JAZZ IN ROTTERDAM DE GESCHIEDENIS VAN EEN GROTESTADSCULTUUR
HA NS Z I R K Z E E
JAZZ IN ROTTERDAM DE GESCHIEDENIS VAN EEN GROTESTADSCULTUUR
HA NS Z I R K Z E E HA NS Z I R K Z E E
INHOUD HOOFDSTUKINDELING
3 5 7
VOORWOORD Hans Langeweg Alles is jazz
8
HOOFDSTUK 1 De jazz arriveert in Rotterdam
62
HOOFDSTUK 2 The Roaring Twenties
116
HOOFDSTUK 3 De mad thirties
164
HOOFDSTUK 4 Jazz in Rotterdam tijdens de bezetting
224
HOOFDSTUK 5 De jaren na de bevrijding
263
HOOFDSTUK 6 De komst van de bebop en de Rotterdamse jazzclubs
306
HOOFDSTUK 7 De topjazz keert terug in Rotterdam
354
HOOFDSTUK 8 Everybody happy?
414
HOOFDSTUK 9 Wereldmuziek in een wereldstad
481
NAWOORD
482
DANKWOORD
483
BRONNEN EN LITERATUUR
487
FOTO INDEX
494
NAMEN INDEX
VOORWOORD Een tijd geleden vroeg Piet Vogelesang, de voormalige voorzitter van het jazzcentrum Thelonious, of het een goed idee was een boekje te schrijven over de lotgevallen van jazzpromotor en uitbater van spraakmakende Rotterdamse jazzclubs, Willem ‘Wodka’ van Empel. Van Empel leefde toen nog. Ik had moeite met dit voorstel. Is er wel voldoende belangstelling voor zo’n biografie en wie kende Willem Wodka nog? Als je zijn levensverhaal schrijft, komt als vanzelfsprekend ook de Rotterdamse jazzgeschiedenis aan de orde en die is nog nooit op papier gezet. Ik kende het archief van de jazzkenner en amateurhistoricus Hans Langeweg. Hij kopieerde nauwgezet uit oude kranten en tijdschriften alles wat met de jazzmuziek in het vooroorlogse Rotterdam te maken had. Voor de zekerheid soms wel vijf maal. Ondanks zijn consciëntieuze research waren de publicaties van zijn hand zeldzaam. Hij schreef in het Doctor Jazz Magazine, een tijdschrift voor liefhebbers van traditionele jazz. Hij hield lezingen voor een selecte groep toehoorders en hij maakte radioprogramma’s voor de Bejaarden Omroep Stichting en de Locale Omroep Capelle. Niet bepaald een groot publiek. De gedachte aan deze verborgen geschiedenis bleef mij achtervolgen. Ik weet dat maar weinigen op de hoogte zijn van de grandeur van het Rotterdamse uitgaansleven en de kwaliteit van de locale (jazz)musici. Het prestige van Rotterdam is veel groter dan algemeen wordt verondersteld. De stad is niet het provinciaalse conglomeraat van noeste arbeiders die met opgerolde mouwen door het leven gaan. Het hardnekkige imago van de permanente bouwplaats - bevolkt door cultuurloze en poetsende loontrekkers - rijpte pas na de Tweede Wereldoorlog. Het valt niet te ontkennen dat een aanzienlijk deel van de Rotterdamse bevolking kampt met een laag opleidingsniveau, maar het cliché van het vermeende cultuurbarbarisme van zijn inwoners wordt te vaak benadrukt en de culturele verworvenheden van de dynamische stad zijn zwaar onderbelicht.
Ik heb niet het idee dat een boek over de jazz in Rotterdam een fundamentele mentaliteitsverandering teweeg brengt, maar deze studie naar het jazzverleden van de stad leidt wel tot een nieuw inzicht in de prominente positie van de jazzmuziek in het uitgaansleven van Rotterdam en het doet recht aan de status van de in Rotterdam wonende en werkende musici. Hans Langeweg was er - net als ik - sterk van overtuigd dat dit boek moest worden geschreven. Nog tijdens zijn leven hebben wij het plan opgevat zijn archief digitaal te registreren en voor het nageslacht te ontsluiten. Niet lang na onze eerste gesprekken over dit plan overleed hij. Vierendertig verhuisdozen met knipsels liet hij in bruikleen aan mij na. De ordening er van was tijdrovend. Tijdens de verwerking van dit materiaal kwam ik in contact met Paul van de Laar, bijzonder hoogleraar Stadsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit. Hij opperde dat met het archief van Hans Langeweg een aanzet zou kunnen worden gemaakt tot het schrijven van een dissertatie. Het promotietraject zou veel tijd vergen, maar het zou ook de kwaliteit van het onderzoek bevorderen en mij op het spoor kunnen brengen van nieuw bronnenmateriaal. Bovendien bestrijkt de geschiedenis van de jazz in Rotterdam een veel breder tijdsvlak dan de door Hans Langeweg onderzochte periode. De min of meer academische aanpak van het onderzoek bracht cultuurhistorische parels boven water en leverde een nieuwe visie op het culturele leven van Rotterdam, waarin de jazzmuziek een veel grotere rol speelde dan tot nu toe is aangenomen. Een proefschrift bereikt alleen een select gehoor en niet het grote publiek dat geïnteresseerd is in het verleden van Rotterdam. In 2015 wordt het bombardement, de wederopbouw en het 675-jarig bestaan van Rotterdam herdacht met de manifestatie Rotterdam viert de stad en het is tien jaar geleden dat het North Sea Jazz Festival terugkeerde naar de plaats waar het ooit begon. Dit zijn goede redenen om Jazz in Rotterdam, de geschiedenis van een grote stadscultuur nu te laten verschijnen. Het ontwerp van de dissertatie, die de basis vormt van het boek, moet dan maar op een ander tijdstip worden voltooid. Hans Zirkzee
Hst 1 | Voorwoord | Jazz in Rotterdam | 3
FOTO PAUL SCHUITEMA ‘DRAAIENDE GRAMMOFOON’ 1929
ALLES IS JAZZ
J
azz is een muziekstijl waarover de meningen fundamenteel verschillen. Gepassioneerde jazzliefhebbers gingen ter wille van hun favoriete muziek ooit met elkaar op de vuist. Over smaak valt wel degelijk te twisten. De herkomst van het woord jazz, volgens de Engelse jazzhistoricus Alyn Shipton voor het eerst gebruikt in 1913, is door de oorspronkelijke seksuele bijbetekenis (‘to jazz around’ was overal je slurf insteken) in de mist van de geschiedenis verdwenen. Maar jazz is meer dan alleen muziek. Jules Deelder schreef: ‘Jazz is. Jazz leeft. Gebeurt. Beweegt. Jazz neemt. Jazz geeft. Jazz weet. Jazz spreekt. Jazz doet. Jazz laat. Jazz komt. Jazz gaat. Uniek. Muziek. Van vlees en bloed. Jazz waagt. Jazz wint. Breekt baan. Jazz bonkt. Jazz staat. Jazz valt. Is overal. Ontroert. Verwarmt. Grijpt bij de keel. Jazz knettert. Knalt. Ontketent. Heerst. Jazz heelt. Jazz zuivert. Lichaam. Geest. Jazz swingt. Jazz vecht. Is waar. Is echt. Geen loze kreet. Geen leeg gebaar. Jazz werkt. Versterkt. Ontwapent. Toont. Jazz laaft. Jazz loont. Is water. Brood. Jazz lacht. Jazz huilt. Jazz in. Jazz uit. Legt bloot. Daagt uit. Jazz kookt. Jazz bruist. Jazz troost. Jazz bijt. Jazz bloedt. Heeft schijt. Is zwart. Is wit. Is rood. Niet grijs. Jazz vloekt. Jazz moet. Verbroedert. Zoekt. Jazz vindt. Jazz wijst. Jazz schokt. Jazz eist. Jazz hoog. Jazz laag. Jazz voor. Jazz na. Jazz rookt. Jazz jaagt. Is eigen baas. Vereent. Verzoent. Begeestert. Woedt. Bevrijdt. Bewijst. Begrijpt. Vervoert. Jazz spreidt. Jazz sluit. Bezielt. Verrijkt. Geeft hoop. Verblijdt. Jazz schittert. Glanst. Jazz flitst. Jazz danst. Verhit. Zweept op. Bemint. Verleidt. Jazz roept. Jazz voelt. Jazz groeit. Jazz bloeit. Jazz blaakt. Jazz blijkt. Betovert. Geilt. Jazz ademt. Zweet. Jazz fluistert. Schreeuwt. Ontmaskert. Snijdt. Jazz glijdt. Jazz sluipt. Jazz slijpt.
