Vakblad voor de fysiotherapeut - ledenblad KNGF
jaargang 32 november 2023
nr 9
Cultuursensitief werken. Hoe doe je dat? Grenzen aan beroepsgeheim
01 FP 2023-09.indd 1
Fysiotherapie en dementie
Gebruik activiteitenmeters
30/10/23 5:58 PM
“Tapen doe ik met Leukotape” Han Tijshen, NEC
Official partner
02 Ad.indd 2
30/10/23 6:00 PM
colofon
redactioneel
FysioPraxis is het officiële tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF). Redactieadres
KNGF | Postbus 248, 3800 AE Amersfoort E: fysiopraxis@kngf.nl
Die zwarte jongen
Hoofdredactie
Bert Bukman Eindredactie
Tessa Louwerens Auteursrecht © 2023 Redactie KNGF
Mariet Bolluijt, Miranda Ehrenhardt, Gerben Horst, Sheila van der Laan, Jacqueline Lof.
Het begon voor Enes Tütüncü helaas met een auto-ongeluk. Op 13-jarige leeftijd belandde hij in het ziekenhuis, waarna hij drie keer flinke operaties moest ondergaan. Tijdens de revalidatie die volgde, met fysiotherapeutische zorg, besloot hij zijn oude plan om dokter te worden te laten varen. ‘Waar een dokter een patiënt kort en meestal niet frequent ziet, bouw je als fysiotherapeut echt een band op met mensen,’ vertelt hij in deze editie van FysioPraxis. Bovendien wilde hij geen eindeloze opleiding, maar zo snel mogelijk aan de slag.
Wetenschapsredactie
Retze Achttien | Sander van de Water Advertenties
Cross Sjaak Bruins E: sjaak@cross.nl Thijs de Koning E: thijs@cross.nl T: 010-760 73 26 www.cross.nl Adreswijzigingen KNGF-leden
www.mijnKNGF.nl Abonnementen niet-KNGF-leden
Een particulier abonnement kost per jaar € 109 en buitenlandse abonnees betalen € 50 voor een digitale versie (prijswijzigingen voorbehouden). Abonnementen kunnen op ieder moment starten en je betaalt aan het begin van het jaar voor het aankomend jaar. Beëindiging kan op elk moment, met inachtneming van één maand opzegtermijn. Er volgt een verrekening naar rato en teveel betaald abonnementsgeld wordt gecrediteerd. KNGF, Postbus 248, 3800 AE Amersfoort E: ledenadministratie@kngf.nl | T: 033 467 29 29 Auteursrecht
© 2023 KNGF. Artikelen mogen alleen worden overgenomen en/of vermenigvuldigd na schriftelijke toestemming van het KNGF en met bronvermelding. Voor overname voor commerciële doeleinden vragen we een passende vergoeding.
Dat klinkt eenvoudig, maar dat bleek het in de praktijk toch niet te zijn. Enes vond na zijn afstuderen een baan in een fysiotherapiepraktijk in Hilversum, waar hij ontdekte dat sommige patiënten liever niet door hem, ‘die zwarte jongen’, werden behandeld. Enes besloot daarop een eigen praktijk te beginnen waar dat soort overwegingen geen rol zouden spelen. Diversiteit in achtergrond is daarvoor een vereiste, vindt hij. ‘Want als je jezelf gerepresenteerd ziet, is het als patiënt makkelijker om je behoeften en zorgvragen helder te uiten en is de kans op een succesvolle behandeling groter.’ Daarmee komen we op het terrein dat met een wat abstract begrip als ‘cultuursensitief werken’ wordt aangeduid. In Jip-en-Janneketaal: houd rekening met een ander, ook als die persoon niet dezelfde achtergrond heeft als jij. Niet zo heel ingewikkeld, aldus Enes. ‘Ga als fysio eens wat vaker je buurt of wijk in en weet met wie je samenleeft. Neem deel aan informele activiteiten: bezoek bijvoorbeeld een buurthuis of vier lokale feesten mee. Op die manier ontwikkel je je als mens maar ook als professional. Je maakt minder snel onderscheid, kijkt langs etniciteit heen en vooroordelen krijgen minder ruimte.’ Bert Bukman
Bladconcept
Jessica Dales, Dock35 Vormgeving en drukwerk
Cross Foto omslag
Joris Aben ISSN
0927- 5983
fysiopraxis@kngf.nl @FysioPraxis
FysioPraxis november 2023 | 3
03 FP 2023-09.indd 3
30/10/23 6:00 PM
scholing
Online lezing Grensoverschrijdend gedrag in de fysio- en oefentherapie (nieuw) Datum 14 december 2023
Locatie Online via Microsoft Teams
Wat kun je verwachten? Wanneer is iets grensoverschrijdend? Hoe kan dat worden voorkomen? Wat kan of moet er gebeuren als grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden? Tijdens deze online lezing zal een advocaat gezondheidsrecht je meenemen in de juridische en pragmatische aspecten hiervan. In het eerste deel zal zij vertellen wat kan worden gedaan als een patiënt zich grensoverschrijdend gedraagt. Het tweede deel gaat in op grensoverschrijdend gedrag van de fysio- of oefentherapeut. Dit alles vanuit het perspectief van enerzijds de zorgverlener en anderzijds diens werkgever of opdrachtgever.
schrijdend gedrag en tijdens interne of IGJ-onderzoekstrajecten. Ook adviseert zij werkgevers en opdrachtgevers als een patiënt of een medewerker zich grensoverschrijdend heeft gedragen en over interne organisatorische maatregelen (ook ter preventie).
Sprekers
Accreditatie
Mr. drs. S. (Shirin) Slabbers is advocaat gezondheidsrecht. Zij staat zorgverleners bij in tuchtzaken die gaan over grensover-
Er is accreditatie (twee punten) aangevraagd voor het deel Beroepsgerelateerd Fysiotherapie.
Scholingsagenda Klachten in de fysiotherapie
KNGF-richtlijn Zelfmanagement
30 november 2023 – online lezing Het kan elke fysiotherapeut overkomen: er is een uiting van onvrede. En dan? Een advocaat gezondheidsrecht maakt je wegwijs in de wereld van klachten en klachtinstanties. Je leert hoe je met klachten moet omgaan en hoe diverse (tucht)procedures binnen de fysiotherapie verlopen.
11 december 2023 – online lezing We praten je bij over zelfmanagementondersteuning bij de patiënt. De toepassing van de aanbevelingen uit de KNGFrichtlijn Zelfmanagement (2022) staat centraal.
Hallux valgus 18 januari 2024 – online workshop Tijdens deze online workshop word je helemaal bijgepraat over Hallux Valgus en de actieve behandeling die je als fysiotherapeut kunt inzetten.
Kansen en dilemma’s binnen de artrosezorg 23 januari 2024 – online lezing Deze lezing neemt je mee in de state-of-the-art fysiotherapie bij mensen met heup- of knieartrose. Er is extra aandacht voor kansen en dilemma’s rondom zelfmanagement, stepped care en goede samenwerking in de hele keten.
KNGF-richtlijn Fysiotherapeutische dossiervoering 7 december 2023 – online workshop Leer hoe je fysiotherapeutische dossiervoering optimaal kunt inzetten binnen het diagnostische en therapeutische proces. De toepassing van de KNGF-richtlijn fysiotherapeutische dossiervoering (2019) staat centraal.
Inschrijven voor alle scholingen doe je via www.mijnkngf.nl Scan de QR-code voor een overzicht van al onze scholingen, congressen, lezingen en trainingen. Wist je dat het KNGF ook geaccrediteerde e-learningmodules ontwikkelt? www.kngf-elearning.nl
4 | FysioPraxis november 2023
04 FP 2023-09.indd 4
30/10/23 6:00 PM
inhoud
VERDER
6 Kort nieuws 7 Column: ‘Theorie?’ 13 Patiënt in beeld 16 Kwaliteitskader: zorgen en bezwaren 18 Fysiotherapie bij reuma 21 Vervolg patiënt in beeld 22 Vrijwilligerswerk in Costa Rica 24 Stoppen met roken 30 Activiteitenmeters in de zorg 35 Column: Het belang van wetenschap 36 In het zonnetje
8
26
14
28
8 Cultuursensitief werken
26 ‘Je lichaam kan meer aan dan je denkt’
Fysiotherapeut Enes Tütüncü is eigenaar van de interculturele praktijk Fysiotherapie Transvaalbuurt in Amsterdam. ‘Als je jezelf gerepresenteerd ziet, is het als patiënt makkelijker om je behoeften en zorgvragen helder te uiten.’
14 De grenzen van het medisch beroepsgeheim
Alle hulpverleners met een BIG-registratie moeten zich houden aan het medisch beroepsgeheim. Dus ook de fysiotherapeut. Maar hoe ver gaat dit en bestaan er uitzonderingen op?
Fysiotherapeut Remi van Empel deed mee aan het televisieprogramma Kamp van Koningsbrugge waarin gewone burgers acht dagen lang de zware Special Forces training volgen.
28 Fysiotherapie bij dementie
Ilse Wassenberg is geriatriefysiotherapeut en gespecialiseerd in de zorg voor kwetsbare ouderen: ‘Je brengt de problemen rondom dementie in kaart en kijkt samen of je nog dingen kunt leren en trainen.’
Specialistenkatern 38 NVMT: De Extended Scope Specialist 42 NFP: De kracht van metaforen in de psychosomatiek FysioPraxis november 2023 | 5
05 FP 2023-09.indd 5
30/10/23 6:33 PM
kort
Kick-off KNGF en besturen studieverenigingen
KNGF neemt deel aan Coalitie Leefstijl in de Zorg
Het was een inspirerende en gezellige kick-off dag met de nieuwe besturen van verschillende studieverenigingen op 12 oktober op het KNGF-hoofdkantoor in Amersfoort. ‘Ik weet nu beter wat het KNGF doet voor fysiotherapeuten en studenten.’
Meer dan de helft van de volwassen Nederlanders, dat zijn zo’n 9 miljoen mensen, heeft één of meerdere veelal chronische ziekten. Leefstijlaanpassingen hebben een enorme potentie voor de gezondheid en kwaliteit van leven van deze grote groep Nederlanders. De Coalitie Leefstijl in de Zorg wil door implementatie van leefstijl in de zorg gezondheidswinst behalen voor deze grote groep mensen. De Coalitie Leefstijl in de Zorg bestaat uit een verzameling partijen, waaronder nu ook het KNGF. Het KNGF gaat deelnemen aan vier verschillen teams binnen de coalitie, namelijk: Team Financiering & Kosten, Team Onderzoek, Team Richtlijnen en Team Praktijkimplementatie & Kwaliteit. Al deze teams vinden wij belangrijk gezien de rol die wij als fysiotherapeut vervullen als het gaat om bewegen als belangrijk onderdeel van leefstijl.
Bestuurders van Hanze Hogeschool, HAN, Hogeschool Leiden en Saxion Hogeschool waren aanwezig bij de kick-off. De dag startte met het ondertekenen van de overeenkomst voor studiejaar 2023/2024. Het doel is verbinding zoeken en creëren met (toekomstige) studentleden, het delen van kennis en ervaring en het vergroten van de naamsbekendheid. Onder andere door het gezamenlijk organiseren van vakinhoudelijke scholingen. Uiteraard werd hierop geproost met een glaasje (alcoholvrije) bubbels. Activiteiten KNGF Collega’s van verschillende afdelingen vertelde over het werk van KNGF. Bijvoorbeeld een interactieve sessie over het lobbyen in Den Haag; hoe doen we dit, wat is het resultaat en waarover verwachten studenten dat het KNGF lobbyt? Daarnaast hebben we het gehad over de stappen die nodig zijn bij schrijven en implementeren van richtlijnen. De regioadviseur lichtte tot slot toe wat wij doen in het kader van regionale samenwerking en hoe we verbinding met studenten in de regio proberen te zoeken. Brainstormsessie & reacties De dag eindigde met een brainstormsessie over onder andere communicatie richting studenten en de wensen en behoeften van studenten bij het organiseren van een congres. We kijken terug op een leerzame en succesvolle dag. ‘Ik weet nu beter wat het KNGF doet voor fysiotherapeuten en studenten’, aldus een van de aanwezigen. Een ander zegt: ‘Erg inspirerend om ook andere bestuurders van studieverenigingen te spreken en ideeën uit te wisselen.’
e
m ialis spec t e or h rapie? ij vo Ga j dthe han
Xpert Handtherapie Onderwijs organiseert jaarlijks de allround opleiding handtherapie in Utrecht. Binnen de opleiding is, naast de hoorcolleges, veel tijd en ruimte gereserveerd voor klinisch redeneren, praktijkvaardigheden en demonstraties. In het cursusprogramma is een volwaardige 2-daagse cursus handspalken opgenomen. Daarnaast wordt een 4daagse stage gevolgd op één van de vestigingen van Xpert Handtherapie.
Accreditatie punten
ADAP/EN: 214 Kwaliteitshuis FT: 144 De opleiding start in Maart en is bestemd voor Ergo- en Fysiotherapeuten die zich willen verdiepen en specialiseren in de handtherapie.
onderwijs@xperhandtherapie.nl
onderwijs.xperthandtherapie.nl
6 | FysioPraxis november 2023
06-07 FP 2023-09.indd 6
30/10/23 6:01 PM
kort
column
Webinar: afgestudeerd, en dan?
‘Theorie?’ Beste collega,
Op dit moment ben je ongetwijfeld druk met het volgen van colleges of loop je stage. Daardoor ben je misschien nog niet bezig met hoe je leven eruitziet ná je opleiding Fysiotherapie. Juist tijdens de overgang van het studentenleven naar je werkende bestaan, moet je veel regelen. Vaak zijn dit de zaken die niet tijdens je studie aan bod komen. Daarom slaan KNGF, SPF en ABN AMRO de handen ineen: wij helpen je met een kickstart van jouw carrière met ons gratis webinar ‘Afgestudeerd, en dan?’. In dit webinar: ✔✔ O ntvang je hét stappenplan met ‘must do’ en ‘good to know’ informatie en krijg je meer te horen over arbeidsvoorwaarden ✔✔ K om je te weten hoe je big-, kwaliteitsregister- en pensioenregistratie verloopt ✔✔ Leer je hoe je een succesvol je eigen praktijk start
Fysiotherapie speelt zich af op concreet niveau, het gaat om de praktijk. Het voordeel van heel concreet denken is dat je je geen knollen voor citroenen laat verkopen. Dat concrete doen, doen we echter ergens, waar ook anderen zijn en doen we ergens óm. Daarnaast doen we ook veel dingen niet. Zo wordt concreet toch ook al snel complex. Een bijwerking van concreet is dat je geen appels met peren kan vergelijken. Daarvoor is uitzoomen nodig, maar dan wordt het abstract, iets waar veel mensen moeite mee hebben. Het ‘kijken naar de wereld’ is volgens filosoof Luc Ferry de etymologische basis van het woord theorie, en theorie voelt ook vaak abstract. Waarschuwing: nu een stukje theorie over theorie, dus hou je vast (aan iets concreets). Theorie gaat niet alleen om kijken naar de werkelijkheid, maar ook om die te begrijpen. Dat begrijpen kan op verschillende niveaus. Het meest abstracte niveau is de formele theorie, denk wiskunde of fundamentele natuurwetenschap. Om onze patiënten -met diens naasten en in diens contextte begrijpen hebben we daar echter niet genoeg aan. Een stapje minder universeel geldig is de zogenaamde substantieve theorie, die niet alleen gaat over substanties. Maar wij maken een nog bescheidenere, maar o zo concrete, theorie: de fysiotherapeutische diagnose. Nota bene: een verzameling behandelbare grootheden is in geen enkel opzicht theorie en zonder die theorie dreigt symptoombestrijding. Theorie geeft inzicht in samenhang tussen de verschillende aspecten weer. Dit inzicht kan lineair zijn, met duidelijke samenhang tussen oorzaak en gevolg. Dan is de theorie ook geschikt om voorspellingen te doen, maar dreigt, opnieuw, symptoombestrijding. Vaker is er natuurlijk sprake van complexiteit, met onzekere betekenissen en interactie tussen de verschillende aspecten. Twee checks om te kijken of je theorie een beetje goed is: hoeveel bio-psycho-sociale interactie zit er in? En: hoe weet je of die verbanden waar zijn? Probeer hierbij wel kritisch reflexief beducht te zijn voor wensdenken of rationalisaties. Bij complexe problemen is de vraag: ‘Wat is hier aan de hand?’ vaak erg lastig te beantwoorden. Maar wat nou als die vraag niet bedoeld is om een eenduidig antwoord te krijgen, maar juist om steeds weer opnieuw gesteld te worden, om steeds opnieuw en mogelijk zelfs steeds een ander antwoord te krijgen? Formeel gezien kun je dus zeggen dat we een praktijkvak zijn, maar werken met theorie is toch echt een substantieel deel van ons werk. Collegiale groet,
Jeroen van Egmond Docent, onderzoeker en zorgethicus j.van.egmond3@hva.nl
Datum: 14 november 2023 Tijd: 19:30-20:45 j.van.egmond3@hva.nl
Meld je aan via de QR-code: FysioPraxis november 2023 | 7
06-07 FP 2023-09.indd 7
30/10/23 6:01 PM
interview
‘Ik wilde zien en ervaren hoe ze in andere culturen zorg verlenen’
‘Ga als fysio eens wat vaker je wijk in en weet met wie je samenleeft’
Cultuursensitief werken
Cultuursensitief werken. Wat houdt het in? Waarom is het belangrijk? En: gebeurt het in de fysiotherapie? Fysiotherapeut Enes Tütüncü is eigenaar van de interculturele praktijk Fysiotherapie Transvaalbuurt in Amsterdam. ‘Als je jezelf gerepresenteerd ziet, is het als patiënt makkelijker om je behoeften en zorgvragen helder te uiten en is de kans op een succesvolle behandeling groter.’ Tekst: Tamara van der Wind. Foto’s: Joris Aben
8 | FysioPraxis november 2023
08-11 FP 2023-09.indd 8
30/10/23 6:02 PM
Maar dat is het niet, en dat geldt ook voor de fysiotherapie.
