‘Wanneer gedrag als overlast wordt gezien, verschuift de aandacht al snel naar veiligheid en handhaving, terwijl de onderliggende problemen juist zorg en begeleiding vragen’
- Lees op pagina 30 over de complexe oorzaken van onbegrepen gedrag
Doen wat we geloven
beeld/Marleen Kuipers
- Lees het verhaal van Simone op pagina 48
ONBEGREPEN, MAAR NIET AFGESCHREVEN
Nog niet zo lang geleden had elk dorp zijn eigen ‘bijzondere’ inwoners. Hun gedrag was anders, maar doordat mensen meer naar elkaar omzagen, liep het zelden uit de hand. Bovendien werd de paradijsvogel in kwestie door de dorpelingen gezien als ‘onze’ paradijsvogel. Tegenwoordig is dat anders. De gemeenschapszin is afgebrokkeld en op veel plekken kennen mensen hun buurt- of dorpsgenoten niet meer. En dan kan gedrag dat afwijkt van de norm opeens behoorlijk bedreigend voelen.
Het is dan ook niet vreemd dat de politie overspoeld wordt door meldingen van onbegrepen gedrag. Gedrag dat voor de omgeving moeilijk te plaatsen of verwarrend is. Denk aan iemand die schreeuwt, overdreven wantrouwend is of zichzelf verwaarloost. Maar wie bepaalt dat een tierende overbuurman daadwerkelijk onbegrepen gedrag vertoont? Is het mijn eigen verwachtingspatroon van hoe ‘normaal’, wenselijk gedrag eruit moet zien, of is hier meer aan de hand?
Die vraag kun je alleen beantwoorden als je het verhaal kent achter het gedrag. Want pas als je luistert, ga je dingen herkennen en groeit de acceptatie. Maar in een samenleving waarin we steeds sneller oordelen en steeds minder de tijd voor elkaar nemen, dreigen we de mens achter het gedrag uit het oog te verliezen. Terwijl juist in de ontmoeting de sleutel ligt. Wie zich gezien voelt, hoeft niet meer te schreeuwen om gehoord te worden. Het Leger des Heils blijft geloven in de kracht van verbinding. Niet als
een vluchtige handreiking, maar als een bewuste keuze om in de ander de mens te zien. In deze Soelaas vind je voorbeelden van hoe het Leger des Heils dat in de praktijk brengt. In Den Haag werken we samen met verschillende organisaties in de Levensloopaanpak, waarbij mensen met verward gedrag langdurig worden begeleid (pagina 14). Ook blijkt hoe belangrijk kleinschalige, prikkelarme woonplekken zijn (pagina 25). En je leest het persoonlijke verhaal van Matthias, die na jaren rust vond in een beschermd wonen locatie in Sneek (pagina 8).
Ik bid, hoop en werk eraan dat dit soort voorbeelden ervoor zorgen dat deze mensen de juiste hulp krijgen. Want ook wie onbegrepen is door mensen, blijft in Gods ogen van waarde en wordt nooit afgeschreven. Ze verdienen een samenleving die hen niet opgeeft, maar juist de hand reikt. Dan komt er rust en ruimte voor herstel.
Bente S. Gundersen/ Commandant Leger des Heils Nederland
8 UIT HET LEVEN ‘Ik ben weer een vrolijk mens geworden’
19 IN BEELD: Dit geeft mij rust
36 Nathalie kickte af in de Wending
40 De tas van veldwerker Rex
48 OP DE COVER Simone
54 ONBEGREPEN, MAAR NIET AFGESCHREVEN Wat is er nodig?
55 REPORTAGE Op de Wallen
62 Kijk- en luistertips
63 ERVARINGSVERHAAL Tjeerd worstelde met angsten en schulden
67 OPINIE
Burgemeester Verhulst en Tara Jane Thomas ‘OMZIEN NAAR ELKAAR IS NIET MEER GENOEG’
72 DE KUNST VAN ZENON ‘Als ik schilder, word ik rustig’
74 SAMENWERKING Sheltersuits
75 PORTRETTEN
80 Zomeroutfit bij ReShare
82 Gedragstrainingen voor (ex-)gedetineerden
beeld / Janita Sassen
88 COLUMN ’Ik ging aan mijn eigen plezier ten onder’
90 FEITEN EN CIJFERS Onbegrepen gedrag
14
SAMENWERKING
De Levensloopaanpak
‘EEN INTEGRALE AANPAK DIE WERKT’
42 ERVARINGSVERHAAL FOR FUTURE HELPT JONGVOLWASSENEN OP WEG NAAR ZELFSTANDIGHEID
30
UITGELEGD
Wat er schuilgaat achter onbegrepen gedrag
50
ONBEGREPEN GEDRAG
‘Als niemand je begrijpt, ga je harder schreeuwen’
25
REPORTAGE
PRIKKELARM VERBLIJF TUSSEN DE WEILANDEN
84 BUURTWERK
HERSTELLEN EN VERSTELLEN IN HET NAAIATELIER
Matthias:
‘Blijf
geloven in jezelf’
Na een reeks heftige gebeurtenissen verhuist de half-Duitse Matthias naar Nederland. Hier verwerkt hij zijn pijn op een manier die hem vroeger thuis geleerd is: met alcohol. Na een uitstapje in de wereld van muziek, belandt hij op straat. Bij het Leger des Heils vindt hij uiteindelijk rust. ‘Ik ben weer een vrolijk mens geworden.’
tekst/Annouk Postma beeld/Sanne Romeijn
Twee maanden geleden is Matthias verhuisd naar een appartement naast de beschermd wonen locatie van het Leger des Heils. Deze plek geeft hem iets meer zelfstandigheid. Hij is trots en nodigt ons uit om bij hem binnen te zitten. Met opgeheven hoofd loopt hij door zijn nieuwe woning en vertelt hij honderduit over zijn nieuwe meubels.
Matthias: “Twee jaar geleden ben ik van Assen verhuisd naar Sneek. In Assen woonde ik in een appartement van het Leger des Heils en kreeg ik ambulante begeleiding, maar de buurt was niet veilig voor mij. Het was op het laatst zo erg dat ik niet meer naar buiten durfde. Toen ik hoorde dat ik naar Sneek mocht verhuizen, sprong ik echt een gat in de lucht.”
Begeleider Mariette kan zich dat moment nog goed herinneren. Mariette: “Matthias heeft ontzettend veel meegemaakt in zijn leven. Hij was erg depressief toen hij hier twee jaar geleden kwam wonen. Maar in Sneek heeft hij een plek gevonden om te landen en tot rust te komen.”
Wie ben ik?
Een vraag die de afgelopen twee jaar centraal stond voor Matthias was: wie ben ik? Matthias: “Door trauma’s uit mijn verleden ben ik mezelf kwijtgeraakt. Ik ben opgegroeid in Duitsland, in een
onveilige omgeving. Toen ik achttien jaar was, moest ik vechten in de oorlog in Bosnië-Herzegovina. Daarvan kreeg ik PTSS. Toen ik begin twintig was, heb ik mijn vrouw en ons dochtertje van vier maanden verloren door een auto-ongeluk in Duitsland. Toen ben ik drieënhalf jaar opgenomen geweest in de psychiatrie. Direct daarna kreeg ik bericht van mijn biologische moeder die ik vijftien jaar lang niet had gezien of gesproken. Uit nieuwsgierigheid ben ik toen verhuisd naar Nederland en bij mijn moeder en jongste broer gaan wonen. Het contact herstellen met mijn familie ging moeizaam. Ik was gestopt met alcohol, maar thuis werd veel gedronken en zo ging het snel weer mis.”
Na drie jaar ging Matthias weg bij zijn moeder. Hij woonde tijdelijk op verschillende plekken totdat hij in Hoogeveen bij een zorgboerderij kon wonen en werken. Als timmerman kon hij hier zijn hart ophalen, want de boerderij uit 1911 moest helemaal worden opgeknapt. Matthias: “Het was een prachtige werkomgeving. Na een aantal jaren kon ik daar mijn eigen appartement maken. Dat gaf mij veel werkervaring.”
Passie voor muziek
Een jaar of zeven woonde Matthias in Hoogeveen toen hij in contact kwam met een jeugdvriend die dj was geworden. Samen gingen ze muziek maken en zo kreeg Matthias de kans om optredens te geven in clubs en op festivals. Matthias: “In 2016 ben ik verhuisd naar Zweden en mocht ik het voorprogramma zijn voor grote dj’s, zoals Armin van Buren en Tiësto. Dat was een bizarre ervaring. Ik mocht optreden voor 25 duizend mensen. Na drie maanden merkte ik dat ik de stress niet aankon. Ik moest stoppen, maar voor de liefde bleef ik in Zweden. Ik had een vrouw leren kennen en ben bij haar
‘Ik trok de verkeerde mensen aan’
‘De begeleiders zien je hier elke dag, dat gaf mij een veilig gevoel’
gaan wonen. Maar ik kon geen vast werk vinden en onze relatie was niet gezond.
Ik belandde op straat in Zweden. Via de sociale dienst kreeg ik een ticket naar Nederland. Ik had alles opgegeven voor mijn droom om muziek te maken, dus ook in Nederland had ik helemaal niets meer.” Matthias sliep op straat of verbleef in de nachtopvang in Groningen. Zo kwam hij in contact met het Leger des Heils, waar hij op een gegeven moment een plekje kreeg bij Interwonen Assen en dagbesteding kreeg bij het 50|50 Workcenter in Groningen.
In coronatijd kreeg Matthias het zwaar. Er ging geen vervoer meer van Assen naar Groningen, dus fietste hij heen en weer: bijna zestig kilometer per dag. Matthias: “Het was het enige lichtpuntje dat ik nog had.”
Op adem
“In Assen trok ik de verkeerde mensen aan. Toen ik aangaf dat ik hen niet meer wilde zien, werd ik bedreigd en fysiek mishandeld. De foto’s van mijn kapotgeslagen gezicht staan nog op mijn telefoon. In die periode was ik heel somber. Pas hier in Sneek kon ik op adem komen.
Deze plek betekende voor mij een nieuwe start. De begeleiders zien mij hier elke dag en dat geeft mij een veilig gevoel. Al na drie maanden zei iets in mij dat het tijd was om te stoppen met alcohol. Ik heb meteen naar dat gevoel geluisterd en met hulp van mijn begeleiders ben ik toen gaan afbouwen. Natuurlijk ging het niet in één keer goed, maar het gaf mij veel zelfvertrouwen.”
Plezier
Nu heeft Matthias het muziek maken weer opgepakt. “Gewoon voor mijn eigen plezier, zonder druk van anderen.” Wat hij ook graag doet, is vissen en hardlopen. “Toen ik een tijdje terug aan het vissen was, kwam er een man naar me toe die vroeg: ‘Heb je ook een boot?’ Die had ik niet. Toen liet de man me een klein vissersbootje zien. Dat mocht ik hebben! Het bootje moest wel flink opgeknapt worden, maar nu ga ik regelmatig vanuit het bootje vissen. Echt fantastisch!”
Samen in beweging
Begeleider Mariette zag al snel dat Matthias een sportieve man is. Samen deden ze mee aan de Social Run, een driedaagse tour waarin fietsen, wandelen en hardlopen elkaar afwisselen. Mariette: “Die tour deed veel voor het herstel van Matthias. We liepen bijvoorbeeld door Assen, langs plekken die nare herinneringen bij hem bovenbrengen. Het gaf hem veel vertrouwen en kracht om daar samen langs te gaan.
Sinds die tour zijn we niet meer gestopt met samen hardlopen.” Mariette volgde een cursus runningtherapie en en zet dit nu in voor het herstel van mensen. Matthias: “Deze plek en de begeleiding hebben mij het vertrouwen gegeven dat ik het kan. Ik ben weer gaan geloven in mezelf. En ik heb ontdekt dat ik een heel sociaal en sportief mens ben. Ik ben weer een vrolijk mens geworden en dat gun ik anderen ook. Ik wil heel graag tegen anderen zeggen: blijf geloven in jezelf en weet dat jij ook weer met opgeheven hoofd kunt leven!”
tekst/Coen van Everdingen beeld/Geke Bosch, Lien Geeroms
LEVENSLOOPAANPAK BIEDT VERWARDE MENSEN
DE ONDERSTEUNING DIE NODIG IS
Intensief, gezamenlijk en duurzaam
Nederland telt ongeveer vijftienhonderd mensen met verward gedrag en een hoog veiligheidsrisico. Ze komen veelvuldig in contact met politie of justitie, veroorzaken veel overlast in hun omgeving en laten risicovol gedrag zien. Voor hen is de Levensloopaanpak ontwikkeld. Drie ambassadeurs van de aanpak aan het woord.
Aan tafel in het regiokantoor van Leger des Heils Noordwest zitten drie mensen die stuk voor stuk enthousiast worden als de term Levensloopaanpak valt. Omdat de aanpak werkt, en omdat het laat zien wat er mogelijk is als verschillende partijen samenwerken. Elsa Doze is directeur bedrijfsvoering ambulant & netwerksamenwerking bij Fivoor. Anneke Aanstoot is manager van het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden, en tevens voorzitter van alle Zorg- en
V.l.n.r. Anneke Aanstoot, Marc Verberg en Elsa Doze
MARC:
Veiligheidshuizen in Nederland. Marc Verberg is regiodirecteur Noordwest van het Leger des Heils. De drie kennen elkaar uit het werkveld, via casuïstiek en bestuurlijke overleggen én door hun betrokkenheid bij de Levensloopaanpak.
