LAVA
magazine van de jonge socialisten in de pvda
onderwijs
1 lava足
voorwoord
inhoud artikelen 4 Van rendementsdenken naar kwaliteitsdenken
Onderwijs is een veelbesproken onderwerp. Zeker één keer per maand rapporteren de media over onderzoeksresultaten die een onderwijsvernieuwing teweeg zouden kunnen brengen en het onderwijs zouden kunnen verbeteren. Maar wat is beter, wat is goed onderwijs? In haar artikel betoogt Alieke van Dijk dat we, wanneer we het hebben over ‘goed’ onderwijs, ons meer zouden moeten richten op kwaliteit dan op rendement.
7 Sympathie en opgetrokken wenkbrauwen
Onderwijs als puzzel
Bezettersaanvoerder Jaap Oosterwijk blikt terug op de Maagdenhuisbezetting van begin 2015 en analyseert: wat was precies de aanklacht van de bezetters? Hoe zag de verhouding tussen de PvdA en de bezetting eruit? Ook geeft hij antwoord op een nog veel belangrijkere vraag: welke oplossingen biedt de sociaaldemocratie voor de problemen die de Maagdenhuisbezetters aan de kaak stelden.
Wereldverbeteraars van alle gezindten zijn het erover eens: onderwijs is de sleutel naar een betere wereld. De jeugd heeft immers de toekomst. Voor alle denkbare doelen – verdediging en behoud van de natuur, een discriminatievrije samenleving, een weerbare democratie en ga zo maar door– is het daarom van essentieel belang dat jonge mensen goed onderwezen worden. Maar wat maakt onderwijs ‘goed’? Wat hoort daar wel en niet bij? Waar moet goed onderwijs toe (op)leiden? En vooral ook: hoe geef je goed onderwijs? Natuurlijk zijn er op deze vragen talloze antwoorden denkbaar. Als sociaaldemocraten hebben we in ieder geval een aantal kernwaarden als het gaat om onderwijs. Goed onderwijs moet volgens het rode PvdA-beginselboekje uit 2005 (niet te verwarren met Mao Zedong’s rode citatenboekje uit 1964) emancipatie, integratie en burgerschap bevorderen. Je zou kunnen zeggen dat die drie doelstellingen onder de noemer van één en hetzelfde , klassieke linkse ideaal vallen: het wat ouderwets klinkende ‘verheffing’. De Maagdenhuisbezetting van begin dit jaar was een uiting van onvrede over iets dat ook onderwijzers van buiten het hoger onderwijs ervoeren: het beperken van onderwijs tot toetsen en toetsresultaten, tot doorstroompercentages en rendement, komt het onderwijs zelf niet ten goede. Ook binnen de PvdA keerden velen zich tegen het doorgeschoten ‘rendementsdenken’. Tegelijkertijd blijkt uit recent onderzoek dat bij overgang naar het voortgezet onderwijs milieukenmerken een grotere rol spelen bij scholen waar de Cito-eindtoets –een uitwas van het rendementsdenken – niet wordt afgenomen dan bij scholen waar dat wel gebeurd. In andere woorden: wanneer de toets niet wordt afgenomen, spelen culturele bagage en de wens van ouders duidelijk zwaarder dan feitelijke prestaties van leerlingen. Niet te verkroppen voor iedereen die verheffing hoog in het vaandel heeft staan. Het moge duidelijk zijn: onderwijs is een ingewikkelde puzzel, ook voor onze beweging. Juist daarom is het goed dat er tijdens het najaarscongres uitgebreid aandacht aan het onderwerp is besteed en er stevig is gediscussieerd. Door in te gaan op enkele van de vragen die ik in het begin van dit voorwoord opsomde, vormt ook deze LAVA een bijdrage aan die discussie.
12 “Ons onderwijs kan echt een stuk beter!”
Guus Christiaans ging in gesprek met Paul Rosenmöller, voormalig GroenLinks-leider en huidig voorzitter van de VO-raad, een organisatie die de belangen van scholen in het voortgezet onderwijs behartigt. Rosenmöller vertelt over het ‘maatwerkdiploma’, een idee dat scholieren in staat moet stellen vakken op verschillende schoolniveaus te volgen, en beschrijft hoe beter onderwijs er wat hem betreft uit zou zien. Én hij deelt -na wat aandringen- zijn mening over Jesse Klaver, zijn derde opvolger bij GroenLinks.
16 De nieuwe Hollandse Meesters
Opeenvolgende Nederlandse regeringen hebben zich sterk gefocust op het creëren en versterken van de Nederlandse kenniseconomie. Die focus op kennis is ten koste gegaan van de aandacht voor (het belang van) de Nederlandse maakeconomie. Als gevolg daarvan is ook de waardering voor MBO’ers sterk gedaald, met alle negatieve gevolgen van dien. Alleen met meer waardering voor ‘maak’ en het MBO, stelt Lawrence Cheuk, kunnen we teruggaan naar een samenleving met waardering voor ieders werk, van metselaar tot chirurg.
rubrieken 3 agenda 10 ons nieuwste lid 19 uit de bestuurskamer 19 colofon
Casper Gelderblom, hoofdredacteur 2 lava
De parel van het zuiden kleurt rood Tekst: Jintro Pauly Beeld: Rosa Kindt
Op 21 en 22 November vond het najaarscongres van de Jonge Socialisten plaats in Maastricht, de parel van het zuiden. Het is natuurlijk prachtig om een congres in ‘jouw’ afdeling te hebben, zeker als je ook nog bestuurslid van die afdeling bent. Na de voorpret van de JS kroegentocht op vrijdagavond begonnen we zaterdag echt met het congres. We werden verblijd met speeches van de kersverse burgemeester van Maastricht Annemarie Penn-te Strake en Maastrichts Eerste Kamerlid en onderwijsbestuurder André Postema, die een inspirerend betoog over onderwijs hield. Ook werd er volop gediscussieerd over de onderwijsresolutie en het PvdA-verkiezingsprogramma in de verscheidene themagroepen. De eerste congresdag werd traditiegetrouw afgesloten met een belachelijk mooi congresfeest in Café Defilé op de Markt, dat uiteraard weer schandalig lang doorging. De volgende dag stonden er weer allerlei mooie dingen op het programma: Een bevlogen betoog van Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing voor meer waardering voor het (V)MBO, workshops van Kamerlid Mohammed Mohandis en Tim van Lieshout en een stadswandeling met ‘onze’ Lianne. Ook werden de amendementen van de themagroepen en afdelingen plenair behandeld. Ondanks de grote omvang van het aantal amendementen werden dit geen hamerstukken en vond er een levendige plenaire discussie plaats. Uiteindelijk werd de onderwijsresolutie aangenomen. Het is een resolutie geworden waarin wij als Jonge Socialisten een lans breken voor de intrinsieke waarde van onderwijs, in plaats van alleen naar het economisch rendement ervan te kijken. Want onderwijs is voor ons meer dan alleen een voorbereiding op de arbeidsmarkt, het is ook een belangrijke factor in de persoonlijke ontwikkeling van mensen die hen helpt hun plaats in de maatschappij te vinden. Al met al is de resolutie een mooie vertaling van onze sociaaldemocratische waarden naar de praktijk van het onderwijs. Als voorzitter van de organiserende afdeling kijk ik zeer tevreden terug op een prachtig najaarscongres. Zelf tijdens het typen van dit stukje zit ik nog na te genieten. Kameraden, namens de JS Limburg, hartelijk bedankt voor een prachtig weekend. Veer zien eus in Amsterdam!
