequate oplossing gevonden worden, maar men mag dit probleem toch ook niet overroepen. Alle uitgaven ter ondersteuning van de landbouwmarkt bedragen slechts een half procent van het bruto intern product van de Gemeenschap, of 3,1% van de uitgaven voor levensmiddelen. Deze percentages gaan zeker, in tegenstelling van wat dikwijls wordt gedacht, de krachten van Europa niet te boven. Nochtans moet het wel gezegd worden, dat mits het wegwerken van die structurele overschotten, de kost van het GLB verlaagd kan worden. Daartegenover staat dat het GLB ongeveer 70% van de totale EU-begroting beslaat! Dit kan uiteraard een wanverhouding lijken, maar de reden ervan is eenvoudig: op het gebied van de landbouw is de Europese integratie het verst gevorderd terwijl in de andere sectoren het merendeel van de uitgaven op de nationale begrotingen is ondergebracht. Er is echter een breuk gekomen in de gemeenschappelijke markt met zijn gemeenschappelijke prijzen sinds de monetaire crisis. Dit wil men ten allen koste vermijden, vermits dit de fundamenten van het GLB zou aantasten. Daardoor is de gehele problematiek van de monetaire compeneerende bedragen (m.c.b.) ontstaan. Deze maken het mogelijk, dat ondanks wisselkoersaanpassingen, er toch een identiek prijzenniveau gehandhaafd kan worden ten opzichte van de producenten in de verscheidene Lid-staten. Dit systeem van “groene 41
koersen”, ter voorkoming van handelsverlegging, is echter buitengewoon duur en slokt 15 à 20 procent van de GLB-begroting op. Het GLB is dus dankzij deze m.c.b. blijven functioneren, maar deze bedragen remmen de noodzakelijke aanpassing van de landbouwstructuur af; ze veroorzaken een administratieve rompslomp, die zelf op den duur gevolgen kan hebben voor de prijzen en het handelsverkeer. De afbouw van deze m.c.b.’s is nu één van de nieuwe doelstellingen i.v.m. het GLB. Of het huidige GLB zou moeten vervangen worden door een nieuw, en dat meer gericht naar het Britse “deficiency payments system” is een controverse waarin het moeilijk is een standpunt in te nemen. Volgens de enen beter en goedkoper, volgens anderen onaangepast aan de Europese problematiek, kan men echter toch met zekerheid stellen dat de voordelen van het huidige GLB groter hadden kunnen zijn, indien was voortgegaan met de Europese integratie en het GLB, zowel intern als extern, niet het enige werkelijke gemeenschappelijke beleid was gebleven. De feiten wijzen uit dat de Europese landbouw het niet kan stellen zonder een economische en monetaire unie
42
en evenmin zonder een sociaal en regionaal beleid. Zolang een gemeenschappelijk beleid op die terreinen ontbreekt, zal het steeds moeilijker zijn besluiten te nemen; elk land zal immers proberen via de prijzen zijn eigen marginale sectoren te beschermen. De gehele landbouwpolitiek zal bovendien des te pijnlijker worden, naarmate Spanje en Portugal zullen integreren in de EG. Daar de structuur van de economie in deze landen grondig verschilt van deze van de huidige Lid-Staten, is het een absolute noodzaak dat de beleidsverantwoordelijken op Europees niveau zich bewust trachten te worden van de rol van de landbouwer in de maatschappij en van de landbouw in het algemeen, in het Europa van morgen, teneinde een beleid op lange termijn te kunnen vaststellen. Op korte termijn zal de oplossing van de huidige problemen waarschijnlijk liggen in een restrictief prijsbeleid m.b.t. de landbouwprodukten en in een systeem van contingenten en quotagebonden produktie (zoals dat nu in de staalsector en in de visserij van toepassing is). Zo’n systeem moet echter tijdelijk zijn en moet de aanloop vormen van een echte rationalisering en herstructurering van de landbouw in Europa.