DE AANPAK
De problematiek van sommige mensen is zo complex, dat hulp niet makkelijk te organiseren is. Elsa: “Maar we moeten wel iets met deze mensen. Omdat ze recht hebben op hulp, en deel uitmaken van de samenleving. Maar vooral ook omdat ze een risico vormen voor diezelfde samenleving. Dat vraagt om een integrale aanpak, waar domeinoverstijgend wordt overlegd en gewerkt. En precies dat is de Levensloopaanpak.”
DE DOELGROEP
“De Levensloopaanpak is er specifiek voor mensen met verward of onbegrepen gedrag, met een hoog veiligheidsrisico”, vertelt Elsa. Het is een groep die volgens haar in het huidige zorgstelsel tussen wal en schip valt. “Dat komt omdat geen enkele partij de zorg voor deze mensen alleen wil of kan dragen.” Anneke voegt eraan toe: “Als wij het hebben over de
‘Dit zijn mensen bij wie al van alles is geprobeerd, maar waar de problemen blijven bestaan’
doelgroep, dan gaat het eigenlijk altijd over mensen die te maken hebben met psychische problematiek, verslaving en een licht verstandelijke beperking. En de mensen binnen de Levensloopaanpak zijn, vaak door deze problematiek, ook een veiligheidsrisico voor zichzelf en/of hun omgeving.”
In Nederland zijn er naar schatting vijftienhonderd mensen die binnen deze doelgroep vallen. Anneke: “Maar daarvan hebben we er tot nu toe slechts zevenhonderd in beeld. Ruim de helft daarvan woont of leeft op straat, of dreigt snel dakloos te worden.” Een hele specifieke of sluitende omschrijving van de doelgroep is er niet. Maar vaak is wel duidelijk om wie het gaat. Marc: “Dit zijn mensen bij wie al van alles is geprobeerd, maar waar de problemen blijven bestaan. Een korte interventie heeft dan geen zin. Je moet lang betrokken blijven. Dat is wat we met elkaar doen met de Levensloopaanpak.”
ONTSTAAN
De wens om zo’n specifieke aanpak te ontwikkelen, ontstond na de moord op Els Borst. De politica werd in 2014 vermoord door iemand met verward gedrag. De dader was bij meerdere instanties bekend, maar verplaatste zich ook steeds door het land. Daardoor was er overal maar een stukje informatie beschikbaar. Marc: “We zien dat juist dat problemen oplevert. Als iedereen een beetje weet, overziet niemand het hele dossier. De kans bestaat dan dat mensen verkeerd worden ingeschat.”
GESLOTEN GGZ
Een aantal jaar geleden zouden deze mensen waarschijnlijk in een gesloten ggz-instelling hebben gezeten. Nu leeft een groot deel van hen op straat of onder de radar. Elsa: “Er wordt weleens gezegd dat de afgelopen jaren ongeveer zesduizend ggz-bedden zijn wegbezuinigd. Voor vierduizend mensen was dat een goed idee. Die krijgen nu hulp en zorg die goed of zelfs beter past. Maar voor de mensen over wie wij het nu hebben, was dat geen goed idee. In de beweging van intramurale zorg naar zorg in de wijk zijn zij buiten de boot gevallen.”
SAMENWERKING
Het unieke van deze aanpak is de samenwerking over de grenzen van domeinen heen. Anneke: “Aan een casustafel komen alle betrokken partijen, zoals politie, gemeente, ggz, woonvoorzieningen, zorgkantoor en openbaar ministerie bij elkaar, met hetzelfde doel voor ogen: iemands situatie stabiliseren en de juiste hulp bieden. Iedereen heeft een ander beeld van de persoon. We hebben het over een verdachte, patiënt, huurder, inwoner, deelnemer of cliënt. Die beelden brengen we aan de casustafel bij elkaar, zodat er een compleet beeld ontstaat. Onder regie van het Zorg- en Veiligheidshuis maken we met alle betrokken partners een goed plan voor deze persoon.”
Elsa: “Dan begint de puzzel. Want veel organisaties willen deze mensen niet binnen hebben, omdat ze een groot risico vormen. Gelukkig heeft het Leger des Heils dat op verschillende plekken wel gedaan.” Marc: “Natuurlijk brengt het risico’s met zich mee als we deze mensen een plek bieden op onze
ELSA:
‘Veel organisaties willen
deze mensen niet binnen hebben, omdat ze een groot risico vormen’
locaties. Maar we kunnen niet toekijken terwijl zij op straat leven.”
Dat er vervolgens samen verantwoordelijkheid gedragen wordt voor iemand, maakt voor de betrokken organisaties een groot verschil. Elsa: “Er komt bijvoorbeeld extra ondersteuning op de locatie of er worden meer uren vrijgemaakt voor een-op-eenbegeleiding. En we stoppen pas als iedereen akkoord is of de situatie stabiel is. We laten niet een van de organisaties opeens alleen staan.”
TUSSENOPLOSSING
Een goed voorbeeld van de meerwaarde van de Levensloopaanpak biedt de casus met een man die een tijdje terug uit de gevangenis kwam. Anneke: “Deze man zat in de Levensloopaanpak en was dus bekend bij ons. Daarom wisten we dat hij vrij zou komen. Hij moest eigenlijk naar een woonzorgplek waar expertise was op het gebied van mensen met een licht verstandelijke beperking, maar die was
nog lang niet beschikbaar. Daarom hebben we een tussenoplossing gezocht. Hij is opgehaald uit de gevangenis en naar een tijdelijke locatie gebracht. Daar hebben we extra hulp en ondersteuning georganiseerd met het zorgkantoor en een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Hij blijft daar tot hij binnenkort eindelijk naar de duurzame plek kan.” Elsa vult aan: “Dat klinkt als veel moeite voor een persoon, maar anders was hij op straat beland, met alle gevolgen en risico’s van dien.”
UITDAGINGEN
Als betrokken partijen samenwerken, is er veel mogelijk. Iedereen ziet dat het werkt, en dat het problemen voorkomt. Toch is het nog niet altijd makkelijk om de samenwerking op gang te brengen. Elsa: “Ons zorgstelsel is niet ingericht op deze mensen. We hebben te maken met versplinterde financiering en wisselende verantwoordelijkheden. Organisaties staan niet te springen om verantwoordelijkheid te nemen.” Anneke voegt toe: “Daar komt bij dat er binnen beschermd wonen, beschermd wonen+ en alternatieve plekken zoals Skaeve Huse simpelweg te weinig geschikte plekken zijn.”
Wat is er nodig?
Het is een veel voorkomend struikelblok in de zorg: voldoende financiële middelen. Ook bij de uitvoering van de Levensloopaanpak lopen de partijen hier tegenaan. Elsa: “We weten nog niet wat het beste werkt en moeten daarom kunnen experimenteren. Daarvoor hebben we meer financiële ruimte nodig, maar die ruimte is er niet.” Marc: “Een specifieke Levensloopindicatie met passende financiering zou heel
‘Als
betrokken partijen samenwerken, is er veel mogelijk. Iedereen ziet dat de Levensloopaanpak werkt, en dat het problemen voorkomt’
fijn zijn. Nu moeten we steeds uit allerlei potjes de financiering voor elkaar krijgen. Dat is omslachtig en niet altijd toereikend.” De aanpak is per persoon misschien duurder dan een regulier traject; dat weegt niet op tegen de winst, volgens de partijen. Marc: “Je voorkomt heel veel politie-uren, tijdelijke zorgtrajecten die niet effectief blijken, een gevoel van onveiligheid in de wijk, en in het beste geval zelfs mensenlevens die verloren gaan. Maar dat is winst die je niet in een kosten-batenanalyse terugziet.”
Efficiency
Als er over deze aanpak wordt gepraat, moet in ieder geval één woord worden vermeden, volgens Elsa: efficiency. “Niets aan deze aanpak is efficiënt. Het is maatwerk. Het is intensief, je moet vaak passen en meten. En je moet heel snel kunnen op- en afschalen als dat nodig is. Dat past niet in het kader zoals we dat nu kennen. Als daar meer ruimte voor komt, kunnen we verwarde mensen met een hoog veiligheidsrisico echt beter helpen.” Dat is fijner voor de mensen zelf en het komt de veiligheid van iedereen ten goede.
Meer weten over de Levensloopaanpak? Ga naar levensloopaanpak.nl.
RUST
Rust betekent voor iedereen iets anders. Voor de één is het een vertrouwde routine, voor de ander een plek om even op adem te komen. Bij de Westburgh in Amsterdam en de Saffier in Hilversum spreken we vijf bewoners van de Domus over wat hen rust geeft. Wat helpt hen om even tot zichzelf te komen?
ARTHUR
Iedere zondag loopt Arthur naar de katholieke kerk in de buurt. “Het is er zo mooi. Al dat prachtige glas-in-lood en die beelden, daar word je vanzelf even stil van.”
Arthur bidt ook graag en dat geeft hem rust. “Ik bid dat alle oorlog in de wereld mag stoppen.
EMEME Ememe vindt rust in bloemen. “Ik vind ze gewoon heel mooi. Ze zijn vaak best duur, dus helaas kan ik ze niet vaak cadeau doen aan iemand.” Haar favoriete soort? Witte orchideeën. Juist daarom koos ze deze bloemen uit voor haar fietsleraar, als bedankje voor de lessen die hij haar gaf.
WAALCO
“Muziek is voor mij het medicijn tegen de onrust in mijn hoofd.” Al jaren heeft Waalco last van stemmen.
“Dat is heel vervelend en vermoeiend”, vertelt hij.
“Door op rustige momenten muziek te luisteren, hoef ik die stemmetjes even niet te horen. Het liefst luister ik naar Qmusic of naar Robbie Williams.”
KEVIN
“Alles valt van me af als ik lekker op mijn fatbike door het bos rijd.” Kevin heeft lang voor zijn fatbike gespaard. “Ik ben er superblij mee. Het liefst rijd ik lekker hard over smalle paadjes in het bos. Zo kan ik de negatieve energie van de dag achter me laten. Ik houd ook van rijden in het donker, heerlijk, zo stil. Of even naar de stad crossen, burgertje halen. Ik ga er elke dag even op uit, tenminste, als het niet regent.”
KATY
Katy vindt rust in het opmaken van haar gezicht. Vijf jaar geleden ontdekte ze de vrouw in zichzelf en sindsdien heeft ze haar nooit meer losgelaten. “In het begin dachten ze hier in de Domus dat het een fase was, maar al snel begonnen ze me ook Katy te noemen. Ik geniet ervan om nieuwe outfits te shoppen en steeds weer een andere look te creëren. Met mijn tas vol Chanel- en Dior-makeup lukt dat altijd.”
RINUS
“Tekenen helpt me om uit mijn hoofd te komen.” Het liefst tekent Rinus ‘s avonds, op zijn kamer, met een muziekje aan. “Dan kom ik echt tot rust. Ik laat mijn gevoel op het papier los. De lijnen die je ziet, zijn een soort gedachtegangen, elke gedachte gaat een andere kant op. En de kleuren geven mijn stemming aan. Het geeft een goed gevoel om het canvas helemaal vol te maken, zodat alles klopt.”
PRIKKELARM VERBLIJF TUSSEN DE WEILANDEN
Rust en regelmaat op de boerderij
In het Friese Engwierum, ver van drukte, grote steden en geraas, staat een karakteristieke boerderij. Het is er een als zovele in deze omgeving: omringd door weilanden, op een boerenerf met kippen en een grote kas. Toch is deze boerderij net even anders. Hij biedt onderdak aan mensen die te maken hebben met complexe problematiek. Zij krijgen hier de begeleiding én rust die ze nodig hebben.
tekst/Coen van Everdingen beeld/Marleen Annema
In het hoofdgebouw, de boerderij, is plek voor twaalf mensen. Daarnaast staan er op het terrein nog drie tiny houses, die arkjes worden genoemd. Nina is persoonlijk begeleider op deze locatie. Ze legt uit: “We noemen ze zo, omdat er vroeger op deze locatie een stichting zat met de naam Noach. Toen we een naam moesten verzinnen voor deze huisjes, was de keuze dus snel gemaakt.”
PRIKKELS
De bewoners van de boerderij hebben allemaal een eigen kamer, maar delen de keuken en woonkamer. De bewoners van de arkjes hebben alles zelf: een woonkamer met keuken, aparte slaapkamer, badkamer en een eigen tuintje. Nina: “De arkjes bieden plek aan mensen die op de groep niet kunnen aarden. Sommige mensen hebben zo’n last van de prikkels, dat een eigen plek de beste oplossing is.”
Op het terrein is plek voor in totaal vijftien mensen die te maken hebben met complexe problematiek. Ze hebben psychische klachten, kampen met een verslaving of hebben een licht verstandelijke beperking. Nina: “De meesten zijn ook dak- of thuisloos. Hier hebben ze een eigen plek, en mogen ze zo lang blijven als nodig. Natuurlijk werken we aan doelen, en kijken we wat er mogelijk is. Maar het idee dat mensen hier niet snel weg moeten, geeft rust.”
