Je ziet het licht op internet – Antwoorden plus uitleg 1. Een spaarlamp is eigenlijk een opgevouwen ledlamp. Zo luidt de juiste stelling: Een spaarlamp is eigenlijk een opgevouwen tl-lamp. Uitleg:
Een tl-lamp is zo’n buislamp die je bijvoorbeeld vaak in het klaslokaal ziet. De lampjes van tv of dvd-speler zijn leds. De verlichting van je fiets gebeurt ook hoe langer hoe meer met ledlampjes. 2. Het glas van de spaarlamp is aan de binnenkant bedekt met een dun laagje poeder. Dat is nodig omdat de lamp anders een heel onaangenaam fel licht geeft. Zo luidt de juiste stelling: Dat is nodig omdat de lamp anders enkel (voor de mens onzichtbare) uv-straling geeft. Uitleg:
Als er stroom door een spaarlamp loopt, wordt de elektrische energie omgezet in ultraviolette straling, die voor het menselijke oog niet zichtbaar is. Deze stralen kunnen worden omgezet in licht door middel van een fluorescerend poeder. Ook de zon zendt uv-stralen uit. Dat zijn – opnieuw – voor ons onzichtbare stralen, waarvan sommige types schadelijk kunnen zijn. 3. Een spaarlamp hoort bij het restafval. Zo luidt de juiste stelling: Een spaarlamp hoort bij het klein gevaarlijk afval (KGA). Uitleg:
In een spaarlamp zit kwikdamp, een stof die schadelijk is voor mens en milieu. Daarom mag een spaarlamp niet bij het restafval, maar moet ze verwerkt worden als klein gevaarlijk afval. Het is mogelijk om een spaarlamp ook met andere – minder schadelijke – gassen te laten werken, maar die lampen verbruiken dan weer meer, waardoor het geen spaar-lampen meer zijn.
1
4. Een gloeilamp hoort bij het glasafval. Zo luidt de juiste stelling: Een gloeilamp hoort bij het restafval. Uitleg:
Het omhulsel is wel van glas, maar de gloeilamp bevat ook veel andere materialen, zoals plastic van de fitting en metaal van de gloeiraad. Daarom hoort de lamp bij het restafval. 5. Een gloeilamp waarvan het glas gebarsten is, kan nog werken op voorwaarde dat de gloeidraad onbeschadigd is. Zo luidt de juiste stelling: Een gloeilamp waarvan het glas gebarsten is, kan in geen geval nog werken. Uitleg:
Als door de gloeidraad stroom begint te lopen, warmt de draad heel sterk op en ontstaat er licht. De draad is maar bestand tegen zo’n sterke opwarming als er geen contact is met zuurstof. Zodra er zuurstof bij de draad kan, bijvoorbeeld door een barstje in het glas, verbrandt de draad en gaat de gloeilamp stuk. 6. Zo’n 60% van de elektriciteit wordt bij een gloeilamp omgezet in warmte. Dat betekent dat maar 40% van de elektriciteit wordt omgezet in licht. Zo luidt de juiste stelling: Zo’n 90 à 95% van de elektriciteit wordt bij een gloeilamp omgezet in warmte. Dat betekent dat maar 5 à 10% van de elektriciteit wordt omgezet in licht. Uitleg:
Een gloeilamp ‘verspilt’ heel veel elektriciteit aan warmte. Het rendement van de gloeilamp bedraagt maar 5 à 10% is. Ter vergelijking: een spaarlamp heeft een rendement tussen 35 en 40%.
2
7. Gloeilampen mogen niet meer verkocht worden. EĂŠn uitzondering: gloeilampen van 100 watt blijven in de handel. Zo luidt de juiste stelling: Gloeilampen van 60 watt en meer mogen sinds 1 september 2011 niet meer verkocht worden. Al langer waren lampen van 75 en 100 watt verboden. Vanaf 1 september 2012 komt er ook een verbod op de verkoop van lampen van 25 en 60 watt. Uitleg:
Gloeilampen verbruiken veel meer energie dan bijvoorbeeld spaarlampen. Voor het milieu is het dus beter dat de gloeilamp verdwijnt. Daarom verbiedt Europa in verschillende stappen de verkoop van de gloeilamp. Eerst zijn de zwaarste lampen (75 W en meer) uit de handel genomen. Vanaf 2012 mogen er helemaal geen gloeilampen meer verkocht worden.
3