Skip to main content

Blauwzuur 3 / 2012-2013

Page 1

jaargang 40 - februari 2013

V.U. Caroline Sneyers - Kapelstraat 71 3550 Heusden-Zolder


SPONSOR

Generaal Jacqueslaan 263 - 1050 Elsene generalquartier@gmail.com 02/640.76.49 free wifi!


INHOUD VOORWOORD

3

EDITORIAAL

4

Over vertrouwen en verantwoordelijkheid: hoe de pamperstaat bijdraagt tot ondoordacht gedrag - B. Baeyens

6

Never waste a good crisis - W van Kempen

10

Is ons staatshoofd een populist? - A. Casier

13

De uitdagingen van de studie van complexe systemen - J. Akkermans

16

Liever vrij van ziekte dan vrij van de bijhorende kosten? Waarom een minimaal sociale zekerheidsstelsel niet incompatibel is met het liberale gedachtegoed - O. Dinet

20

INFO EN WEETJES Recht en moraal - C. Sneyers Het maatschappelijk bedrog van de VRT - F. De Clercq De BRIC-landen: een relatie tussen politiek beleid en de opkomst van de voetbalsport - G. Deschuyteneer

23 24 26 31

Interview met Johan Van Overtveldt - M. Rogiers & F. De Clercq

34

LIBERALE BIBLIOTHEEK

44

VOORSTELLING BESTUUR 2012/13

45

ERELEDEN LVSV-BRUSSEL

46


VOORWOORD Beste lezer

het libertarisme van Nozick en de mogelijke derde weg van het 'links-libertarisme'.

Trots kijk ik terug op een eerste semester als voorzitter van het Liberaal Vlaams Studentenverbond. Dankzij een uitmuntend bestuur was het voor LVSV-Brussel mogelijk om onze leden, ereleden en sympathisanten te verwennen met diverse activiteiten. O.m. door het woelige politieke landschap leek het onmogelijk om een sterk kopstukkendebat te organiseren in het begin van het semester. Dit jaar zijn we dan ook afgeweken van een jarenlange gewoonte, en hebben we het academiejaar niet ingezet met een traditioneel openingsdebat, maar wel met een sterke spreker, nl. Bart Van Coppenolle. Die stelde zijn nieuwste boek “Goed Geld” voor, waarin hij de link legde tussen muntstabiliteit en algemene economische welvaart. Hij poneerde het controversiële voorstel om aandelen als complementaire waardemunt in te voeren (zie Blauwzuur oktober 2012 – artikel van K. Verbeken). Heel wat aanwezigen werden getriggerd door dit voorstel, en de toon voor een succesvol semester was meteen gezet. Tijdens onze interne discussieavond, over private rechtsmacht, werden hypotheses en mogelijkheden besproken om private instellingen als rechter te laten optreden. Dit leidde tot stevige discussies. Het is immers d.m.v. gesprek en discussie dat men een politieke en ideologische geestdrift aanwakkert, het meeste bijleert en een eigen visie vormt. Kasper Ossenblok gaf ons een inleiding tot het liberalisme. Als voormalig bestuurslid van LVSV-Brussel en doctorandus in de politieke filosofie aan de UGent, is Ossenblok de geknipte persoon voor een inleiding tot het links-liberalisme van Rawls,

Tijdens de filmavond van Atlas Shrugged lieten we de aanwezigen kennis maken met de verfilming van de gelijknamige roman van Ayn Rand. Deze film is een mix van romantiek, mysterie en sciencefiction, maar bevat voornamelijk sterke elementen van het objectivisme, een filosofie die werd ontwikkeld door Ayn Rand zelf. Atlas Shrugged gaat over de wisselwerking tussen bedrijfsleven en maatschappij, en over hoe men de samenleving tot stilstand kan brengen door de drives bij mensen weg te halen in een collectivistisch overheidsbeleid. Arbeidssocioloog Jan Denys gaf een vlotte en aangename lezing over de arbeidsmarkt. Hij verduidelijkte waar het wantrouwen vandaan komt en merkte terecht op dat onze huidige markt compleet is vastgeroest. Er wordt een grotere flexibiliteit verwacht van zowel werknemer als werkgever. Door de gemeenteraadsverkiezingen en de drukke agenda van de toppolitici ging het kopstukkendebat uitzonderlijk door in november. We ontvingen Karl Vanlouwe (NVA), Elke van den Brandt (Groen), Bart Van Malderen (sp.a) en Gwendolyn Rutten (Open Vld). Het debat werd, naar goede gewoonte, een groot succes. Topondernemer Bart Verhaeghe wist een volledige aula te vullen. Hij werd bekend door het fel bekritiseerde project Uplace en als voorzitter van Club Brugge. Verhaeghe sprak o.m. over zijn carrière als topondernemer, de mogelijkheden tot ondernemen in België en de beperkingen van entrepreneurship.

-3-


Dat al deze activiteiten een succes waren, hoeft weinig betoog. Daarnaast viert LVSV-Brussel dit jaar haar 75-jarig bestaan. Al 75 jaar lang maken wij studenten warm voor de liberale ideologie. Dit werd dan ook in stijl gevierd op ons lustrumbal te Tour & Taxis. Keynote speakers Karel de Gucht en Marc de Vos wisten het galabal naar een hoog niveau te tillen.

Blauwe Dinsdag Gezondheidszorg, bij onze VUB-collega’s op de medische campus van Jette. Ik hoop jullie allen op activiteiten te ontmoeten!

één

van

onze

Caroline Sneyers

In het tweede semester breien we een vervolg aan ons succesverhaal. Zo staan er Blauwe Dinsdagen over o.a. justitie, onderwijs, migratie en Europa op de agenda. Ondertussen is onze activiteit "SOS Ondernemen", in samenwerking met de Solvay Business School, uitgegroeid tot een schitterend concept. We verruimen ook onze grenzen door de organisatie van een

Voorzitter LVSV-Brussel

EDITORIAAL

I

k was amper een jaar of zeven, acht. Voor het slapengaan vertelde m’n grootvader me de meest spannende verhalen: dat van Blauwkapje en de grote boze communist, van Sneeuwblauwtje en de zeven anarchokapitalisten (die strijden tegen het erfelijk verkregen politiekterritoriaal gezag van de koningin), en over de misdadige socialist Robin Hood. Als ik al eens ondeugend was, zei m’n lieve grootvader: ‘Pas op hoor, of Jozef Stalin komt je meenemen naar een strafkamp in Siberië, waar alle kinderen arm en ongelukkig zijn’. De muur was op dat moment al gevallen, maar wist ik veel natuurlijk. De zolder durfde ik tot m’n elfde niet te betreden, want daar zat volgens pepé een afgrijselijke, racistische en homofobe massamoordenaar, Che Guevara genaamd.

Het zijn maar een paar voorbeelden van hoe het liberalisme mij (letterlijk) met de paplepel werd ingegeven. Ja, ’t was nogal

een held, mijn pepé. Tot op de dag van zijn overlijden, zo’n drie weken geleden, zag je die strijdlustige blik van een vrijheidsstrijder op zijn gezicht. Tijdens onze wandelingen langs het strand en onze zwempartijen in de wijdse zee, lang geleden, vertelde hij me vaak hoe de aanblik van het oneindige, blauwe water hem een niet te evenaren gevoel van vrijheid kon bezorgen. Wat zou hij graag de Blauwzuur hebben gelezen, en wat zou hij graag hebben geluisterd naar de verhalen over onze interessante activiteiten. Door z'n medische toestand in die laatste jaren heb ik hem zelfs nooit meer kunnen vertellen dat ik bij de liberale studentenvereniging actief ben. Ongetwijfeld zou hij even enthousiast zijn geweest als ik, door de geweldige start van dit tweede semester, met niets dan interessante affiches. Dat het een interessante periode wordt, daar mag geen twijfel over bestaan. Ik heb

-4-


me voorgenomen om minstens twee maal per week dronken te worden. Ja, het worden drukke tijden voor deze hoofdredacteur. Ik herinner me trouwens nog het moment waarop ik voor het eerst met alcohol in contact kwam. Ik was amper negen, en ik mocht een slokje proeven van mijn grootvaders Leffe. De smaak was vreselijk, en ik nam me meteen voor om nooit nog een druppel alcohol te drinken. Maar de tijden veranderen: na een paar maanden aan de VUB maakte ik net de omgekeerde belofte. Tussen de bacchanalen door organiseert het LVSV natuurlijk ook een paar spannende activiteiten. Het wordt ĂŠĂŠn groot feest van de vrijheid, daar op campus Etterbeek. Ik sluit een bekering van sommige andere politiek-ideologische kringen tot het liberalisme zelfs niet uit. En bij dat feest mag een nieuwe editie van Blauwzuur natuurlijk niet ontbreken, met stuk voor stuk geniale artikels. Hoogtepunt van deze editie vormt ongetwijfeld het interview met niemand minder dan econoom Johan Van Overtveldt, die naar goede gewoonte flink van jetje geeft tegen een aantal socialistische dogma's. Ik ben het bijna zeker: er komt een dag waarop we het tweede semester van het academiejaar 2012-13 zullen herdenken als 'de donkerblauwe dagen, zo blauw als de Kretenzische zee'. En over water gesproken: enkele dagen geleden was ik voor het eerst in lange tijd aan het staren naar de diepblauwe Oostendse zee, zoals ik dat vroeger wel eens met m'n grootvader deed. En plots vroeg ik me af of ook ik op een dag de held van een tienjarig jongetje zou zijn.

er d n a x e l A Casier Hoofdredacteur

Alle teksten in Blauwzuur vertolken de mening van de respectievelijke auteurs en niet die van LVSV-Brussel, tenzij anders vermeld. -5-


Over vertrouwen en verantwoordelijkheid Hoe de pamperstaat bijdraagt tot ondoordacht gedrag 1. Inleiding: Een link tussen de bank en ethiek? Hoe ethisch kan een bank te werk gaan? In deze vraag wordt de link gezocht tussen de financiële sector en de ethiek van de bank. Een bank heeft vele functies en taken. Cliënten kunnen in allerlei situaties bij de bank terecht om hun vermogen te beheren of te laten beheren. Wat echter in alle situaties waarheid blijft, is dat de bankier, die advies geeft of handelingen stelt met betrekking tot het vermogen, in de regel een grotere kennis heeft over de werking van de financiële markt dan zijn cliënt. Dit zorgt ervoor dat de cliënt dient te vertrouwen op de beslissing en de kennis van de bankier. Deze twee elementen, een grotere kennis bij de bankier en een verplichting tot vertrouwen bij de cliënt, zorgen ervoor dat er in deze relatie wel eens sprake zou kunnen zijn van problemen die herleid kunnen worden tot de Agency-theory van Jensen & Meckling. Deze theorie legt de vinger op de wonde bij belangentegenstellingen tussen een principaal en een agent. Ze zoekt naar oplossingen om deze tegenstellingen te voorkomen en te genezen, zodat een relatie tussen principaal en agent niet gedoemd is, aangezien in elke relatie wel

-6-

eens belangentegenstellingen kunnen voorkomen. Hoewel oorspronkelijk gericht tot het leiden van ondernemingen, nl. de belangentegenstellingen tussen stakeholders en management van een bedrijf, kan de theorie worden toegepast in elke relatie waarbij de ene partij belangen behartigt van de andere en de andere op basis van een onmacht zijn vertrouwen moet stellen in deze eerste partij, dus ook in de relatie bankier-cliënt. 2. Vertrouwen op de helling: financiële crisis van 2008

De

Na de financiële crisis aan het einde van het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw, zijn wereldwijd de ogen geopend voor de gevaren die beleggingen inhouden en voor de functie van de bankier in dit opzet. De hele financiële crisis zou volgens velen zijn oorsprong vinden in de hebzucht van de grote banken, die onethisch zouden hebben gehandeld. Banken gaan ver om zich van winst te verzekeren. In de bankensector is een ware bonuscultuur ontstaan, waardoor banken aan hun medewerkers een variabele bonus geven, afhankelijk van de deals die worden gesloten. Dit bonussysteem werkt echter niet in het


voordeel van de cliënten van de bank, daar alles te maken met het probleem dat aan de medewerkers eerder voor kwantiteit dan de basis ligt, namelijk de hebzucht, of voor kwaliteit zullen gaan, zoals de 'greed'. geschiedenis ook al uitwees. Hier heeft men dan te maken met een pervers effect dat de 3. Tijd voor bezinning? liberalisering van de financiële sector met zich meebrengt. Het beloningssysteem, dat Hoe moet er dan worden bezonnen? De vanuit de Verenigde Staten van Amerika is overheid heeft niet nagelaten om te overgevlogen, deed proberen al deze vele bankiers dollarproblemen op te lossen Mijns inziens zijn een en eurotekentjes voor aantal rechtsregels die de met haar de ogen springen, met wondermiddel: de wet. krijtlijnen van een een grote drang naar Toch lijkt het mij niet financiële regulering winst tot gevolg. Deze uitstippelen wel nuttig, duurzaam om zomaar drang ging dan, zo maar mag de wetgever alles te regelen door blijkt uit het recente wet. Regels niet overdrijven in haar een verleden, ten koste kunnen een middel zijn tussenkomst. van de veiligheid van tot het aangeven van de spaarcenten van de cliënten van de zekere richtlijnen voor gedrag en kunnen bank. Banken gingen aanraden om te uiteraard zorgen voor enige transparantie investeren in zieke financiële producten, van het bedrijfsleven. Een gedetailleerde waardoor de intermediair, namelijk de regelgeving leidt echter vaak tot zgn. bankier, wel zijn bonus opstreek, maar de ‘afvinkgedrag’, zoals O. Bik, topman bij cliënt opgescheept zat met een financiële PwC, stelt. Zo zal alles wat niet door de wet kat in een zak. Als daar nog eens bijkomt verboden is, toegelaten en goed zijn, terwijl dat in bepaalde gevallen de banken gingen moeilijk kan worden gepretendeerd dat de speculeren op bepaalde evoluties, waardoor wetgever alle wanprestaties zou kunnen ze er eigenlijk wel bij voeren dat de vatten in een wet. Ook dient men één van financiële producten faalden, via de eerste lessen van een jurist in het bijvoorbeeld verzekeringen etc., dan is het achterhoofd te houden, namelijk dat de plaatje compleet en wordt de cliënt van de effectiviteit van een regel o.a. afhangt van bank een speelbal op het veld van de grote een moreel bestanddeel. Een wet alleen is jongens. dus niets zonder een zeker draagvlak van Ik kan echter niet anders dan benadrukken de rechtssubjecten. dat een deel van de verantwoordelijkheid Mijns inziens zijn een aantal rechtsregels ligt bij de cliënten van de bank. Het hele die de krijtlijnen van een financiële economische systeem bestaat uit de twee regulering uitstippelen wel nuttig, maar communicerende vaten van vraag en mag de wetgever niet overdrijven in haar aanbod, waarbij een stijging van de vraag tussenkomst. Velen zeggen dat het ofwel de prijs van het aanbod de hoogte liberalisme, en daarbij horend een zekere induwt, ofwel zal zorgen dat de productie, mate van kapitalisme, de oorzaak is van en dus het aanbod, zal verhogen, of een alle wandaden die tot de crisis hebben combinatie van de twee. Het zijn dan ook al geleid. Ik kan mij niet met deze stelling te vaak de cliënten van de bank die vragen verzoenen, daar niet het systeem, maar de naar goede, lucratieve beleggingen personen die het systeem manipuleerden waardoor de bank op zoek gaat naar aan de oorzaak liggen van de situatie. In oplossingen. Dit zet de bank aan tot het essentie zal, zoals A. Smith in zijn The ontwikkelen van ingewikkelde financiële Wealth of Nations poneerde, een zekere producten, waarvan de veiligheid moeilijk te vorm van individualisme leiden tot een bepalen is (zie o.a. de subprimes in groter collectief welzijn. Dat de overheid Amerika ). Deze incentive van investeerders een rol zal spelen lijkt mij logisch. De mens om veel winst te maken, heeft natuurlijk heeft altijd in gemeenschappen geleefd en