SPEEDY
Een van de bewoners van zo’n arkje is Magchiel. Het hek van zijn tuin is hermetisch afgesloten, met meerdere haken. Magchiel: “Ik wil niet dat iemand hier zomaar binnenkomt. Weet je hoe duur shag tegenwoordig is?” Zijn tongval geeft weg dat hij uit de regio komt. Het hek houdt ongewenst bezoek buiten, maar ook zijn trouwe viervoeter binnen. “Speedy, kom eens hier!” Het kleine keeshondje komt braaf toegesneld. Met een grijns legt
‘Het idee dat mensen hier niet snel weg moeten, geeft rust’
Magchiel uit: “Ik heb hem maar Speedy genoemd, coke is te duur hè.”
Magchiel woont al een tijdje op deze locatie. Eerst in de boerderij zelf, maar dat bleek niet de beste plek voor hem. Nu heeft hij een eigen tiny house. Het is niet groot, maar wel in z’n geheel voor hem. In het raamkozijn, naast de tafel, staat een digitaal fotolijstje. Als een diashow verschijnen er steeds nieuwe plaatjes. “Dat zijn mijn kinderen. Ik heb er vier. Als het met hen goed gaat, gaat het met mij ook goed.”
ALLES EN NIETS
Hij heeft een bewogen leven achter de rug. “Ik heb alles gehad. Een koophuis, twee auto’s voor de deur, een vrouw, kinderen. En vooral: geld zat. Het perfecte plaatje. Maar ik ben ook alles kwijtgeraakt. Ik heb op straat geleefd, in de bak gezeten en veel drugs gebruikt. En nu ben ik hier. Ik heb helemaal niets meer, behalve deze plek.” Magchiel is vaak te vinden in een van de nabijgelegen dorpjes, of in de kas op het terrein. “Maar ik leef met de dag. Ik zie wel wat ik doe.”
FC GRONINGEN
Naast Magchiel woont Atze, ook in een arkje. Een echte Fries, al heeft begeleider Nina daar wel wat op aan te merken, wijzend naar een grote FC Groningenvlag in de woonkamer van Atze. “Dat kan eigenlijk niet hè, als Fries”, zegt ze lachend. Maar voor Atze is het geen probleem, hij is fan. Atze woont hier nu drie jaar. “Ik zit hier op m’n plek. Het verleden probeer ik achter me te laten. Hier bouw ik aan nieuwe dingen. En ik kan buiten bezig zijn, dat doe ik graag.”
‘Ik zit hier op m’n plek. Het verleden probeer ik achter me te laten.
Hier
bouw ik aan nieuwe dingen’
SAMENWONEN
Terwijl Atze wat schoffelt in de kas, komt bewoner Eelco aan. “Even een sigaretje roken, hoor.” In de kas kan dat precies uit de wind, die hier vaak stevig waait op het platteland. Eelco woont nu vier maanden hier, in een kamer op de boerderij. Voor nu is het goed, maar Eelco heeft wel andere plannen. “Zodra het kan, ga ik met mijn vriendin ergens samenwonen.”
THUIS
Om drie uur verplaatst iedereen zich naar de grote woonkamer van de boerderij. Koffietijd. Niet alleen de deelnemers die een kamer in de boerderij hebben, maar ook de bewoners van de arkjes zijn daar welkom. Nina: “Dit doen we drie keer per dag. Het is niet verplicht, maar geeft wel structuur.” Er wordt gekletst, een spelletje gespeeld of stilletjes koffiegedronken. De bewoners kiezen zelf hoe ze de momenten indelen. Want of het nu voor kortere of langere tijd is: hier op de boerderij in Engwierum zijn ze thuis.
‘Verwarde personen’
Wat er schuilgaat achter onbegrepen gedrag
tekst/Henriët Brouwer beeld/Beeldbazen
uitgelegd
Politie, gemeenten en zorginstellingen melden een groeiend aantal incidenten van personen met verward gedrag. Dat kan gaan om iemand die op straat in de war lijkt, overlast veroorzaakt of duidelijk de grip op zijn of haar leven kwijt is. Wat de samenleving als ‘verward gedrag’ ervaart, is zelden zomaar ontstaan. Achter die term schuilen vaak ingewikkelde levens. Hoe zorgen we dat deze mensen niet tussen wal en schip vallen, maar menswaardig kunnen leven?
Volgens cijfers van onder meer Politie Nederland is het aantal meldingen over mensen met verward of onbegrepen gedrag de afgelopen jaren sterk gestegen. Waar in 2018 al ongeveer 90.000 meldingen werden geregistreerd, lag dat aantal in 2025 rond de 170.000; bijna een verdubbeling in acht jaar tijd dus. Zulke meldingen vallen bij de politie onder de noemer E33: overlast veroorzaakt door personen met verward of onbegrepen gedrag.
Diverse problemen, complexe oorzaken
dat er ineens veel meer mensen met psychische problemen zijn. Experts
complexer geworden, sociale netwerken
worden problemen eerder zichtbaar in soms meerdere meldingen over dezelfde
De explosieve toename van E33meldingen betekent niet automatisch dat er ineens veel meer mensen met psychische problemen zijn. Experts wijzen erop dat meerdere factoren een rol spelen. De samenleving is complexer geworden, sociale netwerken zijn kleiner en hulpverlening is niet altijd makkelijk toegankelijk. Daardoor worden problemen eerder zichtbaar in de openbare ruimte, bijvoorbeeld op straat of in de wijk. Daarnaast worden er soms meerdere meldingen over dezelfde persoon gedaan; deze worden allemaal afzonderlijk geregistreerd. Volgens het Trimbos-instituut, het landelijke kenniscentrum voor mentale gezondheid, gaat het bovendien om een diverse groep mensen. Het kan gaan om mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen, maar ook om mensen met dementie, een licht verstandelijke beperking, verslaving,
‘Achter onbegrepen gedrag schuilt altijd een verhaal: van verlies, trauma, ziekte, eenzaamheid of langdurige stress’ schuldenproblematiek of een combinatie daarvan. De term ‘onbegrepen gedrag’ verwijst daarom vooral naar hoe de omgeving het gedrag ervaart: verwarrend, zorgwekkend of moeilijk te duiden.
Hulp komt te laat
In veel situaties speelt er bij een persoon met onbegrepen gedrag niet één probleem, maar een combinatie van factoren. Professionals spreken dan vaak van multiproblematiek of interfererende comorbiditeit: meerdere problemen of stoornissen die op elkaar inwerken. Denk aan psychiatrische stoornissen, verslaving, trauma, schulden, geen stabiele huisvesting en een klein sociaal netwerk. Ook komt het regelmatig voor dat iemand, naast andere problemen, een lichte verstandelijke beperking heeft. Daardoor kan het extra moeilijk zijn om hulp te vragen of ingewikkelde systemen te begrijpen.
Iemand die bijvoorbeeld kampt met een psychose, schulden en een dreigende huisuitzetting, raakt in paniek en verliest het overzicht. Stress en wantrouwen richting instanties kunnen vervolgens leiden tot gedrag dat voor de omgeving onvoorspelbaar of ontregeld lijkt. Het gevolg is dat hulp laat op gang komt, vaak pas wanneer de situatie escaleert.
Waarom hulp vragen moeilijk is Voor veel mensen met onbegrepen gedrag is vragen om hulp niet vanzelfsprekend. Meestal ontbreekt het hen aan inzicht in hun eigen problematiek. In andere gevallen zorgen schaamte, angst of wantrouwen ervoor dat ze geen hulp zoeken. Daarnaast ervaren veel mensen het zorg- en ondersteuningssysteem als ingewikkeld. Verschillende loketten, regels en
wachttijden maken het moeilijk om de juiste hulp te vinden. Volgens experts van onder meer ggz Nederland kan deze complexiteit ertoe leiden dat mensen zorg gaan mijden en uit beeld raken. Daar komt bij dat mensen met psychische kwetsbaarheid regelmatig negatieve reacties krijgen uit hun omgeving. Wanneer gedrag als ‘overlast’ wordt gezien, verschuift de aandacht al snel naar veiligheid en handhaving, terwijl de onderliggende problemen juist zorg en begeleiding vragen.
De rol van maatschappelijke ontwikkelingen
Door individualisering en gebrek aan gemeenschapszin in de samenleving, is er steeds minder ruimte en aandacht voor mensen met psychische kwetsbaarheid. Mensen leven langs elkaar heen en er is verminderd begrip en te weinig passende aandacht voor anderen die niet binnen ‘de norm’ vallen. Daarnaast is er de afgelopen decennia sterk bezuinigd op de geestelijke gezondheidszorg. Veel langdurige klinische zorg is afgebouwd, met het idee dat mensen zoveel mogelijk zelfstandig in de samenleving moeten kunnen wonen. Hierdoor zijn er lange wachttijden in de ggz, is er een tekort aan gespecialiseerde behandelplekken en onvoldoende ambulante begeleiding voor mensen met complexe problematiek. Ook andere maatschappelijke factoren spelen een rol. Denk aan de wooncrisis, groeiende
‘De samenleving is complexer geworden.
Daardoor worden problemen eerder zichtbaar in de openbare ruimte’
bestaansonzekerheid en toenemende verschillen in welvaart. Wanneer iemand al kwetsbaar is, kunnen deze omstandigheden hun problemen versterken.
Geen passende woonplekken
Doordat er geen passende hulp (meer) is, gaan ‘verwarde’ mensen de straat op, belanden ze in de opvang of in locaties voor beschermd wonen. Daar kunnen ze, door hun complexe problematiek, in bepaalde situaties overlast veroorzaken. Dit brengt veiligheidsrisico’s met zich mee; voor henzelf en voor bijvoorbeeld medebewoners, begeleiders en omstanders. Uit een interne enquête van het Leger des Heils blijkt dat zo’n 65 procent van de deelnemers verward gedrag vertoont. Meer dan de helft van de locaties vangt vaak mensen op met onbegrepen gedrag.
Het belang van een integrale aanpak
Achter onbegrepen gedrag schuilt altijd een verhaal: van verlies, trauma, ziekte,
eenzaamheid of langdurige stress. Het gedrag is een reactie op omstandigheden of op psychische ontregeling. Voor professionals in de zorg en hulpverlening betekent dit dat een effectieve aanpak zelden binnen één domein ligt. Onbegrepen gedrag is een symptoom van onderliggende problemen, nooit het probleem zelf, hoe lastig het gedrag soms ook is.
Daarom pleit het Leger des Heils, samen met veel andere organisaties, voor een integrale aanpak. Dat betekent dat verschillende partijen, bijvoorbeeld gemeenten, zorginstellingen, politie, woningcorporaties en welzijnsorganisaties, nauw samenwerken rond een persoon of huishouden. Zo’n aanpak vraagt om goede informatie-uitwisseling, duidelijke regie en vooral een gedeelde visie: herstel en stabiliteit voor de persoon zelf.
Niemand afgeschreven
Misschien wel het belangrijkste uitgangspunt is dat geen mens mag worden afgeschreven. Mensen met onbegrepen gedrag zijn niet alleen cliënten of casussen, maar bovenal mensen met relaties, talenten en verlangens. Een samenleving waarin ook mensen met een psychische kwetsbaarheid een plek hebben, vraagt om samenwerking tussen zorg, overheid en burgers. Maar ook om een houding van nieuwsgierigheid en medemenselijkheid: proberen te begrijpen wat er achter gedrag schuilgaat.
Onderzoek
Uit een interne verkenning van het Leger des Heils blijkt onder andere dat op 36% van de opvanglocaties het aantal mensen met onbegrepen gedrag sterk is toegenomen. Op ldh.nl/onbegrepen-soelaas is het volledige onderzoek te downloaden.
Voor professionals en ketenpartners betekent dat: zoeken naar nieuwe manieren van samenwerken, meer ruimte voor maatwerk en durven kijken naar het geheel van iemands leven. Want achter gedrag dat we niet direct begrijpen, schuilt vaak een heel begrijpelijke behoefte, die de meeste mensen bij zichzelf zullen herkennen: gezien worden, gehoord worden en ergens bij horen.
kunnen
‘Op een dag lag ik in bed met de gordijnen potdicht, toen ik opeens een straal met wit licht zag; zo’n witte kleur kun je in de verfzaak niet kopen’
- Nathalie over een ervaring waardoor ze tot geloof kwam op pagina 36.
‘Ze is hier meer mens geworden’
NATHALIE KICKTE AF IN DE WENDING
tekst/Wilfred Hermans beeld/Folkert Koelewijn
Het leven van Nathalie heeft in verslavingskliniek De Wending een draai van 180 graden gemaakt. Van een wantrouwig hoopje mens ging ze naar een zelfverzekerde vrouw die nu anderen wil inspireren om die laatste strohalm te grijpen. ‘Alles wat ik nodig had om op het rechte pad te blijven, heb ik hier ontvangen.’
Nathalie (41): “Mijn ouders hadden vroeger veel ruzie en mijn vader was alcoholist. Zo kreeg ik de indruk dat drankgebruik normaal is. Toch begon ikzelf er pas op latere leeftijd mee, om nare gevoelens te verdoven. Het ging van kwaad tot erger, tot het niet meer ging; ik wilde niet dat mijn kinderen zouden meemaken wat ik vroeger meemaakte, dus belde ik m’n zus met de vraag om voor mijn kinderen te zorgen.”
