JANUARI 2022
4
7
In gesprek met de kinderombudsman
9
Samen groentesoep leren maken
12
Team D1 van Hockeyclub Feijenoord
Naar de schooltandarts
Chloé: ‘Ik denk dat de honden het fijn vinden om voorgelezen te worden. Ze krijgen tijdens het lezen veel aandacht.’ Foto: Peter Snaterse
HILLEGERSBERG-SCHIEBROEK – De Nationale Voorleesdagen zijn van 26 januari tot en met 5 februari. Lees jij weleens voor? Chloé (10) gaat iedere week snuffellezen. ‘Snuffellezen is voorlezen aan therapiehonden. Ik lees voor aan de honden Jillz (11) en Klaver (12)’, vertelt Chloé. Tekst: Suzanne Huig
‘Een hond moet examen doen om therapiehond te worden. Therapiehonden zijn honden die mensen kunnen helpen. Ze zijn rustig en ze zijn niet gevoelig voor stress. Therapiehonden zorgen ervoor dat mensen zich rustiger en fijner voelen. Sommige kinderen vinden het moeilijk of niet
leuk om voor te lezen. Ze zijn bijvoorbeeld bang dat ze een fout maken als ze hardop voorlezen. Ik lees heel snel. Ik ben daardoor soms niet goed verstaanbaar. Ik leer beter voorlezen doordat ik aan Jillz en Klaver voorlees’, legt Chloé uit.
Luisteren en geen commentaar
‘Ik vind het heel fijn om aan de honden voor te lezen. De honden luisteren aandachtig naar de verhalen die ik voorlees. Ze komen bij mij liggen. Dat vind ik fijn. Ze geven natuurlijk geen commentaar. Ik kan een foutje maken zonder dat er wordt
gereageerd. Ik vind het daardoor minder spannend om voor te lezen’, vertelt Chloé.
Rustiger voorlezen
‘Ik aai Jillz en Klaver terwijl ik aan hen voorlees. Ik word rustig doordat ik hen aai. Ik ga daardoor rustiger voorlezen. Ik maak minder fouten tijdens het voorlezen als ik rustiger lees. Ik voel me daardoor zelfverzekerder. Ik denk aan Jillz en Klaver als ik op school moet voorlezen. Die gedachte zorgt ervoor dat ik me op school ook rustiger voel als ik voorlees’, zegt Chloé.
JANUARI 2022
Tijdens het zwemmen botst een zeepaardje tegen een ander zeepaardje. Zegt het ene zeepaardje tegen het andere: ‘Hé joh, kijk uit!’ Zegt het andere zeepaardje: ‘Sorry, ik had water in mijn ogen.’ Féline (12)
Er liggen 2 lucifers op het strand. Vraagt de ene aan de ander: ‘Ben ik erg verbrand?’ Chris (8)
Jantje zit in de klas en zegt: ‘Broem, broem, broem.’ De juf zegt: ‘Jantje, wil je daarmee ophouden?’ Jantje gaat door en zegt: ‘Broem, broem, broem.’ De juf zegt: ‘Jantje, ga nu maar naar de gang!’ ‘Dat kan niet’, zegt Jantje, ‘mijn benzine is op!’
g
k
z
d
n
a
n
b
i
z
e
e
g
m
e
n
e
k
e
l
r
e
t
h
p
t
e
i
e
l
i
e
d
e
s
l
i
t
r
a
w
s
a
u
e
w
n
u
s
o
d
v
i
i
e
i
s
r
n
o
c
h
l
e
r
n
n
l
ij
e
i
t
i
l
o
p
n
e
v
a
h
t
n
e
p
e
h
c
s
r
v
n
l
a
g
o
v
e
r
l
a
s
t
d
i
w
p
i
n
s
p
e
c
t
e
u
r
i
r
b
a
f
c
a
w
n
o
b
e
a
n
k
r
a
e
t
a
k
r
m
a
d
e
k
achterland bemanning boei containers fabrieken havenpolitie hijskraan inspecteur kade kapitein
laden lossen overlast schepen terminal touw vervuiling waterweg werkeiland zeelieden
Antwoord (1 woord):
Het antwoord van de woordzoeker van december is: HUILEN. De winnaar is Abel (8). Gefeliciteerd!
Regels: de woorden vind je horizontaal, verticaal en diagonaal. Ook achterstevoren. Je mag letters meerdere keren gebruiken. Als je de overgebleven letters in de juiste volgorde zet, krijg je het antwoord. Mail dit antwoord samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s) (zodat we contact met je kunnen opnemen als je hebt gewonnen) naar ANTWOORD@JONG010.NL. Alleen de winnaar krijgt bericht.
Rayan (9)
Je nn y en Jimm y Welke bril kun je niet opzetten? Een wc-bril. Dylan (11)
Weet jij wat dat bord betekent? Eh, kun je me een hint geven?
Michiel van de Vijver
Wacht, ik heb het! Verboden voor mist!
De rode rand betekent: verboden. Verboden voor eh ... Er staat niks! Het is wit.
Waarom heeft een zebra strepen? Omdat de stippen waren uitverkocht. Alina (9)
Wat doet een skelet in de kast? Het is de winnaar van verstoppertje spelen van heel lang geleden. Khalid (10)
Zoek de boeken in de kinderkrant!
Heb jij een tip voor Jong010?
redactie@jong010.nl
Kun jij ze allemaal vinden? Vul hier het aantal in:
Lees alle kranten op onze website: www.jong010.nl DE NIEUWE JONG010 VERSCHIJNT DONDERDAG
Jong010 wordt mede mogelijk gemaakt door:
10 FEBRUARI 2022
JONG010 - JANUARI 2022 JAARGANG 12 - EDITIE 5 OPLAGE: 38.000 KRANTEN
Donateurs
Oprichter: Angelique van Tilburg Hoofdredacteur: Suzanne Huig Fotografen: Peter Snaterse, Arjen Jan Stada Vormgeving: Marcel van den Assem Redactiemedewerker: Sasja Hof
JANUARI 2022
ROTTERDAM – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Hij is ook benieuwd naar de mening en ervaring van basisschoolleerlingen. Wil jij de kinderburgemeester van Rotterdam worden?
‘De gemeente Rotterdam gaat op zoek naar een kinderburgemeester. De kinderburgemeester kan aandacht vragen voor onderwerpen die kinderen belangrijk vinden. De kinderburgemeester spreekt ook vaak met mij over plannen voor de stad. Je kunt je aanmelden om kinderburgemeester te worden via WWW.ROTTERDAM.NL/KINDERBURGEMEESTER
Lijkt het jou leuk om kinderburgemeester te worden? Voor welke onderwerpen zou jij als kinderburgemeester aandacht vragen?’
Tekst en foto's: Suzanne Huig
‘Ik wil geen kinderburgemeester worden. Ik denk dat de kinderburgemeester het heel druk krijgt. Ik vind het niet fijn om het druk te hebben. Ik vind het belangrijk dat er aandacht komt voor de verzorging van huisdieren. Ik hoop dat de kinderburgemeester daar aandacht voor gaat vragen.’
DAVY
10 JAAR
AHMED ABOUTALEB
Foto: Gemeente Rotterdam / Marc Nolte
‘Ik wil de kinderburgemeester van Rotterdam worden. Ik wil graag de burgemeester leren kennen. Ik wil samen met de burgemeester dingen beter maken voor kinderen. Ik zou ervoor zorgen dat alle kinderen leren hoe ze vrienden kunnen maken. Ik denk dat veel kinderen zich blijer voelen als ze makkelijker vrienden kunnen maken.’
JULIA
12 JAAR ‘Ik wil graag kinderburgemeester worden. Ik vind het belangrijk dat er een kinderburgemeester komt. Een kinderburgemeester zorgt ervoor dat er meer aandacht komt voor kinderen en hun mening. Ik zou als kinderburgemeester extra aandacht vragen voor thuissituaties, omgaan met elkaar en speeltuinen.’
ELISE
11 JAAR ‘Het lijkt mij spannend om kinderburgemeester te zijn. Ik zou wel kinderburgemeester willen zijn als ik de taken samen met 2 andere kinderen zou mogen uitvoeren. Ik zou extra aandacht vragen voor het onderwijs en onze toekomst. Ik vind dat kinderen meer hulp moeten krijgen bij hun keuzes voor de toekomst.’
HIBA
10 JAAR
‘Ik wil graag kinderburgemeester worden. Het lijkt mij leuk om met de burgemeester samen te werken. Het lijkt mij ook leuk om mee te mogen beslissen op belangrijke momenten. Ik zou als kinderburgemeester aandacht vragen voor thuissituaties. Ik vind dat ieder kind een fijne thuissituatie verdient. Ik zou ook aandacht vragen voor het onderwijs. Ik vind dat er meer meesters moeten komen.’
THIJS
10 JAAR
‘Ik wil kinderburgemeester worden. Het lijkt mij leuk om met de burgemeester samen te werken. Het lijkt mij ook leuk om de stad leuker te maken voor kinderen. Ik zou als kinderburgemeester zorgen voor meer speeltuinen en meer basketbalvelden.’
JOVAN 11 JAAR
Wil jij de kinderburgemeester van Rotterdam worden? Voor welke onderwerpen zou jij als kinderburgemeester aandacht vragen?
‘Ik vind het belangrijk dat kinderen fijn opgroeien. Ik wil daarom graag kinderburgemeester worden. Ik zou er als kinderburgemeester voor zorgen dat kinderen meer leren over de gevaren van alcohol en drugs. Ik zou ook meer aandacht vragen voor kinderen die worden gepest.’
SARA
12 JAAR ‘Ik wil geen kinderburgemeester worden. Ik ben bang dat mensen veel verwachten van een kinderburgemeester. Ik vind het niet fijn als mensen veel van mij verwachten. Ik wil graag tijd voor mezelf. Ik vind het belangrijk dat de kinderburgemeester iets gaat doen aan het afval op straat.’
DIVANIO 10 JAAR
‘Ik wil geen kinderburgemeester worden. Ik zit op karate, voetbal en zwemmen. Ik heb daarom geen tijd om kinderburgemeester te zijn. Ik vind het belangrijk dat de kinderburgemeester ervoor zorgt dat kinderen meer gaan sporten. Sporten is goed voor je lichaam.’
SABAH 11 JAAR
JANUARI 2022
ROTTERDAM – Stans Goudsmit is de Rotterdamse kinderombudsman. De kinderombudsman controleert of iedereen in Rotterdam zich aan de kinderrechten houdt. 1 van de kinderrechten is dat kinderen met een beperking moeten kunnen meedoen zoals alle andere kinderen. Stans onderzoekt welke problemen kinderen met een beperking tegenkomen. De kinderombudsman praat met kinderen en jongeren met een beperking of ziekte om hun ervaring te horen. Kinderen en jongeren kunnen ook een vragenlijst invullen. Tekst: Suzanne Huig
En wil je de kinderombudsman helpen bij haar onderzoek door jouw ervaring te delen?
Je kunt anoniem een vragenlijst invullen op WWW.KINDEROMBUDSMANROTTERDAM.NL/KINDEREN-MELDPUNT
IJSSELMONDE – De leerlingen van groep 6/7A van speciaal basisonderwijs Kindcentrum IJsselmonde locatie Oosterhagen gingen op 16 december in gesprek met de kinderombudsman. De leerlingen praatten met Stans over leven met een beperking. Tekst: Suzanne Huig
Groep 6/7A met kinderombudsman Stans Goudsmit. Foto: Peter Snaterse
‘Sommige beperkingen kun je zien. Je kunt het bijvoorbeeld zien als iemand in een rolstoel zit omdat hij niet kan lopen. Andere beperkingen kun je niet zien. Je kunt het bijvoorbeeld niet zien als iemand ADHD heeft. Mijn onderzoek gaat over alle beperkingen. Ik bedoel daarmee alle zichtbare en onzichtbare beperkingen en chronische ziektes’, vertelt Stans. Michelle (10): ‘Alle leerlingen bij ons op school hebben ergens moeite mee. Ze hebben bijvoorbeeld problemen met leren of problemen met hun gedrag.’
Kleine klassen en een extra juf
Jealinio (9): ‘We hebben allemaal op een andere school gezeten voordat we naar deze school kwamen.’ Tahsin (10): ‘Ik ben naar deze school gegaan omdat ik het te druk vond op een gewone basisschool. De klassen zijn op deze school heel klein. Het is daardoor veel rustiger in de klas. Ik kan me daardoor beter concentreren.’ Yassine (10): ‘Ik ben naar deze school gekomen omdat ik moeite heb met leren. We hebben een extra juf in de klas. Zij helpt kinderen als ze iets niet snappen. Ze helpt je totdat je het begrijpt. Ik kan daardoor veel beter leren op deze school.’
Rekening houden met elkaar
Rayen (11): ‘Ik heb gedragsproblemen. Ik word op deze school goed geholpen. De leraren van deze school hebben aandacht voor mij. Ze praten met mij en houden rekening met mij. Ik kom daardoor minder vaak in de problemen dan wanneer ik op een andere school zou zitten.’ Sjakira (11): ‘Ik heb suikerziekte. Mijn klasgenoten houden rekening met mijn ziekte. Ze trakteren bijvoorbeeld traktaties die ik mag eten. Ik voel me daardoor niet buitengesloten in deze klas.’
Je kunt aan de kinderombudsman vertellen hoe jij het vindt om te leven met een beperking of chronische ziekte. Je kunt online een vragenlijst invullen. Je kunt de lijst anoniem invullen.
ANONIEM
Zonder je naam.
Hannah, Elias en Abdel zijn niet de echte namen van de kinderen.
Therapie op school
‘Ik heb moeite met schrijven en knutselen. Ik krijg daarom fysiotherapie op school. Ik leer bij de fysiotherapie schrijven en knutselen. Ik vind het heel fijn dat ik die hulp op school krijg’, vertelt Benchy (10). Naicha (11): ‘Ik word heel snel boos. Ik leer daarom op school hoe ik met mijn boosheid kan omgaan. Ik leer dat ik dingen rustig kan bespreken.’ Shelaysa (10): ‘Ik vind het goed dat kinderen op school hulp krijgen bij de dingen die ze lastig vinden. Maar ik vind het soms niet fijn om hulp te krijgen omdat ik niet anders wil zijn. Ik wil graag gewoon hetzelfde zijn en hetzelfde kunnen als iedereen.’
‘Ik heb een ziekte waardoor ik niet goed kan zien. Ik werd op mijn oude school gepest omdat ik anders was dan andere kinderen. Ik vind het lastig dat ik anders word behandeld. Mensen denken meteen dat ik dom ben als ik zeg dat ik slechtziend ben.’
‘Ik heb autisme en ADHD. Ik heb vaak problemen door mijn beperkingen. Mijn gedrag is onvoorspelbaar. Mensen begrijpen mij vaak verkeerd. Ik krijg dan woede-uitbarstingen. Mijn woede-uitbarstingen kunnen voor gevaarlijke situaties zorgen. Mijn moeder moet daarom altijd bij mij in de buurt zijn. Zij kan dan uitleggen waarom ik boos word. Mijn moeder zorgt dat de wereld mij begrijpt.’
Videobellen als je ziek thuis bent
Sharmaine (11): ‘Ik kon een tijdje niet naar school omdat ik vaak naar het ziekenhuis moest. Ik vond dat niet fijn. Ik miste mijn klasgenoten.’ Joumana (11): ‘We hebben een klasgenoot die al bijna 2 jaar niet naar school kan omdat hij ziek is. Wij videobellen 1 keer per week met hem. Ik vind het heel fijn dat we hem dan zien.’ Jealinio: ‘Hij hoort bij onze klas. Ik denk dat kinderen die niet naar school kunnen, denken dat ze worden buitengesloten. Onze klasgenoot voelt dat hij bij ons hoort omdat we iedere week met hem videobellen. Ik vind dat alle kinderen die niet naar school kunnen, moeten videobellen met hun klasgenoten.’
‘Ik zit door mijn ziekte op een speciale school. Die school is ver van mijn huis. Ik ga daarom met leerlingenvervoer naar school. Ik vind het niet fijn om met leerlingenvervoer naar school te gaan. Het is heel druk in de taxi. Ik ben ook vaak laat thuis uit school omdat de taxi omrijdt om andere kinderen thuis te brengen.’
Hoe kun jij er op school en op straat voor zorgen dat kinderen met een beperking of ziekte kunnen meedoen?
Naam:
JANUARI 2022
‘Ik voel me blij als ik muziek maak.’
ROTTERDAM – Dya (13): ‘Ik heb een spierziekte en een kromme rug. Ik ben met deze beperkingen geboren. Ik vind het niet erg. Ik ben het gewend. Ik voel me altijd vrolijk. Ik kan niet lopen. Ik zit daarom in een elektrische rolstoel. Ik kan met mijn rolstoel zonder hulp zelf bewegen.’ Tekst: Suzanne Huig Dya: ‘Mijn spierziekte zorgt ervoor dat sommige gewrichten in een verkeerde stand staan. De spierziekte zorgt er ook voor dat mijn spieren zwak en stijf zijn. Mijn moeder helpt mij iedere ochtend met mezelf wassen en aankleden. Ze tilt mij daarna in mijn elektrische rolstoel. Ik zit heel de dag in mijn elektrische rolstoel. Ik ben daar heel blij mee. Ik kan vanuit mijn rolstoel bijna alles zelf doen.’
Iedereen heeft een beperking
‘Ik zit op Mytylschool De Brug. Dat is een school voor kinderen met een beperking. Alle leerlingen op Mytylschool De Brug hebben een beperking. Ik vind het fijn dat iedereen bij mij op school een beperking heeft. Ik word daardoor op school niet raar aangekeken door leerlingen. Alle leerlingen zijn gewend aan beperkingen. Dat vind ik fijn’, legt Dya uit.
Dya en de magic flute.
Hulp op school
‘Mytylschool De Brug heeft allerlei hulpmiddelen om leerlingen te helpen met de dingen die ze moeilijk vinden. In het toilet hangt bijvoorbeeld een tillift. Ik kan met die lift uit mijn rolstoel worden getild om naar het toilet te gaan. Iedere klas heeft een assistente. De assistente helpt leerlingen bijvoorbeeld door spullen aan te geven. Ik vind het fijn dat er op school altijd iemand in de buurt is die mij kan helpen. Maar ik wil de dingen die ik zelf kan gewoon zelf doen’, zegt Dya.
Therapie op school
Dya: ‘Ik krijg op school verschillende therapieën. Ik krijg iedere week ergotherapie, fysiotherapie en ademhalingstherapie. Ik leer bij ergotherapie nieuwe dingen. Ik leer bijvoorbeeld hoe ik zoveel mogelijk kan doen vanuit mijn rolstoel. Ik doe bij fysiotherapie oefeningen om mijn spieren sterker te maken. Ik krijg ademhalingstherapie om mijn longen sterker te maken. Ik maak muziek tijdens de ademhalingstherapie.’
Muziek maken
‘Ik speel tijdens de ademhalingstherapie op een magic flute. De magic flute is een fluit. Ik maak muziek met de fluit door te blazen en mijn hoofd te bewegen. Ik beweeg met mijn hoofd omhoog als ik een hoge toon wil fluiten. Ik beweeg met mijn hoofd naar beneden als ik een lage toon wil fluiten. Ik vind het heel leuk dat ik op deze manier een instrument kan bespelen. Ik voel me blij als ik muziek maak. Ik heb door dit instrument ontdekt dat iedereen muziek kan maken. Het maakt niet uit welke beperking je hebt. Iedereen kan meedoen’, vertelt Dya.
Dya maakt muziek met haar muziekmeester op school. Foto's: Peter Snaterse
Fonds Kind & Handicap helpt kinderen en jongeren met een handicap of chronische ziekte.
Een handicap is een beperking waardoor je sommige dingen niet zo goed kunt.
Een chronische ziekte is een ziekte die minimaal 3 maanden duurt, steeds terugkomt of niet genezen kan worden.
De organisatie geeft bijvoorbeeld geld om hulpmiddelen te kopen, voorlichting te geven of onderzoek te doen.
JANUARI 2022
ROTTERDAM – De kans is kleiner dat je later in de financiële problemen komt als je al op jonge leeftijd met geld leert omgaan. Je kunt je geld maar 1 keer uitgeven. Je moet daarom goed nadenken wat je ermee doet. Iedereen gaat anders om met geld. Sommige mensen sparen. Sparen betekent dat je geld bewaart voor later. Tekst en foto's: Suzanne Huig
Sommige mensen weten precies waarvoor ze sparen. Ze sparen bijvoorbeeld voor iets leuks dat ze willen hebben of iets leuks dat ze willen doen. Je kunt ook sparen zonder dat je al precies weet waarvoor je spaart. Je maakt dan een spaarpotje voor als je ineens iets wilt kopen of als iets kapotgaat bijvoorbeeld.
Noah (9) en Elin (10) laten samen de 2 honden van de buurman uit. Ze verdienen daarmee samen € 2,00. Ze krijgen allebei € 1,00.
‘Ik ga meteen een snoepje kopen van het geld.’
Noah
‘Ik stop mijn € 1,00 in mijn spaarpot. Ik bewaar het geld voor als ik iets leuks of belangrijks wil kopen.’
Elin
Naam:
Mila (10)
‘Ik hoef nu nog niets te betalen. Ik heb later geld nodig om dingen te kunnen doen en te kunnen kopen. Ik spaar daarom nu al geld. Ik zou daarom € 0,50 in mijn spaarpot bewaren. Ik bewaar het geld in mijn spaarpot tot ik 18 jaar ben. Ik zou de andere € 0,50 in mijn portemonnee bewaren. Ik koop van het geld in mijn portemonnee spullen die ik nu wil hebben. Ik koop er bijvoorbeeld speelgoed van.’
CHARLOIS – De waterschappen beschermen Nederland tegen overstromingen. Waterschap Hollandse Delta zorgt voor het water in Charlois, Feijenoord, IJsselmonde, Rozenburg, Hoogvliet en Pernis. Karen werkt bij waterschap Hollandse Delta. Ariana (8), Arda (8), Semi (9) en Rianda (7) speelden met Karen op de Carnissedreef het Zolderspel van Ons Water. Ze ontdekten wat je kunt doen bij een overstroming. Tekst: Suzanne Huig Karen: ‘Meer dan de helft van de Nederlanders woont in een gebied dat kan overstromen. Waterkeringen beschermen ons land tegen overstromingen. Maar 1 keer in de 3.000 jaar kan er een overstroming komen. Het water kan in deze wijk dan tot maximaal 1 meter hoog komen te staan.’
Rianda laat zien welke dingen zij meeneemt. Vluchten naar een droge plek
Ariana, Arda, Semi en Rianda bouwen een huisje. Semi: ‘Het kan gevaarlijk zijn om door het water te vluchten tijdens of na een overstroming. Je kunt daarom het best naar een veilige plek gaan waar het water niet kan komen.’ ‘We gaan daarom naar de zolder van het gebouwde huis. Daar blijft het droog’, zegt Arda.
Eten, drinken en een toilet
‘Bedenk welke spullen jij mee naar zolder neemt als je moet vluchten voor het water’, zegt Karen. ‘Het is belangrijk om spullen mee te nemen waarmee je kunt overleven’, zegt Semi. Ariana: ‘We nemen flessen water en eten in blik mee.’ Semi: ‘Je kunt een emmer en toiletpapier meenemen zodat je naar het toilet kunt.’ WATERKERING
Semi bekijkt wat hij meeneemt naar zolder.
Reactie:
Iets dat water tegenhoudt. Bijvoorbeeld een dijk.
Karen bespreekt met de kinderen wat ze zouden meenemen bij een overstroming. Foto's: Peter Snaterse Een radio, deken en zaklamp
‘De elektriciteit, het internet en het telefoonnetwerk werken niet meer na een overstroming’, vertelt Karen. Semi en Rianda nemen daarom een radio mee. Rianda: ‘In noodsituaties wordt via de radio informatie gegeven.’ Ariana: ‘De verwarming doet het ook niet meer na een overstroming. Ik neem daarom een trui en deken mee voor als ik het koud krijg.’ Arda: ‘Ik neem een zaklamp mee zodat ik licht heb.’
Spullen pakken
Arda: ‘Ik wilde eerst een voetbal en spelcomputer meenemen zodat ik me niet zou vervelen. Maar je hebt in een noodsituatie spullen nodig om te overleven.’ Rianda: ‘Je kunt de dingen die je nodig hebt alvast neerleggen op een veilige plek. Je weet dan precies waar ze liggen als je ooit in een noodsituatie komt.’
Waterschap Hollandse Delta is 1 van de 21 waterschappen in Nederland. Kijk voor meer informatie en opdrachten op WWW.WSHD.NL/EDUCATIE. Ook voor ouders en leerkrachten!
JANUARI 2022
Jordan: ‘Ik voel mij minder blij als het slecht weer is. Hoe komt dat? En wat kan ik eraan doen?’
Hoi Jordan, Veel mensen voelen zich minder blij als het slecht weer is. Je zou het liefst altijd blij willen zijn. Maar je hoeft je geen zorgen te maken. Het is niet raar dat je je minder blij voelt als het slecht weer is.
Minder licht
Het is vaak donker als het slecht weer is. De hoeveelheid licht op een dag heeft invloed op hoe vrolijk je bent. Je voelt je dus minder vrolijk op donkere dagen. Dat gebeurt vanzelf. Je kunt er niets aan doen.
Geen leuke dingen doen
Illustratie: Copal en consorten
ROTTERDAM – Marieke van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Jordan (11). Tekst: Suzanne Huig
Marieke beantwoordt ingestuurde brieven. Foto: Peter Snaterse Heb jij een vraag aan Marieke of zit je ergens mee? Stuur een mail naar REDACTIE@JONG010.NL of stuur een brief naar Jong010, Postbus 13037, 3004 HA Rotterdam.
Misschien kun je geen leuke dingen doen als het slecht weer is. Je kunt misschien niet buitenspelen of op pad. Je kunt je daardoor gaan vervelen. Je kunt je minder fijn voelen als je je verveelt.
Spelletje spelen of knutselen
Je hoeft niet altijd vrolijk te zijn. Je mag soms best even boos zijn op het slechte weer. Probeer niet te lang boos te zijn. Je kunt iets leuks bedenken dat je kunt doen. Je kunt je vrienden bijvoorbeeld vragen om binnen een spelletje te spelen of om te knutselen. Je zult merken dat je vrolijker wordt als je leuke dingen gaat doen. Groetjes, Marieke
DIT ARTIKEL IS GEMAAKT IN SAMENWERKING MET
NOORD – De leerlingen van de noodopvang van de Hildegardisschool leerden op 21 december koken. De leerlingen en meester Dion van Kinderparadijs Meidoorn maakten verse groentesoep. Tekst en foto's: Suzanne Huig Op tafel liggen bosuien, een knolselderij, een venkel, een pompoen, winterpenen, aardappels, een rode ui, een gele ui, een sjalot, een courgette en een knoflook. ‘Ik kook voor het eerst met zoveel verschillende groenten’, zegt Ciara (8).
Groenten schillen en snijden
Semih A. (11): ‘We schillen alle groenten. We snijden de groenten daarna in stukjes.’ ‘Ik schil de winterpenen en aardappels’, zegt Yazid (9). Semih (8) snijdt de uien. Ciara maakt de bosuien schoon. ‘Ik snijd als eerst een stukje van de onderkant van de bosuien af. Ik snijd daarna het blad van de bosuien af. Ik pel vervolgens het buitenste laagje van de bosui af. Ik snijd hem daarna in kleine stukjes’, vertelt ze.
Voorzichtig snijden
Ciara en Semih snijden groenten.
‘Het is belangrijk om goed uit te kijken als je snijdt’, zegt Yazid. Semih: ‘Ik snijd met mijn rechterhand. Ik maak van mijn linkerhand een klauw. Ik vouw mijn vingertoppen naar binnen. Mijn linkerhand schuift tijdens het snijden steeds een stukje naar achteren. Ik houd mijn vingertoppen heel de tijd naar binnen. Ik kan daardoor niet per ongeluk in mijn vingers snijden.’
Meester Dion, Semih en Semih A. doen de groenten in de pan. Groenten in kokend water
Dion: ‘Ik heb een pan met 7 liter water op het fornuis gezet. Het water in de pan gaat langzaam koken. We doen alle gesneden groenten in de pan als het water kookt. We laten de soep 20 minuten zachtjes koken. De soep is klaar als de stukjes wortel en aardappel zacht zijn. Je kunt nog wat peper en zout in de soep doen als je dat lekker vindt.’ Semih proeft als eerste de soep. ‘Ik vind de soep heel lekker smaken’, zegt hij.
JANUARI 2022
KRALINGEN-CROOSWIJK – Rodrigo (11) en Keyano (11) maakten samen met tuinman Richard van Natuurstad een egelwandeling door de Botanische Tuin Kralingen. Tuinman Richard vertelde hoe je egels kunt helpen overwinteren. Tekst en foto's: Suzanne Huig ‘Egels zoeken een veilig plekje om te overwinteren zodra het begint te vriezen. Ze gaan op zoek naar een beschut plekje’, vertelt Keyano. ‘Egels overwinteren graag tussen de bomen en bladeren. Steeds meer tuinen liggen vol met stenen en kunstgras. Egels kunnen daardoor minder goed een plek vinden om te overwinteren’, vertelt tuinman Richard.
Keyano en Rodrigo bekijken de opgezette egels van tuinman Richard.
OVERWINTEREN
In de winter ergens blijven om de winter door te komen.
Een vetlaag voor de winter
‘Egels eten in de herfst extra veel insecten, slakken en regenwormen. Ze krijgen daardoor een vetlaag. Die vetlaag gebruiken ze als voorraad tijdens hun winterslaap’, zegt Rodrigo. ‘Egels gebruiken zo min mogelijk energie tijdens hun winterslaap. Hun hartslag, lichaamstemperatuur en ademhaling worden minder. De energie die ze nodig hebben om te overleven, halen ze uit hun vetlaag’, legt tuinman Richard uit.
Eten zoeken
Rodrigo: ‘Egels worden in de lente weer wakker uit hun winterslaap. Ze hebben dan honger en gaan direct op zoek naar voedsel.’ ‘Op de plekken waar stenen liggen, ligt te weinig eten voor egels. Egels moeten daardoor veel moeite doen om eten te vinden’, zegt Keyano.
Egels helpen
‘Mensen kunnen egels helpen. Je kunt bijvoorbeeld een plekje maken waar je bladeren laat liggen. Insecten gaan in die bladeren leven. Die insecten zijn voedsel voor egels’, vertelt Keyano. Rodrigo: ‘Je kunt ook een schuilplek maken onder een struik of bij een boomstam. Een schuilplek beschermt egels tegen de kou. En in de buurt van struiken en boomstammen zitten slakken en wormen. Slakken en wormen zijn voedsel voor egels.’
Egels zijn nachtdieren.
Een egel weegt maximaal 1,5 kilo.
Een egel rolt zichzelf op tot een stekelige bal bij gevaar.
Een egel loopt per nacht ongeveer 1,5 kilometer.
Een egel heeft ongeveer 8.000 stekels.
Egels hebben 36 tandjes waarmee ze insecten eten.
Egels kunnen heel goed ruiken en horen. Egels kunnen maar weinig zien.
1. Zaag een deuropening in een kistje of krat.
2. Zet het kistje of de krat op zijn kop. Dit is het egelhuisje. 3. Leg wat bladeren, hooi, gras of takken in het egelhuis waar de egel op kan liggen.
Rodrigo legt bladeren in een egelhuis.
4. Bedek de bovenkant van het kistje of de krat met bladeren en takken.
Keyano: ‘Je kunt van een bloempot ook een egelhuisje maken.’
JANUARI 2022
FEIJENOORD – De jongens van het team D1 van Hockeyclub Feijenoord zijn sinds dit seizoen een team. ‘Wij trainen 2 keer per week met elkaar. We spelen 1 keer per week een wedstrijd. Iedereen kan bij onze club meedoen’, zegt Robin (11). Tekst: Suzanne Huig
‘Hockey is een teamsport. We kunnen alleen winnen als we goed samenwerken. Wij kunnen goed samenwerken doordat we elkaar kennen en vrienden zijn’, vertelt Cas (12). Bjørn (11): ‘We werken bijvoorbeeld goed samen door de bal vaak naar elkaar over te spelen. De bal kan daardoor minder makkelijk worden afgepakt door tegenstanders.’
De jongens D1 van Hockeyclub Feijenoord. Foto's: Arjen Jan Stada
Plekken in het veld
Xen is de keeper.
Samen eten
‘Ik ben de keeper van het team. Ik ben het sterkst als ik op 1 plek sta’, zegt Xen (11). ‘De andere spelers hebben geen vaste plek in het veld. We leren op alle plekken in het veld te spelen’, zegt Mats (11). Friedrich (11): ‘Ik vind het leuk om rechtsmidden te staan. Ik kan er vanaf daar voor zorgen dat we kunnen aanvallen.’ Thijmen (11): ‘Ik vind het leuk om laatste man te zijn. Ik sta dan voor onze keeper. Ik probeer daar de aanvallers van onze tegenstander af te schrikken.’ ‘Ik vind het leuk om in het midden van het veld te staan omdat ik op die plek verdediger en aanvaller tegelijkertijd ben’, zegt Bjørn.
‘We eten iedere vrijdag met elkaar na de training. We eten dan de hockeyhap op de club. Ik vind het belangrijk dat we dat met elkaar doen. We leren elkaar daardoor nog beter kennen’, vertelt Mats. Xen: ‘Ik vind het belangrijk om mijn teamgenoten heel goed te leren kennen. We begrijpen elkaar beter en werken beter samen als we elkaar beter kennen.’ ‘Het maakt niet uit waar je vandaan komt en hoe goed je kunt hockeyen. Iedereen mag op onze club meedoen’, zegt Thijmen.
PRINS ALEXANDER – Nienke (11), Tamar (13), Zoë (13) en Lucas (10) korfballen bij de Rotterdamse Korfbal Club WION. Ze zitten in het jeugdbestuur van de vereniging. ‘De korfbalvereniging bestaat sinds 1933. Wij vinden het belangrijk dat jeugdleden meebeslissen over de vereniging’, zegt Tamar. Tekst: Suzanne Huig
‘Korfbal is een sport waarbij 2 teams tegen elkaar spelen. Ieder team heeft 8 spelers. Een team bestaat uit 4 verdedigers en 4 aanvallers. Je scoort door een bal in de korf van de tegenpartij te schieten. Je mag niet met de bal lopen’, legt Zoë uit.
Teamsport met meisjes en jongens
Tamar: ‘Korfbal is een sport waarbij meisjes en jongens met elkaar in een team zitten.’ ‘Ik vind het heel leuk om met meisjes en jongens samen te sporten. Iedereen is in iets anders goed. We vormen sterke teams doordat we de kwaliteiten van meisjes en jongens combineren’, vertelt Nienke. Lucas: ‘Ik vind het leuk om een teamsport te spelen omdat ik het leuk vind om met anderen samen te sporten.’
‘We oefenen tijdens een training met gooien, vangen en verdedigen’, zegt Nienke. De wensen van jeugdleden
‘Wij komen als jeugdbestuur op voor de wensen van de jeugdleden. We hebben een onderzoek gehouden onder alle jeugdleden. De jeugdleden geven in het onderzoek onze vereniging gemiddeld het cijfer 8’, vertelt Tamar. ‘Leden geven aan dat ze graag zelf oefeningen willen bedenken tijdens een training’, vertelt Nienke. ‘De jeugdleden willen ook een training voor trainers. Trainers kunnen dan leren hoe ze dingen nog beter kunnen uitleggen’, zegt Zoë. ‘Wij zorgen ervoor dat de wensen van kinderen bij het bestuur komen. Ik vind dat meer verenigingen een jeugdbestuur moeten kiezen. Kinderen hebben goede ideeën om een vereniging leuker te maken’, zegt Lucas.
Het jeugdbestuur. Foto's: Peter Snaterse
KWALITEITEN
Eigenschap waar iemand goed in is.
JANUARI 2022
Uit welk boek zou jij voorlezen? ROTTERDAM – De Nationale Voorleesdagen zijn van 26 januari tot en met 5 februari. Op basisscholen en in bibliotheken wordt tijdens die dagen extra voorgelezen. Uit welk boek zou jij voorlezen? Tekst en foto's: Suzanne Huig
‘Ik wil voorlezen uit het boek ‘De wraak van Knor’. Dat is mijn lievelingsboek. Het boek gaat over een varken dat spannende dingen meemaakt. Er gebeuren ook veel grappige dingen in het boek.’
‘Ik wil voorlezen uit een boek van de serie ‘Koen Kampioen’. De boekenserie gaat over een jongen die goed kan voetballen. Hij maakt allerlei avonturen mee. Ik vind voetballen ook heel leuk. Ik vind het daarom leuk om over voetballen te lezen.’
Samuël (9) ‘Ik wil voorlezen uit het boek ‘De Berries - Hockeygek in een voetbalfamilie’. Het boek gaat over het meisje Lon. De familie van Lon is gek op voetbal. Maar Lon vindt hockey veel leuker. Mijn lievelingssport is hockey. Ik kan me daarom goed in Lon verplaatsen.’
Robin (9)
‘Ik wil voorlezen uit een boek van de serie ‘De waanzinnige boomhut’. Ik vind de boeken uit die serie leuk omdat er veel grappige en spannende dingen in de boeken gebeuren. In de boomhut kan echt alles gebeuren.’
Willem (9)
‘Ik wil voorlezen uit het boek ‘De brief voor de koning’. Het boek gaat over Tuiri. Tiuri krijgt de opdracht om een brief bij de koning te bezorgen. Hij wordt onderweg achtervolgd door vijanden. Ik vind het een leuk boek omdat het heel spannend is.’
Saar (9) Ik wil voorlezen uit het boek ...........
Otto (9)
BOEKENBON TER WAARDE VAN
15 EURO
Het antwoord van de puzzel van december is: DONORNIEREN.
De winnaar is Emma (10). Gefeliciteerd!
Hoe heet een hond die mensen kan helpen? PAGINA 1 Wie zou als kinderburgemeester aandacht vragen voor thuissituaties, omgaan met elkaar en speeltuinen? PAGINA 3
Wie miste Sharmaine toen ze niet naar school kon? PAGINA 4
Dya krijgt ademhalingstherapie en fysiotherapie. Welke therapie nog meer? PAGINA 5
De elektriciteit en het telefoonnetwerk werken niet meer na een overstroming. Wat nog meer niet? PAGINA 6
Wat maakt Semih van zijn linkerhand tijdens het snijden van groenten? PAGINA 7
Waar gaan egels meteen naar op zoek als ze wakker worden in de lente? PAGINA 8
Waarin woont ongeveer de helft van de bevolking van Mongolië? PAGINA 11
Voor wie staat Thijmen het liefst in het veld tijdens hockey? PAGINA 9
Hoe heet de tandartsassistente in het verhaal? PAGINA 12
Wat voor sport is korfbal? PAGINA 9
De antwoorden op de vragen vind je in deze krant!
JANUARI 2022
CHARLOIS – De leerlingen van groep 5 van basisschool Wereldwijs denken na over de toekomst. Ze willen helpen om ervoor te zorgen dat de wereld in 2030 een betere plek is. Ze hebben daarom € 500,00 ingezameld voor kinderen in Mongolië. Tekst: Suzanne Huig
‘Nederland heeft samen met andere landen 17 doelen bedacht om ervoor te zorgen dat de wereld in 2030 een betere plek is’, zegt Mirza (8). ‘Een doel is om ervoor te zorgen dat niemand in armoede leeft’, zegt Mevanur (8). Büsra (8): ‘Een ander doel is om ervoor te zorgen dat niemand honger heeft.’ Ejmen (9): ‘Een doel is om ervoor te zorgen dat er minder ongelijkheid komt.’ Alfra (8): ‘En een doel is om ervoor te zorgen dat iedereen goed onderwijs krijgt.’
Het leven in Mongolië
Kevin van Global Exploration leert de leerlingen meer over het land Mongolië. ‘Mongolië is een land in Azië. Ongeveer de helft van de bevolking van Mongolië woont in een tent. Die mensen hebben bijvoorbeeld geen kraan of douche. De meeste mensen die in een tent wonen, verhuizen ieder seizoen. Ze verhuizen dus 4 keer per jaar. Ze hebben vaak kamelen, koeien en geiten die met hen mee verhuizen van plek naar plek. Veel kinderen in Mongolië gaan niet naar school. Het land wil graag een betere toekomst’, vertelt Kevin.
De leerlingen bekijken boeken over Mongolië.
Foto's: Arjen Jan Stada
Kunstwerken en een sponsorloop
Kevin laat aan de leerlingen zien hoe het land eruitziet.
Ömer Ali (8): ‘Ieder kind heeft dezelfde rechten. De kinderen die in Mongolië worden geboren, krijgen nu niet waar zij recht op hebben. Er moet dus iets worden gedaan om het beter te maken voor de kinderen daar.’ Hacer (9): ‘Wij halen daarom geld op om de kinderen daar te helpen. We verkopen zelfgemaakte kunstwerken en houden een sponsorloop.’ Ummuhan (8): ‘Ik vind het goed dat we geld inzamelen. We moeten iets doen zodat de kinderen daar dezelfde kansen krijgen als wij.’ ‘Als iedereen een beetje helpt, wordt de wereld beter in de toekomst’, zegt Osman (8).
De leerlingen bekijken een foto van de binnenkant van een tent.
HILLEGERSBERG-SCHIEBROEK – De leerlingen van basisschool voor speciaal onderwijs Instituut Meester Schats Noord werken met ‘Wij in de wei’. De leerlingen kunnen met ‘Wij in de wei’ om de beurt in vertrouwen vertellen hoe ze zich voelen in de groep. ‘We leren hoe we beter met leerlingen en leraren kunnen omgaan’, zegt Marlon (10). Tekst en foto's: Suzanne Huig ‘Je maakt bij ‘Wij in de wei’ een weiland met daarop verschillende figuren. Het weiland staat voor je klas. De figuren zijn de leerlingen en leraren in je klas. Je kiest zelf waar je de figuren neerzet. Je kunt daarbij in vertrouwen vertellen hoe je je voelt in de klas’, legt Maas (11) uit.
Gekleurde schapen
Vi-Annely (11): ‘Je bent zelf het witte schaap. Je zet jezelf als eerst op een plekje neer. Je bedenkt daarna welke 2 mensen jij fijn vindt. Die mensen zijn de groene schapen. Je zet de groene schapen om je heen.’ ‘Je kiest daarna 2 mensen die je niet fijn vindt. Die mensen zijn de rode schapen. Je zet de rode schapen verder van je af’, vertelt Jip (10). Marlon: ‘Je zet de stal om het figuur van de volwassene die je vertrouwt.’
De leerlingen laten ‘Wij in de wei’ zien. Een geheim of onveilig gevoel
De blauwe figuren staan voor leraren op school.
‘De vos staat voor gevaar. Je geeft met de vos aan bij wie jij je niet veilig voelt. De leraren kunnen rekening houden met je als je vertelt bij wie je je niet veilig voelt’, zegt Isarah (11). Vi-Annely: ‘Je kunt met een symbool ook aangeven dat je een geheim hebt. Ik heb een geheim. Ik heb mijn geheim aan een juf kunnen vertellen door ‘Wij in de wei’. Ik vind dat heel fijn. De juf kan mij helpen doordat ik mijn geheim aan haar heb verteld.’
Minder ruzie en een fijnere plek Maas: ‘Ik had vaak ruzie met een klasgenoot. We weten door ‘Wij in de wei’ hoe we ons allebei voelen. We kunnen daardoor beter rekening houden met elkaar. We hebben nu veel minder ruzie.’ Isarah: ‘Ik voel me veiliger en fijner op school omdat ik heb kunnen vertellen hoe ik me voel. Ik werk nu bijvoorbeeld meer samen met iemand die ik als groen schaap heb gekozen.’
Kinderstadskrant
JANUARI 2022
Zorgen voor je gezondheid ROTTERDAM – De gemeente vindt het belangrijk dat leerlingen alle zorg en middelen krijgen die ze nodig hebben. Op scholen is er aandacht voor je gezondheid. In Rotterdam kunnen leerlingen bijvoorbeeld gratis naar de schooltandarts. En de gemeente biedt gratis menstruatieproducten aan. Tekst: Suzanne Huig
Charlois Sommige meisjes kunnen door armoede geen menstruatieproducten kopen. De gemeente biedt daarom gratis menstruatieproducten aan op basisscholen. Op de toiletten in de Beatrixschool liggen maandverbanden, tampons en inlegkruisjes. Tekst: Suzanne Huig
De meeste meisjes worden ongesteld als ze tussen de 11 en 15 jaar zijn. Dat is heel normaal. Het lichaam verandert dan naar een volwassen lichaam. Anissa (12): ‘Meisjes weten niet wanneer ze voor het eerst ongesteld worden en hoe ze daarmee om moeten gaan. Ik vind het daarom fijn dat er op school rekening wordt gehouden met dat je ongesteld kunt worden.’ Miray (11): ‘Je hoeft je geen zorgen te maken om op school ongesteld te worden als er producten in het toilet liggen.’
De meiden laten de producten in het toilet zien.
Feijenoord 1 op de 3 kinderen in Rotterdam gaat niet naar de tandarts. Tandartsen vinden het belangrijk dat kinderen 2 keer per jaar hun tanden laten controleren. Tandartsen kunnen erge ontstekingen en diepe gaatjes dan voorkomen. De leerlingen van basisschool De Catamaran gaan 2 keer per jaar naar de schooltandarts bij Sanakids. Tekst: Suzanne Huig
Javy zijn tanden worden gecontroleerd.
Vind jij dat er op school aandacht moet zijn voor je gezondheid? Tekst en foto’s: Suzanne Huig
Niet naar school en niet sporten Shaun (11): ‘Ik vind het zielig dat er meisjes zijn die geen producten kunnen kopen. Ze kunnen daardoor bijvoorbeeld niet naar school of niet sporten als ze ongesteld zijn.’ Alondra (11): ‘Ik denk dat meisjes zich vies voelen als ze thuis geen producten hebben. Ik vind het daarom heel goed dat de producten gratis op school liggen. Ik denk dat meer meisjes daardoor naar school gaan als ze ongesteld zijn.’
‘De tandarts controleert of onze tanden netjes groeien en of ons gebit gezond is’, zegt Chardonae (11). Javy (8): ‘Ze kijkt bijvoorbeeld of we gaatjes hebben. Ze kijkt ook of we ontstoken tandvlees hebben.’ Chardonae: ‘Ik vind het belangrijk om naar de tandarts te gaan. Ik wil graag mooie en goede tanden hebben.’ Een volwassen kies Javy heeft pijn in zijn kiezen. De tandarts maakt daarom een foto van zijn gebit. ‘Je hebt last van een volwassen kies die doorkomt. Het doorkomen van een kies kan zeer doen omdat de kies je tandvlees kapotmaakt’, zegt tandarts Vriens. De tandarts smeert met een kwastje fluoride op Javy zijn tanden. Javy: ‘De fluoride zorgt ervoor dat mijn tanden sterker worden en dat ik minder snel gaatjes krijg.’ Een gaatje De tandarts kijkt met een spiegeltje in Chardonae haar mond. ‘Ik zie dat je aan de rechterkant bovenin een gaatje hebt. Het gaatje zit in een kies die loszit. Die kies gaat eruit dus we hoeven niets aan het gaatje te doen’, zegt tandarts Vriens.
Eloïse (9): ‘Ik vind dat je ouders of verzorgers voor je gezondheid moeten zorgen. Leraren moeten wel opletten hoe het met je gaat. Leraren kunnen met je ouders of verzorgers praten als ze denken dat het niet goed gaat. ‘
Leerlingen uit groep 8A laten de producten zien die op school liggen. Foto’s: Peter Snaterse
Producten op school Donovan (12): ‘De producten werken als een soort pleister. Ze nemen het bloed op dat meisjes verliezen. Ik vind dat de producten op iedere school moeten liggen.’ Kelsy (11): ‘Ik denk dat veel kinderen zich schamen als ze ongesteld zijn. Ik vind het daarom goed dat de producten in de toiletten liggen. Meisjes kunnen de producten dan pakken zonder dat iemand het weet.’ Overal gratis producten Semih (11): ‘Meisjes hebben de producten nodig dus ze horen op het toilet te liggen. Ik vind dat de producten ook gratis in bijvoorbeeld restaurants en zwembaden moeten liggen.’ ‘Ik vind dat je de producten overal gratis zou moeten kunnen halen. Meisjes kunnen niet zonder de producten’, zegt Dineo (11).
De leerlingen worden met een busje van school naar de schooltandarts gebracht. Foto’s: Peter Snaterse
Goed poetsen Tandartsassistente Nawal laat de leerlingen zien hoe ze hun tanden goed poetsen. ‘Je moet je tanden ‘s ochtends en ’s avonds 2 minuten poetsen. Je poetst eerst je bovenkaak. Je begint met het poetsen van de buitenkant van je tanden. Begin achterin. Je schuift steeds een klein stukje op. Je doet dit totdat je de buitenkant van je bovenkaak helemaal hebt gepoetst. Je poetst daarna de binnenkant van je tanden. Je poetst vervolgens het bijtgedeelte van je tanden. Poets daarna op dezelfde manier je onderkaak. Je poetst als laatste je tong’, legt ze uit.
Mats (9): ‘Ik vind dat scholen moeten opletten dat kinderen alle zorg krijgen die ze nodig hebben. Sommige kinderen krijgen via thuis niet alle zorg. Ik vind dat scholen moeten zorgen dat die kinderen naar de schooltandarts en schooldokter gaan.’
CONTROLEREN
Bekijken of alles is zoals het moet zijn.
Vind jij dat er op school aandacht moet zijn voor je gezondheid?