Eliane en Sylvia springen een gat in de lucht, want er is een nieuwe PMT-ruimte geopend! Daar zijn hun collega’s ook erg blij mee. Waarom? Dat lees je op pagina 8.
Hoe gaat het met onze ketaminepoli?
Lentis behandelt nu anderhalf jaar cliënten met esketamine op de Ketaminepoli. Hoe zijn de ervaringen tot nu toe? Saskia Pastoors vertelt het ons.
Afscheid Jannie Strijk
Na 38 jaar trouwe dienst neemt onze geliefde collega en oud-hoofdredacteur van Lentis Magazine afscheid. We hebben haar weten te strikken voor een interview!
LENTIS MAGAZINE
Het tijdschrift voor medewerkers en geïnteresseerden verschijnt drie keer per jaar zowel in digitale uitgave als gedrukt magazine.
LM #2 2026
Een kijkje in de keuken bij PsyQ Arnhem
‘Je lijf geeft zoveel signalen af, maar het zit niet meer in ons om daar echt goed naar te luisteren.’
Altijd in beweging
Kleine veranderingen zorgen soms voor grote bewegingen. Ursula merkt bijvoorbeeld dat een verandering van fietsroute haar letterlijk en figuurlijk in beweging brengt. Als ik de andere artikelen in dit Magazine lees, herken ik een patroon van veranderingen die je in beweging brengen, die motiveren.
Inhoud
Ik lees het terug in het interview met mijn directe collega en oud-hoofdredacteur Jannie, die vertelt dat de afwisseling en verandering van haar werk haar motiveerde om bij Lentis te blijven. Ik zie het ook terug in de manier waarop we met elkaar zoeken naar nieuwe vormen van samenwerking, zoals bij GZA-project De Felze, een uniek project waar Lentis onderdeel van uitmaakt. De viering van de start bouw lees je in Kort Nieuws. Ook wanneer we terugkijken, zien we beweging. In het vervolg op Begrijp het heden, begin bij het verleden, de column van Rense, wordt duidelijk hoe Lentis zich door de jaren heen heeft ontwikkeld en hoe verbinding telkens opnieuw vorm moet krijgen.
Niet alleen Rense deed een duik in het archief voor zijn column, maar collega’s hebben dat de afgelopen maand zelf ook gedaan. Meer daarover zie je terug op de achterkant van dit Magazine, in de rubriek ‘Ingelijst’.
Saskia Scholte (hoofdredactie), Petra Albertema, Anne Helmus, Jannie Strijk
Ontwerp en opmaak
Klaas van Slooten | bno
2
Symposium ADDO
Anne Helmus was bij het Symposium
ADDO: Anders denken, doen en organiseren. Bart Bakker hield een inspirerende lezing over een samenwerkingsproject in de wijk Ruwaard in de plaats Oss in Noord-Brabant.
5
Heerlijk, fietsen
Aldus Ursula. In haar column beschrijft ze wat verandering van fietsroute zoal voor haar kan doen.
6
In gesprek met Saskia Pastoors van de Ketaminepoli
De Ketaminepoli bestaat nu anderhalf jaar bij Lentis. Een goede reden om er in dit Magazine aandacht aan te besteden en om te horen hoe behandeling met esketamine precies werkt.
8
Afscheid Jannie
Oud-hoofdredacteur van dit Magazine en zeer gewaardeerde directe collega Jannie Strijk gaat na 38 jaar met welverdiend pensioen. Onder zachte dwang vertelt ze meer over haar jaren bij Lentis.
12 Begrijp het heden, begin bij het verleden, deel 2
In dit tweede deel van het artikel van Rense beschrijft hij hoe de gemeenschap van Dennenoord ons laat zien dat samenwerken altijd ontstaat uit de omstandigheden van de tijd. Deel 2 beslaat 1960 tot heden.
21 Recept voor een lekkere mocktail
Dorine deelt dit jaar in Lentis Magazine recepten van gezonde gerechten, waarvan een deel van de ingrediënten afkomstig is uit haar voedselbos. Deze keer kunnen we een verfrissende mocktail maken!
22 Heb het narratief lief!
14 Lydia’s verhaal
Lydia deelde onlangs haar herstelverhaal en Anne mocht het op papier zetten. Haar leven wordt getekend door veel verlies en ontwrichting en de consequenties van het maken van ongezonde keuzes.
17 Helmus zoekt Dokter Drager
In zijn vaste rubriek deelt Anne Helmus deze keer een aantal tips om bij hoge werkdruk de regie weer in eigen de hand te nemen en niet overwerkt te raken.
18
Een kijkje in de keuken bij PsyQ Arnhem
Bij PsyQ Arnhem was mooi nieuws te delen, want daar is onlangs een nieuwe Psychomotorische Therapie (PMT)-ruimte geopend. Eliane Leijdens en Sylvia Witjes vertellen graag meer over deze ruimte en over hun werk.
Er is onderzoek gedaan naar hoe (herstel)verhalen van cliënten effectief ingezet kunnen worden in de ggz. In het column van collega Stynke lees je er meer over.
24 Kort Nieuws
Kaarten te koop voor de voorstelling ‘Zij is van mij’, de bouw van De Felze is van start en nog meer kort nieuws lees je hier.
26 Ingelijst
Dit jaar bestaat de Lijstenmakerij 50 jaar. Daarom hebben we dit jaar een nieuwe rubriek op de achterflap van het Magazine, namelijk ‘Ingelijst’, waarin we bijzondere verhalen belichten. Deze keer staan onze eigen medewerkers ingekaderd!
Anne bij Symposium ADDO Anders denken, doen en organiseren
Door Anne Helmus
Ina Westerman, teamleider bij Lentis heet de aanwezigen op deze zaterdagmorgen in april van harte welkom. Ze bedankt Hanze voor het gratis beschikbaar stellen van de collegezaal waar het symposium plaatsvindt. Deelname aan het symposium wordt ook gratis aangeboden, zodat zoveel mogelijk mensen er aan deel kunnen nemen. Er zijn mensen vanuit alle geledingen van de maatschappij aanwezig, familie en cliëntenraden, politie en zorgverzekeraars. Het symposium werd georganiseerd door een aantal bevlogen medewerkers. Het Bureau Ervaringsdeskundigen is een vaste waarde bij dit soort bijeenkomsten.
Gedurende de dag was er een debat tussen vertegenwoordigers van een aantal instanties. Er was volop gelegenheid om te netwerken en elkaars werkwijze te leren kennen. In de pauze was er de mogelijkheid om allerlei standjes te bezoeken van onder andere het FACT, Leger des Heils, BEL, Ypsilon, Humanitas en Wij-team Welstad.
Bart Bakker opent met een inspirerende lezing over een samenwerkingsproject in de wijk Ruwaard in de plaats Oss in Noord-Brabant. Dit alles door middel van de zogenaamde ADDO-aanpak. Anders Denken, Doen en Organiseren.
‘Sinds 2016 werken organisaties in Oss samen in een wijk aan één doel: de gezondheid van inwoners verbeteren. Ze werken gebiedsgericht en programmatisch. We noemen dat de Proeftuin. De organisaties willen bereiken dat de wijken vitaler worden en de inwoners tegen lagere maatschappelijke kosten een betere positieve gezondheid ervaren. Ze wilden ontdekken of we welzijn, wonen, werk, inkomen, geldzorgen, ondersteuning en zorg anders kunnen organiseren. Dichterbij en samen met de inwoners, minder bureaucratisch en minder versnipperd. In 2016 startten ze in de wijk de Ruwaard.’
Ineke Westerman opent het symposium
Volgens Bart begint een dergelijke aanpak met de volgende vragen:
‘Wat wil iemand. Wat kan iemand en wat heeft hij nodig’ Dit is de aanpak in een notendop. Begin met een eenvoudige casus is zijn advies. Er zijn complexe regels, organisaties werken langs elkaar heen en bieden diensten aan die soms helemaal niet helpen. ‘We hebben ervaren dat dit anders kan. In onze aanpak gaan we uit van de wensen van mensen. In een persoonlijk gesprek stellen we drie vragen. Wat zijn jouw doelen. Waar wil je naar toe werken? Wat kan jij betekenen voor jezelf en een ander? En wat heb je daarvoor nodig? Op basis van de antwoorden zoeken we de juiste professionals uit de wijk om met de mensen thuis in gesprek te gaan. Samen maken we een plan waar iedereen het mee eens is. Zodat we meteen aan de slag kunnen. Zo krijgen we bruisende wijken waar mensen zich goed voelen. Actief zijn en echt meedoen. Anders denken, doen en organiseren. In een gesprek met de cliënt is het belangrijk om de vraag helder te krijgen, je kijkt vervolgens welk partijen je nodig hebt. Het is niet: u vraagt wij draaien. Het is de vraag wat er kan. Wij doen dit overleg bij de mensen thuis. Het overleg is multidisciplinair. We werken samen vanuit verschillende perspectieven om te onderzoeken wat de beste oplossing is. We maken een plannetje, dat is niet van een organisatie maar van de inwoner zelf. Daarin wordt afgesproken: wie, wat, wanneer. Daar gaan we mee aan de gang en als het nodig is komen we weer bij elkaar. Het is soms lastig om de mensen bij elkaar te krijgen. Het is lastig om ze afspraken te laten maken en ze het op te laten schrijven. En ze daaraan te laten houden. Dus niet praten over de mensen maar met de mensen. Dat proces moet je begeleiden. Inhoud en proces moet je los van elkaar zien. Inhoud en proces lopen vaak door elkaar heen. Als het fout gaat vallen we elkaar vaak af op de inhoud. Dat is geen goede zaak.’
We moeten het werk van elkaar zo goed mogelijk gezamenlijk dragen
‘Degenen die we uitnodigen op zo’n samenwerkingsoverleg vertegenwoordigen de expertise die we op dat moment nodig hebben. We vertrouwen erop dat de mensen de juiste dingen doen, want daar hebben ze tenslotte voor geleerd. We gaan met elkaar afstemmen wat je kunt leveren. Als bijvoorbeeld de huisarts een pilletje geeft voor de hoofdpijn, maar hij weet niet dat die hoofdpijn wordt veroorzaakt door een schuld, dan werk je met de beste bedoelingen langs elkaar heen. Als je met elkaar wilt samenwerken, heb ik geleerd, begin dan met bestaande casuïstiek. Dat maakt het gemakkelijker om met elkaar aan de gang te gaan.
Als je dat met elkaar doet dan ontstaan er de meest wonderlijke bijeenkomsten. Hulpverleners weten soms niet dat ze met elkaar aan dezelfde casus werken. Mensen zitten ook dingen te doen die helemaal niet bij hun expertise horen. Nogmaals met de beste bedoelingen. We zijn zorgmensen die graag willen zorgen. Dan hebben we het natuurlijk ook heel druk als we dingen doen die niet bij ons horen. Daar moeten we vanaf stappen. We moeten het werk van elkaar zo goed mogelijk gezamenlijk dragen. We vragen ook aan de inwoner een bijdrage aan de oplossing van zijn probleem. We vragen mensen iets terug te doen als de situatie is gestabiliseerd. Mensen kunnen pas iets leveren als ze niet meer in de shit zitten. De doelen en ideeën van de inwoner zijn leidend, in plaats van wat organisaties wel of niet in de aanbieding hebben. Bestaande protocollen, systemen of regels mogen die samen bedachte oplossingen niet belemmeren. Daarom organiseren we in de Proeftuin de toegang tot ondersteuning en welzijn op een andere manier dan in de rest van Oss. Ook organiseren we de uitvoering anders: we doen dit met minder schotten, zonder strikte taakafbakening en met een andere financieringsvorm.’
‘Collectieve vraagstukken pakken we ook op. In de wijk waren er ongeveer 700 mensen die geen baan hadden maar wel behoefte hebben aan een plek waar activiteiten plaats kunnen vinden. Een van de mensen zonder baan wilde dit op gaan zetten. De ruimte die beschikbaar was kostte veel geld en de koffie was ook prijzig. De man kende meer mensen
Bart Bakker tijdens zijn lezing
zonder baan en had op de eerste kennismakingsavond meer dan honderd mensen uitgenodigd. In het leegstaande schoolgebouwtje dat ik had geregeld. Ik had in de drie lokalen flipovers neergezet en gevraagd: Als je deze ruimte tot je beschikking zou hebben wat zou je hier dan willen doen? Heel veel initiatieven kwamen eruit. Er bleek veel potentie in de wijk van mensen die dingen wilden gaan doen. De verantwoordelijk bestuurders wilden het gebouw wel tot hun beschikking stellen. Het was ook nog wel een gedoe om het op te zetten zonder de bemoeienis van welzijnsorganisaties. Die voelden zich een beetje gepasseerd. We hadden zoiets van: laten we het gewoon proberen en kijken wat eruit komt. Het Huis van de Wijk, zoals het is gaan heten heeft vijf jaar lang bestaan. Er kwamen vijfhonderd unieke bezoekers per week. En er waren dertig soorten activiteiten. Ze wilden niks met hulpverlening te maken hebben. Geef ons de ruimte en koffie en we regelen alles zelf. We hebben twee regels gesteld: Je mag niemand uitsluiten en je mag er geen geld voor vragen. Er kwamen veel mensen met een rugzakje en hulpverleners kwamen er als gast. Uit onderzoek bleek dat deelnemers aan dit project minder zorg afnamen. Na vijf jaar is het oorspronkelijke gebouwtje gesloopt en is het ondergebracht in een wijkcentrum en floreert nog steeds. Het is een voorbeeld van waartoe het kan leiden als je luistert naar wat inwoners zelf willen. Ook hebben we een goede samenwerking met justitie. Bij kleine vergrijpen zoals winkeldiefstal wordt snelrecht toegepast. Binnen het Huis van de Wijk kregen ze dan de gelegenheid om hun taakstraf te doen. Beter dan een kleptomaan een taakstraf bij de Blokker te geven, wat natuurlijk niet zo’n goed idee is.’
Barts advies: Werk op een eenduidige manier met gedeelde urgentie
‘De samenwerkende partners werken allemaal op dezelfde manier samen. Dan kan je gaan evalueren op het proces en dan kun je waardevrij evalueren. Als je dat kunt, dan hoef je elkaar niet af te vallen. Als je zo met elkaar kunt evalueren dan kun je leren en groeien. Een veranderaanpak op een A-viertje helpt daarbij.
Anders denken, doen en organiseren betekent dat we altijd met de inwoner oplossingen bedenken alsof er geen belemmeringen zijn. Dan komen er altijd, soms rare en superspannennde oplossingen naar voren. Anders doen betekent dat je het ook helpt uit te voeren. De inwoner staat centraal bij de partijen die je nodig hebt, dat hebben we met elkaar afgesproken. De bestuurders bieden bescherming door ons de regelruimte te geven om op deze manier te kunnen werken.’
Proeftuin Oss is erg innovatief in het gebiedsgericht werken en het ontschotten van financiering. Bart: ‘De partijen durven de traditionele manieren los te laten. We zien dat die manier van organiseren het makkelijker maakt om preventief te werken, te collectiviseren en samen te werken. Er is niet vooraf in een indicatiebeschikking vastgelegd hoeveel uren ondersteuning het moeten zijn, dus besteden beroepskrachten niet meer tijd dan nodig is. Ook is er minder tijd nodig voor administratie en verantwoording. De reistijd vervalt doordat alle adressen in één wijk liggen. De verschillende organisaties fungeren als een soort uitzendbureau dat hun medewerkers aan de proeftuin uitleent.’
Fietsen
Door Ursula Sennema
Een aankondiging van een scholingsmiddag in Zuidlaren doet mij in stilte juichen tijdens het werkoverleg. Zuidlaren betekent verder mogen trappen. Vanuit Noordoost-Groningen de stad doorkruisen en over de Hondsrug door het bos in Appèlbergen, langs Noordlaren (waarbij ik iedere rit de gedachte heb bij het woonboerderijtje met het rieten dak en de diepe tuin, vlak voor de bocht, híer zou ik ook wel willen wonen), Midlaren en voilà: achter de hunebedden wacht Zuidlaren.
Mijn normale werkdag gaat vanaf Ten Boer over de Oude Stadsweg, van oorsprong een handelsroute die liep van Groningen naar Delfzijl, naar de groene wijk Beijum in Groningen. Het pad is vanaf Ten Boer getransformeerd tot doorfietsroute: verbreed, nieuw asfalt, voorrang op kruispunten en rotondes. De Groningse formatie Swinder bejubelt het fietsen in ‘Noar Stad’, Arno van der Heyden bezingt in ‘De Vief’ hoe hij als jonge vent over Engelbert naar Stad toog en hoe de vijf pijpen van de elektriciteitscentrale tijdens de rit als een hand moi tegen hem zeiden (al moet gezegd, het ging om een ploffiets, detail). En ten slotte ‘Op Pad’ van De Boetenbaintjes, met zanger Alje van Bolhuis. Over de dagelijkse trap van een dorp naar de stad. Het geluid van de kettingkast, de aanblik van vee op het land. Op fiets noar t waark dat is een genot, de wereld is van mie. Van Bolhuis was destijds collega van mijn vader Dick op het provinciehuis in Groningen en zong het bij een jubileum (of had hij het speciaal geschreven?) voor mijn vadertje, een diehard fietser. Mijn vader mocht aan anderen, zoals op verjaardagvisites wat ik me herinner, graag vertellen dat hij ALTIJD fietste.
aardig overeen: ‘Vooral in de ochtend is het lekker, ik word wakker op de fiets en geniet van de stilte.’ ‘Na het werk is het een mentaal rustmoment. Je maakt je kop leeg van het werk en vervolgens kom je tot de beste ideeën.’ ‘Ik moet ver kunnen kijken, de wind voelen. Harde wind vind ik juist lekker.’ ‘Onderweg zie ik veel vogels. Soms stop ik even om rond te kijken.’ ‘Het liefst fiets ik alleen, ik kan dan mijn eigen tempo bepalen.’
Een andere overeenkomst; er wordt altijd gefietst, weer of geen weer. Mijn vader in het blad: ‘Het was 1979. Er was hevige sneeuwval en ijzel. Bij Sauwerd werd ik door de politie van de weg gehaald. Het was te gevaarlijk, vonden ze. Toen heb ik een andere route genomen en ben ik toch naar het werk gefietst. Ik was immers toch al op weg. De terugweg viel niet mee. Ik ben lopend over de spoorlijn gegaan.’
Wat de heren schetsen is voor mij een feest der herkenning. In m’n eentje fietsen en gedachten de vrije loop laten. Verwondering over het schoons dat zich voor je neus aandient. En voor mij geldt zeker ook: de bekoring van het fietsen in alle weersomstandigheden. Het is een soort drang, iets wat moet, wat aan anderen soms maar lastig uit te leggen is.
Waar Jan, Arnold en Dick peddelden op een gewone fiets of racefiets trap ik inmiddels elektrisch. Het was een proces in het loslaten van een principe (‘Voor mij absoluut geen e-bike’) maar ik ging overstag en geniet van het gemak en ook mijn knietjes zijn er blij mee. Ik bepaal dagelijks hoeveel weerstand ik prettig vind, maximale ondersteuning of een klein beetje. De sportieve toerfiets hou ik voor erbij.
In dat kader schonk hij me laatst een editie van het blad van het Groninger Landschap. In dit nummer uit 2003 worden drie fietsende forensen geportretteerd waaronder mijn vader. Jan fietst van Houwerzijl naar Groningen, Arnold trapt vanuit Gasteren naar de stad, mijn vader vanuit Winsum. Hun beschrijvingen komen
De winter was koud. Eindelijk werd het lente. Wind door je haren, zon op het gezicht, door een zee van fluitenkruid.
Heerlijk, fietsen.
Door Anne Helmus
In gesprek met Saskia Pastoors van de Ketaminepoli
Saskia vertelt dat de poli nog niet zo heel lang gehuisvest is op de plek waar ze mij ontvangt. Ik kijk om me heen en zie smaakvol gerenoveerde ruimtes op de eerste verdieping van het gebouw met de gekleurde pilaren op de Lentisvestiging aan de Hereweg. Ze delen de etage met het CIP (Centrum voor Integrale Psychiatrie). Het interieur geeft rust met veel groentinten. Saskia Pastoors gaat het een en ander over de Ketaminepoli vertellen. De poli bestaat nu anderhalf jaar. Een goede reden om er in dit artikel aandacht aan te besteden. Saskia is verpleegkundige op de naastgelegen opnamekliniek. Ze is ook werkzaam op de Ketaminepoli en ze heeft suïcidepreventie in haar takenpakket.
Saskia: ‘Super tevreden met onze nieuwe locatie. In juni 2024 ontvingen wij onze eerste patiënte op een kamer in de kliniek Groningen. Na flinke uitbreiding hebben we nu onze nieuwe locatie mogen betrekken. We geven hier onze esketamine-behandelingen. De esketamine wordt met een neusspray toegediend. Het is inmiddels goedgekeurd door het zorginstituut en wordt vergoed vanuit het basispakket. De voorwaarde is dat er onderzoek gedaan wordt naar de langetermijn effecten.
Esketamine neusspray is een nieuwe behandeling voor moeilijk te behandelen depressies. Het kan ingezet worden als drie verschillende antidepressieva medicijnen geen effect hebben gehad op de depressie. Het middel wordt op de poli gebruikt onder toezicht van een verpleegkundige. Het is van belang dat men naast de neusspray een ander antidepressivum blijft
slikken. Omdat het middel heel anders werkt dan andere antidepressiva zien we dat een deel van de patiënten die ongevoelig is voor antidepressiva wel goed reageert op esketamine. Dat is hoopgevend.
Patiënten worden voor de behandeling verwezen door hun eigen behandelaar. Na een second opinion door een psychiater van de Ketaminepoli wordt de indicatie gesteld en kan de behandeling vaak binnen enkele weken beginnen.
De patiënten komen de eerste vier weken twee keer per week bij de verpleegkundige op de poli. De geboden behandeling duurt twee tot drie uur. Omdat het een nieuwe behandeling is, vragen we patiënten of ze mee willen doen aan een landelijk onderzoek waarin de langetermijneffecten van esketamine in kaart worden gebracht. Dit wordt gedaan via het
Esketamine Neusspay Corsortium (ENC-NL). De patiënt krijgt vragenlijsten via de mail toegestuurd, maar ook op de poli wordt nog het één en ander uitgevraagd. Tijdens de behandeling monitoren we de bloeddruk op een aantal momenten, viermaal in totaal. Deze kan namelijk verhogen tijdens de behandeling. Zodra de esketamine via de neusspray gegeven is, werkt het zo’n 90 – 120 minuten. De ene patiënt kan dan al naar huis en de ander heeft iets meer tijd nodig om bij te komen. Er wordt meestal drie uur voor een sessie gepland. De piek bij de bijwerkingen tijdens de sessie ligt rond de 40 – 60 minuten. De meest voorkomende bijwerkingen zijn dissociëren, hallucineren, wazig gaan zien, duizelig worden, tintelingen in lichaamsdelen. Sommige mensen kunnen daar angstig van worden. Je komt namelijk in een soort trip. Het overkomt je en je moet het een beetje los kunnen laten. Sommige mensen vinden het een prettige en ontspannen ervaring. Anderen worden angstig of worden emotioneel als er bijvoorbeeld herinneringen boven komen. ‘Uit onderzoek van het UMCG komt naar voren dat het patiënten moeite kost om de controle los te laten en zich over te geven aan de behandeling. Of ze probeerden juist krampachtig de controle te behouden. Wanneer patiënten erin slaagden hun weerstand te verminderen door de ervaring te aanvaarden, werden ze vaak minder angstig en werd de behandeling positiever ervaren. De controle opgeven bleek niet alleen een vereiste voor positieve ervaringen, maar patiënten beschouwden dit ook als een positieve en zinvolle of therapeutische ervaring.’
Na de behandeling mag je niet alleen naar huis of aan het verkeer deelnemen. De meeste mensen zijn daar ook niet toe in staat en hebben echt nog ondersteuning nodig om naar huis te gaan. Iemand vinden om je te halen en te brengen kan voor sommigen lastig zijn. Vaak zijn mensen na afloop een beetje sloom en rozig en gaan even slapen als ze thuiskomen.
‘We behandelen volwassen van alle leeftijden. Mensen van begin twintig tot zeventigers. Als er na die eerste vier weken effect is, gaan we over naar één keer per week behandelen. Veel mensen ervaren wel effect in de eerste vier weken. We verlengen ook wel eens de fase van de eerste vier weken die bestemd is om je in te stellen op de esketamine, voor een optimaler effect. Esketamine is een tijdelijk hulpmiddel. Het doel is om dit middel ook weer af te bouwen. Het is een hulpmiddel om je leven weer op gang te brengen. Wel merken we dat het soms wat lastiger is om af te
bouwen, omdat men merkt dat de stemming dan weer kan zakken.’
Daarom is het belangrijk dat patiënten die esketamine krijgen, daarnaast ook psychotherapie krijgen. Dat kan in de vorm van activatie, CGT, PMT of inzichtgevende behandeling. Wat de laatste
jaren duidelijk wordt is dat door de esketaminebehandeling patiënten beter in staat zijn om te leren, nieuwe ervaringen te gebruiken, en soms ook minder weerstand tegen verandering ervaren. Door hier gebruik van te maken wordt het antidepressieve effect versterkt en vermoedelijk ook bestendigd.
Na 38 jaar neemt Jannie Strijk afscheid van Lentis
‘Doordat het werk zo afwisselend was bleef het aantrekkelijk om hier te werken.’
Door Anne Helmus
Het personeelsblad redigeren was Jannie haar eerste taak binnen Dennenoord en om de cirkel rond te maken verleent ze nu, na zachte dwang, haar medewerking aan dit interview. Ze wordt geïnterviewd omdat ze in de 38 jaar dat ze in dienst is, 36 jaar de eindredactie heeft gedaan van de verschillende personeelsbladen. Twee jaar geleden nam collega Saskia Scholte het van haar over. Haar respectabele dienstverband is te danken aan het feit dat haar baan steeds veranderde door de organisatie die steeds in beweging was. Afwisseling genoeg dus om te blijven. In juli gaat ze met pensioen.
Hoe ben je indertijd bij Lentis terecht gekomen?
Jannie: ‘In 1985 toen ik nog bezig was om af te studeren, kwam ik in contact met Dennenoord. Ik heb Nederlandse taal- en letterkunde gestudeerd en ben afgestudeerd in de richting taalbeheersing. Via via had men mijn naam gehoord op Dennenoord. Ik werd uitgenodigd om te komen solliciteren. Ik zou me bezig moeten houden met het personeelsblad. Het blad werd door de redactie toen heel vrij ingevuld. Dat pakte niet voor iedereen goed uit. Als je een interview hebt in je personeelsblad, moet je de volgende dag wel weer aan het werk kunnen. Bedrijfsjournalistiek is geen vrije journalistiek, ook al hebben wij altijd heel veel ruimte gehad en genomen om ook positief kritisch te zijn. Ik voelde me direct heel erg op mijn plek. Ik had het niet gepland. Ik dacht eerder meer aan een loopbaan in het onderwijs. Daar had ik ook een bevoegdheid voor gehaald.’
‘De eerst drie jaren ben ik voor Dennenoord blijven freelancen naast mijn onderzoekswerk voor de universiteit en voor de gemeente Groningen. Hier kwam verandering in toen ik samen met een collega een aanvraag voor patiëntenvoorlichting had geschreven. Die werd goedgekeurd en toen kon ik drie jaar aan de slag.’
Verhalen binden
Voor het personeelsblad heb ik heel veel mensen gesproken. Het fijne is dat je overal naar binnen kunt gaan om met mensen in gesprek te gaan. Ik heb veel mooie gesprekken gehad die ook veel indruk op mij hebben gemaakt en mij ontroerd hebben. Als je de verhalen van de mensen zelf hoort heeft dat veel impact. Dat is wat bindt en verbindt binnen de organisatie. De verhalen die verteld worden zeggen ook iets over de cultuur binnen de organisatie. Het is belangrijk om ze te blijven vertellen. Ik ging ooit in gesprek met een groep deelnemers over hun dagbesteding. Ik werkte toen al lang bij Lentis en ik dacht dat ik wel wist waar het over ging. Maar toen ik in gesprek ging kwam ik erachter wat dat voor het leven van de deelnemers betekent. En ook hoe hulpverleners meer dan hun best doen bij zo’n activiteitencentrum.’
Waar werk je nu aan?
Jannie: ‘Ik werk nu vooral aan drie strategische projecten binnen Lentis. Dat is het Groninger Zorg Akkoord, daaronder vallen drie projecten die gaan over zorgvernieuwing en versteviging van zorggebouwen in het aardbevingsgebied, vooral in
‘Je moet niet bang zijn voor een beetje kritiek want iedereen kijkt altijd met je mee.’
Noord- en Oost-Groningen. Daarnaast werk ik mee aan 1 Lentis. We hebben gekozen voor de complexe zorg. Om die toekomstbestendig te maken, brengen we de zorg en de verantwoordelijkheid voor de zorg weer naar de regio, dicht bij de cliënt en het netwerk. Ook werk ik aan het project ‘Lentis robuust en financieel gezond’. ‘Het vliegwiel’, noemen we dat ook wel. Voor al deze projecten doe ik de communicatie van advies tot uitvoering. Voor zolang ik nog aanwezig ben natuurlijk. Verder zijn er altijd heel veel dingen die op mijn pad komen. Zoals bijvoorbeeld de redactie van het jaarverslag, waar ik altijd bij ben betrokken, of het promoten van de voorstelling van Foolcolor. Ik heb ook mee mogen werken aan een Kijkerroute op het voormalig Groot Bronswijk terrein samen met de Erfgoedcommissie. Die ondersteun ik daar dan bij. Eigenlijk is het nog steeds zo dat er heel leuke dingen op mijn pad komen en dat ik daar ook nog heel veel plezier in heb.
Eigenschappen voor dit werk?
‘Je moet niet bang zijn voor een beetje kritiek want iedereen kijkt altijd met je mee. Je moet een standpunt durven innemen en daar ook voor gaan. Als je dat niet durft, moet je dit werk niet gaan doen. Je wordt ook betaald voor je professionele standpunt en advies. Je moet goed contact met mensen kunnen maken en ook beleid kunnen handhaven, wat mensen niet altijd leuk zullen vinden. Eén ding weet je zeker. Het is nooit zo dat iedereen het goed vindt, wat je doet.’
Adviseren
‘Alle Raden van Bestuur die ik meemaakte pakten dingen weer anders aan. Toen ik het vertrek van de eerste Raad van Bestuur meemaakte dacht ik. ‘Kan ik nog wel adviseur zijn voor de volgende club. Ik kon het bijvoorbeeld heel goed met de toenmalige voorzitter Pim Hoevenaar vinden. Maar dat is denk ik wel gelukt. Je zou ook een adviseur van niks zijn als je maar voor een type Raad van Bestuur zou kunnen werken. Een nieuwe lichting vindt ook weer andere dingen belangrijk en daar moet je rekening mee houden. Met de een heb je wat meer dan met de ander en dat zal andersom ook zo zijn. Ik heb niet altijd staan applaudisseren in de zijlijn, maar ik heb altijd wel de ruimte gehad en genomen om de dingen te zeggen die ik belangrijk vond. Zo zit ik ook in elkaar. Als dat niet had gekund, dan had ik hier niet kunnen werken.’
Veel afwisseling
‘Doordat het werk zo afwisselend was bleef het ook aantrekkelijk om hier te werken. Van Dennenoord werd het GGz Groningen en daarna Lentis. Van een
regionale indeling gingen we naar een clusterindeling als gevolg van de marktwerking. Om het merk Lentis te positioneren hebben we een serie op RTV Noord verzorgd. Met de titel ‘Wij van Lentis’. Dat was heel leuk om dat te organiseren. Daardoor was de naam van Lentis ook heel snel gevestigd. Kortgeleden had RTV Noord een quiz met logo’s. Een van de logo’s in de quiz was Lentis. Hoe mooi is dat. Dan is de cirkel rond.’
Fijne collega’s
Jannie heeft lange tijd in eenzelfde teamsamenstelling gewerkt. ‘We werkten hier in het hoofdgebouw heel lang met een vaste groep collega’s. Dan bouw je banden op die verder gaan dan het werk.’ Ook werkte ze lang met dezelfde communicatiecollega’s. ‘Dat was heel productief en gezellig. We hadden veel plezier met elkaar en in het werk. Belangrijk! Want werk is zo’n groot deel van je leven.’ Met Petra Albertema werkt ze het langst samen. ‘Heel fijn dat je op iemand zo kunt bouwen als op Petra. Dat ze altijd met je meedenkt. Je herinnert aan dingen die je in de drukte van alledag bent vergeten. Petra is ook gewoon een heel prettig mens.’ Nu werkt ze in een jong team. ‘Mijn nieuwe collega’s brengen weer nieuwe inzichten met zich mee. Dat is ook heel leuk.’
Trots op?
‘Ik ben op een heleboel dingen trots. Je doet het nooit alleen. Natuurlijk op al die bladen die zijn gemaakt. En vooral ook op de jaargangen die we samen met cliënten hebben gemaakt. Dat was heel bijzonder. We hebben een aantal boeken uitgegeven over de geschiedenis van Dennenoord en over Lentis. Het feit dat die gemaakt zijn, daar heb ik een rol in gespeeld zoals de redactie en de samenwerking met de vormgever. Wat ik heel bijzonder vond om te doen, samen met mijn vriendin Coby Scholing, kwaliteitsadviseur, waren het leiden van de zogenaamde spiegelgesprekken. Dat leverde heel mooie resultaten op. Cliënten, verwijzers en hulpverleners gingen door middel van deze vorm met elkaar in gesprek. Dat deed ik gedurende een bepaalde periode. Dat is eigenlijk met alles zo in dit werk, dat je iets gedurende een bepaalde periode doet.’
Iets wat misging?
‘De vraag was een keer: ‘Hé Jannie, kun je de gedragscode niet een beetje opleuken?’ Het ging om een gedragscode voor het personeel. Als je iemand ergens op aan wilt spreken moet daar wel iets aan ten grondslag liggen. Een gedragscode is een gedragscode, dus heel leuk wordt dat niet. Ik
‘Ik ben op een heleboel dingen trots. Natuurlijk op al die bladen die zijn gemaakt.’
had wel een leuk idee om de gedragscode onder de aandacht te brengen. Ik had een interview met Linda de Mol gelezen en die zei: ‘Ik doe gewoon wat ik zelf leuk vind en dat vindt toevallig heel Nederland leuk’. Dat leek mij ook wel wat. Ik heb een aantal kaarten met verschillende teksten laten maken. Op de kaarten stond een gedragscode in de vorm van een spreuk en de tekst: ‘Zo zijn onze manieren’. Die kaarten verspreidden we willekeurig over de verschillende teams, zodat het gesprek hierover op gang zou worden gebracht. Het pakte niet helemaal uit zoals ik verwacht had. Er waren ook mensen die er heel boos over werden. Ze voelden zich niet serieus genomen, omdat er een regel uit een kinderliedje op stond. Er waren zelfs teams die het ritueel hebben verbrand. Dat liep dus niet helemaal lekker. Ik was duidelijk Linda de Mol niet. Maar het is hierdoor wel onder de aandacht gekomen.’
Wat ga je doen na je pensioen?
‘Dat weet ik nog niet precies. Ik heb me nog nergens op vastgelegd, want als ik ergens aan begin, stop ik er nooit weer mee. Maar er zijn heel veel dingen die ik graag doe. Ik ben graag creatief bezig, ik lees graag en ik klus graag. Ik hoef niet constant op reis, want ik ben graag thuis, maar het geeft wel meer ruimte om op stap te gaan wanneer we dat willen. ’
‘… als ik ergens aan begin, stop ik er nooit weer mee.’
Deel 2. Begrijp het heden, begin bij het verleden*
Door Rense Schuurmans
Zonder samenwerking van medewerkers Lentis haar doelstelling niet behalen. Iedere medewerker weet dit. Maar de beslommeringen van alle dag maken maar al te gemakkelijk dat we de noodzaak tot verbinding maken vergeten. Hierbij deel 2 als opfrisser.
Het gezicht van de samenwerking die moet leiden tot gewenste resultaten is afhankelijk van de omstandigheden. In het vorige Magazine werd het gesloten dorpsachtige karakter van het psychiatrisch zorglandgoed Dennenoord belicht (deel 1), 1895 - 1960. Dit was de context waarbinnen de gemeenschapszin van medewerkers met hun gezinnen en de patiënten gestalte kreeg. Deel 2 gaat over de periode 1960 – heden.
De relatieve eenvoud van de in de vorige periode in veel opzichten nog statische agrarische gemeenschap maakt plaats voor een complexe dynamische samenleving waarvan automatisering en digitalisering de ruggengraat vormen. De procesgerichte manager is een nieuwe en invloedrijke beroepsgroep. Aan deze fundamentele verandering ligt een wirwar van elkaar versterkende factoren ten grondslag. Hierbij kunnen we denken aan een sterke welvaartstoename, scholing in de breedte en diepte, mondigheid, democratisering met (mede)zeggenschap en technologische ontwikkeling. De medewerker, vanaf de jaren 60, en de patiënt, vanaf de jaren 90, gaan buiten het zorglandgoed wonen; in de open samenleving. Een gevolg is dat de vanzelfsprekendheid dat medewerkers elkaar tegenkomen in het werk, de vrije tijd en in de kerk verdwijnt. Dit leidt tot een (al snel onderschatte) verzwakking van het vlechtwerk van onderlinge bindingen.
‘De inmiddels gepensioneerde medewerkster vertelt met veel plezier op het terrein van Dennenoord te hebben gewoond. Je kende elkaar, de bladeren werden uit de dakgoten gehaald en als er iets kapot was dan kwam iemand van de technische dienst dit repareren. Dit omkijken naar elkaar, de geborgenheid, voelde vertrouwd.’
Met het vertrek van de medewerker en de patiënt uit de besloten gemeenschap van de instelling komt ook een einde aan de alomvattende instituutszorg. De zorg, als kernactiviteit, vindt in toenemende mate plaats in de directe leefomgeving van de patiënt, met inclusie van relevante betrokkenen. De bedrijfsprocessen, van
Archief Lentis Erfgoed website
voeding tot en met salaris en van opleiding tot en met omgevingsonderhoud, worden steeds verdergaand uitbesteed. Deze ontwikkeling is van invloed op de aard van de verbinding tussen betrokkenen. De samenwerkingsafspraken tussen medewerkers worden rationeler, zakelijker, meer doelgericht en efficiënt, minder op de hele mens gericht en in tijd en bezigheid duidelijker begrensd. Kortom, het individu heeft meer keuzemogelijkheden in een complexe wereld.
Nog maar kortgeleden kon je horen: ‘Wij, Dennenoorders’, ‘Wij, Groot Bronswijkers’, ‘Wij, van de Beschermende Woonvormen’, ‘Wij van de RIAGG’. Veel medewerkers voelden een intense betrokkenheid bij de eigen instelling. Vaak was er sprake van een langdurige relatie, met lief en leed. Hoe is het gesteld met de gemeenschapszin, het gevoel van verbondenheid met Lentis?
Lentis is een groot bedrijf met vele onderdelen op vele plekken. De beleving van verbondenheid van de medewerkers heeft vermoedelijk een sterke relatie met de mensen die je het vaakst ontmoet, dus met de collega’s op de eigen locatie. Tegelijkertijd heeft Lentis een aantal eigenschappen, een identiteit die een gevoel van verbinding kan activeren. Als grote geestelijke gezondheidszorgonderneming biedt Lentis veel carrière- en ontwikkelingsmogelijkheden voor de medewerkers. De onderneming staat voor een langdurige traditie van het bieden van zorg aan de mens met ernstige pech, die vaak nergens anders terecht kan. Gemeenschapszin krijgt zodoende bij Lentis een praktisch gezicht. De keuze voor het werken bij een organisatie die is gericht op het helpen van de mens die
Archief Lentis Erfgoed website
buiten de maatschappelijke boot dreigt terecht te komen kan veel voldoening geven. Zingeving ervaren in het werk bevordert het welbevinden, zeggen veel medewerkers. Doet Lentis voldoende aan het bevorderen van gemeenschapszin? Wie kijkt op Lentisnet ziet dat er veel activiteiten plaatsvinden die gericht zijn op ontwikkeling en samenwerken. Samenwerken, samen leren, verbinding zoeken is een nooit eindigend proces in een snel veranderende omgeving. Het stellen van veel vragen biedt een aanzet tot verbinding. Vragen zoals: hoe wordt het welbevinden van de medewerker gevoed in de op meetbaarheid: efficiency en effectiviteit, gerichte werkomgeving?
Of, kan de grote werkgever Lentis iets doen aan huisvesting van (aspirant-) werknemers; in het verleden bleek huisvesting een belangrijk hulpmiddel voor vaak zeer langdurige verbintenissen, met vanzelfsprekende gemeenschapszin Als je ideeën hebt over het wat en hoe versterken van de (ver)binding met Lentis dan horen we graag van je. Je kunt een reactie sturen naar het mailadres: erfgoed@lentis.nl
*Gemeenschapszin, toen, nu en in de toekomst is het onderwerp van de aanstaande wisselexpositie in het Museum van Lentis Erfgoed op het terrein van Dennenoord in Zuidlaren.
Door Anne Helmus
Het verhaal van Lydia
Voor deze bijeenkomst vertelt spreker Lydia haar herstelverhaal:
Haar leven wordt getekend door veel verlies en ontwrichting en de consequenties van het maken van ongezonde keuzes. De weg naar bewustwording was zwaar voor haar, maar zeer waardevol. Bij het delen van haar herstelverhaal neemt ze ons mee op deze reis van ontwrichting naar herstel.
Ik was een beetje een kameleon ‘Ik ben opgegroeid in een ondernemersgezin in Den Haag. Daar ben ik geboren en getogen. Mijn ouders hadden een eigen verf- en behangwinkel. Later kreeg mijn moeder daar een hobbygedeelte achter. Dat waren twee aparte winkels. Daarna kregen we winkels op twee locaties. Opa en oma van mijn vaderskant heb ik weinig gezien en meegemaakt. De opa en oma van mijn moederskant waren heel veel bij ons. Om het huishouden een beetje te regelen en ons als gezin te ondersteunen. Van mijn vader kreeg ik weinig aandacht. Hij was een narcistische alcoholist. Ook was hij niet gelukkig in zijn huwelijk met mijn moeder. Ook dat mijn opa en oma in huis waren zette de boel wel onder spanning. Dat had ik eerst niet zo door. Op zich hadden we wel een leuk leven. We gingen veel op vakantie. Ik leerde veel andere culturen kennen. Ik was een beetje een kameleon. Ik voelde me niet echt ergens bij horen. Vanaf mijn tiende jaar leerde ik de donkere kant van het leven kennen. Mijn opa kreeg kanker. Hij was de enige man die me echt positieve aandacht gaf. Hij deed samen met mij leuke dingen. Ik heb die man zien wegkwijnen toen ik tien was. Het werd een schriel mannetje. Op een gegeven moment kreeg hij morfine toegediend. Zijn hart was heel erg sterk. Uiteindelijk overleed hij.’
Mijn broer was niet mijn broer
Doordat ik dat allemaal van dichtbij meemaakte, zag mijn leven er heel anders uit dan de voorgaande jaren. Van mijn vader kreeg ik weinig aandacht. Bij mijn 11 jaar oudere broer zocht ik ook aandacht. Van hem moest ik altijd wegwezen. Het leeftijdsverschil
was veel te groot. Vervolgens gingen er achter elkaar veel ooms en tantes dood. Juist de leuke ooms en tantes, die de familie bij elkaar hielden en die leuke feestjes organiseerden. Dat viel dus allemaal weg in die paar jaar. Toen ik twaalf jaar was zei mijn vader: ‘Ik houd niet meer van je moeder’ en hij ging weg. Tegen die tijd kreeg ik ook te horen dat mijn broer niet mijn broer was maar een halfbroer en dat mijn beide ouders een eerder huwelijk hadden gehad. Er klopte opeens helemaal niets meer van en mijn leven stond up side down. Ik deed aan paardrijden en kwam ook in aanraking met andere tieners en met blowen. Ik dacht, ik kan me toch fijn voelen ondanks alle shit. Door het blowen kon ik mijn gevoel reguleren. Ik kreeg minder contact met mijn vader en kwam er al gauw achter dat hij met een vriendin van mijn moeder ging. Hij koos voor haar. Nog een afwijzing er overheen.’
Ik was helemaal van God los
‘Toen ben ik vanaf mijn veertiende helemaal losgegaan. Ik ging veel uit. Naast het blowen kwam er ook alcohol bij. Dat ging dus lekker. Daardoor ging het op school slechter. Van een lief kind werd ik een draak. Ik ging overal tegenin en liep overal op te schelden. Ik werd een ander persoon. Ik begreep ook zelf niet wat er met me gebeurde. Ik ging gewoon alles verdoven. Op mijn vijftiende kreeg mijn moeder een andere vriend. Die had ook weer allemaal huisvrienden die bij ons over de vloer kwamen. Ik moest me zelf laten gelden. Op een gegeven moment kwam daar ook misbruik bij kijken ondanks mijn grote bek. De vriend van mijn moeder kreeg ook kanker. Hij was genezen verklaard maar toen begaf zijn hart het. Hij overleed
en toen kregen we zijn zoon in huis. Daardoor werden de verhoudingen ingewikkeld. Mijn oma kon zijn gedrag moeilijk verdragen. Veel gedoe. Ik zat er weer tussen, net als ik vaak tussen mijn vader en moeder in zat. Ik ging nog meer gebruiken en het huis uit. Ik begon ook aan de cocaïne en ecstasy. Ik was helemaal van God los. Ik kon door de middelen gelukkig zijn ondanks alle shit. Dat resulteerde in een periode van veel vrienden die helemaal niet goed voor me waren. Die relaties waren grenzeloos, kan ik wel stellen. Mijn gebruik werd ook grenzeloos, met als gevolg dat mensen afstand van me namen. Ik raakte steeds meer kwijt en begreep er helemaal niets van. Er is toch niets aan de hand, het is toch hartstikke gezellig.’
Meisje meisje, waar ben je toch mee bezig ‘Toen wist ik eigenlijk totaal nog niet wat er aan de hand was. Totdat ik op een gegeven moment ook nog mijn rijbewijs kwijtraakte. Omdat ik in slaap was gevallen voor het stoplicht. Doordat ik mijn rijbewijs kwijtraakte kon ik ook mijn spul niet meer ophalen. Ik gebruikte toen GHB en speed. Ik moest toen veel drinken om de drugs te vervangen. Ik werd daar heel erg ziek van. Ik heb in die tijd altijd wel gewerkt in
de Horeca en heb in die tijd ook nog een opleiding voor schoonheidsspecialiste gedaan. Ik ben in een gezondheidsdrogisterij gaan werken. Bij de balie vooraan stond ik voedingssupplementen te verkopen en zei ‘Ja, dit is goed voor je om te detoxen.’ En in het magazijn stond ik stiekem aan een fles te lurken. Ik werd in die periode heel ziek van de drank. Tot mijn verbazing belde mijn vader; ‘Meisje, meisje, waar ben je toch mee bezig.’ Hij zei: ‘Ik zit hier bij je oom die leverkanker heeft en die zou willen dat hij nog een paar maanden te leven had.’ Toen dacht ik: ‘Hmm daar zit misschien toch wel wat in.’
Werk aan de winkel ‘Vervolgens heb ik heb ik vervolgens na een detox een jaar in een kliniek gezeten. Dat was heel prettig. Het was een therapeutische gemeenschap op het terrein van Parnassia. Daar is veel gebeurd. Je hebt daar opeens dertig spiegels om je heen. Je staat daar niet alleen in de problemen die hebt. Eerst dacht ik: ‘Ik ben niet zoals zij.’ Volgens hen was ik angstig en een controlefreak. Ik zei: ‘Hoe kom je daar toch bij?’ Na vijf maanden met al die informatie en de spiegels die ze voorhielden dacht ik: ‘Misschien hebben ze toch wel een punt.’ Alle informatie begon een beetje in te dalen. Met behulp van therapie leerde ik hoe ik in elkaar zat en hoe ik overkwam op mensen. Dat kwam totaal niet overeen met hoe ik dacht dat ik overkwam. Toen dat kwartje echt viel dacht ik: ‘Wow, er is werk aan de winkel.’ Dat werk heb ik verzet, na de opname ben ik nog negen maanden begeleid gaan wonen.’
Ik raakte mijn huis, werk en relatie kwijt ‘Van daaruit heb ik mijn eerste huisje gekregen. Toen ben ik zeven jaar clean geweest. Ik kreeg nuchter een relatie. Dat was ook heel erg wennen. Ik kreeg een baan bij het Paleis van Justitie. Dat vond ik wel gaaf. Ik kwam erachter dat die rechters ook maar gewone mensen waren. Daarvan sporen sommigen ook niet. Alles wat ik leerde in de kliniek kon ik ook allemaal op hen toepassen. We lijken meer op elkaar dan dat we verschillen. Zo uniek zijn we niet. Ik was op een gegeven moment verloofd. Ik heb mijn huis opgezegd
‘Ik raakte mijn huis, werk en relatie kwijt en zat op een punt dat ik opnieuw moest beginnen. Ik zat helemaal stuk ...’
en we zijn gaan samenwonen. Toen kwam ik erachter dat mijn verloofde een pornoverslaving had. Daar werd ik onzeker van en kreeg een terugval wat de drank betreft. De relatie ging uit. Ik kon niet blijven werken bij het Paleis van Justitie. Ik kreeg een baan bij een familiebedrijf. Men vond mij daar te direct, ik zei wat ik ervan dacht. Toen mijn relatie uitging en het slecht met me ging, zei mijn werkgever: ‘Wij hebben ook geen zin meer in je’. Ik raakte mijn huis, werk en relatie kwijt en zat op een punt dat ik opnieuw moest beginnen. Ik zat helemaal stuk en in de shit. Ik heb me ziekgemeld en ben weer naar de kliniek gegaan.’
Euthanasieaanvraag gedaan ‘Na de kliniek heb ik weer een huis gekocht en ik dacht: ‘Hup we gaan weer door’. Dat ging moeilijker dan ik dacht. Ik was de motivatie om door te gaan kwijt. Voordat ik de kliniek in ging was ik zelf lichamelijk erg ziek. Ik was zo gigantisch veel gaan drinken dat ik last kreeg van mijn alvleesklier. Regelmatig maakte ik een tripje naar de EHBO. Dat was op een gegeven al gauw twintig keer in twee jaar. Waarbij mijn moeder altijd aan mijn bed zat. Ik werd in het ziekenhuis na al die bezoekjes heel slecht bejegend. ‘Daar heb je haar weer.’ Dat werkt niet mee om nog zin te hebben in een verslavingskliniek. Daar werd ik overigens niet toegelaten. Omdat ik dronk werd ik overal afgewezen. Bij de verslavingskliniek, omdat ik daar al voor een behandeling was geweest en bij de ggz werd ik niet toegelaten, omdat ze zeiden dat ik eerst wat aan mijn drankprobleem moest doen. Dat ging zo maanden door. Totdat ik zo ziek werd van die alvleesklier. Dat doet heel veel pijn en ik werd er wanhopig van. Toen zei ik: ‘Het hoeft van mij niet meer’. En heb ik een euthanasieaanvraag gedaan omdat ik dacht: ‘Het gaat me niet lukken. Ik zie het niet meer zitten.’
Knop omgezet
‘Het was complete wanhoop wat ik voelde. Ik heb lopen smeken tegen het universum: ‘Haal mij hier weg’. Ik zag geen sprankje hoop meer. De hulpverlening helpt je toch niet. Je vraagt je op zo’n
moment af: ‘Ga je afscheid nemen en heeft het nog zin om afscheid te nemen? Gaan de mensen op mijn crematie komen en wat gaan ze eigenlijk zeggen? Hoe heb ik geleefd? Hoe wil ik bekend staan? Het riep allemaal zoveel vragen op. Ik zag het gewoon niet. Ik wilde niet overnieuw beginnen.
Dan zit je in zo’n proces. Op een gegeven moment vroeg ik me af of ik de euthanasie wel wilde doorzetten. Ik begon te twijfelen. Het was geen volmondig ja meer. Ik vroeg me af: ‘Hoe kom ik er weer bovenop’. Ik dacht in Den Haag gaat dat niet meer gebeuren Toen heb ik met mijn moeder en stiefvader besloten om richting Drenthe te vertrekken. Dat is nu twee jaar geleden. Dat ik samen met mijn moeder en mijn stiefvader in Drenthe ben gaan wonen was voor mijn eigen veiligheid en om iets op te bouwen. Ik ben van een grote stad naar een klein dorpje gegaan en dat is echt heerlijk en ik heb er geen moment spijt van gehad. We hebben een grote tuin, we zijn elke dag op vakantie. Vorig jaar heb ik de knop gevonden en hem omgezet. Van duisternis naar het licht. Ik ben naar de meeloopdagen van de Hanze gegaan en ben vervolgens de opleiding voor ervaringsdeskundige gaan doen en nu sta ik hier mijn verhaal te doen.’
Helmus zoekt Dokter Drager
Laatst hoorde ik dat het ziekteverzuim binnen
Lentis ongeveer 9% zou zijn. Het landelijk gemiddelde is 5,9%. Mentale problemen vormen een belangrijke reden voor deze ziekmeldingen. Ik las ergens dat vooral jonge vrouwen in het algemeen veel stress ervaren. Door zorgtaken, sociale verwachtingen, werkdruk en door sociale media. Vrouwen zouden ook aanmerkelijk meer tijd op sociale media doorbrengen met als gevolg: ongelukkig door vergelijking. Dit alles zou ertoe leiden dat vrouwen zichzelf voorbijlopen en het gevoel hebben alle ballen in de lucht te moeten houden. Op hun werk moeten ze dikwijls ook nog de fouten van hun mannelijke collega’s herstellen.
In het personeelsblad Folio, de voorloper van Lentis Magazine, verzorgde ik een tijd lang een rubriek met de naam Dokter Drager. Het personage had ik bedacht toen ik tijdens een dipje een paar keer een contact had met de Arboarts Dokter Jager. Hij vertelde een keer tijdens mijn bezoek wat hij zoal in zijn praktijk tegenkwam. Dat bracht me op een idee om een rubriek te beginnen met de overpeinzingen en observaties van een fictieve Arboarts. Het was jarenlang een vehikel om zogenaamde patiënten en vooral ontwikkelingen binnen de organisatie onder de loep en op de hak te nemen. Veel mensen herkenden mijn hand in het verhaal en zeiden ‘Die Dokter Drager dat ben jij zeker?’
Ik vermoed dat de werkdruk binnen Lentis ook nu groot is. Medewerkers in de ggz ervaren een structurele hoge tot zeer hoge werkdruk, wat leidt tot stress en demotivatie. Onderbezetting en een groeiende zorgvraag zijn ook factoren die het werkplezier verminderen. Daarnaast is er vaak sprake van een weinig stabiele werkomgeving. Met veel wisselingen van cruciale functies.
Door Anne Helmus
Onder de titel: ‘How to survive your job’, verstrekte ik indertijd in mijn vaste rubriek als pseudo Arboarts een aantal tips. Een paar daarvan wil ik je niet onthouden. Ze zijn bedoeld om je te ontlasten en de regie weer in eigen de hand te nemen en niet overwerkt te raken
• Zorg dat je structureel verhinderd bent bij vergaderingen.
• Word je ergens voor gevraagd, geef dan aan dat jouw deskundigheid elders ligt, tip vervolgens een collega die er geknipt voor is.
• Zorg dat je nergens goed in wordt, zodat niemand een beroep kan doen op jouw speciale vaardigheden.
• Beloof niets en zeg zo weinig mogelijk toe, dat geeft het minste nawerk.
• Vermijd het contact met collega’s die ingewikkelde patiënten naar jou door willen verwijzen.
• Complimenteer je leidinggevenden met hun stimulerende en baanbrekende beleid. Geef aan dat je het fijn vindt altijd bij hen terecht te kunnen, ook al zul je nooit op hun deur kloppen.
We leven in een hypernerveuze samenleving en hebben behoefte aan meer lege tijd, ook op het werk. Met deze tips gaat dat vast lukken.
Een kijkje in de keuken bij PsyQ Arnhem
Door Saskia Scholte
In Lentis Magazine delen we verhalen van en voor medewerkers. Dat zijn niet alleen de medewerkers van Lentis-locaties, maar natuurlijk ook van de PsyQ-vestigingen, dus we vonden het tijd om verhaal te halen bij één van de zogeheten ‘PsyQbuitens’. Bij PsyQ Arnhem was mooi nieuws te delen, want daar is onlangs een nieuwe Psychomotorische Therapie (PMT)-ruimte geopend. Eliane Leijdens en Sylvia Witjes werken als psychomotorisch therapeut bij PsyQ Arnhem en zij vertellen graag meer over deze ruimte en over hun werk.
PMT voor traumaverwerking
Eliane Leijdens is psychomotorisch therapeut bij PsyQ Arnhem. Daarvoor werkte ze 17 jaar bij het Centrum van Psychotherapie, bij persoonlijkheidsstoornissen en trauma. Dat werd wegbezuinigd en zo kwam ze bij PsyQ terecht. Ze dacht dat haar werk nooit meer zo leuk zou worden als het was, maar tot haar verrassing heeft ze nu superleuk werk en heeft ze het erg naar haar zin. Eliane: ‘Ik heb hier een brede doelgroep aan cliënten, waarbij ik als PMT’er heel vrij ben om allerlei verschillende behandelingen te doen. Syvlia en ik hebben laatst de opleiding therapeutisch kickboksen gedaan om ons behandelaanbod weer uit te breiden. Dat heeft als doel om emoties te reguleren, maar ook voor traumaverwerking werkt dit goed. Door mijn vorige baan bij Centrum van Psychotherapie krijg ik vaak de vraag om te werken met cliënten met trauma, vaak de complexe en zwaardere trauma’s. Daar ben ik me dan ook wat meer in gaan verdiepen, waardoor dat nu eigenlijk mijn specialisme is geworden, dat is zo gegroeid.’
Werken met systeem-PMT
Sylvia Witjes heeft weer een andere doelgroep, waardoor zij elkaar goed aanvullen. Sylvia is in oktober 2025 bij PsyQ Arnhem komen werken. Daarvoor werkte ze onder andere in de verstandelijke gehandicaptenzorg als PMT’er kind en jeugd, maar ook met niet-aangeboren hersenletsel. Een
heel andere doelgroep dan de cliënten die ze nu bij PsyQ behandelt, maar toch ervaart ze ook overeenkomsten. Sylvia gebruikte bijvoorbeeld regelmatig systeem-PMT, waarbij ze dus de omgeving betrekt in de behandeling. Ze merkt dat daar binnen de GGZ ook steeds meer ruimte voor komt. Binnen de specialistische GGZ wordt de waarde van systeemtherapie steeds meer erkend en daar is Sylvia blij mee. Sylvia: ‘Binnen PsyQ is het nu heel normaal om de omgeving van de cliënt, naasten en familieleden, te betrekken bij behandeling en evaluaties en dat is erg leuk en interessant aan mijn werk.’
Luisteren naar je lijf
De basis van PMT is dat je leert luisteren naar je lichaam. Sylvia: ‘Je lijf geeft zoveel signalen af, maar het zit niet meer in ons om daar echt goed naar te luisteren. Voor de PMT is je lijf het instrument en laten we mensen vooral ervaren, voelen, dat is de kracht. Veel andere behandelingen zijn cognitief, waarbij er veel wordt gepraat, besproken, nagedacht, gereflecteerd, allemaal in het hoofd. Wij doen dat allemaal in het moment. Dan gaan we bijvoorbeeld een spel doen en dat roept bij sommige mensen meteen al heel veel op. Emoties en gedachtes van ‘Wat doe ik hier nu eigenlijk?’ Vaak zit daar een ander gevoel achter, bijvoorbeeld schaamte. Vaak komt eenzelfde reactie of gevoel ook in het dagelijks leven terug. Bij PMT laten we cliënten nieuwe ervaringen opdoen om te laten zien dat ze ook op andere manieren kunnen reageren op dergelijke situaties, dus we gaan er heel praktisch mee om.’
Ontroerende momenten Fysiek bezig zijn zorgt soms voor een doorbraak van emotie, juist bij mensen die moeilijk bij hun gevoel kunnen en echt op slot zitten. Dat zijn voor Eliane de mooiste, meest ontroerende momenten: ‘Ik heb een cliënt gehad waarmee we gingen boksen, maar zij vond het aantrekken van de bokshandschoenen al heel spannend. Uiteindelijk kwam ze wat meer bij de
boosheid en toen kwam het verdriet los en dat was echt een ontlading. Er kwamen even wat tranen, we gingen even op de grond zitten, maar ze kon zichzelf vrij snel weer reguleren. Ik voelde toen echt opluchting met haar mee en dat zijn hele mooie momenten.’
Dit zijn intense momenten die je 1-op-1 met elkaar beleeft. Bij de groepstherapieën spelen emoties van anderen in de groep ook een rol. Emoties kunnen opbouwend werken, waardoor ze een kettingreactie onder cliënten kunnen veroorzaken, maar ook een stuk erkenning of een spiegel. Eliane: ‘Groepstherapie is een sterk middel, omdat groepsgenoten elkaar kunnen steunen of een spiegel voor kunnen houden. Bij ons werk met PMT reageren ze ook nog lijfelijk, dus ze kunnen elkaar letterlijk steun bieden en opvangen.’
Vaak ervaren mensen een drempel voor groepsbehandeling, maar volgens Eliane en Sylvia is het van grote meerwaarde, omdat je door sociale interactie meer kunt bereiken. In principe gaat de behandeling ook uit van groepstherapie, tenzij dat niet anders
kan, dan is individuele therapie ook mogelijk. Sylvia: ‘Sommige cliënten zijn te kwetsbaar of te prikkelgevoelig. In een groep gebeurt veel, dus je moet wel kunnen blijven functioneren. Sommigen zijn sociaal gezien kwetsbaar, waardoor ze buiten de boot dreigen te vallen, die sfeer wil je niet creëren. Soms hebben ze een paar handvatten nodig om nog wat meer op kracht te komen en dan kunnen ze alsnog groepsbehandeling aan, dat gebeurt ook.’
Nieuwe PMT-ruimte
Die lijfelijke reacties zorgen wel voor de nodige geluidsoverlast, zo tussen alle andere afdelingen van het gebouw van PsyQ-Arnhem. PMT zat namelijk op de derde verdieping en de onderburen hadden regelmatig last van zware ballen die op de grond vielen en van geschreeuw dat vrijkwam bij onder andere het boksen. Tijd om te verhuizen naar een rustiger plek in het pand, te weten de kelder. Eliane: ‘Dat klinkt misschien wat gek, maar het is een fijne en grote ruimte. We hebben meer beweegruimte en je kan ongestoord herrie maken. We kunnen nu ook andere materialen gebruiken, bijvoorbeeld zware ballen van 3 kilogram, die kunnen we nu gewoon laten vallen zonder dat men last heeft van die dreun op de vloer. Of het verschuiven van de boksbal, dat maakt ook veel lawaai. Daar hoeven we ons nu geen zorgen meer om te maken. Sylvia: ‘We kunnen nu onze stem ook meer inzetten, je voelt de vrijheid meer en dat voelen cliënten ook. Voorheen zat er toch een rem op, omdat cliënten zich ook bewust waren van het feit dat anderen hen konden horen. Daar hoeven ze zich nu geen zorgen meer om te maken.’
Een groot, maar gezellig team Het hele team was uitgenodigd om de ruimte op een feestelijke manier te openen. Eliane: ‘We hadden een feestje met een hapje en een drankje en een quiz. Ons team bestaat nu uit ongeveer 30 mensen, dus dat is groot team. Toch voelt dat niet zo. Het is altijd heel gemoedelijk. Ons team bestaat uit psychologen, psychotherapeuten een dramatherapeut en een beeldend therapeut. Het is een gezellige groep, we hebben af en toe een leuk teamuitje, we werken goed samen en we hebben regelmatig overleggen met elkaar. Het feit dat we samen behandelen vind ik heel leuk aan deze locatie. Sylvia: ‘We zijn ook echt trots op het groeiende vaktherapie-team hier. We kunnen hier veel bieden: dramatherapie, beeldende therapie, PMT, dat is een mooi aanbod. We zijn ook blij met onze manager die daar veel ruimte voor geeft.’
Dorine deelt dit jaar in Lentis Magazine recepten van gezonde gerechten, waarvan een deel van de ingrediënten afkomstig is uit het voedselbos. De vorige editie konden we genieten van heerlijke brandnetelsoep. Deze keer kunnen we een verfrissende mocktail maken!
Frambozen-Rozen-Shrub-Mocktail
Helemaal geïnspireerd door de cursus ´Koken en voedsel verwerken uit het voedselbos’ deel ik in dit nummer een echt zomers recept. Een shrub is een drankje waarbij siroop gemengd wordt met azijn. De variaties die je kunt maken zijn echt ontelbaar. Zo dronken mijn partner en ik half mei bij een voedselbosdiner in één van de oudste voedselbossen in Nederland o.a. sap van dennen en de Japanse wijnbes.
Ingrediënten voor de shrub:
• 300 gram frambozen
• 50-70 gram verse rozenblaadjes (ik gebruik de rimpelroos, zorg dat je in elk geval biologische neemt)
• 150 gram suiker
• 130 ml witte balsamico-azijn
Eerst maken we een siroop. Doe de frambozen en de suiker in een pot en roer het door elkaar. Laat dit met een deksel erop 24 uur staan in een koele ruimte. Roer alles nog een keer door elkaar en gooi het door een zeef. De ‘prut’ die in de zeef achterblijft kun je lekker door je yoghurt doen.
Voeg de rozenblaadjes toe aan je frambozensap. Laat dit nog een keer 24 uur staan zodat de smaak van de blaadjes in het sap trekt. Je kunt eventueel wat water toevoegen wanneer de blaadjes niet helemaal onder staan. Zeef de blaadjes eruit. Voeg de azijn toe en je shrub is klaar. Wil je het kunnen bewaren verwarm het dan tot het kookpunt en giet het in goed sluitende gesteriliseerde flessen.
Voor de Mocktail:
Doe ongeveer 80 ml shrub in een glas, voeg 2 ijsklontjes en een takje munt toe. Schenk rustig bruiswater in het glas.
Proost, op een mooie zomer!
Dorine Heij
Prof.dr. Stynke Castelein is Hoofd Lentis Research & hoogleraar Herstelbevordering bij Ernstige Psychische Aandoeningen, RuG
Heb het narratief lief!
Er was een tijd waarin de geestelijke gezondheidszorg enkel draaide om verminderen van symptomen. Hoeveel stemmen hoor je? Is de angst afgenomen? Dit zijn nog altijd hele belangrijke vragen, maar zelden de vragen die mensen zelf stellen. Wie ooit een psychische crisis heeft doorgemaakt, weet dat herstel vaak begint met een verhaal.
Dat is een belangrijke boodschap uit het proefschrift van Mitch Lases1: herstel is naast een behandelproces ook een narratief proces. Mensen herstellen niet alleen doordat hun klachten minder worden; zij herstellen ook door opnieuw betekenis te geven aan hun leven. Het eigen narratief is hierbij heel belangrijk.
Dat inzicht lijkt vanzelfsprekend, maar blijkt toch innovatief. Want verhalen worden in onze samenleving - en ook in de wetenschap - vaak gezien als ‘zachte’ kennis. Subjectief. Terwijl juist verhalen vertellen wie iemand is en wat diegene allemaal heeft meegemaakt. Hoe mooi zou het zijn als de herstelverhalen van mensen met een psychische aandoening andere mensen met vergelijkbare ervaringen kunnen helpen?
Met deze gedachte is de STORY MINE interventie ontwikkeld. Cliënten, cliëntvertegenwoordigers, ervaringsdeskundigen en zorgprofessionals van Lentis dachten mee over hoe de interventie eruit zou moeten zien en welke uitkomsten zij hiervan zouden verwachten.2,3 Met als hamvraag: Hoe kunnen we herstelverhalen (effectief) inzetten in de GGZ? In zijn proefschrift is deze nieuwe interventie getest op haalbaarheid en toepasbaarheid, en werden de uitkomsten geëvalueerd.1
Jojanneke Bruins, senior onderzoeker bij Lentis Research
Ook onderzocht Lases herstelverhalen van mensen met verschillende diagnoses. Deze verhalen bleken meer gemeen hebben dan we misschien vooraf zouden denken. Of iemand nu leeft met psychose, depressie, angst of autisme, dezelfde fundamentele thema’s keren terug in de herstelverhalen: verbondenheid, hoop, identiteit, zingeving en empowerment. De taal verschilt, de ervaringen verschillen, maar de menselijke zoektocht naar herstel lijkt dus verrassend universeel.4
Ook buiten de GGZ en psychiatrie verlangen mensen naar erkenning, verbondenheid en betekenis. Misschien verklaart dat waarom podcasts en persoonlijke verhalen zo populair zijn geworden. We zoeken niet alleen informatie. We zoeken naar herkenning.
Tegelijkertijd waarschuwt zijn proefschrift ook voor naïviteit. Niet ieder verhaal is helpend. Sommige verhalen kunnen ontmoedigen, idealiseren of zelfs schade veroorzaken. Daarom is zorgvuldige selectie belangrijk.3 Verhalen moeten authentiek zijn, divers, realistisch en ruimte laten voor moeilijkheden. Hoop ontstaat door geloofwaardigheid. Door echte verhalen en niet door verhalen die niet aansluiten bij je eigen herstelfase. Dan staat de stip op de horizon te ver.
De herstelverhalen die raken, bevatten overigens ook worsteling, twijfel en verlies. In de onderzochte verhalen ging zelfs meer dan de helft van de inhoud over moeilijkheden.4 Herstel is niet het tegenovergestelde van lijden, maar het vermogen om lijden in een groter verhaal te plaatsen. We eindigen dan ook met het volgende voorstel in een tijd van polarisatie: heb het narratief lief. Mensen zijn verhalenvertellers en de helende kracht van verhalen - voor jezelf én voor anderen - is misschien wel groter dan we beseffen!
Referenties
1 M.N. Lases (2026). From stories to strength: recovery narratives in mental health care. Towards a transdiagnostic intervention to promote personal recovery. Link: https:// hdl.handle.net/11370/0e1bbe04-65bb-47fdbe8d-83f9af33670a
4 Lases, Mitch N., Jojanneke Bruins, Floortje E. Scheepers, Nienke van Sambeek, Fiona Ng, Stefan Rennick-Egglestone, Mike Slade, Ingrid D.C. van Balkom, and Stynke Castelein. 2025. ‘Is Personal Recovery a Transdiagnostic Concept? Testing the Fit of the CHIME Framework Using Narrative Experiences.’ Journal of Mental Health 34 (3): 254–62. doi:10.1080/09638237.2024.2361 225.
Kort nieuws
Start bouw regionaal behandel- en ontwikkelcentrum De Felze in Delfzijl
Met het onthullen van drie tegels is op 11 mei de bouw gestart van De Felze, het nieuwe regionale behandel- en ontwikkelcentrum aan het Zwet in Delfzijl. De Felze is een gezamenlijk initiatief van De Hoven, Lentis en Zonnehuisgroep Noord. Het gebouw is een ontwerp van Hevofame, de bouw is in handen van Bouwgroep Dijkstra Draisma. Het centrum wordt dé plek in NoordoostGroningen waar specialistische ouderenzorg, geestelijke gezondheidszorg (GGZ), geriatrische revalidatie, leren en innoveren samenkomen.
Een toekomstbestendige zorgbasis voor de regio
De Felze wordt de nieuwe thuisbasis van onder meer het Revalidatiecentrum Eemsdelta met 50 revalidatiebedden, diverse poliklinische en ambulante behandelvoorzieningen. Ook het servicepunt van het Ommelander Ziekenhuis Groningen (nu nog aan het Molenbergplein) verhuist naar De Felze. Het centrum is ontworpen om zorg dichtbij en toekomstbestendig te organiseren voor inwoners van jong tot oud met complexe of psychische kwetsbaarheden.
Drie tegels, drie pijlers
De tegels – die staan voor zorg, mens centraal en onderzoek & innovatie – werden gelegd door bestuurders van de betrokken organisaties, vertegenwoordigers van medewerkers, cliënten en regionale onderwijsinstellingen. De tegels verbeelden de kern van De Felze:
• Zorg — voor hoogwaardige, toegankelijke en samenhangende behandeling en ondersteuning.
• Mens centraal — voor eigen regie, nabijheid en een omgeving waarin cliënten én professionals zich gezien voelen.
• Onderzoek & innovatie — voor de voortdurende ontwikkeling van nieuwe werkwijzen, technologieën en interprofessioneel leren.
Deze drie pijlers vormen de basis van het ontwerp én de manier van werken in De Felze.
Leren en innoveren onder één dak
In De Felze werken studenten, behandelaren en zorgprofessionals samen op een interprofessionele leerafdeling (IPLA). Deze aanpak, die sinds 2023 succesvol draait in het huidige revalidatiecentrum, stimuleert samenwerking over de grenzen van disciplines heen en versterkt de eigen regie van cliënten. Onderwijspartners zoals Alfacollege, Noorderpoort, Hanzehogeschool Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling van onderwijs- en onderzoeksprogramma’s.
Innovatie krijgt een prominente plek, met aandacht voor onder meer ambulante zorg, hybride werken, domotica, eHealth en een activerend revalidatieklimaat – ook thuis.
Samen sterk voor een gezonde regio
De Felze wordt gebouwd binnen de afspraken van het Groninger Zorgakkoord (GZA). Vernieuwing van de zorg, veiligheid, aardbevingsbestendigheid en de toekomst van zorgvoorzieningen in het aardbevingsgebied staan in dit akkoord centraal.
De bouw is naar verwachting in de zomer van 2027 gereed, waarna het gebouw gereed wordt gemaakt voor gebruik.
Roos Okter, Zonnehuisgroep Noord
Theatervoorstelling
‘Zij is van Mij’
Op dinsdag 15 september speelt theatergroep Foolcolor ‘Zij is van Mij ’ in het Grand Theatre in Groningen.
Een voorstelling over de verwoestende gevolgen van Stalking en Intiem Partnergeweld. Waar het verlangen naar liefde omslaat in controle, obsessie en delictgedrag.
Wij, zeven acteurs en twee regisseurs, zijn wekelijks (met extra repetities in de weekenden), aan het repeteren voor deze vijf kwartier durende voorstelling. Wij willen dit maatschappelijk actuele thema bespreekbaar maken!
En dat gaat ons lukken. Het wordt een intense voorstelling die veel indruk zal maken. Een voorstelling die laat voelen hoeveel impact stalking en partnergeweld op iemands leven kan hebben.
Theatergroep Foolcolor ‘Zij is van Mij’
Dinsdag 15 september 2026 - 19.30 uur - Grand Theatre - Grote Markt 35 - Groningen speelt
Theatervoorstelling over
Stalking en Intiem Partnergeweld
Frank ontmoet Karlijn. Hij is direct smoorverliefd en overlaadt
haar met liefdesbetuigingen en dure cadeaus. Haar telefoon wordt overspoeld met berichten. Hij wil bij haar zijn. ALTIJD. En OVERAL
Via de QR-code op de poster/flyer kun je tickets bestellen.
Elsbeth wordt betoverd door Anna. Haar leidinggevende. Zij voelt in alles dat Anna de ware is en is ervan overtuigd dat de liefde wederzijds is.
Haar bewondering slaat om in obsessie en ontregeling
Spel: Anouk Ebbens, Sandra Hartzema, Mirjam Eringa, Evelien Schoo Wicher Hoornstra, Anneleen de Vries, Albert Kuiperij
Creatief ondersteuner: Daniëlle Chasseur
Tekst & Regie: Ine Paulien Weijer en Sandra Hartzema
Meer GZA-nieuws: de naam voor Woonzorg aan het Damsterdiep is bekend
In Delfzijl gaan Lentis en De Hoven samen bouwen aan Woonzorg aan het Damsterdiep. Vorige maand konden medewerkers, cliëntenraadsleden en bewoners/cliënten van Lentis en Vliethoven hun stem uitgebrengen op een selectie van mogelijke namen. De betrokkenheid was groot en er is volop meegedacht- dank daarvoor. Met veel enthousiasme delen we dan ook de uitkomst van de naamgeving voor het terrein dat we tot nu toe kenden als Woonzorg aan het Damsterdiep,.
Uit de stemming is één duidelijke favoriet naar voren gekomen: Damsterzicht Een naam die niet alleen prachtig klinkt, maar ook goed past bij de omgeving en de toekomst van deze plek.
We zijn blij om deze naam vanaf nu officieel te mogen gebruiken voor het terrein waar straks een mooie, nieuwe woonzorgomgeving gerealiseerd wordt.