Alles is mogelijk

Page 1

ALLES IS MOGELIJK (Il faut faire ce qu'il faut faire). Het is beslist geen gemakkelijke opgave om zinnige uitspraken over de toekomst te doen. In Vlaanderen gebeurt het vaker dat journalisten theatermakers bevragen over brandend actuele problemen. Om de kranten te vullen worden we niet alleen bevraagd over de politieke evolutie in ons land, maar ook over de uitbreiding van het vaderschapsverlof, over de kwaliteit van de locale horeca en over de belangrijke transfers in de nationale voetbalcompetitie. Met uitzondering van dit laatste onderwerp zie ik me vaak genoodzaakt forfait te geven: ik ben geen universalist die de geheimen van de maatschappelijke verstandhouding in alle opzichten doorgrondt. Als het heden al zo ondoorgrondelijk is, hoeveel moeilijker is het dan niet voor een theatermaker om uitspraken te doen over de toekomst. Toen ik geïnviteerd werd door het Schauspielhaus om hier een toespraak te houden met als onderwerp ‘Zukunft, was ist das?’ (dixit Thomas Bernard.) heb ik lang getwijfeld. Mijn collegasprekers zijn stuk voor stuk vakspecialisten op hun eigen domein, die vanuit hun kennis van het heden extrapolaties kunnen maken naar de toekomst. Ik zag in eerste instantie niet in op welke manier ik vanuit mijn eigen metier zinvolle uitspraken kon doen over de toekomstige tijden. De toekomst van de kunst, en specifiek van het theater, is een onderwerp dat in Vlaanderen hoog op de agenda staat. Ik heb die discussie voor een stuk zelf geïnitieerd. Ik begon mijn carrière als acteur in het naar Vlaamse normen grote stadsgezelschap Koninklijke Nederlandse Schouwburg in Antwerpen. Uit onvrede met de ambtenarenmentaliteit ben ik er 16 jaar geleden weggegaan en heb in de marge van het theatergebeuren een piepklein gezelschapje opgericht – de Blauwe Maandag Compagnie – waar ik mijn eigen ding kon doen. Ik zag tot mijn verbazing en tot mijn vreugde dat we na verloop van tijd een eigen publiek opbouwden dat de grote huizen meer en meer de rug toekeerde, en zich tot de kleinere gezelschappen in de marge richtte. Ik zag hoe ons voorbeeld en dat van een aantal collegaleeftijdgenoten navolging kreeg, wat leidde tot een explosie van nieuwe, kleinere gezelschappen en een gestaag toenemende marginalisering van de grote huizen. Maar ik zag ook dat Blauwe Maandag Compagnie een paar jaar geleden de grenzen van zijn groei had bereikt, en dat de verdere fragmentarisering van het theaterlandschap leidde tot een verschraling van de individuele middelen. Een project als TEN OORLOG – de Nederlandse versie van SCHLACHTEN – luidde ook het einde in van Blauwe Maandag: projecten van deze omvang konden eenmalig, en slechts met de allergrootste moeite, gerealiseerd worden binnen het bestek van een middelgroot gezelschap. Als ik op deze weg wilde doorgaan, had ik een groter apparaat nodig. En omdat Blauwe Maandag op eigen kracht niet groter kon worden, kozen we voor een fusie met... hetzelfde grote, uitgebluste stadsgezelschap dat ik in 84 verlaten had: KNS Antwerpen. De cirkel was rond. We kozen een nieuwe naam – HET TONEELHUIS -, we reorganiseerden beide huizen in functie van het nieuwe geheel, en we gingen vol goede moed van start in het seizoen 1999-2000. In deze dubbele beweging – weg van de grote huizen om er later naar terug te keren – manifesteert zich ook een spanningsveld dat specifiek is in Vlaanderen. In Duitsland


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.