Skip to main content

Maguza 126 - juli 2022

Page 1

MA G U Z A ZORGMAGAZINE VAN HET UZA

JULI 2022 #126

Nieuwe medicatie tegen ontstekingsreuma

‘Ik kreeg mijn oude leven terug’

Afgiftekantoor Gent X, Maguza 126, Tijdschrift – kwartaalblad, juli – augustus – september 2022, v.u. Marc Peeters, Universitair Ziekenhuis Antwerpen, Drie Eikenstraat 655, 2650 Edegem

Rohit, 32

www.maguza.be UZAnieuws UniversitairZiekenhuisAntwerpen uza_stories

Dossier REUMATOLOGIE


ADVERTENTIE

Sleeplife® is exclusieve dealer van

Sleeplife® is exclusieve dealer van

matrassen – boxsprings – lattenbodems – hoofdkussens – beschermers – dekbedden – bedtextiel

matrassen – boxsprings – lattenbodems – hoofdkussens – beschermers – dekbedden – bedtextiel

Sleeplife® Merksem Bredabaan 972 - T. 03 647 15 45 Sleeplife® Wilrijk Boomsesteenweg 560 - T. 03 828 98 29

Sleeplife® Merksem Bredabaan 972 - T. 03 647 15 45 Info en openingsuren op sleeplife.be Sleeplife® Wilrijk Boomsesteenweg 560 - T. 03 828 98 29


10:20 UUR

WELKOM

DIENST NEUROLOGIE

‘Ik geniet nu van de kleine dingen: tekenen, of tuinieren’ SARINA AHMAD (40)

Onderweg naar? ‘Ik heb twee bypassen op bloedvaten in mijn hersenen. Elk jaar moet ik op controle in het UZA.’

Video-interview: Samen met beroerte-experte prof. dr. Laetitia Yperzeele van de dienst neurologie, vertelt Sarina over leven na een beroerte, en vooral over de onzichtbare gevolgen. Die zorgen helaas vaak voor onwetendheid. De dienst neurologie van het UZA onderzoekt i.s.m. de UAntwerpen en de World Stroke Organisation de zorgbehoeften van jonge mensen na een beroerte. Heb jij een beroerte gehad, ben je jonger dan 55 en wil je meedoen aan de bevraging? Meer info op p. 18.

Hoe gaat het? ‘Tien jaar geleden kreeg ik plots barstende hoofdpijn en was ik heel misselijk. Ik voelde dat er iets grondig mis was. Op dat moment was ik in Brazilië als geluidstechnicus voor het tv-programma Brazilië voor beginners. Ik heb de eerste vlucht naar huis genomen. In het begin dachten de dokters dat ik een hersen­ infarct had gekregen als gevolg van bloedvatontsteking, maar later bleek moyamoya de oorzaak: een zeldzame ziekte waarbij de hoofdslagader in je hersenen vernauwt. Sinds ik twee bypassen in mijn hersenen heb, loop ik minder gevaar op een herseninfarct of -bloeding. Ik heb wel nog dagelijks last van hoofdpijn. Ik raak soms moeilijk uit mijn woorden en kan me niet goed concentreren. Bij stress of vermoeidheid word ik draaierig. Werken lukt niet meer, en mijn sociaal leven staat op een laag pitje. Ik heb het lang moeilijk gehad om mijn ziekte te aanvaarden. Vandaag leef ik van dag tot dag, en geniet ik van de kleine dingen. Tekenen bijvoorbeeld, of werken in de tuin en met mijn vriend in een camper de natuur in trekken.’ MAGUZA 03


IN DIT NUMMER

VOORAAN

06

06 Focus

FOCUS

Nieuw centrum voor klinisch onderzoek:

UNICCRA, het vernieuwde universitair centrum voor klinische

‘ Meer kans op medicijnen van de toekomst’

studies in Antwerpen: innovatieve behandelingen jaren sneller bij de patiënt.

12 Interview Waarom zijn de eerste duizend levensdagen cruciaal voor onze latere gezondheid?

ZORG 16 Bewegen als medicijn Van depressie tot MS of rugklachten: waarom bewegen tegen zo veel ziektes helpt.

30 Kwetsbaar en zwanger ‘Hoe vroeger we kunnen ingrijpen, hoe beter voor de mama’s én hun baby’s.’

GEZOND 30

32 Mannelijke vruchtbaarheid: van erfelijkheid tot levensstijl

Born in Belgium Pro

Do’s en don’ts om als man je vruchtbaarheid te verhogen

19 Dossier Reuma

36 Techno-logisch Borstkankeroperatie met magnetisch zaadje: ‘Grotere precisie en meer comfort’

38 Team UZA De stalen van de Biobank: goudmijn voor innovatie

EN VERDER … 13/35 Kort

04

40

#UZA

40

Agenda

‘ Elke zwangerschap is een unieke kans’

16

Goed voor lichaam en geest:

‘ Bewegen laat je hersenen groeien’


28

ONDERZOEK & INNOVATIE

38

Voorspellen microtumoren gekweekt uit tumor­ stamcellen straks de beste kankerbehandeling?

TEAM UZA ‘De Biobank bevat meer dan 6 miljoen stalen: weefsel, bloed, plasma, serum, stamcellen, …’

Alle artikels zijn te vinden op

MAGUZA.BE

Schrijf je vandaag nog in op onze e-nieuwsbrief. Ga naar www.maguza.be/­ abonnement

32

De kwaliteit van sperma Van erfelijke factoren tot levensstijl

Dossier

20

Biologicals: revolutie tegen ontstekingsreuma

23

Vijf vragen over ‘ Reuma is geen ziekte, maar een verzamelnaam’

24

Rohit (32):

REUMA

26

Multidisciplinaire aanpak tegen reumatoïde artritis

‘ Na een tijdje kon ik weer alles aan, ook hardlopen.’

MAGUZA 05


FOCUS

Prof. dr. Hans Prenen, hoofd UNICCRA, diensthoofd oncologie

Nieuw klinisch research center voor Antwerpen Prof. Senada Koljenović, diensthoofd pathologische anatomie

Prof. dr. Sébastien Anguille, diensthoofd hematologie

‘ Incubator voor nieuwe behandelingen’ Het UZA opent een vernieuwd centrum voor vroege klinische studies, het University Center for Clinical Research Antwerp (UNICCRA), waar we de allereerste behandelingen met nieuwe geneesmiddelen opvolgen. Je vindt er nieuwe consultatieboxen, een geïntegreerd laboratorium en meer ruimte om gespecialiseerde teams samen te brengen. Daarmee verhogen we onze kansen om studies binnen te halen en patiënten toegang te geven tot geneesmiddelen die vaak pas over enkele jaren op de markt komen.

I Dienst oncologie, www.uza.be/ research/uniccra T 03 821 39 54 of research.oncologie@uza.be 06

FOCUS

n vergelijking met het oude research center, dat in de dienst oncologie geïntegreerd was, is de nieuwe eenheid in oppervlakte meer dan verdubbeld. ‘Dat was nodig omdat het aantal studies al een aantal jaar exponentieel groeit’, legt prof. dr. Hans Prenen, diensthoofd oncologie en hoofd van het research center uit. ‘De wetenschap evolueert zo snel met onder meer gerichte en gepersonaliseerde therapieën op basis van genetische kenmerken van

de individuele patiënt. Toen ik vier jaar geleden aan het hoofd kwam van de eenheid, zagen we enkele studiepatiënten per dag. Nu komen er soms een twintigtal per dag.’

Gespecialiseerde kennis en infrastructuur Het centrum voor klinisch onderzoek is bedoeld voor alle klinische studies maar focust op fase 1- en fase 2-studies. Hans Prenen: ‘Die vroegtijdige studies zijn zeer arbeidsintensief en vergen een

specifieke expertise van studiemedewerkers. Net omdat de geneesmiddelen zo nieuw zijn, moet je patiënten nauwgezet opvolgen. Bij fase 3-studies die we ook vaak in het UZA uitvoeren, ken je de mogelijke nevenwerkingen al. Maar als dat niet zo is, moet je elk signaal meteen oppikken. Bij fase 1-onderzoek volgt elke organisatie die aan een studie meewerkt, of die nu in de Verenigde Staten of in België zit, zeer strikte protocollen zodat je dezelfde procedures en


kwaliteits­standaarden hanteert. Dat is niet iets wat je er naast je gewone pa­tiën­tenwerking even bijneemt.’ In het nieuwe centrum voor fase 1-onderzoek kunnen studie­ medewerkers patiënten in de best mogelijke omstandigheden ontvangen. De eenheid is uitgerust met nieuwe consultatieboxen, meer plaatsen voor dagopnames met een monitoringsysteem, een parameterkiosk waarmee patiënten zelf al hun bloeddruk, polsslag, zuurstofsaturatie en gewicht kunnen meten, enzovoort. ‘Door al die infrastructuur samen te brengen en beter op elkaar af te stemmen, wordt het voor iedereen die betrokken is bij de studies, van de studie­ coördinatoren tot verpleegkundigen en logistieke medewerkers, makkelijker werken.’

Mogelijke samenwerking De meerderheid van de huidige fase 1-studies in het UZA wordt uitgevoerd met oncologische pa­ tiënten. Maar het is de bedoeling dat ook meer en meer collega’s van andere disciplines het center inschakelen. Hans Prenen: ‘UNICCRA is beschikbaar voor alle diensten die een fase 1-studie willen uitvoeren. Ook met andere ziekenhuizen, bedrijven en universiteiten wil ik heel graag samenwerkingsvormen bekijken. Ik zie het research center als een incubator die ons helpt om nog meer studies naar onze regio te halen en patiënten nog meer toegang te geven tot behandelingen die vaak pas over vijf jaar op de markt komen.’ Om dit soort studies te mogen uitvoeren, is er heel wat

concurrentie op wereldvlak. Toch slagen we er als klein land in om met de internationale top mee te spelen. ‘Alleen al in het UZA hebben we gemiddeld een honderdtal fase 1- en fase 2-studies per jaar lopen waaraan makkelijk duizend oncologische patiënten deelnemen’, zegt Hans Prenen. ‘Een van onze sterktes is dat wij één overkoepelende dienst oncologie hebben, waarin alle tumortypes behandeld kunnen worden. Dat is een van de redenen waarom farmaceutische bedrijven graag met ons in zee gaan. Daarnaast staan wij Belgen bekend om onze wetenschappelijke kwaliteit en spelen we snel en flexibel in op tenders voor studiedeelname.’

Spectaculaire therapieën De voorbije jaren nam het aantal nieuwe kankerbehandelingen in een ongezien tempo toe. Hans Prenen: ‘We hebben steeds meer therapieën op basis van genetische kenmerken van de patiënt ter beschikking. De wetenschap kan veel beter inschatten welke behandeling voor welke patiënten­groep zinvol is. Dat levert echt spectaculaire resultaten op. Vroeger was de kans dat een fase 1-therapie aansloeg misschien 5 procent. Nu zitten we soms rond de 50 procent. Het grote voordeel is dat we in studieverband elk tumortype genetisch kunnen analyseren of profileren, zoals dat heet. Als we bijvoorbeeld een KRAS G12C-mutatie vinden bij long- of darmkankerpatiënten, dan weten we welk type gerichte medicatie daartegen werkt.’ Om vooraf na te gaan of dit soort nieuwe therapieën bij een patiënt zullen aanslaan, bouwt het UZA

een zogenaamd PDO-model uit. ‘PDO is kort voor patient-­derived organoids. Op basis van een stukje weefsel van de patiënt laten we in het labo vele mini-­orgaantjes groeien. Daarop kunnen we verschillende medicatie tegelijk testen om te zien welke therapie het best zal aanslaan bij de patiënt in kwestie. (Lees ook p. 28) Hoewel gerichte therapieën doorgaans ontwikkeld zijn om in te ­werken op één gekend doelwit dat een rol speelt bij de groei van de kankercellen, zien we dat ze vaak ook andere, tot nu toe ongekende doelwitten blokkeren. Op die manier de juiste therapie efficiënt aan de patiënt koppelen is een van de toekomstdromen die we in het research center hebben.’

‘Vroeger was de kans dat een fase 1-therapie aansloeg 5 procent. Nu zitten we soms rond de 50 procent.’

Dankzij parameterkiosken kunnen patiënten zelf al hun bloeddruk, polsslag, zuurstofsaturatie en gewicht meten. MAGUZA 07


Antwerps kunstenares Lisse Eberhardt van Meermuur capteerde de essentie van UNICCRA in een prachtige muurschildering voor de patiënten en medewerkers van het centrum. Ontdek haar werk via meermuur.be.

‘ Een stimulans om nog nauwer samen te werken’ De dienst pathologische anatomie is een van de UZA-diensten die heel nauw bij oncologische behandelingen en fase 1-studies in het research center betrokken zijn. ‘De rol van onze afdeling groeit, omdat meer en meer therapieën zich op moleculaire kenmerken van tumoren baseren’, zegt prof. dr. Senada Koljenović. ‘Dat we nog verfijnder tumoren kunnen analyseren, opent de deur voor nog betere behandelingen.’

D

e dienst pathologische anatomie onderzoekt weefsels en cellen van patiënten om infectieziekten, kanker en aangeboren afwijkingen vast te stellen en op te volgen. ‘Onze laboratoria staan in nauwe verbinding met afdelingen zoals het centrum voor klinisch onderzoek, zegt prof. dr. Senada Koljenović van de dienst pathologische anatomie. ‘Als we pakweg een biopt of een stukje verwijderde tumor binnenkrijgen, onderzoeken we dat met gespecialiseerde technieken. We analyseren het weefsel op basis van morfologie en moleculaire samenstelling en stellen op basis daarvan diagnoses, die voor een groot deel de verdere behandeling van patiënten bepalen.’

Innovatieve technieken Het UZA staat sterk op het vlak van innovatieve diagnostiek en beschikt over een ruim team van een zestigtal collega’s op de afdeling pathologie. Senada ­Koljenović: ‘Meer en meer therapieën baseren zich op moleculaire kenmerken van tumoren 08

FOCUS

die wij identificeren. Dat soort technieken willen we overigens ook gebruiken om vooraf op gekweekte cellen na te gaan of een therapie zal aanslaan (lees meer over het PDO-model op p. 28). Precies doordat onze technieken

‘Precies doordat onze technieken meer ­af­wijkingen opsporen, kunnen farmabedrijven betere nieuwe middelen maken.’ meer afwijkingen opsporen, kunnen farmabedrijven betere nieuwe middelen maken, waarvan wij dan weer de werking in studieverband kunnen opvolgen. Daarbij werken we nu al heel nauw samen met collega’s van binnen en buiten het ziekenhuis uit verschillende vakgebieden, en UNICCRA zal dat nog versterken.’ Als specialist in hoofd-halspathologie bewijst Senada Koljenović de kracht van vakoverschrijdend denken ook in haar eigen onderzoek. Ze werkt onder meer intensief samen met natuurkundigen om weefsel van

mondholtetumoren met behulp van een optische techniek, Raman spectroscopie, te leren herkennen. ‘Het doel is om chirurgen al tijdens de operatie te laten zien of ze alle tumorweefsel verwijderen. Ik geloof heel sterk in dat soort innovatie. Het zou toch geweldig zijn als we ook voor andere tumoren ooit tijdrovende en dure technieken om weefsel te analyseren kunnen versnellen en soms zelfs overslaan?’

Kanker-in-wording ontrafelen Ook op het vlak van kankerpreventie is nog heel wat onderzoek in de schoot van het centrum voor klinisch onderzoek mogelijk. Senada Koljenović: ‘Met een aantal internationale collega’s probeer ik in een ander project de voor­stadia van kanker in de mondholte genetisch te ontrafelen. We willen achterhalen waarom sommige vlekjes in de mond zich tot kanker ontwikkelen en andere niet. Op basis daarvan kan je een aantal risicogroepen strikter opvolgen of zelfs preventief behandelen. Ook voor andere kankers valt er met dat soort onderzoek nog veel gezondheidswinst te boeken.’


FOCUS

‘ Meer kans op medicijnen van de toekomst’ Voor alle soorten kanker is het aanbod aan behandel­ mogelijk­heden de voorbije jaren enorm gegroeid. ‘Ook bij hematologische kankers krijgen we steeds meer mogelijkheden. Vroeger mikte medicatie in studieverband vaak op uitbehandelde patiënten. Nu krijgen patiënten ook in een veel vroegere fase van hun ziekte al toegang tot medicatie van de toekomst’, zegt prof. dr. Sébastien Anguille, diensthoofd hematologie.

T

umoren blijven naast harten vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak in België. Toch namen de overlevingskansen bij kanker de voorbije jaren licht toe, doordat de behandelmogelijkheden vandaag breder dan ooit zijn. ‘We zien veelbelovende vormen van immuuntherapie, waarbij het afweersysteem wordt ingeschakeld om kankercellen te herkennen en te vernietigen. Daarnaast zijn er meer en meer gerichte medicijnen, die werken op specifieke eigenschappen van kankercellen om die te doden of af te remmen’, legt prof. dr. ­Sébastien Anguille uit.

Expertise en omkadering De dienst hematologie voert elk jaar een tiental vroegtijdige (zogenaamde fase 1- of fase 2-) studies uit waarbij patiënten met diagnoses zoals leukemie of lymfeklierkanker toegang krijgen tot de allereerste behandelingen met nieuwe geneesmiddelen. ‘Tot hiertoe organiseerden we die studies op onze afdeling zelf, tussen de vaste raadplegingen’,

zegt Sébastien Anguille. ‘Maar dat is niet evident. Een klinische studie vereist veel meer voorbereiding en opvolging dan een patiënt die een gekende chemo krijgt. Je moet eerst medewerkers opleiden om de nieuwe medicatie toe te dienen, op vaste tijdstippen bloed prikken en analyseren volgens de internationale studievoorschriften, enzovoort.’ Het nieuwe University Center for Clinical Research Antwerp creëert betere omstandigheden om dergelijke studies op te zetten en uit te voeren. ‘De handig ingerichte patiëntenruimtes en de betere omkadering voor onderzoeksteams zorgen ervoor dat we in het UZA meer studies zullen kunnen aantrekken en dat meer

zelf op te ruimen. Sinds kort kunnen we de therapie overigens in onze eigen celproductiefaciliteit maken (zie QR-code.). Onder meer voor acute lymfatische leukemie en bepaalde vormen van lymfeklierkanker wordt een CAR-T-behandeling al terugbetaald, maar we onderzoeken ook toepassingen voor andere patiënten in verschillende stadia van hun ziekte. Dat zie je bij veel fase 1-onderzoeken: de focus ligt niet langer op uitbehandelde patiënten. We krijgen meer en meer mogelijkheden om patiënten ook in een veel vroegere fase te helpen.’

Ontdek ook de videoreportage ‘UZA eerste Belgische ziekenhuis met lokaal gemaakte CAR-T-therapie’

‘Het University Center for Clinical Research Antwerp creëert betere omstandigheden om klinische studies op te zetten en uit te voeren.’ patiënten toegang kunnen krijgen tot medicatie van de toekomst’, zegt Sébastien Anguille. ‘Door expertise samen te brengen, creëer je kennisuitwisseling. Ook organisatorisch wordt het makkelijker omdat bijvoorbeeld studieverpleegkundigen voor elkaar kunnen inspringen.’

Nieuwe CAR-T-celtherapie In de strijd tegen hematologische kankers is een van de meest veelbelovende nieuwe technieken de CAR-T-celtherapie. Sébastien Anguille: ‘Die bewapent het immuunsysteem om kankercellen

De dienst hematologie voert elk jaar een tiental fase 1- of fase 2-studies uit waarbij patiënten met diagnoses zoals leukemie of lymfeklierkanker toegang krijgen tot de allereerste behandelingen met nieuwe geneesmiddelen. MAGUZA 09


FOCUS

‘ Eindelijk hoorde ik: open maar een fles champagne’ Drie jaar geleden werd bij Anita (63) een zeldzame tumor in de buik ontdekt. Een operatie en zware chemotherapie konden niet vermijden dat er ook uitzaaiingen opdoken. Op aanraden van haar dochter meldde Anita zich in het UZA voor bijkomend onderzoek. Daar bleek dat ze in een fase 1-studie een gloednieuwe vorm van immuuntherapie kon testen. ‘En jawel, die houdt de tumor – zonder ook maar enige bijwerking – onder controle.’

I

n februari 2019 reisde Anita Serneels nog zorgeloos met haar man in Nieuw-Zeeland rond. Terug thuis kreeg ze twee mokerslagen te verwerken. Het bedrijf waar ze 34 jaar lang werkte ging over tot collectief ontslag. En haar huisarts stuurde haar door om een echo te nemen van wat het drukkende gevoel in haar buik kon veroorzaken. ‘Het k-woord viel: het ging om een zeldzame tumor met diameter van zo’n 11 centimeter. Na een biopsie zei mijn oncoloog dat hij zoiets maar één of twee keer in zijn hele carrière ziet.’

Dienst oncologie, www.uza.be/studies-oncologie 10

FOCUS

Intensieve opvolging Een zware periode volgde. Het gezwel werd operatief verwijderd. Anita kreeg stevige chemo met nevenwerkingen zoals haaruitval, diarree en vermoeidheid. Tot overmaat van ramp stelden de artsen ook uitzaaiingen vast. ‘Toen stelde mijn dochter voor om een bijkomend onderzoek in het UZA te vragen. Daardoor kwam mijn dossier bij prof. dr. Hans

Prenen van de dienst oncologie terecht. Ik mocht snel langsgaan. Maar in plaats van tests stelde hij iets compleet anders voor. Mijn tumortype kwam in aanmerking

‘Mijn tumortype bleek in aan­merking te komen voor een veel­ belovende vorm van ­immuuntherapie.’ voor een veelbelovende vorm van immuuntherapie die alleen binnen een fase 1-studie beschikbaar is.’ ‘Ik had niets te verliezen, dus mijn keuze was snel gemaakt. De uitleg over waarom ik kon deelnemen en wat de studie precies inhield stelde me gerust. Mijn twee dochters werken bij Janssen Pharmaceutica en bij de Weefsel- en cellenbank van het UZA en zij waren ook meteen enthousiast. Binnen de studie krijg ik om de vier weken een

baxter met medicatie in het UZA. De eerste maand werd ik zeer intensief opgevolgd: in het begin om het uur, na twee dagen werden nog eens alle parameters gecheckt en later werd dat stapsgewijs minder.’

Blij met elke dag Na twee toedieningen zou een CTR-scan eind januari 2020 aantonen of de medicatie aanslaat. ‘Eindelijk hoorde ik: open maar een fles champagne. De tumor was onder controle en dat zonder enige bijwerking. Ik was lichamelijk al weer sterker: ik wandel, verzorg het huishouden en pas op mijn twee kleinkindjes. Vandaag helpt de studiemedicatie mij nog altijd. Na twee jaar was het onderzoek afgelopen maar gelukkig kon prof. Prenen het voor nog eens twee jaar verlengen. Wat mijn verre toekomst brengt, weet niemand. Daarover bestaan nog geen data. Als ik eens buikpijn heb, sla ik dus nog altijd in paniek. Maar intussen geniet ik wel van elke dag dat ik me goed voel.’


MAGUZA 11


INTERVIEW

Prof. dr. Kim Van Hoorenbeeck, kinderarts

Aandacht voor de eerste duizend levensdagen

‘  Vroeg ingrijpen kan veel problemen voorkomen’ De eerste duizend levensdagen, van bevruchting tot pakweg twee jaar, zijn cruciaal voor de latere gezondheid van het kind. Kinderarts prof. dr. Kim Van Hoorenbeeck onderzoekt onder meer of je astma kan voorkomen door vroeg in te grijpen op bacteriën in de luchtwegen. Een andere studie, waaraan de dienst gynaecologie van het UZA meewerkt, verkent het verband tussen luchtvervuiling en de gezondheid van moeder en baby tijdens de zwangerschap. Van Hoorenbeeck: ‘De laatste jaren is er veel onderzoek gebeurd naar het belang van die eerste duizend dagen. Zo weten we dat de eerste levensjaren bepalend zijn voor het ontstaan van overgewicht, maar bijvoorbeeld ook van allergieën en slaap- en hechtingsproblemen.’

U onderzoekt vooral het verband tussen bacteriën in de lage luchtwegen en het optreden van infecties. Hoe zit dat in elkaar? Van Hoorenbeeck: ‘We doen onderzoek naar de link tussen klachten van de lage luchtwegen zoals hoesten en piepen en 12

het microbioom – dat is het geheel van bacteriën, virussen en gisten – in de luchtwegen. De aanwezigheid van bepaalde bacteriën vergroot de kans op astma en andere luchtweg­ problemen, terwijl andere net beschermen. In eerste instantie focussen we op kinderen met mucoviscidose. We brengen hun microbioom in kaart en gaan na in welke mate dat samenhangt met het optreden van luchtweginfecties. Daarnaast bekijken we of we de samenstelling van het microbioom gunstig kunnen beïnvloeden door probiotica, zogenaamde ‘goede’ bacteriën, toe te dienen via een keelspray of tablet, om zo het risico op infecties, ontstekingen en slijmvorming te verminderen. We volgen specifiek mucopatiënten op omdat die veel infecties ontwikkelen en we dus snel de impact van een behandeling kunnen beoordelen.’

Hoe raakt dat microbioom in de luchtwegen verstoord? En speelt dat bij alle kinderen? Van Hoorenbeeck: ‘Wellicht spelen genetische factoren, luchtvervuiling, antibioticagebruik en vroege virale infecties een rol, maar zeker is dat nog niet. Veel van die oorzaken heb je bovendien niet of amper in de hand. Het lijkt dus interessant om de samenstelling van het microbioom te verbeteren en zo het risico op ziekten te verkleinen. Tot hiertoe volgden we mucopatiënten, maar we willen het onderzoek opentrekken naar andere jonge kinderen met chronische luchtwegklachten. Naast de beïnvloeding van het microbioom lijkt ook een strikter antibioticabeleid essentieel. Antibiotica kunnen de bacteriële flora immers flink overhoop gooien. Door ze spaarzaam en correct te gebruiken blijven de bacteriën beter in balans.’


Veerle Verheyen, expert Milieu en Gezondheid bij Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO, UAntwerpen)

Leen Van den Eeden, docent vroedkunde (Thomas More Lier, UAntwerpen)

Ook luchtvervuiling heeft een grote impact op de zwangerschap en de pasgeborene. De dienst verloskunde van het UZA deed daar samen met VITO onderzoek naar, via de IPANEMA-studie. Hoe hebben jullie dat aangepakt? Leen Van den Eeden, docent vroedkunde (Thomas More Lier, UAntwerpen): ‘Het onderzoek gebeurde in samenwerking met prof. dr. Greet Schoeters (VITO, UAntwerpen) en prof. dr. Yves Jacquemyn (diensthoofd gynaecologie UZA). We volgden meer dan 200 zwangere vrouwen op die in het UZA wilden bevallen en brachten ook de gezondheid van hun baby’s in kaart. Dat gebeurde onder meer aan de hand van urine-, haar- en bloedstalen en uitgebreide vragenlijsten. Die aanpak is vrij uniek: tot nog toe gebeurden er vooral retrospectieve studies rond dit thema.’ Veerle Verheyen, expert Milieu en Gezondheid bij Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO, UAntwerpen): ‘We gingen onder meer op zoek naar het verband tussen de luchtkwaliteit rondom de woonplaats en biologische stress bij de moeder. Biologische stress vertaalt zich in het vrijgeven van cortisol, een stresshormoon dat nuttig is in noodsituaties. Aanhoudende verhoogde biologische stress kan tijdens de zwangerschap echter leiden tot hoge bloeddruk bij de moeder en negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van de foetus.’ Welke resultaten kwamen er uit het onderzoek? Verheyen: ‘We stelden vast dat er tijdens het derde trimester van de zwangerschap een significant verband bestaat tussen hogere concentraties verkeersgerelateerde luchtvervuiling en

‘We bekijken we of we de samenstelling van het microbioom gunstig kunnen beïnvloeden door zogenaamde ‘goede’ bacteriën toe te dienen.’

meer biologische stress bij de moeder. In het tweede trimester was dat er ook, maar alleen bij vrouwen die geen toegang hadden tot groen in hun wijk. Mogelijk tempert de nabijheid van groen het verband tussen luchtvervuiling en stress. De mogelijkheid tot ontspanning en beweging kunnen daarbij meespelen. Het zegt alleszins iets over het belang van groene ruimte voor de gezondheid.’ Van den Eeden: ‘We zagen geen verband tussen luchtvervuiling enerzijds en geboortegewicht en diabetes of hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap anderzijds. Wellicht zijn er grootschaliger studies nodig om dat te kunnen vaststellen.’

Al die bevindingen doen vragen rijzen over hoe we als maatschappij omgaan met ouderschap en de zorg van de allerkleinsten. Van Hoorenbeeck: ‘Dat is zeker zo. De wetenschap kan verbanden vaststellen en die kunnen leiden tot nieuwe MAGUZA 13


‘Er zou meer ondersteuning mogen komen voor jonge gezinnen die werk en opvoeding combineren.’

behandelingen en aanbevelingen. Maar het is ook aan het beleid om stappen te nemen. Borstvoeding verdient de eerste zes maanden de voorkeur, maar hoe rijm je dat met een zwangerschapsverlof van drie maanden? Er zou meer ondersteuning mogen komen voor jonge gezinnen die werk en opvoeding combineren. En wat te doen met het verband tussen luchtvervuiling en astma? Of tussen armoede op heel jonge leeftijd en een slechte gezondheid?’ Verheyen: ‘Wat luchtvervuiling betreft, is het aan het beleid om via de regelgeving voor luchtvervuiling en via stadsplanning de blootstelling aan luchtvervuiling te verminderen en voor voldoende ruimte en groen te zorgen in woonwijken, wat gelukkig al volop gebeurt. Maar we moeten ook werken aan bewustmaking. In 2019 werd berekend dat de Vlaming bij levenslange blootstelling aan fijnstof gemiddeld 13 maanden minder lang gezond blijft. Als individu sta je daar niet helemaal machteloos tegenover: zo is het belangrijk je woning regelmatig te verluchten en verplaatsingen kan je plannen op tijdstippen of via routes die minder kans op vervuiling geven. Dat kan je onder meer checken op de website van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), via www.vmm.be/lucht. Gelukkig verbetert de algemene luchtkwaliteit in Vlaanderen jaar na jaar.’

Het legt ook wel druk op ouders, weten dat er zo veel factoren een rol spelen bij de ontwikkeling van je kind. Van Hoorenbeeck: ‘Dat is zo, maar met gezond verstand komen we al ver. Neem nu voeding. Misschien moeten we daar minder ingewikkeld over doen en het voorbeeld van onze grootouders nemen, die minder bewerkte voedingswaren en kleinere porties aten en die de brooddozen van hun kroost met gewone boterhammen vulden. Laat ons opnieuw wat meer op onze intuïtie ­vertrouwen.’ 14

INTERVIEW

Oog voor kwetsbaarheid Sommige vrouwen zijn tijdens hun zwangerschap extra kwetsbaar omdat ze te maken krijgen met moeilijke leefomstandigheden of specifieke problemen. Denk aan familiaal geweld, armoede, depressie of slechte huisvesting. Om die problemen sneller op te sporen en aan te pakken riep het Rijksinstituut voor ziekteen invaliditeitsverzekering (RIZIV) het project Born in Belgium Professionals in het leven. Met een online tool kunnen hulpverleners zwangere vrouwen screenen op psychosociale kwetsbaarheden. Die informatie wordt gecentraliseerd op een online platform, dat toegankelijk is voor zorg- en hulpverleners uit de (para)medische en sociale sector. Zo kunnen zij gemakkelijker de juiste zorg of ondersteuning opstarten. (Lees ook het artikel hierover op p. 32-33.)

borninbelgiumpro.be


KORT

135 Zoveel UZA-collega’s liepen dit jaar mee tijdens de AG ­Antwerp 10 Miles 2022. ­Bijzonder aan de editie was dat het UZA samen met de ­UAntwerpen als een van de goede doelen van de wedstrijd werd gekozen. Deel­nemers zamelden zo opnieuw heel wat geld in ten voordele van kanker­ onderzoek. Ontdek er meer over op u ­ zafoundation.be

Gezocht

de beste techniek voor een hoornvliestransplantatie De dienst oogheelkunde van het UZA heeft samen met tien andere Belgische ziekenhuizen de BEST Cornea-studie opgezet. Bij een hoornvlies- of cornea­ transplantatie vervangen chirurgen sinds een aantal jaar niet meer het dikke hoorn­ vlies, maar alleen het zieke weefsel met minimaal invasieve microchirurgie. Daarbij gebruiken ze twee technieken: de DSAEK en de DMEK. Door te becijferen welke van die twee de beste resultaten oplevert, wil de studie ervoor zorgen dat donor­ weefsel internationaal zo goed mogelijk wordt besteed.

Hoe (on)gezond is de lucht op school? En wat doet dat met de gezondheid van onze kinderen? prof. dr. Stijn Verhulst UZA

In mei 2020-2021 deden onderzoekers van het UZA en UAntwerpen de laatste metingen voor een vergelijkende pilootstudie tussen twee scholen, één in Brasschaat en één in stad Antwerpen. De gemeten luchtkwaliteit was, zoals verwacht, significant verschillend in beide scholen. Er kon ook een eerste correlatie worden gemeten tussen de luchtkwaliteit in de scholen en de long- en hartfuncties van de deelnemende gezonde kinderen. De komende jaren breidt het onderzoek verder uit. Dan slaan het UZA en UAntwerpen onder andere de handen in elkaar met de jonge voetballers van voetbalploeg Beerschot voor een onderzoek dat in totaal zo’n drie à vier jaar zal duren.

Bekijk de videoreportage.

uzafoundation.be

Kinderen én ouders denken mee over kinderziekenhuis

In de UZA-kinderraad laten een tiental jonge patiënten met een chronische aandoening horen wat ze willen veranderen in het kinderziekenhuis. Dat heeft al goede ideeën opgeleverd, zoals ziekenhuismaaltijden meer afstemmen op kinderen. Ook jouw ideeën als (groot) ouder vinden we belangrijk en kunnen ons helpen om onze zorg nog beter op jouw en je (klein)kind af te stemmen.

Wil je samen met ons van het ziekenhuis een aangename(re) plek maken? Dan is de ouderraad misschien wel iets voor jou. Drie keer per jaar komen we samen om ideeën uit te wisselen. Dat zal iedere laatste donderdagavond van januari, mei & september zijn.

www.uza.be/ouderraad

7

van alle zwangere vrouwen krijgt te maken met pre-eclampsie, ook gekend als zwangerschapsvergiftiging. Het UZA werkte mee aan een nieuwe campagnewebsite preeclampsie.eu , die zwangere vrouwen en hun omgeving wil leren om de eerste symptomen – zoals een hoge bloeddruk, vaak in combinatie met opgezwollen voeten, handen of/en aangezicht – sneller te herkennen, zodat we tijdig kunnen ingrijpen. Andere signalen zijn hoofdpijn, misselijkheid, pijn in de bovenbuik of lichtflitsen zien.

%

LEESTIP

‘Slaap wijzer’ van UZA-slaapexpert dr. Inge Declercq Hoe doorbreek je de negatieve spiraal van slapeloosheid? Dr. Inge Declercq van de dienst psychiatrie bundelde haar inzichten in het boek ‘Slaap wijzer’. Op meer dan 200 pagina’s neemt ze de lezer mee in een 10-stappenplan met audiobegeleiding om opnieuw zonder zorgen te kunnen slapen en vol energie in het leven te staan. Gaandeweg komen

alle ingrediënten van beter slapen aan bod, zoals het vinden van jouw juiste slaaptijd, leren geloven in de eigen herstelkracht, het belang van daglicht, tools om onbedwingbare gedachten en stress de baas te kunnen, voedingstips enzovoort.

pelckmansuitgevers.be/slaap-wijzer.html MAGUZA 15


Dr. Guido Vyncke, fysische geneeskunde en revalidatie

Bewegen: wondermiddel tegen vele ziektes Een gratis medicijn dat ontelbare ziektes voorkomt, verbetert en soms zelfs geneest – zonder bijwerkingen? Het bestaat, en het heet: bewegen, leggen vier UZA-collega’s van de dienst

Prof. dr. Gaëtane Stassijns, diensthoofd fysische geneeskunde en revalidatie

Dr. Barbara Willekens, neurologie

Dr. Tatjana Reynders, neurologie

16

neurologie en de dienst fysische geneeskunde en

ontstaan er ook nieuwe connecties in je hersenen, zodat je cognitieve mogelijkheden groter worden. Dat is belangrijk voor ziektes als dementie, Parkinson of MS: je bouwt een stukje reserve op in je hersenen waardoor je brein beter

revalidatie uit. Waarom is bewegen zo belangrijk? Dr. Guido Vyncke (fysische geneeskunde en revalidatie): ‘Oorspronkelijk zijn we jagers-verzamelaars. We zijn dus voorbestemd om te bewegen. Maar we doen vandaag het omgekeerde, we zitten de hele dag door.’ Prof. dr. Gaëtane Stassijns (fysische geneeskunde en revalidatie): ‘Die sedentaire levenswijze werkt ontstekingen in de hand, wat ziektes uitlokt als diabetes, hartaandoeningen, alzheimer, eczeem … Bewegen gaat die ontstekingen tegen. Het helpt bovendien buikvet, een soort “fabriek” van ontstekingsstofjes, onder controle te houden.’

Welke effecten heeft bewegen nog meer op ons lichaam? Gaëtane Stassijns: ‘Het heeft een positief effect op bijna al je lichaamsfuncties. Op je hart en bloedvaten, je ademhaling, je gewrichten, je spieren … Bovendien verlengt het de telemoren – de “beschermkapjes” van je DNA – waardoor het verouderingsproces vertraagt.’ Dr. Tatjana Reynders (neuro­ logie): ‘Bij patiënten met MS zorgt bewegen ervoor dat de spieren soepeler blijven, wat krampen en contracturen vermindert.’

kan omgaan met eventuele schade in de toekomst.’ Guido Vyncke: ‘Als je niet beweegt, wordt je brein “stijf ”. Het idee van een gezonde geest in een gezond lichaam is anno 2022 meer dan ooit aan de orde.’

Heeft bewegen ook een impact op ons brein? Dr. Barbara Willekens (neurologie): ‘Tijdens het bewegen

Klopt het dat bewegen ook een invloed op je mentale welzijn heeft? Tatjana Reynders: ‘Zeker. Wie

Tijdens het sporten ­maken je hersenen ­behalve geluks­ hormonen ook groeistofjes aan, waardoor ze letterlijk groeien.


sport, loopt minder kans op sociale isolatie en depressie, en voelt zich emotioneel en mentaal beter.’ Gaëtane Stassijns: ‘Dat positieve effect is niet zomaar iets subjectiefs. Uit onderzoek blijkt dat je hersenen tijdens het sporten niet alleen groeistofjes aanmaken, waardoor je hersenen letterlijk groeien, maar ook neurotransmittors als endorfine en dopamine: de zogenaamde “gelukshormonen”. Vandaag maakt bewegen dan ook deel uit van de behandeling van een depressie. In een aantal gevallen kan je zelfs de medicatie verminderen. Dat moet natuurlijk altijd gebeuren in overleg met de behandelende arts.’

Bewegen helpt dus niet alleen ziektes voorkomen, maar ook genezen? Guido Vyncke: ‘Ja, klopt. Vroeger werd rust gezien als het beste medicijn, vandaag is dat bewegen.’ Gaëtane Stassijns: ‘We merken inderdaad dat mensen met een goede fysieke conditie beter herstellen na een operatie of zware ziekte. Samen met oncoloog prof. dr. Marc Peeters, intussen onze CEO, hebben we enkele jaren geleden een kwarttriatlon georganiseerd voor ex-kanker­ patiënten. Het sporten versterkte hun lichamelijke mogelijkheden aanzienlijk.’ Bij welke ziektes helpt bewegen eigenlijk allemaal? Gaëtane Stassijns: ‘Bij echt alle ziektes, van depressie en dementie over rugklachten en artrose tot kanker, diabetes type 2 en gynaecologische klachten als

endometriose of onvruchtbaarheid, noem maar op …’

Stel: je hebt pijn of je zit in een rolstoel. Is bewegen dan nog altijd aan te raden? Guido Vyncke: ‘Mensen met pijn hebben vaak bewegingsangst: ze zijn bang dat hun pijn gaat verergeren. Maar bewegen vermindert net de pijn. Als je dat doet op de juiste manier tenminste. Onze rugschool kan pijnpatiënten op beide punten begeleiden: hun bewegingsangst overwinnen en op een juiste manier sporten.’ Tatjana Reynders: ‘Zelfs als je beperkt mobiel bent, heeft bewegen zin, want je vermindert het valrisico. Zit

je in een rolstoel, dan is het belangrijk om de kracht die je nog hebt te stimuleren, en om bloed­klonters in je benen te vermijden. Bij bedgebonden patiënten kan bewegen helpen om contracturen, gewrichtsklachten en doorligwonden te beperken.’

Hoeveel beweeg je het best? Gaëtane Stassijns: ‘De WHO schrijft minstens 75 minuten intensief sporten per week voor, of 150 minuten bewegen aan matige intensiteit. Dat mag in stukjes van 10 minuten, dus dat is heel haalbaar. Als je geregeld 10 minuten stapt, kom je al een heel eind.’

‘Beweging verlengt de telemoren, de “bescherm­ kapjes” van je DNA, waardoor je het verouderings­proces vertraagt.’

Leestips: ‘Je levensstijl als medicijn. Zo word en blijf je gezond’ van Reginald ­Deschepper (Lannoo) en ‘Brainfit. Hoe beweging je hersenen in topconditie houdt’ van Anders Hansen (Centrale Uitgeverij Deltas).

‘Wandelen vermindert mijn klachten’ Ilse Van der Wildt, MS-patiënte ‘Zo’n 13 jaar geleden kreeg ik last van oogontstekingen. Eerst wisten de artsen niet zo goed waar die ­vandaan kwamen, latere onderzoeken toonden MS aan. Mijn rechterarm en linkerbeen functioneren minder goed, wat ook problemen geeft aan mijn schouder en heup.’ ‘De ziekte werkt daarnaast in op mijn cognitieve vermogens. Ik verwerk informatie trager dan mijn leeftijdsgenoten, en ik ben snel moe. Dat verschil wordt steeds groter. Om de achteruitgang tegen te gaan, probeer ik naast het innemen van mijn medicatie zo veel mogelijk te bewegen.’ ‘Ik doe al mijn boodschappen met de fiets

en ga minstens één middag in de week wandelen. Twee keer per week ga ik een uur naar de kinesitherapeute. Na de kine voel ik me mentaal en fysiek stukken beter, en mijn spieren zijn soepeler.’ ‘In het begin was ik bang om veel te bewegen. Heel wat mensen drukten mij op het hart goed te rusten. Of ik had rugpijn, en ik was bang dat die zou verergeren. Maar intussen weet ik dat wandelen mijn pijn vermindert. Mijn man en ik gaan zelfs op wandelvakantie. Het langdurige stappen is goed voor alles. Om mijn hoofd leeg te maken, maar ook om mijn fysieke klachten te verzachten.’

MAGUZA 17


2 × Wie helpt de wetenschap vooruit?

Gezocht: deelnemers voor wetenschappelijk onderzoek naar COVID- en beroertezorg

18

1. PuRe-COVID onderzoekt de impact van longrevalidatie bij langdurige COVID

2. Beroertezorg op maat van de jonge patiënt

Sommige patiënten kampen maanden na een COVID-19-infectie nog met aanhoudende symptomen van vermoeidheid, kortademigheid, mentale klachten en verminderd fysiek functioneren. Binnen het project PuRe-COVID onderzoeken we het effect van longrevalidatie bij lang­ durige COVID-klachten. De studie is een samenwerking tussen het UZA, de UAntwerpen, het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL) en de Universiteit Hasselt. Deelnemers* volgen een gesuperviseerd en gepersonaliseerd longrevalidatieprogramma van 12 weken bij een kinesitherapeut in de privépraktijk naar keuze. Met de onderzoeken en (digitale) opvolging erbij, zal de studie ongeveer 9 maanden duren. Heb je minimaal zes weken geleden een COVID-19 infectie doorgemaakt? Ervaar je nog klachten die niet aanwezig waren voor de COVID-19 infectie en niet kunnen verklaard worden door een alternatieve diagnose? Volgde je de afgelopen twaalf weken geen eerdere kinesitherapie voor je COVID19 klachten? En ben je in staat om een beweegprogramma in het kader van longrevalidatie te volgen? Dan kom je mogelijk in aanmerking voor de studie. Volgde je in totaal niet meer dan acht beurten kinesitherapie voor je COVID19 klachten en is dit langer dan twaalf

Jonge patiënten die een beroerte doormaken hebben vaak andere noden dan de iets oudere beroertepatiënt. Om hun specifieke zorgbehoeften in kaart te brengen en de zorgtrajecten nog meer op hun maat af te stemmen, organiseren de dienst neurologie van het UZA en de World Stroke Organisation een grootschalig onderzoek. Eerder liep er al een pilootstudie die wereldwijd de noden van jonge beroerte­patiënten tussen verschillende zorgsystemen en lage-, hoge- en midden-inkomenslanden met elkaar vergelijkt. Het UZA bouwt hier nu op verder met een vervolgstudie bij een grotere groep van jonge beroertepatiënten (18 – 55) die in het UZA worden opgevolgd. Met (online) interviews van ongeveer een halfuurtje gaan de onderzoekers na hoe de patiënten de periode na de beroerte ervaren en hebben en wat hun behoeften waren/zijn. Hoe beter we de noden van onze jonge beroertepatiënten begrijpen, hoe beter we hen kunnen begeleiden in hun zorgtraject en kunnen helpen om hun professionele en persoonlijke leven weer op te nemen.

weken geleden? En ben je in staat om een beweegprogramma in het kader van longrevalidatie te volgen? Dan kom je mogelijk in aanmerking voor de studie.

Wat wordt er van jou verwacht? • •

1 × longrevalidatieprogramma van 12 weken bij de kinesist 4 × ziekenhuisbezoeken (van 3 uur) met verschillende testen en onderzoeken 4 × dragen van een activiteitmonitor gedurende 9 dagen en nachten (na ziekenhuisbezoek) 1 × online invullen van vragenlijsten

Het doel van de studie is om te meten of de revalidatie een positief effect heeft op de inspanningscapaciteit, de klachten, de dagelijks fysieke activiteit, spierkracht, longfunctie, angst, depressie en kwaliteit van leven. * Deelnemers aan deze studie zullen willekeurig verdeeld worden over twee groepen: een controlegroep en een revalidatiegroep die het longrevalidatieprogramma volgt bij een kinesitherapeut.

Deelnemen/meer info? 03 821 23 95 purecovid@uza.be www.purecovid.be

Deelnemen/meer info? Prof. dr. Laetitia Yperzeele Dienst neurologie beroerte@uza.be Steun het onderzoek via de UZA foundation: kominactie.uzafoundation.be/nl-NL/ project/run4stroke


MAGU Z A

Dossier REUMATOLOGIE

ZORGMAGAZINE VAN HET UZA

Juli 2022 #126

Nieuwe behandelingen zorgen voor revolutie Wist je dat reuma een verzamelnaam voor zo’n 200 verschillende aandoeningen is? En dat nieuwe behandelingen de voorbije jaren de prognose van heel wat reumapatiënten spectaculair verbeterden? Van biologicals tegen auto-immuunziekten zoals spondylartritis, tot multidisciplinaire aanpak met oogartsen, longartsen, nier- of leverspecialisten en dermatologen.

Rohit (32) www.maguza.be UZAnieuws UniversitairZiekenhuisAntwerpen uza_stories

‘Na een tijdje kon ik weer alles aan, ook powertraining en hardlopen.’

19


Dossier

Dr. Mark Walschot, immunoloog, allergoloog en reumatoloog

Dr. Veronique Verplancke, longarts

20


DOSSIER REUMATOLOGIE

Bij patiënten die tijdig worden behandeld, kunnen de nieuwste therapieën de ontstekingen tot rust brengen, zodat de gewrichten, zonder functieverlies, in goede staat blijven.

Biologicals zorgen voor revolutie bij ontstekingsreuma Nieuwe behandelingen hebben de prognose van patiënten met zware ontstekingsreuma spectaculair verbeterd. Als de behandeling op tijd wordt ingesteld, kan de aandoening heel goed tot rust worden gebracht en leiden patiënten een gewoon leven, zonder beperkingen. ‘Er zijn zelfs topsporters met artritis.’

Tot rust brengen Beide groepen zijn auto-immuunziekten: ze ontstaan doordat ons afweersysteem door programmeerfoutjes ontregeld is geraakt.

Het beschermt ons dan niet alleen tegen aanvallen van buitenaf, bijvoorbeeld door bacteriën of virussen, maar keert zich ook tegen gezonde cellen van ons eigen lichaam. Dat leidt tot ontstekingen en schade in gewrichten en eventueel ook organen. Bij de ontregeling van het immuunsysteem spelen geneti-

‘Met nieuwe geneesmiddelen kunnen we heel gericht ingrijpen. Als de behandeling aanslaat, is het effect opzienbarend.’ sche factoren een rol, maar bepalend zijn die zeker niet. ‘Je ziet wel familiale clusters van reumatoïde artritis’, zegt Walschot. ‘Maar als je zelf artritis hebt, hoeft dat niet te betekenen dat ook je kinderen artritis krijgen. Het risico is iets hoger, maar prenatale screenings hebben geen nut.’ In een vergevorderde vorm

leidde ontstekingsreuma vroeger vaak tot ziekenhuisopname, werkonbekwaamheid, invaliditeit of chirurgische operaties. ‘Zo ver hoeft het gelukkig niet meer te komen’, zegt Walschot. ‘Als we patiënten tijdig ­kunnen behandelen, kunnen we de ontstekingen met de nieuwste therapieën tot rust brengen en de gewrichten in goede staat houden, zonder functieverlies.’

Uitgebreid arsenaal Waar is die ommekeer aan te danken? Sinds de eeuwwisseling slagen we er steeds beter in om de onderliggende mechanismen van ontstekingen te ontrafelen. Zo kregen we zicht op de stoffen in het immuunsysteem die ervoor zorgen dat onze afweercellen met elkaar communiceren. Zulke boodschapperstoffen of signaal­ eiwitten brengen processen op gang die het afweersysteem activeren en tot ontstekingen leiden. Walschot: ‘Met nieuwe geneesmiddelen kunnen we heel gericht op die signaaleiwitten ingrijpen, zodat we ze afremmen

MAGUZA

R

euma is niet één ziekte, maar de verzamelnaam voor een brede waaier van vaak zeldzame aandoeningen. ‘In het UZA concentreren we ons op aandoeningen in twee grote groepen’, zegt reumatoloog dr. Mark Walschot (dienst immunologie, allergologie en reumatologie). ‘Ontstekingsziekten zoals reumatoïde artritis veroorzaken chronische ontstekingen in de gewrichten, met klachten zoals pijn, stijfheid en vermoeidheid. Systeemziekten kunnen naast de gewrichten ook de huid en organen – nieren, longen, hart – aantasten. De grens tussen de twee groepen is overigens vloeiend: ook bij reumatoïde artritis kunnen de longen zijn aangetast en is er een hoger risico op hart- en vaatziekten.’

21 21


Dossier

Dr. Walschot: ‘Patiënten met bijvoorbeeld reumatoïde artritis leiden een gewoon leven, met een normale levenskwaliteit – er zitten zelfs topsporters en topentertainers bij.’

‘Als je zelf artritis hebt, hoeft dat niet te betekenen dat ook je kinderen artritis krijgen.’

en blokkeren. We kunnen het ontregelde afweersysteem dus niet “herprogrammeren”, maar we kunnen wel de communicatielijnen in het immuunsysteem lamleggen en ontstekingen snel en krachtig onderdrukken.’ Een eerste doorbraak kwam er met de anti-TNF-therapie, geneesmiddelen die de Tumor Necrosis Factor (TNF) blokkeren, een van de signaaleiwitten. TNF-blokkers worden biologische medicijnen of biologicals genoemd en worden gemaakt op basis van natuurlijke eiwitten. ‘Die TNF-blokkers gebruiken we nog altijd’, zegt Walschot. ‘Intussen hebben we veel meer signaaleiwitten opgespoord die bij ontstekingsprocessen betrokken zijn. Doordat er steeds meer nieuwe biologicals op de markt komen, kunnen we nu een uitgebreid arsenaal van gerichte geneesmiddelen inzetten.’

Opzienbarend effect In een ideale wereld kunnen we bij elke patiënt heel precies ontrafelen hoe het afweersysteem ontstekingen uitlokt, en daar met het juiste biological op ingrijpen. Zover zijn we nog niet. ‘Dat wordt de volgende revolutie’, zegt Walschot. ‘In het bloed of met een 22

biopsie sporen we dan een merker op, waarmee we voor elke patiënt de juiste behandeling kunnen kiezen. Nu blijven we aangewezen op trial and error, volgens een vast stramien: we starten een geneesmiddel op en als het na drie maanden niet aanslaat, proberen we een middel dat op een ander mechanisme ingrijpt.’ Als de behandeling aanslaat, is het effect opzienbarend. ­Walschot:‘Patiënten met bijvoorbeeld reumatoïde artritis leiden een gewoon leven, met een normale levenskwaliteit – er zitten zelfs topsporters en top­ entertainers bij. Soms kunnen ze hun behandeling zelfs afbouwen en stopzetten.’ Een belangrijk voorbehoud: de aandoening moet snel en correct worden herkend. Komen de diagnose en de behandeling te laat, dan kunnen ontstekingen al onomkeerbare gewrichtsschade hebben aangericht, en die kan blijvende functiebeperkingen veroorzaken. Een tweede kanttekening: de biologicals zijn niet bedoeld voor mechanische reumatische aandoeningen, waarvan artrose de bekendste is. Dat zijn immers geen ontstekingsziekten: ze worden veroorzaakt door slijtage en falend kraakbeen.

Laagdrempelig De biologicals worden toegediend via een infuus in het dagziekenhuis, of via een onderhuidse injectie, door de patiënt zelf of door een thuisverpleegkundige. In het UZA legt de reumaverpleegkundige patiënten de werking van de biologicals uit en is hij het laagdrempelige aanspreekpunt voor al hun vragen. Zo nodig kan hij patiënten bijvoorbeeld inboeken in de consultaties, als de ontstekingen ondanks de behandeling toch even opvlammen. De reumaverpleegkundige speelt ook een sleutelrol in de communicatie met de kinesi­ therapeut en de ergotherapeut. ‘Niet iedereen heeft die nodig’, zegt Walschot. ‘Patiënten die graag sporten hebben er geen probleem mee om te blijven bewegen en hun algemene conditie op peil houden. Andere patiënten hebben een zetje nodig, en als hun gewrichten zijn aangetast, kan de ergo­therapeut zo nodig gewrichtssparende technieken aanleren. We werken bij voorkeur samen met kinesi­ therapeuten en ergotherapeuten in de buurt van de patiënt, zodat ze de therapie makkelijk in hun agenda kunnen inpassen en ze gemotiveerd blijven.’


‘Vroeger werd nagenoeg alles wat met het bewegingsstelsel misliep reuma genoemd’, zegt dr. Mark Walschot, die dit en andere misverstanden doorprikt.

1

2

DOSSIER REUMATOLOGIE

ontkracht door Dr. Mark Walschot, immunoloog, allergoloog en reumatoloog

Reuma is één ziekte ‘Reuma is geen ziekte, maar een verzamelnaam van zo’n 200 verschillende aandoeningen met eigen kenmerken, symptomen en behandelingen. Dat over reuma als over één ziekte wordt gesproken, is verwarrend – als de media ‘een nieuwe behandeling voor reuma’ aankondigen, zet dat veel patiënten op het verkeerde spoor. De eerste grote groep zijn de ontstekingsziekten, die ontstaan doordat het immuunsysteem de gewrichten aanvalt. Denk bijvoorbeeld aan reumatoïde artritis of aan spondylartropathieën zoals de ziekte van Bechterew, waarbij de wervelzuil is aangetast. Ook de systeemziekten zijn auto-immuunziekten: zij tasten niet alleen de gewrichten aan, maar ook inwendige organen. De ontstekings- en systeemziekten zijn de corebusiness van de reumatoloog. De derde groep zijn de mechanische gewrichtsaandoeningen, veroorzaakt door overbelasting of slijtage, zoals artrose. Daar zijn geen ontstekingen bij betrokken. Specifieke antireumatische behandelingen maken hier geen verschil. De behandeling is dan vooral gericht op het behoud van de levenskwaliteit, onder meer door pijnstilling.’

Alleen de gewrichten worden aangetast ‘Systeemziekten manifesteren zich niet alleen in de gewrichten, maar ook in de huid, de longen, de nieren en andere organen. Vaak gaat het om zeldzame aandoeningen. Voorbeelden zijn het syndroom van Sjögren en sclerodermie. Bij systeemziekten dringt een multidisciplinaire aanpak zich op (zie p. 26). Als vooral de longen zijn aangetast, neemt de longarts het voortouw, maar andere disciplines evalueren mee de patiënt en stemmen de nodige behandelingen op elkaar af.’

3 4

5

Reuma treft alleen ouderen ‘Aandoeningen zoals artrose worden veroorzaakt door slijtage van gewrichten en komen natuurlijk vaker bij ouderen voor. Bij ontstekings- en systeemziekten is de boosdoener een programmeerfoutje in het afweersysteem. Zulke aandoeningen manifesteren zich zelfs al bij kinderen, met een piek bij dertigers en veertigers.’

Er valt niets aan te doen ‘Bij ontstekings- en systeemziekten kunnen we met een arsenaal van nieuwe geneesmiddelen – biologicals – de onderliggende ontstekingsprocessen tot rust brengen. Als de aandoening tijdig wordt opgespoord en adequaat wordt behandeld, leiden de meeste patiënten een normaal leven. Een deel van hen kan zelfs volledig stoppen met medicatie. Als het te lang duurt voordat de correcte diagnose wordt gesteld, kunnen de gewrichten helaas al beschadigd zijn geraakt. Die schade is onomkeerbaar.’

Pijn betekent ontsteking ‘Als de pijn door ontstekingsprocessen wordt veroorzaakt, kunnen we die ontstekingen en dus ook de pijn onder controle brengen. Helaas denken veel patiënten dat alle pijnklachten ontstekingen zijn. Dat is niet zo – de pijn kan ook samenhangen met gewrichtsschade die een onbehandelde reumatoïde artritis heeft veroorzaakt, of een mechanische oorzaak hebben, zoals slijtage. Zulke pijnklachten kan de reumatoloog niet oplossen – daarvoor zijn klassieke pijnmedicatie en fysieke revalidatie nodig, en zo nodig doorverwijzing naar een orthopedist of een pijnkliniek.’

MAGUZA

5

misverstanden over reuma

23 23


Dossier

‘ ­Ik kreeg mijn oude leven terug’ Rohit (32) denkt nog vaak aan die week in 2014, toen hij in het UZA de diagnose spondylartropathie kreeg, een ontstekingsreuma. ‘Mijn zoontje was net twee maanden oud. Zou ik ooit met hem kunnen voetballen?’

D

e narigheid begon voor Rohit al in 2010. Hij was 20, woonde en studeerde in Dublin en kreeg last van pijn in zijn onderrug. ‘Ik ging vaak lopen, deed aan powertraining, genoot volop van het studentenleven en verdiende bij in een buurtsuper. Misschien moest ik het wat rustiger aan doen, misschien had ik bij het vakkenvullen mijn rug belast? Ik nam pijnstillers, maar de pijn kwam terug.’

De pijn verhuist mee Een echografie bij de huisarts leverde niets op. Een bekende sportkinesitherapeut die Rohit weleens in zijn buurtsuper zag, raadde hem een MRI-scan 24

‘Het goede nieuws: ik wist wat me scheelde. Het slechte nieuws: ik zou er mijn hele leven rekening mee moeten houden.’

aan. ‘Toen die al evenmin iets opleverde, gaf hij me allerlei tips – ander schoeisel, vaker stretchen. Dat hielp niet, zowat om de maand kwam de pijn terug en had ik pijnstillers nodig. Het woog op mijn sociale leven en ik begon erover te piekeren. Zat er iets anders op dan eraan te wennen?’ Rohit had intussen een Vlaams

meisje leren kennen en verhuisde in 2012 naar het Waasland. De rugpijn verhuisde mee. ‘Als ik hem voelde aankomen, zette ik me mentaal schrap en nam ik pijnstillers. Volgens een orthopedist kon je op een scan zien dat mijn bekken scheef stond – omdat hij me te jong vond om te opereren, stuurde hij me naar een kinesitherapeut. Ook zijn adviezen losten niets op.’

Een leven vol beperkingen? Op een nacht in 2014 werd de pijn ondraaglijk. ‘Mijn rug was heel stijf, alsof hij vastzat. Op de spoeddienst kreeg ik zware pijnstillers. De ene pijngolf na de andere rolde over me heen, alles wat ik at of dronk, braakte ik uit. Nooit heb ik


DOSSIER REUMATOLOGIE

Rohit kreeg in 2014 de diagnose spondylartropathie.

Alles kan weer Als eerste stap in de behandeling

kreeg Rohit drie maanden lang ontstekingsremmers. ‘Bij sommige patiënten volstaat dat, maar helaas niet bij mij. Een reumatoloog van het UZA, professor Jan Van Offel, stelde toen een behandeling met infliximab in.’ Infliximab is een biological die het teveel aan TNF-alfa blokkeert. TNF staat voor Tumor Necrosis Factor, een eiwit dat ontstekingsprocessen kan veroorzaken. Al heel snel na het eerste infuus met infliximab werd de pijn veel lichter en na enkele behandelingen was Rohit pijnvrij. ‘Professor Van Offel had er geen probleem mee dat ik weer ging sporten. Hij raadde me alleen aan om goed naar mijn lichaam te luisteren. Ik begon met yoga, maakte lange wandelingen, fietste op een hometrainer. Na een tijdje kon ik weer alles aan, ook powertraining en hardlopen. Terwijl mijn twee zoontjes – 7 en 5 intussen – voetbaltraining volgen, speel ik graag een match met de andere vaders … Ik voel me nu fantastisch, zowel fysiek als mentaal. De medicatie heeft me mijn oude leven teruggegeven.’

Onbezorgd Rohit krijgt zijn medicatie toegediend via een infuus, in het dagziekenhuis. Dat duurt zowat anderhalf uur. ‘Eerst kwam ik om de 4 weken langs. Dat hebben we geleidelijk afgebouwd tot één voormiddag om de 10 weken. Dat kan ik heel goed inpassen in mijn agenda – ik werk bij een bank.

Eerst wordt bloed afgenomen, om ontstekingsfactoren en de nier- en leverfunctie te kunnen controleren. Ik word goed begeleid, alle verpleegkundigen zijn supervriendelijk.’ In 2014 werd in het UZA ook vastgesteld dat Rohit het HLAB27-gen heeft, dat vaak met ontstekingsziekten geassocieerd is. 90 procent van de patiënten

‘Ik begon met yoga, maakte lange wandelingen en fietste. Na een tijdje kon ik weer alles aan, ook powertraining en hardlopen.’

met spondylartritis heeft het. ‘Mijn oudere broer heeft het, en waarschijnlijk had mijn vader het ook. Hij overleed toen ik 5 was, maar hij klaagde vaak over rugpijn. Over mijn kinderen maak ik me niet ongerust. Of ze het HLAB27-gen hebben weet ik niet, maar artsen in het UZA hebben me uitgelegd dat het gen sowieso geen voorspellende waarde heeft. Als ze ooit rugpijn krijgen, kan het voor artsen nuttig zijn te weten dat ik het gen heb, zodat ze meteen aan een ontstekingsziekte kunnen denken. Laat ze intussen maar onbezorgd spelen.’

MAGUZA

meer pijn gehad dan toen.’ Rohit werd doorverwezen naar het UZA, waar hij een week lang allerlei onderzoeken onderging. Ook daar bracht beeldvorming niets aan het licht, al was hij wel opgelucht toen zijn bekken helemaal niet scheef bleek te staan. ‘Ik onderging toen een scan waarbij me een kleine dosis van een radioactieve merkstof werd ingespoten. Die bracht ontstekingen in mijn rug aan het licht. Ik vergeet nooit wat de artsen me vertelden. Ze hadden goed en slecht nieuws. Het goede nieuws: ze wisten wat met me scheelde. Het slechte nieuws: ik zou er mijn hele leven rekening mee moeten houden.’ De diagnose luidde spondylartropathie, een vorm van ontstekingsreuma die ook wel spondylartritis wordt genoemd. Die auto-immuunziekte ontstaat doordat het afweersysteem gezonde cellen aanvalt. Ontstekingen in het bekken en de rug veroorzaken littekenweefsel tussen de wervels, waardoor de wervelkolom gaandeweg stijf en krom wordt. ‘Dat kwam hard aan. Hoe zou mijn ziekte evolueren? Mijn zoontje was twee maanden – zou ik ooit met hem kunnen voetballen? Ik had het er al zo moeilijk mee dat ik mijn partner nauwelijks kon helpen, in die eerste maanden na de geboorte. Moest ik me voorbereiden op een leven vol beperkingen?’

25 25


DOSSIER REUMATOLOGIE

Dossier

Multidisciplinaire samenwerking

Samen voor de optimale behandeling Systeemziekten tasten meerdere organen aan en ook bij ontstekingsziekten zoals reumatoïde artritis kunnen andere orgaansystemen betrokken zijn. Voor een optimale zorg is daarom

MAGUZA

een multidisciplinaire aanpak nodig.

26 26

Netwerk Omdat bij systeemziekten diverse orgaansystemen betrokken zijn, moeten diverse disciplines intensief met elkaar samenwerken. ‘Het is goed voor de patiënt als we onze expertise bundelen en beslissingen over behandeling en opvolging multidisciplinair nemen’, zegt reumatoloog dr. Mark Walschot. ‘Eén keer per maand bespreken we patiënten met systeemziekten op een gestructureerd overleg. Afhankelijk van de aangedane orgaansystemen worden alle betrokken specialismen uitgenodigd – oogartsen, longartsen, nierof leverspecialisten, dermatologen enz. Samen werken we een geïndividualiseerde behandeling op maat van de patiënt uit. Bij dringende vragen overleggen we natuurlijk ook telefonisch – samen vormen we een informeel netwerk, en ik weet

wie ik het best bel als ik bijvoorbeeld een huidprobleem vermoed.’

Interstitieel longlijden Interstitieel longlijden is de verzamelnaam voor een grote groep uiteenlopende zeldzame longaandoeningen die voorkomen in het interstitium, de ruimte tussen de longblaasjes en de bloedvaatjes. Als gevolg van ontstekingen kan zich littekenweefsel – fibrose – vormen, zodat de longfunctie achteruitgaat. De longschade die door fibrose wordt aangericht, is onomkeerbaar. Vroege diagnose is daarom erg belangrijk, zodat behandelingen kunnen worden opgestart om ontstekingen af te remmen en de vorming van littekenweefsel tegen te gaan. De oorzaak van interstitieel longlijden is niet altijd bekend, maar het kan onder meer worden veroorzaakt door schadelijke stoffen of medicijngebruik. Bij sommige patiënten is er een verband met een onderliggende systeem- of ontstekingsziekte, zoals systeemsclerose of reumatoïde artritis. Zo’n auto-immuunziekte tast dan niet alleen de gewrichten aan, maar veroorzaakt ook fibrose in de longen. ‘Patiënten met

interstitieel longlijden bespreken we daarom altijd multidisciplinair’, zegt longarts dr. Veronique Verplancke. ‘Dat doen we één keer per maand, samen met een reumatoloog, een radioloog, een patholoog en een arbeidsgeneeskundige arts. Samen beoordelen we de resultaten van de onderzoeken, stellen we de diagnose en bekijken we de gepaste behandeling. Als we auto-immune antilichamen in het bloed vinden, verwijzen we de patiënt in elk geval door naar reumatologie.’

Alert ‘Als reumatoloog ben je altijd alert voor complicaties in andere organen’, zegt Walschot. ‘Klaagt een patiënt met reumatoïde artritis over kortademigheid, dan verwijs ik hem door naar de longarts, voor beeldvorming of een longfunctieonderzoek. Eén keer per maand hebben we een multidisciplinair overleg, maar we horen elkaar vaker, ook over de ingestelde behandelingen. Sommige afweeronderdrukkende therapieën die ik als reumatoloog voorschrijf, kunnen immers bijwerkingen hebben die nefast zijn voor de longen en omgekeerd.’


VISIE

Prof. dr. Guy Hubens en prof. dr. Marc Peeters (rechts).

Samen timmeren aan het ziekenhuis van morgen Een half jaar als CEO van een schitterend ziekenhuis als het UZA is voorbijgevlogen! De zwaarste piek van de COVID-pandemie heeft onze werking in het begin van 2022 in belangrijke mate beïnvloed. Ondanks vermoeidheid en continue vraag naar flexibiliteit blijven alle werknemers van ons ziekenhuis zich elke dag inzetten om de patiënten de meest optimale zorg te geven. Chapeau! Het neemt niet weg dat we samen met onze dynamische werknemers moeten blijven timmeren aan het ziekenhuis van morgen. Een UZA dat samen met zijn partners in de regio garant staat voor expertise, hoogkwalitatieve, maar bovenal ook menselijke zorg. Zorg met een gelaat! Meer dan ooit gaan we maximaal inzetten op innovatie en samenwerken. Samenwerken met onze HELIX-partners. Maar ook met de andere ziekenhuizen in de regio, eerstelijnszorg, thuisverpleegkundigen, … Dit zorgt voor een holistische omkadering voor onze patiënten. Elke feedback en suggestie is welkom op www.uza.be/jouw-mening-maakt-ons-beter Je stem telt om ons toekomstplan waar te maken!

Prof. dr. Guy Hubens, Universitair opdrachthouder ziekenhuisnetwerken Decaan FGGW UAntwerpen

Prof. dr. Marc Peeters, CEO UZA

MAGUZA 27


ONDERZOEK & INNOVATIE

Patiënt-afgeleide organoïden in kankeronderzoek

Dr. Christophe Deben, onderzoeker aan de UAntwerpen

Voorspellen microtumoren straks de beste behandeling? Van een patiënt wat tumorweefsel wegnemen, er in het lab microtumoren mee kweken om er gerichte behandelingen op uit te testen: het brengt kankerbehandelingen op maat van de patiënt weer een stapje dichterbij. Onderzoekers van de UAntwerpen en het UZA willen met microtumoren vooraf testen welke patiënten baat zullen hebben van chemotherapie.

K

28

ankerbehandelingen evolueren steeds sterker naar gepersonaliseerde therapieën, toegesneden op het genetische profiel van de patiënt en de tumor’, zegt dr. Christophe Deben, onderzoeker aan het Center for Oncological Research (CORE) van de UAntwerpen. ‘Om de resultaten van de behandeling te voorspellen, maken we gebruik van biomerkers. Helaas beschikken we voor heel wat behandelingen – denk aan chemotherapie – niet over goede biomerkers. Als we willen voorspellen hoe de patiënt erop zal reageren, tastten we tot nu toe in het duister.’

kankeronderzoek. Deben: ‘Als we stukjes tumorweefsel van de patiënt nemen, een biopt of een stukje tumor dat tijdens chirurgie wordt weggesneden, kunnen we daaruit tumorstamcellen isoleren. Die plaatsen we in een gel met voedingsstoffen en groeifactoren.

Microtumoren opkweken Voor een doorbraak zorgden wetenschappers van de Universiteit Utrecht, die er in 2009 in slaagden om uit stamcellen mini-orgaantjes te kweken, organoïden genoemd – mini­ levers, minilongblaasjes enz. Ze zijn nauwelijks 1 mm groot, maar hebben dezelfde kenmerken als het echte orgaan. Dat opende ook nieuwe mogelijkheden voor

Zo kweken we ze driedimensionaal op tot patiënt-afgeleide organoïden, ook wel tumoroïden of microtumoren genoemd.’ Die microtumoren zijn patiëntspecifiek en hebben de genetische eigenschappen van de tumor die in het lichaam van de patiënt zit. Intussen is aangetoond dat we microtumoren in het lab kunnen gebruiken om te voorspellen hoe de tumor in de patiënt op de

‘We willen met zo weinig mogelijk kankercellen van de patiënt microtumoren kweken en daarop zo snel mogelijk een reeks gerichte behandelingen testen.’


therapie zal reageren. Deben: ‘Op een microplaatje met 384 gaatjes brengen we in elk plaatje geautomatiseerd organoïden aan. Met geavanceerde microscopen nemen we regelmatig foto’s, om zo de therapierespons in de tijd op te volgen. Daarvoor hebben we in het CORE een analyseplatform en software ontwikkeld, zodat we veel meer gegevens uit de beelden kunnen puren dan andere onderzoekscentra. Niet alleen of en hoe een behandeling de groei van kankercellen afremt, maar ook of ze celdood uitlokt en of de kankercellen kunnen uitzaaien.’

Fundamenteel en klinisch onderzoek De onderzoeksgroep van Deben gebruikt microtumoren voor fundamenteel onderzoek, bijvoorbeeld om de interactie tussen tumorcellen en diverse celtypes in de tumoromgeving te ontrafelen. ‘Aan de microtumoren kunnen we namelijk ook apart opgekweekte bindweefsel- en immuuncellen toevoegen. Zo bootsen we natuurgetrouw een tumoromgeving na en kunnen we bestuderen hoe al die celtypes op elkaar inwerken en

de therapierespons beïnvloeden.’ De groep is nu ook klaar voor klinisch onderzoek bij endeldarmen slokdarmkanker. ‘Veel patiënten met zulke tumoren ondergaan chirurgie en krijgen standaard eerst chemotherapie om de tumor te verkleinen. Sommige patiënten

‘Nu laboratoria wereldwijd intensief inzetten op organoïdenonderzoek, verwacht ik dat de techniek nog sterk zal worden verfijnd.’

reageren daar zo goed op dat ze zelfs genezen zonder chirurgie. Bij andere patiënten heeft de chemotherapie geen effect, zodat we hen de nare bijwerkingen beter kunnen besparen. Samen met twee chirurgen van het UZA, prof. dr. Niels Komen en dr. Michiel de Maat, onderzoeken we nu of we door verschillende chemotherapeutica te testen op microtumoren kunnen voorspellen welke

patiënten baat hebben bij een chemokuur en welke niet.’

Veelbelovend Als we wat verder in de toekomst kijken, komen nog meer toepassingen van patiënt-afgeleide organoïden binnen bereik, denkt Deben. ‘Idealiter willen we met zo weinig mogelijk kankercellen van de patiënt microtumoren kunnen kweken en daarop dan zo snel mogelijk een hele reeks gerichte behandelingen tegelijk testen, ook immuuntherapieën, om de behandelend arts dan de beste behandelkeuze voor te stellen.’ Patiënt-afgeleide organoïden kunnen het kankeronderzoek dus forse stappen vooruit helpen zetten, maar er zijn nog hobbels op de weg. Momenteel kunnen we nog niet elk tumortype even gemakkelijk opkweken tot een microtumor: bij longtumoren lukt dat veel minder goed dan bij endeldarm- of pancreastumoren, waar het bij 60 tot 70 procent van de patiënten lukt. Deben is optimistisch: ‘Nu laboratoria wereldwijd intensief inzetten op organoïdenonderzoek, verwacht ik dat de techniek nog sterk zal worden verfijnd.’ MAGUZA 29


Stephanie Printemps, vroedkundige

Prof. dr. Katrien Beeckman, Professor Verpleegkunde en Vroedkunde aan de UAntwerpen – coördinator Born in Belgium Pro

Zorg voor foetus én kwetsbare aanstaande mama’s

‘ Elke zwangerschap is een unieke kans’ Volgens Britse onderzoekers ervaart ongeveer één op de vijf vrouwen psychosociale problemen in de periode rond zwangerschap en geboorte. Sinds februari gebruiken vroedvrouwen in het UZA de tool Born in Belgium Pro om mogelijke problemen bij aanstaande moeders en hun baby al snel op te pikken. ‘Hoe vroeger we kunnen ingrijpen, hoe beter voor de baby’s én hun mama’s.’

A

ls zwangere vrouw kan je in het UZA je afspraak bij de gynaecoloog met een vroedvrouwenraadpleging combineren. ‘De meeste aanstaande mama’s die bij de gynaecoloog gaan voor hun eerste echo met nekplooimeting passeren ook bij ons’, zegt hoofdvroedvrouw Stephanie Printemps. ‘Wij bespreken met hen bredere vragen over de zwangerschap, zoals hoe je wil bevallen of hoe je met zwangerschapskwalen omgaat. Sinds februari gebruiken we ook als een van de eerste ziekenhuizen de nieuwe tool Born in Belgium Pro om kwetsbaarheden in kaart te brengen.’

www.uza.be/ prenatale-diagnose borninbelgiumpro.be panza.be 30

Van papieren tot familiaal geweld Born in Belgium Pro maakt gebruik van digitale vragenlijsten die zorgverleners de psychosociale situatie van aanstaande mama’s helpen inschatten. Stephanie Printemps: ‘Dat gaat breed: van

hebben ze een netwerk van familie en vrienden, over zijn de mutualiteits- en verblijfspapieren in orde, tot hoe is de financiële en psychologische situatie. Ook middelenmisbruik en familiaal geweld komen aan bod. De tool helpt ons om te polsen naar 13 kwetsbaarheden en formuleert aandachtspunten en doorverwijsadressen in de regio. Alles wordt veilig online opgeslagen zodat andere zorgverleners het dossier kunnen opvolgen en patiënten gevoelige feiten niet onnodig moeten herhalen als ze toestemming gaven om die gegevens uit te wisselen.’ Born in Belgium Pro ontstond uit het project Born in Brussels, dat in september 2018 werd opgestart om gezondheidszorg toegankelijker te maken. ‘Een zwangerschap geldt als window of opportunity’, zegt UAntwerpen-professor Katrien Beeckman, die het RIZIV-project Born in Belgium Pro coördineert. ‘Voor aanstaande mama’s komt er meestal geen betere motivator

om bepaalde zaken in hun leven aan te pakken. Bovendien kan je dubbele gezondheidswinst boeken: je helpt zowel de huidige generatie als de toekomstige, de baby. Uit onderzoek blijkt meer en meer hoe doorslaggevend de eerste duizend levensdagen, van de bevruchting tot pakweg twee jaar, voor onze verdere gezondheid zijn.’ (Lees ook p. 12)

Brede aanpak en opvolging Toen het project in het najaar van 2021 met middelen van het RIZIV naar België werd uitgebreid, sprong het UZA als een van de eerste ziekenhuizen mee op de kar. ‘Onze artsen en vroedvrouwen geloofden meteen heel sterk in het idee. Hoe vroeger in de zwangerschap je kwetsbaarheden detecteert, hoe beter je ze op verschillende niveaus kan aanpakken en hoe minder impact ze op de moeder en het kind hebben’, zegt Stephanie Printemps. ‘Via Panza, het Perinataal Antwerps Netwerk Zwangerschap in Armoede,


kenden veel betrokkenen uit de regio elkaar ook al. Inmiddels gebruiken een vijftigtal lokale organisaties, zoals verenigingen tegen armoede, vroedvrouwenpraktijken, afkickcentra of Kind & Gezin, de tool van Born in Belgium Pro.’ Als een screening tijdens de vroedvrouwenraadpleging in het UZA een kwetsbaarheid signaleert, dan krijgt de patiënte meteen een aantal aanbevelingen en contact-

‘Alles wordt veilig online opgeslagen zodat andere zorgverleners het dossier kunnen opvolgen en de patiënt gevoelige feiten niet onnodig moet herhalen.’

Watervaleffect voor eerste lijn Uit onderzoek blijkt dat zorgverleners zonder systematische screening maar 1 op de 20 mogelijk kwetsbare zwangere vrouwen identificeren. Met systematische screening verhoogt dat naar meer dan 1 op de 4. ‘Voor het UZA hebben we nog geen cijfers sinds we de tool in februari in de praktijk invoerden’, zegt Stephanie Printemps. ‘Wel blijkt dat de collega’s van de dienst patiënten­ begeleiding door de screening niet overbevraagd raken, zoals ze eerst vreesden. Het maakt een wereld van verschil of je zes maanden hebt om bijvoorbeeld

mutualiteits­papieren in orde te maken, dan wel of dat moet in de paar dagen dat iemand op de materniteit verblijft. Ook medisch is de situatie totaal anders voor de baby en de mama als je pakweg middelengebruik op twaalf weken kan stoppen, in vergelijking met ontwenningsverschijnselen die op de materniteit opduiken.’ In het UZ Brussel bleek tijdens het eerste jaar dat de tool zeer laagdrempelig is: minder dan 1 procent van de aanstaande mama’s weigerde aan de screening deel te nemen. Katrien Beeckman: ‘Tussen februari en november 2021 werden 783 vrouwen minstens

voor een deel gescreend. Van hen vertoonde 83 procent een mogelijke kwetsbaarheid en 15 procent zelfs drie mogelijke kwetsbaarheden. Bij 54 procent van de bevraagden hebben we minstens één actie ondernomen vanuit het platform. Die cijfers zijn vrij hoog maar er zijn veel gradaties van kwetsbaarheden. Het belangrijkste is dat er na de screening een geïntegreerde aanpak ontstaat, in de vorm dat niet alleen ziekenhuizen maar ook tal van eerstelijnszorgverleners nog meer betrokken worden en we zo allen meer oog krijgen voor kwetsbaarheden van aanstaande mama’s.’

gegevens mee. ‘Soms verwijzen we extern door, bijvoorbeeld naar een OCMW of een organisatie die mensen zonder papieren helpt. Andere keren geven we interne contacten door, zoals een psycholoog bij een sluimerende depressie. Of we leggen meteen een kennismakingsgesprek bij de dienst patiëntenbegeleiding vast. Op 24 weken in de zwangerschap, als aanstaande mama’s ook een suikertest ondergaan, plannen we voor iedereen met een kwetsbaarheid een nieuwe afspraak in. Dan kijken we met de vrouwen hoever we staan, wat we nog willen en kunnen bijsturen tegen de bevalling.’ MAGUZA 31


Ilse Goovaerts, klinisch embryoloog

Mannelijke vruchtbaarheid: van erfelijkheid tot levensstijl

Kris Peeters, androloog en embryoloog

Wil je als man je vruchtbaarheid verhogen, dan is het een goed idee om eerst je levensstijl onder de loep te nemen. De kwaliteit van je sperma weerspiegelt namelijk, naast erfelijke factoren die je niet in de hand hebt, voor een groot deel je algemene gezondheid.

D

e oorzaak van verminderde vruchtbaarheid bij een koppel is even vaak te zoeken bij de man als bij de vrouw. Ligt de oorzaak bij de man, dan heeft dat meestal te maken met de kwaliteit van zijn sperma. Het goede nieuws is dat je als man die kwaliteit voor een deel kan beïnvloeden, zeggen Ilse Goovaerts en Kris Peeters, specialisten fertiliteit.

Dienst fertiliteit, T 03 821 36 84 32

Wat verstaan we onder sperma van goede kwaliteit? Ilse Goovaerts: ‘Het ejaculaat moet voldoen aan een aantal criteria. Parameters zijn onder andere het aantal zaadcellen, de vorm van die cellen, hun beweeglijkheid …’ Kris Peeters: ‘Naast die klassieke parameters zien we meer afwijkingen in het genetisch

materiaal. Ons lab is onder andere gespecialiseerd in het nagaan van die DNA-beschadiging, waarna dan mogelijk voorzorgsmaatregelen kunnen worden opgestart.’

Wat als de kwaliteit van je sperma laag is? Kan je daar iets aan doen? Ilse Goovaerts: ‘Voor een deel niet. Erfelijkheid speelt een rol, en de omstandigheden in de baarmoeder. Als je moeder rookte toen ze zwanger was van jou, kan dat een invloed hebben op de kwaliteit van je sperma. Ook milieuvervuiling laat zijn sporen na. De studies daarover spreken elkaar nog voor een deel tegen, maar algemeen wordt aangenomen dat globaal genomen het gemiddeld aantal zaadcellen elk jaar met 1 tot 1,5 procent daalt.’ Kris Peeters: ‘Ook je leeftijd

speelt een rol. Bij oudere mannen zien we meer afwijkingen, weglatingen of breuken in het DNA, zogenaamde DNA-fragmentatie.’ Ilse Goovaerts: ‘Aan de andere

‘Het duurt tien à twaalf weken om een zaadcel aan te maken. Zo lang moet je dus minstens wachten om resultaat te zien.’

kant zien we dat DNA-fragmentatie gelinkt is aan oxidatieve stress, het gevolg van een ongezonde levensstijl. Hoe gezonder een man leeft, hoe beter de kwaliteit van zijn sperma. En je levensstijl heb je wel in de hand.’


Kan je ook medicijnen nemen om je spermakwaliteit te verhogen? Kris Peeters: ‘Sommige mannen nemen anti-oxidanten in om oxidatieve stress tegen te gaan. Het gevaar bestaat dat daardoor de balans naar de andere kant overslaat. Voor een goede vruchtbaarheid heb je ook oxiderende stoffen nodig. Je houdt het dus beter bij een gezonde levensstijl.’ Stel: je past je levensstijl aan. Hoe lang duurt het dan voor je het effect daarvan ziet op je sperma? Ilse Goovaerts: ‘Het duurt tien à twaalf weken om een zaadcel aan te maken. Zo lang moet je dus minstens wachten om resultaat te zien.’

Do’s

Don’ts

› Beweeg voldoende Het Vlaams Instituut Gezond Leven geeft als richtlijn wekelijks 150 tot 300 minuten bewegen aan matige intensiteit (zwemmen, wandelen …), 75 tot 150 minuten aan hoge intensiteit (joggen, stevig doorfietsen …) of minstens 150 minuten aan matige én hoge intensiteit (elke minuut aan hoge intensiteit telt voor 2 minuten).

› Roken levert oxidatieve stress op, wat een sterk effect heeft op alle parameters van de spermakwaliteit.

› Eet gezond Kies voor verse groenten, fruit, ­gevogelte, vis en volle granen en vermijd bewerkte voedings­waren, geraffineerde suiker, gefrituurd eten, vet vlees …

› Alcohol drinken of andere drugs gebruiken leidt tot meer schade aan het DNA. Alcohol vermindert ook de productie van sperma en maakt de zaadcellen minder actief. › Anabole steroïden slikken legt de zaad­productie stil. › Anti-oxidanten innemen kan de balans naar de andere kant doen overslaan. Voor een goede vruchtbaarheid zijn ook oxiderende stoffen nodig. › Te warm baden, te vaak naar de sauna gaan of te strak ondergoed dragen kan een negatieve invloed hebben op het sperma. De ideale temperatuur voor de productie van zaadcellen is maximum 35 °C.

MAGUZA 33


KORT

1 2 3 4

1

Een jaar vol innovatie en warme zorg Genetische codes kraken om gerichter klachten te voorko­ men en behandelen, het slim inzetten van ons immuun­ systeem tegen uiteenlopende ziekten, opereren zonder snijden,… 2021 was veel meer dan het tweede luik van de coronapandemie. Ontdek de belangrijkste nieuwe inzich­ ten en gebeurtenissen op jaarverslag2021.uza.be. 2

Bekroning voor prof. Erika Vlieghe Professor Erika Vlieghe is

tot laureate gekozen door de jury van de prijs Stichting Verhulst-Van Eeckhoven. Die bekroont om de vier jaar een arts die zich verdienstelijk maakt door het verspreiden en toe­ passen van wetenschappelijke kennis. Ze ontvangt de erken­ ning voor haar rol als experte tijdens de COVID-pandemie en haar inzet als ebolacoördinator in 2014. 3

Nieuwe kapiteins voor de schoonmaakdienst Elke dag opnieuw houdt een fantastische schoonmaakploeg de klok rond het hele ziekenhuis veilig, net en hygiënisch voor

een optimale patiëntenzorg. Van steriele operatiezalen tot propere patiëntenkamers: de schoonmaakploeg zorgt voor een omgeving waarin iedereen zich goed voelt. Dit voorjaar zwaaiden Linda en Jeannine, die de dienst schoonmaak en afvalbeheer jarenlang in goede banen leidden, af. Twee nieuwe kapiteins, Kim en Diyana, bou­ wen nu verder aan de professi­ onalisering en digitalisering van de dienst. 4

Innovatief gehoorimplantaat In mei plaatste het NKOteam onder leiding van prof.

dr. Marc Lammers voor het eerst een nieuw type gehoorimplan­ taat. Het OSIA-implantaat is een actief beengeleidingstoestel en wordt volledig onder de huid, achter het oor, geïm­ planteerd. In tegenstelling tot vroegere passieve been­ geleidingstoestellen (BAHA) die bij tot 10 % van de patiënten voor aanhoudende ontste­ king zorgen, maakt dit OSIA-­ implantaat geen gebruik meer van een schroef die door de huid heen gaat. Zo krijgen ontstekingen geen kans. Daarnaast biedt het nieuwe toestel een snellere verwerking van het geluid en een beter spraakverstaan.


ADVERTENTIE

Pzzzt, beter slapen begint bij je matras In drie eenvoudige stappen maken we jouw matras op maat

1. Meten

In 1 minuut meten we je lichaamsprofiel en slaaphouding met onze Sleep Scan. Het enige dat je zelf moet doen, is even op je zij en op je rug gaan liggen.

2. Testen

Na de meting kan je jouw matras op maat meteen testen in de winkel. Met jouw voorkeuren als finishing touch.

3. Kiezen

Nu enkel nog je bed kiezen en dan kan je op beide oren slapen. Zelfs als je lichaam verandert, blijft een Equilli matras perfect liggen. Want wij veranderen jouw matras met je mee, het eerste jaar volledig gratis!

Ontdek Equilli bij onze verdeler Cornelis Bedding in: Rumst - Wommelgem - Belsele - Dendermonde - Gent - Westmalle

cornelisbedding.com

equilli.com

MAGUZA 35


TECHNOLOGISCH

Prof. dr. Wiebren Tjalma, medisch coördinator van de UZA-borstkliniek

Prof. dr. Annemiek Snoeckx, diensthoofd radiologie

Borstkankeroperatie met magnetisch zaadje Dr. Julie Desimpel, radiologe

‘ Grotere precisie en meer comfort voor de patiënt’ Door vroegtijdige opsporing van borstkanker komen almaar

Dr. Inge Verslegers, radiologe

meer vrouwen in aanmerking voor een borstsparende operatie. Dankzij een nieuwe techniek waarbij vooraf een magnetisch zaadje in de tumor wordt geplaatst, kunnen chirurgen vandaag nog preciezer opereren en zo meer gezond weefsel sparen.

B Borstkliniek, T 03 821 32 50 Dienst radiologie, T 03 821 48 48 36

orstkanker is altijd een hard verdict, ook als de kanker vroeg wordt ontdekt. Niet zelden volgt kort na de diagnose een operatie. ‘Zo’n ingreep is veel meer dan een technische aangelegenheid’, zegt prof. dr. Wiebren Tjalma, medisch coördinator van de multidisciplinaire borstkliniek van het UZA. ‘De mentale impact is groot: de plotse confrontatie met kanker, de verwerking, de aanvaarding … Patiënten stellen

zich allerlei vragen: hoe ga ik hiermee om? Hoe kom ik ermee naar buiten? Hoe overleef ik dit?’ Dankzij het bevolkingsonderzoek naar borstkanker (zie borstkanker.bevolkingsonderzoek.be) komen veel tumoren aan het licht op een moment dat ze nog klein en vaak niet voelbaar zijn: 45 procent is 20 millimeter of kleiner (bron: Belgian Cancer Register 2019). ‘Als we op een mammografie een letsel zien dat mogelijk kwaadaardig is, verloopt

de diagnose in drie stappen: een klinisch onderzoek, aanvullende beeldvorming en een punctie om de aard van het letsel te bepalen. Op basis daarvan stippelen we met het hele team een behandelingsplan uit, tijdens het multidisciplinair oncologisch consult (MOC)’, legt radiologe dr. Inge Verslegers uit.

Gezond borstweefsel sparen Meer dan 60 procent van de vrouwen bij wie de kanker in een


Door een magnetisch zaadje ter grootte van een rijstkorrel in de tumor te plaatsen, kunnen chirurgen meer gezond borstweefsel sparen.

Mammografie van een rechterborst met magnetisch zaadje na de plaatsing.

vroeg stadium wordt opgespoord, ondergaat een borstsparende operatie. ‘Bij zo’n ingreep proberen we altijd zoveel mogelijk gezond borstklierweefsel te sparen. Daarom is het belangrijk dat de radioloog heel precies de locatie van de tumor bepaalt en dat zorgvuldig aan de chirurg communiceert. De plaatsing van een magnetisch zaadje is daarbij een belangrijke stap vooruit’, zegt prof. dr. Annemiek Snoeckx, diensthoofd radiologie. Tot voor kort gebeurde het mar­keren van de tumor met behulp van een draadje, dat de radioloog op de ochtend van de ingreep plaatste. Tijdens de operatie volgde de chirurg dat traject. Maar die procedure was belastend voor de patiënt: het betekende een bijkomend onderzoek op een al stressvolle dag, en dat het draadje tot aan de buitenzijde van de borst liep, was voor de vrouw confronterend en onaangenaam. Vandaag plaatsen de radiologen enkele dagen voor de ingreep een magnetisch zaadje ter grootte van een rijstkorrel in de tumor. Ze bekijken echografisch waar de tumor zich bevindt en brengen

het zaadje met een lange naald onder lokale verdoving tot in het gezwel. Dankzij groefjes in het zaadje verankert het zich in de tumor en kan het daarna niet meer verschuiven.

Weinig belastende ingreep ‘Het is een eenvoudige ingreep die vrouwen als weinig belastend ervaren’, zegt radiologe dr. Julie Desimpel. ‘De dagen erna kunnen ze gewoon hun dagelijkse bezigheden hervatten. Ook voor het team is het rustiger werken. Na de plaatsing is er nog genoeg tijd om met de chirurg te bespreken hoe groot het letsel is, waar het zaadje zich precies bevindt en hoe breed hij de tumor moet wegsnijden.’ Ook de dag van de ingreep verloopt organisatorisch een stuk vlotter, aangezien het markeren van de tumor al is gebeurd. Tijdens de ingreep zelf gebruikt de chirurg een pen die een magnetisch veld opwekt. ‘Aan de hand van instructies op een scherm en geluidssignalen worden we tot op de millimeter nauwkeurig naar de tumor geleid’, licht Tjalma toe. ‘Daardoor kunnen we nog nauwkeuriger werken en zo

vaak bijkomende millimeters aan gezond weefsel sparen. Dat is niet onbelangrijk. Hoe minder weefsel we moeten wegnemen, hoe kleiner de holte die je achterlaat, hoe minder kans op complicaties en hoe mooier het resultaat. Ook de oppervlakte die je moet bestra-

‘Hoe minder weefsel we moeten wegnemen, hoe kleiner de holte die je achterlaat, hoe minder kans op complicaties en hoe mooier het resultaat.’

len, verkleint.’ Een bijkomend voordeel is dat de chirurg niet zoals eerder het traject van het draadje hoeft te volgen. Hij kiest de kortste weg die esthetisch de voorkeur verdient.

Even goede genezingskansen De techniek is een volgende stap in een lange evolutie naar meer borstsparend opereren. ‘Tussen de jaren zeventig en de jaren

negentig van de vorige eeuw toonden grote studies aan dat je veilig borstsparend kan opereren’, vertelt Tjalma. ‘Aanvankelijk was het al een hele stap vooruit als we maar een derde van de borst moesten verwijderen. Intussen zijn we zover dat we maar een marge van twee à drie millimeter gezond weefsel hoeven weg te nemen. Met even goede genezingskansen.’ Na een uitrolfase waarbij Desimpel en Tjalma de techniek als vast team toepasten, wordt die nu standaard aangeboden aan alle borstkankerpatiënten die ervoor in aanmerking komen. Recent besliste de overheid om de ingreep grotendeels terug te betalen via het RIZIV. Voorheen financierde het UZA dat vanuit haar Innovatiefonds. Het UZA is voorlopig het enige ziekenhuis in de Antwerpse regio dat de procedure aanbiedt. ‘Dat het allemaal zo vlot verloopt is te danken aan de goede samenwerking tussen de chirurgen, de radiologen, de operatieverpleegkundigen, de borstverpleegkundigen, de pathologen en de dienst nucleaire geneeskunde’, besluit Tjalma. MAGUZA 37


TEAM UZA

Prof. dr. Manon Huizing, artsbeheerder Biobank Antwerpen ‘In de Biobank Antwerpen verzamelen we menselijk lichaamsmateriaal voor wetenschappelijk onderzoek. Dat is een ander uitgangspunt dan de Weefselbank, die ook menselijk lichaamsmateriaal verzamelt, maar voor therapeutische doeleinden, bijvoorbeeld om een patiënt een nieuw hoornvlies te geven.’

01

02

01

‘De Biobank Antwerpen, een gemeenschappelijk project van UZA en UAntwerpen, bevat meer dan 6 miljoen stalen. Die bestaan uit restmateriaal, zoals tumoraal weefsel, maar vooral ook uit prospectief verzameld materiaal als bloed, urine, speeksel afkomstig uit het UZA en UAntwerpen. Daarnaast hebben we grote staalcollecties die verzameld werden voor grote Europese studies waarbij het UZA of de universiteit betrokken zijn.’

38

03

02

‘Zodra we de stalen hebben ontvangen, registreren we ze om het materiaal als gecodeerde gegevens veilig op te slaan. Het is heel belangrijk dat de stalen traceerbaar zijn. Patiënten geven hun toestemming om het materiaal als gecodeerde gegevens veilig op te slaan en te gebruiken. Als ze die toestemming intrekken, moeten we alles kunnen verwijderen. En als er toevallig iets belangrijks in een staal wordt ontdekt, een kankergen bijvoorbeeld, moeten we de patiënt en de arts daarvan op de hoogte kunnen brengen.’

03

‘Alle stalen worden volgens de hoogste kwaliteitsnormen bewerkt om ze optimaal te bewaren. Een deel ervan bergen we op in Askion, een volautomatisch opslagsysteem dat gebruikmaakt van vloeibare stikstof en tot -180 °C koelt.’


05

04

04

‘Op aanvraag sturen we onze stalen naar onderzoekseenheden in het UZA zelf, zoals het Laboratorium voor Medische Microbiologie, naar organisaties buiten het ziekenhuis, zoals Sciensano, en zelfs naar universiteiten in de hele wereld. Daar voeren ze dan wetenschappelijk onderzoek uit op het lichaamsmateriaal.’

06

05

‘De stalen van de Biobank zijn van onschatbare waarde om innovatieve therapieën te ontwikkelen. Ook in de strijd tegen COVID-19 worden onze stalen heel vaak gebruikt. De oorlog tegen corona wordt minstens evenveel in het lab gewonnen, als aan het bed van de patiënt.’

06

‘Achter Biobank Antwerpen zit een omvangrijke professionele organisatie. Onze activiteiten zijn ook heel ruim: registreren, bewerken, opslaan, uitsturen … Vandaar dat we in ons team 11 medewerkers met diverse achtergronden hebben, van laboranten over IT’ers, tot een kwaliteitscoördinator en een onderwijscoördinator die onderzoekers met het registratie­ systeem leert werken.’

MAGUZA 39


#UZA UZAnieuws Universitair­Ziekenhuis­Antwerpen uza_stories

Tijdwinst door beroertebuggy Vanaf de eerste tekenen van een beroerte tikt de klok: hoe sneller de juiste behandeling volgt, hoe beter de vooruitzichten voor de patiënt. Het interdisciplinair beroerteteam van het UZA ging aan de slag om in die eerste acute fase tijd te winnen. Een all-in-one beroertebuggy staat klaar bij aankomst van de patiënt op spoedgevallen en bevat alles om de eerste zorgen te kunnen toedienen. De buggy levert een tijdwinst op van 5 tot 10 cruciale minuten. Samen met de collega’s van kwaliteit verzamelen ze straks ook data over aantoonbare uitkomstverbeteringen.

UZA Agenda

40

04 augustus, 19u00 tot 20u00

19 september, 18u15 tot 20u30

Herstellen na kanker – infoavond oncorevalidatie

Vermoeidheid bij en na kanker – infoavond

Ontdek alles over het onco­ revalidatieprogramma. Deze infosessie via Microsoft Teams helpt je om je fysieke en men­ tale kracht te herwinnen tijdens of na een kankerbehandeling.

Kom meer te weten over omgaan met vermoeidheid tijdens of na een kanker­ behandeling. Deze sessie is uit­ sluitend bedoeld voor patiënten en hun partner.

Info en inschrijven Deelname is gratis. Inschrijven is verplicht, via www.uza.be/activiteiten/patienten Enkele dagen voor de infosessie ontvangt u de deelnamelink, u hoeft niets te installeren.

Locatie UZA, VIP-ruimte

Info en inschrijven Deelname is gratis. Inschrijven is verplicht, via www.uza.be/activiteiten/patienten


ADVERTENTIE

Cataractoperaties voor Roemeense kinderen Prof. Marie-José Tassignon en dr. Luc Van Os zijn gespecialiseerd in de behandeling van cataract bij kinderen. Ze trokken daarom op werkbezoek naar Roemenië waar ze drie dagen meedraaiden in de operatiezaal en buitenlandse artsen opleid­ den in de ‘bag-in-the-lens’-operatietechniek bij cataract. Prof. Marie-José Tassignon ontwikkelde die revolutionaire operatietechniek om cataract of staar te behandelen. Door de nieuwe lens van de patiënt niet meer in het kapselzakje, maar het kapselzakje in de nieuwe lens te plaatsen, kan de aandoening niet meer terugkeren. Ontdek er alles over via www.uza.be/behandeling/cataract.

Warme zorg. Altijd dichtbij. Onze verzorgenden helpen jou met persoonsverzorging en huishoudelijke ondersteuning bij ziekte, beperking, ouderdom of in moeilijke omstandigheden, ook ’s nachts.

22 oktober, 08u30-14u00

Webinar ‘Pijn in de liesregio’ Het 10de herfstsymposium van de dienst fysische geneeskunde en revalidatie UZA/UA voor verwijzende artsen en kinesi­ therapeuten vindt online plaats en focust op ‘Pijn in de liesregio: een boeiende diagnostische en therapeutische uitdaging’.

Ben je net bevallen, thuis of in het ziekenhuis? Dan ondersteunen we jou en je gezin met gespecialiseerde kraamzorg. In onze kleinschalige dagopvang en gastopvang kan je terecht voor een babbel, dagbesteding en begeleiding. Onze karweidienst en ons advies bij aanpassingen voor je woning helpen je comfortabel en langer thuis te blijven wonen.

Info en inschrijven Deelname kost 50 euro. Inschrijven is verplicht, via uza.be/activiteiten Enkele dagen voor de infosessie ontvangt u de deelnamelink

SamenFerm.be/thuiszorg Bel gratis 0800 112 05

MAGUZA 41


ERTENTIE TENTIE ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

Warme Warme Warme zorg zorg zorg altijd altijd altijd dichtbij dichtbij dichtbij PRAKTISCH

Nuttige telefoonnummers • algemeen nummer UZA: T 03 821 30 00 • onthaal en opname: T 03 821 31 01 • patiëntenbegeleiding: T 03 821 37 00 (maatschappelijk werk, vrijwilligers, intercultureel bemiddelaar, transfercoördinator, levens-beschouwelijke begeleiding, tolken en tolken Vlaamse gebarentaal) • ombudsdienst: T 03 821 31 60 • inlichtingen facturen: T 03 821 31 28 • school in het UZA: T 03 821 58 86

Het Het Het UZA UZA UZA zoekt zoekt zoekt vrijwilligers vrijwilligers vrijwilligers Het HetUZA UZA Het zoekt zoekt UZA vrijwilligers vrijwilligers zoekt vrijwilligers met meteen eenmet warm warm een hart hart warm enenhart en een eenluisterend luisterend een luisterend oor oorvoor voor oor patiënten. patiënten. voor patiënten. Leg Legjejegraag graag Leg je graag nieuwe nieuwecontacten nieuwe contacten contacten enenheb hebjeen jetijd tijd heb om om jejetijd jeininom tetezetten je zetten in te zetten voor voordedemedemens? voor medemens? de medemens? Wil Wiljejehelpen helpen Wil jemet helpen mettransport transport met transport van van van patiënten patiënten patiënten ininrolstoel rolstoel inof rolstoel ofbedlegerige bedlegerige of bedlegerige patiënten patiënten patiënten van vanenen van en naar naaronderzoeken/behandelingen? onderzoeken/behandelingen? naar onderzoeken/behandelingen? Wil Wiljejedeze deze Wilpatiënten je patiënten deze patiënten tijdens tijdenshet tijdens hetvervoer vervoer het bijstaan vervoer bijstaanbijstaan met meteen eenmet babbel babbel eenen babbel enondersteuning? ondersteuning? en ondersteuning? EnEnkan kanjeEn je kan je jejeminimum minimum je minimum 44tot tot8 8u4 uper per totweek 8week u per vrij vrij week maken maken vrijinmaken in in dedevoormiddag voormiddag de voormiddag (van (van9-13u)? 9-13u)? (van 9-13u)? Stel Steljejedan dan Stelkandidaat kandidaat je dan kandidaat als alsvrijwilliger vrijwilliger als vrijwilliger bijbijhet hetUZA! bij UZA! het UZA! Neem Neemcontact contact Neem op contact opmet metvrijwilligerscoördinator op vrijwilligerscoördinator met vrijwilligerscoördinator Nora NoraLens, Lens, Nora tel. tel. Lens, 0303821 821 tel.40 40 0311821 11 40 11 ofofnora.lens@uza.be. nora.lens@uza.be. of nora.lens@uza.be.

Herstellen in zorghotel Drie Eiken Na een operatie kan je verder aansterken in zorghotel Drie Eiken, een comfortabel verblijf met professionele zorgvoorziening. Ook familie en vrienden kunnen er terecht voor overnachting vlakbij het UZA. Meer info en reservaties: www.drie-eiken.com, T 03 821 12 11 Winkelgalerij In de inkomhal vind je: • de bistro, in de week open van 8u30 tot 20u30; in het weekend en op feestdagen van 12u tot 20u • de broodjesbar, in de week open van 8u30 tot 15u • een winkel Shop&Go Delhaize met een ruim aanbod verse voeding, drank, lectuur, geschenkartikelen, bloemen … Open op weekdagen van 8u30 tot 20u; in het weekend en op feestdagen van 12u tot 18u • het Leonidas Café, open van maandag tot en met vrijdag van 7 tot 18u30; in het weekend en op feestdagen gesloten • een bankautomaat

Landelijke Landelijke Landelijke Thuiszorg Thuiszorg Thuiszorg info: www.uza.be isisMeer er er is voor voor er voor jou! jou! jou! gezinszorg gezinszorg gezinszorg ❙ ❙kraamzorg kraamzorg ❙ kraamzorg ❙ ❙poetshulp poetshulp ❙ poetshulp

COLOFON MAGUZA · driemaandelijks tijdschrift van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen · jaargang

woningaanpassing woningaanpassing woningaanpassing ❙ ❙nachtzorg nachtzorg ❙ nachtzorg 33, juli 2022 · Redactieadres: UZA, afdeling Communicatie, Drie Eikenstraat 655, 2650 Edegem,

communicatie@uza.be · Verantwoordelijke uitgever: Marc Peeters · Hoofdredacteur: Evita Bonné ·

groengroengroenen en klusjesdienst klusjesdienst en klusjesdienst ❙ ❙dagopvang dagopvang ❙ dagopvang Redactieraad: Mathias Allegaert, Sevilay Altintas, Bettina Blaumeiser, Evita Bonné, Caitlin Stabel, Magali

Dierckx, Nathalie Cools, Annick Deckers, Margot Hagendorens, Ivan Huyghe, Philippe Jorens, Eva Lion, Lotte Marnef, Hans Prenen, Ingrid Roosen, Kaat Siebens, Elke Smits, Dominique Trouet, Paul Van Aken, Ann Van De Velde, Miranda Van De Wiele, Jan Van Meerbeeck, Stijn Verhulst, Joris Verlooy, Barbara Willekens · ­Redactie & realisatie: Jansen & Janssen ­Creative ­Content, www.jaja.be · Fotografie: Frank Toussaint, Claire Van Heeswijk, Play4 · Illustratie: p. 28 Klaas Verplancke · K­ ruiswoordraadsel: Freddy Roegiest · Reclame­ thuiszorg@ons.be thuiszorg@ons.be thuiszorg@ons.be regie: Media ­Surplus, www.media-surplus.be · De inhoud van de advertenties valt niet onder de redactionele verantwoordelijkheid van het UZA. Maguza wordt gedrukt op FSC-­papier, afkomstig van duurzaam beheerde www.landelijkethuiszorg.be www.landelijkethuiszorg.be www.landelijkethuiszorg.be bossen.

bel belGRATIS bel GRATIS GRATIS 0800 0800 0800 112 112112 05 05 05

ABONNEMENT

UZA UZA/ /Drie UZA DrieEikenstraat /Eikenstraat Drie Eikenstraat 655 655/ /2650 655 2650/Edegem Edegem 2650 Edegem Tel Tel03 03821 Tel 82130 03 3000 821 00/30 /Fax Fax 0003 03 / Fax 829 82903 05 05829 20 20 05 20 www.uza.be www.uza.be www.uza.be

Wens je een gratis abonnement op Maguza, wil je een adres­wijziging door­geven of wil je het magazine niet langer ontvangen? Bel 03 821 32 96 of stuur je naam en adres naar UZA, afdeling communicatie, Drie Eikenstraat 655, 2650 Edegem, of surf naar www.maguza.be/abonnement. Je kan hier ook inschrijven op de gratis digitale nieuwsbrief van Maguza.


1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

PUZZEL & WIN!

1 2

9

3

Horizontaal

6

4 5

4

6 7

1

8

7

9

2

10

8

11

10

12 13 14

3

+

15

5

16 1

1

2

3

4

5

2

3

4

5

6

7

1

K N

E

U

Z

I

N G

2

R

A D

I

O

3

A A

I

4

A

F

T

R

E

5

M

E

U

R

6

V

L

U G

7

E

E

R

8

R G

V

I

9

Z O G

E

N

10

O

11

R

12

G A

13

S

M E

O R A D T

E G

14

T

15

E

I

16

R

K

8

6

9

10

7

8

11

12

13

14

15

16

G A

L

B

U

L

T

O E

G A N D A

N H

I

R

H

O G A M

K

D O

G A

V

T

E L

E

D

E

K

T

I

C O

I

R O M B

U

S

L

A

G A V

L

K

I

S

R

N

N O G A E

E

L

G

R

I

I

E

N

E O

T

S

I

R

Y

E M O U

S

B

A N

K

S

S

E

T

J

E

H

E

S

E

U

N D D F

S

I

K

T

I

O N

E

V

E

N

J

E

M A

R

E

I

S

E

W

I

E

P

E

P

I

Verticaal

N

R

T

L

E

U

A N

10

E O

A

C O R S

9

1. bloedophoping – hechtdraad 2. dikke tarwenoedel (Jap.) – indruk die een blijvend spoor achterlaat in de hersenen – zigeunervolk 3. gezichtskleur – meisjesnaam – plaaggeest 4. plechtgewaad – het zij zo ! – waagkans – Topzorg Groep 5. slank – voortdurende herhaling van bewegingen of van woorden 6. appeldrank – muggenlarf – stekelig diertje 7. begroeide zandgrond – loofboom – thans – ZuidLimburg – vrijwillige euthanasie 8. Anno Domini – ongeluksgodin – stuiver – kilte 9. luitenant – verward – fuikingang – gelaatsexpressie 10. Europeaan – alfabet – verbrandingsresten – geïsoleerde wijk 11. haak om een wonde open te houden – onvriendelijk – editie 12. ontsteking aan vinger – zeemacht – een zekere 13. interpersoonlijke psychotherapie – en andere – zeepwater – sprookjeswezen 14. omlaag – Rex Imperator – skiwedstrijd 15. Griekenland (op auto’s) – frituurgerecht – biseksueel 16. plasfles – beperking van de bewegings­ mogelijkheden van een patiënt

N

D

L

O E

R

S I

D

E M

I

E

Doe mee en win!

Oplossing Maguza 125 NEUROLOGIE De winnaars zijn: Matthew Peters (Merksem) Lut Urlings (Maaseik) Nicole Vanderputte (Oostende) Theo Van Hoorick (Brasschaat) Vera Wellens (Edegem)

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.

Heb je het letterwoord ontdekt? Mail het dan voor 20 september 2022 met je naam en adres naar maguza@uza.be of stuur een briefkaart naar Maguza, UZA – ­Afdeling communicatie, Drie Eikenstraat 655, 2650 ­Edegem en maak kans op een van de vijf boekenbonnen van Standaard boekhandel.

13. 14. 15. 16.

soort dermatitis yard – bakvloeistof – zenuwtrek – land in Zuid-Amerika hoofddeksel – lichtbeeldje – benzine Engels telwoord – par exemple – lichaamsdeel – file – rondedans Franse rivier – Italiaanse koffiedrank – binnen zangstem – aansporing – beryllium – begrensd gebied bacteriedodend middel – Iers verzetsleger scholengemeenschap – tot en met – plus – mensensoort – klasse tijdperk – heideplas – bazige vrouw – scheepsstuur gebedsklokje – waadvogel – anders gezegd centimeter – afval van riet – verstreken – oneven – sneeuwlat ritmische muziek – automatische handeling van een boreling brandgang – ogenblik – eetgerei – European Aquarium en Terrarium Association erg vuil – kolenemmer – biersoort uitgeversmaatschappij – typische gang van een matroos – Japanse gordel huidsmeer – bleekheid van de huid door gebrek aan pigment MAGUZA 43


‘ We weten nog altijd te weinig over dat stomme virus’ ANOUK (44)

DAG UZA!

Al maanden kampt Anouk (44) met ‘het gevoel dat er iemand op haar longen staat’, geheugenproblemen en zware vermoeidheid. Na een zoektocht langs de slaapkliniek van het UZA en een psychiater belandde ze op de dienst longziekten. Daar is ze een van de deelnemers aan de PuRe COVID-studie, die de impact van intensieve kine op patiënten met langdurige klachten na een COVID-besmetting onderzoekt (zie ook p. 18).

A

ls eigenares van een modezaak in het Antwerpse en moeder van drie kinderen ging Anouk na haar coronabesmetting eind 2020 snel weer aan de slag. ‘Ik had een tiental dagen stevige symptomen. Maar mijn bloed- en longparameters waren in orde, bleek toen ik me op spoed aanmeldde. Ik heb dus thuis uitgeziekt en na mijn quarantaine stond ik weer in de winkel voor mijn klanten.’

Stap voor stap Zestien maanden later kampt Anouk nog altijd met vermoeidheid, slaapproblemen en depressie. ‘Ik heb dat nooit veel aandacht gegeven en tot begin 2022 legde ik de link met corona niet. In de zomer van 2021 begon ik te trainen om mijn conditie stap voor stap te verbeteren. Ik laat mijn leven niet graag leiden door iets wat je hebt. Ik ben geboren met een verlamde arm en dat heeft me nooit tegengehouden. In oktober liep ik de shortrun van de uitgestelde editie van de AG Antwerp 10 Miles. Hoewel ik er maanden voor trainde – en ik vroeger veel beter liep – moest ik die 6,7 kilometer afwisselend lopen en stappen.’ Naast de training maakte Anouk na overleg met haar huisarts afspraken bij een psychiater en het slaapcentrum van het UZA. ‘Daar kwamen geen noemenswaardige problemen uit naar voren. Als je altijd moe bent, is het logisch dat dat ook mentaal weegt. Toen ik begin dit jaar in het slaapcentrum vertelde over het gevoel dat er iemand op mijn longen staat en ik antwoordde dat ik – in de omikronperiode zelfs een tweede keer – positief heb getest–, verwees de professor me door naar de COVID-afdeling van de longdienst.’ Wetenschappelijke kennis Daar werden mijn longen grondig onderzocht, maar op de beeldvorming lijkt alles normaal. Ik kon wel instappen in een studie die het effect van kine op patiënten met klachten na een COVID-besmetting onderzoekt. Intussen run ik de winkel nog, maar ik twijfel of dat blijft lukken. Ik kom nog altijd elke avond doodmoe thuis. Hoe dan ook ben ik blij dat ik meehelp aan wetenschappelijk onderzoek hierover. Er zijn nog veel patiënten zoals ik en we weten nog altijd veel te weinig over dat stomme virus.’


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Maguza 126 - juli 2022 by UZA - Universitair Ziekenhuis Antwerpen - Issuu