Skip to main content

Neohumanisme 1 2017-2018

Page 1

NEOHUMANISME

1e kwartaal 2017-2018 Afzendadres - Verantwoordelijke uitgever Mats Cuvelier Vogelzangdreef 3 Oostende Afgiftekantoor Stapelplein Gent 4 edities per jaar P91 11 96


INHOUD

VISIE

DE FILOSOOF VERLICHT

6 Ter verdediging van Universele Mensenrechten Max De Schryver

VARIA

13 Over ideeën en principes Vince Liégeois

21 Constitutionalisme: verdraagzaamheid binnen de grondwet Wouter Goemaere

29 Foucault/Trump - Postmodernisme v. Liberale Democratie Mats Cuvelier

OPINIE

10 Over Charlottesville, extreemrechts en Antifa Dries Glorieux

36 Friedrich Nietzsche Vince Liégeois

3 Voorwoord 4 Editoriaal 12 Bestuur 28 Ereleden 34 Kalender 44 Sponsors

Het Neohumanisme is een forum voor discussie over politiek, economie, filosofie en alles wat binnen de liberale beweging gezegd moet worden. Wie een artikel wil schrijven; neem contact op met redactie@lvsvgent.be!

REDACTIE

Hoofdredacteur: Vince Liégeois Redactie: Wouter Goemaere Lay-out: Vince Liégeois Mats Cuvelier

2


Mats Cuvelier Voorzitter LVSV Gent

Voorwoord Mats Cuvelier Het voorbije jaar bracht een beproeving voor de krachten van het liberalisme. De verkiezingen in de VS, Nederland en Frankrijk, het Brexitreferendum en de politieke ontwikkelingen in o.a. Rusland, Turkije en Zuid-Afrika leverden wisselende resultaten op. Dichterbij werd de aanhoudende zelfbedieningscultuur binnen de politieke instellingen in de vloedlichten van de pers gevangen en ploetert een ‘rechts-liberale’ regering verder zonder veel fundamentele hervormingen door te voeren. Ondertussen roept men links en rechts op om vrijheden in te perken en de rug te keren naar de rest van de wereld. Liberalisme werd in 2016-2017 opnieuw radicaal.

den kunnen bieden die te rijmen vallen met individuele rechten, een vrije markt, tolerantie en vrede . Het LVSV, gewapend met scherpzinnige lezingen en een sterk Neohumanisme, is uniek geplaatst om deze onderwerpen dicht bij de studenten te brengen, droge curricula aan te vullen en betrokkenheid aan te wakkeren.

Dit alles kan niet zonder de steun van u – ereleden, leden, sponsors en sympathisanten – die ons financieel en met uw interesse onze werking steunen. De beslissing om dit jaar de subsidies die wij van de UGent ontvangen weg te schenken aan een goed doel maakt die steun des te waardevol. Vanuit het bestuur bedanken wij u allen hartelijk om voor een vrije, open en vredeEen nieuw academiejaar biedt zich aan en met gepaste lievende samenleving te blijven strijden en doen wij een trots neem ik het roer over van het beminde Liberaal warme oproep aan zij die ook nog willen steunen. Blijf Vlaams Studentenverbond. Op 3 oktober openen we zeker op de hoogte van onze activiteiten door onze kalin de Blandijn het jaar met een openingsdebat tussen ender en sociale media te volgen. Ik sta alvast te popelKristof Calvo en Alexander De Croo. De thematiek zal en om samen met het jeugdig bestuur van 2017-2018 meteen de koers zetten die het bestuur dit jaar wil een ambitieus academiejaar neer te zetten en hoop u voeren – een discussie over mondialisering, migratie, te mogen verwelkomen op een van onze activiteiten. digitalisering, klimaatverandering en meer. Op deze politieke uitdagingen moet het liberalisme antwoor- Tot gauw!

3


Vince Liégeois Hoofdredacteur LVSV Gent

Editoriaal Vince Liégeois Liefste lezers, hier is hij weeral, de eerste Neo van ons werkingsjaar. Terwijl ik dit voorwoord schrijf ligt voor mij het panorama van de mooie Italiaanse stad Verona, die dankzij de mooie zonsondergang als door een hemels licht omgeven lijkt. Dit jaar komt mij namelijk het genoegen toe mijn eerste semester op Erasmus te gaan, wat natuurlijk een extra uitdaging vormt met betrekking tot de Neo. Daarom ook dat we nu bovenop een redactieraad ook nog een Neo-werkgroep hebben; bestaande uit mijzelf, onze dierbare voorzitter Mats Cuvelier en talentrijk bestuurslid Wouter Goemaere. Wouter zal naar alle waarschijnlijkheid volgend jaar ook de fakkel van hoofdredacteur overnemen. Ik raad u daarom zeker ook aan de teksten van Wouter te lezen, opdat u samen met mij kan constateren dat hij op vlak van schrijfvaardigheid en filosofische inhoud zeker en vast al niets tekortkomt. U zal zich misschien afvragen hoe ons studententijd-

Deze nieuwe rubriek bevat natuurlijk een klein woordspelletje, aangezien normaal de filosoof verlicht en wijzelf bij het LVSV nogal grote fan zijn van de Verlichting. Deze rubriek is eigenlijk gewoon de biografie van een filosoof – liberaal of niet – die een bestuurslid belangrijk of interessant vindt of waarvan hij of zij een grote kennis heeft. Hierin verduidelijken we dan de belangrijkste werken en ideeën van deze filosoof en proberen we hem ook te interpreteren vanuit onze eigen filosofie. Het idee voor deze rubriek ontstond vorig jaar, toen we in het eerste semester ondervonden dat veel (nieuwe) bestuursleden nogal angst hadden om artikels te schrijven – wat naar ik toegeef uiteraard geen makkelijke taak is – en de rubriek “De filosoof verlicht” leunt daarentegen eerder tegen de structuur en stijl van een schooltaak aan, vandaar dat deze als een handige tussenstap kan dienen. De Maiden text van deze rubriek neem ikzelf als hoofdredacteur voor mijn rekening, met een liberale interpre-

Het belang van liberalisme is niet om te kunnen leven in een liberale samenleving, het draait om kùnnen leven! schrift er het komende academiejaar gaat uitzien en of dat het formeel en inhoudelijk misschien hetzelfde blijft. Wel, wat de lay-out betreft zal het Neohumanisme zeker en vast hetzelfde format blijven volgen als vorige jaren onder oud-hoofdredacteur Timon Lesage en mezelf. We willen echter wel proberen enkele “nieuwe” rubrieken te lanceren. Deze nieuwe rubrieken worden omwille van meerdere redenen in het leven geroepen; allereerst omdat ik bij mijn allereerste kandidatuur als hoofdredacteur reeds zei dat een Neo die enkel uit visieteksten bestaat te eentonig is en we daardoor veel potentiële lezers en dus een groter bereik mislopen. U herinnert zich misschien nog dat we daarom interviews in het Neohumanisme publiceerden, onder meer met Dirk Verhofstadt, dat willen we onder andere terugbrengen. Verder willen we ook de rubriek “Het lezen waard”, die de afgelopen jaren eerder passief werd ingevuld, nieuw leven inblazen en roepen we de rubriek “De filosoof verlicht” in het leven.

4

tatie van het leven en werk van Friedrich Nietzsche. Inhoudelijk wordt er niet echt superveel veranderd: iedereen die wil mag zoals altijd teksten schrijven voor ons tijdschrift; vanuit verschillende (liberale) benaderingen, of het nu filosofische traktaten, een korte opinie of juridische papers zijn, zoals het ons als pluralistische vereniging voorstaat. Naar een idee van de werkgroep “inhoud” (bestaande uit Mats, Max, het politiek secretariaat en het Neo-team) willen we wel proberen met een zekere lijn – anders verwoord een aantal thema’s – te werken. Ik verzeker u dat deze onderwerpen de vrijheid van onze auteurs zeker en vast niet in de weg zullen staan – daar iedereen uiteindelijk nog steeds zelf beslist hoe en waarover hij wil schrijven – maar ik ben er persoonlijk wel van overtuigd dat het ten zeerste nodig is om zowel wat betreft de lezingen als ons studententijdschrift een bepaalde lijn aan te houden. Meer dan ooit is het voor ons overduidelijk dat een liberale samenleving de enige maatsch-


jvorm is die kan werken. Ontelbare liberale ideeën en theorieën gelden al lang als correcte veronderstellingen en we zien ook in de maatschappij van de afgelopen 100 jaar dat vele zaken waar we kritiek op gaven terecht bekritiseerd werden: Dat communisme een dystopie is: bewezen. Dat fascistische en nationalistische ideeën gevaarlijk zijn: bewezen. Dat macht tot misbruik leidt (denk maar aan de intercommunales): bewezen. Dat vrijheid noodzakelijk is voor een economie om stabiel te zijn: bewezen. De noodzakelijkheid van het sociaal contract: bewezen,…

de filosofische en ideologische achtergrond van het liberalisme en willen we uitzoeken wat een individualistische levensstijl precies inhoudt. Ten tweede gaan we ons toeleggen op de thema’s innovatie en wat we noemen “liberalisme en haar zwakke punten”. Bestuurslid Wouter Goemaere wees er tijdens de vergadering van de inhoudelijke stuurgroep op dat men op maatschappelijk vlak meer dan ooit op zoek is naar vernieuwing en innovatie: tradities worden vaak gebroken, het systeem wordt vaak in twijfel getrokken en vele delen van het systeem (zoals de intercommunales) worden door de bevolking niet meer aanvaard en de mens lijkt meer en meer een nieuwe vorm van democratie te zoeken, en daar moeten we op inspringen, willen we niet vervallen in een digitale democratie – zoals die in Italië door Beppe Grillo zo populistisch voorgesteld wordt – of terug in een totalitair regime terechtkomen. Met “liberalisme en haar zwakke punten” doelen we uiteraard op de zwakke punten van het liberalisme, en we waren het er eigenlijk allemaal nogal vrij snel over eens dat deze tot op heden veel te weinig aan bod kwamen gedurende onze lezingen en debatten. Hoe gaat het liberalisme problemen als de zware tewerkstelling in Afrikaanse en Aziatische landen of het gat in de Ozonlaag oplossen? Omwille van dit thema draait de tweede Neohumanisme zelfs volledig rond “liberalisme en natuur”. In het verleden hebben we betreffende deze thema’s te vaak een mentaliteit gehad die vaak te rechts was, vaak omdat debatten bijvoorbeeld links-rechts tegenstellingen uitlokten, zoals ik mij nog levendig herinner aan het debat tegen Comac van drie academiejaren geleden. We moeten erin slagen de problemen die het liberalisme op theoretisch vlak vertoond op te lossen, willen we de maatschappij en het maatschappijbeeld creëren dat we voorstaan.

De lijst is oneindig, maar toch kennen we vandaag de dag op deze wereld nog steeds geen liberale samenleving en lijken de mensen in het algemeen ook niet echt aangetrokken tot het liberalisme. Populisme, fascisme en communisme komen zelfs terug opzetten en dat vormt een groot probleem. In het verleden hebben we bij het LVSV te vaak de mentaliteit gehad van “we zijn geen politieke partij, het liberalisme is voor veel mensen moeilijk te begrijpen, mensen weten niet wat liberalisme echt is, etc.” en hoewel daar zeker en vast een grond van waarheid inzit en we zeker geen politieke partij zijn, mogen we met dat antwoord geen genoegen nemen. Politiek secretaris Arno Couwenbergh verwoordde het mooi op de bestuursverkiezing in mei: “Wij weten hoe mooi en belangrijk het liberalisme is, maar de gewone man in de straat moet dat ook weten”. Met het LVSV hebben we in het verleden zwaar gestreden tegen totalitaire regimes en altijd op de barricaden gestaan voor de vrijheid. Frans D’Hondt stierf zelfs in een concentratiekamp gedurende de Tweede Wereldoorlog! We mogen nooit apathisch of over rationeel worden als het gaat om de miljoenen doden die het totalitarisme heeft veroorzaakt en we moeten de noodzaak van vrijheid en het sociaal contract blijven benadrukken. Het Ter afsluiting nog een klein woordje uitleg bij de voorkaft: belang van liberalisme is niet om te kunnen leven in één van de bekendste foto’s van de Val van de Berlijnse een liberale samenleving, het draait om kùnnen leven! Muur uit 1989, waarop het enthousiasme en de nieuwsgierigheid van de mensen goed zichtbaar zijn. We Daarom dus dat de inhoudelijke stuurgroep op aan- hebben deze foto als voorkaft genomen om toch nog sturen van Mats en mijzelf ertoe besloot een aantal een positieve noot in deze moeilijke tijden toe te voethema’s en daarmee lijnen wat betreft de inhoudelijke gen: één van de glorierijkste momenten van het liberaloutput van onze vereniging te kiezen voor dit jaar. Al- isme ooit. Maar ook een waarschuwing opdat we nooit lereerst gaan we proberen dieper dan ooit in te gaan op het belang van vrijheid en liberalisme zouden vergeten. 5


Max De Schryver Secretaris LVSV Gent

Visie

Ter verdediging van Universele Mensenrechten Max De Schryver

De volgende tekst van secretaris Max De Schryver is geschreven als reactie op de tekst “De Waarde van Waarden” van Wouter Goemaere uit de laatste Neo van het vorige werkingsjaar. Hij propageert hier een positieve, doch ook genuanceerde visie op het begrip “rechten” en in het bijzonder “universele rechten”. Dit artikel is in overwegende mate geschreven als reactie op het eerder verschenen artikel van Wouter Goemaere, De Waarde van Waarden. De bedoeling van dit artikel is om een kritiek te vormen op de visie van Wouter waarbij hij de rechtvaardigheid van ‘universele’ mensenrechten in vraag stelt.

gecreëerd zijn door westerse staten en dat vele landen hier geen zeggenschap in hebben gehad. Dit is echter een geheel andere discussie, namelijk over de inhoud van mensenrechten, die ik liever wil uitstellen tot het tweede deel van dit artikel.

Zijn mensenrechten universeel? Mensenrechten Waaruit bestaat Wouters visie? Hij vindt dat mensen- zijn wel degelijk universeel. Elke mens kan zich erop rechten van hoge waarde zijn, maar enkel voor ons, beroepen. Een Chinees die gefolterd wordt heeft het de westerse samenleving, en niet voor andere cul- recht om het verbod op foltering in te roepen om zijn turen en werelddelen aangezien zij deze mensen- folteraars te doen stoppen, evenals een Congolees dit rechten niet ten volle onderschrijven en zij ook niet recht heeft. Mensenrechten zijn fundamenten van het echt participant waren in het tot stand komen van menselijk bestaan die gevormd zijn zonder dat hieraan deze rechten. Vervolgens oordeelt Wouter dat wij een beperking in tijd noch ruimte gekoppeld werd. een fout maken door te stellen dat ‘onze’ mensen- Wij hebben mensenrechten opgesteld in de veronderrechten universeel zijn. Wij zouden hierdoor onze stelling dat elke mens ter wereld zich hierop kan beroepleefwijze en denkpatronen opdringen aan mensen en ongeacht nationaliteit, gender, ras … Mensenrechtdie hier niet volledig achterstaan. Deze dwang is niet en zijn opgesteld met als belangrijkste doelstelling dat goed te keuren en daardoor moeten wij loskomen deze voor elke mens tot bescherming kunnen dienen. van de zogezegde universaliteit van mensenrechten. De universele toepasbaarheid van mensenrechten is juist de essentie aan mensenrechten, anders zou het Moge het duidelijk zijn dat ik de universaliteit van geen bestaansreden hebben. Mensenrechten zijn dus mensenrechten niet wil proberen te bewijzen ‘noodzakelijkerwijs universeel’(Cf. Joseph Chan). Het a.d.h.v. historische feiten. Ik weet namelijk dat de feit dat mensenrechten vandaag de dag echter niet mensenrechten die vandaag bestaan in grote mate overal op dezelfde wijze worden toegepast - ik denk 6


maar aan de Islamitische, Afrikaanse en Aziatische landen - doet geen afbreuk aan dit constitutief element van het begrip mensenrechten. Aan de universaliteit hangt een doelstelling vast. We dienen ons in te zetten om het respect voor mensenrechten te laten doordringen in samenlevingen waar dit tot nog toe niet werd aanvaard.

democratisch zijn macht vergroot en individuele rechten aan de burger ontneemt op een volledig legitieme wijze dan gaat dit in tegen de fundamenten van het recht en kan een dictator zijn daden niet legitimeren. Deze fundamentele natuurrechten zijn vandaag de dag vertaald naar mensenrechten, vervolgens zijn wij als liberaal ook verdediger van mensenrechten en past dit Mensenrechten kennen hun oorsprong in het natuur- volledig in onze ideologie om deze rechten als universeel recht. Het natuurrecht stelt namelijk dat er een uni- te zien omdat wij ijveren om elke mens vrij te maken op versele menselijke natuur is van waaruit universele deze wereld ongeacht religie, nationaliteit, geslacht ‌ rechten ontspringen, die wij dan benoemd hebben als mensenrechten. Wij kunnen deze universele waarde Wouter oordeelt dat wij door mensenrechten bepaalde van de mensenrechten niet ontkennen want het vol- mensen en groepen zullen dwingen tot het stellen van gt gewoonweg uit de menselijke aard. Als je ontkent daden die zij eigenlijk niet zouden willen stellen, wat dat mensenrechten universeel zijn, dan ontken je een- er vervolgens voor zorgt dat mensenrechten juist niet voudigweg je mens-zijn. Ook klassiek-liberalen bes- vrijer maken. Hier slaat hij echter de bal mis. Het is niet chouwen het natuurrecht als een fundament dat het de intentie van mensenrechten om een bepaalde levmogelijk maakt om een grote waarde en vrijheid toe enswijze aan mensen op te dringen. Het geeft mensen te kennen aan het individu. Iedereen is moreel gezien alleen de mogelijkheid om zich te beroepen op abevenveel waard en heeft vervolgens gelijke rechten stracte, onafhankelijke regels die hun kunnen bescherwaar hij zich op kan beroepen. Deze rechten zijn eeu- men. Cultuur en ontwikkeling hebben hier weinig of wig en fundamenteel in tegenstelling tot het positief niets mee te maken. Ik geef een voorbeeld, we hebrecht, dat tijdelijk is en niet fundamenteel. Positief ben een gevangenis waar in twee verschillende kamers recht dat in strijd is met het natuurrecht kan echter enerzijds een Fransman en anderzijds een Chinees zitniet bestaan omdat het ingaat tegen de fundamentele, ten opgesloten. In deze kamers hangt een bord waarrechtvaardige en vrije ordening. Wanneer een dictator op staat dat gevangenen altijd het verbod op foltering

