Skip to main content

Jubileumboek 200 jaar Tankens

Page 1

steen voor steen

200 jaar


4


200 jaar

2.1 Ontstaan en oprichting

5


Voorwoord Een boek van 200+25 pagina’s over 200 jaar Tankens en 25 jaar vooruit kijken. Dat is wat er voor u ligt en waar u hopelijk met veel plezier in leest. Ons enthousiasme voor de geschiedenis en voor de enorme prestaties die onze voorvaderen hebben geleverd zijn de reden om dit boek uit te geven. Mocht u deze tijdreis voltooien dan zult u zien dat er in die periode veel is gebeurd en veel is veranderd. Grondlegger Willem Tankens had 200 jaar geleden, denken wij, niet kunnen bevroeden dat u twee eeuwen later nog eens over hem zou lezen. Als hij niet de eerste steen had gemetseld, hadden wij niet steen voor steen het bedrijf kunnen uitbreiden. Lees in dit boek eens op uw gemak hoe dat allemaal is gegaan. Hoe de geschiedenis van het stadje Woudrichem nauw is verweven met onze geschiedenis. De vroegere geschiedenisleraar Kees van Maastrigt (van wie Peter nog les kreeg op De Wegwijzer/Het Altena College) deelt hierover als gastschrijver leuke wetenswaardigheden. Ach, als je eenmaal in het verleden duikt, kom je van alles tegen. Onze nicht Martine Kant-Tankens (van ome Maar) dook in het Heusdens streekarchief en aangevuld door Pim zochten ze het allemaal uit. Wat een werk! Na het interbellum belandt Tankens in een zwarte periode, de Tweede

6


steen voor steen Wereldoorlog. Toch weet het bedrijf in die periode nog activiteiten te ontplooien. Gelukkig maar! Vervolgens breekt de tijd aan van de wederopbouw. Teun Tankens en na hem Piet Tankens spelen dan goed in op de toenemende vraag naar bouwactiviteiten. Piet was ook een pionier. Zonder te weten of er vraag naar was ging hij naar Duitsland om keukens in te kopen, kocht hij landbouwgrond in de hoop daar later op te bouwen en durfde hij het ook aan om buiten de deur te kijken. Dit resulteerde in een doe het zelf zaak (De Toren) in Gorinchem en later een keukenzaak op de plek waar voor die tijd een boerderij afbrandde. Kansen zien en benutten. Dat is ook wat wij iedere dag weer proberen te doen met als doel om het bedrijf stabiel te houden en het bedrijf voor te bereiden op de tijd die na ons komt. Of we dat goed doen weet je nooit. Leuk dat een aantal klanten in dit boek wil praten over hun ervaringen met ons bedrijf. Uiteindelijk bepalen zij hoe goed wij het doen. Veel leesplezier gewenst! Directie en familie Tankens

7


Inhoudsopgave

8


pag. 10 - 11 De geschiedenis

1863

1

pag. 12 - 41 Ontstaan en oprichting

2

pag. 42 - 89 De familie binnen het bedrijf

3

pag. 90- 107 Medewerkers en meesterschap

4

pag. 108 - 115 Een brede kijk op ondernemen

5

pag. 116 - 121 De verbondenheid met Andel en Altena

6

pag. 122 - 173 Klanten, adviseurs en leveranciers

7

pag. 174 - 179 Bouwen voor de Schoutens

8

Bouwen voor Schouten pag. 180 - 199 Tankens stabiel in een woelige wereld

9

pag. 200 - 211 Projecten door de tijd

10

pag. 212 - 215 Jubileumreis Hamburg

11

pag. 216 - 221 Innovatie & toekomst, Dankwoord

12


O1

De geschiedenis Lidmaten gereformeeerde kerk Waspik


1 Wie waren zij? Wanneer begint het verhaal van Tankens? Formeel is dat voor Tankens Andel het jaar 1825 bij grondlegger Willem Tankens. Maar je zou ook terug kunnen gaan tot het jaar 1670, toen Tankens in Baak (Steenderen) nog Tankink heette. Zover hebben Pim en Tineke Tankens na kunnen pluizen in het Nationaal Archief in Den Haag en met behulp van een heel verre neef Wim Willemsen kunnen achterhalen. Koffiepraat bij opa en oma

Maar ja, als we van dat jaartal uitgaan, is dat ook niet echt het begin. Daarvoor gebeurde er ook veel, alleen is dat stuk van de geschiedenis niet blootgelegd. Nee, eigenlijk start het verhaal over Tankens nog maar even geleden. Ergens tussen 1975 en 1979. Het was op een van die vele zondagen dat de familie Tankens na de kerkgang bij opa en oma Tankens (Teunis en Martijntje) aan de koffie zat. Praat zat. Hoe had Sparta’30 gespeeld die dag ervoor? Het weer, de moestuin, enfin voldoende stof tot spreken. Tot een van de Tankens-sen, we weten helaas niet meer wie dat was, de opmerking maakte dat de familie Tankens de enige Tankens op de wereld is. Er zou maar één Tankens-familie bestaan. “Die opmerking heb ik altijd onthouden”, vertelt Martine Kant-Tankens, dochter van Marius Tankens, de broer van Piet Tankens. “Klopte dat wel? Bestond er echt geen andere familie Tankens?” Vele jaren later toog ze aan het werk. Een jaar lang ploos Martine alle archieven uit in het Streekarchief van Heusden. Ze volgde zelfs een cursus om zich te bekwamen in archiefwerkzaamheden. Als een echte Tankens, want dat is ze, ging ze grondig te werk. Haar bijdrage aan de geschiedenis is vastgelegd in de stamboom van de familie, die iedereen in kan zien door heel eenvoudig bijgaande QR-code te scannen. Doe dat wel. Zo’n zoektocht naar de voorvaderen en -moeders van de huidige directie Pim en Peter is ontzettend interessant. En ook gewoon leuk om te doen. Net als Martine stuit je Stamboom familie Tankens

op bijzonderheden. Teunis Tankink (1763) heet na zijn huwelijk op 1786 van de een op de andere dag Teunis Tankens. Bijvoorbeeld ook dat er rond 1800, met pen, nog achternamen als Tankers en Dankers, in plaats van Tankens werden geschreven. Of neem de broers Pieter Dankers (17931858) en Willem Tankens (1798-1863), begraven in Woudrichem en komend uit Waspik. Wie waren zij? Hoe waren de anderen? Zijn er overeenkomsten te vinden tussen de Tankens-sen? Vragen we aan Martine. Wat is nou een echte Tankens? “Dat vind ik toch wel moeilijk om te zeggen. Ze waren ook zeker niet allemaal hetzelfde natuurlijk. Maar een paar dingen komen wel vaak terug. Het zijn bijtertjes, vasthoudend en doortastend. Vaak rustige mensen die niet graag op de voorgrond treden. Eerder afwachtend. Mensen van weinig woorden, maar daden. Doeners en ja, ook wel trots. Niet hooghartig zoals soms wordt beweerd. ’Als ze dat zeggen kennen ze ons niet’, zei Teus Tankens altijd.” Hoe dan ook, de conclusie van Martine na haar stamboomonderzoek was inderdaad dat er geen andere Tankens te vinden is. Het koffiepraatje klopte. Martine: “Als ze vragen: ’Ben jij er eentje van de firma Tankens?’ Dan kunnen wij allemaal volmondig ‘JA’ zeggen. Tankens is Tankens.”

1 De geschiedenis

11


O2

1786-01-22 huwelijksakte Teunis (Tankink) Tankens-Jenneke Boeser GAW024-Waspik

12


Ontstaan & oprichting Tankink gewijzigd in Tankens

2 Ontstaan en oprichting

13


2.1 Ouders van de eerste generatie Van militair naar metselaar

Het verhaal van 200 jaar Tankens is geen verhaal van juichen en vertier. Dat zou niet ‘des Tankens zijn’. Het is vooral een verhaal van een ondernemende familie die kansen benutte die de tijdgeest hen bood. Want het is een nuchter volkje daar in Andel, die lopen liever niet met de borst vooruit.

Jan Hendriks Tankink V:

Geertjen E. in ter Laren

M:

LEGENDA:

stamhouder Tankens vrouw betreffende generatie

V:Egbert Marsch in ter Laren

17-01-1680 † Lochem

00-00-1670 † 02-07-1749

Baak (Steenderen)Warnsveld

00-00-1675 T 1710 of later

Geertijn Jansen op Tankink 00-00-1706

Derk Jansen op Tankink 00-00-1710

Geertijn Jansen Tankink 00-00-1702 T 00-00-1703

Geertijn Jansen Tankink 00-00-1703 T 00-00-1703

Hendricus Jansen op Tankink 00-00-1708 T 00-00-1789

Geertjen (Grietjen) Gosens op 't Laer 04-02-1702 Lochem

Aeltien Lentink

29-10-1713 Warnsveld?

Gerrit Jansen op Tankink 29-10-1713 T Warnsveld

Jenneke Jansen op Tankink 00-00-1715 T 00-00-0000

Harmina Tankink 23-04-1752 T ??-??-???? 15 jaar oud als wees

Aaltje Tankink 10-03-1754 T ??-??-???? 13 jaar oud als wees

00-00-000 T 16-04-1746 Eefde

Gerrit Jansen op Tankink

Geertje Klokken 00-00-0000 T 00-00-1748

06-11-1720 T 21-05-1766 Zutphen Warnsveld

5 weeskinderen van Gerrit en Johanna zie: 1767-06-26 Weeskamer Zutphen boek XVI

Johanna (op het Grote) Hellingers 05-03-1724 00-00-0000 Vorden Warnsveld Warnsveld? 12-04-1749

Berend Olthof 08-07-1767 hertrouw

blz.24 en Boek XIII blz. 294

Johanna Tankink 07-11-1756 T ??-??-???? 11 jaar oud als wees

Maria Tankink 00-00-1758 T ??-??-???? 9 jaar oud als wees

Gerrit (Geret) Dankers 16-04-1786 T 11-11-1838 Waspik Hardinxveld

Pieter Tankens 25-10-1789 T 08-06-1791 Waspik Waspik

Maria Tankens 13-07-1788 T 14-09-1828 Waspik Loon op Zand

Pieter Dankers 17-04-1793 T 08-02-1858 Waspik Woudrichem

Gerritjen Tankink 22-06-1766 T 00-00-0000 (Gerrit Tankink was toen net overleden)

Gerrit Jan Tankink 06-07-1749

Gerrit Jan Tankink 04-10-1750 T 00-00-000

Teunis Tankink/Tankens

25-10-1763 T 16-09-1818 Zutphen Klundert 7 jaar oud als wees

Jenneke Boeser

22-01-1786 Waspik

25-11-1764 T 15-05-1802 Waspik Waspik

Johanna Tankers 16-12-1795 T 23-11-1829 Waspik Waspik

Tona Tankers 16-11-1800 T 00-00-0000 Waspik ?

1e Willem Tankens

13-06-1798 Waspik

14

T 09-07-1863 Woudrichem

Maria Hello

20-02-1823 W'chem

08-09-1796 T 21-05-1877 Woudrichem Woudrichem


Weesakte 1767-06-26 Gerrit Tankink- Johanna Hellegers, Weeskamer inschrijvingen 5 minderjarige kinderen o.a. Teunis

Laat ons eens een kijkje nemen bij Willem Tankens, de stamvader die in 1825 voor zichzelf begon. Waar kwam die Willem vandaan? We doen daarvoor een stapje terug in de tijd en belanden in het jaar 1763. Willem zijn vader Teunis (Tuenes, 1763-1818) is zevende van acht kinderen in het gezin Gerrit Jansen op Tankink (1720-1766) en Johanna op het Grote Hellingers. Na het overlijden van zijn vader verhuist Teunis als wees van Warnsveld, Zutphen naar Zeeland en wordt soldaat. Waarom soldaat? Geheel ongebruikelijk was dat niet in die tijd. Er viel nogal eens een oorlog uit te vechten en de economie draaide matig. Het leger bood dan toch een zekere mate van status en inkomen. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat hij als bestedeling in het leger heeft gediend. Tot diep in de 20e eeuw werden onder andere wezen regelmatig, met behulp van de kerk, bij derden geplaatst, bijvoorbeeld boeren en pleeggezinnen. Dezen kregen dan een vergoeding voor de ‘uitbesteding’.

Na zijn diensttijd gaat Teunis in Waspik wonen. En weer vragen we ons af, waarom? Helaas, alleen in documenten kunnen we over zijn bestaan nog lezen. Hoe hij leefde, wie hij was? We weten het gewoon niet. De tijd kent geen spreekbuis. In Waspik leert Teunis Jenneke Boeser kennen. Of het liefde op het eerste gezicht was, weten we niet, maar het stel trouwt en krijgt zeven kinderen. Door de gemeente worden voor ongeletterde Teunis en zijn kinderen verschillende achternamen genoteerd (Tankink, Tankens, Dankers en Tankers). In de trouwakte van 22-01-1786 is duidelijk te zien dat zijn oorspronkelijke achternaam Tankink veranderd wordt in Tankens. Dat lijkt misschien wat onzorgvuldig. Maar in die tijd was een achternaam nog niet per se nodig en niet zo belangrijk. Pas in 1811 voert Napoleon het gebruik van achternamen in. Wellicht heeft Teunis Tankink uit onvrede over een gedwongen verhuizing zijn Overijsselse naam bewust laten veranderen in meer een Brabants klinkende naam Tankens. Teunis wordt metselaar. Van bajonet naar troffel. Inmiddels was Nederland een onderdeel van het Franse Keizerrijk (1794 tot 1814). Nederland wordt een moderne staat met een grondwet, metriek stelsel, burgerlijke stand en rechts in plaats van links rijden. Omdat vader metselaar was, leren zijn zonen Pieter Dankers (1793-1858) en Willem Tankens (1798-1863) ook het vak van metselaar. Onze Willem was dus de zoon van een metselaar. Een man die steen voor steen de kost verdiende. ▪

2.1 Ontstaan en oprichting

15


2.2 1e Generatie Willem (1798-1863) Van Waspik naar Woudrichem Vader Teunis overlijdt in 1818 op 54- jarige leeftijd. De memorie van aangifte is ondertekend door vier mannelijke familieleden en drie dochters plaatsten een kruisje omdat ze niet kunnen schrijven.

1819-11-15 Memorie van Aangifte Teunis Tankink-Tankens

Gerrit (Geret) Dankers 16-04-1786 T 11-11-1838 Waspik Hardinxveld

Pieter Tankens 25-10-1789 T 08-06-1791 Waspik Waspik

Maria Tankens 13-07-1788 T 14-09-1828 Waspik Loon op Zand

Pieter Dankers 17-04-1793 T 08-02-1858 Waspik Woudrichem

Teunis Tankens (Tankink) 25-10-1763 Zutphen

T 16-09-1818 Klundert

Jenneke Boeser

22-01-1786 Waspik

25-11-1764 T 15-05-1802 Waspik Waspik

Tona Tankers 16-11-1800 T 00-00-0000 Waspik ?

Johanna Tankers 16-12-1795 T 23-11-1829 Waspik Waspik

gehuwd in Waspik op 15-03-1817 met Cornelia Maas (26-10-1792 T 26-05-1855)

1e Willem Tankens

kinderen : Pieter Adrianus (meester) timmerman Jenneke Leendert (meester) metselaar, winkelier en koopman

Jenneke Tankens 10-09-1823 T 30-04-1903 Woudrichem Amsterdam

13-06-1798 Waspik

T 09-07-1863 Woudrichem

Maria Hello 20-02-1823 W'chem

08-09-1796 T 21-05-1877 Woudrichem Woudrichem

Adrianus Tankens 15-04-1832 T 15-11-1889 Woudrichem Woudrichem

Hendrikus Tankens 14-11-1825 T 11-06-1912 Woudrichem Woudrichem

2e Teunis Tankens

16

Adrianus Tankens 07-09-1830 T 05-06-1831 Woudrichem Woudrichem

16-10-1827 T 07-07-1880 Rijswijk Andel


Vesting Woudrichem Militaire objecten ca 1880

Wouter Tankens 08-08-1834 T 18-06-1837 Woudrichem Woudrichem

Leendert Tankens 01-06-1838 T 27-05-1921 Woudrichem Woudrichem

Adriana Tankens 18-02-1836 T 27-01-1915 Woudrichem Woudrichem

Lena Tankens 08-05-1840 T 23-05-1842 Woudrichem Woudrichem

Romantisch beeld Woudrichem rond 1850

2.2 Ontstaan en oprichting

17


Als Teunis sterft is Willem 20 jaar oud. Broer Pieter Dankers is al ondernemer en bouwt in Woudrichem een flink bezit op. Na het overlijden van vader Teunis gaat Willem zijn broer Pieter achterna. Dat is niet zonder reden. De Fransen maakten namelijk een einde aan het Gildewezen. Hierdoor golden er geen vestigings- en bekwaamheidseisen meer binnen het schootsveld van een stad. De Fransen, later niet vies van staatsdenken, geloofden in vrije concurrentie en iedere vrije burger moest het recht hebben om een beroep, fabriek of nering op te zetten. Kortom, Pieter en Willem roken dat er werk aan de winkel was in het vestingstadje. Aan het einde van de Franse Tijd (1794-1814) is een groot deel van Woudrichem verwoest. Vanaf 1815 wordt de stad tevens onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Woudrichem krijgt opnieuw een belangrijke rol in de verdediging van ons land. Er is veel herstelwerk en militaire nieuwbouw. Dus kansen. Willem leert in Woudrichem Maria Hello kennen. Nog een kans… Maria is namelijk een dochter van Hendrik Hello, een voornaam inwoner van Woudrichem

Deurwaardersexploot 1853

18


Trouwakte WillemTankens en Maria Hello 20-02-1823

Beroep metselaar

en eigenaar van diverse panden en aannemer van werken in de weg- en waterbouw. Op 20 februari 1823 trouwt Willem met Maria en wordt op de achterzijde een correctie gemaakt m.b.t. de naam van vader Teunis. Eh, zien we aan deze partnerkeuze misschien al wel de ondernemende geest van Willem? Of mogen we dat niet denken? De oudste zoon van broer Pieter Dankers, Pieter Adrianus (1823-1903), is meester-timmerman, de jongste zoon Leendert Dankers (1828-1908) is meestermetselaar. Willem wordt door oudere broer Pieter en schoonvader Hendrik Hello gestimuleerd om als ondernemer-metselaar aan de slag te gaan. Vanaf het oprichtingsjaar 1825 gaat hij als metselaar zelfstandig werkzaamheden uitvoeren. In 1853 bouwt Willem Tankens samen met timmerman Hendrik Verzijl in onderaanneming van Roelof Roomer een schoollokaal in Woudrichem. Met deurwaardersexploot d.d. 10 juni 1853 wordt het gemeente bestuur kenbaar gemaakt, dat Roomer de betaling van zijn aanneemsom heeft gecedeerd aan Tankens en Verzijl. Het bestuur mag alleen betalen aan Tankens/Verzijl of Roomer/Tankens/ Verzijl tezamen.

Willem Tankens en Maria Hello krijgen tussen 1823 en 1840 samen negen kinderen. Een vruchtbaar huwelijk, maar drie kinderen worden, zoals wel vaker in die tijd, niet oud. Alle vier de zonen Hendrikus (1825-1912), Teunis (1827-1880), Adrianus (18321889) en Leendert (1838-1921) worden wederom metselaar in het bedrijf van hun vader. Steen voor steen start hier de wordingsgeschiedenis van Tankens als bedrijf. 1825. Ons Koninkrijk, gevormd in 1815, was nog pril en de Fransen waren nog maar net vertrokken. Nee, we gaan u als lezer hier niet bijpraten over de hele vaderlandse geschiedenis, maar relevant is het verhaal over ons koninkrijk wel. Later gaan de Oranjes namelijk nog een rol spelen… ▪

2.2 Ontstaan en oprichting

19


1878 Willem III toekenning subsidie Romboutstoren

1e Willem Tankens

13-06-1798 Waspik

Jenneke Tankens 10-09-1823 T 30-04-1903 Woudrichem Amsterdam

T 09-07-1863 Woudrichem

Maria Hello 20-02-1823 W'chem

08-09-1796 T 21-05-1877 Woudrichem Woudrichem

Hendrikus Tankens 14-11-1825 T 11-06-1912 Woudrichem Woudrichem

2e Teunis Tankens

16-10-1827 T 07-07-1880 Rijswijk Andel

Adrianus Tankens 07-09-1830 T 05-06-1831 Woudrichem Woudrichem

Wouter Tankens 08-08-1834 T 18-06-1837 Woudrichem Woudrichem

Leendert Tankens 01-06-1838 T 27-05-1921 Woudrichem Woudrichem

Adrianus Tankens 15-04-1832 T 15-11-1889 Woudrichem Woudrichem

Adriana Tankens 18-02-1836 T 27-01-1915 Woudrichem Woudrichem

Lena Tankens 08-05-1840 T 23-05-1842 Woudrichem Woudrichem

Maria (Mieke) Tankens 01-08-1862 T 00-00-0000 Andel Andel

Wilhelmina (Mien) Tankens 26-12-1866 T 13-09-1938 Andel Bergen op Zoom

Maaike (Maartje) Tankens 03-07-1864 T 26-07-1879 Andel Andel

Jenneke (Jen) Tankens 19-07-1871 T voor 1950 Andel Andel

Johanna van Andel 03-12-1858 Andel

17-03-1833 T 16-11-1873 Giessen Andel

Willem Tankens 01-10-1859 T 22-04-1861 Andel Andel

20

3e Pieter Tankens

26-03-1861 T 05-10-1940 Andel s-Hertogenbosch

Teuntje Tankens 12-11-1872 T 12-11-1872 Andel Andel


2.3 2e Generatie Teunis (1827-1880) Van Gemeentetoren naar Romboutstoren Teunis is net als zijn vader Willem en zijn broers Hendrikus, Adrianus en Leendert zelfstandig metselaar in Woudrichem. De eerste twee hebben tussendoor ook in Brielle aan de vestingwerken gewerkt.

Door de invoering van de Kringenwet van 1853 wordt Woudrichem buiten de omwalling sterk in groeimogelijkheden beperkt. Drie kringen, denkbeeldige cirkels om de stad, bepaalden de bouwmogelijkheden direct buiten de stadswallen. De eerste kring verbood stenen bouwwerken binnen 300 meter van de stad. De stad kon dus niet meer uitgebreid worden met steenachtige gebouwen buiten de omwalling. Lees, weinig metselwerk aan de winkel. Of daar per se verband mee bestond is niet gedocumenteerd, maar Teunis Tankens verhuist in 1857 naar Andel. Het werk in Woerkum zit erop, zal hij wel gedacht hebben. Ontwaren we hier al een typische ondernemersfamilie? We zijn er niet bij geweest en kunnen het ook niet meer vragen. Opvallend is wel dat gevaren worden onderkend en voor zelfstandig ondernemerschap moeten kansen worden gezocht. Anderzijds, zoveel had hij niet te verliezen. Want werken in loondienst was in die tijd weinig aanlokkelijk gezien de zeer lage lonen. Niet te vergelijken met tegenwoordig. Net als de grote gezinnen trouwens. Teunis krijgt samen met Johanna van Andel (1833-1873) zeven kinderen.

wijze. Na veel discussie krijgt de gemeente een eenmalige subsidie van f 250 van de minister van Binnenlandse Zaken om de toren met behoud van originele elementen te restaureren. De toekenning geschiedt op 7 september 1878 en is getekend door Koning Willem III, voorvader van onze huidige koning. Rond 1879 worden volgens een kostenoverzicht de metselwerkzaamheden door Teunis Tankens uitgevoerd (dagloon f 1,60/dag). De enige zoon Pieter (1861-1940) is metselaar net als zijn vader Teunis en heeft volgens het kostenoverzicht waarschijnlijk als knecht bij de restauratie meegewerkt voor f 1,20/dag. Onbedoeld wordt hier het zaadje geplant voor een langdurige verbondenheid met het dorp. ▪

In 1876 heeft het gemeentebestuur van Andel het voornemen om de Gemeentetoren (Romboutstoren) i.v.m. lekkage te repareren. Rond de restauratie van de toren is veel te doen over de uitvoerings-

1879 factuur Teunis (1827-1880) voor werkzaamheden Romboutstoren

2.3 Ontstaan en oprichting

21


2.4 3e Generatie Pieter (1861-1940) Van smal naar breed

Pieter Tankens (1861-1940)

2e Teunis Tankens

16-10-1827 T 07-07-1880 Rijswijk Andel

Betje Tankens-van Berkel

Johanna van Andel 03-12-1858 Andel

17-03-1833 T 16-11-1873 Giessen Andel

Willem Tankens 01-10-1859 T 22-04-1861 Andel Andel

3e Pieter Tankens

26-03-1861 T 05-10-1940 Andel s-Hertogenbosch

22-05-1890 Giessen

Maria (Mieke) Tankens 01-08-1862 T 00-00-0000 Andel Andel

Wilhelmina (Mien) Tankens 26-12-1866 T 13-09-1938 Andel Bergen op Zoom

Maaike (Maartje) Tankens 03-07-1864 T 26-07-1879 Andel Andel

Jenneke (Jen) Tankens 19-07-1871 T voor 1950 Andel Andel

Adriana Wilhelmina Heijstek 02-06-1867 T 27-09-1891 Giessen Andel

Johanna (Jo) Tankens 06-08-1891 T 00-00-0000 Andel Andel

Elisabeth C. (Betje) v. Berkel 04-08-1892 Andel

Teuntje Tankens 12-11-1872 T 12-11-1872 Andel Andel

11-05-1866 T 30-11-1941 Andel Andel

Geertje (Set) Tankens 05-11-1894 T 09-08-1978 Andel Sleeuwijk

Arie (Aai) Tankens 18-01-1897 T 14-12-1971 Andel Andel

Adriana (Jaantje)(tweeling) 27-10-1901 T 07-12-1985 Andel Andel

Maaike (Mak) Tankens 01-12-1895 T 08-11-1969 Andel Andel

Hendrikus (Drik) Tankens 10-12-1898 T 15-05-1969 Andel Andel

Maria Tankens (tweeling) 27-10-1901 T 31-03-1902 Andel Andel Francina (Sientje) Tankens

4e Teunis (Teun)

22

24-06-1893 T 01-03-1985 Andel Andel

Martijntje M. Schouten 1-6-1921 Giessen

26-06-1897 T 31-01-1988 Giessen Andel

24-10-1907 T 00-00-0000 Andel ?


We zijn inmiddels aanbeland bij de derde generatie Tankens. Een belangrijke periode in het familiebedrijf. Want onder leiding van Pieter Tankens krijgt het familiebedrijf een meer formele status. Op 15 maart 1921 is namelijk in de Handelsregistratiewet de registratie van ondernemingen bij een Kamer van Koophandel en Fabrieken verplicht gesteld. Precies een maand later, op 15 april 1922, wordt de handelsnaam P. Tankens voor het eerst ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Dordrecht. Deze eerste inschrijving betreft een bedrijf dat metselwerk uitvoert en steenkolen verhandelt. Pieter Tankens is dan 61 jaar oud en gevestigd aan de Achterstraat 139 te Andel. Aan de inschrijving zien we ook dat het bedrijf werkt aan een brede basis. Ambachtelijk metselwerk voerde altijd al de boventoon, maar nu werd daar ook een handelscomponent aan toegevoegd in de vorm van kolenverkoop in de winter, klompenmaker en veehouderschap. >

Hoe simpel kan het zijn. Woning Rietdijk

Aanvraag vergunning huurwoning Rietdijk, Andel

P.S. Hoe interessant en leerzaam het Streekarchief van het Land van Heusden en Altena (SALHA) kan zijn, blijkt als voor dit boek ter plaatse een foto gemaakt wordt. Wat ligt er op tafel? Een tot dat moment onbekende bouwaanvraag door en voor rekening van Pieter voor de bouw van een huurwoning aan de Rietdijk in Andel. We spreken over het jaar 1907. Ook Pieter was al bezig met ontwikkeling en verstandige belegging van zijn centen in stenen.

2.4 Ontstaan en oprichting

23


Arie Tankens en Pietje Redert op motorfiets (10 09 1921)

Drik Tankens (1898-1969)

Pieter (1861-1940) advertenties Vaars en bieten

Aanbesteding Burgemeesterswoning Sleeuwijk, Prov.N,Br. Courant 21-01-1924.

Aanbesteding Burggemeesterswoning Sleeuwijk, artikel


Sleeuwijk-14 Burgemeesterwoning, Drikus Westerlaken, Teunis Tankens, Fien Pellekaan, Arie Tankens, Hendrikus Tankens, Goverrt Schouten, Cees van Tilburg en Anton Verdoorn

Ondernemersplannen, missies en visies waren nog woorden waar niemand van had gehoord. Men deed gewoon alles om de eigen boontjes te doppen. Ondernemen was voor de meesten ook een karaktereigenschap. Hard werken deden wel meer mensen, zeg maar gerust de meesten, maar initiatief nemen om met kleine stapjes steeds verder vooruit te komen was weer iets anders. De term ‘Kleine Luyden’ was al lang uitgevonden (Abraham Kuyper) maar anders hadden de Tankens-sen misschien wel aanspraak gemaakt op die geuzentitel. De zonen van Pieter en zijn 2e vrouw Elisabeth van Berkel (Betje 1866-1941), Teunis (Teun 1893-1985) en Hendrikus (Drik 1898-1969), leren het metselvak van en werken bij hun vader. Zoon Arie (Aai 1897-1971) wordt timmerman. In 1924 wordt door de drie gebroeders in Sleeuwijk gezamenlijk een burgemeesterswoning gebouwd. Sleeuwijker Fien Pellekaan timmert ook mee en wordt na de oorlog de schoonvader van kleinzoon Pieter Tankens die in 1947 zal gaan trouwen met Geertruida (Truus 1922-2012) Pellekaan. Arie vindt motorisering ook erg interessant en richt zich meer en meer op fietsenhandel, auto- en taxiverhuur. Steen voor steen krijgt het familiebedrijf gestalte. Het begint al wat te worden. ▪

Tankens bouwt in Sleeuwijk, Teunis rechts in portaal

2.4 Ontstaan en oprichting

25


Teunis Tankens en Martijntje Schouten verloving 3e Pieter Tankens

26-03-1861 T 05-10-1940 Andel s-Hertogenbosch

22-05-1890 Giessen

Adriana Wilhelmina Heijstek 02-06-1867 T 27-09-1891 Giessen Andel

Johanna (Jo) Tankens 06-08-1891 T 00-00-0000 Andel Andel

Elisabeth C. (Betje) v. Berkel 04-08-1892 Andel

11-05-1866 T 30-11-1941 Andel Andel

Geertje (Set) Tankens 05-11-1894 T 09-08-1978 Andel Sleeuwijk

Arie (Aai) Tankens 18-01-1897 T 14-12-1971 Andel Andel

Adriana (Jaantje)(tweeling) 27-10-1901 T 07-12-1985 Andel Andel

Maaike (Mak) Tankens 01-12-1895 T 08-11-1969 Andel Andel

Hendrikus (Drik) Tankens 10-12-1898 T 15-05-1969 Andel Andel

Maria Tankens (tweeling) 27-10-1901 T 31-03-1902 Andel Andel Francina (Sientje) Tankens 24-10-1907 T 00-00-0000 Andel ?

e

4 Teunis (Teun)

24-06-1893 T 01-03-1985 Andel Andel

Martijntje M. Schouten 1-6-1921 Giessen

26-06-1897 T 31-01-1988 Giessen Andel

e

26

5 Pieter (Piet)

26-2-1922 T 18-07-1986 Andel Gorinchem

29-10-1947

Sleeuwijk

Antonia Maria (Toos) 29-1-1923 T 00-00-0000 Andel s Gravenhage

Elisabeth Christina (Bets) 27-07-1925 T 02-08-2020 Andel Harskamp

Amerentia Maria (Rens) 06-03-1930 T 04-01-2010 Andel Andel

Nicolaas G. J. (Niek) 21-06-1924 T 12-08-1999 Andel Andel

Mechelina (Lina) 19-03-1927 T 06-01-2006 Gorinchem Gorinchem

Geertje Maaike (Gerrie) 18-11-1932 T 04-01-2025 Andel Andel

Johanna (Jo)

Marius (Maar)

Geertruida (Truus) Pellekaan 10-7-1922 T 02-02-2012 Sleeuwijk Almkerk

24-08-1928 T 14-02-2014 Andel Almkerk

22-10-1935 T 02-07-2014 Andel Andel


2.5 4e Generatie Teunis (Teun 1893-1985) Het fundament is klaar De jaren dertig. Crisis en, naar wij nu weten, barre vooruitzichten. Pieter zijn zonen Teunis en Hendrikus hebben vanaf ca 1922 een Samenwerking in een Metselaars- en Aannemingsbedrijf. Aan de toevoeging ‘en Aannemingsbedrijf’ zien we weer die bredere basis naast het ambachtelijke metselwerk.

De vrouw van Teun, Martijntje Tankens-Schouten (1897-1988) komt uit een ondernemend gezin en voorziet met haar zakelijke intuïtie de noodzaak van goede juridische en financiële afspraken. Voor de tweede keer in de geschiedenis weet familiebedrijf Tankens ondernemend DNA aan de bloedband toe te voegen. Eerder was grondlegger Willem Tankens al getrouwd met ondernemersdochter Maria Hello. En overigens, het is waarschijnlijk niet alleen ondernemersbloed dat toegevoegd wordt, Zie verder in dit boek. Samen krijgen Teun en Martijntje negen kinderen. Oudste zoon Pieter (Piet 1922-1986) gaat als 13-jarige in de crisisjaren voor de Tweede Wereldoorlog al met vader mee om geld te verdienen voor het gezin dat uit vader, moeder en negen kinderen bestond. Een dringend verzoek van hoofdonderwijzer meester Bronkhorst van de lokale landbouwschool, dat intelligente Piet verder moet leren, vindt bij vader en moeder geen aarde.

Voor zwager Marinus Schouten (1894-1970) worden net voor de oorlog en direct daarna dankbaar veel en grote werken in Andel gerealiseerd. Op 3 maart 1939 wordt de beëindiging van de samenwerking tussen de broers Teunis en Hendrikus notarieel vastgelegd en gaat Teun met zijn oudste zoon Piet verder. Ruim een jaar later, in 1940, breekt er een zwarte bladzijde aan in de geschiedenis. Nederland wordt onder de voet gelopen door het Duitse invasieleger en zal vijf jaar lang gebukt gaan onder de tirannie van het nazisme. Teun en Piet slaan zich door die periode heen, met wat je gerust kunt noemen ‘van alles en nog wat’. Er komen weinig nieuwe werken los. Waarschijnlijk, volgens Pim Tankens, worden er nog wel herstel- en onderhoudsmetselwerk in het dorp verricht. In de zakkenloods van Schouten sjouwen de mannen ook met zakken graan en meel. Toch weer wat verdiend. >

Martijntje Schouten (links) hoed tussen broers en zussen

2.5 Ontstaan en oprichting

27


Levinus en Bastiana Pellekaan, ouders Truus

Piet en Truus trouwfoto

Rapport Piet (1922-1986) Landbouwschool

Piet heeft het metselambacht van vader Teun geleerd en haalt in de oorlog zijn handelskennisdiploma en na de oorlog in de avonduren zijn aannemers diploma’s. Op 3 december 1945 wordt het bedrijf T. Tankens en Zoon ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Waalwijk als ‘Metselaars en Aannemersbedrijf, den Handel in gresbuizen en aanverwante artikelen, als inmaakpotten en dergelijke’. Het bedrijf wordt volgens de inschrijving al uitgeoefend sinds 1930 en is gevestigd A81a (d.i. later A104) te Andel. De boekhouding wordt aan de woonkamertafel bij Teun door Martijntje en later haar dochters Elisabeth Christina (Bets den Bakker-Tankens) en Geertje Maaike (Gerrie Versteeg-Tankens) gedaan. Gerrie bleef altijd zeer geïnteresseerd en meelevend naar ‘haar’ familie bedrijf, wat door de eigenaren zeer werd gewaardeerd. Op 23-10-1947 trouwde Piet met Geertruida (Truus 1897-1988 ) Pellekaan, een dochter van timmerman Fien Pellekaan, met wie Tankens eerder in 1924 de burgemeesterswoning bouwde. ▪

28


Teunis (1893-1985) en Martijntje Tankens 60 jaar getrouwd

Gezin Gerrie Versteeg-Tankens

1996 Brief tante Gerrie m.b.t.. nieuw kantoor

2.5 Ontstaan en oprichting

29


Bedrijfsuitje vliegveld Ypenburg ca. 1963

51

50 48

49

40

41

33

42

43 35

34

28

27 12

1

30

13

14

2

15

3

16

4

17

18

5

1 Koos Schouten, 2 Jo van Tilborg, 3 Ria Nieuwenhuizen, 4 Anton Verheij, 5 Jan Straver (Jan de Cub), 6 Peer Naaijen, 7 Ab Hobo, 8 Jan de Joode (Jan de Bliek), 9 Leen de Joode, 10 Johan de Cloe, 11 Ome Maar Tankens, 12 Ome Bas Nieuwenhuizen, 13 Tante Toos Nieuwenhuizen, 14 Oma Martijntje Tankens-Schouten, 15 mevrouw Jannie (Koos) Schouten, 16 mevrouw (Anton) Verheij, 17 mevrouw (Jan) Straver, 18 mevrouw (Peer) Naaijen, 19 mevrouw (Dries) van Straaten, 20 Dries van Straaten, 21 mevrouw (Ab) Hobo, 22 ? mevrouw (Jan) de Joode ?, 23 ? mevrouw (Leen) de Joode ?, 24 Tante Kok Tankens, 25 mevrouw Corrie de Cloe, 26 Tante Peetje


44

45

36

37 29

8 19

20

6

46 38

30

47 39

31 21

7

32 22

23

8

24

9

25

10

26

11

Tankens, 27 Gert de Tek, 28 mevrouw (Gert) de Tek, 29 Bertus Kant, 30 mevrouw Jans Kant, 31 mevrouw (Drikus) Westerlaken, 32 Drikus Westerlaken, 33 Alibert Bok, 34 mevrouw Willy Bok, 35 Huub Branderhorst, 36 Adrie Roza, 37 Ome Niek Tankens, 38 mevrouw Pietje Bok, 39 Hannes Bok (Hannes den Bam), 40 Kees van de Wiel, 41 mevrouw (Kees) van de Wiel, 42 Dirk Bok, 43 Arie van Rijswijk, 44 ? Henk Kant ?, 45 Jan van Daalen, 46 Ad kant, 47 Arie Schouten, 48 mevrouw (Piet) Naaijen, 49 Piet Naaijen, 50 Pa Piet Tankens, 51 Opa Teun Tankens

31


2.6 5e Generatie Pieter (Piet 1922-1986) Eerste periode van bloei Op 29 juni 1959 wordt de bedrijfsomschrijving aangepast naar: ‘Aannemersbedrijf op het gebied van de burgerlijke en de utiliteitsbouw. Handel in bouwmaterialen zoals steen, tuinhout, beton, keukenhandel, etc.’ De vestigingsplaats wordt A110, later hernoemd tot Julianastraat 3-5, het nieuwgebouwde woonhuis van Piet en Truus. Ook de nieuwe boekhouder Koos Schouten heeft zijn kantoorruimte in het huis van Piet. We zijn dan vier inschrijvingen en 134 jaar verder. Aan de laatste inschrijving van 1959 zien we af dat het bedrijf van een éénpits metselaar is gegroeid naar een breed aannemingsbedrijf met handelsactiviteiten die tot op de dag van vandaag worden uitgeoefend. Daar zou weinig meer aan veranderen de komende 66 jaar. En toch, de echte groei moest nog komen. Zij het dat de fundering was gelegd. We naderen de jaren zestig. Tijdperk van verandering en rumoer. Ook een tijdperk waarin we reikhalzend uitzien naar de ontwikkeling van Tankens. Want zoals we zagen aan het eind van hoofdstuk 2.5, is de basis voor de brede onderneming gelegd. Maar hoe nu verder? Hoe zal het hun vergaan nu de tijdgeest zo verandert? Piet zegt dat Tankens dan een bedrijf is van al ruim 90 jaar oud, in de veronderstelling dat zijn opa Pieter (1861-1940) in 1875 met het bedrijf gestart zou zijn. Piet is

e

4 Teunis (Teun)

24-06-1893 T 01-03-1985 Andel Andel

net als vader Teun metselaar. Nog steeds, maar ook ontwikkelaar. Begin jaren ‘60 worden diverse bouwlocaties van de gemeente gekocht, soms ook samen met Architect Van Engelen uit Woudrichem, die alle koopwoningen ontwerpt. Aansluitend worden ze in Wijk, Woudrichem, Rijswijk, Sleeuwijk en Andel o.a. aan broers en zussen verkocht. Op 1 januari 1962 treedt vader en vennoot Teunis terug. De bouwonderneming wordt als VOF voortgezet door de drie broers Pieter (Piet), Nicolaas (Niek 1924-1999) en Marius (Maar 1935-2014) Tankens onder de handelsnaam ‘Aannemers- en handelsbedrijf T. Tankens en Zonen’. Drie kapiteins op één schip. Net als Piet is broer Niek aannemer/ metselaar. Broer Maar is aannemer/timmerman. Blijven ze op koers? Ja, dat blijven ze. Mede omdat in de praktijk Piet de kapitein/navigator is en de broers opereren als stuurman en scheepsmachi-

Martijntje M. Schouten 1-6-1921 Giessen

26-06-1897 T 31-01-1988 Giessen Andel

e

5 Pieter (Piet)

Martijntje Mechelina (Tijke) 18-9-1948 Andel

26-2-1922 T 18-07-1986 Andel Gorinchem

Levinus (Fien) 27-12-1949 Andel

Bastiana A. C. (Sjany) 29-7-1953 Andel

6e Teunis N. P. (Teus)

32

16-10-1951 T 15-12-2016 Andel Andel

Johanna J. (Hannie) van Dongen

19-6-1954 Raamsdonksveer Raamsdonk 11-6-1976

29-10-1947

Sleeuwijk

Antonia Maria (Toos) 29-1-1923 T 00-00-0000 Andel s Gravenhage

Elisabeth Christina (Bets) 27-07-1925 T 02-08-2020 Andel Harskamp

Amerentia Maria (Rens) 06-03-1930 T 04-01-2010 Andel Andel

Nicolaas G. J. (Niek) 21-06-1924 T 12-08-1999 Andel Andel

Mechelina (Lina) 19-03-1927 T 06-01-2006 Gorinchem Gorinchem

Geertje Maaike (Gerrie) 18-11-1932 T 04-01-2025 Andel Andel

Johanna (Jo) 24-08-1928 T 14-02-2014 Andel Almkerk

Marius (Maar) 22-10-1935 T 02-07-2014 Andel Andel

Aaltje Wilhelmina (Alie) 20-10-1961 Andel

Geertruida M. A. (Trudie) 17-3-1963 Andel

Geertruida (Truus) Pellekaan 10-7-1922 T 02-02-2012 Sleeuwijk Almkerk

Antonia G. E. (Toos) 8-5-1957 Andel

Elizabeth Christina (Liesbeth) 18-10-1966 Andel

e

6 Pieter (Pim)

24-11-1959 Andel

11-4-1986 Woudrichem

Trienette S.G.(Tineke) Mosterd 1-9-1960 Coevorden


nist. Piet is zeer ondernemend en ontwikkelt het bedrijf in korte tijd van een kleine bouwonderneming tot een modern en gezond aannemings- en handelsbedrijf. Tot eind jaren ’70 verkoopt de gemeente diverse bouwlocaties aan Tankens. Als er echter een nieuw gemeentebestuur komt, worden de verhoudingen moeizamer en lijken aannemers van ver weg de voorkeur te krijgen. De opslag van bouwmaterialen aan de Julianastraat 5 is te klein en een ongeveer 1,75 hectare groot weiland ‘de Waai’ aan de Hoofdgraaf wordt gekocht. Voor niet ingezetenen van Andel: dat is het weiland waarop het huidige bedrijf Tankens aan de Hoofdgraaf is gevestigd, midden tussen de landerijen. Bedrijfspanden en twee bedrijfswoningen volgen. In 1974 wordt bedrijfs onroerend goed verdeeld en verandert de naam en de rechtspersoon van T. Tankens en Zonen in Tankens Andel BV. De jongere broers Niek en Maar Tankens nemen in 1983 afscheid van het bouwbedrijf en Piet zet het bedrijf alleen voort. Dit duidt erop dat het ondernemerschap bij Piet ligt. Het ondernemerschap komt ook tot uiting in het gezin van Piet en Truus. Het oude huis aan de Julianastraat 5 te Andel wordt in 1959 vervangen door een nieuwe woning. Het bedrijf wordt aangestuurd vanaf de woonkamertafel. >

Piet en Niek Tankens, metselaars.

Maar Tankens, timmerman

Piet en Truus Tankens op trouwdag Alie

2.6 Ontstaan en oprichting

33


Behalve de woonkamertafel is er in het nieuwe huis een apart kantoortje voor de boekhouder. Achter de woning staat inmiddels een werkplaats voor de machinale productie van onder andere houten trappen en kozijnen. Tankens verhuist rond 1975 naar een externe kantoorruimte tegenover het ouderlijk huis, Julianastraat 10 te Andel. Vader Piet heeft een vooruitziende blik. In 1977 richt hij een onroerend goed “BV de Rietdijk” op. Hierin worden voornamelijk opslagloodsen gebouwd en geëxploiteerd. Opslagruimte wordt onder andere verhuurd aan HAK conserven. In 1978 richt hij ook los van zijn twee broers een Beheer BV met twee zelfstandige werkmaatschappijen op: ‘Keukenhoff Tankens B.V.’ en ‘Doe het zelf centrum De Toren Gorinchem’. Ook Tankens Andel BV wordt ondergebracht bij Beheer. Twee van de negen kinderen worden zelf verantwoordelijk voor de nieuwe vennootschappen. Dochter Bastiana (Sjany 1953) leidt de keukenzaak en dochter Martijntje (Tijke 1948) leidt De Toren samen met haar echtgenoot Gerrit van Bruggen. Oudste zoon Levinus (Fien 1949) is uitvoerder in het bouwbedrijf en de zonen Teunis (Teus 1951-2016) en Pieter (Pim 1959) volgen beiden een bouwopleiding. Teus volbrengt de HTS en gaat thuis werken. Pim volbrengt na de HTS ook de 5-jarige Technisch Hogeschool (TH) Delft Civiele techniek (1981-1985) en trouwt op 11-4-1986 met Tineke Mosterd. Piet Tankens staat op de trouwfoto voor de laatste keer samen met zijn vrouw Truus op één foto.

34

1986 Piet en TruusTankens voor de laatste keer samen op de foto bij bruifoft Pim en Tineke Tankens-Mosterd. 1980-09-11a Piet ging graag naar zonen bij Sparta '30 kijken


In 1985 volgt een eenvoudige bedrijfsopvolging voor Tankens Beheer (bouwbedrijf, keukenzaak en doe het zelf zaak) met herverdeling van aandeelbezit van Piet over de vier oudste kinderen binnen het gezin Piet Tankens, die al werkzaam zijn binnen Tankens (Tijke, Fien, Teus en Sjany). De vijf jongste kinderen worden grootaandeelhouder, naast een minderheidsbelang bij de vier oudste kinderen, van BV de Rietdijk. Vader Piet probeert zijn vermogen gewogen naar risico eerlijk over zijn negen kinderen te verdelen en klaar voor de toekomst achter te laten. Hij vindt dit zijn moeilijkste taak tot dan. In 1986 overlijdt hij op 64 jarige leeftijd aan hartfalen. Een eeuw na zijn geboorte zou hij in 2022 bijzonder trots geweest zijn op al zijn precies 100 familieleden.

plaats. Niet iemand die graag op de voorgrond trad. Wel een echte ondernemer die door mist vooruit kon kijken. Later erelid van de plaatselijke trots Sparta’30, de voetbalvereniging die mede door zijn toedoen in de jaren zeventig een nieuw complex kon bouwen. Wat voor een belangrijk deel te danken was aan sterk lobbywerk van burgemeester en politicus Jan Nico Scholten. Daarnaast was vader Piet penningmeester van Bouwend Nederland afdeling Langstraat en Altena en op de achtergrond kerkelijk actief. ▪

Piet Tankens was lokaal en maatschappelijk zeer betrokken en een algemeen bekend persoon in de omgeving van Andel. Een man met gewicht. Volgens zoon Pim ziet men vader Piet als een beetje stugge stuurse man, met het hart op de goede

gezin Piet en Truus Tankens

2.6 Ontstaan en oprichting

35


1986 Vestigingsvergunning Tankens Andel, beheerder

5e Pieter (Piet)

Martijntje Mechelina (Tijke) 18-9-1948 Andel

26-2-1922 T 18-07-1986 Andel Gorinchem

Levinus (Fien) 27-12-1949 Andel

Bastiana A. C. (Sjany) 29-7-1953 Andel

6e Teunis N. P. (Teus) 16-10-1951 T 15-12-2016 Andel Andel

Marlou Tankens

23-2-1979 ….

36

7e Pieter T. B. (Peter) 2-9-1980 …

29-10-1947

Sleeuwijk

Geertruida (Truus) Pellekaan 10-7-1922 T 02-02-2012 Sleeuwijk Almkerk

Elizabeth Christina (Liesbeth) 18-10-1966 Andel

6e Pieter (Pim)

Johanna J. (Hannie) v. Dongen 19-6-1954 Raamsdonksveer Raamsdonk

24-4-1984 …

Geertruida M. A. (Trudie) 17-3-1963 Andel

Antonia G. E. (Toos) 8-5-1957 Andel

24-11-1959 Andel

11-6-1976

7e Teunis L. P. (Tim)

Aaltje Wilhelmina (Alie) 20-10-1961 Andel

Tamara G. H.

5-10-1987 Andel

7e Rosalie B.

18-8-1989 …

11-4-1986

Woudrichem

Trienette S.G.(Tineke) Mosterd 1-9-1960 Coevorden

Martina B. T.

8-2-1993 …


2.7 6e Generatie Teunis (Teus 1951-2016) en Pieter (Pim 1959)

Groei door grond Kort na het overlijden van vader Piet in 1986 verandert er veel. Nu de kapitein niet meer aan dek staat moet het schip wel op koers blijven. Als een sterke leider wegvalt moeten de troepen vaak herschikt worden. Familiebedrijven draaien op loyaliteit. Daar zit een kracht in, namelijk dat mensen aanblijven en niet gelijk weglopen als de omstandigheden veranderen. Soms is die loyaliteit ook een zwakte. Namelijk als werknemers (te) lang naar hun succesvolle leider hebben gekeken en niet gewend zijn om vooruit te kijken. Zoon Pim, dan 27 jaar, komt in 1987 thuis werken en er vindt opnieuw een herverdeling van aandelen nu over vijf broers en zussen plaats. Pim wordt verantwoordelijk voor BV de Rietdijk, heeft zijn eigen grote projecten en struint de regio af naar bouwlocaties. Teus blijft directeur van Tankens Andel. Pim heette overigens eerst Piet, maar moeder Truus vond ‘grote Piet’ en ‘kleine Piet’ niet handig en van de ene op de andere dag zei ze “hij heet vanaf nu Pim.” Dachten sommigen, of waren het er velen, dat na het overlijden van vader Piet het bedrijf in zwaar weer zou komen, enkele jaren later staat er alweer een nieuw energiek duo aan de lat. Natuurlijk, veel geleerd van pa maar met nieuwe ideeën! In Delft was Pim afgestudeerd op het ontwerpen van graansilo’s. Een Brabants broekie in de Randstad? Weinigen hadden voorzien dat zijn civiel technische opleiding ooit nog zo belangrijk zou worden voor het Brabantse familiebedrijf. Tankens Andel B.V. groeit. In die periode houden Fien, Teus en Pim zich vooral bezig met de nieuwbouw van woningen, utiliteitsbouw, betonwerk en onderhoud.

Nieuw kantoor Tankens Hoofdgraaf, Andel

Het kantoor en de werkplaats aan de Julianastraat worden te klein en uitbreiding is noodzakelijk. Op ‘De Waai’ bouwt Tankens in 1999 een nieuw kantoor en nieuwe bedrijfsloodsen met een machinale werkplaats. De verplaatsing van de werkplaats en het kantoor uit het dorp naar buiten het dorp Andel is een feit. Krap een jaar later in 2000 besluiten Teus en Pim het bedrijf samen voort te zetten en worden broer Fien en zussen Tijke en Sjany uitgekocht. Boven de werkmaatschappijen komen twee Personal Holdings. >

2.7 Ontstaan en oprichting

37


Teus Tankens, voor de houtloods bij werkplaats achter het ouderlijk huis

Peter, vader Teus met Pim

Gezin Pim en Tineke Tankens

38


Als we vandaag de dag kijken naar de firma Tankens zien we een middelgroot bouwbedrijf in de particuliere en de utiliteitsbouw. Bijzonderheid zit ’m in de eigen ontwikkelingen en engineeringsafdeling. Met eigen middelen zijn grote landbouw grondposities met een middellange ontwikkelingshorizon tot bouwlocatie aangekocht. De aankoop van bouwpercelen van de gemeente was onder Piet al moeilijker geworden en om onafhankelijk van de gemeente te zijn, is Pim in de jaren ’90 gestart met de aankoop van landbouwpercelen met bouwpotentie. Pim Tankens zou aanvankelijk buiten het bedrijf gaan werken. Door het overlijden van zijn vader liep dat anders. Met zijn kennis van constructies, nauwkeurigheid, oog voor detail, analytisch denkvermogen en de vaardigheid om vooruit te rekenen is Pim een belangrijke spil gebleken in de verdere ontwikkeling van Tankens als bedrijf. Zijn lijfspreuk is ‘Gaat niet bestaat niet’’. Pim is net als Teus actief binnen Bouwend Nederland. De broers zijn complementair. Ieder met zijn eigen kwaliteiten. Teus is kritisch en veeleisend, maar heel sociaal met veel aandacht voor het personeel. Hij heeft lange tijd deel uitgemaakt van het bestuur van de afdeling Brabant Noord van branchevereniging Bouwend Nederland en haar rechtsvoorganger. Daarnaast is hij geruime tijd penningmeester bij het opleidingsbedrijf Bouwschool Breda. Ook is hij jarenlang actief bij Sparta’30, de voetbalvereniging van Andel, waar vader Piet erelid is. Voor zijn maatschappelijke bijdrage en betrokkenheid wordt Teus op 64-jarige leeftijd onderscheiden tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Zijn overlijden aan de gevolgen van kanker op 15 december 2016, Teus is dan 65 jaar, is een schok voor het hele bedrijf die niemand onberoerd laat. De wedstrijden van die week bij Sparta’30 worden voorafgegaan door een moment van stilte en respect. Andel, Tankens, maar op de eerste plaats zijn gezin lijden een groot verlies. ▪

Teus Tankens

2.7 Ontstaan en oprichting

39


Pim en Peter voor de Romboutstoren in Andel

40


2.8 7e Generatie Peter (1980), Tim (1984) en Rosalie (1989) Andere tijden zelfde DNA Nu Pim een dagje ouder wordt en Teus er niet meer is, komt de volgende generatie aan zet. Die staat overigens nog wel met één been in de tijd van haar voorgangers. Pim en Teus hebben het bedrijf een fundering bezorgd met basismaterialen als eigen ontwikkeling en engineering, een groot arbeidsethos en veel vakbekwaamheid in eigen huis. Hoe de opvolgers dat doortrekken is altijd de vraag, maar er is geen reden om aan te nemen dat de stevige setup verandert. De zonen van Teus, Peter en Tim, kiezen na de middelbare school voor een bouwkundige studie en gaan daarna direct thuis in het familiebedrijf werken. De jongens gaan aan de slag als projectleider. Peter doet dat gelijk na de afronding van zijn HTS. In 2005 neemt zoon Peter de helft van de aandelen van vader Teus over en behoort vanaf dat moment tot de directie van Tankens. Tim behaalt na de MTS ook zijn HTS diploma en gaat daarna thuis aan de slag. Ook als projectleider. Als hij net 27 is krijgt Tim te kampen met een mysterieuze schouderaandoening, waardoor hij blijvend arbeidsongeschikt raakt. Maar hij vecht terug, haalt nog zijn universitaire graad en gaat extern aan de slag op therapeutische basis als projectontwikkelaar bij de Nederlandse Bouw Unie (NBU) in Etten-Leur. Uiteindelijk lukt het hem zelfs om weer bij Tankens te gaan werken, wederom als projectleider. In 2023 heeft onder de BOR (Bedrijfs Opvolgings Regeling) een aandelenoverdracht plaats gevonden, waardoor alle aandelen bij de kinderen van Teus en Pim zijn ondergebracht. heg

INSPECT

IE

ande

ZONE

besta

hekwerk

01 bwnr ² 248m

02 bwnr ² 202m

03 bwnr ² 227m

FASE II, 2026

13x 3*25A 6x 3*25A + 21 E-laden

IE

INSPECT

ZONE

Fuut

04 bwnr ² 229m

Bestaand opvoergemaal

05 bwnr ² 207m

Verplaatsen krooshek + voedingskabel door Waterschap

Bestaande loopbrug

FASE V, 2029

06 bwnr ² 304m

s

Gan

ANG

BRANDG

s

Gan

2x 3*25A

FASE I, 2025

Kuife

2*E

end

an

elzwa

Knobb

19x 3*25A 2*E

ANG

BRANDG

n

waa

Gan

belz

FASE III, 2027

Knob

s

gels

ervo

Wat

2*E

28x 3*25A + 1x 3*40A 8x 3*25A SEN G FIET LLIN STA

n

waa

belz

Knob

BM VW

wp

AFZ

KOOK

entree

FASE V, 2029

2*E

wp KK

AFZ

KOOK

VW

OVEN

10x 3*25A 1x 3*25A + 21 E-laden

KOOK AFZ

FASE III, 2027

VW

wp

BM

entree

FASE IV, 2028

6x 3*25A + 21 E-laden

2*E

Waar Teus naast een dochter twee jongens nalaat die feeling hebben voor de bouw, is Pim gezegend met drie dochters. Eén daarvan, Rosalie met kennis van makelaardij en onroerend goed is ook werkzaam bij Tankens. Bovendien trouwt Rosalie met Mar van Breugel, een Almkerker met veel potentie, die als projectleider werkt bij Tankens. Met Peter, Tim, Rosalie en Mar staat er een solide basis voor de toekomst. We zijn inmiddels beland in het jaar 2025. 200 jaar Tankens. Initiatiefnemer Willem Tankens zou ervan opkijken als hij wist waar zijn metselpraktijk zoveel jaren later toe had kunnen leiden. Een bedrijf waar de huidige en volgende directie gericht is op continuïteit van Willem’s eerste stenen. Dit blijkt uit de langdurig goede relaties met vaste opdrachtgevers en partners. Door de diverse grondposities, de grote vraag naar woningen en vaste klantenkring is het toekomstperspectief van het bedrijf heel solide. De orderportefeuille is met een ontwikkelpotentieel van 1.000 woningen, op eigen grond binnen een straal van 15 km rond Andel, tot zeker 2035 gevuld. Hiermee dragen de eerste stenen van Willem bij aan de lokale werkgelegenheid en levert het bedrijf een substantiële bijdrage aan de huidige en toekomstige bouwopgaven. Zoals stenen gestapeld en gemetseld worden, zo bouwen generaties voort op de vorige. ▪

KOOK AFZ

11x 3*25A + 1x 3*40A

wp

OVEN KK

VW

2*E

KOOK AFZ

VW

wp

BM

KK

NEVO

WV

KOOK ZFA

pw

entree

KOOK AFZ

wp

OVEN KK

VW

KOOK AFZ

VW

wp

BM

entree

KOOK

FASE IV, 2028

AFZ

VW

OVEN

KK

wp

5x 3*25A + 21 E-laden KOOK

K KOO ZFA

AFZ

KOOK AFZ

VW

FASE III, 2027 8x 3*25A

VW

OVEN

KK

wp

WV

NEVO

KK

pw

wp

BM

entree

KF

KF

KF

HP

HP

HP

G 30x30

Deze tekening heeft geen juridische waarde zodat hieraan geen rechten kunnen worden ontleend = perceelsgrens = tijdelijke asfalt (bouw)weg

2*E

= openbare laadpaal voor 2 parkeervakken (totaal 6*2 openbare laadplaatsen + 9 laadplaatsen op eigen terrein)

Ontwikkeling Kerkverreweide II met fasering 100 woningen

Uitvoering

B-002_B

2.8 Ontstaan en oprichting

41


O3

De familie binnen het bedrijf 42


We hebben net gelezen waar het familiebedrijf Tankens vandaan komt. Helemaal uit Zutphen notabene. Heel lang leidde dit familiebedrijf in feite een zzp’ers bestaan. Daar moeten we overigens niet te licht over denken. Vanaf begin negentiende eeuw tot net na de Tweede Wereldoorlog waren de sociale voorzieningen in ons land nog lang niet op het niveau van tegenwoordig. Er was nauwelijks een vangnet als je als ondernemer mislukte. Bovendien, grote aannemers met tientallen knechten waren in de vorige eeuw een hoge uitzondering. Je zou een denkbeeldige piramide in je hoofd kunnen tekenen waarin iedere ondernemer zijn plekje had. In de top (smal) een paar grote fabrikanten, herenboeren en handelshuizen, in het midden bijna niemand en onderop (breed) een heel leger van ambachtelijke ondernemertjes, kleine zelfstandigen, dagloners en winkeliers. Het bijzondere, maar ook het leuke van Tankens is hun groei van onderaf naar het middenbedrijf. Hoe wist die familie van een karig zzp-bestaan door te groeien naar het degelijk gefundeerde aannemersbedrijf van tegenwoordig? Willem Tankens was in zijn eentje. Nu telt het bedrijf ruim 70 medewerkers. Wie waren toch degenen die er in de loop van de geschiedenis in slaagden dat het bedrijf de wind in de zeilen kreeg?

3 De familie binnen het bedrijf

43


Gezin Marius Tankens

1914 Bakkerswagen Mobilisatie familie Schouten

Pim en Tineke met kleinzoon Matthijs & Martine

44


3.1 Martine Kant-Tankens Oma Martijntje hield de boel in de gaten “Het werkt wel verslavend”, biecht Martine op als ze vertelt over haar zoektocht naar de roots van haar familie. Ze is degene aan wie de schrijver van dit boek schatplichtig is. Want zij is het die ooit de moeite nam om de stamboom van de familie Tankens te ontrafelen. Zonder haar energie zou dit boek er misschien wel nooit zijn geweest. Dank Martine.

Martine Kant-Tankens

We spreken haar aan de Veldweg in Rijswijk in haar fraai verbouwde woonboerderij. Ze is een dochter van Marius (Maar) Tankens, broer van Piet Tankens. En dat is belangrijk, dat ze er eentje is van Marius. Want Marius en zijn broer Niek waren de twee broers die in 1962, in de plaats van opa Teun, samen met broer Piet Tankens verder gingen met het bedrijf T. Tankens en Zonen. De broers Piet, Niek en Marius hadden het bedrijf dus T. Tankens en Zoon van opa Teunis en Piet overgenomen. Martine: “Ik weet alleen niet in welk jaar dat officieel was, maar jaren 70, begin jaren 80 speelde de situatie dat de zonen Fien en Teus van Piet zouden toetreden tot het bouwbedrijf. Het overlijden van opa Teunis stond daar bij mijn weten buiten.” Nu weten we inmiddels allemaal wel dat uiteindelijk Piet aan het langste eind trok en het bedrijf voortzette. Niek en Marius werden uitgekocht. Over dat stukje, die overdracht, hebben we het straks nog even. Martine maakt meteen duidelijk dat ze nog steeds op goede voet staat met het bedrijf. Anders had ze ook niet zoveel tijd gestopt in haar stam-

boomonderzoek. Ze kan prima overweg met neef Pim en gunt hem en de rest van het bedrijf alle goeds. No problem. Ze wil alleen niet alles kwijt over de manier waarop uiteindelijk de aandelen naar Piet Tankens gingen, en de andere twee broers buiten spel kwamen te staan. “Hun werd geen andere keus gelaten, schrijf dat maar op.” Ze heeft er vrede mee. “Wij hebben daar zeker geen trauma door opgelopen. Mijn moeder zei altijd: ‘Wij zijn en blijven familie en ik wil niet dat er iets tussen ons in komt te staan. Je woont tenslotte allemaal in hetzelfde dorp en je komt elkaar overal tegen’. Verstandige woorden van haar. “Zelf wil Martine er nog wel dit over kwijt: “Soms denk ik weleens, die Keukenhoff had ik ook wel leuk gevonden.” ▪

3.1 De familie binnen het bedrijf

45


Piet moest nog wat regelen “Mijn vader Maar was een echte timmerman. ’De timmerwinkel’ zo noemden wij altijd de werkplaats achter het woonhuis van oom Piet en tante Truus Tankens aan de Julianastraat.

Gezin Teunis en Martijntje Tankens

Eigenlijk was het geen winkel in de letterlijke betekenis, want er werd niets verkocht. Er werd wel veel gemaakt. Alle kozijnen, deuren en trappen die het bouwbedrijf nodig had kwamen hier vandaan. Mijn vader deed dat graag, het liefst moeilijke klussen zoals van die aparte trappen, daar had hij veel plezier in. Hij was zachter dan Piet. Niet zakelijk. Dat zat er gewoon niet in.” Vader Marius ging op 58-jarige leeftijd met de VUT, nadat hij het jaar daarvoor een ongeluk met een handcirkelzaag kreeg en daarbij een stukje van zijn duim verloor. “Hij was iemand die wel van zijn werk hield, maar dit ongeluk was een beetje de druppel, denk ik. Hij vond het ook moeilijk te verkroppen dat hij als vijftig plusser de jonge gasten eigenlijk niet meer bij kon houden.”

46

Een bijzonder moment voor iedereen in de familie was het overlijden van Piet Tankens in 1986. Opa Teunis ging hem maar een jaar voor. Juist diens overlijden trof Martine: “Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik zoiets meemaakte. Ik zat in mijn eindexamenjaar (Gymnasium). Het was allemaal heel verwarrend. Het overlijden van Piet staat mij bij als een bijzonder verhaal. Vooral de manier waarop. Mijn vader was bij Piet op de bouw, ver van huis, ik dacht Eindhoven, toen ome Piet onwel werd. Hij wilde daar ter plekke niet dat er een dokter kwam of naar het ziekenhuis. Nee, hij wilde naar huis. Per se. En broer Marius moest hem vervoeren. Eenmaal aangekomen in Andel bleek dat ome Piet nog ‘dingen moest regelen’. Wat hij precies heeft geregeld weet ik niet, maar


het kwam er wel op neer, heb ik altijd begrepen, dat hij bij leven nog iets kon regelen met betrekking tot zijn nalatenschap. Hij is alsnog naar het Beatrixziekenhuis vervoerd waar hij uiteindelijk aan zijn hart is overleden.” Martine beaamt dat, los van de manier waarop, het bedrijfsbelang beter gediend was met Piet Tankens aan het roer, die er immers ook echt de vaart in bracht. Vader Marius werd in 1935 geboren en overleed 78 jaar later. Een warme blik straalt ons tegemoet als dochter Martine over hem spreekt. “Achteraf gezien was hij best vooruitstrevend. Dat ik als meisje ging doorleren in Gorinchem en niet naar de huishoudschool ging, zoals in die tijd nog vrij

gebruikelijk was, was voor hem vanzelfsprekend. De wereld was groter dan Andel. Hij was er helemaal voor dat je jezelf als mens zo ver mogelijk ontwikkelde. Daar werden wij in gestimuleerd. ’s Nachts verschoonde hij onze luiers en gaf ons de fles. En ik mocht als meisje gerust in een broek rondlopen. Wij hebben een echte vader gehad die altijd voor ons klaarstond. Op zondag deden ze ook niet moeilijk. Hij deed sowieso niet graag moeilijk.” Marius werkte als voorman timmerman in loondienst bij broer Piet en later zijn neefjes Fien, Teus en Pim. “Daar had hij geen enkele moeite mee. Hij was timmerman, daar ging het om. En je hielp elkaar. Bekend is het verhaal dat Piet Tankens tot zijn veertigste jaar nog geen rijbewijs bezat. Geen nood. In de zomervakantie werd de werkbus omgetoverd tot touringcar en broer Marius reed met de hele bups naar de camping in Italië. De neefjes van tante Toos mochten ook mee.“ De hele meute ging op reis. Zo was Piet, iedereen mee is plezier voor twee. ▪

1967 behouden thuiskomst met de bus

1986 Overlijdens bericht Pieter Tankens

3.1 De familie binnen het bedrijf

47


Wij blijven zelfstandig “Op de werken waar Maar voorman was, ben ik nooit een dubbeltje tekortgekomen” zei Pim Tankens altijd. Alles in één keer goed maken. Rekenen, dat kon haar vader als de beste. “Dat vond ie ook leuk. Ik denk dat hij die gave had van oma Martijntje, zij was er eentje van de Schoutens.”

xxx

Gedeelte van het gezin Schouten- Marinus, Marius, Martijntje en Hendrik

1964 met z'n allen in de tent op vakantie

48


En met oma Martijntje zijn we gelijk aangekomen bij de kern van dit gesprek. Althans, we zijn benieuwd hoe Martine terugkijkt op de persoonlijkheid van deze dame. “Dat de kinderen van Piet op dinsdag- en donderdagmiddag naar oma gingen om mee te eten, heb ik geen herinnering aan. Dat is mij en mijn broers, Corné en Mathieu, nooit overkomen. Vroeger vond ik oma Martijntje streng. Ze droeg altijd donkere kleding, dat kwam als kind zwaar over. Ze was zelf hervormd, maar de gereformeerde levensstijl zat er goed in bij haar. Als je bij opa en oma binnenkwam ging de radio gelijk uit. Al stond die dus wel aan… Ik weet ook nog dat je op zondagochtend, na de kerk en het koffiedrinken, oma altijd een zoen gaf als je naar huis ging. Maar dat vond ik niet eerlijk voor opa dus die gaf ik er ook eentje. Aan de andere kant was oma vooruitstrevend. Ze had al een koelkast, toilet en een badkamer, niet zo’n kleintje ook. Toen oma op hoge leeftijd kwam, kwam er iets zachts over haar. Tot aan haar overlijden in 1988 heeft ze in het huis aan de Julianastraat gewoond en werd op toerbeurt verzorgd door haar kinderen, aangetrouwden en verdere familie, een bijzondere tijd. Als mijn moeder ‘dienst’ had op maandagmiddag, dan wipte ik ook regelmatig na school rond koffietijd aan. Als we geluk hadden schoof ook haar broer Bart Schouten uit Giessen aan. We zagen dan een hele andere oma, ontspannen en met mooie anekdotes over haar jeugd. Ook vader Marius had zijn vaste moment. De genegenheid was van de gezichten te lezen. Wil je een Tankens leren kennen, leer dan zijn of haar gezicht te lezen.”

echte Schouten. Of je dan ook onechte Schoutens had is niet bekend, maar dat is een beetje flauw om te zeggen natuurlijk. Martine weet nog goed dat haar oma een belangrijke schakel in het bedrijf was. Ze was immers degene die de boel in de gaten hield, en meer dan dat. Ze werkte de urenstaten bij, deed de facturatie en de betalingen, rekende de materialen uit die ingekocht moesten worden en zat op zaterdagmiddag aan de tafel, die helemaal voor haar was, om alles netjes te ordenen en uit te schrijven. Martine, zelf een werkende moeder van drie kinderen, is vol bewondering. “Ze had ook nog eens een gezin met negen kinderen. Negen! Hoe deed ze dat toch allemaal? Er gaat een mooie anekdote rond over haar. Broer Marinus Schouten bood opa Teun aan om in loondienst te komen werken bij Schouten. In die tijd, jaren vijftig, hadden ze bij de Schoutens bergen werk te vergeven en een ambachtsman als Teunis, die ook nog eens over zakelijk inzicht beschikte, konden ze best gebruiken. Maar Marinus rekende buiten zijn zus Martijntje. “Daar komt helemaal niks van in, wij blijven zelfstandig!” Riep ze pardoes uit. Zou de geschiedenis anders zijn verlopen als opa Teunis niet zo’n karaktervolle vrouw aan zijn zijde had gehad? Was het aan haar persoonlijkheid te danken dat Teunis koos voor zijn eigen, toen nog kleine bedrijf? We zullen het nooit weten. Natuurlijk, wat is een man zonder zijn vrouw? Dat geldt voor meer heren, ook van stand. Maar een vrouw als oma Martijntje? Dat was er toch wel een uit duizenden. ▪

Ome Bart Schouten

Oma Martijntje was een Schouten. Pim Tankens zegt daarover altijd dat daar, van de Schoutens, de grijze cellen vandaan komen. Onderzocht is dat niet, maar zijn opmerking blijft wel hangen. Zeker in die tijd waren de Schoutens een aanzienlijke familie, die je gerust industriëlen kunt noemen. Oma, geboren in 1897 was volgens iedereen een

3.1 De familie binnen het bedrijf

49


Pim Tankens

50


3.2 De familie binnen het bedrijf Piet (1922-1986) en Pim (1959)

Leiderschap en ondernemerschap Pim Tankens heeft zijn ondernemerschap al een beetje aan de wilgen gehangen. Zijn aandelen, net als die van broer Teus, zijn volledig overgegaan van de ouders naar de kinderen. Tegenwoordig houdt hij zich voornamelijk nog bezig met aankoop en ontwikkeling van onroerend goed en geeft hij dagelijks nog gevraagde en ongevraagde adviezen.

Om in rustige tijden, maar ook in drukke tijden, niet te afhankelijk te zijn van enkele opdrachtgevers, waaronder de gemeente, zet Pim de eerste stap om weer zelf projecten te ontwikkelen. Eind jaren 80 wordt een eerder aangekochte oude industrielocatie als eerste project voor eigen rekening ontwikkeld en omgebouwd tot appartementen. GEM, Grain Terminal Dar es Salaam, Tanzania

Het scheelde overigens niet veel of Pim was niet eens bij het familiebedrijf komen werken. Nadat hij was afgestudeerd aan de TU Delft waren de posities thuis bezet. Vader Piet voorzag voor hem eerder een rol in het opzetten van een extern adviesbureau. Pim was afgestudeerd op het ontwerpen van silo’s. “Het was half jaren tachtig en de banen lagen niet voor het oprapen. Ik had me al blauw gesolliciteerd, maar zonder succes. Op het nippertje kon ik terecht in Rotterdam bij de GEM, een ingenieursbureau. Vlak daarna kwam mijn vader te overlijden en dat was natuurlijk een hele schok. Opeens werd alles anders. Teus stond er in het bedrijf een beetje alleen voor. Dat was niet makkelijk. Ondanks dat mijn vader nog had gezegd dat ik niet in het bedrijf moest komen werken, waren er toch mensen die daar anders over dachten. Teus van Oord, toen net begonnen met zijn eigen onderneming, was er daar één van. Hij was net getrouwd met mijn zus Sjany. Teus en ik spraken elkaar wel eens. Hij drukte me op het hart wel naar huis te komen en bij te springen.”

De herontwikkeling van ‘De Oude Silo’, want daar praten we over, een graansilo ombouwen tot appartementen aan de Maas in Andel, is het eerste project. Tankens krijgt voor dat project op 29 juni 1991 de Romboutsprijs. De jaarlijkse prijs die wordt uitgereikt aan een inwoner of vereniging uit Andel, die zich op bijzondere en belangeloze wijze inzet voor het dorp. Het streven om als bouwbedrijf zelf te ontwikkelen krijgt later in de geschiedenis van Tankens nog veel navolging. Het wordt een belangrijke steen onder de stapel van projecten. Het resultaat is beter rendement, het gevolg continuïteit voor het familiebedrijf. Enfin, achteraf weten we hoe het gegaan is, maar de geschiedenis leert ook dat het weinig had gescheeld of Pim was pas later of helemaal niet in het bedrijf van zijn vader gekomen. “Ik kon het altijd wel goed met mijn vader vinden. Sommigen vonden dat ik zijn oogappeltje was. Zelf heb ik dat nooit zo ervaren, ik kon alleen gewoon goed met hem overweg”. Het idee om grondposities te kopen voor eigen ontwikkeling komt op het conto van Pim. >

3.2 De familie binnen het bedrijf

51


“Maar mijn vader deed dat ook al. Alleen op kleinere schaal en meer bouwrijpe kavels. Hij kocht af en toe een perceel, bouwde daar drie of vier huizen op en verkocht die weer. Daarmee was hij dus best visionair. Dat was hij sowieso. Ik heb van mijn vader geleerd dat hard werken belangrijk is, maar dat ondernemen nog belangrijker is. Dat kun je eigenlijk niet leren, maar moet een beetje in je zitten.” Soms was Piet zijn tijd vooruit. Al voor Ben Mandemakers daarmee begon, reed Piet naar Duitsland om keukens en buffetkasten in te kopen, die hij dan vaak weer in Rotterdam aan de firma Wooning verkocht. Ook in De Toren in Gorcum had Tankens een verdieping met keukenblokjes. “Dat liep wel, maar niet zo fantastisch. Achteraf gezien bleek dat De Toren wel leuk draaide maar te weinig rendement maakte. Teus en ik hebben toen besloten om die BV hier naar Andel te halen en daar Tankens Bouwmaterialenhandel mee te beginnen. Dat ging beter.”

den van de kleedkamers. Al met al leverde dit de club een aanzienlijk voordeel; zonder dit voordeel was de kantine waarschijnlijk nooit een haalbare kaart geworden. Op de achtergrond legde Piet ook de eerste lijntjes uit naar Jan Nico Scholten, op dat moment burgemeester van Andel, Giessen en Rijswijk en politiek zeer actief met een uitstekend netwerk tot zijn beschikking. “Scholten had de geesten al rijp gemaakt voor het nieuwe terrein voor de club. Zo ging dat. Later heeft hij voor ons bouwbedrijf nog veel goed advieswerk gedaan en contacten gelegd in de publieke sector.” vertelt Pim terugkijkend. ▪

We zeiden het al eerder, Piet Tankens was geen man die op de voorgrond stond. Al had hij wel een antenne voor lokale betrokkenheid. Toen Sparta’30 een nieuw terrein met complete kleedkamers van de gemeente kreeg, nam Piet het initiatief om ook een nieuwe kantine te bouwen. Piet was bereid om alle bouwmaterialen voor de kleedkamers en kantine voor inkoopprijs te leveren. De arbeid voor de kleedkamers en kantine moest geleverd worden door vrijwilligers van de club. De materialen voor de kantine konden betaald worden met de bespaarde arbeid/zelfwerkzaamhe-

52

1991 Romboutsprijs Tankens voor project De Oude Silo


Familie en de aandelen Een soms moeilijk, want gevoelig, onderwerp bij familiebedrijven is natuurlijk de opvolgingskwestie. Tegenwoordig bestaat er een heel professioneel kader voor de vraag hoe je de opvolging binnen een familiebedrijf kunt regelen.

Een keur aan juridische en financiële adviseurs hebben er hun nering van gemaakt om familiebedrijven bij dit onderwerp te begeleiden. Sommige adviseurs hebben hier zelfs hun specifieke beroep van gemaakt. En grote adviesclubs zoals BDO, RSM, Flynth en Baker Tilly hebben hier hele afdelingen voor in het leven geroepen. Dat er zoveel professionals werk hebben aan het adviseren van familiebedrijven bij opvolgingskwesties geeft wel aan hoe lastig dit in elkaar steekt. In de basis heb je onder familiebedrijven twee stromingen die ieder voor zich de opvolging op gehele eigen wijze organiseren: • Erfopvolging: het oudste kind erft het grootste aandelenpakket en wordt in persoon aangewezen als opvolger. Voordeel van deze methode is volstrekte duidelijkheid, immers er kan er maar één ‘den oudste’ zijn. Nadeel: Is hij of zij dan wel geschikt? • Aangewezen opvolger: Een, of heel soms meerdere, kind/eren worden aangewezen als opvolger/s omdat hun de daarvoor benodigde kwaliteiten worden toegedicht. Voordeel van deze manier is vaak dat de opvolger over de nodige kwaliteiten en loyaliteit beschikt. Nadeel: Iedere keer moeten de aandelen weer verhandeld worden.

Kortom, een lastige zaak, om over scheve gezichten nog maar niet te spreken. Net zomin als over de koude kant in een familiebedrijf, die soms een uitkomst kan bieden, maar soms ook hinderlijk in de weg komt lopen. Pim Tankens is helder over de gang van zaken bij dit familiebedrijf. “Degenen met de aandelen moeten ook in het bedrijf werken. Als het gaat om de directeur, dan hebben wij altijd primair gekeken naar de factor geschiktheid. Dus iemand kan als oudste of als eerst aangewezene op papier in aanmerking komen voor opvolging, maar als we denken dat hij/zij niet de geschikte persoon is, dan kijken we verder in de familie. Zo nodig wordt een familielid van buiten de bestaande organisatie gevraagd. Zo is het altijd gegaan en zo zal het blijven gaan. Inderdaad, nadeel daarvan is dat je geregeld met aandelenpakketten moet switchen. Zolang de prijs te overzien is, is dat dan maar zo.” ▪

3.2 De familie binnen het bedrijf

53


Pim en Peter Tankens

54


Pim, Teus en Peter Zoals iedere ondernemer op geheel eigen wijze (niet eigenwijs) tegen zijn eigen bedrijf aankijkt, is dat zeker het geval als je met familie je bedrijf runt. Je kijkt met een zakelijke blik, maar ontkomt niet aan de persoon.

Zo vertelde Pim Tankens al waarom hij ooit terugkwam in de zaak, nadat hij eerder een mooie betrekking had bij een ingenieursbureau. Vader Piet was overleden en volgens Pim werd er aan hem getrokken om broer Teus te komen bijstaan. Peter, als zoon van Teus, is daar weer wat diffuser over. “Ik weet eigenlijk niet waarom Pim in de zaak is komen werken.” Speelt in dezen misschien het karakterverschil tussen Pim en Teus een rol? Want wie je ook spreekt, praktisch iedereen heeft het over de grote verschillen tussen de broers. Peter: “Ze vulden elkaar juist heel goed aan. Mijn vader Teus was meer empathisch. Kon het met medewerkers, klanten en leveranciers altijd goed vinden. Een mensenmens. Voor een directeur is dat heel belangrijk, want je medewerkers zijn je grootste kapitaal. Die moeten wel voor je willen werken. Soms was mijn vader misschien te goed, te makkelijk. Moest ie ’s avonds weer met een karretje op pad omdat er hier of daar wat materiaal te kort kwam ‘Stom, helemaal vergeten’’ hoorde je dan.”

iedere dag.” In 2010 werd Tankens uitgeroepen tot familiebedrijf van het Land van Heusden en Altena. Peter (45) zouden we dus kunnen omschrijven als iemand die het beste uit twee werelden (Pim en Teus) in zich probeert te verenigen. Het had overigens niet veel gescheeld of Peter was in hogere sferen beland. Hij was namelijk al ver op weg om luchtverkeersleider te worden. Piloot leek hem ook wel wat. Uiteindelijk koos hij voor het familiebedrijf. “Maar goed dat het zo gegaan is”, aldus Peter. Als achtjarig jongetje ging hij al met zijn vader mee ‘naar de bouw’. Op zaterdagen stenen bikken en de timmerwerkplaats aanvegen. Vader Teus was zijn voorbeeld. Opa Piet de grote animator op de achtergrond. Op zondagmorgen met zijn allen bij opa en oma koffiedrinken en aansluitend bouwvergadering. >

“Pim komt misschien wat stugger over, al zijn er genoeg mensen die met hem kunnen lezen en schrijven. Daar ben ik er één van. Pim heeft een hele sterke organisatiestructuur neergezet en kan heel goed een stip op de horizon zetten. Hij kijkt ver vooruit en houdt de continuïteit in de gaten. Dat is nodig. Toen ik in 2001 in de zaak ging werken kwam ik gelijk onder hem. Veel van geleerd. Goede werkstructuur, zorgen dat alles perfect is geregeld voor je aan een werk begint, zorgen dat iedereen precies weet wat ie moet gaan doen. Het moet niet zo zijn dat je mensen op de bouw zich afvragen wat vandaag de bedoeling is. Met die structuur van Pim werken we bij Tankens nog

3.2 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

55


Peter Tankens

56


Tankens Familiebedrijf van het jaar 2010

Voor die vergadering was kleine Peter nog niet bouwrijp, dus ravotten met zijn neefjes en nichtjes. Hij kan zich niet anders herinneren dan gelukkig te zijn opgegroeid. Nuchter, dat ook. Schouderklopjes als het goed was, maar ook kritiek als je iets niet goed deed.

Moeder Hanny stuurde alles.

Dochter Emmelie Tankens spuit vloer nat bij showroom Van Rijswijk, Veen

Pa Teus kon ’s avonds net zo vaak teruggaan naar de zaak als hij maar wilde. Ook Peter zijn vrouw, Marjonne Biesheuvel, uit Werkendam, komt uit een hard werkend gezin. Ze weet wat er komt kijken bij het runnen van een eigen bedrijf. Nooit piepen als Peter weer eens ‘s avonds weg is. Het is de tol die je betaalt. Marjonne runt met trots het gezin met drie dochters. Daarnaast is Marjonne ook betrokken bij Tankens. Al een aantal jaren is zij verantwoordelijk voor het samenstellen van de kerstpakketten voor (oud) medewerkers. Met veel enthousiasme en hulp van haar moeder en dochters wordt een mooi en gevarieerd kerstpakket samengesteld. Het kerstpakket wordt altijd zeer gewaardeerd door alle (oud)medewerkers.

directer. Daar kom je tegenwoordig niet meer mee weg. Werknemers kunnen overal aan de slag en zeggen. 'Ik moet niets.’ Daar houd ik rekening mee. We hebben buiten pakweg 65 man aan de slag. Dat is ons kapitaal. Ze moeten ook voor je willen werken.” Dat gezegd hebbende, bij Tankens investeert de leiding veel in opleiding en training. Van de 65 mannen buiten zijn er zeker 45 afkomstig uit het leerlingwezen. Eerst stage, dan vast dienstverband. Op die ladder scoort Tankens heel hoog. Het gevolg is een bouwbedrijf met veel know-how in eigen huis. Waar andere ontwikkelaars en bouwbedrijven ervoor kiezen praktische skills in te huren en alleen als regisseur op te treden, doet Tankens het allebei. Regisseren en zelf maken. “Pim wil daar soms nog verder in gaan dan ik. Soms moet je accepteren dat je bepaalde kennis beter kunt inhuren. Het voordeel van eigen mensen is dat je, in combinatie met een strakke aansturing en weinig lagen in de organisatie, minder faalkosten hebt.” Peter legt uit dat vakorganisatie Bouwend Nederland ooit berekende dat een gemiddeld bouwbedrijf in Nederland uitkomt op rond de 3% rendement, maar dat de faalkosten gemiddeld 12% bedragen. “Dat percentage is veel te hoog en laat ook zien dat daar je winst ligt.” Rendement, winst is voor ieder bedrijf een must om te zorgen voor continuïteit, wat overigens niet hetzelfde is als potverteren. Bij Tankens gaat de winst weer terug naar een plek waar ieder bouwbedrijf op bouwt: de grond. Grondposities worden met eigen middelen aangeschaft en zorgen daarmee op de lange duur weer voor een gezonde financiële huishouding. Durf, maar vooral ook geduld, zijn dan schone zaken. Rustig laten liggen, komt goed. En ja, het kan ook gebeuren dat je posities inneemt die later weinig profijtelijk blijken. Aangezien Tankens vooral in de eigen regio opereert komt dat laatste weinig voor. Het bedrijf kent en voelt de ontwikkelingen rond de deur en heeft inmiddels een goede neus ontwikkeld voor kansrijk en kansarm. ▪ Kerstpakketten Marjonne Tankens

Veel hebben we nu geschreven over het verleden. Waar komen de Tankens-sen vandaan, waarom zijn ze geaard zoals ze zijn geworteld. Maar tijden veranderen ook. Peter heeft zijn eigen stijl. Leidinggeven gaat volgens hem niet meer zoals vroeger. “Pim en mijn vader waren

3.2 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

57


3.3 Tijke, Fien, Sjany Tankens voormalig eigenaren Met negen nazaten lieten Piet (1922-1986) en Truus (1922-2012) Tankens-Pellekaan zich niet onbetuigd. Begrijpelijk dat achteraf gezien de meeste aandacht uitging naar Pim en Teus, immers zij waren uiteindelijk de mannen die de kar bleven trekken.

De oudsten:

"onze steun en toeverlaat viel weg, we zaten met de handen in het haar."

Tijke, Fien en Sjany voor ouderlijk huis

58


Gezin Piet en Truus met inmiddels zeven kinderen

Wat niet wegneemt dat ook de andere zeven kinderen hun rol opeisten. Ook zij hadden invloed op het bedrijf dat Tankens ooit is geworden. En andersom, had dat bedrijf ook invloed op de manier waarop hun levens zijn verlopen. Het aannemingsbedrijf speelde een grote en overheersende rol in het gezin. Het kantoor, met Koos Schouten als boekhouder, was in de kamer rechts naast de voordeur van het woonhuis aan de Julianastraat in Andel. De timmerwinkel en tegelschuur waren achter het woonhuis (nu garage Dammers). De timmerlieden aten hun boterhammen op in de keuken van ma Truus. Pa Piet hield kantoor in de woonkamer. De eettafel lag vol met mappen en ordners. Op de vloer lagen monsters van stenen, hout en tegels. Ook het bergmeubel van ma was geannexeerd door pa. ‘s Zondags werd de tafel leeggeruimd om met het hele gezin te kunnen eten. Door de week aten ze altijd in de keuken. In 1986 overleed pa Piet, 64 jaar oud. Hij liet een mooi (en ook ingewikkeld) bedrijf achter in de handen van Tijke (1948), Fien (1949), Teus (19512016) en Sjany (1953). Gelukkig had pa Piet enkele jaren voor zijn dood de aandelenverhouding van de verschillende werkmaatschappijen goed geregeld. De jongste kinderen kregen de aandelen van onroerend-goed-tak De Rietdijk. Korte tijd na het overlijden van pa Piet kwam Pim (1959) ook ‘thuis’ werken. Een goede en opbouwende samenwerking tussen de broers en zussen bleek een grote uitdaging te zijn, nu pa Piet er niet meer was. We spreken met drie senioren. Tijke, Fien en Sjany, die alle drie fris van geest terugblikken. Ze hebben zo hun herinneringen. Fien ging al op jonge leeftijd met vader Piet mee naar het werk. Aan school had hij het land. Rekenen ging hem overigens goed af, maar taal was niet z’n favoriete vak. Achteraf zou bij hem waarschijnlijk dyslexie zijn geconstateerd, maar daar had in die dagen nog nooit iemand van gehoord. Op zijn achttiende jaar kreeg hij van vader Piet al de verantwoordelijkheid om zelfstan-

dig een bouwproject te managen. Fien regelde alles: materiaal bestellen, planningen maken en uiteraard de werkzaamheden op de bouwplaats. Overigens haalde hij op latere leeftijd nog keurig zijn aannemersdiploma. Hij heeft er nooit spijt van gehad om niet te gaan studeren. Als hij naast je zit, herken je een man van de praktijk. Grote handen, open blik. Geen woorden maar daden. We mijmeren nog even na over die grote verantwoordelijkheid die pa Piet aan hem toevertrouwde. Ook de andere kinderen genoten op relatief jonge leeftijd al veel vertrouwen van vader Piet. Of was het een teken des tijds? Grote gezinnen waren heel normaal. Jong op eigen benen staan was vaak simpelweg nodig om het ‘kosthuis’ betaalbaar te houden. En het was ook een tijd van ‘aanpakken en niet zeuren’. Coaches of burn-outs bestonden niet. Vader Piet en moeder Truus hadden allebei een goed verstand en hadden allebei ook graag willen door leren. Maar door de omstandigheden (economische crisis 1935 en de Tweede Wereldoorlog) zat dat er niet in. Daarom waren ze er allebei op gebrand dat de kinderen hun best deden op school en eruit haalden wat erin zat. Ook Tijke en Sjany ondervonden wat het was om verantwoordelijkheid te dragen. Tijke deed de ULO in Eethen en kwam in 1964 terecht op het kantoor van groengrutter Hak in Giessen. Toen pa Piet in 1965 besloot om in Gorcum, aan de Torenstraat, een Doe-Het-Zelf-zaak (De Toren) te beginnen, werd Tijke bij Hak ‘weggehaald’ om deze winkel te gaan runnen. Pa Piet had in Brabant iemand ontmoet die verstand had van dit soort zaken en die kwam Tijke inwerken op het gebied van productkennis. Je zou kunnen denken: wel een groot verschil (voor een 17-jarige), Andel of Gorcum, maar volgens Tijke viel dat mee. ‘’De mensen in Gorcum vond ik erg aardig. Het was een gemoedelijke tijd. Eind van de dag brachten we bestellingen weg. Hout en plaatmateriaal, (keuken)kasten, aanrechtbladen, hang- en sluitwerk, gereedschappen. Eigenlijk alles wat een huis nodig had.” ▪

3.3 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

59


Portemonnee in een sok Soms waren die Gorcummers iets te handig, vertelt Tijke: ‘’Op een gegeven moment miste ik de kassaportemonnee. “Heb jij die soms weggelegd”, vroeg ik aan mijn collega, maar die wist nergens van.

Tijke van Bruggen-Tankens

Wat denk je, ik kijk naar beneden en zie dat een klant die tegenover mij stond die portemonnee in zijn sok had zitten. Dat werd zichtbaar toen hij bukte om iets vast te maken. Nou, dan weet je toch niet wat je ziet! Hij gaf ‘m wel terug, maar kwam niet meer terug als klant en bleef mij later in de stad altijd hatelijk aankijken. Dat zijn dan weer de mindere dingen die je meemaakt en die je ook nooit meer vergeet.”

Toen pa Piet als ras-ondernemer het idee kreeg dat een keuken-, tegel- en sanitair-zaak erg goed zou passen bij het aannemingsbedrijf, vroeg hij aan Sjany of zij daar iets voor voelde. En zo ging zij vanaf 4 juli 1974 Keukenhoff Tankens leiden. Een hele stap, want tot die tijd had ze een goede job als directiesecretaresse bij de verkoopdirecteur van McCain in Werkendam. Als 21-jarige jongedame kreeg ze de verantwoordelijkheid over de keukenzaak. Weer die verantwoording. ‘’Ik was nog maar een snotneus. Pa betrok me overal bij: de inrichting van de showroom, de sollicitatiegesprekken met keukenverkopers, het contact met de leveranciers, de reclamevoering, alles. Na een korte tijd liet hij met een gerust hart alles aan mij over.” Voor Sjany had pa ook een leermeester in gedachte: ene Pechtold van sanitair groothandel Struyk in Oosterhout. Die leerde haar alles over kranen, wastafels, koppelingen, wandduobloks et cetera. De vertegenwoordigers van wand- en vloertegels kwamen regelmatig over de vloer. Meerdere keren bezocht ze met pa Piet de sanitair- en tegelbeurs in Bologna, net als tegelfabrieken in die regio en de keuken- en meubelbeurs in Keulen. Ook de keuken- en tegelfabrieken in Duitsland en Frankrijk konden op hun belangstel-

60

ling rekenen. Leuke uitjes. Pa sprak een beetje Duits. Sjany kon haar op de ULO, HAVO en Schoevers secretaresseopleiding geleerde Nederlands, Engels, Frans en Duits volop in praktijk brengen. Ook de bij Schoevers geleerde handelscorrespondentie in vier talen kwam goed van pas, net als een talenpracticum Italiaans in Dordrecht, dat erg zinvol was bij het zakendoen met Italië. Al doende werd Sjany een echte keukenkenner. Niet alleen van kleuren, materialen, kasten, accessoires, aanrechtbladen en inbouwapparatuur, ook de vormgeving en opstelling van het keukenmeubel was heel belangrijk bij het advies. “Ik kon goed adviseren omdat ik snapte hoe iemand in een keuken zou willen werken. Als mijn keukenverkopers in de offertefase een ontwerp maakten, moest ik regelmatig uitleggen dat het beter, gunstiger en handiger kon, en daar genoot ik van.” In de beginjaren was de Keukenhoff op dinsdag gesloten. Omdat bijna het hele sociale leven van Sjany zich afspeelde in de Keukenhoff, besloten zij en Teus van Oord uit Werkendam, toen ze in oktober 1979 gingen trouwen, om dit op dinsdag te doen. Dan hoefde er niks verzuimd te worden en konden collega’s en zakelijke kennissen ook naar de receptie komen. De kinderen van Sjany en Teus bestempelen dit als óver-plichtsgetrouw! “Maar voor ons was het simpel: de winkel ging altijd voor.” ▪


Eten bij oma en opa Ze koesteren niet alleen de professionele herinneringen. Ook op persoonlijk vlak hebben Tijke, Fien en Sjany de tijd bewaard. Als kinderen woonden ze drie huizen verder in de straat naast opa en oma Teunis en Martijntje Tankens-Schouten. En dat was dikke pret.

2021 Fien kraanmachinist Postweide

Fien: ‘’Op dinsdag en donderdag mochten we daar altijd komen eten. Met twee kinderen tegelijk. Om de beurt. Tijke was dol op boerenkool met worst. Fien lustte graag snijbiet met draadjesvlees en Sjany’s lievelingskostje was rauwe andijviestamppot met slasaus, azijn, spekkies en een zachtgekookt ei. Gebakken aardappels met sla en rabarber en een balletje gehakt was ook niet te versmaden. Oma had altijd lekkere bruine jus doordat ze een eetlepel tomatenpuree meebakte vóór het afblussen van het vlees. En oh ja, Haagse Bluf, dat kon oma ook zo heerlijk maken. En als we overdag eens bij oma binnenliepen, kregen we altijd een handje pelpinda’s uit een groot blik. Tijke: ‘’Oma kon heel goed koken en was vooruitstrevend. Met een eigen aardappelkelder, badkamer, fornuis, wasmachine en een koelkast liep ze echt voorop. Groepjes leerlingen van de toenmalige Huishoudschool in de straat kwamen met de leerkracht regelmatig bij oma een kijkje nemen bij de moderne snufjes in de huishouding. Nou moet ik zeggen dat opa ook wel een beetje ‘grootsig’ was, dus dat kwam haar goed uit.” Loftuitingen over pa Piet waren er ook. Notaris Jungerius had eens gezegd: ‘’Als jullie vader had kunnen studeren, was hij een captain of industry geworden.” Sjany: ‘’Maar dat ging niet. Pa moest, als oudste van negen kinderen, al op jonge leeftijd mee naar de bouw om te gaan metselen. Hij heeft na de lagere school nog twee jaar op de Landbouwschool in Andel gezeten. Het hoofd van de school was meester Bronkhorst. Pa vertelde altijd dat hij veel van ‘Bronkhorstje’ geleerd had. Niet alleen over taal en rekenen, landbouw en veeteelt, maar vooral om naar de wereld te kijken. Veel algemene ontwikkeling dus. Ons vader was een vooruitstrevend mens, hij dacht altijd verder.”

Het begrip kerk komt ter sprake. Waren Piet en Truus gelovig? Tijke: ‘’Jazeker, wij gingen als kinderen trouw mee naar de kerk, maar ze vonden ook dat wij (vanaf een bepaalde leeftijd) daar zelf verantwoordelijk voor waren.” Fien: ‘’In 1965 bouwden we voor graanhandel Schouten de silo’s op het Munnikenland (Poederoijen). Een heel groot karwei. De opdrachtgever was een neef van pa Piet. Toen er eens op zondag kort aan een betonvloer gewerkt moest worden (om schade te voorkomen) liet pa zich niet door de reformatorische toezichthouder van Schouten weerhouden om te doen wat nodig was.” Fien spreekt vaak lovend over vader Piet, die volgens hem meer handelsman was dan ambachtsman. ‘’Je moet kopen als je het niet nodig hebt” was zo’n typische pa-Pietuitspraak, want dan betaal je nooit te veel. Die handelsgeest zat er al vroeg in bij hem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ruilde hij de voedselen sigarettenbonnen die hij kreeg, voor andere bonnen of spullen die hij wel kon gebruiken, zoals een verlovingsring. Er was thuis voldoende te eten, door de moestuin, aardappelkelder en eigen kippen. ▪

Fien Tankens

3.3 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

61


Sociaal en rechtvaardig Fien: “We waren in Amerongen bezig om een huis te bouwen voor de dochter van ‘ome Drik (Hendrikus 1898-1969)’. Hij was een broer van onze opa Teun. Toen het koffietijd was, ging ze rond met koffie. Maar alleen voor ome Drik en voor pa Piet, niet voor het overige personeel. Pa zei: ‘’Als je alleen koffie voor ons komt brengen en niet voor de werklieden, dan hoef ik ook geen koffie meer’’. Pa was trouwens niet alleen sociaal en rechtvaardig. Hij was óók streng maar rechtvaardig. Én hij was zéker ook voor vrouwenemancipatie. In zijn grote gezin hadden de meisjes evenveel in te brengen als de jongens. Sjany weet nog: ‘’De timmerlieden die in de timmerwinkel achter het huis werkten, aten hun boterhammen in de keuken bij ma Truus op. Dat was heel gezellig. Ik herinner me nog dat Huub Branderhorst (die later architect is geworden) altijd een verrassend lunchpakket bij zich had. Een krop sla, een courgette, een paar paprika’s en een komkommer, die hij samen met een half brood naar binnen werkte. Ik was als 11-jarige tiener stiekem een beetje verliefd op die alternatieveling. Later kwam er een kantine in de timmerwinkel.” Toen Tijke met Gerrit van Bruggen trouwde, gingen ze boven de winkel in de Torenstraat wonen. Gerrit werkte inmiddels ook bij De Toren. Toen de winkel halverwege de jaren zeventig verhuisde van de Torenstraat naar de Westwagenstraat, verhuisde Tijke en haar gezin naar Andel. Het assortiment groeide en had als belangrijk nevendoel om te fungeren als voorraad van het bouwbedrijf van Tankens. Hierdoor kon je in één keer meer inkopen, wat voordeliger was. En je kon van elkaars voorraad gebruikmaken. Pa Piet zag het allemaal al ver van tevoren. Mooie verhalen over gereedschap en ijzerwaren inkopen bij handelaren in de Joodse buurt van Amsterdam. Sjany weet nog goed: ‘’Ik mocht na school een keer mee. De schoolboeken Frans gingen ook mee want ik had de volgende dag een repetitie. Ook een bakje met goudreinetten. Die kon ik onderweg afschillen en samen met pa opeten. Toen

62

De Toren keukens op verdieping

pa klaar was met de zaken zei hij: ‘’Nu gaan we nog even bij de Makke Duiven kijken, De Wallen, begreep ik later. Die moet jij tenslotte ook eens gezien hebben. En niet naar binnen kijken hoor, want dan worden ze boos!” De wereld was groter dan Andel! Dat was weer een hele levensles voor de toenmalige tiener! Tijke en Fien kunnen zich nog goed herinneren dat ze (omdat pa vrij laat z’n rijbewijs behaalde) achterop de brommer flinke reizen maakten. Naar zijn zus Toos in Den Haag. Of naar zijn zus Bets in Emmeloord. Naar het Circustheater in Scheveningen. Of een rondje over de Afsluitdijk. Hij bezocht (op de brommer en later met de auto) ook klanten in het hele land om bouwmaterialen te verkopen. Die werden later door chauffeur Piet Naayen met de vrachtwagen afgeleverd. Eind jaren negentig kwam er een einde aan de geschiedenis van De Toren. De winkel had zijn diensten bewezen. Tegen de opkomst van Gamma en Karwei was niet op te boksen. Bovendien beschikten die bouwmarkten over veel betere parkeergelegenheid. ▪

1968 Trouwfoto Tijke en Gerrit van Bruggen


Pater Familias Sjany excelleerde in de Keukenhoff. Topkeukens van Arthur Bonnet, Sie Matic, Kruse & Meinert en WEVO passeerden de revue. En ook hier weer de blik op vooruit van vader Piet. Fien: ‘’We waren op ‘De Waai’ (het opslagterrein van Tankens, dat op oude kaarten van Andel als De Weide vermeld staat) al begonnen met het verkopen van keukenblokjes, buffetten, roestvrijstalen aanrechtbladen en een enkele luxe aanbouwkeuken van het Franse keukenmerk Arthur Bonnet.” Tijke: “Op de bovenverdieping van De Toren verkochten wij ook al buffetkastjes en aanrechtblokjes.” De ervaring met keukens was dus al aanwezig. Sjany beleefde in de Keukenhoff een mooie tijd. Ondernemen lag haar wel. Veel meegemaakt, ook veel moeilijke dingen. Eind jaren zeventig ging ze voor het eerst met pa en broer Teus naar de tegel- en sanitair beurs in Bologna. Latere bezoeken zouden volgen. Ook de keukenfabrieken in Duitsland en Frankrijk werden, al dan niet samen met pa Piet, regelmatig bezocht. Het overlijden van pa Piet, nog maar 64 jaar oud, in 1986 slaat in als een bom en laat een krater achter. Tijke en Sjany: ‘’Onze steun en toeverlaat viel weg. We zaten met de handen in het haar’’. Piet Tankens wás iemand. Man van gezag en wat ze tegenwoordig een personality zouden noemen. Door al het verdriet heen was er ook reden voor optimisme.” Fien: ‘’Het werk op de bouw liep gewoon door. Er was werk genoeg.”

en anderen naar boven haalde. Het wegvallen van een stamhouder die opgevolgd moet worden is geen kleinigheid. Je kunt met aandelenoverdracht, testamenten en zo meer van alles voorbereiden, maar één ding kun je nooit voorbereiden: de menselijke geest en gevoelens. Die gaan waaien als de omstandigheden veranderen. Er openen zich altijd nieuwe perspectieven maar er verschijnen ook altijd donkere wolken aan de horizon. Hoe dan ook, waar iedereen het wel over eens is, is dat de komst (binnen twee jaar na het overlijden van pa) van Pim naar het familiebedrijf essentieel was. Pim bleek het ondernemerschap helemaal in zich te hebben. Sjany: “Hadden wij denk ik niet eens verwacht, maar zo pakte het wel uit.” ▪ Sjany van Oord-Tankens

Wat volgt is een periode die door de betrokken kinderen (dus aandeelhouders van het bedrijf) verschillend wordt ingekleurd. Dat is ook wel begrijpelijk. Piet Tankens was een echte pater familias. Hij was een inspirerend en bezielend leider die het beste in zijn kinderen, medewerkers

3.3 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

63


Trots Het overnemen van de eindverantwoordelijkheid na het overlijden van pa Tankens was in feite maar een korte aangelegenheid. Binnen twee jaar waren Pim en Teus het leidende duo en liep het aannemingsbedrijf weer door. De aanvullende karakters van deze twee broers bleek goed uit te pakken. Lastiger was het gesteld met de andere aandeelhouders. De oudsten voelden zich vaak niet gezien. Sjany: “Er was helaas geen sprake van een evenwichtige, respectvolle en opbouwende samenwerking.” Niet pa, maar de eigen broers, Teus en Pim gingen nu voorop. Hun succesvol leiderschap wordt niet betwijfeld. Sjany: “De jongste kinderen konden, met hun aandelen van de onroerendgoed- tak De Rietdijk op hun

64

lauweren rusten en dat heeft hen geen windeieren gelegd.” Ze zag zich in 1999 om gezondheidsredenen genoodzaakt om haar werk als directeur van Keukenhoff Tankens neer te leggen. Haar aandelen verkocht ze aan Teus en Pim. Tijke en Fien volgden haar voorbeeld. Alle drie zijn ze trots op het bedrijf Tankens zoals het er nu staat. Het fundament van vader Piet is fraai uitgebouwd. ▪

1947 Trouwfoto Piet en Truus


Goed eten de beste basis

De geschiedenis van ieder familiebedrijf wordt vaak opgetekend langs de lijnen van economische prestaties. Logisch, want zonder verdiensten kan een bedrijf niet floreren. Maar wat weleens onderbelicht blijft is de stille kracht van een sterke vrouw op de achtergrond. Sterker nog, dochter Sjany is ervan overtuigd doordat haar vader Piet zo’n goede zakenman werd omdat hij altijd kon rekenen op zijn sterke vrouw Truus. “Hij is tot het eind van z’n leven op haar verliefd gebleven.” Hoe mooi is dat? Om haar moeder nog eens in het zonnetje te zetten schreef Sjany voor ons op wat een verdienstelijke keukenprestaties Truus altijd leverde. Een passie die trouwens door de andere ‘Tankens-en’ tot op de dag van vandaag wordt gedeeld. Sjany daarover: “Moeder Truus kon heel lekker koken, had ze waarschijnlijk grotendeels van haar schoonmoeder, oma Martijntje geleerd. Bijna iedere dag was er verse soep. Er werden veel groentes gegeten (uit eigen moestuin, achter de Keukenhoff en op De Waai), met aardappels en een lekker stukje vlees van Teunis de slager. Er werd iedere dag pap gekookt van de melk die door ma of de kinderen op de fiets werd gehaald op de Hoef, de boerderij van de familie Schep. Het vet werd van de melk geschept en daarvan werd slagroom gedraaid. Custardvla, griesmeelpap, karnemelksebloempap, bitterkoekjesvla en gortepap behoorden tot het repertoire. Toen Gerrit de melkboer langs de deur kwam met zijn kar vol flessen met yogurt, vanille- en chocoladevla, noemde pa Piet dat gekscherend ‘luiewijvenpap’. Van de eigen zwarte bessen werd heerlijk bessensap gemaakt. In een grote Keulse pot werd van witte kool zuurkool gemaakt. Ook was het iedere zomer enkele weken ‘bonencampagne’ om de breekbonen te wecken en de snijbonen in het

Fien met betonwerk

zout te doen voor de ‘grûûn mee witte’. Dat was ook een moment dat de kinderen mee moesten helpen. Meestal hoefde dat niet. Als pa Piet eens zei: ‘’Laat de kinderen toch eens wat doen’’, zei Truus: ‘’Welnent, laat die maar lekker gaan leren, of lezen’’. Hoe ze het toch voor elkaar kreeg om elke dag voor elf ‘man’ een lekkere en voedzame maaltijd op tafel te zetten, zal wel altijd de vraag blijven. Wat trouwens ook wel bijzonder is: hóe vaak vader Piet ook door de telefoon van de etenstafel werd geroepen: hij deed nooit lelijk over het bedrijf of klanten. Dat is misschien wel de reden dat acht van de negen kinderen thuis gingen werken.” ▪

3.3 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

65


3.4 Toos, Alie, Trudie en Liesbeth Tankens – eigenaren De Rietdijk

De jonkies: je wordt gek of je wordt makkelijk

Alie, Liesbeth, Toos en Trudie

66


1968 Gezin Piet en Truus met 9 kinderen (Tijke ontbreekt en staat op trouwfoto)

Ieder mens heeft zo zijn of haar eigen beleving aan de kindertijd. Als je zelf een zekere leeftijd hebt bereikt, besef je vaak hoeveel trekken je hebt van je ouders. Toos (1957), Alie (1961), Trudie (1963) en Liesbeth (1966) Tankens herkennen zichzelf in de opvoeding die ze genoten van Piet en Truus.

Liesbeth: “Ik liet eens mijn rapport zien aan mijn vader. Allemaal achten, negens, een enkele tien en ook één zeven. “Wat doet die zeven daar?” was het eerste commentaar. In tranen ging ik naar boven. Maar eerlijk gezegd, onze zoon Koen zegt dat ik ook niet vooraan sta met het uitdelen van complimenten. We lijken soms meer op onze ouders dan we misschien wel willen toegeven. Alie: “Ik denk dat wij niet altijd beseften hoe goed we het hadden: Het eerste gezin met een Mercedes in de straat, de eerste televisie en als eerste op wintersport.” Alie lijkt een punt te hebben. Liesbeth: “Maar we hadden niet veel speelgoed. Soms werd vergeten dat er nog kinderen waren die ‘heilig’ in Sinterklaas geloofden; die werden dan teleurgesteld.” Alle kinderen uit het gezin van Piet en Truus groeiden op aan de Julianastraat in Andel. En net als hun oudere broers en zussen gingen de vier jongste meisjes en Pim vaak bij opa Teunis en oma Martijntje aan, die een paar huizen verderop woonden. Mee-eten op dinsdag- en donderdagmiddag. Alie: “Opa kwam altijd precies om twaalf uur binnen om te eten. Geen minuut later.” Opa Teun was een man van de klok. Pa was een man van principes, maar niet dogmatisch. Trudie: “Pa had graag dat we naar de kerk gingen, maar oefende geen dwang uit. Dat liet hij aan ons zelf

over. Hij was niet ‘moeilijk’.” Moeder Truus was dat ook niet. “Ik word gek of ik word makkelijk. Dus ik koos voor makkelijk”, zei ons moeder. Met dat laatste werd volgens Trudie bedoeld dat moeder Truus in het huishouden niet per se heel opgeruimd was. Alie: “Dat kon ook niet. Als ik probeerde haar te helpen, vond ze dat niet nodig. Gaan jullie maar leren, zei ze altijd.” Trudie: “Ik ging regelmatig wassen en strijken, dat vond ik leuk om te doen en ik hield mijn eigen slaapkamer schoon.” Pa was meedenkend en stimuleerde de kinderen om te leren. Trudie: “Ik weet nog dat toen ik in Rotterdam op school zat op Schoevers dat ik halverwege het jaar mijn rijbewijs had gehaald. Van Pa kreeg ik gelijk het autootje van mijn zus en zij kreeg een andere. Rijden maar, hup naar Rotterdam.” Liesbeth: “Ik had net een week mijn rijbewijs. Na de diploma-uitreiking van Pim en naderhand eten bij de Chinees in Delft, gaf Pa mij de autosleutels. Rustig zat hij naast mij te slapen in de auto. Hij maakte zich echt geen zorgen, Pa had vertrouwen in ons.” Hoe makkelijk Piet ook was, hij kon op zijn strepen staan. Niet door het journaal heen praten en niet door het televisiebeeld lopen als er voetballen te zien was. En al helemaal niet door het weerbericht heen praten. ▪

3.4 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

67


Vrouwen gevraagd voor mannenwerk Alie en Liesbeth Tankens

De zaak was alom aanwezig. Vertegenwoordigers kwamen gewoon thuis over de vloer. Moeder Truus had altijd voor iedereen koffie. En als ze soep had smulden de vertegenwoordigers daar ook van mee. Toos: “Ik was de middelste van het gezin en werd misschien wel daardoor vroeg zelfstandig. Waren we net klaar met eten en stond de tafel nog vol, riep mijn vader tegen mijn moeder “Kom Truus we gaan nog even op de bouw kijken.” Nou nog geen minuut later stond pa Piet al met de wagen voor de deur te gassen. Maar ja, de tafel afruimen was dan voor mij. Het gebeurde ook dat we met zijn allen aan het avondeten zaten en er weer een klant aan de deur stond voor tegeltjes. Hup naar achteren naar de tegeltjesschuur. Veel keus was er nog niet. Je had wandtegels van 15 x 15 en 15 x 20 cm en 10 x 10 cm vloertegels. In verschillende kleuren, dat wel. Maar ik vond het altijd leuk om te helpen.” Na het behalen van haar MAVO-diploma ging Toos werken in de Doe het zelf zaak van Tankens, De Toren in Gorinchem (aanvankelijk gevestigd in de Torenstraat, maar verhuisd naar een voormalige bioscoop in de Westwagenstraat). Toos werkte daar ook een poos samen met haar vriend Kees Dammers, met wie ze later trouwde. Een vruchtbaar begin van haar carrière dus, zullen we maar zeggen. Niet lang

68

Toos Dammers Tankens

daarna kwam Toos te werken op het kantoor in de Julianastraat in Andel. “Dat was nog bij Koos.” Koos, beste lezer was Koos Schouten de boekhouder van Tankens. Toos hielp hem met de boekhouding. Zus Alie was amper achttien jaar toen ze ook voor de familie ging werken in hun Doe het zelf zaak De Toren in Gorinchem. “Ik vond dat ‘mannenwerk` erg leuk. Dat maakte ons vader niks uit. Hij gaf zijn dochters net zoveel en dezelfde kansen als zijn jongens.” De klanten kwamen uit de wijde omgeving want de winkel stond bekend om haar goede service. Alie: “Twee jaar geleden ontmoette ik op een vakantie nog iemand die spontaan vertelde vroeger altijd naar ‘De Toren in Gorcum te gaan voor doe het zelf spullen. Daar had je pas service.” “Jij was ook best handig en praktisch aangelegd” merkt zus Trudie op. Alie: “Alhoewel m'n meiden allebei een andere kant op zijn gegaan, hebben zij zeker ook mijn klus-genen geërfd”. Ik sprak laatst ook nog iemand die vertelde altijd naar De Toren te gaan omdat je daar altijd losse schroefjes kon kopen in kleine hoeveelheden.” Alie werkte ook nog jaren in de Keukenhoff onder supervisie van zus Sjany. ▪


Wie heet er Tankens? Liesbeth was wat minder met het virus van De Toren besmet. “Ik werkte nog wel een blauwe maandag als vakantiekracht in De Toren maar daar bleef het bij.” Na het Atheneum in Gorinchem toog Liesbeth naar Rotterdam waar ze haar propedeuse economie heeft behaald. “De studie was niet wat ik ervan verwacht had. Met lood in mijn schoenen zei ik op een avond tegen mijn vader “Ik denk dat ik wil gaan stoppen met economie.” “Nou, dat moet je dan maar doen, je zult er al lang genoeg over hebben nagedacht”, was zijn enige commentaar. Dat was aanvankelijk een opluchting, maar later vond ik het toch wel jammer dat we er niet een poosje over hadden doorgepraat.” Alie: “Er werd gewoon niet veel gepraat thuis; en dóór!”. “Als je ons nu allemaal zo gehoord hebt”, aldus Toos tegen de schrijver “zal het je wel zijn opgevallen dat de Tankens-en niet graag op de voorgrond staan en liever bescheiden blijven. Geen op de borstklopperij, nooit complimenten. Maar wel de vrijheid om iets te bereiken en jezelf te ontwikkelen.”

Na haar afgeronde propedeuse economie besloot Liesbeth het over een andere boeg te gooien en studeerde ze informatica aan de TU in Delft en woonde ze in het studentenhuis van vader Piet. Inderdaad, waar broer Pim ook gewoond en gestudeerd had. Exact zijn en precies denken dat kunnen die Tankens-en wel. In een bomvolle collegezaal met rond de 200 studenten werden de tentamenresultaten besproken. Vraagt de docent plots: “Wie heet er Tankens?” Verbazing alom bij Liesbeth waarna ze bedremmeld haar hand opsteekt. Vraagt hij vervolgens: “Dan ken je zeker ook wel Aart Hobo?” Bleek dat de beste man afkomstig was uit Uitwijk en regelmatig op De Waai (zoals het opslagterrein vaak werd genoemd) te vinden was wegens zijn verbouwing in Uitwijk. Liesbeth: ”Jaren geleden zat ik in Almkerk in de wachtkamer bij fysiotherapeut Van Berkel toen meneer van Berkel de volgende patiënt kwam halen. “Tankens, ben je een echte of aangetrouwde?” “Een echte” zei ik. Vervolgens vertelde hij hoe hij rond 1970 door Pa in Almkerk terecht was gekomen. Van Berkel behandelde Pa in het ziekenhuis in Gorinchem na zijn auto-ongeluk. Van Berkel gaf aan dat hij graag een eigen praktijk wilde starten, waarop Pa hem tipte over een huis met mogelijkheden voor een praktijkruimte, dat te koop zou gaan komen in Almkerk. Dat bleek een schot in de roos. ▪

Pentekening Truus Tankens-Pellekaan

3.4 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

69


Duizend gulden in een envelop Ook Trudie heeft bijzondere herinneringen. Als jong meisje hielp ze weleens mee in De Toren. “Ik zat ook graag op de trap en aangezien ik weleens had opgevangen dat er regelmatig werd gestolen, ging dat door mijn hoofd.” Ze volgde in Eethen de MAVO en in Sleeuwijk de HAVO, volgde een opleiding als directiesecretaresse bij Schoevers in Rotterdam en ging werken bij eiergroothandel Van Ballegooijen in Wijk en Aalburg. “Daar was ons vader trots op, omdat ik het daar goed naar mijn zin had.” Met kerst kreeg ze in Wijk een envelop die ze thuis uitpakte en daar een briefje van duizend gulden in ontdekte. “Daar was ik wel van onder de indruk.” Trudie werkte later ook nog op kantoor bij Pim om offertes uit te werken. Ook maakte ze facturen voor Teus van Oord, getrouwd met zus Sjany en ondernemend met ‘Martens en Van Oord’. Momenteel werkt ze als naaister op een atelier in Gorinchem bij een werkvoorzieningsschap voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ze heeft het er reuze naar de zin. Jezelf dienstbaar opstellen. Net als werken voor de Voedselbank in Gorcum. Toos weet dat pa Piet veel mensen hielp. Materieel. Financieel. Nooit over praten. Niet nodig. Een boer had stalbrand en Tankens had er net voor gewerkt. “Betaal maar als je weer geld hebt” zei Piet genereus. En dat gebeurde vaker.” De dames 1947 Trouwfoto Piet en Truus

70

Trudie Tankens

weten nog veel. Bijvoorbeeld dat Piet zo trots was op zijn grote gezin. Stond hij onder aan de skilift iedereen op te wachten. “Zijn dat jouw kinderen” vroeg eens iemand. “Ja, zei Piet. “Ik heb er negen!” Goede tijden slechte tijden. In 1986 kwam Piet te overlijden. Oma Martijntje moest de begrafenisstoet vanachter het raam gadeslaan. Te oud en moeilijk ter been om erbij te zijn. “Ik geloof dat ik het voor oma nog erger vond dan voor mezelf,” vertelt Liesbeth. ▪


De Rietdijk BV Ze participeerden alle vier met Pim sinds 1985 als grootaandeelhouder al in De Rietdijk BV de vastgoedtak van Tankens met Pim als directeur. Ze waardeerden dit bezit maar koesterden geen ambities om actief te ondernemen of zich te bemoeien met de rode draad van dat bedrijf. Overigens, net als hun partners, dus van die kant was geen ambitie, of oppositie, richting het bedrijf te verwachten. Er volgde een herverdeling van aandelen bij de oudsten. Tussendoor kregen alle kinderen weleens dividend overgemaakt. “Waar hebben we dat allemaal aan verdiend dacht ik dan”, zegt Trudie. Teus en Pim waren de broers die het bouwbedrijf voortzetten. Toos: “Ze hebben het goed gedaan. Wij zaten met onze aandelen in De Rietdijk BV en bemoeiden ons niet met het bouwbedrijf.” De namen van Pim en Teus vallen. Liesbeth: “Pa zei dat het voor Teus goed zou zijn geweest om eerst bij een ander bedrijf te werken voor hij thuis de leiding kreeg. Maar dat is nooit gebeurd. Met Pim wilde hij het anders doen, hij wilde niet dezelfde fout maken als met Teus: Daarom is Pim eerst in Rotterdam bij de GEM gaan werken.” In de familie, vooral door Pim, wordt vaak beweerd dat ‘de grijze cellen’ mede afkomstig zijn van oma Martijntje, een Schouten. Iets wat door iedereen aan tafel wel wordt onderschreven. Maar vlak moeder Truus ook niet uit. Aan het begin van

Alie Tankens

Bedrijfspanden De Rietdijk B.V. Giessen

ons gesprek laat Alie nog even het rapport van Pa Piet zien dat hij behaalde op de Lagere Landbouw School. Niet meer dan twee jaar diende leerplichtige Piet, toen moest hij van school af om te metselen bij vader Teun en mee de kost te verdienen voor het grote gezin van zijn ouders. Maar zijn lijst mocht er wezen: allemaal achten, negens en een tien met slechts één laag cijfer: een twee voor verzuim. Truus was een Pellekaan, uit een timmermansgezin uit Sleeuwijk. Eerder, in 1924, hadden de gebroeders Tankens met Fien Pellekaan in Sleeuwijk al een burgemeesterswoning gebouwd. De families kenden elkaar al. Alie: “Ma had zeker de brains maar maakte haar lot ondergeschikt aan ons vader. Toos: “In de oorlog heeft ze op een kantoor gewerkt voor de uitgifte van voedselbonnen.” Herinneringen vliegen over en weer, meest zoete. Wat overheerst is een grote mate van trots en tevredenheid. Bovendien, veel dingen hebben lang geleden plaatsgevonden. Neem het verhaal over vader Piet die in de oorlog plots vier jaar ouder was en niet in Duitsland voor de Arbeitseinsatz is geweest. Dat werd dus onderduiken in het kippenhok bij opa Piet als er onraad in het dorp was. Maar daar herinneren de dochters zich toch niets meer van. Hoe zat dat nou? Het is lang geleden allemaal en voor je het weet vergis je jezelf in het verleden. Menselijk. Pa Piet was wat ze tegenwoordig een ‘captain of industry’ zouden noemen. Grote gewichtige kerel, rustig maar licht ontvlambaar als hij langs de lijn stond bij Sparta’30. Hoe dat ging? Laten we dat maar niet opschrijven. ▪

3.4 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

71


3.5 Toos Dammers-Tankens voormalig Keukenhoff Bedrijfsexcursies en met zijn allen op wintersport Samen met haar zussen Tijke, Sjany, Alie, Trudie en Liesbeth vormt Toos (1957) het vrouwelijk smaldeel van het gezin dat Piet en Truus Tankens nalieten. Ze koestert goede herinneringen. Met zijn allen op skivakantie bijvoorbeeld.

Toosje bedankt Voor pa Piet voelde dat als thuiskomen aangezien men meestal naar dezelfde plaats, Leogang, afreisde. Het gezin Tankens was volgens haar in Andel de tijd vooruit. Vader Piet stond bekend om zijn wat stugge houding. Een beetje afstandelijk. “Maar als je hem beter kende was het een toffe peer”, aldus Toos. Ze vond het prima om in haar werk te moeten luisteren naar jongere broer Pim. “Geen enkele moeite mee. Ik had niet die ambitie die hij wel had.” Net als thuis werd later ook haar eigen gezin een typisch Tankens gezin. Een achternaam waar ze tot op de dag van vandaag trots op is. Toos trouwde met Kees die als timmerman-voorman de kost verdiende in het bouwbedrijf. Hun zoon Sander is in Kees zijn voetsporen getreden als machinaal timmerman bij Tankens. Jongste zoon Wim heeft een eigen autobedrijf, maar wel in de vroegere timmerwerkplaats van Tankens, die vader Kees vakkundig ombouwde tot autogarage. Naast haar administratieve werk is Toos bij Tankens vooral bekend geworden door haar organisatie van de bedrijfsEXCURSIE. Want er was ook weleens tijd voor ontspanning. Samen met Pim regelde Toos ieder jaar een evenement waar het nuttige met het aangename werd gecombineerd. Een excursie die je gerust met hoofdletters kon schrijven. Een echte happening. Dit werd gecombineerd met een bedrijfsbezoek aan een van de leveranciers, een tegelfabriek, lijmfabriek, stenenfabriek of soortgelijke. Meestal

72

betekende dat voor de middag een bezoek aan dat bedrijf waar het nuttigheidsaspect bovenaan stond. Dit onderdeel was dan meestal gestrikt door Pim. Toos regelde dan de rest en ’s middags een ontspannen uitje als fietsen bij Piet Plezier, kleiduifschieten, wadlopen in Friesland of ander vertier. Twee dagen lang met elkaar op pad. Alles erop en eraan. Eten en drinken, buikjes rond. “Zo zijn we zelfs een keer naar Oostenrijk geweest, terug naar Leogang in het ‘eigen’ familiehotel en ook nog twee keer naar Zwitserland. Vijf dagen wintersport met het hele bedrijf. Partners mee, de hele bups. “Ik weet nog wel dat Pim een keer twijfelde of het door kon gaan omdat de tijd slecht was. ‘Maar we doen het toch’ zei hij. Het is goed voor de onderlinge band.” Wandelen, Skiën, rodelen, sneeuwwandelen, en niet te vergeten de apres ski. Zeg nou zelf, welk bedrijf doet dat?” aldus Toos. “Toosje bedankt, Toosje bedankt, Toosje Toosje, Toosje bedankt”, zong de hele bus. We hadden er best bij willen zijn, in die bus. Hoe gezellig zou dat niet zijn geweest? Om toch een indruk te geven van de manier waarop dit door het bedrijf werd aangepakt laten we onderstaand wat fragmenten zien waaruit blijkt hoe de directie samen met Toos de organisatie ter hand nam:


Ski-scholing 2009 Gstaad, Zwitserland 2008 eerst oefenen in Rucphen en dan in 2009 naar Zwitserland De stemming zat erin en iedereen had de smaak te pakken. Om nog beter beslagen ten ijs te komen werd in 2008 eerst een skiles-programma aangeboden in het Brabantse Rucphen om er dan in 2009 vol tegenaan te gaan. Van 27 tot en met 31 januari ging het bedrijf naar Zwitserland evenals in 2011.

2006 Wintersport Leogang, het 'thuis' van familie Piet Tankens.

3.5 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

73


Bedrijfsexcursies

1994 Wadlopen na bezoek gipsplatenfabriek

2011 Wim Colijn, rodelen Zweisimmen

2011 Lekker in de zon, Zweisimmen

1994 Piet Plezier, Oisterwijk 2011 Scholing en skiën, Zweisimmen 2006 Wandelen met sneeuwschoenen, Leogang

74


1996 Hoogovens IJmuiden en Amsterdam

2011 Scholing door ir. Kees Timmer

1997 Limburg, Gulpen

3.5 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

75


Tim Tankens

76


3.6 Tim Tankens Opstaan en doorgaan Dat je niet altijd wind mee hebt in je leven ervoer Tim Tankens al op jonge leeftijd. 27 jaar was hij toen een mysterieuze schouderblessure acuut uitgroeide tot een neurologische aandoening die hem zelfs langdurig arbeidsongeschikt maakte.

Na eerst zijn studie aan de MTS en HTS te hebben afgerond, was Tim tot eind 2009 werkzaam bij Tankens als werkvoorbereider. Zijn toekomstbeeld stond ineens volledig op zijn kop. Op inzet mocht hij aan een lang revalidatieproces in het Radboud ziekenhuis in Nijmegen beginnen. In deze periode leerde hij zijn vrouw Jeannet kennen en samen kregen zij 2 kinderen. Naamdragers Thijs en Lars. Zijn revalidatieproces volbracht hij bij collega-aannemer Nederlandse Bouw Unie (NBU) in EttenLeur. Om de draad weer op te pakken werkte Tim daar aanvankelijk drie dagen in de week, waarbij het steeds beter ging en uiteindelijk werkte de jongste uit het gezin van Teus en Hanny Tankens weer vijf dagen in de week. Hierna trok het familiebedrijf Tankens hem weer, waar hij nu alweer een paar jaar als projectleider in touw is. De ziekte lijkt ogenschijnlijk net zo plots weer verdwenen te zijn als die kwam. Gelukkig maar. Tim lijkt in veel opzichten op vader Teus. Weegt zijn woorden en relativeert als hij spreekt over wat hij geleerd heeft van die tijd bij de NBU. “Tijdens mijn revalidatie heb ik ook een master Managementwetenschappen gedaan en heb ik een afstudeeronderzoek gedaan gericht op marketing en supply chain management. Kijk, ik ben natuurlijk opgegroeid met de visie van Tankens. Maar ik heb daar geleerd, tijdens de studie en later bij NBU, dat er ook andere visies, andere waarheden bestaan.

Bij Tankens zijn we gericht op alles zelf doen. Eigen metselaars, timmermannen en tegelzetters. Bij NBU, wel een groter bedrijf is men juist gericht op meer uitbesteden en is er ook veel meer focus op marketingactiviteiten. Bij Tankens streven we ook naar goede verkoopresultaten natuurlijk, maar ligt de nadruk minder op verkoopoptimalisatie. Hier moet de winst meer komen uit efficiency en kwaliteit. Doordat we veel met eigen mensen werken is het gevolg dat wij als Tankens, in vergelijking met een bedrijf als NBU, minder kunnen produceren. We halen onze productiecapaciteit uit eigen arbeid en die is eindig. Bij hen is de productiecapaciteit gericht op inkoop en dan kun je wat sneller opschalen. Wij zijn daarentegen weer meer flexibel en kunnen snel inspelen op veranderingen als de markt daarom vraagt.

Trotser Wikken en wegen, nadenken en relativeren, dat is Tim. “Bij Tankens hebben we een platte organisatie waardoor de directie dicht op het werk zit en vaak direct schakelt met de onderaannemers. Dat geeft vertrouwen. Vooral ook omdat we vaak jaren met dezelfde vaste onderaannemers werken. Wij zijn heel erg gericht op continuïteit, op het doorgeven. We hebben ook niet per se de wens om te groeien, tenzij dat organisch zo gaat. We willen ook flexibel blijven, dus woningbouw en utiliteit kunnen bouwen. >

3.6 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

77


Die afwisseling is iets waar onze mensen, en dat is ons grootste kapitaal, naar uitkijken. Dat moeten we koesteren.” Met zijn achtergrond, zowel theoretisch als door zijn ziekte en het werken buiten de deur, toont Tim zich iemand met een brede kijk. Hij geeft aan dat in de toekomst processen op het gebied van communicatie of personeelszaken meer volwassen opgepakt moeten gaan worden dan dat tot nu toe het geval is. De tijd verandert, zo geeft hij aan. En om jonge mensen te blijven boeien voor het bedrijf zul je als ondernemer ook moeten laten zien dat je moderniseert. “Misschien mogen we soms ook wel wat trotser zijn, meer uitdragen dat we er zijn. Die neiging hebben wij niet zo . Dat is niet des Tankens, wij blijven liever bescheiden.” Wat Tim van zijn vader Teus leerde ging eigenlijk vanzelf: toegankelijk, empathisch en sociaal. Maar ook loyaal.

Vrijstaande woning, Nieuwaal

Synergie met Peter “Soms vraag ik me weleens af of mijn vader een bewuste ondernemer was. Koos hij daarvoor of ging het gewoon zo? Hij werkte keihard en met veel plezier. Ook was hij bewust bezig met de Bouwschool Breda en Bouwend Nederland, dus hij had oog voor de toekomst van ons vak. De

De Burcht, Werkendam

78

cijfermatige kant lag hem niet zo, dat was minder zijn ding. Het is trouwens maar de vraag of echte ondernemers vaak met cijfers bezig zijn. Rasondernemers zien kansen op elke hoek van de straat en gaan ervoor, ongeacht de branche. De cijfers komen dan vanzelf, of niet. Zo iemand was mijn vader duidelijk niet. Wat dat betreft is Pim meer een man van de cijfers. Pim is van nature heel precies en gestructureerd, veel controleren en secuur. Achteraf gezien had ik wel meer van Pim willen leren.” Werken met familie, met zijn broer Peter. Ja, ze voelen veel verantwoordelijkheid. Het is ook niet niks een bedrijf met 80 collega’s aan de praat te houden met alles wat daarbij komt kijken. Pim en Teus waren heel verschillend, maar daardoor vulden zij elkaar juist goed aan. Waren complementair. De verschillen tussen Tim en Peter zijn veel kleiner. Sterker nog, ze lijken juist op elkaar. Maar synergie kan juist ook goed werken. “We hebben onderling veel respect en waardering voor elkaar. Dat gaat vanzelf.” ▪


Teus en Tim in China

3.6 De familie binnen het bedrijf

79


3.7 Tamara en Martina Aannemersdochters

Tamara en Martina met links het ouderlijke huis

80


Opgroeien als dochters van een van de hoofdpersonen in dit boek, Pim Tankens. Tamara Tankens (38) en Martina Wiegers-Tankens (32) zijn als volwassen vrouwen hun kindertijd al lang ontgroeid, maar kijken er met plezier op terug.

Hoe was Pim als pa? Tamara: “Het was zoals het was. Als kind denk je daar niet bij na. Doordeweeks was hij eigenlijk altijd aan het werk. Ook ’s avonds soms nog. Maar met het middag- en avondeten was hij wel altijd thuis. Nog steeds wordt er ’s middags altijd even thuis een boterham gegeten. In het weekend was hij meestal echt vrij. Toch waren er dan ook vaak nog activiteiten die met het bedrijf te maken hadden. Zoals op zondag nog even langs kantoor om een stapel tijdschriften en bladen op te halen die pa dan thuis bekeek.” Martina: “Het weekend was echt voor het gezin. Vaak op zaterdag naar een grote markt of stad om eten in te kopen voor zondag. Koken op zondag is echt een hobby van mijn vader. Vaak iets met vis, mosselen of oesters. Dat vonden we heel leuk herinner ik me nog wel.”

Van druk was nooit sprake

Tamara: “Ik weet ook nog dat we vroeger regelmatig op zondagmiddag stad en land doorreden om ergens in een nieuwbouwwijk te gaan kijken. Daar gingen we inspiratie opdoen en vroeg ons pa ook naar onze mening over welke huizen we mooi vonden. Of hij zich ook echt iets aantrok van onze mening, dat weet ik eigenlijk nog steeds niet...”

Martina: “Hij had veel voor je over en wilde het beste voor je, wat nu nog steeds zo is nu we ouder zijn. Zoals het huis dat hij voor Tamara in Almkerk bouwde en voor mij in Woudrichem. De bouw ervan moest pietje-precies. Als je ziet hoe hij bijvoorbeeld een tegelvoer intekende. Daar mocht geen millimeter verkeerd.” Als kind werden ze regelmatig na het avondeten nog even meegenomen naar de bouw voor een inspectie. Tamara: “Dat vond hij heel leuk om te laten zien.“ Martina: “Ik weet nog wel, heel gek eigenlijk, dat ik als klein meisje erg onder de indruk was van zo’n huis met een stenen trap. >

Tamara: “Wij werden nooit gepusht om een rol in het bedrijf op ons te nemen. Wel betrokken.” Martina: “Ik kon niet zo goed rekenen. Mijn vader juist wel. Dan hielp hij me daar thuis wel mee, maar eigenlijk ontbrak de rekenknobbel bij mij, iets wat in de bouw wel belangrijk is.” Tamara: “Ik kon wel aardig rekenen maar ik denk dat hij al vroeg in de gaten had, dat de bouw er niet in zat bij ons.” Ze kozen allebei voor een andere carrière dan het familiebedrijf. Tamara werd jeugdarts bij de GGD en zus Martina werkt als mondhygiëniste in haar eigen tandartspraktijk in Andel die ze runt met haar man tandarts Erik Wiegers. Wat hun beroep betreft lijken ze daarmee meer op moeder Tineke, die als zuster ook in de verzorgende sector haar boterham verdiende.

3.7 De familie binnen het bedrijf

81


Onderdoorgang Wateringen Bouwinspectie

Goh, dacht ik dan: Als ik later ook eens zo’n trapje zou hebben.” Heel kinderlijk natuurlijk. Van dat struinen op de bouw kregen wij overigens regelmatig vieze schoenen en kleren. Ook Pa kwam regelmatig met modderschoenen thuis. Hier was ons moeder niet altijd blij mee.” Ondertussen heeft Ma Tineke, zonder hulp in huis, wel het huishouden draaiende gehouden. Pa hoefde nergens naar om te kijken en kon zijn aandacht volledig op de zaak richten en dat is te zien! Op het werk houdt hij volstrekt niet van ‘ontzorgd’ worden, maar thuis is het toch wel erg makkelijk zo’n vrouw in huis. Tamara: “Ondanks dat mijn vader druk was, nam hij vroeger ook de tijd voor kleine projecten voor ons. Zo heeft hij in de vroegere timmerwinkel voor mij en mijn zus Rosalie een hele slaapkamerinrichting gemaakt. Van stapelbed tot aan kast, geverfd in onze lievelingskleuren. Ook heeft hij met ons een konijnenhok getimmerd. De geur van zaagsel en timmerhout roept nog steeds nostalgische gevoelens op.”

Genieten Martina: ”Hij werkte veel maar kon ook genieten. We gingen best vaak op vakantie, tenminste voor die tijd dan. Vanaf 2000 was dat meestal naar Zwitserland naar ons eigen vakantiehuis, maar daarvoor gingen we ook naar Italië, Portugal of Turkije. Toen stond ik daar allemaal niet zo bij stil, maar achteraf besef je dat het best bijzonder was. Ze hadden het goed, dat besef leeft zeker bij de zussen. Maar het geld werd nooit over de balk gegooid. Geen overdadige merkkleding, wel een rijbewijs en een studie.

82

Rosalie, Tamara en Martina

Eigen boontjes doppen Of ze van hem iets geleerd hebben? Martina: “Nou, dat je niet gauw moet opgeven. Doorzetten en niet de handdoek in de ring gooien. Ik weet nog wel dat ik de opleiding Mondzorgkunde deed en niet altijd zin had in weer een andere praktijk om stage te lopen. Mijn vader bleef dan altijd heel rustig, dat zei hij dan ook: “Rustig blijven en niet opgeven. Dit is goed voor je mensenkennis, je leert ervan.” Nu ik een eigen bedrijf heb, herken ik dat wel, moet ik zeggen. Ons pa is erg kritisch, een eigenschap die ik van hem heb meegekregen en nu goed van pas komt in het werk als mondhygiëniste.” Tamara: “Dat je vooruit moet kijken en de dingen goed moet regelen.” Martina: “Je eigen boontjes doppen. Zorgen dat je een goed beroep leert. Studeren en er iets van maken.” Het interview is bijna klaar, de Moeder Tineke is na gedane arbeid toe aan even zitten.


1998 'Markt onderzoek’ rondrijden

Drie meiden op rodelbaan

Orangerie, resultaat van 'Markt onderzoek’

schrijver pakt zijn tasje al in als Tamara en Martina toch nog even iets toevertrouwen. Martina: “Over die zuinigheid. Hij bouwt de mooiste huizen en zit er zelf ook niet slecht bij natuurlijk. Maar ik weet wel dat hij thuis nog een paar klusjes moet doen waarvan er sommige al twintig jaar lagen toen wij nog thuis woonden. Hij wilde een bepaalde kapstok in de gang zelf maken, maar die hangt er nog steeds niet. Iets bijzonders met glas aan de muur moest het worden. Hij kan natuurlijk zo een vakman van het bedrijf sturen en het is geregeld, maar dat doet hij dan weer niet want het andere werk gaat voor.” Tamara: ”Aan de volgende generatie wordt ook al gedacht. Mijn vader vertelt de kleinkinderen ook regelmatig iets over de bouw. Hij heeft ze zelfs allemaal een eigen echte gereedschapskoffer gegeven. Erg leuk om te zien dat dit hen ook al inspireert. Het leuke van een aannemingsbedrijf is dat je ook met eigen ogen kan zien wat er gemaakt wordt. Zoals de school in Almkerk die Tankens nu bouwt.” Beiden ervaren vooral trots. Martina: “Als ik die Tankens-busjes zie langsrijden of ik zie reclameborden staan, dan doet dat wel iets met je.” ▪

Tamara en Tineke vloer nat houden

3.7 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

83


3.8 I.M. Teus Tankens 16 10 1951 - 15 12 2016 Aimabel en verantwoordelijk Een woensdagavond in september. Buiten stormt het, maar binnen voelt het aangenaam. Hanny Tankens opent gastvrij de deur van haar appartement in De Poort, een appartementsgebouw in het hartje van Andel. Ooit gebouwd door Tankens. Uiteraard.

Teus Tankens

"Ridder in de orde van Oranje-Nassau"

84

De koninklijke onderscheiding wordt toegekend aan mensen die zich bijzonder hebben ingespannen voor de maatschappij, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk (sport, zorg, cultuur, milieu, onderwijs) of door bijzondere prestaties in hun werk die boven het normale uitstijgen.


Binnen zitten haar kinderen Marlou (46), Peter (45) en Tim (41) al aan de ronde tafel op de schrijver te wachten. Het begin is nog wat onwennig. Logisch, want je voert niet iedere dag een gesprek over je overleden man en vader. Een gesprek waarvan het verslag ook nog eens in een boek gaat komen. Maar in even tijd kantelt de stemming en spreekt iedereen voluit. Teus Tankens was samen met broer Pim jarenlang het gezicht van dit familiebedrijf. Daarmee had het bedrijf letterlijk twee gezichten. Pim, de techneut met veel gevoel voor logica en zakendoen, Teus de mensenmens die voor iedereen in het bedrijf een luisterend oor had. Een makkelijke man waar je niet snel ruzie mee kreeg. Alle mensen die in dit boek over hem spreken doen dit vol lof. Merendeels kenden zij Teus alleen als ondernemer, werkgever en zakenman, maar hoe was Teus thuis? Marlou gelijk: “Betrokken. Hij wist wel wat er thuis speelde en at al vanaf dat wij jong waren tussen de middag vaak thuis. Ondanks dat hij veel werkte, was hij er voor ons. Al ging het werk dan gewoon door. Ik zie hem nog zitten met al dat papierwerk voor zich. “Als hij ’s avonds thuiskwam lag er altijd een stapel briefjes voor hem klaar met telefoonnummers erop van mensen die hij terug moest bellen.” Hanny: “Er was toen nog geen mobiele telefoon, wij vonden het normaal, waren eraan gewend dat hij thuis ook werkte. Boven in de logeerkamer stond zijn tekentafel. In die tijd kwamen er ook klanten aan huis langs, dat was heel gewoon. Op zondagmiddag of avond ging hij gerust nog even tekenen of werk voorbereiden.” Tim: “Maar het ging hem makkelijk

af, zijn werk was zijn hobby, het leek wel alsof hij het nooit zat was.” Peter: “Als je klein bent en je ziet je vader tussen de middag bij het eten, lijkt het wel of je vader er altijd is. Trouwens, ik ga zelf ook nog iedere dag tussen de middag thuis of bij ma eten. Het was wel gezellig dat hij er regelmatig was. Na zes uur ’s avonds ging hij vaak weer verder met het werk, Sparta’30, Bouwend Nederland of de Bouwschool Breda. Hij was altijd bezig en heel vaak voor een ander.” Hanny: “Teus had een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Maar hij kon ook goed relativeren en leed niet aan tunnelvisie.”

Lang haar Hanny was amper achttien jaar toen zij Teus leerde kennen, die toen ‘al’ 21 was. “We hebben elkaar ontmoet in de Compasa in Raamsdonksveer, op een zondagavond. Die middag had ik hem ook al gezien in het Keldertje in de Hank.” Peter luistert aandachtig en vraagt plagend aan zijn moeder: “Ma, waarom viel jij eigenlijk op pa?” Er volgt een veelbetekenende stilte want moeders is niet van plan om haar diepste geheimenissen aan dit boek toe te vertrouwen. “Maar”, biecht ze op: “Teus was toch een beetje anders dan de anderen. Hij viel gewoon op. Met zijn lange haar, rossige baard en snor was het een beetje een hippie.” Wijde broeken, oranje gekleurd, het was duidelijk de tijd van de seventies. Tim: “Als plattelandsjongen was hij zijn tijd vooruit, misschien kwam dat ook wel door invloeden van de HTS in Den Bosch waar hij studeerde.” >

Peter, Marlou, Tim en Hanny Tankens

3.8 De 2.1familie Ontstaan binnen en oprichting het bedrijf

85


Hanny praat warm over een gezellige tijd toen ze haar Teus leerde kennen. Op zondagmiddag met zijn vriend Otto de Cloe op pad. Ze werd vriendin van Otto zijn vrouw Elise, ook uit Raamsdonksveer waar ze notabene bij in de buurt woonde maar die ze in Andel pas echt leerde kennen. Een vriendschap voor het leven met in beide gezinnen opgroeiende kinderen die ook weer bevriend raakte. Hanny groeide op als meisje in Raamsdonksveer en kwam dus in het protestante Andel terecht. In die tijd een andere wereld, wat haar toch vrij gemakkelijk afging. Misschien ook wel omdat ze, als een van de weinigen, in ‘t Veer als protestantse opgroeide. Toch een overeenkomstje, ook al was de wereld in die tijd in Raamsdonksveer of in Andel nog heel verschillend. Toch herinnert ze haar entree bij de familie Tankens als warm en welkom. Met pa Piet kon ze het goed vinden. In zo’n groot gezin zijn er altijd verschillen. De ene mens is de andere niet. Hanny kon bijvoorbeeld goed overweg met schoonzus Toos waar ze mee bevriend raakte en die ook jarenlang haar buurvrouw was. Marlou, Peter en Tim wonen in de buurt . Niet dat we de deur bij elkaar platlopen, maar het blijft fijn om te weten dat je in elkaars buurt bent. Regelmatig eten de kinderen nog bij moeder Hanny, of in geval van de kleinkinderen bij oma Hanny.

Makkelijk Hanny: ”Het was in die tijd heel normaal dat je als vrouw op een gegeven moment stopte met werken.” Ze had ook bewondering voor schoonmoeder Truus. “Die had een gezin van negen kinderen. Kun je nagaan. Tussen de middag allemaal warm eten en zorgen dat het gezin op rolletjes loopt. Ik geef het je te doen”. Net als Truus was Hanny ook de spil van het gezin op de achtergrond. Toen hun eerste kind Marlou werd geboren gaf ze haar baan bij de ABN Amro op om zich voortaan volledig aan het gezin te wijden. Dat de dingen vroeger anders gingen horen we wel vaker natuurlijk. Hanny kan zich ook niet herinneren dat Teus er ooit over gedacht heeft om iets anders te gaan doen dan in de zaak te gaan werken. Dat was gewoon vanzelfsprekend. Het bedrijf groeide en Teus kreeg steeds meer aan zijn hoofd. Hanny was voor hem thuis een klankbord. Teus stond bekend als een makkelijk iemand. Zei zelden nee en moest naar het personeel vaak optreden als bemiddelaar of mediator. Hanny: “Mannen uiten zich niet zo gauw.

Dus het was al heel wat dat de medewerkers bij hem hun hart uitstorten. Op zich kon hij daar goed tegen, maar het gebeurde natuurlijk ook dat hij bij mij stoom moest afblazen. Ook als hij twijfelde over bepaalde beslissingen die genomen moesten worden.” Hij was geen einzelgänger maar iemand die dingen met zijn vrouw besprak. Peter: “Hij deed zijn werk graag, soms misschien iets te graag want hij vergat wel eens een rekening te sturen of moest hij ‘s avonds weer even ergens naar toe met een karretje zand omdat hij dat vergeten was overdag te doen.” Dat herken ik zelf wel eens. Marlou: “Hij was ook graag zelf op de bouw. Als er bijvoorbeeld gevlinderd moest worden deed hij dat ook weleens zelf.” Alleen al het gebruik van het woord ‘vlinderen’ duidt erop dat Marlou iets afweet van het bouwproces. Tim en Peter hebben in de bouw hun werk gevonden en zelfs in het eigen familiebedrijf. Hoe is het haar vergaan? Marlou: “Laat ik vooropstellen dat onze ouders ons alle drie altijd volledig vrij hebben gelaten in onze beroepskeuze. Er was nooit sprake van een duwtje in die richting. Ook niet voor Peter en Tim, voorzover ik weet. Ik was niet zo technisch als zij. Ik wist al vroeg dat ik graag in de zorg zou willen werken en werk met veel plezier in het Beatrixziekenhuis als operatie assistente.” Een heel ander leven dus, ook al voegt Teus Tankens, Zuid Afrika

86


Teus, Hanny en Otto de Cloe

Oud-bestuur-Bouwschool-Breda

Marlou daaraan toe dat ze later in haar leven toch nog weleens twijfelde om alsnog te kiezen voor het familiebedrijf. “Ook uit een soort van loyaliteit en ook omdat je ziet dat er heel hard gewerkt wordt. Dat ik daar ook mijn steentje aan bij zou willen dragen. De broers met gulle lach. “Hoeft niet hoor.”

Veel te jong Maar wat is dat dan, dat gevoel van verbondenheid, een gevoel dat dieper gaat dan alleen je achternaam? Tim, noch Peter of Marlou kunnen dat goed verklaren, maar wel dat ‘het’ er is. ‘Het’ zit diep. Een bloedband. Want ja, ook al werkt Marlou niet in het familiebedrijf, ze is er nog steeds wel trots op “Jij hebt weleens gezegd dat je misschien in de Keukenhoff had willen werken”, zegt Tim tegen zijn zus. Tim zelf is sinds 2020 weer werkzaam bij Tankens als projectleider. Weer werkzaam impliceert dat hij daarvoor ergens anders werkte. En dat klopt. In 2007 komt Tim van de HTS en start als werkvoorbereider bij Tankens. Vanaf 2016 werkte Tim bij de Nederlandse Bouw Unie in Etten Leur. Teus had via het bestuur van Bouwschool Breda goede contacten met directeur-eigenaar Jan Voesenek. Jan schoot te hulp en bood Tim de kans om te revalideren. Hij was in 2012 blijvend afgekeurd voor de rest van zijn leven wegens een auto-immuunziekte die er de oorzaak van was dat hij leed aan een neuralgische aandoening. Van drie, naar vier, naar vijf dagen per week weer werken. In een paar jaar tijd werd hij zijn ziekte tegen de verwachting in grotendeels toch de baas. Een betere revalidatieplaats was niet denkbaar. Teus was de NBU en in het bijzonder Jan Voesenek zeer erkentelijk. Daarmee lonkte ook het familiebedrijf en nam Tim weer plaats achter zijn bureau. Alsof er nooit iets was veranderd. Maar schijn bedriegt. Zijn herstelperiode blijkt synchroon te lopen met de ziekte van zijn vader.

Teus Tankens hield er een gezond leefpatroon op na. Rookte al 25 jaar niet meer, dronk met mate. Veel bewegen, randjes vet verwijderde hij. Rank en slank. Tot hij in december 2015 last kreeg van zijn oog wat er zelfs toe leidde dat hij wegens een kwaadaardige tumor zijn oog zou verliezen. In het Erasmusziekenhuis wordt dit oog verwijderd, waarna de tumor helemaal verdwenen zou zijn. Helaas, de klachten komen in de zomer van 2016 terug en de ziekte stak weer de kop op door zich in het hele lichaam te verspreiden. Dit keer was er geen uitkomst. 15 december 2016 kwam er een einde aan het leven van Teus Tankens, in de leeftijd van 65 jaar. Veel te jong kunnen we wel stellen. Het bericht werd bekend gemaakt o.a. op de website van zijn geliefde Sparta’30 en andere media als Het Kontakt en Altena Nieuws. Teus was een geliefd persoon en bekend in Andel en daarbuiten.

Ridder in de orde van Oranje-Nassau Peter: “Het is jammer dat hij de laatste jaren niet heeft meegemaakt, dan had hij kunnen zien hoe het bedrijf verder is gegroeid met mooie projecten, en nog belangrijker, hoe zijn gezin en kleinkinderen waren doorgegroeid. Hij leefde niet voor zichzelf maar voor anderen. Thuis, op de zaak en bij Sparta’30.” Tim: ”Hij was de laatste jaren op papier al een dag minder gaan werken maar ik geloof niet dat hij ooit helemaal had kunnen stoppen.” Hanny: “Welnee, dat kon hij helemaal niet. Het was geen stilzitter. Het liefst was hij op zijn zeventigste naast Bert Pelikaan op de grasmaaier van Sparta’30 gaan zitten.” Zelfs tijdens zijn ziekte waren er momenten die er in positieve zin uitsprongen. Neem het feit dat Teus op 14 september 2016 nog werd geridderd door burgemeester Arie Noordergraaf tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Een onderscheiding die hij kreeg vanwege zijn jarenlange inzet voor voetbalvereniging Sparta'30, zijn bestuursfunctie binnen Bouwend Nederland, afdeling Brabant Noord en zijn bestuursfunctie bij De Bouwschool Breda. ▪

3.8 De familie binnen het bedrijf

87


2022: 100 familieleden gezin Piet en Truus, 100 jaar na geboorte jaar 1922

88


3.8 De familie binnen het bedrijf

89


O4

medewerkers & meesterschap

90


4 Medewerkers en meesterschap

91


4.1 Wim Colijn en Marcel van de Nieuwegiessen - voorman timmerman

In heel Nederland liet Wim zijn sporen na

“Trots dat ik voor dit bedrijf heb kunnen werken" Wim Colijn

Marcel [links] en Wim

Acht jaar na zijn pensionering kan Wim Colijn het niet laten om van tijd tot tijd zijn gezicht bij Tankens te laten zien. “Ik ben trots dat ik voor dit bedrijf heb kunnen werken.”

92

Ik word chauffeur van een touringcar. Dat had Wim zich als menneke voorgenomen. Want achter het stuur kom je overal, wordt je blik een stuk wijder dan alleen de stip Uitwijk waar hij opgroeit op een boerderij. Zoals zo dikwijls komt er niks van. Toch heeft Wim heel veel van Nederland gezien. Te danken aan zijn allround inzetbaarheid als onvermoeibare vakman timmerman bij Tankens. Het aannemersbedrijf werkt lange tijd samen met Zijlstra Infra. Tunnels bouwen, het gebeurt overal in ons kikkerlandje. Wim is er bedreven in, wordt als voorman er op uit gestuurd. “Ik heb overal gezeten”, zegt de 73-jarige inwoner van Almkerk. “Betonwerk gemaakt op Ameland, ronde


Kiosk Scheveningen

kiosken in Scheveningen, in Delfzijl mijn brood verdiend met de bouw van betonkespen op grote meerpalen. Was ik alleen in het weekend thuis.” Waar hij minder gelukkig van werd: zijn eerste mobiele telefoon. “Dat was een bakbeest. Hadden ze aangesloten aan de claxon in mijn busje. Was je goed en wel bezig in zo’n tunnel, begon dat getoeter. Heeft niet lang geduurd, is er een andere oplossing gevonden. Ik moest wel meters kunnen maken, natuurlijk.” In zijn Land van Heusden en Altena en zeker ook in zijn woonplaats Almkerk, heeft Wim veel nagelaten. “We hebben die silo’s in Andel omgebouwd tot appartementen. Was nog een heel karwei, die dingen stonden uit het lood. En ik heb meegewerkt aan de bioscoop Hollywoud. Ook een uitdaging, want de constructie, dus ook de betonnen kolommen, was niet alledaags.” Het leven hangt van toeval aan elkaar. Wim kan erover meepraten. “Ik had ook graag boer willen worden. Mijn oudere broer had ook die ambitie. Dat is er eentje te veel, dus ben ik naar de ambachtsschool gegaan.” In zijn laatste schooljaar informeert Wim bij Pruijssen in Waardhuizen of hij een timmerman nodig heeft. “Dat was niet zo, hij stuurde me door naar Tankens. Van Piet kon ik de volgende dag al beginnen. Dat was wel héél snel. Examen gedaan, daarna aan de bak.” Wim heeft nooit de neiging gehad om een andere werkgever te zoeken. “Ik had prachtige klussen. Tankens beviel me heel erg goed.” Na 49 jaar zwaait Wim af.

Ziek Begin 2024 wordt Wim ziek. Zijn longen zijn aangetast, bouw gerelateerd. Trap op en af, het wordt voor de ijzersterke Wim een bezoeking. “We zaten al te denken over een appartement.”, zegt de inwoner van Almkerk. “Liever niet, we wonen al 45 jaar in dit huis. Heb ik zelf gebouwd.” Zover komt het niet; ook een traplift is niet geplaatst. Peter en Pim Tankens schieten te hulp en plaatsen twee tijdelijke woonunits in de achtertuin. Timmerman en voorman Marcel van de Nieuwegiessen (42) heeft die klus in 2025, vlak voor de bouwvakva-

2008 Wim Colijn 40 jaar in dienst bij Tankens

kantie, geklaard. “Had ik het even moeilijk mee”, zegt de Dussenaar. “Ik heb heel lang met Wim samengewerkt, hij was mijn leermeester. Kon heel goed met hem opschieten. Het idee dat Wim zo ziek was, dat kwam bij mij aan. Maar al heel snel was dat voorbij, vanwege zijn instelling.” Wim: “Wat is, dat is. Ik heb me erbij neergelegd. Ik ben geen klager.” Ook dat merk je tijdens het gesprek: het glas is bij hem vooral half vol. Marcel vervolgt: “We hebben de toegang tot de keuken verbreed. De natte groep met wasmachine en wasdroger in de bijkeuken ging naar de garage. Die is vorstvrij gemaakt door de buitenwand te isoleren.” Een kozijn in de bijkeuken werd weggehaald, er kwam een sluis voor in de plaats: een overgang naar de slaapkamer. Nadat alle betontegels uit de tuin waren gehaald, werden de twee units met een telescoopkraan geplaatst. “Passen en meten, een heel spektakel”, zegt Marcel. De buitenkant is bekleed met verticale harde houten delen. “Die zijn gemaakt op het voormalige Fort bedrijfsterrein in Woudrichem.” Uiteindelijk, mede door de tegelzetter en de fraaie kozijnen, is het een plaatje geworden. Heeft Wim tot zijn pensioen dezelfde werkgever gediend, Marcel is sinds 1999 al aardig op weg. “Als je laat zien dat je heel graag wil, word je door Tankens geholpen. Voor mij was dat met een nieuwbouwwoning op de Postweide in Woudrichem.” Het heeft hem nog iets opgeleverd. “Ik ben Wim opgevolgd als voorman. Ik dacht: dat is niks voor mij. Ben heel rustig van aard, sta niet graag op de voorgrond. Ook daarin heb ik me ontwikkeld.” Momenteel is Marcel bezig met het multifunctioneel centrum in Almkerk. “Complex, een mooie en grote uitdaging.” Soms komt Wim kijken. “Ik kan het niet laten. De bouw hoort bij mijn leven.” Die bouw heeft hem iets afgepakt, maar onderaan de streep veel meer gegeven. ▪

4.1 Medewerkers 2.1 Ontstaan en meesterschap en oprichting

93


4.2

Gerrit van Kapel en Aart Rink – tegelzetters

Tegels zijn een eyecatcher in huis Gerrit van Kapel kwam met een metseldiploma van de LTS, Aart Rink dacht met timmeren zijn toekomst vorm te geven in de bouw. Maar al vrij snel maakten ze een switch: het lijmen van tegels.

“Het draait om symmetrie"

Aart en Gerrit

94 Vakmanschap Aart Rink


Vraag een bouwvakker waarom hij dit vak heeft gekozen, dan is meestal het antwoord dat je echt iets neerzet. Gerrit van Kapel (72) en Aart Rink (26) kijken er net iets anders tegenaan. “Dat zie je lang niet altijd letterlijk terug, zoals timmerwerk. Maar bij ons is dat dus wel geval. Komt bij: tegels bepalen voor een deel het karakter van een huis. Kijk maar naar een keuken of een badkamer. Of op de vloer van een woonkamer. Daar zijn tegels de eyecatcher. Een timmerman zal nooit horen dat-ie een mooie bekisting heeft gemaakt, wij krijgen die complimenten wel.” Logisch, want mooie tegels dragen bij aan de sfeer in huis. En dus het woongenot. Gerrit kreeg bij toeval die troffel in zijn handen. “Mijn eerste werkgever was een aannemer in Veen. Hij had werk genoeg, zo werd me verzekerd. Maar na drie maanden was het gebeurd met metselen. In de tussentijd had ik een tegelzetbedrijf in Babyloniënbroek leren kennen. Ben ik dat gaan doen. Het is een echt vak.”, weet Gerrit. “Er komt stiekem veel bij kijken. Zeker toen tegels in de specie zetten nog normaal was. Om dat vlak te krijgen, moet je het tegelen in de vingers hebben. En het luistert heel nauw met de verdeling van zand en cement. Vier op één.” Was wel een trucje voor om te zien of het mengsel voldeed: “Specie op de tegel, aan de onderkant tikken. Als het er niet afviel, dan was het goed.” Gerrit spreekt in de verleden tijd. “In de specie leggen is nagenoeg verdwenen, nu is het allemaal lijmwerk.”

Grote tegels populair

2010 Slot Oosterburg Gerrit buiten vloertegels

Ook Aart Rink (26) bewandelde een zijweg. “Op het Willem van Oranje College in Wijk en Aalburg koos ik voor timmeren. In Breda de BBL-cursus gevolgd, toen was ik al bij Tankens begonnen.” Eenmaal volleerd ging het toch snel aan hem knagen. “Hoeveel écht timmerwerk is er nog? Je bent veel meer aan het monteren. Ik haalde te weinig eer uit mijn werk. Met tegels is dat heel anders.” Een mooie tegelvloer, badkamer, of keuken: het draait om symmetrie. “Het kan niet zo zijn dat je de ene kant twintig centimeter overhoudt en aan de andere kant tien. Het hele plaatje moet kloppen. Een badkamer is geen vierkant hok. Het is passen en meten. Veel rekenen dus, zodat de verhoudingen kloppen. Dat ligt me wel, want met rekenen blonk ik uit op school.” Het werk is veranderd. Lijmen, daardoor gaat het tegelen sneller. Het schietlood zit niet meer in het pakket, dat is

vervangen door een kruislijnlaser. Gerrit: “Vroeger zetten we tegeltjes van vijftien bij vijftien.” Aart: “Nu zijn grote tegels populair. Heb je veel grotere beugelsnijders voor nodig.” Particulieren hebben ook meer wensen, zeggen de tegelzetters. “Patronen aanbrengen. Groot tegelwerk doorbreken met een wand van kleine tegeltjes. Het is speelser.” In 1973 gaat het wat minder in de bouw. Gerrit moet omzien naar een nieuwe werkgever. Piet Tankens kan naast Driekus Westerlaken en Gerrit den Tek nog wel een tegelzetter gebruiken. Naast het opkomen van lijmen verandert er voor de Wijk en Aalburger nog wat. “Ik ging tegels zetten bij particulieren. Moet je niet als op de bouw grofgebekt zijn, geen cementpoten achterlaten.”

Nooit gezeur Bijna 45 jaar verdiende Gerrit bij Tankens zijn loon. “Ik had het er goed naar mijn zin. Nooit gezeur als je wat langer over een karwei deed. Piet en ik waren ook eerlijk naar elkaar toe. En dan heb je soms woorden. Maar dat werd altijd uitgepraat.” Wat Gerrit ook waardeerde: “Als Piet iets toezegde, dan werd die belofte ingelost. Al duurde het soms even, vergeten door de drukte.” Gerrit was leermeester, Aart heeft Ivo Colijn de fijne kneepjes van het vak geleerd. “Goed leren tegelen, daar moet je handigheid in zien te krijgen. Veel meters maken. En je moet situaties goed in kunnen schatten. In de bouw zijn die elke keer weer anders. Een leermeester laat je dat zien.” Ook belangrijk: “Er moet een goede klik zijn.” Voor Gerrit, die verschillende leerlingen heeft opgeleid, is het belangrijk dat je voordat nog maar één tegel is gelijmd, je al een voorstelling kunt maken hoe die badkamer eruit komt te zien. “Als je dat weet, weet je ook hoe je het aan moet pakken. Daar heb je echt een leermeester voor nodig.” Mooi om te doen: “Je hoefde niet streng te zijn, want tegelzetters zijn gemotiveerd.” Geniet Gerrit van zijn pensioen, voor Aart liggen er nog heel wat jaren voor zich. Als tegelzetter, bij Tankens. “Het bevalt me gruwelijk goed.” Wat vooral? “De vrijheid en het vertrouwen dat je krijgt.” ▪

4.2 Medewerkers en meesterschap

95


4.3 Jorn Thur – Tankens Andel Veel lijnen komen samen bij Jorn In 1997 begon Jorn met zijn stage bij Tankens. Op 16 augustus 1999 trad hij, 19 jaar oud en net afgestudeerd aan de MTS in Den Bosch, officieel in dienst. Hij is uitgegroeid tot een manusje-van-alles.

Zijn eerste werkzaamheden bestonden uit het calculeren van kleine verbouwingen, die hij al snel ook zelf, onder toeziend oog van Teus, mocht voorbereiden en uitvoeren, samen met de collega’s buiten. Een van zijn eerste grote projecten was een verbouwing in Nieuwendijk, waar zijn vader Martien als voorman werkte. Het werk liep thuis aan de eettafel vaak nog door, tot lichte ergernis van zijn moeder. Jong als hij was, kreeg hij direct veel verantwoordelijkheid onder het motto: ‘knap het maar op, en als er iets is, horen we het wel’. ”Fouten maken en daarvan leren hoorde erbij”, zegt Jorn, ”maar ik kreeg vooral veel vrijheid.” Kort na dit project overleed zijn vader onverwacht op 51-jarige leeftijd. Er brak een moeilijke periode voor Jorn aan. In de jaren daarna groeide zijn takenpakket snel. Naast de kleinschaligere werkzaamheden kwamen ook andere taken op zijn bord zoals calculeren voor aanbestedingen, offertes maken, werkvoorbereiding, uitvoering, planning, aansturing van collega’s en onderaannemers, materiaalbestellingen, facturatie, opleveringen en nazorg voor grotere projecten. Waar bij veel aannemers deze werkzaamheden verdeeld zijn over meerdere functies, komen bij Tankens veel lijnen samen bij een werkvoorbereider-projectleider – in dit geval Jorn. Daarnaast behoren ook ICT, digitalisering, telefonie en certificeringen tot zijn verantwoordelijkheden.

Van kozijntje naar zwembad Hoewel het werk vaak hectisch kan zijn, bewaakt hij bewust de balans tussen werk en privé. Ervaringen zoals het plotselinge overlijden van zijn vader, van Teus Tankens en een kind van een goede collega, hebben hem doen beseffen dat er meer is dan werk alleen. ”Gezin, familie, vrienden

96

en sport zijn voor mij minstens zo belangrijk.” Inmiddels maakt Tankens al ruim 26 jaar deel uit van zijn leven. Samen met collega’s heeft Jorn uiteenlopende projecten gerealiseerd, van kleine verbouwingen tot grote woningbouwprojecten via Tankens Projectontwikkeling in onder andere Wijk en Aalburg, Woudrichem en Elshout. Ook bedrijfshallen en particuliere nieuwbouwwoning staan op dat lijstje. Na het overlijden in 2016 van Teus kwamen daar ook werkzaamheden voor de woningbouwverenigingen in het Land van Heusden en Altena bij. Dit meestal naar tevredenheid van de opdrachtgevers. Hij doet veel, maar zijn motto klinkt anders: ”Ik maak het niet alleen, ik maak het samen met mijn collega’s en de onderaannemers. Zij zorgen er ook voor dat de opdrachtgever tevreden is en ook weer terugkomt.” Een sprekend voorbeeld is een klant waarvoor Jorn in eerste instantie twee kozijnen maakte, waarna hij in de loop der jaren ook een zwembad in de tuin realiseerde, de gevels van de woning grotendeels vernieuwde en bij diens onderneming twee bedrijfshallen en een compleet verbouwd kantoor opleverde. In al die jaren bij Tankens is er veel veranderd. ”In het begin was er veel telefonisch contact met opdrachtgevers, soms met een faxbericht bevestigd. Tegenwoordig verloopt vrijwel alles via e-mail. Hierdoor is het persoonlijke contact en vertrouwen minder vanzelfsprekend geworden. Dat mis ik soms. Juist dat persoonlijke is altijd een belangrijk onderdeel van mijn werk geweest.” ▪


Bedrijfspand, Werkendam

Vrijstaande woning, Andel

Jorn Thur

4.3 Medewerkers 2.1 Ontstaan en meesterschap en oprichting

97


4.4 Tweeling Arjan en Wiljan van Tilborg – Tankens Andel Bij een probleem is met elkaar sparren veel makkelijker

“Iedereen is anders”

Wiljan (links) en Arjan van Tilborg

De levens van Arjan en Wiljan van Tilborg lopen al 44 jaar parallel aan elkaar. Zo werken ze allebei op het kantoor van Tankens en zijn ze allebei projectleider. Die band levert veel voordelen op.

98

Ze zaten in dezelfde klas van de basisschool en samen gingen ze naar de LTS. Timmeren, net als hun vader en hun oudste broer. Daarna samen het vak echt geleerd op de SSPB Praktijkcentrum Bouw in Breda. Eén dag in de schoolbanken, vier dagen met spijkers en hamer aan de slag bij Tankens. Samen in Den Bosch de opleiding voor assistent-uitvoerder gevolgd. De kunst van het


bouwen hebben Arjan en Wiljan toegepast in de Donksewaard, Wijk en Aalburg. Arjan woont op zestien, zijn broer op achttien. ”We hebben op de trap na alles zelf gedaan”, zegt Wiljan. Met een knipoog: ”Eerst hebben we alles bij Arjan uitgeprobeerd, daarna een goed huis gebouwd.” Zo op elkaar afgestemd, toch hebben ze wel degelijk een eigen leven. Arjan: ”We lopen de deur niet bij elkaar plat. Iedereen denkt dat we ook veel met elkaar praten. Is niet zo, hoor. We kunnen een halfuur zwijgend op een terras zitten, want we kennen elkaars gedachten al.” Wiljan: ”Toen een onderzoeksbureau ons een keer doorlichtte, leken we zo veel in kennis en competenties op elkaar dat het bizar was.” Twee handen op één buik dus. In hun jonge jaren was dat zeker niet het geval. ”We waren heel erg competitief ingesteld”, zegt Arjan. ”We wilden allebei haantje-de-voorste zijn. Het leverde meestal veel strijd op.” Met het klimmen der jaren zijn die scherpe randjes eraf gevijld.

Bouwen en verbouwen Bij Tankens is het voorbij met samen optrekken. Arjan: ”In de beginjaren heb ik niet echt in de buurt gewerkt, ik was veel in Amsterdam en Den Haag aan de slag.” Wiljan: ”Ik zat meer in het Land van Heusden en Altena. Huizen bouwen en verbouwen.” Nu zitten ze al jaren bij elkaar op het kantoor. ”We wilden doorgroeien in het bedrijf”, zegt de tweeling. ”Kwam bij dat Teus Tankens ernstig ziek werd, waardoor zijn werkzaamheden gedeeltelijk overgenomen moesten worden.” Overigens, de biotoop van een kantoor was die twee niet vreemd. ”We hebben allebei een zwakke plek aan onze schouders. Als we geblesseerd waren en niet op de bouw konden worden ingezet, werd ons gevraagd kantoorwerk te doen. Konden we ons nuttig maken, onder meer met het maken van begrotingen.” Wiljan: ”Toen ik mijn eerste begroting had gemaakt, stonden ze ervan te kijken dat die zo goed klopte.” Kortom, zo bedacht Tankens, die twee moeten we aan het bureau houden. Op kantoor hebben ze een eigen werkruimte en hebben allebei hun eigen bouwprojecten. ”Dus werken we niet veel samen”, zegt de tweeling. ”Maar het heeft wel een enorm voordeel. Als je met een probleem zit, is het veel makkelijker om met elkaar te sparren. Je kent elkaar al door en door.” Beide heren zijn blij en trots dat ze het vertrouwen hebben gekregen om zich verder te ontwikkelen en zelfstandig projecten in uitvoering te begeleiden.

2011 Wiljan van Tilborg Orangerie Woudrichem

2013 Arjan van Tilborg Slot Zuiderburg, Woudrichem

Skiën in Oostenrijk en Zwitserland Het werk vinden ze uitdagend. ”We krijgen met alle facetten van de bouw te maken. Regelen alles van a tot z. Geeft veel druk, maar het is wel heel boeiend en uitdagend.” 16 november 2022 is een gitzwarte dag in het leven van Wiljan: zijn driejarige zoon Joël overlijdt. ”Joël was geboren met een grote moedervlek, Congenitale Melanocytaire Naevi. Het eerste jaar was vanwege mogelijke complicaties heel spannend. Daarna leek alles goed te gaan. Totdat hij klachten kreeg. Zat er een groot gezwel, een melanoom, in zijn buik. Joël was ongeneeslijk ziek.” Tankens was in die tijd en na de dood van Joël heel betrokken. ”Peter kwam regelmatig bij ons thuis. Ik mocht alle tijd nemen om te rouwen.” En: ”Mijn grootste steun was mijn tweelingbroer. Arjan was als een tweede vader voor Joël.” Arjan: ”Door die speciale band leefde ik enorm mee. Ik wilde het verdriet zo graag bij hem wegnemen, maar dat lukte niet.” Het overlijden van zijn zoontje heeft Wiljan, zijn vrouw en hun kinderen naast veel droefenis ook iets gebracht. ”Je gezin, dat is het allerbelangrijkste. De rest is min of meer bijzaak. Stress op het werk, ik ga er nu anders mee om. Geldt ook voor collega’s. Geen genoegen nemen met een half antwoord, maar durven doorvragen.” En ook: ”Iedereen is anders. Daar houd ik veel meer rekening mee. Voelt goed. Voor de ander, voor mezelf.” Tankens is al tweehonderd jaar een familiebedrijf. Dat zie je ook buiten de werkvloer terug. Arjan: ”Toen mijn broer en ik wilden bouwen, heeft Tankens meegedacht om een huis te bouwen in een nieuwbouwproject. En het bedrijf is goed voor zijn medewerkers. Denk aan personeelsuitjes, zoals skiën in Oostenrijk en Zwitserland. Dat zijn leuke herinneringen.” ▪

Wiljan met zoontje Joël

4.4 Medewerkers 2.1 Ontstaan en meesterschap en oprichting

99


4.5 Wim Holster, Zeger Raams en Jacco Paans – modelleurs Tekenkamer kloppend hart

“Alsof je legosteentjes bouwt” Jacco (links), Zeger en Wim

Hoe mooi zou het zijn wanneer je als koper van een nieuwbouwhuis bij de aannemer binnenkomt en samen even een tekeningetje maakt dat er aan de andere kant van het bedrijf uitrolt als een compleet huis? Met één druk op de knop.

100


5 woningen casco

Toekomstmuziek? Misschien, misschien ook niet. Met AI (Artificial Intelligence) kan er steeds meer, zoals computers voor je laten denken die vervolgens de boel voor je gaan bouwen. Eh nee, dat is nog niet de realiteit. Integendeel. Bij Tankens ligt de focus op goede communicatie en betrouwbaarheid richting de koper, terwijl voor de bouwer efficiëntie en continuïteit leidend zijn. Om dat te kunnen waarmaken is de tekenafdeling het kloppend hart van de organisatie. Hier worden ideeën en ontwerpen vertaald naar 3D- modellen en bouwtekeningen en wordt het complete bouwplan voorbereid: van funderingspalen, betonwanden en kozijnen tot alle andere bouwelementen van een woning. De tekenafdeling bestaat uit Wim Holster, Zeger Raams en Jacco Paans. Samen zorgen zij ervoor dat de vertaalslag van ontwerp naar uitvoering iedere dag wordt gemaakt, een taak die zowel uitdagend als essentieel is. Wim heet Holster, maar is eigenlijk een beetje een Tankens. Na zijn HBO Bouwkunde in Utrecht leerde hij het bedrijf kennen als stagiair om er daarna in vaste dienst te treden en nooit meer weg te gaan. Jacco en Zeger hebben beiden eerst gewerkt bij een architectenbureau. De tekenafdeling werkt nauw samen met Pim Tankens, die naast bouwkundige ook constructieve input levert voor het tekenwerk. Door deze samenwerking ontstaat een solide basis die bijdraagt aan de efficiëntie, betrouwbaarheid en kwaliteit waar Tankens om bekend staat.

Van klantwens naar productie Als je het simpel zegt verbindt deze afdeling de kopers met hun bouwwensen aan het productieapparaat. Maar zo simpel is het niet. Op sommige vlakken is Tankens een traditioneel familiebedrijf, maar als het gaat om tekensoftware, digitale

5 woningen, artist impression

innovatie en de kozijnenproductie loopt het juist voorop. Veel initiatieven komen van Pim Tankens, die deze onderzoekt en verder uitwerkt, waarna Wim samen met zijn collega’s voor de juiste implementatie zorgt in de organisatie. Dat heeft geleid tot een duidelijke omslag. Tot en met 2014 werd alles volledig uitwerkt in Autocad, een 2D-systeem met losse lijnen voor plattegronden, gevels en details. Later besloot het bedrijf om het roer om te gooien en de modellen volledig zelf in 3D te modelleren met het programma Revit. Daarmee onderscheidt het bedrijf zich van veel andere aannemers, die vaak slechts aangeleverde modellen op elkaar leggen zonder zelf te modelleren. De werkvoorbereiding van Tankens gebruikt de eigen 3D-modellen vervolgens om deze naast de modellen van leveranciers en onderaannemers te leggen. Zo worden verschillen, afwijkingen en fouten vrijwel altijd in een vroeg stadium ontdekt en voorkomen. Een in theorie vlekkeloos systeem en in de praktijk een enorme stap vooruit. Daarnaast investeerde Tankens, na een uitgebreid en zorgvuldig onderzoek in een zeer geavanceerde kozijnenmachine, de Windowmaster van leverancier Bos. Waar oudere systemen nog 2D-gestuurd en weinig flexibel waren, wordt deze machine 3D aangestuurd en is indirect gekoppeld met de 3D-modellen vanuit Revit die door de tekenafdeling worden opgesteld. Via een geavanceerde koppeling tussen Revit, Delta Pi en de 3D Master van Bos produceert de kozijnmachine op basis van deze 3D-gegevens direct de losse kozijnonderdelen. Vervolgens hoeven die alleen nog geassembleerd, gespoten en beglaasd te worden. Met deze nieuwe techniek is Tankens klaar voor de toekomst. Uiteenlopende typen kozijnen, waaronder varianten met triple beglazing, kunnen efficiënt en met hoge precisie worden geproduceerd. Het mooie is, als kopersbegeleiders Wim en Zeger met een koper >

4.5 Medewerkers 2.1 Ontstaan en meesterschap en oprichting

101


Wim met BIM en Delta Pi

aan tafel zitten en de koperswensen inventariseren, ze daarna snel en efficiënt het bestaande ontwerp wijzigen dat onder andere direct vertaald wordt in de kozijnenmachine. Plug en play. Alsof je legosteentjes bouwt. Na de afwerking gaan de kozijnen in beschermfolie, worden vervoerd naar Amsterdam waar leverancier Voorbij Prefab ze in een vooraf gefabriceerde betonwand stelt en vervolgens op de bouwplaats aflevert. Daarna hoeven de buitenwanden alleen nog geïsoleerd en gemetseld te worden. Ook de prefab betonwanden van Voorbij Prefab worden direct geproduceerd op basis van 3D-modellen van Tankens en dat in een innovatieve fabriek waar robots de onderdelen voor de betonwanden verwerken.

Architect en bouwer tegelijk Eigenlijk zijn ze dus bij Tankens architect en bouwer tegelijk? We vragen het aan Wim. “Bij Tankens vervullen we eigenlijk een dubbelrol: we combineren het werk van de architect met dat van de bouwer. Voor onze projectwoningen laten we ons inspireren door voorbeelden van woningen die we mooi vinden, die we vervolgens zelf vertalen naar een eigen, verbeterde variant die technisch altijd uitvoerbaar is. Bij complexere projecten, zoals appartementencomplexen, werken we vaak samen met een architect. Vanaf ongeveer het VO/ DO-stadium (Voorlopig Ontwerp/Definitief Ontwerp) nemen wij het vervolgens over en vertalen we het ontwerp naar werktekeningen en uitvoerbare modellen. Zo komen idee, uitwerking en uitvoering in alle gevallen naadloos samen onder één dak” Zelf doen is een Tankens trekje. Op die manier hou je als bedrijf optimale controle over

102

kwaliteit, tijd en budget. Al geeft het ook wel eens aanleiding tot last minute werk. Wim: “Pim komt vaak met nieuwe ideeën of verbeterpunten, soms op onverwachte momenten. Dat kan betekenen dat een woning soms twee keer getekend moet worden of dat er nog vlak voor de start van de bouw aanpassingen nodig zijn. Dat lijkt misschien lastig, en dat is het soms ook, maar het is altijd gericht op één ding: de lat hoger leggen en streven naar perfectie.” Op de afdeling van Wim, Jacco en Zeger wordt niet alleen gemodelleerd voor werktekeningen, maar worden deze modellen ook gebruikt voor de visualisaties die in de verkoopbrochures terechtkomen. De tekenafdeling verzorgt de verkooptekeningen en bijbehorende 3D-visualisaties, en levert daarnaast de technische teksten die in de verkoopbrochures worden gebruikt. De verkoopbrochures worden vervolgens in eigen huis gemaakt. Helenie, de vrouw van Wim, is werkzaam bij dochterbedrijf Keukenhoff, een speciaalzaak in keukens en badkamers (ook voor de projectwoningen). Naast haar dagelijkse taken bij de Keukenhoff verzorgt ze ook de samenstelling van de verkoopbrochures. De werkzaamheden van de tekenafdeling reiken echter nog veel verder dan alleen tekenwerk, visualisaties en verkoopteksten. Zij verzorgen ook het vergunningstraject, de benodigde energie- en bouwbesluittoetsen, stikstofberekeningen en de complete contractstukken. Daarmee is de afdeling een veelzijdig en onmisbaar onderdeel van Tankens, waarin ontwerp, techniek, regelgeving en presentatie naadloos samenkomen. ▪


4.6 Bram Schaap, Bart Slagmolen en Dani van Oudheusden - leerlingen

Leermeester moet ook een sociale kant hebben

Bram (links), Dani en Bart

4.6 Medewerkers en meesterschap

103


Alle drie wonen ze in het stadje Woudrichem. Alle drie volgen ze een Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL). En alle drie hebben ze gekozen voor het vak van timmerman. Bram Schaap, Bart Slagmolen en Dani van Oudheusden werken alle drie vier dagen in de week bij aannemings- en handelsonderneming Tankens. Wat die drie uit het vestingstadje ook gemeen hebben: na de middelbare school wilden ze niet nog meer zitvlees kweken in de schoolbanken, luisteren naar leerkrachten, huiswerk maken en leren voor tentamens en examens. ”Ik had al genoeg in de boeken gekeken”, zegt Bram (18), ”dus ben ik naar het Gilde Vakcollege in Gorinchem gegaan. Eén dag in de week theorie en praktijk, dat vond ik meer dan genoeg. En daar kun je tenminste met je handen werken.” Moest er wel een richting worden gekozen. ”Mijn vader zit in de metaal, met vliegtuigen. Maar hout trok me meer aan.” Bart Slagmolen (18) en Dani van Oudheusden (18) zaten bij elkaar in de klas op de christelijke basisschool Eben Haezer. Daarna trokken ze hun eigen plan. Beter gezegd: min of meer. Dani: ”We kozen allebei voor Het Gilde, maar kwamen niet in dezelfde klas.” Voor Bart was het van meet af aan duidelijk dat met techniek een boterham moet worden verdiend. ”Ik was niet van plan om heel de dag met een computer te werken. Iets maken, dat vind ik hartstikke mooi.” Hout was eigenlijk heel logisch. ”Mijn vader is timmerman. Zo lang ik me kan herinneren ging ik met hem mee.” En, zo heeft hij bij pa gezien: er zijn wel degelijk kansen om door te groeien. Hij werd uitvoerder, daarna hoofd maatvoering.

Werken of doorleren Niet elke vader stimuleert zijn zoon om in diens voetsporen te treden. Dani, wiens vader ook de kost verdient met hout, hamer, spijkers en schroeven, kreeg van pa te horen dat ‘ie nooit voor dit ambacht zou moeten kiezen. ”Ik zou moeten doorleren. Misschien omdat hij vroeger zelf dat heel graag had gedaan, maar de kans er niet voor had gekregen. Maar ik vond het vak zó mooi. Je zet letterlijk echt iets neer waar mensen

104

in wonen. Vind ik fantastisch.” Hoe denkt pa er nu over? ”Hij vindt het wel mooi dat ik timmerman word.” Op het VMBO in Gorinchem - alle drie kozen ervoor om de Merwede over te steken moeten ze stagelopen. Bram: ”Ik heb een kennis bij Tankens, dus ging ik daar mijn stage lopen. Toen werkte ik mee op een bouw in Vlijmen. Het was mijn eerste stage, dus was ik een beetje het manusje- van-alles. Ik ging een beetje proeven aan het werk. Beviel me zó goed dat ik er ook op zaterdag en in de vakanties wat ging bij verdienen. Ook fijn: ”De waardering die je krijgt. Voor mij was het dus heel logisch dat ik bij Tankens zou willen werken tijdens de BBL-opleiding.” Peter Tankens vond het prima: gemotiveerd en handig personeel-in-spé kun je altijd gebruiken. Er was wel een voorkeur wat scholing betrof: hij wilde dat Bram voor het SSPB Praktijkcentrum Bouw in Breda zou kiezen. ”Snapte ik ook wel, want hij zit in het bestuur van die vakopleiding. Peter weet dat je in goede handen bent om de opleiding te volgen.” De BBL-opleiding in Gorinchem heeft wel een wat andere insteek - louter theorie - dan die in de turfstad: daar komt ook praktijk bij kijken. Voor Bart was stagelopen en daarna echt het vak leren en dus werken bij Tankens deels ingegeven door de geografie. ”Het is dichtbij, dat is heel fijn. En het bedrijf heeft vooral in deze regio zijn projecten. Je hoeft niet veel te reizen.” Wat hem vooral bevalt: ”Bij Tankens is timmeren nog een echt vak. Bij die heel grote aannemers is dat niet meer, draait alles op prefab. Ben je veel minder bezig met het ambacht.” Net als Bram liep Dani drie weken stage bij Tankens. Hij deed meer ervaring op. ”Later deed ik dat bij een aannemer in Gorinchem en bij een interieurbouwbedrijf in Giessen. Toen een tweede stage bij Tankens. Daar heb ik ook verschillende periodes vakantiewerk


BouwSchool Breda

gedaan. En nu hier begonnen met de BBL-opleiding. Geen spijt van. De dagen gaan vlot voorbij, al moet je soms wel vroeg beginnen.” Op het VMBO hebben ze geroken aan het vak; op de BBL krijgen ze meer handvatten mee. Maar de finesses van het ambacht van timmerman leer je pas in de praktijk. Bram, heel helder: ”Je begint met nul ervaring.” Om er bedreven in te raken is een leermeester onontbeerlijk om je te wijzen op wat je goed doet, wat beter kan. Peter Nederveen heeft Bram onder zijn hoede; Richard Treffers leert Bart de fijne kneepjes van het vak. En Ronald Raams maakt Dani wegwijs in de wereld van het hout.

De wil om te slagen ”Wat voor een leermeester heel belangrijk is”, zegt Dani, ”is dat je écht wil. Dus gemotiveerd bent en leergierig. Een leermeester moet ook een sociale kant hebben. Dus niet alleen kritiek leveren, wat in de bouw heel vaak normaal is. Dan krijg je een klik.” Bart is heel stellig: ”Die dag naar school mag je van mij schrappen. Ik heb niet het idee dat ik er iets van opsteek. De échte praktijk, zo vind ik, leer je alleen van je eigen leermeester. Er is wel een groot verschil van leermeesters. Heb je te maken met een groot bouwproject, dan heeft ‘ie het meestal druk. Wordt een deel van die begeleiding overgedragen aan een andere ervaren timmer-

man. En je moet meer zelf doen. Nee, vind ik niet erg. Er spreekt ook een stukje vertrouwen uit.” Dat je het vak binnen de BBL-opleiding leert, die illusie heeft de vader van Bram al doorgeprikt. ,,Hij zei dat het minstens dertig jaar duurt voordat je alles kunt.” Werken en een dag leren. In 2027 is dat voorbij, dan hebben ze hoogstwaarschijnlijk hun diploma allround timmerman niveau drie. De toekomst ligt aan hun voeten. Immers, de bouwwereld snakt naar ambachtslieden. De kans is heel groot dat het Andelse bouwbedrijf net als voor zo veel medewerkers lange tijd voor hun broodwinning zal zorgen. Dani: ,,Het is in ieder geval een modern bedrijf. Op andere bouwplaatsen gaat het er nog ouderwets aan toe.” Tegelijkertijd omarmt Tankens nog steeds het ouderwetse ambacht. Timmerwerk waar je kennis voor nodig is, waar je voldoening uithaalt. Zal het daarbij blijven? Waarschijnlijk niet. Leergierig en gemotiveerd: dan wil je meer. Via avondstudies doorgroeien naar uitvoerder bijvoorbeeld. Dani en Bram denken er al over na. Oók Bart, die zo’n hekel heeft aan alles wat riekt naar school. Vreemd? Nee, als je eenmaal weet dat je je talenten zo veel mogelijk wil ontwikkelen, wordt dat geen obstakel meer. ▪

4.6 Medewerkers 2.1 Ontstaan en meesterschap en oprichting

105


4.7

Erik Colijn - BouwSchool Breda

Je doet het niet alleen voor jezelf

“Jong vakmanschap opleiden is mijn grootste drijfveer.” Erik Colijn

Het enthousiasme spat van hem af. Erik Colijn, directeur van de BouwSchool Breda is niet te stoppen als hij eenmaal begint te vertellen over zijn regionaal opleidingsbedrijf voor praktijkscholing. Per jaar levert die school rond de 75 leerlingen af aan bouwbedrijven in West-Brabant.

106


Timmeren, metselen en tegelzetten, zijn de voornaamste ambachten. Rond de 250 tot 300 leerlingen bevolken de school. Erik rekent uit dat Tankens sinds de oprichting van BouwSchool Breda in 1984 meer dan honderd leerlingen heeft opgeleid, waarvan er nog 20 bij Tankens werkzaam zijn. Inderdaad blijven er dan nog 80 over die niet bij Tankens zijn gaan werken. Maar wel bij andere, bouwbedrijven in de regio. “Je doet het niet alleen voor jezelf,” aldus de energieke directeur. “Maar ook voor de regio en uiteindelijk voor de maatschappij.” Nog een sommetje: van de 80 werknemers die Tankens in dienst heeft (2025) zijn er 47 als leerling in Andel begonnen. Sommigen daarvan waren overigens zij-instromers die vanuit een andere branche de weg naar Tankens en BouwSchool Breda hebben gevonden. Leerlingen van BouwSchool Breda vinden bij bouwbedrijven als Tankens een plek om het vak te leren. Meestal zijn ze daar zo’n twee tot vier jaar mee bezig. Dit hangt af van hun ambities en wat ze al kunnen voor ze aan de opleiding beginnen. Dat verschilt nogal. De leerlingen zijn minimaal zestien jaar en hebben vaak al een beetje ervaring, maar dat verschilt. De een is bij wijze van spreken al een handig timmermannetje, de ander heeft nog nooit een hamer vastgehouden. Voordat de leerlingen aangenomen worden voor dit werk-leertraject wordt er eerst intensief met ze gesproken en gekeken of hij of zij leerbaar en voldoende gemotiveerd is. Vervolgens volgen deze deelnemers een introductieperiode ter voorbereiding op het werken op de bouwplaats. Het mag geen vergaarbak worden, want het bedrijf en de leermeesters in kwestie stoppen er veel tijd in om de leerlingen op de bouwplaats te begeleiden. Van 1995 tot in 2016 vlak voor zijn overlijden was Teus Tankens een bezield bestuurslid van BouwSchool Breda. Erik: “Teus was een echt mensenmens. Een punctuele penningmeester die een goed oog had voor de mens achter de persoon.” Erik haalde zijn vakdiploma’s en stond als broekie van 21 al voor de klas bij het Willem van Oranje College in Wijk en Aalburg dat toen al nauw samenwerkte met BouwSchool Breda. “Die BouwSchool trok me eigenlijk meer. Dat was echt een samenwerking tussen het onderwijs en bedrijfsleven. Ik solliciteerde bij BouwSchool Breda naar de functie van opleidingscoördinator maar werd afgewezen. Teleurstellend natuurlijk, maar Teus Tankens die in de sollicitatiecommissie zat, nodigde mij uit op kantoor bij Tankens en vertelde me dat

Bouw- en Techniek Centrum Breda

men eigenlijk best met mij in zee wilde maar mij te jong vond. “Wacht nou maar even af, er komt vanzelf wel een plekje voor je vrij”, adviseerde hij me.” En zo geschiedde, Erik werd alsnog coördinator in de periode van 2007-2016 en mocht daarna zelfs als directeur van BouwSchool Breda door het leven gaan. Mede dus dankzij het persoonlijke inzicht van Teus Tankens. “Peter is hem opgevolgd als penningmeester. Samen met hem probeer ik in Altena de geesten te slijpen. We geven gastcolleges, workshops en organiseren bouwplaats bezoeken om onze mooie bouwbranche en BouwSchool Breda onder de aandacht te krijgen en te houden. Peter heeft dan echt zijn BouwSchool-pet op en acteert dan nadrukkelijk niet als Tankens-man. Dat doet hij goed.” BouwSchool Breda is in 1984 gestart, midden in de crisis. Met 45 locaties in Nederland hebben de opleidingsbedrijven Bouw & Infra, opgericht door de voorlopers van werkgeversorganisatie Bouwend Nederland, een schitterende infrastructuur gecreëerd waar menig andere brancheverenigingen jaloers op kunnen zijn. De bouw heeft hiermee goud in handen! Tegenwoordig kunnen kinderen na de basisschool kiezen voor VMBO- BWI (Bouw, Wonen en Interieur), een combi-afdeling met verschillende disciplines. “Toen de LTS nog bestond, laat staan de Ambachtsschool, konden jongens en spaarzaam meiden zo één op één doorstromen. Dat is nu niet meer het geval. Handig zijn met je handen is vaak nog onvoldoende ontwikkeld om direct op de bouwplaats in te stromen. De Bouwscholen bieden daarvoor uitkomst. Alle locaties zijn autonome stichtingen die worden bekostigd door het regionale bedrijfsleven en samenwerken vanuit de vakgroep Opleidingsbedrijven van Bouwend Nederland. Daarnaast zorgen de opleidingsbedrijven ervoor dat er aandacht is voor modern personeelsbeleid binnen de bouwkolom en geven vorm aan nieuwe initiatieven zoals de samenwerking met het HBO. Samen bouwen we verder aan een sterke bouw-onderwijsregio.“ ▪

Oorkonde SSPB minimaal 15 jaar opleiden leerlingen

4.5 Medewerkers 2.1 Ontstaan en meesterschap en oprichting

107


O5

Een brede kijk op ondernemen

108


Gemeente Altena

5 Een brede kijk op ondernemen

109


5.0

Een brede kijk op ondernemen

Als er één rode draad valt te ontdekken in de geschiedenis van Tankens, dan is het wel een brede kijk op ondernemen. Of nee, laten we het een groene draad noemen.

De draad die Tankens verbindt met de regio Altena, per slot van rekening een landelijk gebied. Veel mensen in die regio, maar natuurlijk ook daarbuiten, hebben ooit een huis laten bouwen door Tankens. Een bouwer die je daar vaak tegenkomt, een bouwer die meedenkt, betrouwbaar is, kwaliteit wil leveren en problemen oplost in plaats van opblaast. Als je zelf graag een aanbouw of verbouwing aan je bestaande huis wilt realiseren, kun je ook weer terecht bij Tankens Bouwmaterialenhandel, die alles op het gebied van zand, grind, hout, steen en dakpannen voor je op voorraad heeft. En als je nadenkt over een nieuwe keuken, badkamer en tegels op de vloer of tegen de wand, kun je weer terecht in de keukenzaak van Tankens: de Keukenhoff. Zo heeft Tankens in de loop der jaren vijf bouw gerelateerde bedrijven ontwikkeld (Tankens Andel, Bouwmaterialen, Projectontwikkeling, Keukenhoff en Beleggingsmaatschappij). Alle vijf zijn ze flink gegroeid tot professionele spelers. Bedrijven die ieder voor zich hun oorsprong vinden in de pioniersgeest van Piet Tankens. Hij was het die in 1974 het voortouw nam om op de grond van een afgebrande boerderij aan de Julianastraat een keukenzaak te starten, de Keukenhoff. Het was ook Piet die al eerder in Gorinchem was begonnen met de doe het zelf zaak De Toren, die later opging in Tankens Bouwmaterialenhandel. Piet legde ook de kiel om als bouwer grondposities te verwerven en daarop te bouwen. Pim heeft dit uitgebreid door in landgrond met bouwpotentieel te beleggen. Ook heeft hij als ingenieur de ontwikkeltak met engineerafdeling opgezet. In de volgende hoofdstukken gaan we wat dieper in op deze zelfstandige pijlers onder de totale Tankens gedachte. Peter Tankens daarover: “De meerwaarde van deze vijf entiteiten onder één dak zit erin dat je elkaar aanvult. Door onze eigen grondposities kunnen we makkelijker spelen met onze werkvoorraad van het bouwbe-

110

drijf. Hebben we minder bouwopdrachten van vaste opdrachtgevers of uit de markt, dan gaan we bouwen op onze eigen grond. Hebben we veel bouwopdrachten, dan laten we die grond even liggen. De Bouwmaterialenhandel stelt ons in staat om op de bouw nagenoeg altijd door te kunnen met eigen voorraad. Daardoor zijn we sneller en flexibeler. Hetzelfde kun je zeggen over de Keukenhoff, waar particulieren en kopers van onze woningen en appartementen altijd kunnen slagen voor mooie tegels, een complete badkamer of een nieuwe keuken. Ook voor onze medewerkers is het fijn dat we binnen de verschillende bedrijven kunnen wisselen. Als iemand op de bouw fysieke ongemakken heeft, kan die persoon bij de bouwmaterialenhandel of in de timmerwinkel prima even meehelpen. Je vult elkaar aan. Uiteindelijk draait bij ons alles om het woord continuïteit. Daar is alles ondergeschikt aan. Iedereen kent elkaar goed. Samen werken we aan hetzelfde doel. Als directie en aandeelhouders hebben we daar goed over nagedacht. Natuurlijk, we kunnen Tankens Bouwmaterialenhandel oppakken, op een industrieterrein neerzetten en uitbouwen naar een grote zelfstandige entiteit, maar dat willen we niet. Geen eigen belang, maar denken in het belang van het totaal. We doen het met zijn allen.” ▪


Beleggen en ontwikkeling Wijk en Aalburg

5.0 Een2.1 brede Ontstaan kijk op en ondernemen oprichting

111


5.1

Ontwikkelen en beleggen Succes kent vele vaders. Maar bij Tankens is dat ook echt zo. Het was Piet Tankens die in de geschiedenis van dit familiebedrijf begon met perceeltjes grond te kopen, waar hij op dat moment nog geen directe bestemming voor had. Later bouwde hij daar huizen op. De gedachte achter het bouwen op eigen grond was en is nog altijd continuïteit. Pim Tankens pakte dat idee verder op en bouwde het samen met Teus en Peter verder uit. Toen hij in 1987 terugkwam uit Rotterdam om thuis te komen werken, nam hij zich voor om de bakens te verzetten: zelf op zoek naar gronden in de regio. Pim wilde het anders gaan doen. Ja een beetje eigenzinnig was dat misschien ook wel. De eerste aansprekende projecten die hij in deze nieuwe tijd opleverde waren de herontwikkeling van De Oude Silo in Andel en de uitbreidingsplannen Postweide in Woudrichem en Kerkverreweide in Wijk en Aalburg. Peter Tankens: “Ik hoorde altijd van Pim dat opa Piet het zat was om aan de gemeente te moeten vragen of we ergens konden gaan bouwen en de laatste jaren steeds nul op het rekest te krijgen. Op die manier span je het paard achter de wagen. Anderen bepalen dan voor jou of en waar je kunt gaan ondernemen. Maar je wilt niet afhankelijk zijn.” Achteraf gezien bleek dit een schot in de roos. Maar op dat moment, en nog steeds, was die ommezwaai niet zonder risico. Het basisidee is en blijft dat je grondposities inneemt, waarvan je nooit met honderd procent zekerheid kunt zeggen dat je daar later op mag bouwen. Daar komen afhankelijk van de aankoopprijs risico's bij kijken. Peter Tankens daarover: “We zijn bereid om risico's te lopen die we zelf kunnen dragen. Het geld dat we verdienen, de winst, wordt regelmatig aangewend om grondposities te kopen. In het begin was dat nog vrij kleinschalig. Later werden grotere grondposities verworven. Wij willen die gronden niet financieren met vreemd vermogen. Veel projectontwikkelaars zijn gesneu-

112

veld, doordat ze grond kochten met geleend geld. Dat is geen schande hoor, maar wel risicovol. Je moet geduld en tijd hebben. Snel kunnen schakelen en betrouwbaar zijn. Je moet kunnen wachten tot de tijd rijp is om te bouwen. Met geleend geld is dat lastig. Bedenk dat er vanaf het moment van grondaankoop tot start bouw minimaal zeven jaar zit en soms wel 25 jaar! Wij willen graag hard werken, maar ook rustig kunnen slapen en geen hijgende bank in de nek voelen. We willen de continuïteit van ons bedrijf bewaken. Jaar na jaar ging de winst in de grond. Anno 2025 heeft dit erin geresulteerd dat het bedrijf in de meeste kernen van de gemeente Altena grondposities heeft. De komende decennia kan Tankens volop vooruit om binnen een straal van 15 km om Andel te bouwen. Een groot bezit. Maar ook een bezit waarvan de waarde vastzit in de grond. Die komt pas weer vrij, als we samen het project succesvol weten te ontwikkelen en te realiseren. ▪


5.2

Keukenhoff

Als rond 1970 een in 1964 door Piet Tankens aangekochte voormalige boerderij aan de Julianastraat 6 in Andel afbrandt, lijkt het Leiden in last. De vrachtwagen die in de boerderij staat geparkeerd, kan op het nippertje worden gered. De opstallen, om even in bouwtermen te blijven, met voorraden zijn verloren. Piet Tankens, die dan met de jongste kinderen in Oosterrijk op vakantie was, ziet bij thuiskomst gelijk een kans. Niet in zak en as zitten maar door de rook vooruitkijken. Hij komt op het idee om een keukenzaak te starten en een geschikt gebouw te realiseren. Dochter Sjany moet de zaak gaan leiden, dat had hij al lang bedacht. En zo geschiedde. Op 4 juli 1974 werd de keukenzaak geopend met Sjany aan de leiding. Ook haar zussen Toos en Alie droegen hun steentje bij en werkten zij aan zij. Ervaring was er al met kleine keukenblokjes die vanaf ‘de Waai’ en in Gorinchem vanuit doe het zelf zaak De Toren werden verkocht. Inmiddels zijn we weer vele jaren verder en is de Keukenhoff van Tankens uitgegroeid tot een gerenommeerde zaak in Andel. Sjany kon door lichamelijke ongemakken haar werk niet meer doen, iets wat haar ontzettend spijt, want de Keukenhoff was haar lust en haar leven. Toen zij in oktober 1979 besloot om samen met Teus van Oord uit Werkendam in het huwelijksbootje te stappen, moest dit op een dinsdag want dan hoefde er niets verzuimd te worden. Marco Beukenholdt werkt er al sinds september 1996 en heeft nu de leiding in handen. Er is veel veranderd, zo legt hij uit. “In de beginjaren draaiden we grotendeels alleen op particulieren. Later zijn daar de kopers van projecten bij gekomen. Kopers van een Tankens-woning komen hier hun keuken en badkamer uitzoeken. Daar ondervinden zij veel voordeel van, omdat we als keukenzaak met het bouwbedrijf van Tankens goed samenwerken. Heldere en korte communicatielijnen. Minder afstemmingsverliezen. Klanten van het bouwbedrijf die hier een keuken uitzoeken, weten zich er daardoor van verzekerd dat alles door één partij wordt uitgevoerd.” Wie overigens de moeite neemt om de showroom aan de Julianastraat door te struinen, zal verbaasd staan van zoveel

Keukenhoff , Andel

moois. Van moderne keukens, design keukens tot landelijke keukens. De keuken van tegenwoordig is uitgegroeid tot een beeld bepalend meubelstuk in het interieur. Voorzien van de mooiste apparatuur die het leven makkelijk maakt zoals stoomovens, slimme koelkasten en afzuigkappen die in het aanrechtblad weggewerkt worden. Een keuken is geen solitair meubelstuk, maar maakt deel uit van de totale living. En dan de badkamers: van eenvoudig tot pure luxe. Een badkamer is de weerspiegeling van de aandacht die we onszelf geven. Persoonlijke verzorging staat steeds meer in de belangstelling. De badkamer van toen is de spa van nu. En hoe groot of klein je badkamer ook is, met comfortabel sanitair en smaakvol tegelwerk kun je er de uitstraling aan geven die je wilt. Maak het verschil met kleur en design, Tankens helpt graag je droombadkamer vorm te geven. ▪

5.1 Een2.1 brede Ontstaan kijk op en ondernemen oprichting

113


Keukenhoff keuken

Bouwmaterialenhandel met Gijsbert van Andel

114

Kantoor bouwmaterialenhandel met Piet Mosterd en Tim van Heukelum

Keukenhoff badkamer


5.3

Bouwmaterialenhandel De Bouwmaterialenhandel van Tankens heeft een lange geschiedenis en een brede achtergrond. De familie had altijd al een focus op kennis in eigen huis. Onafhankelijk zijn. Zoveel mogelijk zelf doen.

CNC kozijnen machine

We zien dat ook terug in de eigen machinale werkplaats, de timmerwinkel, een naam die medewerkers van Tankens zelf gebruiken voor de werkplaats. Een werkplaats met veel voorraad die ligt opgeslagen bij de bouwmaterialenhandel. Het is een spoor dat je bij Tankens altijd weer terugvindt: zelf doen, zelf verantwoordelijk zijn, zelf op voorraad nemen. Zo ook de Bouwmaterialenhandel. Dit bedrijf van Tankens wordt geleid door Piet Mosterd. Begin jaren negentig wilde de directie de bouwmaterialenhandel laten floreren en er een zelfstandig bedrijf van maken. Eerder was Aart Hobo al begonnen met veel bouwmaterialen op voorraad te nemen zodat het bouwbedrijf nooit mis greep. Wat ze niet nodig hadden werd wel weer los verkocht aan mensen uit de buurt. In die jaren was de slogan van Piet Tankens: ‘We hebben voor onze projecten wat extra gekocht, kom profiteren van de kwaliteit en de gunstige prijs’. Jan en alleman kwam langs voor hout, een stapel stenen of een hoop zand. Het lag er toch en voor een goeie prijs. Die buurt, nu de gemeente Altena, heeft veel inwoners met een praktische

inslag. Mensen die graag zelf bouwen en verbouwen en daar materiaal voor nodig hebben. Piet herinnert zich dat er in die begintijd volop werd geadverteerd om de bouwmaterialenhandel als bedrijf wat bekender te maken. Langzaam maar zeker groeide de belangstelling uit de regio. Het begon te lopen. Mosterd maakte mee dat Tankens Bouwmaterialenhandel in omvang vertienvoudigde. Een prestatie van formaat. Iedere ochtend gaan om kwart voor zeven de lichten aan, die aan het eind van de middag rond de klok van half zes pas weer uitgaan. Ook op zaterdagmorgen is de bouwmaterialenhandel geopend. Die ruime openingstijden zijn er niet voor niets. Het grootste deel van de klanten bestaat namelijk uit professionals. Mensen met een eigen aannemersbedrijf, zzp’ers, kleine bouwbedrijven. Ze weten allemaal de weg naar ‘de Waai’ in Andel te vinden. Piet legt uit wat er allemaal is te vinden. “We leveren voornamelijk grove bouwmaterialen. Stenen (ook voor de tuin), hout, zand, grind, dakpannen, split, tuinhout, bevestigingsmaterialen. Met andere woorden: alle bouwmaterialen die we zelf bij onze bouwwerkzaamheden nodig hebben. Als je wilt wordt de bestelling thuis bezorgd of je laadt het in je eigen aanhangwagen.” Dat het bedrijf zo is gegroeid maakt Mosterd zeker trots. Kwaliteit leveren, service en kennis van zaken, zo legt hij uit. Daar draait het allemaal om. ”Vroeger dacht ik nog weleens om slim te zijn en goedkoop spul in te kopen. Maar dat werkt niet. Onze klanten willen A-kwaliteit. Klanten willen niet op de bouw staan met materialen die kapot gaan doordat het rommel is. Werkt niet. Ze willen iets goeds. En dat hebben wij. Alleen kwaliteit.” Tankens Bouwmaterialen is overigens nog maar sinds 2007 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven. In dat jaar werd ook de doe het zelf zaak De Toren in Gorinchem opgeheven en de voorraad daarvan bij de Bouwmaterialenhandel gevoegd. ▪

5.3 Een2.1 brede Ontstaan kijk op en ondernemen oprichting

115


O6

De verbondenheid met Andel en Altena

116


Sponsoring jeugd Sparta’30

6 De verbondenheid met Andel en Altena

117


1981 Sponsoring aanrechtblad Kozakken Boys

6.1

Lokale betrokkenheid

Tankens Andel BV is de officiële benaming van het bouwbedrijf dat meestal ‘firma Tankens’ of kortweg ‘Tankens’ wordt genoemd. Toch is die toevoeging ‘Andel’ verre van overbodig. Natuurlijk, de plaatsnaam duidt op de locatie waar het bedrijf is gevestigd. Maar het gaat om meer. Het gaat om verbondenheid, het gaat om roots, het gaat om bedrijfscultuur. Wat is eigenlijk een Andelnaar? In de nabije regio (Giessen Rijswijk) zeggen mensen weleens dat ‘ze in Andel hooghartig zijn’. Bron: Martine Kant-Tankens. Een opmerking die weinig om het lijf lijkt te hebben. Schrijver dezes, 58 jaar woonachtig in Nieuwendijk, had hier nog nooit van gehoord. Het zal dus wel loslopen met die hooghartigheid. Misschien dat men inwoners van Andel een beetje voornaam vindt. Immers, als we in gedachten nemen de Julianastraat begin jaren zeventig, dan ontwaren we daar twee gesettelde aannemerijen, Tankens en Zijlstra, notaris Salomons en niet te vergeten burgemeester Jan Nico Scholten. Allemaal op pakweg 500 meter, dat zou je met wat fantasie voornaam kunnen noemen. Vaak, natuurlijk niet altijd, zijn de mensen in Andel wat calvinistisch, wat wil zeggen;

118

harde werkers, licht sobere levenswijze, loyaal en sociaal, een gemeenschap die haar ingezetenen niet gauw laat vallen. Dat lijkt ook sterk op de bedrijfscultuur van Tankens. Die cultuur herken je vaak aan kleine dingen. Peter Tankens legt bijvoorbeeld uit dat de familie, en zeker hij, Pim en vroeger vader Teus, altijd al bezig waren met de voetbal. Sparta’30 is een bron van plezier en het opdoen van sociale contacten in het dorp. Veel medewerkers spelen bij de plaatselijke trots en ook Peter en Pim hadden ooit de voetbalschoenen aan. Peter is momenteel gedeeld voorzitter met Jan de Fijter, als opvolger van vader Teus. Opa Piet was erelid. Tim is jeugdtrainer en lid van de sponsorcommissie. Uiteraard, kon niet uitblijven, is Tankens al vele jaren hoofdsponsor, al moeten we dit volgens Pim wel schrijven met een kleine h. “Als ik merk dat er spelers betaald worden, is het gelijk afgelopen.”


Sponsoring jeugd VV Woudrichem

Voor verenigingen

2019 Sponsoring jeugd Almkerk

119

Pim: “We steunen graag, vaak ook met materiaal, maar het moet geen bobo-achtig gedoe worden.” Wars van fratsen en opsmuk. Geen geshow. Gewoon lekker voetballen. Spelplezier. Zo ondersteunt de aannemer ook De Schutskooi, een bijgebouw van de Gereformeerde Kerk ‘De Voorhof’ in Andel. En kunnen veel verenigingen rekenen op financiële danwel een materiele bijdrage van Tankens. Buurtkrant Aktu-Ael bijvoorbeeld. Of neem het zand in de zandbak van de basisschool dat geschonken is door Tankens. “Alleen had Teus het verkeerd uitgerekend dus toen moest ik gaan kruien”, vertelt Peter niet zonder humor. “Je kunt niet alles doen”, zegt hij ook. Begrijpelijk, maar inmiddels doen veel verenigingen nooit tevergeefs een beroep op de aannemer. Denk hierbij in sportief opzicht aan VV. Sparta’30, tennisclub LTC Altena, de Oranjevereniging, (met Niek Tankens als voormalig voorzitter), het clubhuis van schietclub De Rommert waar menige spijker uit de voorraadschuur van Tankens vandaan komt… En de lijst is langer. Een bloeiend verenigingsleven is medebepalend voor de vitaliteit van het dorp waar Tankens immers veel (oud) medewerkers heeft wonen. En Tankens werkt graag met werknemers uit de streek, uit Altena. Mensen die bekend staan om een hoog arbeidsethos, die elkaar helpen, niet graag de kantjes ervanaf lopen en zich netjes weten te gedragen. >

6.1 Lokale betrokkenheid

119


Het wekt dan ook geen verwondering dat de leverancierskeuze vaak valt op een bedrijf uit de regio. Waar mogelijk, want het moet voorhanden zijn en het moet goed zijn. Nog even over dat arbeidsethos. Pim en Peter zijn trots op hun mensen. Ook hun houding en gedrag. De eigenaresse van een hotel in Zwitserland, waar het hele bedrijf te gast was tijdens een gezamenlijke skivakantie, bekent achteraf: “Toen ik na de reservering hoorde dat bouwvakkers zouden komen, maakte ik me wel zorgen, maar achteraf is er niets gebeurd.” “Nee, die van ons gaan niet op de tafel dansen”, merkt Pim droogjes op. Het zegt iets over hoe het personeel bekend staat. Stevige anekdote: “Er was eens een vloerensmeerder die meende in een bouwput onze jongste dochter na te roepen, in niet mis te verstane bewoordingen. Onze eigen uitvoerder Jorn was er gauw mee klaar: “Jij hoeft morgen niet meer terug te komen.” Misschien dat ik zelf nog wel een oogje toegeknepen had, maar die van ons accepteren dat niet”, aldus Pim.

Voor Oekraïne Op vrijwillige basis klaarstaan voor je medemens is ook een streven waar ze bij Tankens hun best voor doen. Ze staan er zich niet op voor en kloppen zich er zeker niet voor op de borst, maar doen simpelweg hun best. Toen de oorlog uitbrak in de Oekraïne zag Pim in gedachten al een hele rij met vluchtelingen de kant van West-Europa opkomen. “Dat zijn moeders, vrouwen en kinderen van mensen die vechten voor hun eigen, maar ook voor onze vrijheid.” Zonder vooraf te vragen aan de gemeente of het wel mocht, laat staan dat er geld voor vrij zou komen, werd op eigen kosten de voormalige bedden speciaalzaak van Ad Swart in Rijswijk omgebouwd. Drieëndertig Vluchtelingen kregen hier een fijne verblijfplek. Later sprong de gemeente overigens alsnog bij. Nog steeds wonen hier de mensen uit Oekraïne naar grote

120

Herbouw kerkzaal Gereformeerde kerk, Andel


Huisvesting voor Oekrainers, Rijswijk

tevredenheid. Mocht het ooit zover komen, laten we dat hopen, dat de oorlog eindigt, dan is de vroegere fietswinkel natuurlijk gelijk weer een prachtige plek om jonge gezinnen en starters uit Nederland te huisvesten. Win win. Hoe fijn is het als je je naaste kunt helpen doordat je aannemer bent. Materialen, arbeid, je hebt het allemaal in huis. Soms kun je daarmee ook mensen helpen van zeer nabij. Zoals een voormalig werknemer die het bedrijf maar liefst 49 jaar trouw bleef en te horen kreeg dat hij leed aan longfibrose. Iemand die toen hij nog in loondienst was altijd voor het bedrijf klaarstond en inmiddels al jaren geniet van zijn pensioen. Door zijn ziekte wordt dat genieten natuurlijk steeds minder. Weet je wat? We plaatsen een unit voor hem achter in zijn tuin, helemaal ingericht met een woonkamer, badkamer en alles erop en eraan. De inrichting betaalt de patiënt zelf, de unit, het plaatsen en alles wat daar verder bij komt kijken betaalt de baas. Eh, de voormalige baas. Op deze manier kan deze zieke ex-werknemer gelijkvloers makkelijker uit de voeten en toch nog een beetje genieten van zijn oude dag, ondanks zijn ziekte. Een ‘mooie’ bijkomstigheid bij dit verhaal is dat de werknemer toen hij nog werkte altijd fungeerde als leermeester. Laat nou de medewerker van Tankens die de unit bouwde zijn vroegere leerling zijn geweest.

Hospice Goede initiatieven in het algemeen belang, opgezet door vrijwilligers kunnen vaak op de steun van Tankens leunen. Ook aan de nieuwbouw van de Hospice in Sleeuwijk draagt Tankens graag zijn steentje bij. ▪

121

6.1 Lokale betrokkenheid

121


O7

Klanten, adviseurs en leveranciers voeren het hoogste woord 122


7 Klanten, adviseurs en leveranciers

123


7.1 Jan Nico Scholten voormalig burgemeester en politicus De mensen in Altena houden niet van polarisatie Het fijne aan een gesprek met iemand van statuur op leeftijd is dat je niet alleen wijsheid en eruditie ontmoet, maar vooral afstand tot de tijd. Gebeurtenissen die hun leven kleurden schijnen achteraf volkomen logisch plaatsgevonden te hebben.

Jan Nico Scholten

Geen scherpe randjes en no hard feelings. We spreken met voormalig burgemeester van Andel, Giessen en Rijswijk (1964- 1973) Jan Nico Scholten. Drent van geboorte (Dalen 1932) en tegenwoordig woonachtig in de hoofdstad van ons land. Aan de Johannes Vermeerstraat woont Scholten samen met vrouw Anneke in een karakteristiek herenhuis, niet ver van het Museumplein. Hij was nog maar 32 jaar toen hij neerstreek in het Land van Heusden en Altena. Tot dan een van de

124

jongste burgemeesters die ons land ooit gekend had. Scholten was van de ARP, later CDA. De PvdA, partij waar Scholten veel later lid van werd, stelde in het Altena van toen weinig voor. “Vriendelijke mensen”, dat was wat hij aantrof in Andel. “Mensen die samenwerkten en niet uit waren op polarisatie. Je kon een andere mening hebben, geen probleem, maar daar maakte je geen ruzie over. Daar hielden ze niet van.” Scholten en zijn vrouw Anneke kwamen te wonen in de Julianastraat in Andel vlakbij ‘opa’ Teun en Piet en Truus Tankens. “Ik zie in gedachten opa Teun nog met fiets en handkar door de straat rijden. Dat vond ik wel typerend voor hem. Hij kwam bij mij over als een vreedzame man. Ik moet zeggen dat ik met Teun niet veel contact heb gehad, maar dat beeld op die fiets blijft me altijd wel bij.” Later komt Scholten in contact met Piet Tankens waardoor hij het familiebedrijf een beetje gaat kennen. “Piet was meer ondernemer dan zijn vader. Iemand die vooruit wilde.” De reden dat onze burgervader


Teunis sr en Teus jr Tankens met handkar op karwei.

connectie kreeg met Tankens was eigenlijk heel simpel. Zijn zoon Herman speelde veel met de kinderen van Piet en Truus, vooral met Trudie en Alie. “Die ’s morgens na het ontbijt bij ons kwamen en mij aanspraken met ‘burgemeester’, waarna mijn zoon Herman mij plots ‘meester ‘ ging noemen in plaats van ‘pa’.”

“Ik voelde me aangetrokken tot het bedrijfsleven” Scholten voelde zich in Altena aangetrokken tot het bedrijfsleven. Hij had goede contacten met HAK en Schouten en speelde een beslissende rol in het overhalen van schoenfabriek Anita van Waalwijk naar Rijswijk. Deze belangstelling is best opvallend als we weten dat hij van huis uit jurist is en in zijn latere leven het bedrijfsleven eigenlijk geen rol meer speelde. Maar destijds in Andel des te meer. Na zijn periode als burgemeester woonde hij afwisselend in Andel en in Amsterdam. Samen met Teus Tankens toog hij nog weleens naar de gemeente Woudrichem waar partijgenoot Joost Kant als wethouder verantwoordelijk was voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting. In die contacten werden de eerste zaadjes geplant om uitbreidingen te mogen bouwen in Giessen, Rijswijk, Andel en Woudrichem. Formeel had Scholten daarin overigens geen rol. Hij was geen commissaris of adviseur bij het familiebedrijf maar verleende slechts assistentie, zoals hij dat noemt. Een burenhulp. “In Altena werk je samen en help je elkaar. Men is wars van polarisatie. Zoek naar de overeenkomsten en niet naar de verschillen.” Dit denken, zoeken naar overeenkomsten, kwam hem later nog van pas. Het overlijden van Piet Tankens in 1986 omschrijft hij als ‘een drama’. Pim Tankens, “een bekwame aanpakker” en broer Teus zouden het bedrijf samen gaan leiden. Geen kleinigheid. Als bevriend buurman werd hij door

Teunis Tankens op fiets met emmers

de broers en zussen ‘erbij geroepen’. Er moest een aandelentransitie komen van drie oudste kinderen naar Teus en Pim. Als een soort fractievoorzitter mocht Scholten de fractieleden op één lijn krijgen. Soms lijkt het bedrijfsleven op de politiek. Scholten noemt zichzelf aan het begin van ons gesprek ‘een organisator”. Als burgemeester moet je over die eigenschap beschikken. Dingen voor elkaar krijgen. Als buurman bij een bevriend familiebedrijf ligt die rol hem wel. “Als je ziet wat een prachtbedrijf eruit voortgekomen is, is die overdracht van de aandelen goed gelukt.” Hoe dan? Hoe deed Scholten dat? Hoe lukte het hem om alle kinderen op één lijn te krijgen? Drie kinderen bleven achter zonder aandelen, maar wel met een vergoeding. Twee kinderen mochten door als nieuwe kartrekkers, namelijk Pim en Teus. Teus is ons helaas ontvallen; zijn zoon Peter vervangt hem zeer goed. Scholten wil niet teveel ingaan op het splitsingsproces want dan lijkt het volgens hem op borstklopperij en daar is de aimabele eminence grise niet van. Hij ging altijd voor de inhoud en het resultaat. Zijn overstap van het CDA naar de PvdA werd dan misschien niet overal met gejuich ontvangen. Maar het lukte hem wel om bij zijn nieuwe partij te vechten voor zijn ideaal: een Zuid-Afrika zonder apartheid. Wat uiteindelijk ook het geval werd. Vloog de hele wereld over, sprak met wereldleiders. Van de A van Andel tot de Z van Zimbabwe, waar hij op verzoek van de Nederlandse regering een bemiddelende rol speelde tussen de regering van Zimbabwe en een groep illegaal onteigende Nederlandse boeren, wat uiteindelijk bijdroeg aan een financiële regeling voor die boeren. Altijd maar weer organiseren en koppelen. Voor de goede zaak. ▪

7.1 Klanten, adviseurs en leveranciers

125


7.2 Egbert Lichtenberg - Altena burgemeester Oog voor elkaar Sinds december 2019 is Egbert Lichtenberg de eerste burgemeester van de dan nieuwgevormde gemeente Altena. Vrij kort na zijn aantreden krijgt hij al het boek van Piet Hartman over familiebedrijven in de streek in zijn hand gedrukt. “Een aangename kennismaking”, zo betitelt hij de uitgave.

126


Gemeentehuis Almkerk

“Familiebedrijven zijn hier geworteld en passend bij de streek. Zij worden gedreven door een langetermijnvisie gericht op het doorgeven van hun DNA. Rentmeesters die niet alleen uit zijn op snelle winst, maar op het doorgeven van hun bedrijf aan een volgende generatie. Ze hebben onderling ook oog voor elkaar en gunnen elkaar iets. Tankens is daar een goed voorbeeld van en een van de oudste. Veel mensen danken aan Tankens hun broodwinning. Dat is mooi om te zien."

Tankens en Oekraïne "Wat ik vaak vertel is dat onze bedrijven in Altena een mix zijn van Brabantse gemoedelijkheid en Hollandse nuchterheid. Harde werkers, vaak mede door hun religieuze achtergrond. Het beste uit twee werelden." De publieke zaak in al zijn veelzijdigheid is hem lief. In een vorig leven was burgemeester Lichtenberg directeur van een werkvoorzieningsschap voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (tegenwoordig MidZuid geheten). Zo maakte hij kennis met het bedrijfsleven als partij die deze mensen aan een baan helpen. Opvallend genoeg waren dat volgens hem vaak familiebedrijven, met veel oog voor hun maatschappelijke omgeving. “Zo heb ik Pim en Peter Tankens ook leren kennen. Vlak na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne hebben we toen heel fijn samengewerkt met het ombouwen van een woonwinkel in Rijswijk naar een opvanglocatie voor ruim 40 Oekraïners. Dat was overigens in eerste instantie geheel hun eigen initiatief. Ik vond dat heel fijn, kan ik wel zeggen. Sinds dien kom ik Peter en Pim op gezette tijden weer tegen in de raadszaal of op andere momenten als zij hun bedrijf voor het voetlicht brengen bij planontwikkelingen.”

Hoeder Lichtenberg legt uit dat 20-30 jaar geleden veel gemeentes zelf zorgden voor ontwikkelingen die nu door bedrijven als Tankens worden opgepakt. “Zij doen dat met verve.” Inmiddels, zo verklaart

hij, heeft Altena met de komst van één gemeente ook de mogelijkheden gekregen om dit professioneler te faciliteren. De rolverdeling is duidelijk volgens hem. “De gemeente is de hoeder van het proces waarin de raad en de wetgeving het primaat hebben. Het gaat om het wegen van het algemeen belang, waarbij er wel oog is voor lokale economie en werkgelegenheid, maar tegelijkertijd kan er geen bevoordeling plaatsvinden.” Recentelijk sprak de gemeenteraad haar vertrouwen uit voor een tweede termijn voor de burgemeester, die zelf woonachtig is in Sleeuwijk. “Ik ben nog niet klaar." Klinkt het strijdvaardig uit zijn mond. “Altena moet op vele manieren nog verder in evenwicht gebracht worden en dat bedoel ik niet alleen in financiële zin, maar ook in ambities en realisatiekracht. Er liggen zo nog wel een paar uitdagingen op het gebied van woningbouw, sportvoorzieningen en voorzieningen in de kernen. Ook aan het bedrijfsleven wordt gedacht in de vorm van uitbreidingen van de bedrijfsterreinen in Veen en Wijk en Aalburg, Giessen en rond Werkendam - Noord." Hij toont zich een kenner van de economische speerpunten die zijn gemeente heeft te bieden. Met enthousiasme somt hij op: “De maritieme kracht van Werkendam, met meer dan 50% van alle nieuwbouwschepen op de binnenvaart zelfs van nationaal belang. Het is fascinerend om te zien hoe meerdere daar heel praktisch en innovatief aan de weg timmeren. Eh, weg over water dan. Maar vergeet ook niet de corebusiness van Altena, de landbouw waarin grootgrutter Hak kenbaar heeft gemaakt in 2027 volledig biologisch te willen opereren. Een streven waarin ook Schouten Giessen landelijk tot de verbeelding spreekt met zijn vleesvervangende concepten. En tenslotte, last but not least, de niet te onderschatten handelsgeest in het oosten van Altena. Waar men onbevreesd heel succesvol is en verbindingen heeft met heel Europa.“ Het moge duidelijk zijn, burgemeester Lichtenberg kan prima uit de voeten met zijn pr-taak voor het regionale bedrijfsleven. Zijn we niets vergeten op te schrijven? “Jazeker. Namelijk dat ik Tankens en hun hele familie hartelijk wil feliciteren en gelukwensen en bedanken voor hun binding met het Land van Altena. We hopen ze nog vele jaren in onze gemeente te zien floreren.” ▪

7.2 Klanten, adviseurs en leveranciers

127


7.3 Robert Salomons – gepensioneerd notaris Notaris met een speciaal plekje We moesten volgens Pim Tankens voor dit boek ook zeker gaan praten met Robert Salomons (77), gepensioneerd notaris die woont in Woudrichem. Dus dat doen we. Als we hem bellen om een afspraak te maken is hij net bezig om zijn motorboot door de wateren van Friesland te laveren. Varen is zijn lust en zijn leven. Toen hij jaren geleden de pensioengerechtigde leeftijd bereikte ging hij samen met zijn vrouw gelijk drie maanden met de zeilboot naar de Oostzee. Robert kiest graag het ruime sop. Nog steeds. Een man van vergezichten en vrijheid. En dat voor iemand die zijn hele carrière lette op de kleine lettertjes. Geboren en getogen in Utrecht belandde hij in 1975 bij notaris Jungerius in Andel. Een hele overgang van de stad naar het platteland maar het ging hem makkelijk af. Een beetje toevallig was die stap overigens wel. Robert: “Toen ik was afgestudeerd was het notariaat nog een kleine, gesloten wereld. Er waren op dat moment twee vacatures in heel Nederland. Twee! Één daarvan was dus in Andel.” Van kandidaat-notaris in loondienst groeide hij door tot mede-eigenaar. Hij is nog steeds vol lof over zijn oude leermeester Jungerius, van wie Robert het klappen van de zweep leerde. “Een echte Bourgondiër en een notabele. Ik stond in de pikorde onder hem, dus hij was de man die altijd met Piet Tankens te maken kreeg. Ik hoorde daar weleens iets over natuurlijk, maar zelf heb ik slechts zijdelings met Piet te maken gehad. Wat ik wel weet is dat Piet een echte persoonlijkheid was. Er kwam wel iemand binnen als je hem ontmoette. Je kon niet om hem heen.” In de loop der jaren ontwikkelde Salomons niet alleen zijn eigen carrière, hij ontwikkelde ook de band met Pim Tankens. Een bijzondere band. “Vanaf de eerste keer dat ik met hem een afspraak had, kreeg ik het idee dat Pim een succesvol ondernemer zou worden. Ik kwam vaak in aanraking met ondernemers en je voelt zoiets gewoon, dat kun je niet uitleggen.”

BTW en meer Robert spreekt over een “prachtige tijd”. Het notariskantoor, later Rivieren-Notarissen, gevestigd in

128

het voormalige ‘Maagdenhuis’ aan de Julianastraat in Andel liep goed. Veel ondernemers als klant. De zaken gingen crescendo. De goede verdiensten maakten het ook mogelijk om voor relatief weinig geld een testament voor minder vermogende particulieren op te maken. Jan en alleman liep binnen in de praktijk. “Je leeft van de maatschappij en je geeft weer terug aan de maatschappij.” Eén van de specialismen was onroerend goed. Met name de vraag hoe je als ondernemer om kon gaan met btw-regelingen en overdrachtsbelasting van ondernemer naar particulier; een spel waar het kantoor zich steeds meer in bekwaamde. Er volgt een mini-college van Salomons over onroerend goed, nieuwbouw, bestaande bouw en alle ins en outs die daarbij horen. “Dat spel ontwikkelde zich in de loop der jaren steeds meer,” aldus Salomons. “En Pim waardeerde dat. Hij was zelf ook goed op de hoogte. Dat vond ik ook zo leuk aan onze verstandhouding. Hij was een kenner. Als Pim met vragen kwam had hij over dat onderwerp zelf al goed nagedacht. Hij kwam met gerichte zaken naar je toe.”

Bouwen aan vertrouwen Aan de basis van deze wederzijds succesvolle samenwerking lag het woord vertrouwen. “Ik wist van Pim dat hij me alles vertelde en dat alle zaken het daglicht konden verdragen. En hij wist van mij dat er niets op straat kwam te liggen. Als notaris leg je een eed af en daar hoor je je aan te houden. Soms is dat moeilijk. Je bent ook mens. Het kwam voor dat ik bij de bakker stond en iets hoorde over Tankens’ overdracht naar volgende generaties, waar helemaal niets van klopte. Dan bijt je je tong af natuurlijk.” Het was duidelijk en onvermijdelijk,


Robert Salomons

Maagdenhuis later notariskantoor met tegenover voormalig boerderij, later Keukenhoff.

dat Salomons tot Pim zijn vertrouwelingen ging behoren. “Soms gaf ik ook ongevraagd advies. Bekijk het eens zus of zo. Dan luisterde hij altijd, maar hakte zelf de knopen door. Ook weleens tegen mijn advies in. Die objectiviteit past bij Tankens. Het is een echt familiebedrijf. Gericht op continuïteit. De winsten gaan weer terug in het bedrijf, zo ook bij de opvolgers. Het lukt ze om nuchter de zaken te beoordelen. Dat zie je ook duidelijk na het overlijden van Piet. Er volgde familieberaad waarin gezamenlijk werd besloten dat Pim terug moest komen in het bedrijf. Het ging er niet om dat je een broer of zus was en daarom per definitie opvolger, nee het ging erom of men dacht dat je bekwaam was.” ▪

7.3 Klanten, adviseurs en leveranciers

129


“Wat ik om me heen hoor is dat Tankens een kwalitatieve bouwer is, goed voor zijn afspraken.” Cyriel Bongers

130

2025 Volmacht project Patrijs, Wijk en Aalburg


7.4 Notaris Cyriel Bongers – De Rivieren Notarissen Tankens heeft alle kenmerken van een familiebedrijf in Altena

Notaris Cyriel Bongers (56) is mede-eigenaar van De Rivieren Notarissen met vestigingen in Dussen, Rijswijk en Werkendam. Opvallend: Cyriel werkt er al sinds 1997 maar maakte zelf nooit de overstap om in Altena te komen wonen.

De Betuwnaar blijft zijn eigen heimat trouw. Zolang hij als notaris actief is, weet hij niet beter of Tankens is vaste klant. Die relatie gaat al tientallen jaren terug ver voor het kantoor De Rivieren Notarissen werd. Dat gebeurde allemaal aan de Julianastraat in Andel. Er zat maar een huis tussen het notariskantoor van destijds en het huis van Piet en Truus Tankens. Daar tegenover ontwaren we het huis van infra-ondernemer Zijlstra. Allemaal Andelse samenwerkers. Het moet welhaast een voorname aanblik hebben gegeven om laat jaren zestig door die straat te wandelen. Je zou ook kunnen zeggen 'wat je van ver haalt is heus niet altijd beter'. Inmiddels is het notariskantoor op verschillende niveaus bij Tankens betrokken. “Met name bij nieuwbouwprojecten en dan met name het uitponden van de woningen”, aldus Cyriel. Het ‘uitponden’ Cyriel? “Oh ja, sorry dat is vaktaal voor het overdragen van eigendom van de projectontwikkelaar naar de koper. Dit komt veel voor bij woningen en appartementen. Tankens doet veel planontwikkeling, dus dan komen wij voor het notariële deel in beeld. Daarnaast regelt ons kantoor juridische zaken bij grondaankoop.” Werk genoeg dus. We vragen Cyriel of hij ook als notaris te maken heeft met aandelenoverdracht in de familie. Een familiebedrijf dat al zo lang opereert verandert immers vaak per generatie van eigenaar(s), wat

Kantoor De Rivieren, Rijswijk

iedere keer opnieuw vastgelegd moet worden. Hier is de notaris weer echt de notaris als Cyriel antwoordt: “Ik denk dat je eerst maar aan Pim moet vragen of hij vindt dat ik deze vraag kan beantwoorden.“ Tja, inderdaad, families en aandelen is vaak een gevoelige kwestie. Leuk om te vermelden is dat de samenwerking tussen De Rivieren Notarissen en Tankens ook andersom loopt. Tankens heeft voor het notariskantoor de complete bouw en afbouw van hun kantoor in Rijswijk aan het Parelplein gerealiseerd. Wat overigens weer een ontwikkelproject van Tankens zelf betrof met 28 woonappartementen, waar ook voor ondernemers diverse winkels werden gerealiseerd. Cyriel: “Wat ik om me heen hoor is dat Tankens een kwalitatieve bouwer is, goed voor zijn afspraken. Dat is ook wel een beetje de mentaliteit hier in Altena. Het moet goed zijn. Daaraan zie je dat Tankens zo’n streekeigen familiebedrijf is.” ▪

7.4 Klanten, adviseurs en leveranciers

131


T. Tankens & Zn balans per 01-01-1964

7.5 Leen en Jan Struijk - FSV Accountants Een relatie van vier generaties

Leen (links) en Jan Struijk

Voor ieder bedrijf is een goede accountant onmisbaar. Zoals we weten doet Tankens graag alles in eigen beheer. Maar de controle van de boekhouding laat het bedrijf natuurlijk doen door derden.

2025 'De Waai' Andel Hoofdgraaf

132

Leen Struijk (77) weet het nog als de dag van gisteren dat hij als zeventienjarige jongen in loondienst werkte bij Accountants- en administratiekantoor De Noo. Leen kwam als assistent van 17 jaar voor het eerst bij Tankens over de vloer. Hij memoreert: “In huis bij Piet Tankens, de eerste deur rechts, zat Koos Schouten de vaste administrateur.” We schrijven dan 1965, en we behandelden het boekjaar 1964. “In die tijd werkten we nog met tabellarische boeken. Alle inkoop- en verkoopfacturen moesten we één voor één nazien en de bedragen controleren in de boekhouding.” De Noo was al na het einde van de Tweede Wereldoorlog


“Zijn hele arm en zijn schouder zaten in elkaar. Maar thuisblijven was geen optie. Piet kocht een Datsun met automaat zodat hij toch kon rijden.” Bij FSV werd Leen Struijk opgevolgd door Arend Fernhout, die jarenlang de accountant was van Piet en later Pim. Koos Schouten, de interne boekhouder bij Tankens, werd op zijn beurt opgevolgd door Jan van Vianen. Tijden veranderen, de computer deed zijn intrede. Wat bleef was de Brabantse mentaliteit van gemoedelijkheid, niet zeuren en doorgaan.

Geen bureau-aannemers

1964 T. Tankens & Zn Rapport per 01-01-1964, balans V&W, 1963

de vaste accountant. Daarna ging het kantoor van De Noo over in FSV Accountants en Adviseurs waar later Jan, zoon van Leen, ook in dienst kwam. Jan kreeg op zijn beurt te maken met Pim, Teus en Peter Tankens. “Zo tikken we met alle voorgangers wel de 80 jaar aan”, aldus Jan Struijk. Continuïteit en vertrouwen zijn hier kernwoorden. Nee, aan spectaculaire verhalen kunnen de heren ons niet per se helpen. Een goed teken, want als er aan de financiële kant niks geks gebeurt gaan de zaken meestal goed. Beiden beamen dat.

Solide Tankens is volgens hen een zeer solide en degelijk bedrijf. “Nooit zorgen over gehad”, aldus Jan en Leen in koor. Het imago van accountantswerk is saai. Hoe saai wil je het hebben? Zo dus. Maar het borrelde en bruiste altijd, althans niet in de boekhouding, maar wel in de hoofden van de familie Tankens. Leen: “Piet nam mij gelijk mee ‘op pad’. Dat wil zeggen: we gingen samen al hun bedrijfsvestigingen langs. In het echt. Want als je de cijfers leest, moet je ook weten wat er achter schuilgaat. Zo liet hij mij doe-het-zelf zaak De Toren in Gorinchem zien, later Tankens Bouwmaterialenhandel, de Keukenhoff en natuurlijk het bouwbedrijf zelf. We reden over de dijk en hij wees me op de daaronder liggende akkerlanden aan de Hoofdgraaf waar later het opslagterrein ‘De Waai’ zou komen. Dat had hij toen al in het vizier. Piet was een man met visie. Ik vond Piet een vooruitstrevende ondernemer. Hij was de eerste bij Tankens die in 1960 al begon met grondontwikkeling. Dat was in die tijd echt bijzonder.” Bijzonder was ook het auto-ongeluk van Piet met zijn Mercedes. Leen: Aankoop Onroerendgoed Woudrichem

Zo’n ruim vijftien jaar geleden kwam Jan in beeld bij FSV (tegenwoordig deel uitmakend van Moore DRV), waar hij uiteindelijk de accountant werd van het familiebedrijf Tankens. Oude tijden herleefden. Weer een Struijk als accountant over de vloer. Boekhouder Van Vianen zou in verband met pensionering enkele jaren later opgevolgd worden door de huidige financieel controller Corné van Kappel. Tankens is trots op de lange staat van dienst van diens boekhouders. Wat Jan opvalt is de brede focus van Tankens: “Ze hebben naast het bouwbedrijf, de projectontwikkeling met enginering, de Keukenhoff en de Bouwmaterialenhandel. Dat is typerend voor dit familiebedrijf. In al die takken zit liefde en kennis, die willen ze niet verloren laten gaan.” Beide heren kregen in de loop der jaren te maken met generatieoverdracht. Een onderwerp waar bedrijven, zeker ook familiebedrijven, aan ten onder kunnen gaan. Tankens werd er juist sterker van. Jan: ”Ze hebben bij de overgang naar volgende generaties altijd de deskundigheid van de opvolgers centraal gesteld. Dus niet iemand als opvolger aanstellen omdat die toevallig Tankens heet of er al werkt, maar alleen iemand aanstellen waar je van denkt ‘die kan het.’ Zo gaat het nu ook weer. Vergeet niet dat dit ons werk als accountant makkelijker heeft gemaakt. Als er ruzies en vetes uitbreken kun je als derde met een loyaliteitsconflict te maken krijgen. Voor wie kies je? Met ruzie los je niks op. Ze staan allemaal op de schouders van hun voorouders.” Leen sluit af met: “Het zijn geen bureau-aannemers. Ze staan tussen hun medewerkers en er zit deskundigheid in de leiding.” ▪

7.5 Klanten, adviseurs en leveranciers

133


7.6 Frank Ruiter - Architect Het nut van een goede werkvoorbereiding

134

Slot Oosterburg Frank Ruiter perspectief

Slot Oosterburg Frank Ruiter handschets


De estheet en de exacteling. Dat zou zomaar de titel van een verhaaltje over twee heel verschillende mensen kunnen zijn. Maar lezer, dit is niet zomaar een verhaaltje. Dit is real life. Die estheet is namelijk architect Frank Ruiter en die exacteling bouwer Pim Tankens. Ze zijn van hetzelfde bouwjaar, 1959, en waren klasgenoten op de HAVO (De Wegwijzer in Sleeuwijk). Ruiter: “Ik had wel een zwak voor Pim. Hij was een grote kerel, ondanks zijn gestalte zeker niet op de voorgrond. Contact krijgen met Pim is als met vissen, je moet bij hem niet te snel ophalen. Hij heeft me, bewust of onbewust, toen heel goed geholpen toen ik hem vertelde dat ik wiskunde wilde gaan studeren. “Dat is helemaal niks voor jou, jij bent een echte creatieveling”, zei hij op zijn Pims. Ik schrok daar van, maar die opmerking schudde mij wel wakker. Hij had natuurlijk gelijk. Pim was zelf een echte exacteling, een techneut met een minuscuul, heel gericht handschrift. Ook broer Teus had een heel fijn en minuscuul handschrift.” Het leven ging verder en de jongemannen verloren elkaar even uit het oog tot de Technische Hogeschool (TH) in Delft ze weer een beetje bij elkaar bracht. Frank deed na het VWO bouwkunde in Delft (1987). “Ik lifte een aantal keren met hem mee. Nog bedankt Pim.” Eind jaren negentig was Ruiter inmiddels doorgegroeid tot een respectabel architect, tamelijk bekend in het Land van Heusden en Altena. Hij verkreeg van Tankens de opdracht tot het ontwerpen van wat later bekend zou worden als ‘de Kasteelwoningen’ in Woudrichem en Almkerk. “Ik heb daarvoor heel veel creatieve ruimte gekregen.” Appartementswoningen in een kasteeloutfit. Fier oprijzend in het landschap. Ruiter koos onder meer voor grote, zware bakstenen als moppen in een kasteelmuur. Met heuse gaten als bressen in de wal. Alsof Napoleon weer terug op aarde was en Woudrichem zich probeerde te verdedigen tegen de Franse slag.

ook voor een kleinere opdracht kon hij bij Tankens aankloppen. Frank werkt graag met het Andelse familiebedrijf. “Op de eerste plaats omdat het een prettig, plat georganiseerd bedrijf is. Pim en Peter coördineren de projecten zelf. Dus geen “dat moet je aan die en die vragen.” Bovendien besteden ze veel energie aan de werkvoorbereiding. Die is heel precies. Ze dokteren alles heel goed uit. Dat doen wij zelf ook. Wij detailleren ons suf.” Hij looft de familiaire sfeer: “Ik werk graag met en voor familiebedrijven. De betrokkenheid is vaak veel groter. Je voelt gewoon aan alles dat het niet zozeer om de winst gaat, althans niet ten koste van de kwaliteit en de mensen.” En over goede sfeer gesproken. Pim belde Ruiter een keer met de vraag, “of hij nog een tekening had liggen, een schets, want die had hij snel nodig.” Ruiter toog aan de slag en voorzag Tankens van het gevraagde kleinood. Toen hij daar even later een rekening voor stuurde, was Pim not amused. “Best” zei Ruiter, “dan betaal je die factuur nu wel, maar als ik later een klus van je krijg, breng ik dat bedrag in mindering.” En zo geschiedde. “Pim had dat denk ik niet verwacht, maar ik heb die oude rekening gelijk vereffend.” Beloofd blijft beloofd. ▪

De rekening gepresenteerd Later werkten Tankens en Ruiter weer samen, maar dan in de andere richting. Dit keer was het Ruiter die Tankens betrok bij zijn projecten. Prestigieuze opdrachten als de luxe woning op Landgoed Kraaijveld en voor de familie Hakkers de landelijk gesitueerde villa, een Hollands landhuis in België, lommerrijke woonboerderijen, maar Landhuis in Belgie

7.6 Klanten, adviseurs en leveranciers

135


7.7 Kees Timmer – Architect t2a Tankens en Timmer een bijzonder verhaal De traditionele verhouding tussen bouwer en architect is dat de architect het plaatje tekent en de bouwer dat plaatje bouwt. Tussen Timmer Architecten en Tankens liep het anders. Dat zit zo.

We spreken met Kees Timmer, bekend in Altena en omstreken om zijn vergaande betrokkenheid bij het bedrijfsleven, bedrijfsterreinontwikkeling De Rietdijk in Giessen en niet te vergeten, architect. Zijn vader Jan Timmer, ook architect, was volgens Kees destijds meer concurrent dan collega van Tankens. “Mijn vader koos ervoor om niet alleen als creatief ontwerper op te treden maar ook als bouwcoördinator. Hij zocht de onderaannemers uit en dicteerde het hele bouwproces op detailniveau. Terwijl Tankens als bouwer ook al de keus gemaakt had om in huis te engineren. Dus niet alleen uitvoeren en bouwen, maar ook aansturen en werktekeningen maken. Dus als je allebei een beetje hetzelfde doet heeft het ook geen zin om samen te werken.” Zou je zeggen. Maar de jaren verstreken. De jonge Kees werkte als architect in Leiden. Broer Willem was uit hetzelfde hout gesneden als architect in Rotterdam bij onder andere Rem Koolhaas en MVRDV. Maar de jonge honden keerden terug op het oude nest en hielden het voor gezien in de Randstad. Gebroederlijk keerden ze terug naar hun roots: Altena, kantoorlocatie Giessen. We spreken dan eind jaren negentig. Hoe het daarna na precies verliep weet Kees ook niet meer maar op enig moment kreeg hij kennis aan Pim Tankens. Het klikte, de twee zetten het verleden overboord en begonnen een innige samenwerking voor project De Postweide in Woudrichem. “Voor Tankens was dat geloof ik hun eerste echt grote ontwikkelproject waar zij ook de gronden voor aangekocht hadden. Dat gold ook voor de aanleg van bedrijventerrein De Rietdijk, dat speelde in dezelfde periode (2005), ook daar had Tankens de grond voor aangekocht.”

136

Plan Postweide Timmer tekende voor de Postweide de appartementsgebouwen van de woonwijk. Vooral het Atrium in het woonzorggebouw was destijds bijzonder vanwege de gecombineerde woon- en zorgfunctie. “Tegenwoordig zie je dat overal, maar in die tijd was het nog uniek. We hebben ons toen veel beziggehouden met de gezamenlijke ruimtes tot op het niveau van de zitjes in de wachtruimte.” Uiteindelijk verrees door plan Postweide een compleet nieuwe wijk aan de rand van Woudrichem, waar wonen, winkelen en zorgen werden gecombineerd. Het lef en de visie van Tankens om te gaan bouwen op eigen grond bleek voor iedereen profijtelijk. Tankens en Timmer, ze kwamen elkaar daar vaak tegen. Kees, pro deo en uit maatschappelijke belangstelling, liep vaak binnen bij de gemeente Woudrichem om samen de revitalisering van het bedrijventerrein op te pakken. “Voor die tijd was het gewoon een terreintje in een weiland, maar we hebben de schouders eronder gezet, de infrastructuur geprofessionaliseerd en daarmee de faciliteiten geboden voor serieus grote bedrijven die zich daar vestigden,” zoals E. Van Wijk. Lag de bijzonderheid bij plan Postweide voor Tankens vooral op het aspect van eigen ontwikkeling, de nadruk bij het volgende project van Timmer & Tankens lag qua bijzonderheid veel meer op de knappe technische uitvoering. Het nieuwe Rabobank kantoor aan de Doornseweg in Almkerk was een vernuftig staaltje techniek. Dit werd in 2011 door Tankens gebouwd en vooraf door Timmer ontworpen. Kees: “Voor Tankens was dit het eerste grote bouwproject waar grootschalig met prefab constructies werd gewerkt. >


Rabobank, Almkerk

Kees Timmer

7.7 Klanten, adviseurs en leveranciers

137


Het hele casco werd in delen vooraf gebouwd. Dat was een knap kunstje, kan ik wel zeggen. Het hele gebouw was bovendien op en top duurzaam en circulair. Gevels van metselwerk zonder cement, warmtepomp in de bodem. Alle technieken werden uit de kast gehaald. Het project is vanaf de kant van Tankens eigenlijk foutloos verlopen. Hier zie je dat ze niet over één nacht ijs gaan. Ze zijn gewoon erg goed in werkvoorbereiding. Door hun eigen enginering afgestemd op hun eigen, ambachtelijke werkvloer ontstaat een geoliede combinatie van denken en doen. Voor ons verliep de samenwerking weer net zo fijn als bij plan Postweide.“

Plan Rabobank als tweede toch de beste Overigens had het maar een haar gescheeld of Timmer was als architectenbureau nooit geselecteerd voor de Rabobank in Almkerk. Best bijzonder. In die tijd waren banken regionaal aan het opschalen en centraliseren. Minder dorpskantoren en in plaats daarvan een paar grote kantoren, zoals die in Almkerk voor de hele regio Altena. “Rabobank Altena wilde best met ons in zee, maar Rabo Nederland vond ons te klein. We voldeden eigenlijk aan geen enkel criterium; te weinig medewerkers (<25), geen concrete ervaring met banken en zo meer. De directie Almkerk heeft er toch voor gezorgd dat we één van de vijf geselecteerde bureaus werden die mee mochten doen aan de competitie, onder het mom ‘we kunnen ze moeilijk voorbijlopen’. Enfin, lang verhaal kort, plan ingediend, presentatie gedaan en even later werden we gebeld. Of we langs konden komen bij de commissie. Sympathiek vonden wij dat, leuk dat ze toch de moeite namen om in een persoonlijk gesprek afscheid van ons te nemen en te motiveren waarom we niet gewonnen hadden. Ik moet zeggen: ons plan was helemaal geboren vanuit de gedachte: we kunnen toch niet winnen, dus wat scheelt het. We gaan gewoon helemaal onze eigen gang. En je raadt het al: Yes, we hadden toch gewonnen. Nee hoor, dat hadden we niet. Qua

Aanvullende proeven Aanvullende proeven Bij alle gestorte wandjes is het realiseren van van de open betonstructuur We We zullen aanvullende proeven Bij alle gestorte wandjes is het realiseren de open betonstructuur zullen aanvullende proe Bedrijfsverzamelgebouw, Giessen 130/250 mmmm om om de gewe metmet plastische beton als zeer problematisch ervaren. Als de te stijf dikte 130/250 de ge plastische beton als zeer problematisch ervaren. Alsbeton de beton te stijf dikte mogelijkheden/invloeden is blijft dezedeze hangen in deinbetonkubel. Als de te plastisch is, vloeit gende mogelijkheden/invloe is blijft hangen de betonkubel. Alsbeton de beton te plastisch is, vloeit gende (C28/35 is eri de wand volledig dicht, ondanks dat dat er niet getrild is. De is zeer • Betonkwaliteit (C28/35 de wand volledig dicht, ondanks er niet getrild is. zetmaat De zetmaat is zeer • Betonkwaliteit nodig) kritisch. nodig) kritisch. (meer/m MetMet aardvochtige beton zijn zijn wel wel bevredigende resultaten geboekt. Om Om • Grindsamenstelling • Grindsamenstelling (me aardvochtige beton bevredigende resultaten geboekt. toeslag materiaal) dezedeze beton te kunnen storten is echter eeneen normale betonkubel nietniet toeslag materiaal) beton te kunnen storten is echter normale betonkubel geschikt omdat de beton in deinkubel blijftblijft hangen. VoorVoor het het storten metmet • Soort toeslag materiaal: nat geschikt omdat de beton de kubel hangen. storten • Soort toeslag materiaal: (hoekig) aardvochtige beton hebben wij een speciale stortkubel metmet horizontale (hoekig) aardvochtige beton hebben wij een speciale stortkubel horizontale • Type plastificeerder transport schroef ontwikkeld, die gebouwd zal worden na opdracht. • Type plastificeerder transport schroef ontwikkeld, die gebouwd zal worden na opdracht. • Type vertrager • Type vertrager • Type ontkistingsolie (zie (zie illustratie hieronder) • Type ontkistingsolie illustratie hieronder)

Aluminium kozijnen Aluminium kozijnen De aluminium buitenkozijnen w Proefstuk wandsegment De aluminium buitenkozijne Proefstuk wandsegment strippen. Messing is een ed Ten Ten slotte is een gebogen wandsegment van van 7 x 2,9 raamsparing strippen. Messing is een slotte is een gebogen wandsegment 7xm 2,9met m met raamsparing singsing van van corrosie van van het het min gestort. De onderste twee lagen zijn zijn gestort metmet plastische beton (zet-(zet- gevaar gevaar corrosie gestort. De onderste twee lagen gestort plastische beton is. Zonder aanvullende m maat 100-130 mm)mm) en een verzinkt krimpnet. De derde stortlaag gestort wezig is. Zonder aanvullend maat 100-130 en een verzinkt krimpnet. De derde stortlaag gestort wezig van van het het messing g metmet ongewapende stampbeton C28/35 grind 4-32. De bovenste laaglaag is alsis alsbescherming bescherming messin ongewapende stampbeton C28/35 grind 4-32. De bovenste vergaan. Vergelijk katodische be uiterste variant gestort metmet grind tussen 32 en vergaan. Vergelijk katodisch uiterste variant gestort grind tussen 3262mm. en 62mm. De aardvochtige beton in dein3e lijkt lijkt voorlopig het het beste de wanbij schepen. De aardvochtige beton destortlaag 3e stortlaag voorlopig beste de wan- bij schepen. dat dat het het aluminium koz denden van van kapel Bruder klaus te benaderen. De resultaten zijn zijn in bijgaande Ondanks aluminium kapel Bruder klaus te benaderen. De resultaten in bijgaande Ondanks op hoekverbindingen altij foto’s te zien. Bij volgende proeven zou zou eeneen combinatie van van grind 4-324-32 en en beeld beeld op hoekverbindingen foto’s te zien. Bij volgende proeven combinatie grind zig. zig. >32>32 gekozen kunnen worden gekozen kunnen worden

Alleen metmet zeerzeer veelveel aandacht Alleen aandack worden toegepast. Wij Wij gaangaan het worden toegepast. op het aluminium kozijn doorm op het aluminium kozijn doo lijmlijm 1-2 1-2 mm). Zonder dezedeze extra mm). Zonder e mogelijk aluminium te combine mogelijk aluminium te comb

Fort Vechten proefopstelling

138


n storten met wandjes van 1,5 x 1,5 m en enste openstructuur te verkrijgen. De voln moeten nog worden onderzocht: rg vet, voor sterkte geen hoge kwaliteit

minder grof toeslag materiaal t.o.v. fijn

tuurlijke grind/zand (rond) of gebroken

worden voorzien van gepatineerde mesdeler metaal dan aluminium waardoor het nder edele aluminium levens groot aanmaatregel zal het aluminium als katodische gaan fungeren en binnen de kortste tijd zijn escherming van staal door middel van zink

zijn ook gepoedercoat wordt, zijn bijvoorjd onbeschermde aluminium delen aanwe-

kan messing in combinatie met aluminium t messing volledig geïsoleerd aanbrengen middel van een isolerende kitlijm (laagdikte a voorziening is het naar ons oordeel oneren met de messing strippen.

plan waren we als nummer één geëindigd, wat een compliment, maar Rabo Nederland had ons toch als nummer twee laten eindigen om de al eerderDuurzaamheid genoemde redenen, te klein, etc. Wat gebeurt Ondanks dat op dit project geen productgroep van PIANOO van toepassing er: er breekt hommeles uit tussen het winnende is, hechten wij er veel waarde aan om te melden dat wij met duurzaambureau en de bank. Geen klik, andere culturen. heid altijd in de weer zijn. Citadel zorg, Woudrichem De beton voor dit werk wordt geleverd door Van Nieuwpoort BetonmorOnwerkbaar. Werden wij als typisch Altena bedrijf tel te Utrecht en is van het type “PLUS groen beton 100 laag CO2”. De alsnog naar voren geschoven. Prettige verrassing: toeslagmaterialen (zand en grind) van het beton bestaan voor 100% uit Tankens was al geselecteerd als uitvoerende partij. secundaire toeslagmaterialen (gerecyclede spoorwegballast). De cement Bedrijfspand, Giessen is een bijproduct bestaat voor 80% uit hoogovenslak. Hoogovengranulaat In het licht van onze samenwerking met het plan van de ijzerproductie. Tijdens het drogen en malen van de hoogovenslak de Postweide waren we daar supercontent mee. komt er nauwelijks CO2 vrij. Kon niet meer stuk.” Ging ook niet meer stuk. De samenwerkende partij Tankens Andel BV is FSC en PEFC gecertificeerd, waarmee aantoonbaar wordt gemaakt dat alleen FSC/PEFC hout gebruikt Experimenteren met Fort Vechten’s wordt.

waterliniemuseum

De aller, allerleukste samenwerking met Tankens waar Kees Timmer op terugkijkt was die van de inschrijving voor het waterliniemuseum bij het Fort in Vechten. Mooier kan toch niet? Als ware Altenees, opgegroeid bij Fort Bakkerskil, Fort GiesTer beperking van uitlaatgassen wordt een elektrische torenkraan ingezet. sen en Fort Altena hoefden ze Kees Timmer en Ter beperking van de transportbewegingen over de Marsdijk wordt een rijplatenbaan aangelegd langs de noordzijde van het fort. De Marsdijk Pim hoeft Tankens niks te vertellen. Kees legt uit wat er, niet te worden gebruikt voor de aan- en afvoer van bouwmaterialennaast en of dat een waterliniemuseum echt superleuk werkverkeer. was om aan te mogen werken, zo bijzonder was. “Het bouwplan moest worden uitgevoerd met de authentieke bouwmethoden van 1870.” Een kleine glimlach verschijnt om zijn lippen: “Maar dat was nou juist zo leuk. Uitvoerende technieken opzoeken en nadoen uit die tijd. Pim vond het ook heel leuk. Technieken van toen met de kwaliteit van nu. Beton met grindnesten bijvoorbeeld, maar dan wel waterdicht. Ik noem maar iets. Of rond gezette betonwanden. Als ware Willy Wortels zijn we aan het experimenteren geslagen. Test na test. Dat is voor mij en voor Pim de kern van het bouwen. Jezelf verbeteren door nieuwsgierig te zijn. Ik vind dat echt des Tankens, heel innovatief. Nee, we kregen de opdracht niet, waar Pim behoorlijk stuk van was. Een andere partij had gewonnen. So what? We hadden enorm veel plezier gehad. Als jongens die met legostenen in de weer waren.” ▪ Voor het project worden de volgende materialen gebruikt: • Beton met KOMO keurmerk • Wapeningstaal KOMO keurmerk • Hout FSC of PEFC keurmerk • Aluminium kozijnen met KOMO keurmerk

Plan van Aanpak pagina 19

7.7 Klanten, adviseurs en leveranciers

139


Han Jetten links en Maarten Koster

140

Waluwering, Zaltbommel


7.8

Han Jetten en Maarten Koster - Bazalt Wonen

Over het delen van dezelfde waarden Het is nog vrij rustig die ochtend. Vakantietijd. Projectleider bij woningcorporatie Bazalt Wonen Maarten Koster, net terug van vakantie, moet nog even wennen. Collega Directeur-bestuurder Han Jetten is over een paar dagen aan de beurt.

Maar bij Bazalt Wonen is er altijd reuring. Bewoners in zomeroutfit worden aan de balie geholpen. Met 7.000 woningen in de verhuur zijn er altijd zaken die om aandacht vragen. Aan het einde van ons interview voegt Jetten toe: “Mag ik nog een opmerking maken? Tankens is een van de bedrijven die fungeren als onze ogen en oren achter de voordeur bij onze huurders. Hun medewerkers doen voor ons het dagelijks onderhoud en staan regelmatig bij de huurders op de stoep. Raampje kapot, deur die klemt, cv die hapert, noem maar op. Zo komen ze letterlijk en figuurlijk binnen bij onze huurders, dus weten ze wat daar speelt. In alle opzichten. De terugkoppeling die wij van hen krijgen is voor ons heel waardevol.” Jetten is sinds twee jaar als directeur-bestuurder de vaandeldrager van de corporatie, Koster werkt er al 28 jaar. De heren praten vrijmoedig en weloverwogen over hun band met het Andelse bouwbedrijf. Ze doen veel samen. Koster mailt even een rijtje door met projecten die beide partijen met elkaar hebben gerealiseerd. Neem het woon-zorgcomplex Citadel in Woudrichem waar ook grondgebonden woningen aan Graaf van Egmondpad werden gebouwd. Of neem in Andel de Bazalt Wonen grondgebonden woningen aan het Koolmeespad, (zorg-) woningen in de Bloesemhoff en de appartementen aan de Romboutshoff die werden gebouwd. Even verder in Giessen werden de appartementen aan het Parelplein gerealiseerd en in Almkerk de zorgappartementen van huize Antonia. Ook in Werkendam was Tankens voor Bazalt actief met vrij recentelijk nog de apparte-

menten en grondgebonden woningen De Burcht in twee fases. Tot slot werd er door Tankens ook voor Bazalt gebouwd in Zaltbommel met grondgebonden woningen Waluwering, de Agnietentuin (twee fases) en zorgappartementencomplex De Wielewaal. Al met al een indrukwekkende rij die in werkelijkheid nog veel langer is.

No-nonsense Qua visie lijken Basalt en Tankens op elkaar. Jetten: “Wij geloven in een goede verdeling van verschillende woontypen in de kernen en de wijken. Sociale huur, koopwoningen, zorgcomplexen, appartementen, voorzieningen, alles voor de totale gemeenschap.” Koster: ”Dat streven zie je ook terug bij Tankens, een echt familiebedrijf waar veel mensen werken die in dit gebied wonen. Dat is hun kracht. Ze werken met eigen metselaars en timmermannen, hanteren korte lijnen in een no- nonsense bedrijfscultuur. Daar voelen wij ons goed bij. We werken samen naar ieders tevredenheid. Ons doel is om woningen te bouwen en te onderhouden waar onze huurders fijn kunnen wonen. Doel van Tankens is om hun bedrijf te continueren.” Jetten: “Het gaat bij Tankens volgens mij niet om winstmaximalisatie maar zorgen dat het bedrijf van generatie op generatie gezond blijft. Het zijn geen jongens die gaan voor de tweede of de derde peperdure bolide. Dat past hun niet. Maar ze delen heus geen kadootjes uit hoor. Ze weten drommels goed wat er speelt. Zo houden we elkaar scherp.” Naast directeur-bestuurder van woningcorporatie Bazalt Wonen bekleedt Jetten diezelfde functie bij dochteronderneming BouwLinie, de bouw- en ontwikkeltak. Collega Koster leidt daar de projecten. >

7.8 Klanten, 2.1 adviseurs Ontstaan en oprichting leveranciers

141 141


Artist Impression Agnietentuin, Zaltbommel

142

Stageplekken

Duurzaam bouwen

Bazalt Wonen en Tankens opereren allebei in de bouw, ieder in zijn eigen rol. Dus delen ze het belang van een gezonde bedrijfstak. Er zijn ook zorgen. Jetten: “We staan voor dezelfde uitdagingen als Tankens: netcongestie, te weinig grond en bouwcapaciteit om aan de vraag te voldoen en gemeenten die wel willen maar te weinig kunnen bouwen.” Koster: “Net als Tankens doen wij onze uiterste best om het vak van bouwvakker te promoten. Het is een branche waar je inderdaad misschien wat vroeger voor je bed uit moet, en het kan buiten op de bouw weleens warm of koud zijn, maar het is ook zeker een beroepsgroep waar je een goede boterham kunt verdienen. En vergeet niet: hoe mooi is het om je werk te maken van mooie huizen.” Jetten vult aan: “Daarom bieden wij graag en vaak stageplekken op MBO, HBO en zelfs bij de raad van commissarissen.” Het werkgebied van Bazalt Wonen bestrijkt naast de kern van Zaltbommel het hele land van Altena, met uitzondering van Almkerk, Nieuwendijk, Uppel, Uitwijk en Waardhuizen, waar corporatie Land van Altena (gevestigd in Nieuwendijk) de scepter zwaait. Al met al een grote regio met veel verscheidenheid in de kernen. Zo legt Koster uit: “Zaltbommel is wat meer kleinsteeds met de bijbehorende allure, in Altena zijn kernen als Dussen en Hank weer heel anders geprofileerd dan pakweg Sleeuwijk, Woudrichem of Andel.” Jetten: “Wij proberen daarom met onze nieuwbouw zoveel mogelijk aan te sluiten bij de aard van de bevolking waar we op dat moment voor werken. De overeenkomst tussen al die kernen is weer dat je in ieder nieuwbouwproject toch weer 30% sociale huur moet bouwen, dus daarin zijn al die projecten weer sterk vergelijkbaar.” Veel variatie dus.

Is het bouwen van een zorgcomplex nou veel anders dan het bouwen van sociale huurwoningen of woningen voor de verkoop? Koster: “Ja toch wel. Op de eerste plaats proberen wij onze huurwoningen ook zo luxe en comfortabel mogelijk te maken, maar je ontkomt er niet aan, dat je daar minder ruimte voor hebt, vaak ook letterlijk, dan in woningen die je bouwt voor de particuliere verkoop.” Jetten: “De huurbedragen zijn minimaal dus we werken met smalle marges, dat kan niet anders. Daarom werkt het goed dat we af en toe ook ontwikkelprojecten hebben om te verkopen. Wat je daar verdient kun je weer gebruiken voor de sociale huur.” Koster:” Kijk, een partij als Tankens heeft al zo vaak woningen gebouwd dat ze daar een behoorlijk repeterend karakter in kunnen leggen. Maar het bouwen van een zorgcomplex is altijd uniek. Je bouwt nooit twee dezelfde, dus ja, daar komt zeker aan de voorkant qua werkvoorbereiding en coördinatie veel bij kijken. Tankens kan dat.” Bouwen, het wordt steeds complexer lijkt het wel. Samen: “Maar ook steeds uitdagender.” Jetten: “Wij investeren ons rot in duurzaamheid om onze woningen allemaal Paris-proof te krijgen, oftewel energieneutraal. Zonnepanelen, aardwarmte, maar ook nieuwe materialen voor gevels en kozijnen. Tankens is een traditioneel bedrijf gebouwd op fundament van jarenlange ervaring. Die nemen heel veel expertise mee uit die 200 jaar ervaring. Maar ik denk wel dat er de komende 25 jaar enorm veel gaat veranderen als je het hebt over duurzaamheid en innovatie.” Koster: “De afgelopen 200 jaar hebben ze bij Tankens bewezen om steeds met de tijd mee te gaan, anders hadden ze het niet zo lang volgehouden. Wij als Bazalt moeten vooroplopen met duurzaamheid en dat leggen we ook weer neer bij Tankens.” Jetten: “Het is geen kwestie van kiezen, maar van moeten. Die duurzame weg is onomkeerbaar.” ▪


Foto gerealiseerde Agnietentuin, Zaltbommel

Zorgcentrum De Wielewaal, Zaltbommel

7.8 Klanten, adviseurs en leveranciers

143


Gorinchem, Caribabad

Roelof Wind en Michel Copinga

144


Sportpark GRC14, Giessen

7.9 Roelof Wind - de Wind Groep Ze willen graag en gaan ervoor De tongval verraadt zijn Friese afkomst. Vanuit Drachten opereert het bedrijf van Roelof Wind, de Wind Groep, in heel Nederland. Specialisme is de ‘complete’ aansturing van projecten in een maatschappelijke context: scholen, zwembaden en multifunctionele gebouwen. De Wind Groep spoort projecten op, ontwerpt, coördineert en zorgt als contractpartner c.q. eindverantwoordelijke partij ervoor dat alles op zijn pootjes terecht komt. Van de Randstad tot in het uiterste puntje van Brabant, in iedere regio werkt het bedrijf samen met uitvoerende partners als infra-aannemers, installateurs, sloopbedrijven en bouwbedrijven. Roelof: “Duurzaamheid staat bij ons hoog in het vaandel. Met onze werkwijze hoeven er dagelijks geen busjes met werkvolk door het land te rijden. We werken met lokale partijen, dat beperkt je footprint.” Al ruim tien jaar is het Andelse Tankens een van die lokale partijen. Roelof weet nog dat beide partijen op een beetje bijzondere manier met elkaar in contact kwamen. “Iemand van de gemeente Woudrichem tipte mij om eens met Peter Tankens te gaan praten. Het klikte en zo kwam van het een het ander.” Inmiddels bouwt Tankens eigenlijk wel ieder jaar een aansprekend project voor de Friezen. “Ja, dat is best een indrukwekkende lijst geworden, ik herinner me een sporthal in Kaatsheuvel, een multifunctioneel gebouw in Pernis, een sporthal, een zwembad en een multifunctioneel gebouw in Rhenen, zwembaden in de Meijerijstad, een zwembad in Tiel en momenteel bouwen ze ook nog een sporthal in Zevenbergen voor ons. En in 2026 bouwen ze voor ons de nieuwe versie van het vroegere Caribabad in Gorinchem.” Inderdaad een trackrecord dat er wezen mag.

We zijn allemaal gelijk “Tankens is een familiebedrijf. We kunnen goed met ze overweg. Het zijn mensen die doen wat ze zeggen en zeggen wat ze doen. Ze denken niet in rangen en standen. Net als wij, ik heb een hekel aan het woord onderaannemer. Zo zie ik dat niet. We zijn allemaal gelijk. We vullen elkaar perfect aan, zijn complementair. Ik weet van Tankens dat hun mensen onze projecten graag doen. Vooral ook als afwisseling met de woningbouw. Dat zorgt voor werkvreugde. Ze zetten er echt hun tanden in, willen graag en gaan ervoor. Dat merk je en dat zie je terug aan de hoge kwaliteit. Ze staan voor hun belofte en voelen zichzelf niet belangrijker dan het project. Dienstbaar en met elkaar, daar komt het op neer.” 200 jaar Tankens is een hele tijd natuurlijk. Hoe kijkt Wind wat dat betreft naar de toekomst? “Wij willen de samenwerking graag continueren en dat is wederzijds durf ik wel te zeggen. We hebben een hele bestendige relatie, daar ben ik positief over. Ook over de werkvoorraad trouwens. Er ligt nog heel veel werk in Nederland aan scholen, zwembaden en gebouwen die gasloos moeten worden. Het voordeel van ons bedrijf is ook dat we niet zo cyclusgevoelig zijn. We hebben de afgelopen 50 jaar wel bewezen dat we ook in mindere tijden onze rol kunnen pakken. “ ▪

7.9 Klanten, adviseurs en leveranciers

145


7.10 Frans Smits – voormalig veehouder Zakendoen met Piet, Pim, Teus en Peter

SlotZuiderburg Fijne Kerst

146


Iemand die al sinds 1964 zaken doet met Tankens is de Rijswijkse agrariër Frans Smits (78). Frans is een voormalige veehouder die in 2007 zijn boerderij verkocht wegens gebrek aan opvolging. Later was hij ook nog werkzaam voor de provincie Brabant en de gemeenten Boekel en Oosteind met kavelruil en grondpolitiek.

Frans kan mooi vertellen over zijn band met Pim Tankens met wie hij graag en vaak filosofeerde over van alles en nog wat. Vooral over toekomstige behoeftes aan bouw en grond in de gemeente Altena. “Pim is iemand die ver vooruitkijkt. Altijd bezig om voor zijn medewerkers genoeg werk te vinden. Ook iemand met enorm veel verstand van bouwtechnische zaken.” Aan het begin van de ruilverkaveling in 1964, Frans was toen 18 jaar, bouwde zijn vader Tinus (1909-1971) met Piet Tankens een boerderij in Uitwijk. Hij herinnert zich zelfs nog dat Opa Teun Tankens al rondliep op de oude boerderij in Rijswijk. Op zich niet verwonderlijk, want Adriana Heijstek (1867-1891) de vroegtijdig overleden eerste vrouw van Teun (1893-1985) z’n vader Pieter Tankens (1861-1940), was een zus van Frans z’n oma Goverdina Heijstek (1871-1944). De familie Smits en Tankens hebben ook door dezelfde gereformeerde achtergrond altijd goede contacten gehouden.

Beton kruien

1e paal SlotZuiderburg, Frans Smits

Niet lang nadat de nieuwe boerderij gereed was, kwam Frans er alleen voor te staan omdat zijn vader om gezondheidsreden moest stoppen. “Als jonge jongen belde je dan Tankens als er een karweitje moest gebeuren aan de boerderij.” Vaak genoeg hielp Frans zelf een handje mee. ”Piet kwam dan kijken als er bijvoorbeeld een staluitbreiding nodig was en riep dan: “Frans dat moet zo en zo en kost zoveel en morgen gaan we beginnen. Je kunt zelf ook meehelpen trouwens.” “Ik?”, zei Frans aarzelend. “Zeker”, zei vader Piet, “jij kunt goed beton kruien. Ik betaal je een prima uurloon.” En inderdaad zo geschiedde. Ook vertelt Frans over contacten in het dorp die vaak liepen langs de lijnen van kerk en politiek. “Bij Tankens waren ze gereformeerd, wij ook, dus je ontmoette elkaar vaak en zocht elkaar op. Zakelijk ook.” Hoe dingen soms een heel andere loop kunnen krijgen blijkt wel uit het volgende. In 1987 kocht Frans grondgebonden agrarische grond met het oog

2014 Ondertekening ontwikkeling Postweide II Rosalie, Pim en Wethouder Koedoot

op melkquota om zoveel mogelijk witte motor te kunnen produceren. “Die grond zou later weleens in de uitbreiding kunnen komen dacht ik. En ja hoor later gebeurde dat ook. De ene na de andere ontwikkelaar met gouden knopen meldde zich bij Frans zijn boerderij, maar Frans verkocht niets. Uiteindelijk ging hij in zee met Tankens die hier later project Postweide in Woudrichem ontwikkelde en bouwde. Frans was een van de gelukkigen die daar een twee onder een kap van kocht. Nog weer later kocht hij van Tankens een appartement, zeg maar gerust riant appartement van 158 vierkante meter met een balkon van drie bij zes meter. Hij sloeg de eerste paal. In de regio bekend als ‘de kasteeltjes’, met als officiële naam Slot Zuiderburg. “Sommige mensen plagen me weleens en zeggen dan: “Wanneer bouwen ze het af?” Zelf vind ik ze prachtig.” ▪

7.10 Klanten, adviseurs en leveranciers

147


7.11 Arie Buchner – Transporteur in ruste Kijk ik heb een huis voor jou.

Arie Buchner

De Almkerker Arie Buchner is met zijn 82 jaar ondernemer in ruste. Op 58-jarige leeftijd verkocht hij zijn transportbedrijf bij gebrek aan opvolgers in familiaire kring.

148

Artist impression Rietkraag


Rietkraagwoning

Schets Rietkraagwoning Koppers

Tankens was voor hem al jaren zijn vaste bouwpartner. Zijn woning en kantoor met bedrijfspand in Almkerk werden allemaal door Tankens verbouwd en nieuw gebouwd. Naar tevredenheid. “Ik kon met Pim prima door de bocht.” Dat laatste is niet verwonderlijk voor een transporteur die immers wel vaker door de bocht moet. Maar met Pim verliepen de zaken juist rechttoe rechtaan. Arie had een tweede huis in Zuid-Afrika en wilde in Nederland best iets anders om in te gaan wonen, maar “geen huis met een grote tuin want ik heb een hekel aan tuinieren.” “Een flatje of een appartement, is dat niks voor jullie?” vroeg Pim, met wie Arie regelmatig een bakkie dronk. ”Nou” zei Arie, “dat wil ik wel maar geen appartement waar je op het balkon met de knieën tegen elkaar zit “ Enfin, drie jaar later komt Pim naar hem toe: “Kijk eens, ik heb een huis voor je. Een appartement met een balkon aan twee kanten van twee keer 40 vierkante meter: Project De Buitenwaard in Wijk en Aalburg.” Arie was om. En niet onbelangrijk, zijn vrouw Bastiana ook. Het project omvat twee appartementen in een wat kubistische stijl. Landelijk gelegen en toch vlakbij de kern van het dorp, ideaal voor de Buchners. “Ik heb alleen buren onder me, maar boven, links en rechts zit ik vrij. Heerlijk, en… geen gedoe met een tuin.” Niet alleen het appartement zelf wordt door Buchner geprezen, ook de samenwerking met en de

Buitenvloer beton verregend

prestatie van Tankens. ”Sommigen vinden Pim wat stuurs, maar dat heb ik zo totaal niet ervaren. ‘Eerst koffiedrinken’, riep Pim altijd als ik daar binnenkom. Natuurlijk heb je weleens discussie, over meerwerk ofzo. Maar daar kwamen we altijd goed uit. Het zijn gewoon nette bouwers. Je moet elkaar ook iets gunnen. ‘Ik gun je de winst maar niet het verlies’, zei ik altijd. Iedereen moet wat kunnen verdienen. We hadden nooit problemen. Nooit. Toen de vloer gestort moest worden van de bedrijfshal in Almkerk, 4.000 vierkante meter, begon het vlak daarna hard te regenen. Problemen dus. ‘Nee’, zei Pim, ‘dat is mijn probleem. Ik los het op en we doen het over. Had ik maar niet moeten gaan storten met kans op regen.’ Zo ging dat. Samen uit samen thuis. En Peter Tankens is volgens mij uit hetzelfde hout gesneden. Maar ja dat is niet zo gek natuurlijk, zoon van Teus en opgeleid door Pim.” ▪

7.11 Klanten, adviseurs en leveranciers

149


Bedrijfspand Iveco Schouten, Utrecht

Izak Schouten,

150


7.12 Izak Schouten – Iveco Schouten Op Teus kon je gewoon niet kwaad worden

Izak Schouten tikt bijna de tachtig aan, maar is nog kristalhelder van geest. Een beetje per toeval kwam hij voor het eerst in contact met Tankens.

Het moet ergens half jaren tachtig geweest zijn toen Piet Tankens uit onvrede over een bestaande leverancier voor het eerst bij hem aanklopte. Van DAF naar Iveco. Zo kwamen de twee bij elkaar in beeld. Later verliep het contact via Teus Tankens. “Op Teus kon je niet kwaad worden. Hij schreef niets op maar onthield alles. Dacht hij… Maar als hij dan eens iets vergeten was ofzo kon ik er nooit boos om worden. Zo was hij gewoon. Hele vriendelijke man. We gingen ook privé met elkaar om.” RKC was hun cluppie. Samen wedstrijdjes kijken en na afloop een biertje drinken. Gewoon leuk. Beide bedrijven waren toen nog relatief klein en kwamen later in een groeistuip terecht. Izak begon samen met zijn vrouw Adrie in 1969 in een schuurtje in Almkerk. Eerst nog Fiat, later Iveco. Inmiddels telt het bedrijf twaalf vestigingen verspreid over heel Nederland en werken daar rond de 300 medewerkers. Zijn bedrijf heeft Izak overgedaan aan zoon Fred. Als ondernemer in ruste kijkt hij nu terug op een hele mooie samenwerking met Tankens, dat inmiddels twaalf, dertien Iveco bussen heeft rondrijden van de Almkerker. In 2000 bouwde Tankens voor Iveco in Utrecht een imponerende showroom bestaande uit een garage, showroom en magazijn. Alles bij elkaar 3.000 vierkante meters. “Een hele grote klus, maar het verliep probleemloos.” In 2005 volgde het klapstuk in het dorp waar het voor Izak ooit allemaal begon. Izak mocht namelijk

Bedrijfspand Iveco Schouten, Almkerk

in Almkerk aan de Almweg nummer vier een fonkelnieuwe showroom over twee verdiepingen bouwen met aanpalende garage. Ook nog eens in voormalig agrarisch gebied, wat uiteraard niet zonder slag of stoot verliep. De vroegere wethouder Joost Kant hielp hem een handje om de vergunningen rond te krijgen. Uiteraard was Teus Tankens weer de bouwer. Althans niet in persoon maar als bedrijf natuurlijk. Nu de twee heren zo vaak in zaken waren, lag het voor de hand dat Tankens vaker ingeschakeld zou worden. Zoals bij Izak thuis in Giessen waar naast zijn woning tien meter verderop een nieuwe garage werd neergezet die ruimte biedt aan drie personenwagens en in Spijkenisse waar een bestaande Iveco vestiging door Tankens onder handen werd genomen. Showroom, werkplaats, de hele boel ging op de schop. Zo zien we twee typische Altena bedrijven die met hard werken en goed ondernemerschap ver zijn gekomen. “Ik zie Tankens wat meer als projectontwikkelaar dan als bouwbedrijf moet ik zeggen”, aldus Schouten. “Daar danken ze volgens mij ook wel hun groei aan.” ▪

7.12 Klanten, adviseurs en leveranciers

151


7.13 Ad-Jan van Rijswijk - Van Rijswijk Auto’s Tankens heeft veel in huis

Ad-Jan van Rijswijk uit Veen is het prototype van een selfmade ondernemer. Opgegroeid in een arbeidersgezin was er voor hem geen stokje om over te nemen.

Ad-Jan plantte zijn zaadjes zelf. De eerste auto’s verkocht hij in 2005 op het gras aan de overkant van de straat bij zijn ouderlijk huis. Daarna ging het snel. Je kunt talent hebben om te schilderen, te voetballen of gitaar te spelen. Ad-Jan had talent om auto’s te verkopen. In 2012 bouwde Tankens voor hem aan de Veensesteeg in Veen een autoshowroom van 3.000 vierkante meters, het gehele terrein besloeg anderhalve hectare. In totaal kan van Rijswijk Auto’s hier zo’n 300 tot 400 auto’s tentoonstellen. En dat doen ze. Uit heel Nederland komen autokopers naar Veen om zich bij Van Rijswijk Auto’s in de watten te laten leggen. Hun eerste oriëntatie is natuurlijk via internet. Maar eenmaal in de showroom worden hun verwachtingen overtroffen. Dat was dan ook een van de doelen met de nieuwe showroom. Mensen meer bieden dan ze verwachten. Een autolusthof. Het zeer hoge afwerkingsniveau van de showroom, op luxe woonhuis niveau, en de dubbellaags opbouw en overspanning imponeren. “Ik kende Tankens eigenlijk nog niet toen we in 2012 met elkaar in zee gingen. Het was toen een slechte tijd in de bouw. Dus ik zocht een bouwer die iets kon, maar ook eentje die niet om zou vallen. Nou Tankens zat stevig in het zadel. Het zijn gewoon prettige mensen om mee te werken. Zeer strak in de planning en alles in eigen huis. Ze pakken nooit mis omdat ze zelf een enorme voorraad bouwmaterialen hebben. Daardoor kunnen ze snel schakelen.

152

Met alles. Als er een kraan nodig is, staat die er met een uur. Ze kunnen grove bouw en hele fijne afwerking aan. Dat komt omdat ze echte vaklui in eigen huis hebben. Dat zie je aan alles.” In 2021 bouwde Tankens (Mar van Breugel) nog een keer voor Ad-Jan, nu een Carwash XL. Deze 55 meter lange hightech wasstraat is een beleving voor de autobezitter en zijn auto. “De betonvloer daarin was best speciaal, die moest heel zacht aflopen. Hebben ze perfect gedaan, daaraan kun je zien dat ze heel sterk zijn in betonwerk.” Na deze forse nieuwbouwprojecten volgden er nog veel aan- en verbouwklussen. Zo werd in 2025 de oude wasstraat omgebouwd tot directieruimte met kantine. Ook weer state of the art met kookeiland en hoog verfijnde afwerking. Het is een kwestie van vertrouwen. Ik schakel graag en veel met Peter, generatiegenoot en iemand waar ik goed mee overweg kan.” ▪


Carwash XL, Veen Autoshowroom, Veen

7.13 Klanten, adviseurs en leveranciers

153


V.l.n.r René , Ruben en Fons

154


7.14 Ruben Kruithof - Initiatiefnemer Hospice Altena Fons Naterop René Olivier

- Voorzitter Hospice Altena - Architect Hospice Altena

Bouwen voor de laatste levensfase 200 Jaar Tankens is 200 jaar bouwen. Steen voor steen. Maar altijd voor een nieuw begin. Een woning, een school, een zwembad, een sporthal, bioscoop of gemeentehuis, het zijn allemaal gebouwen waar bewoners een nieuw begin maken. De bouw van het Hospice Altena is daarom anders. Hier bouw je voor het einde. En dat brengt een heel ander proces met zich mee.

Stuurgroep met professionals Architect René Olivier, voorzitter Fons Naterop en initiatiefnemer Ruben Kruithof blikken terug op de complexe totstandkoming. Een initiatief waar nu heel Altena blij mee is. Door de inzet van vrijwilligers, donateurs en heel veel anderen werd een burgerdroom werkelijkheid. We schrijven het jaar 2016. Een rampjaar voor Ruben Kruithof en zijn gezin wiens vriend de mededeling krijgt dat hij ongeneeslijk ziek is. Zijn ziekbed was zwaar. “Ik heb dat samen met mijn vrouw Melanie van dichtbij meegemaakt.” Zelf moest Ruben zien te herstellen van de gevolgen van een zwaar ongeluk. Veel mensen die zorgen voor een zieke partner of andere dierbare gaan anders naar het leven kijken. Na het overlijden van zijn vriend ging er bij Ruben een knop om. “Ik had tot voor die tijd een commerciële functie, maar wilde nu iets gaan doen dat maatschappelijk meer relevant was. Mensen helpen.” Zodra hij en Melanie het idee kregen om in Altena een ‘eigen’ hospice van de grond te krijgen, liet dat idee hem niet meer los. Er volgde een ware gang naar Canossa.

Ruben Kruithof wist dat je een hospice niet alleen kunt opzetten en vormde een stuurgroep. Achteraf gezien een goede zet. Ruben vulde die groep met louter professionals. Mensen die allemaal vanuit hun hart wilden helpen maar met hun verstand pijlers onder het nog op te richten hospice konden slaan. Een jurist, een communicatieadviseur, verpleegkundige, iemand met kerkelijke achtergrond, een huisarts en architect René Olivier met zijn bouwkundige achtergrond. Olivier: “Ik vond het een eer om gevraagd te worden. Ik had veel ervaring met zorg en hospitality door het bouwen van bioscoop Hollywoud, hotels en een academisch ziekenhuis. Ik woon en werk al lang in deze regio en keek ernaar uit om iets terug te doen voor de maatschappij. Dat hoort eigenlijk wel zo vind ik.” Brancheorganisatie de VPTZ (Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg), vond het nog steeds allemaal maar niks en bleef wijzen op het reeds aanwezige hospice in Gorinchem. Dat was toch ook prima? Nee, dacht Ruben. “Het moet juist van en voor Altena zijn. Een hospice voor rijk en arm, gelovig en ongelovig, lokaal gedragen door de eigen inwoners van Altena.” >

7.14 Klanten, adviseurs en leveranciers

155


Artist impression Hospice, Sleeuwijk

Hospice met thuisgevoel

Het handboek ‘Hoe bouw ik een hospice’ werd erbij gehaald en vol enthousiasme ging de stuurgroep verder. “Het was een droom, maar we wilden niet vluchten in die droom.” Tussen droom en daad staan wetten en veel praktische bezwaren in de weg, En zo geschiedde. Als netwerker pur sang slaagde Ruben er in het e-mailadres van burgemeester Fons Naterop te bemachtigen. Bijna ten einde raad stuurde hij de burgervader een mail, die eigenlijk geen mail was maar een schreeuw om hulp. Naterop: “Dat pakte me meteen. Gelijk. Dat moeten we doen, was gelijk mijn eerste reactie. Ik ben groot voorstander van burgerinitiatieven van onderaf en zag gelijk de kracht van dit idee. Het was ook handig dat ik via de ambassadeurs voor het hospice in Waalwijk met eigen ogen had gezien hoe zo’n lokaal gedragen initiatief soms pijlsnel op draagvlak kan gaan rekenen.” Voor Altena ging het niet zo snel en viel uiteindelijk pas in 2024 de beslissing dat het hospice gebouwd kon worden. In eendrachtige samenwerking en financiering tussen de gemeente (50%), burgers en bedrijven (ook 50%) uit Altena kwam het gewenste bedrag van een drie miljoen euro op tafel. Maar zo makkelijk als we dat hier opschrijven ging het in de praktijk allemaal niet. Neem het zoeken naar een geschikte locatie. In samenwerking met de gemeente werd de af te breken sporthal in Sleeuwijk aan de Vlietstraat aangewezen als de plek waar het moest gebeuren. Her en der was er protest maar inmiddels zijn ook deze hobbels beslecht en kon de bouw voortvarend van start. In het voorjaar 2025 werd de fundering gestort.

156

Architect Olivier: “In veel medische gebouwen voel je jezelf als patiënt niet echt ‘thuis’. Zodra je daar binnenkomt ben je je zijn kwijt. Anderen nemen de regie van je over en dat voel je ook zo. We wilden in het hospice juist een thuisgevoel creëren. Dat begint al met de locatie. De plek waar we nu bouwen biedt de mogelijkheid om naar buiten naar de natuur te kijken, maar je hebt er ook de mogelijkheid om als bezoeker of mantelzorger even een wandelingetje buiten te maken of een boodschapje te doen. In totaal komen er vijf appartementen voor bewoners.” Geld, geld en nog eens geld. In schril contrast met de zachtheid van het onderwerp stervensbegeleiding staat de harde zoektocht naar funding. Anderhalf miljoen euro is er door de gemeenschap zelf opgebracht. Een indrukwekkend bedrag dat met horten en stoten en veel lobbywerk opgehaald werd. Ruben: “Ik weet nog goed dat ik op een zaterdagvond, half tien, opeens zag dat een mevrouw maar liefst 86.000 euro had gedoneerd. Ik was er stil van, dat zul je begrijpen.” Onder leiding van Olivier werd een shortlist opgesteld van aannemers die bij gebleken interesse in aanmerking kwamen om het hospice te gaan bouwen. Met alle kandidaat-aannemers werd een goed gesprek gevoerd. Ruben; “We wilden een goede bouwer, dat is logisch, maar ook een bouwer die zich bij

Artist impression Hospice, Sleeuwijk


het onderwerp betrokken voelde.” Olivier: “Veel bedrijven staan er zich op voor dat ze ‘maatschappelijk betrokken’ zijn. Logisch, je zegt van jezelf als bedrijf niet dat je niet maatschappelijk betrokken bent. Maar toen ik met Peter Tankens aan tafel zat voelde ik gewoon dat hij dit meende. Authentiek en oprecht.” Met Tankens als aannemer en Den Doorn als installateur kwamen er twee regionaal verankerde bedrijven uit de bus die in bouwteam de klus klaren. Maar, maar, eerst moest er nog wat van de prijs af. Naterop: “Op een vrijdagmiddag ben ik naar ze toe gegaan en zei: “Ik ga hier niet meer weg voor er een fikse afronding volgt. Dat moet echt. Meer hebben we niet. Ik weet niet of het scheelde dat we dat gesprek op het eind van de vrijdagmiddag voerden, en de heren weekend wilde gaan vieren, maar uiteindelijk zei Peter heel ruiterlijk. “Ok daar doen we het voor.” Samen met onderaannemers die ook sponsoren gaan we dat realiseren. “Dat vond ik klasse.” Olivier: “Wat voor Tankens spreekt is dat ze gewend zijn om in bouwteam te bouwen.” Voor niet ingewijden, dit is een contractvorm waarbij een opdrachtgever en aannemer al in de ontwerpfase samenwerken aan

een project om zo tot een slim, haalbaar en goed doordacht ontwerp te komen. Deze aanpak, die ook wel als een twee-fasen-contract wordt gezien, benut de kennis van de aannemer optimaal, wat leidt tot betere oplossingen, minder faalkosten en meer draagvlak, en is vooral geschikt voor complexe projecten. De basis van deze vorm is vertrouwen. Olivier: “En ja, een bedrijf dat al 200 jaar zijn sporen in Altena heeft verdiend, kun je vertrouwen. Dat wist ik gewoon.” “Ik stap erin op eigen risico”, zei Peter. Olivier: “Kijk dan toon je karakter.” Als gezegd, het onderwerp geld voelt soms wat raar aan in relatie tot het onderwerp stervensbegeleiding. Bijna banaal. Maar juist die gevoeligheid heeft Olivier in het ontwerp terug laten komen. “Er is gekozen voor natuurlijke tinten, terwijl je als bewoner toch de mogelijkheid houdt om een eigen schilderijtje ofzo aan de muur te hangen. Voor het appartement is een voorkamer gesitueerd die ervoor zorgt dat je niet meteen bij de bewoner binnenstapt. Zo hou je huiselijkheid en eigenheid voor de inwoner intact.” ▪

Feestelijke starthandeling Hospice, Sleeuwijk

7.14 Klanten, 2.1 adviseurs Ontstaan en oprichting leveranciers

157 157


Kees van Maastrigt Slot Oosterburg in winter

158


7.15 Kees van Maastrigt - Bewoner Slot Oosterburg Je hoort hier niets. Heerlijk Als Killenees groeide Kees van Maastrigt (1941) op met het water. Aan de Nieuwendijkse Kil stond het water vroeger regelmatig tot in de kelders. Varen, vissen en polderen, iedere dag. “Prachtige tijd gehad.” Later woonde hij achtereenvolgens in Werkendam en maar liefst 35 jaar in Almkerk. Het water ging voorbij maar tot zijn grote vreugde woont Kees sinds 2009 aan een heuse slotgracht. In zijn geliefde Woudrichem notabene.

Als een van de eerste bewoners van een appartement op de begane grond van appartementencomplex Slot Oosterburg, de burcht in plan Postweide. We spreken met Kees op een zonnige middag in augustus. De deuren die uitzicht bieden op de gracht staan open en laten een fris windje binnen. Waar je maar kijkt in de lommerrijke kamer van de oud-geschiedenisleraar, overal heb je uitzicht op de landerijen. Een uitzicht dat Kees nooit verveelt. “Eigenlijk was het onze zoon Marcel die ons tipte om hier te gaan wonen. “Dat is echt iets voor jullie zei hij tegen mij en mijn vrouw Annie.” Er volgden gesprekken met Pim en Peter Tankens, die soepel verliepen in een gemoedelijke sfeer. Al gauw waren Kees en Annie overtuigd. Peter Tankens was zelfs nog een leerling van hem op de HAVO in Sleeuwijk, al had Kees als leraar niet in de gaten dat Peter een ondernemerszoon was. “Ik dacht dat hij gewoon een zoon van een timmerman was of zoiets. Aardige leerling hoor. Deed het best goed volgens mij.” 162 vierkante meter meet zijn appartement, wat je gerust riant mag noemen. Heeft hij in ieder geval plek genoeg ruimte voor al zijn boeken waarin enige exemplaren over de Hollandse Waterlinie niet ontbreken. Een nieuw huis kopen is altijd spannend. Immers, je koopt van een plaatje. “Maar we hebben er nooit spijt van gehad. Nooit. Het uitzicht en de stilte zijn geweldig. Het is net of je zelf midden in de landerijen woont. Je hoort niets, af en toe een landbouwwerktuig, maar dat hoort erbij. En je woont hier ook nog eens op loopafstand van de winkels.” Een beetje lastig vond Kees wel dat je met de stelposten jezelf verplichtte om per se bij de Keukenhoff een keuken aan te schaffen, wat

dan op zichzelf wel weer goed verliep. “Mijn vrouw Annie was niet zo groot en had eigen wensen. Dus hebben ze op haar verzoek het iets speelser ingedeeld en de keukenkastjes op 45 centimeter geplaatst in plaats van 55 centimeter. Dat was wel fijn.” Helaas kwam zijn vrouw later te overlijden, een groot gemis. Kees stond er alleen voor, maar wist zich allengs beter te redden. Dat was ook wel nodig want Annie was altijd de alleenheerser van het aanrecht. Tegenwoordig kookt Kees graag en veel. Ook voor anderen. Dus met die keuken werd hij beste maatjes. Nog een punt dat Kees graag maakt betreft de fijne verstandhouding met de andere bewoners. “Daar heb ik het heel erg goed mee getroffen. Onze VVE (Vereniging van Eigenaren) functioneert uitstekend. Nooit gedoe. Na de vergadering gaan we altijd uit eten. Doordeweeks eten we ook weleens bij elkaar, hebben onderling veel contact en hebben het gewoon heel gezellig hier. Dat is een zegen.” ▪

Houten brug naar Slot Oosterb

7.15 Klanten, adviseurs en leveranciers

159


160

Teun Tankens op de nok vn zijn huis


7.16 Wierd Zijlstra - oud eigenaar Zijlstra Infra Pim was de denker en ik was de prater Een gesprek met Wierd Zijlstra (70), voormalig eigenaar Zijlstra Infra, zou bijna een reden zijn om nog een boek aan dit boek toe te voegen. De vroegere buurjongen van Pim en Teus is een vat vol verhalen.

Piet Tankens herstel sluis Vreeswijk

Over jongens die samen opgroeien in Andel, gezamenlijk ondernemerschap en een onvoorwaardelijk vertrouwen in elkaars kwaliteiten. Begin jaren zeventig begon de samenwerking tussen beide bedrijven in Nieuwegein. Het is niet gedocumenteerd, maar volgens Wierd kan het niet anders of Zijlstra senior (Sjouke) en Piet Tankens waren als overburen in Andel ook samen in zaken. Volgens Wierd zijn er zelfs foto’s gemaakt van Piet Tankens die bij Zijlstra aan het werk was met de renovatie van de spuisluis in wat toen nog Vreeswijk heette. Als jongetje op de lagere school woonde Wierd pal tegenover Tankens aan de Julianastraat. “Ik keek wel een beetje tegen hen op. Vroeger woonden wij in een salonwagen, later werd dat de boerderij aan de Julianastraat. De oude Teun Tankens was altijd in het zwart gekleed. Een krasse man die zonder pardon het dak op klom van zijn huis om de schoorsteen te repareren.” Wierd kwam

graag bij Piet over de vloer. Spelen met Pim en oh ja, wat rook dat eten toch altijd heerlijk dat in de keuken stond te pruttelen. “Ik weet ook nog dat de oude Piet Tankens altijd in de kamer zat, voorovergebogen over die grote tekeningen. Dat vond ik machtig interessant.” Wierd was een paar jaar (4) ouder dan Pim en ging na de lagere school naar de LTS in Gorcum. Weer later behaalde hij zijn aannemerspapieren. ”Moest ik veel rekenen en tekeningen maken. Mechanica vond ik moeilijk, maar daar wist ik wel wat op. In de avonden fietste ik in het dorp naar Teus Tankens, die deed de HTS en kon goed leren. Maakten we samen mijn huiswerk, daar leerde ik veel van. Gezellige tijd.” En gezellig bleef het, ook toen Teus later een stageplek zocht en terecht kon bij, jawel, de firma Zijlstra dat als infrabedrijf toen nog werkte in Zeeland met de ruilverkaveling. Samen heel de week in de kost. >

7.16

Klanten, adviseurs en leveranciers

161


Overkluizing Dunea Zwolsestraat, Den Haag

Keerwand Dunea Zwolsestraat, Den Haag

Ontwikkeling Postweide met Zijlstra

162


De opvolgers Pim en Teus volgden pa Piet op, Wierd volgde zijn vader Sjouke op. Als 26-jarige jongeman stond hij al aan het hoofd van een bedrijf. Allemaal goed gekomen. In 2022 verkocht Wierd zijn infrabedrijf en is nu dus al drie jaar ondernemer in ruste. Toch weet hij zich nog veel te herinneren over de samenwerking met Tankens. “ We vertrouwden elkaar volledig. Pim was de denker, ik was de prater. Na Zeeland en Nieuwegein kwamen de Brabanders in Den Haag even vertellen hoe het moest. Bergen werk hadden we daar.” Om beurten waren ze hoofd -en onderaannemer. Bruggen, overkluizingen, rioolputten en rioolgemalen. Tankens het beton- en metselwerk, Zijlstra de damwanden zetten en riool aanleggen. Zoals voor het project Huijgenspark in Den Haag; een groot rioolgemaal van tien meter diep met bovenop een volleybalveld. “We waren samen gewoon één.” Dat laatste was letterlijk het geval toen Zijlstra en Tankens in combinatie het werk ‘De overkluizing in het duinen water wingebied’ van Dunea aannamen, waar het water uit de Maas naar toe werd gepompt voor drinkwater. “In Den Haag waren wij de werkers. Die aannemers daar regelden natuurlijk veel onder elkaar. Wij vielen daarbuiten. Dachten ze. Mooi niet. In Wateringen namen we samen met Tankens een groot karwei aan van tegen de drie miljoen.

Van de 200 jaar Tankens heb ik er in ieder geval 60 meegemaakt De andere aannemers hadden ingeschreven met allemaal een miljoen meer. Kregen wij het werk en spanden zij gezamenlijk een kort geding aan tegen ons. Ze vonden dat wij dat werk niet aan konden, met als argument dat als je een plank over een sloot kunt leggen je daarmee nog geen brug kunt bouwen. Maar daar ging het niet om. Dat miljoen dat zij duurder waren wilden ze later onder elkaar verdelen. We verloren het kort geding, maar gingen in hoger beroep. Vóór de rechtszaak begon, stond ik op en nam zelf het woord in plaats van de advocaat. Heel ongebruikelijk natuurlijk maar ik vond dat het moest. Ik zei: “We zijn hier bij elkaar om te praten over hoe dat werk gemaakt moet worden, maar daar gaat het helemaal niet om. Het gaat erom hoe het werk verdeeld wordt. Onze advocaat vond het geloof ik niet zo’n goed idee, maar we wonnen wel. Vergis je niet, Pim was een uitstekende denker. Al die ingewikkelde constructies en dergelijke kon hij wel aan. Dat maakte

mij sterk. Ik had de overtuiging dat wij daarom wisten hoe het werk gemaakt moest worden. Dat bleek ook wel in de praktijk. Samen waren ze onoverwinnelijk. Tankens en Zijlstra, Zijlstra en Tankens.” Doch de tijd veranderde. Het werd steeds moeilijker om onderhandse projecten te verwerven en de files werden steeds langer. Den Haag was ver weg. Uiteindelijk koos Zijlstra eieren voor zijn werk en ging op zoek naar projecten in de regio Altena. “Waar ik kom, komt werk vandaan. Dus dat kan net zo goed in Altena, bedacht ik me,” aldus Wierd. De samenwerking met Tankens bleef intensief. Samen ontwikkelden ze Kerkverreweide fase I en fase II in Wijk en Aalburg en de Postweide in Woudrichem. “Tankens had vaak al de grond gekocht. De hele infra en het bouwrijp maken namen wij de gemeente uit handen. Ze hoefden niets te tekenen of te rekenen dat deden wij voor ze.” Totale ontzorging. DB heet dat: Design en Build. Een geïntegreerde contractvorm binnen de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW), waarbij zowel het ontwerp als de bouw bij een opdrachtnemer is ondergebracht. Samen sterk. De slogan werd dan ook: ‘Van de schop in de grond tot het plaatsen van de keuken is bij ons totaal verzorgd’. Later volgden in het oog springende projecten als het Rabobank hoofdgebouw in Almkerk (huidige gemeentehuis) en de daarnaast gelegen bioscoop. “Ik kom nog graag bij Tankens op kantoor. Pim werkt nog, ik ben iets ouder. We hebben nog regelmatig contact en overleggen dan wat. Van de 200 jaar Tankens heb ik er in ieder geval 60 meegemaakt. Het bedrijf zien groeien; mooi bedrijf met fijne mensen allemaal.” ▪ Ontwikkelvisie 200 woningen KerkverreWeide

7.16 Klanten, adviseurs en leveranciers

163


7.17 Arjan van Vugt - Installatiebedrijf van Gammeren Lekker weinig bouwvergaderingen Het Veense Installatiebedrijf van Gammeren is een van die vaste partners waar Tankens regelmatig een beroep op doet. Een samenwerking die al dateert vanaf begin jaren zestig toen de man waar we mee gaan spreken nog niet eens in beeld was. “Mijn vader Niek van Vugt werkte in die tijd al voor Piet Tankens. Mijn vader is via de Schoutens een neef van Piet Tankens. Wij, Van Vugt, hadden toen nog een eigen installatiebedrijf.

Arjan van Vugt

De Oude Silo keuken bij Trudie Tankens

164


1990 De Oude Silo Arjan van Vugt

Naast Van Gammeren waren wij ‘hofleverancier’. Zij meer in de W- tak (loodgieterswerk) en wij meer in de E-tak (elektra). Wat ik me kan herinneren was dat wij in de beginjaren veel buiten de regio werkten. Nieuwbouwwerk in heel Zuid-Holland, met veel reistijd, al had je toen minder last van files. Later is Tankens het meer in de regio gaan zoeken. Dat bevalt beter.” Er is in de samenwerking tussen beide bedrijven wel meer veranderd. Piet Tankens werd opgevolgd door Pim en Teus, later Pim en Peter. Arjan van Vugt nam het bedrijf over van zijn vader Niek. “Omdat we voor Tankens vaak samenwerkten met Installatiebedrijf van Gammeren kenden we dat bedrijf heel goed. In 2023 mondde die samenwerking uit in een fusie. Van Vugt en van Gammeren werd Van Gammeren. Arjan heeft geen opvolgers en is nu samen met Wim Beijer en Zeger Lubberdink gedeeld eigenaar van Van Gammeren. Het zijn natuurlijk niet alleen een paar namen die bij elkaar gevoegd zijn. Belangrijker is misschien nog wel het samenvoegen van de ‘E’ en de ‘W’. Daardoor mag Van Gammeren zich totaalinstallateur noemen. Niet onbelangrijk want installatiewerk maakt tegenwoordig een steeds groter, en complexer, deel uit van het totale bouwproject. Sleutelwoorden zijn verduurzaming en automatisering.

specialiseren. In de W-tak is het zo mogelijk nog ingewikkelder. Nieuwbouw betekent tegenwoordig ‘van het gas af’. Dus aardwarmtepomp met aard- of lucht aanvoer. Ga er maar aan staan. Nog steeds kunnen de nutsbedrijven onvoldoende leveren waardoor soms de bouw zelfs stilvalt. Zonnepanelen met accu’s en batterijen kunnen dit tekort soms weer opvangen. Met overigens als voordeel dat we met zijn allen minder CO2 uitstoten en de energierekeningen flink omlaag kunnen. Uitdagingen, allemaal uitdagingen waar je als ondernemer in de installatiebranche mee om moet kunnen gaan. Hoe fijn is het dan om voor een bouwbedrijf als Tankens in de keten mee te werken aan mooie projecten. “Omdat we al zo lang voor Tankens werken, zijn we bijna één van hen geworden. We kennen hun voormannen, dus dat betekent dat je niet eindeloos in bouwvergadering hoeft te overleggen.” Arjan legt uit dat het ook heel fijn is dat Tankens regionaal werkt. Daardoor kennen zijn medewerkers die van Tankens ook, vaak bij voornaam. Korte lijnen en een hoge gunfactor, daar draait het om. We vragen hem of hij een paar memorabele projecten kan noemen die hij met Tankens mocht maken. Nou die weet hij wel. “De Oude Silo in Andel vond ik heel bijzonder. Je had daar een bestaande gebouw waarvan het casco intact moest blijven, dus dat was technisch uitdagend. Het was voor mij een van de eerste werken die ik voor Tankens realiseerde, maar ook voor Pim de eerste grote ontwikkeling.” Maar er zijn er nog veel meer natuurlijk. Denk aan nieuwbouwprojecten Kerkverreweide in Wijk en Aalburg en de Postweide in Woudrichem, of De Burcht en De Werf in Werkendam.” ▪ Bedrijfspand Van Vugt, Giessen

E&W Neem domotica; het geheel van elektronische processen in en om de woning, die het woongemak en de veiligheid verhogen. Op je werk de verlichting, zonwering, rolluiken, verwarming, muziek of alarm instellen? Geen probleem. Vanuit de auto de koelkast opdrachten geven? Het kan allemaal. De mogelijkheden zijn eindeloos. Door veel om- en bijscholing kunnen de installateurs van Van Gammeren het tempo nog steeds bijbenen. Omdat het bedrijf 35 professionals telt is daar ruimte voor en kunnen medewerkers zich

7.17

Klanten, adviseurs en leveranciers

165


Brug Vlijmen

Willem Jan de Bruijn

“Je moet elkaar voor 100% vertrouwen, en dat doen we.” Willem Jan de Bruin

166


7.18 Willem Jan de Bruijn - Van der Plas Civiel B.V. Samen-werken Het is nog vroeg, maandagmorgen acht uur, en de week moet nog beginnen dus misschien ligt het daaraan. Schrijver dezes vergist zich als hij Willem Jan de Bruijn aanspreekt met Zijlstra. “Nee, dat is die andere aannemer.”

Wij kunnen de stem van Tankens zijn en Tankens kan de stem van ons zijn.

Waterspeelplein Zaltbommel

Achteraf blijkt overigens dat die vergissing best begrijpelijk is. Als mede-eigenaar van het bedrijf Van der Plas weet Willem Jan nog wel dat zijn bedrijf al sinds 1998 in onderaanneming werkt voor Tankens. In eerste instantie waren het vooral projecten voor de bouwtak van Tankens. Denk aan tuinen egaliseren, bouwputten graven. Relatief eenvoudig grondwerk. “Maar we waren er blij mee.” Al snel werden de projecten groter en mochten ze ook de aanleg van buitenterreinen verzorgen. Zo werd de samenwerking in de tijd steeds inniger en vanaf medio 2015 ging Van der Plas ook werken voor de ontwikkeltak van Tankens. Dat begon met het plan Schouten in Waardhuizen. Het bouw- en woonrijp van een nieuwbouwlocatie met o.a. het aanleggen van rioleringen, straatwerk, groen inpassen en de hele waterhuishouding. Je staat er versteld van wat er onder de grond allemaal moet gebeuren voor je kunt gaan bouwen. Er volgden zo meer projecten voor de ontwikkeltak van Tankens, denk aan De Gorssen in Elshout en Kerkverreweide Fase II in Wijk en Aalburg.

“Tankens is erg goed in organiseren, korte lijnen, doen wat ze zeggen en denken goed na aan de voorkant van een project. Dat sluit goed aan bij ons teken- en engineeringswerk”. De wisselwerking nam een grotere vlucht toen Tankens op zijn beurt ook als partner voor Van der Plas ging werken. “Zo hebben we al een behoorlijk aantal verkeersbruggen met elkaar gebouwd. Ook neemt Tankens voor ons bij de aanleg van kunstwerken het heiwerk, beton- en metselwerk voor haar rekening.” De twee werken met elkaar ‘in de keten’, zoals dat in de bouw heet. Je zou het zo kunnen zeggen; onder de grond en in de grond is Van der Plas aan zet, boven het maaiveld en op de grond neemt Tankens het stokje over als er gebouwd gaat worden. Zo’n innige samenwerking vergt wel iets van elkaar. De Bruijn: “Ja dat klopt, het gaat in de eerste plaats altijd om de mentaliteit. Je moet elkaar voor 100% vertrouwen, en dat doen we. We zijn volledig transparant naar elkaar. Wij kunnen de stem van Tankens zijn en Tankens kan de stem van ons zijn.” Wat helpt is dat beide bedrijven op dezelfde manier aan de steel staan. “Tankens maakt hele mooie projecten maar zonder veel opsmuk en tromgeroffel. Die nuchtere houding past ons wel. Net als de regionale verankering.” Beide bedrijven werken lokaal in een straal van pakweg 35 kilometer rond de thuisbasis. De 35 vaste werknemers van Van der Plas wonen vaak vlakbij de zaak en kunnen, net als bij Tankens, hun werk veelal in de buurt uitvoeren. Goed voor de betrokkenheid en de gebiedskennis. ▪

7.18

Klanten, adviseurs en leveranciers

167


2007 Uitje Tankens, Zijlstra en Dé Makelaars van Altena

Henk-Jan, Geert en Niek

168


7.19 Henk-Jan, Geert en Niek Leijendekker Dé Makelaars van Altena Als ontwikkelende bouwer concentreert Tankens zich graag op haar hoofdtaak: bouwen en ontwikkelen. Maar al die huizen moeten wel verkocht worden. En dat is geen kleinigheid. Natuurlijk, een of twee huizen verkopen kunnen ze bij Tankens zelf ook nog wel. Maar het wordt anders als er tientallen of soms zelfs een paar honderd woningen aan de man gebracht moeten worden. Dé Makelaars van Altena, wat een toepasselijke naam eigenlijk in dit verband, zijn al jaren Tankens’ rechterhand voor het verkoopproces. Met zestien medewerkers en drie vestigingen (Woudrichem, Sprang-Capelle en Wijk & Aalburg) is deze makelaar uitgegroeid tot een begrip in de regio. Op een zonnige woensdagmiddag gaan we op pad om het gesprek aan te gaan met Henk-Jan, Geert en Niek Leijendekker, stamhouders van dit familiebedrijf. Voor we de mannen gaan interviewen werpen we nog gauw even een blik op hun website en constateren dat deze bemiddelaars ruim 300 huizen in verkoop hebben staan. Geen kleine partij dus. En dat is maar goed ook blijkt al gauw.

Pim gaf ons de kans Bij binnenkomst in het kantoor in Woudrichem staat de koffie al klaar. Nog niet helemaal trouwens want jongste bediende Niek krijgt het voor elkaar om de koffiepot over te laten lopen. “Wie weet er hoe dat moet?” Hilariteit alom. De heren kijken niet op een grap meer of minder. Als we de drie broers zo zien zitten moeten we onwillekeurig denken aan De Drie Musketiers; elegante strijders die in de zeventiende eeuw de Franse koning Lodewijk de XIII beschermden. Een verhaal vol humor en optimisme. Daar lijken de Leijendekkers wel wat op. Eind jaren negentig streek het familiebedrijf neer in Woudrichem en al gauw was er contact met Tankens. Henk-Jan: “In maart 1999 begonnen wij hier en al snel zat ik bij Pim Tankens op de koffie. Gewoon kennismaken en kijken of we iets voor Tankens konden betekenen.

Ik moet zeggen dat ik wel een beetje tegen Pim opkeek. Letterlijk en figuurlijk. Tankens was toen al een grote naam in deze regio en wij begonnen nog maar net. Maar, hij gaf ons de kans. Zo zie ik het echt. Makelaars genoeg maar hij durfde het aan om ons in te schakelen. Waarom? Hij zag wel iets in ons. En we hadden een klik. Nog steeds. Zoiets kun je moeilijk uitleggen maar ‘het’ is er gewoon. Ons eerste project was de verkoop van vier woningen op de voormalige locatie van veevoederhandel Versteeg in Andel aan de Neer Andelseweg. Dat verliep heel goed en daarvandaan mochten we steeds vaker voor ze werken.”

Grote planontwikkeling Henk-Jan (52) als oudste van de drie broers had dus het voortouw. Zijn jongste broer Niek (40) valt hem bij. Alles moet goed zijn als je voor ze werkt. Zo zijn ze zelf ook.” Geert (48), de middelste van de drie: ”Ik weet nog goed hoe het ging toen ik daar de eerste keer kwam. Dat was in 2002 en ik was nog maar net begonnen als makelaar. Daarvoor had ik gewerkt in het onderwijs maar de makelaardij trok me meer. Ik had nog geen enkele ervaring, eigenlijk, en Pim voelt zoiets feilloos aan. Hij kon me maken en breken maar hield me heel. Wat ik toen van hem leerde was het element ‘doorvragen’.” Geert: “Mijn eerste grote project voor Tankens was plan Postweide in Woudrichem. Fase 1 was al een project van 24 woningen en dat liep door tot een paar honderd huizen.” Henk-Jan legt uit dat in zo’n situatie veel komt kijken. “Als kantoor moet je zo’n schaalomvang wel aankunnen. >

7.19

Klanten, adviseurs en leveranciers

169


Het proces is echt heel anders dan wanneer je voor een individuele particulier zijn huis verkoopt. Bij een grote planontwikkeling komt veel meer kijken. Bereid je dan maar voor op een bombardement van telefoontjes. Veel mensen zoeken een koopwoning dus binnen de kortste keren staat de telefoon roodgloeiend. Je krijgt te maken met kopersavonden waar je geïnteresseerden vakkundig te woord moet staan. Je moet weten waar je over praat. En een lange adem hebben. Je bent zo twee jaar verder voor alles is afgerond. Dat betekent dat er aan de voorkant heel veel tijd in zit. Daarnaast moet je kantoor ook verstand hebben van juridische zaken omdat je te maken krijgt met hele andere overeenkomsten. Geloof me, als je net als makelaar begint en je krijgt zo’n project dan betekent dat maar één ding: hoofdpijn.” Na plan Postweide in Woudrichem volgden er nog meer projecten waar de Leijendekkers voor mochten opdraven. Denk aan Kerkverreweide Wijk en Aalburg, De Bronkhorst in Andel, De Gorsen in Elshout, Parelplein Giessen-Rijswijk, De Burcht in Werkendam, de memorabele kasteelwoningen in Woudrichem en in Almkerk en nog meer. Door de intensieve samenwerking is een goede band van vertrouwen opgebouwd.

Loyaal Geert: “Ze blijven altijd scherp maar ze zijn ook loyaal. Het is geen bedrijf dat gauw gaat lopen. Als ik kijk naar hun onderaannemers zijn dat bijna altijd dezelfde. Een andere reden dat de verstandhouding steeds prettiger werd was misschien ook wel de goede klik die Pim had met de helaas twee jaar geleden overleden moeder van de drie broers: Hendrique. Niek: ”Ons moeder deed alle contracten hier en dat deed ze echt heel precies. Dat klopte altijd voor 100%. Pim waardeerde dat.” De jaren verstreken en de heren delen inmiddels al lang niet meer alleen herinneringen aan Pim en ook aan zijn overleden broer Teus. Tegenwoordig schakelen ze net zoveel met Peter. Alle drie beamen dat Pim en Peter karakterologisch veel verschillen maar in zakelijk opzicht juist weer niet. Geert: “Peter heeft als persoon wel een andere stijl maar hij is net zo scherp als Pim. Daar zit geen verInterieur woning Gerrit en Hendrique Leijendekker

170


Woning Gerrit en Hendrique

Detail woning Gerrit en Hendrique

schil tussen. Ik denk dat Peter aan Pim een goede leermeester heeft gehad.“ Henk-Jan: “Zeker, maar in doen en laten is Peter echt net zijn vader Teus, die kon ook toen hij nog leefde heel makkelijk met iedereen door één deur. Dat is ook een kwaliteit natuurlijk.” We zeiden het al eerder; Dé Makelaars van Altena. Een naam die goed overeenkomt met het primaire werkgebied van Tankens. Als makelaars verkopen ze ook buiten Altena huizen natuurlijk. Dat geeft hun een mooie overzichtspositie. Wat is de aantrekkelijke kant van wonen in Altena en wat merken ze daarvan als makelaars? Geert: “Het is Brabant. Nog net maar toch. Daarom hangt er een gemoedelijke sfeer, terwijl je ook

binnen een uur in Amsterdam, Rotterdam of een andere grote stad staat. Die combinatie maakt het sterk.” Henk-Jan: “Ook het open poldergebied. Er strijken steeds meer mensen neer van buiten de regio. Veel meer zelfs. Dat is echt opvallend. Die ervaren hier een soort rust. Het is hier nog lang niet zo gejaagd als in de Randstad. Kenmerkend vind ik ook het dijkenlandschap langs de rivieren. Het is ook van oudsher een eiland, begrensd door de Maas en de Merwede.” Niek: “In het duurdere segment is denk ik de helft van de kopers afkomstig van buiten Altena. Die vinden het hier nog goed betaalbaar maar ze hebben in de afgelopen periode bijgedragen aan de oplopende prijzen. Zo zie je maar weer; aan ieder voordeel zit ook een nadeel. ▪

7.19

Klanten, adviseurs en leveranciers

171


7.20 Bas Van Andel – voormalig eigenaar Smits Bouw Andel.

Overname voor vakmensen

172

Bas van Andel


Bedrijfsovernames worden meestal gedaan uit commerciële of om strategische redenen. Maar het kan ook anders. In 2018 vervolgden alle medewerkers van Smits Bouw in Andel hun loopbaan bij Tankens. Het enige dat feitelijk veranderde was de naam van hun werkgever boven aan het loonstrookje. Verder bleef alles hetzelfde.

Overeenkomst Smits bouw.

Hun vroegere werkgever Bas van Andel (1955) wilde per se dat zijn medewerkers terecht kwamen bij een sociale werkgever, nadat hij voor zichzelf had besloten dat het goed geweest was met zijn bedrijf. Bas, op dat moment 63 jaar, hoefde nog maar een paar jaar te werken voor hij met pensioen kon. Bovendien was het net een zware tijd geweest voor hem. Zijn vrouw Hennie was overleden en zijn bedrijf had flink geleden onder de naweeën van de kredietcrisis. Het liep dus al even niet zo lekker meer. Zijn gemoed stond er niet meer naar om met volle kracht te ondernemen. Hoe fijn is het dan als je op je eigen dorp, Andel, een concullega kent waar je medewerkers goed terecht kunnen? “Ik kende Tankens natuurlijk al lang en heel goed. Het was altijd mijn concur-

rent, dat wel, maar we gingen goed met elkaar om. Geen haat en nijd.” Sterker nog, Van Andel kocht zijn bouwmaterialen als hout en tegels gewoon bij Tankens Bouwmaterialenhandel. ”Voor ons was het ideaal om op je eigen dorp spullen te kunnen kopen.” Zijn bouwbedrijf was Bas begonnen in 1980. Ook weer zo’n typisch verhaal van dorpse continuïteit. Bas werkte namelijk al vanaf zijn schooltijd bij de plaatselijke bouwer van A. Smits, die er in 1980 de brui aan gaf. Samen met zijn drie collega’s nam Bas het bedrijf van A. Smits over en zette al het werk voort. Hij bouwde Smits Bouw uit tot een middelklein bouwbedrijf met een goede naam die in de regio kon rekenen op grote klantentrouw. Nieuwbouw, verbouw, onderhoud bij corporatie Woonlinie, maar ook het bouwen van nieuwe gebouwen als scholen en kerken. Bij Smits Bouw wisten ze van wanten, en dat was concurrent Tankens nooit ontgaan natuurlijk. Met de overname van de zes medewerkers en hun materieel als handgereedschap, steigers en zo meer, waren beide partijen in hun nopjes. Bas: “Die jongens mochten bij Tankens hun opgebouwde dienstjaren (20-30 jaar!) gewoon meenemen. Eentje heeft er onlangs zijn pensioen gehaald weet ik. Ze zijn nooit meer bij Tankens weggegaan, dus dat is een teken dat ze daar goed terecht zijn gekomen. En voor Tankens was het een prachtige uitbreiding natuurlijk. Op die manier kregen ze er zes ervaren vakmensen bij die zo ingepast konden worden.” Oftewel, werken aan continuïteit. Daarover gesproken, Bas doet nog steeds klusjes in de buurt. “Ik ga nog regelmatig naar klanten voor kleine klusjes als een kapot raam of een deur die scheef hangt. Zo blijf je onder de mensen.” ▪

7.20

Klanten, adviseurs en leveranciers

173


O8

Bouwen voor de Schoutens Marinus Schouten

174


In Giessen had Nicolaas Gijsbertus Johannes Schouten (Klaas 1867-1929) sinds 1893 een bakkerij en verkocht veevoer. Samen met zijn vrouw Antonia Maria Bouman (Toontje 1870-1944) hadden ze tien kinderen. Silo, Rib Andel

8 Bouwen voor de Schoutens

175


Zijn kinderen hielpen van jongs af aan mee in de bakkerij en bezorgden het brood met de hondenkar bij de klanten aan huis. Zo ook Martijntje Mechelina (Tijntje 1897-1988), die in 1921 trouwde met Teunis Tankens (Teun 1893-1985). Haar oudste broer Marinus Antonie (Rinus 1894-1970) zag in 1930 grote toekomst voor de grondstoffen en veevoeders handel en vanaf 1932 volgden meerdere bouwwerkzaamheden voor zijn plannen. Paragraaf 3.1 “Oma Martijntje hield de boel in de gaten” beschrijft hoe Marinus tevergeefs metselaar Teun aanbiedt om bij hem in dienst te komen. Hij doet dit ook aan Cornelis van Vugt (Kees 19041954) die getrouwd is met een andere zus Jenneke Maria Schouten (Rie 1908-1975). Kees accepteert het aanbod wel en treedt als chef elektricien bij de Firma Schouten in dienst. Helaas is hij bij de bouw van glijsilo’s door derden in het Munnikenland, Poederoijen verongelukt. Martijntje moet van grote broer Marinus het droevige nieuws bij zus Rie gaan vertellen. Rie laat als weduwe drie kinderen achter, onder wie Niek van Vugt, de vader van Arjan van Vugt (zie 7.17).

Rie Schouten en Kees van Vugt

De graansilo Broer Otto Schouten (Ot 1902-1968) werkt als monteur en zal later een machinefabriek in Giessen starten. Gelukkig voor gebroeders Tankens (Teunis en Hendrikus) blijft zwager Marinus overtuigd van de kwaliteiten van de gebroeders. In 1935 wordt langs de rivier een Graanschoonderij gebouwd. De aanvoer van grondstoffen kon in het vervolg per schip in plaats van per as. Helaas is het gebouw niet op funderingspalen ontworpen en als snel zakt het gebouw scheef naar de Maas. In 1936 volgde een graansilo, die met een hoogte van ruim 18 meter voor die tijd een hele uitdaging vormde. Dit gebouw is oerdegelijk, wel onderheid en wordt volledig opgetrokken met straatklinkers. Als er later een gat in de buitenmuur gehakt moet worden, is Niek Tankens een hele dag bezig om door de extreem harde muur te komen.

Zakken meel van en naar Silo Schouten, Andel.

176

In 1939 werd een Pakhuis als laatste grote fase aan de Hoge Maasdijk gebouwd. In dit gebouw werd het graan gemalen en in zakken tijdelijk opgeslagen. Volgens Piet Tankens stond het gebouw tijdens het malen te schudden en ontstonden in de buitenmuren grote scheuren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het pakhuis een gewaardeerde locatie om een centje bij te verdienen als sjouwer.


Fundering Munnikenland met o.a. Ad Kant, Teus Tankens en Huub Branderhorst

Groene spaarpot bij oma Martijntje voor eindejaars zilveren rijksdaalder

Van 1947 tot 1969 volgen meerdere pakhuizen, silo’s en (koek-)fabrieken op een nieuwe grotere locatie aan de Rib. Otto Schouten maakt de staalconstructies en Tankens voert de beton- en metselwerkzaamheden uit. Als ook deze locatie half jaren ‘60 te klein wordt, volgt nieuwbouw op een nog groter terrein in het Munnikkenland te Poederoijen. Ook hier wordt door familie voor familie gebouwd. Nu bouwen T. Tankens en Zonen (Piet, Niek en Maar) voor directeur neef Nicolaas Gijsbertus Johannes Schouten (Niek).

Sparen bij Schouten

1979 M.A. Schouten Dopositoboekje Pim

Schouten groeit en bloeit en je kunt er zakelijk tot 1979 veilig spaargeld stallen, zie 7.5 Balans Tankens. Ook particulieren kunnen als alternatief voor de Boerenleenboek bij M.A. Schouten-Stichting Giessen (N.Br.) hun spaarcentjes onderbrengen. Als klein jongetje leerde Pim van oma Martijntje al om haar eindejaars zilveren rijksdaalder netjes in een groene spaarpot bij haar in de kluis te bewaren en later volgde sparen bij de Stichting die de naam van haar broer Marius draagt. >

8

Bouwen voor de Schoutens

177


De Silo, Andel voor aanvang van herontwikkeling

Appartementen Oude Silo Helaas gaat de handel op de termijnmarkt eind jaren ‘70 toch niet helemaal volgens plan en worden in opdracht van de banken grote verliezen genomen. Er volgen moeizame jaren voor N.G.J. Schouten BV. In Andel worden de overbodige gebouwen met achterstallig onderhoud aan de Hoge Maasdijk (De Oude Silo) op een veiling ingezet en op 23-03-1978 door Piet Tankens namens Tankens Andel BV afgemijnd. Opnieuw ontstaat er een uitdaging, nu betreffende de herontwikkeling van het gebouw. Eerst werd een studie gedaan naar showroom-verkoopruimte. Nadat gebleken was dat dit niet haalbaar was, zijn de eerste schetsen gemaakt voor appartementen. Ook hiervoor bleek de haalbaarheid in de slechte marktsituatie niet voldoende, waardoor het gebouw tot 1986 is gebruikt voor opslag. Het kan niet ontkend worden dat de lust en energie tot herontwikkeling na zoveel jaren wel afnam. Na het overlijden van vader Piet is Pim met frisse moed aan het

178

project begonnen. In goed overleg met wethouder Braspenning van de gemeente Woudrichem is een woningproject met 16+2 appartementen ontwikkeld. Ondanks de slechte marktomstandigheden, liep de verkoop op de bijzondere locatie goed. Door de degelijke bouw van met name het middelste deel (straatstenen) en trillingscheuren in het oostelijk gebouw was de verbouwing een hele klus, maar met destijds moderne hulpmiddelen als diamant zagen is de klus geklaard. Het westelijke deel is in verband met de slechte en scheve staat van het gebouw volledig gesloopt en zijn in 1990 twee appartementen nieuw gebouwd. De kinderen van Pim en Tineke zijn er opgegroeid en zelf wonen ze er nog steeds naar volle tevredenheid. Op 16 mei 1991 heeft moeder Truus Tankens-Pellekaan het appartementengebouw geopend. ▪


1991 De Oude Silo, bevroren rivier

1990 Kraanwerkzaamheden De Oude Silo

De Oude Silo opening 10 mei 1991

Opening De Oude Silo Truus Tankens- Pellekaan

8

Bouwen voor Schouten

179


Tankens stabiel in een woelige wereld

O9 180


De geschiedenis van de familie Tankens loopt parallel met de bredere ontwikkeling van de Nederlandse bouwnijverheid. In 1825 begon Willem Tankens als zelfstandig metselaar in Woudrichem. Daarmee legde hij de basis voor een onderneming die 200 jaar later nog steeds bestaat. Door crisissen, oorlogen en economische omwentelingen heen bleef het bedrijf standhouden. De geschiedenis van Tankens is daarmee niet alleen een familiegeschiedenis, maar ook een venster op hoe de bouwwereld zich vanaf de 19e eeuw heeft ontwikkeld: van gilden naar vrije concurrentie, van kleinschalige ambachten naar grootschalige systeembouw, en van versnipperde bonden via BouwNed naar de oprichting van Bouwend Nederland.

Algemene voorwaarden eigendom van P. Tankens

9 Tankens stabiel in een woelige wereld

181


9.1

19e eeuw tot 1e Wereld Oorlog

Van gilden naar vrije concurrentie In de 19e eeuw was de bouwsector in Nederland nog nauwelijks georganiseerd. Het vak werd geleerd via het traditionele meester–gezelsysteem. Jongelingen begonnen als leerling bij een meester timmerman of metselaar, groeiden door tot gezel en konden na jaren hun meesterproef afleggen om als zelfstandige te werken. Ambachtslieden waren eeuwenlang verbonden aan gilden, die prijsafspraken en strikte regels handhaafden om concurrentie te beperken. Binnen de stadsvrijheid (binnen de stadsmuren en kanonschootsveld er buiten) gold hun macht, maar vanaf de 15e eeuw ontstond concurrentie van zelfstandigen buiten de stadsmuren. Met de afschaffing van de gilden door Napoleon in 1798 veranderde dit radicaal. Vrije concurrentie werd ingevoerd en iedereen mocht een bedrijf beginnen. Vestigings- of bekwaamheidseisen bestonden niet, waardoor ook onervaren bouwlieden als aannemer konden optreden. Ook de broers Pieter Dankers (1793) en Willem Tankens (1798) verhuisden in deze periode van Waspik naar vestingstad Woudrichem en bouwden daar als metselaars een behoorlijk bezit op. Het Franse aanbestedingssysteem, ontwikkeld voor militaire leveranties, werd vanaf 1811 ingevoerd en bleef na 1813 gehandhaafd. Dit systeem bevorderde lage prijzen, maar leidde ook tot wantrouwen tegen aannemers en toename van leveringen van slechte kwaliteit. Het Burgerlijk Wetboek van 1838 sloot hierbij aan en bood nauwelijks bescherming aan arbeiders of aannemers. Arbeids- en bouwrecht bestonden uit slechts enkele artikelen waarin loonbetaling en gehoorzaamheid aan de patroon (aannemer) centraal stonden. Conflicten tussen de opdrachtnemer en opdrachtgever werden doorgaans in het voordeel van de opdrachtgever beslecht. Algemene Voorwaarden (AV), opgesteld door opdrachtgevers, legden bijna alle risico’s bij de aannemer: het oordeel van de directie was bindend, fouten in bestekken kwamen voor rekening van de aannemer en zelfs bescherming uit de wet moest vaak contractueel worden opgegeven. Weigeren betekende eenvoudigweg dat een andere aannemer het werk kreeg.

182

In 1853 heeft Willem Tankens middels een Deurwaarders exploot het bestuur van de gemeente Woudrichem op de hoogte gebracht van een cedering door de hoofdaannemer van hem toekomende gelden als onderaannemer voor de bouw van een schoollokaal, zie par. 2.2 1e Generatie Willem (1798-1863). Toch begon de maatschappij rond 1900 te veranderen. De industrialisatie bracht schaalvergroting, vooral zichtbaar in de textielindustrie, waar grote fabrieksgebouwen verrezen. De traditionele meester-dorpstimmerman of -metselaar kon deze schaal niet meer aan. Arbeiders organiseerden zich in vakbonden (zoals de SDAP in 1894) en aannemers volgden met eigen organisaties: de Nederlandse Aannemers Bond (NAB) in 1895, de Nederlandsche Rooms Katholieke Bond van Bouwpatronen (NRKBB) in 1919 en later de Nederlandsche Christelijke Aannemers- en Bouwvakpatroonsbond (NCAB) in 1929. 1833 bestek en opdracht verdedigingswerk Woudrichen 1e pag.


De NCAB De NCAB kende een aarzelend begin. De eerste landelijke bijeenkomst in 1921 mislukte, maar vanaf de jaren ’30 groeide de organisatie. In tegenstelling tot andere bonden was de NCAB minder formeel en sterk religieus geïnspireerd. Bijeenkomsten begonnen met gebed en bijbellezing, die werden aangepast aan de omstandigheden; tijdens de crisisjaren was het boek Klaagliederen bijvoorbeeld toepasselijk. De NCAB hield zich relatief afzijdig van politieke druk en richtte zich op morele ondersteuning van aannemers. Contacten met de overheid waren minimaal; het meest opvallend was een gelukstelegram voor de verjaardag van premier Colijn. Lokale afdelingen werden opgericht, waaronder die in Heusden in 1936. Dit illustreert hoe ook kleinere, plaatselijke aannemers zich aansloten om gezamenlijk sterker te staan.

Verhouding opdrachtgever–aannemer Tot diep in de 19e eeuw was de verhouding sterk hiërarchisch: aannemers stonden onderdanig tegenover hun opdrachtgevers en hadden nauwe-

bestek en opdracht laatste pag. met Borger

lijks zeggenschap. Pas in 1926 werd gepleit voor gelijkwaardigheid, onder meer door opname van Algemene Voorwaarden in aannemingscontracten.

Juridische ontwikkelingen en arbitrage Omdat rechters gebonden waren aan een letterlijke wetsinterpretatie, stonden aannemers vaak machteloos. Arbitrage bood echter uitkomst, omdat zij daar zelf hun zaak konden toelichten. In 1907 werd de Raad van Arbitrage opgericht door aannemers, architecten en ingenieurs. Deze Raad had grote invloed op het bouwrecht en bood aannemers meer mogelijkheden tot verdediging. Toch duurde het tot 1931 voordat officiële Algemene Voorwaarden van het ministerie van Waterstaat opdrachtgever en aannemer gelijker behandelden. De Hoge Raad begon pas in 1919 afstand te nemen van een strikte letterlijke wetsinterpretatie. Pas rond 1969, met het Nieuwe Burgerlijk Wetboek, werd een moderne wettelijke regeling voor aanneming ingevoerd.

Borgstelling Een belangrijk punt van strijd was de verplichte borgstelling. Voor gunning van werk moesten aannemers twee borgen stellen, wat als vernederend werd ervaren en een teken van structureel wantrouwen vormde. Zie borgstelling Pieter Dankers 1833 Hoewel dit probleem al in 1905 was aangekaart, duurde het tot 1928 voordat aannemersbonden erin slaagden de borgstelling af te schaffen via overleg met de overheid.

Conclusie De periode van de 19e eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog betekende voor aannemers een transitie van ambachtelijk vakmanschap naar georganiseerd ondernemerschap. Waar zij aanvankelijk werkten zonder bescherming en onder hiërarchische verhoudingen, leidde industrialisatie, schaalvergroting en organisatie tot een sterke professionalisering van de sector. De oprichting van bonden, de strijd tegen eenzijdige voorwaarden en het ontstaan van arbitrage waren cruciale stappen naar gelijkwaardigheid tussen aannemers en opdrachtgevers. Deze ontwikkeling legde de basis voor het moderne bouwnijverheidsbestel in Nederland. ▪

9.1 Tankens stabiel 2.1 Ontstaan in een woelige en oprichting wereld

183


9.2

Eerste Wereldoorlog en de periode tussen de oorlogen

Eerste Wereldoorlog (1914-1918) De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) had grote gevolgen voor de bouwsector in Nederland. Hoewel ons land neutraal bleef, zorgden prijsstijgingen en het isolement van de internationale handel voor enorme problemen.

Veel aannemers gingen failliet omdat ze grote werken tegen vaste prijzen hadden aangenomen en de stijgende kosten van lonen en materialen niet konden dragen. Voor werknemers betekenden de oorlogsjaren zware tijden: de werkloosheid steeg sterk. Dankzij de werkloosheidskassen van de vakbonden, gesubsidieerd sinds 1917, konden arbeiders zes weken een uitkering ontvangen. Dit leidde tot een grote groei van het vakbondslidmaatschap: aan het einde van de eerste wereldoorlog was ongeveer driekwart van de bouwvakkers aangesloten.

Het interbellum: groei, organisatie en crisis Na 1918 werd duidelijk hoe groot de woningnood was. De overheid introduceerde het Middenstandswoningbesluit (1919), wat een impuls gaf aan de particuliere woningbouw. Aannemers maakten weer winst en probeerden prijs- en loonstijgingen door te berekenen. Tegelijkertijd liepen de kosten van levensonderhoud sneller op dan de lonen, wat leidde tot arbeidsconflicten. Er bestond een wirwar van 209 verschillende cao’s, meestal per regio en voor korte duur afgesloten. Dit legde een zware druk op onderhandelaars. Om stakingen en langdurige conflicten te voorkomen werd in 1923 het College van Rijksbemiddelaars ingesteld. In 1927 volgde de Wet op de cao en in 1937 de mogelijkheid om cao’s algemeen verbindend te verklaren. Aannemers werden geconfronteerd met prijsafspraken van leveranciers. Dit leidde in 1919 tot de oprichting van een Collectief Inkoopbureau, waarmee men de handelaren tot overleg dwong.

184 184

1938-02-02 Oprichting NCAB op 22 juli 1936

Ook ontstonden in deze jaren sociale regelingen. Zo werd in 1929 het vakantiefonds ingevoerd. Werknemers spaarden via vakantiebonnen, die later konden worden ingewisseld. Aanvankelijk kregen zij drie dagen vakantie per jaar; later kwamen daar betaalde feestdagen bij. Het systeem zou na de oorlog overgaan in het Sociaal Fonds Bouwnijverheid. Ook op het gebied van ziekte en sociale zekerheid werd vooruitgang geboekt. Naast de ongevallenwet van 1901 kwamen in 1929 wetten voor ziektekostenverzekering, kinderbijslag en vakantie. Uitvoering gebeurde door bedrijfsverenigingen waarin werkgevers en werknemers gezamenlijk bestuurden. Daarnaast werden fondsen opgericht voor bijzondere noden, zoals steun aan weduwen en wezen.


Notulenboek NCAB afd. Heusden

De jaren dertig brachten een zware economische crisis. Na de beurskrach van 1929 kelderde het aantal aanbestedingen en steeg de werkloosheid in de bouw tot bijna 50%. De overheid greep in met ‘werkverschaffing’, waarbij projecten onder het gangbare loonpeil werden uitgevoerd. Lonen daalden sterk: ongeschoolden verdienden nog maar 30 cent per uur. Tegelijkertijd voerden aannemers onderlinge prijsconcurrentie om maar werk te krijgen.

De BSB-regeling stelde stevige eisen aan vakbekwaamheid en kapitaal, vooruitlopend op de Vestigingswet van 1937. Ondernemers moesten een diploma of ruime praktijkervaring hebben en in staat zijn grotere werken te financieren. Mede hierdoor daalde het aantal faillissementen in de bouw.

Ondanks de crisis werden nieuwe overlegstructuren opgezet. In 1937 ontstond de Bedrijfsraad voor het Bouwbedrijf, waarin werkgevers- en werknemersorganisaties gezamenlijk nadachten over De crisis wakkerde ook spanningen aan rond regelgeving en arbeidsverhoudingen. Deze ontwikbeunhazerij: werkloze bouwvakkers vestigden keling betekende een belangrijke stap richting de zich als zelfstandige en namen kleine particuliere moderne overlegcultuur in de sector. opdrachten aan. Om hier paal en perk aan te Teunis Tankens (1893-1985) doet op 25 maart 1938 stellen werd in 1937 de zogeheten BSB-regeling ingevoerd (Behartiging van de Samenwerking in het bij de lokale NCAB afdeling Heusden een eerste verzoek om samen met zijn broer Hendrikus Bouwbedrijf). Erkende aannemers en handelaren (1898-1969) als metselaars lid te kunnen worden. mochten uitsluitend met elkaar zaken doen. Wie regels overtrad, belandde op een landelijke zwarte Dit verzoek wordt echter afgewezen omdat ook broer Arie (1897-1971), die timmerman is, ook lijst. Ook architecten en ingenieurs werden in dit gelijktijdig lid moet worden. ▪ systeem betrokken, zodat taken duidelijk werden afgebakend.

Samenvatting Samengevat was de periode tussen de beide wereldoorlogen er één van grote tegenstellingen. Enerzijds waren er 1938-03-25 eerste aanmelding Teunis Tankens

diepe crises, faillissementen en massale werkloosheid, anderzijds groeide de institutionele samenwerking en sociale bescherming. De bouwsector professionaliseerde, met cao’s, sociale fondsen en strenge vestigingseisen. Daarmee werd de basis gelegd voor de stabiliteit en samenwerking die na de Tweede Wereldoorlog verder zouden uitgroeien.

9.2 Tankens 2.1 stabiel Ontstaan in een woelige en oprichting wereld

185 185


9.3

Oorlogsjaren (1939–1945)

In aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de bouwsector in Nederland te maken met toenemende beperkingen, regels en dwang vanuit zowel de Nederlandse overheid als later de Duitse bezetter. Reeds in juni 1939 werd door de NCAB besloten dat aannemers alleen nog mochten inschrijven op werken waarbij het oorlogsrisico voldoende was afgedekt. In september 1939 stelde minister Albarda een regeling vast waarbij prijsstijgingen van materialen en lonen deels vergoed werden, maar deze werd begin 1940 alweer versoberd. Met het uitbreken van de oorlog kwam de vrije levering van bouwmaterialen onder toezicht te staan van speciale Duitse rijksbureaus. Vooral de aanvoer van cement en hout werd problematisch. Beton mocht alleen voor militaire werken worden gebruikt. De bouwproductie door particulieren en gemeenten nam sterk af, terwijl Defensie in het geheim begon met verdedigingswerken. Dit leidde tot een tijdelijke daling van de werkloosheid in de bouwsector. De Duitse bezetter voerde strenge regels in, zoals het verbod op ontslagen zonder toestemming en het beperken van werktijdverkorting. Dit leidde tot een bureaucratische overbelasting. In 1941 werd het Nederlandse bedrijfsleven door de organisatie Wolterson heringedeeld in een centrale structuur met zeven hoofdgroepen, waarbij de bouwsector onder de hoofdgroep Industrie kwam. De aannemersorganisaties, waaronder de NCAB, werden in 1942 gedwongen zichzelf op te heffen,. Hun vermogen werd in beslag genomen, behalve wanneer het werd aangemerkt als sociaal vermogen, zoals het vakantiefonds. Lokale afdelingen blijven bestaan. T. Tankens werd als metselaar-aannemer op 15 april 1942 als lid bij de afdeling Heusden toegelaten. De voorlopig laatste afdelingsvergadering was op 23 oktober 1942.

186

Persoonsbewijs Piet Tankens 1918-1922

Een gevoelig hoofdstuk betreft de samenwerking van aannemers met de Duitse bezetter bij de aanleg van verdedigingswerken, zoals bunkers. Door het monopolie van de Duitsers op bouwmaterialen stonden aannemers voor een moreel dilemma: samenwerken en doorgaan met bouwen (wat als collaboratie gold), of stoppen met alle economische en sociale gevolgen van dien. Doorwerken betekende behoud van inkomen voor henzelf en hun arbeiders, maar ook een risico op vervolging na de oorlog. Stoppen leidde tot werkloosheid en financiële ondergang. De situatie dwong velen tot lastige keuzes tussen economische noodzaak, morele principes en overlevingsdrang. Sommigen werkten noodgedwongen door, anderen namen hun verlies en stopten. Vooral NSB’ers en Duitsgezinden werkten zonder gewetensbezwaar door, vaak tegen hoge betaling, maar zij werden na de oorlog meestal gestraft.


Afvoer Burgerbevolking Arbeitseinsatz Pieter Tankens

1942-04-15 inschrijving T. Tankens

Tijdens de oorlog werden circa 7,7 miljoen mannen van niet-Duitse origine verplicht ingezet in de oorlogseconomie van nazi-Duitsland, ter vervanging van Duitse mannen die als soldaat waren opgeroepen. Deze dwangarbeid staat bekend als de Arbeitseinsatz. Velen duiken onder of zorgen voor een verklaring dat ze arbeidsongeschikt of onmisbaar zijn thuis of in hun bedrijf. Piet Tankens (1922-1986) is de oudste in een gezin van negen kinderen. Hij is mede kostwinnaar en voert als metselaar herstelwerkzaamheden uit in het dorp. Buurman wethouder Van Rijswijk zorgt er voor dat Piet in de oorlog volgens zijn persoonsbewijs vier jaar ouder is dan in werkelijkheid, waarmee een vrijstellingsverklaring eenvoudiger was. Na de oorlog is het vervalste geboortejaar 1918 weer gecorrigeerd naar het werkelijke jaar 1922. Ook het diploma Algemeene Handelskennis d.d. 10 juni 1944 heeft als geboortedatum 1918. ▪ Diploma Alg. Handelskennis 10 juni 1944 met geb. datum 26 febr. 1918 i.p.v. 1922

9.3 Tankens stabiel in een woelige wereld

187


9.4

Na-oorlogse jaren tot 2000

Dit deel beschrijft hoe de Nederlandse bouwsector - en de aannemersorganisaties waarin Tankens participeerde - zich herstelde, groeide, professionaliseerde en uiteindelijk moderniseerde van 1945 tot circa 2000. Rode draden zijn: sterke overheidssturing, acute materiaalschaarste, loon- en prijsregulering, massale woningbouw, de strijd tegen beunhazerij, hervormingen in aanbesteding en mededinging, en de institutionele ontwikkeling naar NVOB/AVBB, met in de jaren tachtig en negentig verduurzaming, kwaliteitsborging en deregulering.

1945–1947: chaos en herstart onder strakke regie Direct na de bevrijding bestonden in de bouwsector meerdere structuren naast elkaar: de vooroorlogse Bedrijfsraad voor het Bouwbedrijf bleef bestaan, Woltersom (industrie-bouw) werd niet opgeheven en in 1946 kwam daar de Raad van Bestuur Bouwbedrijf (RvBB) bij. De overheid trok de touwtjes stevig aan met het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA), een vergunningenstelsel voor álle bouwwerken en een speciaal Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting. Particuliere woningbouw was marginaal; huurregulering maakte rendabele exploitatie onmogelijk, waardoor de overheid via premies en programma’s de motor werd van de bouw. De staat bepaalde eenzijdig arbeidsvoorwaarden, draaide in 1945 de vooruitstrevende Algemene Voorwaarden (AV 1936) tijdelijk terug, en zette ambitieuze programma’s uit die direct tot knelpunten leidden: tekorten aan vaklieden en materialen en dus oplopende loon- en materiaalkosten.

Tekorten en het Marshallplan De oorlog had de bouwketen ontwricht. Cruciale importmaterialen (zoals hout) stokten, deviezen en handel waren gereguleerd, en veel bouwvakkers hadden jaren niet in hun vak gewerkt. In 1947 kwam de houtvoorziening op gang, maar stenen, cement en dakpannen bleven schaars. Het Marshallplan (Herstelprogramma van de VS voor Europa 1948–1951) bracht kapitaal en momentum. Nederland had zijn goud en reserves al verbruikt; Marshallsteun bleek een cruciale katalysator voor herstel en wederopbouw, waarvan ook de bouw direct profiteerde.

188

1950 woning Premie Min. van Wederopbouw en Volkshuisvesting


Tijdelijke maatregelen en woningbouw als topprioriteit Om te voorkomen dat onafbouwbare projecten werden aanbesteed, voerde Volkshuisvesting het 1=1-systeem in: per opgeleverde woning per gemeente mocht er één nieuwe worden aanbesteed. Bevroren huren en stijgende bouwkosten deden de eigenbouw instorten; daarom kwamen subsidies en financieringsregelingen (Financieringsregeling Woningbouw 1947, verbeterd in 1948, later vervangen door de Premieregeling). Het effect: een enorme aanbestedingsgolf zonder voldoende mensen en materiaal. De gemiddelde bouwtijd liep op van 6 maanden (1940) naar 17 maanden (1947). Arbeiders werden soms inefficiënt ingezet doordat schade en arbeidspools regionaal scheef zaten.

Geleide loonpolitiek: krapte en schaduwlijnen Eind 1945 bevroor het College van Rijksbemiddelaars de lonen. Zelfs met toeslagen (tot 25%) bleef het moeilijk om mensen te werven; de industrie trok personeel weg. Omdat ‘boven-plafond’ belonen verboden was, ontstonden perverse prikkels (taak al op donderdag klaar; beunwerk op vrijdag/zaterdag). Zwarte loonbetalingen doken op uit noodzaak, wat tot morele verwijten aan aannemers leidde—die op hun beurt wezen op de macro-klem van te veel werk, te weinig mensen en kunstmatig lage lonen. Opvallend is overigens dat men ervan uitgaat dat de stijgende prijzen van tijdelijke aard zijn. Het woord inflatie valt pas begin jaren vijftig, wanneer men ziet dat dit een blijvend verschijnsel is. In 1949 leek de bouw na de devaluatie van de gulden in rustig vaarwater te komen, maar door het uitbreken van de Korea-oorlog in 1950 ontstond weer onrust op het bouwfront. Vanaf 1950 kon weer over CAO’s worden onderhandeld; het College van Rijksbemiddelaars hield nog lang het laatste woord (tot de Loonwet 1970).

Prijsregulering en “klantenwerk” Om prijsopdrijving te voorkomen werd na de oorlog het vooroorlogse prijspeil als basis genomen, met opslagpercentages (aanvankelijk 56%). Naast sterk gestegen sociale lasten (o.a. ziekenfonds, kinderbijslag, vakantie, vorstverlet) schoten de bouwkosten omhoog. De prijsindex liep van 1938 tot april 1947 op van 100 naar 342. Voor ‘klantenwerk en kleine aannemingen’ legde het ministerie prijzen vast (tot ƒ1.000 volledig, tot ƒ10.000 gedeeltelijk). Ongewenste bijeffecten waren klachten over kleine inschrijvingen en grote risico’s bij grote werken. De regeling werd in 1950 ingetrokken.

Korea-crisis, bouwstop en risicoregeling (1950–1954) Materiaalprijzen verdubbelden of erger; de bouwkosten stegen gemiddeld 32%, terwijl de overheid slechts 12% als correctiefactor toestond: pijn voor zowel opdrachtgever als aannemer. Eind 1950 volgde een bouwstop; werkloosheid onder bouwvakkers verdubbelde tot meer dan 40.000. Na de crisis kwam een risicoregeling (1954): loonstijgingen 100% voor rekening principaal (lees; opdrachtgever); bepaalde materiaalstijgingen 80% door te berekenen (met publicatie van referentieprijzen in de vakpers).

Watersnoodramp (1953) en snelle opschaling De ramp van 1953 was een schok, maar ook een mobiliserend moment: aannemers trokken materieel terug van lopende werken om dijken te versterken en beperkten zo de schade. De herbouw en later het Deltaplan werden een enorme impuls voor de sector en maakten weg- en waterbouw tot nationaal prioritaire disciplines. >

9 .4 Tankens stabiel in een woelige wereld

189


1962 verzoek uitkering 1960 Premie 3 woningen Woudrichem.

Productiviteit en industrialisatie Om meer uit schaarse arbeid te halen werd tariefloon toegestaan als hogere productiviteit kon worden aangetoond. Na studiereizen naar de VS (1950, 1953) verscheen een productiviteitscentrum (1956) met brochures en acties (o.a. veiligheid). De NAPB initieerde in 1958 het Economisch Instituut voor het Bouwbedrijf (EIB). De Bouwnota 1962 wees richting: 750.000–900.000 woningen om de woningnood in 1970 op te lossen. In 1967 volgde het Opleiding & Ontwikkelingsfonds (O&O).

Oververhitting, systeembouw en rente (midden jaren ’50) De explosieve woningvraag leidde tot krapte op kapitaalmarkten; rentes stegen (van 3–4% naar 5,5% in 1957). De overheid kondigde de bouwstop af voor werken zonder toestemming boven f 2.000 (per 1-1-1955, later verder aangescherpt) en stuurde capaciteit naar woningbouw. Systeembouw (flats, blokken) werd opgeschaald; in 1956 kregen 85.000 woningen premie (10% systeembouw). De Suezcrisis dreef kosten verder op; met gemeentegaranties en extra premies werden kopers over de streep getrokken. In 1962 opende koningin Juliana de miljoenste woning; de jaren 1957–59 kenden producties rond 90.000 woningen per jaar.

Welvaart, arbeidsomstandigheden en scholing (jaren ’50–’60) De welvaart steeg; aandacht verschoof van louter productie naar de mens achter de arbeid. Voorzieningen op de bouwplaats (toiletten, wasgelegenheid, schaftlokaal, drinkwater) en veiligheid werden norm. Tegelijkertijd bleef de pijplijn aan vakbekwame krachten achter; opleidingen werden opgeschaald en het leerlingstelsel geprofessionaliseerd. Bouwvakvakantie ging in 1961 van 1 naar 2 weken; 5-daagse werkweek (45 uur) werd ingevoerd. De mechanisatie nam zwaar werk over. De economie draaide in de vroege jaren ’60 op volle toeren, maar in 1966 kwam de omslag: dalende bestedingen, stijgende rente en werkloosheid, vooral in de utiliteitsbouw. Vakbonden hielden vast aan looneisen; faillissementen namen toe, al liep de woningbouw nog even door als gevolg van eerder genomen besluiten.

190

Opzetovereenkomsten en gereglementeerde mededinging Aannemers spraken vóór inschrijving soms “opzetovereenkomsten” af. De beoogde winnaar van de aanbesteding compenseerde rekenkosten van anderen door een opslag/rekenvergoeding in te prijs op te nemen. De overheid bestreed dit (verbod sinds 1941). Op de NCAB vergadering afdeling Heusden van 7 October 1950 stelt A. Tankens hierover een vraag. Het antwoord is duidelijk: Als er iets gedaan wordt bij aanbestedingen, dat er dan vooral niet over gepraat mag worden, zelfs niet met je eigen vrouw. In 1952–53 kwamen proefprocessen en wisselende uitspraken (Rb Utrecht, Hof Amsterdam, HR 31-3-


1953); commissies onderzochten oplossingen. Op termijn leidde dit tot meldplichten, overlegstructuren (SPO), en veel later (1986) een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ‘Mededingingsregelingen in de bouw’, die in 1992 Europees werd afgekeurd (boete 52 mln gulden voor de prijsregelende organisaties).

Compromissen en aanscherpingen wisselden elkaar af; in 1955 kwam zelfs een Erecode tegen oneerlijke concurrentie. Vestigingseisen en het aannemersdiploma moesten de beroepsuitoefening professionaliseren; oudere aannemers konden via ‘verlichte examens’ of vrijstellingen alsnog worden erkend. Pieter Tankens haalde in 1957 zijn aannemersdiploma. >

BSB-regeling, vestigingswet en beunhazerij Voor de oorlog hadden de aannemersbonden al besloten tot het instellen van een aannemersexamen om beunhazerij in te perken. De bonden gingen in eerste instantie zelf de (avond- en dag-) cursus hiervoor geven. Na de oorlog nam de RvBB het aannemersexamen over. Na de oorlog hoopten aannemers dat de overheid de BSB-regeling zou overnemen, maar die voerde juist veel werken uit in eigen beheer, zonder aannemer. De overheid had geen behoefte aan inperking van bouwmaterialenhandel alleen van groothandel naar aannemer. In dezelfde afdelingsvergadering van 7 oktober 1950 wordt ook een vraag gesteld m.b.t. wel of niet inkoop/directe levering van metselstenen aan eindgebruiker firma Schouten i.p.v. aan de aannemer.

Aannemersdiploma 29-06-1957 Pieter Tankens.

1950-10-07 A. Tankens vraagt naar Schouten en Opzet 1958 jan BSB bewijs

9 .4 Tankens stabiel in een woelige wereld

191


1968-04-23 25% prestatietoeslag HAK

Nieuwe aannemers moesten een aannemersdiploma hebben voor een vestigingsvergunning. Daarmee werd het diploma van een aannemerscursus gelijkgesteld aan een MTS-, HTS- of een TH- (nu TU-) diploma. De BSB brokkelde af en werd in 1968 beëindigd. Intussen explodeerde de beunhazerij: begin jaren ’70 werd het volume voorzichtig op ƒ2 mrd. (ca. 20.000 manjaren) per jaar geschat. Halfslachtige gemeentelijke registraties moesten malafide praktijken inperken. Later werd in de Woningwet een plicht tot bouwregistratieverordeningen opgenomen.

Sociale zekerheid en SFB/RBS De naoorlogse opbouw van sociale zekerheid leidde in de bouw tot bundeling in het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB), dat onder andere vorstverlet, ziekte en kinderbijslag uitvoerde en vakantie-/risicobonnen beheerde. Na fraude met vakantiezegels kwam in 1983 het Rechten Beheer Systeem (RBS), waardoor per 4-wekenperiode zichtbaar werd waar werknemers in dienst waren; de overgang liep tot 1985.

De bouwstaking van 1960 en de “Lex Dura” Bij de cao-onderhandelingen van 1960 koppelde de overheid een nieuwe cao aan beperking van risicoregelingen in lopende werken. Door krapte moest de sector die cao wél toepassen (anders liepen mensen weg), maar de hogere loonkosten mochten niet worden doorberekend—een “tangconstructie” die leidde tot de bouwstaking (7–22 maart 1960). Minister De Pous vaardigde de Prijzenbeschikking Bouwbedrijf uit. Het machtsvertoon werd in de sector spottend de “Lex Dura” genoemd (naar NAPB-voorzitter Job Dura). Uiteindelijk besloot de Hoge Raad (1962) dat de minister in zijn recht stond; in 1964 kwam via overleg een betere risicoregeling.

uit Den Haag geen loonsverhoging krijgen, dus ik mag jou ook geen zakgeld verhoging geven. Vraag eerst maar een machtiging aan bij de Minister van Economische zaken.” Teus klom in de pen en op 18 februari 1964 komt een schriftelijke machtiging tot verhoging van zijn zakgeld. Het bedrag van de verhoging werd ter beoordeling aan vader Piet overgelaten. Op onder andere 23-04-1968 kreeg Tankens van Stichting Centraal Orgaan voor de Bouwnijverheid (C.O.B) de bevoegdheid om aan zijn werknemers 25% Prestatietoeslag te betalen bij het werk HAK te Giessen.

Eind 1963 was Teus Tankens 12 jaar oud en ging inmiddels naar de ULO in Eethen. Hij vond dat zijn zakgeld verhoogd kon worden. Toen hij dit aan vader Piet vroeg, was het antwoord duidelijk: “Onze medewerkers mogen zonder toestemming

192

1964-02-18 Min. van Econm. Machtiging zakgeld verhoging


Organisatievorming: van NKAPB/NCAB naar AVOB, NVOB en AVBB

Jaren ’70: inflatie, stakingen, WAO en koppelbazen

De verzuilde aannemerswereld schoof in de jaren ’60 naar elkaar toe. NKAPB en NCAB werkten nauwer samen en fuseerden in 1969 tot het Algemeen Verbond Ondernemers Bouwnijverheid (AVOB). Met de Nederlandse Aannemers- en Patroonsbond (NAPB) werd in 1972 het Nederlands Verbond van Ondernemingen in de Bouwnijverheid (NVOB) opgericht. Voor de bredere sectorcoördinatie kwam Algemeen Verbond BouwBedrijven (AVBB o.a. CAO-coördinatie).

Rond 1970 stegen lonen en prijzen sneller dan in het buitenland; opdrachten in utiliteitsbouw en waterstaat werden door de overheid getemperd. Het leverde meer werkloosheid, faillissementen en langdurige CAO-conflicten op (stakingen/acties in 1970; CAO 1971–1972 met indexering zwaar te dragen). De oliecrisis van 1973 bracht een abrupt einde aan de groei. Liquiditeit van bedrijven verslechterde; het aantal faillissementen nam scherp toe. Tegelijk werd de WAO belangrijk—de bouw was een grote “leverancier”; in 1973 was naar schatting één op de drie bouwvakkers niet actief (werkloos, ziek of in de WAO). Door krapte en piekbelasting namen koppelbazen (die vaak werkten met zwart betaalde arbeidskrachten) en malafide onderaannemers toe; in 1980 doken zelfs valse vakantiebonnen op. De overheid introduceerde misbruikmaatregelen in de jaren ’80, met als kern voor de bouw de Wet ketenaansprakelijkheid (G-rekening).

Ledentallen daalden later licht, maar het aandeel NVOB in de markt bleef groot (rond 65% van 8.000 bedrijven in 1990), omdat gemiddelde schaal en investeringen per bedrijf bleven stijgen. Gewestelijke structuren, hoofdgroepen (Burgerwerk en kleine aannemingen, Middenbedrijf B&U en Grootbedrijf B&U) en een actief Jongerencontact brachten professionalisering dichter bij de praktijk.

Jaren ’70–’80: stadsvernieuwing, Bestek-81 en recessie Na de oliecrises verschoof het beleid: energiebesparing, stadsvernieuwing en onderhoud kregen gewicht. Bestek-81 richtte zich op behoud en verdeling van werkgelegenheid (VUT, arbeidstijdverkorting); de Wet op de Investeringsrekening (WIR) stimuleerde investeringen. Maar het perspectief voor de bouw bleef in 1978 somber; een extreem strenge winter (’78–’79) legde tientallen dagen werk stil, het risicofonds raakte voor driekwart leeg. Met de bouw van Premie A en B woningen probeerde de overheid de bouw te stimuleren. Begin jaren ’80 volgden loonpauze en loonmatiging; werkloosheid in de bouw piekte. In 1983 bereikte de bouw een dieptepunt met meer dan 100.000 werkeloze bouwvakkers. Hierna is een daling ingezet door loonmatiging, en een conjuncturele opleving. >

1964-02-18 Min. van Econm. Verzendbrief machtiging zakgeld

9 .4 Tankens stabiel in een woelige wereld

193


Kwaliteit, PR en klantzekerheid (jaren ’80) Het NVOB zocht herkenbaarheid bij consumenten: het label ‘erkend NVOB-bedrijf’ (campagnes vanaf 1980) moest kwaliteitsgevoel oproepen - al floot de Reclame Code Commissie het woord ‘erkend’ terug. In 1988 volgden TV-spotjes (‘Q van kwaliteit’; ‘NVOB, dat staat een stuk beter’). Parallel ontwikkelde NVOB bouwbemiddeling: leden moesten meewerken aan bemiddeling bij geschillen, met een redelijke oplossing voor beide partijen als doel. Garanties werden geprofessionaliseerd: na Garantie Instituut Woningborg (GIW 1974) richtten NVOB en de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers (NVB) in 1981 het Waarborgfonds Woninggarantie Nederland (WWN) op; later ging WWN met Stiwoga op in Stichting Woningborg, die ook nu nog steeds waarborgcertificaten voor nieuwbouw-koopwoningen verstrekt en kwaliteitsbevordering nastreeft. Tankens Andel en Tankens Projectontwikkeling zijn beide Woningborg-lid.

opvolger werden overgenomen of stopten. De aannemersorganisatie bleef gewestelijk en in hoofdgroepen ingericht, met het Jongerencontact als kweekvijver voor bestuurders, een structuur waarin ook middelgrote en grote bedrijven hun belangen goed konden laten wegen.

Beeldvorming in een eeuw Waar jaarverslagen vlak na de oorlog nog vooral deftige bestuurders met sigaar toonden, schoof de lens in de jaren ’50 naar kranen, flats en woningnoodbestrijders, in de jaren ’60 naar mechanisatie, in de jaren ’70 naar isolatie en energie en in de jaren ’80/’90 naar computers en innovatie. Het illustreert de weg van ambachtelijk ploeteren naar grootschalig, georganiseerd en vervolgens digitaal ondersteund bouwen.

Deregulering, Bouwbesluit en VINEX (eind jaren ’80–’90) De bouwregelgeving was versnipperd en complex. Eind jaren ’80 startte deregulering; het eerste ontwerp-Bouwbesluit verscheen in 1986 en werd - mede door overorganisering - pas zes jaar later ingevoerd. Ondertussen werd duidelijk waar nieuwbouw zou neerdalen: de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening en VINEX stuurden vanaf eind jaren tachtig grootschalige woningbouw. In 1989 sloot de bouw als eerste sector een Convenant Arbeidsomstandigheden met overheid en bonden: voorlichting, controle, opleiding, geen concurrentie op arbo bij aanbesteding, Arbo-keurmerken en een asbestverbod.

De jaren ’90: professionalisering, ICT en continuïteit Na de dip begin jaren ’80 trok de bouw in de tweede helft van dat decennium en in de jaren ’90 aan door stads- en dorpsvernieuwing (Wet 1985), VINEX-productie, meer projectontwikkeling, groeiende rol van ICT en kwaliteitsborging. Het NVOB behield een substantieel marktaandeel, ondanks dalende ledentallen. Schaalvergroting en concentratie gingen door, familiebedrijven zonder

194

1979 Premie B Pim Tankens Jasmijn 12, Andel


Wonigingborg inschrijving Tankens Projectontwikkeling

Slotbeschouwing – betekenis voor Tankens

De periode 1945–2000 kenmerkt zich door:

1. Sturing en schaarste: overheid dicteerde tempo en richting; materiaal- en mensentekorten bepaalden productiemethoden en bouwtijden. 2. Massaproductie: via financierings- en premiestelsels, systeembouw en productiviteitstrajecten groeide de woningvoorraad naar het symbolische miljoen (1962) en bereikte een piek in 1973. 3. Regulering → ordening → handhaving: van prijsregimes en loonplafonds naar risicoregelingen, van opzetbestrijding naar meldplichten en Europese mededingingsnormen, van BSB naar registraties en ketenaansprakelijkheid. 4. Sociale architectuur: SFB/RBS, arbo-convenanten, kwaliteitsgaranties (Woningborg) en bemiddeling richting consument. 5. Institutionele consolidatie: fusies naar AVOB, NVOB en AVBB brachten slagkracht; gewest/hoofdgroepstructuur en Jongerencontact borgden doorstroom en professionalisering. 6. Ruimtelijke koers en modernisering: van polderflats tot VINEX, en van papieren bestekken naar ICT-ondersteunde processen. De aannemer werd volwaardig ondernemer met nadruk op ontwikkeling, kwaliteit en ketenbeheersing. Voor Tankens verklaart dit waarom het bedrijf - naast uitvoerder - ook projectontwikkelaar en kwaliteit gedreven partner werd, met aansluiting bij Woningborg en actieve betrokkenheid in verenigingen en fondsen: het is een logische uitkomst van een halve eeuw waarin beleid, markt en techniek elkaar voortdurend opstuwden en corrigeerden.. ▪

9 .4 Tankens stabiel in een woelige wereld

195


9.5

Bouwsector sinds 2000

De bouwsector is een van de meest conjunctuurgevoelige sectoren van de Nederlandse economie. Veranderingen in vraag, financiering, regelgeving en beschikbaarheid van arbeid en materialen hebben sinds 2000 diepe sporen nagelaten. Het verloop van de afgelopen kwart eeuw laat zien hoe kwetsbaar, maar ook hoe veerkrachtig deze sector is. In dit hoofdstuk wordt een chronologisch overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen vanaf 2000 tot 2025, met aandacht voor economische schokken, beleidsmaatregelen, maatschappelijke opgaven en de lessen die hieruit te trekken zijn.

2000–2008: Aanloop naar de crisis Rond de eeuwwisseling kende de Nederlandse bouw nog een relatief stabiele fase, maar de signalen van kwetsbaarheid waren aanwezig. Veel bedrijven werkten met dunne marges en afhankelijkheid van een beperkt aantal opdrachtgevers. De conjunctuur trok aan, de vraag naar woningen groeide, en grote infrastructuurprojecten (zoals de Betuweroute en de HSL-Zuid) gaven werkgelegenheid. Toch ging in deze periode al een aanzienlijk aantal bedrijven failliet: tussen 2000 en 2007 verdwenen er gemiddeld 500 tot 700 ondernemingen per jaar. In totaal verdwenen er ca 200.000 mensen uit de bouw. De sector had bovendien te maken met stijgende loonkosten, een groeiende afhankelijkheid van Oost-Europese arbeidsmigranten en een toenemende kritiek op bouwpraktijken na de parlementaire enquête naar bouwfraude in 2002, waarover bij Wikipedia een uitvoerige toelichting is te vinden. Het vertrouwen van de samenleving en opdrachtgevers stond onder druk, waardoor transparantie en naleving van regels steeds meer nadruk kregen. Economisch gezien leek de sector echter te profiteren van de internationale groei en lage rente. De woningprijzen stegen jaarlijks met 5–10% en projectontwikkelaars startten massaal nieuwe plannen. Achteraf gezien was dit een fragiel fundament: de groei leunde sterk op kredietverlening en optimisme.

196 196

2008–2012: De financiële crisis en haar nasleep De val van Lehman Brothers in 2008 markeerde het begin van de zwaarste crisis voor de bouw sinds decennia. Investeringen in woningbouw daalden met bijna 50% tussen 2008 en 2010. Projecten werden stopgezet, ontwikkelaars trokken zich terug, en banken beperkten hypotheken. Het aantal bouwvergunningen zakte van ruim 80.000 per jaar in 2008 naar minder dan 30.000 in 2012. De gevolgen waren dramatisch: in drie jaar verdwenen nog eens zo’n 45.000 voltijdbanen (ca. 9% van het totaal aantal banen in de bouw), vooral onder metselaars, timmerlieden en werkvoorbereiders. In totaal nam het aantal banen tussen 2008 en 2016 met ruim 18% af. Bedrijven moesten (vrijwillig of door de bank gedwongen) reorganiseren, materieel en of gronden verkopen voor liquide middelen.

UWV ontslagaanvraag 2014 i.v.m . financiële crisis


Ook Tankens moet enkele trouwe medewerkers ontslaan en een landbouwperceel voor meer liquiditeit verkopen. Veel kennis verdween doordat ervaren vaklieden de sector definitief verlieten. In 2012 piekte het aantal faillissementen in de bouw met meer dan 1.600 bedrijven. Ook opdrachtgevers pasten hun gedrag aan. Gemeenten en woningcorporaties beperkten investeringen, terwijl particuliere opdrachtgevers huiverig waren door onzekerheid over inkomen en woningwaarde. Architectuur en ontwerp werden soberder; luxe afwerkingen maakten plaats voor minimalisme en kostenefficiëntie. In aanbestedingen drukte de hevige concurrentie de prijzen tot onder kostprijs, met risico’s voor kwaliteit en continuïteit. Toch leidde deze crisis ook tot reflectie. Er kwam meer aandacht voor redelijke risicoverdeling, nieuwe contractvormen zoals UAV-GC, en initiatieven voor ketensamenwerking. De les was dat lage prijs alleen niet voldoende is voor duurzame projecten.

Een groot knelpunt was het personeelstekort. De uitstroom van vakmensen tijdens de crisis zorgde voor blijvende gaten. Jongeren kozen minder vaak voor bouwopleidingen, en bedrijven moesten opnieuw leunen op buitenlandse werknemers. Daardoor liepen de kosten voor arbeid en inhuur snel op. Daarnaast kwamen nieuwe beleidsdossiers in beeld. De energietransitie leidde tot strengere eisen aan isolatie en installaties. De stikstofproblematiek en strengere milieuregels vertraagden projecten en zorgden voor onzekerheid in vergunningprocedures. Ook digitalisering (BIM, 3D-modellering) en prefabricage werden steeds belangrijker om efficiëntie te vergroten. Het herstel bracht dus kansen, maar legde ook de fundamentele uitdagingen bloot: onvoldoende capaciteit, stijgende kosten en een groeiende complexiteit door regelgeving.

2013–2019: Voorzichtig herstel en nieuwe uitdagingen Na 2013 zette een herstel in, mede dankzij lage rente en stimuleringsmaatregelen. De woningvraag bleek structureel en liep snel op. De bouwproductie groeide met gemiddeld 5% per jaar, en het aantal vergunningen steeg weer naar ruim 60.000 in 2018. Toch verliep dit herstel ongelijkmatig: grote bouwconcerns en infrastructuurprojecten kwamen eerder op gang, terwijl kleine en middelgrote bedrijven meer moeite hadden om terug te keren.

2015 verkoop landbouwgrond voor liquiditieit

9.5 Tankens 2.1 stabiel Ontstaan in een woelige en oprichting wereld

197 197


2020–2022: De coronapandemie en de oorlog in Oekraïne

2023–2025: Balanceren en vooruitblikken

De coronapandemie bracht opnieuw onzekerheid. In Nederland heeft Bouwend Nederland er echter voor kunnen zorgen dat de bouw door bleef werken. De impact van de coronacrisis was voor de bouw gering. In 2020 daalde de productie met zo’n 3%, minder dan gevreesd, maar de effecten waren voelbaar. Op bouwplaatsen golden veiligheidsmaatregelen, planningen liepen uit, en investeringen werden uitgesteld. Opnieuw gingen ongeveer 40.000 voltijdbanen in de bouw verloren. Toch profiteerden sommige segmenten, zoals verbouw en renovatie, van de ‘blijf-thuis-golf’.

De jaren 2023 en 2024 stonden in het teken van zoeken naar evenwicht. De woningbouwproductie daalde opnieuw door stikstofregels en strengere financieringsnormen, terwijl de maatschappelijke druk om 100.000 woningen per jaar te realiseren groot bleef. Bedrijven investeerden in prefabricage, seriematige bouw, conceptwoningen en digitalisering om productiviteit te verhogen. Arbeidsmarktkrapte bleef een structureel probleem: de vergrijzing van vaklieden en de concurrentie van andere sectoren beperkten de capaciteit. Opleidingsprogramma’s en zij-instroomprojecten kregen meer aandacht, maar resultaten kwamen slechts langzaam.

Vanaf 2021 trad een nieuwe schok op: materiaaltekorten. De prijs van hout verdubbelde in enkele maanden, staal steeg met 70%, steenwol spouwisolatie steeg 70% in twee jaar en levertijden liepen op tot maanden. Oorzaken waren onder andere teruggeschroefde productie in fabrieken door coronamaatregelen, toegenomen vraag door thuisklussen en logistieke problemen zoals het geblokkeerde Suezkanaal. Projectteams moesten voortdurend her-plannen en onderhandelen. Veel contracten werden aangepast met indexeringsclausules om faillissementen te voorkomen. In 2022 kwam daar de Russische inval in Oekraïne bij. Energieprijzen verdubbelden, en bouwmaterialen als staal, asfalt en baksteen werden nog duurder. De inflatie in de bouw bereikte bijna 15%. Sommige projecten werden gepauzeerd of zelfs geannuleerd. De sector leerde dat risicomanagement geen sluitstuk mag zijn, maar een integraal onderdeel van aannemertje spelen. De combinatie van pandemie en geopolitieke crisis bevestigde dat globalisering de bouw kwetsbaar maakt voor externe schokken. Tegelijk bleef de structurele woningvraag hoog, waardoor stilvallen geen optie was.

198

Ook de rol van overheden veranderde. Beleidsmaatregelen rond verduurzaming, circulair bouwen en CO₂-reductie werden scherper, en projecten moesten voldoen aan hogere duurzaamheidsnormen. Tegelijkertijd zorgden vertragingen in vergunningverlening en juridische procedures voor frustratie in de sector. Vooruitkijkend naar 2025 en verder is duidelijk dat de bouw niet kan rekenen op stabiliteit. Prijsvolatiliteit, personeelstekorten en maatschappelijke opgaven blijven de toon zetten. Veerkracht, samenwerking en innovatie vormen de sleutel tot succes. Bedrijven die inzetten op transparantie, risicodeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en digitalisering bouwen niet alleen huizen of wegen, maar ook aan vertrouwen en continuïteit.


Conclusie Sinds 2000 heeft de bouwsector meerdere stormen doorstaan: de financiële crisis, de coronapandemie, materiaaltekorten en geopolitieke spanningen. Je weet: ‘Zonder verleden geen heden’. Elke periode legde andere kwetsbaarheden bloot, maar samen vormden ze een leertraject.

De rode draad is dat voorspelbaarheid klein is, maar veerkracht te organiseren valt. Door samenwerking, innovatie en professionaliteit in risicobeheersing kan de sector ondanks onzekerheden bijdragen aan de grote maatschappelijke opgaven: betaalbare woningbouw, duurzame infrastructuur en een toekomstbestendige gebouwde omgeving. Bij Pim Tankens is daarom een oude enigszins aangepaste uitspraak geliefd ‘Waar kom je vandaan en waar wil je heen?’

9.5 Tankens stabiel in een woelige wereld

199


10

Projecten door de tijd 200


Residence Dussen, Burgho B.V.

Bioscoop Hollywoud, Almkerk

10 Projecten door de tijd

201


Begeleid wonen Bloesemhoff, Andel, Bazalt Wonen

Autoshowroom, Giessen

202


Appartementen, Wijk en Aalburg

De Burcht, Werkendam, Burgho BV

Huurwoningen, Drunen, Woonveste

10 Projecten door de tijd

203


Huurwoningen, Woudrichem, Bazalt Wonen

Huuwoningen, Zaltbommel, Bazalt Wonen

204

Jaren 30 woningen, Wijk en Aalburg, i.s.m.Langstraat en Altena Ontwikkeling BV Peter van de Putte


Parelplein, Giessen-Rijswijk, Bogor Projectontwikkeling BV

MFG Rhenen, Wind Groep

Multi functioneel gebouw, sporthal, Rhenen, Wind Groep

10 Projecten door de tijd

205


Sporthal, Zevenbergen, Wind Groep

206

Sporthal De Werft, Kaatsheuvel, Wind Groep


Vrijstaande woning, Sleeuwijk, Frank Ruiter

Woningen, Dussen, i.s.m. Burgho BV, inspiratie Willem Timmer

Mansarde woningen, diverse locaties, Peter van de Putte

10 Projecten door de tijd

207


Zwembad De Neul, Sint-Oedenrode, Wind Groep

Zwembad Waalslag, Tiel, Wind Groep

208


Zorgcentrum Martha Flora, Breda, Bogor Projectontwikkeling BV

Zorgcentrum Martha Flora, Dordrecht, Bogor Projectontwikkeling BV Zorgcentrum Martha Flora, Vlijmen, Bogor Projectontwikkeling BV

10 Projecten door de tijd

209


Restauratie Vrouwe van Rijnsburger brug, Delft

Transformatie Rabobank, Drunen, i.s.m. Langstraat en Altena ontwikkeling BVPieter Maurer

210


Aanleg nieuwe bruggen, Werkendam

Restauratie Rijksmonumentale woonboerderij, Andel

10 Projecten door de tijd

211


11

Jubileumreis Hamburg 2025

212


11 Jubileumreis Hamburg

213


Jubileumreis Hamburg 2025 Donderdag 25 september In alle vroegte vertrokken we met twee bussen en honderd enthousiaste reizigers vanuit Andel richting Hamburg. De stemming zat er meteen goed in: in de ene bus zorgde Gijs voor heerlijke koffie, in de andere bus had Tonnie een echte “Hamburger playlist” samengesteld. Na een lunchstop onderweg arriveerden we in de middag midden in het centrum van Hamburg. De groep splitste zich op: een deel stapte op de fiets voor een tocht langs het Alstermeer, sfeervolle wijken en indrukwekkende architectuur. De rest maakte een stadswandeling met gids en ontdekte het bruisende hart van Hamburg. Het zonnige weer, de gezellige sfeer en de nodige lachmomenten onderweg maakten de start van de reis perfect. ’s Avonds genoten we bij restaurant T.R.U.D.E., vernoemd naar de enorme boor die buiten staat – een herkenbaar staaltje techniek voor de bouwers onder ons. De Duitse gerechten vielen goed in de smaak, al zorgde de “Hamburger Pannfisch” bij sommigen voor een verrassend vismoment. De dag eindigde met veel gezelligheid in het hotel, waar nog lang werd nagepraat en gelachen.

’s Avonds sloten we de reis gezamenlijk af op de beroemde Reeperbahn, met een rondleiding langs de iconische uitgaanswijk waar de Beatles ooit begonnen. Daarna volgde een gezellig diner bij Hamburger Veermaster en voor wie nog energie had: karaoke, een drankje of een laatste spelletje in de hotellobby.

Zondag 28 september Na vier dagen vol indrukken, gezelligheid en mooie herinneringen keerden we terug naar huis. Een geslaagde reis waar nog lang over nagepraat zal worden!

Vrijdag 26 september Na een uitgebreid ontbijtbuffet stond een rondvaart door de haven van Hamburg op het programma. Vanaf het water zagen we enorme containerschepen, kranen en scheepswerven, terwijl onze gids enthousiast vertelde over het logistieke hart van de stad. We bezochten ook de historische Elbetunnel – uitgegraven met dezelfde boor als bij T.R.U.D.E. ’s Middags volgde een bijzonder hoogtepunt: een exclusief bezoek aan Airbus. In twee groepen kregen we een indrukwekkende rondleiding over het fabrieksterrein, waar duizenden medewerkers werken aan de productie van vliegtuigen. De omvang, precisie en technologie maakten grote indruk. De dag werd afgesloten met een diner bij Finkenwerder Elbblick, prachtig gelegen aan de haven. Onder het genot van goed eten en een mooi uitzicht genoten we van een ontspannen avond met veel gezelligheid.

Zaterdag 27 september De zaterdag begon met een heerlijk ontbijt, gevolgd door drie keuzemogelijkheden: een architectonische wandeling door de moderne wijk Hafencity, een sportieve suptocht of een ontspannen zeiltocht over het Alstermeer. Ondanks het frisse weer genoot iedereen volop van de activiteiten. De middag was vrij te besteden. Sommigen gingen winkelen of terrasjes pakken, anderen verkenden nog wat van de stad – soms met een kleine omweg via de metro.

214

25 t/m 28 september 2025 Verblijf: Hamburg Motel One Alster Gids: Anne Hottenhuis, Heerlijk Hamburg Globaal programma: 25 september, donderdag (Reisdag, Kennismaking Hamburg) 06.15 uur vertrek bus kantoor Tankens Andel naar Hamburg Aankomst Motel One Alster Middagprogramma keuzeactiviteit: Fietstocht highlights Hamburg (Keuze 1) Stadswandeling highlights Hamburg (Keuze 2) Avondprogramma: Diner op een bijzondere industriële locatie Borrel of nachtrust 26 september, vrijdag (Industrieel Hamburg) Ontbijt hotel Ochtendprogramma: Bezoek Michaelis kerk Havenrondvaart Middagprogramma Lunch Wandeling langs U-boot bunkers Bezoek vliegtuigfabriek Airbus Avondprogramma Diner Borrel of nachtrust 27 september, zaterdag (Architectuur, Sporten, Reeperbahn ) Ontbijt Hotel Ochtendprogramma, keuzeactiviteit Architectuur Hafencity en Kesselhaus (keuze 1) Zeiltocht houten boot over rivier Alster (keuze 2) Sportieve activiteit: Suppen/kanoen (keuze 3) Middagprogramma Lunch op eigen gelegenheid Vrije middag Avondprogramma Rondleiding op de Reeperbahn Diner aan de Reeperbahn Stappen of nachtrust 28 september, zondag (Afscheid Hamburg) Ontbijt hotel 09.45 uur vertrek bus Hamburg naar huis. lunch 16.00 uur aankomst Andel. Einde gezellig weekend Hamburg


Bezoek aan Airbus

Rondvaart door haven van Hamburg

11 Jubileumreis Hamburg 2025

215


12

Innovatie & toekomst Een boek schrijven over 200 jaar Tankens is niet makkelijk. Maar iets schrijven over de toekomst is nog veel ingewikkelder. Het verleden dient zich aan in archieven en in gesprekken met ervaringsdeskundigen. Maar wat de toekomst brengt weet niemand.

216


"Een werk is nooit te klein en niet snel te groot of te moeilijk." Toch is het de moeite waard om erbij stil te staan. Een bedrijf waar 80 mensen hun dagelijks brood verdienen, kun je niet aansturen volgens de waan van de dag. Je moet proberen om vooruit te kijken. Keuzes maken. Streven naar continuïteit. Als ondernemer is het soms verleidelijk om alles maar aan te pakken. Werk is werk. Maar zo werkt het dus niet. Onze maatschappij en onze economie zijn steeds complexer geworden. De eisen liggen hoog. Een bouw- en ontwikkelingsbedrijf als Tankens kan alleen overleven als de kwaliteit van het werk onomstotelijk is en de prijs marktconform. Ook onze voorvaderen keken vooruit. Vanuit hun perspectief. Piet Tankens was meer dan wij een pionier. Het bedrijf was toen ook nog kleiner, de kostendruk lager. Toch legde hij de kiem voor het specialisme van ons huidige bedrijf. Bouwen voor vaste terugkerende opdrachtgevers. Een werk is nooit te klein en niet snel te groot of te moeilijk. Continuïteit is ons belangrijkste streven. Ontwikkelen en bouwen. Zoeken en durven investeren in landbouwgronden in de hoop en verwachting dat je daar later op kunt bouwen. En dan niet zomaar bouwen, maar heel efficiënt inzetten van middelen en mensen. Blijven verbeteren, perfectioneren. Het lijkt erop dat we dat aardig kunnen gezien het feit dat we qua werkvoorraad vijftien jaar vooruit kunnen. Dat lijkt lang, maar in het licht van onze geschiedenis die nu al 200 jaar duurt, is vijftien jaar niet meer dan een oogwenk. We gaan door op de weg naar het vinden van jonge, enthousiaste mensen voor het bouwvak. Onze samenwerking met de Bouwschool Breda en andere opleidingsbedrijven is daar slechts een voorbeeld van, maar we zullen ook niet nalaten te blijven investeren in onze mensen die per slot van rekening onze

belangrijkste ambassadeurs zijn. Nog steeds lijkt het erop dat we een streepje voor hebben op de arbeidsmarkt die qua praktische beroepen slinkt terwijl wij ons nog gelukkig mogen prijzen met voldoende jong bloed. Computers, automatiseren, AI, wij omarmen de laatste technieken. De keuze om met eigen engineers en designers te werken, zodat je optimale controle houdt op de uitvoering zullen we alleen maar uitbouwen. We houden altijd onze oren en ogen geopend. Cursussen en opleidingen zijn daarvoor natuurlijke ingrediënten. Zoals het voor ons ook wel vaststaat dat de bouw steeds beter en meer gaat verduurzamen. Dat we vaak in de regio werken scheelt natuurlijk fors wat kilometers in de footprint. Onze kranen en machines proberen we zo min mogelijk, milieubelastend in te zetten. Gelukkig zijn we niet alleen op de wereld. Als middelgroot bouwbedrijf volgen we de ontwikkelingen op de voet. Biobased, BIM en LEAN, net als cradle to cradle staan hier met hoofdletters geschreven. Maar we blijven altijd bescheiden. We zijn niet op aarde om te pionieren maar om te bouwen. Tankens is in dat opzicht altijd een volgend bedrijf geweest. Zeg 'de late majority' in marketingtermen. We kunnen ons geen missers veroorloven. Anderzijds, door jarenlange samenwerking met vaste leveranciers en fabrikanten zijn we goed op de hoogte van de laatste, groene, ontwikkelingen. Dat is in feite onze eigen afdeling R&D. Want we blijven leergierige bouwers. Dat is intrinsiek. Naast beleggen en ontwikkelen blijven we bouwen voor onze vaste terugkerende opdrachtgevers.

12 Innovatie & toekomst

217


Bij Koninklijk Beschikking Hofleverancier Net voor de sluitingstermijn waarop ons boek moest worden aangeleverd bij de drukkerij kwam het verlossende woord van de Gemeente Altena. Tankens mag zich officieel Hofleverancier noemen! Een erkenning voor de uitstekende staat van dienst. Op dit moment van schrijven, november 2025, mogen zo’n 600 bedrijven in Nederland zich ook Hofleverancier noemen. Voor de goede orde, een Hofleverancier is geen leverancier van het Koninklijk Huis. Om het predicaat Hofleverancier te krijgen moet je aan een aantal voorwaarden voldoen: • Je hebt een kleine of middelgrote onderneming die een belangrijke rol speelt in jouw regio. • Je bedrijf bestaat minimaal honderd jaar. Liefst al die tijd onder dezelfde naam. • Je kunt deze titel alleen aanvragen voor een speciaal jubileum, zoals een 100-jarig, 125-jarig of 200-jarig bestaan van je onderneming. • De gemeente Altena de provincie Brabant zijn de instanties die de Koning adviseren, maar die neemt uiteindelijk zelf de beslissing. Je zou dus kunnen zeggen, het is een Koninklijke onderscheiding voor MKB-bedrijven die zich onberispelijk hebben gedragen. Je bedrijf wordt doorgelicht om te zien of je nooit betrokken bent geweest bij onoirbare zaken. Wanneer je dan als Tankens na 200 jaar ondernemen door deze ballotage komt, mag je toch oprecht trots zijn op deze eretitel.

218


Dankwoord Beste lezer, Hopelijk heeft u genoten van het lezen over 200 jaar Tankens. Een boek is nooit compleet, dat beseffen wij. Je kunt nooit alles opschrijven, soms past wat je weet niet in een boek. Het is dan ook ons verhaal. Een gekleurd verhaal, dat beseffen wij goed. Daarom zijn alle mensen die in deze publicatie aan bod komen ongecensureerd weergegeven. Laat de geschiedenis maar spreken. Hopelijk leren we ervan. Dit boek was waarschijnlijk nooit tot stand gekomen zonder de enorme, en zeer precieze, inzet van Martine Kant-Tankens. Een goede nicht is beter dan een verre vriend, zullen we maar zeggen. Veel dank ook aan alle mensen die hun medewerking verleenden om te worden geïnterviewd. Daar zijn we nog steeds heel blij mee, want hun verhalen zijn onmisbaar als je een interessant boek wilt maken. Zij geven kleur aan wie we zijn en ons verleden. Een verleden waar vorige generaties Tankens, van Willem tot Piet, hard voor gewerkt hebben. Hun ondernemende blikken op de toekomst zijn altijd de fundering en bron van inspiratie geweest voor ons familiebedrijf. Maar de meeste dank gaat misschien nog wel uit naar onze medewerkers die door de tijd heen altijd pal zijn blijven staan achter ons bedrijf. Zonder hen waren wij niets. Timmermannen, tegelzetters, metselaars, leerlingen, verkoopmedewerkers, engineers en de mensen van de administratie, zij bepalen de kwaliteit van ons werk, van onze huizen en onze gebouwen. Zij maken het verschil. We bouwen door 'steen voor steen'. Dank! Directie en familie Tankens.

Dankwoord

219


Colofon Steen voor steen is een uitgave ter gelegenheid van het 200-jarig jubileum van Tankens Andel. Uitgegeven december 2025. Tekst:

Govert Lagrouw, Pim Tankens, Peter Tankens en Kees Klijn

Foto’s:

Tankens, Britt de Looff en Elly Molenaar

Vormgeving: Britt de Looff Drukwerk:

Damen Drukkers

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever (www.familiebedrijfinbeeld.nl)

220


221


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jubileumboek 200 jaar Tankens by Govert Lagrouw - Issuu