Skip to main content

MagUZA 119 - Februari 2020

Page 1

MA G U Z A

Afgiftekantoor Gent X, Maguza 119, Tijdschrift – kwartaalblad, januari – februari – maart 2020, v.u. Johnny Van der Straeten, Universitair Ziekenhuis Antwerpen, Wilrijkstraat 10, 2650 Edegem

ZORGMAGAZINE VAN HET UZA

FEBRUARI 2020 #119

Kanker en zwangerschap

‘Ik was zeker dat ik mama zou worden’

www.maguza.be   UZAnieuws   UniversitairZiekenhuisAntwerpen uza_stories

Dossier VROEGE OPSPORING ZELDZAME ZIEKTEN


Het gedicht dat Maud Vanhauwaert, Antwerps stadsdichter in 2019, schreef ter gelegenheid van 40Â jaar UZA.


WELKOM

13:50 UUR

CARDIALE REVALIDATIE

‘Zoiets verandert je leven’ TOM (45)

Waarom in het UZA? ‘Ik kom hier drie keer per week naar de cardiale revalidatie. In totaal zal ik zo’n vier maanden moeten revalideren.’ Hoe gaat het nu? ‘Ik voel mij al een stuk sterker. Begin november ben ik in het ziekenhuis beland met de symptomen van een hartaanval. Het bleek om een spasme op de kransslagader te gaan. Die hartproblemen kwamen volledig uit het niets. Toen de arts mij voorstelde om het revalidatieprogramma te volgen, heb ik meteen ja gezegd. Ik wil zo goed mogelijk herstellen. Het is een programma op maat, met conditietraining op verschillende toestellen, krachttraining en infosessies. Het is zwoegen, maar de begeleiding is heel goed. Ook nadien zal ik met dezelfde regelmaat moeten blijven sporten en opletten voor stress. Zoiets verandert je leven voorgoed.’

03 MAGUZA MAGUZA 03


IN DIT NUMMER

VOORAAN

06

FOCUS

Zwanger en kanker

06 Focus Kanker behandelen tijdens de zwangerschap?

‘Opgelucht dat de chemo geen kwaad kon voor ons kindje’

10 Interview Openheid, het startpunt voor het voorkomen van incidenten

ZORG 14 Erfelijke doofheid ‘DFNA9’ Foute diagnoses vermijden

30 Keizersnede Nieuwe aanpak beter voor ouders en kind

GEZOND 16 Ondervoeding Ziekenhuispatiënten lopen hoger risico

32 Slaapcentrum Tips voor shiftwerkers 16

19 Dossier

Wat kan je doen?

Vroege opsporing zeldzame ziekten

27 Visie Johnny Van der Straeten over internationale accreditering en kwaliteit

28 Onderzoek & innovatie Biobank Antwerpen: lichaamsmateriaal voor de wetenschap

36 Techno-logisch NeoChord-operatie: nieuwe aanpak bij lekkende mitralisklep

38 Team UZA Leen Verbeeck is muziektherapeute

EN VERDER … 13/35 Kort 40 #UZA 40 Agenda

04

Ondervoeding

30

Keizersnede

‘ Natuurlijker verloop is goed voor ouders en baby’


28

ONDERZOEK & INNOVATIE

38

Biobank Antwerpen: lichaamsmateriaal helpt wetenschap vooruit

TEAM UZA ‘Via muziek kunnen kinderen hun emoties uitdrukken’

Alle artikels zijn te vinden op

MAGUZA.BE

Schrijf je vandaag nog in op onze e-nieuwsbrief. Ga naar www.maguza.be/­ abonnement

32

Slaapcentrum Tips voor shiftwerkers

Dossier

20

Vroege opsporing ­ van zeldzame ziekten redt elk jaar levens

23

Vijf vragen over de neonatale screening

24

Arthur (6) heeft PKU

VROEGE OPSPORING ZELDZAME ZIEKTEN

26

Brengt de toekomst genetische screening?

‘ Een paar uur na het telefoontje zaten we al in het UZA’

MAGUZA 05


FOCUS

Zwanger en kanker

‘Ik dacht in de eerste plaats aan mijn kindje’

Prof. dr. Sevilay Altintas, oncoloog

Eén op de duizend zwangere vrouwen krijgt kanker. Onder hen ook Betty (40), die tijdens haar chemotherapie een gezonde dochter op de wereld zette. ‘Ik vertrouwde erop dat het wel goed zou komen.’

B

etty was zes ­maanden zwanger toen ze een knobbeltje in haar borst voelde. ‘Ik schreef het toe aan mijn zwangerschap en besteedde er verder geen aandacht aan. Maar toen ik vier weken later op controle ging bij mijn gynaecoloog, stelde die toch verder onderzoek voor. Een week later hoorde ik dat ik borstkanker had. Het leek alsof de hemel op mijn hoofd viel.’

Dienst oncologie, T 03 821 32 50

Zeker bij borstkanker goede prognose Het gebeurt wel vaker dat kanker tijdens de zwangerschap niet meteen aan het licht komt, bevestigt UZA-oncologe prof. dr. Sevilay Altintas. ‘Doordat een zwangere vrouw sowieso opgezette borstklieren heeft, lijkt zo’n knobbeltje niet verdacht. Veel artsen denken op zo’n moment gewoon ook niet aan kanker.’ Toch krijgen jaarlijks enkele

tientallen zwangere vrouwen borstkanker. Een erg bittere pil, al is er ook goed nieuws. ‘Zeker bij borstkanker is de prognose dezelfde als bij niet-zwangere vrouwen’, zegt Altintas. ‘De kanker verloopt niet agressiever en we kunnen de patiënten

Chemotherapie kan vanaf veertien weken zwangerschap

perfect behandelen. Een operatie kan in principe op elk moment van de zwangerschap. En vanaf veertien weken kunnen patiënten ook chemo­therapie krijgen. De schadelijke moleculen raken niet voorbij de moederkoek: dat is uitvoerig wetenschappelijk

onderzocht. Bestraling kan alleen in het begin van de zwangerschap, maar bij een verder gevorderde zwangerschap kunnen we die uitstellen tot na de bevalling.’ Tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap liggen de kaarten slechter. Chemotherapie is dan niet mogelijk. ‘Die vrouwen moet ik dan helaas adviseren hun zwangerschap te beëindigen, tenzij de tumor zo pril is dat een operatie volstaat’, aldus Altintas.

‘Alles voelde onwezenlijk’ Betty dacht na de diagnose vooral aan haar baby. ‘Ik was erg opgelucht te horen dat de chemotherapie geen kwaad kon voor ons kindje.’ Haar gynaecoloog verwees haar door naar prof. Altintas. Betty: ‘Die eerste dagen voelde alles onwezenlijk. Ik kreeg veel uitleg en foldertjes van de borstverpleegkundige, maar het leek wel alsof het over iemand anders ging.’ Gelukkig waren er


Betty onderging tijdens haar zwangerschap een operatie en chemotherapie, en zette vervolgens een gezonde dochter op de wereld.

geen uitzaaiingen en was de kans op genezing heel groot. Daarvoor moest Betty wel een borst­ sparende operatie, chemotherapie en bestraling ondergaan. ‘Ik vertrouwde erop dat prof. Altintas wist wat voor mij het beste was.’ Een week na de diagnose werd Betty geopereerd. Nog eens twee weken later startte de chemotherapie. Ze zou twee sessies krijgen voor de bevalling. Betty: ‘Al bij al viel de chemo goed mee. Ik was niet misselijk en ook de vermoeidheid was draaglijk. In het UZA kreeg ik alle steun aangeboden, ook van een sociaal werker en een psychologe, maar daar had ik geen nood aan. Ik besef weliswaar dat ik met mijn gunstige prognose bij de gelukkigen was. Mijn vriend en ik waren zo blij met de zwanger­schap dat we die hele kanker soms vergaten. Dan zaten we op een terrasje te genieten en vroegen we ons af of we wel normaal waren (lacht).’

Zorg voor moeder én baby Betty’s artsen stonden voor een dubbele taak: de zorg voor haar én de baby. De behandeling van een zwangere patiënte met borst­ kanker gebeurt door een multi­ disciplinair team, bestaande uit een gynaecoloog, medisch onco-

De artsen hebben een dubbele taak: de zorg voor moeder én baby

loog, neonatoloog, radiotherapeut, radioloog, patholoog, psycholoog, borstverpleegkundige … Het team moet elke stap in de behandeling zorgvuldig afwegen. Altintas: ‘We moeten bijvoorbeeld spaarzaam omspringen met beeldvorming. Zo nemen we alleen een CT-scan

Zwanger na antihormonale behandeling Een kind krijgen na borstkanker? Voor vrouwen die na hun behandeling nog vijf à zeven jaar antihormonale medicatie moeten nemen, is dat niet evident. Die medicatie brengt hen immers tijdelijk in de menopauze. ‘Zeker iets oudere ­pa­­tiënten zien hun kansen ­daardoor slinken’, zegt prof. dr. Sevilay ­Altintas. De ­POSITIVE-studie wil daarop een antwoord bieden. ­Altintas: ‘Na twee jaar kunnen we de antihormonale medicatie een jaar onderbreken. De kans op herval is dan een stuk kleiner

geworden. De vrouw kan tijdens dat jaar proberen om zwanger te raken, indien nodig met medische hulp. Na haar bevalling neemt ze gewoon opnieuw de medicatie. Uit eerdere, terugblikkende studies weten we dat vrouwen die zwanger worden na een borstkankerbehandeling, geen slechtere prognose hebben. We willen dat nu bevestigen met een prospectieve studie, een studie waarbij we patiënten voor langere tijd volgen. Vandaar het belang van de POSITIVE-studie.’

MAGUZA 07


w

‘Blij dat ik deze kans heb gekregen’

Een task force uit 25 landen volgt de kinderen op van moeders die tegen kanker werden behandeld tijdens de zwangerschap.

als het echt moet. Elke patiënt kan immers allergisch reageren op contrastmiddelen, wat bij een zwangere vrouw niet zonder risico is. Een MRI van het hele lichaam is dan weer geen probleem.’ Omdat ­kanker tijdens de zwangerschap erg zeldzaam is, wordt de aanpak best eerst bepaald in een expertise­centrum. Nadien kan de vrouw terugkeren naar het verwijzende ziekenhuis.

Kennis samenleggen Om de kennis rond kanker en zwangerschap te vergroten, werd vanuit de KU Leuven de task force INCIP (International Network on Cancer, Infertility and Pregnancy) in het leven geroepen. ‘25 landen uit de hele wereld zijn daarin vertegenwoordigd’, zegt 08

FOCUS

Songul (37) was 29 en pas getrouwd toen ze borstkanker kreeg. ‘Die eerste periode dacht ik alleen maar aan overleven. Met mijn kinderwens was ik totaal niet bezig. Maar prof. dr. Sevilay Altintas overtuigde me om eicellen te laten invriezen, voor het geval ik na de behandeling verminderd vruchtbaar zou zijn. Ik kreeg vervolgens chemo­ therapie, een operatie en bestraling. Daarna begon ik met antihormonale medicatie die me in een kunstmatige menopauze bracht. Die moest ik normaal tien jaar blijven nemen. Toch was ik er zeker van dat ik ooit nog mama

zou worden. Mijn artsen in het UZA wisten hoe graag ik kinderen wilde. Uiteindelijk stelden ze voor om mijn antihormonale therapie na vijf jaar een jaar lang te onderbreken, onder medische begeleiding. Zo kon ik alsnog mijn kinderwens in vervulling brengen. Al na een paar maanden raakte ik op natuurlijke wijze zwanger. Na de bevalling mocht ik nog een paar weken borstvoeding geven, daarna moest ik opnieuw beginnen met mijn medicatie. Vandaag is mijn zoontje bijna twee, en gezond en wel. Ik ben enorm blij dat ik deze kans heb gekregen.’

Altintas, die voor België in de task force zetelt. ‘We registreren alle patiënten in de INCIP-database, monitoren de zwangerschap van dichtbij en volgen de kinderen nadien op tot de leeftijd van 18 jaar. Op basis van die ­gegevens weten we dat die kinderen doorgaans perfect gezond zijn. Er gebeurt ook veel onderzoek: momenteel nemen we deel aan een studie naar de beschermende functie van de placenta. En jaarlijks komen we samen om onze inzichten te delen.’ Betty’s bevalling werd uiteindelijk een week vroeger ingeleid, met het oog op haar behandeling. In juli 2017 zette ze een gezond dochtertje op de wereld. ‘Die ­eerste dagen waren zwaar en ik vond het niet fijn om met een

pruik op de foto te moeten. Maar toch voelde ik vooral vreugde.’ Tien dagen later kreeg Betty haar derde chemosessie. Ze zou uiteindelijk zo’n half jaar chemotherapie krijgen, gevolgd door zes weken bestraling. ‘De behandeling combineren met het prille moederschap viel al bij al verbazend goed mee. Ik vond het wel jammer dat ik geen borstvoeding mocht geven en het was uiteraard niet allemaal rozengeur en maneschijn. Mijn werk als leerkracht heb ik meer dan een jaar moeten onderbreken. Toch heb ik die hele periode en de behandeling goed doorstaan. Soms denk ik dat dat net door mijn zwangerschap kwam: zelfs in die moeilijke maanden haalde het geluksgevoel altijd de bovenhand.’


FOCUS

Veilig achter de placenta Via de placenta krijgt een foetus zuurstof en voedingsstoffen, en worden afvalstoffen afgevoerd. Hoewel de placenta een soort filter is, kunnen schadelijke stoffen zoals nicotine, alcohol en geneesmiddelen de foetus wel bereiken. Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die kankercellen doden of de celdeling remmen. Ze verspreiden zich via het bloed door het lichaam. De placenta houdt chemotherapie grotendeels tegen zodat er maar een beperkte hoeveelheid bij de foetus terechtkomt.

De placenta of moederkoek zit stevig vast aan de binnenwand van de baarmoeder

In de eerste drie maanden van de zwanger­ schap is de foetus het meest kwetsbaar. Daarom kan chemotherapie pas vanaf vier maanden veilig worden toegediend. Gelukkig komt kanker tijdens de zwangerschap maar uitzonderlijk voor: in Vlaanderen zo’n 60 keer per jaar.

Zwangere vrouwen met kanker

Het deel aan de baarmoederwand is het deel van de moeder.

1996 - 2004 Aan de binnenkant zit het deel van de foetus.

kreeg chemotherapie

werd niet behandeld

cijfers info

De uitwisseling van zuurstof, voedings- en afvalstoffen gebeurt in het midden van de placenta, waar de bloedcirculaties van moeder en foetus elkaar net niet raken. De navelstreng verbindt de placenta met de foetus.

koos ervoor om de zwangerschap te beëindigen

25%

43%

14%

2010 - 2016

44%

29%

5%

www.cancerinpregnancy.org

MAGUZA 09


INTERVIEW

Veiligheidscultuur

Openheid, het startpunt voor het voorkomen van incidenten Een no blame-aanpak staat voorop in de veiligheidscultuur van het UZA. ‘We sporen medewerkers aan om te melden wanneer er zich iets onbedoeld voordoet, zodat we kunnen voorkomen dat het zich nog eens voordoet’, zegt kwaliteitscoördinator Ingrid Roosen. ‘Met een veerkrachtig en weerbaar systeem kun je incidenten opvangen en eruit leren’, beaamt diensthoofd neonatologie prof. dr. Twan Mulder. Wat wordt bedoeld met ‘onbedoelde gebeurtenissen’? Ingrid Roosen: ‘Als een patiënt een verkeerd geneesmiddel krijgt, is dat een incident. Als het nog tijdig onderschept wordt, bijvoorbeeld dankzij een extra controle, dan noemen we dat een bijna-incident. Hoe jammer ze ook zijn, incidenten en bijna-incidenten doen zich overal voor. Je kunt er maar beter rekening mee houden. In het UZA timmeren we al meer dan tien jaar aan een cultuur waarin medewerkers zich veilig voelen om ze te melden: ze weten dat we niet met beschuldigingen en sancties zwaaien. Alle medewerkers kunnen via een intranetmodule incidenten en bijna-incidenten melden. Dat kan ook anoniem.’ Wat gebeurt er met die meldingen? Ingrid Roosen: ‘Ze komen terecht bij de afdeling ­kwaliteit. Wat ermee gebeurt, hangt af van de ernstgraad en het 10

type incident. Is er geen of maar lichte schade, dan gaan de medewerkers op de werkvloer ermee aan de slag. Ze analyseren hoe het incident of bijna-incident kon gebeuren en welke verbeterpunten zich opdringen. Dat koppelen ze dan naar het betrokken team terug.’

En bij ernstige incidenten? Ingrid Roosen: ‘In dat zeldzame geval bespreken we de melding met onze stuurgroep kwaliteit en patiëntveiligheid. Vervolgens schakelen we een multidisciplinair analyseteam van experts in. Het analyseteam bekijkt dan hoe we herhaling van het incident kunnen voorkomen en formuleert verbeteracties. Bij calamiteiten – incidenten die tot overlijden of blijvende schade hebben geleid – schakelen we altijd een multidisciplinair analyseteam van experten in.’


Prof. dr. Twan Mulder, diensthoofd neonatologie

Ingrid Roosen, kwaliteitscoördinator

Onze medewerkers weten dat we niet met beschuldigingen en sancties zwaaien. Welke verbeteracties kan dat opleveren? Ingrid Roosen: ‘Bij zo’n analyse wordt gekeken wat de oorzaak was van het incident. Afhankelijk van de oorzaak, ­worden gepaste maatregelen getroffen zoals procedures verfijnen, werk maken van heldere communicatie, checklists en andere manieren van werken invoeren, een campagne opzetten om extra te sensibiliseren enz.’ Hoe loopt dat bijvoorbeeld op de dienst neonatologie? Twan Mulder: ‘Ook wij bespreken meldingen en koppelen daar verbeteracties aan. De helft van de gemelde bijna-­ incidenten gaat over medicatie: ze wordt niet correct voor­ geschreven of bereid, of ze wordt toegediend aan de verkeerde patiënt. We nemen alle werkprocessen onder de loep en proberen een vangnet te creëren om te voorkomen dat het opnieuw fout kan gaan. Dat geldt ook voor de moedermelk: je wilt niet dat die bij het verkeerde kind terechtkomt. Een

nieuw protocol moet dat verhinderen – we hebben bijvoorbeeld afgesproken nooit melk van twee verschillende moeders tegelijk op tafel te zetten voor bereiding. Als zo’n nieuw protocol voortkomt uit gemelde incidenten en de oplossing wordt door het team zelf aangedragen, dan is het meteen ook veel overtuigender dan wanneer het extern wordt opgelegd.’

Worden patiënten bij die meld- en verbetercultuur betrokken? Twan Mulder: ‘Als ouders op neonatologie merken dat iets fout is gegaan, reageren ze terecht kwaad. Wat je dan niet moet doen, is in het defensief gaan. Wij gaan open in gesprek, excuseren ons, leggen uit hoe het verkeerd kon gaan en hoe we het voortaan willen voorkomen. Zo neem je al heel veel kwaadheid weg.’ ‘Aan het einde van de ziekenhuisopname krijgen ouders bij ons nu al een enquête met een veertigtal vragen. Een nieuw plan is om de ouders aan het einde van de opname te MAGUZA 11


Op neonatologie distilleren we verbeterpunten uit de opmerkingen en suggesties van de ouders.

inter­viewen op video – dat komt op de medewerkers veel directer en emotioneler over dan een schriftelijke enquête. Belangrijke fragmenten van die video’s bespreken we met het hele team, om uit de opmerkingen en suggesties verbeterpunten te distilleren. Zo willen we leermomenten inbouwen in de dagelijkse workflow. En voor grotere verbeterprojecten nodigen we ouders uit om met ons om de tafel te zitten.’

Je hoort wel eens dat de overheid een controleen inspectieorgaan moet oprichten om op incidenten toe te zien. Een goed idee? Ingrid Roosen: ‘Het gevaar van zo’n externe instantie is dat het een extra bureaucratische laag creëert en de meld- en verbetercultuur die ziekenhuisteams hebben opgebouwd ondermijnt. Als geaccrediteerd ziekenhuis melden wij bovendien calamiteiten, de uitgevoerde analyse en de geformuleerde verbeteracties aan de externe accreditatie-instelling.’ Twan Mulder: ‘Als je in je ziekenhuis een alerte veiligheidscultuur hebt, heb je zo’n extern toezicht idealiter niet nodig. Toch vind ik een stok achter de deur niet slecht, zeker bij calamiteiten. De zwakke plek van een veiligheidscultuur is de meldingsbereidheid – wat niet gemeld wordt, weet je niet. Er vallen altijd incidenten door de mazen van het net. Daarom pleit ik er ook voor om elk overlijden in het ziekenhuis te analyseren, en grondig te onderzoeken of het niet samenhangt met vermijdbare complicaties.’ 12

INTERVIEW

Collega’s helpen elkaar eroverheen Als je als zorgverlener te maken krijgt met een patiëntveiligheidsincident of een ingrijpende gebeurtenis gaat je dat niet in de koude kleren zitten. ‘Het grijpt medewerkers erg aan’, zegt verpleegkundig afdelingshoofd Kaat Siebens. ‘Soms is de impact zo groot dat ze er emotioneel of fysiek onderdoor dreigen te gaan. We merkten dat er nood was aan betere opvang.’ Medewerkers die via het intranet een incident of bijna-­incident melden, kunnen meteen ook aangeven of ze extra ondersteuning willen. Kaat Siebens: ‘Ze krijgen dan begeleiding van een peer support team – speciaal opgeleide collega’s die hen helpen om de gebeurtenis te verwerken. Dat loopt goed: een open en eerlijk gesprek met een ervaringsdeskundige collega helpt de meeste medewerkers over de gebeurtenis heen. Meestal voeren we drie gesprekken. In uitzonderlijke gevallen is er ook nood aan professionele ondersteuning van een huisarts of psycholoog.’ De peer support gebeurt op vrijwillige basis, maar bij ernstige incidenten neemt het peer support team zelf contact op met alle betrokkenen. ‘Het begeleidingsaanbod wordt erg geapprecieerd’, vertelt Kaat Siebens. ‘De medewerkers vinden het aanbod zinvol, laagdrempelig en doeltreffend. En ze vinden het fijn dat het UZA met hun welbevinden begaan is.’


KORT

55+?

De dienst neus-keel-oorziekten (NKO) zoekt 55-plussers voor een studie die nagaat welk effect gehoorverlies en evenwichtsuitval hebben op leervermogen, geheugen en oriëntatie. In de GECkO­ studie (Gehoor, Evenwicht, ­COgnitie) onderga je jaarlijks gehoortesten en evenwichtsproeven, naast geheugentesten en niet-invasieve hersenmetingen, en dat voor een periode van drie jaar. Bedoeling is om op termijn personen met een hoger risico op dementie te kunnen identificeren. Aangezien gehoorverlies aangepakt kan worden met een hoortoestel of cochleaire implantatie, zouden die therapieën ook de aanvang van dementie kunnen uitstellen. De studie wordt geleid door NKO-arts prof. dr. Vincent Van Rompaey en krijgt financiële steun van de Vlaamse overheid.

Wil je deelnemen? Maak een afspraak op de dienst NKO via gecko@uza.be.

Goe bezig! Altijd al eens iemand willen nomineren voor een award? Dan is het nu je kans: nomineer een verpleegkundige voor een DAISY-award. DAISY is een internationaal programma dat buitengewone verpleegkun­ digen wil belonen. Heb jij goede ervaringen met een UZA-­ verpleegkundige die je wel eens in de bloemetjes wil zetten? Vul dan een nominatieformulier in dat je vindt op de verpleegeenheden en bij het onthaal. Iemand nomineren kan ook via onze website: www.uza.be/daisy-award.

‘Een kind is een kind’ Prof. dr. Nasser Nadjmi in Topdokters Wie nog een reden zocht om het zevende seizoen van Topdokters op Vier te volgen: onze mond-, kaak- en aangezichtschirurg prof. dr. Nasser Nadjmi komt in het programma aan bod. Niet alleen is hij een wereldautoriteit op het vlak van de behandeling van schisis (gespleten lip en gehemelte), hij is ook een man met een heel

groot hart. Sinds 2002 neemt hij deel aan humanitaire missies in Kenia, Myanmar, Indonesië, India … en in Iran richtte hij een centrum voor schisisoperaties op waar hij chirurgen opleidt en waar honderden kinderen gratis worden behandeld. ‘Een kind is voor mij een kind, van welk land het ook komt,’ getuigt hij.

We herkennen acht jaar op voorhand patronen die tot leverkanker leiden Prof. dr. Thomas Vanwolleghem en onderzoekers van het UZA en de UAntwerpen ontdekten een set genen die jaren op voorhand voorspelt wie leverkanker gaat ontwikkelen. Het onderzoek opent nieuwe perspectieven voor een tijdige behandeling.

Klaar voor een uitdaging? In 2020 starten we enkele nieuwe beweegtrajecten op met gemotiveerde (ex-) kankerpatiënten van alle leef­ tijden: golf, endorfine, surfen

en een kinderprogramma. Onder begeleiding van professionele coaches gaan we samen voor één doel: elkaar opnieuw aan het bewegen krijgen. Een ideaal vervolg op ons oncorevalidatieprogramma.

Lees meer op www.uza.be/ sportieve-uitdaging

Op reis met Wanda Het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) lanceert Wanda, een laagdrempelige app en website voor reizigers. Met Wanda ben je altijd en overal op de hoogte van de gezondheidsrisico’s in je vakantieland. Je kan per land opzoeken met welke risico’s je rekening moet houden en welke voorzorgsmaatregelen je best

neemt. Zo kom je te weten dat je in Kroatië moet uitkijken voor zandvliegjes die leishmaniase veroorzaken en dat je je voor een reis naar Turkije het best laat i­nenten tegen hepatitis A. Wanda biedt een schat aan nuttige tips voor een gezonde en veilige reis voor het hele gezin, en voor als het toch mocht misgaan.

Download Wanda in de App Store of bij Google Play, of surf naar www.wanda.be MAGUZA 13


Erfelijke doofheid Prof. dr. Vincent Van Rompaey, NKO-arts

Gehoorverlies met evenwichtsproblemen? Denk aan DFNA9 Ongeveer 1000 Vlamingen en Nederlanders lijden aan DFNA9, een erfelijke vorm van gehoorverlies met evenwichtsstoornissen die begint op latere leeftijd. Patiënten krijgen vaak niet snel genoeg de juiste diagnose, en daar willen artsen en patiënten iets aan doen.

Corinne kreeg rond haar 40e de eerste symptomen

Vanaf 1 december 2019 gelden er soepelere terug­betalings­­­criteria voor cochleaire implantaten. Hebt u onvoldoende baat bij uw hoortoestellen? Maak een afspraak op de dienst NKO. Dienst neus-keel-oorziekten, T 03 821 33 85 www.uza.be/nko Patiëntenvereniging: www.denegendevan.be 14

D

FNA9 is een erfelijke vorm van gehoor­ verlies en uiteindelijk doofheid, met vaak zware evenwichtsstoornissen. Het is een van de erfelijke gehoorstoornissen die in de jaren 90 via een grootschalig onderzoek in kaart werden gebracht door de dienst neus-keel-oorziekten en de dienst medische genetica van het UZA. ‘DFNA9 komt vooral in België en Nederland voor,’ zegt NKO-arts prof. dr. Vincent Van Rompaey, ‘bij een groep mensen die afstammen van één gemeenschappelijke voorouder, vermoedelijk uit de 15e of 16e eeuw. De oorzaak is een specifieke mutatie in het COCH-gen, dat bepaalt hoe het eiwit cochlin eruit gaat zien. Door de mutatie ontwikkelt dat eiwit zich niet zoals het moet. Het stapelt op in het slakkenhuis – het inwendige deel van het oor – en veroorzaakt daar ­problemen. Een kind van een ouder met DFNA9 heeft één kans op twee om de ziekte te hebben.’

Geen verrassing DFNA9 manifesteert zich meestal tussen de 30 en 40 jaar. Ervaringsdeskundige tegen wil en dank is Corinne. ‘Voor mij was het geen verrassing. Mijn vader, nonkel en tante hadden het ook, al had de ziekte toen nog geen

Op tijd beginnen met hoorapparaten en nadien een implantaat is bij DFNA9 erg belangrijk. naam. Als je jong bent, sta je er niet bij stil, maar eens je zelf symptomen krijgt, wordt alles anders. De ziekte uitte zich bij mij helemaal anders dan bij mijn vader. Ik kreeg eerst enorme evenwichtsstoornissen. Bij de eerste aanval dacht ik dat ik ging sterven. Ik lag telkens drie, vier dagen in mijn bed. Dat was

rond mijn veertigste.’ Bij heel wat pa­­tiënten begint het met evenwichts­problemen waardoor de diagnose soms lang in de verkeerde richting wordt gezocht. Intussen is Corinne tien jaar verder. ‘Mijn gehoor is nu op twee jaar tijd acht decibel achteruitgegaan. Die aanvallen van duizeligheid zijn wel minder geworden. Je hersenen en ogen leren het evenwichtsprobleem voor een deel compenseren. Maar het is er natuurlijk nog. Ik spreek altijd over mijn tweede ik die achterkomt als ik een hoofdbeweging maak of mij omdraai. Ik bots vaak tegen mensen aan, in het donker stappen is moeilijk en fietsen op oneffen terrein is niet haalbaar doordat ik geen beeldstabiliteit heb. Van wandelen op het strand word ik misselijk. Het zit in kleine dingen, die samen heel vermoeiend zijn. Ik ben kleuterjuf, een heel actief beroep. ’s Avonds ben ik doodmoe. Symptomen komen en gaan. Mijn zus heeft bijvoorbeeld oorsuizingen, ik niet.’


aambeeld

evenwichtsorgaan

hamer

gehoorgang

gehoorzenuw slakkenhuis

BINNENOOR

MIDDENOOR

BUITENOOR

Sneller een cochleair implantaat Een juiste diagnose van DFNA9 is erg belangrijk. Van Rompaey: ‘We kunnen de ziekte momenteel nog niet stoppen, maar voor de doofheid zijn er wel deelbehandelingen. Eerst hoorapparaten en naarmate het gehoor minder wordt, een cochleair implantaat (CI) dat de functie van het slakkenhuis overneemt. De voorwaarden voor terugbetaling zijn recent versoepeld, waardoor we patiënten nu sneller een CI kunnen geven. Dat is bij DFNA9 erg belangrijk. Andere vormen van slechthorendheid stabiliseren soms op een bepaald niveau. DFNA9 niet. Het gaat alleen achteruit en als je te lang wacht, sterft de gehoorzenuw af. Door tijdig over te gaan op een CI, behouden patiënten een betere spraakverstaanbaarheid.’ Corinne heeft het zo lang mogelijk uitgesteld, maar draagt sinds kort toch een hoorapparaat. ‘Voorlopig alleen rechts. Daar heb ik intussen 55 procent

trommelvlies

stijgbeugel

verlies. Doordat wij zo snel gehoor verliezen, is een hoorapparaat niet makkelijk af te stellen. Mijn vader heeft daar heel lang mee geworsteld. Hij heeft dan uiteindelijk nog een CI gekregen, maar intussen was al veel van zijn restgehoor weg. We hebben nog een beetje kunnen communiceren, maar hij was al veel taal kwijt en zijn wereld was erg klein geworden. Mensen beseffen vaak niet hoe ingrijpend doofheid is, zeker op sociaal vlak.’

UZA en UAntwerpen onderzoeken gentherapie Voor de evenwichtsstoornissen bestaat er helaas nog geen therapie. Van Rompaey: ‘Er loopt onderzoek naar vestibulaire implantaten, onder meer in Maastricht en Genève. Het principe is hetzelfde als bij een CI: het toestel bootst de werking van het slakkenhuis na en geeft het evenwichtssignaal door aan de hersenen. Dat is natuurlijk erg complex.’

buis van Eustachius

De ziekte genezen voor ze schade aanricht, zou natuurlijk nog beter zijn. ‘We doen hier bij ons aan de UAntwerpen onderzoek naar gentherapie, in nauwe samenwerking met de Radboud Universiteit van Nijmegen. We willen een medicijn ontwikkelen dat de mutatie in het DNA herstelt. Maar dat onderzoek staat nog in de kinderschoenen.’

De negende van Een behandeling is natuurlijk wat Corinne en haar lotgenoten het liefste willen. ‘In Nederland bestond er al een patiëntenvereniging. De negende van heet die, een verwijzing naar DFNA9 en naar Beethoven, die ook doof geworden is. Intussen hebben we ook een Vlaamse afdeling. Samen zijn we één grote DFNA-familie. We willen de ziekte onder de aandacht brengen, om verkeerde diagnoses te vermijden en om fondsen te verzamelen voor het wetenschappelijk onderzoek.’ De patiëntenvereniging brengt ook

patiënten samen, om ervaringen uit te wisselen, elkaar te steunen en nieuwe ontwikkelingen te communiceren. ‘Zo vormen we een brug tussen patiënt en dokter.’ ‘Voor mij zal een therapie wellicht te laat komen,’ weet Corinne. ‘Maar voor mijn kinderen misschien niet.’ In de toekomst kijken is niet makkelijk. ‘Er is geen weg terug. Ik zal uiteindelijk een CI nodig hebben. Maar hoe lang kan ik nog met de auto rijden? Ga ik die typische dronkemansgang ontwikkelen? Hoe lang ga ik mijn beroep, mijn passie, nog kunnen volhouden? Het zijn allemaal vragen die mij bezighouden. Maar ik probeer het te nemen zoals het komt, dag per dag. En ik wil denken in mogelijkheden eerder dan beperkingen. Actief zijn in de patiëntenvereniging helpt mij. Samen kunnen we veel bereiken. Op onze website tellen we af: tegen 2027 willen we DFNA9 verslaan.’ MAGUZA 15


Wat kan je als patiënt of als mantel­zorger doen om het probleem te verhelpen?

16

Let erop dat je voldoende calorieën en voldoende eiwitten binnenkrijgt. Eiwitten zijn onmisbaar om je spiermassa in stand te houden. Je vindt ze onder meer terug in vlees, kip, eieren en melkproducten.

Wacht niet tot je honger hebt, maar kies voor meerdere kleine maaltijden en tussendoortjes, verspreid over de dag.

Gezond eten komt nu even niet op de eerste plaats. Ga gerust voor vette of zoete voeding of snacks, zolang je maar eet. Dus liever volle melkproducten dan magere of halfvolle. ­Light­producten laat je maar beter links liggen.


Ondervoeding in het ziekenhuis

Een op drie patiënten in gevarenzone Een op de drie patiënten die in het UZA worden opgenomen, loopt risico op ondervoeding. Hoe gevaarlijk is dat en wat kun je ertegen doen? Michaël Sels, hoofddiëtist, geeft uitleg.

I

n een tijd dat iedereen de mond vol heeft over gezonde voeding en overgewicht, zou je bijna vergeten dat ook ondervoeding een ernstig probleem is. Mensen die ondervoed zijn, hebben een tekort aan voedingsstoffen, zoals eiwitten, vitamines of mineralen. Het UZA screent elke patiënt die wordt opgenomen op ondervoeding. ‘Daarbij stellen we vast dat maar liefst een op de drie ondervoed is of op het randje van ondervoeding balanceert’, zegt Michaël Sels. ‘Die patiënten verwijzen we naar de diëtist, die nagaat wat de oorzaak van het probleem is en indien nodig een behandelplan of dieettherapie voorschrijft.’

Soep voor de maaltijd is nu geen goed idee: dan is je honger verdwenen en heb je amper iets binnen. Begin liever met het hoofdgerecht. Heb je nadien nog trek, dan kun je nog altijd soep eten.

Hoe ontstaat ondervoeding en hoe kun je als patiënt of mantel­ zorger het tij keren? Vier vragen op een rijtje.

Hoe komt het dat zo veel ziekenhuis­­­patiënten ondervoed zijn? Voor een stuk is dat niet onlogisch: veel ziekenhuispatiënten zijn nu eenmaal ernstig ziek en hebben daardoor minder eetlust, kampen met slik- of kauwproblemen, hebben last van diarree of misselijkheid of verbruiken door hun ziekte meer energie. Dat nogal wat ziekenhuispatiënten al ouder zijn, speelt ook mee: zeker op hoge leeftijd neemt het spijsverteringsstelsel voedingsstoffen minder goed op

Probeer zoveel mogelijk samen met anderen te eten: zien eten, doet eten.

Lukt vlees kauwen niet meer, ga dan voor gehakt.

en gaat voor veel mensen eten flauwer smaken. Ze lijden ook vaker aan gezondheids- of gebitsproblemen die het eten bemoeilijken. Opvallend is dat heel wat patiënten tijdens hun ziekenhuisopname nog verder vermageren. Een verklaring daarvoor is dat je tijdens een opname soms nuchter moet blijven voor een operatie of onderzoek, en dat je na een ingreep vaak niet meteen normaal kunt eten.

Hoe gevaarlijk is ondervoeding? Ondervoede patiënten verliezen vaak spiermassa en kracht, net in een periode dat ze veel energie nodig hebben om hun ziekte of operatie goed te doorstaan. Wie

Focus op wat nog wel lukt of smaakt, en wees ­creatief. ­Probeer eens een nieuw gerecht of sterkere smaken als de gebruikelijke kost je niets zegt. Neig je meer naar zoet? Zet dan eens gehaktballen met k ­ rieken of kip met appelmoes op het menu.

in een slechte voedingstoestand op de operatietafel belandt, zal nadien minder vlot herstellen en langzamer revalideren. Bij kankerpatiënten kan verzwakking door ondervoeding ertoe leiden dat ze niet de juiste dosis chemotherapie kunnen krijgen of een chemosessie moeten overslaan. Dat komt hun genezingskansen niet ten goede.

Hoe merk je dat iemand ondervoed is? De belangrijkste signalen zijn: ›› ongewild gewichtsverlies ›› opvallend minder eten dan vroeger ›› krachtverlies ›› regelmatig vallen.

Grijp niet meteen naar voedings­ supplementen, maar pas eerst en vooral je dagelijkse v ­ oeding aan.

MAGUZA 17


ADVERTENTIE

Benieuwd wat een Health Mate voor jouw gezondheid kan betekenen ? THERAPEUTISCHE INFRAROODSAUNA’S MET LEVENSLANGE GARANTIE

Health Mate infraroodsauna’s, na 40 jaar nog steeds de nr.1

Vergeet de massagezetels die je kent. Ontdek de HM-5000

NIEUW IN BELGIË

L-Track van Health Mate De luxueuze verwarmende massagezetel Een complete massage op maat van jouw lichaam. Met uniek, weldadig effect op spieren, gewrichten en bloedcirculatie.

ADVIESVERKOOPPRIJS € 8.995,-*

IJS LANCEERPR ,€ 6.495 * * incl. btw

( )

MEER INFO BIJ ALLE VERKOOPPUNTEN | BEL 03 295 50 25 VOOR EEN GRATIS BROCHURE | info@healthmate.be ANTWERPEN: Health Mate shop LIER 03 295 50 25 | Van den Berg HOOGSTRATEN 03 315 75 31 | Sanik GEEL 014 58 86 70 | Badweelde BVBA BEERSE 014 65 95 45 | Health Mate SHOP SCHOTEN 03 685 44 50 | Health Mate PUURS 03 899 37 47 | LIMBURG: ‘t Hoveniertje WELLEN 012 74 53 60 | Varey LOMMEL 011 54 43 69 | Sleurs & Vangompel BOCHOLT 089 46 56 00 | D&A Pool Technics ZONHOVEN 011 82 37 65 | Badweelde BVBA GENK 089 35 68 30 | WEST-VLAANDEREN: Health Mate ZWEVEGEM 0477 59 58 13 | Health Mate® DC infrarood OOSTKAMP 050 28 07 87 | Health Mate Shop KNOKKE 0486 51 89 83 | Delaere IZEGEM 051 30 11 82 | Wellness La Rose GISTEL 059 27 61 84 | Vanderhaeghe IEPER 057 21 37 23 | Lamo RUISELEDE 051 68 82 53 | Health Mate® DC infrarood DIKSMUIDE 051 69 54 89 | Xavier Covemaeker WERVIK 056 20 01 69 | OOST-VLAANDEREN: Health Mate shop MALDEGEM 050 71 93 92 | Aquazure NINOVE 054 50 01 69 | Health Mate® DC infrarood GENTBRUGGE 09 231 25 85 | Het Buitenhuis DENDERMONDE 052 25 61 16 | Vepa ZELZATE 09 345 56 25 | Sani-en Keukendecor WAASMUNSTER 03 250 66 90 | DC Pools GAVERE 09 330 87 35 | Sterck AALST 053 70 10 05 | My Health Mate SINT-NIKLAAS 0475 275 999 | The Wellness Corner MOERBEKE WAAS 0493 19 55 58 | VLAAMS-BRABANT: Health Mate shop AARSCHOT 016 41 42 66 | Ventimec LEUVEN 016 23 39 74 | Van Diest BEERSEL 02 361 14 16 | Vanhie MEISE 02 272 01 72 | PoolPlus HAACHT 016 85 09 55 | Aquamaax KORTENAKEN 0495 35 07 13 | Volledig overzicht op www.healthmate.be HENEGOUWEN: Xavier Covemaeker KOMEN 056 20 01 69 18


MAGU Z A ZORGMAGAZINE VAN HET UZA

Dossier VROEGE OPSPORING ZELDZAME ZIEKTEN Februari 2020 #119

Speuren naar zeldzame ziekten Op de derde dag van zijn prille leven wordt er bij zowat elke Vlaamse baby bloed afgenomen. Via die ‘handprik’ screent de overheid elk jaar 67.000 pasgeborenen op zeldzame ziekten die een snelle behandeling vereisen. Het UZA is een van de twee screeningscentra waar de stalen van het bevolkingsonderzoek aangeboren aandoeningen worden geanalyseerd.

Arthur (6) heeft PKU

www.maguza.be   UZAnieuws   UniversitairZiekenhuisAntwerpen uza_stories

‘Dankzij de neonatale screening waren we er op tijd bij’

19


Dossier

Prof. dr. François Eyskens, kliniekhoofd kindergeneeskunde

Dr. Laurence Roosens, klinisch bioloog

Prof. dr. Bettina Blaumeiser, kliniekhoofd medische genetica

Dienst pediatrie, T 03 821 32 51 29 februari Zeldzame ziektendag In het UZA vragen we op vrijdag 28 februari aandacht voor zeldzame ziekten. Je vindt onze zorgverleners en patiĂŤntenverenigingen in de inkomhal en je kan er een edelweiss vouwen, symbool van zeldzaamheid. 20


DOSSIER VROEGE OPSPORING ZELDZAME ZIEKTEN

Vroege opsporing redt levens

‘We screenen 99,5 procent van alle baby’s’ ‘Weten dat een kind het met een vroegere diagnose wel had gehaald: daar kan ik ‘s nachts van wakker liggen’, zegt kinderarts prof. dr. François Eyskens. Als specialist in zeldzame ziekten weet hij als geen ander waarom neonatale screening zo belangrijk is.

Een normaal leven Elk jaar mondt de screening bij zo’n 40 baby’s uit in een afwijkend resultaat. Bij een 25-tal van hen voorkomt de vroege opsporing een zware handicap of zelfs een overlijden. De kans dat een ziekte wordt gemist, is heel klein. ‘25 lijkt

Vroege opsporing kan een zware handicap of overlijden voorkomen

misschien weinig, maar we geven die kinderen wel de kans op een normaal leven’, zegt Eyskens. ‘Ik denk dan bijvoorbeeld aan ­patiëntjes met de stofwisselingsziekte fenyl­ketonurie (PKU) die zonder vroege behandeling zware epilepsie of blijvende hersenschade zouden oplopen, en die nu met de nodige supplementen kerngezond

zijn. Bij anderen kun je voorkomen dat de ziekte ontspoort.’ Het omgekeerde ziet Eyskens helaas ook: baby’s die sterven na een te late diagnose, meestal omdat er voor die ziekte niet wordt gescreend. ‘Achteraf besef je dan soms dat de resultaten van de screening ons op het juiste spoor hadden kunnen zetten. Maar als die ziekte buiten de screening valt, bent je daar niets mee. Zoiets is erg frustrerend. Daar lig ik ‘s nachts soms wakker van, ja.’

Screenen op 12 aandoeningen De Antwerpse kinderarts heeft de neonatale screening mee gemaakt tot wat ze vandaag is. Het is voor een stuk zijn levenswerk. Eyskens: ‘In België zijn we beginnen screenen in 1968, eerst alleen voor PKU. Daarmee waren we wereldwijd bij de eersten. Met de jaren kwamen er ziekten bij. Daar heb ik vaak flink voor moeten ­lobbyen. Ook organisatorisch zijn we sterk gegroeid. In de beginperiode werd

MAGUZA

I

n Vlaanderen wordt jaarlijks een indrukwekkende 99,5 procent van alle pasgeborenen, zo’n 67.000 baby’s, gescreend op zeldzame ziekten. Het UZA neemt 60 procent van die analyses voor zijn rekening. De screening gebeurt meer bepaald door het Centrum Bevolkingsonderzoek Aangeboren Aandoeningen (CBAA), onder leiding van prof. dr. François Eyskens, kliniekhoofd kindergeneeskunde. Het CBAA kreeg als een van twee Vlaamse centra een erkenning voor vijf jaar om aangeboren aandoeningen bij pasgeboren baby’s op te sporen. Daarvoor werkt het nauw samen met het Vlaams Centrum Brussel voor ­opsporing Aangeboren ­Aandoeningen (VCBMA), dat verbonden is aan het UZ Brussel.

21 21


Dossier

Voor welke ziekten screenen? Screening is maar te verantwoorden als er ook een goede therapie is

22

bijvoorbeeld niet nagekeken of de materniteiten wel alle bloedstalen opstuurden. Vandaag controleren we dat heel streng.’ De neonatale screening omvat tegenwoordig twaalf aandoe­ ningen. Hoe die selectie tot stand komt? ‘Er zijn duizenden zeldzame ziekten. Maar de middelen zijn beperkt, dus we moeten keuzes maken’, zegt Eyskens. Die beslissing ligt bij de Vlaamse minister van Volksgezondheid, die daarvoor advies krijgt van de Vlaamse werkgroep Bevolkings­onderzoek en de werkgroep Aangeboren Aandoeningen. ‘Behandelbaarheid is een cruciale voorwaarde’, zegt prof. dr. ­Bettina Blaumeiser, voorzitter van de Vlaamse werkgroep Bevolkings­ onderzoek. ‘We kunnen screening maar verantwoorden als we een goede therapie voor de betrokken ziekte kunnen aanbieden. Voor spinale musculaire atrofie (SMA), de ziekte die bekend raakte door baby Pia, is die discussie aan de gang. Een groep experten gaat onder meer bekijken of met de huidige behandeling screening zinvol is.’ (zie ook bovenste kaderstuk) En zo blijft het screeningsprogramma evolueren. Eyskens: ‘Naast SMA staan er nog tal van andere ziekten op de wachtlijst om in het screeningsprogramma te worden opgenomen. En verder zijn er altijd werkpunten, zoals de transporttijd van de bloedstalen korter maken. Soms maakt één dag immers het verschil voor een kindje.’ Nog vier jaar wil Eyskens voluit gaan, voor zijn patiënten én voor de neonatale screening. Dan wenkt het pensioen. ‘En dan zal ik hopelijk kunnen denken: het heeft allemaal zin gehad.’

De volgende criteria zijn doorslaggevend: • Ernst van de ziekte. • Voorkomen van de ziekte: zijn er jaarlijks genoeg ­gevallen om screening te verantwoorden? • Behandelbaarheid van de ziekte: bestaat er een goede en betaalbare behandeling? Slaat de therapie beter aan als je er vroeg mee start? • Beschikbaarheid van een screeningstest om de ziekte snel en relatief goedkoop op te sporen. • De test moet voldoende gevoelig zijn, zodat hij quasi alle gevallen opspoort. Maar hij moet ook voldoende specifiek zijn, met andere woorden met zo weinig ­mogelijk ‘vals alarmen’. • Beschikbaarheid van een goed vervolgonderzoek om een eventueel afwijkend resultaat te bevestigen. Bij mucoviscidose is dat bijvoorbeeld de zweettest, die gebeurt in een referentie­centrum voor die aandoening.

Tot 250 bloedstalen per dag Het Centrum Bevolkingsonderzoek Aangeboren Aandoeningen (CBAA) van het UZA startte in 2018 met neonatale screening. Dat ze de komende vijf jaar mogen blijven voortdoen, is een mooie opsteker, vindt klinisch bioloog dr. ­Laurence Roosens. ‘Dagelijks verwerkt ons laboratorium 200 tot 250 bloedstalen van pasgeborenen. Om dat effi­ciënt te organiseren heb je de juiste infrastructuur, voldoende knowhow én een groot team nodig.’ De interpretatie van een afwijkend resultaat vraagt om de nodige ervaring. ‘Zo’n resultaat is niet zwart-wit. Afhankelijk van de techniek moet de laborant de verhouding tussen de verschillende parameters in acht nemen’, legt prof. dr. François Eyskens uit. De taak van het CBAA is breder dan de verwerking van de stalen. Roosens: ‘Als screeningscentrum zien we erop toe dat het hele proces zo goed mogelijk verloopt. Daar hoort bijvoorbeeld ook de organisatie van studiedagen bij, wat we samen met onze partner in Brussel doen. Een ander aandachtspunt is de communicatie met de behandelende artsen. Zo denken we aan een nieuw digitaal platform om bij een afwijkend resultaat vlotter data naar hen te kunnen doorspelen.’


Via de neonatale screening test de Vlaamse overheid jaarlijks 67.000 baby’s op twaalf ernstige ziekten. Hoe gaat die screening in zijn werk en hoe zeker mag je zijn van het resultaat?

1 2

Hoe verloopt de neonatale screening? Een paar dagen na je bevalling, meestal op de derde dag, vraagt de vroedvrouw op de materniteit toestemming om bloed af te nemen bij je baby. Dat gebeurt via een prikje in de hand. De vroedvrouw druppelt het bloed op een bloedkaartje, dat vervolgens naar het screeningscentrum gaat. Uit elk bloedkaartje worden enkele rondjes van 3 millimeter verwijderd, waarop vervolgens een reeks tests gebeurt.

Voor welke ziekten wordt er gescreend? Het screeningscentrum spoort twaalf aangeboren aandoeningen op, stuk voor stuk heel ernstige en zeldzame ziekten. Hoe vroeger de behandeling start, hoe beter de kansen. De bekendste is mucoviscidose of taaislijmziekte. Daarnaast gaat het vooral om stofwisselingsziekten: daarbij ontbreekt een specifiek eiwit in de cellen, waardoor het lichaam bepaalde noodzakelijke voedingsstoffen niet verwerkt. De bekendste daarvan is fenylketonurie (PKU), een ziekte die onbehandeld onder meer hersenschade veroorzaakt. De screening gaat verder ook op zoek naar congenitale hypothyreoïdie (CHT), een aangeboren tekort aan schildklierhormonen, en congenitale bijnierhyperplasie (CAH), eveneens een aangeboren ziekte die de productie van het hormoon cortisol verstoort.

aan prof. dr. François Eyskens, verantwoordelijke neonatale screening in het UZA, en dr. Laurence Roosens, klinisch bioloog

3 4

5

DOSSIER VROEGE OPSPORING ZELDZAME ZIEKTEN

over neonatale screening

Wat als ik met mijn baby alweer thuis ben op de derde dag? In dat geval gebeurt de bloedname bij jou thuis door de vroedvrouw. Zij nemen die taak heel goed ter harte, zodat er zelden gezinnen uit de boot vallen. Bijzondere aandacht is wel nodig voor kwetsbare groepen, bijvoorbeeld mensen zonder papieren, van wie geweten is dat ze de materniteit vaak vroeger verlaten en al eens tussen de mazen van het net glippen. De screeningscentra overwegen om bij die baby’s de handprik al een dag vroeger te doen.

Wat als er iets mis is? Bij een afwijkend resultaat herhaalt het laboratorium de betrokken tests drie keer. Wordt het resultaat bevestigd, dan verwittigt het labo het ziekenhuis van de pasgeborene. Meestal volgt er dan een tweede bloedname om de tests opnieuw te doen. Uitzonderlijk is het resultaat zo afwijkend dat er geen tijd te verliezen is. Dan laat de kinderarts meteen extra onderzoeken uitvoeren om een definitieve diagnose te stellen, zodat de baby snel een behandeling kan krijgen. Meestal gebeurt dat in een gespecialiseerd centrum. Als je een tweetal weken na de handprik niets hebt vernomen, betekent dat dat alles in orde was.

Hoe zeker kan ik zijn van het resultaat? Elk bevolkingsonderzoek levert onvermijdelijk een aantal vals negatieven en vals positieven op. Het risico dat het screeningscentrum een ziekte mist, bedraagt minder dan 1 procent. De kans dat een afwijkend resultaat uiteindelijk vals alarm blijkt, is zowat 2 procent. Je mag de neonatale screening zeker niet gelijkstellen met een diagnose. De bedoeling is vooral om, bij een vermoeden van een ziekte, de artsen zo snel mogelijk op het juiste spoor te zetten. Ook als er niets werd gevonden, is er altijd nog een kleine kans dat een kind later alsnog een van de ziekten krijgt waarvoor het werd gescreend.

MAGUZA

5

vragen

23 23


Dossier

Dankzij een streng dieet en ­dagelijkse voedings­ supplementen kan Arthur opgroeien zoals elk ander kind.

Arthur (6) heeft een

Gered dankzij Arthur (6) heeft een ernstige stofwisselingsziekte. ‘De diagnose was een hele slag, maar doordat de ziekte via de neonatale screening zo vroeg is ontdekt, kan hij gelukkig perfect normaal opgroeien’, zegt mama Stephanie.

N

a twee dochters, een flinke zoon: het geluk van Stephanie en haar man kon niet op toen ze zes jaar geleden in volle kerstperiode ouders werden van Arthur. Het bewuste bloedprikje leek een fait divers. Tot ze een dikke week later een telefoontje kregen van de kinderarts. ‘Hij vertelde ons dat Arthur positief had getest voor een van de ziekten waarvoor wordt gescreend. We moesten meteen contact opnemen met het UZA. Prof. dr. François Eyskens legde ons aan de telefoon uit dat het om fenylketonurie (PKU) ging. Onze wereld stortte in.’

Hersenschade Kinderen met fenylketonurie kunnen een onderdeel van een bepaald eiwit, fenylalanine, niet goed verwerken. Zonder behandeling stapelt die stof zich op in hun bloed, wat al na een paar weken tot ernstige, onomkeerbare hersenschade leidt. PKU is niet te genezen, maar met een streng dieet en dagelijkse voedingssupplementen ontwikkelen de kinderen zich helemaal normaal. 24


DOSSIER VROEGE OPSPORING ZELDZAME ZIEKTEN

zeldzame stofwisselingsziekte

de hielprik

Koekjes van de apotheek In het begin moesten ze een à twee keer per week naar het ziekenhuis. Daar werd Arthur telkens gewogen en geprikt en stelde de diëtiste zijn voeding op punt. Ook vandaag blijft zijn dieet een behoorlijke uitdaging. ‘Vlees, kip, vis, eieren, gewone melk ... mag Arthur allemaal niet hebben omdat er te veel eiwitten in zitten’, legt Stephanie uit. ‘Ter compensatie krijgt hij supplementen, een soort van kunstmatige eiwitten. Ook gewone pasta, rijst, brood, meel en koekjes zijn schadelijk. Gelukkig bestaan daarvoor eiwitarme varianten, die we halen bij de apotheek.’ De eerste drie jaar lag Arthur dikwijls in het ziekenhuis. Hij werd niet vaker ziek dan andere kindjes, maar door zijn aandoening verliep dat bij hem telkens veel heftiger. Maar vandaag gaat het heel goed. Ze hoeven nog maar eens in de tien dagen te prikken om zijn bloedwaarden te checken, intussen gewoon thuis. En ook de raadplegingen

in het ziekenhuis zijn sterk teruggeschroefd.

‘Arthur gaat er goed mee om’ ‘Uiteraard hebben we de diagnose destijds moeten verwerken’, blikt Stephanie terug. ‘Ook nu nog doet het mij als moeder soms pijn als hij iets heel gewoons als marsepein niet mag hebben. Ook al gaat Arthur daar heel goed mee om. Maar we beseffen ook dat we

Natuurlijk doet het soms pijn als hij iets heel gewoons niet mag eten veel geluk hebben gehad. Dankzij de neonatale screening waren we er op tijd bij en heeft Arthur geen beperkingen opgelopen. Hij kan gewoon sporten, naar school gaan ... Een huisarts of kinderarts zou de symptomen nooit op tijd hebben herkend, omdat PKU zo zeldzaam is.’ Door zijn dieetvoeding vragen sommige activiteiten wat meer planning. Gaat Arthur naar een verjaardagsfeestje, dan belt zijn moeder vooraf met de ouders en geeft ze indien nodig zelf iets lekkers mee. ‘Maar we laten ons niet aan banden leggen’, zegt Stephanie. ‘Dat zou niet fair zijn tegenover onze dochters én Arthur. Met vakantie gaan deden we bijvoorbeeld al toen hij nog maar zes maanden oud was.’

De keerzijde van de screening Vier weken na de geboorte van hun eerste kindje Juuls kregen Lotte (35) en haar vriend te horen dat de bloedname voor de screening zo snel mogelijk opnieuw moest gebeuren. ‘Er was een verhoogde waarde gevonden die mogelijk op mucoviscidose kon wijzen. Verder gaf de kinderarts heel weinig uitleg. We moesten niet ongerust zijn, zei ze. Maar wij hadden veel vragen. Gebeurde het vaak dat ze die test opnieuw moesten doen? Hoe groot was de kans dat er echt iets mis was? Eerder hadden wij al eens een zwangerschap op 14 weken moeten afbreken omdat het kindje trisomie 18 bleek te hebben. Het is ons niet gegund, dacht ik. Twee weken moesten we wachten op de uitslag. Die eerste dag zaten we helemaal in zak en as, daarna hebben we onszelf verplicht om positief te zijn. De kraamtijd is te kostbaar om in angst door te brengen. Maar het was best zwaar. Als bezoekers vroegen hoe het met Juuls ging, wist ik niet goed wat te zeggen. Toen ik na twee weken belde, bleek de kinderarts met vakantie. Niemand wilde ons de uitslag meedelen. Ik werd kwaad en bleef aandringen bij het laboratorium en de arts in opleiding, tot die aarzelend lieten weten dat alles oké was. Een vals positief dus. Van de kinderarts hebben we nadien niets meer vernomen. Dat vind ik wel spijtig. Juuls is intussen zes maanden en kerngezond. Toch blijven we met vragen achter. Was die verhoogde waarde echt zonder betekenis? Is verder onderzoek misschien toch nuttig? Moeten wij ons genetisch laten onderzoeken? We hebben het niet echt kunnen afsluiten. Niet dat ik het betreffende ziekenhuis iets verwijt. Ik werk zelf in de communicatiesector en vermoed dat dit gewoon een algemeen werkpunt is in de gezondheidszorg. Als ouder heb je op zo’n moment behoefte aan een betere kadering en duidelijke informatie. Ook de mogelijkheid van een afsluitend gesprek zou veel waard geweest zijn. Het zou goed zijn als daar een standaard aanpak voor kwam.’

MAGUZA

Ze worden even oud als u en ik. Stephanie: ‘Diezelfde namiddag zaten we in het UZA bij de diëtiste, die ons heel goed opving. De dag erna hadden we al een volgende afspraak met prof. Eyskens, een psychologe en opnieuw de diëtiste. Het leek allemaal zo onwezenlijk. Onze andere twee kinderen waren gezond en ook aan Arthur was helemaal niets te zien. En toch stond ons leven opeens op zijn kop.’

25 25


DOSSIER VROEGE OPSPORING ZELDZAME ZIEKTEN

Dossier

Genetische screening: veel mogelijkheden, veel vragen instantie niet te weten komt. Zo vermijd je dat ouders en kinderen belastende informatie krijgen waar ze op dat moment niets mee aan kunnen. In een latere fase, bijvoorbeeld op de leeftijd van zes of vijftien jaar, zou je het kind en zijn ouders kunnen uitnodigen om opnieuw samen naar de genoom­ analyse te kijken, voor ziekten die vanaf die leeftijd kunnen optreden. Vanaf 18 jaar zouden mensen zelf kunnen beslissen of en hoeveel informatie ze willen krijgen over mogelijke gezondheidsrisico’s.’

Laten we over enkele jaren van elke baby een volledige genetische analyse maken, die we vervolgens netjes bewaren? Prof. dr. Bettina Blaumeiser, kliniekhoofd medische genetica, blikt vooruit.

MAGUZA

O

26 26

Dienst medische genetica, T 03 275 97 74

genenverzameling analyseren. Dat is een zogenaamde wholegenome analyse. Als de prijs daarvan verder daalt, kunnen we die methode ook voor neonatale screening inzetten. De meeste ziekten waarvoor we nu screenen, vinden immers hun oorzaak in afwijkingen in de genen.’

p dit moment gebeurt de neonatale screening in Vlaanderen bijna uitsluitend op basis van biologische tests. Die sporen merkers in het bloed op die op een specifieke ziekte kunnen wijzen. Alleen bij een vermoeden van mucoviscidose wordt in een tweede stap ook DNA-onderzoek gedaan. Bij genetisch onderzoek wordt er gekeken naar een of meer van onze genen, en dan meer bepaald naar afwijkingen in die genen die aan de basis kunnen liggen van ziekten.

Hoe zou dat precies in zijn werk kunnen gaan? Blaumeiser: ‘We zouden dan bij elke pasgeborene een analyse van het volledige genoom uitvoeren, met andere woorden van alle 25.000 genen. Daarbij ga je op zoek naar de ziekten die je vlak na de geboorte al moet en kunt behandelen. Dat zouden er meer kunnen zijn dan nu, omdat het bij genetische screening relatief weinig uitmaakt of je nu twaalf of pakweg twintig ziekten opspoort.’

Zal genetisch onderzoek de biologische tests in de toekomst vervangen? Prof. dr. Bettina Blaumeiser, voorzitter van de werkgroep Bevolkingsonderzoek: ‘Ja, ik denk dat we daarnaartoe gaan. Met de huidige technieken kunnen we snel en relatief goedkoop onze volledige

Maar levert zo’n onderzoek niet een pak ongewilde informatie op? Blaumeiser: ‘Inderdaad, zo’n analyse kan je ook vertellen wie later bijvoorbeeld meer kans heeft op borstkanker. Maar we kunnen ervoor zorgen dat de onderzoeker of arts die resultaten in eerste

Een dergelijke screening is wellicht niet voor morgen. Blaumeiser: ‘Nee, op dit moment is het nog toekomstmuziek. Er stellen zich veel vragen. Voor welke ziekten ga je screenen, wanneer gebeurt de vervolgscreening, wie gaat die genetische informatie beheren, hoe voorkom je dat medische gegevens in verkeerde handen terecht­ komen … Ook zullen we de ouders veel uitvoeriger moeten informeren dan nu. Dat alles is voer voor een jarenlang debat. De hele maatschappij moet er klaar voor zijn.’ Ziet u nog andere evoluties in het verschiet? Blaumeiser: ‘We zouden nog een stap verder kunnen gaan en aan ‘preconceptuele’ screening kunnen doen, voor de bevruchting dus. Een koppel met een kinderwens zou dan eerst bij de geneticus langsgaan om via een genoomanalyse te laten nakijken of ze een verhoogd risico hebben om bepaalde ziektes door te geven. Als dat het geval is, kunnen ze bijvoorbeeld kiezen voor preïmplantatiediagnostiek, een IVF-­ techniek waarbij alleen een gezond embryo wordt teruggeplaatst. In een samenleving waarin ouderschap meer dan ooit een bewuste keuze is, lijkt mij dat een logische evolutie.’


VISIE

Wat we zelf doen, doen we beter *

D

e vorige Vlaamse minister van Volksgezondheid besliste in 2013 om de ziekenhuizen te laten kiezen tussen een audit van hun kwaliteit door een internationale accrediteringsinstantie of door de Vlaamse administratie. Elk ziekenhuis koos voor een internationale accreditering. In de daaropvolgende jaren verschenen de juichende persberichten telkens een ziekenhuis geaccrediteerd werd: het was bewezen dat hoge internationale kwaliteitsstandaarden werden nageleefd. Wat te weinig beklemtoond werd, is dat accrediteringsnormen als eerste en voornaamste doel hebben de patiëntveiligheid te verzekeren. Door sluitende procedures, registraties, training en controle worden fouten vermeden.

Kwaliteit is nog een stap verder. De veiligheidsnormen volgen is een minimale basis. Blijvend verbeteren kost echter inspanningen, volharding, geloof in ‘de patiënt centraal’. Het leveren van kwaliteit kost ook geld. Het niet leveren van kwaliteit kost echter fortuinen. In de week van Kerstmis was er sensationeel nieuws: een ziekenhuis had besloten niet meer te accrediteren, wegens te lastig, te duur en niet aangepast aan de Vlaamse manier van werken. Snel sprongen collega’s dit ziekenhuis bij: ook zonder internationale accreditering leverden ze kwaliteit. Er werden veel Vlaamse alternatieven geformuleerd, dikwijls door ondeskundigen. Voor goede ideeën zijn er in Vlaanderen veel adressen. Wij gooien het kind niet met het badwater weg. Het UZA zal blijven accrediteren zowel

ziekenhuisbreed als voor klinische paden. Ons doel blijft meetbare kwaliteit leveren in de zorg, de best mogelijke medische resultaten beogen en onszelf kritisch evalueren door middel van internationale vergelijkingen. Als we binnen enkele jaren het enige ziekenhuis zijn met bewezen kwaliteit, hebben we pas echt een concurrentievoordeel. De overheidsfinanciering van kwaliteitszorg zal dan ook in overvloed in het UZA terechtkomen, want we moeten niet meer delen. Het leveren van kwaliteit zal ons nog rijk maken.

Johnny Van der Straeten Gedelegeerd bestuurder

*Gaston Geens, eerste minister president Vlaamse Regering

MAGUZA 27


ONDERZOEK & INNOVATIE

Biobank Antwerpen Lichaamsmateriaal helpt wetenschap vooruit

V

erwar een biobank niet met een weefselbank. In een weefselbank zit lichaamsmateriaal waarmee we patiënten kunnen behandelen – denk aan hoornvlies, gehoorbeentjes of heupkoppen die bij patiënten worden getransplanteerd. In een biobank zit alleen lichaamsmateriaal voor wetenschappelijk onderzoek.

In de vriezers … Elke soort lichaamsmateriaal – bloed en andere lichaamsvochten, stukjes weefsel – moet binnen specifieke termijnen worden afgenomen en verwerkt, anders wordt het onbruikbaar. Het ma­­teriaal wordt in de biobank volgens standaardprocedures bewaard bij de optimale temperatuur. Die varieert van kamertemperatuur tot -196°C. Een vol­automatisch systeem garandeert dat de temperatuur constant blijft. Als de stroom uitvalt, schakelt de biobank over op de noodgenerator. … en in de databank ‘Aan de stalen heb je niets als je niet weet van welke patiënt met welke aandoening ze afkomstig zijn’, zegt prof. dr. Manon Huizing, arts-beheerder van de Biobank Antwerpen. ‘Daarom worden er gecodeerde gegevens aan gekoppeld, onder meer over 28


Op 18 december 2019 knipten we feestelijk het lintje door van de Biobank Antwerpen, een samenwerking tussen het UZA en UAntwerpen. Die bewaart lichaamsmateriaal dat uitsluitend wordt gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.

het verloop van de ziekte van de patiënt. Die gegevens ­zitten be­­ veiligd opgeslagen in de databank. Wetenschappers uit de hele wereld kunnen een aanvraag indienen om stalen te ontvangen die ze voor hun onderzoek nodig hebben. Als ze bijvoorbeeld de rol van een genetische merker bij darmkanker willen ontrafelen, kunnen ze bij de biobank een aanvraag indienen voor tumorweefsel van patiënten met die specifieke genmutatie.’ Biobanken zijn een onschatbare bron voor wetenschappelijk onderzoek. Ze kunnen nieuwe inzichten opleveren in de rol die genetische factoren, omgeving en levensstijl bij allerlei aandoeningen spelen. Ze kunnen bio­merkers helpen opsporen en nieuwe inzichten vertalen in medische en klinische toe­ passingen, zoals nieuwe behan­ delingen of geneesmiddelen.

Restmateriaal om andere patiënten te helpen Hoe komt lichaamsmateriaal van patiënten in de biobank terecht? Huizing: ‘Om een diagnose te stellen en een patiënt te behandelen, onderzoeken we lichaamsmateriaal zoals bloed, urine, speeksel, stukjes tumor, huid, stukjes weefsel, noem maar op. Materiaal dat na een diagnose of ingreep overblijft, is erg

nuttig voor onderzoek en wordt daarom bewaard in de biobank.’ Ziekenhuizen gaan er meestal van uit dat patiënten daar stilzwijgend mee instemmen. Doe je dat niet, dan moet je uitdrukkelijk verzet aantekenen. Als je je in het UZA

De Biobank bevat momenteel zo’n 6 miljoen stalen, verspreid over het UZA en de UAntwerpen.

als patiënt aanmeldt, krijg je daar in de onthaal­brochure informatie over. Het ethisch comité van het ziekenhuis waakt over de informatie die de patiënt krijgt en over het correcte gebruik van het materiaal.

Vrijwillig materiaal afstaan ‘Daarnaast kan een arts ook vragen of een patiënt extra bloed­stalen of ander lichaams­ materiaal wil afstaan voor wetenschappelijk onderzoek’, zegt Huizing. ‘Je bent vrij om te beslissen of je dat al dan niet wilt. In elk geval word je actief over het onderzoek geïnformeerd en geef je uitdrukkelijk je toestemming

om de afgenomen stalen in de biobank op te slaan. De meeste patiënten geven die toestemming graag: ze willen niets liever dan met hun lichaamsmateriaal het weten­schappelijk onderzoek voor­uit­helpen.’

6 miljoen stalen De Biobank Antwerpen beheert uitgebreide collecties menselijk lichaamsmateriaal afkomstig van het UZA en de UAntwerpen. Nieuw is de Biobank Antwerpen niet: we bouwen onder meer voort op de Tumorbank, die al in 2009 was opgericht, in het kader van het Nationaal Kankerplan. In 2018 regelde een nieuw Koninklijk Besluit de werking van de biobanken. Huizing: ‘We hebben onze bestaande collecties toen bij de overheid aangemeld als Biobank Antwerpen. De grote uitdaging was om de historische collecties lichaamsmateriaal, die her en der in het UZA en de UAntwerpen verspreid zitten, te registreren en te centraliseren. We weten nu precies wat waar zit, kunnen alles traceren en hanteren overal dezelfde kwaliteitsnormen.’ Momenteel telt de Biobank zowat 6 miljoen stalen, verspreid over het UZA en de UAntwerpen. Biobankennetwerken ‘Het zou jammer zijn als al dat

lichaamsmateriaal niet zou worden gebruikt’, zegt prof. dr. Elke Smits, liaison officer van het Clinical Research Center. ‘Daarom willen we het optimaal ontsluiten – maar dan wel op een manier die ethisch en juridisch verantwoord is. Wij waarborgen dat het lichaamsmateriaal correct is verkregen, dat het ethisch correct en volgens strenge kwaliteitsnormen wordt behandeld en dat het traceerbaar is. Onderzoekers krijgen bij ons kwaliteitsvolle, goed gedocumenteerde en zorgvuldig geselecteerde stalen.’ De Biobank Antwerpen bouwt aan samenwerkingsverbanden met ziekenhuizen, universiteiten en commerciële partners in de ruime Antwerpse regio en maakt ook deel uit van het Belgische en het Europese netwerk van biobanken. Smits: ‘Voor relevant onderzoek hebben wetenschappers aan een paar stalen niet genoeg. Door regionaal en internationaal samen te werken met andere biobanken, creëren we samen de schaalgrootte die onderzoekers nodig hebben om statistisch relevant onderzoek te kunnen doen. En samen hanteren we dezelfde procedures voor dataverwerking, kwaliteitszorg en ethische afspraken.’ MAGUZA 29


Welkom op de wereld

Keizersnede 2.0 Gedempt licht, zachte muziek, de baby meteen bij mama: een keizersnede hoeft geen kille ingreep te zijn. De materniteit van het UZA trekt resoluut de kaart van de ‘gentle sectio’, zeg maar ‘vriendelijke keizersnede’.

P

rof. dr. Yves ­Jacquemyn, diensthoofd gynaeco­ logie in het UZA, herinnert zich nog levendig een van de eerste keren dat hij een gentle sectio uitvoerde. ‘Toen de vroedvrouw zag hoe de moeder kon meevolgen hoe we het kindje eruit namen en daarna de baby meteen bij zich kreeg, zei ze spontaan oh hoe mooi is dat.’ Een keizersnede of sectio is wereldwijd de meest uitgevoerde operatie. In Vlaanderen gebeurt zo’n 21 procent van de bevallingen via die weg. In het UZA gaat het om 27 procent, door het grote aandeel hoogrisicozwangerschappen in een universitair centrum. Er is al jaren een tendens om de sectio op een andere, minder

gemedica­liseerde manier aan te pakken. Het UZA introduceerde de gentle sectio een tweetal jaar geleden. Jacquemyn: ‘Een keizersnede is en blijft een operatie. Maar zeker bij een geplande sectio zijn er best wel wat zaken die je kunt aanpassen voor een natuurlijker en aan­­­genamer verloop. Dat komt zowel de beleving van de ouders als de gezondheid van de baby ten goede. Dubbele winst dus.’

Mama kijkt mee De materniteit paste de procedure van de keizersnede geleidelijk aan. ‘We willen de ouders zo veel mogelijk actief betrekken’, legt Jacquemyn uit. ‘Een eenvoudige aanpassing is dat we op

Waarom keizersnede? Dienst anesthesiologie, T 03 821 30 42 Dienst gynaecologie, T 03 821 33 50 Dienst intensieve neonatologie, T 03 821 58 02 30

De vijf belangrijkste redenen voor een keizersnede in het UZA in 2018: Stuitligging Eerdere keizersnede Medische problemen bij foetus Onvoldoende ontsluiting Medische problemen bij moeder

21,6 %  20,1 %  17,5 %  11,7 %  11,4 %

het moment van de verlossing het steriele doek wegnemen en het hoofdeinde verhogen, zodat de moeder kan zien hoe we het kindje uit de buik halen. Dat doen we overigens heel langzaam, om een bruuske overgang van het vruchtwater naar de buitenlucht te vermijden. We wachten ook even voordat we de papa de navelstreng laten doorknippen. Die geleidelijke aanpak is bevorderlijk voor de laatste longrijping en het zuurstofgehalte in het bloed van de baby.’ Bij een klassieke keizersnede gaat de kinderarts na de geboorte even met de baby naar een andere ruimte om het kindje te onderzoeken. Pas daarna krijgt de mama het bij zich. Dat is in het UZA verleden tijd. ‘Bij de meeste kindjes kan dat eerste grondige onderzoek perfect even wachten’, zegt neonatoloog dr. Sabrina Laroche. ‘Het is belangrijker dat de baby meteen huid-op-huidcontact heeft met de moeder. Dat is beter voor de hechting tussen moeder en kind en ook de borstvoeding komt zo beter op gang. Alleen in specifieke gevallen, zoals bij te vroeg geboren baby’s of als er gezondheidsproblemen worden


verwacht, moet je het kindje meteen onderzoeken. Wel is er bij de keizersnede altijd een kinderarts aanwezig die mee beoordeelt of het kindje veilig naar mama kan.’ Uit onderzoek blijkt dat bij baby’s die na een gentle sectio zijn geboren de lichaamstem­ peratuur, bloedsuikerspiegel en het hartritme stabieler zijn dan na een klassieke keizersnede.

Zoogdiertje Voor de vroedvrouwen is de gentle sectio een logisch vervolg op de moeder- en babyvriendelijke aanpak die ze al vele jaren hanteren. Huidcontact staat daarbij centraal. Al in 2006 kreeg het UZA als een van de eerste ziekenhuizen in België het label Baby and mother Friendly Hospital Initiative, een certificaat dat het UZA recent al voor de derde keer op rij opnieuw kreeg toegekend. Dat een gentle sectio beter is voor de baby, is niet verwonderlijk, vindt vroedvrouw Bie De Clercq. ‘Zo’n baby is in se een klein zoogdiertje. Neem het weg van de mama, en het zal huilen en stress ervaren. Leg het dicht bij de mama, en het zal rustig worden omdat het zijn mama kan ruiken

en voelen en het ritme van haar hartslag herkent.’ Nieuw is ook dat de papa in de meeste gevallen vanaf het begin aanwezig mag zijn in de operatie­ zaal. ‘We bekijken dat patiënt per patiënt’, nuanceert dr. Hilde ­Coppejans, kliniekhoofd anesthesiologie. ‘Je mag niet vergeten dat we bij een keizersnede een hogere dosis verdovende medicatie geven dan bij een gewone bevalling, waardoor het risico op een plotse bloeddrukval groter is. Het is dan ook belangrijk dat we onze aandacht volledig op de aanstaande moeder kunnen richten. Maar als er geen specifieke problemen te verwachten zijn en het koppel ziet het zitten, is er meestal geen bezwaar.’

Aangename omgeving Het team creëert in de mate van het mogelijke een aangename omgeving: de temperatuur in de operatiezaal bedraagt 21 of 22°C, geluidssignalen en felle verlichting worden waar mogelijk vermeden en de ouders kunnen kiezen voor hun favoriete achtergrondmuziek. ‘Het spreekt voor zich dat we dat niet kunnen waarmaken bij een dringende

keizersnede of als we complicaties verwachten.’ Ouders zijn ook niet verplicht om in het hele scenario mee te gaan. Niet elke mama wil bijvoorbeeld borstvoeding geven. ‘Wij bieden het aan, maar de beslissing ligt uiteindelijk bij de ouders’, aldus nog Jacquemyn.

Betere binding, minder pijn Ouders beleven een gentle sectio doorgaans als erg positief. Dat heeft ook zijn invloed op de kraamtijd. Uit onderzoek blijkt dat mama’s zich na een gentle sectio beter hechten aan hun kindje en minder verwerkingsproblemen vertonen. Daardoor is er ook minder risico op een postnatale depressie. ‘Bij een gewone keizersnede missen de mama’s de eerste minuten van het leven van hun baby, waar sommigen het erg moeilijk mee hebben’, licht prof. dr. Yves Jacquemyn toe. De moeders in kwestie blijken ook minder pijn te voelen. ‘Doordat ze de bevalling als positief ervaren, voelen ze zich nadien beter. Dan voel je vanzelf minder pijn’, verklaart vroedvrouw Bie De Clercq.

MAGUZA 31


Slaapcentrum

Tips voor shiftwerkers Werken in shifts of ploegen kan je lichaam behoorlijk ontregelen, met slaap- en gezondheidsproblemen tot gevolg. Ook daar heeft het multidisciplinair slaapcentrum van het UZA ervaring mee. Enkele aanbevelingen van een slaapexpert.

A

ls je in ploegen werkt, kan je bioritme ontregeld raken doordat je interne klok niet meer gelijkloopt met het uur dat de externe klok aangeeft. Dat kan je gezondheid op de duur zwaar ondermijnen. ‘De algemene regel is dat je probeert om je slaap-waakritme in de mate van het mogelijke mee te laten verschuiven met je veranderende werkschema,’ zegt neuroloog dr. Inge Declercq van het slaapcentrum.

Slaapcentrum T 03 821 39 38 Eind maart komt het boek De kracht van slapen van dr. Inge Declercq uit, vol tips en oplossingen voor een betere nachtrust en meer energiek wakker zijn. Uitgever: Van Halewyck. 32

Maak gebruik van licht en donker Licht en duisternis geven de tijd aan voor je interne slaap-waaksysteem. Daar kan je gebruik van maken om je bioritme beter te laten aansluiten bij je shifts. Als je aan je werkdag begint, zoek dan zoveel mogelijk het daglicht op. Probeer fel licht te vermijden op het einde van een late shift en zoek de duisternis op als je slaapuur in zicht komt. Bij problemen met slaap-waakritme kan licht­ therapie, onder begeleiding van een specialist, goed helpen.

Hou rekening met je chronotype Iedereen heeft een zogenaamd ‘chronotype’: het is deels afgeleid van je bioritme en bepaalt wanneer jij het meest alert bent en wanneer jij het best slaapt. De ene is een ochtendmens, de andere juist niet. Declercq: ‘Probeer daar zoveel mogelijk rekening mee te houden. Als ochtendmens blijf je op vrije dagen bijvoorbeeld het best zo dicht mogelijk bij je vroege shifts. Avondmensen kunnen beter hun late shift aanhouden. Zo vermijd je dat je vrije dagen nog een extra shift worden.’ In een ideale wereld houden werkgevers rekening met chronotypes bij het organiseren van ploegenwerk en doen vroege types zoveel mogelijk vroege diensten en late types zoveel mogelijk late shiften. Wel of niet een dutje tussendoor? Dutjes kunnen in bepaalde ge­­ vallen zeker zin hebben. Declercq: ‘Als je de vroege ingaat, heb je meestal een korte nacht gehad. Dat leidt tot slaperigheid overdag die gevaarlijk kan zijn. Dan kan

een powernap van tien tot twintig minuten nuttig zijn, tijdens je pauzes of heel kort direct na je shift. Als je de nacht ingaat, kan het helpen om voor je eerste nachtdienst één volledige slaapcyclus te slapen. Dat komt neer op een dutje van anderhalf uur, bijvoorbeeld in de vooravond.’

Plan je maaltijden. Om het bioritme van je spijsvertering zo weinig mogelijk te ontregelen, probeer je je maaltijden het best op vaste tijdstippen te houden, in functie van je werkschema. Vermijd in de latere uren in elk geval snelle suikers, zware, vette maaltijden en cafeïne. Let op je slaaphygiëne Tot slot gelden de gewone aanbevelingen voor een goede slaap-waakhygiëne zo mogelijk nog sterker voor shiftwerkers. Dat betekent onder meer slapen in een donkere en rustige omgeving, alcohol vermijden, voldoende beweging overdag, digitale schermen vermijden in de uren voor het slapengaan, stress verminderen enzovoort.


Beter uitgerust, betere chauffeur? Vervoersmaatschappij De Lijn en het multidisciplinair slaapcentrum van het UZA doen in 2020 samen een onderzoeksproject, met als uiteindelijk doel de gezondheid van de bus- en tramchauffeurs te verbeteren. Dr. Inge Declercq: ‘We willen nagaan of een reeks gezondheidsinterventies de negatieve effecten van ploegenwerk

kan verminderen. Bij 80 chauffeurs doen we aanpassingen in de richting van een gezonder dienstrooster, met onder meer voorwaarts roteren – dat wil zeggen altijd van een vroege naar een latere shift gaan – voldoende recuperatietijd tussen shifts, rekening houden met chronotype ... Daarnaast krijgen die chauffeurs ook opleiding over hoe ze zelf op een zo gezond

mogelijke manier kunnen omgaan met het ploegenwerk, via voeding, licht, dutjes enzovoort.’ Die groep chauffeurs wordt vergeleken met een gelijkaardige groep die de interventie niet heeft gehad. ‘Zo kunnen we nagaan welk effect de interventies hebben gehad op hun slaperigheid, moeheid, hun levenskwaliteit en een reeks gezondheidsaspecten.’

MAGUZA 33


ADVERTENTIE

Warme zorg altijd dichtbij

Het UZA zoekt vrijwilligers Het UZA zoekt vrijwilligers met een warm hart en een luisterend oor voor patiënten. Leg je graag nieuwe contacten en heb je tijd om je in te zetten voor de medemens? Wil je helpen met transport van patiënten in rolstoel of bedlegerige patiënten van en naar onderzoeken/behandelingen? Wil je deze patiënten tijdens het vervoer bijstaan met een babbel en ondersteuning? En kan je je minimum 4 tot 8 u per week vrij maken in de voormiddag (van 9-13u)? Stel je dan kandidaat als vrijwilliger bij het UZA! Neem contact op met vrijwilligerscoördinator Nora Lens, tel. 03 821 40 11 of nora.lens@uza.be.

UZA / Wilrijkstraat 10 / 2650 Edegem Tel 03 821 30 00 / Fax 03 829 05 20 www.uza.be

Landelijke Thuiszorg is er voor jou! gezinszorg ❙ kraamzorg ❙ poetshulp woningaanpassing ❙ nachtzorg groen- en klusjesdienst ❙ dagopvang

bel GRATIS 0800 112 05 thuiszorg@ons.be www.landelijkethuiszorg.be


KORT

1 2 4 3

1

Op 30 november namen maar liefst vijfhonderd sportieve­ lingen deel aan de eerste editie van WARMUZA, een loopevent rond en dwars door het UZA. De opbrengst gaat naar de dienst kindergeneeskunde in het ­Moeder- en kindcentrum. 2

Het UZA doet zichzelf voor zijn 40e verjaardag een nieuwe ziekenhuisvleugel cadeau. De virtuele eerstesteenlegging vond plaats tijdens een verjaardagsevent op 29 november,

in aanwezigheid van Wouter Beke, minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoede­bestrijding. Voor de gelegenheid schreef Maud Vanhauwaert, Antwerps stadsdichter in 2019, een pakkend gedicht over het UZA. Je vindt het op p.2 van deze MagUZA. 3

Maguza heeft er een klein broertje bij: het kids­magazine Oliver voor kinderen die langskomen of verblijven in het UZA. De blauwe olifant Oliver – Ollie voor de vrienden – is de

mascotte van het Moeder- en kindcentrum. Het magazine geeft jonge patiënten infor­matie over allerlei aspecten van het ziekenhuis en wil op die manier hun angst verminderen en te­gelijk hun weerbaarheid verhogen. Op de spel- en knutsel­pagina’s kunnen de ­kinderen zelf aan de slag. Oliver is te vinden op alle diensten waar veel kinderen komen. 4

Patiëntjes van het Moeder- en kindcentrum mochten in primeur kennismaken met de app ‘VR

Wonderwater’ van de vereniging voor jeugdfilm, JEF Antwerpen. Met augmented reality kunnen ze hun eigen kamer virtueel pimpen en er een fantasiewereld in ­creëren, compleet met bewegende figuurtjes en objecten. Een heel toffe manier om je gedachten te verzetten tijdens een verblijf in het ziekenhuis. Vlogger en Ghost Rocker Elindo Avastia was er voor de gelegenheid bij, en de 11-jarige wetenschapper-uitvinder Mauro Druwel maakte de tutorial. Je vindt de gratis app in de App Store, ­Oculos Store en bij Google Play. MAGUZA 35


TECHNOLOGISCH

dr. Dina De Bock, cardiochirurg

Cardiochirugie pioniert met nieuwe hartklepoperatie Cardiochirurg dr. Dina De Bock herstelde dit najaar als eerste in Vlaanderen een lekkende mitralisklep terwijl het hart van de patiënt bleef kloppen. Dat kan dankzij de NeoChord-technologie. Die baanbrekende techniek maakt de operatie veel minder ingrijpend voor de patiënt.

E

en lekkende mitralis­ klep is een van de meest voorkomende hartklep­ afwijkingen. Ze komt voor op alle leeftijden, maar boven de 60 jaar hebben twee op de honderd mensen de aandoening. Patiënten krijgen last van kortademigheid bij inspanningen of hebben kwalijke ritmestoor­ nissen. Vaak ontstaat het lek doordat een of meer klepondersteunende koordjes of ‘chordae’ uitrekken of breken.

Dienst cardiochirurgie T 03 821 30 71 of 03 821 31 29 36

Minder ingrijpend Tot nu toe kon een mitralisklep alleen hersteld worden met een openhartoperatie, waarbij hart en longen worden stilgelegd en de hart-longmachine tijdelijk hun functie overneemt. Met de NeoChord-techniek (letterlijk ‘nieuw koordje’) plaatst de hartchirurg via een kleine insnede tussen de ribben een of meer nieuwe koordjes op het zieke stuk van de klep. De borstkas blijft gesloten en het hart blijft tijdens de ingreep ongestoord verder kloppen. Bij oudere of verzwakte ­patiënten kan een klassieke openhartoperatie te risicovol zijn,

Bij oudere of verzwakte patiënten kan een klassieke openhartoperatie te risicovol zijn. bijvoorbeeld omdat hun nieren of longen niet goed meer werken of omdat ze algemeen erg zwak zijn. Dankzij de NeoChord-techniek kunnen die patiënten toch geholpen worden.

Eerste ziekenhuis in Vlaanderen In september heeft het UZA, als eerste ziekenhuis in Vlaanderen, met de NeoChord-techniek de mitralisklep hersteld bij patiënten die te zwak werden geacht voor standaardchirurgie. De ingreep was teamwork bij uitstek van hartchirurg dr. Dina De Bock, cardioloog prof. dr. Bernard Paelinck en cardio-anesthesist dr. Bart Embrecht. ‘Wij zijn ervan overtuigd dat de techniek in de toekomst kan toegepast worden bij een bredere groep patiënten,’ aldus dr. De Bock. De operatie is

veel minder ingrijpend, met een beduidend snellere recuperatie en kortere opname als resultaat.

‘Na een week was ik thuis’ De eerste patiënten zijn inmiddels al terug op controle geweest bij dr. De Bock. Een van die patiënten was Robert (62). ‘Een klassieke hartklepoperatie was erg risicovol voor mij omdat ik aan een chro­ nische longziekte, COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) lijd. Mijn longcapaciteit is maar 30 procent van wat ze ooit was. Daardoor kwam ik als een van de eerste patiënten in aanmerking voor de NeoChord-operatie. De artsen hebben me alles grondig uitgelegd en ik had er vertrouwen in. De operatie verliep onder ­volledige narcose. Daar herinner ik me dus niet veel van. Ik weet wel dat ik me snel beter voelde en dat ik een week na de operatie al thuis was. Het enige wat je ziet, is een klein litteken tussen mijn ribben. En mijn hart werkt weer perfect! Ik ben nog beperkt door mijn COPD, maar ik heb mijn dagelijkse leven opnieuw op­­gepikt. Sinds de ­operatie ga ik weer zelf naar de slager om de hoek!’


mitralisklep linkerkamer

De NeoChord-techniek in detail De ingreep duurt gemiddeld twee uur. De patiënt wordt onder narcose gebracht en aan de linkerkant van de borstkas maakt de chirurg een kleine insnede. Langs die weg is het hartpunt vlot bereikbaar. De chirurg brengt via het hartpunt het NeoChord-systeem binnen in het hart tot bij de lekkende klep. Om de mitralisklep te zien en het systeem ter plaatse te ‘sturen’ wordt ultramoderne 3D-echografie gebruikt. ‘De rol van de cardioloog en echospecialist is erg belangrijk,’ zegt dr. Dina De Bock. ‘Om de koordjes correct te positioneren hebben we tijdens de ingreep een perfect beeld van de

mitralisklep nodig.’ Zonder het hart stil te leggen plaatst de chirurg drie tot vijf koordjes op het zieke stuk van de mitralisklep. Het uiteinde van die koordjes wordt aan de buitenkant van het hart bevestigd. ‘Het is spectaculair hoe de lekkage volledig verdwijnt wanneer de chirurg de koordjes op correcte lengte en spanning brengt,’ zegt cardioloog prof. dr. Bernard Paelinck, die de ingreep mee begeleidt. ‘Bij het bepalen van de lengte van de koordjes is het erg belangrijk om een stabiele bloeddruk en hartvulling te hebben,’ vult cardio-anesthesist dr. Bart Embrecht aan.

MAGUZA 37


TEAM UZA

Leen Verbeeck, muziektherapeute

‘Ik geef op donderdag muziektherapie in het Moeder- en kindcentrum. Via muziek help ik de kinderen een taal te vinden voor wat er binnen in hen leeft. Ik heb daarvoor in Nederland muziektherapie gestudeerd.’

01

02

01

Via muziek kunnen de kinderen expressie geven aan hun emoties. Maar het is natuurlijk ook gewoon tof. Het kan even goed een moment van ontspanning of van genieten zijn. Of van verbonden­­ heid met ouders, grootouders, broers of zusjes die toevallig aanwezig zijn.

38

03

02

Ik werk met alle leeftijden. Bij de kleinsten, soms nog baby’s, ga ik vaak zingen met de gitaar. Als ze ouder zijn, maken we samen muziek. Tieners help ik een eigen lied te schrijven of we zingen samen hun lievelingsnummers, van Ed Sheeran en zo.

03

We beschikken over een harp, een gitaar, een djembé, een ocean drum, een hapi drum, twee keyboards … en een hele kar vol kleine instrumenten. De instrumenten worden na elk gebruik ontsmet. Blaasinstrumenten ­hebben we niet, daar is het besmettingsgevaar te groot.


04

05

04

Kinderen trommelen er graag op los, om zich af te reageren. Ook muziekspelletjes zijn leuk. Of we zingen samen liedjes, vaak in een heel eigen versie, en begeleiden onszelf met xylofoons, onweermakers en boomwhackers. Dat zijn gekleurde plastic buizen met een verschillende toonhoogte waarmee je elk liedje kan spelen. De tune van FC De Kampioenen is altijd een succes.

06

05

De hoofdverpleegkundige vertelt mij bij welke kinderen ik kan langsgaan, als ze daar zin in ­hebben, en wie te ziek is. Vaak maken we muziek in de snoezelkamer. Kinderen die hier lang moeten blijven, geef ik soms gitaar- of pianoles, dan kunnen ze oefenen op de dagen dat ik hier niet ben. Zo hebben zo toch iets leuks om mee bezig te zijn.

06

Je merkt dat het iets doet met de kinderen. Je ziet hun lichaam ontspannen. Ook kleine momentjes hebben hun waarde. Zoals een kind dat heel weinig emotie toont, dat tijdens een liedje toch eens glimlacht of je aankijkt. Een tiener die zelf een liedje heeft geschreven of gitaar heeft leren spelen, is supertrots. Kinderen groeien van zulke ervaringen.

MAGUZA 39


#UZA UZAnieuws   Universitair­ Ziekenhuis­ Antwerpen uza_stories

Niets dan blije gezichtjes in het Moeder- en kindcentrum

‘UZA trekt aan: verpleegkundige acute geriatrie’

Niets dan blije gezichtjes in het Moeder- en kindcentrum op 17 december (en niet alleen bij de patiënten ). Bedankt @mousadembele en ­@janvertonghenfoundation voor jullie verrassingsbezoek!

Ben jij een verpleegkundige en wil je mee je schouders zetten onder de uitbouw van een gloednieuwe afdeling? Heb je een voorliefde voor geriatrische patiënten en wil je nieuwe ideeën aanbrengen om zo hooggespecialiseerde zorg te kunnen garanderen? Dan is de vacature voor verpleegkundige voor de dienst acute geriatrie wel iets voor jou! Solliciteer via uzatrektaan.be.

UZA Agenda SAVE THE D ATE 12 maart 2020 19 tot 20 uur

04 april 2020 08.30 tot 12 uur of 13.30 tot 17 uur

11 mei 2020 19 tot 21 uur

09 mei 2020

Herstellen na kanker – infoavond oncorevalidatie

Teddy Bear Hospital

Infoavond over Hypospadias

Mountainbiken voor de UZA Foundation

In het Teddy Bear Hospital kunnen kinderen tussen 4 en 7 jaar oud spelenderwijs kennismaken met een nagebootst ziekenhuis, om zo de angst voor dokters en ­ ziek-zijn enigszins weg te nemen.

Kom meer te weten over hypospadias, een aangeboren afwijking waarbij de plasbuis uitmondt aan de onderkant van de eikel, halverwege de penis of in de balzak.

Op 9 mei kunnen mountainbiketeams weer het beste van zichzelf geven tijdens een mtb-wedstrijd op het domein Wolvenbos. Vorig jaar waren 25 teams van bedrijven uit de regio present. Samen haalden ze maar liefst 150.000 euro op ten voordele van het kankeronderzoek.

Kom meer te weten over het oncorevalidatieprogramma. Dit programma helpt om je fysieke en mentale kracht te herwinnen tijdens of na een kankerbehandeling.

40

Info en inschrijven

Info en inschrijven

Deelname is gratis. Inschrijven is verplicht, via www.uza.be/activiteiten/patienten Locatie: UZA, VIP-restaurant

Inschrijven kan via www.teddybearhospital.be Locatie: UZA, Auditorium Kinsbergen (volg route 12)

Info en inschrijven Deelname is gratis en kan via www.uza.be/ activiteiten/patiënten of T 03 821 35 11 of 03 821 30 47. Registreer ten laatste een week vooraf. Locatie: UZA, Gemeenschapszaal (volg route 12)

Info en inschrijven Binnenkort meer op uzafoundation.be


PRAKTISCH

‘Continue inzet voor de trauma­ patiënt’ Het traumacentrum van het UZA verdiende in oktober als eerste Europees centrum een JCI-erkenning voor het zorgprogramma ‘majeur trauma’. Dat dankzij een doorgedreven samenwerking tussen alle betrokken zorgverleners, binnen en buiten het UZA.

Lezingenreeks ‘Op afspraak’ IX In editie IX van de lezingenreeks ‘Op Afspraak’ worden er opnieuw tien actueel en maatschappelijk relevante gezondheidsthema’s belicht door UZA-experten. 02 maart 2020 14.30 tot 16 uur

Vertrouw op je buikgevoel! Darmen een barometer levenslang. Spreker: Prof. dr. Heiko De Schepper 16 maart 2020 14.30 tot 16 uur

De tweede levensfase: druk, druk, druk… Spreker: Dr. Veerle Mertens

Nuttige telefoonnummers • algemeen nummer UZA: T 03 821 30 00 • onthaal en opname: T 03 821 31 01 • patiëntenbegeleiding: T 03 821 37 00 (maatschappelijk werk, vrijwilligers, intercultureel bemiddelaar, transfercoördinator, levens-beschouwelijke begeleiding, tolken en tolken Vlaamse gebarentaal) • ombudsdienst: T 03 821 31 60 • inlichtingen facturen: T 03 821 31 28 • school in het UZA: T 03 821 58 86 Herstellen in zorghotel Drie Eiken Na een operatie kan je verder aansterken in zorghotel Drie Eiken, een comfortabel verblijf met professionele zorgvoorziening. Ook familie en vrienden kunnen er terecht voor overnachting vlakbij het UZA. Meer info en reservaties: www.drie-eiken.com, T 03 821 12 11 Gastenkamers Ter Weyde Wil je in de buurt van het ziekenhuis overnachten, dan kan je terecht in onthaaltehuis Ter Weyde. Vrijwilligers bieden er een eenvoudig maar warm onthaal aan een billijke prijs. Ter Weyde bevindt zich op 200 meter van het UZA (Edegemsesteenweg 240, 2610 Wilrijk). Voor meer info: www.uza.be/terweyde, T 03 440 48 18. Winkelgalerij In de inkomhal vind je: • de cafetaria, in de week open van 8.30 tot 20 uur; in het weekend en op feestdagen van 12 tot 20 uur • een broodjeszaak, in de week open van 9 tot 14.30 uur • een winkel Momen’to Shop Delhaize met een ruim aanbod verse voeding, drank, lectuur, geschenkartikelen … Open op weekdagen van 8.30 tot 20 uur. In het weekend en op feestdagen van 12 tot 17.15 uur. • een bloemen- en pralinewinkel ‘Gift Shop’, open van maandag tot en met vrijdag van 11 tot 19:30 uur. In het weekend en op feestdagen gesloten. • een bankautomaat Meer info: www.uza.be Het UZA draagt het JCI-label voor veilige en kwaliteitsvolle zorg.

COLOFON MAGUZA · driemaandelijks tijdschrift van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen · jaargang 32, februari 2020 · Redactieadres: UZA, afdeling Communicatie, Wilrijkstraat 10, 2650 Edegem, communicatie@uza.be · Verantwoordelijke uitgever: Johnny Van der Straeten · Hoofdredacteur: Evita Bonné · Redactieraad: Mathias Allegaert, Sevilay Altintas, Bettina Blaumeiser, Evita Bonné, Nathalie Cools, Annick Deckers, Margot Hagendorens, Ivan Huyghe, Philippe Jorens, Katrijn Leemans, Eva Lion, Lotte Marnef, Hans ­Prenen, Ingrid Roosen, Kaat Siebens, Elke Smits, Caitlin Stabel, Axelle Staes, Dominique Trouet, Paul Van Aken, Ann Van De Velde, Miranda Van De Wiele, Jan Van Meerbeeck, Stijn Verhulst, Joris Verlooy, Barbara Willekens · Redactie & realisatie: Jansen & Janssen C­ reative ­Content, www.jaja.be · Fotografie: Frank Toussaint · Illustratie: p. 28: Klaas Verplancke ­Kruiswoordraadsel: Freddy Roegiest · Reclame­regie: Media Surplus, www.media-surplus.be · De inhoud van de advertenties valt niet onder de redactionele verantwoordelijkheid van het UZA. Maguza wordt gedrukt op FSC-­papier, afkomstig van duurzaam beheerde bossen.

Info en inschrijven dienstencentrum@wznedegem.be of T 03 450 84 00, 4 euro per persoon Locatie: Dienstencentrum Den Appel, Oude Godstraat 110, 2650 Edegem

ABONNEMENT Wens je een gratis abonnement op Maguza, wil je een adres­ wijziging door­geven of wil je het magazine niet langer ontvangen? Bel 03 821 32 96 of stuur je naam en adres naar UZA, afdeling communicatie, Wilrijkstraat 10, 2650 Edegem, of surf naar www.maguza.be/abonnement. Je kan hier ook inschrijven op de gratis digitale nieuwsbrief van Maguza. MAGUZA 41


PUZZEL & WIN!

1 1

2

3

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

Horizontaal

+

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

2 3

8

4

+

4 5 6

8. 9. 10. 11.

7 8

2

9

3

12.

10 11

13.

1

14. 15. 16.

12 13

+

6

14

7

15

epilepsie (2 woorden) ambacht – grove wollen stof – werklust lithium – heelal – zwaardwalvis – Japans bordspel loofboom – halt ! – maangodin – kookgerei ultraviolet – deel van een schoen – land in Afrika aftakeling – base luitenant – gesloten – afgemat – klein ventje – Peru (op auto’s) loofboom – rivier in Duitsland – kilohertz – kruik veldrit – bid (Lat.) – Ierland besef – gauw – Amerikaanse staat deel van een toneelstuk – stoornis door een ernstige verwonding slede – rund – nota bene – ogenblik – ondernemingsraad drinkgerei – grootouder – vrouwelijk zoogdier – brandgang droogoven – file – marterachtig dier kostbaar gesteente – badpak – rechte lijn braakmiddelen – slikstoornis

+

5

16

1

2

3

R

4

5

6

7

D H O R

8

10

11

G

P

12

L

13

14

15

2

Y

U C A

+

B

U

R

E

A U +

E

L

A N

3

S

L

+

T

R

E

S

+

K

A

R

F

+

C

4

T

A

S

+

E

R

T

S

+

R

U G +

K O S

5

E

+ O S

L

O +

L

T

+

L

A

T

E

N

6

R

E

P

L

A N

T

A

T

I

E

+

Y

L

+ O

7

O M +

A

I

R

K

+

E

N G +

E

L

F

8

S O K

+

S O A

+

A

R

T

E

R

I

E

+

9

C

L

+

L

A A

R

S

+

B

Y

+ G A

+

K

A

+

P

A

O M B

T T

E

10

O +

R

E

G

E

N

T

E

11

O F

F

E

R

+

Z

E

N U W K N O O P

12

P

+

S

T O A

+ D

R

A

+

A

L

+

13

+ G A

T

+

K

A

+

A

L

I

+

I

O N

14

T

A

K

+ O N +

K

E

A

+ N O O R D

15

I

R

E

N

E

+

C O R

T

I

S O N

16

I

T

T O R E

P E

N A D O + D

I

+

X

C O R

T

E

Doe mee en win! Heb je het letterwoord ontdekt? Mail het dan voor 10 maart 2020 met je naam en adres naar maguza@uza.be of stuur een briefkaart naar Maguza, UZA – ­Afdeling communicatie, Wilrijkstraat 10, 2650 ­Edegem en maak kans op een van de vijf boekenbonnen van Standaard boekhandel. 42

E

E

I

Verticaal

16

1

+

I

9

H A

Oplossing Maguza 118 ZUURSTOF De winnaars zijn: Lafaille-Liang (Berchem) Albert Vermeesch (Ranst) Viviane Van Cauteren (Berchem) Virginie Vervinck (Beernem) David Smolders (Mechelen)

1. leukocyt of erytrocyt 2. te koop – tafelgast – Nederlandse omroep – ante meridiem 3. argon – insect – veerboot – aanlegplaats 4. prul – calorierijk – marktplaats (Arab.) – tennisterm 5. motto – naarstig – wilde haver 6. bedekkend weefsel – insgelijks – basketbalclub 7. echter – landbouwer – operalied 8. aanwijzend voornaamw. – vertrek – meisjesnaam – keurmerk 9. lastdier – technisch onderwijs – Antilliaans eiland – idem 10. op die wijze – ongeëvenaard – Ave Maria – paardensoort 11. lichte spot – leverontsteking 12. spinnendraad – pistoolmitrailleur – kampeergerei 13. visie – ieder – omwisseling – tijdperk 14. kijkkast – voor (Lat.) – hooiopper – voederbak 15. gemalin – grootouder – liefdegod – onzes inziens 16. medische behandeling met x-stralen


ADVERTENTIE

Alles is relatief, behalve je nachtrust.

Einstein was een briljant uitvinder die als geen ander wist hoe krachtig de combinatie is van creativiteit en wetenschap. Equilli verbindt beide kwaliteiten in haar matrassen. Het resultaat? Een volledig gepersonaliseerde matras met unieke slaapgarantie. Je hoeft geen Einstein te zijn om te bedenken wat de voordelen voor u zijn. Want een goede nachtrust begint bij de juiste matras. Dat is een wetenschap!

ontwikkeld door wetenschappers individueel ingesteld obv Sleep Scan eenvoudig aanpasbaar na aankoop voorzien van unieke slaapgarantie

Ontdek Equilli bij de verdeler in je buurt of op onze website

Cornelis Bedding Rumst Mechelsesteenweg 8 2840 Rumst T: 015 32 08 55 ma - za: 10u - 18u zo: 14u - 18u do gesloten

Wommelgem Herentalsebaan 417A 2160 Wommelgem T: 03 259 09 08 di - za: 10u - 18u zo: 14u - 18u ma gesloten

Belsele Lokersebaan 52 9111 Belsele T: 03 772 65 57 ma - za: 10u - 18u zo: 13u - 18u di gesloten

Dendermonde Mechelsesteenweg 138 9200 Dendermonde T: 052 21 45 51 di - za: 10u - 18u zo: 14u - 18u ma gesloten


DAG UZA!

HANS (29)

Dat uit het grootste verlies nog iets moois kan ontstaan, blijkt uit het verhaal van Kim. In 2017 verloren Kim en Hans hun zoontje Leon. ‘Maar dankzij Leon zet ik me nu met veel plezier in voor het Berrefonds,’ zegt Kim.

MORRIS (4)

‘ We noemen elke dag zijn naam’

O

p 2 februari 2016, na 29 weken zwangerschap, ben ik in het UZA bevallen van Leon en Morris. Ik lag toen al vier weken met voorweeën in het ziekenhuis. De jongens deden het heel goed en al snel mochten we verhuizen naar het ziekenhuis in Bornem, dichter bij huis. Na nog eens 2,5 maand mochten ze mee naar huis. Alles ging goed, we waren dolgelukkig. Een jaar later sloeg helaas het noodlot toe. In de crèche werd Leon niet meer wakker uit zijn dutje. Wiegendood. Hij is in allerijl met de ambulance naar het UZA gebracht, maar er was geen hoop meer. Een dag voor zijn en Morris’ eerste verjaardag is hij overleden. We zijn in het UZA enorm goed opgevangen. Bij de vroeggeboorte van de tweeling, maar later ook bij het overlijden van Leon. Zo mochten familie en vrienden die laatste nacht nog afscheid komen nemen van hem. De arts van intensieve zorg gaf ons haar telefoonnummer en e-mailadres mee, we mochten haar altijd contacteren.

KIM (34)

ODETTE (1,5)

Herinnering en hoop Zo zijn wij in contact gekomen met het Berrefonds. Zij bezorgen herinneringskoffers aan ouders van kindjes die tijdens of kort na de bevalling overlijden, met ideeën en materialen om de herinnering aan hun kindje vast te leggen. Na Leon groeide in het UZA het idee dat er ook voor oudere kinderen zoiets moest komen. Samen met Christine en Greet van het Berrefonds hebben we daarom de Koesterkoffer ontworpen. In de koffer van Leon zitten een buisje met een haarlok, een gipsafdruk van zijn handje, een vingerafdruk, een linnen zakje met zijn kleertjes om de geur zo lang mogelijk vast te houden, vergeet-me-nietjes, een knuffel, een voorleesboekje … Het zorgt er mee voor dat we zijn naam nog elke dag noemen. Sindsdien zetten wij ons ook in voor het Berrefonds. Eerst door acties te doen om geld in te zamelen en intussen ben ik een van de ambassadeurs die in actie komen als er in een ziekenhuis een koffertje nodig is. Ik ontmoet dus vaak ouders die hetzelfde meemaken. Op een manier kan ik hen ook hoop geven in dat grote verdriet. Hen tonen dat ze ooit terug zullen kunnen lachen.’ www.berrefonds.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
MagUZA 119 - Februari 2020 by UZA - Universitair Ziekenhuis Antwerpen - Issuu