SEPTEMBER 2020
5 Praten via een boek en een computer
8
9
Sultan (10) en Puck (9) laten honden uit
12
Selena (14) zit op boksen
Leerlingen regelen het verkeer
Lola draait aan het rad. FOTO’S: ARJEN JAN STADA
De leerlingen doen de oefeningen van ‘Move Happy’ in de klas. CHARLOIS – Springen, zwaaien met je armen, bukken, denkbeeldige ballen gooien of dansen. De leerlingen van groep 6 van basisschool Steven Stemerding bewegen bijna iedere dag in de klas met ‘Move Happy’. TEKST: SUZANNE HUIG ‘In ons lokaal staat een rad met daarop de nummers 1 tot en met 24. De juf kiest een leerling die aan het rad mag draaien. Het rad stopt op een nummer. Bij ieder nummer hoort een online filmpje’, vertelt Lola (9). Christine (9): ‘In ieder filmpje worden sportoefeningen of danspasjes uitgelegd. We doen de oefeningen of de danspasjes met heel de klas na. Het duurt ongeveer 5 minuten.’
Waterballonnen en sneeuwballen
Lola draait aan het rad. Het rad stopt op nummer 5. De leerlingen bekijken het filmpje dat bij nummer 5 hoort om te zien wat ze moeten doen. Ze mogen denkbeeldige waterballonnen of sneeuwballen van de grond rapen en gooien. ‘We moeten 20 keer bukken om denkbeeldige waterballonnen of sneeuwballen op te rapen. We moeten daarna 15 keer een denkbeeldige waterballon of sneeuwbal gooien met onze linkerhand en 15 keer met onze rechterhand. We doen allemaal sportoefeningen’, zegt Shams (9). ‘Ik vind het heel leuk om te doen. Ik vind het fijn dat ik even niet stil hoef te zitten’, zegt Quiana (9).
Betere concentratie en conditie
Alexandre (9): ‘De oefeningen zijn goed voor ons. Er wordt meer zuurstof door ons lichaam opgenomen als we bewegen. We kunnen ons daardoor beter concentreren.’ Boaz (9): ‘We krijgen ook een beter conditie doordat we veel bewegen in de klas.’ Semi (9): ‘Ik vind het heel fijn om te bewegen voordat ik een toets moet maken. Ik kan dan even al mijn spanning kwijt.’ ‘Ik vind het fijn om een schooldag te beginnen met sportoefeningen of danspasjes. Dat geeft mij energie. Ik ben na het doen van de oefeningen klaar om aan het werk te gaan’, zegt Goe (9).
Lijkt het jou leuk om met ‘Move Happy’ te bewegen in de klas? Kijk op MOVEHAPPY.NL/HET.AANBOD.HTML
SEPTEMBER 2020
Er lopen 2 zandkorrels op het
E
E
K
B
E
L
E
V
I
N G N
R
E
A
C T
I
E
S
F
E
we zijn omsingeld.’
B
B
L
I
D S
Mohammed (10)
C O M M U N B O O
S
L
B
F
H
E
R S
E
I
P
R
I
K
J
P R
E
T
niet zeggen’, zegt de moeder.
N
E
A O M G
E
V
I
N G
die aap toch niet?’
F
R U
S
T
R A
T
I
E
G O
E
M O
T
I
E O N
T Z A G
E M O
T
I
O N
E
strand. Zegt de één tegen de ander: ‘Ik heb het gevoel dat
Een moeder loopt met haar dochter in de dierentuin. Ze komen bij de
apen. Zegt de dochter: ‘Kijk, die aap
is precies papa!’ ‘O, dat mag je toch De dochter reageert: ‘Dat verstaat Mary (9)
Jantje doet boodschappen. Als hij
klaar is, gaat hij naar de kassa. Hij
gaat vooraan staan, terwijl er een rij met mensen staat. De kassajuffrouw
zegt: ‘Hé, ga eens achteraan staan.’
V
J
E
R
C H A
P G
I
C A
I
E
Z O R G D
BANG
N
E
N O
I
BEZORGD
K
E
L
J
B A
T
I
G G S A G
E
T
T
L
E
E R
L
BELEVING
HERSENEN
BLIJDSCHAP
OMGEVING
BOOS
COMMUNICATIE EMOTIE
EMOTIONEEL
ONTZAG PRATEN
PRETTIG PRIKKEL
FIJN
REACTIE
FRUSTRATIE
SFEER
GEDRAG
TROTS
ANTWOORD (3 WOORDEN):
REGELS: DE WOORDEN VIND JE HORIZONTAAL, VERTICAAL EN DIAGONAAL. JE MAG LETTERS
MEERDERE KEREN GEBRUIKEN. ALS JE DE OVERGEBLEVEN LETTERS IN DE JUISTE VOLGORDE ZET, KRIJG JE HET ANTWOORD. MAIL DIT ANTWOORD SAMEN MET JE VOORNAAM, LEEFTIJD EN HET TELEFOONNUMMER VAN JE OUDER(S) OF VERZORGER(S) (ZODAT WE CONTACT MET JE KUNNEN OPNEMEN ALS JE HEBT GEWONNEN) NAAR ANTWOORD@JONG010.NL. ALLEEN DE
WINNAAR KRIJGT BERICHT.
Jantje zegt: ‘Dat kan niet mevrouw, daar staat al iemand!’
KALM
HET ANTWOORD VAN DE WOORDZOEKER VAN JUNI IS: KINDERSTADSKRANT. DE WINNAAR IS ESTHER (10). GEFELICITEERD!
PUZZELCORNER.NL
Stevan (12)
Wat is wit en loopt
Oeps!
tegen een berg op?
Een lawine met heimwee. Arjan (11)
Wat zijn de
duurste tomaten? Geldautomaten.
huppelt door het bos?
Oh, gelukkig is het een oude... Ik was bang dat het een nieuwe vaas was!
Broodkapje.
Dez (8)
Wat is bruin en
Felicia (10)
Zoek de puzzelstukjes in de kinderkrant! Kun jij ze allemaal vinden? Vul hier het aantal in:
OPRICHTER: ANGELIQUE VAN TILBURG
JONG010 - SEPTEMBER 2020 JAARGANG 11 - EDITIE 1 OPLAGE: 38.000 KRANTEN
HOOFDREDACTEUR: SUZANNE HUIG FOTOGRAFEN: PETER SNATERSE, ARJEN JAN STADA VORMGEVING: MARCEL VAN DEN ASSEM REDACTIEMEDEWERKER: SASJA HOF AAN DEZE EDITIE WERKTEN MEE: PUZZELCORNER, RICHARD VAN DER VEN
HEB JIJ EEN TIP VOOR JONG010? REDACTIE@JONG010.NL
SEPTEMBER 2020
‘Ik vind dat er een kinderburgemeester moet komen. Een kinderburgemeester kan de dingen regelen waar burgemeester Aboutaleb geen tijd voor heeft. Een kinderburgemeester kan bijvoorbeeld onderzoeken wat voor speelpleinen kinderen in de stad willen. Ik zou graag kinderburgemeester willen zijn. Het lijkt mij leuk om beslissingen te nemen die goed zijn voor de stad en kinderen.’
ROTTERDAM – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van de Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Ook naar de mening en ervaring van basisschoolleerlingen is hij benieuwd. Vind jij het belangrijk dat er een kinderburgemeester komt? TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
‘Rotterdam heeft nog geen kinderburgemeester. Ik vind het wel heel belangrijk dat er goed naar kinderen wordt geluisterd. Ik bekijk daarom samen met mijn collega’s of wij een kinderburgemeester kunnen benoemen. Vind jij het belangrijk dat er een kinderburgemeester komt? En zou je zelf kinderburgemeester willen zijn?’
Ahmed Aboutaleb. FOTO: GEMEENTE ROTTERDAM / MARC NOLTE
‘Burgemeester Aboutaleb moet nu voor heel de stad zorgen. Ik denk dat hij daardoor geen tijd heeft om de stad zo fijn mogelijk te maken voor kinderen. Een kinderburgemeester kan de stad zo fijn mogelijk maken voor alle kinderen in Rotterdam. Ik wil geen kinderburgemeester worden. Ik zou als kinderburgemeester doen wat ik zelf leuk vind. Ik zou niet naar andere kinderen luisteren. Dat is niet goed. Een kinderburgemeester moet rekening houden met alle kinderen.’
arda (12) ‘Ik vind dat er een kinderburgemeester moet komen. Kinderen leven nog langer in de stad dan ouderen. Ik vind daarom dat de mening van kinderen belangrijker is dan de mening van ouderen. Ik zou graag kinderburgemeester willen zijn. Het lijkt mij heel leuk om dingen te kunnen veranderen in de stad. Ik zou bijvoorbeeld meer camera’s ophangen in de stad.’
‘Ik vind het heel belangrijk dat er een kinderburgemeester komt. Kinderen worden nu een beetje buitengesloten doordat alle beslissingen door volwassenen worden genomen. Ik vind dat kinderen moeten meebeslissen over hun buurt. Het lijkt mij leuk om als kinderburgemeester op te komen voor de kinderen in Rotterdam. Ik zou er als eerst voor zorgen dat er niet meer wordt gerookt in de buurt van kinderen, speelplekken en scholen.’
‘Ik vind dat Rotterdam een kinderburgemeester moet krijgen. Een kinderburgemeester weet wat kinderen leuk, fijn en belangrijk vinden omdat hij of zij ook kind is. Ik zou geen kinderburgemeester willen zijn omdat ik het lastig vind om beslissingen te nemen en met vreemden te praten.’
miriam (11)
hajar (12) Zou jij kinderburgemeester willen zijn? Waarom wel of niet?
safouan (13) ‘Kinderen hebben een andere mening en maken andere dingen mee dan volwassenen. Ik vind het daarom belangrijk dat er een kinderburgemeester komt die opkomt voor de ideeën van kinderen. Ik zou graag kinderburgemeester willen zijn. Ik denk dat ik goede beslissingen kan nemen.’
tasnim (12)
haroun (12)
‘Ik vind het belangrijk dat er een kinderburgemeester komt. Burgemeester Aboutaleb kan goed bedenken wat goed is voor de volwassenen in de stad. Ik denk dat een kinderburgemeester goed kan opkomen voor de rechten en wensen van kinderen in de stad. Ik wil graag kinderburgemeester zijn.’
‘Ik vind dat er een kinderburgemeester moet komen. Een kinderburgemeester zit in de klas bij kinderen en speelt met kinderen. Hij of zij weet daardoor goed wat kinderen wel en niet willen in Rotterdam. Ik wil graag kinderburgemeester worden. Ik kan goed naar de mening van kinderen luisteren en daarna een beslissing nemen. Ik denk daarom dat ik een goede kinderburgemeester zou zijn.’
Naam:
‘Ik vind het belangrijk dat er een kinderburgermeester komt in Rotterdam. Een kinderburgemeester kan ervoor zorgen dat er wordt geluisterd naar de mening van kinderen. Ik denk dat ik een goede kinderburgemeester zou zijn omdat ik heel goed kan opkomen voor de ideeën van kinderen.’
awatif (12)
SEPTEMBER 2020
ROTTERDAM – Sommige kinderen hebben weinig zelfvertrouwen. Ze vinden het bijvoorbeeld lastig om voor zichzelf op te komen, om vrienden te maken of om hun gevoelens te tonen. Bij de cursus ‘Vrienden voor het leven’ leren deelnemers zelfvertrouwen te krijgen, positief te denken en met lastige situaties omgaan. Gani (10) en Lana (9) volgden de cursus. TEKST: SUZANNE HUIG
De cursus is gratis. Kijk voor meer informatie op WWW.AVANTSANARE.NL
CENTRUM – Gani: ‘Ik vind het heel spannend om nieuwe mensen te leren kennen. Ik ben bang dat mensen mij niet aardig vinden of dat ik iets verkeerds zeg of doe. Ik bleef daarom het liefst thuis zodat ik geen nieuwe mensen leerde kennen. Ik heb daardoor niet veel vrienden in de buurt. Ik heb de cursus gevolgd omdat ik meer contact wil met leeftijdsgenootjes.’ TEKST: SUZANNE HUIG
Gani: ‘Ik vind het makkelijker om online vrienden te maken.’ FOTO’S: ARJEN JAN STADA
‘Ik word onzeker als een onbekend iemand iets tegen mij zegt of aan mij vraagt op school of op straat. Ik zeg dan helemaal niets en word zenuwachtig. Ik wil vaak wel iets zeggen, maar ik durf het niet. Ik blijf stil totdat de ander weggaat of ik loop zelf weg. Ik vind dat jammer want ik wil graag meer contact met leeftijdsgenootjes in mijn buurt’, vertelt Gani.
HEIJPLAAT – Lana: ‘Ik ben tot vorig schooljaar bijna iedere dag gepest door schoolgenoten. Ik wilde niet meer naar school toe omdat ik me op school heel eenzaam voelde. Ik heb de cursus gevolgd om voor mezelf op te leren komen.’
Online vrienden
‘Mijn beste vriend is een online vriend. Ik ken hem van het spel Roblox. Hij woont in Servië. Hij is mijn beste vriend omdat ik iedere dag een spel met hem speel. We hebben elkaar nog nooit gezien of echt gesproken. We praten met elkaar via een chat. Ik vind het fijn om online met kinderen te praten en te spelen. Ik vind het online niet spannend om met anderen te praten omdat anderen me dan niet kunnen zien of horen. Ik heb daardoor het gevoel dat ik geen fouten kan maken’, legt Gani uit.
Durven te praten
Gani: ‘Ik heb bij de cursus geleerd dat ik in mezelf mag geloven. Ik mag zeggen wat ik denk. Ik weet nu dat het niet erg is als ik iets verkeerds zeg. Iedereen maakt weleens een fout. Ik denk daar nu aan als een onbekende tegen mij praat. Ik zeg dan tegen mezelf: ‘Ik ben goed zoals ik ben. Ik kan gewoon zeggen wat ik wil en denk.’ Ik hoop dat ik daardoor meer vrienden krijg.’
‘Ik kwam zwak over door mijn houding.’
‘Ik sta nu zelfverzekerd.’
TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
‘De pesters zeiden gemene dingen tegen me en schopten of sloegen me. Ik had het gevoel dat niemand mij aardig vond. Dat maakte mij heel verdrietig. Ik durfde niet voor mezelf op te komen omdat ik bang was voor de pesters’, vertelt Lana.
Stevig staan
‘Ik stond eerst vaak met mijn hoofd omlaag en keek bijna niemand aan. Ik kwam daardoor zwak en bang over. Ik was daardoor een makkelijk slachtoffer om te pesten. Ik heb bij de cursus geleerd dat ik stevig moet staan als ik voor mezelf op wil komen. Ik sta stevig als ik rechtop sta, mijn gezicht naar voren houd en iemand aankijk. Ik zie er dan sterk uit’, vertelt Lana.
Pester aanspreken
‘Ik heb nu meer zelfvertrouwen en durf voor mezelf op te komen. Ik ben trots op mezelf. Ik durf tegen pesters te zeggen dat ze moeten stoppen met pesten. Ik ben niet meer bang voor pesters. Ik word nu minder gepest omdat de pesters weten dat ik iets van hun gedrag zeg. De groep met pesters wordt steeds kleiner doordat de pesters op hun gedrag worden aangesproken. Dat vind ik fijn’, zegt Lana.
SEPTEMBER 2020
Deynisio, Jahlicia en Iefke met Iefke haar spraakcomputer en praatboek.
KRALINGEN-CROOSWIJK – Iefke (10) heeft het Angelman syndroom. Iefke haar lichaam en hersenen ontwikkelen zich daardoor minder goed. Ze heeft daardoor moeite om dingen te leren. Iefke zit op basisschool Pierre Bayle. Deynisio (10) en Jahlicia (11) zitten bij Iefke in de klas. TEKST: SUZANNE HUIG
‘Iefke verstaat en begrijpt wat wij zeggen. Maar ze kan zelf niet praten. Ze reageert op ons door afbeeldingen aan te wijzen in haar praatbroek of op haar spraakcomputer’, vertelt Deynisio. Als Iefke op een afbeelding op haar spraakcomputer klikt, spreekt de computer uit wat je op de afbeelding ziet.
ANGELMAN SYNDROOM
Het Angelman syndroom is een heel zeldzaam syndroom. In Nederland worden ieder jaar ongeveer 7 kinderen met het Angelman syndroom geboren.
Hulp op school
‘Juf Astrid zit iedere schooldag speciaal voor Iefke bij ons in de klas. Juf Astrid zit naast Iefke zodat ze Iefke kan helpen als dat nodig is’, vertelt Jahlicia. Iefke maakt haar opdrachten in de klas samen met juf Astrid. Deynisio: ‘Het is voor Iefke lastig om een pen vast te houden en te schrijven. Ze maakt daarom de meeste opdrachten op een computer.’ Iefke haar klasgenoten helpen haar ook op school. Jahlicia: ‘Ik help haar bijvoorbeeld met het aan- en uittrekken van haar jas en met traplopen.’
Een praatbord op het plein
Jahlicia: ‘Op ons schoolplein hangt een groot praatbord. Op het bord staan verschillende afbeeldingen. Iedere afbeelding beeldt iets uit. Een afbeelding beeldt bijvoorbeeld voetballen uit. Een andere afbeelding beeldt verstoppertje uit. Iefke laat aan ons zien wat zij wil doen door een afbeelding aan te wijzen. Er zijn ook afbeeldingen waarmee Iefke kan laten zien hoe ze zich voelt.’ Deynisio: ‘Ik vind het heel goed dat wij een praatbord hebben op het schoolplein. Het praatbord zorgt ervoor dat Iefke met iedereen kan meespelen. Ieder kind verdient het om mee te spelen.’
Iefke laat op het praatbord op het schoolplein zien wat ze leuk vindt. FOTO’S: PETER SNATERSE
Leren omgaan met beperkingen
Deynisio: ‘Ik ben heel blij dat Iefke bij mij in de klas zit. Iefke laat zien dat iedereen anders is. Ik vind haar cool. Ik vind het fijn dat ik haar steeds beter leer begrijpen. Ik leer door haar meer begrip te hebben voor mensen met een beperking.’ Jahlicia: ‘Ik heb door Iefke geleerd dat het niet erg is als iemand niet kan praten. Je kunt ook met elkaar communiceren zonder te kunnen praten.’
Gelukkig op school
‘Iefke knikt en glimlacht heel veel. Ik weet daardoor dat ze het fijn vindt bij ons in de klas’, zegt Deynisio. Iefke drukt wat afbeeldingen in op haar spraakcomputer. ‘Ik vind het fijn dat mijn klasgenoten mij helpen. Ik voel me gelukkig op school’, spreekt de computer uit. COMMUNICEREN
SYNDROOM
Iefke wordt in de klas geholpen door juf Astrid.
Fonds Kind & Handicap helpt kinderen en jongeren met een handicap of chronische ziekte.
Verschillende klachten die samen voorkomen als ziekte of beperkingen.
Een handicap is een beperking waardoor je sommige dingen niet zo goed kunt.
Een chronische ziekte is een ziekte die minimaal 3 maanden duurt, steeds terugkomt of niet genezen kan worden.
Informatie delen. Bijvoorbeeld door te praten, te schrijven of iets uit te beelden.
De organisatie geeft bijvoorbeeld geld om hulpmiddelen te kopen, voorlichting te geven of onderzoek te doen.
SEPTEMBER 2020
ROTTERDAM – De kans is kleiner dat je later in de financiële problemen komt als je al op jonge leeftijd met geld om leert gaan. Je kunt je geld maar 1 keer uitgeven, dus je moet goed nadenken wat je ermee doet. Kleedgeld zorgt er bijvoorbeeld voor dat je leert om je kleding te kopen voor een bepaald bedrag. TEKST: SUZANNE HUIG
Saar (11) krijgt € 50,00 kleedgeld per maand. Ze wil deze maand graag iets leuks kopen wat ze op haar verjaardag kan dragen. Ze heeft volgende maand nieuwe schoenen nodig. De schoenen die ze graag wil hebben, kosten € 65,00. Saar ziet een broek, trui, jurkje en T-shirts die ze wil hebben. Ze kan niet alles kopen. Ze moet kiezen. Hoe vind jij dat Saar haar kleedgeld deze maand moet besteden?
REKENBOEKJE Wat zou jij doen?
Odile: ‘Ik vind het belangrijk om te sparen.’
Odile (10): ‘Ik vind dat Saar het jurkje moet kopen voor haar verjaardag. Ze heeft dan iets leuks wat ze op haar verjaardag kan dragen voor € 21,00. Ze houdt deze maand dan € 29,00 over. Dat geld kan ze volgende maand gebruiken. Ze heeft volgende maand dan in totaal € 79,00 kleedgeld. Ze heeft dan genoeg geld om de schoenen van € 65,00 te kopen. Ik vind dat Saar iedere maand een gedeelte van haar kleedgeld moet sparen. Ze kan dat spaargeld dan gebruiken als ze ineens iets nodig heeft of iets leuks ziet.’
GENERATION
DISCOVER
SEPTEMBER 2020
Tim: ‘Ik ben de kleinste jongen in mijn klas. Groei ik nog?’
Hoi Tim, Je hoeft niet bang te zijn dat je niet langer wordt. Het lijkt misschien alsof je niet meer groeit, maar je groeit nog wel. Je groeit alleen niet meer zo snel. Je groeit ongeveer 6 centimeter per jaar. Je gaat in de puberteit snel groeien. Je groeit dan ongeveer 10 centimeter per jaar. Je noemt dat een groeispurt.
Een groeispurt
Meisjes krijgen een groeispurt als ze tussen de 10 en 14 jaar oud zijn. Meisjes groeien dan gemiddeld 23 centimeter. Jongens krijgen een groeispurt als ze tussen de 13 en 16 jaar oud zijn. Jongens groeien tijdens hun groeispurt gemiddeld 32 centimeter. Niet iedereen wordt uiteindelijk even lang. De lengte van je ouders bepaalt hoe lang jij wordt. Als je ouders niet zo lang zijn, word jij waarschijnlijk ook niet heel lang.
ILLUSTRATIE: COPAL EN CONSORTEN
ROTTERDAM – Marieke van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Tim (10). TEKST: SUZANNE HUIG
Voorspellen hoe lang je wordt
Je kunt aan de jeugdverpleegkundige bij jou op school vragen hoe lang jij ongeveer zult worden. De jeugdverpleegkundige meet en weegt je dan en kijkt hoe lang je ouders zijn. De jeugdverpleegkundige kan dan voorspellen hoe lang je ongeveer wordt.
Marieke beantwoordt ingestuurde brieven. FOTO: PETER SNATERSE Heb jij een vraag aan Marieke of zit je ergens mee? Stuur een mail naar REDACTIE@JONG010.NL of stuur een brief naar Jong010, Overschieseweg 10G, 3044 EE Rotterdam.
Groetjes, Marieke
DIT ARTIKEL IS GEMAAKT IN SAMENWERKING MET
NOORD – Lina (7), Stefanie (13), Elijah (8) en Mackenzie (7) wonen in het Oude Noorden. Ze maakten op 4 augustus hun buurt schoon met het project Move in 1 dag. Lina: ‘We vinden het vervelend dat er veel zwerfafval op straat ligt bij ons in de buurt. Ik zie bijna in iedere straat etensresten en plasticafval liggen. De buurt ziet er daardoor minder mooi uit.’ TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
Lina: ‘We hebben 2 vuilniszakken gevuld met afval.’
Lina, Stefanie, Elijah en Mackenzie lopen met vuilniszakken door de wijk. Mackenzie raapt sigaretten, lege blikjes en kauwgom van de straat op. ‘Ik vind dat er meer prullenbakken in de wijk moeten komen. Ik denk dat dan minder buurtbewoners hun afval op straat gooien’, zegt Mackenzie.
Afval is gevaarlijk
‘Ik vind het gevaarlijk dat er veel zwerfafval op straat ligt. Buurtbewoners kunnen makkelijk struikelen over het afval’, zegt Stefanie. Lina: ‘De speelplekken zijn soms ook gevaarlijk door het afval. In de speeltuinen ligt soms bijvoorbeeld glas. Kinderen kunnen in het glas gaan staan.’
Samen voor de buurt zorgen
Stefanie.
Mackenzie.
Elijah: ‘Ik vind dat buurtbewoners met elkaar voor hun buurt moeten zorgen. Ik vind het daarom goed dat wij vandaag onze buurt opruimen. We zouden eigenlijk 1 keer per maand de buurt moeten schoonmaken.’ Stefanie: ‘We maken de buurt schoon zodat mensen en dieren fijner in de wijk kunnen leven.’
SEPTEMBER 2020
OVERSCHIE – In Rotterdam worden 10 wormenhotels geplaatst. In de wormenhotels maken wormen van afval compost. In de zomervakantie werd het wormenhotel in buurttuin Tamarinde geopend. TEKST: SUZANNE HUIG ‘Een wormenhotel is een kast waar buurtbewoners hun groente-, fruit- en tuinafval en kleine stukken papier en karton in kunnen doen. In de kast wonen duizenden wormen. Die wormen eten het afval’, vertelt Yara (13).
Yara gooit haar afval in het wormenhotel.
FOTO’S: PETER SNATERSE
Afval van alle buurtbewoners
‘Alle buurtbewoners mogen hier hun afval brengen voor het wormenhotel. Ik breng 3 of 4 keer per week een papieren zak met afval. Ik breng bijvoorbeeld onze eierdozen, restjes groenten, koffiefilters en fruitschillen. Ik mag geen sausjes, brood, gebak, vlees, vis en pasta in het wormenhotel gooien omdat daar ongedierte op afkomt’, legt Yara uit.
Goede mest
Afval voor in het wormenhotel.
‘De wormen eten het afval op. Ze poepen dat daarna weer uit. Ze hebben het afval dan verteerd tot compost. Compost is goede mest voor tuinen. In compost zitten veel voedingsstoffen waardoor bijvoorbeeld planten, bomen en bloemen goed kunnen groeien. De compost van het wormenhotel in buurttuin Tamarinde mogen bewoners gebruiken voor hun tuin of balkon’, zegt Yara.
Yara: ‘Dit is de composthoop van de buurttuin.’
ONGEDIERTE
Dieren die mensen last bezorgen. Bijvoorbeeld doordat ze dingen kapotmaken of opeten.
FEIJENOORD – Vriendinnen Sultan (10) en Puck (9) zijn een hondenuitlaatservice begonnen. ‘Onze uitlaatservice heet HUS (Honden Uitlaat Service) -puppy’, zegt Sultan. Puck: ‘Alle honden op Katendrecht zijn welkom bij ons. Onze klanten mogen zelf bepalen of ze ons geld geven voor het uitlaten van hun hond. We geven al het geld dat we verdienen aan de dierenambulance.’ Sultan en Puck lieten op 23 juli Yara uit. Yara is de hond van Jong010. TEKST: SUZANNE HUIG ‘Wij zijn allebei gek op honden. Maar wij hebben niet iedere dag de tijd om een hond de aandacht te geven die hij nodig heeft. We hebben daarom zelf geen hond’, zegt Sultan. ‘We hebben de uitlaatservice bedacht zodat we met honden kunnen wandelen en spelen als we daar tijd voor hebben’, zegt Puck.
Een hond als vriend
Sultan en Puck hebben allebei op Katendrecht een hond als vriend. ‘Ik ben goed bevriend met hond Lilith. Ik ga 1 keer per week naar Lilith om met haar te spelen en te knuffelen’, zegt Sultan. Puck: ‘Hond Billy is mijn vriend. Ik ga 1 keer per week naar Billy toe. Ik laat hem dan uit en speel met hem.’ Sultan: ‘We hopen dat we door onze uitlaatservice nog veel meer hondenvrienden krijgen.’
Honden begrijpen
‘We hebben door onze hondenvrienden de lichaamstaal van honden leren begrijpen. We kunnen daarom heel goed met honden omgaan’, zegt Puck. ‘Een hond is bijvoorbeeld blij als hij zijn oren en staart omhoog heeft. Een hond is bang als hij zijn staart tussen zijn benen heeft, een gebogen rug heeft en zijn oren omlaag heeft’, legt Sultan uit. Puck: ‘We letten goed op het gedrag van honden zodat honden het bij ons naar hun zin hebben.’
Sultan en Puck laten Yara uit. FOTO’S: ARJEN JAN STADA
Woon je op Katendrecht en wil je je hond door de meiden laten uitlaten? Mail naar HUSPUPPY.HONDENUITLAAT@GMAIL.COM
SEPTEMBER 2020
‘Doe bokshandschoenen aan. Ga schuin staan. Zet 1 voet voor. Zet je voeten uit elkaar. Houd allebei je handen bij je kin. Zo begin je met boksen.’
IJSSELMONDE – Selena (14) zit op boksen bij boksvereniging Schildkamp. Ze laat zien welke stoten je hebt bij het boksen. Een stoot is een klap met je hand. Deze klap geef je met je vuist.
JAB ‘Gebruik je hand aan de kant van je voet die voor staat. Stoot je hand naar voren. Dat is de jab.’
TEKST: ANGELIQUE VAN TILBURG FOTO’S: PETER SNATERSE
RECHTSE DIRECTE ‘Gebruik je hand aan de kant van je voet die achter staat. Stoot je hand naar voren. Deze hand is sterk. Dat is de rechtse directe.’
OPSTOOT ‘Stoot je hand in een bocht, van beneden naar boven. Je kunt deze stoot met je linkerhand doen, maar ook met je rechterhand. Dat is de opstoot.’
Wil jij ook op een sport? Op boksen of een andere sport? Kijk dan met je ouder(s), verzorger(s) of leerkracht op HTTPS://JEUGDFONDSSPORTENCULTUUR.NL/FONDSEN/ROTTERDAM
Of vraag of er bij jou op school een contactpersoon is van het Jeugdfonds Sport & Cultuur Rotterdam.
HOEK ‘Zet je voeten naast elkaar. Zet je voeten uit elkaar. Stoot je hand in een bocht, van de zijkant naar het midden. Je kunt deze stoot met je linkerhand doen, maar ook met je rechterhand. Dat is de hoekstoot.’
FEIJENOORD – Iedere woensdagmiddag kunnen buurtkinderen een Mega Multisportles volgen van sportleraar Mike van Mega Training. De leerlingen leren tijdens de lessen verschillende sporten en spellen. Sherman (11): ‘De sportlessen zijn goed voor ons. We trainen tijdens de lessen heel ons lichaam. Ik voel me door de sportlessen fitter en sterker.’ De leerlingen basketbalden, speelden trefbal, leerden boogschieten en legden een parcours van hindernissen af op 8 juli. TEKST: SUZANNE HUIG
De leerlingen leggen het parcours met hindernissen af. FOTO’S: ARJEN JAN STADA Safiye (9): ‘Iedere Mega Multisportles is anders. De lessen lijken een beetje op de gymlessen op school. Dat vind ik heel leuk.’ Chelsea (10): ‘Ik vind het leuk dat ik hier veel kinderen uit de wijk leer kennen. Ik maak hier veel nieuwe vrienden.’
Verschillende talenten
De deelnemers leren boogschieten.
INDIVIDUEEL
Iets wat je alleen doet.
Lilli (10): ‘Ik vind het leuk dat ik hier zie dat iedereen ergens goed in is. Sommige leerlingen kunnen heel goed boogschieten. Andere leerlingen kunnen bijvoorbeeld heel goed trefballen. Iedereen kan bij deze sportlessen zijn talent ontdekken.’ Khadija (8): ‘Ik vind het leuk dat ik tijdens de lessen allerlei sporten kan proberen. Ik vind het parcours van hindernissen vandaag het leukst. Ik kan goed klimmen.’
De meiden spelen trefbal. Alleen en samen sporten
‘Ik vind het leuk dat we individuele sporten en teamsporten doen. Boogschieten is bijvoorbeeld een individuele sport. Ik let alleen op mezelf als ik boogschiet. Ik probeer me dan goed te concentreren. Trefbal is bijvoorbeeld een teamsport. Ik probeer bij trefbal juist goed samen te spelen met mijn teamgenoten’, vertelt Byron (8).
Lijkt het jou leuk om Mega Multisportlessen te volgen? Kijk voor meer informatie over lessen bij jou in de buurt op WWW.MEGATRAINING.NL
SEPTEMBER 2020
Jan met leerlingen uit groep 6B voor een rhib. FOTO’S: PETER SNATERSE
HOOGVLIET – De Rotterdamse haven is één van de grootste havens van de wereld. Stichting Wereldhavendagen en Port Rangers leren basisschoolleerlingen van alles over de haven. Ze verzorgen bijvoorbeeld gastlessen van verschillende havenbedrijven op basisscholen. De leerlingen van groep 6B van basisschool ’t Prisma kregen op 8 september les van Connie en Jan van Rijkswaterstaat.
Connie en Jan van Rijkswaterstaat. Schepen helpen en begeleiden
‘Rijkswaterstaat vaart met patrouillevaartuigen. Dat zijn knalgele schepen. De patrouillevaartuigen worden bestuurd door gezagvoerders. Aan boord zitten mobiel verkeersleiders. De mobiel verkeersleiders houden het scheepvaartverkeer in de gaten. Onze belangrijkste taak is om schepen te begeleiden en te helpen bij incidenten’, vertelt Jan. Henkdrik (10): ‘De mobiel verkeersleiders helpen mensen die op het water in de problemen komen.’ Jailinn (9): ‘Ze geven ook boetes als mensen zich niet aan de regels op het water houden.’
TEKST: SUZANNE HUIG
‘Rijkswaterstaat zorgt voor een groot deel van de snelwegen, tunnels, rivieren, kanalen, grote wateren en bruggen in Nederland. Rijkswaterstaat zorgt ervoor dat mensen vlot en veilig over de wegen kunnen rijden en over de wateren kunnen varen’, vertelt Jan.
Watersporters in de gaten houden
Lianne (10): ‘Een schip van 110 meter lang kan niet zomaar aan de kant gaan voor bijvoorbeeld een speedboot of zwemmer. Het is daarom belangrijk dat watersporters zich aan alle regels houden.’ ‘We varen met een rhib om watersporters in de gaten te houden. Een rhib is een kleine, snelle motorboot. Een rhib kan met een snelheid van 80 kilometer per uur varen’, vertelt Jan. Shae-Lynn (9): ‘Het is belangrijk dat die boten hard kunnen varen. Ze kunnen dan snel ingrijpen als er iets aan de hand is.’ ‘Ik wil bij Rijkswaterstaat werken. Het lijkt mij gaaf om met zo’n boot te varen’, zegt Raeven (10). Isa (9): ‘Het lijkt mij ook leuk om door de stad te varen.’ BEGELEIDEN
Helpen bij wat iemand doet. INCIDENTEN
Gevaarlijke gebeurtenissen.
Wat heeft Lana dankzij de cursus meer gekregen? PAGINA 4 Van welk spel kent Gani zijn online vriend? PAGINA 4 Hoe noem je het wanneer verschillende klachten samen voorkomen als ziekte of beperkingen? PAGINA 5
Tijdens de Mega Multisportles konden de leerlingen basketballen, trefbal spelen en legden ze een hindernisparcours af. Welke sport deden ze nog meer? PAGINA 9
Wat is bij boksen een ander woord voor ‘een klap geven met je vuist’? PAGINA 9
Hoe heet het project waar Lina, Stefanie, Elijah en Mackenzie op 4 augustus aan meededen? PAGINA 7
HET ANTWOORD VAN DE PUZZEL VAN JUNI IS: VIDEOBELLEN. DE WINNAAR IS JISHJAIRO (11). GEFELICITEERD! Wil je nog meer puzzelen? Kijk dan eens op PUZZELCORNER.NL voor meer leuke puzzels!
In de puberteit groei je ongeveer 10 centimeter per jaar. Dat noem je een … PAGINA 7
Aan wie geven Sultan en Puck het geld dat ze verdienen met de hondenuitlaatservice? PAGINA 8
Wat is de naam van de rapleraar? PAGINA 11 Hoe noem je het als je een bepaalde rijstrook kiest voordat je van richting verandert? PAGINA 12
Hoe heten de speciale vakken vlak voor een stoplicht? PAGINA 12
SEPTEMBER 2020 CENTRUM – Hoe ziet jouw droomstad eruit? De Cultuurschool organiseerde in de zomervakantie de workshop ‘Stadstekeningen in 3D’ in de Centrale Bibliotheek. Deelnemers ontwierpen hun eigen droomstad. TEKST: SUZANNE HUIG
‘Architecten bedenken hoe een stad eruit moet zien en wat voor gebouwen er gebouwd moeten worden. In Rotterdam komen steeds meer mensen wonen. Er komen daarom steeds meer hoge gebouwen in de stad zodat er meer woonplekken komen’, vertelt Peter van de Cultuurschool.
Dorien haar tekening wordt omgezet in een 3D-tekening. FOTO’S: PETER SNATERSE
Dorien fotografeert haar tekening met de iPad.
SCHIEBROEK – Duizenden Rotterdamse leerlingen konden in de zomervakantie via Zomercampus010 op verschillende plekken in de stad lessen volgen. Deelnemers van de Zomercampus010 in Schiebroek kregen op 11 augustus een les rappen van rapper Monta. Ze leerden zelf een rap schrijven. TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
‘Rappen is praten in een ritme op een beat. Je bedenkt als eerst een onderwerp voor je rap. Je kunt als onderwerp bijvoorbeeld iets kiezen dat je leuk vindt om te doen. Schrijf daarna een paar woorden op die met het
Bijzondere dingen zien
Dorien (12): ‘Ik vind Rotterdam een leuke stad. Ik vind een stad leuk als je bijzondere dingen kunt zien in een stad. In Rotterdam kun je een paar bijzondere gebouwen zien. Ik vind de kubuswoningen en de Erasmusbrug in Rotterdam bijvoorbeeld heel opvallend door hun vorm. Ik vind het ook bijzonder dat je in het centrum een gedeelte van de haven van de stad kunt zien.’
Een stad van figuren
‘Op een plattegrond zie je een stad van bovenaf. Een stad bestaat dan uit figuren’, vertelt Peter. Dorien tekent haar droomstad op een vel papier. ‘In Rotterdam zijn veel gebouwen grijs of bruin. Ik zou sommige gebouwen een andere kleur geven zodat de stad er vrolijker uitziet. Ik teken daarom figuren in allerlei kleuren’, vertelt Dorien. Ze tekent ook een dikke lijn. Dorien: ‘Die lijn staat voor een parkje met bloemen en hoge bomen. Ik vind de stad er mooier uitzien als er parkjes tussen de hoge gebouwen liggen.’ Dorien maakt met een iPad een foto van haar tekening. ‘Ik kan in de app de figuren veranderen in 3D-gebouwen. Ik zie in de app mijn droomstad’, zegt Dorien.
onderwerp te maken hebben’, zegt rapleraar Monta. Yshaira (7): ‘Ik ga een rap schrijven over turnen. De woorden die ik opschrijf zijn leuk, turnvriendinnen, wedstrijd en prijs.’
Een rap van 4 zinnen
‘Kies 1 woord uit de woorden die je hebt opgeschreven. Maak een zin met daarin je gekozen woord. Kies daarna een ander woord uit de woorden die je hebt opgeschreven. Maak ook een zin met dat woord. Je kunt de zinnen op elkaar laten rijmen. Herhaal deze stappen nog een keer. Je hebt dan een rap van 4 zinnen’, legt rapleraar Monta uit.
De leerlingen met rapleraar Monta.
Je eigen rap voorlezen
Yshaira leest haar rap voor: ‘Turnen is heel leuk. Met mijn turnvriendinnen lig ik in een deuk. Ik doe de volgende keer mee aan een wedstrijd. Ik win dan een prijs.’ Zhivanèskaya (11) leest daarna haar rap voor: ‘Ik ben in de zomer naar de Zomercampus geweest. Dat was een groot feest. We hebben allemaal leuke dingen gedaan. We hebben daarover verhalen in de krant staan.’
Leuk en leerzaam
Zhivanèskaya.
Gift leest haar rap voor.
Dejan (9) vindt de raples leuk en leerzaam. ‘Ik ben dyslectisch. Ik heb daardoor soms moeite met lezen en schrijven. Het schrijven van en rap is voor mij een leuke manier om met taal te oefenen’, zegt Dejan. Gift (7): ‘Ik vind dit een leuke les omdat ik mag schrijven over een onderwerp dat ik leuk vind.’
Dejan schrijft zijn rap.
SEPTEMBER 2020
ROTTERDAM – De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat bewoners en bezoekers zich veilig voelen in het verkeer in de stad. De gemeente zorgt daarom voor veilige kruispunten met stoplichten en voor meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Tekst: Suzanne Huig
KRALINGEN-CROOSWIJK – Leerlingen van basisschool Pierre Bayle hebben geleerd hoe het verkeer op kruispunten wordt geregeld. Mark van Gemeente Rotterdam liet de leerlingen zien hoe de stoplichten op het kruispunt van de Boezemlaan en de Bosdreef werken. Tekst: Suzanne Huig ‘In Rotterdam zijn er ongeveer 250 kruispunten met stoplichten. Mijn collega’s en ik kijken hoe we de kruispunten zo veilig mogelijk kunnen maken. We kijken hoe we de stoplichten moeten instellen zodat er geen aanrijdingen ontstaan en niemand langer van 90 seconden voor een stoplicht staat te wachten’, vertelt Mark. Het stoplicht weet dat je er staat ‘Voetgangers en fietsers kunnen bij een stoplicht op een knopje drukken. Het stoplicht weet dan dat er iemand staat te wachten op groen licht’, vertelt Marlène (12). ‘Op wegen zijn vlak voor een stoplicht speciale vakken gemaakt. We noemen dat detectielussen. Het stoplicht krijgt een signaal als er een voertuig in het vak voor het stoplicht rijdt of staat’, legt Mark uit.
HULPDIENSTEN
Organisaties die bij rampen en ongelukken helpen. Bijvoorbeeld de brandweer, politie en ambulancediensten.
Tekst: Suzanne Huig
Hasse fietst over het nieuwe fietspad.
Wat zou jij willen veranderen in het verkeer? Tekst en foto's: Suzanne Huig
Stoplichten aansturen ‘De stoplichten op een kruispunt zijn aangesloten op een kastje dat naast het kruispunt staat. Dat kastje stuurt de stoplichten aan’, vertelt Mark. Belinay (12): ‘Het kastje zorgt ervoor dat een stoplicht op groen gaat als er voertuigen of voetgangers staan te wachten en het kruispunt vrij is.’ Mark: ‘Het stoplicht gaat weer op oranje en rood als alle voertuigen voor het stoplicht weg zijn of als het 30 seconden op groen heeft gestaan.’ Abdessamad (11): ‘Een stoplicht blijft op rood staan als er niemand voor het stoplicht staat te wachten. Een stoplicht waarvoor mensen staan te wachten, kan dan op groen. Het kastje regelt dat automatisch.’ Voorrang krijgen ‘Het is belangrijk dat hulpdiensten die haast hebben niet voor een stoplicht hoeven te wachten’, zegt Chaima (10). ‘Een hulpdienst die haast heeft, stuurt een signaal naar het kastje voordat hij bij het kruispunt is. Het kastje weet daardoor waar de hulpdienst vandaan komt. Het kastje zorgt er dan voor dat de hulpdienst niet voor een stoplicht hoeft te wachten en gelijk kan doorrijden’, legt Mark uit. ‘Het kastje kan er ook voor zorgen dat voetgangers en fietsers 2 keer zo vaak groen licht krijgen als het regent’, zegt Dounia (10).
De leerlingen bij het kruispunt van de Boezemlaan en de Bosdreef. Foto’s: Peter Snaterse
ROTTERDAM – Gemeente Rotterdam wil dat fietsers en voetgangers zich veilig voelen in de stad. In de stad zijn daarom een aantal rijstroken voor automobilisten veranderd in fietspaden en voetpaden. Fietsers en voetgangers hebben daardoor meer ruimte in de stad. Judith van Gemeente Rotterdam bekeek met Hasse (9), June (8), Mara (10), Phine (10) en Tom (6) de fietspaden rondom de Erasmusbrug.
Mark (rechts) en de leerlingen bij het kastje bij het kruispunt.
‘De fietspaden rondom de Erasmusbrug zijn de drukste fietspaden in Rotterdam. Het is soms zo druk op de fietspaden dat er files van fietsers ontstaan voor de stoplichten’, vertelt Judith. Mara: ‘Ik fiets soms door de stad. Ik sta dan vaak in een lange rij van fietsers die achter elkaar staan te wachten totdat een stoplicht op groen gaat. Die lange rij veroorzaakt gevaarlijke situaties als fietsers willen inhalen.’ Extra fietspaden en voetpaden ‘De gemeente heeft rondom de Erasmusbrug rijbanen voor automobilisten afgezet met blokken beton. De afgezette rijstroken zijn nu fietspaden en voetpaden. Fietsers en voetgangers hebben daardoor meer ruimte om veilig over te steken en voor te sorteren bij de verkeerslichten’, zegt Judith. ‘Op de fietspaden staan richtingen aangegeven zodat mensen goed kunnen voorsorteren en minder snel tegen elkaar botsen’, zegt Hasse.
TIJN (8): ‘Ik vind sommige grote kruispunten gevaarlijk voor fietsers en voetgangers. Ik vind daarom dat er fietsbruggen en wandelbruggen over die kruispunten gemaakt moeten worden. Fietsers en voetgangers kunnen die kruispunten dan veilig oversteken via de bruggen.’
‘Het stoplicht is verplaatst omdat de stoep breder is gemaakt’, zegt June. Foto's: Peter Snaterse Fijner en veiliger Phine: ‘Ik vind het goed dat fietsers extra ruimte hebben gekregen in de stad. Ik voel me fijner en veiliger op de fiets als het fietspad breder is. Ik denk dat meer mensen gaan fietsen als er meer ruimte is om te fietsen.’ ‘Ik denk dat er minder ongelukken gebeuren doordat de blokken beton tussen fietsers en automobilisten in staan. Ik voel me daardoor veiliger als ik hier fiets’, zegt June. VOORSORTEREN
Het kiezen van een bepaalde rijstrook voordat je van richting verandert.
ANNE-FLEUR (7): ‘Ik vind dat er aparte rijbanen voor scooters moeten komen. Scooters rijden soms heel hard op het fietspad. Ik voel me als fietser dan niet veilig op het fietspad.’
Wat zou jij willen veranderen in het verkeer?