4 TROTTOIR
V
ORIGE zondag, ergens in de Antwerpse Kempen. Bonkende bassen beuken door de bossen. Het klinkt alsof je een techno-event nadert. Bij nader inzien blijken de diepe bassen afkomstig uit boom cars, auto’s waarin vaak niet alleen de koffer, maar ook de volledige achterbank is opgeofferd voor een geluidsinstallatie van een slordige duizend watt en de bijbehorende gigantische luidsprekers. In de buurt van een omgebouwde Peugeot 206 cabrio trilt het asfalt. De eigenaar, in een zwarte overall en met een rood petje, staat naast zijn auto cool te wezen. De deuren en de koffer zijn opengeklapt om de voorbijgangers toe te laten bewonderende blikken te werpen op de rijdende geluidsinstallatie. Zo staan er honderden uitgebouwde sportieve en minder sportieve auto’s te glimmen op het tarmac van het voormalige militaire domein Teunenberg in Olen. De laatste meeting van het Belgische kampioenschap Tuning is in volle gang. Voor de niet-ingewijden is zo’n meeting niet meer dan een dure vorm van betaald parkeren. De bezoekersparking is weliswaar gratis, maar de overgrote meerderheid van de bezoekers zijn ook deelnemers: zij betalen tien euro per voertuig en vijf euro per inzittende om op een grote betonnen vlakte te staan, andere auto’s te bekijken en bekeken te worden. Ze maken zo ook een kans op een van de gegeerde bekers. Op het terrein zijn niet minder dan drie wedstrijden bezig, maar geen van alle heeft iets te maken met waar de auto eigenlijk voor bedoeld was: rijden. In een volledig verduisterde tent kunnen de liefhebbers van street glow equipment hun hart ophalen. Het is een nachtelijk paradijs voor de blauwe, rode en paarse under car kits, de stroboscooplampen en de ultraviolette lampen die het auto-interieur in een spookachtige sfeer laten baden. Naast het lichtspel wordt ook het klankspel apart beoor-
D E S T A N D A A R D Z A T E R D A G 16 , Z O N D A G 17 O K T O B E R 2 0 0 4
Je ziet ze steeds vaker, de auto’s met verlaagde vering, brede banden, opzichtige spoilers, donkere ruiten en dikke stereo’s. Elk weekend is er wel ergens een meeting waar de hele subcultuur op afkomt: veel jong volk, dat veel tijd en veel geld over heeft voor zijn hobby. ,,Drie maanden aan de slag met drieduizend euro aan polyester.’’ Jan Bosteels, foto’s Mine Dalemans deeld. Op een standje wat verderop keuren de heren van de Sound Quality de geluidsinstallaties voor een aparte competitie. Hoewel nadrukkelijk is aangegeven dat het hier geen wedstrijdje SPL (Sound Pressure Level) betreft waarbij het puur om het aantal geproduceerde decibels gaat, beoordelen de juryleden de kwaliteit veiligheidshalve vanachter een bureau, terwijl een microfoon in het afgesloten voertuig het geluid registreert. In het reglement staat aangegeven dat het geluid in de auto moet klinken alsof je vlak voor een groot concertpodium staat. In deze klasse is muziek beluisteren in de auto in principe nog mogelijk. In de IdBL-competitie, waarin het zuiver om de decibels gaat, is dat geen goed idee.
Kogelvrij glas Christof ‘Super Stanny’ Vanstaen uit Zwalm is de Belgische decibelkampioen. Zijn Opel Kadett dB Drag Car produceerde al 167,2 dB, dat is bijna zo luid als drie Boeing 747’s op volle toeren. Het wedstrijdreglement verbiedt deelnemers in deze discipline om tijdens wedstrijden in het voertuig plaats te nemen. De geluidsinstallatie wordt met afstandsbediening van buiten het voertuig bediend. Voertuig is misschien een groot woord
voor een auto die weliswaar nog rijdt, maar voor de rest totaal ten dienste staat van het produceren van lawaai. ,,De binnenkant is bekleed met plaatstaal van 1 cm dik’’, zegt Super Stanny. ,,De autoruiten heb ik vervangen door kogelvrij glas. Het gaat erom om zo weinig mogelijk energie naar buiten te laten ontsnappen. Het kogelvrij glas is ook wel nodig omdat een normale autoruit zou kunnen breken in deze extreme klasse.’’ Super Stanny gebruikt een versterker van 24.000 watt, die gevoed wordt door 21 autobatterijen. Twee subwoofers van 46 cm diameter produceren de diepe basgeluiden. ,,Underworld klinkt er het best op’’, zegt Christof, ,,maar je hoort natuurlijk alleen de bassen. En nee, ik ga nooit in de auto zitten als de installatie op vol vermogen speelt. Onder de 140 dB is geluid niet echt schadelijk, maar alles boven de 140 wel. Bij 160 dB voel je een enorme druk op je lichaam en ontstaan hartritmestoornissen.’’ Vanstaen begon tien jaar geleden als geluidsfreak en sindsdien verlegt hij elk jaar de grens van het lawaai. ,,In principe is er geen grens, het kan altijd luider.’’ Ondertussen zit Vanstaen op het niveau van wereldspelers in zijn discipline, die in de VS door duizenden
mensen wordt beoefend. In België komt niemand nog maar in zijn buurt. ,,Ik zit niet in een team, want mijn eisen liggen heel hoog. Het is moeilijk om van anderen te verwachten dat ze ook zo ver willen gaan, dus doe ik alles zelf,’’ zegt Vanstaen. ,,Wat het me kost? De uren mag je zeker niet tellen, dat zijn er te veel, maar voor de batterijen, de subs en de versterkers samen zou je in de winkel toch algauw 21.000 euro moeten neertellen. Gelukkig krijg ik wel korting, maar een echte sponsor heb ik niet.’’
Puistige twintigers Een passie voor onhoorbaar geluid uit een nauwelijks nog rijdende auto mag bizar klinken, geluidskwaliteit en geluidsvolume vallen tenminste nog objectief te meten, en de jurering is dan ook een zuiver technische kwestie. In de andere tuningcompetities heeft de jury een zwaardere klus. Elke autotuner streeft naar de allerindividueelste expressie van zijn allerindividueelste wagen. Geen enkele auto is gelijk en ‘mooi’ wordt een relatief begrip. Langzaam glijdt de ene auto na de andere naar de juryzone. Het gedrag van sommige bestuurders is aandoenlijk. Twee puistige twintigers rijden hun blauwe Japanner voor. Het lijkt een vrij gewone sportversie, tot de bijrijder gemaakt nonchalant zijn deur opent. De deuren klappen open naar boven in plaats van naar opzij. Enkele seconden later kruipt de jongen weer in zijn auto, nog altijd even cool, maar toch zichtbaar gesterkt door de bewonderende blikken van de omstanders. Iedereen toont in de paringsdans van de menselijke soort waar hij het best in is, en zoals dat in andere kringen het eigen lichaam is of een intelligent boek onder de arm, is het hier het zelf gepolijste en vervolmaakte koetswerk. Voor wie het nog niet helemaal gesnapt zou hebben, heeft een andere tuningfreak de volgende tekst op zijn achterbumper aangebracht: ,,Fuck me, I’m famous.’’ Tuning kan verslavend zijn en wie verslaafd is, moet diep in de portefeuille tasten. En over
Daverende decibels en
,,HET IS WEL LASTIG, JE KUNT JE AUTO NERGENS ACHTERLATEN OF ZE MAKEN ER KRASSEN OP’’
TROTTOIR 5
D E S T A N D A A R D Z A T E R D A G 16 , Z O N D A G 17 O K T O B E R 2 0 0 4
veel vrije tijd beschikken. De bezitter van een fraaie Opel Corsa, de ‘Grey Bat’, doet op drie A4’tjes uit de doeken wat hij allemaal zelf aan zijn auto heeft veranderd. Naast de Playstation achterin en de stroboscoop onder de bestuurdersstoel valt vooral het kroonjuweel op: een met de hand uitgesneden vleermuis in de motorkap. Het verslag vermeldt ‘160 uur werk’. Dat zijn meer dan vier werkweken van 36 uur. Een mens wordt er stil van. Tot hij twee rijen verder een andere geperforeerde motorkap aantreft. Iedereen probeert zo origineel mogelijk te zijn, maar het valt op dat er nogal wat vrijwel identieke accessoires circuleren. Zowat de helft van de deelnemers pronkt met een verchroomde brandblusser. Praktisch iedereen investeert fortuinen in lichtmetalen siervelgen. Nogal wat tuners hebben de ietwat onnozele gewoonte om bij hun geluidsversterker in de koffer een miniatuurversie van hun eigen auto te bevestigen, al dan niet geflankeerd door een teddybeer. Wie het kan, schildert zijn karretje bij voorkeur in kameleonkleuren, een speciale soort iriserende lak die van kleur verandert naar gelang van de lichtinval. Stabilisatievleugels (,,wings’’) zijn terug van nooit weg geweest, al is de ene wat subtieler dan de andere. Hetzelfde geldt voor bumperstickers en opschriften, die zelden zelfrelativerend zijn, maar wel een poging doen om vastgeroeste ideeën over tuning onderuit te halen.
Big boys, big toys Een gangbaar vooroordeel over tuners is dat ze met hun machtige auto en hun beukende geluidsinstallatie iets willen compenseren, of het nu verlegenheid is, woekerende jeugdpuisten of een te smalle borstkas. Speciaal om dat vooroordeel te counteren, is een slogan bedacht: ,,The bigger the boys, the bigger the toys”. Het doodrijdersimago van de tuners wordt dan weer gecultiveerd met de slogan op de voorspoiler ,,Guaranteed to decapitate anything above 10 cm’’. Maar het populairste
opschrift blijft ,,Tuning is not a crime’’. Het is een heikel punt: zelfs los van de alle geluidsnormen overschrijdende muziekinstallaties heeft het steeds extremer worden van het tunen ertoe geleid dat veel van wat in deze kringen als mooi en hip wordt ervaren, door de Belgische wetgever als illegaal wordt beschouwd. Bij de autokeuring wordt elke auto afgekeurd waarvan het koetswerk lager hangt dan negen centimeter van de grond. Laat het nu net het streven zijn van de tuner om het liefst zo laag mogelijk bij de grond te zijn — alleen in de letterlijke zin, uiteraard. De gevorderde tuner heeft er wat op gevonden. Door middel van perslucht wordt het koetswerk naar believen verlaagd of verhoogd. Auto’s die de meeting op vrij hoge poten binnenrijden, zakken met enig gesis van perslucht tot nauwelijks een centimeter boven de grond. Mooi meegenomen, een auto die sist en fluit naar de meiden, zodat de bestuurders zelf hun waardigheid kunnen behouden. Ook op getinte ruiten heeft de wetgever het niet begrepen, terwijl niets mooier is dan je autoruiten een kleurtje te geven dat mooi past bij je autolak: voor de ene donkerrood, voor de andere donkerblauw, voor sommigen ondoorzichtig zwart, de boerka onder de autoruiten. Bij de autokeuring worden alleen getinte en ondoorzichtige ruiten achteraan toegelaten.
Passie voor polyester Ook aan motoren en uitlaten wordt heel wat gesleuteld. Het is voor veel tuners vaak niet de essentie om snel te gaan — hoe zou dat ook kunnen, met zo’n verlaagd koetswerk op onze met verkeersdrempels bezaaide wegen? — maar om een mooi geluid te produceren, een machtige raceklank die de pitspoezen doet smachten naar meer. Wat de aanwezigheid van vrouwelijk schoon betreft, valt de meeting overigens nogal tegen. Geen nood, een zich respecterende tuningmeeting voorziet uiteraard in een striptease-act. Maar wie een
blinkend chroom Tuning is not a crime (maar wel laag-bij-de-gronds)
fors uitgebouwde siliconenbabe had verwacht, komt bedrogen uit: het meisje is helemaal niet getuned. Toch is het niet de blonde diva die de mannen naar de meeting lokt. Het is zelfs niet het bier — ze moeten allemaal nog rijden, natuurlijk. Standjes met de nieuwste tuningsnufjes zijn er nauwelijks. Dat kan het dus ook niet zijn. ,,Een tuningmeeting is in de eerste plaats een sociale gebeurtenis’’, zegt Régis Sanchez (29), een deelnemer uit Sint-Lambrechts-Woluwe. Zijn rood-zwarte Mazda RX8 is zowat de enige auto op deze meeting waar ik zelf nog mee zou willen rijden: smaakvol, naar tuningnormen vrij sober onder handen genomen, met mooie, omgekeerd openzwaaiende achterdeuren (‘suicide doors’) en een strak zwart-rood leren interieur met verchroomde details. Zijn Mazda heeft als toegevoegde waarde een fors uitgebouwde neus, een verbreed koetswerk, achteraan een ferme wing met duivelsoortjes en op de voorruit het opschrift ‘Devils Gothic Team’. Sanchez is automechanicien, met een passie voor polyester. Hij stak twee en een halve maand in de transformatie van zijn wagen. Het financiële plaatje valt al bij al nog mee, vindt hij: ,,De auto heeft me ongeveer dertigduizend euro gekost, het polyester drieduizend en de stereo-installatie ongeveer driehonderd euro.’’ Elke zondag trekt Sanchez met zijn vriendin en zijn maten van het Devils Gothic Team naar een van de vele meetings. ,,We trekken ook naar Frankrijk en Nederland. We kennen zo ongeveer iedereen in het wereldje. Er heerst doorgaans een gemoedelijke sfeer en je weet altijd wat te doen in het weekend.” De grootste angst van de tuner is de jaloerse medemens, vertelt Sanchez. ,,Mijn vorige getunede auto hebben ze proberen te stelen, deze gelukkig nog niet. Het is wel lastig, je kunt hem niet zomaar ergens achterlaten of ze maken er krassen op. Maar ja, passie voor alles, he. En ik ben ook goed verzekerd.’’ Voor deze autotuner is het overigens wél belangrijk wat er onder de motorkap zit: ,,De RX8 heeft een wankelmotor die 192 pk ontwikkelt. Je haalt er wel 235 km per uur mee, maar dat is een beetje te snel, hé. Voor mij primeert het plezier om ermee te rijden en een totaal unieke motor te hebben.’’ Af en toe valt Sanchez in de prijzen, getuige de grote beker op de achterbank. ,,Misschien maak ik ook vandaag wel een kans: het is een model dat je hier niet vaak ziet.’’
Kansloze Kadett Benieuwd wat de jury er in Olen van denkt. De juryvoorzitter, Wim Augustijns, deelt mijn enthousiasme voor de Mazda niet, of is het zijn legendarische objectiviteit die zijn gezicht tot een pokerface herleidt? ,,We proberen vooral zo eerlijk mogelijk te zijn’’, zegt Augustijns. ,,Daarom beoordelen twee juryleden elke auto afzonderlijk en tellen we daarna de punten samen. Deze RX8 krijgt van mij voor mijn eerste indruk 85 op honderd.’’ Een seconde later wijst Augustijns een onvolkomenheid in het koetswerk aan. Het door mij bewonderde interieur krijgt een schamele zestig op 100 ,,omdat dat van zijn eigen al heel schoon is.’’ Dat is de essentie van tuning: het doet er nauwelijks toe van welke basis je vertrekt, het gaat er om de auto volledig uit te kleden en hem daarna volledig opnieuw aan te kleden met aangepast materiaal. Even later bewijst de pokerface van Augustijns opnieuw zijn nut. Een totaal kansloze oude Kadett komt zich laten keuren, maar wordt even objectief gekeurd als elke andere deelnemer. ,,Niet iedereen heeft even veel geld,’’ zegt Augustijns, ,,En voor zo’n jongen is zijn auto de mooiste die er bestaat. Elk weekend zijn er zo’n 1.200 liefhebbers die een meeting bezoeken. Vandaag zijn er toch al een stuk of 500 langs de jury gepasseerd. Tuning is een passie: je weet waar het begint, maar niet waar het eindigt. Hoewel, ik heb de indruk dat de meeste deelnemers niet ouder zijn dan 28. Als ze trouwen en een huis moeten bouwen, hebben ze meestal de tijd en het geld niet meer voor hun hobby.’’
Elk weekend prijs: honderden uitgebouwde auto’s, duizenden autofreaks.
Van 30 oktober tot 1 november heeft in de Nekkerhallen te Mechelen het International Tuningsalon plaats, met 4.500 wagens op 26.000 vierkante meter. ■ www.internationaltuningsalon.be
DOOR DE WEEK
[?]
QUE
Verwaarloosbaar Dat 12 van de 280 Congolese officieren, op oefening in België, deserteerden, vond hun generaal Dieudonné Banze négligeable, verwaarloosbaar. We hebben het even omgerekend. Het gaat om 4,2 procent van zijn troepen. Dat percentage steeg toen daarna nog vier Congolezen het hazenpad kozen. Ondanks de verwaarloosbaarheid van het verlies, moest het peloton officieren wel als een dief in de nacht het land uit. Waar de Congolezen ondertussen zijn, mag Joost weten. We weten evenmin waarom ze niet terug naar huis willen. Tenzij ze van België houden, zijn volk en zijn leiders. Had de Congolese generaal gelijk? Omdat alles relatief is, hebben we de puike documentalisten van De Standaard laten opzoeken hoe omvangrijk of minuscuul zo’n percentage is. Vandaag is het dag van de extreme armoede. Zo’n zeven procent van de Belgische bevolking staat arm genoteerd in de statistieken. Ach, dat is verwaarloosbaar, moet Banze denken. We praten er niet meer over. De Vlaamse Grondbank meldde dat vier procent van onze grond vervuild is. Wat stelt dat nu voor? Tele-Onthaal weet dat vier procent van de Vlamingen zich eenzaam voelt. En dan? Vier procent van de Gentse huizen heeft geen badkamer. Geen probleem. Deze week raakte bekend dat de commerciële omroepen de jaarlijkse dotatieverhoging met 4 procent aan de VRT willen afschaffen. Waarom zich daar druk over maken? En wat dan te denken van deze? Ene Pierre Le Roy maakt sinds 2002 een soort mondiale geluksindex. Hij ontdekte dat het geluk sindsdien gestegen is met vier procent. Ik vermoed dat het geluksgevoel van de gedeserteerde Congolezen met minstens vier procent is gestegen. Maar ja, dat is verwaarloosbaar. (mvds) Deze rubriek plukt elke week een ‘nieuw’ woord of begrip uit de actualiteit. ■ www.standaard.be/que