LAVA
magazine van de jonge socialisten in de pvda
internationale problematiek
1 lava足
voorwoord
inhoud artikelen 4 In gesprek met de herkozen internationaal secretaris Na een spannende verkiezing werd Siman Abdi herkozen als internationaal secretaris van de Jonge Socialisten. Wat zijn haar drijfveren, en waar wil ze zich de komende twee jaar voor gaan inzetten? In gesprek met Frans Hölscher geeft Siman antwoord op die vragen.
5 Irak, ISIS en de vraag die wij niet kunnen beantwoorden De moderne geschiedenis van Irak, dat ooit bekend stond als de wieg van de beschaving, is tragisch. Hoba Gull beschrijft wat er mis ging in het land, wat er mis gaat en overpeinst de toekomst van het land.
7
Indignez-vous! De wereld staat in brand. Van Irak tot Myanmar en van Zuid-Soedan tot Oekraïne worden talloze mensen slachtoffer van gruwelijke conflicten. Miljoenen kinderen, vaders en moeders lieten de afgelopen jaren hun door geweld verscheurde thuis achter en sloegen op de vlucht. Van Eritrea tot Venezuela en van Burundi tot China worden mensen gedwongen te vluchten voor onderdrukking en economische malaise. Nog nooit, berekenden experts, waren er zo veel mensen op de vlucht voor armoede, repressie en oorlog. Tegelijkertijd leven miljoenen mensen in ontwikkelingslanden onder de armoedegrens om producten te maken die in een handjevol rijke landen gretig aftrek vinden, en nemen de problemen door klimaatverandering genadeloos toe. Al deze internationale problemen maken onze wereld complex, onze realiteit overweldigend. Wat te doen tegen zoveel onrecht? Waar te beginnen met de strijd voor een andere wereld? De Franse schrijver, filosoof, diplomaat en verzetsheld Stéphane Hessel (1917-2013) schreef in 2010 een pamflet over zijn antwoord op deze vragen. Hij noemde het “Indignez-vous!” - “Neem het niet!”, in de Nederlandse vertaling. Volgens Hessel, die door zijn joodse achtergrond en verzetswerk in verschillende concentratiekampen terechtkwam, is verontwaardiging (indignation in het Frans) onontbeerlijk voor verandering. Hij moedigt onze generatie aan om onze verontwaardiging over misstanden als inspiratie te laten dienen voor engagement en vreedzame actie. Deze LAVA schetst een overweldigend beeld van de overweldigende internationale uitdagingen waar we in het heden en de toekomst geconfronteerd mee worden. Het is een uitgebreid en hier en daar beklemmend nummer, dat je vooral niet in één keer moet willen lezen. Maar door de bittere problematiek heen, klinkt hopelijk ook de stem van Hessel: leg je niet bij onrecht neer, maar kom in actie. Indignez-vous!
Casper Gelderblom, hoofdredacteur
De migratiecrisis: is er wel een oplossing?
Brandhaarden op verschillende continenten leiden tot enorme migratiestromen. Mikal bekijkt de situatie in verschillende landen waar veel vluchtelingen vandaan komen en behandelt de vraag: is er wel een oplossing?
10 “Niet lullen, maar poetsen”
Frans Timmermans is sinds oktober vorig jaar de tweede man in de Europese Commissie. In gesprek met Casper Gelderblom vertelt hij over de internationale uitdagingen waar hij zich mee bezig houdt, en beschrijft hij zijn visie voor een succesvollere Europese Unie.
15 Actief in het buitenland
Ook als student of jonge professional buiten Nederland kun je actief zijn binnen de partij. Sjoerd van der Zwaag en Daphne van Doorn vertellen over hun ervaringen.
16 Tussen hoop en holle frase
Nu de programma’s van de Millenniumdoelen dit jaar aflopen, wordt er hard gewerkt aan de post-2015 agenda van de Verenigde Naties. Frank van Kesteren schrijft over de moeizame weg naar duurzame ontwikkeling.
18 Tragikomedie TTIP
Elmar Smid en Lucas Roorda beschrijven de verschillende bedrijven van de tragikomedie die het Transatlantic Trade and Investment Partnership is geworden.
22 Ontwikkelingssamenwerking: één groot dilemma Hester van Ommeren gaat in haar bijdrage in op de grote dilemma’s die ontwikkelingssamenwerking oproept.
24 “Het antwoord ligt in engagement”
De gastredactrice van deze LAVA is kunstenares Tinkebell. Haar werk leidt vaak tot controverse, maar is altijd een product van maatschappelijk engagement. Als LAVA-gastredacteur gaat ze in op de misstanden in de wereldwijde textielindustrie, die ze in Bangladesh met eigen ogen heeft gezien.
rubrieken 3 agenda 21 ons nieuwste lid 27 uit de bestuurskamer 27 colofon 2 lava
Internationale solidariteit en een nieuw bestuur Tekst: Samir Ahraui Afgelopen 13 en 14 juni was het JS-congres in het mooie Leiden. Wij JS’ers spreken vaak over het ‘feit’ dat onze vereniging zo tof is, maar de momenten dat dit echt tot ons doordringt is toch echt tijdens een van de congressen. Met een agenda vol interessante sprekers, themagroepen en workshops voerden wij een heel weekend het gesprek over onze internationale idealen. Wat zijn onze idealen? Waar staan wij voor? Hoe kunnen wij de wereld veranderen?
Wij voerden op het congres echter niet alleen het gesprek over maatschappelijke en sociale vraagstukken, maar kozen ook een nieuw landelijk bestuur. Nog nooit stelde zoveel enthousiaste JS’ers zich kandidaat voor het landelijk bestuur. Een uniek moment, niet alleen omdat het de gemoederen binnen de vereniging bezig houdt, maar ook omdat wij als leden nog nooit zoveel te kiezen hadden. De verkiezingen vormden de kroon op onze ledendemocratie.
De vraag was vooral: wat kunnen wij zelf doen om de internationale solidariteit te vergroten? Op het afgelopen congres trokken wij proactief de internationale solidariteit naar ons toe en bleven niet hangen in het veroordelen van misstanden elders in de wereld. Een mooi concreet voorbeeld is het streven om onze congressen voortaan CO2 neutraal te houden en de beslissing dat het landelijk bestuur niet meer met het vliegtuig naar Europese bestemmingen mag reizen als de afstand ook anders te overbruggen is. Internationale solidariteit begint bij onszelf.
Onze internationale solidariteit ging zo op 13 en 14 juni gepaard met solidariteit binnen de vereniging en tussen de leden. Samen maken wij namelijk de JS en samen zorgen wij ervoor dat na ieder congres de JS nog sterker en mooier is dan de dag ervoor. Op vrijdag 12 juni hadden wij al een mooie vereniging, maar op maandag 15 juni was deze nog een stukje mooier geworden.
Agenda Voor de komende tijd staan er bij de JS, PvdA en internationale zusterorganisaties binnen en buiten Nederland een aantal evenementen op de planning met een internationaal thema!
17-19 juli: Sun Sea Socialism Festival in België 25-30 augustus: YES zomerkamp in Portugal 12 september: Bijeenkomst 40 jaar naar Helsinki-akkoorden in Den Haag Meer weten? Houd www.js.nl in de gaten voor updates over deze en andere activiteiten, of neem contact op met de redactie.
3 lava
In gesprek met de herkozen internationaal secretaris van de Jonge Socialisten
Siman Abdi Tekst: Frans Hรถlscher Beeld: Robert Muts
4 lava
Waarom ben je lid geworden van de JS? Ik ben nu 2.5 jaar lid en ik heb lang getwijfeld, maar nadat ik een aantal bijeenkomsten van de PvdA had bijgewoond ben ik me echt thuis gaan voelen binnen de partij. Het gevoel dat ik bij de PvdA had ik bij andere partijen zoals D66 niet. Bij de PvdA voelde en voel ik me nog steeds thuis. Bij de JS ben ik pas later gekomen. Dat kwam door Laura Jak (herkozen vice-voorzitter van de JS, red.), zij liet mij kennis maken met de lokale JSafdeling in Amsterdam. Hier kon ik gelijk het bestuur in en zo kon ik mijn eigen activiteiten organiseren.
Wie is jou grote voorbeeld? Jet Bussemaker. Ja echt, ik bewonder haar enorm. Ze heeft zo’n moeilijke portefeuille en weet er toch goed mee om te gaan, die vrouw heeft zo veel inhoudelijke kennis, dat is niet normaal. En ze heeft veel goede dingen gedaan op het gebied van emancipatie, ze is echt een sterke vrouw.
Zou jij ook zo willen zijn dan? Nee, ik ben niet zo als Jet, ik ben geen onderzoeker ik moet het hebben van persoonlijke verhalen, ik moet de straat op. Inhoudelijk is ze ontzettend sterk en dat vind ik erg knap.
Waarom wil je graag internationaal secretaris zijn? Dit is de mooiste functie binnen het JS bestuur. Sinds ik weet dat deze functie bestaat wil ik deze functie bekleden. Het is zo mooi om sociaaldemocraten uit andere landen te ontmoeten omdat je hetzelfde na streeft maar op een andere manier, daar leer je veel van.
Je schreef in je kandidaatstellingsbrief: “Ik wil binnen de PvdA en daarbuiten het debat opstarten over migratie, aangezien links Nederland zich veel te stil houdt over dit onderwerp.” Neem je dit de PvdA kwalijk? Ik heb er wel moeite mee, vandaag las ik weer een verhaal over een Syrische vluchteling van 22 jaar die was aangespoeld in Texel, zijn vriend in Noorwegen. Daar kunnen wij onze ogen toch niet voor sluiten! Links Nederland komt hier niet genoeg voor in actie, daar moet echt verandering in komen.
Waarom is dit zo belangrijk voor je? Mijn moeder was een vluchteling, ik was nog maar drie toen ze Somalië verliet. Wij zijn nog redelijk luxe gevlucht, maar het merendeel komt noodgedwongen per boot. Dat is toch verschrikkelijk?
Wat zijn je andere speerpunten voor de komende jaren? Ik vind het enorm belangrijk dat we over conflictgebieden het juiste verhaal vertellen. Daarnaast vind ik Europese solidariteit heel belangrijk, we kunnen andere landen niet laten stikken. Ook vind ik dat we in Europa moeten inzetten op meer banen voor jongeren. Jeugdwerkeloosheid is een groot probleem aan het worden in Europa. We zijn één Europa, en zeker wij als sociaaldemocraten moeten solidair naar elkaar zijn.
5 lava
Hoe kun jij, als internationaal secretaris, bijdragen aan de oplossing voor deze problemen? Het is niet aan mij om een standpunt in te nemen over deze thema’s. Wat ik als internationaal secretaris wil doen is zorgen dat onze leden bewust worden van de internationale problematiek. Dan is het aan de leden om hier een standpunt over in te nemen.
Waarom wilde je nog een tweede termijn als Internationaal secretaris? Het heeft me veel tijd gekost om goede contacten te creëren in het buitenland. Nu hoef ik niet nog een keer alle contacten opnieuw op te bouwen. Er zijn nu goede contacten met onze zusterpartijen in Israël, Uganda, Noorwegen, België, Duitsland etc. Nu kan ik gewoon doorgaan, dat maakt alles een stuk makkelijker. Één jaar was gewoon te kort, ik ben zeer vereerd dat ik nog twee jaar door mag.
