Page 1

JESSALINEA

Medisch informatieblad Jessa Ziekenhuis

nr. 9 maart 2013

in dit nummer Revalidatiecampus St.-Ursula 6 | Associatie Hartcentrum Hasselt en Heusden-Zolder 8 | Palliatieve afdeling campus SA 10 | Uitbreiding therapie ParkinsonpatiĂŤnten 12 | Universitaire Biobank Limburg 14 | Onderzoekers Jessa Ziekenhuis identificeren nieuw type hartstamcel 16 | Symposium gehoorscreening 20 | Bachelorproef diabeteseducatie 23 | Nieuwe artsen 24 | Cardio 2013 26 | Symposium chemo- en targeted therapy 28 | Verbum 31 | Symposia 35


Onderzoekers van het Jessa Ziekenhuis zijn erin geslaagd om een nieuw stamceltype te isoleren uit het menselijk hart. Dat opent nieuwe perspectieven voor de toepassing van stamceltherapie na een hartinfarct. De bevindingen van het onderzoeksteam zijn gepubliceerd in het internationaal gerenommeerde tijdschrift Cardiovascular Research. Meer hierover op pagina 16.

2 JESSALINEA


EDITORIAAL

Samen – Werken Dat de economische crisis na 7 (of eerder 10) ‘vette’ jaren de gezondheidszorg treft, blijkt de laatste weken uit de aandacht die verschillende media aan dit onderwerp besteedden. Verdere besparingen op de honoraria in onder meer de klinische biologie en radiologie, het on-hold staan van de toekenning van nieuwe subsidiebeloften door VIPA (Vlaams orgaan dat beslist over de financiering van infrastructuurwerken in de gezondheidszorg) voor nieuwbouwprojecten en berichten over de afbouw van het personeelscontingent in verschillende Vlaamse ziekenhuizen getuigen hiervan. Hoewel het woord crisis een eerder negatieve connotatie heeft, stamt het woord etymologisch af van het Griekse werkwoord

dat betekent ‘onder-

scheiden, oordelen, beslissen’. In essentie zou je kunnen stellen dat crisissituaties ‘moments of truth’ zijn waarin keuzes dienen gemaakt te worden. Dergelijke keuzes hoeven niet altijd negatief te zijn, integendeel. In de geschiedenis is het vaak zo geweest dat tijden van onzekerheid en problematische situaties een goede voedingsbodem waren voor creativiteit, innovatie en latere vooruitgang. Zo ook in de gezondheidszorg. Met de huidige schaarste aan middelen zal het nodig zijn om een aantal van de huidige paradigma’s te herformuleren. Zoals in alle sectoren kan alles beter en efficiënter. Een kwalitatieve zorg (doelmatig en efficiënt) steunt in eerste plaats op een goede interne organisatie bij de lokale verstrekker (praktijk of ziekenhuis). Kwalitatieve zorg betekent ook dat afspraken gemaakt worden over de grenzen van de instelling heen zodat dure diagnostische en therapeutische acta verantwoord uitgebaat kunnen worden. Het is dus tijd dat instellingen krachten en middelen bundelen zodat we de beschikbare resources op een oordeelkundige en maatschappelijk verantwoorde manier kunnen en zullen inzetten. Dit is de ultieme verantwoordelijkheid van beleidsmakers, elk op zijn of haar niveau. Van de overheid mogen we verwachten dat zij een coherent beleid uitstippelt waarbij kwaliteit en betaalbare zorg voor iedereen het uitgangspunt is. De initiatieven die noodzakelijk zijn om dit beleid om te zetten in concrete resultaten dienen (waar mogelijk) onderbouwd te zijn door wetenschappelijke evidentie zonder inmenging van belangengroepen. Het hervormen van het huidige financieringssysteem dient hiervan een essentieel onderdeel te zijn. Maar ook lokaal hebben de actoren in de gezondheidszorg een belangrijke rol te vervullen. Er dient voldoende leiderschap aanwezig te zijn om zich ten volle te vereenzelvigen met bovenvermelde doelstellingen. Het is dan en slechts dan dat we zullen groeien naar een nog meer kwaliteitsvolle zorg. Dit betekent dat samen-werken meer dan ooit aan de orde is. Tot slot wil ik de artsen en medewerkers die vermeld worden in het huidige nummer speciaal bedanken. Elk heeft op zijn vakgebied unieke dingen neergezet die voor de dienst en het ziekenhuis een absolute meerwaarde betekenen. Ik wens jullie veel leesgenot.

dr. Frank Weekers

JESSALINEA 3


Prof. Dominique Hansen brengt boek over fysieke training personen met overgewicht uit Prof. Dominique Hansen is verbonden aan het Revalidatie- en gezondheidscentrum van het Jessa Ziekenhuis. In de huidige maatschappij neemt het aantal personen met overgewicht (obesitas) sterk toe. Deze tendens heeft op lange termijn ernstige gevolgen: obesitas verhoogt de kans op hart– en vaatziekten, suikerziekte, orthopedische problemen, bepaalde vormen van kanker, en verlaagt de levensverwachting (met ±8 jaar). Vandaar dat personen met obesitas aangeraden worden om te diëten, en meer te bewegen, met als doel vetmassa te doen dalen. Er blijkt echter nog veel verwarring en discussie te bestaan over hoe een bewegingsprogramma opgesteld dient te worden voor personen met obesitas. Het boek van prof. Hansen heeft als doel om zorgverstrekkers toe te lichten hoe een bewegingsprogramma op te stellen voor personen met obesitas. Het boek start met de epidemiologie van obesitas, gevolgd door hoe vetmassa te meten en hoe een pre-participatiescreening uit te voeren, en wat de effecten zijn van dieet versus fysieke training op vetmassa. Vervolgens wordt in detail toegelicht hoe het cardiovasculaire, pulmonale,

Kinderen meenemen op bezoek in het ziekenhuis?

endocrinologische, neurologische en spierstelsel reageert op inspanning in personen met obesitas. Men eindigt met te beschrijven hoe personen met obesitas te motiveren om te blijven bewegen, wat de impact is van verschillende trainingsvormen op vetmassaverlies, hoe vetten precies gemobiliseerd en verbrand worden, en waarom niet iedereen evenveel vetmassa zal verliezen ten gevolge van fysieke training. Het boek baseert zich op recente

Sinds kort is er op de ziekenhuiswebsite een

wetenschappelijke studies/inzichten waarvan een deel uitgevoerd in het Revalidatie-

speciaal luik uitgewerkt ‘Kinderen meenemen

en Gezondheidscentrum van het Jessa ziekenhuis. Het bestaat uit 16 hoofdstukken. De

op bezoek in het ziekenhuis – een goed idee?’

meeste hoofdstukken zijn geschreven door internationaal erkende experten.

Een ziekenbezoek met een kind is immers niet altijd evident. “Toch betrekken ouders hun kind best op een of andere manier bij een ziekenhuisopname van een al dan niet ernstig ziek familielid,” zegt kinderpsychologe Karen Castermans. “Belangrijk hierbij is wel een goede begeleiding, zowel vóór, tijdens als na het bezoek.”

Cardioloog dr. Pascal Vranckx gedoctoreerd Op dinsdag 11 december is dr. Pascal Vranckx,

Net omdat ouders of grootouders zich vaak

als cardioloog verbonden aan het Hartcen-

afvragen hoe ze dit best aanpakken, heeft de

trum Hasselt, gedoctoreerd aan de Erasmus

kinderpsychologe heel wat tips op de website

Universiteit Rotterdam. Hij verdedigde er

voorzien. Moet ik het slechte nieuws aan mijn

overtuigend zijn doctoraal proefschrift ‘Con-

kind vertellen? Wat moet een kind dan weten?

temporary coronary intervention trial conduct. Addressing the 4P’s: Patency,

Neem ik mijn kind mee op bezoek? Wanneer

Perfusion, Performance and Prevention’.

stel ik het bezoek beter uit? Met een ant-

Uit het onderzoek van dr. Vranckx blijkt dat bij toegepast klinisch onderzoek

woord op deze en tal van andere vragen wil

naar de doeltreffendheid en veiligheid van stents voor de behandeling van

het Comité Kindaangepast Ziekenhuis van het

kransslagadervernauwing of afsluiting, de keuze van het juiste meetinstru-

Jessa Ziekenhuis de twijfels rond kinderen op

ment cruciaal is. Bovendien kan de meerwaarde van nieuwe stents enkel

bezoek in het ziekenhuis bespreekbaar maken.

worden beoordeeld in de context van het totale zorgpakket voor de patiënt.

Het Comité Kindaangepast Ziekenhuis werkt

Dr. Vranckx lag mee aan de basis van de ontwikkeling van universele con-

op tal van vlakken actief aan een aangepast,

sensus eindpuntdefinities voor gebruik in onderzoek naar nieuwe invasieve

kindvriendelijk beleid in het ziekenhuis.

en/of medicamenteuze behandelingen voor kransslagadervernauwing of afsluiting. In zijn proefschrift plaatst hij deze definities in hun context, wijst op

Meer info over kinderen op bezoek: www. jessazh.be/kinderen > kinderen meenemen op bezoek in het ziekenhuis?!

4 JESSALINEA

hun waarde maar tevens ook op mogelijke zwakten.


kort nieuws

Dr. Didier Nolens door Belgische vereniging afgevaardigd in Europese organen Plastisch chirurg dr. Didier Nolens is onlangs door de Belgische Vereniging voor Plastische Reconstructieve en Esthetische Chirurgie aangesteld als afgevaardigde in drie Europese organen. Concreet betekent dit dat dr. Nolens zetelt als: • Vertegenwoordiger voor ons land in de Union Européen de Médecins spécialistes. • Member of the Examination Board EBOPRAS (European Board Plastic, Reconstructive & Aesthetic Surgery). Dr. Nolens fungeert hier als jurylid tijdens mondelinge examens die afgenomen worden voor het bekomen van een Europees certificaat. • Member of the Accreditation subcommittee EBOPRAS. Deze commissie houdt zich bezig met het opstellen van criteria voor opleiding en visitatie van opleidingscen-

Afdeling neonatologie in een nieuw kleedje

tra die een Europese erkenning wensen. Dr. Didier Nolens is als plastisch chirurg al tal van jaren actief binnen het Jessa Ziekenhuis. Het is eerder uitzonderlijk dat de benoeming in deze Europese organen te beurt valt aan een arts die niet aan een universitair ziekenhuis verbonden is.

Begin januari verhuisde de afdeling neonatologie van campus Virga Jesse naar een nieuwe locatie op dezelfde campus. De nieuwe afdeling neonatologie biedt een aantal voordelen. Zo is er meer ruimte gecreëerd rond de bedjes, is er een aparte kamer voor het brengen van slecht nieuws en is de opnameruimte aanzienlijk groter. Hoofdvroedvrouw Marleen Kosten: “Daarnaast is comfort een belangrijke spil. We willen de baby’s rust en regelmaat bieden. Zeker voor onstabiele baby’s of baby’s die zich niet goed voelen maakt dat een groot verschil. Daarom beperken we het lichtgebruik en dempen we onze stem. afdeling.”

Dienst ‘infectieziekten’ wordt ‘infectieziekten en immuniteit’

Volledig nieuw zijn de twee ouder-kind-

Binnen de dienst infectieziekten van het Jessa Ziekenhuis worden - naast patiënten

boxen die steeds meer aan populariteit

met gecompliceerde infecties, tropische ziekten en HIV - in toenemende mate patiën-

winnen. “De ouder-kindbox is een

ten met (verdenking op) aandoeningen van de immuniteit gezien. Zo volgen de art-

ruime kamer waar de meest onstabiele

sen-infectiologen onder meer patiënten met auto-inflammatoire ziekten (HyperIgD

baby’s liggen. Hier kan de mama of papa

syndroom, FMF, CAPS, TRAPS), met een primaire immuunziekte (XLA, CVID) en pa-

doorlopend en ongestoord bij de baby

tiënten met inflammatoire vasculitis op. Daarnaast zien zij ook patiënten met koorts

verblijven. Met de verbouwing hebben

van onbekende oorsprong, waarbij vaak sprake is van een niet-infectieus probleem.

Iedereen fluistert nu spontaan op deze

we ook het aantal rooming-in kamers verhoogd van één naar vier. De laatste

Deze aandoeningen vallen binnen het vakgebied interne geneeskunde, maar strikt

nacht dat baby’s in het ziekenhuis

genomen buiten het vakgebied van infectieziekten. Daarom heeft het ziekenhuis de

verblijven, kunnen mama’s (vooral die-

dienst ‘infectieziekten’ herbenoemd tot ‘dienst infectieziekten en immuniteit’. Door

genen die borstvoeding geven) daar een

deze naamsverandering is het voor de verwijzende huisartsen en specialisten dui-

nachtje doorbrengen en zo wennen aan

delijker dat analyse en behandeling van patiënten met (verdenking op) een immuni-

de grote verandering in hun leven.”

teitsprobleem ook behoort tot de competentie en het domein van deze dienst. Meer info over de dienst infectieziekten en immuniteit:www.jessazh.be/deelwebsites/infectieziekten-en-immuniteit.

JESSALINEA 5


revalidatie

Campus St.-Ursula is volledige revalidatiecampus Sinds 21 januari 2013 zijn alle revalidatieafdelingen van het Jessa Ziekenhuis gecentraliseerd op campus St.-Ursula in Herk-de-Stad. Met ondermeer een bijkomend therapieblok is de volledige campus nu ingericht als revalidatiecampus. Daarnaast beschikt campus St.-Ursula over een goed uitgebouwde dienst radiologie en wordt het aantal raadplegingsactiviteiten systematisch uitgebreid. Zo kunnen patiënten uit de regio Herk-de-Stad voor steeds meer raadplegingen dicht bij huis terecht.

Welk soort revalidanten verblijven op de

tuur en werkorganisatie volledig kan uitbou-

waren om onze volledige werkorganisatie kri-

revalidatiecampus?

wen rond de revalidant.”

tisch onder de loep te nemen. Door het beste

Luc Claes (zorgmanager zorgcluster neuro-loco-

van beide campussen bij elkaar te brengen,

motoriek): "Op onze revalidatiecampus kunnen

Dr. Guido Claes (medisch manager zorgcluster):

kom je tot de beste en meest efficiënte ma-

revalidanten terecht voor locomotorische en

“Door de schaalvergroting is er een grotere

nier van werken.”

neurologische revalidatie. De locomotorische

subspecialisatie zowel binnen het artsenteam

revalidatie richt zich vooral op de revalidatie na

als binnen de paramedische en verpleegkun-

prothesechirurgie en amputaties. De doelgroep

dige equipe mogelijk. Iedereen heeft uiteraard

Gaan verwijzers ook een voordeel voelen?

voor de neurologische revalidatie zijn vooral

de algemene kennis onder de knie, maar er is

Dr. Joyce Steenberghs: “Met de komst van dr.

mensen met niet aangeboren hersenletsels

ruimte om daarnaast verder te specialiseren in

Sofie Peeters vanuit campus Virga Jesse zijn

(NAH). Naast een kwalitatieve neurorevalidatie

bepaalde aandachtsgebieden.”

we nu met vier revalidatieartsen. Door een re-

specialiseert het revalidatieteam zich in de be-

organisatie houden we nu veel meer consul-

handeling van comapatiënten, cognitieve reva-

Marc Michielsen (hoofdtherapeut): “We zien

taties, zowel algemene als gespecialiseerde

lidatie, arm-handrevalidatie, spasticiteit/Botox,

dit ook binnen het team van therapeuten.

consultaties zoals Parkinsonraadpleging of

reconditionering en Parkinson.”

Onze therapeuten moeten allemaal een all-

schoenenspreekuur. Dit betekent dat verwij-

round kennis hebben, maar daarnaast kunnen

zers sneller een afspraak voor hun patiën-

ze verder specialiseren in een bepaald deel-

ten kunnen vastleggen. Vroeger bedroeg de

Biedt het voordelen om alle revalidatieaf-

domein zoals Parkinsonrevalidatie, cognitieve

wachttijd vaak enkele weken.”

delingen op één campus samen te brengen?

revalidatie of arm-handrevalidatie. Gespe-

Luc Claes: “Absoluut. Verblijven op een revali-

cialiseerde medewerkers delen hun kennis op

datieafdeling in een acuut ziekenhuis – zoals

hun beurt met de andere collega’s en geven

Hoe vangen jullie binnen de therapiezalen

onze revalidatieafdeling die onlangs van cam-

hen de nodige adviezen. Door de schaalver-

het groter aantal behandelingen op?

pus Virga Jessa naar hier verhuisde – geeft

groting wordt het trouwens ook gemakkelij-

Marc Michielsen: “Vooraleer de vierde revali-

voor de revalidant een heel ander gevoel. Op

ker om regelmatig in eigen huis opleidingen

datieafdeling naar Herk-de-Stad verhuisde, is

de revalidatiecampus heerst veel minder een

te organiseren.”

er een tweede therapieblok gebouwd. Daar

ziekenhuissfeer. We laten de revalidanten zo-

werken we volgens een geheel nieuw prin-

veel mogelijk actief zijn en bieden hun een

Dr. Joyce Steenberghs (medisch coördinator):

cipe. In het reeds bestaande blok heeft iedere

dagvullend revalidatieprogramma aan. Dit is

“Een bijkomend voordeel van de samenvoe-

discipline een bepaalde ruimte in gebruik: de

mogelijk omdat je op één campus infrastruc-

ging op één locatie is dat we gedwongen

kinesitherapiezaal, ergotherapiezaal, ... In het nieuwe gedeelte werken we volledig multidisciplinair naar één doel toe en kijken we telkens hoe we dat centrale doel op de meest

Enkele cijfers: • 90 revalidatiebedden, verdeeld over 4 afdelingen • Erkenning voor 5 comabedden • 4 revalidatieartsen • 145 medewerkers

effectieve en efficiënte manier kunnen bereiken. Zo kunnen therapeuten heel gemakkelijk inspelen en verder bouwen op wat de andere disciplines doen. De therapeuten hebben vanuit hun expertise zelf mee gedacht over de bestemming van de zalen. Ook hier hebben we gemerkt dat je werking in vraag stellen,

6 JESSALINEA


Luc Claes, dr. Joyce Steenberghs, Marc Michielsen en dr. Guido Claes

tot verbeteringen leidt. In de toekomst willen

op het vlak van revalidatie zoals een docto-

Bovendien hebben we samen met een aan-

we trouwens ook ons aanbod aan ambulante

raatsstudie over conditietraining vroeg in de

tal externe partners de afgelopen twee jaar

therapie verder uitbreiden. Dit alles kan mede

revalidatie bij neurologische patiënten en

het project Weer-werk, een innovatief project

doordat er drie therapeuten van campus Virga

een onderzoek naar de hersenactiviteit tij-

rond arbeidsre-integratie van revalidatiepa-

Jesse mee de overstap naar ons revalidatie-

dens het stappen in de Locomat (staprobot)

tiënten, op poten gezet. We wachten nu op de

centrum hebben gemaakt.”

en de werking van rompmusculatuur tijdens

goedkeuring van het Europees Sociaal Fonds,

het stappen in de Locomat. We hebben ook

om het project nog een jaar verder te kunnen

meegewerkt aan een studie rond de try-out

zetten. Dat jaar is voorzien om het project

Is het belangrijk dat de campus beschikt

van een nieuw computergestuurd spel voor

klaar te maken voor gebruik binnen andere

over een dienst radiologie?

de bovenste ledematen en er loopt nu een

revalidatiecentra.”

Luc Claes: “Het is zeker een pluspunt. Zo kun-

licentiaatsthesis rond spiegeltherapie.

nen we voor onze revalidatiepatiënten heel wat transporten vermijden. En uiteraard is het ook aangenaam voor mensen uit de regio Herk-de-Stad dat ze hier terecht kunnen voor een radiologieonderzoek.”

Voordelen van de centralisatie in een notendop • Meer subspecialisatie bij artsen en therapeuten mogelijk door schaalvergroting • Prettiger sfeer voor revalidanten, geen ‘ziekenhuissfeer’ • Meer mogelijkheden om in eigen huis opleidingen te organiseren

De raadplegingsactiviteiten zijn intussen ook uitgebreid? Dr. Guido Claes: “De raadplegingsruimten, wachtzalen en lokalen voor functiemeting zijn vernieuwd en het aantal raadplegingslokalen is uitgebreid. Hiermee hebben we de komst mogelijk gemaakt voor een aantal artsen die ook op onze campussen in Hasselt actief zijn. In de toekomst voorzien we nog verdere uitbreiding. Voor patiënten uit de regio Herk-de-Stad is het een stuk aangenamer

• Infrastructuur en werkorganisatie volledig afgestemd op de revalidant • Betere en efficiëntere organisatie door het samenbrengen van ‘best of both worlds’ • Het belang van (verder) participeren in wetenschappelijk onderzoek stijgt nog • Het aantal revalidatieconsultaties is uitgebreid en de wachttijden zijn verkort

Bijkomende revalidatiearts Revalidatiearts dr. Sofie Peeters was de verantwoordelijke arts voor de revalidatieafdeling op campus Virga Jesse. Met de verhuis van deze afdeling naar Herkde-Stad, komt dr. Peeters het team van revalidatieartsen op campus St.-Ursula versterken. Het team bestaat nu uit 4 revalidatieartsen. Dr. Peeters blijft ook actief binnen de dienst fysische geneeskunde & revalidatie op campus Virga Jesse.

als ze dicht bij huis terecht kunnen voor een consultatie. Bovendien is onze campus gemakkelijk bereikbaar en beschikken we over een ruime parking.”

Coming soon... Campus St.-Ursula organiseert op 28 september een symposium arm-handrevalidatie voor artsen en kinesitherapeuten. Dit vindt plaats in de Markthal-

Denken jullie ook aan wetenschappelijk onderzoek? Marc Michielsen: “Toch wel, ja. We participe-

len in Herk-de-Stad en omvat ook een bezoek aan de revalidatiecampus. Meer info hierover volgt. In mei en september organiseert het team telkens een Bobath advanced cursus voor kinesitherapeuten en ergotherapeuten.

ren nu al in een aantal onderzoekstrajecten

JESSALINEA 7


cardiologie

Hartcentra Hasselt en Heusden-Zolder werken samen in één associatie Het Hartcentrum Hasselt van het Jessa Ziekenhuis en de afdeling cardiologie van het Sint-Franciskusziekenhuis hebben al 20 jaar een prima samenwerking. Op 1 januari 2013 kreeg deze een meer formeel karakter en bundelden de cardiologen hun expertise en jarenlange ervaring in één associatie. Jessalinea en Intro SFZ spraken met prof. dr. Paul Dendale (Jessa Ziekenhuis) en dr. Dirk Mertens (Sint-Franciskusziekenhuis). Waarom hebben jullie ervoor gekozen om

gevestigde cardiologen, was het Sint-Francis-

in één associatie samen te werken?

kusziekenhuis ook voorheen al een zeer be-

Dr. Mertens: “Cardiologie is een discipline die

langrijke groep verwijzers. De cardiologen van

op technologisch vlak de laatste twee decen-

SFZ doen ook al heel wat jaren hartcathete-

nia zeer sterk en snel geëvolueerd is. In het

risaties in Hasselt. We vonden het belangrijk

ching’ onder elkaar. Elke woensdag bespreken

Sint-Franciskusziekenhuis hebben we steeds

om die jarenlange, uitstekende samenwer-

we binnen het hartteam moeilijke casussen.

getracht een optimale kwaliteit te bieden in

king te intensifiëren. Ook op persoonlijk vlak

Het is de bedoeling dat ook campus Heusden-

basiszorg. De samenwerking met de collegae

verloopt de samenwerking trouwens bijzon-

Zolder hierin voortaan – al dan niet via tele-

in Jessa voor technische onderzoeken en be-

der aangenaam. We hopen dat ons centrum

conferentie – participeert. Cardiologie is een

handelingen die in Heusden-Zolder niet be-

nog kan groeien en we ons gebied van verwij-

technische discipline waarbij overleg in team

schikbaar zijn, verliep altijd zeer correct maar

zers nog kunnen vergroten.”

een belangrijke meerwaarde biedt.”

dien de laatste jaren meestal een bijkomende

Jullie werkten al samen. Wat verandert er

Is er een taakverdeling binnen de verschil-

subspecialisatie. Een groter centrum biedt hen

dan nu?

lende campussen?

meer mogelijkheden om deze bijkomende be-

Dr. Mertens: “We werkten inderdaad prima sa-

Dr. Dendale: “Op dat vlak verandert er niet

kwaming in de praktijk om te zetten. Door de

men, en vanuit Hasselt gebeurde de terugver-

zoveel. Het is niet de bedoeling dat we alle-

samenwerking wordt het gemakkelijker om

wijzing van patiënten ook heel correct. Maar

maal continu van campus wisselen, maar we

nieuwe mensen te rekruteren die binnen één

we functioneerden wel in twee afzonderlijke,

nemen uiteraard wel onze rol in een andere

groot team op meerdere campussen actief

toch wel concurrentiële teams. Nu kunnen we

campus op als dat nodig of nuttig is. Ook tij-

kunnen zijn. De samenwerking maakt het voor

onze know-how bundelen binnen één team.

dens verlofperiodes biedt dit mogelijkheden

ons zo ook mogelijk om te subspecialiseren.

Voor onze patiënten in de regio Heusden-Zol-

om elkaar te vervangen. We vragen daarom

We zullen in Heusden-Zolder vooral algemene

der biedt het zeker een meerwaarde dat ze

allemaal een statuut als ‘toegelaten arts’ in

cardiologie blijven aanbieden. Maar de komst

nu voor meer behandelingen dichter bij huis

het andere ziekenhuis aan. Nieuwe collega’s

van dr. Mulleners, die in Jessa een bijkomende

terecht kunnen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan

zullen hun activiteiten wel meer over de bei-

opleiding in revalidatie voltooide, en dr. Joris

revalidatie of het opvolgen van patiënten met

de sites verdelen. Zo zal dr. Joris Schurmans

Schurmans, die zich specialiseerde in de inten-

een ingeplante defibrillator.”

bijvoorbeeld voor 1/3e binnen elektrofysiolo-

campus Virga Jesse

was niet in een formele samenwerking verankerd. Jonge collegae-cardiologen kiezen boven-

sieve zorgen en in Jessa een bijkomende oplei-

gie Jessa actief zijn en voor 2/3e de kennis

ding elektrofysiologie voltooide, betekent voor

Dr. Dendale: “We proberen de beste oplos-

over elektrofysiologie in SFZ versterken en

ons een belangrijke meerwaarde.”

sing voor de patiënt te zoeken. Ik ben ervan

daarnaast actief zijn op de afdeling intensie-

overtuigd dat patiënten uit Heusden-Zolder

ve zorgen in SFZ.”

Dr. Dendale: “In Jessa zijn we afhankelijk

het sterk zullen appreciëren dat hun eigen

van een goede samenwerking met andere

arts hen ook binnen Jessa kan opvolgen, in-

Dr. Mertens: “In Hasselt ligt het accent meer

ziekenhuizen voor verwijzingen van zware

dien daar een behandeling nodig is. Voor ons

op de subspecialismen en minder op de

pathologie. Naast de ziekenhuizen van Diest,

als artsenteam – en onrechtstreeks dus ook

algemene cardiologische interventies. In

St.-Truiden en Tongeren en enkele privé

voor de patiënt - zit de meerwaarde in de ‘tea-

Heusden-Zolder is de verhouding 70-80 %

8 JESSALINEA


Prof. dr. Paul Dendale (Jessa Ziekenhuis) en dr. Dirk Mertens (Sint-Franciskusziekenhuis)

Hollandsch Huys

campus Salvator

campus Heusden-Zolder

algemene cardiologie en 20-30 % subspe-

Zijn er ook aandachtpunten binnen de sa-

bijvoorbeeld de efficiëntere opmaak van fac-

cialisaties. Maar door de associatie komen nu

menwerking?

turen in SFZ ook in Jessa uitwerken."

hoog gekwalificeerde artsen de cardiologie in

Dr. Dendale: “Een eerste grote opdracht is de

Heusden versterken.”

verschillende manieren van werken op elkaar

Dr. Dendale: “Met de komst van dr. Mulleners

afstemmen, processen stroomlijnen en over-

Heeft de samenwerking voordelen voor

legstructuren uitbouwen.”

verwijzende artsen?

stijgt bijvoorbeeld de kans op een officiële

Dr. Dendale: “Sinds enkele jaren hebben

erkenning voor de revalidatiedienst in Heus-

Dr. Mertens: “Omdat we met een grote groep

we in Hasselt de artsenlijn ingevoerd waar

den-Zolder sterk. Deze dienst is de eerste en

over meerdere campussen werken, is het be-

huisartsen en specialisten elke werkdag van

langst opgerichte revalidatiedienst in Limburg

langrijk om medische protocols en klinische

8 tot 20u terecht kunnen om op zeer korte

en de erkenning zou meer dan verdiend zijn!

paden samen verder uit te werken en duide-

termijn een dringende raadpleging voor hun

Door de regelgeving van het RIZIV gebeurde

lijke afspraken te maken rond bv. medicatie.

patiënt te boeken. Het is de bedoeling om dit

dat tot nu toe nog niet.”

Dergelijke afspraken sluiten trouwens perfect

systeem in de nabije toekomst uit te breiden

aan bij de wetgeving over zorgprogramma's.”

naar de collega’s van campus Heusden-Zolder.

Dr. Mertens: “We willen inderdaad onze facili-

Zo kunnen we over de verschillende locaties

teiten rond cardiale revalidatie verder uitbou-

Dr. Dendale: “Samenwerken betekent ook

heen kijken bij welke cardioloog de patiënt

wen omwille van de vele voordelen voor de

van elkaar leren, efficiënter werken, samen

het snelst en in de dichtsbijzijnde regio te-

patiënten die dan dicht bij huis kunnen terug-

nieuwe apparatuur aankopen. Zo willen we

recht kan voor een dringende raadpleging.”

vallen op een goed, multidisciplinair team.” Dr. Dendale: “Vanuit Jessa hebben we dan weer de ambitie om in Limburg een goede cardiogenetische dienst op te zetten samen

Actief op 6 locaties

met ons klinisch laboratorium en de UHasselt.

De nieuwe associatie draagt de naam Hartcentrum Hasselt, met vermelding van de

Dr. Pieter Koopman volgt hiervoor momenteel

campus, bijvoorbeeld ‘Hartcentrum Hasselt, campus Heusden-Zolder’.

een bijkomende opleiding in Maastricht en zal

Het Hartcentrum Hasselt is actief op 6 locaties:

vanaf september ons team voltijds verster-

• Campus Virga Jesse

ken. Net omdat er nog maar weinig geweten

• Campus Salvator

is over de genetische achtergrond van bv. rit-

• Het ‘Hollandsch Huys’ aan de Prins Bisschopssingel (vlakbij campus Salvator)

mestoornissen, is het belangrijk ook hier weer

• Campus Heusden-Zolder

op een breed netwerk van verwijzers te kun-

• Medisch Centrum Beringen

nen terugvallen.”

• Practimed, Medisch Centrum in Tessenderlo

JESSALINEA 9


palliatieve zorgen

Palliatieve eenheid opnames ligdagen verblijfsduur externe verwijzingen interne verwijzingen zorgcluster oncologie Jessa niet-oncologie (pneumologie, gastro-enterologie, ...) Dr. Marc Desmet: "de nieuwe locatie biedt onze patiënten en hun familie meer comfort."

Palliatieve afdeling Jessa voortaan op campus Op zaterdag 8 december 2012 verhuisde de palliatieve afdeling van het Jessa Ziekenhuis van campus Virga Jesse naar campus Salvator. De nieuwe unit is ruimer en biedt patiënten en hun familie meer comfort. Via het palliatief supportteam blijven de artsen palliatieve zorg ook sterk actief op campus Virga Jesse. Het Jessa ziekenhuis beschikt over een palliatief supportteam op iedere campus: Virga Jesse, Salva-

de palliatieve eenheid kende de afgelopen jaren een lichte stijging. “Met onze verhuis naar een nieuwe locatie verandert er voor de huisarts niets aan onze werking,” zegt dr. Desmet. “Huisartsen kunnen me altijd contacteren als ze iemand willen laten opnemen op de palliatieve afdeling. Ze kunnen dit – in de mate van het mogelijke – best al een tijdje vóór de opname doen. Zo kan soms vermeden worden dat patiënten via de spoedgevallendienst op

tor en St.-Ursula.

onze afdeling terechtkomen. Daar worden ze uiteraard heel goed opgevangen, maar een

Net als voorheen beschikt de palliatieve een-

voor onze patiënten en hun familie dat ze daar

rechtstreekse opname is voor een palliatieve

heid op campus Salvator over 7 bedden voor

wat van de buitenlucht kunnen genieten. Aan

patiënt toch comfortabeler. Al is het natuurlijk

palliatieve patiënten. Medisch verantwoor-

het terras is ook een buitentrap voorzien. Dat

niet altijd mogelijk om dit zo te plannen.”

delijke van de palliatieve eenheid is dr. Marc

maakt het gemakkelijker om patiënten tijd

Desmet. Samen met dr. Joke Bossers staat hij

met hun huisdier te laten doorbrengen.”

141 opnames, 1 000 begeleidingen via PST

in voor de medische zorg van de palliatieve patiënten.

Ook korte opnames positief ervaren

In 2012 telde de palliatieve eenheid 141 op-

Meer comfort

Ongeveer tweederde van de patiënten op de

portteam (PST) in voor ruim 1 000 begeleidin-

Dr. Marc Desmet: “De nieuwe locatie biedt

palliatieve afdeling komt van afdelingen bin-

gen,” licht dr. Desmet toe. “Zo’n begeleiding

onze patiënten en hun familie meer comfort.

nen het ziekenhuis. De overige patiënten wor-

kan variëren van een ambulant contact of een

Zo zijn de kamers gemiddeld ruimer dan op

den via de huisarts of een ander ziekenhuis

eenmalig gesprek met de psycholoog of pal-

onze vorige locatie en is er op elke kamer een

verwezen of ze nemen zelf het initiatief om

liatief arts tot iemand 6 weken volgen op de

zetelbed voorzien zodat familieleden op een

een opname aan te vragen. “We zien dat de

afdeling of drie weken pijncontrole.”

comfortabele manier bij de patiënt kunnen

gemiddelde verblijfsduur de laatste jaren wat

De artsen palliatieve zorg proberen een da-

overnachten. In de gespreksruimte is een ex-

afneemt en er soms ook heel korte opnames

gelijkse beschikbaarheid van een supportarts

tra zetelbed voorzien. De leefruimte is licht en

tussen zitten. Toch geven ook die patiënten

op beide Hasseltse campussen te voorzien.

ruim en beschikt over een volledig ingerichte

en familie aan dat ze de opname op de pal-

“Gezien de concentratie van alle oncologie-

keuken. Voor de kinderen hebben we een

liatieve afdeling nog zinvol vinden en als heel

en pneumologieafdelingen op campus Virga

aparte kinderhoek.”

positief ervaren. We willen dus zeker – in de

Jesse is de werking van het supportteam daar

mate van het mogelijke – op dergelijke vragen

nog versterkt. Op campus Salvator willen we

blijven ingaan.”

onder meer bijzondere aandacht hebben voor

Buitenlucht

names. “Daarnaast stond ons palliatief sup-

palliatieve situaties op de afdelingen geria-

De nieuwe palliatieve afdeling kreeg ook een

trie, maagdarmziekten en neurologie. Naast

buitenterras met tuinmeubels. “Tegen de zo-

Verwijzing door huisarts

de begeleiding van patiënten en hun familie

mer komt daar nog een luifel. Heel aangenaam

Het aantal verwijzingen van huisartsen naar

op verpleegafdelingen, is het palliatief sup-

10 JESSALINEA


Kort nieuws

2007

2008

2009

2010

2011

106

126

127

130

137

2 133

2 036

2 147

2 088

2 162

20,6

16,7

16,9

16

15

43%

35%

50,4%

38,4%

36,5%

57%

65%

49,5%

61,6%

63,5%

29%

37%

25,1%

29,2%

29,2%

28%

28%

24,4%

32,3%

34,3%

Prof. dr. Paul Dendale, cardioloog Jessa Ziekenhuis

UHasselt, ZOL en Jessa in redactie Tijdschrift voor Geneeskunde Vanaf dit academiejaar treden vertegenwoordigers van de Universiteit Hasselt (UHasselt), ZOL en Jessa Ziekenhuis toe tot de redactieraad van het Tijdschrift

Salvator

voor Geneeskunde. Prof. dr. Gyselaers, gynaecoloog in het Ziekenhuis Oost Limburg, neemt de functie van UHasselt-redacteur op zich en prof. dr. Dendale, cardioloog in het Jessa Ziekenhuis, wordt lid wordt van de Raad van Bestuur. Beide artsen zijn als docent verbonden aan de faculteit Geneeskunde en

portteam ook actief in de ambulante zorg. Zo

Levenswetenschappen van de UHasselt.

winnen de afdelingen radiotherapie en ambulante chemotherapie bijvoorbeeld regelmatig

Dit nieuwe werkingskanaal voor UHasselt biedt de mogelijkheid aan Lim-

advies in over pijn- en symptoomcontrole,

burgse artsen die willen bijdragen tot de nascholing van hun Vlaamse collegae

emotionele opvang, info over thuiszorgdien-

- zowel omnipractici als specialisten – om hun boodschap via dit medium te

sten en palliatieve thuiszorg. Vragen voor eu-

verspreiden. De laatste jaren is de band sterk aangehaald tussen de klinische

thanasie of wilsverklaringen komen meestal

artsen in de Limburgse ziekenhuizen of algemene praktijk en de academici

bij mij terecht,” besluit dr. Desmet.

aan UHasselt, en dit heeft geleid tot een sterke verandering in de Limburgse geneeskunde, zowel op het vlak van de toepassing van wetenschappelijke principes in de dagdagelijkse praktijkvoering als op het gebied van medische

Dr. Bossers stopt activiteiten in palliatief supportteam Dr. Joke Bossers lag vele jaren geleden aan de basis van de uitbouw van de palliatieve zorg in Limburg en fungeert ook nu nog als spilfiguur in de palliatieve zorg. Daarnaast combineert zij al tal van jaren een drukke praktijk als huisarts met haar

opleiding. De samenwerking met de universiteit heeft geleid tot een eigen identiteit van de Limburgse geneeskunde, en deze identiteit mag en kan worden getoond en gedeeld met collegae en studenten in het land. De directieleden van de Universiteit Hasselt en de ziekenhuizen ZOL en Jessa staan volledig achter deze nieuwe opportuniteit om de geneeskunde en wetenschap in Limburg nog meer en beter op elkaar af te stemmen. Zij hopen dan ook dat de Limburgse artsen, studenten en wetenschappers deze mogelijkheid ten volle zullen aangrijpen om hun kwaliteiten, kennis en didactiek te delen met hun collegae in Vlaanderen.

activiteiten in het Jessa Ziekenhuis. Door de verdere uitbouw van haar huisartspraktijk is deze combinatie niet langer mogelijk. Dr. Bossers zet daarom vanaf begin maart haar activiteiten in het palliatief supportteam van het Jessa Ziekenhuis stop. Het is nog niet bekend wie haar zal vervangen. Dr. Bossers dankt iedereen met wie ze binnen het Jessa Ziekenhuis samenwerkte voor het vertrouwen en de samenwerking.

Een begrip in Vlaanderen Het Tijdschrift voor Geneeskunde is reeds decennia lang een begrip in Vlaanderen. Met een oplage van ca. 7000 exemplaren is het één van de meest gelezen medisch wetenschappelijke periodieken in ons land. Met onderwerpen uit alle medische disciplines richt het zich vooral tot de omnipracticus, maar onder de lezers bevinden zich ook vele specialisten, wetenschappers en andere werkers in de gezondheidszorg. Het tijdschrift verschijnt twee maal per maand, en wordt uitgegeven zowel in geprinte als in elektronische versie. Het tijdschrift werd in 1945 gesticht door de Nederlandstalige Medische Faculteiten in België en hun Alumni-Verenigingen. Initieel werd het ondersteund door de professoren van de faculteiten voor geneeskunde van de Gentse en

MEER INFO Voor meer info over een opname op de palliatieve eenheid: dr. Marc Desmet, tel. 011 28 93 43, e-mail: marc.desmet@jessazh.be.

Leuvense universiteiten en door leden van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde. Later zijn ook de professoren van de Antwerpse en Brusselse universiteiten tot de redactieraad toegetreden, evenals praktiserende artsen uit de algemene en klinische geneeskunde. Onder deze organisatie is het tijdschrift uitgegroeid tot zijn huidige vorm. Nu treden dus ook vertegenwoordigers van UHasselt, ZOL en Jessa toe tot de redactieraad.

JESSALINEA 11


revalidatie

Revalidatiecampus breidt therapie Parkinsonpatiënten uit Op revalidatiecampus St.-Ursula in Herk-de-Stad loopt sinds enkele jaren een multidisciplinair en zeer praktijkgericht oefenprogramma voor Parkinsonpatiënten. Ambulante patiënten vanuit heel Limburg (en verder) leren hier strategieën aan waarmee ze thuis – samen met hun thuistherapeut – verder aan de slag kunnen. Het revalidatiecentrum wil deze therapie voor Parkinsonpatiënten in de nabije toekomst aanvullen met een psychosociaal educatieprogramma.

Opstaan vanuit een stoel of je omdraaien in je

om een intensieve therapie die bestaat uit 10

Met steun van KU Leuven

bed? Het zijn bewegingen die je ‘op automati-

sessies. In iedere sessie komt een ander as-

Vooraleer revalidatiecampus St.-Ursula het

sche piloot’ uitvoert. Voor Parkinsonpatiënten

pect aan bod.” “We bouwen de sessies vanaf

begeleidingsprogramma opstartte, gebeurde

betekenen ze echter vaak een hele opgave

de basis op,” voegt zijn collega Liselot Thijs er-

er heel wat voorbereidend werk. “We werden

waarbij ze sterk moeten nadenken over de

aan toe. “Het is belangrijk dat de patiënt het

daarbij sterk ondersteund vanuit de KU Leu-

volgorde waarin de beweging moet gebeuren.

volledige programma afwerkt.”

ven, met name door prof. Alice Nieuwboer, een autoriteit op het vlak van Parkinsonreva-

Om tegemoet te komen aan de noden van

lidatie,” aldus dr. Vander Plaetse. “Bovendien

deze patiënten, werkte een multidisciplinair team van revalidatieartsen, kinesitherapeu-

Aanvullende therapie

hadden we zelf al mensen met ervaring in

ten, ergotherapeuten en logopedisten op

“Het is niet de bedoeling om de therapie die

huis zoals de kinesisten Lien Billiet, die op dat

campus St.-Ursula enkele jaren geleden een

deze patiënten in hun thuissituatie krijgen, te

ogenblik nog deeltijds in Leuven werkte, en

begeleidingsprogramma uit.

vervangen,” benadrukt revalidatiearts dr. Maai-

Maarten Bossuyt, die in Zwitserland ervaring

ken Vander Plaetse. “We willen net aanvullend

opdeed met Parkinsonpatiënten. Intussen zijn

werken en de patiënten, hun familie en hun

er vanuit de KU Leuven plannen om samen

10 sessies

therapeuten op weg helpen. Iedere patiënt

met een aantal centra een Parkinsonnetwerk

“Het oefenprogramma is sterk praktijkgericht,”

krijgt een individuele begeleiding. We starten

uit te bouwen. “Vanuit onze revalidatiecampus

vertelt kinesist Maarten Bossuyt. “We leren er

telkens met 5 tot 8 patiënten die gelijktijdig

volgt ergotherapeute Sanne Bogaerts dit op.”

de patiënten strategieën rond bv. bedmobili-

de 10 sessies doorlopen. Zo kunnen ze samen

teit, en reiken hen praktische tips aan zodat

met lotgenoten naar een doel toe werken. Dat

ze thuis beter kunnen functioneren. Het gaat

maakt het vaak wat gemakkelijker.”

Doorverwijzing Het therapieaanbod voor Parkinsonpatiënten in Vlaanderen is vrij beperkt. Centra die er ge-

Sterke punten bestaande oefenprogramma • Multidisciplinaire begeleiding door revalidatieartsen, kinesisten, ergotherapeuten en logopedisten • Screening door arts en therapeut om zicht te krijgen op niveau van functioneren en motivatie van de patiënt

structureerd rond werken zijn er onder andere in Leuven, Gent, Oostende, Turnhout, ... en dus ook Herk-de-Stad. Dr. Vander Plaetse: “De meeste doorverwijzingen komen van neurologen. Medicamenteuze behandeling en opvol-

• Individuele begeleiding, samen met lotgenoten

ging door de eigen neuroloog blijft immers de

• Het begeleidingsprogramma bestaat niet alleen uit oefeningen,

basisbehandeling van de Parkinsonpatiënt.

maar wordt aangevuld met praktische tips en allerhande informatie

Maar ook huisartsen kunnen uiteraard men-

die de patiënt nu of later in zijn ziekteproces helpt

sen doorverwijzen naar onze Parkinsonraad-

• 10 sessies waarbij elke sessie op één aspect toegespitst is

pleging. Uniek in ons programma is dat we

• Het begeleidingsprogramma krijgt op termijn uitbreiding met

de patiënten eerst screenen om een goed

een psychosociaal educatieprogramma, waarin ook psychologen

zicht te krijgen op hun niveau van functione-

betrokken worden

ren en hun motivatie. Tijdens de Parkinson-

12 JESSALINEA


Het Parkinsonteam vlnr: dr. Veronik Slachmuylders (revalidatiearts), Maarten Bossuyt, Lien Billiet en Liselot Thijs (kinesitherapeuten), Sanne Bogaerts (ergotherapeute) en dr. Maaiken Vander Plaetse (revalidatiearts). Ontbreekt op de foto: Louisette Raymaekers (logopediste).

raadpleging bekijken mijn collega dr. Veronik

dr. Vander Plaetse in het Atrium MC Parkstad

beperkingen – en frustraties - die de ziekte

Slachmuylders of ikzelf samen met een van

terecht en slaagde erin deze experten naar

van Parkinson meebrengen.”

de therapeuten wat de mogelijkheden van

Herk-de-Stad te halen voor een eendaagse

de patiënt zijn en of het Parkinsonprogramma

cursus ‘train de trainers – educatieprogramma

geschikt is voor deze patiënt. Zowel de ver-

voor Parkinsonpatiënten’ (zie kadertje).

Eigen programma ontwikkelen

wijzende neuroloog als de huisarts krijgt ach-

Het multidisciplinair team wil nu verder be-

teraf een uitgebreid functioneel bilan.”

kijken hoe ze het geleerde naar de praktijk

Positieve benadering

kunnen vertalen. Liselot Thijs: “In het oor-

Maar wat houdt zo’n psychosociaal educa-

spronkelijke programma zitten 7 thema’s, die

Psychosociaal educatieprogramma

tieprogramma eigenlijk in? Maarten Bossuyt:

wekelijks aan bod komen. Het programma is

“Naast het oefenprogramma organiseren we

“Omgaan met angst en depressie, het zien

er opgesplitst in een patiëntengroep en een

ook infosessies voor partners en hun familie.

van de positieve dingen in het dagelijkse

mantelzorggroep. De accenten in beide groe-

Deze zijn eerder medisch gericht maar belich-

leven, omgaan met de ziekte, belichten wat

pen kunnen anders liggen. Het is ook de be-

ten ook aspecten zoals woningaanpassing,

nog wel kan, sociale steun krijgen, ... het zijn

doeling dat patiënten ‘huiswerk’ meekrijgen,

hulpmiddelen e.d.,” vertelt kinesitherapeute

allemaal aspecten die in dit programma aan

punten waaraan ze thuis moeten werken.”

Lien Billiet. “Patiënt en partner krijgen al heel

bod kunnen komen. Het is de bedoeling ook

“We gaan nu kijken hoe we hier in huis een

wat informatie om hen in de ziekte te bege-

de psychologen bij dit project te betrekken. Zo

eigen

leiden, maar we voelen toch de nood aan nog

bundelen we hun expertise in psychologische

ontwikkelen, volledig op maat van onze pa-

meer begeleiding. Parkinson is een chronisch

begeleiding met onze grondige kennis van de

tiënten,” besluit dr. Vander Plaetse.

psycho-educatieprogramma

kunnen

progressieve, sterk stressgebonden ziekte. Door in te spelen op de psychosociale aspecten die bij deze ziekte komen kijken, verbetert de kwaliteit van leven zowel bij de patiënt als bij de partner.”

Grote interesse voor cursus Op 1 februari organiseerde campus St.-Ursula in samenwerking met KU Leuven en Atrium Medisch Centrum Parkstad een dagopleiding ‘train de trainers – educatiepro-

Expertise uit Nederland En dus ging het multidisciplinaire team op zoek naar een geschikte basis om een dergelijk programma uit te bouwen. Dr. Vander Plaetse ging de mosterd hiervoor in Nederland halen. “Daar bestaan al dergelijke programma’s en zijn er ook netwerken voor therapeuten die sterk begaan zijn met de zorg

gramma voor Parkinsonpatiënten. Dit programma - gebaseerd op een programma opgezet in Europees verband - bestaat uit educatief materiaal voor gebruik tijdens groepstraining. Het educatieprogramma wil de kwaliteit van leven verhogen, zowel bij patiënt als partner. Tijdens de cursus leerden de zorgverstrekkers zelfstandig een educatieprogramma voor Parkinsonpatiënten geven. De docenten waren een revalidatiearts, een Parkinsonverpleegkundige, een ergotherapeut, een kinesitherapeut en een psycholoog van het Atrium MC Parkstad. De deelnemers waren artsen, kinesitherapeuten en ergotherapeuten vanuit heel Vlaanderen.

voor Parkinsonpatiënten.” Uiteindelijk kwam

JESSALINEA 13


Het biobankteam: dr. Loes Linsen, Tine Vanbinst, prof. dr. Jean-Luc Rummens, Caroline Motmans en Merle Meus.

Universitaire Biobank Limburg wint posterprijs op internationaal biobankcongres Het belang van staalkwaliteit voor onderzoek Het onderzoek van de Universitaire Biobank Limburg (UBiLim), voorgesteld door dr. Loes Linsen, wetenschappelijk medewerker en biobankmanager van het Jessa Ziekenhuis, werd op de jaarlijkse meeting van de European, Middle Eastern & African Society for Biopreservation & Biobanking (Granada, Spanje) bekroond met de posterprijs in de

gebundeld in het Limburg Clinical Research Program, te ondersteunen. De kernactiviteit situeert zich in het Jessa Ziekenhuis en wordt geleid door prof. dr. Jean-Luc Rummens. De depots van ZOL en UHasselt worden beheerd door respectievelijk prof. dr. Joris Penders en prof. dr. Veerle Somers.

categorie Biospecimen Research. Tevens werd het werk geselecteerd voor een mondelinge presentatie. In dit onderzoek werd het effect van de invriesvorm van witte bloedcellen nagegaan. Hieruit bleek dat

Kwaliteitsvol biobanken: nonsens in is nonsens uit Net zoals haar inrichtende partners draagt

de invriesvorm een drastische impact heeft op de resultaten van de

UBiLim kwaliteit hoog in het vaandel. De kwa-

analyses uitgevoerd op deze cellen. Bovendien kan ze zelfs leiden tot

dere factoren. Enerzijds wordt deze bepaald

liteit van een biobank is afhankelijk van meer-

foutieve bevindingen door introductie van onderzoeks-ongerelateer-

door de kwalificaties van het personeel en de

de afwijkingen in de stalen.

deze gegarandeerd door de inplanting van de

aanwezige faciliteiten. Binnen UBiLim worden biobankactiviteiten in de ISO-geaccrediteerde laboratoria. Anderzijds speelt ook de kwali-

In een biobank wordt lichaamsmateriaal

beschikbaarheid van materiaal in een biobank

teit van de studieprojecten een rol. Een on-

(zoals bloed, tumorweefsel of urine,…) van

kan de duur van een wetenschappelijk on-

doordachte studieopzet kan ertoe leiden dat

welbepaalde patiënten en gezonde contro-

derzoek drastisch verkorten en de conclusies

ongepaste populaties worden geïncludeerd,

les bewaard, samen met demografische en

versterken. Studies die op gegevens uit een

waardoor de bewaarde stalen niet bruikbaar

klinische gegevens over de donor. Het mate-

biobank gebaseerd zijn, kunnen zo sneller een

zijn voor het correct beantwoorden van de

riaal dient voor wetenschappelijk onderzoek

waardevolle bijdrage leveren aan de gezond-

vooropgestelde onderzoeksvraag. Alterna-

en draagt bij tot een betere diagnose- en/of

heidszorg. De Universitaire Biobank Limburg

tief kunnen stalen worden verspild omdat de

prognosestelling, tot een dieper inzicht in de

(UBiLim) is een samenwerking tussen het Zie-

verkeerde conclusies worden getrokken uit de

ziekteprocessen en tot de ontwikkeling van

kenhuis Oost-Limburg (ZOL), de Universiteit

behaalde resultaten (zie pagina 15 onderaan).

efficiëntere therapieën. De bewaring gebeurt

Hasselt en het Jessa Ziekenhuis. Deze over-

Om zulke situaties te voorkomen, evalueert

met strikt respect voor de privacy van de do-

koepelende biobank werd in 2009 opgericht

de Wetenschappelijke Raad van UBiLim de

nor en volgens de Belgische wetgeving. De

om het groeiend translationeel onderzoek,

studieprojecten voor ze van start gaan. Last

14 JESSALINEA


biobank

De Universitaire Biobank Limburg wordt gesteund door de stichting Limburg Sterk Merk (LSM).

but not least is de staalkwaliteit van elemen-

lende invriesvormen of termijnen. De kwali-

meeting van de European, Middle Eastern &

tair belang. Meerdere veelbelovende biomar-

teit van het RNA daarentegen was afhankelijk

African Society for Biopreservation & Bioban-

kers konden niet worden bevestigd in grotere

van de bewaarvorm en –termijn. De resultaten

king in Granada, Spanje. De relevantie van dit

staalverzamelingen omdat in de initiële ana-

variëerden van sterk afgebroken of gedegra-

werk wordt onderstreept door de selectie voor

lyse de controle en patiëntenstalen van ver-

deerd RNA tot RNA van uitstekende kwaliteit.

mondelinge toelichting, maar bovenal door de

schillende kwaliteit bleken te zijn. Als één van

Hoewel het gedegradeerde RNA kon worden

posterprijs die werd toegekend in de catego-

zijn hoofddoelstellingen doet UBiLim daarom

gebruikt voor expressieanalyses, resulteer-

rie Biospecimen Research. Als kenniscentrum

in zijn kernfaciliteit van het Jessa ziekenhuis

de het in aberrante hoge expressieniveaus

willen we echter vooral ook de onderzoekers

onderzoek naar factoren die een effect kun-

in vergelijking met eenzelfde hoeveelheid

ervan bewust maken dat de kwaliteit van het

nen hebben op deze staalkwaliteit.

hoogkwalitatief RNA. Deze resultaten geven

bronmateriaal voor hun studie de uiteinde-

duidelijk aan dat de invriesvorm van een staal

lijke resultaten rechtstreeks zal beïnvloeden

een significante impact heeft op de analyses

en mogelijk doen afwijken. UBiLim beoogt

uitgevoerd na bewaring van dit staal.

daarom het onderzoek naar parameters met

De impact van staalkwaliteit De levensloop van een staal wordt opge-

een invloed op de staalkwaliteit verder te

deeld in een pre-analytische fase, een op-

zetten om zo de kwaliteit van translationeel

slag fase en een post-analytische fase. Het

Besluit

en klinisch onderzoek te verhogen en dus in-

werk waarvoor de posterprijs werd ontvan-

Deze onderzoeksbevindingen werden begin

direct bij te dragen aan de vooruitgang van de

gen, concentreert zich op de pre-analytische

november 2012 voorgesteld op de jaarlijkse

gezondheidszorg.

fase. Deze omvat alle omstandigheden en behandelingen alvorens een staal kan opgeslagen worden, zoals onder andere de koude ischemietijd, de verwerkingsprocedure, of de vorm van bewaring. In dit onderzoek werd de beste invriesvorm van witte bloedcellen

Bad Science: de wetenschapper die kikkers onderzoekt.

bepaald, die het grootste bereik aan verdere

Hij roept “Spring” naar de kikker en de kikker springt een meter ver.

downstream toepassingen toelaat. In eerste

Dan snijdt hij een poot af, roept “Spring” en de kikker springt een halve meter ver.

instantie werd gefocust op de kwaliteit van

Dan snijdt hij een andere poot af, roept “Spring” en de kikker springt een kwart

DNA en RNA geëxtraheerd uit witte bloedcel-

meter ver.

len, als buffy coat, celpellet of celsuspensie

Dan snijdt hij een derde poot af, roept “Spring” en de kikker springt niet. Hij roept

ingevroren voor korte en middellange termijn.

opnieuw “Spring” en de kikker springt nog steeds niet.

Uit de resultaten bleek dat de kwaliteit van

“Aha,” zegt de wetenschapper “Ziedaar mijn resultaat!” en hij schrijft zorgvuldig

het DNA niet werd beïnvloed door de verschil-

neer: “Wanneer drie poten verwijderd zijn, wordt een kikker doof.”

JESSALINEA 15


Vlnr: prof. dr. Marc Hendrikx, prof. dr. Jean-Luc Rummens, Annick Daniëls, dr. Karen Hensen, Leen Willems, Severina Windmolders, dr. Remco Koninckx, Yanick Fanton en dr. Boris Robic

Onderzoekers Jessa Ziekenhuis identificeren Onderzoekers van het Jessa Ziekenhuis zijn erin geslaagd om een nieuw stamceltype te isoleren uit het menselijk hart. Dat opent nieuwe perspectieven voor de toepassing van stamceltherapie na een hartinfarct. De bevindingen van het onderzoeksteam zijn gepubliceerd in het internationaal gerenommeerde tijdschrift Cardiovascular Research.

weefselregeneratie te bereiken (ref. 2). Bovendien zijn er steeds meer aanwijzingen dat getransplanteerde cellen paracriene factoren (cytokines en groeifactoren) vrijzetten die het genezingsproces begunstigen o.a. door het aantrekken van stamcellen. De positieve effecten die in de eerste klinische studie werden beschreven (ref. 1) zijn dus niet toe te schrijven aan veranderingen op celniveau, doch mogelijk wel aan factoren die werden afgescheiden door de ingespoten beenmergcellen. Daarnaast heeft het aanwezige litte-

Het onderzoek van het Jessa Ziekenhuis ka-

Wereldwijd lopen verschillende studies waar-

kenweefsel nog steeds een inhiberend effect

dert binnen de cluster cardiologie van het

bij men na een hartinfarct stamcellen in de

op het functioneel herstel.

Limburg Clinical Research Program, een initia-

hartspier tracht te brengen om zo de groei

tief van de UHasselt, het Jessa Ziekenhuis en

van nieuw hartspierweefsel te bevorderen.

het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL), dat mede

Ook in ons ziekenhuis is men al meer dan 10

Voorgeprogrammeerd

gefinancierd wordt vanuit de Stichting Lim-

jaar actief in dit onderzoeksdomein.

Ondertussen werd met de ontdekking van

burg Sterk Merk (LSM).