-7-


altijd is er nood geweest aan een zekere geleerd uit de gemaakte fouten. mate van gezag, zij het in verschillende Daarom dient ook in de bankensector m.i. schakeringen. Maar moet de overheid dan geen al te verregaande wettelijke regeling gaan bepalen wat moreel juist is? Om een te worden vastgelegd. In eerste instantie persoonlijke overtuiging aan te stippen, wil dient de bank zelf te weten hoe ze moet ik benadrukken dat een juiste handeling, handelen. Door het 'too big to fail'mijn inziens, een handeling is waarbij een paradigma laten veel banken zich echter ander niet, of minstens niet merkelijk, verleiden tot wanpraktijken met wordt geschaad. desastreuze gevolgen. Zoals we hebben Het valt echter waar te nemen dat in onze gezien in de Fortis- en Dexia-zaken, springt verzorgingsstaat een bepaalde de overheid maar wat graag in de berm om pampercultuur is deze banken te ontstaan, waarbij de redden. En, hoewel dit Laat de regels een kader natuurlijk overheid het als haar een taak ziet om de zijn dat de gemeenschap oplossing lijkt, omdat zogezegd onschuldige - beschermt, maar laat de de belegger en relaties tussen individuen lees onwetende spaarder dan voorlopig in die mate vrij dat een veilig zitten, zijn de burger de les te persoon zich bewust spellen en het verschil lessen die getrokken wordt van de wereld tussen goed en kwaad dienen te worden veel rondom zich uit te leggen. Zo gaat minder duidelijk dan het ook in de bankensector. wanneer de bank werkelijk overkop gaat. Hoewel zeer gedetailleerde regelgeving Daarenboven dient erop te worden gewezen misschien handig is voor mensen die zich dat overheidssteun misschien wel de graag risicoloos door het leven banen, is banken redt, maar dat deze hulp finaal toch het zonder meer een realiteit dat de mens wordt gefinancierd door de cliĂŤnten van de nood heeft aan een zekere mate van risico. bank, namelijk de belastingsbetalers. Dan Economie groeit door risico. Het is de kan men zich de vraag stellen: is het ondernemer die een risico neemt die logisch dat zij die een kleiner risico hebben uiteindelijk voor productie gaat zorgen, het genomen moeten meebetalen voor zij die is de werknemer die ambitieus is en met grof geld risicovolle financiĂŤle hogerop wil, die inventief uit de hoek zal producten hebben aangeschaft? komen. Als je echter nooit kan vallen, en Misschien zou een werkelijk falen van een Moeder de Overheid er steeds voor zorgt bank (bvb. door een faillissement) andere dat de gevolgen van je daden worden banken al eens kunnen aanzetten tot geminimaliseerd, dan zal er niets worden nadenken over haar handelingen, in

-8-


tegenstelling tot het pure winstbejag met hoog risico, met op de achtergrond een veilig vangnet dat de overheid toch voorziet. Op deze manier komt de ethische dimensie terug in het bankieren en zal de gemiddelde bank op een veilige(re) manier te werk gaan. Daarnaast rest nog de vraag naar wat het goede is om te doen. In vele filosofische ideeën zullen misschien verschillende interpretaties van 'het goede' te vinden zijn, toch blijft het mijn inziens een onbeantwoord vraagstuk in het leven. Niemand heeft het recht om te bepalen wat goed is, en niemand kan onpartijdig zeggen wat het juiste is. Het is dan ook niet aan één iemand om de inhoud van het concept te bepalen. Gedeeltelijk kan dit worden bepaald door een parlement, de overheid, die langs democratische weg een meerderheidsstem zal doen klinken. Daarentegen ligt de grootste verantwoordelijkheid bij het individu, dat zelf moet uitmaken wat het goede inhoudt. Volgens mij zal elk individu wel steeds proberen om het goede te doen, tenminste op voorwaarde dat dit goede geen grote nadelen schept voor de betrokkene zelf. Het individu zal er pas in slagen keuzes te maken door zelf uit te maken wat goed en slecht is, door zelf te ervaren wat schade aan anderen is en door zelf af en toe een slachtoffer te zijn. Laat de regels een kader zijn dat de gemeenschap beschermt, maar laat de relaties tussen individuen in die mate vrij dat een persoon zich bewust wordt van de wereld rondom zich. Dit lijkt mij ook een les waar de bankensector mee gediend is. De contracten tussen bank en cliënt zijn consensueel, zij vallen onder de regels van het burgerlijk wetboek. Naargelang de interpretatie gaat het dan om puur overeenkomstenrecht, lastgeving of verhuur van diensten. Op deze manier worden cliënten eigenlijk reeds beschermd tegen de wanprestatie van de bank, die als contractant zekere verplichtingen moet nakomen. Sporen de cliënten hun bank aan om risicovol te gaan handelen, dan spelen zij zelf een rol in hun eigen geluk of ongeluk. Risico moet nu eenmaal doordacht

worden genomen. Is er naast deze algemene regeling van gemeen burgerlijk recht nog plaats voor overheidsoptreden? Uiteraard heeft de wetgever zich gemengd in het debat, via onder andere de Wet Secundaire Markten van 1995. Ook Europa heeft niet stilgezeten en heeft belangrijke impulsen gegeven aan een Europees financieel beleid. Hoewel deze regelingen allen wel enig nut dienen, wordt de samenleving opnieuw voor een groot deel afgeschermd van de realiteit. Dit zal het verantwoordelijkheidsgevoel niet doen toenemen. Dit is m.i. niet het te volgen pad om misbruiken en verdere problemen te voorkomen. 4. Conclusie: verantwoordelijkheid

Keuzes

en

"I need no master to punish me in order to behave as I ought. If I did, I would be no more than a child who obeys his father's rules only because he fears the whip, and not because he actually means good." Afsluiten doe ik met deze quote, die een mooie weergave biedt van mijn stelling, namelijk dat het goede niet wordt gevonden wanneer iemand je steeds de juiste weg toont, maar wel wanneer je zelf je weg volgt, en de keuzes maakt die je zelf rechtvaardig acht, ook al maak je soms fouten. Het belang zit hem in het leren van je fouten, ook als je doorvoor eens op je gezicht moet gaan. Daarnaast kan men er niet zomaar van uitgaan dat elk mens van slechte wil zou zijn ten aanzien van zijn medemens. Mijn eigen overtuiging is dat eenieder handelt op een wijze die hij of zij goed acht, en dat een persoon een ander niet per se wil schaden zonder reden.

-9-

Ben Baeyens Bestuurslid


N

Never waste a good crisis

ever waste a good crisis: een gevleugelde uitspraak van de Amerikaanse econoom Milton Friedman, die vandaag wellicht meer dan ooit van toepassing is, of zou moeten zijn. Zouden we in deze turbulente tijden veranderingen kunnen doorvoeren die de eigen verantwoordelijkheid van de burger ten goede komt? Over machtsstructuren, marktwerking en de rol van instituties, en waarom het beter is burgers zelf invulling te laten geven aan hun leven. Het volledige citaat gaat als volgt: "Only a crisis, real or perceived, produces real change. When that crisis occurs, the actions that are taken depend on the ideas that are lying around. That, I believe, is our basic function: to develop alternatives to existing policies, to keep them alive and available until the politically impossible becomes politically inevitable" Als we in Europa hadden kunnen spreken van een Market-driven economy, was deze uitspraak zeker waar geweest. Hier wringt echter het Europese schoentje: broodnodige hervormingen worden telkens uitgesteld. Oude machtsstructuren en de nieuwe werkelijkheid op de arbeidsmarkt

We kunnen echter ook binnen de eigen landsgrenzen kijken. Zoals Jan Denys aangaf tijdens zijn lezing over de

arbeidsmarkt in november vorig jaar, is in Nederland de macht van de vakbonden ingeruild voor de kracht van de ZZP’er (Zelfstandige zonder personeel): waar vroeger een werknemer in vaste dienst was, zal de nieuwe werknemer, of ZZP’er, op projectbasis werken of als oproepkracht fungeren. De werknemer kan er ook verschillende opdrachtgevers op nahouden. De ZZP’er regelt zijn eigen oudedagsvoorziening, zal zich zelf moeten verzekeren, en is voorzien van minimale CAO-regels. Enige nadeel is dat deze kortstondige, zakelijke transacties geen zekerheid bieden op lange termijn voor de werknemer. Dat deze transformatie gaande is, is een bewijs van de onomstotelijke oerkrachten van de markt, die zich roeren als een overgereguleerd systeem niet meer winstgevend is voor een der beide partijen (werkgever of werknemer). De vakbonden zijn hier quasi buitenspel gezet.

-10-


Marktwerking als doel, niet als middel

van de Fyra-trein. De Nederlandse Spoorwegen als spoorwegbedrijf is de Een tweede punt gaat over marktwerking: gebruiker van het spoor en Prorail bijvoorbeeld in de zorg en in mindere mate (eigendom van de Nederlandse staat) is in de spoorwegen. De belangrijkste beheerder van het spoorwegnet en de randvoorwaarde voor een goede infrastructuur. Het idee was om marktwerking is de directe relatie tussen verschillende bedrijven het spoor te laten prestatie en vergoeding. Hier kom ik later gebruiken, en dat zou leiden tot alle op terug. voordelen van Het meest in het oog marktwerking: De ontwikkeling van springende betere marktwerking laat zien dat succesverhaal is de dienstverlening en markten die door wetgeving tot marktwerking in verlaging van de stand zijn gekomen, zonder zorginstellingen, waar prijzen van tickets rekening te houden met de private ziekenhuizen, en abonnementen directe behoeften van personen die dezelfde diensten (bij een te hoge prijs of ondernemingen, pas redelijk als reguliere kiest men gewoon beginnen te werken na een ziekenhuizen voor een andere langdurig leerproces van zowel aanbieden, vaak met aanbieder). In feite de vragers als de aanbieders. dezelfde of beter klopt dit, ware het geschoolde specialisten niet dat NS de (en tegen een beter tarief) werken, of waar grootste afnemer is van het Nederlandse men sneller terecht kan. spoor en alleen de provinciale aanbieders Een ander voorbeeld is de privatisering van niet NS-gerelateerd zijn. Hierdoor gedraagt de ziektewet in 1996, waardoor werkgevers het bedrijf zich als monopolist op een markt wettelijk verplicht worden 70% van het loon met toe- en uittredingsbarrières, met alle door te betalen gedurende maximaal twee negatieve gevolgen vandien. jaar, maar waar de werkgever dit kan Dat de politici ter linkerzijde niet zitten te verzekeren. Een dergelijk eigen risico voor springen voor marktwerking, is inmiddels bedrijven bij ziekteverzuim is uniek in de ook bewezen. Zo heeft de PvdA in juni 2012 wereld. Onderzoek laat een forse daling een proef met vrije tandartstarieven snel zien van langdurig zieke werknemers: 70% beÍindigd, omdat de burger nu zelf kon gaat binnen achttien maanden weer aan het kiezen waar hij werd behandeld en tegen werk, en 19% wordt arbeidsongeschikt welke prijs. Gevolg op de korte termijn was verklaard. Slechts 11% komt niet aan het dat de prijzen stegen. Men heeft echter niet werk, ondanks voldoende arbeidscapaciteit. willen raken aan de numerus fixus voor de Het overgrote deel van de werknemers kan tandartsenopleiding. Maximaal 300 dus aan de slag, meestal bij de huidige tandartsen per jaar worden toegelaten, wat werkgever, en komt hierdoor niet terecht in automatisch tot schaarste leidt. de reguliere langdurige Prijsverhogingen van tandartsenpraktijken werkloosheidsregelingen. Het systeem van worden zo onvermijdbaar. Als men zowel de dwang t.o.v. de werkgever heeft niet mijn opleiding als de markt vrij toegankelijk had voorkeur, maar gelukkig is die in ieder geval gemaakt, was hier geen sprake van zelf verantwoordelijk voor de herintegratie geweest. van de werknemer. De ontwikkeling van marktwerking laat zien Marktwerking is niet alleen een dat markten die door wetgeving tot stand economische vraag: het gaat ook over de zijn gekomen, zonder rekening te houden distributie van belangen, macht, invloed en met de directe behoeften van personen of geld. ondernemingen, pas redelijk beginnen te Een goed voorbeeld is de NS, en met name werken na een langdurig leerproces van de dochteronderneming NS-Highspeed, zowel de vragers als de aanbieders. inmiddels welbekend door haar aanschaf

-11-


De rol van instituties Recent heeft de Nederlandse ministerpresident Rutte een rapport in ontvangst genomen, getiteld 'Een beroep op de burger. Minder verzorgingsstaat, meer eigen verantwoordelijkheid'. Het is een tweejaarlijkse uitgave van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) waarin duidelijk wordt gesteld dat de huidige verzorging ‘van de wieg tot het graf’ moet worden gereviseerd, en dat er draagvlak is bereikt onder beleidsvormers om bepaalde verantwoordelijkheden terug te geven aan de burger. Een citaat: “Dat de zeer uitgebreide voorzieningen van de verzorgingsstaat financieel niet houdbaar zijn, dat oneigenlijk gebruik moet worden tegengegaan, en dat nodeloze afhankelijkheid van de overheid moet worden voorkomen, is inmiddels wel algemeen aanvaard. Ieder draagvlak voor een arbeidsloos inkomen voor wie nog niet de pensioenleeftijd heeft bereikt, is politiek en maatschappelijk verdwenen. Werken is nodig voor de samenleving en goed voor het individu, zelfs als die beperkt is in zijn mogelijkheden, zo zijn de regels van het vernieuwde arbeidsethos.” Mijn hoop is dat dit citaat liberalen als muziek in de oren zal klinken, des te meer omdat begrippen als vrijheid, eigen

verantwoordelijkheid en een vorm van laissez-faire eindelijk in de diepe spelonken van de ambtelijke wereld zijn terechtgekomen. Samenvattend kunnen we stellen dat er veel kleine verschuivingen plaatsvinden door de economische omstandigheden waarin we ons bevinden. Oude, strakke wetgeving wordt vervangen door nieuwe wetgeving met veel meer eigen invulling van de werknemer dan voorheen, en als gevolg daarvan zijn de oude machtsblokken aan het afbrokkelen. Marktwerking verloopt nog zeer stug door allerhande wetgeving, waardoor ze zowel successen als mislukkingen kent. Positief is dat men op het ambtelijke (of federale, als u van goede wil bent) niveau eigen verantwoordelijkheid eindelijk serieus lijkt te gaan nemen.

Wouter van Kempen

-12-

Aspirant-bestuurslid


Is ons staatshoofd een populist?

I

n zijn recent verschenen boek 'Is Wilders een fascist?' stelt de Nederlandse historicus Robin te Slaa: ‘De algemene consensus lijkt dus te zijn dat fascisme een vorm van populisme is. Klopt dit? Het is de vraag of hier niet veeleer sprake is van de vaker onder politici, opiniemakers, journalisten en wetenschappers voorkomende gewoonte om op basis van bepaalde kenmerken of veronderstelde overeenkomsten nieuwe maatschappelijke verschijnselen te herleiden tot voorgaande historische fenomenen en deze (aan) te duiden met het reeds bekende begrippenkader daarvoor.’ te Slaa wil met dit boek, zoals de titel al aangeeft, bewijzen dat elke ernstige vergelijking tussen de ideologie van de Nederlandse PVV van Geert Wilders en het fascisme uit de eerste helft van de vorige eeuw op weinig gebaseerd en al helemaal niet zinvol is. Hoewel ik absoluut geen link wens te leggen tussen Geert Wilders en NVA (dat zou pas een schoolvoorbeeld van simplisme zijn), kun je volgens gelijkaardige redeneringen betogen dat ook de vergelijking tussen die partij en het historische fascisme, waar onze vorst zich in zijn kersttoespraak – tussen de regels door – toe liet verleiden, uiteindelijk weinig steek houdt. Ik betwijfel sterk of zijne majesteit überhaupt enig idee heeft van wat populisme is en wat de typische kenmerken ervan zijn. Vraag aan tien verschillende academici wat die term precies betekent, en de kans is groot dat je een aantal heel uiteenlopende antwoorden zal krijgen. Net als het begrip ‘neoliberalisme’ wordt populisme dikwijls als een soort nietszeggende verzamelterm

gebruikt waarmee de ene groep mensen op een goedkope manier zijn gal kan spuwen over bepaalde opvattingen van een andere groep. De definitie van populisme die wellicht het dichtst bij een algemene consensus zou kunnen liggen, is die van Gerrit Voerman en Paul Lucardie (beiden verbonden aan het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, DNPP, van de Rijksuniversiteit Groningen): ‘het populisme is een dunne ideologie waarin de kloof tussen volk en elite centraal staat, en waarin het volk als betrekkelijk homogeen wordt gezien – vaak, maar lang niet altijd ook als etnische of als cultureel zuivere eenheid – en die elite wordt verdacht van het zelfzuchtig en corrupt najagen van eigen belangen.’ M.a.w.: populisten beweren doorgaans de stem van ‘het volk’ te vertegenwoordigen, en zien het als hun politieke opdracht om de volkswil te laten zegevieren. Vanuit die overtuiging behoort het streven naar het rechtstreeks verkiezen van bestuurders of het invoeren van referenda tot de fundamenten van het populistische discours.

