er kenni ngs nr .P508020 8580Avel gem -Bel gi ë
Dr i e ma a n d e l i j k sma g a z i n eo v e r h u l p v e r l e n i n g u i t g a v ev a nd ev z w FOKUS1 0 0
Redactie
Joost Vanhessche
Werkten mee aan dit nummer
Dirk Janssens, Chris Vandeputte, Gerry De Wilde, Koen Verhulst, Jean-Paul Heyens, Guido Claes, Jos Janssen, Henri De Beul, Niek Tytgat, Sander Maes, Cedric Kemel, Jan Lambrechts, Yves Wilms, Danny Moerman, Machlien De Brabandere, Vanessa Brandt, Luk Cooreman, Christian Vindevogel, Franky Defever, Steve Vanhoutte.
brandweerposten
Belgiek (Fluvia), Bree, Brussel, Harelbeke, Herzele, Lommel, Pelt.
105
in dit nummer
Brandweerwagens
pag. 3
bedrijven en diensten
Fire Technics, Vanassche FFE, AB-Technics, bvba AAA, Brussels Airport Company, BAC Press Center, Albert Ziegler GmbH, De Brabandere, JonckheereVDL bus & coach, Ambuce Rescue Team, Brussels Airport Rescue-Team.
Abonnementen
€25 per jaar €40 voor het buitenland IBAN BE 35 4629 1923 4137 SWIFT/BIC KREDBEBB
Secretariaat
Suzanne Spanhovenstraat 5 2100 Deurne tel. 03 / 326 05 91 (na 18h) mail dirk.janssens75@gmail.com
Reportage
pag. 11
Ziekenwagens
pag. 31
Verantwoordelijke uitgever Gerry De Wilde Nieuwstraat 87 9170 Sint-Gillis-Waas
Website
www.fokus100.be
Inzendingen
info@fokus100.be
2 Objectief
Nieuwe kazerne
pag. 33
Bedrijfsbrandweer
pag. 36
©2020 Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd of vermenigvuldigd op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de redactie. De opgenomen informatie is niet noodzakelijk een weergave van de mening van de redactie of uitgever. De redactie noch de uitgever aanvaardt enige aansprakelijkheid voor mogelijk onjuist verstrekte informatie.
B�������������� BRUSSEL Er beweegt wat aan de Helihavenlaan en in de andere posten van de hoofdstedelijke brandweer. Er was niet alleen het nieuws van de bouwplannen voor Anderlecht en voor de hoofdkazerne. Er waren ook flink wat aanpassingen in het wagenpark. De afgelopen maanden kwamen nog eens drie ministeriële autopompen in dienst (P11P12-P13). Nadat er in 2016 een Mercedes Atego knikladder met ministeriële trekjes gekocht werd (eigen aankoop van de stad), werden nu twee ministerie-Iveco’s geleverd. De E11 en E12 vervangen respectievelijk een MAN en een Iveco 150E27 autoladder. Uit het ministeriepakket kwam er ook een haakarmwagen. De Scania G490 kreeg de code T35 mee en vervangt een Steyr uit 1997 (C7).
© G. De Wilde
Brussel liet tevens enkele Opel Movano’s aanrukken. Ze worden normaal geleverd als logistieke voertuigen. Men gaf ze elk een afzonderlijke taak. Eén ervan wordt ingezet als ondersteuningswagen voor adembescherming (C5). Een tweede exemplaar werd ingericht als ventilatievoertuig. Er is al vele jaren een dergelijk voertuig in dienst. Het beschikt over allerhande rookdrukkers om kelders, garages en gebouwen snel rookvrij te maken (C50). Verder is er nog een Movano met acht poederblussers op wielen (50 kg). De dienst beschikt weliswaar over een volwaardige poederbluswagen, maar vaak is zo’n grote inzet niet nodig. Bovendien kan men met een vaste poederinstallatie op een wagen niet altijd vlot een brand bereiken. Deze wagen kreeg de code C7.
3 Objectief
Van boven naar onder: C5 Opel Movano perslucht C7 Opel Movano met mobiele poederblussers C50 Opel Movano met ventilatiematerieel en een stroomgroep S41 Mercedes Sprinter van het RISC-team. (foto’s G. De Wilde)
4 Objectief
Verder werden er een viertal nieuwe personeelsbusjes gekocht. Hiervoor werden Renaults gekozen van het type Trafic Passenger (C1-C2-C3-C4). Voor het RISC-team werd er ook geïnvesteerd. Het team kreeg in 2003 een eerste eigen voertuig. Deze Land Rover Defender doet nog steeds dienst, maar bleek wat te klein om er al het materieel mee te vervoeren en dus moest er meteen een aanhangwagen bij komen. De terreinvaardigheid van de Defender was (en is) wel een groot pluspunt. Daarom werd er al snel uitgekeken naar een extra wagen. Tot twee keer toe werd die gevonden bij de afgedankte bevrijdingswagens: eerst een Mercedes TN310D en later een Mercedes 312D Sprinter. Nu mocht het team zich verblijden met een gloednieuwe Mercedes 516CDI Sprinter met vierwielaandrijving. De firma Autographe richtte het voertuig in. Gezien de complexiteit van de inzetten voor dit voertuig, zijn (naast de vaste radio) zes draagbare radio’s voorzien in een eigen laadstation. Op de inventaris vinden we ondermeer een Evac 500 (manuele winch), een AZ Vortex (demonteerbare takel), een Spec Pak (evacuatieharnas), twee Petzl Pitagors (evacuatiedriehoeken), een Katapult (lijnwerper), harnassen, een Ferno draagberrie met beschermkap en natuurlijk allerlei touwen, takels, afdaaltoestellen, diverse laddertjes enz... (S41) Er werden ook voertuigen afgedankt. Vijf Peugeot 307SW dienstwagens zijn te koop aangeboden, net als de Steyr haakarmwagen en een Peugeot Boxer bestelwagen (T42).
NOORD-LIMBURG De hulpverleningszone Noord-Limburg bouwde, in samenwerking met de politiezones Lommel en Kempenland, een eigen drone-team uit. Dit team zal inzetbaar zijn voor de gemeenten die deel uitmaken van de hulpverleningszone (Bocholt, Bree, Ham, HamontAchel, Hechtel-Eksel, Leopoldsburg, Lommel, Pelt en Peer).
© J. Janssen
5 Objectief
© J. Janssen
Dit drone-team heeft diverse doelstellingen. Voor de hand liggend zijn de inzetten bij grootschalige incidenten. Maar ook voor preventie- en veiligheidsdossiers wil men de drones inzetten. Met cartografische software kan men snel en accuraat actuele luchtfoto’s maken en verwerken. Men denkt hierbij aan permanente installaties en instellingen (bedrijven, zonnepark,...) maar zeker ook aan tijdelijke infrastructuur zoals een festivalterrein, kampplaatsen,... Op die manier kan men degelijke plannen in hoge resolutie aan het veiligheids- en interventieplan toevoegen. Bovendien biedt de software ook de mogelijkheid om, door middel van stereoscopie, behoorlijk realistische 3D-modellen van de objecten te genereren. Dit maakt een virtuele doorloop van het terrein mogelijk. De 30x optische zoom maakt het mogelijk snel, veilig en efficiënt visuele inspecties uit te voeren van objecten die moeilijk bereikbaar zijn. Denk maar aan windturbines, hoogspanningsmasten, torens ... Bij evenementen waar veel mensen samenkomen, helpen rechtstreekse dronebeelden om de stromen van mensen en voertuígen beter te kanaliseren. Op het terrein kan men in real-time zien waar de drukke zones zich bevinden en hoe de stromen evolueren. Ze kunnen op een te voorziene wijze op gang komen (bijvoorbeeld de uitstroom van een menigte na een headliner op een festival), maar kunnen zich ook ongepland voordoen, bijvoorbeeld bij een incident. Er werden testen gedaan met verschillende platformen (drones, sensoren,...) en verschillende leveranciers van software. Zo wou men een pakket vinden dat het beste zou aansluiten bij de wensen en mogelijkheden van de hulpverleningszone.
6 Objectief
Voor de opleiding en het juridisch kader deed men een beroep op de expertise van de Politiezone Carma, de luchtsteun van de federale politie en het PLOT (de Limburgse politieen brandweerschool). Samen met deze instanties maakt de hulpverleningszone momenteel ook deel uit van de werkgroep ‘Hulpdienstendrones Limburg’. Vermits een deel van het werkgebied in het gecontroleerd luchtruim van de vliegbasis KleineBrogel ligt, waren een goede coördinatie en communicatie met de luchtverkeersleiding van Defensie onontbeerlijk. Deze samenwerking werd al snel uitgebreid naar een aantal andere diensten binnen Defensie. De keuze voor de drones viel op drie types toestellen. Ze hebben elk hun specifieke kenmerken, die mee zullen bepalen waarvoor ze ingezet worden. DJI MATRICE 6OO PRO Dit toestel heeft drie battery packs, waardoor het toestel een uur lang ingezet kan worden. Deze drone opereert vooral in open gebied. Hij haalt een maximale snelheid van 90 km per uur en kan windsnelheden tot 60km/u aan. Dit toestel heeft een dubbel camerasysteem en kan eveneens dubbel bestuurd worden. DJI PHANTOM-3 Deze drone kan vooral in de buurt van publiek ingezet worden. Hij beschikt eveneens over drie battery packs, waarmee dit toestel 90 minuten in de lucht kan blijven. De Phantom heeft een 4k-camera, een lR-camera of een 30x-zoomcamera, waarmee hij beelden kan doorsturen. De drone kan tot een afstand van 7 km van de piloot vliegen en heeft de mogelijkheid om ‘Dual Controlled’ te vliegen (met een piloot en een camera-operator). In plaats van de camera’s kan dit toestel een belading van 5 kg vervoeren, waardoor het dus in staat is om meetsensoren of een laser mee te nemen tijdens de vlucht. De Phantom-3 kan vliegen tot een windkracht van 50 km/u en haalt een snelheid van 60 km/u. DJI INSPIRE 2 Dit is het meest verkochte drone toestel. Binnen het team wordt dit het trainingstoestel waarmee nieuwe piloten opgeleid kunnen worden. Het kan tot 3,5 km ver vliegen en is zeer snel inzetbaar. Deze drone heeft vijf battery packs en kan dus langere tijd in de lucht blijven. Om al dit materieel te vervoeren is er natuurlijk een voertuig nodig. Door de komst van de multifunctionele autopompen was de voormalige bevrijdingswagen beschikbaar. Lommel liet deze Sprinter 416CDi in 2001 inrichten maar deed hiervoor geen beroep op de ministerieleveringen. Deze wagen werd hierdoor al meteen een buitenbeentje. De erg opvallende striping zette dit nog meer in de verf. (1-JHJ-835, voorheen R1, nu L52, standplaats post Lommel).
7 Objectief
© J. Janssen
In de zone kwamen ook nog twee nieuwe dienstvoertuigen in dienst. Na de aankoop van een VW Golf TGi 1.5 CNG in 2017 (ook voor post Lommel), werden nu twee identieke wagens gekocht. Deze versie levert een mooie 130 PK en sleurt de wagen naar 100 km/u in minder dan tien seconden. (Lommel: S60, 1-WSG-187 en Pelt: S58, 1-WSZ-215) Zoals eerder gemeld, zijn twee van de VW T5 commandowagens van deze zone omgebouwd tot signalisatievoertuigen. Lommel en Bree zijn de uitvalsbasissen voor de signa’s. (V01, 1-JUU-669, Lommel en V11, 1-JUU-674, Bree)
© J. Janssen
© J. Janssen
We komen graag nog even terug op de drones. De zone Fluvia, die eigenlijk al lang geleden experimenteerde met de tuigjes, gaat dit voorjaar van start met een ander experiment. Bij elke brandoproep in de omgeving van Kortrijk, rukt er van op het dak van de hoofdkazerne een drone uit. Dit toestel vliegt automatisch naar het brandadres en geeft via luchtbeelden de ernst van de situatie weer. Op die manier kan men, indien nodig, opschalen nog voor de eerste wagens ter plaatse zijn. Omgekeerd kan men eventueel ook doorgeven aan het uitgerukte personeel dat er geen risico’s meer genomen moeten worden. Men wil hiermee enerzijds efficiënter omspringen met materieel en personeel en anderzijds de veiligheid niet onnodig in gevaar brengen. De autonome drone als verkenner vloog niet onopgemerkt voorbij. Het project werd met een Fire Forum Award beloond in de categorie ‘Brandbestrijding en interventie bij brand’. De zones van West-Vlaanderen waren tevens de trekpaarden voor de actie ‘En plots klinkt een rookmelder als muziek in de oren’. Dit project, dat intussen in heel Vlaanderen uitgerold is, zorgde er mee voor dat de rookmelders voortaan in elke woning verplicht zijn. Daarom kreeg deze actie niet alleen een Award voor ‘Brandveiligheid en sensibilisering’, maar kaapte ze bovendien de publieksprijs weg. (J. Vanhessche)
© 8 S. Vanhoutte Objectief
Š G. De Wilde
VAL DE SAMBRE SAMBREVILLE Niemand zal ontkennen dat Sambreville over een zeer goed uitgeruste brandweerpost beschikt. De aanwezigheid van, en de zeer nauwe samenwerking met de chemiereus Solvay is daar natuurlijk niet vreemd aan. Behalve enkele standaardvoertuigen vind je in de nieuwe kazerne van Sambreville dan ook heel wat industrieel geproportioneerde brandweerwagens. Begin dit jaar werd daar nog een extra exemplaar aan toegevoegd. Op basis van een vierassig MAN TGS 35.500 onderstel bouwde de firma Fire Technics een stevige tankwagen. Er zijn reservoirs voor 18 000 liter water, 500 liter detergent en 500 liter schuimproduct. Om hiermee om te kunnen gaan, is een Rosenbauer N45 bluspomp gemonteerd (4000 l/min bij 10 bar). Ze heeft twee inlaten van 110 mm en aan weerszijden een uitlaat van 110
9 Objectief
mm DSP en één van 70 mm DSP. Bovendien is er een hogedrukhaspel aanwezig met 60 meter Formtex slang. Het schuim wordt gevormd door middel van het Cameleon CTD schuimmengsysteem (variabele instelling tussen 0,1 en 6%). De tank wordt bijgevuld langs twee aansluitingen van 70 mm DSP of via de pomp. De opbouw, geheel in polypropyleen, bevat nog twee materieelkasten (twee kleine onderkastjes niet meegerekend). Achteraan is een tweede lichtbalk voorzien. Deze wagen zal ook ingezet worden om het wegdek te reinigen. Daarvoor is er een sproeibalk aangebracht, die beschikt over een eigen detergententank van 200 liter. De signalisatie wordt gevormd door de LPX Full XL led-lichtbalk (Rauwers) vooraan en een lichtpaneel Traffic Storm (Rauwers) met geïntegreerde verkeersgeleider achteraan. Deze verkeersgeleider wordt bovendien ontdubbeld onderaan de wagen. Tel daarbij de Rauwers FEDHorn, een dag-/nacht bitonaal, een dubbele evacuatiehoorn en een heel magazijn aan flitsers rondom... Omwille van de veiligheid van het voertuig en het ingezette personeel heeft men er bovendien voor gekozen om de rolluiken te bekleven met gele retro-reflecterende folie. Het maakt er meteen een nog meer opvallende verschijning van. (J. Vanhessche)
10 Objectief
���������
BRUSSELS AIRPORT IN HET NIEUW Ruim 1000 hectare terreinoppervlakte, ongeveer 400 (meestal grote) gebouwen, 317 bedrijven, het eigen bedrijf (BAC) met zo’n duizend werknemers en drie start- en landingsbanen met lengtes van 2987 tot 3638 meter. De getallen die Brussels Airport weergeven zijn duizelingwekkend. De beveiliging van al deze mensen en gebouwen vraagt om bijzondere maatregelen. Er staan dan ook een uitzonderlijke brandweer- en medische dienst voor paraat. Die heeft vier kerntaken: ARFF (Aircraft Rescue and Fire Fighting), tussenkomst bij brand in de gebouwen (Structural Fire Fighting), de dringende geneeskundige hulp en ‘contingency’. Onder dit laatste verstaat men elke tussenkomst bij onvoorziene omstandigheden. Denk hierbij aan gestrande reizigers die opgevangen moeten worden. Voor al deze taken staan 150 beroepskrachten klaar, verdeeld over de vijf ploegen en de stafdienst. Er wordt gewerkt in dag- en nachtdienst. De dagdienst begint met het appel om 6.45 uur. Meteen worden de voertuigen gecontroleerd en wordt de ploeg gebrieft. Na het ontbijt wijdt iedereen zich aan zijn specifieke taken. In de namiddag wordt er twee uur opleiding voorzien, gevolgd door anderhalf uur sport (of taken). Na het avondmaal is er nog een uur tijd voor planning, mails of zelfstudie. Om 18.45 uur komt de nachtploeg op. De taken, die in het overzicht voorkomen, bestaan uit het onderhoud van de gebouwen en het materieel, tabel 1: verdeling brandweerinterventies 2019 (bron: Abifire) het uitvoeren van periodieke controles, bijwonen type aard aantal van oefeningen of bijscholingen, interventietaken, ARFF interventie 24 studie rond materieel en het grondgebied, urgentie 14 onderhoud van kledij en PBM’s, aanvullen en lokaal toezicht med. emergency spill fuelleak crashtest doop
61 35 45 12 9
Structural Fire
vuurvergunning autom. brandmelding brand technische interventie logist. opdr. / bijstand amb. brand voertuig controle sprinkler IGS GS CO-meting
661 273 135 367 50 9 41 54 11
Medical interventie
interv. dokter + tussenk. amb. bijstand amb + vervoer ziekenh. controle AED
462 642 15
11 Objectief
bijwerken van procedures en interventiefiches, enzovoort. Er is dus altijd wel wat te doen. Tot de alarmbel gaat...