Wouter Goemaere Bestuurslid LVSV Gent
Visie
“Universele” mensenrechten Wouter Goemaere Bestuurs- en redactielid Wouter Goemaere bespreekt nogmaals voor ons in deze “natuurneo” de universele mensenrechten, een thema waarover zowel hij als secretaris Max De Schryver reeds enkele teksten geschreven hebben vanuit hun achtergrond als rechtenstudenten. Niets is zo heilig als de normen en waarden van de Westerse samenleving. Liberté, egalité en fraternité zijn sinds de revolutie zodanig opgehemeld dat het individu, waaruit de principes ooit zijn ontsproten, volledig in haar schaduw valt. Wereldwijd zijn verschillende mensenrechtenverdragen aangenomen met dergelijke beginselen als fundering. Hoewel de gelijkaardige beginselen tientallen verschillende invullingen kennen, blijven sommigen verkondigen dat deze menselijke principes een bovenmenselijk karakter hebben. Dit essay strekt ertoe dit absoluut karakter te ontkrachten en om “mensen” terug in mensenrechten te integreren. Waarom Universele mensenrechten niet bestaan
immers het achterliggende systeem en bijgevolg onze plaats hierin beter begrijpen. Neem nu als voorbeeld de feitelijke vaststelling dat de mens van nature een sociaal dier is. Hieruit leiden we af dat alles wat de sociale relaties tussen mensen aantast, zoals bijvoorbeeld diefstal, verkeerd is. De morele intuïtie van de lezer voelt waarschijnlijk aan dat er een zekere waarheid achter dit voorbeeld schuilt, wie weet, zelfs een waarheid van bovenmenselijke orde! Op dat moment stapt de Schotse filosoof David Hume ten tonele. In zijn boek A Treatise of Human Nature formuleert hij een wet die we vandaag kennen onder de naam Hume’s Law, ook gekend als Hume’s guillotine. Met dit instrument toont hij aan dat mensen heel snel springen van een bewering over hoe iets is, naar een bewering over hoe iets zou moeten zijn, m.a.w. van een descriptieve naar een normatieve bewering, zonder hiervoor (rationele) argumenten aan te halen. Hier is sprake van een cruciale missing link waardoor men enkel een persoonlijke mening naar voren schuift in plaats van een onderbouwde waarheid.
a. Hume’s Guillotine en het natuur-“recht” Het universeel karakter van mensenrechten vindt traditioneel haar grondslag in het natuurrecht. Dit recht kan gedefinieerd worden als een “hoger recht” dat niet voortvloeit uit de wil van de mens, maar uit de natuurlijke orde der dingen. Het is een geheel van rechtsregels dat bestaat los van en boven de regels die wij als mensen zelf maken, het “positief recht”. Natuurrechtelijke normen ontdekken we door een diepgaan- Hume’s guillotine was dodelijk voor het klassieke natde analyse van de (menselijke) natuur. Wanneer we uurrecht. De natuur-ethici gaan er immers van dat er met onze rede de natuur doorgronden, kunnen we een menselijke natuur bestaat die we allemaal moet43
en volgen, omdat het onze natuur is. Dit wordt in de literatuur “de naturalistische dwaling” genoemd. Je kan niet zomaar springen van een “zijn” naar een “moeten” zonder dit te onderbouwen, ook al strookt het soms met onze morele intuïtie zoals in het voorbeeld van de diefstal. Men kan met dit soort redenering ook tot stellingen komen die compleet absurd lijken. Het boek A Natural History of Rape: Biological Bases of Sexual Coercion van bioloog Randy Thornhill en antropoloog Craig T. Palmer stelde dat verkrachting begrepen zou moeten worden in het licht van evolutionaire psychologie en er eigenlijk geen reden is om het te diaboliseren. Het boek bleef niet vrij van kritiek. b. Geen teleologische universaliteit Een meer up-to-date argument ter verdediging van universele mensenrechten is “de wil van de oprichters”. Het doel van de opstellers van een mensenrechtenverdrag is uiteraard dat het toepassingsgebied ervan zo ver mogelijk reikt. Ook de rechtbanken, opgericht om de verdragen af te dwingen, zullen geen kans laten liggen om hun