-13-


Je kunt er lang over discussiëren, maar uiteindelijk zal het antwoord op de vraag of N-VA al dan niet populistisch is vaak afhangen van een moreel waardeoordeel. Aan de hand van bovenstaande definitie kun je misschien verdedigen dat er (licht) populistische tendensen vallen waar te nemen binnen de partij, waarbij de kloof tussen de Belgicistische politieke elite vs. de modale Vlaming centraal staat. Maar ook ter linkerzijde valt er dan wel enig populisme te bemerken, bijvoorbeeld wanneer PVDA het bekende discours van een kapitalistische bovenlaag vs. een stemloze arbeidersklasse bovenhaalt, of wanneer de groenen de kernenergielobby tegenover de machteloze energieconsument plaatsen. De definitie van Voerman en Lucardie is en blijft natuurlijk een brede omschrijving. Hoe interessant een diepere analyse ook mag zijn, over verdere conclusie(s) zul je zelden een consensus bereiken. Het is een heel andere zaak om (te proberen) een link te leggen tussen het hedendaagse populisme en het fascisme uit de eerste helft van de vorige eeuw. De koning lijkt in zijn kerstboodschap te suggereren dat het fascisme, zoals het zich heeft gemanifesteerd in Duitsland en Italië, een rechtstreeks gevolg is geweest van populistische opvattingen, zoals die ook vandaag heersen. M.a.w.: eerst zou er het populisme zijn geweest, daarna (als direct gevolg) het fascisme. Tussen de regels door pretendeert de vorst eigenlijk dat ‘sommige partijen’ momenteel nog in hun populistische fase zitten, om binnenkort misschien de sprong te maken naar het zuivere fascisme. Interessant wordt het pas wanneer je probeert om die redenering ook te verantwoorden. Allereerst bestaan er ook van het begrip fascisme heel wat uiteenlopende definities. Wat we met zekerheid kunnen stellen, is dat de aanwezigheid van een allesoverheersende, quasi totalitaire overheid een fundamenteel noodzakelijke voorwaarde is voor het bestaan en het in

standhouden samenleving.

van

een

fascistische

Ook een (zo goed als) algemene consensus bestaat er over de these dat het fascisme thuishoort in het rijtje van de zogenaamde ‘utopisch-revolutionaire verlossingstheorieën’, waarbij het streven naar een nieuwe mens (de homo fascistus), nationale wedergeboorte (uitmondend in een transcendente synthese van alle bevolkingsgroepen) en een antibourgeoisierevolutie centraal staan. Zoals te Slaa ook benadrukt, gold de ‘verlossing’ van het fascisme expliciet voor het eigen volk of het Arische ras. ‘Andere volkeren en rassen wachtte het gruwelijke lot van discriminatie, uitsluiting, deportatie of zelfs fysieke vernietiging. Fascisten wilden niet alleen een nieuwe samenleving en een totalitaire staat scheppen, maar eveneens een nieuwe cultuur, een nieuwe elite en een nieuwe mens.’ M.a.w.: aan het einde van de fascistische rit wacht ons een paradijselijke toestand, waarin alles met iedereen in perfecte harmonie zou samenleven. Meer concrete karakteristieken van de fascistische ideologie (zoals ook in verschillende werken van hoogleraar Ian Kershaw uitvoerig beschreven) zouden we kunnen omschrijven als biologisch racisme, sociaaldarwinisme (de ‘sterkere’ volkeren overwinnen de ‘zwakkere’), een sterke afwijzing van de democratie als bestuurssysteem (waarmee het fascisme lijnrecht ingaat tegen het hedendaagse populisme, dat voor (meer) directe democratie pleit), een mythische status van de grote leider, een economische zoektoecht naar een derde weg tussen kapitalisme en marxisme (dikwijls te verwezenlijken via economisch corporatisme) en een sterk antiindividualisme (‘alles voor de staat, niets buiten de staat en niemand tegen de staat’). Hoe je de beginselverklaring of het programma van een partij als N-VA (ervan uitgaand dat ze populistisch zou zijn) ooit zou kunnen linken aan het historische fascisme, blijft een behoorlijk raadsel.

-14-


Het spreekt voor zich dat een oprechte fascistische overtuiging een bijna absurd geloof in de maakbaarheid van de samenleving vergt. En laat dat nu net zijn waar een partij als N-VA niét voor staat: maakbaarheid en revolutie. Het zijn net de conservatieve denkers (waar ook de voorzitter van de partij toe behoort) die zich altijd hebben verzet tegen het denkbeeld van allesoverheersende overheden, als politieke organen die nieuwe samenlevingen horen te creëren. Om de meer concrete kenmerken van het fascisme te vergelijken met het N-VAdiscours: biologisch racistische of sociaaldarwinistische opvattingen maken alvast geen deel uit van het partijprogramma, daar hoeft weinig uitleg bij. Van een afwijzing van de democratie en het parlementarisme of van een mythische leidersstatus is er al evenmin sprake. Bart De Wever mag dan al een populaire voorzitter zijn, het lijkt mij erg onwaarschijnlijk dat veel kiezers hem als een soort mythische figuur of als een plaatsvervanger van God op aarde zouden beschouwen. En met een eerder conservatief-liberaal economisch programma kan de partij er ook niet van worden verdacht het marxisme te willen ‘verzoenen’ met het vrijemarktdenken. Met haar geloof in de ‘kracht van gemeenschapsvorming’ valt wel te verdedigen dat N-VA zich tegen een bepaalde vorm van individualisme zou keren (maar welke partij doet dat niet, natuurlijk?). De rol die de partij daarbij voor de overheid ziet weggelegd, is niet altijd duidelijk, maar het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat een relevant deel van de partijachterban totalitaire ideeën zou verdedigen om het einddoel te bereiken. Individualisme (of wat daar meestal voor moet doorgaan) wordt overigens veel heviger bestreden door politieke groeperingen ter linkerzijde van het politieke spectrum. De bewering dat sommige N-VA’ers toch verdoken fascisten zouden zijn, berust louter op een intentieproces, en kan

onmogelijk enige credibiliteit claimen.

observatorische

Dit alles leidt onvermijdelijk tot de vaststelling dat, als N-VA al populistisch zou zijn, het historische fascisme en het hedendaagse populisme twee fundamenteel verschillende verschijnselen moeten zijn. Op sommige punten (biologisch racisme, directe democratie, …) staan het rechtspopulisme en het fascisme lijnrecht tegenover elkaar, dit maakt het quasi onmogelijk om zonder meer te ‘evolueren’ van een rechts-populist tot een fascist. Aan de hand van bovenstaande definitie van populisme kan men trouwens ook niet beweren dat de koning, omwille van zijn uitspraken, een populist zou zijn, zoals in sommige media werd gesuggereerd. Als het staatshoofd heeft bewezen dat hij iets niét is, dan wel iemand met een brede historische achtergrond. Met populisme heeft dat weinig te maken. Los daarvan mag de koning van mij zeggen wat hij wil, maar van een overdaad aan inhoudelijke overpeinzingen zal de man alvast nooit kunnen worden beschuldigd. Het valt slechts te hopen dat er zo snel mogelijk wordt afgestapt van het intellectueel misselijkmakende discours waarin N-VA een soort embryonale NSDAP zou moeten voorstellen. Misschien wordt het tijd om het debat te openen over ernstige vraagstukken, zoals de inhoudelijke invulling of het voortbestaan van de monarchie.

-15-

er d n a x e l A Casier Hoofdredacteur


De uitdagingen van de studie van complexe systemen Inleiding

Opbouw – In deze tekst gaan we in op de mogelijkheid om het menselijk handelen te begrijpen. Daarvoor bestuderen we eerst wat een complex systeem is. Daarna gaan we in op de problemen waarmee de sociale wetenschappen worden geconfronteerd, de beperkte draagwijdte van hun kennis en het alternatieve selectiesysteem dat bepaalt welke opinie in onze huidige samenleving dominant wordt. Systeemanalyses Systeem – Men spreekt van een systeem wanneer een samengaan van elementen in samenhang iets meer kan dan wanneer deze elementen van elkaar worden afgezonderd. Een voorbeeld daarvan is een cel, een mens of een organisatie. Analyse systeem – In veel gevallen zullen de ervaren variabelen en de ervaren verbanden, die in de opinie van de mens het nut bepalen van het systeem voor de mens, niet samenvallen met de relevante variabelen en banden voor een analyse van hoe het systeem werkt. Daarbij dreigt men de relevante variabelen en banden voor de ervaring en de variabelen en banden die

helpen het systeem te begrijpen, te vermengen. Daardoor gaat men een tussenliggend effect als een oorzaak beschrijven of de te onderscheiden variabelen niet in de relevante categorieën plaatsen. Dat laatste zal dan rusten op overgeneralisering, overdifferentiatie en vermenging. Het gevolg is dat men op het niveau van de variabelen van de ervaringsanalyse verkeerdelijk uitspraken gaat doen over de werking van het systeem en omgekeerd. Zoals in The parable of the broken window van Frédéric Bastiat wordt geïllustreerd, zal deze verwarring snel aanleiding geven tot ernstige denkfouten. Complexe systemen – Complex zijn die systemen waarvan het bestuderen van input en output veronderstelt dat men met een groot aantal niet-identieke factoren rekening houdt, ook wel variabelen genoemd, en wier variabelen elkaar beïnvloeden binnen het systeem. Dit zorgt ervoor dat de meest gehanteerde methode in de wetenschap, namelijk de vergelijkende methode bij ceteris paribus dat is wanneer alle andere omstandigheden behalve de door de onderzoeker gemanipuleerde (onafhankelijke) en gemeten (afhankelijke) variabelen constant blijven - haast onmogelijk is.

-16-


Experimenten

negeren. Statistiek kan dan wel het samengaan van evenementen in een bepaald systeem, ook wel eens patronen genoemd, vaststellen maar kan deze niet verklaren, laat staan vaststellen of in een ander complex systeem ditzelfde effect zich zal voordoen.

Complexiteit en experimenten – De moeilijkheid om te experimenteren met de vergelijkende methode bij ceteris paribus wordt enerzijds veroorzaakt doordat het in een complex systeem moeilijk is de variabelen (door hun veelheid) in het juiste categorische stelsel onder te brengen. Categorieën en statistiek – De categorieën Daarvoor moet men immers al begrijpen die men kiest bij het opstellen van de welke elementen wezenlijk verschillende en statistiek, berusten op de keuze van de gelijklopende eigenschappen hebben. vaststeller. Hij kan daarbij Anderzijds zullen de variabelen elkaar overdifferentiëren, waardoor relevante beïnvloeden, waardoor het constant houden gevallen buiten beschouwing worden van de andere variabelen onmogelijk is. gelaten of overgeneraliseren waarbij het Daardoor kan men niet vaststellen dat de gedrag van niet-representatieve gevallen verandering van de als de regel worden afhankelijke Statistiek kan dan wel het beschreven. De keuze variabele het gevolg voor een categorisch samengaan van is van de stelsel bepaalt dan ook evenementen in een verandering in de bepaald systeem, ook wel de uitkomst van zijn onafhankelijke onderzoek. eens patronen genoemd, statisch variabele, dan wel Doordat de hypothesen vaststellen maar kan deze het gevolg is van de niet verklaren, laat staan amper kunnen worden verandering in een vaststellen of in een ander weerlegd, kunnen niet(ongekende) andere complex systeem ditzelfde relevante categorieën variabele die niet veel gemakkelijker effect zich zal voordoen. constant is overleven. Als de gebleven. Het vastgesteld samengaan van hypothese niet kan worgen weerlegd, kan verandering van twee variabelen in een men ook niet aantonen dat de categorieën welbepaald complex systeem zal dus geen die gehanteerd worden niet nuttig zijn, kennis geven over het causaal verband zoals dat wel kon gebeuren met het tussen twee variabelen buiten dat complex categorisch stelsel van bijvoorbeeld de systeem of in een niet exact gelijk complex alchemist in de natuurwetenschappen. systeem. Dat is problematisch omdat complexe systemen, door hun veelheid aan Onderzoekseffect – Wie een complex variabelen, haast nooit identieke kopieën systeem onderzoekt, dreigt daarbij kennen en doorheen de tijd zelf reeds hun variabelen in het complex systeem variabelen zien wijzigen (en dus niet langer ongewenst te wijzigen. Het is dus mogelijk dezelfde constante variabelen uit het dat het onderzoek en de elementen die experiment vertonen). daarbij worden gebruikt om bijvoorbeeld meting in de afhankelijke variabelen Statistiek en complexe systemen – mogelijk te maken, eerder dan de wijziging Statistieken worden in de sociale in de onafhankelijke variabelen, aanleiding wetenschap wel eens gehanteerd als geven tot de waargenomen verandering in tegenhanger voor de statistiek van de afhankelijke variabelen. Een bijzonder geval laboratoriumexperimenten van de van het onderzoekseffect vindt men in de natuurwetenschappers. Ze vormen evenwel studie van het menselijk handelen, waarbij geen magische oplossing voor het begrijpen onderzoeker en onderzoeksobject elkaar van complexe systemen, aangezien beïnvloeden. De door de onderzoeker statistieken noodzakelijk de meeste gemaakte voorspellingen kunnen door het variabelen en eigenlijk ook alle verbanden onderzoeksobject worden opgepikt. Deze

-17-


persoon kan in een reactie daarop zich gaan gedragen naar de voorspelling of zich net gaan afzetten tegen de voorspelling. Beide houdingen maken een toetsing van de gemaakte bewering onmogelijk, aangezien ze een nieuw feit en dus een wijziging in de variabelen (die constant werden geacht) uitmaken. Lange termijneffecten – Wanneer over een lange termijn verschillende variabelen, vaak in verborgen en onrechtstreekse samenhang, elkaar beïnvloeden, zijn de gevolgen van handelingen op lange termijn, bij het ingrijpen in een complex systeem, meestal onvoorspelbaar. Social engineering – Sociale experimenten waarbij men naar analogie van de natuurwetenschappelijke ingenieur, overgaat tot social engineering, zullen steeds onvoldoende informatie bezorgen om binnen een bevredigende termijn tot een toetsing te komen van de vooropgestelde hypothese. Zo duurde bijvoorbeeld het sociale experiment van het communisme in Oost-Europa een halve eeuw voor het ten einde kwam. Ook na de val van het communisme blijkt er voor sommigen nog voldoende ruimte te bestaan om de onmogelijkheid van een dienstige en tevens almachtige staat te betwisten. Nut kennis Overdraagbaarheid statistische kennis – Het samen evolueren van variabelen in het ene systeem zal dan ook niet noodzakelijk veel zeggen over het de samen evolueren van variabelen in een ander systeem, aangezien er van een vaststelling van een verband geenszins sprake was. Omdat er geen twee dezelfde mensen of samenlevingen zijn, kan statistiek niet de pretentie hebben iets anders te zijn dan beschrijvende geschiedschrijving van het samen evolueren van bepaalde variabelen op een gegeven moment in een gegeven complex systeem.

