Skip to main content

Jong010, dé Rotterdamse kinderkrant - juni 2021

Page 1

JUNI 2021

7 Slootwater onderzoeken

8

9

DNA van een aardbei

11

Fortnite in de gymzaal

Muziek maken als een orkest

Gabriel maakt foto’s voor de sociale media. FOTO’S: ARJEN JAN STADA

De leerlingen laten hun zelfgemaakte producten zien.

Fenna houdt de financiën bij. HILLEGERSBERG-SCHIEBROEK – De leerlingen van de groepen 7A, 7B, 8A en 8B van basisschool De Bergse Zonnebloem zijn voor hun kunstlessen een eigen bedrijf begonnen. De leerlingen verkopen zelfgemaakte spullen met hun bedrijf De Bergse crafters. TEKST: SUZANNE HUIG

Juneau (11): ‘We maken iedere vrijdag producten. We maken bijvoorbeeld stoepkrijt, bruisballen, sleutelhangers en sieraden. We verkopen onze producten op 25 juni in onze school. We geven 20 procent van onze winst aan het goede doel KiKa.’ Hadeel (13): ‘Ik vind het heel leuk om dingen te maken die worden verkocht.’

Zorgen voor bekendheid

Justin (11) en Maas (10) zijn van de marketingafdeling. Justin: ‘Wij hebben de naam en het logo bedacht. We zorgen ervoor dat ons bedrijf bekend wordt.’ Maas: ‘We maken bijvoorbeeld folders. We hangen die folders in de wijk op zodat mensen weten dat we zelfgemaakte producten verkopen.’ David (11) en Gabriel (11) houden de sociale media bij. ‘We hebben een Instagram-account en TikTokaccount gemaakt’, zegt David. Gabriel: ‘We plaatsen op onze accounts foto’s en filmpjes van onze producten.’

Prijzen berekenen

Fenna (11) houdt de financiën bij. ‘We maken onze producten van spullen die we bij juf Ruth kopen. Ik reken uit hoeveel geld het ons kost om een product te maken. Ik kijk daarna hoeveel het product waard is. Ik bedenk dan voor hoeveel geld we het product moeten verkopen. We verkopen bijvoorbeeld ringen voor € 2,50 per stuk. Het materiaal voor de ringen kost ons € 0,30 per ring’, legt Fenna uit.

Personeel en regels

Adil (10) en Emi (11) doen samen de personeelszaken. ‘Wij houden in de gaten of mensen goed samenwerken. We kijken bijvoorbeeld of iedereen doet waar hij of zij goed in is’, zegt Emi. Luuk (12) zorgt ervoor dat het bedrijf rekening houdt met de coronamaatregelen. ‘Ik heb bijvoorbeeld een lint geregeld om ervoor te zorgen dat mensen 1,5 meter afstand houden als ze iets bij ons kopen. We vinden het belangrijk om ons aan de regels te houden.’


JUNI 2021

Een jongen gaat naar de dierenarts met zijn goudvis. ‘Dokter hij spartelt zo vreemd’, zegt hij tegen de arts. De dierenarts bekijkt de vis in de kom en zegt: ‘Hij ziet er toch redelijk kalm uit…’ De jongen: ‘Ja, wacht maar tot ik hem uit de kom haal!’

t

Emily (10)

2 slangen komen elkaar tegen in het moeras. De ene slang zegt tegen de andere: ‘Ik hoop dat ik niet giftig ben.’ Vraagt de andere: ‘Waarom?’ Zegt de ene: ‘Omdat ik net op mijn tong heb gebeten!’ Eli (9)

Een ontdekkingsreiziger loopt in de jungle. Hij ziet een tijger en schrikt. De ontdekkingsreiziger rent snel weg. De tijger haalt hem al snel in en zegt: ‘Tikkie, jij bent hem.’

r

o

m

b

o

n

e

t

r

o

m

v

i

o

o

l

t

e

p

m

o

r

t

p

a

u

k

l

o

o

i

v

t

l

a

u

k

e

l

e

l

e

a

o

b

n

b

x

y

l

o

f

o

o

n

r

e

ij

l

r

p

r

a

h

s

k

o

e

k

r

o

a

s

t

e

n

i

r

a

l

k

e

k

a

c

i

n

o

m

r

a

h

e

o

f

t

r

i

a

n

g

e

l

w

n

b

l

i

b

k

e

y

b

o

a

r

d

m

u

g

a

s

a

x

o

f

o

o

n

a

i

t

s

l

e

t

s

m

u

r

d

t

t

altviool bas bekken blokfluit drumstel dwarsfluit gitaar harmonica harp keyboard klarinet

pauk piano saxofoon tamboerijn triangel trom trombone trompet ukelele viool xylofoon

Antwoord (1 woord):

Het antwoord van de woordzoeker van mei is: STADSVOGELS. De winnaar is Solomon (12). Gefeliciteerd!

Regels: de woorden vind je horizontaal, verticaal en diagonaal. Ook achterstevoren. Je mag letters meerdere keren gebruiken. Als je de overgebleven letters in de juiste volgorde zet, krijg je het antwoord. Mail dit antwoord samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s) (zodat we contact met je kunnen opnemen als je hebt gewonnen) naar ANTWOORD@JONG010.NL. Alleen de winnaar krijgt bericht.

Thijmen (11)

Je nn y en Jimm y Weet jij waarom katten niet naar buiten gaan als het regent?

Jenny? Weet je wat mijn favoriete seizoen is? Zomer?

Of wacht. Is lente jouw favoriete seizoen?

Michiel van de Vijver

Toch geen winter? Herfst dan?

Allebei niet.

Voetbalseizoen.

Omdat het dan hondenweer is. Sjakira (8)

Wie kan er hoger springen dan een berg? Iedereen, want een berg kan niet springen.

Rayane (12)

Je loopt buiten op straat. Je hebt geen muts of capuchon op je hoofd. Je hebt ook geen paraplu of iets anders boven je hoofd. Toch word je niet nat. Hoe is dat mogelijk? Het regent helemaal niet. Muhammed (9)

Zoek de voetballen in de kinderkrant!

Heb jij een tip voor Jong010?

redactie@jong010.nl

Kun jij ze allemaal vinden? Vul hier het aantal in:

Lees alle kranten op onze website: www.jong010.nl

Wil jij op een sport? Of bijvoorbeeld op dansen, muziek maken of zingen? Kijk dan met je ouder(s), verzorger(s) of leerkracht op

DE NIEUWE JONG010 VERSCHIJNT DONDERDAG

JEUGDFONDSSPORTENCULTUUR.NL/ROTTERDAM

9 SEPTEMBER 2021

Of vraag of er bij jou op school een contactpersoon is van het Jeugdfonds Sport & Cultuur Rotterdam.

Jong010 wordt mede mogelijk gemaakt door:

JONG010 - JUNI 2021 JAARGANG 11 - EDITIE 10 OPLAGE: 38.000 KRANTEN

Oprichter: Angelique van Tilburg Hoofdredacteur: Suzanne Huig Fotografen: Peter Snaterse, Arjen Jan Stada Vormgeving: Marcel van den Assem Redactiemedewerker: Sasja Hof

Donateurs


JUNI 2021

ROTTERDAM – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Hij is ook benieuwd naar de mening en ervaring van basisschoolleerlingen. Wat doe jij met je oude spullen?

‘Het is goed We scheiden grondstoffen Er hoeft ook

TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG

voor het milieu om afval te scheiden. papier, glas en textiel. Er gaan minder verloren doordat we afval scheiden. minder afval verbrand te worden doordat we afval scheiden. Afval scheiden is ook goed omdat je andere mensen blij kunt maken met spullen die jij niet meer gebruikt. Je kunt oude kleding en speelgoed bijvoorbeeld inleveren bij een kringloopwinkel. Doe jij dat weleens? Of koop je weleens iets tweedehands?’

‘Ik geef soms kleding aan mijn nichtjes of vrienden als ik de kleding niet meer pas. Ik bewaar mijn oude speelgoed in de kelder. Ik ga mijn oude speelgoed misschien verkopen of weggeven. Mijn familie koopt weleens spullen bij de kringloopwinkel. We kopen bij de kringloopwinkel bijvoorbeeld tapijt of een vaas. Ik vind het goed dat er kringloopwinkels bestaan. Ik vind het zonde om iets weg te gooien terwijl iemand anders het graag wil hebben.’

AMIRA 11 JAAR

AHMED ABOUTALEB FOTO: GEMEENTE ROTTERDAM / MARC NOLTE

‘Ik geef mijn oude spullen vaak aan mijn jongere neefje. Ik doe soms ook oude spullen in een speciale bak voor arme kinderen. Ik vind het belangrijk om spullen weg te geven als ik ze niet meer gebruik. Ik kan iemand heel blij maken met die spullen. Ik weet niet of ik zelf tweedehandsspullen heb. Als ik iets mooi vind, maakt het mij niet uit of het nieuw of tweedehands is.’

‘Ik vind het belangrijk om spullen weg te geven als ik ze niet meer gebruik. Ik vind het zonde om iets weg te gooien terwijl het nog gebruikt kan worden. Ik stop mijn oude kleding in een kledingbak. Mijn oude speelgoed geef ik aan familieleden. Mijn ouders kopen soms iets tweedehands. Ze hebben bijvoorbeeld een tweedehands vriezer gekocht.’

‘Ik verkoop mijn oude speelgoed via Marktplaats. Ik koop ook weleens spullen via Marktplaats. Ik heb bijvoorbeeld mijn PlayStation via Marktplaats gekocht. Ik vind het handig om gebruikte spullen te verkopen en te kopen. Ik verdien daardoor geld met mijn oude spullen. En ik koop spullen goedkoper als ze tweedehands zijn.’

BASIR

12 JAAR

DAPHESON

OZGE

‘Ik geef mijn oude speelgoed aan mijn jongere broertje of zusje. Ik stop mijn kleding in een speciale inzamelingsbak. De kleding uit die bak gaat naar het goede doel. Ik krijg soms kledingstukken die mijn broer of zus niet meer passen. Ik ben daar blij mee.’

‘Ik breng mijn oude kleding en speelgoed naar een kringloopwinkel. Ik koop ook spullen in een kringloopwinkel. Ik koop bijvoorbeeld een bed of speelgoed bij een kringloopwinkel. Ik vind het belangrijk dat spullen worden gebruikt totdat ze echt kapot zijn.’

ROHINI

MAKEDA

‘Ik geef mijn oude spullen aan familieleden. Als mijn familie iets niet wil hebben, verkoop ik het op een marktje. Wij kopen thuis soms tweedehandsmeubels. Het maakt voor mij niets uit of iets nieuw is of tweedehands is. Ik vind het alleen belangrijk of ik iets mooi vind en echt wil hebben.’

‘Ik geef mijn oude spullen weg aan vrienden of familie. Ik krijg van hen vaak wat geld voor mijn spullen. Ik koop van dat geld nieuwe dingen. Ik vind het zelf niet fijn om tweedehandsspullen te krijgen. Ik ben bang dat die spullen snel kapotgaan.’

‘Mijn ouders zetten de spullen die wij niet meer gebruiken op straat. Mensen kunnen die spullen gratis meenemen. Mensen die weinig geld hebben, kunnen onze spullen vaak goed gebruiken. Ik vind het heel goed dat mijn ouders iets weggeven als ze het niet meer gebruiken. Ze zorgen ervoor dat onze oude spullen geen afval worden. Dat is goed voor het milieu.’

EFE

JOELL

MORIANGELO

10 JAAR

11 JAAR

11 JAAR

11 JAAR

Wat doe jij met je oude spullen? En koop je weleens iets tweedehands?

9 JAAR

12 JAAR

11 JAAR


JUNI 2021

ROTTERDAM – Sommige kinderen hebben vaak ruzie. Ze vinden het lastig om op een goede manier voor zichzelf op te komen. Ze kunnen daardoor soms moeilijk omgaan met hun klasgenoten en juf of meester. Amigo’s is een training van 12 tot 16 weken. Een kind leert tijdens de training omgaan met anderen en zijn of haar emoties onder controle te krijgen. Sepehr (11) volgde de training. TEKST: SUZANNE HUIG

EMOTIE

De manier waarop je een gevoel laat zien. Het gevoel blijdschap kun je laten zien door te lachen. Het gevoel woede kun je laten zien door ruzie te maken.

PRINS ALEXANDER – Sepehr werd bijna iedere dag gepest. ‘Ik was onzeker over mezelf. Ik durfde niet voor mezelf op te komen. Ik was daardoor een makkelijk slachtoffer om te pesten. Ik wilde graag leren om netjes en duidelijk voor mezelf op te komen. Ik heb daarom de training ‘Amigo’s’ gevolgd’, vertelt Sepehr. TEKST: SUZANNE HUIG Sepehr: ‘Ik werd door pesters gevolgd als ik van school naar huis liep. De pesters duwden me dan en zeiden gemene dingen tegen mij. De pesters zeiden dat ik andere kinderen moest duwen. Ik deed dat omdat ik bang was dat ik anders nog erger gepest zou worden. Ik wilde doen en zeggen wat de pesters leuk vonden. Ik hoopte dat de pesters mij dan leuk zouden vinden. Ik hoopte dat ze mij dan niet meer zouden pesten. Mijn ouders hebben mij voor de training ‘Amigo’s’ opgegeven toen ze ontdekten dat ik werd gepest.’

Sepehr: ‘Ik ben nu zelfverzekerd.’ FOTO’S: ARJEN JAN STADA

Een volwassen vriend

‘Amigo is het Spaanse woord voor vriend. Ieder kind dat de training volgt, krijgt een volwassene als vriend. Juf Sandy is mijn amigo. Ik kan aan haar alles vertellen. Ik vind dat heel fijn. Ik voel me daardoor niet alleen. Ik praat met haar over de dingen die ik lastig vind. We bedenken samen oplossingen voor die dingen. Ik krijg daardoor meer zelfvertrouwen. Ik weet door juf Sandy dat ik sterk ben’, vertelt Sepehr.

Ik mag mezelf zijn

‘Ik vond het lastig om voor mezelf op te komen. Ik vond het lastig om te weten wanneer ik iets wel kon zeggen en wanneer ik iets beter niet kon zeggen. Ik wilde graag alleen maar zeggen en doen wat anderen leuk vinden. Ik dacht dat mensen mij dan leuker zouden vinden. Ik schaamde me bijvoorbeeld omdat ik basketballen leuk vind terwijl veel andere kinderen voetballen leuker vinden. Ik wilde hetzelfde zijn als anderen zodat ik erbij hoorde. Ik heb tijdens de training geleerd dat ik mezelf mag zijn. Ik mag zelf bepalen wat ik leuk vind’, legt Sepehr uit.

Helpende en niet-helpende gedachten

‘Ik had vaak niet-helpende gedachten. Dat zijn gedachten die je een vervelend en onzeker gevoel geven. Ik dacht bijvoorbeeld dat ik zwakker was dan de pesters. Ik heb van juf Sandy geleerd dat iedereen gelijk is. Niemand verdient het om te worden gepest. Ik ben leuk zoals ik ben. Dat is een helpende gedachte. Ik voel me daardoor zelfverzekerd. Ik zeg het nu tegen iemand als hij of zij iets doet wat ik niet fijn vind. Kinderen weten daardoor dat ik me niet laat pesten. Ik word daardoor ook niet meer gepest’, vertelt Sepehr.

Echte vrienden

‘Ik wilde bevriend zijn met de pesters omdat ik bang was. Ik ga nu niet meer met de pesters om. Ik wil niet met kinderen omgaan die pesten. De pesters hoeven mij niet meer leuk te vinden. Ik heb nu goede vrienden. Zij betekenen heel veel voor mij. We spreken bijna iedere dag met elkaar af. We kunnen alles aan elkaar vertellen. We zijn er voor elkaar als we elkaar nodig hebben. We komen voor elkaar op. Ik ben heel blij dat ik de training heb gevolgd. Ik heb nu echte vrienden. Ik voel me daardoor blijer’, vertelt Sepehr.

TIP VAN

SEPEHR

Sepehr: ‘Pesten stopt niet zomaar. Het is belangrijk om hulp te zoeken als je wordt gepest. Vertrouw je ouders, verzorgers of een vriend of vriendin. Vertel wat er gebeurt en hoe je je voelt. Je kunt dan hulp krijgen.’


JUNI 2021

Yannick: ‘Ik heb een speciale stoel en tafel op school. Ik zit daardoor goed en heb geen pijn.’

ROTTERDAM – Yannick (12) heeft het Noonan syndroom. ‘Het Noonan syndroom is een aangeboren ziekte. Ik was vanaf mijn geboorte heel vaak ziek. Ik stopte soms zelfs even met ademhalen. Dokters ontdekten na veel onderzoeken na anderhalf jaar dat ik het Noonan syndroom heb’, vertelt Yannick. TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG

‘Kinderen met het syndroom vallen vaak op omdat ze niet zo groot zijn. Vaak staan hun ogen ook iets verder uit elkaar en staan hun oren iets lager. Ik heb die kenmerken ook. Ik heb door de ziekte ook een hartafwijking. Mijn hartklepjes zijn verdikt. Ze sluiten daardoor niet goed. Ik merk daar niets van. Ik voel me niet ziek’, vertelt Yannick.

Groeien in je slaap

‘Kinderen groeien in hun slaap. Je lichaam maakt dan groeihormonen aan. Mijn lichaam maakt te weinig groeihormonen aan. Ik groei daardoor heel slecht. Ik krijg daarom iedere avond met een speciale pen groeihormonen in mijn lichaam geduwd’, legt Yannick uit.

Heel gevoelig

‘Het syndroom zorgt er bij mij voor dat ik heel gevoelig ben. Ik merk bijvoorbeeld dat ik heel gevoelig ben als ik ergens tegenaan stoot. Mijn lichaam reageert veel sneller dan het lichaam van anderen. Ik krijg gelijk een blauwe plek als ik ergens zachtjes tegenaan stoot. Ik moet daarom heel voorzichtig doen anders heb ik veel pijn’, zegt Yannick.

Niet veel energie

Yannick: ‘Ik heb niet zoveel energie. Ik ben daardoor vaak moe. Ik neem daarom altijd mijn rolstoel mee als ik een dag wegga. Ik kan dan in mijn rolstoel uitrusten als dat nodig is. Ik vind dat wel jammer. Ik zou graag heel de dag energie willen hebben om te rennen. Mijn spieren zijn ook wat slapper dan de spieren van anderen. Het kost mij daardoor bijvoorbeeld veel moeite om te schrijven. Ik werk op school daarom altijd op een laptop.’

Erbij horen

‘Ik zit sinds anderhalf jaar op de speciaal onderwijsschool Recon openluchtschool. Dat is een school voor kinderen die ziek zijn of een beperking hebben. Ik vind het fijn dat alle kinderen op deze school een ziekte of beperking hebben. We begrijpen elkaar daardoor goed. Mijn klasgenoten vinden het bijvoorbeeld niet raar als ik niet kan meespelen of moet uitrusten. Zij begrijpen dat. Ik heb hier op school het gevoel dat ik erbij hoor. Dat geeft mij een heel blij en zelfverzekerd gevoel’, vertelt Yannick.

KENMERKEN

Iets waaraan je iemand of iets kunt herkennen.

Fonds Kind & Handicap helpt kinderen en jongeren met een handicap of chronische ziekte.

Een handicap is een beperking waardoor je sommige dingen niet zo goed kunt.

SYNDROOM

Verschillende klachten die samen voorkomen als ziekte.

Een chronische ziekte is een ziekte die minimaal 3 maanden duurt, steeds terugkomt of niet genezen kan worden.

De organisatie geeft bijvoorbeeld geld om hulpmiddelen te kopen, voorlichting te geven of onderzoek te doen.


JUNI 2021

ROTTERDAM – De kans is kleiner dat je later in de financiële problemen komt als je op jonge leeftijd met geld leert omgaan. Iedereen gaat anders om met geld. Sommige mensen geven heel makkelijk geld uit. Andere mensen denken eerst goed na voordat ze iets kopen. Je kunt je geld maar 1 keer uitgeven. Je moet daarom goed nadenken wat je ermee doet. TEKST EN FOTO: SUZANNE HUIG

Lisa (10) en Lena (10) gaan samen naar het winkelcentrum. Ze nemen hun spaargeld mee. Ze willen allebei een ijsje, broek en jas kopen. Lisa koopt wat ze wil hebben. Ze geeft € 78,00 uit. Lena belt eerst haar ouders. Ze vraagt of ze van haar spaargeld een ijsje, broek en jas mag kopen. Koop jij gelijk wat je wilt hebben? Of overleg je eerst met iemand voordat je iets koopt?

RANIA (9): ‘Ik koop ongeveer 4 keer per maand iets van mijn spaargeld of zakgeld. Ik koop bijvoorbeeld kleding, spelletjes of decoratie voor mijn kamer. Ik overleg altijd met mijn ouders voordat ik iets koop. Mijn ouders weten goed of het verstandig is om ergens geld aan uit te geven.’

REKENBOEKJE Wat zou jij doen?

Hoe zorg je ervoor dat ons leven slimmer, schoner en zuiniger is? Tijdens de bright ideas challenge bedenken leerlingen van groep 7 en 8 oplossingen voor grote uitdagingen. Lijkt het jou leuk om met je klas mee te doen? Kijk voor meer informatie op www.brightideas.generationdiscover.nl

ROTTERDAM – Shell vindt het belangrijk dat kinderen meer leren over wetenschap en techniek. Lijkt het jou leuk om zelf te experimenteren? Jamie-Linn (10) en Manuel (10) doen het proefje ‘Toverwater’. TEKST: SUZANNE HUIG

Water

Liniaal

Koffiefilter

Stiften in een donkere kleur. Geen watervaste stiften.

Satéprikker Schaar Glas

STAP 2.

STAP 1.

Jamie-Linn: ‘Knip een strook uit de koffiefilter. De strook moet in het glas passen. Zet met een stift 2 stippen onderaan de strook op 1 centimeter vanaf de rand.’

‘Giet een laagje water in het glas’, zegt Jamie-Linn.

WAT HEB JE NODIG?

Bright ideas challenge is een initiatief van Shell.

WAT WEET JE NU?

Je ziet op de koffiefilter verschillende gekleurde vlekken. De donkere kleur van je stift is een mengsel van verschillende kleurstoffen. Sommige kleurstoffen lossen beter op in water dan andere kleurstoffen. De kleurstoffen die het beste oplossen in water, kruipen het meest omhoog op de koffiefilter. De kleurstoffen worden daardoor van elkaar gescheiden. In een groene stift zitten gele en blauwe kleurstoffen. In een paarse stift zitten blauwe en rode kleurstoffen. Je kunt alle kleuren van de regenboog maken met de kleuren rood, geel en blauw.

STAP 3.

‘Prik de satéprikker aan de bovenkant door de strook’, zegt Manuel.

STAP 4.

‘Leg de satéprikker op het glas zodat de onderkant van het filterpapier in het water hangt. De stippen mogen niet in het water hangen’, zegt Manuel.

Proefje in samenwerking met Centrum JongerenCommunicatie Chemie.

STAP 5.

‘Haal de strook uit het water als het water bijna tot bovenin de strook is getrokken’, zegt Manuel.

Foto’s: Arjen Jan Stada


JUNI 2021

Rosa: ‘Mijn broertje wordt soms gepest op school. Ik maak me zorgen om hem. Wat kan ik doen?’

Hoi Rosa, Ik kan me voorstellen dat het niet fijn is om te zien dat je broertje wordt gepest. Het maakt je misschien verdrietig en boos. Het is heel begrijpelijk dat je je zorgen maakt om je broertje. Het is voor je broertje niet fijn dat hij wordt gepest. Hij kan daar last van houden.

Praat erover

Jij kunt je broertje helpen door met hem te praten over het pesten. Jullie kunnen ook samen aan jullie ouders of verzorgers vertellen dat je broertje wordt gepest. Jullie kunnen dan allebei jullie gevoelens en zorgen vertellen.

Hulp vragen aan de leraar ILLUSTRATIE: COPAL EN CONSORTEN

ROTTERDAM – Marieke van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Rosa (11). TEKST: SUZANNE HUIG

Marieke beantwoordt ingestuurde brieven. FOTO: PETER SNATERSE Heb jij een vraag aan Marieke of zit je ergens mee? Stuur een mail naar REDACTIE@JONG010.NL of stuur een brief naar Jong010, Postbus 13037, 3004 HA Rotterdam.

Je kunt ook de leraar van je broertje om hulp vragen. Alle leerlingen en leraren op een school hebben afspraken over pesten gemaakt. Een leraar is verplicht om zijn of haar best te doen om het pesten te stoppen.

Stop pesten

Pesters stoppen vaak niet vanzelf met pesten. Je kunt proberen om met de pesters en meelopers te praten. Meelopers zijn kinderen die niet zelf beginnen met pesten. Sommigen kijken alleen toe. Anderen pesten af en toe mee. Meelopers willen vaak niet pesten. Jij kunt aan de pesters en meelopers vertellen wat je van pesten vindt. Je ontdekt dan misschien dat er nog veel meer kinderen zijn die vinden dat het pesten moet stoppen. Jullie kunnen dan samen bedenken hoe het pesten kan stoppen. DIT ARTIKEL IS GEMAAKT IN SAMENWERKING MET

Groetjes, Marieke

Het zicht meten

‘We meten het zicht met een zelfgemaakte secchischijf. Een secchischijf is een ronde schijf aan een touw. We laten de schijf in het water zakken tot we hem vanaf de kant niet meer kunnen zien’, legt Vinnie (9) uit. ‘We trekken de schijf voorzichtig omhoog totdat we hem weer zien. We kunnen dan op het touw aflezen tot welke diepte je in het water kunt kijken. Wij kunnen hier tot 65 centimeter diepte kijken’, zegt Elina (8). Gianni (9): ‘De kwaliteit van helder water is beter dan de kwaliteit van troebel water. Dus hoe dieper je in een sloot kunt kijken, hoe schoner het water is.’

IJSSELMONDE – De waterschappen zorgen voor het water in sloten, vaarten en meren in Nederland. Waterschap Hollandse Delta zorgt voor het water in Charlois, Feijenoord, IJsselmonde, Rozenburg, Hoogvliet en Pernis. De leerlingen van groep 5B van de Mr. Van Eijckschool onderzochten met Mieke van waterschap Hollandse Delta het slootwater in de buurt van hun school. TEKST: SUZANNE HUIG ‘We hebben in Nederland veel water. Het is belangrijk dat het water gezond is. Dieren en planten kunnen dan goed in het water leven. En mensen hebben dan geen overlast van bijvoorbeeld stinkend water. De waterschappen controleren grote wateren zoals meren en rivieren. De waterschappen vragen deze zomer aan mensen om de kleine wateren in hun buurt te controleren. Jullie controleren daarom nu de sloten rondom jullie school’, legt Mieke uit.

De diepte meten

‘We laten de secchischijf weer in het water zakken. We laten de schijf zakken totdat het touw slap gaat hangen. De schijf ligt dan op de bodem’, vertelt Destiny (9). ‘We zien nu op het touw hoe diep het water is. Het water hier is 87 centimeter diep’, zegt Leigh-Anne (8). ‘Ik meet in deze sloot een diepte van 60 centimeter. Ik vind het water hier schoon omdat ik hier tot de bodem kan kijken’, vertelt Kyan (9).

Een groepje leerlingen bekijkt met Mieke een sloot in de buurt van de school.

Levende planten en dieren

‘Wij vinden water gezond als planten en dieren in en rond het water kunnen leven’, vertelt Mieke. Hamza (10): ‘We zien hier veel oeverplanten. Oeverplanten kunnen in het water en op het land groeien.’ Ayat (8): ‘Wij zien spinnen, eenden, kuikens en een reiger in de buurt van de sloot. Deze sloot is gezond anders zouden de planten en dieren hier niet overleven.’ Wil jij de waterkwaliteit bij jou in de buurt controleren? Kijk voor meer informatie op WWW.WATERMONSTERS.NATUURENMILIEU.NL

Waterschap Hollandse Delta is één van de 21 waterschappen in Nederland.

De leerlingen meten de diepte en het zicht met een secchischijf. FOTO’S: PETER SNATERSE

Kijk voor meer informatie en opdrachten op WWW.WSHD.NL/EDUCATIE.

Ook voor ouders en leerkrachten!


JUNI 2021

ROZENBURG – De Rotterdamse haven is 1 van de grootste havens ter wereld. De leerlingen van groep 7 van basisschool Blijvliet voeren met havengids Koos van Port Rangers op 28 mei met de Fast Ferry door de haven. TEKST: SUZANNE HUIG Batuhan (11): ‘De Fast Ferry is een soort bus op het water. De boot brengt je van plek naar plek.’ ‘Wij varen van de Scheurhaven naar de Berghaven in Hoek van Holland. We varen vanaf daar naar de Antarcticaweg bij de Maasvlakte. We varen daarna naar de Pistoolhaven. We varen vanaf daar terug naar de Scheurhaven’, vertelt havengids Koos.

De leerlingen ontdekken de haven vanaf de Fast Ferry. FOTO’S: PETER SNATERSE

Het Beereiland

De leerlingen varen langs het Beereiland. ‘Dit eiland is aangelegd om de kade en de schepen die achter het eiland liggen te beschermen. Achter het eiland wordt aardgas opgeslagen. Schepen laden en lossen daar aardgas. Het is belangrijk dat niemand daar tegen de kade of een schip vaart. Er kunnen gevaarlijke situaties ontstaan als dat wel gebeurt’, legt havengids Koos uit. Arifien (11): ‘Het eiland zorgt ervoor dat schepen die geen aardgas vervoeren afstand moeten houden.’

Zeehonden in de haven

De leerlingen kijken goed om zich heen of ze in het water of op het Beereiland zeehonden zien. ‘Zeehonden liggen graag in de zon op het Beereiland’, zegt Egemen (11). ‘Ik wist niet dat er zeehonden leven in de Rotterdamse haven. Ik vind het heel leuk om de dieren in het wild te zien’, zegt Nilay (10). Batuhan: ‘Ik zie 2 zeehonden in het water.’ Dilara (11): ‘Ik zie ook veel kwallen en verschillende vogels.’

Beroepen in de haven

Het schip wordt de haven uitgetrokken door sleepboten.

Het Beereiland.

‘We zien vanaf de boot welke beroepen er in de haven zijn. Sommige mensen bedienen bijvoorbeeld de grote kranen om containers op schepen te zetten’, vertelt Egemen. ‘Ik zie een groot schip dat vanuit de haven vertrekt. Kleine sleepboten trekken het schip veilig de haven uit. Het lijkt mij leuk om kapitein op zo’n sleepboot te zijn’, zegt Raphaël (12). Batuhan: ‘Ik zou als gids in de haven willen werken. Het lijkt mij leuk om aan mensen te vertellen wat er allemaal te zien is in de haven.’

Alcohol, water, zout en afwasmiddel

HOOGVLIET – De leerlingen van groep 7 en groep 8 van de Jacobusschool onderzochten als wetenschappers aardbeien. Juf Amina van Thermo Fisher en juf Iris van Rotterdam Vakmanstad leerden de leerlingen DNA uit een aardbei halen. TEKST: SUZANNE HUIG

De jongens werken heel voorzichtig.

‘DNA is een unieke code van iets of iemand. Alles wat leeft, heeft DNA. Planten, dieren en mensen hebben DNA’, zegt Rayan (12). ‘DNA zit in een aardbei. Wij halen het DNA naar buiten met het proefje’, zegt Aureyliah (11).

De leerlingen krijgen per tweetal een reageerbuis met daarop de letter A en een reageerbuis met daarop de letter W. Ze spuiten 10 milliliter water in de reageerbuis met daarop de letter W. Ze spuiten 5 milliliter alcohol in de reageerbuis met daarop de letter A. ‘We doen een snufje zout in het buisje met water. Een snufje is zoveel als dat er tussen 2 vingers past’, zegt Jay (12). ‘We schudden tot we het zout niet meer zien. Het zout is dan opgelost in het water’, zegt Rayan. Jay: ‘We doen daarna 10 druppels afwasmiddel in het buisje. We bewegen het buisje daarna nog een paar keer heen en weer.’

DNA scheiden

Rayan en Jay filteren hun aardbeiensap.

De leerlingen knippen het kroontje van hun aardbei af. Ze knippen hun aardbei daarna in stukjes. ‘We doen de stukjes in een zakje. Wij knijpen in het zakje zodat de stukjes aardbei heel klein worden’, zegt Elise (11). Quinysha (12): ‘We doen alles uit de reageerbuis met de letter W in het zakje. We schudden het zakje daarna heen en weer.’ Juf Amina: ‘Een cel bestaat uit eiwit en DNA. Het zout en het afwasmiddel zorgen ervoor dat het eiwit en het DNA uit elkaar gaan.’

Een sliertje DNA

De leerlingen knippen het kroontje van hun aardbei af. FOTO’S: ARJEN JAN STADA

Het DNA van de aardbei hangt aan het wattenstaafje.

‘Giet je mengsel uit het zakje door een filter in een beker. Je houdt in je beker een soort aardbeiensap over. Giet 5 milliliter van je sap in een schoon reageerbuisje. Je hebt nu DNA van je aardbei in het reageerbuisje zitten. Spuit voorzichtig een beetje alcohol uit het reageerbuisje met de A langs het randje in dit reageerbuisje. De alcohol zorgt ervoor dat het DNA samenklontert en zichtbaar wordt’, legt juf Amina uit. ‘Er komt een sliert naar boven drijven. Dat is het DNA van de aardbei’, zegt Jeandra (10).


JUNI 2021

NOORD – De leerlingen van basisschool De Provenier krijgen gymles in een moderne sportzaal. De leerlingen van groep 7 lieten op 4 juni zien wat hun sportzaal bijzonder maakt. TEKST: SUZANNE HUIG

De leerlingen beginnen de les met tikkertje. Gymleraar Vincent geeft aan alle leerlingen een controller. De controller van 1 leerling wordt groen. De andere controllers worden rood. ‘De leerling met de groene controller is de tikker. Je controller wordt groen als je wordt getikt door de tikker. Je bent vanaf dat moment ook een tikker’, legt Luca (11) uit.

Op spionnenjacht

Iedere leerling heeft een controller tijdens de les. FOTO’S: PETER SNATERSE

MODERN

Zo opvallend nieuw dat niet iedereen het gewoon vindt.

CONTROLLER

Een spelbesturingsapparaat.

FEIJENOORD – Buurtkinderen gamen en sporten met elkaar bij House of Esports. Aya (9): ‘We sporten eerst een uur. We gamen daarna een uur.’ De deelnemers speelden op 3 juni met elkaar Fortnite in de gymzaal van sporthal Nieuwe Persoonshal. TEKST: SUZANNE HUIG

De leerlingen spelen na tikkertje spionnenjacht. ‘We worden door de controllers in 2 teams verdeeld. De leerlingen met een rode controller vormen een team. De leerlingen met een blauwe controller vormen het andere team’, vertelt Lorencia (11). ‘Van 1 leerling gaat zijn of haar controller trillen. Die leerling is de spion. Ieder team probeert de trillende controller te ontdekken en in zijn of haar team te krijgen of te houden. Het team dat na 5 minuten de trillende controller heeft, wint het spel ’, legt Zaid (11) uit. Urielle (12): ‘Je kunt de trilling overgeven aan een teamgenoot door hem of haar aan te tikken. Je kunt de trilling ook van iemand afpakken door dicht bij hem of haar in de buurt te komen.’

‘Fortnite is een online computerspel waarbij je op mensen schiet. Ik vind het heel leuk om het spel in het echt te spelen. Ik kan mijn woede kwijt tijdens het spel’, zegt Daniël (10).

Juf Roëlla van House of Esports verdeelt de deelnemers in 2 teams. Iedere deelnemer krijgt een helm en een boog. In het midden van de gymzaal liggen alle pijlen. ‘Jullie rennen bij de start zo snel mogelijk naar de pijlen toe om zoveel mogelijk pijlen te verzamelen. Je moet de eerste 5 minuten op je eigen helft van het speelveld blijven. Je mag daarna overal komen’, zegt juf Roëlla.

FOTO’S: ARJEN JAN STADA

De spelregels

‘In onze gymzaal staan geen lijnen op de grond getekend. Er zitten lampen in de grond. Die lampen kunnen op verschillende manieren en in verschillende kleuren branden. We kunnen daardoor verschillende soorten speelvelden maken. Dat is handig en leuk’, legt Tygo (11) uit. Peet (11): ‘In de zaal hangen ook 4 grote luidsprekers. Meester Vincent draait tijdens de les vaak muziek via die luidsprekers. De muziek maakt de les gezelliger. En sommige kinderen krijgen meer energie om te sporten als ze muziek horen.’ Lishentely (11): ‘In de zaal hangt ook een grote beamer. We kunnen op de beamer sportspelletjes spelen.’

Team zwart.

Rennen voor pijlen

De deelnemers spelen Fortnite in de gymzaal.

Lampen, luidsprekers en een beamer

‘We moeten proberen een tegenstander te raken met een pijl. Iedereen begint met 2 lintjes. De lintjes zijn je levens. Je moet een lintje inleveren als je wordt geraakt. Je bent af als je allebei je lintjes hebt ingeleverd. Je kunt er dan nog 1 leven bij verdienen door steen-papier-schaar tegen juf Roëlla te spelen. Je krijgt een extra leven als je van juf Roëlla wint’, legt Milaynis (10) uit. Ouissal (9): ‘Je kunt een teamgenoot ook terug in het spel krijgen door hem of haar 1 van je levens te geven.’

De leerlingen spelen tikkertje.

Team blauw. Het spel echt beleven

‘Ik mag het computerspel niet spelen omdat het een gevechtsspel is. Ik vind het leuk dat ik het spel hier wel in het echt kan spelen. Ik beleef hier hoe het is om in een gevechtsspel te zitten. Ik voel de spanning omdat ik met de pijl en boog echt schiet’, vertelt Adam (9). Geraldy (11): ‘Ik word beter in het computerspel doordat ik het spel hier in het echt speel. Ik leer bijvoorbeeld beter richten op tegenstanders doordat ik met pijl en boog schiet.’

Samen bewegen

‘Ik vind het leuk dat ik hier echt kan bewegen’, zegt Milaynis. Aya: ‘Alle spellen die we doen, komen uit computerspellen. Ik vind dat heel leuk.’ Ouissal: ‘Ik vind leuker om met andere kinderen samen te sporten dan om alleen te gamen.’


JUNI 2021

Wat zou jij doen met 1 miljoen? ROTTERDAM – Stel, je krijgt 1 miljoen euro voor de stad Rotterdam. Wat zou jij dan met dat geld doen? Is er bijvoorbeeld iets dat je zou willen opknappen? Of is er bijvoorbeeld iets dat je zou willen organiseren of bouwen? TEKST EN FOTO'S: SUZANNE HUIG

‘In Rotterdam wonen sommige grote gezinnen in heel kleine huizen. Die gezinnen hebben niet genoeg geld om een groter huis te kopen. Ik zou het geld daarom gebruiken om grotere huizen te laten bouwen. Ik zou de huizen geven aan grote gezinnen die nu te weinig ruimte hebben in huis.’

‘Ik zou van het geld buurthuizen laten bouwen. Ik zou de buurthuizen speciaal openen voor kinderen die het lastig hebben thuis. Die kinderen kunnen in de buurthuizen dan bijvoorbeeld rustig eten of slapen.’

‘Ik zou het geld verdelen onder arme Rotterdammers. Die mensen kunnen dan zelf beslissen wat ze met het geld doen. Zij kunnen kijken wat ze echt nodig hebben. Ze kunnen van het geld bijvoorbeeld kleding, eten of speelgoed kopen.’

Rudshainy (10)

Kani (11)

‘Ik vind dat naast iedere flat een speeltuin moet zijn. Kinderen hebben in de buurt van hun huis dan altijd de ruimte om te spelen. Ik zou het geld daarom gebruiken om speeltuinen te laten bouwen voor kinderen.’

Jeremy (10) ‘Ik zou het geld gebruiken om scholen aan de binnenkant en aan de buitenkant mooier te maken. Ik zou bijvoorbeeld de muren in vrolijke kleuren verven. En ik zou bij iedere school een schooltuin maken.’

Wat zou jij voor Rotterdam doen met 1 miljoen?

Mirianny (11)

Shounw (11)

BOEKENBON TER WAARDE VAN

15 EURO

Het antwoord van de puzzel van mei is: LEERLINGEN.

De winnaar is Ecegül (10).

Hoe heet het eigen bedrijf dat leerlingen van basisschool De Bergse Zonnebloem hebben opgericht? De …… crafters. PAGINA 1

Wat betekent het Spaanse woord ‘amigo’? PAGINA 4

Waarvoor is het goed om afval te scheiden? Voor het …… PAGINA 3

Wat onderzochten leerlingen van de Mr. Van Eijckschool met de secchischijf? PAGINA 7

Wat krijgt Yannick gelijk als hij zachtjes ergens tegenaan stoot? PAGINA 5

Hoe heet de soort bus op het water die door de haven vaart? PAGINA 8 Er zijn 2 dingen die ervoor zorgen dat het eiwit en het DNA uit elkaar gaan. Het eerste is afwasmiddel. Wat is het tweede? PAGINA 8 Welk online computerspel speelden buurtkinderen in het echt na in de gymzaal van sporthal Nieuwe Persoonshal? PAGINA 9

Wat zou Jeremy naast elke flat laten bouwen voor kinderen als hij 1 miljoen had voor Rotterdam? Een ……… PAGINA 10 Hoe noem je een groep muzikanten die samen muziek maakt? PAGINA 11 Welke zomerplanten staan in de plantenschaal op de Susannadijk? Lavendel en ......... PAGINA 12

De antwoorden op de vragen vind je in deze krant!


JUNI 2021

DELFSHAVEN – De leerlingen van groep 6, groep 7 en groep 8 van De Rotterdamse Montessorischool kregen op 3 juni een workshop van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Juf Alex van het Rotterdams Philharmonisch Orkest leerde de leerlingen muziek maken zoals een orkest. TEKST: SUZANNE HUIG ‘Een orkest is een groep muzikanten die samen muziek maakt’, zegt Ilona (11). ‘Een componist maakt een muziekstuk voor een orkest. Een dirigent staat voor een orkest. De dirigent is de leider van het orkest. Hij weet precies welk instrument wat moet spelen’, vertelt juf Alex.

Verschillende instrumenten

De leerlingen krijgen allemaal een instrument van juf Alex. Thijm (9) krijgt een triangel. ‘Een triangel is een metalen driehoek met een staafje. Ik moet met het staafje in de driehoek tikken. Ik bepaal hoe het klinkt door hard of zacht te slaan’, zegt Thijm. Alessandro (12) krijgt een tamboerijn. ‘Een tamboerijn is een soort hoepeltje met ringen. Ik heb nog nooit eerder op een tamboerijn gespeeld. Ik vind het een leuk instrument. Het maakt een rinkelend geluid’, vertelt hij.

Goed samenwerken

De leerlingen bedenken met elkaar een ritme van 8 tellen. Ze spreken af wie op welke tel wat laat horen. ‘De trommels slaan een keer hard op tel 1 en een keer hard op tel 3’, zegt Ilona. ‘We moeten goed samenwerken. De muziek die wij maken, klinkt pas mooi als we allemaal op het juiste moment het juiste doen’, zegt Nout (10). Femke (12) ‘Ik vind het heel leuk om samen muziek te maken. Ik vind het leuk om de verschillende instrumenten samen te horen.’

De dirigent Lijkt het jou leuk om met je klas workshops te krijgen van het Rotterdams Philharmonisch Orkest? Dat kan met het project ‘Mission Symphonic’. Lijkt het je leuk om een voorstelling van een orkest te bekijken? Dat kan tijdens de voorstelling ‘De liefste wens’. Kijk voor meer informatie op WWW.ROTTERDAMSPHILHARMONISCH.NL/EDUCATIE

Juf Alex geeft tips.

FOTO’S: ARJEN JAN STADA

Noor (12) is de dirigent. ‘Ik mag als dirigent aangeven in welk tempo en op welk volume de muzikanten moeten spelen. Ik maak de muziek spannend door iedereen hard en snel muziek te laten maken’, zegt Noor. Merel (11) is daarna de dirigent. ‘Ik moet heel duidelijke signalen geven anders klinkt het niet mooi. Ik geef aan dat iedereen harder muziek moet maken door mijn armen en handen omhoog te bewegen. Ik geef aan dat iedereen zachter muziek moet maken door mijn armen en handen naar beneden te bewegen’, zegt Merel.

HILLEGERSBERG-SCHIEBROEK – De leerlingen van groep 6B van de Fatimaschool kregen de training en theatervoorstelling STUK van Stichting Confro. Acteurs Aloali, Siham en Patrick speelden een toneelstuk over de lastige dingen die zij hebben meegemaakt. TEKST: SUZANNE HUIG Aloali, Siham en Patrick staan tussen stoelen in. De stoelen stellen muurtjes voor. Ze laten daarmee zien dat ze zitten opgesloten in hun verhaal.

Aloali zijn verhaal

‘Ik vecht veel met mijn broers. We stoeien iedere dag met elkaar’, zegt Aloali. ‘Je ziet je broers toch helemaal niet iedere dag’, zegt Patrick tegen Aloali. Aloali wordt een beetje zenuwachtig. Patrick ontdekt dat Aloali zijn verhaal niet klopt. ‘Je hebt gelijk. Ik stoei niet met mijn broers. Mijn vader slaat mij als hij boos is. Ik schaam me daarvoor. Ik zeg daarom dat ik blauwe plekken heb omdat ik met mijn broers stoei’, vertelt Aloali. Siham: ‘Wat erg voor je Aloali. Wij kunnen samen met jou hulp voor je zoeken.’

De leerlingen ervaren zelf hoe het is om een verhaal te delen. ‘Het lucht op om je verhaal te delen. Je hoeft je dan niet te verstoppen’, zegt Emma. Vertel je verhaal

Aloali haalt de stoelen om zich heen weg. ‘Hij heeft de stoelen om zich heen weggehaald omdat hij zijn verhaal heeft verteld. Hij zit niet meer alleen opgesloten in zijn verhaal’, zegt Jimi (10). ‘Iedereen maakt lastige dingen mee. Het lucht op om je verhaal te vertellen. Ik voel me minder alleen als ik mijn verhaal aan iemand vertel’, zegt Mies (9).

Goed luisteren en vragen stellen

‘Het is belangrijk om goed te luisteren naar wat iemand zegt. Je kunt dan eerder ontdekken of iemand de waarheid vertelt’, zegt Peppe (10). ‘Je kunt iemand het vertrouwen geven dat hij of zij iets kan vertellen door vragen te stellen. Iemand weet dan dat je echt in hem of haar geïnteresseerd bent’, zegt Maurits (10). Arwen (10): ‘Ik ga voortaan vragen of het echt goed met iemand gaat als ik denk dat er iets met iemand aan de hand is.’

Praten over lastige dingen

De leerlingen kijken naar de theatervoorstelling. FOTO’S: PETER

SNATERSE

‘Soms wil je iets aan iemand vertellen maar durf je het nog niet. Je kunt het dan eerst aan bijvoorbeeld een dier of een knuffel vertellen’, vertelt Ramon van Stichting Confro. Emma (10): ‘Aloali laat zien dat het helpt om over lastige dingen te praten. Hij hoeft nu niet meer alleen over zijn nare situatie na te denken. Hij kan hulp krijgen.’


Kinderstadskrant

JUNI 2021

ROTTERDAM – De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat er genoeg natuur is in de stad. Je kunt bijvoorbeeld voor meer natuur zorgen door geveltuinen of plantenschalen te plaatsen in de stad. Tekst: Suzanne Huig

Feijenoord De leerlingen van de Da Costa School maakten tijdens lessen van IMC Basis een geveltuin voor hun school. ‘Een geveltuin is een klein tuintje voor een muur’, zegt Bahar (13). ‘Ik ben blij met onze geveltuin. De geveltuin zorgt ervoor dat de straat er vrolijker uitziet’, zegt Narin (13). Tekst: Suzanne Huig ‘Deze plek ligt bijna heel de dag in de schaduw. We zetten hier daarom planten die goed in de schaduw kunnen leven’, zegt Bahar. Joël (12): ‘We ervaren door het aanleggen van de geveltuin hoe het is om tuinman te zijn.’

De leerlingen leggen een geveltuin aan bij hun school.

Plantenbakken van stoeptegels Alaijahmoré (12) haalt een rij tegels uit de stoep. ‘Ik zet een schep tussen 2 tegels in. Ik ga daarna op de schep staan. Ik wip met de schep de tegels uit de grond’, legt Alaijahmoré uit. ‘We zetten de tegels op hun zijkant neer. We maken op die manier plantenbakken van de tegels’, zegt Belange (11). ‘We leggen eerst een laagje tuinaarde in de plantenbakken. We leggen daar bovenop een laagje potgrond. In de aarde en grond zitten voedingsstoffen die de planten nodig hebben om te groeien’, legt Joël uit. Bahar: ‘We zetten daarna de plantjes in de aarde.’

De leerlingen leggen aarde neer waar de planten in kunnen leven. Foto’s: Arjen Jan Stada

Meer natuur en schonere lucht ‘Geveltuinen zorgen voor meer natuur in de stad. Vogels en insecten vinden bijvoorbeeld eten in een geveltuin. Dieren kunnen ook een nest maken in een geveltuin’, zegt Alaijahmoré. Yusuf (11): ‘Geveltuinen zorgen ook voor een betere luchtkwaliteit omdat planten voor zuurstof zorgen. Ik vind daarom dat er meer geveltuinen in de stad moeten komen.’

IJsselmonde René is tuinman bij de gemeente Rotterdam. René en de kinderen van Kinderclub Lia en Martha plantten op woensdag 9 juni planten in de plantenschaal op de Susannadijk. Tekst: Suzanne Huig

De plantenschaal is van de gemeente. De deelnemers aan Kinderclub Lia en Martha verzorgen de planten in de plantenschaal. Melody (7): ‘Ik vind dat de straat er gezellig uitziet door de plantenschaal.’ Winterplanten en zomerplanten ‘We halen de winterviolen uit de plantenbak. Winterviolen kunnen heel goed tegen de kou. Ze hebben daarom in de winter in de plantenbak gestaan’, vertelt Faylina (7). ‘We zetten vandaag zomerplanten in de bak. We zetten lavendel en geraniums in de plantenbak. Deze planten blijven in de plantenschaal staan tot de herfstvakantie. In de bak staat al een kardinaalsmuts. We laten die in de bak staan. Dat is een plant die heel het jaar groen blijft’, vertelt René.

Wil jij meer planten of bloemen rondom jouw school? Tekst en foto’s: Suzanne Huig

De buurtkinderen planten zomerplanten in de plantenschaal. Foto’s: Peter Snaterse De buurtkinderen van Kinderclub Lia en Martha met tuinman René en tuinman Sanjeev.

Wortels in de aarde ‘We strooien een laagje nieuwe aarde en een laagje mest in de plantenbak. Dat is voeding voor de planten’, legt Daylisa (8) uit. ‘We maken daarna gaatjes in de aarde. We zetten de plantjes in de gaatjes. De wortels van de plantjes moeten helemaal in de aarde staan’, zegt Denzell (7). SHADELEY (10): ‘Ik tuinier soms tijdens workshops op school. Ik vind het niet zo leuk om voor bloemen of planten te zorgen. Ik wil daarom niet meer groen in de buurt.’

Planten verzorgen ‘We halen regelmatig het onkruid uit de plantenbak. Het onkruid neemt anders te veel ruimte in. De planten hebben dan te weinig ruimte om te groeien. Ze kunnen dan doodgaan’, vertelt Givano (8). ‘We geven de planten in de zomer 1 keer per week water. Ze drogen anders uit’, zegt Melody.

HASAN (11): ‘Ik zou het leuk vinden als er rondom mijn school planten komen te staan. De school en straat zien er dan gezelliger uit. Ik vind dat leerlingen en leraren samen voor de planten zouden moeten zorgen.’

REGELMATIG

Op veel momenten.

Wil jij meer planten of bloemen rondom jouw school?


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook