Inkijkexemplaar Kind op Zondag - jaargang 94 blok 4
Voorbereiden
Erik Idema
Vieren en vertellen
Jolanda van der Marel (18 en 25 januari, 15 februari)
Mattijs Weegenaar (11 januari, 1 en 8 februari)
Werkbladen
Irma Visser
Toen Jezus door Galilea trok, vertelde Hij over het koninkrijk van God. Dat koninkrijk is niet alleen iets dat ooit zal aanbreken: het is ook dichtbij, binnen handbereik. Als mensen leven met eerbied voor God en liefde voor elkaar, wordt iets van Gods koninkrijk zichtbaar. Dat is de wereld op zijn mooist. In de verhalen van deze periode zien we heel concreet wat dat betekent. We beginnen deze periode met het verhaal van de doop van Jezus in de Jordaan. Gods stem vertelt dat Jezus zijn geliefde Zoon is. Daarna horen we over de bruiloft in Kana, waar het feest door kan gaan. We horen over de leerlingen die Jezus gaan volgen en over de toespraak van Jezus op de berg. In al die verhalen breekt iets door van de wereld die God mensen voor ogen stelt.
De wereld waarin mensen vandaag leven, is lang niet altijd ‘de wereld op zijn mooist’. Ook kinderen krijgen het nodige mee van het verdriet dat zich in de wereld afspeelt, dichtbij en verder weg. Toch betekent dat niet dat je geen verhalen kunt lezen over de wereld op zijn mooist. Misschien in tegendeel: juist omdat de wereld niet altijd mooi is, mogen we elkaar vertellen hoe het anders kan. Ook de mensen in de tijd van Jezus hadden te maken met moeilijke gebeurtenissen. Juist aan hen gaf Jezus een hoopvol perspectief, in verhalen die tot de verbeelding spreken en mensen verder laten kijken. Die verhalen mogen we blijven vertellen.
Ik wens u en de kinderen veel inspiratie rond deze verhalen!
In deze periode
02| Zondag 11 jan 2026
| Matteüs 3:13-17
Een nieuw begin
Johannes doopt mensen in de Jordaan; zo maken ze een nieuw begin. Ook Jezus laat zich dopen. De heilige Geest daalt als een duif op Hem neer en er klinkt een stem uit de hemel.
07| Zondag 18 jan 2026
| Johannes 2:1-11
Het feest gaat door Bij een bruiloftsfeest in Kana raakt de wijn op. Jezus verandert water in de beste wijn. Het is zijn eerste wonderteken.
12| Zondag 25 jan 2026
| Matteüs 4:12-22
Wie volg je?
Jezus gaat wonen in Kafarnaüm, aan het meer van Galilea. Hij roept zijn eerste leerlingen met zich mee.
17| Zondag 1 feb 2026
| Matteüs 5:1-12
De wereld op zijn mooist
Jezus gaat op een berg zitten met zijn leerlingen om zich heen. Hij vertelt over het ware geluk.
Rubriek Vieren met jongeren: zie www.kindopzondag.nl
22| Zondag 8 feb 2026
| Matteüs 5:13-16
Laat het zien
Jezus vertelt zijn leerlingen dat ze het zout van de aarde en het licht voor de wereld zijn.
27| Zondag 15 feb 2026
| Matteüs 5:17-26
Hoe hoort het?!
Jezus vertelt aan zijn leerlingen dat Hij niet gekomen is om de Wet of de Profeten af te schaffen, maar om ze te vervullen. De regels van de Wet zijn nog steeds geldig; Jezus gaat zelfs een stap verder.
Voorbereiden
Een nieuw begin
Matteüs 3:13-17
WELK VERHAAL LEZEN WE?
Johannes doopt mensen in de Jordaan; zo maken ze een nieuw begin. Ook
Jezus laat zich dopen. De heilige Geest daalt als een duif op Hem neer en er klinkt een stem uit de hemel.
Wat voorafging
De tekst van vandaag staat in het derde hoofdstuk van Matteüs. In hoofdstuk 1 is verteld over de afkomst en geboorte van Jezus, in hoofdstuk 2 over de wijzen uit het Oosten en de vlucht naar Egypte. In de tekst van vandaag vertelt Matteüs voor het eerst over de volwassen Jezus.
Doop en verandering
Johannes is een profetische gestalte: hij is de man over wie Jesaja al gesproken heeft, zo heeft Matteüs in vers 3 van dit hoofdstuk verteld. Johannes is gekleed in een ruwe mantel van kamelenhaar en hij eet sprinkhanen en wilde honing: het voedsel dat buiten, in een onvruchtbaar gebied, kan worden gevonden. Bij de Jordaan verkondigt Johannes en hij doopt mensen. Die doop is onlosmakelijk verbonden met veranderen. Mensen moeten tot inkeer komen, het verleden achter zich laten, een nieuw begin maken met God. Daarbij heeft Johannes felle kritiek op mensen die denken dat het voor hen niet nodig is om te veranderen (3:7-11).
Doop en belijdenis
In veel kerken worden kinderen gedoopt, als teken dat ze onderdeel zijn van de christelijke gemeenschap. In een deel van de kerk wordt gezegd dat het ook voor kinderen al nodig is om het oude achter zich te laten, maar er is ook een groot deel van de kerk waarbij het aspect van het tot inkeer komen en opnieuw beginnen, verdwenen is bij de doop. Je
zou kunnen zeggen dat dan op twee verschillende momenten gehoor wordt gegeven aan de oproep van Johannes: eerst bij de doop en later bij de belijdenis. In het evangelie zijn die twee nog niet los verkrijgbaar: daar is de doop het zichtbare teken van en het antwoord op de belijdenis.
Waarom wil Johannes Jezus niet dopen?
Als Jezus zich wil laten dopen, houdt Johannes dat in eerste instantie af. Hij zou het passender vinden dat Jezus hem doopte dan andersom. Dat kan ook te maken hebben met de oproep tot inkeer/ verandering die aan de doop verbonden is. Zou het voor de Messias nodig zijn om te veranderen? In de vertellingen voor deze zondag hebben we dat aspect meegenomen, als Johannes aan Jezus vraagt: ‘U hebt toch geen verkeerde dingen gedaan?’
Gerechtigheid
Jezus antwoordt dat Johannes het toch moet doen, om ‘de gerechtigheid geheel en al tot vervulling te brengen’. Het woord gerechtigheid is een belangrijk begrip in de joodse traditie. Gerechtigheid is het vervullen van de wet, de Thora. In het evangelie van Matteüs komt het woord gerechtigheid zeven keer voor, waarvan vijf keer in de Bergrede. De andere twee keer wordt het begrip verbonden aan Johannes de Doper: naast de tekst van vandaag ook in Matteüs 21:32. Johannes moet een voorbeeld zijn als het gaat om de gerechtigheid.
De Geest van God
Als Jezus gedoopt is, gaan de hemelen open en komt de Geest van God als een duif naar Jezus toe. Zo wordt heel concreet zichtbaar dat Gods kracht Jezus
11 januari 2026
leidt. Ook het hoofdstuk dat hierna komt, over de verzoeking in de woestijn, zal daarmee beginnen: het is Gods Geest die Jezus naar de woestijn leidt.
Lastige hoofdletter
Vers 16, waarin verteld wordt over de duif, levert overigens voor vertalers nog een interessant probleem op. In de NBV uit 2004 werden geen hoofdletters gebruikt voor de persoonlijke voornaamwoorden die naar God en naar Jezus verwezen; in de NBV21 gebeurt dat wel. In de Griekse brontekst staan de hoofdletters niet, dus de vertaler moet zelf bepalen wanneer het over Jezus gaat. Dat roept de vraag op in vers 16: wie is het, die de duif ziet neerdalen? Ziet Jezus het zelf, of ziet Johannes het? In de ‘oude’ vertaling uit 1951, waar ook hoofdletters voor Jezus gebruikt werden, stond ‘hij’ hier met een kleine letter: het was Johannes die zag dat de duif op Jezus neerdaalde. De NBV21 trekt een andere conclusie, door Hij met een hoofdletter te vertalen: het is Jezus zelf die de duif ziet neerdalen. Dat kan verdedigd worden doordat daarvóór ook wordt gezegd dat de hemelen zich ‘voor Hem’ openden, maar de lezing dat het Johannes was het die het zag, is ook mogelijk.
Stem uit de hemel
Als Jezus uit het water komt, klinkt een stem uit de hemel. God noemt Jezus zijn geliefde Zoon. Het zijn woorden die ook klonken in Jesaja 42:1, waar de komst van de dienaar van de Heer wordt aangekondigd. Zo wordt duidelijk dat de profetie van Jesaja in vervulling gaat: Jezus is Gods gezalfde.
Erik Idema
Vieren
Een nieuw begin
Matteüs 3:13-17
Kindermoment in de kerk
Vandaag is het 11 januari, de tweede zondag van 2026. Vertel aan de kinderen dat veel mensen in een nieuw jaar ‘goede voornemens’ hebben: dan hebben ze bedacht dat ze alles véél beter gaan doen dan daarvoor. Zouden de mensen in de kerk ook goede voornemens hebben?
Vraag iedereen die goede voornemens heeft om twee handen op te steken. Zeg dat de mensen hun handen nog even omhoog mogen houden, en vertel intussen aan de kinderen: veel mensen hebben goede voornemens, maar het lukt niet altijd om ze ook echt uit te voeren.
Vraag daarna aan de mensen of er ook goede voornemens zijn waarvan nú al duidelijk is dat ze niet gelukt zijn. Die mensen mogen één hand laten zakken.
Zijn er mensen die nu één hand in de lucht hebben? Dan is duidelijk dat het niet altijd lukt om een goed voornemen uit te voeren. Is er niemand die één hand omhoog heeft? Breng dan eventueel zelf een voorbeeld in, zoals: u had het voornemen om alles op tijd te doen, maar dat was al mislukt toen u om tien over twaalf de buren gelukkig nieuwjaar wenste. Toen was u al tien minuten te laat…
Zingen
Johannes doopt bij de Jordaan en riep: ‘Je moet opnieuw beginnen. Wie durft te verliezen, die zal winnen, wie achter is, staat straks vooraan.’ Hij doopte Jezus in de Jordaan. Zo is de Heer opnieuw begonnen en heeft Hij als kleinste mens gewonnende Heer gaat als een knecht vooraan. En iedereen die zo wordt gedoopt mag met Hem mee op weg naar morgen; hij hoeft er alleen maar voor te zorgen niet te vergeten wat hij hoopt.
Hij hoopt dat alles nieuw worden zal, dat al wat bang maakt, zal verdwijnen en dat in het duister licht zal schijnen.
Dan is de kleinste mens in tel.
Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied
Melodie: Willem Vogel
Tekst: Karel Deurloo
Gebed
Goede God,
Wij bidden om een nieuw begin. Misschien zijn er dingen die niet fijn zijn, voor onszelf of voor een ander.
Wij bidden U: dat we die dingen achter ons kunnen laten.
Dat we een nieuwe start maken, en dat U ons daarbij helpt.
We bidden ook voor een nieuw begin op plekken in de wereld waar dat heel hard nodig is.
We bidden om een begin van vrede, in landen waar het oorlog is.
We bidden om een begin van leven, in landen waar mensen hongerlijden.
We bidden om een begin van geluk, voor mensen die daar heel hard naar op zoek zijn.
Amen
Lezen en zingen
Eerste zondag na Epifanie Jaar A
Werkblad
oJohannes doopt bij de Jordaan en roept: ‘Je moet opnieuw beginnen’. Ook Jezus staat daar en gaat kopje onder in het water. Een vogel van God komt heel dicht bij Jezus. Een stem uit de hemel zegt: ‘Dit is mijn Zoon, in Hem vind ik vreugde’.
De kinderen vouwen met het werkblad een vogel van God.
Tip: Vouw het werkblad eerst zelf thuis met de bijgaande instructies, zodat u de kinderen goed kunt helpen.
Nodig: scharen
Werkblad: zie blz. 6.
Lezing uit het Oude Testament Jesaja 42:1-7(9)
Antwoordpsalm 89:20-28
Epistellezing Handelingen 10:34-38
Lezing uit het Evangelie Matteüs 3:13-17
Vertellen Een nieuw begin
Matteüs 3:13-17
Vertelling 4–7 jaar
Jezus wordt gedoopt
Bij het water staat een man.
Hij heet Johannes.
Hij roept naar de mensen die voorbijkomen: ‘Kom naar mij! Ik doop je in het water.
Dan laat je de verkeerde dingen achter je. Want je hoort bij God.’
Nieuwsgierig komen de mensen dichterbij.
‘Hoor jij soms bij God?’ vragen ze.
Johannes knikt. ‘Ik hoor bij God,’ vertelt hij. ‘Maar over een tijdje komt er iemand… die hoort nog veel meer bij God. Want Hij is Gods eigen Zoon. Hij is veel belangrijker dan ik.’
Veel mensen laten zich dopen door Johannes.
Ze gaan kopje onder in het water en dan komen ze weer boven.
‘Jouw verkeerde dingen zijn voorbij,’ zegt Johannes dan.
Daarna komt de volgende: ‘Jouw verkeerde dingen zijn voorbij.’
En de volgende: ‘Jouw verkeerde dingen…’
Maar dan gebeurt er iets geks.
Er komt iemand die anders is dan alle andere mensen. Het is Jezus.
‘Dag Johannes,’ zegt Jezus. ‘Wil je mij ook dopen?’
Met open mond kijkt Johannes Jezus aan. Dit is degene die hij bedoelde! Jezus, de Zoon van God!
‘Doop mij maar,’ zegt Jezus nog eens.
Voorzichtig schudt Johannes zijn hoofd.
‘Dat kan toch niet?’ vraagt hij.
‘Ik kan toch niet tegen U zeggen: “Uw verkeerde dingen zijn voorbij…”? U bent de Zoon van God! U hééft toch geen verkeerde dingen!’
Johannes denkt even na. En dan zegt hij: ‘We kunnen het beter andersom doen. Wilt U mij dopen, Jezus? Wilt U zeggen dat ik bij God hoor?’
Jezus legt een hand op de schouder van Johannes.
‘Dat is niet nodig,’ zegt Hij. ‘Doop mij nou maar, Johannes. Dat wil ik, en dat wil God ook.’
Johannes loopt met Jezus naar het water.
Hij laat Hem kopje ondergaan en boven komen. ‘Uw verkeerde dingen zijn voorbij…,’ zegt hij. ‘U hoort bij God.’
Op dat moment komt er een duif aanvliegen, een vogel van God. Hij vliegt naar Jezus en gaat op zijn schouder zitten.
Dan klinkt er een stem uit de hemel: ‘Dit is mijn Zoon. Ik houd van Hem. Ik ben blij dat Hij er is!’
Johannes en de andere mensen kijken verbaasd omhoog. Die stem… dat was de stem van God!
Mattijs Weegenaar
11 januari 2026
Werkvormen
4-7 jaar
lGesprek: Hebben de kinderen weleens meegemaakt dat er iemand werd gedoopt? Wat gebeurt er dan?
Leg het uit: iemand krijgt water over het hoofd, als teken dat zij of hij bij God hoort. Hoe gaat het dopen in het verhaal van Johannes en Jezus?
pSpel: Neem een emmer water mee en iets dat oplost in water, bijvoorbeeld zout of suiker. Strooi samen een beetje zout of suiker in het water en roer het. Waar is de suiker of het zout nu gebleven? Het lijkt alsof het verdwenen is in het water. Zo verdwijnen in het verhaal ook de verkeerde dingen die mensen gedaan hebben in het water. (NB: Laat de kinderen niet van het water proeven als u er (veel) zout in hebt gedaan!)
sCreatief: Op het werkblad vindt u een silhouet van een duif. Vertel aan de kinderen: de duif hoort bij God. In de duif maken de kinderen een tekening bij het verhaal.
8-10 jaar
lGesprek: Johannes vertelde de mensen dat ‘de tijd van God’ zou beginnen. Wat zou hij daarmee bedoelen? Wat zou volgens de kinderen kunnen horen bij de tijd van God?
pSpel: Bij het water maakten mensen een nieuw begin: ze lieten nare, verdrietige, vervelende dingen achter zich. Zijn er dingen die de kinderen achter zich zouden willen laten? Bijvoorbeeld dingen die ze niet fijn vinden om te doen, dingen die verkeerd zijn gegaan, gewoontes van zichzelf die ze eigenlijk niet zo prettig vinden… Laat ieder kind één ding op een briefje schrijven. De briefjes worden een paar keer dubbelgevouwen. Om de beurt mogen de kinderen hun briefje naar een emmer brengen, aan de andere kant van de ruimte. Wie dat wil, mag zeggen wat hij opgeschreven heeft en achter laat. (Wie dat niet wil, hoeft het niet te zeggen.)
sCreatief: Laat de kinderen een duif knutselen op een eigen gekozen manier. Ze kunnen eventueel op internet zoeken naar voorbeelden. Kunnen ze daar ook wat informatie vinden over de symbolische betekenis van de duif? Hoe past die betekenis bij dit verhaal?
11-12 jaar
lGesprek: Toen Jezus vroeg of Johannes Hem wilde dopen, zei Johannes eerst nee. Waarom was dat? Waarom wilde Jezus het toch? Waarom zou dat belangrijk zijn?
sCreatief: Laat de kinderen een woordveld maken rondom de woorden ‘een nieuw begin’. Ze mogen daar ook bij tekenen. Laat ze vertellen over wat ze gemaakt hebben en probeer te ontdekken welke emoties hierbij horen.
Vertelling 8–12 jaar
Jezus wordt gedoopt
Bij de rivier de Jordaan staat een bijzondere man. Hij heet Johannes. Johannes draagt een harige, bruine mantel. Hij eet wat hij buiten kan vinden: sprinkhanen en wilde honing. Van alle kanten komen mensen naar Johannes toe. Want Johannes heeft een bijzonder verhaal.
‘Er begint een nieuwe tijd!’ zegt hij. ‘De tijd van God. Denk allemaal goed na over hoe je leeft. Bedenk of het goed is, wat je doet. En als het niet goed is: verander dan vandaag. Want dit is de tijd om te kiezen voor God.’
Als mensen voor God willen kiezen, kunnen ze met Johannes naar het water van de rivier lopen. Johannes doopt de mensen: ze gaan kopje onder en komen weer boven. ‘God maakt een nieuw begin met jou,’ zegt Johannes dan.
Elke dag opnieuw laten tientallen, nee honderden mensen zich dopen. ‘Johannes is een bijzondere man,’ zegt iedereen. ‘Zou hij soms de Zoon van God zijn, die komen zou?’ Maar als Johannes dat hoort, schudt hij zijn hoofd. ‘Dat ben ik niet,’ zegt hij. ‘Na mij komt iemand die veel belangrijker is. Want die is echt de Zoon van God.’
Dagen, weken achter elkaar staat Johannes daar te dopen. En dan gebeurt er op een dag iets bijzonders. ‘De tijd van God komt eraan!,’ roept Johannes net als op andere dagen. ‘Verander vandaag! Want dit is de tijd…’
En dan stopt Johannes. Midden in een zin. Want tegenover hem staat een man, van wie Johannes weet wie Hij is. Het is Jezus, de Zoon van God. ‘Ik wil ook gedoopt worden,’ zegt Jezus. ‘U?’ vraagt Johannes. ‘Maar… U hoeft toch niet te veranderen? Hoe kan ík Ú dopen? Het zou eerder andersom moeten…’ Maar Jezus antwoordt: ‘Doe het nou maar, Johannes. Zo doen wij wat God van ons vraagt.’
Net als al die andere mensen loopt Jezus met Johannes naar het water. En net als al die andere mensen gaat Jezus kopje onder en komt Hij weer boven. Maar dan gebeurt er iets dat bij niemand anders gebeurd is. Er komt een duif aangevlogen, als teken van de Geest van God. En plotseling klinkt er een stem uit de hemel: ‘Dit is mijn Zoon. Ik houd van Hem. In Hem vind ik vreugde.’ Daar hoeft Johannes niets meer aan te voegen. En hij weet zeker: de tijd van God is dichtbij.