

Jezus wordt geboren

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Inhoud
Bezoek van een engel 3
Op reis 8
Jezus wordt geboren 14
Herders 16
In de stal 22
Wijze mannen 26
In het paleis 30
Bezoek voor Jezus 36
Bezoek van een engel

Jozef en Maria wonen in een klein dorp.
Ze houden veel van elkaar.
Daarom willen ze trouwen.

Dan krijgt Maria bezoek van een engel.
‘Dag Maria,’ zegt de engel.
‘De Heer is met je.
Hij heeft een groot plan met jou.’

Maria schrikt.
Wat bedoelt de engel?
‘Wees niet bang,’ zegt de engel.
‘Jij krijgt een kind.
Een zoon.
Geef hem de naam Jezus.
Hij zal koning zijn.
Niet voor even, maar voor altijd.’

Maria vraagt:
‘Maar hoe kan dat?
Ik ben nog niet getrouwd.’
‘God zelf zal er voor zorgen,’ zegt de engel.
‘Jouw kind zal de zoon van God zijn.’

Stil luistert Maria.
Dan zegt ze:
‘Het is goed.
Alles zal gaan zoals God het wil.’
Dan is de engel weg.
Op reis

Er komt een man in het dorp.
Hij leest voor uit een brief.
De brief is van de keizer.
‘Ik wil alle mensen tellen.
Ga naar de plaats waar je vandaan komt.
Dan komt je naam op een lijst.’
Maria voelt haar dikke buik.
Moet ze op reis?
Maar haar baby komt bijna.
Toch moet het.
Als de keizer het zegt, moet je het doen.