Beschrijvende geschiedenis en kennis – Beschrijvende geschiedenis in het algemeen en statistiek in het bijzonder – handelen over het verleden en zijn slechts beschrijvend. Elke poging om de beschreven ervaringen te verklaren veronderstelt dat men een hypothese op de feiten plakt, wat door de moeilijkheid om de hypothese te weerleggen een geheel subjectieve bezigheid is. Daarbij kan hetzelfde feitencomplex aanleiding geven tot het bewijs van twee tegenstrijdige theorieën. Een bekend voorbeeld daarvan zijn de tegenstrijdige monetaire theorieën die elk beweren dat de crisis van de jaren ’30 het ontegensprekelijke bewijs levert van hun theorie. Beschrijvende geschiedenis en statistiek kunnen dan ook geen verbanden vaststellen in het verleden, laat staan claims bevatten voor de toekomst. Ze kunnen er hooguit op speculeren. Die speculatie kan nuttig zijn in een poging om te gaan met de werkelijkheid, maar mag niet dezelfde waarde worden toegekend als natuurwetenschappelijke kennis die berust op weerlegbare hypotheses. Sociale wetenschappen en hypotheses – Aangezien er in de sociale wetenschap geen experimenten bij ceteris paribus kunnen worden gedaan om de hypothese te testen er zijn immers geen twee dezelfde samenlevingen of mensen - kunnen de hypotheses ook niet sluitend worden weerlegd. Wat niet weerlegd kan worden, kan niet wetenschappelijk genoemd worden. Door dit probleem van niettestbare hypothesen zijn de sociale wetenschappen dan ook het veld geworden van speculatie en theorievorming van ideologen die zich niet gebonden dienen te voelen door enige toets aan de werkelijkheid. Selectiesysteem Selectiesysteem van sociale wetenschappen – Het grootste probleem voor de sociale wetenschappen is dan ook dat het selectiesysteem van theorieën dat gebruikt wordt in de natuurwetenschappen, namelijk werken met falsifieerbare theorieën en

-18-


hypotheses, hier niet werkbaar is. Er zullen dan ook andere selectiesystemen plaatsgrijpen die sociale theorieën aanvaard of verworpen maken. Sociale wetenschappen, politiek en opinie – Enerzijds zullen politici in het algemeen en planners in het bijzonder die theorieën uit de sociale wetenschappen oppikken die hen een gepretendeerde wetenschappelijke onderbouw geven voor de eigen maatschappelijke doelstellingen en de wens om de samenleving te organiseren naar de eigen inzichten, met name als een doelmatige orde. Anderzijds zal de bevolking die politici kiezen die hen er het beste van kunnen overtuigen dat hun individuele situatie zal verbeteren wanneer men de politici helpt aan de macht te komen. Politici, planners en de bevolking van een democratie zullen daardoor al te vaak theorieën selecteren, niet op basis van een toetsing, maar op basis van de bruikbaarheid van de theorie voor de eigen politieke plannen en de publieke opinie haar wensdromen.

Heersende opinie en menselijk handelen – De heersende opinie (die opinie die de maatschappelijke orde vorm geeft over het menselijk handelen in een democratische doelmatige orde) zal dan ook weinig te maken hebben met de correctheid van de gehanteerde theorieën, maar met de dienstbaarheid voor het nastreven van andere doelen dan kennisvinding. Zo dienen ze bijvoorbeeld voor machtsverwerving en voor het verlangen een theorie te vinden die de beperkingen op het menselijk handelen doorbreekt. Het selectiesysteem van theorieën faalt dus veelal om kennis te selecteren.

-19-

Jitte Akkermans Bestuurslid


Liever vrij van ziekte dan vrij van de bijhorende kosten? Waarom een minimaal sociale zekerheidsstelsel niet incompatibel is met het liberale gedachtegoed The problem [with genetic research] is, we're just starting down this path, feeling our way in the dark. We have a small lantern in the form of a gene, but the lantern doesn't penetrate more than a couple of hundred feet. We don't know whether we're going to encounter chasms, rock walls or mountain ranges along the way. We don't even know how long the path is‌ - Francis S. Collins - Time magazine (17 Sep 1990) In 1990 werd er een internationaal onderzoeksprogramma, het Human Genome Project, opgestart om de structuur van het menselijke DNA volledig te ontrafelen (tot op het niveau van de individuele basenparen), en om alle menselijke genen te identificeren en te lokaliseren. Zo werd gehoopt om meer inzicht te krijgen in erfelijke ziektes en de behandeling ervan. Op 14 april 2003 is men er uiteindelijk in geslaagd het volledige menselijke genoom te ontcijferen. De mogelijke voordelen van deze ontdekking zijn ontelbaar en ingrijpende veranderingen zijn op til. Het verlengen van de gemiddelde levensduur, de verhoging van de intelligentie en het uitroeien van erfelijke ziektes zijn maar enkele van de tot nu toe ondenkbare, maar binnenkort zeer waarschijnlijke toekomstbeelden. Maar zoals bij alle ontdekkingen is er ook een keerzijde aan deze medaille van de

wetenschap. Het zal niet lang duren voor deze techniek van genetische decodering gemeengoed is geworden. Hoewel deze evolutie natuurlijk positief is voor de verdere zoektocht naar remedies voor bepaalde genetische ziektes, zal het er logischerwijs ook toe leiden dat private verzekeraars geen verzekering meer zullen verlenen zonder eerst om de genetische blauwdruk van de cliĂŤnt te vragen, waarop zijn toekomstige (zeer) waarschijnlijke ziektes zullen worden vermeld. Dit is logisch omdat een private verzekeraar, net als alle andere private spelers in een vrije markt, rendabel moet zijn om zijn diensten te kunnen blijven verstrekken aan de klanten. Verzekeringsmaatschappijen zullen naar alle waarschijnlijkheid weigeren een ziekteverzekering te verschaffen aan mensen van wie het risico op een toekomstige ziekte zeer groot is. Iets anders verlangen van een verzekeraar zou

-20-


enkel leiden tot zijn faillissement, waardoor niemand nog een beroep op zijn diensten zou kunnen doen, wat nog onwenselijker is. Bij gebrek aan een private verzekering zullen sommigen van die genetisch gedetermineerden wel een beroep kunnen doen op de liefdadigheid van enkele barmhartige samaritanen, maar toch zullen er altijd mensen overblijven met onvoldoende naasten om op degelijke zorg te kunnen rekenen. Het lijkt hoogst onrechtvaardig om mensen die er niet voor hebben gekozen om in het water te belanden, niet op de reddingsboot toe te laten. Daarom is het principieel aanvaardbaar om personen die geen keuzevrijheid in hun (toekomstige) ziekte

(Alzheimer, bepaalde kankers,…) of handicap (syndroom van Down,…) hebben, te laten terugvallen op een sociale zekerheidsfonds, dat verplicht wordt bekostigd door alle leden van de samenleving die het geluk hebben er geen beroep op te moeten doen. Dit is perfect verenigbaar met het liberale mantra ‘geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid’, aangezien dit in inverso ook impliceert dat men niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor iets waar men niet voor heeft gekozen. Het kortstondige materiële ongemak van genetisch niet-benadeelden is te verkiezen boven het permanente fysieke lijden van de genetisch benadeelden. Keuzevrijheid zou het onderscheidende

-21-


criterium moeten zijn voor het al dan niet plaats van de volgende generaties de recht hebben op een bijdrage uit de sociale kosten te laten dragen, wat (zeker met het zekerheid. In zo’n model zou bijvoorbeeld oog op de toenemende vergrijzing van de een roker met keelkanker geen beroep Belgische bevolking) tot steeds meer kunnen doen op het sociale problemen zal leiden. zekerheidsfonds, aangezien hij zelf Verder kun je voor daadwerkelijk (minstens gedeeltelijk) verantwoordelijk is onvoorspelbare risico’s die je vrijwillig voor zijn ziekte. Dit kan misschien neemt (bv. skiën en dan ongelukkig ten val hardvochtig klinken, maar een volwassen komen) nog steeds een private verzekering mens, met gevoel voor rede, moet in staat aangaan, omdat hierin niet echt een zekere zijn eigen keuzes te maken en er ook de kansrekening voor de gevolgen van te dragen. Vinden dat verzekeringsmaatschappij mogelijk is. Men anderen voor zijn zal natuurlijk de beslissingen moeten persoonlijke levensstijl van Keuzevrijheid zou opdraaien, is net veel het onderscheidende de cliënt mee in rekening hardvochtiger. Welke brengen, evenals de aard criterium moeten motivatie zou de roker van het risico, wat bij zijn voor het al dan anders hebben om z’n niet recht hebben op adrenalinejunkies vaak zal eigen nefaste gedrag te leiden tot hogere premies. een bijdrage uit de wijzigen, als hij weet dat Maar dit zal hen er ook toe sociale zekerheid er hoe dan ook voor hem aansporen minder onnodige zal worden gezorgd? Niets risico’s te nemen (bijv. belet mensen die het met dit laatste oneens geen stunts meer uitvoeren op kosten van zijn om de hand in eigen boezem te steken de samenleving, tenzij MTV de onkosten en de medische behandeling van deze vergoed in ruil voor de uitzendrechten). Als onfortuinlijke roker te bekostigen. Dit is gevolg van de marktwerking zullen de namelijk wat werkelijke solidariteit inhoudt, verschillende verzekeringsmaatschappijen niet de door de staat afgedwongen met elkaar concurreren voor het dwangarbeid, door middel van sociale verzekeringscontract, wat zal leiden tot zekerheidsbijdragen die daar nu voor lagere verzekeringspremies. doorgaan. Dat de staat solidariteit niet Indien we de risico’s en de kennis die met langer afdwingt, betekent niet dat het niet genetisch onderzoek gepaard gaan kan bestaan. Er zijn voldoende incorporeren in ons sociale vrijwilligersorganisaties en NGO’s die zekerheidsstelsel, kunnen we mensen met mensen die een verkeerde keuze hebben minder geluk een reddingsboei toewerpen, gemaakt een tweede kans bieden. zonder de eigen verantwoordelijkheid van Daarnaast belet niemand rokers onderling de anderen in het gedrang te brengen. Zo een steunfonds op te richten, waarin ieder hoeven we niet langer het duistere pad van lid maandelijks een bepaald bedrag stort ter een steeds meer onbetaalbaar wordende ondersteuning van collega-rokers met verzorgingsstaat te blijven bewandelen. medische problemen. Het gebruiken van dwang om niet-rokers, die hier geen aandeel in hebben, te dwingen hun eigendom af te staan, is in dergelijke gevallen niet te verantwoorden, aangezien de rokers vrij hun keuze hebben gemaakt. Het keuzevrijheidcriterium kan ook toegepast worden om het huidige repartitiestelsel voor pensioenen te vervangen door een kapitalisatiestelsel. Zo Bestuurslid kunnen mensen zelf verantwoordelijk worden gesteld voor hun pensioensparen, in

Olivier Dinet

-22-


INFO EN WEETJES

* Wil je lid worden van het LVSV en samen met ons de liberale gedachte promoten onder de Brusselse studenten? Lid zijn biedt heel wat voordelen: - gratis toegang op elke activiteit - gratis pintjes in ons stamcafé Q.G. - gratis cocktail op onze blue nights - elektronisch magazine "Blauwzuur" + update van onze activiteiten - gratis DVD over het liberalisme - stemrecht op de Algemene Vergadering Spreek iemand aan van het bestuur, of stuur ons een berichtje op facebook! Een lidkaart kost €5.

* Bezoek zeker en vast (één van) onze volgende activiteiten: - 12 maart - Blauwe dinsdag: interne discussieavond - 19 maart - Blauwe dinsdag: euthanasie - 27 maart - Blauwe woensdag: SOS Ondernemen - 1 tot 5 april: bezoek Madrid

* Voelt u zich geroepen om te reageren op één van onze artikels, of er zelf één te schrijven? Aarzel niet, open uw tekstverwerker, en stuur uw reactie/artikel door naar een van onze bestuursleden, of meteen naar de hoofdredacteur (john_casier14@hotmail.com).

-23-


V

Recht en moraal

aak wordt er verontwaardigd op het nieuws gereageerd. Michèle Martin wordt vrijgelaten onder voorwaarden. "Onwaarschijnlijk?" Mark Dutroux vraagt een enkelband. "Dat kan toch niet?" Mensenhandelaars worden vrijgesproken na procedurefouten. "Ongelooflijk?" Een uitspraak van een rechtbank kan op zo’n moment als immoreel of onrechtvaardig worden beschouwd. Het gaat hier echter louter om de toepassing van de geldende rechtsregels. Algemeen Volgens de rechtsfilosofische betekenis heeft het recht een tweeledige inhoud: enerzijds het bestaande rechtsstelsel (positivisme) en anderzijds het morele begrip van de rechtvaardigheid (natuurwet). Binnen de rechtsfilosofie kent men dan ook twee hoofdstromen, nl. het rechtspositivisme en het natuurrecht. Op de vraag wat de relatie is tussen recht en rechtvaardigheid, met name de vraag naar waarom men rechtsregels hoort na te leven, bieden beide hoofdstromen een verschillend antwoord. Volgens aanhangers van het natuurrecht dient het recht gebaseerd te zijn op de principes van het natuurrecht, en moet dat recht een redelijke mate van rechtvaardigheid in zich hebben. Volgens de aanhangers van het rechtspositivisme dienen recht en moraal echter gescheiden te zijn en mag het geldende recht niet op rechtvaardigheid worden getoetst. Vaak wordt aangenomen dat recht en moraal weinig of niets met elkaar te maken hebben. Bij regelgeving wordt een strak rechtspositivisme toegepast, en de vraag of een wet immoreel kan zijn, wordt als irrelevant beschouwd. Recht en moraal zouden t.a.v. elkaar autonoom zijn. In feite blijkt een consequent rechtspositivisme met een radicale scheiding tussen recht en

moraal onhoudbaar te zijn, zeker voor de rechtspraak. Maar tegenwoordig zien we vaak het tegendeel. Men spreekt over normen en waarden als een geheel, waarbij de indruk wordt gewekt dat het eerste rechtstreeks voortkomt uit het tweede. De noodzaak om normen te bepalen wordt dan ondergeschikt gemaakt aan een voorafgaand waardendebat, en er heerst een gevoel dat een norm die niet op bepaalde ethische gronden is gestoeld, inhoudsloos is. Om de "gemeenschappelijke waarden" te vinden, gaat men op zoek naar een moraal die wordt gedeeld door zoveel mogelijk burgers van de maatschappij. En daar ligt net de moeilijkheid van een democratisch systeem (zie verder). Een verband tussen recht en moraal is wenselijk, maar indien dit verband erkend wordt, vervult de moraal niet de functie om het positieve recht en het verplichtende karakter van de rechtsregels te funderen of te rechtvaardigen. De moraal vervult dan hoogstens een kritische functie of draagt ertoe bij om onpartijdigheid in de rechtsvorming en -toepassing te waarborgen. Elke toetsing aan morele waarden is een vrijblijvende intellectuele oefening van de burger of wetgever. De geldigheid van de wet wordt er in principe niet door aangetast.

-24-


Democratische meerderheidsnorm Rekening houdend met de manier waarop recht tot stand komt, namelijk als een product van menselijke activiteit, is het onvermijdelijk gevoelig voor morele invloeden. In onze rechtsstaat worden rechtsregels uitgevaardigd door een democratisch verkozen parlement. Deze democratische controle geeft de wetgever de mogelijkheid om regels uit te vaardigen waar de meerderheid van de bevolking achter staat. Vanzelfsprekend dienen deze regels te worden nageleefd, eens ze het levenslicht zien. Als ervan wordt afgeweken, komen we in een samenleving van willekeur terecht. Dat de heersende moraal een invloed heeft op de inhoud van het positieve recht, betekent echter niet dat een systeem van normen geen rechtssysteem meer zou zijn, wanneer of voor zover het niet beïnvloed zou worden door de moraal. Een wet kan als immoreel worden beschouwd in zoverre ze dwingend voorschrijft dat bepaalde, als essentieel beschouwde, waarden worden geschonden. Deze schending houdt dan een inbreuk in op de fundamenten van de democratie. Indien er geen dwingende regeling is, maar de wet enkel de mogelijkheid opent tot het schenden of aantasten van essentiële waarden, dan wordt deze wet niet als immoreel beschouwd, indien er tenminste een parlementaire meerderheid ze heeft goedgekeurd. Dit alles heeft ook te maken met het feit dat er een gebrek aan eensgezindheid is omtrent het waardenbesef, en een onduidelijkheid omtrent de vraag wat het algemeen belang inhoudt. Sommigen stellen hoge morele eisen betreffende deze waarden, de eisen van anderen zijn minder hoog. Het gevolg is dat het ethische gehalte van de rechtsregels betreffende deze materie meestal middelmatig is. Maar wat met moeilijke onderwerpen zoals abortus, wat voor de één een persoonlijke keuze is en voor de ander verboden dient te worden? Bij dergelijke thema's lijkt het erop neer te komen dat een kleine meerderheid van bvb. 51% zijn wil zal opleggen aan de overige 49%. Spreken we dan niet eerder over een meerderheidsdictatuur in plaats

van over een democratie? We nemen algemeen aan dat bepaalde morele waarden niet mogen worden onderworpen aan de democratische meerderheidsnorm. Deze morele waarden zouden boven de wet staan, en de suprematie van de meerderheid mag daar niet aan raken. Deze essentiële waarden zijn voorzien van rechtsbescherming in de Verklaring van de Rechten van de Mens. Recht en rechtvaardigheid Het recht dat door juristen wordt beoefend en de rechtvaardigheid verhouden zich moeilijk tot elkaar. Indien recht niet langer de rechtvaardigheid nastreeft, is het geen recht meer. Maar wat die rechtvaardigheid precies inhoudt, valt moeilijk te definiëren. Misschien zien we slechts één perspectief, en hebben we maar een partiële visie op rechtvaardigheid, op de maatschappij en op de waarheid. Er zijn altijd meerdere aspecten die belicht dienen te worden. We moeten aanvaarden dat er mensen zijn met een andere visie, die ook op een eerlijke manier proberen om rechtvaardigheid na te streven. Wanneer we ervan uitgaan dat wij de enigen zijn die de waarheid in pacht hebben, leggen we onze visie op aan anderen. Dan worden we zeer gevaarlijke mensen. We moeten ons de vraag stellen hoe we iets normeren zonder de morele overtuiging van de ene te laten prevaleren op de andere, en bijgevolg overdreven spanning tussen publieke en persoonlijke moraal kunnen vermijden. Omdat normen niet bij consensus, maar door een meerderheid worden opgelegd, moet de staat vooral niet te veel willen regelen. Alleen door bepaalde (fundamentele) keuzes aan de burger zelf over laten, kan de rechtsstaat vermijden dat het recht een dictatuur van de meerderheid wordt.

