1
Inhoud 10
13
16 18
Voorwoord 4 Onder de loep: het wetsvoorstel om de schuldindustrie aan te pakken 6 'Gerechtelijke procedures mogen niet langer een bodemloze investeringsput zijn' De eerste resultaten van het algoritme dat La-On ontwikkelde 7 2
Bemiddeling. Overgewaaid vanuit de VS 10
Jan Jambon 'Helaas kun je bedrijfsmodellen niet zomaar kopiëren naar de politiek' 16
Bart Somers 'Dat er niemand vanuit Mechelen naar Syrië is vertrokken, heeft een wij-gevoel gecreëerd' 13
Wim Distelmans en Jean-Jacques De Gucht 'We krijgen te maken met een nieuwe conservatieve onderstroom' 18
21
24 32 36 Luc Colemont hoopt tegen 2030 van darmkanker een chronische ziekte te maken 21 'Fratelli, Sorelle' De Italiaanse foto’s van Herman Selleslags 24 De Leading Ladies van La-On 29
Herman Van Goethem ‘Massageweld wordt nog meer dan vroeger transgenerationeel’ 30 Luc Tuymans 'Ik blijf voorstander van subsidies' 32
Albert Adrià ‘Pas achteraf beseften we dat we een revolutie in de gastronomie hadden voortgebracht’ 36
Jef Meyer ‘Mijn liefde voor het brutalisme’ 34
Julia Fish and Oysterbar. Een heerlijk adres aan onze Belgische kust 39 3
4
ŠHerman Selleslags
VOORWOORD
'Het thema dat we dit jaar voor ons magazine kozen is curing of helen'
D
e gemiddelde leeftijdsverwachting in België lag honderd jaar geleden rond de vijfenvijftig jaar. Dankzij betere preventie en voeding, maar vooral medische doorbraken is die grens vandaag omhooggeklommen tot de leeftijd van eenentachtig. Lang leve de wetenschap, zou u denken. Maar terwijl onderzoekers, ingenieurs en metsers (de stelling van Pythagoras!) de mond vol hebben van berekeningen, houdt de invorderingsexpert de lippen stijf op elkaar: die wil liever niet cijferen. Nochtans zou het goed zijn als de invorderingsexpert bij de beslissing om een rechtszaak te starten, rekening houdt met nuchtere feiten. Wat zijn de slaagkansen? Hoe groot is het risico dat zowel de onbetaalde factuur als de gerechtskosten niet teruggevorderd kunnen worden?
Het incassoproces: van preventie tot curing La-On lanceerde twee jaar geleden een innovatief project om het succes van rechtszaken te voorspellen. Daarnaast begonnen we met het moderniseren van onze incassosoftware. Dat laat ons toe om processen verder te automatiseren en een grote persoonlijke opvolging door onze medewerkers te laten uitvoeren. De data en kennis die we hieruit halen, gebruiken we om ons incassoproces verder te verfijnen. Met deze opgebouwde expertise adviseert La-On cliënten om cashproblemen te voorkomen en behalen we zeer goede incassoresultaten.
Verandering vraagt om leiderschap
Adviseren en het ongedaan maken van betaalachterstanden zou in de medische wereld preventie en genezing heten. Daarom is het thema dat we dit jaar voor ons magazine kozen curing of helen. We spraken met Dr. Luc Colemont van Stop
Darmkanker vzw. Hij is overtuigd dat darmkanker door meer preventie en nieuwe medicatie tot een chronische ziekte herleid kan worden. Maar op dit moment doet slechts de helft van de risicogroep mee aan het gratis bevolkingsonderzoek van de overheid. Colemont voert daarom actief strijd om mensen bewust te maken van het belang om zich te laten testen. Met lezingen, publicaties en campagnes probeert hij te overtuigen.
'La-On lanceerde twee jaar geleden een innovatief project om het succes van rechtszaken te voorspellen'
Maar verandering brengen is niet makkelijk, dat weten ook politici. We vroegen het aan Vlaams minister-president Jan Jambon en minister Bart Somers. De minister als manager: wat houdt leiderschap volgens hen in? Hoe krijg je als bestuurder dingen gedaan? Jambon verdiende zijn strepen in de privésector en Somers transformeerde Mechelen naar een plaats waarvoor hij de titel van beste burgemeester van de wereld kreeg.
neer genezing niet meer mogelijk is, en over de richting waar de euthanasiewet naartoe zou moeten evolueren. Distelmans is bezieler van het informatiecentrum LEIF en richtte ook mee het palliatief dagcentrum Topaz op. Omwille van haar therapeutische effecten zorgde hij dat kunst in dit dagcentrum een plaats kreeg. Want het is geweten dat schoonheid goed is voor het lichamelijk en geestelijk welzijn. Dat zal ook de Antwerpse schilder Luc Tuymans vinden. Hij is een van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars ter wereld en vertelt ons over het kunstenaarschap. Ook de jonge Jef Meyer laten we hierover aan het woord. Hij creëert werken in beton en brengt fragiliteit in deze anders solide materie. Met rector en professor Herman Van Goethem spreken we over zijn boek ‘1942. Het jaar van de stilte’ en hoe samenlevingen collectieve trauma’s verwerken. Onze omgang met de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog ging niet eenvoudig, blijkt uit zijn onderzoek. Het duurt vaak generaties voordat littekens verdwijnen. Helpt kennis van het verleden in het genezingsproces?
De helende kracht van goed eten Ten slotte is 'Waar eet La-On', een thema dat elk jaar terugkomt in ons magazine. Een goede maaltijd is versterkend en verzachtend. Een goed voedingspatroon kan ook het risico op depressie en ziektes verminderen. Wij konden de Barcelonese topchef Albert Adrià strikken en zochten ook een adres dichter in de buurt uit.
De helende kracht van kunst en geschiedenis
Opnieuw een magazine voor wat hopelijk weer een boeiend jaar mag worden.
La-On ontmoette prof. dr. Wim Distelmans en Vlaams parlementslid Jean-Jacques De Gucht over een menswaardig einde wan-
Paul Cools en Kim Wybo
5
Advocaat Kim Wybo
Onder de loep: het wetsvoorstel om de schuldindustrie aan te pakken
T
6
schuldaangiftes van een debiteur zou laten bundelen bij één deurwaarder. Nu zijn deze aangiftes vaak verspreid onder verschillende deurwaarders, met dubbele kosten tot gevolg.
Maximum betalingstermijn van 60 dagen voor grotere ondernemingen
©Herman Selleslags
wee jaar geleden startte het publieke debat over de schuldinning in ons land na een reportage van het televisieprogramma Pano. Daaruit bleek dat consumenten die hun factuur niet tijdig betalen, soms te maken krijgen met torenhoge kosten. De wetgever besloot hieraan een einde te maken. In december 2019 keurde de Kamercommissie Economie daarom een samenraapsel van wetsvoorstellen goed. Zo krijgen consumenten bijkomende rechten: wie een factuur ontvangt, kan zichzelf automatisch een betalingstermijn van 45 dagen toekennen. Een van de wetvoorstellen voorziet immers dat een consument minstens twintig werkdagen de tijd heeft om zijn factuur te betalen. Wanneer deze onbetaald blijft, is de ondernemer vervolgens verplicht om aan de consument een kosteloze betalingsherinnering te sturen met een bijkomende betalingstermijn van minstens tien dagen. Een vindingrijke consument kan handig gebruik maken van deze genereuze regeling en zijn betaling minstens dertig dagen kosteloos uitstellen. Na verloop van deze dertig dagen kan de ondernemer pas een ingebrekestelling sturen met een uitdrukkelijke betalingstermijn van minstens 15 dagen. Tijdens deze periode kan de consument nog een afbetalingsplan voorstellen, waardoor geen verdere maatregelen van invordering kunnen worden genomen, tot zolang de onderneming geen antwoord heeft gegeven op deze vraag. Daarnaast wil het wetsvoorstel de nalatigheidsintresten en het schadebeding bij niet-tijdige betaling van facturen aan banden leggen, met de verplichting om enkel de ‘werkelijke kostprijs’ in rekening te brengen. Deze werkelijke kost mag in principe niet hoger zijn dan tien procent voor facturen tot 7500 euro.
'Het was beter geweest als de wetgever de schuldaangiftes van een debiteur zou laten bundelen bij één deurwaarder' Wat de wetgever uit het oog verliest, is dat er extra buitensporige kosten gemaakt worden wanneer het minnelijk traject een einde krijgt en wordt overgegaan tot gerechtelijke invordering van de factuur. Vooral wanneer de gerechtsdeurwaarder overgaat tot betekening van allerlei aktes (dagvaarding, betekening-bevel van het tussengekomen vonnis, beslag op goederen,…). Zo kan een ziekenhuisfactuur van honderd euro in een mum van tijd vertienvoudigen waardoor de consument dieper en dieper in financiële moeilijkheden geraakt. Het was beter geweest als de wetgever de
Ook tussen bedrijven onderling verandert er iets. Grote ondernemingen zullen als schuldenaar, ten aanzien van KMO’s als schuldeiser, geen uiterste betaaltermijn van langer dan 60 dagen meer kunnen overeenkomen. Dit volgt uit de wet van 28 mei 2019 die de Wet van 2 augustus 2002 over de bestrijding van de betalingsachterstand wijzigt en een duidelijke definitie geeft aan het begrip KMO. Het moet gaan om een onderneming die niet meer dan één van de volgende criteria overschrijdt: › Jaargemiddelde van het aantal werknemers: 50 › Jaaromzet, exclusief BTW: 9.000.000,00 euro › Balanstotaal: 4.500.000,00 euro Met het invoegen van deze KMO-definitie is de regel nu duidelijk. Wie als niet-KMO contracteert met een KMO, heeft een wettelijke betalingstermijn van 30 dagen. Behalve wanneer partijen een andere termijn overeenkomen die niet meer mag bedragen dan 60 dagen. Elk beding in een contract of algemene voorwaarden dat toch voorziet in een langere termijn zal nietig zijn. Hiermee wil de wetgever paal en perk stellen aan het gebruik om langere termijnen (90, 120,…dagen) af te dwingen en daarmee bij KMO's voor liquiditeitsproblemen zorgen. Deze wet van 28 mei 2019 treedt in werking op 29 april 2020 en zal van toepassing zijn op alle overeenkomsten die vanaf die datum worden afgesloten.
'Gerechtelijke procedures mogen niet langer een bodemloze investeringsput zijn' De eerste resultaten van het algoritme dat La-On ontwikkelde In 2017 benaderden wij Frank Van Gaal van de Universiteit Antwerpen om onze incassoresultaten te analyseren. Op dat moment beseften wij nog niet wat voor spannend en vooral gunstig model hieruit zou voortkomen. Na één jaar onderzoek vonden we de eerste parameters waarmee succes wetenschappelijk te toetsen valt en wonnen we de eerste Credit Management Innovation Award. Onze medewerker Wout Lenders, voormalig analist bij Deliveroo nam vanaf toen de fakkel over. Sneller dan verwacht kwamen duidelijke conclusies aan het licht. Die zorgden ervoor dat we gerechtelijke incasso beter onder controle konden houden. Het bleek ook een goede keuze dat we eerder beslist hadden om per gerechtelijk arrondissement een deurwaarder te selecteren waarmee we wilden samenwerken. Deze deurwaarder is doordrongen van onze ethische waarden en stelt onze klant centraal.
Kanaal Z vroeg aan La-On om dit voorjaar een reeks interviews te maken in hun rubriek ‘Legal’ over deze atypische werkwijze en benadering van het 'order to cash'-proces. We zullen opnieuw een lans breken voor een beheersbaar kostenmodel in de advocatuur, zodat onze sector meer budgettair gaat denken. Gerechtelijke procedures mogen niet langer een bodemloze investeringsput zijn. La-On neemt het voortouw in deze mentaliteitswijziging. Samen met onze partners zullen we het dagvaarden op budget verder verfijnen. Het belooft een spannende rit te worden met veel tegenwind, maar onze koers houden wij aan. Ontdekkingsreiziger kapitein James Cook zei al dat wie het orkest wil leiden, zijn rug naar het publiek moet keren.
Paul Cools
De stap zetten naar een gerechtelijke procedure is vaak een sprong in het diepe. Er is heel wat onzekerheid aan verbonden en de kosten zijn navenant. Daarom is het cruciaal een goede inschatting te kunnen maken welke dossiers gebaat zijn bij gerechtelijke stappen, en welke beter afgesloten kunnen worden en daarmee het hoge kostenplaatje vermijden. Bij La-On geloven we sterk in het potentieel van doorgedreven statistische analyse om deze onzekerheid zoveel mogelijk te verkleinen. Het model ziet er beloftevol uit, maar wat zijn de resultaten in de echte wereld? Daarom hebben we in 2019 volop ingezet op praktijktesten. In mei werd een eerste batch ingeleid van dossiers die we
'Ontdekkingsreiziger kapitein James Cook zei al dat wie het orkest wil leiden, zijn rug naar het publiek moet keren'
figuur 1
7
in overleg met onze partner-gerechtsdeurwaarders uitgebreid lieten screenen door ons algoritme. Nu kunnen we de eerste resultaten voorstellen. Er werden 300 grote dossiers bij de bevoegde rechtbanken ingeleid. 40 dossiers konden relatief snel geregeld worden. Tien dossiers bleken alsnog oninbaar en moesten worden afgesloten. Van de overige 250 dossiers, loopt in 160 dossiers een actief betalingsplan (figuur 1). Vooraleer we overgingen tot dagvaarding werd in de minnelijke fase in een B2C-omgeving reeds 52% van de openstaande gelden geĂŻnd. Ook in de dossiers die geselecteerd werden voor dagvaarding werd al een minnelijk traject afgelegd, wat een resultaat van 4,9% opleverde.
'Bij La-On geloven we sterk in het potentieel van doorgedreven statistische analyse' figuur 2
Op zes maanden tijd kunnen we een totale recuperatie van 34,6% voorleggen, waarvan bijna 30% bereikt werd door de gerechtelijke procedure (figuur 2). Het betekent een spectaculaire verbetering. Ter vergelijking: in het verleden scoorden wij voor dezelfde klant gemiddeld 19,4%. De uitvoering van een vonnis kan heel wat tijd vragen. We verwachten dan ook dat op het einde van de rit, drie jaar na het inleiden van de dossiers, de resultaten nog heel wat hoger zullen liggen. Op basis van de reeds lopende afbetalingsplannen, is het mogelijk een projectie te doen van de situatie na drie jaar zoals in figuur 3. Als we er zeer voorzichtig van uitgaan dat 75% van de huidige afbetalingsplannen uiteindelijk succesvol zal blijken, en
8
'Het betekent een spectaculaire verbetering'
figuur 3
de dossiers waarin momenteel nog geen afbetalingsplannen lopen onsuccesvol zullen worden afgesloten, bereiken we na drie jaar een totale recuperatie van 70,1%. In het verleden was de totale recuperatie 49,0%.
Wat nu?
De eerste resultaten zijn al erg veelbelovend, maar we weten dat onze predicties nog accurater kunnen. Begin 2019 konden we reeds in 54% van de gevallen correct het succes voorspellen. Op het einde van het jaar was dat al 61%, en in 2020 zijn we er zeker van dat we dit nog verder kunnen verbeteren. De situatie voor elke sector is uiteraard iets anders. Door de resultaten uit het verleden onder de loep te nemen,
kunnen we voor elke sector de variabelen bepalen die de doorslag geven bij de kans op succes. Momenteel worden er stappen gezet om onze afhankelijkheid van derde partijen in het nazicht af te bouwen en zo sneller tot een grondige evaluatie van de dossiers te komen. Deze snelheid is essentieel om kort op te bal te spelen in dossiers met een betaalachterstand, en laat ons ook toe de evaluatie volop te automatiseren. Zo moet het uiteindelijk mogelijk worden om voor elk dossier in een oogopslag de kans op succes van een gerechtelijke procedure te zien en een geĂŻnformeerde beslissing te nemen. Wout Lenders
Uitzendingen met La-On op Kanaal Z Vrijdag 13/03/2020
Aflevering 1
Vrijdag 20/03/2020
Aflevering 2
Vrijdag 27/03/2020
Aflevering 3
Vrijdag 03/04/2020
Aflevering 4
Vrijdag 10/04/2020
Aflevering 5
Vrijdag 17/04/2020
Aflevering 6
Vrijdag 24/04/2020
Aflevering 7
Vrijdag 01/05/2020
Aflevering 8
Vrijdag 08/05/2020
Aflevering 9
Vrijdag 15/05/2020
Aflevering 10
9
Bemiddeling Overgewaaid vanuit de VS
10
Paul Cools
M
en zegt weleens dat de nieuwigheden en innovaties uit de Verenigde Staten pas tien jaar later komen overwaaien naar Europa. Toen ik in 2006 mijn eerste bemiddelingscursus volgde aan de Harvard Law School, wist ik instinctief dat ook wij in Europa dit zouden overnemen. Door de enorme dure rechtszaken is de druk om te bemiddelen groter in de VS. Het percentage aansprakelijkheidskosten ten opzichte van het bruto binnenlands product (bbp) ligt er vier keer hoger dan in België (zie grafiek). Bovendien wegen advocatenkosten meestal niet op tegen de inzet van de zaak.
boter op het hoofd. Door zich onwillig op te stellen en zaken eindeloos te rekken, staat het systeem op springen. Het resultaat is een vastgelopen motor die we niet alleen moeten herstellen en smeren, maar waarvoor we ook een alternatief moeten voorzien. We dreigen vaker geconfronteerd te worden met dit haperend rechtssysteem, wat alleen maar tot meer rechtsonzekerheid zal leiden. Dat laatste is nefast voor het vertrouwen in een democratische rechtstaat, waar conflict uit handen wordt ge-
Justitie staat onder druk
In België is het niet zozeer de financiële kost die ons in de richting van meer bemiddelingen stuurt. Het Belgisch gerecht is erg toegankelijk, wat op het eerste zicht een goede zaak is. Maar in combinatie met een grote achterstand bij justitie, leidt dit tot een overspoeling van gerechtszaken die worden ingeleid. Het verwerken van deze massale instroom vraagt om tijd en de nodige investeringen die helaas uitblijven. Maar ook advocaten hebben hier
'Door de enorme dure rechtszaken is de druk om te bemiddelen groter in de VS'
geven aan een onafhankelijke arbiter, en niemand het recht in eigen handen neemt.
Van een conflictmodel naar een oplossingsmodel Bemiddeling kan de rechtszekerheid opnieuw stabiliseren. Want bemiddeling doet geen beroep op de rechtbank, maar op een erkend bemiddelaar. Op die manier ontzien partijen het overbelaste en trage justitieapparaat. Ze winnen hierdoor niet alleen tijd maar ook geld. De grote 'mindshift' bij het bemiddelen is dat we niet meer vertrekken vanuit een conflictmodel, maar vanuit een oplossingsmodel. Ik merk in de praktijk dat heel wat van mijn collega’s het moeilijk hebben om zich in deze rol te verplaatsen. Al zie ik toch stilaan verandering optreden. Dat een bemiddeling sneller is, betekent niet dat alles in één sessie wordt opgelost. Haast en spoed zijn ook hier zelden goed. Net zoals de rechter een redelijke termijn krijgt om alles af te wegen, gaat een bemiddelaar omzichtig te werk om de verschillende standpunten af te toetsen. De bemiddelaar brengt uiteindelijk de partijen rond de tafel om een overeenkomst te sluiten. De wet voorziet een periode van drie maanden als basis. Dat is voldoende. Voor heel complexe zaken is dit soms krap, maar best haalbaar.
Rol van de bemiddelaar
Bron: US Chamber Institute for Legal Reform
De bemiddelaar mag of kan niets beslissen. Zijn rol bestaat er uitsluitend in om partijen te horen (een luisterend oor is erg belangrijk om verzoening mogelijk te maken) en een oplossing aan te reiken. Vervolgens beslissen de partijen hierover. Een akkoord komt maar tot stand wanneer iedereen het eens is. Het wederzijds karakter ervan brengt hen weer op één lijn. Hier ligt de kracht van bemiddeling. In tegenstelling tot de rechtbank waar er winnaars en verliezers zijn, wint iedereen bij een bemiddeling. In 95% van de zaken die wij als bemiddelaar behandelden, kwam een akkoord tot stand. Een bemiddeling is dus wel degelijk doeltreffend.
11
Genoeg van ellenlange vergaderingen die tot nergens leiden?
Wil je sterker staan tegenover collega’s, sociale partners of klanten?
Opleiding onderhandelen en bemiddelen
Een vaardigheid die je hele leven van pas komt. Mensen werken samen maar iedereen heeft zijn eigen visie, overtuiging en aanpak. Vaak is dit complementair en versterken die verschillen elkaar. Soms hindert het ook een vlotte beslissingname en zorgt het voor conflicten. Onderhandelings- en bemiddelingstechnieken komen daarom van pas in het professionele leven. La-On organiseert korte, maar intensieve opleidingen hierover aan de hand van de unieke aanpak van het Harvard University Mediation Institute. Dit is een van de meest toonaangevende instellingen ter wereld op het gebied van onderhandelen en bemiddelen.
Na de cursus heb je: het nodige kenniskader om het concept van onderhandelen en bemiddelen te begrijpen een bewustzijn ontwikkeld van je persoonlijke sterktes en zwaktes als onderhandelaar en bemiddelaar geleerd om waarde te creëren in de onderhandeling en bemiddeling probleemoplossende technieken verworven het juiste onderhandelings- en bemiddelingstraject leren bepalen met het oog op een duurzame onder handelings- en bemiddelingsuitkomsten de nodige vaardigheden om een onder- handeling en bemiddeling te leiden ■
■
■
■
■
■
12
De interactieve cursussen (NL/ENG) met casestudies worden individueel of in groep gegeven door Paul Cools, erkend bemiddelaar. We vragen de deelnemers op voorhand met welke onderhandelingssituaties ze geconfronteerd worden om een programma op maat te creëren. Financiering met de KMO-portefeuille is mogelijk.
Voor meer info: 03 400 89 89 of info@la-on.eu
INSPIREREN
'Dat er niemand vanuit Mechelen naar Syrië is vertrokken, heeft een wij-gevoel gecreëerd'
13
©Bob Reijnders
Bart Somers
Bart Somers is de nieuwe Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen. In 2001 werd hij burgemeester van Mechelen, een stad die hij helemaal ten goede transformeerde en wat hem de World Mayor Prize 2016 opleverde.
Hoe heb je Mechelen kunnen veranderen? Door out of the box te denken. Ik ben jong burgemeester geworden en dan nog als eerste liberale burgemeester sinds meer dan honderd jaar. Mensen wilden iets anders. Ik heb bijvoorbeeld ingezet op veiligheid en het openbaar domein vernieuwd. Ik heb de polarisatie en segregatie aangepakt met projecten zoals ‘School in zicht’. Ouders wilden hun kinderen niet naar concentratiescholen sturen, uit vrees voor de kwaliteit van het onderwijs en dat hun kind zich niet goed zou voelen te midden van die verschillende culturen. We hebben twintig middenklasse ouders uit de buurt samengeroepen en gevraagd om hun kinderen naar die concentratieschool te sturen. We hebben beloofd om de directeur erbij te halen en ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de school werd opgekrikt, desnoods met extra middelen. Dat was onze garantie. De ouders waren vrij om te kiezen en op drie jaar tijd zijn 85 gezinnen van school veranderd en zijn drie concentratiescholen opnieuw gemengd. Met jeugdbewegingen hetzelfde: razend
14
men we dus de wagen in beslag. Die wordt bijgehouden tot de bestuurder een cursus ‘veilig rijden’ heeft gevolgd. Het cursusgeld ervan kost 400 euro. Zo’n cursus duurt ook maanden, dus de bestuurder raak je zowel in zijn portemonnee als in zijn status. Ondertussen is deze praktijk overgenomen in Antwerpen en Brussel. Mijn vader had toen ik jong was op mijn bureau een bordje gezet: ‘Een weg zal ik vinden of er één maken’. Dat is wat een politicus moet doen. In plaats van te zeggen: ‘dat is iets wat niet lukt’, moet de politiek oplossingen zoeken.
©Bob Reijnders
Tot beste burgemeester van de wereld verkozen worden. Hoe verloopt zoiets? Het overkomt je. Ik kreeg eerst een mail vanuit Londen dat ik geselecteerd was. Het project kende ik, Daniël Termont (de voormalige burgemeester van Gent, red.) is ook eens genomineerd geweest. Daarna krijg je een mail dat je op de shortlist staat en vervolgens hoor je van die hoofdprijs. Als je weet dat Mexico-Stad, een plaats met meer inwoners dan België, of Montreal, winnaars zijn geweest, is het ongelofelijk om te winnen. Mechelen is de kleinste stad die deze prijs ooit gekregen heeft. Volgens mij had het met twee dingen te maken: enerzijds is Mechelen snel uit een diep dal gekropen. Anderzijds is er niemand uit Mechelen naar de Syrische burgeroorlog vertrokken, ondanks dat Mechelen een heel diverse stad is met bijvoorbeeld een grote Marokkaanse gemeenschap. We hebben hiervoor destijds veel aandacht gekregen. The Washington Post en The New York Times hebben erover geschreven, de BBC en de Chinese tv zijn komen filmen. Steden als Amsterdam, Berlijn en Kopenhagen hebben ons een bezoek gebracht om er meer over te weten.
'Mijn vader had toen ik jong was op mijn bureau een bordje gezet: ‘Een weg zal ik vinden of er één maken’' populair, maar niet bij mensen met een migratieachtergrond. We hebben ‘Jeugd voor alleman’ opgezet. Dankzij brugfiguren tussen de jeugdbewegingen en de migratiegemeenschap zaten na één jaar meer dan 40 kinderen met andere roots in de scouts en Chiro. Het kan dus, er is alleen de wil nodig om het te willen doen. U vernoemde al dat u ook sterk heeft ingezet op veiligheid. Bijvoorbeeld op veilig rijgedrag. Als iemand snel rijdt, heeft hij eigenlijk een wapen in handen. En een burgemeester mag wapens in beslag nemen. Bij gevaarlijk rijgedrag ne-
Wat voor effect heeft dit gehad? Op een zeker moment krijg je een dynamiek in de stad. Die burgemeestersprijs heeft in Mechelen voor een fierheid gezorgd. Dat er niemand vanuit Mechelen naar Syrië is vertrokken, heeft een wij-gevoel gecreëerd: ‘Wij hebben onze kinderen beschermd tegen extremisme, dat is wat wij allemaal als ouders hebben gedaan.’ Ineens was zowel Rachid als Jan ons kind. Natuurlijk heeft niet iedereen daaraan evenveel meegeholpen. Maar het brengt mensen bij elkaar. Dat geeft voeding om weer meer dingen te doen. Sommige van de ideeën uit Mechelen probeer ik op te schalen naar Vlaanderen. Zoals het project om nieuwkomers te koppelen aan een buddy. Een Vlaming die iemand zes maanden lang één uur per week door de stad rondleidt. Op die manier kan de nieuwkomer zijn Nederlands oefenen. ‘Ze moeten allemaal Nederlands leren’, zegt men, maar ze moeten ook kunnen oefenen. Nog zo eentje: ‘Ze moeten onze waarden overnemen.’ Maar waar leer je waarden? Niet in een klaslokaal. Wat als een moeder met een nieuwkomersmoeder kan praten over wat de school verwacht van een ouder? Zoals helpen met huiswerk of de agenda nakijken. Een moeder die dat uitlegt aan een andere moeder: dat is waardeoverdracht. Een studie van de KULeuven toont dat als je één iemand kent buiten je etnisch-culturele kring, je kansen op de arbeidsmarkt verdubbelen. Het zijn niet enkel linksgeoriënteerde mensen die zich inschrijven voor dit project. Ook zogenaamde conservatieven worden buddy. Zo’n project gaat weg van het zwart-wit verhaal, weg van de polarisatie. Met zulke projecten geraken we vooruit. Want de samenleving is wat ze is.
©Bob Reijnders
Als burgemeester moet je mensen meekrijgen en moet je leiderschap tonen. In elke organisatie heb je vormen van leiderschap, ook in de privé. Maar als politicus, ongeacht of je burgemeester of minister bent, mag je je niet beperken tot het beheren van de structuren. Er is een constante stroom om het bestaande in stand te houden. Je kan daarin verzuipen. Zoals een paard waar je alleen maar achter loopt. Je moet op dat paard geraken en dat paard laten rijden waarheen jij wil. Je moet ook richting geven. Projecten aanreiken. Mensen inspireren en mee proberen te nemen in een verhaal. Iedereen heeft capaciteiten. Vanaf dat iemand voelt dat hij of zij met iets belangrijks bezig is, dat zijn talenten worden gewaardeerd, dat hij of zij inbreng kan geven; dan krijg je die persoon mee. En dan als beste burgemeester, maak je de overstap naar het ministerschap. Ik relativeer die titel als beste burgemeester wel. Er was nog veel werk in Mechelen, een stad is nooit af. Maar ik vond het noodzakelijk om mijn verantwoordelijkheid te nemen op het Vlaamse niveau. De verkramping waarin we zitten over de samenlevingsproblemen, de frustraties langs beide kanten. Dat proberen te doorbreken, vind
ik heel belangrijk. Omdat ik bezorgd ben. Vanuit die frustraties zijn er bewegingen die onze samenleving de verkeerde kant opsturen. We moeten de wegen vinden om mensen weer vertrouwen te geven en bijeen te brengen. Op het vlak van inburgering en integratiebeleid kunnen we heel wat stappen vooruitzetten, ook vanuit het management. Wij geven maatschappelijke oriëntatie, telkens in de taal van herkomst: 120 talen! Waar mensen die analfabeet zijn, samenzitten in klaslokalen met mensen met universitair diploma. Dat moet toch efficiënter? Kunnen we die lessen niet online zetten? Kunnen we die lessen niet laten vertalen door bureaus en meegeven aan de studenten? Het geld dat je hiermee bespaart, kan je anders inzetten. Sommige mensen zullen les in een klaslokaal nodig hebben, maar we moeten niet iedereen over dezelfde kam scheren. Dat zijn krijtlijnen die ik wil uitzetten, net zoals ik in Mechelen deed. U komt voor in het nieuwe boek ‘Grote verwachtingen' van Geert Mak. Hij bewondert u als burgemeester. Volgens Mak ligt de toekomst van Europa meer dan ooit bij de steden. We leven in de eeuw van de stad. Drie niveau’s worden belangrijker: het internationale niveau, het Europese en het stedelijke.
'We moeten de wegen vinden om mensen weer vertrouwen te geven en bijeen te brengen'
Steden en gemeenten zullen bijvoorbeeld de klimaatproblemen mee moeten aanpakken. Samenlevingsproblemen los je niet op in de Wetstraat of op het Martelarenplein (waar de Vlaamse regering zetelt, red.) maar in de Dorpsstraat. In het parlement kan je maandenlang discussiëren over het ideale rioleringssysteem. Een burgemeester wiens riool kapot is, moet die zo snel mogelijk herstellen. Op het niveau van staten en deelstaten focussen we enorm op ideologische verschillen. Het lokale bestuur staat dichter bij de mensen, is meer oplossingsgericht en praktischer. Een beetje van dat lokale injecteren in het Vlaamse en federale niveau zou het politieke beleid deugd doen.
15
VERZAKELIJKEN
Jan Jambon
'Helaas kun je bedrijfsmodellen niet zomaar kopiëren naar de politiek' Jan Jambon (N-VA) werd in oktober 2019 Vlaams minister-president en tegelijk bevoegd voor cultuur, ICT, buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerking. Hij stapte in 2007 in de politiek en verliet daarvoor zijn carrière in de privésector. Jambon was achtereenvolgens federaal parlementslid en minister van Binnenlandse Zaken. Komen zijn opgedane managementvaardigheden van pas in de politiek? Wat was uw ervaring met de privésector? Ik ben van opleiding informaticus en na mijn studies begon ik bij IBM als commercieel accountmanager. Het was een schitterend bedrijf, ik heb er veel geleerd. Tot negen jaar later de eerste crisis in de informaticasector toesloeg. Men deed aan 85% van het personeel het voorstel om te vertrekken. Toen kwam ik bij SD Works terecht en kreeg ik een lage managementfunctie. Maar ik wilde meer. Na een tussenstop bij een consultancybureau, startte ik bij de uitgeversgroep VUM (nu Corelio, red.) op de abonnementenafdeling. Het callcenter beantwoordde bij mijn aankomst 40% van de telefoons. Bij mijn vertrek had ik dat opgekrikt naar 95% en onder meer SAP geïntroduceerd. Cijfers meer dan verdubbelen vond ik interessant, maar er was niet veel marge meer. Dus zocht en vond ik een nieuwe uitdaging bij het uitzendbedrijf Creyfs. Ook daar kon ik op drie jaar tijd de slechte cijfers doen omslaan. Ik werd uitgenodigd bij de commercieel directeur en dacht dat het voor felicitaties was. In plaats daarvan kreeg ik mijn ontslag. De geschiedenis herhaalde zich opnieuw. Door herstructureringen stond ik weer op straat. Dat was schrikken voor iemand met een gezin van vier jonge kinderen.
16
wel waaraan ik me mocht verwachten. Uiteindelijk heb ik de overstap gemaakt.
'Het zou makkelijker zijn mocht een minister langer kunnen doorwerken op één departement'
En toen kwam Bart De Wever? Eerst werkte ik nog bij Bank Card Company, een uitgever van kredietkaarten. Maar tijdens mijn hele professionele leven in de privésector was ik ook actief gebleven in de Vlaamse Beweging. De Wever kende mij daarvan. Het kartel CD&V-N-VA was net gevormd en N-VA had één Kamerzetel gehaald. 'Bart,' zei ik, 'we hebben de kans om hiermee iets te doen. Maar we moeten wel de juiste mensen hebben.' Je kent de politiek nooit voor je er zelf inzit. Maar dankzij de Vlaamse Beweging wist ik
Heb je getwijfeld? De grote voorwaarde was dat mijn vrouw akkoord moest gaan. Achteraf, met het succesparcours dat de partij gelopen heeft, lijkt mijn beslissing evident. Maar met een gezin was het zonder inkomenszekerheid toch een sprong in het duister. Welke vaardigheden uit de privésector komen van pas in de politiek? Dat hangt af van het mandaat dat je hebt. Als gemeenteraadslid of parlementair zit je aan de wetgevende kant. Maar als burgemeester of minister ben je de uitvoerende macht. Daar is het wel handig als je al eerder mensen hebt moeten aansturen. Sowieso heb je altijd communicatievaardigheden nodig, al geldt dit niet alleen voor de politiek. Wat mis je uit de bedrijfswereld? De efficiëntie. In de politiek moet je het onverzoenbare met elkaar kunnen verzoenen. Bovendien hebben we een inefficiënte staatsstructuur. Maar dat is democratie. Ook in grote bedrijven is het niet eenvoudig om iets te veranderen. Hoe
kleiner de structuur, hoe makkelijker. Het probleem is ook de lengte van een politiek mandaat. Aan de start ervan moet je zoeken waar het fout loopt. Eens je doorhebt wat er moet gebeuren, neem je een beslissing. Je zit dan al vaak een jaar of een half jaar voor het einde van de legislatuur. Het zou makkelijker zijn, mocht een minister langer kunnen doorwerken op één departement. Worden politici soms net niet te weinig afgerekend op hun prestaties? In bedrijven heb je meer doelstellingen en KPI's. Helaas kun je bedrijfsmodellen niet zomaar kopiëren naar de politiek. Als het na vijf jaar verkiezingen zijn, kijkt de kiezer niet naar prestaties of behaalde KPI's. Hij kijkt naar de problemen die zich op dat moment voordoen. De laatste verkiezingen stonden in het teken van migratie. De verkiezingen daarvoor gingen over sociaal-economische problemen. De hoge werkloosheid hebben we aangepakt en is opgelost, maar daar word je niet voor beloond. Om die reden is het heel moeilijk om op lange termijn te werken. Toen je ministerschap van Binnenlandse Zaken was, werd België getroffen door aanslagen en terreurdreigingen. Hoe ga je daarmee om? Ik heb de eed afgelegd midden oktober
'Door herstructureringen stond ik weer op straat. Dat was schrikken voor iemand met een gezin van vier jonge kinderen' 2014 en in januari had je al de aanslag in Verviers. Het sluimert in je hoofd dat zoiets kan gebeuren. Vanaf het moment dat er een aanslag wordt gepleegd, kom je in een machine terecht. Je gaat dan onmiddellijk naar het crisiscentrum. Daar neem je besluiten op basis van de adviezen die de verschillende diensten geven. In maart 2016 vonden dan de aanslagen in Brussel plaats, de eerste in de luchthaven van Zaventem. Toen ik drie kwartier in het crisiscentrum was, gebeurde de tweede aanslag in het metrostation van Maalbeek. Je hebt geen tijd om emotioneel te reageren. De emoties kwamen pas 's nachts om drie uur in bed. Dan speelt de film zich af in je hoofd en vraag je je af of alles goed
is gegaan. Of er misschien zaken over het hoofd zijn gezien. Telkens als er in een ander land een aanslag gebeurt, denk ik terug aan die periode. Toen u minister-president werd, schreven alle kranten dat dit uw droomjob moest zijn. Toch heb ik het jou nog niet horen zeggen. Het is wel degelijk mijn droomjob - en heb dat ook al gezegd - maar ik ben geen carrièreplanner. Als kind heb ik er ook nooit van gedroomd om minister te worden. Het is natuurlijk fantastisch om als Vlaams-nationalist gevraagd te worden voor het minister-presidentschap. Maar het geeft ook rekenschap die ik moet afleggen.
17
INNOVEREN
Euthanasie voor patiënten met dementie is nog steeds niet mogelijk
'We krijgen te maken met een nieuwe conservatieve onderstroom' Onze moderne geneeskunde zorgt ervoor dat we langer leven, maar het hoofd en de hersenen willen niet altijd mee. Mijn papa is gestorven aan Alzheimer en het ziekteproces dat hij doorliep was inhumaan, en een verlies van elk waardig decorum. Ik heb mij er daarom altijd voor geëngageerd dat euthanasie ook bij dementie mogelijk moet zijn, zodat anderen niet hetzelfde zouden moeten meemaken. Tegenstanders ervan goochelen met het argument dat het een risico met zich meebrengt en de toepassing van euthanasie iets blindelings zou kunnen worden. Waarom is er anno 2020 nog zoveel discussie over? Ik sprak met expert Prof. Dr. Wim Distelmans (VUB) en Vlaams parlementslid Jean-Jacques De Gucht (Open Vld). Paul Cools
Heel veel mensen lijken de mogelijkheden van levensbeëindiging nog niet te kennen. JJ: Dat mensen het niet weten, kan ik nog begrijpen. Maar wat ik ongelofelijk storend vind, is dat de meerderheid van de artsen het niet weet. Er zijn er aan wie je vragen stelt over euthanasie en die het antwoord schuldig moeten blijven. WD: Het komt ook niet voor in de opleiding. Ik ken maar één universiteit waar levenseinde een verplicht vak is: de VUB. Aan de andere universiteiten is het een optioneel vak. Kan je je dat voorstellen? De meest voorkomende kwaal, doodgaan, is een keuzevak voor artsen in opleiding. Er bestaan nog veel misvattingen. Mensen die hun wilsverklaring euthanasie hebben laten registreren, denken dat ze om het even waar, om het even wanneer, euthanasie kunnen laten uitvoeren. Maar die wilsverklaring geldt enkel bij een onomkeerbare coma. Er bestaan vijf
18
'Eigenlijk is het eenvoudig. Je moet in de wet maar één zin aanpassen'
verschillende wilsverklaringen. Met LEIF (LevensEinde InformatieForum, waarvan Distelmans voorzitter is, red.) hebben we een bundel met alle vijf samengesteld. Dankzij een overeenkomst met het Vlaams Apothekersnetwerk, kan iedereen de bundel gratis bij de apotheker afhalen.
JJ: Gelukkig staat in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord dat er zowel in de artsenopleiding als in de ziekenhuizen veel meer informatie gegeven moet worden over levenseinde. Euthanasie is slechts één vorm van levensbeëindiging. Er bestaat verwarring met palliatieve sedatie. In ziekenhuizen noemen ze dat vaak ‘iets zoals euthanasie, maar dan gemakkelijker’. WD: Het thema van euthanasie bij dementie leeft ongelofelijk. Het is een drogreden dat tegenstanders ervan zeggen dat geen enkele arts het zal willen uitvoeren. Maar met de huidige wet kan een arts ook weigeren. Dus wat is het probleem? In de wet staat duidelijk dat niemand verplicht is om het te vragen, en niemand verplicht is om het uit te voeren. Men wantrouwt artsen terwijl zij het uitvoeren in noodsituaties, op vraag van de patiënt. Ik heb er een boek over geschreven, ‘Voor ik het vergeet’, en daar staan voorstellen in om de wet aan te passen.
Hoe zou men euthanasie bij patiënten met dementie wettelijk mogelijk kunnen maken? JJ: Men zou er in deze legislatuur voor moeten zorgen dat een specifieke omschrijving aan de wet wordt toegevoegd, zoals een ‘persisterende verworven wilsonbekwaamheid’ zoals bij dementie of na hersenbloedingen. Ten tweede zou je moeten bekijken hoe euthanasie bij dementen bespreekbaar gemaakt kan worden. Wat doe je met een demente die er perfect gelukkig uitziet? Terwijl iedereen in de omgeving weet dat deze persoon nooit op deze manier zou willen eindigen. WD: Er zijn veel artsen die een patiënt met dementie die er gelukkig uitziet, geen euthanasie zullen geven. Wie zegt dat ik het zou doen? Maar misschien wel een paar weken later als de patiënt wél in een onmenselijke situatie terecht is gekomen. Als hij weet dat het kan, zal
een arts met gezond verstand op het juiste moment de juiste beslissing nemen. Eigenlijk is het eenvoudig. Je moet in de wet maar één zin aanpassen. In de wet staat nu ‘Niet meer bij bewustzijn en onomkeerbaar.’ Je schrijft gewoon ‘niet meer bewust en onomkeerbaar’, die ‘zijn’ moet weg. Juridisch is dat een heel eenvoudige ingreep. JJ: Je weet toch hoe die verwarring gekomen is? Door de vertaling. In het Frans staat er inconscient wat een heel andere betekenis heeft dan ‘onbewustzijn’. Een van de meest absurde zaken is dat tegenstanders vaak een heel geromantiseerd beeld ophangen van lijden en sterven. WD: Omdat ze denken dat alles op te lossen is met palliatieve sedatie. JJ: Weet je dat de laatste keer dat ik in politieke debatten zat, men heeft voorgesteld om ziekenhuizen zelf te laten
'Er is geen enkel ziekenhuis dat zal toegeven dat ze euthanasie weigeren'
beslissen of men al dan niet de ethische wetgeving en dus ook euthanasie uitvoert? Dat is toch schandalig? Vooral katholieke ziekenhuizen staan vandaag nog weigerachtig tegenover euthanasie. Misschien moet men voor deze ziekenhuizen de subsidies intrekken? JJ: De manier om het voor een groot stuk op te lossen is, zoals Wim al lang zegt, de commissie euthanasie uit te breiden naar de commissie levenseinde waarbij men ook palliatieve sedatie laat opschrijven. Zo kan er geen misbruik zijn. Het gebeurt vaak dat men palliatieve sedatie toedient door de morfine te verhogen. Er is meestal een slechte monitoring van het bewustzijn, waardoor we niet zeker weten of de
19
patiënt pijn lijdt. Dat zijn zaken die eigenlijk niet meer zouden mogen. Men zegt altijd dat palliatieve sedatie één tot twee dagen duurt. Er zijn verhalen van… WD: Wéken. De vrijzinnigen, en ik bedoel hiermee de VUB, zijn destijds in België begonnen met palliatieve zorg. Wij zijn toen langs ziekenhuizen getrokken, meestal katholieke ziekenhuizen, en vroegen om palliatieve afdelingen op te richten. We kregen daar geen voet aan de grond! Nu dertig jaar later, gaan we naar dezelfde ziekenhuizen en vragen we waarom euthanasie zo moeilijk ligt. ‘Euthanasie, dat hebben wij niet nodig, want wij hebben palliatieve zorg’. Er is dus vooruitgang. Alleen is het hypocriet om te zeggen: ‘wij hebben palliatieve zorg en jullie spuiten de mensen dood’. Wij mochten destijds zelfs geen folder leggen aan de balie met het opschrift ‘Wat indien u misschien niet meer geneesbaar bent’. Ik hoor van het netwerk van de LEIF-artsen hoe het er in ziekenhuizen aan toegaat. De patiënt is niet meer te behandelen en vraagt om euthanasie. De arts schrikt, antwoordt dat het te vroeg is en hij de vraag moet doorspelen aan de ethische commissie van het ziekenhuis. Wat onzin is, en gewoon een vertragingsmanoeuvre. Maar palliatief sederen kan wél. Dus doen ze de patiënt in slaap en na een paar dagen begint men te zeggen dat het wel lang duurt. Men verhoogt de dosissen, de patiënt overlijdt en iedereen vindt dat het goed gegaan is. Er is geen enkel ziekenhuis dat zal toegeven dat ze euthanasie weigeren. ‘Bij ons kan dat’, zullen ze beweren. Maar artsen worden heel subtiel onder druk gezet. ‘We zouden liever hebben dat je sedeert in plaats van euthanasie uit te voeren en we overwegen om je een vast contract te geven of diensthoofd te maken.’ Wat doe je dan als arts? JJ: Het probleem is vooral dat sedatie niet gereguleerd is en niet geregistreerd wordt. WD: We weten inderdaad niet wat mensen gewaarworden als ze gesedeerd zijn. Het
20
'Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat veel mensen euthanasie bij dementie mogelijk willen maken. En toch gaat het niet vooruit' kan zijn dat — net zoals het zeldzame verschijnsel tijdens operaties waarbij mensen ondanks verdoving, toch alles horen — hetzelfde voorkomt. Wat ook hallucinant is: je hebt de wilsverklaring euthanasie en ook nog de negatieve wilsverklaring, waarbij je alles weigert. Je kan nu opschrijven dat als je dement bent en niet meer in staat tot zelfstandig eten en drinken, je sondevoeding weigert’. Na een paar weken sterf je in lamentabele omstandigheden. In dezelfde omstandigheden mag je niet zeggen dat je euthanasie wil. Dat is absurd want het resultaat is hetzelfde. Wat vinden jullie van de discussie over ‘voltooid leven’? JJ: Het wordt verward met euthanasie. Voltooid leven is geen uitbreiding van de euthanasiewetgeving. Maar we moeten misschien wel het taboe doorbreken om mensen die niet depressief zijn, die geen fysieke aandoening hebben, op een mooie manier afscheid te laten nemen. Euthanasie en voltooid leven hebben echter een verschillend uitgangspunt. WD: Bovendien bestaat er zoiets als polypathologie. In Nederland noemt men dat een opeenstapeling van kwalen. Bijvoorbeeld minder goed zien, niet meer goed kunnen lopen, incontinentie, … Het zijn allemaal ongeneeslijke kwalen die apart dragelijk zijn, maar samen niet meer. Polypathologie valt perfect binnen de huidige euthanasiewetgeving. Het is de tweede
reden, na kanker, waarom mensen vandaag euthanasie vragen én krijgen. Ik heb nog nooit iemand gehoord die zegt: ‘Ik voel me perfect, ik kan reizen, ik kan naar de Delhaize gaan en ik wil mijn leven beëindigen.’ Als je doorvraagt aan mensen waarom ze hun levenseinde willen bepalen, is het omdat ze verschillende kwalen hebben. Tegenstanders van euthanasie betwijfelen de geldigheid van polypathologie en willen hierover een herevaluatie. JJ: Wat ik vrees binnen de ziekenhuisnetwerkvorming is dat veel neutrale ziekenhuizen onder de koepel komen van een katholiek ziekenhuis. Het pluralisme moet daarom ingeschreven worden zodat artsen in deze materie vrij zijn. Anders gaat men een euthanasieaanvraag eerst langs de raad van bestuur laten passeren die één keer per maand zetelt. In veel gevallen is het dan al te laat. Dat zijn zaken waar we bijna 18 jaar na de euthanasiewetgeving blijven mee worstelen. En het is niet dat onze maatschappij er progressiever op wordt. WD: Integendeel. JJ: We krijgen te maken met een nieuwe conservatieve onderstroom. Kijk hoe sommige partijen reageren op de nieuwe abortuswetgeving en hoe die opnieuw op de onderhandelingstafel wordt gelegd. Terwijl de bevolking de vooruitgang wel wil. De vroegere ethische wetgeving is ook gemaakt onder druk van de publieke opinie. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat veel mensen euthanasie bij dementie mogelijk willen maken. Want het is iets waar veel mensen mee geconfronteerd worden. En toch gaat het niet vooruit.
w w w. l e i f. b e Ac hte ra a n h et m a g a z i n e h e b b e n we d e negatieve wilsverklaring toegevoegd.
Luc Colemont hoopt tegen 2030 van darmkanker een chronische ziekte te maken
21
Eén Belg op twintig krijgt ooit te horen dat hij of zij darmkanker heeft. Een vroegtijdige diagnose bepaalt zoals altijd de genezingskansen. De Vlaamse overheid lanceerde daarom in 2013 een grootschalig bevolkingsonderzoek: tweejaarlijks krijgen burgers tussen 51 en 74 jaar een gratis test voor de stoelgang opgestuurd. ‘Poepsimpel,’ zoals hij zelf zegt, maar toch moet Dr. Luc Colemont nog heel hard zijn best doen om het taboe rond darmkanker te doorbreken. Voor zijn stichting Stop Darmkanker reist hij het land door met één duidelijke boodschap: doe de test.
'R
ond darmkanker en de test hangt er nog altijd een zweem van schroom,’ zucht Colemont wanneer hij een klein plastic buisje uit zijn kostuumvest tovert. ‘Het ziet er ook niet high-tech uit, alsof het daardoor minder geloofwaardig zou zijn. Maar als zelfs huisartsen niet altijd weten wat het is, dan kan ik het ook de gemiddelde Vlaming niet kwalijk nemen. Daarom blijft het vandaag belangrijk om te informeren en te sensibiliseren. Jij hebt ooit eens gezegd dat mits een goede aanpak darmkanker binnen tien jaar een chronische ziekte kan worden. Ja, ik geloof dat dit tegen 2030 haalbaar is. Wel op voorwaarde dat we de huidige screening uitbreiden en darmkanker al op jongere leeftijd opsporen. Wie toch in een vergevorderde fase zit, zal in de toekomst geholpen kunnen worden dankzij nieuwere medicatie die eraan zit te komen. Op die manier kan darmkanker eindigen als een chronische ziekte. Het lijkt op het verhaal van tbc en aids. Toen ik afstudeerde, was aids een onduidelijke ziekte uit San Francisco. Patiënten moeten nu dagelijks een groot aantal medicijnen slikken, maar het aantal mensen dat in Westerse landen aan aids overlijdt, is minimaal geworden. Hoe ben je met Stop Darmkanker vzw gestart? Mijn eerste lezing heb ik gegeven in 2004. Daarna deed ik tournees. Tot ik in 2010 twee studenten leerde kennen. Samen hebben
22
we deze actiegroep opgericht. Vijf jaar lang combineerde ik alles met mijn werk in het ziekenhuis. Van acht ’s ochtends tot half acht ’s avonds was ik daar aan de slag. De tijd erna tot middernacht was voor Stop Darmkanker. Tot mijn echtgenote zei: ‘Je hebt drie passies: de kliniek, Stop Darmkanker en mij. Dat is er één te veel. Kies maar.’ Op dat moment is Marc Coucke op mijn pad gekomen en heeft hij mij aangespoord om me er voltijds voor te engageren. Coucke heeft een voorstel gedaan om ons te ondersteunen en zo mijn ‘carriereswitch’ mogelijk gemaakt. Sinds januari 2016 heb ik nog ‘maar’ twee passies. Hoe ziet uw week eruit? (laat zijn volle agenda zien) Gisteren zat ik in Ieper. Vanavond spreek ik in Eeklo, morgen in Alken. Dan Heist-op-den-Berg en Kortenberg. Zaterdag spreek ik op een congres in Antwerpen en zondag zit ik op de biotechdagen in Leuven. Volgende week staan Rotterdam en Kopenhagen op het programma. Ik leg wel wat kilometers af. (lacht) Helaas vertrek ik altijd met een achterstand. Niemand vindt het leuk om over darmkanker
te praten. Maar tot het laatste moment zitten ze op het puntje van hun stoel. Mijn vader was ook iemand die heel bevlogen kon praten. Dat heb ik van hem, denk ik. In elke lezing toon ik zijn foto. Hij is in 1993 omgekomen door een vliegtuigongeluk in Kenia. Door dat te vertellen, toon ik het publiek mijn eigen kwetsbaarheid. Naast de luchtige toon om het serieuze thema te brengen, moet ik altijd rekening houden met de mogelijkheid dat er mensen in de zaal zitten die in volle behandeling zijn voor darmkanker. Of dat er mensen zijn die hun partner twee weken voordien verloren hebben door de ziekte. Tussen die twee lijnen probeer ik me steeds te houden. Waar staat de wetenschap nu? De wetenschap doet het goed, we maken vorderingen. De overlevingskansen van darmkanker zijn de laatste jaren flink toegenomen. België staat in Europa op de tweede plaats met een gemiddelde overleving van 68%. Dat komt niet alleen doordat we screeningsprogramma’s hebben, maar ook door de uitstekende artsen die in team werken. Maar alles kan beter. Aan het Vlaams
leeftijd te screenen. De testen in België krijg je om de twee jaar, telkens rond de periode van je verjaardag. In Nederland zijn zelftesten verkrijgbaar in het Kruidvat, al weet ik niet of dit de juiste plek is. De apotheker is dan weer ideaal voor mensen die de test nog niet krijgen. Of niet meer krijgen, omdat ze ouder dan 74 zijn en niet meer in aanmerking komen voor het onderzoek. Bijna een kwart van de darmkankers komt nochtans bij oudere mensen voor. Onlangs kreeg ik een bericht van mensen die mijn lezing hadden bijgewoond. Tijdens het kerstdiner hadden ze over de test gesproken. Hun vader was 84 en hun moeder 83. Enkele dagen nadien hadden ze de test gekocht en de moeder had een afwijkend resultaat. Ze schreven: ‘Mama had darmkanker, ze is op tijd behandeld en hierdoor kunnen we nog vele jaren kerst met elkaar vieren. Dank u, dokter.’ Als je zo’n bericht krijgt, doe je een half uur niets en loop je gewoon cirkels rond je bureau. 'Yes', zeg je dan! We gaan elk jaar naar de autokeuring, maar je eigen uitlaat laten nakijken, doen we niet genoeg!
bevolkingsonderzoek doet voorlopig slechts 51% mee, in Nederland is dit 72%. Ons cijfer moet hoger! We moeten ambitieuzer zijn. Ik heb maar één boodschap, één grote boodschap: ‘Doe. De. Test.’ Ik zeg dit zes tot zeven keer tijdens mijn lezing. Op het einde roept de hele zaal samen: doe de test! Zijn er meer mensen die zich na je lezing laten testen? Anderhalf jaar geleden heeft iemand van de KULeuven een masterthesis gedaan over het effect van onze Facebookpagina op de kennis van darmkanker. Wie onze pagina volgt, weet meer over darmkanker en mijn lezing is een bepalende factor om mee te doen aan het gratis bevolkingsonderzoek. Ik denk dat angst heel veel mensen tegenhoudt om zich te informeren, om de test te doen. Wat gebeurt er dan met mij? Hoe zal mijn familie reageren? Veel mensen denken ook onterecht dat het hen niet zal overkomen omdat de ziekte niet voorkomt in de familie. Dat is fout: 80% van de mensen die darmkanker krijgt, heeft niemand in de familie die ooit darmkanker had. Maar één op twintig Belgen krijgt het wél.
'We gaan elk jaar naar de autokeuring, maar je eigen uitlaat laten nakijken, doen we niet genoeg' Wat zijn de overheidsrichtlijnen voor een preventieve test? Vanaf 50 jaar moet je de test zeker doen. Omdat er jammer genoeg steeds meer jonge mensen met darmkanker zijn - en we weten niet hoe dit komt – raadt de Amerikaanse Kankerstichting aan om de grens te verlagen naar 45 jaar. Mijn buikgevoel zegt hetzelfde en recente studies gaan ook in die richting. Er zijn nu bedrijven die hun werknemers aansporen om al op die vroegere
In welke mate speelt voeding een rol in de ontwikkeling van darmkanker? In Italië heeft men het zogenaamde mediterrane dieet en daar heeft men bijna 50% minder kans om darmkanker te ontwikkelen. Hoewel je dat eigenlijk geen dieet moet noemen, die mensen eten gewoon anders en gezonder. Mijn voedingsadvies is heel simpel: alles met mate. Een glas wijn is best oké. Het belangrijkste stuk van de puzzel is wellicht onze eigen darmflora. Die speelt een grote rol in het ontstaan van darmkanker. Waarom die ene poliep kwaadaardig wordt en de andere goedaardig blijft, hiermee hebben wellicht onze eigen darmmicroben te maken. Astma, hartziekten, autisme, … worden tegenwoordig allemaal in verband gebracht met onze darmflora. Het is eigenlijk een vergeten orgaan. 95% van onze microben zitten in ons maag-darmsysteem. We hebben bovendien evenveel microben in ons lichaam dan dat we menselijke cellen hebben. Het is geen toeval dat voedselgiganten zoals Danone sterk investeren in onderzoek hierin. De laatste jaren zijn er ook heel wat boeken verschenen over de ‘gut-brain axis’. Het zijn onze darmen die bepalen wat we willen eten. Als jij zin hebt in een stuk chocolade, dan zijn het je darmen die een signaal naar je hersenen sturen, zij hebben zin in chocolade, niet jij!
23
'Fratelli, Sorelle' De Italiaanse foto’s van Herman Selleslags Omdat La-On besliste om voor zijn kantoor in Firenze met Italiaanse partners in zee te gaan, wilden we deze nieuwe stap symbolisch in de verf zetten. Daarom publiceerden we in november 2019 het boek ‘Fratelli, Sorelle’ met de Italiaanse foto’s van Herman Selleslags. De opbrengst van het boek gaat naar de stichting Stop Darmkanker. We delen graag enkele foto’s en fragmenten van deze unieke samenwerking.
H
enri Cartier-Bresson zei ooit in een interview dat er in fotografie geen ‘misschien’ bestaat. Voor hem was het nemen van foto’s zoals de drie ja’s aan het einde van James Joyces roman ‘Ulysses’. Het ging Cartier-Bresson om de loutere bevestiging van het moment, zonder enige twijfel of aarzeling. Het is een pretentieloze benadering van fotografie. Niemand zal ook Herman Selleslags kunnen betrappen op iets anders dan bescheidenheid. Nochtans portretteerde hij met zijn lens wereldsterren. Maar zoals zijn fototoestel een klein apparaatje is, zo vindt hij de fotograaf niet erg groot. In gesprekken laat hij dan ook vaak ‘ach ja…' vallen, met korte klemtonen, zodat men toch maar niet te lang stilstaat of idolaat begint te doen bij het verhaal dat hij The Beatles fotografeerde. Toen het idee ontstond om een boek te maken met de foto’s van Herman Selleslags die een link met Italië hebben, wisten we niet dat het een verzameling van tegengestelden zou worden. De eerste helft bestaat uit foto’s van Italiaanse mijnarbeiders in België, en bevat ook beelden die zijn vader Rik Selleslags schoot. Het tweede deel toont vooral zangers, actrices en showbizz. Het herinnert ons aan het dubbele verleden van Italië in de twintigste eeuw. Enerzijds is er het migratieverhaal van Italianen die elders in de wereld hun geluk gingen zoeken. Anderzijds was Italië een centrum van film, muziek en glamour. Toch hebben de Italiaanse fratelli e sorelle één ding met elkaar gemeen: een zelfzekere blik, zonder enige twijfel of aarzeling. Ideaal voor de foto.
24
Rocco Granata, 1965
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog lag Europa letterlijk in puin. De nationale regeringen stonden voor de zware taak om hun land opnieuw op te bouwen. Steenkool gold als de olie van de economie. Onder impuls van de toenmalige premier Achiel Van Acker wilde België dan ook zijn industrie herstellen door de steenkoolproductie weer op te drijven. Dit gaf de politicus de bijnaam van Achiel ‘Charbon’. Een recente doctoraatsverhandeling van Guy Coppieters toont aan dat het openhouden van de verlieslatende Belgische mijnen eerder een politiek manoeuvre was om het bestaande machtsevenwicht van het mijnpatronaat en de financiële holdings te behouden. Alleen al van 1945 tot 1957 moest de overheid de mijnbouw voor 40 miljard Belgische frank subsidiëren. Bovendien speelden ook politieke compromissen mee. De Vlaamse katholieke partij CVP wilde graag het vrouwenstemrecht invoeren. Niet uit een gelijkheidsideaal, wel in de overtuiging dat een brave huisvrouw het stemadvies volgt van meneer pastoor. De Waalse socialisten gingen hiermee in 1948 als regeringspartner akkoord, in ruil voor het behoud van de mijnen in het zuiden van het land die toen al niet meer rendabel waren. Het werk in de mijnen was zwaar. Vandaar werden in het begin Duitse en Oost-Europese krijgsgevangenen, veroordeelde collaborateurs, politieke vluchtelingen en staatlozen ondergronds gestuurd. Tot Van Acker in 1946 een akkoord sloot met Italië. Wekelijks zouden er tweeduizend Italiaanse gastarbeiders naar België overkomen. Italië kampte destijds met zowel een politieke als een economische crisis. De communistische beweging stond sterk en door wekelijks duizenden jonge mannen het land uit te sturen, hoopte men de kans op een mogelijke revolutie te verkleinen. In ruil kon Italië ook goedkope steenkool krijgen. Anne Morelli, professor geschiedenis aan de ULB stelt dat 'arbeiders (...) verkocht zijn voor een paar zakken steenkool'.
Limburg, Rik Selleslags, 1952
Limburg, Rik Selleslags, 1952
25
Ze weigerde om uit de kleren te gaan in films en toch groeide actrice Claudia Cardinale uit tot een sekssymbool. Ze liet het liefst alles aan de verbeelding over. ‘Ik vind dat je de dingen mysterieus moet houden.’ Cardinale werd geboren in Tunesië en won er op 19-jarige leeftijd een schoonheidswedstrijd voor Italiaanse vrouwen. Het Franse protectoraat telde een grote Italiaanse gemeenschap. Naar eigen zeggen had ze zich niet zelf ingeschreven, maar trok iemand haar gewoon het podium op en riep haar uit als winnares. Wie won, kreeg niet enkel het lintje van de ‘Meest mooie Italiaanse in Tunesië,’ maar mocht ook naar het filmfestival van Venetië. Daar trok ze in bikini de aandacht van paparazzi, toen nog een revolutionair kledingstuk. Hierdoor sprong ze ook in het oog van filmproducenten die haar prompt rollen aanboden. Cardinale schitterde in films van grootmeesters zoals in ‘Otto e mezzo’ (1963) van Frederico Fellini en ‘Il Gattopardo’ (De Luipaard, 1963) van Luchino Visconti. Hij zei over haar: ‘Ze ziet eruit als een kat die je kunt strelen. Maar pas op, deze kat kan een panter worden en de jager doden.’ Aan Visconti hield ze naast roem ook de liefde voor sigaretten over. Ze werd een kettingrookster.
Claudia Cardinale op de persconferentie van ‘Il Gattopardo’, Cannes, 1962
Sonny & Cher, Cannes, 1967
Hun naam rolt er in één adem uit: Sonny & Cher. Van 1964 tot 1975 vormden ze niet alleen een zangduo maar ook een getrouwd stel. Salvatore Bono (1935-1998) en Cherilyn Sarkisian ontmoetten elkaar toen zij zeventien was. ‘Ze wilde entertainer worden, meer dan wie ik ooit in mijn leven ontmoet
26
heb’, verklaarde hij later. Bono was twaalf jaar ouder en de zoon van Siciliaanse immigranten. In zijn twintiger jaren werkte hij onder andere samen met Sam Cooke en de bekende producer Phil Spector. Met ‘I Got You Babe’ hebben Sonny & Cher in 1965 hun eerste grote hit beet. Wat Cher overigens zelf geen goed nummer vindt:
‘Sonny maakte me midden in de nacht wakker om mij het lied aan te leren. Ik wou het eerst niet zingen, maar naar lang aandringen, deed ik het wel. Maar ik vond het geen goed nummer, dus ging ik weer slapen.’ Het iconische koppel trad op over de hele wereld. Op televisie hadden ze ‘The Sonny & Cher Comedy Hour’ show. Ze droegen steeds opvallende outfits en Cher had het publiek op de hand met haar karakteristieke spitsvondige uitspraken. Na zijn muzikale carrière stapte Sonny Bono in de politiek en werd hij in 1994 als Republikein verkozen voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Vier jaar later kwam hij om het leven toen hij bij een skiongeval tegen een boom terechtkwam. Als lid van het Congres had hij nog mee een wetsontwerp ingediend om de periode van auteursrechten gevoelig te verlengen. De wet werd aangenomen en kreeg als laatste eerbetoon de naam ‘Sonny Bono Copyright Term Extension Act’. Zo beïnvloedt Bono nog tot op vandaag de Amerikaanse muziekindustrie.
Paola Ruffo di Calabria trouwde in de zomer van 1959 met de Belgische prins van Luik, de latere koning Albert II. De mooie Paola veroverde niet alleen zijn hart maar dat van alle Belgen. Reporters meldden op 2 juli een volkstoeloop in Brussel van mensen die een glimp van het bruidspaar wilden opvangen. Zelfs op de daken zat men gehurkt te kijken hoe de trouwstoet van het Koninklijk Paleis naar de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele trok. Koningin Paola werd geboren als zevende kind van oorlogsheld prins Fulco di Calabria en gravin Luisa Gazelli dei Conti di Rossana e di Sebastiano. Het gezin woonde in Turijn en verhuisde later naar Rome. Daar leerden de mooie donna Paola en prins Albert elkaar kennen op een evenement ter gelegenheid van de kroning van paus Johannes XXIII.
Prinses Paola, ca. 1962
27
Nadat haar vader, een meubelmaker, alles verloor tijdens de Tweede Wereldoorlog, vertrok het gezin Lollobrigida naar Rome. Daar studeerde Gina tekenen en beeldhouwen aan de Academie voor Schone Kunsten, waar ze werd opgemerkt door een talentscout. Ze speelde in verscheidene Amerikaanse, Franse en Italiaanse films aan de zijde van onder andere Humphrey Bogart, Yves Montand, Marcello Mastroianni en Frank Sinatra. Voor ‘Pane, amore e fantasia’ uit 1953 werd ze genomineerd voor een BAFTA-award als beste buitenlandse actrice. De film won de Zilveren Beer op het festival van Berlijn. Lollobrigida hield zich naast acteren ook bezig met fotografie en portretteerde onder meer Fidel Castro.
Wielrenner Frank Vandenbroucke en zijn toenmalige Italiaanse vrouw Sarah Pinacci, 2002
Gina Lollobrigida, Cannes, 1962
‘ F r a t e l l i , S o r e l l e' €29 (excl. verzendingskosten) H a r d c o v e r, 1 3 0 p a g i n a' s , tweetalige uitgave ( NL / IT ) U i tg e g eve n d o o r L a - O n L aw ye rs ten voordele van de stichting Stop Darmkanker Bestel een exemplaar via boek@la-on.eu M e t d a n k a a n G a l e r i e Ve r b e e c k Va n D y c k , w w w.v e r b e e c k v a n d y c k . b e
28
De Leading Ladies van La-On La-On telt meer dan de helft vrouwelijke werknemers. Twee van hen willen we in de kijker zetten omdat ze allebei per toeval in een advocatenkantoor terechtkwamen en deel werden van het kernteam.
Rebecca Van Quaelle Rebecca Van Quaelle kwam op haar dertiende vanuit SiciliĂŤ naar BelgiĂŤ, zonder voorkennis van het Nederlands. Daar bleek ons onderwijs niet genoeg op voorbereid. Maar wie vandaag met Rebecca samenwerkt, weet hoe hard zij kan doorzetten. Omwille van haar kennis van het Italiaans werd ze aangenomen in ons service center. Zij groeide door en leidt op dit moment samen met Ibrahim El Mokhtari onze bedrijfsprocessen. Haar inzicht, analytisch vermogen en anticiperend leiderschap maken van haar een van onze belangrijkste schakels voor succes. We moeten innovatie-expert Jef Staes gelijk geven: onderwijs maakt talent monddood.
'La-On geeft werknemers de kans om zich te blijven ontwikkelen.' - Rebecca
Kim De Pauw en Rebecca Van Quaelle
Kim De Pauw Kim De Pauw is het eerste aanspreekpunt voor wie La-On belt of bezoekt. Zij is onze officemanager en bewaakt de La-On values. Klantgerichtheid, zorgvuldigheid en hospitality zijn haar drijfveren om iedereen de best mogelijke beleving te geven met ons kantoor. Hierdoor veranderde onze organisatiecultuur. Op haar aangename service wordt La-On nog regelmatig achteraf aangesproken. Kim let op de details en is daardoor de uitstekende rechterhand van Paul.
'Iedere klant krijgt een unieke behandeling. Bij La-On staat de klantbeleving centraal en daarin proberen we ons te onderscheiden.' - Kim 29
‘Massageweld wordt nog meer dan vroeger transgenerationeel’ Herman Van Goethem is sinds 2016 rector van de Universiteit Antwerpen. Voordien specialiseerde hij zich als hoogleraar in de Belgische politieke geschiedenis, beeldvorming, massagedrag en de jodenvervolging. Onder zijn leiding opende het memoriaal en museum Kazerne Dossin in Mechelen waarvan hij curator en conservator was. Terwijl hij aan het hoofd van de universiteit stond, liet de Tweede Wereldoorlog hem niet los. In 2019 publiceerde hij het ophefmakende boek ‘1942. Het jaar van de stilte.’ Wat is de aanleiding geweest om ‘1942. Het jaar van de stilte’ te schrijven? Het leven bestaat uit toevalligheden. Je ontmoet mensen die met een voorstel komen waarvoor je op dat moment rijp bent. Daar komt nog bij dat ik wat roekeloos ben: ik spring graag in het onbekende. In 1991 kwam Jan Velaers naar mij toe en vroeg me om samen met hem een boek te maken over de monarchie en de Koningskwestie. Ik lachte hem eerst uit. Maar hij probeerde opnieuw en stelde mij een concept voor. Zo ben ik bij Leopold III, en belangrijk, bij de Tweede Wereldoorlog beland. Daar ben ik niet meer uitgeraakt. De meeste mensen die op WO II werken, hebben alleen geschiedenis of rechten gestudeerd. Ik heb beide gedaan. Op het kruispunt van rechten en geschiedenis wil ik iets kunnen betekenen. Dat merk je ook in het boek. Had je eigen familiegeschiedenis invloed op dit boek? Toen ik achttien was, kreeg ik van mijn grootvader een gesigneerd boek van Léon Degrelle (voorman van de Waalse collaborerende politieke partij Rex, red.). Ik heb dat boek weggegooid en daar toen niet verder bij stilgestaan. Later ging ik dus wel de geschiedenis van de collaboratie bestuderen. Rond 1999 hielp ik ook Lieven Saerens bij zijn boek over de jodenvervolgingen in Antwerpen. Ik vond wel dat er nog veel vragen openbleven op het kruispunt van rechten en geschiedenis. In 2005 had ik eens wat meer tijd en ben ik in het Felixarchief politieverslagen gaan bekijken. Zo is het boek gegroeid. Tijdens het
30
schrijven koos ik voor de tegenwoordige tijd, opnieuw toeval. Daarna is de ik-figuur erin geslopen en begint het autobiografische. Want wie krijgt in hemelsnaam van Léon Degrelle een boek met ‘voor Herman Van Goethem’? Achteraf blijkt dat ook ik, iemand die in het vak zit, niet de juiste vragen over de oorlog heb gesteld. Dat zegt veel over hoe wij allemaal zijn omgegaan met de familiegeschiedenis van de oorlogsjaren. Hoe kwam je bij de Joodse families terecht die in het boek voorkomen? In de Dossinkazerne lagen meer dan duizend interviews op bandopnemer, maar zonder transcriptie. Daar was geen beginnen aan. Dus ben ik zelf met interviews begonnen. Je komt keer op keer mensen tegen met ongelofelijke verhalen. De weinigen die het overleefd hebben, hebben stuk voor stuk verhalen om van achterover te slaan. Over de Antwerpse burgemeester Leo Delwaide heeft altijd een schaduw gehangen. Waarom heeft het zo lang geduurd voordat het uitkwam dat hij nauw met de Duitse bezetter samenwerkte? Dat is een hele moeilijke, je kan het alleen maar vaststellen. Het verwerken van het oorlogsproces is in alle landen complex geweest. Overal hebben collaborateurs tot eind jaren ‘50 opnieuw administratieve functies kunnen opnemen. Maar vanaf de jaren ’60-’70 begint men aan het historisch onderzoek. Dat onderzoek over de Tweede Wereldoorlog start eerst in Frankrijk, Duits-
land en Nederland. Maar niet in Vlaanderen en België. Ik vernoem ze met opzet beide, want de collaboratie in Vlaanderen verliep anders dan in Wallonië. Tegelijk ontstond er in Vlaanderen een verheerlijking van de collaboratie. Het toppunt is Nemrod, een pseudoniem van een Dominicaner pater die in 1966 ‘Het Feest van de Haat’ publiceerde. Voor deze mensen begon de oorlog pas na ’45 met de repressie. Nemrod ontkent dat Vlaamse collaborateurs iets te maken hadden met de jodenvervolgingen. Dat was volgens hem iets van de nazi’s. In zo’n klimaat komt er geen historisch onderzoek. Daardoor hebben wij vertraging opgelopen. Bij ons kwam het onderzoek pas in 1980 op gang. Journalist Maurice De Wilde en zijn tv-serie ‘De Nieuwe Orde’ is hierin een stimulans geweest en later ook de electorale doorbraak van het Vlaams Blok. Maar dan zijn we al een hele tijd verder. In de jaren ’90 had je dan Bruno De Wever en zijn doctoraat over het VNV. Jan Velaers en ik kwamen met een turf over koning Leopold III. Dat zijn belangrijke mijlpalen. Maar zo landen we al in het nieuwe millennium. Delwaide had in dat parcours een geweldige bocht gemaakt. Zijn verleden was bijna helemaal weg. Maar het is bij sommigen altijd in de herinnering gebleven. Zijn andere landen en culturen beter in de omgang met hun historisch verleden? Niet echt. Zoals wij een achterstand opliepen met de Vlaamse beweging en collaboratie, heeft Nederland op dit moment hetzelfde voor met de collectieve verwerking van de kolonisatie van Indonesië. Heel
interessant in het ‘curing’-verhaal, in de collectieve verwerking, is het gegeven van de massagraven. In Spanje zijn er nog een heel wat uit het tijdperk van Franco. Oude dorpelingen weten zulke plekken vaak nog liggen. De slachtoffers liggen er als honden in putten gegooid. Experts kunnen het trouwens zien aan de natuur: er is een knikkende vegetatie, een oneffenheid in het landschap. Vandaag is er een beweging aan de gang om die graven open te leggen en deze mensen opnieuw te begraven. Voor de familie van de slachtoffers is het helend om eindelijk een persoonlijk graf te hebben waar ze kunnen rouwen. Heelt tijd de wonden? Toen we in 2013 met Kazerne Dossin een tentoonstelling maakten over Srebrenica, vroegen de mensen van ginder ons: ‘Waarom doen jullie dat?’ Ze hadden het er moeilijk mee dat wij dat deden. Dan denk je: ‘Het is te vroeg.’ Het zal ook in Syrië heel lang duren vooraleer mensen hun drama kunnen verwerken. Het is zeer moeilijk. Wat voor een grandeur moet je als slachtoffer niet hebben om, wanneer je vader of moeder vermoord is, je na twintig jaar zonder haat en verzoenend op te stellen? Terwijl de moordenaars misschien ongestraft op straat lopen? Voor zulke verwerking is veel tijd nodig. Massageweld wordt nog meer dan vroeger transgenerationeel. Er zijn genocides geweest in de 13e eeuw, in de 17e eeuw, enzovoort, maar die zijn allemaal verdwenen. Ik denk dat de collectieve traumaverwerking door media en opvoeding een intenser proces is ge-
'Achteraf blijkt dat ook ik, iemand die in het vak zit, niet de juiste vragen over de oorlog heb gesteld'
worden. Door communicatie en kennis, het repetitieve karakter van media, hakt transgenerationeel geweld dieper op ons in. Wij gaan ook op een andere manier met leed om en hebben minder de neiging om erover te zwijgen. De achterkleinkinderen van de Holocaust lijken soms meer getraumatiseerd dan hun grootouders. Er is dan een versterking van het emotionele. Vreemd, maar het is wat het is. Zijn er ook negatieve reacties geweest op het boek? Ik heb zelf geen enkele negatieve reactie gekregen. Veel mensen hebben mij wel geschreven of spreken mij aan. Er gaat meer kritiek komen op mijn geopolitieke analyse, omdat ik poneer dat de collaboratie in bezet Europa ook verband hield met het geloof in een onderhandelde vrede. Dat is een nieuw analytisch perspectief dat ook relevant is voor het geallieerde kamp. Al-
les wat ik erover ken of vermoed, heb ik in mijn inleiding geschreven. Omdat ik weet: ik ben wellicht nog vijf jaar rector, dus de kans is niet groot dat ik nog aan onderzoek ga doen. Mijn onderzoekshypothese leg ik voor in de wens dat anderen erop voortborduren. Ik hoop daarom ook dat het boek vertaald wordt en internationaal weerklank krijgt. Er ligt al een Franse vertaling in het verschiet. Historici lijken soms wel therapeuten die in mensen het verleden naar boven halen. Ik vond wel dat ik soms een therapeut was. In dit soort onderzoek moet je heel voorzichtig zijn. Je moet mensen toelaten om dingen niet te zeggen wanneer ze een evenwicht voor zichzelf hebben gevonden. Je kan schade aanrichten als je dieper doorvraagt. Soms is het beter om te zwijgen of om het op een andere manier te verwoorden. Maar ik heb nu toch veel gezegd, niet? (glimlacht)
'1942. H e t j a a r v a n d e s t i l t e' Uitgeverij Polis
31
Luc Tuymans
'Ik blijf voorstander van subsidies'
D
e Biënnale van Venetië brengt tweejaarlijks kunstliefhebbers uit alle hoeken van de wereld naar de dogestad, maar velen vonden de tentoonstelling van Luc Tuymans in Palazzo Grassi het beste wat er te zien was. De eigenaar-directeur van het majestueuze gebouw, de grote Franse verzamelaar en zakenman François Pinault, is met meer dan twintig schilderijen van Tuymans in zijn privécollectie, zelf een groot liefhebber van de Antwerpse kunstschilder. Van het Canal Grande terug naar de Schelde: een gesprek met Tuymans in zijn atelier. Je hebt altijd een dubbele verhouding met Antwerpen gehad. Antwerpen is verzuurd geworden, maar heeft in mijn ogen nog altijd het idioom van een stadstaat. Om die reden kent de Antwerpenaar een ongekend chauvinisme en eigenzinnigheid. Ook op politiek vlak. In 2006 organiseerde ik samen met Tom Lanoye een festival tegen extreemrechts. Het Vlaams Belang stond toen op het punt van de doorbraak bij de lokale verkiezingen in oktober. Op de dag van de stembusgang stond de Grote Markt vol met wereldpers zoals BBC World. Alles draait dan rond Antwerpen en dan besef je dat je in een megalomane stad woont. Maar Antwerpen heeft altijd veel potentieel gehad, ook op artistiek vlak. Als je je carrière bekijkt, wat zijn de stappen die je zelf als hoogtepunten beschouwt? Ten eerste het ontstaan van mijn nationale bekendheid na twee tentoonstellingen in Gent en in Oostende. Niet in Antwerpen: mijn eerste expo hier heb ik zelf moeten bekostigen. Het Museum voor Hedendaagse Kunst in Gent, toen nog gevestigd in het MSK, had mij een voorstel gedaan. Net als Willy Van den Bussche van het Oostendse Provinciaal Museum voor Moderne Kunst. Om niet afhankelijk te zijn, heb ik
32
voor hen twee aparte tentoonstellingen georganiseerd. De openingen waren een paar dagen van elkaar verwijderd. Dan ben ik bij Frank Demaegd en zijn galerie Zeno X terechtgekomen, die mij nog altijd vertegenwoordigt.
'New York is voor mij zoals Antwerpen: veel gebakken lucht en blablabla'
Daarna was Ulrich Loock, toenmalig directeur van de Kunsthalle in Bern, bij Frank en zag hij toevallig mijn nieuwe tentoonstelling. Ze reden naar mijn studio en ik liet mijn schilderijen zien. Geen reactie. Ik dacht dat het een totale mislukking was. Maar later kreeg ik telefoon van Frank dat Ulrich erg onder de indruk was en dat hij zoiets niet meer had gezien sinds Gerhard Richter. Daaruit is dan een tentoonstelling gekomen en nam ik ook deel aan documenta. De derde stap deed zich voor toen ik de Duitse galerist David Zwirner leerde kennen. Hij begon pas met zijn galerie in New York. Ik wou werken met iemand die net startte.
Dat is toch een risico? Ja, maar anders was ik misschien een naam tussen vele anderen geweest. Ik heb langdurige banden opgebouwd met mijn galeristen, dat is nodig in de kunstwereld… New York is trouwens voor mij zoals Antwerpen: veel gebakken lucht en blablabla. Zijn er Amerikaanse steden waar u meer van houdt? Chicago, waar ik ook mijn vrouw heb leren kennen. Het is meer een Amerikaanse stad naar mijn aanvoelen. New York en Soho: die huizen met porches doen me aan Nederland denken. U cureert ook. Wanneer is die passie ontstaan? Die passie is niet ontstaan, men heeft mij gevraagd. De eerste expo die ik cureerde was samen met Narcisse Tordoir. Het was een idee van Narcisse om een expo te maken rond de problematisering van de schilderkunst. Het was de allereerste tentoonstelling van het NICC, het grootste kunstenaarscoöperatief in België. Ik heb ook tentoonstellingen gemaakt in China op vraag van Paul Dujardin (directeur van BOZAR, red.). Daar heb ik traditionele kunst uit de Zuidelijke Nederlanden, zoals Van Eyck, samengebracht met Chinese kunst uit de Verboden Stad. Dit was nog nooit eerder gebeurd in de wereld. In 2009 heb ik met de Chinese kunstenaar Ai Weiwei de expo 'The State of Things' over hedendaagse kunst gemaakt. Een van de meest emotionele tentoonstellingen was mijn expo voor het stadsfestival Brugge-Centraal in 2010. Manfred Sellink had mij daarvoor gevraagd. Er liep tegelijkertijd de tentoonstelling ‘Van Van Eyck tot Dürer’
en mijn expo moest gaan over de hedendaagse kunst in Oost-Europa. Mensen hadden een aftands idee van de Oost-Europese kunstscène, maar ik kende er gelukkig nogal wat collega-kunstenaars. Ik heb ervoor gezorgd dat er een onderbouw werd gemaakt met werken van Andrzej Wróblewski, die voor de allereerste keer in West-Europa getoond werden. Ook de Antwerpse kunstenaar Guillaume Bijl zat erin, die heeft een Bosnische moeder, en Andy Warhol (kind van Oostenrijks-Hongaarse emigranten, red.). Het was een heel internationale expo. Is de kunstenaar ook een ondernemer? Je hebt al aangegeven dat je met een galerie werkt. De romantiek van Van Gogh die in armoede werkt, bestaat al decennia niet meer. Kunst is een bedrijf geworden in de geglobaliseerde wereld. Het is een sector waar ook enorme winst wordt gemaakt. Er is geen enkele bank die evenveel rendement kan leveren. In die zin is de kunstwereld enorm veranderd. Ik heb heel vroeg het onderscheid gemaakt tussen het maken van kunst en de kunstwereld. Dat zijn voor mij twee verschillende dingen en het is een schizofrenie waarmee ik al veertig jaar leef. Het maakt dat ik toch nog altijd onafhankelijk mijn atelier kan houden. Maar als de kunstenaar rijk wordt, wordt hij vies bekeken. Wat is eigenlijk het probleem? Michelangelo was denk ik een van de rijkste mensen ter wereld toen hij op bijna 90-jarige leeftijd stierf. En dan heeft hij zelfs nog zijn eigen autobiografie vervalst. Mocht u adviseur van de minister zou zijn, zou u dan zowel het SMAK als het
'De romantiek van Van Gogh die in armoede werkt, bestaat al decennia niet meer'
M HKA behouden? Is ons land niet te klein voor twee musea voor hedendaagse kunst? Mijn advies zou zijn om naar de bovenbouw te kijken, hoe het museum geleid wordt. Want daar wringt het schoentje. Een museum moet geleid worden door competente mensen en niet vanuit een politieke agenda. Dat geldt voor elk museum in dit land. Het gaat om mensen die met publiek geld hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Ze moeten geëvalueerd worden en niet voor het leven benoemd zijn. Dat is belangrijker dan musea samenvoegen. De meeste mensen die wel een museum kunnen leiden, zitten jammer genoeg niet op de juiste plek. Onze musea zijn afhankelijk van subsidies maar zullen in de toekomst elders middelen moeten zoeken, zoals in het Angelsaksisch model met privésponsoren. Ik blijf voorstander van subsidies. Het behoudt de diversiteit en voorkomt dat een museum enkel de werken toont die hun geldschieters, de one percent, zich kunnen veroorloven.
33
Jef Meyer
'Mijn liefde voor het brutalisme' 34
De jonge Antwerpse kunstenaar Jef Meyer maakt furore met zijn werken in beton. Niet alleen sculpturen, maar ook architecturale ontwerpen vinden zijn weg naar het grote publiek. Vorig jaar mocht hij in de Blikfabriek, een creatieve hotspot op de site van de vroegere Crownfabriek in Hoboken, een hele bar neerpoten. In april toont Callewaert Vanlangendonck Gallery hem tijdens de jaarlijkse hoogmis voor hedendaagse kunst in België, Art Brussels.
Van waar die voorkeur voor abstractie? Het komt voort uit mijn liefde voor het brutalisme. Die was er al tijdens mijn studies aan Sint-Lucas. Na Sint-Lucas wou ik daarom in Brussel architectuur gaan studeren of kunstgeschiedenis. Maar omwille van mijn dyslexie lag dat laatste moeilijk. Ik ben uiteindelijk In Situ gaan studeren aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. Daar leer je als kunstenaar zelfstandig werken, met de juiste balans tussen begeleiding en vrijheid. Het bleek de juiste keuze te zijn. Hoe ben je ertoe gekomen om te werken met beton? Kunstenaar Leon Vranken was mijn docent aan de Academie. Hij zag potentieel in mij en heeft me altijd gesteund. Vranken gaf mij de opdracht om iets te maken voor de historische wintertuin van de Academie. Rond de tuin zijn allemaal gewelven. Het had voor mij iets van een kathedraal. Toen ben ik op het idee gekomen om een bombastisch ontwerp te maken. Ik heb een mal gemaakt voor het plafond: het negatief van een gewelf. In het beton zat ook kleur verwerkt. Dat had ik gezien toen ze
'Die zoektocht naar poëzie door vanuit een bruut materiaal, zoals beton, iets gevoelig te puren, is de essentie van mijn werk' op ’t Eilandje die groene appartementsblokken hadden gezet. Het betekende het begin van mijn experimenten met kleur en vorm. Het bracht me ertoe om barsten in het beton te maken en met de structuur te spelen. Door het experiment is ook het abstracte erin geslopen. Wat wil je vertellen met je werk? In het creatieproces gebruik ik verschillende soorten zand en pigment. Het subtiele spel van licht en schaduw suggereert
beweging. Die zoektocht naar poëzie door vanuit een bruut materiaal, zoals beton, iets gevoelig te puren, is de essentie van mijn werk. Je werkt vaak met blauw in je werken. Ja, blauw is een van de enige kleuren met zo’n gelaagdheid. Ik begrijp waarom Yves Klein zo vaak naar blauw greep. Zwart heeft ook die eigenschap. Heb je geen schrik dat wanneer je alles met beton hebt uitgeprobeerd, het ooit ophoudt? Nee. Voor ik met beton begon, werkte ik met hout. Die overgang naar beton is er spontaan gekomen. Misschien gebeurt het later opnieuw op die manier. Ik ben nu ook meer bezig met integratiekunst, zoals in de Blikfabriek, tussen kunst en architectuur in. Voor Art Brussels werk ik nu aan sculpturen. Het is sowieso een constante evolutie. A r t B r u s s e l s - To u r & Ta x i s 23-26 april 2020 C a l l e w a e r t-Va n l a n g e n d o n c k G a l l e r y w w w. c a l l e w a e r t- v a n l a n g e n d o n c k . c o m
35
LA-ON EET BIJ...
Albert AdriĂ
'Pas achteraf beseften we dat we een revolutie in de gastronomie hadden voortgebracht'
36
Albert Adrià behoort samen met zijn broer Ferran Adrià tot de absolute top op het vlak van gastronomie. Met hun restaurant elBulli zorgden ze voor een revolutie in de keuken. Experimenten met smaken, texturen en ingrediënten maakten dat ze vijf keer uitgeroepen werden tot beste restaurant ter wereld. elBulli sloot in 2011, maar Albert Adrià was daarvoor al begonnen aan de uitbouw van nieuwe concepten. Vandaag leidt hij elBarri, een groep van acht restaurants, waarvan vijf in Barcelona gesitueerd. Elk hebben ze hun eigen signatuur, elk zijn ze vernieuwend. La-On sprak Albert Adrià in Enigma, waar iedere avond dertig gasten kunnen tafelen en doorschuiven van de ene tafel naar de andere, voor 35 gangen verspreid over zes apart ingerichte ruimtes.
De Franse keuken is altijd het gastronomisch referentiepunt geweest en toen kwamen de twee gebroeders Adrià. Wat dreef jullie? Het Baskenland en Catalonië hadden veel restaurants met de typische lokale keuken. Maar om hoog aangeschreven te staan, moest je het op de Franse wijze doen. Onze moeder kookte traditioneel, en wij kookten haar gerechten 'op zijn Frans' in het restaurant. Dat was de eerste revolutie van elBulli. Hoe komt het dat het Baskenland en Catalonië zo bekend staan om hun keuken? Er is geen cuisine zonder product of cultuur. Baskenland en Catalonië hebben beide. In de jaren '90 ontstond er een nieuwe keuken, er was een golf van professionalisering. Bij elBulli was vooral onze manier van in team werken iets anders. We werkten in groepen, niet in een militaire hiërarchie, een beeld dat veel mensen van de keuken hebben. Wat vond jullie moeder ervan? Het was moeilijk voor ons om te begrijpen wat er aan de hand was. Laat staan voor haar. Pas achteraf beseften we dat we een revolutie in de gastronomie hadden voortgebracht.
'Soms is het nodig om iets te stoppen, zowel in je privéleven als professioneel'
Wat jullie koken is moeilijk om na te maken. Nochtans is een nieuwe revolutie vandaag onmogelijk geworden door de digitale media. De waarde van creativiteit gaat erop achteruit omdat alles snel te kopiëren is. Mensen kunnen een foto nemen, delen of online vinden.
hij of zij wil. Nu kun je bijvoorbeeld zelf chocolade maken van A tot Z. Dat konden we vroeger niet. Het is een evolutie, maar geen revolutie.
Wat zijn de tendensen vandaag? Iedereen heeft gemakkelijker toegang tot de tools, het materiaal om te maken wat
Waarom stopten jullie met elBulli? Soms is het nodig om iets te stoppen, zowel in je privéleven als professioneel. Na
al die jaren dat we gesloten zijn, blijft het een goede beslissing. Er was moed voor nodig, maar we deden het op een hoogtepunt, het beste moment om zoiets te doen. Ook nu blijven jullie heel revolutionair. Wanneer je vandaag komt eten, willen we je van het begin in de war brengen. Enigma is één restaurant met verschillende stijlen, daarin willen we verrassen. Je bent een chef, maar ook een ondernemer. Hoe ga je daarmee om? We zijn geen groot bedrijf, het is een familiestructuur. We selecteren mensen met veel ervaring en die dezelfde 'kooktaal' als ons spreken. Je hebt meerdere restaurants, hoe beheer je dat? We hadden eerst een team van negen dat alle restaurants adviseerde. Na een tijd kregen de chefs van de restaurants meer
37
zelfstandigheid. Nu bestaat dat adviserend team nog slechts uit enkele mensen. Je moet een groeicultuur creëren met onafhankelijkheid als doel. Wat heel interessant om zien is, is de synergie en de competitie tussen de verschillende restaurants. Ze houden elkaar wakker. Elke ochtend bezoek ik alle restaurants en maak ik één gerecht met de chef. Hoe creëer je je gerechten? Het is een gestructureerd proces, maar moeilijk om uit te leggen. Je kan me niet vergelijken met een componist, want ik maak niet het hele lied. Ik ontwikkel verschillende ideeën en die werken we dan samen uit. Inspiratie haal ik eerst uit muziek, literatuur, kunst, ... Pas daarna denk ik aan de gerechten. In dit restaurant creëren we drie tot vier menu's per jaar. Reis je veel? Eén keer per maand normaal gezien. Het is essentieel om ideeën op te doen en smaken te ontdekken. Ik ben nu bezig met
38
'We zijn geen groot bedrijf, het is een familiestructuur'
een concept in New York, een combinatie van de Japanse en de Spaanse keuken. Het is belangrijk om te begrijpen dat cuisine 'vrijheid' betekent. Vrijheid voor de kok, maar ook vrijheid voor de gast. Op het einde is het de gast die oordeelt over je kunnen. Daar hoort ook een beetje angst bij. Als je geen schrik meer hebt voor kritiek, dan presteer je minder.
LA-ON EET BIJ...
Julia Fish and Oysterbar Een heerlijk adres aan onze Belgische kust Paul Cools
Wanneer ik aan de Belgische kust verbleef, vond ik het altijd moeilijk om goede restaurants te vinden. Tot ik Julia Fish and Oysterbar in Sint-Idesbald (Koksijde) leerde kennen. Een revelatie. Met de viswinkel Mare Nostrum als moederbedrijf, is de aanlevering van kwaliteitsproducten verzekerd.
'Wie binnenkomt, wordt hartelijk ontvangen en de service blijft doorheen de avond zeer correct verlopen'
avond zeer correct verlopen. Het aperitief kan je starten met de uitgebreide oesterkaart. Ikzelf hou van de kraakverse fruits de mer waarvoor je uit drie verschillende rijkgevulde plateau’s kan kiezen. Maar het hedendaags restaurant heeft ook sharing dishes met onder meer coquilles, gerookte paling en gamba’s. Julia biedt een uitgebreide wijnkaart met naast klassieke Franse appellations zoals Meursault, betaalbare alternatieven uit Argentinië, Nieuw-Zeeland en Spanje. Een favoriet is de Sancerre. Ook andere badgasten vinden hun weg naar Julia, dus tijdig reserveren is noodzakelijk.
Het was in 1919 dat vissersdochter Julia Wittevrongel begon met het verkopen van de gastronomische schatten van onze Noordzee. In juni 2015 kwam het restaurant erbij. Vandaag staat de vijfde generatie aan het roer. Angus Wittevrongel trekt drie keer per week naar vismarkten en selecteert er zorgvuldig wat in de koeltogen of op de A . belandt, V A n h o u tzoals t e l AikA nhet2 al• 8 6richting 7 0 K o die K s i mij j d eeen • beetje t 0 5 8 doet 6 2 denken 6 6 6 5 aan • w w wJ. ujl ui al iFAi s- hb AaAnldd Oj ye s. bt ee r b a r borden van ‘de Julia’ A . Va n h o u t t e l a a n 2 familiair begin te noemen. Kaapstad. Wie binnenkomt, wordt hartelijk 8 6 70 K o k s i j d e Het restaurant heeft een mooie, frisse inontvangen en de service blijft doorheen de w w w. j u l i a - b a a l d j e . b e Adv Nest.indd 1
12/03/18 10:19
39
Fotoboek
'Fratelli, Sorelle' €29
EXEMPLAAR BESTELLEN? Mail naar boek@la-on.eu €29 (excl. verzendingskosten) H a r d c o v e r, 1 3 0 p a g i n a' s , tweetalige uitgave ( NL / IT ) U i t g e g e v e n d o o r L a - O n L a w y e rs ten voordele van de stichting Stop Darmkanker
40
42
law firm firm More than aa law
Paul Cools Kim De Pauw Ibrahim El Mokhtari Thomas Feijen Maia Gorelaschwili Barbara Ivens Wout Lenders Nathalie Lievens Rosa Maria Silva Soares Lars Van Aert Kundry Van Mechelen Rebecca Van Quaelle ChaĂŻna Van Remoortere Damien Vanderhasselt Melita Vercammen Norah Vergauwen Annick Vermant Kim Wybo
Tavernierkaai 2/14 2000 Antwerpen T. +32 (0)3 400 89 89 E info@la-on.eu www.la-on.eu
43
V.U. Paul Cools, Tavernierkaai 2/14, 2000 Antwerpen