Skip to main content

Jong010, dé Rotterdamse kinderkrant - februari 2024

Page 1

FEBRUARI 2024

4 Yori doneert zijn haar

6

9

Problemen oplossen bij het waterschap

11

Voetballen bij Excelsior

Vragen stellen aan een geldexpert

De leerlingen laten samen met wethouder Kasmi trots hun boek zien.

De leerlingen lezen voor uit het boek. Foto’s: Arjen Jan Stada ROTTERDAM – De leerlingen van groep 5 van basisschool De Pijler hebben samen het boek ‘De Fantastische Fantasiebus’ geschreven. De leerlingen overhandigden hun boek op 22 januari aan wethouder Kasmi in het stadhuis. Tekst: Lot Derks Soyen (9): ‘Wethouder Kasmi bedenkt regels en plannen voor scholen in Rotterdam. Ik vind het spannend om het boek aan de wethouder te laten zien. Ik hoop dat wethouder Kasmi het een leuk boek vindt.’

Het boek lezen

Wethouder Kasmi vindt het belangrijk dat kinderen veel lezen. ‘Je leert veel nieuwe woorden als je leest. Je leert ook over de wereld als je leest. Niet iedereen denkt namelijk hetzelfde. Een boek leert je hoe andere mensen denken of zich voelen’, zegt wethouder Kasmi. De wethouder gaat het boek ‘De Fantastische Fantasiebus’ in zijn vakantie lezen. Wethouder Kasmi: ‘Ik zal online een bericht plaatsen over het boek zodat het door meer mensen wordt gezien. Ik denk dat leraren en leerlingen enthousiast worden om meer te lezen en schrijven als ze jullie boek zien.’

Verhalen bedenken

De leerlingen kwamen met juf Judith op het idee om een eigen boek te schrijven. Ounaysa (8): ‘We kwamen erachter dat bijna iedereen het leuk vindt om zelf verhalen te bedenken. We schreven daarom allemaal een eigen verhaal voor in het boek.’ Amber (8): ‘We hebben onze fantasie gebruikt om de verhalen te bedenken. Het boek heet daarom ‘De Fantastische Fantasiebus’. Fantasie is het bedenken van iets zonder dat het echt hoeft te bestaan.’


FEBRUARI 2024

Jantje drinkt bij het middageten een glas melk. Daarna laat hij een boer. Moeder zegt: ‘Foei Jantje, wat doe je nou!’ ‘Dat is de melkboer’, zegt Jantje. Mohamed (12)

Een stoplicht zegt tegen de anderen: ‘Kijk niet naar mij, ik word rood!’ Aisha (11)

De meester vraagt aan Pietje: ‘Heeft je vader je met deze sommen geholpen?’ ‘Nee meester, deze keer heb ik zelf al die fouten gemaakt’, antwoordt Pietje.

r

i

w

a

t

d

o

t

l

e

i

s

n

r

o

n

t

e

t

g

d

a

g

s

u

d

e

r

s

h

r

t

o

s

r

u

i

e

r

s

n

o

o

e

t

s

m

e

i

r

i

d

o

d

o v

i

t

d

l

s

e

e

b

d

r

k

d

a

k

n

g

n

e

n

n

e

k

e

n

i

o

r

l

o

g

m

e

e

e

b

o

e

r

r

w

k

i

u

r

p

o

a

v

i

k

i

n

g

v

v

i

n

d

i

n

g

r

bevrijding boer deltawerken grieken hervorming industrie kasteel kruistocht ontdekking oorlog

l

a

v

e

r

n

ij

e

Antwoord (1 woord):

e

v

r

ij

d

i

n

g

h

r

u

i

s

t

o

c

h

t

pruik regent romeinen slavernij stadhouder uitvinding viking vorst watersnood

Het antwoord van de woordzoeker van januari is:

Regels: de woorden vind je horizontaal, verticaal en diagonaal. Ook achterstevoren. Je mag letters meerdere keren gebruiken. Als je de overgebleven letters in de juiste volgorde

WOORDEN.

De winnaar is Zafer (8) Gefeliciteerd!

zet, krijg je het antwoord. Mail dit antwoord samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s) (zodat we contact met je kunnen opnemen als je hebt gewonnen) naar ANTWOORD@JONG010.NL. Alleen de winnaar krijgt bericht.

Zyan (10)

Je nn y en Jimm y Een koe en een duif staan in de wei. De duif zegt: ‘Roekoe!’ Wat zegt de koe?

Met onze lessen tover je elke dag iets lekkers op tafel.

Michiel van de Vijver

Wat een goed idee!

Ik geef mijn moeder op! ?

Koeduif! Fatima (9)

Een man komt op maandag op kantoor en gaat niet op zijn stoel zitten. Waarom niet?

Het weekend zit erop.

Guus (10)

Het is groen en het heeft pijn. Wat is het?

Een AUgurk.

Farah (11)

Zoek de regenwolkjes in de kinderkrant!

Heb jij een tip voor Jong010?

redactie@jong010.nl

Kun jij ze allemaal vinden?

Lees alle kranten op onze website: www.jong010.nl

Vul hier het aantal in:

DE NIEUWE JONG010 VERSCHIJNT DONDERDAG

Jong010 wordt mede mogelijk gemaakt door:

14 MAART 2024

JONG010 - FEBRUARI 2024 JAARGANG 14 - EDITIE 6 OPLAGE: 38.000 KRANTEN Hoofdredacteur: Suzanne Huig Journalisten: Marloes Brouwer, Lot Derks, Amy van Loon, Jesse Wagenvoord Fotografen: Peter Snaterse, Arjen Jan Stada Vormgeving: Marcel van den Assem Redactiemedewerker: Sasja Hof Aan deze editie werkte verder mee: Diergaarde Blijdorp


FEBRUARI 2024

ROTTERDAM – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Hij is ook benieuwd naar de meningen en ervaringen van basisschoolleerlingen. Krijg jij verkeerslessen op school? Tekst en foto's: Suzanne Huig

AHMED ABOUTALEB

‘Ik vind het fijn om te fietsen. Fietsen is gezond. Ik vind het in de stad soms wel een beetje spannend en gevaarlijk om te fietsen met al het verkeer. Basisscholen kunnen verkeerslessen en voorlichting aanvragen via Verkeersmenu010 van Gemeente Rotterdam. Leerlingen leren door de verkeerslessen en voorlichting welke gevaren er zijn en waar ze op moeten letten in het verkeer. Krijg jij verkeerslessen op school?’

Foto: Gemeente Rotterdam / Marc Nolte

‘Ik ga op de fiets naar school. Ik vind het verkeer niet gevaarlijk. Ik let goed op al het verkeer om mij heen. Ik leer op school de betekenis van verkeersborden. Ik kan me daardoor aan de verkeersregels houden.’

‘Ik vind het leuk dat ik met mijn fiets zelf op verschillende plekken kan komen. Ik krijg op school fietsles. Ik leer daardoor op tijd remmen en ongelukken voorkomen.’

MUSTAFA

ELISA

‘Ik vind het leuk om te fietsen. Ik fiets bijvoorbeeld naar school. Ik heb fietsles gekregen op het schoolplein. Ik zou ook graag fietsles willen krijgen in de wijk. Ik leer dan met echte verkeerssituaties omgaan.’

BANA 8 JAAR

‘Ik vind het leuk dat ik op de fiets naar verschillende plekken in mijn wijk kan. Ik houd me aan de verkeersregels. Ik krijg verkeerslessen als ik in groep 8 zit. Ik leer dan veilig naar de middelbare school fietsen.’

SOFIA 9 JAAR

Krijg jij verkeerslessen op school?

9 JAAR

9 JAAR

‘Ik vind het saai om lange stukken te fietsen. Ik vind het wel leuk om korte stukjes te fietsen. Ik kom op de fiets soms gevaarlijke situaties tegen. Ik leer op school om extra goed uit te kijken. Ik leer bijvoorbeeld om uit de buurt van een dode hoek van een vrachtwagen te blijven.’

‘Ik fiets vaak door de wijk met vrienden. Ik vind het leuk dat ik op de fiets zelf kan bepalen waar ik naartoe ga. Mijn klas krijgt dit jaar verkeerslessen. Ik vind het leuk dat we tijdens de lessen echt gaan fietsen.’

MICK

PIOTR

‘Ik fiets vaak zelf naar school of naar de voetbal. Ik heb op school verkeerslessen gekregen en een verkeersexamen gedaan. Ik vond het niet nodig om verkeerslessen te krijgen. Ik kon al goed fietsen.’

‘Ik vind het leuk om te fietsen. Ik vind het belangrijk om te leren hoe ik veilig in een drukke stad kan fietsen. Ik krijg aan het eind van dit schooljaar verkeerslessen op school.’

‘Ik vind het leuk om zelf door mijn wijk te fietsen. Ik heb in groep 7 een verkeersexamen gedaan. Ik heb bij het examen laten zien dat ik veilig door de wijk kan fietsen.’

ELIA

RUBEN

YAZID

9 JAAR

12 JAAR

10 JAAR

10 JAAR

11 JAAR


FEBRUARI 2024

FEIJENOORD – Appie (12) en Yavuz (15) leren in het buurthuis bij vereniging JAR om kapper te worden. Ze knippen het haar van kinderen uit de buurt. Appie: ‘We knippen iedereen die hier komt gratis omdat niet iedereen geld heeft om naar de kapper te gaan. Ik vind het belangrijk om iets goeds te doen voor de buurt. Ik maak mensen blij doordat ik ze een nieuw kapsel geef.’ Tekst: Lot Derks

De vrienden krijgen elke week les van een kapper. Appie: ‘Ik vond het in het begin spannend om mensen hun haar te knippen. Ik vond het bijvoorbeeld moeilijk om met een schaar te werken. Ik kijk en luister goed mee als de kapper iets voordoet. Ik word daardoor steeds beter.’

Yavuz aan de slag in de kapperszaak.

Filmpjes kijken en oefenen Appie knipt het haar van Akram. Foto’s: Peter Snaterse

Een eigen kapperszaak

Appie en Yavuz hebben met vrienden een ruimte ingericht als kapperszaak. Yavuz: ‘Ik vind het meer dan een kapperszaak. We komen bij elkaar en maken vrienden voor het leven.’ Ze leren veel van elkaar en dagen elkaar uit. Appie: ‘We gaan binnenkort een barber battle doen. Je knipt dan met zijn tweeën 1 kapsel. Iemand knipt de linkerhelft van een kapsel. De ander knipt de rechterhelft van een kapsel. Een jury beoordeelt daarna wie het best heeft geknipt.’

ROTTERDAM – Yori (8) liet in december zijn haar knippen bij de Nederlandse Kappersakademie Rotterdam. Zijn afgeknipte haar wordt gebruikt om een pruik van te maken. Tekst: Suzanne Huig

Moira knipt Yori zijn korte haar in model. Foto’s: Arjen Jan Stada

2 vlechten van 30 centimeter lang

‘Ik heb mijn haar speciaal 2,5 jaar laten groeien om het te kunnen doneren aan Stichting Haarwensen. Stichting Haarwensen maakt pruiken voor kinderen die hun eigen haar door een ziekte of behandeling zijn verloren. De stichting heeft haren nodig om pruiken te kunnen maken. Ik vind het fijn dat ik door mijn haar te doneren kan helpen bij het maken van een pruik. Ik hoop dat een kind heel blij is met mijn haar’, vertelt Yori. DONEREN

Iets geven.

Akram (11) en Abdirahman (10) willen ook graag leren knippen. Akram: ‘Ik ben vaak in het buurthuis. Appie knipt mijn haar. Ik zie dat hij het leuk vindt om te doen. Ik wil daarom graag net zo goed worden als Appie en Yavuz.’ Appie heeft een advies voor de jongens: ‘Je moet zo veel mogelijk oefenen. Ik kijk elke dag filmpjes op TikTok om meer te leren over technieken. Ik hoop ooit bekende voetballers zoals Ronaldo of Mbappé te knippen. Mensen over heel de wereld kunnen dan zien hoe je knipt.’

Moira maakt vlechten in Yori zijn haar en knipt de vlechten af.

Kapster Moira knipt Yori zijn haar. ‘Ik maak eerst 2 vlechten in je haren. De vlechten moeten minimaal 30 centimeter lang zijn om ze te kunnen doneren aan Stichting Haarwensen. De stichting kan het haar anders niet gebruiken om een pruik van te maken’, vertelt Moira. Yori zijn vlechten zijn meer dan 30 centimeter lang. Moira knipt de vlechten af. ‘Wij sturen je haar naar de stichting op. We knippen jouw haar gratis omdat je je haar doneert’, vertelt ze. Moira knipt een model in Yori zijn haren. Yori: ‘Ik ben blij met mijn nieuwe kapsel. Ik laat mijn haar nog een keer groeien om haar te doneren.’


FEBRUARI 2024

Hyper

ROTTERDAM – Kinderen die diabetes hebben, hebben een verkeerde hoeveelheid suiker in hun bloed doordat hun lichaam niet helemaal goed werkt. Ze kunnen te veel of te weinig suiker in hun bloed hebben. Diabetes wordt daarom ook suikerziekte genoemd. Tekst: Suzanne Huig Het is belangrijk dat ouders, klasgenoten, leraren of andere mensen in de buurt weten wat ze kunnen doen bij een hyper of hypo.

Iemand heeft een hyper als hij of zij te veel suiker in zijn bloed heeft. Hij of zij moet meestal vaker plassen, voelt zich moe en heeft dorst. Die persoon moet insuline met een insulinepen of insulinepomp krijgen. De insuline zorgt dat de suiker uit het bloed weer kan worden gebruikt.

Hypo

Iemand heeft een hypo als er te weinig suiker in zijn of haar bloed zit. Iemand kan bijvoorbeeld gaan zweten, duizelig of moe worden, hoofdpijn krijgen of chagrijnig worden. Het is belangrijk dat hij of zij iets eet of drinkt met suiker. Je kan die persoon bijvoorbeeld limonade, snoepjes of een extra boterham geven.

ROTTERDAM – Noëlle (10) heeft diabetes. ‘Ik was 4 jaar oud toen de dokter ontdekte dat ik diabetes heb. Ik had vaak dorst. Ik dronk overdag en ’s nachts veel water. De dokter controleerde daarom mijn bloedsuikerwaarde. Hij ontdekte dat ik diabetes heb.’ Tekst en foto’s: Suzanne Huig

In eten en drinken zitten koolhydraten. Koolhydraten komen als suikers in je bloed terecht. Insuline is een stofje dat ervoor zorgt dat je lichaam suikers kan gebruiken als energie om dingen te doen. Insuline wordt gemaakt in je alvleesklier. Je alvleesklier is een orgaan in je buik. ‘Ik heb diabetes type 1. Je alvleesklier werkt niet goed als je diabetes type 1 hebt. Mijn alvleesklier maakt geen insuline aan. Ik heb daarom een speciaal pompje aan mijn lijf. Het pompje neemt de taak van mijn alvleesklier over. Het pompje spuit insuline in mijn lichaam’, legt Noëlle uit.

Een pompje aan mijn lijf

‘Ik heb in mijn arm een speciale sensor. Die sensor meet heel de tijd mijn bloedsuikerwaarde. De sensor geeft de waarde door aan mijn pompje. Het pompje is via een slang aan mijn lijf vastgemaakt. De pomp spuit automatisch insuline in mijn lijf als de sensor meet dat dat nodig is. Ik vind het vervelend dat ik altijd een pompje bij me heb. Het is wel belangrijk dat ik mijn pompje bij me heb. Ik kan bijvoorbeeld flauwvallen of mijn organen kunnen beschadigen als mijn bloedsuikerwaarde lang te laag of te hoog is’, vertelt Noëlle.

Suikers innemen of extra insuline spuiten

Noëlle: ‘Mijn bloedsuikerwaarde kan door allerlei dingen ineens veranderen. Bijvoorbeeld door mijn emoties of doordat ik veel beweeg. Mijn pomp gaat piepen als mijn bloedsuikerwaarde ineens te laag of te hoog is. Ik moet suikers eten of drinken als mijn waarde te laag is. Ik neem dan bijvoorbeeld een Dextro. De pomp spuit extra insuline in mijn lijf als mijn waarde te hoog is. De insuline zorgt ervoor dat mijn lichaam de suikers kan gebruiken en mijn waarde zakt.’

‘Ik eet Dextro als mijn bloedsuikerwaarde laag is.’

Noëlle met haar knuffel Raffie.

Koolhydraten tellen

‘De hoeveelheid suiker in mijn bloed verandert als ik koolhydraten eet of drink. Ik moet daarom altijd in mijn pomp invoeren hoeveel koolhydraten ik eet en drink. Mijn pomp zorgt er dan voor dat mijn lijf genoeg insuline krijgt. Mijn moeder rekent altijd uit hoeveel koolhydraten ik eet en drink. Ik stuur mijn moeder een foto van wat ik wil eten of drinken als ik niet bij mijn moeder in de buurt ben. Mijn moeder stuurt dan terug hoeveel koolhydraten ik moet invoeren in mijn pomp’, legt Noëlle uit.

Fonds Kind & Handicap helpt kinderen en jongeren met een handicap of chronische ziekte.

Een handicap is een beperking waardoor je sommige dingen niet zo goed kunt.

Een chronische ziekte is een ziekte die minimaal 3 maanden duurt, steeds terugkomt of niet genezen kan worden.

Knuffel Raffie

‘Ik slaap altijd met mijn knuffel Raffie. Ik heb Raffie van een dokter gekregen op de dag dat ik hoorde dat ik diabetes heb. Raffie is een speciale knuffel voor kinderen die diabetes hebben. Ik vind het fijn om Raffie bij me te hebben’, zegt Noëlle.

De organisatie geeft bijvoorbeeld geld om hulpmiddelen te kopen, voorlichting te geven of onderzoek te doen.


FEBRUARI 2024

‘Ik vind veel dingen leuk. Ik zou het liefst alles willen kopen wat ik leuk vind. Ik vraag daarom mijn ouders altijd om toestemming voordat ik iets koop. Mijn ouders beslissen of ik iets wel of niet koop.’

ROTTERDAM – In Nederland krijgt 69 procent van alle kinderen tussen de 5 en 12 jaar zakgeld. Je kunt met geld leren omgaan als je zakgeld krijgt. De kans is kleiner dat je later geldproblemen krijgt als je al op jonge leeftijd met geld leert omgaan. Je kunt je geld maar 1 keer uitgeven. Je moet daarom goed nadenken wat je ermee doet. Tekst en foto’s: Suzanne Huig Sommige kinderen gebruiken hun zakgeld om snoep, speelgoed, spelletjes of kleding te kopen. Sommige kinderen gebruiken hun zakgeld om te sparen voor iets dat ze graag willen hebben. Sommige kinderen moeten van hun zakgeld cadeautjes voor kinderfeestjes kopen. Het is belangrijk om met je ouder(s) of verzorger(s) af te spreken waarvoor je je zakgeld gebruikt als je zakgeld krijgt. Je kunt dan betere keuzes maken in wat je wel of niet kan en wilt kopen. Wie beslist waar jij je geld aan uitgeeft?

Suzanne (11)

‘Ik heb met mijn ouders afspraken gemaakt over waar ik mijn geld aan uit mag geven. Ik mag bijvoorbeeld geen eten kopen van mijn geld. Ik ben blij dat ik afspraken met mijn ouders heb gemaakt. Ik zou mijn geld anders uitgeven aan dingen die ik niet echt nodig heb.’

Merel (8) ‘Ik beslis samen met mijn moeder waar ik mijn geld aan uitgeef. Ik denk zelf eerst heel goed na of ik mijn geld aan iets wil uitgeven. Ik vraag daarna toestemming aan mijn moeder.’

‘Ik heb ongeveer € 20,00 op mijn betaalrekening staan. Ik mag zelf beslissen wat ik met dat geld doe. De rest van mijn geld staat op mijn spaarrekening. Ik moet mijn ouders om toestemming vragen om iets van mijn geld op mijn spaarrekening te kopen.’

Efalay (11)

Zakgeldcontract

Je kunt met je ouder(s) of verzorger(s) een zakgeldcontract maken. In het zakgeldcontract kun je bijvoorbeeld afspraken zetten over hoeveel zakgeld je krijgt en waar je je zakgeld voor gebruikt.

Wie beslist waar jij je geld aan uitgeeft? Naam:

FEIJENOORD – Waterschap Hollandse Delta zorgt voor het water in Charlois, Feijenoord, IJsselmonde, Rozenburg, Hoogvliet en Pernis. Seth werkt bij waterschap Hollandse Delta. Hij vertelde aan de leerlingen van groep 8 van basisschool De Sleutel over het onderhouden van leidingen, gemalen en zuiveringen.

Storingen en calamiteiten

De leerlingen bekijken met foto’s wat er allemaal moet gebeuren om een kapotte leiding te repareren. Foto’s: Arjen Jan Stada

Goed onderhouden

Jeannate (11): ‘Het is belangrijk dat alle leidingen, gemalen en zuiveringen goed werken. Als iets niet goed werkt, ontstaan er bijvoorbeeld verstoppingen of lekkages. Verstoppingen en lekkages zorgen voor overlast.’ Seth: ‘We maken ieder jaar alle gemalen en gedeeltes van de zuiveringen schoon. We onderhouden de machines zodat ze goed blijven werken.’ Rayan (12): ‘Het is belangrijk om dingen goed te onderhouden. Dingen slijten eerder als ze niet goed worden onderhouden.’

Reactie:

Seth vertelt de leerlingen over een calamiteit.

Tekst: Suzanne Huig

‘Iedere Nederlander zorgt voor ongeveer 120 liter afvalwater per dag’, vertelt Seth. Safae (12): ‘We zorgen bijvoorbeeld voor afvalwater door de wc door te trekken, te douchen of af te wassen.’ Seth: ‘Afvalwater komt via leidingen bij een gemaal. Het afvalwater wordt vanaf een gemaal via grote leidingen naar een zuivering gepompt. Het water wordt in een zuivering schoongemaakt.’

Sara (9)

ONDERHOUDEN

Zorgen dat iets goed blijft. CALAMITEIT

Een onverwachte situatie die een gevaar oplevert.

Seth: ‘We houden ook in de gaten of er storingen of calamiteiten zijn. We onderzoeken de oorzaak van een storing of calamiteit zo snel mogelijk. We bedenken daarna een oplossing. Een voorbeeld van een calamiteit is een plotseling gat in een leiding. We repareren de leiding dan bijvoorbeeld of plaatsen een nieuw stuk leiding.’

Een leiding repareren

De leerlingen bekijken wat er allemaal moet gebeuren om een kapotte leiding te repareren. Pari (11): ‘Het is belangrijk dat de plek wordt afgezet.’ ‘De machines rondom de leiding moeten daarna worden uitgeschakeld zodat de monteurs veilig kunnen werken’, zegt Safae. Max (11): ‘De monteurs graven daarna een gat zodat ze bij de leiding kunnen.’ Seth: ‘We komen dan soms veel grondwater tegen. We zuigen dat grondwater weg met een speciale machine. De monteurs repareren daarna het gat.’ Rayan: ‘De straat moet daarna weer worden gerepareerd. De wegafzetting kan daarna weg. De machines worden als laatst weer aangezet.’

Waterschap Hollandse Delta is 1 van de 21 waterschappen in Nederland. Kijk voor meer informatie en opdrachten op WWW.WSHD.NL/EDUCATIE. Ook voor ouders en leerkrachten!


FEBRUARI 2024

Zayn: ‘Ik heb moeite met lezen en schrijven. Ik denk dat ik dyslexie heb. Hoe kan ik daarmee omgaan?’

Hoi Zayn, lezen en schrijven heeft dyslexie. Niet iedereen die moeite heeft met woorden n het moeilijk om te lezen en om Kinderen die dyslexie hebben vinde en kunn of r elkaa door rs Ze halen lette op de goede manier te schrijven. of je onen aant kan k rzoe onde iaal spec letters niet goed herkennen. Een rzoek orgers en leraren kunnen zo’n onde dyslexie hebt of niet. Ouders, verz aanvragen.

Hulpmiddelen ROTTERDAM – Marieke van Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Rijnmond reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of een probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Zayn (10). Tekst: Suzanne Huig Heb jij een vraag aan Marieke of zit je ergens mee?

Marieke beantwoordt ingestuurde vragen. Foto: Peter Snaterse

Stuur een mail naar

Tekeningen of plaatjes

n aan n het moeilijk om iets uit te legge Sommige kinderen met dyslexie vinde je iets als uiken gebr te tjes plaa of n ninge anderen. Het kan helpen om teke elijker plaatjes zorgen ervoor dat je makk wilt uitleggen. De tekeningen of op de woorden kunt komen.

Praat erover

lezen en en leraar als je moeite hebt met Praat erover met je klasgenoten , kunnen vindt lijk moei je leraar weten wat schrijven. Als je klasgenoten en ze je helpen als dat nodig is. Groetjes Marieke

REDACTIE@JONG010.NL

Of stuur een brief naar

Jong010, Postbus 13037, 3004 HA Rotterdam.

KRALINGEN-CROOSWIJK – Robert is bevelvoerder bij brandweerkazerne Bosland. Tigo (8) en Luna (8) bezochten met Robert brandweerkazerne Bosland. Robert vertelt wat er gebeurt nadat je de meldkamer hebt gevraagd om hulp van de brandweer. Tekst en foto’s: Suzanne Huig

‘Iedere brandweerkazerne heeft een alarm. Het alarm in een kazerne gaat af als de brandweerploeg wordt opgeroepen door de meldkamer’, vertelt Robert. Luna (8): ‘Alle brandweerlieden hebben altijd een pieper bij zich. Die pieper gaat ook af als de brandweerploeg wordt opgeroepen. De brandweerlieden missen daardoor geen oproep als ze even buiten lopen.’

INCIDENT

xie verklaring waarin staat dat ze dysle Kinderen met dyslexie krijgen een elen midd hulp of hulp g recht op extra hebben. Zij hebben met die verklarin bijvoorbeeld toetsen met grotere en krijg Ze n. leze of om te schrijven rtype. lette letters of boeken met een speciaal

Vervelende gebeurtenis die plotseling plaatsvindt.

Tigo en Luna bekijken de portofoons.

Binnen 1 minuut vertrekken

Robert: ‘We willen binnen 1 minuut bij de brandweerkazerne vertrekken als het alarm gaat. We stoppen daarom gelijk met alles wat we aan het doen zijn als het alarm gaat. We trekken ons brandweerpak zo snel mogelijk aan en vertrekken naar het incident.’ Luna: ‘Mensen in nood hebben snel hulp nodig. Het is daarom belangrijk dat een brandweerploeg snel vertrekt.’

Contact met de meldkamer

‘In iedere brandweerwagen ligt een tablet. De meldkamer zorgt ervoor dat op het tablet te zien is waar de brandweerploeg naartoe moet en wat er aan de hand is. De bevelvoerder neemt via een portofoon contact op met de meldkamer. De bevelvoerder vraagt de laatste informatie aan de meldkamer en maakt een plan. De bevelvoerder kan aan de meldkamer om een extra brandweerploeg of materiaal vragen’, vertelt Robert.

Luna, Tigo en Robert.

Leiding over een brandweerploeg

‘De bevelvoerder heeft bij een incident de leiding over een brandweerploeg. Robert vertelt als bevelvoerder aan de andere brandweerlieden wat ze moeten doen’, vertelt Tigo. Robert: ‘Ik houd in de gaten of alles en iedereen veilig is. Ik geef het aan de meldkamer door als we klaar zijn bij een incident. De meldkamer weet dan dat we weer inzetbaar zijn.’


FEBRUARI 2024

BLIJDORP – Leerlingen van groep 7 van basisschool De Vierambacht kregen een les over het tropisch regenwoud van juf Mary in Diergaarde Blijdorp. Mohamed (11): ‘Een tropisch regenwoud is een heel bijzonder bos. Er leven papegaaien, tijgers en bijzondere insecten.’ Tekst: Lot Derks

Leerlingen leren meer over het tropisch regenwoud van juf Mary. Foto: Diergaarde Blijdorp

Abdelfattah (10): ‘De evenaar is de lijn tussen het noorden en zuiden van de wereld. Je vindt tropische regenwouden in sommige gebieden onder de evenaar. Je vindt tropische regenwouden in Zuid-Amerika, Azië en Afrika.’

Tropisch

Ella bekijkt voorwerpen uit een tropisch regenwoud. Foto’s: Lot Derks

Ella (10): ‘Een regenwoud is tropisch door de hoge temperatuur en vochtige lucht. Het regent elke dag in een regenwoud. De regen blijft in de lucht hangen. Je bril beslaat er net zoals in een binnenzwembad.’ Juf Mary vertelt hoe planten en dieren in het regenwoud overleven: ‘Veel planten en dieren leven boven in de bomen. Deze bomen zijn soms zo hoog als een flat met 26 verdiepingen. In het bovenste gedeelte van de bomen komt veel zon en regen. We noemen dat gedeelte het kronendak. De dieren en planten die er leven zijn belangrijk voor elkaar. Apen gebruiken bijvoorbeeld takken om zich te verplaatsen. En vleesetende planten eten de insecten die er leven.’

Bomen kappen

Juf Mary: ‘Het tropisch regenwoud heeft het moeilijk. We moeten beter voor het regenwoud en de aarde zorgen.’ Maas (10): ‘Mensen kappen veel bomen in het woud. Dieren raken daardoor hun leefgebied kwijt.’ De bomen worden gebruikt voor hout. De grond die leeg achterblijft wordt gebruikt om palmolie te verbouwen. Luca (11): ‘We moeten minder spullen kopen waarvoor bomen zijn omgekapt.’ Juf Mary vertelt dat je vanuit Nederland zelf kunt helpen om het tropisch regenwoud te beschermen. ‘Je kunt de natuur helpen door bijvoorbeeld te kijken of er geen palmolie in een product zit’, vertelt ze.

‘Ik kan met de teugels bepalen welke kant we op gaan.’

KRALINGEN – Tess (9) zit op paardrijden bij de Rotterdamsche Manege. Ze krijgt iedere dinsdag les. Tess: ‘Ik houd van paarden. Ik vind het leuk dat ieder paard een eigen karakter heeft.’ Tekst: Marloes Brouwer Tess maakt haar paard klaar om te rijden voordat de les begint. ‘Ik ga mijn paard opzadelen. Ik til een zadel over zijn rug heen. Ik zit tijdens het rijden op dat zadel. Ik val daardoor minder snel van het paard af. Ik doe bij het paard een hoofdstel om. Het hoofdstel bestaat uit een bit en teugels. Ik kan met de teugels bepalen welke kant we op gaan door de teugels naar links of naar rechts te bewegen’, vertelt Tess.

Stap, draf, galop en springen

‘We beginnen een les met stappen. Mijn paard loopt dan langzaam. We rijden daarna in draf. Mijn paard loopt dan wat sneller. We mogen in galop als we durven. Het paard rent dan heel hard. We springen soms over balken heen. Ik moet dan in een speciale houding gaan zitten. Die houding heet de verlichte zit. Ik sta dan een beetje in de beugels van het zadel. Een paard springt alleen als die merkt dat ik niet bang ben’, zegt Tess.

Lievelingspaard en mattie

Tess verzorgt haar paard. Foto’s: Arjen Jan Stada

‘Mensen vonden paarden vroeger erg bijzonder. Een paard heet daarom een edel dier. Een paard heeft dan ook geen kop. Een paard heeft net als de mens een hoofd. Wij maken op de manege een verschil tussen lievelingspaarden en matties. Je lievelingspaard is het paard dat je het mooist vindt. Je mattie is het paard dat je beste vriend is. Mijn lievelingspaard is Micky. Mijn mattie is James.’


FEBRUARI 2024

KRALINGEN – Clio (9), AyseMina (9) en Ella (9) turnen bij Gymnastiekvereniging Kralingen. Ella: ‘Je moet sterk en lenig zijn om te turnen.’ Tekst: Marloes Brouwer

‘We beginnen iedere les met het opwarmen van ons lichaam. Het is belangrijk dat onze spieren warm worden. Onze spieren worden dan soepel. We strekken onze benen en we rennen rondjes in de zaal om op te warmen’, vertelt AyseMina.

Spagaat en split

De meiden doen een spagaat en split. ‘Je strekt je ene been naar voren en je andere been naar achteren als je een spagaat doet. Je zit op de grond’, zegt AyseMina. Clio: ‘Je strekt je ene been naar rechts en je andere been naar links als je een split doet. Je zit dan met gespreide benen op de grond.’

Een arabier

Ella doet een arabier op de balk. ‘Een arabier lijkt op een radslag. Je landt bij een arabier tegelijk op allebei je voeten. Ik vind op de balk lopen moeilijk. Ik vind het moeilijk om mijn evenwicht niet te verliezen.’

De meiden laten verschillende turnoefeningen zien. Foto’s: Peter Snaterse

Koprol in de lucht

De meiden maken een salto op de trampoline. Clio: ‘Een salto is een koprol in de lucht. We springen heel hoog op de trampoline. We maken in de lucht een balletje van ons lichaam. We landen daarna weer op onze voeten.’

KRALINGEN-CROOSWIJK – Edward (9) en Tijn (9) spelen samen in JO10-2 bij de voetbalclub Excelsior. Edward: ‘Ik vind het leuk om bij de profclub Excelsior te spelen. We spelen bij Excelsior op zaterdag wedstrijden tegen andere clubs.’ Tekst: Jesse Wagenvoord ‘We hebben goede trainers. De trainers hebben strenge regels’, vertelt Edward. Tijn: ‘We leren snel doordat we goede trainers hebben.’ Edward: ‘De trainers zeggen het gelijk als we een foutje maken. Ze leggen dan uit wat we beter kunnen doen. Ik vind het fijn om gelijk te horen wat ik beter kan doen.’

De jongens zijn er trots op dat ze bij Excelsior voetballen. Foto’s: Arjen Jan Stada Plek op het veld

Tijn: ‘Ik kan zelf op alle posities spelen. Ik vind het midden de leukste positie. Je zorgt er in het midden voor dat de bal van de verdedigers van je team naar de aanvallers van je team gaat.’ ‘Ik sta altijd in de spits. De spits staat helemaal vooraan in het midden. Ik moet in de spits veel heen en weer rennen. Ik vind het leuk dat ik hard moet werken in de spits’, zegt Edward.

Beter dan Ronaldo

De jongens willen later het liefst professioneel voetballer worden. ‘Mijn voorbeeld is Cristiano Ronaldo. Ronaldo is een heel goede voetballer’, zegt Edward. Tijn: ‘Wij worden later nog beter dan Ronaldo. Het lijkt mij heel leuk om geld te verdienen door te voetballen.’


FEBRUARI 2024

OVERSCHIE – De Bethelkerk in Overschie brandde afgelopen december af. Jack (8) uit groep 5 van basisschool De Regenboog wilde de kerk graag helpen. Jack en zijn klasgenoten zamelden samen geld in voor de kerk. De kinderen gaven het ingezamelde geld aan Dorimieke van de Bethelkerk. Tekst en foto’s: Jesse Wagenvoord ‘Ik vind het heel naar hoe de kerk er nu uitziet. De halve kerk is kapot door de brand. We spelen normaal altijd buiten op de speelplaats van de kerk. We kunnen nu niet meer spelen op het pleintje’, zegt Nai-Shénely (8). ‘We weten dat het vuur door iemand is aangestoken. Ik begrijp niet waarom iemand dit gebouw in brand steekt’, zegt Jack.

De afgebrande Bethelkerk. De inzamelactie

‘Ik wilde graag iets doen om de kerk te helpen. Ik kreeg het idee om geld in te zamelen. Ik begon samen met Nai-Shénely, Chloë (8), Donna (9) en Zoë (8) een inzamelactie’, vertelt Jack. Donna: ‘Ik vond het heel zielig voor mijn klasgenoten die verdrietig waren over de verbrande kerk. Ik wilde meehelpen om mijn klasgenoten te steunen.’

Langs de deuren

‘We kwamen erachter dat je een vergunning nodig hebt om geld in te zamelen. We mochten wel bij buren langsgaan om geld te vragen’, vertelt Jack. Zoë: ‘Ik vond het leuk maar ook spannend om geld op te halen bij buren. Ik had nog nooit eerder geld ingezameld. Veel mensen gaven ons gelukkig geld voor de actie.’

Een schilderij voor de kerk Zoë, Nai-Shénely, Jack, Chloë en Donna geven de cheque aan Dorimieke.

De leerlingen geven in totaal €230,- aan Dorimieke van de kerk. ‘Ik vind het heel leuk om het geld nu aan de kerk te geven’, zegt Nai-Shénely. Chloë: ‘Ik vind het een leuk idee om een schilderij te kopen van ons geld. Het schilderij kan misschien in de kerk komen te hangen.’

BOEKENBON TER WAARDE VAN

15 EURO

Het antwoord van de puzzel van januari is: HERINNERING.

De winnaar is Hyabab (10). Gefeliciteerd!

De wethouder gaat het boek lezen in zijn …….. PAGINA 1 Waarmee maakt Appie mensen blij?

Wat krijgt 69 procent van alle kinderen tussen de 5 en 12 jaar in Nederland? PAGINA 6

Wat is een ander woord voor diabetes?

Waar gaat het alarm af als de brandweerploeg wordt opgeroepen?

PAGINA 5

PAGINA 7

PAGINA 4

Hoe heet de lijn tussen het noorden en het zuiden van de wereld? PAGINA 8 Welke oefening doet Ella op de balk? PAGINA 9 Wie wilde Donna steunen door mee te helpen met de actie? PAGINA 10

Kayleigh helpt mensen die …….. hebben. PAGINA 11 Wat doet de leerlingenraad ongeveer 8 keer per jaar? PAGINA 11 Hoe heet de voorzitter van het Kindervragenuur? PAGINA 12 De antwoorden op de vragen vind je in deze krant!


FEBRUARI 2024 Hoe houden jullie thuis bij hoeveel geld er binnenkomt en hoeveel geld er wordt uitgegeven?

ROTTERDAM – De Week van het geld is van 11 tot en met 15 maart. Het thema van de week is ‘Hoe ben jij geld de baas?’. Je kunt in GeldLab van het Belasting & Douane Museum via spellen ontdekken hoe je met geld kunt omgaan. Je kunt op 16 en 17 maart GeldLab gratis bezoeken. Geldexpert Kayleigh is dan aanwezig om je vragen over omgaan met geld te beantwoorden. Valentin (12) en Elouise (11) stelden hun vragen alvast aan Kayleigh. Tekst: Suzanne Huig

Kayleigh helpt mensen die schulden hebben. Kayleigh: ‘Als ik iemand help, bewaar ik het geld dat die persoon ontvangt. Ik betaal daarvan de kosten van die persoon. Ik geef die persoon daarnaast geld om van te leven. Ik gebruik een gedeelte van het geld om een stukje van de schuld af te lossen. Het geld dat nog over is, spaar ik voor die persoon. Ik help iemand 18 maanden. De schulden worden daarna kwijtgescholden. Die persoon heeft dan geen schulden meer en heeft geleerd om beter met geld om te gaan.’

Schulden voorkomen

‘Hoe ontstaan schulden?’, vraag Valentin. Kayleigh: ‘Schulden ontstaan doordat mensen een rekening te laat of niet betalen.’ Elouise: ‘Hoe zorg je ervoor dat het lukt om al je kosten te betalen?’ ‘Het is belangrijk om overzicht te hebben. Zet op een rijtje hoeveel geld je ontvangt en wat je moet betalen. Het is handig om de helft van je geld te sparen. Je hebt dan altijd geld als je geld nodig hebt. Je kunt de andere helft uitgeven als je dat wilt’, legt Kayleigh uit.

Valentin en Elouise in gesprek met Kayleigh. Foto’s: Arjen Jan Stada

HEB JIJ EEN VRAAG AAN KAYLEIGH? Stel je vraag op 16 of 17 maart in

GeldLab. Kijk voor meer informatie op WWW.BDMUSEUM.NL/AGENDA Iets kopen of niet?

‘Het is slim om niet zomaar iets te kopen. Bedenk voordat je iets koopt of je het echt nodig hebt. Denk daar een paar dagen over na. Koop het product alleen als je het een paar dagen later nog wilt hebben. Koop iets ook alleen als je het geld ervoor hebt. Je kunt in de problemen komen als je iets op afbetaling koopt’, vertelt Kayleigh.

Valentin, Kayleigh en Elouise.

KWIJTSCHELDEN

Zeggen dat iemand een schuld niet meer hoeft te betalen.

OVERSCHIE – Sanae (11), Norah (9) en Hamza (9) zitten in de leerlingenraad van de Albert Schweitzerschool. Ze bedenken samen met juf Debby hoe ze de school beter kunnen maken. De leerlingen vertellen wat ze allemaal doen in de raad. Tekst en foto's: Amy van Loon

Hamza, Norah en Sanae in overleg met juf Debby.

Norah: ‘We praten over wat we willen veranderen op school. We luisteren goed naar onze klasgenoten. De ideeën van onze klasgenoten en onszelf bespreken we tijdens vergaderingen. We vergaderen ongeveer 8 keer per jaar.’

Nieuwe speeltoestellen

Sanae, Hamza en Norah zitten in de leerlingenraad.

‘Vroeger was er veel ruzie op het schoolplein omdat leerlingen zich verveelden’, vertelt Hamza. ‘We hebben nieuwe speeltoestellen voor het schoolplein gekocht zodat de leerlingen zich niet meer vervelen. Sindsdien is er veel minder ruzie op het plein. We hebben de speeltoestellen betaald van geld dat we hebben verdiend tijdens een boekenmarkt’, zegt Sanae.

Verkiezing voor de leerlingenraad

Norah: ‘Ieder jaar worden de leerlingen voor de leerlingenraad gekozen tijdens een verkiezing. Je kunt vooraf aan de verkiezing aan je klas vertellen waarom je in de leerlingenraad wilt en wat je wilt veranderen voor de school. Alle leerlingen mogen stemmen wie ze in de leerlingenraad willen. De leerlingen die de meeste stemmen krijgen, komen in de raad.’


FEBRUARI 2024

De baas van de gemeente Rotterdam ROTTERDAM – We leven in Nederland in een democratie. Dat betekent dat de inwoners kiezen welke mensen het land besturen. Je noemt die mensen volksvertegenwoordigers. De landelijke volksvertegenwoordigers zitten in Den Haag. Zij besturen het land. Iedere gemeente heeft ook een eigen bestuur. Elke gemeente heeft een gemeenteraad, een burgemeester en wethouders. Gemeente Rotterdam heeft dus ook een eigen bestuur. Tekst: Suzanne Huig

Rotterdam Leerlingen van de Hildegaertschool en leerlingen van basisschool Bergkristal bezochten het stadhuis. De leerlingen stelden vragen aan gemeenteraadsleden, wethouders en de burgemeester tijdens het Kindervragenuur in de raadzaal in het stadhuis. Tekst: Suzanne Huig

Mats (11): ‘De gemeenteraadsleden nemen in deze raadzaal met elkaar besluiten voor de stad. Ik vind het bijzonder dat wij nu in deze zaal vragen mogen stellen aan het bestuur van Rotterdam.’ Astrid is de voorzitter van het Kindervragenuur. ‘Ik zorg ervoor dat niet iedereen door elkaar praat. Ik vraag je om naar de spreekstoel te komen als je een vraag mag stellen. Ik geef personen 1 voor 1 de beurt om te reageren op een vraag’, legt ze uit. Speeltuinen voor iedereen De leerlingen stellen vragen over onderwerpen die zij belangrijk vinden voor de stad. Zaïna (12) en Dyalisia (12) vinden het belangrijk dat alle kinderen gelijk worden behandeld. ‘Waarom kunnen kinderen met een beperking niet in alle speeltuinen spelen?’, vraagt Zaïna. Gemeenteraadslid Fatih Elbay antwoordt: ‘De gemeenteraad vindt het ook belangrijk dat ieder kind in iedere speeltuin kan spelen.’ Wethouder Faouzi Achbar vertelt: ‘We letten goed op dat speeltuinen die worden aangelegd of opgeknapt toegankelijk zijn voor kinderen met en zonder beperking.’

INZETTEN VOORZITTER Je best doen voor iets.

Leider van de vergadering.

De lucht en natuur schoon houden Costanza (11) en Marlotte (12) zijn benieuwd wat er wordt gedaan tegen de luchtvervuiling in Rotterdam. Gemeenteraadslid Tim de Haan: ‘We proberen ervoor te zorgen dat er in de stad steeds meer ruimte is voor fietsers en voetgangers. Daardoor komt er steeds minder ruimte voor auto’s.’ Priva (12) en Pelle (12) vragen hoe de gemeenteraad de natuur in Rotterdam beschermt. Raadslid Mina Morkoç: ‘We proberen er bijvoorbeeld voor te zorgen dat bedrijven minder vervuilen.’ Ontbijt voor leerlingen Harper (11) en Guus (11) zijn benieuwd of de raadsleden iets kunnen doen voor kinderen die met honger naar school gaan. Gemeenteraadslid Co Engberts: ‘We zorgen ervoor dat sommige kinderen een gratis ontbijt krijgen op school.’ Gemeenteraadslid Naoufal Akhatab: ‘We willen dat alle leerlingen een gratis schoolontbijt kunnen krijgen. We kunnen met bedrijven kijken hoe we daarvoor kunnen zorgen.’

Vind jij dat de gemeenteraad kinderen om advies moet vragen? Waarom wel of niet?

Zaïna en Dyalisia stellen een vraag over speeltuinen.

Omgaan met sociale media Hamza (12) en Marin (10) vragen aan burgemeester Aboutaleb wat hij van sociale media en de reacties op sociale media vindt. ‘Ik zie dat mensen veel onaardige dingen tegen elkaar zeggen op sociale media. Mijn vader zei altijd: ‘Zeg alleen aardige en positieve dingen over een ander.’ Ik vind dat mensen op sociale media ook alleen aardige en positieve dingen over elkaar moeten zeggen ‘, vertelt burgemeester Aboutaleb. Vragen, meningen en ideeën van kinderen De voorzitter bedankt iedereen in de raadzaal en sluit het Kindervragenuur. De leerlingen praten graag vaker mee in de raadzaal. ‘De gemeenteraadsleden, burgemeester en wethouders weten door onze vragen wat wij belangrijke onderwerpen vinden voor de stad. Ze kunnen er daardoor voor zorgen dat Rotterdam ook leuker en fijner wordt voor kinderen’, zegt Valerie (11). Harper: ‘Kinderen maken veel mee op school en in hun buurt. Ik vind het daarom belangrijk dat de gemeenteraad naar de meningen en ideeën van kinderen luistert.’

Kennismaken met de gemeenteraad? Gemeenteraadslid Naoufal Akhatab beantwoordt een vraag. Foto’s: Arjen Jan Stada

Dat kan! Jouw school mag gewoon naar het stadhuis komen. Mail naar voorlichtinggriffie@griffie.rotterdam.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jong010, dé Rotterdamse kinderkrant - februari 2024 by Jong010, dé Rotterdamse kinderkrant - Issuu