3 lava
Agenda Ook in 2016 staan er weer veel activiteiten op de JS-planning! Een greep uit de agenda: 15 januari: JS-nieuwjaarsborrel in Den Haag 27 januari: Politiek Café in Enschede 4 februari: Meeloopdag in de Tweede Kamer 13 februari: PvdA-congres in Amersfoort Meer weten? Houd www.js.nl in de gaten voor updates over deze en andere activiteiten, of neem contact op met de redactie.
Van rendementsdenken naar kwaliteitsdenken Tekst: Alieke van Dijk Illustratie: RenĂŠe van den Kerkhof
4 lava
Kwaliteit in het onderwijs Zeker één keer per maand rapporteren de media over onderzoeksresultaten die een mogelijke vernieuwing in het onderwijs teweeg kunnen brengen. Niet zo lang geleden werd een onderzoek aangehaald waaruit werd geconcludeerd dat kinderen moeten bewegen tijdens het leren, want dit verhoogt het leerrendement. Als je de media moet geloven, zouden dergelijke vernieuwingen liever gisteren dan vandaag ingevoerd worden. Want wie is er nou tegen een ‘evidence-based’ onderwijsvernieuwing? Een belangrijke vraag die we onszelf moeten stellen, is: wat verstaan we onder goed onderwijs? Wanneer kunnen we eigenlijk echt wat zeggen over de kwaliteit van onderwijs? En, vooral, wat is de rol van de leerkracht in het creëren van goed onderwijs? Rendementsdenken In het Nederlandse basisonderwijs wordt de kwaliteit van scholen voornamelijk bepaald door de cognitieve prestaties van de leerlingen op die school. Op steeds jongere leeftijd worden leerlingen getoetst met gestandaardiseerde toetsen. Aan de hand van het CITO leerlingvolgsysteem worden de cognitieve prestaties van de individuele leerling nauwkeurig getoetst en gemonitord. De discussies die hierover ontstaan belichten verschillende kanten van het spectrum. De manier waarop zij kwaliteit van onderwijs operationaliseren is verschillend. Aan de ene kant stellen voorstanders dat hoogopgeleiden meer kansen en mogelijkheden zullen hebben in de huidige en toekomstige maatschappij. Voor zover het mogelijk is, moeten cognitieve talenten van leerlingen daarom worden aangesproken en worden ontwikkeld. Kwaliteit van onderwijs staat in deze visie vrijwel gelijk aan de cognitieve prestaties van leerlingen. Onderwijs moet worden vormgegeven vanuit het idee van effectieve productie. We moeten ons nu alleen afvragen wat de rol van de leerkracht is in het huidige rendementsklimaat? Leraren werken binnen protocollen die het rendement veilig moeten stellen: risicovrij en voorspelbaar. Je zou kunnen stellen dat dit ten koste gaat van de vrijheid die leraren hebben om het onderwijs naar eigen inzicht in te richten. Aan de andere kant zijn er de tegenstanders die zich afvragen of er wel zoveel waarde gehecht moet worden aan gestandaardiseerde metingen? Want, in hoeverre schetsen metingen met gestandaardiseerde toetsen een correct en compleet beeld van de capaciteiten van een leerling? Gert Biesta stelt in zijn boek Het prachtige risico van onderwijs dat goed onderwijs niet alleen over ‘leren’ zou moeten gaan maar juist over ‘onderwijzen’. Leerlingen moeten niet worden gezien als objecten die moeten worden getraind, maar als handelende en verantwoordelijke subjecten. In deze visie wordt kwaliteit van onderwijs niet enkel gezien als de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden, maar wordt de ontwikkeling van sociaal(-emotionele) vaardigheden op gelijke waarde geschat. De rol die de leerkracht speelt in de ontwikkeling van deze vaardigheden bij zijn leerlingen moet niet worden onderschat.
de cognitieve prestaties van leerlingen. Scholen, universiteiten en leerkrachten worden afgerekend op het tempo waarmee ze hun leerlingen tot een cognitief meetbaar resultaat brengen. Sterker nog, zij worden berispt als de resultaten tegenvallen. Hierbij kunnen en moeten we ons afvragen of dit de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt. In de huidige samenleving wordt de kwaliteit van onderwijs gelijkgeschaard aan de meetbare cognitieve resultaten van leerlingen. Sociaal(-emotionele) vaardigheden en leerprocessen worden niet relevant geacht in het huidige rendementsdenken. Maar, ben je inderdaad goed opgeleid wanneer het onderwijs dat je genoten hebt niet voorbereid op sociale en emotionele rollen in de samenleving? Kunnen we dan wel spreken van goed onderwijs? (Hoog)begaafde leerlingen In het basisonderwijs worden ook de prestaties van de (hoog)begaafde leerlingen meer en meer onder de loep genomen. Steeds vaker wordt er kritisch gekeken naar het onderwijs dat wordt aangeboden aan deze leerlingen. Huidig staatssecretaris Dekker heeft deze discussie op scherp gesteld met rapporten en brieven aan de kamer die stellen dat (top)talent te weinig kans krijgt zich te ontwikkelen in het huidige onderwijsklimaat op de basisschool. In deze communicatie wordt ook veelal de vergelijking getrokken met de prestaties van (hoog)begaafde leerlingen in andere (Westerse) landen.
Gesteld wordt dat (hoog)begaafde kinderen een hoger cognitief niveau moeten kunnen halen. Dat ze beter in staat moeten zijn of moeten worden gebracht om hun talent te ontwikkelen. Beter dan dat ze nu doen. Als het gaat om talenten ontwikkelen kun je natuurlijk aan vele facetten denken. Howard Gardner’s Theory of Multiple Intelligence stelt zelfs dat kinderen op verschillende, individuele facetten hoogbegaafd kunnen zijn. Een kind dat heel goed piano kan spelen, is volgens deze theorie ‘hoogbegaafd’: een hoogbegaafde muzikant om wel te verstaan. Natuurlijk zijn academici verdeeld over de juistheid van deze theorie. Desalniettemin moet het ons aan het denVooralsnog wordt het beleid rondom onderwijs, en dus ken zetten. Wanneer Dekker het heeft over het ontwikook het basisonderwijs, geschreven vanuit een neolibe- kelen van talent, spreekt hij wederom voornamelijk over raal perspectief met als uitgangspunt het verhogen van cognitieve prestaties. 5 lava
Deze focus op cognitieve prestaties zorgt voor een trend van exclusie in de basisschoolklassen. Leerkrachten krijgen de opdracht hun lespraktijk zo in te richten dat de leerlingen in de klas een zeker minimum moeten laten zien in hun cognitieve prestaties. Het behalen van leerdoelen staat voorop. Het gestandaardiseerd en individueel toetsen van leerlingen heeft consequenties voor de inrichting van de lespraktijk.
ook in onderzoeksland, aan hoe de 21st century skills te onderwijzen. Een van de belangrijkste pijlers binnen dit onderzoek is de sociale inclusie van de (hoog)begaafde leerlingen in de klas. Door leerlingen met verschillende demografische kenmerken en competentieniveaus met elkaar te laten samenwerken, kunnen leerlingen zich voorbereiden op hun latere rol in de maatschappij. Leerlingen moeten leren hoe zich te verplaatsen in een ander, ook al spreken zij niet direct dezelfde taal. Als leerlingen zich leren verplaatsen in een ander, ontwikkelen zij zowel hun cognitieve vaardigheden als hun sociaal(-emotionele) vaardigheden. Zij leren zich te bewegen in de maatschappij van de toekomst.
De gemiddelde leerling staat centraal in de gestandaardiseerde toetsingsformat. De meeste lesmethodes richten zich op het onderwijzen van deze gemiddelde leerling. Leerlingen die voorlopen of achterlopen op de gemiddelde leerling, zouden additionele aandacht en taken moeten krijgen om op een goede manier uitgedaagd te worden (differentiatie). Doordat de leerkracht wordt afgerekend op tegenvallende cognitieve resultaten, zullen zij hun Kwaliteitsdenken tijd een aandacht noodgedwongen moeten richten op de leerling die achterloopt op de rest. Aangezien we zo naarstig op zoek blijven naar vernieuwingen in het onderwijs, zou het goed kunnen zijn om Manieren om te differentiĂŤren voor de (hoog)begaafde te beginnen bij het bepalen van kwaliteit van onderwijs. leerling zijn er genoeg, maar wederom vooral gericht op Moeten we blijven vasthouden aan het alleenspel van de cognitieve ontwikkeling. Voor alle schoolvakken zijn cognitieve prestatiemetingen in het onderwijs, of slaan er methodes beschikbaar die het mogelijk maken om te we zo de plank mis? Om een goed beeld te krijgen van de schrappen in de oefenstof en herhalingsstof (compacten) competenties van een leerling, zeker gezien de vaardigwaardoor meer tijd vrijkomt voor verdiepende opdrach- heden waarvan zij naar alle waarschijnlijkheid kunnen ten (verrijken). Deze manier van differentiĂŤren moet er- profiteren in hun werkende leven, moet naast de cognivoor zorgen dat leerlingen gemotiveerd raken om meer tieve ook de sociaal(-emotionele) vaardigheden worden te willen en kunnen leren. Maar deze methodes houden getoetst. Hoe? Misschien kunnen we om te beginnen de vrijwel allemaal in dat de leerlingen individueel, buiten leerkracht wat meer vertrouwen geven in hun compede groep aan het werk worden gezet. Plusklassen, waarin tenties om leerlingen zich te laten ontwikkelen. Geef de goed presterende en (hoog)begaafde leerlingen passende, leerkracht iets meer vrijheid, ruimte en tijd om de sociale additionele opdrachten krijgen aangeboden, zorgen er- context in hun klas te benutten. Vertrouw op hun compevoor dat leerlingen niet altijd individueel aan de slag hoe- tenties om ook de cognitieve ontwikkeling van kinderen ven. Echter, (hoog)begaafde leerlingen missen nog altijd aan te spreken. â—„ grote delen van de reguliere les wanneer zij in de plusklassen worden opgevangen. Deze leerlingen zijn zo steeds minder onderdeel van de klas, en krijgen zo niet de kans om te leren van en met hun leeftijdsgenoten. En dat terwijl kinderen zoveel kunnen leren van en met elkaar, en juist de ontwikkeling van de sociaal(-emotionele) vaardigheden gebaat is bij samenwerking tussen klasgenoten met allerlei verschillende competenties. 21st Century skills De laatste tijd wordt er meer aandacht geschonken aan het belang van het ontwikkelen van sociaal(-emotionele) vaardigheden tijdens de basisschooltijd. We leiden leerlingen op voor de beroepen van de toekomst: 21st Century Skills (ofwel: 21e eeuwse vaardigheden). Er vanuit gaande dat 80% van de beroepen waar we leerlingen nu voor opleiden nog niet bestaan, moeten leerlingen getraind worden in het flexibel opereren in verschillende contexten. Zodoende moeten leerlingen onder meer kritisch leren reflecteren op zichzelf en anderen, en moeten zij kunnen samenwerken in verschillende situaties. Met het oog op de toekomst lijkt het niet meer dan logisch om onszelf af te vragen hoe kwalitatief onderwijs geoperationaliseerd moet worden. Passen de cognitieve competenties waar we nu zo hard naar streven wel bij de cognitieve vereisten voor de toekomstige generaties? Enkel denken in cognitieve prestaties kan in de weg staan van de sociaal(-emotionele) ontwikkeling van kinderen. Vandaar dat steeds meer aandacht wordt geschonken, 6 lava
Sympathie en opgetrokken wenkbrauwen
De complexe relatie tussen de Maagdenhuisbezetters en de PvdA Tekst: Jaap Oosterwijk Beeld: Maria van der Heyden
7 lava足
Het Spui was bevangen door een revolutionaire spontaniteit. Een paar honderd studenten, academici en sympathisanten stonden te wachten, af en toe te joelen. De woorden van de laatste speech waren weggestorven. Het was al donker, en het de massa bewoog zich naar de deur van het bestuurdersbastion van de UvA: het Maagdenhuis. De deur ging open, en zo begon een van de langste studentenbezettingen ooit. Zes weken lang werd er in de grote hal van het bestuursgebouw gediscussieerd, geluisterd en gedemonstreerd. De bezetting werd symbool voor een strijd tegen bestuurders, tegen het ‘rendementsdenken’, voor een nieuwe ordening van de universiteit. De PvdA had een complexe relatie met de bezetting: aan de ene kant was er sympathie voor de eisen van studenten en docenten, aan de andere kant riepen de actiemethoden opgetrokken wenkbrauwen op. Meer dan een half jaar na de ontruiming van het bezette Maagdenhuis is het tijd om terug te kijken: waar keerden de studenten en academici zich precies tegen? Wat hadden de PvdA en de PvdA-bestuurders hier precies mee te maken? En welke antwoorden heeft de sociaal-democratie op de kritiek van de studenten? Het Maagdenhuis: aanklacht tegen het neoliberale hoger onderwijsbeleid De centrale aanklacht van de Maagdenhuisbezetters was gericht tegen het rendementsdenken. Een dubbelzinnige term, die kritiek wil uiten op het neoliberale marktdenken in de publieke sector, die in de termen van Ewald Engelen heeft geleid tot een financialisering van publieke instellingen. Waar vroeger het onderwijs of onderzoek bepaalde hoe het geld in een universiteit werd uitgegeven, is de afgelopen decennia het allereerst de bank geweest die eisen stelde aan de begroting. Toen in de jaren negentig universiteiten en hogescholen zelf eigenaar werden van de gebouwen waar ze in zaten, begon een investeringsboom. Elke bestuurder wilde nieuwe huisvesting, en klopte daarvoor aan bij de bank. Die bank wilde graag geld uitlenen, maar stelde daarvoor wel voorwaarden aan het financieel beleid. Onderwijsbestuurders zijn daardoor gedwongen eerst een sloot geld uit te geven aan het betalen van rente, het terugbetalen van hypotheken, en het betalen van vastgoedmanagers. Wat overblijft, gaat naar het primaire proces. Om dat model in stand te houden, is de publieke sector afhankelijk geworden van snel te vervangen arbeid. Omdat je inkomsten per jaar wisselen, en er strikte eisen van de banken zijn, moeten medewerkers snel en zonder al te veel problemen te ontslaan zijn. Vooral jonge medewerkers hebben hier last van. Ze worden aangenomen op contractjes van één jaar, in de “flexibele schil” van de organisatie. Of zoals Arne Brentjes, hoofd strategie van de UvA, het omschreef: “De UvA beschouwt haar mensen als haar werkelijke kapitaal. Maar kapitaal moet niet stilstaan. Gebruikmakend van de disciplinerende werking van geld heeft de UvA de afgelopen jaren het onderwijs en het onderzoek centraal gesteld en de budgettering strak verbonden aan de onderwijsvraag (…) Dat geeft beweging, met de daarbij horende interne onrust en ongerustheid. Bestuurlijk geeft het juist veel rust en voorspelbaarheid in het op koers houden van de instelling tegen minimale beleidskosten.” De bestaansonzekerheid van academici zonder vast contract wordt zo gepropageerd als essentieel middel om de taak van bestuurders zo gemakkelijk mogelijk te maken.
Ook op een andere manier is het bestuurders gemakkelijker gemaakt in de afgelopen twintig jaar. Na de eerste Maagdenhuisbezetting in 1969 introduceerde de overheid vergaande zeggenschap voor studenten en medewerkers. Waar tot die tijd alleen de hoogleraren het voor het zeggen hadden, hadden nadien ook vertegenwoordigers van studenten en medewerkers zitting in de faculteits- en universiteitsbesturen. Die zeggenschap verdween in dezelfde periode als waarin de banken hun intrede deden. Er kwam een zwak adviesrecht voor terug. Waar studenten en medewerkers voorheen stevige invloed hadden, en zeggenschap over nieuwbouwplannen en begrotingen, ontbrak het de werkvloer aan middelen om hun brede onvrede (ja, die was er al tegen grote risicovolle bouwplannen in de jaren ’90 en ’00) om te zetten in het effectief veranderen van de plannen. Kortom: de bestuurders hadden vrij spel om de marktmodellen en vastgoedmannetjes binnen te laten en een steeds grotere rol te laten spelen in de wereld van de universiteit. PvdA-bestuurders en het neoliberale beleid Het is ongemakkelijk om te constateren wie het beleid gemaakt hebben dat tot deze situatie heeft geleid: voornamelijk sociaal-democraten. Van ministers en staatssecretarissen als Job Cohen, Jo Ritzen, Ronald Plasterk en Jet Bussemaker, tot universiteitsbestuurders als Jankarel Gevers en jawel, de afgetreden UvA-collegevoorzitter Louise Gunning: allen hebben ze meegeholpen om dit neoliberale systeem te creëren of in stand te houden. Raymond Plant, een Britse sociaal-democraat en filosoof, kan hier een antwoord op geven. Hij stelt dat het neoliberalisme een (dialectische) reactie is op de sociaal-democratie: Plant stelt dat neoliberalisme het probleem van grote collectieve uitgaven gebaseerd op het vergroten van de staatsschuld op wil lossen door de publieke sector naar de markt te modelleren, in tegenstelling tot conservatief gedachtegoed dat de collectieve sector op zichzelf kleiner wil maken. Zo bood het neoliberale marktdenken de ultieme ontsnappingsroute voor de sociaal-democratische bestuurders: de staat richtte zich niet op het afschaffen van delen van de collectieve sector, maar op het interveniëren in het besturingsmodel van de collectieve sector. Deze grote, actieve staat was en is sociaal-democraten toevertrouwd. Samen kunnen we immers meer, en in de brede Paarse coalitie werd het marktdenken zo sluipenderwijs ook voor PvdA’ers een panacée voor de problemen van de publieke sector. Sociaal-democratische antwoorden Dat er iets moet gebeuren aan de organisatie van de publieke sector, is inmiddels duidelijk. Als je de PvdA-resolutie Van Waarde leest, zit het wel snor: “We bestrijden de dominantie van het efficiency-denken: als sociaal-democraten weten wij dat niet alles dat van waarde in geld is uit te drukken. Efficiëntie is niet het hoogste goed en ontkent veel wat van waarde is. (…) We kiezen voor iets minder rendement in ruil voor meer zekerheid. (…) Ook breken we de bestuurscultuur aan de top van semi-publieke instellingen open. Van bestuurders daar verwachten we dat ze ruimte laten voor gebruikers en medewerkers, dat ze de afstand tussen management en werkvloer verkleinen.” De sociaal-democratische idealen zijn omschreven, maar het komt er op aan ze in praktijk te brengen. Daarvoor is 8 lava
een actieve houding nodig, en PvdA-politici en -bestuurders die de neoliberale verlokking kunnen weerstaan. Zo stelde minister Bussemaker bijvoorbeeld in een interview met het magazine van de Erasmus Universiteit dat “als je instellingen echt snel om zeep wil helpen, moet je studenten een College van Bestuur laten kiezen”. Met zo’n attitude komen we er niet. Verandering begint met het serieus nemen van de medewerkers en studenten, in plaats van het primaat te laten aan zwevende bestuurders die weinig verantwoording hoeven af te leggen aan de politiek en de werkvloer. Daarnaast is een andere ingreep nodig. De financialisering van de publieke sector hangt samen met de organisatie van het vastgoed. We moeten erkennen dat het beter is om inhoud en eigendom van vastgoedontwikkeling van elkaar te scheiden, zodat tegenvallers van bouwprojecten en financiële constructies niet ten laste komen van onderwijs en onderzoek. Dat vereist het loslaten van marktprincipes en een andere rol van de overheid. De PvdA die nog steeds bang is om de neoliberale stokpaardjes van hun eigen bestuurders af te rekenen, heeft nog niet erkend wat écht van waarde is. Mislukt die verandering, dan zal de Maagdenhuisbezetting van dit jaar binnenkort misschien niet meer de langste zijn. ◄
9 lava
Ons nieuwste lid…
Nadir Baali! Tekst: Mikal Tseggai Beeld: Maria van der Heyden
Wat was het moment dat je besloot lid te worden? “Ik woon zelf in Steenbergen, dat was de laatste tijd negatief in het nieuws vanwege weerstand op een geplande vluchtelingenopvang. Ik wil graag mijn steentje bijdragen in mijn gemeente en mee kunnen debatteren over zaken die in mijn buurt leven.” Waarom de JS en niet een andere PJO? “In mijn gemeente zijn maar zeven partijen actief en de PvdA/JS sprak mij het meeste aan. Vooral in de basisprincipes van sociaaldemocratie zoals solidariteit en opkomen voor anderen kan ik mij erg vinden.” (Hoe) wil je actief worden binnen de vereniging? “Ik weet het nog niet zo goed, maar ik wil vooral actief worden voor de PvdA-afdeling in mijn gemeente door ledenvergaderingen en inhoudelijke bijeenkomsten bij te wonen. Ik ben nu vooral aan het kennismaken met de partij en aan het rondkijken wat ik allemaal kan doen.”
ben dus positiever dan gemiddeld, maar ik snap dat men niet lyrisch is over dit kabinet. Het is niet de optimale combinatie, want beide partijen moeten veel water bij de wijn doen.” Als je een dag aan het roer van Nederland mocht staan, wat zou je dan veranderen? “In een dag kan je niet veel gedaan krijgen, maar ik zou wel een statement willen maken om ervoor te zorgen dat mensen in Nederland positiever tegen de politiek aan te kijken. Er is weinig vertrouwen in de politiek. Politici hebben een zware baan en daar mag meer waardering voor komen. Je maakt mij niet wijs dat iemand uit puur eigenbelang zo’n zware taak op zich neemt.”
Hoe kijk je aan tegen het huidige kabinet met de VVD en de PvdA? “Ik vind het erg dapper dat de twee partijen de samenwerking zijn aangegaan, er zijn namelijk grote verschillen die ze daarvoor hebben moeten overbruggen. Het is dan ook erg knap dat het kabinet elke keer tot besluitvorming weet te komen. Ik
10 lava
11 lava足
“Ons onderwijs kan echt een stuk beter!” Tekst: Guus Christiaans Beeld: Maria van der Heyden
12 lava
Op de kop af twee jaar is voormalig GroenLinks-leider Paul Rosenmöller voorzitter van de VO-raad, een organisatie die de belangen van scholen in het voortgezet onderwijs behartigt. Een mooi moment om de balans op te maken. Een gesprek over talentontwikkeling, de staat van het onderwijs, nevenfuncties en de politiek. “Ons onderwijs kan echt een stuk beter.” Bij binnenkomst op zijn kantoor verontschuldigt Rosenmöller zich. “Ik krijg net een telefoontje van een partijgenoot van jullie, die moet ik opnemen. Sorry.” Terwijl wij, de fotografe en ik, zijn werkkamer binnenstappen loopt hij met de telefoon aan zijn oor de kamer uit. Vijf minuten later komt hij terug en kan het interview beginnen. In die tussentijd wachten wij in zijn kantoor dat uitzicht heeft op station Utrecht Overvecht. Ook uit zijn werkkamer is op te maken dat hij een volle agenda heeft en weinig op kantoor is, zoals hij later in het interview ook zal zeggen. Een klok die bedoeld is voor aan de muur, balanceert op de vensterbank. Rosenmöller heeft duidelijk andere prioriteiten. Voorzitter
moet goed kijken naar de kanttekeningen, maar wij vonden de kritiek erg eenzijdig. Ik was echt verbaasd over het feit dat de Onderwijsraad het zo wegzet.” De Onderwijsraad is bang dat leerlingen er eerder de brui aan geven als ze weten dat ze hun diploma ook kunnen halen met lastige vakken op een lager niveau. Daarbij zou een diploma met bijvoorbeeld vier havo-vakken en drie vmbo-vakken moeilijk te wegen zijn. Rosenmöller denkt dat veel meer leerlingen vakken op een hoger niveau zullen doen, dan op een lager niveau. Dat ziet hij ook op de scholen die al onderwijs op verschillende niveaus aanbieden. “Het moet geen premie op talent verspillen zijn, het moet juist een premie zijn op talentontwikkeling en talentbenutting. Bovendien moet je niet de illusie hebben dat achter een diploma van een bepaald niveau allemaal dezelfde leerlingen zitten. Dat is niet zo.” Het kan beter Het onderwijs in Nederland is goed als je het vergelijkt met omliggende landen, maar Rosenmöller denkt ook dat het echt een stuk beter kan. Onderwijsniveaus zouden beter op elkaar moeten worden afgestemd - de overstap van de basisschool, het voortgezet onderwijs naar het hoger onderwijs - en er zou nog meer aandacht mogen komen voor talentontwikkeling. Op de vraag wat hij vindt van de eerste berekeningen van het CPB waaruit blijkt dat er ruim 10.000 minder studenten zouden doorstromen naar het HBO en WO nu de basisbeurs is afgeschaft, reageert hij afhoudend. “Daar kan ik eigenlijk nog niet zoveel over zeggen, maar ik ben benieuwd of deze onderzoeken nu bewaarheid worden. Ik denk dat we daarop moeten wachten.”
“Geen twee dagen zijn hetzelfde,” antwoordt hij op de vraag hoe een werkdag van hem als voorzitter van de VOraad er uitziet. “De dagen zijn vol. Het is veel vergaderen en ik ben veel op scholen te vinden. Dat laatste vind ik belangrijk omdat ik geen onderwijs achtergrond heb.” Rosenmöller heeft zich als havenwerker opgewerkt tot vakbondsbestuurder en trad in 1989 toe tot de Tweede Kamer voor GroenLinks. In 1994 werd hij fractievoorzitter van die partij tot hij in 2002 werd opgevolgd door Femke Halsema. Na zijn politieke carrière is hij programmamaker geworden voor de IKON en bekleedt hij tot op de dag van vandaag verschillende functies. Sinds Het onderwijs heeft er recent een uitdaging bijgekrenovember 2013 is hij voorzitter van de VO-raad. gen: onderwijs voor de vele vluchtelingenkinderen. Ook De VO-raad is een brancheorganisatie waar vrijwel alle kinderen van vluchtelingen hebben volgens het Kinderscholen van het voortgezet onderwijs bij zijn aangeslo- rechtenverdrag van de Verenigde Naties recht op onderten en heeft als doel de onderwijskwaliteit in stand te wijs in Nederland. Door de grote toename van vluchtehouden en te verbeteren. Wat heeft de VO-raad bereikt lingen ontstaan er echter problemen rond het aanbieden in de twee jaar dat Rosenmöller voorzitter is? “Er is van onderwijs aan deze kinderen. “Vluchtelingenkinmeer aandacht voor talentontwikkeling van leerlingen. deren hebben na drie dagen recht op onderwijs, maar Die beweging hebben wij een zet in de rug gegeven. We dan moet je natuurlijk wel zorgen dat ze min of meer een denken na over hoe we het systeem flexibeler kunnen vaste verblijfplaats hebben,” vertelt Rosenmöller. “Wat maken. Meer de structuur aan te passen aan de leerling, we nu zien is dat nogal wat vluchtelingengezinnen met de talenten van de leerling. Nu is het toch zo dat leerlin- kinderen van de ene naar de andere plek verhuizen. Er gen door een structuur worden geduwd. Een keer in het zijn misschien bestuurlijke redenen voor, maar dat zou vmbo, altijd in het vmbo. Dat geldt natuurlijk ook voor je anders georganiseerd willen hebben. Uiteindelijk wil havo en vwo. Ik denk dat veel mensen iets herkennen in je die kinderen onderwijs geven. Ik moet zeggen dat ik zeer veel waardering heb voor de scholen hoe ze daar de het idee van het diploma op maat.” deuren open zetten. Ze willen het echt goed regelen.” Maatwerkdiploma Een ander vraagstuk dat veel mensen in het onderwijs Het diploma op maat, ook wel het ‘maatwerkdiploma’ bezig houdt, helemaal na de aanslagen in Parijs van genoemd is het paradepaartje van de VO-raad. De Twee- 13 november, is wat de rol van het onderwijs is met bede Kamer reageerde positief op het plan om leerlingen trekking tot radicalisering van jongeren. In De Wereld op verschillende niveaus vakken te laten volgen. Maar Draait Door noemde schrijver Adriaan van Dis ondernu onlangs de Onderwijsraad aan staatsecretaris Dek- wijs als de oplossing voor het terroristenprobleem. ker (VVD) heeft geadviseerd om middelbare scholieren Rosenmöller stelt dat ze in het onderwijs intensief met niet één of meerdere vakken op een lager niveau eind- elkaar in gesprek moeten. “De wind van de samenleving examen te laten doen, lijkt het maatwerkdiploma van de waait natuurlijk ook de school in. Van terroristische baan. Rosenmöller zegt er een slag genuanceerder tegen dreiging, radicalisering tot antisemitisme. Je ziet hele aan te kijken. “Ik denk nog steeds dat het een goed idee goede voorbeelden van hoe docenten en schoolleiders is. Maar je hebt gelijk, de Onderwijsraad is kritisch. Je daar direct op inspringen. Het is belangrijk goede erva13 lava
ringen te delen en van elkaar te leren. Daar kunnen wij als VO-raad ook een rol in spelen. Scholen zijn er nogal eens op gericht het wiel zelf uit te vinden, terwijl ze natuurlijk dezelfde problemen hebben. Het is een zoekproces met elkaar.” Na de politiek Nadat Rosenmöller in 2003 de politiek heeft verlaten vervult hij verschillende (maatschappelijke) functies bij commissies en andere organisaties. Vandaag de dag is hij naast voorzitter van de VO-raad onder meer commissaris bij de NS en voorzitter van de Raad van Toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Voor belangenverstrengeling moet je waakzaam zijn, merkt hij op. “Je moet geen dingen doen die je aan een andere tafel in de problemen kunnen brengen. En dat wat je doet moet je goed doen. Als je denkt dat je het niet goed kan doen, dan moet je het niet doen. Dus ik zeg ook heel vaak nee. Tegelijkertijd zou ik mensen zeer willen aanraden om al dan niet vrijwilligerswerk of iets ernaast te doen. Zelf heb ik veel geleerd om tien jaar bestuurlijk actief te zijn bij het Rode Kruis. Iets van een soort verbreding vind ik altijd wel nuttig, ook voor je hoofdfunctie.” Sinds Rosenmöller niet meer actief is in de politiek laat hij zich niet meer expliciet uit over de ontwikkelingen binnen GroenLinks. Dat vertelt hij als Jesse Klaver ter sprake komt, de jonge fractievoorzitter van GroenLinks. Een bewuste keuze, om twee redenen. “Omdat ik vind dat je de verschillende rollen die je hebt niet met elkaar moet vermengen. En twee, je moet ook je opvolger niet voor de voeten lopen. Laat ik dit over Klaver zeggen. Het is natuurlijk heel spannend, zo’n jonge gast als fractievoorzitter. Ik denk dat je in alle objectiviteit kan vaststellen dat die jongen talent heeft. Maar hij is ook jong en als je met enige regelmaat over jezelf leest dat je talent hebt, dan moet je met beide benen op de grond blijven staan. Hij moet ook nog veel leren, zoals wij allemaal gedurende ons leven nog veel kunnen en moeten leren.” Dan gaat de deur van het kantoor open. Het is Rosenmöllers secretaresse met de mededeling dat het tijd is voor zijn volgende afspraak. Als laatste zou ik graag nog van hem willen weten met het oog op de belangen van jongeren wat hij vindt van het aantal twintigers dat in de Tweede Kamer zit. Dat zijn er maar twee, waarvan Jesse Klaver er één is. “Ik ben er erg vóór dat de volksvertegenwoordiging ook echt een volksvertegenwoordiging is. Dus dat je als partijen de verantwoordelijkheid hebt om de lijsten zo samen te stellen dat die een afspiegeling is van de samenleving. Dus ook leeftijd. Je moet jonge mensen hebben, ik denk dat het ook goed is voor mensen om wisseling te hebben in hun loopbanen. Dat verrijkt. Je kunt niet dertig of veertig jaar in de politiek zitten; dat kan wel, maar ik denk niet dat het heel verstandig is.” “Is twee twintigers te weinig?” Hij stelt zichzelf de vraag en twijfelt even. “Ja misschien wel. Twee is wel weinig hè.” ◄
14 lava
Paul Rosenmöller Geboren 11 mei 1956 te Den Helder Hoofdfuncties: 1978—1985: Stuwer Müller Thomsen 1985—1989: Bestuurslid Vervoersbond FNV 1989—2003: Lid Tweede Kamer 1994—2002: Fractievoorzitter GroenLinks 2003—heden: Programmamaker IKON 2013—heden: Voorzitter VO-raad 15 lava
De nieuwe Hollandse Meesters Tekst: Lawrence Cheuk Illustratie: Lotte Woerde
16 lava
Anno 2015 is Nederland een diensteneconomie. Als samenleving plukken we hier de vruchten van tijdens economische voorspoed, maar bijten we flink in een zure appel bij economische tegenspoed. De regering doet een schepje erboven op door, al sinds het jaar 2000, flink in te zetten op het versterken van de hoger opgeleide beroepsbevolking.
in de wereld. Hoogopgeleiden zijn in bijna alle gevallen meer gaan verdienen, waar midden- en laagopgeleiden een lagere stijging vertonen met als gevolg een groter loonongelijkheid. Bij ongewijzigd beleid zullen midden- en laagopgeleiden steeds meer loonongelijkheid ervaren –met de bekende negatieve gevolgen van dienen zal werkloosheid onder laagopgeleiden bovendien stijgen.
Hoewel het beleid op het hoger onderwijs in de afgelopen 15 jaar weleens wenkbrauwen heeft doen fronsen, staat een sterk hoog opgeleide beroepsbevolking steevast bovenaan de wensenlijst van menig politieke partij. Het staat immers garant voor economische groei, vooral met het aankomend gevaar van robotisering. Deze wensenlijstjes hebben geleid tot een toename aan omscholing tot hoog opgeleide werknemers.
Bij een HBO of WO diploma hoort aanzien en erkenning. Het is een bewijs voor een bepaald denk- en werkniveau, dat past bij de 21ste eeuw. Doordat Nederland een diensteneconomie is, ervaart iedereen ook dezelfde druk van de race naar boven. Daarnaast verschuift het arbeidsaanbod ook in het voordeel van de hoogopgeleiden. Dit zijn de neveneffecten van (het streven naar) een kenniseconomie. De kenniseconomie, zoals Zelf geloof ik niet dat robotisering zo’n vlucht zal ne- het kabinet van het jaar 2000 voor ogen had. De kennismen. Vooral op technisch moeilijke, verzorgende en economie zoals vele mensen zich nog steeds voor ogen creatieve beroepen zijn genoeg mogelijkheden voor hebben. een goede boterham. Robotisering zal voornamelijk routinematige taken overnemen zoals administratie. De waardering voor MBO’ers is in Nederland enorm Robotisering kan momenteel nog geen ambachtswerk laag. Er zijn geen directe onderzoeken naar de maatovernemen. Sterker nog: statistici vertellen ons dat de schappelijke waardering voor het MBO, maar signalen vraag naar door mensenhanden uitgevoerd ambachts- zoals een doorstroom van 45%, een stijgende uitstroom werk de komende decennia met 3% zal stijgen, terwijl van vakmensen en een groeiende loonongelijkheid lahet aanbod van vakmensen met 1% zal dalen. Volgens ten weinig aan de verbeelding over. In Duitsland en het Centrum voor Ambachtseconomie zal dit mede Zwitserland is de doorstroom van MBO’ers naar het hokomen door pensionering, maar ook doordat men, na ger onderwijs significant lager; daar worden MBO’ers namelijk gezien als de ‘ruggengraat’ van de economie. omscholing, uitstroomt naar andere sectoren. Nederlandse bedrijven in de zware industrie, bijvoorAmbacht bestaat uit twee niveaus, namelijk het lager beeld in het Rotterdamse havengebied, pleiten steeds segment van het VMBO of MBO 1 diploma, en het mid- vaker voor meer waardering voor vakmensen en het den segment van de HAVO of MBO 2-4 diploma’s. Bin- behoud van vakmensen gezien de stijgende tekorten. nen het middensegment zal men een groei ervaren, Maar ook het gebrek aan vertegenwoordiging van terwijl het lager segment juist een daling zal ervaren. MBO’ers in alle bestuurslagen bevordert de positie van Ondanks positieve signalen dat men een groei ver- en de waardering voor MBO’ers niet. wacht voor vakmensen, stroomt meer dan 45% van de Als oud MBO’er maak ik mezelf ook schuldig aan het afgestudeerde MBO’ers toch door naar het HBO. stapelen van diploma’s. Zelf vond ik geen solaas in de Dit betekent een verlies van gekwalificeerde vakmen- MBO-wereld, voornamelijk doordat mijn geldingssen, waar wij als samenleving hevig in hebben geïn- drang bleef opspelen. Deels komt mijn drang naar het vesteerd. Ook hier zijn de cijfers veelzeggend: terwijl HBO ook door gebrek aan waardering. Daarnaast zie 22.5% van de MBO’ers al in het eerste studiejaar afval- ik in mijn omgeving van oud- en huidige MBO’ers een len, vallen Havisten (13.3%) en VWO’ers (6%) een stuk stijgende lijn van doorstromers naar het HBO. Daarbij minder snel af. Ook onder recent (nl. na 2010) afgestu- spelen verschillende factoren een rol, zoals een (tijdedeerde MBO’ers zien we dat het percentage ‘uitstro- lijk) gebrek aan werkgelegenheid, maar óók een gebrek mers’ significant hoger ligt dan bij afgestudeerden van aan waardering voor hun werk vanuit de samenleving. Het feit dat MBO’ers officieel als ‘deelnemers’ worden andere opleidingsniveaus. aangesproken tekent het enorme gebrek aan waardeIk pleit zeker niet voor een algehele stop van de stroom ring en erkenning voor ambacht. afgestudeerde MBO’ers naar het HBO. Maar we moeten wel als samenleving durven kijken waar de knelpun- Sinds 2011 bestaat de Associate Degree (AD) als een tusten liggen: waarom verruilen zoveel MBO’s hun oplei- senstap voor MBO’ers. Ze kunnen kennis maken met ding of vakgebied voor een HBO-opleiding of baan? het HBO via een laagdrempelige studie en krijgen een Naar mijn idee liggen die knelpunten juist bij het ge- erkend diploma. Hoe positief dit ook lijkt, het illusbrek aan waardering voor vakmensen, onevenredig treert heel duidelijk dat MBO niet als volwaardig eindverschil in lonen en aan de continue race naar boven. station wordt gezien. Nationaal beleid en de samenleNaar een HBO of WO diploma, naar meer erkenning en ving zijn nog steeds ingericht op een hoog opgeleide beroepsbevolking. Het MBO is ontworpen om vakmenmeer financiële mogelijkheden. sen op te leiden voor een maakeconomie, maar in een Wanneer je kijkt naar loonontwikkelingen, dan ver- diensteneconomie krijgen ze steeds minder waardetonen de lonen van hoogopgeleiden een significante ring en werk. Ook nemen steeds meer hoogopgeleiden stijging sinds 1995, zeker in vergelijking met lonen van werknemers banen over van midden- en laagopgeleimidden- en laagopgeleiden. Dit heeft gezorgd voor een den vakmensen. groeiende loonongelijkheid. Deze trend zien we overal 17 lava
Ten slot ervaren veel vakmensen een gebrek aan waardering op een hele praktische manier: door de hoogte van hun loon. Bij een onevenredige stijging van loon en een groeiend verschil tussen mensen die HBO/WO hebben gevolgd enerzijds en MBO’ers anderzijds, is het niet meer dan logisch dat mensen zich laten omscholen. In de huidige samenleving ontlenen veel mensen erkenning aan hun salaris. Bij een evenredig waardering voor werk, hoort een evenredige loonstijging. Meer Ik durf te stellen dat één van de redenen dat Duitsland waardering voor ambachtelijk werk betekent ook dat er minder last van de crisis heeft gehad dan Nederland simpelweg meer geld in hun portemonnee belanden. ligt in de Duitse beleidsmatige aandacht voor ambacht. De blinde Nederlandse focus op een kenniseco- Laten we teruggaan naar een samenleving met waarnomie maakt ons land enorm kwetsbaar. Door meer te dering voor ieders werk, van metselaar tot chirurg. Op investeren in ambacht krijgt de economie een stabiele naar een samenleving met nieuwe Hollandse Meesfundament, met meer waardering voor vakmensen en ters.◄ ambacht. Om dit probleem structureel te verhelpen zijn vergaande maatregelen nodig. De Nederlandse regering moet kleur bekennen en geen blinde voorkeur meer geven aan een kenniseconomie, ten koste van de aandacht en waardering voor een maakeconomie. We moeten als samenleving juist een balans tussen kennis en ‘maak’ in onze economie realiseren. Op die balans zou regeringsbeleid zich moeten richten.
Als de Nederlandse regering zich intensiever en explicieter zou inzet voor ambacht en vakmensen, met een grote plek voor hen in onze economie, dan zou dat kunnen leiden tot hervonden waardering voor dit werk, met voordelen voor iedereen. De voordelen variëren van gelukkigere vakmensen, meer vertrouwen in en meer deelname aan onze democratie tot minder kosten voor de staatskas vanwege een vermindering aan doorstroom naar het HBO. Ook moet het MBO systeem geherdefinieerd worden. Met een herinrichting van het MBO én het VMBO moet het probleem vanaf het begin in de kiem worden gesmoord. Het gebrek aan waardering begint al bij het VMBO en het ettert door naar het MBO. De VMBO’ers en MBO’ers krijgen de bijnaam van ‘Gouden Handjes’. Hiermee zegt men dat zij alleen maar goed zijn met de handen en significant minder zijn in hun cognitieve vaardigheden. Zo’n stigma is moeilijk af te schudden en draagt niet bij aan een verdraagzame samenleving. Maar door het zichtbaar en herkenbaar maken van het MBO en VMBO moet men meer besef krijgen over het onderwijs. Niemand heeft tegenwoordig nog flauw benul over wat het MBO is, deels doordat men niet het onderwijsniveau heeft doorlopen, maar ook omdat het een verzameling is van allerlei niveaus en opleidingen. Daarom moet de samenleving, maar vooral het kabinet meer aandacht geven aan het MBO en het beschouwen als een volwaardige eindstap. Indien we ook meer mogelijkheden bieden voor specialisering, dan verhoogt het ook de waarde van een vakmens. Sinds vorig jaar kunnen MBO’ers gelukkig weer een Meestertitel behalen. De reacties daarop waren louter positief. Dat zorgt voor een enorme stijging van waardering van MBO’ers, want we beschouwen MBO’ers dan weer als vakmensen in plaats van deelnemers. Maar daar moet het niet bij eindigen. Je moet MBO’ers een prominent podium geven, zoals bij de Wereld Draait Door, in de Tweede Kamer en in de samenleving. Wetenschappers zoals Erik Scherder en Robbert Dijkgraaf hebben veel voor het aanzien van de wetenschap betekent door over hun passie te vertellen bij de Wereld Draait Door. Zij maken de wetenschap interessant en leuk voor het brede publiek. Wanneer nodigt Matthijs van Nieuwkerk de nieuwe Hollandse Meesters uit? 18 lava
uit de bestuurskamer Nieuwtjes, mededelingen, oproepen, weetjes en/of meningen uit bestuurlijke hoek.
De beste editie van jezelf
Weinig thema’s zijn zo sociaaldemocratisch geladen als goed onderwijs. Onderwijs verbindt, verheft, emancipeert, onderwijs geeft de samenleving vorm. Daarom kwamen eind november ruim 100 JS’ers bij elkaar in Maastricht voor ons halfjaarlijkse congres, dat in het teken stond van onderwijs: verheffing en emancipatie. Deze discussie wordt alleen maar actueler nu de spanning in de samenleving toeneemt en samen leven onder druk komt te staan. Goed onderwijs voor iedereen, zodat iedereen onze vrijheid ten volle kan benutten om het maximale uit
zijn of haar talenten te halen. Om de beste editie van jezelf te worden, zoals Tanja Jadnanansing dat fraai zegt. Dat is de strijd die we voeren en ons einddoel is nog niet bereikt. Zolang je postcode nog invloed heeft op de kansen die je krijgt, en de samenleving intellectueel talent nog veel hoger aanslaat dan praktisch talent, blijft onze strijd hard nodig. Die strijd voeren we niet alleen op papier. Meld je aan bij de Voorleesexpress of help als buddy bij de school op de hoek. Zo werken we elke dag aan onze idealen. Tekst: Bart van Bruggen
foto: Lars Kersten
colofon
Verontschuldigingen en correctie
redactie: Lawrence Cheuk, Guus Christiaans, Alieke van Dijk, Casper Gelderblom, Jintro Pauly, Mikal Tseggai / gastredactie: Jaap Oosterwijk / hoofdredactie: Casper Gelderblom / cover: Freek Kilsdonk | fkgo.nl / fotografie: Maria van der Heyden | mariavanderheyden. com / illustratie: Lotte Woerde | storystudio.nl, Renée van den Kerkhof | neetje.nl / ontwerp & vormgeving: Merijn Dietvorst | vorstontwerp.nl / druk: control media | controlmedia.eu / uitgever: Jonge Socialisten in de PvdA | js.nl
In de vorige editie van de LAVA (jaargang 17 – editie 3) verscheen een interview met historicus en schrijver Rutger Bregman, getiteld “Weg met het verliezerssocialisme”. Door een procesfout vóór de publicatie heeft Bregman niet de gelegenheid gehad aanpassingen te doen en het stuk niet kunnen accorderen. Voor deze omissie biedt de LAVA Rutger Bregman haar welgemeende excuses aan. Twee elementen in het artikel hadden anders en beter moeten worden weergegeven. Ten eerste is Bregmans visie op de rol van de overheid van de toekomst tweeledig: als het gaat over herverdeling moet de overheid groeien, bijvoorbeeld in de richting van de zorg, het onderwijs en de sociale zekerheid. Maar aan de andere kant moet de overheid ook krimpen, namelijk door leraren, dokters, uitkeringsgerechtigden enzovoorts de ruimte te geven om zelf iets van hun leven te maken. In het LAVA-artikel kreeg Bregmans pleidooi voor het eerste onevenredig veel aandacht, ten koste van het laatste. Ten tweede is in de laatste alinea van het artikel,
Lava is een uitgave van de Jonge Socialisten in de PvdA (JS). Voor tips en suggesties is de hoofdredactie te bereiken via lava@js.nl. Meer informatie over de JS is te vinden op js.nl. alle rechten voorbehouden © Jonge Socialisten in de PvdA / december 2015
Lid worden van de Jonge Socialisten? Ga naar www.js.nl/lidworden!
19 lava
waarin het zogenoemde discursieve probleem van links wordt besproken, niet voldoende expliciet gemaakt dat Bregman de uitingen van linkse bravoure die de revue passeerden persoonlijk niet zonder meer steunt. Durfkapitalisten vindt Bregman zelf bijvoorbeeld niet ‘fout’; het probleem met durfkapitalisten, zo is zijn eigen stelling, is dat ze niet genoeg durven.
Ook meeschrijven? Kijk op js.nl/lava
20 lava
jaargang 17 – editie 4