#13 - AUGUSTUS 2020
DRIETAND MASERATISTI FIAMMINGHI BELGIË
Nettuno: de nieuwe
De Ghibli van Britt Ekland
Sir Stirling Moss:
100% Maserati-motor
krijgt het eeuwige leven
de laatste der Mohikanen
Editoriaal Beste Maseratisti, Dat het bijzondere tijden zijn, hoeven we ongetwijfeld niet meer te vertellen. Maar dat er zelfs los van de Covid-19 pandemie geschiedenis geschreven wordt, daar wil ik toch graag nog even verder op ingaan. In dit 13de exemplaar van ons magazine komen er een aantal belangrijke gebeurtenissen aan bod. Zo moesten we helaas afscheid nemen van een legende en herdenken we daarom Sir Stirling Moss met 3 verschillende artikels. Naast een afscheid, verwelkomen we ook een nieuwkomer. Nettuno is de naam van de nieuwe motor die de nieuwe MC20 zal voortstuwen en die een belangrijke rol zal spelen in de toekomst van Maserati. Helaas konden we door de omstandigheden geen events organiseren, maar achter de schermen zijn we zeer actief gebleven. Zo kunnen we alvast met trots melden dat onze nieuwe clubwebsite in de loop van september live zal gaan. De nieuwe site zal een nog actievere rol gaan spelen voor onze leden, boordevol media en verslagen van onze activiteiten. U bent de eerste die het hoort van zodra we de geboorte officieel mogen vieren. Maar niet alleen de wereld zal er in de toekomst anders gaan uitzien: deze Drietand is het laatste nummer in zijn huidige vorm. Vanaf het volgende nummer schakelen we over op Engels en verhogen we de oplage om zo een bredere schare Maserati fans aan te spreken. Uiteraard blijft het magazine ook in zijn nieuwe gedaante gratis voor onze clubleden. Geniet nog met volle teugen van deze laatste Nederlandstalige versie en hou het zeker gezond en veilig! Tot binnenkort Maseratisti vrienden, Steven Decock Voorzitter Maseratisti Fiamminghi
In dit nummer 4 Nettuno: de nieuwe 100% Maserati-motor met F1-technologie voor straatauto’s 10 250F deel 1: Fangio’s favoriet 16 Ghibli Hybrid: de eerste geëlektrificeerde auto in de historie van Maserati 20 1000 km Nürburgring 1960: hoogdag voor de Tipo 61 22 Hoe de Ghibli van Britt Ekland het eeuwige leven kreeg in België 30 Sir Stirling Moss: de laatste der Mohikanen 35 Famosi Maseratisti #7: Jan Siebelink 36 Racen versterkt het merk, door Enzo Heywood 38 40ste Auto Retro Roeselare 2020 40 250F deel 2: Legendarische prestaties 49 I Maserati su strada
Colofon: Vormgeving: Onno Hesselink Teksten: Frank Rameckers, Onno Hesselink, Andy Heywood, Wim Provoost, Steven Decock, Alec Lavaerts en Wim Cerstiaens Eindredactie: Wim Cerstiaens en Gretel Goessens Foto’s: Frank Rameckers, Onno Hesselink, Bas Fransen en Maserati Retouches: Jacques Vandecan Omslagfoto: Maserati V.U.: Onno Hesselink, Bautersemstraat 68, 2800 Mechelen, onno.hesselink@luon.com
50 Ook dit is een Maserati #13: Cooper Maserati 51 La Bella Diva: 2004 Coupé en 2002 Spyder in Casino Royale
DRIETAND | NUMMER 13 - AUGUSTUS 2020 | 3
NETTUNO Nieuwe 100% Maserati-motor met F1-technologie voor straatauto’s Tekst & Foto’s: Maserati
100% Maserati 100% Made in Modena
4 | NUMMER 13 - AUGUSTUS 2020 | DRIETAND
M
aserati’s nieuwe tijdperk wordt ingeluid met een nieuwe motor. Deze nieuwe krachtbron is het kloppende hart van de MC20 supersportwagen die in september zijn wereldpremière beleeft. De motor is ontworpen in Modena, in het Maserati Innovation Lab aan de Via Emilia Ovest en de workshops aan de Via Delle Nazioni (de historische basis van Maserati Corse), en is ontwikkeld in het Engine Hub, gelegen aan de beroemde Viale Ciro Menotti waar de motor ook zal worden gebouwd. Momenteel worden de nieuwe productielijn en de nieuwe lakstraat aangepast om de langverwachte MC20 te kunnen produceren. De nieuwe motor is het resultaat van een technische revolutie die wordt beschermd door internationale patenten. Het project is ontstaan uit de passie en inzet van een team van hooggekwalificeerde technici en ingenieurs. Na twintig jaar is Maserati opnieuw vol enthousiasme de uitdaging aangegaan om in de hoofdvestiging in Modena een nieuwe, hoogtechnologische, krachtige motor te ontwikkelen en produceren.
