Groeien
Overal om ons heen zien we tekenen van groei. De voorjaarsbloemen komen uit de grond, de bladeren van sommige bomen lopen al uit. De lente breekt aan. Maar niet alleen in de natuur is sprake van groei. Ook kinderen groeien. Zowel in de lengte, als in wat ze kunnen en weten. Deze week staan we stil bij al deze tekenen van groei en verwonderen we ons hierover.
In de Bijbelverhalen horen we hoe een blinde man en een tollenaar veranderen door hun ontmoeting met Jezus. Ze maken een groei door die niemand had zien aankomen en besluiten om Jezus’ voorbeeld te volgen.
WEEKINDELING
MAANDAG 16 MAART
Groei in de natuur
Bollebollebol (lied, groep 1/2)
Bloemenmemory (activiteit, groep 3/4)
BRONNEN EN TRADITIES
Eliud hoort Jezus (Bijbel, groep 1/2)
Een blinde man ziet Jezus (Bijbel, groep 3/4)
DINSDAG 17 MAART
Ik groei
Ik groei als kool (activiteit)
Groei maar (themalied)
KIND EN SAMENLEVING
Ik geloof dat ik groei! (gedicht, groep 1/2)
Ik groei (gedicht, groep 3/4)
WOENSDAG 18 MAART
Ik groei in wat ik kan
Startkist
Spiegelspel (activiteit)
KIND EN SAMENLEVING
Eend Eddie durft het water niet in (verhaal)
DONDERDAG 19 MAART
Ik groei in wat ik weet
Doe mij maar na (activiteit)
KIND EN SAMENLEVING
Niya en het cadeau met de gouden strik (verhaal, groep 1/2)
Anas en de knalgele klei (verhaal, groep 3/4)
VRIJDAG 20 MAART
Het wonder van groeien
Dag lente (lied)
BRONNEN EN TRADITIES
Zacheüs (beeldverhaal)
Zacheüs voelt zich klein (Bijbel, groep 1/2)
Zacheüs: kracht om te veranderen (Bijbel, groep 3/4)
Groei in de natuur
Wat zie je?
Wijs een voor een de bloembollen aan (van links naar rechts) en laat de kinderen benoemen wat ze zien en wat er gegroeid is (de bol, wortels, steel, bloemknop, bloemblaadjes, meeldraden).
Wie kent deze bloem? Zijn er rondom de school ook krokussen? Of heeft iemand ze thuis in de tuin of in een bakje?
Bollebollebol
Een lied over hoe een bloem groeit en bloeit.
Laat de kinderen groeibewegingen bij het lied maken en ontdekken hoe mooi iedereen opbloeit.
Diep in de grond zit een bol. Een bollebollebolle, dikke bol. Zijn stengel kruipt naar boven naar de zonnezonnezonne, warme zon.
Langer, langer, langer groeien en opeens een knop!
O, wat gaat die bloeien, bloeien. Iedereen bloeit op.
Bloemenmemory
Loop met de kinderen een rondje om de school en maak foto’s van de voorjaarsbloemen die ze zien. Of zoek zelf foto’s op internet. Print van elke bloem acht foto’s op één A4 (acht fotokaartjes). Lamineer het vel en knip de fotokaartjes uit. Maak acht groepjes en geef elk groepje van elke bloem een fotokaartje en een wit A4 vel. Het witte A4 vel vouwen ze drie keer, zodat er acht vakken ontstaan. In elk vak tekenen ze een bloem van een fotokaartje na op een ander groeimoment. Bijvoorbeeld als je op de foto ziet dat de bloem in volle bloei is, dan tekenen ze in het lege vak dezelfde bloem die net uit de bol of uit het zaadje komt. Lamineer de vellen en knip de tekeningenkaartjes uit. Jullie hebben nu een memory spel: bij elke foto hoort een tekening van dezelfde bloem.
BRONNEN EN TRADITIES
Eliud hoort Jezus (Bijbel)
Een blinde man hoort Jezus voorbijkomen. Hij gelooft dat Jezus hem kan genezen en begint hem te roepen. Jezus wil de man zien en geneest hem: door zijn geloof is de man gered. Nu kan de man weer zien en opbloeien. Een vertelling naar Lucas 18, 35 – 43.
Vandaag is een gewone dag voor Eliud.
Hij ligt langs de weg naar de stad.
De stad Jericho. Die is groot en elke dag komen er veel mensen.
Daarom ligt Eliud hier.
Hij is blind. Hij heeft geen werk.
Dus moet hij bedelen. Alleen als hij van iemand geld krijgt, kan hij brood kopen.
Eliud tilt zijn hoofd op. Hoort hij mensen aankomen?
Het is er één, hoort hij.
Zal hij vragen om geld?
Te laat. De man of de vrouw is al voorbij.
Eliud legt zijn hoofd weer op de grond.
Dan hoort hij lawaai. Weer tilt hij zijn hoofd op.
Veel meer mensen dan normaal, hoort hij.
Gepraat. Voetstappen.
De eerste mensen lopen langs hem.
‘Wat is er aan de hand?’ vraagt hij.
‘Jezus komt eraan,’ zegt een vrouw.
Jezus, denkt Eliud. Hij gaat rechtop zitten. Ik heb al veel over hem gehoord.
Eliud hoort duidelijk dat een grote groep mensen op hem afkomt.
Daartussen moet Jezus lopen.
‘Jezus,’ roept Eliud. ‘Zoon van David. Heb medelijden met mij.’
Er staat iemand voor hem stil.
‘Houd je mond!’ roept een man vlak voor Eliud.
Eliud staat op.
‘Jezus,’ roept hij zo hard als hij kan. ‘Zoon van David.
Heb medelijden met mij.’
De mensen stoppen met lopen.
Ze stoppen met praten.
‘Breng die man bij me,’ hoort Eliud.
Dat is Jezus, denkt hij.
Meteen voelt hij een hand op zijn schouder.
Iemand duwt hem de weg op.
Nu staat Eliud tussen de mensen.
‘Wat kan ik voor je doen?’ vraagt Jezus.
‘Ik wil weer kunnen zien,’ zegt Eliud meteen.
‘Kijk om je heen,’ zegt Jezus. ‘Je bent beter geworden, omdat je gelooft.’
Eliud knippert met zijn ogen. Hij kijkt. Hij ziet.
Hij ziet Jezus en alle mensen eromheen.
Hij gooit zijn handen in de lucht. Hij dankt God.
Wat een bijzondere dag is dit.
Hij weet precies wat hij gaat doen.
Hij gaat met Jezus mee.
Gesprek
Waarom wil Jezus de blinde man helpen?
maandag gaat verder op de volgende pagina
Een blinde man ziet Jezus (Bijbel)
Een blinde man hoort Jezus voorbijkomen. Hij gelooft dat Jezus hem kan genezen en begint hem te roepen. Jezus wil de man zien en geneest hem: door zijn geloof is de man gered. Nu kan de man weer zien en opbloeien. Een vertelling naar Lucas 18, 31-43.
Langs de kant van de weg zit een man.
Hij is blind. Zijn ogen zien niks.
Geen bloemen en wolken. Geen zon en geen huizen.
Alles is zwart.
De blinde man is arm. Hij heeft geen werk.
Daarom zit hij langs de kant van de weg.
Als er mensen langskomen, roept hij: ‘Alstublieft, geef me wat geld.
Een paar muntjes is al genoeg. Daar kan ik eten en drinken van kopen!’
Soms blijven mensen staan.
Ze gooien een geldmunt in een bakje.
Dat geld rinkelt en dan zegt de blinde man: ‘Dank u wel!’
Maar de meeste mensen lopen door.
Ze zien de blinde man niet zitten.
Opeens klinkt er lawaai.
De blinde man hoort het.
Geschreeuw. Gejoel.
Het zijn mensen. Een heleboel.
Het lijkt wel een optocht, denkt de blinde man.
‘Hé, wat is er aan de hand?’ roept de blinde man.
‘Jezus komt vandaag in onze stad,’ zeggen de mensen.
‘Jezus van Nazaret komt eraan.
Daarom zijn er zoveel mensen. Iedereen wil hem zien!’
Ik wil hem ook zien, denkt de blinde man.
En meteen roept hij: ‘Jezus! Zoon van David, kijk naar mij!
Heb medelijden met mij, want u kunt me helpen!’
‘Stil jij!’ roepen een paar mensen.
‘Hou je mond. Wie denk je wel dat je bent?’
Maar de blinde man springt overeind.
Hij gooit het bakje met munten omver.
De munten rinkelen over de straat, maar dat kan hem niks schelen.
En hij roept nu harder: ‘Jezus! Zoon van David, kijk naar mij! Heb medelijden met mij, want u kunt me helpen!’
Dat hoort Jezus.
Hij blijft staan en zegt: ‘Wie roept daar?’
De mensen zeggen: ‘Ach, dat is een blinde bedelaar.
Hij zit hier elke dag langs de kant van de weg.
Hij ziet u niet, dus dan hoeft u hem toch ook niet te zien?’
‘Dan wil ik hem juist zien!’ zegt Jezus.
‘Ik hóór dat hij mij nodig heeft. Ik ben er voor mensen zoals hij. Breng hem bij me.’
Een paar mensen gaan naar de blinde man toe en zeggen: ‘Jezus wil je zien. Ga mee.’
Ze geven hem een hand en brengen hem bij Jezus.
‘Dag,’ zegt Jezus. ‘Je hebt me geroepen en ik heb je gehoord.
Wat kan ik voor je doen? Wat wil je?’
‘Ik wil weer zien!’ zegt de blinde man.
Jezus kijkt de man aan.
Hij zegt: ‘Doe je ogen open. Kijk om je heen.
Je gelooft in mij. Wat een kracht! Dat heeft je gered.’
De blinde man knippert met zijn ogen
Hij kijkt. Hij ziet de zon.
De mensen. De bloemen en de huizen.
En hij ziet Jezus.
‘Dank u wel,’ zegt de man.
Hij kijkt om zich heen.
Hij kijkt naar de wolken en zegt: ‘Dank u wel, God.’ Jezus loopt verder en de mensen gaan achter hem aan.
Ze zijn blij en danken God.
En de blinde man? Ook hij gaat met Jezus mee.
Gesprek
Waarom wil Jezus de blinde man helpen?
Hoe laat Jezus de blinde man opbloeien? (Hoe verandert Jezus het leven van de blinde man?)
Ik groei
Wat doet zij?
Het meisje zet streepjes op de muur. Zo kan ze bijhouden hoe hard ze groeit. Wie van de kinderen zet thuis ook weleens streepjes op de muur of op de deur?
Tip: Laat elk kind met zijn rug tegen een muur staan en plak een stukje washi tape op de muur met de naam van het kind erop bij hoe lang het kind is. Plak ook een stuk tape bij hoe lang je zelf bent. Zijn de kinderen blij met hoe groot ze nu zijn? Vertel dat ze volgend jaar waarschijnlijk 4-6 centimeter groter zullen zijn. Hoe groot willen ze graag worden? Bijvoorbeeld net zo groot als de juf/meester of nog groter/kleiner. En hoe groot denken ze dat ze zullen worden?
Ik groei als kool
Open het muziekfragment en laat de kinderen uitbeelden hoe het eruitziet als je groeit. Ze gaan op hun hurken zitten en maken zich zo klein mogelijk. Helemaal aan het begin van het fragment hoor je de fluit. Elke keer als ze deze fluit in de muziek horen zijn ze ietsjes gegroeid en mogen ze zich wat langer maken. Tot ze aan het eind van de muziek helemaal uitgerekt op hun tenen staan.
Themalied ‘Groei maar’
Leer het themalied ‘Groei maar’ aan. Een lied over graag willen groeien en het proces van groeien: soms gaat het langzaam en soms gaat het snel. Maar het gaat je lukken!
Ik wil graag groot en flink zijn.
Hoe groei ik lekker snel?
Ik moet maar heel goed eten.
Dan lukt het zeker wel.
Refrein:
Soms groei je hard, soms sta je stil.
Het gaat vanzelf, als jij het wil.
Op jouw manier, het lukt je echt.
Ook jij komt op je pootjes terecht.
Ik wil graag slim en knap zijn.
Hoe groei ik lekker snel?
Ik moet maar flink veel slapen.
Dan lukt het zeker wel.
Refrein
Ik wel graag vlug en sterk zijn.
Hoe groei ik lekker snel?
Ik moet maar veel bewegen.
Dan lukt het zeker wel.
Refrein
Ik wil graag groot en wijs zijn.
Hoe groei ik lekker snel?
Ik luister en stel vragen.
Dan lukt het zeker wel.
Refrein
dinsdag gaat verder op de volgende pagina
KIND EN SAMENLEVING
Ik geloof dat ik groei!
De ik-persoon uit het gedicht merkt aan verschillende dingen dat hij groeit.
Au! Au! Au!
Ik voel mijn kleine teentje. Zit er in mijn schoen soms een keihard steentje? Nee! Nee! Nee!
Mijn tenen doen zo’n pijn, want mijn schoenen zijn te klein!
Oei, oei, oei, ik geloof dat ik groei!
Hé! Hé! Hé!
Ik zie ineens mijn sokken. Heb ik soms te hard aan mijn broek getrokken? Nee! Nee! Nee!
Mijn broek is veel te kort, omdat ik langer word.
Oei, oei, oei, ik geloof dat ik groei!
Ha! Ha! Ha!
Je kunt mijn navel zien. Heb ik soms een trui van mijn broer aan misschien? Nee! Nee! Nee!
Mijn trui blijft in de kast, omdat die niet meer past.
Oei, oei, oei, ik geloof dat ik groei!
Verwerking
Laat een paar kinderen uitbeelden waaraan ze merken dat ze groeien. Bijvoorbeeld als je moet lopen in te kleine schoenen of als je trui knelt en je probeert ‘m maar omlaag te trekken. Kunnen de kinderen raden wat te klein geworden is?
Ik groei!
De ik-persoon uit het gedicht merkt aan verschillende dingen dat hij groeit.
Help! Mijn schoen begint te knellen en mijn trui wordt veel te klein, mouwen tot mijn ellebogen en de kraag zit niet meer fijn.
Mama lacht: ‘Je groeit en hoe! Waar gaat dat met jou naartoe…?’ Kijk mijn jas, die zachte roze, gaat niet dicht meer. Dat is zuur!
En ik zit, als ik ga fietsen, met mijn knieën op het stuur!
Papa grapt: ‘Je wordt te groot! Eet maar eens wat minder brood!’
En vandaag ga ik naar oma. Die zegt blij: ‘Wat word je lang!’ Daarna zet ze een grijs streepje naast de deur op het behang.
‘Zo lang was je een maand terug. Zie je wat een groot verschil? Groei maar verder, ga zo door. Word maar groot en wijzer hoor!’
Gesprek
Waaraan merk jij dat je groeit?
Wanneer vind je het jammer dat je groter geworden bent?
Wanneer is het fijn om groter te worden?
Ik groei in wat ik kan
Wat probeert dit veulen?
Wie heeft dit weleens in het echt gezien? Bekijk het filmpje (vanaf 5:20) om te zien hoe veulen Fien voor de eerste keer in haar leven staat. Hoe ziet dat eruit?
Startkist
Leg van tevoren iets in de Startkist waar je als leerkracht goed in bent. Bijvoorbeeld een blokfluit, een zelfgemaakt schilderij of een Engelstalig leesboek. Laat het lied ‘Open de Startkist’ horen. Haal het voorwerp eruit, laat er kort iets van zien of horen en vertel hoe je dit hebt geleerd.
Laat de kinderen gedurende dit thema een voorwerp in of naast de Startkist leggen dat te maken heeft met iets dat zijzelf op dit moment goed kunnen: iets waarin zij zijn gegroeid. Breid de opdracht uit voor groep 3 en 4: ‘Je wilt graag groter worden. Wat zou je graag willen leren?’
Spiegelspel
Bedenk een aantal moeilijke activiteiten en leg de spullen ervoor klaar.
Voor groep 1 en 2: veters strikken, sjaal knopen, beker opendraaien, rits dichtmaken, brood snijden, enzovoort.
Voor groep 3 en 4: jongleren, appel schillen, vingerhaken, een tol laten draaien, schaduwfiguren maken met je handen.
Oefen deze activiteit In tweetallen. Een van de kinderen kiest een handeling uit (die hij of zij goed kan) en doet deze zorgvuldig voor. Een ander kind doet het na.
woensdag gaat verder op de volgende pagina
KIND EN SAMENLEVING
Eend Eddie durft het water niet in Eend Eddie heeft nog nooit gezwommen, hij durft het water niet in. Maar zijn moeder weet dat het goed komt en heeft vertrouwen in haar zoon.
Als het moment daar is, zal ook hij kunnen zwemmen, net zoals de andere eenden. Hij groeit vanzelf.
Bij de stadsvijver klinkt luid gesnater. Moeder-eenden staan met elkaar te kwekken en hun kinderen kwekken er rustig tussendoor.
‘Wat heb jij nog kleintjes!’ zegt moeder Fraukje tegen moeder Fem. ’Mijn kinderen zijn al veel groter.’
‘Dat klopt,’ zegt Fem. ‘Ze zijn dit jaar laat uit het ei gekomen.’
‘En wat is er toch met die ene van jou aan de hand?’ vraagt Fraukje. ‘Hij loopt maar te rennen. Ik heb hem nog niet in het water gezien.’
‘Ach, dat komt wel. Hij leert heus wel zwemmen. Kom kinderen, we gaan,’ zegt Fem.
Moeder Fraukje loopt naar een groepje eenden verderop.
‘Heb je die kleine van Fem gezien,’ kwekt ze. ‘Die kan niet eens zwemmen. Ik ben dat beest nog nooit in de vijver tegengekomen.’
’Nee,’ kwaken de anderen. ‘Wij ook niet.’
Moeder Fem kijkt naar het groepje eenden. Ze ziet dat ze het over haar kleine Eddie hebben.
Het is waar, Eddie heeft nog nooit gezwommen.
Maar, denkt Fem, het is een eend en hij zal heus wel een keer in het water springen. Laat die eenden maar kletsen. Het is haar eigen lieve Eddie.
‘Kom, kinderen,’ roept ze. ‘We gaan een eindje zwemmen.’
Sibbel en Snater liggen al in het water. Durk en Dartel springen erin. Bengel neemt een aanloop en roetst over het water.
‘Kom Eddie,’ roept Sibbel. ‘Het is leuk joh!’
Moeder Fem kijkt. Zal hij het doen?
Maar Eddie blijft aan de kant. Hij kijkt naar zijn moeder en kijkt naar het water. Hij durft niet. In dat glinsterende water heeft hij weleens een grote karper zien zwemmen. Eddie rilt. Hij moet er niet aan denken om in die enorme bek terecht te komen. Terwijl zijn broertjes en zusjes zwemmen, rent hij langs de kant mee.
Moeder Fem houdt hem de hele dag goed in de gaten. Als het avond wordt, zoeken ze met z’n allen het nest op.
Vader Frits komt ook nog even langs. ‘Hoi Fem. Hoe is het met onze kinderen?’
‘Goed hoor,’ zegt moeder.
‘Hij durft nog steeds niet in het water,’ kwekt Bengel terwijl hij naar Eddie wijst.
‘Dat meen je niet,’ zegt vader.
‘Het is echt waar,’ roept Durk.
Vader kijkt moeder vragend aan.
‘Ach,’ zegt moeder. ‘Het komt wel goed.’
‘Zeg Eddie,’ kwekt vader. ‘Je moet wel laten zien dat je een echte woerd bent, hoor. Wat is dat nou, een mannetje dat niet kan zwemmen.’
Eddie schuift wat dichter naar zijn moeder en kijkt z’n vader verlegen aan. Maar hij zegt niks.
‘Over een tijdje kom ik weer eens kijken,’ zegt vader Frits en weg vliegt hij.
De eendjes groeien snel. Het pluizige geel verdwijnt. Er zijn veertjes voor in de plaats gekomen.
Moeder Fem zwemt met haar kinderen in de vijver. Langs de andere eenden. Maar Eddie is er niet bij, hij loopt nog steeds op de kant.
‘Zeg,’ roept moeder Fraukje. ‘Zwemt die Eddie van jou nu nog niet?’
Moeder Fem doet net of ze het niet gehoord heeft. Ze ziet wel hoe de andere eenden over haar Eddie praten en hem ook nog uitlachen. Maar ze weet dat het heus wel goed komt.
Opeens klinkt er een enorm gesnater en gefladder. Alle eenden schrikken.
Er komt een grote kat aan. En Eddie staat op de kant. De kat heeft hem gezien en rent naar hem toe.
Moeder Fem vliegt het water uit. Tot vlak boven de kop van de kat.
‘Snel,’ roept ze tegen Eddie. ‘Het water in.’
De kat begint te blazen, zijn rug wordt hoger en hoger.
‘Toe,’ roept moeder. ‘Spring, spring het water in. Zwem naar je broertjes en zusjes. Je kan het.’
Eddie denkt niet meer na. Hij neemt een aanloop en springt het water in.
Ziezo, denkt moeder, die is veilig. Maar ze blijft nog wel een tijdje boven de kat vliegen.
De andere eenden durven niet te kijken. O, als die kat hun moeder maar geen kwaad doet. Ze snateren van angst.
‘Ze redt het wel,’ zegt Eddie. ‘Het komt heus wel goed.’ Verbaasd kijken de broertjes en zusjes naar Eddie.
Zegt hij dat? Dan valt boven hun hoofd opeens een schaduw. Moeder Fem strijkt naast ze neer op het water.
‘Kom,’ zegt ze terwijl ze trots naar Eddie kijkt. ‘We zwemmen nog een rondje.’
Gesprek
Wat durft Eddie niet?
Wat zegt zijn moeder over Eddie? Heeft ze gelijk?
Extra vragen groep 3 en 4:
Wat kun jij nu nog niet, omdat je het nog niet goed durft? Denk je dat het goedkomt?
Hoe kunnen mensen groeien in dingen die ze eerst nog heel moeilijk of eng vinden?
Waarin moeten volwassenen soms nog groeien? Tip: Laat de kinderen enkele leerkrachten interviewen met deze vraag.
DONDERDAG 19 MAART
Ik groei in wat ik weet
Waarover vertelt zij?
Het meisje op de kalenderplaat heeft een hond. Daardoor weet ze veel over honden. Ze vertelt hierover aan de klas. Bijvoorbeeld als een hond gromt betekent dat vaak: stop, hou op. Ik ben bang.
Vraag de kinderen waar zij veel over kunnen vertellen. Zouden ze dit ook een keer aan de klas willen vertellen? En waarover zouden ze graag nog meer willen leren?
Doe mij maar na
Vraag wie iets weet of kent wat niet alle kinderen uit de klas weten of kennen. Bijvoorbeeld: een versje, dierenfeitjes of hoe je tot tien telt in het Spaans. Laat de kinderen dit voordoen. De andere kinderen mogen het nadoen. Geef na afloop een daverend applaus.
Bespreek na afloop:
Hoe is het om iets nieuws te leren?
Hoe is het om aan iemand anders iets nieuws te leren?
donderdag gaat verder op de volgende pagina
KIND EN SAMENLEVING
Niya en het cadeau met de
gouden strik
Niya kan al een stukje opzeggen uit de Koran. Ze is supertrots en laat het aan mama horen.
Tip: Laat een voorbeeld van de Koran zien, bijvoorbeeld een plaatje van internet of een echte Koran. Vertel erover dat de Koran het heilige boek is van moslims, waarin staat hoe je goed leeft. In de Koran staan veel verhalen over het leven van de profeet Mohammed. Maar er staan ook verhalen in over bijvoorbeeld Abraham (Ibrāhīm), Mozes (Mūsā) en Jezus (Īsā), die ook in de Bijbel staan, het heilige boek van christenen.
‘Bedtijd, lieve Niya!’ roept papa.
‘Nu al? Ik wil nog spelen,’ zegt Niya een beetje verdrietig.
‘Morgen kun je weer verder spelen,’ zegt papa. ‘Zal ik je helpen opruimen?’
Samen opruimen gaat sneller dan alleen.
Even later ligt Niya in haar bed.
Papa leest een verhaaltje voor uit haar lievelingsboek.
Het gaat over een prinses.
De prinses houdt van lezen.
Ze wenst dat ze alle boeken van de hele wereld kan lezen.
Daarna zegt papa een stukje uit de Koran op.
Dat doet hij elke avond.
De Koran is een heel speciaal boek.
Zo zeggen papa en Niya dankjewel tegen Allah.
Niya zegt het stukje ook na.
Ze vindt het fijn.
Het klinkt mooi, net als een liedje.
Ze voelt zich rustig en blij.
Niya wenst dat ze de Koran zelf kan lezen.
Ze houdt net als de prinses heel veel van boeken.
Als papa klaar is, vraagt Niya:
‘Mag ik het ook alleen opzeggen?’
Papa kijkt verrast op.
‘Natuurlijk lieverd. Ik luister.’
Niya zegt aandachtig met haar mooiste stem de zinnen op.
Papa kijkt heel verbaasd.
‘Kan jij dit al? Wat knap!’
Papa geeft Niya een kus op haar voorhoofd.
Dan doet hij het licht uit.
Niya valt snel in slaap.
Ze droomt over de prinses.
De volgende ochtend stapt Niya uit haar bed.
Ze loopt zachtjes naar beneden.
Mama zit aan de keukentafel.
‘Goedemorgen lieverd! Heb je lekker geslapen?
Wat heb ik nou van papa gehoord?’ vraagt ze, ‘kun je zinnen uit de Koran opzeggen?’
Niya lacht blij.
‘Mag ik het ook voor jou opzeggen?
Ik heb heel goed geluisterd hoe papa het opzegt.’
Mama lacht. ‘Ik kan niet wachten!’ zegt ze.
Niya ademt diep in en begint.
Haar stem klinkt zacht en mooi.
Mama luistert aandachtig.
‘Wauw, wat goed zeg!’ zegt ze.
‘Je kunt het al helemaal zelf!
Mama wijst naar de tafel.
Daar ligt een cadeautje met een gouden strik.
‘Kijk Niya,’ zegt mama,
Dit is voor jou. Je hebt het dubbel en dwars verdiend!’
Vragen
Waarom zijn Niya en haar ouders zo trots?
Heb jij ook weleens iets uit je hoofd geleerd?
Aan wie liet je het horen?
Anas en de knalgele klei
Anas kan al een stukje uit de Koran opzeggen uit zijn hoofd. Hij laat het thuis horen.
Tip: Laat een voorbeeld van de Koran zien, bijvoorbeeld een plaatje van internet of een echte Koran. Vertel erover dat de Koran het heilige boek is van moslims, waarin staat hoe je goed leeft. In de Koran staan veel verhalen over het leven van de profeet Mohammed. Maar er staan ook verhalen in over bijvoorbeeld Abraham (Ibrāhīm), Mozes (Mūsā) en Jezus (Īsā), die ook in de Bijbel staan, het heilige boek van christenen.
Met ferme stappen loopt Anas naar de auto. Daar zit papa al te wachten. In zijn hand houdt Anas trots een potje speelklei vast. Het is knalgele klei, zijn lievelingskleur. Anas denkt alvast na: wat zal hij straks maken? Een gele auto? Een grappige dino met lange armen en een gekke staart? Of toch een zonnebloem met een gezichtje?
‘Papa!’ roept hij enthousiast, terwijl hij de autodeur opendoet. ‘Kijk wat ik heb gekregen van de juf in de moskee!’
‘Wat leuk!’ zegt papa, blij verrast.
Dan begint Anas te vertellen. Hij komt net van de islamles in de moskee. Daar gaat hij elke week naartoe. Het is een plek waar hij samen met andere kinderen leert over zijn geloof, de islam. Ze lezen er in de Koran, het heilige boek van de moslims.
‘Vandaag hebben we een stukje uit de Koran geleerd,’ zegt Anas trots. ‘Uit ons hoofd! En toen mocht ik van de juf een cadeautje uitkiezen!’
Dan zegt hij het hoofdstuk op. Zijn stem klinkt zacht en mooi, bijna alsof hij zingt.
Papa luistert aandachtig en steekt vervolgens zijn duimen op. ‘Geweldig!’ zegt hij. ‘Ik ben heel trots op je! Weet je wat? We gaan snel naar huis, dan kun je het ook aan mama laten horen.’
Anas kan niet wachten…
Even later zijn ze thuis en mag Anas weer laten horen wat hij al kan.
Mama’s ogen beginnen te glimmen.‘Je kunt het zo goed opzeggen en vertellen waar het over gaat, wat word je al groot,’ zucht ze blij. Anas straalt van trots.
Papa knipoogt naar mama. ‘Zullen we Anas vandaag nog iets extra’s geven, omdat hij zo zijn best doet? ‘Zeker,’ zegt mama. Ze pakt iets uit de keukenkast en houdt het achter haar rug vast.
Anas weet al wat het is. Een trommel met allemaal lekkers erin. Iedere keer wanneer hij een nieuw
hoofdstuk uit de Koran kent, mag hij iets lekkers uitkiezen. Mmm, een chocolaatje!
Met zijn mond vol chocola zet Anas zijn potje klei op tafel. Wat wilde hij ook alweer maken? Nu weet hij het: hij maakt een stralende zon. Want zó voelt Anas zich wanneer hij iets nieuws kan.
Gesprek
Waarom zijn Anas en zijn ouders zo trots?
Wanneer was jij trots, omdat je iets uit je hoofd had geleerd wat best moeilijk was?
Eid al-Fitr
Met het Eid al-Fitr feest wordt het einde van de ramadan gevierd. Iedereen ontmoet elkaar en de mensen eten samen zoete hapjes. Ramadan is de maand in de islamitische kalender waarin gelovige moslims vasten. Open ‘Eid al-Fitr’ voor meer informatie en een lesbrief over dit feest.
Het wonder van groeien
Wat vind je leuk aan de winter? En wat aan de lente?
Vertel dat morgen de lente begint. Waar kijken de kinderen naar uit? Wat willen ze graag doen in de lente, wat in de winter niet kon?
Dag lente
Een lied over het wonder van de seizoenen. Na een lange winter begint de lente. Dan gaat alles weer groeien.
Dag sjaal.
Je mag in de kast.
Dag jas.
Je hoeft niet meer vast.
Hoor je die vogel?
Hij fluit en hij fluit.
Zie je de knoppen?
Ze lopen weer uit.
Refrein:
Dag lente.
Je bent er.
Ik zie nog niet veel.
Maar ik voel je
als ik weer buiten speel.
Dag zon.
Jij zorgt weer voor licht.
Dag jas.
Jij hoeft niet meer dicht.
Zie je de bomen?
Ze lijken nog dood.
Straks zijn er blaadjes.
Eerst klein, maar dan groot.
Refrein
BRONNEN EN TRADITIES
Zacheüs voelt zich klein (Bijbel)
Zacheüs is een tollenaar en vraagt te veel belasting van de mensen. Totdat Jezus hem ziet en bij hem thuis op bezoek komt. Door deze ontmoeting verandert Zacheüs. Hij wil voortaan eerlijk zijn en gaat de mensen terugbetalen wat hij van ze heeft afgepakt. Een vertelling naar Lucas 19, 1-10.
Zacheüs doet de voordeur van zijn huis open.
Hij wil naar zijn werk.
Maar overal op straat zijn mensen.
Wat is er aan de hand?
‘Jezus komt eraan,’ roept een kind.
‘Jezus komt in onze stad. In Jericho,’ zegt een man.
Jezus in onze stad? denkt Zacheüs. Daar wil ik bij zijn!
Ik ga vandaag niet naar mijn werk.
Ik ben rijk genoeg. Een dag minder werken is niet erg.
Zacheüs werkt voor de keizer.
In een hokje buiten de stad werkt Zacheüs de hele dag.
Er lopen mensen voorbij die naar de stad willen.
Zacheüs zegt dan: ‘Stop, belasting betalen.’
Dat moet van de keizer.
Iedereen moet van de keizer aan Zacheüs twee munten betalen.
Zacheüs moet dat aan de keizer geven.
Maar Zacheüs vraagt víer munten.
Hij geeft er twee aan de keizer.
Twee houdt hij er zelf.
Zo is hij heel rijk geworden.
Zacheüs loopt door de straat.
Hij wil zien waar Jezus is.
Maar Zacheüs is klein.
Zo klein dat hij alleen maar ruggen van mensen ziet.
Hij kan niet zien waar Jezus is.
‘Laat me erdoor,’ zegt hij.
Hij probeert mensen opzij te duwen.
Maar niemand laat hem ertussen.
Dan maar de boom in, denkt Zacheüs.
Hij rent vooruit door de straat waar Jezus straks komt.
Bij een mooie boom houdt hij stil.
Hij klimt erin.
Nu kan hij iedereen zien.
Maar niemand ziet hem.
Daar komen heel veel mensen aan.
In het midden loopt een man.
Dat moet Jezus zijn, denkt Zacheüs.
Hij ziet hem heel goed.
Jezus is bijna bij de boom van Zacheüs.
Dan staat Jezus ineens stil.
Hij kijkt omhoog.
Hij ziet Zacheüs.
‘Kom snel naar beneden,’ zegt Jezus tegen Zacheüs.
‘Ik wil vandaag bij jou logeren.’
Meteen komt Zacheüs uit de boom.
Hij gaat naast Jezus staan.
Zacheüs hoort een vrouw fluisteren: ‘Jezus gaat logeren bij een dief.’
Een man durft het harder te zeggen. ‘Jezus logeert bij een dief!’
Heel veel mensen praten nu over Zacheüs.
Jezus loopt rustig door.
Zacheüs loopt met hem mee. Naar zijn huis.
‘Ik beloof dat ik geld aan arme mensen zal geven,’ zegt Zacheüs.
Even is hij stil.
‘Ik heb weleens te veel geld gevraagd,’ zegt hij zacht.
Jezus knikt.
Zacheüs zegt: ‘Dat geef ik allemaal terug.’
Weer knikt Jezus. ‘Je hoort er weer helemaal bij, Zacheüs,’ zegt hij.
‘Ik ben gekomen om mensen zoals jij te redden. Zodat ze geen verkeerde dingen meer doen.’
Zacheüs haalt diep adem.
Hij recht zijn rug.
Wat fijn dat Jezus hem gevonden heeft.
vrijdag gaat verder op de volgende pagina
Zacheüs
Zacheüs
Kwintessens
Open de link ‘Zacheüs’ en bekijk het beeldverhaal.
Zacheüs: kracht om te veranderen (Bijbel)
Zacheüs is een tollenaar en vraagt te veel belasting van de mensen. Totdat Jezus hem ziet en bij hem thuis op bezoek komt. Door deze ontmoeting verandert Zacheüs. Hij wil voortaan eerlijk zijn en gaat de mensen vier keer zoveel terugbetalen als wat hij van ze heeft afgepakt. Een vertelling naar Lucas 19, 1-10.
Zacheüs is in de stad. Want hij wil Jezus zien.
Maar wat is het er druk.
‘Zo kom ik nooit bij Jezus,’ mompelt Zacheüs.
Hij probeert tussen de mensen door te kruipen.
Maar dan roept iemand: ‘Hé, mannetje, dat gaat zomaar niet. Niet voordringen, jij!’
‘Ja, maar ik ben klein. Ik wil Jezus graag zien. Al is het maar even.’
‘Kan me niks schelen! Je wacht maar.’
Opeens krijgt Zacheüs een idee.
Dan maar de boom in! denkt hij.
Hij kiest een zo groot mogelijke boom uit.
Een vijgenboom met veel bladeren.
Precies langs de weg waar Jezus straks komt.
Daar zit hij. Verstopt tussen de grote bladeren.
Een goeie die hem zal zien.
Onder hem hoort Zacheüs het lawaai van honderden mensen.
Ze duwen elkaar bijna omver.
Kinderen kruipen op handen en knieën tussen de benen van al die grote mensen door.
Het lijkt wel of de hele wereld Jezus wil zien vandaag.
Ja, want voor hem komen ze.
Net als Zacheüs.
Het wordt hoogtijd om Jezus een keer te ontmoeten.
Hij schijnt een held te zijn.
Tenminste… dat hoor je overal.
Ze zeggen dat hij mensen beter kan maken.
Die krijgen hun kracht weer terug.
Kracht om op te staan.
Om dingen te zien die ze eerst niet zagen.
Dat geloof je toch niet?
De wereld verandert nu eenmaal niet.
Arm is arm. En rijk is rijk.
Fout is fout en goed is goed.
Maar ja, de verhalen over Jezus blijven maar doorgaan.
Dus wil Zacheüs het vandaag met eigen ogen zien.
Zacheüs duwt een paar bladeren opzij om te kijken of Jezus er al aankomt.
Links, in die brede straat? Nee, nog niks te zien.
Rechts, dat kleine paadje richting de poort? Ook niet! De bladeren van de boom vallen terug.
Als een gordijn thuis in de kamer van Zacheüs.
Hij denkt aan zijn kleine hokje langs de kant van de weg.
Daar woont hij niet, daar werkt hij. Het is zijn tolhuisje.
Daar houdt Zacheüs iedereen tegen die de weg naar de stad in wil.
Ze mogen pas door als ze hem geld geven.
Twee munten, eigenlijk. Maar hij vraagt er vier…
Twee munten moet hij aan de keizer geven. En die twee extra houdt hij stiekem voor zichzelf.
Zo wordt hij lekker rijk.
Maar de mensen vinden Zacheüs een dief en een oplichter. Ze vinden hem oneerlijk.
Opeens geschreeuw. Een golf van geluid, door de hele stad.
‘Daar is Jezus! Help me alstublieft. Mijn vader is ziek.’ ‘Ik was eerst!’
‘Ik heb hem aangeraakt!’
Een hoge vrouwenstem gilt boven alles uit.
Zacheüs ziet hoe Jezus voor iedereen rustig de tijd neemt.
Stapje voor stapje komt hij dichterbij.
Dan hoort hij een stem: ‘Zacheüs, ik zie jou zitten.
Kom snel naar beneden. Want ik wil bij jou eten.’
Zacheüs is stomverbaasd. Wil Jezus bij hem komen eten?
Toch laat hij zich snel uit de boom zakken en staat dan vóór hem.
Zijn eerste ontmoeting met Jezus.
De mensen gillen: ‘Wát, Jezus, ga je bij die dief eten?
Weet je wel wie die Zacheüs is? Hij is een tollenaar.
Hij vraagt veel te veel geld bij het tolhuis.
Hij steelt van de armen om er zelf rijk van te worden. Met zulke mensen ga je toch niet om?’
Zacheüs denkt dat Jezus nu ook wel zal zeggen dat Zacheüs oneerlijk is.
Dat hij een puinhoop van zijn leven gemaakt heeft. Jezus zegt niks. Hij loopt met Zacheüs mee naar zijn huis.
Onderweg naar huis zegt Zacheüs: ‘Ik beloof dat ik de helft van alles wat ik heb aan de armen zal geven. En als ik geld van iemand heb afgepakt, dan geef ik hem vier keer zo veel terug.’
‘Dat klinkt eerlijk,’ zegt Jezus. ‘Zacheüs, jij hoort er weer helemaal bij. Laten we samen gaan eten!’
En Zacheüs? Hij voelt zich vrij. Een ander mens. Een mens met nieuwe kracht. Alsof alles in hem is omgekeerd.
Gesprek
Waarom gaat Jezus bij Zacheüs eten?
Wat wil Zacheüs na zijn ontmoeting met Jezus anders gaan doen: welke groei maakt hij door?