Zakflacon whisky
Afgelopen februari was Nathalie een jaar clean. Ze woont inmiddels begeleid, op het Leger des Heils-terrein in Ugchelen waar haar leven een ommekeer maakte. Hier zit ze nu aan tafel naast de vrouw die deze ommezwaai geduldig begeleidde: Lucianne (34). Nathalie: “Ik heb veel aan haar gehad. In het verleden ben ik verkeerd behandeld door andere hulpverleningsinstanties, wat me nogal wantrouwig maakte. Ik stond daardoor gevoelsmatig met m’n rug tegen de muur, wat mijn drankverslaving alleen maar in stand hield. Wat ik dronk? Whisky. Ik deed het gelijk goed, geen bier. Ik kocht altijd zo’n zakflacon, elke dag, en dronk het puur. Ik isoleerde me dan van de buitenwereld, maar kon ook juist op iemand afstappen die me onrecht had aangedaan. Ik ging dan naar die persoon toe en eiste uitleg; ik kan namelijk niet
tegen onrecht. Als ik ergens m’n tanden in zet, iets wil bereiken, gaat dat hoe dan ook gebeuren. Alleen werd de politie er vaak bij geroepen, waardoor ik meerdere keren in de cel belandde. Nog steeds haal ik wel m’n gelijk als dat nodig is, maar niet meer vanuit emotie. Dat heb ik van Lucianne geleerd.”
Lucianne: “Eén van je eerste leerdoelen was: eerst luisteren en iemand laten uitpraten. Dat heb je snel opgepakt.”
Eerst vertrouwen winnen
Lucianne: “Nathalie kwam hier nogal chaotisch binnen, en ze had een dikke muur om zich heen. Vanwege haar wantrouwen richting hulpverleners dacht ik: eerst vertrouwen winnen. We gingen wandelen, samen naar de kringloop en praten over de dagelijkse dingen.
Langzamerhand zag ik haar muur afbrokkelen en kwam zij zélf tevoorschijn. Dán pas ontstaat echt contact. In haar periode hier is de zware rugzak die ze met zich meedroeg steeds verder geleegd; hier is ze meer mens geworden.” Tegen Nathalie: “Je leerde meer over jezelf, begon meer in jezelf te geloven en tegen groepsgenoten zei je: ‘Ga ervoor, dit is een goede plek!’”. Nathalie knikt. Voor haar was de ‘herstelsleutel’ dat ze nu eindelijk wél eerlijk werd behandeld, blikt ze terug.
“Men zag míj, als mens. Niet: wie is die verslaafde, nummer X? Dat merkte ik ook aan Lucianne; ze keek me recht in m’n ogen en probeerde te voelen wat ik voelde.”
Nieuwe bril en tanden
Nathalie zou het Leger des Heils het liefst een gouden medaille geven. “Mijn tanden zijn hier in orde gemaakt, ik heb een bril gekregen – alles wat ik nodig had om op het rechte pad te blijven, heb ik hier ontvangen en krijg ik nog steeds.”
‘Alles wat ik nodig had om op het rechte pad te blijven, heb ik hier ontvangen en krijg ik nog steeds’
Lucianne: “Er was helemaal geen geld voor een bril, maar ik dacht: als Nathalie de therapie niet eens kan volgen omdat ze niet kan lezen, dan heeft de behandeling toch geen zin? Toen heb ik contact gelegd met iemand van fondsenwerving en zo is het alsnog geregeld.”
Geestelijke strijd
Tijdens haar verblijf bij de detox op De MeerZorg las Nathalie een boek van evangelist en ex-verslaafde Johan Toet. Daardoor ging ze zelf in de Bijbel lezen, bidden en naar de kerk, wat haar hielp om clean te blijven. Dat nam niet weg dat ze geregeld ’s nachts werd aangevallen, vertelt ze. “Ik zag demonen bij m’n bed. Andere instanties legden dat uit als psychoses waar ze pillen tegen wilden geven, maar Lucianne nam het serieus en noemde het geestelijke strijd. Op een dag lag ik in bed met de gordijnen potdicht toen ik opeens een straal wit licht zag; witter dan deze tafel, zo’n witte kleur kun je in de verfzaak niet kopen.
De dag daarna heb ik met een geestelijk verzorger gebeden voor het verdwijnen van die demonen, waarna het ophield. Uiteindelijk kwam ik tot geloof en liet ik me dopen.”
Dertien maanden clean
Terug naar haar huurwoning wil Nathalie niet meer. “Dat is twee keer mislukt. Na je herstel hebben je hersens nog een tijd nodig om te resetten. Niet leuk om toe te geven, maar wel de werkelijkheid. Ik ben nu bijna dertien maanden clean.”
Liefde voor vis
Als vrouw met vele talenten werkt ze inmiddels vier dagen per week in de vis – net als Lucianne vroeger tien jaar lang deed. Waar Lucianne opgroeide in een vissersdorpje, houdt Nathalie van eten bereiden. Haar maatschappelijk werker van het Leger des Heils kende de winkeleigenaar en regelde dit baantje. Naast haar liefde voor koken, zingt én schrijft Nathalie liedjes.
“Ik ben dyslectisch maar dán kan ik schrijven.”
In september wil ze starten met een opleiding tot ervaringsdeskundige. Tegen Lucianne: “Het zou zomaar kunnen dat we elkaar straks weer tegenkomen, als collega’s.”
Veldwerker Rex doorkruist meerdere keren per week de stad Arnhem, op zoek naar mensen die buiten slapen. Op zijn rug hangt zijn ‘gereedschapskist’, vol met benodigdheden om contact te maken. “Als iemand koffie wil, doe ik er slagroom en M&M’s op.”
DE ‘GEREEDSCHAPSKIST’
VAN VELDWERKER REX
Tekst/Sanne Koudijs Beeld/Marleen Kuipers
In de gereedschapskist zitten twee thermosflessen: één met koffie en één met kokend water. Een simpel kopje koffie blijkt vaak de sleutel tot een gesprek. “Ik probeer er altijd iets leuks van te maken. maken. Als iemand koffie wil, doe ik er wat slagroom en een paar M&M’s op.”
Er gaat ook altijd eten mee: appels, energierepen, soep, zoute crackers en sandwiches. “Eten en drinken helpt om contact te leggen”, legt Rex uit. “Ik vind het belangrijk om in gelijkwaardigheid naast iemand te gaan staan, zonder oordeel over iemands situatie. Als mensen mij een paar keer hebben gezien, ontstaat er ruimte om iets op te bouwen. Dan kun je werken aan vertrouwen en misschien een volgende stap zetten.”
‘Ik vind het belangrijk om in gelijkwaardigheid naast iemand te gaan staan’
Soms komt Rex vrouwen tegen die zich mogelijk in een onveilige situatie bevinden. “Een gesprek aangaan is dan lastig, omdat ze vaak in de gaten worden gehouden. Daarom geef ik ze een theezakje met mijn telefoonnummer. Zo kunnen ze me later bellen als ze dat willen.”
In Rex’ tas zitten altijd een verbandtrommel, ontsmettingsmiddel en handschoenen. Tijdens zijn werk ziet hij veel verwondingen, bijvoorbeeld aan handen en voeten. Rex werkt regelmatig samen met een straatarts, maar kan op deze manier zelf eerste hulp verlenen.
tekst/Coen van Everdingen beeld/Geke Bosch
Achttien, en dan?
FOR FUTURE HELPT JONGVOLWASSENEN OP WEG NAAR ZELFSTANDIGHEID
De dag dat je achttien wordt, is een bijzonder moment. Je bent officieel volwassen en doet mee in de maatschappij. Een dag om naar uit te kijken. Maar niet voor iedereen. Voor jongeren in de jeugdzorg betekent volwassen worden vaak: de hulp die je zo hard nodig hebt verliezen, en weer opnieuw moeten beginnen.
Esmay:
en van die jongeren is Indy (21). Op haar zeventiende wordt ze uit huis geplaatst en komt ze in een jeugdhuis te wonen. Indy: “Het ging niet goed bij ons in het gezin. Daarom heb ik uiteindelijk, samen met de moeder van een vriendin, een melding gemaakt bij Veilig Thuis.” Er volgt een periode van hulpverlening in het gezin. Als dat niet voldoende helpt, worden Indy en haar jongere zusje door de jeugdbescherming uit huis geplaatst. “Na een tijdje mochten we wel weer naar huis, maar dat ging niet zo goed. Toen ben ik opnieuw uit huis gehaald.”
Begeleid wonen
Zo belandt Indy als zeventienjarige in een begeleide woonvorm voor jongeren,
‘Ook als Indy straks op zichzelf woont, ben ik er nog een tijd als stabiele factor’
op een groep van het Leger des Heils. Indy: “De eerste dag was wel raar hoor. Je krijgt alle regels te horen, ook regels die je niet zo leuk vindt. Gelukkig waren de andere jongeren heel vriendelijk en sociaal, waardoor ik wel warm werd ontvangen. Maar het is natuurlijk anders dan gewoon bij je ouders wonen.”
In deze periode leert Indy ook haar huidige begeleider kennen, Esmay, die op dat moment op de groep naast Indy werkt. De twee komen elkaar al geregeld tegen, en hebben goed contact. Esmay: “We kunnen goed kletsen samen, we zeggen waar het op staat.” Indy: “Er is een goede balans tussen gezelligheid en serieuze gesprekken. Dat helpt mij wel echt. We kunnen samen lachen, maar ik heb ook weleens een moeder-preek gekregen!” Lachend voegt ze eraan toe: “Dat vergeet ik nooit meer.”
Trainingshuis
Indy begint te wennen aan het leven op de groep, maar haar achttiende verjaardag komt snel dichterbij. Een moment dat vooral dubbel voelt. Indy: “Natuurlijk keek ik er naar uit, want ja, ik werd achttien. Maar het was ook spannend. Ik kon niet op de groep blijven, moest mijn eigen financiën regelen. Ik zag er wel tegenop, want er is best veel onzeker.”
Juist in zo’n onzekere periode, als er veel verandert, is het voor jongeren fijn als er een vaste professional betrokken blijft.
Indy:
‘Natuurlijk keek ik er naar uit, want ja, ik werd achttien. Maar het is ook spannend: er is best veel onzeker’
Uiteindelijk verhuist Indy van de groep naar een trainingshuis. Hier kan ze leren hoe het is om straks helemaal zelfstandig te wonen.
Zelfde begeleider
Dat ze elkaar al heel wat jaren kennen, helpt nu Esmay de begeleider is van Indy binnen het For Future-traject. Indy: “Ik heb in al die jaren heel wat begeleiders zien komen en gaan. Ze gaan steeds allemaal weg. En ik moet iedere keer mijn verhaal doen. Esmay weet wie ik ben en kent mijn verhaal. Dat zij, ook nu ik volwassen ben, niet weg hoeft, is heel fijn.”
Esmay: “We kijken samen naar werk dat Indy kan doen, of we hebben contact met de gemeente over een uitkering. En we zoeken natuurlijk naar een eigen woning.”
Indy: “Dat Esmay helpt bij de financiën, maar dat ik ook gesprekken met haar kan voeren, is echt heel fijn. We kunnen onze afspraken ook zelf inplannen. Soms spreken we elkaar eens in de week, soms een maand niet. Die vrijheid is heel prettig.”
Stabiele factor
De volgende stap voor Indy is echt zelfstandig wonen. Esmay: “Binnen For Future proberen we die overgang zo goed mogelijk te laten verlopen. Dus ook als Indy straks op zichzelf woont,
ben ik er nog een tijd als stabiele factor.”
Indy: “Nu is er altijd nog een begeleider of aanspreekpunt in de buurt. Straks, als ik echt zelfstandig woon, is dat er niet meer. Dat zal best wennen zijn. Gelukkig is Esmay er dan nog wel. Maar ik ga het sowieso echt hard killen.”
FOR FUTURE
For Future is een nieuwe interventie, ontwikkeld door het Leger des Heils. Deze interventie is voor jongvolwassenen (16 tot 27 jaar) die, vaak na jeugdzorg, extra hulp en ondersteuning nodig hebben bij het volwassen en zelfstandig worden. Er wordt gebruik gemaakt van het (informele) netwerk, en een jongerenprofessional blijft continu betrokken, ook als de jongere wisselt van woonplek. Tijdens het traject wordt er gewerkt aan vier doelen, gebaseerd op de Big Five: Home (ondersteuning bij wonen en woonvaardigheden), Health (aandacht voor lichamelijke en psychische gezondheid en weerbaarheid), Finance (voldoende financiële stabiliteit) en Future (het hebben van een toekomstbeeld).
‘Bij Jeannette kan ik al mijn
problemen
kwijt.
Ik vind het vreselijk dat ze straks met pensioen gaat’ - Simone over haar begeleider op pagina 48.
tekst/Elian Yahye beeld/Marleen Kuipers
Van de Jordaan naar een cruiseschip:
SIMONES LEVEN KOMT
IN RUSTIGER VAARWATER
Ooit was Simone dakloos. In de periode erna verzorgde ze haar zieke vader, totdat hij stierf. Dat haar leven er nu heel anders uitziet, vindt ze zelf soms ook een wonder. “Dat was nooit gelukt zonder mijn begeleider Jeannette. Bij haar kom ik tot rust.”
De zon valt door de ruit van een flat in Papendrecht. Bewoonster Simone heeft net haar ochtendsigaretje gerookt en zit op de bank in haar opgeruimde appartement, met een kop koffie in haar hand. “Mooi huisje hè”, zegt ze glimlachend. Simone woont in een omgebouwd verzorgingstehuis, onder begeleiding van het Leger des Heils. Inmiddels is het helemaal haar eigen plekje geworden, waar ze zich in alle rust kan bezighouden met haar grote hobby’s: diamond painting, koken en het verzorgen van de planten op haar balkon. “En ik kijk graag films. Ik heb zo’n mooie televisie; waarom zou ik naar de bioscoop gaan?”
25 kilo
‘Budgetbeheer was geen pretje. Ik kreeg maar veertig euro per week’
Ooit zag haar leven er heel anders uit. De geboren en getogen Amsterdamse – een echte, want ze komt uit de Jordaan – was ooit dakloos. Na enkele omzwervingen vond ze onderdak bij het Leger des Heils in Dordrecht. Daar woonde ze samen met haar zieke vader, voor wie ze tot aan zijn dood zorgde. Het was een donkere periode. Er waren betalingsachterstanden en de katten werden verwaarloosd. Op een gegeven moment woog Simone nog maar 25 kilo. Haar vader overleed uiteindelijk een dag na haar verjaardag. “Het was heel stressvol. Ik heb nog steeds pijn in mijn nek.”
Geen pretje
Dat ze haar leven toch weer op de rails heeft gekregen, vindt Simone zelf soms ook een wonder. Achteraf kan ze twee redenen aanwijzen voor dat succes. “Ik had goede begeleiding die mij onder budgetbeheer plaatste. Dat was geen pretje: ik kreeg in het begin veertig euro per week. Maar die schop onder mijn kont had ik nodig. En dan was er natuurlijk ook nog de hulp van Jeannette.” Jeannette, haar begeleider, zit naast haar op de bank. Zij kreeg Simone onder haar vleugels toen die een woonplek
in Papendrecht kreeg. Elke week komt ze langs: om te helpen met brieven van instanties of gewoon om even bij te praten. Simone: “Bij haar kan ik al mijn problemen kwijt. Ik vind het vreselijk dat ze straks met pensioen gaat.”
Cruiseschip
Gelukkig staat Simone er niet alleen voor. Sinds haar leven in rustiger vaarwater is gekomen – “ik ben helemaal schuldenvrij!”, zegt ze trots – is er ook ruimte ontstaan voor iets anders: de liefde. Die kwam in de vorm van José, die ze ontmoette bij ReShare, de tweedehands- en vintagekledingwinkel van het Leger des Heils.
Simone vond hem meteen een leuke man, al was hij wel wat verlegen. “In het begin was ik vooral degene die de grapjes maakte”, zegt ze met een knipoog. “Op een gegeven moment zei ik: kom anders een keer bij mij thuis eten.”
En zo geschiedde.
Samen halen ze regelmatig een visje op de markt of gaan ze winkelen in het centrum. En ook het avontuur lonkt:
Simone en José zijn namelijk druk bezig met het plannen van een vakantie. “We willen mee op een cruiseschip. Wanneer weet ik nog niet, maar dát het gaat gebeuren wel.” Ze draait zich om naar Jeannette. “Al moet ik natuurlijk wel kijken of het qua budget allemaal lukt.” Jeannette knikt glimlachend. “Dat gaan we regelen!”
tekst/Evelien van Wijk beeld/Milan Vermeulen
‘ALS
NIEMAND JE BEGRIJPT, GA JE HARDER SCHREEUWEN’
‘Ik ben niet veilig. Hij gaat me vermoorden.’ Elly huilt terwijl ze het zegt. Veel woorden heeft Elly niet. Maar non-verbaal communiceert ze des te meer. De vele, intense emoties die ze dagelijks voelt, laten diepen lijnen achter in haar gezicht. Emoties die elkaar in rap tempo afwisselen en innerlijke onrust en onmacht weergeven. ‘Ik ben helemaal niet veilig en ik wil niet vermoord worden’, huilt ze. Om even later krachtig te zeggen dat haar buurman juist degene is die bang is. ‘Hij is bang dat ík hem vermoord. Daarom ben ik uit huis gezet, door de politie en met pistolen.’
Tara Jane Thomas, beleidsadviseur ggz bij het Leger des Heils
Elly* kwam een paar jaar geleden bij het Leger des Heils wonen, omdat het thuis niet langer ging. Stemmen in haar hoofd zeiden dat haar buurman haar zou doodmaken. “Hij zei tegen me: ‘Ik ga je doodmaken. Ik maak je stuk’.” In paniek schreeuwde Elly het uit. Nadien gedroeg ze zich regelmatig agressief, waardoor ze uit haar woning werd gezet. “In een woonwijk is dit soort gedrag niet toelaatbaar”, legt Tara Jane Thomas, beleidsadviseur ggz bij het Leger des Heils uit. Bij een escalatie is de politie het eerst ter plaatse. De woningbouwcoöperatie beslist over de uitzetting en de politie voert dat uit. Dat gaat vaak gepaard met een vorm van dwang.”
Machteloos
De uithuiszetting kostte Elly haar plek in de samenleving. In één nacht raakte ze alles kwijt. Elly woonde samen met haar katten, ze waren haar familie en haar houvast. Haar thuis, maar ook haar eigenheid is ze kwijtgeraakt. “Ze doen allemaal maar, ik kan er niks aan doen.
Mijn diertjes zijn ook weg”, zegt ze verslagen. En dan weer heel boos: “Het is zo oneerlijk!” Boosheid voelt soms beter dan verdriet. Alsof je meer grip hebt op een uitzichtloze en machteloze situatie. Het lukt Elly niet om haar eigen emoties in bedwang te houden. “Mensen zeggen wel eens dat ik psychotisch ben. Die rare buurman zegt dat allemaal tegen me. Hoe komen ze erbij dat ik psychotisch ben?
* Uit privacyoverwegingen is Elly een gefingeerde naam, het artikel is gebaseerd op ervaringen en observaties van Tara Jane Thomas. Voor de fotografie is gebruik gemaakt van modellen.
‘Wat wij horen als overlast, is vaak angst’
Het komt gewoon door die buurman”, vertelt ze, overtuigd van haar gelijk.
Overweldigend
“Dit gedrag is een symptoom van een onderliggend probleem”, zegt Tara Jane.
“Het maakt mij nieuwsgierig naar Elly. Waarom is ze zo agressief en schreeuwt en scheldt ze zo?” Uit onderzoek bleek dat Elly een licht verstandelijke beperking heeft en de sociale emotionele intelligentie van een heel jong kind. “Dan is de wereld ook groot en overweldigend. Elly voelt en ervaart zoveel, maar weet niet hoe ze dat kan uiten. Ze is niet opgegroeid met een besef van wat gezond en veilig leven is. Haar jeugd
was ingewikkeld, ze had geen stabiele thuissituatie en werd misbruikt. Elly ging vroeg uit huis en is toen aan haar lot overgelaten. Ze heeft al die jaren op anderen geleund om structuur en richting in haar leven te vinden.”
Illusie
“Het is de illusie van maakbaarheid van het leven die deze groep mensen in de weg zit”, vertelt Tara Jane. “Alsof je, als je maar goed genoeg je best doet, een mooi leven kunt leiden. En als je in de goot ligt: dan heb je gewoon niet hard genoeg gewerkt. Door de individualisering worden mensen afgerekend op wat je aan de buitenkant ziet: een vreemd persoon die de openbare orde verstoort. Terwijl deze mensen ook onderdeel zijn van onze samenleving. Niemand wil in de basis zo zijn. Hoe ziek en in de war je ook bent, iedereen wil een fijn en mooi leven. Eigenlijk moet je dit gedrag zien als een wanhoopskreet. Door het tekort aan zorg verergeren de problemen.”
De mens zien
“Professionals en betrokkenen rondom mensen met onbegrepen gedrag moeten vertalers worden van mens naar samenleving, en andersom. Als Elly schreeuwt ‘ik ben niet veilig!’, hoort de buurt vooral lawaai. Wij horen angst. Dat bedoel ik met vertalen. Onze rol is de samenleving helpen deze mensen te begrijpen. Wij kunnen het signaal afgeven dat wat mensen aan de buitenkant zien, niet tegen hen is gericht. Dit is een mens die is vastgelopen en het soort intensieve zorg nodig heeft waar wij helaas veel te weinig van hebben in Nederland.”
Complex
De beste kans op een stabiel leven heeft Elly bij het Leger des Heils. “Ambulante zorg is niet toereikend voor mensen zoals zij”, aldus Tara Jane. “Er zijn weinig andere organisaties waar Elly terecht kan. Dat heeft te maken met de complexiteit van haar verslaving en gedrag. Ondanks dat wij misschien ook niet de volledig passende zorg kunnen bieden, proberen we er wel zo goed mogelijk voor haar te zijn. Het is misschien niet het leven dat je voor haar zou kiezen. Maar hier is ze veilig. En soms is dat alles wat nodig is.”
Elly praat inmiddels niet meer over een eigen huis. Hoewel ze het Leger des Heils lang vervloekte, lijkt ze nu te berusten in de plek die ze hier heeft gevonden. “Wij kunnen nabijheid geven, dat houdt haar rustig. Want ze weet: wat ik ook doe, hoe gek en onvoorspelbaar ook, er is iemand die een arm om me heen slaat en zegt: ‘Het is oké, Elly’.”
‘Hoe ziek en in de war je ook bent, iedereen wil een fijn en mooi leven’
tekst/Menno de Boer beeld/Jedi Noordegraaf strijden voor
Onbegrepen, maar niet afgeschreven
Wat is er nodig om mensen met onbegrepen gedrag een waardig bestaan te bieden?
2
CREËER PASSENDE
WOONPLEKKEN MET ZORG
Realiseer meer kleinschalige, prikkelarme huisvesting en tijdelijke opvangplekken met personeel dat voldoende is toegerust. Zo ontstaat een stabiele basis voor herstel.
1
MAAK BEMOEIZORG
WEER EEN WETTELIJKE TAAK
VOOR GEMEENTEN
Mensen met complexe multiproblematiek die zorg mijden, hebben iemand nodig die hun vertrouwen in de hulpverlening herstelt.
3
MAAK WETGEVING EN FINANCIERING MENSGERICHT
Zorg voor maatwerk. Bestaande wetten kunnen elkaar uitsluiten. Maak de zorgvraag van iemand met onbegrepen gedrag leidend en bied maatwerk. Hiervoor is betrokkenheid vanuit overheid en zorg onmisbaar.
5
INVESTEER IN PREVENTIE EN IN LAAGDREMPELIGE BUURTHUISKAMERS EN -STEUNPUNTEN
4
HANTEER EEN
INTEGRALE AANPAK
De domeinen zorg, welzijn en veiligheid moeten samen streven naar een holistische, herstelgerichte benadering op sociaal, maatschappelijk en psychisch vlak. Betrokken partners moeten gecommitteerd zijn aan deze aanpak.
Als buurtgenoten naar elkaar omkijken, worden problemen eerder gesignaleerd en vermindert overlast. Verbeter ook de toegang tot basisvoorzieningen, zoals gezondheidszorg, huisvesting, sociale diensten en financiële en administratieve ondersteuning
tekst/Coen van Everdingen beeld/Nienke Maat
Recht en rode ramen
Het Leger des Heils op de Wallen
In hartje Amsterdam, op de Wallen, vind je het Leger des Heils. Omringd door coffeeshops, cafés en panden met rood verlichte ramen, is dit een plek van ontmoeting, herstel en hulp voor iedereen die daar behoefte aan heeft.
Het is een zonnige maandagmiddag, half maart. In de straten van de hoofdstad is het levendig als altijd. Internationale toeristen, Nederlandse dagjesmensen en Amsterdammers zoeken hun weg langs de oude grachten en statige panden. In het Red Light District is het nooit stil. Voor veel mensen is een bezoek aan deze buurt een uitje, voor anderen de dagelijkse werkplek.
Het is een grachtenpand als zovele in deze buurt. Scheve muren, een krakende wenteltrap en houten balken in het plafond. Maar vanuit dit pand werken verschillende teams van het Leger des Heils. Op de eerste verdieping bevindt zich een grote huiskamer. Het is de plek waar sekswerkers meerdere dagen per week terecht kunnen voor rust, een kop koffie, een maaltijd of hulp. Op de tweede verdieping werkt het team van Recht in Zicht, dat juridische bijstand verleent aan mensen zonder verblijfspapieren.
VELDWERK
Een aantal dagen per week gaan er medewerkers en vrijwilligers de straat op. Gewapend met een tas vol koffie, thee en chocolade trekken ze langs de ramen. Het is een manier - Majoor Bosshardt is er ooit mee begonnen - om in contact te komen met de vrouwen, mannen en trans personen die hier werken. Deze keer nemen de vrijwilligers ook flyers mee: een uitnodiging voor een vrouwenmiddag in de huiskamer.
Geneviève en Annemieke doen deze middag het rondje. Ze lopen de deur uit
en kloppen op een van de eerste ramen die ze tegenkomen. De deur gaat open. “Hello, how are you? Do you want some coffee or tea?” De vrouw lust wel een kopje koffie. Een chocolaatje slaat ze af: “We zijn allemaal aan de lijn hier.” De uitnodiging voor de vrouwenmiddag wordt blij in ontvangst genomen.
COMPLIMENT
De meeste gesprekken worden in het Engels gevoerd. Geneviève: “In deze straat werken vooral vrouwen uit Oost-Europa achter de ramen, even verderop zijn het voornamelijk vrouwen uit Latijns-Amerika.” Ze kloppen op het volgende raam. Een vrouw in lingerie doet de deur open. “Wat zie je er mooi uit vandaag”, zegt Geneviève opgewekt. De vrouw is zichtbaar blij met het compliment. Geneviève: “Als je zoiets echt meent, mag je dat gewoon zeggen. Deze vrouwen krijgen niet vaak een gemeend compliment.”
Tijdens hun ronde spreken ze ongeveer twintig vrouwen. De meesten gaan in op de uitnodiging. Als het kan, komen ze graag. Al zal het ook niet iedereen lukken om erbij te zijn. Een van de vrouwen heeft die middag geen opvang voor haar kinderen, dus zal ze thuis moeten zijn. Een andere vrouw heeft juist gepland om met haar man op stap te gaan. Geneviève: “Dat horen we best vaak. Deze vrouwen hebben ook gewoon kinderen, partners.”
Voor Annemieke en Geneviève zit de ronde er nu op. Tijdens het opruimen wordt er nog even nagepraat. Hoewel de wandeling nu soepel verliep, kan het er soms ook heftig aan toe gaan. Geneviève: “De dingen die je
‘Deze vrouwen hebben ook gewoon kinderen, partners’
hoort en ziet tijdens zo’n ronde, doen best wat met je. Dan is het belangrijk om er over te praten met elkaar. Zo houd je het vol.” Morgen gaan er weer andere mensen de straat op. De kans is groot dat er dan weer andere vrouwen achter de ramen staan, dat wisselt dagelijks. Ook zij zullen worden uitgenodigd voor de vrouwenmiddag.
RECHT IN ZICHT
Het sekswerk op de Wallen is redelijk gereguleerd. Om een peeskamer te huren, moet je bijvoorbeeld de juiste verblijfspapieren hebben. Dat is heel anders op plekken waar sekswerkers illegaal of onder dwang moeten werken. Voor die mensen zet Meeuw Kollen zich, samen met haar collega’s, dagelijks in. Al zeven jaar werkt Meeuw bij Recht in Zicht, het enige team binnen het Leger des Heils dat juridische bijstand verleent aan ongedocumenteerde slachtoffers van mensenhandel. Een strijd waar veel geduld, doorzettingsvermogen én juridische kennis voor nodig is.
JURIDISCH EN PRAKTISCH
Meeuw: “In de eerste plaats helpen wij deze mensen bij het starten van mogelijke procedures, of contact met hun advocaat. Maar we helpen ook met heel praktische zaken, zoals een tijdelijke woonplek, of geld voor eten en drinken.” Hoewel dat eerste de belangrijkste taak is, komt ook dat tweede vaak voor. Meeuw: “Een tijdje terug werden we gebeld door een ongedocumenteerde vrouw die samen met haar kindje op straat leefde. Dat is natuurlijk onvoorstelbaar. We hebben toen een tijdelijke plek voor haar kunnen regelen, zodat ze in afwachting van
‘De levens van deze mensen staan soms jaren stil, in afwachting van instanties’
de start van haar herhaalde asielprocedure in ieder geval samen met haar kindje ergens binnen kon slapen.”
De mensen die bij Recht in Zicht worden geholpen, zijn altijd slachtoffer van mensenhandel. Ze werden of worden uitgebuit. Soms gebeurt dit in het criminele circuit, maar meestal is het seksuele uitbuiting.
Meeuw: “Dat zijn dus meestal niet de mannen of vrouwen die je hier op de Wallen achter de ramen ziet staan. De mensen die wij tegenkomen, werken bijvoorbeeld in illegale bordelen, of als gedwongen drugskoerier.”
EERLIJKE KANS
Goede hulp is voor deze mensen niet vanzelfsprekend. Meeuw: “Soms komen we echt schrijnende gevallen tegen. Advocaten die hun werk niet goed doen, onterechte afwijzingen van het IND. De levens van deze mensen staan soms jaren stil, in afwachting van instanties. Ze hebben de media en de publieke opinie ook niet mee. Men vindt vaak dat ze terug moeten. Maar zo simpel is het niet. In veel gevallen is dat echt niet veilig, zeker niet als er sprake is van mensenhandel. Dus ja, we hebben soms een lange adem nodig. Maar deze mensen hebben wel recht op een eerlijke kans.”
Zowel Meeuw en haar collega’s, als de collega’s en vrijwilligers van het veldwerk, zetten zich dagelijks in voor mensen die normaal gesproken weinig aandacht krijgen. Gedreven door een sterk rechtvaardigheidsgevoel en met een flink doorzettingsvermogen maken ze het verschil. Soms in grote dingen, vaker nog in de kleine, maar altijd in het belang van de mensen die ze helpen.
kijk, lees en luister
Leven met verward gedrag
Mentale kwetsbaarheid
Ook mensen die in de zorg werken of hulp verlenen, hebben soms hulp nodig. In de korte documentaire Zorgdragers (25 minuten) vertellen artsen en psychologen over hun eigen mentale kwetsbaarheid. De film is een intiem kijkje in de ziel dat waarschijnlijk herkenbaar is als je zelf hulpverlener bent. Te zien op NPOstart.
In het boek Onbegrepen: mijn leven met verward gedrag beschrijft ervaringsdeskundige Angélique van Deursen hoe het is om te leven met verward gedrag. De politie moest meerdere keren in actie komen om haar op te vangen. Nu het weer beter gaat, vraagt ze zich af: is politieinzet wel de juiste oplossing als iemand in een crisis zit? En hoe kunnen we als samenleving beter zorgen voor mensen met onbegrepen gedrag? Het boek is te koop in de meeste boekhandels.
Frontsoldaten
Maanden- of jarenlang op straat slapen doet iets met je. Voordat je weer kunt gaan bouwen aan je leven, moet je een plek hebben om uit te rusten en te herstellen. In Amsterdam kan dat bij het Instroomhuis van het Leger des Heils. In de podcast Frontsoldaten stelt Harmen, podcastmaker én medewerker, de mannen en vrouwen van het Instroomhuis aan ons voor. Luister de aflevering op Spotify.
LUISTEREN
KIJKEN
LEZEN
tekst/Sanne Koudijs beeld/Marleen Annema
In de keuken van de buurthuiskamer van het Leger des Heils in Winschoten staat Tjeerd (26) achter het fornuis. Hij kookt voor bezoekers en maakt ondertussen een praatje. Nog niet zo lang geleden kwam Tjeerd nauwelijks zijn deur uit, en worstelde hij met angsten en schulden.
Tjeerd vindt zijn kracht terug in de buurthuiskamer
Een jaar of twee geleden had Tjeerd zijn leven goed op orde.
Hij woonde samen met zijn vriendin, had met z’n baan als procesoperator een stabiel inkomen en droomde over de toekomst. Maar dan slaat alles om. Zijn relatie loopt stuk en de situatie escaleert. Geldproblemen zorgen voor extra spanning en uiteindelijk wordt de situatie zelfs onveilig voor hem.
‘Alles stortte in’
De tegenslagen stapelen zich op, want in diezelfde periode hoort hij dat zijn werkgever gaat stoppen. Zijn inkomen valt grotendeels weg, zijn kat overlijdt en kort daarna verliest hij ook zijn opa.
De emotionele rollercoaster put hem uit, waardoor hij in de ziektewet belandt. “Ik had iets moois opgebouwd, maar alles stortte in. Ik verloor mijn soulmate en ging enorm aan mezelf twijfelen. Mijn doel was weg. Ik dacht: waar doe ik het allemaal nog voor?”
Er breekt een donkere periode aan. Tjeerd raakt steeds verder op zichzelf teruggeworpen. Hij ontwikkelt bindingsen verlatingsangst en trekt zich terug uit het sociale leven. Dagenlang zit hij binnen met de gordijnen dicht. “Van mij hoefde het leven eigenlijk niet meer.” Post blijft ongeopend liggen, waardoor zijn financiële situatie verder verslechtert. In paniek belt hij Fokje,
coördinator van de maatschappelijke hulp van het Leger des Heils in Winschoten. “Fokje was mijn juf op de basisschool, ik had nog steeds contact met haar. Als iemand mij zou kunnen helpen, was zij het.”
Rust en overzicht Fokje zorgt ervoor dat Tjeerd snel hulp krijgt. In eerste instantie volgt hij in Groningen een rouw- en zelfbeeldtraject, maar dat blijkt niet voldoende aan te sluiten. Uiteindelijk neemt Fokje hem mee naar de buurthuiskamer van het Leger des Heils. Daar vindt hij iets wat hij lange tijd kwijt was: rust en overzicht. Zijn woning wordt opnieuw ingericht, hij krijgt begeleiding bij structuur in huis en hulp bij zijn financiën. “In plaats van dat mijn mentale problemen werden aangepakt, kreeg ik hierdoor ruimte om er zelf mee aan de slag te gaan.”
Angsten overwinnen Uit dankbaarheid besluit Tjeerd vrijwilliger te worden bij het Leger des Heils. Hij duikt de keuken in en bereidt zijn eerste maaltijd voor ruim veertig bezoekers. “Ik werd aangekondigd als de nieuwe kok, in een zaal vol met mensen. Dat is behoorlijk spannend voor iemand met een angststoornis, kan ik je vertellen”, lacht hij. Door anderen te helpen en in gesprek te gaan, werkt Tjeerd stap voor stap aan het overwinnen van zijn
‘Problemen beheersen mijn leven niet meer’
‘Ik praat veel met twee andere vrijwilligers, het lijkt soms wel therapie’
angsten. “Ik heb een goede klik met twee andere vrijwilligers, die net als ik veel hebben meegemaakt. We praten veel met elkaar, het lijkt soms wel therapie”, grapt hij.
Fokje ziet de groei die Tjeerd doormaakt. Waar hij zich eerder terugtrok, zoekt hij nu juist contact als het moeilijk wordt. “We nemen brieven door of bellen met de juiste instanties, totdat het goed geregeld is”, vertelt ze. “Uiteindelijk willen we naar een situatie waarin hij het weer zelf kan. Maar tot die tijd doen we het samen.”
Warmte en vriendelijkheid
Dat hij bij het Leger des Heils wel de rust en begeleiding vindt die hij zo nodig heeft, heeft volgens Tjeerd ook te maken met zijn geloof. “Ik ben christelijk opgevoed, maar door omstandigheden ben ik het geloof gaandeweg kwijtgeraakt. Totdat ik door een vriend weer werd meegenomen naar de kerk. Daar ervaarde ik zoveel warmte en vriendelijkheid, dat ik ook mijn geloof terugvond. Datzelfde gevoel vind ik hier bij het Leger des Heils. Mensen krijgen hier zoveel kansen als ze nodig hebben.
Iedereen wordt geholpen. Ik voel me hier welkom.”
Kleine doelen, grote doelen Hij durft inmiddels voorzichtig vooruit te kijken. “Als ik kleine doelen kan halen, weet ik dat grotere doelen ook haalbaar zijn.” Hij denkt na over een toekomst waarin hij zijn ervaringen kan inzetten om anderen te helpen. “Ik zou graag een studie toegepaste psychologie willen doen, om als ervaringsdeskundige aan de slag te gaan, maar ik wil ook mijn huisje behouden en mijn vaste lasten kunnen betalen.”
Na twee jaar is de verandering zichtbaar. “Het gaat beter met mij,” zegt Tjeerd. “Niet alle problemen zijn verdwenen, maar ze beheersen niet meer mijn leven. Als de stress oploopt, ga ik naar het leger des Heils en maak ik het bespreekbaar.” Voor Fokje is dat precies de kracht van deze plek. “Het Leger des Heils sluit geen dossiers; mensen blijven welkom, hoe lang het ook nodig is.” Tjeerd is daar het levende bewijs van. Iemand die uit een diep dal klimt, stap voor stap, met hulp van anderen en steeds meer op eigen kracht.
RENÉ VERHULST EN TARA JANE THOMAS:
‘OMZIEN NAAR ELKAAR IS NIET MEER
GENOEG’
tekst/Menno de Boer beeld/Lieke Janssen
René Verhulst (1960) is burgemeester van Ede. In de jaren negentig was hij eerst gemeenteraadslid, toen wethouder en later burgemeester. Vanuit die functie heeft hij onder andere de verantwoordelijkheid voor openbare orde en veiligheid.
Tara Jane Thomas (1986) is landelijk adviseur ggz en coördinator van het sectornetwerk ggz bij het Leger des Heils.
Een burgemeester die zich onmachtig voelt tegenover toenemende overlast van mensen met onbegrepen gedrag in zijn stad. Een adviseur ggz die, na jaren van bezuinigingen in haar werkgebied, steeds meer mensen ziet wegzakken in complexe problematiek. René
Verhulst en Tara Jane Thomas gaan in gesprek over hoe het zo gelopen is, welke oplossingen werken en de taak die zij zien voor het kabinet.
“I
n één woord: onmacht”, schetst
René Verhulst, burgemeester van Ede, de situatie waarmee hij en zijn medebestuurders zich vaak geconfronteerd zien als het gaat om de problematiek van mensen met onbegrepen gedrag. “In mijn 21 jaren als verantwoordelijk bestuurder is dit een van de meest intrigerende problemen, waarvoor we maar geen sluitende oplossingen kunnen vinden.”
Machteloos
“Wat moet je doen als iemand brand sticht in z’n kamer en met een mes staat te zwaaien als hulpverleners aan komen rennen? Er is sprake van een onveilige situatie en dus wordt de politie ingeschakeld”, beantwoordt Verhulst zijn eigen vraag. “Maar zodra de bedreigingen zijn weggenomen, komt de vraag: en nu? Als we het zo laten, kan het over drie weken weer gebeuren. Dat geeft zo’n machteloos gevoel.”
Tara Jane Thomas, adviseur ggz bij het Leger des Heils, herkent dit ook in de zorg: “Deze mensen begrijpen zichzelf vaak niet. Ze hebben meestal
TARA JANE THOMAS:
‘Deze mensen begrijpen zichzelf vaak niet. Ze hebben meestal veel en complexe problemen’
veel en complexe problemen. We kennen in ons land tal van zorgcategorieën en zij vallen binnen veel ervan. Dat maakt het meteen ingewikkeld; waar moeten zij naartoe en wie kan hen helpen? Mensen met onbegrepen gedrag zijn niet in staat met eigen oplossingen te komen. En ook de wijk, waarvan we graag willen dat die een plek voor iedereen is, kijkt machteloos toe.”
Middelengebruik
De burgemeester voegt nog toe: “Ik vind dat middelengebruik bij deze groep onacceptabel is. Voor mensen die al enorme problemen kennen, zorgt dat voor extra moeilijkheden. We zijn in onze samenleving veel te tolerant geworden ten aanzien van alcohol- en drugsgebruik. En als we er dan persoonlijk last van krijgen, moet er ineens van alles aan gedaan worden… We moeten veel strenger zijn op dit punt.” Thomas geeft aan: “Het is niet alleen middelengebruik dat leidt tot problemen voor deze doelgroep. Zij hebben ook te maken met forse psychiatrische problemen en soms een verstandelijke beperking. Alles bij elkaar leidt dat in de praktijk tot enorm complexe situaties en risico’s.”
Wegbezuinigd
Ze vervolgt: “We zien in Nederland, zowel in samenleving als bestuur, een cultuur die erg op individualisme is gebaseerd. Mensen moeten zichzelf kunnen redden; in de wijk of buurt is eventueel hulp beschikbaar. In die lijn is de klinische ggz afgebouwd tot een bedenkelijk kwetsbaar niveau. Dus als het mis dreigt te gaan, staan zowel mensen met onbegrepen gedrag als hun omgeving er eigenlijk alleen voor. Het naar elkaar omzien is niet meer vanzelfsprekend.”
Verhulst beaamt: “Voorheen was er een plek voor deze mensen in de leef- en werkomgeving. Ze liepen mee met projecten, werkten op een plek waar hun inzet
waardevol was en werden geaccepteerd door hun omgeving. Heel veel van dat soort sociale voorzieningen zijn wegbezuinigd en mensen zijn daardoor aan zichzelf overgeleverd. Voor een aantal van hen kan dat simpelweg niet, maar oplossingen zijn er ook niet één twee drie. Naar elkaar omzien is niet meer genoeg.”
Zelfredzaamheid als illusie
Voor mensen met onbegrepen gedrag zijn ‘maakbaarheid’ en ‘zelfredzaamheid’ volgens Thomas een illusie: “Zij zijn niet in staat hun eigen problematiek goed te zien, laat staan dat ze zelfstandig aan oplossingen kunnen werken.”
Verhulst vult aan: “In de politiek hoor je bijvoorbeeld: ‘Hoe kan het zijn dat zo iemand in onze samenleving buiten slaapt? Dat kán toch niet?’ Nou, dat klopt, maar dat betekent wel dat deze persoon geholpen moet worden. Hij of zij kan dat niet zelf organiseren. Ze weten veelal niet eens wat hun probleem precies is en kunnen dat ook niet uitleggen. Daarom is bemoeizorg wat mij betreft een belangrijk instrument om hulp toch mogelijk te maken.”
Oppakken – en dan?
Als burgemeester is Verhulst niet alleen verantwoordelijk voor goede zorg, maar ook voor veiligheid. Als het aan de zorgkant misgaat, volgt vaak de inzet van de politie. Ineens staat de politie dan tegenover deze mensen. Verhulst: “In de praktijk is het een kwestie van isoleren en oppakken. Maar dan dient zich meteen de vraag aan: hoe nu verder? Praten lukt veelal niet, afspraken maken ook niet. Het zijn mensen die op blote voeten op de snelweg lopen, op het dak van een hoog gebouw zijn geklommen of verhalen hebben als: ‘ik word door de KGB gevolgd’ of ‘iemand anders kijkt door mijn ogen – ik kan er niks aan doen’. De politie wordt daar enorm mee belast, kan daar niet veel mee en een paar dagen later zitten ze met hetzelfde probleem. Je probeert dat natuurlijk te voorkomen, maar soms is vastzetten de enige optie. Je hebt nu eenmaal te maken met de veiligheid van henzelf en anderen.”
Oplossingen
De grote vraag is dan: wat kunnen we doen om mensen met onbegrepen gedrag toch te helpen?
RENÉ VERHULST:
‘Meer ggz-plekken en bemoeizorg mogelijk maken is het devies’
Volgens Thomas moet er aan de zorgkant meer armslag komen: “Mensen hebben passende zorg nodig, maar die zorg is momenteel versnipperd. We zijn dan te veel bezig met het uitzoeken van onder welke regelgeving dit valt en wat een passend loket is. Soms is het ook genoeg dat iemand even een time-out krijgt, om erger te voorkomen. Maar dan moet je wel de middelen hebben om dat te doen.”
Verhulst bevestigt: “Meer ggz-plekken en bemoeizorg mogelijk maken is het devies.”
Thomas: “Maar dat moeten dan wel plekken zijn waar deze mensen echt geholpen kunnen worden. Skaeve Huse bijvoorbeeld. Kleine, prikkelarme woonvormen, waar mensen op een veilige manier tot rust kunnen komen. En inderdaad bemoeizorg. Dat vraagt om investeringen en de bereidheid om over grenzen van wet- en regelgeving heen te kijken. In de zorg voor mensen met onbegrepen gedrag is een veel betere afstemming nodig.”
Oproep aan kabinet
Verhulst is het daar helemaal mee eens en voegt toe: “Een van mijn beste vrienden werkt in de ggz. Hij weet dat cliënten zullen blijven komen, maar heeft ook veel van hen kunnen helpen aan een nieuw perspectief. Die voorbeelden moeten we doorgeven, zodat deze mensen gezien blijven.” Op de slotvraag ‘Welke taak ligt er voor het kabinet?’ antwoordt René Verhulst direct met een opsomming: “Meer ggz-plekken, meer bemoeizorg, aanpakken als het toch misgaat, middelengebruik stoppen, gericht investeren (laat geld voor de zorg ook bij de zorg) en de succesverhalen vertellen.”
Thomas besluit: “We weten wat er nodig is. Laten we daar dan ook echt mee beginnen. Maak het mogelijk! Natuurlijk kost dat geld, maar het levert ook iets op. Ook al begrijpen we deze mensen niet altijd, we mogen hen nooit afschrijven.”
Wat kunst kan doen
tekst en beeld/Sabine Rovers
‘Als ik schilder, word ik rustig’
De Poolse Zenon staat in een kil magazijnhok zonder ramen, maar voor hem is het zijn fijne, veilige atelier. Aan de muur hangen planken met kwasten, potloden en tuingereedschap en in de hoek staan oude potten met verf en reststukken hout. Overdag werkt hij in de tuin voor 50|50 Green, na zijn werk wordt dit zijn atelier. Zenon heeft niet veel nodig om zijn kunst te maken.
“Als ik schilder, word ik rustig en vergeet ik de hele wereld. Ik kan het de hele nacht door doen”, vertelt hij. Na een verleden in het circus en een alcoholverslaving kwam hij bij het Leger des Heils terecht, waar hij aan de slag is gegaan met zijn herstel. Hij is een bescheiden man van weinig woorden, maar laat graag zijn kamer zien. Daar hangt zijn grootste kunstwerk, waar hij een
maand lang aan werkte. Met een simpel kartonnen sjabloon creëerde hij met enorme precisie deze grote, geometrische muurschildering. Van het werk van Escher heeft hij nog nooit gehoord. “Dit werk komt uit mijn eigen hoofd.”
“Ik ben tevreden met mezelf als een werk technisch ingewikkeld is en het mij lukt om het af te maken.” Net als de puzzel van duizend stukjes die op zijn bed ligt, zijn Zenons kunstwerken ook een soort puzzels. Alles moet precies passen. Misschien is dat wel wat kunst kan doen: als de puzzelstukjes van het leven niet in elkaar lijken te vallen, maakt kunst er tóch een passende puzzel van.
Zenon (65 jaar) werkt bij de afdeling 50|50 Green van het Leger des Heils in Den Haag.
tekst/Evelien van Wijk beeld/ TinekeWerkt
Weer contact
dankzij Sheltersuit
Dit is een product voor mensen in nood.
Gemaakt door voormalige vluchtelingen die zijn uitgestroomd naar de arbeidsmarkt.
De Sheltersuit
heeft een opening aan de onderkant zodat de gebruiker hem makkelijker kan verplaatsen.
Water- en winddichte jas die gemakkelijk kan worden omgetoverd tot slaapzak.
“Met de Sheltersuitjas en de Shelterbag biedt Sheltersuit het hele jaar door bescherming tegen de elementen. Daarnaast is de Sheltersuit een middel voor hulpverleners om -weer- contact te leggen met mensen die het vertrouwen in de hulpverlening zijn verloren of zorg mijden”, legt Sheltersuit directeur Youp Meek uit.
“En dat is altijd nodig.”
“W ij horen en zien, net als het Leger des Heils, dat de mensen die op straat verblijven, kampen met zwaardere problemen dan voorheen. Een Sheltersuit kan dan een waardevol middel zijn om hen te benaderen.” Meek noemt een voorbeeld uit Enschede, waar twee mensen die zorg mijden, via het Leger des Heils een Sheltersuit kregen.
“Zij stonden uiteindelijk weer open voor begeleiding. Eén van hen is nu zelfs huismeester geworden bij het Leger des Heils.”
Drievoudig impact
De suits kunnen woorden gewassen in een wasserette waar deelnemers werken. Meek: ”We werken met restmaterialen en in het maakproces wordt werkgelegenheid gecreëerd.
Veel medewerkers zijn zelf afkomstig uit kwetsbare situaties, waaronder bijvoorbeeld Oekraïense vluchtelingen. Zo maken we op drie manieren impact, die verder gaat dan alleen de gebruiker.
Wat is een Sheltersuit?
Afgelopen winter zijn er 680 Sheltersuits uitgedeeld via het Leger des Heils.
680 Sheltersuits
Volledig gemaakt van geüpcyclede materialen.
Uitgerust met een grote capuchon, geïntegreerde sjaal en grote zakken.
De Sheltersuit is een wind- en waterdichte jas met optionele slaapzak, ontworpen voor directe bescherming in koude omstandigheden. Voor de warmere maanden is de Shelterbag ontwikkeld. Dit is een soort éénpersoonstent met een matje en een opstaande capuchon waar je in kunt liggen.
NIELS:
‘Als mensen mij echt willen leren kennen, sta ik hen toe dichter bij me te komen. Wees aardig tegen me en ik ben aardig terug.’
Contact maken met vreemden doen we niet gauw. Helemaal niet wanneer de ander zich op een manier kleedt of gedraagt die we niet begrijpen. Maar juist dan kan contact ons beeld van de ander veranderen, en zorgen voor verbinding.
tekst en beeld/ Gert Willem Haasnoot
SABINE:
‘Ik vind het belangrijk dat iemand mij begrijpt en dat ik met diegene kan lachen. En dat we beiden ons verhaal bij elkaar kunnen doen.’
MENAKSHI:
‘Luister voordat je
oordeelt.
Dan wordt je beeld meestal wel anders.’
ADNAN:
‘Iedereen uit m’n buurt praat met me; sommigen voor een leuk gesprekje, anderen willen een sigaretje bietsen.’
JAN:
‘Ik vertel je graag een hoop technische weetjes over mijn auto, mijn brommer en mijn fiets. Ook kan ik je haarfijn uitleggen hoe je op de beste manier je ramen kunt zemen.’
Deze portretten komen uit de serie Kopstukken van Gert Willem Haasnoot. Een initiatief waarmee de fotograaf de buurt met elkaar in verbinding wil brengen. De geportretteerde mensen verblijven of hebben verbleven in de maatschappelijke opvang in Dordrecht.
tekst/Boaz van Kreuningen beeld/Folkert Koelewijn
Zomerse outfits uit de ReShare Store
Zien en gezien worden
VOOR KWALITATIEVE EN BETAALBARE TWEEDEHANDSKLEDING KUN JE SINDS DIT VOORJAAR OOK IN DELFT TERECHT BIJ LEGER DES HEILS RESHARE. DE WINKEL IS EEN ONTMOETINGSPLEK VOL INSPIRATIE, CREATIVITEIT EN STIJL, MET MOOIE BETAALBARE KLEDING VOOR JONG EN OUD.
“De ReShare Store is meer dan een kledingwinkel, het is een ontmoetingsplek waar mensen zich gezien voelen”, vertelt Jessica (52), die tien jaar een eigen boetiek had. Na jaren in de fast fashion wilde ze iets anders.
Na gebed tot God kwam dit op haar pad. “Elke ochtend als ik hier de deur opendoe, denk ik: ah, wat een heerlijke sfeer!”
Jessica’s aanraders voor de zomer
VOETBALSHIRT
Een echte must have. Leuk op jeans en je kunt er een blazer over doen, of een trui. Ze zijn erg populair.
T-SHIRT
Een basic die je perfect kunt combineren; er past een leuk jasje op, of een blazer.
LICHTE JEANS
Mooie broek voor in het voorjaar. Even geen skinny broek, maar een mooie straight leg, dat is altijd goed.
LANGE JURK
Een favoriet van mij. Mooi uitgesneden met een mooie split. Met leuke hakken perfect voor als je uit eten gaat. Maar met slippers ook superleuk voor iets casuals.
CAMOUFLAGE OVERALL
Een stoer pak dat goed kan met een blazer en laarzen, maar tegelijk ook met een riempje en sandalen.
€23,99
GLITTERSCHOENEN
Lekker fris! We hebben veel leuke merkschoenen die helemaal nieuw zijn, voor een leuke prijs.
ROZE BLAZER
Vrouwen zijn gek op blazers. En dit is een mooie voorjaarskleur. Die moet je gewoon in je kast hebben hangen.
GEDRAGSINTERVENTIES
Met gedragstrainingen bereiden we mensen die in aanraking zijn gekomen met justitie voor op hun terugkeer in de maatschappij. Soms moet dit van de rechter, als onderdeel van de straf of bijzondere voorwaarden. Ook als toezichthouder is het mogelijk om een cliënt aan te melden voor een gedragstraining. Daarnaast mag iemand zichzelf ook vrijwillig aanmelden. Het doel van de training is om mensen inzicht te geven in hun eigen gedrag, en sociaal beter te functioneren. Ook leren ze nieuwe vaardigheden. Zo proberen we recidive te voorkomen.
tekst/Coen van Everdingen beeld/By Malu
Leger des Heils
Reclassering biedt twee verschillende gedragstrainingen:
CoVa-Plus en i-Respect (-Plus)
Deze gedragstraining is specifiek gericht op mensen met (vermoedens van) een licht verstandelijke beperking (lvb). Tijdens deze training leert een deelnemer vaardigheden die toegepast kunnen worden in situaties waar risicovol gedrag kan plaatsvinden. De training kan zowel individueel als in groepsverband gevolgd worden.
Tijdens de training komen verschillende vragen en oefeningen aan bod. Zo leren deelnemers een stap verder te denken, om te voorkomen
dat ze iets doen waar ze spijt van krijgen. Maar ook hoe ze weer rustig kunnen worden, als ze voelen dat de emoties oplopen. Tijdens de training wordt ook verder gekeken: Wat wil iemand graag met zijn of haar leven? Hoe ziet een leven zonder contact met politie en justitie eruit?
Uiteindelijk kunnen deelnemers van de training meer zelfvertrouwen krijgen, omdat ze zichzelf beter begrijpen, en sociaal beter mee kunnen komen.
i-Respect
Deze individuele gedragstraining richt zich op woede- en agressiebeheersing. Naast de reguliere training is er ook een Plus variant. Deze training is speciaal voor mensen met (vermoedens van) een licht verstandelijke beperking (LVB). Het doel is om delicten in de toekomst te voorkomen. De centrale vraag is: hoe kun je het beste omgaan met boosheid die je voelt?
Tijdens de training wordt er geoefend met voorbeelden en situaties uit de praktijk. De deelnemer wordt uitgedaagd om te ontdekken waar de boosheid vandaan komt, en wat hij of zij kan doen om met die boosheid om te gaan. Zo krijgt de deelnemer meer inzicht in zichzelf.
Deelnemers leren om onderscheid te maken tussen helpende en niet-helpende gedachten. Daarnaast leren ze om verantwoordelijkheid te nemen voor hun daden.
Herstellen en verstellen in het naaiatelier
tekst/Joëlle Slootjes beeld/Folkert Koelewijn
Van het klaslokaal in Irak naar het naaiatelier in Almelo: Zariks leven nam een ingrijpende wending. Na jaren van onzekerheid vond ze verbinding, rust om te herstellen en een plek om iets voor anderen te betekenen in het naaiatelier van de buurthuiskamer in Almelo. Zarik: ’Als je de kans hebt om anderen te helpen, waarom zou je dat dan niet doen?’
“I
n Irak werkte ik als lerares rekenen en biologie voor groep vijf en zes. Ik deed mijn werk met veel plezier en voelde me daar op mijn plek, totdat de situatie plotseling veranderde. Voor mijn broer, mijn zus, mijn moeder en mij werd het steeds onveiliger. Op een dag nam mijn moeder een ingrijpend besluit: ze verkocht alles wat we hadden en we vertrokken uit Irak. We konden niet langer blijven.”
“We betaalden een smokkelaar en kwamen in Turkije terecht. Vanuit daar zijn we in het asielzoekerscentrum van Maastricht komen wonen. Daar verbleven we tien jaar. Een hele stressvolle periode, omdat we niet wisten of we wel of niet in Nederland mochten blijven. Door de pardonregeling kregen we uiteindelijk een woning in Almelo toegewezen. Toen ik het naaiatelier van het Leger des Heils zag, wist ik meteen dat ik hier vrijwilliger wilde worden. Ik wil graag iets terugdoen voor anderen, omdat ik zelf ook hulp heb gekregen.”
Fijne kneepjes van het vak
“In het naaiatelier in de buurthuiskamer hebben ze prachtige stoffen en goede machines. We verstellen kleding van buurtgenoten, doen lokale projecten voor de gemeente en goede doelen en hebben zelfs onze eigen kledinglijn. De
’Ik wil graag iets terugdoen voor anderen, omdat ik zelf ook hulp heb gekregen’
hele week zorg ik voor mijn moeder, maar op de woensdagochtend ben ik hier. Dat is even een momentje voor mezelf. Acht jaar geleden ben ik hier samen met Juanita en andere vrijwilligers begonnen. Juanita’s zoon Angelo kwam soms ook naar het naaiatelier. Bij technische mankementen repareerde hij de machines, zodat wij kleding konden blijven maken en verstellen. Alle vrijwilligers gaven Angelo les, zodat hij ook kon meehelpen in het atelier. Na zes maanden kon hij alle kledingstukken vermaken en zelfs jassen borduren. Zijn moeder stond er versteld van. Het is leuk om anderen in het atelier de fijne kneepjes van het vak te leren.
Liefde in het naaiatelier
“De vrijwilligers maakten wel eens grapjes over of ik al een leuke man had ontmoet. Ik ging daar nooit op in, maar sprak wel met onze locatiecoördinator
Hester af dat als ik ooit een leuke man tegen het lijf zou lopen, we in het naaiatelier mijn trouwjurk zouden maken. Ze vielen bijna van hun stoel toen ik vertelde dat ik een relatie had met Angelo. Hij vroeg meerdere keren of ik zijn vriendin wilde zijn en na een middag in het atelier besloot ik dat ik maar eens voor hem en zijn moeder moest koken, om te kijken of ik hem net zo leuk vond als hij mij. En dat viel
’Angelo en ik zijn nu officieel onderdeel van de Leger des Heilsfamilie’
niet tegen. Niet veel later vroeg hij mijn moeder om mijn hand. En belofte maakt schuld. Met alle vrijwilligers maakten we mijn trouwjurk. Trouwen in de kerk in Almelo was lastig, dus Hester regelde dat we mochten trouwen in de kerk van het Leger des Heils. Angelo en ik zijn nu officieel onderdeel van de Leger des Heils-familie en nog altijd heel gelukkig met elkaar. Die dag vergeet ik nooit meer.”
Thuis
“Het Leger des Heils is mijn tweede thuis. Het is hier altijd gezellig en we helpen elkaar waar dat kan. Ik heb Angelo hier ontmoet, kan hier mezelf zijn en voel me onderdeel van een groter geheel. Ik ben heel dankbaar dat de buurthuiskamer in Almelo er is. Binnenkort word ik zelfs dagverantwoordelijke in het atelier. Dat had ik tien jaar geleden niet durven dromen.”
‘De zoektocht naar plezier heeft ons enorm beschadigd’
tekst/Pieter Hollebrandse beeld/Janita Sassen
DOEL (ON)BEKEND
Lang heb ik rondgelopen met een zeer destructieve levensstijl. ‘Niemand maakt mij wat en ik bepaal zelf wel wat ik doe’, dat was mijn antwoord op wat de wereld te bieden had. Ik leefde om maar zoveel mogelijk plezier te hebben, en het liefst nu meteen. En zo ging ik uiteindelijk aan mijn eigen plezier ten onder.
Veel mensen in deze wereld lijden aan hetzelfde fenomeen: altijd maar op zoek naar het volgende pleziertje. Nu is plezier helemaal niet verkeerd; sterker nog, ik wens het iedereen toe, elke dag. Het wordt problematisch als het ons hoofddoel is en we niet meer bereid zijn om ervoor te werken. I want it all and I want it now!
Deze jacht op dopamine wordt tegen ons gebruikt door de industrie. Of het nu drugs zijn of spelletjes, porno of social media, we doen er allemaal aan mee, in meerdere of mindere mate. En soms raken we erin verstrikt. Ons doel was plezier, maar ons plezier heeft ons genekt.
Het kan ook anders, maar hoe dan? Het antwoord op deze vraag is vaak erg persoonlijk. Toch denk ik dat er een gemeenschappelijke oplossing is. Diep van binnen zijn we allemaal op zoek naar liefde. Velen van ons missen de liefde waarvoor we gemaakt zijn. De zoektocht naar plezier heeft ons enorm beschadigd, soms direct en soms indirect. Wanneer we bereid zijn mensen pijn te doen om ons plezier te krijgen, dan sterft een stukje van onze menselijkheid, waardoor liefde voelen steeds moeilijker wordt.
Achter elk masker zit diep van binnen een persoon die graag geliefd wil zijn. Dat probeer ik mijzelf voor te houden als er op de Domus waar ik werk, of buiten op straat, soms erg boos wordt gedaan. Ik was vroeger zelf ook snel boos en heb veel mensen pijn gedaan, zowel bewust als onbewust. Na vijftien jaar verslaving mocht ik, na een verschrikkelijke droom, de liefde van God ervaren. Vroeger wilde ik niets met het geloof te maken hebben, maar nu gun ik deze liefde aan iedereen. Mijn doel is mij nu bekend: ik wil de liefde die ik mocht voelen delen met iedereen die ervoor openstaat.
Pieter Hollebrandse is woonbegeleider bij het Leger des Heils. Op de locatie waar hij werkt, organiseert hij regelmatig Bijbelstudies, vanuit zijn overtuiging dat de liefde van God licht brengt op donkere plekken.
Volg & like
Soelaas • nummer 13 • 2026
Hoofdredactie
Henriët Brouwer
Kapitein Harm Slomp
Eindredactie
Henriët Brouwer
Geke van Wijnen
Art direction en grafisch ontwerp Tineke van der Jagt • TinekeWerkt
Correctie
Jasper van den Bovenkamp
voor meer mooie
Redactie
verhalen
en
tips
Daniël Albers, Menno de Boer, Coen van Everdingen, Boaz van Kreuningen, Sanne Koudijs, Marko Mellema, Evelien van Wijk, Joëlle Slootjes, Frank Taale, Anna Westerdaal, Majoor Simon van der Vlugt
Coverfoto
Marleen Kuipers
Wil je meer weten over het leven van mensen zoals Matthias (pagina 8), over het werk dat het Leger des Heils doet op straat (pagina 40) of meer kijk- en luistertips krijgen over interessante onderwerpen (zoals op pagina 62)? Open dan nu je favoriete social media app en volg @legerdesheils. We zijn te vinden op Instagram, Facebook en LinkedIn.
Buckingham Commandant Nederland, Tsjechië en Slowakije | Commissioner
Bente S. Gundersen
De CO2-voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: Groenbalans www.climatecalc.eu
CC-000140/NL
Onbegrepen GEDRAG
1
In 36% van de opvanglocaties van het Leger des Heils is het aantal mensen met onbegrepen gedrag sterk toegenomen.
4
In 2025 kreeg de politie 168.960 meldingen rondom verwarde personen (E33-meldingen). Dit is 12% meer dan het jaar ervoor.
27% van de veldwerkers van het Leger des Heils ziet een sterke toename van het aantal mensen met onbegrepen gedrag op straat.
De helft van de locaties van het Leger des Heils vangt deze mensen op, op een plek die eigenlijk niet passend is. 67% van de locaties geeft aan dat er geen passend alternatief is.
Lees meer over onbegrepen gedrag vanaf pagina 30.
3
5
82% van de hulpvragen van mensen met onbegrepen gedrag is complexer geworden in de afgelopen drie jaar.