In deze editie:
jasper kars
de hoofdredacteur Laat ik beginnen met een ode. Aan alle leraren, docenten en professoren die in tijden van de coronacrisis achter hun beeldscherm gekluisterd zitten om leerlingen, scholieren of studenten van digitaal onderwijs te voorzien. Ondanks de soms haperende internetverbinding, gebrek aan ruimte en de voorbijlopende kinderen of partners. Zo’n crisissituatie vraagt wat van ons allemaal en het onderwijs neemt op bewonderenswaardige wijze verantwoordelijkheid. Goed onderwijs is, zeker nu, van vitaal belang. ‘Democratie moet iedere generatie opnieuw worden geboren en onderwijs is haar verloskundige,’ John Dewey - een belangrijke pedagoog onderstreepte de rol die onderwijs kan spelen in het mogelijk maken van maatschappelijk samenleven. Waar de focus in het onderwijssysteem veelal ligt op het individu en de ontwikkeling van professionele of persoonlijke vaardigheden, moet onderwijs ook dienen als middel dat zorgt voor democratisch besef. Hier ligt de verbinding tussen onderwijs en de sociaaldemocratie. Want goed en toegankelijk onderwijs zou niet alleen tot gelijke kansen en meer zelfontplooiing moeten leiden, maar ook ons gevoel van solidariteit en democratie versterken. Daarom zijn de bezuinigingen op allerlei onderwijsniveaus zeer onverstandig. Dit begint al in het primair en voortgezet onderwijs. Zo heeft een groot aantal basisschoolleerlingen straks niet genoeg leraren voor de klas staan, met een achteruithollend niveau bij menig brugklasser als gevolg. Ook het hoger onderwijs staat voor uitdagingen. Van miljoenenbezuinigingen tot hoge werkdruk voor studenten en medewerkers en van marktwerking tot een omstreden leenstelsel. Zeker in dat laatste heeft de PvdA, als geestelijk vader, een dubieuze rol gespeeld. Gelukkig keert de opvatting dat investeren in onderwijs cruciaal is om mensen te laten schitteren terug. Acties als #HartjeLeraar en #Nietmijnschuld dragen daar absoluut aan bij. Maar er is meer voor nodig. Een waarderingssysteem dat docenten waardeert voor de enorme bijdrage die zij, persoonlijk of digitaal, dagelijks leveren. Want dat is - zoals blijkt uit het geweldige werk dat alle mensen met vitale beroepen in het coronatijdperk verrichten van onschatbare waarde. Het is voor de Lava dus de hoogste tijd voor een onderwijsnummer. Op je leven lang leren. 2
een interview met kirsten van pagina 04. den hul onderwijs in nederland vs. pagina 08. finland de holocaust in het pagina 12. onderwijs passend onderwijs: geslaagd of pagina 16. niet? digitaal lesgeven pagina 20. anno nu onderwijs in nederland vs noorpagina 22. wegen
en verder...
02. 10. 15. 24. 27. 27.
de hoofdredacteur
jasper kars de oud js’er
tjeerd van dekken gedicht
stan & lotte i n t e rv i e w
simon putman colofon
colofon de voorzitter
luna koops
lava
“de tweedeling in ons onderwijs begint al heel vroeg”
4
De kwaliteit van primair, voortgezet en hoger onderwijs staat onder druk. Het lerarentekort groeit en de kansenongelijkheid dreigt toe te nemen, aldus Kirsten van den Hul. De PvdA heeft kritiek op het kabinetsbeleid, maar welke visie heeft de PvdA zélf op het onderwijs? interview met kirsten van den hul / ischa walburg
lava
schrijver & fotograaf: ischa walburg
Ik heb je maidenspeech gezien in de Tweede Kamer, het ging niet alleen over je algemene visie op onderwijs, maar ook over ongelijkheid binnen het onderwijs. Hoe zou u die ongelijkheid binnen het onderwijs een halt toe willen roepen?
Hier heb je wel het allerbelangrijkste punt te pakken van de dingen waar ik me het meeste zorgen over maak. De tweedeling in ons onderwijs begint al heel vroeg, in de overgang van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs bijvoorbeeld: kinderen met ouders die praktisch zijn opgeleid, worden vaak onderschat. En we zien dat het lerarentekort het zwaarst neerslaat op scholen met kinderen met een hoog risico op onderwijsachterstanden of een kwetsbare sociaaleconomische achtergrond. Tegelijkertijd groeit het schaduwonderwijs zoals bijlessen, examentraining en privaat onderwijs. Dit heeft ook te maken met de druk die sommige ouders zelf opleggen: alles wat minder is dan een havo- of vwo-advies is ‘niet goed genoeg’, dat vind ik best wel zorgwekkend. Tegelijkertijd er zijn ouders die kinderen niet goed kunnen helpen met hun huiswerk of geen huiswerkbegeleiding kunnen betalen. En ook ín de klas krijgen niet alle leerlingen de aandacht die ze verdienen, eveneens een direct gevolg van het lerarentekort. Door een grote groei aan categorale gymnasia staan brede scholengemeenschappen bovendien onder druk. Dat is zorgelijk, want wij geloven juist in de kansen van een brede scholengemeenschap, waar verschillende onderwijsniveaus samen onder een dak leskrijgen en op- en afstromen laagdrempelig is.
‘gelijke kansen bonus’ introduceren die het mogelijk maakt om leraren een financiële prikkel te geven om op scholen te werken waar het moeilijk is om een leraar te vinden of in dienst te houden. Uit internationaal onderzoek, bijvoorbeeld uit de Verenigde Staten, blijkt dat zo’n bonus werkt. Denkt u niet dat sommige docenten een moeilijke verhouding hebben met de PvdA, gezien een aantal bezuinigingen die gepaard zijn gegaan bij de invoer van passend onderwijs bij het vorige kabinet?
De PvdA heeft een noodpakket samengesteld voor het lerarentekort, om het probleem op de korte termijn op te lossen. Maar de PvdA heeft ook kritiek op dit kabinet vanwege het gebrek aan een langetermijnvisie. Wat zou een oplossing kunnen zijn om de ongelijkheid in het onderwijs te bestrijden?
Er zijn verschillende maatregelen die we voorstellen, in het noodpakket staan vooral maatregelen tegen het lerarentekort. Ik heb ook een initiatiefnota geschreven ‘gelijke kansen voor ieder kind, een leven lang’ en dat gaat over al die schakelmomenten waarop de kansenongelijkheid dreigt toe te nemen. Een maatregel om het lerarentekort tegen te gaan, is het dichten van de loonkloof tussen PO en VO, dat is fundamenteel. Daarnaast moet het voortgezet speciaal onderwijs in de cao van het VO en niet in de cao van het PO, waar die nu in zit. Op die scholen is het lerarentekort namelijk nog groter. Maatwerk moet ook mogelijk zijn, we willen een
De doelen van Passend Onderwijs (maatwerk voor leerlingen op – voornamelijk – reguliere scholen) zijn nog steeds heel erg nobel en goed. Ik denk alleen dat we misschien te veel tegelijk wilden en onvoldoende oog hadden voor andere ontwikkelingen zoals het lerarentekort. De werkdruk is enorm toegenomen, en als je dan ook nog een klas krijgt waarbinnen tien kinderen die extra aandacht behoeven, dan vraagt dat extra aandacht en tijd die docenten nu niet hebben. Daarnaast spreek ik veel ouders die met hun handen in het haar zitten door passend onderwijs, omdat er voor heel veel kinderen nog steeds, ook met de komst van passend onderwijs, geen goede plek in het onderwijs is. Daarin zien we ook grote regionale verschillen. Wij pleiten daarom voor landelijke basisondersteuning, zodat je als docent beter weet wat er van je verwacht wordt en wat je kan verwachten als ouder en kind. Het is alleen niet een one-size-fits-all. Nemen mensen ons
ischa walburg / interview met kirsten van den hul
5
lava
kwalijk dat we passend onderwijs hebben ingevoerd? Dat kan, er zijn ook reële zorgen over de effecten van passend onderwijs in tijden waarin het lerarentekort ongekend hoog is en de werkdruk toeneemt. We hadden liever extra geïnvesteerd toen we passend onderwijs invoerden, maar dat geld was er toen helaas niet. Wel zijn we erin geslaagd na een jarenlange nullijn (geen inkomensverbetering in een tijd waarin producten door economische ontwikkeling juist duurder worden) de docenten van die nullijn af te halen. Maar er is altijd meer nodig voor het onderwijs en zeker nu, daar blijf ik voor knokken. Het primair onderwijs is op het moment erg in de aandacht, maar op het hoger onderwijs is natuurlijk in kabinet Rutte III ook veel bezuinigd. Verdient dat niet ook aandacht?
6
Jazeker, bezuinigingen waar ik me erg zorgen over maak, zijn de bezuinigingen op geesteswetenschappen. Ik begrijp dat er geld nodig is voor de technische universiteiten, maar dat mag niet ten koste gaan van de geesteswetenschappen. En dat is wat de minister van onderwijs momenteel wel voorstelt. Het is een misvatting om te denken dat we enkel mensen van de technische universiteit nodig hebben. Bij uitdagingen op het gebied van bijvoorbeeld klimaat en zorg hebben we interdisciplinariteit nodig. Daarom ben ik met een brede alliantie van studentenorganisaties en vakbonden een petitie gestart om de geesteswetenschappen te redden, maar helaas heeft de minister niet naar ons te willen luisteren. Op dit moment is ons hoger onderwijs van topkwaliteit, maar die kwaliteit staat wel onder toenemende druk. Maar het is dus wel duidelijk dat er iets moet veranderen. Wat zou een verandering zijn die bij je opkomt?
We hebben het gehad over gelijkheid binnen het onderwijs. De
Ik denk dat we moeten kijken naar de grenzen aan de groei. Iedereen die wil studeren, zou moeten kunnen studeren. Het is heel goed dat we hier toegankelijke universiteiten hebben, maar we moeten er bijvoorbeeld voor waken dat internationale studenten in ons hoger onderwijs een verdienmodel worden. Dat dreigen zij nu wel te worden. Daarom hebben we samen met GroenLinks voorstellen gedaan om ervoor te zorgen dat het geen verdienmodel wordt. Daarnaast heb ik voorstellen gedaan om extra aandacht voor studenten die dat nodig hebben en een zorgcoördinator op elke school voor studenten met een beperking te realiseren.
basisbeurs en het huidige leenstelsel hangen daar nauw mee
Maar momenteel worden universiteiten afgestraft wanneer studenten langer studeren.
Er zijn inderdaad nog steeds perverse prikkels, daar moeten we kritisch naar kijken. Het systeem moet natuurlijk toegankelijk en betaalbaar blijven, maar er moet geen perverse prikkel aanwezig zijn.
samen. Waarom pleit de PvdA de laatste tijd weer voor het invoeren van een basisbeurs?
Wij hebben altijd gezegd: we kijken goed wat de effecten zijn. De doelstelling is altijd tweeledig, de kwaliteit van het onderwijs moet gewaarborgd worden en het hoger onderwijs moet toegankelijk zijn. Op dit moment staan beide onder druk. De werkdruk is te hoog, wat ten koste dreigt te gaan van de kwaliteit. En wat betreft toegankelijkheid ervaren studenten een drempel wanneer ze naar het hoger onderwijs zouden willen, door de schulden die ze opbouwen. Die drempel wordt versterkt door andere ontwikkelingen. Probeer bijvoorbeeld maar een huis te vinden als je studeert of net klaar bent, daarnaast is er ook nog een hoge prestatiedruk die studenten voelen. Geld zou geen obstakel moeten zijn om te gaan studeren. We komen nu tot de conclusie dat we moeten bijsturen. We leven nu ook in een tijd waarin er een duidelijke framing aanwezig is van lager- en hogeropgeleiden.
interview met kirsten van den hul / ischa walburg
7
Laagopgeleiden worden daarbij vaak in een negatief daglicht
hebben besproken, maar dat je wel ter berde wil brengen?
gezet, moeten we niet iets doen aan die benaming?
Dat gaat over gendergelijkheid. Er is nog steeds sprake van een traditionele rolverdeling en dat begint in de schoolboeken. Dit punt – stereotypering - zou ik nog even toelichten: Je ziet bijvoorbeeld dat in Nederland minder meiden voor een technisch profiel kiezen dan in andere landen. Nederland loopt ook gigantisch achter als je kijkt naar het aantal vrouwelijke hoogleraren. Als we het hebben over gelijke kansen, is dus ook gendergelijkheid een belangrijk aspect om te benoemen. Ik vraag de minister dus ook om in gesprek te gaan met educatieve uitgeverijen over de stereotypering in schoolboeken.
Jazeker. Ik heb het ook liever over praktisch opgeleiden dan laagopgeleiden. Een leven lang ontwikkelen moet niet alleen zijn weggelegd voor hogeropgeleiden. Maar ook voor praktisch opgeleiden die hun baan misschien zien verdwijnen door robots. Ik kom nu nog te vaak kinderen tegen op het Hbo, die op het Mbo veel beter op hun plek zouden zitten. Maar die zijn door hun ouders en de eerder genoemde soms perverse prikkels in ons huidige schoolsysteem die kant op geduwd. Bovendien zien we dat de banenkansen voor Mbo’ers op dit moment soms zelfs groter zijn dan die van hoogopgeleiden, wat dat betreft is het Mbo een slimme keus. Waar ik trots op ben is dat we ervoor hebben kunnen zorgen dat Hbo- en Mbo stagiaires binnen het rijk hetzelfde betaalt krijgen. Het zijn kleine stappen om te laten zien dat het Mbo minstens zoveel meetelt. Is er nog een probleem in het huidige onderwijs wat we niet
ischa walburg / interview met kirsten van den hul
lava
“op onderwijsgebied kan nederland nog veel leren van finland” schrijver: talitha laane fotograaf: jacopo tintori
8
nederland vs. finland / talitha laane
Nederland, neem een voorbeeld aan Finland, en neem het vak leraar weer serieus! Jarenlang was Finland het meest efficiënt op het gebied van onderwijs: korte dagen, hoge scores. In 2018 studeerde ik een semester in Finland om te leren over die betere lestechnieken, maar ik leerde eigenlijk iets heel anders. Sindsdien weet ik dat de culturele en historische verschillen zo groot zijn, dat mijn missie van onderwijsverbetering voor mijn eigen toekomstige klassen niet zo eenvoudig was. Een heel systeem moet namelijk worden veranderd.
lava
Wat het meest opviel op school in Finland was het scheiden van jongens en meisjes voor de gymles. De ene docent vond het ideaal, aangezien zij zelf bange meiden zag wanneer een jongen weer een slingerworp wilde gaan maken. Een ander vindt het fijn dat die scheiding uitgefaseerd wordt, want juist door die verschillen kun je van elkaar leren. Verder lopen studenten stage in tweetallen, en mogen ze het eerste jaar louter observeren. Dat is wel even anders dan hier, waar eerstejaarsstudenten betaald worden om volwaardig voor een klas te staan. Ten slotte leken de meeste leraren wat afstandelijker, ze worden Êcht behandeld als professionals. Daarbij zijn Finnen ßberhaupt wat gereserveerder. Maar kon dit alles het verschil verklaren? Als we gaan kijken naar de geschiedenis van onderwijs in Finland, dan zien we een ander beeld dan hier in Nederland. In de twintigste eeuw begon Finland meer te investeren en innoveren in onderwijs. Dat ging zo goed, dat ze uiteindelijk de eerste plaats bemachtigden op de PISA wereldranglijst voor onderwijs. En toen werd er besloten dat innoveren in het onderwijs geen topprioriteit meer was. En wat valt er immers te verbeteren als je de beste bent? Sindsdien doet Finland het nog steeds goed - ze staan namelijk nog boven Nederland in de ranglijsten echter heeft innovatiestop het Noordse land de eerste plek gekost. Finse leraren hebben wel hun hoge sociale status behouden. Hun expertise wordt namelijk vertrouwd, waardoor er minimale controle is, en ze dus een hoop papierwerk en werkdruk wordt bespaard. Ze oefenen hun beroep langer uit en waarderen hun baan. Docenten zijn daar even belangrijk als dokters en advocaten, ze worden namelijk gezien als experts, en zij bepalen het beleid. Wellicht verklaart dit waarom het er zo lastig is om door de selectie van de pabo te komen; minder dan 10 procent wordt toegelaten. Het is een universitaire studie met master, en in die klassen heerst – verbazingwekkend genoeg - een informele sfeer. De docenten hebben een algemeen plan voor hun lesmodule, maar gedragen zich meer als coaches. Ze gaan graag discussies aan, en in overleg met studenten wordt het exacte lesprogramma afgesteld. Om dit te waarborgen is er wederzijds respect nodig, en dat ligt in Finland voelbaar
anders dan in Nederland. En wat zien we in Nederland? Op het basisonderwijs heb ik leraren ontmoet, die bijscholing niet in hun vocabulaire bezaten. En heel gek is dat ook niet, want wat is er in de afgelopen vijftig jaar veranderd in het vakkenpakket? Waarom wordt er op basisscholen nog steeds te weinig lesgegeven in mediaveiligheid, programmeren en Engels? Wanneer wordt er een keer naar de leraren geluisterd, die veruit het meest ervaren zijn? Waarom moeten zij hun kostbare tijd besteden aan papierwerk, in plaats van de toekomstige generatie goed opleiden? Wellicht wordt er ook iets positiefs duidelijk door de coronacrisis: mensen gaan door geforceerd thuisonderwijs eindelijk weer zien hoe belangrijk een goede docent is.
9
talitha laane / nederland vs. finland
lava
verbondenheid voelt met lokale gemeenschappen, in het bijzonder Groningen. Is dat ook één van de redenen waarom u in de politiek bent gestapt? ‘‘Ik heb een hekel aan onrechtvaardigheid en er spelen hier in Groningen een paar kwesties die behoorlijk onrechtvaardig zijn. Vooral de bevingenproblematiek uiteraard. Maar diezelfde onrechtvaardigheid in de samenleving bestond ook al toen ik op mijn achttiende politiek actief werd. Toentertijd speelde dat rondom de vraag of er een asielzoekerscentrum mocht komen in de gemeente Marum, waar ik woonde. Er waren heel veel agressieve protesten tegen, maar ik was voorstander. Toen ik dat kenbaar maakte in een zaal vol met boze mensen werd ik massaal uitgefloten, maar achterin de zaal was een zacht applausje hoorbaar. Dat bleken PvdA’ers te zijn en zo
tjeerd van dekken
ben ik politiek actief geworden.’’
“Achterin de zaal was een zacht applausje hoorboor. Dat bleken PvdA’ers te zijn.” Onrechtvaardigheid dus als drijfveer. Hoe komt dat terug in uw dagelijkse werk bij de provincie? ‘‘Ik heb een heleboel sociale kwesties in mijn portefeuille. Van armoedebestrijding tot leefbaarheid en van wonen tot werk. Je ziet gewoon dat het goed gaat in
en nieren. Als tegendraadse tiener streed hij in Marum
de stad Groningen, maar in delen van de provincie
al tegen onrechtvaardigheid in de samenleving. Werk
niet. Vooral in Oost-Groningen heersen problemen
dat hij, na jarenlang actief te zijn geweest in de Tweede
zoals laaggeletterdheid, armoede, werkloosheid en
Kamer, sinds mei 2019 voortzet als gedeputeerde
eenzaamheid. Het is aan mij en aan iedere PvdA’er in het
in zijn geboorteprovincie Groningen. De LAVA sprak
algemeen, om dat soort tweedelingen in de maatschappij
hem onder andere over zijn werk als gedeputeerde,
ten alle tijde proberen te voorkomen. En dan hebben we
zijn kijk op de Jonge Socialisten (JS), de LAVA en de
het nog niet eens over de bevingenproblematiek gehad…’’
bevingenproblematiek in Groningen.
Dat laatste is een onderwerp waar ik zo graag op terug wil komen. Eerst terug naar uw eerdere stappen in de politiek.
Allereerst Tjeerd, hoe is het om terug te zijn in Groningen? ‘‘Heerlijk. Toen ik begon als provinciebestuurder heb ik
Als voorzitter van de JS stond u ook aan de basis van de
gelijk gezegd: ik doe het voor de Groningers. Dan is het
oprichting van de LAVA. Kunt u zich daar nog iets van
heel fijn als je letterlijk en figuurlijk alles hier dichtbij hebt.
herinneren?
En dan kun je ook concreet iets betekenen. Toen ik in
‘‘Dat was in 1993. Voor de oprichting van de LAVA heette
Den Haag zat, en daar deed ik ook al heel veel Groningse
het ledenblad De Linksaf. Dat kon in onze optiek wel
kwesties, was dat toch iets anders. De afstand is groter en
wat verfrissing gebruiken. Natuurlijk een spannendere
de lijnen zijn langer. Hier ben ik helemaal bedolven onder
titel maar ook originelere invalshoeken en artikelen. De
alles dat Gronings is en dat vind ik echt mooi.’’
naam LAVA hebben wij ooit bedacht als een metafoor voor de explosie van hartstocht en vuur, omdat de Jonge
U staat inderdaad bekend als iemand die een grote
10
sebastiaan meijwaard / interview met tjeerd van dekken
de oud js’er
Tjeerd van Dekken (52) is een sociaaldemocraat in hart
lava
Socialisten van oudsher strijdvaardig zijn. Eigenlijk een bijna vulkanische passie.’’
Rutte II, steeg de gaswinning naar een recordhoogte van 53 miljard kubieke meter. ‘‘Bijna niemand in Den Haag had in die tijd al door wat
Is dat ook de rol die u ziet weggelegd voor de LAVA?
er speelde in Groningen. Bovendien, dat de gaswinning
‘‘Ja, het moet soms een beetje schuren! Er wordt natuurlijk
in 2013 omhoog ging kan niet op het conto van de PvdA
vaak gesproken over de rol van de JS en de LAVA als
worden geschreven. De NAM had de mogelijkheid om dat
luis in de pels van de PvdA, maar dat mag van mij nog
te doen dankzij afspraken met het kabinet Rutte I, waar de
wel wat meer. Als JS’er moet je altijd kritisch zijn op de
PvdA geen deel van uitmaakte. Toch ontstond het frame
PvdA, anders bén je de PvdA. De JS is natuurlijk altijd een
alsof de PvdA voor die meerjarenafspraak verantwoordelijk
onafhankelijke politieke jongerenorganisatie geweest
was. Natuurlijk ben je verantwoordelijk als je in het kabinet
binnen de PvdA, maar dat moet de PvdA wel merken en
zit, maar de PvdA was de eerste partij die de gaswinning
voelen.’’
omlaag bracht toen het, in 2014, daadwerkelijk mogelijk was.
“Als JS’er moet je altijd kritisch zijn op de PvdA, anders ben je de PvdA.”
“Desondanks was het een hele lastige periode,
zeker wanneer ik als ras-Groninger thuiskwam. Sneren, woedende blikken... Ook bedreigingen en scheldpartijen. Dat gebeurde toen, maar het was niet alleen op mij
En gebeurt dat voldoende?
gericht. Het was ook gericht op de overheid, het kabinet als
‘‘Ik vind dat de JS zich aardig profileert. Er zit zo belachelijk
boosdoener. Terwijl de echte boosdoeners de NAM en de
veel talent binnen de JS. Je ziet op veel plekken dat JS’ers
Shell waren.’’
komen bovendrijven en op een bijna activistische manier politiek bedrijven. Daarom ben ik ook heel trots op de JS en trots op het feit dat ik er jarenlang voorzitter van heb
“De inzet van de PvdA voor Groningen is altijd onvoorwaardelijk geweest.”
mogen zijn.’’
Mooi, dat is fijn om te horen. Na uw voorzitterschap van de
Niet de politiek?
JS heeft u verschillende andere politieke functies gehad,
‘‘Nee. Als kabinet ben je natuurlijk verantwoordelijk maar
u bent onder andere van 2010 tot 2017 lid geweest van
het was niet het kabinet dat de scheuren veroorzaakte.’’
de Tweede Kamer. In die periode hebben de Groningers
Nee, maar misschien ook niet een kabinet dat genoeg deed
met de aardbevingenproblematiek heel veel te verduren
om de onvrede te willen begrijpen?
gekregen. Hoe ging u daarmee om?
‘‘Nee, maar dat zei ik eerder al, er was bijna niemand in
‘‘Daar heb ik echt wakker van gelegen. Gelukkig heb ik
Den Haag die echt doorhad wat er speelde. Ik zie Rutger
vanaf het allereerste moment samen kunnen optrekken
Castricum nog jolig met een legerwagen door het gebied
met toenmalig collega-Kamerlid Henk Nijboer. Wij hebben
rijden met het idee dat de Groningers maar een beetje
toen, samen met heel veel PvdA’ers en actievoerende
gek waren. Ik denk dat in die tijd niemand echt wist wat
Groningers, alles gedaan wat in onze mogelijkheden
er aan de hand was. Ik geloof oprecht dat de PvdA vanaf
lag om duidelijk te maken wat er speelde in Groningen.
het allereerste moment dat het kon, het aardgasprobleem
Echter, heeft het toch nog een jaar geduurd (tussen 2012
heeft geprobeerd aan te pakken. En daar zijn fouten
en 2013), voordat het kabinet begreep hoe omvangrijk
gemaakt, daar is excuus voor aangeboden, maar de inzet
de bevingenproblematiek was in Groningen. Veel
van de PvdA voor Groningen is altijd onvoorwaardelijk
PvdA-bewindslieden zijn toen keihard gaan lopen voor
geweest. En dat zal ook altijd zo blijven.’’
Groningen.’’
Een mooie belofte. En als Groningers u over drie jaar Hoe verklaart u het dat het toch zolang duurde voordat de
aanspreken op uw beleid, wat hoopt u dan dat ze zeggen?
politiek, inclusief de PvdA als coalitiepartij, echt in actie
‘‘Dat ik de Groningse zaak heb gediend. Dat ze zeggen: ‘Dei
kwam? *In 2013, het eerste volledige jaar van het Kabinet
is van ons’.’’
interview met tjeerd van dekken / sebastiaan meijwaard
11
lava
14
geschiedenisleraar en docent op een diverse school in Rotterdam. Vaak genoeg ziet Kras de schok en verbazing bij zijn leerlingen maar hij benadrukt ook dat de jeugd van nu met een diverse achtergrond het verhaal van de Holocaust nou eenmaal anders overgedragen hebben gekregen. Dit komt bijvoorbeeld doordat hun grootouders of andere familieleden niet in Nederland waren ten tijde van de Holocaust. Maar ook doordat er in landen als Marokko of Turkije geen Jodenvervolging heeft plaats gevonden. Juist hierbij is passend onderwijs waarin wel degelijk oog is voor deze verschillen en gevoeligheden, maar waarbij deze tegelijkertijd ook niet uitvergroot worden van groot belang. Daarbij is de rol en het voorbeeld dat de Nederlandse overheid stelt eveneens cruciaal, alleen al als het gaat om het beschermen en stimuleren van monumenten en herinneringsplekken. Zo sloot het Nationaal Holocaust Museum in oprichting begin februari de deuren om te beginnen aan een grootscheepse verbouwing waar uiteindelijk het Nationaal Holocaust museum uit moet verrijzen. Een grootscheeps project dat samen met het Holocaust Namenmonument op het Weesperplantsoen in Amsterdam een nieuwe toevoeging van herdenken en informeren zal betekenen. Zowel het Nationaal Holocaust Museum als het Holocaust Namenmonument zijn van grote, symbolische waarde. Na de oorlog keerde 75% van de Joodse bevolking in Nederland niet meer terug en van het joodse leven in Nederland was op veel plekken niets meer over. Hoewel andere Europese landen al jaren nationale Holocaust musea en instituten hebben, kende Nederland tot aan nu geen nationaal museum of monument dat alle omgekomen joden in Nederland herdenkt. Met de komst van het Holocaust Namenmonument komt daar een einde aan. Waar in 1950 het omstreden Monument van Joodse Erkentelijkheid werd onthuld een gedenkteken voor de Nederlandse hulp, verleend aan joden gedurende de oorlog- zal nu een monument komen dat zonder er veel woorden aan vuil te maken, laat zien hoe groot de omvang van dit verlies is geweest, dat onder de ogen van Nederland heeft kunnen plaatsvinden. Anno 2020, 75-jaar na de bevrijding komt er zo steeds meer ruimte voor nuance en worden ook de donkere kanten van de Holocaust en het Nederlandse aandeel hierin belicht. Het officiĂŤle excuses van premier Rutte namens de regering voor het handelen van de Nederlandse overheid in de Tweede Wereldoorlog is hier een voorbeeld van. Maar ook de Nederlandse Spoorwegen die vorig jaar toezegden met een schadevergoeding te komen voor overlevenden van concentratiekampen en nabestaanden van Holocaustslachtoffers die in de Tweede Wereldoorlog met Nederlandse treinen zijn vervoerd. Zoals Bilal Wahib terecht opmerkte: ‘De jeugd kent de geschiedenis maar kijkt ook naar de toekomst’, is het als overheid en onderwijsinstellingen wellicht tijd om dit ook te gaan doen en te kijken hoe het verleden op passende wijze onderdeel kan uitmaken van onze toekomst. Vernieuwing in de vorm van ander lesmateriaal of het kunnen voeren van discussies of gesprekken over dit onderwerp, zegt tenslotte niets over het respect of de interesse die er is voor het verhaal van de Holocaust. Net als dat dit eveneens geen vergetelheid hoeft te betekenen. Maak de jeugd juist bewust van deze verschillende inzichten en ontwikkeling van perspectieven en hoe deze zich verhouden tot hedendaagse gebeurtenissen. Nog steeds kan er geleerd worden van deze geschiedenis en onze omgang daarmee, zo is de Holocaust meer dan een tijdvak alleen. In een samenleving waarin beeld belangrijker is dan ooit en waarin de beleving van dingen voorop staat, kan gebruik van film, fotografie en het bezoeken van musea en monumenten van groot belang zijn voor de overdracht van deze geschiedenis. De rol van onderwijs hierin is cruciaal. Jongeren hebben daarin een helpende hand nodig die hen de wereld van het verleden in leidt, een docent die hen aan het denken zet maar er ook is voor lastige, onbeantwoorde vragen. Het vast blijven houden aan oude, veel gebruikte narratieven uit schoolboeken is dan ook misschien niet meer van deze tijd. Zolang de Nederlandse overheid zijn ogen niet sluit voor blinde vlekken uit het verleden en de jeugd niet onderschat, zullen nieuwe generaties evengoed niet de neus ophalen voor het verhaal van de Holocaust.
holocaust in het onderwijs / eefje van den akker
lava
18
Onderwijsonderzoek blijkt bovendien dat iets meer dan een derde van de docenten in het primair onderwijs en een derde van de docenten in het voortgezet onderwijs zich zwaarbelast voelen. Het lerarentekort in het primair onderwijs zou deels opgelost kunnen worden wanneer alle docenten die nu parttime werken, dat fulltime gaan doen. Maar zouden er dan niet veel meer docenten overbelast raken en uiteindelijk met een burn-out thuis belanden? Is fulltime werken onder deze omstandigheden wel wenselijk? Met de invoer van passend onderwijs zou er een einde moeten komen aan het automatische ‘labelen’ van leerlingen met een behoefte aan extra ondersteuning. Dit maakt het proces minder bureaucratisch, maar tegelijkertijd is het voor ouders hierdoor minder makkelijk om te weten wat ze van scholen kunnen verwachten. De grotere rol die ouders krijgen om samen met de school een ontwikkelingsperspectief voor hun kind vast te stellen, brengt ook het risico met zich mee dat ouders die minder mondig zijn, er niet in slagen om de vereiste ondersteuning voor hun kind te verwerven. Het was ooit de bedoeling dat ouders gemakkelijk voor een school zouden kiezen die bij hun kind past. De school zou zich moeten presenteren met een bepaald ondersteuningsprofiel, waardoor de extra ondersteuning per school inzichtelijk zou worden. Echter heeft niet elke school zo’n ondersteuningsprofiel op haar website vermeld staan. Sommige scholen zijn bang voor een aanzuigende werking, zo blijkt uit het evaluatierapport Passend Onderwijs (2019). Dat ouders soms niet weten waar ze hun kind met ondersteuningsbehoefte het beste kunnen plaatsen, is dus mede veroorzaakt door scholen die bang zijn dat er een te groot beroep op hun wordt gedaan.
Geslaagde opzet met kanttekeningen Volgens Feij kent de Wet Passend Onderwijs ook zeker haar voordelen. Voorheen werd het geld voor zorgleerlingen geoormerkt: dat betekende dat minder zware casussen geen geld kregen en die leerlingen het dus veel moeilijker hadden in het reguliere onderwijs. Nu kunnen de samenwerkingsverbanden van scholen het geld meer naar eigen inzicht besteden, maar het bedrag is echter veel lager dan voorheen. Dit heeft directe gevolgen: “Ik zie om mij heen heel veel ongezond hardwerkende mensen. Meer personeel zou werkdruk-verlagend kunnen werken.” Naar zijn mening zou het geld dat is wegbezuinigd zo snel mogelijk weer teruggegeven moeten worden aan de scholen/ samenwerkingsverbanden.
passend onderwijs / ischa walburg
“Ik zie om mij heen heel veel ongezond hardwerkende mensen.” De resultaten van de enquête van het AOB sluiten aan bij de conclusie van Feij. Er moeten maatregelen komen die de werkdruk verlagen. Docenten uit het voortgezet onderwijs leggen de nadruk op minder grote klassen en zowel uit het primair- als het voortgezet onderwijs klinken er geluiden om een maximum aantal zorgleerlingen per klas vast te stellen. Met het terugdraaien van bezuinigingen en het faciliteren van een lagere werkdruk, kan passend onderwijs alsnog een succes worden.
(advertentie)
LAVA zoekt (online) redacteuren
Heb jij een scherpe pen? Of wil je jouw pen aanscherpen? Dan is de Lava op zoek naar jou!
bij de lava, het ledenblad van de jonge socialisten, krijg je de kans om: Je te ontwikkelen als schrijver, columnist of journalist 19
Interessante mensen in politieke en maatschappij te interviewen Te schrijven en onderzoek te doen naar allerlei relevante (sociaaldemocratische) thema’s Je netwerk te vergroten Een leuke en flexibele bijdrage te leveren aan de JS Ieder jaar gaat er een prachtig gedrukte uitgave naar alle JS’ers en daarnaast verschijnen er het hele jaar door bijdragen op www.ditislava.nl
interesse? lava@js.nl advertentie van lava
lava
betrokkenheid op afstand schrijver: ischa walburg fotograaf: philip dubbeldam
20
Philip Dubbeldam is docent geschiedenis en levensbeschouwelijke vorming aan het Vlietland College in Leiden, waar hij voornamelijk les geeft aan onderbouwklassen mavo en havo. Philip geeft in tijden van de coronacrisis, net zoals alle andere docenten in het voortgezet onderwijs, zijn lessen online en op afstand. Hoe houd je contact met leerlingen op afstand? Hoe toets je hun prestaties en op welke manier ga je om met ongelijkheid tussen leerlingen? Het digitaal lesgeven op afstand vraagt natuurlijk om een compleet andere manier van werken. Hoe is het om nu lessen voor te bereiden?
De lessen die we maken moeten een dag van tevoren om vijf uur ‘klaarstaan’. Dat houdt in dat we instructies, een filmpje met uitleg of een opdracht uploaden op Google Classroom, zodat alle leerlingen dat kunnen gebruiken. Vervolgens zie ik de leerlingen elke les online bij ‘Google Meet’. Zo’n digitale les voor de volgende dag kan ik gemakkelijk tijdens een les in elkaar zetten: de leerlingen stellen immers ook minder vragen. Naast het ‘digitale’ lesgeven zorg ik ook dat de leerlingen genoeg in hun werkboek blijven werken. Anders zitten ze de hele dag achter hun computer; voor de schoolopdrachten
betrokkenheid op afstand / ischa walburg
én voor het gamen in hun vrije tijd. Om te zorgen dat de leerlingen nog een beetje bewegen, stuur ik ze video’s met bewegingsoefeningen voor achter de laptop. Baart het je zorgen dat je minder vragen krijgt van leerlingen?
Jazeker, er is een assertief groepje dat altijd wel vragen stelt, maar er zijn ook leerlingen die minder goed te bereiken zijn. Ik kan soms ook moeilijk controleren of leerlingen de lesstof echt goed hebben begrepen of niet. Daar kan je op afstand minder goed achter komen dan wanneer je de leerlingen echt in de klas hebt. Zijn er leerlingen die ook niet kunnen meekomen omdat het onderwijs nu op afstand gegeven wordt en niet op
lava
school? Jazeker, maar ik maak me niet alleen zorgen over de lessen en de vakinhoud, maar ook over de thuissituaties van leerlingen. Daar zie je een grote ongelijkheid: in het ene gezin zit een moeder met een kop thee aan de keukentafel om de leerling te helpen, in een ander gezin zit de leerling tussen schreeuwende broertjes en zusjes te werken. In mijn eigen mentorklas houd ik ook enquêtes, daaruit blijkt dat veel leerlingen in deze tijd toch een plek missen waar ze even niet thuis hoeven te zijn. Niet iedereen vindt het prettig om niet meer naar school te gaan. Zijn de digitale onderwijsmiddelen eigenlijk wel beschikbaar voor elke leerling?
Elke leerling kan een laptop krijgen via onze school, maar die moet dan wel aangevraagd worden. Dit is ook een punt waarop je de ongelijkheid tussen leerlingen ziet. Sommige leerlingen maken hun schoolwerk bijvoorbeeld op hun mobiele telefoon, omdat ze geen laptop hebben. Niet elke leerling heeft ouders die assertief genoeg zijn om een laptop via school aan te vragen.
toets thuis in een rustige ruimte maken. Bovendien hebben sommige leerlingen huiswerkbegeleiding of faalangsttraining nodig; dat ligt nu helemaal stil. Hoe kunnen jullie nu voor de leerlingen bepalen of ze over kunnen gaan of niet?
Dat is lastig. Er bestaat op dat vlak ook nog veel onzekerheid. We weten niet hoe de normeringen voor overgang naar het volgende jaar worden. Op onze school blijft een leerling eigenlijk nooit zitten, maar misschien worden we daar door deze situatie wel toe gedwongen. Het zou in ieder geval erg fijn zijn als ik de leerlingen in periode 4 minimaal één keer per week zou kunnen zien. Nu spreek ik in de mentorles twee leerlingen per les via een digitaal videogesprek, maar het is toch veel beter om de leerlingen weer in het echt te zien. 21
Is het mogelijk om de leerlingen op afstand te toetsen?
We toetsen nu vooral formatief, dan kijken we naar de opdrachten die de leerlingen hebben gemaakt en dan kunnen we beoordelen of zij de opdrachten goed hebben begrepen. We geven nog geen summatieve toetsen, dit zijn toetsen waarbij de leerlingen een cijfer halen dat meetelt voor de overgang. Dit komt omdat het is erg lastig om leerlingen op basis van hun thuis verrichtte werk te beoordelen, de verschillen tussen de omstandigheden waarin leerlingen moeten werken is gewoonweg te groot. Niet elke leerlingen kan de
ischa walburg / betrokkenheid op afstand
lava
“gelijke scholen bieden gelijke kansen” schrijver & fotograaf: bor de kock
22
Over hoe vroege schoolkeuze ongelijkheid in de hand werkt en hoe het in noorwegen anders geregeld is.
nederland vs. noorwegen / bor de kock
In het Noorse onderwijssysteem is het overgrote deel van het onderwijs hetzelfde voor alle leerlingen: de zogeheten fellesskole, oftewel de gezamenlijke school. Deze is verplicht voor alle Noorse kinderen van zes tot zestien jaar oud. Daarna volgt drie tot vier jaar videregående skole - geavanceerde school - dit is een verdere specialisatie in een zelfgekozen richting. Dat kan onder meer een studiecompetentie zijn voor toelating tot de universiteit of een competentie die na een combinatie van theorie en praktijk leidt tot een vergunning die bijvoorbeeld nodig is om elektricien te worden. Ook deze Noorse variant van de bovenbouw is wat betreft maatschappijleer en algemene vaardigheden vergelijkbaar voor iedereen. Een groot voordeel aan het Noorse systeem is dat het de maatschappelijke kloof vermindert. Want als je als Nederlander naar de havo of het vwo gaat, heb je vanaf je elfde geen praktisch opgeleide klasgenoten meer om je heen. In Noorwegen is dat minder het geval. Daarbij vormt het concept van de fellesskole een belangrijk deel van de sterke Noorse identiteit en gelijkheidsgedachte: iedereen krijgt ongeacht afkomst, familie- of thuissituatie dezelfde kans om zich te ontwikkelen. Pas wanneer de leerlingen volwassen genoeg zijn hoeven ze pas keuzes te maken. Dat is een concreet verschil met de situatie in Nederland, waar op je elfde of twaalfde deels bepaald wordt hoe de rest van je leven eruit ziet. Het schooladvies dat kinderen in groep 8 krijgen, bepaalt immers naar welke middelbare school ze kunnen. Dit legt voor een deel de basis voor wat zij later kunnen studeren en gaan doen. Van de schooladviezen is meermaals aangetoond dat deze niet objectief zijn. Er is op veel scholen een eindtoets, maar het advies van de docent telt net zo zwaar. Dat beperkt sociale mobiliteit. Leerlingen uit sterkere sociale milieus krijgen hogere schooladviezen, en leerlingen uit zwakkere milieus krijgen vaker een vmboof havo-advies. Zelfs als ze op de cito een vwo-score halen. Ouders die het systeem goed kennen en met de leraar over het advies in gesprek gaan, regelen soms een hoger advies. Om maar niet te spreken over moderne verschijnselen als ‘Cito training’, die alleen lijken weggelegd voor achtstegroepers met rijkere ouders. Natuurlijk, je kunt in theorie na je mbo nog stapelen naar het hbo of naar de universiteit, maar zo werkt het in de praktijk vaak niet. Zeker in het leenstelsel is dit vooral een mogelijkheid voor studenten met een grote hoeveelheid ouderkapitaal. Zonder hier te ver in de discussie over afschaffing van het leenstelsel te vervallen: in de praktijk is circa tien jaar lenen om een opleiding op passend niveau te kunnen volgen bijzonder krom en oneerlijk. Om dit op te lossen wás er een echte brugklas, maar die bestaat niet meer. Ook is het vreemd dat de niveaus in Nederland benaderd
lava
worden als een ranglijst van laag naar hoog: hoe “beter” je scoort, hoe “hoger” je mag. Zelfs nu de termen ‘hoogopgeleid’ en ‘laagopgeleid” terecht uit de mode raken, is het systeem nog zo ingericht. De eindtoets resulteert in een score, en hoe hoger de score, hoe meer mogelijkheden. Stoppen met de eindtoets zou een oplossing kunnen zijn. Zo wordt het schooladvies echter een volledig subjectieve aangelegenheid. Wat staat het verlaten van de leeftijd in de weg? Het voornaamste argument tegen het Noorse model is dat het tot latere leeftijd gelijk onderwijzen van leerlingen het niveau aantast. Dat is overigens iets waar ook hier in Noorwegen een lopende maatschappelijke discussie over is: krijgen kinderen met talent voor studeren wel een kans tot uitblinken wanneer ze lange tijd in de klas zitten met mensen die andere talenten of interesses hebben? De oplossing in het huidige systeem wordt gezocht in relatief kleine klassen en meer ruimte voor individuele (en extracurriculaire) projecten, maar dat vraagt vanzelfsprekend hogere investeringen in het onderwijs. Een tweede tegenargument is de vrijheid van onderwijs. In Noorwegen bestaan er - net als in Nederland - nietopenbare scholen volgens de Bijbel, de Steinerleer of het Montessorimodel. Het oprichten van zulke scholen is lastiger dan in Nederland. Ook worden worden deze onderwijsinstellingen niet in gelijke mate door de overheid gesteund. Aan de andere kant is er in het openbare schoolsysteem wél ruimte voor. Dit geldt bijvoorbeeld
voor middelbare scholen met een sterke muziek- of wetenschapscomponent, hierdoor oogt de persoonlijke ontwikkelingsvrijheid binnen het systeem groter. Toch hebben onderwijsmodellen een gigantische invloed op nationale cultuur en welvaart. Een bekend voorbeeld is Finland, in de decennia na de Tweede Wereldoorlog een van de armste landen in Europa. Het herstructureren van het onderwijsmodel naar een onderwijsmodel dat lijkt op de fellesskole, zorgde ervoor dat jongere generaties de kans kregen uit dat dal te klimmen. Momenteel staan de Finnen op de eerste plek op de World Happiness Index. Ook de PISAindex - die competenties en vaardigheden van vijftienjarigen wereldwijd meet - bevestigt dit beeld. Noorwegen, Zweden, Finland en Estland staan standaard tussen de hoogst scorende Europese landen. Wellicht is de belangrijkste reden dat we vasthouden aan ons huidige onderwijsmodel wel puur het vasthouden zelf. Het doorvoeren van grote veranderingen in een systeem waar iedereen mee opgegroeid is, is geen eenvoudige zaak: sinds de invoering van de huidige basisschool (1985) en de invoering van de Mammoetwet in de jaren zestig, is het Nederlandse schoolsysteem niet wezenlijk veranderd. Plannen om juist de invloed van sociale klasse op het onderwijs te veranderen waren er, maar haalden het nooit. Misschien illustratief: in diezelfde Mammoetwet van 1968 is ook de term ‘middelbare school’ afgeschaft — die heet al ruim vijftig jaar ‘het voortgezet onderwijs’. Zelfs als de wet verandert, verandert de praktijk niet altijd mee. Geen onderwijssysteem is perfect: toch zijn er zulke concrete en goed gedocumenteerde nadelen aan het huidige Nederlandse schoolkeuze model dat het veranderen hiervan geen vijf kabinetten meer zou moeten duren. Ironisch genoeg is dát een keuze die we niet vroeg genoeg kunnen maken.
bor de kock / nederland vs. noorwegen
23
lava
simon putman: “ons programma moet mensen hoop bieden” schrijver: jasper kars fotograaf: bo lemmens
JS’er Simon Putman is een van de leden van de programmacommissie voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Een rol waarin hij meeschrijft aan het verkiezingsprogramma van de PvdA. De LAVA sprak Simon over deze bijzondere taak. 24
Simon, allereerst gefeliciteerd met deze mooie en zware taak. Waarom heb je besloten om zitting te nemen in de programmacommissie?
“Dank je wel! Het is een hele eer, maar tegelijkertijd ook een hele verantwoordelijkheid om een actieve bijdrage te mogen leveren aan het verkiezingsprogramma in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Ik heb besloten om zitting te nemen in de programmacommissie omdat ik wat in te brengen heb op thema’s als armoedebestrijding, onderwijs en democratische vernieuwing. Daarnaast kan ik goed schrijven. Het is belangrijk dat commissieleden verschillende profielen hebben. Om erachter te komen wat er in de samenleving speelt, maar ook om verschillende gremia binnen de partij goed bij het proces te kunnen betrekken.
interview met simon putman / bo lemmens
lava
Dit keer halen we actief input op bij mensen binnen en buiten de partij, zodat we de kennis van leden, netwerken, werkgroepen, partners en maatschappelijke organisaties optimaal kunnen benutten. Daar ben ik heel enthousiast over. Het helpt dat ik veel mensen ken binnen de JS. Dat ik niet de enige jongere ben in de commissie en dit samen met Julian Bushoff mag doen, maakt het natuurlijk extra leuk.” Waar ga jij als programmacommissielid zoal op letten? Wat zijn voor jou belangrijke speerpunten?
“In het komende verkiezingsprogramma moeten we een herkenbaar sociaaldemocratisch geluid laten horen en duidelijke linkse keuzes maken op thema’s als zorg, onderwijs, arbeid, wonen en duurzaamheid. De publieke sector staat onder druk en mensen hebben het gevoel dat alles om hen heen in razend tempo verandert. Wij moeten laten zien dat het beter kan. Dat we bestaanszekerheid bieden. Dat we realistische en haalbare oplossingen hebben voor grote maatschappelijke vraagstukken. Dat we iedereen aan de onderkant van de samenleving meenemen in een sociale energietransitie. Als mensen hoop kunnen putten uit het programma en het gevoel hebben dat ze met de voorgestelde maatregelen grip op hun leven kunnen krijgen, dan zijn we een heel eind. Verder ga ik erop letten dat het een leesbaar stuk wordt. Soms moet je specifiek zijn en is beleidstaal onvermijdelijk, maar lang niet altijd. Als lezer moet je kunnen begrijpen wat er staat en de boodschap gemakkelijk tot je kunnen nemen.”
“Ik ga erop letten dat het een leesbaar stuk wordt.” Wat neem je als programmacommissielid mee uit je JS-tijd?
“De JS is een geweldige leerschool. In mijn tijd als landelijk bestuurslid politiek & scholing organiseerde ik veel scholingsactiviteiten en werkbezoeken. Zo leerden we tijdens de zesdelige stoomcursus sociaaldemocratie over de geschiedenis van de sociaaldemocratie en over beginselen als gelijkheid, vrijheid, solidariteit, verbondenheid en duurzaamheid. Dit geeft je een goed beeld van waar de sociaaldemocratische beweging voor staat. Daarnaast is de JS een plek waar je met gelijkgestemde leeftijdsgenoten discussieert over belangrijke maatschappelijke thema’s. Je doet nieuwe inzichten op en bedenkt samen concrete acties om de wereld beetje bij beetje mooier te maken. Ontzettend waardevolle bagage die ik meeneem bij het schrijven van het verkiezingsprogramma. Het enthousiasme van jonge leden is aanstekelijk. De JS laat zien dat actievoeren werkt en dat een lange adem hebben loont. Een mooi voorbeeld hiervan is het studentenreisproduct voor minderjarige mbo-studenten dat er mede door de JS na jarenlang actievoeren uiteindelijk toch kwam.” Wat vind je het meest inspirerende PvdA-verkiezingsprogramma uit de rijke partijgeschiedenis? En waarom juist dit verkiezingsprogramma?
het programma van de SDAP, een van de voorlopers van de PvdA, uit 1895. In dat programma lees je waartoe we op aard zijn, waarom de sociaaldemocratische beweging ooit in gang is gezet. Al gauw kom je erachter dat het programma nog altijd actueel is. Vandaag de dag zien we net als toen de keerzijden van het kapitalisme. De middenklasse staat onder druk, middelen komen steeds meer in handen van een beperkte groep mensen. Verder blijkt dat voor een aantal strijdpunten nog steeds moet worden gestreden. Hoewel zaken als kortere arbeidsdagen en een kortere werkweek zijn gerealiseerd, hebben de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de daarmee gepaard gaande opkomst van de platformeconomie ervoor gezorgd dat niet alle arbeiders verzekerd zijn tegen ziekte en ongelukken. Een minimumtarief voor zzp’ers is tot op heden nog niet ingevoerd en van gelijk loon voor gelijk werk is nog steeds geen sprake. Daar moet verandering in komen.” Tot slot, heb je nog adviezen voor JS’ers die overwegen te solliciteren voor een plek op de kandidatenlijst van de PvdA?
“Denk goed na over waarom je op de kandidatenlijst wilt en wat jouw bijdrage zou kunnen zijn. Zorg voor een verhaal en heb een duidelijke inhoudelijke motivatie. Het doel moet niet het bemachtigen van een zetel in de Tweede Kamer zijn, maar om met die zetel het leven van mensen beetje bij beetje mooier te maken. Laat je niet tegenhouden door partijgenoten die zeggen dat je te jong of te onervaren bent. Ook vanuit een lagere positie op de lijst krijg je de kans om in de campagne het jongerengeluid te laten horen en aan je verhaal te werken. Hoe tof is dat!”
“Het meest inspirerende verkiezingsprogramma vind ik
bo lemmens / interview met simon putman
25
j o s va n k e m e n a d e (1937-2020) minister van onderwijs (1973-1977 en 1981-1982)
26
fotografie: Rob Croes, Nationaal Archief / Fotocollectie Anefo, CC0
la va
Lava is een uitgave van de Jonge Socialisten in de PvdA (JS). dit blad is gedrukt in nderland op gerecycled papier, in een oplage van 2500 stuks. het wordt in composteerbaar melkfolie verstuurd aan leden en donateurs van de js. Liever de Lava digitaal ontvangen en zo wat papier besparen? Neem dan contact op met lava@js.nl.
Alle rechten voorbehouden [c] Jonge Socialisten in de PvdA, mei 2020