Skip to main content

Erasmix Magazine jaargang 14 nr. 2

Page 1

magazine

Fotospecial Brusselse stadions

Brussels dialect Met uitsterven bedreigd?

Survival of the fittest De strijd van jonge muziekbands

MIVB maakt zwartrijden moeilijker

Periodiek van de Professionele Bachelor Journalistiek van het departement Campus Dansaert Erasmushogeschool Brussel, Jaargang 14, nr 2, juni 2010

Š Kaat Depoorter

Metro sluit zijn poortjes


‘t Kan verkeren “’t Kan verkeren”, zei een wijs man ooit. Gerbrand Adriaenszoon Bredero was het beste voorbeeld van zijn eigen befaamde uitspraak. Hij was één van de meest succesvolle Nederlandse auteurs van zijn tijd, het begin van de Gouden Eeuw. Voor zijn werk is hij overal bejubeld, maar in zijn privéleven ging het hem niet voor de wind. Hij trouwde nooit, kreeg geen kinderen en zakte zelfs letterlijk door het ijs. Niet veel later stierf hij onverwacht op 33-jarige leeftijd. Het kan verkeren. Gelijk had hij. Wie op onze eerste schooldag aan de Erasmushogeschool had gezegd dat we twintig maanden later een magazine zouden maken waarvan bijna duizend exemplaren worden gedrukt, zou wellicht voor gek verklaard zijn. Maar nu is het zover. Een week lang sloten we ons zo goed als af van de buitenwereld. Met z’n allen in de krappe, kille redactieruimte. Geen gezonken boorplatformen en geen Sieg die de strik omruilt voor een das en eens aan de andere zijde wil staan. Zelfs geen Georges die twee contracten verbreekt om andermans verbroken verbintenis over te nemen. Voor ons draaide de wereld een week lang rond ons eiland in de kelders van de school. Met veel voldoening stellen we daarom - na Eurasmix - ook dit eerste Erasmix Magazine voor. En van één ding kunnen we al zeker zijn: dit boekje is niet het eerste het beste, maar wel het eerste en dus het beste tot nu toe. Tom Devroey

Kies één mooi plekje uit in Brussel ? Mon Dieu ! Brussel is meer dan een stad, het is een mentaliteit. Brussel is een constante confrontatie met je zijn. Moest ek geboare zijn tusse de kikskes en de konijne ik zaa messchien dezelfde zotte kop emme, mo do zaa iet hannes in zitte. Door mij te bestoken met een vuurwerk van snel wisselende signalen heeft deze stad mij het woord verdraagzaamheid geleerd, het mooiste dat Brussel mij ooit gaf. Julien Vrebos Zie pagina 6-7: Den Brusseleir klapt magazine

2

Stervende stadions 3 Brusselse voetbaltempels in verval ‘t Brussels leeft! 6 Brusseleirs over hun moedertaal Privacy op het internet 8 Breng je je toekomst in gevaar door jezelf te veel bloot te geven in het heden? MIVB en haar poortjes 10 De gouden tijd voor zwartrijders is voorgoed voorbij Jonge bands Pompen of verzuipen in een zee van 12 muzikaal overaanbod Algemeen hoofdredacteur: Patrick Pelgrims Taaladviseur: Dirk Mampaey Eindredacteur lay-out en multimedia: André Lapeere Eindredacteur beeld en multimedia: Joost Goethals


Klaagzang van de Brusselse voetbaltempels We schrijven april 2010. De Brusselse topclub RSC Anderlecht viert meer dan terecht haar dertigste landstitel. Les mauves, de trots van Brussel, zo zegt men. Maar toch is die uitspraak erg gewaagd en niet helemaal correct. Een echte Brusseleir weet namelijk beter. In de vorige eeuw schoten topclubs in Brussel als paddestoelen uit de grond. Vandaag zijn vele van hen failliet of opgegaan in fusies, maar hun stadions staan er nog steeds. Wij zochten de échte Brusselse voetbaltempels van weleer op. Zonder woorden lieten we het beton zijn verhaal doen. Een verhaal van glorie en van Brussels voetbalgeluk. En verval. Mathieu Goedefroy en Frederik Eraly De titels die clubs als Union Sint-Gillis, Racing Club de Bruxelles, Daring Molenbeek, RWDM, FC Brussels of Crossing Club de Schaerbeek behaalden, zijn niet op de vingers van twee handen te tellen. Lang verleden tijd misschien, maar zeker nog niet vergeten. Een rijke geschiedenis is het, die van het Brusselse voetbal. Inwoners denken met heimwee terug aan de tijd dat De Ezels van Crossing Schaarbeek nog in eerste klasse speelden. Of dat Racing Club zijn zoveelste titel behaalde in het goede oude Ganzenvijverstadion. De grote Europese avonden, waarbij zowat elke Brusselse voetbalfan naar zijn heiligdom afzakte, zinderen nog steeds na. Zo’n successen zorgen voor verwondering. Bewondering zelfs. Daarom bezochten we de enige nog overgebleven getuigen van de triomfen die deze vergane gloriën in onze Belgische hoofdstad behaalden. Stille getuigen weliswaar. Behalve de oudere generatie van de Brusselse bevolking kan geen enkele Belg zich voorstellen dat er nog zo veel stadions staan te pronken in de grootste stad van het land. Want in zowat elke uithoek van Brussel kan je na wat zoeken wel een onteerd voetbaltheater ontdekken, waar vaak tienduizenden supporters hun ploeg naar de overwinning schreeuwden. Ze herbergen vandaag enkel stof, herinnering, melancholie en verval. Legendes die de tand des tijds nipt doorstaan hebben. Geduldig wachtend op renovatie of afbraak. Op een doel, een bestemming. Verscholen in het groen of in de schaduw van een monumentale woonwijk.

© Kaat Depoorter

Stade du Crossing

Het op één na grootste stadion van België

In hartje Brussel, in de groene schaduw van het prachtige Josaphatpark in Schaarbeek, vinden we het oude stadion van Royal Crossing Club de Schaerbeek. Het lijkt wel een werf, maar na dranghekken en zandhopen te hebben omzeild vinden we een deur, erboven een soort muurtekening: het logo van de Crossing. We besluiten de catacomben van het stadion in te gaan. Na even zoeken in de wirwar van gangen staan we in de oude kleedkamer van de ter ziele gegane club. Wandtegels verraden waar ooit de douches stonden. Kapstokken en bankjes zijn er ook nog steeds. Na even verderlopen komen we aan de oude spelerstunnel. Daarlangs komen we uit op het nog steeds even groene voetbalveld. De aanblik van de zwaar in verval geraakte tribunes is voor ons nauwelijks te vatten. Tot zo’n

dertig jaar geleden konden hier 40.000 voetbalsupporters plaatsnemen. Daarmee is het Stade du Crossing tot vandaag nog altijd het tweede grootste stadion van ons land. Jammer genoeg heeft de tand des tijds zijn werk goed gedaan. Het rotte beton staat op instorten en de tribunes liggen vol met wat ooit zitjes moeten geweest zijn. Bovendien lijkt het dak nog amper een windstoot te kunnen verdragen. Het is amper te geloven maar hier werd de eerste wedstrijd gespeeld die live en in kleur werd uitgezonden in België. Even later gaf Bob Dylan hier nog een concert. In de jaren zeventig kwamen voetbalfans van heinde en ver naar hier afgezakt. In die tijd speelde hun ploeg in eerste klasse. De meest gebruikte bijnaam voor Crossing Schaarbeek was De Ezels. Een gevolg van de vele brouwerijen in de buurt, vanwaar iedere dag ezels met goederen vertrokken.

De Ganzenvijver

Oudste tribune van het land

Wanneer we op zoek gaan naar het oudste stadion van het land, de Ganzenvijver in Ukkel, thuishaven van Racing Club de Bruxelles, komen we in de mooiere buurten van de hoofdstad terecht. Hier vinden we de tribune waaruit alle voetbalfeiten in ons land ontsproten zijn. In 1890 schreeuwde de eerste generatie voetbalfans hier hun nationale elftal naar een 3-3 gelijkspel tegen de Franse internationals. Jammer genoeg staat er nu geen voetbalgras meer. Als figurant staat de hoofdtribune naast het hockeyplein van de Royal Racing Hockey Club de Bruxelles. Tot aan de Tweede Wereldoorlog speelde Racing Club de Bruxelles in de Ganzenvijver, zoals het stadion in de volksmond genoemd werd. De ploeg werd uiteindelijk zes maal landskampioen. Na een wirwar van fusies leeft de ploeg nog voor een stukje voort in tweedeklasser FC Brussels. Hoe het het stadion vergaan is, merken we meteen. Enkel de hoofdtribune staat er nog. Hij is prachtig gerestaureerd en bewaart het uitzicht over een grasplein waar 120 jaar geleden onze vaderlandse helden streden met de bal en de Fransoos.

DRIelindenstadion

40.000 plaatsen voor één match

Na Ukkel gaan we naar die andere welgestelde gemeente van onze hoofdstad: Watermaal-Bosvoorde. Daar ontdekken we het Drielinden­ stadion, een knap staaltje megalomanie uit de vorige eeuw. Er werd uiteindelijk amper één wedstrijd in gespeeld, een Europese wedstrijd tegen FC Torino. Op 11 september 1948 schreeuwden 40.000 supporters Racing de Bruxelles naar de overwinning. Vooral de vorm van het stadion is indrukwekkend. Als een uitgegraven vallei. Planten tieren welig op de vervallen tribunes. Vandaag wordt het Drielindenstadion vooral gebruikt door scholen om er turnles te geven. Ook wanneer wij er zijn, mat een gymleraar zijn leerlingen af met verspringen en hordenlopen. Verder op de tribunes wandelt een oude man in regenjas met zijn golden retriever. “Ik ben absoluut geen voetbalmens. Maar iedereen weet dat het trotse Torino hier ooit afgetroefd werd.” De hond heft zijn poot, snuffelt aan een paaltje en 40.000 supporters kijken ademloos toe. Zin in meer? Neem een kijkje op erasmix.be

magazine

3


© Els Wauters

Stade du Crossing, Schaarbeek © Els Wauters

Drielindenstadion, Watermaal-Bosvoorde

© Els Wauters

Fotospecial

Klaagzang van de Brusselse voetbaltempels

Ganzenvijver (Vivier d’oies), Ukkel

4

magazine


Stade du Crossing, Schaarbeek

Stade du Crossing, Schaarbeek

© Els Wauters

© Els Wauters

Stade du Crossing, Schaarbeek

© Kaat Depoorter

5

magazine


Den Brusseleir klapt Het Brussels dialect in gevaar, met liefde beschermd

© Tom Devroey

Dehaes: “Dit jaar openen we voor de eerste keer een dialectsalon in café Het Goudblommeke in Papier”

“Wa es Brussels? Brussels es Brabants en as ge e woud ni weit, klasjt ge doê eet tusse in’t Frans.” Het Brusselse dialect kan nog bezwaarlijk de voertaal genoemd worden in de straten van onze hoofdstad. Maar is het Brussels werkelijk met uitsterven bedreigd? En verliest de stad op die manier ook haar eigenheid? Wij spraken met drie Brusselse ketjes over het wel en wee van hun geliefkoosde moedertaal. Tom Devroey en Tim Briesen

magazine

6

mensen bij elkaar te krijgen. Maar ook daar is er een gebrek aan jonge mensen. We hebben in onze vereniging De Speegelmanne het ledenaantal op enkele jaren tijd zien halveren. De gemiddelde leeftijd in de vereniging is zeer hoog. Het grote probleem is dat de mensen die sterven niet vervangen worden door jonge mensen. Toch hoor ik af en toe nog jonge mensen tussen 25 en 35 jaar die Brussels spreken. Meestal hebben zij dat opgestoken van hun grootouders.” Geert Dehaes is sinds 2002 streektaalcoördinator voor de Vlaamse Gemeenschap. Hij ondersteunt alle verenigingen die zich bezighouden met het Brusselse dialect. Hij heeft een andere visie dan de Schrijver. DEHAES: “Je mag niet onderschatten hoeveel mensen het Brusselse dialect nog spreken, ook jonge mensen. Bovendien mogen we niet vergeten dat Brussel een kleine wereldstad is, waar 130 verschillende culturen samenleven. Door de vele nieuwe Belgen is het maar normaal dat het dialect minder gesproken wordt, maar ik zou zeker niet durven zeggen dat het verdwijnt. We moeten ons er niet tegen verzetten dat de taal minder gesproken wordt, maar we moeten ze wel koesteren.”

Uitstervend ras

Intussen wordt het wel steeds moeilijker om nog echte Brusseleirs tegen het lijf te lopen. Als je nog eens

Geert Dehaes “We moeten ons er niet tegen verzetten dat de taal minder gesproken wordt, maar we moeten ze wel koesteren”

© Tom Devroey

Julien Vrebos is Brusseleir in hart en nieren. Voor hem is het Brusselse dialect meer dan een taal. “Het Brussels is voor mij meer een mentaliteit. Het is een levenswijze die zelfs als de taal verdwijnt, zal blijven voortbestaan. Echte Brusseleirs als Toots Thielemans en Raymond Goethals omschreven de taal als Vlaams met enkele Franse woorden tussengekletst. De Brusselaar wil het leven niet compliceren.” Steeds minder mensen spreken nog de taal van hun streek. Die wordt door jongeren immers vaak als marginaal bestempeld. Maar waar ligt de oorzaak van het verdwijnen van de dialecten? Marcel de Schrijver, coauteur van het Brussels Lexicon, is voorzitter van de spellingcommissie van de Academie van het Brussels en bezieler van de lokale afdeling uit Jette, De Speegelmanne. DE SCHRIJVER: “Ik durf niet zeggen dat het Brussels uitsterft, maar steeds minder mensen spreken het. De grote boosdoeners zijn volgens mij de ABN-acties van begin jaren zestig. Vanaf dat moment spraken de mensen bijna uitsluitend standaardtaal. Hoewel de ouders het Brussels nog machtig waren, gaven ze de taal niet langer door aan hun kinderen. Met het verdwijnen van de ouderen, verdwijnt ook het Brussels.Vroeger sprak men de taal spontaan, maar nu moet men speciale evenementen organiseren om de


Marcel de Schrijver (l) “In Jette spreken de mensen nog Brussels

Julien Vrebos (r) “De goeien ouwen tijd is vandaag” een goede konversoêse wil voeren, moet je de weinige plaatsjes waar nog echt Brussels gesproken wordt goed weten liggen. VREBOS: “Er zijn natuurlijk de Marollen waar de echte Brusseleirs zouden wonen. Maar die tijd is al lang voorbij. De populairste wijk uit mijn jonge tijd was den Baffon. Die ligt tussen de Kruidtuin, de Sint-Goedelekathedraal, de Broekstraat en de Congreskolom. Door de marketing rond die populaire wijken zijn de echte Brusselaars daar verdwenen. Het is een uitstervend ras. Ik vind het spijtig dat de populaire wijken in Brussel hun eigenheid wat hebben verloren, maar aan de andere kant: de goeien ouwen tijd is vandaag. Ik denk niet met heimwee terug aan het Brussel van mijn jeugd want aan het Brussel van nu houd ik even goed mooie herinneringen over.” DE SCHRIJVER: “De echte Brusseleir kom je inderdaad niet vaak meer op straat tegen. Dat is volgens mij ook een van de redenen voor het verdwijnen van onze prachtige taal. De mogelijkheden om Brussels te spreken worden steeds schaarser. In Jette, waar ik vandaan kom, gebruiken de mensen hun dialect alleen nog op de zondagsmarkt. Of wanneer ze in gezegende toestand zijn.”

De Weik van’t Brussels

Met de vzw ARA!, het steunpunt voor het dialect, organiseert Dehaes ieder jaar De Weik van’t Brussels. Dit jaar verkozen de Brusselaars tijdens die week Julien Vrebos samen met Johan Verminnen tot Brusseleir van et Joêr. Door zijn tongval is Vrebos immers bijna een wandelend reclamebord. VREBOS: “Het Brusselse dialect promoten doe ik niet bewust. Ik doe vooral mijn best om de Brusselse mentaliteit over te dragen op mijn omgeving. Op de Weik van’t Brussels komt veel volk af, vooral mensen van buiten de stad. Tijdens die week organiseert ARA! onder meer wandelingen, debatten en samenzang in het Brussels. Met tvbrussel maken we een klein rubriekje waarin gewone mensen een kort verhaal van ongeveer drie minuten vertellen in het Brussels. Later zouden we daar graag een boek over maken voor het collectieve geheugen.” DEHAES: “De Vlaamse Gemeenschapscommissie steunt de Weik van’t Brussels. We kijken dan wat er leeft in het Brussels dialect en op basis daarvan bepalen we wat we in die week gaan doen. Dit jaar hebben we zo voor het eerst een Brussels dictee georganiseerd en brachten we een boek uit met haiku’s in het Brussels. We openden ook voor de eerste keer een dialectsalon in café Het Goudblommeke in Papier. Daar kunnen de mensen terecht voor alle info die met ons dialect te maken heeft.”

Levende taal

“Het Brussels dialect is een taal die constant evolueert”, zegt Vrebos. “Vroeger spraken de marktkramers Bargoens, ne melange van Spaans en Vlaams met een beetje Frans. Dat Vlaams was dan nog een oude vorm, het Diets. De dag van vandaag mengen de mensen het Brussels eerder met Marokkaans of Engels. C’est plus chic, hein? Maar het is altijd zo geweest dat het Brussels een mengelmoes was van verschillende talen. Wij gaan uit van het principe vivre et laisser vivre.” DEHAES: “Het is inderdaad zo dat het Brussels evolueert. Nu worden er moderne woorden gebruikt in het dialect, zoals bijvoorbeeld brainstormen. De taal moet daar ook voor openstaan, op voorwaarde dat het woorden zijn die iedereen begrijpt natuurlijk.” Als voorzitter van de spellingcommissie van de Academie van het

© Tim Briesen

gezegende toestand zijn”

© Tim Briesen

op de zondagsmarkt. Of wanneer ze in

Brussels houdt de Schrijver zich vooral bezig met het theoretische aspect van de taal. Hij legt de evolutie van de taal officieel vast. In de afgelopen jaren publiceerde hij zo verschillende werken rond het dialect. DE SCHRIJVER: “We hebben de schrijfwijze officieel vastgelegd en om de tien jaar evalueren we die. In 2006 werkten we de spelling­ regels voor het laatst bij. We spraken toen af dat Franse woorden cursief moeten worden geschreven en dat eigennamen gewoon worden overgenomen. Vroeger zetten we die immers om in het Brussels.”

Het Brussels Volkstejoêter

Voor Geert Dehaes is het allemaal begonnen met Het Brussels Volkstejoêter. “Vijftien jaar geleden speelden we naar aanleiding van het Gala van het Brussels in het Lunatheater (nu Kaaitheater, red.) een cabaret in het Brussels. Vanwege de massale opkomst besloot ik in 2000 samen met zes andere ketjes om de draad weer op te pakken. We speelden twee klassiekers en dat was een onverhoopt succes. De media-aandacht bombardeerde ons zelfs tot een fenomeen”, aldus Dehaes. “Na die successen vroegen we steun aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Zij stelden voor om iemand fulltime op het kabinet te laten werken. Ik ben daar op ingegaan en zo ben ik streektaalcoördinator geworden.” Ook Marcel de Schrijver speelt een belangrijke rol in Het Brussels Volkstejoêter, legt hij zelf uit. “Een specialist vertaalt de teksten voor de toneelstukken naar het Brussels. Daarna lees ik de teksten na op spel- en taalfouten. Tijdens de repetities sta ik de acteurs bij door te luisteren of hun uitspraak correct is. Veel acteurs spreken een beetje dialect, maar ze zijn niet altijd van uit de buurt en spreken daardoor niet echt Brussels. Dat proberen we dan samen te verbeteren.” Het Brussels Volkstejoêter speelt daardoor een belangrijke rol in het conserveren van de streektaal. Geert Dehaes verduidelijkt: “We spelen nu jaarlijks twee producties, waar in totaal zo’n 30.000 mensen op af komen. Het is met andere woorden een echt succesverhaal dat zorgt voor de heropleving van het Brussels dialect. Net op tijd.”

De echte Brusseleir loop je niet meer zo gauw tegen het lijf. Hier vind je enkele typische cafeetjes waar vaak Brussels dialect gesproken wordt. Chez Marcel (Vossenplein 20, Brussel) Het Goudblommeke in Papier (Cellebroersstraat 55, Brussel) Den Tchac (Waterloosesteenweg 798, Ukkel) Het Warm Water (Vossenstraat 25, Brussel) De Welkom (Kardinaal Mercierplein 30, Jette)

Wie zijn Brussels wil bijschaven kan terecht in de bibliotheek van de campus Dansaert. Wij schenken hen het Brussels Lexicon van Marcel de Schrijver en Sera de Vriendt.

magazine

7


Privacy op het internet Utopisch of perfect mogelijk?

© Els Wauters

Facebook, Netlog, ... Sociaalnetwerksites zijn ongetwijfeld een van de opvallendste fenomenen van de laatste jaren. Het sociale netwerk werd het virtuele dagboek van de gemiddelde Belg. Foto’s, commentaren, status­updates, uitnodigingen voor feestjes en Farmville: een honderdtal ‘vrienden’ is al genoeg om overstelpt te worden met ongevraagde persoonlijke informatie. Cindy Moreau en Lynn Daeghsels Niet iedereen is zich echter bewust van de gevaren van het internet. Sociaalnetwerksites en blogs zijn voor velen de uitlaatklep bij uitstek om frustraties van zich af te schrijven. Maar je onlineactiviteiten kunnen je ‘echte’ leven op zijn kop zetten. Dat weet ook Annelien, voormalig studente verpleegkunde aan de Katholieke Hogeschool Brugge‑ Oostende. Samen met een vriendin pochte ze op Facebook over hun spiekmethode. Het departementshoofd Francis Decoster kreeg er lucht van en gaf beide studenten een nul op zes opleidingsonderdelen. Decoster beschouwde de Facebookconversaties als voldoende bewijs voor deze sanctie. We belden Annelien op en luisterden naar haar kant van het verhaal: “We hebben niet echt gespiekt, we wilden gewoon stoer doen. Spijtig genoeg is het opscheppen ons slecht bekomen. Een meisje van mijn klas heeft mij verraden. Ze vond dat mijn vriendin en ik het niet verdienden om voor mensen te zorgen als we de leerstof niet beheersten. Ook vond ze het niet eerlijk dat zij hard had gestudeerd en toch nog tweede zit had terwijl wij veel later in actie schoten en alsnog slaagden.”

VERBA VOLaNT, SCRIPTA MANENT

Annelien is niet het eerste en zeker ook niet het laatste slachtoffer van online-escapades. Begin 2010 werd een chauffeur van De Lijn op de vingers getikt door zijn werkgever. Op zijn blog beschreef hij zijn magazine

8

werkdag en gaf er onder andere kritiek op het gedrag van de reizigers. Volgens De Lijn werd het bedrijf hierdoor in een slecht daglicht gesteld. De chauffeur werd vriendelijk verzocht om de blog van het net te halen. Zo rijst de vraag hoe diep een werkgever of school mag binnendringen in het privéleven van zijn werknemers of studenten. Strikt gezien valt het internetgebruik onder de vrijetijdsbesteding van de werknemer en dus buiten de controle van de werkgever. Een werknemer mag op zijn beurt niet vergeten dat het internet een publieke zone is. Koen Gorissen, rechtskundig adviseur van de privacycommissie gaf deze wijze raad: “Let altijd op wat je schrijft: ‘verba volant, scripta manent’, letterlijk: woorden vervliegen, het geschrevene blijft. Je kan altijd ontkennen dat je iets gezegd hebt, maar zodra je het opgeschreven hebt, staat het zwart op wit. Er is nog altijd een verschil tussen je werknemer of leerkracht bekritiseren op café onder vrienden en via het wereldwijde web. Als werknemer heb je nog altijd een zekere loyaliteit tegenover je werkgever.” Maar waar ligt die grens? Wij spraken met privacyspecialist Maarten Truyens, advocaat bij DLA Piper. “Privacy op het internet is een grijze zone. Er bestaan weinig regels over hoe ver controles mogen gaan. Op Europees niveau probeert men nu de privacywetgeving te herzien, waarschijnlijk zal die nog strenger worden. Op nationaal niveau bestaan er al collectieve

Annelien “Ik let er nu op dat ik niets meer schrijf wat zich later tegen mij zou kunnen keren”

© Kaat Depoorter


Koen Gorissen (l) “Persoonsgegevens zijn voor Facebook het

“Misschien moet er een regel komen voor ‘het recht om vergeten te worden’” arbeidsovereenkomsten die de internetactiviteiten van werkgevers aan banden leggen om het netwerkverkeer van hun werknemers te controleren. Zo mag de werkgever het internetverkeer en de mails van de werknemer niet controleren. Controle kan zeker en vast een privacybedreigende activiteit zijn. Vanuit een wettelijk standpunt kan best wat gezegd worden over een school die zijn leerlingen controleert op een sociaalnetwerksite.”

Een set vage regels

Hoe zit het eigenlijk met de privacywetgeving? “In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens staat er één regeltje over privacy: ‘Iedereen heeft het recht om niet gestoord te worden in zijn thuisomgeving’. Daarop worden dan allerlei gerechtelijke beslissingen gebaseerd. De rechters kunnen deze regel enkel interpreteren”, zegt Truyens. “Daarbij komen dan de Europese regels die misschien herzien worden. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat dé specifieke privacywet eigenlijk niet bestaat. Het is een set van vage regels.” Toch dringt Truyens aan op een aangepaste, moderne wet. “Er moeten wel regels komen want er wordt zoveel gepost en daar kan zo veel schadelijks tussen zitten. Het wordt verdorie tijd dat er regels komen die door iedereen aanvaard worden.” Ook Koen Gorissen is zich bewust van het gebrek aan een wet. “Zelfs al zou er zo’n eenduidige richtlijn bestaan, dan nog zou Facebook buiten schot blijven. Volgens Facebook zelf vallen zij, als Amerikaans bedrijf, onder de privacywetgeving van de Verenigde Staten. Daar hebben ze een heel andere visie inzake privacy”, aldus Gorissen. “Er woedt wel een discussie over het feit of het Amerikaanse Facebook al dan niet de Europese wetgeving zou moeten naleven. Dat zijn vrij technische gesprekken, maar wij proberen zoveel mogelijk met hen samen te zitten om tot dwingende privacybepalingen te komen. Maar dat is niet altijd makkelijk.” Net als alle andere commerciële bedrijven heeft Facebook maar één doel: winst maken. Dat weet ook Koen Gorissen. “Je moet daar niet naïef in zijn. Mensen gebruiken Facebook en andere netwerksites gratis, maar voor niets gaat alleen de zon op. Waarom hebben die bedrijven zoiets gecreëerd? Om over persoonsgegevens te beschikken natuurlijk. Dat is hun doel, want dat is het enige wat geld opbrengt. Sociaalnetwerksites verkopen reclame door te zeggen: ’Jij wilt reclame maken voor jonge vrouwen die geïnteresseerd zijn in sport en muziek? Geen enkel probleem.’ Zij bezitten alle gegevens, dus kunnen zij ook specifiek reclame richten op de perfecte doelgroep. Dat is hun melkkoe, en hoe meer ze weten over iemand, hoe beter. Trouwens: je hebt je gegevens niet verkocht aan zo’n netwerksite, je hebt ze zelf weggegeven.”

BESCHERM JEZELF

Natuurlijk blijf je zelf verantwoordelijk voor wat je op Facebook post. Daarom is het belangrijk om te beseffen wat de gevolgen kunnen zijn van een simpele statusupdate of foto. Uiteindelijk beslis je zelf hoe streng je je profiel beschermt en wie je erop toelaat. Als je je profiel openstelt voor iedereen, kan ook je werkgever of leerkracht er alles op lezen. Als je deze personen openbaar beledigt, moet je er ook de gevolgen van kunnen dragen. Ook Annelien is nu veel waakzamer op Facebook. “Ik weet eigenlijk niet of mijn Facebookpagina op dat moment openbaar was, maar ik denk het wel”, geeft Annelien toe. “Meteen na het voorval heb ik de privacyinstellingen aangepast om mezelf te beschermen.”

©DLA Piper

Maarten Truyens (r)

© Cindy Moreau

enige wat geld opbrengt”

“Ik heb een fout gemaakt door mijn spiekmethode te bespreken op Facebook. Ik stond er niet bij stil dat er veel mensen in mijn vriendenlijst stonden die ik eigenlijk niet zo goed kende. Zonder dat ik het besefte was de informatie voor iedereen beschikbaar. Ik heb wel geleerd uit mijn fouten: mijn Facebookpagina is intussen nog meer beveiligd en ik heb mijn vriendenlijst grondig opgekuist. Ik let er nu ook op dat ik niets schrijf wat zich later tegen mij zou kunnen keren”, zegt Annelien overtuigd.

HET RECHT OM VERGETEN TE WORDEN

Een opvallende trend op sociaalnetwerksites is het massaal plaatsen van bezwarende foto’s. “Jongeren posten er zo veel mogelijk, want dat is cool. Hun vrienden doen het ook en laten we die sociale groepsdruk toch niet vergeten”, aldus Maarten Truyens. “Ze beseffen de gevolgen niet van hun onlineactiviteiten. Privacy past niet langer in hun leefwereld.” “Misschien moet er een regel komen voor ‘het recht om vergeten te worden’, zodat je van het internet geschrapt kan worden. Zo’n regel bestaat nog niet. Bovendien is het praktisch en technisch onhaalbaar om iets van het internet te schrappen”, vervolgt hij. Je kan de webmaster contacteren, maar als je daar op een ‘neen’ botst, zit je vast. Bij sociale netwerken ligt het soms nog moeilijker. Als je geluk hebt kan je de foto of commentaar zelf verwijderen, maar meestal is dit niet het geval. Je kan net als bij een webmaster nog altijd een bericht sturen, maar als daar geen antwoord op komt, bestaat er nog slechts één laatste oplossing. “Je kan natuurlijk altijd naar de rechter stappen, maar dat raad ik zeker niet aan. Zo breng je de feiten nog meer onder de aandacht en misschien zelfs in de pers. Zoiets kan je op dat moment zeker missen als kiespijn.” Je Facebook-verleden kan ook je professionele toekomst ernstig beïnvloeden. Steeds meer werkgevers speuren het internet af om meer te weten te komen over het privéleven van de sollicitant en zijn of haar verleden. Ook Annelien wordt nog steeds achtervolgd door haar verleden: “De eerste links die verschijnen wanneer je mijn naam intikt op Google, zijn de krantenartikels over mijn vermeende spiekincident. Ik vind dat je het recht moet hebben om dergelijke zaken van het net te laten halen. Ik ben bang dat, wanneer mijn toekomstige werkgever mijn naam opzoekt, hij meteen een verkeerde indruk van mij zal hebben terwijl ik op dat moment toch een volwaardig diploma bezit. Dat deel van mijn leven wil ik achter me laten.”

‘Veilig Facebooken voor dummies’ • Maak gebruik van vriendenlijsten. Zo kan je een onderscheid maken tussen medestudenten en hechte vrienden. • Verwijder jezelf uit de Facebook zoekresultaten: dat kan je instellen bij zichtbaarheid. • Vermijd tags van jezelf op gênante foto’s en bescherm je fotoalbums. • Bescherm je contactgegevens door strengere instellingen bij ‘contactinformatie’. • Scherm je vriendenlijsten af, want ook zij willen beschermd worden. • Let op welke toepassingen je activeert. Veel toepassingen nemen stiekem profielinformatie over.

magazine

9


Metro sluit zijn deuren MIVB plaatst opnieuw toegangspoortjes tegen zwartrijden

© Els Wauters

Wie geregeld de metro neemt heeft ongetwijfeld de gloednieuwe toegangspoortjes al opgemerkt. Net zoals andere grootsteden, denk maar aan Parijs en Londen, kiest Brussel nu ook voor een gesloten metronet. Snel en niet-betalend op de metro springen is tot grote spijt van de vele zwartrijders binnenkort verleden tijd. Lizelotte Schoukens en Sofie Bekkers

magazine

10

toch problemen zouden hebben te helpen. Al is de nieuwe manier heel makkelijk: je gebruikt je MOBIBkaart of het papieren ticket en het poortje gaat open. Dat is vrij simpel en zo werkt het ook in andere steden.” Erasmix: En voor de zwartrijders onder ons: is vals spelen dan echt niet meer mogelijk, bijvoorbeeld door simpelweg over de poortjes te klimmen? “We hopen dat zoiets niet te vaak zal gebeuren omdat de modellen redelijk hoog zijn. We hebben destijds een test gedaan in het metrostation Delta toen we een leverancier moesten kiezen. Het model dat wij gekozen hebben is ongeveer één meter tachtig hoog. Dat is relatief hoog, al zeg ik niet dat erover klimmen onmogelijk is. Maar op die manier valt het wel heel erg op. Over een poortje van één meter tachtig springen doe je niet onopgemerkt. Er staan ook camera’s en dergelijke. Als we zien dat het toch een probleem wordt, grijpen we in. Maar we verwachten wel dat het zwartrijden fors zal dalen. Hierdoor kunnen we de controleurs die door deze maatregel vrijkomen inzetten op de tram.”

Vandalisme

Erasmix: Moeten de toegangspoortjes ook het imago en de veiligheid van de metro verbeteren? “Het imago wordt niet rechtstreeks verbeterd. De invoering heeft twee redenen. De eerste voor de hand liggende is het zwartrijden tegengaan. Wie geen vervoersbewijs heeft komt er niet in. En dat betekent

An Van Hamme “Over een poortje van 1m80 springen doe je niet onopgemerkt”

© Sofie Bekkers

Het is niet de eerste keer dat Brussel kiest voor afgesloten metrostations. In de jaren tachtig waren de stations al uitgerust met draaikruisen die het zwartrijden moesten voorkomen. Op een bepaald moment werden die afgebroken, maar nu komt er dus weer een gelijkaardig systeem. De toegangspoortjes staan al in achttien metrostations, vanaf juli treden ze in werking. Wie dan zijn vervoersbewijs niet valideert geraakt er niet meer in. MIVB woordvoerster An Van Hamme licht de veranderingen toe. Erasmix: Enkele jaren geleden hebben jullie de draaikruisen weggehaald uit de stations. Waarom kiezen jullie opnieuw voor een gesloten net? “We hadden in de jaren tachtig inderdaad draaikruisen maar die werden afgevoerd omdat het de tendens was om ‘open stations’ te creëren. Die draaikruisen waren lage systemen, maar toch een manier om te voorkomen dat men zomaar binnen kon wandelen, zoals op dit moment wel het geval is. Ze werden afgevoerd omdat andere netten ze ook afschaften. Al hebben een aantal steden, zoals Parijs en Londen, hun poortjes wel altijd behouden. Nu merken we dat het toch beter is om af te sluiten.” Erasmix: Verwachten jullie veel problemen bij het invoeren van de toegangspoortjes? “Ik mag hopen dat er geen problemen zullen zijn. Net zoals bij de systemen in het buitenland is het de bedoeling dat het mechanisme zichzelf uitwijst. In het begin zullen we wel extra personeel inzetten in de stations waar de poortjes staan om de mensen die


Maarten Kayaert (l) “De toegangspoortjes zullen Peter Heyvaert (r) “Het nieuwe systeem heeft alleen maar voordelen” ook dat wie niet met de metro moet reizen niet in de stations binnen kan, want cru gezegd heb je daar dan ook niets te zoeken. Dit moet het veiligheidsgevoel verhogen en dat is de tweede reden voor deze verandering.” Erasmix: Enkele poortjes zijn al het doelwit geweest van vandalisme. Hoe gaan jullie dit probleem in de toekomst aanpakken? “Er is inderdaad al vandalisme geweest. Maar we hebben dat ook gezien bij buitenlandse netten. We hebben ons daarop voorbereid en meer poortjes besteld dan nodig zijn, om het vandalisme op te vangen. Vernielde poortjes proberen we ook zo snel mogelijk te herstellen, als het mogelijk is binnen de 24 uur. Enerzijds voor de veiligheid, want het gaat om glazen deuren, dus die moeten het best zo snel mogelijk vervangen worden. Anderzijds omdat een vernield poortje ook geen goed imago geeft. Het zal misschien niet altijd lukken binnen de 24 uur, maar dat is wel het streefdoel.” Erasmix: En als het vandalisme aanhoudt? “We vermoeden niet dat het uit de hand zal lopen. Stel dat dit toch het geval is, dan doen we gewoon wat we altijd doen: er meer personeel op afsturen of de camera’s daar extra in de gaten houden om het vandalisme in te dijken. Maar dat probleem is momenteel niet aan de orde. Het vandalisme dat we nu gehad hebben was voorzien, hoe erg het ook is.”

Amper controle

Erasmix: Enkele regelmatige metrogebruikers meldden ons dat er maar weinig controle is op de metro. Hoe verklaren jullie dit? “Die vraag krijgen we wel meer. Het is zo dat in het beheerscontract tussen de MIVB en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat dat wij jaarlijks één procent van de reizigers moeten controleren. Wij zitten daar heel wat boven. Één procent lijkt heel weinig, maar in absolute cijfers is dat wel veel, als je weet dat wij iets meer dan 290 miljoen ritten hadden in 2009. De controles worden gespreid over metro, tram en bus. Dankzij de toegangspoortjes kunnen we meer controleurs inzetten op de tram. Ons net is zeer uitgebreid in Brussel en de verschillende ploegen moeten overal komen. Het kan dus zijn, als jij elke dag om 16 u in metrostation Kunst-Wet komt, dat je net de controleurs gemist hebt omdat zij daar waren om 15 u. De controles variëren in plaats en tijd om het hele net te coveren, we kunnen niet op elk moment overal zijn.” Erasmix: Jullie controles worden aangekondigd op de MIVB-site en in de gratis krant Metro. Maken jullie het zwartrijders zo niet iets te gemakkelijk? “Dat is heel bewust gedaan. We hebben ons laten leiden door de federale politie die hun snelheidscontroles ook bekend maken. Zij merkten toen dat mensen minder snel gingen rijden. Het werkt dus vooral preventief. De controleurs gaan ook niet altijd repressief te werk. Als je geen vervoersbewijs hebt, krijg je niet altijd een PV. Zo staan de controleurs soms in de controlezones. Ze kijken de tickets na, maar delen geen boetes uit. Dan raden ze de reizigers gewoon aan een ticket te kopen. We merken dat de reizigers dit heel hard op prijs stellen omdat ze zo de kans krijgen toch nog een ticket te kopen. Niet iedereen doet dat, maar veel mensen beseffen zo wel dat zwartrijden niet kan. Op die manier krijgen de controleurs een vriendelijker imago, wat ook belangrijk is. Mensen een boete geven is niet altijd plezant en kan soms zelfs gevaarlijke en moeilijke situaties opleveren. Maar als we de controles gemengd uitvoeren, soms repressief en soms niet, dan stellen de reizigers dat wel op prijs.”

© Sofie Bekkers

© Sofie Bekkers

zwartrijders zeker afschrikken”

35 miljoen euro

Erasmix: De installatie van het nieuwe controlesysteem kost zo’n 35 miljoen euro. Is het daarom dat jullie je MIVB-tarieven net verhoogd hebben? “De verhoging heeft niet specifiek te maken met dit nieuwe project. Het is zo dat wij de tarieven jaarlijks met de index twee procent mogen verhogen. Maar de tarieven in Brussel vallen eigenlijk best nog wel mee in vergelijking met andere netten.” Erasmix: Hoe wordt het project dan gefinancierd? “Het project wordt betaald door het Brussels Gewest en door onze eigen werkingsmiddelen. 35 miljoen euro lijkt veel geld, en dat is het ook, maar na vijf jaar zou die investering zich normaal gezien al moeten terugbetaald hebben door de meerverkoop van vervoersbewijzen. Dat lijkt mij wel de moeite waard.”

De metrogebruiker aan het woord Wat vinden de metrogebruikers eigenlijk zelf van de nieuwe toegangspoortjes? Veel reizigers hebben een abonnement, maar toch zouden ze naar eigen zeggen ook zonder die MOBIB-kaart betalen, al is het dan wel minder van harte. Want net als bij zoveel andere producten blijft de prijs van een ritje met de metro stijgen. De elektronische kaart wordt nu trouwens niet bij elk metrobezoek gevalideerd, simpelweg omdat het te veel moeite kost. Veel gebruikers vinden het ingewikkelde systeem ook maar een pleister op een houten been. Want echte zwartrijders hou je immers niet tegen met een poortje. Jonas Toye, abonnee, rijdt sinds een jaar vaak met de metro “Ik vind het systeem met de toegangspoortjes erg raar. De MIVB maakt het zijn reizigers zo onnodig moeilijk.” Maarten Kayaert, abonnee, rijdt dagelijks met de metro “Ik denk wel dat ik zou betalen als ik geen abonnement had, al ken ik veel mensen die niet betalen. Door de sociale controle zullen de toegangspoortjes zwartrijders zeker afschrikken, iedereen ziet het als je erover kruipt.” Peter Heyvaert, abonnee, rijdt al drie jaar vaak met de metro “Betalen op de metro vind ik maar normaal, daarom vind ik de toegangspoortjes een goed idee. De mensen zijn nu verplicht te betalen en er zijn ook minder controleurs nodig. Het systeem heeft alleen maar voordelen. Ik vind het systeem ook niet moeilijk, want het is hetzelfde als in Parijs.” Cathérine Lacourt heeft een tienrittenkaart en rijdt driemaal per week met de metro “Als ik gehaast ben betaal ik eerlijk gezegd niet. Daardoor heb ik al meermaals een boete gekregen. Ik vind de toegangspoortjes wel een goed initiatief, hoewel ik het nog niet helemaal begrijp. Het openbaar vervoer moet betalend blijven, al is meer dan één euro per rit wel erg duur.”

Zin in meer? Neem een kijkje op erasmix.be

magazine

11


Survival of the fittest ... Hoe te overleven in het oerwoud van plectrums en snaredrums Duizenden lopen er rond in Vlaanderen. Op zondagmiddag verzamelen ze massaal in garages, kelders en andere tochtige tweederangsruimtes. Velen verlaten voorzichtig hun habitat en wagen zich in de gevarenzone. Met een publiek gaande van puisterige jeugdhuisbezoekers tot dronken jaarmarktgangers zijn ze maar beter op hun hoede, want wie er niet bovenuit steekt wordt genadeloos afgemaakt. Ze struikelen, staan weer op of blijven gewond liggen. Eén ding bindt hen, en Raymond zingt het zoals niemand anders: ‘de liefde voor muziek’. Wij gingen op bezoek bij een piepjonge band die plots het nieuws haalde, een oudere band die blijft vechten voor erkenning, en een Gentse popadviseur met een duidelijk standpunt over ‘falen’ en ‘het halen’. Els Wauters en Ines Lotfi

12

© Els Wauters

magazine


Voet tussen de deur

Origami

Kleine niche, grote ambities

We staan op de parking van jeugdhuis De Paddestoel in Groot-Bijgaarden. Betonnen blokken zijn besmeurd met graffiti. De romantiek is ver te zoeken in dit grijze decor. Het gebouw doet denken aan een bunker. De zware deur zwaait open. Een indrukwekkende man met een grote gitaarkist staat in de deuropening. “Hoi”, zegt hij, met een brede glimlach, en sleurt vervolgens het materiaal verder naar zijn auto. Beneden aan de toog zitten Finn en Maarten, gitarist en drummer van metalband Lost Department, kortweg Lo.Dep, op ons te wachten. In de nauwelijks verlichte kelder krijgt de term “undergroundscene” plots een zeer letterlijke betekenis. Op de toog staan halflege bierflesjes. Terwijl we de camera opstellen rolt Maarten een sigaret. “Mag je hier roken?” vragen we verbaasd. “Neen”, mompelt hij. De metalband begon als ‘enkele vrienden die op zolder zaten, joints paften en af en toe een noot speelden’. Ze werden één van de populairste groepen binnen het Belgische undergroundcircuit. Hun EP (Extended Play, soort maxisingle met extra materiaal) kende een relatief groot succes, maar desondanks werden ze nooit opgepikt door een manager. “Wij opereren binnen een genre dat een kleine niche aanspreekt. En dan is er, op het vlak van management, ook weinig interesse.” Toch releaseten ze vorig jaar hun eerste plaat. Een initiatief dat enorm veel tijd en geld opslorpte. “De plaat kostte ons 8500 euro. Maar doordat we dat zelf betaalden, blijven we ook eigenaar van onze muziek. Als een label meebetaalt, dan zijn zij wettelijk coauteur.”

Eenheidsworst

Hoewel ze zonder management werken krijgt de groep toch hulp van externe partijen. “Het product dat wij hebben afgeleverd heeft het label gewoon uitgebracht.” Ze verkochten 800 exemplaren, wat een respectabel aantal is in hun wereld. Rijk heeft de verkoop hen niet gemaakt. “Mensen die nog cd’s kopen zijn al zeldzaam geworden, dus op je cd maak je bijna nooit winst. Maar we hebben wel het geluk binnen een genre te zitten waar mensen gretig T-shirts kopen. Zo kan je toch wat terugverdienen.” Maar T-shirts worden verkocht op shows. Dus hoe minder shows, hoe minder verkoop. En hoewel Lo.Dep de meeste optredens zelf regelt, kan een beetje hulp van buitenaf nooit kwaad. “Wij zitten bij een boekingskantoor, maar zij denken groot.” Misschien te groot voor dit genre. Want sinds Lo.Dep hulp krijgt, vragen kleine evenementen hen niet meer. Te groot voor kleine evenementen, te klein voor grote evenementen. “Je ploegt dan bijvoorbeeld twee

Michael Van Ostade (School is Cool) “Wij zijn helemaal nog niet binnen, we zitten nog maar met onze voet tussen de deur”

Maarten Huysmans (Lo.Dep) “Te groot voor kleine evenementen, te klein voor grote evenementen” ©Maarten Huysmans

We vragen hen naar een succesformule voor een beginnende band. “Je kan daar nooit een algoritme voor maken. Het is gewoon belangrijk dat je op het juiste moment op de juiste plaats bent. Dat is in de muziekgeschiedenis altijd al zo geweest. Een rondspringende dikke percussionist helpt ook wel!” Andrew stemt lachend in: “Dat helpt!” “Maar muziek komt toch altijd op de eerste plaats, hé, ik ben er de hele dag mee bezig”, bekent Johannes, “en een goed Engels accent is ook belangrijk. Je moet er ook niet van uitgaan dat je veel geld gaat verdienen.” Iedereen stemt in als we naamsbekendheid voorstellen als een factor van succes. “Maar mét je goede

muziek dan”, voegt Michaël toe. “Muziek is het belangrijkste, anders heb je niets om op te bouwen. Wij zeggen hier hoe het is uit onze ervaring, niet hoe het moét zijn.” Het eten wordt binnengebracht. Chinees, en iedereen lijkt tevreden. Vooral drummer Matthias is blij met zijn vegetarische maaltijd. We ronden stilaan af, maar willen toch nog één ding weten: gaat een band erop vooruit als ze even een ‘lijntje’ leggen met de juiste mensen? “Wij nemen geen drugs, dus we hebben het maar via de Rock Rally gedaan”, zegt Johannes lachend. Andrew toont trots het origamizwaantje dat hij met veel vakmanschap maakte van zijn servet. “Kijk, denk je dat drugs echt iets voor hem zouden zijn?”

©Michael Van Ostade

Vrijdagavond, 30 april. We vrezen voor stilstaand verkeer op de E19. Muziekliefhebbers en veel Nederlandse nummerplaten, Sportpaleis en Beatrix, u weet wel, zorgen voor een plotse trap op de rem hier en daar, maar al bij al blijft het gaspedaal met veel overtuiging ingedrukt. Bestemming is Borgerhout, waar Rock-Rallywinnaar School is Cool in muziekcafé den do re mi speelt. Het is duidelijk: de band houdt het bescheiden. Dankzij een hilarische soundcheck, Indische riedeltjes en hoge stemmetjes incluis, is de toon gezet. We volgen Michaël, de bassist, naar de backstage. “Euh, waar is die hier eigenlijk?” vraagt hij aan niemand in het bijzonder. Een paar trappen later zitten Johannes, Michaël, Matthias en Andrew voor ons. Een mopje over de Bijbel dan maar? Neen, we laten de zanger/gitarist, basgitarist, drummer en percussionist zelf aan het woord. Groentjes die zomaar de grootste wedstrijd voor jong talent winnen? “Dat is de grootste misvatting”, legt bassist Michaël uit, “Johannes (zanger, red.), Andrew (percussionist, red.) en ikzelf speelden hiervoor toch al een jaar of zes in Leaf People.” Johannes wijst ons op een ander misverstand: “Het is niet zo dat als je de Rock Rally wint, je dan stinkend rijk wordt. Er zijn groepen die tien jaar geleden gewonnen hebben en nu doppen.” Michaël beaamt: “Wij zijn helemaal nog niet binnen, we zitten echt nog maar met onze voet tussen de deur.” Tijd voor een manager dus, die de deur verder openzet? “Dat management was er eigenlijk al van voor de Rock Rally. Die hadden vooral opnames gehoord van Johannes. Ze hadden ons nog nooit live gezien, en toch wilden ze met ons in zee.” Leuk, zo snel een management, maar verkoop je dan je artistieke ziel niet? Michaël lacht eerst voor hij antwoordt: “Ja, als ik nu in de spiegel kijk is mijn spiegelbeeld weg, ik vind dat echt verontrustend.” Drummer Matthias brengt weer wat ernst in het gesprek: “Managers zijn een klankbord, je beslist zelf nog wat je met hun commentaar doet.” “Op basis van creativiteit zijn we nog altijd onszelf. Waarom nog samenwerken als het tussen ons en het management niet klikt? Wij hebben hen even hard nodig als zij ons. Het zou allemaal veel chaotischer zijn gegaan zonder hen, ze zorgen ervoor dat we alleen tijd moeten steken in onze muziek en ons niet moeten bezighouden met andere dingen zoals promo.” Michaël heeft een nadeel gevonden: “Het financiële aspect is heel griezelig en je speelt voor een veel groter publiek. Op den duur begin je je af te vragen waarom je zo weinig krijgt. Dan kan je wel even ruzie maken maar uiteindelijk legt het management dat wel goed uit.”

magazine

13


Finn Van Dinter (l) “Je moet een goed product afleveren of je Jan Pauly (r) “Duw op het knopje en er schiet een machientje in gang” uur door de sneeuw naar de Kempen, en dan kom je in een zaal terecht die perfect uitgerust is: groot podium, goede geluidsinstallatie, uitgerust voor 800 man. Uiteindelijk staat er twaalf man voor je podium.” Finn en Maarten hebben nog een verklaring voor de dalende bezoekersaantallen. “Muziek mag niet meer moeilijk zijn. Ofwel is het een schoon lieke, ofwel kan je er op dansen. Als het iets anders is, wordt er gewoon niet meer naar geluisterd. Het is eenheidsworst geworden.” Dit merkte de band ook toen ze probeerden op de radio te komen. Een kennis die toen bij FM Brussel werkte, probeerde hun single in de ether te krijgen. Voor Finn ons het verhaal vertelt, kijkt hij met opgetrokken wenkbrauwen naar Maarten. Vol frustratie en hoon begint hij. “Ja, dat is eigenlijk schandalig. Hij heeft daar aan moeten sleuren om dat te laten spelen. Dat is hem uiteindelijk gelukt, maar na dertig seconden hebben ze het afgezet. Nadien was het Beyoncé of zoiets.”

Aanwezig zijn

Net wanneer ik de vraag stel of er een magische formule voor succes bestaat, klinkt het antwoord achter ons. “Aanwezig zijn.” Wouter, de zanger die voor het ruigere stemwerk zorgt, is net aangekomen. Hij opent een flesje bier en neemt ook plaats achter de toog. “Voor wat hoort wat”, zegt hij. Maarten licht toe. “Ja, dat klinkt een beetje vies, maar wij hebben dat te weinig gedaan. Je moet wel degelijk op de juiste feestjes aanwezig zijn en met de juiste mensen rondhangen.” Finn blijft er bij dat je zonder muziek nergens staat. “Het is gewoon kwestie van een goed product af te leveren en dat verkocht te krijgen. Zeker de dag van vandaag is het eens zo belangrijk om fysiek aanwezig te zijn. Als je naar shows gaat, zorg dan dat je flyers mee hebt van je band en steek iedereen daar aanwezig zo’n flyer in zijn handen. Dat is arbeidsintensief, maar het helpt wel. Ik blijf erbij: je moet een goed product hebben. Of je moet je stront verkocht krijgen.” Maarten grinnikt: “Tom Barman slaagt daar toch in.” Zowel de olijke Antwerpse bende als de stoere metalheads van Lo.Dep zijn het erover eens: goede songs zijn de basis van alles. Niet verbazend dus dat Jan Pauly direct akkoord gaat met de mening van de twee bands. Pauly werkt bij Poppunt, een instantie die jonge bands de weg wijst. Hij ontvangt ons in de keuken van Poppunt, in hartje Brussel. School Is Cool, verdiend gewonnen of een zetje in de rug gekregen? “Uit Humo’s Rock Rally komt jong talent dat heel goed is, anders staan ze nooit in de finale. Altijd tof als je iemand kent bij Sony BMG, maar heb je geen talent of goede muziek? Forget it! Zet een slechte band op een podium en die valt direct door de mand.” Maar wil dat zeggen dat je direct na de Rock Rally ook het buitenland kan veroveren? “Absoluut niet”, zegt Jan Pauly. “Dat blijft uiteindelijk maar een wedstrijd die je hebt gewonnen. Je speelt daar maximum vier nummers, dat wil nog niet zeggen dat je een deftige show kan spelen. Liever dat je toegeeft dat je er nog niet helemaal staat, dan dat je een podiumplaats in de Rock Rally aangrijpt om maar van alles en nog wat te doen.” Heb je als beginnende band, of je nu al dan niet de Rock Rally wint, zeker een management nodig? “In mijn ogen niet. Ik vind dat je als band alles eens moet doorlopen. Als je dan gaat onderhandelen met een platenfirma, een manager of een buitenlandse boeker, sta je veel sterker in je schoenen. Een manager haal je het best pas in huis

magazine

14

© Els Wauters

© Els Wauters

stront verkocht krijgen, zoals Tom Barman”

als je voelt dat je het zelf niet meer aankan.” Over de taken van een manager heeft Pauly veel te zeggen: “Een manager zorgt er eigenlijk voor dat de muzikant bezig kan zijn met dat waarmee hij het liefste bezig is, namelijk muziek maken. Ook ontwikkelt hij een visie op de ontwikkeling van de band. Tenslotte kan de manager ook fungeren als een filter, zodat niet iedereen zomaar rechtstreeks terechtkomt bij de artiest.”

70-30

Maar kennen we niet allemaal het stereotype van de muziekmanager? De harde zakenman in kostuum en met sigaar, die enkel uit is op de winst van de artiest? “Er zijn zeker malafide managers, dat is een feit. Er zijn al een aantal artiesten met hun hoofd tegen de muur gelopen. Managers die plots de benen nemen met de kas of de inkomsten. Dana Winner is daar bijvoorbeeld slachtoffer van geworden.” Maar volgens Jan gebeurt het in Vlaanderen zeer weinig. Het gaat om zo’n groot circuit en zo’n kleine budgetten dat het mensen zijn die sterk in een band geloven. “Die doen het eerst en vooral uit liefde voor de muziek.” Volgens Pauly moet je op voorhand goeie afspraken maken met je manager. Ook al gebeuren veel afspraken mondeling. Hij raadt aan af en toe toch een e-mail te sturen. “Je moet opletten voor valkuilen. Een manager zegt dan heel snel: ‘We duwen hier op een knopje en zetten een machientje in gang en je moet je er niets meer van aantrekken.’ Als je manager je niet spontaan op de hoogte houdt, moet je hem als band gewoon vragen waar hij mee bezig is.” We vragen of het succes van een band afhangt van talent of entourage. Voor het eerst twijfelt Jan Pauly. School is Cool en Lost Department waren het er immers over eens dat je er goed aan doet je te laten omringen door de juiste mensen. Maar hoeveel procent van het één en hoeveel van het ander bepaalt dan succes? Hij lacht. “Dat is een heel moeilijke vraag. Laat ons zeggen 70-30, talent is dus het belangrijkste. Maar daar zit absoluut geen gefundeerde wetenschap achter. Dat is ook wat mij altijd tegensteekt aan bands en muzikanten die altijd maar klagen. Sorry jongens, maar maak dan goeie nummers, hé. Het blijft nog altijd een survival of the best. En een survival of the fittest, want zonder doorzettingsvermogen kom je er niet.”

Zo kom je er ... NIET

• Oefen een cover in met je splinternieuwe band, brand een demo en stuur die naar alle grote radiostations. Wacht dan af. • Vraag enkel feedback aan vrienden en familie. Luister vooral niet naar mensen die professioneel met muziek bezig zijn. • Ga in de zetel wat liggen zeuren als je juist hebt gehoord dat je met je folkband niet mag optreden op ‘Graspop’. • Steek de schuld op de crisis als niemand naar je optredens komt kijken. • Huur direct een topproducer en een topstudio met papa’s Visakaart en laat de dag erna tienduizend cd’s drukken. • Koop een zwembad en een Jaguar op krediet, binnen een jaar ben je toch stinkend rijk. • Geef niet meer dan 80 euro uit aan materiaal, je computer filtert die lelijke geluidsgolven zo weg!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Erasmix Magazine jaargang 14 nr. 2 by andre lapeere - Issuu