Skip to main content

LAVA Jaargang 15 | Editie 1

Page 1

LAVA

magazine van de jonge socialisten in de pvda thema: de vakbond

1 lava足


voorwoord

inhoud artikelen

4 7 10 16

prioriteit bij de toekomst Een interview met Dennis Wiersma, voorzitter van FNV Jong, over wat de vakbeweging aan jongeren te bieden heeft.

vernieuwingsdrang

Wim Kok zei ooit: “Hoe langer je wacht, hoe ingrijpender vervolgens de aanpassingen.” Dat geldt voor alles. Het is altijd het makkelijkste om niet na te denken: gewoon doen wat je al deed en maken wat je al maakte, dan kan er niets fout gaan. Als het bijvoorbeeld goed gaat met een politieke partij, dan proberen ze ook alles hetzelfde te houden en een aantal jaren later moeten ze dan vele vernieuwingscommissies oprichten, omdat de wereld zich niet aan deze behoudendheid gehouden heeft. Daarom moeten we de momenten van verandering of vernieuwing goed benutten, om alles wat we liefhebben even te evalueren. Zo voorkomen we dat we alsmaar hetzelfde blijven doen. Maak gebruik van elke vernieuwing: never waste a good crisis. De vakbond zit nu in zo een crisis. Er wordt weer gevraagd: wat is de vakbond? Wat gebeurt er in de vakbond? En het belangrijkste: wat moeten we met de vakbond? Met een heel scala aan vernieuwings- en verjongingsbewegingen wordt de vakbond weer gereanimeerd. En in de komende jaren gaan we dan zien of de vakbond nog toekomstbestendig is. Diezelfde vernieuwingsdrang overviel mij en ook al dacht ik niet heel anders te zijn dan de vorige hoofdredacteur, opeens zat ik toch met nieuwe redacteuren, nieuwe rubrieken en een nieuwe fotograaf. Het is verbazingwekkend hoeveel grote en kleine beslissingen je als hoofdredacteur allemaal moet nemen en dan moet je steeds de neiging onderdrukken om alles net even anders te doen. En de belangrijkste vraag, of vernieuwing dan ook verbetering betekent, is nu aan jullie om te beantwoorden.

door eendragt ’t zaam verbonden Over de geschiedenis van vakbonden en het toekomst perspectief voor deze arbeidersbewegingen.

‘met mopperen kom je natuurlijk nooit verder’ Een exclusief interview met voormalig vakbondsvoorzitter, oud-PvdA-leider en ex-premier Wim Kok.

praat mee, denk mee, doe mee Twee Jonge Socialisten die actief zijn binnen de vakbond vertellen over het nut ervan en over hun ervaringen.

rubrieken voorwoord 2 colofon 2 kamervragen 3 de stelling 15 marijn 18 factcheck 18 uit de bestuurskamer 19

agenda

14 maart: 5-7 april: 10 april: 1-2 juni:

Politiek Café PIT-weekend Politiek Café JS-congres

voor meer informatie en overige activiteiten, zie: js.nl

Martijn Otten, hoofdredacteur 2 lava


kamervragen: john kerstens De Tweede Kamer der Staten-Generaal telt 150 leden. Lava licht er telkens een uit om te horen wat het Kamerlid te zeggen heeft. In deze aflevering: John Kerstens van de Partij van de Arbeid. Wat heb jij met de vakbeweging? Van jongs af aan was ik bezig met het helpen van mensen. Op de middelbare school zat ik in de leerlingenraad en werd ik al vergeleken met de Poolse oud-vakbondsleider Lech Walesa. Een enorm compliment! Tijdens de militaire dienst, eind jaren tachtig, was ik actief bij de toenmalige dienstplichtigenbond VVDM en daarna bij vakcentrale FNV: van juridisch medewerker en regiobestuurder tot voorzitter van FNV Bouw. Als ik geen Kamerlid was geworden, was ik zeker nog actief geweest in de vakbeweging. Als voorzitter van FNV Bouw ben jij actief betrokken geweest bij de totstandkoming van het Pensioenakkoord. Hoe kijk je daarop terug? Het Pensioenakkoord was bedoeld om de AOW en de pensioenen toekomstbestendig te maken. Het heeft helaas niet tot het gewenste resultaat geleid, maar ik ben wel trots op wat we bereikt hebben. Ik heb destijds vooral geprobeerd om partijen bij elkaar te brengen, mezelf opgesteld als bemiddelaar. FNV Bouw had een doorslaggevende stem en het is mij gelukt om in de onderhandelingen met voormalig minister van Sociale Zaken, Henk

Kamp, een aantal belangrijke zaken voor de vakbeweging als geheel binnen te halen. Er is veel kritiek op de representativiteit van de vakbond. Hoe kunnen vakbonden weer aantrekkelijk worden voor jongeren? De vakbeweging telt in totaal meer dan anderhalf miljoen leden. Daar zit van alles tussen, maar jongeren, vrouwen, hoger opgeleiden en allochtonen moet je met een vergrootglas zoeken, terwijl ze wel een steeds groter deel van de beroepsbevolking uitmaken. Om relevant te blijven, zal de vakbeweging hén moeten zien te bereiken. Niet met ruzies en altijd de hakken in het zand, maar met een offensieve, inhoudelijke agenda en een profilering die daarbij hoort. Is er nog toekomst voor de vakbeweging? Er zal altijd behoefte aan een vertegenwoordiging van werkend Nederland blijven. De positie van de vakbeweging is misschien niet meer vanzelfsprekend, maar zeker niet hopeloos. De inhoudelijke agenda moet weer leidend worden. De vakbeweging krijgt die inhoudelijke agenda overigens met het Regeerakkoord

3 lava­

op een presenteerblaadje aangeboden, bijvoorbeeld door thema’s als het aanpakken van de doorgeschoten flexibilisering. Dáár valt winst voor de vakbeweging te pakken. Delen van het Regeerakkoord zijn hard bij de vakbeweging aangekomen. Hoe beoordeel jij als oud-vakbondsman het Regeerakkoord? Ik vind dat je het Regeerakkoord als een geheel moet bezien. Natuurlijk zitten er moeilijke maatregelen bij. Ik ben ook niet blij met de verkorting van de WW, maar ik zie het als de taak van de PvdA om te zorgen voor een fatsoenlijke invulling. Het liefst met de sociale partners. Het Regeerakkoord biedt daar op de sociale agenda ook kansen voor. Het aanpakken van de doorgeschoten flexibilisering, het mogelijk maken van werk naar werkarrangementen en het aanpakken van uitbuiting en oneerlijke concurrentie zijn daar voorbeelden van. Daar moeten wij als PvdA de tanden in zetten. tekst Renate Elling illustratie Robert Muts


4 lava


prioriteit bij de toekomst tekst Renée van den Kerkhof & Fatima Warsame illustratie: Lotte Woerde

half miljoen jongeren tussen de vijftien en vijfentwintig jaar en die vinden allemaal wat anders.” Door jongeren op te zoeken op scholen, staat FNV Jong dicht bij deze groep. Ook is het FNV Jongerenpanel opgericht, waar jongeren zelf hun mening kunnen geven over bijSinds 2012 is FNV Jong een zelfstandige jongerenbond. voorbeeld school en werk, en waar ze tegenaan lopen. Toen Wiersma in mei 2011 aangesteld werd als voorzitter, bestond FNV Jong nog slechts als een project bin- Om MBO’ers een betere kans op de arbeidsmarkt te bienen FNV zelf, zonder eigen leden en agenda. Wiersma den, wil FNV Jong het aantal verkeerde studiekeuzes noemt het lastig: “Zonder leden is het onduidelijk na- verminderen, door ook op bepaalde MBO-opleidingen mens wie je spreekt.” Tijdens een activiteit in decem- een numerus fixus toe te passen. Jongeren worden volber van JS Utrecht, over de toekomst van de arbeids- gens Wiersma nu nog te vaak bij populaire opleidingen markt, zei hij al dat “om intern bij de FNV macht te binnengehaald met “leuke praatjes, glossy folders en een mooi ICT-lokaal, terwijl ze daar geen werk mee hebben, je je extern groot moet maken”. kunnen vinden.” Wiersma heeft liever dat de opleiding Toch vindt hij dit niet tegenstrijdig met zijn doel om minder studenten toelaat, dan dat die studenten achmeer verjonging bij de vakbonden door te voeren: “Wij teraf teleurgesteld worden. Zo probeert FNV Jong nu hebben niet zoveel leden, dus wij moeten het er vooral ook ervoor te zorgen dat er een studiebijsluiter komt, van hebben dat we naar buiten toe bekend zijn.” Een die feitelijke informatie biedt over de opleiding, over podium is erg belangrijk voor deze bond: “Op die ma- bijvoorbeeld de lesuren, kansen op stages en banen, zonier wordt je geluid gehoord en kun je met woorden dat men van tevoren voorbereid is. heel sterk zijn.” Naast deze twee opties komt FNV Jong, in samenwerking met CNV Jongeren en hoogleraar Ton Wilthagen, voor jongeren met een plan voor zogenoemde startersbeurzen, om FNV Jong biedt allerlei diensten aan die jongeren kun- het gat dat gebrek aan werkervaring heet, te dichten. nen helpen die eerste stap op de arbeidsmarkt te zetten, Met zo een beurs kunnen jongeren voor maximaal een om hen zo te kunnen ondersteunen in hun ambities. half jaar bij een bedrijf aan de slag. Dat bedrijf hoeft Daarbij zoekt men de jongere zelf op, door voorlichting maar een kleine vergoeding te betalen, de rest wordt te geven op scholen, en dan met name op MBO-scholen. aangevuld door de gemeente. Volgens Wiersma is voor die scholieren het meeste te winnen: “Op het MBO zitten heel veel jongeren die de Wiersma haalt John Steward Mill aan, over het belang stap op de arbeidsmarkt al snel gaan zetten, dat ook van het zelfredzaam maken van jongeren, zodat die later nog vaak vrij jong doen, maar vaak ook minder goed minder op de staat hoeven te leunen. Hij noemt de startersbeurzen dan ook “geen subsidie maar een investegeïnformeerd zijn over hoe dat nu werkt.” ring”. Dit voorstel is momenteel nog in strijd met de bij Daarnaast behartigt FNV Jong de belangen van jonge- standsuitkering. Die stelt dat, wanneer je een uitkering ren, door op het politieke vlak thema’s aan te dragen. hebt aangevraagd bij de gemeente, je zelf nog vier weken Maar wat die doelgroep en achterban precies wil, is moet solliciteren, wat veelal demotiverend werkt. soms lastig te formuleren. Wiersma: “Er zijn tweeën- Wiersma: “Zo een zoektermijn vinden wij niks. WanWat heeft de vakbeweging te bieden aan jongeren? Heeft ze zelf nog wel een toekomst? We spreken met Dennis Wiersma, voorzitter van FNV Jong en bedenker van de Nieuwe Top.

5 lava­


neer iemand zelf een geschikt bedrijf gevonden heeft, en zich bij de gemeente meldt, krijgt diegene direct een beurs. Zo wordt initiatief nemen meteen beloond, kan diegene ervaring op doen en krijgt het bedrijf er voor een half jaar een extra paar handen bij.”

nieuwe top Voor het initiatief de Nieuwe Top spant FNV Jong samen met CNV Jongeren. Deze organisaties lijken in veel opzichten op elkaar: zo hebben ze ongeveer dezelfde doelgroep en bieden ze vergelijkbare diensten aan en doen op veel fronten veel samen. Op het inhoudelijke vlak heeft Wiersma dan ook geen bezwaar tegen een eventuele fusie, zou daar ooit sprake van zijn. Het grootste verschil ligt in de christelijke achtergrond van CNV Jongeren, die wellicht vroeger belangrijker was dan nu nog het geval is. Toch begrijpt Wiersma dat er ook nu nog mensen zijn die graag bij een vakbond met een christelijke achtergrond aangesloten zijn. Daarnaast is het soms handig om met z’n tweeën te zijn: “Dan kun je een beetje elkaar gebruiken, elkaar aanvullen.” Het uitgangspunt van de Nieuwe Top is simpel: nieuwe, jonge mensen in de toppen, want minder dan vier procent van de bestuurders is onder de 35 jaar. Dit klinkt mooi en vooral erg goed, maar is praktisch ook ingewikkeld. Wat de Nieuwe Top laat zien, is dat er jonge mensen zijn, die zich willen inzetten voor de vakbeweging en er de kennis voor hebben. Volgens Wiersma is de ‘gunfactor’, dat huidige vakbondsbestuurders het deze nieuwelingen ‘gunnen’ om mee te beslissen, van groot belang . Door de bereidheid en kennis van deze jongeren te belichten “hopen we de kans zo groot mogelijk te maken dat ze een positie krijgen”. Uiteindelijk zal het wel van de kandidaat zelf afhangen, want die moet er natuurlijk nog altijd zelf wat voor doen. De Nieuwe Top is echter niet bedoeld om slechts de hoger opgeleide elite, die zelf al gemakkelijker aan een topbaan komen kan, aan te trekken. “Die komt vanzelf”, zegt Wiersma. Deze groep wil hij inzetten om ook lageropgeleiden te kunnen bereiken. Hij noemt het een uitdaging om iets voor deze groep te kunnen doen, zodat ze voelen dat ze ook meetellen.

Wat is en doet FNV Jong: – 3000 leden; – dagelijkse Tips & Tricks bij je stappen op de arbeidsmarkt; – lessen geven op scholen over solliciteren, veilig werken, omgaan met geld, onderhandelen, etc; – Website met voorbeeld-sollicitatiebrieven en veel nuttige informatie; – allochtone jongeren helpen door workshops in netwerken te geven; – prijs uitreiken aan beste stagebedrijf: de Monica Lewinsky Award, € 500; – op het politieke niveau thema’s aandragen: jeugd werkloosheid, stage, Jeugdlonen, flexwerk; – www.fnvjong.nl | info@fnvjong.nl | twitter: @fnvjong

de toekomst Wiersma hoopt dat de vakbeweging niet “een soort 50+partij” wordt, die slechts strijdt voor verworven rechten van een steeds kleinere groep. Hij mist vooralsnog een “prioriteit bij de toekomst”, alhoewel die niet per se ten koste hoeft te gaan van de ouderen; hij wil vooral dat het eerlijk verdeeld wordt. Jongeren staan volgens Wiersma nu op achterstand, waardoor die zich ook niet betrokken voelen. Toch signaleert hij dat er roering komt, dat jongeren zich bewegen. Sywert van Lienden, met zijn G500 was, hier de eerste van. Wiersma twijfelt of er veel mee bereikt is, “maar het begin was hoopvol”.

Wat is en doet de Nieuwe Top: – 30 jaar na het akkoord van Wassenaar gestart (zie artikel Wim Kok op pagina 10) – tot 1 mei 2013 proberen om jongeren te interesseren en activeren in de vakbond – doel is om nieuwe, jonge vakbondsbestuurders op te leiden. – TOPlab (de denktank), masterclasses en er wordt een ‘Nieuwe Bondfilm’ gemaakt – www.nieuwetop.nl | nieuwetop@gmail.com | twitter: @nieuwetop

Dit voorjaar kiest FNV Jong een nieuwe voorzitter. Als wij Wiersma vragen een tip te geven aan zijn opvolger is hij duidelijk: “Maak ze gek!” Ook roept hij ons JS’ers op om klaar te gaan staan om mee te denken en actief te worden: “Ga jezelf voorbereiden om niet alleen langs de kant te staan, maar zelf ook iets te doen. En vertel andere jonge mensen dat het heel belangrijk is.” ◄ 6 lava


door eendragt

’t zaam verbonden

tekst: Sylvana van Maanen & Mo Sharifi Toekomstbestendig: dat is helemaal in bij de Nederlandse vakbonden, want ze willen allemaal de toekomst met een glimlach tegemoet kunnen treden. De gemiddelde vakbond zit echter sinds de jaren tachtig in een crisis. Uit een zorgwekkend rapport van de Federatie van Europese Werkgevers blijkt dat Europese vakbonden collectief gezien een daling in het aantal leden hebben ervaren. Bij de Nederlandse vakbonden is die daling minder sterk, maar het percentage werkenden dat lid is van een vakbond, is ook hier minder geworden. Toch is het zorgwekkend: heeft de gemiddelde vakbond nog wel een toekomst? Vanaf 1860 begon in Nederland, in navolging van Engeland, de Industriële Revolutie. Hierdoor kwamen er in de loop van de negentiende eeuw steeds meer fabrieken die met stoommachines werkten. Dit zorgde voor een hogere werkgelegenheid. Er kleefden echter ook nadelen aan deze ontwikkeling: arbeiders moesten lange dagen werken, tegen een laag loon en onder slechte werk- en leefomstandigheden. Er was toen nog geen sociaal vangnet. Als je werkloos of ziek werd, was je afhankelijk van liefdadigheid, bedelarij, of moest je stelen. Ook bestond er nog geen AOW voor de oudere werknemers. De lonen waren zó laag, dat ook de kinderen mee moesten werken, om zo het gezinsinkomen aan te vullen.

eerste vakbeweging Halverwege de negentiende eeuw begonnen mensen samen te werken om ziekte en werkloosheid in de arbeiderskring op te vangen. De eerste vakbeweging werd in 1837 opgericht, het was de Bredase vereniging van drukkersknechten: Door eendragt ’t Zaam verbonden. Dit was 7 lava­

slechts een lokale beweging, niet eens echt een vakbond, maar langzaamaan kregen werknemers het besef dat ze afhankelijk waren van de werkgevers en dat ze alleen iets konden bereiken als ze samen zouden werken. Nadat aan het begin van de eeuw lokale vakbonden waren ontstaan, werden aan het eind van de eeuw landelijke vakbonden opgericht. De eerste nationale vakbond werd in 1866 opgericht: De Algemene Nederlandse Typografen Bond. Zij maakte zich hard voor gezamenlijke kassen bij ziekte en overlijden. In een tijd waarin de gezinnen weinig geld te besteden hadden, had het lidmaatschap van een vakbond niet de hoogste prioriteit. De wekelijkse contributie van het lidmaatschap was zó hoog, dat men moest kiezen tussen de voordelen van het lidmaatschap op de lange termijn, of een lekkere maaltijd op tafel op de korte termijn. Veel arbeiders vonden daarom dat het zinvoller was om harder te werken om zo in een goed daglicht bij de baas te staan.

tijdsgeest Een belangrijk verschil met de vakbonden nu en toen is de tijdsgeest. De vakbond heeft in de loop der jaren vele successen behaald in een context van vaste werkcontracten en uniformiteit. Echter: jongeren, die vaker in flexibelere contracten zitten, willen hun belangen meer vertegenwoordigd zien worden door de vakbond. In deze economisch en financieel onzekere tijden zoeken ze meer zekerheid, met name op de arbeidsmarkt. “De vakbonden zijn nu alleen bezig met het behoud van verworven rechten,” zeggen Dennis Wiersma, voorzitter


FNV CNV FederATIe NederLANdse vAKBeWeGING (FNv) - Opgericht in 1976

- Ontstaan uit het Nederlands verbond van vakbewegingen) (1906) en het rooms-Katholiek Werklieden verbond (1909 - Meer dan 1 miljoen leden - 18 verschillende vakbonden Bekendste bonden zijn FNv Bouw, Abvakabo, de Algemene Onderwijsbond, FNv Jong, de Nederlandse Politiebond en FNv Bondgenoten.

1903: De FNV organiseert de eerste staking, de spoorwegstaking, voor het recht van organisatie en onderhandeling.

CHrIsTeLIJK NATIONAAL vAKverBONd (CNv) -

Opgericht in 1909 Ontstaan uit het Christelijk Arbeidssecretariaat (1900) rond de 335.000 leden 4 verschillende vakbonden CNv vakmensen, CNv Onderwijs, CNv Jongeren en CNv Internationaal.

1919: De Arbeidswet wordt gerealiseerd met wetten voor een 8-urige werkdag en een 45-urige werkweek.

1900

1925 1914: De eerste echte CAO wordt gemaakt, voor (typo) grafische bedrijven.

van FNV Jong, en IJmert Muilwijk, voorzitter van CNV Jongeren, in Nieuwsuur. Volgens de twee jongerenvoorzitters moeten de vakbonden zich dan ook meer gaan richten op een betere verdeling van zekerheden. Hiermee benadrukken ze dat, indien de vakbond dezelfde koers blijft varen, het gevaar bestaat dat het nog minder populair wordt bij vele jongeren die zich onvoldoende vertegenwoordigd zullen gaan voelen. Een andere ontwikkeling na de Industriële Revolutie, is de mondialisering waarmee we nu te maken hebben. Economisch gezien maakt het de handel tussen landen eenvoudiger en lijkt het een voordeel te zijn, maar het zorgt er ook voor dat bedrijven een sterke concurrentiepositie op de wereldmarkt wensen om de winst of omzet te maximaliseren. De positie van de werknemer kan bij het concurreren tussen bedrijven of landen sterk verzwakken en voor de vakbond zal het steeds lastiger worden om daarop in te spelen. De belangen van werknemers internationaal vertegenwoordigen gebeurt niet zomaar door nationale vakbonden, dus lijkt de stap naar samenwerking tussen vakbonden heel erg voor de hand liggend. Hoewel er veel internationale vakbonden bestaan, gaat samenwerking toch wat moeilijk. In heel veel landen, met name in Zuid-Amerika, werden vakbonden voor lange tijd als illegaal beschouwd. Desondanks zijn er tegenwoordig ook in Zuid-Amerikaanse landen vakbonden ontstaan. Dit laat echter wel zien dat niet alle

1929: Na vier maanden staken wordt in de CAO voor metaalnijverheid de eerste betaalde vakantie gerealiseerd.

1950 1941: Er is een Februaristaking als verzetsdaad tegen de Duitsers.

vakbonden op één lijn zitten en/of dezelfde belangen vertegenwoordigen. Directe samenwerking tussen zulke vakbonden is dan ook onwaarschijnlijk. Maar daar komen juist de internationale vakbonden bij kijken. Zo heb je het IVV (Internationaal Vakverbond) en het ETUC (Europees Verbond van Vakverenigingen), die als koepelorganisaties dienen om de samenwerking tussen binnenlandse vakbonden te bevorderen.

eenheid Naast het IVV en ETUC bestaat er een hele waslijst aan andere internationale organisaties. Ze hebben allemaal andere belangen en die vertegenwoordigen ze in verschillende delen van de wereld. De World Federation of Trade Unions (WFTU) is nog steeds ‘nieuw’ voor de wereld, ook al is het opgericht in 1945: net zoals de Verenigde Naties, die alle landen bij elkaar wist te brengen, wenst het WTFU van alle vakbonden een eenheid te maken. Dat betekent dus ook het aanpassen van de verschillende normen en waarde naar één geheel. Het is essentieel voor de vakbonden in Nederland om zich aan te passen aan de verander(en)de context. Het vertegenwoordigen van nieuwere belangen en over de grenzen heen kijken spelen daarbij een cruciale rol. Misschien hebben we in de 22e eeuw al helemaal geen nationale vakbonden meer en zijn de arbeidsomstandigheden zodanig veranderd dat één internationale vakbond genoeg is. ◄ 8 lava

1950: De Wet op de O wordt aangenomen zeggenschap voor w

1935: Door de SDAP en het NVV wordt het Plan van de Arbeid opgesteld voor de aanpak van de enorme werkloosheid in de crisis van de jaren '30.

1951-19 gen-Dre sociaal v mersver


2010: Er wordt in het pensioenakkoord besloten om de AOW-leeftijd te verhogen van 65 jaar naar 66 jaar in 2020.

e Wet op de Ondernemingsraad ngenomen voor meer medechap voor werknemers.

1961: Arbeiders krijgen voor het eerst in hun CAO recht op een vrije zaterdag.

1951-1958: Tijdens de regeringen-Drees kwam er een breed sociaal vangnet van werknemersverzekeringen.

1976: De FNV wordt opgericht als fusie tussen het NVV en het NKV met Wim Kok als nieuwe voorzitter.

1975 1969: Het wettelijk minimumloon wordt ingevoerd.

1991: De FNV, CNV en MHP organiseren een grote vakbondsdemonstratie tegen het voornemen van kabinet Lubbers-III om de uitkering van arbeidsongeschikten (WAO’ers) te verlagen (250.000 demonstranten).

1982: Het Akkoord van Wassenaar wordt gesloten, waarin werkgevers en werknemers afspreken de lonen te matigen in ruil voor arbeidsverkorting.

2000

2004: Er is weer een grote demonstratie, ditmaal tegen de kabinetsplannen met de vut, WAO en WW (300.000 demonstranten).

2011: De FNV Vakcentrale en de aangesloten bonden besluiten om de FNV op te laten gaan in een nieuwe vakbeweging; Jetta Klijnsma gaat als kwartiermaker aan de slag.

HisToRie JoNgeReN iN De VaKBoND Ook de jongerenbewegingen binnen de vakbond hebben een geschiedenis die terug te voeren is tot de 19e eeuw en deze historie bestaat uit nog meer opsplitsingen, vernieuwingen en fusies dan bij hun moederorganisaties. Toen de FNv in 1982 officieel de plaats van de Nvv en de NKv innam, werden ook het Nvv-jongerencontact en de Katholieke Werkende Jongeren (KWJ) gefuseerd tot de FNv Jongerenbeweging. deze beweging viel eind jaren ’80 uit elkaar en werd in 1991 opgeheven. In 2006 is daar weer nieuw leven in geblazen en sinds 2012 is het een zelfstandige jongerenbond. Net als het CNv, bestaat de CNv Jongerenorganisatie al veel langer: al sinds 1955. 9 lava


‘met mopperen kom je natuurlijk nooit verder’ tekst Inge Kielen & Martijn Otten fotografie: Anja Dierx In gesprek met voormalig vakbondsvoorzitter, oud-PvdA-leider en ex-premier Wim Kok.

10 lava


11 lava足


We treffen Wim Kok in zijn besneeuwde achtertuin in Amsterdam. Hij begeleidt ons naar zijn kantoortje achter in de tuin met de opmerking dat de koffie straks gebracht zal worden. “Dat is dan de incentive die als een worst voor jullie neus hangt,” grapt hij. In zijn werkkamer kijken boeken over zijn voorgangers en tijdgenoten op ons neer: Joop den Uyl, Ed van Thijn en een hele plank over Helmut Kohl. “Ik ben natuurlijk een oldtimer, hè.” “De vakbond is niet iets van vroeger”, begint Kok stellig. “Vroeger werd er door jongeren op dezelfde manier over de vakbond gepraat als nu gebeurt. Je denkt dat je veel weet en kunt, maar de vakbond kan namens jou meer tot stand brengen dan je alleen kunt. Er zijn verschillende momenten in het leven waarop mensen tot de conclusie komen: zonder de vakbond had ik er veel zwakker voor gestaan.” Er waren in 1973, toen Kok voorzitter werd van het NVV, bijna tweemaal zoveel jongeren lid als vandaag de dag. Maar: “Jongeren zijn nooit royaal vertegenwoordigd geweest in de vakbeweging. Dat heeft ook te maken met de neiging om te denken: ik ben jong, ik kan het zelf wel. Die neiging is van alle tijden. Misschien hebben jullie vandaag de dag wel meer recht om dat te denken, omdat jullie beter zijn opgeleid. Jullie zijn mondiger. Er zijn allerlei redenen om dat nog stelliger te denken dan vroeger, maar vroeger werd dat ook gedacht.” Toch begon Kok zelf op zijn drieëntwintigste bij de vakbond en hij was op zijn negenentwintigste al bestuurder binnen NVV Bouw. “Het is wel zo, in algemene zin, dat opvattingen van vakbonden vaak de reflectie zijn van de opvattingen van leden, zoals die tot uiting komen in vergaderingen. Naarmate meer jonge mensen actief zijn in vakbonden, zullen hun inzichten ook sterker tot uiting komen. Dat geeft antwoord op de vraag of het belang heeft voor jongeren om lid te worden van een vakbond. Ja dus”, benadrukt hij. “Want als jij moppert, als jij vindt dat een vakbond te veel vergrijsde antwoorden heeft op vragen waar verjonging meer aandacht zou moeten krijgen, dan moet je juist als representant van die verjonging je ook laten horen. Met mopperen kom je natuurlijk nooit verder.” Wim Kok heeft de samenleving zien veranderen sinds hij in 1961 bij de vakbond aantrad. “Mensen zijn mondiger, beter opgeleid, beter geïnformeerd, maken gebruik van moderne middelen om zich te informeren en te communiceren.” Plots is Kok afgeleid. “O, wacht, daar komt mijn vrouw aan met iets wat heel belangrijk is voor ons alle drie.” Koffie.

Akkoord van Wassenaar (1982) In 1980 maakte het kabinet Lubbers I bekend dat ze de prijsindexatie van lonen buiten werking wilden stellen, wat volgens Wim Kok “neerkwam op een korting van twee procent op de lonen van de modale werknemers.” Aangezien stakingen niets uithaalden en Kok zich ook zorgen maakte over de opgelopen jeugdwerkloosheid, besloot hij om met Chris van Veen, de voorzitter van de werkgeversorganisatie, een eigen akkoord te maken. Later noemde hij dit zelf “een qua formuleringen vrij weinigzeggende, maar qua impact heel vergaande afspraak met werkgevers over de meerjarige ontwikkeling van arbeidsvoorwaarden.” De afspraken gingen voornamelijk over ‘meer mensen aan het werk helpen’, door onder andere arbeidstijdverkorting, stageplannen voor jongeren en deeltijdbanen.

“En er is natuurlijk ontzettend veel veranderd op de arbeidsmarkt. Je had toen (in 1961, red.) veel meer uniformiteit, bijna alleen voltijdbanen en vrouwen werkten nog veel minder dan nu. Flexwerk en deeltijdcontracten waren er nauwelijks. Mensen werkten fulltime, voornamelijk mannen in traditionele sectoren als de bouw en industrie. Nu heb je een variëteit aan vormen, dienstverbanden en contracten. Dat heeft zijn weerslag op de vakbeweging.”

Bron: ‘Met Kok over veranderend Nederland’ van Piet de Rooy en Henk te Velde; een aanrader voor wie meer wil weten over Wim Kok.

We gaan even door op die flexibilisering, want Kok heeft zelf meegewerkt aan de wet Flexibiliteit en Zekerheid. “De vakbond heeft daar een enorme rol in ge12 lava


speeld.” Hij legt uit hoe juist door het sociaal overleg met werknemers en werkgevers deze wet tot stand kwam. Hij geeft ook meteen toe dat daar in de loop van de afgelopen 17 jaar “een aantal onvolkomenheden” in zijn opgetreden, maar hij ziet juist daarin kansen voor de vakbond om dat in de overleggen met minister Lodelijk Asscher van Sociale Zaken en de werkgevers op tafel te leggen.

“Het is heel verschillend hoe…Wat kom jij doen?” Mevrouw Rita Kok komt het kantoortje binnen. “Een kopje koffie halen.” Ze schenkt een kopje voor zichzelf in uit de kan op tafel. Nog voor ze de ruimte heeft verlaten, gaat haar man verder: “Goed, het poldermodel…” Mevrouw Kok begint veelbetekenend te lachen en trekt de deur achter zich dicht.

“Het poldermodel. Daar wordt prijzend of afkeurend over gesproken, terwijl het heel moeilijk is om te definiëren.” De oud-premier geeft college: “We hebben in Nederland een traditie van elkaar serieus nemen, naar elkaar willen luisteren. Niet om der wille van het overleg sec, maar ook en vooral om tot elkaar te komen. Dat betekent niet dat je het altijd direct met elkaar eens bent, maar ook als je het met elkaar oneens bent, is het goed om te weten waarom. In beginsel moet je openstaan voor overleg, wat leidt tot nader inzicht in de beNederland wordt geprezen om zijn poldermodel, het weegredenen van de ander. Nu, tussen werkgevers en overleg tussen werkgevers, werknemers en overheid. werknemers geldt dat ook.”

Volgens Kok is een kernvraag voor de vakbond: Stel je je als vakbeweging uitsluitend op als verdediger van het bestaande, of stel je je op als partner in het overleg over vernieuwing, hervorming van het bestaande? “De eerste taak van de vakbeweging is om daar met elkaar een goed antwoord op te vinden”, vervolgt hij neutraal, maar het is duidelijk dat hij een constructieve houding van de vakbond zou steunen.

13 lava­


‘Begrip hebben voor elkaar’ lijkt de hoofdlijn van ons gesprek. Jongeren moeten begrip hebben voor ouderen, en andersom. Als er één ding is dat Wim Kok in zijn lange loopbaan heeft geleerd, is het dat je alleen iets bereikt als je begrip hebt voor andermans ideeën en bereid bent tot een compromis te komen. “In zuidelijke landen is er vaak spraken van een conflictcultuur, een stakingscultuur. Daar is het niet zo moeilijk om een staking te beginnen, maar ook niet zo moeilijk om die te beëindigen. Nederlanders zitten zo niet in elkaar. Als we boos zijn, zijn we ook boos. Dan valt het niet mee om te zeggen: morgen zijn we niet meer boos. Het zit ook diep, dan.” Er zijn op het moment genoeg redenen om boos te zijn. “We zitten in een behoorlijk problematische situatie, economisch. We hebben nauwelijks groei, hoge werkloosheid en voorlopig weinig vooruitzicht dat daar structurele verbetering in komt. De arbeidsmarkt is een knelpunt en moet verder worden hervormd,” bevestigt de oud-premier. “De regering heeft een aantal uitgangspunten geformuleerd. Het is van groot belang dat men probeert om maatschappelijk organisaties te betrekken bij de vormgeving van dit beleid.” Daarbij is een stempel van goedkeuring volgens hem niet voldoende, hij vindt het belangrijk dat het kabinet “ook ruimte biedt tot amendering van het voorgenomen beleid, zodat er ook ruimte wordt geboden voor nieuwe inzichten”.

zijn neus stoot, keer op keer, dan ontneem je hem zijn toekomst. Werk is een deel van je toekomst. Werken is niet een soort maatschappelijk kwaad: het is een onderdeel van je leven. Mensen hun toekomst ontnemen is ongeveer het ergste dat er is. Daarom vind ik het heel erg wat er nu in Spanje, Griekenland en Italië gebeurt. Je kunt je het niet voorstellen hoe een samenleving daaronder moet lijden. Daar praten we wel een beetje over, maar we kunnen ons er niet echt een voorstelling van maken. Het is te ver weg.” Hij schakelt terug naar de situatie in het begin van de jaren tachtig. “Dat moet niet nog een keer gebeuren. Nu dreigt de werkloosheid weer op te lopen en te veel jongeren zijn daarvan de dupe. Dat betekent dat je nog beter moet investeren in kennis en onderwijs en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt nog beter moet krijgen. Het blijft vreemd dat we over zoveel jeugdwerkloosheid praten, terwijl er in veel beroepen schaarste is aan werknemers. Er moet veel gebeuren aan beroepskeuzevoorlichting en het stimuleren van technische vakken.”

Dat horen we Diederik Samsom ook regelmatig zeggen. Vindt Kok dat het huidige kabinet Rutte-Asscher hier voldoende aan doet? “Dat moet nog blijken. Ze zijn net begonnen. We zijn nu net de fase uit van de opwinding over een aantal maatregelen, maar het echte beleid moet nog vorm krijgen.” De rol van de overheid vindt hij echter beperkt: “Werkgelegenheid is voor een deel een kwestie van overheidsbeleid, en voor een deel een kwestie van hoe de economie zich ontwikkelt. Maar Een ander recent probleem, dat in de vakbondsjaren het is ook belangrijk hoe werkgevers- en werknemersvan Kok ook speelde, is jeugdwerkloosheid. Er leek des- bonden hierop inspelen. Bijvoorbeeld door het creëren tijds een verloren generatie te ontstaan en dat was één van stageplaatsen of werkervaringsplaatsen.” van de aanleidingen voor het Akkoord van Wassenaar in 1982. Het is te zien dat dit hem nog steeds aan het Via ons eigen carrièreperspectief weet de vierenzevenhart gaat. “Ik wil geen al te groot onderscheid maken tigjarige Kok het gespreksonderwerp weer terug te tussen categorieën, maar er is één groot verschil tus- brengen op het belang van de vakbeweging voor jongesen jongeren en ouderen: als een jongere regelmatig ren. Wij nemen nog een kopje koffie. ◄

14 lava


de stelling In deze rubriek vragen we Jonge Socialisten te reageren op een stelling die te maken heeft met het Lava-thema. Uit alle inzendingen selecteert de redactie de beste betogen voor en tegen de stelling.

stelling: vakbonden zetten een rem op hervormingen en zijn daarmee slecht voor jongeren

Eens Oneens

Onze samenleving is in een snel tempo veranderd. Vrouwen zijn gaan werken, grenzen zijn vervaagd, werktijden werden flexibeler en we worden ouder. De spelregels van de arbeidsmarkt zijn echter nauwelijks gewijzigd en daarvoor betalen we nu de rekening. 571.000 mensen zitten zonder baan en dat aantal loopt alleen maar op. Terwijl de arbeidsmarkt schreeuwt om modernisering verzetten de vakbonden zich tegen elke vorm van verandering.

Met name jongeren, vrouwen en allochtonen zijn de dupe. Het is precies deze groep die zwaar ondervertegenwoordigd is bij de vakbonden. Het kwart van de werknemers dat nog wél vakbondslid is, kenmerkt zich als oud, man en werkzaam in de ‘traditionele’ industrie. Het zijn deze leden die op korte termijn het meest baat hebben bij de status quo en de (ram)koers van de vakbeweging bepalen. Met deze opstelling van ‘njet’ schaadt de vakbeweging de werkgelegenheid, economische groei en de concurrentiepositie van Nederland.

Ik ben groot voorstander van vakbondslidmaatschap. Zeker van vakbondslidmaatschap voor jongeren. Zelf ben ik, als leraar in opleiding, studentlid van de Algemene Onderwijsbond (AOb, onderdeel van FNV). En dat zouden meer jongeren moeten doen! Ik heb dan ook twee punten van kritiek op de stelling. Het eerste punt, hervormingen, stip ik kort aan. Kijk eens naar de postmarkt, die zoveel hervormd is dat postbezorgers, jong en oud, voor een schamel loontje maar een paar uurtjes per dag mogen werken. Dan ben ik blij dat bonden D66-achtige hyper-flexhervormingen tegengaan. Natuurlijk moet de arbeidsmarkt veranderen. Maar als je dat samen met de bonden organiseert heb je een brede basis en worden alle belangen gehoord. Het grootste probleem heb ik echter met het tweede deel van de stelling. Ik vind dat je als sociaaldemocraten moet strijden voor een zekere baan met een goed salaris voor iedereen. Onze economie is de laatste decennia veranderd, maar nog steeds is dat een fundamenteel links principe. De zekerheid van een vaste baan, gekoppeld aan een vangnet voor iedereen wanneer die zekerheid voor iemand wegvalt, ligt aan de wortel van onze solidariteit. En voor die zekerheid komen vakbonden, waarin werknemers verenigd zijn, juist op.

Ik vind dat er maar één weg uit de crisis is: modernisering van de arbeidsmarkt. Dat doet pijn en raakt de gevestigde belangen. Wil de vakbond nu en in de toekomst een rol van betekenis spelen dan moet ze over haar schaduw springen en net als Neerlands eerste vakbeweging opkomen voor het belang van alle Nederlanders. Door Eendragt Jongeren moeten niet afgeven op de bonden, ’t Zaam Verbonden. maar lid worden. Want samen sta je sterker. Renate Elling Peter Kerris

STELLING LAVA 2: Iedere volwassene zou vrijwillig een menswaardig einde aan zijn leven moeten kunnen maken. Lava 2 gaat, dat mag duidelijk zijn, over het onderwerp zorg. Ben jij het met bovenstaande stelling eens? Of juist niet? Mail je betoog, maximaal 200 woorden, dan uiterlijk zondag 31 maart naar lava@js.nl. De bijdrage van de beste voor- en van de beste tegenstander plaatsen we in de eerstvolgende editie. 15 lava­


denk mee, praat mee, doe mee tekst Martijn Otten beeld Anja Dierx

Hoe is het om als jongere actief te zijn in de vakbond? Wij spreken twee Jonge Socialisten die daar ervaring mee hebben: Floortje Nijenhuis en Pim Paulusma. De één reist het hele land af om met werknemers te praten, de ander woont vooral vergaderingen bij. Een gesprek over wat de vakbond voor jongeren kan betekenen en wat jongeren voor de vakbond moeten betekenen. Floortje: “Als organizer doe je activerend vakbondswerk. Ondanks een goede standaard van arbeidsvoorwaarden in Nederland worden in veel sectoren de omstandigheden voor werknemers steeds slechter. Als werknemer kun je vaak niets inbrengen tegen de werkgever die jouw loon betaalt, maar als je een groep werknemers hebt, sta je veel sterker. Ons doel is dus om een sterke vakbond op de werkvloer te krijgen, waarbij werknemers als groep opstaan en actie voeren als dat nodig is. Een voorbeeld hiervan zijn de schoonmakers, die met drieduizend man actie hebben gevoerd om voor hun werk meer tijd, meer geld en vooral meer respect te krijgen. Om werknemers hierbij te betrekken, hebben we persoonlijk contact met werknemers en brengen we ze bij elkaar om als groep samen sterk te

worden. We vragen naar hun verhalen: wat vinden zij belangrijk in hun werk en wat zouden zij willen veranderen? Heel vaak gaat dit veel verder dan een loonsverhoging of zaken die in een CAO geregeld zijn. Daar knokken we dan voor.” Pim: “Ik werk niet bij de vakbond, maar ben kaderlid. Net als de PvdA is de vakbond een democratische organisatie, waar de leden bepalen wat de vereniging vindt en waar ze zich voor inzet. Het verschil met de PvdA is alleen dat binnen de vakbond veel vaker vergaderd wordt over wat onze plannen zijn. Met die plannen houd ik me dus vooral bezig, als één van de honderd leden van het ledenparlement van de FNV.” Kan de vakbond jongeren nog wel vertegenwoordigen? Floortje: “Absoluut! Voor alle werkgerelateerde zaken zet de vakbond zich in, of je nu jong bent of oud. Wel is het zo dat de leden beslissen op welke aspecten ingezet wordt. In de sector waar ik mee bezig ben, gebruiken ze een krankzinnig flexibel contract, waar alle nieuwe, en dus meestal jonge, werknemers onder vallen. Dat de 16 lava


naam: Pim Paulusma leeftijd: 24 JS-lid sinds: 2005 studie: Politicologie werk binnen de vakbond: Lid van het Ledenparlement

jonge werknemers dit aan willen pakken is logisch, maar wat erg bijzonder is, is dat ook de mensen met een vast contract dit zo absurd vinden, dat ook zij het noemen als een punt dat aangepakt moet worden. Solidariteit is hierbij natuurlijk ontzettend belangrijk.” Pim: “Helemaal mee eens! Wat belangrijk is om te begrijpen, is dat de vakbond niet een vertegenwoordiger van ouderen of jongeren is, maar opkomt voor de belangen van iedereen die werkt of ooit gewerkt heeft. Natuurlijk zitten er een paar zure, oude vergadertijgers bij, maar het merendeel van die oude mannen ziet heel goed in dat alleen jong en oud sámen in staat zullen zijn om het huidige tij te keren. Naar de stem van jongeren wordt dus zeker ook geluisterd. Ook wordt het onder andere door FNV Jong voor jongeren steeds makkelijker, en leuker, om je stem te laten horen. Met andere woorden: ik ben ervan overtuigd dat de vakbond jongeren nog steeds kan vertegenwoordigen.”

naam: Floortje Nijenhuis leeftijd: 26 JS-lid sinds: 2011 studie: Arabisch/Midden-Oostenstudies (afgestudeerd in 2012) werk binnen de vakbond: Organizer bij FNV Bondgenoten

gebeuren waar de vakbond een belangrijke rol in speelt en waar dus de stem van jongeren gehoord moet worden: de jeugdwerkloosheid is voorlopig nog niet opgelost en ook in het regeerakkoord staan een paar maatregelen die voor geen enkele werknemer goed zijn, zoals de grote verkorting van de WW en de onduidelijkheid over wat er nu gedaan gaat worden om flexwerkers meer zekerheid te bieden. De vakbond gaat met eigen voorstellen komen, waarbij het erg belangrijk is dat veel jongeren zich in die discussie roeren.”

Floortje: “Als je jong, enthousiast, gedreven en idealistisch bent, kenmerken waarin, denk ik, veel JS’ers zich zullen vinden, is de vakbond een ontzettend boeiende werkplek. Je bent bezig met het bereiken van goede werkomstandigheden door mensen te emanciperen, door ze te laten realiseren wat hun macht is en ze sterker te maken, zodat ze zich niet laten intimideren maar juist opkomen voor datgene waar zij recht op hebben. Er is weinig mooier dan een schoonmaker die bij het Zouden jullie andere JS’ers aanraden om zich voor de vak- eerste huisbezoek nog wat aarzelend was, zien opgroeien tot een woordvoerder met honderden collega’s bond in te zetten? achter zich. Die de werkgevers durft te zeggen: het is Pim: “Ja, zonder meer. De komende jaren moet er veel klaar met de uitbuiting, wij pikken het niet langer!” ◄ 17 lava­


marijn

factcheck

In haar column beschrijft Marijn Sikken haar gedachtekronkels.

In Factcheck toetst Lava een aanname aan de werkelijkheid.

aanname: steeds minder mensen zijn lid van een vakbond We lezen het overal: de tijd van de vakbond is voorbij. In deze zwaar geïndividualiseerde maatschappij hebben we geen behoefte meer aan grootschalige, archaïsche machtsstructuren. Wij, de huidige generatie werknemers, kunnen onze eigen boontjes wel doppen. Dalende ledenaantallen zouden deze trend bevestigen.

verboden woord

Wanneer we de cijfers erbij pakken is het belangrijk om twee grootheden te onderscheiden. Allereerst moeten we kijken naar het totaal aantal mensen dat lid is van een vakvereniging. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bezit deze aantallen van praktisch de gehele twintigste eeuw. Wat blijkt: sinds de Tweede Wereldoorlog is sprake van een snel stijgende lijn. Tussen 1946 en 1980 groeide het aantal vakbondsleden van ruim 800.000 naar bijna 1.800.000. Dit aantal daalde in de crisis voorafgaand aan en rondom het Akkoord van Wassenaar, om vervolgens de groei voort te zetten tot 1.923.000 leden in 2002. Sindsdien daalt het aantal gematigd, maar in 2012 zijn er altijd nog 1.849.000 mensen lid van een bond.

Eén van de meest misbruikte woorden van de afgelopen tijd is ‘oprecht’. Werd de term eerst voornamelijk op Twitter gebruikt om te illustreren hoe geëngageerd we zijn - met updates als ik word hier oprecht misselijk van, gevolgd door een link over Project X Haren, Syrië of dierenmishandeling plus een paar hysterische hashtags (waarmee de vraag rijst of je ook onoprecht misselijk kunt zijn) - inmiddels is oprechtheid een serieuze meetlat geworden waarlangs je politici en uitspraken kunt leggen. Een graadmeter. Maar hoe harder een politicus roept oprecht te zijn, des te minder ik dat geloof. Zo stond er op 11 september 2012 op de nieuwssite van RTL (sowieso een zeer oprechte nieuwsbron) dat Rutte ‘oprecht niet bezig’ was met mogelijke coalities na de verkiezingen. Ho even - hoe kun je nu oprecht ergens níet mee bezig zijn? En was 11 september 2012 niet bij uitstek de dag om bezig met te zijn met mogelijke coalities? Het lijkt wel alsof men een term als oprechtheid of eerlijkheid alleen in de mond neemt om het tegendeel te verhullen: iemand die zichzelf telkens weer oprecht en eerlijk noemt, probeert wanhopig te overschreeuwen dat het tegendeel waar is. De term is ‘verIdold’, een lege huls - oprecht zijn is een jas die je moet aantrekken om te kunnen winnen. De definitie van oprecht zijn is dat je geen andere bedoelingen hebt dan dat je zegt. Maar in de politiek is dat bijna onmogelijk: daar moet je sommige onderwerpen op zeer luchtige of juist erg zware manier aankaarten om ervoor te zorgen dat je je achterban meekrijgt in de beslissingen die jij moet maken. Je daden zullen deels op goede bedoelingen rusten, maar er zit altijd meer achter. Het zou pas echt oprecht zijn wanneer er een nieuwe lijsttrekker van partij A naar voren treedt en zichzelf voorstelt met de woorden: “Ik zit hier voor het geld en voor het grote avontuur.” Mensen zouden die woorden gelijk geloven, maar een enorme hekel aan die persoon krijgen. De vraag is of dat erg is als hij of zij zijn of haar werk erg goed doet. Ik zou het oprecht heel verfrissend vinden.

Absolute aantallen vertellen echter niet het gehele verhaal. De organisatiegraad is het percentage van de beroepsbevolking dat zich heeft verenigd in een vakbond. In de tweede helft van de twintigste eeuw is de beroepsbevolking explosief gestegen van 3,7 miljoen mensen in 1946 tot 7,8 miljoen mensen in 2011. Niet al deze werknemers voelden zich in gelijke mate aangetrokken tot een vakvereniging. Het gevolg: na een snelle stijging na de Tweede Wereldoorlog bleef de organisatiegraad in Nederland lange tijd stabiel op ongeveer eenderde van de beroepsbevolking. De crisis tussen 1980 en 1985 liet de organisatiegraad tot onder de 30 procent zakken en sinds 1993 daalt de organisatiegraad gestaag. In 2012 was minder dan een kwart van de beroepsbevolking lid van een vakbond. Kijkend naar de trend van de afgelopen tien tot vijftien jaar kunnen we inderdaad bevestigen dat de aantrekkingskracht van de vakbond tanende is. In absolute zin valt dit echter met bijna twee miljoen vakbondsleden alleszins mee. De aanname is daarom deels waar. Inge Kielen

18 lava


uit de bestuurskamer Nieuwtjes, mededelingen, oproepen, weetjes en/of meningen uit bestuurlijke hoek.

doe wat

Natuurlijk is het leuk om te praten over Israël-Palestina, over pensioenen en wat niet al. Dat doen we binnen de Jonge Socialisten ook veel en vaak, om eerlijk te zijn zelfs uitentreuren. Een betere wereld krijg je niet door erover te praten. Bij de PvdA is het net zo: veel bla-bla over beleid dat en regeltjes die de overheid moet invoeren, of nog erger; hoe de PvdA zelf beslissingen moet nemen. Het besef dat je ook zelf iets kan doen, zonder termen als tweesporenbeleid en zonder subsidie, is zowel bij de PvdA als de JS onvoldoende aanwezig. Vind je dat er beter onderwijs moet zijn in je buurt? Bied je bij de school aan om voor te lezen in plaats van voor te stellen om het niveau van docenten te verhogen. Maak je je zorgen over de toekomst van ouderenzorg in Nederland? Ga eens langs bij het verzorgingstehuis om de hoek in plaats van voor te stellen meer geld voor ouderzorg te begroten. Erger je je aan een oude vakbond die alleen maar ‘nee, nee’ roept? Word lid en doe wat voor jonge werknemers bij jou in de buurt!

Met elkaar zorgen voor elkaar is veel goedkoper en kwalitatief vaak beter dan alles door een overheid laten doen. Dat neemt niet weg dat er altijd een actieve overheid moet zijn die ook veel van de problemen die ons allemaal raken weg probeert te nemen, maar we zijn nu doorgeslagen. Waarom zou je je ouders niet in huis nemen? En allebei dertig uur per week werken zodat er geen hele kinderopvangindustrie hoeft te ontstaan? De gemeenschap mag weer centraler komen te staan in de sociaaldemocratie, ook bij de JS. Laten we dus ook wat gaan doen in plaats van alleen te praten!

Toon Geenen, voorzitter Landelijk Bestuur Jonge Socialisten in de PvdA p.s. In mijn vorige stukje heb ik eerwaarde Arie de Jong helaas verkeerd geciteerd. Hierbij dus een rectificatie en alsnog het correcte citaat: “Nee, geen suiker en melk, dank je.”

foto: Lars Kersten

C

M

Y

CM

MY

CY

CMY

K

colofon JS Coupon lidmaatschap 136x98 NIEUW.pdf

hoofdredactie: martijn otten / redactie: renate elling, renée van den kerkhof, inge kielen, sylvana van maanen, martijn otten, mo sharifi, marijn sikken, fatima warsame / gastredactie: floortje nijenhuis, pim paulusma / eindredactie: renate elling, renée van den kerkhof, inge kielen, martijn otten, jochem rietjens, marijn sikken / fotografie: anja dierx | anjadierx.nl / cartoon: robert muts | mutsillustrations.nl / illustratie: lotte woerde | storystudio.nl / ontwerp & vormgeving: merijn dietvorst | vorstontwerp.nl / bladmanagement: jochem rietjens / met medewerking van: peter kerris / druk: control media | controlmedia.eu / uitgever: jonge socialisten in de pvda | js.nl

1 01-02-12

Lava is een uitgave van de Jonge Socialisten in de PvdA (JS). Voor tips en suggesties is de hoofdredactie te bereiken via lava@js.nl. Meer informatie over de JS is te vinden op js.nl. De volgende editie verschijnt medio mei.

14:36

alle rechten voorbehouden © Jonge Socialisten in de PvdA / februari 2013

19 lava


20 lava

jaargang 15 – editie 1


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
LAVA Jaargang 15 | Editie 1 by LAVA - Issuu