Skip to main content

FysioPraxis april 2022 - thema ondernemerschap

Page 1

Vakblad voor de fysiotherapeut - ledenblad KNGF

jaargang 31 april 2022

nr 3

Thema ondernemerschap ‘Ondernemen is meer dan marketing’

Skully Care: van idee naar innovatie

Positioneren in de wijk


100% WEI-EIWIT LEUCINE VITAMINE D

1 ! IJ B T H C ZET HERSTEL KRA Scan de QR-code voor meer informatie

Wilt u meer informatie of advies? Neem dan contact op met onze diëtisten van Nutricia Medische Voedingsservice: 0800-022 33 22 (gratis, op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur) • medischevoeding@nutricia.com • Nutricia Nederland B.V. Postbus 445, 2700 AK Zoetermeer

www.nutricia.nl

FortiFit® Energy is een voeding voor medisch gebruik. Dieetvoeding bij ziektegerelateerde ondervoeding met spierverlies. Uitsluitend te gebruiken onder medisch toezicht. 1. Rondanelli M et al. J Cachexia Sarcopenia Muscle. 2020;11(6):1535-1547


colofon

redactioneel

FysioPraxis is het officiële tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) en verschijnt 10 keer per jaar.

Dromen

Redactieadres

KNGF Postbus 248, 3800 AE Amersfoort E: fysiopraxis@kngf.nl Coördinatie en eindredactie

Liesbeth Immink E: fysiopraxis@kngf.nl T: 033 467 2953 Redactie

Saskia Bon (hoofdredacteur) Sander van de Hoef Corelien Kloek Niek Koenders Judith de Rooij Advertenties

Cross Media Nederland Sjaak Bruins E: sjaak@crossmedianederland.com Thijs de Koning E: thijs@crossmedianederland.com T: 010-760 73 26 www.crossmedianederland.com Adreswijzigingen KNGF-leden

www.mijnKNGF.nl

Abonnementen niet-KNGF-leden Een particulier abonnement kost per jaar € 109 en buitenlandse abonnees betalen € 50 voor een digitale versie (prijswijzigingen voorbehouden). Abonnementen kunnen op ieder moment starten en je betaalt aan het begin van het jaar voor het aankomend jaar. Beëindiging kan op elk moment, met inachtneming van één maand opzegtermijn. Er volgt een verrekening naar rato en teveel betaald abonnementsgeld wordt gecrediteerd.

KNGF, Postbus 248, 3800 AE Amersfoort E: ledenadministratie@kngf.nl T: 033 467 29 29 Verantwoordelijkheid

De redactie beslist over de samenstelling van FysioPraxis. De auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de door hen geschreven artikelen en het KNGF voor het KNGF-katern. Auteursrecht © 2022 KNGF. Artikelen mogen alleen worden overgenomen en/of vermenigvuldigd na schriftelijke toestemming van het KNGF en met bronvermelding. Voor overname voor commerciële doeleinden vragen we een passende vergoeding.

Droom je weleens over hoe het bij jullie op de werkvloer anders kan? Weet jij wat de wensen en behoeften van jullie patiënten zijn? Laat je je graag inspireren door andere fysiotherapeuten? Heb jij inzichten in de financiën: wat er in komt en wat er uit gaat?* Heb je alles met ja beantwoord? Dan ben jij waarschijnlijk een echte ondernemer binnen de fysiotherapie. Wist je dat van jezelf? En doe je er ook iets mee? Dit themanummer van FysioPraxis richt zich op ondernemerschap binnen de fysiotherapie. Ondernemerschap is een onderwerp dat binnen ons vakblad relatief weinig aan bod komt, een ondergeschoven kindje bijna. Veel vaker verschijnen er artikelen over bijvoorbeeld nieuwe meetinstrumenten of behandelmethodieken. Dat is niet zo verrassend, aangezien het leveren van optimale patiëntenzorg met diagnostiek en behandeling de kern van ons vak is. Om te laten zien wat ondernemerschap precies inhoudt vind je in dit themanummer onder andere een interview met Karel Jan Alsem, lector Marketing en Marktgericht Ondernemen (pagina 8). Ook bevat dit nummer meerdere praktijkverhalen over hoe ondernemerschap op dit moment ingevuld wordt binnen de fysiotherapie. Zo lees je in het artikel op pagina 22 hoe directeuren van grote praktijken hun rol als ondernemer vervullen. Dat ondernemerschap ook op kleinere schaal kan, lees je terug in de zes profielen op pagina 15 tot en met 17. Al met al hopen we te laten zien dat ondernemerschap direct gerelateerd is aan fysiotherapeutische vakinhoud. Binnen ondernemerschap ligt het zwaartepunt niet op meer, meer, meer. Het gaat juist om de vaak wat onbekendere vaardigheden als onderscheiden, positioneren en blijven ontwikkelen. Daarmee kan ondernemerschap resulteren in optimalere patiëntenzorg, meer tevredenheid van de patiënt én meer tevredenheid van jouzelf als fysiotherapeut. Want je dromen najagen: wie wordt daar nou niet gelukkig van? Veel inspiratie toegewenst!

Bladconcept

Jessica Dales, Dock35 Vormgeving en drukwerk Cross Media Nederland

Namens de redactie, Corelien Kloek

Foto omslag

Wiep van Apeldoorn ISSN

0927- 5983

fysiopraxis@kngf.nl *Vragen gebaseerd op:

@FysioPraxis

FysioPraxis april 2022 | 3


op de cover

Mohamed El Hadouchi

Foto: Wiep van Apeldoorn

Wie ben je? Ik ben Mohamed El Hadouchi, (sport)fysiotherapeut, docent, onderzoeker en ondernemer.

houden welke ontwikkelingen er zijn binnen onze vakgroep. Ook vind ik het altijd interessant om te lezen waar collega’s inhoudelijk over schrijven.

Waar is de coverfoto gemaakt?

Ik ben er trots op dat…

Ik heb gekozen voor fysiotherapie omdat…

In sportmedisch bewegingscentrum Sports & Science Health in Lochem.

… ik fysiotherapeut ben en in de tweede plaats dat er zoveel collega’s zo goed en zo kwaad als het gaat bezig zijn het vak naar een hoger niveau te tillen. Tot slot ben ik er trots op dat onze

… ik ertoe wil doen voor mijn medemens. En omdat ik van jongs af aan al geïnteresseerd ben in de bewegende mens en een bijdrage wilde leveren aan beweegplezier.

Ik lees FysioPraxis vooral om… … te lezen wat er leeft binnen de beroepsgroep en in de gaten te

waarde als fysiotherapeuten binnen de gezondheidszorg steeds beter gezien en erkend wordt.

agenda KNGF-scholingen

Meer inzicht in data

Online workshop LDF-dashboard Online workshop Inzicht in data met LDF-dashboard van 19.30-21.30 uur vindt plaats op de volgende avonden: ·  dinsdag 31 mei ·  dinsdag 21 juni ·  donderdag 23 juni ·  donderdag 9 juni ·  donderdag 16 juni

Kosten: ·  KNGF-lid Compleet: € 30,00 ·  KNGF-lid zonder korting: € 70,00 ·  Standaardprijs: € 70,00

Accreditatie Inhoud training: ·  Toelichting over het nut en de noodzaak van dataverzameling in de eerstelijnsfysiotherapeutische zorg. ·  Toepassing en het gebruik van de data vanuit het dashboard. ·  De mogelijkheid voor fysiotherapeuten en praktijken om zorg naar een hoger regionaal of landelijk niveau te tillen. ·  Na afloop kan je op basis van geanalyseerde data een gericht plan van aanpak opstellen met daarin een PDCA-cyclus.

4 | FysioPraxis april 2022

Deze online interactieve workshop is voor fysiotherapeuten die al met de Landelijke Database Fysiotherapie (LDF) werken. Spreker: Erik van den Bos (zie foto), werkzaam bij het KNGF als regioadviseur Noordwest Nederland en betrokken bij de LDF. Erik was jaren werkzaam als fysio- en manueel therapeut. Erik volgt momenteel de Master of Health Administration aan de Tias Business School.

Accreditatie voor 2 punten is toegekend voor het KRF NL-beroepsgerelateerde deel.

Inschrijven voor deze interactieve workshop: www.mijnkngf.nl Meer scholingen, congressen, lezingen en trainingen van het KNGF: www.mijnkngf.nl


inhoud

VERDER

08

19

12

26

8 Zorgmarketing

19 Positionering

Hoe zet je als fysiotherapeut een bedrijf neer in een zorgmarkt vol concurrentie? Karel Jan Alsem, lector Marketing en Marktgericht Ondernemen aan de Hanzehogeschool Groningen, deelt graag zijn adviezen voor ondernemende zorgverleners: “Ondernemen is meer dan marketing, maar de externe insteek van marketing is wél belangrijk, want de klant bepaalt jouw succes.”

12 Innoveren

De Skully Care-app is een digitale methode die kinderfysiotherapeuten helpt bij het meten van schedelde­ formatie bij baby’s. Hoe is de app in relatief korte tijd en met een klein team ontwikkeld? Elly van der Grift, kinder­ fysiotherapeut en mede-ontwikkelaar van de app, neemt je mee in het proces van idee naar meetinstrument. Hoe kijkt ze terug op dit proces?

Zorgen voor een duidelijke positionering van je praktijk in de wijk is geen gemakkelijke opgave. Onderzoekers van ‘MOVES in de beweegzorg’ ontwikkelden samen met fysiotherapeuten, hun patiënten, zorgprofessionals en beleidsmakers de MOVE-IT Toolkit, een praktisch hulpmiddel dat hier stap voor stap begeleiding bij biedt.

26 Productfinanciering

Eerstelijnsfysiotherapeuten werken volgens een vergoeding-per-zittingsysteem, een systeem dat weinig financiële prikkels biedt om te innoveren. Dit artikel beschrijft een pilot bij patiënten met heupen knieartrose naar productfinanciering als alternatief systeem. Wat waren de belemmerende en bevorderende factoren die tijdens de pilot naar voren kwamen? En is productfinanciering de toekomst?

6 Studenten 7 Kort nieuws 7 Column Jeroen van Egmond 11 Patiënt in beeld 15 Fysio in actie: zes fysiotherapeuten over ondernemerschap 22 In de praktijk: aan het roer van een grote praktijk 30 Opinie: Nico van Meeteren 31 Wetenschap: bedrijfsmodel bouwen en veranderen 35 Wisselcolumn: John Verhoef

KNGF-katern 37 In het zonnetje: Atilla Kaya 38 Richtlijn Kwetsbare ouderen 42 Eigen praktijk: praktijkovername FysioPraxis april 2022 | 5


studenten

Student én bestuurder

De master van Christine Meeske

Meer uit je opleiding tot fysiotherapeut halen, dat kan op verschillende manieren. Zo kozen Jessi Fosh (24 jaar) en Jitske van Gerwen (20 jaar) voor een bestuursjaar bij studievereniging FSV Praktisch om zich als gezond­ heidsprofessional in de dop verder te ontwikkelen op het gebied van samenwerken, organiseren en ondernemen. Vanuit hun rol als voorzitter en commissaris Intern vertellen Jessi en Jitske over hun ervaringen.

Christine Meeske, bijna 25 jaar, studeert Revalidatie­ wetenschappen en Kinesitherapie (oftewel fysiotherapie) aan de KU Leuven in België. Dit jaar is ze begonnen aan haar master, met als afstudeerrichting: sport. Waarom de opleiding Fysiotherapie? “Na het afronden van de bachelor Biomedische Wetenschappen in Maastricht bleek onderzoek toch niet zo mijn ding en wilde ik binnen de medische wereld graag wat praktischer aan de slag. Vanuit een passie voor sport en door jarenlange revalidatie voor mediaal tibiaal stress syndroom (MTSS) kwam ik bij de opleiding Fysiotherapie terecht.”

Waarom in Leuven?

Het bestuur van studievereniging FSV met Jessi (eerste van links) en Jitske (tweede van links)

“In onze studievereniging proberen we ­studenten en alumni met elkaar in contact te brengen. Zo organiseren we naast netwerkactiviteiten zowel inhoudelijk verdiepende als v­ erbredende workshops en lezingen. Recente voorbeelden daarvan zijn een gastcollege over leven met een amputatie, een workshop hoofdpijn en duizeligheid, maar ook een EHBO-cursus en een workshop orofaciale fysiotherapie. Zo’n bestuursjaar geeft ons ook een inkijkje in de financiële, juridische en organisatorische vraagstukken van een vereniging. We leren ondernemen op een laagdrempelige manier en deze kennis en ervaring nemen we mee naar ons toekomstig werkveld.” “De afgelopen twee jaar heeft de COVID-pandemie voor een hoop uitdagingen gezorgd. Activiteiten waar een hoop werk in zat, konden soms op het laatste moment niet doorgaan en lang hebben we het contact en de gezelligheid moeten missen. Het niet doorgaan van activiteiten had soms ook financiële problemen tot gevolg. We voelden een sterke verantwoordelijkheid voor onze leden en moesten soms moeilijke keuzes maken. We zijn bijvoorbeeld soms strenger geweest dan de landelijke beperkingen, omdat onze leden toch vaak in werk of stage met kwetsbare groepen in aanraking komen. Frustrerend, omdat we eigenlijk zo graag meer wilden doen. Een vrij extreme situatie natuurlijk, maar onze professionele en persoonlijke ontwikkeling is er wel door in een stroomversnelling geraakt. Inmiddels zijn de maatregelen versoepeld en zijn er weer volop kansen om onze enthousiaste en ondernemende kant te uiten. De timing was perfect, want maart was onze lustrummaand. We zijn ‘all out’ gegaan en hebben samen met de commissies feestelijke en leerzame activiteiten georganiseerd voor studenten, alumni, docenten en het werkveld.”

6 | FysioPraxis april 2022

“Ik studeer in Leuven omdat de opbouw van de studie me hier wel aansprak. De driejarige bachelor focust vooral op het verkrijgen van veel theoretische kennis. De KU Leuven staat bekend om een brede vorming, dus naast revalidatie komen ook vakken als religie en filosofie aan bod. In de master ontwikkel je je vervolgens in het eerste jaar tot omnipracticus door middel van stages in allerlei verschillende specialismen. Zo staan er voor mij dit jaar nog stages in een brandwondencentrum en in een psychiatrisch ziekenhuis gepland. Het tweede (en laatste) masterjaar is gericht op stages binnen een zelfgekozen afstudeerrichting, voor mij is dit de richting sport. Achteraf gezien had de praktijkervaring door middel van stages wat mij betreft al wel wat eerder mogen starten. Ik ben wel erg te spreken over het uitgebreide en diverse vakkenpakket. En hoewel een cultuurverschil zeker merkbaar is, ben ik echt van België gaan houden.”

Toekomstplannen? “Tot nu toe spreekt de multidisciplinaire setting in een sportmedisch adviescentrum me het meeste aan. Een reisje met Stichting Onbegrensd Avontuur heeft me ook enthousiast gemaakt voor de wereld van het aangepast sporten. Ik hoop dat de stages in mijn laatste jaar hier een weg in zullen wijzen.”


kort nieuws

column

Nieuw Isalabeweegziekenhuis “Bewegen en gezondheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toch is in beweging blijven in een ziekenhuis niet vanzelfsprekend. Niet voor niets zeggen we vaak ‘je ligt in het ziekenhuis’. Dat willen we in Isala Meppel dus echt anders doen”, vertelt Mariska de Groot, transitiedirecteur.

Lopend naar de operatie Isala Meppel nam op 18 maart een nieuw ziekenhuisgebouw in gebruik. In dit nieuwe gebouw zijn beweegkamers op de verpleegafdelingen, waar patiënten onder begeleiding van een fysiotherapeut kunnen bewegen. “Ook willen we ervoor zorgen dat mensen zich zo lang mogelijk geen patiënt voelen. Kom je voor een operatie naar Isala Meppel, dan word je bij opname niet meer eerst in bed gelegd, maar loop je gewoon zelf naar de voorbereidingskamer voor de operatie.” Andere kleine veranderingen zorgen ervoor dat in bed liggen niet vanzelfsprekend is; er hangen geen tv’s meer bij de bedden, in de gang staat een akoestische stoel waar je muziek kunt luisteren en er is een natuur- en kunstroute met QR-codes door het ziekenhuis en de tuin. Meer informatie: isala.nl/bewegen. Bron: www.nieuwsbladschaapskooi.nl

Thuiswerkers missen honderden kilometers beweging per jaar Nederland is zit-koploper van Europa. Gemiddeld brengt een Nederlandse volwassene 10 uur per dag zittend door. En dat zijn cijfers van vóór de pandemie. Jasper de Vries, fysiotherapeut en docent werkplekergonomie bij AmstelFysio: “Zittend werk is simpelweg fysiek zwaar werk en dit heeft helaas gevolgen. Vóór de pandemie namen veel mensen de fiets naar kantoor. En op kantoor loop je naar collega’s, vergaderingen en het koffiezetautomaat. Zo zien we regelmatig dat thuiswerkers 2.500 stappen per dag minder lopen. Dit betekent 650.000 stappen op jaarbasis; omgerekend ongeveer 480 kilometer!”

Meer zitten vraagt om meer beweging Als je voldoende beweegt verlaag je de risico’s op onder andere hart- en vaatziekten, diabetes type 2, kanker, ­dementie en depressie. En niet te vergeten: bewegen heeft een positief effect op je concentratievermogen, geheugen en nachtrust. Recente data laten zelfs zien dat je vanaf 7,5 uur zitten per dag een hoger risico loopt op vroegtijdige sterfte.

MVO/CSR? Beste collega, Ondernemerschap en ethiek staan op gespannen voet. In de media zie je ze soms zelfs met elkaar in strijd zijn, wat echter geen recht doet aan alle goede initiatieven die er ook zijn. Eerst die spanning. Enkele decennia geleden bleek dat de welvaartstaat verwende burgers en luie professionals opleverde. De noodklok daarover werd al snel overstemd door sirenes, maar dan in mythologische zin. De aantrekkingskracht van marktwerking, concurrentie en innovatie en de belofte van hogere kwaliteit en lagere prijzen, is best invoelbaar. Naïef was het wel, want op ‘de markt van welzijn en geluk’ is de vraag altijd groter dan het aanbod (de WHO vindt het hoogst haalbare niveau van gezondheid zelfs een fundamenteel mensenrecht), wat niet anders kan dan leiden tot frustraties en hogere prijzen. Op de markt mogen burgers dan wel consumenten zijn, ze moeten natuurlijk niet te veel zorg consumeren. En concurrentie wordt belemmerd door te veel samenwerking. Al snel ging het dus over gecontroleerde marktwerking, passend bij een neoliberale cultuur met waarden als autonomie, vrijheid, zelfstandigheid. Op macroniveau kunnen we zeggen: wat mooi, Nederlanders zijn echt een ondernemend volkje, het aantal zzp’ers neemt weer toe. Voor veel groepen (denk aan kwetsbare groepen die sowieso niet kunnen ondernemen, maar ook aan pakketbezorgers of schoonmakers) werkt deze cultuur uit als stuctural violence. Maar, er is ook positief nieuws. Steeds meer bedrijven doen aan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), ze nemen hun Corporate Social Responsibility (CSR) en verplichten zichzelf tot zichzelf overstijgende waarden. Integere zorg vraagt om ondernemers die niet zomaar gericht zijn op het oproepen van ‘de vraag’. Omdat wij met kwetsbare en vaak onzekere mensen werken, is dat creëren van de vraag voor ons vrij makkelijk. Kijk eens met gefronste wenkbrauwen naar iemands rug en de onzekerheid slaat toe. Onze verantwoordelijkheid bestaat juist uit het bijdragen aan zo min mogelijk vraag. Maar wie stelt er behandeldoelen rond ‘leren omgaan met lijden’, ‘zingeving zonder overwerk’ of ‘weer vertrouwen op het natuurlijk verloop’? Uiteindelijk draait het om de ethische vraag: wat is het goede om te doen en maakt het voor mensen, de samenleving en de planeet veel uit hoeveel s­ takeholders je bij het antwoord betrekt? Ons verdienmodel vergt een visie die niet vrijblijvend is, maar verplicht. Ondernemerschap is absoluut een kracht, maar mijn advies is: don’t give in to the dark side! Collegiale groet, Jeroen van Egmond docent fysiotherapie en zorgethicus j.van.egmond3@hva.nl

Bron: AmstelFysio FysioPraxis april 2022 | 7


uit het veld

Ondernemerschap in de zorg

‘Durf te kiezen en heb lef’ Hoe zet je als fysiotherapeut een bedrijf neer in een zorgmarkt vol concurrenten? Karel Jan Alsem, lector Marketing en Marktgericht Ondernemen aan de Hanzehogeschool Groningen, schreef een boek over zorgmarketing en heeft tal van adviezen voor ondernemende zorgverleners. “Ondernemen is meer dan marketing,” zegt Alsem, “maar de externe insteek van marketing is wél heel belangrijk. Want de klant bepaalt jouw succes.”

Tekst: Brenda van Dam

Als lector aan de Hanzehogeschool Groningen is Karel Jan Alsem bezig met toegepast onderzoek. Daarnaast werkt hij een dag per week als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Vanuit zijn eigen onderneming AlsemStrategie organiseert hij elk jaar een mastercourse over merkpositionering in de zorg. Alsem heeft ook een aantal marketingboeken op zijn naam staan. Het is vooral de verbinding tussen wetenschap en praktijk waar hij warm voor loopt. “Binnen het lectoraat zorg ik voor het binnenhalen en laten uitvoeren van projecten op velerlei marketingterrein, zoals regiomarketing, sustainability, food en ook zorg. Zo’n 15 jaar geleden kwam een Groningse zorginstelling naar mij toe met de vraag of ik hen wilde helpen met hun marketing. Dat was mijn eerste kennismaking met zorgmarketing. Ik vond dat zo interessant! Het was een nieuw veld dat zich nog moest ontwikkelen. Er was nog weinig kennis over marketing en er zat ook wel een drempel tussen zorg en marketing.”

De noodzaak om je te onderscheiden Ondernemerschap is het neerzetten van een bedrijf in de markt en dat is geen vanzelfsprekendheid voor zorgverleners. Toch hebben ook fysiotherapeuten te maken met ontwikkelingen die het noodzakelijk maken daar wél iets van af te weten. “Ik denk dat 99 procent van de mensen die in de zorg werkt, een intrinsieke motivatie heeft

Marketing in 3 stappen: 1. Helder krijgen van identiteit en situatieanalyse: inzicht in eigen organisatie, concurrerend veld en klantgroepen. 2. Strategiebepaling: heldere keuzes maken over doelgroepen en positionering. 3. Tactische uitwerking van de strategie in product, plaats, prijs, promotie en personeel.

8 | FysioPraxis april 2022

om zorg te verlenen. Maar in 2006 is de marktwerking geïntroduceerd: er kwamen minder regels voor nieuwe zorgaanbieders om zich te vestigen en prijsvorming werd voor een groter deel bepaald door onderhandelingen tussen verzekeraars en zorgaanbieders. Fysiotherapie werd toen uit de basisverzekering gehaald; consumenten konden zich hiervoor aanvullend verzekeren. De gedachte bij dit alles was dat de concurrentie dan zou toenemen, kosten zouden dalen en de kwaliteit van de zorg zou gaan stijgen. Daar kun je van alles van vinden, maar feit is dat dit zo gebeurt. De concurrentie is dus toegenomen. Daarnaast zoekt tegenwoordig iedereen online informatie over zorgverleners. Consumenten beschikken dus over méér informatie over zorgverleners. Ten derde is het meer dan ooit nodig om samen te werken met stakeholders, zoals andere zorgverleners, verwijzers, zorgverzekeraars en gemeenten. En niet in de laatste plaats: zorgorganisaties hebben een grote uitdaging in het vinden en binden van personeel. Het zijn vooral deze vier ontwikkelingen die het volgens Alsem voor fysiotherapeuten (en andere zorginstellingen) noodzakelijk maken om zichzelf neer te zetten als merk.

Ondernemerschap en marketing Is jezelf als sterk merk neerzetten (ook wel branding genoemd) dan hetzelfde als goed ondernemerschap? “Nee,” legt Alsem uit, “ondernemen is veel meer dan je alleen maar met branding of profilering bezighouden. Als je als fysiotherapeut je eigen praktijk opstart, moet je ook intern je zaken op orde hebben. Je managet je hele bedrijfje. Je moet wat van financiën weten, van inkoop, met problemen kunnen omgaan. Ook leiderschap is onderdeel van een goede ondernemer zijn. Ondernemerschap is dus breder dan marketing, maar de grootste uitdaging zit hem denk ik toch wel in die externe kant. Uiteindelijk moet je toch die klant naar je toe zien te krijgen en tevreden weten te houden. Die klant bepaalt jouw succes. ”


Merkidentiteit Alsem legt dus de nadruk op het verhaal naar buiten toe; het belang om je als merk zo duidelijk mogelijk naar stakeholders te profileren. Hoe doe je dat? “In marketingboeken gaat het altijd over de klant, over klantgerichtheid. Ik voeg daar altijd merkidentiteit aan toe. Merkidentiteit is deels een interne aangelegenheid, het is vooral wat jij zelf wilt, wie jij zelf bent. In marketingboeken lees je over klantgerichtheid, service, customer experiences. Maar dat doe je allemaal in relatie tot die merkidentiteit. Het is de buitenkant van die identiteit.” Het helder krijgen van die identiteit is dan ook de eerste stap in een marketingstappenplan. Dat is volgens Alsem best lastig, want wat is identiteit? “Waar ben ik als fysiotherapeut nou goed in? Daar ben je je niet altijd van bewust. Je doet de dingen gewoon op jouw manier. Maar de grap van identiteit is óók dat ‘de dingen op jouw manier doen’ met die identiteit te maken heeft. Meestal gaat het zo: je wordt fysiotherapeut, je opent een praktijk en je doet de dingen op jouw manier. Meestal nog niet vanuit een bewust marketingof ondernemersplan. Je gaat het gewoon doen en klanten waarderen jou om bepaalde redenen. Maar op een gegeven moment, bijvoorbeeld als je mensen wilt gaan aannemen, wil je die identiteit scherper krijgen en moet je intern sessies gaan plegen. Dan moet je je altijd laten voeden door het 3C-model: hier ben ik goed in (Company), dit zijn mijn concurrenten (Competitors) en zo kijken klanten (Customers) naar mij.” Door met klanten te praten, kun je veel over jezelf leren, weet

Situatie-analyse met 3C-model: 1. Company: waar zijn we zelf goed in en waar liggen onze mindere punten? 2. Customers: wie zijn onze klanten, hoe ontwikkelen zij zich, wat vinden zij belangrijk, welke eisen en behoeften hebben zij? 3. Competitors: waar zijn onze concurrenten goed in en op welke vlakken zouden wij het beter kunnen doen?

Alsem. Wat klanten waarderen, waarom ze komen, waarom ze weglopen: dat is allemaal van belang. “Daar kun je onderzoek naar doen. Dat hoeft niet per se met enquêtes. Het kan ook kwalitatief. Je kunt kijken welke testimonials mensen op je site achterlaten. Je kunt een bureautje of studenten inschakelen, maar je moet wel luisteren naar wat mensen van jou vinden en dat als input gebruiken om te komen tot een scherpere positionering.”

Eerst de strategie De tweede stap is het bepalen van de marketingstrategie. Strategie komt nadrukkelijk vóór communicatie. “Veel bedrijven zijn bezig met vragen als: moeten we op facebook, wat zetten we op de website? Maar die zaken worden bepaald door je marketingstrategie: wie is je doelgroep en wat is je positionering? Dat moet je expliciet hebben. Daarna pas kun je communiceren.” Alsem noemt als voorbeeld Fysiofiets. Een fysiotherapeut uit Deventer kwam erachter dat het voor veel mensen een meerwaarde heeft als ze thuis kunnen worden behandeld. De fysiotherapeut bezoekt zijn klanten per bakfiets en koos ervoor daar zijn speerpunt van te maken: Fysiofiets. Daar waar jij bent.

Merkwetten Alsem heeft een aantal merkwetten opgesteld die helpen bij het bepalen van de positionering. Hij licht er twee toe. De eerste wet heeft te maken met onderscheidend zijn ten aanzien van concurrenten. Dat heeft niet per se te maken met wát je doet, maar ook met hóe je dat doet. Je kunt benadrukken dat je de beste sportfysiotherapeut bent of juist de nadruk leggen op hoe je te werk gaat. “Dat heeft te maken met emotionele merkwaarden. Een goed voorbeeld is het bedrijf Coolblue met Alles voor een glimlach. Alles rondom het

»

Karel Jan Alsem: ‘Eerst moet je je doelgroep en je positionering expliciet hebben. Pas daarna kun je communiceren’ FysioPraxis april 2022 | 9


Alsem komt daarmee weer aan het achterliggende idee van marktwerking in de zorg. “Het is wetenschappelijk min of meer aangetoond dat als ziekenhuizen zich specialiseren in bepaalde operaties, de kosten per handeling omlaaggaan en de kwaliteit omhoog. Of dat bij fysiotherapie ook geldt, weet ik niet. Ik kan me voorstellen van wel en dan is dus focus en specialisatie niet alleen een marketingaanbeveling, maar is het ook relevant vanuit de zorgkwaliteit zelf.”

Prijsmechanisme

Bart biedt met Fysiofiets fysiotherapie op locatie: thuis, op het werk, op school of in de buitenlucht. Want, aldus Bart, herstellen doe je het beste in je eigen omgeving.

Vier wetten voor merkpositionering: 1. Wees onderscheidend ten aanzien van je concurrenten. 2. Wees relevant voor je doelgroep. 3. Focus. 4. Wees consistent.

»

merk is vriendelijk en leuk; het zijn leuke gasten die de spullen komen brengen, je krijgt een goede service.” Als voorbeeld in de zorg noemt Alsem Saar aan Huis, een thuiszorgorganisatie waarbij een zorgmedewerker (een Saar) op een heel persoonlijke manier zorg aan huis biedt. Alle communicatie is toegespitst op de naam Saar: Onze Saars kunnen u ondersteunen bij … of Ben jij ook een Saar?, wat ook goed kan werken naar de arbeidsmarkt.

Focus Ook focussen is belangrijk, voor positionering én kwaliteit van zorg. “Bedrijven zijn soms bang om keuzes te maken, om business te missen. Je kunt als fysiotherapeut zeggen dat je alles wel kunt behandelen, maar dan ben je voor niemand echt speciaal. Een marketingaanbeveling is: doe vooral waar je goed in bent en communiceer dat. Je kunt tien dingen over je bedrijf vertellen, maar dat onthouden mensen niet. Als je zegt dat je goed bent in het behandelen van knieën, hebben mensen een duidelijk beeld van jou. En als je een bepaalde behandeling steeds vaker doet, word je er ook steeds beter in en dat is óók weer duidelijk naar de klant toe.”

Marktwerking heeft ook te maken met prijsmechanismen. In een gewone markt houdt de prijs vraag en aanbod in evenwicht. In de zorgmarkt is dat prijseffect er nauwelijks. “Kenmerkend voor de zorgmarkt is dat er in principe geen rem is op de vraag. Ik kan als consument onbeperkt naar de huisarts. We worden steeds ouder, de zorgvraag stijgt, maar de kosten dalen niet. Het prijsmechanisme zoals dat in een gewone markt stuurt op vraag en aanbod, werkt dus niet in een zorgmarkt. Maar doordat fysiotherapie uit het basispakket is gehaald en mensen er zelf voor moeten betalen, lijkt de fysiotherapiemarkt meer op een vrije markt en is dus positionering extra van belang.” In een zorgmarkt is ook de relatie met stakeholders anders, vertelt Alsem. “Binnen de zorgmarkt bemoeit iedereen zich met de zorg. Zorg is gedeeltelijk een overheidstaak, gemeenten hebben een rol en verzekeraars zijn van belang omdat je daar onderhandelingen mee voert. Ook naar deze stake­ holders is positionering dus van belang. Als je je merk sterker zou willen maken, denk er dan eens aan om bijvoorbeeld dingen in de regio te doen. Als je samenwerkt met partners in de buurt, kan een verzekeraar minder goed om jou heen.” En natuurlijk zijn er de verwijzers, zoals huisartsen of ziekenhuizen. “Bij ondernemen hoort dus ook dat je daar gewoon eens langs gaat om een praatje te maken en laat zien dat je er bent.”

Parels Alsem wijst tot slot op het parelprincipe in de marketing. “Dat betekent dat je de dingen waar je goed in bent duidelijk in de etalage zet. Zet vooral die dingen in de etalage die passen bij jouw positionering. Dat kan jij als fysiotherapeut doen, maar een brancheorganisatie kan dat ook doen. Dat is mijn algemene aanbeveling voor de zorg. In de zorg is men heel bescheiden. Als ondernemer moet je dat juist niet zijn, moet je juist een beetje lef hebben.”

Verder lezen? Zorg met liefde en lef, stappenplan voor effectieve zorgmarketing van Karel Jan Alsem en Robbert Klein Koerkamp. Bedum: Profieluitgeverij, 2016.

10 | FysioPraxis april 2022


Foto: Wiep van Apeldoorn

patiënt in beeld

Marguerite: Ik heb eigenlijk mijn hele leven al te maken met overgewicht. Ik heb talloze diëten uitgeprobeerd met het bekende jojo-effect tot gevolg. In de winter van 2021 ben ik naar de huisarts gegaan om hulp te vragen bij het bereiken van een gezonder gewicht. Op advies van de huisarts heb ik me toen aangemeld voor SLIMMER, een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) voor volwassenen. Ik koos bewust voor het tweejarige traject, zodat ik langdurig een stok achter de deur zou hebben om de adviezen vol te houden. Wytse is de fysiotherapeut-leefstijlcoach die mij samen met anderen uit mijn SLIMMER-groep op weg heeft geholpen naar het maken van andere keuzes voor een gezonder leven. We hebben het niet alleen over voeding of bewegen gehad, maar ook over omgaan met situaties waarin je weer terugvalt in ‘oud’ gedrag. Voor mij was dat bijvoorbeeld: hoe blijf je bewegen als het buiten slecht weer is? Ondertussen ben ik ruim een jaar verder en zo’n 10 kilo lichter. Aan mijn eetpatroon is niet zoveel veranderd. De grote ommezwaai is voor mij meer bewegen! Naast een loopje tussen de middag (in een hoog tempo weliswaar) kies ik nu minder voor de auto en pak ik vaker de fiets. Grootste winst? Niet alleen kilo’s eraf, maar toch ook echt lol in meer bewegen.

Verderop in dit nummer geeft de fysiotherapeut-leefstijlcoach van Marguerite een toelichting op de interventie (zie pag. 25). FysioPraxis april 2022 | 11


nieuwe praktijken

Van idee naar meetinstrument: de Skully Care-app

Innovatieve digitale meet­ analyse van babyhoofdjes De Skully Care-app is een digitale methode die kinderfysiotherapeuten helpt bij het meten van schedeldeformatie bij baby’s. “Er ontbrak tot nu toe een snelle en kindvriendelijke manier, waardoor steeds meer collega’s op het oog gingen schatten”, vertelt Elly van der Grift, kinderfysiotherapeut en mede-ontwikkelaar van de app. “Met Skully Care kan de meting in slechts vier minuten gedaan worden, zodat er meer behandeltijd overblijft voor de baby en de ouders zelf.”

Tekst en beeld: Elly van der Grift

Vanuit de praktijk Hoe is de app in relatief korte tijd en met een klein team ontwikkeld? Elly vertelt er graag meer over. Ze combineert haar liefde voor het vak kinderfysiotherapie met haar inzet voor deze innovatie, de Skully Care-app. Ze heeft ruim 25 jaar een praktijk in Zeist, managet daar een multi­disciplinair centrum en ziet met haar collega’s veel baby’s met een schedel­ deformatie, ook wel bekend als plagioen brachycephalie. Ze merkt dat ouders van deze baby’s soms veel zorgen hebben. “Ouders vragen om duidelijkheid over de ernst en het beloop. En zelf vind ik het belangrijk om een ­uitgangssituatie te bepalen en het resultaat van mijn behandeling te monitoren.”

Het idee en de uitdagingen Met haar zoon Freek, ingenieur, besprak ze een aantal jaar geleden haar ­probleem. Het lukte niet om snel, handig én betrouwbaar de vorm van een babyhoofdje te meten. Dit was het begin van sparren, nadenken en literatuuronderzoek. Ze stuitten op een studie van dr. Heidrun Schaaf uit 2010 waarbij succesvol de digitale camera was ingezet voor schedelanalyse bij baby’s.1 Zo kwam het idee tot stand om hoofdjes van baby’s te meten met een smartphone-camera. Maar hoe verder? Belangrijke vragen waren: Hoe kunnen we zorgen dat het meetinstrument uiteindelijk ook valide en betrouwbaar is? Wat zijn de benodigde stappen? Dit was de motivatie om zich te laten ondersteunen door een innovatieplatform en wetenschappers van de

Hogeschool Utrecht en het UMC Utrecht. Aanvankelijk dacht Elly als adviseur aan de zijlijn te blijven staan. Maar toen ze eenmaal geproefd had van de innovatieve wereld waar ze in terechtkwam, stortte ze zich toch op het ontwikkelen van het nieuwe meetinstrument voor de kinderfysiotherapie.

Innovatieplatform voor startups Elly en Freek klopten in 2018 aan bij UtrechtInc, een platform dat startende bedrijven helpt bij het ontwikkelen van een innovatief idee naar een product. Tijdens drie maanden training kwamen alle aspecten aan bod die het hebben van een start-up en ontwikkelen van een idee met zich meebrengen. Elly en Freek formuleerden de missie van Skully Care: “Vroege detectie en daardoor afname van ernstige vormen van schedeldeformatie bij baby’s.” Elly: “De Lean Startup Methode die bij UtrechtInc aan bod kwam, maakte voor ons echt het verschil.”2

De innovatiemethode Elly: “Freek was bekend met de Lean Startup Methode en was er al heel enthousiast over.” Deze methode wordt veel gebruikt door start-ups die voorop lopen in het ontwikkelen van innovaties. De Lean Startup Methode start met kleine stapjes van productontwikkeling, die steeds getoetst worden bij de klant, en stelt de toegevoegde waarde centraal. Je onderzoekt eerst grondig hoe de klant jouw idee ervaart. Daarna doorloop je een iteratief proces van ontwikkelen,

12 | FysioPraxis april 2022


toetsen en verbeteren. De kern is dat je snel leert wat werkt en wat niet en je stuurt continu bij. Elly: “Het blijkt dat 9 van de 10 goede ideeën voortijdig strandt. Mede door het gebruiken van deze Lean Startup Methode is ons idee een mooi en compleet hulpmiddel voor de kinder­ fysiotherapie geworden.”

De ontwikkelstappen van Skully Care De eerste stap voor Skully Care was onderzoeken wat volgens kinderfysiotherapeuten de toegevoegde waarde zou zijn. Uit gesprekken bleek dat ze behoefte hadden aan een snelle en tegelijkertijd betrouwbare en valide schedelanalyse. De vervolgstap was het bouwen van het eerste Minimum Viable Product (MVP). Een simpele, snel gemaakte en goedkope versie. De MVP van Skully Care bestond uit een eenvoudig rekenmodel en maakte gebruik van de bestaande app Siilo. Elly en Freek vroegen groepjes kinderfysiotherapeuten om, aanvullend op hun gebruikelijke metingen, een foto van een babyhoofdje voor een analyse naar hen te sturen. Door de feedback, zoals ‘de baby beweegt te veel om een goede foto te maken’, kregen ze nuttige informatie voor verbeterpunten. Het probleem van de bewegende baby ondervingen ze bijvoorbeeld door te zorgen dat er met één klik een serie van vijf foto’s werd gemaakt, ofwel een mini-filmpje. Verder bedachten ze een virtuele behandelkamer. Dit houdt in dat je een video van een bewegende baby kon starten en zo kon oefenen met meten. Een dienst die nog steeds bestaat op de website van Skully Care.

Het bouwen van de app Elly: “Als je een meetinstrument anno nu wilt ontwikkelen, dan kun je niet om een app heen, dat is echt iets van deze tijd.” UtrechtInc heeft een grote kring van coaches, deskundigen en investeerders. Freek sprak daar met een eigenaar van een softwareontwikkelingsbedrijf. Die was enthousiast over het idee ‘Skully Care’ en besloot het ontwikkelen van de app op zich te nemen. Voor de fotoanalyse kozen ze voor kunstmatige intelligentie. Kleine groepen kinderfysiotherapeuten gebruikten eerst nog simpele app-versies. Met hun feedback verbeterde de app in

kleine stappen tot een steeds completer en gebruiksvriendelijker product. Er werden bijvoorbeeld korte video’s van een behandeling in de app toegevoegd. Elly: “Daarmee kunnen de ouders ’s avonds nog eens rustig terugzien wat de kinderfysiotherapeut die dag heeft geadviseerd en voorgedaan. Ook kunnen de ouders de meting van hun kindje in de app inzien. Zo zijn ze meer betrokken bij het hele proces.”

Wetenschappelijke onderbouwing Dr. Léon van Adrichem, plastisch chirurg, onderzocht de validiteit.3 Zestig hoofdjes van baby’s werden geanalyseerd met twee meetmethodes: Skully Care en Plagiocephalometrie. Er werd bij baby’s met positionele plagiocephalie een hoge correlatie gevonden tussen de Cranial Vault Asymmetry Index gemeten met Skully Care en de Oblique Diameter Difference Index gemeten met de Plagiocephalometrie (r = 0,849; P < 0,01). Verder werd er bij baby’s met positionele brachycephalie een zeer hoge ­correlatie gevonden tussen de Cranial Index gemeten met Skully Care en de Cranio-Proportional Index gemeten met Plagiocephalometrie (r = 0,938; P < 0,01). Skully Care bleek een significant snellere meetmethode (gemiddeld 4 minuten) dan Plagiocephalometrie (gemiddeld 29 minuten; verschil P < 0,001). Dr. Jacqueline Nuysink begeleidde het onderzoek van Sofie Meijer naar de betrouwbaarheid van Skully Care. Bij dertig baby’s werden door drie kinderfysiotherapeuten tien foto’s gemaakt ter bepaling van de intra- en interbeoordelaarsbetrouwbaarheid. De NVFK heeft op basis van voorinzage in de resultaten een deel van de uitkomsten gepubliceerd op hun website.4 In dit stuk is te lezen dat er een goede intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid is voor de Cranial Vault Asymmetry Index (ICC = 0,95) en Cranial Index (ICC = 0,98) en een zeer goede inter-­ beoordelaarsbetrouwbaarheid (respec­ tievelijk ICC = 0,97 en ICC = 0,98).

Het succes van Skully Care Vorig jaar januari is Skully Care gelanceerd met een webinar dat door ruim 300 collega’s werd bezocht. Sindsdien is Skully Care gegroeid van 50 naar 600

abonnees en wordt de app in meer dan tien landen gebruikt. Elly: “We zijn trots dat we een wetenschappelijk valide en betrouwbaar systeem ontwikkeld hebben waarmee we schedeldeformatie makkelijk en snel kunnen kwantificeren.” Wat Elly en Freek betreft stopt het hier niet. Ze blijven Skully Care doorontwikkelen, waardoor de app steeds completer wordt. Ten eerste wordt het detecteren van craniosynostose (te vroeg gesloten schedelnaden) en meten van de omtrek van het babyhoofdje toegevoegd.

Terugblik en tips Elly vond het een heel bijzonder proces, dat ze niet had willen missen. Ze is veel ervaringen rijker en heeft zich op compleet nieuwe vlakken kunnen ontwikkelen. Van alle aspecten die rondom een innovatie aan bod komen moest ze zich basiskennis eigen maken. Keuzes maken en gaan voor hetgeen met de meeste impact, was een belangrijke les. Haar kennis over onder andere juridische aspecten, de opbouw van een app en verkoop nam een vlucht. Nu richt ze zich op het ontwikkelen van lesmateriaal voor een nieuwe cursus. Ze realiseert zich dat ze met de app veel meer voor baby’s met schedeldeformatie kan betekenen dan alleen in haar eigen praktijk. De tip die ze meegeeft aan ondernemende fysiotherapeuten is dat het echt de moeite waard is om met je goede idee aan de slag te gaan. “Doe het slim, bijvoorbeeld met de Lean Methode. Doe het niet voor het snelle geld, want dat is een mythe, maar voor de ervaring en de missie om het vak nog een beetje mooier te maken. Dat is onbetaalbaar.”

Elly van der Grift, kinderfysiotherapeut en medeontwikkelaar van de Skully Care-app

Ellyvdgrift@skullycare.com

Literatuur: www.kngf.nl/fysiopraxis

Meer informatie over deze meetmethode vind je op www.skullycare.com. FysioPraxis april 2022 | 13


Plug & Play • • • •

Onze missie Alle spierziekten bij kinderen verslaan

1 op 1 training Circuittraining Toepasbaar op elke locatie Eenvoudig te bedienen

SMART

• Specifiek: sturing, Motor Control • Meetbaar en reproduceerbaar • Aanwijsbaar, uw cliënt met Motor Control insufficiëntie • Realistisch, zichtbaar en voelbaar resultaat • Tijdsgebonden, binnen 2 tot 6 sessies

Ook jij kunt je gezonde spieren inzetten voor zieke spieren!

T

010 416 93 93

E

info@veldon.nl

www.veldon.nl

Kom in actie Word partner Word vrijwilliger Organiseer een actie!

www.sportenvoorspieren.nl/doneren/kies

Functioneel a

NIEUW: Ademen ontspanningsoefeningen vo NIEUW: Functioneel ademen

Evidence Based Practice in Health Care MSc/Drs TWEEJARIGE UNIVERSITAIRE DEELTIJD MASTERSTUDIE TOT KLINISCH EPIDEMIOLOOG (MEDISCH WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEKER)

Geen premaster nodig!

Adem- en ontspanningsoefeningen voor gevorderden

Het handboek Ontspanningsinstructie is inmiddels een klassiek werk in ons land en blijft het basisboek van de opleiding (www.methodevandixhoorn.com). Dit is het eerste en enige oorspronkelijk Nederlandse boek over procesmatige ontspanningsinstructie. ISBN: 978 90 369 1910 7

Het bevat de oefeningen die de ervaring van ‘Whole-body breathing’ een realiteit maken. Met Functioneel ademen is het vervolg er nu ook. Het opent met een nieuw geschreven hoofdstuk over de functionele adembeweging, kortom ‘Whole-body breathing’, ademen met het gehele lichaam. Dit geeft zeker mogelijkheden voor herstel van moeite met ademen na COVID-19. ISBN: 978 90 830 9601 8

START 21E ACADEMISCH JAAR SEPTEMBER 2022

BRIDGING HEALTH CARE AND SCIENCE Een eersteklas carrièrestap als startpunt naar een hoog wetenschappelijk niveau.  Modern en actueel onderwijs met een multidisciplinaire benadering.  (Inter)nationaal gerespecteerd en NVAO-geaccrediteerd.  Voor verpleeg- en verloskundigen, medici, paramedici en promovendi. 

CONTACT, VOORLICHTINGSDATA, INFORMATIE EN AANMELDING:

WWW.AMC.NL/MASTEREBP

ISBN: 978 90 369 1910 7

De boeken zijn te bestellen door te mailen naar info@methodevandixhoorn.com onder vermelding van ‘Functioneel ademen’, of ‘Basisboek’. Geef je naam door en het adres waarop je het boek wilt ontvangen. Functioneel ademen kost € 55,- en ISBN: 978 90 830 9601 8 ‘Basisboek’ € 93,95. Je kunt het bedrag overmaken op bankrekeningnummer NL82 INGB 0007152779 t.n.v. I.P.M. van Dixhoorn-Verhoeven.


fysio in actie

Zes fysiotherapeuten aan het woord

Ondernemen en profileren Ook in de zorgmarkt is de concurrentie enorm. Hoe kan je je als fysiotherapeut dan toch op een bijzondere manier onderscheiden? We vroegen zes ondernemende fysiotherapeuten naar hun aanpak.

‘Teamwork is voor ons de basis om idealen te bereiken’

Ondernemen, een hoge mate van organisatiegraad en zeker ook het toepassen van data-analyses ondersteunt ons om samen met partners in de regio echt van waarde te zijn voor onze patiënten en zo het zorglandschap te ontwikkelen. Daar worden wij vrolijk van!

Annemarie Pollmann: Fysiotherapie Van Hoof & Expertisecentra

‘Wij adviseren Wmoconsulenten en leiden fysiotherapeuten op’

De mens centraal Onze ambitie ligt in samenwerking en het breed benaderen van onze patiënten. De interesse in ‘de mens achter de klacht’ staat centraal. Als fysiotherapeut heb je hier al veel competenties voor, maar het is nog beter om dit, waar geïndiceerd, samen met een team van specialisten vorm te geven. Primair heb ik dit zelf als medepraktiserend therapeut vormgegeven en nu vervul ik – als medepraktijkeigenaar – samen met Hans van Hoof een coördinerende taak. Met ons team zijn we gaan bouwen en ontwikkelen: wat vandaag goed is, kan morgen beter.

Multidisciplinair werken Als team zijn we deze visie verder vorm gaan geven door het opzetten van multidisciplinaire expertisecentra voor verschillende doelgroepen: patiënten met complexe geriatrie/neurologie, nek(gerelateerde) klachten, sport- en spier-peesklachten en oncologische beelden. Zo kwamen de centra RevaVitaal, Nekcentrum, Sport+Revalidatie en Expertisecentrum Oncologie tot stand. Dat ging niet zonder slag of stoot. Werken als een team is investeren in en openstaan voor elkaar en weten wat de ander kan en denkt. Daarom zetten we consequent multidisciplinaire overleggen in – ook al worden ze (nog) niet vergoed – om patiënten te bespreken en te blijven leren van elkaar. Door ook artsen mee te nemen in onze visie zien we hen nu veelvuldig aansluiten bij onze overleggen en gericht multidisciplinair verwijzen. Daardoor krijgen we steeds meer midden- en hoogcomplexe vraagstellingen, zijn we meer en meer een verlengstuk voor de tweede lijn en dragen we bij aan de transitie van de zorg.

Het belang van data De kracht van onze visie is om op basis van inhoud in gesprek te gaan met potentiële samenwerkingspartners. De basis voor intensieve samenwerking in de regio is inmiddels gelegd en we zijn volop bezig dit verder vorm te geven. De uitdaging die we nu oppakken is om onze werkwijze te onderbouwen met data. We willen laten zien wat het effect is. Dit doen we onder andere met Plus-DATA.

Mohamed El Hadouchi: HRC Powerful Ageing Op maat in beweging Tijdens mijn carrière als sportfysiotherapeut dacht ik veel na over hoe ik mijn expertise op het gebied van inspanning, beweegzorg en training voor iedereen beschikbaar kon stellen. Ik wilde impact maken in de dagelijkse praktijk en startte met een promotieonderzoek naar de effecten van explosief spiervermogen en physical performance. In mijn beleving is er geen verschil tussen een ouder iemand, recreant of topsporter. Toch worden zij als het gaat om de bouw en fysiologie van de mens verschillend behandeld en getraind. Vanuit die gedachte ontstond het Powerful Ageing-programma, een interventie die zich richt op het op maat in beweging brengen van inactieve ouderen die nog zelfstandig wonen. Het programma wordt landelijk uitgevoerd door HRC (Health Research & Consultancy), het lectoraat Innovatie van Beweegzorg (HU), het Instituut voor Bewegingsstudies (HU) en het Department of Human Movement Sciences (VU), samen met gemeenten en eerstelijnsfysiotherapiepraktijken.

Geen traplift, maar beweegzorg Naast het Powerful Ageing-programma helpen wij gemeenten met transformatie binnen het sociaal domein, door bijvoorbeeld beweegzorg in te zetten als ondersteuning in plaats van huishoudelijke hulp of het plaatsen van een traplift. Hierbij adviseren wij Wmo-consulenten, leiden we fysiotherapeuten op en helpen we zowel gemeenten als fysiotherapiepraktijken met de implementatie van beweegzorg als maatwerkvoorziening. Het bijzondere aan onze fysiotherapeutische dienst is de doelmatigheid en probleemgerichte oplossing voor de hulpvraag van zowel de ouderen als de gemeente (invulling van de zorgtaak). Daarnaast is het een unieke samenwerking tussen fysiotherape­ » FysioPraxis april 2022 | 15


» utische beweegzorg, gemeenten en onderzoeksinstellingen die de doelmatigheid monitoren en toetsen. Ook ontstaat hiermee een kwaliteitsimpuls en een nieuwe businesscase met een verdienmodel voor de eerstelijnsfysiotherapiepraktijken. Kortom, een win-winsituatie die leidt tot meer zelfstandigheid en kwaliteit van leven van ouderen, minder inzet van maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en minder zorgkosten (Zvw).

Samenwerking Naast (sport)fysiotherapeut, docent en onderzoeker profileer ik mezelf ook als ondernemer. Afhankelijk van de doelgroep, setting en boodschap leg ik meer of minder accent op een van die profielen. Mijn communicatiekanalen zijn persoonlijk gericht. Ik gebruik vooral netwerk- en expertisegroepen, die aansluiten bij mijn visie en doelen. Door de samenwerking met verschillende instanties en fysiotherapiepraktijken is het voor ons over het algemeen geen probleem om onze doelgroep te bereiken. Daarnaast hebben wij een patiëntcommunicatie- en wervingsplan ontwikkeld voor een doelgerichte strategie.

‘Contractloos werken was een gok, maar is meer dan de moeite waard’ Martijn van Strien: Van Strien Fysiotherapie & Personal Training Contractloos werken In september 2019 startte ik met mijn niet-gecontracteerde fysiotherapiepraktijk. Daarvoor werkte ik jarenlang in loondienst bij diverse gecontracteerde fysiotherapiepraktijken. Mijn eigen praktijk richt zich op manuele therapie, (top)sport, echografie en vele andere specialisaties binnen het musculoskeletale vakgebied. Ik wil een brede visie creëren om mijn patiënten zo goed mogelijk te helpen. Aan de hand van een uitgebreide intake beoordeel ik welk aspect er binnen het musculoskeletale vakgebied nodig is voor een goed herstel. Omdat ik nu minder tijd kwijt ben met administratieve taken, houd ik meer tijd over voor de patiënt. Direct na afloop van de behandeling betalen patiënten de factuur, waarna zij deze zelf indienen bij de zorgverzekeraar. Wat die vervolgens uitkeert, is afhankelijk van de polis. Patiënten zijn overigens best bereid bij te betalen als je ze optimale zorg kunt bieden.

Alles went Zo onwennig als de situatie aanvankelijk was voor mijn p­atiënten, zo normaal vinden ze het nu. Inmiddels weten ze niet beter en is directe betaling na afloop van de ­behandeling gebruikelijk. Ik heb hierdoor weinig omkijken naar achterstallige betalingen. Gemiddeld genomen duurt het één tot vijf dagen voor patiënten de vergoeding van de zorgverzekeraar hebben ontvangen. Dit gaat veel sneller dan vroeger, wat met deze werkwijze een groot voordeel is.

16 | FysioPraxis april 2022

Mond-tot-mondreclame De mond-tot-mondreclame blijkt verreweg het beste medium om nieuwe patiënten naar mijn praktijk te trekken. Van de reguliere patiënt tot en met de topsporter: iedereen komt op die manier naar mijn praktijk toe. Ook heb ik een goed netwerk van specialisten om mij heen verzameld en probeer ik snel en adequaat te handelen als er andere, specialistische zorg nodig is. Ik heb gemerkt dat een goede samenwerking met specialisten prima gecontinueerd kan worden als je overstapt op contractloos werken en ook het doorverwijzen in twee richtingen levert geen beperkingen op. Met deze manier van werken ervaar ik veel minder druk van de zorgverzekeraars, waarbij mijn dossiers nog altijd netjes op orde zijn, mijn patiënt centraal staat en ik met veel plezier mijn vak kan blijven uitoefenen.

‘Ik maak ook gebruik van golfspecifieke testen, keten- en videoanalyse’ Saskia Gladdines: FYSAS en SAS Golfperformance Golfrevalidatie Ongeveer acht jaar geleden maakte ik kennis met golfen. Mijn golfprofessional attendeerde mij destijds op het bestaan van het Titleist Performance Institute (TPI), een instituut dat zich bezighoudt met alles wat met golf en fysiek te maken heeft. Daar is eigenlijk mijn carrière als fysiotherapeut gespecialiseerd in golfblessures begonnen. Als fysiotherapeut was ik altijd al geïnteresseerd in het analyseren van bewegingen en bij sportgerelateerde blessures is het belangrijk om specifieke kennis over de sport te hebben om de patiënt zo goed mogelijk te kunnen laten revalideren en een return to sport te realiseren.

Handtherapie en preventie Na het volgen van mijn eerste golfcursus zag ik steeds vaker patiënten bij wie de klachten waren gerelateerd aan hun golftechniek. De golfer heeft vaak klachten van rug, elleboog of hand/pols. Naast de gebruikelijke fysiotherapeutische diagnostiek, maak ik gebruik van golfspecifieke testen, een keten- en videoanalyse. Aandachtspunten zijn hierbij onder andere flexibiliteit, kracht, stabiliteit, grip en golfhouding. Het behandelplan stellen de patiënt en ik samen op en indien nodig werken we met de golfprofessional aan de technische uitvoering. Aangezien golfers vaak specifieke klachten ervaren aan hand/pols en elleboog, heb ik de opleiding tot handfysiotherapeut gevolgd. Tijdens mijn master Fysiotherapiewetenschappen had ik mij al verdiept in golfgerelateerde blessures en nu onderzoek ik als promovendus golfgerelateerde blessures en de preventie hiervan. De komende jaren zal ik mijn praktijkkennis samen met de wetenschappelijke kennis verder verspreiden en inzetten.


Second opinions en trainingen Mijn werkweek in de praktijk bestaat uit een combinatie van patiënten met zowel golf-, sport- als algemene klachten. Regelmatig consulteert een collega mij of vraagt een patiënt zelf om een second opinion. Ook word ik vaak aan het einde van een behandeltraject geraadpleegd om de golfer weer terug te helpen naar de golfbaan. Ik steek veel tijd in het onderhouden van mijn contacten. De meeste golfprofessionals in de buurt ken ik persoonlijk, daarnaast komen golfers vaak via via bij mij terecht. Op een aantal clubs verzorg ik oefeningen/trainingen voor golfers. Mijn overtuiging is dat er nog steeds veel golfers rondlopen met klachten die met gerichte tips en adviezen zeker verholpen hadden kunnen worden.

‘Innovatie helpt ons ook in de toekomst van toegevoegde waarde te zijn’ Wendy Scholtes-Bos: Kinderfysiotherapie Regio Westland & living lab Juiste zorg op de juiste plek Onze grote kinderfysiotherapiepraktijk is betrokken bij initiatieven als het lokale sport- en preventieakkoord en de Samen naar Schoolklas. Met verschillende zorgverleners uit de regio en partners uit het sociale domein en het onderwijs, ondersteunen we ouders en kinderen.

Living lab Daarnaast werk ik als living lab-regisseur bij het Medical Delta Living lab VIT for life aan innovatie in de zorg. Vanuit de Haagse Hogeschool en de Hogeschool Rotterdam werken we met verschillende partners binnen de Quadruple Helix aan preventie, vitaliteit participatie en kwaliteit van leven. Met de onderzoekers van de kenniscentra binnen de hogescholen in samenwerking met andere hogescholen en universiteiten kijken we naar innovatie over de vakgebieden heen. We betrekken veel studenten van verschillende opleidingen bij ons onderzoek. Zo werken er in ons living lab masterstudenten Kinderfysiotherapie en Sportfysiotherapie, en studenten van de opleidingen Multimedia design, Pedagogiek, Voeding en Diëtetiek, Business en Marketing en Bewegingstechnologie.

de zorgverlener. We hebben een heel mooi vak waar we trots op mogen zijn en ik denk dat innovatie ons gaat helpen om naar de toekomst toe ook van toegevoegde waarde te zijn en blijven. Ik deel veel over de projecten op social media en hoop zo bij te dragen aan het toegankelijk maken van fysiotherapie-­ onderzoek.

‘Naast eerstelijnszorg bieden we ook medisch specialistische revalidatie aan’ Wouter Teitsma: multidisciplinair preventiecentrum Lijf & Visie Korte lijnen Het is 21 jaar geleden dat ik begon als fysiotherapeut en het was me direct duidelijk dat het wenselijk is om multidisciplinair samen te werken. Met gespecialiseerde fysiotherapeuten of met andere disciplines. Vakoverstijgende problematiek komt steeds vaker naar boven bij aanhoudende of terugkerende klachten. Hier hebben we met onze onderneming, Lijf &Visie, op geacteerd door naast eerstelijnszorg ook tweedelijnszorg aan te bieden: medisch specialistische revalidatie, een eigen Zelfstandig Behandel Centrum (ZBC). Daarmee hebben we ook de keuze gemaakt om het netwerk dat wij buiten de deur hadden opgebouwd naar binnen te halen. Korte lijnen zijn belangrijk. Patiënten merken dat iedereen in het team ‘dezelfde taal’ spreekt, verwijzers/opdrachtgevers worden goed meegenomen door de casemanagers en er wordt tijd en ruimte geboden aan de collega’s om intervisies in te plannen. Dit laatste krijgt nu ook vorm door middel van een eigen academie. Ook hebben wij onze missie en visie aangepast, waarin naast curatie nu ook preventie nadrukkelijk de aandacht krijgt. De inzet op leefstijl is niet meer weg te denken.

Vier labels We hebben een duidelijk visie op zorg en preventie en kijken verder dan de aanvankelijke hulpvraag. Vanuit die gedachte hebben we vier labels in het leven geroepen die zowel als stand­alone als samenwerkend functioneren: zorg, revalidatie, fit en werk. Onze website is dusdanig ingeregeld, dat de informatie die een bezoeker wil lezen ook binnen één of twee klikken te vinden is.

Innovatie als toegevoegde waarde

Alternatieve bekostiging

Momenteel werken we in de Foodboost Challenge samen met meer dan 30 partners en doen we peer-to-peer-research onder jongeren om ze gezonder te laten eten. Ook werken we aan innovatie via apps met blended care, VR en XR, gamification en platform- en sensortechnologie. Daarbij kijken we naar relevantie, innovatie en implementatie, validatie en acceptatie. Innovatie moet bijdragen aan de zorg voor de patiënt, maar er moet ook een rendabel businessmodel onder liggen voor

Vanzelfsprekend houd ik mij ook bezig met de bekostiging van al onze diensten en producten. Het niveau van de vergoedingen vanuit de zorgverzekeraars is helaas niet zodanig dat je kwaliteit, innovaties en de persoonlijke ontwikkeling van je collega’s kunt garanderen en borgen. Willen we resultaten behalen en behouden op basis van reële doelen en verwachtingen voor onze patiënten en collega’s, waarbij ‘op maat’ hoog in het vaandel staat? Dan is alternatieve bekostiging van wezenlijk belang. FysioPraxis april 2022 | 17


U kent Chemodol, de hypo-allergene afwasbare massage-olie. Maar Chemodis heeft meer massage-oliën. Zoals Chemotherm, een massage-emulsie met milde en verantwoorde warmtewerking. Het zuiver plantaardige Olivine, zonder conserveermiddelen en emulgatoren. Chemovine, speciaal voor de sterk behaarde huid.

Over de rug van Chemodol. En, speciaal voor de overgevoelige huid, Chemoderm met natuurlijke werkstoffen en de ongeparfumeerde Baselin Emulsion met biologische eigenschappen. Uw leveranciers kunnen u er alles over vertellen. Of bel voor meer informatie: +31 (0)72 - 520 50 83 www.chemodis.nl

Chemodis B.V.

CHEMODIS

Dat ligt voor de hand

Para-medische Farmacie Postbus 9160 NL-1800 GD Alkmaar Tel. +31 (0)72 - 520 50 83 E-mail: sales@chemodis.nl


in de praktijk

Positioneren van je praktijk in de wijk

Positie kiezen of positie verliezen? Nederland telt ongeveer 10.000 fysiotherapiepraktijken. Deze praktijken zijn (kleine) ondernemingen met als doel patiënten te ondersteunen bij hun bewegend functioneren. Ze doen dat in een continu veranderende markt waarbij ze veel verschillende belanghebbenden moeten bedienen. Praktijkhouders worden uitgedaagd om hun praktijk onderscheidend te positioneren. De MOVE-IT Toolkit is een praktisch hulpmiddel om tot een eigen positionering te komen en zo de zichtbaarheid van de eigen praktijk in de wijk te vergroten.

Tekst: Di-Janne Barten, Joost van der Heiden, Eveline van der Herberg en Cindy Veenhof

Er staat ons een roerige tijd te wachten. De vergrijzing zet door, het aantal mensen met één of meer chronische aandoeningen stijgt tot 11,4 miljoen in 2040 en continue druk en stress laten hun sporen na in alle leeftijdsgroepen.1 Als maatschappij staan we voor de uitdaging om goede zorg te blijven bieden, die ook nog eens betaalbaar is. Sinds een aantal jaren is een kanteling gaande in het zorgbeleid om de uitdagingen van vergrijzing, chronische aandoeningen en betaalbaarheid aan te gaan. Voor betaalbare, behapbare en goede zorg in de toekomst ligt de focus op ‘decentralisatie’ en ‘zorg dichtbij’.2 Het functioneren van de mens komt centraal te staan, binnen de context van de eigen leefomgeving. Laat dat nu net de expertise zijn van de fysiotherapeut.

Fysiotherapeut in de wijk Fysiotherapeuten werken met hart en ziel aan het verminderen van beperkingen in het functioneren. Het merendeel doet dat in de eerste lijn, binnen (kleine) zorgorganisaties in een wijk of dorp. Uit interviews, gevoerd tijdens het project ‘MOVES in de beweegzorg’ van Hogeschool Utrecht, blijkt dat de fysiotherapeut door de belangrijkste belanghebbende, de patiënt, ervaren wordt als de meest menselijke zorgverlener die direct naast de patiënt staat.3 Gesprekken met zorgprofessionals uit andere disciplines brengen naar voren dat zij de fysiotherapeut ervaren als een laagdrempelige samenwerkingspartner die zekerheid en vertrouwen uitstraalt. De houding vanuit beleidsmakers en financiers, zoals gemeenten en verzekeraars, is wat koeler. Wellicht ligt een gebrek aan kennis over fysiotherapiepraktijken en wat fysiotherapeuten precies doen hieraan ten grondslag. Partijen in de wijk, zoals soci-

ale collectieven en gemeenten, maar ook verzekeraars, hebben het idee dat fysiotherapeuten vooral zorg verlenen binnen de muren van hun eigen praktijk. Daarbij komt dat structurele, interprofessionele samenwerking vaker uitzondering is dan regel. Ze zien dat fysiotherapeuten vaak wel deelnemen aan projecten in de wijk, maar zouden daarbij graag zien dat fysiotherapeuten meer de leiding nemen. Kortom, er is nog ruimte om de zichtbaarheid van de fysiotherapeut in de wijk te verbeteren.

Sterke positionering is de sleutel naar succes Een startpunt voor het vergroten van zichtbaarheid in de wijk is het formuleren van een onderscheidende positionering. Positioneren betekent letterlijk ‘een positie innemen’. Daarmee wordt bedoeld het gewenste beeld van de organisatie bij anderen. Dat heeft alles te maken met het aanleren van gedachten over de praktijk die positief, uniek, relevant en geworteld zijn.

Figuur 1

»

Een overzicht van de opbouw van een positionering FysioPraxis april 2022 | 19


Figuur 2

therapeut kan iets met deze thema’s. Onderzoekers van ‘MOVES in de beweegzorg’ ­ontwikkelden samen met fysiotherapeuten, hun patiënten, zorg- welzijnsprofessionals, beleidsmakers en financiers zeven richtingen die voldoende mate van relevantie, herkenbaarheid en geloofwaardigheid hebben om te kunnen gelden als inspiratie voor fysiotherapiepraktijken bij hun eigen positioneringskeuze. De zeven positioneringsrichtingen zijn verzameld in een Inspiratieboek.4

De MOVE-IT Toolkit als hulpmiddel bij positioneren Positioneringsrichtingen van vijf fysiotherapiepraktijken ten opzichte van elkaar

»

Er is een aantal eisen aan een goede positionering te stellen, vier pijlers die in figuur 1 (zie pagina 19) worden samengevat: - De positionering moet passen bij jezelf, bij jouw identiteit. Het moet in lijn liggen met een sterkte die je bezit; iets wat in het dna van de praktijk aanwezig is. - De positionering moet relevant zijn voor de doelgroepen van de praktijk. Binnen de zorgmarkt is er niet één doelgroep, maar zijn er verschillende. Zo richt je je in eerste instantie op de zorgvrager, maar kunnen verwijzers, financiers of collega-­ zorgverleners ook een doelgroep zijn. - De positionering is onderscheidend, dus anders dan het beeld bij andere, vergelijkbare, zorgaanbieders, je concurrenten. - De positionering houdt rekening met het huidige imago, het beeld dat de doelgroep op dit moment heeft van jouw praktijk. Een goede positionering is vervolgens het uitgangspunt voor het ontwikkelen van een compleet bedrijfsmodel, inclusief (innovatieve) producten en diensten, van promoties, prijszetting, plaats en inzet van het personeel.

Keuze voor een positionering Maar hoe kan je je fysiotherapiepraktijk positioneren? Dat is voor iedere praktijk, in iedere wijk anders. Er zijn grote thema’s die aangeven wat er speelt in de zorg en wat ieders behoeften en onuitgesproken wensen zijn. Denk aan zelfredzaamheid, vitaliteit, eenzaamheid en digitalisering. De fysio-

Hoewel de zeven richtingen zeker inspiratie kunnen geven voor de positionering van de eigen praktijk, zullen ze niet exact aansluiten bij de identiteit, de doelgroep, de concurrentie en het imago van een specifieke praktijk in de wijk. Positioneren is namelijk maatwerk. Vanuit de marketing zijn er allerlei boeken, tips en tools die handvatten bieden om tot een eigen positionering te komen, maar die sluiten vaak niet aan bij de context van fysiotherapie in de wijk. De MOVE-IT Toolkit doet dat wel.5 De toolkit is ontwikkeld mét fysiotherapeuten, doet recht aan de complexe context met meerdere belanghebbenden waarin de fysiotherapeut werkzaam is en sluit aan bij het kennis- en handelingsniveau van de fysiotherapeut wanneer het gaat om (zorg) marketing. Zo helpt de MOVE-IT Toolkit fysiotherapiepraktijken bij het beantwoorden van vragen zoals: ‘Wie zijn wij?’, ‘Hoe ziet de wijk ons?’, ‘Op wie willen wij ons richten?’ en ‘Welke kansen zijn er voor mijn praktijk?’ Simpele vragen die praktijken uitdagen om werkelijk keuzes te maken. En het werkt! In figuur 2 zijn de positioneringskeuzes weergegeven van een aantal fysiotherapiepraktijken dat de MOVE-IT Toolkit doorlopen heeft. Het is goed te zien dat de toolkit resulteert in écht onderscheidende keuzes op basis van de eigen identiteit, de waarden en wensen van de doelgroep en de manier waarop de praktijk zich onderscheidt van de concurrentie. De praktijk OOFI richt zich bijvoorbeeld op jonge mensen met restverschijnselen na kanker op een heel extraverte wijze via humor en ongedwongenheid. Dat is anders dan Fysiohuis Bunschoten, waar juist ingespeeld wordt op vertrouwen, je thuis voelen en het ‘samen doen’.

Piet Mourik: ‘We namen afstand van de organisatie, gingen erboven staan en keken naar onze omgeving: daardoor durfden we keuzes te maken’ 20 | FysioPraxis april 2022


Praktijkhouders ervaren het maken van een onderbouwde positioneringskeuze via de MOVE-IT Toolkit als een lastig proces, maar wel iets wat de moeite waard is. Het vraagt een aanzienlijke tijdsinvestering, maar resulteert in duidelijkheid aan patiënten en partijen in de wijk: het geeft hun inzicht waarom ze voor jóuw praktijk moeten kiezen, wat jóuw praktijk hun te bieden heeft en waarin je je onderscheidt van anderen. Dat vinden mensen prettig: het biedt zekerheid bij het nemen van beslissingen. Ook binnen de praktijk helpt een heldere positioneringskeuze bij het uitzetten van het organisatiebeleid: wat doe ik wel en wat niet? Een uitgesproken voorbeeld is FysioVitaal Krimpen. Piet Mourik werd in 2020 eigenaar van de praktijk die toen nog de naam TOPsport Fysiotherapie droeg. Een naam die niet meer paste bij de identiteit en doelgroep van de praktijk. Piet: “Het profiel was te specifiek. We hebben een jong team, dat gespecialiseerd is in een brede sportgerelateerde aanpak. Daarmee willen we reguliere sporters en mensen die actief willen bewegen ondersteunen. We willen flexibel zijn, dicht bij de patiënt staan en laagdrempelig contact onderhouden.” Piet stond open voor verandering en sloot zich aan bij het project MOVES in de beweegzorg. “We moesten keuzes maken om het merk van onze praktijk opnieuw neer te zetten”, gaat Piet verder. “Wie zijn we en wat is onze strategie? Met het personeel hebben we de MOVE-IT Toolkit doorgenomen. We namen afstand van de organisatie, gingen erboven staan en keken naar onze omgeving. We zagen volop kansen voor andere doelgroepen, voor nieuwe samenwerkingen met sportscholen en sportverenigingen. Daardoor durfden we keuzes te maken.”

Kritische kanttekeningen Hoewel de toolkit praktische handvatten biedt aan praktijkhouders om zelfstandig aan de slag te gaan met het positioneren van hun fysiotherapiepraktijk in de wijk, blijft het specialistisch werk. Niet alle praktijkhouders zullen over de juiste kennis en vaardigheden beschikken om de vragen in de toolkit te kunnen beantwoorden of om de antwoorden om te zetten naar een concrete merkpositionering. In dergelijke gevallen is het daarom aan te raden om een marketingprofessional of marketingstudent te betrekken die kan ondersteunen in dit proces.

Praktijkvoorbeeld De keuze voor ‘een sterkere versie van jezelf’ is door FysioVitaal Krimpen al deels omgezet in daden. Hun merkbelofte is doorgevoerd op hun website en zichtbaar in de inrichting van hun praktijk. De krachtige kleuren rood en zwart zijn alom vertegenwoordigd. Nieuwe allianties zijn gesmeed met partijen uit de wijk die FysioVitaal

kunnen ondersteunen bij het uitdragen hun merk. Mourik: “Als je beter bekend bent, word je ook vaker ingeschakeld.” De geleerde lessen rond het waarmaken van zijn positioneringskeuze deelt Piet in het lopende project MoveOn. In dat project zoeken 15 fysio- en oefentherapiepraktijken, de beroepsverenigingen en onderzoekers van de Hogeschool Utrecht en Hanzehogeschool Groningen naar manieren om een positioneringskeuze te realiseren in de praktijk. Welke kennis is daarvoor nodig? Hoeveel tijd en middelen? Wie kan ambassadeur worden van jouw praktijk? Allemaal vragen die aan de orde komen wanneer je aan de slag gaat met het implementeren en borgen van je positioneringskeuze van je praktijk.

Conclusie De MOVE-IT Toolkit is een hulpmiddel, ontwikkeld voor en door fysiotherapeuten, om een keuze te kunnen maken voor een onderscheidende positionering in de eigen wijk op basis van identiteit, doelgroepen, concurrentie en imago. Een mooi begin om de waarde van het eigen ‘merk’ in de wijk te vergroten. Aandacht voor implementatie van de gekozen positionering is vervolgens nodig om werkelijk de zichtbaarheid in de wijk te vergroten en zo als ondernemer een rol van betekenis te blijven spelen in het complexe stakeholdernetwerk van de wijk.

MEER WETEN?

Kijk voor meer informatie over het positioneren van je praktijk in de wijk op www.moves.hu.nl. Daar vind je diverse inspiratieboekjes, kennisclips en kan je de MOVE-IT Toolkit tegen kostprijs bestellen. Ook kan je de ontwikkelingen volgen binnen project MoveOn, de studie naar het implementeren van een gekozen positioneringsrichting.

Dr. Di-Janne Barten, fysiotherapeut, senior onderzoeker lectoraat Innovatie van Beweegzorg, Hogeschool Utrecht Joost van der Heiden MSc, fysiotherapeut, junior onderzoeker lectoraat Innovatie van Beweegzorg, Hogeschool Utrecht Eveline van der Herberg MSc, onderzoeker lectoraat Marketing & Customer Experience, Hogeschool Utrecht Prof. dr. Cindy Veenhof, lector lectoraat Innovatie van Beweegzorg, Hogeschool Utrecht; hoogleraar Fysiotherapiewetenschap, afdeling Revalidatie, Fysiotherapiewetenschap en Sport, UMC Utrecht

di-janne.barten@hu.nl

Literatuur: www.kngf.nl/fysiopraxis

FysioPraxis april 2022 | 21


in de praktijk

Ondernemen op maat

Aan het roer van een grote praktijk Hoe is het voor een grote praktijk om te ondernemen binnen de fysiotherapie? We vroegen het aan vier directeuren van grote organisaties. Welke uitdagingen komen zij tegen en hoe kijken zij naar de toekomst?

Gerard Broekema, regiodirecteur Fysiogroep Nederland en praktijk­eigenaar TIGRA Heerenveen en Fitaal Drachten Intrinsieke motivatie We kijken heel goed welke mensen van meerwaarde zijn voor onze organisatie en patiënten. We groeien niet om te groeien, want een ketting is zo sterk als de zwakste schakel. FGN is een inspirerende groep met ondernemers die elkaar stimuleren, versterken en uitdagen om iedere dag de beste kwaliteit te leveren. Dat streven proberen we over te dragen aan al onze werknemers, zodat zij echt intrinsiek gemotiveerd zijn om onze patiënten de best mogelijke zorg te bieden. Daarnaast zetten we in op dataverzameling, kwaliteitsmanagement en stimuleren en faciliteren we opleidingen en kennisdeling in de groep.

‘Wij willen de kwalitatieve marktleider zijn: een bedrijf dat goed is voor zijn werknemers en toonaangevend in de zorg die we verlenen’ Verankerd in de regio

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Fysiogroep Nederland (FGN) is een organisatie van vooruitstrevende fysiotherapiepraktijken die intensief samenwerken om onze patiënten de best mogelijke zorg te bieden. De groep bestaat momenteel uit 8 regiopartners die elk een eigen regio in Nederland vertegenwoordigen. Wij zijn mensgericht, deskundig, innovatief, toonaangevend en sterk verankerd in de regio. In 2020 zijn wij met onze praktijk TIGRA Heerenveen de regiopartner van FGN in Friesland geworden. Niet lang daarna sloot Fitaal Drachten zich als eerste praktijk bij onze regio aan. Inmiddels hebben we een prachtig bedrijf met 10 locaties, 75 medewerkers en een ervaren managementteam. We verwachten binnenkort de tweede praktijk te mogen verwelkomen in onze regio.

FGN-praktijken professionaliseren stapsgewijs de organisaties. Bij elk proces of systeem dat we optimaliseren stellen we ons de vraag: wat is de (zorg)winst voor onze patiënt? Wij willen de kwalitatieve marktleider zijn in de paramedische zorg: een bedrijf dat goed is voor zijn werknemers en toonaangevend in de zorg die we verlenen. We hopen dat we over tien jaar kunnen zeggen dat we een positieve bijdrage hebben kunnen leveren aan de uitdagingen die we vandaag de dag in de zorg zien. En als ik tot slot nog een gouden tip aan startende ondernemers binnen de fysiotherapie mag geven, dan is dat deze: “Een pessimist ziet in elke kans de moeilijkheden; een optimist ziet in elke moeilijkheid de kansen.”

22 | FysioPraxis april 2022


Jan Ewoud ten Brinke, directeur Fysius Rugexperts

de organisatie groeit heb je daar natuurlijk protocollen en werkwijzen voor nodig, maar de uitdaging is om dat wel ondersteunend te laten zijn en blijven. Het mag ons niet afleiden. Het is essentieel dat collega’s en patiënten leidend blijven in je keuzes.

Rugexperts als basis Kwaliteit van zorg is ontzettend belangrijk. Dat is waar een p ­ atiënt je het vertrouwen voor geeft. Die kwaliteit zit bij ons in onze collega’s, de fysiotherapeuten die bewust kiezen voor specialisatie in wervelkolom-gerelateerde klachten. Ze volgen een intern opleidingstraject en ontwikkelen zich tot rugexpert. Gedurende hun loopbaan bij Fysius blijven ze voortdurend leren. We bieden onze collega’s een opleidingscatalogus aan met een geaccrediteerd opleidingsaanbod. Zo blijven we leren en ontwikkelen en investeren we in de kwaliteit van onze collega’s en de zorg.

‘Groei of grootte is geen doel op zich, maar een gevolg van de ambitie om zoveel mogelijk mensen te willen helpen’ Iedereen rugpijnvrij Bij Fysius werken wij met ongeveer 200 collega’s, verdeeld over 36 behandelcentra. Wat ons (ver)bindt is een enorme passie en ambitie om al onze patiënten, maar liever nog iedereen in Nederland, rugpijnvrij van het leven laten te genieten. Groei of grootte is bij Fysius geen doel op zich, maar een gevolg van de ambitie om zoveel mogelijk mensen te willen helpen. De doelstelling is om, verdeeld over 36 behandelcentra en het hoofdkantoor, iedere patiënt de beste zorg te bieden. Naarmate

Samuel Schampers, directeur Cure+

Wendbaarheid Ondernemerschap vraagt om wendbaarheid. Inspelen op veranderingen op korte en langere termijn. Die wendbaarheid is van ons allemaal gevraagd tijdens de afgelopen ­coronaperiode, maar is zeker net zo relevant voor de veranderingen op de langere termijn. Digitalisering van zorgaanbod is voor ons een belangrijk speerpunt, maar niet als doel op zichzelf. Het gaat er uiteindelijk om dat we onze patiënten de beste zorg bieden. Wij zijn ambitieus en willen zoveel mogelijk mensen helpen. De verwachting is dat we over tien jaar op veel meer locaties aanwezig zijn, maar ook dat de zorg zich inhoudelijk verder ontwikkelt. Wij denken dat psychosomatische fysiotherapie en leefstijl een nog dominantere rol gaan spelen en dat digitalisering ons en onze patiënten écht verder kunnen helpen.

Passende zorg versus overproductie De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving concludeerde onlangs in haar rapport Grenzeloos samenwerken dat goede, passende en domeinoverstijgende zorg door de inrichting van ons zorgstelsel onmogelijk is. Toch is dat precies wat Cure+ in de regio Rijnmond doet met 14 locaties en 80 medewerkers. Zes jaar geleden kocht ik FysiotherapieRotterdam, een praktijk met 5 locaties en 20 fysiotherapeuten, opererend ‘op’ Rotterdam-Zuid. Als niet-zorgverlener maar econoom had ik geen enkele kennis van het functioneel bewegen van de mens, maar wel een duidelijke visie op de zorg in Nederland. De huidige zorg is georganiseerd vanuit specialismen. Klachten worden aangepakt als een zuiver biomechanisch probleem. De financiering van onze zorg beloont bovendien productie in plaats van de oplossing. Dit alles leidt tot overproductie, ‘verhokte’ zorgverlening en symptoombestrijding.

Multidisciplinaire aanpak

‘We moeten buiten onze behandelkamer denken, samenwerken en de eerstelijnszorg verbinden’

De oplossing, in mijn ogen, ligt in een multidisciplinaire aanpak onder één dak en betaling voor de oplossing (output) in plaats van productie (input). Inmiddels werken fysiotherapeut, oefentherapeut, diëtist, ergotherapeut, leefstijlcoach, orthopedisch instrumentenmaker, beweegagoog, psychomotorisch therapeut, psycholoog, podotherapeut, bewegingswetenschapper en FysioPraxis april 2022 | 23

»


» sport­arts samen aan het verhelpen van een klacht. Via de Zorg1plannen wordt er in 20% van de gevallen ook betaald voor de oplossing in plaats van de inzet. En, nog belangrijker, deze aanpak wordt omarmd door de fantastische mensen die die zorg verlenen namens Cure+.

Toekomstgericht Toch is dit geen succesverhaal. We realiseren dit namelijk tegen de beperkingen van het zorgstelsel in. Als we investeren in de kwaliteit van onze zorg, bijvoorbeeld in een echoapparaat van € 15.000,- dat ons in staat stelt om sneller en beter een

Boris van der Vorst, algemeen directeur FysioHolland

­ iagnose te stellen, dan verkort dat ons behandeltraject. d We schieten onszelf op die manier twee keer in de voet. Multidisciplinair overleg wordt niet vergoed. De verbinding zoeken met welzijn, tweede lijn, gemeente en huisarts evenmin. Waarom we dit toch blijven doen? Omdat het de toekomst is. De eenzame specialist sterft uit, we móeten buiten onze behandelkamer denken, we móeten samenwerken en we móeten de eerstelijnszorg in Nederland verbinden en rond de klacht organiseren. Vanuit één visie, vanuit één idee om de patiënt in staat te stellen om weer het meeste uit zijn leven te halen.

collega’s binnen en buiten FysioHolland. Daarbij hebben we een permanente focus op vooruitgang: we werken continu aan herstel van onze patiënten, maar ook de eigen professionele ontwikkeling vinden we belangrijk.

Uitdagingen Het bewaken van een prettige zorgcultuur is voor ons de allerbelangrijkste uitdaging, ook omdat we daarmee aantrekkelijk willen blijven voor nieuwe collega’s. Dat streven we na door de combinatie van lokaal en regionaal ondernemerschap. Behalve een prettige werksfeer en eigenheid moeten therapeuten voldoende ruimte krijgen om zich op hun vakgebied verder te ontwikkelen. We vinden het belangrijk dat iedereen binnen FysioHolland zich verder in het vak kan bekwamen. Daar investeren we in.

‘Dankzij onze omvang leveren we een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling en vernieuwing van fysiotherapie’ Organisatie met impact FysioHolland bestaat 13 jaar en is door stapsgewijze krachtenbundeling uitgegroeid naar een landelijke organisatie met ruim 500 collega’s die op 130 locaties werken, verdeeld over 9 regio’s. Daarbij combineren we de kracht van een landelijke organisatie met regionaal en lokaal ondernemer- en vakmanschap. Door een weloverwogen en in de praktijk beproefde groei- en innovatiestrategie heeft FysioHolland een vooraanstaande positie verworven in de Nederlandse fysiotherapiewereld. Door onze omvang zijn we nu gesprekspartner voor zorgverzekeraars, overheid, patiënt- en zorgorganisaties en andere belanghebbenden.

Samenwerking en digitalisering Onze kernwaarden zijn energie, persoonlijk, samen en vooruitgang. Ons vaste streven is onze patiënten in beweging te krijgen zodat ze weer volop mee kunnen doen. Persoonlijke aandacht voor de patiënt moet bij fysiotherapeuten hoog in het vaandel staan en dat stimuleren we dan ook volop. Kwaliteitszorg wordt versterkt door zoveel mogelijk samenwerking te zoeken met

24 | FysioPraxis april 2022

Goed ondernemerschap Goed ondernemerschap moet deels gewaarborgd worden in het lokale ondernemerschap en voor het overige op centraal niveau. FysioHolland zet zich in voor de inrichting van academische werkplaatsen om de meerwaarde van de fysiotherapie nog zichtbaarder te maken en innovatie op het gebied van bekostiging en zorgverlening te bewerkstelligen. Daarnaast start FysioHolland in april met een eigen opleidingsprogramma voor jonge therapeuten om zich nog meer te ontwikkelen in alle facetten van ons vak.

Toekomstdromen FysioHolland blijft de komende jaren stevig inzetten op het gebruik van nieuwe technologische mogelijkheden en de vergroting van zelfmanagement en zelfredzaamheid van de patiënt. Online toepassingen zoals digitale huiswerkoefeningen, animaties en e-exercise zullen daar een cruciale rol bij spelen. Dat mag echter niet ten koste gaan van attentie en empathie. De fysieke behandeling moet uiteraard de basis blijven vormen, maar in combinatie met het inzetten van digitale mogelijkheden kan de beste fysiotherapeutische zorg worden geboden.


Foto: Wiep van Apeldoorn

patiënt in beeld

vervolg van pag. 11

Wytse Brongers, manager fysiotherapie, fysiotherapeut en leefstijlcoach (GLI) bij Leidsche Rijn Julius Gezondheidscentra, Utrecht

­

Fysiotherapeut-leefstijlcoach Wytse Brongers: In het voorjaar van 2021 maakte ik kennis met Marguerite. Een gemotiveerde pensionado die vol goede moed aan de slag wilde gaan om een gezondere leefstijl te ontwikkelen aan de hand van het SLIMMER-programma (GLI). En dat doet ze nog steeds met succes! Aan het begin van het traject was Marquerite nog herstellende van een knieblessure. Ze had nota bene op haar laatste werkdag haar knie verdraaid. Dat is balen, zou je denken, maar Marguerite liet zich niet uit het veld slaan en bleef kijken naar de mogelijkheden om haar leefstijl te verbeteren. Haar doel was niet alleen meer bewegen, maar ook om er meer plezier in te krijgen. Het enthousiasme over haar bereikte successen wist ze ook op de andere deelnemers van de SLIMMER-groep over te brengen. Ook motiveerde en inspireerde ze de anderen met foto’s van haar eigen gezonde recepten, gerechten en beweegactiviteiten. Als fysiotherapeut-leefstijlcoach heb ik een coachende rol, waarbij ik mijn fysiotherapeutische kennis en ervaring goed kan gebruiken bij het begeleiden van deelnemers met blessures of aandoening(en). Marguerite is voor mij een mooi voorbeeld van een GLI-deelnemer die zelf aan het roer staat op weg naar een gezonde leefstijl. Als fysio­ therapeut-leefstijlcoach heb ik genoten van haar ontwikkeling en haar actieve bijdragen aan het GLI-traject. En o ja, ik heb zelf ook nog een paar van haar recepten bewaard… Meer weten over de GLI-aanpak? Neem contact op met Wytse Brongers (WBrongers@lrjg.nl).

FysioPraxis april 2022 | 25


wetenschap - kwalitatief onderzoek

Een pilot bij patiënten met heup- en knieartrose

Productfinanciering in de eerstelijnsfysiotherapie Sinds jaar en dag werken eerstelijnsfysiotherapeuten volgens een vergoeding-per-zitting-systeem. Voor patiënten met heup- en knieartrose worden 12 zittingen uit de basisverzekering vergoed. Het huidige vergoedingssysteem biedt weinig financiële prikkels om te innoveren. Ook zou in het huidige systeem het aantal zittingen het uitgangspunt van de behandeling kunnen vormen in plaats van het behandelresultaat. Dit artikel beschrijft een pilot naar productfinanciering als alternatief vergoedingssysteem.

Tekst: Corelien Kloek, Joost van der Heiden en Cindy Veenhof

Binnen de eerstelijnsfysiotherapie wordt gewerkt volgens een vergoeding-­per-­ zitting-systeem.1 Het aantal zittingen dat de patiënt vergoed krijgt, is afhankelijk van iemands aanvullende verzekering. Voor sommige behandelindicaties, zoals heup- en knieartrose, geldt dat er een vergoeding is vanuit de basisverzekering. Deze regeling houdt in dat er bij patiënten met heup- en knieartrose 12 zittingen uit de basisverzekering kunnen worden vergoed, waarbij eerst aanspraak wordt gemaakt op het eigen risico.2 In het ­vergoeding-per-zitting-systeem wordt de vergoeding gebaseerd op het aantal geleverde zittingen en niet op het leveren van kwaliteit.3,4 Dit systeem maakt ook dat er geen financiële prikkel is om te kiezen voor efficiëntere behandelvormen, zoals e-Exercise Artrose, waarbij een deel van de behandeling via een smartphone-app wordt aangeboden en het aantal zittingen per behandeltraject kan afnemen.5,6 Bij patiënten met heup- en knieartrose zou bovendien, impliciet, gestuurd kunnen worden op 12 zittingen, terwijl de ene patiënt gebaat is bij meer begeleiding en de andere patiënt voldoende heeft aan minder.7 Een alternatief vergoedingssysteem is productfinanciering. Daarbij wordt een vast bedrag per indicatie uitgekeerd, ongeacht het aantal zittingen dat geleverd wordt. Productfinanciering wordt wereldwijd als een van de oplossingen

26 | FysioPraxis april 2022

gezien om tot waardegedreven zorg te komen.8 Bij waardegedreven zorg staat de patiëntwaarde centraal: de beste uitkomsten tegen de laagste prijs. Volgens de grondleggers is een transitie naar waardegedreven zorg essentieel om te kunnen omgaan met uitdagingen als stijgende zorgkosten en groter wordende gezondheidsverschillen.8,9 Ook in Nederland is meer en meer aandacht voor productfinanciering binnen de paramedische zorg.3 Maar wat is het precies? Bij productfinanciering wordt een vaste vergoeding per behandelindicatie verstrekt. De zorgaanbieder neemt in dit systeem een groter financieel risico dan

bij een vergoeding-per-zitting-­systeem, het kan immers zijn dat de kosten hoger uitvallen dan de vergoeding. Het idee is echter dat zorgaanbieder hierdoor gestimuleerd wordt om hoge kwaliteit te leveren tegen een lage prijs, de zorg beter te coördineren en meer patiënt-­overstijgend te denken. Bovendien, daar waar de ene patiënt meer zittingen nodig heeft, heeft de andere patiënt minder zittingen nodig.10 In de literatuur zijn voornamelijk voorbeelden te vinden van productfinanciering in de medisch specialistische zorg, waarbij verschillende disciplines uit dezelfde bundel worden betaald. Bij de medisch


s­ pecialistische zorg zien we dat product­ financiering tot goedkopere zorg leidt zonder verlies van kwaliteit, veelal doordat het aantal dagen dat een patiënt in het ziekenhuis ligt omlaag is gegaan.11,12 Tussen september 2019 en september 2020 is er vanuit Zorg1, ReumaNederland, VGZ en de Hogeschool Utrecht een pilot­ onderzoek naar productfinanciering bij patiënten met heup- knieartrose opgezet. Zorg1 is een organisatie die zorg wil innoveren en waar fysiotherapeuten lid van kunnen worden om zo gebruik te maken van ‘zorgprogramma’s’. Voor deze programma’s worden door Zorg1 speciale financieringsafspraken met zorgverzekeraars gemaakt. Dit artikel beschrijft de belemmerende en bevorderende factoren die fysiotherapeuten hebben aangegeven om productfinanciering in te zetten bij patiënten met heup- en knieartrose in de eerste lijn. De resultaten geven meer inzicht in de verandering die het werken met productfinanciering met zich meebrengt.

Methode Onderzoeksopzet Er is een exploratief, kwalitatief onderzoek met semigestructureerde interviews uitgevoerd, waarin inductieve en deductieve methodes zijn gecombineerd. Productfinanciering binnen deze pilot De hoogte van de vergoeding voor een behandeltraject bij patiënten met ­heupen knieartrose was afhankelijk van het profiel van de patiënt. De profielen waren gelijk aan indicatie 1, 2 en 3 uit de KNGFrichtlijn Artrose heup-knie.7 Details van de afspraken zijn weergegeven in tabel 1. De gemaakte afspraken golden alleen voor patiënten die verzekerd waren bij VGZ. Fysiotherapeuten werd geadviseerd de KNGF-richtlijn Artrose heup-knie7 op te volgen en waren vrij wat betreft de vorm van de behandeling (denk aan: ­individuele- of groepssessies, inzet beweegzorgtechnologie, videoconsulten, training door een sportcoach). Alle fysiotherapeuten kregen bij aanvang een scholing waarin de KNGFrichtlijn Artrose heup-knie werd gepresenteerd. Verder werd er uitleg gegeven over productfinanciering, de wijze van declareren en de vergoeding per indicatie. Deelnemers, procedure en interviewgids Gedurende de pilot zijn 17 van de 37 fysiotherapeuten afgehaakt wegens

­ iteenlopende redenen (ander werk, u scholing niet gevolgd, onbereikbaar). Voor het benaderen van deelnemers aan het onderzoek is een doelgerichte steekproef gebruikt om maximale variatie binnen de groep deelnemers te bereiken. Daartoe zijn de fysiotherapeuten die in september 2020 nog betrokken waren bij de pilot uitgenodigd voor deelname aan een interview. Daarbij is gelet op kenmerken als functieprofiel van de deelnemer (fysiotherapeut, manager, praktijkhouder), omvang van de organisatie en betrokkenheid bij de pilot. Er zijn semigestructureerde interviews via Microsoft Teams afgenomen. De interviewgids is gebaseerd op de vragenlijst Meetinstrument voor Determinanten van Innovaties (MIDI).13 Analyse Er is een thematische analyse uitgevoerd, bestaande uit zowel inductieve als deductieve benaderingen. De transcripten zijn door twee onderzoekers onafhankelijk van elkaar open gecodeerd. De codes zijn met elkaar vergeleken en bediscussieerd. Middels constante vergelijking binnen en tussen de interviews zijn categorieën ontstaan, waarbij met elkaar samenhangende categorieën zijn ondergebracht onder de thema’s van MIDI.14 Resultaten Er waren zeven fysiotherapeuten uit zes praktijken bereid om mee te doen aan een interview (zie tabel 3 op www.kngf/nl/ fysiopraxis). Van de zes praktijken waren er in januari van 2021 bij twee praktijken drie behandeltrajecten gedeclareerd via productfinanciering, wat aangeeft dat productfinanciering heel minimaal is ingezet. De resultaten van de interviews zijn door de onderzoekers beschreven in vier the-

ma’s: de innovatie (productfinanciering bij heup- en knieartrose), de gebruiker (de fysiotherapeut), de organisatie (de fysiotherapiepraktijk) en de sociaal-­ politieke omgeving (tabel 2). De innovatie De innovatie ‘productfinanciering bij heup- en knieartrose’ werd binnen deze pilot als complex ervaren. De gevraagde activiteiten, zoals het gebruik van specifieke vragenlijsten voor Zorg1, het werken met patiëntprofielen, het patiënt-overstijgend denken en het geven van uitleg over productfinanciering aan de patiënt, vond men ingewikkeld. Bij het geven van uitleg werd de verantwoording voor een bepaald profiel, en daarmee gepaard het aantal afgeschreven behandelingen vanuit de basisverzekering, als ingewikkeld en omslachtig ervaren. Doordat de gegeven uitleg vanuit de pilot versnipperd was aangeboden, was het voor fysiotherapeuten ook lastig om de oplossingen hiervoor terug te vinden. Verder liepen fysiotherapeuten door de pilot tegen opstartproblemen aan, zoals een niet kloppende formulierenset in het elektronisch patiëntendossier en een niet tijdige organisatie van financieringsafspraken. Ook bleek de klantenservice van VGZ niet goed op de hoogte van de pilot, waardoor patiënten met financieringsvragen bij hun fysiotherapeut kwamen. “Dat het niet loopt, die formulierensets die dan weer niet goed zijn, de financiering die ingewikkeld loopt, allemaal dat soort dingen. Het was gewoon nog niet af voor mijn gevoel.” – Interview 3:9/27 Tot slot maakte de doelgroep van deze pilot (heup- of knieartrose én verzekerd bij VGZ) dat er slechts een beperkt aantal patiënten voor de pilot in aanmerking kwam. »

Tabel 1 Vergoeding aan de fysiotherapeut

Profiel 1: 150 euro Profiel 2: 350 euro Profiel 3: 800 euro

Behandelgarantie waarin bij herhaalde klachten patiënten konden teruggaan naar hun fysiotherapeut zonder dat hier behandelingen voor werden gerekend.

Profiel 1: 6 maanden Profiel 2: 12 maanden Profiel 3: 12 maanden

Afgeschreven aantal zittingen vanuit de basisverzekering

Profiel 1: 4 zittingen Profiel 2: 8 zittingen Profiel 3: 12 zittingen

Omschrijving van productfinancieringsafspraken binnen de pilot voor patiënten met heup- en knieartrose FysioPraxis april 2022 | 27


Tabel 2 De innovatie • Instructie (+/-) • Administratie (-) • Compleetheid (-) • Complexiteit (-) • Doelgroep (-)

De gebruiker • Houding richting productfinanciering (+/-)

De organisatie • Drijfveren (+)

• Rol van de fysiotherapeut (+/-)

• Implementatie en ondernemersvaardigheden (+/-)

• Houding richting zorgverzekeraars (-)

• Facilitering (+/-)

• Parate kennis over procedures (-)

• Turbulentie in de praktijk (-)

De sociaalpolitieke omgeving • Artrose in de basisverzekering (-)

Belemmerende en bevorderende factoren voor de inzet van productfinanciering in de eerstelijnsfysiotherapie voor patiënten met heup- en knieartrose: overzicht van thema’s en categorieën Toelichting: +: bevorderende factor, -: belemmerende factor, +/-: zowel bevorderende als belemmerende factor

» De gebruiker Fysiotherapeuten gaven unaniem aan dat ze productfinanciering als de ­toekomst van de fysiotherapie zien, omdat het huidige vergoeding-­perzitting-­systeem te veel stuurt op het leveren van zittingen en te weinig ruimte biedt om andere, efficiëntere, vormen van begeleiding aan te bieden, zoals e-health. De grootste belemmering die fysiotherapeuten aangaven was het gebrek aan kennis over productfinanciering, zowel ten aanzien van het indelen in profielen, de voorlichting aan de patiënt, de declaratie als het niet denken in zittingen maar in uitkomsten. “Ik vond het best wel veel gedoe en vaag, omdat je niet helemaal kon herleiden hoeveel je nou daadwerkelijk bezig bent met zo’n patiënt. […] Zeg maar van ‘Oké, hoeveel tijd en geld kost de tijd die ik nu achter de computer aan deze patiënt besteed?’” – Interview 2:36 Daarnaast worstelden praktijkmanagers en eigenaren met de manier van sala­ riëring bij personeel met vaste en variabele contracten. Bij de deelnemers aan deze pilot kregen fysiotherapeuten allemaal betaald voor de uren die zij hadden gemaakt en lag eventuele winst of verlies dus bij het management. Dit maakte ook meteen dat praktijkmanagers en eigenaren meer voordelen in productfinanciering zagen dan fysiotherapeuten zelf, van wie wel een nieuwe werkwijze werd verwacht, maar waar niets tegenover stond. Bij praktijken waar de financiering

28 | FysioPraxis april 2022

onvoldoende op orde was kozen fysiotherapeuten nog wel eens voor declaratie via de reguliere wijze, om te waarborgen dat ze op tijd hun salaris kregen. Binnen de pilot bleek de negatieve houding van fysiotherapeuten ten aanzien van zorgverzekeraars eveneens een belemmerende factor. Veel manco’s werden (dikwijls onterecht) toegeschreven aan de zorgverzekeraar, met het gevolg dat er op zorgverzekeraar werd gemopperd, maar er niks op werd ondernomen. De organisatie Op organisatieniveau bleek dat praktijkeigenaren en managers van deelnemende fysiotherapiepraktijken productfinanciering vooral zagen als een manier om meer inkomsten te genereren. Zij zagen mogelijkheden om er bij de meeste ­patiënten geld aan over te kunnen houden. Ook noemden zij dat productfinanciering meer financiële zekerheid biedt, omdat je bij aanvang al weet at je voor een ­patiënt krijgt. Tot slot werd als bevorderende factor genoemd dat het hun meer vrijheid gaf om behandelingen op een andere manier in te vullen, zoals door te werken met groepstrainingen. Binnen praktijken werd de implementatie wisselend aangepakt. Bij aanvang van het project werd er bij de meeste praktijken geen tijd of geld vrijgemaakt om productfinanciering neer te zetten, omdat men niet had voorzien dat er zoveel bij kwam kijken. Gaandeweg in de pilot werd bij steeds meer praktijken iemand aangewezen en gefaciliteerd om productfinan-

ciering bij heup- en knieartrose binnen de praktijk te implementeren. Het viel op dat praktijken bij de uitwerking van productfinanciering vooral bezig waren met de inhoud (het opstellen van een protocol met oefeningen en voorlichting per sessie), en minder met de organisatorische aspecten, zoals uitleg aan de patiënt of het maken van een businessmodel om te kijken of productfinanciering financieel interessant is voor de praktijk. “Wij hebben een soort oefenprogramma gemaakt voor profiel één, twee en drie, en daar proberen we ons aan te houden.” – Interview 6:5 Salariëring was een onderwerp waar alle praktijkmanagers en eigenaren mee worstelden, zie voor meer details het thema ‘de gebruiker’. Praktijkeigenaren en managers gaven aan dat zij het vertrouwen hadden dat zij productfinanciering goed konden implementeren. Onvoorziene omstandigheden die voor hen belemmerend werkten waren de coronacrisis en alle aandacht die dat opslokte, alsmede het personeelsverloop in de praktijk. De sociaal-politieke omgeving Als nadeel van de overheidsmaatregel dat artrose vanuit de basisverzekering wordt vergoed, in combinatie met productfinanciering, werd genoemd dat eerst het eigen risico betaald moet worden, ook al zijn mensen aanvullend verzekerd. In theorie kan het daarom bij productfinanciering zijn dat er vier zittingen in rekening worden gebracht bij de patiënt, maar dat iemand maar twee zittingen heeft ontvangen omdat dit voldoende was. Waar het systeem beoogt dat fysiotherapeuten efficiënt gaan werken, zullen in bepaalde gevallen patiënten verhoudingsgewijs een forse rekening krijgen.

Discussie Deze studie heeft inzicht gegeven in de belemmerende en bevorderende factoren die fysiotherapeuten aangeven bij het inzetten tijdens de pilot van productfinanciering in de eerstelijnsfysiotherapie voor patiënten met heup- en knieartrose. De positieve verwachtingen ten aanzien van productfinanciering als alternatief vergoedingssysteem maakte dat de geïnterviewde fysiotherapeuten allemaal openstonden voor deze nieuwe werkwijze. De complexiteit die werd ervaren tijdens de implementatie en de kleine


populatie van patiënten die in aanmerking kwam voor deelname aan de pilot werkten belemmerend en verklaren de tegenvallende inzet van productfinanciering tijdens de pilot. Deze discussie gaat verder in op de geleerde lessen uit deze pilot voor fysiotherapeuten, alsmede de sterktes en zwaktes van deze studie. Een belangrijke bevinding van deze pilot was dat de geïnterviewde fysiotherapeuten aangaven productfinanciering als de toekomst te zien. Dit sluit aan bij de verwachtingen die er in brede zin rondom productfinanciering zijn. Zo wordt het gezien als beloftevolle strategie om in het algemeen, maar ook specifiek bij de doelgroep van patiënten met heup- of knieartrose, tot waardegedreven zorg te komen.15 Bij waardegedreven zorg staat de patiëntwaarde centraal in plaats van de kosten. De insteek van deze pilot was dan ook dat iedere patiënt optimale zorg zou krijgen, zonder het aantal zittingen als uitgangspunt te nemen. Toch hoorden we van fysiotherapeuten dat de wens voor een aantrekkelijker tarief een belangrijke reden was om mee te doen aan de pilot. Daarom is onze aanbeveling voor fysiotherapeuten om voldoende kennis over productfinanciering en de achterliggende principes te vergaren. Daar waar bij de ene patiënt wellicht geld overblijft, zal er bij de andere patiënt extra geld nodig zijn. Productfinanciering moet echt worden gezien als middel om tot waardegedreven zorg te komen, niet als manier om meer financiering te ­krijgen. Een opvallende bevinding van dit onderzoek was dat fysiotherapeuten tijdens de implementatie vooral aan de slag zijn gegaan met het maken van inhoudelijke behandelprotocollen. Een aanbeveling voor fysiotherapeuten is om prioriteit te geven aan het opstellen van een businesscase waarin wordt gekeken naar onder andere het aantal patiënten met artrose dat in de praktijk komt, het huidige behandelgemiddelde, stopredenen, effect- en tevredenheidsresultaten. Op die manier kan worden gekeken of het voor de praktijk interessant is om met productfinanciering te werken en het de benodigde lidmaatschapskosten bij Zorg1 (of vergelijkbare organisaties) waard zijn. Ook dient er door praktijken nagedacht te worden over zaken gerelateerd aan de implementatie, zoals salariëring, communicatie naar

de patiënt, procesverandering in de praktijk en het aanstellen van een projectleider binnen de praktijk. In de instructie die tijdens deze pilot is gegeven kwam de implementatie slechts in beperkte mate aan bod, wat mogelijk verklaart waarom er zo weinig behandeltrajecten gedeclareerd zijn via productfinanciering. Een aanbeveling is dan ook dat dergelijke thema’s beter in de scholing worden verwerkt. Productfinanciering binnen de fysiotherapie is relatief jong. Naast Zorg1 faciliteert ook FysioTopics productfinanciering en zijn er ook productfinancieringsafspraken gemaakt voor rug-, nek- en schouderklachten. Uit de interviews bleek dat de kennis over productfinanciering over het algemeen nog laag is. Naast scholing kan een mogelijke verklaring voor de begripsverwarring ook liggen in de terminologie die wordt gehanteerd en de manier waarop momenteel invulling wordt gegeven aan productfinanciering. De begrippen ‘product’, ‘zorgprogramma’ en ‘zorgplan’ kunnen de indruk wekken dat het gaat om financiering van specifieke inhoud. De Engelse term ‘bundled payment’ (gebundelde betaling) vinden wij daarom beter de lading dekken. Voor een beschrijving van de inhoud van ons vak hebben we immers onze richtlijnen. Productfinanciering betreft een alternatief vergoedingssysteem voor richtlijnzorg, zorg waarvan we mogen verwachten dat die in iedere praktijk wordt gegeven. Een sterk punt van deze studie is dat er nog niet eerder gepubliceerd is over productfinanciering in de Nederlandse fysiotherapie. Doordat slechts twee van de zes praktijken die we hebben gesproken productfinanciering bij artrose hadden ingezet, geeft dit onderzoek helaas geen inzicht in de ervaringen met het daadwerkelijk toepassen van productfinanciering bij patiënten met heup- en knieartrose. Idealiter hadden we daarom meer therapeuten geïnterviewd die productfinanciering daadwerkelijk hadden toegepast bij deze doelgroep. Door de specifieke kenmerken van de invulling van productfinanciering binnen deze pilot moet bovendien worden opgemerkt dat de resultaten slechts in beperkte mate te vergelijken zijn met productfinancierings­ trajecten die lopen rondom bijvoorbeeld de lage rug, nek en schouder. Aanbeveling is om vervolgonderzoek te doen nadat

de implementatie gedegen is uitgevoerd en maatregelen zijn genomen om grotere volumes te bereiken, bijvoorbeeld door afspraken te maken met meerdere zorgverzekeraars. Een uitdaging waarover nagedacht moet worden in vergelijkbare pilots is de declaratie. Binnen de huidige pilot moesten fysiotherapeuten alsnog declareren via zittingen en werd ook bij patiënten een vastgesteld aantal zittingen afgeschreven, wat niet bevorderlijk is voor onderzoek naar een alternatief voor de vergoeding-per-zitting-systeem. Productfinanciering binnen de fysiotherapeutische zorg voor patiënten met heup- en knieartrose biedt in theorie veel mogelijkheden om iedere patiënt de begeleiding te bieden die nodig is, zonder gestuurd te worden in het aantal zittingen. Deze pilot toonde de complexiteit van de implementatie van productfinanciering aan. Dit onderzoek heeft laten zien dat naast dat fysiotherapeuten potentie zien voor productfinanciering, zij zelf ook voldoende tijd moeten nemen om zich te verdiepen in dit nieuwe vergoedingssysteem dat kan bijdragen aan waardegedreven zorg. Deze pilotstudie is mede gefinancierd door VGZ, waarvoor dank. Dr. Corelien Kloek, senior onderzoeker lectoraat Innovatie van Beweegzorg, Kenniscentrum Gezond & Duurzaam Leven, Hogeschool Utrecht Joost van der Heiden MSc, docentonderzoeker lectoraat ­Innovatie van Beweegzorg, Kenniscentrum Gezond & Duurzaam Leven, Hogeschool Utrecht, Utrecht Prof. dr. Cindy Veenhof, lector lectoraat Innovatie van Beweegzorg, Kenniscentrum Gezond & Duurzaam Leven, Hogeschool Utrecht; hoogleraar Fysiotherapiewetenschap, afdeling Revalidatie, Fysiotherapiewetenschap en Sport, Divisie Hersenen, UMC Utrecht corelien.kloek@hu.nl

Literatuur en tabel 3: www.kngf.nl/fysiopraxis

FysioPraxis april 2022 | 29


opinie

Meebewegen met de toekomst

‘De fysiotherapiepraktijk heeft zijn langste tijd gehad’ Ondernemende fysiotherapeuten moeten meebewegen met het snel veranderende zorglandschap, adviseert Erasmus MC-hoogleraar perioperatieve gezondheid Nico van Meeteren en algemeen directeur van Topsector Life Sciences & Health (Health~Holland): “Voorkom het Kodak-effect.” Tekst: Naomi van Esschoten

De fysiotherapiepraktijk heeft zijn langste tijd gehad. Althans, de praktijk zoals we die nu kennen: met behandelkamers, oefenruimtes en beweeg-apparatuur. “Fysiopraktijken moeten overwegen om vijf dagen per week dicht te gaan”, vindt Nico van Meeteren. “Daarmee bedoel ik dat de fysiotherapeut veel meer in de samenleving aan het werk moet zijn. Mensen aanzetten tot gezond bewegen en herstellen is een mooi begin, maar het beklijft toch het best als je mensen ondersteunt in hun eigen leefomgeving.”

Blinde vlek Die samenleving ziet de fysiotherapeut nu al wel, maar hij heeft nog een blinde vlek voor de goede resultaten die de therapie geeft. Van Meeteren: “Fysiotherapeuten mogen veel meer communiceren op hun website of in de praktijk over wat zij met mensen bereiken. Denk aan mensen die eerder herstellen van klachten of langer meedoen in de samenleving. Dat kan heel

eenvoudig met een grafiek waarin je over collectieve of individuele uitkomsten van patiënten communiceert.”

Eropuit Toch is dat niet voldoende. “De samenleving verandert en het zorglandschap ook. De ondernemende fysiotherapeut kan daar nu al op anticiperen”, vindt Van Meeteren. “Want ook al blijft er behoefte aan fysiotherapie, je wilt het Kodak-effect voorkomen dat je wordt ingehaald door anderen die eerder en slimmer reageren. Mensen blijven langer zelfstandig thuis, zo wil het kabinet. Maar dat is niet het hele verhaal: ze willen vooral kunnen blijven meedoen in de maatschappij. Meedoen betekent kunnen reizen en communiceren. Vanuit die context moet de fysiotherapeut schakelen en makelen.”

Overdraagbare kennis Daarom pleit Van Meeteren ervoor dat de fysiotherapeut anders gaat werken. “De fysiotherapiepraktijk met begeleiding is een mooi concept, maar de oefeningen die mensen in de zaal doen, zijn lastig overdraagbaar naar de leefomgeving van fragiele patiënten of mensen met een chronische beperking. Dus is het belangrijk om naar die leefomgeving te gaan en dáár in kaart te brengen wat iemand kan bereiken, met zo nodig de juiste hulpmiddelen. Daarbij valt te denken aan oefeningen, bijvoorbeeld om in en uit de

bus te stappen, aan het trainen van vaardigheden, maar ook aan het adviseren van de juiste technologie op het gebied van domotica en e-health. Zo kun je jouw kennis overdragen op de juiste plek en met de juiste ondersteuning.”

Vier T’s De vier T’s kunnen daarbij een richtsnoer vormen: “Talenten benutten, Technologie inzetten en eventueel Therapie geven, en zo de Transformatie bewerkstelligen. Het gros van de aandoeningen is nu chronisch en met deze strategie kunnen mensen blijven meedoen en ertoe doen.”

Dagelijks bestaan Een ochtend meekijken in het leven van de patiënt klinkt vooruitstrevend, maar is die patiënt dan niet snel door het aantal vergoede zittingen heen? “Het gaat erom dat je de ‘person journey’ leert kennen”, vindt Nico van Meeteren. “Als je oog hebt voor waar iemand in zijn dagelijks leven en in zijn eigen omgeving tegenaanloopt, kun je op basis daarvan samen een behandelplan maken. Vervolgens kunnen mensen – afhankelijk van hun eigen talenten, de ondersteuning van naasten en meet- en monitoringsinstrumenten – zelf aan de slag. Door vervolgens op gezette tijden samen met de fysiotherapeut de voortgang te evalueren, kun je met hetzelfde aantal zittingen net zoveel en misschien wel meer bereiken.”

Nico van Meeteren: ‘De moderne fysiotherapie­ praktijk is vijf dagen per week dicht’ 30 | FysioPraxis april 2022


wetenschap – kwalitatief onderzoek

Bedrijfsmodel bouwen en veranderen voor fysiotherapiepraktijken

Continu gezondheidszorgwaarde leveren Eerstelijnsfysiotherapiepraktijken zijn veelal kleine ondernemingen die balanceren tussen het leveren van kwalitatief hoogstaande zorg en gezonde (financiële) bedrijfsresultaten. Het continu kunnen aanpassen van de praktijk aan veranderende vraagstukken vanuit patiënten, verwijzers en beleidsmakers blijkt een belangrijke sleutel tot succes.

Tekst: Rutger IJntema, Di-Janne Barten, Hans Duits, Brian Tjemkes en Cindy Veenhof

Ruim 15 jaar geleden werd in Nederland gereguleerde marktwerking ingevoerd.1 Dat was een grote verandering voor het aansturen van eerstelijnsfysiotherapie­ praktijken. Bedrijfsmatige ­principes vormen sindsdien een wezenlijk onderdeel van de eerstelijnszorg. Eerstelijnsfysiotherapiepraktijken moeten door gereguleerde marktwerking voldoen aan door de overheid en zorgverzekeraars opgelegde generieke kwaliteitseisen. Deze eisen worden gehanteerd met bestaande kwaliteitsinstrumenten die zijn ontwikkeld binnen grote organisaties met hiërarchische managementstructuren en voldoende kwaliteitsmanagementbudget. Het contrast met eerstelijnsfysiotherapiepraktijken kan bijna niet groter. Die zijn namelijk veelal klein en flexibel, hebben een informele managementstructuur en beperkte kwaliteitsmanagement budgetten.2-4 Bovendien acteren ze in een complexe context zoals een wijk of regio waarin kwaliteit mede wordt bepaald door continu veranderende vraagstukken vanuit patiënten, verwijzers en beleidsmakers.5-7 Het is zeer de vraag of bestaande kwaliteitsinstrumenten zoals Institute of Medicine (IOM), Europese stichting voor kwaliteitsmanagement (EFQM) en Instituut Nederlandse kwaliteit (INK) passend zijn voor de context van de eerstelijnsfysiotherapiepraktijk.2-5,8-12 Sinds 2017 doet Hogeschool Utrecht onderzoek naar ‘gezondheidszorgwaarde’ voor eerstelijnsfysiotherapiepraktijken. Gezondheidszorgwaarde voor

een fysiotherapiepraktijk kan worden uitgedrukt als ‘het continu behalen van eerstelijnsfysiotherapie-organisatiegerelateerde resultaten in samenhang met patiënt- en stakeholdergerelateerde resultaten, versterkt door de verandercapaciteit van een organisatie’.13, pagina 3 (Zie figuur 2 op www.kngf.nl/fysiopraxis.) De organisatieverandercapaciteit versterkt naar verwachting de eerstelijns­ fysiotherapiepraktijkresultaten op organisatie-, individuele patiënt- en stake­ holderniveau. Het centraal stellen van verandering sluit aan bij recente (inter)nationale literatuur op het gebied van bedrijfsmodellen. Deze literatuur schetst dat organisaties aandacht moeten besteden aan zowel het bouwen als het veranderen van een bedrijfsmodel.14-16 Het is nog niet bekend of dit ook geldt voor eerstelijnsfysiotherapiepraktijken. Het huidige onderzoek heeft daarom als doel inzicht te krijgen in welke aspecten van bedrijfsmodel bouwen en veranderen volgens praktijkeigenaars ervoor zorgen dat eerstelijnsfysiotherapiepraktijken superieure resultaten bereiken en behouden in een veranderende omgeving.

Methode Onderzoeksdesign Dit kwalitatieve onderzoek met semigestructureerde interviews was verkennend van aard. Werving van praktijkeigenaars vond plaats via nieuwsbrieven van beroepsverenigingen en aankondigingen op symposia. Dataverzameling De interviews vonden plaats op een tijd en plek die de praktijkeigenaars zelf

bepaalden. Voor het afnemen van de semigestructureerde interviews werd een interviewleidraad gehanteerd die gebaseerd is op de bedrijfsmodeltheorie (zie de bijlage op www.kngf.nl/fysiopraxis).16 Bij de start van het interview scoorden de praktijkeigenaars naar eigen inzicht met lager, gemiddeld of superieur hun praktijkprestatieniveau op drie aspecten: algehele vaktechnische kwaliteit, algehele waargenomen kwaliteit door patiënten en financiële resultaten van de praktijk.13 Het praktijkprestatieniveau werd vervolgens gecategoriseerd als superieure (alle antwoorden superieur) of non-superieure resultaten (niet alle antwoorden superieur). Vervolgens werden de praktijkeigenaars bevraagd naar hoe ze invulling geven aan bedrijfsmodel bouwen en veranderen. Data-analyse De transcripten werden theoriegestuurd geanalyseerd in Atlas.ti door twee onafhankelijke onderzoekers volgens de methodiek ‘directed content analysis’.17 Voor theoretische replicatie werden de interviews van de superieur gecategoriseerde praktijken vergeleken met non-­ superieur gecategoriseerde praktijken.18

Resultaten Deelnemers Twintig van de 25 geïnterviewde praktijk­ eigenaars geven op basis van zelfrap­ portage aan dat hun organisatie superieure resultaten behaalt. De praktijken met superieur gecategoriseerde resultaten zijn over het algemeen in aantal medewerkers groter dan de praktijken die zichzelf als non-superieur inschat» FysioPraxis april 2022 | 31


» ten. Superieur gecategoriseerde praktijken hebben vaker ruimere beschikking over administratieve ondersteuning dan non-superieure praktijken. Bijvoorbeeld een van de twintig deelnemende superieure praktijken (5%) heeft geen admini­ stratief personeel in dienst. Bij de deelnemende non-superieur gecategoriseerde praktijken is dit twee van de vijf (40%). Onderwerpen De analyse van de transcripten brengt vier hoofdonderwerpen en elf deelonderwerpen naar voren. Drie hoofdonderwerpen betreffen bedrijfsmodel bouwen: bedrijfsmodelsamenstelling, verbindingen en strategie. Een vierde hoofdonderwerp betreft bedrijfsmodel veranderen: verandercycli. In tabel 1 staan de hoofden deelonderwerpen beschreven.

Bedrijfsmodelsamenstelling Praktijkeigenaars met zelfgerapporteerde superieure resultaten benadrukken het belang van het vormgeven van waardelevering: een samenhangend plan voor het bereiken van superieure resultaten dat bijvoorbeeld opbrengsten, kosten, kernpartners en kernmiddelen beschrijft. Hierbij wordt nagedacht over organisatie-gerelateerde resultaten, maar ook over de uitkomsten voor individuele ­patiënten in de vorm van patiëntgerelateerde resultaten. Deze resultaten moeten in balans zijn. Een bedrijfsactiviteit kan winstgevend zijn, maar wanneer er geen verandering in gezondheid van pa­ tiënten gerealiseerd wordt kan het toch verstandig zijn de activiteit te stoppen. Eigenaar: “We hebben een bedrijf ingehuurd met een personal trainer en lifestyle coach om activiteiten te ontwikkelen voor onze vitaliteitspijler. Vorig jaar hebben we deze samenwerking stopgezet. Ik realiseerde me dat ik minder huur- en samenwerkingskosten zou krijgen. De therapeuten in mijn organisatie vroegen: wat zijn we aan het doen? Verandering van leefstijlgedrag van patiënten werd beloofd maar niet gerealiseerd.” Praktijkeneigenaars met non-superieur gecategoriseerde resultaten geven aan dat het vormgeven van waardelevering hen onvoldoende lukt, door beperkte financiële beloningen en middelen. Hier­ door is een plan voor verbetering van resultaten volgens hen moeilijk haalbaar.

32 | FysioPraxis april 2022

Eigenaar: “Ik wil kunnen zeggen: dit is onze richting, dit is de huidige situatie. In mijn ogen moeten we dit punt nog bereiken, want financieel zijn we nog niet gezond. Ook hebben we extra fysiotherapeuten nodig.” Praktijkeigenaars van superieur gecategoriseerde praktijken wijzen op het belang van investeren in kernpartners en netwerken door korte lijnen, een positieve langetermijnrelatie en gezamenlijk zorgaanbod. Eigenaars van non-superieur gecategoriseerde praktijken melden dat ze over te weinig kernpartners zoals goede relaties met huisartsen beschikken. Om resultaten te versterken, investeren superieure praktijken in kernmiddelen. Het ondersteunen van een ‘mixed talent’-team, aandacht voor medewerkerstevredenheid, investeren in faciliteiten en fors investeren in opleiding vindt men belangrijk. Eigenaars met non-superieure resultaten geven aan dat investeringen riskant zijn. Ze proberen kernmiddelen op te bouwen, maar deze achten zij nog onvoldoende: Eigenaar: “Dit is het probleem van iemand willen aannemen zonder de financiële middelen te hebben omdat we geen buffer hebben. Tegelijkertijd kunnen we de omzet niet verhogen zonder iemand nieuw aan te nemen.” Eigenaars van superieur gecategoriseerde praktijken melden dat hun bedrijfsmodel een waardepropositie bevat. Deze betreft een goed georganiseerd, oprecht, servicegericht contact tussen goed opgeleide therapeuten, administratieve medewerkers en patiënten. Tegelijkertijd hecht de patiënt waarde aan medische zorg, aangevuld met zorg- en welzijnsondersteuning in de wijk. Voorbeelden hiervan zijn preventie, vitaliteit en zelfmanagement: Eigenaar: “Nou, ik wil af van pathologieën. We richten ons op wat nodig is voor het welzijn, veel meer de pre-care dan de care-fase.” Non-superieure praktijken hebben ook een waarde-propositie. Hun eigenaars wensen deelname aan interprofessionele - en integrale zorg. Daarnaast vinden sommige fysiotherapeuten het moeilijk het verloop van een aandoening te voorspellen en zijn proposities veelal medisch en monodisciplinair gericht: Eigenaar: “Dan wil ik van mijn therapeuten weten hoeveel afspraken er ongeveer nodig zijn om de doelen van een patiënt te bereiken. Ze kunnen het

gewoon niet beschrijven. Patiënten weten niet wat ze krijgen.”

Verbindingen Verbindingen tussen de externe omgeving en interne organisatie stellen praktijken in staat om snel informatie te verzamelen. Praktijkeigenaars noemen hierbij verschillende e­ valuatietechnieken en -instrumenten. Bijvoorbeeld intern management- en teamoverleg en externe stakeholder- en netwerkbijeenkomsten. Deze zijn formeel of informeel van aard en hebben het liefst een open sfeer. Opvallend is dat superieure praktijken de hele organisatie betrekken bij interne vergaderingen. Ook zijn hun externe bijeenkomsten hoofdzakelijk interdisciplinair georganiseerd op wijk -, regionaal - en nationaal niveau. Daarnaast is voor hen een overzicht met tijdige informatie cruciaal voor evaluatie van praktijkresultaten. Non-superieure praktijken organiseren voornamelijk monodisciplinaire bijeenkomsten, op wijk - of regionaal niveau. Bovendien vinden superieur presterende praktijken, in tegenstelling tot non-superieure praktijken, het contact met de wijk belangrijk om informatie te verzamelen. Eigenaars van beide soorten praktijken vinden actie nuttig voor het genereren van informatie. Eigenaars van superieur gecategoriseerde praktijken geven aan dat hun organisatie in actie komt wanneer zich een kans, verandering of probleem voordoet: Eigenaar: “Op een gegeven moment moet je samen door concreet handelen vooruitgang boeken. Zolang we praten over het feit dat we dingen zullen doen, gebeurt er niets.” Eigenaars van praktijken met non-superieure resultaten geven aan dat actie door henzelf niet efficiënt wordt ingezet. Eigenaars van superieur gecategoriseerde praktijken geven aan dat zij proactief bezig zijn met het verwerken en betekenisvol maken van kennis en informatie. Ook gebruiken ze informatie om na te denken over bijvoorbeeld producten, keuzes, kansen en het vermijden van kortetermijnproblemen: Eigenaar: “Je moet weten in welke richting het vak evolueert, wat het beleid van je stakeholders is, en ervoor zorgen dat je proactief bent op basis van bewuste keuzes en dat je je niet laat verrassen.”


Tabel 1

Bouwen

Hoofdon­der­ werp

Deelonderwerp

Definitie

1. Bedrijfsmodel samenstelling

Vormgeven van ­waardelevering

Integraal plan voor het bereiken van superieure resultaten

Waardepropositie

Waardevoorstel als oplossing voor de hulpvraag van patiënten

Kernpartners

Samenwerkingspartners die relevant zijn voor de organisatie

Kernmiddelen

Personeel en middelen die relevant zijn voor de organisatie

Evaluatietechnieken en -instrumenten

Manieren waarop informatie uit de externe omgeving en interne organisatie wordt verzameld en geëvalueerd

Actie

Het al doende genereren van externe omgeving- en interne organisatie-informatie

Het verwerken en betekenisvol maken van kennis en informatie

Plannen maken die zijn gebaseerd op informatie uit de externe omgeving en interne organisatie

3. Strategie

Strategisch afstemmen

Afstemmen van de externe omgeving en interne organisatie met een (praktijk)stra­ tegie

4. Verander-cycli

Bedrijfsmodel­ samenstelling ­veranderen

Aanpassing bedrijfsmodelsamenstelling door het benutten van informatie uit de externe omgeving en interne organisatie

Kortetermijn­ veranderen

Checken resultaten die voortkomen uit be­drijfsmodelverandering

Langetermijn­ veranderen

Checken van resultaten die voortkomen uit strategie

2. Verbindingen

Veranderen

Hoofd- en deelonderwerpen met bijbehorende definities

Eigenaars van non-superieur gecategoriseerde praktijken geven aan dat zij het verwerken en betekenisvol maken van kennis en informatie slechts tot op zekere hoogte benutten.

Strategie Een strategie is een plan om langetermijnorganisatiedoelen te bereiken. Strategische afstemming wordt door superieur gecategoriseerde praktijken gezien als langetermijnafstemming van de externe omgeving en interne organisatie op hun praktijkstrategie. De eigenaars benadrukken het belang van het testen van toekomstscenario’s. Binnen de organisatie vindt een evaluatie plaats van de praktijkpositionering, missie, visie, doelen, management, het team en de dagelijkse gang van zaken. Verder wordt afgestemd met de externe omgeving over langetermijnorganisatiedoelen, zoals beleidsontwikkeling en structureel investeren in externe stakeholders: Eigenaar: “Ik ben dus al van plan om in hetzelfde verzorgingsgebied als de huisartsen een paramedische entiteit

te organiseren. We stemmen af met ​​ de fysiotherapie, maar ook met de diëtetiek en de apotheker, zodat je samen beleidszaken kunt bespreken met lokale overheden.” Eigenaars van non-superieur gecategoriseerde praktijken geven aan dat hun langetermijnafstemming problematisch en minder structureel is mede doordat de organisatie onervaren is en moeite heeft te focussen: Eigenaar: “Ik moet leren denken in langetermijnactiviteiten. Tot nu toe heb ik daar nooit echt aan gewerkt.” Figuur 1 op pagina 34 illustreert de vier hoofdonderwerpen over bedrijfsmodel bouwen. Volgens beide typen eigenaars is bedrijfsmodel veranderen een voorwaarde voor behoud van superieure resultaten.

Verandercycli De eerste verandercyclus is bedrijfsmodel veranderen. Deze bestaat uit verbindingen voor het benutten van informatie en het aanpassen van de bedrijfsmodelsamenstelling. Het bedrijfsmodel veranderen bevordert continue optimalisatie van

bedrijfsmodelsamenstelling. Superieur presterende praktijken lijken deze verandercyclus te kunnen doorlopen: Eigenaar: “Soms gebeuren deze dingen [gebeurtenissen die verandering teweegbrengen] heel snel. We proberen ze in een structuur te plaatsen, terwijl we tegelijkertijd worden overstemd door nieuwe gebeurtenissen die onmiddellijk moeten worden aangepakt. In zekere zin is het een uitdaging hier op een beheerste manier een structuur voor te vinden. Ad hoc en gepland.” Eigenaars van non-superieur gecategoriseerde praktijken zeggen dat zij de intentie hebben om de cyclus bedrijfsmodel veranderen te voltooien, maar dit lukt hen onvoldoende. Bijvoorbeeld omdat binnen de praktijk informatie-uitwisseling over praktijkresultaten en het bepreken van een aanpassing van de bedrijfsmodel­ samenstelling niet tot stand komt. De tweede verandercyclus is kortetermijn­ veranderen. Deze helpt om te leren van de kortetermijneffecten van bedrijfsmodel veranderen op praktijkresultaten. Bovendien kunnen resultaten worden geëvalueerd (via verbindingen) en leiden tot een nieuwe bedrijfsmodelsamenstelling. Volgens de praktijkeigenaars van superieure praktijken benutten zij deze verandercyclus bewust. Non-superieur gecategoriseerde praktijken worden volgens hun eigenaars bij deze kortetermijnverandercyclus belemmerd: Eigenaar: “We delen ons succes onvoldoende, niet extern noch intern, dus dat is nogal wat. Maar nu zijn we van plan om een driemaandelijkse ​​ evaluatie te doen, in plaats van halfjaarlijks.” De derde cyclus, langetermijnveranderen, helpt om te leren van het langetermijn­ effect van strategische afstemming van de externe omgeving en interne organisatie op de praktijkresultaten. Bovendien geven eigenaars van superieure praktijken aan dat ze de missie, visie, waarden en het kerndoel van de organisatie beschermen, ondanks verleidelijke kansen: Eigenaar: “Ik heb mijn eigen visie en waarden [van de praktijk] en daar houd ik me aan vast.” Non-superieur presterende praktijken zijn volgens hun eigenaren minder toegerust voor langetermijnveranderen. Ze lijken ook minder bewust van hun waarden en kerndoel. Dit kan hen verleiden tot kansen die niet passen bij de praktijk. » FysioPraxis april 2022 | 33


Figuur 1

Eerstelijnsfysiotherapiepraktijk raamwerk voor bedrijfsmodel bouwen en veranderen

Discussie De onderzoeksresultaten van deze studie laten zien dat eerstelijnsfysiotherapiepraktijken mogelijk met bedrijfsmodel bouwen en veranderen superieure resultaten bereiken en behouden in een continu veranderende omgeving. Praktijkeigenaars bevestigen bevindingen in de bedrijfsmodelliteratuur door aan te geven dat bedrijfsmodel bouwen bestaat uit bedrijfsmodelsamenstelling, verbindingen en strategie. De verbindingen zijn: evaluatietechnieken en -instrumenten, actie en het verwerken en betekenisvol maken van kennis en informatie. Om zelfgerapporteerde superieure resultaten te behouden, zijn drie verandercycli essentieel: bedrijfsmodelsamenstelling veranderen, korte- en langetermijnveranderen. Praktijkeigenaars van zowel superieur als non-superieur gecategoriseerde praktijken benadrukken dezelfde aspecten. Maar het valt op dat hun aanpak verschilt. Superieur gecategoriseerde praktijken pakken bedrijfsmodel bouwen en veranderen gevarieerder en met meer samenhang aan dan andere collega’s. Beperkingen en sterkten Het gebruikte instrument voor selectie van praktijkeigenaars is gebaseerd op een literatuurreview waarin theoretisch indicatoren zijn besproken. Maar deze indicatoren zijn niet gevalideerd voor eerstelijnsfysiotherapiepraktijken. Bovendien is een onderscheid gemaakt op basis van een door de praktijkeigenaar ingeschatte score. Het zou hierdoor kunnen dat praktijken onterecht zijn ingedeeld als type superieure - of non-superieure resultaten.

34 | FysioPraxis april 2022

Voor zover bekend was er geen ander geschikt instrument beschikbaar. Een sterk punt is dat, voor zover bekend, niet eerder de koppeling is gemaakt tussen bedrijfsmodel bouwen en veranderen, en eerstelijnsfysiotherapiepraktijk-­ resultaten. Nu deze koppeling is gemaakt, biedt dat kansen om bestaande kennis uit de bedrijfsmodelliteratuur te benutten voor de eerstelijnszorg. Implicaties voor de fysiotherapie Wat betreft fysiotherapiebeleid lijkt het raadzaam om bij de ontwikkeling van het nieuwe kwaliteitshuis fysiotherapie criteria voor bedrijfsmodel bouwen en veranderen mee te nemen.19 Voor praktijkmanagement is het mogelijk gunstig tijdige informatie te benutten met verschillende evaluatietechnieken en -instrumenten als verbinding tussen de externe omgeving en de interne organisatie. Ook het proactief betrekken van kernpartners en medewerkers bij het vormgeven van waardelevering en waardeproposities is aanbevolen. Verder is van belang dat praktijken hun externe omgeving en interne organisatie afstemmen op hun eigen strategie. Daarnaast kan een praktijk al doende informatie verzamelen door actie te ondernemen. Dit leidt mogelijk tot een verandering van bedrijfsmodelsamenstelling en superieure resultaten. Voor fysiotherapie-onderwijs zijn de onderzoeksbevindingen mogelijk relevant zodat superieure eerstelijnsfysiotherapiepraktijk resultaten in de toekomst zijn geborgd. Bij verschillende hogescholen is al een duidelijke start gemaakt met

‘ondernemerschap in de zorg’. Naast fysiotherapie-inhoudelijke kennis en vaardigheden zijn ook bedrijfsmatige principes een vast onderdeel van het curriculum. Criteria voor bedrijfsmodel bouwen en veranderen kunnen worden meegenomen in het vormgeven van het curriculum. Wat betreft onderzoek wordt aanbevolen vervolgonderzoek te doen in diverse praktijkcontexten. Cross-sectioneel en longitudinaal kwantitatief onderzoek op basis van de leidraad van deze studie kan helpen om de validiteit en generaliseerbaarheid van deze studie te vergroten. Bijvoorbeeld door bestaande instrumenten die bedrijfsmodel - en organisatiegerelateerde resultaten meten voor het eerst kwantitatief toe te passen in de eerstelijnsfysiotherapiepraktijk context.

Conclusie Praktijkeigenaars met zowel superieure als non-superieure resultaten benadrukken onafhankelijk van elkaar dezelfde aspecten van bedrijfsmodel bouwen en veranderen. Hierbij benaderen eigenaars van superieure praktijken deze gevarieerder en met meer samenhang dan hun non-superieur presterende collega’s. Rutger IJntema MBA, onderzoeker lectoraat Financieel Economische Advisering bij Innovaties en lectoraat Innovatie van Beweegzorg, Hogeschool Utrecht Dr. Di-Janne Barten, senior onderzoeker lectoraat Innovatie van Beweegzorg, Hogeschool Utrecht Dr. Hans Duits, senior onderzoeker lectoraat Financieel Economische Advisering bij Innovaties, Hogeschool Utrecht Prof. dr. Brian Tjemkes, hoogleraar Management en Organisatiestudies, Vrije Universiteit Amsterdam Prof. dr. Cindy Veenhof, lector lectoraat Innovatie van Beweegzorg, Hogeschool Utrecht; hoogleraar Fysiotherapiewetenschap, afdeling Revalidatie, Fysiotherapiewetenschap en Sport, Brain Center Rudolf Magnus, UMC Utrecht rutger.ijntema@hu.nl

Literatuur, figuur 2 en bijlage: www.kngf.nl/fysiopraxis


wisselcolumn

Wijkgericht werken Wat een prachtig idee om via deze wisselcolumn allerlei vragen te belichten: een column voor en door collega’s. Zo speelde Cindy Veenhof mij de vraag toe: “Wat is de gouden tip voor fysiotherapeuten die wijkgericht willen werken?” Wijkgericht werken vraagt van fysiotherapeuten om vraaggestuurd te denken en te werken op basis van wat er in hun werkgebied (de wijk of wijken) leeft ten aanzien van gezondheid. Het vooronderstelt dat fysiotherapeuten in staat zijn hun wijk systematisch in kaart te brengen wat betreft de gevolgen van lokaal gezondheidsbeleid en de wensen van burgers en zorg- en welzijnsprofessionals, om zo de fysiotherapeutische zorg zinvol in te kunnen passen. Dat wij als beroepsgroep niet altijd herkenbaar zijn weet Cindy als geen ander. Het etiket ‘fysiotherapie’ blijkt door de vele partijen in de wijk divers te worden uitgelegd. De fysiotherapeut zal daar

aandacht aan moeten besteden: hoe kijkt mijn wijk naar mijn specifieke beroep en wat ik kan bieden? Naast de wijk leren kennen en jezelf als fysiotherapeut (her)kenbaar maken is er mijns inziens nog een belangrijke stap nodig. Onze unieke inbreng op het bewegend functioneren, zowel bij gezonde mensen als bij diegenen voor wie bewegen niet meer vanzelfsprekend is, zou integraal moeten worden aangeboden in het aanwezige wijkaanbod op het gebied van zorg, welzijn, sport en wonen. Zo, die zit. Maar hoe dan? Mijn tip: kijk eens naar de wijze waarop burgerinitiatieven tot stand komen bij de energietransitie. Er worden coöperaties opgericht, er wordt expertise ingehuurd en vraaggestuurd gewerkt om een energieproduct integraal in de wijk te implementeren. Mijn inschatting is dat het groeiende potentieel van meewerkende en meedenkende burgers – inclusief de vitale ouderen die

zich in hun ‘derde levensfase’ bevinden (zie het advies De derde levensfase: het geschenk van de eeuw) – onze wijkgericht werkende fysiotherapeuten kunnen en willen helpen. Ik wil graag ‘de pen’ doorgeven aan Maarten Schmitt (lectoraat Bewegen naar Gezondheid) met de vraag: “Wat is de rol van de fysiotherapie binnen de huidige toename van complexe zorg in de eerste lijn van mensen met chronische aandoeningen?”

John Verhoef is emeritus lector van het lectoraat Eigen Regie bij Fysiotherapie en Beweegzorg van Hogeschool Leiden en is nauw betrokken bij het onderwijs van de bacheloropleiding Fysiotherapie en de masteropleiding Fysiotherapie bij Wijkgerichte Beweegzorg.

Master Orofaciale fysiotherapie De Master Orofaciale Fysiotherapie is een HBO Master of Science (MSc) die fysiotherapeuten opleidt tot klinisch specialist in de hoofd-hals regio. Orofaciale fysiotherapie richt zich op het onderzoeken en behandelen van patiënten met temporomandibulaire en neurofysiologische klachten. Hierbij speelt interdisciplinaire samenwerking met andere medische specialismes een belangrijke rol.

Werkveld

De Master Orofaciale Fysiotherapie leidt studenten op tot bekwame orofaciale fysiotherapeuten die vanuit hun rol in de eerste-, anderhalve-, tweede- of derdelijnszorg, duurzaam verantwoorde diagnostiek en interventies uitvoeren. Essentieel voor het handelen in de praktijk is de voorwaardelijke kennis van anatomie, biomechanica, pathologie en pathofysiologie. Ook de samenwerking met andere (medische) specialismes binnen en buiten de fysiotherapie speelt een belangrijke rol.

Praktische zaken

De Master Orofaciale Fysiotherapie is een driejarig deeltijdprogramma, en is te volgen op onze campus in Amersfoort. De contactdagen voor het eerste jaar zijn op woensdag, eens in de twee à drie weken. De contactdagen voor het tweede en derde jaar zijn altijd op donderdag, één keer in de twee weken, van 9.00 tot 17.00 uur. Daarnaast volg je een aantal stagedagen en snijzaalonderwijs. De studiebelasting ligt op 13 tot 16 uur per week, exclusief stage. De opleiding omvat in totaal 90 studiepunten (ECTS). Accreditatie NVAO in aanvraag.

University of Physiotherapy 2647 A5 orofaciale fysiotherapie.indd 1

Marktleider in excellent onderwijs FysioPraxis april 2022 | 35 04-03-2022 09:02


achter het nieuws

De 6e editie van de DvdF komt eraan…

Dit wil je echt niet missen!

Op 21 mei 2022 kun je weer fysiek vakgenoten ontmoeten en nieuwe kennis opdoen tijdens de Dag van de Fysiotherapeut. We starten met een inspirerende opening en daarna kun je deelnemen aan de sessies die jou het meest aanspreken. Ook dit jaar valt er weer genoeg te zien op de grote beursvloer. Maak kennis met toonaangevende bedrijven, bezoek de Wetenschapsarena met postersprekers en bekijk op het Ontmoetingsplein wat het KNGF voor jou kan betekenen. Natuurlijk krijg je voldoende mogelijkheden om te netwerken met andere vakspecialisten tijdens de verzorgde lunch en borrel. De registratie is al gestart, dus koop snel je kaartje!

36 | FysioPraxis april 2022

Benieuwd wat je allemaal kunt verwachten tijdens deze editie van de Dag van de Fysiotherapeut? Hieronder een impressie van het programma in t­ refwoorden. Je bent ongetwijfeld benieuwd naar het complete aanbod en de inhoudelijke toelichting per sessie. Je kunt zelf je programma samenstellen en daardoor wordt de Dag van de Fysiotherapeut ook echt jouw dag!


Redactie: KNGF | Coördinatie: Saskia Bon en Liesbeth Immink | Eindredactie: Liesbeth Immink

36: De Dag van de Fysiotherapeut 38: Richtlijn Kwetsbare ouderen 42: Praktijkovername

In het z nnetje ‘Kritisch naar jezelf én anderen durven kijken: daar geloof ik in’ Nog tijdens de opleiding Fysiotherapie richtte Atilla Kaya ‘Science for Rehab’ op. Een plek waar de patiënt centraal staat met een op maat gemaakt rehabilitatieplan. Nu, zes jaar later, zit Atilla nog steeds niet stil. Want hoewel de naam Science for Rehab blijft bestaan, verschuift de focus inmiddels meer naar studenten. Wij spraken hem over zijn (ondernemers)plannen.

wetenschap centraal, maar de focus ligt niet op de klacht. Die ligt op de persoon die de klacht ervaart.”

Student, fysiotherapeut, ondernemer. Hoe heb je het aangepakt? “Ik ben vrij impulsief en ben gewoon begonnen. Gelukkig heeft Miro, een vriend van mij, me geholpen. Ik ken hem van bodybuildingwedstrijden en door met hem te sparren en berichten op Instagram te plaatsen begon Science for Rehab te lopen. Door mijn achtergrond in body­ building heb ik veel sporters als patiënt, maar ook tante Truus uit Groningen weet ons te vinden. Ik denk dat de combinatie van je lichaam leren kennen én de theorie achter blessureherstel werkt. Bij Science for Rehab is het de bedoeling dat de pa­ tiënt echt wordt geholpen en niet dat de klacht zes weken weg is en daarna weer opspeelt. Die gedachte trekt mensen aan.”

Je was 21 jaar toen je Science for Rehab oprichtte. Hoe kwam dat zo? “Eerlijk gezegd begon het als protest tegen de leraren. Ik botste regelmatig met docenten die het ene zeiden terwijl ik op internet andere dingen las. De focus op de opleiding lag, en ligt nog steeds, op de theorie. En naar mijn mening is die vaak achterhaald. Ik wilde gewoon een online plek creëren waar geen onzin zou worden verteld. Bij Science for Rehab staat de

Je bent nu 27 en wilt studenten helpen met Science for Rehab. Vertel eens? “Ik woon nog bij mijn ouders, maar ga binnenkort op mezelf wonen. Toen ik tij­ dens het opruimen oude schoolschriften tegenkwam, heb ik foto’s gemaakt en op Instagram gezet. Ik vroeg mijn volgers, waarvan er veel student zijn, of ze mijn oude ‘problemen’ herkennen. Dat bleek zo te zijn. De focus op de opleiding ligt nog altijd op de theorie. Op casussen lezen. Maar dat is niet de praktijk. Een klacht lezen in een boek is heel anders dan een

klacht leren herkennen en genezen bij een echt persoon. Ik wil studenten daarbij helpen. Ook omdat ik dat zelf gemist heb toen ik de opleiding deed.”

Spannende ontwikkelingen dus. Hoe zie je de toekomst voor je? “Eind februari ben ik begonnen met een pilotgroep met tien studenten. Ze heb­ ben persoonlijke leerdoelen opgesteld en iedere week bespreken we een casu­ ïstiek met de groep. Wat weet jij? Wat weet ik? Wat zegt de wetenschap? En hoe kunnen we van elkaar leren? Ik speel daarin de rol van kritische coach. Ik zie mezelf in de toekomst ook meer als coa­ chend fysiotherapeut dan als behande­ laar. Uiteindelijk wil ik meerdere groepen studenten helpen. Misschien wel een kennisbank opzetten en een boekendag organiseren waarin we onder genot van lekker eten een bepaald boek bespreken. Evidence liegt niet, maar iedereen kijkt er wel anders naar. Het lijkt me fantastisch om met elkaar in gesprek te gaan, een totaalbeeld te vormen en zo de (oplei­ ding) fysiotherapie naar een hoger niveau te tillen.”

Rianne Vinke, communicatie KNGF

FysioPraxis april 2022 | 37


FysioWijzer

Richtlijn Kwetsbare ouderen

Praktische handvatten en kwalitatief betere zorg De komende 30 jaar verdubbelt of verdrievoudigt het aantal 80-plussers in Nederland.1 Met de ouderdom komen de gebreken en neemt ook het aantal ouderen met een kwetsbaarheid op fysiek, sociaal, cognitief en/of psychologisch gebied sterk toe. Tijd dus voor evidence-based richtlijnen binnen de paramedische zorg. Tekst: Tim van Kernebeek en Hilde Vreeken

Het complex van factoren, zowel fysiek, cognitief, sociaal als de omgevingsfacto-

ren, speelt een rol in het kwetsbaar worden van ouderen. Kwetsbaar, een term die te pas en te onpas wordt gebruikt, betekent dat er een verhoogd risico is op negatieve gezond-

heidsuitkomsten. Oftewel: iemand die kwetsbaar is, is letterlijk en figuurlijk snel uit evenwicht en heeft dan zorg nodig. Voor de paramedische zorg bestaan nog geen richtlijnen over hoe kwetsbare ouderen met complexe zorgvragen het beste behandeld kunnen worden. Onlangs hebben het KNGF en de andere paramedische beroepsverenigingen van ZonMw een subsidie ontvangen voor de ontwikkeling en implementatie van toepasbare evidence-­based richtlijnen voor paramedische zorg bij kwetsbare ouderen. Deze richtlijnen zijn van groot belang om de adequate integrale zorg te kunnen bieden aan de sterk groeiende groep kwetsbare ouderen met complexe en met elkaar samenhangende problematiek, zodat iedere patiënt de zorg krijgt die hij of zij nodig heeft. De richtlijnen worden ontwikkeld voor de meest prangende knelpunten in de zorg voor kwetsbare ouderen en hebben tot doel de kwaliteit van de zorg voor kwetsbare ouderen te verbeteren door het bieden van praktische handvatten. Tevens ondersteunen de richtlijnen de afstemming tussen zorgverleners om ­interdisciplinaire zorg van hoge kwaliteit te bevorderen, zowel binnen de paramedie als ook met andere zorgdisciplines.

Figuur 1

Project Paramedische Richtlijnen Kwetsbare Ouderen Richtlijn Paramedische Zorg voor Kwetsbare Ouderen Richtlijn fysiotherapie en oefentherapie Project Paramedische Richtlijnen Kwetsbare Ouderen

38 | FysioPraxis april 2022

Richtlijn diëtetiek

Richtlijn huidtherapie

Richtlijn ergotherapie

Richtlijn logopedie


FysioWijzer

Paramedische beroepsgroepen aan het woord Marian de van der Schueren, hoogleraar Diëtetiek en lector Voeding, Diëtetiek en Leefstijl: “Mijn doel is dat de richtlijn het werkveld inzicht zal geven in de effecten van voedingsondersteuning op relevante uitkomstmaten (zelfredzaamheid, participatie, kwaliteit van leven) van kwetsbare ouderen. Daarnaast verwacht ik dat de richtlijn richting zal gaan geven aan betere interprofessionele samenwerking voor deze doelgroep.”

Aline LindeboomLeijenhorst, ergotherapeut ZuidOostZorg Drachten & dr. Carola Döpp, senior onderzoeker en ergotherapeut: “Met de richtlijn hopen we dat bereikt wordt dat paramedici, waaronder ergotherapeuten, op eenduidige wijze hun interventies vormgeven richting de kwetsbare oudere en de mantelzorger. Bij de ergotherapie baseren we ons op (functionele) diagnostiek, rekening houdend met de persoon, zijn of haar omgeving en betekenisvolle activiteiten.”

Samenwerking paramedische beroepsgroepen Het project Paramedische Richtlijnen Kwetsbare Ouderen omvat de ontwikkeling en implementatie van een generieke richtlijn voor alle paramedische zorgprofessionals en vijf beroepsspecifieke richtlijnen (zie figuur 1). Het KNGF werkt in dit project samen met de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD), de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH), Ergotherapie Nederland (EN), de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF) en de Vereniging voor Oefentherapeuten Caesar en Mensendieck (VvOCM). De subsidie

Johanneke Pulles, geriatrisch oefentherapeut in een verpleeghuis en docent-onderzoeker Oefentherapie bij de Hogeschool van Amsterdam: “Bij de behandeling van kwetsbare ouderen komt veel kijken, omdat er op meerdere vlakken (fysiek, psychisch, sociaal) iets kan spelen wat hun kwaliteit van leven beïnvloedt. Ik werk graag mee aan een verbetering in de kwaliteit van zorg voor deze ouderen, zodat ze zo lang mogelijk nog kunnen genieten van het leven.”

Hans Hobbelen, lector Veroudering en paramedische zorg, Hanzehogeschool Groningen: “De fysiotherapeut ziet kwetsbare ouderen veelal op basis van motorisch en fysieke ongemakken. Maar waar bij jongere patiën­ ten de behandeling veelal volgens ‘het boekje’ verloopt, is het bij deze ouderen veel complexer en minder duidelijk waar de problemen precies vandaan komen en welk probleem aangepakt moet worden. Samenwerking met diverse andere disciplines is de sleutel voor een effectieve en effi­ ciënte behandeling van kwetsbare ouderen.”

die het KNGF ontving voor het project komt voort uit de Bestuurlijke Afspraken Paramedische Zorg.

Onderwerpen KNGF-richtlijn Vorig jaar is een uitgebreide knelpunten­ inventarisatie paramedische zorg voor kwetsbare ouderen uitgevoerd. Binnen dit project zijn onder andere knelpunten in de fysiotherape­utische zorg voor kwetsbare ouderen in kaart gebracht en geanalyseerd door middel van: · interviews met inhoudsdeskundigen; · oriënterend literatuuronderzoek; · bijeenkomst (invitational conference) met stakeholders;

Ellen KuijperKuip, huid- en oedeemtherapeut: “Mijn belangrijkste doel is het verbeteren van de zorg en met name de preventieve zorg van kwetsbare ouderen. Samenwerken met andere relevante beroepsgroepen is daarbij een absolute must. Er is een wereld te winnen.”

Lizet van Ewijk, hogeschoolhoofddocent Logopedie, Hogeschool Utrecht: “We streven ernaar dat alle (kwetsbare) ouderen hun wensen en behoeftes kunnen (blijven) uiten. De logopedist kan een belangrijke rol spelen bij complexe gesprekken, bijvoorbeeld rond het levenseinde. Wanneer gesprekken moeilijk verlopen, wordt vaak beslist door de zorgverlener of naaste. Ook wanneer de oudere wel degelijk zelf behoeften en wensen heeft. De richtlijn helpt de rol van communicatie en de eigen regie van kwetsbare ouderen centraal te zetten.”

· focusgroepen en interviews met patiënten en mantelzorgers i.s.m. de Patiëntenfederatie; · focusgroepen met paramedici waaronder een focusgroep met fysiotherapeuten; · survey onder KNGF-leden via de Fysio E-nieuws. De belangrijkste knelpunten worden in de richtlijn uitgewerkt en voorzien van aanbevelingen voor de praktijk. Voor de fysiotherapeutische zorg ligt de focus op: het in kaart brengen van factoren die een rol spelen bij het fysiek functioneren en kwaliteit van leven, effectieve en veilige beweeginterventies en het bevorderen van beweeggedrag. FysioPraxis april 2022 | 39

»


FysioWijzer

Figuur 2 2022 feb

mrt

april

Voorbereiding

mei

jun

jul

2023 aug

sep

okt

nov

dec

jan

Ontwikkeling conceptrichtlijn

feb

mrt

april

Commentaarronde

mei

jun

jul

Redactie, autorisatie en publicatie

Ontwikkeling implementatieproducten

Tijdspad ontwikkeling en implementatie Richtlijnen Paramedische Zorg voor Kwetsbare Ouderen

» Richtlijnproject: ontwikkeling en implementatie De evidence-based richtlijnen worden ontwikkeld en geïmplementeerd conform de KNGF-richtlijnenmethodiek 2022.4 Deze methodiek is gebaseerd op de internationale5 en nationale6 standaarden voor richtlijnontwikkeling. Het KNGF is projectleider van het gehele project, stuurt het project aan en adviseert de zes richtlijnadviseurs van de zes verschillende paramedische beroepsverenigingen. Deze richtlijnadviseurs ondersteunen de ontwikkeling en implementatie van de generieke en beroepsspecifieke richtlijnen. Het KNGF en de VvOCM ontwikkelen hierin samen één richtlijn voor fysio- en oefentherapie (zie figuur 1). Tim van Kernebeek, richtlijnadviseur KNGF, ondersteunt de ontwikkeling van de richtlijn Fysiotherapeutische en Oefentherapeutische Zorg voor Kwetsbare Ouderen (samen met Thea Kooiman, richtlijnadviseur VvOCM) en de generieke richtlijn Paramedische Zorg voor Kwetsbare Ouderen. Het KNGF werkt in het project samen met de NVFG en inhoudsdeskundige Hans Hobbelen, lector Veroudering en Paramedische zorg aan de Hanzehogeschool Groningen. Binnen het project worden zes werkgroepen geformeerd; één werkgroep voor elke richtlijn (vijf beroepsspecifieke richtlijnen en één generieke richtlijn). Ten slotte is er één klankbordgroep die inhoudelijk advies geeft over alle richtlijnen aan de verschillende werkgroepen. Op 1 februari 2022 is het project Paramedische Richtlijnen Kwetsbare Ouderen gestart. Het project heeft een looptijd van 18 maanden, van 1 februari 2022 tot 1 augustus 2023, opgedeeld in een voorbereidingsfase, ontwikkelfase, commentaarfase, autorisatie- en publicatiefase en implementatiefase. Zie figuur 2 voor een overzicht van het tijdspad van het project.

40 | FysioPraxis april 2022

Voorbereidingsfase Op basis van de uitgebreide knelpunten­ analyse zijn het onderwerp, het doel en de doelgroep van de richtlijnen vastgesteld, concept uitgangsvragen geformuleerd en is beschreven welke zorgdisciplines en patiëntorganisaties betrokken zijn bij paramedische zorg voor kwetsbare ouderen. Deze organisaties worden gevraagd om mee te werken aan de ontwikkeling van de richtlijnen via deelname aan de knelpunteninventarisatie, een of meerdere werkgroepen, de klankbordgroep en/ of de commentaarronde.

leerd. Deze aanbevelingen vormen de beantwoording van de uitgangsvraag. Aanbevelingen zijn zo specifiek en concreet mogelijk en zodanig geformuleerd dat zij op zichzelf gelezen kunnen worden én slechts op één manier te interpreteren zijn.

Commentaarfase De conceptrichtlijnen worden ter commentaar voorgelegd aan fysiotherapeuten en betrokken partijen. De commentaren worden verwerkt tot de definitieve richtlijnen Paramedische Zorg voor Kwetsbare ouderen.

Ontwikkelfase

Autorisatie- en redactiefase

Tijdens de ontwikkelfase worden de concept-­uitgangsvragen in de verschillende richtlijnen uitgewerkt. Eerst wordt per uitgangsvraag (systematisch) literatuuronderzoek uitgevoerd naar de best mogelijke evidence. De resultaten worden samengevat, indien mogelijk middels een meta-analyse. De bewijskracht, het vertrouwen dat het werkelijke effect in de buurt ligt van het geschatte effect, wordt beoordeeld met de GRADE-methodiek.7 Tot slot beschrijft de literatuur­conclusie zowel de grootte van het geschatte effect als de bewijskracht. Naast de wetenschappelijke literatuur worden ook alle andere overwegingen in kaart gebracht die van belang zijn bij het formuleren van de aanbeveling. Alle argumenten voor en tegen mogelijke aanbevelingen worden verzameld en beschreven zoals: kwaliteit van bewijs, balans tussen voor- en nadelen van de interventie, waarden en voorkeuren van patiënten (in samenwerking met de Patiëntenfederatie) en professionals (expert opinion), middelenbeslag (kosten), aanvaardbaarheid en haalbaarheid van de interventie. Op basis van de wetenschappelijke literatuur en de overwegingen worden de voor- en nadelen tegen elkaar afgewogen en de concept-aanbevelingen geformu-

De definitieve richtlijnen worden geredigeerd en ter autorisatie voorgelegd aan de beroepsverenigingen KNGF, NVH, NVD, EN, NVLF en VvOCM. Na autorisatie worden de richtlijnen gepubliceerd.

Implementatiefase Om de toepassing van de richtlijnen te bevorderen wordt al tijdens de ontwikkeling gecommuniceerd over het ontwikkelproces richting eindgebruikers en stakeholders. In de voorbereidingsfase en commentaarfase worden alle relevante stakeholders geconsulteerd om breed draagvlak te creëren. Bovendien worden verschillende implementatieproducten ontwikkeld, gericht op de implementatie binnen de paramedische vakgebieden, onder patiën­ten en onder andere betrokkenen zoals verwijzers. Hierbij valt te denken aan samenvattingskaarten, e-learning­ modules, scholingsbijeenkomsten, patiënteninformatie, artikelen in vaktijdschriften van de betrokken paramedische beroepsgroepen, zoals FysioPraxis en eventuele vaktijdschriften van andere beroepsgroepen, een factsheet, wetenschappelijke publicaties, lezingen en presentaties op congressen en symposia zoals de Dag van de Fysiotherapeut.


FysioWijzer

Praktijkvoorbeeld

Tineke Peeters-van der Bolt, geriatrie­ fysiotherapeut bij BrabantZorg regio Oss: “Als geriatriefysiotherapeut werkzaam bij een grote zorgorganisatie in Brabant zie ik dagelijks (kwetsbare) ouderen in verschillende settingen; van een eerstelijnsbehandeling aan huis in verband met valrisico tot aan een transfervraag op een PG-afdeling. Die diversiteit maakt mijn werk juist zo leuk, en zorgt ook dagelijks weer voor verschillende uitdagingen. Kwetsbare ouderen hebben een complexe zorgvraag met problematiek in verschillende domeinen die elkaar beïnvloeden.2 In de praktijk kom je bij een patiënt die op verwijzing of via DTF bij jou terecht is gekomen. Zo kwam ik vorig jaar bij een meneer van 87 jaar op verwijzing van de huisarts. Op deze verwijzing stond: ‘verbeteren van mobiliteit’. Meneer was net verhuisd van zijn eengezinswoning naar een aanleunwoning met thuiszorg. Voorheen fietsenmaker, nu vooral bezig met de wielersport op tv. Naast de toegenomen zorgbehoefte was een tweede reden van de verhuizing het feit dat meneer in deze zorglocatie meer aanspraak en activiteiten zou hebben. Meneer was eenzaam sinds het overlijden van zijn vrouw. Zijn dochter woonde verder weg, maar probeerde wekelijks op bezoek te komen. Helaas gooide COVID-19 roet in het eten en bleek het restaurant gesloten. Ook werden er geen gezamenlijke activiteiten meer georganiseerd. Hierdoor zat meneer hele dagen alleen in zijn stoel voor de tv. ‘Verbeteren van mobiliteit’ was de vraag van de huisarts. Deze mobiliteit bleek behoorlijk beperkt en er was ook een groot valrisico aanwezig met valangst. Meneer woonde helemaal aan het einde van de gang en moest een heel eind overbruggen met zijn rollator om bij de lift te komen als hij naar buiten

wilde. Omdat deze afstand zo groot was, begon hij hier maar niet aan. Meneer at ook niet veel, in de middag een klein bakje huzarensalade en in de avond een zakje chips, en hij dronk alleen cola. Meneer had hier genoeg aan, de rest smaakte toch niet én dan hoefde hij niet extra op te staan om naar de keuken te lopen. Na overleg met meneer en dochter hebben we ook de diëtiste en ergotherapeut betrokken voor een betere voedingstoestand en de mogelijkheid om toch naar buiten te kunnen (iets wat meneer wel graag deed voor de verhuizing). Hoe langer ik meneer onder behandeling had, hoe meer vraagtekens ik kreeg over zijn cognitie. Dit maakte het afnemen van de EFIP en andere klinimetrie een stuk lastiger, en hoe betrouwbaar is het dan nog? Op basis van meerdere punten was het duidelijk dat meneer kwetsbaar was, maar hoe breng je dit goed in kaart? Het bleek een erg complexe casus, en, zoals wel vaker achteraf blijkt, ging het niet alleen over het verbeteren van mobiliteit. Door multidisciplinaire samenwerking en korte lijntjes met familie en zorg, hebben we meneer toch een betere kwaliteit van leven kunnen geven. Inmiddels gaat hij dagelijks zijn post halen met de rollator, kan hij met mooi weer buiten in de tuin gaan zitten, gaat hij met zijn scootmobiel naar het winkelcentrum en heeft hij een betere voedingstoestand door speciale drinkvoeding. Hoe kunnen we de signalering van kwetsbaarheid verbeteren en hoe meet je vervolgens deze kwetsbaarheid in de praktijk? Hoe maak je een keuze uit het scala aan meetinstrumenten op het gebied van kwetsbaarheid, die in vorm (zowel vragenlijsten als performancetesten) en inhoud sterk uiteenlopen en elk hun voor- en nadelen kennen?3 De komst van deze richtlijn is van belang om kennis van kwetsbaarheid te vergroten. Daarnaast zal de richtlijn ons ook handvatten geven over hoe we kwetsbaarheid zo goed mogelijk in kaart kunnen brengen, welke klinimetrie hiervoor het meest geschikt is, welke interventies het effectiefste zijn om (beweeg)gedrag te stimuleren en hoe we onze training het beste kunnen opbouwen voor de kwetsbare ouderen.”

MEER INFORMATIE Bekijk de huidige stand van zaken van het project

Dr. Tim van Kernebeek, richtlijnadviseur KNGF

Hilde Vreeken MSc, projectleider en richtlijnadviseur KNGF

T.vankernebeek@kngf.nl

Literatuur: www.kngf.nl/fysiopraxis

FysioPraxis april 2022 | 41


achter het nieuws

Eigen praktijk

Een overwogen, stapsgewijze praktijkovername betaalt zich terug Kiezen voor een eigen praktijk: kan dat nog in deze tijd waarin er steeds meer afkomt op de eerstelijnspraktijkhouder? Jazeker, al is een gedegen en tijdige voorbereiding meer dan ooit van belang. Al decennialang begeleidt en adviseert VvAA zorgverleners in het proces van praktijkovername. Wat zijn de belangrijkste stappen en inzichten volgens onze adviseurs? Van start

Tekst: Erik van Dam

Optimale match Dé succesfactor bij het overnemen van een praktijk? Dat is het écht leren kennen van die praktijk. Pas dan kun je beoordelen of het ‘past’. Voor die beoordeling is het van het grootste belang om eerst goed inzicht te krijgen in jouw eigen wensen. Dat is dan ook de absolute stap 1 in de onderstaande figuur, ‘Praktijkovername in tien stappen’.

Wie ben ik? Vestigingsplaats, praktijkomvang, stad of buitengebied, volledig zelfstandig of met collega’s, alles zelf doen of juist uitbesteden of aansluiten bij een keten? Belangrijke afwegingen, maar de kern is goed in de spiegel kijken. Wat voor zorgverlener ben je? Waar ben je goed in? Waar word je gelukkig van? En hoe vertaalt dit zich naar de eisen die je stelt aan een praktijk?

Praktijkovername in tien stappen 1

Inventariseren eigen wensen

2

Bepalen moment

3

Starten met starten

4

Selecteren praktijk

5

Verdiepen in praktijk

6

Onderhandelen

7

Overnemen

8

In- en overschrijven

9

Communiceren met patiënt

10

Afhechten vorige fase

De stem en steun van zorgverleners

42 | FysioPraxis april 2022

Stap 2 is het maken van een globale tijdsplanning. Hoeveel tijd heb je nodig om voor jezelf te beginnen? Welke elementen bepalen dat? Als je daar zicht op hebt, kun je ‘starten met starten’ (stap 3): het opstellen van een plan van aanpak. Hoe zoek je naar een praktijk en welke ondersteuning heb je nodig? Denk aan de overname-adviseur, de bank en de accountant. Maar ook aan collega’s, familie of vrienden. Het selecteren van een praktijk (stap 4) gaat over het zoeken naar geschikte praktijken. Het vervolgens verdiepen in de praktijk (stap 5) over het onderzoeken van die praktijk(en). Denk bijvoorbeeld aan eventuele overeenkomsten met zorgverzekeraars en/of gemeentes. Kunnen deze overgenomen worden? Kan de praktijk op dezelfde locatie worden voortgezet? Hoe loyaal zijn eventuele werknemers aan de praktijk en is er een (actuele) inventarisatie van de personeelsrisico’s (RI&E)?

Streng zijn Bij het verdiepen is het van belang ‘streng’ te blijven voor jezelf: het gaat hier immers om de toets met het beeld dat je in stap 1 schetste van jezelf en van jouw wensen. Bezuinig niet op tijd, goede ondersteuning en praat ook met eventuele medewerkers. Een dikke plus, zo geven onze adviseurs aan, is zelf enige tijd in de praktijk gewerkt te hebben. Dan ontstaat er échte ‘vertrouwdheid’: een goede uitgangspositie voor een optimale match.

den (stap 7). Denk daarbij onder meer aan de juridische structuur en aan overnameen mogelijk maatschapscontracten. Ook moeten praktische zaken geregeld worden, vooral in de sfeer van in- en overschrijven (stap 8). Denk bijvoorbeeld aan de KVKinschrijving, bankrekening en de AGB-code.

Ook omkijken En dan je introductie in je nieuwe rol/ omgeving. Een belangrijke basis voor jouw toekomstige relatie met je patiënten en andere stakeholders, zoals verwijsrelaties. Bijvoorbeeld in een persoonlijke bericht, maar ook op de website en andere plekken waar je zichtbaarheid van belang is (stap 9). Tot slot is achterom kijken ook van groot belang, zo leert de ervaring. Informeer tijdig en op gepaste wijze ­patiënten en andere stakeholders uit je vorige werkkring (stap 10).

Stappenplan als houvast Tot slot een nuancering. In werkelijkheid kunnen stappen (deels) parallel lopen of blijken latere stappen zich al eerder aan te dienen. Daarnaast zit er achter sommige stappen een hele wereld, waardoor de invulling afhankelijk is van de specifieke situatie. Het tienstappenplan blijkt in de praktijk echter een goed houvast voor een gedegen aanloop naar een goede match tussen jouw wensen en het profiel van de over te nemen praktijk.

MEER INFORMATIE?

Praktijk en papier Bij het onderhandelen (stap 6) staat de waarde van de praktijk centraal, inclusief eventuele inventaris, huisvestingsaspecten en overnamecondities. En als je eenmaal rond bent met de overdragende praktijkhouder moet een en ander geformaliseerd wor-

Drs. ing. Erik van Dam, senior adviseur Kennismanagement bij VvAA


Nascholing fysiotherapie De wetenschappelijke kennis over het menselijk bewegingsapparaat neemt constant toe. Nieuwe inzichten en behandelmethoden bieden nieuwe en betere mogelijkheden. Met de cursussen en masterclasses van SOMT University of Physiotherapy onderhoud en verdiep je de kennis, vaardigheden en competenties die je hebt opgedaan in je basisopleiding. Het LifeLong Learning programma ondersteunt fysiotherapeuten, masters in de fysiotherapie en artsen bij hun persoonlijke en vakinhoudelijke groei met een breed, hoogwaardig en state of the art aanbod binnen het musculoskeletale domein.

Altijd evidence based en actueel Alle nascholing is praktijkgericht en gebaseerd op de meest actuele, evidence-based leerstof en didactiek uit de masteropleidingen van SOMT. Alle cursussen, masterclasses en symposia worden bij voortduring geactualiseerd en het onderwijs wordt verzorgd door wetenschappelijke en inhoudelijke experts, zowel van binnen als buiten onze universiteit. De nascholing van SOMT University of Physiotherapy staat garant voor een ‘leven lang’ hoogwaardige scholing met aandacht voor alle onderdelen van het musculoskeletale domein. En met gebruik van alle moderne faciliteiten!

Uitgangspunten De cursussen zijn per specialisme georganiseerd volgens de inhoudelijke leerlijnen van onze masteropleidingen en de inhoud sluit aan bij het niveau van de deelnemer. Zo wordt gegarandeerd dat inhoud en niveau van de leerstof voortdurend wordt gevoed door onze actuele onderwijsprogramma’s. Ons aanbod is geënt op de principes van EvidenceBased Practice in combinatie met praktische vaardigheden die zorgen voor de link met de dagelijkse praktijk. Alle cursussen zijn competentiegericht en hebben een duidelijke relatie met uw eigen beroepspraktijk. Door deze uitgangspunten bewaken wij de kwaliteit van ons aanbod.

www.somt.nl

University of Physiotherapy

Marktleider in excellent onderwijs


een Volg nu gratis rsus u c f e o r p

Ik kies voor nascholen op mijn moment Vraag een gratis proefcursus aan via www.cme-online.nl/fy-gratis

 24/7 beschikbaar

 De beste docenten uit het vakgebied

Online nascholing voor fysiotherapeuten

 Ruim 55 onderwerpen


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook