Skip to main content

Handleiding Trefwoord BB 2026-2027/1 - Op je plek

Page 1

In

A ST

cl

BRUG EN DEUR

ie

W RT

us e K f d EE

BRUG EN DEUR

OP JE PLEK

OP JE PLEK

Beeld: © Dreamstime

2025-2026/4 MIDDEN- EN BOVENBOUW

Beeld: © iStockphoto

2026-2027/1 MIDDEN- EN BOVENBOUW

BOVENBOUW ZEKER EN ONZEKER

VRIJ ZIJN

Beeld: © iStockphoto

ZEKER EN ONZEKER 2026-2027/1 MIDDEN- EN BOVENBOUW

2026-2027/1 MIDDEN- EN BOVENBOUW

Beeld: © iStockphoto

VRIJ ZIJN

2026-2027/1 17 AUGUSTUS T/M 13 NOVEMBER 2026


Waar en hoe ben ik op mijn plek en hoe geldt dat voor de ander? In dit thema onderzoeken kinderen hoe mensen hun (letterlijke of figuurlijke) plek in het (samen)leven zoeken. Ze ontdekken dat dit deels een persoonlijke zoektocht is, maar dat de plek van de een vaak ook iets te maken heeft met de plek van een ander. 2026-2027/1 WEEK 37 T/M 39

Op je plek Helemaal op je plek zijn, dat is een fijne ervaring. Hopelijk kent iedereen dat. Het kan op veel plekken en manieren: in een fijne klas, op jouw positie in een sportteam, binnen een vriendengroep of helemaal alleen op een bankje aan de rand van de heide. Daar ervaar je rust, kom je tot je recht en bloei je op. Het verschilt per persoon waar en in welke rol je je op je plek voelt. Het is waardevol als kinderen ontdekken op welke plek (of positie) zij zich prettig voelen, of juist niet, en wat maakt dat dat zo is.

44

Het thema ‘Op je plek’ gaat ook over de positie die je inneemt in de groep. En die plek wordt soms bevochten. In een gezin, bijvoorbeeld, kan het soms letterlijk en figuurlijk dringen zijn om een plek. Hetzelfde geldt voor een klas. Wie zit waar en wie mag welke positie innemen? Het gaat hier over samenleven. Hoe komen jij en de ander tot hun recht en wat vind jij dat je daarvoor moet doen of laten? Deze vraag gaat over het leven van alledag, maar kan ook gaan over onze samenleving als geheel: is er plek voor iedereen? Voor ouderen, vrouwen, kinderen, mensen met een beperking, zieken, nieuwkomers? Belangrijke vragen om met elkaar te verkennen, want een fijne plek, dat gun je iedereen.

We maken in dit thema via de Bijbelverhalen kennis met Jozef. Hij is de een-na-jongste zoon van Jakob, en een van de twee zonen die hij kreeg met zijn lievelingsvrouw Rachel. Jakob verwent Jozef en Jozef laat het lekker gebeuren. Hij doet er zelfs een schepje bovenop door te vertellen over zijn dromen, waarin zijn broers en vader voor hem buigen. Zijn broers kunnen niet wachten om Jozef op zijn plek te zetten en die kans doet zich op een dag voor: ze verkopen hem aan handelaren en ruimen hem zo uit de weg. Jozef belandt, ver van zijn vertrouwde thuis, in Egypte. Daar gaat hij van de ene naar de andere plek.


OP J E PLEK

Op je plek Voelen het meisje en de hond zich op hun plek? Hoe zie je dat? Waar voel jij je op je plek? Trefwoord Digitaal Zie www.trefwoord.nl voor: Animatie Muziek Start- en slotviering Liedboektip Gebed

45


Open de Startkist Refrein: Laat je verrassen, iedere dag. Open de Startkist, we gaan aan de slag. Wat gaan we ontdekken, wat zit erin? Een lied, een verhaal of een mooie zin. Wat zie je, wat denk je, wat leer je vandaag? Het antwoord misschien, op een lastige vraag? Een prachtig gedicht of een heel goed idee. Kom kijken en horen. Doe allemaal mee. Refrein Wat hoop je te vinden, een wonder misschien? Iets dat je niet wist of nog nooit hebt gezien. Dus open je ogen en voel met je hart. Kom allemaal kijken, dan gaan we van start. Refrein

46


WEEK 37

Soms hoor je mensen zeggen: ik ben hier echt op mijn plek! Wat bedoelt zo iemand en wat geeft hem of haar dan precies dat fijne gevoel? Heeft het te vooral te maken met de fysieke plek en de omstandigheden daar? Of bijvoorbeeld ook met de eigen rol binnen de groep en of die rol goed past? De Bijbelverhalen gaan in dit thema over Jozef. Hij is de een na jongste in het gezin en neemt daar een bijzondere plek in, onder andere door zijn vader die hem verwent. Jozef schept op met een nieuwe jas en vertelt zijn merkwaardige dromen, waarin anderen voor hem buigen. Dit maakt zijn broers woedend en als zij de gelegenheid krijgen hem uit de weg te ruimen, doen ze dat.

M A A N DAG 7 S E PT E MBE R

Op mijn plek

BRONNEN EN TRADITIES

Simon de Pilaarheilige (informatie)

DI N S DAG 8 S E PT E MBE R

Op je plek thuis

Welkom! (Startkist)

Deurmat (activiteit)

BRONNEN EN TRADITIES

Een bijzonder kind (Bijbel)

SAMENLEVING

Wereldalfabetiseringsdag (informatie)

WOE N S DAG 9 S E PT E MBE R

Op je plek in de klas KIND

Ik ben hier! (verhaal)

Queen bee (informatie)

D ON DE RDAG 1 0 S E PT E MBE R

Op je plek bij je hobby

Misschien moet ik turner zijn (filmpje)

BRONNEN EN TRADITIES

Een vreselijk geheim (Bijbel)

De dromen van Jozef (Bas vertelt de

Bijbel)

VRI JDAG 1 1 S E PT E MBE R

Is dit mijn plek? KIND

Een verhaal over twee zussen

(verhaal)

SAMENLEVING

Rolpatronen (informatie)

OP J E PLEK

Op je plek!

W E E KI NDE LI NG


MAANDAG 7 SEPTEMBER

Op mijn plek

BRONNEN EN TRADITIES

Simon de Pilaarheilige

Simon wil nadenken over het leven, maar op welke plek kan hij dat het beste doen? Thuis? In een klooster? In een grot? Of op een pilaar achttien meter boven de grond? Daar komt hij pas echt toe aan rustig nadenken. Hij voelt zich er zesendertig jaar lang op zijn plek.

Waar voel jij je op je plek?

Op deze kalenderplaat zie je zes voorbeelden van plekken waar mensen graag komen. Op welke van deze plekken zou jij je het meest op je plek voelen? Waarom? En als je elke andere plek zou mogen noemen, waar ben je dan misschien nóg meer op je plek?

Waar kun je écht nadenken over het leven? Zo’n 1500 jaar geleden was er iemand die zich dat afvroeg. Hij heette Simon. Al toen hij nog jong was, voelde hij dat hij een bijzondere opdracht had: hij moest écht nadenken over het leven. En daarna moest hij aan de mensen vertellen wat hij ontdekt had. Maar waar doe je zoiets? Eerst probeerde Simon het thuis. Terwijl zijn moeder met de pannen kletterde en zijn vader houthakte, probeerde Simon rustig na te denken. Maar dat lukte niet erg. Bovendien had hij alleen zijn ouders om te vertellen wat hij allemaal voor wijsheden had ontdekt. ‘Goed hoor,’ reageerden zij als hij wat vertelde. ‘En ga je nu het kippenhok schoonmaken?’ Dat werkte dus niet. Toen Simon zestien jaar was, ging hij naar een klooster. Daar zat hij in een kamer zonder ramen. Hij at droog brood en hij dronk alleen water; zo kon hij al zijn aandacht besteden aan nadenken. Eén keer per week vertelde hij aan de monniken wat hij had ontdekt. Tien jaar lang leefde Simon daar. Maar toen begon hij het licht te missen. En hij kreeg een hekel aan de kloosterklok, die elk half uur geluid werd. Dit was toch niet zijn plek. Simon besloot om in een hutje in het bos te gaan wonen. Daar was hij helemaal alleen… tenminste, dat dacht hij. Na een tijdje begon het lawaai van de vogels hem op te vallen. Bovendien regende het vaak door het dak van zijn hut, waardoor hij niet goed kon nadenken. Dit was niet zijn plek. Simon verhuisde naar een grot in de woestijn. Er waren geen vogels, de grot was waterdicht en het was er heerlijk rustig. Simon had zijn plek gevonden! Het enige probleem was dat andere mensen hém ook gevonden hadden. Uit het hele land kwamen mensen naar de woestijn, om die wijze man in zijn grot te zien. Ze vroegen hem om raad over van alles en nog wat. Aan zijn eigen inzichten kwam Simon nauwelijks toe. En toen bedacht hij iets. Het werd dé beslissing van zijn leven. Simon liet ergens langs de weg een hoge pilaar neerzetten, met bovenop een klein vierkant platform. Daar kon niemand hem zomaar storen. En als hij wilde vertellen wat hij ontdekt had, hoefde hij alleen maar naar beneden te roepen. In de jaren daarna heeft Simon zijn pilaar een paar keer laten verhogen: uiteindelijk zat hij achttien meter boven de grond. Zesendertig jaar heeft hij daar gezeten. Hij vond de rust om écht na te denken over het leven. En vanaf zijn pilaar hield hij preken waar veel mensen naar kwamen luisteren. Simon had zijn plek gevonden! Verwerking Simon denkt graag na over het leven. Hij komt op allerlei plekken waar hij niet goed na kan denken. Tot hij hoog op een pilaar gaat zitten, waar hij wel goed na kan denken zonder gestoord te worden.

48


Speel het spel twee leugens en een waarheid. Elk kind bedenkt wat hij of zij graag doet op drie verschillende plekken. De andere kinderen mogen raden op welke plek hij dit het beste kan (dit is de waarheid). Bijvoorbeeld: Ik kan fijn voetballen… … in de woonkamer … op het schoolplein … op het ijs

OP J E PLEK

Kunnen de anderen raden wat de waarheid is? Waar kan hij/zij het beste voetballen?

49


DINSDAG 8 SEPTEMBER

Op je plek thuis Deurmat

Voelen deze kinderen zich op hun plek? Hoe zie je dat?

Voel jij je thuis in jouw huis? Waar komt dat door? Wat is typisch voor jullie huishouden en wat vind je daarvan (Let op kinderen van wie je weet dat ze zich thuis niet altijd veilig voelen)?

Welkom!

Print de drie deurmatten uit (open hiervoor ‘Deurmatten’). Leg ze in de Startkist. Er staan verschillende uitspraken op de deurmatten en ze zien er allemaal anders uit. Print er bijvoorbeeld vijftien met ‘Welkom!’ erop, vijftien met ‘Leef, lach en wees lief’ en een paar met ‘Wegblijven! Ik wil rust’. Laat ieder kind een plaatje van een deurmat kiezen en op zijn tafeltje leggen voor vandaag. Gesprek Waarom is dit de deurmat die het beste bij jou past? Wat vind je fijn aan deze tekst? En aan hoe hij eruitziet?

50

Geef ieder kind een tekenblaadje. Laat de kinderen een uitspraak bedenken die ze op hun eigen deurmat zouden zetten. Laat ze dan de deurmat tekenen en inkleuren met kleuren die bij hen passen. Onder de deurmat maken ze een lijstje van dingen waardoor zij zich op hun plek voelen. Bijvoorbeeld: In dit huis vind je… mijn kat mijn yoghurt mijn versleten sok mijn kamer mijn troep mijn plantje Bespreek na: Wat heb jij vandaag nodig om je op je plek te voelen? En wat het hele jaar? Wie kan daarvoor zorgen?


BRONNEN EN TRADITIES

Jozef heeft dezelfde vader als zijn oudere broers, maar een andere moeder: Rachel. Daarom is hij voor zijn vader extra bijzonder en wordt hij soms voorgetrokken. Dat maakt zijn plek in het gezin lastig. Zijn broers vinden de voortrekkerij natuurlijk maar niets en als Jozef met het vertellen van vreemde dromen nog eigenwijzer gaat doen, beginnen ze zich echt aan hem te ergeren. Een vertelling naar Genesis 37, 1–11. ‘Vader! Vader!’ Jozef tilde de flap van de tent op en glipte naar binnen. Zijn vader, Jakob, sprong op en omhelsde hem. ‘Dag jongen,’ zei hij. ‘Goed dat je langskomt. Ik heb wat voor je.’ ‘Straks, vader,’ zei Jozef. ‘Ik moet je eerst wat vertellen. Ruben, Simeon, Levi en de anderen hebben weer stiekem schapen verkocht. Het geld hebben ze zelf gehouden. Ik heb het zelf gehoord, op de markt. Van iemand die het weer van zijn buurvrouw had.’ Jakob zuchtte. ‘Die broers van jou ook altijd…’ ‘Ho ho, halfbroers, hè?’ sputterde Jozef. ‘Eigenlijk ben ik bijna geen familie van ze.’ Jakob schudde zijn hoofd, maar hij glimlachte. ‘Ik snap wat je bedoelt, maar familie ben je wel. Ik ben jullie vader. Van jullie alle twaalf. Maar nu je cadeau.’ Jakob haalde een jas tevoorschijn. Een jas met prachtige kleuren en gouden knopen. Jozef kon zijn ogen niet geloven. ‘Wat prachtig! Dat lijkt wel een koningsjas! Waarom krijg ik die?’ ‘Omdat je een bijzonder kind bent. Heel anders dan je broers, eh, halfbroers.’ ‘Jongens! Jongens!’ Met flapperende jaspanden rende Jozef op zijn broers af. Die zaten in het veld, bij de schapen. Ze stonden niet op, maar bromden: ‘Daar heb je die aansteller ook weer. Kijk: wat heeft hij nou toch aan?’ ‘Mooi, hè?’ hijgde Jozef toen hij aankwam. ‘Van vader gekregen. Zomaar. Is dat niet superaardig?’ ‘Aardig? Hoezo?’ vroegen de broers. ‘Waarom geeft hij jóú nou weer zo’n jas? Wij zijn toch ook zijn kinderen? Hij trekt jou altijd voor. En waarom?’ ‘Dat weet ik niet, hoor,’ lachte Jozef. ‘Maar nog iets anders: ik heb vannacht toch zo raar gedroomd. Wij waren graan aan het oogsten. We bonden het graan in schoven. Die legden we op het veld. Maar toen gebeurde het: Mijn schoof kwam overeind te staan.

En jullie schoven kwamen er in een kring omheen staan. Ze bogen voor de mijne. Heel eerbiedig. Is dat niet grappig?’ Nee, de broers vonden het niet grappig. ‘Zie je wel? Je wil gewoon de baas worden. Nou, dat kan je vergeten, ventje. Wij zijn altijd nog ouder dan jij. Vooruit, wegwezen. We zijn aan het werk.’ Een paar dagen later had Jozef weer gedroomd. Dit keer zaten ze het aan het ontbijt. Vader Jakob zat er ook bij. Jozef vertelde: ‘Ik droomde dat ik in het veld stond. Ineens kwamen de zon, de maan en elf sterren uit de lucht naar beneden. Ze gingen om mij heen staan. En ze bogen voor me. Wat zou dat nou betekenen, denken jullie?’ Dat vond zelfs vader Jakob te ver gaan. ‘De zon? De maan? Elf sterren? Zijn dat soms je vader en moeder, en je elf broers? En buigen wij allemaal voor jóú? Wie denk je wel dat je bent? We zijn één familie, hè? Daar ben jij maar gewoon een stukje van, hoor. Vergeet dat niet!’ Maar wel een heel bijzonder stukje, dacht hij er stiekem bij. Want Jozef was toch echt zijn lievelingskind.

OP J E PLEK

Een bijzonder kind (Bijbel)

Gesprek Wat voor plek heeft Jozef in het gezin? Jozef is de op een na jongste in het gezin. Zou hij zich daarom anders moeten gedragen dan zijn oudere broers? Wat doet het gedrag van Jozef met de verhoudingen in het gezin? Herken jij iets daarvan in je eigen gezin? dinsdag gaat verder op de volgende pagina

51


DINSDAG 8 SEPTEMBER

SAMENLEVING

Wereldalfabetiseringsdag

WOENSDAG 9 SEPTEMBER

Op je plek in de klas

Informatie over deze bijzondere dag. Om voor te lezen.

Vandaag is het Wereldalfabetiseringsdag. Die dag is er om aandacht te geven aan mensen over de hele wereld die moeilijk kunnen lezen en schrijven. Dat noem je laaggeletterden. Vaak kunnen ze wel een beetje lezen en schrijven, maar begrijpen ze moeilijkere taal niet. In Nederland zijn 1,3 miljoen volwassenen die niet goed begrijpend kunnen lezen. Dat is ongeveer één op de tien volwassenen. In een klas met dertig kinderen zijn dat gemiddeld dus wel zes van hun ouders. In grote steden zoals Amsterdam komt dat het meeste voor. Als één van je ouders niet goed kan lezen of schrijven, moet je als kind waarschijnlijk veel voor je ouders doen. Bijvoorbeeld mee naar de dokter en vertalen wat de dokter tegen je vader of moeder zegt. Misschien hoor je wel iets naars en moet je vertellen welke ziekte je vader of moeder heeft. Je hebt dan een belangrijke plek in het gezin, maar dat kan best moeilijk zijn. Gesprek Zorgt kunnen lezen en schrijven ervoor dat je je op je plek voelt in een land? Waarom? Welke plek neem je thuis in als je brieven en nieuws moet vertalen voor je ouders? Wat vind je daarvan? Hoe kunnen de mensen die laaggeletterd zijn geholpen worden?

52

Voelt dit kind zich op z’n plek?

De jongen zit alleen, maar betekent dat ook dat hij zich niet op zijn plek voelt bij de anderen? Weet je het zeker? Soms vindt iemand het misschien fijn om even alleen te zitten. Op je plek voelen in de klas kan pas als je je gezien voelt. Door de leerkracht en je medeleerlingen. Daarover gaat het verhaal van vandaag.


Ik ben hier!

Timo verveelt zich vaak op school: hij snapt alles al heel lang. Meester Olaf zegt dat hij hem extra werk gaat geven, maar dat vergeet hij. Daardoor voelt Timo zich nog minder op zijn plek. Hij stuurt de meester een origineel bericht om weer een fijnere plek te krijgen in de klas. Timo staart naar het bord. De klok tikt hard. Hij gaapt. Het is zo verschrikkelijk saai allemaal. Alles wat op het dagprogramma staat, dat hij zelfstandig kan maken, heeft hij al af. Nu staat meester Olaf iets uit te leggen dat hij vorig jaar al begreep. Hij voelt in zijn laatje aan het dikke boek. Zal hij het er gewoon uitpakken en gaan lezen? Dwars door de uitleg van de meester heen? Durft hij dat? Meester zal waarschijnlijk zeggen dat lezen onder de uitleg ‘niet de afspraak is hier in de klas’. Maar dat hij zich verveelt, is ook niet de afspraak. Al aan het begin van dit schooljaar moesten Timo en zijn ouders bij meester Olaf komen. Hij had overleg gehad met de juf uit groep 7 en begrepen dat Timo zich weleens verveelde op school. Timo had zo hard geknikt dat zijn hoofd er bijna afviel. Weleens vervelen, had hij willen roepen, ik verveel me heel soms weleens niet. Dat is heel iets anders. De meester had gezegd dat hij extra werk voor Timo zou zoeken. Lekker uitdagend, zodat hij er flink zijn tanden in moest zetten. Heel belangrijk ook voor volgend jaar in de brugklas, zei de meester. Dan zou alles moeilijker zijn en het was belangrijk dat Timo dat op de basisschool al zou ervaren. ‘Wat lijkt je leuk om te doen?’ vroeg de meester. ‘Wiskundige raadsels, Spaans leren, een animatie maken?’ Timo werd een beetje duizelig van alle mogelijkheden en had gestameld: ‘Maakt niet uit, als het maar lekker moeilijk is.’ De volgende dag ging hij voor het eerst sinds heel lang weer vrolijk naar school. Hij was razend benieuwd wat de meester voor hem klaargelegd had. Direct toen hij de klas binnenliep, zag hij het al. Er lag helemaal niks. De dag erna ook niet. En de dag daarna niet. Inmiddels was het gesprek al drie weken geleden. Zachtjes legt Timo zijn boek op tafel. Hij slaat het open bij de bladwijzer. Gauw spiedt hij de klas rond. Jona bijt op de achterkant van zijn potlood. Die vindt het moeilijk wat de meester uitlegt. Mariana is de oefeningen al aan het maken en Vera en Koen krabbelen tekeningetjes op hun kladblok.

Hij begint te lezen. Hoe lang zal het duren voor de meester hem ziet? De bel voor de pauze gaat. Hij kijkt op. Meester Olaf zit aan zijn bureau en doet iets op de computer. Hier en daar staan kinderen op om naar buiten te gaan. Timo heeft twee hoofdstukken gelezen zonder dat het opgemerkt is. Hij vindt lezen heel leuk, maar dat hij zomaar in de les kan lezen, geeft hem een raar gevoel. Alsof hij er niet toe doet. Zal hij meelopen naar buiten? Ineens pakt hij zijn tablet uit zijn laatje en start het e-mailprogramma en Google op. Hij typt meester Olafs adres in. ‘Quando?’ schrijft hij bij het onderwerp. In de mail zet hij: Caro maestro, io sono qui. Quando mi verdrai? Vorrei lezion difficili. Saluti, Timo Met een gek gevoel drukt hij op ‘verzenden’. Hoezo moet je je meester een mail in het Italiaans sturen om aandacht te vragen? Dan zucht hij. Eigenlijk is het best stoer wat hij net gedaan heeft. Er klinkt een geluid uit de meesters computer. Timo ziet dat meester Olaf naar voren leunt om te kunnen zien wat er op zijn scherm staat. Muisstil schuift hij zijn stoel naar achteren en sluipt de klas uit. Laat de meester maar puzzelen, hij gaat lekker rennen op het schoolplein. En als het moet, schrijft hij morgen een mail in het Spaans. De dag erna in het Fins en de dag daarna in het Duits. Net zo lang tot de meester doet wat hij beloofd heeft.

OP J E PLEK

KIND

Gesprek Wat vind je van de oplossing van Timo? Bedenk hoe de meester van Timo zal reageren op zijn mail waarin hij vraagt om moeilijker werk? Wat zou jij doen als de juf of meester je niet ziet? Voel je je minder op je plek in de klas als de juf of meester niet doorheeft wat je in de les doet? woensdag gaat verder op de volgende pagina

53


WOENSDAG 9 SEPTEMBER

Queen bee

We nemen een kijkje in de bijenkast, waarin iedereen zijn eigen plek heeft. Net als in de klas of op het schoolplein? Om voor te lezen. In de pauze is het vaak druk op het schoolplein. Dat is meestal gezellig! Maar soms is het minder leuk. Door baasjes, pestkoppen en meelopers. En misschien door dat ene meisje, niet altijd aardig, maar wel geliefd: de queen bee.

54

Hoe zit dat eigenlijk in het echt? Is dat koninginnetje echt het populairste bijtje van de bijenkast? En zijn al die andere bijen meeloopsters? Weet je wat? We nemen zelf een kijkje in de kast van de imker! Eerst even krimpen zodat we erin kunnen. En een zaklamp mee, want in een bijenkast is het pikdonker. We zijn binnen. Wat een drukte! Dat kan kloppen. In een bijenkast woont een heel bijenvolk, soms wel vijftigduizend bijen. Heel wat voller dan een schoolplein. En er is maar één koningin. Hoe kun je die nou vinden? Dat is makkelijker dan gedacht. Kijk gewoon naar de andere bijen. Als de koningin in de buurt is, zitten die met hun kop naar haar toe. Het is dus wáár: de queen bee krijgt alle aandacht van haar fans. En het klopt ook dat al die bijen om haar heen meisjes zijn, want een bijenvolk bestaat bijna helemaal uit meiden. Maar het is toch anders dan je dacht. De bijenkoningin is niet het populairste bijenmeisje, ze is de moeder. Ja echt: de moeder van al die duizenden bijen in het volk. Zij is de enige die eitjes kan leggen en dat is ook het enige wat ze doet. Haar dochters helpen haar verder met alles. Ze bouwen voor elk eitje een apart kamertje, ze verzorgen de larfjes en doen al het andere wat moet gebeuren. Dat is hard werken. Werksters worden die bijenmeiden dan ook genoemd. De werksters doen niet allemaal hetzelfde. Hun werk hangt af van de leeftijd. De jongste werksters doen de schoonmaak, daarna volgt de zorg en het klussen. Kinderkamers bouwen bijvoorbeeld: standaard en kingsize voor de jonge prinsesjes. En nectar aannemen en in honingbakjes stoppen. Naar buiten mogen alleen de oudste werksters. Dat is top-level. Kijk, daar komt een werkster van de buitendienst de kast in. Ze heeft nectar gehaald bij bloemen en dat geeft ze door aan een binnen-bij. Maar wat doet ze nou? Een TikTok-dansje? Dat trekt de aandacht. Maar ze doet het niet voor de show: het is een dansje met een code. Zo vertelt ze andere haalbijen waar de nectar te halen is: in welke richting en hoever. Slim!

Maar wat zijn dat voor slome bijen, daar in die hoek? Moeten die niet werken? Dat zijn darren: de jongens. Ze zijn wat dikker dan hun hardwerkende zussen. En om eerlijk te zijn, zijn ze nogal verwend. De darren laten zich gewoon voeren, alsof ze nog een larfje zijn. En van hun zussen hoeven ze ook niet te klussen. Ze mogen dromen van een mooie prinses, een jonge koningin van een ander volk. Pas als die gaan vliegen komen de jongens naar buiten en vliegen ze ze achterna. Tot hoog in de lucht. Daar kunnen wij niet op wachten. Zoveel informatie, we hebben wel even genoeg geleerd. We gaan weer naar buiten, de bijenkast uit. We groeien weer tot formaat mens. En nu naar het schoolplein. Lekker rustig. Gesprek Herken je iets van de bijen in de echte wereld? Wat wel en wat niet? Heeft iedereen in jullie klas een vaste rol? Kan je je plek in de klas veranderen?


DONDERDAG 10 SEPTEMBER

Op je plek bij je hobby

BRONNEN EN TRADITIES

Een vreselijk geheim (Bijbel)

De spanning tussen Jozef en zijn broers loopt op. Wanneer Jozef hen komt opzoeken in het veld, ver van hun vader Jakob, bedenken de broers een plan om van hem af te komen. Het leven van Jozef verandert enorm. Een vertelling naar Genesis 37, 12-36.

Wie voelt zich hier op zijn plek?

Kun je je alleen op je plek voelen bij je hobby als je er goed in bent? Of ben je er ook op je plek als je er minder goed in bent? Misschien doe je je hobby wel alleen voor je plezier of omdat er mensen zitten die op je lijken. Of allebei. Die dingen kunnen je allemaal helpen om je op je plek te voelen.

Misschien moet ik turner zijn

Bekijk met elkaar dit filmpje over een hobby die misschien niet bij dit kind past. Open daarvoor ‘Misschien moet ik turner zijn’. Bespreek het filmpje aan de hand van de volgende vragen: Voelt dit meisje zich op haar plek, denk je? Waarom? Herken je het dat je eigenlijk in iets anders goed bent dan in je hobby? Hoe ontdek je dat je ergens goed in bent? Zou je dan naar een plek zoeken waar je dat talent vaker kunt gebruiken?

‘Kijk,’ wees Simeon in de verte. ‘Daar loopt Jozef. Die gluiperd. Hij heeft zijn mooie jas weer aan. Met al die kleuren.’ Aser rolde met zijn ogen. ‘Hij komt zeker kijken of hij weer over ons kan klikken. Wedden?’ Wie het als eerste had bedacht, wisten ze later niet meer. Maar ineens zaten ze te bedenken hoe ze van Jozef af konden komen. ‘Gewoon doodslaan,’ zei er een. ‘Hier vlakbij is een droge put, daar gooien we hem in.’ ‘Goed plan,’ zei een ander. ‘Daar vindt niemand hem ooit terug.’ Maar Ruben vond dat te erg. ‘Luister, jongens. Hij is nog steeds onze broer. We zijn familie, of we dat nou leuk vinden of niet. Ik weet wat beters. We gooien hem lévend in die put. Dan zijn we ook van hem af. Maar dan heeft hij nog een kans. En wij hebben hem niet vermoord.’ ‘Goed dan,’ knikten de anderen. ‘Maar pas op, hij komt eraan.’ ‘Hallo jongens,’ riep Jozef vrolijk. Hij zwaaide met een mandje. ‘Ik heb wat lekkers meegenomen. Van vader. Hoe gaat het hier?’ ‘O prima, hoor,’ zeiden de broers. ‘Maar straks gaat het nóg beter. Dan ben jij weg.’ Ze sprongen overeind en grepen Jozef vast. Ze sleurden hem naar de put. Daar trokken ze hem zijn jas uit en kiepten hem omlaag. ‘Help!’ riep Jozef. ‘Wat doen jullie? Laat me eruit!’ Maar de broers gingen een eindje verderop zitten. Ze slachtten een geitje voor het avondeten. Het bloed ervan smeerden ze op Jozefs jas. De jas zelf scheurden ze, en ze maakten hem vies in het zand. Het zag eruit of een leeuw dat gedaan had.

OP J E PLEK

Ruben keek zijn broers ernstig aan. ‘Wat doen we nu?’ vroeg hij. Zijn broers zeiden niets. Ze wisten allemaal wat er was gebeurd… Het begon die ochtend. Ze zaten bij hun schapen in het veld.

donderdag gaat verder op de volgende pagina

55


DONDERDAG 10 SEPTEMBER

VRIJDAG 11 SEPTEMBER

Is dit mijn plek? Toen ze zaten te eten, kwam er toevallig een groep kooplui voorbij, op kamelen. Juda sprong op. ‘Ik heb een plan,’ zei hij. ‘We halen Jozef uit de put, en verkopen hem als slaaf. Zo verdienen we er ook nog wat aan. En Jozef mag blij zijn dat hij levend uit die put komt.’ Ze hesen Jozef omhoog. Die snapte er niets van. Toen de kooplui hem vastbonden en meenamen, huilde hij: ‘Wat is dit? Waar ga ik heen? Ik ben toch jullie broer!’ De broers keerden zich om en liepen weg. Jozef protesteerde en wilde weten waar hij naartoe gebracht zou worden. Maar een van de kooplui zei: ‘Mond dicht. We gaan naar Egypte, als je het weten wil. En je bent geen broer meer, maar een slaaf.’ Maar wat moesten de broers nu? ‘We kúnnen ermee wegkomen,’ zei Ruben. ‘Jozef is ver weg. Als vader Jakob zijn jas ziet, gelooft hij meteen dat een leeuw hem heeft gepakt. Maar: dan mag niemand van ons ooit vertellen hoe het echt was. Aan niemand. Afgesproken?’ ‘Afgesproken.’ Nu voelden de broers zich nog meer bij elkaar horen dan vroeger. Ze hadden iets met elkaar dat niemand anders had. Een geheim. Een vreselijk geheim... Gesprek Waarom hebben zijn broers dit gedaan, denk je? Het verhaal zegt dat de broers zich nu meer verbonden voelen met elkaar. Wat vind je daarvan? Wat denk je: kan iemand in het gezin de plek van Jozef opvullen voor Jakob?

De dromen van Jozef

 Bekijk het filmpje ‘Bas vertelt de Bijbel’, waarin Bas het verhaal vertelt over Jozef, zijn dromen tot en met het moment dat zijn broers hem als slaaf verkopen.

56

Wat zie je hier?

Wie voelt zich hier op zijn plek, denk je? Weet je dat zeker? Misschien voelen de oude mensen zich op hun plek bij een rustig park, maar misschien vinden ze de drukte wel heel gezellig.


KIND

Twee vrouwen, zussen van elkaar, hebben allebei hun eigen rol in het gezin dat ze met hun vader vormen. Ze voelen zich allebei niet op hun plek in die rol, maar durven dit niet te vertellen. Ze weten het dus niet van elkaar. Door toeval komen ze er toch achter, wisselen ze van rol en worden ze allebei gelukkiger. Er was eens een klokken- en horlogemaker. Hij had een winkel in het voorste gedeelte van zijn huis. In dat huis had ooit zijn grote gezin gewoond, maar zijn vrouw was overleden en de meeste van hun kinderen waren uit huis. Op twee dochters na. De rollen waren zo verdeeld: de vader was hoofd klokkenmaker en zat dus altijd met zijn neus in de klokken en horloges. De oudste dochter was zijn assistent. Ze hielp de klanten en hield de administratie bij. Maar ze was chaotisch en ze haalde cijfers en letters door de war. Bovendien vond ze het contact met de klanten soms maar vermoeiend. In zichzelf klaagde en zuchtte ze wat af, maar naar haar vader of jongere zus liet ze niets merken. De jongste dochter deed het huishouden. Ze stofte en boende, ze kookte en deed de was. Dat werk stopte nooit. Was de ene was net droog, dan lag er alweer een nieuwe, vuile stapel. Ook zij zuchtte en klaagde, maar ook zij alleen als er niemand bij was. Iedere dag, wanneer alle klokken in de winkel precies tegelijk twaalf keer sloegen, aten de dochters en hun vader samen een broodje - door de jongste dochter gesmeerd natuurlijk. De vader vertelde dan enthousiast over geslaagde reparaties. De beide dochters probeerden net zo opgewekt te praten over hún ochtend, maar dat ging met veel moeite. Die dag kuchte en hoestte de oudste dochter en omdat haar vader bang was dat ze een longontsteking zou krijgen, moest ze in bed blijven. Daardoor moest de jongste dochter helpen in de winkel; de was moest maar even wachten. Wat beviel het de jongste dochter daar! In twee dagen bracht ze de administratie helemaal op orde en ze genoot van de gesprekjes met klanten. Wat heeft mijn zus een fijn leven met dit werk, dacht ze, een tikkeltje jaloers. Tegelijk bedacht ze zich dat ze haar zus wat te drinken op bed had zullen brengen. Snel zette ze thee in de keuken en liep ze naar haar slaapkamer. Maar wat bleek? Haar zus lag helemaal niet op bed. Stiekem was ze aan de slag gegaan in

huis. Ze had het servies verplaatst, de vensterbanken gestoft en zelfs bloemen gehaald voor op de keukentafel. Met een rood hoofd, omdat ze zich betrapt voelde, keek ze haar jongere zus aan. ‘Het spijt me, dat ik al die leuke klusjes heb gedaan, terwijl jij dat vreselijke werk in de winkel moest doen,’ zei ze. Nu vertelde de jongere zus natuurlijk dat ze juist helemaal op haar plek was in de winkel, en dat ze het huishoudelijke werk juist vreselijk vond. Ze hadden jarenlang het werk verkeerd verdeeld! Hoe dit afliep? Dat kun je wel voorspellen: met een winkel waar het op rolletjes liep en een huis dat niet gewoon schoon was, maar op alle manieren blonk. En met twee zussen helemaal op hun plek. Dit verhaal is losjes gebaseerd op de levensbeschrijving van de zussen Ten Boom uit Haarlem. Beide zussen, hun vader en nog meer familieleden raakten enkele jaren na de hier beschreven gebeurtenissen betrokken bij het verzet tegen de nazi’s. Hun huis werd een schuilplaats voor vele (onder andere joodse) onderduikers. In het boek De Schuilplaats, geschreven door de jongste zus in dit verhaal (Corrie ten Boom), is daar meer over te lezen.

OP J E PLEK

Een verhaal over twee zussen

Gesprek Hoe waren de rollen onder de zussen verdeeld? Waarom voelden ze zich niet op hun plek? Hoe kwam het dat ze een nieuwe plek kregen? Welke van deze taken zou jij willen doen als je mocht kiezen? Heb je weleens getwijfeld of ‘dit wel jouw plek was’? Zo ja: wanneer? Zou je het zeggen als je niet tevreden was over je plek en de taken die erbij horen? vrijdag gaat verder op de volgende pagina

57


VRIJDAG 11 SEPTEMBER

SAMENLEVING

Rolpatronen lezen.

Informatie over rolverdeling tussen man en vrouw en de verandering hierin. Om voor te

Denk je weleens: is dit nu echt mijn plek? De plekken van volwassenen verschillen in elke tijd. Tot de jaren zestig was in het Westen de rolverdeling tussen man en vrouw bijvoorbeeld best anders dan nu: vrouwen bleven meestal thuis om voor de kinderen te zorgen en konden niet studeren. Mannen verdienden geld voor het gezin. In de jaren zestig en zeventig kwam daar verandering in: veel vrouwen gingen langer naar school en werkten meer. In de jaren zeventig leken de rollen van mannen en vrouwen veel meer op elkaar. Het idee hiervoor ontstond bij tieners en twintigers. Jongeren zeiden vaak ‘Peace and Love’ (dat betekent: vrede en liefde) en wilden een revolutie om hun plek in de samenleving te veranderen: dat lukte ze ook. Ze noemden zichzelf hippies. De hippies waren tegen grote bedrijven en tegen oorlog. Ze hielden van de natuur en bedachten dat je ook in een grote groep samen kon leven. Ze vonden vrijheid, liefde en minder focus op geld heel belangrijk. Zo zag het leven er ineens heel anders uit dan voor de revolutie. Andere mensen voelden zich daar weer niet bij op hun plek. Gesprek Welke rolpatronen zie je in dit tekstje voorkomen? Waar zou je je bij op je plek voelen?

Rosj Hasjana

 Van 11 tot 13 september wordt Joods Nieuwjaar gevierd: Rosj Hasjana. De feestdag begint met het blazen op de sjofar, de ramshoorn. Open ‘Rosj Hasjana’ voor meer informatie. 58


WEEK 38

Het is niet vanzelfsprekend dat iedereen zich op zijn plek voelt. Als je je ergens niet op je plek voelt, kun je op zoek gaan naar een plek waar je je beter voelt. Hoe zoek je die nieuwe plek? Welke stappen horen daarbij? Daarover gaat deze week. Jozef komt aan in Egypte en werkt voor de machtige man Potifar en zijn vrouw. Jozef wordt door haar verleid en wijst haar af. Dan verandert zij zijn plek: Jozef wordt gevangengezet. Daar pakt hij een oud talent weer op: hij verklaart de dromen van medegevangenen. Dat helpt hem om weer een nieuwe, betere plek te krijgen.

W E E KI NDE LI NG M A A N DAG 1 4 S E PT E MBE R

Niet op je plek KIND

Niet heel verschrikkelijk (verhaal)

SAMENLEVING

Leerkinderen of leefkinderen

(informatie)

DI N S DAG 1 5 S E PT E MBE R

Droomplek KIND

Toekomstdromen (gedicht)

Reisje naar jouw plek (activiteit)

WOE N S DAG 1 6 S E PT E MBE R

Een plek kiezen, maar je krijgt hem niet

We zijn er bijna (activiteit)

D ON DE RDAG 1 7 S E PT E MBE R

Op je plek gezet worden KIND

Heel even juf (gedicht)

BRONNEN EN TRADITIES

Dat kan toch niet? (Bijbel)

Jozef komt in Egypte (Bas vertelt de

Bijbel)

VRI JDAG 1 8 S E PT E MBE R

Je plek bemachtigen KIND

Blikjes (gedicht)

BRONNEN EN TRADITIES

Jozef krijgt een nieuwe plek (Bijbel)

OP J E PLEK

Ik zoek mijn plek


MAANDAG 14 SEPTEMBER

Niet op je plek

KIND

Niet heel verschrikkelijk

Bartho is niet op zijn plek op school. Daarom gaat hij naar het speciaal onderwijs. Hij vindt het spannend, maar het valt mee. Hij is daar beter op zijn plek, maakt snel vrienden en wordt zelfs een beetje vrolijk van de nieuwe school.

Wanneer voel jij je niet op je plek?

Misschien denk je weleens: dit is niet mijn plek. Je voelt je anders dan de mensen om je heen. Wat doe je dan? Vertel je het aan iemand? Pas je je aan? Of laat je het maar even bestaan?

Bartho loop met de directeur de klas in. ‘Hallo, juf Marianna,’ zegt de directeur. ‘Hallo iedereen! Dit is Bartho, jullie nieuwe klasgenoot.’ ‘Welkom, Bartho,’ zegt de juf. ‘Fijn dat je er bent!’ Bartho kijkt voorzichtig de klas in. Het is zeker weten een stomme school en een stomme klas, maar wel mooi dat er niet zo veel kinderen zijn. Een stuk of… razendsnel telt Bartho… veertien? Dat is heel wat rustiger dan die zevenentwintig uit zijn andere klas. ‘Daar is een plek voor je,’ zegt de juf. ‘Bij Sammie, Delano en Kevin.’ Ze wijst naar een tafelgroepje met een lege plek. Bartho loopt ernaartoe, gaat zitten en grijnst wat ongemakkelijk om zich heen. Gelukkig kijkt iedereen vriendelijk, niet zo van: wat doe jíj hier? ‘Je kunt nog even onderuitzakken, Bartho,’ zegt de juf. ‘We beginnen altijd met voorlezen.’ De juf pakt een boek en slaat het open. Bartho vindt voorlezen leuk, tenminste, als het een spannend verhaal is, maar nu kan hij zijn aandacht er niet bij houden. Alles is nieuw, raar, anders. Alleen dat schoolplein al! Overal staan bomen en struiken, er is veel zand en een grasveld en er zijn weinig tegels. Wel mooi. ‘We moeten even met je praten,’ had zijn vader een paar weken geleden gezegd. ‘Het gaat niet goed.’ Ze gaan scheiden, dacht Bartho meteen geschrokken. Maar nee, dat was het niet. Het was erger. Ze gingen hém scheiden, van zijn beste vrienden. Ze hadden met de meester gepraat en besloten dat hij beter op zijn plek zou zijn op een speciale basisschool. ‘Nee!’ had hij geroepen. ‘No way! Ik blijf hier, bij Samir en Matteo!’ ‘Die kun je gewoon blijven zien,’ zei zijn moeder, ‘Alleen niet meer op school.’ ‘Je blijft anders weer zitten,’ zei zijn vader. ‘De meester zegt dat hij niet meer weet wat hij moet doen om je bij de les te houden.’ ‘Ik wel,’ roept Bartho. ‘Dingen beter uitleggen!’ Hij springt op en stampt de kamer uit. ‘Je zult daar écht beter op je plek zijn,’ riep mama hem na.

60

En nu zit hij hier, helemaal níét op zijn plek te zijn. Waar zijn ouders wel gelijk in hadden, was dat het slecht ging op school. Het enige wat goed ging en leuk was, waren zijn vrienden en gym, de rest was waardeloos. Iedereen leek de lessen altijd te snappen behalve hij, hoe hij ook zijn best deed. ‘We gaan rekenen,’ zegt juf Marianna. ‘Bartho, ken je het wisbordjes-systeem?’ Bartho schudt zijn hoofd. ‘Als ik een vraag stel,’ gaat de juf verder, ‘schrijft iedereen het antwoord op zijn bordje en houdt het daarna omhoog. Ik kan dan heel makkelijk zien of jullie de lesstof goed begrepen hebben. En zo niet: dan moet ik het beter uitleggen.’


Zie je wel? denkt Bartho. Ik ben niet gek, het ligt heus niet altijd aan míj als ik iets niet snap.

Na school staat zijn vader al bij het hek te wachten. Het liefst zou Bartho naar hem toe rennen en alles vertellen. Maar nee. Inhouden. Anders moest hij toegeven dat zijn ouders wel een béétje gelijk hadden. Dat zal misschien ooit wel moeten, maar nu nog niet. ‘Hoe was het?’ vraagt papa. ’Mwoah. Ging wel.’ In de auto houdt Bartho het precies twee minuten vol. Dan barst hij los.

OP J E PLEK

In de pauze loopt hij met Delano naar buiten. ‘Ga je mee voetballen?’ vraagt Delano. ‘Wij voetballen elke pauze met Klaas.’ ‘Klaas?’ ‘De conciërge. Die heeft vroeger op best wel hoog niveau gespeeld en nu traint hij ons. Vindt-ie leuk. Wij ook.’ ‘Ja, ik doe mee!’ ‘En ik hoop dat je van judo houdt.’ ‘Hoezo?’ ‘Dat doen we hier elke middag.’ ‘Echt waar? Wow!’ Misschien was de school toch niet zo heel verschrikkelijk als hij dacht.

Gesprek Waarom voelt Bartho zich niet op zijn plek op zijn oude school? Waardoor voelt hij zich meer op zijn plek op zijn nieuwe school? maandag gaat verder op de volgende pagina

61


MAANDAG 14 SEPTEMBER

SAMENLEVING

DINSDAG 15 SEPTEMBER

Droomplek

Leerkinderen of leefkinderen

Over manieren van leren op school. Om voor te lezen.

In Scandinavische landen zoals Denemarken en Zweden leren ze op scholen meer met hun handen te werken dan dit in Nederland het geval is. Daar hebben alle leerlingen vanaf de basisschool tot en met het eindexamen van de middelbare school handige vakken zoals dingen leren maken van hout, naaien en koken of over hoe je omgaat met geld. Dingen maken met je handen of ingewikkelde dingen leren is daar evenveel waard. Onderwijsadviseur Sofie van de Waart wil in Nederland ook een Praktijk-VWO maken waar je niet alleen uit boeken leert, maar ook dingen leert maken of koken. Gesprek Wat vind jij een fijne manier van leren? In de boeken zitten of wat je moet leren alvast uitproberen? Is er ruimte voor jouw favoriete manier op je school? Zou jij naar een middelbare school willen waar je veel dingen met je handen leert doen?

Waar zou jouw reis met dit ticket naartoe gaan?

Droom je weleens van een plek waar je altijd zou willen zijn? Wat maakt die plek dan zo fijn: de mensen die er zijn, of het lekker weer is of niet of de regels die op die droomplek gelden? Of nog weer iets anders?

Prinsjesdag

 De derde dinsdag van september is al sinds 1887 een bijzondere dag: Prinsjesdag. In Den Haag spreekt de koning vandaag de troonrede uit. Dat gebeurt normaal gesproken in de Ridderzaal, maar omdat het Binnenhof verbouwd wordt, leest de koning de troonrede voor in de Stadsschouwburg in Den Haag. Dat doet hij tijdens een vergadering van de Eerste en de Tweede kamer samen. Open ‘Prinsjesdag’ voor meer informatie. 62


KIND

In dit gedicht bedenkt een kind heel volwassen toekomstdromen. Maar de boomhut blijft in zijn toekomstfantasie zijn favoriete plek. Later woon ik in een villa met een mooie grote tuin. Met twee auto’s op de oprit, en die staan een beetje schuin. Eén is van mijn coole partner. En de ander is van mij. En we zitten bij het haardvuur. Toekomstdromen maakt me blij. ’t Is een droomhuis waar we wonen, echt een superfijne plek! Onze tuin staat vol met bomen. Eromheen een veilig hek. Maar het fijnste is mijn boomhut, want die droom ik er graag bij. Hij is voor mijn zeven kinderen, maar natuurlijk ook voor mij. Ik kan uren zitten dromen in mijn tuintje, weltevree. Zittend in mijn eigen boomhut, die gaat later met mij mee. Want die villa, tuin, dat haardvuur, het is allemaal te gek. Maar mijn zelfgemaakte boomhut is de allerfijnste plek. Gesprek Heb jij ook toekomstdromen? Wat uit je jeugd zou je willen meenemen de toekomst in?

Reisje naar jouw plek

Een oefening waarin kinderen voor zich zien hoe hun favoriete plek eruitziet.

Laat de kinderen een plek in het klaslokaal kiezen waar ze willen zitten. Vraag ze om hun ogen te sluiten. Je kunt muziek opzetten zoals ‘Vogelgeluiden in het bos’ (open dit via het digibord). Vraag ze hun hand op hun buik te leggen. Lees dan deze tekst voor en laat ze op de puntjes bedenken wat bij ze past: We gaan een ideale plek bedenken. Een plek waar je je jarenlang thuis kan voelen. Doe je ogen dicht en stel het je levendig voor. Als ik pauze houd in de tekst, mag je voor jezelf de woorden invullen van de dingen die je voor je ziet. ‘Ik ben op de plek. Ik voel me veilig. Ik adem in en ruik: … Ik hoor: … Als ik de hoek omloop, zie ik een bordje met: … erop. Ik loop door. Dan zie ik een huis, het heeft de kleur: … en de deuren en ramen zijn… Ik hoor: … Er zingen wel/geen mensen. Er dansen wel/geen mensen. Ik begin zelf te zingen. Ik zing: … Iemand hoort mij zingen. De persoon/het dier of dit kind zegt: … Ik zeg: … Ik zie nog iemand, die op mij lijkt. De persoon heeft een … aan en een … in zijn handen. Ik krijg wat te eten, het is een: …. Op een rustig plekje eet ik het op. Ik loop het huis in dat ik eerder al zag in. Ik kijk om me heen en zie aan de muur een … Dan ga ik zitten en zeg ik: ‘hier voel ik me thuis.’

OP J E PLEK

Toekomstdromen

Gesprek Lukte het om de plek voor je te zien? Stond het huis dat je zag in de natuur of in de stad? Ben je weleens op zo’n plek geweest? Wat vond je fijn aan deze plek? Hoe kwam het dat je je daar op je plek voelde? Wanneer zou je naar deze plek willen? Wanneer juist niet?

63


WOENSDAG 16 SEPTEMBER

Een plek kiezen, maar je krijgt hem niet

We zijn er bijna

We doen een uitspeel-oefening. De leerlingen kunnen daardoor nadenken over het gevoel dat je kunt krijgen als je een plek kiest, maar hem niet krijgt. Door het uit te laten spelen, zien ze ook verschillende mogelijkheden om ermee om te gaan. Deel de klas in in vijf of zes groepjes van vijf leerlingen. Zij gaan samen een toneelstukje van een paar minuten bedenken. Twee leerlingen schrijven de tekst die ze bedenken op en de rest speelt mee. Lees dit voor:

Wat gebeurt hier?

Heb jij weleens een plek of rol gekozen die je niet kreeg? Hoe ging dat? Je kan het zo laten of doorzetten om de plek later alsnog te krijgen. Wat past bij jou?

Stel, je hebt een huis gekocht op een eiland. Je vaart erheen, maar dan mag je er niet op. De bewoners van het eiland zijn bang dat je een ziekte bij je draagt. Je kijkt naar je huis op dat eiland en fantaseert hoe het daar zou zijn… je bent nu zo dichtbij, maar mag er niet heen! Hoe zou het zijn om je huis van zo dichtbij te kunnen zien, maar er toch niet naartoe te kunnen? We gaan toneelstukjes bedenken over het gevoel dat je ergens bijna bent, maar je plek nog niet krijgt. Bedenk eerst de plek (die anders is dan in het voorbeeld). Waar willen de mensen graag aankomen? Twee mensen komen op die plek aan en twee mensen vertellen waarom ze niet op die plek mogen komen. Hoe kunnen ze hierop reageren? Denk aan: boos, verdrietig en opgelucht. Of kan het ze niks schelen en bedenken ze een andere plek waar ze heen gaan? Gesprek Herkende je iets uit deze scènes: heb je weleens een plek gekozen die je niet kreeg? Hoe ging dat? Wie zorgde er toen voor dat je de plek niet kreeg? Heb je weleens veel mooie fantasieën gehad bij een plek die je graag wilde en dat het tegenviel toen je er was? Waarom kan dat gebeuren denk je? Wat kan je doen als je niet op de plek die je kiest kan komen?

64


DONDERDAG 17 SEPTEMBER

Op je plek gezet worden

KIND

Heel even juf

Meester Gerard zet Sophie streng op haar plek als ze door de les praat. Ze wordt er verdrietig van. In haar fantasie is zij de juf en zet ze meester Gerard op zijn plek. Tot ze wakker wordt uit de dagdroom en meester Gerard toch wel aardig blijkt te zijn. ‘Je stoort de les, dus hou je mond!’ zegt meester Gerard boos. ‘Dit is nu al de derde keer. Ja, jij, Sophie, verpest de sfeer. Dat vind ik schaamteloos.’

Ik droom verrukt: Ik ben de juf. Dus, meester, weg helaas! Ik zeg je nu wat je moet doen. Wat klierig is en wat fatsoen. Ik ben baas boven baas.

OP J E PLEK

Wat gebeurt hier?

Herken je deze situatie? Wie doet dit weleens bij jou? Heb jij weleens iemand op zijn of haar plek gezet (de baas over iemand gespeeld)? Hoe was dat?

Bam! Die komt aan, en dat doet zeer. En ik voel: dit is mis! Ik sluit me af; duik in mijn hoofd, waar wat ik hoorde wordt verdoofd. En waar het veilig is.

‘Wat stom, je snapt je sommen niet? Je taalles nog niet af? Dan blijf je na. Zo doe ik dat. Je mist je sportclub? Pech gehad! Dat is verdiende straf.’ De meester schrikt. Hij wil het niet. Hij huilt: ‘Stop hier toch mee!’ Maar ik zeg keihard: ‘Hou je mond. Ik ben de baas en jij mijn hond. Zo werkt mijn macht; dus nee! En als je toch nog protesteert, zet ik je op de gang. Dan laat ik je daar uren staan. Totdat je roept: “Ik pas me aan! Dit duurt me echt te lang.”’ ‘Hallo, Sophie, hoor ik opeens. Je droomde, volgens mij. Ik schrik. Mijn droom spat uit elkaar. De meester zegt: ‘Ik deed net raar. ‘k Heb spijt van wat ik zei.’ donderdag gaat verder op de volgende pagina

65


DONDERDAG 22 SEPTEMBER

BRONNEN EN TRADITIES Ik glimlach en ben opgelucht. Ik wil geen juf meer zijn. De meester is gewoon de baas. En soms is dat niet leuk, helaas. Maar meestal is het fijn. Gesprek Hoe draaien de rollen om in dit gedicht? Eerst zet de meester Sophie op haar plek en dan? Snap je dat Sophie weleens zou willen dat zij iemand op zijn plek kon zetten zoals meester Gerard ook bij haar doet?

66

Dat kan toch niet? (Bijbel)

Jozef komt door de ruwe daad van zijn (half) broers in Egypte terecht. Hij wordt als slaaf verkocht aan een belangrijk man: Potifar. Jozef doet het bij hem zo goed dat hij al snel promotie krijgt. Maar dan gebeurt er iets tussen Jozef en Potifars vrouw waardoor Jozef in de problemen komt. Een vertelling naar Genesis 39. Hoe was het intussen met Jozef gegaan? De kooplui hadden hem helemaal naar Egypte gebracht. Daar stond hij nu te koop, op de markt. Af en toe vroeg iemand hoe duur hij was. Maar als de kooplui de prijs noemden, zeiden ze: ‘Nee, dat is te duur. Dat ventje is nog lang niet sterk genoeg.’ Aan het eind van de dag liep een deftige man langs de kraam. De kooplui bogen voor hem. ‘Dag mijnheer Potifar. Is er nog iets voor u bij? Wat dacht u van deze jonge Hebreeër?’ Potifar stond stil en bekeek Jozef. ‘Sterk is hij niet, hè?’ aarzelde hij. ‘Maar ach, hij heeft wel een leuk snoetje. En ik heb nog een knechtje nodig om drankjes in te schenken. Dat kan hij vast wel. Goed, ik koop hem.’ Zo kwam Jozef bij Potifar in huis. En ja hoor: drankjes inschenken kon hij. En nog veel meer. ‘Jozef,’ zei Potifar al na een paar weken, ‘ik ben blij met je. Je bent betrouwbaar en verstandig. En je bent heel vriendelijk. Daarom krijg je een beter baantje. Je wordt onze eerste bediende. De baas van al mijn slaven. Dat kun je best.’ ‘Dank u wel, mijnheer,’ knikte Jozef. ‘Ik zal mijn best doen.’ Jozefs nieuwe werk was veel leuker. Hij kwam nu ook vaak bij mevrouw Potifar. Hij bracht haar eten, drinken en wat ze verder nog wilde. Soms riep ze hem alleen om een praatje te maken. Dat was altijd gezellig. Maar op een dag werd het wel heel gezellig. Mevrouw Potifar had Jozef geroepen. Ze lag op haar bed, met alleen haar nachthemd aan. ‘Mevrouw!’ zei Jozef bezorgd. ‘U bent toch niet ziek?’ Mevrouw Potifar kwam overeind en pakte de mouw van zijn jas beet. ‘Jozef,’ zei ze. ‘Kom bij me liggen en slaap met me. Ik ben vreselijk verliefd op je.’ Jozef schrok. ‘Maar mevrouw! Dat kan toch niet! En uw man dan? Hij vertrouwt mij. Ik kan toch niet stiekem met zijn vrouw gaan slapen? En u dan? U bent getrouwd…’ ‘Ach kom,’ snoof mevrouw. ‘Natuurlijk kan het wel. Zolang mijn man het niet merkt, is er niets aan de hand.’


‘s Avonds zat Jozef op zijn kamer, toen de deur openvloog. Twee politiemannen stormden binnen en grepen hem vast. Meneer Potifar stond bij ze. ‘Is dat wat ik van je terugkrijg? Dat je mijn vrouw aanvalt? Dat je haar dwingt om met je te slapen? Ik vertrouwde je, Jozef!’ ‘M-maar…’ stotterde Jozef. ‘Nee, je kletst je er niet uit. Mijn vrouw heeft het zelf verteld. Je jas lag zelfs nog bij haar op bed. Naar de gevangenis met jou! Ik hoop dat je daar nooit meer uit komt!’ Gesprek Hoe verandert Jozefs plek tijdens dit verhaal? Hoe komt dat? Waarom heeft hij daar niet zoveel over te zeggen? Wat vind je ervan hoe Potifars vrouw tegen Jozef doet? Wat vind je van de stelling: ‘De vrouw van Potifar maakt misbruik van haar plek in huis!’ Wat zou jij tegen de vrouw van Potifar willen zeggen naar aanleiding van dit verhaal? En wat tegen Potifar zelf?

OP J E PLEK

Maar Jozef hield vol. ‘Daar denk ik echt anders over, mevrouw. En ik doe het niet.’ Nu werd ze boos. ‘Jawel! Jij bent maar een slaaf. Dus hou je mond en kom liggen.’ Ze trok Jozef aan zijn mouw naar zich toe. Maar die trok snel zijn jas uit en vluchtte weg.

Jozef komt in Egypte

 Bekijk het filmpje ‘Bas vertelt de Bijbel’, waarin Bas het verhaal vertelt over Jozef in het huis van Potifar en zijn vrouw.

67


VRIJDAG 18 SEPTEMBER

Je plek bemachtigen

KIND

Blikjes

Xander hoort niet bij een groepje kinderen waar hij graag bij wil horen. Hij koopt voor ieder van hen een blikje cola en deelt die aan ze uit. Zou hij er nu bij mogen? Populaire klasgenoten maken Xander licht jaloers. Thuis heeft hij alleen maar zussen en hij snakt soms naar wat broers. Maar hij hoort niet bij die kakkers. Dus daar wringt voor hem de schoen. In die groep een plek te vinden, daarvoor wil hij alles doen.

Hoe zou je met één van deze dingen een goede plek kunnen bemachtigen?

Soms zie je voor je hoe je je plek wil krijgen, maar lukt het niet. Je wil bijvoorbeeld samen met de populaire kinderen spelen op het plein. Soms moet je misschien doorzetten en andere keren kun je de plek die je wil, beter laten gaan, als het niet vanzelf gaat.

Als hij ze eens iets zou geven? Dat idee is niet zo gek. Iets wat ze heel lekker vinden. Zo verdient hij vast een plek. Cola kan misschien wel helpen. Dus hij neemt een stoer besluit, gaat die dag nog naar de winkel en geeft al zijn zakgeld uit. ’s Middags loopt hij naar de jongens met zijn duurbetaalde buit. Nonchalant als rijke patser deelt hij losjes alles uit. Als de jongens blikjes graaien, kijken ze hem amper aan. Dan vertrekt het hele groepje. Hij blijft in zijn eentje staan. Ongelukkig blijft hij achter. Dit ging helemaal verkeerd. Slecht idee een plek te kopen. Hij heeft wel een les geleerd. Heel het schoolplein ligt vol blikjes, hij verzamelt alles vlug. Krijgt hij morgen, in elk geval, zijn statiegeld terug. Gesprek Wat vind je van het idee van Xander om cola uit te delen om een plek te krijgen in de groep? Denk je dat het werkt om zijn plek te bemachtigen? Heb jij ook weleens zoiets gedaan? Hoe voelt Xander zich aan het einde van het gedicht? Wat zou wel helpen om een fijne plek in de groep te krijgen?

68


BRONNEN EN TRADITIES

Na het voorval met de vrouw van Potifar zit Jozef in de cel. Geen fijne plek natuurlijk. Gelukkig krijgt hij, door een goede band met de cipier, na een tijdje meer vrijheid. Als op een dag de schenker en de bakker van de farao in de gevangenis belanden, raakt Jozef met hen in gesprek en krijgt hij de vraag of hij hun dromen kan uitleggen. Een vertelling naar Genesis 40.

De cel waarin Jozef zat, was donker en eenzaam. Eén keer per dag kwam de cipier langs met brood en water. Eerst schoof hij het zo de cel in en liep door. Later maakte hij soms een kort praatje. Dat klikte eigenlijk meteen. De cipier vond Jozef vriendelijk en verstandig. Hij kwam nu ook weleens tussendoor, gewoon om te kletsen. ‘Zeg Jozef,’ zei hij op een dag, ‘wil jij misschien de leiding hebben over de gevangenen? Dan kan ik het wat rustiger aandoen. Jij bent wijs en betrouwbaar. Aan jou durf ik dat wel over te laten.’ Jozef mocht nu overal vrij rondlopen, en met alle gevangenen praten. Hij bracht ze eten en drinken, en regelde dingen voor ze. Op een dag kwamen er twee nieuwe gevangenen binnen. ‘Ik ben de bakker van de farao,’ zei de een. ‘Zijne majesteit was gisteren misselijk. Nu denkt hij dat ik hem misschien heb vergiftigd.’ ‘Ik ben de wijnschenker van de farao,’ zei de ander. ‘Van mij denkt hij hetzelfde. Maar het wordt nog uitgezocht.’ ‘Spannend voor jullie,’ zei Jozef. ‘Maar goed, ik breng jullie naar je cel.’ Jozef zocht de twee elke dag op. Ze leerden elkaar steeds beter kennen en vertrouwen. Op een ochtend vertelden de mannen: ‘We hebben raar gedroomd. En we weten niet wat het betekent.’ ‘Laat eens horen,’ zei Jozef. ‘Misschien weet ik het.’ ‘Nou,’ zei de schenker. ‘Ik stond bij een wijnplant. Die had drie kale takken. Maar ineens begonnen er druiventrossen te groeien. Ze waren bijna meteen rijp. Ik hield de drinkbeker van de farao vast, en ik kneep de druiven daarin uit. Totdat hij vol zat met heerlijke wijn. Wat betekent dat?’ ‘Goed nieuws,’ zei Jozef. ‘Die drie takken zijn drie dagen. Jouw droom betekent dat je over drie dagen weer wijn mag schenken voor de farao. Je komt dus vrij.’ De schenker was natuurlijk dolgelukkig.

‘Zou je wat voor me willen doen?’ vroeg Jozef. ‘Wil je straks aan de farao vragen mij vrij te laten? Ik zit hier onschuldig vast.’ ‘Natuurlijk!’ riep de schenker. ‘Komt voor elkaar!’ De bakker keek nu ook wat vrolijker. ‘Ik droomde net zoiets. Ik liep naar het paleis, met drie manden op mijn hoofd. Vol met heerlijk witbrood voor de farao. Er kwamen alleen wel kraaien aanvliegen. Die pikten aan het brood, tot het op was. Is dat ook goed nieuws?’ Jozef keek somber. ‘Nee, het spijt me. Die drie manden zijn drie dagen. Over drie dagen beslist de farao dat jij schuldig bent. Dan krijg je de doodstraf. En je lichaam wordt aan de kraaien gevoerd.’ Geloof het of niet, maar het ging precies zoals Jozef gezegd had. De schenker kwam vrij en de bakker kreeg de doodstraf. ‘Nu kom ik ook vrij,’ dacht Jozef. ‘De schenker gaat het aan de farao vragen. Dat heeft hij beloofd.’ Het duurde een week. Een maand. Een half jaar. Een jaar. Toen wist Jozef genoeg. Hij is het vergeten, dacht hij. Na alles wat ik voor hem heb gedaan…

OP J E PLEK

Jozef krijgt een nieuwe plek (Bijbel)

Gesprek Op welke plekken is Jozef tot nu toe geweest? Hoe bemachtigt Jozef een betere plek? Waardoor wordt hij de leider van de gevangenen? Helpt het om je talent in te zetten om een betere plek te bemachtigen? Wanneer wel en niet? Heeft hij iets aan de plek die hij bemachtigd heeft, als leider van de gevangenen?

69


70


WEEK 39

We leven samen. Mensen hebben invloed op elkaar: jouw plek beïnvloedt die van een ander. In je gezin of je klas, maar ook in grote groepen, zoals een land, Europa of zelfs de hele wereld. Soms speelt iemand de baas over een ander. Hoe vecht je dan voor je plek? In de verhalen over Jozef wisselt hij weer van plek: door dromen te verklaren schopt hij het tot onderkoning van Egypte. Hij laat de gevangenis achter zich, krijgt een eigen gezin en voelt zich op zijn plek.

W E E KOVE R Z ICH T M A A N DAG 2 1 S E PT E MBE R

Wat zegt je plek?

Hodja en het paard

(Trefwoord-animatie)

DI N S DAG 2 2 S E PT E MBE R

Wij een plek, zij een plek SAMENLEVING

Gevlucht, en dan? (filmpje)

BRONNEN EN TRADITIES

‘Egypte heeft jou nodig’ (Bijbel)

WOE N S DAG 2 3 S E PT E MBE R

Vechten voor een plek

Past iedereen erbij? (activiteit)

KIND

Soepdag (verhaal)

D ON DE RDAG 2 4 S E PT E MBE R

Voor altijd een plek KIND

Tafeldekken (verhaal)

BRONNEN EN TRADITIES

Hoop en verwachting bij een lege plek

(informatie)

VRI JDAG 2 5 S E PT E MBE R

Iedereen een plek

BRONNEN EN TRADITIES

Jozef wordt de tweede man in Egypte

(Bijbel)

OP J E PLEK

De plek van een ander


MAANDAG 21 SEPTEMBER

Wat zegt je plek? Hodja en het paard

Hebben jullie ook vaste plekken in de klas als je op schoolreisje gaat?

Waar in deze bus denk je dat het rustige kind altijd zit? Waar het drukkere kind? Waar de leerkracht? Waar zou jij gaan zitten? Wat zegt je plek in de bus over jou?

Jom Kippoer

 Voor joden was het gisteren (vanaf zonsondergang) en is het vandaag Jom Kippoer oftewel Grote Verzoendag. Open ‘Jom Kippoer’ voor meer informatie.

72

Hodja en zijn dochter Elif kopen een paard. Ze wandelen met hem naar huis. Onderweg hebben mensen die ze tegenkomen veel te zeggen over hun plek op of naast het paard. Hodja en Elif luisteren naar de voorbijgangers en zo verandert steeds hun plek. Zet de animatie op 0:18 stil en vraag: Hoe denk je dat Hodja en Elif naar huis gaan lopen met het paard? Wie zit of loopt waar tijdens deze reis? Gesprek Kwam de verwachting van de plekken waar Hodja en Elif zouden lopen en zitten uit? Hodja luistert naar iedereen, maar hij kan niet iedereen tevredenstellen. Wat had hij anders kunnen doen? Wat zou jij doen als je Elif was? Wat wil het paard, denk je? Heb je weleens een plek gehad die je veranderde omdat anderen er een vervelende mening over hadden?


DINSDAG 22 SEPTEMBER

Wij een plek, zij een plek

SAMENLEVING

Gevlucht, en dan?

Open ‘Gevlucht, en dan?’ Dit filmpje (duur: zes minuten) gaat over Nikola, een vluchteling uit Montenegro. Hij praat over het gevoel van thuiskomen in het Nederlandse AZC (asielzoekerscentrum) waar hij tien jaar woonde. Hij is weer even terug op de plek die vanaf zijn vijfde zijn thuis was. Hij laat het AZC zien en de kamer waar hij woonde, die vier bij vier vierkante meter was. Gesprek Waarom zijn de ouders van Nikola naar Nederland gekomen? Voelde Nikola zich op zijn plek in het AZC? Waarom? Wat kunnen vervelende ervaringen zijn die Nikola in Nederland heeft gehad met mensen die hem geen plek willen geven? Waarom doen die mensen zo tegen hem, denk je? Is er plek voor iedereen die in Nederland wil wonen?

Deze kat wordt buitengesloten. Ken jij dat ook, dat anderen je geen plek willen geven? Heb jij zelf weleens een plek van iemand afgepakt of iemand verboden erbij te komen?

dinsdag gaat verder op de volgende pagina

OP J E PLEK

Wat gebeurt hier? Wat vind je daarvan?

73


DINSDAG 22 SEPTEMBER

BRONNEN EN TRADITIES

‘Egypte heeft jou nodig’ (Bijbel)

Na Jozef, de schenker en de bakker droomt nu ook de farao. Over zeven magere koeien die zeven vette koeien opeten. Jozef mag de dromen uitleggen. En dat helpt niet alleen hemzelf, maar ook de farao, Egypte en zelfs de volken daaromheen. Een vertelling naar Genesis 41, 1-36.

74

Hij hád het beloofd. De schenker zou de farao vragen om Jozef vrij te laten. Maar toen hij zelf uit de gevangenis was, had hij Jozef eigenlijk niet meer nodig. Hij was hem al snel vergeten. Tot op een ochtend, heel veel later... De farao had slecht geslapen. Chagrijnig zat hij op zijn troon. ‘Ik heb een probleem,’ snauwde hij. ‘Laat al mijn knappe koppen hier komen. En ook mijn schenker. Want er moet wel wat bij gedronken worden.’ ‘Heren,’ zei de farao, toen iedereen er was. ‘Ik heb akelig gedroomd. Ik weet niet wat het betekent. Maar het lijkt me belangrijk. Dus jullie moeten mijn dromen uitleggen. Ze gingen zo: Ik stond aan de rivier. Ineens kwamen er zeven koeien uit het water. Mooie, gezonde, vette koeien. Ze gingen grazen. Toen kwamen er nóg zeven koeien omhoog. Lelijke, ziekelijke, magere koeien. Ze liepen op de mooie koeien af, en vraten ze allemaal op. Toen werd ik wakker. Even later sliep ik weer in. Ik stond in een korenveld. Ik zag zeven korenhalmen opgroeien. Met dikke aren, vol met mooie, volle korrels. Maar daarnaast groeiden nog zeven halmen op. Uitgedroogde halmen, met lege aren. Ze bogen zich naar de mooie halmen en vraten alle korrels eruit. Zegt u het maar, heren. Wat betekent dat allemaal?’ De geleerden mompelden en kuchten. Niemand had een idee. Niemand, behalve de schenker. ‘Majesteit, mag ik even?’ vroeg hij beleefd. ‘Ik ben geen geleerde, maar ik ken iemand die heel goed is in dromen uitleggen. Hij zit in de gevangenis. Zal ik hem eens laten halen?’ ‘Doe maar,’ bromde farao. ‘Aan déze sukkels heb ik ook niks.’ Even later stond Jozef voor de farao. ‘Zo, Jozef,’ zei die. ‘Ik heb gehoord dat jij dromen kunt uitleggen?’ ‘Nou,’ zei Jozef, ‘ik zelf niet. Dat doet God. Maar hij vertelt het soms aan mij. Wat hebt u gedroomd?’ De farao vertelde zijn dromen. ‘Juist,’ zei Jozef. ‘Die twee dromen betekenen hetzelfde. Iets heel belangrijks voor het land.

Die zeven mooie koeien en mooie korenhalmen zijn zeven jaar. En die magere koeien en lege halmen ook. Er komen zeven goede jaren aan, waarin heel veel groeit, en er meer dan genoeg te eten is. Maar dan komen er zeven moeilijke jaren. Dan groeit er haast niets. Als u er niets aan doet, heeft straks het hele land honger.’ ‘Wat een ellende,’ zuchtte de farao. Gesprek Hoe verandert Jozefs plek waardoor hij bij de farao op bezoek mag? Wat vindt Jozef van zijn positie nu?


WOENSDAG 23 SEPTEMBER

Wat gebeurt hier?

Ken je dit ook, het vechten voor de beste stoel? Of vecht je zelf voor andere dingen thuis, op school of op je hobby? Welke plekken zijn het waard om voor te vechten? Denk ook eens aan een plek als klassenvertegenwoordiger of een leuk bijbaantje waar je je op je plek voelt: zou je doorzetten om te vechten voor zo’n plek, ook als je die niet in één keer krijgt?

Past iedereen erbij?

Zet de tafeltjes aan de kant en zet twintig stoelen verspreid door de klas neer. Laat alle kinderen gaan staan voor stoelendans. Zet muziek op. Laat de kinderen door de klas bewegen. Als de muziek stopt, moeten ze zo snel mogelijk op een van de stoelen gaan zitten. Herhaal dit een aantal keer zodat iedereen de kans heeft gehad op een stoel te zitten. Bespreek deze stoelendans met de volgende vragen: Vond je dit leuk? Waarom? Hoe reageerde je als er geen plek voor je was? Gaf je op als de ander ook op die plek wilde zitten en liet je kinderen voor? Of bleef je in gevecht en ga je altijd voor de winst? Waarom? Herken je dat in het leven na school: is dat hetzelfde hoe je reageert als je dan voor je plek moet vechten? En als je andere mensen ziet vechten voor een plek: wat vind je daar dan van? Hoe kan iedereen toch een plek krijgen in dit spel? Is het dan nog leuk? woensdag gaat verder op de volgende pagina

OP J E PLEK

Vechten voor een plek

75


WOENSDAG 23 SEPTEMBER

KIND

Soepdag

Huize Chaos is een samengesteld gezin met drie kinderen van moeder Laura en twee kinderen van vader Ernesto. Ze wonen nog niet zo lang samen in een huis. De hond ziet dat ieder kind zijn plek zoekt aan tafel. Zijn plek is altijd goed: er wordt veel eten geknoeid met zo veel kinderen aan tafel.

76

Het is vandaag weer woensdag, en dat betekent soepdag in huize Chaos. Nee, dat is niet hun achternaam natuurlijk. Maar hun achternaam is ingewikkeld. Het zit zo: moeder Laura Smit is een jaar geleden gescheiden. Ze heeft drie kinderen, Jamie van 4 jaar, Sylvie van 8 en tenslotte über-puber Maartje van 13, die De Bont van hun achternaam heten. Sinds een half jaar wonen ze samen met vader Ernesto Meesters en Mario van 10 en Eva van 11. Wie ik ben? Bello, de hond die ze meteen bij het samenwonen hebben aangeschaft. Alsof ik er ook nog wel bij kon in dat veel te kleine huis. Nou ja, ik vind het prima, want hiervoor woonde ik in een asiel. Dat was geen leuke plek, dus dit is veel beter. Vooral op woensdag. Ik zorg altijd dat ik op tijd op mijn kleed lig. Het kleed is mijn vaste plek in huis en omdat alles hier zo krap is, ligt het tegen een tafelpoot aan. Aan de ene kant heb ik dus de verwarming – heerlijk! – en aan de andere kant de tafel waar altijd wel een kind iets vanaf laat vallen. Daar komt Sylvie binnen. Dat is een slimmerik. Die weet dat ze eerst moeten plassen, dan handenwassen en daarna aan tafel mogen. Dat doet ze ook direct als ze pannen hoort rinkelen. Dan is ze als eerste bij de tafel. Er zijn plekken die populair zijn. Zoals de stoelen vlak bij mijn kleed. Vaak zit ze er al een half uur voordat het eten klaar is. Maar op die manier kan ze als eerste een plek kiezen. Ze kiest bijna altijd de plek aan het hoofd van de tafel, naast mijn kleed. ‘Ik wil daar vandaag zitten,’ gilt Mario. Hij is de tweede die aan tafel komt. ‘Jij zit daar altijd.’ Sylvie zegt niks, doet niks en blijft stokstijf op de stoel zitten. ‘Pahap,’ roept Mario, ‘help me eens.’ Ernesto komt even uit de open keuken richting de kamer. ‘Jullie moeten het zelf uitvechten,’ zegt hij. ‘Ik bemoei me er niet mee. Mij maakt het niet uit wie waar zit.’ Ik leg mijn kop op mijn poten en doe mijn ogen dicht. Lekker makkelijk, zo’n houding. De kinderen gewoon zelf laten uitzoeken hoe ze het regelen aan tafel. Met een boos gezicht gaat Mario helemaal aan de andere kant zitten. Hij blijft Sylvie boos aanstaren.

Dat weet ik zonder mijn ogen open te doen, want het gaat altijd zo. Ik hoor Jamie aankomen en doe gauw mijn ogen open. Die kleine is Kampioen Knoei met eten, dus ik hoop dat ze dicht bij me komt zitten. Ik heb tomatensoep met ballen geroken, dus met haar dichtbij wordt het een geweldige maaltijd. Eindelijk zit iedereen. Jamie hangt met twee benen aan één kant van de stoel. Mijn kant, dus alles wat ze knoeit komt zó op mijn kleed. Ernesto draaft met grote pannen soep, borden stokbrood met boter en stukjes wortel, komkommer en tomaat tussen de keuken en de tafel en Laura stuift op het laatste moment de kamer binnen, geeft alle kinderen een zoen, wat niet iedereen fijn vindt, bindt Jamie een theedoek om tegen het knoeien en kijkt dan welke plek er voor haar over is. Door het lawaai van alle kinderen die iets willen zeggen tegen niemand in het bijzonder, kan ik niet goed horen of er al is opgeschept. Tot ik ineens de hand van Maartje onder de tafel zie. Met… een balletje uit de soep. Ze is vegetariër, maar daar houden ze hier geen rekening mee. Zo onopvallend mogelijk schuifel ik onder tafel en lebber de heerlijkheid op. Mjamjamjam zo lekker. ‘Bello, plaats!’ roept Laura. Balen, ze heeft me gezien. Hoe is het mogelijk. Ik krabbel achteruit en doe of ik slaap. Braaf op mijn plaats. Wat eigenlijk best lekker duidelijk is. Misschien een tip om dat ook eens met die kinderen af te spreken. Gesprek Waar vechten de kinderen in dit verhaal voor? Wat vind je ervan dat het moet? Herken jij dat? Waar wil jij zitten in de klas? Als je niet zit waar je wil, zou je dat dan zeggen? Voor welke plekken kan je nog meer vechten? Denk ook aan later: zou je vechten voor een fijne baan, voor meer plek om te wonen en te spelen, voor een plek in de politiek zodat je meer kan meebepalen over hoe alles wordt geregeld in ons land? Wanneer is het belangrijk te vechten voor je plek en wanneer niet?


DONDERDAG 24 SEPTEMBER

Voor altijd een plek

KIND

Tafeldekken

Wat doet deze jongen?

Waarom steken mensen soms een kaarsje aan voor de doden? Helpt het voor je verdriet om een plek te maken voor het herdenken van iemand? Misschien hebben de kinderen hier wel voorbeelden van, van overleden mensen of dieren waarvoor ze een grafje of herinneringsplek maakten.

Eindelijk hoort Sari keukenkastjes open- en dichtgaan en pannen rammelen. Ze springt van haar bureaustoel en loopt naar de keuken. ‘Wat lief,’ zegt haar moeder Roos, die vandaag kookt, ‘ga je al meteen tafeldekken? Zonder dat ik je zes keer moet roepen?’ Kort knikt Sari. Ze weet de hele dag al dat ze dit gaat doen, maar ze vindt het spannend. Wat gaan de anderen zeggen? Wordt haar moeder Tilly boos of gaat ze heel hard huilen? En Emiel? Die kan soms zulke lompe dingen zeggen. Maar ze zet door. Ze trekt de kast met servies open. Haar vingers glijden langs de stapel borden. Vijf pakt ze er. In haar ooghoek ziet ze Roos kijken. ‘Och lieverd,’ zegt die zacht, ‘ik vergis me ook nog zo vaak.’ ‘Ik niet,’ zegt Sari en loopt met grote passen naar de eettafel. Net iets te hard zet ze de borden neer. Die van opa aan het hoofd van de tafel. Ze loopt terug naar de keuken om bestek te pakken en de servetten met ringen eromheen. Deze keer laat ze die van opa niet liggen. In groep vier had ze de ring voor hem gemaakt. Van een stukje closetrol. Daarop plakte ze plaatjes van vogels, omdat opa daar dol op was. Ze lakte het en toen was het haar Vaderdagcadeautje voor hem. Hij was er heel blij mee. Als ze haar ogen dichtdoet, ziet ze zijn brede lach weer voor zich. Als alles keurig op tafel ligt, kijkt ze er rustig naar. Vijf borden, bestek en servetten. Zoals altijd op donderdag. Altijd tot een jaar geleden. Toen werd opa ineens ziek en stierf hij twee maanden later. Sindsdien staan er nooit meer vijf borden op tafel op donderdag. Sari gaat via de tuindeuren naar buiten en plukt een paar madeliefjes. Die legt ze op opa’s bord. Zo blijft het niet leeg als alle andere borden straks vol eten zijn. ‘Wat heb jij nou gedaan?’ Emiel staart naar de tafel. ‘Het is donderdag,’ zegt ze. Emiels ogen worden groot. ‘Dus?’ Mama Tilly komt de kamer in. Ze blijft stokstijf stilstaan voor de tafel. Haar ogen lijken aan het bord van opa – haar vader – vastgeplakt. Sari ziet dat ze slikt. Roos komt binnen met de ovenschaal en zet die midden op tafel. ‘Maar waarom, Sari?’ vraagt ze. Sari gaat zitten op haar vaste plek. Naast opa. ‘Omdat we het bijna nooit meer over hem hebben,’ zegt ze zacht. ‘Maar hij zit toch in ons hart?’ roept Tilly. Sari knikt. Emiel gaat tegenover haar zitten. Hij schuift een beetje richting opa’s plek. ‘Ik denk dat ik het wel snap,’ zegt hij. Sari’s mond valt open. Gaat haar puberbroer haar nu helpen? ‘In het begin hadden we het bijna elke dag over opa,’ zegt hij. Sari knikt. ‘Toen om de dag,’ zegt ze, ‘daarna elke week en nu nog af en toe.’ donderdag gaat verder op de volgende pagina

OP J E PLEK

Sari mist haar opa, die overleden is. Hij at elke week bij hen. Ze bedenkt dat hij nog steeds een vaste plek aan tafel kan hebben, maar is bang dat haar moeders dat geen goed idee vinden.

77


DONDERDAG 24 SEPTEMBER

BRONNEN EN TRADITIES Roos gaat naast haar zitten. Ze kijkt Tilly aan met lieve ogen. Sari ziet dat ze vol tranen zijn. ‘Jullie zeiden steeds: “Het is niet erg om te huilen,” zegt Sari. ‘Maar het lijkt wel of jullie bang geworden zijn om nog steeds verdrietig te zijn.’ De woorden hangen heel lang boven de tafel. Niemand schept op. Niemand zegt iets. ‘Als we op donderdag, omdat opa altijd hier at na het oppassen, ook voor hem dekken,’ zegt Sari zacht, ‘dan is het misschien makkelijker om over hem te praten. Herinneringen op te halen.’ Weer is het stil. ‘Dan voelt hij even niet zo heel ver weg,’ zegt ze. Tilly kijkt Sari strak aan. Er stromen tranen over haar wangen, maar ze lacht. ‘Ik vind het mooi, meis,’ zegt ze. ‘We doen het.’ Even raakt Sari onder tafel opa’s stoel aan. Het is gelukkig nog steeds zíjn plek. Gesprek Wat vind je van Sari’s idee? Zou jij ook iemand (of een dier) die is overleden een vaste plek willen geven? Zo ja, voor wie en hoe zou je dat willen doen? Wie hebben voor altijd een plek in de samenleving? Hoe zie je dat dan? Denk aan standbeelden of straatnamen.

78

Hoop en verwachting bij een lege plek

Informatie over een joods gebruik. Om voor te lezen.

Onder Joden is het heel gewoon om bij een speciale gebeurtenis één stoel expres leeg te laten. Die lege stoel is voor Elia, zeggen ze. In het jodendom geloven ze namelijk dat de profeet Elia zomaar langs kan komen. Elia is in het jodendom degene die terug zou komen wanneer de Messias bijna komt. Daarom wordt hij gezien als iemand die langskomt, voordat God komt. Maar de lege stoel betekent ook: iedereen is welkom. Zo is er altijd plek voor iemand die binnenkomt, voor een vreemdeling of voor een vluchteling. Mensen die ons leven onverwacht binnenkomen, kunnen het mooier en beter maken, geloven ze.


VRIJDAG 25 SEPTEMBER

Iedereen een plek

BRONNEN EN TRADITIES

Jozef wordt de tweede man in Egypte (Bijbel)

Wat zie je hier?

Zou jij iedereen die je kent een plek op je muur willen geven? Waarom wel of niet? Moet iedereen in een land een plek hebben of kan je ook geen plek krijgen? Hoe ziet dat er dan uit?

De farao zat stomverbaasd op zijn troon. Voor hem stond Jozef, een man die hij net uit de gevangenis had laten halen en die hem zijn rare dromen over zeven koeien en zeven plantenstengels had uitgelegd. Wat een bijzonder iemand is die Jozef, dacht de farao, terwijl hij hem nog eens goed in zijn glanzende bruine ogen keek. En hij komt niet eens uit Egypte. Ik heb zelfs gehoord dat hij een zoon is van een doodgewone herder. De farao wist even niet wat hij moest zeggen. Jozef had gezegd dat er eerst zeven vette, mooie jaren zouden komen. Koren, en dus eten, in overvloed. Rijkdom. Geluk. Ja, die zeven mooie jaren wil ik wel, dacht hij. Maar die zeven magere, slechte jaren… niet aan denken. ‘Wat moet ik doen?’ vroeg hij in paniek aan Jozef. ‘Zoek een wijs iemand,’ zei Jozef meteen. ‘Geef hem de leiding over uw land. Zorg dat alle mensen tijdens de zeven goede jaren het koren dat over is in grote schuren bewaren. Dat graan is voor de zeven slechte jaren.’ ‘Fantastisch!’ riep de farao vrolijk. ‘Zo doen we dat. En jij, Jozef, jij wordt die nieuwe leider, want niemand is zo wijs als jij. Na mij ben jij voortaan de belangrijkste man van het land.’ De farao stond op van zijn troon. Hij pakte Jozefs hand en schoof een ring om zijn vinger. Een koninklijke ring. Hij kreeg ook een mooie jas aan, een koningsjas, en een gouden ketting om. Die avond in zijn nieuwe bed in het paleis, dacht Jozef terug aan vroeger thuis. Aan zijn vader Jakob. Aan de mooie kleurrijke jas die hij van zijn vader had gekregen. Dat was ook net een koningsjas. Toen viel Jozef in slaap. Niet op de harde zwarte vloer van de gevangenis, maar in een zacht bed met zijden kussens. Hij was alwéér omhooggeklommen. En weer was hij de op een na belangrijkste man. De volgende dag ging Jozef meteen aan het werk. Hij had er zin in. Het was heerlijk om na al die jaren gevangenis weer vrij te zijn. Het eerste wat ik moet doen, dacht hij, is vrienden maken in heel het land. Als mensen mij vertrouwen, ook al ben ik geen Egyptenaar, gaat het een stuk makkelijker. De eerste zeven jaren zijn makkelijk. Dan gaat het goed met iedereen. Eten genoeg. Het wordt pas moeilijk als de zeven magere jaren komen. Dat worden zware jaren. Jozef reisde het hele land door. En overal waar hij kwam liet hij grote schuren bouwen. ‘Waar zijn die nou voor nodig?’ vroegen sommige mensen zich hardop af. ‘Daar bewaren we het koren in dat we tijdens die zeven goede jaren niet nodig hebben,’ legde Jozef uit. ‘Bewaar zoveel mogelijk. Dan puilen alle schuren straks uit. Als de zeven slechte jaren komen, hebben we genoeg voorraad om die moeilijke jaren door te komen.’ ‘Wat een geweldig plan!’ riep iedereen. vrijdag gaat verder op de volgende pagina

OP J E PLEK

Jozef heeft met hulp van God net de dromen van de farao uitgelegd. Er komen eerst zeven goede, vette jaren. En daarna zeven slechte, magere jaren. Maar hoe komt Egypte die laatste zeven jaar door? Gelukkig komt Jozef met een plan waarover de farao heel enthousiast is. Zo enthousiast dat hij Jozef meteen als zijn tweede man, onderkoning van Egypte, aanstelt. Een vertelling naar Genesis 41, 37-57

79


VRIJDAG 25 SEPTEMBER

Jozef straalde. ‘Dit is mijn plek,’ zei hij tegen zijn nieuwe vrouw Asnat. ‘Je ziet er ook gelukkig uit,’ zei Asnat en gaf hem een zoen. Het geluk werd nog groter toen Jozef en Asnat twee kinderen kregen: Manasse en Efraïm. ‘Al mijn verdriet is vergeten,’ zei Jozef. ‘Ik bedank God dat hij mij kinderen gegeven heeft in het land waar ik eerst zo ongelukkig was.’ De zeven vette, mooie jaren waren voorbij. Er viel bijna geen druppel regen meer en de planten op het land verdorden. Precies zoals de farao had gedroomd. Gelukkig hadden de mensen in Egypte genoeg voorraden eten in de schuren, overal in het land. Maar in de landen om Egypte heen was er hongersnood. De mensen uit die landen reisden naar Egypte en smeekten de farao: ‘Alstublieft, majesteit, geef ons eten. We verhongeren.’ ‘Geven?’ zei de farao. ‘Dat niet. Maar jullie mogen het wel van me kopen.’ Zo kwam het dat steeds meer mensen naar Egypte trokken. Want Egypte was de graanschuur van het Midden-Oosten geworden. Egypte was nu broodgever. De farao zei tegen Jozef: ‘Allemaal dankzij jou.’ ‘Nee,’ zei Jozef bescheiden, ‘God heeft mij geholpen. Ik ben niet voor niks in Egypte terechtgekomen. God heeft een bedoeling met mij.’ ‘Mij best,’ zei de farao. ‘Zolang het maar goede bedoelingen zijn.’ Gesprek Waardoor voelt Jozef zich nu zo op zijn plek? Komt het misschien ook doordat hij nu zelf een gezin heeft en zijn familie om zich heen heeft? Wie of wat hebben hem die plek gegeven? Zou iedereen zich op deze manier op zijn plek kunnen gaan voelen of kan het niet voor iedereen zo gaan?

80

Soekot

 Morgen begint het joodse feest Soekot, ook wel het Loofhuttenfeest genoemd. Het wordt gevierd tot en met vrijdag 2 oktober. Open ‘Soekot’ om te zien wat dit feest inhoudt en klik op de lesbrief om er nog verder mee aan de slag te gaan.

Chinees Maanfeest

 Het Maanfeest (of Midherfstfestival) is een van de belangrijkste én oudste Chinese feestdagen. Open ‘Maanfeest’ voor meer informatie.


81

OP J E PLEK


ADVERTENTIE

Kwink voor een sociaal veilige groep Dé methode voor sociaal-emotioneel leren

Kwink draagt bij aan een sterke groep om verstorend gedrag zoals pesten te voorkomen Kwink is praktisch, leuk en actueel Met een extra leerlijn voor burgerschap

Probeer Kwin k uit met de hele school! Gratis proefa bonnement: www.kwinko pschool.nl/ proefabonne ment

Voor groep 1 t/m 8 ‘Kwink werkt! Dat is zichtbaar op onze school’ Cindy Breukink, leerkracht en gedragspecialist, De Kameleon

Gratis start e in het nieuw t de schooljaar to e! herfstvakanti

Inc lu si

rn te ka

W eken en eek tege nP nW e es ud te o G n f e

www.kwinkopschool.nl

Adv Trefwoord 2026.indd 1

TWDHBB32-1

Kwink is een uitgave van uitgeverij Kwintessens t 033-460 19 40 • e info@kwintessens.nl • i www.kwintessens.nl

19-05-2026 14:45


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Handleiding Trefwoord BB 2026-2027/1 - Op je plek by Kwintessens - Issuu