Irak, IS en de vraag die wij niet kunnen beantwoorden Tekst: Hoba Gull Het is best naar om op dit moment Irakees te zijn. Als je niet in de gebieden woont die zijn overgenomen door de zogenaamde Islamitische Staat, is het nog iedere dag de vraag of jouw buurt bezocht wordt door een militantengroep of een bomaanslag. Irak staat stil. Je hebt aan de ene kant de Islamitische Staat, die voetbal speelt met de afgehakte hoofden van de ongelovigen, en aan de andere kant de Sjiitisch-gezinde overheid in Bagdad die haar leger niet op orde kan krijgen en haar ambtenaren niet kan uitbetalen. Dan zijn er ook nog de Koerden, wier Peshmerga graag tegen IS vecht, maar zeker niet voor de vordering van de Irakese staat. Het is best een dramatische zaak wanneer er met heimwee teruggedacht wordt naar Saddam Hussein, hét voorbeeld voor iedere dictator die neigt naar volkerenmoord. Wat valt er te doen aan de situatie in het gebied dat ooit bekend stond als de “cradle of civilization”? Wat is er mis gegaan, en waar is het Westen de mist ingegaan? Het is makkelijk om terug te grijpen naar 2003, toen de beruchte oorlog in Irak plaatsvond. De pretentie dat deze oorlog gevoerd werd voor het tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens heeft ondertussen geen waarde meer, ondanks de overtuiging die ook voormalig Minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer had over de aanwezigheid van deze massavernietigingswapens. Het is niet onbelangrijk om te vermelden dat De Hoop Scheffer secretaris-generaal van de NAVO is geworden, nadat hij Nederland als politiek bondgenoot had betrokken in de oorlog. Bij politieke steun is het echter niet gebleven, aangezien Nederlandse commando’s en de F-16’s van de Koninklijke Luchtmacht ook hebben deelgenomen aan de oorlog in Irak, voornamelijk met verkenningsvluchten boven Irak. Saddam Hussein had massavernietigingswapens, maar deze had hij opgemaakt tussen 1987 en 1988, toen hij met de Al-Anfal operatie zowel Iranese burgers als zijn rebellerende sjiitische en Koerdische burgers had vergast. Alles wat wij anno 2015 kunnen zeggen over de niet door de VN gesanctioneerde oorlog, is dat die gevoerd werd om een volk te bevrijden van een bloeddorstige regime, maar heeft geleid tot een bloederige vrijplaats voor terroristen. Wat voor nut heeft dit conflict echt gehad voor Irak? Als we de legitimatie van de invasie buiten beschouwing laten, kunnen we alsnog een vinger wijzen naar de Verenigde Staten en haar bondgenoten. Een oorlog beginnen is één zaak – maar de wederopbouw is net zo cruciaal voor regimeverandering. Toen Saddam Hussein en zijn Ba’ath regime afgezet werden, was het de vraag wie het nieuwe, democratische Irak zou leiden. De hoop was dat dit nieuwe regime alle verschillende volkeren van het land zou betrekken, en hopelijk zonder hen te onderdrukken, zodat, in de woorden van George W. Bush, Irak een beacon van democratie zou worden in het Midden-Oosten. Saddam Hussein was een Sunni, evenals zijn Ba’ath aanhangers, en de nieuwe, voornamelijk Sjiitische, Irakese overheid heeft de Sunni’s
buiten spel gezet. Toen IS, een Sunni fundamentalistische groepering, was begonnen in Irak was het dus niet moeilijk voor hen om Irakese bondgenoten te vinden. Tikrit, Saddam Hussein’s geboorteplaats, was immers de eerste stad die viel voor IS. Het is lastig om een democratie te maken, zonder alle verschillende groepen in een land inspraak te geven. Door de Sunni’s buiten spel te laten heeft de overheid in Bagdad haar eigen graf gegraven. De Verenigde Staten wist na het sektarische geweld van 2006 niet meer waar zij aan begonnen was, en is inmiddels teruggetrokken uit de regio. No more boots on the ground, verklaart het Witte Huis bijna wekelijks. Maar nu, met IS, zijn deze boots meer nodig dan in 2003. Irak had eigenlijk nooit moeten bestaan. Het land dat nu Irak genoemd wordt was getekend met hulp van Winston Churchill’s duim na de val van de Ottomaanse rijk. Voor het ontstaan van Irak, was het gebied eigenlijk verdeeld over drie provincies, waaronder een Sunnitisch, een Sjiitisch en een Koerdisch gebied. Deze volken mogen elkaar niet, zoals de geschiedenis van Irak heeft aangetoond. Wanneer Saddam Hussein de Koerden niet vergast, martelt voormalig minister-president van Irak Nouri al-Maliki delen van de Sunni populatie, en worden de Sjiieten uit de Koerdische regio gestuurd zonder een Koerdische sponsor. Daarnaast hebben we nu ook te maken met de aanwezigheid van IS, die het met niemand kan vinden die zich niet houdt aan haar archaïsche regels. Het is te laat om 2003 terug te nemen. Het is nog te vroeg om Churchill’s grenzen te veranderen. Wat nu nodig is, is wat in 2003 onnodig was: boots on the ground. Irak moet stabiel worden, en IS moet bestreden worden. Het Irakese leger, evenals de Koerdische Peshmerga, heeft bewezen dat zij dit niet alleen aankan. Een coalitie die standvastig steun biedt aan deze troepen is het enige dat kan helpen om IS te bestrijden, en te voorkomen dat Irak werkelijk een thuishaven van terrorisme wordt. Nederlandse helmen en kogelwerende vesten zijn niet genoeg hiervoor. Wat na de strijd tegen IS komt, is een vraag. Maar dit is een vraag die niet door Nederland, of door het Westen, beantwoord kan worden. ◄
6 lava
De migratiecrisis: is er wel een oplossing? Door Mikal Tseggai
Beelden van overvolle bootjes met vluchtelingen zijn in het journaal de laatste tijd meer regel dan uitzondering: het voorheen sluikende probleem van bootvluchtelingen lijkt de laatste paar jaren uit te groeien tot een crisis. In 2014 zijn op de Middellandse zee 170.000 mensen gered en vroegen in Nederland bijna 25.000 mensen asiel aan. De Europese commissie is in mei 2015 dan ook met een hard statement gekomen: het Europese asiel- en migratiebeleid moet beter, eerlijker en meer solidair. De Commissie heeft een plan opgesteld dat pleit voor meer legale migratie, aanpak van illegale migratie en mensenhandel, een betere bewaking van de grenzen en een eerlijkere verdeling van asielaanvragen over de EU. Toch komt ook de vraag naar boven of de vluchtelingenstroom niet bij de kern aangepakt moet worden, namelijk bij de brandhaarden en onderdrukking in het Midden-Oosten en Afrika. VVD’er Halbe Zijlstra liet al pretentieus weten dat dictatoriale regimes zo erg niet zijn, zolang ze de stabiliteit en primaire voorzieningen waarborgen: dictatorknuffelen dus. LAVA zoomt in op drie dictatoriale regimes van landen waar veel bootvluchtelingen in de EU vandaan komen en hoopt een antwoord te vinden op de vraag of dit probleem überhaupt wel bij de kern aangepakt kán worden.
7 lava
Gambia In het eerste kwartaal van 2015 kwamen er uit Gambia maar liefst 1413 bootvluchtelingen aan, alleen al in Italië. Het kleine West-Afrikaanse land met haar witte stranden en vriendelijke mensen was tot nu toe vooral bekend als vakantieland in opkomst. Toch is het er voor de locals bepaald geen paradijs. Na een staatsgreep in 1994 kwam Yahya Jammeh aan de macht en hij regeert sindsdien met een steeds repressiever wordend beleid. In 2011 begon hij, na twijfelachtige verkiezingen, aan een nieuwe ambtstermijn en is de situatie in Gambia ernstig achteruit gegaan. De economie van het land is vooral afhankelijk van landbouw en toerisme, maar door onverantwoord overheidsingrijpen op de agrarische markt en de recente uitbraak van ebola vielen deze twee inkomstenbronnen de laatste jaren tegen. Ook mensenrechtenschendingen zijn aan de orde van de dag: hoewel Gambia op papier een democratische staat claimt te zijn, worden in de praktijk politieke tegenstanders van Jammeh gemarteld, geïntimideerd en hun politieke activiteiten gedwarsboomd. Mede daardoor heeft zich voor de presidentsverkiezingen vorig jaar nog geen kandidaat aangediend die het tegen Jammeh op durft te nemen. Eritrea Aan de andere kant van Afrika, in de hoorn van Afrika, ligt Eritrea. Eritrea is een jong land en viert volgend jaar haar 25e jaar onafhankelijkheid, na dertig jaar een provincie van Ethiopië geweest te zijn. Hoewel onafhankelijk, is Eritrea geen vrij land. Sinds de onafhankelijkheid in 1991 is de enige toegestane politieke beweging die van de rebellen die Eritrea destijds van Ethiopië bevrijd hebben. Hoewel deze beweging zich ironisch genoeg People’s Front of Democracy and Justice (PFDJ) noemt, kent Eritrea één van de meest repressieve regimes ter wereld en zelfs de minste persvrijheid ter wereld. De situatie in Eritrea leek tot voor kort nog acceptabel; vooral op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs liep het land relatief voorop, vergeleken met andere ontwikkelingslanden in hetzelfde gebied. Toch wordt het regime, net als in Gambia, de laatste jaren steeds meer paranoïde en repressief. De Arabische Lente hijgt immers als een hete adem in haar nek en ook de wereldgemeenschap spreekt zich steeds sterker uit tegen het regime, vanwege het hoge aantal vluchtelingen uit Eritrea: halverwege 2014 waren er wereldwijd 286.000 mensen uit Eritrea op de vlucht, op een bevolking van ongeveer zes miljoen.
een incrementeel transitieproces waarbij hij enkel in gesprek zou willen gaan met ‘welwillende oppositiepartijen’. In 2014 werden in Syrië presidentsverkiezingen gehouden, waarbij ook anderen dan Assad zich mochten kandideren, maar Assad won deze verkiezingen volgens de autoriteiten met 89 procent van de stemmen. De situatie is, mede door het veto-recht van Rusland en China (beiden bondgenoten van Syrië) in de VN Veiligheidsraad, nog altijd hetzelfde. In januari 2015 liet de VN weten dat het aantal doden in deze oorlog opgelopen is tot 220.000.
Wel of niet ingrijpen? Democratie is, zoals de naam al zegt, één van de belangrijkste bouwstenen van de sociaaldemocratie: iedere activistische sociaaldemocraat zou dus pleiten voor direct ingrijpen bij en strijden tegen repressieve regimes. De recente geschiedenis van landen als Libië, Irak en Afghanistan leert ons echter dat het ingrijpen van het Westen vaak niet positief uitpakt of de situatie zelfs verslechtert. De Arabische Lente liet zien dat ingrijpen van het Westen ook niet altijd nodig is om een regime omver te werpen, maar misschien vooral om een democratische en veilige rechtsstaat te stichten én in stand te houden. Achterover leunen is echter geen optie: met honderden tegelijk steekt men immers de Middellandse Zee over, juist op de vlucht voor dictatoriale regimes. Ook kunnen instabiele landen in de handen van terroristische groeperingen als IS en Al Qaida terecht komen, zoals bijvoorbeeld in Syrië al deels gebeurd is. Het plan van de Europese Commissie sluit wel aan bij de meest veilige oplossing voor de huidige migratiecrisis, namelijk het bevorderen van legale migratie en het aanpakken van louche mensensmokkelaars die vluchtelingen met honderden tegelijk de dood injagen. We kunnen dus concluderen dat de oplossing niet zo zwart-wit is als wel of niet ingrijpen: het is zaak per land de situatie op tijd te beoordelen en daarop te anticiperen, om een nieuwe migratiecrisis te voorkomen. ◄
Syrië Op dit moment zijn er vier miljoen Syriërs op de vlucht voor het geweld in het land. Sinds 2011, het jaar waarin de burgeroorlog tussen president Bashar al-Assad en opstandelingen begon, zijn 7,6 miljoen Syriërs ontheemd. Assad nam in 2000 het presidentschap over van zijn vader Hafiz, die na een Zesdaagse oorlog tussen een Arabische coalitie en Israël in 1970 een staatsgreep pleegde. Vandaag de dag is ongeveer de helft van het Syrische grondgebied in handen van IS en treedt het regime met grof geweld op tegen oppositie. Assad hield zeker tot 2012 vol dat er in Syrië weinig aan de hand was, maar dat er sprake was van ’buitenproportionele internationale inmenging’. Leden van de oppositie noemde hij ‘terroristen tegen de staat’. Ook verklaarde hij het proces van democratisering te zien als 8 lava
ACTIEF IN HET BUITENLAND Vele jongeren vetrekken ieder jaar voor hun studie, stage of werk naar het buitenland. Tijdelijk of vast, ver of dichtbij, voor de meesten betekent dit dat je een manier moet vinden om je interesses in het buitenland op te pakken. Waar voor enkelen dit bordspellen, bloemschikken of freerunning is, zijn er anderen die zoeken naar een manier om als lid van de PvdA of Jonge Socialisten in het buitenland betrokken te zijn. Zo ook voor Daphne en Sjoerd, die zich tijdens hun verblijf in het buitenland afvroegen hoe je er politiek actief kan zijn.
Daphne van Doorn Brussel
Ik ben altijd al erg geïnteresseerd geweest in Europa en internationale betrekkingen. Na mijn masteropleiding European Union Studies in Leiden wilde ik graag internationale ervaring opdoen. Ik kon bijna meteen aan de slag als stagiaire bij een consultant in Brussel. Ik had eigenlijk nog maar weinig kennis van het praktische werk in Brussel en het leek me goed om Brussel, de Europese instellingen, maar ook de verschillende organisaties die rondom de EU werken beter te begrijpen. Ondertussen werk ik voor zo’n organisatie voor de groente- en fruitsector.
Sjoerd van der Zwaag Londen
Ik ben in 2012 rechten gaan studeren in Cambridge en inmiddels werk ik in Londen als trainee solicitor bij een advocatenkantoor. In Cambridge heb ik eigenlijk nooit overwogen om politiek actief te zijn voor een Nederlandse partij. Dit was deels omdat ik druk was met mijn studie en andere activiteiten, maar voornamelijk omdat ik me niet bewust was van de mogelijkheid. Eenmaal in Londen miste ik de discussies over onderwerpen die in Nederland speelden en besloot me aan te melden als lid van de PvdA en de Jonge Socialisten. Pas toen ontdekte ik de mogelijkheid om in het buitenland politiek actief te zijn, en op deze manier ben ik uiteinIn de zomer van 2013 heb ik me aangesloten bij de PvdA delijk penningmeester/secretaris van de PvdA Lonen de Jonge Socialisten. Ik heb hiervoor gekozen omdat den/Verenigd Koninkrijk geworden. ik me het meest verbonden voelde met de Europese sociaal-democratische partijen en de positieve focus op Het politiek actief zijn in Londen heeft me erg veel geEuropa. Kort daarna ben ik ook in het bestuur van de bracht. Het is een relatief kleine groep mensen die hier PvdA Brussel gekomen. De afdeling is een kleine, maar via de PvdA of andere politieke partijen actief is, waarerg fijne groep actieve leden en bestuursleden. In Brus- door ik snel mensen heb leren kennen die ik anders via sel hebben we een unieke positie doordat redelijk wat mijn studie of werk niet zou ontmoeten. Daarnaast heb partijleden af en toe naar Brussel moeten. Vandaar dat ik gemerkt dat je met een kleine groep actieve mensen wij een deel van onze evenementen organiseren met snel een goed idee in de praktijk kunt brengen. Bijvoorbewindspersonen en andere interessante sprekers. beeld, recentelijk hebben we een debat met EuroparleDaarnaast hebben we ook goede connecties met de Eu- mentariërs georganiseerd op de Universiteit van Oxrodelegatie in het Europees Parlement en ook met veel ford in samenwerking met de University of Oxford zusterpartijen in Brussel. Die internationale samen- Labour Club. Ook organiseerden we samen met andere werking vind ik fantastisch. Mijn leukste ervaring tot Nederlandse politieke partijen in Londen op 8 mei dit nu toe? Toen de Europarlementariërs net gekozen wa- jaar een ‘citylunch’, waar we met sprekers als Michiel ren hebben we een welkomstbarbecue gehouden en Servaes de Britse verkiezingsuitslag bespraken. Het is stonden daar plotseling de drie PvdA Europarlementa- deze internationale en diverse blik op de Nederlandse riërs bij mij in de tuin! politiek die het voor mij zo leuk maakt om politiek actief te zijn in het buitenland. 9 lava
“Niet lullen, maar poetsen� Tekst: Casper Gelderblom Beeld: Maria van der Heyden
10 lava
“Niet lullen, maar poetsen.” Het klinkt wat vreemd in het ruime kantoor van de Eerste Vicevoorzitter van de Europese Commissie op een van de bovenste etages van het enorme Berlaymontgebouw. Verwijzend naar wat hij als zijn opdracht ziet, spreekt Frans Timmermans de woorden desondanks met overtuiging uit. Sinds oktober vorig jaar is de voormalig minister van Buitenlandse Zaken Eurocommissaris voor Betere Regelgeving, Interinstitutionele Betrekkingen, Rechtsstatelijkheid en het Handvest van de grondrechten. Als Eerste Vicevoorzitter is hij bovendien de rechterhand van de Voorzitter van de Commissie, Jean-Claude Juncker. Last chance Commission Toen de huidige Europese Commissie vorig jaar aantrad, doopte commissievoorzitter Juncker zijn team van commissarissen the last chance Commission. Na jaren van groeiend anti-EU-sentiment in de hele Unie, vormt de Commissie Juncker volgens haar naamgever de laatste kans om Europeanen dichterbij het Europese project te brengen en hun vertrouwen in dat project terug te winnen. Juncker plaatste zo een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van zijn eigen team, en wekte hooggespannen verwachtingen. De last op de schouders van de Commissie is sinds haar aantreden bepaald niet lichter geworden. Het Griekse debacle escaleerde, de Britten kozen met Cameron voor een referendum over hun EU-lidmaatschap, er ontstond massale verontwaardiging over de TTIP-onderhandelingen en door heel Europa blijkt de radicalisering van sommige groepen jongeren moeilijk te bestrijden. Behalve de druk van binnen de EU, zorgden ook de crises aan de grenzen van Europa tot hoofdbrekens in het Berlaymontgebouw: de tragedies op de Middellandse Zee nemen geen einde, de opmars van IS lijkt niet te stoppen en ook in Oekraïne is vrede ver te zoeken.
Frans Timmermans Geboren: 06-05-1961 te Maastricht
Politieke loopbaan: - 1998-2007: Lid Tweede Kamer - 2007-2010: Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken - 2010-2012: Lid Tweede Kamer - 2012-2014: Minister van Buitenlandse Zaken - 2014-heden: Eerste Vicevoorzitter van de Europese Commissie
In deze roerige tijden is voor Timmermans een speciale rol weggelegd. Als eurocommissaris verantwoordelijk voor betere regelgeving en interinstitutionele relaties moet hij ervoor zorgen dat de Europese Commissie op een efficiënte manier tot doelgericht en coherent beleid komt om al deze uitdagingen te tackelen. Dat er, kortom, minder geluld en meer gepoetst wordt dan voorheen. Een makkelijke opgave is dat allerminst, geeft de eurocommissaris zelf aan. “Betere regelgeving vergt een cultuuromslag.”
blijkt te werken gedeeld wordt met andere landen. Dat gebeurt op dit moment nog onvoldoende. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de dialogen die men in gemeenschappen in Amsterdam organiseert, en aan het leiderschap van Ahmed Aboutaleb in Rotterdam; dat zijn voorbeelden waar andere steden van kunnen leren, en aan die uitwisseling kan de Commissie bijdragen.” Maar met het delen van best practices lossen we het grotere probleem van radicalisering niet op. Onderwijs is daarbij van veel groter belang. Via het onderwijs, stelt Timmermans, kunnen we de isolatie van de kleine groepjes waarin radicalisering zich vaak ontwikkelt doorbreken. In het onderwijs, waar leraren jongeren van dichtbij meemaken en waar verschillende groepen samenkomen, moeten problemen die leidden tot radicalisering aan de kaak gesteld worden. “Niet door een soort hersenspoelprogramma, maar door de open vraag te stellen: wat is er aan de hand, wat houdt je bezig?” Alleen op deze manier kunnen we de achterliggende vraagstukken benaderen en adresseren.
Aanpak radicalisering Toch is er al veel gebeurd. Op de terroristische aanslagen in Parijs en Kopenhagen reageerde de Commissie snel met een veiligheidsagenda, waarin het tegengaan van radicalisering onder jongeren een belangrijk focuspunt vormt. Met zijn coördinerende rol verzekerde Timmermans dat de agenda verschillende beleidsvelden bij elkaar bracht, en daardoor zowel oog heeft voor de potentie die onderwijs heeft in de bestrijding van radicalisering als voor het belang van een discriminatie-vrije arbeidsmarkt. Toch roept juist een onderwerp als radicalisering bij sommigen de vraag op: wat kan Brussel, ver van de banlieues waar de radicalisering plaats vindt, doen waar lokale overheden niet in slagen? Timmermans is daar niet onzeker over. “Wat we sowieso kunnen doen is ervoor zorgen dat hetgene wat in sommige lidstaten
Die vraagstukken doen Timmermans duidelijk veel. “Waarom is IS wél in staat jongeren een wenkend perspectief van gemeenschap en thuis te bieden, en wij niet? Waarom zijn deze jongeren, die bij ons in de 11 lava
straat zijn opgegroeid, in staat om naar een ander land te gaan en daar aan de meest gruwelijke dingen mee te doen? Wat gebeurt er in de hoofden van onze jongeren, dat ze hun slachtoffers niet meer mens kunnen zien?” Juist in de confrontatie met deze vragen, in het onderwijs, maar juist ook in de politiek en in het publieke debat, schuilt het mogelijke antwoord.
komen, en daarvoor zijn duidelijkere en hardere afspraken met die landen nodig.” Een strenge opstelling, die associaties met de rechterkant van het politieke spectrum op roept. Want hoe bepaal je of iemand wel of niet recht heeft op een toekomst in Europa? Hebben we in Europa geen plek voor mensen die uit sociale en economische redenen hun land verlaten?
Wegkijken is in ieder geval geen optie. Sterker nog, het is volgens Timmermans deel van het probleem. “We zijn in onze Europese samenlevingen tolerantie met onverschilligheid gaan verwarren. We zijn te onverschillig geworden tegenover elkaar, we kijken liever weg dan dat we met de ander een actieve interactie aangaan. En juist die opstelling heeft tot uitsluiting geleid, en vervolgens de weg vrij gemaakt voor radicalisering.” Geheel in lijn met het adagium “niet lullen, maar poetsen”, blijft de analyse niet zonder concrete stappen. “Wat ik als eurocommissaris in ieder geval kan doen is programma’s openstellen om mensen bij elkaar te brengen. In oktober, bijvoorbeeld, ga ik een groot colloquium organiseren waarbij ik joden en moslims bij elkaar breng om over antisemitisme en islamofobie in discussie te gaan.” Europese agenda voor migratieproblematiek De ambitie om meer te poetsen dan te lullen heeft ook z’n beslag gekregen in een politiek misschien nog wel gevoeliger dossier: het migratiebeleid. Het massagraf op de Middellandse Zee, de humanitaire crises in de ontvangende Zuid-Europese landen en de uiteindelijke concentratie van vluchtelingen in slechts vier of vijf van de achtentwintig EU-lidstaten hebben aangetoond dat het huidige beleid tekort schiet. Vanuit de Europese Commissie werd daarom een Europese migratieagenda opgesteld, met Timmermans als één van de kartrekkers. Eén van de kernpunten van de agenda is het asielbeleid. Op dit moment kunnen de Zuid-Europese landen die de meeste vluchtelingen opvangen de immense druk niet meer aan. Het wordt vluchtelingen daarom relatief makkelijk gemaakt om door te reizen naar het noorden. Noordelijke landen waar veel vluchtelingen vervolgens terecht komen hebben dan te maken met een stroom veelal niet geregistreerde vluchtelingen. Er is, concludeert de Commissie Juncker, dus behoefte aan meer Europese samenwerking en Europese solidariteit. “Dat betekent”, vertelt Timmermans, “dat we in crisissituaties waarin we weten dat mensen uit bepaalde gebieden vrijwel zeker asielstatus krijgen -dat geldt op dit moment voor mensen uit Syrië en Eritrea- we met een verdeelsleutel zouden moeten werken zodat we de vluchtelingenstroom eerlijk over de EU kunnen verdelen.” Maar dat is slechts een deel van een effectiever migratiebeleid zoals Timmermans het voor zich ziet. “Een van de grootste problemen voor de geloofwaardigheid van ons asielbeleid, is dat mensen die geen recht hebben om te blijven, toch blijven. Dat ondermijnt het vertrouwen van de Europeanen in het asielbeleid. Daarom moeten we ervoor zorgen dat deze mensen terug gaan naar de landen waar ze vandaan
“ We zijn in onze Europese samenlevingen tolerantie met onverschilligheid gaan verwarren.” Frans Timmermans
Het zijn vragen die de eurocommissaris duidelijk eerder heeft gehoord. “Er zijn bijvoorbeeld in het Europees Parlement mensen die zeggen: zet de deuren maar open (voor vluchtelingen, red.). Ik zeg daar wel bij, en ik denk dat ook sociaaldemocraten daar eerlijk over moeten zijn, dat we leven in samenlevingen die gebouwd zijn op de wens om een sociale welvaartstaat te hebben. In zo’n samenleving kun je de deuren niet alleen maar open zetten, want dan kan je die welvaartstaat niet handhaven. Die welvaartstaat kan alleen bestaan omdat mensen werken, belasting betalen en eraan bijdragen. Als je de welvaartstaat open zet voor iedereen ter wereld die maar wil komen, zullen mensen die er nu leven de welvaarstaat niet meer overeind kunnen houden. En dat betekent maar één ding: standaarden zullen omlaag gaan. Daarom heb ik nooit begrepen waarom men streng migratiebeleid met rechts vereenzelvigt: een streng migratiebeleid is nodig als je echt gelooft in een sociale welvaartstaat. Ik vind het helemaal niet moeilijk om dat te verdedigen.” In plaats van de deuren open te zetten, wil Timmermans de migratieproblematiek bij de wortel aanpakken. Uiteindelijk, zo is zijn overtuiging, willen de meeste vluchtelingen maar één ding: zo snel mogelijk terug naar hun eigen land. Als het gaat om vluchtelingen uit landen als Syrië, Irak en Eritrea, is opvang in de regio dan van groot belang. Want wanneer we vluchtelingen daar opvangen, houden we de afstand tot hun eigen land beperkt. Over opvang in de regio wordt wel vaak over gepraat, maar er wordt nog veel te weinig gedaan vanuit de EU om de regio zelf te steunen. “We vergeten vaak dat misschien wel 90% van de vluchtelingen al in de regio wordt opgevangen en dat sommige landen echt aan de rand van hun capaciteit zitten. Als Nederland in verhouding net zoveel vluchtelingen zou opvangen als Libanon, zouden we vijf miljoen vluchtelingen moeten opnemen. Dat is natuurlijk waanzin, maar wel waanzin waar Libanon mee te maken heeft. Deze landen verdienen dus veel meer onze steun.” Bovendien wil Timmermans dat de EU niet wacht totdat mensen hun levens wagen door in bootjes de Middellandse Zee over te willen steken. In samenwerkingen met de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties wil de Europese Commissie vluchtelingen in crisisregio’s die naar alle waarschijnlijkheid recht hebben op asielstatus bij voorbaat identificeren en vervol12 lava
13 lava足
gens met een verdeelsleutel hen in verschillende lid- wil je zelf de agenda bepalen, of laat je dat over aan Chistaten plaatsen. Een concrete maatregel die in potentie na, de VS of Rusland omdat je zelf te verdeeld bent? Ietienduizenden levens kan redden. der land apart kan een Poetin niet aan, maar als een eensgezind Europa kunnen we dat makkelijk.” Ook als het gaat om landen waar veel economische vluchtelingen vandaan komen, wil Timmermans een Velen zullen dat onderschrijven. De vraag is echter: actieve Europese benadering. Door bij te dragen aan zijn de Europese instituties die we nu hebben bij macheconomische en maatschappelijke ontwikkelingen te Europa te verbinden en effectief te vertegenwoordibieden we mensen die nu het liefste naar Europa zou- gen? Veel mensen hebben het vertrouwen daarin verloden komen een toekomstperspectief in eigen land. “Als ren. Van enorm belang is daarom de vraag hoe de EU je vast stelt dat zeven van de tien snelst groeiende eco- het vertrouwen van die mensen terug kan winnen. nomieën ter wereld Afrikaanse landen zijn, is je impuls om te zeggen: geweldig. Maar als die groei alleen Voor de eerste vicevoorzitter van de Europese Commisbij de rijkste tien procent terecht komt, leidt die groei sie is het duidelijk. “Heel simpel: we moeten gewoon niet tot sociale stabiliteit en vrede, maar tot instabili- presteren. Als Europeanen gaan zien dat er dankzij teit en onrust. De Europese Unie moet daarom haar in- projecten als Junckers investeringsfonds of onze mivloed aanwenden om maatschappelijke rechtvaardig- gratieagenda echt iets wordt bereikt, bewijzen we dat heid te bevorderen in dit soort landen. Niet alleen uit we effectief zijn en kunnen leveren. Inderdaad, heel welbegrepen eigenbelang, maar ook vooral omdat het ouderwets gezegd, niet lullen, maar poetsen.” ◄ gewoon goed is voor die landen. Een eerlijke verdeling van welvaart, zoals wij weten, leidt tot een gelukkiger samenleving.”
“ Een streng migratiebeleid is nodig als je echt gelooft in een sociale welvaartstaat.” Frans Timmermans
De toekomst van de EU Het grote Europese project waar Timmermans fervent voorvechter van is, heeft niet alleen te maken met grote beleidsuitdagingen. De toegenomen steun voor anti-Europese partijen en dreigende Grexits en Brexits hebben geleid tot een existentiële crisis. Hoe houden we de boel bij elkaar in Europa? “Voor mij geldt nog altijd dit: als je een mondiaal perspectief aanneemt en de problemen beziet die op ons allemaal afkomen, dan staan we toch veel sterker dan apart? De grote vraag is:
14 lava
Tragikomedie TTIP Tekst: Lucas Roorda en Elmar Smid Illustratie: Susan de Boer
15 lava足
Normaal gesproken komen de acteurs die vrijhandelsverdragen afsluiten niet op het politieke toneel, maar blijven ze verscholen bij achter de coulissen en hoor je niets van die verdragen. Toch kun je nu aan TTIP bijna niet ontkomen. Het Transatlantic Trade and Investment Partnership waar de EU nu met de Amerikanen over onderhandelt, moet een aantal handelsbarrières tussen de EU en de VS wegnemen. Hierdoor wordt onderling handelen en investeren makkelijker. TTIP is alleen geen klassiek vrijhandelsverdrag waarbij importheffingen tegengegaan worden, omdat het zich daarnaast richt op het weghalen of afstemmen van regelgeving die investeren of exporteren tussen beide handelsblokken duur maakt: de “non-tariff barriers”. TTIP zou hieraan een eind moeten maken. Klinkt als een discussie voor juristen en diplomaten – en tot voor kort was dat ook zo – maar rond TTIP is inmiddels een tragikomisch toneelstuk ontstaan dat wedijvert met de beste stukken van Shakespeare.
nieuwe personages en decorstukken ten tonele die tot dat moment nog achter de coulissen hadden gezeten. Zoals hierboven gezegd gaat TTIP over non-tariff barriers. Als voorbeeld wordt steevast de crashtest voor auto’s als decorstuk opgevoerd, die in Europa en de VS aan andere normen onderhevig zijn en dus op beide continenten uitgevoerd moet worden. Iedereen begrijpt dat dit soort regelgeving niet alleen veel dummies kost, maar ook tijd en geld.
Er zijn grofweg twee manieren om met dit soort regelgeving om te gaan: je kunt in je verdrag een nieuwe set eisen opnemen die samengesteld is uit de twee oude systemen. Zo hoeven producenten voortaan maar aan één set eisen te voldoen voor dat product, die door de nationale instanties van beide verdragspartijen wordt gebruikt. Dit werkt het beste als de nationale procedures op elkaar lijken en je alleen een aantal details hoeft weg te werken. De andere manier is wederzijdse erkenning: van elkaar aannemen dat de nationale procedure Eerste bedrijf: business as usual? van de ander met dezelfde waarborgen omkleed is als Bij een goed toneelstuk hoort natuurlijk een proloog. de jouwe, zodat je niet nog een keer volgens je eigen TTIP is niet het eerste vrijhandels- en investeringsver- standaarden test. drag. Nederland zit net als veel andere Europese landen tot zijn nek in dit soort bilaterale investerings- en vrij- Hier komt de chloorkip om te hoek kijken: in de VS is handelsverdragen. Sommige van die verdragen zijn het volgens de Food and Drug Administration toegeheel klein en gaan over specifieke sectoren, andere juist staan om kippenvlees in chloor te wassen om bacteriën groot en veelomvattend. Het is ook niet het eerste grote te doden. In Europa mag dat niet, en met uitzondering verdrag wat de EU tekent; op dit moment ligt CETA, een van Hans van Balen voelen weinig Europese consugroot verdrag tussen de EU en Canada, voor aan het Eu- menten voor kipfilet met zwembadsaus. Wat de chloorropees Parlement en de lidstaten. Die verdragen lijken kip een decorstuk maakt, is dat het allerminst zeker is sterk op waar nu rond TTIP over wordt onderhandeld, dat deze procedures ook onder dat systeem van wederinclusief het controversiële arbitragesysteem ISDS dat zijdse erkenning zullen vallen – sterker nog, dat wordt nu rond TTIP de rol van kwaaie pier speelt. Van de door alle direct betrokkenen hardop tegengesproken. meeste van die verdragen heeft niemand echter ooit ge- Hij was echter wel een prachtige stok om de hond mee hoord; hoewel ze verplicht moeten worden voorgelegd te slaan. Wat technische eisen en moeilijke procedures aan het parlement is er zelden of nooit debat over en niet voor elkaar kregen, kreeg de chloorkip wel: De aanworden ze stilzwijgend goedgekeurd. Bij vrijhandel dacht vestigen op TTIP en wat het betekent voor voedheb je altijd winnaars en verliezers en dan hangt het er selveiligheid. Naast de symbolische problemen als de vanaf wie het verlies lijdt, en of zij gecompenseerd of chloorkip blijken ook onze arbeidsvoorwaarden en – genegeerd kunnen worden. De BV Nederland profiteert omstandigheden onder druk te staan door TTIP. TTIP creëert in feite een geharmoniseerde markt creëert, en er vaak stevig van. aangezien de Amerikanen lagere arbeidsstandaarden Voor hen zou TTIP dus business as usual moeten zijn, hebben ligt concurrentie op arbeidsomstandigheden een verdere stap op weg naar een wereld die van onbe- op de loer. perkte vrijhandel aan elkaar hangt. Laat de diplomaten en technocraten het voorbereiden, schrijf er een mooie De chloorkip had nog een tweede effect: mensen bespeech bij over vrijhandelszones die vooral veel banen gonnen zich te realiseren dat dit soort onderhandelincreëren, voeg een snufje economische groei toe en leg gen ver buiten de parlementaire controle plaatsvinden het met een strikje eromheen voor aan de parlementen. en dat onze gekozen volksvertegenwoordigers pas bij Natuurlijk, in dit eerste bedrijf waren er ook al wat te- het eindproduct ja of nee kunnen zeggen. Dat is een legengeluiden, maar die bijrollen werden vooral gespeeld lijke spaak in het wiel van huidig Eurocommissaris door antiglobalisten die in iedere multinational de an- voor handel Cecilia Malmström, die zich tot dan toe tichrist zien. Knappe parlementariër die dan het im- had beperkt tot het mantra van haar voorganger Karel mer zwaarder wegende argument van de beloofde eco- de Gucht, “vertrouw ons maar”. Wie, hoor ik u zeggen? nomische groei en banen kan weerstaan in tijden van Exact, het tweede bedrijf van toneelstuk TTIP heeft crisis. Van onze eigen Diederik Samsom en Lilianne nog steeds betrekkelijk anonieme, niet-gekozen acPloumen hoefden we het in ieder geval niet te verwach- teurs op het podium staan waar het publiek weinig ten. Was het daarbij gebleven, dan was er nooit een vertrouwen in heeft. tweede bedrijf geweest en bleef dit stuk steken bij een korte sketch over “een dag in het leven van een onge- Het tweede bedrijf brengt ook een andere antagonist: ISDS, of Investor-State Dispute Settlement. Dit is een breidelde vrijemarkteconomie”. arbitrageprocedure waar investeerders schadeclaims kunnen indienen tegen staten die zich in hun ogen niet Tweede bedrijf: #ophef houden aan de voorwaarden die afgesproken zijn in het Nou, niet dus. Het tweede bedrijf bracht een aantal investeringsverdrag. In het beste geval beschermt dat 16 lava
investeringen tegen zwakke rechtssystemen en willekeurige onteigeningsprocedures. Op zijn slechtst kunnen democratisch gekozen regeringen hun eigen wetgeving niet aanpassen, als blijkt dat bijvoorbeeld arbeidsnormen, het milieu of de volksgezondheid door een bepaalde bedrijfspraktijk bedreigd worden. Die procedures vinden bovendien plaats achter gesloten deuren en de uitkomsten zijn vertrouwelijk, zodat moeilijk achteraf geëvalueerd kan worden of het verdrag wellicht aangepast moet worden. Dit deel van het stuk laat overigens zien wat een dubbel smoelwerk Nederland heeft: Nederlandse bedrijven maken al jaren gebruik van ISDS-procedures om ontwikkelingslanden onder druk te zetten, maar nu we zelf aan de ontvangende kant dreigen te zitten, begint het protest pas.
nog niet af. Het is dus aan ons of wij accepteren dat het grootste deel van het stuk zich buiten ons zicht afspeelt, de tekstschrijvers niet op de aftiteling staan en economische winst als hoogste moraal boven democratie wordt gehuldigd. ◄
Derde bedrijf: bezinning? Meestal brengt het derde bedrijf de moraal van het verhaal; een nieuwe protagonist staat op, de antiheld komt tot zelfinzicht, en de slechterik krijgt zijn vet. Tot op zekere hoogte is dat in toneelstuk TTIP ook het geval. De negatieve kanten van TTIP krijgen steeds meer aandacht en zetten de claim dat het allemaal groei, banen en hosanna is nogal in perspectief. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) zet frontaal de aanval in en heeft onderzocht dat TTIP potentieel zelfs meer banen kost dan het oplevert. Het valt steeds meer mensen op hoe iedere Eurocommissaris bezweert dat er, nee echt, aan consumenten- en werkgeversbescherming níet ingeleverd wordt – wat je doet afvragen waarover men dan wél onderhandelt. Belangrijker nog, het besef dringt door dat een volksvertegenwoordiging die alleen bij het kruisje kan tekenen niet voldoet aan het ideaal van representatieve democratie dat Europa zo zegt na te streven. De volksvertegenwoordiging zelf lijkt ook wakker te worden. In Nederland begon de kentering toen PvdAEuroparlementariër Agnes Jongerius een David-versus-Goliath manoeuvre uitvoerde door onze eigen Kamerfractie – inclusief de Vossenstreken van de woordvoerder – klem te zetten met haar aangekondigde stem tegen TTIP. Dat was de voorbode van een nog steeds aanzwellend koor van linkse en centrum-politici om hun onvrede te uiten met de bedekte manier waarop er met TTIP wordt omgegaan. Een enkele D66dissonant in dat koor mag de pret niet drukken. Aan de overkant van de plas zit men ook niet stil, wat te zien was toen het Amerikaanse Congres in stemde met een voorstel dat president Obama verplichtte TTIP en andere verdragen aan de volksvertegenwoordiging voor te leggen. Here comes the cavalry: feitelijk doet het Congres hier een deel van het werk dat zowel het EP als de nationale parlementen in Europa lieten liggen, namelijk de uitvoerende macht een trap terug geven. Of die cavalerie ons ook uit helemaal de brand gaat helpen is maar zeer de vraag, want met de presidentsverkiezingen om de hoek en een republikeinse meerderheid in het Congres ligt het niet voor de hand dat de VS tegen TTIP zal stemmen. Of de Europese Sociaaldemocraten hun poot stijf houden is evenzeer de vraag. De ontknoping van de TTIP-tragikomedie laat voorlopig nog op zich wachten. De acteurs staan nog op het podium, de decorstukken zijn nog niet weg en de tekst is 17 lava
18 lava
Ons nieuwste lid… Menno Schellekens!
Tekst: Guus Christiaans Beeld: Maria van der Heyden
Tof dat je lid bent geworden. Wat was het moment dat je besloot om lid te worden? “Dat was na de laatste Engelse verkiezingen, toen Labour keihard heeft verloren. In een aantal Europese landen hebben we links zien verliezen, hoewel ik het gevoel heb dat partijen zoals de PvdA in Nederland en Labour in Engeland veel grote problemen als ernstige armoede vrij goed hebben opgelost, staan er nu een nieuwe set uitdagingen op de stoep waar deze partijen nog niet een duidelijk antwoord hebben geformuleerd.” Waarom de JS/PvdA en niet een andere linkse partij? “Ik denk dat de PvdA net als Labour een unieke geschiedenis heeft van een volksbeweging creëren. Dus met één verhaal bij elkaar trekken van verschillende groepen in de samenleving. Ik denk dat als er een partij gaat zijn die tot een coherente antwoord kan komen en echt een sterk progressief verhaal weet neer te zetten, dan zal dat de PvdA zijn.” Weet je al of je actief wilt worden, bijvoorbeeld in een werkgroep of bij een afdeling? “Ik wordt nu overladen met mails van de JS en de PvdA over wat er allemaal kan. Ik moet even ontdekken wat ik wil gaan doen. Ik zie mezelf vooral als een denkend lid, maar ik zal ook zeker gaan naar de plekken waar de gesprekken worden gevoerd.” Hoe kijk jij tegen het huidige kabinet van PvdA en VVD? “Het is een van de redenen waarom ik voor de PvdA heb gekozen. Ik vind dat het van immense politieke moed getuigt, de kabinetsvorming met de VVD, die je mist bij andere linkse partijen. Ik denk dat er vast beter onderhandeld had kunnen worden, er zitten zeker een aantal maatregelen in die niet fijn zijn. Dat Diederik Samsom zo onder vuur ligt voor de keuze die hij toen heeft gemaakt vind ik begrijpelijk, maar jammer.” Wat zou je veranderen als je één dag aan het ‘politieke’ stuur zou mogen staan? “Ik heb eigenlijk geen idee, haha. Ik zie een aantal grote problemen als uitdaging van de eenentwintigste eeuw. Daar hoort wat mij betreft klimaatsverandering bij, maar ook de toenemende macht van grote bedrijven die miljarden aan belasting ontwijken. Misschien wel de belangrijkste is het groeiende gat tussen mensen die winnen in ‘the winner-take-all’ economie en degenen die achterblijven. Over deze verliezers hoor je de PvdA niet. Ook vind ik het jammer dat er door de PvdA niet assertiever over Europa wordt gesproken. Nu houdt iedereen zijn mond in de hoop dat het vanzelf weg gaat. Dit zijn grote uitdagingen waar ik absoluut niet het antwoord op heb, maar waar ik graag over wil nadenken. Dat kan binnen de PvdA en JS.”
19 lava
Tussen hoop en holle frase
De moeizame weg naar duurzame ontwikkeling Tekst: Frank van Kesteren
De afgelopen decennia heeft het concept duurzaamheid zijn intrede gedaan in de internationale politieke arena. Vanaf de introductie van de term in het rapport Our Common Future in 1987 is het binnen de Verenigde Naties (VN) langzaamaan een sleutelbegrip geworden. Nadat in 2012 de eerste VN-conferentie over duurzame ontwikkeling gehouden werd in Rio de Janeiro (ook bekend als Rio+20) is het nu tijd voor doelstellingen over duurzame ontwikkeling. Deze Sustainable Development Goals (SDG’s), de opvolgers van de Millenniumdoelstellingen die in 2015 aflopen, illustreren de toenemende bezorgdheid over duurzaamheid op internationaal niveau. Maar hoe duurzaam zijn deze doelstellingen daadwerkelijk? In The Future We Want, het document dat resulteerde uit Rio+20, werd de koppeling tussen economische, sociale en milieufactoren voor het eerst op dit politieke niveau vastgelegd. In de visie die het document introduceerde werd gesteld: “we erkennen daarom [het belang van, red.] de integratie van economische, sociale en milieu-aspecten en hun verwevenheden, teneinde duurzame ontwikkeling in alle dimensies te bereiken”. In tegenstelling tot de Millenniumdoelstellingen zou de rol van ontwikkelde landen in duurzame ontwikkeling ook in beschouwing genomen worden. Bovendien werd de draagkracht van lidstaten in overweging genomen, waardoor duurzame ontwikkeling een substantiële verandering in en door rijke landen zou vereisen.
een wisseling van de wacht in internationaal politiek opzicht leken te betekenen. Met name de BRIC-landen kaartten de verantwoordelijkheid van ontwikkelde landen aan, door het ‘Common but Differentiated Responsibility’-principe (CBDR) te introduceren in de voorlopige doelstellingen. Volgens dit principe, dat ook in bijvoorbeeld het Kyoto-protocol gebruikt werd, hebben lidstaten een gedeelde verantwoordelijkheid om duurzame ontwikkeling te faciliteren, maar wordt deze verantwoordelijkheid wel gedifferentieerd naar de draagkracht en invloed van elke lidstaat. In The Future We Want werd deze differentiatie als volgt bepaald: “naargelang de last die hun [lidstaten, red.] samenlevingen vormen voor het mondiale milieu en de technologie en financiële middelen die zij tot hun beschikking hebben”. Voornamelijk het eerste deel van deze differentiatie is interessant omdat het de grotere verantwoordelijkheid van ontwikkelde landen erkent in een tijd waarin de mens bepalende invloed heeft op het milieu. Het gebrek aan duurzaamheid van economieën in ontwikkelde landen maakt hen hoofdverantwoordelijk voor het bijdragen aan oplossingen. Het onderhandelingsproces liet echter zien dat een procedureel inclusief onderhandelingsproces in internationale instituties weinigzeggend is. De G77 en China introduceerden in de voorlaatste sessie in juni 2014 een nieuwe strategie voor het realiseren van de SDGdoelstellingen, waar het CBDR-principe leidend was voor de bijdrages van lidstaten. De laatste onderhandelingsronde was echter de meest curieuze. Mede dankzij de tijdsdruk die op deze ronde stond (er moest een voorlopig voorstel komen om te kunnen voorleggen aan Secretaris-Generaal Ban-Ki Moon in de zomer van 2014) slaagden veelal Europese landen erin om dit principe, en diverse targets die de positie van ontwikkelde landen uitdaagde, van tafel te vegen.
Een lang onderhandelingsproces volgde, verspreid over 13 vergaderingen van de Open Working Group (OWG) die geïnstalleerd werd na Rio+20. Dit proces is procedureel het meest inclusieve onderhandelingsproces in de Verenigde Naties tot nu toe. Belangengroepen kregen ruimschoots spreektijd, er ging aandacht uit naar marginale lidstaten als kleine eilanden en ‘landlocked states’ en de co-voorzitters van de OWG kwamen niet uit Duitsland, Japan of Rusland, maar uit Hongarije en Kenia. Wat overblijft is een uiterst uitdagend voorstel van 17 doelen en maar liefst 169 targets die duurzame ontwikIn de eerste vergaderingen waren NGO’s en ontwikke- keling tot aan 2030 moeten verzorgen. Deze 17 doelen lingslanden veelvuldig aan het woord en werden er zijn verdeeld over de drie pilaren van duurzame ontvoorlopige doelstellingen en targets ontwikkeld die wikkeling: ontwikkeling op economisch, sociaal en niet alleen breed en veelomvattend waren, maar ook milieugebied. Vijf doelstellingen betreffen het milieu: 20 lava
Doelstelling 7: “Zorg voor toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen.” Doelstelling 12: “Zorg voor duurzame consumptieen productiepatronen.” Doelstelling 13: “Onderneem urgente actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden.” Doelstelling 14: “Behoud oceanen, zeeën en maritieme hulpbronnen en gebruik ze op duurzame wijze.” Doelstelling 15: “Bescherm, herstel en bevorder het duurzame gebruik van ecosystemen op land, beheer op duurzame wijze bossen, bestrijd verwoestijning, maak een einde aan bodemdegradatie en draai het terug, en roep het verlies van biodiversiteit halt toe.” Op het eerste gezicht lijkt dit een ambitieuze set aan doelstellingen. Ze verwoorden bezorgdheden over niet enkel het klimaat, maar ook andere milieuproblemen die hiervoor nog relatief weinig aandacht kregen. Er zijn echter een aantal elementaire targets geschrapt in de laatste onderhandelingsronde, zoals de targets onder doelstelling 12 waarin specifiek gevraagd werd om een duurzaam consumptiepatroon in ontwikkelde landen te promoten. Bovendien zorgt de structuur van dit voorstel, met haar individuele doelen en targets, ervoor dat één van de belangrijkste peilers van duurzame ontwikkeling, het erkennen van onderlinge verbindingen van economische, sociale en milieufactoren, niet terugkomt in
het document. Met 169 targets zullen lidstaten, gedwongen of vrijwillig, beginnen aan een proces van cherry-picking, waarbij bijvoorbeeld target 11.7 (universele toegang tot groene en publieke ruimtes) even belangrijk wordt als target 7.2 (verhogen van het aandeel duurzame energie in het totale energiegebruik). Er worden geen prioriteiten gesteld, en de verbindingen tussen de doelstellingen worden niet erkend. De Millenniumdoelstellingen zijn een succes geweest: met name op het gebied van armoede, gezondheidszorg en onderwijs zijn er grote slagen gemaakt. Echter, de programma’s verantwoordelijk voor deze successen zijn voornamelijk gericht geweest op quick wins, waarbij voornamelijk diegenen bereikt zijn die het makkelijkst te bereiken zijn. Om ervoor te zorgen dat de SDG’s inclusieve ontwikkeling zal brengen die daadwerkelijk duurzaam is zal de opzet en inhoud van de doelstellingen moeten veranderen. De doelstellingen moeten de drie dimensies van duurzaamheid –economisch, sociaal en milieu- integreren en zullen in zekere mate prioriteiten moeten bevatten. Daarbij zal van ontwikkelde landen gevraagd moeten worden om niet enkel relatief eenvoudige oplossingen als efficiënter afvalmanagement of innovatie op het gebied van duurzame energie te faciliteren, maar ook daadwerkelijk offers te brengen. Zo niet, dan overstijgt duurzame ontwikkeling nooit haar reputatie als holle frase. ◄
21 lava
Ontwikkelingssamenwerking: ĂŠĂŠn groot dilemma Tekst: Hester van Ommeren Illustratie: Susan de Boer
22 lava
In tijden waarin angst voor terrorisme de mensen bezig houdt, klinkt de roep om meer geld naar defensie met de dag harder en neemt de aandacht voor ontwikkelingshulp allengs af. Hoewel de twee meer met elkaar in verband staan dan vaak gedacht wordt, doet de zorg voor eigen veiligheid meestal meer dan de zorg voor die van anderen. Terwijl Nederland nog altijd niet de VN-norm voor ontwikkelingssamenwerking van 0,7 procent van het Bruto Nationaal Product haalt, maken bezuinigingen de problematiek rondom de verantwoording van hulp alleen maar groter. Hoe beslis je welk land, welke regio en welk probleem hoeveel geld gaat krijgen? En hoe verantwoord je die keuzes vervolgens? Een eerste probleem is de lastige taak om aan te tonen hoe efficiënt bepaalde vormen van hulp zijn geweest. Precieze resultaten zijn meestal niet bekend doordat ontvangende landen uitgaven niet goed bijhouden en effecten moeilijk vast te leggen zijn. Als bijvoorbeeld al bekend is hoeveel kinderen er dankzij hulp naar school gaan, is het nog de vraag hoe effectief dit onderwijs uiteindelijk is, of het bijdraagt aan hun toekomstige carrière en of het ontwikkelingsperspectief in zijn geheel wel vergroot wordt. De consequentie is dat landen waar ‘gemakkelijker’ resultaten te behalen zijn meestal meer aandacht krijgen. Hulp is daar efficiënter te leveren, wat het makkelijker te verantwoorden maakt. Het morele dilemma is dat juist de landen waar hulp het beste werkt, meestal de landen zijn die hulp het minste nodig hebben. De echt arme en problematische landen hebben dit veel harder nodig, maar maken het op hun beurt ook moeilijker. Zo kan je je afvragen of de 50 miljoen van Ploumen, bedoeld om economische ontwikkeling in Afrika te stimuleren en zo de economische immigratiestroom aan te pakken, naar de juiste landen gaat. Ghana, Senegal en Tunesië behoren niet tot de landen waar de meeste economische vluchtelingen vandaan komen. Daarnaast staan Senegal en Ghana juist op de lijst van landen waarmee Nederland op korte termijn zal stoppen met het geven van hulp. Hoewel men zegt dat ‘iets doen meestal beter is dan niets’, blijft het de vraag of deze vorm van hulp wel bijdraagt aan de voorgestelde ontwikkelingsdoelen. Het lijkt in ieder geval gemakkelijker geld aan deze, verder ontwikkelde landen te geven dan aan failed state Nigeria, hoewel juist daar veel economische vluchtelingen vandaan komen. Eenzelfde problematiek is binnen de ontwikkelingssamenwerking met Zuid-Soedan terug te vinden. Wat doe je als je met een corrupte regering te maken krijgt die met jouw ontwikkelingsgeld zijn burgeroorlog faciliteert? Hoewel het stoppen van geld logisch lijkt als dit gebruikt wordt om de situatie te verergeren, verhelpt het de zorgelijke situatie uiteindelijk niet. Daar waar mensen het armst zijn, krijg je juist te maken met fragiele staten, corruptie en zwakke instituties. Een hechtere samenwerking met lokale overheden en plaatselijke NGO’s zou een optie zijn, al blijft de vraag hoeveel een corrupte en misdadige overheid zich hier aan gelegen zou laten liggen. Toch is juist bij een corrupte regering de continuering van vormen van hulp essentieel. Het feit dat een regering zich misdraagt betekent immers niet dat de rest van de bevolking zomaar opgegeven kan worden en toont juist de noodzaak tot verandering en ontwikkeling aan. In 3 jaar tijd 23 lava
kan je echter geen fatsoenlijk land opbouwen. De oude machtsstructuren moeten veranderen voordat andere hervormingen invloed kunnen hebben en dit kost helaas tijd. Juist de complexiteit maakt ontwikkelingssamenwerking zo noodzakelijk. Het belangrijkste is dan ook dat de beweegredenen en doelen die ons als land bewegen om ontwikkelingssamenwerking te verrichten het blijven winnen van de obstakels die de complexiteit van het werk met zich meebrengen. Ontwikkelingshulp bied je aan landen waar de staat zelf de middelen, kennis of bereidheid niet heeft deze problemen op te lossen. Om die reden moet juist kritisch gekeken blijven worden welke landen hulp het hardst nodig hebben, ook al kan ontwikkeling tijd kosten. Zoals nu ook in Nepal duidelijk wordt, gaat het om veel meer dan alleen de situatie op dat moment. De gevolgen van een conflict of natuurramp gaan jaren door en vragen om verschillende vormen van hulp en begeleiding. Om als Nederland zo effectief mogelijk met deze omstandigheden om te gaan, zou samenwerking met lokale NGO’s en regionale overheden helpen. Niet alleen levert dit meer inzichten in de lokale problemen op, het maakt het ook mogelijk om voorbij corrupte regeringen en op een langere termijn bij te dragen aan de beïnvloeding van het beleid, door de maatschappelijke organisaties in de ontwikkelingslanden zelf te versterken. Deze organisaties vertegenwoordigen de stem van burgers en hebben soms meer mogelijkheden de overheid te beïnvloeden. De beleidsvernieuwing ‘Samenspraak & Tegenspraak’, die voor de periode 2016-2020 zal gelden, lijkt een goede stap in die richting. In deze vernieuwing zal Nederland meewerken aan het creëren van een omgeving waarin maatschappelijke organisaties hun rol beter kunnen spelen en zal de samenwerking met lokale NGO’s uitgebreid worden. Ontwikkelingssamenwerking draait uiteindelijk om het brengen van vooruitgang via samenwerking, waarbij dit laatste breed moet worden opgevat en voorbij overheden moet gaan. De moeilijke vraag welk gebied de meeste hulp verdient en krijgt blijft aanwezig, wie weet immers écht wat anderen het beste nodig hebben? Het stimuleren van de zelfredzaamheid van lokale maatschappelijke organisaties biedt echter een hoopvolle stap, waarbij het ontwikkelingsland uiteindelijk zelf verandering faciliteert. Het belangrijkste is om voorbij het ‘lokkertje’ van gemak en snelheid te kijken en juist de problematische landen met vaak diepgewortelde problemen aandacht te blijven geven. Uiteindelijk verdient iedereen een gelijke kans, en vanuit die menselijkheid moet ontwikkelingssamenwerking benaderd blijven worden. ◄
“Het antwoord ligt in engagement” Kunstenares Tinkebell over misstanden in de wereldwijde textielindustrie We leven in een complexe tijd. Het proces van globalise- Tekst: Tinkebell ring heeft niet alleen geleid tot enorme kansen op het ge- Beeld: Maria van der Heyden bied van technologie, informatie en bijvoorbeeld culturele uitwisseling, het heeft ook geleid tot toenemende ongelijkheid in de mondiale verdeling van welvaart. Voorbeelden van het onrecht waar deze ongelijkheid toe leidt vinden we op veel plaatsen. Tinkebell (Katinka Simonse, 36), bekend door haar maatschappelijk geëngageerde kunst, beschrijft als LAVA-gastredacteur één van die voorbeelden: de misstanden in de wereldwijde textielindustrie. 24 lava
Sinds mijn reis naar Bangladesh, iets meer dan een jaar geleden lijkt er een nieuw vinkje achter mijn naam in het rijtje ‘expertisegebieden’ te staan, namelijk: ‘textielindustrie’. En hoewel ik inderdaad 6 weken rondom Dhaka vertoefde, een project deed op het achtergebleven puin van het ingestorte Rana Plaza gebouw in Savar, een aantal textielfabrieken bezocht, experts ter plaatse sprak, bij toeval zelfs in een ‘sweatshop’ waar kinderen werkten belandde en eerder ook in China e.e.a. aan fabrieken van binnen had gezien, voelt de titel ‘expert’ nog ietwat onwennig. Toch begrijp ik wel waarom ik al ruim een jaar word gevraagd aan te schuiven bij allerlei debatten over deze industrie en regelmatig een podium beklim om iets te vertellen over de situatie aldaar. Over dat wat ík zag en over zaken die je, als je het mij vraagt, veel te weinig hoort. Het verschil tussen mij en de experts-experts is namelijk, denk ik, dat ik als kunstenaar volledig autonoom werk. Geen organisatie, geen belangenvereniging en ook geen politieke partij fluistert mij in wat wenselijk of handig is. Niet in wat ik zeg en ook niet in wat ik onderneem. En zo beland ik vaak in net iets andere situaties, dan het gangbare. Of het veilige, zo u wilt. Toen ze bij de Nederlandse ambassade in Dhaka hoorden in welke wijk ik een ruime maand logeerde (Uttara, sector 9, voor wie het iets zegt) en dat ik op de bonnefooi bij allerlei fabrieksgebouwen naar binnen wandelde werd ik direct gewaarschuwd dat dat erg gevaarlijk kon zijn. Beter zou ik een hotel boeken in de sector waar alle ambassades zich bevonden of iets meer in het centrum van de stad. Iets wat ze alle bezoekers adviseerden. Ook hadden ze wel een lijst met fabrieken waar ze contact mee hadden en waar ik op afspraak zou kunnen gaan kijken om een idee te krijgen van de textielindustrie. U begrijpt dat die lijst aan praktisch elke journalist, NGO-medewerker, politicus of andere geïnteresseerde wordt overhandigd en zo gebeurt het dat een handjevol fabrieken dienst doet als kijkdoos voor een miljoenenindustrie. - Dit gaat zo uit veiligheidsoverwegingen, maar het is ook een tijds-kwestie. De meeste fact-checkers, met uitzondering van een handjevol NGO-mensen, hebben maximaal een paar dagen de tijd om ergens een mening en of een visie op te baseren. Ik vind dat problematisch. Niet omdat deze fact-checkers hierdoor niet van de grootste problemen horen, maar wel omdat ze zo weinig invoelbaar worden. Een gebrek aan invoelbaarheid creëert een gebrek aan engagement en een gebrek aan engagement staat hier gelijk aan een gebrek aan de wil om daadwerkelijk iets te veranderen aan een schrijnende situatie van mensen die zich vaak letterlijk doodwerken in deze industrie. Ik ga een paar voorbeelden noemen van problematische zaken die de meeste ‘textielindustrie-experts’ best wel weten, maar waar de meeste mensen nog nooit van hebben gehoord. Wanneer je in Nederland een zeefdrukkerij wil starten, loop je al gauw tegen allerlei (terechte) wetgeving op. Die is namelijk zó streng wat betreft afzuiginstallaties, afvoer van chemische stoffen etc. dat het voldoen daaraan haast onhaalbaar wordt. 25 lava
Ik ben zelf in twee grote zeefdrukkerijen geweest. Een in China en een in Bangladesh. De zeefdrukkerij in China was tevens een ‘sealwerkplaats’ waar opblaas zwembandjes en dat soort zaken in elkaar werden gesmolten en bedrukt. Voor beide fabrieken gold dat het er op het moment dat ik er kwam ruim boven de 40 graden celsius (buitentemperatuur, binnen nog warmer) was. In beide fabrieken was geen luchtafvoer of luchtcirculatie systeem. Geen airco, geen veiligheidsmaskers. Er werkten voornamelijk jonge mensen. Twintigers, schat ik. Al na een paar stappen in de fabriekshal sloeg de lucht op mijn keel. De keelpijn die ontstond van het rondlopen daar (niet meer dan 20 minuten) bleef een aantal dagen aan. De kans dat de mensen die de shirts (of welk product dan ook) middels zeefdruk bedrukken vóór hun 30ste dood gaan aan kanker is reëel. Waarom? Heel simpel: er is een compleet gebrek aan wetgeving als het gaat over werken met chemische (verf)stoffen. Dit geldt evengoed voor het bleken van spijkerstof (zeer giftig) of, nog gevaarlijker, het looien van leer, wat ook nog eens een deel van de textielindustrie is waar veel sprake is van kinderarbeid. Mijn theorie over hoe dat kan? Ik kan me zo voorstellen dat het zo giftig is, dat er niemand komt checken. Over die kinderarbeid. De meeste fabrieken hebben netjes bordjes op de deur met ‘no child labor’, en dat klopt ook. Maar fabrieken besteden veel werk uit aan kleine naaiateliers. En die zijn slechts deels te controleren. Waar ik zelf belandde is een klein atelier waar ongeveer 15 kinderen werkten. Allen tussen de 8 en 15 jaar oud. Hun taak was het verwijderen van labels uit kledingstukken die om wat voor reden dan ook waren afgekeurd in de fabrieken. Door de labels te verwijderen konden de kledingstukken elders weer worden doorverkocht in een secundair marktcircuit. Er valt hier van alles over te zeggen. De meeste dingen die in me opkomen zijn verwerpelijk. Behalve het gegeven dat voor die kinderen gold: geen baan = geen eten. Dit maakte dat ik óók blij was dat deze kinderen hier hun geld konden verdienen. Ingewikkeld. Waar ik eigenlijk naartoe wil is dat het oplossen van de problemen in de textielindustrie een complexe zaak is. De voorbeelden die ik hier noem, zijn slechts een paar van de vele die er zijn. Maar wanneer je me vraagt wat er zou moeten gebeuren denk ik dat het antwoord ligt in engagement. Daadwerkelijk engagement gaat namelijk altijd gepaard met consequenties. Concreter: wanneer wij willen dat er geen bloed kleeft aan de kleding die we dragen zullen we daar iets voor moeten inleveren. Bijvoorbeeld in de vorm van een extra belasting van, noem eens wat, 1%, op textiel. Dat zou in een speciaal fonds gestopt kunnen worden gericht op het oplossen van misstanden en het eerlijk betalen van textielwerkers. Of dit het probleem oplost? Nee, natuurlijk niet. Als het zo simpel was, hadden we dat (hoop ik) al gedaan. Maar wel om een voorbeeld te zijn voor alle andere landen. Om een beweging in gang te zetten moet er íemand beginnen. Dat zouden wij kunnen zijn. Dat zou terecht zijn. Dat zou ons sieren. Met grote impact. To start with. ◄ 26 lava
27 lava足
80 jaar lang vechten voor je idealen
Tekst: Casper Gelderblom Vertalingen: Elissavet Karamichail en Dimitrios Kastrisios
Bijna een eeuw geleden werd hij geboren in het dorpje Apiranthos op het Griekse eiland Naxos, midden in de Egeïsche Zee. Maar het hadden ook dertig eeuwen kunnen zijn, denk je als hij spreekt. Manolis Glezos (92), oudverzetsheld, overtuigd communist, journalist, schrijver, vakbondsleider, parlementariër, burgemeester, ingenieur, politiek activist en tot voor kort Europarlementariër, ademt geschiedenis. Toen de Italianen onder Mussolini eind jaren dertig hun zinnen hadden gezet op het strategisch gelegen Griekenland, meldde Glezos zich bij het leger als vrijwilliger. Hij was te jong en werd afgekeurd. Toen de Duitsers twee jaar later het Griekse leger onder de voet liepen, hield niets hem echter meer tegen. Als 19-jarige student zag kon hij niet verkroppen hoe het Griekse straatbeeld plots gedomineerd werd door nazistische symbolen, die de nederlaag pijnlijk duidelijk maakten. Maar één symbool van de macht van de Duitse bezetter was voor Glezos een volstrekt onvergeeflijke ontheiliging: de wapperende swastika-vlag bovenop de eeuwenoude Akropolis. In de nacht van 30 mei 1941 beklom hij samen met een vriend de Akropolis, klom in de vlaggenmast en trok de vlag naar beneden. Ze ontsnapten vervolgens via een grot, verstopten de vlag in een oude waterput en doken onder. De nazi’s veroordeelden hen in afwezigheid tot de doodstraf.
