

Surinaams Muzaïek
Nieuwe Surinaamse liedjes in het Nederlands en Sranantongo
Frank Ferdinand
Colofon
Surinaams Muzaïek
Nieuwe Surinaamse liedjes in het Nederlands en Sranantongo
LM Publishers www.lmpublishers.nl info@lmpublishers.nl
© 2026 – LM Publishers & Frank Ferdinand
ISBN: 9789460229305
Liedteksten en muziek: Frank Ferdinand
Digitalisering: André Jansen
Vormgeving: Ad van Helmond
Productie: Hightrade bv
Eerder verschenen van deze auteur (met CD): lmpublishers.nl/product/toontaal/

– Fryari
Voorwoord
Een belangrijk deel van mijn leven heb ik mij met veel enthousiasme met muziek beziggehouden en mij erin verdiept. Als muziekleraar heb ik mij hiervoor ook jarenlang professioneel kunnen inzeven.
Mijn vroege liefde voor muziek dank ik in grote mate aan twee ‘thuiszangers’, elk met een eigen repertoire in de eigen taal. Zo zong mijn vader in de Engelse taal, variërend van kleuterliedjes (Three blind mice, I’ m very glad en meer) tot melodieuze Engelse hymnes (Rule Britannia, Hark hark, my soul). Mijn moeder zong Nederlandse liedjes uit haar eigen jeugd, liedjes die door de Nederlandse bestuurderselite naar Suriname waren gebracht en liedjes met in het Nederlands vertaalde teksten die uit Europa waren meegenomen door Duitse kooplieden en geestelijken.
Mijn twee oudere zussen overstelpten het hele gezin met muziek en poëzie. Dit heex mijn latere werk als docent zeker ten gunste beïnvloed. Ook mijn oudere broer leverde zijn bijdrage. Hij was een groot fan van Amerikaanse hits, die op de radio te beluisteren waren. En ten slove waren het de muziekdocent, de koorleider, juf of meester, die een bijzondere invloed op mijn muzikale ontwikkeling hebben gehad en mij als muziekdocent hebben gevormd.
De btel van dit liedjesboek is een samensmelbng van de woorden muziek en mozaïek, de twee kernbegrippen waarop de hele inhoud is gebaseerd. Het eerste begrip, muziek, trex men aan in aansprekende en informabeve liedjes, de meeste in zowel het Nederlands als het Sranantongo. Mozaïek, de tweede component, verwijst naar een scala van liedjes (bouwstenen) die bij elkaar het ‘totale plaatje’ vormen. Dit boek is geschikt voor gebruik door groot en klein, op school, thuis, op de vereniging of bij het zangkoor. Onderwijzers en onderwijzeressen die graag Surinaamse liedjes met hun pupillen zingen, kunnen er volop uit puven. De liedjes zijn geschreven vanuit de diepgevoelde wens dat zang- en muzieklessen weer een plek zullen krijgen op de lesroosters, zeker in het basisonderwijs.
Ik ben veel dank verschuldigd aan mijn goede vriend, schrijver en historicus Fred Jagtenberg. Ik denk met plezier terug aan onze vele gesprekken. Ook dank aan André Jansen voor zijn vakkundig digitaliseren van de aangedragen muziek. Dank ook aan mijn oud-leerlingen van de Dr. H. Piersonschool in Roverdam, speciaal de groep uit de vijfde klas (nu groep 7), van wie ik in 1962 klassenleraar en muziekdocent was. Vijxig jaar later spoorden zij mij op voor een reünie. Toen ik ons oude schoollokaal binnenkwam, zat iedere aanwezige op de eigen oude plaats en had bijna iedereen het zang- en muziekschrix met teksten en tekeningen van een halve eeuw geleden openliggen. Uiteraard voldeed ik aan het verzoek om de liedjes nog eens met de klas te zingen. Mijn vrouw, Nel van IJperen, die hen in een eerder leerjaar in de klas had gehad, begeleidde hen op de piano en ik op de gitaar. Wat een belevenis!
Frank Ferdinand, 2026
Inleiding
Muziek is een niet te missen deel van het sociale en culturele leven in Suriname, overgedragen van generatie op generatie. Muziek in de trommelslag van de marron, die daarmee een bericht doorgeeft aan een ander dorp, of in hekelliederen die een grief of misstand openbaren, waren in Suriname tot het midden van de twintigste eeuw geen zeldzaamheid.
Van exclusie naar inclusie
Vanaf de stichting van Suriname als land, in 1650, tot halverwege de negentiende eeuw werd het grootste deel van de bevolking, de tot slaaf gemaakten, cultureel geïsoleerd. Zo was er een verbod op leren lezen en schrijven en tot christen gedoopt of bekeerd worden. Ook cultuuruitingen die de bestuurders als hinderlijk ervoeren, zoals de bigi dansi (grote danspartijen) in de stad, werden via plakkaten verboden.
De Hernhutter-zendelingen – de eersten vestigden zich in 1735 – wilden hier verandering in brengen, maar de meeste planters lieten hen echter niet toe tot de slaafgemaakten. De meegenomen Afrikaanse cultuur bleef dus leidend bij hen. De populaire wintiprei ofwel wintibijeenkomsten waren er veel en vaak. Volwassenen danste de awasa en de kinderen en jongeren leerden al dansend kanga-liedjes zingen.
Toen het einde van de slavernij halverwege de negentiende eeuw onafwendbaar was, besloten de machthebbers in Nederland en de bestuurders van Suriname om het roer toch maar om te gooien en de Nederlandse cultuur tot de meest wenselijke te verklaren voor de (ex)slaafgemaakten. Een christen zal minder snel wraaknemen, was de gedachte. Een mega-onderneming ‘cultuur kopiëren’ werd in gang gezet. Over de Afrikaanse cultuur heen werd in korte tijd de Nederlandse uitgespreid. Nederlandse en vernederlandste Europese liedjes gingen er in kerk en school goed in. Liedjes zijn handige voertuigen van leerstof naar de ziel. Het schoolvak ‘zang’ werd serieus genomen. Ook in de kerken hamerden organisten stemmige Europese muziek. De Afrikaanse muziek bleef echter doorleven.
Rond de afschaffing van de slavernij deden westerse muziekinstrumenten hun intrede in het muziekleven van Suriname. Die waren echter bijna uitsluitend voor het kleine aantal kapitaalkrachtigen bestemd. Interesse en verlangen van dit zo muzikale volk – inclusief geëmancipeerden – was groot, de bereikbaarheid echter zeer gering. De meesten moesten het doen met hun zangstem. Gelukkig was de zangles op school meestal prima en werden er liedjes van niveau gezongen, vaak in twee of drie partijen.
Een jongen met een goed maatgevoel wilde weleens een broko brenbren als trommel gebruiken. Dat was een leeg boterblik, waarop met twee stokjes getrommeld werd. In de vorige eeuw raakten kleppers in zwang. Een beetje handige vader maakte ze in een mum van tijd. Ook kon men hiervoor bij de schrijnwerker (houtbewerker) om de hoek terecht. Een kwatro (viersnarig instrument) werd vaak eigenhandig in elkaar geknutseld, of met hulp van een bereidwillige buurman. En wie ‘groot dacht’ begon een gitaar te bouwen; een klus van jaren, maar het kón. Terwijl de mannen vaak een instrument kozen, zongen de meeste vrouwen liever: onder het werken en op konmakandra (bijeenkomsten), in de kerk, op dansfeesten en op rouwbijeenkomsten.
In de twintigste eeuw bleef de muzikale praktijk in de kerken op hoog niveau. Op scholen daarentegen raakten de zanglessen steeds meer buiten het schoolaanbod en verdwenen tegen het einde van de eeuw goeddeels of geheel van het schoolrooster. En toch bleef het verlangen naar uitbouwen van eigen muzikaal kunnen onder de mensen ongekend groot.
Muziek en sociale component Het komt vaak voor dat mensen bij het horen van een liedje gaan mee neuriën, bewegen, tikken of stampen. In Suriname worden ook een paar danspasjes niet geschuwd. Samen zingen, samen musiceren verbindt, geeft een geluksgevoel. Daarbij maken de hersenen het gelukhormoon dopamine aan, een proces dat vooral door de verwachting van een volgend woord, zinnetje of refrein in werking treedt.
Samen zingen is een waardevolle bezigheid. Deelnemers leren daarbij om te gaan met hun eigen gevoelens en die van anderen in de wereld, dichtbij of ver weg. Muziek en zang kunnen veel bijdragen aan ons welzijn. Het versterkt gevoelens van geluk en troost, maar ook van strijdbaarheid. Met name groepszang versterkt deze gevoelens.
Tweetaligheid: voor elk wat wils!
Veel oudere Surinamers weten dat Sranantongo (Surinaams) spreken, thuis en op school not done was. In de laatste decennia is hier gelukkig verandering in gekomen en mag er weer Surinaams worden gesproken.
Toen het onderwijs in Suriname halverwege de negentiende eeuw gelijkgetrokken werd met het Nederlandse, werd het Nederlands de officiële taal. Het algemeen gesproken Sranantongo (Surinaams) werd tot volkstaboe nummer één verklaard. Dat oordeel heeft zeker twee eeuwen over die taal en over de sprekers ervan gehangen. Maar nu is de taal mee-geëmancipeerd en wordt deze door sommigen als geuzentaal gebruikt!
De laatste paar decennia is in de Nederlandse samenleving de interesse voor Suriname en de Surinaamse cultuur toegenomen. Het slavernijverleden is een hot issue. De emancipatie wordt
gelukkig ook in Nederland officieel herdacht en gevierd. Woorden als diversiteit en inclusie kregen een belangrijke betekenis. Op veel basisscholen, van Groningen tot Maastricht, werd Bigi Kaiman, een liedje over een dreigende reuzenkaaiman, gezongen. Vooral onder jonge Nederlanders met een Surinaamse achtergrond is de grote behoefte aan meer kennis over Suriname opvallend. Zij die het Sranantongo niet machtig zijn, ervaren dat vaak als een serieus manco.
De tweetalige teksten van deze liedjes bieden zowel in Nederland als in Suriname elke muziekleraar, koorleider en alle zinggrage personen de gelegenheid om uiteindelijk zelf een taalkeuze maken.
Alleen voor de allerjongste kinderen zijn uitsluitend Nederlandse teksten opgenomen, in overeenstemming met de officiële (school)taal van het land. De overweging daarbij was dat jonge kinderen in Suriname meer gebaat zijn bij het Nederlands, de taal waarin zij moeten presteren, nu en later. De overige liedjes hebben alle ook een Sranantongo-versie.
Een tijdje geleden kreeg ik het verzoek van iemand met een Surinaamse achtergrond om hem een ‘stevige cursus’ Sranantongo aan te bieden. Het ging hem niet alleen om zelfredzaamheid maar ook om de nitty-gritty, de essentie, van de taal. Zo is er een enorme groep Nederlanders die wel een Surinaamse achtergrond heeft, maar geen Sranantongo-sprekende omgeving. Het blijkt dat velen onder hen dit ‘tekort’ als een glazen muur beschouwen tussen hen en de Sranantongo-sprekenden.
De tweetalige teksten van dit liedjesboek kunnen als ‘link’ dienen om deze afstand te verkleinen.
E pluribus unum
Ongeacht waar je voorouders vandaan komen, geldt voor iedere Surinamer: uit velen één! Deze gedachte wordt gesymboliseerd door de gouden ster met vijf punten in de Surinaamse vlag, die verwijst naar de verschillende bevolkingsgroepen. In het liedje Sranan fraga / De Surinaamse vlag wordt deze vlag bezongen en in veel meer liedjes komen de pluriformiteit van de Surinamers en hun gemeenschappelijke waarden aan bod.
Heel veel plezier met het zingen van de liedjes!
Land, volk, cultuur en natuur
Kondre, folku, kulturu, nanga naturu

1 Bestaat er een nog mooier land, zo wortelend aan zee, waarmee ik inniger een band kan koesteren? Welnee! Met bossen al sinds oude tijd waar koning Kankantrie zich hoog verheft in majesteit en duldt geen evenknie.
2 Het ranke wild bekruipt zijn prooi in strijd, verbeten, lang en vogels zingen fris en mooi hun vrij en hoog gezang. De sula’s schuren rotsen groot, die mannen rap en stoer ontwijken, staande op hun boot, een rusteloos vervoer.
3 Welnee, er is geen blijer lot dan in een hechte band te wonen, lang en on-beknot in ons geliefde land. Het dichte boek dat toekomst heet, wat het ook brengen gaat: ik geef mijn land, zij het lief of leed, oprechte hartentrouw.
1 Wan kondre moro moi kan de di mi sa lobi so, di rutu fasi so na se? We, mi kan piki: ‘no!’ Den busi, sensi owru ten, pe kownu Kankantri e mek’(i) en bradi taki kren so hei lek(i) a kan si?
2 Bus’(i)met’(i) e feti ala dei fu feni libi-nyan èn fowr’(u) e singi, opo frei so hei leki den kan. Si fa, pe sula e griti ston, den lo-man nanga lo e wroko meki boto lon pasa; no ke fu bro.
3 Pe moro breiti libi ben sa tai makandra so, lek’(i) drape, in’(i) wan pisi ten, na tap’(u) so diri gron? no trobi fa wi dei sa de: in’(i) breiti ten ef’(u) row: mi no sa sab’(i) wan betre pe fu gi mi atitrow.

1 Sranan, jij woont in mijn gedachten zoals je vroeger bent geweest.
Elk land waar ook, kan ik wel achten maar jou, mijn land, acht ik het meest. Met velen door en door verweven heb ik daar een mooie tijd gekend.
Een lach, een traan zo was het leven ‘t gevoel van toen is nog present.
2 Jouw hoofdstad met haar steedse luchten die ’t jonge hart zo vaak verkoos.
De zon staat hoog, de mensen zuchten, het water breed en rimpelloos.
Jouw centrum dat zo blij bekend was, de Gravenstraat, haar stille pracht, de kermis waar men aan gewend was en dansen in de tropennacht.
3 Veel werk kwam uit actieve handen van 's morgens tot de avond kwam en olielampjes gingen branden tot ieder tijd voor rusten nam.
De juf en meester in de scholen, die ons de wegen leerden gaan van inzet en niet zinloos dolen.
Veel dank, voor ’t werk dat is gedaan.
4 O Suriname, heel mijn leven blijf jij mijn dierbaar stukje grond. Mijn hart is sterk met jou verweven door al ‘t geluk dat ons verbond. Sranan, jij leeft in mijn gedachten zoals je vroeger bent geweest. Elk land, waar ook, wil ik wel achten, maar jou, mijn vaderland, het meest.
1 Sranan yu libi n’(a)in’(i) mi memre so lek' fa osten yu ben de. Mi kondre, bribi mi, fu nemre mi lobi fu yu sa man g'we. Nanga mi birti, mi famiri, wan pisi ten de, mi pasa di moksi krei nanga prisiri; na firi tan, a de, a dya!
2 Yu mamafoto pe mi waka so furu tron, lek' yongu pikin
Na son di kren e hebi baka yu liba bradi, loktu krin!
Na fotoloktu mi ben gwenti
Yu Grafustrati, Ondrobon
Den Konfriyari, dansitenti, De, pe mi go so furu tron.
3 Pe bigisma, di wroko, feti fu musudei te dungru kon, te dei pasa, te lampu leti, fen' (i) wan okasi fu sidon. Den skoro, pe bun wrokosuma ben sori wi na pasi fu wan dei, tron bigi man ef' uma: fa wi respeki den, fu tru.
4 Sranan, mi heri libi langa we, yu sa de mi diri gron.
Mi ati tai na yu so tranga fu now, fu dei di musu kon. Sranan, y’(u) e libi na in’(i) mi memre so lek' fa osten yu ben de.
Mi kondre, bribi mi, fu nemre mi lobi fu yu sa man g'we.

1 De blijde dag kwam aangedreven, een droom werd toen door ’t nieuws vervuld.
Het sein voor ‘t einde werd gegeven, van onderwerping en geduld.
De tijd had een verhaal geschreven, van slavernij die niets ontziet.