7


Het is niet de intentie van mensenrechten om een bepaalde levenswijze aan mensen op te dringen. Het geeft mensen alleen de mogelijkheid om zich te beroepen op abstracte, onafhankelijke regels die hun kunnen beschermen. kunnen inroepen indien zij gefolterd worden en indien zij dit willen doen stoppen. Wanneer we vervolgens de Chinees en de Fransman zullen folteren zullen zij beiden ongeacht hun cultuur en religie beroep doen op dit verbod, aangezien geen enkel mens graag gefolterd wordt. Mensenrechten bestaan dus als een externe bron waarop iedereen van deze wereld zich kan beroepen. Dit betekent echter dat je er ook willig afstand van kunt doen. Als je jezelf graag om culturele of religieuze redenen genitaal verminkt dan is dit perfect mogelijk en dan zullen mensenrechten jou niet verhinderen om dit te doen aangezien je er zelf mee akkoord bent. Er is dus absoluut geen sprake van dwang maar eerder van een bescherming van dwang die anderen op jou kunnen uitoefenen. In dit kader zou men mensenrechten ook kunnen zien als middel ter emancipatie van de eigen mening en persoonlijkheid, iets waar elke liberaal zich achter kan stellen. Er wordt namelijk aan mensen een keuze gegeven, wil je jezelf genitaal verminken op basis van culturele redenen, ja dan is dat jouw beslissing, nee dan keer je je tegen jouw eigen cultuur maar kan je je beroepen op de bescherming van de universele mensenrechten zodanig dat je jouw eigen keuze kunt laten afdwingen ongeacht culturele normen en waarden. Men moet mensenrechten zien los van cultuur zoals men natuurrecht bekijkt los van positief recht. Het ene is eeuwig en voor iedereen, het andere is gecreëerd, tijdelijk en groepsgebonden.

lingen principes bedenken zoals mensenrechten waar elke burger baat bij heeft dan heeft de Aziaat de mogelijkheid om deze principes over te nemen. De mensheid is vooruitgegaan door de kennis die wij generatie na generatie hebben vergroot en uitgebreid. Als wij telkens in ons leven alles opnieuw zouden moeten uitvinden vooraleer we er gebruik van kunnen maken dan zou de mens weinig tot niets evolueren. Wij halen onze sterkte nu eenmaal uit het feit dat wij ideeën kunnen overbrengen naar iemands anders geest en dat wij zo onze verworvenheden kunnen doorgeven aan ons nageslacht zodat zij weer verder kunnen denken enz. Dit gaat ook zo met mensenrechten. Mensen hebben er over de hele wereld alle belang bij zich te beroepen op deze bescherming. Zij worden hierdoor beschermt en hebben een mogelijkheid gekregen om zich te verdedigen tegen personen die hun vrijheid en leven willen schenden. Het is niet omdat het concept mensenrechten bedacht is door een westerse maatschappij dat anderen dit niet ook als waardevol kunnen zien. De conclusie is dat mensenrechten ook via deze wijze universeel geworden zijn: ‘human rights has gone global by going local’ (K. Anthony Appiah). Aldus heb ik proberen aantonen dat mensenrechten universeel zijn omwille van hun doelstelling en bestaansrede maar ook omwille van het feit dat ze simpelweg waardevol zijn voor elk individu en vervolgens iedereen er belang bij heeft om ze te kunnen inroepen.

Wouter argumenteert ook dat de mens enkel de ratio gemeen heeft en vervolgens alles verschilt. Een Aziaat groeit op in een andere cultuur, een andere samenleving met verschillende normen en waarden aan de onze, deze Aziaat zal dus via zijn ratio tot andere fundamenten komen als bijvoorbeeld een westerling. Vandaag de dag leven wij echter in een geglobaliseerde wereld waardoor ideeën en culturen zich niet meer binnen bepaalde grenzen laten opsluiten, maar zich verspreiden over de hele wereld. Als wester-

Na dit bewezen te hebben wil ik overgaan tot een meer inhoudelijke definitie van wat mensenrechten inhouden. De verdragen en internationale verklaringen die mensenrechten concreet maken zijn namelijk allemaal instrumenten die - zoals ik eerder al vermeldde - gemaakt zijn door overwegend westerse staten. Om de perfecte mensrechten vast te stellen die volledig beantwoorden aan het universaliteitsprincipe zouden we moeten komen tot compleet objectieve en abstracte principes. Dit is echter zeer moeilijk, want

8


elke afwijking hiervan moet men beschouwen als positief recht en dus niet universeel. Veel van onze huidige mensenrechten zouden aldus te westers zijn waardoor ze niet meer als universeel beschouwd kunnen worden. In haar tekst Inclusieve universaliteit haalt Eva Brems aan dat wij mensenrechten meer moeten openstellen en toegankelijker maken voor Aziatische, Afrikaanse en Islamitische denkers en mensen. Zij kunnen dan de mensenrechten veel gemakkelijker implementeren in hun systemen waardoor zij ook beïnvloed worden en er dus een tweerichtingsverkeer plaatsvindt. Hier ben ik het echter niet mee eens. Ik geloof niet dat het hebben van een verschillende cultuur een rechtvaardiging kan zijn om mensenrechten toe te passen op een verschillende manier. Cultuur staat hier namelijk volledig los van. Mensenrechten zijn niet meer universeel als elk land zijn eigen soort recht heeft. We moeten namelijk teruggaan tot de kern van de mensenrechten en deze kern moet ongewijzigd blijven. We moeten tot deze kern komen via objectieve redenering, en hetgeen we daaruit destilleren kunnen we beschouwen als dé mensenrechten. Dat is universeel en dat zijn de rechten waarop elke burger zich moet kunnen beroepen. Eva Brems wijst ook op deze kern maar verduidelijkt dat dit niet alles is, maar dat dit aangevuld dient te worden met eigen invulling en appreciatie van de rechten. Als je dit doet dan ben je echter niet meer bezig met het opstellen van universele rechten aangezien het je doelstelling is de kern te verduidelijken voor cultureel gelijken, dat zijn dan ook geen mensenrechten meer, maar positiefrechtelijke aanvullingen, waar ik voor alle duidelijkheid niet tegen ben, tenzij deze aanvullingen de kern, de eigenlijke mensenrechten schenden

maar op een bezoekrecht op grond waarvan het alle mensen is toegestaan om zich krachtens het recht van het gemeenschappelijk bezit van het aardoppervlak aan een maatschappij aan te bieden.” Wat Kant hier aanhaalt zou m.i. ondergebracht kunnen worden in het voorgaande van dit exposé. Namelijk dat er slechts een kern van mensenrechten dient te bestaan. Deze kern is sober, maar wel rudimentair, evenals Kants visie van gastvrijheid waarbij men zich niet agressief mag gedragen tegenover anderen zodat de nieuwkomers kunnen proberen om met de oude inwoners in contact te komen. Ongastvrijheid, waarbij men vreemden tot slaaf maakt, mishandelt en dergelijke meer wordt beschouwd als in strijd met het geldende natuurrecht. Het ontkennen van deze regels zou het onmogelijk maken om eeuwige vrede te bereiken. Het past hier ook om te verwijzen naar Hoofdstuk VI Of onverdraagzaamheid tot de natuurlijke rechten en de rechten van de mens behoort van Voltaire uit zijn Traité sur la tolérance, waarin hij bepaald dat “de rechten van de mens in geen geval op iets anders gebaseerd mogen zijn dan op het recht van de natuur; en het grote principe, het universele principe (…): wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Ook hier zien we een zeer beperkt abstract beginsel en geen grote uitgewerkte opsomming van specifieke rechten.

Voltaire stelt hier een eenvoudig beginsel, waarin elke mens zich zou kunnen vinden zonder dat men kan argumenteren dat er culturele bevoordeling plaatsvindt. Met de twee voorgaande stukken heb ik hopelijk duidelijk kunnen maken waar ik naartoe wil met mensenrechten. Ik hou er niet van om ‘volledige’ lijsten op te stellen, als een soort van gedragscode. De mens heeft dat niet nodig. Wat we nodig hebben is een Ook interessant om aan te halen is het Derde defini- abstract principe waarop we een aantal zaken kunnen tieve artikel ten behoeve van de eeuwige vrede uit de baseren en dit doen we via het gezond verstand. Dit verhandeling van Immanuel Kant Zum ewigen Frieden: lijkt echter in deze tijd iets onmogelijk. Het gezond verEin philosophischer Entwurf. Immanuel Kant verklaart stand wordt beschouwd als iets onbetrouwbaars, als in dit artikel dat het wereldburgerrecht beperkt dient gevolg hiervan dienen we allemaal uitgebreide regels te zijn tot de voorwaarden van algemene gastvrijheid. vast te stellen om ervoor te zorgen dat de mens zich geMensen over de hele wereld dienen aan vreemdelin- draagt. Hier maken we een grote fout. De mens is nog gen geen uitgebreide rechten toe te kennen, doch steeds in staat zijn gezonde verstand te gebruiken, vandienen hen wel gastvrij te behandelen. “De vreem- daag waarschijnlijk zelfs meer als vroeger. We hebben deling kan geen aanspraak maken op een gastrecht, onze ratio gekregen, laten we deze dan ook gebruiken. 9


Dries Glorieux Oud-politiek secretaris LVSV Gent

Opinie

Over Charlottesville, extreemrechts en Antifa Dries Glorieux Oud-Politiek Secretaris Dries Glorieux reflecteert in deze guest-post over de gebeurtenissen in Charlottesville, ondertussen bijna twee weken geleden. Naast een analyse van de gebeurtenissen, tracht hij er ook enkele lessen uit te trekken. Het zal immers niet de laatste keer zijn dat we met dergelijke manifestaties geconfronteerd worden. We zijn inmiddels een maand na de Unite the Right rally in Charlottesville, Virginia. Na de (deels terechte) mediahetze in de dagen onmiddellijk na de mars, is het misschien eens tijd om een liberale blik te werpen op individuele rechten in een tijd van toegenomen polarisatie. De Unite the Right rally situeerde zich tegen de achtergrond van het verwijderen uit publieke ruimtes van historische beeldhouwwerken met een link naar de Confederate States of America, één van de twee partijen tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Deze beeldhouwwerken worden aanzien als moreel ontoelaatbaar omdat de staten die deel uitmaakten van de Confederate States of America slavernij wilden behouden, in tegenstelling tot de staten die deel uitmaakten van de Union, de andere betrokken partij in de burgeroorlog.

het opzet van de mars evenwel uit naar een algemenere bijeenkomst van extreemrechtse krachten, ongetwijfeld gesterkt door de verkiezing van Trump.

Dat een dergelijke mars vijandig zou worden onthaald in Charlottesville, stond bijna in de sterren geschreven. Het kwam dan ook tot gewelddadige confrontaties waarbij één betoger het leven liet nadat een man doelbewust met zijn auto inreed op een groep mensen die op dat moment betrokken waren in een tegenbetoging. Verder stierven twee politieagenten toen hun helikopter crashte. Het interessante aan deze tragische gebeurtenissen is de aanslepende discussie achteraf. Hoe kunnen we het best ingrijpen of reageren tegen dergelijke demonstraties, waarbij zeer duidelijk uiting wordt gegeven Specifieke aanleiding voor de bijeenkomst in Char- aan antisemitische en andere haatdragende ideeën? lottesville was de geplande verwijdering van een In het bijzonder de rol die Antifa tijdens de betoging standbeeld van generaal Robert E. Lee, een belangri- speelde is onderwerp van aanhoudende controverse. jke generaal van de Confederate States of America, die sinds de afloop van de burgeroorlog algemeen Laat ons duidelijk zijn: ongeacht de vrijheid van meningaanzien wordt als een symbool van de waarden die suiting is het vocaal en publiekelijk veroordelen van de Confederate States uitdroegen. Vrij snel breidde dergelijke ideeën absoluut noodzakelijk. Vrijheid van 10


meningsuiting is geen esoterische activiteit. Uitgedragen meningen zullen hun weg vinden naar de bredere bevolking en zullen reacties uitlokken, zo ook bij racistische ideeën. Het moreel verwerpen van dergelijke ideeën is dus simpelweg een bevestiging van het recht van wederwoord dat gepaard gaat met vrijheid van meningsuiting.

Wat moeten we dan wel doen? Dergelijke betogingen zullen hoogstwaarschijnlijk nog plaatsvinden in de toekomst. Moeten we dan maar gewoon laten betijen? Nee, integendeel. Tegenbetogingen organiseren blijft nuttig, maar er is een rol weggelegd voor de politie om te garanderen dat beide groepen elkaar niet kruisen tijdens hun activiteiten. Bovendien kunnen dergelijke tegenbetogingen georganiseerd worden zonder In deze zin is de late veroordeling van het geweld expliciete politieke en/of ideologische inslag (denk door Donald Trump simpelweg ontoereikend en aan de Witte Mars in België in 1996), waardoor er op waarschijnlijk hoofdzakelijk ingegeven door de aan- voorhand al afstand genomen wordt van eventuele houdende kritiek op het uitblijven van een dergeli- pogingen tot kapingen door bepaalde groeperingen. jke reactie. De schijn alleen al dat meningen en organisaties zoals diegene betrokken in de Unite the De tweede reden heeft betrekking op de rol van indiviRight rally ongecontesteerd zouden blijven vanu- duen in het effectief handelen wanneer er zich geweld it het Witte Huis was tot voor kort ondenkbaar. voordoet: indien er effectief racistisch geïnspireerd Hier moeten we toegeven dat Antifa op dit punt geweld wordt gepleegd, dan is vanuit het perspectief tenminste consistent is. Antifa heeft een lange van het slachtoffer zelfverdediging moreel toegelaten. geschiedenis van het vocaal verwerpen van racis- Het staat iedereen vrij zichzelf te verdedigen tegen tische ideeën, en Charlottesville was geen uitzon- aanvallen op zijn leven. De gebeurtenissen in Chardering. Dit zorgt echter voor een schijnbaar dilem- lottesville zullen sowieso onderwerp worden van een ma: veronderstelt het verwerpen van racistische gerechtelijk onderzoek om de exacte omstandigheden ideeën dat we automatisch de kant zouden moeten te bepalen en indien er duidelijk sprake zou zijn van kiezen van Antifa? Nee, omwille van twee redenen. een ‘hate crime’, dan zijn er gepaste straffen aanwezig. Bovendien, en dit komt nauwelijks terug in de debatten, Ten eerste is een verwerping van extreemrechtse/fas- wordt er niet gewezen op de verantwoordelijkheid die cistische/racistische ideeën een noodzakelijke maar bij iedereen afzonderlijk ligt in het onderhouden van daarom geen voldoende voorwaarde voor een moreel deze individuele rechten. Indien we, in het aanzicht van consistente verdediging van individuele rechten. Ik toegenomen fascistisch en racistisch geweld, slechts hoef niet uit te leggen wat er mis is met een stelling lippendienst zouden bewijzen aan de tegenstand tegen zoals ‘dood aan alle racisten’. De ideeën worden deze vormen van geweld, ligt de weg inderdaad open duidelijk verworpen, maar moreel scheelt er toch iets. voor organisaties zoals Antifa om de leemte te vullen. Men kan hier tegen opwerpen dat woorden slechts een deel van het verhaal zijn. Het is duidelijk dat min- Uit de geschiedenis zijn mensen zoals Oskar Schinstens voor een deel van de betogers bij Unite the Right, dler, Raoul Wallenberg en Nicholas Winton lichtende het niet enkel gaat om slogans te scanderen maar ook voorbeelden van hoe mensen zelfs in extreme omeffectief actie te ondernemen. Antifa reageert hier op standigheden het hoofd kunnen bieden aan existendoor zelf manu militari in te grijpen zodat het niet zo ver tiële dreigingen voor bepaalde bevolkingsgroepen komt. Beter voorkomen dan genezen, toch? Niet echt, zoals de Joden, zonder te vervallen in de excessen die als je een ziekte voorkomt, dan weet je dat je uiteindelijk gepaard gaan met het extreemlinks gedachtegoed. niet zal getroffen worden. Als je fascistisch geïnspireerd Het wordt hoog tijd dat we terug inzien dat een geweld voorkomt op een betoging, dan weet je dat het moreel consistente verdediging van individuele een volgende keer toch raak zal zijn. Het is al langer rechten enkel mogelijk is buiten het kader van colgeweten dat je met geweld mensen niet overtuigt lectivistische ideologieën, maar dat dit vereist van een andere mening. Sterker nog: een spiraal van dat we als liberalen continu op onze hoede zijn. gewelddadige actie en reactie lijkt voor de hand liggend. 11


Bestuur LVSV Gent 2017-2018

12

Voorzitter Mats Cuvelier

Politiek Secretaris Arno Couwenbergh

Politiek Secretaris Michiel Vervliet

Hoofdredacteur Vince LiĂŠgeois

Penningmeester Joachim Vlaemminck

Secretaris Max De Schryver

Webmaster Rein De Vries

PR Aissa Wambeke

Activiteiten Bas De Haes

Sponsoring Mathijs Casier

Sponsoring Paulien Van Audenaerde

Bestuurslid Louis Vanhoeck

Bestuurslid Wouter Goemaere

Bestuurslid RĂŠmi De Cock


Vince Liégeois Hoofdredacteur LVSV Gent

Visie

Over ideeën en principes Vince Liégeois Hoofdredacteur en student Taal- en Letterkunde Vince Liégeois toont het verschil tussen ideeën en principes aan de hand van een uitgebreidde taalkundige analyse. Hij probeert zo duidelijk te maken waarom dit verschil belangrijk is en wat het ons kan leren over filosofie, moraliteit en het liberalisme. Zoals ik in mijn editoriaal voorwoord reeds zei is het analyseren en gedetailleerd blootleggen van onze ideologie dit jaar één van de thema’s waarmee we in de Neo en verschillende lezingen willen werken. Met betrekking tot de verschillende jaarthema’s probeer ikzelf als hoofdredacteur dan ook mijn bijdrage te leveren. In het volgende artikel maak ik een typisch taalkundige analyse van één van de oudste pijnen van het LVSV: namelijk het idee van verschillende (oud-) bestuursleden dat we in het politieke landschap geen klassiek-liberale medestanders zouden hebben, wat ikzelf ook grotendeels onderschrijf. Daarom wijs ik dit probleem betrekkelijk op het moreel-pragmatische verschil tussen ideeën en principes. Het idee of de idee? Een veel gestelde vraag tijdens lessen Nederlands in de secundaire school is of men al dan wel “het idee” of “de idee” moet zeggen. Hoewel veel mensen de perceptie hebben dat enkel “het idee” mogelijk is, zijn beide varianten mogelijk, zij het in verschillende gebruikscontexten. Laat ons volgende twee zinnen in overweging nemen:

(1) (2)

Mats had het idee om te gaan skateboarden. De idee van een vrije markt zegt mij wel iets.

Zinnen (1) en (2) gelden allebei als correct. De lezer merkt al direct op dat het woord “idee” in zin (1) eerder iets snels, alledaags en haast onbenulligs is, terwijl in (2) “idee” meer voor een irreëel en filosofisch concept staat. Een interessante oefening is het omdraaien van beide zinnen: (3) (4)

* Mats had de idee om te gaan skateboarden. Het idee van een vrije markt zegt mij wel iets.

In (3) zien we dat “het idee” zoals in (1) onmogelijk vervangen kan worden door “de idee” (Het symbool “*” is het taalkundig teken voor een foute constructie), terwijl in (4) “de idee” echter moeiteloos vervangen wordt door “het idee”, hoewel voor sommige lezers, afhankelijk van hun sociolect (hier gebruikt ter overkoepeling van de verschillende soorten lekten) respectievelijk (2) of (4) als correcter kan worden gezien. Daarom is het belangrijk van Dale omtrent dit onderwerp na te slagen. Net zoals in dit artikel maakt van Dale primair een tweedeling met betrekking tot het concept “idee”:

13


(a) idee (het/de; o en v; meervoud: ideeën): het beeld dat de geest zich van iets heeft gevormd. - De/het marxistische idee

– en dat zullen verklarende en etymologische woordenboeken ongetwijfeld bevestigen – dat bovenstaande definities oorspronkelijk waarschijnlijk gescheiden werden door hun respectievelijk lidwoord: “de” voor (b) idee (het; o; meervoud: ideeën) de eerste definitie en “het” voor de tweede defin (aa) in de geest gevormde voorstelling; = denk- itie. Daar natuurlijke talen zich in een continue staat beeld. van verandering bevinden en het menselijke brein (ab) mening. ook eeuwig naar deze variatie en meer bepaald ver (ac) inval, plan. eenvoudiging blijft zoeken – zoals de UG (Universal Grammar) van Chomsky onder meer heeft aangeWe zien dat de eerste definitie – hoewel de omschri- toond – is hier uiteindelijk verandering ingekomen. jving uit van Dale eerder vaag en abstract is – over- Door een overregularisatie van de tweede definitie eenstemt met (2) en (4) en tegelijkertijd ook aangeeft is het lidwoord “de” in de eerste context uit gebruik dat in deze gevallen zowel “het” als “de idee” correct geraakt en heeft – zoals in de huidige taalkundige blijken. De historische reden hiervoor is ongetwijfeld traditie de gewoonte is – van Dale blijkbaar besloten 14


beide opties als standaardnorm te beschouwen. Deze taalkundige aanpassing is duidelijk een vorm van taaloptimalisatie, één van de meest voorkomende oorzaken van taalverandering, zoals in de huidige socio- en psycholinguïstiek wordt aangenomen. Dit kan enerzijds leiden tot het vermijden van homofonen en homoniemen e.d. en anderzijds tot het simpelweg vereenvoudigen van grammaticale regels en/of uitzonderingen. Het is dan ook niet onlogisch te veronderstellen dat binnen vijftig jaar de variant “de idee” niet meer als standaardnorm zal worden beschouwd en “het idee” bij beide definities de enige overgebleven variant zal zijn. De tweede definitie daarentegen stemt overeen met (1) en toont inderdaad dat (3) een ongrammaticale constructie is. Van Dale maakt daarentegen nog een extra driedeling met betrekking tot deze definitie. In de eerste plaats (aa) verwijst hij naar de nog steeds geestelijke en abstracte oorsprong van het concept, maar voor mij vallen zijn andere twee onderverdelingen (ab) en (ac) samen en is (ab) voor mij zelfs een overbodige tot archaïsche definitie. (ac) Stemt inderdaad overeen met alweer (1), maar naar mijn taalgevoel – dit kan bij de verschillende lezers verschillen – is (ab) eerder een vaste uitdrukking zoals de volgende: (5)

Naar mijn idee zou dat stom zijn.

Op deze uitdrukking (5) na kan ik persoonlijk niet echt op andere voorbeelden van synonymie tussen “idee” en “mening” komen. Opgemerkt moet worden dat het woord “idee” ook in de definitie van (aa) in enkele (semi-)vaste uitdrukkingen kan voorkomen zoals: (6)

Ik heb geen idee waar Max en Louis naartoe zijn.

Interessant is ook om de vergelijking te maken met het Engels, dat geen onderscheid maakt tussen bezielde (mannelijke en vrouwelijke) en onbezielde (onzijdige) lidwoorden, maar enkel tussen bepaald en onbepaald (in de andere talen zijn de zinnen lichtelijk aangepast zodat ze beter aan de grammaticale en syntactische normen van deze talen voldoen): (7) (8)

Mats has the idea to go skateboarding. I’m a supporter of (the idea of) freemarkete- conomy.

Zoals gezegd valt het onderscheid bezield/onbezield weg maar blijft het Engelse idea in beide contexten mogelijk met nog steeds hetzelfde betekenisonderscheid. Als we echter kijken naar Duitse en Italiaanse vertalingen moeten we opmerken dat deze talen een ingewikkelder onderscheid maken dan het Nederlands: (9) (10)

Mats hatte die Idee zu skateboardfahren. Die Idee/Gedanke einer freien Markt sagt mir doch etwas.

(11) Mats ha l’idea di fare lo skateboarding. (12) Il pensiero/l’idea del mercato libero mi sembra qualcosa. We zien dat in het Duits en het Italiaans de woorden die het meest op het Nederlandstalige woord lijken – die Idee (9) en l’idea (11) – overeenstemmen met de tweede definitie bij ons, waarbij bij ons “idee” onzijdig is, terwijl de Duitse en Italiaanse equivalenten allebei vrouwelijk zijn (hoewel het Italiaans geen onzijdig geslacht kent). Voor (2) en (4) worden in de twee vreemde talen in (10) en (12) echter andere – ons eerder vreemde – woorden gebruikt als die Gedanke (10) en il pensiero (12) hierbij dient echter opgemerkt te worden dat dit verschil situationeel en geografisch gebonden is.

Maar (6) is echter niet de enige vaste uitdrukking die mogelijk is bij het woordgebruik zoals van Dale bij (aa) suggereert en bovendien komt (aa) niet enkel in vaste uitdrukkingen of spreekwoordelijk gebruik voor en kent ze nog steeds een zeer uitgebreid dagelijks gebruik Zowel Duitsland als Italië hebben een groot taalverbij het merendeel van de Nederlandstalige bevolking. schil met betrekking tot het noorden en het zuiden van het land, waarbij het dialect uit het zuiden zo ver

15


Filosofie is onder andere het nadenken over het leven en de consummatie hiervan alsook het zoeken naar waarheid en kennis op terreinen waar deze (nog) niet voorhanden is.

verwijderd is van de standaardtaal – zeker en vast in Italië – dat het haast andere talen lijken. Dus afhankelijk van enerzijds deze geografische context, maar ook de sociologische, etnologische en diaphasische context kan ofwel die Gedanke/il pensiero als correct worden aangezien of gewoonweg die Idee/l’idea. Bovendien moet opgemerkt worden dat zowel il pensiero als die Gedanke ook vertaald kunnen worden als “de gedachte”, denk bijvoorbeeld aan het bekende Duitse studentenlied Die Gedanken sind Frei (pagina 284 in de codex).

van Dale eerder abstract blijft, konden enkele lezers misschien al uitmaken dat in (2) en (4) het woord “idee” synoniem lijkt voor “filosofie”. Een toepassing: (2) De idee van een vrije markt zegt mij wel iets. (4) Het idee van een vrije markt zegt mij wel iets. (15) (15a) De filosofie van een vrije markt zegt mij wel iets. (15b) * Het filosofie van een vrije markt zegt mij wel iets.

Merk ook op dat het Duits en Italiaans voor We zien inderdaad dat “idee” in deze zinnen vervande Nederlandstalige uitdrukking „Ik heb geen gen kan worden door “filosofie”, als echter het lididee” (6) de volgende manifestaties hebben: woord “de” blijft of in het andere geval vervangen wordt door “de”. Het woord “filosofie” kent slechts (13) Ich habe keine Ahnung. één geslacht: vrouwelijk (in het algemeen zijn alle (14) Non lo so. woorden op -e, -ee en -ie in het Nederlands vrouwelijk). Dat men in deze zinnen “idee” door “filoHet Duits (13) gebruikt een ander woord, zelfs een an- sofie” kan vervangen maakt beide woorden nog der lexeem in dit geval (Ahnung) terwijl de Italiaanse geen synoniemen van elkaar, laten we opnieuw van uitdrukking (14) gewoon de vertaling is van het Neder- Dale raadplegen voor een definitie van filosofie: landse „ik weet het niet”, waarmee deze uitdrukkingen in hun respectievelijke talen semantisch van de andere (a) de wetenschap van de begrippen, opgevat als woorden voor “het/de idee” worden weggetrokken. basis van alle andere wetenschappen; = wijsbegeerte. (b) (meervoud: filosofieën) denkwijze, opvatting. Over filosofie Nu moeten we opmerken dat van onze vier eerste voorHet mag duidelijk zijn dat, ondanks de verschil- beeldzinnen aan het begin van dit artikel (1), (2), (3) en len tussen de hierboven besproken talen, er in de (4) enkel (2) en (4) voldoen aan de definitie van het menselijke perceptie twee verschillende concepties woord “filosofie”, en dan nog wel aan de tweede definvan het woord “idee” bestaan, in het Nederlands itie (b). Dit toont zoals eerder gezegd dat de tweede te onderscheiden als “de idee” en “het idee”, hoew- definitie van het woord “idee”, zoals in het bovenstael er in andere talen – zoals het Duits en Italiaans – ande onderdeel besproken ,eerder iets kleins, snels en niet noodzakelijk sprake is van homonymie maar vergankelijks is, in tegenstelling tot (2) en (4) en het twee verschillende termen. Later hierover meer. woord “filosofie”. Dat het woord filosofie uit betekenis (a) niet te vervangen valt door het woord “idee”: In dit artikel wil ik echter focussen op het woord “idee” zoals in de eerste betekenis en gebruikscon- (16a) Joachim denkt dat hij gebuisd is op filosofie. text ((2) en (4)) van het woord: het beeld dat de geest (17a) Filosofie doet ons nadenken over het leven. zich van iets heeft gevormd. Hoewel de definitie uit 16


(16b) * Joachim denkt dat hij gebuisd is op idee. (17b) * Idee doet ons nadenken over het leven.

(21) (21a) Ik denk echter dat het Paulien was. (21b) * Ik denk maar dat het Paulien was.

We zien dat in deze contexten het woord “idee” niet echt op zijn plaats is. Merk ook op dat “filosofie” in de eerste betekenis uit van Dale echt op de archaïsche definitie van wijsgeer en wijsbegeerte neerkomt en daardoor ook als synoniem voor het vak wijsbegeerte kan gelden. “De idee” stemt echter wel overeen met het woord “filosofie” zoals in haar tweede betekenis, zoals hierboven reeds aangetoond in (2) en (15a).

In (20) zien we allereerst dat in (20b) de zinsconstructie verandert en bovendien is er in (21) geen sprake van synonymie, zin (21b) kan enkel als correct worden beschouwd wanneer ze door Samson zou worden uitgesproken, dit wil zeggen, iemand die de Nederlandse taal niet geheel vaardig is. Hetzelfde geldt dus voor de woorden “idee” en “filosofie”, wanneer we de eerste betekenis van het woord filosofie in overweging nemen.

Het lijkt mij daarom nodig het begrip synonymie uit te leggen, zeker en vast omdat woorden die vaak als elkaars synoniem worden gezien dat daarom niet altijd en overal zijn, en synonymie weeral sterk contextafhankelijk – en ook situatief en diasystematisch (diasysteem: alle vormen van taalvariatie binnen éénzelfde taalsysteem) afhankelijk – is. Allereerst moeten we een onderscheid maken tussen absolute en occasionele synoniemen. Absolute synoniemen zijn synoniemen die altijd – ongeacht de context – synoniem aan elkaar blijven. Een voorbeeld hiervan zijn de woorden “doch” en “hoewel”:

De synoniemen voor deze eerste betekenis zijn echter al in dit artikel of in van Dale zelf gegeven: wijsgeer en wijsbegeerte. Nu voldoet in mijn opzien – en al zeker met betrekking tot het punt dat ik later in mijn artikel wil maken – deze definitie uit van Dale niet aan iets wat ik het “romantische beeld van de filosofie” zou noemen. Naar mijn taalgevoel hangt aan “filosofie” niet alleen de idee van levensopvatting, maar ook het iets meer archaïsche en romantische concept “levenswijze” vast, gezien wijsbegeerte je in zekere mate leert hoe je je leven moet leiden. Alweer kan hierbij een nostalgische referentie van pas komen, namelijk het liedje Hakuna Matata uit de Leeuwenkoning: (18) Hoewel hij een sympathieke jongen is, is Rémi “[…] Het is een theorie, filosofie, hakuna matata!” nog steeds single. (19) Doch hij een sympathieke jongen is, is Rémi In dit liedje staat filosofie duidelijk synoniem voor “levnog steeds single. enswijze”, en niet “idee” of “wijsgeer”. Om bijgevolg tot een meer complete definitie van het begrip “filoEr bestaan zeer weinig uitzonderingen wat betreft deze sofie” te komen wend ik mij tot Treccani, een Italiaans absolute synoniemen, hoewel het mogelijk is dat de literair-poëtisch woordenboek met respect en refersyntaxis lichtelijk verandert, dit zeker bij het gebruik enties voor de Romaans-klassieke traditie, zeker en van voegwoorden. Hier tegenover staan dan de occa- vast gezien het begrip filosofie in het Oude Griekensionele synoniemen, die wel variabel zijn afhankelijk land ontstond en zich vandaaruit over de hele wereld, van situatie tot situatie, zoals onder meer “idee” en in het bijzonder het Romeinse Rijk, verspreidde. “filosofie”, maar ook bijvoorbeeld “maar” en “echter”. Treccani definieert filosofie als volgt: “filosofie is het (20) (20a) Maar was het Aissa? nadenken over het leven en de consummatie hier (20b) Was het echter Aissa? van alsook het zoeken naar waarheid en kennis op

Het liberalisme als idee of levenswijze kan je als een groot principe beschouwen dat uit verschillende deelprincipes bestaat zoals het principe van vrije meningsuiting, 17


terreinen waar deze (nog) niet voorhanden is, wat eveneens leidt tot verschillende en zelfs botsende inzichten, dit met andere filosofische ideeën of de samenleving zelf. De kennis en ideeën die door filosofie vergaard worden vormen vaak een eigen levenswijze, waaraan (voornamelijk) filosofen zich doorheen hun leven houden.” (Vrij vertaald uit het Italiaans). Ik moet hierbij al direct opmerken dat ook de eerdere definities uit van Dale bij Treccani voorkwamen, maar dat deze in mijn ogen niet meer relevant waren om te herhalen. Treccani duidt dus duidelijk op filosofie als een levenswijze, waardoor we bovenstaand citaat – of alleszins toch een deel daarvan – als een derde definitie, die we (c) zullen noemen, kan dienen. Praktische voorbeelden hiervan zijn er genoeg te vinden, niet alleen in de Klassieke Oudheid, maar ook vandaag de dag: Timon van Athene – de bekende misantroop – die afgelegen van de rest van de samenleving leefde, omdat hij de mensheid zo haatte. Socrates die zijn idealen koste wat het kost bleef verkondigen, wat hem uiteindelijk de gifbeker opleverde die hij op zijn eigen socratische wijze opdronk. Sint-Franciscus die uit verzet in armoede ging leven en probeerde één te worden met de natuur door met vogels, stenen en olijfbomen te spreken. De boeddhisten die vandaag de dag nog steeds vredelievend hoog in hun gebergte leven,...

kan betekenen (c) en dat “de idee” daarbij niet als synoniem kan worden gebruikt. Echter kan “de idee” wel synoniem zijn met de tweede definitie van “filosofie” (b): “denkwijze”. Dat staat ons toe vast te stellen dat “de idee” een volledig theoretisch en zelfs abstract concept is terwijl “levenswijze” de pragmatische tegenhanger gebaseerd op dit theoretisch concept is. Over het synoniem voor “levenswijze” en het belang van dit onderscheid wijs ik u verder in dit artikel. Principes Naar mijn idee komt de derde betekenis van “filosofie” (c) echter overeen met één van de betekenissen van het woord “principe”. Ik zeg één van de betekenissen omdat principe ook een zeker niveau van homonymie heeft. Neemt u samen met mij volgende zinnen in beschouwing: (25) Het principe is simpel, Bas geeft de voorzet en Mathijs trapt de bal in het doel. (26) Principe is principe Wouter, begrijp dat nu toch eens! (27) In principe zou dat moeten werken. (28) Principes sla je niet zomaar in de wind hoor Arno!

We zien hier misschien geen drie verschillende betekenissen van het woord “principe” maar zeker en vast Ik geef toe dat enkele van deze voorbeelden misschien wel drie verschillende gebruikscontexten. In (25) komt zeer extreem zijn, maar u snapt het concept. Belangrijk het woord “principe” min of meer overeen met de om op te merken is ook dat het woord “idee” ook bij deze tweede definitie die we bij het woord “idee” gezien derde definitie niet als synoniem gebruikt kan worden: hebben (idee als “het idee”) en duidt het eigenlijk ook op een idee maar dan wel met een technische of tac(22) De levenswijze van Socrates vond ik fantastisch. tische bijklank. (26) en (27) zijn daarentegen eerder (23) De filosofie van Socrates vond ik fantastisch. vaste uitdrukkingen, terwijl (28) het woord de betek(24) (*) De idee van Socrates vond ik fantastisch. enis van “levenswijze” min of meer begint te benaderen. (28) Lijkt in deze context eerder op een onderdeel (24) Is semantisch en grammaticaal gesproken wel van een “levenswijze” te slaan, zoals bijvoorbeeld het mogelijk, maar de betekenis verandert radicaal ten principe “vrijheid van meningsuiting een onderdeel opzichte van (22), en ook (23) is al voor een dub- is van het grote principe van vrijheid of liberalisme, belzinnige interpretatie vatbaar, wat het archaïsme een “deelprincipe” weliswaar. Volgende zin benadvan de derde definitie van “filosofie” aanduidt. ert de betekenis van “levenswijze” dan weer volledig: Nu hebben we gezien dat “filosofie” ook “levenswijze” 18

(29) Het principe van liberalisme is voor mij


het enige principe waarmee een samenleving vredevol en nagenoeg perfect zou kunnen functioneren. Echter is het weeral nodig om voor de volledigheid van Dale na te slagen: (a) overtuiging die aan al iemands handelen ten grondslag ligt; beginsel, grondbeginsel, grondregel: uit principe uit innerlijke overtuiging; in principe op zichzelf. Dit keer ben ik het volledig met van Dale’s definitie eens: een “principe” als grondbeginsel of grondregel voor een instelling of persoon is voor mij een perfecte definiëring van het woord. Van Dale verklaart hier ook (het verschil tussen) de vaste uitdrukking “uit principe” en “in principe”, die hij goed verduidelijkt vanuit zij basisdefinitie, hoewel ik het niet nodig vind hier verder op in te gaan.

(30b) Het principe van liberalisme zegt mij wel iets. (31) (31a) Volgens die idee leef ik. (31b) Volgens dat principe leef ik. Alle zinnen blijken zowel grammatisch als semantisch volledig correct te zijn, hoewel (30) in het algemeen eerder bij het woord “de idee” lijkt te passen en (31) zeker en vast eerder bij “het principe” lijkt te horen. (30b) en (31a) lijken semantisch gesproken dus minder geschikte constructies.

Mij lijkt het daarom mogelijk om “de idee” als “denkwijze” vast te stellen en “het principe” als “levenswijze”. Om dit absoluut duidelijk te maken keer ik nu terug naar de tweedeling “het idee” en “de idee”. Uit het woord “idee” kunnen we namelijk deze twee verschillende betekenissen onderscheiden, het is met andere woorden een polyseem woord, zoals oa. ook woorden als “pad” en “weg”. Polyseme woorden kunnen We kunnen natuurlijk gaan discussiëren of “princi- op twee manieren tot stand komen: enerzijds kunnen pe” in deze definitie daadwerkelijk synoniem is voor deze door pure arbitrariteit ontstaan door het his“levenswijze” en ook ikzelf zou zeggen van niet. Maar torisch verloop van twee verschillende woorden die na een zeker “geheel van principes” – ik sprak voorheen verloop van tijd door de fonologische en semantische al over principes en deelprincipes – vormt volgens innovaties van de taal samenvallen of anderzijds doormij wel een groter principe zo niet een levenswijze dat twee verschillende gebruikscontexten bestaan en en voor mijn verdere argumentatie in dit artikel is dat actief zijn. alles wat ik nodig heb. Een concreet voorbeeld is het volgende: Het liberalisme als idee of levenswijze kan Bij het woord “de idee” is duidelijk sprake van het je als een groot principe beschouwen dat uit verschil- tweede geval; wanneer we de geschiedenis van lende deelprincipes bestaat zoals het principe van vri- het Nederlands bekijken zien we geen verschilje meningsuiting, het principe van scheiding van kerk lende orthografische manifestaties van het woord en staat, het principe van scheiding der machten,… “idee” noch constructies die gelijken op woorden als Gedanke of pensiero uit het Duits en Italiaans. BovPrincipes vs. Ideeën endien is het Griekse woord gekend waarop zowel “de idee” als “het idee” gebaseerd zijn: ιδέα. Goed, laat ons nu eens puur “de idee” en “het principe” met elkaar vergelijken: Dit maakt dat aan het woord “de idee” nog altijd kenmerken vasthangen van het woord “het idee” alsook (30) (30a) De idee van liberalisme zegt mij wel iets. dezelfde connotatie, die bijgevolg verschilt van woor-

Elk “principe” is sowieso ook een “idee”, maar niet elk “idee” is een “principe”. Van een “principe” wijk je zelden of nooit af en je draagt een principe ook volledig uit. 19


den als “filosofie”, “gedachte” en “principe”. Aan “de idee” hangt dus met andere woorden de connotatie van “iets kleins, vergankelijks en veranderbaars” vast, dit in tegenstelling tot “het principe”, dat – zij het alleen al door zijn definitie – een redelijke vaste toestand is.

Maar dat is wel het verschil tussen ons en Open Vld. Open Vld beschouwt het liberalisme en het concept van vrijheid als “een idee”, hoewel die term hen volgens mij te veel eer aandoet, gezien ze het liberalisme eerder behandelen als iets dat wel wat goeds heeft, maar waarvan je ook niet te veel moet Dat brengt mij tot het slot en kernpunt van mijn ar- hebben. Voor Open Vld is het liberalisme dus eetikel: het grote verschil tussen “ideeën” en “prin- rder een vage richtlijn. Goed, je kan dat uiteraard cipes” en ik zal dit bijgevolg verbinden met onze rechtvaardigen door de opmerking te maken dat in idee dat het soms lijkt dat wij met het LVSV als de politieke wereld geen plaats is voor klassiek libenige echt aanhangers zijn van het liberalisme. eralisme, maar het toont wel het verschil met ons. Een “denkwijze” is iets dat zich hoofdzakelijk in gedachten afspeelt en vooral een theoretisch iets is, terwijl een “levenswijze” zoals gezegd ook een materiële dimensie heeft. “De idee” is bovendien veel veranderlijker dan “het principe”, wat je eigenlijk alleen kunt veranderen na een lange periode en in samenhang met een aantal factoren. De uitleg hiervoor speelt zich echter af op het vlak van de psycholinguïstiek, en daar mijn kennis daarvan eerder beperkt is en dat ons bovendien te ver leidt, ga ik hier niet dieper op in.

Voor het LVSV is het liberalisme een “principe”; bestaande uit verschillende “deelprincipes”. Wij dragen het liberalisme uit zoals wij het redelijk puur en natuurlijk consumeren, wat er soms toe leidt dat sommige bestuursleden inderdaad het principe van de staat in vraag durven stellen. Voor ons is de scheiding van Kerk en Staat een principe; daar wijk je niet van af: je gaat dus geen subsidies aan religieuze instellingen geven. De scheiding der machten is een principe van het liberalisme: je gaat dus geen GAS-boetes invoeren als je het liberalisme uitdraagt. Ook de vrijheid van meningsuiting is een Maar het kernpunt van mijn conclusie kan men in de principe: een partij die het boek Mein Kampf wil verbievolgende zin samenvatten: een idee hang je aan, een den, hoeveel nationaalsocialistische onzin er ook in dat principe draag je uit. Dit geeft “het principe” ineens boek staat, heeft het liberalisme dus niet als principe. ook een veel persoonlijkere en moreel hogere connotatie dan “de idee”. Tussen vinden dat geweld slecht Natuurlijk levert deze tweedeling problemen op: het en overbodig is en effectief een pacifistisch of vol- kan zijn dat sommige principes voor interpretatie vatuntaristisch leven leiden zit een wereld van verschil. baar zijn en soms kunnen ze in bepaalde casussen zelfs tegenstrijdig lijken; denk bijvoorbeeld aan de Elk “principe” is sowieso ook een “idee”, maar niet Zwarte pietenkwestie en de discussie over onverdoofd elk “idee” is een “principe”. Van een “principe” wijk slachten. Ik hoop echter dat u mijn tweedeling enigszje zelden of nooit af en je draagt dat ook volledig uit. ins kan accepteren en mijn artikel interessant vond. Je kan gaan beargumenteren dat het moeilijk – zelfs utopisch – is om echt volledig volgens je principes En onthoud u alstublieft: iedereen heeft ideeën, weinte leven, maar de lamahs in de Himalaya spreken dit ige mensen hebben principes. Denken en dromen is bijvoorbeeld tegen, net als de eerder gegeven voor- één ding, maar doen… beelden bij “filosofie als levenswijze”. Natuurlijk is de afgezonderde levensstijl van de lamahs zeer anders dan die van ons en is het onmogelijk om bijvoorbeeld volledig liberaal te gaan leven en geen belastingen te betalen e.d. Het logische gevolg zou dan zijn dat je in de gevangenis terechtkomt, en weg vrijheid.

20


Wouter Goemaere Bestuurslid LVSV Gent

Visie

Constitutionalisme: verdraagzaamheid binnen de grondwet Wouter Goemaere Bestuurslid en student rechten Wouter Goemaere gaat in de volgende tekst op zoek naar een oplossing voor de migrantendiscussie en migrantenfobie die vandaag de dag actueel is. Daarbij zoekt hij naar een oplossing ten voordele van een open en multiculturele samenleving die hij denkt te vinden in het constitutionalisme.

Globalisering en migratie zijn misschien wel de grootste uitdagingen van de 21ste eeuw. Met deze fenomenen gaan veel culturele en materiële rijkdommen gepaard, maar ze stellen ook zware uitdagingen voor onze maatschappij. Constitutionalisme probeert hierop een antwoord te bieden, zonder dat men aan individuele vrijheid moet inboeten; meer zelfs, men wint aan vrijheid met dit principe. Mits een kleine tweak inzake politieke verantwoordelijkheid wordt het dan ook echt mogelijk om deze uitdagingen om te zetten in kansen en rijkdom voor zowel de autochtonen als de nieuwkomers.

kok, maar staat open voor the many dankzij dit proces. Uiteraard is de keuken maar één domein waar globalisering zich laat voelen. Ook de domeinen van de economie, wetenschap, kunst enz. zijn tegenwoordig internationaler dan ooit, zelfs het universiteitsleven hoeft niet meer volledig plaatsgebonden te zijn.

Samenwerken over grenzen heen maakt het mogelijk om problemen van wereldschaal op wereldschaal op te lossen; om vernieuwing te brengen, waar men al lang niet meer gehoord had van ‘een andere manier’. In de bovengenoemde domeinen is dit ook al De reële rijkdom van diversiteit in de samenleving goed doorgedrongen. De oplossingen van zulke problemen en de ontdekking van het nieuwe liggen niet Globalisering en migratie hebben ons geweldige din- in het blind volgen van één idee, maar in het conflict gen gebracht. Denk aan tabouleh, tajine, sushi en om van ideeën. Zogezegde onbetwistbare waarheden zijn het dichter bij huis te zoeken: pizza, canard à l’orange, een ongelooflijke rem op de menselijke creativitefish and chips... Deze laatsten mogen we niet vergeten. it. Enkel wanneer men alles in vraag durft stellen zal Europeanisering was immers onze eerste stap richting men werkelijk out of the box denken. Ontelbare moglobalisering. Pizza is nu, buiten Italië, niet meer een gelijkheden openen zich hierdoor en iedereen heeft delicatesse voor de happy few met een excentrieke baat bij een rijkere wetenschap, een rijkere keuken 21


Zogezegde onbetwistbare waarheden zijn een ongelooflijke rem op de menselijke creativiteit. Enkel wanneer men alles in vraag durft stellen zal men werkelijk out of the box denken. en een rijkere filosofie. De vruchten van de globalisering bieden ons een ongelooflijk ruim keuzeaanbod. Met dit aanbod komt de mogelijkheid om zich als mens meer vrij te ontwikkelen, zonder, al dan niet vrijwillig, mee geperst te moeten worden in de saaie, nationalistische éénheidsworst. Rusland is een mooi voorbeeld van een staat waarin men hard optreedt tegen (culturele) dissidenten, denk maar aan de verschillende incidenten met Pussy Riot. In onze contreien zijn er ook nationalistische partijen zoals de N-VA, Vlaams Belang en de PVV die hevig de instandhouding en de promotie van één cultuur nastreven. Wie geboren wordt in zo’n monoculturele samenleving, verliest per direct al een hele hoop vrijheid. Zonder ooit hierop a priori enige invloed te kunnen uitoefenen wordt de mens geworpen in een specifieke, vaak beklemmende sociale omgeving, omringd door rigide gewoontes, archaïsche vooroordelen en praktische noodzakelijkheden. Het is een vastgeroeste omgeving waar we eigenlijk niks mee te maken hebben met uitzondering van het feit dat we daar heel toevallig geboren werden. Dit is een zeer belangrijke vorm van onvrijheid omdat het al zijn invloed uitoefent vanaf onze meest beïnvloedbare jaren. Daarenboven is het middel waarmee de beïnvloeding te werk gaat nog veel sterker dan overheidsmaatregelen namelijk sociale druk. Een praktisch voorbeeld is bijvoorbeeld de ‘aanvaardbaarheid van homoseksuelen’. Ook in Vlaanderen is de sociale drempel om uit de kast te komen nog altijd veel te hoog. Om die reden is het belangrijk om ons zo snel mogelijk van deze ‘geworpenheid’ bewust te worden. Alleen wanneer men dit voldoende beseft, kan men hier bovenuit stijgen naar een meer universeel perspectief, een meer open kader waarin men meer ruimte krijgt om werkelijk zichzelf te zijn. De monocultuur zal zo’n gedrag sterk onderdrukken via wetgevende en vooral via sociale druk. De multiculturele samenleving daarentegen, laat veel meer open ruimte om zichzelf te ontwikkelen. Wanneer er meerdere culturen naast elkaar leven 22

ontstaat er immers meer ruimte voor een identitair ‘pick and choose’ beleid en bijgevolg meer vrijheid. De mentale samenleving hinkt achterop Desalniettemin bestaat er nog één cruciaal domein waar de globalisering nog niet is doorgedrongen, namelijk het domein van de mentale samenleving. De laatste politieke peiling gaf aan dat nog steeds 37% van België zich schaart achter het Vlaams-nationalisme, 30% achter de N-VA en 7% achter het Vlaams Belang. Beide partijen hebben zich sterk uitgesproken voor een gesloten-grenzen-beleid. Zij zijn ook voorstander van één volk en één cultuur met liefst zo weinig mogelijk inmenging van ‘de anderen’. Het is misschien jammer voor hun kiezers, maar beide partijen worden achterhaald door de realiteit. De spannende waarheid is juist dat het straatbeeld aan het verkleuren is, van grijs en blank naar een mengelmoes van kleuren, kleren, gewoontes en ideeën. De Marokkaanse bovenbuur en de Griekse onderbuur, allebei hebben ze verschillende opvattingen over wat ‘goed’, wat ‘mooi’, wat ‘rechtvaardig’ en wat ‘lekker’ is en dat hoort ongelooflijk verrijkend te zijn. Toch is het voor een groot aantal mensen beangstigend, omdat ze niet zomaar uit hun comfort-zone gebracht worden, hun comfortzone wordt head on uitgedaagd. Zoals hierboven al aangehaald hoeft dat helemaal niet altijd slecht geïnterpreteerd te worden. Toch is het onthaal van afwijkende ideeën vaak kort, bot en vervuld van vooroordeel, terwijl het in essentie enkel gaat over ideeën van mensen, waarvan we alleen maar kunnen leren. “Het zijn niet zomaar mensen,” antwoordt de nationalist dan. “Het zijn andere mensen met andere ideeën en andere waarden die niet stroken met die van onze samenleving. Hen binnenlaten en hen toestaan hun cultuur en hun waarden te beleven zal heel onze maatschappij destabiliseren!” De nationalist heeft ergens een punt, maar hij gaat een stap te ver. Hun cultuur is vreemd, maar absoluut niet schadelijk. Wie is er


nu kwaad, omdat er teveel pasta en rijst te vinden is in onze supermarkten, of omdat men naar een collectie van Islamitische kunst kan gaan kijken in het Brusselse Jubelparkmuseum? Meer diversiteit leidt tot meer vrijheid, daar valt toch moeilijk over te klagen. Vreemde waarden… daar ligt het pijnpunt. We zijn er niet mee vertrouwd en soms zijn ze ook volledig tegengesteld aan de onze en dat wringt, dat leidt tot confrontaties, onvrede en wantrouwen. Hoe lossen we dat op?

Een economische migrant ofwel een ‘gelukzoeker’ mag wat minder speling gelaten worden dan een vluchteling. Het maakt in principe niet uit waar u vandaan komt als u hier wil wonen zolang u zich maar aan een aantal basisregels houdt die wij als fundamenteel beschouwen. Onze gemeenschap is op deze basisregels gebouwd en dat bezorgt ons een zekere stabiliteit. Tast de basis teveel aan en het vuur van social unrest wordt aangewakkerd. Daarenboven leiden bewezen sociaal-psychologische principes zoals de ‘basisfrequenCostitutionalisme tievalstrik’ ertoe dat de acties van één persoon een zware weerslag zullen hebben op de groep waarmee De oplossing ligt volgens mij in een aanpak die zoveel deze geassocieerd wordt. Om die reden is het belanmogelijk de individuele vrijheid beschermt, terwijl de grijk om de conformerende migranten te beschermen stabiliteit van de samenleving niet teveel wordt aange- van afgunst veroorzaakt door de echte troublemaktast. Constitutionalisme valt volgens mij perfect binnen ers. Voor de troublemakers is een harde aanpak aldus deze omschrijving. Met constitutionalisme in het mul- noodzakelijk en gerechtvaardigd ter bescherming van ticul-debat bedoel ik dat een simpel trouw zweren aan de kwetsbare groep die werkelijk moeite doet om zich de basisbeginselen van onze maatschappij volstaat om aan de basiswaarden te houden. Een belangrijke sidete komen tot een rijke, diverse en stabiele samenleving note hier is dat we niet mogen vertrekken vanuit de van autochtonen en nieuwkomers. Van deze laatsten superioriteit van onze waarden. Zoals ik daarnet zei zijn er twee soorten. Aan de ene kant heb je humani- moet alles openstaan voor debat en wanneer een voltaire vluchtelingen. Zij zullen relatief meer bereid zijn doende grote portie van de bevolking overtuigd gerom aan deze beginselen te conformeren, vanwege hun aakt van nieuwe idealen of wanneer ze oude idealen schrijnende toestand. Natuurlijk zijn er altijd uitzon- verwerpen, dan moet men kunnen veranderen. De deringen, maar de werkelijke problemen liggen eerd- enige moeilijkheid ligt dan nog in het vinden van een er in het tweede kamp, namelijk bij de ‘gelukzoekers’. lijst van basiswaarden en een manier om deze op een gecontroleerde manier aan te vullen of in te korten. Het gaat over mensen die een beter leven wensen en dat niet zullen vinden in hun land van oorsprong. Dit Waar vinden we onze basiswaarden? kan zijn omwille van extreme armoede, klimaatopwarming, politieke repressie en andere mensonwaar- In onze Grondwet natuurlijk! Voor haar samenstelling dige omstandigheden die net niet de drempel van ‘hu- is een zo breed mogelijke consensus vereist. Alles wat manitaire ramp’ halen. Op zich is er niets mis met het we hierin hebben opgenomen ligt ons als gemeenschap wensen van een betere toekomst voor uzelf en voor nauw aan het hart. Het zijn de fundamenten waarop uw familie, alleen de connotatie die rechts aan de onze samenleving is gebouwd. De vraag is dan, kennen term ‘gelukzoeker’ geeft is hier volkomen misplaatst. we onze Grondwet wel? Ik betwijfel of veel anderen Er is toch niets verkeerd met het willen ontsnappen dan rechtsgeleerden ooit de droge Titel II GW hebben van afschuwelijke levensomstandigheden, waar nie- gelezen. Hierin staan al onze Belgische grondrechten mand van hen voor gekozen heeft? Als we een exper- op een rijtje zoals de vrijheid van meningsuiting, het iment zouden organiseren waarin het testsubject op- recht op een menswaardig leven, onderwijs etc. Ik benieuw wordt geboren, maar op een totaal willekeurige twijfel des te meer of migranten ooit al eens geconfronplaats in de wereld, dan durf ik te wedden dat het hele teerd werden met deze waardenlijst? Voor een Belg is migratieverhaal er voor velen plots anders begint uit dat niet onmiddellijk een probleem. Bij de meeste aute zien. tochtonen zit dit goed in het systeem ingebakken (blijf 23


weg van de HLN-commentsectie, tenzij u een tegenvoorbeeld wenst).

eren. Het zal juist de straten kleurrijker en meer divers maken. Je kan mijn cape mooi vinden of niet, het is alleszins anders, licht humoristisch en mijn persoonliVoor vreemdelingen ligt dit moeilijker. Zij zijn hier jke wens, waar anderen niets over te zeggen hebben. niet mee opgegroeid, deze rechten en plichten zijn Moesten de rollen omgedraaid zijn en de Belgische hen vreemd. Toch maakt dat het niet per definitie norm bestaat uit het dragen van capes, maar u vinonmogelijk om onze waarden te leren kennen en ze dt dat afschuwelijk lelijk en u wenst veel liever een na te leven. Een zeer duidelijke communicatie van jeans en een Hollister T-shirt te dragen, dan zou u toch rechtsregel en eraan gekoppelde aangepaste straf is ook niet willen dat wij u verplichten een cape om te om deze reden van kapitaal belang. Een mini-opleid- doen. Zolang het een persoonlijke keuze is die aning bij aankomst, m.a.w. een intrede-cursus met een deren niet schaadt, mag daar niet aan geraakt worden. hevige focus op de basiswaarden, kan al volstaan om onze waarden over te brengen. Respecteren ze Angst, onze grootste hindernis deze toch niet, dan speelt het principe ‘Nemo censetur ignorare legem’ ofwel ‘iedereen wordt geacht de 1. Angst voor aanslagen wet te kennen’ meer dan ooit en zijn bijgevolg harde sancties gerechtvaardigd. Een 2e of een 3e zware Als men de trein naar Brussel neemt om voor een overtreding zou dan bijvoorbeeld kunnen leiden tot namiddag onze hoofdstad te gaan verkennen is de uitzetting, maar mensen zonder pardon uitzetten om- kans dat men het slachtoffer wordt van een aanslag dat ze hier “onrechtmatig” binnengekomen zijn of nog steeds infinitesimaal klein. Het is een irrationele het voeren van een pushback-beleid is nieuwkomers angst en het is heden ten dage misschien zelfs de de kans ontzeggen zich hier nog maar te bewijzen. grootste barrière voor een geslaagd samenleven. Een kleine groep extremisten beroept zich valselijk op een Als we onze grondrechten definiëren, moeten we op- grote religie om mensen te overtuigen irreligieuze grupassen dat we niet te ver gaan. Veel politici zijn van welen te verrichten. De Westerse man bibbert en beeft mening dat men ook nog eens ‘Vlaamse culturele wanneer hij een moslim ziet ook al staat de islam voor gewoonten’ moet opnemen. De samenleving is pas vele moslims volledig los van wat IS propagandeert. stabiel en de integratie dus pas compleet als men in Men kan elke religie zo verdraaid interpreteren dat het weekend stoofvlees met frietjes eet, voor de rode men uitkomt op een of ander fascistisch programma, duivels supportert en een minimumprocent aan be- maar dat doet niet af aan de geloofsbeleving van de lastingen ontduikt. Deze redenering gaat niet op en niet-extremisten. Het is een heel simpele val om in te ik zal in drie punten proberen uitleggen waarom. Ten trappen. Het doel van IS is dan ook verdeeldheid te eerste, het gaat niet eens om dwingende maatregelen zaaien door een maatschappelijk achtergestelde groep voor Belgen. Er zijn er genoeg autochtonen die vege- nog meer van ons te vervreemden. Eerst en vooral in tariër zijn en voetbal maar niks vinden. Ten tweede, onze gedachten, vervolgens op straat in onze daden het doet enorm afbreuk aan de rijke wereldmaatsch- tegenover moslims en zo pushen we deze groep nog appij die zich aan het ontwikkelen is. Ten derde, het meer in de isolatie. Zij gaan zich bedreigd, opgejaagd is niet aan de overheid om zich te moeien in iemands en gediscrimineerd voelen. Dit leidt vaak tot een volprivésfeer, anders verwordt uw privé tot publieke rui- gende tegenreactie en zo vervalt men in een spiraal mte. Mijn kleerkast, mijn keuken, mijn schrijftafel, mijn van ongefundeerd wantrouwen. Aanslagen dienen al dan niet geloof enz. dat behoort tot mijn privésfeer. dan telkens als stroomversnelling om ons nog meer teStabiliteit is een meer dan aanvaardbare rechtsgrond gen elkaar op te zetten. Na een aanslag volgt dan wel om bepaalde dingen te verbieden, maar of ik nu in telkens protest vanuit de moslimgemeenschap, maar een broek, rok of met een cape rondloop dan zal dit dit wordt rap vergeten wanneer de extremisten hun de maatschappij niet op haar grondvesten doen dav- volgende gruweldaad plegen of wanneer een politicus 24


Aan alle voorstanders van een terugkeer van de vluchtelingen, selectief is definitely not the way to do it! het niet kan laten om racistische stemmen te ronselen. Dit laatste gebeurt dan ten voordele van zijn of haar machtsbehoud en ten nadele van een reeds gestigmatiseerde gemeenschap, de schuldloze zondebok die nog meer in de hoek gedreven wordt.

Selectieve migratie, multiculturalisme?

een

‘oplossing’

voor

Onlangs hoorde ik van een speciaal voorstel dat het woord crisis uit migratiecrisis zou fileren. Met dit voorstel zouden we enkel nog overblijven met de voordelen 2. Anst voor economische ondergang van het migratieverhaal. Het ging over economische, selectieve migratie. Met dit model krijgen alleen de De vrees dat ons land de komst van vluchtelingen of hoogopgeleiden een plaatsje in onze maatschappij. migranten niet kan dragen kan gesust worden met Een goed diploma is het nieuwe Europees toegangstudies en limieten. Een studie naar de economische sticket. Zij die economisch welvarend genoeg zijn om draagkracht van staten kan het mogelijk maken om geen last te zijn voor onze sociale zekerheid zijn debepaalde economische, (jaarlijkse) limieten voor nieu- genen die het recht hebben geluk te zoeken in ons land. wkomers op te stellen. Niemand heeft de plicht zichzelf uit te hongeren om een ander te redden. In het Praktisch klinkt dat misschien wel interessant. We huidig politiek klimaat is er jammer genoeg enorm lijken heel wat voordelen van de globalisering te veel moed nodig om nog maar aan dergelijke studies plukken, zonder ons al te veel zorgen te moeten te beginnen. Politieke partijen vrezen over te komen maken om de moeilijkheden. Hier is het belangrijk als ‘soft’, waardoor je de steun van een hele groep op te merken dat aan selectieve migratie wel minrechts-cultureel stemgerechtigden verliest, terwi- stens twee zwaarwegende ethische aspecten verjl men met het uitvoeren van zo’n studie vooral ni- bonden zijn. Dezen zal ik in dit deel uiteenzetten. et-stemgerechtigde migranten aanspreekt. Als men zo’n studie toch uitvoert en ze wordt omgezet en Eerst en vooral gaat het in tegen een absoluut basisbeleid is het natuurlijk perfect aanvaardbaar voor principe van onze Westerse moraal die wij claimen uit een staat om een migratiestop in te voeren, wan- te dragen namelijk de gelijkheid aller mensen. Iederneer ze op punt staat economisch te imploderen. een wordt als mens geboren, niet allemaal met de-

25


zelfde capaciteiten, maar in de publieke sfeer zullen wij nooit meer mensen onrechtmatig discrimineren op basis van inkomen of capaciteiten. De ‘loi capacitaires’, die het stemrecht opende voor mensen met een diploma naast het stemrecht voor de rijken, is een Belgisch reliek van 1883. De horror van de standenmaatschappij hebben de steden en de Franse revolutionairen reeds bevochten en overwonnen. Deze tijden zijn reeds lang vervlogen, gelukkig, maar met selectieve migratie dreigen deze verworvenheden op de helling te staan. Wat als vanzelfsprekend wordt beschouwd in de Grondwet, het Europees handvest en globale mensenrechtenverdragen dreigt het ‘verlichte Westen’ overboord te gooien met selectieve migratie. Dit allemaal uit lafheid, omdat men de moeite niet wil doen haar hand uit te steken naar mensen in nood. Ze begraaft nog liever haar waardigheid dan haar principes te moeten uitdragen. Tenzij we er natuurlijk vanuit gaan dat het Westen haar principes veranderd heeft, wat mogelijk is, maar in dat geval pleit ik voor een stopzetting van de hypocrisie en ook voor een stopzetting van onze morele superioriteitsclaims. We kunnen een limiet stellen uit noodzaak, evident, maar mensen uitsluiten op basis van economische draagkracht of gebrek aan zelfredzaamheid gaat in tegen onze basiswaarden waarmee we ons toch zo graag differentiëren van ‘de anderen’. Persoonlijk vind ik deze waarden het beschermen waard en dat gebeurt niet door ze te verwaarlozen wanneer het moeilijk wordt.

heropbouw te denken. Als we dit allemaal wegnemen blijft het land een ruïne. Aan alle voorstanders van een terugkeer van de vluchtelingen, selectief is definitely not the way to do it. Daarnaast is er ook een emotioneel aspect dat een rol kan spelen. Vindt de vluchteling het zelfs nog het waard om terug te keren? Wat is de meerwaarde van terugkeren naar de straat waar je je vrienden en je familie hebt zien sterven, de stad waar je werkplek werd platgebombardeerd zonder enig idee te hebben van wat er met je collega’s is gebeurd. Voor hen zal er misschien niets meer te vinden zijn in Syrië. Een vrijwillige terugkeer is onwaarschijnlijk, terwijl een gedwongen terugkeer met daaraan gekoppeld een naturalisatie van de intellectuelen onmenselijk is. Over terugkeer is er nog veel ruimte voor debat, maar dit artikel zal hier niet verder op ingaan. Politieke verantwoordelijkheid De politiek en het bestuur dragen nog een extra speciale verantwoordelijkheid in dit hele verhaal. Het codificeren van onze basisbeginselen in de Grondwet, het overbrengen van deze beginselen en van de sancties voor inbreuken hierop en het creëren van kansen voor de nieuwkomers om hier hun leven uit te bouwen economisch, maar ook sociaal dat zijn de uitdagingen voor onze overheid. Discriminatie tegengaan staat verankerd in onze grondwet, maar toch zijn er nog politici die het graag anders zouden zien. Er zijn heel wat volksvertegenwoordigers op alle niveaus die achtergestelde bevolkingsgroepen stigmatiseren en racisme in de hand werken door bijvoorbeeld als rechter te spelen over de Turnhoutsebaan in Borgerhout en zonder onderzoek minstens 20 bewoners ervan af te schilderen als “mannen van dat type als de daders van Barcelona”. Politici behoren hun kiezers te vertegenwoordigen en als de voorzitter van de grootste partij van het land al tot dergelijke uitspraken komt… Het lijkt me een zeer duidelijk signaal voor de redelijke partijen om aan tafel te zitten en deze xenofobie aan de wortel aan te pakken.

Het tweede ethisch conundrum is de organisatie van een brain drain die met selectieve migratie gepaard gaat. Als we selectief de intellectuelen uit het Afrikaans continent en uit het Midden-Oosten weghalen, verhinderen we de evolutie van de getroffen landen tot gelijkwaardig staten met een degelijke economie, een degelijk sociaal opvangnet en een degelijke mate van geluk. Dit zijn omstandigheden waar heel de wereld van kan profiteren. Laten we ons eens focussen op Syrië. Stel dat er binnen vijf jaar een oplossing wordt gevonden voor het Syrisch conflict dan opent het tweede luik van het Syrisch probleem, namelijk de heropbouw. Vele steden waren het toneel van zware gevechten en bombardementen. Structureel is er nood aan architecten, artsen en vooral ook kapitaal om nog maar aan Ten eerste is het de verantwoordelijkheid van de an26


dere partijen om keihard te reageren op xenofobe uitspraken van de rechterzijde. We hebben zowel wetenschappelijk als filosofische argumenten genoeg om racisme te bestrijden en de gelijkheid aller mensen te verdedigen. Hieraan niet met alle macht deelnemen staat op gelijke hoogte als schuldig verzuim. In dat geval worden overtuigingen achtergelaten om stemmen te winnen en zo aan de macht te blijven. Ten tweede moet segregatie zo veel mogelijk worden tegengegaan. Ten laatste moet ‘ontmoeting’ evolueren naar een volwaardige doelstelling, vooral op gemeentelijk niveau. Een zeer grote nalatigheid in de Belgische politiek is het niet helpen creëren van deze plaatsen van ontmoeting. De vreemde zal altijd de vreemde blijven als we hem of haar niet tegenmoettreden. Het is hierbij niet belangrijk dat hij of zij onze kledingstijl en eetgewoonten overneemt. Een wisselwerking van de verschillende ideeën kan juist tot heel wondere dingen leiden. We worden enkel rijker in een maatschappij van ontmoeting en diversiteit.

Conclusie In short, op vele domeinen hebben globalisering en migratie ons al vele voordelen gebracht. De mentale samenleving is het laatste en het belangrijkste domein waar dit nog echt moet doordringen. De uitdaging ligt in het conflict van fundamentele waarden die nieuwkomers met zich meebrengen. Dit conflict kan getemperd worden door een strikte naleving van onze grondwet af te dwingen, terwijl we ook veel ruimte laten voor persoonlijke en culturele ontwikkeling. Angst voor terreur en sociaal-economische ondergang zijn hinderpalen, maar met een kritische blik en een trouw aan onze eigen waarden zijn ze absoluut niet onoverkomelijk. Ten slotte is het belangrijk dat ook de politiek bijdraagt aan de stabiliteit en de harmonie binnen onze samenleving in plaats van te polariseren om aan de macht te blijven.

27


Ereleden LVSV Gent 2017-2018

Wim Aerts Oud-voorzitter LVSV Gent

Elisabeth Matthys Oud-bestuurslid LVSV Gent

Thomas Buyse Oud-voorzitter LVSV Gent

Brandaan Mombaers Oud-politiek secretaris LVSV Leuven

Sander Casier Oud-voorzitter LVSV Gent

Arno Morsa Oud-bestuurslid LVSV Gent

Mick Daman Voorzitter Open Vld Gent

Jonathan Peck Oud-webmaster LVSV Gent

Maarten De Bousser Oud-politiek secretaris LVSV Gent

Christophe Peeters Schepen Gent (Open Vld)

Alexander De Croo Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Post en Telecom Herman De Croo Gewezen partijvoorzitter Open Vld Gewezen kamervoorzitter Vlaams volksvertegenwoordiger

Romeo Rau Voorzitter Open Vld Nieuwpoort

Karel De Gucht Oud-Europees Commissaris voor België

Claire Tillekaerts CEO Flanders Investment & Trade

Edouard Dumolin Oud-bestuurslid LVSV Gent

Bart Tommelein Viceminister-President en Vlaams Minister van Financiën, Begroting en Energie

Erwin Devriendt Oud-voorzitter LVSV Gent Sven Gatz Vlaams Minister van Media, Brussel, Jeugd en Cultuur Dries Glorieux Oud-politiek secretaris LVSV Gent Egbert Lachaert Federaal volksvertegenwoordiger (Open Vld)

28

Gwendolyn Rutten Voorzitter Open Vld Martine Taelman Senator (Open Vld)

Guy Vanhengel Brussels Minister van Financiën en Begroting Lawrence Vanhove Oud-voorzitter LVSV Gent Geert Versnick Gedeputeerde provincie Oost-Vlaanderen


Mats Cuvelier Voorzitter LVSV Gent

Visie

Foucault/Trump – Postmodernisme v. Liberale Democratie? Mats Cuvelier Voorzitter Mats Cuvelier reflecteert over het populisme in de samenleving - in het bijzonder met betrekking tot Rusland, de Verenigde Staten en Trump - en de maatschappelijke rol die wetenschap en waarheid vandaag de dag hebben. Hij onderzoekt daarbij de relatie tot het postmodernistische gedachtengoed van Foucault en Derrida. Het voorbije jaar werden kleurrijke debatten gevoerd rond de oorzaken van de huidige politieke malaise. De verkiezing van Trump als 45ste president van de Verenigde Staten bracht deze discussie naar de populaire pers. Een terugkerend thema is de invloed van postmodernisme op de nieuwe post-truth stijl van het politieke debat. Ook in de Vlaamse pers waren de postmodernisten het onderwerp van kritiek en repliek. Kan men een lijn trekken van deze groep intellectuelen uit de vorige eeuw naar Trump, Farage en Le Pen? of is dat relatief? of is alles relatief? In 2016 werd Margarita Simonyan, redacteur bij het Russische staatskanaal RT, geïnterviewd door de Financial Times. Haar zender werd gekarakteriseerd als een vernuft staaltje 21ste-eeuwse propaganda, een mengelmoes van oprecht kritische journalistiek en regelrechte fabricage – en dat alles onder commando van het Kremlin. Simonyan, die in 2014 een medaille voor ‘objectiviteit’ kreeg van President Poetin, sloeg de beschuldigingen ter zijde en wees erop dat “RT veel minder kritisch is t.a.v. westers beleid dan dat westerse media kritisch zijn t.a.v. Rusland. Wanneer was de laatste keer

dat u iets goed zag over Rusland?” Voor Simonyan is informatie inherent politiek en neemt de balans tussen verschillende versies van de feiten precedent boven de zoektocht naar de juiste. Dit relativisme vind men vandaag overal terug: in facebookcommentaren, krantencolumns en vanuit de politieke flanken. Of de VS nu een even grote ‘killer’ is als Poetin of onze samenleving niet superieur is aan een shariastaat. Whataboutisme, fake news en obscurantisme zijn bon ton. Zitten een paar obscure Franse intellectuelen uit de vorige eeuw hierachter? Vormen hun denkbeelden een manifest voor de aanval op onze liberale democratie en is het toeval dat de redacteur van een Russisch staatskanaal hun ideeën lijkt te onderschrijven? Postmodernisme quid? Om die vragen te beantwoorden dienen we de essentie van het filosofisch postmodernisme te situeren. De school ontleent zijn naam aan het boek La Condition Postmoderne (1979) van François Lyotard en kenmerkt zich door een afkeer aan meta-narratieven, de absoluutheid van de ‘rede’ zoals opgevat door de ver29


Het postmodernisme kenmerkt zich door een afkeer aan meta-narratieven, de absoluutheid van de ‘rede’ en de zekerheid van de wetenschap en waarheid.

lichtingsfilosofen, de zekerheid van de wetenschap en waarheid. Bekende auteurs die tot het postmodernistische kamp worden gerekend zijn Michel Foucault, Jacques Derrida, Jacques Lacan, François Lyotard & Jean Baudrillard. Een groot deel van de postmodernistische canon spitst zich toe op taal, en de theorieën die uit het postmodernisme voortsproten hebben een grote invloed uitgeoefend op het vakgebied van de literaire kritiek. Laat ons kort een paar belangrijke ideeën afzonderlijk uitlichten.

Deconstructie is volgens Jacques Derrida (1930-2004) geen methode, kritiek, noch analyse. Het is een manier om teksten en problemen te lezen met een oog voor tegengestelde concepten en opvattingen om en zo de tekortkomingen van betekenis zelf bloot te leggen. Derrida hing het idee aan dat taal als een systeem van tekens en woorden enkel betekenis ontleent aan het contrast tussen die tekens. Een concept of idee kan dus geen betekenis krijgen zonder tegengestelde concepten en het ene idee zal volgens Derrida steeds overheersen of geprivilegieerd zijn (man/vrouw, kapitalisme/socialisme,..). Betekenis en waarheid kunnen door deze samenhang nooit definitief worden vastgesteld maar worden net ontleend aan het verschil of de relatie (“différance”) tussen twee concepten. De resulterende staat van onzekerheid of “aporia” waarin de waarnemer verkeert is geen dan een deugd, een erkenning van de naïviteit van het geloof in zekerheden en objectieve betekenis. Derrida stond zeer vijandelijk tegen het “logocentrisme”, een term die hij gaf aan het vertrouwen in de rede en logica om betekenis over te brengen.

Foucault leverde naar eigen zeggen een historische kritiek van de moderniteit en was niet schuw van politiek engagement, steeds op de linkerzijde (hoewel hij in zijn laatste levensjaren een curieuze sympathie voor het economisch liberale gedachtengoed ontwikkelde). Foucault’s werk licht vaak een historische evolutie uit die dan wordt geïnterpreteerd om een filosofisch punt te maken. In Histoire de la folie à l’age classique (1961) beschrijft Foucault de onderwerping van krankzinnigheid aan de rede, door de geïnstitutionaliseerde en medische opsluiting van de eersten met de hulp van de moderne psychiatrie. Die onderwerping van de krankzinnigheid aan de rede en de tegenstelling tussen deze concepten kondigt volgens Foucault de geboorte van kennis en macht aan. Deze hypothese trekt hij uiteindelijk breder in latere werken zoals Surveillir et Punir (1975) om te stellen dat kennis steeds een onderwerping veronderstelt van het studieobject, of het nu om seksualiteit, een vreemde cultuur of de krankzinnige gaat. In dit laatste boek introduceert Foucault ook het concept van het waarheidsregime: elke samenleving heeft een manier voor het vaststellen van waarheid, een manier van disciplinering voor afwijkingen op die waarheid en een geheel aan aanvaarde kennis. Kennis en waarheid zijn dus te herleiden tot een product van sociale structuren. Foucault’s rode draad is de onderwerping van het ‘deviante’ aan gevestigde structuren, opvattingen en instituties die hun kennis, waarheid en legitimiteit halen uit de onderwerping van het niet-conformerende. Dit maakt zijn werk zeer subversief en open tot politieke instrumentalisering.

Postmodernisme als een intellectuele houding legt Het bekendste werk van Michel Foucault (1926-1984) zich toe op het aanvallen van zekerheid en autoritespitst zich dan weer toe op kennis, macht en instituties. it, in de wetenschappen, literatuur en filosofie. Deze

Het postmodernistische relativisme is in essentie destructief: het herleidt feiten tot verhalen die worden opgedrongen langs conditionering en machthebbende instituties 30


waarheden vormen immers de instrumenten waarmee de macht van de overheid en de markt wordt verzekerd. De achtergrond van het postmodernisme, de protestbeweging tegen de waanzinnige Vietnamoorlog (zie ook de prachtige nieuwe reeks van Ken Burns en Lynn Novick), de overwinning van consumer capitalism en de nasleep van het kolonialisme verklaren het diepe scepticisme t.a.v. instellingen en macht dat voortsproot uit een vertrouwensverlies in de westerse cultuur. Het losbarsten van massamedia versterkte de bevinding van de postmodernisten dat idealen, politieke standpunten en historische gebeurtenissen ons bereikten als verhalen, en dat de uitkomst van strijd tussen verschillende versies van feiten, gedreven door achterliggende belangen, onze opvatting van waarheid beslist. Het maakt van het postmodernisme een zeer paranoïde stroming die steeds op zoek is naar achterliggende machtsverhoudingen. Baudrillard stelde zo ooit dat: “Disneyland bestaat om te verbergen dat het eigenlijk het ‘echte’ land is, gans het ‘echte’ Amerika dat Disneyland is (net als gevangenissen die bestaat om te verbergen dat het in feite het sociale is, in zijn geheel, in zijn banale alomtegenwoordigheid, dat penitentiair is)” Foucault: enemy of liberty? Wat kunnen we nu opmaken uit het geheel aan denk beelden die de postmodernisten voortbrachten? Vooreerst is het nuttig te observeren dat de postmodernistische denkers zelf een redelijk banale indruk

maakten. Het ging om een verzameling Franse en Italiaanse denkers die in zeer warrige taal en met veel uitgevonden concepten een vaak disparate, zelfingenomen en incoherente kritiek leverden op de cultuur van de tijd waarin zij werkten. Veel van hun werk werd uitvoerig bekritiseerd op de vele gebreken die het vertoonde en binnen de filosofie heeft de school nooit een grote aanhang verworven, mede dankzij de moeilijkheid of zelfs onzinnigheid om hun theorieën te begrijpen. De invloed van de postmodernisten is echter wel voelbaar buiten hun ‘vakgebied’, in de manier waarop wetenschappers begonnen te twijfelen aan hun methodieken, in de krampachtige introspectie naar ‘bias’ allerhande en in de sociale wetenschappen, waar het prefix critcal overal begon op te duiken. Men kan de postmodernisten intellectueel ontwapenen door hun werk als niet meer dan een kritiek te beschouwen, een correctie op een soms overdreven vertrouwen in de menselijke capaciteit om tot coherente kennis te komen. Problematisch wordt het echter wanneer hun ideeën als blauwdruk worden gebruikt voor politieke actie. Immers, het postmodernisme reikt zelf nooit een positief alternatief aan voor de machtsstructuren die het tracht te deconstrueren. Waar het filosoferen daar een eind neemt, is het voor de politieke agitator nog maar net begonnen. De deconstructie is de eerste stap en wat volgt ligt volledig open. Het postmodernisme, oorspronkelijk opgevat als een emancipatorische filosofie, wordt op deze wijze de wapenbode van de tirannie.

31


Aan de grond van alles ligt de postmodernistische houding t.a.v. waarheid en betekenis. Steunend op het werk van Nietzsche, die stelde dat er geen feiten zijn maar enkel interpretaties, hebben de postmodernisten een theorie opgebouwd die betekenis ontleent aan verschillen en relaties, tussen concepten, eerder dan te steunen op een concept van waarheidsvinding door middel van een wetenschappelijke methode. Het postmodernistische relativisme is in essentie destructief: het herleidt feiten tot verhalen die worden opgedrongen langs conditionering en machthebbende instituties. Het is onmogelijk wetenschap, steeds op zoek naar bevestiging van hypothesen langs falsifiëring, te verzoenen met deze opvattingen. Zij ondergraven niet enkel de waarheid maar trekken het nut van de zoektocht daarnaar in twijfel. Ze noodzaken een catharsis die de bestaande structuren afbreekt om tot “nieuwe” kennis te komen die niet louter vergaard wordt langs dezelfde structuren. Foucault wees erop dat je de kennis mag verwoesten, zolang (macht) structuren blijven bestaan zal die kennis opnieuw worden gereproduceerd. Er ontstaat een aanvaarding van de futiliteit van onderzoek en de focus verlegt zich naar het politieke toneel, waar machthebbende instituties moeten wijken alvorens tot nieuwe waarheden te komen. In de deelgebieden van de sociale wetenschappen die ontsproten aan het eind van de jaren 70 werden deze opvattingen warm onthaald. Socioloog Mark Elchardus traceerde in een column in de Morgen de verspreiding van de postmodernistische opvattingen, met zijn focus op deconstructie en zijn karakterisering van de wetenschappelijke kennisvergaring als onderdrukkend. Hij merkt op dat, hoewel de impact van deze ideeën enigszins beperkt bleef tot academische kringen, deze evolutie bijdroeg tot een wijdere onzekerheid over de oorsprong van onze kennis.

geile sensatiekanalen en de opkomst van ‘alternatieve’ media en hun echokamers overwelmden menig kiezer. Een steeds meer gefragmenteerd informatielandschap bracht een meer geavanceerd mediapopulisme voor dan deze die ontstond toen de politieke kracht van de televisie werd ontdekt. Peter Pomerantsev, in een essay ‘Why we’re post-fact’, wijst naar het vluchtgedrag en cynisme dat wordt veroorzaakt door deze fragmentatie, versterkt door de sociale onzekerheden die gepaard gaan met globalisering, migratie, automatisering etc. Ook complottheorieën tieren welig, gezien deze een manier vormen om complexe gebeurtenissen te verklaren en tegelijk geloof erin ook sterk correleert met politiek cynisme en afkering t.a.v. autoriteit. Het postmodernisme rechtvaardigt een cynische en nihilistische houding door ze te omschrijven als een teken van wijsheid, een erkenning van de menselijke naïviteit in de zoektocht naar een onbereikbare waarheid. Postmodernisme opnieuw relevant?

Op de extreme flanken duiken de postmodernisten op als symbool voor de nieuwe houding t.a.v. politiek. Langs (alt-) rechterzijde merkt men een totale bevrijding van de ketens van de waarheid, of het over de £350 miljoen pond gaat voor de NHS, de pizzagate-conspiracy of het complottheorieën waarop de Poolse recht en rechtvaardigheidspartij zijn macht steunt. Roger Stone, campagnestrateeg van Trump en trots op de zijn rugtatoeage van voormalig baas Richard Nixon, liet zich ontvallen dat ‘the only thing worse in politics than being wrong, is being boring’ en hanteert het devies ‘admit nothing, deny everything, always attack.’ Het moedwillig en onscrupuleus liegen bereikte met Trump een summum, het respect voor waarheid en rechtschapenheid een absoluut nulpunt. Het succes van zo’n drieste aanpak benut het relativHet postmodernistische gedachtengoed kreeg op- isme en algemeen wantrouwen t.a.v. instituties en nieuw meer aandacht bij de bespreking van een nieuw autoriteit die mede werd verspreid vanuit de sociale politiek strijdtoneel. De explosie van sociale media en wetenschapsfaculteiten en de media naar het grotere het stijgend belang ervan als voornaamste plaats wa- publiek. Aan linkerzijde is er een meer directe link met arop mensen nieuws ‘consumeren’ lagen recent mee de postmodernistische theorieën en methoden. Veel aan de oorsprong van politieke verassingen. De mani- hedendaagse linkse protestbewegingen, of het nu de er waarop valse informatie moedwillig wordt gericht Black Lives Matter-beweging, Antifa, Feministische of aan nauw bepaalde doelwitten, de ‘artikels’ van klik LGBT actiegroepen zijn, bestaan uit studenten uit de 32


vakgebieden van de sociale wetenschappen waar sociale fenomenen worden bestudeerd als een strijd tussen machtsstructuren en in wiens lexicon (‘white privilege’, ‘intersectionality’, ‘the oppressing classes’,..) we een duidelijke invloed van de postmodernisten kunnen ontwaren. Deze linkse bewegingen trachtten vaak met macht taal en gedrag te veranderen die zij als onderdrukkend ervaren. Excessen langs beide zijden, van de alt-right protestmars in Charlottesville, met een mix van gefrustreerde rechtse tieners met ‘ironische’ nazivlaggen tot de linkse aanvallen op sprekers met wie zij het oneens zijn tonen aan dat steeds vaker dat de nood wordt ervaren om met macht het politieke gelijk te vestigen. Tegenreacties op deze extreme denkbeelden lokken ondertussen gematigde mensen naar het uitersten van het politieke spectrum. De politiek-correcte stuiptrekkingen van links winnen steeds meer aanhangers voor het alt-rechtse kamp en de wansmakelijke uitlatingen van rechts zorgen voor sympathie met extreemlinkse en antidemocratische bewegingen. Ondertussen hebben deze marginale bewegingen, dankzij hun disproportioneel grote aanwezigheid en activiteit op de sociale media een reële en schadelijke impact gehad op het liberale bestel dat na de tweede wereldoorlog in het Westen werd verankerd. Wat deze fringe-groepen geleerd hebben van of gemeen hebben met de postmodernisten is een diep ongeloof in de beslechting van politieke disputen door middel van discussie. Het is de machtsstructuur die immers de uitkomst bepaalt, niet de toevallige mening van een politicus. Het uiteindelijke gevaar in de postmodernistische filosofie ligt hem in het macht/kennis axioma die ze voorstellen. Als men er immers van is overtuigd dat waarheid bepaald wordt en dus gelijk is aan de macht, dan kan men enkel gelijk krijgen of een waarheid vestigen door de macht te vestigen. De waarheid wordt louter bepaald door een gevecht waarna de sterkste de geschiedenis mag schrijven, de voornaamwoorden bepaald voor een dan wel een ander gender of wat de president dan echt bedoeld met ‘Covfefe’. Het publiek debat vervalt dus in een permanente strijd om de waarheid en er is geen sprake meer van gedeelde aannames en feiten die een democratie nu eenmaal nodig heeft voor haar beslissingsproces.

Ook vormt het macht/kennisaxioma een volledige ontkenning van het individu. Het zijn de structuren die ertoe doen en moeten worden veranderd, ongeacht wie in de weg staat. Dit leidt ons tot de vaststelling dat een emancipatorisch bedoelde filosofie die de machthebbende institutie tracht te bekritiseren, door het achterlaten van een blanco blad na de afbraak van die instituties, vrij spel geeft aan tirannieke ideologieën die hun eigen structuren in plaats willen brengen die de waarheid zullen voortbrengen van diegene die met macht erin slaagt de bestaande structuren omver te werpen. Het hoeft dan ook niet te verassen dat de tegenstanders van het ‘westers model’, in de inleiding verpersoonlijkt door een redacteur van RT, deze krachtige politieke ideologie opnemen als hefboom om het politiek debat te verzieken. Wanneer men erin slaagt om de mensen te doen geloven dat waarheid het product van de macht is, debat geen zin heeft en iedereen het recht heeft op zijn eigen waarheid, winnen de obscurantisten en liggen er moeilijke tijden in het verschiet voor de liberale democratie. Conclusie Stellen dat Foucault en de zijnen verantwoordelijk zijn voor de huidige staat van de politiek gaat echter te ver. In grote mate waren de postmodernisten slechts een product van zeer gelijkaardige tijden, de periode van desillusie in de late jaren 60 en begin jaren 70. Het feit dat hun ideeën vandaag zo makkelijk tot wapens om te smeden zijn voor de schelle stemmen op de uiterst links en rechtse kampen duidt eerder op een samenleving die niet weet om te gaan met ingrijpende veranderingen en op een onvermogen van de huidige politieke klasse om hoofd te bieden aan deze uitdagingen. De politieke adepten van het postmodernisme teren op bestaande onzekerheden en twijfels in de maatschappijen spitten deze uit. Het is aan ons om de wind uit de zeilen van de doemdenkers te nemen door de successen van ons model te belichten en de gebreken aan te pakken. Rede, coherentie, consistentie en nederigheid zullen slechts het gebouw van de liberale democratie blijven stutten als we ze gebruiken om oplossingen aan te bieden die de twijfelaar overtuigen.

33


Michiel Vervliet Politiek secretaris LVSV Gent

Arno Couwenbergh Politiek secretaris LVSV Gent

Varia

Kalender Dinsdag 3/10: Zoals de traditie voorschrijft, openen we het academiejaar met ons openingsdebat. Bij de editie van vorig jaar werd een nieuw concept geïntroduceerd. Aangezien die editie zeer succesvol was, blijft dat concept behouden. Twee vooraanstaande Vlaamse politici gaan één uur lang met elkaar in debat, wat veel meer diepgang oplevert dan het klassieke paneldebat. De gasten voor de editie van 2017 zijn liberaal vicepremier Alexander De Croo en federaal fractieleider van Groen, Kristof Calvo. De grote politieke uitdagingen van de 21ste eeuw zullen aan bod komen: vergrijzing, migratie, automatisering, klimaat, populisme… Boeiend wordt het ongetwijfeld!

Woensdag 25/10: Blockchain is één van de meest veelbelovende technologieën van het moment. Het zou transacties veel eenvoudiger én betrouwbaarder kunnen laten verlopen. Alle grote accountancy bedrijven maken zich op om deze technologie te implementeren. Ze steken het niet onder stoelen of banken dat de technologie in de toekomst het potentieel heeft om boekhouders overbodig te maken. The Ledger is een organisatie die zich toespitst op blockchain technologie en andere ondernemingen adviseert en helpt om zelf de technologie toe te passen. Zij zullen de presentatie verzorgen en voorzien van de mogelijkheden voor een liberale toekomst.

Woensdag 11/10: De week na het openingsdebat volgt nog een klassieker: Liberalisme Quid. Onder de deskundige leiding van oud-LVSV’er Nick Roskams zullen de hopelijk talrijk opgekomen geïnteresseerden kennis maken met de grondslagen van het liberalisme. Dit jaar proberen we het liberalisme toe te lichten aan de hand van negen deelaspecten (waaronder spontane orde, rechtsstaat, tolerantie…). Daarna is het natuurlijk de bedoeling om de vragen van het publiek zoveel mogelijk te beantwoorden, en onderling in discussie te gaan.

Dinsdag 7/11: Dag op dag 100 jaar na de start van de Oktoberrevolutie in Petrograd, Rusland, organiseren we een lezing in het teken van de Russische revolutie. De Nederlands academicus Henk Kern, verbonden aan de Universiteit van Leiden, zal ingaan op de revolutie zelf, maar zal ook toelichten hoe deze gebeurtenissen Rusland en de wereld hebben veranderd.

Woensdag 18/10: GGO’s zijn een op zijn zachtst gezegd controversieel onderwerp. Tegen- en voorstanders zijn even fanatiek en hebben waarschijnlijk ook evenveel boter op het hoofd. Vandaar nodigen we Stijn Bruers uit. Een ecologist die bij verschillende organisaties zoals Greenpeace vrijwilliger is. Hij wou de standpunten rond GGO’s toetsen aan de wetenschappelijk studies die er zijn. Na analyse van de meta-studies vond hij dat GGO’s wel degelijk goede producten zijn en niet zo eenzijdig vergruisd mogen worden en al helemaal niet in Europa. 34

Voor de laatste lezingen/debatten van dit semester, eind november en begin december, houdt u het best onze Facebook-pagina in de gaten! www.facebook. com/LVSVGent


27/09 Student Kick-Off 03/10 LVSV Gent Openingsdebat Kristof Calvo vs. Alexander de Croo (Moderator: Nicolas Bouteka) 11/10 Liberalisme Quid Nick Roskams 13/10-15/10 Bestuurweekend LVSV Gent 18/10 GGO’s Stijn Bruers 25/10 Blockchain The Ledger 07/11 100 jaar Oktoberrevolutie Henk Kern (Universiteit van Leiden 09/11 PFK-Kaffee Voor meer informatie omtrent onze lezingen en andere activiteiten check zeker onze website en facebookpagina. Op het bestuursweekend na staan al onze activiteiten open voor iedereen en zijn deze bovendien gratis. Ook op de Student Kick-Off en het PFK-Kaffee zal LVSV Gent te vinden zijn.

35


Vince Liégeois Hoofdredacteur LVSV Gent

De filosoof verlicht

Friedrich Nietzsche Vince Liégeois Vanuit zijn kennis van de Duitse filosofie en letterkunde bespreekt hoofdredacteur Vince Liégeois die bekende filosoof Friedrich Nietzsche en zijn belangrijkste uitspraken en werken. Zijn interpretatie is liberaal maar ook literair-historisch geïnspireerd. De centrale vraag in zijn artikel is het belang van Nietzsche voor het liberale gedachtengoed. Het lijkt raar om als allereerste filosoof in ons liberaal studententijdschrift Friedrich Nietzsche te bespreken, een denker die nochtans niet zoveel met de liberale ideeën te maken heeft en die vele (oud) bestuursleden zelfs aan de andere kant van het filosofische spectrum plaatsen. Desondanks kunnen we als LVSV’ers – die in mijn ogen allemaal mensen zijn die op hun eigen manier op zoek zijn naar de waarheid – het belang van Nietzsche onmogelijk ontkennen. Weinige filosofen waren zo belangrijk voor het verloop van de geschiedenis als Nietzsche in de 20e eeuw – zij het soms door hineininterpretierung. Vandaag de dag blijft men Nietzsche’s invloed nog duidelijk voelen in vele hedendaagse filosofische werken, het modernisme, de kunstwereld en de (Duitse) literatuur. Vandaar dat de “filosoof met de hamer” in mijn ogen ongetwijfeld eens een woordje uitleg verdient in de Neo, zeker gezien veel mensen binnen het LVSV het werk van Nietzsche niet zo goed kennen. Allereerst misschien een kort overzicht van de levensloop van Nietzsche. Nietzsche werd geboren in Röcken – te Saksen-Anhalt, destijds onderdeel van het Koninkrijk Pruisen - op 15 oktober 1844 en stierf bijna 55 jaar later op 25 augustus 1900 te Weimar (Duits Keiz36


errijk). Doorheen zijn gehele schoolcarrière – zowel aan de basis- als de middelbare school (das Gymnasium) – toonde Nietzsche zich een ijverige, inzichtrijke en succesvolle student. Na zijn middelbare schoolcarrière ging hij theologie studeren aan de Universiteit van Bonn, maar door het lezen van zeer veel filosofische werken en in het bijzonder Arthur Schopenhauer en zijn pessimisme – waar God ofwel geen plaats heeft of zeer slecht wordt afgeschilderd – werd hij atheïst (hoewel hij zich pas na zijn studies volledig afkeerde van het lutheranisme) en stopte hij met zijn theologische studies. Daarop ging hij klassieke filologie studeren, waarin zowel zijn filosofische interesses als interesse voor de klassieke oudheid gecombineerd werden.

periode” terug te vinden, wanneer Nietzsche namelijk rustelozer werd, slapeloze nachten had en volgens zijn naasten bovendien een slechter karakter begon te krijgen. Deze periode eindigt haast als een tragedie, het enige werk dat Nietzsche nog schreef was zijn haast volledig fictionele biografie (met titels als: “Waarom ik zo’n goed schrijver ben” en “Waarom ik de beste filosoof ter wereld ben”). Zijn vriendschap met Wagner was volledig om zeep en kon hij door zijn mentale instabiliteit niet meer goedmaken. Tegen het einde van zijn leven kon hij zelfs zijn eigen familieleden niet meer onderscheiden en werd hij opgenomen in een instelling, waar hij in 1900 op amper 55-jarige leeftijd overleed.

De indruk die Nietzsche echter op de wereld naliet, Omdat zijn prestaties aan de universiteit ook buitenge- was ongezien: zowel op politiek, cultureel als litwoon goed waren mocht hij promoveren in de klass- erair vlak hebben weinige filosofen in de geschieieke filologie en zijn thesis schreef hij over de ideeën denis zo’n grote invloed en erfenis nagelaten als van Plato en Socrates en zijn andere leerlingen. Hier- hem, zoals u hopelijk hierin ook verder zult lezen. na ging hij tien jaar lang, van 1869 tot 1879 lesgeven als professor aan zowel de universiteit alsook het God is dood gymnasium van Basel. Deze periode situeert men in het algemeen als de eerste periode van Nietzsche’s Friedrich Nietzsche is in de algemene perceptie – en werk, dat vooral gekenmerkt werd door de invloed dat zal bij vele lezers ongetwijfeld ook zo zijn – bekvan Schopenhauer, zijn hechte vriendschap met Rich- end vanwege zijn citaat “God is dood.” uit zijn werk Die ard Wagner en zijn werken met betrekking tot de fi- fröhliche Wissenschaft. Dit citaat is echter onvolledig losofie en mythologie van de Klassieke Oudheid. en zeker wanneer men Nietzsche deftig wil beschrijven en interpreteren is het noodzakelijk zijn volledige citaat In 1879 verliet hij de universiteit om zich volledig te gaan weer te geven: “God is dood, god blijft dood en wij hebfocussen op zijn werk als filosoof. Gedurende deze tijd ben hem vermoord” (Duits: “Gott ist tot! Gott bleibt tot! ging hij zoals veel schrijvers en filosofen voor hem, zoals Und wir haben ihn getötet.”) Nietzsche creëert daarbij Voltaire en Goethe, Duitsland en Europa doortrekken, het beeld van God die aan het kruis is gestorven, zoals in het bijzonder in Frankrijk bleef hij geruime tijd wonen. Jezus Christus en veel van zijn apostelen. Nietzsche wilt Deze tweede periode, die alweer tien jaar duurde (van daarmee echter geen romantisch of heroïsch beeld 1879 tot 1889) staat bekend als de periode waarin hij scheppen, maar een ironisch - men zou zelfs durven meer en meer afstand nam van zowel Schopenhauer zeggen sadistisch – beeld. Nietzsche zette zich zo zwaar als Wagner en ook als de periode waarin hij zijn mees- tegen God af dat “hij” hem in zijn filosofische werken terwerken Also Sprach Zarathustra (1883-1885) en dood verklaarde en deed alsof men hem aan het Die fröhliche Wissenschaft (1882-1887) neerschreef. kruis genageld en vernederd had, om de ultieme opstanding van de mens te benadrukken. Hierover later De laatste jaren van zijn leven geraakte Nietzsche in echter meer in de onderdelen “Also sprach Zarathuszeer slechte gezondheid en ging hij mentaal zeer zwaar tra” en “Übermensch: een liberaal mensbeeld?” achteruit, wat zeker voor een filosoof niet zo aangenaam en welkom is. De eerste tekenen van deze gees- De oorzaak van deze uitspraak en dit idee van Nietzsche telijke achteruitgang waren echter al in de “tweede moeten we vooral bij zijn studentenjaren en eerste fil37


osofische periode gaan zoeken. Zoals gezegd was hij oorspronkelijk gelovig en gelovig opgevoed (zoals typisch was voor Pruisen had hij een protestantse opvoeding) maar zag hij hier nadien, tijdens zijn theologische studies van af. Hij las destijds voornamelijk veel Griekse, maar ook hedendaagse filosofen als Voltaire en Locke.

woon tijdens het ontwikkelen van de taal namen heeft gegeven; dit zijn concepten als “boom”, “rots” en ook het woord “mens” zelf. De tweede soort zelfstandige naamwoorden zijn mimetische substantieven, zaken die niet door de natuur maar door de mens ontstaan zijn maar echter wel in de werkelijkheid bestaan; zaken zoals “hamer”, “huis” en “auto”. De derde soort subBij Plato en de naturalisten (o.a. Epicurus en Lucretius) stantieven noemt hij irreële substantieven: dit zijn geen las hij dat deze wel in een God geloofden, maar niet in een zaken maar concepten die enkel in het menselijk brein God die effectief nog ingreep in het dagelijkse leven van bestaan en die de mens gebruikt om de werkelijkheid de mensen. Dit zorgde er allereerst voor dat Nietzsche in te delen en te percipiëren; termen als “cultuur” en zich afkeerde tegen het mythologische en fantastische voor Nietzsche zeker en vast niet onbelangrijk “God”. concept van God – en daarmee eigenlijk een groot deel van zowel het Oude als Nieuwe Testament weggooide De idee van verschillende culturen is een onderscheid – en in de tweede plaats riep dat bij hem de vraag op en concept dat we enkel in ons hoofd maken en je wat voor een God niets zou doen terwijl de wereld zo niet hebt wanneer je geen onderscheid maakt tussen vaak in toestand van oorlog verkeerde en er zoveel an- verschillende culturen of het concept “cultuur” in je dere problemen, zoals bijvoorbeeld armoede, waren. taal niet kent (en heel wat talen kennen dit concept daadwerkelijk niet). Dit wordt bijvoorbeeld aangeBij de verlichte filosofen leert hij dan weer over de toond door de niet-sluitendheid van de term: volgens scheiding van Kerk en Staat en ziet hij in dat de Kerk nationalisten hebben Vlamingen en Turken een totaal – en eigenlijk religie in het algemeen – doorheen de tegengestelde cultuur, maar als je hun definitie onder geschiedenis in de wereld veel ongeluk hebben vero- de loep neemt moet je – wetenschappelijk gesproken orzaakt. Uit deze beide ideeën en beïnvloedt door – ook besluiten dat een Vlaamse jongen van 22 jaar de opkomst van de wetenschap (en dan voornameli- en zijn bomma ook allebei een andere cultuur hebjk Darwin en Newton) besluit Nietzsche zich van God ben, net zoals een Limburger en een West-Vlaming. af te keren. Nietzsche gaat hiermee echter verder dan de filosofen Voltaire, Locke, Hobbes en Lessing, die al- Hetzelfde geld voor Nietzsche’s godsbegrip: “God lemaal nog steeds gelovig blijven en nog steeds een bestaat alleen maar in de mens zelf”. God is door de hoge moraal in religie zien – dit in tegenstelling tot het mens zelf – en niet omgekeerd – gecreëerd en bestaatheïsme volgens hun – wordt Nietzsche overduideli- at enkel in onze gedachten en/of fantasie. Volgens jk atheïst en trekt hij het besluit dat God dood is. Nietzsche heeft de mens, door dit concept te aanvaarden, zich millennialang laten onderdrukken en is Belangrijk hierbij is het linguïstisch concept dat Ni- de mens nooit echt vrij geweest. Want God staat – aletzsche aan de basis van zijn theorie legt. Nietzsche dus de theologische traditie – boven de mens (dus er schreef namelijk voor hij aan al zijn bekende filo- kan geen gelijkheid zijn) en heeft de mens geschapen, sofische werken begon een aantal filologische werken, wat ineens de liberale grondidee van recht op zelfbesgezien hij door zijn opleiding klassieke filologie ook wel chikking tegenspreekt. Nietzsche stelt dat de mens wat kennis over taalkunde bezat. Voor zijn godsbeeld pas echt volledig vrij, en eigenlijk pas echt mens kan baseerde hij zich op een reeds bestaande theorie en zijn als hij God verwerpt, wat voor Nietzsche echmaakte hij met betrekking tot de verschillende sub- ter niet gelijk stond met het verwerpen van morele stantieven in ons lexicon volgende driedeling: natuurli- waarden, wat ineens het grote onderscheid maakjke, mimetische en irreële woorden. Met natuurlijke te tussen Nietzsche’s nihilisme (het verwerpen van concepten doelde hij op zaken die door de natuur zelf God) en het linkse nihilisme uit het midden van de ontstonden (en daarmee ook in de werkelijkheid besta- 20e eeuw (het verwerpen van alle morele waarden). an of bestaan hebben) en die de mens bijgevolg ge38


Nietzsche gaat met zijn atheïsme verder dan de filosofen Voltaire, Locke, Hobbes en Lessing, die allemaal nog steeds gelovig blijven en nog steeds een hoge moraal in religie zagen. Interessant is zeker ook, te vermelden dat vele filosofen, letterkundigen en historici deze uitspraak als het absolute einde – en ook een beetje conclusie – van de Verlichting te beschouwen. Dit is natuurlijk een zeer controversiële beschouwing, maar desalniettemin ook wel een compromis tussen de verschillende wetenschappelijke theorieën. Iedereen is het erover eens dat de Verlichting nog steeds actief was in de 19e eeuw, doch wanneer deze gedaan is, is onduidelijk, hoewel we kunnen zeggen dat 1887 zeker en vast het einde van alle uitlopers van de Verlichting vormt. Bovendien houdt deze theorie ook rekening met de theorie van Adorno, gezien deze Nazisme niet als onderdeel maar als gevolg van de Verlichting ziet (maar voor meer hierover leest u best Adorno’s kritiek op Popper). De filosofische ontleding van dit citaat is dan de volgende: de mens heeft zich opgericht en is in grote mate van God en het dogmatisch denken verlost (God is dood), wat voor de rest van de geschiedenis ook – in het algemeen – zo zal blijven (God blijft dood) en met zijn laatste citaat (En wij hebben hem vermoord) duidt hij nogmaals op de emancipatie van de mens. Waarheid en leugens

Velen denken dat waarheid bij Nietzsche ongeveer hetzelfde is als bij Plato, maar dit is totaal niet het geval. Plato maakt in zijn filosofische werken een onderscheid tussen zijn en schijn, dat wil zeggen; tussen de vormenwereld die is en onze wereld (de materiële wereld) die niet is en enkel maar lijkt te bestaan. Bij Plato staat waarheid dus synoniem aan de werkelijkheid en is de waarheid ook in een “vaste” of toch zeker statische toestand. Waarheid is voor Nietzsche echter iets dynamisch en is volgens hem totaal niet statisch; wat als waarheid beschouwd wordt veranderd volgens hem voortdurend, tezamen met de menselijke perceptie. Dit fenomeen legt hij uit aan de hand van een filosofisch-linguïstische analyse in zijn werk Wahrheit und Lüge, waar hij duidt op de complexiteit van deze term. Zo accepteren wij bijvoorbeeld het feit dat dinosaurussen bestaan hebben als een feit – dus de waarheid – maar we hebben dat niet altijd gedaan en bovendien zijn er nu in deze wereld – zelfs in België – nog steeds mensen die dat niet als waar aanschouwen. Dus zelfs al is een waarheid empirisch en wetenschappelijk bewezen, dan nog steeds is deze volgens Nietzsche geen “statische” waarheid, gezien ze niet door iedereen als dusdanig wordt beschouwd. Bovendien gelooft Nietzsche ook absoluut niet in de dichotomie van “ideeënwereld” en “materiële wereld” gezien hij geloofde dat in het begin alles chaos was, en dat daaruit de mens en natuur orde hebben gecreëerd, een idee dat hij zowel op de Griekse mythologie als de ideeën van Rousseau en Montesqieu baseerde. Omdat Nietzsche de waarheid zo zwaar in twijfel trekt en eigenlijk de mensen aanzet tot het betwijfelen van alles, kreeg hij later dan ook de bijnaam “filosoof met de hamer”, gezien vele filosofen en schrijvers voor en na hem juist hun hele leven naar deze waarheid zochten.

Bijzonder interessant bij Nietzsche is zijn waarheidsconcept. Doorheen zijn gehele oeuvre – zo ook in Wahrheit und Lüge en Also sprach Zarathustra – komt het waarheidsmotief telkens opnieuw aan bod en lijkt Nietzsche eigenlijk naar “de waarheid” te zoeken. Deze zoektocht naar waarheid was natuurlijk zeer populair gedurende de negentiende eeuw met de romantiek en de Verlichting. Nietzsche’s geschriften en ideeën over deze waarheid leunen trouwens zeer dicht aan bij het verisme uit Italië dat van het midden van de negentiende eeuw tot het begin van de twintigste eeuw een zeer populaire literaire stroming was, met namen als Giovanni Verga en Luigi Pirandello, waarvan de laatste Het is interessant Nietzsche zijn waarheidsidee toe trouwens sterk beïnvloedt was door de pessimistische te passen op ideeën van andere schrijvers en filoideeën van Nietzsche en Schopenhauer . sofen; met name J.W. Goethe en Alessandro Manzoni.

39


Goethe schrijft in zijn Wahrheit und Dichtung dat alles eigenlijk wel een waarheid bevat; zo ook literatuur en leugens. Hij maakt echter een onderscheid tussen verschillende soorten waarheid: zoals de absolute waarheid (bv. de geschiedenis en de wetenschap), de allerpersoonlijkste waarheid (bv. een dagboek) en zelfs de waarheid van de niet-waarheid (leugens en sommige soorten fictie). Nietzsche geeft Goethe hier ten dele gelijk: zo is het dagboek van persoon A. en haar inhoud misschien waar voor persoon A. maar niet voor persoon B. die een ander perspectief van de werkelijkheid heeft, wat toont dat waarheid niet statisch is. Nietzsche draait het echter ook om: alles kan ook niet waar zijn. In de fictionele wereld van Harry Potter is zo bijvoorbeeld de waarheid van de niet-waarheid van het boek niet waar. Ik hoop dat u nog kan volgen. Manzoni baseert zich dan weer op Plato en de geschiedenis voor zijn waarheidsbegrip, wat maakt dat waarheid bij Manzoni iets statisch is. Hij baseert zich met betrekking tot zijn literatuurstudie ook op de dichotomie van Plato, echter maakt hij een dichotomie tussen waarheid (geschiedenis en wetenschap) dat hij la verità noemt en fictie (elke vorm van literatuur) dat hij il verosimile noemt en waaraan hij wel een zekere educatieve functie toekent. Nietzsche is het er zeker en vast mee eens dat literatuur en fictie een educatieve functie kunnen hebben, getuige zijn Also sprach Zarathustra, maar voor hem is en blijft de waarheid natuurlijk eeuwig in bewe-

40

ging. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het bekende citaat van Walter Benjamin: “History is written by the victors”. Also sprach Zarathustra Het bekendste werk van Nietzsche is zonder twijfel Also sprach Zarathustra, of in het Nederlands Aldus sprak Zarathoestra. Een zeer moeilijk boek, zeker en vast gezien de moeilijke schrijfstijl van Nietzsche, met veel onduidelijkheden en beeldspraak, wat het zeer moeilijk te vertalen maakt. Zo herinner ik mij dat oud-bestuursleden Jonathan Peck en Timon Lesage allebei veel moeite hadden met het lezen van de Engelse versie van het boek. In dit boek – Dat Nietzsche zelf ook zijn meesterwerk noemt – maakt Nietzsche voor het eerst gewag van zijn bekende twee mensbeelden de Übermensch en Untermensch, alsook zijn Umwertung aller Werte, en keert hij meer dan eens terug op zijn bekende uitsprak “God is dood”, zij het soms in andere verwoordingen. Nietzsche beschrijft de Übermensch op een zeer ironische manier in dit boek, daar hij, zoals G.E. Lessing (Nathan de Wijze in zijn roman Nathan der Weise) en Voltaire (Candide in Candide of het optimisme) voor hem, het fictieve hoofdpersonage neerzet als een profeet, en hem zelfs een aantal kenmerken van proeten als Mohammed en Jezus geeft door hem in een soortgelijke tijd en soortgelijk gebied te laten leven. Ni-


etzsche gaat echter verder, hij maakt het boek haast een leugen, licht en donker, hemel en aarde, en natuurlijk parodie van de bijbel, door een gelijkaardige onderver- ook de Übermensch en Untermensch. deling en schrijfstijl te gebruiken en hij het formeel gesproken dus de vorm van een religieus boek geeft. Übermensch: een liberaal mensbeeld? Dit heeft echter ook consequenties voor de consummatie van het boek, dat zoals gezegd niet al te gemakkelijk is. Net zoals de Bijbel bestaat Zarathustra namelijk uit een hele hoop kleinere verhalen die samen min of meer één geheel vormen. Literair gesproken is het boek in het algemeen dus extradiegetisch (het verhaal kan als één geheel beschouwd worden) maar zijn de verschillende verhalen intradiegetisch (de hoofdstukken staan – doch de vertelinstantie dezelfde blijft – ook volledig op zichzelf) zo niet zorgen ze allerminst voor een zeker intradiegetisch niveau (sommige letterkundigen zullen dit ter discussie durven stellen daar het begrip “intradiegese” verschilt van handboek tot handboek en traditie tot traditie). Dit maakt het boek bij momenten zelfs – net zoals vele andere religieuze boeken – dubbelzinnig en contradictief; wat Nietzsche dan weer wel als typisch voor de Übermensch omschrijft lijkt de andere keer dan wel ontypisch. Daar Nietzsche niet lang na het schrijven van dit boek erg ziek werd, hebben we hem zelf ook nooit om meer verduidelijkingen kunnen vragen. Aan de andere kant zorgt dit er echter ook voor dat hij veel verschillende thema’s heeft behandeld, zo schrijft hij zelfs een hoofdstuk “tegen de staat”. Alweer is hier echter veel onduidelijkheid wat hij exact bedoeld, maar sommigen interpreteren dit hoofdstuk zeer sterk als een kleine parodie op Two Treatises of Government, van Locke, maar dat gaat bij mij te ver. Nietzsche duidt inderdaad wel op de vele problemen die een staat vertoond en klaagt vooral over de corrupte en incapabele politici die het besturen. Dit laatste echter vooral om als intellectueel moraalfilosoof over te komen. Nietzsche spreekt echter nooit – i.t.t. Locke – over de staat als noodzakelijk kwaad, de staat is noodzakelijk voor Nietzsche en in het algemeen iets goeds, het ver toont gewoon zeer veel problemen. Nietzsche maakt – gebaseerd op Plato – een bipolariteit in dit boek van heel wat zaken: zoals waarheid en

Het intradiegetisch niveau van het boek en het feit dat Nietzsche nadien zelf niet meer zoveel over deze twee mensbeelden zegt of kan zeggen maken de Übermensch en Untermensch voor verschillende interpretaties vatbaar. Velen denken echter dat vooral de proloog van het boek, waarin Nietzsche de Übermensch uitlegt, het belangrijkste is, maar anderen trekken dit dan weer in twijfel. In zijn proloog doet Zarathoestra zich voor als de Übermensch en zegt hij tijdens het prediken dat de mensen hem eigenlijk niet verstaan en hij op een ander niveau zit dan hen (Übermensch). Vele literatuurwetenschappers en filosofen denken echter dat men de Übermensch in verhouding tot het gehele boek moet interpreteren – waarbij echter de relatie en het belang van de gehele bipolariteit in het boek weeral voor discussies en problemen zorgt. Het grootste probleem met het voorwoord is volgens academici dat het niet duidelijk is of de andere mensen dan wel Untermenschen zijn of zich in een tussenstadium bevinden alsook zorgt de proloog voor de discussie of de Übermensch ook met intelligentie te maken heeft, wat makkelijk leidt tot eenzijdige en fascistische interpretaties. Ook het hoofdstuk over de staat zorgt hier voor problemen; heeft de Übermensch een staat nodig of niet? Er zijn stemmen die pleiten dat de staat sowieso belangrijk blijft als je het gehele oeuvre alsook de filosofie van Nietzsche in beschouwing neemt. De huidige literaire traditie wil echter vooral de tekst an sich bestuderen en daarom pleiten vele letterkundigen ervoor dat de Übermensch geen staat nodig heeft. Men kan echter aan de hand van één klein hoofdstuk hierover geen conclusies trekken, zeker en vast gezien Nietzsche het niet in verband brengt met de Übermensch. Bovendien is het hoofdstuk – zoals eerder aangetoond – weeral voor hineininterpretierung vatbaar. Wat natuurlijk zeker een foute interpretatie is, is hun gebruik in de retoriek van het nationaalsocialisme en fascisme, net zoals uiteraard de Engelse vertaling su41


permen. De eerste hineininterpretierungen komen eigenlijk uit de literatuur, zoals bijvoorbeeld de proza en poëzie van de Italiaanse schrijver Gabrielle D’Annunzio. D’Annunzio verbindt zo de Übermensch met het heldenideaal en begint ook de Übermensch te romantiseren. Op zich is hier natuurlijk niets mis mee, maar wanneer D’Annunzio de Übermensch mythologisch neerzet, zijn we ver van de filosofie van Nietzsche verwijderd, die juist zo weinig mogelijk met mythes en goden te maken wilde hebben. De volgende stap zet Hitler dan in zijn werk Mein Kämpf waarin hij biologische en behavioristische kenmerken aan de Übermensch en Untermensch toekent. Dit is echter volledig fascisme en heeft niets meer met Nietzsche te maken. Persoonlijk ben ik er zelfs van overtuigd dat Nietzsche – hoewel hij geen liberaal was – als één van de eersten tegen de Nazi’s zou zijn opgestaan.

vanuit het pessimisme van Nietzsche en Schopenhauer. Schopenhauer zijn pessimisme staat ook bekend als kosmisch of universeel pessimisme: Schopenhauer geloofde niet dat de mens vrij was, hoewel de mens daar zelf ironisch genoeg wel van overtuigd was, het leven was volgens hem een ware tragedie met oneindig veel meer pijn en verdriet dan vreugde en plezier. De wereld was voor hem een negatieve spiraal, net als de geschiedenis en de samenleving en vreugde is naar zijn idee eigenlijk een illusie, die niet echt is: goede gevoelens zijn volgens hem spiritueel en secundair terwijl slechte gevoelens pas echt materieel zichtbaar zijn. Dit pessimisme inspireerde vele schrijvers, filosofen en wetenschappers zoals Oswald Spengler (Untergang des Abendlandes), Sigmund Freud, Eugenio Montale en zelfs The Road to Serfdom van Hayek is deels in deze traditie geschreven. Volgens de wetenschappers die deze samentrekking Deze twee mensbeelden moeten echter geïnterpre- van zijn mensbeelden en negativisme voorstaan, zet teerd worden aan de hand van Nietzsche’s bekende Nietzsche hiermee dus eigenlijk een beweging tegen citaat “God is dood”, waar hij – zoals gezegd – in het de romantische en verlichte ideeën van optimisme en boek vaak op terugkomt. Voor Nietzsche is de Über- individuele vrijheid in gang. Ze steunen zelfs op het mensch de mens die eindelijk vrij is omdat hij God meesterwerk The Open Society and its Enemies van heeft verworpen en uit zijn leven heeft verbannen. Popper om dit te kunnen bewijzen aan de hand van zijn Deze mens kiest zijn eigen weg en leeft bij een zeer uitspraak “Optimism is a moral duty”, wat een reactie hoge moraal en is de ultieme verlichte mens. De Unter- tegen deze opmars van het pessimisme zou zijn. Belanmensch daarentegen zit volledig vast in de samen- grijk is dan echter om ook Adorno in het verhaal te beleving en is een slaaf van de samenleving, God maar trekken: die dit pessimisme, net zoals het totalitarisme, vooral zichzelf. Dat wil zeggen: de Untermensch kan als een gevolg van de Verlichting ziet en bijgevolg deze zelf geen beslissingen maken. Volgens Nietzsche zit de ideeën – hoewel hij dat niet expliciet doet – als verschilmens – na de Verlichting – nu echter in een tussen- lende mogelijke manifestaties van het mens-zijn ziet. stadium, dit wordt echter in het boek niet zo duidelijk door Nietzsche’s bipolariteit. In dit opzicht kan men zijn Het is echter volgens vele andere wetenschappers mensbeeld ook wel vergelijken met de grot van Plato: onmogelijk om de mensbeelden volledig aan de de Untermensch zit vast in de Grot, de “tussenmens” hand van dit negativisme te verklaren; zeker gezien is op weg naar buiten en de Übermensch ziet eindelijk volgens hen de Übermensch juist dit negativisme tehet zonlicht. In dit atheïstisch opzicht zou men inder- genspreekt – en eigenlijk een positief mensbeeld is daad kunnen zeggen dat de Übermensch een liberaal – en velen vinden dat Nieztsche gedurende het schrimensbeeld is. Maar zoals Nietzsche zelf aantoonde, is jven van Also sprach Zarathustra veel positiever inde waarheid altijd veel complexer dan ze lijkt te zijn gesteld was dan in zijn “eerste periode”, waar de invloed van Schopenhauer zeer duidelijk zichtbaar was. Nietzsche’s negativisme Het tegenargument vindt men echter in heel wat psychoanalyses – die zoals altijd natuurlijk zeer fel omsEen groot aantal filosofen en wetenschappers zien treden zijn – en die ervan uitgaan dat Nietzsche niet het als noodzakelijk deze mensbeelden te verklaren werkelijk in de Übermensch geloofde, en dat de eni42


ge Übermensch (Zarathoestra) eigenlijk Nietzsche zelf symboliseerde, die – zoals zijn omhooggevallen titels van zijn biografie aantonen – nogal een egocentrisch persoon was. Dit zou dan wijzen op pessimisme en zelfs afkeer van Nietzsche ten opzichte van de mensheid.

kan zijn emoties onderdrukken, maar anderzijds zijn er ook zaken die de mens niet meer verdragen kan. Dat brengt ons ineens bij de volgende kritiek die Popper uit aan het adres van totalitairen : namelijk hun geloof in de maakbaarheid van de mens en het feit dat ze mensen als robotten beschouwen. Dat maakt dat allereerst de Popper en Nietzsche tweedeling – eventueel kan men met de “tussenmens” ook van een driedeling spreken – van Nietzsche voor Ik verwees net al naar Karl Popper en zijn bekende Popper veel te ongenuanceerd is, en veel te simpel, wat uitspraak betreffende optimistisch denken als liberaal Adorno ook onderschrijft. Popper verwijst betrekkelijk tegenargument voor het pessimisme van Nietzsche. deze kritiek alweer naar het feit dat mensen inderdaad Het schijnt mij echter noodzakelijk hier nog verder zelf kunnen nadenken en emoties hebben – dit laatop in te gaan om Nietzsche’s mensbeelden te kunnen ste wordt door Adorno extra sterk benadrukt – wat vergelijken met het liberalisme, gezien weinige werken ons onder meer van verscheidene diersoorten maar zo belangrijk zijn geweest voor onze ideologie als The zeker ook van robots en machines onderscheidt; met Open Society and its Enemies. Popper geeft hier natu- andere woorden, de mens is niet maakbaar. Uitgaanurlijk geen kritiek op Nietzsche maar op de personen de van de filosofie van Popper moeten we stellen dat die hij de “vijanden van de Open samenleving” noemt; de Übermensch inderdaad geen liberaal mensbeeld is. Marx, Engels en Plato – welke laatste natuurlijk zwaar Nietzsche beïnvloed heeft – maar toch kunnen we Conclusie vanuit zijn werk zeker en vast Nietzsche bekritiseren. Het mag niet verbazen dat Nietzsche’s Übermensch Eerst verwijs ik echter naar iets waarvoor hij niet al- en Untermensch tot foutieve interpretaties leidden in leen in dat boek maar ook The Poverty of Historicism de literatuur en bij totalitaire regimes, zeker en vast waarschuwt: utopisme. Het probleem van utopisme door Nietzsche’s bipolariteit en vaagheid, dit zeker in zit volgens Popper – en dat toont hij ook aan – in de combinatie met termen als survival of the fittest. Het term en definitie zelf: een utopisme is utopisch en kan valt echter niet te ontkennen dat de Übermensch een nooit werkelijkheid zijn. Hiervoor bekritiseert hij dan aantal liberale elementen bevat: een hoge moraliteit, voornamelijk de totalitaire regimes (nationaalsocial- zelfstandigheid, vrijheid en het verwerpen van God. isme, fascisme en communisme) gezien deze de hemel We kunnen hieruit niet afleiden dat Nietzsche een libop aarde beloofden, maar in werkelijkheid enkel en eraal was, wat zeker ook niet het geval was, toch kunalleen de hel loslieten. Wanneer men dan de kennis nen we hem onmogelijk enige andere ideologie toe heeft van de bipolariteit in Nietzsche zijn boek en ordenen. Het valt te beargumenteren dat Nietzsche weet dat de Untermensch een dystopisch mensbeeld tot de rechterkant van het spectrum behoorde, maar is, kan men alleen maar besluiten dat de Übermensch ook het omgekeerde zou men kunnen voorstaan. We een utopisch mensbeeld is. Dat klopt ook, in zijn ge- kunnen hierover geen eenduidige conclusie trekken. heel genomen is de Übermensch een utopisch mens- Desondanks dit is het belang van Nietzsche voor de beeld: Nietzsche gaat ervan uit dat de Übermensch geschiedenis onontkenbaar en ook als liberalen moetaltijd de moreel hoogstaande beslissingen neemt en we voor Nietzsche zijn zoektocht naar de waarheen nooit teveel toegeeft aan emoties. Zoals Wouter id en zijn idee om te breken met tradities hem toch Goemaere vorig jaar echter aantoonde in zijn tekst een beetje in ons hart sluiten, want is dat eigenlijk niet De Waarde van Waarden is dat echter niet altijd het waar we met het LVSV naar op zoek zijn: de waarheid geval, de mens kan proberen een evenwicht te zoek- der waarheden? en, maar dat lukt niet altijd, of zoals Goethe het stelde in zijn Die Leiden des jungen Werthers: een mens 43


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook