Skip to main content

't Altenatuurtje 132

Page 1

't ALTENATUURTJE oktober 2026

nr. 132

Altenatuur De natuurbeschermingsvereniging van Altena


’t ALTENATUURTJE 46e jaargang nr. 1, oktober 2026. Uitgave van natuurbeschermingsvereniging Altenatuur. Opgericht 5-11-1980, ingeschreven KvK 15-10-1981.

REDACTIE Wouter van Rijsbergen, redactie@altenatuur.nl, 06-38045664.

VORMGEVING Jan van Haaften, Sleeuwijk, 06-49904862.

DRUKWERK RAD, Dordrecht.

BESTUUR

Voorzitter Secretaris Penningmeester Leden

Jaap van Diggelen, Almkerk. 0183-402034. Margo van Beem, Hillsestraat 12, 4269 VG Babyloniënbroek. 06-55772591. Erik Gouw, Woudrichem. 06-52728142. Len Bruining, Dussen. 0416-392373. Sjaak Kant, Hank. 06-41671192. Marga Oerlemans, Wijk en Aalburg. 06-20548893. Goof van Vliet, Woudrichem. 06-28703838. www.altenatuur.nl Facebook: Facebook.com/altenatuur

E-MAIL

info@altenatuur.nl secretaris@altenatuur.nl penningmeester@altenatuur.nl

LIDMAATSCHAP

Ledenadministratie Altenatuur, Weth. Kentiestraat 2a, 4285 CL Woudrichem. Keuze uit: gewoon lid €15,-- of gezinslidmaatschap €20,-- per jaar. Triodosbank NL02 TRIO 0320 0045 54 t.n.v. penningmeester Altenatuur. Aanmeldingen, adreswijzigingen en opzeggingen opsturen naar de ledenadministratie of e-mail Altenatuur. Beëindiging van het lidmaatschap kan schriftelijk voor 1 december van het lopende jaar. Altenatuur heeft sinds 1-1-2011 de ANBI-status, het dossiernummer is: 77688 en het fiscaal nummer: 810362454.


op de voorkant . . . Jan van Haaften

De steenuil… vanwege het jaar van de steenuil. Met z’n grote felgele ogen en oplopende ‘wenkbrauwen’ kijkt de steenuil ons indringend aan. Enigszins streng zelfs. Alsof deze kleine vogel ons iets wil duidelijk maken. Misschien wel zoiets als ‘zorg goed voor mij, want m’n leven is niet gemakkelijk’. En inderdaad: de steenuil heeft het zwaar in grote delen van Nederland. Het agrarisch gebied werd door de jaren meer opgeruimd, oude schuurtjes verdwenen en werden vervangen door strakke boerderijen. Percelen werden groter, rendabeler ingedeeld en intensiever gebruikt. ‘Overhoekjes’ vielen weg. Halverwege de vorige eeuw waren er 25.000 broedparen. Rond 2020 waren dat er nog 8.000 tot 9.500. Een grote achteruitgang dus. Maar gelukkig is de teruggang in sommige delen van ons land afgezwakt of zelfs tot stilstand gekomen. In de Achterhoek, Twente, het rivierengebied en delen van Brabant is de steenuil nog regelmatig te zien. Kleinschaligheid van het agrarisch gebied komt daar nog regelmatig voor en daar houdt de steenuil van. Dankzij ontzettend goed en intensief werk van de uilenwerkgroep van Altenatuur gaat het in Altena relatief goed. Daar leest u in dit nummer uitgebreid over! ✤

11


In nummer 132 1. Op de voorkant 2. In nummer 132 4. Redactioneel 6. Van het bestuur

19 Slootjesdag 2026

9. Weidevogelseizoen 2026 12. Hoop voor de steur 14. Column: Warm, warmer, warmst 16. Nieuwe Vogels, welkom bij Altenatuur: Marianne Meijer 19. Slootjesdag 2026 22. Natuurdagboek van Kim Renders - Bessen en vruchten 28. Steenuilen in Altena:

28

historie, bescherming en huidig voorkomen 44. Bijvangst

Steenuilen in Altena

49. Flora 50. Kruidenweetjes - Kruidengeneeskunde 54. Bouwen met de natuur in Woudrichem 57. Voedselbossenwerkgroep 60. We houden vol... maar hoe?

62 NGF Birdwatching Day 2026

62. NGF Birdwatching Day 2026 op Golfbaan Almkreek 64. Van Anjer tot Zegge 66. 'Het vlinderseizoen' door Lea Korsgaard 69. We gaan het halen... maar niet in 2050, of toch wel? 72. Waarnemingen van 2 april t/m 20 augustus 2026 77. De activiteitenagenda 80. Advertentie - Kringloopcentrum Altena

72

81. Colofon 81. Advertentie - De Rivieren Notarissen

Waarnemingen 2

81. Altena Nieuwe Energie


herfst

33


Redactioneel Wouter van Rijsbergen

Afgelopen zomer waren we in MiddenFrankrijk. De branden in de dennenbossen van Les Landes bij Bordeaux woedden hevig. Er hing een blauwige waas in de lucht op het adres waar wij verbleven, hemelsbreed meer dan 400 kilometer verderop! Een ademteug stond gelijk aan een hijs zware shag. Wijzelf hoefden allang niet meer overtuigd te worden van de ernst van de dreigende klimaatcrisis, maar het zó aan den lijve ervaren is toch iets anders. Beangstigend, verontrustend, alarmerend. In 2021 ging het in Zuid-Limburg en Duitsland ook helemaal mis. In Duitsland spraken we vorig jaar een inwoner van Mayschoss die vertelde dat het water in de Ahr destijds in een mum van tijd 7 meter steeg. Bruggen, spoorlijnen, huizen… alles werd weggespoeld, 135 mensen verloren het leven. De 40 miljard kostende hersteloperatie is nog niet afgerond. Door de hitte zal er de afgelopen maanden ongetwijfeld veel extra (zee)water verdampt zijn. Waar en wanneer komt dat weer neer? Altena is overstromingsgebied… Bovenstaande ervaringen met gevolgen van de klimaatcrisis hebben grote indruk op ons gemaakt. Telkens denk ik: dit 4


hadden we kunnen voorkomen. Wetenschappers waarschuwen al tijden. Maar er gebeurt te weinig, hoe is dit toch mogelijk? Geen luchtige inleiding helaas, maar ik kan het er niet niet over hebben. Dit Altenatuurtje staat bol van de activiteiten van mensen die het ánders willen. Die wél doordrongen zijn van de klimaatcrisis en zich ieder op hun eigen manier inzetten om het tij te keren. Dit nummer bevat dus veel positieve geluiden: over steuren, slootjesdag, voedselbossen, steenuilen, vogels op de golfbaan, natuurlijk bouwen. Maar ook een alarmerend geluid over de weidevogels die afgelopen zomer leden onder wéér een jaar met extreme droogte. Een geluid dat aansluit bij mijn hartenkreet hierboven. Rinus Punt, uilenbeschermer van het eerste uur, schrijft óók een hartenkreet en uit zijn zorgen over de wijze waarop we met onder andere ‘verlaat maaien’ proberen het vogelleven in de wei te redden. Zijn we wel goed bezig? Een legitieme vraag. Speciale aandacht voor de steenuil. Het is het Jaar van de Steenuil en we plaatsen een groot artikel, geschreven door verschillende auteurs, over deze prachtvogel bij ons in Altena. Wouter van Rijsbergen Kopij voor nummer 133 ontvang ik graag uiterlijk 1 december. Mailt u deze naar redactie@altenatuur.nl Heeft u foto’s bij uw artikel? Heel graag! Vermeld dan wel de naam van de fotograaf. Dank! Ten slotte nog een rectificatie: de afbeelding van de hoornaar bij het redactioneel in nummer 131 was die van een Europese, niet van een Aziatische. Aziatische hoornaar: kleiner en gele poten, dit is de invasieve exoot die tegenwoordig vaak ‘geelpoothoornaar’ wordt genoemd om verwarring te voorkomen met de inheemse Europese hoornaar, die onderdeel uitmaakt van onze inheemse biodiversiteit. 5


Van het bestuur Sjaak Kant

Deze keer ben ik aan de beurt om een verhaal te schrijven ‘Vanuit het bestuur’. Voor het eerst, want ik ben pas vanaf januari dit jaar lid van het bestuur van Altenatuur en als zodanig de ‘benjamin’ – ook al ben ik sinds dit jaar inmiddels AOWgerechtigd . 6

Ik schrijf dit verhaal op een zeer warme zondagmiddag in de eerste helft van augustus. We beleven nu weer de zoveelste hittegolf. In de lijstjes die het KNMI vanaf 1911 bijhoudt met klimatologische extremen staat augustus dit jaar nu al op nummer drie in de top 10 van hoogste gemiddelde temperaturen. In die top 10 vier vermeldingen van de laatste zes jaar. Met dit jaar tot nu toe een hoogst gemeten temperatuur van 36,8 °C! De gemiddelde lichaamstemperatuur van een mens! Dat die snelle klimaatverandering het gevolg is van de verbranding van fossiele brandstoffen door de mens is inmiddels onomstreden. De gevolgen worden ook meer zichtbaar en voelbaar. Weersextremen komen steeds meer voor, niet alleen hitte en droogte maar bijvoorbeeld ook extreme buien. Misschien niet voor iedereen onmiddellijk helder maar het bestuur van Altenatuur heeft deze problematiek ook op de agenda staan. Altenatuur is betrokken bij het maken van groenbeleid en beleid rondom klimaatadaptatie door de gemeente Altena. Je kunt hierbij denken aan meer groen in de wijk om bijvoorbeeld koelte-eilanden te maken. Deze bomen en planten zorgen tegelijkertijd voor demping van wateroverlast in de bebouwde omgeving. En natuurlijk raakt de klimaatproblematiek aan ons eigen gedrag op het vlak van het gebruik van fossiele brandstoffen. Collega bestuurslid Goof van Vliet organiseert elk jaar meerdere activiteiten op het gebied van duurzame energie.


De klimaatproblematiek is maar één van de vele onderwerpen waarbij Altenatuur betrokken is. Bij het kennismaken en inwerken als bestuurslid ben ik de afgelopen 8 maanden aangeschoven bij allerlei activiteiten van Altenatuur en raakte daarbij diep onder de indruk van de veelheid daarvan. Ik heb meegelopen bij een loopgroep van de weidevogelbescherming, bij het monitoren van patrijzen in de vroege ochtenduren, bij het snoeien van wilgen bij het eigen natuurgebiedje van Altenatuur tussen Waardhuizen en Uitwijk, bij de Slootjesdag voor kinderen bij Fort Giessen, de energie-avonden en energie-excursie naar Goeree-Overflakkee, de plantencursus, een thema-avond over de kwaliteit van water met het waterschap en de provincie, de beheercommissie van het Fort, vergaderingen met gemeente en boeren over natuurontwikkeling in de

‘Polder van de Toekomst’, een bijeenkomst van de vogelwerkgroep, het aanpassen van de statuten van de vereniging Altenatuur, een seminar over basiskwaliteit natuur, bestuurlijk overleg met het college van B&W, schrijven van bijdragen aan het Altenatuurtje, enzovoort, enzovoort! En het is op moment van schrijven nog maar augustus! Een en ander wordt allemaal georganiseerd door ons heel actieve bestuur met daarbij uiteraard de inzet van vele betrokken leden en vrijwilligers! 7


Wat is de ‘portefeuille’ van Altenanatuur toch breed en diep: gebiedsbescherming, soortenbescherming bij planten en dieren, landschapsbeheer, klimaatadaptatie, duurzame energie. Er is bij al die thema’s niet alleen veel tijd maar ook heel veel kennis nodig. Wil je al deze zaken als vereniging voor natuur- en milieubescherming de nodige aandacht geven dan heb je niet – zoals nu – zeven bestuursleden nodig maar een veelvoud daarvan. We zullen dus moeten kiezen. In onze bestuursvergaderingen spreken we regelmatig over onze prioriteiten en de ontwikkeling die we daarbij ook zelf doormaken. Zo hebben we er recent voor gekozen om meer aandacht te gaan geven aan het maaibeleid van bermen in Altena, in feite de grootste ecologische verbindingszone tussen de verschillende stukken natuur van Altena. We zien dat het nodig is om daarbij intensiever in overleg te gaan met het gemeentebestuur en de boeren om een soortenvriendelijker maaibeleid te realiseren. Wordt vervolgd.

Gefaseerd maaien.

Inmiddels zijn de nieuwe statuten van onze vereniging vastgesteld en gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Een belangrijke aanpassing was daarbij een actualisering van de doelstellingen van Altenatuur. We dagen alle leden van onze mooie vereniging (jullie!) uit om ons als bestuur scherp te houden op deze doelstellingen. We gaan elkaar zien! ✤ 8


Weidevogelseizoen 2026 Marga Oerlemans

'droogte serieuze bedreiging!'

Vorig jaar was de ondertitel van mijn verslag over het weidevogelseizoen 2025 'Tjongejonge… wat was het droog'. Dit jaar is dit geen losse constatering meer, ik maak me zorgen. Droogte is een serieuze bedreiging geworden en ja, dat heeft met het veranderende klimaat te maken. Het weidevogelseizoen begint voor de meeste vrijwilligers eind februari. Dan organiseert Brabants Landschap de traditionele jaaravond in het Provinciehuis in den Bosch. Een avond in de bomvolle grote zaal met honderden weidevogelaars uit heel Brabant. Altijd met inspirerende verhalen en sowieso bijzonder om zo’n grote groep vrijwilligers bij elkaar te zien met allemaal dezelfde passie. Direct hierna volgt onze eigen, immer gezellige, startavond in Fort Giessen. Zoals ieder jaar vallen er enkele vrijwilligers af, maar dit wordt altijd weer aangevuld met een aantal nieuwe enthousiastelingen. Geen enkel probleem om nieuwe vrijwilligers te vinden die graag de wei in gaan. Na onze startbijeenkomst is iedereen voorzien van stokken en mandjes, de laatste instructies en jaarverslagen om uit te delen aan alle boeren die meewerken met de weidevogelbescherming. De fanatieksten onder ons zijn dan al het veld in geweest om de terugkeer van de eerste vogels niet te missen. Het

blijft magisch om de eerste grutto van het jaar te horen roepen. Het eerste kievitsnest werd dit jaar op 17 maart gevonden in Woudrichem door Hans Vonhögen en Marcel van Pelt, het was meteen ook een compleet nest met 4 eitjes. De vondst van het eerste kievitsei is altijd wel een mijlpaal, het seizoen is dan officieel van start.

9


Vermeldenswaardige vondst was verder het eerste wulpennest op 3 april in de buurt van Babyloniënbroek door Rens Sommers. Een heel vroege vondst en ook het eerste wulpennest van Brabant. Onafhankelijk van het verloop van het seizoen worden eerste legsels over het algemeen jaar op jaar rond dezelfde tijd gevonden.