Futuristische motor die wordt ontwikkeld door Maserati’s team van technici en ingenieurs, beschermd door internationale patenten
De nieuwe krachtbron is van strategisch belang voor Maserati, dat zich op het moment voorbereidt op de lancering van de nieuwe MC20, een project dat ‘100% Made in Modena’ is. Dat geldt ook voor de motor, het kloppende hart van het nieuwe model. Het is een ambitieus project, dat een historisch moment voor het bedrijf vertegenwoordigt, een nieuw tijdperk dat officieel zal worden ingeluid op 9 en 10 september in Modena tijdens het groots opgezette ‘MMXX: The time to be audacious’. Tijdens het evenement worden nieu-
we modellen onthuld die de komende jaren in productie gaan. Ook worden innovatieve aandrijfsystemen en ambitieuze programma’s aangekondigd waaraan wordt gewerkt door Casa del Tridente. De nieuwe 3-liter 6-cilinder twin-turbo heeft een V90°-architectuur en is voorzien van een dry-sumpsysteem (een klassieke feature bij supersportauto’s). De motor levert een vermogen van 630 pk bij 7.500 tpm en 730 Nm koppel vanaf 3.000 tpm met een specifiek vermogen van 210 pk/liter. De compressieverhouding is 11:1, de slag is 82 mm en de boring 88 mm. De ziel van de motor is het innovatieve voorkamer-verbrandingssysteem met dubbele bougies. Deze techniek is afgeleid van de Formule 1-techniek en is nu voor het eerst beschikbaar voor een motor die bestemd is voor de openbare weg. De motor heeft drie belangrijke kenmerken: De voorkamer: een verbrandingskamer die is geplaatst tussen de centrale elektrode en de traditionele verbrandingskamer en is verbonden door een reeks speciaal
Technologische kenmerken afgeleid van Formule 1-techniek, met als resultaat verbeterde efficiëntie, betere prestaties en een lager verbruik
ontworpen openingen. Zijwaartse bougie: een traditionele bougie dient als ondersteuning om een constante verbranding te garanderen wanneer de motor op een niveau werkt waarbij de voorkamer niet hoeft te worden ingeschakeld. Dubbel injectiesysteem – direct en indirect: dit systeem is gekoppeld aan de brandstoftoevoerdruk bij 350 bar. Het toerental wordt verlaagd waardoor uitstoot en geluidsniveau worden verminderd.
DRIETAND | NUMMER 13 - AUGUSTUS 2020 | 5
Technische specificaties Nettuno De motor is in strategisch opzicht belangrijk en werd mede ontwikkeld door het Innovation Lab, dat dankzij virtuele analyse de ontwikkelings- en planningsduur aanzienlijk heeft kunnen verkorten. De nieuwe ‘Made in Modena’ motor, een traditionele 90° V6, levert een ongekend vermogen en koppel en wordt voor het eerst gemonteerd in de MC20 supersportwagen. Met de MC20 zal Maserati ook weer gaan deelnemen aan de autosport.
Lay-out motor Cilinderinhoud Boring / slag Compressieverhouding Ontstekingsvolgorde Max. vermogen Max. koppel Max. toerental Turbo’s Ontstekingssysteem Oliepomp Smeringssysteem Brandstofsysteem Kleppentrein & timing Motorbreedte Motorhoogte Motorlengte Gewicht motor (DIN GZ) Brandstofnorm
6 | NUMMER 13 - AUGUSTUS 2020 | DRIETAND
V6 90° 3,0 liter 88 x 82 mm 11: 1 1-6-3-4-2-5 630 pk bij 7.500 tpm 730 Nm bij 3.000 – 5.500 tpm 8.000 tpm Twin Side Turbo met elektronisch aangestuurde overdrukklep Dubbele bougies met passieve voorkamer Volledig variabele oliepomp Dry sump met afvoerpompen & externe olietank PDI (directe inspuiting 350 bar + poortinjectie 6 bar) Double Over Head Camshaft met variabele kleptiming 1.000 mm 650 mm 600 mm <220 kg EU6D/China 6B/Ulev 70
“Wealth is not his that has, ‘Goed beleggen is eenvoudig, “Wealth is not his that has, ‘Goed beleggen is eenvoudig, maar niet gemakkelijk.’ but his that enjoys it.” maar niet gemakkelijk.’ but his that enjoys it.” - B. Franklin - B. Franklin
www.feax.be “Wealth is not his that has, ‘Goed beleggen is eenvoudig, www.feax.be maar niet gemakkelijk.’ but his that enjoys it.” - B. Franklin
www.feax.be
De 250F (1957) van Fangio
8 | NUMMER 13 - AUGUSTUS 2020 | DRIETAND
250F
(1)
Fangio’s favoriet Tekst: Frank Rameckers | Foto’s: Frank Rameckers, Internet
T
ijd om de legendarische 250F de aandacht te geven die hij verdient. Deze racewagen zette Maserati in de jaren vijftig op de kaart en gaf Ferrari meermaals het nakijken. Alles begon aan het begin van de vorige eeuw, toen Alfieri Maserati zijn eerste stappen in de racerij zette. In samenwerking met zijn broers groeide het merk in de daaropvolgende decennia uit tot een toonaangevende constructeur van prestigieuze GT’s en competitieve racewagens. De 250F is één van de iconische modellen die de circuits zouden domineren in de jaren vijftig. De race-roots van Alfieri. In 1914 begon technicus en autocoureur Alfieri Maserati een kleine werkplaats in Bologna. Hij werkte toen nog voor Isotta-Fraschini. Niet lang daarna werd hij opgeroepen voor WOI, waar hij aan de zijde van de geallieerden vocht tegen Duitsland en het Oostenrijks-Hongaarse leger. Na de oorlog begon hij als design-consultant bij Diatto in Turijn. Daar werkte hij samen met Giuseppe Coda, de technisch directeur die verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van de wedstrijdauto’s. Samen ontwikkelden ze uit het 2-liter
model 20 een competitiemodel, de Tipo 20SS. Dit model en enkele andere Diatto modellen waren heel succesvol in die periode. Maar in 1922, met de nieuwe 2000cc Grand Prix Formule, werden de races gedomineerd door de 6-cilinder Fiats. De ontwerper van deze wagens trok een jaar later naar Engeland om voor Sunbeam te werken. Fiat ontwikkelde voor het seizoen 1923-1925 een nieuwe 8-cilinder, ontworpen door Giuseppe Fornaca en Vittorio Jano. Enzo Ferrari werkte toen voor Alfa Romeo en heeft enkele belangrijke technici van Fiat naar Alfa Romeo gehaald. Daardoor leende de Alfa Romeo P2 veel techniek van Fiat. Deze wagens waren succesvol in 1924-1925, waarna ze gebruikt werden door privérijders in 1926-1928. Diatto moest dus een nieuwe versie ontwikkelen en Alfieri Maserati kreeg die opdracht. In zijn werkplaats te Bologna ontwikkelde hij een 8-cilinder Diatto Grand Prix race-auto. De fabriek nam met twee van die modellen deel aan races, met Alfieri Maserati en Emilio Materassi als coureurs. Hun eerste race in 1925 liep af op een sisser. De Diatto’s waren nog niet voldoende doorontwikkeld en het project stierf een stille dood. Dat kwam onder meer omdat er in 1926 een nieuwe formule van start ging en er nu met 1500cc modellen gereden werd.