BRUSSELS AIRPORT RESCUE-TEAM Brussels Airport ontvangt dagelijks gemiddeld 70 000 passagiers uit alle hoeken van de wereld. Een toenemend aantal van deze reizigers kampt met gezondheidsproblemen. Daarnaast werken er 24 000 mensen op de luchthaven om ze de klok rond draaiende te houden. Deze mix vergt regelmatig medische tussenkomsten op de luchthaven. Het Brussels Airport Rescue-Team verzorgt, sinds 31 december 2018, 24/7 de medische dienstverlening op Brussels Airport. Dagelijks zijn er gemiddeld 12 interventies, zowel in het Brussels Airport Medical Center als op het luchthaventerrein zelf (bv. aan boord van een vliegtuig). Men is operationeel in het gebied binnen de ringweg rond de luchthaven: de terminals, Brucargo e.a. Voor medische hulp op het militair domein van Melsbroek doet men echter een beroep op Defensie. Brussels Airport Rescue-Team beschikt sinds kort over een compact, elektrisch aangedreven interventievoertuig. Deze BMW i3 is omgebouwd door AB technics. Het voertuig heeft een netto maximum vermogen van 125 kW en haalt een snelheid van 150 km/u. De elektrische actieradius bedraagt 308 km (428 km in de stad). De wagen kan drie hulpverleners meenemen. Daarnaast is er ruimte voor al het nodige urgentiematerieel, zoals een Corpuls-3 Slim monitor-defibrillator en interventietassen voor geavanceerde zorg (ABC stabilisatie, traumatologie, reanimaties, ‌).
12 Objectief
Š G. De Wilde
© G. De Wilde
© D. Tytgat
Bij elke patiënt wordt er een gericht onderzoek uitgevoerd en zo nodig een behandeling opgestart of volgt er een doorverwijzing naar het ziekenhuis. Naast de acute medische hulpverlening wordt het Brussels Airport Rescue-Team eveneens ingeschakeld voor het verlenen van telefonisch advies in geval van gezondheidsproblemen tijdens een vlucht. (G. De Wilde, met dank aan de heren Niek Tytgat, Sander Maes en Cedric Kemel)
13 Objectief
Š bvba AAA Antwerps Architecten Atelier
NIEUWE BRANDWEERKAZERNES Op vrijdag 19 mei 2017 werd de symbolische eerste steen gelegd van twee splinternieuwe, hypermoderne brandweerkazernes op het luchthaventerrein. De posten werden eind 2018 in gebruik genomen. Ze kwamen er in de plaats van drie bestaande posten: Noord, Zuid en CCOT. Deze laatste post lag nabij de vertrekhal en was operationeel sinds de opening van de nieuwe passagiersterminal, halfweg de jaren ‘90. Deze post huisvestte alleen de voertuigen die instonden voor de bescherming van de gebouwen. Crashtenders waren er niet te vinden. Ook de alarmcentrale voor noodoproepen via brandmelders was hier gevestigd. De post draaide op volle sterkte sinds 2001. De hoofdpost Noord en de hulppost Zuid dateerden nog uit de jaren vijftig, waren verouderd en hadden hun capaciteitslimiet duidelijk bereikt. De ligging van beide posten was trouwens niet echt optimaal: bij interventies kon het gebeuren dat de hulpvoertuigen een startbaan moesten kruisen. Uiteindelijk werd beslist om de oude kazernes niet te renoveren maar om twee nieuwe gebouwen met moderne faciliteiten in te planten. Ze staan in het oosten en het westen van het luchthaventerrein tussen de startbanen 25R en 25L. Door deze nieuwe inplanting kan men flexibeler reageren bij een interventie en zijn alle plaatsen en gebouwen op de luchthaven binnen de gestelde tijdslimiet bereikbaar. Volgens de huidige regelgeving moeten de hulpverleners binnen de drie minuten na een oproep aan het vliegtuig staan, en binnen de vijf minuten aan de luchthaventerminal.
14 Objectief
© bvba AAA
15 Objectief
© bvba AAA
© bvba AAA
© bvba AAA
© R. De Beul
16 Objectief
Voor het project ging men scheep met de bvba AAA (Antwerps Architecten Atelier). De nieuwe brandweerposten zijn natuurlijk een pak groter dan de huidige. Post West heeft een grondoppervlakte van 4 632 m² en een stelplaats voor 25 voertuigen. Het verharde gebied rond deze post is 14 000 m² groot, gezien ook de oefenfaciliteiten hier ingeplant zijn. Bij kazerne Oost kan men beschikken over 1 413 m² oppervlakte en is er ruimte voor 5 voertuigen. Beide posten hebben twee verdiepingen. Behalve de voertuigenstandplaats zijn er ook burelen voor de stafdienst, de dienst preventie, de dienst Proficiency & Training en de coördinatie van de medische hulp, leslokalen en oefenmogelijkheden, vergaderzalen en sport- en leefruimtes voorzien. In de stelplaatsen wordt gewerkt volgens het doorrijprincipe, waardoor ongevallen bij het achteruit rijden vermeden worden. Bij het terug binnenrijden passeren de voertuigen de wasstraat, zodat alle wagens netjes gewassen in de kazerne komen. Opvallend is dat er, ondanks de riante afmetingen, geen pilaren te zien zijn. Het hele dak ligt op 35 meter lange spanten. De inplantingsplaats van beide posten had evenwel ook gevolgen voor de vorm van de gebouwen. Post West staat bijvoorbeeld in de radarzone van de start- en landingsbaan. Daarom werd het gebruik van staal in de gevels beperkt en werden de gevels gefragmenteerd om de impact en storingen op de radar te beperken. Verder ligt het dak exact in de hellingsgraad van de wigvormige radarzone, zodat het hele gebouw net buiten de perimeter valt. De gebouwen zijn energieneutraal. Ze wekken hun energie op door middel van zonneboilers, warmtepompen en ongeveer 800 zonnepanelen. De verlichting bestaat volledig uit leds. Het regenwater wordt opgevangen en kan (na filtering) gebruikt worden voor het sanitair en zelfs als bluswater. Er zijn reservoirs voor in totaal 230 000 liter regenwater. De beide posten zijn uitgerust met de allernieuwste technologie. Het ontwerp van de posten moet het personeel
Š R. De Beul
toelaten om steevast binnen de dertig seconden na een alarm uit te rijden. Men is hierbij afgestapt van de glijpalen. Bij alarm kunnen de manschappen gebruik maken van glijbanen, die minstens even snel maar wel een pak veiliger zijn. Overal hangen grote schermen waarop alle info voor het personeel te lezen is. De werkplaatsen werden opgevat als in een productieproces. De verwerking van vervuild materieel (en uitrusting) gebeurt in onderscheiden stappen: uitladen - opslag - wassen - opslag proper materieel inladen.
Š D. Janssens
17 Objectief
© R. De Beul
Dat het comfort van het personeel van groot belang is, mag blijken uit het gebouwconcept. De kazerne kan men zien als een doos in een doos. Het dak is losgekoppeld van de betonnen binnenconstructie, wat een groot voordeel opleverde (56 dB) in de demping van de omgevingsgeluiden. Daarnaast is het dak reflecterend en koelend, maar tevens bestand tegen vliegvuur. Er ging ook veel aandacht naar ventilatie en isolatie. Het paradepaardje op het oefenplateau is een oude AVRO van Sabena, die in drie losse delen op het terrein bij kazerne West ligt. De nieuwe oefensite laat de brandweer toe om technieken te oefenen en te verfijnen, maar ook om ze beschikbaar te maken voor civiele korpsen die bij rampen op de luchthaven moeten werken. Zo wil men tegen 2025 komen tot een Fire Academy, gespecialiseerd in vliegtuigcrashes. Men doelt er op een doorgedreven, professionele en praktijkgerichte opleiding voor brandweerlui, in samenwerking met de HVzones. Het hoofddoel is uiteraard de overlevingskans van slachtoffers bij vliegtuigongevallen te maximaliseren. Rond deze Fire Academy tekende men al een intentieovereenkomst met het PIVO en met de provincie Vlaams-Brabant. Het totale kostenplaatje van het kazerneproject bedroeg 18 miljoen euro. Het architectenbureau AAA bvba werkt intussen aan de bouw van een nieuwe kazerne voor de brandweerpost Lokeren. Ook daar zal het doorrijprincipe gehanteerd worden. (H. De Beul - J. Vanhessche, Foto’s: ©Brussels Airport Company / ©AAA bvba)
18 Objectief
© bvba AAA
MAAR OOK NIEUWE VOERTUIGEN Er werd bovendien 4,4 miljoen geïnvesteerd in nieuwe voertuigen. De vernieuwing van de infrastructuur van de brandweer en medische dienst werden reeds jaren geleden aangekondigd en hebben dus niets te maken met de laffe bomaanslag op 22 maart 2016. Voor de beschrijving van één van de nieuwe wagens verwijzen we u naar editie 103, waarin we de nieuwe Scania rescue stair voorstelden.
© D. Janssens
De meest in het oog springende aankopen zijn uiteraard die van de drie nieuwe crashtenders. Drie Zieglers zijn het geworden, van het type Z8. Ze hebben een Titan T52-1300 onderstel en de motoren leveren een vermogen van 2 x 654 PK (totaal 1 308 PK). De uitrusting is quasi identiek voor alle drie de voertuigen. Ze zijn 13,3 meter lang en hebben een MTM van 52 ton, maar halen toch een top van 135 km/uur. Er kan geblust worden met een Ziegler FPN10-10000-1H pomp (10 000 L/min) en de Ziegler EAD schuimmenger. Deze EAD kan een waterflow aan tussen 400 en 10 000 liter per minuut en mengt daar tot 600 liter schuimmiddel bij. De dakmonitor is telkens een AWG MZV met een variabel debiet tussen 3 000 en 6 000 liter per minuut. Er kan 5 kg poeder per seconde verstoven worden met een worpwijdte van 60 meter. Dat poeder komt van de Minimax poederblusinstallatie van 250 kg. Vooraan is er bovendien een Ziegler Viper bumpermonitor, die 1 600 L/min spuit en een worpwijdte van 45 meter haalt. Als zelfbescherming zijn er zeven sproeikoppen (100 L/min) voor de bodem en nog vier extra koppen voor de cabine. Er zijn twee ‘gewone’ Z8 bluswagens, die beschikken over 16500 liter water, 2000 liter schuimmiddel en 250 kg poeder.
19 Objectief
© D. Janssens
De derde Z8 kreeg een extra troef mee. Net als de in 2010 geleverde Z8 (nr. 1) beschikt deze ‘04’ over een zogenaamde snozzle blusarm (Z-Attack) met piercing tool. Het laat de bemanning toe om de vliegtuigromp op welbepaalde plaatsen te doorprikken, waarna een eerste blussing binnenin kan plaatsvinden. Deze tool wordt vooral bij vrachtvliegtuigen ingezet. De Z-Attack haalt een hoogte van 20 meter en reikt 14 meter ver in horizontale richting. Deze blusgigant moet het wel met iets minder blusvoorraden doen: 14 800 liter water en 1480 liter schuimproduct. De poedervoorraad en de pomp zijn identiek aan die van wagens 05 en 6. De Zieglers beschikken verder nog over een lichtmast, een infrarood en een ‘bird-eye’ camerasysteem, een stroomgroep, ...
© D. Janssens
20 Objectief
Bovendien werden in 2017 twee Carmichaels Cobra-2 naar ons land gehaald. De bluswagens hebben een krachtige Caterpillar C-18 motor (700 PK). De blusmiddelen bestaan uit 10 000 L water en 1 200 L schuimmiddel. De Godiva bluspomp levert een debiet van 5 400 L/min bij 14 bar. Een deel van de blusstof gaat naar de dakmonitor (2250 à 4 500 L/ min) en de twee aanvalslijnen (450 L/min).
De Cobra’s werden tijdelijk aangekocht in afwachting van de levering van de drie Zieglers. Ze worden nu in principe alleen nog gebruikt als één van de effectieve voertuigen in onderhoud of defect is.
© D. Janssens
Een andere grote levering betrof de CP-Ops. Hiervoor deed men een beroep op Van Hool, die op een MAN (294 kW) een bus leverde van het model T916 Alicron. Het voorste deel van de bus is ingericht als ruime commandocel. Er is voor elke discipline een aparte zitplaats met werktafel voorzien (hulpverlening, politie, medisch, logistiek, info). De tafel kan bovendien opengeklapt worden, waardoor het werkoppervlak vergroot wordt. Tegen de zijwand is een groot interactief beeldscherm gemonteerd, waarbij ook gebruik gemaakt wordt van enkele mobiele camera’s die op de interventiezone geplaatst kunnen worden. Ernaast kan men op een whiteboard de nodige aantekeningen maken. Een copier/scanner staat in een kastje ter beschikking.
21 Objectief
Naast deze ruime cel is een klein keukentje aanwezig met stromend water, een microgolfoven, een koffiezet, ... Het achterste gedeelte laat toe om in een afzonderlijke cel te overleggen. In riante zetels kan er rondom tafeltjes vergaderd worden. Ook hier is communicatie belangrijk en daarom zijn er meerdere beeldschermen opgehangen en is er een whiteboard voorhanden. Via Clickshare kan heel snel aangemeld worden. Hier is er ook een meubel voorzien voor een printer/scanner/kopieermachine. Ook al ziet alles er nog nieuw uit, toch is dit geen nieuwe wagen. De MAN reed sinds 2008 rond als touringbus en bracht tot 57 reizigers op hun reisbestemming. De inrichting werd grotendeels in eigen beheer uitgevoerd. Voor het gewone werk is er nog een duo commandowagens geleverd. Hiervoor sprong men op de ministeriële kar en kocht men twee Mercedes Vito Tourers 4x4 (116CDI) die door Autographe ingericht werden volgens het lastenboek van FOD Binnenlandse Zaken. De striping werd door Arisco gerealiseerd. Deze wagens staan ter beschikking van de leidinggevende van de brandweerpost.
© D. Janssens
© D. Janssens
Er staat telkens één Vito klaar voor de officier van elke post. Van de twee VW T5 4-Motion commandowagens uit 2013 is er nog één in dienst (de vroegere ‘011’, die nu nieuwe striping en een nieuw nummer kreeg: ‘054’). Dit voertuig is nu het reserve commandovoertuig. Ter versterking van de MAN containerwagen is in 2017 een Mercedes Actros in dienst genomen. Hij beschikt over een meesturende achteras. De Actros rukt doorgaans uit met de speciale Fire & Rescue container. Daarin speelt een kleine duivel-doet-al de hoofdrol. Bij LUF werd namelijk een brandweerrobot van het type LUF60 aangekocht. Dit rupsvoertuig wordt aangedreven door een John Deere motor (104 kW) en haalt een maximum snelheid van 4,5 km/u op rupsen. De LUF kan ook op een rail-kit gemonteerd worden en haalt dan tot 40 km/u. Er is een tweetraps centrifugaalpomp die 2400 liter per minuut geeft. Dat water kan verdeeld worden over 360 sproeikoppen, die het water (tot 30 bar) vernevelen in de luchtstroom van de ventilator. Die stroom haalt een snelheid van 165 km per uur, zodat het water tot 60 meter ver verspreid wordt. Bovendien kan de LUF voorzien worden van een monitor (3000 L/min, 80 m reikwijdte) of een midden- of zwaarschuimmonitor. Die halen 800 L/min en brengen het schuim 35 of 70 meter ver (bij resp. midden of zwaar schuim). LUF is de afkorting van ‘Lösch-UnterstutzungsFahrzeug’. De robot doet dus meer dan alleen maar bluswerk. Door het monteren van allerlei hulpstukken wordt de veelzijdigheid pas echt duidelijk. Zo kan hij met zijn winch auto’s wegslepen (of ze gewoon zelf wegduwen). Deze windas heeft 35 meter kabel en kan tot 3,5 ton slepen. Het tuigje (dat niettemin 2 300 kg weegt) heeft nog enkele andere troeven, zoals bijvoorbeeld werklichten (4200 lm). Aan de achterzijde kan, aan de hydraulische bumper, zelfs een soort hefvork gemonteerd worden, waarmee ladingen tot 400 kg als met een heftruck vervoerd
22 Objectief
© D. Janssens
kunnen worden. In plaats van de vork kan men ook een eigen schuimtank van 200 liter aanbrengen. De ventilator kan even goed gebruikt worden voor het rookvrij maken van grote ruimtes. Daartoe zijn accordeonbuizen beschikbaar waarmee een afstand tot 100 meter overbrugd kan worden. Als het debiet (90 000 m³/h) nog niet zou volstaan, kan men nog een extra ventilator (60 000 m³/h) monteren op de zijkant. De montagemogelijkheden laten ook een horizontale positie toe, zodat er bijvoorbeeld rioolbuizen mee verlucht kunnen worden. De voordelen van zo’n robot zijn legio. In alle omstandigheden waarin het voor mensen te gevaarlijk is om tussen te komen, kan een robot ingezet worden. De compacte afmetingen laten het tuig toe om niet alleen in loodsen of bedrijven te opereren, zelfs binnenin een vliegtuig kan de robot manoeuvreren. De Fire & Rescue-container heeft vooraan nog een ruim materieelcompartiment, waarin slangencassettes, overdrukventilatoren en alle andere hulpstukken voor de LUF te vinden zijn. Een deel van dit materieel is op rolwagens ondergebracht. Omdat de robot vanop afstand (tot 300 meter) bediend wordt, is er ook een camera op gemonteerd, zodat de bediener alles op een scherm kan meevolgen. De inrichting van de Fire & Rescue container is het werk van de firma Dias uit Stekene. Voor dienstverplaatsingen zijn er enkele kleinere voertuigen aangekocht. Niet minder dan drie VW’s T6 en vier Opel Astra’s Break werden aan de vloot toegevoegd. Ze kregen een sobere gele accentbelijning op het rode koetswerk. De Volkswagens, met verhoogd dak, hebben geen uitrukfunctie. Ze worden eigenlijk vooral gebruikt om het personeel bij de wissel van de parking naar de brandweerpost te brengen.
23 Objectief
© D. Janssens
© D. Janssens
Daarom is de signalisatie summier gebleven. Ze werden geleverd door de firma Mecelcar. Ook de Astra’s hebben in principe alleen een secundaire taak en worden gebruikt voor dienstverplaatsingen. Hier is de signalisatie eveneens beperkt tot de minilichtbalk van Federal Signal en twee grilleflitsers. De striping van de CNG-wagens werd uitgevoerd door de firma Mecelcar.
© D. Janssens
24 Objectief
Gezien de luchthavenbrandweer ook medische taken op zich neemt, zijn ziekenwagens onmisbaar. Er staan er twee ter beschikking. De ene doet al geruime tijd dienst en zou normaal vervangen moeten zijn wanneer deze Objectief in uw bus ligt. De andere ambulance werd in 2014 geleverd en dient momenteel als eerste uitruk. De Mercedes Sprinter werd door Ambucar geleverd en is opgebouwd door Strobel.
© D. Janssens
Behalve de nadrukkelijk aanwezige ‘toeters en bellen’ noteren we als bijzondere uitrusting zeker ook de automatische sneeuwkettingen. De inrichting voldoet aan alle eisen van MVG om als volwaardige 112-ambulance te rijden. Aan boord zijn een LSU (aspiratietoestel) van Laerdal en een Corpuls3 monitor-defibrillator. Deze toestellen kregen een afzonderlijke plaats op een slede in de materieelkast Voor reanimaties komt uiteraard ook de eerder vermelde MUG ter plaatse. Om de statusmeldingen door te geven kan men, behalve de standaard module, ook een tablet gebruiken. Dit is uiteraard niet het enige materieel dat voorhanden is. Momenteel bestaat de vloot uit 36 eenheden. Daarbij zijn er drie aanhangers en twee containers (‘Fire & Rescue’ en een open laadbak). Een deel van deze voertuigen kwam reeds aan bod in onze vorige edities. We laten u op deze pagina’s graag genieten van een deel van de overige voertuigen. Het is trouwens een never ending story. Weldra worden alweer enkele voertuigen verwacht: twee multifunctionele zware autopompen (met pomp 4000 L/min), een Scania tankwagen van 9000 liter (met pomp 4000 L/min), een ambulance en een VW Caddy CNG voor de Medical Coördinator. Een drukke dienst als deze luchthavenbrandweer mag dan wel mooie gebouwen hebben en een flink uit de kluiten voertuigenvloot, daarmee alleen redt men het niet. Dat beseft men maar al te goed en elke bezoeker van de kazerne wordt hier ook meteen op gewezen. In het onthaal wordt iedereen verwelkomd met het veelzeggende opschrift: ‘The engine is the heart of a crashtender, but the firefighter is its soul’. (J. Vanhessche, G. De Wilde, D. Janssens, met dank aan J. Lambrechts, Y. Wilms en D. Moerman en de medewerkers van BAC Press Center, Machlien De Brabandere - firma De Brabandere, Vanessa Brandt - PR en Marketing Albert Ziegler GmbH, Luk Cooreman - firma Vanassche FFE)
25 Objectief
Overzicht wagenpark Brussels Airport nr 001 003 004 005 006 007 008 016 017 019 021 027 307 308 020 029 050 026 044 046 507 100 054 052 053 068 069 070 136 137 138 139 636 012 705 014 758 759 761 787
type crashtender+PT crashtender crashtender+PT crashtender crashtender crashtender crashtender crashtender crashtender crashtender zw ap mf hz ap li ap/log li ap/log el 36 rescue stairs rescue stairs maw IGS haw+k haw vrachtw CP-Ops comw comw comw prsw prsw prsw dienstw dienstw dienstw dienstw dienstw pzw pzw med.logistiek blusrobot ahw pompen ahw absorptiem. ahw verlichting hab AV hab Fire / Rescue
merk Ziegler Z8 8x8 / MAN SX40.100 Ziegler Z6 6x6 / MAN SX40.100 Ziegler Z8 8x8 / Titan T52-1300 Ziegler Z8 8x8 / Titan T52-1300 Ziegler Z8 8x8 / Titan T52-1300 Carmichael Cobra 2 Carmichael Cobra 2 Kronenburg 50.1100-73 FGK4101 Kronenburg 50.1100-73 FGK4101 Kronenburg 50.1100-73 FGK4101 Scania P94 300 Mercedes 1124F33 Isuzu D-Max Isuzu D-Max Mercedes Econic Mercedes 1619K Scania P500 Mercedes 917F31 MAN TGM 26.400 Mercedes Actros 2641 6x2/4 Mercedes Atego 818F MAN T916 Alicron VW T5 TDi 4-Motion Merc. Vito 116CDI 4x4 Merc. Vito 116CDI 4x4 VW T6 VW T6 VW T6 Opel Astra Wagon Opel Astra Wagon Opel Astra Wagon Opel Astra Wagon Renault Scénic Merc.519CDI Sprinter Merc.313CDI-E Sprinter Steyr 19S36 4x4 LUF60
constructeur Ziegler Ziegler Ziegler Ziegler Ziegler Carmichael Carmichael Kronenb./Rosenb. Kronenb./Rosenb. Kronenb./Rosenb. Ziegler/Vanassche Bronco/Dias Vanassche Vanassche Bronto/Vanassche Dahms/Thomas Rosenbauer/F.T. Ziegler/Dias De Brabandere De Brabandere DBM Van Hool/Dias Autographe Autographe Autographe Mecelcar Mecelcar Mecelcar Mecelcar Mecelcar Mecelcar Mecelcar Strobel/Ambucar Autographe Rosenbauer LUF
bj 2007 2010 2018 2018 2018 2017 2017 1997 1998 2000 2003 2002 2014 2014 2004 1979 2018 1998 2013 2009 2005 2008 2013 2018 2018 2019 2019 2019 2018 2018 2018 2018 2009 2013 2005 1997 2018
id 2007 2010 2018 2018 2018 2017 2017 1997 1998 2000 2003 2013 2015 2015 2004 2013 2019 2013 2014 2017 2005 2016 2013 2019 2019 2019 2019 2019 2019 2019 2019 2019 2016 2014 2005 1997 2018
ANG Systems Dias
Dias
2018 2018
kenteken 1-BYJ-776 1-BYJ-773
nvt nvt 1-BYJ-770 1-BYJ-769 1-BYJ-768 1-BYJ-765 1-FIX-535 1-KGU-410 1-KGU-426 1-BYJ-766 nvt nvt 1-FIX-663 1-GFD-391 1-TGB-767 1-BYJ-763 1-NBE-953 1-FJR-180 1-VWX-030 1-WBF-929 1-WLK-030 1-WLH-177 1-WLH-136 1-VRY-879 1-VRY-694 1-VRY-735 1-VRY-762 1-FJU-362 1-GIP-022 1-FJS-586 1-BYJ-772 nvt nvt nvt nvt nvt nvt
post Oost Oost West Oost West West West West Oost Oost West West West West West West West West West West West West reserve West Oost estafette estafette estafette estafette estafette estafette estafette estafette West West West West West West West West West
26 Objectief
© D. Janssens
© J. Vanhessche
© JP. Heyens
Voor branden in de gebouwen zijn er twee autopompen. De ene is een fraaie Scania P94 die door Ziegler gebouwd werd in 2003. Een jaartje ouder is de Mercedes 1124F van Bronco (met Metz-pomp), die in 2013 door Dias ingevoerd werd na een loopbaan bij het Nederlandse Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu in Bilthoven.
© J. Vanhessche
© J. Vanhessche
Wagen 016 was bij zijn levering in 1997 ‘the biggest in the world’. De grootste crashtender is gebouwd op een imposant, 15,3 meter lang Kronenburg 10-1100-73 chassis en heeft 16 000 liter water, 2 000 liter SVM en 4 000 kg poeder mee. De twee Kronenburg pompen leveren elk 11 600 liter per minuut. Er is ook een stroomgroep voor de twee lichtmasten. De crashtender kreeg de bijnaam ‘Red Charlie’. Samen met de tankwagen (002) en de nog in gebruik zijnde 017 en 019, die in 1999 en 2000 volgden, vormde deze reus een fraai kwartet tot 2018. Nummer 002 (1994) was een pure watertankwagen. Op een Kronenburg 50.1000-60 Singa onderstel bevatte de Rosenbaueropbouw een tank voor 25 000 liter bluswater en een pomp die 7 000 L/min leverde aan 8 bar, en maar liefst 12 000 L/min bij 3 bar. Deze wagen zorgde voor de waterbevoorrading bij interventies. In 2018 werd hij verkocht. De drie overige wagens van die reeks zijn momenteel nog in gebruik.Wagens 017 en 019 werden beiden gebouwd op een twee meter korter onderstel als de 016. Ze hadden 16 500 liter water aan boord maar ‘slechts’ 1 120 liter SVM en 520 kg poeder. Ook de Rosenbauerpompen waren van een kleiner kaliber: 7 000 L/min.
© J. Vanhessche
© J. Vanhessche
27 Objectief
© JP. Heyens
© J. Vanhessche
Ook van Nederlandse afkomst is de IGS-wagen op Mercedes 917F. Ziegler Brandweertechniek NL bouwde de wagen in 1998 voor het korps van Laren (NL). In 2013 werd hij door Dias aan de luchthaven geleverd. Ernaast ziet u de Bronto-elevator (36 m) op Mercedes Econic onderstel. Deze hoogtewerker kwam er in 2004.
© J. Vanhessche
© J. Vanhessche
Samen met de Red Charlie werd in 1997 ook het sanitaire voertuig voorgesteld. De Steyr 19S36 4x4 werd door Rosenbauer Belgium opgebouwd om reddingsmaterieel voor de medische en reddingsploegen ter plaatse te brengen. Aan boord zijn er 125 opvouwbare draagberries, 74 schepbrancards, koffers met reddingsdekens, wegwerpdekens, twee opblaasbare tenten, koffers met verzorgingsmaterieel, zuurstofflessen, een persluchtinstallatie, een lichtmast en een stroomgroep. Verder is er nog een vrachtwagen van het type Mercedes 818 Atego, opgebouwd door DBM. Dit voertuig beschikt over een laadbrug en is dus uitermate geschikt voor de logistieke oproepen en ventilatie-opdrachten. Deze wagen is er sinds 2005.
© Brussels Airport International
28 Objectief
Behalve de reeds getoonde voertuigen, die momenteel in dienst zijn, tonen we nog een aantal ‘oudgedienden’. Sommige foto’s dateren nog uit de tijd dat de luchthaven uitgebaat werd door de Regie der Luchtwegen (RLW). Al deze voertuigen hebben er hun loopbaan op zitten. Vroeger was Faun heer en meester op heel wat luchthavens. In ons land waren verschillende versies in dienst. Op Zaventem zijn er alles samen zo’n achttal geweest. De ‘093’ was een Faun LF910/45V6x6 uit 1977, opgebouwd door Magirus. Hij hield het het langst uit en werd pas in 2012 overgemaakt aan Kolwezi (Congo). Hij had 12 300 liter water mee en 1 200 liter SVM. De Magiruspomp leverde 6000 L/min.
© J. Vanhessche
Er waren enkele identieke Fauns, naast enkele exemplaren die door Sides gebouwd waren. De 094 uit 1977 kwam in 1979 over van Charleroi en ging in 2009 naar Lubumbashi (Congo). In die periode beschikte men over een kleine tankwagen, die volledig volgens de Duitse normen gebouwd was op een Magirus 232D16 onderstel. Stadler leverde de wagen, die 6 500 liter water mee had, in 1977. In 2000 werd hij afgedankt.
© J. Vanhessche
Als poederblussers waren er een drietal Magirus Frontlenkers met een Total poederketel van 2000 kg. De wagen op de foto is de tweede, een Magirus 232D17FA waarvan het onderstel merkelijk zwaarder was dan de eerder geleverde Magirus 170D10FA. Deze wagen kwam in 1975 dienst en werd tot 1997 gebruikt. In 1996 kocht de luchthavenbrandweer deze knappe Range Rover Classic TD2500, die door Rosenbauer als commandowagen ingericht werd. De wagen werd in 2013 ontmanteld en verkocht. Om tegemoet te komen aan de problematiek van voertuigbranden in de vele parkeergebouwen (waar brandweerwagens niet binnen kunnen rijden), kocht men in 1999 deze lichte autopomp op Mercedes G290D onderstel. Somati voorzag plaats voor blusmiddeltanks, een Hale pomp, een winch en een redset. In 2018 werd deze wagen vervangen door de Isuzu’s.
© J. Vanhessche
In 2001 leverde Dias een compacte materieelwagen op Mercedes 412D onderstel. Dit voertuig werd origineel aan Sabena geleverd, maar na het faillissement van Sabena werd de Sprinter door de luchthavenbrandweer gekocht en herspoten. De originele witte kleur werd vervangen door de standaard rode livrei. Er deden natuurlijk ook heel wat ziekenwagens dienst op de luchthaven. Eén ervan is geënt op de ministeriële “micro-rea’s” van 1986 (de eerste reeks dus). Opmerkelijk detail: ook Sabena had destijds zo’n micro rea in dienst, zij het met blauwe motieven op de flanken.
© J. Vanhessche
Eén van de rea’s die men er ooit gebruikte, is deze Mercedes TN310, ingericht door Miesen. Deze ambulance kwam in 1991 in dienst maar raakte in 2005 betrokken in een ongeval. In die periode had men ook een Mercedes TN310D van brandweer Brussel overgenomen. De voormalige M1-1 bolde er tot 2003 en werd vervangen door een eerste Sprinter. En dan komt nog wat groot geschut : een echte RIV (Rapid Intervention Vehicle) op een MAN 17.550FAEG onderstel. Rosenbauer leverde deze ‘Buffalo’ in 2000. Hij had 4 000 liter water mee, 250 liter SVM, een NH40 bluspomp, een stroomgroep van 6 kVA, een redset en 500 kg poeder. De RIV werd in 2018 op het internet te koop aangeboden en verkocht aan Mbuji Mayi Airport (Kinshasa) in Congo.
© J. Vanhessche
Uiteraard is dit maar een deeltje van de wagens die ooit hulp boden op Brussels Airport.
29 Objectief
© J. Vanhessche
© J. Vanhessche
© G. Claes
© J. Vanhessche
30 Objectief
© J. Vanhessche
T�������� STEKENE : STIJLVOLLE “ALL ROAD” TANKWAGEN
© C. Vindevogel
Nog voor constructeur Vanassche uit Hulste leveringen uitvoerde voor de federale overheid, concentreerde dit bedrijf zich vooral op de C-korpsen of de autonome korpsen. Die hadden namelijk ook specifieke problemen of eisen wat betreft hun voertuigen. Vanassche maakte voor veel korpsen divers rollend materieel op maat en werkte zo veel mogelijk naar de wensen van de klant. Voor de brandweerdienst uit het OostVlaamse Stekene bouwde Vanassche in de tweede helft van de jaren ’70 een heel elegante tankwagen van 5000 liter, die de allures had van een echte veldwerker. Hiervoor werd een specifiek onderstel van Saviem gebruikt. De tankwagen van 5000 liter uit Stekene had in ons land nog drie gelijkaardige collega’s… (C. Vandeputte)
������������ VLAAMSE ARDENNEN HERZELE In de vorige editie werd de nieuwe ziekenwagen van Herzele al aangehaald, dit keer brengen we hem ook in beeld. Binnen deze zone wordt vanuit drie posten uitgerukt voor
© K. Verhulst
31 Objectief
DGH: Oudenaarde, Kruisem en Herzele. In Herzele wordt in de nabije toekomst een betere permanentie uitgebouwd om deze ziekenwagen te kunnen bemannen en de uitruktijden te optimaliseren. De ambulance is een Mercedes 419CDI Sprinter, ingericht door de firma Autographe. De nieuwe wagen, die uitgerust is met een Ferno Mondial brancard, vervangt een Sprinter die in 2007 aan de dienst geleverd was. (1-WFB-765) (J. Vanhessche)
FLUVIA IN HET NIEUW Het ziet ernaar uit dat de vernieuwing van het wagenpark voor de dringende geneeskundige hulpverlening in de zone Fluvia nu goed werd ingezet. De verschillende posten moesten een hele periode werken met vervangwagens uit alle windstreken. In 2020 zal evenwel zwaar ingezet worden om alle ziekenwagens op alle standplaatsen definitief te vervangen. Eigenlijk begon dit al precies een jaar geleden, toen in januari 2019 de eerste ziekenwagen (Kor1) in de post Kortrijk vervangen werd door een nieuwe Mercedes Sprinter uit de vorige modelreeks. Er werd toen afgestapt van ambulances met containeropbouw en gekozen voor de bestelwagen op een 419CDI-chassis. Voor Kortrijk was de overstap naar een bestelwagenversie een echte ommezwaai en dat is nu voor de meeste overige posten niet anders. De ombouwer van die eerste wagen was Autographe. En ook die trend wordt nu verder gezet. Halfweg januari 2020 werden opnieuw twee Mercedes Sprinters geleverd aan de zone Fluvia. Ze hebben dezelfde configuratie maar nu uiteraard in de hertekende uitvoering van de Mercedes Sprinter. De uitrusting van de sanitaire cel is volledig dezelfde als voorheen, maar oogt wat moderner. De grootste veranderingen in het concept zitten eigenlijk bij Mercedes zelf. De twee nieuwe Sprinters krijgen hun plaats in de post Kortrijk (Kor1) Z302 en Harelbeke Z303. De Sprinter die vorig jaar werd Š C. Vandeputte geleverd neemt nu de plaats in van Kortrijk 2, die uitsluitend wordt bemand door het beroepspersoneel in de post Kortrijk. Het is de bedoeling dat tegen het zomerverlof van 2020 alle ziekenwagens binnen de zone Fluvia vervangen zijn door dezelfde types (posten Ledegem en Menen). Verder werden ook nog een 12-tal vrijwillige ambulanciers (niet-brandweermensen) aangetrokken om de permanentie binnen alle posten te vervolledigen. (Kortrijk: 1-XJC-959, mnr.: 10493, Harelbeke: 1-XJC-960, mnr.: 10454) De ziekenwagen Renault Master, die in het ziekenhuis O.L.V.-van-Lourdes zijn standplaats heeft, rukt sedert 12 januari uit als PIT. Hiermee hoopt men de interventies in de wijde omgeving van Waregem, waarbij de patiÍnt in levensgevaar is, beter te kunnen uitvoeren. De stad zelf telt ruim 38 000 inwoners en de dienst beschermt ook een aantal gemeenten in de omgeving. De uitrusting en medicatie van de ambulance werden vervolledigd om te voldoen aan de gestelde eisen van Volksgezondheid. (1-PAY-857, mnr. 10019) (C. Vandeputte)
32 Objectief
N����� �������
© J. Vanhessche
BELGIEK: UNIEK Alfons Verbrugge, garagehouder in Deerlijk, realiseerde in 1943 zijn plannen om een gemeentelijk brandweerkorps op te richten. De hele streek had een metamorfose ondergaan, van uitgesproken landelijk naar ondernemend industrieel. Naast de oude grote weverijen kwamen er heel wat thuiswevers op de markt. Deze kleine ateliers breidden stelselmatig uit. Brandrisico’s genoeg dus. De Vichtse Antoine Matthys was textielfabrikant maar lag ook aan de basis van het destijds zeer bekende houtspantenbedrijf Jumatt. Het ondernemen zat hem dus in het bloed, maar ook hij zag de brandrisico’s in zijn textielbedrijf. Hij besloot in 1957 een eigen bedrijfsbrandweer op te starten. Om deze dienst goed te kunnen organiseren, ging hij meermaals te rade bij zijn goede vriend Verbrugge. Die fluisterde Matthys al snel in de oren dat het geen slechte zaak zou zijn om er een gemeentelijk korps van te maken. De bedrijven in de buurt deden sowieso al vaak een beroep op de diensten van Matthys’ korps. In 1959 was de zaak geklonken en had Vichte zijn eigen brandweer. De middelen waren in beide gevallen bescheiden: zowel Deerlijk als Vichte waren goede klanten bij de militaire dumps. De connecties van Verbrugge kwamen hier goed van pas. In de beginperiode stak Deerlijk het nieuwe korps zelfs een stapel voorgedrukte formulieren toe voor de verplichte interventieverslagen. In het eerste jaar bluste brandweer Vichte vier branden. De eerste was, u raadt het nooit, versterking bij brandweer Deerlijk. In de daarop volgende decennia bleek de liefde tussen Deerlijk en Vichte meermaals groter dan die met de respectievelijke centrumkorpsen (Harelbeke en Zwevegem). De twee C-korpsen konden het uitstekend met elkaar vinden en groeiden stelselmatig.
33 Objectief
De nakende zonevorming enerzijds, en de intussen sterk verouderde kazernes anderzijds, noopten tot ingrijpende stappen. Zowel in Deerlijk als in Vichte. Al snel vonden de burgemeesters elkaar in een uniek plan om beide korpsen (het plan bestond al voor de zones in voege kwamen) te laten samensmelten. Na een lange zoektocht werd er een terrein gevonden dat pal tussen beide gemeenten ligt, op de wijk Belgiek. De rest is geschiedenis en het resultaat is een gloednieuwe, moderne kazerne langs de N36 en vlakbij de opritten van de E17. Onder een stralende zon werd dit huwelijk ingezegend op zaterdag 30 november. In een kleine choreografie werden de poorten van de nieuwe garage gevuld, al verhuisden niet alle voertuigen van beide posten. Het nieuwe gebouw is van de hand van het architectenduo Roobrouck en Masselus. De eerste steen werd in mei 2018 gelegd. De kazerne is aan drie zijden begrensd door een industrieel gebouw. De voorgevel oogt bijzonder modern en strak en deze lijn is in het hele gebouw doorgetrokken. Het administratieve gedeelte is 600 m² groot en omvat twee leszalen, een bureel / vergaderzaal, een kleedruimte met sanitair, een keuken annex berging en een technisch lokaal. De twee leszalen kunnen omgevormd worden tot een grote ruimte door de tussenwand weg te schuiven. De ruimtes baden in een zee van licht dankzij de volledig glazen voorgevel. In het gehele gebouw zijn multimedia en muziek voorzien. In de diverse ruimtes zijn kleine touchscreens voorzien waarop alle apparatuur bediend kan worden. Wie wil inloggen, kan hiervoor eenvoudigweg met Clickshare aan de slag. Op de verdieping kan het personeel fitnessen met zicht op de omgeving. Voor de voertuigen is 650 m² voorzien. Het gebouw geeft uit op een riante oefenkoer (850 m²). Voor dit plein werd prompt ook een naam bedacht: het Sergeant Wouter Vancraeynestplein. Dit is een verwijzing naar de Deerlijkse sergeant die op de E17 bij een interventie om het leven kwam. Ook in de kazerne wordt zijn herinnering levend gehouden. Het gehele gebouw wordt verwarmd door middel van een warmtepomp. Op het dak komt er weldra een reeks zonnepanelen, die men via burgerparticipatie wil bekostigen. Aan de nieuwe kazerne hing een prijskaartje van 3,7 miljoen euro (exclusief grond). Enkele uren na de ingebruikname van de post werd een eerste keer uitgerukt voor signalisatie. Een paar uur later stond er een woningbrand op het menu. Met de samensmelting moesten ook enkele voertuigen verdwijnen. Al is dat niet helemaal wat er gebeurde. De bevrijdingswagen van Deerlijk ging naar de post Beveren-Leie, waar de Mercedes 310 (ex Waregem) verkocht werd. De tankwagen en de voormalige
34 Objectief
slangenwagen zijn uit dienst genomen. Van Anzegemse zijde is de IGS-wagen (VW LT) afgedankt. Hij werd overgemaakt aan de gemeentediensten. De materieelwagen Atego werd verkocht. De Unimog slangenwagen (1985), de zware pomp op aanhang (tweedehands in dienst in 2003) en de trekker-oplegger (resp. 1995 en 1984) werden overgemaakt aan de gemeente Anzegem. Ze worden ‘dubbel gebruikt’. Dit betekent dat ze, ook al staan ze niet meer in de kazerne, wel nog door de brandweer gebruikt kunnen worden. Er kwam overigens ook een nieuwe wagen bij. De zone kocht een tweede Iveco 72.140 CNG met een laadkoffer en een hydraulisch platform. De diverse beladingen zijn in rolkarren beschikbaar. Deze wagen kan ook als Flex ingezet worden, net als zijn evenknie in de post Kortrijk (FLuvia EXpress, de zonale logistieke dienst). (L306, 1-WKQ-080)
© J. Vanhessche
Voor de zone Fluvia is het huiswerk lang niet af. De zone telde te veel posten die bovendien niet erg gunstig gelegen en vaak verouderd waren. Intussen is in Waregem gestart met de wegeniswerken voor de nieuwe kazerne langs de N43 (nabij het kruispunt met de N382). In dit gebouw komen de posten Waregem en Beveren-Leie samen. Later volgt de fusie van de posten Lauwe en Marke. Misschien wel het grootste nieuws was de aankondiging dat men voor 2025 de bouw voorziet van een gezamenlijke kazerne voor de posten Kortrijk en Zwevegem. Daarmee komt dan een einde aan bijna 90 jaar brandweer in Zwevegem, al zal de nieuwe post zo goed als op de grens staan. In een latere fase wordt ook het al lang bestaande probleem Kuurne-Harelbeke aangepakt. Daar liggen de twee kazernes op amper 2,4 km van elkaar. (J. Vanhessche)
© J. Vanhessche
35 Objectief
B���������������� ENGIE ELECTRABEL De nucleaire centrales in ons land blijven actueel. De vraag of ze al dan niet open moeten blijven is al jaren onderwerp van politiek gehakketak. Dit belet uiteraard niet dat de sites op gepaste wijze beveiligd moeten blijven. Voor de site in Tihange, nabij Huy, is de jongste jaren behoorlijk geïnvesteerd en het afgelopen najaar kwam daar nog een vervolg aan. Bij de firma Kalsheuer in Eupen werd een jonge tweedehandse Mercedes 1218 Atego gekocht. De vrachtwagen had een opbouwkoffer met een Dhollandia laadklep. De riante ruimte inspireerde de dienst om er een materieelwagen van te laten maken. Deze opdracht werd uitgevoerd door Leruth. Dat is toch niet echt een onbekende. Zo leverden ze in 1992 een bevrijdingswagen aan Spa, verzorgden ze de opbouw van de Volvo elevator van Wervik, stonden ze in voor de IGS-container van Welkenraedt en werd ook de IGS-wagen van Verviers (Objectief 103 pagina 18) in de ateliers van Leruth ingericht.
© JP. Heyens
De laadruimte werd aan beide zijden voorzien van een uitgebreid materieelrek. Een deel van het materieel is in gekleurde kunststofbakken opgeborgen. De belading is uiterst divers. Van snelblussers, over diverse slangen en slangencassettes tot IGS-materieel en zelfs medische interventietassen. Het mag duidelijk zijn dat deze Atego voor heel wat taken op de baan is gezet. Voor langdurige inzetten is bovendien een zijluifel ingebouwd. (code VLI, 1-WVC-311) (J. Vanhessche)
JONCKHEERE – VDL BUS & COACH Het bedrijf Jonckheere (sinds 1998 VDL Bus & Coach) in Roeselare bestaat sinds meer dan 120 jaar. Men is gespecialiseerd in de fabricatie en toelevering van autobussen en touringcars. De totale bedrijfsoppervlakte is ongeveer 12 ha groot, waarvan 6,5 ha bestaat uit werkplaatsen en burelen. Hiervan is zowat de helft van de bedrijfsomtrek rechtstreeks verbonden met de bebouwde kom van Roeselare. Gezien de aard van de activiteiten (houtbewerking, lijmen van onderdelen, verfspuiterij,…) en de bijbehorende magazijnen is de brandlast dan ook vrij hoog. Met uitzondering van de computerlokalen en het verfmagazijn is er in de werkplaatsen geen automatisch blussysteem aanwezig. Hierdoor is men aangewezen op een onmiddellijke interventie door de eigen brandweerploeg.
36 Objectief
© G. De Wilde
© G. De Wilde
© S. Vanhoutte
© S. Vanhoutte
© S. Vanhoutte
© S. Vanhoutte
© S. Vanhoutte
© G. De Wilde
Nadat er zich op 16 juli 1953 een ontploffing voordeed in een autocar en hierdoor enige dagen later een arbeider bezweek aan de opgelopen brandwonden, werd beslist meteen een eigen ‘vrijwillig pompierskorps Carrosserie Jonckheere’ op te richten. Onder het gezag van commandant Lewille werd een grondreglement opgesteld en startte men met de rekrutering en opleiding van 29 pompiers en met de materiële voorzieningen. Met beperkte middelen en een tweedehandse Dennis motorpomp bewees de ploeg al vlug zijn nut bij het bestrijden van branden bij tennisfabrikant Snauwaert en Ets. Sioen. Dat waren in die tijd twee grote aanpalende bedrijven. In 1976 nam men een nieuwe Gugg 16/8 motorpomp in dienst. In 1987 nam Roland Vergote het bevel over en besliste men een Mercedes L408D materieelwagen (1970) over te nemen van de stedelijke brandweer. In de eigen werkplaatsen werd een Morris Mini omgebouwd tot slangenwagen. Hij werd achteraan voorzien van twee haspels met elk 80 meter slang.
37 Objectief
© archief Jonckheere
Een jaar later werd een eigen brandweerschool opgericht en startte men met de aanleg van verschillende droge ondergrondse leidingen om een snelle inzet met voldoende waterdebiet te kunnen waarborgen. Door de uitbreiding van de kazerne zag men eveneens het wagenpark groeien met de aanschaf van een ziekenwagen en een autopomp. Na 600 uur vrijwilligerswerk was de Bedford Bachert autopomp uit 1971, die voorheen in gebruik was in Herentals, op 31 mei 1989 terug klaar voor het grote werk. Sindsdien werd er bij de eerste aanval steeds gewerkt volgens het aflegsysteem. Later kwamen een commandowagen (1990) en een ladderwagen Magirus (mei 2001) het wagenpark versterken. In juni 2014 kreeg de halfzware autopomp Scania 93M250, die sinds 1994 in dienst was in Roeselare (Fokus-100 Nieuwsbrief 3), zijn nieuwe stek bij de busbouwer. Opvallend aan deze wagen is de unieke Engelse lage opbouw. De Scania is uitgerust met een Rosenbauer NH30-pomp. Voor het blussen van batterijbranden bij elektrische bussen werd de Bedford ondertussen achteraan uitgerust met een Compressed Air Foam System (CAFS) Somati - model 6P50 schuimblusser. De unieke combinatie van een waterschuimmengsel met inbreng van samengeperste lucht creëert een blusstof met een zeer hoog kleefvermogen en hoog bluseffect. Dit vermindert het risico op herontbranding en zorgt voor een zeer efficiënte afkoeling. Door de mixkamer heeft men de keuze uit droog schuim (30% water-schuim / 70% lucht) of nat schuim (70% water-schuim / 30% lucht). Dit jaar start men met de bouw van de nieuwe fabriek op het bedrijvenpark ‘Beveren Krommebeek’. (G. De Wilde, Met dank aan Defever Francky , bevelvoerder bedrijfsbrandweer)
38 Objectief
O� �� ���������� WINGENE EEN BEDFORD ‘out of the ordinary’ De landelijke West-Vlaamse gemeente Wingene had in 1962 iets meer dan 12 000 inwoners. Ze behoorde tot de gemeenten die meestal zelf moesten instaan voor allerhande dienstverlening aan hun bevolking. Het waren vooral landbouw- en veeteeltbedrijven die er te vinden waren, van industrie was er nauwelijks sprake. De brandweerdienst was in die periode zwak uitgerust en had nood aan een autopomp. In 1962 besliste het gemeentebestuur om over te gaan tot de aankoop. Die moest volledig door de gemeentekas gedragen worden, maar dat weerhield er de lokale bestuurders niet van om een gloednieuw voertuig aan te schaffen. De meeste gemeentebesturen kozen in die tijd voor tweedehands materieel. Men ging in zee met de firma Steyaert, die voor dit voertuig samenwerkte met de Nederlandse constructeur Geesink. Dit type wagen was voor België heel uitzonderlijk. Het onderstel was een Bedford RLC met aandrijving op de voor- en achterwielen en uitgerust met een zes cilinder benzinemotor. Dit model van Bedford was vooral in trek bij defensie en ook talrijk aanwezig bij de burgerbescherming. In de ruime cabine die men voor © C. Vindevogel Wingene bouwde, konden tien personen plaatsnemen. Voor het bluswerk was een watertank van 2000 liter voorzien. Het gebruik van aluminium rolluiken in de opbouw was in het begin van de jaren zestig in België weinig gezien. De configuratie van de HD/LD pomp was al helemaal niet voor de hand liggend. Vooraan was, verzonken tussen twee stalen liggers en de vooruitgeschoven bumper, de lagedrukpomp ingebouwd. De hogedrukpomp werd achteraan in het voertuig ingebouwd en kon twee haspels met 60 meter HD-slang voeden. Om het dak te bereiken kon men gebruik maken van de zijdelings ingewerkte ladders. Ook typisch Nederlands was het gebruik van zuigslangen van vier meter, die vanop de grond uit hun houder gehaald konden worden. De nieuwe Bedford autopomp werd op 17 juli 1963 in ontvangst genomen en betekende voor de Wingense brandweer het einde van zeulen met draagbare pompen. Hij vormde vele jaren de basis van talrijke tussenkomsten. Het gebeurde zelden in ons land dat men de gebruikelijke constructeurs zoals Landuyt, Wasterlain, Tallier, enz... links liet liggen. De Bedford bleef 30 jaar actief en werd uit dienst genomen in 1992. De wagen werd te koop aangeboden met slechts 8 000 km op de teller. Het waren enkele brandweermannen uit Tielt die het voertuig kochten om het te restaureren. (kenteken: 4.X.035) (C. Vandeputte)
39 Objectief
Š C. Vindevogel
40
Objectief