Jazz spuit. Jazz klinkt. Jazz dwingt. Jazz lonkt. Jazz blinkt. Jazz vraagt. Jazz raakt. Verlost. Verbaast. Viert feest. Verklaart. Is bitter. Zoet. Is hot. Is cool. Jazz ijlt. Vooruit. Voorbij. Ver weg. Dichtbij. Paraat. Bereid. Op weg. Altijd. Jazz was. Jazz is. Jazz blijft.’ Jazzkenners willen hun vingers niet branden de definitie van de jazzmuziek. Het is een beladen kwestie waar¬over luisteraars, critici en musici bijna een eeuw lang het hoofd braken. De persoonlijke smaak speelt de voornaamste rol in de beoordeling van de artistieke kwaliteit van jazz. Musicologisch gezien kenmerkt de jazz zich door een veelheid van stijlen en genres, die bovendien een eeuw lang in ontwikkeling waren en nog steeds zijn. Een richtingenstrijd was en is inherent aan jazz. ‘Jazz is my religion,’ zeggen de dichters Ted Joans en Jules Deelder.
nente staat van onmin met de avant-gardisten. Cool en hot. Zwart en wit. Hoog en laag. Hard en zacht. Snel en langzaam. Vol en leeg.’ Door deze contrasten is vrijheid in jazz omsloten, een muzikale vrijheid. Maar ook de vrijheid om te beslissen waarnaar je luistert en wat je speelt. Een individuele vrijheid. Emotie, creativiteit en persoonlijkheid bepalen die keuze. Autonomie en onafhankelijkheid zijn de fundamenten van de jazz, maar ook in de beperking herkent men de meester. Hoe Rotterdam met de jazz omging, daarover gaat dit boek.
‘Mijn jazz is beter dan de jouwe of na Duke Ellington is er nooit meer echte jazz gemaakt of Archie Shepp is beter dan Coleman Hawkins. The moldy old figs haten de boppers en de modernisten leven in een perma-
Hst 1 | De jazz arriveert in Rotterdam | Jazz in Rotterdam | 7
1
DE JAZZ ARRIVEERT IN ROTTERDAM
HOOFDSTEEG 1909. FEESTELIJKHEDEN T.G.V. DE GEBOORTE VAN PRINSES JULIANA 30 APRIL 1909
INHOUD HOOFDSTUK 1
12
DE OFFICIEREN DANSTEN EEN JAZZ
33
DE GRAMMOFOON
12
JIM EUROPE BRENGT JAZZ VOOR HET
34
De Rotterdamse Vlag
EERST IN EUROPA
35
Bart Verhallen
James Reese ‘Jim’ Europe
37
DE FIRMA HAKKERT
DE EERSTE NEGERARTIESTEN EN DE
40
David de Groot
OERVORMEN VAN JAZZ
41
DE EERSTE WERELDOORLOG
13 14 15
THE FISK JUBILEE SINGERS IN DE
EN DE SLOOP VAN HET
ZUIDERKERK
ZANDSTRAATKWARTIER
16
HET CIRCUS VARIÉTÉ
45
THE TIMBERTOWN FOLLIES
16
Carl Pfläging
46
Mr. Masseltof
17
Brooks en Duncan
47
JAZZ VOOR HET EERST IN
19
AMERICAN DANCING PAVILJOEN
21
Chris van Dinteren
48
John Streletskie
21
Armand Haagman
49
HET CASINO VARIÉTÉ
22
JAMES ELMER SPYGLASS
49
Louise Fleuron
23
NIEUWE TECHNOLOGISCHE VINDINGEN
50
Louis Davids
EN DE VROEGSTE OPNAME VAN EEN
51
Meijer Wery
RAGTIME
52
HET CONCERTGEBOUW PSCHORR
25
C.N.A. Loos
53
Jeanne Guldemond
26
Eddy Roos en Jannetje Roos -
55
DIRK REESE DE PROEFLOKAALKONING
ROTTERDAM 1
Van Eijmeren
VAN ROTTERDAM
27
ROTTERDAM BIOSCOOPSTAD
55
Cafés van Dirk Reese
28
Tivoli
56
JAZZ VOOR HET EERST IN
28
Koos Speenhoff
29
WEISBARD EN TUSCHINSKI
31
De bioscopen van Tuschinski
ROTTERDAM 2 57
HET GEBOUW VOOR KUNSTEN & WETENSCHAPPEN
60
JAS, JAZ, JASS, YASZ, JASZ, JAZS, JAZZ
61
Joop de Leur
Hst 1 | De jazz arriveert in Rotterdam | Jazz in Rotterdam | 9
PLATENWINKEL WILLEM DE JONG IN DE PASSAGE
10 | Jazz in Rotterdam | De jazz arriveert in Rotterdam | Hst 1
DE JAZZ ARRIVEERT IN ROTTERDAM (1847 - 1920)
H
et eerste hoofdstuk van Jazz in Rotterdam beschrijft de omstandigheden waarin de jazz rond de vorige eeuwwisseling een vruchtbare voedingsbodem vond in de explosief groeiende havenstad. Het is een zorgvuldig getekende schets van het uitgaansleven in Rotterdam tijdens de jaren na het graven van de Nieuwe Waterweg tot en met de Eerste Wereldoorlog.
In velerlei opzichten vertolkte Rotterdam een pioniersrol. De stad was niet verstoken van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van technologie en vermaak. Rotterdam was vaak de eerste plaats waar artiesten en musici arriveerden. De radiografie, de telefonie, de elektrische trein, de nieuwste geluidsapparatuur, de cinema en dus ook de jazz zetten eerder voet aan wal in Rotterdam dan waar ook in Nederland. Gestimuleerd door de groei van de haven en zijn omvangrijke demografische ontwikkeling, die daar een gevolg van was, zou Rotterdam zich geleidelijk ontplooien tot een moderne, dynamische stad. De alledaagse kleinburgerlijkheid en het provincialisme had het dorp achter zich gelaten. De gestage groei van het uitgaansleven leek te worden gesmoord door de Eerste Wereldoorlog en de sociale en politieke onrust die daar op volgde. Maar deze miserabele context betekende juist een aanzienlijke impuls voor de introductie van de belangrijkste muziek van de twintigste eeuw.
De aanvankelijke verwarring omtrent de betekenis van het begrip jazz - oorspronkelijk de benaming van een dans - werd door de markante vitaliteit van de nieuwe muziek en zijn mondiale expansie snel opgehelderd. De jazz beĂŻnvloedde het Rotterdamse culturele uitgaansleven in een veel grotere mate dan tot nu toe bekend was. De jazz groeide uit tot een prominente inspiratiebron voor de beeldende kunst, de grafische vormgeving, de mode, de literatuur en zelfs voor de klassieke muziek. Nadat de jazz eenmaal was ingebed in het culturele leven van de stad, barstte in de jaren na de Eerste Wereldoorlog de jazzrage pas echt goed los. De jazz tijdens de roaring twenties had een onvergelijkbare impact op het amusement en het dagelijkse leven in Rotterdam tijdens het interbellum. Hoofdstuk I neemt de lezer mee naar de periode die daaraan vooraf ging; het stapsgewijze debuut van de jazz in Rotterdam tussen 1847, toen de eerste ‘blackfaced musicians’ in Rotterdam optraden en 1920, het begin van de roaring twenties.
Hst 1 | De jazz arriveert in Rotterdam | Jazz in Rotterdam | 11
DE OFFICIEREN DANSTEN EEN JAZZ
D
e West-Europese dans kenmerk- De industrialisatie en de mechanisatie in het prille begin van de te zich ooit door sprongen, sierlijke twintigste eeuw vormden een onvermijdelijke impuls tot een sneller en dus ook tot een ander dansritme. Gedanst in tweekwartsbewegingen en vooral de wals. De leven maat in plaats van de driekwartsmaat van de wals. De Twostep, in danspartners hadden zo weinig mogelijk feite een verzamelnaam voor de nieuwe dansen, was gefundeerd op fysiek contact met elkaar. Afstand was ge- de stapsgewijze beweging van de beide voeten, kort bij de grond gevoor een direct contact met de aarde. Zoals in West-Afrika en boden en een dansleider controleerde of danst passend in een nieuwe, gemechaniseerde wereld. alles in goede banen verliep. Conform de heersende moraal moest de seksuele aantrekkingskracht tussen de geslachten voor DE SEKSUELE AANTREKKINGSKRACHT TUSSEN DE GESLACHTEN MOESTEN VOOR het oog verborgen blijven. HET OOG VERBORGEN BLIJVEN
Jazz was oorspronkelijk een synoniem voor zo’n op de Twostep gebaseerde dans. Ontstaan in de multiculturele melting pot van het Congosquare in New Orleans en op alle andere plekken waar culturen zich mengden in de Nieuwe Wereld aan het einde van de 19e eeuw. De Cakewalk, de Ragtime, de Hesitation, de Rocker en de Jazz waren vóór de Eerste Wereldoorlog de populaire dansen in de Verenigde Staten. Dansen die al snel Europa zouden veroveren. Op de schepen van de Holland Amerika Lijn dansten de officieren een Jazz, met een hoofdletter geschreven in tegenstelling tot de muziek.