-25-

Caroline Sneyers Voorzitter


Het maatschappelijk bedrog van de VRT

D

e gewone burger merkt het amper op, maar in feite wordt hij dagelijks geconfronteerd met zeer politiek gekleurde informatie van de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie. Dit lijkt een zeer harde stellingname, maar op subtiele wijze worden we er toch aan blootgesteld. In deze tekst zal ik trachten een genuanceerd beeld te schetsen van de praktijken van de publieke omroep. De VRT in cijfers De openbare omroep wordt ingericht door de Vlaamse overheid en gefinancierd met belastinggeld en eigen inkomsten. De VRT, voorheen BRT(N), is sinds 1960 de opvolger van het NIR (Nationaal Instituut voor de Radio-Omroep) dat werd opgericht in 1930 en verantwoordelijk was voor de publieke radio-uitzendingen. In 1953 kreeg het ook de bevoegdheid voor televisieuitzendingen. Vandaag bestaat de openbare omroep uit drie televisie- en zes radiokanalen, een extra digitaal aanbod, een uitgebreid internet- en mobiel aanbod en een eigen nieuwsdienst met bijhorende nieuwswebsite, ons allen welbekend. Zoals hierboven vermeld, biedt de publieke omroep ons drie televisiekanalen aan. Het analoge aanbod bestaat uit zes televisiekanalen (bovenop de bekende zenders kennen we ook OP12, Sporza en BVN). Het gezamenlijke marktaandeel van deze zenders bedroeg het voorbije jaar 42.8%. De radio-omroep doet nog 'beter' qua

monopoliemacht. De VRT bezit globaal maar liefst 59.7% van de dagelijkse luisteraars. Monopolie: status quo We mogen geen doekjes winden om deze cijfers: dit is een misselijkmakende heerschappij om eenzijdig een burger mee te informeren. Men spreekt van een 'economische machtspositie' indien een bedrijf in het bezit is van 40% van een markt. Hoewel er in strikt theoretische zin pas van een monopolie wordt gesproken als er slechts één aanbieder is, gebruik ik gemakkelijkheidshalve een monopoliepositie als term om de plaats te situeren waarin de VRT zich bevindt op deze markt van berichtgeving. Als we de beleidsmakers mogen geloven, dient een overheid in een economie een marktfalen op te lossen. Vaak zien zij een monopolie als zo’n marktfalen, waarvan hoofdzakelijk concurrentieverstoring de oorzaak is. Hoewel dit laatste grotendeels wordt veroorzaakt door een overheidsoptreden

-26-


(meestal onbewust), dient men deze nefaste situatie voor onze welvaart om te keren. De voorbije 83 jaar heeft geen enkele burger het gevoel gehad dat men ook maar de minste inspanning deed om de vrije markt zijn werk te laten doen. En, erger nog, men tracht om alsmaar meer Vlamingen te laten afstemmen op zenders van de publieke omroep, met als gevolg dat de commerciële zenders worden genegeerd. Hierbij volgt een analyse van deze akelige trend. Het budget van de VRT wordt bepaald door een beheersovereenkomst met haar opdrachtgever, de Vlaamse overheid. Dit is een contract met een duurtijd van vijf jaar, met o.m. een financieel plan dat moet worden nageleefd. Jaarlijks wordt het budget door de Raad van Bestuur vastgelegd. In 2011 bedroeg de opbrengst een grove 420.1 miljoen euro. Dit wordt voor ruim tweederde (€281 miljoen) bekomen door overheidsfinanciering; met name uw wettelijk gestolen inkomen. Het resterende bedrag wordt verkregen uit inkomsten door advertenties en de exploitatie van het VRT-aanbod (respectievelijk 15 en 18 percent). Datzelfde jaar had de openbare omroep de toestemming van de Vlaamse overheid om een verlies te boeken van een kleine zes miljoen euro. Mits wat creatief boekhouden werd dat verlies verminderd tot 2.5 miljoen euro: we merken namelijk op dat men de reserves op de balans heeft aangesproken. Foei! Als verklaring van dit verlies haalde men onvoorziene kosten aan, zoals de aankoop van de uitzendrechten en de daaraan verbonden kosten van de Olympische Spelen, het EK voetbal en de gemeenteraadsverkiezingen. Over spilzucht werd uiteraard met geen woord gerept. Pikant detail is dat de VRT-dotatie dat jaar met maar liefst 18 miljoen euro werd verhoogd. Wat hier duidelijk wordt, is dat de VRT allesbehalve een efficiënt bedrijf is, jaarlijks blijft het de verliezen opstapelen, ondanks het feit dat de inkomsten worden verhoogd. Omdat het een overheidsgefinancierde onderneming is, kan de VRT in theorie even

actief blijven in deze markt, ook als de schuld alsmaar blijft toenemen. Dat is telkens een slag in het gezicht van de commerciële zenders. Zij moeten hun budget financieren met privaat geïnvesteerd kapitaal en moeten daar op een zo zuinig mogelijke manier mee omspringen, anders zijn ze gedoemd te falen. Hier is duidelijk een onevenwicht tussen mogelijkheden om marktaandeel te veroveren. In de commerciële sector neemt men beslissingen om kijkers aan te trekken, met het risico op een zwaar verlies als men daar niet in slaagt. Bij de openbare omroep worden mislukkingen doodleuk toegedekt met een verhoogde dotatie. Op één mei vorig jaar lanceerde de VRT haar derde tv-kanaal: OP12. Het idee achter deze zender was om een volwaardig jongerenaanbod te voorzien. Dit is een ware drogreden. Zoals algemeen bekend, moet elke minister een stempel drukken op zijn/haar beleid, zo deed ook de bevoegde minister van Media (en nog een dozijn andere goedbetaalde bevoegdheden) Ingrid Lieten dat. Het mag duidelijk zijn dat dit louter een prestigeproject is. Uit een voorafgaande marktstudie bleek dat de minderjarige Vlamingen allesbehalve zaten te wachten op een volwaardig kanaal. Negen maanden nadat OP12 in de ether is gegaan, wordt duidelijk dat de kijkcijfers een ware ramp zijn. De verklaring daarvoor ligt volgens de minister bij de vaststelling dat de zender nog moet groeien en dat ‘men nog wat moet experimenteren’. Los daarvan stel ik mij vragen bij de professionele voorbereiding en uitwerking van dit project, als men nu, lang na de lancering ervan, nog boetseerwerk voor de boeg heeft. Het is duidelijk dat de VRT met dit prestigeproject ook een poging heeft ondernomen om de jonge kijkers van de commerciële zenders weg te plukken, en aldus met een grote politieke macht nog meer marktaandeel te veroveren, ook al was dit volledig overbodig. De lancering van OP12 was een ontzettend kostelijke zaak, waarvoor de belastingbetaler moet opdraaien.

-27-


Recent verkondigde diezelfde Ingrid Lieten informatie te voorzien. Het is dan ook een dat de innovatieve reclame die men op ongeschreven wet dat de aangeboden VIER lanceerde, strijdig is met het informatie objectief en neutraal moet zijn. Mediadecreet, dat moet voldoen aan enkele Op het eerste zicht lijkt de VRT deze taak Europese richtlijnen. Deze opgeleukte uitstekend te vervullen, maar bij nadere reclameblokken moesten worden aangepast observatie blijkt niets minder waar te zijn. op straffe van zeer hoge boetes. Toch konden veel kijkers deze reclame wel Uit wetenschappelijke studies is gebleken smaken. Aangezien de VRT zelf geen dan ongeveer 80% van de VRT-journalisten reclame uitzendt, speelde dit een linkse tot extreemlinkse overtuiging overheidsingrijpen hen wel in de kaart. hebben. Met ongeveer 20% van de Vlaamse Daarmee heb ik het niet over een bevolking die deze opvatting deelt, is er moedwillig ingrijpen van de minister (uit duidelijk een asymmetrie tussen het angst om marktaandeel te verliezen), maar politieke spectrum van VRT-journalisten het spreekt voor zich dat leukere reclame enerzijds, en de Vlamingen die informatie wel positief correleert met kijkcijfers. van hen verkrijgen anderzijds. Merk hierbij Indirect was dit dus een marktverstorend wel op dat dit gepaard gaat met de ingrijpen. Ironisch veronderstelling dat Bovendien is de VRT een genoeg is Ingrid Lieten subjectief marionet van de Vlaamse reporters minister van Media én schrijven. Ik beweer overheid: het is een Innovatie. Een dit niet, maar het medium voor interpretatie van de zou een leugen zijn prestigeprojecten, een combinatie van deze om te spreken van kanaal van censuur en een twee bevoegdheden objectieve instrument voor was intellectueel journalistiek. In dit indoctrinatie. wellicht te hoog beroep kan men De markt overlaten aan gegrepen. zelden een commerciële zenders zou Vorig jaar nog klaagden persoonlijke concurrentie creëren, met de regionale omroepen pogen te een stijgende kwaliteit en ondertoon de reclamepraktijken vermijden, tenzij lagere belastingen tot van de VRT aan. WTV, men aan korte gevolg. Focus en AVS vonden berichtgeving doet dat de openbare omroep te intensief (bijvoorbeeld auto-ongevallen, financiële probeerde om regionale adverteerders te cijfers, ...). overtuigen om reclamecampagnes te Met andere woorden: door een bestellen tijdens de regionale ontkoppeling oververtegenwoordiging van journalisten uit van Radio 2. het linkse spectrum wordt elke burger op De VRT bezit dus met name een de één of andere manier blootgesteld aan concurrentieel voordeel, omdat het geen meer linkse berichtgeving dan hij zelf wenst. gebruik maakt van storende Het is bovendien zeer fijn om de reclameblokken. Bovenal verhindert ze de beheersovereenkomst van 2011 inhoudelijk commerciële zenders om stijgende te analyseren: kijkcijfers te boeken, door meer gesmaakte “De VRT brengt maatschappelijke reclame wettelijk onmogelijk te maken. Als uitdagingen zoals klimaatverandering, kers op de taart tracht men potentiële biodiversiteit en milieu onder de aandacht adverteerders af te snoepen van andere met haar programma-aanbod en zenders. sensibiliseert op die manier de bevolking. De VRT draagt met haar programmaGekleurde informatie aanbod eveneens bij tot de bewustmaking inzake de vermaatschappelijking van de Eén van de kerntaken van een openbare zorg, de implicaties van de vergrijzing en omroep is uiteraard om de burger van het proces van zorgvernieuwing. (...)” Veel

-28-


sporen van rechtse thema's zijn hier niet in terug te vinden. Impliciet bekent de openbare omroep met deze beheersovereenkomst dat het aan groenlinks activisme doet. Opnieuw wordt er, hetzij indirect, een deuk gegeven aan de politiek-neutrale grondslag van openbare berichtgeving. Rond het jaar 2007 was het algemeen bekend dat de traditionele partijen een heilige schrik hadden, en nog steeds hebben, van het groeiende succes van N-VA en Vlaams Belang. In de aanloop naar de federale verkiezingen deden de traditionele partijen toen een poging om de publieke zendtijd, waar deze opkomende partijen recht op hadden, drastisch te verminderen. Om het Vlaams Belang monddood te maken, had men bij de VRT het ingenieuze plan bedacht om een kandidaatpremiersdebat te organiseren. Door het cordon sanitaire was het vrij voorspelbaar dat de toenmalige prominenten van het VB, Frank Vanhecke en Filip Dewinter, geen uitnodiging zouden ontvangen. Het valt niet bepaald een toonbeeld van veel democratische vertegenwoordiging te noemen, in een politiek debat op de openbare omroep. Ook een sterk staaltje van censuur was de weigering van zendtijd voor N-VA, in diezelfde periode. De openbare omroep oordeelde, toevallig in overeenstemming met het bureau van het Vlaams Parlement, dat de politieke zendtijd plotseling werd toegekend per kartel en niet per fractie, hoewel dit in strijd was met het Mediadecreet (N-VA vormde in die tijd nog een kartel met CD&V). In kort geding kreeg N-VA gelijk van de rechter. Het verhaal kreeg een ironische afloop toen N-VA’er Geert Bourgeois kort daarna Vlaams minister van Media werd. Het is duidelijk dat de VRT de speelbal is van de traditionele partijen, met als enige doel het verzekeren van hun eigen belangen. Men kan de electorale bedreigingen van de televisie wegfilteren, door de openbare omroep te manipuleren met een aanzienlijke politieke macht.

Het is ook zeer nuttig om ons vragen te stellen bij de informatieve taak van de openbare omroep. De burger heeft recht op informatie. Hoeft dit gebracht te worden door de overheid? De hedendaagse berichtgeving is een publiek goed, maar zou de objectiviteit in het gedrang komen of zou er kwaliteitsverlies optreden als dit privaat werd gemaakt? Als ik de vergelijking maak tussen 'Het Journaal' van één en 'Het Nieuws' van VTM merk ik zeer weinig verschil. Op empirische wijze wordt zo duidelijk dat we niet plotseling slechtere berichtgeving krijgen als de informatieve taak wordt toegekend aan commerciële spelers. Integendeel, er zal veel meer concurrentie optreden in de markt, omdat 60 procent ervan wordt vrijgemaakt voor andere zenders. Dit kan de kwaliteit enkel ten goede komen. Dit brengt natuurlijk het spook van subjectieve berichtgeving met zich mee, zoals bij Fox in de VSA, dat duidelijk republikeins geïnspireerd én gefinancierd is. Maar vandaag krijgen we evenmin objectieve informatie voorgeschoteld van de openbare omroep, zoals ik hierboven aanhaalde. Een oplossing om subjectieve informatie te voorkomen bestaat niet, dus zie ik er geen graten in om de informatieve taak uit te besteden aan de privésector. Zeer storend is het overigens dat men aan het einde van het laatavondjournaal telkens een stukje cultuur aan de man brengt. Helaas gaat het vaak om een overgesubsidieerd evenementje, waarbij ikzelf een portie paddenstoelen met hallucinogeen effect zou moeten opeten alvorens ik er plezier aan zou beleven. De enige informatieve bruikbaarheid zit hem in de nutteloze besteding van de door u en ik betaalde belastingcenten. De sociale betekenis is te onbeduidend om het zwart op wit uit te drukken. Bovendien biedt de VRT tal van diensten aan die we op zijn minst merkwaardig kunnen noemen. Zo zendt Sporza quasi het volledige aanbod aan topsport uit. Een beduidend maatschappelijk nut heeft dit niet. De ene na de andere quiz, waarin men schitterende geldprijzen weggeeft,

-29-


verschijnt op het scherm en wordt uiteindelijk door de man in de straat betaald. Men kan dit misschien verbloemen onder het mom van de zogenaamde herverdelingstaak van de overheid. Duizenden voorbeelden kunnen volgen, maar als we elk televisieprogramma analyseren (behalve de duidingsmagazines), kunnen we slechts concluderen dat het niet correct aanvoelt. Er valt geen enkel tegenargument te bedenken om dit niet over te laten aan de commerciële zenders. Maar net omdat zij tegen een reus moeten opboksen, kunnen ze dit maar in mindere mate of zelfs niet aanbieden. Hoe moet het nu verder? De VRT links laten liggen kan een oplossing bieden voor het maatschappelijk bedrog dat de overheid ons al 83 jaar voorschotelt. De commerciële sector wordt volledig uit de markt weggeduwd, aangezien de openbare omroep meer middelen ter beschikking krijgt en alles in het werk kan stellen om haar monopoliepositie te handhaven en zelfs te vergroten. Zonder franjes is het niet meer dan een geldverkwistend en zeer inefficiënt apparaat. Door de dotaties te

blijven verhogen, wekt men evenmin de indruk deze probleemsituatie enigszins te willen bijsturen. Bovendien is de VRT een marionet van de Vlaamse overheid: het is een medium voor prestigeprojecten, een kanaal van censuur en een instrument voor indoctrinatie. De markt overlaten aan commerciële zenders zou concurrentie creëren, met een stijgende kwaliteit en lagere belastingen tot gevolg. Jammer genoeg is quasi elke Vlaming opgegroeid met de publieke omroep, waardoor een paradigmaverschuiving van de massa zeer moeilijk te verwezenlijken valt. Ik kan slechts blijven roepen in de woestijn. Ik ben geen voorstander van indoctrinatie. Dat laat ik aan de grote staatszender over, want het is één van de weinige vaardigheden waarin ze tot de besten van de klas behoort.

