7 8 11
‘Het meest rampzalige spel’
De leerlingenraad laat de brievenbus voor pestpost en de brievenbus voor ideeën zien. Foto: Arjen Jan Stada
DELFSHAVEN – De Maria Basisschool heeft een brievenbus voor pestpost op school. De leerlingenraad van de Maria Basisschool bedacht de brievenbus.
Teun (9): ‘De brievenbus helpt leerlingen die het spannend vinden om te vertellen dat ze worden gepest.’ Tekst: Lotte Keuzenkamp
Levay (10): ‘Ik heb het idee van de pestpost uit het boek ‘Het Leven van een Loser’. In het boek hebben ze een brievenbus voor vriendenpost. Wij hebben op school een brievenbus voor pestpost.’
Een briefje schrijven ‘Leerlingen kunnen op een briefje schrijven wie ze zijn en door wie ze worden gepest. Ze doen het briefje daarna in de brievenbus voor pestpost. De pestcoördinator van onze school leest de pestpost en praat met het kind dat pest en met het kind dat wordt gepest’, vertelt Levay. Sanne (11): ‘Alleen de pestcoördinator weet wie welke brief heeft geschreven. De pester weet niet wie heeft verteld dat hij of zij pest. Dat is fijn.’ Cherelety (8): ‘De brievenbus maakt het voor kinderen die worden gepest makkelijker om hulp te zoeken.’
Een veilige school Jemiyah (9): ‘Het voelt veiliger en rustiger op school sinds we pestpost kunnen inleveren. Iedereen doet wat liever tegen elkaar. Kinderen worden minder uitgelachen.’ Cherelety: ‘De leerlingenraad vindt het heel belangrijk dat iedereen zich veilig voelt op school.’
Een wereldrestaurant op school
Kinderombudsman Wouter
Werken in de buurttuin
Een vriendin zegt tegen moeder spook: ‘Kijk, daar ligt een zakdoek op de grond. Zal ik hem weggooien?’ ‘Nee, nee,’ zegt moeder spook. ‘Dat is mijn dochtertje, ze is gevallen.’
Fatma (10)
Het ene ei vraagt aan het andere ei: ‘Hoe gaat het met je zoon?’ Het andere ei zegt: ‘Goed, hij is nu advocaat!’
Sara (11)
Jantje en Pietje lopen in de woestijn. Jantje heeft een raampje bij zich.
Pietje vraagt: ‘Waarom heb je dat bij je Jantje?’ Jantje legt uit: ‘Dan kan ik mijn hoofd uit het raampje steken als ik het te warm heb.’
Abel (12)
THEMA: BUITENLES
concentreren dieren fris getallenlijn gezond hersenen leren lezen meten
omgeving parcours planten race rekenen ruimte schoolplein schooltuin schrijven spel speurtocht stoepkrijt zon
e n n y en J i m m y
Ik wed voor 1 euro dat ik jouw gedachten kan lezen!
Wat is groen en gaat van een berg af?
Sam (9)
Wat is wit met zwarte vlekken en staat in de hoek?
Eline (10)
Michiel van de Vijver
Jij denkt nu aan een paarse olifant!
Zeker weten?
Ha! Daar geloof ik niks van.
Nou, ik zie nu wel een paarse olifant voor me. Maar alleen omdat jij ...
Yes! Ik heb een superkracht! 1 euro in de pocket!
Nee.
Een koe die straf heeft.
Welk woord wordt kleiner als je er 2 letters aan toevoegt?
Yassin (12)
Een skiwi. Klein.
Zoek de luchtballonnen in de kinderkrant!
Kun jij ze allemaal vinden? Vul hier het aantal in:
Jong010 wordt mede mogelijk gemaakt door:
Heb jij een tip voor Jong010?
redactie@jong010.nl
Lees alle kranten op onze website: www.jong010.nl
DE NIEUWE JONG010 VERSCHIJNT DONDERDAG 21 MEI 2026
JONG010 - APRIL 2026
JAARGANG 16 - EDITIE 8
OPLAGE: 36.000 KRANTEN
Hoofdredacteur: Suzanne Huig
Journalisten: Marloes Brouwer, Lotte Keuzenkamp, Jesse Wagenvoord
Fotografen: Fleur Beerthuis, Hanne van Mourik, Nina Passenier, Arjen Jan Stada
Vormgeving: Marcel van den Assem
Redactiemedewerker: Sasja Hof
Drukkerij: Rodi Rotatiedruk
Aan deze editie werkte verder mee: Patrick Verbaan
Het antwoord van de woordzoeker van maart is: STEMMEN. De winnaar is Abdel. Gefeliciteerd!
Carola Schouten is de burgemeester van Rotterdam. Ze hoort graag de meningen en ervaringen van basisschoolleerlingen. De burgemeester is benieuwd hoe we meer juffen en meesters kunnen krijgen in Rotterdam.
Tekst en foto's: Suzanne Huig
‘Er zijn te weinig juffen en meesters. Dat merk je misschien wel op school. Sommige kinderen zitten met veel kinderen in een klas doordat er te weinig leraren zijn. We weten dat het voor kinderen heel belangrijk is om iedere schooldag les te krijgen. Je leert op school veel meer dan alleen lezen en schrijven. Je leert ook samenwerken, vrienden maken en hoe je je aan regels moet houden. Dat zijn allemaal dingen die je later ook nodig hebt. Ik ging altijd graag naar school. Ik vond het gezellig in de klas. De gemeente heeft een actieplan gemaakt zodat hopelijk meer mensen leraar willen worden. Leraren krijgen bijvoorbeeld gratis de Rotterdampas waarmee ze leuke dingen kunnen doen. Leraren mogen ook een training of cursus volgen. Heb jij een idee hoe we meer juffen en meesters kunnen krijgen?’ ROTTERDAM
CAROLA SCHOUTEN
Foto: Casper Rila
‘Ik denk dat kinderen mensen kunnen overtuigen om leraar te worden. Kinderen kunnen bijvoorbeeld een reclamefilmpje maken waarin ze laten zien dat ze goed luisteren tijdens een les.’
‘Ik vind dat mensen die niet werken, moeten kijken of ze leraar willen worden. Ze kunnen bijvoorbeeld stage lopen op een school om te zien of ze het leuk vinden om leraar te zijn.’
‘Ik denk dat meer mensen leraar willen worden als kinderen beter naar de leraren luisteren. Ik denk ook dat meer mensen leraar willen worden als er maar 20 kinderen in een klas zitten. Leraren hebben het dan minder druk.’
‘Ik denk dat meer mensen leraar willen worden als leraren meer geld gaan verdienen. Mensen hebben geld nodig om te leven en leuke dingen te doen.’
‘Ik denk dat meer mensen leraar willen worden als ze meer tijd hebben om leuke dingen met hun leerlingen te doen. Leraren zouden bijvoorbeeld vaker spelletjes met hun leerlingen moeten kunnen spelen.’
‘Ik denk dat meer mensen leraar willen worden als ze alleen les hoeven te geven in de vakken die ze leuk vinden. Scholen kunnen bijvoorbeeld op zoek gaan naar een leraar die alle kinderen rekenles geeft en een leraar die alle kinderen taalles geeft.’
‘Ik denk dat meer mensen juf of meester willen worden als ze zelf op een school kunnen ervaren hoe het is om juf of meester te zijn. Ze ontdekken dan misschien wel dat ze het heel leuk vinden.’
‘De gemeente kan alle ouders opleiden tot invalleraar. Ouders kunnen dan invallen als een school een leraar tekort komt. Misschien zijn er dan wel ouders die het zo leuk vinden dat ze iedere dag leraar willen zijn.’
Hoe krijgen we meer juffen en meesters?
Naam en leeftijd:
‘Ik denk dat meer mensen juf of meester willen worden als ze een extra pauze en een geldbonus krijgen. Leerlingen kunnen een sponsorloop houden om geld te verzamelen voor een geldbonus.’
ROTTERDAM – Wouter Struijk is sinds maart de kinderombudsman van Rotterdam-Rijnmond. Hij komt op voor de rechten van kinderen in RotterdamRijnmond. Wouter: ‘Als kinderombudsman let ik erop dat iedereen zich aan de rechten van Rotterdamse kinderen houdt.’ Tekst: Suzanne Huig
‘Kinderrechten zijn afspraken die landen met elkaar hebben gemaakt over hoe we met kinderen omgaan. De kinderrechten zorgen ervoor dat kinderen veilig, gezond en gelukkig kunnen opgroeien’, vertelt Wouter.
Taken van de kinderombudsman ‘Ik houd in de gaten of iedereen in Rotterdam-Rijnmond zich aan de kinderrechten houdt. Ik controleer bijvoorbeeld organisaties die met kinderen te maken hebben. Ik kijk of de organisaties hun best doen voor kinderen en rekening houden met kinderen. Ik ga ook op bezoek bij klassen om te praten over kinderrechten. Kinderen, jongeren, ouders of verzorgers die een probleem hebben, kunnen mij mailen of bellen. Ik luister en denk mee over hoe het probleem kan worden opgelost’, vertelt Wouter.
Meepraten en meebeslissen
‘Ik wil ervoor zorgen dat kinderen en jongeren vaker mogen meepraten en meebeslissen. Ik vind dat dat nu nog te weinig gebeurt. Kinderen en jongeren moeten vaak extra hun best doen om gehoord te worden. Ik vind dat niet eerlijk. Kinderen zijn de toekomst van de stad. Ik vind het daarom belangrijk dat er echt wordt geluisterd naar de meningen en ideeën van kinderen en jongeren. Kinderen moeten meebeslissen hoe de wereld er straks uitziet’, zegt Wouter.
Wouter let erop dat iedereen zich aan de rechten van Rotterdamse kinderen houdt. Foto’s: Arjen Jan Stada
ROTTERDAM – Tijmen (12) heeft staar. ‘Staar is een oogprobleem. Ik zie niet scherp maar wazig. Het lijkt altijd alsof ik door een beslagen ruit kijk’, zegt Tijmen.
Tekst: Suzanne Huig / Foto’s: Arjen Jan Stada
‘De pupil is het zwarte rondje in het midden van een oog. Voor een pupil zit een lens. Die lens is bij mij beslagen. Ik zie daardoor wazig. Ik zie ongeveer 25 procent van wat anderen zien. Ik weet niet hoe het is om goed te zien want ik heb altijd zo gezien’, zegt Tijmen.
Een bril dragen
Tijmen: ‘Ik zie alles op meer dan 1,5 meter afstand nog minder goed. Ik zie dan bijvoorbeeld alleen de vorm van een gezicht. Ik zie dan niet of iemand lacht of boos kijkt. Ik draag een bril zodat ik veraf iets beter kan zien, maar ik zie ook wazig met mijn bril op. Ik speel hockey. Ik zie de bal pas als hij bij mij in de buurt is. Ik weet dat de bal altijd in de buurt is van spelers. Ik houd de andere spelers daarom in de gaten als ik de bal niet zie. Er is geen bril die ervoor kan zorgen dat ik scherp zie. Ik kan wel aan mijn staar worden geopereerd als ik ouder ben. Ik kan dan nieuwe lenzen krijgen waardoor ik scherp kan gaan zien.’
Lachen om erbij te horen
‘Ik vind het soms lastig als ik iets niet kan zien wat anderen wel kunnen zien. Ik kan het bijvoorbeeld niet zien als de meester iets grappigs op het schoolbord tekent. Ik hoor mijn klasgenoten dan lachen terwijl ik niet kan zien wat de leraar heeft getekend. Ik deed vroeger alsof ik het wel zag en lachte gewoon omdat ik erbij wilde horen. Ik doe dat nu niet meer. Ik loop nu naar het schoolbord toe om het te kunnen zien of vraag aan een klasgenoot wat de leraar heeft getekend. Ik doe niet meer alsof ik iets zie om erbij te horen’, vertelt Tijmen.
Tijmen laat zien hoe hij zijn leespen gebruikt.
Werken op een laptop
Tijmen werkt op school bijna altijd op zijn laptop.
Tijmen werkt in de klas bijna altijd op zijn laptop. ‘Ik kan op school niet zonder mijn laptop. Ik kan al mijn leerboeken en werkboeken op mijn laptop bekijken. Ik kan met de leesfunctie de teksten en opdrachten laten voorlezen. Ik kan de teksten ook makkelijk vergroten op mijn laptop. De letters van mijn toetsenbord zijn ook extra groot zodat ik ze goed kan zien. Ik kan daardoor beter typen’, vertelt Tijmen. Een pen die voorleest ‘Ik heb ook dyslexie. Lezen is voor mij daardoor extra moeilijk. Ik gebruik op school een leespen als ik korte stukjes tekst bij bijvoorbeeld verhaaltjessommen moet lezen. Een leespen is een speciale pen die je over een tekst in een boek kunt bewegen. De pen leest de tekst dan hardop voor. Ik gebruik de leespen voor woorden of zinnen waar ik veel moeite mee heb’, legt Tijmen uit.
Uniek zijn
Tijmen: ‘Ik ben ook hoogbegaafd. Ik vind daardoor bijvoorbeeld andere dingen interessant dan de meeste kinderen. Ik ben bijvoorbeeld geïnteresseerd in het nieuws. Ik voelde me vroeger vaak anders dan anderen door mijn staar, dyslexie en hoogbegaafdheid. Ik weet nu dat ik gewoon uniek ben zoals iedereen uniek is.’
Tijmen deed vroeger weleens alsof hij iets zag om erbij te horen. Wat kun je volgens jou doen als je het lastig vindt om eerlijk te zijn omdat je erbij wilt horen?
‘Je kunt een goede vriend of vriendin in vertrouwen nemen en om hulp vragen. Die vriend of vriendin kan je helpen om eerlijk te zijn. Je voelt je daardoor minder alleen.’
Fonds Kind & Handicap helpt kinderen en jongeren met een handicap of chronische ziekte.
Een handicap is een beperking waardoor je sommige dingen niet zo goed kunt.
‘Je kunt onthouden dat je je fijner voelt als je eerlijk bent omdat je dan jezelf kunt zijn. Als je eerlijk bent kunnen anderen rekening met je houden en je helpen.’
Een chronische ziekte is een ziekte die minimaal 3 maanden duurt, steeds terugkomt of niet genezen kan worden.
De organisatie geeft bijvoorbeeld geld om hulpmiddelen te kopen, voorlichting te geven of onderzoek te doen.
Tijmen.
Jouw idee.
Naam en leeftijd:
HIRA (10)
pedro (11)
ZELF GELD VERDIENEN
ROTTERDAM – De kans is kleiner dat je later geldproblemen krijgt als je al op jonge leeftijd met geld leert omgaan. Je kunt je geld maar 1 keer uitgeven. Je moet daarom goed nadenken wat je ermee doet.
Tekst:
Je leert goed met geld omgaan als je zelf geld verdient. Je weet dan hoe lang je ergens voor moet werken of sparen. Je kunt daardoor beter de keuze maken of je iets echt wilt hebben. Je mag in Nederland vanaf je dertiende een bijbaantje hebben of vakantiewerk doen. Sommige kinderen willen graag zelf wat geld verdienen maar zijn nog geen 13 jaar. Die kinderen doen bijvoorbeeld klusjes voor familieleden of bekenden. Je kunt ook geld verdienen door spullen te verkopen. Je hebt thuis misschien speelgoed, boeken of andere spullen die je niet meer gebruikt. Je kunt die spullen verkopen aan iemand anders. Je kunt het geld dat je voor de spullen krijgt sparen of gebruiken om iets anders te kopen.
\\\ Dave verdient € 17,00 als hij al zijn spullen verkoopt.
ROTTERDAM – Waterschap Hollandse Delta zorgt voor veilige dijken en schoon en genoeg water. Jan Bonjer is de dijkgraaf van waterschap Hollandse Delta. Een dijkgraaf is een soort burgemeester van een waterschap. Jan Bonjer vertelt over zijn beroep. Tekst: Suzanne Huig ‘Nederland heeft 21 waterschappen. Ieder waterschap heeft een bestuur. Een bestuur bestaat uit meerdere mensen. Het bestuur van een waterschap vergadert en neemt beslissingen over het water in het gebied. Het bestuur wordt tijdens de waterschapsverkiezingen gekozen door de mensen die in het gebied wonen en mogen stemmen. Ik ben een soort leider van het bestuur. Ik ben de voorzitter tijdens de vergaderingen van het bestuur. Ik zorg ervoor dat de bestuurders samen beslissingen nemen over het water en het gebied’, vertelt dijkgraaf Jan.

Dave (10) staat op de rommelmarkt. Hij wil geld verdienen. Hij heeft 3 boeken, 2 knuffels en 4 speeltjes om te verkopen. Hij verkoopt zijn boeken voor € 3,00 per stuk. Hij verkoopt zijn knuffels voor € 2,00 per stuk. Hij verkoopt zijn speeltjes voor € 1,00 per stuk.
Hoeveel geld verdient Dave als hij zijn 3 boeken, 2 knuffels en 4 speeltjes verkoopt?
Nadenken en praten over de toekomst Dijkgraaf Jan: ‘Ik houd het gebied in de gaten en denk na over de toekomst van de aarde. Ik kijk wat er nodig is om in 2050 en 2100 ook nog veilige dijken en schoon en genoeg water te hebben. Ik vergader daar veel over met verschillende mensen. Ik praat bijvoorbeeld met burgemeesters over hoe we het best voor het water in een gebied kunnen zorgen.’
‘Ik houd het water in het gebied van waterschap Hollandse Delta goed in de gaten.’
Voorbereiden op noodsituaties
‘Ik bereid me samen met de brandweer, politie en gemeentes ook voor op noodsituaties. We oefenen met elkaar bijvoorbeeld wat we doen als een dijk doorbreekt. We kunnen goed samenwerken doordat we ons samen voorbereiden op noodsituaties. Dat vind ik heel belangrijk’, zegt dijkgraaf Jan.
Suzanne Huig
Naam:
Gebruik deze ruimte om de som uit te rekenen.
Dijkgraaf Jan. Foto’s: Fleur Beerthuis
ROTTERDAM – Marieke van Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Rijnmond reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of een probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Janna (10). Tekst: Suzanne Huig
Marieke beantwoordt ingestuurde vragen.
Foto: Peter Snaterse
Heb jij een vraag aan
Janna: ‘Ik ben bang dat anderen mij niet aardig of niet leuk vinden. Ik voel me onzeker. Wat kan ik doen?’
Hoi Janna,
Het is niet raar dat je je afvraagt of anderen je wel aardig of leuk vinden. Veel kinderen voelen zich soms onzeker. Ze vragen zich bijvoorbeeld af of ze er wel bij horen in de klas. Of ze vragen zich bijvoorbeeld af of ze wel leuk genoeg zijn.
Sterke en zwakke kanten
Probeer te onthouden dat niemand perfect is. Iedereen heeft sterke en zwakke kanten. Jij ook. Denk maar eens na over de dingen waar jij goed in bent. Misschien ben je heel erg creatief of ben je goed in grapjes maken. Je kunt je zelfverzekerder voelen als je denkt aan je sterke kanten.
Durf jezelf te zijn
Onthoud ook goed dat je niet door iedereen leuk gevonden hoeft te worden. Durf jezelf te zijn. Jouw echte vrienden zullen je leuk vinden zoals je bent. Soms is het fijn om met iemand over je gevoel te praten. Je kunt er bijvoorbeeld met je juf of meester of met je ouders of verzorgers over praten. Praat erover met iemand die je vertrouwt.
Groetjes, Marieke
Stuur een mail naar REDACTIE@JONG010.NL
Of stuur een brief naar Jong010, Postbus 13037, 3004 HA Rotterdam.
FEIJENOORD – Weet jij wat je moet doen in een noodsituatie?
Leerlingen van klas De Brug van Schats School Zuid speelden met brandweervrouw Sjors ‘Het meest rampzalige spel’ van Rijnmondveilig. De leerlingen ontdekten door het spel wat ze moeten doen wanneer de stroom langdurig uitvalt.
Tekst: Suzanne Huig
Brandweervrouw Sjors: ‘Stel je voor dat jouw buurt ineens zonder stroom zit. De lampen vallen uit. Je kunt je telefoon niet opladen en niet koken. Je krijgt een noodpakket van je buurman, maar het pakket zit op slot met een cijferslot. Het doel van het spel is om het cijferslot te openen.’
Berichten op de radio
De leerlingen kunnen de code van het cijferslot te weten komen door verschillende vragen te beantwoorden en puzzels op te lossen. Ze moeten voor iedere opdracht luisteren naar een bericht op een radio die op batterijen werkt. ‘In een noodsituatie moet je ook naar de radio luisteren. Je kunt via een radio het nieuws volgen en weten wat je moet doen’, zegt Chivano (9).
De leerlingen spelen het spel met brandweervrouw Sjors.
72 uur zonder hulp
‘Je moet 72 uur zonder hulp kunnen als er een noodsituatie is’, vertelt brandweervrouw Sjors. Gino (12): ‘Het is belangrijk om voor die 72 uur water in huis te hebben anders kun je uitgedroogd raken.’ Brandweervrouw Sjors: ‘Je moet 3 liter water per persoon per dag in huis hebben.’
De leerlingen bekijken voor een opdracht wat je kunt eten wanneer de stroom langdurig uitvalt. ‘Je moet op de houdbaarheid van eten letten. Sommige producten bederven snel als de koelkast het niet doet doordat de stroom is uitgevallen’, zegt Maeyson (10).
Jozue (11): ‘Het is handig om houdbaar eten in blik te hebben.’ Luuk (10): ‘Het is belangrijk dat je lucifers hebt zodat je vuur kunt maken om op te koken.’
De leerlingen beantwoorden vragen en lossen puzzels op. Foto’s:
Samenwerken en overleven
De leerlingen werken samen en ontdekken de code van het cijferslot. ‘In een noodsituatie moet je ook samenwerken. Je hebt elkaar dan nodig om te kunnen overleven’, zegt Amos (11).
Marieke of zit je ergens mee?
Hanne van Mourik
ROTTERDAM – Seb (7) helpt padden en andere amfibieën om drukke wegen over te steken tijdens de paddentrek. In februari en maart worden padden, salamanders en kikkers wakker uit hun winterslaap. Ze gaan hun warme holletjes uit en zoeken naar een gebied met meer water. De dieren moeten soms drukke wegen oversteken.
Tekst: Hanne van Mourik
Seb gaat elke week op pad om de dieren te helpen. ‘De padden moeten naar de overkant van de weg omdat daar meer water is. Ze kunnen alleen in het water een gezinnetje maken’, zegt hij. De dieren steken pas de weg over als het donker wordt. Op dat tijdstip is het vaak druk op de weg.
Groen en zwart
ROTTERDAM – Rotterdamse basisscholen deden in maart mee aan de Water Race. De scholen verzamelden punten door te zorgen voor schoon water. Otis (9) van basisschool De Regenboog verzamelde voor zijn school punten door vuilnis te prikken in het park naast zijn huis. Tekst en foto’s: Hanne van Mourik Otis prikt vuilnis om punten te verzamelen. ‘Een schone buurt zorgt voor schoon water. Een grasveld vol rommel zorgt namelijk voor vies grondwater. Grondwater is het water dat via regen in de aarde komt’, zegt Otis. Hij heeft een tip voor andere kinderen: ‘Ga naar buiten om afval op te ruimen als je buurt vies is. Het is ook leuker om in een schone buurt te zijn.’
Speuren in het gras
Seb: ‘Ik zorg dat de padden niet worden overreden. Ik zoek naar de dieren in het gras en in spleten. Ik heb een zaklamp mee om ze te vinden. Als ik een pad vind, maak ik een kommetje van mijn handen. Mijn handen schuif ik onder het dier en dan steken we samen de weg over.’
Seb weet veel over padden. ‘Een vrouwtjespad is groter dan een mannetjespad. Padden zijn soms groen en soms zwart. Soms zitten padden op elkaar als ze de weg oversteken.’ Hij heeft ook tips: ‘Ga niet in het gras staan. Je stapt dan misschien op een pad en dat is zielig. Kijk ook goed in boomstronken.’
AMFIBIEËN
Dieren die op het land en in het water kunnen leven.
Met een vuilprikker maakt Otis het park naast zijn huis schoon.
Genoeg schoon water
‘We leren tijdens de Water Race ook hoe we zuiniger met water kunnen omgaan. Als we te veel water gebruiken, is er in de toekomst misschien niet genoeg schoon water voor iedereen. Het is daarom goed om in de gaten te houden hoeveel water je verbruikt. Ik douche bijvoorbeeld korter’, zegt Otis.
ROTTERDAM – Buurtkinderen zorgen voor de buurttuin van het Amelandseplein. Op 6 maart maakten ze naambordjes voor planten en bomen. ‘Ik maak een bord voor de appelboom’, zegt Nevroz (8). ‘Iedereen ziet nu dat de boom een appelboom is.’
Tekst en foto’s: Hanne van Mourik
Nevroz: ‘Ik maak een naambord van een houten plank. Ik heb het plankje eerst geschuurd. Het plankje wordt daardoor glad. Ik schrijf ‘appelboom’ op het bord. Ik teken er ook een boom bij. Ik vind het leuk om de namen van planten en bomen te leren.’
Kersradijs en een zusje Djansel (7) zet zijn bordje in de grond. ‘Ik heb een bord gemaakt voor de kersradijs. Ik heb als verrassing ook de naam van mijn zusje opgeschreven. Haar naam is Mirija. Mirija is nu nog een baby. Als ze later groot is, kan ze het bordje lezen.’
DE WINNAAR IS...
Basisschool De Stelberg verzamelde de meeste punten en won de Water Race. Basisschool De Regenboog werd tweede.
Rustig in de natuur Djezz (10) komt graag in de buurttuin. ‘Ik heb hier vorig jaar een waterbak gemaakt. De bak vangt regenwater op. We geven daarmee de planten water. Ik help ook bij het opruimen van de tuin’, zegt hij.
Seb speurt met een zaklamp naar dieren. Foto: Hanne van Mourik
Seb helpt padden oversteken. Foto’s: Patrick Verbaan
KRALINGEN-CROOSWIJK – Pepijn (10), Felix (10), Philippe (11) en Felix (10) padellen iedere week bij Padelclub Victoria. Ze spelen buiten op een padelbaan. Philippe: ‘Ik vind het leuk dat het spel heel snel gaat.’ Tekst: Lotte Keuzenkamp / Foto’s: Arjen Jan Stada Pepijn: ‘Padel is een balsport. Padel lijkt op tennis. Een padelbaan is kleiner dan een tennisveld. Je mag de bal terugslaan naar je tegenstanders als de bal via de grond tegen de muur is gestuiterd. Je mag de bal ook heel hard tegen je eigen muur slaan. De bal gaat dan via de muur naar je tegenstander.’ Felix: ‘Een padelracket is dikker dan een tennisracket. Je kunt daardoor makkelijker hard slaan.’
De jongens padellen met elkaar.
Forehand, backhand, smash en volley
Felix: ‘Je slaat de bal met een forehand, backhand, smash of volley. Je houdt je racket bij de forehand en backhand laag. Je houdt je racket rechts van je lichaam bij de forehand en links van je lichaam bij de backhand. Je doet het andersom als je linkshandig bent. Je houdt je racket boven je hoofd bij een smash en volley. Je slaat bij een smash harder dan bij een volley.’
Philippe: ‘Ik vind smashen het leukst. Je kunt de bal dan heel hard wegslaan.’
Een teamsport
Felix: ‘Je speelt bij padel altijd in 2 teams van 2 personen. Ik vind dat leuk. Ik vind een teamsport heel gezellig. Ik speel bijna altijd met dezelfde 3 jongens. We zijn vrienden. Iedere wedstrijd is spannend doordat we allemaal ongeveer even goed zijn in padel.’
ROTTERDAM – Everon (10) volgt 3 keer per week lessen martial arts bij Thorbecke Rotterdam. Martial arts is een vechtsport. Het is een mix van taekwondo, judo en karate. Everon: ‘Ik vind het leuk om veel te trainen. Ik hoop snel mijn zwarte band te halen.’ Tekst: Marloes Brouwer
‘We beginnen iedere les met het groeten van de master. De master is onze leraar. We kijken naar de master. We buigen ons lichaam. We warmen daarna ons lichaam op. Onze spieren worden daardoor soepel’, vertelt Everon.
Everon laat verschillende oefeningen zien. Foto’s: Hanne van Mourik Everon.
Valoefeningen
‘We leren veel verschillende oefeningen. We doen meerdere stoten en trappen achter elkaar. Ik vind valoefeningen leuk. Je moet dan op een bepaalde manier vallen. Je landt op je handen als je naar voren valt. Je kan ook naar achteren vallen. Je landt dan op je billen. Je rolt daarna naar achteren en slaat je handen op de grond’, legt Everon uit.
Plank doormidden slaan Everon: ‘We slaan tijdens de les vaak een plank doormidden. Ik focus me dan op de plank. Ik spreid mijn vingers en sla de plank hard doormidden. Ik voel dan dat ik recht door de plank heen sla. Ik voel me dan heel sterk. Ik hoop snel mijn zwarte band te halen. Ik leer dan nog meer technieken.’
ROTTERDAM – De leerlingen van groep 8 van basisschool Blijvliet volgden het programma ‘Werken in de haven’ van Port Rangers. Ze gingen met behulp van gids Henk zelf aan het werk als onderhoudsmonteur en procesoperator in Portlantis. Tekst: Suzanne Huig / Foto’s: Fleur Beerthuis Gids Henk: ‘In de Rotterdamse haven staan fabrieken waarin producten worden gemaakt. Een procesoperator zorgt ervoor dat alles in een fabriek goed verloopt en dat storingen worden opgelost. Een onderhoudsmonteur onderhoudt een fabriek en repareert bijvoorbeeld kapotte pijpleidingen.’
Een afsluiter, flens en pakking ‘Vloeistoffen en gassen stromen door pijpleidingen. Op pijpleidingen zitten afsluiters waarmee je een leiding kunt openen of afsluiten. Op pijpleidingen zitten ook flenzen. Een flens is een soort metalen rand waarmee je het onderdeel aan een andere pijpleiding of ander onderdeel kunt vastschroeven. Via een flens kan een deel van een pijpleiding worden geopend voor onderhoud. Tussen 2 flenzen zit een pakking. Een pakking is een dun stuk materiaal dat lekkage voorkomt’, legt gids Henk uit.
De leerlingen maken zelf een pakking.
De leerlingen schroeven 2 flenzen tegen elkaar aan.
Zelf aan de slag
De leerlingen maken zelf een pakking. ‘We leggen een voorbeeld op een viltje en tekenen de rondjes van de pakking over. We slaan de rondjes daarna met een hamer en speciaal vormpje uit het viltje. Ik vind het leuk om met mijn handen te werken’, zegt Kiki (12).
De leerlingen schroeven vervolgens met bouten 2 flenzen tegen elkaar aan. ‘We stoppen tussen de flenzen een pakking zodat er niets lekt’, zegt Yasmina (12). Elizan (11): ‘Het is belangrijk dat we alle bouten even strak aandraaien. De flens gaat anders scheef zitten en lekkage veroorzaken.’ Ikram (11): ‘Ik vind het best lastig. Ik ben niet gewend om met gereedschap te werken.’
Je kunt met jouw klas meedoen aan het havenprogramma Port Rangers.
De leerlingen zetten alle afsluiters open en blazen een ballon op.
Testen met een ballon ‘Een vloeistof of gas kan zonder te lekken door een pijpleiding heen als alle flenzen goed zijn aangedraaid en alle afsluiters openstaan. Jullie kunnen een ballon opblazen als jullie in deze proeffabriek alle afsluiters openen’, zegt gids Henk. Daniëla (12): ‘Een afsluiter staat open als de hendel van de afsluiter recht op de leiding staat.’ Tashyra (12) draait alle afsluiters van de proeffabriek open. ‘De ballon vult zich met lucht doordat de lucht door de pijpleiding naar de ballon stroomt.’
Kijk voor meer informatie op WWW.PORTRANGERS.NL
Wat leer je op school, behalve lezen, schrijven, vrienden maken en hoe je je aan regels houdt?
PAGINA 3
Wouter Struijk komt op voor de rechten van ……..? PAGINA 4
Wat zit er voor een pupil in een oog? PAGINA 5
Wat kun je verdienen door spullen te verkopen? PAGINA 6
Wat kun je via de radio volgen in een noodsituatie? PAGINA 7
Voor welk plantje maakt Djansel een bord? PAGINA 8
Waarmee helpt Seb padden en andere amfibieën? PAGINA 8
Op wat voor andere balsport lijkt padel? PAGINA 9
Het antwoord van de puzzel van maart is: ONTWIKKELEN. De winnaar is Titus (13) Gefeliciteerd!
Wat worden er gemaakt in fabrieken in de Rotterdamse haven? PAGINA 10
Waarin speelt de game van Lana zich af? PAGINA 11
Welk moeilijk woord hebben de leerlingen bijvoorbeeld geleerd? PAGINA 12
De antwoorden op de vragen vind je in deze krant!
DELFSHAVEN – Nikola (8), Bodi (9) en Lana (8) krijgen iedere donderdagmiddag een techniekles van de organisatie KITE op BSO de Grote Machinist. Nikola: ‘We leren iedere week verschillende technische dingen. We gebruiken kabeltjes en andere elektronische spullen. Ik vind het heel leuk dat we iedere les iets anders leren.’ Tekst: Lotte Keuzenkamp Lana: ‘We werken iedere week met een thema. Het thema van deze week is games. Ik maak een huis waarin de game zich afspeelt. Ik maak het huis van karton. Ik leg in het huis een kleed van stof. Ik plak het kleed vast met plakband. Ik maak ook een stoel, bank en dier in het huis. Ik maak een vosje, hondje of katje van klei. Mijn geknutselde huis is de basis voor mijn game.’




HILLEGERSBERG – Op vrijdag 27 februari werd Kindcentrum De Heijberg omgetoverd tot wereldrestaurant. Alle bovenbouwleerlingen hadden een taak in het restaurant. Sommige leerlingen maakten gerechten. Andere leerlingen deelden de gerechten uit aan de onderbouwleerlingen die de gerechten mochten proeven. Tekst: Lotte Keuzenkamp
Marlize (8): ‘We hebben 6 gerechten uit verschillende landen in ons wereldrestaurant. We hebben een gerecht uit Japan, uit Suriname, uit Portugal, uit Spanje, uit Afrika en uit Nederland.’ Liva (8): ‘Ik vind het belangrijk om nieuwe dingen te proeven en te leren eten.’
Het geluid van het dier
Bodi: ‘Ik zorg ervoor dat het lijkt alsof er geluid uit het gekleide dier komt. Ik gebruik daarvoor een tablet, kabels en een speciaal apparaatje. Ik verbind de tablet, de kabels, het apparaatje en het gekleide dier met elkaar zodat er een stroomkring ontstaat. Het is belangrijk dat ik een afgesloten kring maak. Het gekleide dier kan anders geen geluid maken.’
Techniek is belangrijk Bodi is blij met de technieklessen. ‘Ik zou op school ook meer over techniek willen leren. Techniek is goed voor de toekomst. Ik denk dat we in de toekomst beter voor de wereld kunnen zorgen als we meer technieklessen krijgen’, zegt Bodi.
STROOMKRING Een rondje waar stroom doorheen loopt.
Van de keuken naar het restaurant Sep (8): ‘Ik help in de keuken. Ik maak noedels uit Japan. Heel veel leerlingen willen de noedels proeven.’ Eline (8): ‘Annabel en ik brengen de gerechten van de keuken naar het restaurant.’ Annabel (9): ‘We worden heel hard geroepen vanuit de keuken als gerechten klaar zijn. We moeten dan zo snel mogelijk de gerechten komen halen en naar het restaurant brengen.’
Eten uitdelen
Lars (10): ‘Ik sta bij een kraampje in het wereldrestaurant. Ik deel het eten uit aan de onderbouwleerlingen. De leerlingen hebben allemaal een kaartje waarop de 6 gerechten geschreven staan. We strepen een gerecht door als de leerling het gerecht heeft geproefd.’ Indi (9): ‘Ik vind het heel leuk om eten uit te delen. Ik word er blij van als leerlingen enthousiast reageren en het eten lekker vinden.’
Lana maakt een huisje. Foto’s: Hanne van Mourik
Bodi en Nikola maken een stroomkring.
De leerlingen delen gerechten uit.
Foto’s: Fleur Beerthuis
FEIJENOORD – De Brede School Academie Rotterdam (BSA) geeft 2 keer per week een les op basisschool De Clipper. Leerlingen van de basisscholen De Bloementuin, Sterrenschool de Globetrotter, Kindcentrum Blijvliet, Da Costaschool, De Gouden Griffel, Nelson Mandela, De Clipper en de Agnesschool komen na schooltijd naar De Clipper om de lessen te volgen. Adam (11): ‘We leren tijdens de lessen van de BSA hoe we nog beter kunnen lezen. We leren ook hoe we een tekst beter begrijpen.’
Tekst: Lotte Keuzenkamp
Salah (12): ‘We beginnen iedere les met het lezen van verschillende kranten. Alle leerlingen lezen een nieuwsartikel waarover ze hun mening kunnen geven. We discussiëren daarna met elkaar over de nieuwsartikelen. Iedereen mag zijn mening geven over zijn nieuwsartikel. Ik luister altijd naar de verschillende meningen en probeer de anderen te begrijpen.’
Moeilijke woorden leren
Victor (11): ‘We leren tijdens de lessen van de BSA ook de betekenis van moeilijke woorden. Een moeilijk woord is vaak een woord dat wij niet kennen. De juf legt de moeilijke woorden uit en we oefenen met de woorden door middel van spelletjes. We hebben af en toe een toets over alle moeilijke woorden die we hebben geleerd. Een voorbeeld van een moeilijk woord is ‘ambitie’. Dat betekent dat mensen een doel hebben.’
Onderzoeken en samenvatten
Amani (11): ‘We leren tijdens de lessen van de BSA ook onderzoeken. We krijgen een onderzoeksvraag van de juf en zoeken op de computer het antwoord op de onderzoeksvraag. We geven daarna een presentatie over de gevonden informatie. Een voorbeeld van een onderzoeksvraag is ‘hoe herken je betrouwbaar nieuws’. Ik leer tijdens de lessen ook samenvatten. Ik onderstreep belangrijke stukken tijdens het lezen en ik schrijf steekwoorden op. Ik ga het samenvatten volgend jaar op de middelbare school ook gebruiken tijdens het leren voor een toets.’
Belangrijke lessen
De leerlingen vinden de lessen van de BSA heel belangrijk. Victor: ‘Wij kunnen al best goed lezen. Wij leren door de lessen om nog beter te lezen zodat we later misschien naar de universiteit kunnen.’ Adam: ‘Ik vind het ook belangrijk dat we door de lessen de wereld beter begrijpen. We praten vaak over belangrijke onderwerpen uit het nieuws. Ik leer dan veel van de juf en van de andere leerlingen.’
De leerlingen lezen verschillende kranten. Foto’s: Arjen Jan Stada