Uitgave


![]()
Uitgave



Met de automatiseringsoplossingen van Hoffmann Group biedt u werknemers nieuwe uitdagingen, verkort u de doorlooptijden en zorgt u ervoor dat uw machines 24/7 produceren. www.hoffmann-group.com

Een jaar of vijftien geleden bedacht ik het blad Vision & Robotics. Het was gelieerd aan de gelijknamige beurs van Mikrocentrum. Ik zag namelijk robotisering opkomen, in combinatie met ict-oplossingen. Het was een van de mooiste bladen die ik samen met toenmalig hoofdredacteur Liam van Koert heb gemaakt. Dat vonden ze bij FPT-Vimag ook. Ze zochten iemand die hun blad TechniShow Magazine kon verbeteren. Het moest er hipper uit komen te zien, met aandacht voor de prachtige producten die we maken in onze industrie. Dat we gewoon trots mogen zijn op wat we doen. Ik heb het vaker gezegd en geschreven: overal in Nederland hebben we bedrijven langs snelwegen staan die stiekem wereldleider op een bepaald gebied zijn. Of technieken hebben ontwikkeld die alleen in ons land kunnen worden gemaakt. Maar te weinig mensen zien dat.
Ik heb de afgelopen 12 jaar geprobeerd om de schoonheid van de productietechnologie en de maakindustrie te laten zien aan de wereld. Hopelijk heb ik iets bijgedragen.
Ik ga stoppen als hoofdredacteur en uitgever van TechniShow Magazine. Niet dat ik het niet meer leuk vind, integendeel. Het is echter een andere tijd dan 12 jaar geleden. Net als in de industrie is in de wereld van de uitgeverijen de digitalisering verder ontwikkeld. Ik hou van papieren bladen (‘dode boom’), maar ook ik lees alles tegenwoordig digitaal. Behalve de zaterdagkrant.
Wat mij betreft gaat TechniShow Magazine digitaal verder, met een extra focus op social media. Daarnaast een keer per jaar een papieren uitgave: een gids in de oneven jaren, met mooie voorbeeldprojecten, en een special tijdens TechniShow. Misschien speel ik daar nog een rol in. Misschien ook niet.
In de afgelopen jaren heb ik ettelijke directeuren zien komen en gaan, bestuursleden zien vertrekken en zien worden aangesteld. Meer beursmedewerkers van Jaarbeurs gezien dan ik me kan herinneren. Maar er zijn twee mensen die er altijd bij zijn geweest: mijn eindredacteur Bas en mijn opmaker Wim. Dank aan jullie. En dank aan de lezers.
Een fijne vakantie allemaal. En laten we vooral trots zijn op techniek.
Zonder robotisering geen toekomst: TNO ziet
Robotbelading als antwoord op krapte: Van Dulst zet in op slimme automatisering van lange profielen
Combinatie van noodzaak en innovatie aan de wieg van TechniShow Innovation Award Tool Circle
Henk van Beek redactie@technishow.nl



Met de installatie van ’s werelds meest geavanceerde chipmachine zet het Belgische onderzoekscentrum imec zichzelf nadrukkelijk op de kaart als spil in de mondiale chipindustrie. Tegelijk onderstreept het instituut dat technologische voorsprong alleen niet voldoende is: zonder open samenwerking stokt innovatie. In Leuven werd op 18 maart de eerste High NA EUV-machine van ASML geïnstalleerd, een systeem dat geldt als de nieuwe standaard voor chipproductie op de allerkleinste schaal. De technologie maakt het mogelijk om transistorstructuren te verkleinen tot onder de 2 nanometer, een cruciale stap voor toepassingen in kunstmatige intelligentie en high-performance computing. De impact van deze nieuwe generatie lithografie is groot. Waar bestaande machines vaak meerdere stappen nodig hebben om complexe patronen op chips te printen, kan High NA EUV dit in één keer doen. Dat versnelt de productie, verlaagt de foutkans en reduceert kosten en energiegebruik.
EXPERIMENTEREN
De machine zelf is slechts een deel van het verhaal. Imec positioneert zich nadrukkelijk als een open innovatieplatform waarin chipfabrikanten, toeleveranciers en onderzoekers gezamenlijk werken aan nieuwe technologie. De reden ligt in de toenemende complexiteit van chipontwikkeling. Het verkleinen van transistoren is allang geen puur technisch vraagstuk meer. Materialen, ontwerp, productieprocessen en meetmethoden moeten gelijktijdig worden ontwikkeld en op elkaar worden afgestemd. Geen enkel bedrijf kan dat nog alleen.
Juist daarom bouwt imec aan een ecosysteem waarin concurrenten samenwerken. Grote spelers uit de industrie krijgen toegang tot dezelfde infrastructuur en kennis, waardoor ontwikkelrisico’s worden gedeeld en innovaties sneller naar de markt kunnen worden gebracht. De installatie van de nieuwe EUV-machine versterkt die rol: partners kunnen nu experimenteren met technologie die anders alleen voor een handvol bedrijven toegankelijk is.

GEOPOLITIEK
Die open aanpak sluit aan bij een bredere verschuiving in de chipindustrie. De ontwikkeling van nieuwe chips wordt steeds duurder en risicovoller, terwijl de vraag vanuit AI en datacenters juist explosief groeit. Om dat tempo bij te houden, moeten bedrijven hun innovatieprocessen versnellen, en dat kan alleen door samenwerking. Tegelijkertijd is er een geopolitieke dimensie. Europa wil minder afhankelijk worden van Aziatische en Amerikaanse chipproductie en investeert daarom fors in onderzoeksfaciliteiten zoals die van imec. De High NA EUV-machine is daar een strategisch instrument bij: het biedt Europese partijen toegang tot de meest geavanceerde productietechnologie. Imec zelf ziet de installatie vooral als een versneller. Het doel is niet alleen om nieuwe technologie te ontwikkelen, maar ook om die op industriële schaal toepasbaar te maken. Dat betekent dat experimenten in het lab snel moeten doorstromen naar productieomgevingen.
Daarmee komt de kern van imecs strategie scherp in beeld. Innovatie ontstaat niet in isolatie, maar in netwerken. De nieuwe chipmachine symboliseert die gedachte: een technologisch hoogstandje dat pas echt waarde krijgt als het onderdeel wordt van een groter geheel. In een industrie waarin de marges voor fouten klein zijn en de investeringen gigantisch, lijkt die aanpak geen luxe. Het is de enige manier om de volgende generatie chips - en daarmee de volgende golf van digitale innovatie - mogelijk te maken.
Meer informatie: www.imec-int.com/en
Nederland start met de ontwikkeling van een Routekaart Machinebouw. De routekaart geeft de machinebouwsector een gezamenlijk strategisch kader om de komende 5 tot 10 jaar te werken aan een circulaire, weerbare en concurrerende maakindustrie. Bedrijven, kennisinstellingen, brancheorganisaties en overheden worden actief betrokken. Publicatie is voorzien in de zomer van 2026.
Geopolitieke spanningen zetten de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en componenten onder druk. Voor essentiële machineonderdelen, zoals aandrijfsystemen met permanente magneten, zijn we sterk afhankelijk van het buitenland. Tegelijkertijd vragen klanten en regelgeving steeds vaker om duurzamere producten. De routekaart brengt kwetsbaarheden in kaart en vertaalt deze naar concrete actielijnen: minder afhankelijkheid, meer circulaire waardecreatie en een sterkere concurrentiepositie.
De ambitie is een Nederlandse machinebouwsector die uitblinkt door slim materiaalgebruik in de hele keten – duurzaam, concurrerend, weerbaar en schoon. Dit wordt bereikt via vier circulaire strategieën: minder grondstoffengebruik, toepassing van alternatieve grondstoffen, levensduurverlenging van machines en onderdelen, en hoogwaardige terugwinning van grondstoffen. Vijf handelingsperspectieven sturen de uitvoering: circulariteit & innovatie, voorraadvorming, diversificatie, strategische partnerships en monitoring & kennisdeling.
Een werkgroep met vertegenwoordigers van bedrij-
ven, kennisinstellingen, brancheorganisaties en overheden coördineert het traject, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Via consultaties en bijeenkomsten worden ook andere stakeholders uitgenodigd om bij te dragen.
In juni 2026 ligt er een concept-routekaart ter feedback. In de zomer van dit jaar zal er een definitieve publicatie van de routekaart komen. Wil je bijdragen aan de routekaart of meer informatie ontvangen? Neem contact op met Alejandra Roetenberg (RVO): alejandra.roetenberg@rvo.nl. Meer informatie over het routekaartproces vind je hier. Op de routekaartpagina Machinebouw vind je meer informatie over de specifieke routekaart, de achtergrond, ambities en het team dat er aan werkt.

Het Nederlandse industriebeleid verschuift in 2026 van brede stimulering naar een gerichte focus op strategische sectoren zoals halfgeleiders, digitale technologie, machinebouw en innovatieve chemie. Voor grote (hightech) maakbedrijven betekent dit een heldere richting, maar ook meer complexiteit. Netcongestie, geopolitieke onzekerheid, hogere financieringskosten en een structureel tekort aan technisch talent zetten investeringsbeslissingen onder druk. In dit speelveld groeien subsidies en fiscale regelingen uit tot een strategisch instrument, meldt adviesbureau BDO.
Waar subsidies eerder vooral werden ingezet als financiële ondersteuning, spelen ze nu een rol in het haalbaar maken van investeringen, het beperken van risico’s en het versnellen van besluitvorming. Met name bij kapitaalintensieve projecten in digitalisering, automatisering en verduurzaming kunnen subsidies het verschil maken tussen uitstel en uitvoering.
Grote ondernemingen moeten voldoen aan de CSRD en aantoonbaar rapporteren over onder meer CO₂-uitstoot, energiegebruik en circulariteit. Diezelfde data vormen de basis voor veel subsidieaanvragen. Door duurzaamheidsdata al vroeg in projecten vast te leggen, ontstaat één geintegreerde aanpak voor zowel investeringsbeslissingen, subsidieverantwoording als compliance. Een effectieve subsidiestrategie sluit aan op de ontwikkelfase van een project: van haalbaarheidsstudies en R&D tot pilots, investeringen en exploitatie. Door regelingen en fiscale instrumenten bewust te combineren en te faseren, ontstaat een robuust financieel en strategisch fundament voor groei en transitie.


Het economisch beeld van de mkb-maakindustrie laat op dit moment een neerwaartse fase zien. Ondernemers beoordelen de economische situatie minder gunstig dan in voorgaande kwartalen. Dat blijkt uit de Economische Barometer van Koninklijke Metaalunie over het eerste kwartaal van 2026.
Mark Helder, voorzitter van Koninklijke Metaalunie: “Ondernemen onder moeilijke marktomstandigheden in onzekere tijden vraagt om lef, veerkracht en kansen blijven zien en te benutten. Eigenschappen die onze leden kenmerken en die we ook terugzien in hun toekomstverwachtingen. De uitkomsten van deze meting laten zien dat verhoging van arbeidsproductiviteit cruciaal is. We moeten meer doen met minder mensen. Zo houden we gezonde bedrijven en een brede welvaart in Nederland. Versnel met robotisering, automatisering, digitalisering en AI. We riepen het kabinet en de Tweede Kamer onlangs opnieuw op om snel te komen met concrete maatregelen voor het mkb. Zo versnel je ook innovaties. De technologische ontwikkelingen gaan razendsnel en wachten niet.”
DRUK
Ten opzichte van het laatste kwartaal van 2025 verslechteren orderposities, staan marges onder druk en nemen de winstgevendheid en export af. Tegelijkertijd zorgen externe factoren en aanhoudende onzekerheid voor voorzichtiger opererende bedrijven. Zonder herstel van de orderinstroom blijft de druk op de sector naar verwachting aanhouden.
Het CBS meldde eind maart dat het algemene conjunctuurbeeld in Nederland iets negatiever was geworden, maar ziet nog geen industriële terugval. Dat wijst erop dat de economie als geheel nog enige veerkracht laat zien, terwijl ondernemers in de sector de verslechtering al nadrukkelijk ervaren.
Het eerste kwartaal van dit jaar wordt gekenmerkt door externe factoren die invloed hebben op de situatie van mkb-maakondernemers. Zo geeft 78% van de responderende ondernemers aan dat zij worden geraakt door de crisis in het Midden-Oosten en de onzekere situatie bij de Straat van Hormuz. Als gevolg hiervan hebben zij te maken met stijgende energie-, brandstof- en transportkosten en staat de leveringszekerheid onder druk. Ook worden mkb-maakbedrijven geraakt door CBAM, de nieuwe importheffing op staal van buiten de Europese zone. 24% van de respondenten geeft aan dat deze nieuwe heffing voor hen nu al een ingrijpende impact heeft. Het leidt tot stijgende inkoopkosten en hogere administratieve lasten. Daarnaast beperken handelsmaatregelen, zoals Europese importheffingen aan de buitengrens, de
beschikbaarheid van goedkopere import en maken zij de markt krapper. Dit kan bijdragen aan opwaartse prijsdruk binnen Europa. Voor energie-intensieve sectoren zoals staal- en aluminiumproductie kan dit doorwerken in hogere productie- en transportkosten.
ARBEIDSMARKT BLIJFT GEMENGD
De verhouding tussen vast en flexibel personeel blijft al jaren stabiel, met circa 90 procent van de medewerkers in vaste dienst en 10 procent in de flexibele schil. Tegelijkertijd daalde het aantal bedrijven met een toename van vast personeel netto naar -5 procent. Ook bij flexibel personeel is sprake van een afname. Opvallend is dat het aantal bedrijven met openstaande vacatures juist licht is gestegen, van 44 naar 47 procent. Mogelijk houden bedrijven vacatures open vanwege de aanhoudende personeelsbehoefte, maar stellen zij het daadwerkelijk aannemen van personeel uit door onzekerheid over de toekomstige orderportefeuille. De CBS Conjunctuur-enquête laat hetzelfde gemengde beeld zien.
De verslechtering van de orderpositie is een belangrijke verklaring voor de negatieve stemming. Het aantal bedrijven dat hun binnenlandse orderpositie ziet afnemen, ligt 17 procent hoger dan het aantal bedrijven dat de orderpositie ziet toenemen. Per saldo is dit een negatieve ontwikkeling. De voorzichtig positieve verwachting voor Q2 is dat de afname van de orderpositie per saldo vermindert.
De exportontwikkeling is ongunstiger. Zo meldt 43 procent van de exporterende respondenten een verslechtering van de buitenlandse orderpositie, tegenover 14 procent die een verbetering ziet. Daarmee komt het nettosaldo uit op -29 procent. Daarmee is dit het tweede negatieve kwartaal op rij. Deze terugval lijkt samen te hangen met een afzwakkende industriële vraag in met name Duitsland, dat een sleutelrol speelt in de export van de Nederlandse metaalsector. Voor de nabije toekomst wordt een netto exportafname van 2 procent verwacht.
Tegenover deze uitkomsten staat dat het landelijke CBS-beeld vooralsnog minder somber is. De positie in de waardeketen is hiervoor een mogelijke verklaring. Toeleveranciers zien minder effect van de groei in export en industrie dan de grotere internationale spelers. De mkb-maakindustrie is
juist gevoeliger voor schommelingen in orders en investeringen van deze grotere spelers. Hierdoor kan het sentiment bij onze leden sneller verslechteren.
PRIJSDRUK EN VERSLECHTEREND
BEDRIJFSRESULTAAT
Veertig procent van de respondenten geeft aan dat de verkoopprijzen in Q1 hoger waren dan in het vorige kwartaal, terwijl 11 procent juist een prijsdaling meldt. Hier is ook sprake van een seizoeneffect, omdat prijzen vaker aan het begin van het jaar worden aangepast.
De stijgende verkoopprijzen hangen samen met hogere inkoopkosten die bedrijven vaak maar gedeeltelijk doorberekenen aan klanten. Tegelijkertijd beperkt de zwakkere vraag de ruimte om prijsstijgingen door te voeren. Hierdoor kunnen marges verder onder druk komen te staan.
Deze prijsstijgingen vertalen zich in een verslechterd bedrijfsresultaat, met een netto saldo van -30 procent. Ondernemers ervaren daarmee duidelijke druk op hun rendement, en zijn veel minder positief over hun resultaat dan in eerdere kwartalen.
Voor Q2 zijn de verwachtingen iets gunstiger: 29 procent van de respondenten verwacht een toename van het bedrijfsresultaat. Dit hangt waarschijnlijk samen met de verbeterde verwachtingen voor zowel de binnenlandse als de buitenlandse orderpositie.
Ook CBS-cijfers laten een toenemende margedruk zien. De druk op marges kan worden versterkt door een achterblijvende groei van de arbeidsproductiviteit, waarbij stijgende loonkosten niet volledig worden gecompenseerd door efficiënter werken.
WINSTGEVENDHEID VERDER ONDER DRUK
Het aandeel winstgevende bedrijven is sinds het tweede kwartaal van 2025 gedaald van 45 naar 37 procent. Tegelijkertijd is het aandeel bedrijven dat break-even draait toegenomen tot 40 procent en steeg ook het aandeel verlieslatende bedrijven, van 18 naar 23 procent. Dit duidt erop dat de financiele ruimte binnen bedrijven afneemt en dat steeds meer ondernemingen moeite hebben om hun resultaten op peil te houden.
Ook uit de Conjunctuurenquête Nederland van het CBS blijkt dat de winstgevendheid eind 2025 al onder druk stond. De barometer bevestigt dat deze druk in het eerste kwartaal van 2026 in de praktijk onverminderd aanwezig was.






3.000 x 1.500 mm








Systeemhoogte 3.750 mm





2.500 kilo per lade

2.500 kilo per lade


Plug en Play
Plug en Play
Laadvermogen kilo Play 25 lades
kilo Play
25 lades















Hoe voorkom je fouten in productieprocessen wanneer er een tekort is aan ervaren vakmensen en de druk op efficiëntie steeds groter wordt? Die vraag staat centraal in het onderzoeksproject DigitalZH van het lectoraat Smart Sustainable Manufacturing van De Haagse Hogeschool. Samen met bedrijven en kennispartners onderzocht het lectoraat hoe slimme camera’s, sensoren en robots kunnen helpen om kwaliteitscontroles in de maakindustrie te automatiseren. Met als doel: fouten eerder opsporen, herstelwerk verminderen, en bedrijven ondersteunen met betere, datagedreven beslissingen.
Een producent van raamsystemen bracht een eerste praktijkcase in: het automatisch controleren van transparante acrylplaten. Dat blijkt lastiger dan het klinkt. Bij transparante materialen spelen reflecties, spiegelingen en lichtbreking een grote rol, waardoor standaard vision-systemen moeite hebben om vormen of defecten goed te herkennen. “Bij doorzichtige producten zien huidige camerasystemen vooral wat er áchter het materiaal zit”, legt onderzoeker Henk van der Burgh uit. “Het is dan lastig te bepalen of de geometrie van het product
dewerkers deze controles uit”, zegt Van der Burgh. “Die kennis zit in hun hoofd. Nu vertalen we die kwaliteitscriteria naar een digitaal controlesysteem.” De automatische inspectie vervangt de mens overigens niet volledig. “De eindcontrole blijft altijd bij een operator”, benadrukt hij. “Het systeem helpt wel om afwijkingen sneller te signaleren.”
EXPERIMENTEREN MET LICHT EN TECHNOLOGIE

klopt.” Vanwege onvoldoende betrouwbare resultaten besloten onderzoekers van De Haagse Hogeschool samen met het bedrijf een nieuwe aanpak te ontwikkelen.
VAN HANDMATIGE CONTROLE NAAR SLIMME INSPECTIE
In het RE/manufacturing Lab van De Haagse Hogeschool ontwikkelde het onderzoeksteam een demonstrator met een camerasysteem dat acrylplaten automatisch kan controleren. Het systeem leest QR-codes die in acrylplaten zijn gefreesd, detecteert stof, krassen en andere defecten, en controleert de geometrie van onderdelen. Tot slot wordt gecheckt of het eindproduct correct is geassembleerd. Deze controles vinden plaats vóór het lijmproces, zodat fouten vroeg in het productieproces worden ontdekt. “Tot nu toe voerden ervaren kwaliteitsme-
Om transparante materialen goed te kunnen inspecteren, experimenteerden onderzoekers met verschillende soorten verlichting en cameratechnologie. Door variaties in lichtfrequenties en belichting werden defecten en lijmlagen beter zichtbaar voor de camera. Op basis van die beelden is de software getraind om afwijkingen automatisch te herkennen. “Het interessante is dat we hier niet met de duurste systemen werken”, zegt Jenny Coenen, lector Smart Sustainable Manufacturing van De Haagse Hogeschool. “We tonen eerst aan dat iets technisch mogelijk is, bijvoorbeeld met eenvoudige camera’s of opensource-software. Zo maken we het onderzoek ook toegankelijk en betaalbaar voor het midden- en kleinbedrijf. Als een oplossing werkt, dan kunnen mkb-bedrijven daarna zelf bepalen welk systeem het beste bij hun productieomgeving past.”
Naast statische inspectiesystemen wordt binnen DigitalZH ook gekeken naar mobiele inspectietechnologie. In samenwerking met SAM|XL wordt bijvoorbeeld gewerkt met de inspectierobot ‘Spot-the-dog’ die fabrieken kan inspecteren. Deze robot is uitgerust met
camera’s en sensoren om bijvoorbeeld luchtlekken in industriële installaties op te sporen. “Ook tijdens assemblage kunnen we dit systeem inzetten. Als na controle blijkt dat ergens een lek zit, lopen medewerkers normaal alle koppelingen na met lekspray”, vertelt Van der Burgh. “Met de robot detecteren we sneller waar het probleem zit.”
Andere demonstrators waaraan het onderzoeksteam van het lectoraat werkt, zijn systemen die automatisch controleren of onderdelen in de juiste bakjes zijn gesorteerd. Door vision-technologie te combineren met bijvoorbeeld een weegsysteem kan een machine herkennen of het juiste aantal onderdelen aanwezig is.
Het project DigitalZH maakt deel uit van een bredere ambitie: digitale technologie toegankelijk maken voor mkb-bedrijven in Zuid-Holland. Volgens de onderzoekers speelt daarbij ook een groter maatschappelijk vraagstuk. Door vergrijzing en personeelstekorten vinden maakbedrijven steeds moeilijker voldoende ervaren vakmensen. “Met inspectietechnologie leggen we kennis deels vast, zodat ook minder ervaren medewerkers deze controletaken kunnen uitvoeren” aldus Van der Burgh.
Een belangrijk kenmerk van het project is de nauwe samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven. Studenten spelen daarbij een actieve rol, bijvoorbeeld via stageen afstudeerprojecten. Zo werkt een bedrijf momenteel samen met een afstudeerstudent aan het automatisch controleren van de lijmlaag tussen twee acrylplaten. Dit voorbeeld laat zien hoe praktijkgericht onderzoek kan bijdragen aan innovatie in de industrie. Jenny Coenen: “Bedrijven hebben vaak een concreet probleem, maar niet altijd de tijd of middelen om dat zelf te onderzoeken. Wij doen eerst dat verkennende werk: testen, experimenteren en laten zien wat mogelijk is. Zo inspireren we bedrijven om daar zelf mee verder te gaan.”
Wil je meer weten over het project DigitalZH, of samenwerken met het lectoraat Smart Sustainable Manufacturing? Bekijk de projectpagina Digitale kwaliteitscontrole voor maakbedrijven of neem contact op met Jenny Coenen j.m.g.coenen@hhs.nl.

De Nederlandse maakindustrie kan zich geen stilstand meer veroorloven. Terwijl de productiviteit achterblijft en de druk op kosten en personeel toeneemt, blijft grootschalige digitalisering in het mkb uit. Om die impasse te doorbreken, heeft Theo Henrar, voorzitter van FME, tijdens een bedrijfsbezoek bij Festo de Smart Industry Productiviteitsagenda 2026–2028 aan minister Herbert van Economische Zaken en Klimaat overhandigd. De agenda bevat een concreet uitvoeringsprogramma waarmee mkbbedrijven hun productiviteit met 15 tot 25 procent kunnen verhogen door slimme inzet van digitalisering, AI en werkplekinnovatie.
De urgentie is groot. De maakindustrie draagt jaarlijks ruim 116 miljard euro bij aan de Nederlandse economie, maar de productiviteitsgroei stagneert. Tegelijkertijd erkent een overgrote meerderheid van de industriële mkbbedrijven het belang van digitalisering. Toch blijft daadwerkelijke implementatie achter: plannen genoeg, maar weinig meetbare resultaten op de werkvloer.
“We zitten al jaren in dezelfde paradoxale situatie”, zegt Henrar. “Ondernemers weten dat digitalisering noodzakelijk is, maar blijven steken in onzekerheid, gebrek aan kennis of verandercapaciteit. Met Smart Industry willen we deze ondernemers ondersteunen. Van ‘weten’ naar doen. Praktisch, behapbaar en gericht op resultaat.”
Heleen Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat: “Als we goede zorg, onderwijs en andere voorzieningen willen houden, moet onze productiviteit omhoog. Dat betekent niet harder werken, maar slimmer werken, met technologie, innovatie en digitalisering. We zullen met minder mensen meer moeten doen. Dat is geen keuze, maar gewoon nodig.”
Mark Helder, voorzitter Koninklijke Metaalunie
en vice-voorzitter Smart Industry, benadrukte tijdens het bedrijfsbezoek eveneens de urgentie van een structurele productiviteitsaanpak: “We hebben innovatieve topbedrijven in Nederland. Door meer te gaan doen met minder mensen, talent te benutten voor tekortsectoren en samen te werken in sterke ketens en ecosystemen versterken we de mkb-maakindustrie en de welvaart in Nederland.”
GEEN EXPERIMENT
De Smart Industry Productiviteitsagenda kiest nadrukkelijk voor inzet van bestaande technologie boven experiment. Geen nieuwe ideeën, maar de nadruk op veranderprojecten die voor het gros van de maakbedrijven snel renderen. Technologie, organisatie en menselijk kapitaal worden hierbij integraal benaderd.
De agenda bestaat uit vier samenhangende elementen:
1. Blauwdruk Digitale Fabriek: praktische stappenplannen en referentiearchitecturen waarmee bedrijven gestructureerd kunnen transformeren. Van standaardisatie en mo-
dularisatie naar digitalisering en robotisering.
2. Communicatie en activatie: gericht op herkenning, inspiratie en actie, met praktijkvoorbeelden van bedrijven die al stappen zetten.
3. AI in de productieomgeving: toepassing van onder meer Edge AI en TinyML via pilots en een breed inzetbare toolkit.
4. Werkplekinnovatie: Focus op vaardigheden, leiderschap en een lerende organisatiecultuur.
De agenda sluit aan bij de ontwikkeling naar Industrie 5.0, waarin technologie ondersteunend is aan vakmanschap. “Technologie zal steeds vaker zwaar en repetitief werk overnemen”, aldus Henrar. “Daardoor kunnen mensen doen waar ze de meeste waarde toevoegen. Met de huidige arbeidsmarktkrapte is dat geen luxe, maar pure noodzaak.”
Mark Courage, directeur Smart Industry bij TNO en bestuurslid van Stichting Smart Industry, onderstreept dat de productiviteitsagenda geen vrijblijvende ambitie is: “Robotisering is geen optie meer, maar een randvoorwaarde voor het voortbestaan van de Nederlandse maakindustrie. Zonder een stevige productiviteitsagenda en verregaande inzet van automatisering en robotica verliest Nederland in hoog tempo concurrentiekracht. Over tien jaar bestaat er simpelweg geen concurrerende maakindustrie meer zonder deze stap. In april presenteerde TNO een rapport met concrete cijfers en analyses die laten zien wat dit betekent voor productiviteit, werkgelegenheid en ons verdienvermogen, en welke keuzes nú nodig zijn van bedrijven en beleidsmakers.”
De agenda wordt uitgevoerd door Stichting Smart Industry in samenwerking met FME, TNO en Koninklijke Metaalunie, met financiering vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en substantiële bijdragen van de Smart Industry-ambassadeurs. De aanpak sluit aan bij regionale initiatieven zoals de European Digital Innovation Hubs en bouwt voort op het fundament dat de Smart Industry-beweging de afgelopen jaren heeft gelegd.
“Geen enkel bedrijf kan deze transitie alleen maken”, benadrukt Henrar. “Juist door collectief te investeren in generieke tools en kennis, kunnen we productiviteitswinst versnellen. Wat werkt bij één bedrijf, moet snel beschikbaar zijn voor velen. Alleen op deze manier kunnen we de mondiale concurrentie te lijf gaan”
De opleving van ASML is geen toeval. De chipmachinemaker profiteert zichtbaar van de wereldwijde investeringsgolf in AI-datacenters, waar techbedrijven miljarden in steken om hun rekenkracht op te schalen. Die vraag zal zich direct vertalen in nieuwe orders voor de extreem complexe lithografiemachines uit Veldhoven.
Die ontwikkeling past naadloos bij de eigen analyse van ASML. In het jaarverslag over 2025 noemt het bedrijf kunstmatige intelligentie expliciet de belangrijkste groeimotor voor de komende jaren. De vraag naar zowel reken- als geheugenchips stijgt door AI-toepassingen, en daarmee ook de behoefte aan de machines die die chips mogelijk maken. Topman Christophe Fouquet onderstreept dat in het rapport.“Innovation is the engine of ASML”, stelt hij, waarbij hij AI aanwijst als een trend die de sector structureel verandert.
Na een periode van onzekerheid –onder meer door exportbeperkingen en cyclische schommelingen – keert het vertrouwen terug. De omzet van ASML steeg in 2025 met ruim 15% naar 32,7 miljard euro, gedreven door investeringen in geavanceerde chipproductie voor AI. Belangrijker nog: de vooruitzichten zijn stevig. Voor 2026 rekent het bedrijf op een omzet tussen 34 en 39 miljard euro, met verdere groei in EUV-systemen – de meest geavanceerde machines die essentieel zijn voor de nieuwste generaties chips. Dat het beter gaat met ASML is meer dan een beursverhaal. Het bedrijf vormt het zwaartepunt van een breed ecosysteem van toeleveranciers: van hightech machinebouwers tot precisiecomponenten-producenten. Elke nieuwe order voor een EUV-machine – met een prijskaartje van honderden miljoenen euro’s – betekent werk voor honderden bedrijven in de keten.

Denk aan gespecialiseerde metaalbewerking, optica, mechatronica en software. Groei bij ASML werkt daardoor als een hefboom voor de hele Europese maakindustrie.
Daarnaast dwingt de AI-golf tot versnelling van innovatie. ASML investeerde in 2025 4,7 miljard euro in R&D, onder meer om nieuwe generaties machines sneller te ontwikkelen en efficiënter te maken. Dat zet druk op toeleveranciers om mee te bewegen: sneller, preciezer en digitaler produceren wordt de norm.
De opleving onderstreept ook de geopolitieke waarde van de maakindustrie. Chips zijn cruciaal voor economische en technologische autonomie, en ASML is daarin een sleutelspeler. De groeiende vraag naar AI-capaciteit maakt die positie alleen maar belangrijker. Voor de Nederlandse en Europese industrie ligt hier een kans én een opdracht. De vraag groeit, maar de eisen ook. Wie kan leveren op het niveau van ASML – technologisch én qua schaal – profiteert mee van de AI-boom.



ECO PRO HSS KERNBOREN
� Voor plaatstaal, constructiestaal en gietijzer
� Boren van gaten tot diameter 32 mm in metaal
� Verkrijgbaar in snijdiepte 30 en 55 mm
� Met Weldon-opname; stabiel en slipvrij
� Geschikt voor gebruik met magneetboormachine


Een coalitie van meer dan tachtig Europese industrieorganisaties, kennisinstellingen en beleidsmakers doet een oproep voor een grootschalig ‘Made in Europe’-initiatief. Met het oog op de nieuwe EU-begrotingsperiode 2028–2034 wil de groep voorkomen dat Europa weliswaar innoveert, maar de productie elders plaatsvindt.
Met die inzet trekken partijen rond EFFRA aan de bel. In een gezamenlijk persbericht en onderliggend rapport waarschuwen zij voor een structureel probleem: Europa blinkt uit in onderzoek en ontwikkeling, maar slaagt er te weinig in om innovaties op industriële schaal te produceren.
Juist daar ontstaat volgens de initiatiefnemers een strategisch risico. Nieuwe technologieën – denk aan industriële AI, geavanceerde productietechnieken en slimme materialen – worden vaak buiten Europa opgeschaald. Daarmee verliest de Europese maakindustrie niet alleen economische slagkracht, maar ook grip op kritieke ketens en technologieën. De voorgestelde oplossing is stevig aangezet. Het rapport schetst vijf prioriteiten voor de komende jaren: het versnellen van innovatie én industrialisatie, het versterken van strategische autonomie, het realiseren van klimaatneutrale en circulaire productie, het vergroten van digitaal en technologisch leiderschap, en het structureel investeren in vaardigheden.
SLEUTELROL
Voor bedrijven in de maakindustrie is vooral die koppeling tussen innovatie en opschaling relevant.
Europese programma’s verschuiven nadrukkelijk van fundamenteel onderzoek naar toepassing.
Binnen Horizon Europe is die trend al zichtbaar: subsidies worden steeds vaker gekoppeld aan concrete businesscases, demonstratieprojecten en snelle marktintroductie.
Dat betekent een andere realiteit op de werkvloer. Waar voorheen onderzoeksprojecten (TRL 3–5) centraal stonden, verschuift de focus naar demonstratie en implementatie (TRL 6–9). Voor bedrijven vraagt dat om meer investeringsbereidheid, sterkere ketensamenwerking en een scherpere blik op schaalbaarheid.
De inzet is aanzienlijk. De maakindustrie vormt nog altijd een van de fundamenten van de Europese economie en speelt een sleutelrol in zowel de energietransitie als digitalisering. Zonder een sterke industriële basis dreigt Europa voor cruciale technologieën afhankelijk te blijven van andere regio’s.
Het rapport is hier te downloaden
De Nederlandse technologiegroep FMI zet een volgende stap in zijn groeistrategie, met een participatie in VOVU Machining. Met deze zet breidt het bedrijf, onderdeel van de Dutch Technology Alliance (DTA), zijn productieactiviteiten verder uit. VOVU blijft daarbij als zelfstandige entiteit opereren binnen de FMI Group, terwijl de huidige aandeelhouders betrokken blijven.
De participatie past binnen de ambitie van FMI om richting 2030 door te groeien naar een omzet van meer dan 100 miljoen euro. Die groei moet komen uit een combinatie van autonome ontwikkeling en gerichte investeringen die strategische meerwaarde bieden.
Volgens CEO Bart Beune voegt VOVU niet alleen capaciteit toe, maar ook nieuwe inzichten op het gebied van automatisering en serieproductie. “We halen een andere manier van denken in huis, waar we als groep van kunnen leren en op kunnen voortbouwen”, stelt hij. VOVU Machining is gespecialiseerd in seriematige productie en beschikt over een vergaand geautomatiseerd productieproces. Daarmee kan het bedrijf efficiënt produceren tegen concurrerende kosten. Binnen de Manufacturing-divisie van FMI, waar schaalbaarheid en continuïteit steeds belangrijker worden, vormt VOVU dan ook een logische aanvulling. Bovendien groeit het personeelsbestand van FMI met circa veertig ervaren medewerkers - een relevante versterking in een markt waar technisch talent schaars is.
WIN-WIN
Met de komst van VOVU verbreedt FMI ook zijn marktpositie. Het bedrijf heeft een sterke positie in de automotive-industrie en beschikt over een AS9100-certificering voor luchtvaarttoepassingen. Daarmee
sluit de participatie aan bij de strategie om naast de kernmarkten Semiconductor, Analytical en Medical gecontroleerd te diversifiëren richting onder meer Aerospace, Leisure en Offshore. Voor klanten van FMI betekent de uitbreiding vooral meer schaal en flexibiliteit, waaronder de mogelijkheid om grotere producten te produceren. Tegelijkertijd biedt de aansluiting bij FMI voor klanten en medewerkers van VOVU meer stabiliteit en continuïteit op de lange termijn.
Ook vanuit VOVU wordt de samenwerking gezien als een logische stap. Managing director Ivo Kolman spreekt van een “win-winsituatie met een duidelijk toekomstplan”, waarbij de nabijheid van beide organisaties bovendien voordelen biedt voor medewerkers.
Naast strategische overwegingen speelde ook de culturele fit een rol. Beide bedrijven zijn familiebedrijven met korte lijnen, een open cultuur en een sterke focus op samenwerking en betrouwbaarheid. “We zijn techneuten in hart en nieren”, aldus Beune. “Die mentaliteit herkennen we direct bij VOVU.”
Met de participatie onderstreept FMI zijn koers: gecontroleerde groei, verdere diversificatie en risicospreiding. Een strategie die volgens het bedrijf in de afgelopen jaren al zijn waarde heeft bewezen en met deze stap verder wordt versterkt.
De Duitse gereedschaps- en matrijzenbouw staat onder zware druk en dreigt zijn positie als fundament van de industrie te verliezen. Daarvoor waarschuwt brancheorganisatie VDWf in een open brief aan de Europese Commissie en de Duitse regering. De boodschap is helder: zonder ingrijpen komt niet alleen de sector zelf, maar de bredere maakindustrie in gevaar.
Volgens de VDWf vormt de gereedschapsbouw de basis van vrijwel alle industriële productie. Van auto-onderdelen tot medische toepassingen en consumentengoederen: zonder matrijzen en gereedschappen is er geen seriematige fabricage. Daarmee fungeert de sector als een vroege indicator voor de gezondheid van de industrie als geheel. En juist daar wringt het, stelt de organisatie. De afgelopen jaren zijn de omstandigheden snel verslechterd. Bedrijven kampen
met sterk stijgende kosten voor energie, grondstoffen en personeel, terwijl de internationale concurrentie toeneemt. Tegelijkertijd is het productievolume sinds 2018 met ruim een derde gedaald, en de winstmarge teruggelopen van circa 9 naar 3 procent. Het aantal faillissementen in de sector loopt op. De VDWf spreekt daarom van een reëel risico op de-industrialisatie. Als de gereedschaps- en matrijzenbouw verdwijnt, volgt volgens de organisatie onvermij-


delijk de rest van de industriële keten. “Wanneer deze sector sterft, sterft ook de productie”, klinkt het in de brief.
Cursussen - Maatwerk - BBL
Praktisch leren.
Direct toepasbaar op de werkvloer.
STODT- Slim vakmanschap begint bij ons.
De brancheorganisatie roept de politiek op om snel maatregelen te nemen. Daarbij gaat het onder meer om het creëren van eerlijke concurrentievoorwaarden, het verlagen van administratieve lasten en het bieden van gerichte financiële ondersteuning. Ook pleit de sector voor bescherming van technologische kennis en meer investeringen in opleiding en instroom van technisch personeel.
De oproep onderstreept de groeiende zorgen binnen de Europese maakindustrie over het vestigingsklimaat. Waar Duitsland lange tijd gold als industriële motor van Europa, nemen de signalen toe dat die positie onder druk staat. De brief van de VDWf maakt duidelijk dat de problemen inmiddels ook de kern van het productiesysteem raken. De inzet is daarmee groter dan het voortbestaan van één sector: het gaat om de vraag of Europa zijn industriële basis kan behouden.

Dat wringt, want de maakindustrie is allesbehalve een randverschijnsel. Met een directe bijdrage van ruim 7 procent aan het bruto binnenlands product en een veel grotere indirecte impact vormt hij een fundament onder de economie. Juist die positie maakt de huidige ontwikkeling zorgwekkend. De productiviteit groeit al jaren minder hard dan nodig is, terwijl de kosten stijgen en de arbeidsmarkt steeds krapper wordt.
Volgens TNO ligt de sleutel in een forse productiviteitssprong, in de orde van vijftig procent in het komende decennium. Dat klinkt als een abstract doel, maar het vertaalt zich in de praktijk naar één dominante vraag: hoe produceer je meer, met minder mensen, tegen hogere kwaliteit en lagere kosten? Het antwoord wijst in vrijwel alle gevallen in dezelfde richting: automatisering en robotisering.
NOODZAAK
Daarmee is robotisering niet langer een strategische optie, maar een structurele noodzaak. Robots kunnen langer draaien dan menselijke arbeid, leveren constante kwaliteit en reduceren fouten. Dat voordeel is op zichzelf niet nieuw. Wel nieuw is de snelheid waarmee robots veranderen. Door de integratie van kunstmatige intelligentie verschuift hun rol van uitvoerder naar mede-denker in het productieproces. Ze herkennen objecten, passen zich aan en kunnen in toenemende mate zelfstandig beslissingen nemen.
Die ontwikkeling maakt robotica ook relevanter voor een land als Nederland, waar productie zelden massaal en uniform is. De Nederlandse industrie kenmerkt zich juist door variatie, kleine series en complexe producten. In zo’n omgeving waren robots lange tijd minder rendabel. Nu die systemen flexibeler worden, verschuift dat speelveld. Toch laat de praktijk een ander beeld zien. Nederland behoort weliswaar tot de middenmoot als het gaat om robotdichtheid, maar het verschil met de kopgroep is aanzienlijk. Met 264 robots per 10.000 werknemers blijven we duidelijk achter bij landen als Zuid-Korea en Duitsland, waar robotisering veel intensiever is doorgevoerd.
De Nederlandse maakindustrie balanceert op een dun koord. Wie vandaag niet investeert in robotisering, loopt het risico morgen niet meer mee te doen. Dat is geen retoriek, maar de harde conclusie in een nieuw rapport van TNO, waarin de sector langs de meetlat van internationale concurrentie, technologische ontwikkeling en economische realiteit wordt gelegd. De uitkomst is ongemakkelijk: Nederland doet het nog redelijk, maar raakt terrein kwijt.
Die achterstand zit niet alleen in aantallen, maar vooral in diepte. In veel Nederlandse bedrijven blijft robotisering beperkt tot afzonderlijke toepassingen, terwijl internationale concurrenten complete productielijnen herinrichten rond automatisering. Het gevolg is dat productiviteitswinst daar structureel wordt gerealiseerd, terwijl die in Nederland versnipperd blijft.
De consequenties van die achterstand tekenen zich volgens TNO al af. Op korte termijn ontstaan knelpunten door personeelstekorten, waardoor bedrijven moeite hebben om productie op peil te houden. Dat vertaalt zich in hogere kosten en langere levertijden. Op middellange termijn ontstaat een technologisch probleem, omdat productielijnen verouderen en investeringen uitblijven. Uiteindelijk dreigt een structureel verlies aan concurrentiekracht, met alle gevolgen van dien: verplaatsing van productie, sluiting van fabrieken en een groeiende afhankelijkheid van het buitenland.
Wat het rapport interessant maakt, is dat het deze ontwikkeling niet uitsluitend als technologisch vraagstuk benadert. Robotisering blijkt in de praktijk zelden te mislukken vanwege de techniek zelf. De grootste obstakels liggen elders, in de manier waarop bedrijven beslissingen nemen en investeringen beoordelen.
Veel ondernemingen worstelen met de vraag wat robotisering hen concreet oplevert. De kosten zijn zichtbaar en direct, de baten vaak indirect en verspreid over de organisatie. Minder fouten, hogere kwaliteit en grotere flexibiliteit laten zich moeilijk in één getal vangen. Daardoor ontstaat terughoudendheid, zeker in het mkb waar de investeringsruimte beperkter is.
Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat die terughoudendheid niet altijd terecht is. Het rapport beschrijft voorbeelden van bedrijven die met relatief beperkte inzet van cobots hun productiecapaciteit drastisch wisten te verhogen. Zulke cases maken duidelijk dat de technologie al beschikbaar is en dat de economische logica vaak sterker is dan gedacht.

De opkomst van collaboratieve robots speelt daarin een belangrijke rol. In tegenstelling tot traditionele industriële robots zijn cobots ontworpen om samen te werken met mensen. Ze zijn compacter, eenvoudiger te programmeren en vereisen minder ingrijpende aanpassingen aan de werkvloer. Daardoor worden ze toegankelijk voor bedrijven die voorheen buiten de robotiseringsgolf vielen.
Daarnaast winnen adaptieve robots terrein. Deze systemen kunnen omgaan met variatie in producten en processen, en passen beter bij de Nederlandse productiepraktijk. Ze vormen in feite de brug tussen klassieke automatisering en de flexibele fabriek waar veel bedrijven naartoe willen.
INTEGREREN
Toch blijft de implementatie weerbarstig. Een opvallende constatering in het rapport is het gebrek aan partijen die robotisering daadwerkelijk kunnen integreren in productieprocessen. De rol van system integrators blijkt cruciaal, maar het aanbod is beperkt. Daardoor blijven veel projecten hangen in de fase van experimenteren, zonder dat ze opschalen naar structurele toepassing.
Ook de menselijke factor speelt een grotere rol dan vaak wordt aangenomen. Robotisering vraagt om nieuwe vaardigheden, zowel op de werkvloer als in het management. Bedrijven moeten niet alleen investeren in machines, maar ook in kennis en organisatie. Zonder die combinatie blijft de impact beperkt. TNO pleit daarom voor een bredere aanpak waarin technologie, onderwijs en beleid samenkomen. Nederland zou volgens het rap-
port moeten werken aan een nationale robotiseringsagenda, waarin niet alleen doelen worden gesteld, maar ook concrete stappen worden gezet om adoptie te versnellen.
Daarbij ligt een duidelijke kans in de positionering van Nederland als proeftuin voor flexibele productie. In plaats van te concurreren met massaproductie in Azië kan de Nederlandse industrie zich onderscheiden door slimme, kleinschalige en hoogvariabele productieprocessen. Juist daar kunnen geavanceerde robots het verschil maken.
Die strategie vraagt wel om keuzes. Het betekent investeren in niches, in samenwerking tussen bedrijven en in een ecosysteem waarin kennis, technologie en toepassing samenkomen. Het vraagt ook om een andere manier van denken, waarin robotisering niet wordt gezien als een kostenpost, maar als een voorwaarde voor groei.
De urgentie daarvan is volgens TNO groot. De internationale concurrentie ontwikkelt zich snel, en landen die nu investeren, bouwen een voorsprong op die later moeilijk is in te halen. In dat licht is de huidige positie van Nederland kwetsbaar.
De conclusie van het rapport laat zich samenvatten in één ongemakkelijke waarheid. De technologie is beschikbaar, de noodzaak is evident en de economische logica is overtuigend. Wat ontbreekt, is tempo. En in een sector waarin stilstand vrijwel altijd achteruitgang betekent, is dat misschien wel het grootste risico.

De inzet is helder: meer produceren met minder mensen. “We hebben te weinig mankracht, en zo’n robot hebben we nodig”, zegt Arjèn van Dulst, mededirecteur van het familiebedrijf. “Vier machines draaien. Ik bespaar één of twee mensen. Waarom zit dit niet standaard in het pakket?” De context waarin Van Dulst opereert, is inmiddels breed bekend, maar daardoor niet minder urgent. De arbeidsproductiviteit in Europa staat al jaren onder druk en is inmiddels ook een politiek thema. Om de industrie concurrerend te houden, is verdere automatisering onvermijdelijk.
Binnen de maakindustrie vertaalt die noodzaak zich naar een duidelijke trend: robotisering van arbeidsintensieve processen. Niet alleen om kosten te drukken, maar vooral om productie überhaupt draaiende te houden. Machines die 24/7 kunnen produceren, leveren een hogere bezettingsgraad en daarmee een kortere terugverdientijd op. Van Dulst positioneert zijn nieuwe systeem precies op dat snijvlak van noodzaak en mogelijkheid. Niet als futuristische technologie, maar als praktische oplossing voor een concreet probleem: het beladen van lange profielen.

De maakindustrie staat onder druk. Arbeid wordt schaarser, productiviteit moet omhoog en internationale concurrentie neemt toe. Tegen die achtergrond presenteerde Van Dulst Techniek op de TechniShow 2026 een systeem dat precies op die pijnpunten inspeelt: een robotbeladingsoplossing voor lange aluminium profielen, aangestuurd door zelfontwikkelde software en visiontechnologie. Het lijkt een technische innovatie, maar raakt aan een veel bredere ontwikkeling binnen de industrie.
Robotbelading is op zichzelf geen nieuw fenomeen. In veel fabrieken worden kleinere onderdelen al jaren automatisch opgepakt en verwerkt. Maar lange aluminium profielen – vaak tot zes meter – vormen een ander verhaal. Ze zijn onhandig en soms ook zwaar. En ze liggen zelden netjes geordend in een krat. Traditioneel betekent dat: twee mensen aan de machine, handmatig tillen, positioneren en invoeren. Een arbeidsintensief en fysiek belastend proces, dat bovendien moeilijk is te automatiseren.
“Je hebt grote profielen aluminium, die moet je met twee man op de belading zetten”, zegt Van Dulst. “Daar hadden we eerder al een tilhulp voor. Maar nu kun je ook de resterende man eigenlijk wegnemen. Met een robot en vision.” Het verschil zit in de combinatie van mechanica en software. Waar eerdere systemen vooral afhankelijk waren van vaste patronen en vooraf gedefinieerde posities, kiest Van Dulst voor flexibiliteit.
De kern van het systeem is een 3D-visionsysteem dat per laag in een krat analyseert hoe de profielen liggen. Dat klinkt eenvoudig, maar is technisch complex. Profielen kunnen scheef liggen, tegen elkaar aan gedrukt zijn of in wisselende patronen worden gestapeld. Het systeem maakt voor elke laag een nieuw 3D-beeld en bepaalt vervolgens automatisch de volgorde van beladen, inclusief de exacte grijpposities en rotaties van de robotarm.
“Hij scant de hele laag in een krat, herkent het type profiel en bepaalt de oppakpositie, die vervolgens vertaald wordt naar as-verdraaiingen van de robot. Tevens wordt bepaald of de kop iets moet draaien voor een mogelijk scheefliggend profiel”, legt Van Dulst uit. “Daar zit de complexiteit, en het is wat wij hebben ontwikkeld.” Die softwarematige benadering maakt het systeem universeel inzetbaar. De samenstelling van een krat hoeft niet vooraf vastgelegd te worden; het systeem interpreteert de situatie ter plekke. Wel moet het type te hanteren profielen bekend zijn in de software.
‘De indeling van een krat hoeft niet meer vooraf te worden gedefinieerd’, staat ook in de technische beschrijving. ‘Het wordt volledig automatisch

bepaald. Dat is een belangrijk verschil met bestaande oplossingen, die vaak beperkt zijn tot vooraf gedefinieerde posities of vaste configuraties.’
Naast de software speelt ook de mechanische opbouw een rol. De robot is uitgerust met een lange arm en meerdere vacuümcups waarmee profielen van bovenaf worden opgepakt. Dat maakt het mogelijk om lange profielen in allerlei variaties te hanteren zonder complexe grijpers. De combinatie van vacuümtechnologie en vision zorgt ervoor dat de robot onafhankelijk wordt van de geometrie van het profiel. Dat is essentieel in een sector waarin de productvariatie groot is. Opvallend is dat Van Dulst ervoor kiest om de software volledig in eigen huis te ontwikkelen. In een tijd waarin veel bedrijven software uitbesteden, gaat het bedrijf bewust een andere kant op. “We hebben drie programmeurs en huren soms iemand in”, zegt Van Dulst. “Maar zonder softwareontwikkeling kom je in de machinebouw niet meer zo ver. Als je de besturing van machines uitbesteedt, ben je afhankelijk van de buitenwacht. Dan ben je ook niet meer flexibel.”
Die keuze past bij de bredere strategie van het bedrijf, dat zowel mechanisch als elektrisch ontwerp en de realisatie in eigen beheer houdt. Met ongeveer 35 mensen in de machinebouw en 20 in de handel, combineert Van Dulst praktische engineering met commerciële slagkracht. “Onze mensen kennen meestal meerdere disciplines”, aldus Van Dulst. “Daar investeren we ook in. We hebben vaak stagiairs in het bedrijf, die we begeleiden.”

De ontwikkeling van het systeem verliep relatief snel, maar vergde wel veel experimenteren. Zo werden meerdere camerasystemen getest voordat de juiste keuze was gemaakt. “We hebben drie camerasystemen geprobeerd”, zegt Van Dulst. “En dit was het beste.” Inmiddels is het bedrijf bezig met het uitwerken van concrete opdrachten en offertes, voor diverse toepassingen in de maak-industrie. De interesse vanuit de markt lijkt groot, vooral binnen de aluminiumsector.
“Wij zitten veel in aluminiumbewerking”, zegt Van Dulst. “Er zijn diverse klanten geïnteresseerd. Ook grote klanten die ons op de nominatie zetten voor aanbiedingen. Dat zijn vaak bedrijven met meerdere productielijnen, die de technologie eerst op één lijn willen testen voordat ze opschalen. Er zijn klanten met tien lijnen die zeggen: laten we er één doen en kijken of we verder uitbreiden.”
De belangrijkste drijfveer voor klanten is duidelijk: arbeid besparen. In een markt waar personeel schaars is, kan automatisering het verschil maken tussen groei en stagnatie. “Niemand heeft meer mensen die de hele dag staan te beladen”, zegt Van Dulst. “Die markt moet dus groot zijn.”
De besparing is niet alleen kwantitatief (minder mensen), maar ook kwalitatief. Door repetitief en fysiek zwaar werk te automatiseren, kunnen medewerkers worden ingezet op taken met meer toegevoegde waarde. Daarnaast maakt robotisering het mogelijk om machines langer door te laten draaien. Bijvoorbeeld tijdens de pauzes, maar ook door machines onbemand door te laten draaien, na de reguliere shift(s). Dat verhoogt de output, zonder extra personeelskosten.


Manufacturing Intelligence that transforms operations

De LANG RoboTrex Compact automatiseert de onbemande productie van kleine werkstukken.
Tot 100 Makro•Grip® Micro of 50 Makro•Grip® 77 klemmen
Slechts 2 m² footprint
Plug-and-play met geïntegreerde Fanuc-robot
Eenvoudige integratie in vrijwel elke machine
Beschikbaar via Leering Hengelo
Voor de maakindustrie
Complete oplossingen in opspannen, verspanen en automatisering. Eén partner voor uw productieproces.
innovation in manufacturing intelligence and metrology.

Automated precision for high-volume production

De live demonstratie op de TechniShow gemist? Onze specialisten praten u graag bij| +31 74 - 255 82 82


De urgentie wordt versterkt door internationale concurrentie. Landen met lagere loonkosten blijven een reëel alternatief voor productie. “De productiviteit moet omhoog”, aldus Van Dulst. “Anders pakken Polen, Tsjechië of Roemenië de productie.”
Automatisering wordt daarmee niet alleen een efficiëntieslag, maar ook een strategisch instrument om productie in Nederland te houden. Dat sluit aan bij de bredere discussie over re-shoring en industriële autonomie. Opvallend is dat Van Dulst ondanks de technische vernieuwing niet direct erkenning kreeg in de vorm van een Award op de TechniShow. Dat is jammer volgens Van Dulst. “Wij zijn doeners”, zegt hij. “We zetten het neer op de beurs, het is nieuw, er is enthousiasme. En dan zie je een afwijzing. Bijzonder vreemd, juist wanneer de markt deze innovatie wel omarmt.”
Die reactie zegt iets over de spanning tussen innovatie en perceptie. Waar sommige innovaties spectaculair ogen maar beperkt toepasbaar zijn, richt Van Dulst zich op een praktische oplossing voor een breed probleem. “Voor onze klanten is dit het ei van Columbus”, zegt hij. “Waarom zit het niet standaard in het pakket?”
De vraag is of systemen zoals dat van Van Dulst de komende jaren de norm worden. De ingrediënten zijn aanwezig: een duidelijk probleem, bewezen technologie en een groeiende behoefte aan automatisering. Het succes zal afhangen van schaalbaarheid en integratie. Hoe eenvoudig kan het systeem worden ingepast in bestaande productielijnen? Hoe kort is de terugverdientijd? En hoe robuust is de technologie in de praktijk?
Wat duidelijk is: de richting is ingezet. Robotisering van complexe processen, ondersteund door slimme software en vision, verschuift van experiment naar praktische toepassing. Van Dulst speelt daarin een rol als
pragmatische innovator. Geen groot concern, maar een bedrijf dat dicht op de praktijk staat en oplossingen ontwikkelt vanuit concrete klantvragen.
De innovatie van Van Dulst staat niet op zichzelf. Hij is onderdeel van een bredere beweging waarin de maakindustrie zich opnieuw uitvindt. Niet door grootserie-productie te verplaatsen naar lagelonenlanden, maar door slimmer en efficiënter te produceren.
Automatisering wordt daarbij geen luxe, maar een voorwaarde. Niet alleen om concurrerend te blijven, maar ook om maatschappelijke uitdagingen – zoals vergrijzing en personeelstekorten – het hoofd te bieden. In dat licht is de robotbelading van lange profielen meer dan een technische vondst. Het is een illustratie van hoe de industrie zich aanpast aan een nieuwe realiteit.
Of, zoals Van Dulst het zelf zegt: “We moeten wel.”

Gühring heeft met zijn Tool Circle de TechniShow Innovatie Award gewonnen. Tijdens vakbeurs TechniShow kreeg Stephan van Sante, algemeen directeur van Gühring Nederland en België, de felbegeerde prijs uit handen van juryvoorzitter Nienke Vergeer. Volgens de jury springt de Tool Circle met een bewezen circulaire oplossing in op de mondiale ontwikkeling van hardmetaalprijzen.

"Ik was verrast”, zegt Stephan van Sante, directeur van Gühring Nederland en België een paar weken na het ontvangen van de prestigieuze TechniShow Innovatie Award. Waarom? “Onze inzending was niet een product, maar een concept. Dus ik had er eigenlijk geen rekening mee gehouden dat we een kans zouden maken.”
Toch raakte de Tool Circle een gevoelige snaar bij de jury. Van Sante denkt dat het komt omdat een bewezen circulaire oplossing als die van zijn bedrijf in de huidige tijd extra in de belangstelling staat. Het is een onderwerp dat speelt.
Wat de Tool Circle bijzonder maakt, is dat het verder gaat dan een losse innovatie of een nieuwe machine. Het is een integraal systeem dat de volledige levenscyclus van snijgereedschappen omvat: van productie en gebruik tot herslijpen, hercoaten en uiteindelijk recycling. “We hebben niet zomaar iets in de toolbox gegooid”, zegt Van Sante. “Het is een compleet concept dat de hele keten raakt.”
Die ketenbenadering is meteen ook het onderscheidende element. Waar veel partijen zich richten op één schakel – bijvoorbeeld productie of reconditionering – beheerst Gühring alle stappen in eigen huis. Van Sante: “Wij maken de staven, produceren de tools, en voeren zowel het reconditioneren als recyclen uit. Alles onder één dak. Dat is het grote verschil.”
DIGITALISERING
Daarmee ontstaat een gesloten systeem waarin gereedschappen niet verdwijnen in een onzichtbare reststroom, maar continu worden gevolgd. De kern ervan is digitalisering. Elk gereedschap krijgt een unieke identificatiecode, waardoor exact inzicht ontstaat in gebruik, slijtage, onderhoud en afvoer.
“De kneep zit ’m niet alleen in het rondje zelf”, legt Van Sante uit. “Het zit vooral in de software. Track & trace, niet alleen intern maar ook voor de klant. Je weet precies hoeveel tools zijn ingekocht, hoeveel er in omloop zijn en hoeveel kilo hardmetaal er uiteindelijk terug moet komen.”
Dat inzicht blijkt in de praktijk confronterend. Bij pilots zag Gühring dat een aanzienlijk deel van het materiaal ‘verdween’. “Bij twee grote klanten zagen we dat tot wel 50 procent van het materiaal een andere weg zocht”, zegt Van Sante. “Met prijzen van rond de 100 euro per kilo is dat serieus geld.”
Die constatering raakt aan een gevoelig punt in de sector: de ondoorzichtige tweede materiaalstroom van gebruikte gereedschappen. Traditioneel verdwijnen versleten hardmetalen tools vaak buiten het zicht van de organisatie, met alle gevolgen van dien voor kostenbeheersing, duurzaamheid en zelfs fiscale verantwoording. “De fiscus stelt tegenwoordig ook vragen”, aldus Van Sante. “Als je zoveel grondstof inkoopt, maar minder product oplevert dan verwacht, hoe zit dat dan? Met onze oplossing kun je dat aantoonbaar maken.”
De Tool Circle maakt die verborgen stroom zichtbaar en integreert hem in het reguliere proces. Dat gebeurt zowel fysiek – via slimme logistiek en verpakkingen – als digitaal, met volledige registratie en datakoppelingen. Gereedschappen die niet meer zijn te herslijpen, worden direct geregistreerd en gerecycled.
STRATEGISCHE NOODZAAK
Die recycling is geen bijzaak, maar strategische noodzaak. Hardmetaal, dat onder meer uit wolfraam en kobalt bestaat, is schaars en geopolitiek gevoelig materiaal. Een groot deel van de wereldwijde productiecapaciteit ligt in China. “Zelf recyclen wordt steeds belangrijker”, benadrukt Van Sante. “Je wilt als industrie minder afhankelijk zijn van externe bronnen. Dus moet je zorgen dat je eigen materiaalstroom op orde is.”
De timing van de innovatie blijkt daarmee cruciaal. Jarenlang was er weinig belangstelling voor reconditioneren, omdat goedkope nieuwe tools de markt overspoelden. Van Sante: “Er zijn periodes geweest waarin men zei: herslijpen heeft geen zin meer. Dan zie je dat bedrijven bakken met gereedschap weggooien. Nu de grondstofprijzen stijgen, keert dat beeld snel. Ineens komen er voorraadjes naar boven. Materiaal dat ergens apart lag. Dat was vroeger soms het ‘kantinepotje’; dat kan nu niet meer.”
Naast kostenbesparing en grondstoffenbeheer speelt ook arbeidsproblematiek een rol. De Tool Circle automatiseert en vereenvoudigt processen die voorheen specialistisch werk vereisten. Gereedschappen worden automatisch opgeslagen, uitgegeven en geregistreerd, waardoor minder vaktechnisch personeel nodig is voor routinetaken.
“Het begon eigenlijk vanuit een heel praktische vraag,” zegt Van Sante. “We konden moeilijk aan mensen komen. Dus gingen we kijken: waar kunnen we automatiseren en digitaliseren? Uiteindelijk kom je dan op zo’n systeem uit.”
Die combinatie van noodzaak en innovatie heeft geleid tot een oplossing die zowel intern als bij klanten waarde creëert. Bedrijven krijgen realtime inzicht in hun gereedschapsgebruik, kunnen preventief wisselen en voorkomen stilstand.
Volgens Van Sante is dat precies waar het om draait: “Je moet het altijd bekijken vanuit de klant. Wat levert het op? Wordt het proces beter, sneller, goedkoper? Dat is uiteindelijk de vraag.” De markt lijkt die meerwaarde inmiddels te erkennen. Sinds TechniShow is de belangstelling sterk toegenomen. “We voeren veel gesprekken met klanten”, zegt Van Sante. “Mensen zien wat er mogelijk is en denken: hier moeten we iets mee.”
Ook internationaal krijgt het concept navolging. De software, die in Nederland is ontwikkeld, wordt volgens Van Sante inmiddels uitgerold naar andere landen: “In Duitsland zijn we bezig met implementatie, en in Oostenrijk loopt de eerste grote uitrol.” Opvallend is dat de innovatie niet uit het hoofdkantoor komt, maar uit Nederland zelf. Dat maakt de erkenning extra bijzonder. “Normaal doen we hier niet aan mee”, zegt Van Sante over de award. “Maar dit is iets dat we lokaal hebben ontwikkeld. Dan is het mooi dat het zo wordt gewaardeerd.”
WAARDE TOEVOEGEN
Voor Gühring zelf markeert de Tool Circle een belangrijke stap richting een andere manier van werken. Niet langer staat het product centraal, maar het systeem eromheen. “De echte toegevoegde waarde zit in het sluiten van de cirkel”, aldus Van Sante. “Dat je alles digitaal en fysiek met elkaar verbindt.”
Daarmee raakt de innovatie aan vrijwel alle aspecten van moderne bedrijfsvoering: procesoptimalisatie, kwaliteit, trace-ability, duurzaamheid en kostenreductie. De vraag is nu hoe snel de sector volgt. Want hoewel de technologie beschikbaar is, vraagt implementatie ook om verandering in denken en organisatie. Van Sante: “Het is niet iets dat je er even bij doet. Je moet echt naar je hele proces kijken.”
Toch lijkt de richting duidelijk. In een industrie die onder druk staat van personeelstekorten, grondstoffenschaarste en duurzaamheidseisen, groeit de behoefte aan geïntegreerde oplossingen.
De Tool Circle laat zien hoe zo’n oplossing eruit kan zien: niet als losse innovatie, maar als samenhangend systeem. Of zoals Van Sante het zelf samenvat: “We hebben iets gemaakt dat voor alle partijen in de keten waarde toevoegt. Dat is waarom dit zo aanslaat, denk ik.”
Op TechniShow 2026 in de Jaarbeurs werd vooral bekende technologie getoond: robots, verspaningsmachines, software, automatisering. En toch voelde deze editie fundamenteel anders. Niet omdat er één doorbraak was die alles veranderde, maar omdat de manier waarop die technologieën samenkomen een nieuw stadium heeft bereikt. De beurs, die zijn 75-jarig jubileum vierde, trok circa 22.000 bezoekers en bevestigde zijn positie als het belangrijkste platform voor de maakindustrie in de Benelux. Maar belangrijker dan de aantallen was wat zich onder de oppervlakte aftekende: een sector die de stap van losse innovaties naar geïntegreerde systemen maakt.
Die verschuiving is geen detail, maar een breuk met het verleden. Jarenlang draaide vooruitgang in de maakindustrie om optimalisatie: sneller frezen, nauwkeuriger meten, efficiënter plannen. Elk bedrijf verbeterde zijn eigen proces, vaak met indrukwekkende resultaten. Maar wie verder keek, zag ook de grenzen van die aanpak. Machines die niet met elkaar communiceren, software die in silo’s opereert, data die wel wordt verzameld maar nauwelijks wordt benut. De optelsom van al die optimalisaties leverde geen fundamenteel andere fabriek op, maar een complex geheel dat moeilijk is te sturen. Daar lag de kern van deze TechniShow. Niet de vraag hoe een individuele machine presteert, maar hoe het geheel functioneert. De integratie van ESEF Maakindustrie op dezelfde beursvloer onderstreepte dat beeld: de hele keten, van toeleverancier tot eindproducent, werd in één context geplaatst. Daarmee verschoof de blik van het onderdeel naar het systeem.
TOEKOMSTFABRIEK
Die systeemblik werd het meest tastbaar in de zogeheten Fabriek van de Toekomst, een werkende productielijn waarin 22 bedrijven samen één geïntegreerde omgeving bouwden. Het project trok duizenden

bezoekers en groeide uit tot een van de centrale trekkers van de beurs. Wat daar te zien was, ging verder dan een demonstratie van technologie. Het was een antwoord op een vraag die veel bedrijven bezighoudt: hoe maak je van al die losse investeringen één samenhangend geheel?
In de opstelling werd dat zichtbaar in elke stap van het proces. Een order kwam digitaal binnen, werd automatisch vertaald naar productie-instructies, machines stelden zichzelf in, kwaliteitscontrole gebeurde realtime, en logistiek sloot direct aan. Het is een beeld dat op papier al jaren wordt geschetst, maar zelden zo concreet wordt getoond. De impliciete boodschap was helder: de technologie om dit te realiseren is er al. De uitdaging zit niet in innovatie, maar in implementatie en integratie.
Dat inzicht markeert een verschuiving in de manier waarop de sector naar vooruitgang kijkt. Waar automatisering lange tijd het sleutelwoord was, verschuift de aandacht nu naar voorspelbaarheid. Automatisering maakt processen efficiënter, maar voorspelbaarheid maakt ze beheersbaar. In een tijd van personeelstekorten, grillige vraag en geopolitieke onzekerheid is dat geen luxe, maar een noodzaak. Bedrijven willen niet alleen sneller produceren, maar vooral weten wat er gaat gebeuren – en wanneer.

Die behoefte aan controle heeft alles te maken met de druk waaronder de sector opereert. De maakindustrie in Nederland en Europa staat voor een reeks structurele uitdagingen. Het tekort aan technisch personeel is inmiddels een bekend probleem, maar daar komt een groeiende complexiteit van producten en processen bij. Klanten verwachten maatwerk, korte levertijden en constante kwaliteit, terwijl de marges onder druk staan. Tegelijkertijd dwingen geopolitieke ontwikkelingen bedrijven om kritischer naar hun ketens te kijken. Afhankelijkheid van verre leveranciers wordt minder vanzelfsprekend, maar dichter bij huis produceren vraagt om efficiëntie en flexibiliteit.
In die context krijgt digitalisering een andere betekenis. Niet als doel op zich, maar als voorwaarde om überhaupt concurrerend te blijven. Op TechniShow werd duidelijk dat digitalisering verschillende niveaus kent. Voor sommige bedrijven begint het bij relatief eenvoudige stappen, zoals het digitaliseren van werkbonnen of het koppelen van planningssoftware. Voor andere gaat het om vergaande integratie waarbij data uit machines, sensoren en systemen samenkomen in één omgeving. Wat beide niveaus gemeen hebben, is dat ze bijdragen aan hetzelfde doel: grip krijgen op het proces. Opvallend was dat die digitaliseringsslag niet langer wordt gepresenteerd als een alles-of-nietsverhaal. Juist voor het mkb is dat een belangrijk inzicht. Veel kleinere bedrijven zien op tegen de complexiteit en de kosten van grootschalige digitalisering. De boodschap die op de beurs doorklonk, was dat een gefaseerde aanpak niet alleen mogelijk is, maar vaak ook effectiever. Stap voor stap integreren, beginnen waar de grootste winst te behalen is, en van daaruit verder bouwen. Het is een pragmatische benadering die beter aansluit bij de realiteit van veel maakbedrijven.
OMSLAG


Minstens zo belangrijk als technologie was de nadruk op samenwerking. De Fabriek van de Toekomst was niet alleen een technisch project, maar ook een organisatorisch experiment. Tweeëntwintig bedrijven, met verschillende achtergronden en belangen, werkten samen aan één systeem. Dat vraagt om vertrouwen, om standaarden en om de bereidheid om kennis te delen. Het is een vorm van samenwerking die haaks staat op het traditionele beeld van concurrentie in de industrie.
Toch lijkt die omslag onvermijdelijk. Innovatie vindt steeds minder plaats binnen de grenzen van één bedrijf en steeds vaker in ecosystemen. Machinebouwers, softwareontwikkelaars, toeleveranciers en eindgebruikers zijn van elkaar afhankelijk om tot werkende oplossingen te komen. De complexiteit van moderne productiesystemen is simpelweg te groot om door één partij te worden beheerst. Samenwerking wordt daarmee geen keuze, maar een voorwaarde. Die ontwikkeling heeft ook gevolgen voor de rol van beurzen zoals TechniShow. Waar beurzen vroeger vooral dienden als etalage, verschuift de nadruk naar ontmoeting en kennisdeling. De beursvloer wordt een plek waar bedrijven niet alleen laten zien wat ze kunnen,
maar ook waar ze partners vinden, ideeën uitwisselen en gezamenlijk experimenteren. Dat verklaart de groei van themapleinen, demonstraties en gezamenlijke projecten. De beurs wordt minder een catalogus en meer een laboratorium. Tegelijkertijd verandert de manier waarop bedrijven zich presenteren. Minder grote stands met eindeloze rijen machines, meer focus op toepassingen, verhalen en context. Het gaat niet langer om wat een machine kan, maar om wat een oplossing betekent voor een klant. Die verschuiving sluit aan bij een bredere trend in marketing en communicatie, waarin beleving en inhoud belangrijker worden dan pure productpresentatie.
Een ander opvallend element van deze editie was de aandacht voor nieuwe doelgroepen. Initiatieven zoals ‘Vrouwen in de Maak’ en de inzet van influencers laten zien dat de sector zich bewust is van haar imago. De maakindustrie heeft nog altijd te maken met een hardnekkig beeld van vies, zwaar en weinig aantrekkelijk werk. Dat beeld staat haaks op de realiteit van moderne fabrieken, waarin digitalisering, au-



































































Ervaar hoe jouw product in één keer wordt gemaakt in onze demo-werkplaats. Van 4-6 losse stappen naar 1 bewerking












Vraag jouw demo aan




tomatisering en high-tech een centrale rol spelen. Door nieuwe doelgroepen aan te spreken, probeert de sector die kloof te overbruggen. Die inspanningen zijn hard nodig, want het tekort aan personeel blijft een van de grootste uitdagingen. Technologie kan veel oplossen, maar niet alles. Zonder voldoende gekwalificeerde mensen blijft groei beperkt. Dat maakt het des te belangrijker om het verhaal van de sector te vernieuwen en aantrekkelijk te maken voor een bredere groep. Wat deze TechniShow uiteindelijk vooral liet zien, is dat de maakindustrie een fase verder is dan een paar jaar geleden. De tijd van abstracte begrippen en beloftes lijkt voorbij. Termen als Industry 4.0 en smart manufacturing hebben plaatsgemaakt voor concrete toepassingen en tastbare resultaten. De vraag is niet langer wat er mogelijk is, maar hoe bedrijven de mogelijkheden in hun eigen praktijk kunnen realiseren.

samenkomen.
Wie de beurs verliet, had misschien geen lijst met spectaculaire nieuwe machines op zak, maar wel een nieuw inzicht. De toekomst van de maakindustrie zit niet in de volgende apparaten, maar in de verbinding ertussen. In het vermogen om systemen te bouwen die als één geheel functioneren. En in de bereidheid om dat niet alleen te doen, maar samen.



Die verschuiving maakt de uitdaging niet kleiner, maar wel duidelijker. Implementatie vraagt om investeringen, om verandering van processen en vaak ook om een andere cultuur binnen bedrijven. Het vraagt om leiderschap en om visie. Maar het biedt ook kansen. Bedrijven die erin slagen om hun processen te integreren en voorspelbaar te maken, kunnen zich onderscheiden in een markt die steeds competitiever wordt.
RICHTINGAANWIJZER

In bredere zin raakt die ontwikkeling aan de positie van de maakindustrie in Europa. Er groeit een besef dat industrie niet alleen economisch belangrijk is, maar ook strategisch. De afhankelijkheid van buitenlandse productie, de kwetsbaarheid van supply chains en de rol van technologie in geopolitieke verhoudingen maken dat industriebeleid steeds hoger op de agenda komt. In dat licht is de transitie die op TechniShow zichtbaar werd meer dan een interne ontwikkeling. Het is een onderdeel van een grotere beweging waarin Europa zijn industriële basis probeert te versterken. TechniShow fungeerde daarmee niet alleen als spiegel van de sector, maar ook als richtingaanwijzer. De beurs liet zien waar de industrie staat, maar vooral waar ze naartoe wil. Niet naar een toekomst vol losse innovaties, maar naar een geïntegreerd geheel waarin technologie, data en samenwerking
Dat maakt TechniShow 2026 tot meer dan een geslaagde beurs. Het is een moment waarop een sector zichzelf opnieuw definieert. Niet met grote woorden, maar met concrete voorbeelden. Niet door te laten zien wat er ooit mogelijk wordt, maar door te tonen wat er vandaag al kan. En precies daarin schuilt misschien wel de grootste kracht van deze editie: de toekomst is geen belofte meer, maar een werkende realiteit.

De hoofdthema’s op de grote industriebeurzen veranderen. Digitalisering en AI voeren de boventoon, meer dan innovaties in hardware. Dat levert nieuwe spelers op bij de exposanten. Daarnaast zie je op alle internationale beurzen de sterke opmars van Chinese fabrikanten. En een derde trend is dalende bezoekersaantallen.
EMO, Hannover Messe, Wire & Tube: drie iconen in het internationale beurzenlandschap. Wie deze drie beurzen voor de industrie de afgelopen jaar bezocht, heeft zich een goed beeld kunnen vormen hoe de digitalisering een nieuwe fase ingaat. Ruim zestig jaar nadat Amerikaanse machinebouwers zoals Cincinnati voor het eerst numerieke besturing (NC) voor werktuigmachines op een EMO demonstreerden, zijn het nu opnieuw vooral Amerikaanse bedrijven - samen met ondernemingen als Siemens, Bosch en Dassault Systèmes - die de industrie naar een nieuwe fase leiden.
KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE TOEPASBAAR MAKEN
De ontwikkeling van AI gaat razendsnel. Op EMO 2025 ging het vooral over AI als middel om processen te optimaliseren en bijvoorbeeld de kwaliteit te bewaken. Bijvoorbeeld doordat CAM-software steeds beter in staat is al een deel van het programma zelf te genereren. Het nieuwe buzzword dit jaar is physical AI: het trainen van machines om de
fysieke wereld waar te nemen, te redeneren en te handelen. Kunstmatige Intelligentie stuurt bijvoorbeeld end-to-end robots aan. Vergelijk het met autonoom rijdende auto’s: AI gaat hardware besturen. Siemens kondigde op de Hannover Messe aan dat het in de fabriek in het Duitse Erlangen AI gaat toepassen om de productie autonoom te laten verlopen. “De fabriek wordt klant Zero voor AI-gestuurde autonome productie”, aldus Cedrik Neike, CEO Digital Industries bij Siemens, over de nieuwe ‘Eigen Engineering Agent’. Die analyseert, beslist, voert uit, evalueert en stuurt bij, eventueel zelfs met het herschrijven van programmacodes. De Siemens-topman ziet dit als de volgende stap in automatisering: de taken die nu nog met de hand worden gedaan omdat ze moeilijk zijn te robotiseren, kunnen dankzij AI wel worden geautomatiseerd. Waarom productiebedrijven dit volgens hem moeten omarmen? “Onze klanten klagen over gebrek aan geschoolde medewerkers. Dat lossen we hiermee op.”

Trumpf demonstreerde op Tube 2026 het belang van procesautomatisering: de nieuwe TruLaser Tube 7000 was er digitaal gekoppeld aan een buigmachine van Transfluid, zodat data van de buislaser automatisch werd ingelezen in deze machine.

Physical AI staat nog aan het begin. Humanoïde robots zijn de voorloper. De Chinese robotontwikkelaar Paxini demonstreerde in Hannover hoe de humanoïde robot handbewegingen van de mens herkent en direct vertaalt naar de bewegingen van de robothand. Siemens heeft in de fabriek in Erlangen een succesvolle pilot uitgevoerd met de humanoide robot van het Britse HMND 01, die gebruikmaakt van de volledige phsycial AI-stack van Nvidia. In de logistieke afdeling van de fabriek voerde de humanoïde robot volledig autonoom taken uit, zoals goederen oppakken, verplaatsen en containers klaar zetten voor de operators. Alle doelen werden behaald, zoals het uitvoeren van 60 verplaatsingen per uur en een bedrijfsduur van minstens 8 uur op één acculading. Op dezelfde beurs liet Dassault Systèmes zien hoe je met AI, virtual twins en de technologie van Nvidia in de machinebouw minder prototypes nodig hebt, minder fysieke interactie voor validatie, en ook productieprocessen zoals robotlassen sneller op de rails hebt doordat je vrijuit kunt simuleren met de virtual twins voordat je echt gaat produceren. Volgens Florence Verzelen, Executive VP EMEA bij het Franse concern, zit de industrie in een transformatie. “De winnaars zullen de bedrijven zijn die Gen AI implementeren in hun systemen, in hun virtual twins en in supply chains.”
NVIDIA ONMISBAAR IN DE INDUSTRIE
Het Franse concern kondigde de samenwerking met automatiserings-

Kennisuitwisseling wordt belangrijker op de industriebeurzen, zoals vorig
ook op EMO te zien was. Maar past daar het huidige beursmodel bij?
bedrijf Omron aan om de virtuele en fysieke wereld samen te brengen in een gesloten kringloop. De virtual twin van een productielijn of fabriek wordt gevoed met data van fysieke sensoren. Productielijnen passen zich dan automatisch aan de realiteit aan, en zo ontstaan autonome fabrieken. In feite komt het erop neer dat automatisering verschuift van een eilandoplossing naar proces- en fabrieksautomatisering. Het gaat er niet om één machine te automatiseren, maar een complete productielijn, fabriek en de supply chain. Deze volgende fase in de digitale aansturing van de industrie zorgt voor nieuwe spelers op de industriebeurzen. Op de Hannover Messe zie je deze ontwikkeling al enkele jaren: Microsoft, Amazon, Google en Lenovo exposeren er al langer met hun ecosysteem. Dit jaar werd eveneens duidelijk zichtbaar welke rol Nvidia speelt: alle grote bedrijven, van Dassault Systèmes en Hexagon tot Lenovo, presenteerden de Amerikaanse beurslieveling als partner. De rekenkracht van de Nvidia-chips en bijbehorende modellen zijn onmisbaar voor de toepassingen die concerns ontwikkelen.
De software- en AI-bedrijven zijn niet de enige nieuwe partijen die je op de grote industriebeurzen ziet. Chinese bedrijven presenteren zich op de grote industriebeurzen steeds nadrukkelijker. De tijd waarin beursorganisaties meters konden verkopen aan Chinese exposanten en ze vervolgens in een hal bij elkaar plaatsten, is voorbij. De Chinese exposanten presenteren zich op een manier die niet achterblijft bij de Europese concurrentie. En ze zijn echt in alle deelsegmenten vertegenwoordigd, of het nu gaat om CNC-bewerkingscentra, meettasters, gereedschappen en Cadcam-software op de EMO, om oplossingen voor energieverzorging op een Hannover Messe, tot zelfs om regio’s die uitnodigen in China te investeren. Op de Hannover Messe was de Chinese aanwezigheid op het vlak van humanoïde robots dominant. In Europa zien we China nog steeds als het lagelonenland dat schaamteloos kopieert en waar de maakindustrie gesteund wordt door een overheid die


COATINGTECHNOLOGIE DIE HET VERSCHIL MAAKT

EXM1
RVS en super duplex

AlTiSiCrN-coating met hoge warmhardheid en oxidatiestabiliteit (>1000°C). Met hoge weerstand tegen snijkantsopbouw bij RVS en super duplex.

BCU1
De allrounder

Breed inzetbaar voor staal, RVS en non-ferro doordat de AlCrN-coating hoge oxidatiestabiliteit behoudt bij wisselende snijcondities.

EXPK1
Voor staal en gietijzer

AlphaFerro Platin X-coating. Slijtvaste coating die thermische belasting bij staal en gietijzer opvangt.

GEHARD STAAL
Blauwe coating geoptimaliseerd voor gehard staal

Met hoge drukvastheid van de snijkant. Hittebestendigheid en slijtvastheid bij gehard staal. Voor gehard staal tot 70 HRC.

TITANIUM en hittebestendige legeringen

Geavanceerde coating, specifiek ontwikkeld voor titanium en HRSA vanwege hoge weerstand tegen adhesieve slijtage.

EXN1
Non-ferro-specialist

Bestand tegen adhesieve slijtage bij non-ferro, waardoor opbouwsnijkant bij aluminiumlegeringen wordt beperkt. bij langdurige bewerkingen. Hoge weerstand tegen snijkantsopbouw



E-mail: info@hhtools.nl TEL: +31 10 204 06 80 | +31 6 3606 6055




KANTEN SNIJDEN VERSPANEN PONSEN

Alle lasersnijcomponenten en toebehoren zijn van topkwaliteit, betrouwbaar, slijtvast en technisch afgestemd op Co2 en Fiber lasersnijmachines.
• Consistente snijkwaliteit
• Langere levensduur
• Voor alle lasersnijmachines met een vermogen ≥ 1 .0 KW
• Oplossingen tegen “slak” afzetting
Wij bouwen aan duurzame relaties met onze klanten en denken mee vanaf de eerste vraag tot ver na levering.
“Van analyse tot uitvoering –technisch advies met impact”




www.hptooling.nl 035 539 90 90 info@hptooling.nl




Automatiseren van 1 tot 8 machines met een grote bewegingsvrijheid. Modulair samen te stellen voor een efficiënte belading van bewerkingsmachines. Geschikt voor transfergewichten tot 150, 250 of 500 kg.
EROWA Benelux B.V. 085 - 800 1250 Duiven - NL benelux@erowa.com www.erowa.com

liet in Hannover zien waarom humanoïde robots interessant zijn voor fabrikanten van aandrijftechnologie en fijnmechanische componenten: ze
royaal de portemonnee trekt. Het echte China anno 2026 is een land dat een andere staatsvorm heeft dan Europa, maar ook een langetermijn-strategie om autonoom te worden. De basis hiervoor is een innovatieve industrie. Chinese bedrijven innoveren sneller dan Europese, doordat ze eerder hun producten in de competitieve markt lanceren om meteen feedback van klanten te krijgen.
BEURZEN KRIJGEN ANDER KARAKTER
Het karakter van de industriebeurzen verandert door deze trends. Innovaties in hardware zijn incrementeel, innovaties door software niet direct zichtbaar in een machine, en AI zo allesomvattend dat het proces voorop staat en niet meer de machine. Heb je dan nog de grote industriebeurzen nodig zoals deze in de naoorlogse jaren van wederopbouw zijn ontstaan? Ondanks dat de internationale beurzen al kleiner zijn, zie je in de hallen steeds meer lege plekken. De beursbezoekers lijken het antwoord te geven. Alle grote industriebeurzen kampen met terugkopende aantallen bezoekers én exposanten. EMO Hannover trok vorig jaar 82.000 bezoekers; Wire & Tube 2026 heeft niet eens bezoekersaantallen bekendgemaakt, en Hannover Messe wist 110.000 bezoekers te bewegen naar Hannover te komen. In 2027 gaat de beurs terug van

Humanoïde robots zoals die van de Duitse start-up Agile Robots vinden hun bestaansrecht in de snelle ontwikkeling van AI. Op dit vlak wordt de Europese industrie op achterstand gezet door te strenge Europese dataregelgeving, betoogde Ronald Busch, President en CEO van Siemens, op Hannover Messe.
vijf naar vier beursdagen. Waardoor dalen de bezoekersaantallen? De malaise in de Duitse industrie draagt hier zeker aan bij. Bedrijven letten meer op hun kosten. Als er al werknemers beurzen bezoeken, zijn er dat minder en duren de beursbezoeken korter. Wat ook een rol meespeelt, zijn de hoge kosten voor bezoekers: van parkeren, koffie op de beurs tot en met hotelovernachting: een beurs bezoeken kost tegenwoordig een fortuin. De derde reden is wellicht de andere manier waarop de jonge generatie tegen het opdoen van kennis en informatie aankijkt.
Opvallend is dat beursorganisatoren meer inzetten op kennisdelen. Afgaande op de interesse, hebben bezoekers hier behoefte aan. Efficiency is een tweede toverwoord: compactere beurzen die korter duren. De vraag die zich opdringt is: kunnen grote industriebeurzen met hun huidige modellen overleven? Voor een exposant betekent een beursdeelname een flinke investering. Niet alleen in de zuivere meterprijs en bijkomende kosten zoals voor energie, ook in het bouwen en inrichten van de stand, en in de bemensing. Het gros van de kosten die een exposant maakt, ligt vast, of een beurs nu vijf dagen duurt of vier. Nemen ze nog de moeite om zo groots uit te pakken voor enkele dagen? En als ze kleiner gaan, komen dan de bezoekers nog? De industriebeurzen worden gedragen door enkele marktleiders, maar wat als deze minder groot uitpakken of weg blijven? Hoe relevant blijven dan de iconische industriebeurzen op het oude continent? Kortom: de industriebeurzen moeten zichzelf heruitvinden. Of geldt dit wellicht voor de hele Europese industrie? Of nog beter: voor de politiek en samenleving die de mond vol hebben over een meer autonoom Europa? Daar hoort immers een sterke industrie bij die gewaardeerd wordt en alle ruimte krijgt om te groeien, niet om te krimpen.

Bijna alle internationale industriebeurzen kampen met teruglopende exposanten en bezoekersaantallen. Tijd om het beursconcept te heruitvinden?

Op fpt.nl vindt u de profielen van álle FPT leden. U kunt dus zelfs nog uitgebreider zoeken op deze digitale marktplaats. Bent u op zoek naar de juiste machine, passend gereedschap of een innovatieve automatiseringsoplossing dan bent u op de website van FPT op het juiste adres. Door middel van filters op productcategorie en markten komt u bij de juiste bedrijven terecht. U kunt rechtstreeks contact opnemen of doorlinken naar de eigen website van het bedrijf voor meer informatie.
Gühring Nederland B.V.
LEDEN FPT
Abus Kraansystemen B.V.
Ad. A. KLEIN Transporttechniek b.v.
Additive Industries B.V.
Air Products Nederland B.V.
Allround Machinery B.V.
Alup-Kompressoren B.V.
Amada GmbH
AMTC B.V.
Arkance Systems
Atlas Copco Internationaal B.V.
ATS EdgeIt BV
BEKO Technologies B.V.
Bemet International B.V.
Bendertechniek B.V.
Besten Machines
BLM Group Benelux B.V.
BMT Machine Tools B.V.
Bokhoven Tool Management BTM
Boorwerk B.V.
Optimol Netherlands B.V.
Bucci Industries
Bun Engineering Nederland
Bystronic Benelux. B.V.
Cadmes B.V.
Carl Zeiss B.V.
CellRo B.V.
Ceratizit Nederland B.V.
Cloos Benelux N.V.
CNC Gear
De Tollenaere bv
D & W Gereedschappen & Machines B.V.
DMG MORI Netherlands B.V.
DoALL Nederland B.V.
Dormac Import B.V.
Dymato B.V.
Easy Systems Benelux BVBA
Electrotool B.V.
Elesa+Ganter B.V.
EMS Benelux BV
Emuge-Franken B.V.
Erowa Benelux BV
Ertec BV
Esab Nederland B.V.
Evolent Machines B.V.
FANUC Benelux BVBA
GF Machining Solutions Sales Benelux

Gibac Chemie B.V.
Hagro Precisie B.V.
Hahn+Kolb Tools Benelux
HALTER CNC Automation
Hänel Kantoor- en Magazijnsystemen
Harry Hersbach Tools B.V.
Heesen-ICA B.V.
Heidenhain Nederland B.V.
Hembrug B.V.
Hermle Nederland B.V.
Hevami Oppervlaktetechniek
Hexagon Metrology B.V.
HGG Profiling Equipment B.V.
Hoffmann Quality Tools B.V.
Holland Precision Tooling B.V.
Humacs Krabbendam
Hurco
Import en Groothandel van Ommen B.V.
Industrial Cobotics
Iscar Nederland B.V.
Jeveka B.V.
JÖRG Machines B.V.
Kennametal Nederland B.V.
KSM Benelux
Kurval B.V.
Laagland B.V.
Landré Machines B.V.
Laskar Puntlastechniek BV.
Leering Hengelo B.V.
Limas B.V.
LISSMAC Maschinenbau GmbH
L.V.D. Nederland B.V.
Machinehandel Overmars
Magistor B.V.
MAKE! Machining Technology B.V.
Mayfran Limburg B.V.
Metaaltechniek Handelsonderneming B.V.
Metal Heaven B.V.
Mink Bursten
Mitutoyo Nederland B.V.
MML BVBA
Mondiale
Okuma Benelux B.V.
Olmia Robotics
Onkenhout en Onkenhout B.V.
OPEN MIND Technologies Benelux B.V.
OSG Nederland B.V.
Oude Reimer B.V.
Produtec
Proger Spantechniek B.V.
Promas B.V.
Promatt B.V.
Q-Fin Quality Finishing Machines
Radan B.V.
Renishaw Benelux B.V.
Rhenus Lub BV
Rolan Robotics BV
S.A. Seco Tools Benelux N.V.
SafanDarley B.V.
Sandvik Benelux B.V. Divisie Dormer Pramet
Sandvik Benelux B.V. Division Coromant
Schunk Intec B.V.
Siemens Nederland N.V.
Special Tools Benelux B.V.
Staalmach B.V.
Style CNC Machines B.V.
Technische Handelsonderneming De Ridder B.V.
Technische Handelsonderneming Klaassen B.V.
Th. Wortelboer B.V.
Timesavers International B.V.
Trumpf Nederland B.V.
Tuwi Nederland B.V.
Valk Welding B.V.
Van Hoorn Carbide B.V.
Van Hoorn Machining b.v.
VLH Welding Group B.V.
Voortman Steel Machinery B.V.
Waldmann b.v.
Walter Benelux N.V.
Wemo Nederland B.V.
WiCAM Benelux B.V.
Widenhorn B.V.
Wila B.V.
Wolthuis Machines B.V.
Wouters Cutting & Welding BVBA
Yamazaki Mazak Nederland B.V.
YASKAWA Benelux BV
Young Cuttingtools b.v.
ZVS Techniek B.V.
VAKGROEP PRECISIETECHNIEK
Cadmes B.V.
Gühring Nederland B.V.
Hoffmann Quality Tools B.V.
KSM Benelux
Oude Reimer B.V.
Gibas Numeriek B.V.



Carl Zeiss GOM Metrology GmbH
GROB Benelux B.V.



Petroline International Nederland
Pferd-Rüggeberg B.V.
Pimpel Benelux B.V.
KIS Zuid B.V.





Siemens Nederland N.V.










Ceratizit Nederland B.V.
Gühring Nederland B.V.
Iscar Nederland B.V.
Kennametal Nederland B.V.
OSG Nederland B.V.
S.A. Seco Tools Benelux N.V.
Sandvik Benelux B.V. Divisie Dormer Pramet
Sandvik Benelux B.V. Division Coromant
Walter Benelux N.V.
Additive Industries B.V.
CellRo B.V.
Hembrug B.V.
HGG Profiling Equipment B.V.
Mayfran Limburg B.V.
SafanDarley B.V.
Style CNC Machines B.V.
Timesavers International B.V.
Voortman Steel Machinery B.V.
Wemo Nederland B.V.
Additive Industries B.V.
Amada GmbH
Bendertechniek B.V.
BMT Machine Tools B.V.
Boorwerk B.V.
Bucci Industries
Bystronic Benelux. B.V.
Cadmes B.V.
CellRo B.V.
Ceratizit Nederland B.V.



DMG MORI Netherlands B.V.
Dormac Import B.V.
Dymato B.V.
Emuge-Franken B.V.



Evolent Machines B.V.
FANUC Benelux BVBA
Gibac Chemie B.V.
Gibas Numeriek B.V.
Gühring Nederland B.V.
Hagro Precisie B.V.
Heesen-ICA B.V.
Heidenhain Nederland B.V.
Hembrug B.V.
HGG Profiling Equipment B.V.
Hoffmann Quality Tools B.V.
Iscar Nederland B.V.
Jeveka B.V.
JÖRG Machines B.V.
Kaltenbach Tools B.V.
Kennametal Nederland B.V.
Laagland B.V.
Landré Machines B.V.
Leering Hengelo B.V.
Mayfran Limburg B.V.
Mitutoyo Nederland B.V.
Okuma Benelux B.V.
OPEN MIND Technologies Benelux B.V.
OSG Nederland B.V.
Oude Reimer B.V.
Proger Spantechniek B.V.
Promas B.V.
Radan B.V.
Renishaw Benelux B.V.
Resato International B.V.
S.A. Seco Tools Benelux N.V.
SafanDarley B.V.
Sandvik Benelux B.V. Divisie Dormer Pramet
Sandvik Benelux B.V. Division Coromant
Siemens Nederland N.V.
Staalmach B.V.
Style CNC Machines B.V.
Technische Handelsonderneming
De Ridder B.V.
Technische Handelsonderneming Klaassen B.V.
Timesavers International B.V.
Trumpf Nederland B.V.
Tuwi Nederland B.V.
Voortman Steel Machinery B.V.
Walter Benelux N.V.
Yamazaki Mazak Nederland B.V.
Young Cuttingtools b.v.
VAKGROEP PLAATWERK
Amada GmbH
Bystronic Benelux. B.V.
Hexagon Metrology B.V.
Holland Precision Tooling B.V.
Laskar Puntlastechniek BV.
L.V.D. Nederland B.V.
Radan B.V.
Resato International B.V.
Rösler Benelux B.V.
SafanDarley B.V.
Trumpf Nederland B.V.
Tuwi Nederland B.V.
WiCAM Benelux B.V.
Wila B.V.
VAKGROEP PRODUCTIEAUTOMATISERING
Bemet International B.V.
Bendertechniek B.V.
Cadmes B.V.
CellRo B.V.
Heidenhain Nederland B.V.
Industrial Cobotics
Laagland B.V.
OPEN MIND Technologies Benelux B.V.
Sandvik Benelux B.V. Division Coromant
Schunk Intec B.V.
Siemens Nederland N.V.
Valk Welding B.V.
YASKAWA Benelux B.V.
Jeveka B.V.
Laskar Puntlastechniek BV.
Rolan Robotics BV
Valk Welding B.V.
VLH Welding Group B.V.
PARTNERLEDEN
Jaarbeurs B.V.
Jan van Dam Machine Transport
STODT
Additive Industries B.V.
Cadmes B.V.
DMG MORI Netherlands B.V.
Dymato B.V.
Landré Machines B.V.
Leering Hengelo B.V.
Pferd-Rüggeberg B.V.
Renishaw Benelux B.V.
Siemens Nederland N.V.
TRUMPF Nederland B.V.
Valk Welding B.V.

De ondertekenaars committeren zich aan vier kernkeuzes: één digitaal fundament voor de maakindustrie, open standaarden als basis voor samenwerking, slimmere ketens door structurele data-uitwisseling, en internationale concurrentiekracht door gezamenlijke innovatie. Deze uitgangspunten vormen de basis voor een geïntegreerde aanpak waarin bedrijfsprocessen leidend zijn, ondersteund door digitale technologie.
INTEGRAAL VERBETERPROGRAMMA
In veel productieomgevingen functioneren machines, ERP-systemen, MES-platformen en planningssoftware nog als afzonderlijke eilanden. Dat beperkt schaalbaarheid en innovatiekracht. De sector kiest daarom voor procesgedreven digitale integratie: het op bedrijfsprocesniveau kunnen koppelen van verschillende machines en softwaresystemen, zodat productie, planning, kwaliteit en logistiek als één samenhangend geheel functioneren. Technische architecturen, zoals een gedeelde realtime datalaag, kunnen daarbij worden ingezet. De kern blijft standaardisatie van processen en gegevensstructuren.
De ondertekening van het manifest tijdens TechniShow/ESEF 2026 is nadrukkelijk geen eindpunt, maar een markerend moment in een langer lopende samenwerking. De brede vertegenwoordiging van partijen in de maakindustrie onderstreept een sectorbrede uitvoeringsagenda met structurele impact.
In de aanloop naar het manifest is intensief samengewerkt tussen bedrijven, brancheorganisaties en kennisinstellingen, om tot concrete verbeteragenda’s te komen. Tijdens en na de beurs zullen meerdere bedrijven individueel hun steun bevestigen door medeondertekening van het manifest.
De Nederlandse maakindustrie zet door structurele samenwerking gezamenlijk in op versterking van het industriële systeem. Hiertoe ondertekenden brancheorganisaties, maakbedrijven, technologiepartners en kennisinstellingen het manifest ‘Samen bouwen aan een toekomstbestendige Nederlandse maakindustrie’. De ondertekening vond plaats bij de opening van Technishow/ESEF 2026. Het manifest is een concrete uitwerking van het rapport van Peter Wennink. Hiermee zet de sector een duidelijke stap van visie naar uitvoering.
Het initiatief positioneert zich nadrukkelijk als een continu verbeterprogramma van gezamenlijk handelen, niet als een eenmalige intentieverklaring.
De Nederlandse maakindustrie opereert in een mondiale markt waarin Aziatische en Amerikaanse clusters grootschalig investeren in digitale infrastructuur en ecosysteemvorming. De ondertekenaars spreken daarom expliciet de ambitie uit om de Nederlandse voorsprong in digitale ketensamenwerking te versterken, internationaal interoperabele standaarden te bevorderen, en productie en innovatievermogen binnen Europa duurzaam te verankeren. Het doel is een mondiaal concurrerende maakindustrie waarin het verplaatsen van productie naar regio’s buiten Europa, puur vanwege kos-
tenvoordelen of digitale achterstand, structureel overbodig wordt.
De maakindustrie is een pijler onder het Nederlandse verdienvermogen, innovatievermogen en technologische autonomie. In een tijd van geopolitieke spanningen en verschuivende handelsstromen is een sterk en digitaal geïntegreerd industrieel ecosysteem van nationaal belang. Met dit manifest laat de sector zien dat hij zelf verantwoordelijkheid neemt voor structurele versterking van zijn mondiale concurrentiepositie. Het manifest is ondertekend door Brainport Industries, FME, FPT, Koninklijke Metaalunie, NEVAT, NLRobotics, Smart Connected Supplier Network, Smart Industry, Staalfederatie en TNO.


Fotocredit: Wikipedia (Husky)
De Nederlandse maakindustrie blijft klem zitten tussen ambitieuze klimaatdoelen en verslechterende randvoorwaarden. Dat werd pijnlijk duidelijk tijdens het commissiedebat over industriële verduurzaming op 16 april. De Kamer lijkt het op één punt eens: zonder ingrijpen verliest Nederland productie en investeringen.
Een belangrijk resultaat uit het debat is de brede politieke steun voor het verbeteren van de concurrentiepositie. Meerdere partijen drongen aan op verlaging van elektriciteitskosten en versnelling van de indirecte kostencompensatie (IKC), die volgens het kabinet zelfs dreigt te worden uitgesteld. Voor energie-intensieve bedrijven is dat cruciaal: hoge energieprijzen en netcongestie worden gezien als directe bedreiging voor hun voortbestaan. Ook groeit de steun voor het schrappen van de nationale CO₂-heffing, om het speelveld met buurlanden gelijk te trekken. Tegelijk blijft dit politiek gevoelig: waar sommige partijen pleiten voor verlichting van lasten, benadrukken andere dat verduurzaming juist moet worden versneld om toekomstige industrie te behouden. Opvallend is de aandacht voor de zogeheten ‘cluster 6’-bedrijven: circa 450 regionale maakbedrijven, goed voor 210.000 banen. Juist daar liggen verduurzamingsprojecten massaal stil door gebrek aan netcapaciteit en infrastructuur. De Kamer dringt aan op meer maatwerk en snellere investeringen, omdat deze bedrijven nu achteraan dreigen te sluiten in het beleid. Tegelijkertijd verschuift de discussie langzaam van alleen verduurzamen naar industriepolitiek. Er klinkt steeds vaker de oproep om niet alleen bestaande industrie te vergroenen, maar ook actief te kiezen welke sectoren Nederland wil behouden en uitbouwen, zoals groene chemie.

De stilte na de storm. Dat moment dat je weet dat je het hebt gehaald. Dat je rustig kan uitademen, na een hectische periode. Of na een periode van hard werken. Als zeiler ken ik het gevoel goed. Dat je op zee keihard aan het knokken bent tegen de elementen. Een oneerlijke strijd, probeer maar eens een golf tegen te houden. Dus moet je meebewegen. Soms tegenbewegen. Maar altijd is er het moment dat je het hebt gehaald. De stilte na de storm.
Het is nu twee maanden geleden dat we op TechniShow 2026 stonden. En het blijft de tweejaarlijkse hoogmis van de Nederlandse productietechnologie. Het was een bijzondere versie. Deze TechniShow kon je de integratie van alle onderdelen zien samenwerken. Dat is mooi voor de bezoeker, omdat die op zoek is naar een ‘slimme’ fabriek. Want als we niet slimmer worden, dan dreigt structurele schade voor onze maakindustrie, volgens een recent rapport van TNO. Het onderzoeksbureau stelt letterlijk dat de Nederlandse maakindustrie op een kantelpunt staat. Zonder versnelde inzet op robotisering, digitalisering en automatisering vrezen ze niet alleen verlies aan concurrentiekracht, maar zelfs fabriekssluitingen.
Dat kantelpunt was in maart dus live in actie te zien in de Jaarbeurs. Het was niet alleen interessant voor de bezoeker. Ook de exposanten die deelnamen hebben zo veel geleerd van de samenwerking. Want hoe lopen de koppelingen eigenlijk in het echt? Hoe goed sluiten de data aan elkaar aan? Hoe seamless rolt het product door de fabriek? Honderden leerpunten, waar we samen beter van worden.
TechniShow 2026 was natuurlijk veel meer dan de slimme Fabriek van de Toekomst. Prachtige stands, enthousiaste exposanten, gemotiveerde bezoekers. Het beurzenlanschap verandert, maar de kracht van TechniShow blijft bestaan.
En nu? Stilte na de storm. Geniet er maar even van. Er komt namelijk snel weer flink wat op ons af. De orderportefeuilles lopen vol met defensieklussen. Maar belangrijker: ASML herstelt zich. Hun voorraden zijn weg, de nieuwe machines moeten gemaakt. De AI-honger blaast ASML nieuw leven in en de meeste toeleveranciers merken dat nu al.
Stilte na de storm is fijn. Het geeft je wat onoverwinnelijks. Zodat je klaar bent voor de volgende uitdaging. Kom maar op!
Eddo Cammeraat voorzitter van FPT

Het korte antwoord luidt: veel, maar alleen voor wie op tijd instapt. De nieuwe fabriek is geen klassieke chipfabriek, maar een zogeheten pilot line: een industriële proeffabriek waarin onderzoek en productie samenkomen. Het project wordt gedragen door onder meer TNO en maakt deel uit van een bredere Europese strategie om de afhankelijkheid van Aziatische chipproductie te verkleinen.
Volgens TNO is het doel helder: het versnellen van de opschaling van fotonische chips en het versterken van een Europees ecosysteem. “Met deze pilot line brengen we ontwerp, productie en toepassing dichter bij elkaar en maken we de stap naar industrialisatie mogelijk”, stelt de organisatie in een persbericht.
Fotonische chips gebruiken licht in plaats van elektriciteit om data te verwerken. Dat levert aanzienlijke voordelen op: hogere snelheden, minder energiegebruik en minder warmteontwikkeling. In een tijd waarin datacenters en AI-toepassingen exponentieel groeien, is dat geen detail, maar een structureel voordeel.
STRATEGISCHE KANS
De ambitie reikt verder dan technologie alleen. Nederland positioneert zich nadrukkelijk als koploper in fotonica, met een ecosysteem waarin bedrijven, kennisinstellingen en overheid samenwerken.
Die strategie doet denken aan de opkomst van ASML, dat uitgroeide tot een wereldspeler in chipmachines. Waar ASML de lithografie domineert, zou Nederland in fotonica een vergelijkbare positie kunnen opbouwen, zij het in een andere fase van de waardeketen. De vergelijking
Met het startsein voor de bouw van een industriële pilotfabriek voor fotonische chips, op de High Tech Campus in Eindhoven begin maart, krijgt een beloftevolle technologie ineens een tastbare vorm. Waar fotonica jarenlang het domein was van universiteiten en nichebedrijven, moet de nieuwe faciliteit de stap naar industriële schaal mogelijk maken. Daarmee komt één vraag nadrukkelijk op tafel: wat betekent dit voor de Nederlandse maakindustrie?
is niet toevallig. Net als bij de traditionele chipindustrie draait het succes niet alleen om het eindproduct, maar vooral om de toeleveringsketen: de machines, materialen en processen die nodig zijn om chips te maken. En precies daar ligt de kracht van de Nederlandse maakindustrie.
Voor veel maakbedrijven zal fotonica niet direct betekenen dat ze zelf chips gaan produceren. De echte kansen liggen een laag dieper: in de technologieën die nodig zijn om die chips mogelijk te maken.
Denk bij dat laatste aan precisiebewerking van componenten, hightech mechatronica, vacuümtechnologie en cleanroom-oplossingen. De productie van fotonische chips stelt extreem hoge eisen aan nauwkeurigheid en stabiliteit. Dat is vertrouwd terrein voor Nederlandse toeleveranciers die al decennialang opereren in de schaduw van de halfgeleiderindustrie.
Daarnaast ontstaat vraag naar nieuwe productiemachines. Fotonica vereist andere processen dan traditionele elektronica, bijvoorbeeld bij het werken met indiumfosfide en het integreren van optische structuren. Dat opent ruimte voor machinebouwers om zich te positioneren in een markt die nog niet is uitgekristalliseerd. Wie vroeg instapt, kan meebepalen hoe die machines eruitzien - en daarmee een structurele positie verwerven in de keten.
GEBRUIKER
Behalve aan de productiekant biedt fotonica ook kansen voor de maakindustrie als gebruiker. Fotonische technologie maakt nieuwe toepassingen mogelijk, met name op het gebied van sensoren en dataverwerking. In productieomgevingen kunnen fotonische sensoren extreem
nauwkeurig meten, bijvoorbeeld de temperatuur, druk of chemische samenstelling. Dat maakt real-time kwaliteitscontrole mogelijk op een niveau dat met conventionele sensoren moeilijk haalbaar is.
Ook op het gebied van communicatie binnen machines en fabrieken kan fotonica een rol spelen. Optische verbindingen zijn sneller en energiezuiniger dan elektrische, wat relevant is naarmate productiesystemen complexer en data-intensiever worden. Voor bedrijven die inzetten op digitalisering en voorspelbaar produceren, kan fotonica daarmee een sleuteltechnologie worden.
Toch is succes niet gegarandeerd. De geschiedenis van de Nederlandse maakindustrie laat zien dat technologische voorsprong alleen niet voldoende is. Het draait om het ecosysteem: de samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid. In dat opzicht lijkt de aanpak rond fotonica veelbelovend. Initiatieven zoals de pilotfabriek brengen partijen fysiek en organisatorisch samen. Ontwerpers, producenten en eindgebruikers werken dichter op elkaar, wat innovatie kan versnellen. Maar dat vereist wel dat bedrijven bereid zijn om te investeren in een technologie die nog niet volledig bewezen is. De markt voor fotonische chips groeit, maar is nog relatief klein en gefragmenteerd. Het kan jaren duren voordat toepassingen op grote schaal worden uitgerold. Voor veel maakbedrijven, zeker in het mkb, is dat een lastige afweging.
CONCURRENTIE NEEMT TOE
Daar komt bij dat Nederland niet als enige de potentie van fotonica ziet. In de Verenigde Staten en Azië wordt eveneens geïnvesteerd in deze
technologie. Europa probeert met initiatieven als de pilotfabriek een inhaalslag te maken, maar de concurrentie is stevig. Dat betekent dat snelheid cruciaal is. Bedrijven die wachten tot de markt volledig is uitgekristalliseerd, lopen het risico dat de standaarden al zijn gezet en ze alleen nog kunnen aanhaken als toeleverancier op lagere niveaus. De uitdaging is dus om op tijd in te stappen, zonder de risico’s te onderschatten.
De komende jaren zullen beslissend zijn. De pilotfabriek in Eindhoven moet bewijzen dat fotonische chips niet alleen technisch haalbaar zijn, maar ook economisch rendabel kunnen worden geproduceerd. Als dat lukt, kan een nieuwe industrie ontstaan waarin Nederland een prominente rol speelt. Niet alleen als producent van chips, maar vooral als leverancier van de technologie die daarvoor nodig is.
Voor de maakindustrie betekent dat een kans om zich opnieuw uit te vinden, zoals eerder gebeurde rond de opkomst van de halfgeleiderindustrie. Maar het vraagt wel om visie en durf. Fotonica namelijk is geen hype, maar een technologie met het potentieel om de manier waarop we data verwerken en meten fundamenteel te veranderen. Voor de Nederlandse maakindustrie liggen er duidelijke kansen, vooral in de toelevering en machinebouw.
De bouw van de pilotfabriek in Eindhoven markeert een belangrijk kantelpunt: de overgang van onderzoek naar industrialisatie. Dat moment biedt ruimte voor bedrijven om zich te positioneren in een nieuwe waardeketen. Maar die ruimte is niet onbeperkt. Wie wil meedoen, moet nu investeren - nog voordat de uitkomst zeker is.


Na 29 jaar vertrekt Menko Eisma bij Trumpf Nederland. Hij is in die tijd van verkoper van handgereedschappen gegroeid naar algemeen directeur bij de techgigant. Zijn nieuwe baan? Directeur bij de DG Steel Group. Hij stapt in als ondernemer. “Wat me aantrekt? De snelheid van maakbedrijven, de snelheid van ondernemen.”
"Wel 22.000 keer”, zegt Menko Eisma. Zo vaak is zijn post op LinkedIn gezien, waarin hij zijn afscheid als algemeen directeur aankondigt. Het doet hem wat. Blijkbaar voelen mensen zich betrokken bij zijn wel en wee. Zijn vertrek bij Trumpf is voor hem de opening naar een nieuw avontuur. Hij wordt ondernemer bij DG Steel Group. Voor Eisma een volledig logische keuze.
Waarom ga je weg?
“Soms kom je in het leven op een kruispunt en dan neem je een andere afslag. Niet omdat het bij Trumpf niet goed is. Ik ben hier 29 jaar geleden begonnen aan een uitdaging en heb me continu kunnen ontwikkelen. Dat ontwikkelen is als het beklimmen van een berg. Als je naar de top kijkt, lijkt het alsof die niet dichterbij komt. Maar als je achteromkijkt, zie je pas wat een lange weg je hebt afgelegd. Dat zet je aan het denken: waar sta ik en waar wil ik naartoe? De berg naar beneden lopen wil ik nog niet, daar heb ik te veel energie voor. Na gesprekken met mijn gezin kwamen we tot de conclusie dat het misschien goed is om iets buiten Trumpf te zoeken.”
Je hebt 29 jaar bij Trumpf gewerkt. Wat heb je zien veranderen? “Alles. Alles is volledig veranderd. Toen we begonnen, was de orderportefeuille van Trumpf heel klein. Twee lasersnijmachines, een straalmachine en geen buislasers. En kijk hoe breed het portfolio nu is, met alle digitale mogelijkheden. Vergeet niet, het was een heel andere tijd. Er was nog geen EU-markt. We rekenden nog met D-marken. Nu is de markt ontwikkeld tot een high-tech sector waarin automatisering, dienstverlening, hardware, digitalisering en financiering belangrijk zijn. En Trumpf heeft deze ontwikkeling mede mogelijk gemaakt.”
Zelf was je een mts’ er die kwam aanwaaien.
“Ik kwam binnen en ging handgereedschappen van Trumpf verkopen. Niet in dienst van Trumpf, maar voor een Trumpf-dealer. Na twee jaar werd ik vertegenwoordiger van plaatbewerkingsmachines. Dat heb ik tot 2007 gedaan; daarna werd ik sales manager, tot 2013. Dat jaar begon ik aan een traineeship bij Trumpf en werd ik directeur van Trumpf Nederland. Mijn kracht is dat ik graag met mensen omga. Aan het begin van mijn carrière reed ik door het hele zuiden van Nederland om contacten te maken en mijn netwerk uit te breiden. Dat leverde orders op. Mensen doen namelijk graag zaken met mensen. Het persoonlijke contact is zo belangrijk. Dat is de basis om kapitaalgoederen te kunnen verkopen: de persoonlijke relatie.”
Wat was je grootste uitdaging als directeur bij Trumpf?
“Heel lastig was de snelle groei die we doormaakten. We gingen van 60 naar ruim 250 medewerkers, in 3 jaar tijd. Dat was turbulent en heel zwaar. Dat die groei, die expansie, is gelukt, daar kijk ik met trots
op terug. Misschien juist omdat het zo moeilijk was om goede mensen te vinden, maar dat het met ons allen wel is gelukt.”
Ik had verwacht dat de coronaproblemen rond TechniShow in 2020 het zwaarst waren. Je was als bestuurslid van FPT-Vimag verantwoordelijk voor een beurs in een stormachtig moment.
“Daarover kan ik achteraf adviseren: ik raad iedereen aan om in een bestuur te gaan zitten. Als bestuurder van een bedrijf sta je alleen. Maar in het bestuur sta je samen. Tijdens de coronatijd was TechniShow een van de eerste grote evenementen die plotseling werden geannuleerd. Dat was een flinke klap. Veel exposanten waren boos en dat begreep ik. Maar hoe los je dat op, in een situatie waarin onduidelijk is hoe en wanneer het zal aflopen? Het was een pittige tijd. Als bestuur hebben we elkaar geregeld getroffen in die tijd. Daar heb ik niet alleen veel van geleerd, ik heb er ook goede vriendschappen aan overgehouden.”
Wat heb je persoonlijk geleerd?
“Als je wat wilt bereiken, moet je hard werken en luisteren naar anderen. Maar tegelijkertijd ook dicht bij jezelf blijven. Wees eerlijk. En ik ben blij dat ik een partner heb die me met beide benen op de grond houdt.”
Trumpf is toch een beetje de nationale top.
“Ik ben er ook heel trots op dat ik directeur van Trumpf ben. Maar tussen trots en arrogantie zit een dunne scheidslijn. Daarom wil ik expliciet zijn: wel trots, niet arrogant.”
Maar Trumpf is wel richtinggevend in de maakindustrie. “Zeker. Als je kijkt naar de innovaties die wij in de markt hebben gebracht, zie je dat de sector daar flink van profiteert. En dat zal in de toekomst ook zo zijn. Want de innovatiebudgetten die Trumpf hanteert, laten zien dat het bedrijf nog steeds een wereldspeler is. Soms lijkt het misschien wel dat de innovatiekracht is verslapt, maar het tegendeel is waar. We hebben namelijk een stabiele installed base. Ook daar passen we onze innovaties toe, als het ware met terugwerkende kracht. We nemen daarmee de geschiedenis mee in de huidige en toekomstige innovaties. Andere bedrijven hoeven zich niet te bekommeren om hun installed base. Op die manier hebben we dus een beetje last van een remmende voorsprong.”
We hebben het hier over bedrijven uit China?
“In China gebeurt veel. En ik heb niets tegen Chinese producenten. Maar je moet wel een eerlijk speelveld hebben. Dat is nu niet zo, en daar baal ik van. Niet alleen subsidieert de Chinese overheid bedrijven, die bedrijven hoeven zich ook niet aan veiligheidseisen te houden waaraan wij ons wel houden. Wij zijn honderdduizend euro kwijt


aan een omkasting vanwege Europese eisen. In andere regio’s in de wereld zijn de eisen minder hoog - en machines onveiliger. Dat willen wij niet. Waarom handhaaft de overheid daar niet meer op? Bij een eerlijk speelveld kunnen we de concurrentie met iedereen aan. Misschien moeten we in het Westen alleen nog wel een wat andere mentaliteit ontwikkelen.”
Een andere mentaliteit?
“Er is al tijden een probleem om aan personeel te komen. Als ik zie dat in bijvoorbeeld China er genoeg mensen zijn te vinden voor technische functies, vind ik het jammer dat wij in Nederland dat niet voor elkaar krijgen. Technische scholen gaan hier dicht, niemand kiest techniek. Hoe dat te veranderen? Ik weet het niet. Den Haag heeft een eigen agenda, en kleinere technische bedrijven zijn daar niet in opgenomen.”

Het gebrek aan mensen is niets nieuws. Wat is de oplossing?
“Er ligt veel potentie in smart factories. Daar hebben we met Trumpf een dominante positie in, omdat veel van onze innovaties erin samenkomen: digitalisering, automatisering, hardware, diensten en financiering. Slimme fabrieken worden steunpilaren van de Trumpf, de komende tijd. Daarbij moeten we kijken waar we nog meer het verschil kunnen maken. Er zijn grofweg drie soorten klanten: de grote bedrijven, het middengebied en de eenvoudigere machines. Die middenmarkt is vanuit Trumpf een moeilijk markt. Er is veel concurrentie en het is een echte vechtersmarkt geworden. Het hogere segment kunnen we uitstekend bedienen, en voor de markt voor eenvoudige machines hebben we nieuwe lijnen die goed passen.”
Wat ga je doen, nu je afscheid neemt van Trumpf?
“Iets leuks: ik word ondernemer bij de DG Steel Group. De DG Steel Group bestaat uit zeven gespecialiseerde metaalbedrijven die samen een breed scala aan markten en klantbehoeften bedienen. Ik mag adviezen geven, meedenken in oplossingen, en synergie uit de zeven bedrijven halen. Als directeur van de zeven vestigingen. Wat me aantrekt? De snelheid van maakbedrijven, de snelheid van ondernemen.”
Je komt uit een corporate omgeving. Ben je wel een ondernemer?
“DG Steel Group heeft 350 medewerkers. Dat is redelijk corporate. Maar wat het ondernemen betreft: ik was altijd een beetje een vreemde eend in de bijt bij Trumpf. Ik heb me juist richting het ondernemerschap ontwikkeld. En ik ben een positief mens die altijd kansen ziet. Ik denk dat dat past bij ondernemerschap. DG Steel Group is wat mij betref een voorbeeld hoe een bedrijf goed is omgegaan met de veranderende markt. Negen jaar geleden zei ik dat grote bedrijven
zouden groeien en kleine bedrijven kleiner zouden worden. Die consolidatie heeft plaatsgevonden. Dat moet ook wel, want de economie is grillig - en de markt ook. Je moet in de maakindustrie dus een bepaalde massa hebben om efficiënt te zijn, maar ook om zaken als digitalisering aan te kunnen. Wij hebben bij DG Steel Group zeven bedrijven die elkaar versterken. Uit dat volume kunnen we ons voordeel halen.”
Wanneer stop je officieel bij Trumpf?
“Officieel per 1 juli. Vanaf 1 juni komt mijn opvolger (zie kader, red.). Ik heb het volste vertrouwen in hem.”
Wat ga je het meest missen?
“Mijn collega’s en mijn klanten. Maar ik krijg er veel voor terug.”
Tobias Reuther volgt per 1 juni Menko Eisma op. Reuther is al 18 jaar werkzaam bij Trumpf, en heeft in die periode uitgebreide internationale ervaring opgedaan. Zo was hij onder meer actief in het productmanagement voor MT en LT, betrokken bij het opzetten van de Smart Factory in Chicago en verantwoordelijk voor de verkoop van Smart Factory Solutions in NoordAmerika.
Na zijn terugkeer naar Duitsland gaf hij wereldwijd leiding aan de Customer Centers en het MyTrumpf-platform. Sinds 2024 is hij verantwoordelijk voor het volledige productmanagement en de digitale business binnen MT.

Baucor breidt zijn portefeuille CNC-gereedschappen en industriële messen uit, en levert geavanceerde, op maat gemaakte oplossingen om te voldoen aan de veranderende eisen op het gebied van industrieel snijden, zowel in Europa als wereldwijd.
Als fabrikant van industriële precisiemessen en CNC-gereedschappen op maat, heeft Baucor onlangs een aanzienlijke uitbreiding van het productassortiment aangekondigd. Met deze stap worden nieuwe CNC-gereedschappen en industriële messen geïntroduceerd die zijn ontworpen om te voldoen aan de steeds complexere snijbehoeften in diverse sectoren. Door deze uitbreiding is Baucor nog beter in staat om op maat gemaakte CNC-gereedschappen en hoogwaardige messen te leveren, en kan het bedrijf tegelijkertijd inspelen op de vraag naar meer efficiëntie, duurzaamheid en milieuvriendelijkheid in moderne productieomgevingen.
“Onze groei wordt gedreven door een sterke toewijding aan het oplossen van de meest complexe snij-uitdagingen van onze klanten
middels baanbrekend maatwerk”, aldus Mücahit Başaran, CEO van Baucor. “Door geavanceerde materialen en coatingtechnologieën van de volgende generatie te combineren, leveren we gereedschappen die niet alleen beter presteren, maar ook aanzienlijk langer meegaan.”
CAPACITEITEN UITBREIDEN
Het productassortiment van Baucor, met vestigingen in zowel Mannheim als Californië (VS), is uitgebreid met een breder scala aan CNC-gereedschappen, zoals lange boorkoppen, ruimers met geleide-tap, aanpasbare ruimeroplossingen, en afgeschuinde boorkoppen die speciaal zijn ontworpen voor precisiebewerking. Daarnaast heeft het bedrijf het aanbod in diepgatboortechnologieën uitgebreid met pistoolboren
en slangenboren, maar ook gespecialiseerde gereedschappen zoals pluggenboren en boren met een spitse punt.
Tegelijkertijd heeft Baucor het assortiment industriële messen versterkt met meer circulaire snijmessen, gebogen bladen, messen met een dubbelzijdige kartelrand en foliemessen. Andere innovaties bestaan uit messen voor verpakkingsmachines, messystemen voor papiersnijmachines, perforeerbladen, en precisie-kartonsnijmesseen die speciaal zijn ontworpen voor bewerkingen met grote volumes.
Dankzij het totaalconcept voor engineering, dat CAD/CAM-ontwerp, rapid prototyping en productie op volledige schaal omvat, stelt Baucor klanten in staat om hun operationele efficiëntie met tot 25 procent te verbeteren en de levensduur van gereedschappen tot drie keer zo lang te maken in vergelijking met standaardoplossingen.
GEAVANCEERDE MATERIALEN EN COATINGTECHNOLOGIEËN
Centraal in de productuitbreiding van Baucor staat de investering in geavanceerde materiaalwetenschappen en coatingtechnologieën. Het bedrijf maakt gebruik van hoogwaardige materialen zoals wolfraamcarbide, snelstaal en gespecialiseerde gereedschapsstaalsoorten, waaronder D2, M2 en M42, naast CPM-staalsoorten, roestvrij staal en keramische componenten.
Deze materialen worden gecombineerd met geavanceerde coatings, zoals TiN, TiAlN en DLC, die de slijtvastheid vergroten, wrijving verminderen en thermische stabiliteit bij hoge snelheden verbeteren.
“Door deze technologieën te integreren in onze productieprocessen voor frezen en tappen, garanderen we een constante precisie en betrouwbaarheid, zelfs in de meest veeleisende industriële omgevingen”, aldus Başaran.
Met de introductie van de LT14 Fiber presenteert BLM Group een fiber-buislaser voor groot formaat buizen en profielen tot 355ø – 100 kg/m die zich onderscheidt in nauwkeurigheid, snelheid en veiligheid. BLM Group biedt daarmee voor de staalbouwsector een oplossing die zowel de productiviteit als snijkwaliteit op een veilige en betrouwbare manier door wil voeren.

Waar in de plaat- en buisbewerking buismateriaal al volop wordt gesneden met een buislaser, worden in de staalbouwsector buizen en profielen veelal op een conventionele manier gezaagd, geboord en gefreesd. Steeds meer
bedrijven stappen daarom over op systemen die met robotinzet, plasmaen CO₂-snijtechnologie dit proces sterk vereenvoudigen en versnellen. BLM Group passeert met de introductie van de LT14 Fiber nu de grenzen op het gebied van snelheid, nauwkeurigheid, snijbeeld, automatisering en tubehandling. De hoge nauwkeurigheid waarmee gaten, ravelingen, sleufgaten, enz. met de nieuwe buislaser kunnen worden gesneden, maakt het
mogelijk dat buizen en profielen tijdens de montage en lassamenstelling exact passen en daarmee de uitvoering van complexe staalconstructies mogelijk maken. De nieuwe buislaser garandeert de hoge snelheid en nauwkeurigheid over de volledige buislengte zonder materiaalverlies en zonder handmatige aanpassingen omdat diameter-, dikte- en sectiewijzigingen volledig automatisch worden ingesteld.
Om maximale veiligheid voor medewerkers en operators te kunnen garanderen, is de nieuwe LT14 Fiber volledig afgeschermd. Daarmee voorkomt BLM Group verblinding door het laserlicht van de Fiber-laserresonator. Samen met de kettinglader (naar keuze 12,5 of 16 m aanvoerlengte) en afvoerunit voor gesneden delen, is de LT14 Fiber de groot-
Als er slijtvaste onderdelen van hoogwaardige polymeer kunststoffen nodig zijn, biedt igus keuze uit meer dan 50 verschillende materialen voor spuitgieten. De 3D-printservice wordt ingezet voor kosteneffectieve en snelle productie van onderdelen met speciale vormen, prototypes of kleine series. igus heeft iglidur i190PF aan zijn filament-assortiment toegevoegd, zodat klanten ook gemakkelijk extreem sterke, slijtvaste en PTFE-vrije componenten kunnen 3D-printen.
igus streeft ernaar om alle gevestigde glijlager-materialen voor spuitgieten over te brengen naar 3D-print. Met de introductie van het nieuwe filament iglidur i190PF heeft het bedrijf nu nog een belangrijke stap gezet: de PTFE-vrije versie van het populaire standaard-glijlagermateriaal iglidur W300 wordt met succes gebruikt als twinmateriaal voor 3D-printen. Met FDM-printen kunnen gebruikers nu dezelfde materiaalkwaliteit en slijtvastheid bereiken als bij spuitgieten. “We wilden PTFE-vrije materialen aanbieden voor alle 3D-processen, op een moment dat er discussie is over een mogelijk verbod op PFAS”, aldus Roy Snel-
lens, productmanager drytech producten bij igus.
SPECIFICATIES
Naast een PTFE-vrij hars en SLS-materiaal is iglidur i190PF het eerste PTFE-vrije filament van igus. Het is gebaseerd op het beproefde tribofilament iglidur i190 en heeft dezelfde tribologische specificaties als het spuitgietmateriaal iglidur W300PF, een van de standaardmaterialen bij igus. Het wordt ook gekenmerkt door zijn hoge buigsterkte van 80 MPa en zijn smeeren onderhoudsvrije werking. Het nieuwe filament maakt indruk met een hoge mechanische sterkte en uitzonderlijke slijtvastheid,
die aanzienlijk beter is dan die van standaardkunststoffen zoals ABS of nylon. De geprinte componenten kunnen worden gebruikt bij temperaturen tot 90 °C en hebben een lange levensduur bij smeringsvrije werking. iglidur i190PF is ook geschikt voor het ontwerpen van glijdende delen voor multimateriaalcomponenten, omdat het zeer goed hecht met zeer stijve materialen. Het filament kan gemakkelijk worden bewerkt op alle commercieel verkrijgbare gesloten 3D-printers met verwarmde printplaten.
COMPONENTEN OP MAAT
Tests in het eigen 5.500 m² grote testlaboratorium van het bedrijf bevestigen de zeer goede slijtageen wrijvingscoëfficiënt in vergelijking met standaardmaterialen voor FDM-printen. In een pin-ondisktest met een belasting van 10 N op een schijf van 304 roestvaststaal scoorde een geprint testexemplaar van iglidur i190PF met een
ste buislaser die ooit op een beurs werd gepresenteerd.
Het snijden van buizen en profielen tot 100 kg/m vraagt om een zwaardere tubehandlingconstructie dan bij buislasers voor lagere materiaalgewichten. Daarvoor garanderen drie spindels een optimale klemming op basis van dikte, diameter en materiaalsoort, wat maximale precisie oplevert, met een volledig automatische instelling en aanzienlijke tijdwinst. Bovendien maakt de ‘zero scrap’-modus het mogelijk dat de achterste slede loskoppelt om het uiteinde van de buis af te snijden en zo het beschikbare materiaal optimaal te benutten.
De innovatieve laserbron met beamshaping zorgt voor een optimale verdeling van de energie. Daardoor kunnen grotere wanddiktes worden gesneden met een hoge kwaliteit zonder de noodzaak van nabewerking.

100 maal betere slijtagesnelheid in vergelijking met een geprint testexemplaar van PETG. Met iglidur i190PF kunnen ontwerpers nu PTFE-vrije slijtvaste onderdelen in 3D printen zonder verschillen in materiaalprestaties te hoeven accepteren ten opzichte van het bekende en bewezen filament iglidur i190. igus biedt het nieuwe filament aan voor interne verwerking en via de 3D-printservice. Gebruikers kunnen hun STEP-bestand uploaden en het materiaal en de hoeveelheid selecteren die ze nodig hebben, waarna ze hun onderdeel binnen enkele dagen ontvangen.
De afgelopen 10 jaar heb ik mogen schrijven als columnist voor Technishow. Dat deed ik met heel veel plezier, maar er zijn nieuwe uitdagingen gekomen en ik geef het stokje graag door. De columns teruglezend, het waren er meer dan 50, zie ik een trend.
Reflecterend op die 50 columns las ik dat ik vooral vaak stelling nam. Wat zegt dat over mij? Wilde ik iemand overtuigen? Als ik diep in mezelf graaf, ben ik de afgelopen 10 jaar waarschijnlijk best stellig in bepaalde uitspraken geweest en heb ik ook overtuigend kunnen zijn. Maar was dat wat me dreef? Wilde ik de lezer écht stellig overtuigen? Ik denk het niet per se. Er zat namelijk ook altijd twijfel in wat ik schreef, onzekerheid. ‘Is dit wel juist, klopt dit wel? Is hier wetenschappelijk onderzoek naar gedaan?’
Op de Praktijkopleidersdagen in 2026 mag ik een workshop verzorgen met de titel: ‘Reflecteren kan je Leren’. Ik ga er in deze workshops vanuit dat reflecteren een belangrijke vaardigheid voor praktijkopleiders is, die je door het veel te doen kunt leren en ontwikkelen. Ik neem eigenlijk stelling. Je kunt het leren, maar terwijl ik zelf aan het reflecteren ben geslagen over mijn columns van de afgelopen 10 jaar, merk ik dat het niet makkelijk is. Wat zegt jouw manier van begeleiden, of in mijn geval manier van schrijven, nu écht over iemand?
Wellicht is het goed om tijdens de workshop duidelijk te maken dat reflecteren soms het beste gaat met iemand anders erbij. Iemand die je (open) vragen stelt. Want alleen met jezelf reflecteren laat je toch in cirkeltjes denken. Ik denk dat ik nog even met de hoofdredacteur van Technishow contact ga maken, om samen te reflecteren op de afgelopen jaren en een trend te ontdekken die iets over mijn diepste intenties zegt.

Chris Meijnen
Learning and Development Specialist bij Orbit Loopbaanadvies
COLOFON
TechniShow Magazine is hét vakblad voor de metaalindustrie en (inter) nationale maakindustrie. Het behandelt productietechnologie in al zijn facetten en is een uitgave van branchevereniging FPT.
jaargang 21 | editie 3 | mei 2026
TechniShow verschijnt vier maal per jaar. Toezending geschiedt op abonnementbasis en controlled circulation.
Uitgever
Verbinding Uitgeverij Henk van Beek, Uitgever
Telefoon: 06 284 17 073
E-mail: info@verbinding.nl
Hoofdredacteur Henk van Beek
Eindredactie Bas Roestenberg
Redactie Verbinding Uitgeverij Indra Waardenburg
FPT
Jolanda Bredewoud Ires Veerman
Email: redactie@technishow.nl
Vormgeving
Wim Rossen 06 53 37 42 28
Druk
PreVision Gashouder 36D 5613 CR Eindhoven
Postadres
Verbinding Uitgeverij Ampèrestraat 7 2316 DG Leiden
Advertentie-exploitatie Jetvertising Tiendweg 12 2671 SB Naaldwijk T 070 399 00 00 F 070 390 24 88 E info@jetvertising.nl
Abonnementen E-mail: info@verbinding.nl

SOLIDE HANDWERK IS DE BASIS VOOR KWALITEIT.

Fritz Studer AG, opgericht in 1912, is een markt- en technologieleider in universeel-, buiten- en binnenrond- en onrondslijpen. Met circa 25.000 uitgeleverde machines staat STUDER al tientallen jaren voor precisie, kwaliteit en levensduur. studer.com
De Ridder THO | IBC weg 10 | 5683 PK Best | Niederlande www.ridder.net | +31 499 392 050






Since 1979









Kobout is al 45 jaar het vertrouwde adres voor bouten, moeren en bijbehorende artikelen.
Met onze medewerkers, de aanwezige kennis, het uitgebreide assortiment, onze kwaliteitsproducten en logistieke diensten bedienen we duizenden klanten in de Nederlandse industrie

Kobout levert een breed pakket stalen en rvs bevestigingsmaterialen. Met ruim 100.000 verschillende bevestigingsmaterialen, 13.300 m² magazijn en ruim 130 medewerkers hebben we 1 motto: wij staan voor u klaar!
Vraag snel een account aan op www.kobout.nl, neem contact op met een van onze experts via industy@kobout.nl, bel ons op 078-684 66 11





















