
SMÛK-woning toont hoe
duurzaam en comfortabel wonen samenkomen
Duurzaamheid & Energiegids

De kracht van slimme thermostaten
Jaargang 4 | Editie 2 | juni 2026
![]()

SMÛK-woning toont hoe
duurzaam en comfortabel wonen samenkomen
Duurzaamheid & Energiegids

De kracht van slimme thermostaten
Jaargang 4 | Editie 2 | juni 2026





















TONZON Vloerisolatie













Pas op dat je niet over de hond struikelt!
TONZON maakt woningen & gebouwen comfortabeler, energiezuiniger en gezonder om in te leven. Met innovatieve isolatieoplossingen die het milieu minimaal belasten, dragen we bij aan een toekomst waarin circulaire isolatie de standaard is.
TONZON isolatie met impact - www.tonzon.nl






Magazine
NBD Magazine is een print en online uitgave van Jetver tising b.v., onder redactie van Nederlandse Bouw Documentatie en De HandelsCourant
Uitgever
Jetver tising b.v
Tiendweg 12
2671 SB Naaldwijk
Tel. +31 (0)70 - 399 00 00 directie@jetver tising.nl
20 Goed ventileren? Doe er niet te luchtig over!
27
Slimme entree zonder obstakels: Boon Edam zet met de Orbit TriSens een nieuwe stap in toegangsoplossingen
33 Rollecate geeft monumentaal kantoor Aurora in Amsterdam een nieuwe huid
38 SMÛK-woning toont hoe duurzaam en comfor tabel wonen samenkomen
40 Steeds meer consumenten ontdekken de kracht van slimme thermostaten
46 Stilte als bouwsteen
Cyclin en de kracht van biobased stilte
4 Kort Nieuws 18 Project in Beeld 24 Project in Beeld 44 Project in Beeld 50 Agenda
Redactie
Gebouwde omgeving
Nederlandse Bouw Documentatie (NBD-Online) redactie@jetver tising.nl
Industrie
De HandelsCourant (HC) redactie@jetver tising.nl
Persberichten info@jetver tising.nl
Vormgeving MSU
Nikkelstraat 1C 8211 AJ Lelystad
Advertenties
Jetver tising b.v
Tiendweg 12
2671 SB Naaldwijk
Tel. +31 (0)70 - 399 00 00 rob@jetver tising.nl
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, gekopieerd of hergebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever.
Alius en Natec vormen na fusie de grootste organisatie in Nederland die hard- en softwaretoepassingen op het gebied hernieuwbare energie lever t aan installateurs. De nieuwe organisatie lever t o.a. zonnepanelen, opslag van energie, slimme aansturing van hardware en warmtepompen.
Natec en Alius hebben aangekondigd samen verder te gaan in één gezamenlijke onderneming. De naam van de organisatie wordt nog bekendgemaakt. Met de bundeling van kennis, technologie, logistiek en marktinzicht ontstaat een organisatie die een leidende positie heeft binnen de energiemarkt. De nieuwe combinatie richt zich binnen de residentiële en C&I-segmenten op zonne-energie, energieopslag, duurzame warmte, energiemanagement, service en logistieke dienstverlening in een groeiende markt voor batterijen. Beide bedrijven spelen daarmee in op de groeiende vraag naar energie-onafhankelijkheid bij consumenten en bedrijven. Bij de aangekondigde fusie gaan geen banen verloren. De nieuwe organisatie heeft 83 medewerkers
Installateurs en professionele par tners blijven volgens beide organisaties een cruciale rol spelen binnen de energietransitie. De nieuwe organisatie wil hen ondersteunen met logistiek, technische kennis, advies en slimme oplossingen om de markt verder te helpen ontwikkelen. Door de samenwerking ontstaat een organisatie die beter in staat is om de markt te ondersteunen en een actieve bijdrage te leveren aan de versnelling van de energietransitie. De ambitie is daarbij duidelijk: uitgroeien tot marktleider binnen de sector. De combinatie brengt de technische kennis, innovatiekracht en projectervaring van Alius samen met de schaalgrootte, logistieke infrastructuur en marktpositie van Natec.



Voor klanten, leveranciers en andere relaties verander t er op kor te termijn niets. Bestaande contacten, dienstverlening en samenwerkingen blijven behouden. De integratie zal gefaseerd plaatsvinden. De nieuwe organisatie komt onder leiding van Bas Engelen, huidig CEO van Natec. Wil van der Meijden blijft betrokken als adviseur Het volledige personeelsbestand blijft behouden.

Met de kWh meters van Eastron leveren wij u betrouwbare meetoplossingen direct uit in Nederland en België u betrouwbare direct teuning. voorraad en met de juiste ondersteuning.




Neem contact met ons op voor meer informatie: info@kwhmeter.nl +31-6-45737811
Of ga naar www.kwhmeter.nl



Direct uit voorraad leverbaar




of 3 fase 100A, -/5A i.c.m. Stroomtrafo’s of Rogowski Coils
• Bidirectionele meting, import en export
• RS485 Modbus,











Van Dorp heeft overeenstemming bereikt over de overname van ConnectEV, een specialist in laadoplossingen voor elektrische mobiliteit. Bij ConnectEV werken 20 medewerkers en het bedrijf realiseer t een omzet van € 4 miljoen.
Met deze overname breidt Van Dorp zijn bestaande exper tise in laadvoorzieningen verder uit. Laadoplossingen vormen een steeds belangrijker onderdeel van installatie, technisch beheer en energievoorziening in utiliteitsgebouwen.
Rick van Dorp, Directeur Strategie bij Van Dorp, licht toe: “Als technisch dienstverlener werkt Van Dorp aan veilige, duurzame en gezonde gebouwen. Laadvoorzieningen horen daar inmiddels onlosmakelijk bij. Door de exper tise van ConnectEV toe te voegen, kunnen wij deze voorzieningen beter integreren in zowel projecten als het beheer van gebouwen.”
Ook bij ConnectEV wordt positief naar
de volgende fase gekeken. Het bedrijf is de afgelopen jaren opgebouwd door oprichter Michael Landheer. Hij zegt: “Wij hebben ConnectEV stap voor stap opgebouwd. Nu zijn wij op een punt gekomen waarop verdere groei vraagt om een grotere organisatie om ons heen. In Van Dorp hebben wij een par tner gevonden die dezelfde langetermijnvisie deelt en die begrijpt wat professionele laadvoorzieningen vragen.”
De naam ConnectEV blijft voorlopig behouden. In de komende periode werken ConnectEV en Van Dorp samen aan de verdere ontwikkeling van hun dienstverlening rondom laadoplossingen. Daarbij ligt de nadruk op het bundelen van kennis en ervaring, het benutten van

elkaars klantenkring en samenwerking op het gebied van logistiek, ICT, inkoop, juridische zaken en opleidingen.
De dagelijkse leiding bij ConnectEV blijft in handen van oprichter Michael Landheer. Vanuit Van Dorp wordt ConnectEV aangestuurd door Michael Waltman, die als Directeur Specialisme verantwoordelijk is voor de energiediensten. ConnectEV blijft vooralsnog gevestigd op de huidige locatie. Als verdere groei daarom vraagt, bekijken ConnectEV en Van Dorp samen welke vervolgstap passend is.
Foto: door Stockphotos.com
HR energy haalt € 5,6 miljoen op voor opschaling van stille warmtepompen
De vraag naar stille en compacte alternatieven voor traditionele warmtepompen neemt snel toe. Met name in dichtbebouwde woonwijken groeit het probleem van geluid en ruimtegebrek. Ook de benodigde uitbreiding van de stroomaansluiting van woningen is niet meer overal mogelijk.
De Nederlandse fabrikant HR energy speelt hierop in met haar PVT-warmtepompsysteem. PVT is een techniek die achter bestaande of nieuwe zonnepanelen kan worden toegevoegd. Dit vervangt de conventionele buitenunit en is daarmee stil, onderhoudsvrij, onzichtbaar en daardoor ook toepasbaar in dichtbebouwde gebieden. Door de hogepsysteem is een verzwaring van de elektrische aansluiting meestal niet nodig.
HR energy heeft sinds de lancering
in 2021 een sterke groei doorgemaakt. De systemen worden via een landelijk netwerk van installateurs geleverd aan uiteenlopende markten, waaronder par ticuliere woningen en nieuwbouw-, renovatie- en transformatieprojecten. Inmiddels worden de oplossingen via internationale par tners ook in de rest van Europa toegepast.
Om deze groei verder te versnellen, heeft het bedrijf € 5,6 miljoen
impactinvesteerder SHIFT Invest en InnovationQuarter Capital, het
investeringsfonds van de regionale ontwikkelingsmaatschappij voor Zuid-Holland. De investering stelt HR energy in staat om de productie op te schalen en de organisatie en ondersteuning richting installateurs verder uit te breiden. Robber t van Diemen (HR energy): “De energietransitie vraagt om oplossingen die goed toepasbaar zijn in de gebouwde omgeving. We zien dat factoren zoals geluid, ruimte en betaalbaarheid daarin een steeds grotere rol spelen. Ons PVT-systeem is inmiddels concurrerend met traditionele warmtepompen en de vraag neemt snel toe. Met deze investering kunnen we verder opschalen en deze technologie nog breder beschikbaar maken.”

De overkapping van de Antwerpse Ring is bekroond met een Future Projects Award. ORG, het ontwerpbureau van intendant Alexander D’Hooghe, viel in de prijzen voor het ontwerpend werk, de ontwerpvisie, het ontwerpend co-creëren, de langetermijnvisie achter het project en de brede maatschappelijke meerwaarde die ermee wordt nagestreefd.
De Future Projects Award onderscheidt zich van klassieke architectuurprijzen. Het internationale vakblad The Architectural Review bekroont projecten die nog niet gerealiseerd zijn, maar wel een grote maatschappelijke en ruimtelijke impact kunnen hebben. Bij de beoordeling kijkt de jury nadrukkelijk naar ecologische, economische en sociale meerwaarde, met bijzondere aandacht voor toekomstige generaties. Die visie sluit nauw aan bij de ambities van het Ant-
werpse overkappingsproject. De Antwerpse Ring moet evolueren van een dominante verkeersinfrastructuur naar een groene ruggengraat voor de volledige stadsregio. Met nieuwe ringparken, publieke ruimtes en bijkomende verbindingen tussen wijken wil het project de leefkwaliteit, bereikbaarheid en samenhang binnen de agglomeratie aanzienlijk versterken.
Foto: door Stockphotos.com. Antwerpen.

In 2025 verleenden gemeenten vergunningen voor ruim 3 duizend tijdelijke woningen, 50 procent minder dan een jaar eerder. Van 2021 tot en met 2025 gaven ze vergunningen af voor 19 duizend tijdelijke woningen, vooral nieuwbouwwoningen (87 procent). Dit blijkt uit de laatste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het aantal tijdelijke woningen waarvoor gemeenten een vergunning verlenen, geeft aan hoeveel tijdelijke woningen er in de nabije toekomst ongeveer gebouwd gaan worden. Tijdelijke woningen zijn woningen die voor een bepaalde tijd, vaak maximaal 10 jaar, mogen worden gebouwd, volgens het bouwbesluit.
Tijdelijke woningen kunnen als nieuwe woningen worden gebouwd, of ze kunnen door verbouw ontstaan, bijvoorbeeld door de verbouwing van een kantoorpand naar tijdelijke appar tementen.
Tijdelijke woningen zijn bedoeld als antwoord op de knellende woningmarkt, en zijn vooral bestemd voor mensen die moeilijk aan woonruimte kunnen komen. Ze kunnen relatief snel gebouwd worden omdat hiervoor minder strikte regels gelden, bijvoorbeeld op locaties waar tijdelijk geen andere bestemming voor is.
Meeste tijdelijke woningen niet voor bepaalde doelgroep
De tijdelijke woningen waarvoor gemeenten een
vergunning afgeven zijn bestemd voor verschillende doelgroepen. Veel projecten zijn zelfs bedoeld voor meerdere groepen tegelijker tijd; een gemengde doelgroep. In 2025 waren meer dan duizend tijdelijke woningen bestemd voor een gemengde doelgroep, dat is bijna vier keer zo veel als in 2021. Van doelgroepen die wel bekend zijn, is de groep van statushouders en vluchtelingen, waaronder ook Oekraïners, het grootst. In 2025 waren 707 tijdelijke woningen voor hen bedoeld,
dat is drie keer zo veel als in 2021.
Het aantal tijdelijke woningen bestemd voor studenten, uitstroom vanuit een opvang en spoedzoekers is afgenomen. In 2025 waren 165 vergunde tijdelijke woningen voor deze groepen bestemd, in 2021 nog 855. Deze doelgroepen vallen nu mogelijk onder de gemengde doelgroep.
Gemeenten in Zuid-Holland vergunden de meeste tijdelijke woningen
In provincies met meer inwoners worden vaak meer vergunningen verleend voor de bouw van tijdelijke woningen dan in provincies met minder inwoners. In Zuid-Holland werden in 2025 de meeste tijdelijke woningen vergund, namelijk 784. In Flevoland en Zeeland is dit het laagst, per provincie nog geen 40.
In de laatste vijf jaar zijn in Noord-Brabant voor de meeste tijdelijke woningen vergunningen verstrekt. Vaak wordt er in een keer een grootschalig project met veel tijdelijke woningen vergund, waarna er een tijdlang minder wordt vergund.
In een tijdelijke woning kunnen meerdere huishoudens wonen, omdat een woning uit meerdere onzelfstandige woonruimten kan bestaan. Dit zijn bijvoorbeeld verschillende woonruimten die samen een keuken delen, zoals studentenhuizen, of woonruimten in een zorgcomplex die samen als een verblijfsobject tellen.
Foto: door Stockphotos.com. Tijdelijke woningen in Amsterdam.

TBI en Groene Bouwmaterialen hebben een raamovereenkomst gesloten om het gebruik van biobased en circulaire bouwmaterialen verder te vergroten. Met deze overeenkomst versnellen de TBI-ondernemingen de toepassing ervan in de bouwpraktijk.
De overeenkomst is een volgende stap in de samenwerking tussen TBI en Bio Bouwgroep, het moederbedrijf van Groene Bouwmaterialen. Daarmee leggen de par tijen de basis voor bredere toepassing van biobased en circulaire materialen binnen TBI. De eerste toepassingen van biobased en circulaire materialen binnen TBI vonden plaats bij Hazenberg en Nico de Bont. Inmiddels worden biobased isolatiematerialen breed toegepast in projecten, zoals het bezoekerscentrum Wielewaal in Eindhoven en
Huis te Manpad in Heemstede. Ook ontwikkelden de par tijen gezamenlijk een biobased daksysteem en een biobased beganegrondvloer
Dankzij de nieuwe raamovereenkomst kunnen naast Hazenberg nu alle TBI ondernemingen, waaronder J.P. van Eesteren, ERA Contour, Koopmans en Rutges Vernieuwt, sneller en onder gunstige voorwaarden beschikken over de juiste biobased en circulaire materialen. Daarmee wordt het eenvoudiger om duurzame keuzes structureel mee te nemen in projecten
en het gebruik verder te laten groeien. Ruud Schapendonk – Hazenberg | TBI: “Biobased isolatiematerialen zijn inmiddels de standaard in onze renovatieprojecten. Met deze samenwerking borgen we de continuïteit én dragen we bij aan verdere opschaling in de keten.”
De samenwerking tussen TBI en Bio Bouwgroep gaat verder dan inkoop alleen. Eind 2025 trad TBI Zebra toe tot de coöperatie Bio Bouwgroep en daarmee ondersteunt TBI de verdere ontwikkeling van het kennis- en retailplatform. Zo maken de par tijen biobased en circulair bouwen stap voor stap steeds vanzelfsprekender in de dagelijkse bouwpraktijk.















Gemaak t voor sl im comfor t & controle. Slimme verwarming, eenvoudig gemaak t.








TNO heeft een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van zonne-energie. Door zonne-energie beter te integreren in gebouwen, ontstaat meer ruimte voor duurzame elektriciteitsopwekking zonder extra beslag op landschap of infrastructuur.
Onderzoekers van TNO hebben met succes een perovskiet-zonnemodule op folie op een dakpan aangebracht. De dakpan-zonnemodule heeft ondanks de gebogen vorm, een enerbelangrijke stap om zonne-energie beter te integreren in de gebouwde omgeving. Zo ontstaat meer ruimte voor duurzame elektriciteitsopwekking, zonder extra beslag op landschap of infrastructuur
EERSTE FLEXIBELE PEROVSKIE T ZO NNE - DAKPAN TER WERELD
De perovskiet-zonnemodule op buigzame folie is in samenwerking met ASAT B.V. aangebracht op een gebogen kunststof dakpan. Metingen laten zien dat het buigen van de module op de dakpan slechts een beperkt effect heeft op het rendement. De afzonderlijke modules haalden een energie-efop een gebogen dakpan bleef 12,4 procent behouden.
Deze doorbraak is belangrijk omdat de gebruikte materialen en processen direct toepasbaar zijn in de industrie: ze werken onder normale omstandigheden en zijn geschikt voor maatwerk en grootschaligele zonnefolies.
TNO heeft hiermee de volledige ontwikkelroute doorlopen: van kleine testcellen in het lab tot 10 centimeter, tot uiteindelijk een perovskiet zonne-dakpan die direct toepasbaar is in de praktijk.
De dakpan is het resultaat van samenwerking binnen het TNO Solar Programma, waarin exper tise samenkomt op het gebied van materiaalontwikkeling, productietechnieken en testen. Het project is uitgevoerd met Nederlandse en Europese partners en ondersteunt de ambitie om de zonne-maakindustrie in Nederland en Europa te versterken.
“De nauwe samenwerking tussen nationale en Europese projecten stelt ons team in staat om de perovskiettechnologie verder te brengen richting een volledig roll-to-roll productieplatform. We werken eraan om te laten zien wat
wanneer het volledig roll-to-roll wordt geproduceerd”, zegt Dogan. De ontwikkeling sluit aan bij bredere doelen op het gebied van energietransitie, duurzaamheid en energiezekerheid.
TNO werkt de komende periode verder aan het verbeteren van de levensduur, betrouwbaarheid en opschaalbaarheid van de technologie. Daarmee wordt de basis gelegd voor perovskiet-zonnemodules hun weg kunnen vinden naar commerciële toepassingen. TNO heeft 11 maar t jl. de spin-out Perovion Technologies opgericht om deze commercialisatie mede te realiseren.
De ontwikkeling van dit prototype is onderdeel van het project ‘Solar maakindustrie naar Brabant, Solliance 2.0’ met ondersteuning vanuit de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast is
rizon Europe programma van de Europese Unie voor het project LUMINOSITY*. Het werk is mede uitgevoerd
Groeifondsprogramma SolarNL.
Foto: door TNO

Om in te spelen op de groeiende vraag naar biobased materialen kondigde BEWI IsoBouw tijdens de Renovatiebeurs aan dat het assortiment wordt uitgebreid met hennep-isolatiesystemen. Deze systemen bieden overheden, corporaties en overige opdrachtgevers de mogelijkheid om laagdrempelig invulling te geven aan het Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) en de daaruit voor tkomende convenanten.
Hennep is een snelgroeiend rustgewas, dat vrijwel op elke bodem kan worden geteeld zonder de inzet van pesticide of grote hoeveelheden bemesting. De verwerking van hennepvezels tot isolatiemateriaal is eenvoudig en gaat gepaard met een zeer lage CO2-uitstoot. Sterker nog, hennepisolatie bindt meer CO2 in het materiaal dan er tijdens de productie vrijkomt.
Dankzij de lokale beschikbaarheid, de uitstekende milieuprestatie en de sterke producteigenschappen behoor t hennepisolatie tot de meest gewaardeerde biobased isolatiematerialen.
SAMENWERKING ME T EK OL UTIO N
De levering van hennep-isolatiesystemen is het resultaat van een samenwerking tussen BEWI en Ekolution. Dit bedrijf is een Europese koploper in de productie van hennep-producten.
Dankzij hun exper tise beschikt de door BEWI IsoBouw geleverde hennep over uitstekende producteigenschappen, waaronder een uitzonderlijk lage CO2-emissie.
Nieuwe biobased isolatiesystemen Onder de naam BEWI Hemp worden deze zomer als eerste isolerende hennep-dekens geïntroduceerd. Later dit jaar volgen meerdere biobased productinnovaties. Tijdens de beurs werden hiervan al enkele prototypes getoond, waaronder een volledig biobased zolderisolatie-systeem voor het isoleren van een hellend dak aan de binnenzijde.
Voor het na-isoleren aan de buitenzijde werden twee oplossingen gepresenteerd, waaronder een volledig biobased systeem op basis van BEWI Hemp voor daken met een dragend dakbeschot.
Met een nieuwe identiteit en een aangescherpte positionering versterkt Valtilon Infrastructure Par tners zijn positie op de Europese markt. De herpositionering, die pan-Europees wordt uitgerold, verankert de koers van de onderneming als specialist in het verwerven en beheren van strategische grond- en dakposities onder vitale digitale en energie-infrastructuur in Europa.



H YBRIDE DAKELEMENT : COMBINATIE EPS EN HENNEP
De meest opvallende innovatie was een hybride dakelement waarin EPS en hennep worden gecombineerd. Dit element verenigt de drukvastheid, constructieve sterkte en hoge isolatiewaarde van EPS met de biobased eigenschappen van hennep. De gepatenteerde renovatieplaat kan vrijdragend worden toegepast op bestaande (geïsoleerde) daken en is voorzien van een waterkerende en overlappende folie, een optionele lekwaterafvoer naar de goot en een optionele noodwaterafdichting bij de nok.
Foto: door BEWI IsoBouw
Hoewel Asteria in de markt vooral werd geassocieerd met telecomlocaties en mastgerelateerde grondposities, omvat het portfolio van Valtilon Infrastructure Partners inmiddels een breder infrastructuurspectrum. Het bedrijf verwerft en beheer t vandaag de dag strategische vastgoedposities voor datacenters, glasvezelnetwerken, digitale billboards, zonneparken, energieopslag (batterijen) en laadinfrastructuur. Die divervan de operationele praktijk; met de nieuwe naam en positionering wordt deze nu ook consistent doorver taald in de marktcommunicatie en merkidentiteit.
Valtilon Infrastructure Par tners speelt direct in op een groeiende marktvraag: Europese digitale en energienetwerken schalen snel op en vragen om betrouwbare, institutionele par tijen die de onderliggende grond- en dakposities professioneel beheren.
De markt voor monumentale woningen groeit stevig door. In 2025 verkochten NVM-makelaars ruim 3.100 monumentale woningen, het hoogste aantal in de afgelopen 25 jaar. Dit betreft 1,9% van alle woningverkopen in Nederland. De monumentenmarkt beweegt grotendeels mee met de reguliere woningmarkt, maar kent duidelijke eigen kenmerken: monumenten staan langer te koop en kopers zijn gemiddeld ouder, al verjongt deze groep wel. Ook verduurzaming speelt een steeds grotere rol. Dit hangt samen met het energielabel dat per 29 mei 2026 ook voor monumenten bij verkoop en verhuur verplicht is. Een en ander blijkt uit nieuw onderzoek van NVM-dochter brainbay met het Nationaal Restauratiefonds en NVM-makelaars gespecialiseerd in monumentaal vastgoed.
Volgens Anneke Haak-Bronsema, bestuurder NVM Vakgroep Wonen, zijn er veel uitdagende ontwikkelingen op de monumentenmarkt: “Monumentale woningen ver tegenwoordigen niet alleen woonwaarde, maar ook cultureel erfgoed. Tegelijker tijd verander t de markt zichtbaar. Het aantal verkopen groeit, de kopersgroep verjongt iets en verduurzaming krijgt een steeds prominentere plaats. Daarbij is het belangrijk dat we monumenten blijven beoordelen met oog voor hun unieke karakter en niet uitsluitend op generieke standaarden.”
ENERGIELABELPLICH T MONUMENTEN
Een grote verandering voor monumenten is de recente invoering van de energielabelplicht. Sindsdien moeten ook monumenten bij verkoop of verhuur beschikken over een energielabel. Nu heeft naar schatting van de

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
woningen een geregistreerd energielabel. Toch is verduurzaming binnen de monumentensector al volop in beweging. In 2025 had ruim de helft van de verkochte monumentale woningen al een energielabel. Van deze gelabelde of beter. Hierbij past als kanttekening dat huidige uitgegeven labels een (te) positief beeld schetsen, omdat deze vooral worden aangevraagd om aan te tonen dat er al verduurzaamd is. Ook uit onderzoek van het Nationaal Restauratiefonds blijkt dat monumenteneigenaren actief verduurzamen. afgelopen vijf jaar verduurzamingsmaatregelen genomen en overweegtpen te zetten.
NVM - MAKELAARS PLEITEN V OOR
MAAT
WERK
BIJ VERDUURZAMING
Gespecialiseerde NVM-makelaars zijn voorzichtig positief over de nieuwe
labelplicht, maar plaatsen wel kanttekeningen. Zij verwachten dat de verplichting verduurzaming verder stimuleer t, maar vrezen ook negatieve effecten op verkoopbaarheid en prijs. Veel monumenten behalen door hun bouwkundige kenmerken immers moeilijk een hoog energielabel, terwijl verduurzamingsmogelijkheden vaak beperkt zijn. Ook benadrukken ze dat verduurzaming van monumenten specialistische kennis en maatwerk vraagt. Het standaard energielabel sluit volgens hen nu nog onvoldoende aan op historische panden en doet onvoldoende recht aan de complexiteit van monumentaal vastgoed. “Natuurlijk is verduurzaming belangrijk,” aldus Haak-Bronsema. “Maar bij monumenten vraagt dat om een zorgvuldige afweging tussen energieprestaties, technische mogelijkheden en behoud van historische waarden. Juist daarom is specialistische begeleiding essentieel.”
Foto: door Stockphotos.com


Rijkswaterstaat heeft de renovatie van de Drechttunnel gegund aan DSH, een combinatie van Dura Vermeer, SPIE en Heijmans. Met bijna
zodat deze ook in de toekomst veilig en beschikbaar blijft. De oeververbinding onder de Oude Maas is met dagelijks 155.000 voer tuigen onderdeel van de druk bereden A16 corridor. En een belangrijke route voor internationaal goederenvervoer.
Het getekende contract omvat de vernieuwing van alle technische installaties en de systemen voor bediening, bewaking en besturing van de Drechttunnel. Het beton, asfalt en de plafondconstructie worden ook aangepakt.
Na de renovatie blijft combinatie DSH betrokken voor het tunnelonderhoud. De opdracht voor de renovatie en het meerjarig onderhoud van de Drechttunnel is gegund voor 233 miljoen. Nu de gunning formeel is, star t de

doorgrondingsfase. In deze periode van 15 maanden gaat combinatie DSH aanvullende onderzoeken doen, -
ringsplan opstellen. De opdrachtnemer krijgt zo na gunning meer tijd en informatie om onzekerheden in en risico’s van het project te onderzoeken, zodat de prijs en risicoverdeling beter afgestemd kunnen worden.
Rijkswaterstaat werkt voor de vernieuwing van meerdere Zuid-Hollandse tunnels met een por tfolioaanpak, die een andere manier van samenwerken met de markt stimuleer t en bijdraagt aan meer continuïteit. Als de samenwerking en doorgrondingsfase van de Drechttunnel voorspoedig verloopt, wordt de onderhandeling over de vervolgopdracht gestar t; de Sijtwendetunnel in Leidschendam-Voorburg (N14). Het eerste por tfolio, waaraan inmiddels een marktpar tij is verbonden, bestaat uit de renovatie van de Noordtunnel (A15), Beneluxtunnel (A4) en Tweede Heinenoordtunnel (A29).
Foto: door Rijkswaterstaat.
Gemeenten en provincies maken zich grote zorgen over de bereikbaarheid van Nederland. Wegen, bruggen, viaducten, sluizen, tunnels, gemalen en kades zijn aan groot onderhoud en vervanging toe. Daarvoor moeten gemeenten en provincies de komende decennia gemiddeld € 1,5 miljard per jaar investeren.
Om dat mogelijk te kunnen maken moet er jaarlijks geld bij. Komt dat extra geld er niet, dan gaan inwo-last ervaren doordat bijvoorbeeld bruggen en viaducten langere tijd afgesloten moeten worden. Provincies en gemeenten staan aan
van de infrastructuur van Nederland. Veel infrastructuur is verouderd en vraagt om onderhoud of vervanging. Ook hebben gemeenten -
gere kosten als gevolg van zwaarder wordend goederen- en personenverkeer, klimaatverandering en toenemende eisen op het gebied van veiligheid en duurzaamheid. Zonder een ophoging van het gemeente- en provinciefonds dreigen wegen en bruggen voor langere tijd afgesloten te moeten worden. Een onwenselijke situatie die de bereikbaarheid van dorpen en steden raakt maar ook de regionale
economie. Dit blijkt uit gezamenlijk onderzoek van provincies en gemeenten met medewerking van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Nieuw in dit onderzoek zijn geïnspecteerde kademuren. De meeste kademuren zijn zo’n 40 tot 50 jaar oud en aan het einde van hun levensduur. Provincies en gemeenten benadrukken dat de ontwikkeling van het gemeentefonds en provinciefonds de stijgende kosten voor infrastructuur onvoldoende bijhoudt. Hierdoor is er onvoldoende geld beschikbaar voor onderhoud en vervanging, laat staan dat er ruimte is voor de uitbreiding van het wegennet.
De impact van klimaatverandering op de gebouwde omgeving wordt steeds duidelijker. Hittegolven worden frequenter en langduriger, nachttemperaturen stijgen en hittestress in de stad (het hitte-eilandeffect) zijn groeiende problemen. Woningen en gebouwen moeten aangepast worden om zowel oververhitting als onnodig energieverbruik voor koeling te beperken. Dat is de belangrijkste conclusie uit onderzoek in opdracht van TKI Urban Energy en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
“Als je toch aan de slag gaat, neem dan alles mee,” zegt Guus Mulder van TKI Urban Energy. “Idealiter gaan verduurzaming en hittebestendigheid hand in hand. Als veelgebruikte verduurzamingsmaatregelen slim worden gecombineerd, kunnen ze zowel de energietransitie ondersteunen als hittebestendigheid vergroten, bijvoorbeeld door buitenzonwering standaard onderdeel te maken van
het verduurzamingspakket.” Klimaatadaptatie is daarmee een onmisbare pijler van de energietransitie geworden. TKI Urban Energy en RVO vroegen Nieman Raadgevende Ingenieurs om te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om oververhitting en extra koelbehoefte te voorkomen. Het onderzoek combineer t de nieuwste klimaatscenario’s van het KNMI met gedetailleerde analyses van de

warmteontwikkeling in en rondom gebouwen. Hierbij is gekeken naar bestaande woningen, en hoe verschillende verduurzamingsmaatregelen het binnenklimaat beïnvloeden in verschillende scenario’s. Het onderzoek toont aan dat passieve en actieve koeling cruciaal zijn in het steeds warmer wordende klimaat, en explicieter moeten worden meegenomen bij het verduurzamen van het gebouw. Het rappor t waarschuwt ook: de huidige normen die we gebruiken voor het ontwerpen van gebouwen houden onvoldoende rekening met hogere temperaturen in de zomer. Het risico daarvan is dat ook verduurzaamde woningen te heet worden bij zomerse omstandigheden.
Woningen die beter zijn geïsoleerd dan de isolatiestandaard hebben een kleinere koelbehoefte. Maar zelfs dan moeten aanvullende warmtewerende maatregelen getroffen worden. Anders wordt het simpelweg te warm in deze woningen, en dat is slecht voor de gezondheid van de bewoners. Om de kans op oververhitting in woningen door hogere buitentemperaturen te verminderen, zijn er op basis van de ladder van koeling meerdere mogelijkheden. Het koelen van de buitenruimte met bijvoorbeeld schaduw van bomen en het aanbrengen van passieve maatregelen, zoals zonwering, vormt daarbij de basis. Het aanbrengen van actieve koeling, zoals airconditioning, is het sluitstuk. Op deze manier kan het energiegebruik voor koeling zoveel mogelijk worden beperkt. Buitenzonwering is essentieel om de energiebehoefte van actieve koelsystemen te verminderen en het thermisch comfor t te verbeteren, zo blijkt uit het onderzoek. Buitenzonwering kan de koelbehoefte tot factor 2 tot 3 verlagen ten opzichte van een woning zonder zonwering. Woningen zonder buitenzonwering kunnen tot 2362 kWh th per jaar aan koelenergie
verbruiken in 2050, terwijl dit met buitenzonwering kan dalen naar 974 kWh th, aldus het onderzoek. In stedelijke gebieden en bij ongunstig georiënteerde gebouwen zijn passieve maatregelen zoals zonwering en slimme ventilatie helaas vaak onvoldoende. Daarbij is aanvullend actieve koeling onvermijdelijk. Met een airconditioning bijvoorbeeld kan de binnentemperatuur zowel gedurende de dag als in de nacht effectief verlaagd worden. Maar airco’s werken contraproductief doordat zij de buitentemperatuur rond de woning verder verhogen. Met name op plekken waar ook een hitte-eiland effect speelt is dit niet wenselijk. Ook is het energiegebruik van airconditioners hoog. Dat is op een zomerse dag met een hoge opbrengst van zonnepanelen niet zo’n probleem, maar in de avond en nacht is deze zonnestroom er niet en kan het grootschalige elektriciteitsgebruik ervan een probleem vormen op het elektriciteitsnet.
BELEIDSMATIGE AANBEVELINGEN
“De huidige standaarden en methoden waarmee we gebouwen verduurzamen zijn niet berekend op de opwarming die we nu al meemaken, en zeker niet op toekomstige opwarming,” voegt Mulder toe. “Klimaatadaptatie moet een expliciete rol krijgen in verduurzamingsstrategieën, om beter in te spelen op hittestress en om de stijgende energievraag voor koeling te beperken.” Daarom doet Nieman ook aanbevelingen voor een herziening van bouwregelgeving en normen omtrent verduurzaming. Zo pleiten de onderzoekers ervoor om warmtewerende maatregelen in bouwregelgeving op te nemen, met aandacht voor nachttemperaturen die door hetnen stijgen. Ook moet de klimaatreferentie in de bouwregelgeving worden geactualiseerd om de toekomstige uitdagingen van hittestress en koelbehoefte beter te adresseren.
Bron: Nieman Raadgevende Ingenieuws. Foto: door Stockphotos.com
‘Drones in de bouw ’ naar tweede fase
Bouwend Nederland zet samen met par tners vervolgstappen in de ontwikkeling van dronetoepassingen binnen de bouwlogistiek. De eerste fase van het landelijke onderzoeksproject ‘Drones in de bouw’ is inmiddels afgerond; de tweede fase is gestar t.
Het onderzoek richt zich op de vraag hoe drones kunnen bijdragen aan
werken in de bouwsector. In een introductievideo worden de belangrijkste resultaten en inzichten uit de eerste onderzoeksfase toegelicht.
H AALBAARHEID CENTRAAL
Tijdens de eerste fase lag de nadruk op het verkennen van de technische mogelijkheden van drones op de bouwplaats. Onderzocht werd welke materialen geschikt zijn voor transpor t per drone en onder welke omstandigheden dit veilig kan plaatsvinden. Daarbij zijn verschillende testvluchten uitgevoerd, waaronder materiaaltranspor ten en landingen op gebouwen.
De praktijktesten leverden waardevolle inzichten op voor de verdere ontwikkeling van dronetoepassingen in de bouw. Daarnaast is gekeken naar de praktische meerwaarde en beperkingen van dronegebruik, onder meer op het gebied van veiligheid, toepasbaarheid en impact op het bouwproces.
T WEEDE FASE : TO EPASSING IN REALISTISCHE BOUWOMGEVING
In de tweede onderzoeksfase verschuift de focus naar inzet van drones binnen een operationele bouwomgeving. Onderzocht wordt onder meer hoe drones kunnen bijdragen aan intern transpor t van materialen en aan het verminderen van de belasting van traditionele logistieke middelen, zoals bouwliften. Ook worden de effecten op veiligheid, arbeidsproductiviteit en emissieloos bouwen in kaar t gebracht. Parallel hieraan verkennen

de betrokken par tijen de inzet van drones binnen de bredere bouwketen, bijvoorbeeld voor transpor t tussen een bouwhub en een bouwproject. Daarmee wordt toegewerkt naar grootschaliger toepassing van drones in de sector
SAMENWERKING TUSSEN
KENNIS EN PRAKTIJK
Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met onder andere Antea Group, Topsector Logistiek en diverse marktpar tijen. Van Omme & De Groot is nauw betrokken bij de uitvoering van de praktijktesten. Door de samenwerking tussen brancheorganisaties, kennispar tners en bouwbedrijven worden praktijkervaringen direct ver taald naar toepasbare inzichten. Het uiteindelijke doel is om leden van Bouwend Nederland concrete handvatten te bieden voor de inzet van drones: wanneer toepassing meerwaarde biedt, welke randvoorwaarden gelden en hoe implementatie in de praktijk kan worden gestar t.
Foto: door ChatGPT
Er zijn in het eerste kwar taal van 2026 vergunningen afgegeven voor de bouw van 23.500 nieuwbouwwoningen, 900 minder dan het vierde kwar taal van 2025. Het zijn er wel 4.700 meer dan hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe kwar taalcijfers over de bouw. Daarnaast zijn er voor 5.200 nieuwe bedrijfsgebouwen vergunningen afgegeven. Dat zijn er 1.100 meer dan een jaar eerder.
In het eerste kwar taal van 2026 zijn 13.700 nieuwbouwwoningen bijgebouwd, 1.800 minder dan een jaar eerder. Er zijn 2.800 woningen gesloopt en 2.400 woningen zijn onttrokken aan de woningvoorraad door verbouwingen of doordat ze een andere bestemming hebben gekregen. Door verbouw zijn er 4.800 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. In totaal zijn er 13.400 woningen bijgekomen. Dat zijn er 2.800 minder dan een jaar eerder. Er zijn in het eerste kwar taal 4.200 bedrijfsgebouwen nieuw bijgebouwd. In 2025 kwamen
er in hetzelfde kwar taal nog 3.300 nieuwe bedrijfsgebouwen bij.
Het aantal nieuwbouwwoningen waarvoor een vergunning is verleend maar die nog niet zijn opgeleverd –de woningen in de pijplijn– is het eerste kwar taal van 2026 vergeleken met een kwar taal eerder met 9.800 gestegen naar 226.600. De laatste jaren worden er meer woningen vergund dan gebouwd, gecorrigeerd voor het aantal afgeblazen bouwprojecten. Het aantal bedrijfsgebouwen in de pijplijn
steeg het eerste kwar taal ten opzichte van een kwar taal ervoor met 900 naar 45.800.


Renovatie, nieuwbouw of hoogbouw: compacte, e ciënte en praktisch toepasbare ventilatieoplossingen maken het verschil. Met bewezen systemen en voortdurende innovatie ondersteunt Brink installateurs en adviseurs bij elke opgave. Excellente lucht past overal.

De VNG wil op basis van praktijkervaringen de impact van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) op de inzet en organisatie van de VTH beter in beeld brengen. Deze aanvullende monitoring en evaluatie moet ook worden meegenomen in besluitvorming over eventuele nieuwe aanpassingen van de wet.
Sinds 1 januari 2024 is het toezicht voor bouwwerken in gevolgklasse 1 (nieuwbouw van eenvoudige bouwwerken) verschoven van de gemeente naar de private kwaliteitsborger. Bij de invoering van Wkb is afgesproken dat de formele eindevaluatie 3 jaar na inwerkingtreding van de wet wordt voorzien. Op aandringen van de Eerste Kamer heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) naast de monitoring ook tussenrappor tages per jaar toegevoegd, waaronder die voor de zomer van 2026 op basis van 2025. De VNG vindt de informatie die uit de monitoring volgt nog onvoldoende doordat de Wkb naar verwachting pas dit jaar echt op gang komt. Daarnaast is het de vraag of de uitkomsten voldoende input geven om een goede eindevaluatie te maken.
Ook constateer t de VNG een groot
verschil in hoe de diverse betrokkenen de impact en het resultaat van de Wkb-uitvoering verwoorden. Dit komt doordat gemeenten, BWT professionals en bijvoorbeeld de TloKB (Toelatingsorganisatie KwaliteitsBorging) vanuit verschillende belangen, rollen en verantwoordelijkheden kijken naar dezelfde praktijk.
Die uiteenlopende invalshoeken verklaren de verschillen in perceptie, maar bemoeilijken tegelijker tijd het zicht op de gezamenlijke opgave en
Betere bouwkwaliteit realiseren tegen lagere maatschappelijke en opdrachtgeverskosten hoor t het doel te blijven. In de notitie ‘Drie perspectieven op de dezelfde Wkb’ heeft VNG de verschillen, overeenkomsten en omissies vanuit 3 onderzoeken op een rij gezet. De VNG wil, in samenwerking met de Vereniging BWT Nederland en andere
par tners, het functioneren van het stelsel in kaar t brengen met een uitgebreide analyse van praktijkcasussen, zowel succesvolle projecten als problematische situaties. Deze casussen worden geselecteerd uit een vanuit gemeenten opgestelde signalenlijst. Hiermee willen we een helder beeldsatorische impact voor gemeenten, aannemers en initiatiefnemers, als noodzakelijk onderdeel richting de het najaar van 2027.
De huidige tussenrappor tages zijn volgens de VNG meer een overzicht van lopende praktijkinzichten. Daarnaast loopt ook nog het onderzoek conform ar t 2 Gemeentewet dat nodig is voor besluitvorming rond de tijdelijke en van de Wkb. In dat onderzoek werken we met nadere vragen om inzicht te krijgen wat de praktijk van handhaving binnen de Wkb aan tijd kost en wat gemeenten daarbij aanvullend nodig hebben aan acties en capaciteit.


De sloophamer is gewoonlijk het lot van tijdelijke gebouwen. Maar dankzij slim uitvragen (ontwerpeisen en wijze van vergoeden) heeft het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor de tijdelijke rechtbank in Amsterdam een tweede leven weten te bedingen.
Het gebeur t niet vaak dat één gebouw twee keer wordt gebouwd. Maar dat is precies wat het RVB met de tijdelijke rechtbank in Amsterdam voor ogen had. ‘Normaal gesproken zou zo’n tijdelijk pand na het voltooien van de nieuwbouw worden gesloopt. Nu kozen we voor een circulaire aanpak,’ zegt Louise Attema, projectleider bij het RVB. ‘De opdrachtnemer was verantwoordelijk voor ontwerp, bouw, demontage en hergebruik.’
Tien jaar na de eerste oplevering begint het gebouw nu aan een tweede leven in Enschede als onderdeel van het Kennispark Twente. ‘We wilden afval voorkomen’, zegt Fokke van Dijk, adviserend architect bij het RVB. Om dat te bereiken, moest er anders gebouwd worden. ‘Geen spijkers, maar schroeven en bouten. De rechtbank was opgebouwd uit schroefbare staalconstructies, demontabele kanaalplaten (betonnen vloerdelen, red.) en houtskeletbouwgevels. Uiteindelijk kregen door deze aanpak bijna alle materialen een tweede leven. Alleen de loopbrug vond geen nieuwe bestemming.’ Zelfs de cellen kregen in hun nieuwe functie als vogelhuisjes nieuwe bewoners.
Het tijdelijke gebouw was geen onderdeel van de nieuwbouw van de rechtbank. Het RVB koos bewust voor een aparte aanbesteding om par tijen aan te trekken die gespecialiseerd zijn in circulaire oplossingen. ‘Zo konden wij en de markt de aandacht volledig richten op deze opgave’, legt Attema uit. Een haalbaarheidsstudie door de TU Delft hielp realistische eisen te stellen.
Foto: door RVB, cepezed



De eisen rondom ventilatie veranderen in een tempo dat veel installatiebedrijven nauwelijks kunnen bij-
kor t het Binnenklimaatlabel en wie in de woningbouw werkt, krijgt te maken met een stapel normen die per project anders uitpakt.
Spirair Luchttechniek uit Nijkerk maakt zich al ruim der tig jaar hard voor goede ventilatie en helpt installateurs om te voldoen aan de hoge standaarden. Niet alleen door de juiste materialen te leveren, maar vooral door mee te denken - vanaf de eerste tekening tot ver na de oplevering.
O VER SPIRAIR
Spirair Luchttechniek is opgericht in 1992 en gespecialiseerd in ventilatieoplossingen voor scholen, kantoren
en grote woningbouw. Ze leveren niet alleen alle materialen voor een ventilatieproject, maar onderscheiden zich vooral als kennispar tner. Installateurs nemen contact op en samen lossen ze complexe vraagstukken op: welke unit past in deze krappe inbouwruimte, hoe haal ik de strenge geluidseisen en welke regeling is eigenlijk van kracht bij deze situatie?
Verantwoordelijk voor de verkoop is Dennis Pothoven, commercieel directeur. Hij is de derde generatie binnen
het familiebedrijf en praat ons voor dit ar tikel bij over de ontwikkelingen in het ventilatievak.
“W AT IS NO U GOED VENTILEREN ?”
Het is misschien wel de meest gestelde vraag die Dennis krijgt van installateurs. “Ik krijg deze nog steeds heel vaak. Maar ook weten veel installateurs niet welke debieten ze moeten aanhouden en hoe ze aan bepaalde geluidseisen kunnen voldoen,” ver telt hij. “En het is niet zo dat deze instal-


1. Prioriteitsregeling op koel- & verwarmingsvraag
Spirair bouwt op dit moment aan een uitbreiding op de Airgenio-regeling van de Alfa 95 Flat SQ met DX-batterij. De unit reageer t dan
ook op een koelvraag. “Een ingebouwde airco-stand,” noemt Dennis het. “Daarmee benut je de koel- en verwarmingscapaciteit die er toch al in zit veel beter.” De optie komt in de toekomst standaard op de regeling en is met een knop te activeren.
2. Het binnenklimaatlabel
Naast het bekende PvE Frisse Scholen, is sinds kor t het Binnenklimaatlabel voor kantoren gelanceerd. Deze richtlijnen en eisen zorgen er, net als op scholen, voor dat ook kantoren worden voorzien van gezonde binnenlucht. Mocht je hier meer over willen weten, neem dan contact op met Spirair via de QR-code onderaan dit ar tikel.
3. Lever tijden en prijzen
De wereld is nog altijd onrustig en grondstofprijzen blijven schommelen. Dennis geeft advies: “Hou rekening met langere lever tijden van units en materialen, maar ook met hogere prijzen. Wij adviseren onze klanten een kleine marge op materialen in te bouwen en altijd een einddatum op een offer te te vermelden.”
lateurs slecht zijn in hun vak. Er zijn gewoon zoveel verschillende eisen in verschillende situaties, dat het onmogelijk is om hier altijd van op de hoogte te zijn. Het goed willen doen, brengt zo een hoop onzekerheid met zich mee.
Daarnaast speelt het ook mee dat erleiding is voor ventilatietechniek. Veel installateurs kunnen een hoop, maar missen daardoor de echte diepgaande kennis. En zeker omdat de wettelijke eisen rondom ventilatie steeds strenger worden én voor elk type project verschillen, is het belangrijk dat installateurs gebruikmaken van specialistische kennis. Een project op een school kan om een volledig andere aanpak vragen dan bijvoorbeeld in woningbouw, je moet echt weten wat je doet.”
“Ik krijg nog steeds heel vaak de vraag wat nou goed ventileren is en aan welke eisen de ventilatie moet voldoen. Het is voor de meeste installateurs onmogelijk om op de hoogte te zijn van alle eisen en wetten die om de haverklap veranderen.”
Zo’n verandering in eisen en wetten rondom wetgeving is lastig, maar vaak pakt het wel goed uit. Dennis ver telt: “Neem nou bijvoorbeeld de verplichting van een CO2-meter in
klaslokalen, die in juli 2025 werd doorgevoerd. Voor veel schoolbesturen was dit hét moment om naar het hele ventilatiesysteem te kijken, niet alleen naar die meter aan de wand. In veel gevallen bleek de luchtkwaliteit ver onder de maat te zijn, waardoor we merkten dat veel scholen hier iets aan wilden doen.”
Dennis grapt: “Dit is natuurlijk leuk voor onze omzet, maar we waren vooral blij om te zien dat er eindelijk echt aandacht is voor een gezond binnenklimaat en dat er ook actie wordt ondernomen. Want nu wordt pijnlijk duidelijk dat op het overgrote deel van de Nederlandse scholen de luchtkwaliteit niet voldoende is. Zeker in een omgeving waar kinderen zijn en waar geleerd wordt, wil je gewoon dat het binnenklimaat op orde is.”
SCHOOLVENTILATIE : VA N PROEFOPSTELLING NAAR TERUGKERENDE KLANT
Zo’n schoolventilatieproject waar Spirair echt trots op is, is die samen met Van Dijk Installaties uit Dordrecht. Inmiddels al een paar jaar geleden, maar volgens Dennis wel het toonbeeld van een geslaagd schoolventilatieproject. “We verkochten toen net de nieuwe ALFA 95 Flat SQ en bouwden samen met Van Dijk een proefopstelling op één school. We zijn samen door de opstar tfase gegaan en hebben een paar groeipijnen meegemaakt - dingen die je pas tegenkomt als zo’n unit echt draait in een schoolomgeving. Die hebben we opgelost en sindsdien hebben we met Van Dijk vijf of zes scholen succesvol opgeleverd.”
Zo’n decentrale opstelling met de SQunit werkt voor veel scholen prima. Compact, snel te installeren in de zomervakantie en geen lange kanalen door het gebouw. Maar Spirair lever t ook hybride opstellingen. Met diezelfde klant is afgelopen zomer een groter schoolgebouw opgeleverd waar centraal én decentraal worden gecombineerd. “Dat project bestaat uit twee panden, waarvan er ééntje een hoge vierkante doos is,” beschrijft Dennis. “Op het dak konden we prima

een centrale unit kwijt en in de hal was ruimte voor een bouwkundige schacht naar beneden. Voor dit gebouw was die combinatie gewoon de beste oplossing.” Het aansluitende pand was onder architectuur gebouwd met een gebogen stalen dak, hier is gekozen voor de decentrale oplossing.
“Schoolventilatie is echt een vak apar t. Je leer t het trucje niet door het één of twee keer met succes te installeren. Schoolventilatie vraagt om jarenlange kennis en exper tise.”
START JE PROJEC T ME T DE LA AT STE STAP
Voor Dennis is een belangrijk punt dat het werk niet stopt op de dag van oplevering. Onderhoud, monitoring via de cloud en vragen die opduiken na een seizoen draaien: het hoor t er allemaal bij. “Wij adviseren bij elk project: star t met nadenken over het onderhoud. Want je kan nog zo’n
vervolgens onmogelijk bij kan voor het onderhoud is je installatie praktisch
nutteloos. En elke klant die je tevreden achterlaat, is er eentje die terugkomt voor meer.”
STICH TING GEZ ON D BINNEN :
PRATEN ME T DE PA RTIJEN DIE ERTO E DOEN
Spirair is sinds 2025 par tner van Stichting Gezond Binnen, een initiatief vanuit de branchevereniging Binnenklimaat Nederland. De stichting zet zich landelijk in voor gezonde lucht in scholen, kantoren en woningen. “Je mag pas par tner worden als je aantoonbaar bezig bent met een gezond binnenklimaat,” ver telt Dennis. “De stichting praat met de overheid, met verzekeraars en met banken. Plekken waar wij als leverancier zelf niet komen, maar waar de beslissingen over regelgeving en subsidies wel vallen.”
Door dit par tnership zit Spirair dichter op nieuwe regelgeving en subsidieroutes en koppelt dat sneller terug aan hun klanten.
“Werk samen met par tijen die de techniek kennen én die meedenken
over wat past bij jouw project. Bel ons dus gerust voordat je met je project begint, zo denken we vanaf de eerste stap met je mee.”
Ventilatieproject? Spirair Luchttechniek staat klaar voor installateurs op elk moment in een project. Bel of mail gerust voor:
• Advies over de juiste unit voor scholen, kantoren of woningbouw
• Tips bij krappe inbouwruimtes en strenge geluidseisen
• Vragen over het PvE Frisse Scholen 2021, het Binnenklimaatlabel of subsidieroutes
• Sparren over een centrale, decentrale of hybride opstelling
• Onderhoud, monitoring via de cloud en service na oplevering
Of bezoek onze website door de QR-code te scannen.


Atlas is teruggekeerd uit Antwerpen, samen met het hemelgewelf dat hij moet dragen. Twee jaar geleden verliet hij voor het eerst in 350 jaar het dak van het Koninklijk Paleis Amsterdam. Hij moest voor onderhoud naar Vlaanderen.
Atlas en ook de andere beelden zijn gerestaureerd in het atelier van Derek Biront in Antwerpen. Een belangrijk onderdeel van de restauratie was het terugbrengen van de oorspronkelijke kleur. Dat is onder andere met notenschillen gebeurd. Ook heeft Biront een probleem opgelost dat Atlas al meer dan drie eeuwen par ten speelde.
VERLOST VA N ZIJN L AST
In de achttiende eeuw dreigden de beelden van hun sokkels te vallen omdat ze niet stevig en diep (60 centimeter) genoeg verankerd waren in het gebouw. De staken zijn toen doorgetrokken tot de dakgebinten (150 centimeter). Maar de methode van gestort puin vermengd met mor tel bleef behouden. ‘Het gevolg was dat het vocht niet weg kan’, zegt Biront. ‘Veel mensen denken er niet aan, maar er is altijd vocht in beelden. Het kan binnendringen door kleine scheur tjes en je hebt natuurlijk condensatie. Omdat het beeld gevuld was, kon het vocht niet weglopen en verzamelde zich in kommetjes. Met vorst zet het dan uit en ontstaat er barstschade.’
Dat is telkens verholpen, maar de oorzaak werd niet weggenomen. Atlas (en de andere beelden ook) is nu door Biront van deze last verlost. Het puin is eruit. ‘Een deel bewaren we voor analyse. En een ander deel ligt op mijn oprit.’ Atlas is nu weer hol, net als na het gieten in de zeventiende eeuw. Door deze ingreep laat Biront Atlas ademen: het vocht kan weg. Het ‘gewapende beton’ is vervangen door roestvrijstalen stangen die de twee delen stevig met elkaar verbinden.



Door: Ronald van Bochove
Voor de meeste mensen is een entree vooral een vanzelfsprekend onderdeel van een gebouw. Je loopt naar binnen, de deur beweegt mee en zonder erbij stil te staan ben je binnen. Juist dat onopvallende gemak stond centraal bij de ontwikkeling van de nieuwe generatie draaideuren ‘Orbit TriSens’ van Boon Edam. De nieuwe draaideur is ontwikkeld voor omgevingen waar veiligheid, capaciteit, comfor t en duurzaamheid samenkomen. Volgens senior entreespecialist Johan Hagmolen of ten Have betekent de Orbit TriSens veel meer dan alleen een nieuwe draaideur. “Wij ontwerpen toegang zonder beperkingen of hinder. Een tochtwerende, seamless oplossing voor de klant.”
Slimme entree zonder obstakels:




Met de Orbit TriSens introduceer t Boon Edam een gepatenteerd drie-vleugelsysteem met intelligente schuifdeuren, ontworpen voor locaties waar dagelijks grote aantallen mensen passeren, zoals luchthavens, grote winkelcentra, stations, ziekenhuizen deur reageer t direct op bewegingen en drukte, zonder dat gebruikers bewust hoeven na te denken over hoe ze naar binnen gaan. Volgens Boon Edam vormt het systeem daarmee een doorbraak in entreeontwerp.
PILOT OP SCHIPHO L
De Orbit TriSens werd in nauwe samenwerking met Amsterdam Airpor t Schiphol ontwikkeld en getest. Niet op een afgelegen testlocatie, maar juist op een van de drukste plekken

van de luchthaven. Dat was bewust. “Als het daar slaagt, dan slaagt het eigenlijk overal,” zegt Hagmolen of ten Have. “Er zijn zoveel verschillende mensen die daar naar binnen gaan en daarmee krijgt de toegang een grote variëteit aan situaties te verwerken.” Het grootste compliment kwam volgens hem uiteindelijk van de gebruikers zelf. “Ze hebben niet eens in de gaten dat het een nieuwe entree is.”
En dat is volgens Boon Edam de bedoeling van het concept: een soepele en intuïtieve doorstroming waarbij de techniek vrijwel onzichtbaar blijft.
COMBINATIE DRAAI - EN SCHUIFDEUR
In de praktijk bleek vooral de capaciteit van traditionele draaideuren een uitdaging. Op drukke momenten ontstaan opstoppingen doordat gebruikers zich ophopen in één compar timent. Veiligheidssensoren grijpen dan in, waardoor deuren stilvallen en de doorstroming stokt. Voor een luchthaven is dat onwenselijk. De Orbit TriSens lost dit op met een slimme schuifdeurfunctie. Wanneer een segment te vol raakt, schuift een deurvleugel automatisch naar binnen weg zodat de stroom bezoekers kan geblokkeerd. Je kan doorlopen en de
Veiligheid speelde tijdens de ontwikkeling een belangrijke rol. Schiphol
zocht nadrukkelijk naar oplossingen voor noodsituaties waarbij grote groepen mensen snel moeten kunnen vluchten. De Orbit TriSens beschikt daarom over nooddrukknoppen waarmee alle deurvleugels direct naar binnen schuiven en een brede vluchtopening ontstaat.
De deur is bovendien voorbereid op toekomstige ontwikkelingen op het gebied van sensoren en AI-gestuurde detectie. “Denk aan systemen die automatisch herkennen wanneer een grote groep mensen nadert of wanneer iemand met een rolstoel, blindengeleidehond of loopstok de entree gebruikt. Hoewel dergelijke functies nog in ontwikkeling zijn, is de infrastructuur van de deur er al op voorbereid. Hij is dusdanig voorbereid dat je er eigenlijk alles mee kan doen wat je wilt, zolang de deur maar een signaal krijgt”, zegt Hagmolen of ten Have. Volgens Boon Edam past dit in een bredere ontwikkeling waarbij entrees niet langer alleen toegang bieden, maar actief reageren op hun omgeving. De Orbit TriSens “sense andstreeks geïnspireerd op natuurlijke systemen die realtime reageren op veranderende omstandigheden.
TRANSPARANT ONTWERP
Ook architectonisch wijkt de Orbit TriSens sterk af van traditionele draaideuren. Het systeem heeft doorlopende glaspanelen waarbij de kap achter het glas lijkt te verdwijnen. “Je krijgt





een veel strakkere, transparante uitstraling,” aldus Hagmolen of ten Have. De deurconstructie zelf bevat veel technische innovatie. Traditionele vloergeleiding ontbreekt volledig; alle techniek hangt boven in de constructie. “Daarbij wordt gebruikgemaakt van een gepatenteerde T-balkconstructie die zorgt voor de benodigde stijfheid en sterkte, zelfs bij zware winddruk.” Voor gebouwen met
de Orbit TriSens verschillende afwerkingsmogelijkheden.
Een belangrijk aandachtspunt tijdens de ontwikkeling was toegankelijkheid. De deur beschikt over een instelbare 360 graden lichtring en wordt verder doorontwikkeld voor gebruikers met een visuele of auditieve beperking. Daarbij wordt samengewerkt met organisaties die opkomen voor mensen met een beperking. “Momenteel kan de deur al schakelen naar een langzamere of meer open stand via drukknoppen. In de toekomst moet de Orbit TriSens dit zelfstandig kunnen doen op basis van sensordetectie.” Dat sluit aan bij de bredere ambitie van Boon Edam om entrees slimmer en adaptiever te maken.
Naast comfor t en veiligheid speelde duurzaamheid een grote rol bij de ontwikkeling. De draaideur werkt volgens het principe ‘altijd open, altijd gesloten’. Daarmee blijft het gebouw continu afgesloten van buitenlucht, terwijl bezoekers toch ongehinderd kunnen passeren. Dit beperkt warmteverlies en helpt de klimaatbeheersing van gebouwen stabiel te houden. Op Schiphol bleek dit een belangrijk voordeel. Door de grote luchtstromen die ontstaan bij aankomende en ver trekkende treinen is klimaatbeheersing daar complex. “Als je geen
dan is dat klimaat niet beheersbaar,” zegt Hagmolen of ten Have. Boon Edam experimenteer t daarnaast met geïsoleerd vacuümglas om de isola-
tiewaarde verder te verhogen.
om betrouwbaarheid. Daarom zet Boon Edam sterk in op onderhoud en service. “Service is voor ons prioriteit nummer één”, benadrukt Hagmolen of ten Have. “De Orbit TriSens is ontworpen met focus op uptime: maximale beschikbaarheid en minimale stilstand. Dat is juist dat voor luchthavens essentieel. Schiphol verlangt een beschikbaarheid van ruim boven de 99 procent. Hij moet het eigenlijk gewoon altijd doen”, aldus Hagmolen of ten Have.
Om die betrouwbaarheid te waarborgen kiest Boon Edam bewust voor meer standaardisatie. De Orbit TriSens wordt voorlopig geleverd in twee vaste diameters: 4,80 meter en 6 meter. Minder variatie betekent volgens het bedrijf hogere kwaliteit, betere beschikbaarheid en eenvoudiger onderhoud.
Na uitgebreide tests op Schiphol draait de Orbit TriSens inmiddels ook op Stuttgar t Airpor t. De eerste markten waarop Boon Edam zich richt zijn Nederland, België, Duitsland, Scandinavië, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Arabische Emiraten en India.
Volgens Hagmolen of ten Have ligt de grootste potentie voorlopig bij luchthavens en andere omgevingen met extreem hoge bezoekersstromen. “Alle luchthavens hebben dezelfde problematiek als Schiphol en Stuttgar t,” zegt hij. “Daar bieden wij nu een oplossing voor.”
Met de Orbit TriSens laat Boon Edam zien dat een entree veel meer kan zijn dan een toegangspunt alleen. Het wordt een intelligente schakel in de gebouwomgeving: adaptief, duurzaam, veilig en vrijwel onzichtbaar voor de gebruiker. Juist dat laatste ziet Hagmolen of ten Have als de grootste kracht van het systeem. “De TriSens zorgt ervoor dat dat mensen ongemerkt en ongehinderd het gebouw betreden of verlaten.”









































Bij het Rijk sv astgoedbedrijf werk je aan vastgoed dat Nederland draaiend houdt . Van ministeries, rechtbanken en kazernes tot milit aire vliegvelden, monumenten en natuurgebieden. Gebouwen en gebieden die moeten blijven functioneren, maar ook moeten verduurz amen, vernieuwen en meegroeien met de eisen van morgen
Voor professionals in de bouw, techniek en duurzaamheid liggen hier opgaven met zichtbare maat schappelijke betekenis. Denk aan energiezuinige inst allaties, renovatie en transformatie, circulaire oplossingen, gezonde binnenomgevingen en toekomstbestendig beheer. Benieuwd hoe jouw vakkennis kan bijdragen aan het fundament van Nederland?
Ontdek je mogelijkheden op werkenvoornederland.nl/r vb





Werken bij het Rijk svastgoedbedrijf is werken voor Ne derland





Aan de drukke Amsterdamse Stadhouderskade ondergaat het iconische Auroragebouw momenteel een indrukwekkende metamorfose. Het gemeentelijk monument uit de jaren zestig, ontworpen door architect Piet Zanstra, wordt getransformeerd tot een van de duurzaamste monumentale kantoorcomplexen van Nederland. Achter de karakteristieke gebogen gevel schuilt een complexe renovatie waarin techniek, duurzaamheid en monumentenzorg samenkomen. Een cruciale rol daarin is weggelegd voor (de) gevelspecialisten van Rollecate.
Voor Rollecate begon de betrokkenheid al in een vroeg stadium. “Eigenlijk vanaf de eerste aanvraag waren we erbij betrokken”, ver telt commercieel adviseur Jelle Dokter. Samen met aannemer Van Wijnen en KAAN Architecten werd gezocht naar een oplossing waarbij het monumentale karakter behouden bleef, terwijl het gebouw tegelijker tijd moest voldoen aan hedendaagse eisen rond duurzaamheid, brandveiligheid en comfor t.
Het Auroragebouw werd oorspronkelijk gebouwd als hoofdkantoor van levensverzekeraar Aurora en kreeg in 2022 de status van gemeentelijk monument. Nu werkt ontwikkelaar Being, in opdracht van UBS Asset Management, aan een ingrijpende renovatie waarbij het gebouw Paris Proof moet worden en streeft naar
A URORA MIKT OP BREEAM EXCELLENT
EN PARIS PROO F
Het vernieuwde Aurora Building wordt straks een van de duurzaamste monumentale kantoorcomplexen van Amsterdam. De renovatie richt zich nadrukkelijk op Paris Proof bouwen: zowel de renovatie als het toekomstige gebruik moeten binnen het DGBC-koolstofbudget blijven.
Het gebouw krijgt energielabel A++++ en
Daarvoor wordt een breed pakket aan duurzame maatregelen ingezet. Op het dak komen 214 zonnepanelen, gecombineerd met groene dakterrassen en waterretentievoorzieningen. Een eigen WKO-installatie zorgt voor duurzame verwarming en koeling. Opvallend is dat warm en koud in één boorgat boven elkaar worden opgeslagen, waardoor minder ruimte nodig is in de drukke Amsterdamse ondergrond.
Ook de gevels leveren een belangrijke bijdrage. Nieuwe hoogisolerende kozijnen, zonwerend glas en thermisch onderbroken alumi-
aanzienlijk. Tegelijker tijd blijft het monumentale karakter van het gebouw behouden. Daarmee laat Aurora zien dat erfgoed en hoge duurzaamheidsambities goed samen kunnen gaan.
energielabel A++++.
Voor Rollecate betekende het project een technisch uitdagende operatie. Projectleider Mar tin Jager omschrijft Aurora als een gebouw dat voor Rollecate eigenlijk uit vier verschillende gevelprojecten bestaat. “Op de begane grond, voor de terugliggende plint achter de kolommen, hebben we een brandwerende vliesgevel gerealiseerd, de gevel daarboven kreeg 228 gatvullende kozijnen, daarnaast realiseerden we een complexe serrevliesgevel aan de achterzijde en tenslotte een volledig nieuwe gevel op de dakopbouw.”
Juist de combinatie van monumentale eisen en moderne prestaties maakte het project bijzonder. Jager: “De aanwezige kunststof ramen die geplaats waren bij een eerdere renovatie, zijn door van Wijnen verwijderd en de resterende bestaande houten kozijnen moesten worden aangepast om dienst te kunnen doen als stelkozijn voor de nieuwe aluminium systemen met hoge isolatiewaarden, brandwerende eigenschappen en
“Niet alles wat op papier stond kon ook daadwerkelijk uitgevoerd worden”, zegt Dokter. “Vooral de combinatie van brandwerendheid, slanke
vroeg om maatwerk.” Rollecate ontwikkelde een kozijn met beglazing met een vaste maat. Eventuele maatverschillen werden opgevangen in een kaderdetail dat volledig in worden.
Dat leverde een subtiel resultaat op: aan de buitenzijde is vrijwel niet zichtbaar welke ramen geopend kunnen worden. “De helft van die 228 kozijnen heeft een valraam, maar dat zie je aan de buitenzijde eigenlijk niet”, aldus Jager
PREFAB PRECISIEWERK
Om de renovatie in de drukke Amsterdamse binnenstad beheersbaar te houden, koos Rollecate voor een

verregaande prefab-aanpak. De 228 aluminium kozijnen werden compleet beglaasd geproduceerd in de fabriek in Staphorst en vervolgens just-in-time naar Amsterdam vervoerd.
“Wij zijn eigenlijk horlogemakers”, zegt Jager over de precisie waarmee gewerkt werd. “Dankzij pointcloud-scans en BIM-modellen kon het bestaande gebouw tot op millimeter-

niveau digitaal worden ingemeten. Dat bleek essentieel bij een monumentaal gebouw waar vrijwel geen enkele maat exact gelijk is.” Volgens Jager verliep het proces daardoor verrassend soepel. “99 procent paste gewoon direct.”
De logistiek vormde ondertussen een project op zichzelf. De locatie, direct naast tramlijnen en druk stadsverkeer, liet nauwelijks opslagruimte
toe. Kozijnen werden daarom per vrachtwagen rechtstreeks onder de gevel geplaatst en met zuigersystemen direct vanuit de kraan op de vrachtwagen tussen de spankabels voor de elektra van de tramleidingen door in de gevelopeningen gemanoeuvreerd.
“Op het moment dat het kozijn geplaatst is en geborgd zit, laat de glaszuiger los”, voegt Dokter toe.
“Daardoor kon snel gewerkt worden zonder extra steigers of tijdelijke opslag.”
GEBOGEN GEVEL ALS
TECHNISCH H OOGSTANDJE
Een van de meest opvallende onderdelen van Aurora is de gebogen gevel langs de Stadhouderskade. Die ronding moest volledig behouden blijven. Dat betekende dat niet alleen


het glas, maar ook de aluminium
“Het is echt een getoogde gevel geworden en geen gesegmenteerde oplossing”, ver telt Jager. “Zowel de vliesgevels voorzien van een donkerbronzen anodiseerlaag, als de gebogen ruiten werden speciaal geproduceerd.”
GROEN AAN DE ACH TERGEVEL
De architectonische ambitie ging nog verder aan de achterzijde van het gebouw. Daar realiseerde Rollecate een hoge serrevliesgevel waarvoor een nieuwe ver ticale binnentuin wordt aangelegd. Door de brandwerende vliesgevel lopen zestig stalen waarop loopbruggen, plantenbakken en ondersteunende constructies zijn bevestigd.
“Dit onderdeel vroeg intensieve afstemming tussen architect, constructeur en brandveiligheidsadviseurs, want een brandwerende gevel hoor t eigenlijk dicht te zijn”, zegt Dokter. “Toch moesten er openingen komen voor staalconstructies en groene geveldragers. Samen met adviseurs als DGMR werd gezocht naar oplossingen waarbij de brandveiligheid intact bleef.”
Het dak van het vernieuwde Aurora Amsterdam combineer t meerdere duurzame functies in één ontwerp.
Op het dak liggen straks 214 zonnepanelen, groendaken met sedum, lage beplanting en bomen, én waterretentievoorzieningen die regenwater vasthouden en hittestress verminderen. Daarnaast ondersteunt het dak een innovatief WKO- en energieopslagsysteem. Met de nieuwe dakopbouw met gevelhoge vliesgevelelementen van Rollecate, krijgt het monumentale gebouw een verdieping die op bijzondere wijze bijdraagt aan de duurzame prestatie van het gebouw
DUURZAAM MONUMENT
Aurora moet straks een van de duurzaamste monumenten van Amsterdam worden. Het gebouw wordt volledig gasloos, krijgt een WKO-installatie, klimaatadaptieve

groendaken, waterretentie en 214 zonnepanelen.
Voor Rollecate betekende dat hoge eisen aan de gevelprestaties. “Onze gevels hebben een zeer hoge isolatiewaarde”, zegt Jager. Daarbij wordt gebruikgemaakt van zonwerend
met thermische onderbrekingen. Volgens Dokter hoeft duurzaamheid daarbij niet te botsen met brandveiligheid of esthetiek. “In dit projectties gehad. Je zoekt gewoon naar de juiste balans.”
SAMENWERKING ALS SLEUTEL
Zowel Dokter als Jager benadrukken dat de intensieve samenwerking met Van Wijnen, architecten en adviseurs bepalend was voor het succes van het project. Dankzij vroege betrokkenheid kon Rollecate meedenken over detaillering, logistiek en uitvoerbaarheid.
“Je moet uiteindelijk een uitvoerbaar product maken”, zegt Dokter. Daarbij spelen techniek én kosten voor tdurend samen. “Het commerciële en technische belang moeten in balans blijven.”
Aurora bevindt zich inmiddels in de afrondende fase. De gevels zijn grotendeels gesloten, de groene terrassen worden aangelegd en de
laatste werkzaamheden aan de dakopbouw zijn in uitvoering. Wanneer Aurora in de zomer van 2026 wordt opgeleverd, krijgt Amsterdam niet alleen een gerenoveerd monument terug, maar ook een voorbeeld van hoe bestaande gebouwen toekomstbestendig kunnen worden gemaakt. Voor Rollecate vormt het project een visitekaar tje van wat technisch mogelijk is bij dergelijke complexe renovaties.
Beeldmateriaal: door KAAN Architecten
ROLLECATE
Rollecate behoor t tot de grootste gevelspecialisten van Nederland en richt zich op hoogwaardige aluminium, stalen en kunststof gevelsystemen voor utiliteitsbouw, woningbouw, renovatie en complexe architectuurprojecten. Het bedrijf produceert en assembleer t vanuit Staphorst en Emmeloord complete vliesgevels, kozijnen en prefab gevelelementen.
Bij Aurora leverde Rollecate onder meer de gebogen vliesgevels, 228 prefab kozijnen en de complexe serregevel met geïntegreerde doorvoeren voor groenconstructies. Dankzij BIM-engineering, pointcloud-scans en prefab productie kon het monumentale gebouw uiterst nauwkeurig worden gerenoveerd.
Met een combinatie van bio-based materialen en slimme technologie laat de SMÛK-woning zien hoe toekomstgericht wonen eruit kan zien. Duurzaamheid, circulariteit en een gezond binnenklimaat staan centraal – met een belangrijke rol voor de ventilatieoplossingen van DUCO.

De SMÛK-woning is volledig opgebouwd uit natuurlijke, hernieuwbare materialen met een lage milieu-impact. Daarmee sluit het project aan bij de ambitie van BGDD en Velux om niet alleen energiezuinig te bouwen, maar ook bewust om te gaan met grondstoffen en de levensduur van materialen te verlengen.
Circulariteit speelt hierbij een grote rol. Materialen worden zo gekozen en toegepast dat hergebruik mo-
gelijk is en de woning toekomstbestendig blijft. Tegelijker tijd is er veel aandacht voor wooncomfor t, met name voor een gezond en aangenaam binnenklimaat. Voor de ventilatie werd daarom samengewerkt met DUCO
GEZ ON D BINNENKLIMAAT D OOR SLIMME
Een goede luchtkwaliteit is essentieel in een duurzame woning. In de
SMÛK-woning wordt dit gerealiseerd met een balansventilatiesysteem met warmteterugwinning. De DucoBox Energy Comfor t zorgt voor een continue, gebalanceerde luchtverversing. Vervuilde lucht wordt afge-
wordt aangevoerd. Dankzij warmteterugwinning blijft het warmteverlies daarbij minimaal. Het systeem stemt de ventilatie
luchtvochtigheid en tijd. Daardoor wordt alleen geventileerd waar en wanneer dat nodig is. Dit zorgt niet alleen voor een gezond binnenklimaat, maar ook voor een energiezuinige werking. Met een A+ energielabel draagt het systeem bij aan een lagere energieprestatie van de woning. Daarnaast is het systeem werking, zodat comfor t en energieverbruik in balans blijven.
V OOR KO MT O VERVERHITTING
Naast ventilatie is ook het voorkomen van oververhitting een belangrijk aandachtspunt. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van Duco Natural Cooling: een natuurlijke manier van koelen zonder airconditioning. De DucoGrille Close 105 speelt hierin een centrale rol. Dit automatisch gestuurde ventilatieluik laat op het juiste moment frisse buitenlucht binnen. Op basis van temperatuur en luchtkwaliteit opent en sluit het systeem zelfstandig, waardoor de woning op warme dagen op een energiezuinige manier afkoelt. Deze

aanpak verlaagt niet alleen het energieverbruik, maar verhoogt ook het thermisch comfor t – zonder complexe installaties.
SAMENWERKING ALS SLEUTEL
De kracht van de SMÛK-woning zit in de samenwerking tussen de betrokken par tijen. Door de kennis van DUCO, BGDD en Velux te combineren, is een woning gerealiseerd die duurzaamheid, comfor t en esthetiek samenbrengt. De geïntegreerde ventilatieoplossingen laten zien hoe technologie kan bijdragen aan een gezonde en energiezuinige leefomgeving.
PRAKTIJKVOORBEELD VA N
TO EK O MSTGERICH T WONEN
De SMÛK-woning maakt duidelijk dat duurzaam bouwen en comfortabel wonen hand in hand kunnen gaan. Het project combineer t bio-based materialen met slimme installaties en vormt daarmee een concreet
voorbeeld voor de woningbouw van morgen.
Binnen het Living Places-concept van Velux laat deze woning zien hoe een gezonde leefomgeving gerealiseerd kan worden – vandaag al. De rol van ventilatie is daarbij essenti-

eel. Met de SMÛK-woning wordt een nieuwe standaard neergezet op het gebied van duurzaamheid, comfor t en gezondheid.
Foto’s: door DUCO

Door: Bas Roestenberg

38 procent van de Nederlandse huishoudens maakt gebruik van een slimme thermostaat. Dat bleek onlangs uit een onderzoek dat Resideo, aanbieder van onder andere Honeywell Home-thermostaten, onder 1.000 woningeigenaren heeft uitgevoerd. “Steeds meer consumenten ontdekken de voordelen van een slimme thermostaat”, zegt Mar tin Roozendaal, marketingmanager bij Resideo Nederland. “Dat gaat van ingestelde temperatuurregeling en zonering in huis, tot geofencing – waarbij de thermostaat weet waar je bent, zodat hij voor een comfortabel verwarmd huis zorgt als je thuiskomt.”

Anders dan een standaard ‘aan/ uit’-thermostaat biedt een slimme thermostaat functies waarmee je van verwarming – en eventueel koeling via een warmtepomp – een geautomatiseerde comfor tregeling maakt, legt Roozendaal uit. “Zo maakt de Honeywell Home T6 het mogelijk om een planning in te voeren met voor elke dag een tijdschema met temperatuurregeling. Als je op vaste tijden naar je werk gaat, geef je bijvoorbeeld aan dat het in die periodes 2 graden minder warm in huis mag zijn. En de thermostaat zorgt er ook weer voor dat je ’s avonds in een aangenaam warme omgeving thuiskomt.”
Een slimme thermostaat ‘weet’ op basis van het tijdschema dat hij kor t voor de geplande thuiskomst de verwarming aan het werk moet zetten. Daarbij leer t hij ook zelf hoe lang het verwarmingssysteem nodig heeft om het huis op de gewenste comfor tabele temperatuur te krijgen. Hierdoor stuur t hij precies op de juiste tijd een signaal naar de warmteopwekker – doorgaans een gasketel of warmtepomp. Op die manier zorgt een slimme thermostaat dus voor gemak en comfor t. En er is volgens Roozendaal nog een ander belangrijk voordeel. “Als je het systeem handmatig in moet stellen, is een nachtverlaging makkelijk vergeten, of er wordt gewoon doorgestookt terwijl er niemand thuis is. Een slimme thermostaat maakt dat onmogelijk, en dat kan aanzienlijk schelen in het gas- of stroomgebruik.”
In het onderzoek van Resideo gaf bijna de helft van de 1.000 respondenten aan dat de mogelijkheid om op afstand via een app de temperatuur te regelen, een belangrijke reden is om voor een slimme thermostaat te kiezen. Ook de T6 kun je via de Resideo-app aansturen, zodat je controle houdt over de binnentemperatuur als je zelf buitenshuis bent. “Stel dat je een schema hebt ingesteld op basis van je werkuren op kantoor”, geeft Roozendaal als voorbeeld. “Als je dan ‘s avonds een keer later dan

normaal naar huis gaat, kun je via de app het schema voor die dag ‘overrulen’ en aangeven dat de temperatuur 2 uur later dan gewoonlijk op het comfor tabele niveau moet zijn. Kortom, je hoeft dankzij een slimme thermostaat nooit onnodig energie te
gebruiken, en komt altijd in een warm huis binnen – ook als je van het ingegeven tijdschema afwijkt. Dat is een stuk comfor tabeler dan wanneer je bij thuiskomst eerst de thermostaat hoger moet zetten en moet wachten tot het huis warm is.”

De Resideo-app beschikt daarnaast over ‘geofencing’, een techniek die met behulp van gps bijhoudt waar de bewoner is – mits hij of zij uiteraard een smar tphone bij zich heeft en het systeem heeft geactiveerd. “Als de T6 met onze app is verbonden, krijgt de thermostaat vanuit de app door waar de bewoner zich bevindt”, legt Roozendaal uit. “De bewoner kan op een kaar t in de app een straal rond zijn huis ingeven. Zodra hij die straal verlaat, daalt de ingestelde temperatuur. Komt hij binnen de straal, dan gaat de temperatuur in huis omhoog. Kortom: comfor t als je thuis bent, en energiebesparing als je weg bent, zonder dat je er verder iets voor hoeft te doen.” Volgens Roozendaal is het een ideaal systeem voor bewoners met een variërende dagindeling, bijvoorbeeld omdat ze geen vaste werktijden of werkplek hebben. “Met geofencing houdt het systeem niet vast aan een voorgeprogrammeerd schema en hoeft het geen dagelijkse routines in te leren. Via de app past

de thermostaat het binnencomfor t volledig dynamisch, in realtime aan op basis van waar de bewoner op dat moment is.”
Uit het Resideo-onderzoek bleek dat veel bewoners ook voor een slimme thermostaat kiezen vanwege de mogelijkheid om comfor t binnenshuis in verschillende zones te sturen. Binnen zijn assor timent biedt Resideo daar de Honeywell Home evohome voor Met de vernieuwde versie van dit platform beheer t de gebruiker het comfor tniveau in maximaal twaalf zones in huis tegelijk, legt Roozendaal uit. “De gebruiker regelt vanuit één centraal bedieningspaneel of met de Resideo-app de temperatuur per radiator(groep) of vloerverwarmingsgroep zijn – waarbij je in het laatstgenoemde geval ook een vloerverwarmingsregelaar nodig hebt. Het grote voordeel is uiteraard dat je zo alleen de gebruikte ruimtes verwarmt. Als je bijvoorbeeld thuiswerkt of studeer t, verwarm je niet het hele huis, maar alleen de werk- of studeerkamer Ook dit draagt er weer aan bij dat de energierekening daalt.”
Net als de T6 communiceer t evohome via de Resideo-app en is
een koppeling met Apple Home en Amazon Alexa mogelijk. “Ook spraakbesturing en geofencing behoren daarmee tot de mogelijkheden. Verder leer t het systeem – net als de slimme thermostaat T6 - zelfstandig hoe snel een bepaalde ruimte opwarmt, zodat het op basis van een tijdschema – waarin bijvoorbeeld thuiswerkdagen zijn opgenomen –ervoor zorgt dat een bepaalde kamer precies op tijd de juiste temperatuur heeft.”
Tot slot nog even terug naar het onderzoek waar dit ar tikel mee begon. Dat 38 procent van de bewoners aangeeft gebruik te maken van een slimme thermostaat, betekent dat 62 procent een andere verwarmingsre-
geling gebruikt. “Het aantal bewoners met een slimme thermostaat neemt al jaren gestaag toe”, zegt Roozendaal. “Maar het is deels een vervangingsmarkt. Bijna 40 procent van de deelnemers geeft aan geen slimme thermostaat te hebben, omdat hun huidige ‘domme’ model nog niet aan vervanging toe is.” Daarnaast geeft een kwar t van de bewoners aan geen directe noodzaak te zien om over te stappen. Roozendaal: “Dat betekent dat ze onbekend zijn met - of nog niet over tuigd zijn van - de voordelen. Met de stijgende energieprijzen zal die over tuiging de komende tijd waarschijnlijk groeien. Steeds meer mensen zullen de combinatie van gemak, comfor t en energiebesparing omarmen, daarvan ben ik over tuigd.”
Slimme thermostaten zijn in principe geschikt voor gebruik met elk type warmteopwekker, of het nu om een gasketel, all-electric of hybride warmtepomp, of warmtenetaansluiting gaat. De thermostaten van Honeywel Home communiceren zowel via het aan/uit- als het OpenTherm-protocol. Daardoor zorgen de thermostaten in praktisch elke installatie voor verhoogd comfor t en kunnen ze altijd zorgen voor energiebesparing – in de vorm van gas, elektriciteit of gigajoules. Het besparingseffect is het grootst bij verwarming met hogere aanvoer temperaturen, zoals installaties met een gasketel, propaanwarmtepomp of warmtenetaansluiting. Een installatie met lage temperaturen reageer t over het algemeen langzamer en leent zich daardoor minder goed voor het gebruik van de tijdschema’s van een slimme thermostaat.

Glas Consult uit Roermond heeft verwarmend
IQ Glas geleverd voor het nieuwe 5-sterren top design Kristhotel in Lech (Oostenrijk).
Dit hotel ligt op een hoogte van 2000 meter en vanaf eind november tot april valt er regelmatig sneeuw tot het een dikte kan bereiken van 150 cm. Met IQ Glas smelt de sneeuw direct bij de landing en is er het hele winterseizoen volledig doorzicht. Het IQ Glas verwarmt in dit geval dus naar buiten.
Het lQ glas is als triple glas uitgevoerd, met een overstek beneden van 20,5 cm, heeft tevens een zonwerende coating, uiteraard met een zeer lage U waarde en ook de binnenste ruit is nog eens verwarmend om de hoogste mate van comfor t te bereiken binnen in de hotelkamers.
De totale glasdikte is 64 mm en uitgevoerd in kristalhelder Diamant glas.
Foto: door Kristhotel

Geluid is overal. In kantoren, scholen, zorginstellingen, fabrieken en woningen bepaalt de akoestiek van een ruimte in grote mate hoe mensen zich voelen, presteren en leven. Toch wordt akoestiek in bouw- en renovatietrajecten nog te vaak als bijzaak behandeld, iets wat achteraf wordt opgelost met plafondplaatjes of een laagje minerale wol. Cyclin denkt daar anders over. Als Nederlands producent van biobased, circulaire akoestische panelen verbindt Cyclin hoogwaardige geluidsoplossingen met een diepe overtuiging: comfor t en duurzaamheid gaan hand in hand.
Cyclin werd opgericht door ondernemer Bas Holla en zijn zakelijk par tner Mike Wijnands. Holla, voormalig eigenaar van een middelgroot ingenieursbureau, besloot in 2015 een nieuwe koers te varen, gedreven doorle-principe en een passie voor de
natuur. In 2022 kocht hij een productielijn voor circulaire geluiddempende panelen en verplaatste deze naar Venlo. Inmiddels zijn diverse productieverbeteringen toegepast en is een groot gedeelte van de productielijn geautomatiseerd. Sindsdien worden
in Nederland, van cellulosevezels afkomstig uit papier-reststromen uit Limburg en België.
De twee missies van Cyclin laten zich kernachtig samenvatten:
De eerste missie gaat gezondheid, dat is ons belangrijkste goed; dat zeggen


we tenminste. Maar toch wordt een belangrijk gezondheidsaspect telkens genegeerd: stilte, rust en goed geluid. Cyclin zorgt met gezonde materialen voor die rust en daardoor verbeteren gezondheid en welbehagen. De tweede missie gaat over ons klimaat: “Een boom leeft gemiddeld veer tig jaar. Papier heeft gemiddeld zeven levens. Met Cyclin leeft het materiaal tot wel veer tig jaar langer.” Die
dat niet alleen goed presteer t, maar ook goed is voor de planeet. Cyclin -
tief en hebben een opvallend lage milieukostenindicator (MKI) van slechts € 0,055 per kilogram. Gebruikte panelen en snijafval worden teruggenomen door de producent en zelfs vergoed tegen grondstofwaarde.
T WEE S OORTEN
GEL UIDSPROBLEMATIEK : INKADEREN EN ABSORBEREN
Om de meerwaarde van Cyclin goed te begrijpen, is het nuttig onderscheid te maken tussen twee vormen van geluidsproblematiek die in de gebouwde omgeving voorkomen.
Geluidsisolatie gaat over het weren van geluid tussen, ofwel het inkaderen van geluid in ruimtes. Denk aan buurgeluiden in woningen, gesprekken die doorlekken vanuit vergaderruimtes, of
lawaai vanuit een aangrenzende fabriek. Hier draait het om massa, dichtheid en akoestische ontkoppeling van constructiedelen. Cyclin panelen scoren sterk op dit vlak: met een dichtheid van ca. 80 kg per kubieke meter over treffen ze gangbare alternatieven zoals glas- en steenwol. Door de unieke combinatie van massa en de open vezelstructuur halen standaard binnenwanden met Cyclin veel betere Rw-waarden (geluidsisolatiewaarden) dan standaard materialen; zeker ook in de lagere tonen. Dus biedt Cyclin de mogelijkheid om ‘slankere’ wanden te bouwen waarbij de prestaties beter zijn op basis van geluid én milieu. Geluidsabsorptie en nagalmbeperking zijn een andere uitdaging. In een open kantoor, een schoollokaal of een druk restaurant zorgt harde galm voor vermoeidheid, concentratieverlies en communicatieproblemen. Absorptiematerialen in wanden, plafonds en meubilair pakken deze nagalm aan door geluidsgolven om te zetten in warmte. Cyclin behalen geluidsabsorptieklasse A, de hoogste klasse, bij alle beschikbare diktes. Adviesbureau Volantis concludeerde onafhankelijk: “Cyclin behoren tot de beste in hun klasse.” En ook verschillende andere toonaangevende specialisten beves-sorptie als geluidsisolatie uitstekend
presteer t en bij circulaire materialen momenteel tot de absolute top behoor t.
BREDE
TO EPASSINGSMOGELIJKHEDEN Cyclin worden verwerkt in een veelheid aan toepassingen, van kantoor tot industrie, van woningbouw tot zorg en hospitality. In kantooromgevingen worden de panelen toegepast in systeemwanden, akoestische producten zoals plafondpanelen, bureauschermen en concentratiecellen — oplossingen die zichtbaar worden op de website CyclinInside.nl, waar diverse makers laten zien hoe zij Cyclin integreren in hun producten en inrichtingsontwerpen. In de industrie bieden akoestische omkastingen van machines bescherming voor werknemers die dagelijks worden blootgesteld aan hoge geluidsniveaus. In de woningbouw worden de panelen verwerkt in voorzetwanden, vloer- en dakconstructies en binnenwanden. En in zorginstellingen en onderwijsgebouwen draagt de verbeterde akoestiek bij aan een betere leef- en leeromgeving. Dankzij de vochtregulerende eigenschappen van cellulose, het materiaal kan tot opnemen en afgeven, levert Cyclin


ook een bijdrage dat onderdeel van het binnenklimaat. Natuurlijk hebben de Cyclinpanelen ook thermische eigenschappen, echter “wij richten ons uitsluitend op geluidsproblematiek”, aldus Mike Wijnands.
PRIVACY BEGINT BIJ DE MUREN : PRAKTIJK IJ - INZICH T AMSTERDAM
Nergens is akoestiek zo cruciaal als in een psychotherapeutisch praktijk. Praktijk IJ-inzicht Amsterdam, gelegen in het har t van de stad, biedt kor tdurende en specialistische GGZ-behandelingen waarbij ver trouwen en privacy de absolute basis vormen. Bij de herinrichting van de praktijk stond geluidsisolatie dan ook centraal, met name in de scheidingswanden tussen spreekkamers. Laura Wennekes van IJ-inzicht ver telt:
„In onze praktijk draait alles om vertrouwen en privacy. Cliënten moeten vrijuit kunnen spreken, zonder het gevoel dat gesprekken hoorbaar zijn in aangrenzende ruimtes.” Lange tijd gold glaswol als de standaardoplossing in metal stud-wanden. Maar voor een omgeving waar volledige discretie geen luxe maar een beroepsvereiste is, bleek dit niet toereikend.
„Veel kantoren kiezen standaard voor oplossingen met glaswol. Dat werkt redelijk voor basis wandvulling, maar voor echte geluidsisolatie schiet het vaak tekor t.”
De keuze viel uiteindelijk op Cyclin. De aantoonbaar hogere geluiddemping ten opzichte van traditionele glaswol, gecombineerd met het circulaire en biobased karakter van het materiaal, gaven de doorslag.
„Wat ons over tuigde, was de aantoonbaar betere geluidsisolatiewaarde ten opzichte van traditionele glaswol. In de praktijk merk je dat direct: gesprekken blijven privé en storende geluiden van buitenaf worden sterk gereduceerd.”
Dat akoestiek en duurzaamheid elkaar
Cyclin uitdraagt. Voor IJ-inzicht Amsterdam sloot dat naadloos aan bij de eigen visie op een gezonde en veilige omgeving voor cliënten.
„Het idee dat het materiaal circulair is en bijdraagt aan een gezondere gebouwde omgeving sluit perfect aan bij onze visie. Cyclin helpt ons om een veilige, rustige omgeving te creëren. Voor een praktijk waar discretie essentieel is, is dat simpelweg onmisbaar.”
WONINGCORPORATIES :
RENO VATIE MÉT AK O ESTIEK
Naast grote kantoorprojecten toont Cyclin ook zijn meerwaarde in de sociale woningbouw. Voor de renovatie van diverse proefwoningen van woningcorporaties hebben elk® en Cyclin elkaar gevonden in een innovatieve, duurzame en toekomstbestendige oplossing. In het nieuwe renovatie-bouwsysteem elk® Box-in Box, is -
tisch materiaal Cyclin Puur toegepast: een keuze die zowel de geluidsisolatie als de milieuprestaties naar een nieuw niveau tilt. Het renovatie-bouwsys-
en met minimale overlast te renoveren. Door Cyclin Puur in het systeem te integreren, ontstaat een oplossing die de geluidsisolatie tussen wonin-
rijke wens binnen gestapelde bouw en sociale woningbouw. Daarnaast biedt Cyclin Puur tevens thermisch isolerend vermogen, wat het comfor t voor bewoners direct verhoogt.
Wat deze samenwerking bijzonder maakt, is de gedeelde focus op duurzaamheid, circulariteit en prestaties.
en volledig circulair en heeft een uitzonderlijk lage MKI score. Dit sluit naadloos aan bij de duurzaamheidsdoelstellingen van woningcorporaties die ambitieus inzetten op toekomstbestendig renoveren.
“In projecten zoals deze komt de kracht van samenwerking tot leven. Door Cyclin te combineren met de integrale renovatie-aanpak van elk®, laten we zien dat duurzaam renoveren én hogere akoestische prestaties perfect samen kunnen gaan.” Met deze eerste proefwoningen wordt de basis gelegd voor een vernieuwende renovatiestandaard: stillere, energiezui-
nigere en duurzamere woningen die klaar zijn voor de komende decennia. Naast de akoestische werking lever t Cyclin Puur in dit renovatieconcept ook thermisch isolerende eigenschappen, zonder extra lagen of complexe detaillering. De lage MKI-score past bij de toenemende duurzaamheidseisen van woningcorporaties. De gerealiseerde proefwoningen dienen als praktijkreferentie voor opschaling naar vergelijkbare woningtypen; een stap richting een renovatiestandaard waarin geluidskwaliteit, duurzaamheid en uitvoeringssnelheid samenkomen.
Of het nu gaat om een psychologenpraktijk in Amsterdam, een transformatie van een leegstaand gebouw tot kantoren of de renovatie van sociale huurwoningen — Cyclin laat keer op keer zien dat de keuze voor biobased, circulair akoestisch materiaal geen compromis is. Integendeel: het is een keuze voor betere prestaties, minder milieulast en een gezondere gebouwde omgeving.
Cyclin heeft na drie jaar succesvol de eerste etappe van een veelbelovende weg afgelegd. De ambities zijn groot: niet alleen verdere ontwikkeling van het materiaal ter verbetering van de akoestische, brandtechnische en constructieve eigenschappen, maar ook de ontwikkeling van andere afvalstromen met biobased oorsprong worden onderzocht. En natuurlijk zullen marktuitbreidingen naar o.a. Duitsland en steeds meer toepassingen via het groeiende ecosysteem van makers en par tners niet lang uitblijven. Maar de kern blijft eenvoudig: stilte is goud waard, en de materialen waarmee we die stilte creëren, mogen de wereld niet kosten. Met Cyclin hoeft dat ook niet.
Meer informatie: www.Cyclin.nl en www.CyclinInside.nl
23 – 25 juni
Als ’s werelds toonaangevende beurs voor de zonne-energiebranche toont Intersolar Europe de enorme dynamiek van de zonne-energiemarkt. Al meer dan 30 jaar biedt de beurs een netwerkplatform voor de belangrijkste spelers – van fabrikanten, leveranciers en distributeurs tot installateurs, dienstverleners, projectontwikkelaars, ontwerpers en star t-ups – allemaal onder het motto „Connecting Solar Business“. De focus ligt op de nieuwste trends, ontwikkelingen en bedrijfsmodellen.
Locatie: Messe München (DE)
28 sep t ember - 1 okt ober
De bouwsector in beweging. 4 dagen lang gericht op de implementatie van best practices op jouw bouwplaats. Opdrachtgevers, bestekschrijvers en projectuitvoerders: werk kennis bij over nieuwe materialen, technologieën, gereedschappen en oplossingen.
Locatie: Paris Expo Por te de Versailles. Parijs (FR)

6 – 8 okt ober
Nederland staat voor uitdagingen en is volop in transitie. Technologische ontwikkelingen maken het voorheen onmogelijke mogelijk. Vernieuwers plukken daar de vruchten van met innovatieve concepten. In 2030 wil Nederland, volgens de Nederlandse vergeleken met 1990. En in 2050 moet Nederland klimaatneutraal zijn. De broeikasgassen die Nederland in 2050 nog uitstoot, worden gecompenseerd
met koolstofverwijdering. Hierdoor is er netto geen uitstoot meer De beurs is een schakel in de energietransitie, als bindend element en ter bevordering van kennisdeling. Gelijktijdig, onder de vlag van de Nationale Energie Week, met de vakbeurzen PREFAB, Zero Emission | Ecomobiel en Industrial Heat & Power
Locatie: Brabanthallen, Den Bosch
6 – 8 okt ober
PREFAB is de vakbeurs en het kennisplatform voor professionals in industrieel en modulair bouwen en renoveren. Draagt bij aan kennisdeling en business en ondersteunt zo de doorontwikkeling van prefabricatie en industrialisatie in de bouw- en installatiesector PREFAB brengt innovaties, oplossingen, best practices en een sterk inhoudelijk programma.
Locatie: Brabanthallen, Den Bosch
13 – 15 okt ober
Internationale vakbeurs op het gebied van koeling, airconditioning, ventilatie en warmtepompen. Chillventa is wereldwijd ongeëvenaard vanwege het uitgebreide overzicht inzake koel- en isolatietechnologieën, industriële - en commerciële automatisering, airconditioning, ventilatie en warmtepompen. De onderscheidende focus trekt toonaangevende exper ts, belangrijke spelers en brancheverenigingen naar Neurenberg.
Locatie: Messezentrum Nürnberg (DE)
25 – 26 n ov ember
Het platform voor bouwprofessionals uit de OBT-keten die alles willen weten over de next step in digitalisering van het bouwproces. DigiBouw is de kans om jouw product, dienst en oplossing te presenteren aan de juiste professionals uit de branche. Met een plek op de beursvloer en/of met een sessie in een van de theaters, deel jij als koploper uit de markt jouw kennis en ervaring.
Locatie: Jaarbeurs, Utrecht.