-30-

Filip q c r e l C e D Politiek secretaris


De BRIC-landen: een relatie tussen politiek beleid en de opkomst van de voetbalsport

B

RIC, oftewel Brazilië, Rusland, India en China. Het was Goldman Sachs die deze term voor het eerst gebruikte, gericht op vier landen met een enorm economisch potentieel, die zich zeer snel ontwikkelen en tegen 2050 de huidige rijkste landen ter wereld zouden hebben ingehaald. Deze nieuwe wonderlanden kennen een jaarlijkse groei die ver boven het globale gemiddelde uitstijgt, en de plaatselijke bedrijven en miljonairs klimmen pijlsnel op in de Forbes-lijsten. Die bloeiende economie weerspiegelt zich ook in een florerende voetbalcompetitie, al zal het daar niet tot 2050 duren om tot de top te behoren. De omwenteling is nu al ingezet. In dit artikel nemen we de groei van het Russiche voetbal onder de loep. In de oude Sovjettijden hadden de ‘staatsclubs’ (de Dynamo-clubs) enorme voordelen tegenover de rest, waardoor er van competitie weinig sprake was. Toeval was dat niet: het Dynamo-project was het fysieke opleidingsprogramma voor politieagenten doorheen de hele SovjetUnie. Enige concurrentie kwam van de Moskovietse ploegen, die steun kregen vanuit het Kremlin: CSKA Moskou (ontstaan uit het Russische leger), Lokomotiv Moskou (ontstaan uit de nationale spoorwegen) en Spartak Moskou (ontstaan uit de grootste vakbond). Het inmiddels grote Zenit SintPetersburg was niet meer dan een regionale club van de toenmalige Lomo-staalfabriek in Leningrad.

Perestrojka voetbal

en

Glasnost

verdringen

Samen met het afbrokkelen van de USSR en het communisme, zagen ook de tot dan toe grote ploegen hun greep op de competitie wegvloeien. De jaren ’80 schetsen het perfecte voorbeeld. De ‘idee’ Sovjet-Unie liep op zijn laatste benen, presidenten volgden elkaar in sneltempo op en de economie raakte in verval. Ook de Dynamo-ploegen kregen meer weerstand. Het Russische staatsgeld vloeide niet meer integraal richting het Dynamo-project. Het voetbal verdween enige tijd naar de achtergrond. Presidenten Gorbatsjov en Jeltsin moesten de wankele Sovjetrestanten slopen en de weg plaveien voor het moderne Rusland. Deze periode kennen we als de Perestrojka en Glasnost. Voetbal was daarbij geen prioriteit.

-31-


De economische motor moest opnieuw aanslaan, de werkloosheid moest dalen en de verouderde infrastructuur moest worden aangepakt. Eenmaal die klus was geklaard, kon opvolger Poetin bouwen aan de toekomst van het land. Gezondheid stond centraal in Poetins beleid. De paringsdans voetbalclub

tussen

oligarch

en

Poetin overtuigde de grote Russische bedrijven, die ontstaan waren uit de puinhoop van de staatsbedrijven uit de Sovjet-Unie, om te investeren in het voetbal. Russische investeerders konden deze staatsbedrijven goedkoop verkrijgen, na enkele jaren werden ze superrijk. De Russische oligarchen waren geboren. Het zijn die mensen die vandaag het Russische voetbal nog steeds voorzien van kapitaal. Geld in voetbal investeren levert bedrijven een goed imago op. Het door de overheid gecontroleerde Gazprom kocht voor Zenit Sint-Petersburg een sterrenelftal dat de UEFA-cup kon winnen, een klus die Chelsea-eigenaar Abramovich voordien al had geklaard door CSKA Moskou financieel te sponsoren, via zijn bedrijf Sibneft. Voetbalclub als onafhankelijkheid

wapen

voor

In de voorbije jaren is er een tweede generatie van kapitaalkrachtige Russische clubs opgekomen: clubs die eigendom zijn van deelstaten en die moeten dienen als marketingproduct voor de regio. Het moderne Rusland kampt immers met een stijgend aantal opstandige deelstaten die ijveren voor meer onafhankelijkheid, los

van het Kremlin. Een sterke lokale voetbalgemeenschap moet die onafhankelijkheid benadrukken. In de huidige competitie zien we daarvan drie voorbeelden. Rubin Kazan werd het uithangbord van Tatarstan, Terek Grozny vertegenwoordigt Tsjetsjenië. Het laatste megalomane imagoproject komt uit Dagestan en heet Anzhi Makhachkala,. Zowel regio als voetbalclub rekenen op de steenrijke zakenman/goudbaron/filantroop Suleiman Kerimov. ‘Image building’ kost handenvol geld. Daar is in Rusland zeker geen gebrek aan. Het aantal stijgende, kapitaalkrachtige clubs weerspiegelt zich ook in de transferuitgaven. Het kapitaal haalt steeds grotere sterren naar Rusland: Hulk, Eto’o en Boussoufa zijn maar enkele voorbeelden van namen die bij een Russische club op de loonlijst staan. Met de hulp van de overheid Een ander argument voor Russische clubs om zoveel uit te geven aan spelers, is de financiële aanvoer van overheden. Geen enkele grote Russische club heeft een eigen stadion. Zo delen Spartak en CSKA Moskou het Luzhniki Stadium, een voetbaltempel met bijna 80.000 zitplaatsen. Zenit SintPetersburgs’ nieuwe stadion met 70.000 plaatsen is het resultaat van een huwelijk tussen de stad en hoofdsponsor Gazprom. Dat genereert een bepaalde onzekerheid voor de clubs, maar brengt ook met zich mee dat zij nauwelijks onderhoudskosten hebben of leningen moeten aangaan om de bouw van een stadion te bekostigen. De Russische overheid draagt ook bij op het vlak van jeugdwerking. Samen met Chelsea-

-32-


eigenaar Abramovich investeert het in ‘The National Academy of Football’, een organisatie die sportprogramma’s organiseert, voetbalvelden aanlegt en oude sportinfrastructuur renoveert. In de academie moeten nieuwe toptalenten, zoals Alan Dzagoev van CSKA Moskou, rijpen.

fans die bananen richting Roberto Carlos wierpen, nooit vervolgd. Een ander nadeel dat ingebakken zit in de cultuur is – zonder te beledigen – corruptie. Russische transfers, contracten en wedstrijden worden nog al te vaak onder tafel geregeld. Duel Moskou en Kaukasus

Nadelen? De sterker wordende competitie zorgt voor Zijn er dan geen nadelen aan de Russische een dualiteit tussen het vanouds competitie, die bijvoorbeeld de groei Moskovietse machtsblok en de recenter kunnen afremmen? Toch wel, de afstand opkomende Kaukasusclubs. De clubs uit tussen de clubs is zo Moskou kijken met Poetin overtuigde de grote groot dat spelers naar Russische bedrijven, die ontstaan afkeer meerdere dagen per imagoprojecten als waren uit de puinhoop van de week het vliegtuig staatsbedrijven uit de Sovjet-Unie, Anzhi en Terek uit de moeten nemen. Kaukasus, omdat ze om te investeren in het voetbal. Sommige Russische de macht van Moskou Russische investeerders konden clubs liggen meer dan en bijbehorend het deze staatsbedrijven goedkoop 3000 km uit elkaar. verkrijgen, na enkele jaren werden Kremlin ondermijnen. Naast de praktische Het voetbal is een ze superrijk. De Russische beslommeringen voor politieke strijd oligarchen waren geboren. spelers, is dat vooral geworden tussen het een nadeel voor de Russische supporter, die ‘echte’ Rusland en de opstandige deelstaten met zijn gemiddeld inkomen deze reis niet als Dagestan en Tsjetsjenië, waarbij het kan bekostigen. Gevolg? Geen volledig dreigende nationalisme een onrustige en gevulde stadions, wat voor een aanzienlijk onveilige sfeer binnen het Russische voetbal inkomstenverlies zorgt. creëert Vandaag vormt de Russische competitie een Niet dat de clubs zich moeten bekommeren bron van ergernis voor vele Europese om geld, want de clubkas wordt gespijsd supporters, maar moet ze meer dan ooit in met overheids- of sponsorgeld. Maar ook de gaten worden gehouden. Steeds grotere daar wringt soms het schoentje. Een ploeg namen trekken richting Rusland, voor als FK Moskou was net aan een opmars steeds meer geld. Het land heeft het bezig, toen in 2009 de hoofdsponsor zich potentieel om tot de top vijf van Europese plots terugtrok. Weg geld, weg club. Het competities te behoren. Om dat doel te team moest degraderen naar de laagste bereiken, zal het wel zijn gebreken moeten Russische divisie. Andere eersteklassers die wegwerken en het ietwat negatieve imago eenzelfde lot ondergingen tijdens de moeten oppoetsen. Benieuwd of het tegen voorbije twee jaar zijn Saturn Ramenskoe 2018 allemaal lukt, want dan is het het en Torpedo Moskou. Ondanks de grote gastland voor het WK. Op dat moment zal rijkdom blijft het voortbestaan van een Rusland moeten tonen hoe het is gegroeid Russische club onzeker. in de voetbalwereld. Verder zijn er ook dieperliggende problemen. De Russische maatschappij kampt al jaren met xenofobie, vreemdelingenhaat en verwoed nationalisme. Ook in het voetbal zit dat ingebakken. Zware misdrijven worden er nauwelijks bestraft. Zo werden de Zenit-

-33-

Gre gory neer e t y u h c Des Ondervoorzitter


Interview met Johan Van Overtveldt door LVSV-nationaal - 3 oktober 2012 Om te starten, een passende inleidende vraag: bent u het nog niet beu dat LVSV’ers maar steeds aan uw deur komen kloppen? Neen, totaal niet. Het is een zeer dankbaar publiek. Wanneer je er gaat spreken voel je steeds een grote aandacht voor wat je zegt, en dat blijkt ook uit de verstandige vragen nadien, bovendien zijn het dan nog eens jonge mensen. Eén van de grote zaken die we vandaag missen is engagement, dat is er in jullie organisatie net wel. Ik denk dat ik trouwens nog nooit, wat ik geregeld met andere dingen doe, een uitnodiging van het LVSV heb afgeslagen. Jo De Tavernier vroeg me om voor zijn recent verschenen boek, ‘Mijn Amerika’, enkele bedenkingen te geven bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ik was onlangs nog in de Verenigde Staten en één van de zaken die ik in het boek aanhaalde, is dat de discussie er op een andere manier wordt gevoerd. Er wordt veel minder inhoudelijk gediscussieerd en veel meer om de

persoon. Men moet veel meer durven praten over de echte relevante problemen, zodat een maatschappelijk debat op gang komt. het LVSV doet dat zeer goed. Het is duidelijk waar jullie voor staan. Los van jullie studentikoze activiteiten - want maak me niets wijs, ik ben ook student geweest – draait de discussie steeds om inhoud. Jullie hebben verbazend goede argumenten, zeker gezien jullie leeftijd. Dit inhoudelijke aspect mis ik vaak in onze samenleving. Had Milton Friedman veel politieke invloed? U schreef in uw recentste boek, toen Milton Friedman raadgever was van president Nixon: 'Een breedlachende Nixon schudde Friedman de hand, bedankte hem voor zijn komst, en voegde eraan toe: 'Wat die loon- en prijscontroles betreft, neem dat George niet kwalijk'. De uitdrukking op het gezicht van Friedman verstarde onmiddellijk en met luide stem sneerde hij: 'Ik verwijt

-34-


George niks inzake loonen prijscontroles, ik verwijt u die miskleun.' Daarnaast was Friedman ook raadgever van Ronald Reagan, de man die onder andere bekend stond voor grote begrotingstekorten en als gevolg een stijgende staatsschuld.

Ik denk dat Milton Friedman vooral op intellectueel vlak invloed heeft gehad. Om die reden had hij dan ook een indirecte invloed op de politiek. Die was trouwens bijzonder groot, ook buiten de Verenigde Staten. In de hedendaagse politiek is hij in mindere mate aanwezig. Zijn directe invloed op de Reagans, ‘Bushes’ of Thatchers van deze wereld was relatief klein. Het is een beetje vergelijkbaar met Hayek, qua invloedsfeer zijn er vrij veel beleidsmakers die invloed ondervonden van Friedman, onder meer omdat hij als één van de weinigen erin slaagde om complexe situaties op een relatief eenvoudige en toch nog correcte manier te borstelen.

verdrinken, sterven in aardbevingen, .... Wat zij over Friedman schrijft, kan je net zo goed over Krugman schrijven. Het is dus beneden alle peil. Ik kan van de zachtaardigheid van Friedman getuigen, ik was er namelijk bij toen hij ondersteboven was van de gevolgen van de orkaan. Zoals Klein compleet gekke theorieën uitvinden en Friedman er onterecht van beschuldigen dat hij zou kicken op menselijke drama's, opdat het model waar hij voorstander van is zou kunnen worden toegepast, is werkelijk van de pot gerukt. Het is zelfs een schande dat we erover praten. Ik vind dat werkelijk waanzinnig. In ‘Red de vrije markt’ vraagt u zich af hoe Friedman op de aantijgingen ten aanzien van zijn theorieën zou reageren. Voornamelijk uit linkse hoek komt de kritiek dat de theorieën van Friedman de perfecte voedingsbodem waren voor de recente financiële crisis. In uw boek volgt niet echt een concreet antwoord hierop?

Naomi Klein beschuldigde Friedman van bepaalde wantoestanden in deze wereld. Vindt u dat correct?

Omdat de man het niet meer heeft meegemaakt. Hij heeft bijvoorbeeld steeds halsstarrig het concept verdedigd van de monetary rule. Je bekijkt hoeveel de reële Zoals ik in mijn boek beschreef, heb ik groei is van je economie, je laat er een Friedman ontmoet de dag nadat orkaan kleine marge op toe en dan laat je de Katrina passeerde. Wat Klein schreef over geldhoeveelheid groeien met vier of vijf Friedman als zijnde procent. Op latere "Keynes heeft zijn General een oorzaak van de leeftijd heeft hij Theory geschreven op een verwoestende volmondig toegegeven moment dat de overheidsschuld dat natuurramp, vind ik die op de mensonterend. Ik een fractie was van wat ze nu is. geldhoeveelheid Hij schreef in 1937 al een vrij vind haar een gebaseerde regel grote column in The Times absolute nulliteit. Als allicht achterhaald waarin hij erop wees dat men je deze man op een was. Hij werd hoe moest stoppen met het dergelijke manier langer hoe meer aanpakt, dan ben je stimuleringsbeleid, met als reden voorstander van een dat de overheidsschuld te hoog regel à la Taylor, waar het papier niet dreigde op te lopen." waard waar je men de rente laat letters op fluctueren in functie geschreven staan. Ik ben het vandaag van het verschil tussen het inflatieobjectief totaal oneens met Paul Krugman, maar er is en de effectieve en verwachte inflatie, geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt eventueel in combinatie met de groei, al om Krugman aan te vallen als een man die was hij daar minder voorstander van. De er genoegen in schept dat er mensen man had zeker een ideologie, maar was

-35-


daar absoluut niet overdreven halsstarrig in. Ik kan me niet inbeelden, al is mijn mening hierover speculatief, dat hij het ganse probleem van moral hazard met de banken niet onder ogen zou hebben gezien, waarbij niet-marktconfrom gedrag wordt veroorzaakt, door het besef van de ‘too big to fail’. Friedman zou naar alle waarschijnlijkheid gekeken hebben naar alternatieve verklaringen voor de uitbreiding van de economische crisis. Welke, daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur steken. Ik kende Friedman tot vlak voor zijn dood. Tot op het laatste moment bleek hij die ongelofelijke intellectuele finesse te bezitten. Indien hij de recente crisis nog zou hebben meegemaakt, zou hij allicht hebben ingezien dat er een structureel probleem in het markteconomisch gebeuren ingebouwd zat. Dit heeft hij misschien onderschat, maar toch zou zijn oplossing wederom in de marktwerking liggen. Nogmaals, ik probeer te gissen, de man kan het jammer genoeg niet meer zelf vertellen. U hebt in een van uw recensies het boek 'End this depression now!' van Paul Krugman zeer negatief beoordeeld. Om hier verder op in te gaan: in welke zin verloochent Krugman de theorie van Keynes? Keynes heeft zijn General Theory geschreven op een moment dat de overheidsschuld een fractie was van wat ze nu is. Hij schreef in 1937 al een vrij grote column in The Times waarin hij erop wees dat men moest stoppen met het stimuleringsbeleid, met als reden dat de overheidsschuld te hoog dreigde op te lopen. Ik durf geen exacte percentages te noemen, maar ik schat dat de overheidsschuld van de meeste landen in de Westerse wereld toen 40 of 50 percent van het BBP was. Krugman negeert het gegeven van de overheidsschuld. Zijn theorie komt steeds op hetzelfde neer: deficits, deficits en deficits. Rekening houdend met het niveau van de hedendaagse overheidsschuld, zal dit allicht

contraproductief werken, zeker omdat er zoveel neveneffecten zijn die de initiële positief veronderstelde impact op bijvoorbeeld de consumptie en investeringen teniet doen, misschien zelfs compleet overwoekeren en uiteindelijk het resultaat nog negatiever maken. Een te sterk verdringings- en verwachtingseffect werkt dit in de hand. Gezien de vooruitzichten gaat men in plaats van meer uit te geven meer sparen, omdat het reëel beschikbaar inkomen in de toekomst heel wat minder zal zijn dan het vandaag is. Krugman wuift deze fenomenen redelijk simplistisch weg. Bovendien onderschat hij ook de mate waarin overheidsuitgaven onderhevig zijn aan inefficiënties. Ik druk het nog redelijk beleefd uit, ik wil het woord 'corruptie' niet in de mond nemen, maar in feite gaat het vaak daar om. Met andere woorden: een public choiceprobleem.

Ondermeer. Ik denk dat het ook een probleem is van macro-economie. Als je de macro-economische formule Y=NX+G+I+C neerschrijft en je redeneert: in de C (consumptie) gaan we een verhoging van overheidsuitgaven proberen. Wanneer men een injectie doet via een vermindering van de overheidsinkomsten zodat een deficit groeit, een belastingverlaging dus, dan is de vraag wat er met die belastingverlaging gebeurt. Wordt deze gespaard? Wordt ze gespendeerd? Zo ja, aan wat? Je hebt dan nog eens een lek naar het buitenland, zeker als een land heel wat competitiviteitsnadelen heeft opgebouwd. Zoals in Frankrijk in de jaren '80? Inderdaad, er zijn heel veel parallellen tussen het beleid van Hollande en dat van Mitterand, behalve dit. Ik denk dat ze die les wel hebben geleerd. Als je als enig groot land in Europa een dergelijk beleid voert, is dat toch hetzelfde als met een bazooka door je eigen hoofd schieten?

-36-


Kunnen we het in dit geval dan als een voordeel beschouwen dat er nu een Europese Centrale Bank is? Anderzijds heb je nu veel minder de mogelijkheid om dat monetaire beleid te sturen. Stel dat Frankrijk nu zijn eigen centrale bank had en ze, zoals vroeger, politiek kon be誰nvloeden. De gevolgen zouden toch veel erger zijn geweest? Kan het niet als een voordeel worden beschouwd dat de ECB een onafhankelijker beleid voert? Ik denk dat het duidelijk is dat Frankrijk ongelimiteerde interventies wil van de ECB op de obligatiemarkten. In welke zin vindt u het opkopen van overheidsobligaties op de secundaire markten door de ECB geen monetaire financiering? Als je geen compenserende sterilisaties uitvoert, is het altijd monetaire financiering, of het nu primair of secundair is. Het heeft

min of meer hetzelfde effect. Ik stel vast dat meneer Draghi, naar aanleiding van zes september, duidelijk heeft gezegd dat ze inderdaad op de secundaire markt van plan waren sterilisatieoperaties uit te voeren. Het is net zo goed monetaire financiering als je LTRO's aan banken geeft, die dan op hun beurt overheidsschuld opkopen. Waarom is er dan nog geen massale inflatie? Omdat er momenteel dagelijks meer dan duizend miljard bankreserves bij de ECB worden gezet, en vooral omdat de banken geen vertrouwen hebben in elkaar, waardoor de interbankenmarkt totaal niet naar behoren functioneert. Anderzijds is er natuurlijk een grote terughoudendheid vanwege de banken om, in de huidige conjuncturele omstandigheden, uitvoerig aan kredietverlening te doen. Daarbij komt nog dat er rekening moet worden gehouden met de Basel-normen. Je kunt op twee manieren een kapitaalratio van 8% halen als je ze vandaag niet haalt: je kan je kapitaal verhogen, maar je kan evengoed je balans inkrimpen en zo met een beperkt kapitaal toch aan 8% komen ten opzichte van een gereduceerd balanstotaal. Wat dan moet je kredietverlening? Dat is de trillion

-37-


dollar discusion. Zijn de banken nu meer of minder krediet aan het verlenen? Het is mijns inziens minder zichtbaar door allerhande cijfermatige effecten. Dat er een verminderde kredietstroom van de banken naar de private sector, consumenten of producenten is, lijkt me vrij duidelijk. We laten onze vierde hoofdvraag hierop aansluiten: Fed-voorzitter Bernanke kondigt een nieuw stimuluspakket aan: QE3 (Quantative Easing 3) genaamd. Mario Draghi laat de bazooka in werking treden en hij verlaagt ook de rentevoet. Toch zien we de economie niet spectaculair groeien en is er een lage geldvraag. Kunnen de eurozone en de Verenigde Staten, net zoals Japan, in een liquidity trap terechtkomen? De enige manier om daar uit te geraken zijn overheidsbestedingen. Zouden de aanhangers van Keynes en Stiglitz dan toch gelijk kunnen hebben? We zitten momenteel in die liquidity trap. Laten we het even historisch bekijken. Wat Bernanke en de ECB in de herfst van 2008 hebben gedaan, was fantastisch. Dit heeft belet dat we in een extreme situatie, zoals in de jaren ’30, zijn terechtgekomen. De val van Lehman Brothers creëerde slechts een versnelling in het wegvallen van het vertrouwen. De crisis zelf zat veel dieper, bijvoorbeeld op de markt van het commercial paper. Dit is de markt waarop de bedrijven in de VS zich in grote mate financieren. U moet weten dat het ophalen van kapitaal in de Verenigde Staten voor 80 procent op de markt gebeurt en voor 20 procent bij de banken. Hier is het net andersom. Zelfs een relatief klein bedrijf kan in de Verenigde Staten naar een broker gaan en een aanvraag indienen voor meer investeringen. Die markt hield in september 2008 letterlijk op te bestaan. Er was simpelweg geen interesse meer. Zelfs voor de Microsofts en Coca Cola’s van deze wereld was er een groot probleem. Indien de Federal Reserve op dat moment had

gezegd 'monetair beleid = prijsstabiliteit, that's it', dan hadden we dus een echte ramp beleefd. Alle bedrijven, klein of groot, hadden de gelden die ze normaliter op deze markten financieren in lucht zien verdampen. Je krijgt dan een uitzinnige Tsunami aan faillissementen uit de VS, en vandaar natuurlijk opnieuw een Tsunami naar andere landen. Bernanke heeft dit voorkomen. De ECB heeft daar ook flink in meegespeeld. Deze beleidsmakers hebben in feite een implosie van het systeem voorkomen. Nadien is men beginnen interveniëren. De Federal Reserve wilde de economie terug op de rails zetten. De ECB trachtte om de eurozone te behouden, wat dus iets totaal anders is dan de reden waarvoor men massaal intervenieerde in het midden van 2008. Het is evident dat je met monetaire stimulus de economie even aan de praat kunt krijgen, maar als je het enkel daarmee moet doen, lukt dit niet, tenzij je met almaar grotere dosissen van monetaire stimuli komt. Het is een vorm van verslaving. Wat de overheden en de ECB in 2008 hebben gedaan, was wenselijk en valt zeker te verdedigen. Wat men daarna heeft gedaan, is eigenlijk de economie kapotgemaakt door geen rekening te houden met zogenaamde unintended consequences. Het beleid jaagt de wisselkoersen van groeilanden omhoog, zodat zij in de problemen komen. Allerhande speculatieve bubbles steken de kop op, maar vroeg of laat barsten die en zorgen ze voor nieuwe problemen. You kick the can down the road. Gezien we volgens u te maken hebben met een liquiditeitsval, en er theoretisch wordt aangenomen dat meer overheidsbestedingen de enige manier is om daar uit te geraken, bent u dan geneigd om daar voor te pleiten? Neen, ik pleit voor een beleid dat tot een massief herstel van vertrouwen zou leiden. Het lijkt me waanzinnig mocht iedereen plots gigantische korte termijnbesparingen doorvoeren, zo krijg je

-38-


een Griekse situatie. We hebben heel dringend nood aan geloofwaardige beleidsplannen. Hierin moet een grondige, structurele sanering van de publieke financiën uitgetekend worden, dat binnen een redelijke termijn kan worden volbracht. We moeten er zo snel mogelijk mee beginnen. Rekening houdend met enkele uitgaven die al op tafel liggen, zoals onderwijs, moeten we toch enkele wijzigingen doorvoeren, zoals een daling van de parafiscale lasten en bijv. een belastingverlaging naar 20%, gepaard gaand met het schrappen van alle aftrekposten in de sociale lasten. Dit moet gespreid gebeuren. Dan pas heb je vertrouwen van iedereen. De ondernemers weten niet waar ze zullen uitkomen met de fiscaliteit in ons land. Daar moet iets aan veranderen. U beschreef in uw jongste artikel in Trends enerzijds de mogelijke oorzaken van een lage economische groei, en anderzijds de oplossingen. Gelooft u in een beleid van efficiënte maatregelen van de Belgische of de Vlaamse regering om innovatie en technologische vernieuwing te bevorderen? Of bent u eerder voorstander van een versoepeling van het klimaat om privaat investeren in innovatie en technologie op te wekken?

De tweede optie geniet zonder meer mijn voorkeur. De geschiedenis, zowel in België als in andere landen, leert ons dat wanneer je innovatie overlaat aan de overheid, dit gedoemd is om te mislukken. De redenen daarvoor zijn eenvoudig: ten eerste is de overheid daar niet voor uitgerust en bezit ze onvoldoende kennis om dat op een gefundeerde manier te doen. Ten tweede is de politieke besluitvorming voor een groot stuk ingegeven door politieke overwegingen en electoraal gewin. Dat is niet efficiënt en vooral te traag. Innovatie kan niet voortkomen uit inefficiëntie en traagheid. Ik ben een rabiaat voorstander van democratie, maar als kanttekening wens ik

toch het gedrag van politici erbij te plaatsen. Zij wensen eerder continuïteit van hun job of mogelijk het verwerven van een andere job. Als ik wat wil overdrijven zeg ik: als politici het algemeen belang dienen, is het in feite bijna toeval. Uiteraard is dit kort door de bocht en overdreven, maar laat het alstublieft niet aan de politiek over om op het laatste moment te beslissen over een bepaalde investering of sectoren te stimuleren. Dit lijkt me echt de verkeerde optie. Creëer een kader. Zeer belangrijk in België is ook dat er voor rechtszekerheid wordt gezorgd, opdat mensen die vandaag beslissen te investeren ook binnen drie à vier jaar, wanneer hun investering kan worden uitgevoerd, nog binnen hetzelfde kader kunnen ageren. De Nederlanders zijn daar zeer sterk in. Zij maken vaak sui generis een overeenkomst met individuele bedrijven op fiscaal vlak. Men spreekt bijvoorbeeld af dat de lifecycle van een investering tien of vijftien jaar is. Men garandeert dan een pakket, daarbinnen kan men werken en daar blijft men af. Dat soort van rechtszekerheid is duidelijk de belangrijkste factor. We veranderen in Vlaanderen en België voortdurend vanalles, investeerders kunnen hier hoe langer hoe minder om lachen. Het voornaamste gevolg hiervan is dat bij een volgende mogelijke investering zowel multinationale als regionale bedrijven wel twee keer zullen nadenken vooraleer ze opnieuw investeren in België.

Aangezien de overheden reeds lang voor de crisis de schulden opstapelden, kan men dit een verantwoordelijkheidscrisis noemen. Heeft Duitsland gelijk dat het een ruwe houding aanneemt, met als reden dat er veel overheden niet consistent hun financiën hebben gesaneerd, zelfs indien het ten koste zou gaan van de euro? Er zijn verschillende aspecten aan verbonden. Het is zeer spijtig dat men de crisis de ‘sovereign debt-crisis’ is gaan

-39-


noemen. Indien dit het probleem zou zijn, enige optie om nog groei te creëren is een dan zouden Japan en de Verenigde Staten massale devaluatie, met een betere export in een nog veel diepere crisis moeten zitten en een sterkere resistentie van de import dan Europa, wat flagrant onjuist is. Ik heb tot gevolg. Hierdoor krijg je een aan mijn 4D-analyse, die ik in de voorbije groeistimulus vanuit de internationale jaren ook aan het LVSV uit de doeken heb omgeving. In de eurozone is dit onmogelijk. gedaan, nog niet veel moeten wijzigen. Aan Een val van de euro zou hierbij een beetje de basis van de huidige crisis liggen vier kunnen helpen, maar dit lost het deelcrisissen die elk met elkaar competitiviteitsprobleem niet op. interfereren. Ten eerste zaten er enkele structurele fouten in het concept van de Wat denkt u dan bijvoorbeeld van een eurozone, die aan de grondslag liggen van interne devaluatie? de crisis. We zijn in 1999 met iets begonnen dat niet goed in elkaar zat. Je moet voor een goed Ierland heeft dit gedaan, "De geschiedenis, werkende monetaire unie en moet nu vaststellen zowel in België als in dat het terug vanaf nul een politieke unie hebben, andere landen, leert moet beginnen. Als we in combinatie met een ons dat wanneer je kijken naar de loonkost flexibele arbeidsmarkt. Ten tweede gaat het om een innovatie overlaat aan per eenheid product de overheid, dit crisis van de publieke hebben de Ieren het gedoemd is om te financiën. Men merkt dit verschil met Duitsland mislukken." probleem veel minder op voor de helft in de Verenigde Staten, het dichtgereden. Daar stopt Verenigd Koninkrijk of Japan, omdat daar het ook, want zo creëer je op lange termijn het probleem van een niet-werkende geen structurele economische groei. In monetaire unie niet heerst. Vervolgens Portugal verlaagt de regering de sociale hadden we de bankencrisis. Die is voor een lasten voor de werkgevers, maar laat men stuk autonoom, maar komt ook voor een dit door de werknemers betalen. Het stuk voort uit de financiële crisis en de crisis voorstel is afgevoerd door groot protest. De van de openbare financiën. De reden mogelijkheid om tot een interne devaluatie daarvoor is dat vele banken een balans over te gaan, is met andere woorden zeer hebben die vol staat met overheidspapier beperkt. In landen waar er een grote van overheden waarvan de bereidheid is tot ‘amok maken’ is het kredietwaardigheid onder druk is komen te helemaal onmogelijk. Portugal is daar de staan. Ten laatste kampen we met een perfecte illustratie van. In tegenstelling tot competitiviteitscrisis, vooral in de zuidelijke in Portugal is het in IJsland wel gelukt, door landen Griekenland, Portugal, Italië en een zwaar intern herstructurerings- en Spanje. Ik pleit al sinds april 2010 voor een saneringsbeleid, gekoppeld aan een exit van Griekenland. Uiteraard is deze devaluatie van de IJslandse Kroon met situatie ernstig en moet men besparen en ongeveer 50%. Het land heeft haar belastingen beter innen, maar indien men competitiviteit herwonnen, en haar export die maatregelen ook effectief zou is ondanks een zeer nadelige internationale doorvoeren, wat een beetje halfslachtig omgeving opnieuw sterk gestegen. Als we wordt geprobeerd, zou de crisis alleen maar kijken naar Griekenland, zien we dat het erger worden. Op het einde van dit jaar zal toerisme (wat pure export is) er ongeveer ongeveer één derde van de Griekse is gehalveerd, onder meer door spanning privésector verdwenen zijn ten opzichte van en onzekerheden, maar ook door de 2007. Jullie lijken mij allebei slimme kerels, prijzen. Mensen gaan naar Griekenland om ik veronderstel dat jullie inzien hoe te bakken in de zon (Michiel: “ik niet”; Van gigantisch en onhoudbaar dit cijfer is? Dit is Overtveldt: “dat zou inderdaad in uw geval geen recessie, maar een depressie. De geen goed idee zijn”). Wie op dit moment