DRIETAND | NUMMER 13 - AUGUSTUS 2020 | 9
Links: de presentatie van de Diatto Type 26 in Bologna. Rechts: Adolfo Orsi (midden) bij de overname van Maserati in 1936.
‘Officine Alfieri Maserati’ Seizoen 1926-1952. Na dat beroerde seizoen in 1925 stopte Diatto met de productie van racewagens. Het daaropvolgende jaar nam Alfieri Maserati samen met zijn drie broers Ernesto, Bindo en Ettore de fakkel over. ‘Officine Alfieri Maserati’ was een feit. Diatto liet de rechten, de auto’s en het materiaal over aan Alfieri, die zo een basis had voor zijn eigen race-auto: de Maserati 26. Alfieri Maserati nam in 1926 samen met zijn monteur Guerino Bertocchi deel aan de Targa Florio met zijn Tipo26 waar ze 9de algemeen werden en 1ste in de klasse tot 1500cc. In het begin maakte Maserati maar vier tot vijf race-auto’s per jaar. Het bedrijf ontwikkelde nog een 26B die een 2-liter motor had, gevolgd door een 8C-2500, 8C2800, 8C3000 tot en met een 5-liter. In 1932 overleed Alfieri Maserati tijdens een nieroperatie; zijn broers zetten het bedrijf verder met dezelfde passie. Een 6-cilinder Tipo 34 Maserati met Tazio Nuvolari aan het stuur reed in 1934 de Coppa Acerbo in Pescara waar hij 3de werd achter twee Alfa Romeo’s van de Scuderia Ferrari. In 1936 ontwikkelde Ernesto Maserati de Tipo 6C met een 6-cilinder 1500cc motor. Maar het ontbrak de broers zowel aan geld als aan tijd om de motor verder te ontwikkelen. Ze zochten een investeerder en vonden die in Adolfo Orsi. Hij nam het bedrijf in 1936 over en twee jaar later verhuisden ze van Bologna naar Modena. In 1938 ontwikkelde Maserati de 8CTF Grand Prix racer, maar die miste toch nog verdere doorontwikkeling. De financiële situatie was nog steeds niet toereikend omdat de ontwikkeling en het testen veel geld kostte. De Amerikaan Wilbur Shaw, die met de Maserati 8CTF had ingeschreven voor Indianapolis, stak veel tijd en energie in de verdere ontwikkeling van het model. In 1939
De eerste Maserati: de Tipo 26 in augustus 1926
10 | NUMMER 13 - AUGUSTUS 2020 | DRIETAND
nam hij deel aan de Indianapolis 500 en won die. Dat deed hij nog eens over in 1940. Maserati was met deze twee overwinningen het enige Italiaanse merk dat dit heeft gepresteerd, tot frustratie van Enzo Ferrari. Intussen was WOII uitgebroken en de ontwikkeling en productie van competitie-auto’s was stilgevallen. De naoorlogse A6 jaren. Na de oorlog werd de motor van de Tipo 6C doorontwikkeld in de A6, waarbij de A stond voor de klasse waaraan werd deelgenomen, in dit geval de Formule 2. Daarop volgde de A6G, met de G als indicatie van ‘gietijzeren motorblok’. De volgende fase van ontwikkeling was de A6GCS - de C stond voor Competitie en de S voor Sport. Deze modellen waren heel succesvol in de verschillende races. De Maserati broers bleven tot 1947 als consultants voor Orsi werken, om daarna in Bologna O.S.C.A. te starten. Tot die tijd zijn ze zich blijven toeleggen op de doorontwikkeling van de A6, die werd gebruikt voor de Voiturette klasse en de Monoposto’s. Voor de Voiturettes (A6GCS) koos men voor een motor met een lichtmetalen cilinderkop, met één bovenliggende nokkenas. Ook de Monoposto’s (A6GCM) werden uitgerust met deze motor, al kreeg hij hier twee bovenliggende nokkenassen. De eerste motor leverde 125 pk en de andere 145 pk. De motorblokken voor deze modellen waren inmiddels van lichtmetaal, al bleef de G in de typeaanduiding. De Zwitser Toulo de Graffenried en de Franse Amerikaan Harry Schell waren de eersten die met de nieuwe A6GCM aan de start verschenen. Ook Prins Bira was een fervente A6GCM coureur. Voor het Formule 2 seizoen van 1952 en 1953 waren het Juan
dan de slag). De 1970cc A6GCM motor uit de Formule2 klasse was trouwens ook al een over-vierkante motor. De 250F motor had een compressieverhouding van 12.5: 1 en was dus enkel geschikt voor brandstof van een zeer hoge kwaliteit. Dit leverde ook extra pk’s op. Het was een volledig lichtmetalen motor met een stalen krukas die in zeven hoofdlagers draaide. De cilinderkop had twee kleppen en twee bougies per cilinder. De dubbele ontsteking werd verzorgd door units van Marelli. Het was een motor met een droog carter (dry-sump) waarbij drie oliepompen voor de juiste smering zorgden. De brandstofvoorziening gebeurde via drie dubbele Weber 52DCO carburatoren en de brandstof die gebruikt werd bestond uit 50% methanol, 35% benzine, 10% aceton en 5% benzol. In het eerste jaar leverde de motor 230 pk bij 7.800 t/m voor de De geboorte van de Maserati 250F. modellen van de fabriek en 215 pk bij 7.200 t/m voor motoren Giulio Alfieri was hoofdingenieur en verantwoordelijk voor de van de privé-rijders. Voor het laatste seizoen (1957) hadden ontwikkeling van de 250F (de 250/F1). Veel van het ontwerp de fabrieksmotoren zelfs 270 pk bij 8.000 t/m. De motor zat kwam van Gioacchino Colombo, een consultant die veel voor zoals toen gebruikelijk was, voorin Maserati werkte. Voor de eerste modellen en had een zogenaamde trans axle. werd nog het chassis gebruikt van de A6GDe A6GCM motor Dat betekende dat de versnellingsbak CM. Kort daarna werd een nieuw lichter samengebouwd was met het differenbuizenchassis gebruikt, gebouwd door was de basis voor tieel en dus achter in de auto zat. In dit Gilco in Milaan op aandringen van Vittorio de 250F motor geval zat de bak naast het differentieel. Jano (een collega van Alfieri). Die laatste Een trans axle heeft als voordeel dat er had de A6GCM motor gebruikt als basisidee meer gewicht naar achter geplaatst wordt in vergelijking met voor een totaal nieuwe 6-cilinder motor met een cilinderinwagens waarbij de bak aan de motor vast zit. Dit levert bijna houd van 2493cc. Het was een zogenaamde over-vierkante een 50 x 50 gewichtsverdeling op, ook al omdat brandstoftank motor met een boring en slag van 84 x 75mm die veel meer en later ook de olietank achter in de auto geplaatst zijn. toeren kon maken dan een lange-slag motor (boring kleiner Manuel Fangio, Froilán Gonzáles en Felice Bonetto die met dit model in Monza aan de start verschenen. Fangio crashte echter in de tweede ronde. Omdat Maserati nog steeds krap bij kas zat, werd beslist om de auto’s geen volledig raceseizoen in te zetten. De coureurs werden dan ook per race betaald. Inmiddels had de A6GCM een dubbele ontsteking en leverde hij 177 pk. Voor het seizoen 1953 was dat zelfs 190 pk, meer dan de Ferrari 500. Deze motoren vormden de basis voor de 250F motor. Met ingang van 1954 startte een nieuw Grand Prix seizoen met andere eisen aan de raceauto’s. Motoren moesten voortaan een inhoud hebben van 2500cc en de nieuwe regels zouden gelden tot en met seizoen 1957.
In 1938 ontwikkelde Maserati de 8CTF Grand Prix racer, hier aan het werk tijdens de Coppa Ciano.
DRIETAND | NUMMER 13 - AUGUSTUS 2020 | 11