De Gouden Woonwagen DATUM
26 juni 2015
Geachte aanwezigen, Ik vind het ontzettend fijn en een hele eer om de Gouden Woonwagen te krijgen. Naar ik begrepen heb, zijn organisaties zoals de Liga voor de Mensenrechten (2011) ons voor gegaan. De vorige prijs ging naar het sterk geĂŤngageerde koppel Leon en Elisa Tambour (2013) uit Merksem. Een koppel dat al tientallen jaren woonwagenbewoners sociaal ondersteunt en een referentieadres geeft. Zij doen dit nog steeds, op hoge leeftijd. Heel erg bedankt om in dit rijtje te staan en voor deze mooie prijs. Maar eigenlijk doen we met het Kinderrechtencommissariaat wat we moeten doen. Kinderen en jongeren die vastlopen of in een kwetsbare situatie zitten, sterker naar de voorgrond brengen. We ondersteunen hen en hun gezinnen via ons ombudswerk. En we kaarten hun situatie aan bij het Vlaams Parlement. Niet vrijblijvend, maar met duidelijke aanbevelingen. De voorbije tijd trokken verschillende professionals en vrijwilligers bij onze klachtenlijn aan de alarmbel. Wanneer we vandaag deze prijs krijgen, is het niet meer dan gepast te wijzen op de grote verdienste van de actoren en vrijwilligers die zich elke dag inzetten voor de woonwagenbewoners. Ze leiden toe naar eerstelijnsdiensten, zoeken en bouwen netwerken zodat kinderen toch naar school kunnen gaan en gezondheidszorg krijgen. Ze tonen de ouders en kinderen van woonwagenbewoners ook de weg naar het Kinderrechtencommissariaat. En tonen ons de weg naar woonwagenbewoners. Zo slaagden we erin om een aantal gezinnen en hun situatie beter te leren kennen. En de situatie is tot op vandaag heel acuut. We zijn er nog niet. Meer en meer families moeten voortdurend rondtrekken, terwijl ze liever het grootste deel van het jaar op een vaste plek staan. Ze worden actief verdreven zonder dat ze een alternatieve residentiĂŤle staanplaats krijgen. Dat brengt het recht op onderwijs voor de betrokken groep kinderen ernstig in gevaar. Ook hun recht op gezondheidszorg, op een stabiele woonomgeving en op georganiseerde vrijetijdsbesteding komen in het gedrang.
Het hele plaatje brachten we naar voor in de Commissie Wonen van het Vlaams Parlement waar we onze knelpuntennota voorstelden. De leden van de Commissie Wonen waren het quasi unaniem eens dat de problemen waarmee de woonwagenbewoners vandaag in Vlaanderen geconfronteerd worden, dringend moesten aangepakt worden. We zijn ondertussen vier maand verder, maar er is nog geen vooruitgang, integendeel. We zien dat veel leerplichtige lagere schoolkinderen al een volledig schooljaar niet meer schoolliepen omdat ze gedwongen rondtrekken. Een gezin woonde jarenlang op een gemeentelijke residentieel terrein van waaruit de kinderen school liepen. Wegens plaatsgebrek stonden ze ‘dubbel’. Dat was niet reglementair. Vorig jaar werden ze verdreven en sindsdien trekt het jonge gezin met kinderen gedwongen rond. Ze zijn gehecht aan de woonwagen. Sinds de start van het schooljaar gaan de vier kinderen niet meer naar de lagere school. Het rondtrekken maakt dit onmogelijk. De jeugdrechtbank overweegt een plaatsing van de kinderen als tegen september het schoolprobleem niet opgelost is. Dit voorbeeld leert ons alvast twee zaken. In de eerste plaats stellen we vast dat er in Vlaanderen veel te weinig residentiële terreinen zijn. Dat maakt dat woonwagenbewoners op zoek moeten naar alternatieve oplossingen. Deze zoektocht breekt hen finaal zuur op. Mensen worden gedwongen hun toevlucht te zoeken tot oplossingen die juridisch en administratief niet aanvaard worden, waarop de overheid deze mensen vervolgens aanspreekt op hun overtreding en dwingt voortdurend andere oorden op te zoeken. Ten tweede leiden deze situaties systematisch tot een negatieve beeldvorming van woonwagenbewoners. Vlaanderen erkent het recht op wonen op wielen in de Vlaamse Wooncode. Alleen levert het veel te weinig inspanningen om dit recht ook mogelijk te maken. De problemen die hierrond ontstaan verschijnen snel als problemen van en door woonwagenbewoners. Wat de installatie van nieuwe residentiële terreinen op zijn beurt weer veel moeilijker maakt. De kinderen waarmee wij spraken begrijpen dat alvast niet. Bambino verblijft met zijn mama, drie zussen en broer op een terrein aan de afrit van een autostrade. In de zomer van 2013 werden ze verdreven van het terrein. De jongen vertelt dat de politie langskwam en ze niet mochten wachten tot de ochtend. Ze wisten niet waarnaartoe. Alle vrienden vielen plots weg. Hoe moet een kind zich dan voelen? Elk moment moeten vertrekken? Alles valt plots weg. In september 2014 keerden ze terug naar hun terrein. Een continue dreiging van zware administratieve boetes hangt boven hun hoofd. Er is geen enkel perspectief op vaste standplaats. De vrees bestaat dat ze opnieuw verdreven worden. De Wooncode spreekt over residentiële woonwagenterreinen, waar de woonwagenbewoners tegen betaling een vaste stek kunnen krijgen. Nu zijn er een 500-tal residentiële staanplaatsen in Vlaanderen. Om tegemoet te komen aan de vraag zouden het er volgens het Agentschap Inburgering en Integratie dubbel zoveel moeten zijn. De situatie is ernstig en vraagt dus een ernstige oplossing. De lokale overheden hebben hun taak. Maar ook de Vlaamse overheid heeft een belangrijke opdracht. Veel sterker dan vandaag is er nood aan een meer dwingende en gecoördineerde aanpak. Meerdere sectoren zijn aan zet: ruimtelijke ordening, wonen, onderwijs, welzijn, integratie en inburgering. Dat betekent ook dat Vlaanderen op deze terreinen het lokaal niveau zal moeten ondersteunen. Laat ons op die manier werk maken van een mentale omslag en kleinschalige residentiële woonwagenterreinen inbedden in het woonweefsel.
2
De Vlaamse volksvertegenwoordigers luisterden naar ons verhaal. Het is nu tijd om concrete stappen te zetten. We willen niet dat kinderen nog een schooljaar moeten missen. Of de nodige gezondheidszorgen moeten missen als ze ziek zijn. We zullen de gouden woonwagen een mooie plaats geven. Maar wees gerust we laten de wagen ook uitrijden. Om polshoogte te blijven houden van de situatie van deze kinderen, maar ook om met volle gas vooruit de Vlaamse volksvertegenwoordigers alert te houden en aan te sporen om snel stappen te zetten.
Kinderrechtencommissaris, Bruno Vanobbergen
3