Page 1

fantoomoog


Š Dirk Van de Walle/Uitgeverij Houtekiet 2008 Uitgeverij Houtekiet, Vrijheidstraat 33, b-2000 Antwerpen info@houtekiet.com www.houtekiet.com www.dirkvandewalle.com Omslag Wil Immink Foto auteur Sara Engels Zetwerk Intertext, Antwerpen isbn 978 90 8924 019 4 d 2008 4765 7 nur 330 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission of the publisher.


Dirk Van de Walle

Fantoomoog

Houtekiet Antwerpen / Amsterdam


Very special thanx to het echte Zèta-team (Kathy, Wim, Joost, Jeroen, Julien & Bernard) voor hun creativiteit.

Geld praat niet, het vloekt Bob Dylan

De hier vertelde gebeurtenissen zijn voor honderd procent fictie. De namen van bedrijven, instellingen, media en politieke personages worden enkel gebruikt om een herkenbaar kader te scheppen. De werkelijkheid is door een mangel gehaald en ondergedompeld in de fantasie van de auteur. Zoals de schrijver zelf zegt: ‘Ik ben een kind in de speeltuin van mijn gedachten.’


’s Morgens vroeg

‘Z

e is dood,’ murmelde hij. Ik voelde zijn hand op mijn schouder. Ik zat op mijn knieën en mijn linkeroog begon te jeuken. De angst sloeg me om het hart. Niet opnieuw, dacht ik en ik knipperde heftig met mijn oog. ‘Maar…’ mompelde ik en keek hem verbijsterd aan. Ik kon niet begrijpen dat een jong meisje zomaar doodvalt op straat. De jeuk was over. Een opluchting overviel me, maar ik hoefde mezelf niets wijs te maken, het was er weer. ‘Hartstilstand.’ ‘Hoe kan dat,’ zei ik, ‘ze is nog maar een tiener.’ ‘Drugs,’ zei Ernest, ‘kom, we bellen de politie.’ Ernest Jacobs, mijn oude huisarts en familievriend, ging zijn huis binnen. Het vroor stenen uit de grond, maar het meisje droeg opvallende kledij die slechts een minuscuul deeltje van haar lichaam bedekte. Ik voelde in haar broekje. Niet dat ik een necrofiel was, maar ik had er iets in gezien. Het was een plastic flacon waar een zilveren ster op stond. Er zat een blauwe vloeistof in. Ik stak het in mijn broekzak, ging rechtop staan en begon te stampvoeten om de kou te verdrijven. Even later

5


kwam Ernest terug. Hij had een deken bij zich. Ik keek naar het ongeschonden gezicht dat ik meende te herkennen, waarop Ernest de deken over haar gooide. ‘Ken je haar?’ vroeg ik. ‘Ja, ze woont even verderop. Ieder weekend gaat ze naar een megadancing.’ ‘Hoe oud is ze?’ ‘Hooguit negentien.’ ‘En op die leeftijd kunnen drugs een hartstilstand veroorzaken?’ vroeg ik. ‘Absoluut, xtc kan je fysieke grens zo verleggen dat je hart het uiteindelijk begeeft.’ Ik voelde of het flesje nog in mijn broekzak zat. ‘De politie is in aantocht. Je verdwijnt beter.’ ‘Waarom?’ ‘Hoe minder je ermee te maken hebt, hoe beter.’ ‘Ik heb hier niets mee te maken.’ ‘Nee, maar ze zullen je verklaring afnemen. En voor je het weet zit je hier langer vast dan je lief is.’ We wisten allebei dat hij gelijk had. We omhelsden elkaar, terwijl ik “houd je taai” in zijn oor fluisterde. Zo kwam er een abrupt einde aan mijn bezoek. Gisteren, voor ik de nacht indook, had ik Ernest al opgezocht. We hadden oude cowboyverhalen uitgewisseld, maar kwamen er niet toe om over het heden te praten. Dat was niet nieuw, maar toch kon ik het niet laten om mijn oude vriend op te zoeken wanneer ik in Zelzate was. Mijn vraag naar Victor was een logisch gevolg van ons samenzijn. Victor was ook een oude familiebekende. Hij woonde tot voor kort in een bunker aan de rand van Kaprijke. Ernest vertelde mij dat Victor de bunker verlaten had en weer in Zelzate woonde, als nachtopziener in de jacht-

6


haven. Hij was teruggekeerd naar zijn oude liefde, de zee, want hij had jaren op de lange omvaart gewerkt. Samen met Ernest zocht ik hem op. Hij had zijn intrek genomen in een oude zeekotter, die permanent in de jachthaven lag. Toen ik hem zag, schrok ik danig. Zijn linkeroog zat nagenoeg helemaal dicht, verscholen achter een diep litteken.

7


Vrijdag

‘I

k was vergeten dat je een vairon was,’ zei mijn tante. ‘Twee verschillend gekleurde ogen,’ vulde ik aan. Ik bedacht dat ze misschien symbool stonden voor mijn twee gedaanten: journalist en geheimagent. ‘Net als David Bowie,’ mijmerde tante Mia. ‘Iemand die je van vroeger kent?’ vroeg ik schertsend, maar we wisten allebei dat we het echte onderwerp meden. Onze gedachten dwaalden af naar onze eigen leefwereld. David Bowie was geboren met twee verschillend gekleurde ogen, ik had mijn anders gekleurde oog te danken aan Zeljko Raznjatovic. Nagenoeg niemand kent hem onder zijn echte naam, maar zijn bijnaam Arkan – roofkat in het Servisch – is alom bekend. ‘Droom je er nog altijd over?’ vroeg mijn tante abrupt. ‘Waarover?’ ‘Je weet wel… je oog.’ ‘Oh dat, nee.’ ‘Heb je geen nachtmerries meer?’ ‘Nee.’ Niet echt, dacht ik, maar ik had geen zin om erover te praten. ‘Gelukkig maar, jongen.’ Een glimlach verscheen om haar mondhoeken.

8


Ik wreef in mijn handen en besloot de koe bij de horens te vatten. ‘Hoe maak je het hier alleen?’ Er kwamen tranen in haar ogen, ze deed geen moeite om ze te stoppen. Mijn tante en ik waren de laatste twee Van Dammes. Ik moest handelen, ook al zou dat de nodige moeilijkheden met zich meebrengen. De woorden speelden nog door mijn hoofd, maar ze waren er sneller uit dan ik verwacht had. ‘Waarom kom je niet in Italië wonen?’ Ze keek op. ‘Niets bindt je nog aan Zelzate,’ zei ik, ‘je kunt bij mij komen wonen.’ ‘Nee, Morpho, dat kan ik niet aanvaarden.’ ‘Goed, dan zoeken we iets voor jou. In de tussentijd kan je bij mij komen wonen.’ ‘Heb je plaats?’ Er verscheen een glinstering in haar ogen. ‘Als er geen is, dan maken we er toch.’ ‘Meen je het?’ ‘Absoluut. Ik mag er niet aan denken dat je nog langer deze ijskoude nachten alleen moet doorbrengen.’ ‘Prima, ik begin meteen te pakken.’ In haar stem klonk opwinding zoals bij een jong meisje dat voor de eerste keer alleen op reis mag. Een fractie van een seconde later vroeg ze: ‘En het appartement hier?’ Na de euforie sloop de twijfel in haar stem. Kordaat zei ik: ‘Verkopen. Als we al in Zelzate moeten zijn, dan gaan we op hotel. Deze namiddag gaan we naar een makelaar.’ Later op de avond volgde dan de echte reden voor mijn bezoek aan Zelzate: een schoolreünie. Een aantal weken geleden had ik de uitnodiging gekregen. Gretig had ik het aanbod aangenomen. Waarschijnlijk zou het tegenvallen, maar tegen beter weten in ging ik op de invitatie in. 9


Eenmaal op de speelplaats zag ik dat de school niet veel veranderd was. De hoge ramen en het Christusbeeld in de gevel waren er nog. Dezelfde vuilnisbakken op de speelplaats en de reftervloer nog altijd geplaveid met dezelfde okergele tegels. Ik herkende mijn medestudenten van weleer allemaal, behalve één, Wim Dullaers. Hij was mijn zielsverwant in de humaniora. Nadien koos hij voor de muziek en we zagen elkaar steeds minder. Sinds mijn vertrek uit Zelzate was het contact helemaal verbroken. Ik was wat aan de late kant. Kort na mijn aankomst verscheen de huidige directeur op het podium, onze oude geschiedenisleraar. Er zijn geen zekerheden meer, dacht ik, als de directeur geen Broeder van Liefde meer is. Tijdens zijn voordracht waren de clichés niet uit de lucht en ik nam de aanwezigen in mij op. Op enkele uitzonderingen na was iedereen in het gezelschap van een vrouw. De meeste mannen droegen een maatpak, hadden grijzend haar en vertoonden de eerste kaalheid en een beginnend buikje. Ik dwaalde door de massa en vernam dat een aantal van onze leraars overleden was. Het gepoch was niet uit de lucht. Ik werd voorgesteld aan vrouwen die me niet kenden en me niet interesseerden. Zoals ik verwacht had, verveelde ik me en droop ik na een uur stiekem af. Maar bij de uitgang kwam ik Jan tegen. Hij mepte uit alle macht op mijn schouder en begon te bulderen. ‘Morpho, hoe is het?’ vroeg hij. ‘Afgezien van mijn schouder, goed. En met jou?’ ‘Prima, prima. Ben je al weg?’ ‘Saaie boel hier, het was een vergissing te komen.’ ‘Je zal wel gelijk hebben. Kom, we gaan naar ons oude stamcafé.’

10


Het was druk in het café. In onze tijd voelde het bijna als de hemel met de muziek van Fiction Factory, nu knalde Rammstein door de boxen. Jaren geleden, toen ik in Zelzate was voor de begrafenis van mijn dochter, was ik hier voor het laatst geweest. We bestelden elk twee pintjes en dronken het eerste in drie teugen leeg. ‘Klootjesvolk is het,’ zei Jan. ‘Wellicht denken de anderen dat we sullen zijn.’ Jan begon luidkeels te lachen en verkocht me een nieuwe schoudermep, zijn handelsmerk. ‘Nu ja, ik had het half verwacht,’ zei ik. ‘Waarom ben je er dan naartoe gegaan?’ ‘Jij was er toch ook.’ Gebulder. ‘Ja, maar ik woon in Gent en jij in Rome.’ Ik haalde mijn schouders op en zei: ‘Uit nieuwsgierigheid, vermoed ik. En omdat ik Wim hoopte te zien.’ Opnieuw die schokkende lach, maar niemand in het café stoorde er zich blijkbaar aan. Hij zei: ‘Daarvoor hoefde je niet naar Zelzate te komen.’ ‘Waarom niet?’ ‘Weet je het dan niet?’ ‘Wat?’ vroeg ik. ‘Wim zit vast in Rome.’ ‘Vast?’ Ik begreep het niet. ‘Opgepakt.’ ‘Wim? Gearresteerd? Waarvoor?’ ‘Hij zou betrokken geweest zijn bij een schietpartij.’ Ik dacht aan Wim zoals ik hem gekend had. Met een gitaar in de hand, niet met een pistool. ‘Dat moet een misverstand zijn,’ zei ik. ‘Wim zou de Belg zijn waar gisteren sprake van was.’ Ik keek hem vragend aan.

11


‘Gisteravond op het nieuws hadden ze het over een Belg die aangehouden was. Naar ik gehoord heb zou dat Wim zijn.’ ‘Waar was die schietpartij? In Rome?’ ‘Ik dacht van wel. Iets met een prostituee onder een viaduct.’ Met enige moeite kon ik mijn verbazing verbergen. Natuurlijk, dacht ik, de initialen wd in het persbericht van de politie. Wim Dullaers is de Belg. ‘Hoe weet je dat allemaal?’ vroeg ik. ‘Van horen zeggen.’ ‘Juist, ja,’ besloot ik, waarop hij me een nieuwe klap verkocht en twee pintjes bestelde.

12


Fantoomoog  

In Zelzate sterft een meisje aan een overdosis xtc. Morpho Fante, onderzoeksjournalist bij de Italiaanse krant Repubblica en geheimagent, is...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you