Zo werd in 2004-2006 in ons ziekenhuis een

stamcellen die in het hart zelf aanwezig zijn,

klinische studie uitgevoerd die uitwees dat

het paradigma van het hart als post-mitotisch

het rechtstreeks inspuiten in het hartspier-

orgaan verworpen in de literatuur. Deze hart-

Levenskwaliteit

weefsel (ook wel intramyocardiale injectie

stamcellen zijn mogelijk beter geschikt voor

Bij een hartinfarct loopt het hart altijd onher-

genoemd) van de mononucleaire celfractie uit

cardiaal herstel omdat ze al ‘voorgeprogram-

stelbare schade op. De bloeddoorstroming

het beenmerg, resulteerde in een verbetering

meerd’ zijn om tot effectief werkende hart-

in de kransslagader blokkeert, waardoor de

van de regionale, maar niet van de globale

spiercellen uit te groeien.

hartspier onvoldoende zuurstof krijgt en het

pompfunctie van het hart (ref. 1). De keuze

Uit internationaal onderzoek is de aanwezig-

spierweefsel afsterft. Als gevolg daarvan ver-

voor beenmergstamcellen was destijds ge-

heid van twee belangrijke typen van humane

mindert de pompfunctie en stijgt de kans op

baseerd op talrijke internationale studies die

hartstamcellen aangetoond, namelijk c-kit

hartfalen. De huidige behandelingen, zowel

het potentieel van dat celtype in de cardiale

positieve cellen en CDCs. “Wij hebben de mo-

farmacologische therapieën als chirurgische

setting beschreven. Uitgebreider onderzoek

gelijkheden van die celtypes uitgebreid on-

interventies, verbeteren de overlevingskan-

door onze onderzoeksgroep toonde echter

derzocht. En inderdaad, die hartstamcellen

sen en de levenskwaliteit van de patiënt op

aan dat beenmergstamcellen slechts een be-

bezitten een beter myocardiaal differentiatie-

korte termijn, maar kunnen het verloren weef-

perkte capaciteit bezitten om uit te groeien

potentieel ten opzichte van beenmergstam-

sel niet vervangen en dragen dus niet bij tot

tot functionele cardiomyocyten en dus niet

cellen (ref. 3). Maar de eigenschappen van die

functioneel herstel op lange termijn.

in staat zijn om de verhoopte myocardiale

cellen of de isolatietechnieken om die cellen

16 JESSALINEA


dossier

Reactie van prof. dr. Pedro Brugada in Het Nieuwsblad “De bevindingen van het Hasseltse onderzoek worden gepubliceerd in het tijdschrift Cardiovascular Research (ref. 4). Dat is een sterke garantie voor de kwaliteit van het onderzoek”, zegt topcardioloog Pedro Brugada, verbonden aan het UZ Brussel. “Een team van experts stelt echt wel strenge eisen aan zo'n publicatie. Minder dan 20 procent van alle voorgestelde artikels wordt gepubliceerd. Deze doorbraak is dus fantastisch voor Hasselt. Het had nog geen internationale faam, maar nu staat het bij de wereldtop. Wereldwijd zoekt men al jaren naar stamcellen die zich kunnen nestelen in het hart. Dit is een belangrijke stap in de goede richting.”

nieuw type hartstamcel te bekomen, beperken de toepassingsmoge-

eerder bekende types. De CASC laat zich

hartstamcellen komen dan in het verleden.

lijkheden om een belangrijke bijdrage te kun-

makkelijker isoleren en is vlot op te kweken

Ook de kwaliteit is beter omdat de celpopula-

nen leveren aan het herstel van beschadigd

in het laboratorium. Daardoor kan men veilig

tie die men isoleert homogeen is en enkel uit

hartspierweefsel na een hartinfarct,” leggen

en sneller tot grotere hoeveelheden bruikbare

levende stamcellen bestaat.

prof. dr. Jean-Luc Rummens en prof. dr. Marc Hendrikx (Jessa, UHasselt) uit. “Het zijn bovendien erg arbeidsintensieve isolatiemethodes waarbij we niet altijd een zuivere stamcelpopulatie bekomen.”

Nieuw type hartstamcel Het onderzoeksteam van ons ziekenhuis zocht en vond een nieuwe manier om stamcellen uit het hart te isoleren. “Dat gebeurt

Het minipig model

op basis van enzymatische activiteit van de

Momenteel wordt in ons ziekenhuis de in vivo differentiatie van en het functio-

cellen. Die techniek maakt het makkelijker

neel cardiaal herstel door de CASCs bestudeerd in een minipig infarctmodel, ont-

om stamcellen te isoleren, op te kweken en

wikkeld door prof. dr. Marc Hendrikx en dr. Boris Robic van de dienst cardiotho-

te transplanteren,” aldus dr. Karen Hensen en

racale heelkunde. De anesthesisten dr. Jasperina Dubois en dr. Luc Jamaer zijn

dr. Remco Koninckx (Jessa, UHasselt). “Dankzij

betrokken bij alle chirurgische ingrepen. Dr. Eric Bijnens en verpleegkundige Nic

de toepassing van de nieuwe techniek heb-

Heuts van de dienst medische beeldvorming zijn verantwoordelijk voor de beeld-

ben we een type hartstamcel geïdentificeerd

vormingstechnieken (MRI, Fluoroscopie) en de analyse van de bekomen data die

dat nog niet beschreven was: de cardiale

gebruikt worden om de functionaliteit van het hart te onderzoeken.

atrium stamcel (CASC). De CASCs hebben een

Prof. dr. Marc Hendrikx: “We hebben gekozen voor de adulte Göttingen minipig als

meer uitgesproken myocardiaal differentia-

proefdiermodel omwille van de hoge graad van overeenkomst tussen het cardio-

tiepotentieel dan de reeds beschreven car-

vasculair systeem van varkens en mensen. Daardoor worden er meer klinisch re-

diale stamcellen. Onderzoeken bewijzen dat

levante resultaten bekomen die de extrapolatie van het diermodel naar humane

er functionele en fenotypische verschillen

toepassingen vereenvoudigen.”

zijn en dat het dus wel degelijk om een nieu-

Dr. Remco Koninckx: “Minipigs zijn uiterst geschikt omdat ze, in vergelijking met

we celpopulatie gaat.” (ref. 4)

gewone varkens, relatief klein en gemakkelijk hanteerbaar zijn voor verzorging en functionele analyses. Daarnaast neemt bij deze varkens de hartmassa niet meer toe, wat post-operatieve analyse vereenvoudigt en betrouwbaarder maakt.”

Grote doorbraak

De resultaten zijn alvast veelbelovend. Het hartspierweefsel herstelt zich goed

Het nieuwe type stamcel heeft enkele be-

bij de minipigs, de hartspier trekt nadien beter samen en de varkensharten func-

langrijke voordelen in vergelijking met de

tioneren bijna net zo goed als vóór het infarct.

JESSALINEA 17


Uit laboratoriumonderzoek en onderzoek met

cellen uitsluiten,” licht dr. Karen Hensen toe.

proefdieren, uitgevoerd in het Jessa Zieken-

Aan deze doorbraak gingen vele jaren onder-

huis en aan de UHasselt, blijkt intussen dat

zoek vooraf. Vier doctoraatsstudenten uit de

de stamcellen effectief kunnen uitgroeien tot

Volgende stap

onderzoeksgroep lichten hun bijdrage aan het

functionele hartspiercellen. Die bevindingen

Prof. dr. Marc Hendrikx en dr. Remco Koninckx:

onderzoek toe en blikken vooruit naar de toe-

zijn gepubliceerd in het tijdschrift Cardiovas-

“Zowel bij mensen als dieren is het nieuwe

komst van hartstamceltherapie. Ze zoeken elk

cular Research (ref. 4). Voor dit onderzoek

type hartstamcel aanwezig. Toen we dat

vanuit hun eigen achtergrond naar oplossin-

werd samengewerkt met de KU Leuven en de

ontdekten, hebben we in het laboratorium

gen voor de knelpunten die er momenteel nog

‘University of Health Sciences’ van Kaunas,

experimentele hematologie zowel de CASCs

zijn om zo het totaalproces te optimaliseren.

Litouwen. “We hopen dat we op termijn die

van dieren als die van mensen proberen op te

stamcellen kunnen injecteren bij patiënten

kweken. Met succes: we zijn nu in staat om

na een hartinfarct en zo hun beschadigd hart

een klinisch relevant celaantal te verkrijgen

herstellen,” aldus prof. dr. Jean-Luc Rummens.

zonder verlies van de stamceleigenschappen. len terug te plaatsen bij proefdieren die een

Doctoraatsstudente Severina Windmolders vervoegde het team

Methodiek

infarct hadden doorgemaakt. Momenteel is al-

in 2009. Na het behalen van haar IWT-

“CASCs vertonen een hoge aldehydedehy-

les klaar om die proefdierstudie verder uit te

beurs startte zij haar PhD (doctoraatspro-

drogenase (ALDH) activiteit. Die eigenschap

breiden.” Als dit pre-klinisch onderzoek gun-

ject). De eerste twee jaar bestudeerde

wenden we aan om de cellen te isoleren uit

stig evolueert, volgen de testen bij de mens.

zij het groeipotentieel, de differentiatie-

de weefselfragmenten. Het Aldefluor reagens,

“Wij hopen dat CASCs ook bij de mens terug

mogelijkheden en de verouderingspro-

een niet-toxisch substraat voor ALDH, diffun-

hartspierweefsel aanmaken. Bij alle infarcten

cessen van de cardiale stamcellen. De

deert doorheen de membraan van de cellen en

gaat er immers hartspierweefsel verloren; de

resultaten waren positief: de stamcellen

wordt vervolgens door ALDH omgezet in een

stamceltherapie is dus breed toepasbaar.”

kunnen veelvuldig opgekweekt worden

Vervolgens zijn we er in geslaagd om die cel-

fluorescent reactieproduct dat we flowcyto-

zonder hun stamceleigenschappen en

metrisch meten. Het voordeel is dat enkel leef-

Het volledige onderzoeksteam telt vier stafle-

differentiatiecapaciteit naar cardiomyo-

bare cellen met voldoende stamcelcapaciteit

den (arts-specialisten en post-doctorandi) van

cyten te verliezen. Verder werkte ze met

geïsoleerd worden en dat er geen antigen-an-

het Jessa Ziekenhuis en de UHasselt, één we-

de rest van het team mee aan de opstart

tilichaam binding vereist is, waardoor we mo-

tenschappelijk assistent en vier doctoraats-

van de minipig-studie.

gelijke invloeden op de genexpressie van de

studenten.

Sinds 2011 focust Severina zich meer

Reactie van prof. dr. Piet Stinissen, UHasselt "De nieuwe internationale doorbraak in het stamcelonderzoek is ook een stevige opsteker voor het Limburg Clinical Research Program (LCRP), het ambitieuze onderzoeksprogramma dat met steun van LSM door de UHasselt, het Jessa Ziekenhuis en het Ziekenhuis Oost-Limburg wordt uitgebouwd om het medisch wetenschappelijk onderzoek in Limburg gevoelig te versterken. In totaal wordt er ingezet op zes medische clusters: cardiologie, oncologie, infectieziekten, anesthesie (met link naar neuro), fertiliteit en obesitas. Vandaag zijn er al bijna 20 doctoraatsstudenten actief in dit onderzoeksprogramma. Vanuit het LCRP werd recent een Mobile Health Unit opgestart (telemonitoring) en er wordt intensief samengewerkt met de Limburgse biobank (UbiLim). Het LCRP werd nauwelijks drie jaar geleden gestart maar bewijst nu al haar toegevoegde waarde voor het medisch onderzoek in Limburg, getuige daarvan deze toppublicatie van het Jessa team. Die snelle successen zijn een gevolg van het verder bouwen op stevige fundamenten die de afgelopen jaren werden gelegd in Jessa en ZOL. Zij hebben immers reeds jarenlang hoogstaand onderzoek uitgebouwd in specifieke disciplines.”

Referenties 1. Hendrikx M, Hensen K, Clijsters C, Jongen H, Koninckx R, Bijnens E, Ingels M, Jacobs A, Geukens R, Dendale P, Vijgen J, Dilling D, Steels P, Mees U, Rummens JL.. Restoration of regional contractile function through stem cell transfer by direct intramyocardial injection; results from a randomised controlled clinical trial. Circulation, 2006, 114 (1suppl): 101-107 2. Koninckx R, Hensen K, Daniëls A, Moreels M, Lambrichts I, Jongen H, Clijsters C, Mees U, Steels P, Hendrikx M, Rummens JL. Human bone marrow stem cells co-cultured with neonatal rat cardiomyocytes display limited cardiomyogenic plasticity. Cytotherapy. 2009 22:1-15. 3. Koninckx R, Daniëls A, Windmolders S, Carlotti F, Mees U, Steels P, Rummens JL, Hendrikx M, Hensen K. Mesenchymal Stem cells or cardiac progenitors for cardiac repair? A comparative study. Cell Mol Life Sci. 2011 Jun;68(12):2141-56. 4. Koninckx R, Daniëls A, Windmolders S, Mees U, Macianskiene R, Mubagwa K, Steels P, Jamaer L, Dubois J, Robic B, Hendrikx M, Rummens JL, Hensen K. The cardiac atrial appendage stem cell: a new and promising candidate for myocardial repair. Cardiovasc Res. 2013 Mar 1; 97(3):413-23.

18 JESSALINEA


dossier

Severina Windmolders doctoraatsstudente

Yanick Fanton doctoraatsstudente

Leen Willems doctoraatsstudente

dr. Boris Robic

Annick Daniëls wetenschappelijk assistent

op de paracriene effecten van mesenchy-

rakterisatie van de CASCs, want als de CASCs

fect heeft. MicroRNA's zijn een vorm van

male stamcellen afkomstig uit het beenmerg.

alle celtypes van het hart kunnen vormen,

niet-coderend RNA dat de eiwitexpressie van

Die stamcellen zetten namelijk stoffen vrij

wijst dat op het multipotente karakter van die

specifieke genen beïnvloedt. Via activatie

die een gunstige invloed uitoefenen op het

stamcellen. Yanick zal de vorming van bloed-

van specifieke processen zou het zo de CASCs

cardiaal weefsel na een hartinfarct. De ma-

vaten staven in het minipig model, waarbij

kunnen beschermen tegen ischemie of de cel-

nier waarop dat gebeurt, is echter nog niet

men na een infarct CASCs inspuit.

len mobiliseren naar de plaats van het infarct.

gekend. Een mogelijke hypothese is dat die

Als tweede punt onderzoekt Yanick hoe we

Tot slot gaat Leen na welke mechanismen een

factoren (ook wel eens het geconditioneerd

de stamcellen kunnen wapenen tegen de on-

rol spelen bij de proliferatie, zelfvernieuwing

medium genoemd) in staat zijn de residente

gunstige omgeving in een hart na een infarct.

en differentiatie van de CASCs. Hierbij zal ze

cardiale stamcellen, aanwezig in het hart, te

Wanneer men stamcellen transplanteert ko-

onderzoeken of het evenwicht tussen deze

mobiliseren naar de plaats van schade. Se-

men deze normaliter in de borderzone terecht,

processen zodanig gestimuleerd en geregeld

verina heeft daarom een 3D-collageen assay

het gebied tussen het dood infarctweefsel en

kan worden dat het lokaal herstelmechanisme

in het lab geïmplementeerd waarbij ze cardi-

de gezonde hartspiercellen.

van het hart in staat is tot voldoende weefsel-

ale weefselfragmenten in een collageen gel

Dat gebied is echter zuurstofarm en er zijn bij-

herstel. Indien we daarin slagen, zou het pro-

brengt en blootstelt aan het geconditioneerd

na geen voedingsstoffen aanwezig, wat een

ces van celisolatie, proliferatie in het labora-

medium. De resultaten van deze assays tonen

negatief effect heeft op de overleving, de in-

torium en transplantatie misschien vermeden

aan dat mesenchymale stamcellen effectief

corporatie en de differentiatie van de stamcel-

kunnen worden.

factoren vrijzetten die migratie/mobilisatie

len. Met dit deel van het onderzoek hopen we

van cardiale stamcellen kunnen teweegbren-

de efficiëntiegraad van de therapie aanzienlijk

gen. Severina tracht nu de specifieke facto-

te verhogen. Voor dit onderzoeksproject be-

Dr. Boris Robic vatte zijn doctoraat in au-

ren die in dat migratieproces een belangrijke

haalde Yanick een mandaat via het Bijzonder

gustus 2012 aan. Hij werkte drie jaar lang als

rol spelen te identificeren en de moleculaire

Onderzoeksfonds van de Universiteit Hasselt.

hartchirurg in het universiteitsziekenhuis in

mechanismen die erachter schuilen te ontra-

zijn thuisland Slovenië. Prof. dr. Marc Hendrickx

felen. Een wetenschappelijk artikel met meer

nodigde hem uit om als chirurgisch assistent Nadat doctoraatsstudente Leen Willems met succes haar doctoraatsproject

het onderzoeksteam te versterken. Dr. Boris

verdedigde voor het IWT, vervoegde zij in ja-

waarbij hij instaat voor de chirurgische ingre-

Doctoraatsstudente Yanick Fanton studeerde in juni 2012 af als Master in

nuari 2013 het onderzoeksteam. Leen spitst

pen en via de EKG de ritmestoornissen bij mi-

zich onder andere toe op het fibrotisch proces

nipigs met getransplanteerde CASCs opvolgt.

de Biomedische Wetenschappen en wijdde

na een infarct waarbij het verloren hartspier-

haar thesis aan de angiogene of bloedvat-

weefsel vervangen wordt door dens-niet-

vormende eigenschappen van verschillende

contractiel littekenweefsel. Dat resulteert in

Een andere belangrijke spil en vaste waarde

stamcelpopulaties uit de tand. Bijgevolg

een verlies van hartfunctie, de inhibitie van

in het onderzoek is

spitst zij zich binnen de onderzoeksgroep toe

myocardiaal herstel en de ontwikkeling van

wetenschappelijk assistent Annick Daniëls. Zij speelt

op het potentieel van de CASCs om na een

hartfalen. Met dit deel van het onderzoek wil

een centrale rol in de onderzoeksgroep. Ze

hartaanval revascularisatie (bloedvatherstel)

Leen nagaan hoe we dat proces van litteken-

helpt en denkt mee over de invalshoeken van

teweeg te brengen in het infarctgebied. Het

vorming kunnen onderdrukken.

de verschillende experimenten, vult de ont-

hartspierweefsel is sterk doorbloed, herstel

Daarnaast gaat zij dieper in op de paracriene

brekende stukken aan en heeft zich gespe-

van de bloedtoevoer is dus een belangrijk as-

mechanismen die reeds gedeeltelijk zijn

cialiseerd in het op punt stellen van moeilijke

pect voor het functioneel herstel van het hart.

blootgelegd door Severina. Hierbij zal Leen

technieken, zoals de southern- en western

Yanick gaat dan ook na of we de CASCs kun-

onderzoeken of het geconditioneerd medium

blotting. Daarnaast staat Annick in voor alles

nen omvormen tot endotheelcellen en gladde

van beenmerg mesenchymale stamcellen

wat vooraf gaat aan het labellen van cellen,

spiercellen, de hoofdceltypes aanwezig in een

het microRNA expressiepatroon in de CASCs

zorgt ze voor de validaties van de toestellen

bloedvat. Dat zou bijdragen aan de verdere ka-

verandert en op welke processen dit een ef-

en allerhande experimenten.

informatie hieromtrent zit in de pipeline.

Robic is vooral betrokken bij het minipig model,

JESSALINEA 19


Symposium Universele gehoorscreening van neonati in Limburg: state of the art Aanpak, opvang en resultaten bij verwijzing van pasgeborenen met aangeboren gehoorstoornissen

In april 2012 organiseerde de dienst NKO voor Kind & Gezin het symposium ‘Universele gehoorscreening van neonati in Limburg: state of the art’. In de vorige edities kon u al enkele (verkorte) voordrachten uit dit symposium lezen. Vandaag brengt dr. Sebastien Janssens de Varebeke u het slotartikel uit deze reeks.

dr. Sebastien Janssens de Varebeke, NKO-arts

In de Westerse landen wordt de prevalentie

Vroegtijdige aanpak belangrijk

van een aangeboren tweezijdig gehoorver-

Een vroegtijdige identificatie van de pas-

lies van 35-40 dB HL of meer geschat rond

geborenen met deze gehoorstoornissen is

1 à 2 per duizend levende pasgeborenen.

uitermate belangrijk omdat een vroegtijdige

Dit cijfer is tien maal belangrijker binnen de

aanpak in belangrijke mate bijdraagt tot de

populatie van pasgeborenen die verblijven

verbetering van de ontwikkeling van deze

in neonatologische intensieve zorgen (NICU).

slechthorende pasgeborenen. Dit heeft voor

Dit betekent dat er per jaar in België tussen

een zeer groot deel te maken met de plastici-

100 en 120 kinderen met gehoorstoornissen

teit van de hersenen op auditieve (en andere)

geboren worden, waarvan tussen 60 en 80 in

prikkels. Deze plasticiteit wordt optimaal be-

Vlaanderen, afhankelijk van het geboortecij-

nut dankzij vroegtijdige en optimale prikke-

fer van datzelfde jaar. Figuur 1 Legende:

Wachttijd eerste contact met dienst ORL na verwijzing door Kind & Gezin (weken) 12

12

percentiel 1 hoogste laagste percentiel 3

12

8 6

mediaan = 1,1 week 20 JESSALINEA

0,1

2,05

2 1 0

1,8

1,675 0,7

1 0

0

0

0,425

0 12/12/2012

0

2 1

12/12/2011

0

1,15 0,2

3,1

12/12/2010

0,3

0,7 0,2

3,3

12/12/2009

0

3,3

12/12/2008

0,5

3,5

12/12/2007

0

3,9

2,1

12/12/2006

0,4 0,2

1,6 0,5 0,5

2,2 1,625

12/12/2005

0,4 0,1

1,5

3

2,8

12/12/2004

0,45 0,1

1,7

12/12/2002

0,55

1,7

12/12/2001

1998 - 2011

0

1,5 1,35 0,875 0

12/12/2000

1,9

12/12/1999

2

3 2

12/12/2003

3

0

4,3

4,2

4

12/12/1998

wachttijd (weken)

10

1 0,6


symposium

ling (gebruik van hulpmiddelen zoals hoortoe-

diagnostiek voor gehoorstoornissen verwe-

In geval van bevestiging van aangeboren ge-

stellen, implantaten, revalidatie,..). Hierdoor

zen, zoals ons centrum op campus Virga Jesse.

hoorverlies wordt er gekeken naar mogelijke

kunnen de centrale auditieve banen zich ten

Op jaarbasis test Kind & Gezin in heel Vlaan-

geassocieerde afwijkingen, wordt aandacht

volle ontplooien en ontwikkelen. Deze plasti-

deren zo’n 63.000 pasgeborenen, met een

besteed aan opvolging en gezocht naar de

citeit neemt evenwel snel af, waardoor een

dekking van ongeveer 94% dat met zo’n 3%

oorzaak van het verlies. Soms kan het gebeu-

laattijdige revalidatie gepaard gaat met blij-

is aangevuld door gehooronderzoek op NICU

ren dat er aanvullende onderzoeken onder

vende gevolgen en tekortkomingen. Daarom

afdelingen. De actuele refer ratio bedraagt

narcose moeten gebeuren, maar dit blijft toch

streeft men naar een detectie vòòr de leeftijd

7 promille: met name worden er 7 per duizend

vrij beperkt.

van 3 maanden en behandeling vòòr de leef-

gescreende pasgeborenen effectief doorver-

tijd van 6 maanden.

wezen naar refereercentra (Erwin Van ker-

Elke slechthorende pasgeborene en zijn/haar

schaever, Kind & Gezin Jaarrapport Algo-

familie worden in contact gebracht met het

screening in Vlaanderen 2009,2010,2011).

thuisbegeleidingsteam van KIDS (Koninklijk

Gehoorverlies betekent niet alleen minder gehoorsignalen opvangen. De impact ervan

Instituut voor Doven en Spraakgestoorden).

op sociaal-emotioneel vlak, op leermogelijk-

Er wordt een behandelingsplan en opvolging

heden, op gebied van zelfontplooiing en inte-

Diagnose

gratie binnen onze maatschappij is eveneens

Wanneer Kind en Gezin een kind verwijst we-

aanzienlijk.

gens faling van de ALGO-screening wordt er

Jaar na jaar slagen we er in onze dienst steeds

De behaalde voordelen dankzij vroegtijdige

aandacht besteed om het kind zo snel moge-

beter in om bij de meeste verwijzingen snel-

detectie en vroegtijdige begeleiding beper-

lijk te kunnen zien. Doorgaans is dit binnen de

ler een duidelijk antwoord te formuleren over

ken zich dan ook niet louter op auditief vlak.

week (mediaan 1.1 week) (figuur 1). De pas-

betrouwbare gehoordrempels (Figuur 2): de

geborenen worden tijdens hun (natuurlijke)

diagnose over het gehoor werd van 1998

verzekerd.

slaap onderzocht met gebruik van diverse

tot 2012 gemiddeld gesteld op 2,15 maan-

Screening

objectieve gehooronderzoeken, en daarnaast

den leeftijd, doch de laatste jaren gebeurt dit

Zodra een pasgeborene tot twee maal toe

gebeurt er ook een grondig klinisch onder-

vaker al tijdens het eerste bezoek op onze

een screeningsonderzoek door Kind & Gezin

zoek en micro-otoscopisch nazicht. Dit vraagt

dienst (cf. figuur 2).

personeel niet succesvol heeft doorstaan,

veel geduld, vakkennis en aangepaste infra-

wordt deze naar een referentiecentrum voor

structuur.

Figuur 2 Legende:

leeftijd pasgeborene bij bepaling betrouwbaar gehoorstatus (maanden) 10,0 9,0

percentiel 1 hoogste laagste percentiel 3

8,8

8,0

6,0 5,0 4,0 3,3

3,0 2,0 1,0

1,7 1,0

0,0 1998 - 2012

leeftijd (maanden)

7,0

mediaan = 2,15 maanden JESSALINEA 21


symposium

Behandeling

dragstoornissen, enz. Bovendien kunnen er

tweezijdige slechthorendheid (figuur 4).

Afhankelijk van de gehoordrempels worden

ook geassocieerde aandoeningen opduiken.

De groep met unilateraal gehoorverlies moet

pasgeborenen behandeld met hoortoestellen

Grondige pediatrische en pedagogische na-

echter ook heel strikt opgevolgd worden aan-

en/of cochleaire implantatie, waarbij elk van

zichten/opvolgingen zijn daarom primordiaal

gezien ruim 13% van onze doorverwezen

deze behandelingsvormen hun eigen indica-

voor deze groep kinderen.

kindjes met blijvend gehoorverlies (dus on-

tiegebied, leeftijd en werkwijze kennen. Bij

geveer een vierde van de unilaterale gehoor-

de keuze van de behandeling worden naast

Van alle doorverwezen pasgeborenen naar

stoornissen) met de tijd zijn geëvolueerd naar

gehoordrempels ook andere factoren in reke-

ons refereercentrum vertonen er uiteinde-

een bilaterale (tweezijdige) doofheid (figuur

ning gebracht.

lijk ongeveer 33% (een derde) een blijvend

5). Vooral CMV-gemedieerde gehoorstoor-

gehoorprobleem. De overigen hebben een

nissen (82%) en kinderen met het Pendred

normaal gehoor of een tijdelijke gehoorver-

syndromen (75%) als oorzaak van de gehoor-

Nauwe opvolging

mindering door middenooreffusie (OME) of

stoornis lopen dit risico het meeste op. Deze

Binnen de groep slechthorende kinderen kun-

slijmoortjes (figuur 3).

vaststellingen zijn het bewijs dat een strikte

nen er op latere leeftijd ook andere problemen

Van de groep met een permanent (blijvend)

en permanente follow-up belangrijk is.

opkomen, zoals autisme, leerstoornissen, ge-

gehoorverlies vertoont de meerderheid een

Figuur 3

Figuur 4

verhouding permanent gehoorverlies en REFER

33%

67%

Figuur 5

verdeling één- en tweezijdige permanente slechthorendheid

38%

evolutie van éénzijdige doofheid

13%

62%

51% 36%

REFER ≠ permanent gehoorverlies REFER = permanent gehoorverlies

67 %

22 JESSALINEA

33 %

bilateraal unilateraal

62 % 38 %

bilateraal éénzijdig stabiel oorspronkelijke unilaterale doofheid die is overgegaan naar bilaterale doofheid

51 % 36 % 13 %


nieuws

Evelien Vos, studente, en Astrid Vanoppen, diëtiste Jessa Ziekenhuis en promotor van de bachelorproef

Studente behaalt prijzen met bachelorproef over diabeteseducatie Studente Evelien Vos viel onlangs twee keer in de prijzen met haar bachelorproef ‘Educatie bij kinderen en adolescenten met diabetes mellitus type 1 - Ontwikkeling van een cdrom’. Deze cd-rom is een uitstekend hulpmiddel om op een ludieke, interactieve manier voedingseducatie te geven aan kinderen en jongeren met diabetes. Astrid Vanoppen, diëtiste op de afdeling kinder- en jeugdgeneeskunde van het Jessa Ziekenhuis, lanceerde het idee van de cd-rom en was tevens promotor van de bachelorproef.

‘Lodje’ leren over diabetes Studente Evelien Vos actualiseerde en digitaliseerde daarom voor haar bachelorproef al het bestaande materiaal en ontwikkelde met behulp van Astrid Vanoppen een cd-rom, ‘Lodje’ leren over diabetes. Die bevat 10 interactieve ‘educatiefjes’ die los van elkaar gebruikt kunnen worden: gezonde voeding,

diabetessymposium de Novo Nordisk prijs in

Nood aan compact educatief materiaal

ontvangst nemen. Deze prijs wordt uitgereikt

“Er is een groot aanbod aan (soms door onszelf

glycemische index, zoetstoffen, hypoglyce-

aan laatstejaarsstudenten gezondheidszorg

ontwikkelde) educatieve materialen voor kin-

mie, etiketten lezen, beweging en alcohol. De

die een bachelorproef over diabetes maak-

deren en adolescenten met diabetes type 1,

thema’s zijn meestal opgebouwd vanuit een

ten. Daarnaast koos een professionele jury

maar de bestaande educatiematerialen ver-

inleidende vraag die peilt naar kennis, met

haar als één van de 12 laureaten van de grote

ouderen snel, onder meer doordat weten-

daarna het educatief gedeelte en enkele leu-

Bachelor Award 2012. Het gaat om de beste

schappelijk onderzoek regelmatig tot nieuwe

ke oefeningen. Sterren geven de drie moei-

afstudeerwerken uit de grote groep van meer

inzichten en ontwikkelingen leidt. Het aanbod

lijkheidsgraden aan. Astrid Vanoppen: “We

dan 19 000 afgestudeerde professionele ba-

aan voedingsmiddelen wordt ook steeds gro-

hebben de ‘educatiefjes’ en het gebruik van

chelors van het academiejaar 2011-2012.

ter en sommige educatiematerialen zijn niet

een cd-rom bij het geven van educatie laten

Diëtiste Astrid Vanoppen was promotor van

aangepast aan de moderne technologieën die

evalueren door de doelgroep. De reacties wa-

de bachelorproef. “In de kinderdiabetescon-

jongeren gebruiken. Omdat we individuele

ren positief: ‘plezierig en leerrijk’. De cd-rom

ventie - waar we kinderen en adolescenten

educatie én educatie in groep geven, en dit

is voor ons een uitstekend hulpmiddel om op

met Diabetes Mellitus type 1 begeleiden

zowel in het ziekenhuis als tijdens oudercon-

een ludieke, interactieve manier voedings-

onder leiding van prof. dr. Guy Massa - is het

tacten, activiteiten, school- en huisbezoeken,

educatie te geven aan kinderen en jongeren

gebruik van educatief materiaal heel belang-

is er nood aan compact, gebruiksvriendelijk

met diabetes. Dit project kadert mooi in onze

rijk bij het geven van voedingsadvies en (her)

educatief materiaal dat aangepast is aan de

blijvende opdracht om de zorg voor onze pa-

educatie over voeding.”

nieuwste inzichten.”

tiëntjes en hun familie te optimaliseren.”

Studente Evelien Vos mocht op het 15e

diabetes en voeding, koolhydraten, vetten,

JESSALINEA 23


nieuws

Nieuwe artsen In 2012 en begin 2013 kwamen een tiental nieuwe artsen ons artsenkorps versterken. We stellen hen graag even kort voor.

Dr. Wendy Werckx stu-

Academisch Ziekenhuis Maastricht. Tevens

Dr. Johan Orye studeerde

deerde

geneeskunde

zal hij zich toeleggen op de verdere uitbrei-

geneeskunde aan de KU

aan de Universiteit van

ding van de wetenschappelijke activiteiten

Leuven en behaalde zijn

Hasselt en de Vrije Uni-

van de maatschap Anesthesiologie in het

diploma van arts in 2002.

versiteit van Brussel. Ze

Jessa Ziekenhuis.

Vervolgens behaalde hij

behaalde haar diploma

er tevens zijn diploma

van arts met grote onder-

tandarts in 2005. Tij-

scheiding in 2004. Gedurende haar opleiding

dens zijn specialisatie tot mond-, kaak- en

pediatrie werkte zij in Brussel (UZ Brussel en

Dr. Kathleen Boosten

aangezichtschirurg werkte hij in Genk (ZOL),

Sint Pieter Ziekenhuis) en in het Zeepreven-

studeerde geneeskunde

Antwerpen (Middelheim), Arnhem (Rijnstate

torium in De Haan. Na haar opleiding specia-

aan het Limburgs Uni-

ziekenhuis) en het UZ Leuven. Tijdens deze

liseerde ze zich verder in de kinderneurologie

versitair Centrum en de

opleiding ontwikkelde hij een specifieke in-

in het UZ Brussel en in het Revalidatiecen-

KU Leuven. Nadien spe-

teresse in oncologische en reconstructieve

trum Inkendaal. In 2009 en 2011 voltooide

cialiseerde zij zich in de

hoofd-halschirurgie. Daartoe volgde hij na

ze de EPNS (European Pediatric Neurology

oogheelkunde

de

zijn opleiding een gespecialiseerd fellowship

Society) kinderneurologie cursussen. In 2011

KU Leuven en promo-

in het CHU Amiens, onder leiding van prof. B.

aan

promoveerde dr. Werckx als kinderneurologe.

veerde als oftalmologe in 2010. Vervolgens

Devauchelle.

Sinds januari 2012 is ze werkzaam op de

bekwaamde zij zich verder in cataractopera-

Sinds 1 september 2012 is dr. Orye werkzaam

dienst pediatrie van het Jessa Ziekenhuis,

ties en refractieve heelkunde tijdens een fel-

als MKA-chirurg in het Jessa ziekenhuis en in

campus Virga Jesse. Daarnaast blijft ze als

lowship in het Universitair Oogziekenhuis van

de groepspraktijk van dr. Lenssen, dr. De Troy-

consulent verbonden met het UZ Brussel en is

Maastricht.

er, dr. Jacobs en dr. Henquet (Toekomststraat

ze actief lid van de Belgische Vereniging van

Sinds maart 2012 is zij werkzaam in de

2, Hasselt). Hij zal zich naast de algemene

Kinderneurologie.

oogartsenpraktijk te Alken samen met haar

mond-, kaak- en aangezichtschirurgie meer

collega’s dr. Jacobs, dr. Mangelschots en dr.

specifiek toeleggen op speekselklierchirurgie

Raymaekers, en deeltijds werkzaam in de oog-

en oncologische en reconstructieve chirurgie

kliniek van het Jessa Ziekenhuis. Daarnaast is

van hoofd- halsgebied.

Sinds 1 januari 2012 is de

zij werkzaam als consulente medische retina

dienst

Anesthesiologie

(netvliesproblematiek) aan de KU Leuven. Zij

versterkt door dr. Björn

zal zich naast de algemene oogheelkunde in

Stessel.

studeerde

het bijzonder toeleggen op cataract heelkun-

Dr. An Liesenborgs stu-

geneeskunde aan de KU

de, medische retina en refractieve heelkunde.

deerde geneeskunde aan

Hij

Leuven en behaalde zijn

de KU Leuven waar ze in

diploma van arts in 2004.

1999 met grootste on-

Na een kort intermezzo

derscheiding haar diplo-

binnen de huisartsgeneeskunde vatte hij zijn

ma van arts behaalde. In

specialisatie aan binnen de Anesthesiologie

Dr. Elke Munters stu-

2005 promoveerde ze als

in 2005. Zijn specialisatiejaren doorliep hij in

deerde in 2003 af aan de

cardioloog. Tevens behaalde ze in 2011 haar

het Academisch Ziekenhuis Maastricht en het

KU Leuven en behaalde in

master of science in het management en het

Catharina Ziekenhuis Eindhoven. Tijdens het

datzelfde jaar het brevet

beleid van de gezondheidszorg met zieken-

laatste deel van zijn opleiding tot Anesthesio-

acute geneeskunde. Na-

huismanagement als afstudeerrichting.

loog verdiepte hij zich met name in de cardio-

dien deed zij een aantal

Dr. Liesenborgs ontwikkelde een bijzondere

anesthesie. Na het behalen van zijn diploma

jaren stage anesthesie.

interesse in acute pathologie en behaalde in

Anesthesiologie in 2010, genoot hij nog een

Zij doctoreert momenteel

het kader hiervan het getuigschrift invasieve

bijkomende specialisatie binnen de Inten-

aan de universiteit Hasselt.

cardiologie, theorie intensieve zorgen en het

sieve Geneeskunde, die hij afrondde in 2011.

Sinds 14 juni 2012 werkt dr. Elke Munters,

brevet acute geneeskunde. Ten slotte is zij

Zijn werkzaamheden binnen het Jessa zie-

arts brevet acute geneeskunde, als vast staf-

sinds 2012 bijkomend erkend als specialist in

kenhuis combineert hij met een doctoraats-

lid op de dienst spoedgevallen van het Jessa

de urgentiegeneeskunde.

studie, die wordt gecoördineerd vanuit het

Ziekenhuis.

Dr. An Liesenborgs werkt sinds september 2012 in het Jessa ziekenhuis als urgentiearts.

24 JESSALINEA


kort nieuws

Kinderafdeling laureaat ‘Colour your hospital’wedstrijd

Dr. Shabnam Golmarvi

Dr.

studeerde geneeskunde

volgde zijn studies ge-

aan de VUB en studeerde

neeskunde aan het LUC

af in 2003. In het eerste

te Hasselt en vervolgens

jaar van haar opleiding

aan de KU Leuven waar

interne

geneeskunde

hij afstudeerde als arts

Het project ‘Activity on wheels’ van onze

werkte ze in het Do-

in 2007. Tijdens zijn op-

afdeling kinder- en jeugdgeneeskunde

doensziekenhuis in Mechelen, waarna ze

leiding ‘Volwassenen-Psychiatrie’ werkte hij

is in de prijzen gevallen bij de wedstrijd

haar specialisatie afwerkte in het UZ Brus-

als assistent in het UPC Leuven (campussen

Colour your hospital. De Belfius Founda-

sel. Aansluitend specialiseerde ze zich daar in

Gasthuisberg en Kortenberg), in het PC Zieke-

tion riep voor deze wedstrijd ziekenhuis-

de nefrologie. Na haar opleiding startte ze in

ren in St.-Truiden en in het Academisch zie-

teams op om projecten in te dienen die

Nederland haar carrière als nefrologe in o.a.

kenhuis van Maastricht. Daarnaast deed hij

gericht zijn op het welzijn van gehospi-

het Atrium MC Parkstad in Heerlen. Na een

bijkomende stages in Neurologie en Kinder-

taliseerde patiënten. Een onafhankelijke

aantal jaren werkzaam te zijn in de nefrologie

en jeugdpsychiatrie in respectievelijk het ZOL

jury van 12 zorgverleners koos uit 162

besloot ze over te gaan tot een carrièrewen-

Genk en het OPZ Geel. Op dit ogenblik volgt

ingediende projecten 24 laureaten, on-

ding in een omgeving met meer acute patho-

hij nog een bijkomende post-universitaire

der wie onze kinderafdeling. De afdeling

logieën.

opleiding in psychotherapie in UPC Leuven,

wint een budget van 7 500 euro om het

Sinds september 2012 is ze werkzaam in het

campus Kortenberg.

project ‘Activity on wheels’ te realiseren.

Jessa Ziekenhuis op de dienst spoedgevallen

In januari 2013 is dr. Schreurs gestart als psy-

als urgentiearts waar ze samen met haar col-

chiater in het Jessa Ziekenhuis, waar hij ver-

Orthopedagoge

lega's instaat voor de dagelijkse werking van

antwoordelijk is voor de liaison-werking psy-

hoofdverpleegkundige

de dienst.

chiatrie op campussen Salvator en St.-Ursula

leggen kort uit wat ze willen realiseren.

en voor de werking van het dagziekenhuis

“Onze afdeling beschikt over een ruime

psychiatrie op campus Virga Jesse. Poliklini-

en goed uitgeruste speelzaal. Maar som-

sche raadpleging psychiatrie start hij in het

mige kinderen kunnen door ziekte of

Sint-Franciskusziekenhuis in Heusden-Zolder.

een aandoening niet naar de speelzaal.

Dr. Sylvia Hermans stu-

Vincent

Schreurs

Leen

Coremans Veerle

en

Lynen

deerde geneeskunde aan

Ook voor baby's en kinderen met een

het Limburgs Universitair

ernstige handicap willen we een uit-

Centrum en de KU Leuven

gebreider activiteitenaanbod op maat.

waar zij in 2006 als arts

Daarom willen we een systeem uitbou-

afstudeerde. Zij speciali-

wen van mobiele activiteitenmodules

seerde zich in de neuro-

die naar de kamer gerold kunnen worden

logie en werkte als arts-

nadat ze - op maat - gevuld zijn. Ook

specialist in opleiding in het UZ Gasthuisberg

met het oog op de uitbreiding van het

in Leuven en het Ziekenhuis Oost Limburg in

kinderdagziekenhuis zal dit zeker een

Genk.

meerwaarde zijn. Een module voor kin-

In het kader van een verdere subspecialisatie

deren in het dagziekenhuis kan bijvoor-

in de klinische neurofysiologie en neuromus-

beeld bestaan uit speelgoedvakken met

culaire aandoeningen en een aanvullende

materiaal tegen verveling zoals sticker-

opleiding slaapgeneeskunde was zij één jaar

boeken, kleurplaten, digitale spelen,

werkzaam als fellow in het UZ Gasthuisberg.

speelgoed bouwmateriaal, I-pad,... Het is

Dr. Sylvia Hermans werkt in het Jessa Zieken-

de bedoeling dat we de kinderen een ge-

huis als neuroloog sinds 1 december 2012 in

varieerd aanbod geven dat hen afleidt,

associatie met dr. Willems, dr. De Klippel, dr.

activeert, rust brengt en ontspant. Zo

Soors en dr. Dhollander. Naast de algemene

wordt de ziekenhuiskamer een veilige,

neurologie zal zij zich vooral toeleggen op

ontspannende en genezende ruimte.” De

neuromusculaire aandoeningen alsook slaap-

kinderafdeling hoopt het project tegen

stoornissen.

de zomer van 2013 te realiseren.

JESSALINEA 25


Cardio 2013 Op zaterdag 1 december 2012 organiseerde het Hartcentrum Hasselt het symposium Cardio 2013. Zo’n 350 artsen woonden dit symposium bij in de nieuwe faculteit Rechten van de UHasselt (lees: Oude Gevangenis). Zowel qua opkomst als reacties was het symposium een succes. In Jessalinea lichten we graag kort enkele onderwerpen uit het symposium toe.

Nieuwe guidelines voor preventie van cardiovasculaire aandoeningen kaarten waarbij rekening gehouden wordt

Rookstop en fysieke activiteit

met de waarde van HDL-cholesterol. Verder

In het kader van cardiovasculaire preven-

zijn er kaarten die een inschatting geven van

tie is rookstop natuurlijk van groot belang.

het relatieve risico, in vergelijking met leef-

Het Score-risico is bij rokers ongeveer 2 x zo

tijdsgenoten en er wordt nu ook gebruik ge-

groot als bij niet-rokers en ook passief roken

maakt van het concept risico leeftijd. Dit om

verhoogt de kans op cardiovasculaire aandoe-

patiënten met een laag absoluut risico beter

ningen met 30%. Fysieke activiteit is zowel in

te kunnen motiveren om de noodzakelijke le-

primaire als in secundaire preventie belangrijk

vensstijlveranderingen door te voeren.

en vermindert de kans op een (nieuw) cardiovasculair event. Het gaat dan om een matig

dr. Johan Vaes cardiologie - cardiale revalidatie

intense activiteit, 3 tot 5 maal per week gedurende minimaal 30 minuten.

De 5e versie van de Europese richtlijnen voor cardiovasculaire preventie werd in juli gepubliceerd in de European Heart Journal en is beschikbaar op de website van de Europese vereniging voor cardiologie (www.escardio. org, in de guidelines & surveys sectie). De voornaamste nieuwigheden in deze editie worden hieronder verder toegelicht.

streefcijfers Bloeddruk

<140/90 mmHg

Cholesterol

Secundaire preventie en very high risk

< 70 mg/dl of > 50% reductie

High risk

< 100 mg/dl

Moderate risk en gewone populatie

< 115 mg/dl < 7.0% (< 53 mmol/mol)

Hemoglobine A1c bij diabetes

Cardiovasculaire preventie blijft nodig gezien cardiovasculaire ziekten wereldwijd de be10 year risk of fatal CVD in low risk regions of europe

ziekte die zowel mannen als vrouwen treft, gemiddeld 10 jaar later op dan bij mannen. Preventie is efficiënt en er is nog steeds veel ruimte voor verbetering, ook in secundaire preventie.

WOMEN

score 15% and over 10% - 14% 5% - 9% 3% - 4% 2% 1% < 1%

Score-kaarten Patiënten worden afhankelijk van hun onderliggende aandoeningen onderverdeeld in very high risk, high risk, moderate risk of low risk groepen. Voor de patiënten in primaire preventie wordt er gebruik gemaakt van de Score-kaarten die een inschatting van het 10-jaars risico op cardiovasculaire mortaliteit geven. Om de kans op een niet fataal cardiovasculair event te kennen, moet het cijfer met 3 vermenigvuldigd worden. Voor patiënten in de moderate risk groep zijn er aangepaste

26 JESSALINEA

bron: European Heart Journal 2012:33;1635-1701 European Journal of Preventive Cardiology 2012;19 : 4 : 585-667

non-smoker

Systolic blood pressure l (mmHG)

alleen treden de symptomen bij vrouwen

MEN

smoker

AGE

180

4

5

6

6

7

9

9 11 12 14

160

3

3

4

4

5

6

6

7

8 10

140

2

2

2

3

3

4

4

5

6

7

120

1

1

2

2

2

3

3

3

4

4

180

3

3

3

4

4

5

5

6

7

8

160

2

2

2

2

3

3

4

4

5

5

140

1

1

1

2

2

2

2

3

3

4

120

1

1

1

1

1

1

2

2

2

3

180

1

1

2

2

2

3

3

3

4

4

160

1

1

1

1

1

2

2

2

3

3

140

1

1

1

1

1

1

1

1

2

2

120

0

0

1

1

1

1

1

1

1

1

180

1

1

1

1

1

1

1

2

2

2

160

0

0

1

1

1

1

1

1

1

1

140

0

0

0

0

0

1

1

1

1

1

120

0

0

0

0

0

0

0

0

1

1

180

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

160

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

140

0

0

0

0

0

0

0

0

0 0

120

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4

5

6

7

8

4

5

6

7

non-smoker

smoker

8

9 10 12 14

15 17 20 23 26

5

6

7

8 10

10 12 14 16 18

4

4

5

6

7

7

8

9 11 13

2

3

3

4

5

5

5

6

5

6

7

8

9

10 11 13 15 18

3

4

5

5

6

7

8

9 11 13

2

3

3

4

4

5

5

6

7

9

2

2

2

3

3

3

4

4

5

6

3

4

4

5

6

6

7

8 10 12

2

2

3

3

4

4

5

6

7

8

1

2

2

2

3

3

3

4

5

6

1

1

1

2

2

2

2

3

3

4

2

2

3

3

4

4

4

5

6

7

1

1

2

2

2

2

3

3

4

5

1

1

1

1

2

2

2

2

3

3

1

1

1

1

1

1

1

2

2

2

0

1

1

1

1

1

1

1

2

2

0

0

0

1

1

1

1

1

1

1

0

0

0

0

0

0

1

1

1

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

1

8

4

5

6

7

8

4

5

6

7

8

65

60

55

50

40

Total cholesterol (mmol/L)

8

9

150 200 250 300 mg/dl

©2012 ESC

langrijkste doodsoorzaak blijven. Het is een


symposium

Streefcijfers aangepast

aan triple therapie. Ook bij 80-plussers zijn

combineren met ezetimibe of een fibraat. Bij

De streefcijfers voor bloeddruk, LDL-cho-

antihypertensiva efficiënt in de preventie van

diabetespatiënten wordt er gestreefd naar

lesterol en Hemoglobine A1c (bij diabetes-

cardiovasculaire aandoeningen. Wat betreft

een hemoglobine A1c van minder dan 7% (53

patiënten) werden in de nieuwe guidelines

cholesterol blijft LDL-cholesterol het voor-

mmol/mol). Voldoende aandacht voor controle

aangepast. Er wordt nu gestreefd naar een

naamste doel, het streefcijfer in secundaire

van lipiden en bloeddruk blijft bij diabetespa-

bloeddruk van minder dan 140/90 mmHg.

preventie werd verlaagd naar 70 mg/dl of,

tiënten (die behoren tot de high of de very

Vaak zal een combinatietherapie nodig zijn

zo niet haalbaar, een 50% reductie. Statines

high risk groep) ook aangewezen.

en 15 tot 20% van de patiënten hebben nood

blijven de eerste keuze therapie, zo nodig te

Sportscreening: nuttig? nodig? overbodig? Plotse dood bij sporters, en vooral bij jonge sportertjes, is de laatste jaren echt een ‘hot topic’. Mede door de uitgebreide verslaggeving in de media is de maatschappelijke impact van deze problematiek bijzonder groot, en vaak erg emotioneel gekleurd. Meer en meer stemmen gaan op om een duidelijk screeningsprotocol in te voeren, maar de uitwerking hiervan staat nog niet op punt. dr. Pieter Koopman cardiologie

Plotse dood blijft een extreem zeldzaam fe-

Pro en contra

nomeen met een incidentie van 1-2/100000/

Dergelijke screening is zeker nuttig, maar he-

Atleten met een bewezen verhoogd risico

jaar, en wordt vooral gezien bij duursporters,

laas nooit sluitend. ECG’s bij sporters zijn soms

op plotse dood vermijden best intensief te

maar ook bij de grote groep van jonge voetbal-

erg moeilijk te interpreteren, en belangrijk te

sporten, en in bepaalde instanties kan een

lertjes. Etiologie is bijna steeds een elektro-

noteren is ook een groep van ongeveer 8%

implanteerbare defibrillator aangewezen zijn

anatomisch cardiaal substraat dat aanleiding

vals positieven, die ten onrechte het sporten

ter preventie van fatale aritmieën.

geeft tot een fatale ventrikelaritmie. Boven

zullen ontzegd worden! Een systematische

de leeftijd van 35 jaar betreft het meestal

screening zal ook een niet te onderschatten

De dienst elektrofysiologie van het Jessa Zie-

ischemisch hartlijden, onder de 35 jaar co-

socio-economische impact hebben. Het laat-

kenhuis is steeds beschikbaar voor verwijzin-

ronaire anomalieën, channelopathieën (lang

ste woord over systematische sportscreening

gen, hulp of advies wat betreft deze delicate

QT, Brugada,…), en vooral cardiomyopathieën

is nog niet gezegd en vele debatten met pro’s

materie.

(meestal aritmogene rechter ventrikel cardio-

en contra’s zijn nog te verwachten!

myopathie of hypertrofe cardiomyopathie).

young competitive athletes

Screeningsprotocol Doordat plotse dood zo zeldzaam is, hebben alle onderzoeken een lage positief predictie-

family and personal history, physical examination, 12-lead ECG

ve waarde, maar het is mogelijk om met een aantal eenvoudige tests (aangepaste vragenlijst met aandacht voor familiale anamnese,

negative findings

klinisch onderzoek en ECG) een behoorlijk sensitief screeningsprotocol te ontwikkelen (ongeveer 90%) (zie fig). De Vlaamse Over-

eligible for competition

positive findings no evidence of cardiovascular disease

further examinations (echo, stress test, 24-h Holter, cardiac MRI, angio/EMB, EPS)

heid heeft erg recent een screeningsprotocol voorgesteld, uitgewerkt door de Vereniging van Sport- en Keuringsartsen in samenwerking met Vlaamse cardiologen, met klinische

diagnosis of cardiovascular disease

screening vanaf 6 jaar, aangevuld met een ECG om de vier jaar vanaf de leeftijd van 14 jaar.

management according to established protocols

JESSALINEA 27


Chemo- en targeted therapy Op 17 november 2012 organiseerde het Limburgs Oncologisch Centrum een regionaal symposium over ‘Chemo- en targeted Therapy: van voorschrift tot toediening’. Dr. Daisy Luyten, medisch oncoloog in het Jessa Ziekenhuis, belichtte er de aandachtspunten voor huisartsen op vlak van targeted therapie.

Recht op doel in de strijd tegen kanker de nevenwerkingen, helpen om te komen tot

(graad 1-2 toxiciteit) wordt vaak over het

de optimale therapieduur en –dosis. Dit is ui-

hoofd gezien, hoewel ze de levenskwaliteit

termate belangrijk, want het volhouden van

van de patiënt sterk beïnvloedt. Anamnese

de therapie is essentieel om het effect van

door de huisarts en controle elke 2, 4 of 6 we-

de behandeling te maximaliseren. De huisarts

ken, dragen bij tot een vroegtijdig opsporen

speelt hierin een grote rol”, aldus dr. Luyten.

van de eerste toxische signalen.”

“De patiënt onder therapie houden, is essentieel. Zelfs dosisreducties ondermijnen signifi-

Tot slot

cant het effect van de behandeling.”

Dr. Luyten: “Het laatste decennium is het dr. Daisy Luyten, medische oncologie

spectrum van antikankerbehandelingen uit-

Nevenwerkingen opsporen

gebreid met succesvolle targeted therapies,

Dr. Daisy Luyten: “Targeted therapy of doel-

Huidtoxiciteit (acneïforme rash, huiddroogte/

waarvoor het aantal indicaties systematisch

gerichte therapie slaat op een groep van nieu-

fissuren, paronychia, handvoetreactie…), maar

toeneemt. Dit confronteert ons met een heel

were medicijnen, die specifiek inwerken op

ook GI-symptomen, stomatitis, arteriële hy-

nieuw arsenaal aan nevenwerkingen. Starten

eiwitten vooral aanwezig op tumorcellen en

pertensie, cardiale symptomen, allergische

met targeted therapy leidt vaak tot behande-

in mindere mate op gezonde lichaamscellen.

reacties en vermoeidheid zijn enkele van de

ling met veel medicamenten om niet alleen

Die eiwitten stimuleren de celgroei, maar de

meest voorkomende nevenwerkingen van

de kanker maar ook de nevenwerkingen te

medicatie blokkeert dit proces. Hierdoor remt

targeted therapy.

bestrijden. Onze oncocoaches, speciaal op-

vooral de groei van tumorcellen af. Het aantal

Dr. Luyten: “We onderscheiden verschillende

geleide verpleegkundigen, staan alvast klaar

indicaties voor targeted therapy is de jong-

graden: van graad 1 (mild) tot graad 5 (fataal).

om vragen van patiënten te beantwoorden en

ste jaren flink toegenomen. En dat is goed

Het is vooral de graad 3-4 toxiciteit die opge-

advies te geven over de mogelijke nevenwer-

nieuws, want het betekent dat we over meer

spoord en behandeld wordt. De mildere vorm

kingen en preventieve maatregelen.”

therapeutische opties beschikken in de strijd tegen kanker.” Sommige doelgerichte behandelingen worden in pilvorm gegeven, andere via regelmatige infusen. Zij kunnen alleen of in combinatie met chemotherapie worden gebruikt. Ook combinatie met bestraling is mogelijk. Vooral niertumoren, maar ook darm-, borst-, hoofdhals- en longtumoren worden met dit soort medicijnen behandeld.

Niet vrij van nevenwerkingen

Wat kan de huisarts doen voor het detecteren en minimaliseren van nevenwerkingen? Voor start van de behandeling: - risk/benefit ratio inschatten

- stabiliseren van comorbiditeiten

- concomittante medicatie - educatie patiënt Na start van de behandeling:

- intensieve follow-up, vooral de eerste weken

- snelle behandeling van nevenwerkingen

Dr. Luyten: “Therapieën zijn er o.m. op basis van Tyrosinekinase-inhibitoren, MTOR-inhibitoren en monoclonale antistoffen. Hoewel ze heel gericht de tumor aanvallen en door-

Meest voorkomende nevenwerkingen targeted therapy: 1. GI-symptomen

7. Hypothyroidie

gaans minder schadelijk zijn voor normale

2. Cutane nevenwerkingen, huidklachten

8. Vermoeidheid

lichaamscellen, zijn ook deze behandelingen

3. Stomatitis

9. Pulmonale toxiciteit

niet vrij van nevenwerkingen. Ze verschillen

4. Arteriële hypertensie

10. Hypercholesterolemie

sterk van medicijn tot medicijn en van pa-

5. Cardiale symptomen

11. Hyperglycemie

tiënt tot patiënt. Patiënteducatie, preventie

6. Myelosuppressie

12. Allergische reacties/infusiereacties

en het herkennen en prompt behandelen van

13. Niertoxiciteit

28 JESSALINEA

(neutropenie, trombopenie)


symposium

Welke nevenwerkingen en wat kan de huisarts doen? 1. Gastro-intestinale symptomen Diarree,

misselijkheid/braken,

trole de eerste 6 weken, eventueel dage-

vermijden van sterke kruiden, sterke buik-

lijks, zijn aangewezen. Er wordt best gestart

geuren, drinken tijdens het eten

krampen en opgeblazen gevoel kunnen

met een calciumantagonist, maar daarnaast

op ieder moment van de behandeling

2. Stomatis

voorkomen. Een medicamenteuze be-

is ook vaak een ACE-remmer nodig.

Erytheem, atrofie en ulceratie van de

handeling om de symptomen, meestal

orale mucosa ontstaan meestal na 1 à

4. Cardiale symptomen

in graad 1 of 2, te bestrijden, is aangera-

2 weken behandeling. Ze resulteren in

Voorzichtigheid is vooral geboden bij

den.

pijn en verminderde voedsel- en vocht-

patiënten met symptomatische hartin-

inname. Vaak zijn er geen zichtbare let-

sufficiëntie, antecedenten van hyper-

sels.

tensie en bewezen coronair lijden.

Advies aan de patiënt bij diarree: vermijden/beperken van vetrijke maaltijden, alcohol, cafeïnehoudende dran-

Advies aan de patiënt:

Advies aan de patiënt:

ken, vezelrijke voeding

De patiënt stimuleren tot een goede

mondzorg is noodzakelijk. Tandprothese

dens de therapie is een must. Bij ernstige

voeding en koolzuurhoudende dranken

verwijderen of aanpassen, atraumatisch

cardiale symptomen is het soms nodig om

vermijden van sterke kruiden die de

poetsen en orale decontaminatie via

de therapie te onderbreken. In de meeste

mondspoelingen brengen al veel soelaas.

gevallen is cardiale comedicatie nodig. Na

Voeding aanpassen, voldoende drinken en

stabilisatie kan de therapie hernomen wor-

het verwijderen van risicofactoren (roken,

den. Helaas zijn andere targeted therapies

alcohol, sommige tandpasta’s) zijn even-

vaak geen alternatief. Wees in ieder geval

eens aangewezen.

bedacht op corfalen in geval van evolutie-

darmslijmvliezen irriteren vermijden van sorbitol (snoepgoed, kauwgom) niet drinken bij of binnen het uur na de maaltijd daarbuiten voldoende drinken lichte voeding (kip, vis, rijst, aardappelen, bananen, wit brood…)

ve dyspnoe. 3. Arteriele hypertensie

geraspte appels (pectines…)

Zorgvuldig cardiaal onderzoek voor en tij-

vermijden/beperken van gasvormende

Advies bij misselijkheid/braken:

30% van alle targeted therapies leiden

5. Beenmergsuppressie

tot arteriële hypertensie. In de helft van

Net zoals chemotherapie, kunnen som-

de gevallen gaat het om bestaande hy-

mige targeted therapies myelosuppres-

pertensie die verergert.

sie veroorzaken. Wees bedacht op trombopenie in geval van bloedingstekenen

kleine maaltijden calorierijk/eiwitrijk voedsel

Advies aan de patiënt:

en op neutropenie in geval van koorts;

regelmatig kleine hoeveelheden drinken

Bloeddrukcontrole voor de start van de tar-

een controle van complet en formule in

geted therapy en wekelijkse bloeddrukcon-

deze omstandigheden is aangewezen.

droog voedsel eten (granen, toast)

Aanpak cutane reacties bij targeted therapy Dr. An Timmermans, dermatoloog in het Jessa Ziekenhuis, gaf op het recente symposium over chemo- en targeted therapy een presentatie over de aanpak van cutane reacties bij targeted therapy. Ze bundelde voor u de voornaamste inzichten uit haar presentatie.

dr. An Timmermans, dermatologie

Binnen de targeted therapy veroorzaken de

receptor (EGFR) komt veel tot expressie in de

karakteristiek spectrum van cutane nevenef-

EGFR-inhibitoren de belangrijkste cutane

huid, o.a. in de basale keratinocyten en in de

fecten ontstaat. Enkele EGFR-inhibitoren zijn

neveneffecten. De epidermal growth factor

haarfollikel, waardoor er een zeer uniek en

Cetuximab, Erlotinib, Panitumumab.

JESSALINEA 29


symposium

Kliniek

tetracycline geassocieerd worden (zie kader

het optreden van eczeemletsels of kloven

Patiënten die beginnen met de inname van

2). Gezien de acneïforme eruptie op zichtbare

kan dan een aangepaste behandeling opge-

een EGFR-inhibitor ontwikkelen binnen de 2

plaatsen voorkomt, is het des te belangrijker

start worden op basis van een lokaal steroïd,

weken na start reeds de eerste cutane letsels.

dit goed te behandelen. De behandeling is ze-

ureum of salicylzuur.

Typisch ontstaat er eerst een acneïforme

ker niet louter cosmetisch, maar draagt ook bij

Hoewel een nagelwalontsteking zeer erg

eruptie in de seborreuze zones. Dit zijn de zo-

tot het zelfvertrouwen en de levenskwaliteit

lijkt op een ingegroeide teennagel, wordt

nes waar veel talgklieren aanwezig zijn, zoals

van de patiënt.

dit best anders benaderd, dus zeker niet chi-

het gelaat (vooral voorhoofd, neus, wangen),

rurgisch! De patiënt neemt bij voorkeur da-

scalp, schouders en thorax. De eruptie bestaat

Droge huid of xerosis wordt best preventief

gelijks een voetbadje en brengt vervolgens

uit folliculair gebonden papels en pustels. Het

aangepakt. Dit kan door reeds vóór de start

een pasta aan met een antisepticum, een

grote verschil met een klassieke acne is het

van de EGFR-inhibitor de patiënt te adviseren

antimycoticum en een steroïd. Indien er zich

ontbreken van meeëters of comedonen.

om bad- of doucheolie te gebruiken in com-

een pyogeen granuloom ontwikkelt, kan dit

binatie met een goed emolliërende crème. Bij

aangestipt worden met zilvernitraat.

De huid van de patiënten wordt tijdens de behandeling van een EGFR-inhibitor geleidelijk aan droger. Dit kan leiden tot eczeem met zelfs kloven op handen en voeten. De uitdroging van de huid ontstaat ongeveer 1 à 2 maand(en) na start van de behandeling. Sommige patiënten ontwikkelen na enkele maanden een paronychium (nagelwalontsteking). Dit begint meestal ter hoogte van de halluces en lijkt zeer erg op een ingegroeide teennagel.

Nuttige adviezen voor de patiEnt vóór start van de behandeling met een EFGR-inhibitor - wassen met lauw water en een milde zeep of douche- of badolie - hydraterende crèmes aanbrengen op de ledematen, niet op gelaat en thorax - zon zoveel mogelijk mijden om hyperpigmentatie te voorkomen - comfortabele schoenen dragen - make-up ter camouflage mag, bij voorkeur hypo-allergeen

Minder frequent zien we bij langdurige therapie typische veranderingen van de haren. Patiënten krijgen lange, gekrulde wimpers (trichomegalie) of stugge wenkbrauwen.

Behandeling acneIforme eruptie Graad 1: mild

Behandeling

Papels en pustels <10% BSA, al of niet subjectieve last van jeuk of branderigheid

Behandeling: alleen lokale therapie

Bijna 80% van alle patiënten die behandeld

metronidazole 2x/dag

worden met een EGFR-inhibitor hebben deze

geen klassieke acnebehandeling!

cutane nevenwerkingen in mindere of meerdere mate. Het is belangrijk om de patiënt

Graad 2: matig

vóór de start van de behandeling in te lich-

Papels en pustels 10-30% BSA, al of niet subjectieve last van jeuk of branderigheid,

ten over deze huidafwijkingen en nuttige ad-

psychosociale impact, gehinderd in de dagelijkse activiteiten

viezen mee te geven (zie kader 1). Dit zal de

therapietrouw alleen maar ten goede komen.

Behandeling: Lokaal metronidazole 2x/dag

Oraal tetracycline (bv. minocyline 100mg/dag)

Een milde acneïforme eruptie kan lokaal

Graad 3: ernstig

behandeld worden met een metronidazole-

Papels en pustels >30% BSA, al of niet subjectieve last van jeuk of branderigheid,

crème. Klassieke anti-acnebehandelingen zijn

psychosociale impact, gelimiteerde self-care, geassocieerd met lokale surinfectie

niet aan te raden omdat deze vaak te agres-

Behandeling: Lokaal: fysiologische kompressen

sief zijn omwille van het uitdrogend effect.

metronidazole tot 5x/dag

Lokale retinoïden moeten zeker gemeden

oraal tetracycline in hogere dosis (bv. minocycline 200mg/dag)

worden. Bij uitgebreide reacties kan een oraal

eventueel dosisaanpassing of onderbreking van EGFR-inhibitor

30 JESSALINEA


Verbum Publicaties

Gepubliceerd in Journal of Thrombosis and Haemostasis, 2013 Jan

0.0379, respectively). Also, thrombin-antithrom-

Gepubliceerd in Cardiovascular Research 2013 Jan 20.

Effects of pre-hospital clopidogrel ad-

bin (TAT) complexes were increased significantly

The cardiac atrial appendage stem cell:

ministration on early and late residual

in the combined dabigatran group compared to

a new and promising candidate for myo-

platelet reactivity in ST-segment eleva-

pre-PCI levels (4.2 [2.2] ug/l). Levels ranged from

cardial repair.

tion myocardial infarction patients un-

5.2 (2.5) to 8.5 (2.3) (p=0.0497, 0.0343, 0.005

Koninckx R, DaniĂŤls A, Windmolders S, Mees U,

dergoing primary intervention.

and 0.1628, respectively). In contrast, in the

Macianskiene R, Mubagwa K, Steels P, Jamaer L,

Biscaglia S, Tebaldi M, Vranckx P, Campo G, Val-

control group of patients treated with UFH, no in-

Dubois J, Robic B, Hendrikx M, Rummens JL, Hen-

gimigli M.

crease was observed in F1+2 and TAT complexes

sen K.

Source: Cardiovascular Institute, Azienda Ospedaliera Universita-

during PCI. Five out of 40 (12.5%) patients re-

Source: Laboratory of Experimental Hematology, Jessa Hospital,

ria S.Anna, Ferrara, Italy Department of Cardiac Intensive Care and

quired bail-out anticoagulation in the dabigatran

3500 Hasselt, Belgium.

Interventional Cardiology, Hartcentrum, Hasselt, Belgium Cardio-

group, of whom four experienced a procedural

Abstract

vascular Research Centre, Salvatore Maugeri Foundation, IRCCS

myocardial infarction (MI), versus one out of 10 in

AIMS: Considerable shortcomings in the treat-

Ferrara (FE), Ferrara, Italy.

the UFH group, who had a stent thrombosis wit-

ment of myocardial infarction (MI) still exist and

hout MI prior to the study-PCI. One minor access-

therefore mortality remains high. Cardiac stem

site bleeding occurred in the dabigatran group.

cell (CSC) therapy is a promising approach for

Gepubliceerd in EuroIntervention. 2013 Jan 22

Conclusions: Dabigatran treatment (110 mg or

myocardial repair. However, identification and

A randomised study of dabigatran in

150 mg BID) may not provide sufficient antico-

isolation of candidate CSCs is mainly based on

elective percutaneous coronary in-

agulation during PCI. ClinicalTrials.gov Identifier:

the presence or absence of certain cell surface

tervention in stable coronary artery

NCT00818753 EudraCT. No: 2007-007536-25.

markers, which suffers from some drawbacks. In

disease patients.

order to find a more specific and reliable identi-

Vranckx P, Verheugt FW, de Maat MP, Ulmans VA,

fication and isolation method, we investigated

Regar E, Smits P, Ten Berg JM, Lindeboom W, Jo-

Publisher: Nova Publishers, series: Public Health in the 21st Cen-

whether CSCs can be isolated based on the high

nes RL, Friedman J, Reilly P, Leebeek FW.

tury (2013 - January

expression of aldehyde dehydrogenase (ALDH).

Source: Department of Cardiac Intensive Care & Interventional

Exercise Therapy in Adult Individuals

Methods and results: An ALDH(+) stem cell po-

Cardiology, Hartcentrum, Hasselt, Belgium.

with Obesity

pulation, the cardiac atrial appendage stem cells

Abstract

Editors: Dominique Hansen (Hasselt University,

(CASCs), was isolated from human atrial appen-

Aims: Patients receiving long-term anticoagulant

Faculty of Medicine, Jessa Hospital, Dept. Car-

dages. CASCs possess a unique phenotype that

treatment with dabigatran may need to undergo

diology & Cardiovascular Rehabilitation, Hasselt,

is clearly different from c-kit(+) CSCs but that

a percutaneous coronary intervention (PCI). We

Belgium)

seems more related to the recently described

studied markers of coagulation activation during

Book Description: This book provides up-to-date

cardiac colony-forming-unit fibroblasts. Based

elective PCI in patients using dabigatran in order

evidence-based information on why and how to

on immunophenotype and in vitro differentiation

to investigate whether coagulation activation

implement exercise intervention in the treatment

studies, we suggest that CASCs are an intrinsic

upon balloon inflation and stenting is suppressed

of obesity. It starts with a description of the epi-

stem cell population and are not mobilized from

by dabigatran without additional heparin treat-

demiology of obesity, how to execute preparti-

bone marrow or peripheral blood. Indeed, they

ment.

cipation screening in the obese, and the impact

possess a clonogenicity of 16% and express

Methods and results: This phase IIa, explora-

of caloric intake restriction vs exercise training

pluripotency-associated

Furthermore,

tory, multicentre, randomised, open-label study

in obese subjects. Next, a detailed description

compared with cardiosphere-derived cells, CASCs

included 50 stable patients having an elective

of exercise physiology in obesity is provided, fol-

possess an enhanced cardiac differentiation ca-

PCI. Patients on standard dual antiplatelet the-

lowed by motivation techniques, the impact of

pacity. Indeed, differentiated cells express the

rapy (DAPT) were randomised (2:2:1) to either

training modalities on adipose tissue mass loss,

most important cardiac-specific genes, produce

pre-procedural dabigatran 110 mg BID (n=19)

and an exploration of factors related to the he-

troponin T proteins, and have an electrophysiolo-

or 150 mg BID (n=21), as compared to standard

terogeneity of adipose tissue mass loss in the

gical behaviour similar to that of adult cardiomyo-

intraprocedural unfractionated heparin (UFH)

obese when following exercise interventions. In

cytes (CMs). Transplanting CASCs in the minipig

(n=10). Following PCI, a significant increase in

final, the impact of emerging concepts in current

MI model resulted in extensive cardiomyogenic

the levels of prothrombin fragment 1+2 (F1+2)

exercise prescription for the obese, such as exer-

differentiation without teratoma formation.

in the combined dabigatran group was observed

cise in fasting condition, is covered. This book is

Conclusion: We have identified a new human CSC

compared to the level just before the start of PCI

dedicated to healthcare professionals and resear-

population able to differentiate into functional

(159.1 [1.4] pmol/l; geometric mean [gSD]). Le-

chers dealing with obesity patients participating

CMs. This opens interesting perspectives for cell

vels at 0.5, 1.0, 1.5 and 2 hrs after the start of PCI

in exercise interventions. Moreover, this book

therapy in patients with ischaemic heart disease.

ranged from 193.5 (1.4) to 270.6 pmol/l (1.7); (p-

could be a support to anyone with great interest

value for paired analysis=0.015, 0.022, 0.2342,

for exercise physiology and exercise therapy in

genes.

JESSALINEA 31


obesity. (Imprint: Nova Biomedical)

Methods: This is a nationwide cross-sectional

(2:1) to receive 28 weeks of treatment with ei-

ISBN: 978-1-62257-811-5

survey in which all Belgian rheumatologists were

ther IV IFX 5 mg/kg (weeks 0, 2, 6, 12, 18, and

invited to participate. Each rheumatologist could

24)+NPX 1000 mg/d or IV PBO+NPX 1000 mg/d.

include 10 RA patients treated with a biological

In Part II of INFAST, patients who had achieved

Gepubliceerd in Tijdschrift voor Geneeskunde 2012;68:1054-

for at least 6 months.

ASAS partial remission at week 28 continued in

1058

Results: Questionnaires were available from

Part II with no IFX treatment and were randomi-

Jichtartritis: behandelingsstrategieen

257 SC treated patients coming from 37 centers

zed (1:1 ratio) to continue on NPX or to stop NPX

in 2012

and 67 rheumatologists. 37% of patients were

until week 52. The primary study outcomes were

J. Lenaerts, R. Westhovens

treated with Etanercept, 55% with Adalimumab,

ASAS partial remission at week 28 and week 52.

Jichtartritis blijft de meest voorkomende oorzaak

2% with certolizumab, 6% with golimumab. The

MRIs of spine and SI joints at baseline, week 28,

van artritis in België. De laatste tien jaar heeft

mean DAS-28-3-CRP was 2.5, mean DAS28-3-

and week 52 were used to assess active, inflam-

men enerzijds de bestaande medicijnen zoals

ESR was 2.7.

matory lesions. Group differences were analyzed

colchicine, corticosteroïden, niet-steroïde anti-

Focussing on patients under SC therapy, 68 %

descriptively or using Fisher exact tests.

inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) en allo-

administrated their therapy themselves, 7% was

Results: At baseline, mean BASDAI scores (on

purinol beter leren gebruiken en bestaat er naast

given by the partner, 18% by a nurse , 4% by phy-

a 100 mm VAS) were 64.4 (SD=15.37) mm

allopurinol nu een nieuwe xanthine-oxidaserem-

sician, 3% by another family member.

and 63.0 (SD=15.43) mm in the IFX+NPX and

mer, namelijk febuxostat. Anderzijds heeft een

Patients did not inject themselves for the fol-

PBO+NPX arms. At week 28, mean BASDAI sco-

dieper inzicht in de fysiopathologie van jichtar-

lowing reasons: fear (58%), problems with their

res were 7.1 (SD=6.63) mm in the NPX group and

tritis het therapeutische arsenaal gevoelig uit-

hands (37%), other physical problems (4%).

6.2 (SD=6.99) mm in the no-treatment group. At

gebreid. Hierdoor kan men stellen dat, mits een

Delay of therapy did not happen very often. It

week 28, ASAS partial remission was achieved

goede therapietrouw, jichtartritis een te genezen

mostly happened just because the therapy was

by more patients treated with IFX+NPX (61.9%)

reumatische aandoening is. Volledige remissie

forgotten of because of planned journey.

than PBO+NPX (35.3%), P=0.0021. At week 52,

blijft het streefdoel en dit door een verlaging van

Conclusions: SC administration anti-TNF treatment

similar percentages of patients in the NPX and

het serumurinezuur onder de saturatiedrempel

is an important treatment option for RA patients,

no-treatment groups maintained partial remis-

van 6 mg/dl. De bestaande aanbevelingen voor

which can be easily done by self –injection. A re-

sion (47.5 vs 40%). A change from presence

jichtartritis en de richtlijnen om urinezuurverla-

lative lower percentage of self-injection compa-

at baseline to complete absence of lesions at

gende medicatie in te stellen worden besproken.

red to other SC therapy (insulin, heparin) could be

week 28 occurred more often with IFX+NPX

Een goede educatie van de patiënt met aandacht

explained by hand problems.

than PBO+NPX for the SI joint (21.9% vs 3.9%, P=0.0043) and spine plus SI joints (16.2% vs 0%,

voor een niet-farmacologische behandeling blijft

P=0.0016), but not spine alone (29.5% vs 15.7%,

echter ook belangrijk. Bij elke patiënt met jichtartritis is het aangewezen om te screenen naar

Poster presentation

P=0.0764). In Part II, no treatment group diffe-

cardiovasculaire en renale comorbiditeit. Er be-

Presented as oral poster presentation on the American Con-

rences were observed. In descriptive analyses

staan op dit ogenblik onvoldoende argumenten

gress Rheumatology (ACR poster 779) Arthritis Rheumatism

up to week 28, Berlin MRI spine scores improved

om patiënten met asymptomatische hyperuri-

2012;64:Suppl,abstract 779.

only in the IFX+NPX group; SI scores improved

kemie te behandelen met urinezuurverlagende

Changes in Active Inflammatory Lesions

in both groups (Table 1). In Part II, scores were

medicijnen.

Assessed by Magnetic Resonance Ima-

stable or worsened in both the NPX and no-treat-

ging: Results of the Infliximab as First

ment groups (Table 2).

Line Therapy in Patients With Early Ac-

The safety profile was consistent with that of

Poster presentation

tive Axial Spondyloarthritis Trial

other anti-TNF biologics.

Belgisch Congres Reumatologie Brussel sept 2012 (Poster 53)

J Sieper, J Lenaerts, J Wollenhaupt, VI Mazurov, L

Conclusions: Patients with early, active axial

SC treatment in RA patients : results

Myasoutova, S Park, Y Song, R Yao, D Chitkara,

SpA who were treated with IFX+NPX had grea-

from the Be-raise study

N Vastesaeger on Behalf of All INFAST Investi-

ter MRI improvement than patients treated with

Bert Vander Cruyssen², Jan Lenaerts2, Herman

gators

NPX alone. During follow-up, no differences were

Mielants³, René Westhovens4, Patrick Durez5 and

Background: Few studies have evaluated chan-

observed in MRI measures for patients who re-

Dirk Elewaut³ on behalf of the Be-Raise study

ges in active inflammation of spine and sacroiliac

ceived NPX vs no-treatment.

group.

(SI) joints by MRI during long-term treatment for

(1) Department of Rheumatology, Sint Jozef Hospital Bornem,

axial SpA.

OLV Hospital Aalst, Belgium, (2) Department of Rheumatology,

Objectives: To determine whether combination

2012 EULAR Annual European Congress of Rheumatology, Berlin,

Reuma-Instituut Hasselt, Leuven University Hospital, Belgium, (3)

infliximab (IFX)+NSAID therapy is superior to

Germany, June 6-9, 2012

Department of Rheumatology, Ghent University Hospital, Belgi-

NSAID monotherapy for achieving improvement

Ann Rheum Dis 2012;71(Suppl3):247

um, (4) Department of Rheumatology, Leuven University Hospital,

in inflammatory lesions in patients with early, ac-

Double-blind, Placebo-Controlled, 28-

Belgium, (5) Department of Rheumatology, Université Catholique

tive axial SpA and to measure changes in lesions

Week Trial of Efficacy and Safety of

de Louvain UCL, Belgium

during follow-up with either NPX or no treatment.

Infliximab Plus Naproxen vs Naproxen

Introduction: The Belgian Be-raise survey aimed

Methods: Part I of the INFAST study was a dou-

Alone in Patients With Early, Active

to explore how patients experience their current

ble-blind, randomized controlled trial of IFX in

Axial Spondyloarthritis Treated With

treatment with biologicals and correlate this with

biologic-naïve patients 18–48 years of age with

a Submaximal Dose of NSAIDs: Results of

the treating physician’s opinion.

early, active axial SpA. Patients were randomized

INFAST Part I

32 JESSALINEA


J Sieper, J Lenaerts, J Wollenhaupt, VI Mazurov, L

IFX+NPX vs 35% with NPX alone; clear supe-

joints at baseline (week 28) and week 52 were

Myasoutova, S Park, Y Song, R Yao, D Chitkara,

riority of combination therapy over NPX mono-

used to assess inflammation. Patients with flares

N Vastesaeger on Behalf of All INFAST Investi-

therapy was also evident for ASAS-40, but not

(BASDAI ≥30 mm [on a 100 mm VAS] during 2

gators

ASAS-20, response. MRI remission was achieved

consecutive visits within 1–3 weeks) had a final

Abstract

with combination treatment but not NPX alone.

MRI and were discontinued.

Background: Efficacy of anti-tumor necrosis fac-

The safety profile was consistent with that of

Results: In preliminary results, 41 patients were

tor (TNF) therapy in patients with axial spondy-

other anti-TNF biologics.

randomized to NPX and 41 to no treatment in

loarthritis (SpA) has been tested only in patients

Part II of INFAST. Mean Bath Ankylosing Spon-

who are refractory to nonsteroidal anti-inflamma-

dylitis Disease Activity Index (BASDAI) scores at

tory drugs (NSAID) therapy.

2012 EULAR Annual European Congress of Rheumatology Berlin,

the start of follow-up were 7.1 (SD=6.63) mm

Objectives: To determine whether combina-

Germany, June 6–9, 2012

and 6.2 (SD=6.99) mm in the NPX and no-treat-

tion infliximab (IFX)+NSAID therapy is superior

Ann Rheum Dis 2012;71(suppl3):248

ment groups, respectively. At week 52, similar

to NSAID monotherapy for reaching clinical and

A Randomized, Open-Label Study to Ex-

numbers of patients in the NPX group (19/40,

magnetic resonance imaging (MRI) remission in

plore Whether Partial Remission Can Be

47.5%) and the no-treatment group (16/40,

patients with early, active axial SpA who were

Maintained With Naproxen or No Treat-

40.0%) met the ASAS partial remission criteria,

naïve to NSAIDs or had a submaximal dose of

ment in Patients With Early, Active Axial

P=0.6525. Complete absence of lesions on MRI

NSAIDs.

Spondyloarthritis:

was achieved by similar numbers of patients in

Methods: INFAST was a double-blind, rando-

Preliminary Results of INFAST Part II

the NPX and no-treatment groups for combined

mized controlled trial of IFX in biologic-naïve

J Sieper, J Lenaerts, J Wollenhaupt, VI Mazurov, L

spine and SI lesions (2.5% vs 2.5%), SI lesions

patients 18–48 years of age with early, active

Myasoutova, S Park, Y Song, R Yao, D Chitkara,N

alone (7.5% vs 10.0%), and spine lesions alone

axial SpA (Assessment in Ankylosing Spondy-

Vastesaeger on Behalf of All INFAST Investiga-

(50.0% vs 40.0%), all P>0.5. Few flares were

litis [ASAS] criteria, disease duration ≤3 years

tors

experienced by patients during follow-up treat-

with chronic back pain and active inflammatory

Abstract

ment (NPX, 1/40, 2.5% vs no treatment, 3/40,

lesions of the sacroiliac [SI] joints on MRI). Pa-

Background: In patients with axial spondy-

7.5%; P=0.6153). During the follow-up period,

tients naïve to NSAIDs or treated with a sub-

loarthritis (SpA) who have achieved partial re-

1 serious adverse event was reported in the no-

maximal dose of NSAIDs were randomized (2:1)

mission, it is unclear whether continuous treat-

treatment group. No deaths occurred.

to receive 28 weeks of treatment with either

ment with nonsteroidal anti-inflammatory drugs

Conclusions: ASAS partial remission was main-

intravenous (IV) IFX 5 mg/kg (weeks 0, 2, 6, 12,

(NSAIDs) is superior to stopping treatment.

tained at week 52 by 47.5% of patients who

18, and 24)+naproxen (NPX) 1,000 mg/d or IV

Objectives: To investigate whether continued

stayed on NPX therapy and 40.0% of patients in

placebo (PBO)+NPX 1,000 mg/d. The primary

treatment with naproxen (NPX) was superior to

whom all treatment (IFX and NPX) was stopped.

endpoint was the proportion of subjects meeting

discontinuing all treatment in order to maintain

ASAS partial remission criteria at week 28. ASAS-

disease control for 6 months in early, active axial

20 and ASAS-40 responses were also assessed.

SpA patients who were in partial remission af-

Gepubliceerd in BIOPRESERVATION AND BIOBANKING, Volume

Treatment group differences were analyzed

ter 28 weeks of therapy with either infliximab

10, Number 2, 2012, 204;

using Fisher exact tests. MRI lesions of spine and

(IFX)+NPX or placebo+NPX.

voorgesteld op ISBER 2012 Annual Meeting & Exhibits, Westin

sacroiliac (SI) joints were also evaluated.

Methods: Part I of INFAST was a double-blind,

Bayshore Hotel, Vancouver, British Columbia, Canada, May 15-18,

Results: In preliminary results, 106 patients were

randomized controlled trial of IFX in biologic-

2012

randomized to IFX+NPX and 52 to PBO+NPX.

naïve patients 18–48 years of age with early,

Storage Form of Peripheral Blood Com-

At baseline, mean Bath Ankylosing Spondyli-

active axial SpA. Patients were randomized (2:1)

ponents Determines Quality of Extrac-

tis Disease Activity Index (BASDAI) scores (100

to receive 28 weeks of treatment with either

ted DNA and RNA

mm visual analogue scale [VAS]) were 64.4

intravenous (IV) IFX 5 mg/kg (weeks 0, 2, 6, 12,

L. Linsen1,2, M. Meus1, JL. Rummens1,2

(SD=15.37) mm and 63.0 (SD=15.43) mm and

18, and 24)+NPX 1000 mg/d or IV placebo+NPX

(1) Laboratory of Experimental Hematology, Jessa Hospital, Has-

human leukocyte antigen (HLA)-B27–positive

1000 mg/d. In Part II of INFAST, patients who had

selt, Belgium; (2) University Biobank Limburg, Hasselt, Belgium

statuses were 82.1% and 90.4% in the IFX+NPX

achieved Assessment in Ankylosing Spondylitis

Background: Post-storage quality of distributed

and PBO+NPX groups, respectively. At week 28,

(ASAS) partial remission at week 28 continued in

blood component samples and their derivatives

ASAS partial remission, ASAS-40, and complete

Part II of the study with no IFX treatment. These

is affected by various pre-analytical as well as

absence of MRI lesions (spine+SI joints [MRI re-

patients were randomized in a 1:1 ratio to con-

storage factors. The precise nature and impact

mission] and SI joints alone) were achieved by

tinue on NPX or to stop NPX until week 52. Pa-

of these factors has not been studied in detail.

significantly greater percentages of patients in

tients from the 2 treatment arms in Part I were

As a result, blood components are stored in many

the IFX+NPX group than in the PBO+NPX group

equally balanced over the 2 groups in Part II. The

different ways to meet all researchers’ needs.

Serious adverse events were reported in 5 (4.8%)

outcome explored was the proportion of subjects

However, hospital integrated biobanks often

patients in the IFX+NPX group (possibly related

who maintained ASAS partial remission at week

only have limited volumes of blood available for

to study medication in 3 [2.9%] patients) and 3

52; detection of a treatment group difference in

storage. In search of the most versatile procedure

(5.8%) patients in the PBO+NPX group (possibly

this small sample size would require large diffe-

for storage of blood components, we studied the

related in 2 [3.8%] patients). No deaths occurred.

rences (>40%) for statistical significance. Treat-

effect of storage form on the quality of DNA and

Conclusions: 62% of patients with early, ac-

ment group differences were analyzed using Fis-

RNA extracted from frozen buffy coat (BC), red

tive axial SpA reached clinical remission with

her exact tests. MRIs of spine and sacroiliac (SI)

blood cell lysed white blood cell (WBC) pellets

JESSALINEA 33


and WBC suspensions.

In contrast, RNA integrity and PCR performance

hospitalized Belgian children. Tijdschr Belg

Methods: Peripheral blood of healthy volunteers

were already severely affected in short-term sto-

Kinderarts 2012; 14: 34.

was fractionated into BC, WBC pellets and/or WBC

red WBC suspensions, although comparable RNA

suspensions. These were snap-frozen in LN2 and

yields were obtained between storage types.

Deneyer M, De Meirleir L, De Schepper J, Alliet

stored at -80°C for 6 weeks. Subsequently, DNA

Moreover, middle-term storage of BC also resul-

Ph, Vandenplas Y. Verplichting van de neona-

and RNA was extracted and the yield, integrity

ted in degraded RNA compared to WBC pellets,

tale opsporing van aangeboren metabole en

and real-time PCR performance was analysed.

which still yielded high quality RNA after 2 years

endocriene ziekten. Tijdschr Belg Kinderarts

Results: DNA yield per 1000 WBC tends to be

of storage.

2012; 14: 47.

higher when extracted from BC compared to WBC

Conclusions: Qualitative DNA and RNA can be

pellets or suspension, but purity, integrity and

obtained from short-term stored BCs. However,

Coolen C, Alliet Ph. Coeliac disease: a 20 year

PCR performance are comparable between the

storage of WBC as pellets is superior to storage

single-centre experience. Tijdschr Belg Kinder-

3 storage forms. In contrast, although RNA yield

as BC when demanding RNA applications are

arts 2012; 14: 34.

per 1000 WBC is comparable, RNA integrity and

envisioned. Studies to validate the pellet as an

PCR performance is severely affected when sto-

optimal long-term WBC storage type are ongoing.

Alliet Ph, Verellen G, Vandenplas Y, Van Geet C en

red as WBC suspension. Surprisingly, storage of

het college pediatrie. De toekomst van de zie-

cells as BC does not appear to affect RNA quality.

kenhuispediatrie in België.Tijdschr Geneesk

Conclusions: Qualitative DNA and RNA can be

2012; 68: 263-269.

obtained from short-term stored BCs. Studies to evaluate the application of long-term BC storage as valid RNA source are ongoing.

Wetenschappelijke publicaties gerealiseerd vanuit de afdeling Kinder- en Jeugdgeneeskunde 2012

Vijgen S, Alliet Ph, Gillis Ph, Mewis A. Seropre-

Delange K, Quintelier S, Vanoppen A, Van Win-

and adolescents. Acta Gastroenterol Bel 2012;

ckel M, Alliet Ph, et al. Vegetarische voeding.

75: 325-330.

valence of celiac disease in Belgian children

Gepubliceerd in BIOPRESERVATION AND BIOBANKING, Volume

Informatiebrochure voor hulpverleners in

10, Number 5, 2012, A31; voorgesteld op Joint Conference of the

de gezondheidszorg. VVK voedingscel. 2012.

De Swert L, Gadisseur R, Sjölander S, Raes M,

European, Middle Eastern & African Society for Biopreservation

Herwerkte versie.

Leus J, Van Hoeyveld E. Secondary soy allergy in children with birch pollen allergy may cuse

& Biobanking (ESBB) and the Spanish National Biobank Network Granada, Spain, November 7–9, 2012

Alliet Ph, Hauser B, Vanoppen A, Van Winckel M,

both chronic and acute symptoms. Pediatr Al-

Storage Form of Peripheral Blood Com-

Vandenplas Y, et al. Richtlijnen over borstvoe-

lergy Immunol 2012; 23: 117-123.

ponents Determines Quality of Extrac-

ding en kunstvoeding voor zuigelingen van 0

ted DNA and RNA

tot 12 maanden. VVK voedingscel. 2012. Her-

Braeckman T, Van Herck K, Meyer N, Pirçon JY,

L. Linsen1,2, M. Meus1, T. Vanbinst1, J.L. Rum-

werkte versie.

Soriano-Gabarro M, Heylen E, Zeller M, Azou M, De Koster J, Maernoudt AS, Raes M, et al.

mens1,2 (1) Laboratory of Experimental Hematology, Jessa Hospital, Has-

Degreef E, Mahachie J, Hoffman I, Smets F, Van-

Effectiveness of rotavirus vaccination in

selt, Belgium, (2) University Biobank Limburg, Hasselt, Belgium

biervliet S, Scaillon M, Hauser B, Paquot I, Alliet

prevention of hospital admissions for rota-

Background: Hospital integrated biobanks often

P et al. Factors determining therapeutic stra-

virus gastroenteritis among young children

only obtain limited volumes of blood for storage

gegy at diagnosis and evolution of disease

in Belgium: case-control study. BMJ 202; 345:

and subsequent research. Additionally, various

severity in a cohort of pediatric patients with

e4752 doi: 10.1136/bmj.e4752.

pre-analytical as well as storage factors affect

Crohn’s disease. Acta Gastroenterol Belg 2012;

the post-storage quality of blood samples and

75: E03.

Kuppens M, Raes M. Platte rust na verrichten van lumbaal punctie? Tijdschr Belg Kinderarts

their derivatives. Therefore, we are searching

2012; 14:11.

for the optimal storage type of white blood

Degreef E, Hoffman I, Dhaens G, Vanbiervliet S,

cells (WBC) which allows the broadest range of

Smets F, Scaillon M, Dewit O, Peeters H, Paquot I,

downstream molecular applications. To this end,

Alliet P et al. Safety and cost of infliximab for

Borgers H, Meyts I, De Boeck K, Raes M, Sauer K,

we assessed the quality of DNA and RNA ex-

the treatment of Belgian pediatric patients

Proesmans M, Moens L, Jeurissen A, Flamaing J,

tracted after short and middle-term storage of

with Crohn’s disease. Acta Gastroenterol Belg

Peetermans W, Verhaegen J, Bossuyt X. Fold-

frozen buffy coat (BC) erythrocyte lysed white

2012; 75: E10.

increase in antibody titer upon vaccination with pneumococcal unconjugated polysac-

blood cell (WBC) pellets and WBC suspensions. Methods: Peripheral blood of healthy volunteers

Gysemans W, Van Geet C, Janssens E, Alliet Ph.

charide vaccine. Clin Immunol 2012; 145: 136-

was fractionated into BC, WBC pellets and/or WBC

Thrombosis as extra-intestinal complication

138.

suspensions (n¼20). These were snap-frozen in

of Inflammatory Bowel Disease (IBD) in child-

LN2 and stored at -80°C for 2 months or 2 years.

ren. Tijdschr Belg Kinderarts 2012; 14: 35.

their yield, integrity and real-time PCR perfor-

Kuppens M, Raes M. Habit cough. Tijdschr Belg

mance was analyzed.

Kinderarts 2012; 14: 88.

Results: DNA yield, purity, integrity and PCR per-

Raes M.

Bofvaccinatie en allergie. Vaxinfo

2012; 63: 10.

formance were not affected upon short or mid-

Alliet Ph, Uyttendaele M, Devreker T, Muyshondt

dle-term storage in different WBC storage types.

L, Bontems P, Vandenplas Y. Under-nutrition in

34 JESSALINEA

Raes M. Vaccinatie tegen varicella bij kinderen. VaxInfo 2012; 63: 1-4.

Subsequently, DNA and RNA was extracted and

De Schutter I, Tuerlinckx, Vergison A, Raes M,


Smet J, Smeesters P, Verhaegan J, Mascart F, Sur-

Besouw MT, Van Dyck M, Francois I, Van Hoy-

Van Camp JK, Zegers D, Verhulst SL, Van Hooren-

mont F, Malfroot A. Pneumococcal etiology and

weghen E, Levtchenko EN. Detailed studies of

beeck K, Massa G, Verrijken A, Desager KN, Van

serotype distribution in hospitalized child-

growth hormone secretion in cystinosis pa-

Gaal LF, Van Hul W, Beckers S. Mutation analysis

ren with community-acquired pneumonia in

tients. Pediatr Nephrol. 2012 Nov;27(11):2123-

of WNT10B in obese children, adolescents

Belgium. Evaluation by culture, RT-PCR and

2127

and adults. Endocrine. 2012 Oct 27. [Epub

serotype-specific-IgG&IgA serology. Abstract

ahead of print]

Poster No 39. 8th International Symposium on

Gies I, Thomas M, Tenoutasse S, De Waele K,

Pneumococci and Pneumoccal Diseases – ISPPD.

Lebrethon MC, Beckers D, Francois I, Maes M,

Zegers D, Beckers S, de Freitas F, Jennes K, Van

Iguaçu Falls (Brazil) – 2012; March 11-15.

Rooman R, de Beaufort C, Massa G, De Schepper J.

Camp JK, Mertens IL, Van Hoorenbeeck K, Rooman

Insulin sensitivity modulates the growth

RP, Desager KN, Massa G, Van Gaal LF, Van Hul

Strens D, Raes M, Standaert B. Fourth year post-

response during the first year of high-dose

W. Identification of mutations in the NUCB2/

rotavirus vaccination in Belgium: decrease of

growth hormone treatment in short prepu-

nesfatin gene in children with severe obesi-

rotavirus-positive stool samples in hospita-

bertal children born small for gestational

ty. Mol Genet Metab. 2012 Dec;107(4):729-734

lized children. Poster presentation. No 39508.

age. Horm Res Paediatr. 2012;78(1):24-30. Zegers D, Beckers S, Hendrickx R, Van Camp JK,

15th Annual European Congress – ISPOR. Berlin Werckx W, Hasaerts D, Jansen A, Cloet E, De Maes-

Van Hoorenbeeck K, Desager KN, Massa G, Van

schalk D, Van Boxlaer E, Eggers N, Verrycken K, De

Gaal LF, Van Hul W. Prevalence of rare MC3R

Alliet Ph, Uyttendaele M, Devreker T, Muyshondt

Meirleir L. Intercultural differences in compli-

variants in obese cases and lean controls.

L, Bontems P, Vandenplas Y. Undernutrition in

ance to developmental follow-up programs

Endocrine. 2012 Dec 24. [Epub ahead of print]

hospitalized Belgian children. Espghan update

after preterm birth. DMCN. 2012; 54 (suppl 3)

(Germany) 2012; November 5th.

Raes M, hoofdredacteur. Astma bij Kinderen/

2012. Abstract booklet 2012; 93: PO-N-197. Werckx W, Hasaerts D, Jansen A, Dereu I, Royeae-

L’asthme chez les enfants - 3de editie.

Naulaers G, Alliet Ph, Bochner A, Degomme P,

rd E, Van Der Velde K, Van Den Eynde E, Schelpe L,

Denayer E, Dhondt K, François G, Marchand J,

De Meirleir L. Scholastic Achievements in pre-

Alliet Ph, Verellen G, Van Geet C en college pedi-

Ravet F, Van Reempts P. Huidige stand van

term born children. European Academy for

atrie. Visie van het college pediatrie op het

zaken betreffende cardiorespiratoire thuis-

Childhood Disability. DMCN. 2012; 54 (suppl 3)

laatste voorstel van de werkgroep van de NRZV voor herziening van het zorgprogram-

monitoring in het kader van preventie van wiegendood. Tijdschr Belg Kinderarts 2012; 14:

Doggen K, Debacker N, Beckers D, Casteels K,

ma pediatrie. Tijdschr Belg Kinderarts 2012; 14:

17-23.

Coeckelberghs M, Dooms L, Dorchy H, Lebrethon

37-41.

M, Logghe K, Maes M, Massa G, Mouraux T, RoomAlliet Ph. Coeliakie: onbekend is onbemind.

an R, Thiry-Counson G, Van Aken S, Vanbesien J,

Alliet Ph. Samenvatting verslagen vergade-

Tijdschrift Vlaamse Coeliakievereniging 2012; 2:

Van Casteren V. Care delivery and outcomes

ring stuurgroep academie pediatrie (juni-de-

13-15.

among Belgian children and adolescents

cember 2012). Tijdschr Belg Kinderarts 2012;

with type 1 diabetes. Eur J Pediatr. 2012

14: 55-59.

Nov;171(11):1679-1685.

Symposia 2013 Leven na kanker Datum:

zaterdag 20 april 2013

Locatie: Organisatie:

Centrum Duurzaam Bouwen, Heusden-Zolder LOC (Limburgs Oncologisch Centrum)

Ethische click Datum:

zaterdag 27 april 2013

Locatie:

aula campus Salvator, Jessa Ziekenhuis Hasselt

Arm- en handrevalidatie Datum:

zaterdag 28 september 2013

Locatie:

cc De Markthallen, Herk-de-Stad

Life surgery urologie Datum:

zaterdag 23 november 2013

Locatie:

aula campus Salvator, Jessa Ziekenhuis Hasselt

JESSALINEA 35


jessalinea nr 9 - maart 2013 Verantwoordelijke uitgever:

vzw Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt

Eindredactie:

dienst communicatie Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt tel. 011 30 82 21, jessalinea@jessazh.be


Jessalinea Nr.9 - maart 2013  

Artsenblad Jessa Ziekenhuis

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you