De start van het weidevogeljaar 2026 leek erg op 2025. Het was ook dit jaar erg droog, de boeren begonnen vroeg met hun eerste bewerkingen, want ja dat kan als het zo droog is en de machines niet in de vette klei wegzakken. De kieviten, altijd de eerste weidevogels die beginnen met nestelen, lieten het echter aanvankelijk afweten, het bleef lang rustig op de akkers. Nou ja rustig… er werd overal al heel vroeg gemest, geroteerd en gezaaid. Op zich is dat voor weidevogelaars plezierig, kieviten die nog niet aan hun nest zijn begonnen en boeren die al flink aan het werk zijn. Een nest dat er nog niet ligt, kan immers niet verloren gaan door bewerkingen. Het ontbreken van grote aantallen weidevogels vroeg in het seizoen is 10

echter zorgelijk. Het heeft er alle schijn van dat droogte en daarmee samenhangend het gebrek aan voedsel de weidevogels parten speelt. Voor het tweede jaar op rij begonnen we dus met een heel voorzichtige aanloop van het seizoen. Op 1 april hadden we 24 nestjes gevonden (2025: 26, 2024: 81) en twee weken later 156 (2025:126, 2024: 234). Ook dit jaar zouden we deze slechte start niet meer goed maken. Zorgelijker waren de nog altijd droge omstandigheden toen de eerste legsels uitkwamen. Dode kuikens in het veld en nauwelijks alarmerende oudervogels. Zonder voedselaanbod kunnen de jonge kuikens gewoon niet overleven. Jonge kievit pullen eten zo’n 800 prooidiertjes in de eerste dagen na het uitkomen en dit loopt op naar 5000 tegen de tijd dat ze vliegvlug zijn na zo’n 6 weken. En dan te bedenken dat pullen niet gevoerd worden door de ouders, ze moeten dat dus zelf bij elkaar zien te scharrelen. Onder deze slechte omstandigheden is dat een kansloze missie. Was het dan alleen maar kommer en kwel dit jaar? Gelukkig niet! Als eieren of kuikens direct na het uitkomen verloren gaan, beginnen kieviten aan een tweede legsel. Voor ons als weidevogelaars zijn de pullen van de tweede leg wat moeilijker te volgen, de kuikens zitten dan tussen de opkomende mais, bieten etc. Toch zag ik met wat speurwerk later in het jaar nog wel (grotere) kuikens en alarmerende vogels. Het tweede deel van het seizoen lijkt met een vochtige periode rond hemelvaart net in een kritische


periode een beter resultaat te hebben opgeleverd. Dit beeld werd bevestigd door de resultaten van de tellingen in onze kerngebieden. Gebieden waar zware beheerpakketten op liggen, zodat er pas laat gemaaid mag worden (na half juni) en de gebieden waar vanaf half februari percelen gedeeltelijk onder water worden gezet (plas-dras gebieden). Hier broeden vooral onze wulpen, grutto’s en tureluurs, maar ook kievit en scholekster profiteren van de maatregelen. In de Genderense uiterwaarden is een belangrijk wulpenbroedgebied en daar zijn dit jaar echt veel jongen geteld. Mooi is dat, want vanaf de dijk zie je met wat moeite eigenlijk alle jaren jongen lopen in de uiterwaarden. Dit jaar spotte ik er echter weinig, wat tot de nodige pessimistische gedachten leidde. Maar de speciale tellingen die daar uitgevoerd worden door Brabants Landschap met enkele van onze vrijwilligers brachten toch een ander

480

beeld naar voren. De wulpen met jongen waren allemaal naar de strook getrokken die direct aan de Bergsche Maas grenst. Daar waar het voedselaanbod het grootst bleef, maar waar ze vanaf de dijk niet meer te zien zijn. Toch een succesvol jaar voor de wulpen dus! Kijkend naar de jaarstatistiek is de conclusie natuurlijk toch onvermijdelijk: het was geen best jaar. We vonden van alle soorten (met uitzondering van de wulpen) minder nesten. Het aantal scholeksters was de afgelopen tien jaar niet zo laag en ook het aantal gruttonesten blijft maar afnemen. De kerngebieden met rust en plas-dras zijn van cruciaal belang, dat is een ding dat zeker is. De extreme droogte die ons dit jaar is overkomen na een ook al droog 2025 zorgde voor grote problemen voor de weidevogels. De vrees is dat we vaker van dit soort lange droge periodes zullen gaan zien. Inzetten op kerngebieden lijkt van steeds groter belang, want gewoon maar afwachten is geen optie meer! ✤

538

540 451

445 341

496

435

385

368

11


Hoop voor de steur Goof van Vliet

Bij alle negativiteit rond droogte, hitte en water- lucht- en bodemvervuiling kan een positief verhaal van doorzetters die de natuur willen herstellen weer een nieuwe kick geven. In Woudrichem wordt al een tijdje gewerkt om het verstofte Visserijmuseum om te bouwen tot een modern en levendig museum over het rivierleven: Museum De Rivier. In het kader van deze vernieuwing werkte het museum deze zomer voor de tweede keer mee aan het al vele jaren lopende project van de herintroductie van de steur. Het museum nodigde in juni uit tot het bijwonen van het uitzetten van jonge steuren in de Waal.

Europese steur.

De steur is een 90 miljoen jaar oude vis die altijd in onze Noordzee en grote rivieren heeft gezwommen. Hij kan 5 meter lang en 350 kg zwaar worden. In 1952 werd de laatste steur in Nederland in de Nieuwe Merwede net voorbij Werkendam gevangen. Het Wereld Natuur Fonds nam in 2009 het initiatief om deze soort terug te brengen in de Rijn. Onder andere ARK Rewilding Nederland sloot zich hierbij aan, evenals de Sportvisunie. De kwaliteit van het rijnwater was in 2009 al flink verbeterd en ook de Haringvlietdam mocht af en toe op een kier. Schoner rivierwater en nieuwe nevengeulen naast de vaargeul zijn onmisbaar voor de vissen om de paaigebieden stroomopwaarts te kunnen bereiken. De steur leeft namelijk vooral in zee maar paait hogerop in de Rijn in grindrijke beken. 12


De grote schroeven van schepen in de vaargeul leveren veel gevaar op, meer geulen betekent meer ruimte en meer veiligheid voor de vissen. Al deze verbeterde omstandigheden maakten de in 2009 voorgenomen herintroductie kansrijk. In 2012, in 2015 en ook de afgelopen vier jaar zijn Europese steuren uitgezet. Deze steuren leven nu op zee. De jonge steuren lijken het daar prima te doen. Iedereen die een steur vangt, zowel beroeps- als sportvisser, is verplicht die zo snel mogelijk levend weer uit te zetten. Ark Rewilding ontvangt graag een melding (of meld de steur op waarneming.nl). Op 21 juni 2026 kregen opnieuw twintig steuren de vrijheid, dit jaar in de Gelderse wateren bij Slot Loevestein tegenover Woudrichem. De datum was niet toevallig gekozen: midzomer is het moment waarop het aantal steuren in de rivieren in vroeger tijden altijd piekte, omdat steuren dan hun tocht maakten naar de stroomopwaarts gelegen paaigebieden. Rond midzomer werden ze massaal in de rivier gevangen en verhandeld op de vismarkten langs de Rijn.

De twintig steuren die worden uitgezet zijn twee jaar oud en zijn dus al sterke vissen. Ze kunnen door zenders bijna twee jaar gevolgd worden. Ze komen van een Frans kweekstation in de Garonne en Dordogne, de enige plek waar ze nu nog in het wild in Europa voorkomen. Grotere steuren hebben minder kans om onderweg opgegeten te worden door grote roofvissen als meervallen en kunnen makkelijker ontkomen aan gulzige aalscholversnavels. Ik mocht er ook bij zijn op deze zonnige zondag. Zeer verheugend vond ik dat er niet alleen ‘grijze koppen’ maar ook veel jonge mensen en kinderen aanwezig waren. Samen met een aantal kinderen mocht ik een steur uit een grote teil weg laten zwemmen in de Waal. Dat gaf een magisch gevoel. Ik hoop heel erg dat hij en zijn soortgenoten weer eens terug zullen komen! Zie ook het in 2020 door Altenatuur uitgegeven boek ‘Biodiversiteit in kaart – De rijke natuur van Altena’ blz. 61-74. Hier schreef ik over de kansen op terugkeer van steur, zalm, elft en houting in onze rivieren. ✤ 13


COLUMN

Simone van Heiningen

Warm, warmer, warmst

14

Half augustus was ik er echt he-le-maal klaar mee. Ik ben niet voor hitte gemaakt, als -ooitroodharig, spierwit mens met sproetjes. Op straat vond ik het niet te harden, dus bleef ik zoveel mogelijk thuis. Want in huis hielden wij het redelijk 'koel': een dikke rietkap, luiken dicht, ramen dicht en deuren dicht (behalve de keukendeur, waarover later meer). En in onze groene tuin vol bomen was het aanzienlijk frisser dan in de trendy tegeltuinen in de buurt. Dat groen plaatste mij wel voor een gewetensvraag: sproeien of niet? Rond ons terras zette ik één keer per week de zwenksproeier aan, om niet al te verdrietig te worden van de directe aanblik. De rest van de 2.100 vierkante meter liet ik aan zijn lot over. Survival of the fittest. Ik hoop dat velen deze zomer weer eens beseften hoe bijzonder het is, dat er hier 'gewoon' water uit de kraan komt wanneer je die opendraait. Om dat vloeibare goud dan over een siertuin te sproeien… nee! Zelfs in mijn moestuintje was ik streng. Alleen de tomatenplantjes en de courgette kregen af en toe een plens. En die courgette – een tromboncino – tierde welig. Wanneer je de vruchten niet klein (rauw) of middelgroot (bijvoorbeeld gestoofd) at, dan groeiden ze tot horrorfilm-grootte. Een indicatie: één van de courgettes was, tot verbijstering van Hond, meer dan twee teckels lang en woog dik 5,5 kilo! Natuurlijk leed niet alleen de flora maar ook de fauna in mijn tuin. Ik deed mijn best met voer en water. Dat water zit in vier


vogelbadjes, her en der wat bakjes en twee ingegraven speciekuipen met een solarfonteintje en bakstenen erin (zodat egels er in noodgevallen ook weer uit kunnen klimmen). En dat brengt mij op die keukendeur. Die stond als enige wél vrijwel continu open, zodat Hond desgewenst naar binnen kon voor een slok en een brok. Zijn drinkwater zit in zo'n wit emaillen bakje met een blauw randje. U weet wel, van vroeger. Dus wanneer Hond drinkt hoor ik dat: haar penning tinkelt tegen het bakje. Op een dag hoorde ik wel héél veel gerammel. Ik liep naar de keuken en zag meer water rond de bak dan in de bak. Hm… vreemd! Hond morst normaliter geen druppel. Enfin, bak bijgevuld en weer neergestreken op het terras. Vervolgens werd het mysterie opgelost, omdat ik het zág gebeuren. Ondanks mijn vogelbadjes, drinkschalen en speciekuipen behaagde het een merelman om regelmatig de keuken in te hupsen, alwaar hij tevreden in het drinkbakje van Hond zat te badderen… ✤ 15


s l e g o ✔ e w u Nie Welkom bij Altenatuur: Marianne Meijer Erik Gouw interviewt nieuwe leden

Het was afgelopen mei dat Marianne Meijer zich aanmeldde als lid van Altenatuur. ‘Hé, geeft zij niet een expositie in het gemaal bij Uppel? Wie weet een interessante kandidaat voor deze rubriek!’ dacht ik. De zomer vloog voorbij en zo is het al eind augustus als ik haar tuin betreed op de Oudendijk. De hond Suus komt me enthousiast tegemoet en snuffelt even of alles goed is en na een paar likken mag ik gelukkig naar binnen.

De muur bij de eettafel in de gezellige boerderij hangt vol met schilderijen van honden. Boeken en magazines over kunst en musea liggen op tafel. Dit is duidelijk het huis van mensen die van kunst houden! Ik neem plaats aan tafel en krijg een lekker bakkie koffie. Marianne vertelt me over de expositie ‘Wind Water Wieken’ die ze samen met Vic Gremmer organiseerde (hij overleed sept' j.l., red.). Vic met zijn schilderijen en tekeningen, zij met haar keramiek. Allemaal werken geïnspireerd door de natuur in Altena. De expositie was een succes met een mooie toeloop en bijna al haar stukken werden verkocht, een leuke erkenning van haar vakmanschap. 16


Bijzonder blij was ze met haar creaties ‘Metamorfose’ waarin drie fasen van de vlinder zijn afgebeeld op een tak, van rups naar pop naar imago. Of een ander stuk met een mezenfamilie op een tak. Haar partner Jaap Hartman had geholpen om beide takken op een mooie standaard te zetten. Wel handig, zo’n doorgewinterd beeldhouwer als huisgenoot! Haar ‘twee uiltjes zittend in een uilenkastje’ werd ook verkocht en staat nu gezellig in boekwinkel ‘Tante Bethje’ in Woudrichem, zo kan Marianne ze toch nog af en toe zien.

Tijdens de expositie in het gemaal bladerde ze door een Altenatuurtje dat daar lag en ze besloot lid te worden. De natuur is een belangrijke bron van inspiratie voor de werken die ze maakt. Ze maakt geen abstracte werken, maar probeert juist zo realistisch mogelijk dieren of bloemen te maken, of objecten daarop gebaseerd zoals vazen. Marianne is pas op latere leeftijd begonnen met het maken van keramiek. Het was geen bewuste keuze, maar toeval. Een vriendin vroeg haar begin deze eeuw of ze geen zin had om samen een cursus te doen in Leiden, waar ze toen met haar man woonde. Dat was zo leuk en gaf zoveel voldoening en rust dat ze besloot om hier serieuzer in te duiken. Zo heeft ze het vaker in haar leven gedaan, geen half werk. Ze volgde de pottenbakkersopleiding in Gouda: drie jaar lang één dag per week. Al snel schafte ze ook haar eigen oven aan en kon ze zelf gaan bakken. Naast haar zittend beroep in het wetenschappelijke onderzoekscentrum van het Ministerie van Justitie werd dit een serieuze hobby waar ze al haar creativiteit kwijt kon. 17


In 2004 kwam ze naar de Woerkumse vesting met haar man Peter, helaas overleed hij in 2014. Na die tijd ging ze nog meer kunst maken en begon ze cursussen te geven. Ook nu nog komt er iedere woensdag een klein groepje mensen langs om samen met haar te boetseren. Zij mogen ook gebruik mogen maken van haar oven. Deze draait overigens niet op gas, zoals ik dacht, maar op elektriciteit. Marianne zegt trots: ‘Ik bak bijna altijd overdag wanneer onze 14 zonnepanelen stroom leveren, dus ook nog eens duurzaam!’ Een paar jaar geleden is ze ingetrokken in de boerderij van Jaap in wie ze een nieuwe liefde heeft gevonden. Dat vind ik mooi om te horen. Ik vraag haar of ze ook wel eens weidevogels heeft gemaakt, maar dat heeft ze nog niet. Het zal ook best lastig zijn, want dan moet je wel met metaal werken om die lange poten te maken, dat kan niet met keramiek. Wie weet gaat ze het eens proberen. Ze heeft wel onlangs een patrijs gemaakt, maar is daar nog niet helemaal tevreden over. Ik mag hem toch zien en ze neemt me mee naar de werkplaats. Altijd leuk om het domein van de kunstenaar te betreden, ‘where the real magic happens’. Ze is bezig met eenzelfde soort vaas met klaprozen als ze al eens eerder heeft gemaakt, maar nu wat groter. Op bestelling, want dat doet ze ook wanneer de opdracht haar leuk en haalbaar lijkt. De patrijs is er ook en ik vind hem heel geslaagd! Dankjewel Marianne, voor je gastvrijheid en een inkijkje in de keramiekerij. Wellicht tot ziens op één van onze lezingen en wie weet komt zo’n opdracht voor een weidevogel er binnenkort wel aan! ✤

18


Slootjesdag 2026 Marga Oerlemans

Op 6 juni was het weer tijd voor de jaarlijkse slootjesdag (middag eigenlijk) op Fort Giessen. Met een team van vier Altenatuurleden zaten we klaar op een beetje een druilige dag om de jongste natuurliefhebbers te verwelkomen. Een flink stuk talud aan de gracht was gemaaid door één van de Fort vrijwilligers, dus we hadden een mooie plek om te ‘vissen’. Bij het Fort hadden we lange tafels opgesteld met doorzichtige bakken en zoekkaarten om de vangst te onderzoeken. Tegen de muur een flinke verzameling schepnetjes en emmers. Eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat we niet op een heel hoge opkomst rekenden. Het weer leek niet best te worden gedurende de middag en ook het Pompveld was geopend op deze dag. Ook daar kon in slootjes gevist worden en was bovendien de eendenkooi geopend. Geduchte natuurconcurrentie dus! 19


We hadden het mis! Direct om 13:00 uur kwamen de eerste bezoekers al aan en de toestroom daarna bleek constant en groot. We vonden zelfs geen tijd om alle bezoekers goed te tellen, maar het zou ons niet verbazen als er deze middag zomaar 75 grote en vooral kleine vissers zijn geweest. Zoals gezegd, de middag is bestemd voor kinderen, de doelstelling is niet om deze jonge ontdekkers veel namen van waterdiertjes te leren. Heel tevreden zijn we als kinderen met verwondering hebben gekeken naar wat er allemaal in een sloot te vangen is, als ze enthousiast weer huiswaarts keren. Kijken en verwonderen dat is het mooiste wat we kinderen tijdens zo’n natuurmiddag mee kunnen geven.

Dat er al vroeg in de middag een kleine modderkruiper werd gevangen was natuurlijk wel erg leuk en in de verzamelbak hebben we die ook aan heel veel bezoekers kunnen laten zien. Bloedzuigers bleken eigenlijk helemaal niet zo eng, schaatsenrijders waren bijzonder omdat ze over water kunnen lopen en bootsmannetjes leken echt net bootjes met roeispanen. Bijzonder is ook elke keer het verhaal van de libellenlarven. Er worden er regelmatig opgevist zo’n middag, dus daar hoort het verhaal bij hoe zo’n larve een prachtige libel kan worden. We hadden een leeg larvenhuidje op tafel liggen (foto) en zo konden we uitleggen hoe een onderwaterlevende larve op een stengel kruipt en hoe daarna uit die larve een libel tevoorschijn komt. Magie! Veel 20


ouders vonden dit overigens ook een nieuw en bijzonder fenomeen. Regelmatig gehoord: “Goh, zo leer ik ook nog wat zo’n middag, nooit geweten!”

Zelf leer ik ook altijd het nodige op zo’n middag, want zo goed ben ik niet thuis in het waterleven. Dit jaar leerde ik wat bijzonders. Toen ik voor de derde of vierde keer een kind superenthousiast hoorde uitroepen ”Ik heb een axolotl gevangen!” dacht ik: ‘Ok, dit is een larve van een watersalamander, waarom zou dit een axolotl zijn en wat is dat in vredesnaam?’. Grappig was ook dat deze kinderen direct wisten dat de gevederde uitsteeksels achter de kop uitwendige kieuwen waren. Thuis gekomen heb ik het raadsel opgelost. De axolotl is een watersalamander die alleen in Mexico voorkomt, maar dat is natuurlijk niet de reden waarom deze soort zoveel enthousiasme oproept bij de kleine vissers. De axolotl is heel bekend van TikTok, met een populaire axolotl-song. Bovendien is het een personage (mob) in het computerspel Minecraft. Tja, en dat vind je dus zomaar in de gracht rondom Fort Giessen! ✤

Kleine watersalamander.

Axolotl.

21


In augustus bekeek ik de vruchten die in mijn tuin hingen. Ik vroeg me af wat het verschil is tussen bessen en vruchten… Na wat rondspeuren op internet en met hulp van AI kwam ik erachter dat een vrucht de algemene verzamelnaam is voor alle zaaddragende delen van een plant die dienen om het zaad te verspreiden. Het is dus het uitgegroeide vruchtbeginsel van een bloem na de bevruchting, met daarin de zaden. 22 22 22


Botanisch gezien zijn noten en granen dus ook vruchten, hoewel we met 'vrucht' meestal de zachte, eetbare varianten bedoelen. Toen ik de vruchten in mijn tuin nader bekeek, kwam ik erachter dat de Amerikaanse vogelkers en kerspruim steenvruchten zijn. Dit houdt in dat deze vruchten een harde pit in het midden hebben die het eigenlijke zaad beschermt. Andere voorbeelden zijn de kers en perzik, maar ook de walnoot, olijf, kokosnoot en zelfs de koffieboon. De braam en de framboos zijn verzamelsteenvruchte n, omdat ze bestaan uit een cluster van piepkleine steenvruchtjes, die samen één geheel vormen.

23 23


De appel, rozenbottel en vijg zijn schijnvruchten, net als een aardbei. Dit betekent dat niet alleen het vruchtbeginsel, maar ook andere plantendelen uitgroeien tot de vrucht.

Bij de appel, vijg en rozenbottel vormt de vlezige bloembodem het eetbare deel met de zaadjes binnenin. Bij een aardbei zitten de zaadjes echter aan de buitenkant van de uitgegroeide bloembodem. 2424


Een ‘ware bes’ is een vlezige vrucht waarbij de zaden los in het vruchtvlees zitten, zonder harde pit. Hiertoe behoren de kamperfoelie (let op: voor mensen giftig).

25 25


De druif en de blauwe bes, maar ook de tomaat, kiwi, banaan, pompoen en zelfs de avocado. De rode kardinaalsmuts is een doosvrucht die bij rijpheid openspringt om de zaden los te laten.

2626


We boffen maar dat planten zulke lekkere oplossingen voor hun zaadverspreiding hebben gevonden, want wij en veel andere dieren snoepen immers maar wat graag van al die vruchten! ✤ 27 27


Steenuilen in Altena: historie, bescherming en huidig voorkomen

HET JAAR VAN...

Henk van Diest, Arie van den Herik, Rinus Punt en Jaap van Diggelen

28

Vogelbescherming, SOVON Vogelonderzoek en de landelijke steenuilenwerkgroep STONE hebben 2026 uitgeroepen tot jaar van de steenuil. Al vanaf het begin van deze eeuw zet een aantal leden van de Vogelwerkgroep van Altenatuur zich in voor de bescherming van dit prachtige uiltje in Altena. In dit stuk vertellen de mensen van het eerste uur hoe het beschermingswerk allemaal begon. Over hoe het aantal geplaatste kasten groeide, over uitvoeren van controles en vastleggen van gegevens. Overzichten op basis van deze gegevens laten zien hoe de trouwe inzet van vrijwilligers leidde tot een succes voor de steenuil in Altena. Ons landschap en de uilen, vroeger en nu Bijdrage van Henk van Diest De jaren zestig staan in het Land van Heusden en Altena vooral in het teken van de ruilverkaveling. Vóór de ruilverkaveling bestond het landschap uit kleine percelen grasland en akkers, die veelal omzoomd waren door rijen knotwilgen. Honderden kilometers slootjes zorgden voor een flinke biodiversiteit aan planten en waterleven. Het grasland was niet geëgaliseerd en gedraineerd, waardoor er plasjes op bleven staan. Bovendien stond het grasland vol met bloemen, waarop insecten ruimschoots aanwezig waren,


Ook voedsel was ruimschoots aanwezig. Steenuilen hebben een gevarieerd menu. Naast muizen eten zij meikevers, wormen, kikkers en andere kleine dieren. Er zijn geen gegevens bekend over het aantal steenuilen in Altena van vóór de ruilverkaveling, maar het zal zeker geruststellend zijn geweest.

DE STEENUIL

voedsel voor de pulletjes (pas uit het ei gekropen jongen) van onze weidevogels. Toen was het ideaal voor weidevogels. Rond de boerderijen in de dorpen stonden vaak kleinere schuurtjes voor het kleinvee, er was een perceel met hoogstamfruitbomen en voor de boerderij lag meestal een moestuintje. Een idyllisch plaatje uit het verleden. Deze omgeving was precies het juiste biotoop voor de steenuil. Holtes in de bomen of een hoekje in een schuurtje waren prima plekjes voor een nest, de steenuil is immers een holenbroeder.

En toen kwam de ruilverkaveling. De kleine perceeltjes werden geëgaliseerd en samengevoegd, de boerderijtjes vervangen door moderne nieuwe bedrijven buiten de dorpskernen. Een vrijstaande woning met een grote kapschuur werd beeldbepalend. De herinrichting en kavelruil leverden grotere percelen op die zoveel mogelijk rond het bedrijf lagen. Forse verlaging van het slootpeil maakte dat het land eerder in het seizoen bewerkt kon worden. Voor de boerenbedrijven was de ruilverkaveling een grote vooruitgang. Er was zorgvuldig nagedacht over een efficiënte inrichting van het landschap en bedrijfsvoering. 29


HET JAAR VAN...

Helaas ontbrak in de planvorming het hoofdstuk over biodiversiteit, dat toen nog gewoon ‘natuur’ heette. Dat was kennelijk van ondergeschikt belang. Voor de steenuilen waren er vrijwel geen hoogstamfruitbomen meer beschikbaar. De flink uitgegroeide knotwilgen moesten eveneens het veld ruimen. Voormalige boerderijen in de kernen kregen een andere bestemming en werden afgebroken, evenals de schuurtjes eromheen. Wellicht was er nog wel voldoende voedsel aanwezig, maar helaas was de nestgelegenheid van de steenuilen verloren gegaan. En zonder nestgelegenheid werd hun voortbestaan bedreigd.

30

Altenatuur Niet toevallig werd Altenatuur in 1980 opgericht. Enthousiaste natuurliefhebbers zagen dat er heel veel verloren was gegaan en dat het de hoogste tijd werd om hier verandering in aan te brengen. De start van een herstelperiode. Met veel inspanning en geholpen door toenemende maatschappelijke aandacht voor verlies aan natuur, werd weer een deel van de biodiversiteit in het landschap teruggebracht. In gezamenlijke inspanning van boeren en vrijwilligers worden weidevogels tegenwoordig beschermd en de natte voorjaarssituatie van weleer wordt nagebootst in plas-dras terreinen: kleine ‘restaurants’ voor weidevogels, omgeven door kruidenrijk grasland. Prima voor de weidevogels en hun pullen. Helaas nog allemaal op beperkte schaal, maar toch. Door de uilenbeschermers van Altenatuur werd in 2002 de eerste nestkast voor steenuilen opgehangen. Het werd een succes: uiteindelijk werden in de loop der tijd meer dan 170 kasten geplaatst en in tientallen daarvan wordt jaarlijks gebroed (zie ook figuur 1, blz. 38).


Steenuil zoekt onderdak – hoe het allemaal begon Bijdrage van Arie van den Herik Rond 2000 kregen we een uitnodiging van de steenuilenwerkgroep STONE. Met een aantal mannen zijn we op de uitnodiging ingegaan. Ergens in een te klein café in Brabant kregen we uitleg over de situatie van de steenuil in Brabant. Het verhaal werd zeer enthousiast gebracht door Martin van Leest. Hij vertelde van het tekort aan broedplaatsen: isolatie, weghalen van bomen met holtes en afbreken van oude schuurtjes waren de belangrijkste redenen dat het zo slecht ging met de steenuil. Ons gezelschap was ervan overtuigd een bijdrage te gaan leveren. Dat moest natuurlijk grondig. Eerst moesten we in kaart brengen waar de steenuilen in het Land van Heusden en Altena huisden. En zo gingen Petro Leeuwis en ik ’s avonds met een bandrecorder op stap, een heel avontuur. Er werden honden op ons afgestuurd, een grote schijnwerper op ons gezet, een mevrouw vluchtte voor ons weg (begrijpelijk) en een man vroeg wat we aan het doen waren. De bedoeling was dat we het geluid afspeelden en dat de steenuil erop zou reageren. Heel vaak lieten we het geluid horen en kwam er geen enkele reactie. Na enkele avonden hadden we geluk, in de polder rond Uitwijk speelden we het geluid af en nog geen twee meter van de auto reageerde een steenuil. Wij schrokken ons rot, maar het was voor ons toen duidelijk dat er nog steenuilen waren in onze streek.

DE STEENUIL

Wie er veel over kunnen vertellen zijn Arie van den Herik en Rinus Punt. Zij staan met nog een paar vrijwilligers aan de wieg van de uilenbescherming in het Land van Heusden en Altena. We laten ze graag aan het woord.

31


HET JAAR VAN...

Om helemaal goed voorbereid te zijn, gingen we ook op bezoek bij Huub Thoonen, een autoriteit op het gebied van het plaatsen van uilenkasten. In het heggenlandschap bij Boxmeer had hij hier al jarenlang ervaring mee opgedaan. In maart 2002 zijn we met Huub op stap gegaan. Hij vertelde ons dat één van zijn kasten was leeggeroofd door mensen die de uiltjes illegaal hadden verkocht. Voor ons één van de redenen om de kasten te gaan ophangen bij enthousiaste mensen in hun veilige privé-tuin.

32

Ons doel bij het ophangen van de nestkasten was om de geïsoleerde leefgebieden van de uiltjes met elkaar te verbinden. Na ons onderzoek met de bandrecorder bleken de kerngebieden te liggen in Dussen, Wijk en Aalburg en Uitwijk. Tussen deze kerngebieden hingen we kasten in lijn, om inteelt te voorkomen (minimale afstand tussen de kasten van 300 meter). Deze kasten kregen we van het Brabants Landschap; als tegenprestatie moesten we ieder jaar de kasten monitoren en onderhouden. En zo gingen we enthousiast aan de slag. Petro, Rinus Punt en ik waren de pioniers. Tegenwoordig controleren we de kasten in vier groepen, iedere groep met twee tot drie vrijwilligers. Elke keer is het weer spannend of de kast bezet is. Het eerste broedgeval in 2004 maakte ons heel gelukkig, helaas werden er geen jongen grootgebracht. Soms word je ook verrast. Mijn vroegere maatje Petro had een steenuilenkast in zijn eigen tuin. Die hoefden we volgens Petro niet te controleren. “Altijd inkijken”, was mijn antwoord en zowaar er zaten jonge uiltjes in. Zelfs als specialist kan je op het verkeerde been worden gezet. Al een aantal jaren ga ik met Wouter van Rijsbergen op stap en dit jaar hadden we ook een bijzonder geval. Meer dan 20 jaar gingen we kijken bij een kast in een prachtige tuin en bijna ieder jaar broedde er een spreeuw, maar dit jaar niet: een vrouwtje steenuil keek ons met haar priemende ogen aan. De aanhouder wint en na jaren is de steenuil ook hier weer terug!


DE STEENUIL

Arie, Wouter en Rinus tijdens een nestcontrole in 2017.

33


Het begin van de beschermingswerkzaamheden

HET JAAR VAN...

Bijdrage van Rinus Punt Vanaf de start van de uilenbescherming heb ik een compleet archief aangelegd, bewaard in plakboeken. Het grasduinen hierin levert veel informatie op, die ik hierbij wil doorgeven.

34

De start van de bescherming van de steenuil was in 2002. Volgens een krantenartikel van 20 maart 2002 was de populatie van de steenuil landelijk sinds 1970 met dertig tot vijftig procent afgenomen. In het land van Heusden en Altena zal na de ruilverkaveling het zeker niet anders zijn geweest. Hoogste tijd om actie te gaan ondernemen. Het heeft natuurlijk geen zin om zomaar ergens een kast op te hangen voor de steenuilen. Een geluidscassette met de territoriumroep van de steenuil bood een oplossing.


Bij de fam. Bouman, Rivelstraat 66 in Wijk en Aalburg werd op 8 maart 2003 de eerste kast voor de steenuilen opgehangen. In hoog tempo hingen we daarna op diverse plaatsen kasten op. De gastgevers gaven heel graag hun medewerking. In 2004 hingen er ruim 20 kasten voor de steenuilen. Maar het broedsucces kwam maar heel langzaam op gang (zie figuur 1op blz. 38).

DE STEENUIL

Net als Arie en Petro in het noordelijk deel van Altena, ging ik in het zuidelijk deel ’s avonds op pad om de steenuilen uit de tent te lokken. En met succes.

In 2005 waren er al bijna 40 kasten geplaatst. Er waren in 2006 6 broedgevallen, waarvan er 5 daadwerkelijk succesvol waren. Er zijn 11 jonge steenuilen uitgevlogen, 4 eitjes waren niet uitgekomen. Helaas lag er één jong uiltje dood onder een boom.

35


Meer kasten betekent ook dat er meer vrijwilligers nodig zijn. In september 2005 waren Arie, Rinus, Petro, Henk Kraaijkamp, Herman van Krieken en Nico Korporaal de actieve uilenbeschermers.

HET JAAR VAN...

Registratie van de broedresultaten

36

Bijdrage van Henk van Diest Rinus noteerde jarenlang de broedgegevens in een schrift, en Arie in een Worddocument. De gegevens werden jaarlijks doorgegeven aan Brabants Landschap. Zij verwerkten de gegevens voor hun ‘Jaarverslag van de uilenbescherming in Brabant’. Toen werd alleen genoteerd of een uilenkast succesvol was geweest of niet. Via de vogelwerkgroep raakte ik betrokken bij de uilenbescherming. In 2007 heb ik de administratieve gegevens in samenwerking met Rinus Punt en Arie van den Herik met behulp van Excel gebundeld. Elk tabblad van Excel voorzag ik van een plaatsnaam. Wanneer je een tabblad opende stonden de uilenkasten van de betreffende plaats naast elkaar geregistreerd. Op deze manier was het overzichtelijk en de broedresultaten waren vlot in te voeren. Met Excel voerden we bij de kasten van de kerkuilen en de steenuilen voor het eerst ook de locaties in. We gebruikten daarvoor een atlas met kaarten waarin kilometerblokken werd aangegeven. Bijv. 38-56-52. Binnen zo’n blok werden de x-en y-coördinaten handmatig vastgesteld, de zogeheten Amersfoort-coördinaten. Bovendien werd de kast met een nummer aangeduid. Ons werkgebied kreeg nummer 12. Elke kast kreeg een eigen nummer. Het was veel handwerk, maar wel heel nuttig.


Registratie van de gegevens van de kast bij Petro Leeuwis in Excel.

DE STEENUIL

Alle gegevens werden op deze manier aan het eind van het seizoen aan Brabants Landschap aangeboden. Het verwerken van de gegevens van alle werkgroepen voor het jaarverslag was voor de medewerkers van Brabants Landschap een serieuze klus, want elke uilenwerkgroep in Brabant deed de registratie weer op zijn eigen manier.

De Uilenmonitor Alle uilenwerkgroepen kregen in 2015 het verzoek om voortaan te gaan werken met de Uilenmonitor, een registratieprogramma waarmee invoer en verwerking gestandaardiseerd werden. Arie en ik zijn daarvoor op cursus geweest op het kantoor van Brabants Landschap in Haaren. Een nieuwe administratie invoeren kost altijd heel veel tijd. We moesten nu ook veel meer gegevens invullen. In de Uilenmonitor wordt bij het invullen van de adresgegevens van de gastgevers meteen de GPS-code van de woning aangegeven. Daarna moest de positie van de kast worden ingevoerd, want de kast hangt natuurlijk niet bij de bewoners in huis. De positie van de kast moest handmatig worden bepaald. Rinus was daarbij onmisbaar. Ook de habitat van de uilen moest worden ingevuld. Vanaf 2016 is het een jaarlijks terugkerende klus om de broedresultaten van de steenuilen en kerkuilen te registreren. Na het opnieuw indelen van ons werkgebied in vier 37


werkgroepen, zorgt elke werkgroep zelf voor het invoeren van de resultaten. Voor de medewerkers van Brabants Landschap is het nu heel simpel om de gegevens van de verschillende Brabantse uilenwerkgroepen te verzamelen voor het jaarverslag. De Uilenmonitor is een geweldige vooruitgang gebleken.

HET JAAR VAN...

Resultaten van het beschermingswerk in Altena

38

Bijdrage van Jaap van Diggelen Een lezing van de Steenuil-specialisten van STONE op de SOVONdag (nov. 2025) zette mij aan het denken. Hoe zit het met voorkomen, de legselgrootte en het broedsucces in Altena in vergelijking met Brabant of de rest van het land? Komen de resultaten in ons gebied meer overeen met de landelijke cijfers uit kleigebieden of met die van zandgebieden? Uit de schat aan gegevens, in de loop der jaren opgebouwd door de uilenbeschermers van Altenatuur, zou het mogelijk moeten zijn om deze vragen te beantwoorden. Onderstaande informatie over de steenuil in Altena komt uit de hierboven besproken Uilenmonitor. Figuur 1

Aantal steenuilenkasten in Altena van 2002 tot heden en de aantallen broedgevallen daarin. De gele lijn geeft het percentage bezette kasten weer (bron: gegevens Arie van den Herik en Uilenmonitor).


Het aantal kasten in Altena neemt nog steeds toe, jaarlijks worden kasten opgehangen bij nieuwe gastgevers, mits hun locatie geschikt is. Figuur 2

DE STEENUIL

In figuur 1 is het aantal opgehangen kasten en het aantal broedgevallen daarin, weergegeven. Met de toename van het aantal kasten neemt ook het aantal broedgevallen toe. Procentueel blijft de bezettingsgraad vanaf 2012 ongeveer gelijk, ruim 40% van de kasten is bezet. Het aantal broedparen in Altena schommelt momenteel rond de tachtig. Dat komt neer op een dichtheid van ongeveer 0,4 broedpaar per km2. Het is de vraag of dit het maximaal bereikbare is voor ons gebied. Alleen in kleinschalige landschappen elders in ons land worden dichtheden van 1 broedgeval of nog meer per km2 gevonden. De gemiddelde leeftijd van steenuilen is 3 tot 4 jaar. Dat betekent dat er 6 tot 7 generaties steenuilen zijn opgegroeid in Altena sinds de start van het beschermingswerk in 2002.

De verspreiding van de kasten in Altena in 2025.

39


HET JAAR VAN...

Figuur 3

40

De kasten waarin met succes werd gebroed in 2025.

De verspreiding van de kasten (Figuur 2) laat zien dat geschikte locaties vooral in of aan de rand van kernen en langs dijken en andere verbindingswegen liggen. In de komgebieden van Altena (Den Duijl en Uitwijckse Veld) hangen in verhouding veel minder kasten omdat het biotoop voor de steenuil ontbreekt. Figuur 3 laat zien dat de broedgevallen mooi verdeeld zijn over het gebied. De grootte van het territorium bepaalt de afstand tussen broedgevallen. Daar waar veel voedsel is kunnen de territoria kleiner zijn, en is de bezetting dus dichter.


Figuur 4

Figuur 5

DE STEENUIL

Vanaf 2019 zijn gemiddelde aantallen eieren per broedgeval en gemiddeld aantal jongen per broedgeval met jongen, beschikbaar in de Uilenmonitor. Een vergelijking tussen de resultaten van Altena en van de hele provincie, is weergegeven in de figuren 4 en 5.

Gemiddeld aantal eieren per broedgeval (Fig. 4) en gemiddeld aantal jongen per broedgeval met jongen (Fig 5.) in de periode 2019-2025. Grijze lijn: gemiddelden provincie Noord-Brabant, gekleurde lijn gemiddelden Altena.

41


HET JAAR VAN... 42

Opvallend is dat de gemiddelden in Altena lager liggen dan die voor de hele provincie. Uit landelijk onderzoek is bekend dat de gemiddelde legselgrootte en het gemiddeld aantal kuikens per nest groter is op de zandgronden dan op kleigronden. Altena is bij uitstek een kleigebied, de hele provincie grotendeels zand, wat de verschillen tussen figuur 4 en 5 zou kunnen verklaren. De betere resultaten op zandgrond (ook de conditie van de jongen blijkt hier beter) hebben te maken met het voedsel: op kleigrond vormen regenwormen een belangrijk deel van het voedsel, op zandgrond meikevers. De gemiddelde legselgrootte in onze provincie (3,44) en in Altena (3,24) liggen ver onder de landelijke cijfers, waar in de periode 1976 – 2022 gemiddeld 3,91 eieren op zand- en 3,78 eieren op kleigronden zijn gerapporteerd (Harxen et al. 2023). Deze verschillen tussen Brabant (Altena) en de rest van het land hebben te maken met verschillen in methoden van gegevensverzameling. Het betekent dus niet dat de reproductie in Altena/Brabant achterblijft bij de rest van het land.


● het bieden van broedgelegenheid aan steenuilen is een succes. Van een handjevol uilen (schatting aantal roepende exemplaren) in het begin van deze eeuw is het aantal in Altena gegroeid naar minstens 160 exemplaren nu;

DE STEENUIL

Conclusies

● de bezettingsgraad van de steenuilenkasten is ruim veertig procent en lijkt een maximum te hebben bereikt; ● de steenuil komt verspreid over heel Altena voor, de dichtheid is het grootst langs randen van kernen en dijken, daar waar de bebouwing opener wordt en het landschap is aangekleed; ● lagere gemiddelde legselgrootte en gemiddeld aantal jongen per kast in Altena, ten opzichte van geheel Brabant heeft waarschijnlijk te maken met verschillen in voortplantingssucces op klei- en zandgronden; ● het vele werk en de grote inzet van de uilenbeschermers in Altena heeft ervoor gezorgd dat de steenuil weer een algemene uilensoort is geworden in onze streek. ✤ 43


Bijvangst Jaap van Diggelen

Mijn zoektocht naar de adder in eigen land gaat steeds meer lijken op een queeste. Volgens wikipedia is dat ‘een zoektocht die het karakter heeft van een levenstaak’. Ik ben er dus nog niet klaar mee. Populaire praat zegt dat het om de reis gaat en niet om het doel. Al vaker haalde ik de dichter Kopland aan met zijn cryptische zin “wie wat vindt heeft slecht gezocht”. Omgekeerd: al leidt ‘goed zoeken’ niet naar vinden, het levert wel hele mooie bijvangsten op.

Deze zomer waren we opnieuw tien dagen in Drenthe. Ik begon mijn queeste met omtrekkende bewegingen op vlindergebied. Aangestoken door Lea Korsgaard die in het boek ‘Het vlinderseizoen’ beschrijft hoe ze in één seizoen de 64 dagvlindersoorten van Denemarken wil zien (zie bespreking elders in dit nummer). Dat wilde ik ook: eindelijk een aantal zeldzaamheden onder de vaderlandse vlinders toevoegen aan mijn levenslijst. Ik heb er nog zeker tien te gaan om de ruim 60 inlandse soorten te zien. Het eerste gebied dat ik doorkruis is het Hingsteveen, een mooie natte heide met enkele vennen, op loopafstand van de camping. Het is één van de laatste vliegplaatsen in ons land van het veenhooibeestje, het zusje/broertje van ons ‘gewone’ hooibeestje. De waardplant van het veenhooibeestje is eenarig wollegras dat spaarzaam voorkomt in natte heiden en hoogvenen van ons land. De waardplant vind ik in de oeverzone van meerdere vennen, maar het vlindertje zelf is gevlogen. ‘Heeft’ gevlogen in dit geval: de piek van de vliegtijd ligt in de tweede helft van juni. Nu, 22 juli, is het voorbij. Was te verwachten na een zomer die al zoveel overuren 44


heeft gemaakt. Ik zoek kansrijke plaatsen af, in de hoop nog ergens een afgevlogen ‘last butterfly flying’ te zien. Vergeefs. Volgend jaar terugkomen in juni dus. Wat doe je als je de soort waar je op uit bent niet vindt? Je focust op de bijvangsten. Op een zonovergoten dag is dat gelukkig nog veel: de laatste afgevlogen koevinkjes (die dus nog wel!), veel atalanta’s, oranje zandogen, bruine zandogen en heideblauwtjes. Van tevoren had ik geprobeerd exacte plaatsen van de soorten waar ik op uit was, te pakken te krijgen. Op de Nationale Nachtvlinder Nacht (18 juli) raadpleegde ik Bas Verhoeven, all-round soortenkenner binnen Altenatuur. Ik wist dat ergens in Drenthe nog de veenbesparelmoervlinder en het veenbesblauwtje moesten zitten. Bas gevraagd. Die zitten allebei achter hekken, daar kom je niet bij, was zijn antwoord. Genoemde vlinders zijn uiteraard vrij om te vliegen waar ze willen, helaas doen ze dat bitter weinig. Zeldzame vlindersoorten volbrengen hun levenscycli op enkele hectaren, juist die isolatie maakt ze kwetsbaar voor uitsterven. De hekken zijn voor (of tegen) de mensen. Alle biologen gedragen zich immers wel eens als soortenjager. Met de superzeldzame veenbes-vlindersoorten in gedachten, keek ik tijdens mijn wandelingen anders naar de vele exemplaren van hun waardplant, de kleine veenbes. Waarom is de plant er wel maar zijn de vlinders niet? Helaas, als de waardplant de enige voorwaarde was om te kunnen voorkomen, dan liep Nederland over van de brandnetelvlinders: atalanta, dagpauwoog, kleine vos, gehakkelde aurelia, landkaartje. Gezien de dramatische terugval van de kleine vos de afgelopen jaren (vorig jaar voerde ik er zes in Altena in van de 475 dagvlinders in totaal, dit jaar tot nu toe drie van de 259), weten we dat een hele Flevopolder aan kleine veenbes. brandnetels de kleine vos niet zal redden. Bas gaf me ook een plek door in het niet ver van onze camping gelegen Fochteloërveen. Hier had hij in korte tijd meerdere adders gezien. En langs het fietspad er vlakbij meerdere exemplaren van het veenhooibeestje! Op 24 juli parkeer ik rond half drie op een volle parkeerplaats bij het grootste hoogveen van ons land. Naast de doelsoorten moest ik uitkijken naar slangenarend en kraanvogels, op deze super Grote stille heide (2.500 ha). Nou ja stil, al gauw verlaat ik als wandelaar het fietspad want dat is te druk. Op het wandelpad kijk ik samen met een paar Friese bezoekers naar een koppel paapjes, een eerste 45


mooie bijvangst. Daarna even in het Fries van gedachten wisselen over een klein geelachtig vogeltje in een struikje. Heerlijk om even m’n memme-taal te spreken maar een fitis blijft ook bij deze friezen een fitis. Geen van ons gebruikt ‘lytse hôfsjonger’, een naam die ik nu google, en dat is niet de enige reden waarom hij me als ‘gezocht’ voorkomt. Ik loop vervolgens in mijn eentje een heel lang voetpad af, struikel over de oranje zandogen, en hier ook weer meerdere heideblauwtjes, een koraaljuffer, een zwervende pantserjuffer. Het wandelpad eindigt weer op het fietspad dat ik neem om terug te komen bij m’n startpunt. Ik volg vergeefs diverse nachtvlinders en ‘gewone’ hooibeestjes: nergens is een veenhooibeestje in te zien. Te laat in het seizoen dus ook hier weer. Vervolgens struin ik het gebied door waar Bas de adders wist, maar ik vind er geen. Heetst van de dag, adders opgewarmd, zijn direct weg als ze me horen aankomen. Bovendien: hoogzomer, adder houdt zich gedeisd, hoeft niet op te warmen zo laat nog op de dag. Moet ie geen eten verschalken dan? Ik lees dat een zevental prooien per seizoen (!), van april tot oktober, voldoende is. Grote eters zijn het ook al niet. p-plu pluu p pluu

46

Op weg terug, net buiten het gigantische natuurgebied, zie ik in een vochtig gebiedje twee dames met fotoapparatuur rond grote wilgenstruiken scharrelen. Grote weerschijnvlinder, schiet het door me heen. Ik stop en vraag wat ze zoeken. Er zouden hier boomkikkers moeten zitten maar ze vinden ze niet. Ik zoek even mee, en hoop stiekem op nog wat bijzonders. Hoezo? Ik heb net het meest bijzondere natuurterrein van Noord-Nederland verlaten, wat wil ik nu nog? In een aangrenzend bietenland hoor ik het unieke pluup-plu-pluup, een kwartel! Je verzint nooit waar je op hoopt.

Op 29 juli vertrek ik voor mijn doen vroeg. Op mijn elektrische fiets bereik ik in een half uurtje het Balloërveld, weer een icoon van een heide. Vier doelsoorten heb ik vandaag, de adder, de hazelworm, de bruine vuurvlinder en de kommavlinder. Ik heb de hele heide voor mezelf als ik het eerste zandpad om 9.00 uur oprijdt. Ik dwaal wat rond aan de zuidkant van het gebied waar afgelopen dagen kommavlinders zijn gemeld op waarneming.nl maar ik zie naast oranje zandoogjes en hooibeestjes geen bijzonderheden. Ik besluit naar een flink ven (gezien op de kaart) te gaan midden in het grote natuurterrein, in de hoop op nattigheid met slangen, libellen en wat ook maar. Het fietst pittig, soms zijn de zandpaden zo mul dat ik vastloop en wandelen de enige optie is. In de verte hoor


ik in een eikenbosje langs de rand van de heide heel mooi een wielewaal. De temperatuur loopt alweer op. Ik parkeer na een tijdje ploegen over zandpaden mijn fiets aan het begin van een stukje lange-afstandswandelroute dat klem langs een ven loopt. Het is omzoomd door wilgenstruiken en heeft een oeverbegroeiing van lisdodde. Niet bepaald een karakteristiek voedselarm ven. Het is inmiddels tien uur als ik er een dodaars met twee jongen invoer. Ik zie nu op waarneming.nl de locatieaanduiding ‘pingo’. Dat verklaart alles over de vreemdheid van dit ven. Het is een pingo-ruïne, een overblijfsel van een pingo, een ijsheuvel uit de laatste ijstijd. Na het smelten van het ijs blijft een meertje als een ronde krater in het landschap achter. In het noorden van Nederland liggen op vele plaatsen pingoruïnes. Ik volg het pad om het ven heen en zie een klein vlindertje in de heidestruiken. Een kommavlinder! Ik bekijk hem heel even en weg is ie. Boven de heide vliegen ook hier meerdere heideblauwtjes, kleine blauwe juweeltjes. Het pad loopt verder bij het ven vandaan, ik besluit om te keren, terug naar m’n fiets. Voor mijn voeten glipt iets slangachtigs het smalle paadje over, de dekking van heide in. Ik buig de heidestruiken opzij, even zie ik iets langs en bruins, en het is weg. Geen zigzagstreep, geen adder dus. Helder egaal bruin. Een hazelworm, een pootloze hagedis. Mijn eerste waarneming in Nederland. Schitterend! Met de fiets in de hand loop ik daarna weer over los zand. Er vliegen 11 kraanvogels over, ik hoor niet het welluidende geluid maar krijg ze mooi in de kijker: onmiskenbaar. Noem dat bijvangst! Alles concentreert zich hier ineens rond wat tienduizenden jaren geleden een ijsklomp in de permafrost was. Ongelofelijk. Ik besluit het Balloërveld in noordelijke richting te verlaten. Onderweg kom ik op een breed zandpad een jonge boswachter van Staatsbosbeheer tegen in zijn dienstauto. Ik tik op het raampje en vraag hem waar ik mogelijk eventueel, kon het zo zijn, kans maak om een adder te zien. Ik toon bij voorbaat begrip voor als hij dat niet zou mogen doorgeven. Hij verwijst me terug naar de pingoruïne, hij had daar die ochtend voor zevenen met zijn vriendin gezocht, dat was de plek. Hij was afgehaakt omdat hij moest gaan werken maar hij kreeg om half acht een belletje: zijn vriendin had er één gespot! Gewoon nog eerder op pad gaan, of vroeger in het seizoen, dat is alles dus. 47


Ik vervolg mijn weg, verlaat de heide en besluit parallel eraan, noord-zuid de natuur langs de rand te volgen. De helft van mijn doelsoorten van vandaag heb ik gezien, maar ik hoop ook nog op een bruine vuurvlinder, een vlindersoort van schrale weilanden op zandgrond. De weg ligt op de grens van droge graslanden naast de heide en nattere weilanden langs het Rolderdiep, honderden hectaren Nationaal Landschap Drentse Aa. De wind stuwt de heideblauwtjes naar de rand van de hei waarlangs ik fiets. Op een moment tel ik er in één beeldveld meer dan twintig. Heel mooi dat er nog karakteristieke heidesoorten algemeen zijn. Ik zie geen bruine vuurvlinders maar de bijvangst is weer prachtig: citroenvlinder, koninginnenpage, zwartsprietdikkopje, landkaartje, bont zandoogje, groot koolwitje, klein geaderd witje. Marc Argeloo schreef een proefschrift over ‘natuuramnesie’: hoe we vergeten zijn hoe de natuur er vroeger uit zag. Wil je weten hoe de natuur op de Brabantse zandgronden er vroeger uitzag, ga naar Drenthe zou ik bijna zeggen. Al zag ik op veel plaatsen de beruchte lelieteelten. Natuuramnesie heeft alles te maken met onze ‘shifting baseline’: ons referentiekader, de natuur waar we mee opgroeien, verschuift. Elke generatie start met een armere natuur, zoiets. Mijn referentiekader voor Drenthe is rust, ruimte en een grote biodiversiteit en dat kwam de afgelopen vakanties tot stand. Het schuiven moet nog beginnen. Als er een Verkadealbum over Drenthe bestond zou ik het niet durven te lezen. ’s Middags gaan we naar het Bosbad in Hoogersmilde. Een heerlijk déja vu van zwembad Veldzicht uit onze jeugd. Een groot grasveld met overal voldoende schaduw en bezaaid met territoria van bezoekers. Eén zwembad voor jong en oud die er massaal verkoeling zoeken. Een verkooppunt voor versnaperingen met prijzen uit de guldentijd, gerund door vrijwilligers, waar nog dropkoppen per stuk worden verkocht. Tijdens een verkoelende dip in the pool zie ik boven het blauwe dodelijke water een zwak fladderend grijs vlindertje aankomen, hij raakt te water en ik ga eropaf. Ik schep hem met water op in m’n handen en mijn vermoeden wordt bevestigd: een sterk afgevlogen eikenpage. Ik klim op de kant en zet hem in de beplanting rond het bad. Zoals niet alleen de natuur maar alles hier zestiger jaren ademt ook deze (bijna) Verdronken vlinder: Zo te sterven op het water met je vleugels van papier, zo maar drijven na ’t vliegen in de wolken drijf je hier (Boudewijn de Groot 1966). ✤ 48


F L O R A Jan van Haaften

Wat staat daar nu voor een plant? Ik loop ernaartoe. Nog nooit gezien! En nu staat-ie hier in het Vlietpark in Sleeuwijk. Heerlijk in de zon. Tussen de ruige begroeiing. Een composiet, dat zie je zo. Maar welke? Stekels op de bladeren en stengels. Apart. Een prachtige kelk. Daarbinnen nog een, met alleen maar slanke lintbloemen. Geel van kleur. Heel mooi. Ik maak een foto en geef ‘m door aan waarneming.nl. Met de ID-toets vind ik de naam. Ah, dat is ‘m dus. Helminthotheca echioides of dubbelkelk. Vrij zeldzaam! ✤

49 49


Kruidenweetjes Rieneke van der Neut-Ravensbergen, kruidengeneeskundige

Kruidengeneeskunde

Eén van mijn favoriete kruiden, die je overal in Nederland wel tegenkomt en die ik met regelmaat gebruik voor diverse doeleinden, is hondsdraf. Als je je tuin een beetje de ruimte geeft en niet elk bijkruid wegschoffelt, dan zal deze al snel in je tuin komen wonen. De term ‘bijkruid’ heb ik overigens geleerd van tuinman Jan Graafland. Hij beschrijft in zijn boek ‘Groene genade’ hoe hij heeft geleerd dat alles in de natuur samenwerkt en zijn waarde heeft. Hij besluit onkruid ‘bijkruid’ te noemen, omdat dit beter weergeeft welke waarde deze plantjes hebben. Deze benaming neem ik natuurlijk graag over. 50


Hoe kun je de hondsdraf herkennen?

Hondsdraf, in het Latijn Glechoma hederacea, heeft iets weg van de klimop (hedera), maar groeit niet zoals de klimop recht omhoog tegen muren, maar kruipend over de grond. De Latijnse naam vertelt dit ook want Glechoma is afgeleid van ‘Globe’, wat ‘aarde’ betekent. En hederacea betekent ‘vastgrijpend’. Een plant die dus over de aarde groeit en zich vastgrijpt. Je herkent het plantje als een soort slinger in je tuin, die losjes op de grond ligt en op diverse punten van de slinger luchtig wortelt in de aarde. Het is een ideale grondbedekker en in tegenstelling tot de gewone klimop, verstikt hondsdraf andere planten niet. Voor mij is de geur van de blaadjes onmiskenbaar. Ik ken geen enkele andere plant met zo’n diepe, aromatische, aardse geur. De oorvormige blaadjes, voelen een beetje ruw. Als je erover wrijft, komt er een sterke aardse geur vrij, je weet dan zeker dat je hondsdraf te pakken hebt. Op mijn wandelingen kom ik hem altijd wel tegen. Mijn ervaring is dat de meeste mensen de geur en smaak wel kunnen waarderen. Hondsdraf heeft een unieke smaak, die ergens iets wegheeft van munt of melisse (ook lipbloemigen), maar toch weer compleet anders is. Hij is dus eetbaar en je kunt hem prima als thee drinken of verwerken in bijvoorbeeld een pesto (zie de recepten). Hij bevat de meeste inhoudsstoffen op het moment dat hij in het voorjaar begint te bloeien en dan is hij het meest krachtig. Hij gaat dan ook, opvallend genoeg, opeens rechtop staan en laat zijn prachtige paarse lipbloempjes zien, alsof hij wil zeggen: ‘hier ben ik, zie mij eens staan!’ Na de bloei gaat hij weer liggen en kruipt al groeiend verder over de grond, het liefst op schaduwrijke plekken. Het beste moment om hem te plukken is dan ook het voorjaar. Maar ook daarna kun je nog lang van hem genieten, want hij verdwijnt pas als de vorst stevig inzet.

Persoonlijke ervaring Zoals ik al eerder zei is de hondsdraf één van mijn favoriete kruiden en dit is niet alleen om de geur en de smaak. Toen mijn dochter klein was, had zij met regelmaat oorpijn. Zó erg dat ze dan een antibioticakuur kreeg voorgeschreven omdat de ontsteking zo heftig was. Nu ben ik zeker niet tegen antibiotica, maar ik zag geen verbetering in haar oorpijnen. Na controle kwam ze niet in aanmerking voor buisjes, ‘ze zou er wel overheen groeien’. Met regelmaat kwamen de 51


oorpijnen terug, zeker in de winter of als ze verkouden was en er was verder niets aan te doen dan de pijn te bestrijden. In de tussentijd was ik gestart met de opleiding kruidengeneeskunde en net toen ze weer verkouden werd en ik bang was dat de oorpijn weer zou beginnen, maakte ik kennis met hondsdraf. Een kruid dat, zo leerde ik, inzetbaar is bij chronische luchtwegklachten, zoals oorpijn of dat kuchje dat maar blijft hangen na de griep of verkoudheid. De omschrijving van het karakter van de plant trof mij: ‘een plant die past bij de introverte mens, die niet graag opvalt, in de schaduw groeit, maar zo af en toe uitblinkt en dan rechtop gaat staan en zijn mooie paarse bloempjes laat zien’. Dit paste zeker bij mijn dochter. Zou het haar ook kunnen helpen? Mijn tuin stond vol met hondsdraf, met name onder de trampoline, waar zij zoveel op springt. Ik heb haar toen een kuur gegeven (een medicinaal aftreksel) van de hondsdraf. En er trad een duidelijke verbetering op. Haar oorpijnen verdwenen niet direct, maar werden véél minder heftig. We hoefden niet meer naar de huisarts voor de zoveelste antibioticakuur, maar konden het af met een paracetamol. Wat waren we blij. Elk winterseizoen gaf ik haar een kuur van de hondsdraf en elke winter kwam ze prima door. Na een paar jaar kwamen de oorpijnen niet meer zo vaak voor en werd het meer af en toe een gevoelig oor. En, geloof het of niet, ook de hondsdraf onder onze trampoline groeide minder welig dan de voorgaande jaren, alsof hij wist dat we hem niet meer zo hard nodig hadden. Ook heb ik, in samenwerking met een huisarts, al meerdere mensen zien genezen van luchtwegklachten die chronisch van aard waren, wanneer ze thee van hondsdraf medicinaal gingen drinken.

Verdere geneeskrachtige werking Door de Germanen werd het kruid al gezien als een heilig kruid. En in de latere volksgeneeskunde wordt hondsdraf aangeprezen als een tonicum voor het lichaam en om de zenuwen te kalmeren. In de huidige moderne kruidengeneeskunde wordt het kruid vooral ingezet voor: ● luchtwegproblemen vanwege de slijmoplossende eigenschappen en de ontstekingswerende werking 52


● voor het kalmeren van de nierstreek: het kruid werkt ontzurend en voorkomt daarmee nierstenen en helpt zelfs niergruis af te voeren ● voor het zenuwstelsel werkt hondsdraf kalmerend bij angsten ● bij wondjes zoals lichte (schaaf)wondjes en irritaties van de huid ● ten slotte werkt hondsdraf algeheel versterkend voor het immuunsysteem Recepten

Zo’n mooi kruid groeit ‘gewoon’ om ons heen en heeft dingen te bieden, waar de meeste mensen geen weet van hebben! Daarnaast kun je er ook een lekkere pesto van maken of dus gewoon een kopje thee van zetten.

Pesto van hondsdraf Ingrediënten:

-

2 koppen hondsdrafblaadjes ½ kop walnoten of een handje geroosterde pijnboompitten 1 teentje knoflook stukje oude of Parmezaanse kaas ½ kop olijfolie zout

Bereidingswijze:

1. 2. 3. 4. 5.

was de hondsdraf (rooster de pijnboompitten) rasp de kaas snijd de knoflook in stukjes doe alle ingrediënten in de keukenmachine/ staafmixer en mix net zolang tot er een smeuïge pesto ontstaat. Is het te droog, voeg dan nog wat olie of een beetje water toe. 6. voeg zout toe naar smaak versier de pesto met eetbare bloemen. ✤

53


Bouwen met de natuur in Woudrichem Goof van Vliet

Eerste positieve natuurbericht: gemeentelijk Soorten Management Plan. Begin augustus werden heel hoge netten op de wal van Woudrichem gespannen. Dat bleek een opdracht van de gemeente aan onderzoeksbureau Ecoresult om voor alle kernen in Altena in beeld te brengen waar en hoeveel vleermuizen, huismussen, spreeuwen en gierzwaluwen er zijn. Als bekend is waar deze dieren leven en dus ook waar ze niet leven, kunnen ze beter beschermd worden en kunnen (ver)bouw- en isolatiewerkzaamheden gewoon doorgaan. Naar verwachting is het SMP eind 2027 klaar en kan de gemeente een gemeentebrede vergunning krijgen. Daarna hoeven bewoners geen onderzoek meer te laten doen naar bovenstaande beschermde soorten bij renovatie of isoleren. Dat scheelt tijd en geld. Tegelijk blijft de bescherming van kwetsbare dieren goed geregeld. De netten werden in het donker hoog opgehesen om vleermuizen uit de vesting te vangen en met zendertjes uit te rusten. Zo hoopt men erachter te komen in welke huizen ze nestelen.

Het opzetten van de vleermuisnetten.

Tweede positieve natuurbericht: volledig ecologische B&B. Mark Siebers woont ook in Woudrichem en kwam ook kijken naar de nettenbouw. Van het één kwam het ander. Wat mij -en vele andere Woerkumers- intrigeert is het houten huisje dat Mark aan de wal achter zijn woning heeft gebouwd. Mark vertelde dat hij is opgeleid als 54


architect en als bioloog. In zijn ontwerpen voor nieuwe wijken (hij is partner bij Groosman architecten in Rotterdam) houdt hij heel sterk rekening met groen, water en lucht, duurzaamheid, verleden en toekomst. Auto’s staan nooit bij de woningen maar aan de rand van de wijk. Daardoor kunnen kinderen spelen en bewoners rustig leven. Verduurzaming is grote noodzaak in de bouw. Dat is niet alleen het bouwen met natuurlijke grondstoffen maar ook met schone energie en rekening houdend met natuurleven. Twee jaar geleden heb ik voor de bibliotheek in Woudrichem al een keer een bijeenkomst voor boeren, aannemers, architecten, woningbouwcorporaties, natuurmensen en de gemeente georganiseerd. In 2030 moet 30% van de nieuwbouw met natuurgebonden materialen plaatsvinden. Hout voor de constructie, vlas en hennep voor isolatie, zonnepanelen voor koken en verwarmen. Alles moet bij afbraak ook weer makkelijk te herbruiken zijn. Mark schetst zijn plannen nog graag met potlood, uitwerking met computer. Hij is een bevlogen ontwerper maar daarnaast ook realist. Hij is dus steeds op zoek, net als de andere medewerkers van het kantoor, naar manieren om innovatief te bouwen. Achter zijn woning bouwde hij het nieuwste gebouw in de vesting Woudrichem. Het is supermodern en tegelijkertijd ouderwets. Hij heeft gezocht naar lokale bouwmaterialen die men vroeger ook altijd al gebruikte. De bouw is gerealiseerd door bouwers uit de buurt, uit Brakel.

B&B in aanbouw.

B&B afgewerkt.

55


Houtskeletbouw met vuren delen, CLT beplating (kruislaaghout), vlas als isolatie, fundering van glasschuim. De dakbedekking en de buitenmuren zijn van eikenhouten planken die vele jaren meegaan. Meubels en keuken zijn zelfgemaakt van kruislaaghout. Beddengoed en handdoeken zijn van eco-katoen. Hergebruik van louvredeuren, scharnieren, sloten, bakstenen, betontegels enz. Voor de energie een luchtwarmtepomp en triple glas HR+++. Verf en gordijnen gekocht bij Verhoeven uit Giessen. Bewust geen keuken: goed voor de lokale horeca. Het ontbijt wordt verzorgd met zoveel mogelijk biologische producten uit de streek. TV, magnetron, bedrading, betonnen vloer en toiletpot zijn van de meest duurzame kwaliteit. Kunstwerken gemaakt door kunstenaars uit Altena.

Woonkamer.

Van de buitenkant ziet het gebouw er nogal gesloten uit. Van binnen is het juist heel erg licht. Dat is het knappe ontwerpwerk van een architect. In de vesting zijn er bij verduurzaming of uitbreiding van woningen heel vaak problemen met de gemeente en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. In dit geval bleken zij er heel blij mee te zijn en hebben snel een vergunning verleend. Ik vind ecologische B&B ‘De Kruidenpoort’ een prachtige toevoeging aan het historische stadsbeeld van Woudrichem, het is of het er altijd al heeft gestaan. ✤ 56


Voedselbossenwerkgroep Thea Braun

Er zijn steeds meer mensen in Altena die hun land/tuin aan het omvormen zijn met eetbare blijvende planten erin (een geheel voedselbos is het vaak (nog) niet, maar er zijn al wel verschillende kenmerken). Maar wat doe je eigenlijk met de oogst? Soms zitten er best wat soorten bij die niet bepaald bekend zijn. We vroegen het aan Frank Talsma. De voedselbossenwerkgroep is begin juli bij hem in Almkerk op bezoek geweest en er werd gesmuld van zijn oogst. Frank vertelt over de kweepeerrassen op zijn perceel en komt met tips voor de verwerking ervan. Herfstige oogst uit het voedselbos: de kweepeer

Bij herfstige oogst uit het voedselbos is de kweepeer het eerste wat bij mij opkomt. Eén van mijn favoriete vruchten vanwege de rijke aromatische smaak en de veelzijdigheid van deze vrucht. Meestal zijn de vruchten begin/medio oktober plukrijp. Ze zijn dan mooi goudgeel en hebben een heerlijk

aroma. Ze zijn dan nog steeds hard en worden pas zacht na het koken. De vrucht aan de boom laat gemakkelijk los door deze een kwartslag te draaien. Laat de vrucht niet gemakkelijk los, dan is deze nog niet rijp! Pluk kweeperen echt rijp, dan hebben ze het meeste aroma. Laat ze echter ook niet te lang liggen/hangen want ze kunnen van binnen snel bruin worden. Het ene ras is hier gevoeliger voor dan het andere ras. Ook de smaak verschilt best nog wel per ras en ook de ‘hardheid’ van de vruchten. Zelf vind ik van de ca. 10 variëteiten die ik heb staan ‘Konstantinopel’ en ‘Darunok Onuku’ het lekkerst. Deze laatste is ook lang goed te bewaren. ‘Aromatnaya’, ‘Myagklopodnaya’ en ‘Limon Ayvasi’ zijn de laatste tijd populair vanwege het verhaal dat deze ‘rauw’ te eten zouden zijn. Zelf ben ik daar niet heel enthousiast over: ze zijn inderdaad wat 57


zachter en je kunt er plakjes van afsnijden en opeten maar ze blijven wel een beetje zuur en wrang en je mond trekt er wel van samen. Best oké, maar niet dat je zegt: ‘Lekker, ik knabbel zo een hele peer op! Ik wil nog test gaan doen dit jaar of het droge van deze schijfjes nog iets lekkers oplevert. Recept voor gelei (of siroop) en jam (of membrillo). Een vrij eenvoudig verwerkingsproces is de volgende: 1) Was de kweeperen zodat ze schoon zijn en het pluizige/harige laagje van de vruchten verdwenen is 2) Hak de kweeperen met een groot scherp koksmes of hakmes in 8 partjes (helft, ¼ en 1/8). Op die manier kun je het klokhuis er gemakkelijk uitsnijden. Let op dat je voldoende wegsnijdt, net als stoofpeer heeft kweepeer kleine harde steencellen rond het klokhuis. Gave schil kun je laten zitten, steeltje

en kroosje, beschadigingen, littekenweefsel, bruine verkleuring etc. wel wegsnijden. Sommige 58

mensen verwijderen ook de gehele schil, maar mijn ervaring is dat je die toch niet meer terugziet na het pureren en juist in de schil zit veel aroma. De partjes nog in drie of vier kleinere stukken hakken. 3) Doe de stukjes in een grote pan en voeg water toe, zodat alle partjes net onder staan. Zet op het vuur/ kookplaat en laat zeker een uur koken. Zowel vrucht als sap krijgt een mooie roze, richting rode kleur en geurt heerlijk. 4) De stukjes en het sap door vergiet met daarin kaasdoek of ander filterdoek gieten, vang het sap op in een andere pan. Hiermee maak je gelei door geleisuiker toe te voegen (geleisuiker speciaal: 0,5 kg op 1,1 liter sap) of siroop door gewone kristalsuiker of rietsuiker toe te voegen (0,5 kg op 1 liter vocht). Eventueel minder suiker is mogelijk, maar dan is het minder lang houdbaar). Breng weer aan de kook en doe in het in gesteriliseerde potjes (voor gelei of giet het in flesjes voor siroop. 5) Het vruchtvlees wat je in de vergiet hebt afgevangen doe je in een pan, pureer dit met de staafmixer tot een egale massa. 6) Breng de massa weer aan de kook (blijf roeren). Hoe langer je kweeperen kookt, hoe roder ze worden. Voeg dan geleisuiker toe (zie voorschrift op verpakking), breng weer aan de kook onder voortdurend roeren en stort het dan in gesteriliseerde potjes.


Wil je in plaats van jam membrillo maken, laat dan het vruchtvlees een nacht lang uitlekken in de vergiet. Je wilt met zo min mogelijk vocht starten! Doe het vruchtvlees in een pan, pureer tot egale massa, voeg 1:1 suiker aan (dus 1 kg suiker op 1kg vruchtpuree) en breng weer aan de kook onder voortdurend roeren. Het mag echt minimaal 1 uur maar beter 2 á 3 uur koken en vocht verliezen. Let wel op dat het snel aanbrandt, dus blijf roeren! Het is goed als je de spatel door de pan haalt en de randen van de puree ‘blijven staan’ dus niet meer inzakken. Het heeft nu een mooie dieprode kleur gekregen. Nu uitstorten en uitsmeren op een bakplaat met bakpapier, maak een circa 1cm dikke laag. Dit afstrooien met een beetje kristalsuiker en af laten koelen. Nu kun je het in stukjes snijden en in doosje bewaren. Heerlijk met manchego of blauwschimmelkaas! De laatste tijd doe ik het ook wel heet in potjes, dan is het wat langer te bewaren.

Smullen maar! Klinkt misschien ingewikkeld, maar op deze manier kun je van 1 batch die je klaar maakt steeds 2 producten maken. Jam of membrillo is het meeste werk, dat vraagt meer tijd. Als ik daar geen zin in heb, sla ik het klokhuis verwijderen over, alleen in stukken hakken en dan koken. Na het zeven gebruik je dan alleen het sap en het vruchtvlees met de klokhuizen gaat dan naar de composthoop. Makkelijker en sneller, maar je benut helaas niet de hele vrucht. Alleen jam maken kan ook, je hoeft de massa dan niet door een vergiet of doek te halen maar kunt direct het gehele kookmengsel pureren en krijgt dan een iets dunnere jam. Een kaneelstokje meekoken kan ook, past goed qua smaak, maar zelf ben ik voorstander van ‘het pure spul’. Meer informatie over kweeperen en recepten met kweepeer vind je ook op www.kweepeer.nl Het TV-programma binnenstebuiten maakte een paar jaar geleden een leuk item over de kweepeer in onze boomgaard/voedselbos: https://binnenstebuiten.kro-ncrv.nl/ passie-voor-eten/video/chef-kok-rosahgaat-langs-bij-de-familieboomgaard-vanfrank-talsma ✤

59


We houden vol... maar hoe? Rinus Punt

Even terug naar broedseizoen 2025, 14 juni… ongelooflijk wat er toen allemaal liep te ‘snacken’ op een verlaat gemaaide weide aan de Oude Weidesteeg: 15 blauwe reigers, 2 grote zilverreigers, 10 ooievaars, 1 bruine kiekendief, 2 torenvalken, 23 kleine mantelmeeuwen, 5 zwarte kraaien, 50 spreeuwen, 48 kauwen, 6 holenduiven! Verlaat gemaaid: onze muizen, mollen en insecten waanden zich veilig. Maar wordt er in één keer op te veel plekken tegelijk verlaat gemaaid dan is er paniek bij deze beestjes. Doen wij het wel goed met onze weidevogels als we, om hen meer kansen te bieden, verlaat gaan maaien? Als ik bekijk hoe intensief deze ‘snackende’ soorten bezig waren… iedere vierkante meter werd bezocht. Wat blijft er over als er zoveel rovers lopen? Ook een wulpenpaar met jongen had het moeilijk. Als ik die ellende zie bij dit paar wulpen, waar zelfs drie kiekendieven boven hingen… Kansloos waren ze, hoe goed ze hun best ook deden. Ik las ergens dat zelfs een jong haasje wordt verorberd door een jonge ooievaar op het nest. En wij maar ooievaarspalen zetten. Dit geldt ook voor torenvalkenkasten in ons gebied. Het zijn niet alleen muizen die ze naar hun jongen brengen. Dit geldt ook voor de steen- en kerkuilen die we beschermen. 60


Daar ben ik zelf ook schuldig aan. Daarin zitten wij ook aan onze taks. De muizenaanwas in ons gebied moet wel toereikend zijn. Nu ik dit zo schrijf, denk ik aan het afgelopen seizoen in de Genderense uiterwaarden. Ik zag hier een wulp een gevecht leveren met een ooievaar. De ooievaar haalde fel uit naar de wulp. Mijn eerste gedachte: hier moeten nog jongen lopen. Gelukkig won de wulp deze keer en blies de ooievaar de aftocht. En wat kwam er tevoorschijn vanonder de hooiruggen? Twee halfwas wulpjes! Maar hoe liep dit af… er liepen nog drie ooievaars en drie reigers. Toen ik aan de andere kant van de dijk kwam, liepen daar nog eens negen ooievaars en drie reigers. Heb ik hier een pasklare oplossing voor? Nee. Of we moeten naar meer en grotere gevarieerde plasdrasgebieden. Niet alles tegelijk maaien wat onder de beheermaatregel ‘verlaat maaien’ valt, maar vóór de geplande maaidatum enkele banen alvast maaien. Verplicht stukken langs en in de slootkant niet maaien. Vluchtplaatsen zijn zo belangrijk voor jonge weidevogels en andere (prooi)dieren. Ook voor de patrijs. Muizen en mollen moeten de kans krijgen om te overleven. We kunnen plasdrasgebieden langer in het seizoen onder water laten staan of als het zomers lang warm is, opnieuw vullen. Het is de vraag of we wel zo euroverslindend bezig willen blijven terwijl we, ondanks alle inspanningen, ieder jaar weer een beetje inleveren van wat leeft in onze gemaakte natuur. ✤ 61


NGF Birdwatching Day 2026 op Golfbaan Almkreek Marvin van Haaften Tijdens de NGF Birdwatching Day 2026*) mochten we rekenen op een prachtige opkomst: maar liefst 46 enthousiaste natuurliefhebbers waren aanwezig op Golfbaan Almkreek, waaronder tellers (Niels van Pelt, Arjan Schouten, Noël Vonk), de hoofdgreenkeeper en ondersteuning. Vele vogelsoorten werden op de golfbaan in Almkerk gespot… De deelnemers verspreidden zich over verschillende plaatsen op de golfbaan, elk groepje onder leiding van een teller. Al snel werden de eerste bijzondere waarnemingen gedaan. De scholeksters kregen veel aandacht en deelnemers waren verrast dat deze vogels broeden in de knotwilgen. Bij hole 10 werd een groep staartmezen gespot op een plek waar ze normaal nauwelijks worden gezien. Daarnaast werd door Niels een bergeend waargenomen. De kleine karekiet liet zich vrijwel overal horen vanuit de rietkragen en zorgde opnieuw voor een herkenbaar voorjaarsgeluid op de baan. Bij hole 12 verbleven dodaarzen -een relatief nieuwe soort voor het gebied- zichtbaar op hun gemak. Ook werden daar een futennest en een meerkoetnest ontdekt. Marvin gaf uitleg over het opvallende gedrag van de meerkoet, die alleen de fuut als buur accepteert en andere vogels zoals ganzen, zwanen en eenden fanatiek verjaagt.

62


Op de kleine baan werd onder leiding van Noël ook de grasmus gehoord en gezien, een vogel die vanwege zijn zang soms liefkozend ‘krasmus’ wordt genoemd. Langs de woningen werden bovendien verschillende huismussen waargenomen. Arjan, die met zijn groep het middengedeelte van de golfbaan verkende, trof een verwilderd en onbewoond ooievaarsnest aan en hoorde daarnaast de karakteristieke zang van de Cetti's zanger, een soort die sinds enkele jaren weer duidelijk terrein wint in Nederland. Na afloop was er tijd voor een gezamenlijk bakje koffie. Marvin vertelde over de resultaten van de afgelopen jaren en sprak met trots over de groei van de scholeksterpopulatie. Waren er in 2017 slechts enkele broedparen aanwezig, inmiddels zijn dat sinds 2025 al 16 paren geworden. Helaas misten we dit jaar de ijsvogel, maar dat leidde direct tot nieuwe ideeën, waaronder het mogelijk realiseren van een ijsvogelwand op de golfbaan. In totaal werden deze dag op de golfbaan maar liefst 65 vogelsoorten geteld een prachtig resultaat waar iedereen trots op mag zijn. Ook een keer meedoen? Volg komend voorjaar de media en socials voor de aankondiging van de NGF Birdwatching Day 2027. ✤ *) Deze teldag wordt jaarlijks georganiseerd door de Nederlandse Golf Federatie (NGF), in samenwerking met Vogelbescherming Nederland – en in Altena ook met Altenatuur. Natuurbeleving en bewustwording staan hierbij centraal.

63


Van Anjer tot Zegge Verslag van de basiscursis Wilde Planten Janneke Romijn

Na iedere paar stappen staan we stil. Cursusleider Jaap van Diggelen is weer de berm ingedoken en houdt enthousiast een grasstengel omhoog. “Welke is dit?” Zo’n 10 cursisten graven peinzend in hun geheugen. IJle dravik? Reukgras? Grote vossenstaart? Nee, het is natuurlijk de ‘echte witbol’. Duh. Plantenfamilies Dat zouden we toch onderhand moeten weten. Drie avonden hebben Jaap van Diggelen en Margo van Beem ons (20 deelnemers) bijgespijkerd. Hoe zitten een plant en bloem in elkaar, hoe werkt de voortplanting, welke plantenfamilies en -soorten zijn er, en hoe kun je die herkennen? Ruim 10 plantenfamilies passeren de revue. De kruisbloemigen (vier kroonbladeren in kruisvorm), de ranonkels, composieten,

64

schermbloemigen, lipbloemigen (om bij de nectar te komen maken sommige hommels een gaatje in de bloem, de zogenaamde ‘inbrekers’!), anjerachtigen, grassen en zeggen, vlinderbloemigen (veel peulvruchten), rozenfamilie (ook appels en bramen), weegbreefamilie en duizendknoopfamilie. Tijdens de avonden wisselen we theorie af met planten bestuderen en op naam en familie brengen. Door goed te


kijken hoe de bloemen staan en welke vorm de bladeren hebben kun je wilde bloemen en planten determineren. Een gids helpt ook. En ja, natuurlijk kun je ook ObsIdentify gebruiken. Maar zelf herkennen is nog leuker.

Langs de Alm Naast drie theorielessen bestond de cursus ook uit twee wandelingen. De eerste wandeling bracht ons bij de wilde planten op en rond Fort Giessen,

Krabbenscheer, kale jonker en kluut Op een mooie avond in mei ging de tweede wandeling door het Pompveld. Waar we dus ons best deden Jaap te laten zien dat we echt goed geleerd hadden op de grassenfamilie. Maar poeh, een lastige familie hoor… We identificeerden ook planten in het water, zoals krabbenscheer en kikkerbeet. Als je van een distel in de verte kunt zeggen dat het een kale jonger is maak je sowieso indruk. En wat schitterend, velden vol grote ratelaar en echte koekoeksbloem. Alsof je door een album van Jac. P. Thijsse loopt. Als je nog niet in het Pompveld geweest bent sinds de herinrichting: doen! Als je de planten uit dit verslag wilt tegenkomen moet je wel wachten tot het voorjaar. Wij kwamen er als toegift op de terugweg nog een kluut tegen, die we in de verte konden bewonderen terwijl hij parmantig in de avondzon door het drassige land paradeerde. ✤

langs de Alm en in het Almbos. Langs het water troffen we bermen vol fluitenkruid (schermbloemen!), opkomende moerasspirea (rozen!) en welke boterbloem is het nou, de scherpe of de kruipende? Vanuit het struikgewas hoorden we de fitis en in de wilgen zaten de staartmezen elkaar achterna. Dat pak je tijdens zo’n wandeling mee als je met doorgewinterde ‘Altenatuurders’ c.q. vogelaars op pad gaat :) 65


‘Het vlinderseizoen’ door Lea Korsgaard Jaap van Diggelen

Lea Korsgaard heeft een prachtig boek geschreven vol passie voor vlinders en met diepzinnige beschouwingen over natuur en onze wereld. De afwisseling van haar zoektocht naar vlinders en uitstapjes naar haar dagelijks leven en de filosofie, maken het boek boeiend en prettig leesbaar. Een aanrader voor iedere natuurliefhebber. De afsluiting is helaas wat onbevredigend.

66

Boekbespreking

Lea Korsgaard beschrijft in ‘Het vlinderseizoen’ hoe ze probeert om in één seizoen de 64 dagvlindersoorten van Denemarken te zien. Ondertitel: ‘Wat 64 vlinders me hebben geleerd over de grootste geheimen van de natuur’. Korsgaard gaat op zoek naar de dagvlinders van Denemarken, soort voor soort, maand na maand. Aanvankelijk wordt ze niet gehinderd door kennis. Ze start met lezen van alle boeken over de dagvlinders in haar vaderland. Wat mij opvalt, is dat soorten die in ons land ontbreken (morgenrood, vals bruin blauwtje, wikkeblauwtje, Bretons spikkeldikkopje en geelbont dikkopje) in Denemarken (nog) voorkomen, zij het zeldzaam. We volgen Lea’s zoektocht vanaf januari tot augustus. Ze belde boswachters, biologen en andere buitenlui en ging samen met hen op zoek of ze reed met GPS-precisie naar de laatste leefgebiedjes van de zeldzaamheden van haar soortenlijst. In een spagaat


tussen ‘hoe kan je dat doen’ en ‘dat zou ik ook willen’, restte mij vooral jaloezie. Ze wisselt haar verhaal over tochten en ontmoetingen met vlinderkenners af met beschouwingen over grootheden uit de natuurlijke historie zoals Aristoteles en ‘onze’ Jan Swammerdam. Ook twintigste-eeuwse schrijvers met een passie voor vlinders als Nabokov en Hesse komen voorbij. In diepzinnige beschouwingen passeren Kant, Hegel, Marx, Freud en Arendt de revue. Het leidt tot een mooi afwisselend geheel, heerlijk om te lezen als je houdt van vlinders en van je gedachten laten gaan over zin, betekenis en religie. Aan het eind van haar zoektocht die eigenlijk ook een soortenjacht is, is het slot wat onbevredigend wat mij betreft. Niet omdat halverwege het boek al blijkt dat ze de moerasparelmoervlinder en het klaverblauwtje vroeg in het jaar heeft gemist en niet meer ‘in kan halen’. Maar vooral vanwege de plotselinge wending in de laatste pagina’s. Hier haalt Korsgaard de filosoof Hannah Ahrendt aan die zegt dat we zijn geboren met de mogelijkheid om opnieuw te beginnen: …’Op deze wereld ontspringen geloof en hoop niet aan de voorstelling van een einde, maar aan dit besef: dat we het vermogen en de wil hebben om alles van voren af aan te beginnen, om andere keuzes te maken, het opnieuw te doen'. ‘Het handelen’, schreef Ahrendt, ‘is in werkelijkheid het enige wonderen wrochtende vermogen van de mens’….’ (citaat pag. 290, laatste pagina). Na zoeken en vinden van 61 soorten beschrijft Korsgaard in de laatste zinnen van het boek hoe ze de haalbare 62ste soort, het Bretons spikkeldikkopje, waar ze vlakbij is, laat schieten. Het maakt haar allemaal niet meer uit, die soortenjacht. “Ik hoefde alleen die vlinder nog. Maar ik zou hem niet gaan zoeken. Dit zou niet het einde worden; ik was nog maar net begonnen.” Deze abrupte overgang van een heel boek lang koortsachtig proberen alle vlindersoorten te verzamelen, en dat het haar dan ineens allemaal niet meer uitmaakt. Het is mij te gekunsteld om geloofwaardig te zijn. Ze was inderdaad nog maar net begonnen… met vlinders kijken? Rond haar veertigste pas, leid ik af uit het boek. Voor mij 67


is dat onvoorstelbaar, het schuurt. Hoe kun je zolang vlinders hebben gemist? Vlinders maken deel uit van mijn belevingswereld vanaf mijn kinderjaren. De eerste soorten leerde ik kennen doordat oudere broers en zussen me hun namen vertelden. Op nazomerdagen zaten de bossen herfstasters en guldenroede in onze voortuin vol met tientallen kleine vossen, dagpauwogen en atalanta’s. Gelukkig geldt nog steeds dat je je kinderen in één zomer tien dagvlindersoorten in je eigen tuin kunt laten zien. Als je tijd van leven hebt komen er meer langs. In de afgelopen vijfentwintig zomers heb ik in mijn postzegelgrote tuin (150 m2) maar liefst negentien soorten gezien. Alleen de aantallen zijn aanzienlijk kleiner dan vroeger. Naar aanleiding van het verschijnen van de Nederlandse vertaling zette boekhandel Tante Bethje uit Woudrichem deze zomer de dagvlinders in de schijnwerpers onder de slogan ‘Fladderen met Bethje’. Bij het boek kreeg je een minivlindergids en een Vlinderverzamelkaart voor Altena cadeau. Er was een groeps-app voor vlinderliefhebbers waarin foto’s en waarnemingen werden uitgewisseld. De Vlinderverzamelkaart werkte als een soort bingokaart, die iedereen ‘vol’ probeerde te krijgen met waarnemingen van alle 15 soorten. Op een snikhete zondagmiddag was er een excursie in het Duyls Bos waar in de schitterende vlindertuin maar liefst tien soorten werden gespot. ‘Fladderen met Bethje’ was een bijzonder geslaagde actie: aandacht voor vlinders! ✤

68


We gaan het halen... maar niet in 2050, of toch wel? Dick Nederveen, Energiecoach Altena

Tijdens mijn werk als energiecoach krijg ik veel vragen over de energietransitie. Een artikel in het Magazine van Vereniging EigenHuis waarin Sanne de Boer werd geïnterviewd inspireerde me en wil ik graag met u delen! Nederland wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Maar gaat dat lukken? Sanne de Boer*) is senior specialist energietransitie. Ze is hoopvol, maar realistisch: "Het gaat lukken, maar niet in 2050." Waarom niet? Omdat de energietransitie complexer is dan veel mensen denken. Altena wil in 2046 CO2-neutraal zijn: maar is dat haalbaar?

Misverstanden over duurzame energie Veel Nederlanders denken dat de helft van ons energieverbruik al duurzaam is. Maar dat klopt niet. "Alleen de helft van ons elektriciteitsverbruik is groen," benadrukt Sanne in het artikel. "En elektriciteit is maar een vijfde van ons totale energieverbruik." De rest? Nog steeds voor 80% afhankelijk van fossiele brandstoffen. Een hardnekkig misverstand dat een vertekend beeld geeft. Het aandeel hernieuwbare (duurzame) energie in de gemeente Altena bedroeg in 2024 14,8% van het totale energieverbruik. Er ligt dan ook een flinke opgave.

Woningen van het gas af: een traag proces In 2050 moeten alle woningen in Nederland aardgasvrij zijn. Maar de realiteit is weerbarstig: slechts 15% van de Nederlandse huizen is nu al gasvrij. Warmtenetten, bedoeld als oplossing, blijken duur en ingewikkeld. "De aanleg in bestaande wijken verloopt trager dan gepland," zegt De Boer. "En de tarieven zijn hoger dan die van gas, door de dure infrastructuur." Voor veel huiseigenaren is een individuele warmtepomp daardoor aantrekkelijker, mits ze de investering kunnen opbrengen.

Groene stroom: wind, zon… en kernenergie? Nederland wekt nu ongeveer de helft van zijn stroom duurzaam op. Maar hoe krijgen we de rest groen? Meer windmolens en zonnepanelen zijn essentieel. Ook 69


kernenergie kan een rol spelen, al is kernenergie niet hernieuwbaar en is de bouw van kerncentrales een lang en kostbaar proces. Een andere optie: biomassa. Dit is voor het landelijk gebied van Altena ook een deel van de oplossing. Maar de grootste uitdaging? Opslag. Nu wekken we soms te veel groene stroom op terwijl we op andere momenten een tekort hebben. Met thuis- of buurtbatterijen, zijn we in staat op lokaal niveau bij te dragen aan de transitie. Er wordt gewerkt aan grootschalige batterij-opslag. Oplossingen zoals waterstof en ondergrondse warmteopslag zijn beloftevol, maar nog te duur voor grootschalige toepassing.

Het elektriciteitsnet: overbelast en onrechtvaardig? Het stroomnet raakt overbelast door de groeiende vraag - denk aan warmtepompen en elektrische auto’s. Vanaf 2029 worden de nettarieven variabel: wie meer verbruikt op piekmomenten (zoals ’s avonds tussen 5 en 9 uur), betaalt meer. Nu betalen huishoudens met een kleine stroomvraag mee aan de netverzwaring voor buren met Tesla’s en warmtepompen, maar dat is niet eerlijk. Variabele tarieven en dynamische contracten moeten mensen aanzetten om slimmer om te gaan met energie.

Hoop en zorgen Sanne de Boer ziet twee kanten van de energietransitie. Aan de ene kant is er zorg: "Er ontstaat een kloof tussen mensen die de overstap kunnen maken en diegenen die achterblijven." Aan de andere kant is er hoop: "De energietransitie is niet meer te stoppen. Dat is zeker." Daarnaast zijn alle technische mogelijkheden voor deze ‘slag’ beschikbaar. Er zijn veel variabelen, die ook nog eens in beweging zijn, waardoor het voor veel mensen erg complex is geworden. Ongelijkheid en onrechtvaardigheid kunnen we verminderen door meer samen/coöperatief te doen.

Wat kun jij doen? Sanne vertelt in het artikel dat zij zelf al grotendeels gasvrij leeft: zonnepanelen op het balkon, een elektrische boiler en geen verwarming. "In de winter draag ik gewoon een dikke trui." Haar advies aan huiseigenaren: • Isoleren en zonnepanelen plaatsen nu de energieprijzen blijven stijgen. • Overwegen om warmtepompen te installeren, mits financieel haalbaar. • Slim verbruiken: vermijd piekmomenten om kosten te besparen. 70


Mijn eigen woning (bouwjaar 1978) is al zes jaar van het gas af. Door te isoleren werd ons gasverbruik gehalveerd. Na een jaar hebben we de CV vervangen door een warmtepomp, en hebben we extra zonnepanelen geplaatst. We kunnen zo ons hele jaarverbruik, inclusief wat we nodig hebben voor de elektrische auto, zelf opwekken. Met een thuisbatterij, een slimme laadpaal, een energiemanagementsysteem en een dynamisch contract maken we zoveel mogelijk gebruik van onze eigen duurzaam opgewekte stroom. Altena Nieuwe Energie Coöperatie (ANEC) is in september gestart met een pilot om energiedelen in Altena mogelijk te maken, waardoor we de stroom die we tijdens het opwekken niet zelf kunnen gebruiken tegen een goede prijs kunnen verkopen.

Conclusie: een marathon, geen sprint, maar wel samen. Nederland is op weg, maar de finish in 2050 lijkt niet haalbaar. Toch deel ik het optimisme van Sanne: "We gaan de klimaatdoelen halen. Het duurt misschien wat langer dan gedacht." De boodschap? Iedereen moet meedoen en de overheid moet heldere stappen zetten om de transitie voor iedereen betaalbaar en toegankelijk te maken. Voor iedereen, ook voor u, heeft dit forse consequenties. Maar u staat er niet alleen voor! Er zijn enthousiaste energiecoaches beschikbaar die hun kennis en ervaring gratis en onafhankelijk met u willen delen om de energietransitie te laten slagen!

Meer weten? • Bezoek https://www.eigenhuis.nl/ehm-vga en https://

www.energiehuisaltena.nl voor informatie over het gasvrij maken van je woning. • Leg contact met een energiecoach; scan de QR-code. *) Wie is Sanne de Boer? Sanne de Boer is opgegroeid in Altena. Ze is senior specialist energietransitie bij RaboResearch, het kenniscentrum van de Rabobank. Daarvoor was zij onderzoeker bij adviesbureau Ecorys, waar ze werkte aan opdrachten op het gebied van klimaat en energietransitie voor de Europese Commissie. Ze schreef in 2020 het boek ‘De energietransitie uitgelegd’ over de inrichting van de energietransitie. ✤

71


Waarnemingen van 2 april t/m 20 augustus 2026 Doorgegeven aan Rinus Punt

In deze rubriek staan alle waarnemingen in Altena gedaan door oplettende natuurliefhebbers. Doet u ook een bijzondere waarneming? Geef die dan door aan Rinus via 06-48638377 of mlpunt@hetnet.nl. Datum 2 april

Waarneming Plaats en Waarnemer 1 grutto Wijk en Aalburg, Hakkeveld, Sjaak Schreuders 2 wulpen 8 april 2 patrijzen Giessen, Achterdijk, loopgroep weidevogels, Genderen 8 april ooievaars overvliegend Giessen, Sjanie en Wim Smits 10 april 1 oranjetipje Almkerk, in de tuin, Astrid Bouman en Jan Koekkoek 11 april 1 alpenwatersalamander Genderen, Jeffrey Bouman

12 april 13 april 13 april 14 april 16 april

2 1 2 1

veel oranjetipjes patrijzen halsbandparkiet ransuilen koekoek

Dussen, Kornsche Boezem, Jeanette Pollema en Rinus Punt Genderen, Buitenstraat, Mari Kwetters en Rinus Punt Sleeuwijk, in voortuin, Els Capelle Eethen, Oude Weidesteeg, Fam. Versteeg Genderen, locatie Brabant Water, Mari Kwetters en Rinus Punt

16 april 3 lepelaars en 1 grote zilverreiger Giessen, Struikwaard, Sylvia vd Horst-Blom 20 april blauwtje, oranjetipje, gehakkelde aurelia, paartje heggenmus, winterkoning Rijswijk, in de tuin, Ria van Vught

72


Datum Waarneming 20 april 1 gierzwaluw overvliegend 1 hop

23 april 1 scholekster met 3 pullen 25 april 1 koninginnenpage

25 april 1 oranjetipje 25 april 4 gierzwaluwen 1 zwarthalszwaan 26 april veel oranjetipjes 2 mei 2 kwartels 5 mei 1 paar patrijzen 7 mei 1 paar patrijzen, 1 paar rietgorzen, 1 baardmannetje 8 mei 1 paar patrijzen 14 mei 1 jonge ransuil 15 mei 3 paar patrijzen

Plaats en Waarnemer Genderen, Mari Kwetters en Rinus Punt Sleeuwijk, voetbalveld, Ella van Belzen

Wijk en Aalburg, Dulven, Kees van Andel Giessen, Struikwaard, Sylvia v.d. Horst-Blom

Sleeuwijk, in voortuin, Els Capelle Dussen, Jeanette Pollema en Rinus Punt Wijk en Aalburg, Afgedamde Maas, Tienke Sminia Dussen, Kornsche Boezem, Hans Brouwers Genderen, bij de fam. Hoeke, Hans Thur Genderen, Nieuwe Steeg, Cor Boer tijdens broedvogeltelling, Henk Kraaijkamp en Rinus Punt Nieuwendijk, Groenedwarssteeg, Gonnie Vijge Andel, in de tuin, Bas Pelikaan Genderen: Lange Hoeve/Doeverensestraat/ Genderensedijk, Hans Thur

73


Datum 16 mei 18 mei 18 mei 21 mei 22 mei 27 mei 2 juni 6 juni

10 juni

13 juni

74

Waarneming Plaats en Waarnemer 1 kleine zilverreiger Woudrichem, Middelvaart, Els Capelle 2 kwartels (geringd) Wijk en Aalburg, Biesheuvelweg, Wim Smits en Rens Sommers 1 steenuil, 1 gaai Wijk en Aalburg, in de tuin, Petra Furster 2 patrijzen Wijk en Aalburg, Achterdijk, Wim Smits 1 jonge lepelaar Eethen, Langen Bruggert, Natasja van Rijswijk 1 Aziatische hoornaar Genderen, in de tuin, Hans Brouwers 2 patrijzen Woudrichem, Petterpad, Loes en Peter Voogt 1 grote bonte specht met jong Werkendam, Margreet Gelsing

1 ringslang zwemmend in Dusse, zelfde dag nog doodgereden Dussen, Jan de Peuter 3 jonge gr. spechten, 2 jonge bonte spechten, 5 jonge merels, Wijk en Aalburg, tuin/slootrand, Marga Oerlemans


Datum 13 juni

Waarneming 1 bosrietzanger

Plaats en Waarnemer Wijk en Aalburg, tuin/slootrand, Marga Oerlemans

15 juni 16 juni

1 ransuil met jong 1 kwartel

Eethen, Oude Weidesteeg, Jeffrey Bouman Wijk en Aalburg, Veldstraat, Cees van Andel

16 juni 20 juni 21 juni

1 putter 3 knobbelzwanen 2 kievitpullen met 4 ouders 1 kraanvogel

Sleeuwijk, in voortuin, Els Capelle Andel, in de tuin, Hanny van Andel

21 juni 29 juni

1 juli 6 juli 8 juli

Wijk en Aalburg, Klaverplak, Rinus Punt Groesplaat, gezien van woonark haven Sleeuwijk, Karin Heerema

2 groene spechten, grote bonte spechten, jonge ransuilen Genderen, in de tuin, Hans Brouwers 1 paar patrijzen met 11 jongen Andel, Duizendmorgen, Jan en Elly Honcoop 1 jonge ransuil Andel, Middenweg, Cees van Andel 3 groene spechten Almkerk, Elma Nederveen

75


Datum 9 juli 10 juli 13 juli 14 juli 16 juli

21 juli 22 juli

22 juli 23 juli 26 juli 27 juli 29 juli 7 aug. 8 aug. 12 aug. 14 aug. 18 aug. 20 aug.

Waarneming Plaats en Waarnemer 1 wielewaal Giessen, Almbos 1 kolibrievlinder Giessen, tuin, beide Ria van Vugt 2 patrijzen Giessen, uitbreiding bedrijventerrein, Sjaak Schreuders 16 patrijzen, klucht Omgeving Heusdense brug, Jeffrey Bouman 1 paar patrijzen met jong Babyloniënbroek, Hillsestraat, Rinus Punt 20 patrijzen, opvliegend Wijk en Aalburg, dijk 1 paar patrijzen met 1 groot jong Veen, Veensesteeg, beide Jan en Elly Honcoop 1 koninginnenpage Meeuwen, in de moestuin, Cees de Gast 1 zwarthalszwaan Biesbosch, Hans Brouwers

kolonie dwergvleermuizen 1 koninginnepage fazantenhen met 6 jongen 1 ijsvogel 5 patrijzen 1 steenuil 1 groene specht 24 ooievaars 6 ooievaars 6 huiszwaluwnesten 1 watersnip 550 kieviten

Genderen, Hans van Mersbergen Sleeuwijk, in voortuin, Els Capelle Wijk en Aalburg, Biesheuvelweg, Jeanette Pollema en Rinus Punt Giessen, fort, Wim Smits Genderen, Nieuwe Steeg, Cor Boer Genderen, dak buren, Hans Brouwers Genderen, in de tuin, Hans Brouwers Drongelen, Hans Brouwers Genderen, uiterwaarden, Hans Brouwers Sleeuwijk, Beukenhof op twee kopgevels, C.H. Lankhaar Sleeuwijk, Sleeuwijkerwaard, Karin Heerema Eethen, Oude Weidesteeg, Rinus Punt

Bedankt voor het melden, ik blijf op mijn post om nieuwe waarnemingen te noteren! 76

Met vriendelijke groet, Rinus. ✤


de activiteitenagenda PROGRAMMA NAJAAR 2026 Activiteiten worden vooraf aangekondigd in de streekbladen en Nieuwsflitsen. Let ook op onze website en op Facebook voor eventuele wijzigingen: www.altenatuur.nl en facebook.com/altenatuur. Noteer de data alvast in uw agenda! Voor vragen: info@altenatuur.nl

Filmvertoning 'Eat more trees' Vrijdag 6 november, inloop vanaf 19:30 uur, start om 20:00 uur.

Plaats: Fort Giessen, Giessensesteeg 2, 4283 HP Giessen. De werkgroep Voedselbossen van Altenatuur vertoont op het Fort de film Eat more trees. Een documentaire die een alternatief schetst voor het huidige landbouwsysteem door de focus te verleggen naar bomen, meerjarige gewassen en bodemherstel. Al nieuwsgierig? Kijk dan alvast de trailer van Eat more trees. De inloop is vanaf 19:30 en we starten om 20:00 uur. We hopen jullie daar te zien! Toegang gratis, iedereen welkom. Weet je nu al zeker dat je komt, laat het vast weten via voedselbossenwerkgroep@altenatuur.

Werk je mee op de Landelijke Natuurwerkdag? Zaterdag 7 november tussen 8:30 en 13:30 uur. Plaats: Emmikhovenseweg in Almkerk. Natuurwerkdag, de eerste zaterdag van november, is traditiegetrouw de start van het werkseizoen van de vrijwilligers van Altenatuur. In het hele land gaan vrijwilligers aan de slag om onderhoud uit te voeren in natuurgebieden, ook al bijna 25 jaar in Altena. Dit jaar gaan we aan de slag in de griend aan de Emmikhovenseweg in Almkerk. Dit is een traditionele wilgengriend die in een cyclus van 3 of soms van 2 jaren wordt afgezet. Het werk bestaat uit het wegslepen en opbossen van de wilgentakken die enkele dagen voor de Natuurwerkdag worden

77


afgezaagd. In de pauzes drinken we gezellig koffie en thee en rond de middag zijn er broodjes voor een lunch in het veld. Denk aan goed schoeisel, werkkleding en -handschoenen. Kom je meehelpen? We starten om 8.30 uur en eindigen rond half twee. In verband met planning/werkverdeling is aanmelding verplicht. Dit kan op www.natuurwerkdag.nl. Klik op deze site onder Vind een klus en voer als locatie Almkerk in en de afstand op 10km of zoom in op de kaart met Ctrl-scroll en kies de groene stip in Altena bij Almkerk. Meld je vervolgens aan door je gegevens in te vullen. Doe je mee? Wees er snel bij, op dag 1 van aanmelden waren er al 12 deelnemers, er is nog plek voor 38!

Energie update; Nederland wordt armer als we gas en olie blijven gebruiken. Dinsdag 17 november, inloop vanaf 19:30 uur, start om 20:00 uur. Plaats: Fort Giessen, Giessensesteeg 2, 4283 HP Giessen. Het is weer tijd voor onze jaarlijkse discussieavond over de energietransitie. JanDerk Stegeman en Goof van Vliet presenteren weer de nieuwste goede en betaalbare innovaties om schone in plaats van vervuilende energie te gebruiken.

Lezing Plaagdieren in de tuin; Van vertrappen naar vertroetelen. Dinsdag 26 januari, inloop vanaf 19:30 aanvang 20:00 uur. Plaats: Fort Giessen, Giessensesteeg 2, 4283 HP Giessen.

78 78

De kranten staan vol over hoe slecht het gaat met de natuur en de biodiversiteit. Dus als je geen chemisch poeder of verdelgende spray meer wilt gebruiken om onkruid en plaagdieren te bestrijden; wat dan wel? Hoe tuinier je zonder gif? Suze Peters schreef er een boek over: Het Plaagdierboek. Een leerzame en praktische gids met alle ‘lastige tuinbeestjes’ in de hoofdrol, zoals bladluizen, mieren, slakken, wespen, rupsen, mollen en ratten. Waarom zijn ze er en


wat zeggen ze over je tuin? Door hun rol in de tuin beter te begrijpen, merk je hoe nuttig en functioneel deze plaagdieren eigenlijk zijn. Ze zijn allemaal onderdeel van het grote ‘tuinvoedselweb’. Suze zal aan de hand van de bladluis uit de doeken doen hoe dit web werkt. En hoe je ermee aan de slag kunt in je eigen tuin. Na deze avond ga je anders naar plaagdieren kijken. Je leert ze kennen en begrijpen, zodat je meer tolerantie voor ze zult hebben. En ga je vanzelf minder vertrappen en meer vertroetelen. Het Plaagdierboek is op deze avond te koop voor €22,95. De toegang is gratis.

WERKOCHTENDEN BEHEERCOMMISSIE NAJAAR/WINTER 2026-2027 De komende periode zoeken we weer vrijwilligers voor het onderhoud van de natuurgebieden. Op 1 of 2 ochtenden per maand wordt gewerkt van 8:30 – 12:00 uur. Aanmelding niet nodig, voor vragen: info@altenatuur.nl De Altenatuur-werkochtenden zijn gepland op: Zaterdag 7 november: Landelijke Natuurwerkdag. Zie agenda hierboven. De overige Altenatuur-werkochtenden zijn gepland op: Zaterdag 21 november: Griendonderhoud: Opruimen wilgenhout. Plaats: Griend langs de Emmikhovenseweg in Almkerk, parkeren ter hoogte van de griend. Zaterdag 19 december en maandag 28 december (extra wekochtendenden): Griendonderhoud: Opruimen wilgenhout. Plaats: Griend langs de Wijde Alm ter hoogte van Waardhuizen. Parkeren: Bij binnenrijden in Waardhuizen net nadat je bent afgeslagen van de N322. Steek vervolgens te voet voorzichtig de N322 over naar de griend. Zaterdag 16 januari: Griendonderhoud: Opruimen snoeihout. Plaats: Bosje langs fietspad langs de Wijde Alm ter hoogte van Waardhuizen. Parkeren: Verzamelen: parkeerplaats aan de Poortweg, tussen Almkerk en Uitwijk Doe je ook mee? Graag! Laarzen, regenkleding en werkhandschoenen aanbevolen. ✤ 79


Kringloopcentrum Altena Héél divers! NIEUWE MEUBELEN? GROTE SCHOONMAAK? OPRUIMEN? VERHUIZEN?

BANKJE NODIG? OF EEN LEUKE BLOUSE? OF SERVIESGOED? OF DAT ENE BOEK?

Bel dinsdag t/m vrijdag van 9 tot 12 uur het Kringloopcentrum voor het ophalen van al uw bruikbare spullen!

Bezoek de Kringloopwinkel op de hoek van de Kerkstraat en de Woudrichemseweg in Almkerk!

OPENINGSTIJDEN KRINGLOOPCENTRUM maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag

winkel

inname bruikbare goederen

13.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 16.00 uur gesloten

--------------------09.00 - 17.00 uur -------------------09.00 - 17.00 uur --------------------09.00 - 15.00 uur

● Inzameling bruikbare goederen ● Educatie & Voorlichting

● Verkoop bruikbare goederen ● Recycling

Kerkstraat 1, 4286 BA Almkerk. tel. 0183-403080

www.kringloopcentrumaltena.nl 80 80


Colofon; foto's en illustraties ◆ ad.nl; blz. 7 ◆ altenanieuweenergie.nl; blz. 81 ◆ Cees van Andel; blz. 75 ◆ Ella van Belzen; blz. 73 ◆ Sylvia de Blom; blz. 1, 40 ◆ Dirna Boll; voorkant, blz. 28, 33, 35, 36, 42, 43 ◆ Astrid Bouman; blz. 73 ◆ Jeffrey Bouman; blz. 72 ◆ Ron Brouwer; blz. 43 ◆ Hans Brouwers;✓blz. 76 ◆ derivierennotarissen.nl; blz. 81 ◆ Henk van Diest; blz. 37 t/m 41 ◆ Opgewekt in Altena duylsbos.nl; blz. 68 ◆ ehm.nl; blz. 69 ◆ energiehuisaltena.nl; blz. 71 ◆ facebook.com; blz. op De Bloemplaathoeve! 78 ◆ GabrPawPixels; blz. 18 ◆ Erik Gouw; blz. 18 ◆ Margreet Gelsing; blz. 74 ◆ ErnstJan van Haaften; blz. 49 ◆ Jan van Haaften; blz. 29, 33, 47, 48, 49, 50, 53, 60, 61, 68, 70, 73 ◆ Simone Heiningen; blz. 15 ◆ ihschepers.nl; blz. 44 ◆ Sjaak Kant; blz. 64, 65 ◆ ✓ Alvan 3 jaar de groenste kringloopcentrumaltena.nl; blz. 72 ◆ Het Kontakt; blz. 31 ◆ leakorsgaard-alt.dk; blz. 66 ◆ energieleverancier Marianne Meijer; blz. 16, 17 ◆ Rieneke van der Neut - Ravensbergen; blz. 51, 52 ◆ Marga Oerlemans; blz. 2, 11, 20, 21, 74, 75 ◆ Niels van Pelt; blz. 2, 62, 63 ◆ Jan de Peuter; blz. 74 ◆ pixabay.com; blz. 3, 50 ◆ Kim Renders; blz. 22 t/m 27, 74 ◆ Saxifraga; blz. 67 ◆ ✓ Zónder Saxifraga/Hans Dekker; b.z. 45 ◆ Saxifraga/Theo Verstarel; blz. 67 ◆ Mark Siebers; blz. 55 ◆ singeluitgeverijen.nl; blz. 66 ◆ Rens Sommers; blz. 9, 10 ◆ Anthonie Stip; blz. 8 ◆ winstoogmerk Frank Talsma; blz. 57, 58, 59 ◆ Goof van Vliet; blz. 13,54, 55, 56 ◆ Vogelbescherming.nl; blz. 28, 30, 32, 34, 36 ,38, 40, 42 ◆ Vogeldagboek.nl; blz. 29, 30, 31, 33, 35, 37, 39 ,41, 43 ◆ Vogelskijken.nl; blz. 46 ◆ wwf.nl; blz. 12 ◆ youtube.com; blz. 77 ◆

s de groenste energie! mee om! Voor het laatste nieuws, de agenda

en achtergrondinformatie ga je naar ✔ Opgew www.altenatuur.nl. Nederland (e

ook in Al

a mee om!

✔ Al 3 jaar de energielev

es de groenste energie!

✔ Zón winstoog

Kies de groenste energie! Ga mee om!

Pak uw verbruiksgegevens erbij en vergelijk op www.altenanieuweenergie.nl 81 81


Het doel van Altenatuur • De mooie flora en fauna in het rijkgeschakeerde landschap van Altena in beeld, en onder de aandacht van de inwoners te brengen. • De bestaande milieukwaliteit en voorkomende biodiversiteit in Altena te behouden en waar mogelijk te verbeteren. • Bijdragen aan besef dat wij als inwoners verantwoordelijk zijn voor een gezonde leefomgeving en rijke biodiversiteit, voor nu en de toekomst. Altenatuur is betrokken bij: • Altena Nieuwe Energie

www.altenanieuweenergie.nl

• Kringloopcentrum Altena

www.kringloopcentrumaltena.nl

• Fort Giessen Beheer

www.fortbijgiessen.nl (o.a. Fort-educatie)

Activiteiten

• Diverse inventarisaties • Educatie • Nacht van de Vleermuis • Lezingen • Natuurwandelingen • Nationale Nachtvlindernacht

Werkgroepen

Voor contact:

• Beheercommissie

Jaap van Diggelen, Almkerk. 06-55570961

natuurgebieden • Gastlessen op basisscholen Henk van Diest, Sleeuwijk. gastlessen@altenatuur.nl • Natuurinclusief Altena

Jan van Haaften, Sleeuwijk. info@altenatuur.nl

• Milieu en Klimaat

Goof van Vliet, Woudrichem. 06-28703838

• Plantenwerkgroep

Margo van Beem, Babyloniënbroek. 06-55772591

• Voedselbossen Altena

Wijnand Veth, Nieuwendijk. 06-83083579 of voedselbossenwerkgroep@altenatuur.nl

• Uilenwerkgroep

Henk van Diest, Sleeuwijk. uilenwerkgroep@altenatuur.nl

• Vogelwerkgroep

Arie van den Herik, Woudrichem. 0183-304193

• Weidevogelbescherming

Marga Oerlemans, Wijk en Aalburg. 06-20548893 of weidevogelbescherming@altenatuur.nl

• Zoogdierwerkgroep

82

Jan van Haaften, Sleeuwijk. 06-49904862 of info@altenatuur.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook