National Classic Tour
Hoordekleppen tikken
D
e National Classic Tour is een regelmatigheidsrace voor (sport)wagens gebouwd tussen 1930 en 1965. Bij een regelmatigheidsrace staat een constante snelheid voorop, of een ideaal gemiddelde: 45 km/u voor de auto's van voor 1950, 50 km/u voor de recentere modellen. Dat klinkt gemakkelijker en gezapiger dan het in werkelijkheid is. De editie 2007 volgt 1.600 km over de openbare weg, van Brussel tot in Monaco. Snelwegen en tunnels worden gemeden, de route loopt over mooie landwegen en bergpassen die via haarspeldbochten worden bereikt, net zoals dat in de jaren vijftig het geval was. Met een inschrijvingskost van 6.980 euro per team en de fenomenaal stijgende kosten voor aankoop en onderhoud van degelijke oldtimers is deze race enkel weggelegd voor de happy few. Tientallen captains of industry verschijnen aan de meet in dit trouwens opvallend Belgische evenement: slechts twee van de ingeschreven teams, die bestaan uit een piloot en een copiloot, hebben niet de Belgische nationaliteit.
Polygamie in de garage
Jozef Dockx (55) is een deelnemer van het eerste uur. Alles in zijn leven staat in het teken van auto's. Hij is oprichter en ceo van de groep Dockx, vooral bekend als auto- en vrachtwagenverhuurder. In zijn bureau staat een Packard achter glas te pronken, in zijn garages fonkelen onder meer een Jaguar Mark IX, een Jaguar Mark XK 150 S, een Austin Healey uit 1963, een Morris en nog acht oldtimers. Hoe wordt een man van eenvoudige komaf een oldtimerverzamelaar? 'Op mijn achttiende ben ik met mijn broer, die inmiddels overleden is, naar Frankrijk vertrokken om auto's te zoeken. We hadden tienduizend Belgische frank (250 euro) en zochten oude Citroëns, Traction Avants van de jaren veertig en vijftig. In de jaren zeventig moest je gewoon de routes nationales afrijden en je ogen goed openhouden bij boeren en garagehouders.' Terug in Antwerpen bleek algauw dat de oldtimers, die Dockx eigenhandig opknapte, begeerde objecten waren. Hij sleepte honderd Traction Avants de grens over en legde de basis van zijn bedrijf toen hij in 1987 de Belgische oldtimerbeurs stichtte en ze later van de hand deed om zich volledig op de verhuur van nieuwe voertuigen te richten. 'Maar van de liefde voor oud ijzer geraak je nooit meer af', zegt Jozef Dockx. 'Het kruipt in je bloed.' Wat is voor hem de ultieme oldtimer? 'Die heb ik net
Vandaag, zaterdag 22 september vertrekken in Brussel een zeventigtal oldtimers voor een race van een week naar Monaco. Zitten er achter het stuur ook uitsluitend krasse knarren? _ door jan bosteels, foto's koen bauters
gekocht! Mijn hele leven heb ik gedroomd van de Mercedes-vleugeldeur en nu heb ik erin geïnvesteerd. Ik ben er zeker van dat die binnen de vijf jaar een miljoen dollar waard is. Ik moest hem nu kopen. De laatste vijf jaar zijn de prijzen van de top-level auto's - vanaf 200.000 euro - verdubbeld. Er zijn maar zoveel duizend Healeys of Jaguars van een bepaald type meer, het is dus behoorlijk exclusief. Zoals kapitaalkrachtige mensen investeren in antiek of kunst, beleggen ze nu ook in auto's. Maar het is wel belangrijk dat je de markt kent en dat je koopt wat je graag ziet. Je moet ervan houden.' Oldtimers zijn voor Jozef Dockx niet alleen objecten om naar te kijken, maar vooral ook om mee te rijden. 'Tegenwoordig koop ik ze rijwaardig, omdat restauratie zoveel geld kost. In het weekend rij ik quasi altijd met een of ander oud ijzer, of ik doe mee aan een rally of een evenement. Onlangs ging ik naar het Goodwood Festival of Speed. Wat Ascot is voor de paarden, dat is Goodwood voor autofreaks. Ik was er met de Jaguar XK 150 Roadster, samen met tien vrienden en hun auto's. Je mag er alleen binnen in de klederdracht van de jaren dertig. In de paddock mag je alleen binnen als je een das draagt. Ik loop er rond in een ruitjespak met leren ellebooglapjes, maar het is niet carnavalesk. Zowat de helft van de mensen die in de National Classic meerijden, was trouwens in Goodwood. We kennen mekaar allemaal. Anderen houden zich bezig met paarden, zeilen, tennis of voetbal, wij met auto's.' Wat is precies het plezier van het rijden met oude auto's? 'Het is veel onveiliger, het regent binnen, in de zomer is het snikheet. Het is basic, en elke auto heeft zijn eigenheid. In de Mercedes met vleugeldeur kan je in de zomer niet rijden vanwege de hitte. De uitlaat loopt onder de chauffeur door en is niet geïsoleerd. Voor de winter is het ook een slechte auto, want de verwarming kan je vergeten en als het vochtig is, dampt alles aan. Het is een beetje
Van de liefde voor oud ijzer geraak je nooit meer af. Het kruipt in je bloed
Jo
10
maandag 21:25:30
maandag 21:25:30
AUTO
zoals zeilen: een motorboot is veel comfortabeler, maar zeilen is uniek.' Voor Dockx is zijn liefhebberij ook een vorm van nostalgie. 'In Amerika heb ik een Studebaker Silver Hawk van 1958 gekocht. Mijn vader had er zo één ten tijde van mijn eerste communie. Nog iets: veel snufjes die vandaag in auto's zitten, zijn in die oldtimers al aanwezig. Mijn Packard van 1941 heeft een automatisch dak. Bovendien boeit het artisanale mij: het houtwerk, het gecraqueleerde leer opgevuld met paardenhaar. En die sound: je hoort de kleppen nog tikken. Zoals een muzikant anders naar muziek luistert dan u en ik, luistert een autoliefhebber anders naar een motor. Mijn zoon is negentien en een hele toffe kerel, maar hij kent niets van techniek. Hij mag niet met mijn oldtimers rijden zolang hij geen basis automechanica kent. Wat is een kleppensysteem, een nokkenas, hoe ververs je olie?' Helemaal enthousiast wordt Jozef Dockx als hij praat over de bergpassen die hij met 50 km/u op- en afrijdt. 'Onderweg word je onverwacht geflitst door de organisatie, en je moet precies de opgegeven snelheid halen. Een seconde te snel of te traag levert strafpunten op. Naar boven door die haarspeldbochten, dat is een rollercoaster. En naar beneden, dat gaat niet over: wat kan ik? Maar: wat durf ik? Prachtig. In mijn Austin Healey met 100 pk extra schuif ik door de bochten naar boven. Ik kan mijn naam met rubber op de weg schrijven. De Austin Healey uit 1960 is een drieliter, zescilinder, voor zijn tijd al een extreem zware sportwagen. Met zijn korte wielbasis is hij ideaal voor in de bochten. Het is naast de Porsche de ideale raceauto voor in de bergen. Maar de Austin heeft veel meer pk's. Pure power.' De aficionado koestert zijn wagens. 'In het weekend ga ik graag rijden samen met mijn vriendin. Maar het gebeurt even vaak dat ik achter de hoek al terugdraai omdat ik donkere wolken zie. Het zijn mijn vrouwen: ik zie ze allemaal even graag. Ik ben polygamist op dat vlak. Er zijn nachten dat ik om drie uur in mijn garage met een sigaar zit te genieten van dat oud ijzer, die vormgeving, die waargemaakte dromen. Als jonge kerel kon ik me niet voorstellen dat ik dat ooit allemaal zou hebben. Het wordt nooit de normaalste zaak van de wereld.'
Geen cadeautjes
De gedoodverfde winnaars Stephan en Alexia Schrauwen kaapten al vier overwinningen weg in de National Classic Tour. Ook dit jaar verschijnen ze weer aan de start met hun BMW 328 van het bouwjaar 1937. Stephan Schrauwen is bedrijfsleider, rallypiloot en oldtimerfanaat. Hij reed meermaals de 24 Uur van Zolder en van Le Mans, zegevierde drie jaar op rij in Luik-Rome-Luik, maar vindt de National Classic Tour een van de mooiste races die er zijn. Stephan Schrauwen werd op zijn vijftiende door de oldtimermicrobe gebeten. Vanaf zijn achttiende racet hij met oldtimers en met recente modellen, op de weg en op het circuit. Zijn liefde voor vooroorlogse modellen is van recentere datum. 'Met Belcar-racen ben ik gestopt', zegt Schrauwen. 'De mentaliteit is walgelijk. Niemand gunt iemand iets. Het publiek en de sfeer bij de vooroorlogse auto's Jozef Dockx: ’Mijn oldtimers zijn mijn vrouwen:ik zie ze allemaal even graag.’ DSM M A G A Z I N E 22 september 2007
11
is veel plezanter. De oudste auto's mogen als eerste vertrekken, de mechaniek is simpeler en iedereen helpt iedereen. Begrijp me niet verkeerd: er wordt bij ons ook gereden op het scherp van de snee, maar we zijn allemaal mensen die voor eigen rekening rijden en geen huurpiloten die een ongeluk veroorzaken als ze niet kunnen winnen. Er worden geen cadeautjes uitgedeeld, maar we gaan wel als gentlemen met elkaar om. Oldtimers zijn bovendien mooiere auto's. En snel. Een BMW 328, dat is een vliegmachien. Eigenlijk sneller dan een Austin Healey.' De Natonal Classic Tour rijdt Stephan Schrauwen aan de zijde van zijn vrouw Alexia. 'Vanaf de eerste keer dat ik meereed, hebben we gewonnen', zegt Alexia. 'Sindsdien moet ik altijd mee.' Hoe komt het dat het team zo succesvol is? 'Ervaring en regelmaat', zegt Stephan. 'Ik blijf gewoon aan 45 km per uur rijden, als het moet tien kilometer aan een stuk op vlakke weg. Maar ik neem ook mijn bochten aan 45 per uur en ik stop niet. Nooit. Als ik ergens tijd verlies, dan haal ik hem terug in. De wendbaarheid van de BMW leent zich daar goed toe. Berg op, berg af: hoe steiler hoe liever.' Je voorbereiden op de National Classic is onmogelijk, vertelt Alexia. 'Je krijgt je roadbook de avond voor het vertrek. Ik bekijk dat dan even, duid hier en daar iets aan in fluo. Maar het heeft geen zin om erop te zitten studeren. Mijn man en ik zijn perfect op mekaar afgestemd, al luistert hij vooral naar zijn motor.' Wat maakt voor de copiloot precies het plezier uit? Alexia Schrauwen lacht kort. 'Plezier heb ik er niet aan. Ik wil het echt goed doen, dus voor mij is het stress van dag één tot dag vijf. Als ik uit die auto stap, ben ik steendood. Ik weet wat mijn man van mij verwacht. In het begin heb ik weleens een foutje gemaakt. Dan reed Stephan alsof mijn laatste uur geslagen is.' Stephan Schrauwen vult aan: 'Als je gemiddeld 45 mag doen, moet je negentig of meer halen om het goed te maken als je fout bent gereden. Dat is hard. In dorpen probeer ik me aan de opgelegde maximumsnelheid te houden. Als ze je één keer pakken, is de rally voorbij. In de jaren negentig reden wij met tweehonderd per uur door zo'n dorp. In Italië kon alles. We werden gepakt aan 168 waar we 30 mochten, en kwamen er met een verwittiging van af.' Na een dagrit van soms tien uur, kunnen de deelnemers van de National Classic verpozen in uitgelezen hotels op prachtige locaties. 'Maar voor ons is er geen tijd om te feesten', zegt Stephan. 'Je zit de hele dag in de wind en de regen, of je hebt de zon op je kop: dat is vermoeiend. Servosturen en -remmen hebben onze auto's niet. Of dat gevaarlijker is, weet ik niet. Ik rij er in ieder geval liever mee dan met een hedendaagse auto: het rijdt als een gocart. Je hoort alles. We nemen trouwens geen bagage mee, alleen reserveonderdelen. 's Avonds is het wel een beetje werken. Ooit heb ik met een vriend zelfs de voorvering vervangen.' Stephan Schrauwen bezit een tiental oldtimers, waaronder een Chevron B8, twee BMW's 328, BMW 507, twee Aston Martins en een paar Porsches. 'Op het circuit rij ik liever met de Chevron dan met een moderne Porsche. De B8 rijdt even snel en je hebt echt contact met het asfalt, zonder servoremmen. In de 24 Uur van Le Mans ga ik tot 285 km/u. Maar ik heb hem wel laten ombouwen met een gehomologeerde rolkooi. Daarmee weegt mijn auto 150 kilo meer, maar ik vind het belangrijk om mijn benen nog te hebben als ik tegen een muur crash. Het is in feite niet meer dan een plastieken carrosserie met een buizenchassis. Elk jaar laat ik trouwens mijn ophanging veranderen. Op rollagers en assen mag je niet besparen, op mijn BMW staan nieuwe remmen. Je kan alle onderdelen nieuw krijgen bij BMW, Aston Martin en Chevron, en ik vervang alles zelf. Dan weet ik meteen hoe de klus is uitgevoerd.' Een autoliefhebber als Stephan Schrauwen zit avonden aan een stuk te sleutelen in zijn garage. 'Sommige auto's koop ik als wrak, ik knap ze helemaal op en ze nemen alleen maar toe in waarde. Eén keer is een restauratie niet gelukt. Het was een Jaguar E-type. Die heb ik uit miserie opnieuw verkocht. Jaguar is mijn merk niet. Ik had alles vernieuwd en hij lekte langs alle kanten. Ik kan dat niet verdragen: ik heb een witte vloer in mijn garage en die moet smetteloos blijven. De E-type is een mooie auto, maar ik had altijd ellende met de carburator en de brand-
12
maandag 21:25:54
Oldtimers zijn mooiere auto’s. En snel. Een BMW 328, dat is een vliegmachine
stofpomp. Veel van die onderdelen worden nagemaakt in China en Taiwan en dat lijkt nergens naar.' Voor Stephan Schrauwen staat de fascinatie voor de antieke maar degelijke techniek voorop, nostalgie is aan hem niet besteed. 'Ik was in Goodwood, waar iedereen verkleed rondloopt. Hopeloos erover vind ik dat. Ik heb respect voor de techniek en hou alles origineel, maar we leven wel in 2007. Voor mij geen gekke hoeden of vestjes met ellebooglappen. Ik verkies een waterdichte jas, niet een uit de jaren vijftig.'
Dames & bekers
De wereld van de oldtimers is een mannenwereld. Slechts twee volledig vrouwelijke teams doen mee aan de National Classic. Charlotte Castelein zit aan het stuur van een Austin Healey MK III uit 1965, met als copilote binnenhuisarchitecte Els Schamp. Bij de familie Castelein, eigenaars van de firma Isocab, zit de liefde voor oude auto's in de genen. Vader Castelein deed met een Mercedes 300 SL uit 1962 mee aan de eerste editie van de race. Jean-Claude en Jacques, de oudere broers van Charlotte, bekampen haar in hun Ford Mustang Shelby 350 GT uit 1965. Charlotte en Els zijn niet aan hun proefstuk toe. Ze reden al races in Marokko, de rally's van Ieper, Roeselare, Monte Carlo en LuikRome-Luik, en behaalden de damesbeker in de National Classic van 2002. De taken in het damesteam zijn duidelijk verdeeld, zegt Els Schamp. 'Ik hou het roadbook in de gaten, de tripmaster en de chrono. Ik geef sigaretten, drank en eten aan. Zelf heb ik helemaal geen verstand van auto's.' Snelheidsraces rijden de vriendinnen met een Mini Cooper of een Porsche, voor de regelmatigheidswedstrijden komt de Austin Healey van stal. Wat is voor Charlotte Castelein het grootste plezier aan de wedstrijd? 'Je ziet wat van het landschap en ik hou van de competitie. Oorspronkelijk waren we blij dat we een wedstrijd uitreden, maar eens de damesbeker binnen is, begint het jagen in het klassement. Vorig jaar stond ik de eerste dag zelfs voor mijn broers.' Wat maakt een team goed? Els Schamp: 'In een rally moet je elkaar kunnen vertrouwen. Als Charlotte op een bepaalde manier een bocht aansnijdt, dan weet ik dat dat een berekend risico is. Bang ben ik nooit. Voor mij gaat het nooit snel genoeg. Als copiloot mag je niet misselijk
Stephan en Alexia Schrauwen: ’We hebben samen elke race gewonnen.’
worden in de auto en nooit bang zijn. Aan de andere kant moet Charlotte mij ook vertrouwen. Een navigatiefout kan ons veel punten kosten. Zo heb ik het nog altijd niet verteerd dat we vorig jaar door een flagrante fout in mijn tijdberekening de damesbeker uit handen hebben gegeven.' Gebeuren er soms ongelukken? 'De National Classic is zeker niet de gevaarlijkste race', zegt Charlotte Castelein. 'In Luik-Rome-Luik hebben we eens neus aan neus gestaan met een vrachtwagen die zijn bocht heel ruim had genomen. Onze remmen kleefden aan elkaar, Els
maandag 21:25:54
Charlotte Castelein (links) en Els Schamp: ’In een rally moet je elkaar vertrouwen.’
vloog onder het dashboard. Nee, we doen onze gordels eigenlijk niet aan, maar ik heb wel een rolkooi in de Healey laten bouwen.' Buiten olie verversen en de bandendruk controleren, houdt Charlotte zich niet met de auto bezig. Samen met een aantal andere teams nemen ze een assistentiewagen met twee mecaniciens mee voor het broodnodige sleutelwerk. Er bestaat een rally enkel voor vrouwelijke chauffeurs, de Rallye des Princesses. Is dat niets voor het damesteam Castelein-Schamp? Els Schamp: 'Hoe meer vrouwen, hoe meer vrouwelijke toestanden je krijgt. De sfeer is anders. In een rally als die van Monte Carlo of de National
Gevaarlijk? We doen onze gordels niet aan, maar we hebben wel een rolkooi in onze Healey laten bouwen
Classic speelt kledij geen rol, het is ieder voor zich. Dan kom je echt voor de sport, niet voor wat je 's avonds aantrekt.' Charlotte Castelein lacht: 'Toen we vorig jaar de damesbeker in de rally van Monte Carlo wonnen, is mijn moeder nog op het vliegtuig gestapt met galakledij, want die had ik niet bij.'
www.nationalclassic.be
DSM M A G A Z I N E 22 september 2007
13