Zijn tegendraadsheid heeft Glezos van zijn moeder, verklaart hij. Zij leerde hem om nooit te verloochenen waar je voor staat. Ook de mensen in zijn dorp en hun gebruiken vormden de Griek. De meeste mannen in Apiranthos waren schaapsherder, licht hij toe. Om de balans in het dorp te bewaren en ervoor te zorgen dat niemand zó rijk werd dat de rest onderdrukt zou worden, werd afgesproken dat niemand meer dan duizend schapen mocht hebben. “Mijn grootvader luidde twee keer de kerklokken om een paar honderd schapen weg te geven.” In het dorp bepaalde namelijk niet vermogen de maat der dingen, maar arbeid en - aan de eettafel de opbrengst van die arbeid. “De één zorgde ervoor dat de kudde bij elkaar bleef, de ander molk de schapen en weer een ander maakte kaas of boter.” Zo zorgden de herders samen voor hun gemeenschap, “sinds de dagen van de Oudheid tot de dagen van mijn jeugd.” Zijn achtergrond maakte dat Glezos zich onmiddellijk identificeerde met de idealen van het communistisch verzet, waar hij zich na zijn ontsnapping van de Akropolis bij aansloot. Hij ontwikkelde zich al snel tot een prominent figuur binnen de communistische beweging, EAM. Eind 1944 slaagde het verenigde verzet, waarin de EAM domineerde, er in samenwerking met de Britten in om de Duitsers uit Griekenland te verjagen. Het werd echter onmiddellijk duidelijk dat de 28 lava
Britse premier Churchill de dominantie van de communisten niet tolereerde. Tijdens een bijeenkomst op het Atheense Syntagmaplein in december ’44 openden de Britten het vuur op de communisten. Toen bekend werd dat Churchill zelf naar Athene zou komen in december, besloot de EAM een aanslag te plegen. Het was Manolis Glezos die uren door het riool onder het Hotel Grand Bretagne in Athene kroop om een bom te plaatsen. De aanslag mislukte. Churchill schreef erover naar zijn vrouw: “Je hebt waarschijnlijk gelezen over de geplande aanslag op ons hoofdkwartier in Hotel Grand Bretagne, (…) [waar] een ton dynamiet in het riool geplaatst was door bijzonder kundige handen.” Dezelfde handen, dus, waarmee Glezos 71 jaar later nog driftig gesticuleert in het Europees Parlement. De oorlogsjaren vormden hem – en lieten hem nooit meer los gelaten. Eén van de redenen voor Glezos om op zijn hoge leeftijd nog in het Europees Parlement aan de slag te willen gaan, is de herinnering aan alle Griekse slachtoffers van de Duitse bezetting. “Ik wil hier aandacht vragen voor de herstelbetalingen die Griekenland nog steeds niet van Duitsland heeft ontvangen. Ondanks het feit dat de Tweede Wereldoorlog in Griekenland met meer dan een miljoen slachtoffers één grote slachting was, is Griekenland het enige land dat Duitsland tot op de dag van vandaag weigert te compenseren.” Na de Tweede Wereldoorlog ontvouwde zich in Griekenland een bloedige burgeroorlog. Ook hierin speelde Glezos een belangrijke rol. Vechtend als guerrillastrijder in het noorden van het land, ontwikkelde hij zich al snel tot de held van links Griekenland. Ook deze jaren waren vormend: de communistische beweging dolf het onderspit. Glezos werd, samen met veel van zijn kameraden, vervolgd gemarteld. Duizenden van zijn partijgenoten verloren hun leven. Ook de herinnering aan hen beweegt Glezos tot op de dag van vandaag. “Mijn wil om door te blijven gaan komt van mijn wens om de wil te volgen van al mijn medestrijders die verloren gingen. Altijd wanneer we ons voorbereidden op een demonstratie of een gevecht, zeiden we tegen elkaar: als ik morgen sterf, wil ik dat jij voor mij blijft leven. Wanneer je goedemorgen zal zeggen, zal je dat voor mij zeggen. Wanneer je de wind hoort fluisteren of de golven hoort slaan, zal je dat horen voor mij. En wanneer je danst, zal ik met je mee dansen.” Zelf werd Glezos meerdere keren ter dood veroordeeld, ook na de burgeroorlog. Maar verschillende Griekse regimes durfden het vanwege zijn populariteit bij veel Grieken niet aan om het vonnis uit te voeren. In plaats daarvan werd hij gevangen gezet. Hij bracht twaalf jaar door in gevangenissen, en vier lange jaren in ballingschap op twee kleine eilanden aan de rand van de Egeïsche Zee. “Uiteindelijk, door een speling of misschien zelfs een fout van het lot, heb ik alles overleefd. Honderd-en-achttien. Honderd-en-achttien vrienden verloor ik. Ik blijf leven voor hen, de herinnering aan hen dwingt me te blijven vechten.” Nog in de gevangenis werd Glezos in 1951 voor de nieuwe partij Verenigd Democratisch Links verkozen tot het Griekse Parlement, waar hij na zijn vrijlating in 1954 zitting nam. In 1958 werd hij door de Griekse auto29 lava
riteiten weer in hechtenis genomen, op verdenking van spionage voor de Sovjet Unie. Nikita Chroesjtsjov, de opvolger van Stalin, nam het publiekelijk op voor Glezos. Hij nodigde hem uit voor een persoonlijk diner en besloot, onder indruk van de dwarse Griek, door de hele Sovjet Unie postzegels met zijn beeltenis te laten verspreiden. In 1961 werd Glezos herkozen, maar enkele jaren later weer gevangen gezet toen een militaire junta de macht in handen kreeg. Pas begin jaren zeventig kwam hij weer vrij. Het volgende decennium bleef hij zich bemoeien met publieke zaken als journalist. In 1981 werd hij, deze keer voor het sociaaldemocratische PASOK, vervolgens wéér tot het Griekse parlement verkozen. Hij werd in die positie ook kort lid van de voorloper van het Europees Parlement, tot hij zich in 1986 uit frustratie met de nationale en Europese politiek terugtrok in Apiranthos op Naxos. Daar werd hij voorzitter van de dorpsraad en begon een radicaal democratisch experiment, wat hij Directe Democratie noemt. “Een geschenk aan mijn geboorteplaats en haar mensen,” noemt hij het. Het was niet vreemd geweest als Glezos na een veelbewogen carrière zich op 64-jarige leeftijd blijvend in het bergdorp van zijn jeugd had gevestigd. Maar zijn verontwaardiging over de wereld zoals ze is, was te groot. In de jaren negentig zette Glezos zich internationaal in om aandacht te vragen voor uitstaande Duitse herstelbetalingen. Daarnaast speelde hij een belangrijke rol in de vorming van één van de voorlopers van Alexis Tsipras’ Syriza, de Radicale Linkse Coalitie. Voor deze partij werd hij in 2000, op 78-jarige leeftijd, wéér verkozen in het Griekse parlement. In drie van vier belangrijke episodes van de contemporaine Griekse geschiedenis had Glezos tot dan toe een belangrijke rol gespeeld: de Tweede Wereldoorlog, de burgeroorlog en de overgang van militaire dictatuur naar democratie. De vierde episode begon in 2010: de impact van de financieel-economische crisis op Griekenland. Jarenlang bleken Griekse regeringen groeicijfers te hebben gemanipuleerd en zowel hun Europese partners als het Griekse volk te hebben bedonderd. De Europese Unie kwam met een reddingsplan, maar niet zonder strenge voorwaarden: er moest flink bezuinigd en hervormd worden. De rest is geschiedenis. Een geschiedenis waar Manolis Glezos, inmiddels achter in de tachtig, voor de vierde keer in zijn leven een bepalende rol ging spelen. Op het Syntagmaplein, de plek waar zijn kameraden in 1944 door Britse troepen werden beschoten en waaronder hij zelf door het riool kroop met het plan Winston Churchill op te blazen, demonstreerde hij in 2010 tegen het voorgestelde pakket van bezuinigingen dat de Europese Unie dit jaar in de grootste crisis van haar bestaan heeft doen belanden. De protesten werden heftiger en ruiger. Op internet zijn foto’s en filmpjes te vinden van een woedende Glezos die, met honderden demonstrerende jongeren achter zich, het aan de stok krijgt met de ME en vervolgens traangas in zijn gezicht krijgt gespoten. Om de volgende dag op dezelfde plek weer te verschijnen voor de volgende demonstratie. Twee jaar later, in 2012, voltrekt zich precies hetzelfde. Glezos, 90 jaar oud, heft zijn vuist en wordt weer met traangas gespoten. De beelden
verschijnen in alle kranten en alle journaals, en helpen kwijtgescholden, er werd ook besloten dat de Duitsers Glezos datzelfde jaar nog opnieuw verkozen te worden hun levensstandaarden moesten behouden. Daarnaast werden de Duitsers ook in staat gesteld om import te tot het parlement, dit keer voor Syriza. vervangen door eigen productie, zodat ze een positie Het gaat ondertussen steeds slechter met Griekenland. handelsbalans bereikte. Vergeet niet dat Griekenland Het land gaat gebukt onder een stijgende staatsschuld, één van de landen was die Duitsland in 1953 ademruimte steeds diepere recessie, massale werkloosheid en groei- gunde. Anno 2015, echter, zijn er in Griekenland louter ende armoede. Ook Glezos’ oude demonen steken de kop maatregelen genomen die herstel juist blokkeren.” op: de extreemrechtse partij Gouden Dageraad winnen aan steun onder de bevolking en binnen het politieappa- Met zijn 93 jaren heeft Glezos veel weg van de Homeriraat. Wat Glezos betreft, valt het verband tussen het strin- sche held Nestor. Hij kijkt terug op een lang leven vol gente bezuinigingsbeleid niet los te zien van de opkomst strijd, maar peinst er niet over op zijn lauweren te gaan van de Griekse fascisten. “Wie kan ontkennen dat dit rusten. Ook niet na zijn recente afscheid van het Eurosoort bewegingen tijdens crises welig tieren? De opkomst pees Parlement. “Zolang mijn kracht het mij toestaat, van de nazi’s van Gouden Dageraad, want dat is wat ze zal ik blijven leven. Hij die niet deelneemt aan de puzijn, is het bittere vrucht van de situatie in Griekenland.” blieke zaak, de “apolis” in het Oud-Grieks, werd in het oude Griekenland gezien als een onwaardig lid van de In 2014 maakt Glezos de overstap naar het Europese Par- maatschappij. Ik heb absoluut geen enkele intentie om lement; een half miljoen Grieken sturen hem in de ver- een apolis te worden.” kiezingen van dat jaar naar Brussel. Daar maakt hij zich hard voor allerlei zaken, maar vooral voor een verande- Manolis Glezos heeft zich zijn hele leven onvermoeiring van het bezuinigingsbeleid waar zijn land onder baar en met een onwaarschijnlijke vastberadenheid leidt. Inmiddels is de Griekse crisis, een half jaar na het ingezet voor zijn socialistische idealen. Over de vraag aantreden van de regering Tsipras, totaal geëscaleerd. welk advies hij zou meegeven aan de generatie van zijn Glezos bepleit sinds zijn verkiezing een benadering die achterkleinkinderen, denkt hij even na. Dan zegt hij langzaam maar zeker meer mainstream is geworden, langzaam maar overtuigd: “het is niet genoeg besluizeker onder academici. Hij vindt dat er voor Grieken- ten van anderen niet te willen volgen. Men moet deelland net als voor Duitsland na de Tweede Wereldoorlog nemen aan het besluitvormingsproces. Dat is precies een internationale schuldenconferentie moet worden mijn advies. Blijf niet onverschillig, neem initiatieven, belegd. “In 1953 werd Duitsland –ja, het land dat net heel verzet je tegen de status quo, verval niet tot blinde geEuropa in het bloed had gedrenkt- de waardigheid ge- hoorzaamheid, droom van een betere wereld en laat je gund om op haar eigen benen te kunnen blijven staan. verbeelding en enthousiasme de vrije loop. Vecht!” ◄ Niet alleen werd het grootste gedeelte van haar schuld
30 lava
uit de bestuurskamer Nieuwtjes, mededelingen, oproepen, weetjes en/of meningen uit bestuurlijke hoek.
met onze ideeën veranderen we de wereld
De sociaaldemocratie zal internationaal zijn, of zij zal niet zijn. Na bijna 200 jaar sociaaldemocratische strijd zijn er over de hele wereld belangrijke successen geboekt en dat besef maakt me trots om bij onze beweging te horen. Al zou je het met alle brandhaarden op dit moment misschien niet zeggen, de wereld staat er beter voor dan toen we aan onze strijd begonnen en dat is mede de verdienste van sociaaldemocraten over de hele wereld. Extreme armoede is teruggedrongen, steeds meer mensen hebben toegang tot basale voorzieningen en steeds meer kinderen gaan naar school.
De wereld staat echter niet stil en de strijd van de sociaaldemocratie is nooit af. Verandering komt nooit vanzelf, verandering vraagt vasthoudendheid, geduld en hard werken. Soms gaat het allemaal langzamer dan we zouden willen, maar uiteindelijk gaat het erom dat we ons niet neerleggen bij de wereld zoals die is, dat we de status quo blijven bestrijden. Daarom ben ik trots op al die Jonge Socialisten die zich inzetten om dat te doen. Met onze ideeën veranderen we de wereld. Bart van Bruggen, voorzitter Landelijk Bestuur Jonge Socialisten in de PvdA
foto: Lars Kersten
colofon redactie: Siman Abdi, Samir Ahraui, Guus Christiaans, Daphne van Doorn, Casper Gelderblom, Hoba Gull, Frans Hölscher, Frank van Kesteren, Hester van Ommeren, Lucas Roorda, Elmar Smid, Mikal Tseggai, Sjoerd van der Zwaag / gastredactie: Tinkebell / hoofdredactie: Casper Gelderblom / cover: Freek Kilsdonk | fkgo.nl / fotografie: Maria van der Heyden | mariavanderheyden.com / illustratie: Susan de Boer | storystudio.nl, Robert Muts | mutsillustrations.nl / ontwerp & vormgeving: Merijn Dietvorst | vorstontwerp.nl / druk: control media | controlmedia.eu / uitgever: Jonge Socialisten in de PvdA | js.nl Lava is een uitgave van de Jonge Socialisten in de PvdA (JS). Voor tips en suggesties is de hoofdredactie te bereiken via lava@js.nl. Meer informatie over de JS is te vinden op js.nl. alle rechten voorbehouden © Jonge Socialisten in de PvdA / juli 2015
31 lava
Ook meeschrijven? Kijk op js.nl/lava
32 lava
jaargang 16 – editie2