-40-


enkel naar Griekenland gaat voor de zon is een oen, je kan voor de helft van de prijs met hetzelfde comfort in Turkije namelijk op reis gaan. Als je devalueert, verandert die situatie onmiddellijk. Een exit uit de euro houdt in dat alle tegoeden en schulden van euro’s in drachmes worden omgezet, met onder andere een default als onmiddellijk gevolg. Dit is allesbehalve kosteloos. Diegenen die zich ertegen blijven verzetten, waar ik ondertussen woest van word, pretenderen dat wat we op dit moment aan het doen zijn, ook kosteloos is. Dat is compleet van de pot gerukt, zo maak je een economie letterlijk kapot. Je kan evengoed de B-52’s van de Amerikanen sturen, dat heeft ongeveer hetzelfde effect. Ik ben in het voorbije jaar twee keer in Griekenland geweest. Mijn boek ‘Het einde van de euro’ is onder andere ook in het Grieks vertaald. De vragen die ik er in het voorbije jaar het meest heb gehoord zijn: ‘When will this end?’, ‘When will it be enough?’en ‘Do we have any future?’. De IJslanders hebben zich dat twee jaar geleden ook vaak afgevraagd, maar het algemene gevoel daar nu is er één van opluchting. Ze weten dat ze een bittere pil hebben moeten slikken, maar nu heeft het overgrote deel van de bevolking opnieuw een job, een inkomen en een perspectief. Het toerisme is er geëxplodeerd en de visindustrie draait als nooit tevoren. Zij hebben dus een toekomst. De Grieken daarentegen zijn zich totaal niet meer bewust van enige vorm van constructieve toekomst. Dit verklaart natuurlijk waarom de extreme partijen met hun ogen dicht de volgende verkiezingen gaan winnen. Het centrum-politieke gebeuren wordt compleet weggespoeld. Beschouwt u de eurocrisis als een crisis van het kapitalisme of eerder als een crisis van het socialisme? Je moet weten dat er in 1999 twee visies waren. De eerste visie werd ondersteund door Friedman, en die voorspelde dat de eurozone tegen een muur zou lopen. De andere visie vond o.m. steun bij Jean-Luc Dehaene en bij Frankrijk. Men zei dat we een euro moesten creëren, zodat alle

landen dichter bij elkaar zouden komen. Wanneer er een probleem zou zijn, dan zullen we het oplossen wanneer het zich stelt, dixit Dehaene. Dit is geen crisis van het kapitalisme, maar van het politieke machtsdenken. We zouden geen euro hebben gehad hebben zonder de Duitse hereniging of zonder de toegevingen van de toenmalige bondskanselier van WestDuitsland, Helmut Kohl, aan Frankrijk. De hereniging kon er komen door chantage van de Franse president François Mitterrand. Bij de Bundesbank (de Duitse centrale bank) vind je geen 5 mensen die de euro niet haten. Als het aan de Bundesbank zou liggen, is het morgen gedaan met de euro. Dit falen van het politieke machtsdenken wordt bevestigd door uitspraken van Mitterrand: 'Economie interesseert me niet, enkel politiek interesseert me'. De huidige situatie is het rechtstreekse gevolg van het denken van Mitterrand. Frankrijk besefte heel goed dat het in economische termen one to one - steeds van Duitsland verloor. Frankrijk had de euro nodig om Duitsland in haar klauwen te krijgen, want zo redeneren de Fransen nu eenmaal. Er zijn weinig dergelijke gearticuleerde machtsdenkers als de Fransen. Ze zijn meester in de kunde van politiek bedrijven en het uittekenen van het machtsspel. De Fransen willen eigenlijk een wereldhegemonie. Ze waren er niet in geïnteresseerd om de euro efficiënt te laten functioneren, en hebben door hun machtsdenken veel schuld aan de huidige crisis. Ze wilden de Duitsers in hun klauwen, het beleid interesseerde hen niet. De Duitsers zijn erop ingegaan omdat ze een hereniging wilden van Oost- en WestDuitsland. Zij wisten maar al te goed dat het niet zou werken, maar daar hebben ze op geanticipeerd, met onder andere de aanbevelingen van de Hartz-commissie onder Schroeder, voor een flexibilisering van hun arbeidsmarkt, waar Angela Merkel nu de vruchten van plukt. De eurocrisis is dus een crisis van het pure politieke machtsdenken.

-41-


Wat zijn uw toekomstverwachtingen voor de Europese economie, als aanhanger van de Chicago School?

opgelegde economische hervormingen, maar dat klinkt natuurlijk totaal ongeloofwaardig. Iedereen weet dat Draghi zal blijven hulp verlenen, want als hij dat Friedman zei ooit tegen me: “The proof of niet meer zou doen, zal het staatspapier the pudding is in the eating”. Wanner er van het noodlijdende land in kwestie voor het eerst een zware recessie is, ga je massaal worden verkocht, en maak je het zien of het al dan niet functioneert. Het is probleem dat je aan het bestrijden bent razend correct gebleken dat het niet eigenlijk nog erger. Dit wil, in weinig functioneert. Ofwel doet men wat men moet woorden, zeggen dat men in één minuut doen om een werkende economische unie tijd de crisis 100 keer kan vergroten en te creëren, namelijk een politieke unie maandenlange inspanningen zomaar oprichten met verregaande overdracht van overboord kan gooien. Dat is duidelijk bevoegdheden van de lidstaten, een compleet ongeloofwaardig. Draghi beseft Verenigde Staten van Europa. Je moet dit, de regeringsleiders beseffen dit ook en weten dat Californië in de VSA vandaag profiteren er gretig van. even failliet is als Spanje, maar Californië Griekenland eruit gooien zal het probleem krijgt geld van Washington. Californië staat van de unie en de niet-flexibele onder curatele van het District of Columbia. arbeidsmarkten niet oplossen. Een Het is ook hermetisch gebonden aan een vervelend land zal weg zijn, maar de aantal ingrepen die gecoördineerd worden verschillen tussen Mississippi en New York vanuit Washington, in ruil voor geld. zijn misschien groter dan de verschillen Daarover is er in de VSA geen enkele tussen België en Griekenland. Een land discussie. The rules are the rules. In de EU eruit gooien lost het dus niet op, je blijft bestaat zoiets niet. Hier zegt steeds met het probleem "Friedman zei ooit men, we gaan geld geven aan van de afwezigheid van een tegen me: “The proof Griekenland, op voorwaarde politieke unie. of the pudding is in dat ze enkele opgelegde De opsplitsing tussen een the eating”. Wanner hervormingen doorvoeren. De neuro en een zeuro kan een er voor het eerst een oplossing zijn, maar dan Grieken kaatsten de vraag na zware recessie is, ga moet je wederom een ontvangst van een groot pak je zien of het al dan politieke unie en flexibele geld terug, en antwoordden niet functioneert." aan Europa dat ze nog eens arbeidsmarkten hebben. zullen bekijken wat ze gaan doen qua Valt dit makkelijker te verwezenlijken hervormingen, maar dat Europa zich er niet tussen de noordelijke landen? mee te bemoeien heeft. Zonder politieke Waarschijnlijk. En onder de zuidelijke unie creëer je dit soort van kat- en landen? Ook vrij waarschijnlijk. Dan krijg je muisspelletjes. Dat is ook het probleem bij een Europa met twee snelheden: een uitstek voor ECB-voorzitter Draghi. Hij wil zuidelijk, inflatoir, zwak en devaluerend een krachtdadige indruk wekken door te gebied en een anti-inflatiegedreven, stellen dat de ECB geen financiële hulp noordelijk deel met een sterke munt. meer zal verstrekken aan noodlijdende lidstaten die zich niet houden aan de

-42-


Waar zou België zitten volgens u? Het is duidelijk dat de scheidingslijn op filosofisch, ideologisch en zeker rauw economisch vlak dwars door het land zou lopen. In het verleden is reeds, ten tijde van de Belgische frank, gebleken dat Vlaanderen een harder muntbeleid wilde voeren en dat waarschijnlijk ook zou kunnen verteren, maar dat Wallonië dit niet wil en misschien ook niet kan. Bovendien is daar ideologisch een zeer beperkt draagvlak voor in Wallonië, over de partijgrenzen heen.

Zou Friedman hierover hebben gedacht, volgens u?

duidelijk probleem is in de financiële wereld dat een normale marktwerking verhindert, dat je het ganse systeem volledig overboord moet gooien. Zeggen dat die financiële crisis de armen nog armer maakt en de rijken nog rijker, is compleet van de pot gerukt. Dat laatste was voor een stuk wel waar, maar de armen worden niet armer. Hieruit concluderen dat we het volledige systeem overboord moeten gooien, is gewoon de verkeerde conclusie. Die groepen hebben dus allemaal wel iets zinvols te zeggen, het is enkel jammer dat hun eindboodschap een ‘crap-achtig’ karakter heeft.

hetzelfde Heeft België dan nood aan een Occupy Law Street-beweging?

Friedman is steeds een groot voorstander geweest van vlottende wisselkoersen, omdat de economie zich dan steeds automatisch aan wijzigende economische situaties aanpast. Hij was dus geen voorstander van een eurozone, wel van een Europese Unie als eenheidsmarkt, met optimale vrijhandel. Sociologe Margaret Mead schreef ooit: 'Never doubt that a small group of thoughtful, committed people can change the world; indeed, it's the only thing that ever has'. In welke zin denkt u dat een kleine groep mensen, zoals journalisten, academici of pakweg studenten, de wereld kunnen veranderen? Ze kunnen inderdaad de wereld veranderen, als ze de beleidsvoering in beweging kunnen brengen. Als ze de bevolking in beweging krijgen, dan kunnen ze gemakkelijker de beleidsvoerders in beweging krijgen. Ik herinner me nog dat ik bij Annemie Peeters zat in een uitzending rond Occupy Wall Street. Wat die mensen zeiden over de banken was grotendeels correct. Wat ze zeiden over de vrije markt en grosso modo over economie was de grootste onzin. Het is niet omdat er een

Dat heb ik niet gezegd. Ik zeg dat als een grote groep mensen nu de Wetstraat zou bezetten, gesteund door de bevolking, de politiek naar hen zou luisteren. Als men de amusementswaarde hoger in het vaandel draagt dan de boodschap, dan leidt dit vanzelfsprekend tot niets. Als ik nu zie wat men doet met die voorafname op de pensioentaks, dan denk ik, ja jongens, ruk maar uit, mijn steun heb je. Ik vind belasting heffen op een bijkomend pensioensparen een ‘kutidee’, want je gaat mensen die al heel wat belastingen hebben betaald, nogmaals bestraffen. Mensen die begrotingsgewijs zeggen dat het allemaal wel voor volgend jaar of voor het jaar nadien zal zijn, maar dat ze nu al een voorschot nemen, die horen thuis in de gevangenis en niet in de Wetstraat. Dat is puur crimineel. Dat is een mooie afsluiter. Bedankt voor het interview!

-43-

rs e i g o R l Mi chie Voorzitter LVSV-nationaal rcq e l C e D Filip

Politiek secretaris LVSV-nationaal


LIBERALE BIBLIOTHEEK

S

inds vorig academiejaar legt LVSV-Brussel een collectie boeken aan over de liberale ideologie. Om een beschikbaar boek te ontlenen, stuur je gewoon een mailtje naar bibliotheek@lvsv-brussel.be, met de gewenste titel. Je krijgt dan een mail terug met een datum waarop je het boek kan komen afhalen in ons lokaal. Niet-leden dienen een waarborg van €10 te betalen, leden uiteraard niets. Een boek mag je gedurende 21 dagen bijhouden.

Titel

Auteur

The Liberterian Reader Inclined to Liberty Principles for a Free Society Law, Legislation and Liberty The Constitution of Liberty The Law Rechtvaardigheid en Solidariteit The Economics of Freedom Economics in One Lesson Re-thinking Green The Challenge of Liberty On Liberty Human Action Socialism Capitalism and Freedom Free to choose Vlaktaks Anarchy, State and Utopia Atlas Shrugged I, Pencil

Boaz, David (ed.) Carabini, Louis Epstein, Richard Hayek, Friedrich Hayek, Friedrich Bastiat, Frédéric Bastiat, Frédéric Bastiat, Frédéric Hazlitt, Henrry Higgs, Robert & Close, Carl Higgs, Robert & Close, Carl Mill, John Stuart von Mises, Ludwig von Mises, Ludwig Friedman, Milton Friedman, Milton Niemegeers, Werner Nozick, Robert Rand, Ayn Read, Leonard An inquiri Into The Nature and Causes of the Wealth of Nations Smith, Adam The Theory of Moral Sentiments Smith, Adam A Beginner’s Guide to Liberty Wellings, Richard (ed.) Democracy in America - Volume 1 Tocqueville, Alexis de La tradtition de la liberté 1 de Salle, Corentin La tradition de la liberté 2 de Salle, Corentin -44-


Caroline Sneyers Voorzitter

Gregory Deschuyteneer Ondervoorzitter

Filip De Clercq Politiek secretaris

Dries Nackaerts Politiek secretaris

Filip Moons Secretaris

Axel Forrez Penningmeester

Alexander Casier Hoofdredacteur

Olivier Dinet Bestuurslid

Ben Baeyens Bestuurslid

Mitch Devinck Bestuurslid

Matthias Timmermans Bestuurslid

Michiel Rogiers Bestuurslid

CĂŠdric Magerman Bestuurslid

Kristof Verbeken Bestuurslid

Jitte Akkermans Bestuurslid

Julie Clarys Bestuurslid

Pieter Wouter Sietse Wils Vandekerkhof van Kempen Aspirant-bestuurslid Aspirant-bestuurslid Aspirant-bestuurslid -45-

U bent misschien ons volgende lid?


ERELEDEN LVSV-BRUSSEL Graag stellen wij aan u onze ereleden voor. Dankzij hun gulle bijdrage wordt onze financiële onafhankelijkheid gewaarborgd. Wenst u ook erelid te worden? Dat kan, door €40 over te schrijven naar BE83 3630 4549 0515

dhr. Herman DE CROO

dhr. Willy CORTOIS

dhr. Patrick DEWAEL

dhr. Wim AERTS

dhr. Olivier CUVELIER

mevr. Martin TAELMAN

dhr. Guy VANHENGEL

dhr. Christophe KONINGS

dhr. Georges LENSSEN

dhr. Jean-Luc VANRAES

dhr. Stefan CORNELIS

dhr. Freddy NEYTS

mevr. Emilie MAES

dhr. Ken WATZEELS

mevr. Annemie NEYTS

mevr. Katia MOUQUÉ

dhr. Thomas RYCKALTS

dhr. Jean-Jacques DE GUCHT

mevr. Gwendolyn RUTTEN

dhr. Steven DEVLOO

dhr. Karel DE GUCHT

dhr. Mathias DE CLERCQ

dhr. Clair YSEBAERT

mevr. Irinia DE KNOP

dhr. Alexander DE CROO

mevr. Els AMPE

dhr. Laurent MAES

dhr. Egbert LACHAERT

dhr. Lode COSSAER

dhr. Ludo VANDERVELDEN

dhr. Dieter KEUTEN

dhr. Kristof WILLEKENS

dhr. Michael VAN DE VELDE

-46-


Je vindt LVSV Brussel ook terug op Facebook, Twitter en Flickr


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Blauwzuur 3 / 2012-2013 by LVSV Brussel - Issuu