Opvallende keuze Geen nieuwe informatie voor Enes Tütüncü, sinds 2016 eigenaar van een fysiotherapiepraktijk in de Amsterdamse Transvaalbuurt. Geboren in Nederland (Haarlem) als kind van Turkse ouders gaat hij in 2009 fysiotherapie studeren. Een opvallende keuze, aangezien het vak van fysiotherapeut in de traditioneel Turkse cultuur niet hoog staat aangeschreven. Tütüncü: ‘Toen ik klein was wilde ik dokter worden en niets anders, want ik wilde mensen helpen met hun gezondheid.’ Het loopt anders. Op zijn 13e is Tütüncü op vakantie in het geboortedorp van zijn ouders. Daar wordt hij aangereden door een auto, met een open enkelbreuk en grote hoofdwond als gevolg. Hij ligt weken in een Turks ziekenhuis waar hij twee keer wordt geopereerd. In Nederland moet hij zelfs nog een derde operatie ondergaan. Hij basketbalt in die tijd op hoog niveau maar die carrière is voorbij. Tütüncü moet in totaal anderhalf jaar revalideren met hulp van een fysiotherapeut. Tijdens dat traject besluit hij: dit wil ik ook gaan doen. ‘Zo’n groot ongeluk en revalidatietraject heeft niet alleen fysiek maar ook mentaal enorme gevolgen. Ik merkte dat ik niet meer op één lijn zat met mijn leeftijdsgenoten, ik was in één klap volwassen. En waar een dokter een patiënt kort en (meestal) niet frequent ziet, bouw je als fysiotherapeut echt een band op met mensen. Bovendien wilde ik geen gigantisch pad bewandelen, maar zo snel mogelijk aan de slag.’
Onderwijs
De Nederlandse samenleving wordt steeds diverser. En voor professionals in de zorg wordt cultuursensitief werken daarom steeds belangrijker. Niet alleen hoe we leven (leefstijl), maar ook wie we zijn (identiteit) doet ertoe voor onze gezondheid. Migratiestatus en culturele achtergrond kunnen van invloed zijn op het ontwikkelen van ziekte en op de toegang tot zorg. Zo is de sterfte rond de geboorte bij kinderen van ouders met een migratieachtergrond groter en mijden zij vaker zorg (Bron: essay Passende zorg is inclusieve zorg van de De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving.) Idealiter zou het zorgpersoneel een afspiegeling moeten zijn van de samenleving.
Tütüncü begint met de opleiding fysiotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Hij studeert als één van de weinigen van kleur af. ‘Het waren twee Marokkaanse jongens en ik.’ Hij loopt een buitenlandstage in Istanbul. ‘Ik wilde zien en ervaren hoe ze in andere culturen zorg verlenen.’ In de studie wordt in die tijd geen aandacht besteed aan cultuursensitief werken. Navraag bij diverse hogescholen leert dat dit inmiddels anders is. Nienke Smorenburg, lid van de curriculumcommissie van de Hogeschool Utrecht: ‘In 2018 hebben we het opleidingscurriculum herzien. Sinds die tijd werken we aan een leerlijn door het gehele curriculum heen, waarbij de focus ligt op diversiteit, inclusie en interculturele communicatie. Het begrip cultuursensitief zit voor ons verankerd in diversiteit, omdat cultuur méér omvat dan alleen cultuur gekoppeld aan etniciteit. Via onder meer docentscholing zorgen we ervoor dat deze thema’s door het hele team op een goede manier uitgedragen worden.’ Sascha Haans is docent en sinds dit jaar portefeuillehouder Diversiteit, Inclusie en Internationalisering aan de HvA: ‘Momenteel is
» FysioPraxis november 2023 | 9
08-11 FP 2023-09.indd 9
30/10/23 6:02 PM
‘Iedereen loopt hier binnen, van rasechte Amsterdammers tot expats’ »
er een leergang voor de eerste acht semesters die volledig is gericht op diversiteit en inclusie in de zorg en fysiotherapie. Daarnaast organiseren wij vanuit een werkgroep verschillende dialoogsessies over diversiteit en Diversity Day. En dit jaar was er op de faculteit voor het eerst een iftar-viering (de maaltijd die gedurende de vastenmaand ramadan door moslims genuttigd wordt direct na zonsondergang, red.).’ Naast inhoudelijke kennis in het curriculum, is het ook belangrijk dat het onderwijs zelf openstaat voor studenten met diverse achtergronden. In een diverse studentenpopulatie kunnen studenten leren van elkaar. Bovendien is het een eerste stap naar eerlijke kansen op carrières in de zorg. Dit schrijft de Raad van Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in 2022 in het essay Passende zorg is inclusieve zorg, een pleidooi voor de hele zorgsector om gezamenlijk te werken aan inclusieve zorg.
Discriminatie, racisme en uitsluiting Tütüncü vindt na zijn afstuderen een baan in een fysiotherapiepraktijk in Hilversum, waar hij de kans krijgt zich te specialiseren in handtherapie. Zowel zijn collega’s als veel van de patiënten zijn wit. ‘Mij maakte dat niet uit, ik level met iedereen.’ Hij voelt zich ontzettend welkom en gewaardeerd en volgt naast zijn werk allerlei cursussen om zich naar eigen zeggen vol te pompen met kennis en
ervaring. Dan komt hij er via collega’s achter dat er patiënten zijn die liever niet door hem, “die zwarte jongen”, behandeld willen worden. Dat raakt hem. ‘Buiten het feit dat het onversneden racisme is, vond ik het ook moeilijk om te horen dat mijn collega’s niet voor mij opkwamen.’ Tütüncü besluit in de toekomst een eigen praktijk te beginnen, waar iedereen zich welkom voelt. ‘Daarvoor is ook een verscheidenheid in achtergrond nodig bij het personeel. Want als je jezelf gerepresenteerd ziet, is het als patiënt makkelijker om je behoeften en zorgvragen helder te uiten en is de kans op een succesvolle behandeling groter.’ De RVS bevestigt dit in eerdergenoemd essay. ‘Als we willen dat zorg persoonsgericht is, waardegedreven en bijdraagt aan de kwaliteit van leven, dan moet de zorg inclusiever worden georganiseerd’, aldus de Raad. Er worden denkrichtingen gegeven, waarbij kennis en bewustwording kernbegrippen zijn. Maar ook het stellen van grenzen en normen is volgens de RVS noodzakelijk: ‘Discriminatie, racisme en uitsluiting mogen we simpelweg niet accepteren.’ Een divers personeelsbestand is volgens de Raad ook belangrijk voor kwaliteit van zorg. Die wordt immers voor een belangrijk deel bepaald door de interactie tussen professional en patiënt. Het is daarom belangrijk dat zorgmedewerkers de behoeften van patiënten goed kunnen plaatsen. Aandacht voor diversiteit moet uiteindelijk tot uiting komen in de organi-
10 | FysioPraxis november 2023
08-11 FP 2023-09.indd 10
30/10/23 6:02 PM
satie van zorg en ondersteuning. De zorg moet aantrekkelijk zijn als sector om in te werken voor iedereen, en het werk van zorgverleners en zorgorganisaties moet recht doen aan de zorgvragen van een diverse samenleving: ‘We kunnen het ons met het groeiende personeelstekort simpelweg niet permitteren dat mensen niet (meer) in de zorgsector willen werken.’
Eigen praktijk Tütüncü laat zich door het racisme dat hij ervaart niet uit het veld slaan. Na een aantal jaar succesvol te hebben gefunctioneerd bij een geriatrische afdeling voor ouderen met een multiculturele achtergrond komt hij in 2016 in contact met een fysiotherapeut, ook van Turkse komaf, die zijn praktijk in de Amsterdamse Transvaalbuurt verkoopt. ‘Het was alsof het zo moest zijn. Ik ging hier kijken en was meteen onder de indruk van het gebouw waar de praktijk gevestigd zit.’ ‘De Verbinding’ heeft dan ook een bijzondere geschiedenis: ooit een joodse school, nu een verzamelgebouw met cursus- en gebedsruimtes voor Marokkanen en Turken en een Nederlandse instelling voor werkvoorziening. Er zijn zowel elementen van de Amsterdamse School als de Arabische architectuur in verwerkt. In de praktijk van Tütüncü hebben alle medewerkers, vijf in totaal, een bi- of multiculturele achtergrond. Ook is het mogelijk voor vrouwelijke patiënten om samen of alleen, buiten de aanwezigheid van mannen, te sporten. ‘Er komt hier van alles binnen, van rasechte Amsterdammers tot expats en uiteraard veel men-
sen met een Turkse achtergrond die weten dat ik de taal spreek. Iedereen voelt zich hier welkom.’
Ontwikkeling Hoe verleen je cultuursensitieve zorg als je niet, zoals Tütüncü en zijn collega’s, een bi- of multiculturele achtergrond hebt? Het landelijk expertisecentrum Pharos biedt praktische handvatten en tips zoals voorlichtingsmaterialen in beeldtaal, het Culturele Interview met vragen om tijdens het consult te stellen, de inzet van een tolk of sleutelpersonen en trainingen. Tütüncü heeft er ook zo zijn gedachten over: ‘Ga als fysio eens wat vaker je buurt of wijk in en weet met wie je samenleeft. Neem deel aan informele activiteiten: bezoek bijvoorbeeld een buurthuis of vier de iftar mee. Op die manier ontwikkel je je als mens maar ook als professional: je maakt minder snel onderscheid, kijkt langs etniciteit heen en vooroordelen krijgen minder ruimte.’
WAT IS CULTUURSENSITIEF WERKEN? Het KNGF vervult niet alleen een belangrijke rol in de ontwikkeling van riCultuursensitief werken betekent dat je rekening houdt met de culturele achtergrond en waarden van de patiënt, en daarop afgestemde zorg of ondersteuning biedt. Hierdoor kunnen zij beter hun zorgbehoeften kenbaar maken. Dat zorgt voor hogere patiënttevredenheid en betere kwaliteit van zorg. Zo worden de grote gezondheidsverschillen tussen mensen verkleind. Bron: Pharos, het landelijk expertisecentrum dat bijdraagt aan het terugdringen van grote gezondheidsverschillen.
FysioPraxis november 2023 | 11
08-11 FP 2023-09.indd 11
30/10/23 6:02 PM
Tijdeli één ja jk ar onbep lang erk punten t* halen
Hoe zit het eigenlijk met jóuw herregistratie? Op weg naar herregistratie? Maak je geen zorgen, bij het afsluiten van een Plus-abonnement heb je nu tijdelijk een heel jaar de tijd om – in plaats van de gebruikelijke 24 punten – nu al je benodigde punten te behalen. Onbeperkt! Of dat er nu nog 40 of 120 zijn. Scan de QR-code om jouw ideale abonnement te ontdekken en begin vandaag nog met je nascholing zodat je voor 1 januari 2025 helemaal goed zit! * Actie is geldig wanneer je instapt vóór 31 december 2023. Actievoorwaarden van toepassing.
Meer dan 75 cursussen
Keuze uit 10 deelregisters
Praktijkgericht en vakinhoudelijk Unieke actie!
Online nascholing
Scan de QR-code voor meer info
voor fysiotherapeuten www.cme-online.nl/fysio-actie
12 Ad.indd 12
30/10/23 6:02 PM
patiënt in beeld
Verderop in dit nummer geeft fysiotherapeut Albert Kremer toelichting op de aanpak (zie pag. 21)
Foto: De Beeldredaktie / Kees van de Veen
‘Ik hoopte dat het uit zichzelf zou overgaan’ Willem Jan (69): ‘Half maart 2023 kreeg ik veel pijn in mijn nek bij het klussen in mijn huis. Ik voelde me beperkt bij het fietsen. Links over mijn schouder kijken was pijnlijk waardoor ik moest afstappen om het achteropkomende verkeer te zien. ‘s Nachts had ik pijn als ik me omdraaide in bed. Ik heb toen de huisartsrichtlijnen voor nekklachten opgezocht. Ik had de hoop dat het uit zichzelf zou overgaan. Bij de huisarts bracht ik mijn nekklachten ter sprake. Zij adviseerde fysiotherapie. Ik verwachtte van mijn klachten af te raken als ik naar de fysiotherapeut zou gaan. Ik wist niet zeker of het in het bot zat, want mijn nek kraakte. Albert vroeg naar mijn klachten en hij checkte hoe ik naar links en rechts bewoog en masseerde mijn nek. Hij vertelde dat hij met dry needling goede resultaten behaalde en vroeg of ik het goed vond dat hij dit bij mij toepaste. Ik kreeg een prik in mijn trapezius en merkte meteen dat ik mijn nek verder kon bewegen. Thuis deed ik meerdere keren per dag mijn oefeningen: vijf keer mijn hoofd draaien naar links en naar rechts. Tijdens de vervolgafspraken gebeurde hetzelfde als de eerste behandeling. We hebben geen afspraken gemaakt over het aantal behandelingen. De verzekering vergoedt zes keer. Albert zei dat het herstel bij sommige mensen sneller gaat. Ik merk dat ik nog steeds wat pijnklachten heb, maar het gaat stukken beter.’
FysioPraxis november 2023 | 13
13 FP 2023-09.indd 13
30/10/23 6:02 PM
juridisch
De grenzen van het medisch beroepsgeheim De fysiotherapeut heeft een beroepsgeheim. Maar hoe ver gaat dit en bestaan er uitzonderingen op? Tekst: Madelon Leenhouts
Alle hulpverleners met een BIG-registratie moeten zich houden aan het medisch beroepsgeheim. Je mag daarom als fysiotherapeut geen informatie over de patiënt delen zonder dat je daarvoor toestemming hebt gekregen van de patiënt.
beroepsgeheim bestaat er een risico dat patiënten terughoudend worden met het zoeken van hulp. Het beroepsgeheim is dus ook een waarborg voor een vrije toegang tot de gezondheidszorg.
Individueel en algemeen belang
Wat valt onder de geheimhoudings plicht?
Een zorgrelatie is gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Dat is alleen maar mogelijk als de pa tiënt weet dat zijn privacy is beschermd binnen de behandelrelatie. Daarnaast dient het medisch beroepsgeheim ook een algemeen belang. Zonder
Als fysiotherapeut mag je medische informatie van de patiënt zelf, niet zonder zijn toestemming delen. Ook alle andere informatie die je over de patiënt en diens naasten te weten komt valt onder het beroepsgeheim.
14 | FysioPraxis november 2023
14-15 FP 2023-09.indd 14
30/10/23 6:03 PM
Beroepsgeheim doorbreken Het doorbreken van het beroepsgeheim, zonder dat hiervoor een zeer goede reden is, kan ernstige gevolgen hebben. Het kan leiden tot een tuchtklacht, een strafrechtelijke vervolging en/ of een civiele procedure waarbij schade wordt geclaimd. Toch mag je in bepaalde situaties als fysiotherapeut wel je beroepsgeheim doorbreken. In de eerste plaats kan dit natuurlijk als er toestemming is van de patiënt. Daarnaast kan het verplicht zijn op grond van een wettelijke bepaling (bijvoorbeeld bij een controle van de NZa of zorgverzekeraar). Verder mag je het beroepsgeheim doorbreken als er sprake is van een ‘conflict van plichten’.
Conflict van plichten Een ‘conflict van plichten’ is een situatie waarin je als fysiotherapeut de afweging moet maken of je je beroepsgeheim doorbreekt vanwege een ander belang: het voorkomen van mogelijk ernstige schade voor ander(en). Een conflict van plichten kan bijvoorbeeld ontstaan als een patiënt aangeeft dat hij iemand iets ernstigs aan wil doen, of wanneer er serieuze signalen zijn dat een patiënt een einde aan zijn leven wil maken. Het zou ook kunnen dat een patiënt die diep in het criminele circuit zit en je deelgenoot maakt van drugsdeals, wapenhandel en afrekeningen. Ook dan is er sprake van een conflict van plichten.
Beslissing ligt bij jezelf De beslissing of je het beroepsgeheim al dan niet te doorbreekt ligt bij jezelf. In het geval van een conflict van plichten mag je spreken, maar het is niet verplicht. Bij de afweging moet je wel een aantal criteria in acht nemen, die te vertalen zijn naar een aantal vragen die je positief moet kunnen beantwoorden voordat je besluit informatie te delen: • Heb ik er alles aan gedaan om toestemming te krijgen om mijn beroepsgeheim te doorbreken of ben ik er zeker van dat het vragen van toestemming in verband met (het aanzienlijk risico op) ernstige schade niet mogelijk is? • Raak ik in gewetensnood door te blijven zwijgen? • Is het waarschijnlijk dat het bewaren van het beroepsgeheim ernstige schade op kan leveren voor een ander? • Is het vrijwel zeker dat met het doorbreken van het beroepsgeheim, de schade aan een ander kan worden voorkomen of beperkt? • Is het zeker dat het probleem niet op een andere manier op te lossen is? • Deel ik alleen de hoogstnoodzakelijke informatie en verstrek ik die aan niet meer personen of instanties dan noodzakelijk is voor dit doel?
VRAAG ADVIES Je moet uiteindelijk zelf de afweging maken of je je beroepsgeheim doorbreekt, maar het is verstandig om anderen met je mee te laten denken. Leg de casus (anoniem) voor aan een collega of aan je leidinggevende. Ook kan je voor overleg contact opnemen met de afdeling Ledenadvies van het KNGF. Dat kan op telefoonnummer 033 - 467 29 64 of per e-mail: ledenadvies@kngf.nl
Deze afweging, en het besluit, moet worden vastgelegd in het dossier. En je vertelt aan de patiënt dat je informatie hebt gedeeld met derden, tenzij dit echt onmogelijk is.
Vermoeden kindermishandeling of huiselijk geweld Er zijn wettelijke bepalingen die een zorgverlener niet de plicht, maar het recht geven om het beroepsgeheim te doorbreken. Onder het meldrecht vallen bijzondere situaties waarin je medische gegevens mag verstrekken, zonder toestemming van de patiënt. Bijvoorbeeld als je een gegrond vermoeden hebt van kindermishandeling of huiselijk geweld. Je mag dan zonder toestemming van een patiënt de gegevens verstrekken aan Veilig Thuis, als dat noodzakelijk is om kindermishandeling en/of huiselijk geweld te stoppen. Of om redelijke vermoedens hiervan te laten onderzoeken. Openheid en eerlijkheid naar alle betrokkenen heeft altijd de voorkeur, maar soms kan dat niet. Bijvoorbeeld omdat er toestemming geweigerd wordt om informatie te delen, terwijl er wel een veiligheidsrisico aanwezig is. Of omdat door overleg het gevaar voor een kind of cliënt vergroot wordt. Aan deze doorbreking van het medisch beroepsgeheim moet een uitgebreide en zeer zorgvuldige afweging voorafgaan. Daarom ben je als fysiotherapeut verplicht het stappenplan en afwegingskader van de KNGF-meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te doorlopen. De KNGFmeldcode vind je hier:
FysioPraxis november 2023 | 15
14-15 FP 2023-09.indd 15
30/10/23 6:03 PM
achtergrond
‘We willen kwaliteit in eigen hand houden’ Het Kwaliteitskader Fysiotherapie en Oefentherapie wordt beschouwd als een mijlpaal voor fysiotherapeuten en patiënten. Desondanks zijn er ook zorgen en bezwaren. Guido Woerkom en Karin Heijblom, voorzitter en strategisch adviseur van het KNGF, bespraken deze onlangs in een podcast. In dit artikel gaan we in op de achtergronden. Tekst: Bert Bukman
Het Kwaliteitskader Fysiotherapie en Oefentherapie is een omvangrijk document dat van belang is voor de rol van de fysiotherapie in Nederland. Hierin staat beschreven wat onder goede fysio- en oefentherapie wordt verstaan en wat patiënten mogen verwachten. Dit kader werd ontwikkeld door de betrokken partijen KNGF, SKF, VvOCM, Patiëntenfederatie en Zorgverzekeraars Nederland, onder begeleiding van het Zorginstituut. Het legt de normen vast voor wat goede fysiotherapeutische zorg inhoudt en hoe deze georganiseerd moet zijn. De afspraken in het Kwaliteitskader zijn afspraken waar alle partijen achter staan. Dat betekent ook dat we duidelijkheid creëren in de beroepsgroep. Iedereen weet waar we staan, waar we naartoe willen tot 2030 en in welk tempo.
Bestaande beroepspraktijk Het onderliggende kwaliteitsbeleid in het kader is in grote lijnen gebaseerd op de al geldende beroepspraktijk, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van bestaande richtlijnen en standaarden voor goede fysiotherapie. Het sluit aan bij de principes van passende zorg, waardoor de zorg toekomstbestendig, toegankelijk en betaalbaar wordt. Passende zorg is namelijk zorg die werkt, die zo dicht mogelijk bij de patiënt wordt gegeven en waarbij patiënt en zorgverlener samen beslissen. Het beleid is niet alleen gericht op het behandelen van ziekte, maar legt ook nadruk op gezondheid en welzijn. In het Kwaliteitskader staan daarnaast afspraken over het continu evalueren en verbeteren van de kwaliteit van zorg. Fysiotherapeuten worden aangemoedigd om zich aan te sluiten bij een reflecterende leeromgeving en aan deskundigheidsbevordering te werken. Hier vind je de podcast:
Transparantie kernwaarde Transparantie is een kernwaarde in dit kader. Het geeft patiënten inzicht in de kwaliteit van zorg en
geeft keuze-informatie, ondersteunt zorgprofessionals bij leren en verbeteren, helpt zorgverzekeraars bij inkoopbeslissingen en vergemakkelijkt extern toezicht. Het Kwaliteitskader heeft directe voordelen voor fysiotherapeuten. Het helpt bij het organiseren van zorg op maat voor patiënten, verduidelijkt de verwachtingen van zowel patiënten als zorgverzekeraars, en stimuleert de professionele ontwikkeling. Het biedt niet alleen normen, maar ook concrete verwachtingen voor fysiotherapeuten, hun praktijken, werkgevers en beroepsverenigingen. Het is een document dat de fysiotherapie naar een hoger niveau tilt en de belangen van zowel patiënten als zorgverleners dient. In een recente podcast bespraken Guido Woerkom en Karin Heijblom, voorzitter en strategisch adviseur van het KNGF, het Kwaliteitskader. Enkele van hun citaten zijn op deze pagina’s uitgelicht.
Twintig jaar kwaliteitsverbetering Van Woerkom en Heijblom stelden vast dat je het kader kunt zien als de bundeling van alle kwaliteitsinstrumenten en ontwikkelingen die van belang zijn voor de fysiotherapie, en het dat dit het resultaat is van twintig jaar kwaliteitsverbetering in de sector. Het Kwaliteitskader bundelt deze ontwikkelingen tot één samenhangend document, iets wat niet alleen goed is voor de beroepsgroep zelf, maar ook een eis is vanuit de samenleving. Publiek, media en politiek wil immers weten wat men kan verwachten van onze sector, die zo
‘Het Kwaliteitskader is het sluitstuk van alle inspanningen van de afgelopen twintig jaar’
16 | FysioPraxis november 2023
16-17 FP 2023-09.indd 16
30/10/23 6:03 PM
belangrijk is voor het betaalbaar en toegankelijk houden van de zorg in Nederland. Niettemin leven er enkele mogelijke bezwaren tegen het Kwaliteitskader. Hieronder gaan we hier kort op in.
1. Administratieve lasten Fysiotherapeuten maken zich zorgen over de toegenomen administratieve lasten die de implementatie van het Kwaliteitskader met zich mee kan brengen. Wat de administratieve lasten betreft is het goed om op te merken dat onderdelen van het Kwaliteitskader al deel uitmaken van de dagelijkse praktijk. Verder is het de bedoeling om de extra inspanningen tot een minimum te beperken. Dat kan ook met gebruik van een goed EPD, dataverzameling en rapportage kunnen dan met een druk op de knop geregeld zijn. Verder is er zoveel mogelijk gekozen voor bekende instrumenten voor fysiotherapeuten zoals PREM en PROM. We blijven bij wat we al doen, maar ordenen dat op een manier zodat het voor anderen makkelijker toetsbaar is.
‘Passende zorg betekent ook samen beslissen. Data helpen daarbij’
een Basispraktijkregister. Dit register is een instrument om te voldoen aan de eisen van passende zorg, waarbij je werkt in een lerende omgeving en werkt aan uitkomstgericht zorg. Deelname aan een Praktijkregister met visitatie, dataverzameling en het inrichten van een reflecterende leeromgeving is hiervoor een middel. Het visitatiebeleid is in ontwikkeling. Meer informatie hierover volgt.
‘De samenleving vraagt om verantwoording. Aan die eis kun je je niet onttrekken’ 4. Reflecterende leeromgeving Reflecterend leren betekent dat je met en van elkaar leert. Met andere woorden: binnen de beroepsgroep, met collega’s, in een veilige omgeving werken aan de kwaliteit van zorg. Daarbij is de vorm van reflectie vrij. De keuze voor de reflectiemethoden ligt bij de praktijk, en dit kan bestaan uit peer review, of andere methoden.
‘Een reflecterende leefomgeving 2. Vertrouwen in het naleven van afspraken betekent praten over je vak op een gestructureerde manier’ Fysiotherapeuten vragen zich af of de betrokken partijen zich aan de gemaakte afspraken zullen houden en geen aanvullende eisen zullen stellen. Het Kwaliteitskader bevat duidelijke voorwaarden voor de uitvoering, waarvan het verkrijgen van voldoende financiële middelen een cruciale is. Het KNGF heeft als uitgangspunt dat de kosten van fysiotherapeuten om het kwaliteitskader uit te kunnen voeren, altijd moeten worden vergoed, hetzij door het ministerie van VWS, hetzij door de zorgverzekeraars. Zonder dat kan de implementatie niet plaatsvinden.
‘We moeten er zeker van zijn dat de kosten vergoed worden, anders gaan we niet van start’ 3. Deelname aan een Basispraktijkregister Sommige fysiotherapeuten vragen zich af waarom er wordt gekozen voor deelname aan
5. Kleine praktijken Het KNGF begrijpt de zorgen over de belastbaarheid en mogelijkheden voor kleine praktijken. Om een stevige positie in het zorglandschap te krijgen, is het van belang dat je als kleine praktijk gebruik maakt van het netwerk in je regio. Dit vraagt mogelijk een iets andere manier van je bedrijf organiseren. Het KNGF kan hierbij helpen, en je bijvoorbeeld in contact brengen met regionale samenwerkingsverbanden.
Het Kwaliteitskader staat op de agenda van de ALV van 23 november 2023. Je bent van harte uitgenodigd om deel te nemen. Scan de QR-code voor meer informatie en aanmelding.
FysioPraxis november 2023 | 17
16-17 FP 2023-09.indd 17
30/10/23 6:03 PM
praktijk
‘De meeste mensen met reuma mogen zelfs intensief bewegen’
Fysiotherapie bij reuma Reuma is niet zozeer één specifieke aandoening, maar een verzamelnaam voor ruim honderd verschillende aandoeningen. De gevolgen van veel reumatische aandoeningen zijn pijn en stijfheid in spieren of gewrichten. ‘Vaak wordt gedacht dat oudere mensen reuma hebben, maar het komt bij alle leeftijden voor. Veel reumapatiënten zijn zelfs jonger dan 65 jaar’, vertelt Salima van Weely, senior onderzoeker aan het LUMC.
‘Je kunt nog steeds naar een festival of kamperen’
18 | FysioPraxis november 2023
18-20 FP 2023-09.indd 18
30/10/23 6:03 PM
Reuma kan voorkomen in alle spieren en gewrichten. Het treft mensen die volop in het leven staan, die werken en sporten. Soms begint het zelfs al op kinderleeftijd. Salima van Weely is senior onderzoeker aan het LUMC en zegt daarover: ‘Voor de diagnose maakt iemand vaak een periode van onzekerheid mee. Er zijn wel klachten, maar je hebt geen idee wat je mankeert. Het kan heftig zijn om te ontdekken dat je een reumatische aandoening hebt. De meeste reumatische aandoeningen gaan niet meer over. Mensen hebben pijn, zijn vaak vermoeid en weten niet hoe ze moeten sporten of bewegen met reuma. Daar kan een fysiotherapeut bij helpen. Bijvoorbeeld door mee te kijken hoe een reumapatiënt een boodschappentas draagt. De fysiotherapeut geeft tips welke beweegactiviteiten goed zijn of laat zien welke oefeningen iemand kan doen om grip te krijgen op de (pijn)klachten.
Handleiding Reuma betekent niet dat je helemaal niets meer kan aldus Van Weely. ‘Heb je reuma, dan kun je nog steeds naar een festival gaan of kamperen. Dat kost je alleen meer energie dan iemand die geen reuma heeft.’ Het is volgens haar belangrijk dat patiënten rekening houden met wat ze dager ervoor en erna doen. ‘Dat kan alleen als je je lichaam en de reacties kent. Als je reuma hebt, betekent het ook dat je moet leren hoe je lijf werkt en wat jouw eigen handleiding is.’
Praten Het ingewikkelde aan reuma, is volgens Van Weely dat je het vaak aan de buitenkant niet ziet. ‘Iemand heeft goede dagen en minder goede dagen, maar voor de partner of buurvrouw ziet het er hetzelfde uit. Het is daarom belangrijk om te praten over de klachten, pijn en mogelijkheden.’ Ook daar kan de fysiotherapeut volgens Van Weely bij helpen. ‘Die geeft handvatten voor wat je kunt doen op een slechte dag, maar ook op een goede dag. Op een slechte dag is het belangrijk dat iemand wel dingen blijft doen, terwijl op goede dagen er soms juist voor gekozen moet worden om even rustig aan te doen. Je wilt hoge pieken en diepe dalen voorkomen.’
Symptomen Er zijn verschillende vormen van reuma (zie kader). Desondanks zijn een paar symptomen kenmerkend. De bekendste zijn pijn en stijfheid in de gewrichten, onder andere bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten zoals aankleden, huishoudelijke taken of typen. Andere symptomen zijn vermoeidheid of pijnlijke gewrichten. Werd vroeger nog gedacht: ‘doe rustig aan’, inmiddels is er veel (wetenschappelijk) bewijs dat bewegen voor mensen met reuma juist belangrijk en goed is. Van Weely: ‘De meeste men-
sen met reuma mogen zelfs intensief bewegen. Dit betekent dat je bij een beweegactiviteit gaat hijgen, zweten en spiervermoeidheid voelt.’
Beweegplan Bewegen blijkt effectief en veilig, waardoor ook iemand met reuma kan voldoen aan de Nederlandse beweegnorm: minstens een half uur per dag matig intensief bewegen en twee keer per week spierversterkende activiteiten. Bewegen zorgt voor positieve effecten op korte termijn, zoals
‘Je wilt hoge pieken en diepe dalen voorkomen’ verminderen van pijn en stijfheid. Op de langere termijn verbetert het de spierkracht, conditie en dagelijks functioneren. Zelfs het risico op hart- en vaatziekten vermindert. ‘We raden mensen met reuma daarom aan om een beweegplan te maken’, zegt Van Weely. ‘Reuma verandert je leven en het kan zijn dat hoe je beweegt niet meer bij je past. Als iemand merkt dat dingen meer moeite kosten, of meer pijn doen, dan kan dit een moment zijn om (weer eens) naar de fysiotherapeut te gaan.’
Smalle evenwichtsbalk Van Weely vergelijkt bewegen voor iemand met een reumatische aandoening met een evenwichtsbalk. ‘Als je gezond en fit bent, dan is die balk breed. Maar die balk wordt smaller naarmate je ouder wordt, een slechtere conditie hebt of als je een reumatische aandoening hebt. Wat je kunt doen voordat je ‘eraf valt’ is in deze gevallen beperkter. Dan is begeleiding van de fysiotherapeut fijn om samen de evenwichtsbalk weer te verbreden.’ Conditie- en spierkrachttraining en het oefenen van lenigheid en balans is belangrijk volgens Van Weely voor een goede houding en het helpt ook de gewrichten te ondersteunen en zelfstandig te functioneren. Nu en in de toekomst. ‘Bij behandeling door de fysiotherapeut gaat het er niet om dat je iemand tot in lengte van dagen behandelt. Het gaat er bij reuma om dat iemand voldoende beweegt en leert bewegen, op een passende manier zodat het vol te houden is. De fysiotherapeut helpt iemand met reuma om te leren wat voor zijn of haar lijf werkt.’
»
Gezondheidswetenschapper en fysiotherapeut Salima van Weely, senior onderzoeker aan het LUMC FysioPraxis november 2023 | 19
18-20 FP 2023-09.indd 19
30/10/23 6:03 PM
REUMATISCHE AANDOENINGEN »
Reuma is een verzamelnaam voor veel verschillende aandoeningen. Een paar van de belangrijkste kort op een rij:
Reumatoïde artritis Reumatoïde artritis is een chronische ontstekingsziekte waarbij de gewrichten, zoals handen, knieën en voeten, vaker ontstoken zijn. Maar ook andere delen van het lichaam kunnen aangetast zijn, zoals de huid, het hart en de longen. Klachten zijn onder andere vermoeidheid, minder spierkracht, pijn, zwelling en stijfheid in gewrichten. Stijfheid is het ergst in de ochtend bij het opstaan, of na een tijdje stilzitten. Het verschilt van persoon tot persoon of de ziekte erger wordt en hoe snel. Medicijnen helpen vaak goed tegen de klachten en zorgen dat de ziekte minder snel erger wordt. Roken kan de ziekte juist verergeren. In Nederland hebben bijna een kwart miljoen mensen reumatoïde artritis. Het komt op alle leeftijden voor. De ziekte komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. De oorzaak van reumatoïde artritis is onbekend. Lees hier de KNGF-richtlijn reumatoïde artritis:
Axiale spondyloartritis (AxSpA) Bij axSpA is er sprake van ontstekingen aan gewrichten, vooral in de rug en het bekken, maar ook perifere gewrichten. Daarnaast kunnen ook de ogen, darmen en peesaanhechtingen ontstoken raken en komt psoriasis regelmatig voor. Patiënten hebben een hoger risico op harten vaataandoeningen. De meest voorkomende symptomen zijn (rug)pijn, stijfheid, vermoeidheid, verminderde bewegelijkheid van de wervelkolom en (steeds meer) moeite met het dagelijks functioneren. De behandeling bestaat uit een combinatie van medicijnen en oefeningen. Er zijn verschillende vormen van axSpA: de ziekte van Bechterew en niet-radiografische axiale spondyloartritis. Bij de ziekte van Bechterew kun
je op röntgenfoto’s afwijkingen zien aan het bekken of de wervelkolom. Bij niet-radiografische axiale spondyloartritis hebben mensen dezelfde klachten en ontstekingsverschijnselen, maar zijn op de röntgenfoto’s (nog) geen afwijkingen te zien. Ongeveer 1 op de 200 mensen krijgt axiale spondyloartritis. De aandoening begint meestal tussen het 15e en 40e levensjaar. De oorzaak is onbekend, maar het komt binnen sommige families vaker voor. Het verloop van de ziekte verschilt p er persoon en kan nogal grillig zijn. Soms zijn er periodes met veel klachten en soms (spontaan of door medicijnen) periodes met minder klachten. Veel mensen krijgen in de loop der jaren wel meer last, omdat de wervelkolom en het bekken minder flexibel kunnen worden. Lees hier de aanbevelingen voor behandeling van AxSpa:
Artrose Artrose is een vorm van reuma waarbij de kwaliteit van het kraakbeen in het gewricht minder wordt. Hierdoor raakt het gewricht soms ontstoken en treden botveranderingen op. Symptomen zijn onder andere pijn en/of stijfheid in het gewricht, vaak het ergst wanneer iemand na een tijdje zitten of liggen weer in beweging komt. Klachten bij artrose zijn onder andere pijn, stijfheid, spierzwakte, instabiliteit van het gewricht of een afwijkende stand, krakend geluid bij bewegen, vermoeidheid en moeite met bewegen. Bijna 1,5 miljoen mensen in Nederland hebben dagelijks last van artrose in een of meerdere gewrichten. Artrose is een chronische ziekte en de oorzaak is niet precies bekend. Het komt vaker voor op latere leeftijd, bij vrouwen, mensen met overgewicht en bij eerdere gewrichtsbeschadigingen, zoals een ongeluk of blessure. Lees hier de KNGF-richtlijn artrose heup-knie:
20 | FysioPraxis november 2023
18-20 FP 2023-09.indd 20
30/10/23 6:03 PM
patiënt in beeld
Foto: De Beeldredaktie / Kees van de Veen
Vervolg van pag. 13
‘Willem Jan gaf aan dat draaien direct makkelijker ging’ Albert: ‘Willem Jan vertelde dat zijn klachten vijf maanden geleden waren begonnen. Dit was gebeurd na lang omhoogkijken bij het vervangen van lampen. Tijdens het onderzoek viel op dat hij een forse pijnreactie had bij het roteren naar links en het achteroverbuigen van de nek. We hebben gesproken over de mogelijke diagnose: een facet-irritatie ter hoogte van C5 tot C7. Mogelijk in combinatie met lichte artrose van de nek. Ik gaf uitleg over de klacht en vertelde dat deze goed kan herstellen. De behandeling richtte ik op detoniserende spiertechnieken en mobilisaties van de cervicale en thoracale wervelkolom. Ik boekte met Mulligan technieken in combinatie met detoniserende spiertechnieken mooie resultaten. De draaibeweging verbeterde en Willem Jan gaf zelf ook aan dat het draaien direct een stuk makkelijker ging. Dat gaf hem vertrouwen en vertrouwen is goed voor het herstel. In mijn oefentherapie voor thuis gaf ik een oefening om de draaibeweging in gang te houden. Ik heb hem uitgelegd dat we na vier tot zes behandelingen een goed beeld hebben of de behandeling aanslaat. Hij heeft een gezonde levensstijl en zijn mobiliteit is verder uitstekend. Zijn behandeling is nu wekelijks. Ik ben optimistisch over het volledig verdwijnen van zijn klachten. Albert Kremer, manueel therapeut bij Fitwerk
FysioPraxis november 2023 | 21
21 FP 2023-09.indd 21
30/10/23 6:03 PM
interview
Vrijwilligerswerk in Costa Rica
‘Je kunt echt verschil maken’
Fysiotherapeut Sander Bos werkte als vrijwilliger voor stichting ISOP aan diverse projecten in Costa Rica. ‘Het was een van de beste ervaringen van mijn leven.’ Tekst: Tessa Louwerens
De ongelijkheid is groot in Costa Rica en andere delen van Latijns-Amerika. Dit heeft ook effect op onderwijs en gezondheidzorg. ‘De gebrekkige infrastructuur en ontbreken van openbare diensten vergroot de kloof tussen rijk en arm’, zegt fysiotherapeut Sander Bos. Hij werkte als vrijwilliger aan diverse projecten van Stichting ISOP in Costa Rica (zie kader). Deze stichting zet zich in voor de meest kwetsbare mensen in de regio. Bos: ‘Goede gezondheidszorg is niet voor iedereen toegankelijk. En het is nog moeilijker wanneer iemand een lichamelijke of cognitieve beperking heeft. Dankzij de stichting kunnen mensen toch therapie krijgen. Zonder ervoor te hoeven betalen.’
‘Een aantal van de kinderen is afgelopen zomer zelfs naar de Special Olympics World Games geweest’
kinderen sporten en andere manieren van beweging trainen dan alleen rennen en bomen klimmen. ‘Het is goed voor hun lichamelijke ontwikkeling en daarnaast leer je met teamsporten ook andere vaardigheden, zoals samenwerken. Helaas ligt de prioriteit in Costa Rica niet bij beweegonderwijs en vanuit de overheid wordt het te weinig gestimuleerd.’ Hij herinnert zich nog goed dat lesgeven een hele uitdaging was. ‘De dingen zijn niet zo gestructureerd als in Nederland. Je denkt bijvoorbeeld dat er twintig kinderen naar de les komen en dan staan er ineens zestig voor je neus. Dan moet je toch improviseren.’ Naast de sportactiviteiten was Bos betrokken bij individuele begeleiding van kinderen met een beperking. ‘Ik herinner mij nog een jongen in het dorp, Steven, die na een val uit een boom met een paraplegie in een rolstoel was beland. We hebben gezamenlijk een aangepaste woning voor hem gebouwd. En hem daarnaast fysiotherapeutisch begeleid door zijn rompstabiliteit te trainen. Zodat
In 2010 vertrok hij als student voor de eerste keer acht maanden naar Costa Rica om vrijwilligerswerk te doen. ‘Alles stond toen nog in de kinderschoenen. Ik heb geholpen de projecten op te zetten. Dat was ontzettend leuk om te doen.’ Hij was onder andere betrokken bij een project voor speciaal basisonderwijs voor kinderen met een geestelijke of lichamelijke beperking. ‘Wij ondersteunden de fysiotherapeutische behandeling en gaven voorlichting aan de ouders. Daarnaast hadden we in Nederland geld ingezameld om materialen aan te kopen.’
Afgelegen Verder reisde hij en het team eens per maand af naar een afgelegen dorp Grano de Oro in het Chirripó gebergte. ‘Dat is ruim drie uur reizen over onverharde wegen vanaf Vanuit Turrialba, waar stichting ISOP gevestigd is. De kinderen in die regio hadden nog nooit gym op school gehad en sportmaterialen waren niet voor handen. Wij hebben die meegebracht.’ Het is volgens Bos belangrijk dat
Sander en Steven tijdens therapie in Grano de Oro
22 | FysioPraxis november 2023
22-23 FP 2023-09.indd 22
30/10/23 6:04 PM
Sander met Steven en zijn familie en andere mensen van de organisatie
Sander oefent met Steven om veilig de steile helling voor zijn huis af te lopen
hij zelfstandig op zijn paard kon klimmen en naar school kon rijden.’
leert een nieuwe cultuur kennen en ziet hoe ze daar werken. In tegenstelling tot Nederland is het vaak minder gestructureerd: zo zie je alle handicaps door elkaar. Dat is ook interessant. Het is niet erg als je nog niet alle kennis hebt, want je wordt lokaal goed begeleid door onder andere fysiotherapeuten. Je moet je wel realiseren dat je minimaal een week die kant op gaat, want je moet het project leren kennen en ingewerkt worden. Er wordt wel eigen initiatief verwacht. En soms moet je improviseren. Je kunt er zelf zoveel of zo weinig van maken al je wilt. Dat geldt voor elke stage denk ik.’
Tweede thuis Sindsdien is Bos al meerdere malen naar Costa Rica teruggekeerd. ‘Het is mooi om te zien hoe de projecten zich hebben ontwikkeld in de tijd.’ Inmiddels lopen er diverse projecten waaronder een beweegprogramma voor ouderen en bejaarden onder begeleiding van fysiotherapeuten, een project voor hydrotherapie, therapie met paarden en een project voor aangepast surfen en trainen voor de paralympische spelen. ‘Een aantal van de kinderen is afgelopen zomer met hulp van de stichting zelfs naar de Special Olympics World Games in Berlijn geweest.’ Bos ziet Costa Rica inmiddels als zijn tweede thuis. ‘Het is zo’n mooi land met mooie natuur. De mensen zijn vriendelijk en gastvrij. Je kan met kleine dingen echt wat betekenen. Het leven is meer gericht op familie en er is minder stress. Daar wil ik een voorbeeld aan nemen. In Nederland hebben we het zo goed. En met het geld dat we hier ophalen, kunnen we lokaal in Costa Rica zoveel voor elkaar krijgen: zoals aangepaste rolstoelen laten maken en sportvelden aanleggen. Ik heb echt het gevoel dat je het verschil kunt maken en dat het gewaardeerd wordt.’
Vrijwilliger worden In de toekomst hoopt Bos via de stichting nog veel meer kinderen en volwassen met een beperking te kunnen helpen. Zodat ook zij, ondanks hun beperking, volwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving. ‘Ik kan het iedereen aanraden. Je
STICHTING ISOP De stichting ISOP is in 2003 opgericht in Nederland en heeft sindsdien diverse programma’s opgezet in Zambia, Nicaragua en Costa Rica, waar de stichting sinds 2019 gevestigd is. Doel van de stichting is het verbeteren van leefomstandigheden, en de fysieke en mentale gezondheid voor de meest kwetsbare mensen uit de regio. Dit doen ze onder andere door het ontwikkelen van projecten gericht op sport en gezondheid. En door het verbeteren van de infrastructuur, bijvoorbeeld door het inrichten van plekken voor sportactiviteiten en het aanschaffen van apparatuur. Daarnaast biedt de stichting lokale en internationale studenten en professionals de kans om zich verder te ontwikkelen. Alle programma’s van de stichting zijn gratis toegankelijk voor de gebruikers. Sinds de oprichting van ISOP hebben ruim vijftig studenten en professionals uit Europa deelgenomen aan dit programma. Wil je meer informatie of een donatie overmaken kijk op: comunidad-isop.com
FysioPraxis november 2023 | 23
22-23 FP 2023-09.indd 23
30/10/23 6:04 PM
achtergrond
‘Fysiotherapeut kan belangrijke rol spelen bij stoppen met roken’ Stoppen met roken is een onderbelicht thema in de spreek- en behandelkamers van zorgverleners, waaronder die van fysiotherapeuten. Het gesprek aangaan met patiënten wordt vaak gezien als uitdagend en tijdrovend. De oplossing ligt volgens cardioloog en voorzitter van RookStopZorg Maurits van der Veen binnen handbereik: ‘In drie simpele stappen kun je een roker het duwtje geven richting stoppen.’ Tekst: Tamara van der Wind
In Nederland zijn bijna drie miljoen mensen verslaafd aan tabak. Voor het eerst sinds 2015 is er geen daling zichtbaar in het aantal volwassenen dat rookt. Roken is een belangrijke oorzaak van COPD, hart- en vaatziekten en vele kankersoorten. Er overlijden nog steeds jaarlijks bijna 20.000 mensen aan de gevolgen ervan. Ieder jaar doen naar schatting 1 miljoen mensen die roken een poging om te stoppen. Het merendeel doet dit zonder bewezen effectieve ondersteuning; hierdoor zijn de meeste stoppogingen niet succesvol.
Bespreekbaar maken
NATIONAAL PREVENTIEAKKOORD In het Nationaal Preventieakkoord heeft de overheid maatregelen opgenomen die moeten leiden tot een rookvrije generatie, met als streefgetal vijf procent rokers in 2040. Er is een breed rookverbod ingevoerd in diverse situaties, rookruimtes zijn gesloten en de verpakkingen van sigaretten zijn aangepast. Verder wordt het aantal verkooppunten van tabak en e-sigaretten de komende jaren stapsgewijs verminderd en wordt op 1 april 2024 wederom de accijns op tabak verhoogd.
Cardioloog Maurits van der Veen zag jarenlang ‘de verwoestende effecten van roken op de gezondheid van mijn patiënten.’ Sinds vijf jaar is hij daarom actief binnen het onderwerp stoppen met roken (SMR). Inmiddels ook als voorzitter van het project RookStopZorg, dat wordt uitgevoerd door het Trimbos-instituut. Van der Veen: ‘Ons doel is dat iedere zorgverlener in Nederland het rookgedrag van patiënten bespreekbaar maakt, een stopadvies geeft, basale ondersteuning biedt en doorverwijst indien nodig.’ Zorgverleners, waaronder fysiotherapeuten, kunnen volgens hem een belangrijke rol spelen bij stoppen met roken. Toch wordt het onderwerp niet standaard aangekaart. Tijdgebrek en niet weten hoe het gesprek aan te gaan worden hiervoor als redenen aangevoerd. Van der Veen: ‘Fysiotherapeuten zijn belangrijk omdat ze relatief vaak contact hebben met de patiënt. Ze bouwen een band met hen op, wat de patiënt ontvankelijk maakt voor het opvolgen van advies.’
Vraag, vertel, verwijs Maar hoe breng je stoppen met roken nou op een laagdrempelige manier aan de orde in de behandelkamer? Een methode die het Trimbos hiervoor
24 | FysioPraxis november 2023
24-25 FP 2023-09.indd 24
30/10/23 6:04 PM
adviseert is het Very Brief Advice Plus (VBA+). Het bestaat uit drie simpele stappen: vraag (“Mag ik u wat vragen… rookt u (nog)?”), vertel (“Mocht u (ooit) willen stoppen, dan gaat dat het beste met professionele begeleiding en evt. pleisters of andere medicatie. Heeft u interesse?”) en zo ja, verwijs eventueel ‘warm’ naar professionele hulp (“Vindt u het goed dat ik u gegevens doorgeef aan professionele SMR-zorg?”). Van der Veen: ‘Dit houdt in dat je als zorgverlener het initiatief neemt om de rokende patiënt direct in contact te brengen met begeleiding. Hoe en naar wie je doorverwijst is aan jou als fysiotherapeut of praktijk. Het helpt
ZORGSTANDAARD TABAKSVERSLAVING In 2022 is de Zorgstandaard Tabaksverslaving herzien en uitgebreid. Diverse partijen waaronder het KNGF waren hierbij betrokken. Deze standaard beschrijft de zorg, de bijpassende organisatie en de parameters voor de stoppen-met-rokenzorg met als doel het bevorderen van goede zorg bij stoppen met roken c.q. het behandelen van tabaksverslaving. De rol van de fysiotherapeut richt zich primair op het signaleren, adviseren en wijzen op de mogelijkheden van stoppen-met-rokenzorg. De specifieke aanbevelingen voor de fysiotherapeut uit deze Zorgstandaard zijn hier terug te vinden:
biedt en met hen afspraken te maken over warm Rokers die van meer dan verwijzen (kijk daarvoor ook op www.ikstopnu.nl).’ Uit onderzoek blijkt dat rokers die van meer dan twee zorgverleners het twee zorgverleners het advies kregen te stoppen advies kregen te stoppen, een bijna drie keer hogere kans hadden een stoppoging te ondernemen. Van der Veen: ‘Laten hadden een bijna drie keer we met elkaar die handschoen oppakken.’ hogere kans een stoppoging Download hier de gratis toolkit VBA+ bij stoppen met roken: te ondernemen om uit te zoeken wie in de buurt begeleiding aan-
Breng beweegzorg naar de wijk! Hoe kom je als fysiotherapeut in gesprek met diverse betrokkenen om gezondheid structureel aan te pakken?
Meer info over de Master Fysiotherapie en Wijkgerichte Beweegzorg en onze masterclasses op www.hsleiden.nl
FysioPraxis november 2023 | 25
24-25 FP 2023-09.indd 25
30/10/23 6:04 PM
interview
Fysiotherapeut in de finale van Kamp van Koningsbrugge
‘Je lichaam kan meer aan dan je denkt’
26 | FysioPraxis november 2023
26-27 FP 2023-09.indd 26
30/10/23 6:04 PM
De Brabantse fysiotherapeut Remi van Empel deed mee aan het televisieprogramma Kamp van Koningsbrugge, waarin gewone burgers acht dagen lang de zware Special Forces training volgen. Hij haalde de finale. ‘Ik ben altijd vrij extreem geweest in mijn sportieve uitdagingen, maar dit was wel echt zwaar. Ik heb enorm respect gekregen voor onze commandotroepen.’
Tekst: Arwen Kleyngeld. Foto: Avrotros
‘Dat ik fysiotherapeut ben, was een voordeel tijdens mijn deelname en tegelijkertijd een nadeel’, zegt Remi van Empel, die als fysiotherapeut werkt in Heusden. ‘Ik weet rationeel heel goed hoe ik moet bewegen. Ik had me optimaal voorbereid, dus ik wist dat ik alle uitdagingen in het programma fysiek aan zou moeten kunnen. Aan de andere kant voelde ik bij al die zware oefeningen precies wat er in mijn lichaam gebeurde en welke effecten het had. Ik bedacht regelmatig dat ik een pittige blessure zou kunnen oplopen bij bepaalde taken en ook hoelang het herstel zou duren. Er deed nog een fysiotherapeut mee aan het programma, maar die stopte vrijwel direct vanwege het opspelen van een oude rugblessure. Hij wist precies wat het hem zou kosten als hij door zou gaan.’
Stapje extra Van Empel is al zijn hele leven bezig met sporten. Wat extremer dan anderen. ‘Het viel me op dat ik altijd net iets langer doorga dan anderen. Ik ben in staat net dat stapje extra te doen. Ik wilde daar graag iets mee doen en dat was voor mij een reden om mee te doen met Kamp van Koningsbrugge. De selectie was niet makkelijk, maar ik had al wel een paar dingen gedaan die out-of-the box zijn. Zo heb ik de 200 kilometer lange alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee geschaatst terwijl ik eigenlijk helemaal niet kon schaatsen. En in IJsland heb ik meegedaan aan een competitie met legendarische stenen tillen om een hoge Vikingtitel te bemachtigen.’ Voor de selectie van Kamp van Koningsbrugge moest Van Empel een motivatievideo opsturen, waarin hij zichzelf presenteerde. ‘Ze belden me en zeiden dat het dit seizoen nog twintig keer zwaarder zou worden dan het vorige seizoen. Ik antwoorde dat ik dat alleen maar mooi vond, dat het wel honderd keer zwaarder mocht. Blijkbaar was dat een goed antwoord, want ik werd uitgenodigd voor een selectie-sportdag. Daar kon ik gewoon voor trainen.’
Wilskracht Van Empel heeft door zijn deelname enorme bewondering gekregen voor de Special Forces. ‘Het is ongelofelijk wat die gasten presteren. Het kamp duurde in totaal acht dagen. Het was enorm afzien. Het trainen gaat namelijk gewoon door als
de camera’s niet draaien. Je krijgt maar een fractie te zien van wat er gebeurt. Bij de roeiopdracht hebben we tien uur lang in een boot gezeten. In beeld zie je alleen de hoogtepunten. De enige
‘Het trainen gaat gewoon door. Ook als de camera’s niet draaien’ reden dat je het haalt is je motivatie.’ Het moeilijkst vond Van Empel het gebrek aan eten en slaap. ‘Je krijgt superslecht te eten en als je niet of nauwelijks slaapt na een volle dag sporten ben je helemaal op. Dan wil je de volgende dag niet weer rennen en tillen. Je moet op wilskracht verder. Daar had ik me niet op voorbereid.’ Gelukkig was het niet alleen maar zwaar. ‘Soms waren er ook grappige momenten. Bijvoorbeeld toen iemand de kuil waar we inzaten in “vijandig gebied” uit was gegaan om in het bos zijn behoefte te doen. Dat vond ik gewoon echt grappig.’
Half werk, half resultaat Het meest bijzondere aan zijn deelname vond Van Empel het om te ervaren dat je lichaam meer aankan dan je denkt en dat je wordt beloond voor je inspanning. ‘Die kennis neem ik mee in mijn werk. Als je half traint, krijg je ook half resultaat. Als mensen revalideren met een bepaald doel voor ogen, of dat nou een sportdoel is of de wens om weer een rondje om je huis te kunnen lopen, vertel ik ze altijd dat het kan, als ze er maar genoeg energie in steken. Dat heb ik zelf ervaren en dat geef ik mensen mee. Geef niet op, zet door, ga iets verder, en je krijgt het terug. Je lichaam kan veel meer aan dan je zelf denkt.’ Veel van Van Empels patiënten weten dat hij heeft meegedaan aan Kamp van Koningsbrugge. ‘Het motiveert ze om een stapje extra te zetten. Ze zeggen wel eens lachend dat ze de oefeningen wel moeten volhouden, nadat ze mij op tv hebben gezien. Of dat ze niet meer durven klagen dat een oefening te zwaar is. Ik heb zelf bevestiging gekregen dat je alles terugkrijgt wat je investeert. Dat vertel ik mijn patiënten. Doe moeite en stop voldoende tijd en energie in je lichaam. Je hebt er maar één.’ FysioPraxis november 2023 | 27
26-27 FP 2023-09.indd 27
30/10/23 6:04 PM
praktijk
Fysiotherapie bij dementie
‘Sociale contacten en blijven bewegen zijn belangrijk’
‘Je moet ervoor zorgen dat iets voldoende uitdaging biedt’ 28 | FysioPraxis november 2023
28-29 FP 2023-09.indd 28
30/10/23 6:04 PM
Ilse Wassenberg is geriatriefysiotherapeut en gespecialiseerd in de zorg voor kwetsbare ouderen: ‘Je brengt de problemen rondom dementie breed in kaart en kijkt samen of je nog dingen kunt leren en trainen.’ Tekst: Lisette Gerbrands
Dementie zorgt ervoor dat de hersenen informatie niet meer goed verwerken. Met als gevolg dat je lichaam en geest achteruitgaan. Hierdoor kun je simpele dagelijkse taken zoals het innemen van medicijnen of het betalen van rekeningen minder goed of niet meer uitvoeren. In een later stadium kosten ook taken zoals koken en aankleden steeds meer moeite. De klachten van dementie verschillen per fase en per vorm van dementie. Over het algemeen is het altijd een ziekte die erger wordt en samengaat met geheugenproblemen en uiteindelijk ook motorische problemen. Dat kunnen problemen zijn in handelen omdat je iets niet meer begrijpt of een ander looppatroon omdat er in de
bijvoorbeeld het ziektebeeld, vooruitzichten en de behandeling tot dagelijkse handelingen en hulpmiddelen. Het is belangrijk dat zorg bij dementie op de juiste plek plaatsvindt. Dat wil zeggen dat mensen met dementie baat hebben bij fysiotherapeuten die kennis hebben van deze ziekte, zoals de geriatriefysiotherapeut. Wassenberg ziet de meeste patiënten als ze zijn opgenomen in het ziekenhuis. ‘Dan is het belangrijk om het bewegen vóór opname goed in kaart te brengen, en te oefenen zodat iemand weer zo snel mogelijk terug kan naar de vertrouwde omgeving.’ Alle vormen van actief zijn en bewegen hebben effect, zowel op het bewustzijn, aandachtsspanne en oriëntatie, als op de fysieke toestand. ‘Wat ik in de praktijk zie, is dat als mensen met
‘Als mensen in beweging gehouden worden is zorg in de thuissituatie langer mogelijk’ hersenen ook van alles verandert. ‘Door de stijgende vergrijzing neemt het aantal mensen met dementie toe’, vertelt Ilse Wassenberg. Als geriatriefysiotherapeut helpt ze patiënten bij gezondheidsproblemen veroorzaakt door ouderdom. ‘Juist daarom is het belangrijk dat de zorg op de juiste plek plaatsvindt.’
In beweging blijven De geriatriefysiotherapeut kijkt naar het stadium van de dementie en naar de problemen en klachten die je hebt. Behandeling sluit dus altijd aan op de hulpvraag van de persoon met dementie en/of familie. Het is daarbij volgens Wassenberg belangrijk om inzicht te krijgen in wat iemand doet qua bewegen, maar ook wat vroeger hobby’s waren en welke sporten werden beoefend. ‘Vanuit daar ga je samen aan de slag met oefentherapie. Deze is erop gericht om klachten bij bewegen te verminderen, maar ook om achteruitgang te voorkomen.’ Hierbij komt de geriatriefysiotherapeut ook regelmatig aan huis. ‘Omdat thuis de plek is waar je kunt laten zien welke dagelijkse bezigheden problemen opleveren, is behandelen en trainen in de eigen woonomgeving van groot belang.’
Vertrouwde omgeving De geriatriefysiotherapeut adviseert en begeleidt mensen met dementie, maar ook gezinsleden en eventuele mantelzorgers. Van informeren over
dementie in beweging gehouden worden, de zorg in de thuissituatie langer mogelijk is. Maar wat iemand nu nog kan, lukt straks minder goed. Gelukkig kun je veel activiteiten aanpassen. Wel is het daarbij belangrijk om te zorgen dat iets voldoende uitdaging biedt. Lukt een kaartspel niet meer? Dan is het sorteren van speelkaarten een goed alternatief. En in plaats van een hele maaltijd koken, kan je samen boontjes doppen of koekjes bakken.’
Betekenisvolle activiteiten Mocht iemand door de dementie dingen niet (meer) kunnen leren of trainen, dan kan de geriatriefysiotherapeut bijvoorbeeld samen met de ergotherapeut kijken naar hoe de omgeving hierbij kan helpen. Sociale contacten en blijven bewegen zijn daarin belangrijk. Familie en vrienden kunnen helpen door zo’n twee keer per week samen betekenisvolle activiteiten te doen. Zoals wandelen, puzzelen of vogels voeren. ‘Naarmate we ouder worden neemt de kwaliteit van leven vaak af’, zegt Wassenberg. ‘Door te bewegen kun je dit remmen. En soms zelfs verbeteren. Daarnaast is het gezond om te blijven bewegen, ook als we ouder worden. Door regelmatige activiteiten zie je al snel effect. Het is wel belangrijk dat degene met dementie er plezier in heeft. Activiteiten die te moeilijk zijn en zorgen voor frustratie, werken niet goed.’ FysioPraxis november 2023 | 29
28-29 FP 2023-09.indd 29
30/10/23 6:04 PM
onderzoek
Gepersonaliseerd gebruik voor mensen met of zonder chronische aandoening
Activiteitenmeters in de zorg
Tegenwoordig is het gebruik van technologie in ons dagelijks leven niet meer weg te denken. Technologische toepassingen, zoals het gebruik van activiteitenmeters, vinden deels ook hun weg in de zorg. Activiteitenmeters kunnen van alles meten zoals stappen, hartslag en calorieverbruik. De vraag is niet of we activiteitenmeters kunnen gebruiken in de fysiotherapie maar hoe? Tekst: Darcy Ummels
Fysiotherapeuten meten regelmatig de fysieke activiteiten van hun patiënten.1,-4 Vooral bij ouderen en mensen met een chronische aandoening is deze input van meerwaarde. Meestal wordt de fysieke activiteit in kaart gebracht door vragenlijsten of dagboeken. Echter uit onderzoek blijkt dat de validiteit en de gebruiksvriendelijkheid van zowel vragenlijsten als dagboeken laag zijn.5,6 Daarnaast meten ze ook niet op het moment dat er bewogen wordt maar op basis van een subjectieve inschatting achteraf. Activiteitenmeters lijken een goede oplossing; ze meten immers gedurende de activiteiten en lijken valide en gebruiksvriendelijk bij gezonde volwassenen.7-12 Daarnaast laten studies zien dat het gebruik van een activiteitenmeter in combinatie met ondersteuning van een zorgprofessional de fysieke activiteit en het zelfmanagement van de patiënt verbetert.13,14 Ondanks de voordelen van activiteitenmeters worden activiteitenmeters nog maar
Afbeelding 1
beperkt gebruikt in de fysiotherapie. Redenen hiervoor zijn, dat er weinig bekend is over de klinimetrische eigenschappen van activiteitenmeters en hoe ze het beste in de praktijk ingezet kunnen worden.
Doel Het doel van dit promotieonderzoek was het vergroten van de kennis over het betekenisvol gebruiken van activiteitenmeters in de gezondheidszorg, met name bij ouderen en mensen met een chronische aandoening. Het onderzoek werd opgedeeld in drie delen. In het eerste deel werden de validiteit en hanteerbaarheid van commercieel verkrijgbare activiteitenmeters bij mensen met een chronische aandoening onderzocht. In het tweede deel werd een bestaande activiteitenmeter (door)ontwikkeld met en voor ouderen met of zonder chronische aandoening. In het derde deel werd onderzoek gedaan naar de integratie van de (door)ontwikkelde activiteitenmeter in het klinisch handelen van zorgprofessionals.
Validiteit en hanteerbaarheid De methode en resultaten van dit deel, met twee studies zijn eerder verschenen in de Fysiopraxis.15-17 Om de validiteit na te gaan, zijn negen commercieel verkrijgbare activiteitenmeters (tabel 1) met elkaar vergeleken in een gestandaardiseerd activiteitenprotocol waarin activiteiten uit het dagelijks leven werden uitgevoerd door 130 patiënten met een chronische aandoening (43% man, gemiddelde leeftijd 61 jaar). De uitvoering van het protocol werd gefilmd en de opnames zijn gebruikt om het aantal stappen te tellen (gouden standaard). De resultaten van de validatiestudie staan weergeven in tabel 2. Het gemiddeld aantal stappen tijdens het protocol was 446,6 (standaarddeviatie [SD] 58,6). Alle activiteitenmeters onderschatten het gemiddeld aantal stappen, behalve de Activ8, die een overschatting aangaf. Het gemiddeld
30 | FysioPraxis november 2023
30-34 FP 2023-09.indd 30
30/10/23 6:05 PM
v erschil varieerde van een onderschatting van -29,7 stappen voor de Fitbit One, tot een onderschatting van -284,5 stappen voor de Digi-Walker CW-700. Alle activiteitenmeters hadden een systematisch, statistisch significant verschil met de gouden standaard, behalve de Fitbit One (p = 0,35). De intraclass correlation coefficients (ICC 2,1) tussen het aantal stappen volgens de activiteitenmeters en de gouden standaard was zwak voor alle activiteitenmeters.
Afbeelding 2: De MISS Activity inclusief bijbehorende app
Ervaringen van patiënten De ervaringen met de activiteitenmeters zijn onderzocht door 29 patiënten met chronische aandoeningen (27% man, gemiddelde leeftijd 55 jaar) twee weken lang een activiteitenmeter te laten gebruiken, waarna ze geïnterviewd werden. Uit deze interviews bleek dat de hanteerbaarheid laag was. De meest belangrijke redenen staan in afbeelding 1. Er is tevens een raamwerk ontwikkeld waarin elementen staan die belangrijk zijn voor mensen met een chronische aandoening betreffende de gebruiksvriendelijkheid van activiteitenmeters.
(Door)ontwikkeling van bestaande activiteitenmeter In deel twee zijn het algoritme en de gebruikersomgeving van een bestaande activiteitenmeter, de MOX,18 (door)ontwikkeld wat resulteerde in de MISS (Measure It Super Simple) Activity19, een valide en gebruiksvriendelijke activiteitenmeter voor ouderen (mensen ouder dan 65 jaar). De MISS Activity bestaat uit een app en een activiteitenmeter die gedragen wordt in de broekzak. Feedback op de beweegdoelen wordt ontvangen via de app en via de meter zelf (afbeelding 2). De parameters van het bestaande algoritme van de MOX zijn aangepast naar de doelgroep (ouderen), de draaglocatie (broekzak) en de activiteiten (ADL activiteiten). Dit ontwikkelde algoritme (MOXMISSActivity) meet het aantal stappen en fysieke activiteit (stappen, dynamische, staande en liggende activiteit) bij ouderen met of zonder chronische aandoening tijdens ADL activiteiten. Om het algoritme te valideren hebben twintig ouderen een activiteitenprotocol gebaseerd op ADL activiteiten uitgevoerd. Het protocol werd gefilmd, het aantal stappen geteld en de tijd die dynamisch, staand en sedentair werd doorgebracht, gemeten. De data van de videoanalyse en het algoritme werden met elkaar vergeleken. Om de resultaten beter te kunnen interpreteren droegen de deelnemers nog drie andere activiteitenmeters tijdens het protocol: de MOXAnnegran, de activPAL en de Fitbit Alta HR. De MOXMISSActivity had voor het aantal stappen een gemiddeld absoluut fout percentage van 9,3% en een ICC2,1 van 0,88 in vergelijking met de gescoorde
filmopnames. Het gemiddelde absolute fout percentage van dynamisch, staan en sedentaire tijd waren respectievelijk 15,9%, 19,9% en 9,6%. De ICC2,1 waren respectievelijk 0,55, 0,91 en 0,92. De MOXAnnegran, de activPAL en de Fitbit Alta HR hadden allen hogere absolute fout percentages en lagere correlaties voor alle variabelen in vergelijking met de MOXMISSActivity.20 Hieruit blijkt dat het algoritme van de MOXMISSActivity meer valide stappen en dynamische, staande en liggende activiteiten meet ten opzichte van de activPAL en de Fitbit Alta HR. De MOXMISSActivity lijkt dus meer valide te meten bij ouderen tijdens het uitvoeren van dagelijkse activiteiten.
‘Door het aangepaste algoritme krijgen fysiotherapeuten een inzicht in de fysieke activiteit bij ouderen’ Parallel aan de ontwikkeling en validatie van het algoritme is met behulp van de double diamond methode21 de gebruikersomgeving (door) ontwikkeld en daarna getoetst. Door middel van co-creatie met 35 ouderen zijn het ontwerp, het feedback-systeem en de app verder ontwikkeld naar een gebruiksvriendelijke gebruikersomgeving. Daarna zijn het gebruik en de ervaringen met de MISS Activity onderzocht. Hiervoor hebben 28 ouderen de MISS Activity twee weken gebruikt, waarna hun ervaringen door middel van individuele interviews verzameld zijn. De deelnemers gaven aan dat de MISS Activity gemakkelijk te gebruiken was. Ze hadden bijvoorbeeld geen hulp nodig bij het installeren en het gebruik van de MISS Activity. Deelnemers gaven daarnaast ook
» FysioPraxis november 2023 | 31
30-34 FP 2023-09.indd 31
30/10/23 6:05 PM
Afbeelding 3
Stroomdiagram om het gebruik van activiteitenmeters in het klinisch redeneren te ondersteunen. Blauw: Start- of stoppunt van het gebruik van een activiteitenmeter; Geel: Onderzoek- of evaluatieperiode; Groen: Interventie- of behandelperiode.
»
aan dat ze dachten dat in principe iedereen de MISS Activity zou kunnen gebruiken.22
Integratie van de MISS Activity in het klinisch handelen Vervolgonderzoek gericht op het integreren van de MISS Activity in het klinisch handelen had twee specifieke doelstellingen 1) het ondersteunen van zorgprofessionals bij het implementeren van een activiteitenmeter in hun dagelijkse handelen en 2) kennis opdoen rondom het implementatieproces van activiteitenmeters in de zorg. Deze studie werd uitgevoerd in een gespecialiseerde GGZ-instelling voor mensen met chroni-
‘Activiteitenmeters kunnen worden ingezet voor monitoring, en kunnen ook bijdragen aan een actieve leefstijl’ sche pijn. Zorgprofessionals (psychosomatisch psychologen) en de patiënten participeerden in een actieonderzoek. Deze methode werd gekozen zodat therapeuten en de patiënten naast het genereren van onderzoeksgegevens direct bijdroegen aan productontwikkeling. Daarna konden ze hun ervaringen delen en op basis van hun ervaringen nagaan hoe en wanneer ze de activiteitenmeter het beste kunnen inzetten. Als startpunt is er een handleiding ontwikkeld. In totaal hebben drie psychologen en elf patiënten,
elf maanden deelgenomen. Dataverzameling vond plaats middels opnames van de therapiesessies (n=28), reflectie-sessies met de psychologen (n=4) en semigestructureerde interviews met de patiënten (n=11) gedurende drie rondes. Gedurende de rondes hebben de psychologen de handleiding verder aangepast en daarbij gebruik gemaakt van hun theoretisch denkkader (het pijngevolgen model23) en hun klinisch redeneren. In de handleiding en het bijbehorend stroomdiagram (afbeelding 3) staat beschreven voor welke patiënten het gebruik van activiteitenmeters geschikt en minder geschikt geacht werd, welke doelen er gesteld kunnen worden, hoe de doelen kunnen worden toegepast en hoe de data besproken kan worden. Deze studie geeft enerzijds een voorbeeld hoe activiteitenmeters praktisch in de zorg kunnen worden ingezet en ander-
Tabel 1. Gebruikte commercieel verkrijgbare activiteitenmeters Activiteitenmeter
Type
Accupedo
App
Activ8
Accelerometer
Digi-Walker CW-700
Stappenteller
Fitbit Flex
Accelerometer
Lumoback
Accelerometer
Moves
App
Fitbit One
Accelerometer
UP24
Accelerometer
Walking Style X
Stappenteller
32 | FysioPraxis november 2023
30-34 FP 2023-09.indd 32
30/10/23 6:05 PM
Tabel 2. Resultaten validatie studie Activiteitenmeter
a
Aantal deelnemers
Gemiddeld verschil (standaard deviatie)a
Gemiddeld mediaan verschil (25 tot 75 percentiel)a
Correlatie coefficient (ICC2,1)
Limits of agreement, Boven limiet tot Onder limiet
Accupedo Step counter
50
-176,3 (132,1)
-174,5 (-251,0 tot - 102,5)
0,32
-435,2 tot 82,7
Activ8
62
107,3 (251,9)
126,0 (30,5 tot 243,5)
0,24
-471,3 tot 721,0
Digi-Walker CW-700
52
-284,5 (129,0)
-253,0 (-383,0 tot -169,0)
-0,33
-537,4 tot -31,7
Fitbit Flex
47
-93,5 (126,7)
-111,0 (-167,0 tot 3,0)
0,31
-326,9 tot 123,7
Lumoback
51
-178,5 (96,0)
-168,0 (-205,5 tot -117,0)
0,19
-366,9 tot 9,3
Moves
48
-146,6 (216,3)
-215,0 (-279,5 tot -89,3)
-0,02
-570,5 tot 277,4
Fitbit One
49
-29,7 (155,1)
-8,0 (-160,0 tot 128,0)
-0,15
-367,8 tot 308,6
UP24
49
-252,4 (104,7)
-266,0 (-327,0 tot -176,5)
0,09
-457,7 tot -47,2
Walking Style X
50
-204,4 (117,7)
-206,5 (-256,0 tot -105,0)
0,25
-438,0 tot 27,2
Activiteitenmeter minus gouden standaard.
zijds hoe het implementatieproces van eHealth kan verlopen. 24.
Sterkten en zwakten Deel één van het onderzoek is zeven jaar geleden uitgevoerd. In 2015/2016 is gebruik gemaakt van een representatieve steekproef aan beschikbare activiteitenmeters, die deels niet meer te koop zijn. Toch blijven de resultaten van dit onderzoek ook nu nog relevant. De algoritmes van huidige commerciële activiteitenmeters zijn vergelijkbaar met de oudere modellen omdat ze gericht zijn op gezonde (jong)volwassenen en dus niet valide voor mensen met een chronische aandoening. Daarnaast lijkt de gebruiksvriendelijkheid door alle nieuwe functies (bijvoorbeeld betalen met je activiteitenmeter) niet verbeterd voor de doelgroep ouderen en mensen met een chronische aandoening.
‘Er is een toename in het gebruik van technologie te zien bij ouderen’ In het tweede deel van onderzoek zijn mogelijk deelnemers in de studies geïncludeerd die voorlopers in het gebruik van technologie zijn waardoor zij mogelijk ook meer technische vaardigheden hadden ten opzichte van hun leeftijdsgenoten. Er is echter een toename in het gebruik van technologie te zien bij ouderen25, waardoor de resultaten van de studies waarschijnlijk te generaliseren zijn voor een steeds groter wordende groep ouderen. Een mogelijke algemene beperking is het feit dat er geen mensen met een loophulpmiddel geïncludeerd zijn in de studies. Het algoritme zou opnieuw (door)ontwikkeld en gevalideerd moeten
worden voor deze doelgroep. Dit is een relevant vervolgonderzoek aangezien dit gaat om een grote groep ouderen, patiënten met een chronische aandoening maar ook patiënten in ziekenhuizen en revalidatie-instellingen.
Conclusie De geteste commercieel verkrijgbare activiteitenmeters zijn niet valide en hanteerbaar voor ouderen en mensen met of zonder een chronische aandoening. De met doelgroep doorontwikkelde MISS activity is echter wel valide en hanteerbaar voor ouderen en mensen met of zonder chronische aandoening. Er zijn daarnaast een flowchart en handleiding ontwikkeld die beschrijven hoe activiteitenmeters ingezet kunnen worden in de zorg voor mensen met een chronische aandoening. Deze studies zijn gefinancierd door SIA en Limburg Meet (Provincie Limburg, Zuyd Hogeschool en Maastricht University). Daarnaast willen wij graag alle partners en deelnemers van de onderzoeken bedanken voor hun bijdrage aan dit promotieonderzoek.
darcy.ummels@zuyd.nl
Literatuur: www.kngf.nl/fysiopraxis
FysioPraxis november 2023 | 33
30-34 FP 2023-09.indd 33
30/10/23 6:05 PM
WAT KAN DE FYSIOTHERAPEUT MET DE RESULTATEN VAN DIT ONDERZOEK? Het gebruik van activiteitenmeters wordt nu al aangeraden in de KNGF COPD richtlijn.1 Het ontwikkelde raamwerk over de gebruiksvriendelijkheid van activiteitenmeters geeft handvatten aan de fysiotherapeut om een passende activiteitenmeter te kiezen samen met zijn/haar patiënt. Inmiddels hebben veel patiënten vaak zelf een activiteitenmeter in hun bezit. De ontwikkelde activiteitenmeter, de MISS Activity kan ook ingezet worden door fysiotherapeuten. Door het aangepaste algoritme krijgen fysiotherapeuten een valide inzicht in de fysieke activiteit bij ouderen. Daarnaast is de meter gebruiksvriendelijk voor zowel de patiënt als de fysiotherapeut. De ontwikkelde handleiding kan gebruikt worden door fysiotherapeuten om het gebruik van activiteitenmeters betekenisvol te implementeren in hun praktijk. Activiteitenmeters kunnen worden ingezet ter monitoring, maar ook om bij te dragen aan een actieve leefstijl.
Dr. Darcy Ummels is in 2015 afgestudeerd als fysiotherapeut bij Zuyd Hogeschool (2015) waarna ze de master Human Movement Sciences bij Maastricht University (2016) afrondde. Op dit moment werkt ze als docent-onderzoeker bij Zuyd Hogeschool en als senior onderzoeker bij Maastricht University.
met een chronische aandoening van Zuyd Hogeschool. Daar liepen destijds al een aantal onderzoeken over activiteitenmeters. Mede hierdoor ben ik ook activiteitenmeters gaan gebruiken tijdens mijn masterthesis. Tijdens het afronden van mijn master kwam er een plek vrij om te promoveren op het gebied van het gebruik van activiteitenmeters in de zorg en die kans heb ik met beide handen aangegrepen!’
Titel proefschrift: Meaningful use of activity trackers in healthcare: Towards a personalised use in people with a chronic disease and older adults Promotieteam: Prof. Dr. A.J.H.M. Beurskens, Dr. E. Beekman, Dr. S.M. Braun
‘Ik heb hiervoor gekozen omdat het een heel actueel onderwerp is. Het gebruik van activiteitenmeters en eHealth in het algemeen is innovatief en ik geloof dat activiteitenmeters echt een meerwaarde kunnen zijn voor de zorg. Met mijn promotieonderzoek wil ik graag een bijdrage leveren aan een innovatieve en toekomstbestendige zorg.’
Hoe ben je tot dit promotietraject gekomen? ‘Tijdens mijn master ben ik als werkstudent blijven werken bij het lectoraat Autonomie en Participatie van mensen
Waarom dit onderwerp?
Hebben de conclusies je verrast? ‘De conclusies hebben mij in die zin verrast dat ik dacht dat zorgprofessio-
nals over het algemeen gemakkelijker activiteitenmeters op een betekenisvolle manier zouden kunnen inzetten. Hiervoor blijkt echter de nodige begeleiding nodig te zijn.’
Wat zou je doen met 1 miljoen euro onderzoeksgeld? ‘Ik zou samen met zorgprofessionals een onderzoek opzetten om te bepalen welke eHealth nu past bij hun praktijkvraag en hoe ze deze op een betekenisvolle manier kunnen inzetten. Daarnaast zou ik graag samen met zorgprofessionals willen onderzoeken hoe activiteitenmeters kunnen worden ingezet om daadwerkelijk een leefstijlverandering in gang te zetten bij ouderen en mensen met een chronische aandoening.’
34 | FysioPraxis november 2023
30-34 FP 2023-09.indd 34
30/10/23 6:05 PM
Foto: Wiep van Apeldoorn
column
Het belang van wetenschap Tot 1990 speelde de wetenschap nauwelijks een rol in de fysiotherapie. Dat veranderde met de verschijning van het baanbrekende ‘Effectiviteit van fysiotherapie: een literatuuronderzoek’ door Heleen Beckerman en Lex Bouter. Ook wel bekend als het blauwe boekje. Het blauwe boekje was een echte game changer. Beckerman en Bouter wezen ons terecht, omdat er onvoldoende bewijs was voor het effect van ons werk. Dat betekende natuurlijk niet dat we maar wat deden, maar wel dat er te weinig serieus onderzoek werd gedaan naar de onderbouwing ervan. Als beroepsgroep en als brancheorganisatie accepteerden we deze realiteit en besloten ernaar te handelen. Inmiddels kunnen we met trots zeggen dat er tientallen hoogleraren, lectoren en vele honderden gepromoveerden zijn die bijdragen aan de ontwikkeling van ons beroep. Deze prestatie legde de basis voor maar liefst twintig eigen richtlijnen en een betrokkenheid bij 240 externe richtlijnen. Dit betekent dat andere beroepsgroepen naar ons toe komen wanneer ze onze expertise nodig hebben.
onderzoek van de winnaar benadrukte dat leren bewegen cruciaal is voor het behoud en de verbetering van de conditie. Een inspirerend voorbeeld van hoe wetenschap de praktijk kan verrijken. Het is van groot belang dat we de wetenschap in de fysiotherapie niet veronachtzamen. Onze patiënten verdienen beter dan een routineuze behandeling gebaseerd op verouderde methoden. Dit is geen vrijblijvende keuze, maar een absolute noodzaak als we willen dat ons vak blijft evolueren. Stilstand is achteruitgang, en ik denk niet dat iemand dat zou willen bepleiten. Laten we tot slot niet bescheiden zijn over onze prestaties tot nu toe. Fysiotherapeuten zijn de ruggengraat van de gezondheidszorg. Met een basis in de wetenschap én in de praktijk. Guido van Woerkom
Dat alles overdacht ik op de jaarlijkse Wetenschapsdag eind september, waar opnieuw een proefschriftprijs werd uitgereikt. Het FysioPraxis november 2023 | 35
35 FP 2023-09.indd 35
30/10/23 6:05 PM
in het zonnetje
‘Ik kijk naar wat iemand nog wél kan’ Hayke Kotte is mede-eigenaar van FysioTwente en werkt als fysiotherapeut voor long-, hart- en vaat patiënten en leefstijlcoach. Daarnaast is zij bestuurslid van Twentse Fysiotherapeuten Organisatie (TFO). Tekst: Vera van Hooff
Wat ontdekte je toen je fysiotherapeut werd? ‘Ik kan als fysiotherapeut van waarde zijn voor de kwaliteit van leven van een patiënt. Ik kijk naar wat iemand nog wél kan en hoe ik iemand kan begeleiden. Onze praktijk FysioTwente heeft de afgelopen jaren een enorme groei doorgemaakt op een natuurlijke manier. Niet omdat we groter wilden worden of meer geld wilden verdienen, maar vanuit het hart. Ik redeneer niet rationeel, maar op mijn gevoel. Nieuwe collega’s nemen we ook aan wanneer het goed voelt.’
Welke verschillende werkzaamheden doe je? ‘Mijn compagnon Mark en ik werken allebei een dag in de week gezamenlijk aan onze managementtaken en zien drie
dagen per week patiënten. Een dag per week besteed ik aan bestuursfuncties. Als praktijk waren we al aangesloten bij de Twentse Fysiotherapeuten Organisatie (TFO). Begin dit jaar geleden werd ik gevraagd voor het bestuur en dat kwam voor mij op een mooi moment. Ik sta volledig achter de visie van TFO. We zijn het aanspreekpunt voor regionale organisaties en zo bundelen we de gefragmenteerde fysiotherapie.’
Wat vind je belangrijk in je werk? ‘Samenwerken met mensen. Binnen de praktijk stuur ik, samen met mijn compagnon op werkgeluk en positieve gezondheid. Niet alleen voor onze medewerkers, maar ook voor onszelf. De interactie binnen ons team probeer ik met humor en gedrevenheid te optimaliseren. Energie krijg ik wanneer ik de dag van elke individuele patiënt een beetje mooier kan maken. Ik wil bijdragen aan de kwaliteit van leven van de chronisch zieke patiënt, zowel op fysiek als mentaal gebied. Binnen het bestuur hebben we een klik en zijn wij complementair. Ik ben van de grote lijnen. Ik heb met TFO het gevoel dat ik met allemaal mensen ben die net zo enthousiast en vooruitstrevend zijn als ik.’
Waar word je blij van? ‘Ik kom elke dag blij thuis wanneer ik het gevoel heb dat ik iets heb gegeven aan of ontvangen van een patiënt of een collega. De kracht van ons vak zit hem voor mij in de intermenselijke verbinding. Door empathie te tonen en professioneel te blijven kun je bouwen aan een goede relatie die de behandeling van de patiënt ten goede komt. Daarnaast word ik blij van de wijze waarop mijn praktijk een samenwerking heeft met het Thoraxcentrum
Twente. Sinds 2015 zijn fysiotherapeuten uit mijn praktijk gedetacheerd in de kliniek. Zij geven samen met een fysiotherapeut uit de 2e lijn de hartrevalidatie in onze praktijk. De patiënt heeft altijd een bekende aan bed en tijdens de revalidatie. Ik vind het een fantastische manier van anderhalvelijnszorg, die de kwaliteit van zorg verbetert.’
Waar word je minder blij van? ‘Hoe ons vak fysiotherapie gewaardeerd wordt door bijvoorbeeld zorgverzekeraars. Ik ben veel tijd kwijt aan het voldoen aan al de gestelde eisen. Die eisen komen de behandeling zeker niet altijd ten goede. Met TFO willen wij de toegevoegde waarde van fysiotherapie aan de zorg hoger op de agenda. Onder andere bij gemeentes en andere organisaties in Twente die te maken hebben met zorg en preventie. Een voorbeeld is dat we in 2023 starten met een pilot ketenzorg valpreventie voor een aantal grote Twentse gemeentes, bekostigd door deze gemeentes. Een mooi voorbeeld, waarbij we samenwerken met huisartsenverenigingen, apothekers en sportbedrijven. Voor de individuele fysiotherapeut is het erg tijdrovend om deze trajecten te realiseren. En de samenwerkingspartijen willen graag één aanspreekpunt. Dit maakt het belang van één organisatie voor alle fysiotherapeuten in Twente gelijk duidelijk. Verder zie ik het aantal mensen dat zorg nodig heeft de komende jaren alleen maar groeien. Onze rol als fysiotherapeut gaat meer naar een coachende rol om bij de individuele patiënt zelfredzaamheid te verbeteren of te behouden. Dat vergt samenwerking zowel interdisciplinair als tussen fysiotherapeuten, waarbij preventie een steeds belangrijkere plaats moet gaan innemen.’
36 | FysioPraxis november 2023
36 FP 2023-09.indd 36
30/10/23 6:05 PM
specialistenkatern
Redactie: de Beroepsinhoudelijke Verenigingen Coördinatie en eindredactie: Tessa Louwerens
NVMT
De Extended Scope Specialist NFP
De kracht van metaforen in de psychosomatiek
38 41 FysioPraxis november 2023 | 37
37 FP 2023-09.indd 37
30/10/23 6:05 PM
De Extended Scope Specialist Sinds 2017 wordt er in Nederland hard gewerkt aan de functie en positie van de extended scope specialist (ESS). Tijd voor een terugblik en een blik vooruit. Fysiotherapeut Sander van Dijk (ESS) vertelt over de dagelijkse praktijk.
Mclin fotografie
NVMT | NEDERLANDSE VERENIGING VOOR MANUELE THERAPIE
specialistenkatern
Tekst: Gerard Wees, Karel Opraus
In verschillende landen, bijvoorbeeld Denemarken, Canada en Australië bestaat de functie van extended scope specialist (ESS) al langer en met succes. Daar wordt de functie omschreven als een allocatie (toewijzing) van taken en verantwoordelijkheden van artsen naar fysiotherapeuten. En als een uitbreiding van het toepassingsgebied van ‘specialistische’ fysiotherapie.
In 2017 stelden de besturen van de NVMT en NVFS zich de vraag: is er ook in Nederland plek voor de ESS? Is deze functie een verrijking van de Substitutie van Zorg-beweging, net zoals de Physician Assistent en Verpleegkundig Specialist? Deze vraag was aanleiding voor de oprichting van de Nederlandse Vereniging voor Extended Scope Specialisten (NVES). De NVES richt zich op de ontwikkeling van de kwaliteit van de functie én de positionering van de ESS in de gezondheidszorg.
Sinds de oprichting van de NVES groeit de belangstelling van fysiotherapeuten om zich te ontwikkelen als ESS. Je werkt aan je ontwikkeling en krijgt een mogelijk nieuw carrièreperspectief en doorgroeimogelijkheden. Dat geldt niet alleen meer voor manueel- of sportfysiotherapeuten, er komen ook mogelijkheden voor andere specialistische richtingen binnen de fysiotherapie, bijvoorbeeld de geriatrie.
38 | FysioPraxis november 2023
38-40 FP 2023-09.indd 38
30/10/23 6:06 PM
Wat doet een ESS? Artsen en fysiotherapeuten werken op verschillende plekken samen in de eerste en tweede lijn, in eerste instantie vanuit pilots. De 1e lijn In de 1e lijn werd begonnen met het zogenoemde ‘Beweegklachtenspreekuur’ binnen de setting van de huisartsenpraktijk. Tijdens dit spreekuur neemt de ESS patiënten met complexe beweegproblematiek over van de huisarts zodat deze zich kan richten op andere urgente taken. De ESS blijkt een goed antwoord op het oplopend tekort aan huisartsen en de toename van kosten voor verwijzing naar de 2e lijn. Bovendien is de patiënttevredenheid hoog, onder andere omdat het beweegklachtenspreekuur langer duurt dan een gemiddeld consult van de huisarts. Voor patiënten wordt de ‘patiënt journey’ bovendien korter, vanwege de kortere diagnostische fase. Onnodige en belastende onderzoeken worden voorkomen en kosten voor patiënt en maatschappij verminderen. NVES werkt
‘zeef’ en beoordeelt of een patiënt een medisch specialistisch consult of aanvullend diagnostisch onderzoek nodig heeft of dat een andere route beter is. Deze manier van werken is kostenbesparend en voorkomt onnodige loopings in zorgpaden. De functie kan verder ontwikkeld worden richting zelfstandigheid, naar een positie die vergelijkbaar is met de verpleegkundig specialist (VS) of physician assistant (PA).
Goed opgeleid In 2017 zag de NVES vooral een rol voor de ESS in onderzoek en behandeling. Maar de functie ontwikkelt zich meer en meer naar die van triagist en casemanager. Daarbij is de samenwerking tussen arts en ESS essentieel. Alleen als de arts het vertrouwen heeft om medische taken te delegeren, kan de functie van ESS in de praktijk succesvol zijn. De begrippen ‘taakherschikking’ en ‘taakdelegatie’ spelen dan een rol. Bij taakdelegatie blijft de arts eindverantwoordelijk, bij taakherschikking gaat de verantwoordelijkheid over op de ESS.
‘De ESS blijkt een goed antwoord op het oplopend huisartsentekort’ aan dataverzameling om dit effect in de nabije toekomst aan te tonen. Soms is de ESS georganiseerd in regionaal coöperatief verband. Diverse fysiotherapiepraktijken vormen een ESSpool. Een voorbeeld is de Coöperatie Diagnostisch Centrum Beweegzorg in Twente. Een ESS uit Enschede werkt daar bijvoorbeeld een aantal dagdelen in een huisartsenpraktijk in Almelo. Deze opzet garandeert de onafhankelijkheid van de ESS ten opzichte van de eigen fysiotherapiepraktijk. Er ontstaat geen (vermoeden van een) economische prikkel in de samenwerking tussen huisarts en ESS. Bovendien passen de initiatieven goed bij de regionalisering van de zorg en daarmee het Integraal Zorg Akkoord. De 2e lijn In de 2e lijn werkt de ESS in poliklinieken, met de medisch specialist. Dat kan op verschillende specialistische domeinen: bijvoorbeeld orthopedie, neurologie of oncologie. De ESS functioneert als
Tot nu toe vindt samenwerking meestal plaats op basis van taakdelegatie, het doel is om in de toekomst via taakherschikking samen te werken. Voor een gelijkwaardige samenwerking is diepgaande en aantoonbare kennis en ervaring noodzakelijk. Daarom is de ESS opgeleid op masterniveau (EKK 7), gevolgd door een specialistische Extended Scope opleiding. De opleiding sluit aan bij het beroepsprofiel ESS (2021, NVES) en is geborgd in het NVES- kwaliteitsregister.
Samenwerking De ESS-pioniers en de NVES spreken herhaaldelijk met huisartsen en medisch specialisten. Maar ook met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) is intensief contact. Alle partijen zijn positief over de ontwikkeling. De ESS is een aanvulling in het zorglandschap en sluit goed aan bij de Substitutie van Zorg-beweging. Voor financiering van de functie binnen de 1e lijn worden
regelmatig innovatiegelden vanuit de huisartsenbudgetten ingezet. Daarmee komt de bekostiging ten laste van de Basisverzekering en is de toegankelijkheid voor patiënten optimaal.
Op naar de toekomst De NVES is van mening dat - op basis van het opleidingsniveau en ervaring van de ESS - taakherschikking de toekomst is. Deze stap is alleen niet zomaar via wet- en regelgeving geregeld. Een solide, evidence based, onderbouwing van competenties is noodzakelijk en daarnaast is brede ondersteuning vanuit het zorgveld belangrijk. Medische beroepsorganisaties zullen de ES-ontwikkeling moeten ondersteunen. We benadrukken dat er twee belangrijke voorwaarden zijn voor het welslagen van de ESS-functie. Ten eerste is de onafhankelijke positie van de ESS zeer belangrijk voor de implementatie van de ESS in het Nederlandse zorglandschap. Met ‘onafhankelijk’ bedoelen we dan dat de ESS, tijdens bijvoorbeeld een beweegklachtenspreekuur, niet de eigen praktijk mag bevoordelen. In de 1e lijn is daarom de werklocatie van de ESS belangrijk: niet in de eigen praktijk maar extern, bijvoorbeeld in de huisartsenpraktijk. De tweede voorwaarde voor het uitvoeren van de functie is de toegang van de ESS tot het Huisartsen Informatie Systeem (HIS) en daarmee toegang tot achtergrondinformatie die nodig is voor het beoordelen van de hulpvraag van de patiënt. Voor meer informatie kijk op de website van NVEW: www.nves.nl
NVMT | NEDERLANDSE VERENIGING VOOR MANUELE THERAPIE
specialistenkatern
Het beroepsprofiel van de ESS vind je hier:
Karel Opraus penningmeester Nederlandse Vereniging van Extended Scope Specialisten (NVES). opraus@nvmt.nl Gerard Wees, voorzitter Nederlandse Vereniging van Extended Scope Specialisten (NVES)
Verhaal haat verder op de volgende pagina...
secretariaat@nves.nl FysioPraxis november 2023 | 39
38-40 FP 2023-09.indd 39
30/10/23 6:06 PM
NVMT | NEDERLANDSE VERENIGING VOOR MANUELE THERAPIE
specialistenkatern
‘Het wordt tijd dat we deze manier van werken breed delen’ Sander van Dijk werkt sinds vijf jaar als ESS in Gezondheidscentrum Huizermaat in Huizen. Hij was waarschijnlijk een van de eerste fysiotherapeuten die begon als Praktijkondersteuner Bewegen tijdens het huisartsenspreekuur. Hoe bevalt dat?
Sander: ‘Ongeveer zes jaar geleden ontstond het idee bij onze toenmalige directeur: fysiotherapeuten hebben de beweegzorg onder controle, kan een fysiotherapeut dan niet werken voor de huisarts, met eigen consulten? Innovatieve huisartsen hebben het in het gezondheidscentrum opgezet en ik begon met een pilot voor vier uur per week. Na een jaar hebben we de tevredenheid gemeten bij patiënten, huisartsen en mijzelf. We besloten door te gaan. Daarna deed ik de ESS-opleiding en werd ik lid van de NVES.’
ik veel met bewegen en leefstijl doe of de regie terugleg bij de patiënt. Als ik pathologie herken of vermoed die niet bij mijn deskundigheid hoort, dan betrek ik de huisarts. Dat schept vertrouwen.’
Hoe vinden patiënten het? ‘De reactie van de meeste mensen is: ik zit op de juiste plek, logisch of ik kan sneller terecht dan bij de huisarts. Doordat ik meer tijd heb tijdens een afspraak, kan ik bovendien net iets langer luisteren en advies geven.’
‘Je krijgt meer mandaat en dat maakt het interessant’ Hoe ziet je werk eruit?
Waarom moet je ESS worden?
‘Ik ben een fysiotherapeut die zes uur per week letterlijk en figuurlijk op de stoel van de huisarts zit, handelt vanuit de NHG-standaard en in het HIS. Tijdens het POH-B spreekuur zie ik primair mensen die voor een beweegklacht de dokterspraktijk belden. De assistente doet eerst de triage en afhankelijk daarvan worden ze bij mij ingepland. Mijn consulten duren twintig minuten, in huisartsentaal een dubbel consult. Ik heb tijd voor de anamnese, lichamelijk onderzoek en een plan de campagne. Omdat ik in het HIS werk heb ik alles bij de hand: wat mankeert iemand, het medicijngebruik. Na het consult plaats ik een memo bij de eigen huisarts in de agenda, want ik werk taak-gedelegeerd. De huisarts leest mijn consulten terug, dat vinden ze fijn en dat geven ze ook terug. Zij zien graag dat ik minder voor de hand liggende dingen oppak en vinden het interessant om te lezen dat
‘Ten eerste omdat het hartstikke leuk is. Ten tweede sta je als fysiotherapeut echt in je kracht. Je laat zien wie je bent en wat je kunt. Je verwijst door naar bijvoorbeeld de orthopeed of neuroloog. Of natuurlijk naar een fysiotherapeut. Het is next level, je krijgt meer mandaat en dat maakt het interessant. Je hebt wel een andere pet op dan normaal: onafhankelijk en in de taal van de huisarts.’
moet bijvoorbeeld omarmd worden door de beroepsverenigingen. Maar je ziet lokaal initiatieven en ik denk dat die trend door zal zetten. Dan kun je het landelijk omarmen en daar is NVES druk mee bezig. Als artsen meer succesverhalen horen, dan zul je ze enthousiasmeren. Want het is een mooie vorm van samenwerking.’
Wat wil je collega’s meegeven die het artikel lezen? ‘Het mooie aan dit werk is dat het vaak van onderaf komt. Je ziet genoeg initiatieven van huisartsen en fysiotherapeuten die het gewoon gaan doen op basis van onderling vertrouwen. Het belangrijkste is om te beginnen. Op termijn heb je natuurlijk de opleiding nodig en het kwaliteitsregister.’
Welke taal is dat? ‘Als fysiotherapeut ben je de behandelaar. Je ziet een patiënt met een behandelvraag en wilt en gaat iets doen. Op deze stoel doe je dat soms niet. Mensen die de huisarts bellen willen vaker een eenmalig en onafhankelijk advies. Je kiest soms voor een conservatief beleid of zegt dat het overgaat of tijd nodig heeft.’
Hoe zie je de toekomst? ‘Wij gaan gewoon door. Landelijk ben je afhankelijk van andere factoren. De ESS
Sander van Dijk is zestien jaar fysiotherapeut en werkt inmiddels veertien jaar bij de stichting Wijkgezondheidscentra Huizen. Naast zijn opleiding als fysiotherapeut heeft hij een Master of Science Fysiotherapiewetenschap. Sander zit verder in het schoudernetwerk en is regionaal bestuurder.
40 | FysioPraxis november 2023
38-40 FP 2023-09.indd 40
30/10/23 6:06 PM
U kent Chemodol, de hypo-allergene afwasbare massage-olie. Maar Chemodis heeft meer massage-oliën. Zoals Chemotherm, een massage-emulsie met milde en verantwoorde warmtewerking. Het zuiver plantaardige Olivine, zonder conserveermiddelen en emulgatoren. Chemovine, speciaal voor de sterk behaarde huid.
Over de rug van Chemodol. En, speciaal voor de overgevoelige huid, Chemoderm met natuurlijke werkstoffen en de ongeparfumeerde Baselin Emulsion met biologische eigenschappen. Uw leveranciers kunnen u er alles over vertellen. Of bel voor meer informatie: +31 (0)72 - 520 50 83 www.chemodis.nl
Chemodis B.V.
CHEMODIS
Dat ligt voor de hand
Para-medische Farmacie Postbus 9160 NL-1800 GD Alkmaar Tel. +31 (0)72 - 520 50 83 E-mail: sales@chemodis.nl
Chemodis_Adv_Rug_A4_FC.indd 1 41 Ad.indd 41
22/01/2020 16:08 30/10/23 6:06 PM
N F P | N E D E R L A N D S E V E R E N I G I N G V O O R F Y S I O T H E R A P I E V O L G E N S D E P S Y C H O S O M AT I E K
specialistenkatern
‘Het ondergeschoven kindje’
De kracht van metaforen in de psychosomatiek We gebruiken allemaal taal in onze behandelingen, al is het vaak onbewust. Toch is het gebruik van taal, en dan met name metaforen een belangrijk middel om tot inzicht en gedragsverandering te komen. Van Rien schreef hier recent een interessant essay over in het Tijdschrift voor Psychiatrie. Tijd om ons bewust te worden van wat we nu eigenlijk zeggen tegen onze cliënt. Tekst: Linda Slootweg
Taal is een belangrijk middel voor elke psychosomatisch fysiotherapeut en kan woorden geven aan voor cliënten verwarrende klachten of gedrag en de werking van therapie. Taal kan hen ook inspireren iets te gaan doen of iets te veranderen. Het gebruik van metaforen in de taal versterkt deze functies. Door het overdrachtelijk gebruik van woorden wordt in een metafoor een sterk beeld opgeroepen dat verder geen uitleg behoeft. Hierdoor ‘snapt’ de cliënt wat er speelt.
Metaforen De kracht van een goede metafoor is haar levendigheid en de mogelijkheid de ander te verrassen met een nieuw inzicht. In een metafoor wordt de betekenis van een woord overgebracht naar een ander woord. Het gaat om gelijkenissen die in eerste instantie niet voor de hand liggen, maar tegelijkertijd niet te vergezocht zijn en gelijk herkend worden. Het is een actief proces van de spreker. Een succesvolle metafoor verwijst naar het belangrijkste klinische probleem in de behandeling, bevat een element dat de cliënt nog mist en sluit aan bij de persoonlijkheid van de cliënt. De metaforen kunnen weergeven in welke toestand de cliënt zich bevindt of waar hij of zij onder lijdt, zoals ‘met een blok aan je been kun je niet vooruitkomen’ of ‘het lijkt alsof de rookmelder te scherp is afgesteld’ als uitleg voor de rol van de amygdala bij paniekstoornissen. Maar de metafoor kan ook meer aan het beloop van de behandeling gekoppeld zijn zoals ‘elke wending is een wen-ding’ of ‘een telefoon heeft ook een oplaadmoment nodig’.
Onderzoek De laatste paar jaar is in de psychiatrie meer onderzoek op gang gekomen naar het gebruik van metaforen. Zo bleek uit een kwalitatieve studie dat voor cliënten een depressie een ‘monster’, een ‘saboteur’ of een ‘haast onoverwinnelijke tegenstander’ kan zijn.1 Na cognitieve gedragstherapie spraken patiënten over het ‘krijgen van gereedschap’, het ‘wekelijks verwijderen van tandsteen’ of ‘de megafoon van negatieve gedachten leren uitzetten’. Villatte e.a. geven aanwijzingen hoe we een succesvolle metafoor kunnen opbouwen in de praktijk.2 In bewerkte vorm komt het hierop neer. Zorg dat de metafoor: – Verwijst naar een op de voorgrond staand klinisch probleem in de behandeling, dus de depressie, angst, het trauma etc. – Een element bevat dat de cliënt nu mist. Bijvoorbeeld bij niet kunnen verwerken van een trauma: ‘de herinnering in de boekenkast plaatsen’. Of bij ontbreken van hoop ooit in staat te zijn te veranderen: ‘elke rups wordt ooit een vlinder’. – Aansluit bij de persoon van de cliënt, diens opleidingsniveau, culturele context, religie, of passies. Bijvoorbeeld bij iemand die veel hardloopt, spreken over ‘volhouden’ of ‘het goede gevoel na afloop’. Of bij een persoon die zich graag optrekt aan grote voorbeelden de uitspraak van Churchill ‘never let a good crisis go to waste’. Bij iemand die het in therapie alleen maar goed wil doen: ‘het lijkt of je me ziet als een baas die wekelijks een volledig rapport verwacht over de stand van zaken’. En iemand die zich sterk in de hoek gezet voelt: ‘helpen weer op het podium te durven staan’.
geïnitieerde metaforen uitwerken. Het vinden van een passende metaforen in de behandeling is wel een kunst. Niet iedereen zal dat even makkelijk uit zichzelf kunnen. Toch loont het de moeite hiermee te experimenteren. Goed gekozen metaforen beklijven na behandeling en kunnen daarmee ervaringen van de patiënt in zijn of haar leven vormen en richting geven. Gebaseerd op het artikel: Metaforen als taal in behandeling, Van Rien, HL, Tijdschr. Psychiatr. 2023;65(3):143-145
Linda Slootweg is Hoofd specialisatie Psychosomatische Fysiotherapie bij het Instituut voor Bewegingsstudies van de Hogeschool Utrecht.
Experimenteren We gebruiken geregeld algemeen bekende metaforen in behandelingen. Het zijn vaak metaforen waar we zelf een voorliefde voor hebben of die gelieerd zijn aan een bepaalde therapievorm. Daarnaast kunnen we door de cliënt
linda.slootweg@hu.nl
Literatuur: www.kngf.nl/fysiopraxis
42 | FysioPraxis november 2023
42 FP 2023-09.indd 42
30/10/23 6:06 PM
Tijde één ja lijk ar onbep lang erk punten t* halen
Nog een inhaalslag te maken voor 2025? Drukker geweest met je patiënten dan met je herregistratie? Daar kunnen we ons iets bij voorstellen. Daarom krijg je bij CME-Online tijdelijk, bij het afsluiten van een Plus-abonnement, niet 24 punten maar een heel jaar lang de tijd om al je punten te behalen. Onbeperkt! Of dat er nu nog 40 of 120 zijn. Wil je zeker weten dat je goed zit voor 1 januari 2025? Met de QR-code zie je direct welk abonnement het beste bij je past. * Actie is geldig wanneer je instapt vóór 31 december 2023. Actievoorwaarden van toepassing.
Meer dan 75 cursussen
Keuze uit 10 deelregisters
Praktijkgericht en vakinhoudelijk Unieke actie!
Online nascholing
Scan de QR-code voor meer info
voor fysiotherapeuten www.cme-online.nl/fysio-actie
43 Ad.indd 43
30/10/23 6:06 PM
100% WEI-EIWIT LEUCINE VITAMINE D
1 ! IJ B T H C A ZET HERSTEL KR Scan de QR-code voor meer informatie ActiSynTM is een gepatenteerde en unieke combinatie van 100% wei-eiwit, extra leucine en vitamine D, ontworpen om spiereiwitsynthese te stimuleren.2-5 ActiSynTM leidt bewezen tot een toename van spiermassa6,7 en spierkracht6,7 en een verbetering van functionele uitkomsten zoals mobiliteit.7,8
FortiFit® Energy is e.en voeding voor medisch gebruik. Dieetvoeding bij ziektegerelateerde ondervoeding en spierverlies. Uitsluitend te gebruiken onder medisch toezicht. 1. Rondanelli M et al. J Cachexia Sarcopenia Muscle. 2020;11(6):1535-1547 2. Kramer IF, et al. J Clin Endocrinol Metab 2015;100:4124 32. 3. Kramer IF, et al. Clin Nutr. 2017;36:1440 9. 4. Chanet A, et al. J Nutr. 2017;147(12):2262 71. 5. Luiking YC, et al. Nutr J. 2014;13:9. 6. Bauer JM, et al. J Am Med Dir Assoc. 2015;16:740-7 7. Rondanelli M, et al. J Cachexia Sarcopenia Muscle. 2020;11(6):15352020;11:1535-1547 8. Molnár A, et al. Physiol Int. 2016 Sep;103(3):368-376.
44 Ad.indd 44
30/10/23 6:07 PM