Skip to main content

Kans 1-2026 Hart voor het Leger

Page 1


LIEFDE IN TIJDEN VAN WEERBAARHEID

Hart voor het Leger

ATELIER IN HET BOS Uithuilen, plezier, koekjes en een knuffel

‘Eindelijk leer ik voor mezelf opkomen’
MARIEKE (70)

Julian HOE IS HET MET

‘Ik heb werk en ga nu zorgen voor een huis’, vertelde Julian Martinez Garcia begin 2025 in Kans. Vanuit de Dominicaanse Republiek kwam hij eind 2019 naar Nederland met zijn gezin met drie kinderen, op zoek naar een beter leven. Helaas liep zijn huwelijk mis en belandde hij op straat. Lange tijd verbleef Julian in de opvang van het Leger des Heils in Almere-Poort. Hij maakte grote stappen vooruit. Hoe gaat het nu met hem?

‘Het gaat goed met me. Ik voel me heel dankbaar voor alle steun die ik heb gekregen in de moeilijke periode die achter me ligt’, vertelt Julian. Hij heeft weer een dak boven zijn hoofd en werkt en leert sinds oktober 2024 bij SPG Midden Nederland in Bilthoven, dat opleidingen (werken en leren) aanbiedt in de infrasector.

‘De taal is nog steeds lastig. Mede daardoor heb ik mijn

VCA-certificering, die nodig is om in veilig en gezond in de bouw te werken, nog niet gehaald. Ik heb nu iedere week op dinsdag en woensdag Nederlandse les. Ik hoop beter Nederlands te leren, zodat het makkelijker wordt om toetsen te maken.’ Julian is blij dat hij zijn kinderen weer regelmatig ziet. Nu hij weer een eigen woning heeft, kunnen ze bij hem aanwaaien wanneer ze willen.

4 Actie en werk vanuit liefde

9 Leger des Heils en kerken werken samen

14 Bij 50|50 Art ontdek je wat je wil met je leven

21 Zwemles voor migranten dankzij donateur Joke

22

Ondertussen bij ReShare

24 Harm Slomp: ‘In tijden van nood zijn wij het sociale cement’

Verder:

P12 Coververhaal: Marieke leert opkomen voor zichzelf P28 Het Leger helpt kinderen in India P30 Donateursdagen in het Majoor Bosshardthuis P31 Column Rozamaryn Orsel P32 Sporen: René

opReageren deze Kans? Mail naar kans@ legerdesheils.nl

Hart voor het Leger

Actie en werk vanuit liefde, het bestaat. Dat bewijzen deze vijf kanjers steeds weer. Rafael, Trudie, Deborah en Henri en zijn vrouw Alita vertellen waarom zij doen wat zij doen, altijd met hun hart.

Henri Kloppenburg en zijn vrouw Alita zijn vaak te vinden bij de bakfiets van het Leger des Heils Arnhem in winkelcentrum Elderveld. Tijdens ontmoetingen met omwonenden delen zij mokken uit met de uitnodiging om naar de buurthuiskamer te komen.

Henri: ‘“Kom je nog eens langs?” staat er op de mokken die wij uitdelen in de buurt. Het gaat ons om het contactmoment. We willen mensen laten weten: we zien je, je bent welkom!’

Alita: ‘We laten merken dat we het fijn vinden als diegene bij ons een kopje koffie komt drinken. Wij kunnen zomaar de enige mensen zijn die deze persoon die week ziet. We weten: bij de breilessen in de buurthuiskamer komen mensen niet alleen om te breien. Ze komen om elkaar te ontmoeten. Ook de mensen die vanuit andere locaties van het Leger naar ons komen. Of het nou iemand is die re-integreert

vanuit de forensische zorg of een collega met een burn-out, bij ons vinden ze elkaar.’

Henri: ‘Wij geloven in de kracht van aanwezig zijn.

Als God werkt, werkt hij door je heen, voelen wij. Daarvoor hoef je er alleen maar te zijn. Dat zeggen we ook vaak tegen mensen: je mag er zijn. In dat zijn ga je vanzelf ontdekken wat je nodig hebt, waarop wij een volgende stap in de hulp kunnen zetten.’

Alita: ‘Een vrouw uit het azc kwam hier elke zondag met haar kinderen, met een kinderwagen waarvan de banden lek waren. Dit kan zo niet, bedacht ik. Op Marktplaats werd een goedkope kinderwagen aangeboden. Terwijl ik hem ophaalde, vroeg die man: “Ben je van het Leger des Heils? Wat vind ik dat mooi!”

Toen ik het verhaal van de vrouw vertelde, mocht ik de kinderwagen zo meenemen. Het zijn dit soort dingen waarvoor je die stap extra zet.’

Henri: ‘Als een deur sluit, opent zich een venster. Gods licht valt naar binnen en verwarmt je.’

‘Wij willen mensen laten weten: we zien je’
TEKST KIKI SCHOLLAARDT EN CAROLINE TOGNI BEELD MARIJE KUIPER
Henri en Alita
Rafael
‘Ik voel me geroepen het gesprek aan te gaan’
Deborah ‘Ze weten dat ik meen wat ik zeg’

Rafael Haas werkt sinds een jaar als straatwerver voor het Leger des Heils in Utrecht. ‘Alles draait om de mensen voor wie we dit doen.’

‘Dit wil ik blijven doen: de deuren langs om mensen warm te maken voor het werk van het Leger des Heils. Als student biologie zocht ik een bijbaan en begon ik als straatwerver. Sinds ruim een jaar werf ik donateurs voor het Leger des Heils. Ik kende het Leger van de opvangplekken in Utrecht. Maar tijdens een training voor dit werk kreeg ik een veel beter beeld van alles waar het Leger voor staat en voel ik me geroepen om het stereotype beeld recht te zetten. Daar ligt mijn hart: met allerhande men sen in gesprek gaan. Niet alleen als straatwerver, ook bijvoorbeeld bij de soepbus. Om meer te weten te komen, ging ik een avond mee om soep uit te delen in Utrecht. Ik haal daar veel plezier uit. Een menselijk gebaar, een groet, “fijn dat je er bent”. Dat gevoel overbrengen, dat mensen zich gezien voelen, vind ik erg mooi en belangrijk. Ik sta volledig achter wat het Leger doet. Als ik vervolgens langs de deuren ga om donateurs te werven, zie ik het als mijn taak anderen te vertellen over het werk en de gesprekken bij de soepbus. Dat is waar het om draait: de mensen voor wie we dit doen. Het zijn zulke lieve, doodnormale mensen.’

Deborah Elsinga werkt als activeringscoach bij Domus Hirundo in Amersfoort, een 24-uurs voorziening voor langdurig verslaafden. ‘Mijn hart ligt bij mensen met een verhaal.’

‘Het leuke van activeringscoach zijn is: niks moet, we focussen op wat mag. Vaak zijn bewoners moe van jarenlange bemoeienissen van hulpverleners en hebben ze weinig vertrouwen in anderen of zichzelf. Wij beginnen laagdrempelig en bouwen dat langzaam uit. Met de bewoners samen verzinnen wij activiteiten. Mooi is als mensen hun gebruik uitstellen omdat ze meedoen aan een activiteit. Dat is het begin van herstel. Ik zoek dagelijks de verbinding met onze bewoners, ze voelen zich op hun gemak bij mij. Twee keer per dag sta ik bij ze voor de deur om

te vragen wat ze willen doen en of ze komen koffiedrinken. Sommigen vinden dat lastig, we storen ze in hun “gebruikersritme”. Dan leg ik uit dat ik ze nooit zal laten vallen, dat ik vertrouwen heb in wat zij kunnen. Ik blijf het proberen, weken, maanden, zelfs jaren. Op een gegeven moment levert dat resultaat op, want ze weten: die gaat mij niet loslaten. Zo ook die bewoner die nooit zijn kamer uitkwam. Pas na vier jaar kregen we écht contact en hadden we een leuk gesprek. Inmiddels kookt hij twee keer per week met een vrijwilliger, doet hij mee aan de gespreksgroep en is hij superactief. Mijn hart ligt bij onze mensen. Ze weten dat ik meen wat ik zeg. De activiteitenruimte is een veilige plek geworden binnen Hirundo, een plek waar iedereen z’n verhaal kwijt kan. Daar ben ik trots op.’

Trudie
‘Nu mag ik anderen helpen’

Trudie Koelemeijer geeft lessen herstelgericht boksen aan deelnemers in een Leger des Heilswoonvoorziening in Venlo. ‘Je leert voor jezelf opkomen.’

‘Ga je een keer mee boksen?, vroeg Lucas. Ik kende hem van de Herstel academie in Utrecht waar ik kwam voor mijn opleiding als ervarings deskundige. Het was een speelse boksles en ik vroeg me af waarom wij niet zoiets hadden in Venlo. Maak een plan, was zijn antwoord, en zo is het begonnen. Nu sta ik wekelijks met een groepje bewoners in de boksschool en ga ik na de les met ze in gesprek. Ik merkte al snel effect: mensen gaan praten, worden blijer. Er is ruimte voor ieders verhaal.

Mij hielp het om voor mezelf op te komen en beter mijn grenzen aan te geven. Mooi hoe dat werkt tijdens het sparren. Het betekent ook dat je met andere dingen bezig bent dan met “hoe krijg ik mijn rotzooi bij elkaar”. Heel lang zag mijn leven er zo uit, die dagelijkse strijd die drugsverslaving heet. Ruim tien jaar geleden raakte ik door omgang met verkeerde vrienden alles kwijt. Mijn kinderen, mijn huis. GHB bepaalde mijn leven, ik had steeds meer nodig. Het lukt uiteindelijk om te stoppen en dankzij het Leger kon ik tijdelijk terecht in een Domus. Dat is mijn redding geweest. Nu mag ik anderen helpen en mijn liefde doorgeven. Elke keer dat ie mand meegaat, is winst. Zo werk ik nog steeds aan mijn eigen herstel.’

Samenwerking met kerken opent harten en ogen

Bij de inloopvoorziening Herstart in Utrecht is het elke dag volle bak. Iedereen is er welkom, zonder screening of drempels. Achter die open deur gaat een intensieve samenwerking schuil, tussen het Leger des Heils en de kerken van de stad. Afdelingshoofd Marlies Graafland: ‘We willen elkaars kwaliteiten benutten.’

TEKST

Dagelijks stappen zo’n 160 mensen binnen bij inloop Herstart van het Leger des Heils. Dak- en thuislozen of mensen zonder papieren die nergens anders terechtkunnen. Voor een kop koffie, een maaltijd, praatje, praktische hulp of gewoon even rust. Marlies Graafland kent de meeste gezichten en verhalen. Achttien jaar

geleden stapte zij als stagiaire de Utrechtse inloop binnen, nu is ze er afdelingshoofd. ‘Je bouwt echt relaties op met mensen’, vertelt ze. ‘Sommige bezoekers ken ik al jaren. Dat maakt dit werk bijzonder, maar soms ook intens.’

Naast twee professionals staan er bij Herstart drie tot vier vrijwilligers klaar om de bezoekers welkom te heten. Met zo’n 45 diensten per week vormt vrijwilligerswerk geen aanvulling, maar

de basis van Herstart. ‘Zonder vrijwilligers kunnen we simpelweg niet open’, zegt Marlies. ‘Ze maken koffie, scheppen soep op, bieden een luisterend oor aan bezoekers, doen een spelletje of helpen bij praktische zaken. Alles draait om goede afstemming. Roosters, begeleiding, veiligheid, contact met hulpverleners, de buurt en de politie. We zitten hier in een welvarende buurt, terwijl

‘Er ontstaan mooie gesprekken die net een laagje dieper gaan’

onze bezoekers vaak aan de rand van de samenleving leven. Die twee werelden komen hier samen.’

Waardevolle momenten

Juist in dat vrijwilligerswerk spelen kerken een grote rol. Die samenwerking komt tot uiting in financiële steun, het delen van gebouwen en spullen en door inzet van mensen, tijd en aandacht. ‘Kerken adopteren soms een shift in de inloop’, zegt Marlies. ‘Of ze houden een collecte in tijd, en organiseren dat er elke zaterdag een paar vrijwilligers langskomen.’ Daarnaast is er wekelijks een gesprekstafel in de inloop,

‘Onze ruimte is berekend op maximaal zestig personen tegelijk. Soms moesten we de deur sluiten. Dan staan mensen te wachten in de kou tot ze naar binnen mogen. Dat is heftig, voor hen én voor ons.’ Daarom ging dit jaar tijdens de winterkouderegeling voor het eerst een extra dagopvang open in de Lutherse Kerk, middenin de stad. De locatie, veel vrijwilligers en ook de nodige giften kwamen vanuit de kerken; de professionele begeleiding vanuit het Leger des Heils. ‘Dat is heel tof. Het samenspel is hierin wel essentieel’, benadrukt Marlies. ‘Goede wil is prachtig, maar dit is ook een vak. Veiligheid, omgaan met verward gedrag, daarin moeten professionaliteit en betrokkenheid hand in hand gaan.’