JIM EUROPE BRENGT DE JAZZ-MUZIEK VOOR HET EERST IN EUROPA
JAMES REESE ‘JIM’ EUROPE
12 | Jazz in Rotterdam | De jazz arriveert in Rotterdam | Hst 1
De rassenscheiding in de Verenigde Staten en de definitiekwestie van jazz liggen ten grondslag aan de hardnekkige misvatting dat The Original Dixieland Jazz (Jass) Band uit New Orleans met Livery Stable Blues in 1917 de eerste jazzopname maakte en twee jaar later als eerste jazzband optrad in Engeland. De jazzmuziek werd op het Europese continent voor het eerst live gespeeld tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Afro-Amerikaanse militaire band van James Reese ‘Jim’ Europe in Frankrijk. Zijn orkest maakte in New York de vroegste jazzopnames in 1913, vier jaar eerder dan de (blanke) Original Dixieland Jazz Band. Het lag dan voor de hand in 2013 het honderdjarig bestaan van de jazzmuziek te herdenken, maar daarover zullen de meningen ongetwijfeld grondig verschillen.
DE STRAIGHT JAZZDANS UIT ‘HOW TO JAZZ, A SIMPLE GUIDE TO THE 1919 DANCES’ DOOR MONSIEUR PIERRE
James Reese ‘Jim’ Europe JAZZPIONIER JIM EUROPE (MOBILE, 22 FEBRUARI 1881 - BOSTON, 9 MEI 1919)
James Reese leidde het indrukwekkende Clef Club Symphony Orchestra dat op 2 mei 1912 het eerste ‘Concert of Negro Music’ gaf in de fameuze Carnegie Hall in New York. Op volle sterkte telde het orkest hondervijfentwintig leden. Het concert trok meer dan drieduizend bezoekers. De Carnegie Hall was daarmee geheel uitverkocht. Door de Duitse sabotageacties in de Verenigde Staten en de aanslagen op Amerikaanse schepen viel te verwachten dat het land betrokken zou worden bij de Grote Europese Oorlog. In 1916 meldde Europe zich als vrijwilliger bij het 369th Infantry Regiment. Zijn populaire gesyncopeerde muziek kon in de zwarte wijken van New York prima worden ingezet als rekruteringsinstrument.
In december 1917 reisde het regiment af naar Frankrijk met luitenant Jim Europe als leider van ‘The best damn brass band in the United States army’. Europe rekruteerde musici uit Harlem en zelfs uit Puerto Rico, omdat in New York op dat moment te weinig blazers te vinden waren. Hij engageerde ook zangers, komieken en dansers (waaronder de bekende tapdanser en acteur Bill ‘Bojangles’ Robinson) om de troepen te vermaken. Europe’s peloton was de eerste zwarte gevechtseenheid op Franse bodem, maar het bataljon werd wel ingedeeld bij een Frans regiment. Het Amerikaanse leger stond niet toe dat blanken en negers zij aan zij zouden strijden tegen de Centrale Mogendheden. Het muziekcorps van Europe’s regiment, door de Duitsers ‘Harlem Hellfighters’ genoemd, vermaakte zowel de militairen als de Franse burgers met marsmuziek en jazz. De enthousiaste reacties van het
Franse publiek en de wijze waarop men op zijn muziek danste, volgens Europe hetzelfde als in de Verenigde Staten, overtuigde hem ervan dat jazz universele zwarte muziek is. De Fransen beschouwden de jonge jazz vooral als oorlogsmuziek. Muziek voortgekomen uit de loopgraven. In het voorjaar 1919 werden de Hellfighters als helden ontvangen. Hun overwinningsparade in New York trok meer dan een miljoen toeschouwers. James Reese Europe, die in Frankrijk was neergeschoten en een gasaanval had overleefd, werd na een conflict over diens gedrag door een van zijn drummers, Herbert Wright, vermoord. Na Europe’s begrafenis in New York op 13 mei 1919 schreven de kranten: ‘The Jazz King is dead’.
Hst 1 | De jazz arriveert in Rotterdam | Jazz in Rotterdam | 13
2
DE ROARING TWENTIES EN DE ROTTERDAMSE JAZZPIONIERS
DICKSONGIRLS OP HET DAK VAN HOTEL ATLANTA IN AANBOUW. UIT POLYGOONJOURNAAL D.D. 6 MEI 1930
62 | Jazz in Rotterdam | De Roaring Twenties | Hst 2
INHOUD HOOFDSTUK 2 67
DE JAZZAGE IN ROTTERDAM
68
DE GROTE EN NIEUWE THEATERS PROGRAMMEREN JAZZ
68
HET OOSTER THEATER
70
GRAND THÉÂTRE POMPENBURG
72
Leo Ott
73
Theater Soesman aan de Kruiskade
74
DIRK REESE BOUWT EEN SUPERDANCING
76
THEO MOENS, DE ROTTERDAMSE MINISTER VAN VERMAKELIJKHEDEN
80
CONCERT- EN DANSPALEIS EMPIRE
81
LA GAÎTÉ DE BONBONDOOS VAN NIEUW-ROTTERDAM
84
JOSEPHINE BAKER DANST IN HET KRANTTHEATER
86
Alex de Haas
88
ROTTERDAMMERS SPELEN OP DE NIEUWE PODIA
89
Christiaan Draaisma
89
Lou de Groot
91
Nico de Rooij
92
DE FAMILIE DE VRIES: LIPPEN VAN STAAL
94
JACK EN LOUIS BIJ DE ORIGINAL RAMBLERS
95
De Nenijto 1928
104
LOUIS EN LOUIS ‘YEA MAN’
107
Joop en Duifje Walvis
108
DE ZOON VAN EEN WERELDKAMPIOEN BOKSEN
110
DADA IN DE DOELE
111
JAZZ OP DE RADIO
113
DE GELUIDSFILM IN ROTTERDAM
Hst 2 | De Roaring Twenties | Jazz in Rotterdam | 63
COOLSINGEL 1924
JAZZMUZIEK BEGON IN DIE TIJD AAN EEN MONDIALE OPMARS.
64 | Jazz in Rotterdam | De Roaring Twenties | Hst 2
DE ROARING TWENTIES (1920 - 1930)
I
n de jaren kort na het einde van de Eerste Wereldoorlog herstelde de economische ontwikkeling van Rotterdam. De rechtspositie van de arbeiders werd verbeterd. Het stadsbestuur gaf voorrang aan de horeca-initiatieven van de exploitanten, die zich in de jaren tien hadden bewezen als betrouwbare ondernemers. Zij bouwden de grote (bioscoop)theaters op en rond de nieuwe Coolsingel. De talrijke danspaleizen gaven het Rotterdams uitgaansleven in de jaren twintig een ongekende allure. De stad had tot ver buiten de regio een grote aantrekkingskracht op een omvangrijk publiek. De jazzmuziek begon in die tijd aan een mondiale opmars. Het einde van de Eerste Wereldoorlog en de emancipatie van de vrouw versterkten het optimisme en het feestelijke karakter van de nieuwe tijd. Rotterdam was met dertig cinema’s in de ban van de film. De orkesten van de bioscooptheaters anticipeerden op de jazzrage. De Rotterdamse musici hadden hierin een belangrijk aandeel. Sommigen van hen werden wereldvermaard en speelden op de grote Europese podia.
In het tweede hoofdstuk van Jazz in Rotterdam is er ruime aandacht voor hun tot nu toe onderbelichte werk. Zij kregen concurrentie van Duitse musici, die tijdens de Duitse economische crisis uitweken naar de buurlanden. Dankzij de actie van de vakbonden werd de positie van de Nederlandse toonkunstenaars niet al te zeer ondermijnd. De introductie van de geluidsfilm, waarin Rotterdammers opnieuw een pioniersrol vervulde, leidde wel tot een daling van de werkgelegenheid van de bioscoopmusici, die echter geleidelijk werd opgevangen door de komst van de radio-orkesten. De radio kreeg aan het eind van de jaren twintig vaste voet aan de grond. De opkomst van dit nieuwe medium, de film en zelfs de kritiek op de nieuwe muziek vestigden de aandacht op de populariteit van de jazz tijdens het roerige decennium, dat bekend werd als de Jazz Age.
Hst 2 | De Roaring Twenties | Jazz in Rotterdam | 65
HOFPLEIN 13 OKTOBER 1929
OVERAL MUZIEK, MUZIEK.
66 | Jazz in Rotterdam | De Roaring Twenties | Hst 2
DE JAZZ AGE IN ROTTERDAM
Joop de Leur: ‘We waren in de vrolijke en luidruchtige jaren twintig, the Roaring Twenties, beland. Geen café zonder strijkje. Overal muziek, muziek. De oorlog was voorbij, een periode van welvaart was begonnen en dat moest met muziek worden gevierd. De Coolsingel begon langzamerhand te ‘komen’. De beruchte pantoffelparade van de Blaak, niet zonder reden de Rotterdamse huwelijksmarkt genoemd, was naar de Coolsingel verplaatst. De Coolsingel waar in 1920 het nieuwe stadhuis, de schepping van professor Evers, was verrezen, begon boulevardallures te krijgen.’
T
egen het einde van de Eerste Wereldoorlog waren grote delen van Europa in de greep van een revolutionair elan. Vooral in Rusland en Duitsland kwamen de arbeiders in opstand tegen uitbuiting en de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. Miljoenen mannen waren door hun hardvochtige leiders opgeofferd in een zinloze strijd. Velen weigerden nog langer te dienen als kanonnenvlees.
In Nederland was de eerder gememoreerde socialistische machtsgreep mislukt. De grote populariteit van de NSDAP voorman Pieter Jelles Troelstra en de massale bijval voor de internationale arbeidersbeweging hadden in Rotterdam echter tot gevolg dat burgemeester Alfred Zimmerman een pact sloot met de socialistische wethouders Arie Heijkoop en Arie de Zeeuw. Feitelijk had hij de politieke macht al uit handen gegeven, maar de socialistische opstand in het koningsgezinde Rotterdam mislukte en Zimmerman keerde terug op zijn plaats. In het vervolg zou meer recht moeten worden gedaan aan de belangen van de werknemers. In 1920 werd de arbeidswet van 1919 van kracht. De achturige werkdag plus een
vrije dag werden ingevoerd. In 1917 kwam er passief kiesrecht voor vrouwen en in 1919 het algemeen kiesrecht, dat zijn beslag kreeg bij de verkiezingen van 1922, maar geen grote politieke veranderingen tot gevolg had. De vooral in confessionele kringen gevreesde politieke aardverschuiving bleef uit. Integendeel, de oude partijen profiteerden juist van het algemeen kiesrecht. Zij behaalden meer stemmen dan verwacht. De Rotterdamse bevolking was aan het oorlogsgeweld ontsnapt, maar de economische consequenties van het conflict lieten zich nog voelen. De bevolking leed onder de Spaanse griep, de vlektyfus en dysenterie, een gevolg van de voedseltekorten en de beroerde hygiënische omstandigheden.
De Spaanse griep eiste wereldwijd meer dodelijke slachtoffers dan de Eerste Wereldoorlog. De tijdens de Eerste Wereldoorlog, wegens de heersende energieschaarste, ingestelde vervroegde sluitingstijd van cafés en theaters werd op 25 februari 1919 opgeheven. De naoorlogse welvaart lag in het verschiet. De Groote Schouwburg en De Doele presenteerden in de lente van 1920 de nieuwe Amerikaanse dans- en feestmuziek. Het Rotterdamse publiek kéék vooralsnog alleen nog maar naar de Charleston, de Foxtrots en de Steps. Daarin zou snel verandering komen.
Hst 2 | De Roaring Twenties | Jazz in Rotterdam | 67
3
DE MAD THIRTIES
HECK’S COOLSINGEL 19 JULI 1935
INHOUD HOOFDSTUK 3 120
JAZZ TIJDENS DE CRISISTIJD
121
BAS VAANDRAGER WERD OP DE VINGERS GETIKT
122
Artiesten en musici naar Charlie!
124
DE ROTTERDAMSE PODIA DOORSTAAN MET KUNST EN VLIEGWERK DE RECESSIE
127
Boulevard hotel Atlanta
128
Gebouw Palace
129
HOTEL COOMANS EN DE MENSCHELIJKE GENOEGENS
130
THE BLUE BLOWERS ONTDEKKEN ANNIE DE REUVER
132
DE CIRCUS SCHOUWBURG WORDT ARENA EN BRANDT AF
132
Max de Groot
133
CABARET JOSTIN, EEN ROOMKLEURIGE PIJPENLA
133
K&W IN LICHTER LAAIE
134
The OK Rhythm Kings
135
ARENA NAAR DE KRUISKADE
136
Mitsey Smeekens
139
DE DANCINGS OP DE DIJK
142
De Valkhoffs
144
Arie ‘Malando’ Maasland
145
HECK’SEN IN ROTTERDAM
148
Annie en Clara
149
DAMESORKESTEN
150
KAY CAROLL
150
VERBANNEN MUSICI EN GROTE NAMEN SPELEN IN ROTTERDAM
151
Leo Fuld ‘The International Singing Star’
155
TOPJAZZ IN EEN NEGERPALEIS
155
Jacques Papier
156
HOT JAZZ
161
De gebroeders Beekmans
162
BRAND IN DE HEL
163
DE MOBILISATIE
Hst 3 | De Mad Thirties | Jazz in Rotterdam |
117
COOLSINGEL 1930
GEPASSIONEERDE JAZZLIEFHEBBERS BRACHTEN EEN SCHEIDING AAN TUSSEN DE JAZZ ALS COMMERCIテ記E DANSMUZIEK EN DE CONCERTANTE VORM. 118 | Jazz in Rotterdam | De Mad Thirties | Hst 3
DE MAD THIRTIES (1930 - 1940)
A
an het optimisme en de frivoliteit van de jaren twintig kwam met de Beurskrach van oktober 1929 abrupt een einde. Vreemd genoeg bleek de daarop volgende economische recessie, die in Nederland langer duurde als gevolg van het starre beleid van de regering Colijn, een impuls te zijn voor de jazzmuziek. Wel werd de gewone man getroffen door de crisis. De kroegen op de Schiedamschedijk kregen het moeilijk, omdat het aantal aanmonsterende zeelui kelderde, maar degene die zijn baan behield zag zijn koopkracht als gevolg van de dalende prijzen toenemen.
Het Rotterdamse uitgaansleven concentreerde zich rond de Coolsingel. Met name de luxe zaken konden hun concertprogrammering continueren. Er valt zelfs een opmerkelijke stijging te zien van het aantal jazzconcerten in Rotterdam gedurende de jaren dertig. De betere zaken behielden namelijk hun kapitaalkrachtig publiek. Omdat de opleiding van jazzmusici nog in de kinderschoenen stond, hadden de meeste jazzbeoefenaren vanzelf de amateurstatus. Het muzieklyceum van Willem Felzer startte in april 1929 als eerste een jazzcursus met onder andere Meijer Wery en trompettist Eddy Meenk als jazzdocenten. De amateur jazzmusici mochten van de bonden geen honorarium vragen. Zij waren daardoor een betaalbare attractie, maar beconcurreerden vooral de professionele bands. Ondanks de crisis werden talrijke theaters gerenoveerd. Veel markante Rotterdamse
monumenten werden in de jaren dertig gebouwd. Rotterdamse ondernemers en het gemeentebestuur hoopten met grote projecten het economische slechte tij te keren. Daarbij werden als vanzelfsprekend ook werklozen ingezet. De Rotterdamse amateur jazzbands als The O.K. Rhythm Kings, The Sound Diggers, The Blue Blowers en Max Weller and his Noise Mongers, The Old Syncopators, de Bobtonflippers, The Swing Stars, The Rhythm Melodians, The Swing Devils, The Brighton Syncopators en The Swing Sellers stonden steeds vaker op de Rotterdamse podia, waar ook de vrouwelijke jazzmusici uit Rotterdam een aanzienlijkere rol gingen vervullen. Aan het eind van de jaren twintig werd de jazzmuziek steeds meer als een serieuze kunstvorm beschouwd. Gepassioneerde jazz liefhebbers brachten een onderscheid aan tussen de commerciĂŤle dansmuziek en de
concertante vorm: jazz waarnaar geluisterd moest worden en waarbij de artistieke muzikale prestatie voorop stond, de hotjazz. Na de concerten van Paul Whiteman in Nederland maakte ook de vaderlandse pers in 1926 een begin met serieuze jazzkritiek. De machtsgreep van de nazi’s in Duitsland in 1933 leidde er toe dat beduidend veel meer joodse- en jazzmusici op de Nederlandse podia te vinden waren. Het geleidelijk ingestelde jazzverbod zorgde ervoor dat Afro-Amerikaanse jazzartiesten Duitsland niet meer inkwamen. Jazz en negers waren taboe in het land dat met verdorven culturele opvattingen, barbaarse rassentheorieÍn en een tirannieke oorlogszucht een begin maakte met zijn eigen ondergang. Brand verwoestte in de jaren dertig in Rotterdam Arena (de voormalige Circus Schouwburg), Cabaret Jostin, het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen (K&W) en het legendarische Negro Palace Mephisto, het eerste echte jazzpodium in Rotterdam. De spectaculaire vuurgloed, die door het brandende K&W boven het hart van Rotterdam verscheen, was de onvoorziene voorbode van de vernietiging van het centrum door het misdadige nazi-bombardement van 14 mei 1940, kort na de Duitse inval in Nederland. Het derde hoofdstuk van Jazz in Rotterdam eindigt met de Algehele Mobilisatie op 28 augustus 1939. Een week later begint de Tweede Wereldoorlog.
Hst 3 | De Mad Thirties | Jazz in Rotterdam |
119
4
JAZZ IN ROTTERDAM TIJDENS DE BEZETTING
O, oude Maasstad aan de Rotte Gij onvolprezen Rotterdam Bekoorlijk als mijn nicht Charlotte En stralend als een zuurstofvlam Gij onvergank’lijke gemeente Waar ik mijn schoonste jaren sleet Eer kluift de hond aan mijn gebeente Dan dat ik Rotterdam vergeet Drs. P (H.H. Polzer)
164 | Jazz in Rotterdam | De bezetting | Hst 4
INHOUD HOOFDSTUK 4 168
HET BOMBARDEMENT VAN ROTTERDAM
168
De vijfde colonne
170
Gondola
174
Verwoeste podia
176
ROTTERDAM DANST WEER
176
Het hart van Rotterdam
178
Max Weller and his Noise Mongers
179
NOODVERMAAK
181
Cock van Eck
182
EEN VROLIJK LICHTPUNT IN DONKERE UREN
184
De Rivièrahal: een oase van gezelligheid
185
DANSEN EN UITGAAN IS VERBODEN, MAAR WANNEER?
186
‘Maak het donker in het donker’
188
Jack Zwaan
191
DE ARBEITSEINSATZ. ROTTERDAMSE MUSICI SPELEN IN DUITSLAND
191
Charles Gelauff
192
Joost van Os
193
HET VOLK MOET WORDEN VOORGELICHT
194
‘HOLLANDSCHE TITELS’
195
Jan Makor
196
HET’ JOODSE VRAAGSTUK’ WORDT OPGELOST
200
Louis Bannet Jazz Survivor
202
GELIJKGESCHAKELDE RADIO
205
JAZZ EN SWING VERBODEN
207
HAWAÏMUZIEK
210
PLATEN
211
Dick Willebrandts
213
KATENDRECHT VERBODEN VOOR DUITSERS
216
Dick Rijnooy en The Sound Diggers
218
SWING HEIL! HET AMUSEMENTSAANBOD OP EEN HOOGTEPUNT
219
Gebouw Odeon
221
Boyd Bachman
221
DOLLE DINSDAG, RAZZIA’S EN DE HONGERWINTER
223
MAATREGELEN TIJDENS DE BEZETTING Hst 4 | De bezetting | Jazz in Rotterdam |
165
DE LAATSTE FOTO VAN DE VOOROORLOGSE COOLSINGEL GENOMEN OP 9 MEI 1940
BINNEN LUTTELE WEKEN NA DE DUITSE INVAL HERSTELDE HET ROTTERDAMSE UITGAANSLEVEN ZICH. ALSOF ER NIETS WAS GEBEURD GING MEN WEER DANSEN IN DE OVERGEBLEVEN TENTEN.
166 | Jazz in Rotterdam | De bezetting | Hst 4
JAZZ IN ROTTERDAM TIJDENS DE BEZETTING
T
ijdens de eerste chaotische dagen van de Tweede Wereldoorlog behielden de Rotterdammers hun kalmte en nuchterheid. De meesten gingen door met hun dagelijkse besognes. Het zou allemaal zo’n vaart niet lopen, dacht men. Tot het bombardement van 14 mei 1940. Binnen luttele weken na de Duitse inval herstelde het Rotterdamse uitgaansleven zich. Alsof er niets was gebeurd ging men weer dansen in de overgebleven tenten. De nazi’s lieten aanvankelijk de jazz- en amusementsmuziek op de schaarse Rotterdamse podia ongemoeid.
In de wijken grenzend aan het gebombardeerde centrum gold een vrij vestigingsbeleid voor de horeca. De nieuwe zaken vormden jarenlang het fundament van het uitgaanscircuit dat niet meer in het hart van de stad lag. De als noodvoorziening gebouwde theaters l‘Ambassadeur, Cascade, Brauhaus Monopole, Palace, Caland-West en de nieuwe Rivièrahal groeiden uit tot intensief bezochte podia. Het grootste aantal jazzconcerten tijdens de bezetting vond plaats in het uit de jaren twintig stammende Gebouw Odeon in de Gouvernestraat. De dansverboden en de verplichte verduistering hadden een te verwaarlozen invloed op het jazzaanbod. De maatregelen van de nazi’s waren inconsequent en de ingevoerde avondklok bracht alleen een vervroeging van de aanvangstijden van de concerten met zich mee. Opportunistische opvattingen
en de overweldigende macht van het bezettingsleger deden veel Rotterdamse musici er toe besluiten om in Duitsland te gaan spelen. In de loop van de oorlog verplichtten de nazi’s hen om in het kader van de Arbeitseinsatz het Duitse publiek te gaan vermaken. De meeste Duitse musici vochten aan het Oostfront en muziek is ook werk. Nederland moest naar nationaalsocialistisch model worden geordend. De overheid, de politiek, de media, kunst en cultuur werden gelijkgeschakeld in een fascistoïde keurslijf. De nazi’s elimineerden de critici van hun regime. Afwijkende opinies, ideeën, rassen en geaardheid werden op een efficiente wijze bestreden. Met jazzmuziek lukte dat niet. Jazzmusici ontdoken het, nota bene door een Nederlandse jazzcriticus ontworpen, ’verbod op negroïde en negritische elementen in de dans- en amusementsmuziek’ en
vernederlandsten de titels van Engelse en Amerikaanse jazznummers. Velen zochten hun heil in hawaïmuziek. De weggevoerde Joodse musici werden moeiteloos vervangen. De Nederlandse jazzfan was voor zijn grammofoonplaten en radio-uitzendingen aangewezen op de illegaliteit. Tot de nazi’s jazzmuziek als propaganda gingen inzetten. Het publiek had geld en ging uit. Het Nederlandse amusementsleven maakte een ongeëvenaarde bloei door. Na het mislukken van de geallieerde tegenaanval in september 1944 brachten de dagelijkse beschietingen, de vernietiging van de haveninstallaties, de razzia’s, de energieschaarste en de Hongerwinter Rotterdam bijna op de knieën. Er was ook geen jazz meer in de stad.
Hst 4 | De bezetting | Jazz in Rotterdam |
167
ZE HEBBEN HET LEF OM HET WILHELMUS TE SPELEN, DAARNA WORDT DE ZAAL ONTRUIMD. HET PUBLIEK WORDT VERZOCHT TER BEVORDERING VAN HET SOCIALE- EN CULTURELE LEVEN HET HOOFD KOEL TE HOUDEN, ROTTERDAMSCH NIEUWSBLAD 15 MEI 1940
Max Weller and his Noise Mongers MAX WELLER (ROTTERDAM, 20 JANUARI 1911 - ROTTERDAM, 28 FEBRUARI 1975)
Max Weller plaatst in De Jazzwereld van juni 1932 een advertentie waarin hij musici zoekt voor een op te richten jazzband. Aanvankelijk krijgt hij weinig respons, maar in het voorjaar van 1934 heeft hij een club bij elkaar. Veel musici van The Tooping Tooters stappen over naar de band van Weller. In 1937 is het orkest uitgegroeid tot een dansen showband van twaalf personen. De Noise Mongers worden goed genoeg gevonden om het vijfjarig jubileum van Jack de Vries’ Internationals op te luisteren. Uit het orkest van Max Weller ontstaat later een trio dat zich puur op jazz toelegt: The Swing Squad, MAX WELLER BEGIN 1936
MAX WELLER AND HIS NOISE MONGERS MET V.L.N.R. ANDRÉ DEN HARTOG EN FRANS MALTHA (TROMBONE), XX MAASKANT (DRUMS), SANDER COHEN EN FREEK COOLSMA (TROMPET), BOB TOBS (BAS), MAX WELLER (ZANG EN LEIDER), JAN VAN DEN BROEK (ALTSAX), WIM SIEP (PIANO), OT MONTAGNE (ALTSAX EN KLARINET) EN JAN STRAATMAN (TENORSAX EN GITAAR)
178 | Jazz in Rotterdam | De bezetting | Hst 4
met pianist Henk Lagendaal, drummer Dick Rijnooy en tenorsaxofonist Jan Straatman. Deze laatste nam omstreeks 1937-1938 de muzikale leiding van de Noise Mongers over. De Mongers werkten in de Rotterdamse dansscholen, zoals Maison de Kok, Van Beek, Meuniers Frères en Meyer et Fils. Toen zij tijdens de bezetting Gebouw Odeon aan het swingen kregen en ook nog het lef hadden, om het Wilhelmus te spelen, werd de zaal ontruimd. Hierna werd nog weinig meer van de band van Max Weller vernomen.
TARANTELLA OPENING 7 FEBRUARI 1941. HET ADRES IS ’S GRAVENDIJKWAL 171, HOEK ROCHUSSENSRAAT 176
NOODVERMAAK De gemeente Rotterdam ging na het bombardement soepel om met het verlenen van horecavergunningen. Behoudens de ‘droge wijken’ - niet geheel toevallig de voorbeeldwijken van de sociale woningbouw: Blijdorp, Bergpolder, Spangen, Vreewijk en Heijplaat - was het gepermitteerd zich als horecaondernemer te vestigen in de buurten die de brand van mei 1940 ongeschonden hadden doorstaan. Veel ondernemers ontvingen een uitkering van de Schade Enquête Commissie. Via deze regeling werden in de eerste jaren van de oorlog meer dan 150 cafés en restaurants nieuw gebouwd of gerestaureerd. De gemeente had het plan opgevat om op het Land van Hoboken, ter hoogte van de Rochussenstraat en de kruising met de ‘s Gravendijkwal een nieuw vermaakscentrum te scheppen. Als eerste verrees onder de rook van het Gemeentelijk Energie Bedrijf de Casino Schouwburg, een zeventig jaar oude houten kermistent met 850 zitplaatsen, ooit gebruikt door de Bouwmeester-Revue. Naast de noodschouwburg werd een Casino Dancing gebouwd met een capaciteit van 300 bezoekers.
Het Casino opende op 16 augustus 1940 onder de directie van W. Goossens met de oude theaterhit van Marius Spree: Rooie Sien. Het toneel was geen lang leven beschoren. Na de voortstelling De Witte Non werd de Schouwburg op 2 oktober 1940 tot Ober Bayern getransformeerd, ooit het succes van de Nenijto. Met een echte Beierse kapel en veel bier. Het volkstoneel was voorlopig van de baan. Niet lang daarna werd de noodschouwburg gesloopt en bouwde Jan Gelderblom , de voormalige exploitant van Alcazar aan de Schiedamschedijk, bij de tunneltraverse op de hoek van de ‘s Gravendijkwal en de Rochussenstraat Cascade-Tarantella: een semipermanente dancing, gecombineerd met een café-restaurant. Cascade had een eigen ingang en bood ruimte aan 200 personen. De bar was door middel van een schuifwand gescheiden van de dancing Tarantella (later Alcazar), die op vrijdag 7 februari 1941 opende met het dansorkest van Tonny Thies. De dancing werd later wereldberoemd in Rotterdam als de ‘Cascadée’.
ALS EERSTE VERREES ONDER ROOK VAN HET G.E.B. GEBOUW DE CASINO SCHOUWBURG, EEN ZEVENTIG JAAR OUDE HOUTEN KERMISTENT MET 850 ZITPLAATSEN
Hst 4 | De bezetting | Jazz in Rotterdam |
179
342 | Jazz in Rotterdam | De topjazz keert terug in Rotterdam | Hst 7
DE JONGE LIEFHEBBERS Voor de ‘modernisten’ was de bebop muziekzaalinhoudelijk gezien veel interessanter dan de oude stijl en de dixieland. Maar hoe maakte je die complexe muziek eigen? De meeste conservatoria wilden van jazzmuziek niets weten. Jazzbeoefening was zelfs verboden, op straffe van verwijdering van de opleiding. De musici leerden de nieuwe jazz kennen via de radio, van platen en vooral van elkaar. Ook door de gestage opmars van de popmuziek kon de nieuwe
generatie jazzmusici zich daardoor slechts moeizaam een professionele status te verwerven. Hun positie valt te vergelijken met die van hun voorgangers in de jaren dertig, toen hoogopgeleide jongeren met een baan jazzmuziek op amateurbasis voor hun plezier speelden. In Rotterdam was een club enthousiaste liefhebbers actief die (jazz)muziek maken als een zinvolle vrijetijdsbesteding zagen. Slechts een enkeling kon hiermee zijn brood verdienen.
KWINTET VAN ROB BUSKOP IN JAZZCLUB PERSEPOLIS IN UTRECHT 1959 MET V.L.N.R.: PIET SCHOP, ROB BUSKOP, LEO DE RUYTER, HENK COLLIGNON EN ROB FRANKEN
Hst 7 | De topjazz keert terug in Rotterdam | Jazz in Rotterdam |
343
8
EVERYBODY HAPPY?
354 | Jazz in Rotterdam | Everybody Happy? | Hst 8
INHOUD HOOFDSTUK 8 357
LEEFBAAR ROTTERDAM
358
HARBOUR JAZZCLUB
360
OVERHEIDSSTEUN
360
B14 VERHUIST
362
WILLEM ‘WODKA’ VAN EMPEL
364
JAZZHOUSE
366
Rob Franken
367
The New Creators
369
SUNSHIP JAZZBUNKER
371
De Sunship groepen
374
Wim Koopmans
377
JAZZCAFÉ DIZZY
378
DE DRIE BALLONS
379
Piet le Blanc
380
MELIEF BENDER OP DE OUDE BINNENWEG
380
DE COTTAGE INN
381
HENK SPRENGER
384
HET BERENEI
384
L ‘ESPRIT
385
JAZZNOTA’S
386
DE BUNKER EN B14 TER ZIELE
391
MEPHISTO II
393
THELONIUS
404
Barend Petersen
405
DE BERENKUIL WORDT SLANGENKUIL
406
Ruud Bergamin
410
TWEE THELONIOUSSEN
Hst 8 | Everybody Happy? | Jazz in Rotterdam |
355
DE COOLSINGEL 1971
EEN ONHERBERGZAME ‘TOCHTSLURF’
DE COOLSINGEL 1971
356 | Jazz in Rotterdam | Everybody Happy? | Hst 8
EVERYBODY HAPPY?
N
a de grote sociale veranderingen in de jaren zestig maakten veel jazzmusici een ommezwaai naar de controversiële freejazz. Tekenend voor de tijd was een groeiend zelfbewustzijn van de musici en de vraag om een grotere financiële waardering voor hun werk. Het beroep op subsidie had een toename van de overheidsbemoeienissen tot gevolg. Met Jazzhouse, de Jazzbunker en Theloni(o)us zou de charismatische jazzpromotor Willem ‘Wodka’ van Empel Rotterdam op de internationale jazzkaart plaatsen. De stad kende een ongekend aanbod van levende muziek in het brede muzikale spectrum van genres en stijlen die de jazz inmiddels rijk was. Je kon in bijna elke club, kroeg, restaurant, brasserie, of waar dan ook in Rotterdam jazz horen. LEEFBAAR ROTTERDAM Actiegroepen en bewonersorganisaties uitten, zoals eerder gezegd, hun onvrede over het lage tempo en de kwaliteit van de wederopbouw, de grote woningnood en de zakelijke uitstraling van de kale en kille binnenstad. Het initiatiefcomité ‘Leefbaar Rotterdam’ was daarnaast bang dat de hoge heren ook de laatste stukjes stad naar de verdommenis zouden helpen. Volgens sommigen was de ooit zo levendige Coolsingel de enige hoofdstraat ter wereld waar niemand woonde. Gezellig kon men het hart van de stad niet noemen, ondanks de pogingen om tijdens de manifestatie C‘70 wat sfeer in het centrum te brengen met de bouw van horeca-
paviljoentjes en de vestiging van de kashba’s aan het Weena, paviljoens die meer de uitstraling hadden van groot uitgevallen vakantiewoningen dan van een attractieve uitgaansgelegenheid De zeven door Wim Quist ontworpen units waren bedoeld als tijdelijk winkelcentrum, maar zij werden pas na C‘70 opgeleverd en bleven als gevolg daarvan een geruime tijd leeg staan. Met wisselend succes exploiteerden drie horecaondernemingen, waaronder Gaby’s Sabra Club en het Promo Music House, de opvallende paviljoens aan het Weena. In 1974 vestigde de Rotterdamse kunstenaarssociëteit De Eendracht zich in een kashba, maar de uitgaansmogelijkheden in Rotterdam lagen ver uit elkaar en het Weena bleef een onherbergzame ‘tochtslurf’.
Hst 8 | Everybody Happy? | Jazz in Rotterdam |
357
ENTREE HARBOUR JAZZCLUB
ALBERT KNOPPE
DE HARBOUR JAZZCLUB Een aantal jaar organiseerde Ron Verhey in het Promo House, gevestigd in een van de kashba’s, jazz- en dixielandconcerten. Rita Reys, de Harbour Jazz Band en zelfs de avant-garde saxofonist Frank Wright speelden er. In 1975 namen Jan en Bert Niemandsverdriet het Promo House over en zij begonnen er - met toestemming van de gelijknamige band - de Harbour Jazzclub. De oude stijl-orkesten New Orleans Syncopators, Green River Jass Band en Riverside Jazzband waren er kind aan huis. Het initiatief van de gebroeders Niemandsverdriet sloeg aan. De ruime gelegenheid tot dansen en de commerciële programmering vielen in de smaak bij een wat ouder publiek. Dixielandmuziek stond nog volop in de belangstelling en de grotere acts, zoals het Toots Thielemans Quartet, The Pasadena Roof Orchestra, het trio van pianist Monty Alexander en Chris Barber zorgden voor een groeiende populariteit van de club. Na een jarenlange en intensieve programmering werd eind 1986 de laatst overgebleven kashba gesloopt en heropende de Harbour Jazzclub op 24 april 1987 in de vlakbij gelegen Delftsestraat met vijf zalen en zes
bars en ruimte voor duizend mensen. Sinds 1979 was de club in handen van de handelaar in grondstoffen Albert Knoppe (Rotterdam, 9 juni 1931), die het runnen van zo’n grote jazzclub zag als een uit de hand gelopen hobby. Hij organiseerde meer dan tweeduizend jazzconcerten in Rotterdam en bouwde het voormalige bedrijfspand aan de Delftsestraat om tot de grootste jazzclub van Nederland. Albert Knoppe bracht twintig platen uit op het Harbour Jazzclub label met live-opnames van zijn favoriete bands. Regelmatig verzorgde Tros Session radio- en televisie-uitzendingen uit de Harbour Jazzclub. Ondanks het succes bestond er in jazzkringen kritiek op de behoudende programmering van de Harbour Jazzclub en kon het podium nooit rekenen op enige vorm van subsidie. De ‘discotheek voor ouderen’ had volgens de critici geen ondersteuning nodig. De Rotterdamse Kunsttichting (RKS) negeerde het bestaan van de Harbour Jazzclub volkomen. Albert Knoppe reageerde daarop met de opmerking dat voor de RKS jazzmuziek zó grensverleggend moet zijn, dat het niet meer om aan te horen is.
358 | Jazz in Rotterdam | Everybody Happy? | Hst 8
Begin 1995 gooide Albert Knoppe het over een andere boeg. De dixielandconcerten trokken steeds minder publiek. Met dansavonden en het draaien van plaatjes hield hij de club in leven. Knoppe benaderde Erik Stotijn, de voormalige programmeur van het Doelencafé, om een moderne concertreeks op poten te zetten. In de hoop een jonger publiek te trekken, boekte hij Hans Dulfer, Rosa King, Wim Koopmans en een dubbelconcert van de Rotterdamse saxofonist Rolf Delfos met de Houdini’s en Ugly White Belly. De koersverandering sloeg niet aan. De loop was eruit. In april 1996 verkocht Knoppe de Harbour Jazzclub aan Fred Diaz Bauste, de uitbater van de naast gelegen Ramblas discotheek, die het complex samenvoegde en ombouwde tot de Hollywood Music Hall, een megadiscotheek met zeven zalen. Na zeventien jaar feesten vroeg Diaz op 20 augustus 2014 het faillissement aan van de superdancing.
JAN LAURENS HARTONG PIANIST VAN NUEVO MANTECA OP 25 JUNI 1992 IN DE HARBOUR JAZZCLUB
Hst 8 | Everybody Happy? | Jazz in Rotterdam |
359
JAZZ-ZANGERESSEN Sommigen verklaren het grote aantal jazz-zangeressen in Rotterdam als een gevolg van zijn positie als internationale havenstad en de daarmee samenhangende aanleg van zijn inwoners voor de beheersing van de Engelse taal. Historisch gezien heeft de stad een eeuwenlange band met de Angelsaksische cultuur, maar Rotterdamse jazzzangers zijn juist dun gezaaid. De nieuwe generatie zangeressen kent een grote onderlinge saamhorigheid. Vrijwel iedereen noemt hierbij de op 13 maart 1980 in Oranjestad op Sint Eustatius geboren Shirma Rouse als steun en toeverlaat in de Rotterdamse muziekscene. Shirma Rouse verhuisde in 1999 naar Nederland om er een scheikundeopleiding te volgen, maar in een laboratorium werkte ze nooit. Rouse leerde zingen in de Methodistenkerk. Gospel heeft
haar stem getraind, zegt zij. Shirma volgde van 2005 tot en met 2009 een jazzopleiding aan het Rotterdams Conservatorium en werkte jarenlang als achtergrondzangeres bij onder anderen Izaline Calister, Trijntje Oosterhuis en Anoek. Shirma bracht drie albums uit. De Rotterdamse souldiva kreeg 2013 landelijke bekendheid door een van de vele talentjachten die Nederland rijk is: The Voice of Holland. Tegen alle verwachtingen strandde zij in de halve finale, hetgeen niet rampzalig is voor haar carrière. Shirma Rouse en ook Sabrina Starke zijn gezichtsbepalend voor de recente lichting Rotterdamse zangeressen. Schrijver Serge Julien en fotograaf Eric van Nieuwland schreven in 2012 een boekje over de nieuwe Rotterdamse (jazz)zangeressen met interviews en fo-
to’s onder de noemer Roffa Soul Sisters. Roffa is straattaal voor Rotterdam. De bindende factor is dat de ‘sisters’ gezegend zijn met een flinke portie soul. Serge Julien sprak met tien zangeressen die in Rotterdam zijn geboren of op jonge leeftijd in de stad zijn komen wonen. Zij werken in het grensgebied van de pop- en jazzmuziek, allen met een grote passie voor jazz of zwarte muziek of beide. De Roffa Soul Sisters representeren de hedendaagse multiculturele muzikale smeltkroes van Rotterdam. Veel van de geïnterviewde zangeressen spreken vol lof over hun opleiding bij Codarts en/of de Popacademy van het Albeda College.
SHIRMA ROUSE
454 | Jazz in Rotterdam | Wereldmuziek in een wereldstad | Hst 9
HET NEW ROTTERDAM JAZZ ORCHESTRA
Kim Petra Hoorweg is de dochter van de Rotterdamse pianist en componist Erwin Hoorweg, die werkte met Ginno Vannelli, John Adams, Jacob ter Velthuis, The Houdini’s en Artvark SQ en zus van zanger Thom Hoorweg. Kort na haar geboorte op 9 december 1992 verhuisde zij van Utrecht naar Rotterdam. Via haar vader kwam zij in contact met de zangeres Trijntje Oosterhuis, die haar interesseerde wekte voor jazzmuziek. Kim volgde een opleiding aan de Havo voor Muziek en Dans. Al op veertienjarige leeftijd bracht zij een plaat uit voor Verve Records.
Met Kim is Back was zij de jongste vrouwelijke artieste op het Amerikaanse jazzlabel. Zij maakte zes cd-opnamen met Candy Dulfer, Shirma Rouse, Trijntje Oosterhuis, Benjamin Herman en The Houdini’s. Kimwerkt momenteel aan een nieuw album met de Amerikaanse zanger Raoul Midón. Haar jongere broer Thom bracht in februari 2015 zijn debutalbum Two Faced uit. In 2014 stonden Kim Hoorweg en Shirma Rouse op het North Sea Jazz Festival met de Codarts Bigband onder leiding van Ilja Reijngoud, de evenknie van de Rotterdamse trombonist Louk
Boudesteijn, op zijn beurt oprichter van de band Fullduplex en artistiek leider van het New Rotterdam Jazz Orchestra. De harde kern van het in 2004 opgerichte orkest bestaat uit Rob van de Wouw en Jan van Duikeren (trompet), Tini Thomsen (baritonsax), Cyrille Oswald, Bart Wirtz en Miguel Boeles (saxofoons), Frans Cornelissen (tuba), Morris Kliphuis (hoorn), Reinier Baas (gitaar), Johan Plomp (bas) en drummer Mark Schilders. Het NRJO werkt op projectbasis met verschillende gastmusici.
Jazzclub Bird De trendy jazzclub Bird opende in september 2011 haar deuren onder de Hofbogen aan de Raampoortstraat. Het geesteskind van Philip Powel trekt vooral een jong publiek. De stichting jazzpodium Rotterdam en de stichting Higher Grounds zijn verantwoordelijk voor de brede muziekprogrammering van jazz, soul, latin, hiphop, afrobeat en elektronica. De nieuwe club biedt plaats aan ruim vierhonderd bezoekers en groeide in korte tijd uit tot een van de meest spraakmakende podia in Nederland.
Hst 9 | Wereldmuziek in een wereldstad | Jazz in Rotterdam |
455
DE KOFFER VAN DE PIET LE BLANC
NAWOORD
De inwoners van Rotterdam, tegenwoordig verdeeld over 176 verschillende nationaliteiten, zijn gewend aan andere culturen. Zij maakten door de positie van Rotterdam als een internationale havenstad al vroeg kennis met Afro-Amerikaanse artiesten. Daardoor vond de nog jonge jazzmuziek hier een vruchtbare voedingsbodem. De gemeentelijke inspanning om de Coolsingelboulevard, na de demping van de Coolvest en de bouw van het nieuwe stadhuis een internationale allure te geven en zodoende het vertrek van de culturele elite een halt toe te roepen, vormde in de jaren twintig de belangrijkste impuls voor de bouw van de grote theaters en daarmee ook voor het uitgaansleven in Rotterdam. De lokale overheid versoepelde de dansrestricties en verruimde het horecabeleid en zij sloot daarbij - al dan niet bedoeld - aan op de groeiende dansrage van de roaring twenties. De beurskrach van 1929 en de economische malaise die daarvan een gevolg was, bleek een stimulans voor de jazzmuziek. Het jazzaanbod in Rotterdam steeg in de jaren dertig naar een ongekende hoogte. De kroegen op de Schiedamsedijk hadden het zwaar, maar de Coolsingel behield zijn aantrekkingskracht. Veel horecazaken werden gerenoveerd of nieuw gebouwd. De Van Nelle Fabriek, het stadion Feyenoord, Hotel Atlanta en de Bijenkorf van Dudok zijn de iconen van die tijd. De stad bleef - zo goed en zo kwaad als het ging - tijdens de magere economische periode investeren. Veel jazzmusici, die in nazi-Duitsland een beroepsverbod kregen opgelegd, vertrokken naar Nederland. Mede daardoor werd het Negropalace Mephisto het belangrijkste vooroorlogse, fulltime jazzpodium in Rotterdam. Luttele weken na het bombardement ging het publiek weer stappen in de overgebleven etablissementen. Het amusementaanbod stond in 1943-1944 op een historisch hoogtepunt. Dit is niet perse een Rotterdams verschijnsel, maar ondanks de spertijd, de verduistering, het dans- en jazzverbod, de eliminatie van de joodse bevolking, de razzia’s en het feit dat de stad in totaal 147 keer werd gebombardeerd, is het opmerkelijk dat het Rotterdamse publiek bleef uitgaan tot het niet langer meer mogelijk was. Een lange tijd had de wederopbouw van Rotterdam niet de veel geroemde statuur. Pas in het begin van de jaren vijftig kreeg het herstel van de stad vorm. De tijdens de bezetting gegroeide saamhorigheid van de Rotterdamse bevolking versterkte ‘de-niet-lullen-maar-poetsen’
mentaliteit. Door de oorlog in Indonesië, de benarde economische positie en de extreme bevolkingsgroei was de Rotterdammer aan huis gekluisterd. Uitgaan deed men vooral in verenigingsverband. Het jazzaanbod in de jaren vijftig was mager. Tot de opening van het concertgebouw De Doelen. Met het Newport festival en de concertreeks van B14 kwamen de grote internationale jazzacts weer naar de stad. Rotterdam was en is de thuisbasis van legio generaties musici. De overleden jazzmusici worden herinnerd op en rond de Oude Binnenweg door de stichting Rotterdam Jazz Artists Memorial. Menigeen veronderstelt dat het Rotterdams conservatorium in 1977 de eerste was met een opleiding Lichte Muziek, maar al in 1929 kon men in Rotterdam een jazzstudie volgen. Nu is de Jazz Academy van Codarts een contemporaine en internationaal vermaarde opleiding, die evenals het North Sea Jazz Festival, Jazzclub Bird en de LantarenVenster, een groot en jong publiek aantrekt. Jazzmuziek is vrijheid, individualisme, persoonlijkheid en creativiteit. Jazz hoort bij de grote stad. De rol van de jazzmuziek in Rotterdam is veel omvangrijker dan tot nu toe is aangenomen. Een zwalkend overheidsbeleid ten aanzien van de jazzmuziek en de in sommige kringen populaire minachtig van cultuur dragen niet bij tot de erkenning van de grote economische en promotionele betekenis van de muziek. Jazz valt over het algemeen in de smaak bij een hoogopgeleid en kapitaalkrachtig publiek. Het culturele aanbod is vaak doorslaggevend bij de keuze voor de vestiging in een stad. Podia moeten desondanks niet worden belemmerd door buitensporige regelgeving of door bovenmatige huurprijzen. Te lang heeft Rotterdam de betekenis van vooruitstrevende podia miskent. Jazz versterkt de internationale uitstraling van Rotterdam. De stad zal daarom zijn talenten moeten blijven koesteren en de goede reputatie en de kwaliteit van de muziekopleidingen moeten blijven bewaken. De stichting Jazz International Rotterdam heeft zijn bestaansrecht meer dan aangetoond en zij verdient het te worden uitgebouwd tot een bestendige organisatie, die niet elke vier jaar een strijd moet leveren om de pecunia. Jazz in Rotterdam gaat met ups en downs. Het boek Jazz in Rotterdam beschrijft deze conjuncturele beweging en toont aan dat een goed jazzklimaat in de stad van een wezenlijk belang is, want jazz was, jazz is en jazz blijft.
Nawoord | Jazz in Rotterdam |
481
JAZZ IN ROTTERDAM DE GESCHIEDENIS VAN EEN GROTESTADSCULTUUR Jazz in Rotterdam is een imposant historisch naslagwerk en het mooiste boek over de Maasstad dat in lange tijd is verschenen. Het is een beschrijving van de geschiedenis van de jazz, die verder gaat dan alleen de muziek zelf. Het is een veelomvattende en rijk ge誰llustreerde impressie van het indrukwekkende Rotterdamse uitgaansleven vanaf 1877 tot heden. Door de grondige HANS ZIRKZEE (1956)
research van Hans Zirkzee zijn nieuwe cultuurhistorische fenomenen aan het licht
gekomen, die deze publicatie meer dan rechtvaardigen. Rotterdam was en is een onvervalste pioniersstad. Kort na de Eerste Wereldoorlog arriveerde de nieuwe muziek op de jonge Coolsingel boulevard. Tijdens The Roaring Twenties verwierven de Rotterdamse jazzmusici zich een internationale status. De stad bouwde de grootste theaters en dancings, zoals het legendarische Pschorr en het Grand Theater. Kort na het bombardement gingen de Rotterdammers weer stappen. Het amusement stond tijdens de Tweede Wereldoorlog op een kwantitatief hoogtepunt en de jazzmuziek verkeerde in een paradoxale positie. Na Dolle Dinsdag stopte de muziek in de stad zonder mannen. De jaren na de bevrijding waren pure armoede en niet alleen voor de jazz. Pas in 1963 stond er weer een Amerikaanse saxofonist op een Rotterdams podium. De nieuwe Doelen startte een fameus jazzfestival. De concerten in de Harbour Jazz Club, B14, Dizzy, de Jazzbunker en later Thelonious zijn illustratief voor het rijke palet aan stijlen en genres dat kenmerkend is voor de hedendaagse jazz. Ook de gerenommeerde jazzopleiding van Codarts, de Lantaren, Bird, North Sea Round Town en het North Sea Jazz Festival plaatsten Rotterdam weer op de internationale jazzkaart. De jazz in Rotterdam gaat met ups en downs. Dit boek is een spectaculaire reis door de tijd en het bewaart daarmee de geschiedenis voor de toekomst. Het draagt bij tot een groter cultureel bewustzijn van de oude en de nieuwe Rotterdammers, maar Jazz in Rotterdam zal ook een groot publiek bekoren.