invloedssfeer te vergroten. Desalniettemin, om enige intrinsieke waarde te kunnen toeschrijven aan hun wil is er meer vereist. Het is niet voldoende om een universeel karakter toe te schrijven aan een bepaalde set van regels. Deze behoren ook een grondslag te hebben die verder gaat dan de wens van een aantal individuen of staten. Alleen wanneer de regels unaniem onderschreven en nageleefd worden en niet slechts door een aantal staten, dan kan er sprake zijn van universaliteit. In de andere gevallen worden mensen gebonden door regels die zij niet per se onderschrijven, louter omdat een groep vreemde staten een verdrag heeft gesloten waarvan laatstgenoemden wensen dat iedereen daaronder valt. c. Het ‘baat’-argument Een laatste verdediging van universele mensenrechten die ik hier zal bespreken komt voor in de bewering dat iedereen er wel baat bij heeft. Het eerste probleem met deze stelling is dat “baat” een ongelooflijk subjectief begrip is. Dit subjectief karakter staat radicaal tegenover de objectieve en absolute rechtsregels die voorstanders van universele mensenrechten aanhangen. Het vooronderstelt daarbij ook een bepaal44
de ideale wereldsituatie die voor niemand gelijk kan zijn. Er is misschien wel wat overlap in de verschillende mensenrechtenverdragen die vandaag de ronde doen, maar je kan moeilijk stellen dat de focus overal op hetzelfde punt ligt. Europese verdragen zijn bijvoorbeeld zeer individualistisch geformuleerd. Meer Oosterse verdragen leggen de nadruk op het collectieve. Daarnaast biedt het ‘baat’-argument vaak geen antwoord op zware ethische hersenbrekers, zoals het fameuze tram-dilemma. In dit scenario zie je een losgeslagen tram van een heuvel donderen op weg naar een groep van vijf vastgebonden mensen. Je hebt gelukkig nog de mogelijkheid de tram van spoor te doen wisselen door een hendel naast je over te halen. Als je de hendel overhaalt heb je vijf mensen gered, maar op het andere spoor ligt ook iemand vastgebonden. De meningen over de juiste aanpak van dit dilemma zijn sterk verdeeld. De utilitaristen zouden niet twijfelen en de hendel overhalen, de Kantianen zien liever de tram voortrazen dan koelbloedig de zesde persoon te vermoorden. De meesten zullen eerder een tussenpositie innemen en hun standpunt herzien naarmate de modaliteiten van de denkoefening veranderen (leeftijd van de slachtoffers, crimineel verleden, enz…). Zo zie je dat “baat” een concept is waaruit men moeilijk absolute regels kan formuleren waar iedereen sowieso achter staat. Moraliteit maakt men zelf Hierboven stelden we reeds vast dat mensenrechten hun grondslag niet kunnen vinden in het natuurrecht, een teleologische lezing of in het baat-argument. De grondslag is nochtans essentieel om de universaliteit van mensenrechten te beoordelen. Om die reden zal ik in dit tweede deel aantonen waar mensenrechten wel op gefundeerd zijn. Mensenrechten kennen geen bovenmenselijke grondslag. Zij zijn een puur menselijke creatie. Het is uiterst belangrijk dat dit creatieproces niet verstoord wordt door dwingende invloeden van buitenaf, zoals manipulatie of fysieke bedreiging. Om die reden is vrijheid een absolute basisvereiste in het proces. Met vrijheid bedoel ik hier niet de puur klassiek liberale vrijheid van externe dwang - al is dit ook noodzakelijk - maar
de iets meer veeleisende vrijheid van “zelfbeschikking” . Vrijheid in deze zin vereist een pakket aan basiscompetenties om uw autonomie bekwaam uit te oefenen. Neem nu een onschuldig voorbeeld waarbij een kind opgroeit in een huis waar de muren van de kamers volledig paars-wit kleuren en in zijn kleerkast enkel paars-witte sokken, witte broeken en paarse polo’s liggen. Wanneer dit kind later “vrij” kiest om voor Anderlecht te supporteren, beseft hij niet hoe onvrij hij op dat moment is. Met de juiste basiscompetenties had hij immers hoogstwaarschijnlijk voor Brugge gesupporterd. De drie basiscompetenties die hem kunnen leiden naar een betere beslissing zijn: (i) redelijkheid, opdat je weet waarom je iets kiest en hoe je keuze je helpt om je doel te bereiken (ii) maturiteit, opdat je in staat bent de voor- en nadelen van je beslissing te overwegen en de gevolgen ervan correct in te schatten (iii) eigenheid, je beslissing moet vanuit jezelf komen. Het standpunt van één bron kritiekloos overnemen is geen vrije keuze, diversiteit aan bronnen en een kritische attitude zijn noodzakelijk om je vrijheid te waarborgen. Naast vrijheid is er nog een tweede en uiterst belangrijke vereiste om tot moraliteit of waarde te komen, namelijk de dood. De morbide weerklank die u als lezer nu ongetwijfeld voelt is de kern van onze mogelijkheid tot zingeving. Zonder dit besef van onze eindigheid zou geen daad die wij stellen nog betekenis hebben. Het is juist omdat we, bewust of onbewust, dit besef van onze sterfelijkheid meedragen dat we begrijpen dat alles wat we doen, we maar één keer kunnen doen. Panta Rhei, ofwel “alles stroomt”, zo stelde Heraclitus het in de Klassieke Oudheid. Anders gezegd, we kunnen geen twee keer in dezelfde rivier stappen. Telkens we onze voet opnieuw neerzetten, stappen we immers in ander water. Geen enkele situatie zal zich exact hetzelfde voordoen, bijgevolg hebben we altijd maar one chance. Hoe meer we hierbij stilstaan, hoe meer we de betekenis van ons handelen overdenken, hoe meer individuele waarde ons handelen inhoudt. Op deze manier bepalen wij door ons handelen welke waarden wij het beschermen waard achten en in onze nalatigheid, welke niet.
Een absolute dooddoener voor moraliteit is de natuurtoestand. De Engelse filosoof Thomas Hobbes beschreef in zijn werk De Cive deze toestand als een ‘bellum omnium in omne’s, waarbij geldt “homo homini lupus est”, besluitende dat het leven van de mens in deze toestand nasty, brutish and short zal zijn. Met andere woorden, zonder het menselijk recht regeert het recht van de sterkste en zal je buur net zo makkelijk je van de afgrond redden als in de afgrond duwen wanneer dit hem goed uitkomt. Het is dus noodzakelijk dat we structureel de handen in elkaar slaan om onze veiligheid te garanderen. Hobbes zelf stelde voor om onze macht over te dragen aan een tiran. De geschiedenis toont ons echter dat onze veiligheid beter gegarandeerd wordt wanneer we onszelf besturen en zelf onze wetten maken. Een democratie lijkt om die reden de meest aangewezen bestuursvorm. Hoe we deze praktisch regelen is belangrijk om de waarde van onze wetten te bepalen. Hoe meer ruimte we geven aan onze regering en ons parlement om te handelen zonder onze inspraak, bijvoorbeeld als we de verkiezingen maar zouden organiseren om de twintig jaar, hoe minder de keuzes en de wetten die zij maken, onze keuzes en onze wetten zijn. Verkiezingen om de twee jaar daarentegen, zouden de werking van regering en parlement volledig blokkeren, omdat men altijd maar met herverkiezing bezig is. Een moeilijke evenwichtsoefening is vereist om te komen tot een samenwerking die ons zo goed mogelijk vertegenwoordigt, maar die ook niet de natuurtoestand in het parlement recreëert. Conclusie Wanneer we een dergelijke democratie op poten hebben gezet, de vrijheid van zelfbeschikking gegarandeerd is en we niet evolueren tot onsterfelijke wezens, dan kunnen we beginnen met het scheppen van moraal. We zullen stemmen met een gewone meerderheid over de regels die ons aanbelangen, maar de regels die wij, persoonlijk, van de hoogste orde beschouwen, zullen we stemmen met een grote meerderheid en hoe groter de meerderheid, hoe groter de waarde van de regel. Mensenrechten zijn dan het absolute summum van eensgezindheid over moraal. Het vinden van een echte consensus is evenwel een onmogelijke opdracht… 45
Sfeerfoto’s Aspiranten!!!
Galabal LVSV Brussel
46
Student Kick-OFF
Openingsdebat
47