Skip to main content

Infobas december 2023

Page 1

Info-Bas INFORMATIEBLAD VOOR DIRECTIES BASISSCHOLEN VAN HET GO! ONDERWIJS VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

uitgave oktober l november l december 2023

INHOUDSTAFEL

DRIEMAANDELIJKSE UITGAVE verantwoordelijk uitgever: Didier Van de Gucht, Warmoeshof 6, 1853 Strombeek-Bever afzendadres + maatschappelijke zetel: GO! Basisschool De Uitvlinder, Noordervest 33, 3990 Peer ondernemersnummer: 0 441 646 146 – Vrij van BTW afgiftekantoor: 3990 Peer erkenningsnummer: p309839

Bestuursleden en contactpersonen VIRBO

2

Editoriaal: woord vooraf Voorzitter

3

VIRBO nodigt uit

4

Ook basisonderwijs krijgt master

5

Een wildgroei aan pseudowetenschappelijke behandelingen

6

VLOR wil geen eindtermen voor kleuters

7

Opgroeien in armoede gaat niet over lege brooddozen, maar…

7

Wat is het punt van punten?

8

Leren, levenslang, echt?

10

Onderwijsinspectie heeft weinig impact op onderwijskwaliteit

13

Fotoreportage netwerkdag 1

14

We verpesten het leesplezier

15

Steeds meer leerlingen en kleuters in buitengewoon onderwijs

16

Waarom 10.000 Waalse jongeren in Vlaanderen naar school gaan

19

Weet wat en waarom je toetst

20

De grote blinde vlek in het onderwijsdebat

22

VIRBO-Congres volledig programma

26

VIRBO-Congres wie en wat

26

Fotoreportage: senioren op excursie

28

Seniorenwerking

30

Er broeit wat bij onze noorderburen

32

In een witte school lijkt het onderwijs beter

37

Kralen kleuren en ganzenbord

41

Vertegenwoordigers VIRBO

44

Wat verwacht VIRBO van bestuursleden?

44

Wat doet VIRBO voor u?

45

Het onderwijs digitaliseren, maar…

46

Planning VIRBO

47

Colofon

47

1


Virbo: Bestuursleden en contactpersonen

Sgr 1: GO! Antwerpen

Sgr 15: Xpert

Sgr 26: Mandel en Leie

-

-

-

-

Francine NOOYENS 0494/21 77 93 francine.nooyens@go-antwerpen.be Bart ANDRIES 0475/98 60 37 bart.andries@go-antwerpen.be

Sarah CANDREVA - 011/61 12 37 sarah.candreva@gmail.com

Sgr 16: GO! Next -

Stephan JANS 012/67 24 40 stephan.jans@bsdeeikwellen.be

-

-

Sgr 3: Invento Sgr 17: Waasland Sgr 5: De Maneblussers

-

Frank THIENPONT 015/20 38 96 debaan@telenet.be

Tine VAN RAEMDONCK 0479/79 69 59 directie@bsdewatertoren.be

Conny WALLYN 0479/64 00 02 conny.virbo@gmail.com Stefaan CARPENTIER 0473/54 41 56 stefaan.carpentier@basisschoolkuurne.be Klaas BRUNEEL 0499/21 37 70 klaas.bruneel@detaalkoffer.be

Sgr 27: Stroom -

Sgr 18: Het leercollectief

Cynthia.CALLEBOUT 0468/27 47 20 cynthia.callebout@demorootjes.be

Sgr 6: Rivierenland -

Tom CORNU 0477/40 66 21 tom.cornu@kasteeltje-puurs.be

Sgr 19: Dender -

Lieve WELLEMAN 0498/90 18 00 directie@bsmolenveld.be

Sgr 28: Westhoek Senioren: -

Sgr 7: Fluxus Sgr 20: Zuidoost-Vlaanderen Sgr 8: Brussel -

-

-

Barbara DANIS 0477/54 69 50 barbara.virbo@gmail.com Didier VAN DE GUCHT 0486/91 68 81 didier.van.de.gucht@gmail.com Lisa JANSSENS 02/241 58 09 directie@de-wegwijzer.be

-

-

Sabine EEMAN 0474/33 61 12 eemansabine@gmail.com Nora VYNCK 0479/31 79 27 Nora.vynck@gmail.com

-

-

-

Sgr 21: Vlaamse Ardennen -

Katty VANHOECKE 0497/68 94 16 decroly.kleuter@sgr21be

-

Sgr 9: Un!k Sgr 22: GO! Gent Sgr 10: Scoop -

-

Nancy PEETERS 0496/08 88 68 nancy.peeters@scoop.be

Ivan LEROY 0476/24 37 87 ivan.leroy@scholengroep.gent

Sgr 23: Meetjesland Sgr 11: Huis 11

-

Sgr 12: Adite Sgr 13: Zuid-Limburg -

Dimitri LAMBRECHTS 0473/52 41 35 dimitri.lambrechts@debloesem.be

SGr 14: Maasland -

Pietro FALCONE 0471/45 31 52 pietro.virbo@gmail.com

-

-

Ludo DAELEMANS 0473/86 36 28 lode.daelemans@skynet.be Noël DEVOLDER 0486/41 71 34 noel.virbo@gmail.com Erik VAN LAERE 0475/38 20 06 erik.virbo@gmail.com Rudy STERCK 0477/35 50 58 rudy.virbo@gmail.com Karien ALLEMAN 0485/06 43 25 karien.alleman@proximus.be Gerda CALDERS 0495/63 11 98 gerda.calders@gmail.com Geert WILLAERT 0476/43 50 72 geert.virbo@gmail.com

Brigitte VAN ASSEL 0476/46 38 85 brigitte.van.assel@sgr23.be

Sgr 24: Deinze – Tielt Sgr 25: Impact -

Mike GOUDESEUNE 0486/90 38 09 mike.virbo@gmail.com

Wil jij jouw sch vertegenw olengroep oordigen? ➝ didier.v an.de.guc

ht@gmail

2

.com


Editoriaal NEEM EVEN DE TIJD VOOR EEN POSITIEF BERICHT…. Want in deze tijden is dit echt nodig! Zowel in de geschreven als in de gesproken pers, waar gaat "deze wereld" naartoe? We lezen of horen niets anders dan over ongelukken, rampen en oorlog. En het onderwijs dan? De lijst van vacatures wordt steeds langer, de vervangingen bijna onmogelijk … de scholen waar er voor elke klas een leerKRACHT met een pedagogisch diploma staat wordt met de dag schaarser. Met het eindejaar van 2023 in het zicht willen wij echter op de positieve zaken focussen. Allereerst kan het onderwijs gelukkig rekenen op heel wat supergemotiveerde multitaskers die zich elke dag weer “smijten” voor de leerlingen op hun school. Mensen waar flexibiliteit, engagement en toewijding in de kern van de genen zit. Die weer eens schakelen bij een wijziging, die met de glimlach (al is die soms klein) een klas overnemen, bijspringen bij toezicht of opvang, in de keuken bijspringen … elke school heeft zeker wel zo enkele “duizendpoten” in het lerarenkorps, de directeur op kop… Daarom zet VIRBO dit jaar in hun 4 evenementen sterk in op personeelsbeleid; tips, tools en tricks aanreiken om deze mensen aan boord (en staande) te houden zijn essentieel vandaag. De 1ste netwerkdag over dit onderwerp was alvast een groot succes. We kijken al zeker uit naar de verdere activiteiten.

Op het seminarie (20 - 22 maart R-Hotel Remouchamps) zullen we ons richten op acties hoe ons personeel aan boord te houden; misschien nog wel belangrijker dan nieuwe mensen te werven. Tenslotte noteer met stip de dag van vrijdag 26 april. Die dag vindt onze happening ‘New Style” plaats in Brugge (gratis grote parking, op 250m van het station). Naast de gebruikelijke beurs nodigen we jullie van harte uit voor enkele lezingen (o.a. door Koen Pelleriaux, onze AB), (in)formele netwerkmomenten – we leren nog elke dag van elkaar – om af te sluiten met een leuke afterworkdrink! Waar (veel) mensen samenkomen groeien grootse dingen! Maar eerst zijn er de feesten … De grote problemen (oorlogen e.d.) zullen we er niet mee oplossen, maar ik roep ieder van ons op om deze eindejaarsperiode zijn/haar menselijke warmte & mensenliefde door te geven aan 10 andere personen. Als deze dat telkens op hun beurt doen, dan komen we in onze omgeving al een heel eind. Geniet van familie en vrienden, maak tijd voor plezier & vertier. Durf even de drukke agenda te laten voor wat het is en tijd te nemen om tot rust te komen. Het VIRBO-bestuur wenst iedereen een spetterend einde van 2023 en een nog beter begin van 2024! Tot volgend jaar! (op één van onze evenementen?) Didier Van de Gucht Voorzitter VIRBO vzw

Noteer alvast dinsdag 6 februari; dan gaan we samen met het GO! kijken hoe de verschillende proeftuinen een antwoord kunnen bieden aan het huidige personeelstekort. Deze netwerkdag zal doorgaan in Brussel, in BS De Kleurdoos. Makkelijk bereikbaar met openbaar vervoer… 3


VIRBO NODIGT UIT:

Netwerkdag: voor directies, beleidsondersteuners, zorgcoördinatoren, … Dinsdag 6 februari 2024 Plaats: BS De Kleurdoos Moutstraat 24 1000 Brussel

Thema: Personeelsbeleid: Alternatieve benaderingen! Doelgroep: directeurs, beleids- en ondersteunend personeel

Dagverloop: Onthaal vanaf 8u45 Start om 9u30 • Verwelkoming door de voorzitter Didier Van de Gucht. • Proeftuinen in het kader van de herwaardering van het lerarenambt in het basisonderwijs. Verschillende scholen werkten alternatieve projecten uit om het lerarentekort om te buigen en het lerarenambt te herwaarderen. Na bijna 6 maanden proefdraaien is het tijd voor een eerste evaluatie, maar ook voor een kennismaking met de verschillende projecten. Het hoe, wat, wanneer, pro en contra zal hierbij aan bod komen, het waarom kennen we immers allemaal! In samenwerking met de GO! afdeling Beleid en belangenbehartiging, onder leiding van Geert Spiessens, krijgt iedereen de kans zich te informeren, te documenteren alsook te communiceren met de projectleiders. • Netwerken en walking dinner vanaf 13u Deelnameprijs: Leden: € 40 / Niet-leden: € 40 + lidgeld € 30 Inschrijven enkel via www.virbo.be Het attest van deelname ontvangt u bij het inleveren van de evaluatie op het einde van de activiteit. Bereiken BS De Kleurdoos: trein tot Brussel Centraal (uitgang Grote Markt), 10 minuten wandelen.

4


Ook basisonderwijs krijgt masteropleiding

Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) en vertegenwoordigers van het hoger onderwijs hebben een pact gesloten om de lerarenopleidingen te verbeteren. Ze willen onder andere masters naar het basisonderwijs lokken. De lerarenopleiding is een van de moeilijkste knopen in het onderwijsdebat. Experts wijzen de opleiding al langer aan als een van de redenen achter de kwaliteitserosie van ons onderwijs. De leraar zou eerder als coach dan als instructeur opgeleid worden en eens op de werkvloer is de praktijkschok voor velen enorm. Een nieuw pact moet die tanker met veel kapiteins keren. Na maanden onderhandelen sloot minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) donderdag een akkoord met de Vlaamse Hogescholenraad en de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) om de lerarenopleidingen 'gericht en structureel te versterken'. Het pact legt de nadruk op Nederlands. Die focus - al van in de kleuterklas - is het stokpaardje van Weyts. 'Elke leerkracht moet een taalleerkracht worden'. Daarnaast krijgt het curriculum in de educatieve bachelors een grondige update, met meer aandacht voor vakkennis, vakdidactiek en klasmanagement. Dat laatste is belangrijk voor veel beginnende leerkrachten, van wie een derde na drie jaar de handdoek gooit. Studenten zullen meer praktijkervaring tijdens hun studies krijgen. Tijdens hun opleiding kunnen ze betaald worden om vervangingsopdrachten te doen in scholen. Wie al een master behaalde, wordt vrijgesteld van de klassieke masterproef. In de plaats komt een masterpraktijkproef met meer aandacht voor de klaspraktijk. Zij-instromers die worstelen met uitdagende klassen krijgen een betere begeleiding. Een van de opvallendste nieuwigheden is de masteropleiding basisonderwijs. Masters moeten warm gemaakt worden voor een carrière in de basisschool. Daarmee willen de onder-

wijspartners en de minister de 'lerarenkamer van de basisschool versterken met extra expertise, de maatschappelijke waardering van de job opkrikken en de instroom van sterke profielen aanmoedigen'. Aan de hervormingen hangt Weyts vanaf januari een prijskaartje van 15 miljoen euro extra per jaar. Een noodzakelijke injectie voor de onderwijspartners, die de hervormingen uitrollen. 'Als universiteiten zijn we blij dat de Vlaamse regering structureel extra middelen uittrekt voor de lerarenopleidingen', zegt VLIR-voorzitter Jan Danckaert. De grootste prioriteit zal de nieuwe master basisonderwijs worden. Ook Weyts toont zich tevreden met het plan. 'We garanderen dat toekomstige leerkrachten een sterke start krijgen en we maken komaf met de negatieve perceptie die soms nog bestaat over de lerarenopleiding. Samen met de introductie van de master basisonderwijs trekken we zo sterke profielen aan voor de mooiste job ter wereld.' Het akkoord, waarover in alle luwte werd onderhandeld, past in de aanpak van Weyts, die zegt stap voor stap te willen gaan. In tegenstelling tot zijn voorgangers wilde hij zijn tanden niet stukbijten op alomvattende onderwijsplannen, maar koos hij voor een graduele aanpak van de problemen. Het akkoord over de lerarenopleiding is een van die successen, zeker in het licht van de gevoeligheden in de sector. Niet alleen is het tussen hogescholen en universiteiten vechten om studenten - en dus geld -, er zijn ook veel visies over wat een goede leerkracht moet kennen en kunnen. De inschrijvingscijfers in de lerarenopleiding stegen dit schooljaar na een jarenlange terugval. Hogescholen zagen begin dit schooljaar meer kandidaat-leerkrachten toestromen. Al volstaat dat niet om het lerarentekort op te vangen. Sarah Lamote De Tijd

5


Open briefing: een wildgroei aan pseudowetenschappelijke behandelingen Rond het onderwijs duiken steeds meer coaches, therapeuten en bedrijfjes op die inspelen op de zorgnood van kinderen. 70 experts hebben het in een open brief over 'een wildgroei aan pseudowetenschappelijke behandelingen'. 'Kostbare tijd gaat verloren.' Zo'n zeventig experts van verschillende Vlaamse universiteiten en instellingen, gespecialiseerd in revalidatie, ontwikkelingsstoornissen en leerproblemen, waarschuwen voor behandelingen bij kinderen 'waarvoor geen bewijs van werkzaamheid bestaat'. Sommige van die methoden claimen dat motorische oefeningen kunnen helpen om de hersenen van kinderen met leer- of ontwikkelingsstoornissen 'te herprogrammeren', schrijven ze in een open brief. 'Via bepaalde oefeningen zouden autisme, dyslexie of DCD (een lichte, motorische stoornis, red.) aangepakt kunnen worden', verduidelijkt Hilde Van Waelvelde, professor emeritus aan de UGent en een van de trekkers van de brief. 'Maar leer- of ontwikkelingsstoornissen kun je niet fundamenteel verbeteren door te bewegen. Met turnoefeningen "genees" je dyscalculie niet. En toch blijft dat idee hardnekkig hangen bij sommige mensen die bezig zijn met kinderen met ontwikkelingsproblemen.'

Bodymap en Braingym De experts viseren onder meer methoden als Bodymap, die leerlingen motorisch sterker zouden maken. Vier jaar geleden trok een deel van hen al aan de alarmbel over de wijdverspreide aanwezigheid van die methode in Vlaamse scholen. Nu waarschuwen ze ook voor behandelingsvormen zoals Braingym, Reflexintegratie Therapie en Kritische ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx, die worden aangeboden door verschillende therapeuten. 'Kinderen en ouders verliezen soms kostbare tijd aan zulke methodes', zegt Griet Dewitte, kinesitherapeut in het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen Gent. 'Daardoor worden ernstige diagnoses zoals autisme soms gemist of pas laattijdig ontdekt.' Dat is pijnlijk voor kinderen en ouders, vult Van Waelvelde aan. 'De behandelingen wekken de illusie dat een kind met leerstoornissen kan "genezen", wat tot teleurstelling leidt wanneer dat niet lukt.' Ook het onderwijs is een 'slachtoffer' volgens de professor. 'Je kunt niet verwachten dat leerkrachten zulke mooie neurologische verhaaltjes kunnen doorprikken.' Ook de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) waarschuwen voor de vele organisaties die opduiken. 'De verspreiding gebeurt vaak aan de schoolpoort, via mond-tot-mond-reclame', zegt Stefan Grielens van het Vrij CLB Netwerk. 'Ouders in nood zijn vaak dolgelukkig dat iemand hun probleem beweert te kunnen oplossen. Alleen zijn ontwikkelingsstoornissen niet altijd op te

6

lossen. Vaak wordt een correcte diagnose tegengehouden, of krijgen ouders een halve, officieuze diagnose waar wij als CLB niets mee kunnen. Ze denken dan dat ze recht hebben op ondersteuning, omdat ze veel geld betaald hebben, en zijn dan erg teleurgesteld.' De CLB's zeggen te blijven inzetten op bewustwording. 'We willen actief het signaal geven dat scholen beter niet doorverwijzen naar externe spelers, onder wie ook kinesisten en logopedisten', zegt Grielens. 'Scholen moeten eerst kijken welke zorg ze zelf kunnen opnemen en voor doorverwijzingen een beroep doen op hun CLB.'

Gevraagd: richtlijnen Bodymap reageert 'bijzonder ontgoocheld' op de open brief. 'Wij behandelen geen leerstoornissen', benadrukt Ann De Wilde, medeoprichter van het bedrijf. 'Wij promoten alleen beweging binnen scholen om kinderen op motorisch vlak sterker te maken.' Bodymap zegt jaarlijks zo'n tachtig scholen te bereiken, voornamelijk via pedagogische studiedagen. 'We vinden dat kinderen veel meer moeten bewegen en proberen dat via spelvormen op scholen binnen te brengen', zegt De Wilde. 'We zijn geen therapeuten, daar ligt onze expertise niet.' Ook Peter Bruynooghe, voorzitter van Axxon ( de beroepsvereniging van kinesisten, red. ) reageert verrast. 'De brief komt als een donderslag bij heldere hemel', zegt hij. 'Natuurlijk zul je met een bepaald concept niet alle problemen kunnen oplossen, maar het gaat om een en-en-verhaal.' Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) neemt de brief alvast au sérieux. 'Wij zullen de initiatiefnemers uitnodigen voor een overleg', zegt woordvoerder Michaël Devoldere. De briefschrijvers zelf vragen dat de overheid met concrete richtlijnen komt voor professionele zorgverleners en onderwijsinstellingen. Verder hopen ze 'dat pseudowetenschappelijke cursussen niet meer geaccrediteerd worden om een kwaliteitslabel te halen als kinesist', aldus Van Waelvelde. Amber Janssens, Klaas Maenhout De Standaard


Vlaamse Onderwijsraad wil geen eindtermen voor kleuters Krikken we het taalniveau op door kleuters bindende minimumdoelen op te leggen? De minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) en het onderwijsveld staan lijnrecht tegenover elkaar over de kwestie. Over wat kleuters moeten kennen en kunnen bestaan geen bindende afspraken, in tegenstelling tot in het basis- en middelbaar onderwijs. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) wil daar verandering in brengen. Met heldere en verplichte minimumdoelen of eindtermen, waar de focus op Nederlands moet liggen. Een slecht idee, oordeelt de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), de belangrijkste adviesraad voor onderwijs, in een standpunt dat hij op eigen initiatief schreef. 'De minister wil de lat hoger leggen, maar dit zou wel eens het omgekeerde effect kunnen hebben, met name een daling van het niveau in de kleuterschool en van de onderwijskwaliteit', zegt de Vlor in een persbericht. De adviesraad ziet dat de verschillen tussen kleuters aan het einde van de kleuterschool groot kunnen zijn. De vooruitgang hangt sterk af van hun geboortemaand - in het begin of het einde van het kalenderjaar, dat niet samenloopt met het schooljaar - en de thuissituatie. Ook uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de taalverwerving van jonge kinderen grillig verloopt. Om zeker te zijn dat kleuters de onderwijsdoelen halen zou de lat onvermijdelijk lager moeten liggen, is de redenering van de Vlor. Weyts is het daar niet me eens. 'We willen juist meer ambitie uitstralen door een duidelijke lat te leggen. Het is onze uitdrukkelijke bedoeling kinderen aan te moedigen ver boven die lat te gaan. Daarom zijn het ook uitdrukkelijk minimumdoelen.' De doelen worden de komende maanden in overleg met de onderwijsactoren vastgelegd. Als scholen met de minimumdoelen vanaf 1 september 2025 aan de slag moeten, worden ze idealiter nog deze legislatuur - voor de verkiezingen van juni - goedgekeurd. Scholen krijgen daarna drie jaar om ze in te voeren. Als alternatief voor de 'resultaatsverbintenis' van Weyts voor kleuters pleit de Vlor voor 'rijke, na te streven ontwikkelingsdoelen, zonder resultaatsverbintenis aan het einde van de kleuterschool'. 'De ontwikkelingsdoelen voor de kleuterschool maken deel uit van een integrale leerlijn van 2,5 tot 12 jaar met te bereiken doelen aan het einde van de lagere school', zegt Leen Van Heurck, algemeen secretaris van de Vlor. De Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap en van de sociaal-economische en sociaal-culturele organisaties overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs en Vorming en aan het Vlaams Parlement.

Opgroeien in armoede gaat niet over lege brooddozen maar over isolement en er niet bij horen De eigenzinnige kijk van columnist Noël Slangen op de actualiteit. 'Samen arm zijn is makkelijker' staat er boven het artikel. In het weekblad Knack delen ex-judoka Harry Van Barneveld, comedian Soe Nsuki en uw trouwe columnist hun ervaringen als vierdewereldburgers. 'De vierde wereld' is een eufemistische omschrijving voor opgroeien in armoede. Alle drie zijn we wat men tegenwoordig graag 'rolmodellen' noemt, mensen die succes hebben alhoewel ze in een kansarm milieu opgroeiden. En geen van ons drieën heeft behoefte om zo'n 'rolmodel' te zijn. Bij een rolmodel gaat men ervan uit dat kinderen in armoede vooral voorbeelden nodig hebben, in plaats van dat hun isolement moet doorbroken worden, ze gelijke kansen moeten krijgen en de drempels die armoede opwerpen moeten weggenomen worden. Wie dat denkt, kan net zo goed roepen: "Je hebt het aan jezelf te danken, en aan die waardeloze ouders van jou, want als je ook maar een beetje je best zou doen dan zou je nu een succesvolle comedian, judoka of columnist zijn!" En na die woorden ook nog even een trap na geven, zodat je zeker weet dat het aankomt. Klinkt hard, maar komt niet eens in de buurt van hoe de Vlaamse regering in haar septemberverklaring naar armoede keek. Toen ik in 'De Afspraak' de analyse maakte dat veel overheidsmaatregelen vooral op de middenklasse gericht zijn en dat de onderste 20 procent amper meespeelt, kreeg ik via de scheldpoel die sociale media soms zijn, voor de voeten geworpen dat de middenklasse ook het meeste belastingen betaalt. Dat is ten eerste niet waar, want de bovenste 10 procent betaalt bijna de helft van de belastingen. Maar het is vooral een kromme redenering. Kun je dat ook toepassen op wie ziek is? Dat wie werkt het meest bijdraagt, en dat gepensioneerden daarom ook maar minder gebruik moeten maken van onze gezondheidszorg? Of dat rugklachten ons te veel kosten, want dat vooral arbeiders daar last van hebben, en die betalen minder belastingen dan Mark Coucke? Wanneer is ons mededogen ons ontslapen? Het viel op hoe sterk tijdens het interview onze ervaringen gelijkliepen. Dat het bijvoorbeeld niet over lege brooddozen gaat, maar over isolement en er niet bij horen. En hoezeer een leraar die je 'ziet', gewoon als persoon, zoveel verschil kan maken. Maar wat mij trof, omdat ik er nooit bij stilgestaan had, was toen we ontdekten dat we alle drie nooit konden genieten van wat we gepresteerd hadden. Altijd onmiddellijk met het volgende bezig waren. De volgende prestatie, de volgende horde, het volgende bewijs van ons kunnen. Alsof we nooit konden stoppen om ons te bewijzen. Alsof het nooit genoeg is. Noël Slangen - Het Belang van Limburg

7


Wat is het punt van punten Stress, frustratie, demotivatie: dat is wat punten veroorzaken bij veel leerlingen. Waartoe dienen ze dan, vraagt Koen Boesman zich af. Ping. Nieuwe punten op Smartschool. 7/10. Nog eens ping. 3/3. En ping. Ping. 11,5 op 15. De tirannie van de punten dwingt zich pushbericht na pushbericht aan mij op. Mijn drie dochters, tussen zes en vijftien jaar jong, worden op school alle drie geconfronteerd met datzelfde struikelblok: punten. Ze vrezen ze, ze wenen ervoor, raken gefrustreerd en kwaad en ja: ze strijden er ook voor. Maar wat is eigenlijk het punt van punten? Of zijn ze niet meer dan een hardleerse en vastgeroeste gewoonte waar ouders, scholen noch leerkrachten eigenlijk van weten waar ze goed voor is? Mijn dochter van twaalf, eerste middelbaar, kreeg een vier op tien ... op een tekening (wat betekent dat?). Nochtans was de leerkracht enthousiast over haar werk. De reden? Ze had niet alles juist ingediend. In de klas van dezelfde dochter krijg je van een andere leerkracht elke keer 'min 1' als je praat in de les. Mijn oudste dochter kan in de kunsthumaniora volgens een leerkracht op dit moment niet meer dan 6,5 op 10 halen, want ja, ze zit nog maar in het derde, ze kan toch nog veel groeien. Toen ze zes was, werd ze al op een online tool door de klok achtervolgd bij het invullen van tafeltoetsen, ze klapte dicht van de stress en vulde niets meer in – 1 op 10 en ook: 'Ik wil niet meer naar school.' Of nog eens de middelste dochter die dolgraag en spontaan Engels spreekt, zoals al haar leeftijdsgenoten eigenlijk, maar nu Engels haat omdat de leerkracht alleen de taal van de punten spreekt – niet die van de liefde voor taal, laat staan dat hij die wil overdragen op jongeren. Hij wil geen herkansing geven, want dat zou niet eerlijk zijn tegenover de anderen. Zijn punten dan een wedstrijd die kinderen lopen, als paarden op een renbaan?

Alle drive ontnomen Punten dienen om iets te meten, dat lijkt mij duidelijk. Wat meten die punten dan? Soms meten ze stressbestendigheid, soms meten ze of je wel flink en braaf luistert naar de autoriteit vooraan in de klas, soms meten ze of je opdrachten goed kunt lezen, vaak of je de juiste achtergrond en ondersteuning hebt. Meestal hebben ze als effect dat de spontane zin van kinderen om te leren – een drive waarmee elke mens geboren wordt – hen wordt ontnomen. Ofwel wordt de intrinsieke motivatie (ik doe het graag) vervangen door een extrinsieke (ik doe het voor de punten) – onderzoek toont aan dat de tweede altijd de eerste

8

vervangt – ofwel, nog erger, vallen de goesting en de motivatie helemaal weg. En dan komen leerkrachten in koor zeuren dat de kinderen niet geïnteresseerd zijn in de les. Hoe zou dat komen, denk je? Het enige nut van punten, als dat er al is, is een inschatting te kunnen maken van wat een kind op een bepaald moment van de leerstof heeft verwerkt en begrepen. Al de rest is onzin. Het is geen middel om kinderen te disciplineren. Het is geen stok achter de deur, noch een wortel voor de neus. Het enige zinnige wat punten kunnen doen, is – voor het kind, maar nog veel meer voor de leerkracht – helder maken dat een leerling op een bepaald moment (en alleen op dat moment en dan nog onder de omstandigheden van de toets) een bepaald inzicht of kennis heeft.

Onvoldoende Slechte punten zijn vooral een signaal voor de leerkrachten dat ze iets nog niet goed hebben uitgelegd en dat ze (voor sommige kinderen) een tandje moeten bijsteken. Het meest zinvolle is nog om te zeggen dat elke toets in de eerste plaats een toetsing is van de pedagogische kwaliteit van de leerkracht. En niet een toetsing van de leerling. Als de helft van de klas een onvoldoende haalt, dan krijgt ook de leerkracht onvoldoende. En wat te denken van de summatieve manier waarop scholen nog altijd omgaan met punten? Alle punten worden opgeteld gedurende een bepaalde periode, om dan een gemiddelde score te bepalen. Als een kind in week drie nog niet veel begrepen heeft van integralen en een 1 op 10 haalt, maar die integralen helemaal snapt tegen week zeven en dan een 8 op 10 haalt, wat is dan de meest zinvolle bepaling van wat het kan en weet? Het gemiddelde van 4,5 en dus een onvoldoende? Of zijn tweede score, namelijk 8? Het is toch overduidelijk dat laatste. Dat dat kind het aanvankelijk niet begreep, is toch totaal irrelevant? En toch gebruiken zo goed als alle scholen nog altijd summatieve puntensystemen. Ik weet het, beste leerkrachten, beste directies, u hebt veel op uw bord. Maar ik smeek u: praat eens over punten met elkaar. Misschien wordt het daarna net makkelijker: minder toetsen verbeteren en meer intrinsiek gemotiveerde kinderen in de klas. Daarna mag u een bank vooruit en krijgt u een kus van de juf. Koen Boesman De Standaard


Omdat het wezen van oorlog doorheen de tijd niet verandert, beschouwt het In Flanders Fields Museum het brengen van het oorlogsverhaal als een universele vredesboodschap, en dus als een belangrijke maatschappelijke opdracht. Het In Flanders Fields Museum brengt het historische verhaal van de Eerste Wereldoorlog in de West-Vlaamse frontstreek. Het educatieve programma van het museum gaat steeds een stap verder. Er wordt met elke klas actief rond vredeseducatie gewerkt. Het museum heeft een goed uitgebouwde educatieve werking. Scholen van het vierde leerjaar t.e.m. het hoger onderwijs kunnen bij ons terecht voor begeleiding zowel binnen als buiten de museummuren. Een bezoek aan de plaatsen waar de oorlog hevig woedde, is evenzeer een must. Maak je keuze uit de thematische rondritten of wandelingen op niveau van elke doelgroep. De vele persoonlijke verhalen uit het museum vormen de rode draad bij elke tocht. We stoppen op plaatsen waar het verhaal van burgers, soldaten of hulpverleners voor het grijpen ligt. Dichterbij kan deze geschiedenis niet meer komen.

ALLE INFO OP WWW.INFLANDERSFIELDS.BE/NL/BEZOEK/SCHOOL

In Flanders Fields Museum - Lakenhallen - Grote Markt 34 - 8900 Ieper flandersfields@ieper.be - tel. +32 (0)57 239 220 - InFlandersFieldsMuseum -

inflandersfieldsmuseum

9


Leren, levenslang, echt? Levenslang leren blijft intrinsiek een heel mooi concept. Maar laat er ons op een inclusievere en meer sociaal rechtvaardige manier naar kijken en er werk van maken. Toen vroege menselijke beschavingen de school institutionaliseerden, was die oorspronkelijk bedoeld voor kinderen en jongeren voor ze de leeftijd van volwassenheid bereikten. Vandaag zal je nauwelijks een beleidsverklaring of speech van een onderwijsminister kunnen vinden waar het begrip 'levenslang leren' niet in voorkomt. Al zo'n 70 jaar geleden is het begrip lifelong learning door de UNESCO toegevoegd aan het onderwijsvocabularium. De geschiedenis van het begrip is overigens zeer interessant. Lifelong learning verschoof de klemtoon van scholing naar leren als autonome menselijke activiteit. Het concurrerende begrip continuing education, dat in de jaren 1970 en 1980 nog veel werd gebruikt, moest in de conceptuele strijd het onderspit delven omdat het te veel als een voortzetting van scholing werd gezien. Levenslang leren maakte leren los van de institutionele context van onderwijs en scholing. En het ontkoppelde leren ook van de leeftijd waarin de school haar functie heeft.

GEEN MOOI PALMARES VOOR VLAANDEREN Levenslang leren is een sterk normatief en programmatorisch concept; het drukt een programma uit van beleid maar ook van individuele verantwoordelijkheid. Ondanks de retoriek is er van dat programma echter nog niet veel in huis gekomen. Op nagenoeg alle indicatoren die door internationale organisaties zoals de OESO of de Europese Commissie gebruikt worden om levenslang leren te meten, blijven de meeste landen zwak scoren. En Vlaanderen is daarbij dan nog een uitermate zwakke leerling. Na het afsluiten van de formele onderwijsloopbaan participeren Vlamingen relatief weinig aan allerlei vormen van post-initiële opleiding, vorming of onderwijs. Om dit te verklaren verwijzen analyses vaak naar het lage leerplezier of het gebrekkige leerklimaat in onze samenleving. Mensen zijn niet echt intrinsiek gemotiveerd om nog verder te leren. Althans, dat is de opvatting van de meeste onderzoekers. Vlamingen lijken eerder een afkeer van opleiding en scholing te hebben ontwikkeld wanneer ze de school, hogeschool of universiteit verlaten, dan dat ze een 'leergoesting' meenemen. Indicatoren van levenslang leren zijn ook nog eens sociaal erg scheef verdeeld. Er speelt een enorm Mattheüseffect in post-initiële opleiding en scholing: zij die al veel geleerd hebben, zijn ook later het meest geïnteresseerd in nog verder leren. Mensen aan de onderkant van de scholingspiramide, vaak met een sterk geaccidenteerde onderwijsloopbaan, hebben aan hun schoolervaring blijkbaar een grote afkeer van de school overgehouden, ook al hebben zij misschien objectief gezien het grootste belang in het bijspijkeren van hun competenties. Het Vlaamse beleid van de voorbije decennia kan geen mooi palmares in het stimuleren van levenslang leren voorleggen. De voorzieningen zijn al decennia versnipperd, het landschap is ondoorzichtig en potentieel geïnteresseerden moeten tal van barrières overwinnen. Er is heel veel beleidsonderzoek naar de barrières die levenslang leren verhinderen, maar zeer weinig effectief beleid. Integendeel, financiële barrières in het publieke aanbod worden nog groter en flankerende maatregelen, bij-

10

voorbeeld om de tijdsbarrière te helpen overwinnen, zijn weinig ontwikkeld. Levenslang leren is er voor de retoriek, niet voor doelmatig beleid. De voorzieningen zijn versnipperd, het landschap is ondoorzichtig en potentieel geïnteresseerden moeten tal van barrières overwinnen. Dat betekent niet dat er geen enkele vooruitgang te bespeuren valt. Universiteiten en hogescholen bijvoorbeeld zijn de laatste jaren actief geworden op dit terrein, zonder dat ze daar door de overheid worden toe gestimuleerd. Men lijkt te beseffen dat er in levenslang leren een nieuwe markt aan het ontstaan is en men ziet het als zeer belangrijk om op die ontluikende markt aanwezig te zijn. Klantenbinding speelt daarbij ook een rol: wanneer alumni door een aantrekkelijk aanbod van levenslang leren aan de instelling gebonden kunnen worden, gaan zij ook als ambassadeurs voor de instelling fungeren. Allerlei vormen van post-initiële opleidingen zoals postgraduaten of cursussen van een beperkte omvang die bijvoorbeeld tot een microcredential leiden, zien vandaag het licht. Dat er wat dynamiek komt in levenslang leren, is een goede zaak. De rationale daarvoor is evident: kennis evolueert (en erodeert) zeer snel, beroepen en inhouden van taken veranderen aan een razendsnel tempo, dus zeker kenniswerkers hebben er groot belang bij om hun kennis en vaardigheden continu bij te schaven. De bredere maatschappelijke effecten zijn echter niet altijd zo rooskleurig. Door de scheve participatie versterkt levenslang leren de ongelijkheid die al groot is op het einde van de formele onderwijsloopbaan. Kenniseconomieën en geavanceerde technologieën, die de voedingsbodem vormen voor levenslang leren, verscherpen de maatschappelijke kloof. Er zijn schuchtere beleidsmaatregelen die tot doel hebben de toegang tot levenslang leren sociaal billijker te maken, zoals het betaald educatief verlof (herdoopt tot het Vlaams opleidingsverlof), maar veel effect op de sociaal ongelijke verdeling hebben die niet. En sommige vormen van levenslang leren helpen mensen wel in het bereiken van een hogere kwalificatie en dus in sociale mobiliteit, maar dat effect is globaal beschouwd zeer klein.

ZEER SCHOOLSE VISIE OP LEVENSLANG LEREN Maar ligt het fundamentele probleem niet in het feit dat we levenslang leren als 'opleidingen volgen' definiëren? Impliciet blijven we een zeer schoolse visie op levenslang leren hanteren. We hebben het begrip lifelong learning omarmd, maar we denken nog steeds in termen van continuing education. We moeten het veel ernstiger nemen dat kortgeschoolden geen grote leermotivatie hebben, vaak zelfs een afkeer ontwikkeld hebben tegen verdere opleiding en scholing. Door de associatie met strafrecht roept het bijvoegsel 'levenslang' bij hen zeker aversie op. De retoriek en het beleid inzake levenslang leren is zo de facto exclusief op hooggeschoolden gericht, die hun educatieve privileges bevestigd en nog versterkt zien. Opleidingsverstrekkers zoals hogescholen en universiteiten versterken de misvatting dat levenslang leren uitsluitend om opleidingen gaat. De retoriek en het beleid inzake levenslang leren is de facto exclusief op hooggeschoolden gericht.


Er is dus iets grondig mis in hoe we naar levenslang leren kijken en zeker ook in de indicatoren die ons worden opgelegd om levenslang leren te meten. Het volgen van opleidingen is in werkelijkheid maar het topje van de ijsberg van hoe mensen leren en ontwikkelen. Ook het begrip 'leren', op zich een heel mooi begrip, wordt in feite haast exclusief als 'schools leren' geïnterpreteerd. In Nederland kiest men tegenwoordig veel meer voor het mooiere begrip 'levenslang ontwikkelen', waardoor men impliciet breder kijkt naar hoe mensen evolueren en groeien. Ook al participeren kortgeschoolden relatief minder aan opleidingen, dat impliceert helemaal niet dat ze niet groeien, ontwikkelen en nieuwe ervaringen, kennis en competenties opdoen. Onze begrippen, onze taal voeden soms onbewust sociale ongelijkheid door de manier waarop we over mensen en hun leven spreken.

INFORMEEL LEREN OP DE WERKVLOER Het beeld van de ijsberg is helemaal correct: het grootste deel van ervaringen die we als 'leren', ontwikkelen en groei kunnen beschouwen, bevindt zich onder de oppervlakte van maatschappelijke instituties en praktijken. We kunnen die als 'informeel leren' benoemen, maar ook dat begrip is wellicht beperkend. Het is een feit dat mensen, ook zij die relatief minder scholing hebben gekregen, op heel informele manieren kennis en vaardigheden verwerven. Dat gebeurt met name vaak op de werkvloer, door samenwerking, door kijken hoe collega's het doen ('intervisie' of 'mimetisch leren'), door informele feedback en bijsturing, enzovoort. Wat er in bedrijven en op de werkvloer gebeurt, ook in de vorm van non-formeel leren en zeker in de vorm van informeel leren, wordt nauwelijks in de indicatoren opgenomen en verdwijnt dus uit het blikveld van onderzoek en beleid. Eigenlijk is dat sociaal discriminerend. Gelukkig lijkt er steeds meer wetenschappelijke belangstelling te komen voor wat er onder de wateroppervlakte gebeurt. De OESO heeft recent een aantal interessante studies gewijd aan informeel leren op de werkvloer en vastgesteld dat zelfs in een context van snelle technologische ontwikkelingen mensen vaak zeer effectief vaardigheden ontwikkelen door informele processen. Dit doet de vraag rijzen hoe de wereld van formele educatie, met zijn diploma's, kwalificaties, certificaten, enzovoort, zich verhoudt tot de veel grotere wereld van het echte leren van mensen. Eigenlijk is het zo dat door bepaalde leerprocessen en trajecten in het formele onderwijs en opleidingenveld expliciet te belonen en veel andere leerprocessen juist niet, we op een bijzonder sterke manier sociale ongelijkheid bevestigen en versterken. Het zijn niet zozeer de echte vaardigheden van mensen die zo beloond worden, maar enkel deze die door formele onderwijs- en opleidingsprocessen zijn ontwikkeld. Uiteraard zijn formele opleidingen effectiever en krachtiger in hun leereffecten, maar de exclusieve privileges die hen worden toebedeeld, zijn niet terecht en eigenlijk onrechtvaardig.

Vandaar dat er in progressieve beleidsinitiatieven in levenslang leren gekeken wordt naar mogelijkheden om vanuit het informele leren bruggen te slaan naar de instrumenten van het formele onderwijs. Dat gebeurt bijvoorbeeld door vormen van erkenning van ervaringsleren of eerder verworven competenties. Ook Vlaanderen heeft daarover regelgeving uitgewerkt, maar bijzonder succesvol zijn die voorzieningen nog niet. Wellicht zijn ze ook nog te onbekend en kijken mensen met een kwetsbare scholingsachtergrond er tegenop om opnieuw een 'examen' te moeten afleggen. Er is wellicht ook een probleem van toegankelijkheid. Het Franse systeem van 'centres de bilan de compétences' is bijvoorbeeld veel toegankelijker en beter gebruikt dan wat we in Vlaanderen kennen. We moeten op een meer inclusieve manier kijken naar wat mensen kennen en kunnen, en ook andere vormen van kennis en kunde waarderen. Maar de formele erkenning van competenties is op zich, hoe goedbedoeld ook, maar een beperkt antwoord op de scheve verdeling van levenslang leren. De essentie is dat we op een meer inclusieve manier moeten kijken naar wat mensen kennen en kunnen, en ook andere vormen van kennis en kunde moeten waarderen dan deze die door formele onderwijs- en opleidingssystemen worden ontwikkeld. Dat impliceert dat, als we levenslang leren ernstig nemen, we afstand moeten doen van ons exclusiever diplomafetisjisme. En dat we moeten nagaan hoe we beleidsmatig bredere processen van leren en ontwikkelen kunnen ondersteunen. Technologie biedt daar veel mogelijkheden, door nieuwe en toegankelijke vormen van informeel leren mogelijk te maken. Maar er zijn nog veel andere mogelijkheden te verkennen. Levenslang leren of levenslang ontwikkelen blijft intrinsiek een heel mooi concept. En een concept dat ontegensprekelijk nog aan belang zal toenemen. Maar laat er ons op een inclusievere en meer sociaal rechtvaardige manier naar kijken en er werk van maken. Dirk Van Damme - SAMPOL (Samenleving en Politiek) 17.05.2023

Bezoek onze webshop: www.delsport.com Vre d e s t ra a t 72 , 8 79 0 Wa re g e m TEL: 056/60 30 29 info@delsport.com

11


Europlay maakt kinderen blij door fantasierijke speeltoestellen - voor openbaar gebruik - te ontwerpen en te produceren

Belgisch fabrikant!

Europlay nv | Eegene 9 | 9200 Dendermonde | België +32 (0)52 22 66 22 | info@europlay.eu 12

Kleurrijk spelen

www.europlay.eu

Natuurlijk spelen


Onderwijsinspectie heeft te weinig impact op onderwijskwaliteit De onderwijsinspectie slaagt er niet in de kwaliteit van het onderwijs voldoende op te krikken, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Antwerpen. 'Scholen krijgen niet vaak de boodschap dat ze vol aan de bak moeten.' Vijf jaar na de start van de nieuwe inspectieaanpak 'Inspectie 2.0', zijn schooldirecteuren en leerkrachten blij dat het bezoek van de onderwijsinspectie zachter en menselijker is. 'De gesprekken die plaatsvinden met ouders en leerlingen, wat vroeger niet gebeurde, zijn een succes. Van alle respondenten die een doorlichting meemaakten, is driekwart van mening dat het doorlichtingsproces eerlijk, transparant en met de juiste informatie in handen is verlopen', zegt Jan Vanhoof, verbonden aan het Departement Opleidings- en Onderwijswetenschappen van UAntwerpen. Maar de meerderheid van de schooldirecteuren en leerkrachten (65 procent) vindt dat de komst van de onderwijsinspectie onvoldoende is om de onderwijskwaliteit op te krikken. Dat blijkt uit een onderzoek van de UAntwerpen, waar 600 directeuren en leerkrachten uit 97 scholen deelnamen.

Minder stress Inspectie 2.0. werd vijf jaar geleden in het leven geroepen door voormalig minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). De komst van de onderwijsinspectie veroorzaakte veel stress bij schoolteams, bleek uit eerder onderzoek. Het nieuwe systeem moest vooral gericht zijn op dialoog en waardering. Hoewel ze de nieuwe aanpak appreciëren, zijn de respondenten bezorgd, zegt Jan Vanhoof. 'We weten dat de uitdagingen in het onderwijs groot zijn. Grote groepen leerlingen bereiken de minimumdoelen niet. Je zou verwachten dat een grote groep scholen na het bezoek van de onderwijsinspectie achterblijft met het gevoel dat ze stevig aan de bak moeten. Die boodschap krijgen ze niet vaak meer.'

bije vijf jaar weinig alternatieven voor verdere opvolging na een doorlichting. En men zal sneller zaken door de vingers zien, precies omdat het de opdracht is van inspectie 2.0 om waarderend te zijn.' Zelfs directeuren die een goed inspectierapport hebben gekregen, blijken bezorgd te zijn om het gebrek aan opvolging door de inspectie. Of het oudere systeem beter was, kunnen Vanhoof en Buvens niet met zekerheid zeggen. 'Wat we wel weten, is dat onderwijsinspecteurs tekorten bij scholen meer durfden te benadrukken. Dat maakte dat de impact van hun komst groter was, er werden duidelijke werkpunten opgesteld. En scholen stapten in een verbeteringstraject. Over een periode van drie jaar moesten ze bewijzen dat er hard werd gewerkt aan de tekortkomingen', zegt Vanhoof. 'We zijn heel blij dat de scholen onze nieuwe aanpak waarderen en dat ze ons als een competente en inspirerende gesprekspartner zien', reageert Lieven Viaene, de inspecteur-generaal van de onderwijsinspectie. 'Maar natuurlijk moeten we voldoende streng zijn als inspectieorgaan. Als we de kwaliteit willen opkrikken, moeten we de lat hoog leggen. Het onderzoek houdt ons op dat vlak een spiegel voor. We begrijpen dat de scholen stress hebben als we slechts eens om de acht à negen jaar kunnen langskomen.' Sinds het begin van dit schooljaar gaat de onderwijsinspectie vaker langs bij scholen waar de nood hoger is. 'We gaan zeker een keer om de zes jaar langs bij alle scholen voor een doorlichting', zegt Viaene. 'Het onderzoek leert ons dat schoolteams niet de gewoonte hebben om positieve feedback en ondersteuning te krijgen tijdens de doorlichting en dat als een bijna unieke ervaring beschouwen', klinkt het bij Vanhoof. 'Maar is dat wel de rol van de onderwijsinspectie?' Kubra Mayda De Standaard

'We stellen vast dat scholen sneller een gunstig advies krijgen, zelfs als er een waslijst aan werkpunten is. Die dubbele boodschap heeft een soort van gelatenheid gecreëerd in bepaalde schoolteams', zegt onderzoeker Randi Buvens.

Gebrek aan opvolging 'Met het oog op de kwaliteitsuitdagingen waarmee ons onderwijs kampt, zijn we niet tevreden met de impact die de onderwijsinspectie heeft op de kwaliteit van het onderwijs', zegt Vanhoof. Ook schooldirecteuren zeggen in het onderzoek dat ze het gevoel hebben dat ze aan hun lot zijn overgelaten. 'Voor de scholen waren er de voor-

13


NETWERKDAG 9 OKTOBER 2023:

personeelsbeleid onder de loep! Een boeiend verhaal gebracht door een inspirerend spreker professor Wouter Schelfhout en een beeldend praktijkvoorbeeld door de directeur van BS De Driesprong te Maldegem Nina Beeckman. Wie aanwezig was, maar om de één of andere reden de mail met de powerpoint van Wouter Schelfhout niet ontving, kan die opvragen (gerda.calders@gmail.com).

14


We verpesten het leesplezier De boekbespreking, het boekformulier en het vak begrijpend lezen: volgens Jacques Vriens boosdoeners die leesplezier verpesten. Hoe kan het anders?

Jacques Vriens - We willen graag het leesplezier bevorderen, maar het lijkt wel of we van alles bedenken om het kinderen lastig te maken. Terwijl plezier in lezen zorgt voor leeservaring en daar heb je heel veel aan. Natuurlijk gaat er ook een knop om als je leest. Vanaf dát moment is je eigen verbeelding de baas en niét je mobieltje of Netflix. En leeservaring zorgt er ook voor dat je aan de slag kunt gaan met een tekst en niet denkt: hoe kom ik ooit door al die letters heen? Er zijn mijns inziens een paar boosdoeners die het leesplezier verpesten. Om te beginnen: de boekbespreking. Kinderen (en hun ouders) raken in de stress omdat er ineens powerPoints, boekendozen en wat al niet bedacht moet worden. Ik zei altijd tegen mijn kinderen: ‘Je mag reclame maken voor een boek dat jíj mooi, leuk of verdrietig vindt. Vertel de korte inhoud en lees een stukje voor.’ En dat was het dan. En vanaf groep 6 vroeg ik om ook iets over de schrijver te vertellen en wat andere titels te noemen. Kinderen die het dan toch nog moeilijk vonden, mochten samen met een ‘maatje’ hun boekbespreking houden. Een andere ‘verpester’ is de administratie die kinderen moeten doen, als ze een boek uit hebben. Heb je eindelijk een boek gelezen, moet je nog een heel formulier invullen! Ik liet mijn kinderen wel de titel van hun boek in een map zetten. Als het uit was, gaven ze het boek ‘sterren’ van 1 tot 3. Voor het allermooiste boek ‘tot nu toe’, mocht je 4 sterren geven. En niet-uitlezen was een kruisje. Eéns in de zoveel weken besprak ik in de kring ‘de map’. Dat leverde mooie gesprekken op: waarom Jelle een boek zelfs 4 sterren waard vond en Evi het niet had uitgelezen. Maar de grootste boosdoener is natuurlijk ‘begrijpend lezen’: min of meer willekeurige teksten lezen en daar vragen over beantwoorden, vaak in een vast stramien. Veel kinderen hebben er een hekel aan. Ik deed het anders. Bij mij kwam tekstbegrip aan de orde bij vakken als aardrijkskunde of geschiedenis. Ik ging bijvoorbeeld met mijn klas naar een prehistorisch dorp, vertelde spannende verhalen (maar ook over het dagelijks leven in die tijd), liet van alles zien en de kinderen maakten er toneelstukjes of tekeningen over. Kortom: ik ‘vulde’ het begrip prehistorie op een interessante manier.

Daarna zei ik: ‘Ik wil graag weten wat júllie er nu van weten. De opdracht is: Lees bladzijde 5 tot en met 14 in je boek goed. Volgende week ga ik daar vragen over stellen.’ Vervolgens ging ik samen met mijn leerlingen kijken hoe je zo’n tekst aan moet pakken om er ‘grip’ op te krijgen en bood ze allerlei werkvormen aan. Een schema te maken van een tekst? Steekwoorden opschrijven? Belangrijke dingen onderstrepen? Vragen maken? Ik liet ze dat vaak doen in tweetallen. Als mijn kinderen daarna echt gingen ‘leren’ voor de geschiedenisoverhoring, konden ze kiezen uit de werkvorm die het beste bij hen paste. Dát is begrijpend lezen, maar dan met een doel! En dat doe je niet één keer, maar het hele jaar door. De vraagstelling in de eindtoets van groep 8 (de ‘doorstroomtoets’) moet je een paar keer met ze oefenen in de weken voordat die wordt afgenomen om kinderen ermee vertrouwd te maken. Ook dat doe je in tweetallen en gaat het niet om het resultaat, maar om het oefenen. Het állerbelangrijkste blijft natuurlijk dat kinderen de kans krijgen om dagelijks een half uurtje te lezen. En de meester of juf doet dat dan natuurlijk ook en is niet met iets anders bezig. (Ook handig voor de leerkrachten die zelf niet zulke lezers zijn: kunnen ze het toch nog worden!) Belangrijk is wel dat kinderen makkelijk kunnen ruilen en dus niet een hele week met een ‘stom’ boek in hun laatje zitten. En dat leerlingen die moeite hebben met het zoeken van een geschikt boek, worden geholpen. Verder had ik in een hoekje van mijn klas vijf koptelefoons hangen en konden kinderen een luisterboek opzetten en ‘meekijken’ in het boek. Vooral voor kinderen die niet zulke goede lezers waren, was ‘de melkmachine’ (zoals het hoekje al snel genoemd werd) een uitkomst. En ik was altijd trots als een kind zei: ‘Vandaag ga ik niet aan de melkmachine, ik lees zelf wel.’ Kortom: alles voor het leesplezier! Jacques Vriens, kinderboekenschrijver en oud-basisschool directeur. Didactiefonline.nl Gepubliceerd op 2.10.2023

15


Steeds meer leerlingen en kleuters in buitengewoon onderwijs Dit schooljaar volgen opnieuw meer Vlaamse leerlingen buitengewoon onderwijs. Vooral de stijging bij de kleuters is opvallend. Zowel bij het Vlaams Gemeenschapsonderwijs (GO!), het Katholiek Onderwijs als het stedelijk en het gemeentelijk onderwijs (OVSG) stroomden dit schooljaar meer leerlingen binnen in het buitengewoon onderwijs. Dat blijkt uit de jaarlijkse telling in het leerplichtonderwijs door het Agentschap voor Onderwijsdiensten. De onderwijsverstrekkers zien de cijfers al vijf jaar onafgebroken stijgen. Bij het GO! en het Katholiek Onderwijs gaat het in vergelijking met vijf jaar geleden respectievelijk over een stijging van 26 procent en 17 procent. De OVSG ziet in vergelijking met vijf jaar geleden 21 procent meer leerlingen in zijn buitengewoon aanbod binnenstromen. Vooral in het kleuteronderwijs is de stijging opmerkelijk. De OVSG zag het aantal kleuters in het buitengewoon onderwijs verdubbelen sinds 2018. Ook in het Katholiek Onderwijs en het GO! stijgen de cijfers. Opvallend is dat steeds meer kleuters in onderwijs van het type 9 terechtkomen. Dat is bestemd voor kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Hoe dat precies komt, is voor onderwijsverstrekkers en experts gissen. Wellicht speelt een combinatie van factoren. Het M-decreet speelde zo goed als zeker een rol. Het systeem uit 2015 had als doelstelling leerlingen met bijzondere onderwijsbehoeften waar mogelijk in het reguliere onderwijs te laten meedraaien, maar die theoretische inclusie botste in de praktijk op een gebrek aan ondersteuning, middelen en leerkrachten. Ook corona heeft invloed. 'De kleuters van nu zijn geboren tijdens de lockdowns, wat mogelijk een impact heeft op hun sociale ontwikkeling', zegt Nathalie Jennes, woordvoerster van het GO!. Daarnaast speelt het lerarentekort. 'Voor een kleuterleerkracht die voor grote klassen moet staan, is het niet evident er nog een kleuter met speciale noden bij te nemen', klinkt het bij de katholieke koepel.

16

Ook het historisch sterk uitgebouwde buitengewoon onderwijs in Vlaanderen maakt dat de inschrijvingscijfers hoog liggen. De Vlaamse regering liet het aantal plaatsen deze legislatuur van 47.000 groeien naar meer dan 53.000. 'Sommige mensen zien alle leerlingen het liefst naar het reguliere onderwijs gaan, maar voor een deel van de leerlingen is dat geen optie', zegt minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). 'Daarom kiezen we ervoor te investeren in meer plaatsen.'

Breed onderzoek Hoewel het moeilijk vergelijken is tussen de verschillende onderwijssystemen zitten in Europa nergens zoveel leerlingen in het buitengewoon onderwijs als in ons land, stelt het European Agency for Special Needs and Inclusive Education vast. 'We roepen al langer op tot een breed onderzoek naar de oorzaken, om dan doeltreffende maatregelen te nemen', zegt Pieter-Jan Crombez, woordvoerder van het katholiek onderwijs. 'Het is en blijft een waardeoordeel of onze Belgische cijfers problematisch zijn of niet', zegt Dirk Van Damme, OESO-onderwijsexpert. 'Voorstanders van meer inclusie zullen vinden van wel. Voorstanders van sterk buitengewoon onderwijs zullen het buitengewoon onderwijs aanmoedigen.' Toch pleit Van Damme ervoor het debat over het mogelijk overdiagnosticeren niet uit de weg te gaan. 'Het is een algemene maatschappelijke tendens, en die zie je ook in het onderwijs. Meer onderzoek is nodig, maar bij kinderen met een migratieachtergrond wordt soms relatief snel geoordeeld dat ze een leerprobleem of een gedragsstoornis hebben. Ook bij de vele autisme- en ADHD-diagnosticeringen kan je vragen stellen.' Sarah Lamote, Thomas Roelens - De Tijd


Verkeer op school verkeeropschool.be

Ontdek onze praktijkgerichte verkeerseducatie voor het basisonderwijs

Volledig jaarplan verkeer

Theorie: verkeerstoetsen voor elke graad

Praktijk: voetgangers- en fietsbrevetten met leuke oefenspelletjes

Gratis pakketten met actiemateriaal

Uitgewerkte lesfiches

17


Beleef een schooluitstap die je nergens anders beleeft! Op zoek naar een speelse én educatieve activiteit? Ga met Melk4Kids op bezoek bij een melkveebedrijf en proef van het leven op de boerderij. De koeien en kalfjes bezoeken, de stallen en het melkhuis zien, ontdekken wat er met de melk gebeurt, zelf de handen uit de mouwen steken,... een boeiende uitstap verzekerd!

Klassen uit het basisonderwijs krijgen via Melk4Kids een tegemoetkoming van € 50 per rondleiding. Maak een afspraak bij een Melk4Kids-ambassadeur en registreer je bezoek op melk4kids.be.

Ontdek alle info op: WWW.MELK4KIDS.BE VLAM vzw • Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing vzw Koning Albert II-laan 35 bus 50, 1030 Brussel • melk4kids@vlam.be 18


Waarom 10.000 Waalse jongeren in Vlaanderen naar school gaan Het aandeel Waalse scholieren in het Nederlandstalig onderwijs is, met nog niet 1 procent van het totale aantal leerlingen, verwaarloosbaar.

opgevoed, maar ze gaat in Halle naar school in English. Die stap wordt door Walen wel vaker gezet.'

Toch pendelen ze dagelijks met zo'n 10.000 naar Vlaanderen.

Haar kinderen liet ze ook in het Nederlands schoollopen. 'De kwaliteit en structuur is in Vlaanderen anders dan aan Waalse kant.' Voor ouders uit het zuiden lijkt de keuze voor het Nederlandstalig kansenonderwijs net zo belangrijk te zijn als de keuze voor Nederlands als kansentaal.

Met een maximum van 53 leerlingen voor de lagere school en 38 voor de peuter- en kleuterschool zijn ook dit jaar de klassen van dorpsschool Ak'cent goed gevuld. Dat is veel voor de enige school in het Vlaams-Brabantse Bever, een gemeente van nog geen 2300 inwoners. De reputatie van de school is zelfs gekend over de taalgrens. 'Zo'n 40 procent van de leerlingen komt uit Bever zelf', zegt directeur Dorien Cochez. De andere kinderen komen uit het Henegouwse Opzullik en Lessen, daarna volgen de leerlingen uit het Oost-Vlaamse Geraardsbergen. Bever is een gemeente met taalfaciliteiten voor Franstaligen. Dat speelt mee in de schoolkeuze, want naast het Nederlands wordt er bij meer dan de helft van de kinderen thuis ook Frans gesproken. Ook in Kokejane, een Vlaams-Brabants gehucht zonder taalfaciliteiten, en bovendien een tiental kilometer dichter bij Brussel, merken ze de vlotte grensovergang van Waalse leerlingen, al laat de invloed van de stad zich hier nog niet voelen. 'Wij hebben een meertalige context, maar niet zo meertalig als in Brussel', zegt directeur van basisschool Markevallei Katrien Van Vaerenbergh. De grens loopt er eerder tussen het landelijke westen en het stedelijke oosten dan tussen noord en zuid. De leerlingen uit de buurt zijn vaak Nederlandstalig. Voor hun ouders is schoolkeuze, en dus de locatie ervan, een kwestie van pragmatiek, iets om rekening me te houden in het gejongleer tussen werk, gezin en hobby's. Naast de Nederlandstalige kinderen zijn er ook tweetalige kinderen van rond de taalgrens en Franstalige kinderen waarvan de ouders vaak bereid zijn om grotere afstanden af te leggen. Voor hen speelt taal een grotere rol.

Schoolafstanden 'Wij zijn de eerste school die de ouders op hun weg naar Vlaanderen tegenkomen', zegt Van Vaerenbergh. Lange schoolafstanden vanuit Wallonië naar Vlaanderen zijn ook in Bever niet ongewoon. Ouders leggen er afstanden van 20 tot zelfs 35 kilometer af, zelfs vanuit Grandglise tegen de Franse grens. Directeur Van Vaerenbergh wijst ook naar de omgeving. In het zuiden geeft haar school uitzicht op het Waalse Bois De Strihoux, een verkaveld bos met grote villa's. 'Je ziet aan de huizenprijzen in de buurt dat we in een sociaal hoger milieu zitten. Franstalige ouders die voor ons kiezen, maken een bewuste keuze.' Daarbij hoort een goede taalkennis van beide landstalen, het liefst van aan het begin van het schooljaar. Dat geldt voor tweetalige ouders, maar zeker ook voor Franstalige gezinnen die in de schooltaal een aanvulling zien op de thuistaal.

Stereotypen

'Wij hebben structuur en leerplannen', zegt Van Vaerenbergh hierover. 'Het is toch een garantie op kwaliteit. Tijdens de covidperiode hebben we ons sneller georganiseerd, het afstandsonderwijs verliep vlot. In Wallonië, hoorden we van sommige ouders, zaten leerlingen maanden thuis zonder les.' Daarmee sluipen de stereotypes van het efficiënte Vlaanderen en het zachtmoedige Wallonië ook in de schoolkeuzes langs de taalgrens binnen. Omgekeerd lijken minder leerlingen vanuit het noorden de oversteek naar het zuiden te maken. De perceptie van de onderwijskwaliteit speelt ditmaal in het nadeel van de Franstaligen. 'Mijn kinderen gaan naar het Franstalig onderwijs in Deux-Acren', zegt Davy Boussauw, mededirecteur van Ak'cent in Bever. 'Ze zijn wel de uitzondering. Veel mensen in Deux-Acren zijn Nederlandstalig en sturen hun kinderen ook naar het Nederlandstalig onderwijs door het niveauverschil. Maar objectief gezien is dat verschil niet zo groot.'

Leerlingenstop De schoolpendel van zuid naar noord zien we ook in de cijfers. In vele gemeenten rond de taalgrens schommelt het aandeel scholieren uit Wallonië op Nederlandstalige scholenrond de 10 procent van het totale leerlingenaantal. In de scholen vlak bij de grens loopt het soms op tot 30 procent of meer. Dan wordt de druk voor die scholen soms te groot. 'We hebben al ruim 10 jaar een leerlingenstop', zegt Dorien Cochez. 'Wie het dichtst bij de school woont, krijgt voorrang. De ouders die we moeten weigeren, vragen ons dan waar ze nog terechtkunnen voor Nederlandstalig onderwijs. We zien vaak opduiken in Herhout, Galmaarden of Viane. Dat ze daar nu ook meer dan vroeger anderstaligen over de vloer krijgen, is mede door onze stop.' Waalse leerlingen stromen intussen gewoon door van kleuterschool naar lagere school. Wie in het Nederlandstalig onderwijs begint, zal er doorgaans ook blijven. De terugstroom naar het Franstalige onderwijsnet blijft beperkt. Na het zesde leerjaar volgen de Waalse scholieren hun Vlaamse leeftijdsgenoten naar middelbare scholen in steden zoals Geraardsbergen en Halle aan Vlaamse kant. Dit artikel werd gerealiseerd met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek. Koen Demarsin Knack

Haalt het feit dat Vlaanderen de motor van de Belgische economie is Franstaligen over de streep? Sigrid Vleminckx, zelf leerkracht in het Franstalig onderwijs in Anderlecht, wijst naar haar kleindochter die al youtubend door de tuin danst. 'Ze is Franstalig

19


Weet wat en waarom je toetst Toetsscores zijn niet feilloos te duiden. Waar moet je op moet letten bij het gebruiken van een toets en het interpreteren van de scores? Het regent of het is droog. Kijk door het raam of zet een stap buiten de deur en je weet precies hoe het gesteld is met het weer. Je zou willen, zo schrijft Michael Kane in zijn artikel, dat toetsscores ook zo feilloos te duiden zijn. Maar dat is helaas niet zo. Het gaat daarbij altijd om interpretatie en dus is er altijd ruimte voor meer uitleg. Kanes onderzoek helpt je om die ruimte zo klein mogelijk te houden door goed na te denken over wat en waarom je toetst en wat scores betekenen. In zijn artikel beschrijft hij waar je op moet letten bij het gebruiken van een toets en het interpreteren van de scores.

Valide gebruik Een centraal begrip in Kanes onderzoek is validiteit. Een toets is valide als deze meet wat je wilt meten en weten. Dat is niet alleen het pakkie-an van de toetsenmaker. Ook jij als leraar speelt daarin een rol. Kane is een van de eersten die daar aandacht voor heeft gevraagd. Het is de verantwoordelijkheid van de toetsenmaker om goede vragen te maken. Maar het is jouw verantwoordelijkheid om de juiste toets te kiezen, een toets die past bij het leerdoel waarvan je wilt weten of de leerling het heeft behaald. Als je bijvoorbeeld inzicht wilt toetsen, moet je geen toets met reproductievragen gebruiken. Verder moet je de toetsscores op hun juiste waarde weten te schatten. Ook dat hoort bij validiteit. Validiteit, zo stelt Kane, ontstaat dus pas in de lespraktijk: bij de inzet van de juiste toetsen en bij de zorgvuldige interpretatie van de toetsscores.

Denk als Sherlock Een A- of E-score of een 8 of 5 lijkt heldere taal te spreken. Maar om er conclusies aan te verbinden, ontkom je niet aan interpreteren. Daarbij ligt er niet één uitleg klaar die jij alleen nog maar hoeft te ontdekken. Nee, je bouwt je eigen interpretaties. De belangrijkste vuistregel van Kane daarbij is: gebruik je verstand. Ja, hoor ik je denken. Maar hij bedoelt dat je als een Sherlock of een Poirot alle data onder de loep moet nemen en je little grey cells, je denkkracht dus, daarop loslaat. Zie de toets en de scores als een zaak die je moet oplossen.

Vier fasen Kane beschrijft vier fasen die hiervoor belangrijk zijn.

1. Doel van de toets Formuleer eerst helder en specifiek waarvoor je een toets wilt gebruiken. Wat wil je meten: welk onderwerp, welke kennis of vaardigheden, welke leerdoelen? En dienen de uitkomsten een formatieve of summatieve evaluatie? Kortom, waar is de toets voor bedoeld? Stel dat je een toets afneemt om te bepalen welke leerlingen toe zijn aan het volgende rekenthema en welke eerst nog extra instructie en oefening nodig hebben. Sta dan stil bij enkele vragen. Kennelijk moet de leerling voor het volgende rekenthema al over enige vaardigheden beschikken. Klopt dat? Zo ja, welke zijn dat en meet de (methode)toets die inderdaad? Zo nee, waarom zou je dan deze toets afnemen?

20

2. Zorgvuldig interpreteren Neem als je de scores vervolgens bekijkt geen genoegen met de eerste interpretatie die in je opkomt, maar bekijk ze van alle kanten. Zoals je weet uit detectiveromans: de eerste verdachte is zelden de echte dader. Dus is er echt geen andere uitleg mogelijk en kan je eventuele tegenwerpingen weerleggen? Kloppen al je vooronderstellingen of laat je je onbewust leiden door vooroordelen? Zou een collega tot eenzelfde oordeel komen? Als de score lager of hoger is dan verwacht, zoek dan naar mogelijke verklaringen. Was de toetsafname volgens de regels? Waren er omstandigheden waardoor je scores moet nuanceren, zoals onrust in de klas of ziekte in het gezin van een leerling? Is je blik mogelijk gekleurd door onbewuste vooroordelen (bijvoorbeeld over gender of etniciteit)?

3. Bewijzen verzamelen Hoe meer bewijzen je voor jouw interpretatie van de toets verzamelt, hoe beter. Ook hier geldt weer: laat je niet leiden door veronderstellingen of vooroordelen, maar kijk zo open mogelijk. Voorkom de kokervisie waardoor menige moordzaak onopgelost blijft. Blijf daarbij dicht bij het doel van de toets (zie fase 1) en laat je niet verleiden tot al te grote generalisaties. Niet: leerling X kan nou eenmaal niet rekenen, maar: leerling X heeft moeite met deze specifieke rekenvaardigheden.

4. Conclusies trekken Trek conclusies over de verzamelde bewijzen en kijk daarbij ook weer even naar fase 1: zeggen de toetsscores inderdaad iets over dat wat je wilde weten en meten? Heb je, om bij het rekenvoorbeeld te blijven, inderdaad de leerlingen zo weten te sorteren dat de juiste leerlingen extra instructie krijgen en dat de leerlingen met een hoge toetsscore daadwerkelijk goed mee kunnen komen in het nieuwe rekenthema?

In de praktijk Deze fasen zijn niet haarscherp van elkaar te onderscheiden, ze lopen in elkaar over. Maar ze maken je wel bewust van wat er allemaal komt kijken bij het kiezen, afnemen en duiden van toetsen. Kane leert ons dat validiteit van een toets bij het gebruik in de praktijk ontstaat. Je kunt bijvoorbeeld een (technisch) goede toets verkeerd gebruiken: als deze niet past bij het leerdoel, dus bij wat je wilt meten, word je er in het beste geval niets wijzer van en trek je in het slechtste geval verkeerde conclusies over wat een leerling wel of niet kan. Goed toetsbeleid houdt dus in dat je nadenkt over wanneer je welke toets inzet en tijd besteedt aan het zorgvuldig interpreteren van de scores. Doe dit bij voorkeur samen met collega’s. Jullie kunnen elkaar scherp houden en al te snelle conclusies voorkomen. Hoe vaker je samen Kanes fasen doorloopt, hoe vanzelfsprekender het wordt en hoe meer informatie je uit toetsen kunt halen.

Bea Ros Didactiefonline.nl Gepubliceerd op 8.11.2023


SPEELPLAATSOVERKAPPINGEN EN FIETSENSTALLINGEN

www.helico-licht.be

Kruineikestraat 113 – 3150 Haacht – info@helico-licht.be – T 016/60 22 41 21


De grote blinde vlek in het onderwijsdebat Anton Jäger is historicus van het politieke denken aan het Leuvense Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Zijn column verschijnt tweewekelijks. Het was niet echt een fraai zicht. Een maand geleden besloot Het Laatste Nieuws een bevraging bij 1.500 Vlaamse leerkrachten te houden. Daarin mocht de sector zijn minister Ben Weyts (N-VA) en diens recente beleid op de rooster leggen. Het "barslechte" rapport sprak boekdelen: 4 op de 10 gaven de zetelende minister een 0/10, de rest neigde naar de buis. Zelfs het vermaledijde B-attest zou de minister niet halen. Een acuut lerarentekort, dalende testresultaten, geklooi met zij-instromers, loze leerbonussen — een minister die ooit werd aangesteld om het Vlaamse onderwijs uit het slop te halen heeft er geen glansrijk parcours op zitten. Weyts verdedigde zich doorgaans door in de aanval te gaan: het onderwijs was tot een tijdverdrijf voor werklozen verworden, het was geen roeping meer, de opleiding was door pretpedagogen verknoeid, en titularissen konden de opvoedingstaken van ouders niet vervullen. De leraar kreeg nogmaals indirect de schuld. Weyts had ongewild wel één punt: het onderwijsdebat wordt in Vlaanderen opvallend smal gevoerd, vooral nu de sector met steeds extremere verwachtingen wordt overladen vanuit de omliggende samenleving. 'Education, education, education' sprak de Britse premier Blair eind jaren negentig al, toen zijn kabinet alles zou inzetten op onderwijs. Een succesvolle schoolloopbaan werd voor Blair de panacee voor elke sociale kwaal.

22

waar de leraar alleen amper vat op krijgt. Of het nu over ongelijkheid, ontlezing, publieke zeden, taalvaardigheid of tewerkstelling gaat: steeds wordt het klaslokaal losgetrokken van de bredere wereld waarvan het deel uitmaakt. Dat heeft vooral een afleidend effect. Bijvoorbeeld: door het onderwijs tot de exclusieve motor van sociale mobiliteit te maken wordt er amper gesproken over harde kwesties rond herverdeling en armoede. Het sociale vraagstuk wordt gereduceerd tot het scholingsvraagstuk. Werkgevers schuiven de kost van opleidingen ook steeds vaker af op de staat, terwijl herscholing op de werkvloer zeldzamer wordt. Een samenleving waarin de boekenverkoop daalt maakt de leraar exclusief verantwoordelijk voor leesvaardigheid. En een staatszender die regelmatig tussentaal uitzendt kan moeilijk verwachten dat de leerlingen accentloos Nederlands praten. De onderwijzer wordt daarmee langs twee kanten belaagd. Aan de ene kant door een samenleving die zijn of haar werk minder op prijs stelt, maar wel hoge verwachtingen koestert van het vak. Aan de andere een staat die niet te veel wil uitgeven, maar wel mooi de internationale rankings wil halen. Weyts deed zelf heel weinig om dat tij te keren. In 2021 werd aangekondigd dat er 121 miljoen euro zou bespaard worden in de onderwijssector. De aantrekkelijkheid van het leraarsloon tegenover de bedragen in de privésector nam niet toe.

Zo'n eenzijdige focus op onderwijs ten koste van andere beleidsdomeinen is nochtans niet zo oud. In de jaren 1920 sprak de linkse Weimar-politicus Werner Scholem al over een zogenaamde Bildungsillusion. Het idee was dat lagere klassen zichzelf uit de penarie konden werken door naarstig te studeren.

Tegelijkertijd stroomden er steeds meer studenten toe in de Vlaamse scholen. Het gevolg wordt samengevat met een term die in de arbeidssociologie 'speed-up' heet: in plaats van het werknemersbestand uit te breiden, wordt de bestaande ploeg gevraagd de nieuwe vraag op te vangen. Dat betekent langer en harder werken, voor eenzelfde bezoldiging.

Scholem vond dat een zwaktebod. In plaats van collectief voor hun rechten te vechten zouden arbeiders verplicht worden om individueel uit hun klasse op te stijgen. Een paar enkelingen zouden zo aan hun sociale lotsbestemming ontkomen. Het grotere maatschappelijke vraagstuk bleef onbehandeld.

Leerkrachten in het Brussels Nederlandstalig onderwijs hebben een jaarlijks budget van 50 euro voor hun klasaankopen, terwijl de lange zomervakanties al snel aan klasvoorbereidingen verloren gaan. Het blijven onthutsende bedragen in een land dat officieel tot de rijkste regio's ter wereld behoort.

Ook het Vlaamse onderwijsdebat lijdt aan dergelijke illusie. Door de discussie over onderwijs exclusief over onderwijs te laten gaan, wordt de sector een handige zondebok voor problemen

ANTON JÄGER De Morgen


De kunst van het leven #middeleeuwengeleden In het Yper museum ontdek je de verschillende gezichten van Ieper. De poepchique middeleeuwse tijd, waarin men prachtig laken maakte, maar de stad ook wel een geurtje met zich meedroeg. De moeilijke jaren van de pest, oorlog, armoede. In een knotsgekke film ontdek je hoe de vestingmuren gebouwd werden. Via het verhaal van drie Ieperse dames leer je iets bij over kantklossen, schilderkunst en fotografie. In de schatkamer van het museum vind je tenslotte onze unieke collectie insignes: speldjes uit de middeleeuwen met soms heel stoute tafereeltjes… Kom met je klas naar het Yper Museum en beleef een boeiend bezoek. Op de website kun je alle educatieve pakketten gratis downloaden. Bovendien is het museum heel interactief: via filmen spelelementen ontdekken de leerlingen de prachtige collectie. Bezoek het museum op eigen houtje, of met een educatieve begeleider. Laat je verrassen door onze theaterwandeling voor kleuters, of volg een creatieve workshop waar je zelf aan het vilten of kantklossen slaat. Verken de stad met onze app Kattenjacht. Ploeter met je laarzen en zaklamp door het ondergrondse Ieper of laat je middelbare klas spelenderwijs een dagje in de voetsporen van een middeleeuwer beleven.

Alle info op www.ypermuseum.be/scholenaanbod

Yper Museum • Lakenhallen Grote Markt 34 • 8900 Ieper • +32 57 239 220 Volg ons op

ypermuseum.be

23


ONTMOET KAI, JOUW CO-TEACHER OP KABAS artificieel intelligent gestuurd (AI)

Kleine Pathoekeweg 3, B-8000 Brugge – 050 47 12 88 – besteldienst@diekeure.be – www.diekeure.be 24


JOUW DIGIT ALE TOOLBOX!

behulpzaam

fantastisch geheugen ambitieus

geduldig

Kom jij soms ook handen tekort in jouw klas? Kai helpt je graag! Jouw co-teacher geeft elke leerling een slim aanbod van oefeningen en instructie. www.kabas.be

25


VIRBO-CONGRES R-Hotel Remouchamps THEMA: PERSONEELSBELEID WERVING EN BORGING PROGRAMMA Woensdag 20 maart 2024

Vrijdag 22 maart 2024

“Inleefdag”

10.00 – 12.00

vanaf 9.30

Werken met elkaars verschillen om het verschil te maken; investeren in talenten creëert superteam door en met “Roedel Speaker” Stefaan Goris

Donderdag 21 maart 2024 09.00 en 10u45

Workshops (2 workshops kiezen en kenbaar maken via www.virbo.be) • Welzijn door Anja De Neve (Welzijnscoach GO! SGR Brussel) • Hoe kijken we naar onze leerkrachten? door Fatiha Attaeb • Omgaan met ongewenst gedrag door Anthony Luyens

“Waarom zitten we rond de tafel?” door Frederic Imbo

Nog enkele kamers vrij, inschrijven via www.virbo.be

MEER INFORMATIE • Over de onderwerpen: Didier Van de Gucht • Over het verblijf: Erik Van Laere • Website VIRBO www.virbo.be • Info over R-Hotel Remouchamps: www.R-hotel.be/nl

Wie zijn de sprekers? Wat zijn de activiteiten op het virbo-congres? Stefan Goris Toen hij wereldkampioen werd in het sledehondenrennen, zocht hij naar een nieuwe uitdaging. De kennis en vaardigheden die hij onderweg verzamelde, zet hij nu in om mensen en teams vooruit te helpen of te inspireren. Het hoofddoel is telkens om

26

een hechte roedel te maken. Dit door bijvoorbeeld gastlezing te geven of samen in de natuur te trekken op zoek naar avontuur, groepscohesie en plezier.


Anja De Neve

Frederic Imbo Anja is coördinator van het welzijnsbeleid binnen Scholengroep Brussel.

Werken aan welzijn en welbevinden in onze onderwijsinstellingen loont. De veerkracht heeft een positief effect op de gezondheid en het zelfvertrouwen van het personeel en de lerenden. We zetten in op zowel fysieke, mentale als relationele veerkracht. Verbinding, veiligheid, waardering en ondersteuning zijn onze kerndoelstellingen. We doen dit zowel preventief via opleidingen, filmpjes en wedstrijden als curatief met ondersteuning, coaching, systemisch werk voor onze directies en hun teams.

Fatiha Atta Fatiha is van opleiding bachelor LO, afgestudeerd in 1999. In september 1999 werd zij tewerkgesteld in het buitengewoon secundair onderwijs als leerkracht algemene vakken. Omdat buitengewoon onderwijs relatief nieuw voor haar was volgde zij een bachelor na bachelor buitengewoon onderwijs, wat haar als mens heeft verrijkt. Toen zij enkele jaren terug in dezelfde school aangesteld werd als leerlingbegeleider en zij via tal van opleidingen en studiedagen zich bijschoolde, groeide bij haar het idee om daar meer mee te gaan doen. Zij volgde een opleiding tot jongeren- en kinderpsychotherapeut aan de Academie voor Integratieve Psychologie en zij besloot te starten als psychotherapeut. Na een 4-jarige opleiding behaalde zij in 2018 het postgraduaat Psychotherapeut. Zij werkt voor praktijk voor psychotherapie “De Vlinder”.

Imbo groeide op in Sint-Eloois-Vijve. Zijn middelbare school legde hij af in het Heilig Hartcollege in Waregem en vervolgens in de kunsthumaniora van Brussel (GO!). Hij studeerde af aan het Conservatorium van Gent, afdeling toneel in 1997. Sinds 2005 is hij actief als communicatiecoach en spreker. Daarvoor behaalde hij een master in Neurolinguïstisch programmeren (2006) en transpersoonlijke coaching en counseling (2008). Hij studeerde Verbindende communicatie (2009-2011) in Nederland en volgde een 'International intensive training non violent communication' (2011) in de VS bij Marshall Rosenberg, de grondlegger van non-violent communication. Voorts is Frederik Imbo practitioner Insights Discovery (2020), een concept dat de psychologische voorkeuren van ieder mens in kaart brengt, gebaseerd op het gedachtegoed van Carl Gustav Jung. Als oprichter van Imboorling creëerde hij een reeks interactieve presentaties en workshops die hij en zijn team brengen voor bedrijven, scholen, overheden, verenigingen en op congressen. De producties hebben als doel het stimuleren van persoonlijke groei en het verbeteren van face-to-face-communicatie. Hij coacht geregeld politici, bedrijfsleiders en sprekers om hun impact te vergroten.

Anthony Luyens Anthony Luyens is een ervaren agressiecoach bij ‘Inspirant aan zee’ en staat nog dagelijks in de praktijk. Vanuit zijn eigen organisatie BARST leert hij ons hoe wij onze leerkrachten sterker kunnen maken in het omgaan met agressie in de klas.

27


SENIOREN OP EXCURSIE NAAR… BOOM!

28


29


De Verhalenkat * brengt muzikaal en interactief verteltheater naar uw school * gebaseerd op de geluktrilogie van Leo Bormans ‘Geluk voor kinderen’, ‘Vriendschap’ en ‘Feest’ * voor geluksvogels van 2,5 – 12 jaar * nog enkele plekjes vrij voor schooljaar 2023 – 2024 * vraag je prijsofferte op maat via: www.deverhalenkat.be ism Lannoo en Leo Bormans

Onze Seniorenwerking

Collega’s die binnenkort stoppen of al gestopt zijn: gelieve onderstaande strook in te vullen en op te sturen naar: Gerda Calders 48, rue des 3 Burettes • 1435 Mont-Saint-Guibert Tel. 0495/63.11.98 • e-mail: gerda.calders@gmail.com Met hartelijke dank voor uw medewerking

School: Naam en voornaam: Persoonlijk adres en telefoonnummer:

E-mail:

Twee maal per jaar (laatste donderdag van september en april) organiseren we voor onze senioren een aangename, culturele daguitstap. Alle leden (€ 20 lidgeld per schooljaar) worden hierop uitgenodigd. Aarzel niet om lid te worden en deel te nemen aan de verschillende culturele activiteiten! Het zijn ideale gelegenheden om oud-collega’s terug te zien! U zult het zich niet beklagen. 30


31


Er broeit wat bij onze noorderburen… Stop de meetcultuur ! Al jaren is er kritiek op de wettelijk verplichte eindtoets (of doorstroomtoets zoals hij straks heet). Zeven schoolbesturen met circa dertig basisscholen hebben nu aangekondigd in 2025 te stoppen met deze en andere gestandaardiseerde toetsen. Hoe risicovol is hun experiment? Een dinsdagavond eind september. In het bestuursgebouw van Blosse in Heerhugowaard luisteren zo’n 30 leraren van verschillende schoolbesturen naar Nicole Hanegraaf, oud-leraar, schooldirecteur, ontwikkelaar en consulent. ‘Waar lopen jullie tegen aan?’, vraagt ze, ‘En wat vinden jullie belangrijk?’ Op haar openingsslide staat: Stop het verplichten van toetsen. Leve het onderwijs. Kern van haar boodschap: ‘Denk na over je onderwijs, zodat je straks overtuigd en onderbouwd kunt zeggen: wij stoppen met de eindtoets, want wij meten het gewoon beter.’ Huh? Is die eind- of doorstroomtoets niet wettelijk verplicht? Zeker wel. Maar als het aan Leve het Onderwijs (LHO) ligt, verandert dat. Deze avond is de eerste van drie, georganiseerd door deze club van 90 onderwijsbestuurders, verantwoordelijk voor 1.100 scholen en 18.000 leraren. Ze willen het onderwijsbeleid veranderen en beginnen bij zichzelf. Hun motto: van moeten naar mogen, van controleren naar vertrouwen (in de leraar). Ze zijn bereid tot burgerlijke ongehoorzaamheid om dat doel te bereiken: hun leraren mogen vanaf 2025 bepalen wat, of en wanneer ze toetsen. De leraren in Heerhugowaard hebben er wel oren naar. ‘Wij volgen onze leerlingen een paar jaar in het vo en onze schooladviezen kloppen over het algemeen. Wij hebben die eindtoets niet nodig,’ zegt Bram Schuijt, leraar groep 8 bij kindcentrum Willibrord in Heiloo.

Wappies Basisscholen zijn wettelijk verplicht een doorstroomtoets (voorheen eindtoets) af te nemen in groep 8 en een genormeerd leerlingvolgsysteem te gebruiken in alle groepen. Toch wil LHO

32

basisscholen op termijn toestaan de toets níet af te nemen. Van de 1.100 scholen zitten er voorlopig 34 in dit ‘burgerlijke ongehoorzaamheidstraject’. LHO telt bekende leden, zoals Annet Kil (Gooische Scholenfederatie), Diane Middelkoop (OCBO) en Edith van Montfort (SAAM). Deze bestuurders tekenden voor de verspreiding van wetenschappelijke kennis middels de bundels van Didactief. Geen wappies dus, zullen we maar zeggen. Wat bezielt de mensen achter LHO? ‘In dit traject kunnen leraren nadenken over hoe ze de regie over hun vak terugpakken.’

Doorgeslagen focus Kritiek op de meetcultuur is een geluid dat breder leeft, getuige bijvoorbeeld een bestseller als De meetmaatschappij van Berend van der Kolk (Business Contact, 2021), hoofddocent Business and Economics aan de VU. Een cijfer ergens opplakken kan best handig zijn, schrijft hij, maar leidt vaak tot een doorgeslagen focus op indicatoren, in welke sector dan ook. Van der Kolk noemt als voorbeeld het invoeren van kernindicatoren bij de politie (pak de vandalen!) wat leidde tot een soort cijferfetisjisme (straatroof met geweld namen agenten liever niet meer als zodanig in de boeken op, want dat had een negatief effect op hun targets). Het Cito, schrijft Van der Kolk, suggereert met zijn leerlingvolgsysteem ‘een mate van grip (...) die niet waargemaakt kan worden’. Vanuit zijn onderzoek naar onderwijs concludeert hij: ‘Wat mij betreft stoppen we met de mantra “Meten is weten” wanneer het om mensen en organisaties gaat. Want het gaat totaal voorbij aan de complexiteit en werkelijke implicaties van meten en kwantificeren in een sociale context.’

Daarover spreken we bestuurder Remco Prast van Blosse (28 kindcentra in Noord-Holland), kerngroeplid van LHO en gastheer vanavond. Acht van zijn scholen hebben zich aangemeld voor het ‘stop-de-toetstraject’. ‘Sommigen zullen ons wegzetten als wappies,’ zegt hij lachend, ‘maar voor ons staat voorop: we zijn nergens tégen, we zijn vooral ergens vóór. De professionaliteit moet terug in het onderwijs en die wordt nu geschaad door al die toetsen. De eindtoets was bedoeld als achterliggend document voor de leerkracht. Maar het is verworden tot een selectie- en kwaliteitsinstrument waarmee besturen, scholen, leraren en kinderen worden afgerekend. Terwijl Karen Heij in haar proefschrift (2021) heeft aangetoond dat de kwaliteit van het onderwijs ten onrechte aan de eindtoets wordt opgehangen én dat hij


perverse effecten heeft. Hij leidt tot een smaller onderwijsaanbod en leunen op toetsen en methodes in plaats van te kijken wat kinderen nodig hebben. In dit traject kunnen leraren nadenken over hoe het beter kan en hoe ze de regie over hun vak terugpakken.’

Sorteerhoed Experts hebben eerder in Didactief aandacht gevraagd voor ongewenste bijwerkingen van de eindtoets: de bijlesindustrie groeide explosief, toonde Louise Elffers aan; leerlingprestaties daalden, blijkt uit PEIL- en PISA-onderzoeken. De toets levert ook geen bijdrage meer aan kansengelijkheid (hetgeen wel de bedoeling was van ontwerper A.D. de Groot destijds). In de praktijk functioneert hij nu vooral als een grote sorteerhoed, omdat voor veel vo-scholen de toetsscore leidend is voor de plaatsing van een nieuwe leerling. Maar juist kinderen uit kansarme milieus of met een niet-Nederlandse achtergrond lopen het risico op lagere prestaties op de toets, omdat ze een taalachterstand hebben of hun ouders bijles niet kunnen betalen. En dan is er nog een meettechnisch argument: de eind- of doorstroomtoets is een relatieve meting: hij vergelijkt kinderen met elkaar. ‘En dus is er altijd 20% de sterkste en 20% de zwakste,’ stelt Karen Heij, ‘maar hóé sterk of zwak ze zijn, weet je niet. (...) Cito (maker van de Centrale Eindtoets, red.) vertaalt de ruwe scores naar een schaal van 501 tot 550 punten, waarbij altijd, elk jaar, 535 het gemiddelde is, of de onderliggende ruwe score nu zeg 170 of 160 punten is.’ Dat moet anders, vindt LHO. Ze willen niet wachten op de politiek, maar de in hun ogen broodnodige verandering zelf starten. En dan is stoppen met de eind- of doorstroomtoets het meest activistische deel van het traject, maar niet per se het belangrijkste. De meeste van zijn scholen zullen in eerste instantie blijven toetsen, verwacht Prast, omdat het ze nu nog houvast geeft. En dat is prima. ‘Maar ik wil dat ze er in ieder geval over nadenken en toetsen bewuster en vaker formatief inzetten. Want het lerarentekort, het aantal thuiszitters, de groei van het speciaal onderwijs, het gebrek aan motivatie bij leerlingen, zijn allemaal noodsignalen van een bredere onderwijscrisis. En om de situatie te verbeteren, moet het gesprek volgens LHO weer over onderwijs en vakmanschap gaan en niet voortdurend over cijfers en toetsen. Je kunt de redenering ook omdraaien: maken de eerdergenoemde problemen het misschien juist onverantwoord om nu een toetsrevolutie te starten? Immers, hoeveel vertrouwen mag je hebben in het vakmanschap van leraren als klassen nog met kunst- en vliegwerk gevuld worden en leraren nauwelijks tijd hebben om na te denken over hun onderwijs? Hoeveel zijn bijvoorbeeld observaties van leerlingen waard, als er iedere dag een andere invaller voor de klas staat? En wie de leraar meer regie geeft, krijgt ook te maken met het zogenoemde Pygmalion-effect: uit onderzoek blijkt dat (onbewuste) vooroordelen van leraren een positieve, maar ook een schadelijke invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van leerlingen. Is de beste oplossing dan wel om de doorstroomtoets te schrappen? Kunnen we niet beter streven naar een kwalitatief betere eindtoets? Eva Naaijkens, directeur van de Alan Turingschool in Amsterdam, heeft fikse kritiek op de eindtoets. Toch ziet zij desgevraagd liever een betere doorstroomtoets, zeker op het gebied

van leesvaardigheid, dan dat scholen er helemaal mee stoppen. ‘Ik zou graag zien dat het Expertisecentrum Nederlands meedenkt over een betere toets om diep leesbegrip te monitoren.’

Meetcultuur Ontwikkelingspsycholoog en pedagoog Bert Wienen vindt het terecht dat er kanttekeningen worden gezet bij de eindtoets. ‘Ik ben niet tegen toetsen,’ zegt hij nadrukkelijk. ‘Maar het gaat mis als we zeggen: dit kind voldoet niet aan de norm en dus hoort het hier niet op school of geven we het geen kans om naar een bepaalde vorm van middelbaar onderwijs te gaan.’ De effecten van de huidige ‘meetcultuur’ zijn met andere woorden schadelijk voor leerlingen, aldus Wienen. Een toetsscore is iets tussen leraar en leerling en heel misschien nog de ouder, de uitkomst van een proces dat je samen bent aangegaan, aldus Wienen. ‘Als een leerling een onvoldoende haalt, zegt dat iets over hun pedagogische relatie. De leraar zou samen met de leerling moeten kijken hoe hij hem verder kan brengen, in plaats van bijvoorbeeld te zeggen: tja, hij is nu eenmaal taalzwak, dat blijkt uit de toetsen. Nee, hij is taalzwak en daarom ga ik als leraar aan de bak.’ ‘Het onderwijs is al veel te lang in de ban van de meetcultuur,’ zegt Wienen. ‘Soms wordt het beste onderwijs gegeven op plekken waar ze de laagste Cito-score halen. Maar dat wordt nooit zichtbaar in de cijfers omdat ze van heel ver moeten komen. Ik ken ook scholen waar ze vrolijk groen in de Cito-score zitten, maar die niet goed lesgeven. De leerlingen krijgen daar veel van thuis mee. Dus als je die cijfers gebruikt om het lesgeven te meten, zoals de overheid doet, dan zit je gewoon mis.’ De uitkomsten van deze high-stakes-toetsen dienen nu een ander doel. Wie drie keer op rij met zijn school onvoldoende presteert op de eindtoets gezien het gemiddelde leerlinggewicht van zijn populatie, komt onder strenger inspectietoezicht. Wienen: ‘Maar de eindtoets is nooit bedoeld geweest voor verantwoording aan de inspectie of aan ouders, of voor publieke verantwoording dat jij een goede leraar of school bent.’ De toetsmakers van de verschillende eindtoetsen zelf hebben bezwaar gemaakt tegen gebruik van hun product door de overheid om scholen ter verantwoording te roepen. ‘Ik zou graag zien dat het Expertisecentrum Nederlands meedenkt over een betere toets om diep leesbegrip te monitoren.’ – Eva Naaijkens Marlies Pepping, directeur van de Matthieu Wiegmanschool in Bergen, drukt zich nog sterker uit: ‘Ik vind het stuitend dat de onderwijskwaliteit van de school gemeten wordt met de opbrengsten van de eindtoets.’ Haar school heeft de zwaarste weging binnen SaKS-onderwijsgroep, ‘met veel kinderen die elders vastliepen en met hoog cognitief potentieel. Een fantastisch team slaagt er desondanks in circa 50% van de uitstroom op havo/vwo-niveau te realiseren. Maar wij scoren voor het vierde jaar op rij een onvoldoende voor de opbrengsten op de eindtoets, terwijl ik die slechte resultaten niet zie aankomen in het lvs. Daar doen mijn leerlingen het prima met lezen en rekenen. Ik weet gewoon niet meer wat de eindtoets aantoont.’ Ze is er klaar mee. En dat geldt ook voor de toetsen die verplicht zijn voor doorverwijzing van leerlingen. ‘Neem Olle, een leerling met dyslexie: uit onze observaties en met onze vakkennis weten we al dat hij hulp nodig heeft, maar het systeem eist dat we het met 33


een toets aantonen. “Nou jammer, joh, we dachten het al: toch niet gehaald….”’

Experiment Stoppen met de toets, is dat niet een te risicovol experiment, mogelijk ten koste van leerlingen? Begin oktober werd bekend dat een experimentele basisschool in Amsterdam moet sluiten omdat de onderwijsachterstanden te groot zijn geworden. Klein Amsterdam startte in 2016 met subsidie van de gemeente als winnaar van de Amsterdamse scholenwedstrijd. (De Alan Turingschool, die ook aan deze wedstrijd meedeed, doet het inmiddels fantastisch.) Hoe voorkom je dat experimenten uit de rails lopen? Prast heeft daar geen eenduidig antwoord op. ‘Verandering moet van onderop komen,’ zegt hij, ‘van binnenuit. Als bestuurder past mij een bescheiden rol: inspireren, informeren en vertrouwen geven. Leraren kunnen alleen beter worden, als we ze het vertrouwen geven dat zij het kunnen. We willen dat zij de regie over hun vak terugpakken.’ Blosse-scholen mogen zelf kiezen of ze meedoen aan het traject. ‘Als ze straks afwijken van de wet, wil ik dat ze kunnen onderbouwen waarom en hoe ze het willen doen. Alleen maar tégen toetsen zijn, is onvoldoende. Bij vertrouwen hoort namelijk ook verantwoordelijkheid en verantwoording. We moeten deze keuze kunnen uitleggen aan de raad van toezicht, de inspectie en ouders.’ Dat zou nog wel eens een heikel punt kunnen worden. Want wanneer ben je als leraar in staat om die verantwoording te nemen? Het begint onder andere met inzicht in de leerlijnen en hoe je leerlingen leren, en daaraan ontbreekt het bij sommigen, blijkt vanavond in Heerhugowaard. Maar daarover zo meer. Eerst geeft Hanegraaf de aanwezige leraren een indruk van de ondersteuning binnen het stop-de-toetstraject. Ze biedt met haar bedrijf Van Binnenuit scholen toegang tot een site, getiteld IK Ontwikkel, waarin leerlijnen zijn uitgewerkt voor het basisonderwijs, met doelenoverzichten, kwaliteitskaarten, theorie en achtergronden. ‘Het materiaal is ontwikkeld door leraren,’ zegt Hanegraaf, ‘en deels gebaseerd op de leerlijnen van SLO, maar bruikbaar los van een leerstofjaarklassysteem.’ Scholen kunnen het voor 150 euro per jaar gebruiken. Er is ook een format voor een lvs, dat 8,20 euro per leerling per jaar kost. IK Ontwikkel is geregistreerd als coöperatie, een rechtsvorm waarin zzp’ers kunnen samenwerken, expertise delen en samen klussen aannemen. Hanegraaf heeft een gelijknamig boek gepubliceerd.

Arbeidsintensief Didactief vroeg Eva Naaijkens, directeur van de Alan Turingschool, mee te kijken naar IK Ontwikkel. Ze is niet onder de indruk. ‘De kerndoelen en referentieniveaus zijn de leidraad, maar monitoring gebeurt vooral op basis van een checklist, portfolio en zelfevaluatie. Ik vrees dat dit erg arbeidsintensief is voor leraren en maak mij zorgen over hun onafhankelijkheid en vakmanschap; daar wordt een groot beroep op gedaan. Veel doelen kunnen bovendien nogal breed worden opgevat. Wat bedoelt men bijvoorbeeld met: “Ik doe ervaring op met meetkundige begrippen zoals: voor, achter, naast, op, onder?” Door uit te gaan van de individuele ontwikkeling van leerlingen doe je een te groot beroep op de tijd en professionaliteit van leraren. Dit systeem is niet onafhankelijk en maakt het te makkelijk om de lat te verlagen, met alle risico’s van dien voor kwetsbare kinderen. Het zal waarschijnlijk de kansenongelijkheid alleen maar vergroten.’ Een goed alternatief schud je niet zo maar uit je mouw, dat is duidelijk. De leraren die Hanegraaf vanavond om zich heen heeft verza34

meld, staan aan het begin van het traject. Sommigen kennen IK Ontwikkel al en zijn er blij mee, voor anderen is het een eerste kennismaking. De verschillen tussen deelnemende scholen lijken groot. Hanegraaf ziet daar vooral rijkdom in. Scholen kunnen van en met elkaar leren, stelt ze. ‘Door vakmanschap te delen, kunnen ze hervormen van binnenuit.’ Klinkt mooi natuurlijk, maar samenwerken met andere scholen blijkt in de praktijk nou juist vaak best ingewikkeld te zijn.

Drempelloos? Hanegraafs eindconclusie lijkt de aanwezigen vooral op te luchten: ‘Vertrouw op je eigen pedagogische kennis. Zorg dat je de leerlijnen helder hebt en weet wat er geleerd moet worden, in jouw groep maar ook in de groep voor en na jou.’ Maar als de teams doorpraten aan kleinere tafeltjes, blijkt dat niet zo vanzelfsprekend. De gesprekken bevestigen vooral wat Hanegraaf óók zegt vanavond: ‘We hebben wel iets te doen als beroepsgroep.’ Wat bedoelt ze daarmee? ‘Als we van het vo vragen om leerlingen straks drempelloos te accepteren, vraagt dat ook iets van onze eigen organisatie. Mogen leerlingen bijvoorbeeld drempelloos van groep 2 naar groep 3? Hoe zit het met de doorgaande lijn? En hoe brengen wij ontwikkeling in beeld?’ Belangrijke vragen inderdaad, zeker als je het aantal toetsen wilt minderen. Voor het team van een andere basisschool*, aanwezig met twee leraren, een ib’er en de directeur, is het allemaal inspirerend, maar ook nieuw. ‘Ons team is zich weinig bewust van de leerlijnen,’ zegt hun leraar groep 8. ‘Afwijken van de methode vergt lef,’ voegt haar collega toe. ‘Observeren doen we bij kleuters en dat kan natuurlijk ook in de hogere groepen, zoals Hanegraaf zegt, maar hoe leg je dat vast?’ Het team werkt grotendeels – conscientieus – met methoden in een leerstofjaarklassensysteem. Ze neemt circa 40 bijbehorende toetsen per jaar per klas af.

Evidence-informed OCW en de inspectie dringen er bij scholen op aan hun aanpak te baseren op wetenschappelijk bewijs (evidence-based). Bestuurder Remco Prast van Blosse ergert zich daar blauw aan: ‘Wat OCW bijvoorbeeld doet met het Masterplan Basisvaardigheden, is zeggen: jij snapt het niet, leraar, we zetten een team bij jou neer dat laat zien hoe het moet. Maar als een bakker een keer een verkeerd broodje bakt, komt er ook niet een brigade hem vertellen hoe hij brood moet bakken! Zet de leraar in zijn kracht, evidence-informed, en laat hem kiezen hoe hij onderwijsonderzoek vertaalt naar wát zijn leerlingen nodig hebben.’ Ook Nicole Hanegraaf gelooft niet in een evidence-based aanpak. ‘Zo’n aanpak werkt niet voor alle leerlingen en daar worden leraren nog onzekerder van. We moeten niet naar evidence-based aanpakken, maar naar evidence-informed leraren. Voor zover ze dat nog niet weten, moeten ze horen wat er te koop is aan wetenschappelijke theorie. Maar om de juiste keuzes op het goede moment te maken, is ook praktische wijsheid nodig. Wat je doet als leraar, werkt nooit voor iedereen en ook niet altijd.’


Gepersonaliseerde les Op de Matthieu Wiegmanschool in Bergen daarentegen zijn de leerlijnen leidend en geven ze gepersonaliseerd onderwijs. Leerlingen zijn gegroepeerd: groep 1, 2 en 3 bij elkaar, 4 en 5, en 6, 7 en 8. Ook Pepping heeft een digitaal lvs ontworpen om de ontwikkeling van kinderen te volgen op sociaal-emotioneel gebied, bij het leren leren, rekenen, spelling vanaf groep 4, begrijpend lezen en lezen. Het is grotendeels gebaseerd op observaties, op per vak twee genormeerde toetsen per jaar vanaf groep 4 (rekenen, spelling en begrijpend lezen), en vooral op de teksten die leerlingen produceren. Met ingang van dit schooljaar is op de Wiegman ook IK Ontwikkel ingevoerd. De verschillen tussen deze twee scholen geven een inkijkje in de risico’s van het stop-de-toetstraject. Die lijken bij de één stukken groter dan bij de ander, alleen al als we het besef van de leerlijnen als referentiepunt nemen. Terecht heeft LHO experimentstatus aangevraagd bij OCW, maar die is (nog) niet toegekend. Voorlopig ligt de verantwoordelijkheid dus bij de bestuurders. Zij zijn het ook die straks verantwoording moeten afleggen aan de inspectie. De toezichthouder kan er nog een behoorlijke kluif aan krijgen als scholen verschillende systemen zouden gaan hanteren, zoals IK Ontwikkel en het lvs-systeem van Pepping. Is dat wenselijk? LHO is in gesprek met het ministerie van Onderwijs, het College voor Toetsen en Examens (verantwoordelijk voor de eind- en doorstroomtoetsen) en de inspectie. Bolletjes, portfolio’s of andere leerlingvolgsystemen die scholen binnen LHO overwegen? ‘Daar is wel wat ruimte voor,’ zegt inspectiewoordvoerder Daan Jansen. ‘Voor taal en rekenen zijn genormeerde toetsen wettelijk verplicht in het lvs, maar er is niet vastgelegd in welke mate je die moet afnemen. Het is dus voorstelbaar dat je de genormeerde toets een keer per jaar afneemt en de ontwikkeling van leerlingen verder met andere activiteiten in beeld brengt.’ Stoppen met de eind- of doorstroomtoets in 2025 ligt anders. Hoewel LHO begrip voor haar standpunten zegt te voelen, is de reactie van de inspectie simpel: ‘De eind- en de doorstroomtoets zijn wettelijk verplicht. We kunnen dan ook niet anders dan handhaven; bij scholen die de doorstroomtoets niet meer afnemen, zullen we ingrijpen. We kunnen nu eenmaal niet selectief omgaan met de wettelijke bepalingen.’

Balanceren Het wordt voor LHO kortom balanceren op een dun koord. Meer ruimte en vakmanschap voor de leraar, wie is daar nou niet voor? Minder etiketten, meer aandacht voor niet-meetbare vaardigheden in het onderwijs – het zijn wensen om serieus te nemen. Maar de weg daarnaartoe lijkt nog behoorlijk hobbelig, want leerlingen zijn geen proefdieren en nog meer kansenongelijkheid kunnen we ons niet permitteren. Een onderwijssysteem van zulke hoge kwaliteit met evidence-informed leraren waardoor toetsen (bijna) overbodig zijn – er lijkt nog een lange weg te gaan.

Juridische rompslomp voorspeld bij doorstroomtoets Bram Schuijt, leraar groep 8 bij kindcentrum Willibrord in Heiloo, ziet de bui al hangen. De nieuwe doorstroomtoets kan veel gedoe opleveren. In Heiloo wonen veel gezinnen met een hoge sociaal-economische status. Ouders hebben daar ook wel bepaalde verwachtingen bij. Tot nu toe was bijstelling van een schooladvies niet verplicht. Dat verandert: ‘Als uit de doorstroomtoets een hogere score komt dan verwacht, dan stelt de school het schooladvies bij,’ aldus OCW. Nog steeds kan de school daar straks van afzien, maar dan moet ze wel goed motiveren waarom. ‘Door van bijstellen de norm te maken, vergroten we de kans dat alle leerlingen evenveel profiteren van het toetsadvies,’ aldus OCW. Maar dat kan veel papieren rompslomp en discussie geven, voorspelt Schuijt. Directeur Anita Kraakman van kindcentrum Willibrord voorziet hierin lastige gesprekken. In het verleden is dit wel eens uitgelopen op een opgestarte klachtenprocedure. ‘Wij geloven dat we ons uiterste best doen een passend schooladvies te geven. Ook voor ons is het van belang dat een kind zich optimaal ontwikkelt in het voortgezet onderwijs en we vertrouwen op onze kennis en kunde hierin. Als de eindtoets een ander beeld geeft, en bijstellen van het advies straks verplicht is, gaan we niet moeilijk doen. De tijd zal dan leren hoe het met het kind gaat,’ aldus Kraakman.

Monique Marreveld Dit artikel verscheen in Didactief, november 2023.

Zeeklassen Geniet met je school of klas van een zalige vakantie vlak aan zee. Onze troeven: verzorgde kamers, lekker eten, leuke animaties, grote speelzalen en een huiselijke sfeer.

Meer info: www.zeeklassen.be - info@zeeklassen.be of bel ons 059 323 628

35


Mee r over weten spee groene lplaa https ://lin tsen k.spe elp groe ? ne_ laatsme

made in Belgium

spee

lplaa ubel.be/ ts

Speelparcours in natuurlijke tinten

VOOR GRAS -, BOS - OF ZANDGROND

0% HOUT

Onderhoudsvrij speelplezier OP MA AT

Kant-en-klaar pakket of losse onderdelen volgens budget EENVOUDIG & ZONDER GEDOE

Makkelijk zelf te plaatsen info@speelplaatsmeubel.be 36

+32 (0)14 96 02 10


RAAD DER WIJZEN

In een witte school lijkt het onderwijs beter. ‘Ben ik hypocriet als ik die school kies?’ Filosoof Johan Braeckman buigt zich over een ethische kwestie "Ik ben een alleenstaande moeder. Mijn dochter is anderhalf jaar oud en mag dus over een goed jaar naar school. Zoals vele andere ouders ben ik al volop aan het uitpluizen welke school ik het best voor haar kies. Een school heeft een grote invloed op de ontwikkeling van een kind, dus ik wil genoeg tijd hebben om een weloverwogen keuze te maken. In de buurt zijn er twee scholen: een katholieke, maar overwegend 'witte' school, of een heel multiculturele school. "Ik ben heel progressief ingesteld en vind een multiculturele samenleving niet meer dan normaal. Daarom wil ik mijn dochter zo inclusief mogelijk opvoeden, zodat zij weet dat iedereen gelijk is, ongeacht de achtergrond of cultuur. Ik denk dat het dus belangrijk is om haar in contact te brengen met al die verschillende mensen. "Toch overweeg ik om mijn dochter naar de katholieke school te sturen. Ik ben bang dat ze op de andere school haar capaciteiten niet ten volle zou kunnen ontwikkelen. Van enkele ouders hoorde ik immers dat het niveau daar niet even hoog zou liggen, door de talige en culturele verschillen. Mijn ouders denken er hetzelfde over en sporen me ook aan om te kiezen voor de eerste school. Maar het knaagt. Kloppen de stellingen van de mensen rond mij en maakt mijn twijfel van mij een hypocriet en minder progressief persoon dan ik dacht?"

Het antwoord van filosoof Johan Braeckman "Scholen weerspiegelen het best zo veel mogelijk de realiteit van de diversiteit. Helaas doet Vlaanderen het op dat vlak niet goed - zeker in vergelijking met de rest van West-Europa. We kunnen zelfs over een vorm van segregatie spreken. Idealiter heeft elke school een vergelijkbaar percentage van kinderen met een migratieachtergrond, maar momenteel zijn er zowel scholen die een heel laag percentage behalen als scholen met 80 procent of meer. Het is uiteraard normaal dat de situatie in een dorpsschooltje anders is dan die in de steden, maar het streefdoel moet meer diversiteit zijn in zoveel mogelijk scholen. We kunnen verwachten dat de verschillen tussen de scholen op langere termijn zullen afnemen. Ook het katholiek onderwijs zal steeds meer diversifiëren, omdat er nu eenmaal veel heterogeniteit in de samenleving is. Maar momenteel zijn er nog altijd scholen die achterlopen op de reële maatschappelijke situatie.

"Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt dat evenwel niet. Meer kinderen met een niet-typische Vlaamse achtergrond volgen technisch en beroepsonderwijs. Die opleidingen focussen minder op hoger en universitair onderwijs, waardoor de leerdoelen ook anders liggen dan in het ASO. Dat geeft bij de doorstroming een vertekend beeld, want zo ontstaat het idee dat er scholen zijn die nadelen ondervinden van diversiteit, wat niet klopt. Besef ook het volgende: stel dat je zelf een kind bent met een migratieachtergrond en je hoort dat er scholen bestaan die zogenaamd beter zijn omdat ze minder divers zijn. Of nog erger geformuleerd: dat jouw aanwezigheid op een school het niveau doet dalen. Dat komt hard binnen. "Je moet het ook zo bekijken: kinderen die naar minder diverse scholen gaan, krijgen in zekere zin een geïsoleerde schooltijd. Als zij later een job uitoefenen, bijvoorbeeld als arts of leerkracht, hebben zij niet de ervaring om met mensen van andere culturen om te gaan. Je moet dus het liefst vroeg genoeg aan diversiteit blootgesteld worden. Voor het dagelijks leven van opgroeiende kinderen maakt het overigens niets uit: zij maken gewoon vriendjes, ongeacht welke kleur of achtergrond die kinderen hebben. "In scholen met diversiteit raken leerlingen snel vertrouwd met de maatschappelijke realiteit: ze leren omgaan met anderstaligen, met andere levensbeschouwingen en een andere cultuur in het algemeen. Naast wat je leert op school krijg je er gratis competenties bij die je niet zult opdoen als je naar een zogenaamde witte school gaat. Daarnaast is diversiteit niet alleen goed voor het kind van de vraagstelster, maar ook voor kinderen met een andere achtergrond. Op de meeste scholen zijn zij in de minderheid en dat zorgt nog altijd voor vormen van discriminatie en uitsluiting. De samenleving moet er dus naar streven om van scholen een smeltkroes te maken. "De dame heeft dus geen goede reden om haar kind níét naar een gediversifieerde school te sturen, integendeel. Ze geeft beter niet toe aan de druk van haar ouders om voor de weinig diverse school te kiezen. Dat advies komt als het ware uit een andere tijd, van twee generaties geleden. Het is belangrijk om je kind op te voeden conform de tijd waarin het leeft en opgroeit. Ik denk dat ze later spijt zou hebben als ze aan die druk toegeeft en niet volgens haar progressieve en eigentijdse principes handelt, waar ze trouwens zelf naar verwijst."

OPGETEKEND DOOR RIENEKE LAMMENS De Morgen

"Die slechte weerspiegeling hangt samen met het vooroordeel dat zogenaamde witte scholen prestigieuzer zijn. Blijkbaar hebben veel ouders de neiging om hun kinderen naar zulke scholen te sturen met als argument dat die kwalitatief beter zijn en dat ze hun kinderen daardoor betere startkansen geven.

37


Wekelijks 18 u. extra kwalitatieve zorg bieden zonder (zorg)leerkracht, hoe doe je dat? Dat is precies wat directrice Ria op haar school Sint-Ursula voor elkaar kreeg met

de preventieve leesinterventie Bouw!. Dit is slechts één van de Lexima-programma’s die

tot doel heeft leerlingen met extra zorgnoden te ondersteunen.

Wanneer er rode vlaggen worden gesigna-

leerd vanuit de klas, de zorgbegeleiding of de Koalatest, dan worden deze Sint-Ursula leerlin-

Doorlopende leerlijn

De programma’s zijn opgebouwd rond vier

pijlers die leeruitdagingen aanpakken door

middel van een effectieve totaalbenadering, ongeacht taal of achtergrond. Ze omvatten

preventie (Bouw!), remediëring (Lezergame, BLOON en Rekenheld), compenseren (Alinea & Kurzweil, gratis via LeesVoor! Vlaanderen) en leesbevordering (Boekies).

op schoolsucces te hebben als hun mede-

‘Een goed gekozen en gebruikt programma ondersteunt de leerling en leerkracht in de klas en vermijdt frustratie en onnodige verdere achterstanden.’

zijn niet alleen cruciaal voor schoolprestaties,

De programma’s zijn geschikt voor elke fase

gen aangemeld voor een Bouw!-traject. Bouw! doet leesproblemen met ruim 60% afnemen. Dat streeft Ria ook na voor haar school.

Doel

Leerlingen die het lastig hebben met lezen,

schrijven of rekenen, krijgen door de Leximaprogramma’s dat extra zetje om dezelfde kans

leerlingen. Lees-, schrijf- en rekenvaardigheid maar ook voor het toekomstig maatschappelijk functioneren.

van het onderwijscontinuüm, van brede ondersteuning tot intensieve zorg en individuele

hulp. De programma’s zijn gebruiksvriendelijk, methodeonafhankelijk, overal (ook thuis) te

gebruiken en ontwikkeld op basis van wetenschappelijke inzichten en gebruikersonder-

zoek. Hun inzet werkt ontlastend voor de leerkracht die via de duidelijke rapportage altijd het

overzicht behoudt. Leerlingen verbeteren hun vaardigheid en winnen aan zelfvertrouwen en

zelfstandigheid. Hun algemeen welbevinden gaat er zeker op vooruit.

Vijf voor twaalf

Uit het PIRLS (2021) onderzoek blijkt dat Vlaamse 10-jarigen op vlak van leesvaardigheid

in 10 jaar tijd van plaats 8 naar plaats 32 gezakt zijn. Dat onderstreept alvast de urgentie. Scholen staan voor heel wat uitdagingen, 38


waaronder lerarentekorten, de nasleep van

COVID-19, een groeiend aantal meertaligen en meer leerlingen met extra ondersteunings-

behoeften. Lexima reikt als externe educa-

tieve partner nichekennis en expertise aan om scholen hierin te ondersteunen.

Win-win

Voor een effectieve implementatie benadrukt

periode gratis uit, om zo inzicht te krijgen in

combinatie met goede vorming.

steeds onder persoonlijke begeleiding van

Lexima het belang van kwaliteitssoftware in

Via het Lexima Academie aanbod, dat bestaat

uit trainingen, maar ook gratis inspiratie- of infosessies en lezingen (pedagogische stu-

hoe ze deze optimaal inschakelen. Dat gebeurt ervaren Lexima-trainers die voor een succesvol implementatietraject instaan.

diedagen, …), wordt kennis en kunde over-

Kennismaken met de

proberen de programma’s gedurende een

Scan de QR-code

gebracht naar scholen(groepen). Scholen

programma’s?

Je leerkrachten ontlasten én meteen ook je leerlingen digitaal ondersteunen bij

hun leeruitdagingen? Door samen te werken met Lexima zet je in op beide! In een

wereld waar tijd kostbaar is, zorgen onze leermiddelen voor de juiste focus. Ze besparen tijd door de nadruk te leggen op begrip, plezier en inclusiviteit en bieden leermogelijkheden voor iedereen.

39


MET DE SCHOOL NAAR EEN JEUGDHERBERG!

OOSTENDE

ZOERSEL

DUDZELE

ANTWERPEN

BRUGGE C

De Roerdomp

OOSTDUINKERKE

WESTERLO

GENT

LIER

MALDEGEM

M

Y

KORTRIJK CM

keuze uit 18 jeugdherbergen

Herdersbrug Bed&Breakfast

BRUEGEL

GERAARDSBERGEN

LEUVEN

BOKRIJK

HASSELT

BRUSSEL

MY

VOEREN

zee- , natuur- , stads- en herinneringsklassen activiteiten op maat van de groep, het budget en het project

CY

CMY

SANKT-VITH

K

alle maaltijden inbegrepen

Bekijk al onze programma’s op onze scholenwebsite www.schoolklassen.be | schoolklassen@vjh.be | +32 (0)3 232 72 18

Kies uit meer dan 20.000 producten ruim 1000 milieubetere alternatieven

Eenvoudig online bestelplatform vraag uw school-profiel aan

Alles voor klas, leerling én leerkracht!

Overzichtelijke schoolcatalogus digitaal of op papier verkrijgbaar

Meteen leverbaar uit voorraad een minimum aan naleveringen

Geleverd in 24u of op datum op adres naar keuze

Gratis levering vanaf € 49,50 (excl. BTW) in België, niet geldig op diensten

De laagste prijzen

voor onderwijsinstellingen

PANDAVA.COM 40

INFO@PANDAVA.COM

03/660.05.10


Kralen kleuren en ganzenbord

De eerstejaars aan het ‘ijsbergrekenen': “Je leert de redenering, niet de oefening” De 25 kinderen in het eerste leerjaar van juf Els in basisschool De Mijlpaal in Drongen schuiven met kralen, zetten rondjes en bouwen met blokken. In de klas ernaast spelen ze met een ganzenbord. Géén bezigheidstherapie, maar harde wiskunde. Al vijf jaar lang doen ze in GO! Basisschool De Mijlpaal aan ijsbergrekenen, een methode die het GO! zelf uitwerkte. “We willen kinderen geen trucje leren. Ze moeten het snappen. Dat werkt.” Oefeningen op papier maken ze natuurlijk ook wel, maar er is geen syllabus of duur werkboek voor wiskunde in deze basisschool. Juf Els en juf Tine gingen vijf jaar geleden van start met ‘IJsbergrekenen' voor de jongsten. Een didactiek waarin de leerlingen van in het prille begin met getallen aan de slag gaan. Geen abstracte 1-2-3, maar schijfjes op een rekenplankje, of kralen verschuiven aan een ketting. “Vorm eens een 9", zegt juf Els. Na even nadenken komen er in de bovenste rij 5 en de onderste rij 4 schijfjes te liggen. Aan de ketting rijgen de zevenjarige pupillen vervolgens vijf roodkleurige parels en dan vier keer één parel van de ene kant naar de andere. “Dat is het grote verschil”, zegt juf Els. “Gisteren telden ze luidop van één tot negen en schoven ze elke parel individueel. Omdat we hen ook verbanden doen leggen, tellen ze nu in blokjes van vijf. Dat is de basis voor bewerkingen.” Deze school pionierde met ijsbergrekenen, intussen worden de leerlingen van het zesde leerjaar ondergedompeld in deze didactiek. Intussen wordt de ijsbergdidactiek toegepast in alle 13 andere scholen van GO! Scholengroep Gent. Ook andere scholengroepen zijn geïnteresseerd. Geen eenvoudige keuze, want er wordt bij voorkeur niet meer gewerkt met een handleiding. GO! Scholengroep Gent ontwikkelde ter ondersteuning een website waarin jaarplannen, leerlijnen, werkbladen, toetsen, dagelijkse en wekelijkse herhalingsoefeningen… ter beschikking gesteld wordt aan de leerkrachten. Marianne Franck van het GO! is de drijvende kracht, letterlijk, achter de website, en voorstander. “We willen leerlingen geen trucjes aanleren. Zo krijg je wiskunde namelijk niet onder de knie. We laten kinderen eerst redeneren met concrete levens-

echte materialen. Die concrete materialen worden vervangen door modelmateriaal, één voor één telbaar zoals klikblokjes, kralen en getalbeelden. Dan pas springen we naar schematische denkmodellen. Deze bevatten geen één voor één telbare voorwerpen. De klemtoon ligt op de verhoudingen en de onderlinge relatie tussen getallen. Als laatste stappen we over naar het niveau van de formele bewegingen. De aandacht richt zich op het automatiseren van rekenprocedures en het memoriseren van rekenfeiten.” Dat laatste is het makkelijkst uitgelegd als de rekenoefeningen die we kennen. “Het onderwijs zelf verandert niet. Maar wij willen wel meer inzetten op de drijfkracht onder het formele wiskundeniveau. Dat betekent dat je bij een aantal dingen langer blijft stilstaan. Je denkt hierdoor misschien wel wat tijd te verliezen, maar niets is minder waar want door de winst aan inzicht rendeert dit zeker.” “We scoren op wiskunde momenteel minder goed in Vlaanderen”, zegt Kevin Eggermont, coördinator van de basisscholen van de Gentse GO!-groep. “Zeker op het vlak van meten is het dramatisch. Met de ijsbergdidactiek zijn we concreter. Kinderen gaan eerst veel meer doe-opdrachten uitvoeren, vooraleer over te gaan naar de abstracte begrippen zoals meter, liter. Toen we merkten dat ijsbergrekenen werkte in de pioniersscholen, zijn al onze andere scholen vrijwillig ingestapt. Intussen is er een heuse digitale ondersteuning en zijn er andere scholengroepen geïnteresseerd. Want ijsbergrekenen werkt. De uitval voor wiskunde is veel minder groot.” De kinderen van het eerste leerjaar zijn intussen ook, op blote voeten want dat werkt lekker in de hitte, aan spelletjes begonnen. “Niet alleen inzicht, maar ook automatisatie is belangrijk”, vertelt Franck. “Niet alleen door die abstracte sommen te maken, dat is uit het hoofd leren. Maar door het telkens opnieuw toe te passen.” De leerlingen gaan met memory- en ganzenbord-achtige spelletjes aan de slag. “Ik mag twee en drie stappen vooruit, dat is vijf”, zegt één meisje. Haar pion springt naar de winnende positie, onder het toeziend oog van de juf. Zo werkt het dus ook. Sofie Van Waeyenberghe Het Laatste Nieuws

41


42


KOPPEN.BE Ontwerp, fabricage en montage sinds 1946

OVERKAPPINGEN speelplaatsluifels bergingen

FIETSPARKEREN open & gesloten stallingen fietsenrekken kinderfietsenrekken e-bike laadpalen fietsboxen

INDOOR & OUTDOOR vestiaires lockers boekentassenrekken kindveilige jashaken op rail recyclage afvalbakken asbakken picknicktafels zitbanken geleidehekken afbakeningspaaltjes bloembakken

KOPPEN.BE

bv

Industriepark Brechtsebaan 22 | B-2900 Schoten e-mail: info@koppen.be | telefoon: 03 680 12 34

43


vertegenwoordiging VIRBO De verschillende organen

PTC BAO Katty VANHOECKE: KS Ronse Tel. 055/21.49.56 Decroly.kleuter@sgr21.be

PTC FINANCIEN PTC PERSONEEL GEZONDHEIDSBELEID Katty VANHOECKE: KS Ronse Tel. 055/21.49.56 Decroly.kleuter@sgr21.be Barbara DANIS: Halderbosstraat 76, 1653 Dworp GSM 0477/54.69.50 barbara.danis@sgrbrussel.be

GO! (REFLECTIEGROEPEN) Kinderopvang

OVERLEG VAKBONDEN Didier VAN DE GUCHT: Tel. 02/733.10.97 didier.vandegucht@gmail.com

NODB Katty VANHOECKE: 055/21.49.56 Decroly.kleuter@sgr21.be Mike GOUDESEUNE: 0486/90.38.09 mike.goudeseune@detandem.be

VLOR Algemene Raad van de VLOR

BREDE SCHOOL Mike GOUDESEUNE: BS De Tandem (Freinet) GSM 0486/90.38.09 mike.goudeseune@detandem.be mike.virbo@gmail.com

Wat verwacht VIRBO van een

bestuurslid?

De rol spelen van verbindingspersoon tussen de directeurs van de SGE BaO en VIRBO, en dit in beide richtingen ■ Een bijdrage leveren aan de vlotte werking van VIRBO door het organiseren of meewerken aan de organisatie, zowel van de interne werking als van de evenementen ■ De initiatieven van VIRBO steunen door regelmatige deelname hieraan ■ Deze initiatieven promoten bij de collega’s in de scholengroep en hen aanmoedigen hieraan deel te nemen ■ Zoveel mogelijk aanwezig zijn op de bestuursvergaderingen (max. 9 per jaar) ■ Minstens 1 artikel per jaar bezorgen voor Info-Bas ■

Wat verwachten we van een

contactpersoon? De rol spelen van verbindingspersoon tussen de directeurs van de scholengemeenschap BaO en VIRBO en dit in beide richtingen ■ De initiatieven van VIRBO steunen door regelmatige deelname hieraan ■ Deze initiatieven promoten bij de collega’s in de scholengroep ■ Bijdragen tot de verspreiding van documenten door VIRBO opgesteld in de eigen scholengroep ■ Verslagen van evenementen uit de eigen scholengemeenschap, die interessant kunnen zijn voor andere directies, doorsturen voor Info-Bas ■ Uiteraard in orde zijn met het lidgeld ■

De lijst ‘bestuursleden en contactpersonen’ wordt regelmatig geactualiseerd (blz. 2) Kijk na op blz. 2 van deze Info-Bas hoe uw scholengroep reeds vertegenwoordigd is. VIRBO streeft ernaar om over minimum 1 persoon uit elke scholengroep als bestuurslid of contactpersoon te kunnen beschikken, maar meer mag ook. Voelt u zich aangesproken? Neem dan contact op met onze voorzitter, didier.van.de.gucht@gmail.com en vermeld tot welke groep u wilt behoren. Samen zijn we sterker! Didier Van de Gucht, voorzitter

44


➤ Wat doet VIRBO ? VIRBO wil opkomen voor de belangen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap in het algemeen en de directies van het basisonderwijs GO! in het bijzonder 1 Regelmatig overleg met de minister, GO!, andere directieverenigingen, ... 2 Info- netwerkdag: leerrijk, gezellig, ... 3 Driedaagse navorming: jaarlijks 4 Tijdschrift INFO-BAS: 4 x per jaar : Kritisch, informatief, praktijkgericht 5 VIRBO-Happening: jaarlijkse didactische beurs, gekoppeld aan een praktijkgerichte vorming of interessante sprekers 6 Informele hulp via netwerking 7 Seniorenwerking

Lidgeld? Directies: 30 euro Ere-directies (senioren): 20 euro Te storten op BE40 2930 0648 0463 van VIRBO vzw BIC: GEBABEBB Hoe meer directies zich aansluiten, hoe groter de geloofwaardigheid, de invloed en daadkracht van onze directievereniging !

Bezoek ons op de SETT & TOOLS4SCHOOLS beurs Een lege speelplaats maakt niet gelukkig… Amper 40 procent van de leerlingen voelt zich gelukkig op een lege speelplaats. Verander ze in een uitdagende en sociale ruimte en 87 procent van je leerlingen voelt zich er goed. Resultaat: minder conflicten!

Happy children = Happy teachers = Happy parents

Vraag je GO - BAS geschenk

www.amuzefun.com

Design & productie in BELGÏE 0498/503030 - info@amuzefun.com

Hop naar buiten met je klas! 45


Het onderwijs digitaliseren maar mag er ook nog iets genoteerd worden?

De onomkeerbare digitalisering van het onderwijs komt vooral de 'edutech'-bedrijven ten goede, schrijft Goele Cornelissen. Het nieuwe schooljaar is gestart. Het is voor ons de laatste ouderavond in een rij van drie. We zitten in de klas. Vanuit de plek die mijn dochter elke dag bezet, kijk ik naar het digibord. Krijtborden zijn er niet meer, zelfs geen whitebord met stiften. Wel het gebruikelijke praatje over visie, praktische afspraken, de jaarkalender en last but not least: het digitale leerplatform. Communicatie tussen ouders en school verloopt langs die weg. Ik herken het van bij onze zoon – agenda, planner, evaluatie, berichten, documenten – en vraag me af hoe onze kinderen hun weg daarin vinden, hoe ze tussen al het klikken door erin slagen het overzicht te behouden, hun hoofd erbij te houden en niets over het hoofd te zien. Mijn mijmering wordt bruusk onderbroken. 'Actiepunt voor dit schooljaar: gedaan met printen en kopiëren. Papier wordt tot het absolute minimum herleid. We kiezen radicaal voor digitaal.' Ik schrik en denk meteen aan de kopieën die mijn dochter de dag voordien al heeft gekregen. Oef, dacht ik toen nog, die leerkracht probeert structuur en oefengelegenheid toe te voegen aan een aantrekkelijk gelay-out, maar niet-studeerbaar handboek. Ze weet dat kleurtjes, prentjes en invulstrookjes de geest verstrooien. Haar tekst daarentegen brengt overzicht en laat zich bewerken. Haar oefeningen zijn strak, ontdaan van elke afleiding. Wordt zij binnenkort op de vingers getikt? In naam van de vernieuwing? Mijn hand schiet als vanzelf in de lucht. 'Is papier weren wel een goed idee? Willen we onze kinderen dat ontzeggen? Ik ben toch wat bezorgd.' In mijn hoofd duiken nog meer vragen op. En wat dan met die dure invulboeken? En is er nog ruimte voor leerkrachten die een bord gebruiken en lesgeven op het ritme dat aandachtig noteren mogelijk maakt? Ik ben niet tegen moderne technologie. Het is mijn vaste overtuiging dat kinderen op school moeten leren werken met die technologie en inzicht moeten krijgen in de werking ervan. Maar dat betekent niet dat de instrumenten die de school daarvoor gebruikt, allemaal digitaal van aard moeten zijn.

Zware laptop Het antwoord op mijn vraag is even helder als ontstellend. 'Wij kiezen resoluut voor een digitale aanpak. Daar zijn drie redenen voor' – merkwaardig genoeg hoor ik Pedro De Bruyckere

46

een dag later precies dezelfde redenen opsommen in zijn reactie op de Zweedse beslissing om de digitalisering in onderwijs drastisch terug te schroeven. 'Eerste reden: de boekentas is te zwaar.' Uiteraard is dat waar. Onze kinderen zeulen elke dag met een laptop, niet omdat ze die thuis nodig hebben, maar om verzekeringstechnische redenen mag die niet op school blijven. Maar maken een paar extra kopietjes of notitiebladen dan werkelijk het verschil? 'De tweede reden is van ecologische aard. Minder papier is beter voor het milieu.' Serieus? En wat dan gezegd over de milieu-impact van digitalisering? Enig idee hoeveel energie al die servers wereldwijd verslinden? 'De derde en belangrijkste reden is van economische aard: de schoolfactuur ligt te hoog. Papier is duur en moet eruit.' Ik ben verbaasd. 'Maakt u zich niet veel meer zorgen over de toekomstige factuur voor laptops die nu eenmalig met Europese middelen werden betaald?' 'De digitalisering is ingezet, mevrouw. Dat draaien we nooit meer terug.' Ik knik verslagen. Het doet me denken aan de Nederlandse Mirjam de Rijk (GroenLinks), die haarscherp uit de doeken doet hoe 'edutech'-bedrijven op scholen iets in gang hebben gezet waar ze niet meer me kunnen stoppen, met alle gevolgen van dien.

Klasmanagement Diep binnenin schreeuw ik, maar ik zeg niets meer. Waarom onderschrijven leerkrachten zo'n verhaal? Hoe kunnen ze toestaan dat hun fantastische beroep met de dag verder wordt uitgekleed? Of speelt er nog iets anders? 'Klasmanagement', zegt mijn buurman dan. 'Ze houden leerlingen bezig. Onderschat niet hoe handig dat is als je niet in staat of bereid bent om leerlingen te boeien, mee te trekken en blijvend vast te houden.' Wellicht heeft hij een punt, maar ik geloof vooral dat, net als heel wat ouders, veel leerkrachten bezorgd zijn. Iedereen die de ervaring van boeiend, interessant, (in)spannend, inspirerend onderwijs kent, wil die delen met onze kinderen. Laat deze anekdote daarom een oproep zijn voor een ernstig debat. Laten we scherp stellen wat we bedoelen als we zeggen dat onze kinderen recht hebben op kwaliteitsvol onderwijs. Laten we een debat ten gronde voeren over de pedagogische en didactische betekenis van zaken zoals noteren, studeren op basis van notities, lesgeven op basis van een voorbereiding. En laten we debatteren over de macht van de 'edutech' en de manier waarop het onderwijs er stilaan volledig in verstrikt geraakt. Goele Cornelissen De Standaard


Planning Virbo 2023 – 2024

Beste collega’s, Uw aanwezigheid op de diverse activiteiten van VIRBO is zeer belangrijk! Daarom: • Noteer deze data nu al in uw agenda; • Geef deze data door aan uw AD en Coördinerende directies BaO; • Geef ons interessante ideeën om te behandelen, of sprekers om uit te nodigen; Het bestuur staat open voor ieders inbreng.

Activiteiten VIRBO 2023 - 2024 1. VIRBO – Netwerkdagen: Dinsdag 6 februari 2024 Plaats nog te bepalen Spreker: Geert Spiessens Thema: Personeelsbeleid: alternatieve benaderingen! 2. VIRBO - Seminarie Woensdag 20 t.e.m. vrijdag 22 maart 2024 Thema: Personeelsbeleid: werving en borging! 3. VIRBO - Happening Nieuw concept! Vrijdag 26 april 2024 Didactische beurs met eigen best-practices, gastsprekers, afterworkdrink Plaats: Brugge

➜ VOOR ONZE SENIOREN:

colofon INFO-BAS

INFO-BAS is het informatieblad voor directies basisscholen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Verantwoordelijke uitgever > Didier Van de Gucht, Warmoeshof 6, 1853 Strombeek-Bever Lay-out & vormgeving > drukkerij DIE KEURE Druk > drukkerij DIE KEURE Verspreiding druk > scholen Bao gratis (oplage ongeveer 630) Elektronische versie > scholen SO, CLB, AD (oplage ongeveer 420) Uitgiftekantoor > Peer Info-Bas verschijnt driemaandelijks (maart, juni, september, december) Elke medewerker is verantwoordelijk voor zijn/haar bijdrage Bijdrage op te sturen naar VIRBO, Noël Devolder, Blekerijstraat 93 app.0401 8310 Assebroek e-mail: noel.virbo@gmail.com > vóór 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november 2022.

VIRBO vzw is de Vereniging van directies van de basisscholen en de scholen voor buitengewoon onderwijs van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Voorzitter VIRBO > Didier VAN DE GUCHT Ondervoorzitter VIRBO > Katty VANHOECKE Secretaris VIRBO > Geert WILLAERT Penningmeester VIRBO > Barbara DANIS en Erik VAN LAERE Lidgeld: Directies 30 euro per schooljaar Ere-directies (senioren): 20 euro Te storten op BE40 2930 0648 0463 van VIRBO vzw BIC: GEBABEBB

Senioren daguitstap: Donderdag 25 april 2024, hou deze datum reeds vrij…

Alle leden senioren ontvangen de uitnodiging + inschrijvingsformulier ook via de post. !!Alle informatie is ook te vinden op de VIRBO-website!!

www.virbo.be

47


Kleine ingrepen maken soms een wereld van verschil. Hoe kunt u middels een aantal eenvoudige ingrepen uw infrastructuur afstemmen op de noden van vandaag? Kinderwelzijn en duurzame mobiliteit staan overal hoog op de agenda en daar kunt u als verantwoordelijke instelling op inspelen. Zo zorgen een speelplaatsoverkapping en een fietsenstalling voor heel wat extra comfort: kinderen kunnen steeds buiten blijven spelen, ook als het regent. En hun fietsen kunnen ordelijk en veilig gestald worden onder een op maat gemaakte overkapping. Fietsbeugels, verlichting, laadsystemen voor e-bikes, enz... kunnen makkelijk worden voorzien. De basis voor iedere toepassing is een BOzARC overkapping, samengesteld uit een lichte maar sterke draagstructuur in aluminium en een dakbedekking in massief, onbreekbaar polycarbonaat. Deze beschermt niet alleen tegen de regen, maar ook tegen extremere weersomstandigheden zoals sneeuw en hagel (10 jaar garantie op barsten of breken). Een transparante overkapping biedt maximaal licht én een heel open effect. Een overkapping met een opale dakbedekking zorgt dan weer voor schaduw en verkoeling bij heel warm weer en felle zon.

INFO, EEN VOORSTEL OF OFFERTE OP MAAT:

WWW.BOZARC.BE

Wenst u meer informatie, een op maat uitgewerkt voorstel? Neem contact op met ons. Onze technische adviseurs komen graag ter plaatse om uw specifieke situatie in kaart te brengen, suggesties te doen en een concreet voorstel en offerte uit te werken. Voorbeelden van onze realisaties vindt u overigens op www.bozarc.be (scan de QR-code). Heeft u vragen? Stuur een mailtje naar info@bozarc.be.

BOzARC Aartselaar Boomsesteenweg 41 bus 2 2630 Aartselaar 03 455 90 67 info@bozarc.be www.bozarc.be BOzARC Roeselare RumRumbeeksegravier 166 C 8800 Roeselare 050 51 81 41 42

48

BOzARC Hasselt Trichterheideweg 11 bus 01 3500 Hasselt 089 44 01 33


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Infobas december 2023 by Rudy Sterck - Issuu