Toen keerde ’t tij en lonkte leven de tijd mocht helen het verdriet.
2 Maar wijsheid is een les te leren uit wat zich voordeed in de tijd; wie zich van onrecht af wil keren wordt beter door het hart geleid.
Van allen die eens moedig streden bracht ons hun felheid licht en meer.
Ja, zelfs de vrijheid in het heden.
Wij brengen hun veel dank en eer!
3 Aan de cultuur zo sterk gebonden als kind-aan-moeder, trouw en echt, zijn jullie ’t voorbeeld dat wij vonden, als bakens langs de levensweg.
Recht en Respect en Trouw zijn waarden om na te streven, meer dan goud, ook in dit mooie land op aarde: Moeder Sranan, waarvan ik houd.
1 Wan switi dei na nyunsu bari!
A kon fu breiti ibriwan: baka den furu, dungru yari: na Bigi Fri kon in' Sranan!
Wan dungrubuku ten ben skrifi, wan fu katibo, keti, krei.
Ma winti drai, mek' sani drifi. Ten nomo kan mek' sari drei.
2 Ma sabi, kondreman, na leri fu fosten dei, fu san pasa.
Efu na bun di mu rigeri: meki bun ati sori fa. Afo, trotro, ala di feti, sodati fri de disiten, tangi fu yu a kon na leti! So wi sa hori hei yu nen!
3 Na yu kulturu yu tai ori, lek' (i) fa pikin lobi mama, yu, wi eksempre di sa sori na leti pasi sondro k' ba. dri gowtu wins(i) wi sa miti: Reti, Respeki, Trow sa de!; f' mek' ala san wi du sa fiti Mama Sranan, wi lobi pe.

1 Land dat ons voorgeslacht ons ooit heeft toebedacht, laat ons verstaan dat bij elk uur dat slaat steeds dat de tijd vergaat! Kost gaat steeds vóór de baat, laat ons verder gaan.
2 Draag bij met hoofd en hart ieder zijn eigen part ’t geldt voor mij en jou. Dat ieder blijgezind een gouden toekomst vindt, waarin het beste wint van wat komen zou.
3 Daar jij, o groene strand vraagt om een hechte band, gaan wij hand in hand. Dromen en doelen trouw eert heel ons volk weer jou. Blijf wat de tijd ook brengen zou: ons heerlijk land!
1 Meki san bun tan gro, ‘Kondre fu wi afo’, no wakti, no! Now wro-ko-yu-ru fon no wan mu tan si-don; bi-ka wi wan-i lu-su gron: Ibriwan, opo!
2 Makandra wi sa trei fu waka sei na sei, hor’(i)i wi kondre hei. Dat’(i) a kon fu de na moro betre pe, pe bun sa wini, ogri g'(o)we. Kon, bresi dei!
3 Têgo, mi kondre: wan presi fu alaman yu musu tan. Nanga wan ati tru wi ala e grani yu èn begi fu yu dren kon tru: wan swit’(i) Sranan!

1 Kom zing je mee dit vrolijk lied op Paramaribo!
Kom zing je mee dit vrolijk lied op Paramaribo
Voor iedereen een favoriet is Paramaribo.
’t Is waar: al zijn ze niet idem, zij is ons ‘Nieuw Jerusalem’.
Geef hart en leven, ook je stem: voor Paramaribo. (2x)
2. En als wij weg zijn, ver van daar, uit Paramaribo, dan zal ons hart verlangen naar ons Paramaribo.
Zij roept aan allen: ‘Kom nu maar!’ en zegt: ‘Ik maak je dromen waar.’
Een parel bij de evenaar is Paramaribo. (2x)
1 Wan presi pe a bun fu de na Paramaribo.
Fu alasma wan lobipe, na Paramaribo.
A e kari wi kon alaten, w’e kar’(i) en ’Nyun Jerusalem’.
A tyari so wan bigi nen: un(u) Paramaribo! (2x)
2 Èn ala leisi te wi g’(o)we fu Paramaribo, w’e angri fu go drapede: na Paramaribo.
a e kari wi kon, alaten, na foto di e fur’(u) wi dren, wan diri pe, sens’(i) owru ten: na Paramaribo! (2x)