‘Uit nood uitgegroeidgeboren, tot iets heel moois’

waar bezoekers kunnen praten over levensvragen. Die wordt geleid door mensen uit verschillende Utrechtse kerken, onder leiding van de geestelijk verzorger van het Leger. Ook bij herdenkingen, zoals rond Allerzielen, trekt het Leger samen op met kerken. ‘We herdenken overleden bezoekers, waarbij hun namen hardop worden genoemd. Dat zijn heel waardevolle momenten. Daarin voel je echt dat je samen zorgdraagt.’

Samenspel is essentieel De samenwerking kreeg de afgelopen jaren steeds meer urgentie. Het aantal bezoekers in de inloop groeide sterk, vooral in de winter.

Laagdrempelig contact Marlies is blij met de nauwe samenwerking met kerken. ‘Een win-winsituatie. Vrijwilligers uit kerken komen laagdrempelig in contact met een kant van de samenleving die ze vaak niet kennen. Dat kan confronterend zijn, mensen schrikken soms van schrijnende situaties. Maar het opent ook ogen en harten, vooroordelen verdwijnen. Er wordt veel gelachen. Vrijwilligers ontmoeten geen doelgroep, maar een individu met een verhaal.’

Voor bezoekers betekent het extra aandacht en menselijk contact. ‘Soms biedt een vrijwilliger dat enige luisterend oor van de dag. Er ontstaan vaak mooie gesprekken die net een laagje dieper gaan. Dat is van onschatbare waarde.’

En voor het Leger des Heils? ‘Wij krijgen het rooster rond. Kerken zijn bestaande gemeenschappen, we kunnen in geval van nood in korte tijd veel mensen bereiken.

En het is laagdrempelig: iemand hoort in de kerk een verhaal van een vrijwilliger en denkt, dit wil ik

ook doen.’ Maar het Leger krijgt er nog iets veel groters voor terug. ‘Betrokkenheid, draagvlak en gedeelde verantwoordelijkheid. Samen zorgen we voor de mensen in onze stad die het zelf niet redden.’

Voorbeeldstad

De samenwerking vraagt wel aandacht en onderhoud. ‘Het kan niet aan één persoon hangen’, benadrukt Marlies. Daarom is mijn collega Laurens van Ieperen nu aangesteld als projectleider voor de samenwerking met kerken in Utrecht. En we werken veel samen met relatiemanager Bram Rebergen (zie kader). ‘We willen ons netwerk verdiepen, elkaar beter leren kennen en elkaars kwaliteiten benutten. Niet alleen bellen als het nodig is, maar ook tussentijds contact houden.’ Utrecht is inmiddels een voorbeeldstad als het gaat om de samenwerking tussen het Leger des Heils en kerken. ‘Uit nood geboren’, zegt Marlies, ‘maar uitgegroeid tot iets heel moois. Dit kost tijd en energie, maar het is het meer dan waard. We hebben elkaar keihard nodig.’

Samen sterker

Het Leger des Heils investeert zowel lokaal als landelijk in de samenwerking met kerken, vertelt relatiemanager Bram Rebergen. ‘Kerken beschikken over betrokken, lokale gemeenschappen en faciliteiten zoals gebouwen, het Leger brengt expertise mee in het bereiken en ondersteunen van mensen die buiten beeld blijven. Samen kunnen we klaarstaan voor kwetsbare buurtbewoners, bijvoorbeeld met nieuwe buurthuiskamers, kledingbakken, winteropvang en jongerenwerk. De samenwerking tussen de kerken en het Leger groeit organisch, lokaal waar het kan en landelijk waar het helpt.’ Meer weten? Mail naar bram.rebergen@ legerdesheils.nl.

Marlies

COVERVERHAAL

‘Op mijn vijftigste leerde ik voor mezelf opkomen’

Nooit eens een knuffel of een arm om haar heen. Marieke Staal (70) ontdekt op late leeftijd dat ze veel heeft gemist.

‘Nu ga ik eropuit om mensen te ontmoeten en maak ik vrienden, zoals in de buurthuiskamer van het Leger des Heils.’

‘Mijn achternaam is Staal. Maar als ik zenuwachtig ben, of iets spannend vind, zeg ik soms per ongeluk mijn oude naam. Terwijl: met die man waarmee ik bijna dertig jaar was getrouwd, wil ik niets meer te maken hebben.’

Marieke is een dappere oudere. Ze gaat vaak op pad met haar scootmobiel en is trouw wekelijks te vinden bij de mobiele buurthuiskamer van het Leger des Heils in Purmerend. Ze woont alleen, maar is beslist niet eenzaam, zegt Marieke met klem. ‘Het voordeel van alleen wonen is dat je helemaal zelf bepaalt wat je doet en hoe je huis eruitziet. Heb ik zin om iedere week mijn interieur te veranderen en te schuiven met meubilair? Dan doe ik dat!’

Schoonmaakwerk

Marieke is nu zeventien jaar alleen, na een huwelijk van bijna dertig jaar. ‘Dat begon mooi, we leerden elkaar kennen op het werk in een zorginstelling. Hij stond achter de receptie, ik was net van school en werkte als verzorgende voor de ouderen die daar woonden. Een krappe twee jaar later trouwden we. In die beginperiode hadden we een goed huwelijk. Maar hoe langer het duurde, hoe minder ruimte ik kreeg. Mijn man bepaalde grotendeels hoe mijn leven eruitzag, zo’n trutje was ik. Ik mocht niets van hem, had geen eigen vriendinnen, ging nooit zelf op stap. We hadden het niet breed. En wat we hadden, gaf hij uit aan auto’s en dure fotocamera’s.’ Uiteindelijk gaat Marieke ’s avonds schoonmaakwerk doen om aan extra geld te komen. Omdat zij inmiddels een dochter hebben, is overdag werken geen optie.

‘Bij een test op haar twaalfde bleek dat mijn dochter bij de bevalling – die vreselijk lang duurde en nog bijna misging – zuurstofgebrek had gehad. Ze had

het verstand van een negenjarige, en emotioneel zat ze op het niveau van een kind van drie. Dat maakte veel duidelijk, er kwam van alles op gang: andere school, gesprekken met de ggz.’ Uiteindelijk komt haar dochter thuis te zitten met klachten van depressie. ‘Mijn man ontkende het, “alles ging toch goed?”. Mijn dochter en haar vader hadden dan ook vaak ruzie, ze begrepen elkaar niet.’

Fijn gevoel

In een cursus Autonomie leert Marieke voor zichzelf opkomen, iets dat ze niet van huis uit meekreeg. ‘Die lessen hebben een hele goede uitwerking gehad. Eindelijk kreeg ik inzicht in mijn gedrag waarin ik mezelf altijd ondergeschikt maakte. Die tijd was voorgoed voorbij. Ik liet mijn man weten dat ik wilde scheiden. Hij vertrok.’ Korte tijd later moet ook haar dochter vertrekken, ze wordt uit huis geplaatst. Met als gevolg dat ze haar moeder niet meer wil zien. ‘Toen, nu zeventien jaar geleden, brak een rouwperiode aan voor mij. Door alles wat er was gebeurd, kreeg ik lichamelijke klachten. Ik woonde nog in een huis met trappen, maar dat ging niet langer. Gelukkig kreeg ik een nieuwe flat, negenhoog, met lift! Het voelde als mijn eerste eigen huis.’

Verdriet? ‘Ja, dat is er. Dat ik mijn kind niet meer zie. Dat ik nooit eens een knuffel kreeg, een arm om me heen. Ik denk dat ik te veel ben beschadigd door mijn ex. Maar nu helpt het me om mensen op te zoeken, zoals bij de buurthuiskamer van het Leger des Heils. Iedere donderdag maken ze hier een gezellige koffiehoek en kun je tussen de kledingrekken snuffelen. Ik kan mijn verhaal kwijt, vind een luisterend oor bij coördinator Esther. Ik kan goed met haar praten. Dan zegt ze: “Kom je donderdag weer? Gewoon een bakkie, geen verplichting.” Het geeft me een fijn gevoel, maakt me blij. Want uiteindelijk wil ieder mens dat toch, die arm om je heen?’

TEKST CAROLINE TOGNI BEELD LINELLE DEUNK

Hier begin je met een schone lei

Samen lachen, koekjes en een knuffel. 50|50 Art in Hilversum betekent voor deelnemers zoveel meer dan een plek om ongedwongen creatief te zijn. Werkbegeleider Mariëlle Koster geeft iedereen de ruimte. ‘Mensen ontdekken hier wat ze willen met hun leven.’

‘Wat leuk dat je er bent. Welkom!’ Bunkerbeheerder René Wielders steekt meteen zijn hand uit zodra nieuwe gasten het atelier betreden. Naast het opfleuren en beheren van de ‘bunker’, de gezellige ruimte waar een lange lunchtafel staat, houdt hij zich vooral bezig met het verwelkomen van iedereen die binnenkomt. ‘René is als het ware het visitekaartje van 50|50 Art’, legt werkbegeleider Mariëlle Koster uit. ‘Ronja is verliefd op René!’, roept een deelnemer. Het hondje van Sanne springt inderdaad meteen bij hem op de bank zodra hij neerploft. Ronja krijgt een aai, terwijl er aan de grote tafel driftig wordt getekend, gehaakt en een nieuw soort papier-maché wordt uitgetest. René komt hier vooral voor de gezelligheid.

Atelier in het bos

Mariëlle is de drijvende kracht achter 50|50 Art. Met veel plezier werkte ze bij de 50|50 Store in

Utrecht. Op een dag vroeg haar leidinggevende of ze ooit van werkplek zou veranderen. ‘Alleen voor een atelier in het bos zou ik vertrekken’, antwoordde ze gekscherend. Haar verlangen achtte ze onhaalbaar, totdat ze drie jaar geleden de kans kreeg op Leger des Heils-locatie Trompendaal, in een bosrijke villawijk in Hilversum. ‘We begonnen klein, maar het liep al snel vol.’

Aan de muur hangt de dagindeling. Koffie, kunst maken, lunch en weer verder werken aan je project. Op sommige dagen zijn er workshops, zoals etuis naaien of nailart. Maar er komen ook serieuze onderwerpen voorbij, zoals bedrijfshulpverlening. Verder is er kickboksen voor vrouwen. ‘En wedstrijdje ver spugen!’, grapt René. ‘ We begonnen klein, maar het liep al snel vol’

Sanne
Mariëlle
Mariëlle

Warm bad

Volgens Mariëlle is iedereen die bij 50|50 Art komt, op zoek naar mensen om zich heen. ‘Hulpverlening is gericht op individuele trajecten; hier komen allerlei soorten mensen met elkaar in contact. En je hoeft heus niet meteen een schilderij te maken. Je mag eerst even wennen. In andere trajecten moeten jongens en meiden vaak direct vertellen wat ze willen. Maar hoe weet je dat nou? Pas als je de tijd krijgt, ontstaat er ruimte om dat te voelen.’

Of, zoals Ilco Zijlstra (53) het droog samenvat: ‘Ik had een dagbesteding nodig, nu teken ik een boom.’ De vijftiger viel in een gat toen hij was gestopt met drugs. Bovendien huurt hij ‘onder voorbehoud’ een woning bij het Leger des Heils. Dat betekent dat hij moest beloven een dagbesteding te zoeken, want eerder maakte hij te veel lawaai in huis. 50|50 Art

‘Ik had een dagbesteding nodig, nu teken ik een boom’ Ilco

vond hij meteen ‘chill’. Ilco: ‘Het is een warm bad. In de gebruikersscene is iedereen bezig met geld verdienen voor de volgende dosis. Niet iedereen is te vertrouwen. Hier is iedereen lief voor elkaar.’ Twee keer per week schuift hij aan de grote vierkante tafel. Eerst kwam er weinig uit zijn handen, totdat hij begon te tekenen. Op de tafel. ‘Weer eens wat anders’, lacht Mariëlle. ‘Hier kun je met een schone lei beginnen en word je niet veroordeeld’, zegt Ilco. Mariëlle vindt het fijn dat ze werkbegeleider is, en geen hulpverlener. ‘Iedereen is gelijk en hoort erbij.’

Podium

Op de jaarlijkse sportdag van het Leger des Heils blonk Ilco uit in het aanmoedigen van zijn teamgenoten. Mariëlle: ‘Hij kreeg ons zelfs aan het zumbaën. Dít moet Ilco’s rol worden’, zag Mariëlle meteen. Ilco was blij verrast en schreef zich in voor een Leger des Heils-opleiding tot sportbegeleider. Ook Sanne Kooij-Souverein (46) maakte een mooie ontwikkeling door. ‘Als bang “miezemuisje” stapte ik hier drie jaar geleden binnen. Ik durfde niet de straat op en had geen vrienden. In dit atelier kan ik aan mezelf werken door creatief te bezig zijn. Dat bleek de sleutel om me weer beter te voelen. Tijdens het Kunst & Theater Gala van het Leger stond ik zelfs op het podium om ons gezamenlijke schilderij te laten zien. En het lukt me nu ook om buiten dit atelier nieuwe vrienden te maken.’ Inmiddels is Sanne hier vrijwilliger. ‘Ik heb altijd in de zorg gewerkt. Het voelt fijn om iets terug te doen en van nut te zijn voor anderen. Eigenlijk wil ik ook nuttig zijn voor mijn gezin. Ik hoop dan ook op een betaalde baan in deze richting.’

Floortje
René
Ronja
Tyrone
Ilco
‘Ik kom hier voor de gezelligheid’ René

Lentemarkt

Stagiair Floortje Krikke (25) werkt geconcentreerd aan een haakwerkje. De video op haar smartphone toont hoe ze het bolletje blauwe wol stap voor stap kan omtoveren tot een sjaal. Op donderdagmiddag 30 april organiseert 50|50 Art een Lentemarkt. ‘We willen zelfgemaakte producten verkopen.’

Floortje volgt een opleiding tot beeldend therapeut. Op school leert ze wat het werk van mensen laat zien. Hier leert ze dat ze mensen ook gewoon mag laten zijn. ‘Ik kijk nu veel meer naar waar iemand behoefte aan heeft. Het gaat niet altijd over motiveren en stimuleren, soms is het beter om iemand de ruimte te geven.’

‘Is er nog lunch nodig?’, vraagt een vrijwilliger. René springt op van de bank. Het gezamenlijke supermarktbezoek om brood, soep en eieren te kopen is zijn uitje.

Leukste baan

Dan zwaait Jarno Kuijl (47) binnen. Met een grote schaal versgebakken vanillecake. De chocoladetopping is zelfs nog warm. Jarno komt hier voor tuinonderhoud. Maar alleen als hij zich goed voelt. Is hij boos? Dan gaat hij weg. ‘Hier lig ik goed in de groep en kan ik meedoen. Sinds de kleuterschool heb ik dat gevoel niet meer gehad.’

Vanochtend kreeg hij de geest. ‘Ik ga een cake bakken!’ Hij somt de ingrediënten op. De rest van zijn verhaal is iets minder samenhangend, maar dat maakt niet uit. De vaste bezoekers kennen hem inmiddels.

‘Je leert met elkaar omgaan’, vertelt Mariëlle. Sinds ze dit atelier begon, gaat ze elke dag fluitend naar haar werk. ‘Hier kan ik doen wat ik geloof.’

Op woensdag komt er een vaste mannengroep uit

Lelystad. De een is begonnen aan het schilderen van alle burgemeesters, binnenkort wordt het eerste portret persoonlijk overhandigd. De ander blinkt uit in kalligrafie en gebruikt Ierse gedichten als inspiratiebron. Komt een deelnemer niet opdagen, dan wisselt Mariëlles aanpak. Sommigen vinden het fijn als ze een appje stuurt, dan voelen ze zich gezien. Anderen ervaren dat juist als controle. ‘Ik heb echt de leukste baan’, concludeert Mariëlle. ‘Zelfs al zou ik de loterij winnen, dan nog zou ik hier blijven werken.’

In de hoek ratelt de naaimachine. Onder leiding van een coupeuse wordt hier hard gewerkt aan pittenzakken die je in de magnetron kunt verwarmen tot kruik. Het eerste exemplaar met afneembaar hoesje is klaar. Is het groot genoeg? De pittenzak gaat door verschillende handen en wordt tegen

‘Hier lig ik goed in de groep en kan ik meedoen’ Jarno

buiken gelegd. Perfect bij menstruatiekramp! Ook dit product is straks te koop op de Lentemarkt. ‘Maar hoe gaat het heten?’, vraagt Mariëlle. ‘Laten we daar tijdens de lunch over brainstormen.’

Tweede thuis

Het is nog even wachten op de boodschappenploeg. Mariëlle laat intussen zien wat een eerdere brainstorm opleverde. De deelnemers mochten roepen wat 50|50 Art voor hen betekent. Op grote vellen papier staan termen als zingeving, familie, inspiratie, warmte en tweede thuis. Het woord dat eruit springt is ‘troost’. Dat mochten de deelnemers verder specificeren. Op een tweede tekenvel staat: uithuilen, plezier, koekjes en een knuffel. Intussen wandelt iemand het atelier in: een jonge moeder met haar pasgeboren baby. Mariëlle smelt als ze het kindje mag vasthouden. ‘Zo klein!’

Joke

Ze richt zich tot de kersverse moeder. ‘Wat ben ik trots op jou!’

Lunchtijd. De hardgekookte eitjes gaan rond. Een stralende Mariëlle neemt het woord. ‘Dit is de derde volle lunchtafel deze week, wat ben ik daar blij mee. Ilco, jij bent hier een tijdje niet geweest. Waar ben jij dankbaar voor?’ Ilco schraapt zijn keel. ‘Dat ik hier mag zijn, dat jullie me accepteren.’ Licht ongemakkelijk schuift hij op zijn stoel. ‘Ja, weet ik veel!’ Mariëlle verlost hem snel uit zijn lijden. ‘Eet smakelijk, schatten van mijn hart!’ Er is gedekt voor één persoon extra. Dat doet Mariëlle altijd, voor het geval er iemand lastminute aanwaait en wil mee-eten. Niet veel later zwengelt Mariëlle de brainstorm aan. De 50|50 pittenzak heeft nog een naam nodig. Roxy, wiens lievelingskleur roze is, haakt

‘In dit atelier gaat alles net even anders’

meteen aan. ‘Pure pit! Of Pitty!’ Dat ze creatief is, blijkt niet alleen uit haar roze haarkleur. Ze pakt haar schilderij erbij. In hoofdletters staat geschreven: When it comes to art, it’s important not to hide the madness. Roxy: ‘Waar je normaal gesproken met je handen van kunst af moet blijven, moet je deze lijst juist wél vastpakken. Pas als je dit schilderij schudt, is de confetti te zien.’ In dit atelier gaat het allemaal net even anders. En dat is precies de bedoeling.

Als een vis in het water zijn, dat biedt vrijheid. Joke Reiche weet dit maar al te goed, ze zeilt al haar hele leven. Ook haar overleden man, Ernst, leerde ze zo kennen. Jarenlang maakten ze samen de mooiste reizen naar landen als Zweden, Noordwegen of bleven ze in Nederland om op het IJsselmeer te zeilen. Haar donatie aan het Leger des Heils-project ‘Leef! Venlo’ voelt door de verbinding met water dan ook logisch. In dit project, dat wordt georgani-

waterland bestaat. Een kans die deze vrouwen anders wellicht niet hadden gehad.’ Joke kwam in aanraking met dit project, omdat zij al jarenlang aan het Leger des Heils doneert. Haar man droeg het Leger in zijn hart. ‘Ernst had, voordat wij samen waren, een zware tijd. Hij woonde tijdelijk op zijn boot en haalde toen steun uit het idee dat het Leger voor hem zou klaarstaan, mocht hij op straat belanden.’ Steun aan minder bedeelden in Nederland, zoals aan dak- en thuisloze mensen. Of zoals nu, aan mensen die niet kunnen zwemmen. Dat is waar Joke graag aan bijdraagt.

Ook een actie starten? Ga naar legerdesheils.nl/ start­een­actie

‘We weten dat het Leger klaarstaataltijdvoor kwetsbare mensen’
Roxy

ReSharesorteercentrum

Deventer

De vrachtwagen kiept de container met ingezamelde kleding in de verzamelbak, via de lopende band bereikt de kleding het eerste controlepunt. ‘Hier snijden we de zakken open en maken we de eerste selectie’, zegt Chris Bosch, coördinator bij het ReSharesorteercentrum van het Leger des Heils in Deventer. ‘Hier vindt onder andere de eerste scheiding plaats tussen afval en kledingzakken.’ Net als losse schoenen, tassen en riemen, en zelfs complete dekbedden, die komen in een aparte bak. Chris: ‘De nieuwe of zo goed als nieuwe schoenen, gaan er ook uit, die sorteren we verderop in het proces.’ En de rest, zo’n 10.000 kilo kleding per dag? ‘Dat gaat hier links de lopende band op, naar een opvangbak en zo naar het volgende punt in het sorteercentrum.’ Het ReShare-team in Deventer doet het. Iedere dag weer, twaalf tot vijftien containers per week. Want ‘opnieuw delen’ van tweedehands kleding en textiel, is wat het Leger des Heils al ruim honderd jaar doet.

Vrijdag 13 februari 2026, 14.52 uur

Weerbaarheid is ook...

...de mensen in je buurt kennen

Terwijl huishoudens zich met noodpakketten klaarmaken voor een mogelijke ramp, bereidt ook het Leger des Heils zich voor. Op de woonlocaties, in de buurthuiskamers, maar ook op andere plekken waar deelnemers wonen die zich niet zelfstandig kunnen redden. Sinds kort komt daar een nieuwe taak bij in de Kopgroep burgerhulpverlening. ‘Het sociale cement zijn in tijden van nood’, omschrijft kapitein Harm Slomp deze nieuwe opdracht.

Het was even slikken, toen de naam van het Leger des Heils opdook in de noodplannen van de overheid. Rampen en crisissen, daar gaat officieel het Rode Kruis over in Nederland. Maar nu werd óók het Leger des Heils als crisispartner genoemd. Voor de bestuursvoorzitter van Leger des Heils Welzijn & Gezondheidszorg, kapitein Harm Slomp, was het geen vraag of zijn organisatie op de uitnodiging moest ingaan. ‘Helpen zit in ons DNA, daar zijn we al honderd jaar niet voor weggelopen.’

Hulp bij rampen en crisissen is niet de hoofdtaak van het Leger des Heils, geeft de kapitein toe. Maar deze vorm van hulpverlening is zeker een afgeleide vorm van de missie. Zowel in de coronaperiode als

direct daarna, toen tienduizenden Oekraïners naar Nederland vluchtten, stond het Leger des Heils klaar. De pandemie had de werkorganisatie in het voorjaar van 2022 behoorlijk uitgeput, zegt Slomp. Daarna kwam de Oekraïnecrisis. ‘Maar toch gingen onze mensen door.’

Kopgroep

Het Leger des Heils biedt overal ter wereld noodhulp. Van die expertise profiteert de Nederlandse tak. Toch blijft de grilligheid van crisissen lastig, stelt Slomp. ‘Het is moeilijk te voorspellen wat er wanneer gaat gebeuren. Het gaat om situaties waar het echt helemaal fout gaat, de stroom uitvalt, er geen communicatie mogelijk is en er een gevaar is voor rellen.’ Juist die onvoorspelbaarheid maakte een omslag nodig. ‘Het besef groeide dat we ons beter moeten voorbereiden, ook om de

organisatie niet compleet uit te putten.’

Natuurlijk leidde de officiële vraag vanuit Den Haag ook tot interne discussie. ‘We zijn er in de eerste plaats voor de mensen die aan onze zorg zijn toevertrouwd. Zij gaan voor, ook tijdens een ramp. Kun je er dan ook zijn voor anderen in de samenleving?’

Het antwoord luidde ja. ‘We hebben ruim 130 buurthuiskamers die de functie van buurtsteunpunten gaan vervullen. Ze staan in kwetsbare wijken, men weet de weg al te vinden. We kunnen stabiliteit bieden, het sociale cement zijn in tijden van nood.’

Daarom zit Het Leger des Heils nu in de ‘Kopgroep burgerhulpverlening’, samen met het Veteranen Search Team, Reddingsbrigade Nederland en het eerdergenoemde Rode Kruis. Verschillende risicoplaatjes worden naast elkaar gelegd om te kijken hoe de hulptroepen elkaar kunnen aanvullen.

Karen van

Oudenhoven
‘In sterke gemeenschappen steunen mensen elkaar. Dat doet veel met de stress die onherroepelijk optreedt tijdens een crisis’

Dankzij de steun van donateurs krijgt een deel van de medewerkers een training tot crisishulpverlener. Waar vroeger de hulp met improvisatie tot stand kwam, worden medewerkers nu klaargestoomd voor crisisbeheersing.

Toch blijft voor het Leger des Heils de primaire focus op de 10 procent die zich bij een ramp moeilijk kan redden. Denk aan chronisch zieken of mensen met een verslaving. Slomp: ‘Wij weten het beste wat deze mensen nodig hebben: rust, stabiliteit, sociale veiligheid.’ Het Leger des Heils zoekt daarbij naar een brede maatschappelijke coalitie, naar het voorbeeld van de energiecrisis in 2023. ‘We namen toen het initiatief om Warme Kamers te openen waar uiteindelijk ook bibliotheken, provinciehuizen en andere openbare plekken aan meededen.’ Een strategie die Karen van Oudenhoven, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau, toejuicht. ‘Plekken waar mensen samenkomen – scholen, kerken, moskeeën – zijn bij uitstek geschikt om samenwerking te organiseren.’

Sterke gemeenschappen

Als bijzonder hoogleraar Maatschappelijke Veerkracht aan de Vrije Universiteit weet ze dat ‘de menselijke factor’ een hele belangrijke voorwaarde is om te zorgen dat een samenleving na een ramp herstelt. ‘We zagen dat bij de orkaan Katrina, maar ook bijvoorbeeld in Engels onderzoek naar hittegolven. In sterke gemeenschappen steunen mensen elkaar. Dat doet veel met de stress

die onherroepelijk optreedt tijdens een crisis. Bovendien helpen sterke banden voor het zelfvertrouwen: het gevoel dat je het samen kunt oplossen.’

Ervaringskennis

Toch ziet ze deze inzichten nog te weinig terug in het huidige crisisbeleid van de overheid. ‘Er wordt gesproken over technische oplossingen en het leger op sterkte brengen. Er worden allerlei maatregelen genomen tegen digitale dreiging en economische afhankelijkheid.

Maar er is te weinig oog voor de sociale infrastructuur. Waar zit de eigen kracht in gemeenschappen, hoe komen we in contact met de groepen die de overheid moeilijk bereikt?’

Juist daar kunnen burgerinitiatieven een belangrijke rol spelen, denkt de SCP-directeur.

Ze doelt op het groeiend aantal wijkinitiatieven waarin bewoners zorgdragen voor bijvoorbeeld energie, wonen, kinderopvang en zorg. Net als bij het Leger des Heils zit de kracht van burgerinitiatieven in het vermogen om snel te leren en zich aan te passen. Deze wijkinitiatieven weten bovendien feilloos waar mensen wonen die bijvoorbeeld afhankelijk zijn van thuiszorg of verslaafd zijn. ‘Zij zijn dagelijks bezig met helpen. Zonder ingewikkelde regelgeving, gewoon vanuit hun hart. Dat zou weleens van onschatbare waarde kunnen blijken op het moment dat een ramp uitbreekt.’

Harm Slomp:
‘We zijn er in de eerste plaats voor de mensen die aan onze zorg zijn toevertrouwd. Zij gaan voor, ook tijdens een ramp’

HET LEGER HELPT

kinderen in Indiase sloppenwijken

In de sloppenwijken van Mumbai, aan de westkust van India, leiden mensen een onzeker bestaan. De kinderen gaan vaak niet naar school en zijn enorm kwetsbaar. Dit maakt hun toekomst onzeker.

Nieuwe kansen

MET JOUW DONATIE kun je kwetsbare mensen steunen in India. Maak je gift over op NL27RABO119683989 onder vermelding van India.

Het Leger des Heils in Mumbai werkt al enkele jaren met families in de sloppenwijken. Zo zorgt het Leger ervoor dat de kinderen weer naar school kunnen en nieuwe vaardigheden aanleren. Hiermee creëert het Leger des Heils nieuwe kansen voor deze kinderen.

Beroepstrainingen

Het Leger biedt onder meer beroepstrainingen aan waar meisjes worden opgeleid, bijvoorbeeld tot schoonheidsspecialist. Ouders krijgen voorlichting over belangrijke thema’s en ze leren, waar nodig, ook lezen en schrijven. Op deze manier ontsnappen de families aan de voortdurende cyclus van armoede en kunnen ze langzamerhand werken aan meer perspectief en een betere toekomst. Jonge meiden als Shaikh Tabassum en Shaikh Zeenat Parveen volgen de beroepstraining om schoonheidsspecialist te worden. De vaardigheden die ze hier aanleren, stimuleren hun creativiteit. Zo kunnen zij werken aan een zekerder bestaan.

Bestaanszekerheid

De meisjes uit deze gemeenschap worden vaak heel jong moeder. Dit maakt de drempel hoger om weer aan het werk te gaan. Door hun opleiding krijgen ze mogelijkheden om bestaande patronen te doorbreken en bestaanszekerheid op te bouwen.

Meer weten over het internationale werk van het Leger des Heils? Kijk op legerdesheils.nl/ios

COLOFON

Kans is het donateursmagazine van het Leger des Heils. In dit magazine vertellen we verhalen over de impact van onze hulpverlening en belichten we relevante maatschappelijke ontwikkelingen. De missie van het Leger des Heils is: strijden voor mensen die geen helper hebben. We worden hiertoe geïnspireerd door het voorbeeld van Jezus Christus. Ons werk wordt voor een groot deel gesubsidieerd, maar een groeiende groep mensen in een kwetsbare situatie valt buiten de boot. Onze visie is: elk mens doet ertoe. Daarom bouwen we, samen met donateurs en andere betrokkenen, aan een samenleving waarin mensen naar elkaar omkijken.

TERRITORIAAL COMMANDANT

Bente Strømner Gundersen

HOOFDREDACTIE

Harm van Teijlingen

REDACTIE

Reina Dijksterhuis, Dashanay Fraenk, Menno de Boer, Joy de Groot, Sanne Koudijs, Kiki Schollaardt, Joëlle Slootjes, Caroline Togni, Geke van Wijnen

CONCEPT/ EINDREDACTIE

Maters en Hermsen: Caroline Togni, Kaisa Pohjola, Kiki Schollaardt

TEKST/VORMGEVING

Maters en Hermsen Journalistiek en Vormgeving

LITHOGRAFIE/DRUK

Studio Boon, Senefelder Misset

DRUKWERKBEGELEIDING

Regalis, Zeist

TECHNISCH UITGEVER Keystone Consultancy

REAGEREN?

Leger des Heils, t.a.v. redactie Kans postbus 3006, 1300 EH, Almere. kans@legerdesheils.nl

Wij worden ondersteund door:

UITGELICHT

Donateursdagen in het Bosshardthuis

Dit voorjaar openen we speciaal voor onze donateurs de deuren van het Majoor Bosshardthuis. Tijdens een rondleiding door dit unieke historische pand in Amsterdam maak je kennis met het levensverhaal, het werk en de nalatenschap van Majoor Bosshardt. Beschikbare data: woensdag 8 april, zaterdag 25 april, donderdag 7 mei, steeds om 10 uur of om 13 uur.

Let op: het Majoor Bosshardthuis is niet rolstoeltoegankelijk en bezoekers moeten trap kunnen lopen.

Aanmelden

Meld je aan via kans@ legerdesheils.nl of scan de QR-code. Er is beperkt plek per tijdslot, dus wees er snel bij.

Jaar van de Vrijwilliger

CIJFER

>50%

Meer dan 50% van de locaties van het Leger des Heils vangt mensen op met onbegrepen gedrag, terwijl daar eigenlijk geen passende plek voor hen is, blijkt uit een intern onderzoek. Mensen met onbegrepen gedrag hebben betere en meer gerichte zorg nodig. We kunnen hen niet aan hun lot overlaten. Lees er meer over op ldh.nl/barometer-kans1.

Stukjes thuis

LUISTERTIPS

Ongelooflijke

Podcast

Stichting Netwerk Nieuw Rotterdam, van waaruit zij jaarlijks met meer dan 1.500 kwetsbare jongeren in contact staat. nporadio1.nl/ podcasts/deongelooflijke-podcast

‘Mevrouw heeft u een eurootje?’ Ik stap net de stationshal in. ‘Helaas, ik kan u niet helpen’, zeg ik en loop door. Eenmaal uitgecheckt bedenk ik me en zeg: ‘Ik heb geen kleingeld, maar wilt u misschien koffie?’ ‘Met melk en suiker!’ zegt de man. Niet veel later druk ik hem een beker koffie, melk, suiker en een ingepakte suikerwafel in zijn handen. Ik vraag naar zijn naam en of hij een slaapplek heeft. Hij vertelt dat hij in de dagen ervoor genoeg geld had voor een slaapplek bij het Leger des Heils. Aan het eind van ons gesprek wens ik hem succes.

Frontsoldaten

Op donderdag 12 februari opende Hare Majesteit Koningin Máxima het Jaar van de Vrijwilliger. Dit jaar is door de Verenigde Naties uitgeroepen om erkenning te geven aan de bijdrage van vrijwilligers aan de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen die moeten bijdragen aan een rechtvaardige, veerkrachtige en duurzame samenleving. Het Leger des Heils vervult dit jaar een belangrijke rol in het verbinden van vrijwilligersorganisaties en het enthousiasmeren van jongeren voor vrijwilligerswerk. Tijdens de openingsdag ging Hare Majesteit Koningin Máxima in gesprek met Mo, vrijwilliger in de buurthuiskamer van het Leger des Heils in Rotterdam. Hij vertelde haar hoe hij zich vanaf het eerste moment opgenomen voelde in de buurthuiskamer, en hoe hij door het helpen van anderen zelf tot herstel kon komen.

Wat is er aan de hand met onze jongeren? Steeds vaker zijn ze angstig, overprikkeld, somber en opvallend vaak eenzaam. Maar wat gaat daarachter schuil? En wat zegt dat over de manier waarop we onze samenleving hebben ingericht?

In de Ongelooflijke Podcast, aflevering De mythe van zelfredzaamheid: waarom jongeren vastlopen in deze individualistische tijd (8 februari 2026) vertelt Pauline Calmez over haar werk met

Podcastmaker Harmen van der Veen trekt samen met zorgprofessionals van Leger des Heils Amsterdam de stad in. Hij krijgt een uniek inkijkje in hun dagelijkse werk voor de meest kwetsbare Amsterdammers, vaak mensen met een opeenstapeling van problemen.

Luister aflevering 10 van de podcast Frontsoldaten via ldh.nl/ podcast-kans1.

Ik fiets naar huis met een onrustig gevoel. Het liefst zou ik voor deze man een huis uit de grond willen toveren. Waar hij zijn eigen voordeur opent, schoenen uitdoet en op de bank ploft. Waar hij de koffie hoort druppelen in zijn eigen koffiepot en oneindig veel koffie mét melk en suiker kan drinken. Waar hij in bed kan stappen en dekens heeft die hem warmen. Herken je dat? Zo’n gevoel dat je een ander een beter leven gunt, of wil dat de wereld gewoon een beetje mooier is. Eind goed, al goed. Ik kan niet toveren. Niemand bij het Leger des Heils trouwens. En toch ben ik hoopvol. Omdat we, alle medewerkers, heilssoldaten en vrijwilligers, telkens weer kleine stukjes thuis mogen (uit)delen. In de vorm van een kop koffie. Een bed. En soms zelfs een voordeur.

Rozamaryn Orsel is de Jonge Theoloog der Nederlanden en beleidsmedewerker bij het Leger des Heils

Sporen

René

Aan de fleurige muur van 50|50 Art in Hilversum hangt een schilderij van René Wielders, bunkerbeheerder van de maand. René beheert de ‘bunker’, de gezellige ruimte waar deelnemers na een ochtend schilderen, tekenen of naaien aanschuiven voor de lunch. De lange tafel staat vol lekkers. René heeft samen met de vrijwilligers van het atelier boodschappen gedaan. Zijn wekelijkse uitje. ‘Ik kom hier niet om creatief te zijn, ik kom hier voor de gezelligheid.’

Lees meer over 50|50

Art vanaf pagina 14.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook