ONDER DRUK
...
BEDUWÉ EN DE MOBIELE BRANDBESTRIJDING, 1850-1920
INHOUD
Woord vooraf
4
Inleiding
5
1.
Werking van een stoombrandspuit
7
2.
BeduwĂŠ mikt op Nederland
9
3.
De stoombrandspuiten van BeduwĂŠ
12
4.
Les pompiers sont impuissants
15
5. Bibliografie
21
3
WOORD VOORAF In het voorjaar van 2018 ontvingen we als museum een unieke schenking van Engie Fabricom in Aartselaar: een stoombrandspuit van de Luikse firma Beduwé. Het volledige verleden van de stoombrandspuit die vandaag in het Karrenmuseum staat, is niet bekend. Origineel zou de Stoombrandspuit in het bezit zijn geweest van het Limburgse bedrijf Broux Werken NV. Bij een overname van het bedrijf in 2001, verhuisde de stoombrandspuit naar de Nederlandse Holding GTI, een bedrijf dat een jaar later werd overgenomen door Engie Fabricom. Vervolgens kende het voertuig diverse locaties in België om uiteindelijk rond 2012 in de vestiging in Aartselaar terecht te komen. De stoombrandspuit moest het bedrijfsgebouw van Engie Fabricom verlaten omwille van… de brandveiligheid. De stoombrandspuit illustreert de gestage overgang van de door paarden getrokken wagen naar gemotoriseerd vervoer. Het is een combinatie van een wagen, een stoommachine en een brandweerspuit. De stoombrandspuit kan worden beschouwd als een ‘sluitstuk’ binnen de collectie van het Karrenmuseum. Vandaag zijn er slechts enkele modellen van het merk Beduwé bewaard gebleven.1 Als museum nemen we dan ook met veel plezier de zorg voor dit unieke stuk op. Deze publicatie neemt u mee langs de rijke geschiedenis van het bedrijf Beduwé en de rol die de stoombrandspuit heeft gespeeld in de ontwikkeling van mobiele brandbestrijding. Bijzondere dank aan de firma Engie Fabricom voor de schenking.
4
INLEIDING Rond 1840 richtte Peter Joseph Beduwé (1805-1871) een bronsgieterij in Aken op. Zijn kennis putte hij grotendeels uit zijn ervaring in de Belgische koperindustrie waar hij, voor een periode van zeven jaar, het ambacht van het koperslagen met deze van de gietkunst verrijkte. Hij specialiseerde zich al snel in het gieten van kerkklokken en de ontwikkeling van brandblusapparatuur.2 In 1863 besloot Beduwé het bedrijf naar Luik uit te breiden en kocht aandelen in de brandspuitfabriek van François Requilé.3 Beide mannen namen leverancier W. Hoven onder de arm, die voor de verspreiding van handbrandspuiten op de Nederlandse markt zou ijveren.4 De productie van klokken bleef grotendeels tot het Duitse bedrijf beperkt.5 Na de dood van Beduwé in 1871, zetten zijn twee zoons de traditie voort: Hubert Beduwé (1839-1913) nam de Belgische fabriek onder zijn hoede, terwijl zijn broer Ceasar Joseph Beduwé (18381909) zich in Aken vestigde. Onder de naam ‘Usines Beduwé’ bleven beide bedrijven zich zelfstandig ontwikkelen en hun catalogus uitbreiden.6 Vanaf 1873 ging de productie van stoombrandspuiten van start, die op internationaal vlak aan grote steden verhandeld werden.7 5
Met de opkomst van de motorbrandspuit zijn de hoogdagen van Beduwé voorbij. In de periode van WOII werden de activiteiten in Aachen stopgezet. Het bedrijf in Luik hield de productie langer vol, maar zou uiteindelijk in 1952 ook zijn deuren sluiten.8
Fig.1: Manometer "J. Beduwé", stoombrandspuit Karrenmuseum (© Karrenmuseum Essen vzw)
Fig.2: Merkplaat "Usines BeduwÊ" van de fabriek in Luik, stoombrandspuit Karrenmuseum (Š Karrenmuseum Essen vzw)
6
1. WERKING VAN EEN STOOMBRANDSPUIT
1 5a 3 2
Fig. 3: Schets van de stoombrandspuit (© Karrenmuseum Essen vzw)
7
5b
6a 4
6b
1 Ketel 2 Stoomcylinder 3 Vliegwiel 4 Pomp 5 Drukketels 6a Perszijde (koppelstuk brandslang) 6b Zuigzijde (koppelstuk aanvoerslang)
In de ketel (1) van de stoombrandspuit wordt water door de verbranding van steenkool verhit en tot stoom omgezet. De stoom wordt vervolgens naar de stoomcylinder (2) geleid, waar de toenemende druk twee zuigers in werking doet treden. De expansie-energie wordt
op het vliegwiel (3) overgebracht, die de zuiger van de pomp (4) in beweging zet. Er kan nu water worden opgepompt (6b) en met behulp van een drukketel (5a) naar de brandslangen (6a) geperst worden. De brand kan geblust worden.9
8
2. BEDUWE MIKT OP NEDERLAND In juli 1864 vond in Middelburg een ‘internationale tentoonstelling’ van brandspuiten en brandblusmiddelen plaats. De tentoonstellingscatalogus van Middelburg geeft een volledig overzicht van de brandspuiten die van heinde en verre werden aangevoerd om aan een grondige vergelijking te worden onderworpen.10 Tussen de veelheid aan (manuele) brandspuiten bevonden zich slechts twee Engelse stoombrandspuiten: één van Shand Mason & c°, de ander van Merryweather & Sons. Beduwé nam deel aan de tentoonstelling in Middelburg met zes manuele brandspuiten, een slangenwagen, een voorwagen voor materialen en een zgn. ‘recipient mobile’ om meerdere handpompen met elkaar te verbinden. Beduwé werkte sinds 1863 samen met de Nederlander W. Hoven als een exclusieve vertegenwoordiger (‘uitsluitend agent’) van zijn bedrijf in Nederland en Oost-Indië.11 Hoven nam deze rol duidelijk ter harte. In de maanden die vooraf gingen aan de tentoonstelling, slaagde hij erin het debat over de, volgens Hoven, lamentabele staat van de brandblusmiddelen in Nederland op gang te brengen. 9
Fig. 4: Voorpagina tentoonstellingscatalogus van Middelburg, 1864 (© NBDC)
In februari 1864 publiceert hij een drukwerk waarvan de titel weinig aan de verbeelding overlaat: ‘De slechte toestand der brandbluschmiddelen in Nederland en een verbeterd stelsel verklaard’. Het gaat om een publicatie waarin Hoven uitgebreid zijn kritiek uit op een rapport van de opperbrandmeester van ’s Gravenhage. Deze laatste had de opdracht gekregen de staat van de brandblusmiddelen in Nederland in kaart te brengen. Hoven maakt het rapport met de grond
gelijk en beticht de rapporteur zelfs van partijdigheid. Wanneer het over de constructie van de Nederlandse brandspuiten gaat, stelt hij onomwonden: ‘Wat daaromtrent gezegd wordt, kan enkel gelden als eene aanbeveling van een door den rapporteur in bescherming genomen fabrikaat.’12 Even verder introduceert Hoven de brandspuiten van Beduwé als het ‘fabricaat’ of de constructiewijze die volgens hem alle aandacht verdient en ook in Nederland moet worden nagevolgd.
van Beduwé. Hij wijst daarmee het zogenaamde ‘nieuwe systeem’ van Beduwé af. Hoven reageert op zijn beurt opnieuw met een uitgebreid drukwerk waarin hij stap voor stap verduidelijkt dat de pomp van Beduwé op foutieve wijze werd gehanteerd en aangesloten.14 Hoven ‘bedankt’ Bikkers voor zijn open brief, deelt mee dat hij het als een gelegenheid beschouwt om ‘U van de dwaling, waarin
De discussie spitst zich toe op technische details. Hoven verwijt de Nederlandse fabrikanten pompen te maken die niet demonteerbaar zijn waardoor ze niet snel gerepareerd kunnen worden tijdens het blussen. De Belgische pompen van Beduwé zouden volgens Hoven eenvoudiger samengesteld zijn en bovendien met minder brandweerlieden kunnen bediend worden.13 De publicatie van Hoven bleef niet onopgemerkt. Het vormde een rechtstreekse aanval op de werkwijze van de Nederlandse producenten. A. Bikkers & zoon uit Rotterdam was er daar één van. Als reactie publiceert Bikkers een vlammende open brief waarin hij wijst op een falende proef met de brandspuiten
Fig. 5: Voorpagina ‘De slechte toestand der brandbluschmiddelen in Nederland en een verbeterd stelsel verklaard’, W, Hoven, 1864 (© NBDC) 10
gij blijkbaar bij het schrijven van uwen ‘open brief’ verkeerdet, terug te brengen en een nieuw bewijs te kunnen leveren voor de voortreffelijkheid der spuiten van de Heeren Réquillé & Beduwé.’15 Een nieuwe open brief van Bikkers volgt en de discussie loopt hoog op. Hoven was erin geslaagd de naam Beduwé in Nederland onder de aandacht te brengen en dat in aanloop naar de eerste tentoonstelling van brandbestrijdingsmiddelen in Nederland. De discussie over de verschillende pomp-
systemen en brandbestrijdingsmiddelen zou in Nederland echter nog enige tijd aanhouden. Tussen 1887 en 1893 verscheen de ‘Nederlandsche Brandweercourant’, die nieuws uit binnen- maar vooral buitenland verzamelde. In het tijdschrift verschenen o.m. richtlijnen inzake brandbestrijding, nieuws over nieuwe technologie, maar werd ook de staat opgeroepen om haar verantwoordelijkheid inzake de organisatie van het brandweerwezen te nemen.
Fig. 6: Prospectus Brandweer Courant, W.C. Pasteur, 1870 (© NBDC) 11
3. DE STOOMBRANDSPUITEN VAN BEDUWE
Fig. 7: Usines Beduwé S.A. Pompe à incendie à vapeur (© het MOT Grimbergen, cat v 0579, RCB 1542.02)
In 1864 doet W. Hoven, de vertegenwoordiger van Beduwé, de stoombrandspuit nog af als een ‘cheval de bataille’ dat enkel kan worden ingezet voor uitzonderlijke gevallen. Hij erkent het nut aan de haven, maar stipt verder vooral de problemen aan: de tijd die nodig is om de machine in werking te stellen, de vonken die uit de schoorsteen komen en een nieuwe brand kunnen veroorzaken, het gewicht van de persbuizen, een te grote hoeveelheid water op één punt en de onmogelijkheid om te manoeuvreren
in smalle straten.16 Hoven had duidelijk niet voorzien dat - ondanks al deze bezwaren - een kleine tien jaar later (in 1873) ook in de fabrieken van Beduwé in Luik de eerste stoombrandspuit buiten zou rollen.17 In 1895 brengt de Société Anonyme Usines Beduwé een handelscatalogus uit onder de naam ‘Matériel d’Incendie, Pompes à Incendie à Vapeur’.18
12
Op dat moment heeft Beduwé reeds 130 stoombrandspuiten gemaakt. De catalogus geeft een uitgebreid overzicht van de stoombrandspuiten die Beduwé op dat moment vervaardigt en op de markt brengt. Toch is het aandeel van deze complexere machines in het geheel van de productie eerder beperkt. L’Usine Beduwé produceert jaarlijks maar liefst 400 pompen. De productie van de stoombrandspuit beperkt zich tot gemiddeld zes per jaar. Weinig bescheiden pakt Beduwé in zijn catalogus uit met een lijst van onderscheidingen en ere-diploma’s die het bedrijf ontving in diverse toonaangevende handelssteden. Het bedrijf profileert zich als leverancier van de Belgische en Nederlandse overheid en de grote spoorwegmaatschappijen. De steden waarnaar Beduwé exporteert gaan van Moskou en Riga tot Straatsburg en Port au Prince. De catalogus van Beduwé toont aan dat niet alleen de afzetmarkt, maar ook de concurrentie internationaal was. Beduwé nam met zijn brandspuiten – zowel de manuele als de stoombrandspuiten – deel aan tal van buitenlandse tentoonstellingen en wedstrijden. Een ontluikend nationalisme voedde de wil 13
van ondernemers om de beste te zijn op internationaal niveau. Het vrij internationaal handelsverkeer vormde voor het eerst een waardig alternatief voor de vele oorlogen in de voorgaande decennia. De snelle ontwikkelingen op het vlak van transport, mechanisatie en techniek maakten vreedzame krachtmetingen tussen de naties mogelijk.19 Getuigen hiervan zijn de Wereldtentoonstellingen, de groots opgevatte internationale ontmoetingen tussen industriëlen, kunstenaars en nationale overheden. Dat het vooral de grote steden waren die interesse toonden in de mogelijkheden van de stoomtechnologie hoeft niet te verbazen. Het was in de eerste plaats in de steden dat de gevolgen van de industrialisering zich in de tweede helft van de negentiende eeuw steeds sterker lieten voelen. Niet alleen de industrialisering, maar ook een de toegenomen migratie en de groeiende dienstensector deden de steden in omvang en aantal groeien.20 De stad floreerde, maar kreunde onder de groeipijnen.
Misdaad en ziektes tekenden vaak het stadsbeeld. Een kant en klare oplossing was echter niet voorhanden. Het waren uiteindelijk de stadsbesturen die nadrukkelijk zouden investeren in vei-
ligheid en openbare hygiĂŤne.21 Naast stoombrandspuiten verschenen in het straatbeeld ook stoomluchtpompen om straten te reinigen en mobiele ontsmettingsmachines op stoom.
Fig. 8: Een ontsmettingsmachine op stoom. Twee mannen van de stadsreinigingsdienst reinigen textiel in een mobiele ontsmettingsmachine, Antwerpen, 1892 (Š Felixarchief, sa351003)
14
4. LES POMPIERS SONT IMPUISSANTS Voor een havenstad als Antwerpen, waar het internationale handelsverkeer hoogtij vierde, was brand een geduchte vijand. In functie van de opslag en overslag van (koloniale) goederen verrezen enorme pakhuizen en opslagplaatsen.22 Hoe gevaarlijk de massaopslag van goederen kon zijn, bleek op 6 september 1889. In de munitiewerkplaats van L. Corvilain vond een ontploffing plaats die desastreuze gevolgen zou hebben.
De munitiewerkplaats bevond zich nabij het Amerikadok, de plaats waar de stad sinds 1872 petroleum liet lossen en opslaan in grote vaten.23 Het verwoestende vuur herleidde het Amerikadok tot een desolate vlakte van smeulend hout en verwrongen staal. Ook arbeiderswoningen in de nabije omgeving bleven niet gespaard.
Fig. 9: Ontploffing van de kruitfabriek Corvilain, Antwerpen, 6 september 1889. Ingezakte petroleumtank en verwoeste gebouwen van petroleumfabriek Van Rieth. (Š Felixarchief, sa020071) 15
Fig. 10: De verwoesting in de omgeving na de ontploffing van kruitfabriek Corvillain, 1889. (Š Felixarchief, sa014043)
Naar aanleiding van de ramp, verhuisde de stad aanvankelijk de bakstenen magazijnen voor petroleumopslag van de Rijnkaai naar het Amerikadok. Nog geen tien jaar later onttrok de stad de petroleumopslag aan de noordelijk havenkaaien en verhuisde ze naar het zuiden van de stad. Ook de nieuwe Petroleuminstallaties Zuid bleven, ondanks
een reeks overheidsmaatregelen inzake brandveiligheid, niet gespaard van hun grootste vijand. In 1904 woedde gedurende vier zomerdagen een ongemeen hevige brand in de installaties van de American Petroleum Company. 25
16
Een fotograaf legt de brand op Petroleum Zuid stap voor stap vast in een reeks ‘Pendant L’incendie’. De fotoreeks toont onder meer – net zoals in 1899 bij de
ontploffing van Corvilain - brandweerlieden vol trots en strijdvaardigheid, poserend naast een ronkende en stomende stoombrandspuit.
Fig. 11: De brand van de petroleuminstallaties in Hoboken van 26 tot 30 augustus 1904. De rokende hangar stoompomp voor het blussen. Reeks “Pendant l’incendie” (© Felixarchief, sa098180)
17
Fig. 12: De brand van de petroleuminstallaties in Hoboken. Een ploeg van de brandweer tijdens het blussen. Reeks “Pendant l’incendie”, Antwerpen, 1804. (© Felixarchief, sa098182)
rs met centraal een
18
Een gelijkaardige fotoreeks, weliswaar van een andere fotograaf, toont dezelfde stoompomp op dezelfde locatie. De tenneur is anders. Machteloosheid
domineert het beeld. ‘Les pompiers sont impuissants’, verzucht de fotograaf.
Fig. 13: De brand van de petroleuminstallaties in Hoboken van 26 tot 30 augustus 1904. De brandweer staat machteloos. (© Felixarchief, sa098173)
19
Het wantrouwen tegenover de stoombrandspuit lijkt rond de eeuwwisseling doorbroken. Het is echter op dat moment dat het gebruik van stoom als drijvende kracht steeds meer onder druk komt te staan. Alternatieve energiebronnen bieden zich aan en luiden een
nieuw tijdperk in. De stoombrandspuit wordt nog gebruikt bij overstromingen en grote branden, maar moet stilaan plaats maken voor de sneller inzetbare automobiel.
Fig. 14: Een stoombrandspuit voortgetrokken door een bemande interventiewagen op de binnenplaats van de brandweerkazerne Kipdorp, Antwerpen, 1900 1950. (Š Felixarchief, sa322052)
20
BIBLIOGRAFIE Woordje vooraf Worldwide Steam Fire Engine Register. “Beduwe.” Geraadpleegd 2 augustus 2018.
1
http://www.steel-wheels.net/sferegister.html Inleiding 2
Thelen, P. en Museum Burg Frankenberg. Joseph Beduwe eine Aachener Feuerspritzenfabrik,
Gelb- und Glockengiesserei ; Katalog zur Ausstellung im Museum Burg Frankenberg. (Aachen: Aachen Stercken, 1992), p. 34. 3
Nationaal Brandweer-documentatiecentrum (NBDC). “Een welbesteed zeventigjarig leven.”
http://nationaalbrandweerdocumentatiecentrum.nl/wp-content/uploads/2015/01/1884-Een-welbesteed-70-jarig-leven.pdf 4
NBDC. "De slechte toestand der brandbluschmiddelen in Nederland en een verbeterd
stelsel verklaard., W., Hoven, 1863." http://nationaalbrandweerdocumentatiecentrum.nl/wp-content/uploads/2015/01/1864-De-slechte-toestand-der-brandbluschmiddelen-in-Nederland.pdf 5
Tchorski - Patrimoine campanaire, cloches et clocher. “Dictionnaire des fondeurs de cloches en
Belgique.” http://tchorski.morkitu.org/13/dfc.pdf 6
Thelen, P., e.a. Joseph Beduwe eine Aachener Feuerspritzenfabrik, Gelb- und Glockengiesserei.
p.6. 7
Het MOT. “Usines Beduwé S.A. Tarif du matériel d’Incendie des Usines Beduwé S.A., Pompes à
Incendie à vapeur.” /webhdfs/v1/resource/RCB/154201/rcb154201.pdf 8
Worldwide Steam Fire Engine Register. “Beduwé.”
Werking van een stoombrandspuit 9
Stichting Stoomspuit Gorkum. "Hoe werkt het?" Geraadpleegd 2 augustus 2018.
http://www.stoomspuitgorkum.nl/hoe%20werkt%20het.php Beduwé mikt op Nederland 10
NBDC. "Tentoonstellingscatalogus Middelburg."
http://nationaalbrandweerdocumentatiecentrum.nl/wp-content/uploads/2015/01/1864-Brandweertentoonstelling-Middelburg.pdf 21
11
NBDC. "De slechte toestand der brandbluschmiddelen in Nederland." p. 29.
12
NBDC. "De slechte toestand der brandbluschmiddelen in Nederland."p. 16.
13
NBDC. "De slechte toestand der brandbluschmiddelen in Nederland." p. 23.
14
NBDC. “Antwoord op de open brief van de heeren A. Bikkers & Zn., W. Hoven, 1864.”
http://nationaalbrandweerdocumentatiecentrum.nl/wp-content/uploads/2015/01/1864-Antwoord-op-de-open-brief-van-de-heeren-A.-Bikkers-Zn.-W.-Hoven.pdf 15
NBDC. “Antwoord op de open brief van de heeren A. Bikkers & Zn.”
De stoombrandspuiten van Beduwé 16
NBDC. "De slechte toestand der brandbluschmiddelen in Nederland." p. 21.
17
Het MOT. “Usines Beduwé S.A. Tarif du matériel d’Incendie des Usines Beduwé S.A."
18
Het MOT. “Usines Beduwé S.A. Tarif du matériel d’Incendie des Usines Beduwé S.A."
19
Altena, B. en Van Lente, D. Vrijheid en rede. Geschiedenis van Westerse samenlevingen 1750-
1989. (Hilversum: Verloren, 2003.), p. 144. 20
Altena B, e.a. Vrijheid en rede. p. 184.
21
Soens, T., e.a. Anders gaan leven? Spanningen en conflicten over stad en leefmilieu, in: Bertels I.,
e.a. Antwerpen, Biografie van een stad. (Antwerpen : De Bezige Bij, 2011), p. 129. Les pompiers sont impuissants 22
Eeckelaert, J. Zes eeuwen Antwerpse naties: van lokale corporaties tot wereldspelers. (Sint Ni-
klaas : Openbaar Kunstbezit Vlaanderen, 2013), p. 23. 23 24
Eeckelaert, J. Zes eeuwen Antwerpse naties. p. 23. Inventaris Bouwkundig Erfgoed. “Amerikadok.” Geraadpleegd 25 juli 2018.
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/10746 25
Soens, T., e.a. Anders gaan leven? p. 174.
22
Een uitgave van: Karrenmuseum Essen vzw Moerkantsebaan 52, 2910 Essen - www.karrenmuseum.be Met dank aan onze partners: BMB Costermans - WKG-groep - Tuincentrum Moerkant - Drankenhandel van Oevelen Bedtime - Garage Meeusen - Kuyps Verzekeringen - AVT Europe nv - Belfius - Certis groep verzekeringen - Seatrend Shipping - Garage Loos - Kiekenhoeve - Eltar nv - Rent@Tech - Garage Akkermans - Van De Mierop